Aangepast aan de aard van hun voedsel hebben vogels allerlei verschillende snavelvormen ontwikkeld. Hier een selectie:
LEER ZE KENNEN, DE VOGELS DICHT BIJ HUIS! Elke dag kun je tientallen vogels tegenkomen in het park, het bos of gewoon in je achtertuin. Leer de 100 meest voorkomende soorten herkennen en kijk hoe je meer vogels in je tuin kunt krijgen.
dunne, fijne snavel van insecteneters
dolkvormige snavel, bijv. van reigers of ooievaars, waarmee ze hun prooi doorboren.
• • •
haaksnavel van roofvogels, valken en uilen voor het doden en verscheuren van de prooi
Handig geordend naar grootte Heldere foto’s waarmee je ze gemakkelijk kunt herkennen Goede indicaties van hun geluid en voedsel Praktische aanwijzingen wanneer je ze kunt verwachten Met uitgebreide informatie over nestkasten, vogels voeren en vogelvriendelijk tuinieren
wigvormige, scherp gerande snavel van de ganzen voor het grazen van gras
IN EN ROND DE TUIN
• •
VOGELS
Snavelvormen
100
In samenwerking met Vogelbescherming Nederland
100
DE MOOISTE SOORTEN IN TUIN EN PARK
VOGELS IN EN ROND DE TUIN
Zo vind je je weg In het determinatiedeel zijn de tuinvogels in vier kleurgroepen ingedeeld.
Vogels tot de grootte van een mus (9 tot 14 cm) Blz. 42–113
Tot de grootte van een merel (15 tot 25 cm) Blz. 114 –165
Groter dan een merel (vanaf 26 cm) Blz. 166 –215
Watervogels in het park Blz. 216 –249
MOOISTE SOORTEN Helga Hofmann
brede, vlakke slobbersnavel van eenden
Tuinvogels 2018 cover totaal.indd 1
kegelvormige snavel van zaadeters
KOSMOS UITGEVERS UTRECHT ⁄ ANTWERPEN WWW.KOSMOSUITGEVERS.NL
22-08-18 16:41
001_041-Tuinvogels-NL-2eD.indd 2
25-07-18 09:52
Voor mezen en mensen Veel mensen dragen vogels een warm hart toe en dat is niet zo vreemd. Ik ken namelijk geen andere dieren die én kunnen vliegen, zingen én vaak ook nog ontzettend kleurrijk zijn. En dat niet alleen; veel vogels laten zich gemakkelijk en goed bekijken. Alle gelegenheid dus om met volle teugen te genieten van dat rijke vogelleven. Je hoeft er zelfs niet ver voor op reis. Vogels zitten letterlijk bij je om de hoek of nog dichterbij, in je eigen tuin. Maar daar moet je wel een beetje je best voor doen. Tuinvogels – de naam zegt het al – hebben een pesthekel aan stenen schuttingen en betegelde tuinen. Ze houden van groen. Een onderbegroeiing van lekker veel planten, struiken en als het kan hier en daar een boom. Water om te badderen, nestkasten om in te broeden en ’s winters wat extra voer om fit te blijven. Dit boek helpt je op allerlei manieren om het de vogels in je tuin naar hun zin te maken. Dat niet alleen, het mes snijdt aan twee kanten. Je helpt roodborsten, mussen en mezen, maar tegelijkertijd doe je ook jezelf een groot plezier. Want wat is er leuker dan te kijken naar een druk kwetterende mussenbende of naar kool- en pimpelmezen, die de voertafel op en af roetsjen? Er valt heel wat te ontdekken en te genieten in je eigen tuin. Dit boek helpt de vogels en biedt de lezer een hoop extra vogelplezier. Help jij de vogels in je tuin, dan doet Vogelbescherming het daar buiten. Vogelbescherming Nederland zet zich in voor alle wilde vogels en hun leefgebieden. Eigenlijk zou iedere vogelliefhebber lid moeten zijn. Gewoon om de vogels te helpen. www.vogelbescherming.nl
Hans Peeters Hoofdredacteur VOGELS
001_041-Tuinvogels-NL-2eD.indd 3
25-07-18 09:52
12 • VOGELS IN EN ROND DE TUIN
HET VOGELCONCERT Hoe vaak wordt je aandacht in de tuin niet getrokken door getjilp of gefluit dat uit het gebladerte doordringt van een vogel die niet eens te zien is! Sommige van de vogelgeluiden zijn zo kenmerkend dat je de maker niet eens hoeft te zien om – zelfs zonder veel oefening – te weten met wie je te maken hebt. Denk aan het getjilp van mussen of het ‘Roe-goe Goeh’ van duiven, aan de roep van de koekoek of het ‘tsi-tsi-pèh’ van mezen. Andere vogelgeluiden vereisen wat ervaring om de juiste soort te achterhalen. Herhaald luisteren naar een cd met vogelgeluiden en het deelnemen aan gespecialiseerde excursies in stadsparken helpen om vogelgeluiden van elkaar te kunnen onderscheiden.
