Skip to main content

De Dordtse kerkorde 1619 - A. van Harten-Tip.9789023956679

Page 1

DE DORDTSE KERKORDE 1619

Ontwikkeling, context en theologie


DE DORDTSE KERKORDE 1619 Ontwikkeling, context en theologie

PROEFSCHRIFT ter verkrijging van de graad van doctor in de godgeleerdheid, aan de Theologische Universiteit van de Christelijke Gereformeerde Kerken in Nederland te Apeldoorn, op gezag van de rector, prof. dr. H.J. Selderhuis, hoogleraar kerkgeschiedenis en kerkrecht, volgens het besluit van het college van hoogleraren in het openbaar te verdedigen D.V. op dinsdag 20 november 2018 des namiddags om 15.00 uur in de aula van de universiteit Wilhelminapark 4 te Apeldoorn

door Adriana van Harten-Tip geboren op 20 februari 1958 te Emmen


Promotor: prof. dr. H.J. Selderhuis Tweede promotor: prof. dr. L.J. Koffeman Leden van de examencommissie: prof. dr. A. Huijgen prof. dr. J. Smit dr. C. van den Broeke


Voorwoord Als student-assistent kerkgeschiedenis 20ste eeuw, oecumenica en kerkrecht aan de Rijksuniversiteit Utrecht werd ik geboeid door de beknoptheid én reikwijdte van de Dordtse Kerkorde 1619. Aan prof. dr. A. J. Bronkhorst dank ik mijn liefde voor het kerkrecht. Mijn ouders leefden mij de liefde voor de HERE van de Kerk en voor de (kerk)geschiedenis voor; zij wakkerden de onderzoekende geest in mij aan. Toen de voortgezette Gereformeerde Kerken in Nederland, waarvan ik deel uitmaak, hun kerkelijke orde wilden vastleggen grepen zij bewust en principieel terug op de Dordtse Kerkorde, die min of meer intuïtief werd aangepast aan de kerkelijke situatie in de 21ste eeuw. Door dit proces werd mijn belangstelling voor de Dordtse Kerkorde nieuw leven ingeblazen. Deze studie is nadrukkelijk niet bedoeld om achteraf goedkeuring aan dit kerkordelijke proces te verlenen. De reden voor dit onderzoek is de wens om kerken van gereformeerd belijden en kerkregering te dienen met een diepgaand onderzoek naar de vertrouwde Dordtse Kerkorde. In de periode dat ik met dit onderzoek bezig was zijn velen mij tot steun geweest. De eerste aanzet ertoe dank ik aan prof. dr. W.J. Maris, die mij samen met mijn echtgenoot motiveerde om weer gestructureerd te gaan studeren. Vanaf het begin heeft mijn promotor prof. dr. H. J. Selderhuis mij aangemoedigd en van adviezen voorzien, terwijl mijn copromotor prof. dr. L.J. Koffeman mij uitdaagde om de breedte van de theologie bij het onderzoek te betrekken. Door de opmerkingen van dr. D. Hak werd ik geholpen om breder dan de theologie te kijken. Mijn zwager drs. H. Blok hielp mij bij het ontcijferen van handschriften. Noëlle en Roland maakten de digitale versie van mijn handgetekende kaarten en Hester het diagram van de sociale netwerkanalyse. Samen met mijn echtgenoot hebben ook onze andere kinderen mij, ieder op eigen wijze, gesteund bij het onderzoek. Mevr. C.M. van der Most-Eijkelkamp zorgde voor de Engelse vertaling van de samenvatting, dhr. R. Elting las mee als corrector. Eventuele fouten zijn echter geheel voor mijn rekening. Het bestuur van het Deddens-Koppe fonds was zo vriendelijk mij een subsidie voor het aanschaffen van literatuur toe te kennen en heeft daarnaast de uitgave van deze dissertatie bekostigd. De leden van de beoordelingscommissie, prof. dr. A. Huijgen, prof. dr. J. Smit en dr. C. van den Broeke, hebben mij voorzien van vele nuttige opmerkingen. Graag wil ik hen allen, ook degenen die niet bij name worden genoemd, daarvoor hartelijk danken. Boven alles komt de dank toe aan de HERE. Hem zij alle lof tot in eeuwigheid! Smilde, zomer 2018, Adriana van Harten-Tip


