Skip to main content

Grondig 7 - 2013

Page 1

24 - BERM- EN SLOOTONDERHOUD 8 - WION LAAT GRAAFSCHADE BIJ GRAVERS 14 - SPUITEN NIET OP SPOELPLAATS REINIGEN 48 - TEMPO-BEUL 58 - NIEUWE JCB 6-CILINDER

Juli 2013

vakblad voor specialisten in groen, grond en infra

7


TEST ZELF HOEVEEL BRANDSTOF U KUNT BESPAREN MET DE

T7 AUTO COMMAND ! ™

PROBEER DE T7 NU 300 UUR UIT

VANAF

€15,00 PER DRAAIUUR (Bij aankoop vervalt dit bedrag.)

NEEM SNEL CONTACT OP MET UW NEW HOLLAND DEALER OVER DE VOORWAARDEN OF MELD U AAN VIA WWW.NEWHOLLANDACTUEEL.NL/T7DEMO!

* Onafhankelijke “Schleppertest” Landwirtschaftskammer Niedersachsen.


TECHNOLOGISCHE INNOVATIE IS ALTIJD IN BEWEGING.

De nieuwe 6 serie Agrotron TTV De technologische revolutie gaat door.

De nieuwe 6-serie Agrotron TTV is het resultaat van de vooruitgang van DEUTZ-FAHR: de nieuwste technologieën zorgen voor krachtige, productieve, veelzijdige en milieuvriendelijke tractoren. Deutz Common Rail-motoren met Tier 4i, 4 of 6-cilinder, 4-kleppentechniek, SCR-katalysator, tesamen met de continu variabele TTV transmissie, een synergie die zorg draagt voor de beste prestaties, het laagste brandstofverbruik en een hoog niveau van efficiëntie, die door het sublieme rijcomfort wordt verbeterd. De MaxiVision cabine is ontworpen in samenwerking met Giugiaro Design, een nieuwe standaard op het gebied van ergonomie en functionaliteit. Rijcomfort wordt gegarandeerd door de MaxCom armleuning met geïntegreerde touchscreen 12” iMonitor. Bovendien is het dashboard voorzien van het softgrip stuurwiel en multi functioneel InfoCenter. De ontwikkeling van de landbouw heeft behoefte aan continue innovatie. Beschikbare modellen: 6150.4 6160.4 6160 6180 6190 Agrotron TTV Visit and join us at: www.facebook.com/deutzfahrbenelux

DEUTZ-FAHR adviseert het gebruik van originele smeermiddelen en onderdelen.

DEUTZ-FAHR is een merk van 6series.deutz-fahr.com


inhoudsopgave

Colofon Grondig is het vakblad voor de cumelasector, specialisten in groen, grond en infra. Grondig wordt uitgegeven door CUMELA Communicatie in opdracht van CUMELA Nederland, de branche organisatie voor ondernemers in cultuurtechnische werken, grondverzet, meststoffendistributie en agrarisch loonwerk. Leden van CUMELA Nederland ontvangen bij vakblad Grondig exclusief het katern Cumelactief.

Adres CUMELA Nederland Postbus 1156 3860 BD Nijkerk tel. (033) 247 49 00 fax (033) 247 49 01

CUMELA-infolijn (033) 247 49 99 / info@cumela.nl / www.cumela.nl

Adres Grondig / CUMELA Communicatie Postbus 1156 3860 BD Nijkerk tel. (033) 247 49 50 fax (033) 247 49 51 www.grondig.com / grondig@cumela.nl

Bladmanager Michiel Pouwels

Redactie Toon van der Stok (hoofdredacteur) Gert Vreemann, Michiel Pouwels, Marijke Dorresteijn, Ton Herbrink (eindredacteur)

Vormgeving De Drie Poorten, Nijkerk

Voorplaat CUMELA Communicatie

Advertentiewerving Marjet van Ruitenbeek

Druk Senefelder Misset, Doetinchem

Abonnementen Een abonnement op Grondig kan op elk moment ingaan en loopt na de eerste periode van kalenderjaar tot kalenderjaar. Een opzegging van het abonnement dient schriftelijk, vóór 1 november door ons ontvangen te zijn. Kosten abonnement: Nederland € 79,- per jaar Buitenland € 104,- per jaar Collectieve abonnementen: op aanvraag

© Stichting CUMELA Communicatie, Nijkerk Het geheel of gedeeltelijk overnemen van artikelen uit Grondig is toegestaan na toestemming van de uitgever. Uitgever en auteurs kunnen geen aansprakelijkheid aanvaarden voor eventuele schade door onjuiste berichtgeving. ISSN: 2210-3260

4

GRONDIG - Juli 2013

REDACTIONEEL Veiligheid Inmiddels rijden we allemaal wel in een auto die van alle kanten is voorzien van veiligheidsvoorzieningen. Met airbags, ABS en zelfs aparte kreukelzones om bij aanrijdingen met voetgangers de kans op letsel te verminderen. Het zijn voorzieningen die op een trekker ver te zoeken zijn. Sterker, we zijn een meester in het op- en aanbouwen van nieuwe hulpstukken om het werk met minder mensen en nog sneller te kunnen doen. Airbags lijken in trekkercabines niet nodig, want we kunnen ons geen bericht heugen dat een bestuurder om het leven is gekomen bij een aanrijding. Het zijn altijd de voetgangers, fietsers en automobilisten die het slachtoffer zijn. Twee weken geleden werden we op één dag opgeschrikt met vijf doden die verband hielden met onze sector. Drie mensen overleden in Friesland bij het schoonmaken van een mestsilo. In Limburg waren twee oudere dames het slachtoffer van een combinatie voor het maaien van de bermen. Het is cynisch, maar voor de bedrijven die actief zijn in het bermonderhoud was dit misschien wel een gelukkige samenloop. De doden in de mestsilo haalden namelijk het journaal, bij de slachtoffers uit Limburg bleef het beperkt tot het lokale nieuws. Het ongeval zal echter ruim worden onderzocht en in elk geval leiden tot nieuwe vragen over de veiligheid van het landbouwverkeer. Opvallend in de Limburgse kwestie is dat dit niet gebeurde tijdens het werk, maar tijdens het transport. Of juist niet, want dat is het moment dat de veiligheidsmaatregelen worden opgeheven. Tijdens het werk is de snelheid laag en zorgen waarschuwingsborden achterop, verkeersborden en eventueel auto’s met botsabsorbers ervoor dat achteroprijdend verkeer niet op de voertuigen rijdt. De lage snelheid en de concentratie van de bestuurder op het werk zorgen ervoor dat er ook voor de machine nauwelijks iets gebeurt. Het werk houdt de bestuurder scherp. Grote kans dat dit een stuk minder was toen het ongeval gebeurde. Blij dat er weer een stuk op zat, misschien blij om naar huis te gaan. Grote kans ook dat de dode hoek die het gevolg is van zo’n dikke zuigpijp een rol heeft gespeeld. Bedrijven en fabrikanten moeten op zoek naar oplossingen, want het werk langs de weg blijft. Ondanks nieuwe beheermethoden is de kans groot dat ook de trekker met klepelmaaier en zuigarm blijft. Het is nu de uitdaging een oplossing te vinden voor die brede, dikke pijp. Want dat er wat aan veiligheid moet gebeuren, is al een hele tijd duidelijk.

