Jacobine van den Hoek (1973) woont in Amstelveen, is columnist en actief in de culturele sector. Voor haar debuut Zondebok deed ze veel archiefonderzoek en bezocht ze historische plekken.
nur 342
uitgeverijmozaiek.nl jacobinevandenhoek.nl
vdHoek_Zondebok_WT.indd 1
9 789023 956419
zondebok
Een sfeervolle en spannende historische roman over een krachtige vrouw in het 16e-eeuwse Amsterdam, aan de vooravond van de 80-jarige oorlog.
jacobine van den hoek
Fye Lieveheer is onder haar stand getrouwd met appelboer Ger. Het is een onrustige tijd in Amsterdam; burgers zetten zich af tegen de elite en de katholieke macht. Als in 1566 de kinderen van het Burgerweeshuis uitbreken en de stad onveilig maken, herkent Fye de gebeurtenissen. Ze heeft erover gedroomd, maar heeft van jongs af aan leren zwijgen. Anders zijn is gevaarlijk. De ontmoeting met een oude liefde maakt Fye echter onvoorzichtig. De gebeurtenissen volgen elkaar nu snel op. Zowel burgers als het stadsbestuur vragen om een zondebok voor de uitbraak en opstand van de burgerweeskinderen. Fye komt in levensgevaar en heeft Ger meer dan ooit nodig.
Een verhaal over liefde, moed en macht, in aanloop naar de 80-jarige oorlog
jacobine van den hoek
zondebok mozaĂŻek | roman
26-02-19 16:00
Zondebok
19009 Zondebok.indd 1
06-03-19 13:14
19009 Zondebok.indd 2
06-03-19 13:14
Jacobine van den Hoek
ZONDEBOK Roman
Uitgeverij MozaĂŻek, Utrecht
19009 Zondebok.indd 3
06-03-19 13:14
Ontwerp omslag: bij Barbara Illustratie omslag: Lee Avison / Trevillion Images Auteursfoto: Tammy van Nerum Lay-out binnenwerk: Gewoon Geertje
ISBN 978 90 239 5641 9 ISBN 978 90 239 5728 7 (ebook) NUR 342 www.uitgeverijmozaiek.nl www.jacobinevandenhoek.nl © 2019 Uitgeverij Mozaïek, Utrecht Alle rechten voorbehouden Uitgeverij Mozaïek vindt het belangrijk om op milieuvriendelijke en verantwoorde wijze met natuurlijke bronnen om te gaan. Bij de productie van het papieren boek van deze titel is daarom gebruikgemaakt van papier waarvan het zeker is dat de productie niet tot bosvernietiging heeft geleid.
19009 Zondebok.indd 4
06-03-19 13:14
‘Elbert van Leyden ende Adriaen van Dam, capiteynen van de waickers, voer henluyden en hunne waickers, ter zaicke dat zij ’t stadthuys bewaert hebben opten XVen Januarij anno XLII doen Engel Dircxdr metten brande geexecuteert worde.’ 1542 Bron: Eenige opmerkelijke posten uit de Oude Thesauriers-rekeningen van Amsterdam
19009 Zondebok.indd 5
06-03-19 13:14
19009 Zondebok.indd 6
06-03-19 13:14
Deel 1
‘De verbranding van Engel Dircxdr op 15 januari 1542’ was voor mij een spannend avontuur. Pas later begreep ik waarom mijn moeder mij meenam, ze wilde me er iets mee vertellen.’ Fye Jansdr Lieveheer
19009 Zondebok.indd 7
06-03-19 13:14
19009 Zondebok.indd 8
06-03-19 13:14
1 1542 Als demonen schieten de vlammen boven de menigte uit. Met een strak gezicht baant moeder zich een weg naar voren. Ze houdt Fyes hand zo stevig vast dat het pijn doet. Mensen om hen heen strekken reikhalzend hun nek. Moeder krijgt een duw, haar hand verliest grip en ze verdwijnt in de mensenmassa. Fye roept, maar haar stem gaat verloren in het opgewonden gejoel. Tussen vreemde armen en rompen zoekt ze naar moeders vertrouwde hand. Tevergeefs. Ze kijkt omhoog, zoekt haar gezicht. Nergens. Niet in paniek raken. Ze is vast niet ver. Na een paar minuten – het lijken wel uren – vangt ze moeders blik op. Daarna komt haar arm in beeld. Fye klampt zich eraan vast als een drenkeling in woelig water. Hoe dichter ze bij de plek komt waar het vuur in alle hevigheid brandt, hoe warmer het wordt. De hitte prikt op haar huid. De lucht boven de vlammen trilt, en de gezichten van mensen die erachter staan vervormen. Voordat ze van huis vertrokken had moeder gezegd: ‘Fye, we gaan naar de Plaetse en ik wil dat je meegaat. Maar het zal niet makkelijk voor je zijn.’ Daarna aarzelde ze even. Ze haalde haar neus op en keek in haar handen alsof ze daar iets kon lezen. Toen ze haar blik weer opsloeg, zag Fye haar vastberaden uitdrukking. ‘Er wordt iemand terechtgesteld. Men zegt dat Engel Dircxdr zich met een boze geest heeft verbonden.’ Moeder vervolgde met een stem alsof ze het nauwelijks durfde uit te spreken. De boze geest, het klonk als iets vreselijks, het klonk eng. ‘Hoe dan?’ vroeg Fye. Ze stelde zich voor dat de geest als een donker wolkje in Engels oor was gevlogen, of misschien wel via haar mond naar binnen was gedoken. ‘Dat weet niemand. En als ik eerlijk ben…’ Weer die aarzelende blik die zo slecht bij moeder paste, ‘– maar dat mag je 9
19009 Zondebok.indd 9
06-03-19 13:14
tegen niemand zeggen – vraag ik me af of er wel een boze geest in haar zit. De schout en zijn mannen denken van wel. Ze hebben geprobeerd hem te verjagen, maar dat is niet gelukt.’ ‘Hoe? Hoe hebben ze dat geprobeerd?’ Zwijgend trok moeders mond samen. ‘En wat heeft die vrouw dan gedaan dat ze denken dat er een boze geest in haar zit?’ Nu gaf ze wel antwoord: ‘De vrouw wist dingen die anderen niet konden weten.’ Waarom keek ze haar zo diep in de ogen? Fye begreep het niet. Maar ze werd nieuwsgierig naar de vrouw en wilde dan ook graag mee naar de Plaetse. Ze staan nog niet zo lang bij het vuur als de mensen uiteen wijken en een vrouw door vier mannen in statige uniformen naar voren wordt geduwd. Ze struikelt over haar rok en zakt door haar knieën. De scherprechter, die zwijgend heeft staan toekijken, vangt haar op en wordt direct bijgestaan door twee breedgeschouderde mannen. Ze leggen Engel Dircxdr op een ladder, binden haar voeten vast met een touw, en gespen een riem om haar middel. Haar handen, ook bijeengebonden, houdt ze gevouwen onder haar kin, alsof ze tot God bidt en Hem haar laatste wens wil toefluisteren. Twee mannen tillen de ladder op. Als Engels ogen niet gesloten waren, zou ze vanaf de ladder de menigte onder zich zien. Haar lippen bewegen, ze prevelt iets. Maar Fye kan niet horen wat. De pratende en huilende mensen om haar heen maken het onverstaanbaar. Angstig knijpt ze in moeders hand. Eigenlijk wil ze wegkijken, maar toch gluurt ze naar Engel en de man naast haar, die een hoge zwarte hoed draagt waarvan de rand zijn gezicht overschaduwt. Er wordt op trommels geslagen. Het gaat steeds sneller, net als haar eigen hart dat bonkt in haar borst, alsof zij het is die straks in het vuur zal worden geworpen. Fye grijpt moeders rok en drukt zich ertegen aan. Ze verbergt haar gezicht in de plooien van de stof, maar moeder legt een hand onder haar kin en dwingt haar te kijken. Ze vraagt zich af waarom; anders trekt moeder haar altijd weg als er op de Dam executies worden uitgevoerd. De slagen op de trom gaan sneller en sneller. De mensen klappen mee. Het gaat nu zo snel dat haar hartslag het niet meer 10