Inhoudsopgave Inleiding ...................................................................................................................... 1 Aanleiding voor het onderzoek .............................................................................. 1 De stand van het onderzoek ................................................................................... 2 Begrenzing van het onderzoek ............................................................................... 3 Methode van het onderzoek ................................................................................... 3 Relevantie van het onderzoek ................................................................................ 4 Hoofdvraag voor het onderzoek ............................................................................. 4 Postitiebepaling ...................................................................................................... 5 Ten slotte................................................................................................................ 6 H.1. De Synode van Dordrecht 1618/1619 ................................................................. 7 1.1. Inleiding. ......................................................................................................... 7 1.2. De aanleiding voor de Synode van Dordrecht 1618/1619 .............................. 8 1.3. De afgevaardigden naar de Synode van Dordrecht 1618/1619 ..................... 11 1.3.1. De Nederlandse kerkelijke afgevaardigden...........................................12 1.3.2. De Hoogleraren......................................................................................16 1.3.3. De afgevaardigden namens de Staten-Generaal....................................17 1.3.4. Het moderamen van de synode...............................................................18 1.3.5. Conclusies betreffende de relaties tussen de diverse afgevaardigden, hoogleraren en gecommitteerden ter synode...................................................21 1.4. Agenda en werkwijze van de Synode van Dordrecht .................................... 23 1.5. De besluiten van de Synode van Dordrecht...................................................26 1.5.1. De overlevering van de tekst van de Acta..............................................27 1.6. Reacties op de besluiten van de Synode van Dordrecht 1618/1619............. 29 1.7. Samenvatting..................................................................................................30 H.2. De context van de Synode van Dordrecht 1618/1619........................................31 2.1. Inleiding..........................................................................................................31 2.2. De Gereformeerde Kerk in de Nederlanden in de vroege 17e eeuw..............31 2.2.1. Kerkelijk leven in de Nederlanden in de vroege 17 e eeuw.....................31 2.2.2. De Gereformeerde Kerk in de Nederlanden in de vroege 17 e eeuw......34 2.3. De maatschappelijke situatie in de Nederlanden in de vroege 17e eeuw......36 2.3.1. Tolerantie in de Nederlanden in de vroege 17eeuw...............................38 2.3.2. Zuid-Nederlanders in de Noordelijke Nederlanden in de vroege 17 e eeuw..................................................................................................................39


2.4. De Europese en Nederlandse politieke situatie in de vroege 17e eeuw........ 41 2.4.1. De Europese politieke situatie in de vroege 17 e eeuw............................41 2.4.2. De Nederlandse politieke situatie in de vroege 17 e eeuw......................42 2.5. Internationale gereformeerde relaties in de vroege 17e eeuw........................44 2.6.Samenvatting................................................................................................... 47 H.3. De voorgeschiedenis van de Kerkorde van Dordrecht 1619 ............................. 49 3.1. Inleiding.......................................................................................................... 49 3.2. De Nederlandse kerkordes van 1571 tot 1586................................................49 3.2.1. De Acta van Emden 1571.......................................................................50 3.2.2. De kerkorde van Dordrecht 1574...........................................................54 3.2.3. De Acta van Dordrecht 1578..................................................................55 3.2.4. De kerkorde van Middelburg 1581........................................................58 3.3. De kerkorde van 's-Gravenhage 1586‌........................................................60 3.4. Regionale kerkordes (1574-1618) ................................................................. 64 3.4.1. Acta van de Provinciale Synode te Harderwijk, 1580............................64 3.4.2. Acta van de Provinciale Synode te Middelburg, 1591...........................65 3.5. Door de overheid opgesteld kerkordes .......................................................... 66 3.5.1. Kerkelijke wetten op last van de Staten van Holland en Zeeland ontworpen in 1576............................................................................................67 3.5.2. Kerkelijke wetten op last van de Staten van Holland ontworpen (1583)...............................................................................................................67 3.5.3. Kerkenordeninge bij de E. Heeren Staten van Utrecht Anno 1590 gemaakt en gearresteert...................................................................................69 3.5.4. Kercken-ordeninghe, gemaeckt by eenighe Politijcken ende Ecclesiastijcken in Februario Anno 1591........................................................69 3.5.5. Christelicke und Schrifmetige Kercken Ordenung, om alle desorder voor te comen, und eenicheyt, rust und vrede inde gereformeerde Kercke, in der Stadt und Omlanden van Groeningen toe mogen onderholden (1595).....71 3.5.6. Christelijcke Kercken-ordeninge der Stadt, steden ende landen van Vtrecht, ghearresteert binnen Vtrecht den XXVIII Augusti XVIcXII................73 3.6. Samenvatting .................................................................................................75 H.4. De inhoud van de Kerkorde van Dordrecht 1619, in relatie tot de kerkordes die vanaf 1586 in de Nederlanden werden opgesteld ..................................................... 77 4.1. Inleiding ........................................................................................................ 77 4.1.1. De leden van de synode en hun relaties tot de diverse kerkordes..........78 4.2. Inleiding van de kerkorde ............................................................................. 79 4.2.1. Conclusie................................................................................................80