Redactie Grondig Michiel, Toon en Gert


Cumelabedrijf in actie

Juli 2013

ALGEMEEN 12 - Bestuurdersaansprakelijkheid 16 - Maatwerkbegeleiding 20 - Economie 22 - Vakantie is noodzakelijk 26 - Werk in uitvoering langs de weg 35 - Wetten & regels 64 - Zijwegen: remmen is topsport 66 - Uitsmijter: voorkom ellende met de aftakas

GROEN

In Zaandam heeft Niek Konijn een mooie klus als onderaannemer bij de herinrichting van een groot aantal woonwijken. Spceciaal hiervoor werd een Mecalac 8MCR aangeschaft omdat deze zo lekker multifuncitoneel is. Machinist Jasper Zandbergen is na enkele weken al helemaal thuis op de machine. Hij wordt voor allerlei klussen ingezet. Zoals het aanvullen van zand langs de woningen of het laden van kippers met afval. Konijn wilde voor dit werk speciaal een rupsmachine omdat de ondergrond slap is.

14 - Was- en spoelwater nooit lozen 24 - Vrouw & visie: van bermgras naar groengas 40 - Verslag Groenbeurs Eisenach 46 - Agrarisch nieuws 53 - Gras lijkt maïs te beconcurreren 55 - Het weer beter in beeld

INFRA 28 - Cursus ‘1400 toeren Herderen’ 30 - Schijven gaan terrein winnen 32 - Unimog op zekerheid gekocht 36 - Sterk werk: Buzeman Slootreiniging, Bourtange 48 - Tempobeul 58 - Ontwikkelingsboost JCB

GROND 8 - WION werkt onvoldoende in geval van schade 11 - WIION schiet te kort 19 - Klic-App gepresenteerd 56 - Grondverzetnieuws 60 - Case in F-majeur 62 - Staad staat

CUMELACTIEF (exclusief voor leden) 4 - Flexibele arbeidsbenutting 6 - Sectorbarometer: negatievere stemming 8 - Toolbox: bollenrooien 12 - Directiebeoordeling

GRONDIG - Juli 2013

5


algemeen rubriek nieuws

Bijna voldoende mestverwerking Met alle bestaande en nieuwe initiatieven voor mestverwerking moet het mogelijk zijn de verwerkingsdoelen van 2015 te halen. Dit blijkt uit een deze week aan staatssecretaris Dijksma aangeboden plan om te voldoen aan de eisen van het nieuwe mestbeleid. Het plan, dat precies op 1 juli - de afgesproken dag - werd aangeboden aan de staatssecretaris, bevat een inventarisatie van de huidige mestverwerkingscapaciteit en een overzicht van de initiatieven waarvan wordt verwacht dat ze in 2015 zeker in werking zullen zijn. Daarnaast bevat het een plan een hele reeks aanvullende maatregelen om op het gebied van ammoniak, geur, fijnstof, CO2 en andere broeikasgassen en waterkwaliteit grote stappen voorwaarts te maken. Met deze aanvullende maatregelen moet uiterlijk in het jaar 2020 aan alle milieueisen worden voldaan. Het plan is opgesteld door een groot aantal partijen die actief zijn in de agrarische sector, zoals LTO Nederland, veevoederbedrijven, verwerkers van zuivel en vlees en CUMELA Nederland. In het plan wordt ervan uitgegaan dat in 2014 17 miljoen kilogram fosfaat moet worden verwerkt en in 2015 28 miljoen kilogram. Uit de inventarisatie blijkt dat er op dit moment aan operationele verwerking (exclusief pluimveemest) al net voldoende capaciteit per jaar beschikbaar is (zie tabel 1). In deze verwerkingscapaciteit is de onbenutte composteercapaciteit en hygiënisatiecapaciteit bij vergisters niet meegenomen. Dit is samen nog 1,5 tot 2,0 miljoen kilogram fosfaat. Daarmee komt de verwerkingscapaciteit voor varkens- en rundermest op maximaal 12,8 miljoen ton. Samen met het aandeel van de pluimveehouderij

in de verplichte mestverwerking in 2014 van 4,4 miljoen kilogram is er dan in totaal voor 17,2 miljoen kilogram fosfaat verwerkingscapaciteit beschikbaar. Dat is net voldoende om de verplichting in te vullen. Voor de jaren daarna staat inmiddels nog een groot aantal plannen op stapel. Als die allemaal worden uitgevoerd, zal er ruim 40 miljoen kilogram fosfaat kunnen worden verwerkt. De commissie die de plannen heeft beoordeeld, verwacht dat het voor een deel van de plannen zeker mogelijk moet zijn om deze in 2015 te hebben gerealiseerd. Dit zijn de plannen voor installaties waar nu al aan wordt gebouwd of waarvoor de vergunningen al zijn verleend. Dat zou in 2015 een extra verwerkingscapaciteit van ruim 10 miljoen kilogram fosfaat

Regio

Aanvoer mest mln. ton

Aanvoer fosfaat mln. kg

Export fosfaat mln. kg

Export stikstof mln. kg

Overig Nederland

1,5

6,4

4,1

6,5

Oost Zuid Totaal

0,4 2,5 4,4

1,4 10,5 18,3

1,2 5,4 10,8

1,9 7,4 15,8

Grootste QR-code Drones zijn de laatste tijd vaak negatief in het nieuws, maar bij de onthulling van de grootste QR-code kwamen ze goed van pas. Vanuit het onbemande vliegtuigje werd pas goed duidelijk hoe groot een 4000 vierkante meter metende QR-code is. Vanuit de drone werd de code gescand en daarna zagen de aanwezigen op een scherm hoe de nieuwe website www.mooivakman.nl werd geactiveerd. De officiële handeling daarvoor werd gedaan door Bibi de Vries, directeur Sociale Partners en Belangenorganisaties van Achmea. De nieuwe website is bedoeld om mensen niet alleen te interesseren voor het werken in de cumelasector, maar bevat ook allerlei informatie over veilig en gezond werken. Nadrukkelijk is het doel van de website ook om zoveel mogelijk mensen zo lang mogelijk binnen de sector in dienst te houden.

