– Mart Smeets
Als gewone West-Brabantse jongen wist hij door een ijzeren discipline en keihard werken een meer dan behoorlijke tijdrijder te worden en een gewaardeerd renner in ploegen als Rabobank en LottoNL-Jumbo. Na fysieke tegenslag komt Clement in een moeilijke periode waarin zijn carrière noodgedwongen ten einde komt. Openhartig vertelt hij over zijn obsessieve manier van topsport bedrijven en zijn verborgen verdriet. Ook laat hij zijn avonturen op de racefiets, de veranderingen in de wielrennerij, hervonden geluk en zijn zoektocht naar een normaal bestaan de revue passeren. Buiten de schijnwerpers van de koers geeft de zelfkritische Clement een eerlijk en ontnuchterend inkijkje in het leven van een ex-prof die nu zijn weg in de maatschappij probeert te vinden. Sportjournalist Thomas Olsthoorn is chef-redactie van het wielertijdschrift Procycling en schrijft onder andere voor Fiets en Helden. Samen met Michael Boogerd stelde hij het Handboek Tour de France 2016 samen.
www.kosmosuitgevers.nl
Stef Clement def v5.indd 1
NUR 491 Kosmos Uitgevers, Utrecht/Antwerpen
STEF CLEMENT ANDERS
Stef Clement was misschien niet de beste wielrenner van het peloton, maar wel een bijzondere, zowel op als naast de fiets. Eigenzinnig en authentiek, soms lastig voor zichzelf en zijn omgeving. Een loyale knecht die zijn vak jarenlang beleefde als een kopman. Alles draaide bij hem om de fiets. Dag in dag uit. De fiets was zijn man cave, zijn excuus en zijn verstopplek.
THOMAS OLSTHOORN
‘Stef Clement was zo’n prettig buitenbeentje. Een soort avontuurlijk aangelegde, Rivella-coureur; een tikkie eigenaardig, maar wel lekker.’
STEF CLEMENT
[CYMK]
ANDERS
THOMAS OLSTHOORN 24-05-19 12:13
Mart Smeets AFSCHEID OP EEN GRIJZE VRIJDAGOCHTEND
A
ls tijdrijden de meest pure vorm van wielrennen is... En dat is het, dan verloor de Nederlandse
wielrennerij afgelopen week [13 december 2018] een goede renner. Stef Clement, kruikenzeiker, dus Tilburger, van 24 september 1982, leverde zijn fiets in en liet aankondigen dat hij, binnen de wielerwereld, iets ‘geheel anders’ zou gaan doen. Het verbaasde mij niet dat hij aan de slag gaat op het gebied van voeding en promotie. Ik wens hem daar veel succes bij en denk dat hij dat vak (waar bij mijn weten geen naam voor bestaat) ook goed zal willen uitoefenen. Hij zal er in ieder geval zijn eigen wending aan gaan geven. Het brengt me overigens wel, en zonder sarcasme, bij de hamvraag waarom renners die stoppen toch zo graag het hun vertrouwde milieu blijven bevolken; hoe ze de geur van massageolie, de smaak van doorgekookte sperziebonen en de soms aanwezige sfeer van licht wantrouwen vermengd met list en behoorlijk bedrog, dus nog blijven beleven als dagelijkse kost.
5
Anders_BW_04.indd 5
23-05-19 15:00
Daar, van die beschreven stalgeur, zal het wielrennen zich vóór het jaar 2525 niet kunnen losmaken.
