De passie om records te verbreken karakteriseert Bouscholte. In 1999 besloot hij samen met zijn Franse zeilmaat Gérard Navarin een poging te doen een nieuw wereldrecord te vestigen door in een beach-catamaran van Dakar naar Guadeloupe te zeilen. De recordpoging slaagde, maar de tol was hoog. Deze reis leerde hem meer over het leven dan hij van tevoren had kunnen denken.
(1962) werd na zijn zeilcarrière bondscoach van het Nederlands olympisch zeilteam en technisch directeur van het Watersportverbond. Tegenwoordig is hij zeilanalist voor NOS Studio Sport. Hans werkt als trainer-coach in het bedrijfsleven, studeert psycho-energetica en is een veelgevraagd spreker in binnen- en buitenland.
H ANS BO U SC HO LT E
Hans Bouscholte
overleven op een catamaran
Hans Bouscholte volgt al van kinds af aan L’Appèl du Grand Large, de Roep van de Zee. In zijn succesvolle professionele zeilcarrière veroverde hij Europese en wereldtitels. In 1987 was hij met 22 jaar de jongste schipper ooit in de Admiral’s Cup, en in 1997 was hij schipper in de Whitbread Round the World Race.
HANS BOUSCHOLTE overleven op een catamaran
in recordtijd over de atlantische
oceaan
www.kosmosuitgevers.nl
NUR 402 Kosmos Uitgevers Utrecht/Antwerpen
I N S AM ENW ER K I N G M E T M ART I N B R ESTE R
DE SP E CTA CU L A I RE O VE R ST E E K VA N D A K A R N A A R G U A D E L O U P E
Kosmos Uitgevers, Utrecht/Antwerpen
CATAMARAN-press.indd 3
15/09/14 16:08
Proloog
November 1968
‘W
e hebben een nieuwe boot nodig, Ed.’ Beteuterd kijken mijn jongere broer en ik vanaf de kade naar het gescheurde dek en de kapotte mastvoet van ons Piraatje. Het hout van de romp is vermolmd. Er ligt water in, hij is gammel en ruikt naar verregend bos. Het water van het Veerse Meer klotst sloom tegen de kade. Ons ooit onverwoestbare bootje wiegt zonder protest mee op de zacht deinende golven, als een zieke patiënt die zich heeft overgegeven aan een onvermijdelijk einde. Een meeuw landt op de rand van de boot. Hij schikt zijn veren en schudt zijn kop, misschien uit medelijden. Vlak voor hij wegvliegt, poept hij op het voordek. ‘Ja,’ zegt Ed. ‘We hebben een nieuwe boot nodig.’ Het Piraatje hebben we vorig jaar samen gekocht. Een lid van de zeilvereniging in Wolphaartsdijk had hem voor precies tweehonderd gulden te koop staan. Als kleine kruideniers hebben we er lang voor gespaard: iedere week stopten we onze dubbeltjes, kwartjes en guldens – verdiend met schoonmaken, heitje voor een karweitje, en alles wat op ons pad kwam – in de spaarpot van de Boerenleenbank en stortten het aan het einde van de maand op onze speciaal geopende bankrekening. Toen we de tweehonderd gulden bijna bij elkaar hadden gespaard, paste onze vader het verschil bij. We namen het astronomische bedrag op 7
CATAMARAN-press.indd 7
15/09/14 16:08
van de bank en overhandigden de eigenaar ons zuurverdiende geld. We glommen van trots. Twee broers van vier en zes jaar oud, klaar om als kapiteins op hun eigen boot zeilavonturen te beleven. Eindelijk konden we het Veerse Meer op wanneer wíj dat wilden. De eerste maanden als Baas op Eigen Boot waren fantastisch: voor dag en dauw trokken we eropuit, uren achtereen brachten we op het water door en we beleefden de wildste avonturen. We waren samen sterk, ons bootje en wij. Maar nu, een jaar later, ligt ons Piraatje erbij als een verrot karkas op de vloer van een failliete slagerij. Het is de hoogste tijd voor een nieuwe boot. Ed en ik weten het. We hebben een polyesterboot nodig. Die gaan niet