Waarom zingen vogels eigenlijk? Ook al lijkt het als het ware pure levensvreugde, waarom zangvogels in de lente zo luid hun zang ten gehore brengen, maar achter de zang schuilt een zeer serieus doel. De zingende mannetjes laten op die manier hun soortgenoten weten, dat het betreffende territorium al is bezet. Potentiële rivalen zijn dus gewaarschuwd dat ze zich hier niet moeten laten zien en de vrouwtjes weten dat hier nog een partner inclusief territorium beschikbaar is. ‘Goed gesitueerd mannetje zoekt een vrouwtje met als doel gezinsvorming’ betekent de zang in het voorjaar.
Zodra het mannetje nachtegaal met zijn nachtelijke zang een vrouwtje heeft gewonnen, zingt hij alleen nog overdag. Nu dient de zang om concurrenten weg te houden van zijn territorium.
001_041-Tuinvogels-NL-2eD.indd 12
Waar deze akoestische advertenties worden geplaatst is afhankelijk van de voorkeur van de verschillende soorten. Veel zangvogels zitten graag vrij en op een hoge plek, zoals een boomtop of de nok van een dak om hun geluid een grotere draagwijdte te geven. Voor andere is dat nog niet genoeg. Zo laten grasmus, Europese kanarie, groenling en veldleeuwerik hun zang horen in een hoge zangvlucht. Zodat ze niet
25-07-18 09:52
HET VOGELCONCERT • 13
Toegewijd kwettert de spreeuw zijn lied. Creatief mengt hij verschillende geluiden uit de omgeving in zijn strofen. Hoe langer en gevarieerder zijn zang is, hoe beter hij overkomt bij de spreeuwenvrouwtjes.
alleen de aandacht trekken van soortgenoten, maar ook van vogelaars. Heeft een geïnteresseerd vrouwtje zich eenmaal gemeld en de zanger als partner geaccepteerd, dan brengt de zang beide pas echt in de stemming om te paren.
Leergierige vogels Bij veel zangvogels is de soortspecifieke zang niet aangeboren. Ze moeten die als jonge vogel leren van de volwassen vogels. Het komt dus goed uit, als papa nog druk bezig is met zingen in zijn territorium als zijn jongen al vliegvlug zijn en zich aan het voorbereiden zijn op hun rol als volwassenen. Bij overijverige leerlingen komt het weleens voor, dat ze ook andere geluiden die ze vaak horen in hun zang verwerken, zoals het geluid van fietsbellen, blaffende honden, ringtones van mobiele telefoons of het dichtslaan van een autoportier. Overigens blijven veel zangvogels hun leven lang goede imitators die niet terugschrikken voor plagiaat. Zo mengen bijvoorbeeld de spreeuw, de goudvink of de spotvogel hun zang met tal van motieven die ze hebben ‘gestolen’ van andere vogels.
001_041-Tuinvogels-NL-2eD.indd 13
25-07-18 09:52
24 • VOGELS IN EN ROND DE TUIN
DE TIJD VAN DE VOGELTREK De jonge vogels zijn groot geworden, de zomer loopt op zijn einde. Nu gebeurt er van alles in de vogelwereld. Er zijn er die gaan, en er zijn er die komen, andere trekken verder. Het is tijd voor de vogeltrek.
Waarom deze inspanningen? Voornamelijk de insecteneters onder de vogels begeven zich op weg naar het zuiden. Ze zouden in de koude winter nauwelijks voedsel kunnen vinden. Daarom zoeken ze warmere oorden op, afhankelijk van hun voorkeuren de milde mediterrane regio of de echt warme landen van tropisch Afrika. Het is zeker niet de honger die ze dwingt te vertrekken. In het algemeen bereiden trekvogels zich voor op hun reis, lang voordat het voedsel schaars wordt. Hun aangeboren innerlijke klok die de afnemende daglengte meet, vertelt ze wanneer de tijd er rijp voor is. De vogels die hun broedgebieden in het noorden van Europa hebben, laten de bittere winterkoude en de sneeuw achter zich door naar het zuiden te vliegen. Sommige van deze soorten, zoals de keep of de pestvogel, vinden het al heel redelijk in onze streken en brengen de wintermaanden bij ons door. Andere, zoals de meeste koperwieken, vinden het bij ons nog te koud en vliegen vaak verder naar het mildere klimaat van Zuid-Engeland of het zuiden van Europa.