Een smalle éénkolom Terug naar Clement, een man die op zijn best kantlijnwielerprof in Nederland was en ook voor ploegen in Zwitserland en Frankrijk reed. Zoals gezegd: een meer dan gemiddeld goede tijdrijder, die links en rechts wat tijdritten won en kampioenslinten mee naar huis kreeg. Hij had nog weleens de pech dat het nk tijdrijden op een slome doordeweekse avond plaatsvond en Studio
Sport een flinterdunne reportage van de nummers een, twee en drie uitzond; kort en zielloos. In de geschreven pers werd het een smalle éénkolom, waar het ook maar op de sportpagina paste. Voor de volledigheid: hij stapte zesmaal op in de Tour, waar hij viermaal Parijs haalde. In de Vuelta was hij eveneens zesmaal aanwezig. Madrid zag hem ook vier keer arriveren en in de Giro begon hij eveneens zesmaal en haalde hij vijf keer de finish. Zijn rol in die rondes? Anderen helpen en op de van God gegeven dagen dat er alleen gereden mocht worden, dan klonk voor hem een orgelspel in de ochtend en kwam hij soms verrassend sterk naar voren. Dat waren zijn dagen; arriveren net achter de allerbesten. Vervelende blessures na stuiterpartijen in de koers, vervroegden zijn wegstappen uit het peloton. Volgens
6
Anders_BW_04.indd 6
23-05-19 15:00
het persbericht probeerde hij het nog wel, maar zag hij het onmogelijke in de staart van het profpeloton nog in te kunnen halen. In datzelfde persbericht stond ook de o zo typische marketingslogan: “Ik ben de ploeg dankbaar voor deze mogelijkheden, ik kijk ernaar uit die nieuwe weg in te slaan.” Als de televisie-analist Clement deze zin had moeten aanhoren, had hij iets van de walmende clichématigheid gezegd. Daar kon hij namelijk niet zo goed tegen, net zoals hij zich afzette tegen makkelijke aannames over soms heikele zaken.
Een lastig mannetje In dat aspect vond ik hem op zijn best. Een lastig mannetje om aan een tafel tijdens de Tour te hebben, maar wel iemand die beter nagedacht had dan vele anderen. Hij had zijn mondje klaar, was leuk aanvallend, schoot soms hoog over met zijn soms iets te wilde gedachten, maar er zat wel iemand aan tafel die iets wezenlijks te melden had en kom daar eens om als het 98 procent van de Nederlandse topsporters en het boze blauwe oog betreft… De treurnis van platgetreden paden haalde Clement in ieder geval niet of nauwelijks. Hij was origineel, fideel aan zijn sport en wist veel en zei niet altijd alles wat hij wist. Ook hij niet. Hij leefde via de strikte regels van het peloton en dat sierde hem toch ook.
7
Anders_BW_04.indd 7
23-05-19 15:00
Hij kon prettig obstinaat worden, had een opmerkelijke feitenkennis en nam maar zo niet aan wat er links en rechts van hem geponeerd werd. Hij kefte, maar met reden en hij zat klaar om te bijten als het moest. Wilde je weten hoe een tweespalt in het peloton was ontstaan, dan kon je het beste langs zijn loket gaan; hij had (heeft?) een neus voor verhoudingen en uitglijders, op welk vlak dan ook. Een leuke, oplettende, soms klierige, maar wel ter zake kundige verteller aan zomerse tafels dus.
Het lot van een knecht Ik zocht verder in zijn palmares. Hij startte in zeventien klassiekers waarin hij tien keer afstapte. Opmerkelijk: in de Amstel Gold Race en Luik-Bastenaken-Luik haalde hij nooit de finish. In Lombardije gebeurde dat eenmaal op zes pogingen. Het lot van een knecht dus; iemand die moest dienen, vaak vroeg in de koers. Nou was deze knecht, dacht ik weleens, vaak te slim voor geestdodend labeur zoals het halen van jasjes, het dichtrijden van flinke gaten of het ronddelen van bidons. Zonder hem een veer in de bips te steken: hij leek me tot meer in staat te zijn, maar kreeg daartoe te weinig de vrije teugel van zijn ploegleiders. Of kopmannen het in hem zagen zitten, weet ik eigenlijk niet. Ik weet wel dat een aantal van de profrenners
8
Anders_BW_04.indd 8
23-05-19 15:00
met wie hij in het peloton reed, hem een vrij eigenwijze verschijning vond. En dat was hij ook. Zijn scherpe geest bracht hem in die positie, waar misschien ook weleens tact gevraagd werd. Ik vond hem, kort door de bocht, een meer dan nuttige renner die te weinig zijn eigen kans mocht gaan. Waarschijnlijk stond zijn eigen karakter een iets betere renner in de weg; eigenwijsheid heeft immers soms ook zijn grenzen.
