Skip to main content

Vogeldeterminatie - Keith Vinicombe, Alan Harris & Laurel Tucker

Page 1

Ontdek de verschillen tussen vergelijkbare soorten vogels

Vogeldeterminatie Vogel determinatie

Als je wel een vogelfamilie herkent, maar ONTDEK twijfelt over welkeDE soortVERSCHILLEN je ziet, dan biedt TUSSEN VERGELIJKBARE deze vogeldeterminatiegids uitkomst! Hierin worden namelijk soorten die op SOORTEN VOGELS elkaar lijken overzichtelijk naast elkaar Als wel herkent, maar Als je jewaardoor wel een eenjevogelfamilie vogelfamilie gezet, goed kunt zienherkent, wat de maar twijfelt over soort twijfeltverschillen over welk welkzijn. soort je je ziet, ziet, dan dan biedt biedt (kleine) deze vogeldeterminatiegids uitkomst! De kenmerken van vogels die lastig van deze vogeldeterminatiegids uitkomst! elkaar zijnworden te onderscheiden, je in deze Hierin namelijk soorten die Hierin worden namelijkzie soorten die op op gids tot in detail getekend en beschreven. elkaar elkaar lijken lijken overzichtelijk overzichtelijk naast naast elkaar elkaar In totaal komen 1250 vogelsoorten aan gezet, waardoor je meteen ziet wat gezet, je meteen zietkun wat de de bod. Metwaardoor de aanvullende informatie (kleine) verschillen zijn. verschillen zijn. je(kleine) een scherper oog ontwikkelen, waarDe van van door je voortaan direct ziet of je met een De kenmerken kenmerken van lastig lastig van elkaar vogels zijn zilvermeeuw of geelpootmeeuw te maelkaar te te onderscheiden onderscheiden vogels zijn ken hebt. in detail getekend en beschreven.

Vinicombe, Vinicombe,Harris, Harris,Tucker Tucker

in detail getekend en beschreven. In In totaal totaal komen komen 1250 1250 vogelsoorten vogelsoorten aan aan bod. bod. Met Met de de aanvullende aanvullende informatie informatie kun kun je je een een scherper scherper oog oog ontwikkelen, ontwikkelen, waardoor je voortaan direct ziet of waardoor jegids: voortaan zietbij of je je met met •  Praktische goed tedirect gebruiken een zilvermeeuw of geelpootmeeuw te hetzilvermeeuw spotten en handig als naslagwerk. te een of geelpootmeeuw maken hebt. makenvogelaars hebt. van alle niveaus! •  Voor ■ ■ Praktische Praktische gids: gids: goed goed te te gebruiken gebruiken bij bij het spotten en handig als naslagwerk. het spotten en handig als naslagwerk.

Vogel determinatie

Ontdek de verschillen tussen vergelijkbare soorten vogels

ONTDEK DE VERSCHILLEN TUSSEN VERGELIJKBARE SOORTEN VOGELS

Vogel determinatie Keith Vinicombe, Alan Harris en Laurel Tucker

Vinicombe, Harris, Tucker

■ ■ Voor Voor vogelaars vogelaars van van alle alle niveaus! niveaus! NUR 435

ISBN ISBN 9789021558936 9789021558936

9 7 8 9 0566252 2 1 5 5 8 9> 36 9 789021

9 789021 558936 NUR NUR 435 435 NUR 435 Kosmos Uitgevers Kosmos Kosmos Uitgevers, Uitgevers, Utrecht/Antwerpen Utrecht/Antwerpen www.kosmosuitgevers.nl WWW.KOSMOSUITGEVERS.NL WWW.KOSMOSUITGEVERS.NL Kosmos Uitgevers, Utrecht/Antwerpen WWW.KOSMOSUITGEVERS.NL Utrecht/Antwerpen

kosBOvogeldeterminatie0417.indd 1

ONTDEK ONTDEK DE DE VERSCHILLEN VERSCHILLEN TUSSEN TUSSEN VERGELIJKBARE VERGELIJKBARE SOORTEN SOORTEN VOGELS VOGELS

Vogel determinatie

Gids voor het determineren van vogels

Keith Vinicombe, Alan Harris en Laurel Tucker

10-04-17 13:45


Middenkruinstreep Zijkruinstreep

Wenkbrauwstreep Oogstreep

Bovensnavel

Snorstreep Mondstreep Baardstreep

Ondersnavel Teugel Voorhoofd Kruin Oorstreek Achterhoofd Achterhals Schouderveren Mantel

Kin

Armpennen

Keel

Rug Tertials

Kleine dekveren Middelste dekveren Borst Grote dekveren Alula Handdekveren

Stuit Bovenstaartdekveren

Flanken

Staart

Buik ‘Dij’ (Tibia) Anaalstreek Handpennen

Tarsus

Onderstaartdekveren

Zijkruinstreep

Culmen Oogring De oogring bestaat uit veren. De oogrand is de ring van naakte huid die te zien is rond het oog van sommige vogels, zoals meeuwen.

Oogrand Gonyshoek

Gonys


Vogeldeterminatie ONTDEK DE VERSCHILLEN TUSSEN VERGELIJKBARE SOORTEN VOGELS

Keith Vinicombe, Alan Harris en Laurel Tucker

Kosmos Uitgevers, Utrecht/Antwerpen


www.kosmosuitgevers.nl @kosmosuitgevers

Laurel Tucker

Laurel overleed op 20 juni 1986 na een hersenbloeding, waarvan ze nooit meer bij bewustzijn is gekomen. Ze was 35 jaar. We waren al bijna drie jaar samen en ze begon met veel plezier aan de eerste versie van dit boek, enthousiast vanwege het vooruitzicht dit gezamenlijke project uit te voeren. Zij heeft slechts achttien van de platen kunnen afmaken. Laurel was een opmerkelijke vrouw, wier levendige en intense persoonlijkheid op de een of andere manier tot uiting kwam in haar illustraties. Ik hoop dat deze nieuwe editie en zijn voorganger, samen met het Handbook of Bird Identification van Mark Beaman en Steve Madge, zullen dienen als een bewijs van haar opmerkelijke vermogen als vogelillustrator en vogelaar. Het boek is natuurlijk gewijd aan haar herinnering. K.E.V.

Oorspronkelijke titel: The Helm Guide to Bird Identification Oorspronkelijke uitgever: Christopher Helm London, imprint van Bloomsbury Publishin Plc, 50 Bedford Square, London WC1B 3DP, Groot-Brittannië © 2014 tekst: Keith Vinicombe © 2014 illustraties: Alan Harris en Laurel Tucker © 2015-2017 Kosmos Uitgevers, Utrecht/Antwerpen Vertaling en typografie binnenwerk: Ger Meesters Omslagontwerp: Garage bno ISBN 978 90 215 6625 2 NUR 435 Tweede druk 2017 Alle rechten voorbehouden / All rights reserved Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze en/of door welk ander medium ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Deze uitgave is met de grootst mogelijke zorgvuldigheid samengesteld. Noch de maker, noch de uitgever stelt zich echter aansprakelijk voor eventuele schade als gevolg van eventuele onjuistheden en/of onvolledigheden in deze uitgave.

001-100-VD-NL-derde druk 2017.indd 4

05-04-17 17:00


Inhoud www.kosmosuitgevers.nl @kosmosuitgevers

Laurel Tucker

Laurel overleed op 20 juni 1986 na een hersenbloeding, waarvan ze nooit meer bij bewustzijn is gekomen. Ze was 35 jaar. We waren al bijna drie jaar samen en ze begon met veel enthousiasme aan de eerste versie van dit boek, opgewonden door het vooruitzicht dit gezamenlijke project uit te voeren. Zij heeft slechts achttien van de platen kunnen afmaken. Laurel was een opmerkelijke vrouw, wier levendige en intense persoonlijkheid op de een of andere manier tot uiting kwam in haar illustraties. Ik hoop dat deze nieuwe editie en zijn voorganger, samen met het Handbook of Bird Identification van Mark Beaman en Steve Madge, zullen dienen als een bewijs van haar opmerkelijke vermogen als vogelillustrator en vogelaar. Het boek is natuurlijk gewijd aan haar herinnering. K.E.V.

Oorspronkelijke titel: The Helm Guide to Bird Identification Oorspronkelijke uitgever: Christopher Helm London, imprint van Bloomsbury Publishin Plc, 50 Bedford Square, London WC1B 3DP, Groot-Brittannië © 2014 tekst: Keith Vinicombe © 2014 illustraties: Alan Harris en Laurel Tucker © 2015 Kosmos Uitgevers, Utrecht/Antwerpen, onderdeel van VBK|media Vertaling en typografie binnenwerk: Ger Meesters Typografie omslag: Prezns, Marco Bolsenbroek ISBN 978 90 215 5893 6 NUR 435 Alle rechten voorbehouden / All rights reserved Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze en/of door welk ander medium ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Deze uitgave is met de grootst mogelijke zorgvuldigheid samengesteld. Noch de maker, noch de uitgever stelt zich echter aansprakelijk voor eventuele schade als gevolg van eventuele onjuistheden en/of onvolledigheden in deze uitgave.

