Skip to main content

Praat er maar niet over - Teus Dorrepaal.9789023955962

Page 1

‘Ontroerend! Van het begin tot het einde. Dorrepaal laat de hoofdfiguur Mart, in verschillende tijdvakken van zijn leven, dicht bij de lezer komen. Om stil van te worden...’ – Arno Brok, commissaris van de Koning in Fryslân ‘Teus Dorrepaal beschrijft de zoektocht van een man naar zijn echte zelf. Over verstoten en gekend zijn gaat het, over vervreemding en identiteit en uiteindelijk over thuiskomst en uitkomst. Een doorleefd boek.’ – Ruth Peetoom, bestuurder en predikant

nur 340

PRAAT ER MAAR NIET OVER

Teus Dorrepaal (1946) is lid van de Provinciale Staten van Friesland en doorverteller van verhalen. Praat er maar niet over is zijn debuutroman.

Teus Dorrepaal

Op een avond krijgt Mart een geheimzinnig telefoontje. De beller wil niet zeggen wie hij is, maar hij blijkt Mart wel goed te kennen. De week daarop, op hetzelfde tijdstip, gaat de telefoon opnieuw, en de week daarop weer. De telefoontjes beangstigen Mart, maar maken hem ook nieuwsgierig. Er breekt een periode aan waarin hij hard wordt geconfronteerd met zijn gescheurde leven en eenzame strijd. Bestaat er voor hem wel een begaanbare weg om met zijn geaardheid te leven? Als de anonieme beller hem op een avond naar een lege fabriekshal lokt, komt Mart voor een beslissende keuze te staan. Een aangrijpend verhaal over de strijd tussen wat in je leeft en hoe je wilt zijn voor God en mensen.

Teus Dorrepaal

PRAAT ER MAAR NIET OVER ROMAN

Een leven van verwerping en aanvaarding

9 789023 955962

Dorrepaal_Praat er maar niet_WT.indd 1

23-10-18 16:09


Praat er maar niet over

18099 Praat er maar niet over.indd 1

17-10-18 17:14


18099 Praat er maar niet over.indd 2

17-10-18 17:14


Teus Dorrepaal

Praat er maar niet over Een leven van verwerping en aanvaarding

Roman

KokBoekencentrum, Utrecht

18099 Praat er maar niet over.indd 3

17-10-18 17:14


ISBN 978 90 239 5596 2 (boek) ISBN 978 90 239 5597 9 (e-book) NUR 402

Ontwerp omslag: bij Barbara Omslagbeeld: Lyn Randle / Trevillion Images Lay-out en dtp binnenwerk: Gewoon Geertje © KokBoekencentrum Uitgevers – Utrecht www.kokboekencentrum.nl Alle rechten voorbehouden

18099 Praat er maar niet over.indd 4

17-10-18 17:14


Een nieuw verhaal Herinneringen en flarden, verbeeldingen van het vroeger, dromen van weleer, overleveringen van overal proberen te verstaan, weven tot verhaal van nu. Putten uit verkleurde bronnen, schetsen in coulissen van fantasie, met andere woorden en lijnen, een nieuwe werkelijkheid scheppen van mensen, tijden, plaatsen, verbindingen en gebeurtenissen. Lees zo dit boek, als spel van woorden en tijden. Haar naam: een nieuw verhaal.