4.3. Van de diensten ............................................................................................. 81 4.3.1. Dienaren des Woords.............................................................................81 4.3.2. Doctoren.................................................................................................85 4.3.3. Ouderlingen en diakenen........................................................................87 4.3.4. Relatie kerk-overheid.............................................................................89 4.3.5. Conclusie................................................................................................90 4.4. Van de kerkelijke samenkomsten..................................................... ............. 91 4.4.1. De kerkenraad........................................................................................92 4.4.2. De classis................................................................................................93 4.4.3. De particuliere en nationale synode......................................................94 4.4.4. Conclusie................................................................................................97 4.5. Van de leer, sacramenten en andere ceremoniĂŤn .......................................... 98 4.5.1. De Leer...................................................................................................98 4.5.2. De Sacramenten.....................................................................................99 4.5.3. Andere ceremoniĂŤn...............................................................................101 4.5.4. Conclusie..............................................................................................103 4.6. Van de censuur en de kerkelijke vermaning ............................................... 103 4.6.1. Kerkelijke censuur................................................................................103 4.6.2. Censura Morum....................................................................................105 4.6.3. Attestaties.............................................................................................105 4.6.4. Het anti-hiĂŤrarchische principe...........................................................106 4.6.5. Middelmatige dingen............................................................................107 4.6.6. Conclusie..............................................................................................107 4.7. Het slotartikel van de Kerkorde .................................................................. 107 4.7.1. Conclusie..............................................................................................108 4.8. Niet in de Dordtse Kerkorde opgenomen bepalingen uit andere kerkordes.. ........................................................................................................................... 109 4.9. Conclusies ................................................................................................... 110 H.5. De voorbereiding van de Synode van Dordrecht door de particuliere synodes ................................................................................................................................ 115 5.1. Inleiding ..................................................................................................... 115 5.2. De Particuliere Synode van Gelderland ..................................................... 116 5.3. De Particuliere Synode van Zuid- Holland ................................................. 116 5.4. De Particuliere Synode van Noord-Holland ................................................ 117 5.5. De Particuliere Synode van Zeeland ........................................................... 118


5.6. De Particuliere Synode van Utrecht ........................................................... 119 5.7. De Particuliere Synode van Overijsel ........................................................ 120 5.8. De Particuliere Synode van Friesland ........................................................ 121 5.9. De Particuliere Synode van Groningen . ..................................................... 121 5.10. De Particuliere Synode van Drenthe ........................................................ 122 5.11. De Waalse Synode .................................................................................... 123 5.12. De lijsten met gravamina ......................................................................... 124 5.13. Conclusies ................................................................................................. 126 H.6. De inhoud van de Kerkorde van Dordrecht 1619, in relatie tot de Acta, instructies en overige besluiten van de synode van Dordrecht 1618/1619 ............. 129 6.1. Inleiding ...................................................................................................... 129 6.1.1. De tekst van de Kerkorde van Dordrecht 1618/1619...........................131 6.1.2. De Dordtse Kerkorde en de belijdenisgeschriften...............................131 6.2. Inleiding van de kerkorde (Art.1)................................................................ 133 6.3. Van de diensten (Art.2-28).......................................................................... 133 6.3.1. De instructies met betrekking tot de diensten.......................................133 6.3.2. De diensten in de Acta..........................................................................135 6.3.3. Opmerkelijke zaken met betrekking tot de diensten.............................137 6.4. Van de kerkelijke samenkomsten (Art.29-52) ............................................ 137 6.4.1. De instructies met betrekking tot de kerkelijke samenkomsten............137 6.4.2. De kerkelijke samenkomsten in de Acta...............................................137 6.4.3. Opmerkelijke zaken met betrekking tot de kerkelijke samenkomsten...140 6.5. Van de leer, sacramenten en andere ceremoniën (Art.53-70) ..................... 140 6.5.1. De instructies met betrekking tot de leer, sacramenten en andere ceremoniën.....................................................................................................140 6.5.2. De leer, sacramenten en andere ceremoniën in de Acta......................141 6.5.3. Opmerkelijke zaken met betrekking tot de leer, sacramenten en andere ceremoniën.....................................................................................................143 6.6. Van de censuur en de kerkelijke vermaning (Art.71-85).............................144 6.6.1. De instructies met betrekking tot de censuur en de kerkelijke vermaning.......................................................................................................144 6.6.2. De censuur en de kerkelijke vermaning in de Acta..............................145 6.7. Het slotartikel van de kerkorde (Art.86) ..................................................... 145 6.8. Conclusies ................................................................................................... 146