DANKWOORD........................................................................................... 8 INLEIDING................................................................................................. 9 HOE DIT BOEK TE GEBRUIKEN....................................................... 10 SHORTCUTS NAAR DETERMINATIE............................................. 11 WOORDENLIJST..................................................................................... 13 TOPOGRAFISCHE TIPS....................................................................... 14 RUI EN LEEFTIJDSBEPALING............................................................ 17

SOORTEN Wilde en Kleine Zwaan* ............................................................................. 22 Grauwe Gans* ............................................................................................. 24 Sneeuwgans en Ross’ Gans .......................................................................... 31 Kleine en Grote Canadese Gans ................................................................. 35 Rotgans ....................................................................................................... 38 Mandarijn- en Carolina-eend ..................................................................... 41 Smient en Amerikaanse Smient .................................................................. 44 Grote grondeleenden in de late zomer en herfst: Wilde Eend, Krakeend, Pijlstaart en Slobeend ...................................... 48 Kleine grondeleenden: Wintertaling, Amerikaanse Wintertaling, Kaneeltaling en Blauwvleugeltaling en Zomertaling ............................. 54 Aythya-eenden: Topper en Kleine Topper, Ringsnaveleend, Witoogeend en hybriden* ...................................................................... 59 Eiders: vrouwtjes, onvolwassen en eclips-mannetjes .................................... 70 Zee-eenden* ................................................................................................ 73 Grote Zaagbek en Middelste Zaagbek ........................................................ 76 Duikers ........................................................................................................ 78 Kuhls Pijlstormvogel en Grote Pijlstormvogel ............................................ 82 Noordse, Vale en Grauwe Pijlstormvogel .................................................... 85 Stormvogeltje, Vaal en Wilsons Stormvogeltje ............................................ 87 Kuifduiker, Geoorde en Roodhalsfuut ......................................................... 90 Roerdomp en Kwak ..................................................................................... 94 Purperreiger ................................................................................................. 95 Zilverreigers ................................................................................................. 98 Aalscholver en Kuifaalscholver .................................................................. 101 Rode en Zwarte Wouw ............................................................................. 105 Blauwe, Grauwe, Steppe- en Amerikaanse Blauwe Kiekendief ................. 109 Havik en Sperwer ...................................................................................... 114 Buizerd, Ruigpootbuizerd en Wespendief ................................................. 118 5


Steenarend en Zeearend ............................................................................ 123 Valken: Slecht-, Boom- en Roodpootvalk en Smelleken............................ 126 Bontbek-, Kleine en Strandplevier * .......................................................... 133 Grote plevieren: Zilver-, Goud-, Amerikaanse en Aziatische Goud- en Morinelplevier ..................................................................................... 135 Kleine, Temmincks en Drieteenstrandloper .............................................. 143 De zeldzame strandlopers: Grijze, Alaska-, Kleinste, Roodkeel- en Taigastrandloper .................................................................................. 147 Bonapartes Strandloper en Bairds Strandloper ......................................... 155 Bonte Strandloper, Krombekstrandloper, Breedbekstrandloper en Kanoet .. 158 Kemphaan, Blonde Ruiter en Gestreepte Strandloper .............................. 163 Watersnip, Bokje en Poelsnip .................................................................... 167 Grutto’s ...................................................................................................... 170 Wulp en Regenwulp .................................................................................. 174 Oeverloper en Amerikaanse Oeverloper * ................................................. 175 Witgat en Bosruiter * ................................................................................ 178 Tureluur en Zwarte Ruiter, Groenpootruiter en Poelruiter ....................... 180 Kleine en Grote Geelpootruiter ................................................................ 184 Franjepoten ............................................................................................... 186 Kleine, Middelste en Kleinste Jager ........................................................... 189 Drieteen-, Dwerg- en Vorkstaartmeeuw ................................................... 197 Zwartkopmeeuw ........................................................................................ 200 Ringsnavelmeeuw ...................................................................................... 204 Zilver-, Kleine Mantel- en Grote Mantelmeeuw ...................................... 209 Geelpootmeeuw en Pontische Meeuw ...................................................... 218 Grote en Kleine Burgemeester .................................................................. 229 Grote Stern en Lachstern........................................................................... 234 Moerassterns: Zwarte, Witvleugel-, Witwang- en Amerikaanse Zwarte Stern .................................................................. 239 Visdief, Noordse Stern en Dougalls Stern * ............................................... 242 Alken ......................................................................................................... 249 Duiven ....................................................................................................... 253 Ransuil en Velduil ...................................................................................... 256 Gierzwaluw, Alpengierzwaluw en Vale Gierzwaluw .................................. 259 Grauwe, Daurische, Turkestaanse, Bruine, Roodkop- en Maskerklauwier ... 261 Klapekster, Kleine Klapekster en Steppeklapekster.................................... 268 Kraaien: Zwarte Kraai, Roek, Raaf, Kauw en Alpenkraai .......................... 271 Glanskop en Matkop ................................................................................. 275 Veld-, Boom- en Kortteenleeuwerik .......................................................... 278 6

Roodstuitzwaluw ....................................................................................... 281 Cetti’s Zanger ............................................................................................ 282 Locustella-zangers: Sprinkhaanzanger, Snor en Krekelzanger .................... 284 Grauwe Fitis en Noordse Boszanger ......................................................... 287 Bruine en Raddes Boszanger ..................................................................... 290 Bladkoning, Humes Bladkoning en Pallas’ Boszanger ............................... 291 Goudhaan en Vuurgoudhaan ..................................................................... 293 Fluiter en Bergfluiter en Balkanbergfluiter ................................................ 295 Fitis en tjiftjaffen ....................................................................................... 297 Waterrietzanger * ....................................................................................... 302 Ongestreepte Acrocephalus-zangers............................................................. 305 Iduna-spotvogels: Oostelijke Vale, Kleine, Sykes’ , Westelijke Vale en Griekse Spotvogel............................................................................ 309 Hippolais-spotvogels: Spotvogel en Orpheusspotvogel .............................. 312 Sylvia-zangers: Grasmus, Braamsluiper, Balkan-, Westelijke, Moltoni’s Baardgrasmus, Tuinfluiter en Sperwergrasmus .................... 314 Roze Spreeuw ............................................................................................ 320 Beflijster en Merel ..................................................................................... 321 Zanglijster en Grote Lijster ....................................................................... 323 Nachtegaal en Noordse Nachtegaal ........................................................... 325 Gekraagde en Zwarte Roodstaart .............................................................. 328 Roodborsttapuit, Aziatische Roodborsttapuit en Paapje ........................... 330 Huismus en Ringmus ................................................................................ 334 Grote Gele, Gele en Citroenkwikstaart ..................................................... 336 Rouwkwikstaart en Witte Kwikstaart ........................................................ 340 Grote Pieper, Duinpieper en Mongoolse Pieper ....................................... 342 Kleine Piepers: Gras-, Boom-, Roodkeel-, Siberische Boomen Petsjorapieper .................................................................................. 347 Oever-, Water- en Pacifische Waterpieper ................................................ 351 Groene vinken: Groenling, Sijs en Europese Kanarie ................................ 355 Bruine vinken: Kneu, Frater en Roodmus ................................................. 359 Kleine, Grote en Witstuitbarmsijs ............................................................. 362 Kruisbek, Grote, Schotse en Witbandkruisbek .......................................... 365 Cirlgors en Geelgors .................................................................................. 369 Rietgors, Dwerggors, Bosgors en IJsgors ................................................... 371 ALGEMENE BIBLIOGRAFIE ........................................................... 376 BIBLIOGRAFIE VOOR DE SOORTBESCHRIJVINGEN.............. 376 REGISTER .............................................................................................. 382 * Illustraties geheel of hoofdzakelijk van Laurel Tucker; de rest is van Alan Harris