zo snel stuk. En alleen in een grotere boot kunnen we opboksen tegen de grote jongens van de zeilvereniging hier in Wolphaartsdijk. De grote jongens op deze club varen al lang niet meer in een Piraat. Zij varen in een Flits, een Vaurien of een Cadet. Of zelfs in een Laser, de beste boot van allemaal, de droom van iedere jongen hier. ‘Wij moeten ook een Laser hebben,’ zeg ik tegen Ed als we de grote jongens zien varen. Ze stuiven over het water, wij staan erbij en kijken ernaar. De jongens zwaaien en dagen ons uit: kom op dan met jullie bootje, of durven jullie niet, in dat lekke Piraatje van jullie? Vorige week stonden ze ons nog uit te lachen toen we de Piraat klaarmaakten voor vertrek. Eerst weer flink hozen, de mastvoet repareren, de helmstok vervangen, de boot zo goed mogelijk zeilklaar maken, eigenlijk tegen beter weten in. En toen stonden ze ineens voor onze neus. ‘Wat een lelijke ouwe boot heb jij, Hans,’ zei een van hen. ‘Dat je met dat houten wrak nog durft te varen. Wat is dat bootje van jou nog waard?’ Hij lachte en hitste de anderen tegen ons op. ‘Helemaal niks, volgens mij. Ik zou er nog geen cent voor geven. Ja, een tiende van een cent misschien, of een duizendste. Meer niet. En je kunt niet eens zeilen, kleine, 8
CATAMARAN-press.indd 8
15/09/14 16:08
hahaha!’ Schaterlachend liepen ze weg. Liefst had ik ze stuk voor stuk op hun bakkes getimmerd. Maar hoe moet dat, als je zes bent? Later, dacht ik, later geef ik jullie er allemaal van langs. Wolphaartsdijk in Zeeland is een grote watersportvereniging waar behalve Zeeuwen ook veel families van buiten Zeeland hun boot hebben liggen. Wolphaartsdijk is een besloten club met een hek eromheen waar iedereen elkaar kent. Je komt hier niet zomaar het afgepaalde terrein binnen. Wij wel. Wij komen al jaren ieder weekend met z’n vijven met het hele gezin hierheen: mijn vader, mijn moeder en mijn twee broers Ronald, de jongste, en Ed, de middelste. Mijn vader is koopvaardijofficier, stuurman kleine handelsvaart. Hij vaart op schepen van wel honderdzestig meter. Zeilen is zijn lust en zijn leven, en ieder vrij uurtje komt hij hier op de vereniging, en wij gaan, nee, moeten mee, of we dat willen of niet. Vaak gaan we op vrijdagavond al weg van huis, en dan zitten we de hele zaterdag en zondag op de club of op het water. Weer of geen weer, altijd zijn we aan het zeilen. We komen hier al zo lang ik weet, ik kan me niet herinneren dat we hier ooit níet zijn geweest. Altijd dezelfde gezichten, dezelfde mensen, dezelfde families. En dezelfde grote jongens die op mooiere en betere bootjes varen dan mijn broers en ik. Mijn vriendjes thuis in Breda voetballen in het weekend. Dat zou ik soms ook wel willen, maar er is geen ontkomen aan, het mag niet van mijn pa, de ouwe, zoals wij hem noemen: weekend na weekend zitten we in Wolphaartsdijk, vijftig weken achter elkaar – jaar in, jaar uit. Ja, twee weken per jaar gaan we op wintersport, maar de overige weken zitten we hier in Wolphaartsdijk op het Zeeuwse water. Of op de kant, als we van de ouwe aan de boot moeten werken. Iedereen helpt mee, we hebben geen keus: het zeilen wordt ons met de paplepel ingegoten, tegen heug en meug. Er zijn dagen dat ik denk: er is toch nog wel iets anders dan zeilen. 9
CATAMARAN-press.indd 9
15/09/14 16:08