Oordeel niet, opdat u niet geoordeeld wordt. MattheĂźs 7:1

18099 Praat er maar niet over.indd 5

17-10-18 17:14


18099 Praat er maar niet over.indd 6

17-10-18 17:14


Deel 1

Thuis 1959 - 1965

18099 Praat er maar niet over.indd 7

17-10-18 17:14


18099 Praat er maar niet over.indd 8

17-10-18 17:14


1 ‘En toch zeg ik het niet; ik zeg het u nooit.’ Mart zag het gezicht van zijn moeder betrekken. Ze zocht oogcontact met zijn vader, die aan de andere kant naast hem zat. De stal van tante Marrigje en oom Frederik was voor de gelegenheid mooi versierd. Aan het hoofd van de lange tafel, die gemaakt was van kaasplanken die op schragen waren gelegd, zaten Hein en juffrouw De Hoop, het trotse bruidspaar. Zijn moeder had gevraagd: ‘Waarom zong je tijdens de kerkdienst vanmiddag niet mee met Psalm 68? Dat tiende vers is juist zo mooi.’ Eerst had hij gezwegen en toen zijn schouders opgehaald. Dichter bij zijn oor had ze toen op haar verleidelijke manier, een beetje lachend, gezegd: ‘Je weet best wel waarom. Je weet dat je alles kunt vertellen. En: eerlijk duurt het langst.’ ‘Niet liegen, moeder,’ had hij gezegd, harder dan zijn bedoeling was. ‘Zoiets hoor je niet te zeggen tegen je moeder,’ had zijn vader rechts van hem gesnauwd. Toen was hij bruusk opgestaan en had het er zomaar uitgegooid: ‘En toch zeg ik het niet; ik zeg het u nooit.’ Daarna was hij naar buiten gelopen. De mensen die dichtbij zaten, keken even verbouwereerd op. Niemand kwam achter hem aan. Gelukkig maar. Hij liep een eindje het land achter de boerderij in. Hij voelde spijt opkomen. ‘Moeder meent het zo goed,’ mompelde hij. ‘Dat lieve 9

18099 Praat er maar niet over.indd 9

17-10-18 17:14


mens.’ Dat hij zo moest uitvallen, juist op deze dag. En toch, dacht hij, was ik nu juist eerlijk, en dat mag dan weer niet. Al dat gelieg, de hele dag door. Overal leugens en geheimen. De wereld moet wel binnenkort vergaan, dat kan niet anders. Met een hoofd vol tobberijen liep hij even later terug. Hij keek door het stalraampje, naar het feest, naar de mensen die druk zaten te praten, te lachen of zich te vervelen. Een jaar of zes geleden was het begonnen. Hij was acht jaar en zat in de klas bij juffrouw De Hoop. Destijds zag ze er al heel mooi uit, net als nu. Mooie lange rokken, van die slanke vingers, en ze rook altijd zo lekker. Heel anders dan zijn moeder, die bijna altijd een schort droeg en alleen op zondag wat eau de cologne op haar polsen bette. Juffrouw De Hoop kon ook prachtig zingen. Net een engel. De maandagmorgen was op school het mooiste moment van de week. Dan moesten ze het psalmvers opzeggen dat ze thuis uit het hoofd hadden geleerd. Als de hele klas een beurt had gekregen liep juffrouw De Hoop naar het orgel om de psalm te spelen en te zingen. Een wonder was dat. Maar die ene keer was het anders gegaan. Ze hadden Psalm 68 vers 10 moeten leren. Twaalf regels. Toen hij de beurt kreeg, kon hij het zonder haperen opzeggen. ‘Een tien, Mart, een tien!’ en ze schreef het in haar schrift. Zijn wangen gloeiden. Toen ze achter het orgel zat, zei ze: ‘Kom, kinderen, nu gaan we het zingen.’ Uit volle borst zong hij mee. Maar de juffrouw dartelde er toch nog bovenuit. Hij had bijna moeten huilen, zo mooi was het. Maar toen, geheel onverwacht, zei ze: ’Dat was mooi, kinderen. We zullen het nog een keer doen, maar nu moeten Mart en Mien hun mond houden.’ Toen is het begonnen, de twijfel, de angstige vraag of het voor hem ooit zou mogen gelden wat in de laatste drie regels van het lied staat: ‘Hij kan en wil en zal in nood, zelfs bij het naderen van de dood, volkomen uitkomst geven.’ De Heere kan wel uitkomst geven, zelfs in de dood, maar gold die belofte ook voor hem? Die gedachte was veel erger dan wat klasgenoten daarna weleens riepen: ‘Mien en 10