Waterschappen willen aanscherping gewasbeschermingsmiddelenbeleid De Unie van Waterschappen wil dat de nota ‘Gezonde Groei, Duurzame Oogst’ die staatssecretaris Sharon Dijksma van Economische Zaken half mei naar de Tweede Kamer heeft gestuurd verder wordt aangescherpt. Om te bereiken dat er in 2023 nagenoeg geen normoverschrijdingen van de milieukwaliteitsnormen meer voorkomen, zijn aanvullende maatregelen nodig, aldus de unie.

6

GRONDIG - Juni 2013

Zij vindt dat bij de toelatingsverzoeken van gewasbeschermingsmiddelen ook rekening moet worden gehouden met de KRW-normen. Daarnaast wil ze dat er emissienormen komen voor de lozing van gewasbeschermingsmiddelen in de glastuinbouw. Belangrijk vindt de unie ook dat er een verbod komt op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in het ‘overig groen’ en door particulieren.


Preciese zodebemester Op de loonwerkvelddagen zorgde Schuitemaker samen met Agrometius voor een mooie primeur. Samen hebben ze een systeem ontwikkeld om de elementen van een zodebemester per twee uit te kunnen schakelen. Ze worden daarbij niet alleen uitgeschakeld, maar ook opgetild. Dat vergroot de mogelijkheden sterk om overdosering bij overlap te voorkomen. Innovatief is ook dat tegelijk met het uitschakelen de dosering wordt aangepast. Momenteel vinden ook proeven plaats om het via de Greenseeker te combineren met plaatsspecifieke bemesting.

COMMENTAAR Plattelandsbeleid

COM en Federatie Agrotechniek verder als Fedecom Met ingang van 1 juli zijn het COM (Centraal Orgaan Mechanisatiebedrijven) en de Federatie Agrotechniek gefuseerd tot Fedecom. De nieuwe organisatie zal gaan optreden als belangenbehartiger en brancheorganisatie voor alle mechanisatie- en dealerbedrijven in Nederland. Voorzitter van de nieuwe club is Erik Hogervorst. De organisatie richt zich op alle bedrijven die actief zijn in landbouwtechniek, veehouderijtechniek, groentechniek, tuinbouwtechniek en industrie & intern transport.

Nieuwe leden In juli hebben vijf leden het aanmeldingsformulier van CUMELA Nederland getekend. Ook zij kunnen nu dagelijks een beroep doen op de diensten van de brancheorganisatie. Berman Infra BV BMWW Agriservice Gebroeders Dalmulder Infra Machineverhuur De Deelen H. Meedendorp Grond- en Sloopwerken

Stadskanaal Nijkerkerveen Nigtevecht Tijnje Poeldijk

Agenda algemeen 4-8 september................ Matexpo, Kortrijk (B) 5 september.................... Gras & Maïsmanifestatie Vredepeel. 10-12 september ........... GroenTechniek Holland, Walibi, Biddinghuizen 11-12 ............................... september Potato Europe, Emmeloord 12 september................. Gras & Maïsmanifestatie Marwijksoord 25 september................. Nationale gazon-demodag, Eemnes

Mag het een onsje minder zijn? Zo zou je het nieuwe landbouwbeleid voor de periode na 2013 kunnen omschrijven. Een spannend onderdeel in de Brusselse besprekingen zijn de stimuleringsfondsen voor het platteland, de aanwending van de zogeheten POP-gelden. Die zijn bedoeld om de landbouw nog meer innovatief, duurzaam en concurrerend te maken! Voor zulke woorden moet je even de tijd nemen. Wat zou er precies worden bedoeld? En vooral: hoe zuiver zijn de doelen? Of gaat het misschien slechts om de vraag hoe we op een handige manier een bak met Europees geld leeg kunnen kieperen? Want daar hebben we toch recht op? Eerlijk gezegd ben ik niet erg optimistisch. Met het bestaande beleid voor POP-subsidies, dat in 2013 afloopt, hebben we zeer slechte ervaringen. Als gevolg van bizarre criteria denk ik dat tachtig procent van de beschikbare gelden slechts terecht is gekomen bij twintig procent van de boeren waarvoor ze bestemd waren. Doodeenvoudig omdat de meeste subsidies werden verzilverd voor investeringen in trekkers en machines (veertig procent subsidie of meer), door boeren die kiezen voor zelfmechanisatie. Als het een beetje mee zat, behoorde je tot de gelukkigen, maar je kon ook de pech hebben buiten de boot te vallen door ‘overtekening’ van het beschikbaar gestelde subsidiebedrag. Voor boeren die kiezen voor mechanisatie via de loonwerker geldt in elk geval dat ze geen profijt kunnen trekken van POP-gelden, omdat loonbedrijven hiervoor niet in aanmerking kunnen komen. Het gaat om geld dat volledig aan de agrarische sector ten goede moet komen. Het zal wel, en wat mij betreft is dat ook prima. Maar moet je daarvoor discriminerend beleid voeren: de ene boer wel en de andere niet? Waar is de ondernemersmentaliteit van LTO en andere boerenorganisaties die dit zo bepleiten. En hoe zit het met de visie van toegewijde en deskundige ambtenaren die de regelgeving voor de POP-gelden gestalte geven? Zou er enig besef zijn dat de sleutel voor innovatie, duurzaamheid en concurrentievermogen van de landbouw al jarenlang bij de loonbedrijven ligt? Of we die sleutel even willen inleveren? Ja, als we zo doorgaan met de POP-gelden zou je daartoe bijna worden gedwongen. Maar toch, zelfs in de landbouw geldt ‘eerlijk duurt het langst’. Want ondanks de verspilling van POP-gelden als gevolg van bekrompen criteria ligt de toekomst van de landbouwmechanisatie bij de loonbedrijven!