Maar eenmaal op het water is die gedachte gelukkig snel weer vergeten. Man – de oerkracht van de wind, de opspattende golven, de snelheid op het water, de roep van de zee, de uitdaging van het onbekende, de krachtmeting met de natuur… Heerlijk. Ook mijn vader geniet ervan. De ouwe geniet ervan om ons te zien zeilen in ons eigen Piraatje, en hij geniet ervan om met ons samen te zeilen op zijn grote boot. Maar hij geniet er misschien nog wel het meest van om ons uit te dagen. Het liefst wil hij zeilen als het slecht weer is. Hoe slechter, hoe beter, lijkt het wel. Niet alleen op het Zeeuwse water, ook lange tochten daarbuiten. Eerst gaan we langs de Belgische kust, en dan door naar Zuid-Engeland. Altijd maar op zee, altijd maar die wind, altijd maar die golven, altijd dat harde werken en die deining. Hoe fijn ik het op het Veerse Meer ook vind als ik alleen ben, op volle zee word ik er soms letterlijk doodziek van. De ouwe niet. Voor hem kan het niet hard genoeg waaien of stormen. Als de natuur hem uitdaagt, raakt hij in zijn element. Soms daagt hij mij ook persoonlijk uit, mij, zijn oudste zoon van zes. Dan stuurt hij mij alleen het water op, om te kijken of ik dat aankan. Of ik het durf. ‘Hans, wij gaan deze middag een beetje aan de boot werken, en het is voor je broertjes beter dat ze even binnen blijven,’ zegt hij vaak, als de regen en wind over het kolkende water gieren. ‘Jij hoeft niet mee te helpen, dus jij kunt lekker varen. Je wou toch een eigen boot? Nou, laat maar zien wat je kunt dan.’ ‘Nu? Maar het stormt zo hard,’ sputter ik dan tegen, maar dat heeft nooit zin. ‘Ach, kom, dat valt wel mee, daar laat je je toch niet door afschrikken? Daar word je groot en sterk van. Ik houd je vanaf de steiger wel in de gaten. Ga nou maar, en kom over een uurtje pas weer terug.’ En dan ga ik nog ook. Een kleine kapitein van zes op de woeste golven van het Zeeuwse water, waar verder geen mens het in zijn hoofd haalt om het water op te gaan. Hoewel ik het heerlijk vind om alleen te varen, ben ik toch 10
CATAMARAN-press.indd 10
15/09/14 16:08
vaak angstig bij slecht weer. De hoog opspattende golven jagen me schrik aan, en de wind op het meer is soms zo sterk, dat ik bang ben dat de mast breekt, dat ik het zeil niet kan houden of dat ik omsla. Maar meestal komt het goed en houd ik mijn bootje in bedwang. Dat geeft een machtig gevoel. En als ik na een uur terugkom, zie ik aan de blik van de ouwe dat hij trots op me is. Soms gaat het mis. Ik ben met mijn Piraatje het afgelopen jaar al meerdere keren omgeslagen in slecht weer. De eerste keer dat het me overkwam, schrok ik me wezenloos. Met zwemvest en al spartelde ik in het zwarte water, geen idee waar ik was. Overal waren golven, het was donker en koud, de striemende regen sloeg in mijn gezicht, het zicht was slecht en ik zag hoe mijn Piraatje steeds verder van me af dreef. In paniek schreeuwde ik om hulp, de angst bekroop me dat niemand me zou horen, dat ik zou worden verzwolgen door de golven, dat ik voor altijd alleen in het water zou blijven dobberen. Omdat mijn vader me nooit wil komen halen, voer de reddingsdienst uit om me op te pikken. Hoofdschuddend tilden ze me aan boord en lichtten daarna mijn verzopen Piraatje. ‘Hans,’ zeiden ze, ‘wat ons betreft ga je lekker varen in dit rotweer, maar denk erom, de volgende keer dat je omslaat, komen we je niet meer redden, hoor!’ Eenmaal op de kant haalde ik mijn schouders op. Ik red me heus wel alleen op het water. Maar de laatste keer dat ik omsloeg, vorige week zondag, was het weer slechter dan gedacht, en de golven waren hoger, zo hoog dat ik mijn boot niet meer overeind hield. De reddingsdienst weigerde inderdaad me op te halen, maar gelukkig kwam de onderhavenmeester, Kees. Toen hij me binnenbracht in de haven sprak de hoofdhavenmeester, meneer Schipper, mij streng toe. ‘Zie je nou wat er gebeurt, Hans? De reddingsdienst vaart niet meer voor jou uit, en als Kees er niet was geweest, lag je nu nog in het water. Wat moet je ook zeilen met dit slechte weer? En nog op zondag ook! Op zondag hoor je binnen te zitten, dat is de dag des Heren. Weet je wat jij bent? Jij bent een oproerkraaier! Jij, 11