H.7. Analyse van datgene wat ongewijzigd bleef en wat werd aangepast bij de vaststelling van de tekst van de Kerkorde van Dordrecht 1619 .............................. 147 7.1. Inleiding ...................................................................................................... 147 7.2. Wat ongewijzigd bleef ................................................................................ 148 7.2.1. Inleiding van de kerkorde.....................................................................148 7.2.2. Van de diensten....................................................................................148 7.2.3. Van de kerkelijke samenkomsten..........................................................154 7.2.4. Van de leer, sacramenten en andere ceremoniën.................................155 7.2.5. Van de censuur en de kerkelijke vermaning.........................................158 7.2.6. Het slotartikel van de kerkorde............................................................159 7.3. Wat werd aangepast .................................................................................... 160 7.3.1. Van de diensten....................................................................................160 7.3.2. Van de samenkomsten..........................................................................161 7.3.3. Van de leer, sacramenten en andere ceremoniën.................................162 7.4. Nieuwe bepalingen in de Dordtse Kerkorde 1619 ...................................... 164 7.4.1. Artikel 8 DKO.......................................................................................164 7.4.2. Artikel 28 DKO.....................................................................................165 7.4.3. Artikel 42 DKO.....................................................................................165 7.4.4. Artikel 48 DKO.....................................................................................166 7.4.5. Artikel 49 DKO.....................................................................................166 7.4.6. Artikel 59 DKO.....................................................................................166 7.5. Wat niet werd opgenomen in de Dordtse Kerkorde 1619 ........................... 167 7.5.1. Van de diensten....................................................................................167 7.5.2. Van de kerkelijke samenkomsten..........................................................168 7.5.3. Van de leer, sacramenten en andere ceremoniën.................................169 7.5.4. Van de censuur en de kerkelijke vermaning.........................................169 7.5.5. Ten slotte..............................................................................................169 7.6. Conclusies ................................................................................................... 170 H.8. Besluiten belicht ............................................................................................. 172 8.1. Inleiding ...................................................................................................... 172 8.2. De besluitvorming ....................................................................................... 172 8.2.1. Het anti-hiërarchische principe in de praktijk van de besluitvorming................................................................................................174 8.2.2. De rol van de ‘politieken’ in de besluitvorming...................................176 8.3. Ambt en ambtsbevoegdheid ........................................................................ 177


8.3.1. De proponent........................................................................................177 8.3.2. De diaken..............................................................................................180 8.4. Deputaten van de synode ............................................................................ 187 8.5. De verhouding van Kerk en Overheid ........................................................ 191 8.5.1. Het patronaatsrecht..............................................................................194 8.5.2. De betrokkenheid van de overheid bij kerkelijke vergaderingen.........197 8.5.3. Overige.................................................................................................198 8.5.4. Ten slotte..............................................................................................199 8.6. Conclusies ................................................................................................... 201 H.9. Evaluatie ......................................................................................................... 204 9.1. Inleiding ...................................................................................................... 204 9.2. Conclusies ................................................................................................... 204 9.3. De probleemstelling .................................................................................... 212 9.4. Afsluitende overwegingen .......................................................................... 213 Epiloog. ‘Een format van formaat’ ......................................................................... 215 Inleiding ............................................................................................................ 215 Een format van formaat .................................................................................... 215 Enkele actuele thema's in het licht van de Dordtse Kerkorde ............................ 217 Loskoppeling van Woord en Sacrament?.......................................................218 De positie van de diaken ten opzichte van de kerkenraad.............................221 Een gereformeerde bisschop?........................................................................223 Plaatselijke zelfstandigheid versus kerkverband............................................226 Kerk en Overheid........................................................ ...................................226 Ten slotte............................................................................................................ 233 Samenvatting .......................................................................................................... 235 Summary................................................................................................................. 242 Geraadpleegde bronnen en literatuur ...................................................................... 249 Bronnen ............................................................................................................. 249 Literatuur .......................................................................................................... 251 Registers ................................................................................................................. 262 Persoonsregister ................................................................................................ 262 Zaakregister ...................................................................................................... 266 Bijlagen................................................................................................................... 272 Bij hoofdstuk 1 .................................................................................................. 272


Bijlage 1a: afgevaardigden, hoogleraren en gecommitteerden der Dordtse Synode die zich bezighielden met de vaststelling van de DKO......................272 Bijlage 1b: onderlinge relaties tussen de afgevaardigden, voor en tijdens de Synode van Dordrecht 1618/1619 (voor zover bekend).................................280 Bijlage 1c: de relaties tussen de afgevaardigden naar de Synode van Dordrecht in getallen.....................................................................................284 Bij hoofdstuk 2 ................................................................................................... 286 Bijlage 2: afkomst van de afgevaardigden, hoogleraren en gecommitteerden der Dordtse Synode die zich bezighielden met de vaststelling van de DKO..286 Bij hoofdstuk 4 ................................................................................................... 293 Bijlage 3: De afgevaardigden en gecommitteerden in relatie tot de diverse kerkordes........................................................................................................293 Bij hoofdstuk 5 .................................................................................................. 298 Bijlage 4: De afgevaardigden en gecommitteerden die de voorbereidende vergaderingen van de Particuliere Synodes bijwoonden...............................298 Bijlage 5: Overzicht van de opgestelde gravamina, geordend naar onderwerp.......................................................................................................302 Bijlage 5a. Onderwerp en herkomst van de gravamina voor de Synode van Dordrecht 1618/1619.....................................................................................311 Bij hoofdstuk 6 .................................................................................................. 315 Bijlage 6: Gravamina die niet zijn behandeld op de Synode van Dordrecht 1618/1619.......................................................................................................315 Bijlage 7: Vergelijking van de Dordtse Kerkorde met de Nederlandse Geloofsbelijdenis, de Heidelbergse Catechismus en de Dordtse Leerregels.318 Synopsis ordinum ecclesiarum 1571-1619 ............................................................. 323 Curriculum vitae ..................................................................................................... 444