Op het palmares En om hem de eer te geven die ieder afscheidnemend sportmens hoort te krijgen: hij werd viermaal nationaal kampioen tijdrijden, plus een keer bij de beloften. Zijn palmares wordt ingekleurd met zeges op Mallorca, de 9e etappe van de Ronde van de Toekomst, de 4e etappe van de Ronde van Beieren, de 8e etappe van het Criterium du DauphinĂŠ, de 5e etappe van de Ronde van CataloniĂŤ en in 2008 winnaar van de tijdritkoers Chrono des Herbiers. Hij is, samen met zijn volkomen onbekende landgenoot Marco Jeletich, de enige die die koers voor ons vaderland won. Andere winnaars? Kiriyenka, Martin, Millar, Vinokourov, Bodrogi, Belohvosciks, Hontsjar, Boardman, Kasputis en Chavanel. Juist, allemaal renners die een tikje speciaal waren. Die het alleen op een racefiets rijden tot kunst wisten
9
Anders_BW_04.indd 9
23-05-19 15:00
te verheffen, die graag tegendraads waren en die zeker niet doorsnee wilden zijn. Stef Clement was zo’n prettig buitenbeentje. Een soort avontuurlijk aangelegde, Rivella-coureur; een tikkie eigenaardig, maar wel lekker. Mart Smeets Deze column gepubliceerd op 15 december 2018 werd door Mart Smeets geschreven voor EenVandaag van de NPO.
 
Anders_BW_04.indd 10
23-05-19 15:00
1
S
tef Clement staat al te wachten voor de ingang van de parkeergarage. Tien minuten voor de afgesproken tijd. Rijke-
lijk vroeg. Maar niet voor Stef Clement. Hij houdt niet van te laat komen. Afspraak is afspraak, zo heeft hij als kind van huis uit meegekregen. En tijd is tijd, is hem later tijdens zijn jaren als belofterenner van Rabobank ingepeperd. Dat diepgewortelde principe heeft als een rode draad door zijn wielercarrière en zijn leven gelopen. Hij was ervan overtuigd dat het hem houvast zou geven richting succes. Dat deed het ook, totdat hij er uiteindelijk in doorsloeg. Toch zit het principe nog altijd in zijn systeem. Als Stef een belofte doet, dan komt hij die na. Altijd. Vandaar dat hij ook nu ruim op tijd is. Het is eind oktober 2018 en volop herfst. Ook in hartje Utrecht. Het is de periode dat wielrenners genieten van een paar weken vakantie na een lang en slopend seizoen. Maar voor Stef is het geen vakantie en hij is al helemaal niet in een vakantiestemming. Al maanden loopt hij rond met een wervelwind aan gedachten door zijn hoofd. Sinds april heeft de renner van LottoNL-Jumbo geen wedstrijd meer gereden. Trainen zoals een prof hoort te trainen, heeft hij in de tussentijd al helemaal niet gedaan. ‘Op dit moment ben ik geen renner,’ zegt hij met rustige stem als hij aan een tafeltje in een lunchroom is gaan zitten en een
15
Anders_BW_04.indd 15
23-05-19 15:00
cappuccino binnen handbereik heeft. ‘Ik voel me geen renner. Een paar dagen geleden hadden we de gebruikelijke seizoenafsluiting met de ploeg. Iedereen was aanwezig, ook de jongens die ik het hele jaar niet had gezien omdat ze een ander wedstrijdprogramma hadden gereden. Het was fijn om te merken dat ik als persoon was gemist, maar voor mijn gevoel hoorde ik niet thuis bij de renners. En ook niet bij de staf. Ik bevond me tussen wal en schip. Het was heel raar. Ook omdat ik net als de rest de nieuwe kleding voor volgend seizoen moest passen. Niemand wist eigenlijk wat ik kwam doen en niemand weet wat ik volgend seizoen ga doen. Ikzelf ook niet.’ Stef staat op een kruispunt in zijn leven. Moet hij stoppen en zijn racefiets aan de wilgen hangen? Of toch voor een comeback gaan? Zijn lichaam heeft de eerste zes maanden van 2018 flink tegengesputterd. Dat doet het al jaren. ‘Sinds 2010 weet ik dat er iets niet klopt. Ik kan uit het niets ontstekingen in mijn gewrichten krijgen – die worden veroorzaakt door overbelasting. Afgelopen mei kreeg ik er in de voorbereiding op de Tour de France weer last van. Twee weken eerder had Primož Roglič de Ronde van Romandië op zijn naam geschreven. Het was de eerste keer in mijn carrière dat ik met een kopman een etappewedstrijd in de World Tour won. Na een paar rustdagen reisde ik met Roglič en Steven Kruijswijk af naar de Pyreneeën om enkele bergritten van de Tour te verkennen. Het was slecht weer. Drie graden boven nul en alleen maar regen, regen, en nog eens regen. Het ging niet goed met me. Ik kon de jongens niet bijhou-
16
Anders_BW_04.indd 16
23-05-19 15:00
6
K
ort na het Nederlands kampioenschap tijdrijden in augustus 2005 stond er voor Stef een gesprek gepland met Theo
de Rooij, directeur van de Rabobank wielerploeg. Hij wist dat er intern twijfel over hem bestond. Ploeggenoot Hans Dekkers werd prof bij het Franse Agritubel. Zijn ploegleider Nico Verhoeven vroeg Stef of dat niets voor hem was. Kon hij mooi de sprint aantrekken voor Dekkers. Daar had Stef totaal geen trek in. Hij zag zichzelf niet als een renner die voor een spurter moest werken. ‘Ik heb veel te danken aan Erik Dekker. Naarmate ik dichter bij een profcontract kwam, hielp hij me met het maken van de goede keuzes. Erik kon me tijdens het trainen heel goed eenop-een een spiegel voorhouden. Hij kon de juiste vragen stellen, waardoor ik zelf de antwoorden gaf op de vragen die ik had. Het was ook Erik die zei: “Rabobank is niet de juiste omgeving voor jou. Als je al een kans krijgt, dan ga je dat pas laat horen. Kijk eens om je heen.” De generatiekloof tussen ons was best groot. Ik kwam net kijken, moest nog prof worden. Erik was getrouwd, had kinderen, en was een gearriveerd coureur. Dat was fijn, want in die jaren had ik juist heel erg een mentor nodig. Erik dacht puur en alleen in het belang van mijn carrière. Eigenlijk gaf hij me gewoon vaderlijk advies.
66
Anders_BW_04.indd 66
23-05-19 15:00
Hij zei: “Stef, het allerbelangrijkste is dat je een goed programma rijdt. Waarom zou je niet in Frankrijk gaan fietsen? Daar kun je meedoen aan de Coupe de France. Dat is de perfecte stap na wat je nu aan het doen bent. Je kunt een paar ProTour-wedstrijden rijden. Niet te veel en zonder druk. Gewoon om te leren. Misschien een grote ronde. Dat lijkt me het beste voor jou.” En Erik zei nog iets belangrijks: “Je moet niet vergeten: als je lang beroepsrenner wilt blijven, moet je zorgen dat je ergens goed in bent. Wat kun je goed?” “Ik kan wel aardig tijdrijden.” “Nou, dan moet je daarmee aan de slag gaan.”’ Stef had bedacht dat hij bij een kleine ploeg in de ProTour – de voorloper van de huidige World Tour – terecht moest zien te komen, bij een team waarin veel renners zaten die minder goed waren dan hij. Mathieu Heijboer en Michiel Elijzen, die bij de Rabo-beloften een beetje zijn evenknie waren, raakten via manager Jacques Hanegraaf in gesprek met Cofidis. Voor zo’n soort ploeg wilde hij ook wel rijden. ‘Hanegraaf woonde bij mij om de hoek en ik ging bij hem langs met de mededeling: ik wil beroepsrenner worden. “Dat is goed,” zei hij. “Hier heb je een boekje met alle ploegen van de ProTour, blader er eens doorheen. Ik heb een telefoonklapper met nummers van alle teammanagers. Ik bel ze op en dan komt het in orde. Kijk maar waar je naartoe wilt.” Bas Giling was naar T-Mobile gegaan en werd weinig opgesteld. Koen de Kort bij Liberty Seguros leek ook een lastig verhaal. Ik moest naar een ploeg waar ik veel kon koersen.