7


Steenarend en Zeearend ............................................................................ 123 Valken: Slecht-, Boom- en Roodpootvalk en Smelleken............................ 126 Bontbek-, Kleine en Strandplevier * .......................................................... 133 Grote plevieren: Zilver-, Goud-, Amerikaanse en Aziatische Goud- en Morinelplevier ..................................................................................... 135 Kleine, Temmincks en Drieteenstrandloper .............................................. 143 De zeldzame strandlopers: Grijze, Alaska-, Kleinste, Roodkeel- en Taigastrandloper .................................................................................. 147 Bonapartes Strandloper en Bairds Strandloper ......................................... 155 Bonte Strandloper, Krombekstrandloper, Breedbekstrandloper en Kanoet .. 158 Kemphaan, Blonde Ruiter en Gestreepte Strandloper .............................. 163 Watersnip, Bokje en Poelsnip .................................................................... 167 Grutto’s ...................................................................................................... 170 Wulp en Regenwulp .................................................................................. 174 Oeverloper en Amerikaanse Oeverloper * ................................................. 175 Witgat en Bosruiter * ................................................................................ 178 Tureluur en Zwarte Ruiter, Groenpootruiter en Poelruiter ....................... 180 Kleine en Grote Geelpootruiter ................................................................ 184 Franjepoten ............................................................................................... 186 Kleine, Middelste en Kleinste Jager ........................................................... 189 Drieteen-, Dwerg- en Vorkstaartmeeuw ................................................... 197 Zwartkopmeeuw ........................................................................................ 200 Ringsnavelmeeuw ...................................................................................... 204 Zilver-, Kleine Mantel- en Grote Mantelmeeuw ...................................... 209 Geelpootmeeuw en Pontische Meeuw ...................................................... 218 Grote en Kleine Burgemeester .................................................................. 229 Grote Stern en Lachstern........................................................................... 234 Moerassterns: Zwarte, Witvleugel-, Witwang- en Amerikaanse Zwarte Stern .................................................................. 239 Visdief, Noordse Stern en Dougalls Stern * ............................................... 242 Alken ......................................................................................................... 249 Duiven ....................................................................................................... 253 Ransuil en Velduil ...................................................................................... 256 Gierzwaluw, Alpengierzwaluw en Vale Gierzwaluw .................................. 259 Grauwe, Daurische, Turkestaanse, Bruine, Roodkop- en Maskerklauwier ... 261 Klapekster, Kleine Klapekster en Steppeklapekster.................................... 268 Kraaien: Zwarte Kraai, Roek, Raaf, Kauw en Alpenkraai .......................... 271 Glanskop en Matkop ................................................................................. 275 Veld-, Boom- en Kortteenleeuwerik .......................................................... 278 6

Roodstuitzwaluw ....................................................................................... 281 Cetti’s Zanger ............................................................................................ 282 Locustella-zangers: Sprinkhaanzanger, Snor en Krekelzanger .................... 284 Grauwe Fitis en Noordse Boszanger ......................................................... 287 Bruine en Raddes Boszanger ..................................................................... 290 Bladkoning, Humes Bladkoning en Pallas’ Boszanger ............................... 291 Goudhaan en Vuurgoudhaan ..................................................................... 293 Fluiter en Bergfluiter en Balkanbergfluiter ................................................ 295 Fitis en tjiftjaffen ....................................................................................... 297 Waterrietzanger * ....................................................................................... 302 Ongestreepte Acrocephalus-zangers............................................................. 305 Iduna-spotvogels: Oostelijke Vale, Kleine, Sykes’ , Westelijke Vale en Griekse Spotvogel............................................................................ 309 Hippolais-spotvogels: Spotvogel en Orpheusspotvogel .............................. 312 Sylvia-zangers: Grasmus, Braamsluiper, Balkan-, Westelijke, Moltoni’s Baardgrasmus, Tuinfluiter en Sperwergrasmus .................... 314 Roze Spreeuw ............................................................................................ 320 Beflijster en Merel ..................................................................................... 321 Zanglijster en Grote Lijster ....................................................................... 323 Nachtegaal en Noordse Nachtegaal ........................................................... 325 Gekraagde en Zwarte Roodstaart .............................................................. 328 Roodborsttapuit, Aziatische Roodborsttapuit en Paapje ........................... 330 Huismus en Ringmus ................................................................................ 334 Grote Gele, Gele en Citroenkwikstaart ..................................................... 336 Rouwkwikstaart en Witte Kwikstaart ........................................................ 340 Grote Pieper, Duinpieper en Mongoolse Pieper ....................................... 342 Kleine Piepers: Gras-, Boom-, Roodkeel-, Siberische Boomen Petsjorapieper .................................................................................. 347 Oever-, Water- en Pacifische Waterpieper ................................................ 351 Groene vinken: Groenling, Sijs en Europese Kanarie ................................ 355 Bruine vinken: Kneu, Frater en Roodmus ................................................. 359 Kleine, Grote en Witstuitbarmsijs ............................................................. 362 Kruisbek, Grote, Schotse en Witbandkruisbek .......................................... 365 Cirlgors en Geelgors .................................................................................. 369 Rietgors, Dwerggors, Bosgors en IJsgors ................................................... 371 ALGEMENE BIBLIOGRAFIE ........................................................... 376 BIBLIOGRAFIE VOOR DE SOORTBESCHRIJVINGEN.............. 376 REGISTER .............................................................................................. 382 * Illustraties geheel of hoofdzakelijk van Laurel Tucker; de rest is van Alan Harris

7


DANKWOORD

INLEIDING

Dankwoord

Inleiding

Voor deze nieuwe editie wil Keith Vinicombe Dominic Mitchell en al het personeel van het tijdschrift Birdwatch bedanken voor hun hulp, aanmoediging en vrijgevigheid gedurende vele jaren. Een deel van de teksten in dit boek bestaat uit herziene en aangepaste artikelen, die oorspronkelijk werden geschreven voor Birdwatch, en Keith is Dominic dankbaar voor diens toestemming om ze te mogen gebruiken. Hij is ook Pete Fraser zeer dankbaar voor het verstrekken van up-to-date en niet-gepubliceerde gegevens over schaarse trekvogels. Dank ook aan Alan Bone, Robin Chittenden, Lee Evans, Rupert Higgins, Brian Lancastle, Sid Massey, Martin McGill, Nigel Milbourne, Richard Mielcarek, Killian Mullarney, Andy Musgrove, Mark Ponsford, Brian Rabbitts, Chris Trott en Jack Willmott voor de verschillende manieren waarop ze hebben geholpen. Alan Harris zou graag zijn vogelmetgezellen gedurende enkele decennia, namelijk de leden van de Rye Meads Ringing Group en de North Thames Gull Group, extra willen bedanken. Wij zijn natuurlijk alle mensen dankbaar die met het originele boek hebben geholpen: dr. Tim Sharrock voor al zijn hulp en begeleiding; het British Birds Identification Panel dat de tekst en de platen controleerde; Alan Dean, wijlen Peter Grant, Steve Madge en dr. Malcolm Ogilvie voor hun waardevolle opmerkingen en redacteur David Christie. Van de Wildfowl and Wetlands Trust willen we Martin Brown, James Godfrey, Nigel Jarrett en Martin McGill bedanken voor het tonen van broedhokken in Slimbridge en voor het uitvoerig bespreken van de leeftijds- en de geslachtsbepaling van watervogels. Peter Colston, van wat nu het Natural History Museum in Tring is, was altijd behulpzaam tijdens onze verschillende bezoeken om balgen te controleren. Keith Vinicombe is Grahame Walbridge bijzonder dankbaar voor diens ongeëvenaarde kennis, en de volgende personen die op verschillende manieren geholpen hebben: Andy Barber, Martin Cade, Tim Cleeves, Andy Clements, Andy Davis, Pete Fraser, Andy Hawkins, Pete Hopkin, John Marchant, Chris Newman, Antony Merritt, Andy en Sally Middleton, Tony Pym, Dick Senior, Chris Stone en Nigel Tucker. Hij is ook eeuwige dank verschuldigd aan Chris en Theresa Stone en Geoff en Sarah Upton voor hun pogingen hem gezond te houden. Verschillende mensen hebben originele illustraties in bruikleen gegeven voor deze editie en we zijn daarvoor dank verschuldigd aan Tim en Ann Cleeves, Mike Harris, Vera Harris, Ian Kendall, Jane Marshall, Paul Roper, Chris en Theresa Stone, Paul Tout en Malcolm Wilson. De auteur en illustrator nemen echter de volledige verantwoordelijkheid voor de eventuele fouten die in de eerste versie van het boek zijn geslopen. Last but not least is Keith zijn vrouw Jane eeuwig dankbaar voor al haar hulp, steun, geduld en begrip.