‘…ik zou wel willen, dat men, telkens als men het besluit van een of ander concilie tevoorschijn haalt, eerst naarstig overwoog, in welke tijd het gehouden is, waarom het gehouden is en met welke bedoeling, en hoedanige mensen aanwezig geweest zijn…’ Johannes Calvijn, Institutie IV, IX 8 1

Inleiding In 2019 is het vierhonderd jaar geleden dat de Kerkorde van Dordrecht 1619 werd vastgesteld. Deze kerkorde, opgesteld door de synode van Dordrecht 1618/1619, heeft internationaal grote invloed gehad. Nog steeds zijn kerkordes van kerken en kerkverbanden in binnen- en buitenland gebaseerd op deze kerkorde. De Dordtse Kerkorde bestrijkt vrijwel het gehele terrein van het kerkelijk leven en is ontstaan in een tijd van intensieve internationale kerkelijke en politieke contacten. Deze gegevens maken deze kerkorde nog onverminderd belangwekkend als onderzoeksobject.

AANLEIDING VOOR HET ONDERZOEK De diverse kerken die zich baseren op de Dordtse Kerkorde 1619 zijn zeer verschillend met dit document omgegaan. Sommige kerken gebruiken de (vrijwel) ongewijzigde Dordtse Kerkorde. In de kerkordes van andere kerkverbanden is deze kerkorde niet meer op het eerste oog te herkennen; zo bijvoorbeeld de kerkorde uit 2014 van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt. Het al dan niet goedkeuren van aanpassing van de Dordtse Kerkorde 1619 aan de hedendaagse kerkelijke situatie beweegt zich tussen ‘nee’, ‘nee, tenzij’, ‘ja, indien’ en een onomwonden ‘ja’. Zo hadden de Gereformeerde Kerken in Nederland een traditie van ‘aanpassen en aanvullen waar het nodig is’, terwijl men in de Gereformeerde Gemeenten deze kerkorde tot voor kort ongewijzigd wilde handhaven, maar daarbij wel aanliep tegen de discrepantie van de tekst en het kerkelijk leven in de 21ste eeuw. Soms lijkt ‘de DKO’ een sjibbolet: ‘onze kerk staat op het fundament van Schrift en belijdenis en hanteert de Dordtse Kerkorde 1619’ – waarin impliciet het verwijt aan andere kerken kan worden gevoeld dat deze minder consistent gereformeerd zouden zijn. Bij deze constatering dringt de vraag zich op of de kerkelijke gremia die zich met de kerkelijke regelingen bezighouden zich altijd rekenschap geven van hun beweegredenen voor het gebruik van en omgaan met deze oude kerkorde. Dit onderzoek is bedoeld als een handreiking voor de bezinning op het gebruik van de Dordtse Kerkorde in de 21ste eeuw en in omstandigheden die zeer verschillend zijn, niet alleen van die in de vroege 17e-eeuwse Nederlanden, maar ook van elkaar. Zo

1

Vertaling A. Siezoo; J. Calvijn, A. Sizoo, Institutie of onderwijzing in de christelijke godsdienst IV, IX, (Delft: Meinema, s.a.).

1


hebben Zuid-Afrikaanse kerken te maken met andere vragen dan kerken in Indonesië, de Verenigde Staten van Amerika of Nederland. Om te kunnen bepalen of er in de loop van de geschiedenis hermeneutische wissels zijn omgegaan in het gebruik van bepaalde kerkordeartikelen is het nodig om de achtergrond helder te hebben. De uitkomst van dit onderzoek kan huiswerk betekenen voor kerken waarvan de kerkorde wortelt in de Dordtse Kerkorde van 1619. Mogelijk zijn de resultaten van dit onderzoek ook van nut voor kerken met een andere kerkordelijke structuur of basis; de bezinning op de wijze waarop een kerk wordt geregeerd moet immers van alle tijden en plaatsen zijn.