001_041-Tuinvogels-NL-2eD.indd 24
25-07-18 09:52
DE TIJD VAN DE VOGELTREK • 25
Topsporters Omdat er voor het afleggen van de honderden, soms duizenden kilometers lange trekroutes zeer veel energie nodig is, proberen de trekvogels voor hun vertrek zo groot mogelijke vetreserves aan te leggen, waaruit ze kunnen putten op de lange reis. Die kunnen beslissen over leven of dood, redenen genoeg om voldoende ‘brandstof’ aan boord te hebben om onderweg niet uitgeput op te hoeven geven. Onderzoek heeft aangetoond dat kleine zangvogels zo groot als een boerenzwaluw en een lichaamsgewicht van zo’n 25 gram voor een vlucht van 2000 kilometer ongeveer 10 gram vet verbruiken. Dat klinkt als verrassend weinig, maar het is bijna 50 procent van hun lichaamsgewicht. En langeafstandstrekvogels, zoals de nachtegaal, de fitis of de gekraagde roodstaart, vliegen van onze streken naar overwinteringsgebieden ten zuiden van de Sahara en leggen dan niet ‘slechts’ 2000 km, maar vaak meer dan 5000 km af. En dat twee keer per jaar – want ze vliegen immers in het voorjaar weer terug.
Heen en terug De voorjaarstrek van vogels terug naar hun broedgebieden wordt echter vaak helemaal niet opgemerkt, want dan vliegen ze niet in zulke grote zwermen als in de herfst. Wanneer de zwaluwen zich daarentegen in de eerste helft van september met honderden op draden verzamelen voordat ze naar Afrika vertrekken, of wanneer spreeuwen zelfs in groepen van duizenden door de lucht zwermen boven de stad of het open landschap, zijn ze onmogelijk over het hoofd te zien. Overigens, nu we het toch over spreeuwen hebben... De laatste tijd durven steeds meer spreeuwen de lange reis over te slaan en ’s winters bij ons te blijven. En zij zijn niet de enige trekvogels die te ‘lui’ zijn geworden, want er blijven ’s winters steeds meer trekvogels hier. Niet alleen door de klimaatveranderingen, maar ook door het mildere klimaat van de stad en vooral het overvloedige vogelvoer in parken en tuinen kunnen sommige soorten tegenwoordig goed in ons land overwinteren.
In september verzamelen de zwaluwen zich in steeds grotere groepen en zitten ze in die periode vaak op leidingen en andere draden te kwetteren.
001_041-Tuinvogels-NL-2eD.indd 25
25-07-18 09:52
46
•
VERSPREIDING
Sommergoldhähnchen
Vuurgoudhaan
Regulus ignicapillus
Met een lengte van slechts 9 cm en een lichaamsgewicht van 4-6 gram is de vuurgoudhaan een van de kleinste vogels van Europa. En een van de meest bedreven bouwers. Het bolronde, dikwandige nest dat in een takvork of tussen twee takken rust, is verrassend stabiel. In geval van regen kan het water absorberen totdat het gewicht vijfvoudig is toegenomen, zonder dat het nat wordt van binnen of naar beneden valt. Die robuustheid bereikt de vuurgoudhaan door bij de bouw van het nest veel spinseldraden te gebruiken. Dit elastische en sterke materiaal trekt hij uit de cocons van spinnen en de poppen van vlinderrupsen. VOORKOMEN In naald- en gemengde bossen, in tuinen en parken met naaldbomen; trekvogel, overwintert rond de Middellandse Zee.
042_113-Tuinvogels-NL-GM-2eD.indd 46
25-07-18 09:54
GOUDHANEN • 47
KENMERKEN Compacte, kortstaartige vogel, veel kleiner dan een mus; van boven olijfgroen, van onderen witachtig, zwart omrande kruinstreep, die bij het mannetje fel oranje en bij het vrouwtje (links) geel is; contrastrijke gezichtstekening met witte wenkbrauwstreep en een zwarte lijn door het oog. GELUID Roep is een lang, dun ‘si-si-si’; zang bestaat uit hoge, fluisterende ‘si-si-si’-elementen die in volume enigszins toeneemt en eindigt met een korte triller. VOEDSEL Kleine insecten en hun larven, ook spinnen, worden vooral verzameld op de bovenzijde van takken van naaldbomen. LEGSEL Bolvormig, hangend nest; 8-10 beige eieren met fijne, bruinachtige stippels. Het vrouwtje broedt de jongen alleen uit, maar het mannetje helpt bij het voeren. Meestal 2 broedsels per jaar.