Dit boek is gebaseerd op de Macmillan Field Guide to Bird Identification, dat voor het eerst werd gepubliceerd in 1989 en als Vogeldeterminatie. Handboek voor het determineren van vogels in 1991 in het Nederlands verscheen. Het oorspronkelijke boek is geboren uit een ontmoeting in 1985 tussen Laurel Tucker en dr. Tim Sharrock, de laatste in zijn hoedanigheid van Natural History-consultant van uitgeverij Macmillan. Het idee was om een boek te produceren dat de problemen bij het determineren van ‘moeilijke vogels’ grondig zou aanpakken. Men was van mening dat de standaard veldgidsen, vooral als gevolg van gebrek aan ruimte en, in sommige gevallen, slechte illustraties, geen recht deden aan het probleem van het onderscheiden van gelijkende soorten. Het resultaat is, in essentie, een reeks goed geïllustreerde ‘mini’-artikelen. Het originele boek bleek een enorm succes te zijn, maar helaas is het al vele jaren uitverkocht. Het kiezen van de originele onderwerpen was problematisch, maar er werd besloten om vooral de regelmatig voorkomende Europese soorten die een probleem vormen voor de ‘gemiddelde vogelaar’ op te nemen en alleen die zeldzame vogels op te nemen die vaak worden verward met wat algemenere soorten. In deze nieuwe versie hebben we het aantal beschreven soorten uitgebreid. De taxonomie volgt Mitchell & Vinicombe (2011). Het merendeel van de toevoegingen weerspiegelt gewoon de opmerkelijke veranderingen in de status van veel soorten in de afgelopen twintig jaar, in combinatie met veranderingen in de taxonomie, deels als gevolg van de vooruitgang in de studie van DNA. Net als bij het originele boek zijn tegenstrijdigheden onvermijdelijk geweest, het moeilijkste probleem was het naar het noorden oprukken van sommige soorten. Het is bijvoorbeeld moeilijk om de determinatie van de regelmatig voorkomende Spotvogel en Orpheusspotvogel te behandelen zonder de bespreking van Vale Spotvogel (nu opgesplitst in Oostelijke en Westelijke) en, vervolgens, Kleine Spotvogel, wat op zich weer leidt tot de onvermijdelijke bespreking van de onlangs afgesplitste Sykes’ Spotvogel. In andere gevallen blijft de discussie beperkt tot de meer algemene soort, omdat het in detail bespreken van de extreme zeldzaamheden buiten het bestek van dit boek valt. Hoewel er in de afgelopen jaren een duidelijke trend is naar een bijna forensisch onderzoek van de kleinste veerdetails, biedt dit boek raad bij het in het veld determineren van vogels, wanneer de instinctieve beoordeling van vorm, vlucht, gedrag en roep net zo belangrijk zijn – de algemene indruk die een vogel geeft wordt vaak aangeduid als de ‘jizz’. Gehoopt wordt dat het eindresultaat, net als bij het origineel, niet alleen relatieve beginners zal aanspreken, maar ook ervaren waarnemers met hiaten in hun kennis.

8

9


DANKWOORD

INLEIDING

Dankwoord

Inleiding

Voor deze nieuwe editie wil Keith Vinicombe Dominic Mitchell en al het personeel van het tijdschrift Birdwatch bedanken voor hun hulp, aanmoediging en vrijgevigheid gedurende vele jaren. Een deel van de teksten in dit boek bestaat uit herziene en aangepaste artikelen, die oorspronkelijk werden geschreven voor Birdwatch, en Keith is Dominic dankbaar voor diens toestemming om ze te mogen gebruiken. Hij is ook Pete Fraser zeer dankbaar voor het verstrekken van up-to-date en niet-gepubliceerde gegevens over schaarse trekvogels. Dank ook aan Alan Bone, Robin Chittenden, Lee Evans, Rupert Higgins, Brian Lancastle, Sid Massey, Martin McGill, Nigel Milbourne, Richard Mielcarek, Killian Mullarney, Andy Musgrove, Mark Ponsford, Brian Rabbitts, Chris Trott en Jack Willmott voor de verschillende manieren waarop ze hebben geholpen. Alan Harris zou graag zijn vogelmetgezellen gedurende enkele decennia, namelijk de leden van de Rye Meads Ringing Group en de North Thames Gull Group, extra willen bedanken. Wij zijn natuurlijk alle mensen dankbaar die met het originele boek hebben geholpen: dr. Tim Sharrock voor al zijn hulp en begeleiding; het British Birds Identification Panel dat de tekst en de platen controleerde; Alan Dean, wijlen Peter Grant, Steve Madge en dr. Malcolm Ogilvie voor hun waardevolle opmerkingen en redacteur David Christie. Van de Wildfowl and Wetlands Trust willen we Martin Brown, James Godfrey, Nigel Jarrett en Martin McGill bedanken voor het tonen van broedhokken in Slimbridge en voor het uitvoerig bespreken van de leeftijds- en de geslachtsbepaling van watervogels. Peter Colston, van wat nu het Natural History Museum in Tring is, was altijd behulpzaam tijdens onze verschillende bezoeken om balgen te controleren. Keith Vinicombe is Grahame Walbridge bijzonder dankbaar voor diens ongeëvenaarde kennis, en de volgende personen die op verschillende manieren geholpen hebben: Andy Barber, Martin Cade, Tim Cleeves, Andy Clements, Andy Davis, Pete Fraser, Andy Hawkins, Pete Hopkin, John Marchant, Chris Newman, Antony Merritt, Andy en Sally Middleton, Tony Pym, Dick Senior, Chris Stone en Nigel Tucker. Hij is ook eeuwige dank verschuldigd aan Chris en Theresa Stone en Geoff en Sarah Upton voor hun pogingen hem gezond te houden. Verschillende mensen hebben originele illustraties in bruikleen gegeven voor deze editie en we zijn daarvoor dank verschuldigd aan Tim en Ann Cleeves, Mike Harris, Vera Harris, Ian Kendall, Jane Marshall, Paul Roper, Chris en Theresa Stone, Paul Tout en Malcolm Wilson. De auteur en illustrator nemen echter de volledige verantwoordelijkheid voor de eventuele fouten die in de eerste versie van het boek zijn geslopen. Last but not least is Keith zijn vrouw Jane eeuwig dankbaar voor al haar hulp, steun, geduld en begrip.

Dit boek is gebaseerd op de Macmillan Field Guide to Bird Identification, dat voor het eerst werd gepubliceerd in 1989 en als Vogeldeterminatie. Handboek voor het determineren van vogels in 1991 in het Nederlands verscheen. Het oorspronkelijke boek is geboren uit een ontmoeting in 1985 tussen Laurel Tucker en dr. Tim Sharrock, de laatste in zijn hoedanigheid van Natural History-consultant van uitgeverij Macmillan. Het idee was om een boek te produceren dat de problemen bij het determineren van ‘moeilijke vogels’ grondig zou aanpakken. Men was van mening dat de standaard veldgidsen, vooral als gevolg van gebrek aan ruimte en, in sommige gevallen, slechte illustraties, geen recht deden aan het probleem van het onderscheiden van gelijkende soorten. Het resultaat is, in essentie, een reeks goed geïllustreerde ‘mini’-artikelen. Het originele boek bleek een enorm succes te zijn, maar helaas is het al vele jaren uitverkocht. Het kiezen van de originele onderwerpen was problematisch, maar er werd besloten om vooral de regelmatig voorkomende Europese soorten die een probleem vormen voor de ‘gemiddelde vogelaar’ op te nemen en alleen die zeldzame vogels op te nemen die vaak worden verward met wat algemenere soorten. In deze nieuwe versie hebben we het aantal beschreven soorten uitgebreid. De taxonomie volgt Mitchell & Vinicombe (2011). Het merendeel van de toevoegingen weerspiegelt gewoon de opmerkelijke veranderingen in de status van veel soorten in de afgelopen twintig jaar, in combinatie met veranderingen in de taxonomie, deels als gevolg van de vooruitgang in de studie van DNA. Net als bij het originele boek zijn tegenstrijdigheden onvermijdelijk geweest, het moeilijkste probleem was het naar het noorden oprukken van sommige soorten. Het is bijvoorbeeld moeilijk om de determinatie van de regelmatig voorkomende Spotvogel en Orpheusspotvogel te behandelen zonder de bespreking van Vale Spotvogel (nu opgesplitst in Oostelijke en Westelijke) en, vervolgens, Kleine Spotvogel, wat op zich weer leidt tot de onvermijdelijke bespreking van de onlangs afgesplitste Sykes’ Spotvogel. In andere gevallen blijft de discussie beperkt tot de meer algemene soort, omdat het in detail bespreken van de extreme zeldzaamheden buiten het bestek van dit boek valt. Hoewel er in de afgelopen jaren een duidelijke trend is naar een bijna forensisch onderzoek van de kleinste veerdetails, biedt dit boek raad bij het in het veld determineren van vogels, wanneer de instinctieve beoordeling van vorm, vlucht, gedrag en roep net zo belangrijk zijn – de algemene indruk die een vogel geeft wordt vaak aangeduid als de ‘jizz’. Gehoopt wordt dat het eindresultaat, net als bij het origineel, niet alleen relatieve beginners zal aanspreken, maar ook ervaren waarnemers met hiaten in hun kennis.

8

9


Slechtvalk

Havik

Buizerd

Sperwer

Amerikaanse Blauwe Kiekendief  Circus hudsonius

114

 Adult vrouwtje Havik. Door fijne bandering toont adult Havik erg wit van onder. Let op krachtige poten en voeten en de afgeronde staartpunt.

Juveniel Havik. Staart kan bijna ruitvormig lijken.