CATAMARAN-press.indd 11
15/09/14 16:08
en je broers ook! Een volgende keer kom ik je niet meer halen, hoor je me? Dit was de laatste keer. Ik meen het!’ ‘U heeft het nummer van mijn vader,’ zei ik. ‘Kijk, daar staat hij al. Dan kunt u het hem zelf vertellen.’ De ouwe stond me als altijd vanaf de steiger gade te slaan en me op te wachten toen ik druipend als een verzopen kat door Kees werd afgeleverd. ‘En?’ vroeg hij met een grote grijns, ‘hoe ging het?’ Maart 1973
Ruim vier jaar later hebben mijn broer Ed en ik een Varuna 300 gekocht, een schitterende boot. We hebben er nog harder voor gespaard dan destijds voor ons Piraatje. Bij jachtwerf Zaadnoordijk, vlak bij het Alkmaardermeer, had de ouwe hem zien liggen. Nieuw. Tweemans, 3 meter 10 lang. En duur. Precies 1495 gulden. Maar vanaf het moment dat mijn vader de folder liet zien, wist ik het: deze is het. ‘Deze boot moeten we hebben,’ zei ik thuis tegen Ed. ‘Hij is zo prachtig! Ik weet het: het is een hoop geld, bijna vijftienhonderd gulden, maar als we met z’n tweeën doen, hebben we dat zo bij elkaar. Zullen we het doen? Ik weet zeker dat we er geweldig veel plezier van krijgen!’ Ed twijfelde maar ging uiteindelijk akkoord. We legden al ons spaargeld bij elkaar en kochten de spiksplinternieuwe Varuna. Eindelijk konden we meedoen met de grote jongens op hun Laser. Ik ben zo trots op onze boot. Ik zou er wel de hele dag op willen zeilen. Meestal moeten we loten en varen we om en om, heel soms is het proppen als we met z’n tweeën op pad gaan, en het liefst zeil ik dan ook alleen. De Varuna is zo’n machtig ding! Klein maar fijn. En snel. Wendbaar. Sterk ook. Natuurlijk, ik sla nog steeds af en toe om, maar als de boot dan weer is gelicht, vaar ik de volgende dag mooi weer verder. 12
CATAMARAN-press.indd 12
15/09/14 16:08
Vroeger zou ik bang zijn geweest, maar nu ben ik al tien jaar, en inmiddels maakt het me niet meer uit als ik na een mislukte manoeuvre omsla en weer eens in het water lig te dobberen. Hoe meer tijd ik op de Varuna doorbreng, des te beter leer ik de boot kennen. Elke dag weer. Uren, dagen achter elkaar breng ik alleen door op mijn boot, zonder pottenkijkers, zonder dat iemand me vertelt wat ik moet doen. Ik word een met het water, een met mijn boot, een met de elementen om mij heen. De vrijheid lonkt op het Zeeuwse water. We zijn verhuisd van Breda naar Prinsenbeek, en nog steeds komen we ieder weekend hier naar Wolphaartsdijk. Aan de overkant, in Kortgene lag de boot van de familie Van der Valk, een prachtige Trintella. Wij mochten daarop meevaren. Dat komt omdat de zus van mijn moeder is getrouwd met een Van der Valk. Die zus woont in België met haar vier zoons, en zodoende varen we met beide families op hun boot. De ouwe is gek van die Trintella, misschien is de ouwe stiekem ook wel een beetje jaloers. ‘Nu varen we nog wel eens met hen mee, maar er komt een dag, en dan koop ik een grote boot,’ vertrouwde hij me vorig jaar toe. Hij heeft woord gehouden: dit jaar heeft hij zijn Greyhound gekocht, een prachtige boot van tien meter lang. De ouwe wil nog steeds ieder weekend met de hele familie varen. Altijd. Het probleem is alleen – ik wil niet meer elke keer met hem mee. Ik ben al tien en wil liever zélf varen. We maken er de laatste tijd steeds vaker ruzie over. ‘Het kan me niet schelen wat jij wilt, Hans!’ schreeuwt hij dan, ‘Maar je doet wat ik zeg, hoor je me? En als ik zeg dat we met het hele gezin gaan varen, dan gaan we ook met het hele gezin varen. Einde discussie!’ Protesteren heeft geen zin, ik kijk wel beter uit. Als de ouwe eenmaal iets in zijn kop heeft… Toch lijk ik op hem. Want ook als ik iets in mijn kop heb, krijgt een ander dat er maar moeilijk uit. Gisteren moesten mijn broers en ik vroeg naar bed, omdat pa vandaag weer met z’n allen een lange tocht wil gaan maken. Maar 13
CATAMARAN-press.indd 13
15/09/14 16:08
daar heb ik helemaal geen zin in. Vanochtend heb ik daarom stiekem de wekker een uur vroeger gezet en ben heel stil al naar buiten gegaan, op weg naar mijn Varuna. Ik heb besloten dat ik vandaag zelf een lange tocht ga maken. Niet met z’n allen, maar in m’n eentje. En wat de ouwe ervan vindt, kan me niet schelen, ik bepaal zelf wel wat ik doe. Vroeger ben ik met mijn Piraatje wel eens tot aan de eerste bocht van het Veerse Meer gekomen, maar verder durfde ik niet. Ik durfde wel om de hoek te kijken om te zien of ik Veere kon zien liggen. Heel in de verte dook de basiliek van Veere op, maar de afstand leek zo ongelooflijk groot, dat het voelde alsof ik de Eiffeltoren zag, helemaal in Parijs. Later, dacht ik, later, als ik groter ben, dan ga ik er wel heen. Nu nog niet, maar op een dag vaar ik naar Veere toe. Die dag is vandaag. Ik kan niet langer wachten. Met de Varuna ben ik samen met Ed inmiddels al wel vaker net voorbij de eerste bocht gegaan, maar ook dan durfden we het nog niet aan om door te varen, hoe verleidelijk het ook was. Maar vandaag wel, nu moet het gebeuren. Ik heb al mijn spullen gisteravond al gepakt, en in een tas gedaan zonder dat de anderen het zagen. Ik heb genoeg eten en drinken bij me, extra kleding voor als het koud wordt, en mijn zwemvest, regenjack en laarzen. Ik ben op alles voorbereid. Terwijl ik de boot klaarmaak, kijk ik naar boven, naar de vroege ochtendwolken. Ze kleuren de lucht donkergrijs. Het is niet echt koud, maar de zon laat zich voorlopig nog niet zien. De wind trekt aan, ik merk het als ik mijn zeil prepareer. Aan de overkant van het Veerse Meer ligt Veere. Ik zal er zelf heen moeten varen, een afstand van veertig kilometer. Hoelang zal dat duren? Een halve dag? Een paar uur? Of kom ik pas ’s avonds laat daar aan? Ik ben bang. Niet zozeer voor de wind, maar voor de uitputting. Voor het onbekende. Wat zit er achter die eerste bocht? En achter die tweede? Wordt het water daar onstuimiger? Of juist rustig? Hoe hoog komen de golven deze 14
CATAMARAN-press.indd 14
15/09/14 16:08
dag? Houdt de wind zich stil? Komt de zon nog door of wordt het een ijskoude tocht? Ik weet het niet. In stilte laat ik mijn Varuna de haven uit varen. Boven me pakken grijze wolken samen. Ik kan Veere niet zien liggen, maar mijn gevoel zegt dat ik er gewoon recht op af moet koersen. ‘Daar gaan we dan,’ zeg ik hardop als ik aan mijn oversteek begin. Tegen mezelf en tegen mijn bootje. Als ik de haven uit ben, kijk ik nog even om. Wolphaartsdijk wordt steeds kleiner, de wind doet mijn zeil opbollen en ik stuur rechtdoor, op weg naar de overkant, waarvan ik geen idee heb waar die ligt. Maar de zee roept.