OBSERVATIETIJD/BROEDSEIZOEN J F M A M J J A S O N D
Opmerkelijk Vuurgoudhanen bewegen zich gemakkelijk door het takkenwerk, zelfs aan de uiterste uiteinden van de twijgen. Soms hangen ze net als de kolibries snorrend bij een tak om er insecten vanaf te pikken.
Om zijn fel oranje-gele sierveren goed naar voren te laten komen, spreidt het mannetje zijn kruinveren graag wat uit.
042_113-Tuinvogels-NL-GM-2eD.indd 47
25-07-18 09:54
66
•
Boomkruiper Certhia brachydactyla
Een kleine, schorsbruine vogel schroeft zich in spiralen met schokkerige sprongetjes op een boomstam naar boven. Als hij ter hoogte van de onderste takken is gekomen, vliegt hij in een boog naar de voet van dezelfde of een naburige boomstam en begint hij zijn klim opnieuw. Zonder enige twijfel: een boomkruiper op zoek naar voedsel. Vrijwel geen enkele andere vogel is zo duidelijk te determineren door alleen zijn gedrag. Maar – zo eenduidig is het echter ook weer niet. De boomkruiper komt in twee soorten voor, want er is ook nog de taigaboomkruiper. Uiterlijk zijn de twee nauwelijks van elkaar te onderscheiden. VOORKOMEN   Voornamelijk in loof- en gemengde bossen, in parken en tuinen met oudere bomen, kruipt bij voorkeur op bomen met een diep gegroefde schors. KENMERKEN   Kleiner en slanker dan een mus, met een lange, dunne, licht gebogen snavel; gevlekte, bruine bastachtige bovenzijde, onderzijde wit. GELUID   Roept nogal luid ‘tuut’, bij verontrusting ook herhaald; zang is een korte, zeer hoge, stijgende fluitende strofe, die permanent wordt herhaald, is op warme dagen al vanaf begin februari te horen. VERSPREIDING
Opmerkelijk Af en toe klimmen boomkruipers ook tegen het ruwe metselwerk van huizen en andere gebouwen op.
042_113-Tuinvogels-NL-GM-2eD.indd 66
OBSERVATIETIJD/BROEDSEIZOEN J F M A M J J A S O N D
25-07-18 09:54
BOOMKRUIPERS • 67
Bij het klimmen ondersteunt de boomkruiper zich met zijn stijve staartveren tegen de boomstam.
VOEDSEL Kleine kevers en andere insecten, rupsen en spinnen, die de boomkruiper met zijn lange, dunne snavel uit de schorsspleten peutert. LEGSEL Nest in boomholtes, achter losse schors, in gaten in metselwerk en in nestkasten; 4-7 witte eieren met bruine en roodachtige vlekjes; vrouwtje broedt alleen, de partner helpt bij het voeren van de jongen. GELIJKENDE SOORT De ‘tweelingsoort’ taigaboomkruiper (Certhia familiaris) roept bij opwinding een hoog en levendig ‘sriii’. Zijn zangstrofen bestaan uit twee trillers die zeer hoog beginnen en snel in toonhoogte dalen.
042_113-Tuinvogels-NL-GM-2eD.indd 67
25-07-18 09:54
124
•
Goudvink
Pyrrhula pyrrhula
De goudvink is een opvallende vink die met zijn rode onderzijde en zwarte kop en de ronde lichaamsvorm doet denken aan een hoogwaardigheidsbekleder. In feite is het een uitgesproken vredig type, die bij voedertafels de concurrentie met andere soorten niet aangaat. Evenmin strijden de mannetjes voor hun territorium of om de vrouwtjes. Met zijn ‘betere helft’ leeft het goudvinkmannetje in een harmonisch samenzijn. Niet alleen tijdens het broedseizoen, maar het hele jaar door tref je de twee partners samen aan.