 

Waar en wanneer Sperwer is in heel Nederland een algemene vogel. De Havik heeft zich de laatste decennia uitgebreid van de traditionele broedgebieden in bosrijke streken van O en Z Nederland naar het westen en broedt nu vrijwel overal, met inbegrip van de grote steden. Algemene oriëntatie Havik is een beruchte ‘beginnersvogel’ en veel vogelaars gaan door een fase waarin ze Sperwers als Haviken determineren. Zijn determinatie vereist uiterste voorzichtigheid en het wordt ten zeerste aanbevolen dat waarnemers ervaring opdoen bij boshutten die zijn ingericht voor het waarnemen en fotograferen van bosvogels (adressen zijn online te vinden). Grootte Groter dan Sperwer (vrouwtje Havik gemiddeld ongeveer acht keer zwaarder dan mannetje Sperwer), maar het kan zeer moeilijk blijken om de grootte van een eenzame vogel nauwkeurig te beoordelen, in het bijzonder tegen de lucht of laag boven bossen in de verte. Hoewel vaak het tegendeel wordt beweerd, toont een Havik niet als ‘Buizerdformaat’, maar eerder als intermediair tussen Buizerd Buteo buteo en Sperwer. In directe vergelijking zijn ze ongeveer driekwart van de grootte van een Buizerd en misschien twee keer de grootte van een Sperwer, afhankelijk van het geslacht van de vogel. Vrouwtje Havik is ca. 10% groter dan het mannetje, maar dit verschil wordt meestal pas duidelijk als ze samen worden gezien. Een Havik ziet er eerder ‘groot’ uit dan ‘enorm’, maar vogels in de verte of eenzame vogels hoog in de lucht zien er vaak helemaal niet bijzonder groot uit.

Adult Havik. Toelopende ‘hand’ met subtiel uitstulpende armpennen en afgeronde staartpunt. Onderdelen veel witter dan bij de meeste Sperwers.

Adult vrouwtje Sperwer. Korte, afgeronde vleugels (geheel sterk gebandeerd), korte kop, lange staart die recht eindigt.

Havik Accipter gentilis en Sperwer Accipiter nisus

De baltsvlucht van vrouwtje Sperwer met trage vleugelslag is heel anders dan de normale vlucht; onderstaartdekveren gespreid.

Adult vrouwtje Sperwer. Tengere lichaamsbouw, sterke bandering, lange slanke poten en recht eindigende staart.

Referenties Grant (1983), Forsman (1999), Holling et al. (2012), Martin (2008), Stoddart (2012).

Zwevende roofvogels tonen relatieve vormen en maten.

Verenkleed Adult mannetje Kenmerkend, verschilt als volgt van Blauwe Kiekendief. 1 ONDERVLEUGELS Wit, sterk contrasterend met een duidelijkere, brede, gitzwarte achterrand (het krachtigst op armpennen). 2 BUITENSTE HANDPENNEN Vijf zwarte buitenste handpennen (Blauwe toont er zes). 3 BOVENDELEN Donkerder grijs, met meer verspreide bruine veren. 4 KOPKAP EN BUIK Grijze kopkap contrasteert met een witte, oranjebruin­ gevlekte buik. Juveniel Verenkleed kan doen denken aan een juveniel Steppe of Grauwe, maar hij heeft de structuur van een Blauwe Kiekendief. De belangrijkste verschillen met Blauwe zijn als volgt. 1 BOA/KAP ‘Klassieke’ juvenielen hebben een effen of zwaar gestreepte donkerbruine nekband (of ‘boa’), die zich bijna sluit op de voorhals. Van opzij bekeken geeft dit de indruk van een donkere kap. 2 ONDERDELEN De kap contrasteert sterk met de zeer opvallende oranjeachtige buik en de kleine ondervleugeldekveren die effen zijn of slechts licht gestreept. 3 ONDERZIJDE HANDPENNEN Laat vaak een donkerder veld zien op de bases van de handpennen, hoewel sommige Blauwe Kiekendieven dit ook hebben. 4 BOVENDELEN Duidelijk donkerder bruin van boven met een groot en contrasterend wit veld van bovenstaartdekveren. Hij kan warm roestbruine tinten op de vleugeldekveren en staart tonen. De determinatie wordt echter bemoeilijkt door het af en toe voorkomen van juveniele Blauwe Kiekendieven met een roodbruine buik. Bijgevolg moeten waarnemers van een potentiële Amerikaanse Blauwe Kiekendief proberen om foto’s van een goede kwaliteit te maken en deskundig advies inwinnen. Voor meer gedetailleerde discussies, zie Grant (1983) en Martin (2008).

ROOFVOGELS

Adult mannetje Havik. Onderstaartdekveren vaak duidelijk te zien van achteren bij ontspannen zittende vogels.

Juveniel Havik. Vooruitstekende kop en taps toelopende vleugels, afgeronde staartpunt.

Juveniel Sperwer. Korte kop, afgeronde vleugels en lange, rechte staart. Onderdelen gebandeerd.

Juveniel Havik (links). Let op proporties van kop, snavel en voeten. Crèmekleurige onderdelen met lengtestrepen, niet dwarsgebandeerd als bij juveniele Sperwer. Sperwer (boven) heeft een kleine kop en snavel en lange, slanke poten.

115


Slechtvalk

Havik

Buizerd

Sperwer

Amerikaanse Blauwe Kiekendief  Circus hudsonius

114

 Adult vrouwtje Havik. Door fijne bandering toont adult Havik erg wit van onder. Let op krachtige poten en voeten en de afgeronde staartpunt.

Juveniel Havik. Staart kan bijna ruitvormig lijken.

 

Waar en wanneer Sperwer is in heel Nederland een algemene vogel. De Havik heeft zich de laatste decennia uitgebreid van de traditionele broedgebieden in bosrijke streken van O en Z Nederland naar het westen en broedt nu vrijwel overal, met inbegrip van de grote steden. Algemene oriëntatie Havik is een beruchte ‘beginnersvogel’ en veel vogelaars gaan door een fase waarin ze Sperwers als Haviken determineren. Zijn determinatie vereist uiterste voorzichtigheid en het wordt ten zeerste aanbevolen dat waarnemers ervaring opdoen bij boshutten die zijn ingericht voor het waarnemen en fotograferen van bosvogels (adressen zijn online te vinden). Grootte Groter dan Sperwer (vrouwtje Havik gemiddeld ongeveer acht keer zwaarder dan mannetje Sperwer), maar het kan zeer moeilijk blijken om de grootte van een eenzame vogel nauwkeurig te beoordelen, in het bijzonder tegen de lucht of laag boven bossen in de verte. Hoewel vaak het tegendeel wordt beweerd, toont een Havik niet als ‘Buizerdformaat’, maar eerder als intermediair tussen Buizerd Buteo buteo en Sperwer. In directe vergelijking zijn ze ongeveer driekwart van de grootte van een Buizerd en misschien twee keer de grootte van een Sperwer, afhankelijk van het geslacht van de vogel. Vrouwtje Havik is ca. 10% groter dan het mannetje, maar dit verschil wordt meestal pas duidelijk als ze samen worden gezien. Een Havik ziet er eerder ‘groot’ uit dan ‘enorm’, maar vogels in de verte of eenzame vogels hoog in de lucht zien er vaak helemaal niet bijzonder groot uit.

Adult Havik. Toelopende ‘hand’ met subtiel uitstulpende armpennen en afgeronde staartpunt. Onderdelen veel witter dan bij de meeste Sperwers.

Adult vrouwtje Sperwer. Korte, afgeronde vleugels (geheel sterk gebandeerd), korte kop, lange staart die recht eindigt.

Havik Accipter gentilis en Sperwer Accipiter nisus

De baltsvlucht van vrouwtje Sperwer met trage vleugelslag is heel anders dan de normale vlucht; onderstaartdekveren gespreid.

Adult vrouwtje Sperwer. Tengere lichaamsbouw, sterke bandering, lange slanke poten en recht eindigende staart.

Referenties Grant (1983), Forsman (1999), Holling et al. (2012), Martin (2008), Stoddart (2012).

Zwevende roofvogels tonen relatieve vormen en maten.

Verenkleed Adult mannetje Kenmerkend, verschilt als volgt van Blauwe Kiekendief. 1 ONDERVLEUGELS Wit, sterk contrasterend met een duidelijkere, brede, gitzwarte achterrand (het krachtigst op armpennen). 2 BUITENSTE HANDPENNEN Vijf zwarte buitenste handpennen (Blauwe toont er zes). 3 BOVENDELEN Donkerder grijs, met meer verspreide bruine veren. 4 KOPKAP EN BUIK Grijze kopkap contrasteert met een witte, oranjebruin­ gevlekte buik. Juveniel Verenkleed kan doen denken aan een juveniel Steppe of Grauwe, maar hij heeft de structuur van een Blauwe Kiekendief. De belangrijkste verschillen met Blauwe zijn als volgt. 1 BOA/KAP ‘Klassieke’ juvenielen hebben een effen of zwaar gestreepte donkerbruine nekband (of ‘boa’), die zich bijna sluit op de voorhals. Van opzij bekeken geeft dit de indruk van een donkere kap. 2 ONDERDELEN De kap contrasteert sterk met de zeer opvallende oranjeachtige buik en de kleine ondervleugeldekveren die effen zijn of slechts licht gestreept. 3 ONDERZIJDE HANDPENNEN Laat vaak een donkerder veld zien op de bases van de handpennen, hoewel sommige Blauwe Kiekendieven dit ook hebben. 4 BOVENDELEN Duidelijk donkerder bruin van boven met een groot en contrasterend wit veld van bovenstaartdekveren. Hij kan warm roestbruine tinten op de vleugeldekveren en staart tonen. De determinatie wordt echter bemoeilijkt door het af en toe voorkomen van juveniele Blauwe Kiekendieven met een roodbruine buik. Bijgevolg moeten waarnemers van een potentiële Amerikaanse Blauwe Kiekendief proberen om foto’s van een goede kwaliteit te maken en deskundig advies inwinnen. Voor meer gedetailleerde discussies, zie Grant (1983) en Martin (2008).