Jan Maris Algemeen directeur CUMELA Nederland

GRONDIG - Juni 2013

7


Kabels en leidingen

WION werkt onvoldoende in geval van schade Gravers komen onder grote druk te staan om de verantwoordelijkheid op zich te nemen Aannemers schuiven graafschades te snel en te gemakkelijk af op de feitelijk graver. Daarmee gaan zij voorbij aan hun eigen verantwoordelijkheden in de graafketen en hoeven zij de (financiĂŤle) gevolgen daarvan niet zelf te dragen. Als gevolg wordt de werking van de WION ondergraven en ontstaan er meer schades dan noodzakelijk is. De Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten (WION) is op 1 juli 2008 ingevoerd en bestaat dus alweer vijf jaar. De WION is uitgewerkt in de Richtlijn zorgvuldig graafproces, waarin de verantwoordelijkheden van de verschillende partijen in de graafketen uitgebreid worden besproken. Op grond hiervan wordt bepaald wie een graafschade moet dragen. De schadebehandelaars bij CUMELA Verzekeringen zien op jaarbasis honderden graafschades voorbij komen. Er zijn te veel voorbeelden waarbij opdrachtgevers de (financiĂŤle) gevolgen van een schade neerleggen bij de verzekerde of bij CUMELA Verzekeringen als verzekeraar van het werkmateriaal. Hoe gaat dat nu in zijn werk?

8

GRONDIG - Juli 2013

Verzekeringen Als eerste valt op dat veel aannemers en hun tussenpersonen en verzekeraars onvoldoende kennis hebben van de inhoud en de werking van de WION en de Richtlijn zorgvuldig graafproces. Veel denkbeelden uit het verleden staan nog fier overeind, zoals het idee dat diegene die de schade maakt dat is de feitelijk graver - er ook maar voor moet opdraaien. En hij is daar toch ook voor verzekerd, nietwaar? Dat is te eenvoudig gedacht. De voorwaarden van de werkmateriaalverzekering verschillen per verzekeraar. In sommige gevallen is de opdrachtgever automatisch meeverzekerd en dan kan hij zijn aansprake-


lijkheid onderbrengen bij deze verzekering, of de graver dat nu wil of niet. In andere gevallen heeft de graver de keuze om de aansprakelijkheid van de opdrachtgever wel of niet te dekken. Dan kan de opdrachtgever allerlei (commerciële) druk uitoefenen om de graver te dwingen, hoe onterecht dit ook is. Soms is de aansprakelijkheid van de opdrachtgever in het geheel niet meeverzekerd, maar daarmee wordt het probleem alleen maar verplaatst van de verzekeraar naar de graver. Veel grondroerders hebben een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering die geen of onvoldoende dekking biedt voor graafschades die zijn veroorzaakt door ingehuurde graafmachines. Er valt nog veel te verbeteren aan het advies dat zij hierover krijgen van tussenpersonen en verzekeraars. Het gevolg is wel dat grondroerders hierdoor meer geneigd zijn om schades af te wentelen, nu zij er anders zelf voor opdraaien. Dat geldt nog meer als de schadebedragen oplopen.

Contractuele bepalingen Grote aannemers zoals Heijmans en KWS verplichten door hen ingehuurde gravers om een (raam)overeenkomst te tekenen. Als je niet tekent, mag je de werkzaamheden niet uitvoeren. En dit soort aannemers zorgt voor een regelmatige stroom van opdrachten en inkomsten. Bij de (raam)overeenkomst horen voorwaarden waarin allerlei verplichtingen aan de graver worden opgelegd. Hij moet een verzekering voor het ingehuurde materiaal afsluiten, waarop ook de opdrachtgever is meeverzekerd en/of hij vrijwaart de opdrachtgever voor alle (graaf )schade die met het werkmateriaal wordt veroorzaakt. Dit betekent dat een schade altijd voor rekening van de graver of zijn verzekeraar komt, zelfs als de oorzaak voor het ontstaan van de schade geheel bij de aannemer ligt en de graver niets te verwijten valt. Kleinere aannemers zien dit soort praktijken en hanteren steeds vaker ook (algemene) voorwaarden.

Commerciële druk Zodra een schade is ontstaan, zal een opdrachtgever al snel druk uitoefenen op een graver. Vaak wordt de schadelijdende netbeheerder doorverwezen naar de graver, waardoor deze gedwongen wordt actie te ondernemen. Al snel wordt gezegd dat de graafmachine de schade heeft veroorzaakt en daarvoor verzekerd is of zou moeten zijn. Gravers zijn geneigd om hierdoor de schade op zich te nemen, al dan niet terecht. Opdrachtgevers verrekenen schadebedragen regelmatig met openstaande facturen van gravers. Dat mag wettelijk gezien niet, maar in veel gevallen is de graver niet bereid of niet in staat om hierover in discussie te gaan. Als dit wel gebeurt, houden opdrachtgevers vaak voet bij stuk en dan is er enkel nog de mogelijkheid om een incassobureau in te schakelen, maar dat doet geen enkele graver. Als de schade niet naar tevredenheid van de opdrachtgever wordt afgewikkeld, blijken de meeste opdrachtgevers meer dan bereid om de nodige druk uit te oefenen op de graver. Zeker in deze economisch lastige tijden zal een graver sterk geneigd zijn toe te geven aan de druk van zijn opdrachtgever om werk te (blijven) krijgen.