DE STAND VAN HET ONDERZOEK Bij het bepalen van de stand van het onderzoek wordt al snel duidelijk dat er weinig onderzoek is gedaan naar theologie, context en voorgeschiedenis van de Dordtse Kerkorde. Het meest uitvoerig is het collegedictaat van F.L. Rutgers uit 1892; hij schrijft echter vooral met het oog op de praktijk van zijn eigen kerk in zijn eigen tijd. Zo wordt een afstand van drie eeuwen overbrugd alsof deze amper bestaat. De meeste studies over de Dordtse Kerkorde zijn gepubliceerd in de 19e en het begin van de 20ste eeuw en hebben deze zelfde invalshoek.2 Recent zijn studies verschenen over de Gereformeerde Kerk in afzonderlijke Staten, classes of plaatsen in de zestiende en vroege zeventiende eeuw; vele daarvan zijn te vinden in de literatuuropgave. Ook is in de laatste jaren een begin gemaakt met de uitgave van alle stukken die betrekking hebben op de Synode van Dordrecht 1618/16193 en van de Acta van diverse kerkelijke vergaderingen uit de te onderzoeken periode. Deze bronnen zijn echter nog niet betrokken bij het onderzoek naar de totstandkoming van de Dordtse Kerkorde. Evenmin is de invloed van de grote groep Franse gereformeerden in de Nederlanden op de Dordtse Kerkorde onderzocht, of de invloed van de diverse afgevaardigden. De lijn die loopt tussen oudere in de Nederlanden in gebruik zijnde kerkordes en de Dordtse Kerkorde wordt meestal als gegeven aanvaard. Diepgaand onderzoek hiernaar ontbreekt; in de recente publicatie van Spohnholz over ‘het Convent van Wezel’ wordt geïllustreerd waar het als gegeven aannemen en ongecontroleerd naschrijven van anderen toe kan leiden. 4 Daarnaast lijkt de Kerkorde van Dordrecht

2

Ook A.F. Goudriaan en F.A. van Lieburg, Revisiting the Synod of Dordt (1618-1619) (Leiden: Brill, 2011), constateren dat er weinig nieuw onderzoek is gedaan naar de Dordtse Kerkorde; wat erover is en wordt geschreven is grotendeels gebaseerd op de studies van H.H. Kuyper en H. Kaajan. 3 Het omvangrijke project ‘Acta et Documenta Synodi Nationalis Dordrechtanae’ van de Johannes à Lasco Bibliotheek, in samenwerking met vele wetenschappers. Als voorbereiding op deze uitgaven is het beschikbare archiefmateriaal geïnventariseerd; van deze inventarisatie is dankbaar gebruik gemaakt. D. Sinnema e.a., (red.), Acta en Documenta Synodi Nationalis Dordrechtanae (1618-1619) (Göttingen: Vandenhoeck & Ruprecht, 2015 en 2017). Tot nu toe verschenen de delen 1 en 2. 4 J. Spohnholz geeft in The Convent of Wesel, The Event that Never was and the Invention of Tradition, (Cambridge: Cambridge University Press, 2017), een plausibele verklaring van de raadsels rondom dit Convent en concludeert dat dit nooit heeft plaatsgevonden, hoewel er tientallen studies over zijn gepubliceerd. Het document werd volgens hem door Datheen opgesteld als gewenst prescriptief, en is in de

2


1619 soms als een op zichzelf staand gegeven, een ‘gereformeerd monument’, te worden gezien. Diverse onderzoekers brengen teksten en voorbeelden uit verschillende tijdperken in één verband onder, zonder de chronologie in acht te nemen en soms zelfs zonder duidelijke vermelding van de tijd en situatie van schrijven of handeling. Hierdoor is het onmogelijk om een goed overzicht te krijgen over de ontwikkeling van het kerkrecht van de 16e tot 21ste eeuw.

BEGRENZING VAN HET ONDERZOEK Het jaar van vaststelling van de Dordtse Kerkorde 1619 wordt in dit onderzoek als bovengrens voor de periode van onderzoek aangehouden; de receptie van deze kerkorde wordt daarom niet behandeld. Ook de werken van de 17e-eeuwse kerkrechtautoriteit Voetius en van Trigland, die als afgevaardigden aanwezig waren op de Synode van Dordrecht, zijn niet de beste bronnen voor dit onderzoek. Voetius gaf zijn Politicae Ecclesiasticae immers pas decennia later uit. Daardoor is zijn commentaar op de Dordtse Kerkorde 1619 gekleurd door de tijd waarin hij schreef. Hetzelfde geldt voor de werken van Trigland. Als ondergrens voor de periode van het onderzoek is 1571 genomen, het jaar waarin de Acta van de synode van Emden werden vastgesteld. Deze Acta bevatten de eerste kerkelijke orde voor de Gereformeerde Kerk in de Nederlanden die is vastgesteld door officiële kerkelijke afgevaardigden. Het is interessant om na te gaan welke invloeden uit eerdere jaren, misschien via een omweg, hebben ingewerkt op latere kerkordes; ook dit valt buiten het bestek van dit onderzoek, evenals de discussie over ‘het Convent van Wesel’ dat volgens de laatste stand van het onderzoek nooit heeft plaatsgevonden.5 Interessante onderwerpen die alleen zijdelings met de totstandkoming van de Dordtse Kerkorde 1619 te maken hebben komen slechts beknopt aan de orde. In de aanloop naar het vierde eeuwfeest van de Synode van Dordrecht is het onderzoek naar deze synode en haar publicaties geïntensiveerd; deze studie maakt hiervan deel uit. Door de hierboven genoemde recente gedetailleerde bronnenpublicaties en de inventarisatie ten behoeve van de uitgave van alle stukken betreffende de Dordtse Synode 1618/1619, waarvan met dank gebruik is gemaakt, bleek het niet nuttig om in archieven te gaan speuren naar nog niet ontdekte snippers informatie.