18099 Praat er maar niet over.indd 10

17-10-18 17:14


Mart, een paar apart.’ Hij moest er niet aan denken een paar met Mien te zijn. Het was geen wonder dat zij niet mee mocht zingen, ze kende het nooit uit haar hoofd. Juffrouw De Hoop zat net nog naar hem te kijken. Zou ze het nog weten? Hij had het er toch zelf naar gemaakt? Dan had hij maar geen geheimen moeten bewaren en er daarna ook nog over liegen. Hij beet op de nagel van zijn duim, die toch al zo kort was. Het deed zeer. Het werd donker. Binnen nam het lawaai toe. Hij stond op en ging naar het boenhok. De deur piepte akelig en kon niet goed dicht. Het hok was half over de sloot gebouwd, dan kon het melkgerei onderdak in het slootwater schoongemaakt worden. Binnen zou vader wel een sigaar opgestoken hebben en zich zitten te ergeren aan de sterke verhalen van oom Adriaan. Er was altijd wel iets van ergernis tussen de broers, net als tussen hem en zijn oudere broer Leen. Die was ook niet uitgenodigd voor dit feest. Zijn vader en moeder wel, en oom Johannes, de ongetrouwde broer van oma, die zo lang hij zich kan herinneren, bij hen inwoonde op de boerderij. Waarom was hij altijd vrijgezel gebleven? Lisa en kleine Michiel mochten ook niet op het feest komen. Waarom hij wel? Wat moest hij hier? Hij hoorde hier niet. Was dit ook zwijggeld of was het eerlijke vriendschap? Hij trapte een steentje weg; het plonsde in het stoepwater. Hij voelde met zijn hand in het water, het donkere koude water. Hij schepte een handje water en slurpte een slok uit de kom van zijn hand. Wat deed hij hier? Daarbinnen was het feest en niemand wist dat hij hier stond. Opnieuw gaf het hem een prettig en geheimzinnig gevoel. Als hij voor de kier van de deur ging staan kon hij de achterkant van de stal onderscheiden. Af en toe glipte er iemand door de achterdeur naar buiten. Hij begreep wel waarom. Dan viel er een bundel licht naar buiten en klonken de drukke stemmen door de avondstilte. 11

18099 Praat er maar niet over.indd 11

17-10-18 17:14


De kerk waar de trouwerij had plaatsgevonden, was misschien nog wel groter dan hun kerk in Hoog Waardenburcht. De dominee had gepreekt over Psalm 143. Hij wist het niet precies meer, maar de tekst was iets als: ‘Uw Geest leidt ons in het goede land.’ Ja, dat geldt natuurlijk wel voor hen, voor het bruidspaar. Zij zullen wel geleid worden naar de hemel, want dat wordt toch bedoeld met ‘het goede land’? Zij wel. Maar hoe kan dat nou? Zou de Heere vergeten zijn wat toen is gebeurd? Hij heeft Hem toch alles verteld? Zij wel en hij niet? En Hein, de bruidegom, die eerst zijn vaders knecht was en later familie werd, die ging met een groot en zondig geheim het huwelijk in. ‘Mart, houd eens op met dat getob,’ zei hij voor zich uit. Maar het stopte niet, het maalde door. Hij werd er mistroostig van. Zou juffrouw De Hoop het geweten hebben van zijn geheime droom? Mocht hij daarom niet meezingen? Hij had het aan niemand verteld.

Het was een vreemde en angstige, maar ook een heel mooie droom geweest. Ze waren op de ijsbaan, achter de koek-enzopietent, Pieter de bakkersknecht en hij. Het sneeuwde. Pieter verkleedde zich en er was iets geweest wat hem dwong naar die verkleedpartij te kijken, iets in hemzelf. ‘Vind je het mooi, jochie?’ vroeg Pieter ineens. Pieter keek hem aan. De vrolijke kletsmajoor, noemde moeder hem altijd. ‘Een rare, met rare kletspraatjes,’ zei ze dan. En toch mocht ze hem wel. Wie niet? Hij was altijd vrolijk en niemand in de hele buurt kon schaatsen zoals Pieter. In de bochten en op de rechte einden – het was meesterlijk. Maar toen in die droom, toen Pieter hem aansprak, voelde hij zich betrapt en wilde hij snel weglopen, maar zijn voeten zaten vast aan het ijs en de sneeuw. Muurvast. Hoe hij ook wrikte, hij kreeg ze niet meer los. ‘Nou, zeg eens, jochie: vind je het mooi?’ vroeg Pieter weer. Hij had verlegen geknikt, alleen maar geknikt. 12