67
Anders_BW_04.indd 67
23-05-19 15:00
9
K
om bij Stef Clement niet aanzetten met het woord ‘meesterknecht’. Hij is jarenlang knecht geweest. Punt. Dat hij
bij Rabobank, Blanco, Belkin, iam Cycling en LottoNL-Jumbo een van de beste ondersteunende renners bergop was, verandert daar volgens hem niets aan. Stef heeft simpelweg geprobeerd zijn werk en zijn taak naar behoren uit te voeren. Wat is nou een meesterknecht? Het is een woord dat goed
bekt bij de media en daarom te pas en te onpas wordt gebruikt om de goed functionerende helper van een kopman te kwalificeren. Weet je wie volgens hem jarenlang een goede meesterknecht was? Rick Flens, voor Robert Gesink. ‘Die jongen deed alles voor zijn kopman, er was alleen nooit iemand die het zag. Jan Boven was in zijn tijd een meesterknecht voor heel Rabobank. Die man reed in één seizoen alle wereldbekerklassiekers. Allemaal, hè. Er zijn er niet veel die dat hebben gedaan. Als Michael Boogerd op het wk enige kans dacht te maken, vroeg hij steevast Jan Boven mee.’ Er was een periode in zijn loopbaan dat Stef Clement dacht dat hij meer kon zijn dan een meer dan waardevolle waterdrager. Begin 2009 keerde hij na drie seizoenen Bouygues Telecom terug bij Rabobank. Het debacle rond Michael Rasmussen had in de tussentijd plaatsgevonden en de beleidsbepalers bij wie hij zich in zijn beloftentijd behoorlijk onmoge-
104
Anders_BW_04.indd 104
23-05-19 15:00
lijk had gemaakt, waren van het toneel verdwenen. Tijdens het eerste trainingskamp met zijn nieuwe ploegmakkers kwam Stef met een behoorlijke status binnen. Op dat moment was hij tweevoudig Nederlands kampioen tijdrijden, hij had brons gepakt op het wk, een paar maanden eerder de olympische tijdrit in Beijing (9e plaats) gereden, en met zijn recente zege in de Chrono des Nations was hij de winnaar geworden van de laatste Europese prijs die in 2008 nog te behalen was. ‘Drie dagen later moesten we met de hele ploeg foto’s maken voor het nieuwe seizoen. Ik kwam met mijn borst vooruit binnenlopen. Zo, daar ben ik weer. Door die prestaties hoefde ik niemand uit te leggen waarom de ploeg me had teruggehaald. Dat was lekker, hoor. In die tijd hadden we goede buitenlandse renners als Óscar Freire, Denis Menchov en Juan-Antonio Flecha. Óscar kende sommige van zijn ploeggenoten niet eens. Tegen mij zei hij: “Jou ken ik wel, want jij hebt koersen gewonnen.” Het contract bij Rabobank voor 2009 en 2010 had ik eind 2007 al getekend, wat helemaal niet mocht. Ik had het heel erg naar mijn zin bij Bouygues, maar het budget van de ploeg was niet zo groot. Na mijn prestaties op de nk’s en de wk was ik meer waard dan ze me in Frankrijk konden geven. Er werd afgesproken dat ik nog één jaar bij Bouygues zou rijden en daarna zou terugkeren bij Rabo, waar ik vergeleken met mijn Franse salaris een bak met geld ging scheppen en weer in Nederlandse dienst ging rijden met allemaal jongens die ik kende.’
105
Anders_BW_04.indd 105
23-05-19 15:00
Ik botste weleens met hem, Knebel was een bankier die gek was van wielrennen. Stond hij tijdens de Tour Down Under in Australië met een grote cowboyhoed en een fototoestel om zijn nek de toerist uit te hangen. Maar wat hij allemaal voor de ploeg deed in de nalatenschap van Rabobank was echt goed werk.’ Totdat er een nieuwe sponsor werd gevonden, begon de Nederlandse formatie dat seizoen onder de naam Blanco Pro Cycling. ‘Dat was een statement om met een schone lei te beginnen. Ik vond het verschrikkelijk, rondrijden in een tenue met daarop Blanco. Door alles wat er was gebeurd, nam de saamhorigheid binnen de groep enorm toe. We hadden allemaal zoiets van: what the hell! We zullen godver laten zien dat we het waard zijn om een nieuwe sponsor te krijgen.’ Ondertussen was er door sportkoepel noc*nsf en de knwu een Commissie Anti-Doping Aanpak ingesteld onder leiding van Winnie Sorgdrager, die onderzoek ging doen naar de dopingcultuur in het Nederlandse wielrennen. Tijdens de Ruta del Sol 2013 vloog er een vertegenwoordiger van de commissie naar Spanje die elke Nederlandse renner ondervroeg. ‘Die man noemden we De Commando. We moesten van hem vier vragen beantwoorden: 1 Heb je ooit doping gebruikt? 2 Heb je ooit doping verstrekt?