Zelfstandige onderzoeksplicht De aannemer dient als grondroerder tijdig een Klic-melding te doen en hij moet ervoor zorgen dat de ontvangen Klictekeningen op de graaflocatie in te zien zijn. Het vaststellen van de precieze ligging van de aangegeven netten door het graven van proefsleuven is daarna cruciaal om zorgvuldig te kunnen graven. De verantwoordelijkheid voor het opsporen ligt altijd bij de aannemer en deze kan de verantwoordelijkheid enkel delegeren door middel van een onderaannemingsovereenkomst. De feitelijk graver heeft een zelfstandige onderzoeksplicht, omdat hij diegene is die de grond in gaat en daarmee kans heeft om de schade te veroorzaken. Hij hoort pas te beginnen met graven als de grondroerder alles goed heeft voorbereid en de situatie in de ondergrond duidelijk is en blijft. In de praktijk blijkt het zeer lastig om aan deze plicht te voldoen, zeker als de graver op urenbasis wordt ingehuurd. De Richtlijn zorgvuldig graafproces gaat uit van een gelijkwaardigheid tussen de grondroerder en de feitelijk graver, maar deze bestaat op de werklocatie niet. De uitvoerder van de aannemer heeft het overzicht en de informatie. Hij staat hoger in de hiërarchie dan de machinist, die geacht wordt gegeven instructies uit te voeren. De uitvoerder staat er namens de (betalende) opdrachtgever. De uitvoerder heeft op de werklocatie dus de leidende rol. Hij bepaalt onder welke omstandigheden de machinist werkt en stuurt hem aan, zeker als op urenbasis wordt gewerkt. Als zich dan een schade voordoet, verschuilt een aannemer zich al snel achter de zelfstandige onderzoeksplicht van de graver. Dat is onjuist. De grondwerker die op het werk staat, valt ook onder de verantwoordelijkheid van de aannemer. Dat geldt ook als de grondwerker elders wordt ingehuurd of een zzp’er is. In de praktijk is de grondwerker vaak een verlengstuk van de uitvoerder en de machinist is sowieso afhankelijk van de inzet en de aanwijzingen van de grondwerker. Nalatigheid of fouten van de grondwerker moeten voor rekening komen van de aannemer, die dat in de praktijk vaak niet zo ervaart.

Agentschap Telecom Het toezicht op de naleving van de WION is een taak van Agentschap Telecom, dat na het constateren van een overtreding een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete kan opleggen. Dergelijke maatregelen zouden er toe kunnen leiden dat grondroerders hun verantwoordelijkheden nemen, ook als een schade kan worden afgewenteld op de feitelijk graver. Agentschap Telecom beschikt over een gering aantal inspecteurs (acht tot negen FTE in 2012). Een deel van hun tijd zijn deze inspecteurs bezig met administratief werk, voorlichting en het maken van beleid. Dat betekent dat er (te) weinig tijd is om controles uit te voeren op de werklocatie. In 2012 heeft het agentschap 44 sancties opgelegd voor overtredingen van de WION. De hoogste boete die in 2012 werd opgelegd, is een boete van € 100.000,-. In totaal heeft Agentschap Telecom in 2012 voor € 303.250,- aan boetes en voor € 12.500,- aan lasten onder dwangsom opgelegd. Dergelijke getallen leiden mij tot de conclusie dat er geen GRONDIG - Juli 2013

9


Kabels en leidingen

of in elk geval een onvoldoende dreigende werking uitgaat van Agentschap Telecom en dat hiermee niet zal worden bereikt dat grondroerders en gravers hun gedrag zullen (moeten) veranderen.

Al snel wordt gezegd dat de graafmachine de schade heeft veroorzaakt en daarvoor de claim bij de graver komt te liggen.

De prijsconcurrentie leidt ertoe dat werk wordt gegund voor lagere prijzen, waardoor vaker de benodigde voorzorgsmaatregelen niet (kunnen) worden genomen.

In de Richtlijn zorgvuldig graafproces moet worden vastgelegd dat de aannemer als grondroerder de eerst verantwoordelijke is voor het zorgvuldig graven.

10

GRONDIG - Juli 2013

En nu? De slechte economische omstandigheden vergroten het probleem alleen maar. Er is sprake van een toegenomen prijsconcurrentie onder aannemers en feitelijk gravers als gevolg van de huidige crisis. De prijsconcurrentie leidt ertoe dat werk wordt gegund voor lagere prijzen, waardoor vaker de benodigde voorzorgsmaatregelen niet (kunnen) worden genomen. Opdrachtgevers zullen de tijd en het geld beschikbaar moeten stellen om zorgvuldig te kunnen graven en de kosten hiervan moeten uit de concurrentiesfeer worden gehaald. Door een oriëntatiemelding kan in een vroeg stadium worden bepaald welke inspanningen moeten worden geleverd om zorgvuldig te graven. De kosten hiervan kunnen als stelposten in het bestek worden opgenomen. Zorgvuldig opdracht geven moet door de hele graafketen heen gebeuren, dus ook als de aannemer graafwerk uitbesteedt. Ook de feitelijk graver moet letterlijk de tijd krijgen om aan zijn verplichtingen te voldoen. Daar is nog veel winst te boeken. In de Richtlijn zorgvuldig graafproces moet worden vastgelegd dat de aannemer als grondroerder de eerst verantwoordelijke is voor het zorgvuldig graven. De zelfstandige onderzoeksplicht van de feitelijk graver is daaraan ondergeschikt en heeft enkel werking ten opzichte van de schadelijdende netbeheerder. Op die manier zullen schadeén boetebedragen bij de juiste partij terechtkomen. Daarnaast is een verdere verspreiding van de kennis over de inhoud en de werking van de WION en de Richtlijn zorgvuldig graafproces van groot belang. Dit geldt voor zowel grondroerders als feitelijk gravers en bovendien ook voor hun tussenpersonen en verzekeraars. Aannemers moeten door hun opdrachtnemers worden aangesproken op hun gedrag. Het gaat dan om de omstandigheden en de (algemene) voorwaarden waaronder wordt gewerkt, maar ook om het doorsturen van aansprakelijkstellingen en het eenzijdig verrekenen van schadebedragen met openstaande facturen. Beide partijen moeten elkaar met name op de werklocatie aanspreken op hun verantwoordelijkheden en die ruimte moet elkaar worden geboden. Dat is een cultuuromslag, die de nodige tijd en energie in beslag zal nemen. Meer en strengere controles door Agentschap Telecom kunnen ook helpen. Door een grotere dreiging van een boete dan nu gaan aannemers de druk voelen om hun verantwoordelijkheden te nemen. Agentschap Telecom zal echter niet meer mankracht krijgen. Het toezicht zal wel meer worden gericht op partijen die niet zorgvuldig graven en daardoor vaker schade veroorzaken. Bovendien zal meer bekendheid worden gegeven aan de boetes die worden uitgedeeld. Daarbij is het de bedoeling om ook de namen van de overtreders te noemen, het zogenaamde ‘naming and shaming’. Hopelijk leidt dit niet tot ontwijkend gedrag van de desbetreffende partijen.