15
CATAMARAN-press.indd 15
15/09/14 16:08
9
R
eeds enkele maanden nadat Daniel en Tony in 1986 hun oversteek na 18 dagen en 22 uur tot een goed einde hadden gebracht, hebben twee Franse zeilers, Laurent Bourgnon en Frédéric Geraldi, geprobeerd hun record te verbreken. Het is ze niet gelukt. Ze deden er zelfs nog twee dagen langer over. Bij aankomst in Guadeloupe werden beide mannen met spoed in het ziekenhuis opgenomen, waar ze enkele dagen moesten blijven. Ernstige verbrandingen en uitdroging hadden hun bijna het leven gekost. Begin jaren negentig deed een Braziliaans team een nieuwe poging. Ook deze poging strandde; de stuurman overleed tijdens de tocht. Zijn maat zeilde met het dode lichaam terug naar hun vaderland. Van een Duits team dat een dappere poging waagde, is alleen hun omgekeerde catamaran teruggevonden. Deze gruwelijke geschiedenislessen van onze trans-Atlantische oversteek ken ik maar al te goed, en toch voelde het de afgelopen maanden niet alsof we ons aan het voorbereiden waren op een belachelijk en levensgevaarlijk avontuur. Maar nu, na vijf dagen varen, gaat het bepaald niet goed met me. Dat het een zware beproeving zou worden, wist ik ook wel. Maar dat het zo zwaar zou zijn, dat er zoveel zou gebeuren waar ik geen rekening mee heb kunnen houden, dat ik fysiek en geestelijk nu al zó zwaar op de proef zou worden gesteld, nee, dat had ik nooit voor mogelijk gehouden. Ik ben zo intens blij dat Gérard bij me is. Van alle mensen met wie ik nu het liefst op deze benarde plek zou willen zitten, staat 99
CATAMARAN-press.indd 99
15/09/14 16:08
Gérard met voorsprong boven aan de lijst. Niemand anders zou mij op deze drijvende twintigvoeter moed in kunnen blijven spreken en me op de been houden nu ik het door fysieke pijn bijna niet meer kan opbrengen nog door te gaan. Hij scheldt me niet de huid vol, maar helpt me waar dat nodig is. Hij raakt niet in paniek, maar blijft nadenken en doet wat hij moet doen. En hij wordt nooit boos. Nooit. Toen we in 1993 samen rond Mauritius zeilden, voeren we eens in een lagune, binnen het rif waarop de oceaandeining stukslaat. Het was er vrij ondiep. Toch wilde ik zo hard mogelijk, en ik stak de zwaarden daarom zo diep als ik kon, om zowel hoger als harder te kunnen. ‘Niet doen,’ zei Gérard, ‘doe ze omhoog, het is hier veel te ondiep!’ Hij deed ze weer omhoog, waarna ik ze weer diep naar beneden duwde. Net op dat moment raakten we iets waardoor een stuk zwaard afbrak. Geschrokken en schuldbewust keek ik Gérard aan. Hij keek terug en zei slechts: ‘Tu est têtu, Hans. Echt, ongelooflijk koppig.’ De scherpe, stekende pijn in mijn handen en vingers wordt er niet minder op. Het blijft maar zoemen, zeuren en bijten, de zalfjes en verbanden van Gérard ten spijt. Ik doe mijn best er niet aan te denken door mijn blik op de nimmer wijkende horizon te houden, of door me op de stand van mijn voeten te concentreren en op het rustgevende geluid van de golven, door wat vers bronwater uit de fles te drinken of een Twix te eten, maar niets helpt. De zon schijnt en het zeewater is duidelijk warmer geworden, het stroomt nu en dan met een aangename temperatuur van vierentwintig graden over onze pakken en gezicht, maar zelfs de combinatie van goed weer en lekker water kan me niet verblijden. ‘Gérard, we moeten iets doen,’ zeg ik na de zoveelste pijnscheut zo onaangedaan mogelijk. Ik wil hem niet verontrusten, maar ik voel hoe een wond weer open is gesprongen, het pus trekt voelbaar door het verband heen. ‘Ik weet niet hoe het met 100
CATAMARAN-press.indd 100
15/09/14 16:08