19009 Zondebok.indd 10
06-03-19 13:14
bijhoudt. Sommige mensen huilen, andere lachen nerveus, slechts een enkeling spoort de scherprechter aan om zijn vonnis te voltrekken. Laat het voorbij zijn. Ze voelt tranen over haar wangen stromen. Laat het alsjeblieft snel voorbij zijn! Engel bidt. De topjes van haar vingers raken haar kin. De trom stopt. Het rumoer verstomt en een overweldigende stilte daalt over het publiek neer. Als Engel haar ogen opent, is het alsof ze op Fye neerkijkt, alsof ze iets tegen haar wil zeggen. Op Engels gezicht ligt geen angst meer – er is gelatenheid voor in de plaats gekomen. In doodse stilte hangt ze voor het vuur, vastgeketend aan de licht achterover hellende ladder; de onderkant staat op de grond, de treden steunen op de rug van een drager, een andere drager houdt de ladder omhoog. Haar blote voeten bungelen een meter boven de grond. Haar voetzolen zijn smerig, maar niemand maakt zich daar druk over. Met een plechtige stem spreekt de scherprechter het vonnis uit en waarschuwt de mensen ver weg te blijven van de boze geest, want zie wat er met die mensen zal gebeuren. Ten slotte vraagt hij Engel of ze nog iets wil zeggen. Engel reageert niet, maar staart naar de plek waar Fye met haar moeder staat. Fye voelt moeders hand op haar schouder, kijkt omhoog en ziet hoe ze een traan van haar gezicht veegt. Moeder huilt nooit. Fye grijpt weer haar rok, zoekt houvast, en schrikt van iemand die vlak naast haar een angstige schreeuw onderdrukt. De vrouw houdt haar handen voor haar mond en haar ogen zijn groot van afschuw. Engel is met haar gezicht naar voren in het vuur geworpen. Hemelhoge steekvlammen schieten omhoog. In een mum van tijd is haar kleding verschrompeld en ligt haar lichaam naakt in een zee van vlammen.
11
19009 Zondebok.indd 11
06-03-19 13:14
2 1547 De warmte van moeders hand geeft Fye een veilig gevoel. Ze probeert haar voetstappen in moeders ritme te houden, maar moet toch steeds een extra stapje zetten. Een spelletje dat ze altijd met zichzelf speelt. Elke tussenstap is een strafpunt. Al wekenlang verheugt ze zich op de eerste dag op de Latijnse school. Moeder heeft gezegd dat ze Grieks en Latijn zal leren en dat ze daarna alle boeken zal kunnen lezen die ze maar wil, net als zij. Ze zal als een nette mevrouw Frans leren spreken, en leren rekenen. Echt rekenen. Niet tellen met balletjes, maar heel ingewikkeld, waardoor ze misschien zelfs de cijfertjes zal begrijpen die vader iedere avond met zijn ganzenveer in een boek schrijft. Als hij dat doet, wil hij niet gestoord worden. Soms floept het puntje van zijn tong naar buiten. Op een bungelend bordje boven de deur aan de Nieuwe Zijde staan een roede en een lepel getekend. ‘Die gebruiken ze om je iets te leren,’ zei moeder. ‘Maar als je altijd doet wat de meester zegt, gebruikt hij ze niet en word je net zo slim als hij.’ Moeder kneep daarbij zachtjes in haar wang en Fye nam zich voor om precies te doen wat de meester zou vragen. Wat hij met een lepel en een roede kon doen wist ze niet, maar het was vast onprettig. ‘Ah, u bent de moeder van Fye Jansdr.’ De rector legt zijn ganzenveer op zijn bureau, staat op en stelt zich voor als Anton Duetus. De vrouw die met hen is meegelopen naar de rectors kamer vertrekt geruisloos en sluit de deur. Moeder heeft het warm gekregen, haar hand voelt zweterig, en ze heeft rode blosjes op haar wangen. Ze laat Fyes hand los en tilt haar rok een stukje op als de rector naar hen toe loopt. Ze zakt even door haar knieën. Aarzelend doet Fye hetzelfde. ‘En jij bent Fye.’ Met gefronste wenkbrauwen kijkt de rector op haar neer. Ze weet niet of de rector een antwoord verwacht 12