Tekst Herman Arissen schadebehandelaar CUMELA Verzekeringen


WION schiet te kort CUMELA Nederland ontevreden over aanpak van opdrachtgevers Opdrachtgevers moeten meer ruimte geven aan gravers om te voldoen aan de Richtlijn zorgvuldig graven. CUMELA Nederland pleit daarom voor een betere handhaving van de regels. Alleen door de opdrachtgever aansprakelijk te stellen bij onzorgvuldig handelen kan de feitelijk graver in een betere machtspositie komen.

In een eerste evaluatie van de WION concludeert Agentschap Telecom op basis van zijn bevindingen in het veld dat de opdrachtgevers in het algemeen de in de WION aan hen toegemeten rol goed invullen. CUMELA Nederland heeft in december 2012 aan het ministerie van Economische Zaken laten weten dat deze conclusie van het agentschap zou kunnen gelden voor de ‘bestekschrijvende’ opdrachtgevers, maar zeker niet voor alle andere opdrachtgevers lager en verder in de keten. Helaas is onze reactie slechts deels terug te vinden in de evaluatie van de WION. In de aanbevelingen en de brief van de minister aan de Kamers naar aanleiding van de evaluatie gaat minister Kamp daar zelfs geheel aan voorbij. In de evaluatie lees je dat er daarom maar beperkingen moeten worden opgelegd aan het aantal keren dat een werk in (onder)onderaanneming mag worden weggezet. Dit raakt met name onze sector. Het betekent een inbreuk op de contractvrijheid in algemene zin.

Aansprakelijkheid Een van de grote problemen is het feit dat de opdrachtgever geen of te weinig tijd geeft voor het doen van een graafmelding. Laat staan dat hij het zelf doet. Nu zou je kunnen stellen: als deze ‘leidinggevende’ grondroerder zijn zaakjes niet op orde heeft, moet de feitelijk graver weigeren aan het werk te gaan. Zo werkt dat echter niet. Deze ‘leidinggevende’ grondroerder heeft een economische machtspositie tegenover de feitelijk graver. De graver is de afhankelijke partij. Hij wil immers ook in de toekomst blijven werken voor deze opdrachtgever en wil dus niet als vervelend overkomen. Hij is daardoor

minder - zeg maar niet - in staat zorgvuldig graven af te dwingen. Bij CUMELA Nederland zijn situaties bekend waarin de aannemer met eigen materieel extern materieel inhuurt omdat de werksituatie hem wat betreft kabels en leidingen te risicovol is. Bovendien wordt door de werkleiding van de grondroerder vaak rechtstreeks gecommuniceerd met de ingehuurde machinist en deze is al helemaal niet in staat iets af te dwingen. Deze economische machtsverhoudingen vergroten het risico op schade. Sterker, CUMELA Nederland is van mening dat hier een grote bron van schade ligt. De brancheorganisatie bepleit daarom dat de wetgever de ‘leidinggevende’ grondroerder nadrukkelijker moet aanwijzen als de verantwoordelijke voor het zorgvuldig graven, met de bijbe-

horende aansprakelijkheid. Hij heeft immers de daadwerkelijke leiding, hij kan proefsleuven laten graven en laten voorsteken. Daarvoor moet hij ook tijd en (financiële) middelen beschikbaar stellen. Alleen via deze wijziging en door handhaving zal de grondroerder worden gestimuleerd om het goed te doen, omdat de schade en de boetes bij hem in rekening worden gebracht als hij niet de richtlijn volgt. Volgens CUMELA Nederland kun je het niet aan de sector overlaten om dit te regelen, zoals de minister bij andere aanbevelingen naar aanleiding van de evaluatie oppert. Daarvoor zijn de (financiële) belangen te tegenstrijdig. CUMELA Nederland zal dit punt daarom nadrukkelijker onder de aandacht brengen en aandringen op handhaving.

Tekst: Jan van der Leij

GRONDIG - Juli 2013

11


verzekeringen

Bestuurdersaansprakelijkheid Persoonlijke aansprakelijkheid vaker in de schijnwerpers Ondernemen brengt vanzelfsprekend risico’s met zich mee. Er wordt daarom door veel ondernemers een scheiding aangebracht tussen het zakelijk vermogen van de onderneming en het privévermogen, bijvoorbeeld door de onderneming in een besloten vennootschap onder te brengen. Toch blijven er dan risico’s in geval van slecht bestuur. Een verzekering kan dan extra zekerheid geven. In de cumelasector hebben al veel ondernemingen ervoor gekozen om het bedrijf om te zetten in een besloten vennootschap, maar ook coöperatieve werktuigverenigingen komen in de sector veel voor. Voordeel van deze vorm is dat de eigenaar of bestuurder in geval van een faillissement niet zijn privévermogen kan kwijtraken. Toch wordt hier de laatste jaren steeds kritischer naar gekeken. De persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurders van ondernemingen en verenigingen staat steeds vaker in de schijnwerpers. Bekende voorbeelden zijn Ahold en diverse woningcorporaties, maar deze vormen slechts het topje van de ijsberg. Niet alleen bestuurders van grote (beursgenoteerde) ondernemingen worden aangesproken op hun privévermogen als het mis gaat. Ook binnen het midden- en kleinbedrijf, verenigingen, stichtingen en coöperaties komen claims steeds meer voor. Het betekent dat ook eigenaren van cumelaondernemingen die het bedrijf in bijvoorbeeld een besloten vennootschap hebben ondergebracht toch privé aansprakelijk kunnen worden gesteld door mismanagement als bestuurder. Laten we eerst even vaststellen wat is nu een bestuurder is. Een bestuurder is een natuurlijke persoon die op statutaire wijze is benoemd, of een persoon die zonder deel uit te maken van het bestuur krachtens statuten of besluit van de algemene vergadering voor bepaalde tijd of omstandigheden daden van bestuur verricht, alsmede een persoon die het beleid (mede) bepaalt als ware hij bestuurder. Simpel gezegd is een bestuurder iemand die als zodanig is benoemd of als zodanig optreedt.