ROOFVOGELS

Adult mannetje Havik. Onderstaartdekveren vaak duidelijk te zien van achteren bij ontspannen zittende vogels.

Juveniel Havik. Vooruitstekende kop en taps toelopende vleugels, afgeronde staartpunt.

Juveniel Sperwer. Korte kop, afgeronde vleugels en lange, rechte staart. Onderdelen gebandeerd.

Juveniel Havik (links). Let op proporties van kop, snavel en voeten. Crèmekleurige onderdelen met lengtestrepen, niet dwarsgebandeerd als bij juveniele Sperwer. Sperwer (boven) heeft een kleine kop en snavel en lange, slanke poten.

115


LIJSTERS

hardere noten, waaronder ‘tongklakkende ratels’ en enkele raspende frasen die aan Rietzanger Acrocephalus schoenobaenus herinneren. Het lu lu lu lu-crescendo van Nachtegaal wordt minder vaak gehoord, maar hij heeft een opvallend vérdragend, laag choc choc choc choc, vergelijkbaar met het jug jug jug van Nachtegaal (Beaman & Madge 1998). Nachtegaal kan ook worden gevonden door een aantal kenmerkende roepen, maar vooral door een laag tuc en alarmerend laag, kikkerachtig trrrrrrr (en variaties van beide), evenals een luid, zeer indringend wheet of piep. Alle drie roepen zijn te horen in het broedgebied en de eerste twee ook van trekvogels. Noordse Nachtegaal heeft soortgelijke roepen, maar ze zijn meer afgeknepen en hoger, terwijl het indringende whiet van Nachtegaal wordt vervangen door een eenlettergrepig whit (Cramp 1988). Karakter en verenkleed Noordse Nachtegaal lijkt op Nachtegaal als een alerte, stevige vogel met egaal verenkleed en een groot oog, geaccentueerd door een smalle, lichte oogring. Hij beweegt zich dicht boven of op de grond, waar hij tamelijk opgericht hipt op tamelijk lange, lichtroze poten. Zijn afgeronde staart wordt vaak langzaam op en neer bewogen, gespreid en deels opgericht. Terwijl Nachtegaal helder roodbruine bovendelen heeft met een iets meer kaneel-roodbruine staart, is Noordse Nachtegaal helemaal donkerder, valer en meer aardebruin, en toont minder contrast tussen de bovendelen en de staart. Die laatste is iets roodbruiner dan de rest van de bovendelen, maar mist de opvallende oranjeachtige tinten van Nachtegaal. Dit verschil in staartkleur is duidelijk zichtbaar in de vlucht, zelfs als de vogel de dekking induikt. Het andere gebied waarop je je dient te concentreren is de onderdelen. Nachtegaal is fraai beigewit van onder, vaak met een iets donkerdere en een fluwelen grijze tint op de zwakke wenkbrauwstreep en zijhals. Noordse Nachtegaal heeft een duidelijk donkerdere borst (vergelijkbaar in tint met de bovendelen) die subtiel en vaag gevlekt is. De vlekken kunnen moeilijk te zien zijn, maar duidelijk als het licht goed is. Hij heeft ook bruinere flanken. Vaak is er een meer uitgesproken zijstreep op de keel, een wat dikkere, stomper ogende snavel en vele hebben een duidelijk gele snavelopening, een beetje zoals bij net uitgevlogen jongen (hoewel veel Nachtegalen dit tot op zekere hoogte ook tonen). Een klein verschil is dat Noordse Nachtegaal een kortere eerste handpen heeft dan Nachtegaal, niet reikend tot voorbij de handpendekveren in rust (bij Noordse Nachtegaal is deze 1 tot 10 mm korter dan de toppen van de handpendekveren, bij Nachtegaal komen ze er 15 mm voorbij; Svensson 1992). Dit is uiteraard van weinig nut als veldkenmerk, maar kan duidelijk zijn op een goede foto (en is een essentieel kenmerk om te controleren met de vogel in de hand). Leeftijdsbepaling In de herfst kan eerste-winter van adult onderscheiden worden door de aanwezigheid van lichte vlekken op de toppen van de grote dekveren en tertials, en soms op de bovenstaartdekveren. Bij adult zijn deze veren gewoon bruin. In het voorjaar bewaren veel eerstejaarsvogels sporen van deze kenmerken en dergelijke vogels hebben ook meer gesleten staartpennen (Svensson 1992). Valkuilen Sommige Nachtegalen kunnen ook vrij prominente zijstrepen op de keel hebben en een grijze zweem op de borst, die zich kunnen manifesteren als duidelijke vlekken (Rogers et al. 2005). Dit geldt met name in de herfst, wanneer de lichte toppen van de grijsgetinte borstveren de indruk van een diffuus gevlekte borst kunnen geven. Een lichte borstband is ook te zien bij lentevogels, met zeer zwakke vlekken op de zijborst. Ook sommige Noordse Nachtegalen zijn warmer bruin van boven dan andere, met af en toe individuen die zeer problematisch zijn (Beaman & Madge 1998). Bijgevolg moet voorzichtigheid worden betracht bij het determineren van een potentiële Noordse Nachtegaal, vooral in de herfst. 326

Noordse Nachtegaal. Let op het donkerbruine verenkleed met grijze of olijfbruine tinten. Donkere zijkeelstreep contrasterend met lichtere keel en snorstreep, gevlekte grijze borst; donkere toppen op de onderstaartdekveren vaak duidelijk.

Nachtegaal. Warm roodbruin, vooral op stuit en staart. Lichte teugel en vage wenkbrauwstreep, niet-contrasterende keel, buik crèmekleurig. 1e handpen langer dan handpendekveren.

 Gelijkmatig verdeelde handpentoppen. Let op dat de 1e handpen zeer kort is en de toppen van de handpendekveren niet bereikt.

Sommige vogels onduidelijk. Deze nachtegaal is grijzer dan gewoonlijk, hoewel de staart en stuit nog roodbruin zijn. Mits goed gezien kan de lengte van de 1e handpen uitsluitsel geven.

Nachtegaal L. m. golzii Cramp (1988) beschreef drie ondersoorten van Nachtegaal: de nominaat megarhynchos wordt vervangen in de Kaukasus, O Turkije en het Midden-Oosten door africana. Verder naar het oosten in C Azië is de ondersoort golzii (voorheen hafizi, maar de naam golzii dient voorrang te krijgen: Dickinson 2008). De verschillen tussen de drie ondersoorten lijken clinaal te zijn, maar golzii verschilt duidelijk van nominaat megarhynchos door zijn lichtere uiterlijk – grijzer van boven, zandbeige op de borst en wit op de buik en flanken – met witachtige teugel en een nogal opvallende voorwenkbrauwstreep. De randen op de slagpennen zijn zandkleurig grijs en de lichte toppen op de middelste en grote dekveren vormen twee lichte vleugelbanen; de oksels en ondervleugeldekveren zijn crèmekleurig (africana is enigszins intermediair). Golzii is nog niet waargenomen in Nederland, maar wel in Groot-Brittannië (alle in oktober). Foto’s tonen een verrassend onderscheidende vogel, die niet alleen kouder zandkleurig grijs van boven en witter van onder is, maar ook groter was en een langere staart had dan de nominaat, met duidelijke lichte toppen op de grote dekveren en bovenstaartdekveren (Bradshaw et al. 2004, Rogers et al. 2004).

Referenties Beaman & Madge (1998), Bradshaw et al. (2004), Cramp (1988), Dickinson (2008), Rogers et al. (2004), Svensson (1992).