19009 Zondebok.indd 12
06-03-19 13:14
en daarom zwijgt ze, net als moeder, die naar de punten van haar schoenen kijkt. Zijn baard en snor bedekken zijn gezicht bijna volledig en zijn ogen zijn blikvangers waaraan ze zich maar moeilijk kan onttrekken: fel en indringend. Ze doen haar denken aan de kraalogen van een kraai. ‘U heeft geluk dat er plaats is voor Fye. Ik moet u eerlijk zeggen dat we lang hebben getwijfeld. Er worden vreemde dingen over uw dochter verteld en we proberen het hier zo zuiver mogelijk te houden, dat zult u begrijpen.’ Hij schraapt zijn keel. ‘Maar goed, we kunnen niet altijd verhoeden dat er visjes door de mazen van het net glippen, nietwaar. U zult wel blij zijn met de invloedrijke contacten van uw man.’ Onrustig verplaatst Fye haar gewicht van de ene op de andere voet. Moeder vindt het niet nodig te antwoorden. Het is ook een ingewikkelde vraag. Wat bedoelt hij? Waarom is er getwijfeld? En waarom begint hij nu over vrienden van vader? Tot haar opluchting loopt hij naar de deur van zijn werkkamer. Hij opent hem en bromt: ‘Volgt u mij.’ Zonder nog om te kijken gaat hij hen voor. Ze lopen door de donkere gang. De houten planken kraken waarschuwend onder hun voeten. Ze ruikt een muffe en onaangename lucht, alsof er ergens een doorgang is naar een kakstoel. Vanachter sommige deuren klinken stemmen van kinderen, maar achter de deur waar rector Anton Duetus uiteindelijk stopt, is het doodstil; hij klopt drie keer en doet de deur open. Zeker vijftig meisjes kijken op en staren hen aan. Verschrikt grijpt Fye naar moeders rok. Achter in de klas wordt gelachen. Een streng ogende heer achter een bureau – het zal de meester zijn – kijkt de onruststokers waarschuwend aan. Direct verstomt het gelach. De meester neemt zijn pince-nez van zijn neus en legt hem naast een stapel boeken. ‘Meisjes,’ zegt Rector Duetus met luide stem. ‘Mag ik jullie voorstellen aan Fye Jansdr, onze nieuwe leerlinge.’ Daarna richt hij zijn aandacht op de meester en zegt: ‘Heer Franszn, kunt u haar verder helpen?’ Moeder knikt haar bemoedigend toe, draait zich om, loopt weg en sluit de deur van het klaslokaal achter zich. ‘Zo,’ zegt de meester, en wijst een lege plaats aan. ‘Welkom in onze klas. Je mag naast Johanna zitten, daar is nog een plekje vrij.’ 13
19009 Zondebok.indd 13
06-03-19 13:14
‘Noem me maar Janna,’ fluistert ze, zodra Fye naast haar is gaan zitten. ‘Zo noemt iedereen mij.’ Ze is met haar veertien jaar ouder dan Fye en krijgt de taak om haar te helpen als ze iets niet begrijpt. ‘Het is niet moeilijk hoor,’ stelt Janna haar gerust. ‘Kijk, ik zal het je uitleggen.’ Ze toont een perkament met opdrachten en zegt dat ze antwoorden met haar griffel op het hoornen boekje kan schrijven. Door Janna’s aandacht voelt ze zich een stuk beter. Dit is waarnaar ze heeft verlangd. Ze zal de geheimen van de wereld nu langzaam gaan ontrafelen, ze weet het zeker. Vanaf nu zal ze begrijpen waar vader en zijn vrienden bij haar thuis tot diep in de nacht over praten. En misschien doet ze later wel mee aan hun gesprekken. Dat moeder dat niet doet, begrijpt ze niet goed; meestal zit die stilletjes te spinnen of ze gaat vroeg naar bed. Dat zou zij nooit doen. Nooit. Ze zou haar mening geven, net als Clara Claesz Heijnen, de vrouw van schout Willem Dircksz Bardes. Vanuit haar slaapkamer hoorde ze haar stem regelmatig boven de anderen uitstijgen. Met de tong tussen haar lippen schrijft ze met haar griffel het ene na het andere antwoord op haar leistenen schrijfplankje. Ze voelt zich elke minuut slimmer worden. Vader en moeder zullen trots op haar zijn. Terwijl ze aan de opdracht werkt, hoort ze buiten een vogel zingen. Janna kijkt op, maar zij laat zich niet afleiden en schrijft in stilte verder. Tot ze opeens nog iets hoort. Een stem: ‘Kom je, Fye?’ Achter de meester staat een man die haar wenkt. Hij is lang en dun en draagt een vreemd donker pak. Ze heeft hem niet eerder gezien, maar herinnert zich de woorden van moeder: doe wat ze op school zeggen. Ze staat op en loopt onzeker naar voren. ‘Wat doe jij daar!’ buldert de meester door het lokaal. ‘Nooit, maar dan ook nooit, verlaat je je plek. Tenzij ik je roep!’ ‘Maar… maar die meneer achter u…’ Ze staat nu midden in de klas en wijst weifelend naar de man achter de meester, die – nu ze beter kijkt – wel erg vage omtrekken heeft. De kinderen in de klas beginnen te gniffelen en het gezicht van de meester wordt langzaam rood. ‘Hou je me nu voor de gek?’ Hij perst zijn lippen op elkaar en zijn ogen vernauwen zich. ‘Wie,’ vraagt hij met schrille stem, ‘ziet er iemand achter 14
19009 Zondebok.indd 14
06-03-19 13:14
mij staan?’ Hij kijkt de klas rond. Nu durven de meisjes hardop te lachen. ‘Hier komen,’ beveelt hij Fye. ‘Ik zal je laten zien wat we met brutale kinderen doen.’ Hij pakt een lepel en petst die met een zwiep op haar geopende hand. Er verschijnen direct rode striemen. Tien slagen krijgt ze: vijf omdat ze zonder toestemming door de klas liep, en vijf vanwege brutaal gedrag. Ze verbijt de pijn en neemt zich voor, vanaf nu, altijd te zwijgen over de wazige figuren die ze ziet.
15
19009 Zondebok.indd 15
06-03-19 13:14
Jacobine van den Hoek (1973) woont in Amstelveen, is columnist en actief in de culturele sector. Voor haar debuut Zondebok deed ze veel archiefonderzoek en bezocht ze historische plekken.
nur 342
uitgeverijmozaiek.nl jacobinevandenhoek.nl
vdHoek_Zondebok_WT.indd 1
9 789023 956419
zondebok
Een sfeervolle en spannende historische roman over een krachtige vrouw in het 16e-eeuwse Amsterdam, aan de vooravond van de 80-jarige oorlog.
jacobine van den hoek
Fye Lieveheer is onder haar stand getrouwd met appelboer Ger. Het is een onrustige tijd in Amsterdam; burgers zetten zich af tegen de elite en de katholieke macht. Als in 1566 de kinderen van het Burgerweeshuis uitbreken en de stad onveilig maken, herkent Fye de gebeurtenissen. Ze heeft erover gedroomd, maar heeft van jongs af aan leren zwijgen. Anders zijn is gevaarlijk. De ontmoeting met een oude liefde maakt Fye echter onvoorzichtig. De gebeurtenissen volgen elkaar nu snel op. Zowel burgers als het stadsbestuur vragen om een zondebok voor de uitbraak en opstand van de burgerweeskinderen. Fye komt in levensgevaar en heeft Ger meer dan ooit nodig.
Een verhaal over liefde, moed en macht, in aanloop naar de 80-jarige oorlog
jacobine van den hoek
zondebok mozaĂŻek | roman
26-02-19 16:00