Wanneer aansprakelijk? Er zijn twee hoofdredenen waarom een bestuurder aansprakelijk kan zijn. Onbehoorlijk bestuur of mismanagement In artikel 2:9 van het Burgerlijk Wetboek is de aansprakelijkheid van bestuurders vastgelegd. Dit artikel verplicht bestuurders tot het voeren van ‘behoorlijk bestuur’. Het is niet mogelijk daarvan een sluitende definitie te geven. Dit begrip wordt namelijk ingevuld door rechters, die ook de maatschappelijke ontwikkelingen volgen. Wel is het zo dat er voor onbehoorlijk bestuur sprake moet zijn van een ‘ernstig verwijt’ dat de bestuurder kan worden gemaakt. Deze aansprakelijkheid speelt vooral in de relatie tussen de onderneming

12

GRONDIG - Juli 2013

en haar eigen bestuurder. Voorbeelden van (kennelijk) onbehoorlijk bestuur zijn: • verwaarlozen van de kredietbewaking; • onvoldoende deskundigheid of besluiteloosheid, zoals het niet aanvragen van een faillissement terwijl duidelijk is of behoort te zijn dat de verplichtingen niet meer kunnen worden nagekomen; • niet voldoen aan de boekhoudplicht; • ernstige fouten bij fusies en splitsingen. Sinds in de jaren tachtig verscheidene ‘anti-misbruikwetten’ zijn aangenomen, is de persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurders en commissarissen aanzienlijk verscherpt, met als gevolg dat het voor de bestuurders en commissarissen bijna niet meer mogelijk is om zich achter een rechtspersoon te verschuilen voor iets waar zij zelf aansprakelijk voor zijn of worden geacht. Deze wetten hebben er tevens voor gezorgd dat er een lagere drempel is ontstaan om naar de rechter te stappen in het geval van onbehoorlijk bestuur (mismanagement) of een vermoeden hiervan. Onrechtmatige daad Wanneer u als bestuurder een ‘onrechtmatige daad’ begaat, kan de gedupeerde u persoonlijk aansprakelijk stellen, bijvoorbeeld als u iets koopt terwijl u weet dat de onderneming of vereniging dit niet kan betalen. De verkoper kan u dan persoonlijk aansprakelijk stellen voor de openstaande schuld. Deze aansprakelijkheid speelt vooral in de relatie tussen de onderneming en derden. De meest voorkomende reden voor een mogelijke claim is een faillissement. Sinds het uitbreken van de crisis is het aantal faillissementen sterk toegenomen. Dit geldt niet alleen voor startende bedrijven, maar ook steeds meer voor lang bestaande bedrijven. Het afgelopen jaar zijn er ruim 12.000 faillissementen uitgesproken. Hiervan was ruim 75 procent het gevolg van een gebrek aan baten en in 30 procent van de gevallen was ‘mismanagement’ de oorzaak. De recent afgewikkelde faillissementen van vennootschappen hebben enige miljarden aan onbetaalde schulden achtergelaten. Van al deze faillissementen was bij 12,5 procent sprake van een opzettelijke benadeling van schuldeisers. Het aansprakelijk stellen van een bestuurder na een faillissement is vooral een actie van de curator.


Voor bestuurstaken geldt een collectieve verantwoordelijkheid en voor alle bestuurders een hoofdelijke aansprakelijkheid. Dat betekent dat u als individuele bestuurder aansprakelijk kunt worden gesteld voor de volledige schade die voortvloeit uit fouten van u én uw medebestuurders. U kunt dus ook persoonlijk aansprakelijk worden gesteld als de fouten niet door u, maar door uw medebestuurders zijn begaan.

Verzekering Een mogelijkheid om het privévermogen te beschermen tegen claims vanuit de rol als bestuurder is de bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering. Deze verzekering dekt tot maximaal het verzekerde bedrag de persoonlijke aansprakelijkheid van verzekeraars in de functie van bestuurder en/of commissaris. De verzekering zorgt ervoor dat het financiële risico voor bestuurders en commissarissen be-

perkt blijft en dat het privévermogen van bestuurders en commissarissen tegen fouten of vermeende fouten wordt beschermd. De aansprakelijkheidsverzekering voor particulieren heeft geen dekking wanneer iemand optreedt als bestuurder of commissaris. Verzekerd is de persoonlijke aansprakelijkheid van de verzekerden als bestuurder, medebeleidsbepaler of commissaris voor schade van derden. Het verzekerde bedrag kan, afhankelijk van de omvang van de onderneming, variëren van grofweg € 250.000 tot € 2.500.000. Naast een vergoeding van de schade aan de benadeelde partij is de dekking voor kosten van verweer heel belangrijk. Procedures zijn namelijk kostbaar en ingewikkeld en de verzekeraar kan daarbij hulp verlenen door juridische bijstand te verlenen, de verzekerde te begeleiden en indien noodzakelijk de (gerechtelijke) procedure uit handen te nemen De verzekering kent een heel ruime omschrij-

CUMELA Verzekeringen helpt De bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering wordt door verzekeraars aangeboden en is in veel varianten in de markt beschikbaar. De verschillen zijn voor een leek moeilijk te onderkennen en het kiezen van de juiste verzekering is specialistenwerk. CUMELA Verzekeringen helpt u graag bij het maken van deze keuze, zodat u niet tussen wal en schip belandt. ving van de dekking en het is dan ook logisch dat een aantal schadeoorzaken van deze dekking wordt uitgesloten. De belangrijkste uitsluitingen zijn opzettelijk veroorzaakte schade door de verzekerde, belastingen en premies, boetes en milieuaantasting.

Ron Krisman Directeur CUMELA Verzekeringen

advertentie

S-serie... zo Sterk als een beer lus

• met C.V.T. P transmissie in combinatie met: • de superieure Agco Sisu Power motor • leverbaar van 270 tot 370 PK • originele terugrijinrichting

Topkwaliteit en betrouwbaarheid uit Scandinavië

AgriTech B.V. - Eesveenseweg 17 - 8332 JA Steenwijk Tel. +31 (0)521-535 070 - Fax +31(0)521-514 095 - info@agritech.nl - www.valtra.nl

GRONDIG - Juli 2013

13


Was- en spoelwater nooit lozen Waterschappen gaan meer controleren op naleving wet- en regelgeving Verschillende waterschappen en gemeenten hebben aangekondigd de komende jaren meer aandacht te gaan besteden aan het lozen van waswater uit landbouwspuiten. Deze aandacht maakt deel uit van een bredere aanpak om lozingen vanaf erven te saneren. Het is belangrijk om als bedrijf na te denken welke oplossing het beste past.