METHODE VAN HET ONDERZOEK Dit onderzoek beoogt een totaaloverzicht te geven van de ontstaansgeschiedenis van de Kerkorde van Dordrecht 1619, geplaatst in haar context. De methode die hiervoor wordt gevolgd is het onderzoeken, analyseren, interpreteren en aan elkaar relateren van de voorhanden zijnde bronnen. Het betreft een kerkhistorische en kerkrechtelijke loop van de geschiedenis – na een rondreis om handtekeningen te verzamelen en de ‘herontdekking’ ervan decennia later te Londen – als descriptief opgevat. 5 Zie Spohnholz, Convent van Wesel.

3


studie, waarbij echter ook andere disciplines 6 worden betrokken, waarin wordt gepoogd de opstellers van de Dordtse Kerkorde, hun wereld en hun theologische gedachtegangen zo dicht mogelijk te benaderen. Op basis van de schaarse bronnen wordt een reconstructie gegeven van de processen die leidden tot de vaststelling van de Dordtse Kerkorde. Het gaat hierbij zowel om de historische lijnen als om de theologische achtergronden van de genomen beslissingen. Er wordt geprobeerd om als het ware als toehoorder aanwezig te zijn op de synodevergadering in mei 1619, om zo inhoud en strekking van de kerkorde beter te begrijpen en in alle bescheidenheid enig commentaar ‘vanaf de zijlijn’ te geven. Het is deze werkwijze die door Calvijn wordt aanbevolen7 en door Koffeman als volgt wordt omschreven: Historical hermeneutics constitutes a third level. Churches may work with rules that have been adopted centuries ago. It is difficult and risky to neglect that history. Questions that may have to be taken into regard are such as: why, and under what circumstances was a certain regulation formulated originally, how and why has it changed over time, how has it been understood in earlier times?8

RELEVANTIE VAN HET ONDERZOEK De relevantie van het onderzoek is het verschaffen van een analyse van (de betekenis en bedoeling van) de Kerkorde van Dordrecht 1619, opdat kerken die in de traditie van deze kerkorde willen staan kunnen evalueren of het gebruik dat zij van deze kerkorde maken overeen komt met de oorspronkelijke bedoelingen ervan en waarin en waarom zij bewust andere keuzes maken.

HOOFDVRAAG VOOR HET ONDERZOEK De hoofdvraag voor dit onderzoek is: Wat is de historische context en wat zijn de kerkordelijke bronnen van de kerkorde zoals die is vastgesteld door de Synode van Dordrecht 1618/1619, wat is de relatie van deze kerkorde met de overige besluiten van deze synode, en is er consistentie tussen de kerkordelijke besluiten en de gereformeerde confessie? Om deze drieledige vraag te kunnen beantwoorden worden een aantal deelvragen beantwoord. In de eerste hoofdstukken van dit onderzoek wordt het terrein verkend: de context waarin de Dordtse Kerkorde 1619 werd vastgesteld wordt beschreven, met enkele aanvullingen en correcties op tot nu toe gehanteerde genealogische gegevens van de ter synode aanwezigen (hoofdstuk 1), daarna volgen een schets van de kerkelijke, maatschappelijke en oecumenische situatie in de Nederlanden van de 6

Waar dat voor het onderzoek van belang is wordt gebruik gemaakt van exegetische, dogmatische, sociologische en juridische bronnen, theorieën en inzichten. 7 Zie het motto van deze studie. 8 L.J. Koffeman, In Order to Serve, An Ecumenical Introduction to Church Polity (Zürich/Münster: Lit Verlag, 2014), 78.

4


vroege 17e eeuw (hoofdstuk 2) en een analyse van de kerkordes die in 1618 binnen de grenzen van de Republiek van kracht waren, met de context van hun ontstaan (hoofdstuk 3). Vervolgens wordt de relatie tussen deze kerkordes en de Dordtse Kerkorde 1619 onderzocht (hoofdstuk 4) en nagegaan hoe de diverse particuliere synodes zich voorbereidden op de behandeling van de kerkorde tijdens de Synode van Dordrecht 1618/1619 (hoofdstuk 5). De relatie tussen de Dordtse Kerkorde en de (overige) besluiten van de Synode van Dordrecht 1618/1619 wordt geanalyseerd, waarbij in het bijzonder aandacht wordt geschonken aan de vraag of er consistentie is tussen de (opnieuw) vastgestelde belijdenisgeschriften en de kerkorde (hoofdstuk 6). Hierna wordt gezocht naar de achtergrond van het al dan niet wijzigen van artikelen uit de kerkorde van ’s-Gravenhage 1586 (hoofdstuk 7) en worden de wijzigingen die een principieel karakter hebben of meerdere artikelen van de kerkorde betreffen geanalyseerd (hoofdstuk 8). Tenslotte worden conclusies getrokken (hoofdstuk 9) en enkele overwegingen voor het heden gegeven. Oorspronkelijk lag het in de bedoeling om ook de dogmatische achtergrond van de genomen besluiten te onderzoeken. Tijdens het onderzoek bleek daarvoor te weinig primair materiaal voorhanden te zijn.