114_165-Tuinvogels-NL-GM.indd 124
25-07-18 09:57
VINKEN • 125
VOORKOMEN   In ondergroeirijke bossen, houtwallen, boomgaarden, parken, begraafplaatsen en tuinen met veel struiken; wijdverspreid en heel talrijk, hoewel hij door zijn verborgen leefwijze in het broedseizoen niet zo vaak wordt gezien. KENMERKEN   Slechts iets groter dan een mus, maar toont door de plompe, wat dikkige gestalte veel groter; de mannetjes zijn door hun helderrode onderzijde onmiskenbaar, vrouwtjes hebben in plaats van het rood een lichtbruine kleur, beide met een scherp begrensde, zwarte kopkap; jonge vogels hebben geen zwarte kopkap, vleugelbanen beige in plaats van wit zoals bij de adulte vogels. GELUID   Roep is een zacht fluitend, iets melancholisch klinkend ‘djuuh’, bij het opvliegen wat korter ‘djuut djuut djuut‌’; zang zachtjes en onopvallend, een kwetterend gebabbel met ingeweven fluitende en knarsende tonen en imitaties van andere vogels. VOEDSEL   Granen en kleine zaden; in de herfst bessen, in de lente knoppen, voor het grootbrengen van de jongen insecten; komt ’s winters vaak en zonder angst naar voederhuisjes. LEGSEL   Komvormig nest op de buitenste twijgen van bomen en struiken; 4-6 lichtblauwe eieren met bruine en zwarte vlekken en kringels; vrouwtje broedt alleen, maar wordt dan gevoerd door het mannetje; grootbrengen van de jongen door beide partners; 1-2 broedsels per jaar.
VERSPREIDING
Opmerkelijk
OBSERVATIETIJD/BROEDSEIZOEN J F M A M J J A S O N D
114_165-Tuinvogels-NL-GM.indd 125
Een opvliegende goudvink, of dat nu een mannetje of een vrouwtje is, herken je gemakkelijk aan de sneeuwwitte stuit en anaalstreek, die contrasteren met het zwart van de staart.
25-07-18 09:57
202
•
Buizerd
Buteo buteo
Meer dan 25 jaar oud kan een buizerd worden en bijna even lang zijn sommige buizerdparen bij elkaar. Het kan niet worden aangetoond of de dieren elkaar of eerder het territorium trouw zijn. Al in februari kun je de broedparen observeren tijdens hun baltsvluchten hoog boven hun nestboom. Bij deze regelmatige vliegshows cirkelen ze eerst zwevend en onophoudelijk roepend om elkaar heen. Daarna gaat de vlucht over in een ritmisch stijgen en dalen, meestal om te eindigen met een spectaculaire duik naar het nest. VOORKOMEN In open landschappen met weilanden en heidevelden als jachtgebied en aangrenzende bossen om te broeden, buiten het broedseizoen ook in randgebieden van steden. KENMERKEN 50-55 cm grote roofvogel met een vleugelspanwijdte van ongeveer 1,20 m; bovenzijde meestal egaal bruin, onderzijde zeer variabel, van bijna wit tot donkerbruin of meer of minder gevlekt. GELUID Het meest te horen is een hoge, miauwende roep ‘hièèèh’, dat het hele jaar te horen is en door het mannetje en het vrouwtje wordt gebruikt om hun territorium te markeren. VOEDSEL Vooral veldmuizen, maar ook andere kleine zoogdieren (tot de grootte van konijnen), kikkers, padden, hagedissen en zelfs insecten en regenwormen, en aas; in de stedelijke omgeving in toenemende mate ook vogels. LEGSEL Omvangrijk takkennest in de kroon van loof- of naaldbomen; 2-3 witachtige, donker gespikkelde eieren, beide ouders broeden en brengen de jonge vogels groot; 1 broedsel per jaar.
OBSERVATIETIJD/BROEDSEIZOEN J F M A M J J A S O N D
166_215-Tuinvogels-NL-GM.indd 202
25-07-18 10:00
SPERWERS • 203
Opmerkelijk Vooral in de winter kun je buizerds vaak op hekken of palen langs drukke wegen zien zitten, waar ze uitkijken naar door het verkeer doodgereden dieren.