18099 Praat er maar niet over.indd 12

17-10-18 17:14


‘Ga maar lekker je gang, hoor; ik vind het niet erg,’ antwoordde Pieter, terwijl hij langzaam zijn strakke broek dichtknoopte. Toen had Pieter hem plotseling opgepakt en op een slee gezet. Al schaatsend had hij hem in volle vaart vooruit getrokken over het ijs. Mensen stonden langs de kant te zwaaien en te juichen, alsof ze kampioenen waren. Als trotse en gelukkige opperheer had hij lachend teruggezwaaid. Feest alom. Harder en harder schaatste Pieter, rondje na rondje. Het ging zo hard dat de slee in de bochten even van het ijs loskwam. Maar zo onverwachts als Pieter hem over de ijsbaan had getrokken, zo abrupt stopten ze ook weer, in de smetteloos witte sneeuw. Pardoes vloog hij van de slee, recht in de armen van de machtige schaatser. Met speels gemak ving Pieter hem op en drukte hem stevig tegen zich aan. Toen de mensen dat zagen, begonnen ze ineens te joelen en te schelden. Niet om hen aan te moedigen en toe te zwaaien, nee, ze waren boos, woedend zelfs. Ze riepen, ze schreeuwden en zwaaiden met gebalde vuisten. ‘Weg! Weg jullie! Weg, viezeriken!’ Ze bleven maar schreeuwen, en kwamen steeds dichterbij. ‘Weg! Weg jullie!’ Angstig had hij zich vastgeklemd aan de sterke Pieter. Samen sloegen ze op de vlucht, weg van de woedende mensenmassa. Ze holden naar een boerenschuur, en toen ze binnen waren, vergrendelde Pieter de deur met een dwarsbalk. Mart rilde over zijn hele lichaam en barstte in huilen uit. Hij sloeg zijn armen om Pieters hals. Pieter troostte hem, ritste zijn schaatsjack los en drukte hem stevig tegen zijn blote borst. Hij zei lieve woorden en kuste hem. Mart werd er rustig van en kuste hem terug, in de hals. Het voelde warm en veilig. Buiten werd er geschreeuwd en op de deuren van de schuur gebonkt. ‘Weg jullie! Weg jullie! Weg!’ De mensen bleven schreeuwen en scanderen. ‘Weg! Weg jullie!’ Er bovenuit 13

18099 Praat er maar niet over.indd 13

17-10-18 17:14


hoorde hij het parmantige stemmetje van dominee Verrijn en de zangerige stem van pastoor Schutte, die nog maar kort­ geleden met veel bombarie in de buurtschap was binnen­ gehaald als nieuwe pastoor; hij had hem al eens horen spreken op het Oranjefeest. ‘Weg jullie! Weg jullie, smeerlappen die jullie zijn!’ Maar toen – hij had zijn oren gespitst en goed geluisterd – maakte zich langzaam uit het kabaal een melodie los en werd er gezongen, door kristalheldere stemmen, als van engelen: ‘Veilig in Jezus’ armen, veilig aan Jezus’ hart; daar in Zijn teer erbarmen, daar rust mijn ziel van smart.’ Een paar regels had hij meegezongen: ‘Veilig in Pieters armen, veilig aan Pieters hart.’ Hij was er vreselijk van geschrokken, dat hij de Heere Jezus en Pieter zo door elkaar haalde. Alles, alles was in de war geweest. Toen stierven de zangstemmen weg en maakten plaats voor een razend geschreeuw en gescandeer, een ijselijk gebrul dat alles overstemde. ‘Weg met hen, weg met hen!’ Het kabaal was vreselijk, maar in de schuur bij Pieter had hij zich op een wonderlijke manier toch veilig gevoeld. En toen riepen ze: ‘Steek de schuur in brand. Ze moeten verbrand worden! Ze horen in de hel, die smeerlappen!’ Op dat moment was hij rillend en nat van het zweet wakker geschrokken. Heel stil was hij blijven liggen. Totdat hij zijn ogen weer dichtdeed en probeerde om de mooie stukken van de droom weer voor zich te halen, en ontdekte dat het mooie van de droom niet was los te maken van het angstige. Al die roepende en scheldende mensen die het uitriepen dat ze naar de hel moesten – vreselijk was het. Zijn moeder had, tegen haar gewoonte in, een bezorgde en afwijzende blik in haar ogen gekregen toen hij haar in de vroege morgen vertelde wat hij had gedroomd. ‘Je moet zulke dingen niet dromen, Mart.’ ‘Riepen ze echt “Weg met die smeerlappen”?’ had ze na een poos ineens gevraagd. ‘Jongen toch, wat een nare droom! Praat er maar met niemand over, ook niet met vader, Mart. 14