327


LIJSTERS

hardere noten, waaronder ‘tongklakkende ratels’ en enkele raspende frasen die aan Rietzanger Acrocephalus schoenobaenus herinneren. Het lu lu lu lu-crescendo van Nachtegaal wordt minder vaak gehoord, maar hij heeft een opvallend vérdragend, laag choc choc choc choc, vergelijkbaar met het jug jug jug van Nachtegaal (Beaman & Madge 1998). Nachtegaal kan ook worden gevonden door een aantal kenmerkende roepen, maar vooral door een laag tuc en alarmerend laag, kikkerachtig trrrrrrr (en variaties van beide), evenals een luid, zeer indringend wheet of piep. Alle drie roepen zijn te horen in het broedgebied en de eerste twee ook van trekvogels. Noordse Nachtegaal heeft soortgelijke roepen, maar ze zijn meer afgeknepen en hoger, terwijl het indringende whiet van Nachtegaal wordt vervangen door een eenlettergrepig whit (Cramp 1988). Karakter en verenkleed Noordse Nachtegaal lijkt op Nachtegaal als een alerte, stevige vogel met egaal verenkleed en een groot oog, geaccentueerd door een smalle, lichte oogring. Hij beweegt zich dicht boven of op de grond, waar hij tamelijk opgericht hipt op tamelijk lange, lichtroze poten. Zijn afgeronde staart wordt vaak langzaam op en neer bewogen, gespreid en deels opgericht. Terwijl Nachtegaal helder roodbruine bovendelen heeft met een iets meer kaneel-roodbruine staart, is Noordse Nachtegaal helemaal donkerder, valer en meer aardebruin, en toont minder contrast tussen de bovendelen en de staart. Die laatste is iets roodbruiner dan de rest van de bovendelen, maar mist de opvallende oranjeachtige tinten van Nachtegaal. Dit verschil in staartkleur is duidelijk zichtbaar in de vlucht, zelfs als de vogel de dekking induikt. Het andere gebied waarop je je dient te concentreren is de onderdelen. Nachtegaal is fraai beigewit van onder, vaak met een iets donkerdere en een fluwelen grijze tint op de zwakke wenkbrauwstreep en zijhals. Noordse Nachtegaal heeft een duidelijk donkerdere borst (vergelijkbaar in tint met de bovendelen) die subtiel en vaag gevlekt is. De vlekken kunnen moeilijk te zien zijn, maar duidelijk als het licht goed is. Hij heeft ook bruinere flanken. Vaak is er een meer uitgesproken zijstreep op de keel, een wat dikkere, stomper ogende snavel en vele hebben een duidelijk gele snavelopening, een beetje zoals bij net uitgevlogen jongen (hoewel veel Nachtegalen dit tot op zekere hoogte ook tonen). Een klein verschil is dat Noordse Nachtegaal een kortere eerste handpen heeft dan Nachtegaal, niet reikend tot voorbij de handpendekveren in rust (bij Noordse Nachtegaal is deze 1 tot 10 mm korter dan de toppen van de handpendekveren, bij Nachtegaal komen ze er 15 mm voorbij; Svensson 1992). Dit is uiteraard van weinig nut als veldkenmerk, maar kan duidelijk zijn op een goede foto (en is een essentieel kenmerk om te controleren met de vogel in de hand). Leeftijdsbepaling In de herfst kan eerste-winter van adult onderscheiden worden door de aanwezigheid van lichte vlekken op de toppen van de grote dekveren en tertials, en soms op de bovenstaartdekveren. Bij adult zijn deze veren gewoon bruin. In het voorjaar bewaren veel eerstejaarsvogels sporen van deze kenmerken en dergelijke vogels hebben ook meer gesleten staartpennen (Svensson 1992). Valkuilen Sommige Nachtegalen kunnen ook vrij prominente zijstrepen op de keel hebben en een grijze zweem op de borst, die zich kunnen manifesteren als duidelijke vlekken (Rogers et al. 2005). Dit geldt met name in de herfst, wanneer de lichte toppen van de grijsgetinte borstveren de indruk van een diffuus gevlekte borst kunnen geven. Een lichte borstband is ook te zien bij lentevogels, met zeer zwakke vlekken op de zijborst. Ook sommige Noordse Nachtegalen zijn warmer bruin van boven dan andere, met af en toe individuen die zeer problematisch zijn (Beaman & Madge 1998). Bijgevolg moet voorzichtigheid worden betracht bij het determineren van een potentiële Noordse Nachtegaal, vooral in de herfst. 326

Noordse Nachtegaal. Let op het donkerbruine verenkleed met grijze of olijfbruine tinten. Donkere zijkeelstreep contrasterend met lichtere keel en snorstreep, gevlekte grijze borst; donkere toppen op de onderstaartdekveren vaak duidelijk.

Nachtegaal. Warm roodbruin, vooral op stuit en staart. Lichte teugel en vage wenkbrauwstreep, niet-contrasterende keel, buik crèmekleurig. 1e handpen langer dan handpendekveren.

 Gelijkmatig verdeelde handpentoppen. Let op dat de 1e handpen zeer kort is en de toppen van de handpendekveren niet bereikt.

Sommige vogels onduidelijk. Deze nachtegaal is grijzer dan gewoonlijk, hoewel de staart en stuit nog roodbruin zijn. Mits goed gezien kan de lengte van de 1e handpen uitsluitsel geven.

Nachtegaal L. m. golzii Cramp (1988) beschreef drie ondersoorten van Nachtegaal: de nominaat megarhynchos wordt vervangen in de Kaukasus, O Turkije en het Midden-Oosten door africana. Verder naar het oosten in C Azië is de ondersoort golzii (voorheen hafizi, maar de naam golzii dient voorrang te krijgen: Dickinson 2008). De verschillen tussen de drie ondersoorten lijken clinaal te zijn, maar golzii verschilt duidelijk van nominaat megarhynchos door zijn lichtere uiterlijk – grijzer van boven, zandbeige op de borst en wit op de buik en flanken – met witachtige teugel en een nogal opvallende voorwenkbrauwstreep. De randen op de slagpennen zijn zandkleurig grijs en de lichte toppen op de middelste en grote dekveren vormen twee lichte vleugelbanen; de oksels en ondervleugeldekveren zijn crèmekleurig (africana is enigszins intermediair). Golzii is nog niet waargenomen in Nederland, maar wel in Groot-Brittannië (alle in oktober). Foto’s tonen een verrassend onderscheidende vogel, die niet alleen kouder zandkleurig grijs van boven en witter van onder is, maar ook groter was en een langere staart had dan de nominaat, met duidelijke lichte toppen op de grote dekveren en bovenstaartdekveren (Bradshaw et al. 2004, Rogers et al. 2004).

Referenties Beaman & Madge (1998), Bradshaw et al. (2004), Cramp (1988), Dickinson (2008), Rogers et al. (2004), Svensson (1992).

327


REGISTER

REGISTER

Register

richardi 343

Cursieve getallen verwijzen naar de illustraties; getallen in vet verwijzen naar de hoofdtekst over de soort. Alle belangrijke soorten zijn opgenomen.

spinoletta 344, 352

Aalscholver 80, 81, 101–102, 103, 104

Kuif- 93, 101, 103, 104–105

Mediterrane Kuif- 105

Acanthis cabaret 355, 362

flammea 355, 364

flammea islandica 364 flammea rostrata 364 hornemanni 364

hornemanni exilipes 364

hornemanni hornemanni 365

Accipiter gentilis 114

nisus 114, 127

Acrocephalus agricola 308

arundinaceus 312

paludicola 175, 302

dumetorum 307

palustris 305, 312

schoenobaenus 285, 303, 309, 315

scirpaceus fuscus 307

macularius 175

sponsa 41, 43

scirpaceus 284, 285, 305, 312

Actitis hypoleucos 144, 175, 178 Aix galericulata 41

Alauda arvensis 278, 343

Alca torda 249

Alk 249–250, 251, 252, 253

Kleine 251, 252

Alle alle 252

Anas acuta 52

382

americana 44, 46

carolinensis 56 clypeata 52 crecca 54

cyanoptera 58 discors 57

penelope 44, 201

platyrhynchos 49, 70 querquedula 56 sibilatrix 48 strepera 51

Anser albifrons albifrons 29

albifrons flavirostris 30, 31

anser rubrirostris 25

anser 25, 31

IJslandse 364

trivialis 339, 347, 358

Witstuit- 362, 363, 364–365

indicus 31 rossii 34

serrirostris 28 cervinus 350

gustavi 351

caffer 259

melba 259

pacificus 259 pallidus 260

Aquila chrysaetos 123 Ardea alba 98

cinerea 95, 98, 124 purpurea 95

Ardeola ralloides 101

Arend, Steen- 123–124, 125

Zee- 123, 124–126, 125

Asio flammeus 256

collaris 65

Anthus campestris 280, 343, 350

Boszanger, Bruine 289, 290

apus pekinensis 261

affinis 63

fabalis 29

Bladkoning 288, 291, 292, 293, 294, 295

apus 129, 259

erythropus 30, 34

Kleine 355, 360, 362–363

caerulescens atlanticus 31, 32 cygnoides 31

Apus affinis 259

otus 256

caerulescens caerulescens 31, 34

Grote 355, 360, 362, 363, 364, 365

brachyrhynchus 25, 31, 35 caerulescens 31, 32

rubescens 354

Appelvink 366

A

Aythya 59

americana 69 ferina 62

Humes 291, 292–293, 294

Bokje 162, 167–169, 168, 169

Noordse 287, 288, 289, 290

Raddes 289, 290, 291

Pallas’ 291, 293, 294, 295

Swinhoes 288

Botaurus lentiginosus 95 stellaris 94

Braamsluiper 314, 315–317, 316, 317, 371

Branta bernicla 38

bernicla bernicla 38, 40

bernicla nigricans 38, 40

bernicla hrota 38, 40 canadensis 35, 36

canadensis interior 36

canadensis parvipes 38 hutchinsii 35, 36 leucopsis 35

Brilduiker 72

fuligula 62

Bubulcus ibis 100

nyroca 66

Bucephala clangula 72

marila 59

B

ibis coromandus 101

Buizerd 105, 107, 108, 114, 115, 118, 119,

120, 122, 123, 274

Ruigpoot- 118–119, 120

godlewskii 344

Baardgrasmus, Balkan- 316, 317

Burgemeester, Grote 194, 212, 229–232,

hodgsoni 350

petrosus 344, 348, 352 petrosus littoralis 354 pratensis 347, 352

Moltoni’s 318

Westelijke 316, 317, 318

Baardman 283

Barmsijs, Groenlandse 360, 364

Groenlandse Witstuit- 363, 365

230, 231, 234

Kleine 212, 229–232, 230, 231, 232, 233, 234

Buteo buteo 105, 114, 118, 123, 274 Buteo lagopus 118

383


REGISTER

REGISTER

Register

richardi 343

Cursieve getallen verwijzen naar de illustraties; getallen in vet verwijzen naar de hoofdtekst over de soort. Alle belangrijke soorten zijn opgenomen.