VERSPREIDING
166_215-Tuinvogels-NL-GM.indd 203
25-07-18 10:00
246
•
Aalscholver
Phalacrocorax carbo
Zwemvliezen tussen de tenen en een scherpe snavel met een haak aan de bovensnavel – de aalscholver is goed toegerust voor de onderwaterjacht op vissen. Daarmee maakt hij zich echter niet populair bij de mensen, want zij zagen hem als voedselconcurrent. Als gevolg van de aanhoudende vervolgingen was de aalscholver in het begin van de 20e eeuw in grote delen van Europa vrijwel uitgeroeid. Dankzij diverse beschermende maatregelen kun je de zwarte vogels tegenwoordig weer op veel plaatsen zien zwemmen of op palen zien zitten om hun vleugels te drogen. Omdat het verenkleed niet waterdicht is en na het zwemmen en duiken doordrenkt is, moet de aalscholver zich na elk verblijf in het water weer zien te drogen. Voor dit doel zit hij vaak urenlang met gespreide vleugels in de zon of de wind (hier een jonge vogel).
VERSPREIDING
216_249-Tuinvogels-NL.indd 246
25-07-18 10:03
AALSCHOLVERS • 247
VOORKOMEN Langs visrijke meren, bredere rivieren en aan de kust, bij ons als broedvogel en als doortrekker en wintergast; in toenemende mate op kleinere wateren in de buurt van steden en dorpen, bijvoorbeeld op vijvers en kanalen. KENMERKEN Bijna zo groot als een gans, maar slanker; verenkleed zwart, in broedkleed met metaalglans, op kruin en hals met verspreide witte veren, witte dijvlek; in winterkleed zonder witte tekening op de kop en ledematen; jonge vogels van boven bruin, onderzijde lichtbruin tot witachtig. GELUID Roept in de broedkolonies laag en raspend ‘chrochrochro…’; buiten de kolonie meestal zwijgzaam. VOEDSEL Vrijwel uitsluitend vis, vooral kleine vis tussen 10-20 cm in lengte. LEGSEL Nesten van takken en twijgen, landinwaarts op bomen, aan de kust op de grond en op rotsachtige eilanden, altijd in kolonies; 3-4 lichtblauwe eieren, partners broeden afwisselend en zorgen gezamenlijk voor de jongen door ze met een uitgebraakte vis te voeren; 1 broedsel per jaar.
OBSERVATIETIJD/BROEDSEIZOEN J F M A M J J A S O N D
216_249-Tuinvogels-NL.indd 247
Door de afstaande stijve halsveren ziet de aalscholver er altijd een beetje verwaaid uit.
Opmerkelijk Bij het zwemmen ligt de aalscholver opmerkelijk laag in het water. Vaak zie je niet veel meer dan de kop en de nek, de snavel schuin omhoog stekend.
25-07-18 10:03
Aangepast aan de aard van hun voedsel hebben vogels allerlei verschillende snavelvormen ontwikkeld. Hier een selectie:
LEER ZE KENNEN, DE VOGELS DICHT BIJ HUIS! Elke dag kun je tientallen vogels tegenkomen in het park, het bos of gewoon in je achtertuin. Leer de 100 meest voorkomende soorten herkennen en kijk hoe je meer vogels in je tuin kunt krijgen.
dunne, fijne snavel van insecteneters
dolkvormige snavel, bijv. van reigers of ooievaars, waarmee ze hun prooi doorboren.
• • •
haaksnavel van roofvogels, valken en uilen voor het doden en verscheuren van de prooi
Handig geordend naar grootte Heldere foto’s waarmee je ze gemakkelijk kunt herkennen Goede indicaties van hun geluid en voedsel Praktische aanwijzingen wanneer je ze kunt verwachten Met uitgebreide informatie over nestkasten, vogels voeren en vogelvriendelijk tuinieren
wigvormige, scherp gerande snavel van de ganzen voor het grazen van gras
IN EN ROND DE TUIN
• •
VOGELS
Snavelvormen
100
In samenwerking met Vogelbescherming Nederland
100
DE MOOISTE SOORTEN IN TUIN EN PARK
VOGELS IN EN ROND DE TUIN
Zo vind je je weg In het determinatiedeel zijn de tuinvogels in vier kleurgroepen ingedeeld.
Vogels tot de grootte van een mus (9 tot 14 cm) Blz. 42–113
Tot de grootte van een merel (15 tot 25 cm) Blz. 114 –165
Groter dan een merel (vanaf 26 cm) Blz. 166 –215
Watervogels in het park Blz. 216 –249
MOOISTE SOORTEN Helga Hofmann
brede, vlakke slobbersnavel van eenden
Tuinvogels 2018 cover totaal.indd 1
kegelvormige snavel van zaadeters
KOSMOS UITGEVERS UTRECHT ⁄ ANTWERPEN WWW.KOSMOSUITGEVERS.NL
22-08-18 16:41