POSITIEBEPALING Er zijn diverse visies op het wezen van het kerkrecht. Bij dit onderzoek wordt ervan uitgegaan dat kerkrecht voluit theologie is. De Heilige Schrift is het onfeilbaar Woord van God en daarom de norm voor het kerk-zijn. In de gereformeerde confessie wordt de Schrift nagesproken en toegepast op de Kerk en haar leden. De gereformeerde kerkorde geeft op deze basis de wijze aan waarop het (samen)leven binnen die kerk, tussen kerken onderling en van de gelovigen wordt vorm gegeven. Daarom behoort er een duidelijke relatie te zijn tussen doctrina en disciplina.9 Aangezien de Schrift geen ‘standaard kerkorde’ geeft, dient er zorgvuldig te worden geluisterd naar wat daarin over het kerkelijk leven wordt gezegd.10 De goede orde is door de HERE gegeven, maar moet worden toegepast, bewaard en uitgebouwd in de spanning van het ‘reeds en nog niet’ van het koninkrijk van God.11 Christus is Koning van Zijn Kerk en oefent Zijn gezag uit door Zijn Geest. Het kerkrecht dient tot bescherming van de prediking van het Woord: Sola Scriptura! Kerkrecht, ook wanneer dat zich als kerkelijk tuchtrecht laat zien, beoogt de eer van de HERE van de Kerk en het heil van de leden ervan. De kerkorde is er om te zorgen dat de kerk ware kerk is en blijft, maar heeft geen gezag in zichzelf, buiten en naast de Schrift.

J.Smit, ‘The decline of reformed church polity in South Africa’ in: In die Skriflig/In Luce Verbi (Cape Town: African Online Scientific Information Systems (Pty) Ltd t/a AOSIS, 2018). 10 Zie bijvoorbeeld W. van ‘t Spijker, ‘Rechtvaardiging en recht in de kerk; over de theologische achtergronden van het gereformeerde kerkrecht’, in: Hervormde Teologiese Studies, 48 (3/4), Tydskrif van die Fakulteit Teologie, (Universiteit van Pretoria) p. 995-1011, en C.J. Smit, Kerkreg en kerkorde in die lig van God se reg vir sy kerk (Potschefstroom, 1985). 11 Zie 1 Kor. 14:40, ‘Laat alle dingen op een gepaste wijze en in goede orde gebeuren.’ Smit, Kerkreg en kerkorde, 215v. 9

5


TEN SLOTTE Tenzij anders is vermeld zijn Bijbelcitaten weergegeven in de Herziene Statenvertaling. De citaten uit de belijdenisgeschriften zijn, wanneer niet anders vermeld, afkomstig uit De Nederlandse Belijdenisgeschriften, uitgegeven in opdracht van de Generale Synode van de Nederlandse Hervormde Kerk, de Generale Synode van de Christelijke Gereformeerde Kerken in Nederland en de Generale Synode van de Gereformeerde Kerken in Nederland, uitgave van Boekencentrum, ’s-Gravenhage 1983. Om de leesbaarheid, ook van de noten, te vergroten, zijn zo weinig mogelijk afkortingen gebruikt. Behalve de in kerkelijke kring gangbare aanduidingen voor de Dordtse Kerkorde 1619, kerkorde, artikel, Particuliere Synode, Nederlandse Geloofsbelijdenis, Heidelbergse Catechismus en Dordtse Leerregels 12 is alleen de afkorting ADSND gebruikt, die staat voor Acta et Documenta Synodi Nationalis Dordrechtanae (1618-1619). In deze studie wordt met grote regelmaat het woord ‘gereformeerd’ gebruikt. In dit verband is het geen normatieve, maar een descriptieve term: het betreft de gereformeerde kerken in bredere zin en in engere zin de Gereformeerde Kerk in de Nederlanden met de theologie die en het kerkrecht dat door deze Kerk werden aanvaard. In de Dordtse Kerkorde wordt, evenals in eerdere kerkordes, het woord ‘diensten’ gebruikt waar tegenwoordig meestal over ‘ambten’ wordt gesproken. Formeel is de dienst een functie van het ambt: de ambtsdrager is in dienst ván Christus, vóór de kerk. In deze studie worden beide termen afwisselend, maar met dezelfde inhoud, gebruikt.

12

Respectievelijk: DKO, KO, Art., PS, NGB, HC en DLR.

6


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
De Dordtse kerkorde 1619 - A. van Harten-Tip.9789023956679 by Veen Bosch & Keuning uitgeversgroep - Issuu