spinoletta 344, 352

Aalscholver 80, 81, 101–102, 103, 104

Kuif- 93, 101, 103, 104–105

Mediterrane Kuif- 105

Acanthis cabaret 355, 362

flammea 355, 364

flammea islandica 364 flammea rostrata 364 hornemanni 364

hornemanni exilipes 364

hornemanni hornemanni 365

Accipiter gentilis 114

nisus 114, 127

Acrocephalus agricola 308

arundinaceus 312

paludicola 175, 302

dumetorum 307

palustris 305, 312

schoenobaenus 285, 303, 309, 315

scirpaceus fuscus 307

macularius 175

sponsa 41, 43

scirpaceus 284, 285, 305, 312

Actitis hypoleucos 144, 175, 178 Aix galericulata 41

Alauda arvensis 278, 343

Alca torda 249

Alk 249–250, 251, 252, 253

Kleine 251, 252

Alle alle 252

Anas acuta 52

382

americana 44, 46

carolinensis 56 clypeata 52 crecca 54

cyanoptera 58 discors 57

penelope 44, 201

platyrhynchos 49, 70 querquedula 56 sibilatrix 48 strepera 51

Anser albifrons albifrons 29

albifrons flavirostris 30, 31

anser rubrirostris 25

anser 25, 31

IJslandse 364

trivialis 339, 347, 358

Witstuit- 362, 363, 364–365

indicus 31 rossii 34

serrirostris 28 cervinus 350

gustavi 351

caffer 259

melba 259

pacificus 259 pallidus 260

Aquila chrysaetos 123 Ardea alba 98

cinerea 95, 98, 124 purpurea 95

Ardeola ralloides 101

Arend, Steen- 123–124, 125

Zee- 123, 124–126, 125

Asio flammeus 256

collaris 65

Anthus campestris 280, 343, 350

Boszanger, Bruine 289, 290

apus pekinensis 261

affinis 63

fabalis 29

Bladkoning 288, 291, 292, 293, 294, 295

apus 129, 259

erythropus 30, 34

Kleine 355, 360, 362–363

caerulescens atlanticus 31, 32 cygnoides 31

Apus affinis 259

otus 256

caerulescens caerulescens 31, 34

Grote 355, 360, 362, 363, 364, 365

brachyrhynchus 25, 31, 35 caerulescens 31, 32

rubescens 354

Appelvink 366

A

Aythya 59

americana 69 ferina 62

Humes 291, 292–293, 294

Bokje 162, 167–169, 168, 169

Noordse 287, 288, 289, 290

Raddes 289, 290, 291

Pallas’ 291, 293, 294, 295

Swinhoes 288

Botaurus lentiginosus 95 stellaris 94

Braamsluiper 314, 315–317, 316, 317, 371

Branta bernicla 38

bernicla bernicla 38, 40

bernicla nigricans 38, 40

bernicla hrota 38, 40 canadensis 35, 36

canadensis interior 36

canadensis parvipes 38 hutchinsii 35, 36 leucopsis 35

Brilduiker 72

fuligula 62

Bubulcus ibis 100

nyroca 66

Bucephala clangula 72

marila 59

B

ibis coromandus 101

Buizerd 105, 107, 108, 114, 115, 118, 119,

120, 122, 123, 274

Ruigpoot- 118–119, 120

godlewskii 344

Baardgrasmus, Balkan- 316, 317

Burgemeester, Grote 194, 212, 229–232,

hodgsoni 350

petrosus 344, 348, 352 petrosus littoralis 354 pratensis 347, 352

Moltoni’s 318

Westelijke 316, 317, 318

Baardman 283

Barmsijs, Groenlandse 360, 364

Groenlandse Witstuit- 363, 365

230, 231, 234

Kleine 212, 229–232, 230, 231, 232, 233, 234

Buteo buteo 105, 114, 118, 123, 274 Buteo lagopus 118

383


Ontdek de verschillen tussen vergelijkbare soorten vogels

Vogeldeterminatie Vogel determinatie

Als je wel een vogelfamilie herkent, maar ONTDEK twijfelt over welkeDE soortVERSCHILLEN je ziet, dan biedt TUSSEN VERGELIJKBARE deze vogeldeterminatiegids uitkomst! Hierin worden namelijk soorten die op SOORTEN VOGELS elkaar lijken overzichtelijk naast elkaar Als wel herkent, maar Als je jewaardoor wel een eenjevogelfamilie vogelfamilie gezet, goed kunt zienherkent, wat de maar twijfelt over soort twijfeltverschillen over welk welkzijn. soort je je ziet, ziet, dan dan biedt biedt (kleine) deze vogeldeterminatiegids uitkomst! De kenmerken van vogels die lastig van deze vogeldeterminatiegids uitkomst! elkaar zijnworden te onderscheiden, je in deze Hierin namelijk soorten die Hierin worden namelijkzie soorten die op op gids tot in detail getekend en beschreven. elkaar elkaar lijken lijken overzichtelijk overzichtelijk naast naast elkaar elkaar In totaal komen 1250 vogelsoorten aan gezet, waardoor je meteen ziet wat gezet, je meteen zietkun wat de de bod. Metwaardoor de aanvullende informatie (kleine) verschillen zijn. verschillen zijn. je(kleine) een scherper oog ontwikkelen, waarDe van van door je voortaan direct ziet of je met een De kenmerken kenmerken van lastig lastig van elkaar vogels zijn zilvermeeuw of geelpootmeeuw te maelkaar te te onderscheiden onderscheiden vogels zijn ken hebt. in detail getekend en beschreven.

Vinicombe, Vinicombe,Harris, Harris,Tucker Tucker

in detail getekend en beschreven. In In totaal totaal komen komen 1250 1250 vogelsoorten vogelsoorten aan aan bod. bod. Met Met de de aanvullende aanvullende informatie informatie kun kun je je een een scherper scherper oog oog ontwikkelen, ontwikkelen, waardoor je voortaan direct ziet of waardoor jegids: voortaan zietbij of je je met met •  Praktische goed tedirect gebruiken een zilvermeeuw of geelpootmeeuw te hetzilvermeeuw spotten en handig als naslagwerk. te een of geelpootmeeuw maken hebt. makenvogelaars hebt. van alle niveaus! •  Voor ■ ■ Praktische Praktische gids: gids: goed goed te te gebruiken gebruiken bij bij het spotten en handig als naslagwerk. het spotten en handig als naslagwerk.

Vogel determinatie

Ontdek de verschillen tussen vergelijkbare soorten vogels

ONTDEK DE VERSCHILLEN TUSSEN VERGELIJKBARE SOORTEN VOGELS

Vogel determinatie Keith Vinicombe, Alan Harris en Laurel Tucker

Vinicombe, Harris, Tucker

■ ■ Voor Voor vogelaars vogelaars van van alle alle niveaus! niveaus! NUR 435

ISBN ISBN 9789021558936 9789021558936

9 7 8 9 0566252 2 1 5 5 8 9> 36 9 789021

9 789021 558936 NUR NUR 435 435 NUR 435 Kosmos Uitgevers Kosmos Kosmos Uitgevers, Uitgevers, Utrecht/Antwerpen Utrecht/Antwerpen www.kosmosuitgevers.nl WWW.KOSMOSUITGEVERS.NL WWW.KOSMOSUITGEVERS.NL Kosmos Uitgevers, Utrecht/Antwerpen WWW.KOSMOSUITGEVERS.NL Utrecht/Antwerpen

kosBOvogeldeterminatie0417.indd 1

ONTDEK ONTDEK DE DE VERSCHILLEN VERSCHILLEN TUSSEN TUSSEN VERGELIJKBARE VERGELIJKBARE SOORTEN SOORTEN VOGELS VOGELS

Vogel determinatie

Gids voor het determineren van vogels

Keith Vinicombe, Alan Harris en Laurel Tucker

10-04-17 13:45


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Vogeldeterminatie - Keith Vinicombe, Alan Harris & Laurel Tucker by Veen Bosch & Keuning uitgeversgroep - Issuu