163
Anders_BW_04.indd 163
23-05-19 15:00
3 Heb je informatie over derden met betrekking tot dopinggebruik? 4 Heb je nog andere relevante informatie over derden?
Mijn antwoorden waren: Ik heb bij mijn weten geen doping gebruikt. Ik heb geen doping verstrekt. Ik heb geen informatie over dopinggebruik van anderen. Ik heb wĂŠl informatie die ik wil delen.
Een paar weken eerder tijdens het trainingskamp op Tenerife waren we aangesproken door iemand die wij ervan verdachten ons te benaderen voor dopingverstrekking. Die persoon, een buitenlandse jongen, vroeg ons wie onze trainer was en zei dat als we iets nodig hadden, wat dan ook, hij voor alles zou zorgen. Hij ging graag in gesprek met onze leidinggevende om dat te organiseren. Dat vond ik een vreemd aanbod. We hadden van die man een kaartje gehad en die gegevens wilde ik delen met de Dopingautoriteit. Het mooie was dat in de media het bericht verscheen dat alle ondervraagden viermaal “nee� hadden geantwoord aan de commissie. Terwijl ik van mezelf al wist dat het niet zo was. Op een gegeven moment werd er een beetje druk op me uitgeoefend dat ik moest vertellen wat ik had gezegd. Ik besloot daarop zelf de Dopingautoriteit te bellen. Omdat ik vond dat directeur Herman Ram te pas en te onpas om commentaar werd gevraagd omtrent welk dopinggebruik dan ook en altijd
164
Anders_BW_04.indd 164
23-05-19 15:00
– Mart Smeets
Als gewone West-Brabantse jongen wist hij door een ijzeren discipline en keihard werken een meer dan behoorlijke tijdrijder te worden en een gewaardeerd renner in ploegen als Rabobank en LottoNL-Jumbo. Na fysieke tegenslag komt Clement in een moeilijke periode waarin zijn carrière noodgedwongen ten einde komt. Openhartig vertelt hij over zijn obsessieve manier van topsport bedrijven en zijn verborgen verdriet. Ook laat hij zijn avonturen op de racefiets, de veranderingen in de wielrennerij, hervonden geluk en zijn zoektocht naar een normaal bestaan de revue passeren. Buiten de schijnwerpers van de koers geeft de zelfkritische Clement een eerlijk en ontnuchterend inkijkje in het leven van een ex-prof die nu zijn weg in de maatschappij probeert te vinden. Sportjournalist Thomas Olsthoorn is chef-redactie van het wielertijdschrift Procycling en schrijft onder andere voor Fiets en Helden. Samen met Michael Boogerd stelde hij het Handboek Tour de France 2016 samen.
www.kosmosuitgevers.nl
Stef Clement def v5.indd 1
NUR 491 Kosmos Uitgevers, Utrecht/Antwerpen
STEF CLEMENT ANDERS
Stef Clement was misschien niet de beste wielrenner van het peloton, maar wel een bijzondere, zowel op als naast de fiets. Eigenzinnig en authentiek, soms lastig voor zichzelf en zijn omgeving. Een loyale knecht die zijn vak jarenlang beleefde als een kopman. Alles draaide bij hem om de fiets. Dag in dag uit. De fiets was zijn man cave, zijn excuus en zijn verstopplek.
THOMAS OLSTHOORN
‘Stef Clement was zo’n prettig buitenbeentje. Een soort avontuurlijk aangelegde, Rivella-coureur; een tikkie eigenaardig, maar wel lekker.’
STEF CLEMENT
[CYMK]
ANDERS
THOMAS OLSTHOORN 24-05-19 12:13