jou zit, maar ik merk dat mijn wonden toch steeds blijven trekken en etteren. Heb jij daar geen last van?’ Gérard bekijkt zijn handen. Die zijn net als die van mij zo gezwollen, dat we onze handschoenen niet meer aan kunnen. Met een van pijn vertrokken gezicht balt hij enkele malen zijn in verband gewikkelde handen tot een vuist. ‘Ja, bij mij wordt het er ook niet beter op. Laat die van jou nog eens zien?’ We vergelijken en inspecteren vol walging elkaars open wratten en etterende zweren, en besluiten dat we het thuisfront ons probleem moeten voorleggen. Ik bel Hanneke. ‘Maar hoe erg is het dan precies?’ vraagt ze nadat ik haar zo kort mogelijk over onze malheur heb ingelicht. ‘Kunnen jullie er nog wel een paar dagen mee vooruit?’ ‘Nou, nee, niet echt. Bij mij groeien de wratten letterlijk om de randen van mijn nagels heen, ze barsten ook steeds open, en op twee van mijn vingers zijn de gaten inmiddels zo diep, dat ik het bot kan zien zitten. Het zoute water dat er steeds in stroomt, maakt het er ook niet bepaald aangenamer op. We hebben er al Heron op gesmeerd, dat desinfecteert, en ze verder goed verzorgd met Biseptine en ze verbonden, maar dat helpt eerlijk gezegd geen ene moer.’ ‘Dat klinkt niet erg prettig, Hans. Maar gaat het varen dan ook niet meer goed? Liggen jullie stil?’ ‘Integendeel, het varen gaat juist geweldig op dit moment!’ roep ik enthousiast. ‘We hebben goeie wind en rustige deining, we zitten goed in het record en ook de temperatuur is aangenaam. Daarom willen we ook van deze fysieke problemen af, dan kunnen we maximaal profiteren van de gunstige omstandigheden!’ Ik geef Hanneke nog wat extra informatie over de klachten, en we spreken af dat ze me snel terug zal bellen als ze zich door anderen heeft laten informeren. Als een uurtje later de telefoon gaat, heeft Hanneke goed nieuws: ze heeft contact gehad met de radiomedische dienst van de Nederlandse marine, en ze geeft ons het nummer van ene 101
CATAMARAN-press.indd 101
15/09/14 16:08
Stilte voor de storm: De lucht wordt dreigender, de golven hoger: de hel gaat beginnen. Bellen met het thuisfront: De Iridiumtelefoon in de waterdichte zak was letterlijk van levensbelang voor ons aan boord. Hier bellen we Frits voor de laatste keer voordat de storm in volle hevigheid losbarst. Geen oog dicht: Slapen tijdens de storm was onmogelijk.
CATAMARAN_kleurkatern-press.indd 6
15/09/14 16:11
De passie om records te verbreken karakteriseert Bouscholte. In 1999 besloot hij samen met zijn Franse zeilmaat Gérard Navarin een poging te doen een nieuw wereldrecord te vestigen door in een beach-catamaran van Dakar naar Guadeloupe te zeilen. De recordpoging slaagde, maar de tol was hoog. Deze reis leerde hem meer over het leven dan hij van tevoren had kunnen denken.
(1962) werd na zijn zeilcarrière bondscoach van het Nederlands olympisch zeilteam en technisch directeur van het Watersportverbond. Tegenwoordig is hij zeilanalist voor NOS Studio Sport. Hans werkt als trainer-coach in het bedrijfsleven, studeert psycho-energetica en is een veelgevraagd spreker in binnen- en buitenland.
H ANS BO U SC HO LT E
Hans Bouscholte
overleven op een catamaran
Hans Bouscholte volgt al van kinds af aan L’Appèl du Grand Large, de Roep van de Zee. In zijn succesvolle professionele zeilcarrière veroverde hij Europese en wereldtitels. In 1987 was hij met 22 jaar de jongste schipper ooit in de Admiral’s Cup, en in 1997 was hij schipper in de Whitbread Round the World Race.
HANS BOUSCHOLTE overleven op een catamaran
in recordtijd over de atlantische
oceaan
www.kosmosuitgevers.nl
NUR 402 Kosmos Uitgevers Utrecht/Antwerpen