18099 Praat er maar niet over.indd 14

17-10-18 17:14


Je zou de Heere er maar verdrietig mee maken. En dat is iets wat jij niet zou willen, hè kind?’ Nee, dat wilde hij niet. Hij had toen nog eens naar het gezicht van zijn moeder gekeken en zag dat het anders stond dan anders. Zorgelijker, minder liefkozend. Hij snapte het niet. Wat was er toch met die Pieterdroom? En toen ze hem vroeg of hij haar wilde beloven dat hij het aan niemand zou vertellen, had hij gezegd: ‘Tuurlijk, moeder, dat zal ik nooit doen.’ De droom bleef nog lang in zijn hoofd na-ijlen. Hij wist zich er geen raad mee. Het was zo’n mooie en fijne droom, maar het was ook zo vreemd en angstig. Soms wenste hij, als hij ’s avonds naar bed ging, dat de droom zou terugkeren, dat hij weer bij de koek-en-zopietent was en hij Pieter zou zien bij het verkleden, en met Pieter in de schuur was. Maar dan wonnen de afschuw en de angst het weer, en hoopte hij nooit meer zo te dromen. Dan vroeg hij aan de Heere of die droom nooit meer zou terugkeren en vroeg hij om vergeving dat hij dat eens had gedroomd. ‘Niet omdat wij het verdienen, maar om Jezus’ wil, uit genade. Amen,’ prevelde hij er achteraan. Als hij daarna Pieter weer eens zag, moest hij denken aan die droom en dat hij hem aan zijn blote borst had gedrukt. En dat hij dat fijn had gevonden. Onvergetelijk. Aan niemand had hij de droom verteld. Alleen aan Hein, de knecht die toen bij zijn vader werkte en die hem soms ‘kindvriend’ noemde. Negentien jaar ouder was Hein, en toch waren ze vrienden. Hoewel, wat er vlak daarna op het Buitenland gebeurd was… Misschien was dat wel het ergst van alles. Niet aan denken, niet aan denken! Maar alle stemmen toeterden nu door elkaar in zijn hoofd. ‘Mart, Mááárt!’ hoorde hij ineens door de avond roepen. Het schalde over het erf. Het was zijn moeder. Hij liep het boenhok uit en wandelde gehaast naar haar toe. ‘Och kind, ben je hier. Ik maakte me zorgen om je.’ Toen ze samen naar binnen liepen, knipoogde oom Johannes naar hem. Mart zocht de blik van Hein, maar die leek hem 15

18099 Praat er maar niet over.indd 15

17-10-18 17:14


niet te zien, die had alleen maar oog voor die ene. Het maakte hem een beetje jaloers. Tot later in de avond, toen Hein een hand op zijn schouder legde en zei: ‘Goed dat je er ook bent, jonge vriend.’ Mart voelde dat hij een kleur kreeg, en zei bijna onhoorbaar: ‘Ik snap mezelf niet, Hein, maar ik vind je nog steeds aardig.’ Hij wendde zijn blik af en zei toen, zo zacht dat Hein het niet hoorde: ‘En soms een schoft.’

16

18099 Praat er maar niet over.indd 16

17-10-18 17:14


‘Ontroerend! Van het begin tot het einde. Dorrepaal laat de hoofdfiguur Mart, in verschillende tijdvakken van zijn leven, dicht bij de lezer komen. Om stil van te worden...’ – Arno Brok, commissaris van de Koning in Fryslân ‘Teus Dorrepaal beschrijft de zoektocht van een man naar zijn echte zelf. Over verstoten en gekend zijn gaat het, over vervreemding en identiteit en uiteindelijk over thuiskomst en uitkomst. Een doorleefd boek.’ – Ruth Peetoom, bestuurder en predikant

nur 340

PRAAT ER MAAR NIET OVER

Teus Dorrepaal (1946) is lid van de Provinciale Staten van Friesland en doorverteller van verhalen. Praat er maar niet over is zijn debuutroman.

Teus Dorrepaal

Op een avond krijgt Mart een geheimzinnig telefoontje. De beller wil niet zeggen wie hij is, maar hij blijkt Mart wel goed te kennen. De week daarop, op hetzelfde tijdstip, gaat de telefoon opnieuw, en de week daarop weer. De telefoontjes beangstigen Mart, maar maken hem ook nieuwsgierig. Er breekt een periode aan waarin hij hard wordt geconfronteerd met zijn gescheurde leven en eenzame strijd. Bestaat er voor hem wel een begaanbare weg om met zijn geaardheid te leven? Als de anonieme beller hem op een avond naar een lege fabriekshal lokt, komt Mart voor een beslissende keuze te staan. Een aangrijpend verhaal over de strijd tussen wat in je leeft en hoe je wilt zijn voor God en mensen.

Teus Dorrepaal

PRAAT ER MAAR NIET OVER ROMAN

Een leven van verwerping en aanvaarding

9 789023 955962

Dorrepaal_Praat er maar niet_WT.indd 1

23-10-18 16:09


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Praat er maar niet over - Teus Dorrepaal.9789023955962 by Veen Bosch & Keuning uitgeversgroep - Issuu