Gewasbescherming

De hoofdregel is dat was- en spoelwater afkomstig van de spuit níet mag worden geloosd in het riool of oppervlaktewater. Dit is ook niet toegestaan als het water eerst een olie- en vetafscheider passeert. In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, haalt deze namelijk géén gewasbeschermingsmiddelen uit het water. Ook een rioolwaterzuiveringsinstallatie haalt géén gewasbeschermingsmiddelen uit het rioolwater, waardoor het ‘gezuiverde’ water met de middelen alsnog in het oppervlaktewater terecht komt. Er zijn twee mogelijke werkwijzen hoe u om kunt gaan met was- en spoelwater van de landbouwspuit: reiniging in het veld of reiniging op uw eigen bedrijfslocatie.

Reinigen in het veld De laatste spuitvloeistof mag verdund worden verspoten in de laatste spuitgang. De uitwendige reiniging mag ook op het perceel plaatsvinden. Het is verplicht om hierbij vijf meter afstand te bewaren van een watergang, zodat geen oppervlakkige afspoeling plaatsvindt. Leveranciers van spuitapparatuur leveren steeds meer af-fabriek-oplossingen in de vorm van een spuitgeweer, reinigingsprogramma’s om in- en uitwendig reinigen van de spuit in het veld mogelijk te maken en (opbouw)systemen voor continue reiniging. De vraag blijft of de opdrachtgever u de gelegenheid biedt of nog ruimte heeft uw spuit uitwendig te reinigen op zijn perceel.

Reinigen op de bedrijfslocatie Werkwijze twee houdt in dat na het leegspuiten en spoelen in het veld de in- en uitwendige reiniging op de eigen bedrijfslocatie plaatsvindt, omdat daar alle voorzieningen aanwezig zijn, zoals een hogedrukreiniger en leiding- of bronwater. Het wassen dient te gebeuren boven een vloeistofdichte voorziening. Ook hierbij geldt dat nooit mag worden geloosd op het oppervlaktewater of riool. Het waswater moet dus worden opgevangen in een put, een tank of in ibc’s. Voor bedrijven die minder dan twee uitwendige reinigingen per jaar uitvoeren, is het lozen binnen de inrichting op de bodem toegestaan (dus niet op oppervlaktewater of riool).

Verwerkingsmethodes Na het opvangen moet het was- en spoelwater worden verwerkt. De verwerkingsmethodes zijn gebaseerd op twee principes. De ene groep gaat uit van het concentreren van

14

GRONDIG - Juli 2013

chemische stoffen door deze af te scheiden van water. Hiervoor kunnen Heliosec en osmosezakken worden gebruikt. De andere groep producten (biofilter, fytobak en Phytobac) gaan uit van biologische afbraak door bacteriën en vervolgens verdampen van water. Meer informatie over de verschillende verwerkingsmethodes is te vinden op www.cumela.nl.

Wetgeving Uit onderzoek blijkt dat de meeste werkzame stoffen voor gemiddeld 95 tot 99 procent worden afgebroken in een biofilter, Phytobac of fytobak. Het vertrouwen van de overheid in de werking van deze systemen wordt bevestigd in het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling. Hierin is beschreven waaraan deze systemen dienen te voldoen: • De gebruiker is verantwoordelijk voor de goede werking. Er is geen keuringsplicht voor een zuiveringssysteem opgenomen; het systeem moet wel lekvrij zijn. • De gebruiker dient op verzoek van het bevoegd een gezag een berekening te kunnen overleggen dat de capaciteit voldoende is om het waswater te verwerken. • Het gebruikte substraat afkomstig van biofilter, Phytobac en fytobak wordt níet als afval beschouwd, maar mag nadat het een jaar is gecomposteerd op het bedrijf op het land worden aangebracht. CUMELA is erg content met de wettelijke voorschriften ten aanzien van deze systemen. Wel wordt er nog een discussie gevoerd over het wel of niet plaatsen van een olieafscheider voorafgaande aan de zuiveringsvoorziening. CUMELA vindt het generiek verplichten van een olieafscheider onnodig, omdat de meeste systemen het waswater verdampen en niet lozen op het riool of oppervlaktewater.

En wat doet u? Op dit moment is er geen verplichting om te investeren in een reinigingsvoorziening, maar loos geen was- of spoelwater met gewasbeschermingsmiddelen op oppervlaktewater of riool. CUMELA Nederland heeft zich ervoor ingespannen om ondernemers zelf de keuze te laten hoe en waar ze de reiniging willen uitvoeren, rekening houdend met hun bedrijfssituatie, te bespuiten gewassen en het areaal. Het is aan te bevelen


kritisch te kijken naar de manier van reinigen (frequentie, hoeveelheid water), maar ook naar de verwerkingswijze van het vrijkomende waswater. We verwachten dat waterschappen komende tijd hun aandacht richten op de omgang met waswater bij landbouwbedrijven, maar ook bij cumelabedrijven. In de nieuwe nota over gewasbescherming hebben bedrijfsleven en waterpartijen voorgesteld dat lozingen met waswater vanaf het erf in de periode 2013-2018 worden aangepakt. Zorg dat u uw eigen bedrijfsvoering onder de loep neemt. Niet alleen om schoon water te bevorderen, maar ook om in de toekomst gewasbeschermingsmiddelen te behouden.

Eigen oplossing? Mogelijk heeft u inmiddels een persoonlijke oplossing bedacht om het was- en spoelwater op te vangen en te verwerken. CUMELA Nederland hoort graag meer over uw ideeën, oplossingen en ervaringen. Hiernaast denken de medewerkers van CUMELA graag mee en assisteren u met het aanvragen van vergunningen. Als u een persoonlijk oplossing heeft bedacht om uw was- en spoelwater te verwerken, dan vernemen zijn dit graag. Het verwerken van waswater heeft de afgelopen jaren geleid tot vele nieuwe technieken en methoden. Mocht u een eigen wijze, techniek of idee hebben voor het verwerken van waswater binnen uw bedrijf, dan is CUMELA gaarne bereid hierover met u mee te denken. Eventueel willen we uw idee ter beoordeling voorleggen aan het lokale of nationale gezag. Ervaring in dit dossier leert dat lokale overheid best bereid is mee te werken aan praktische oplossingen als de landelijke overheid goedkeuring geeft.

Wasplaats van landbouwbedrijf van Gastel Dreischor.

Verplaatsbare wasplaats.

Tekst: Maurice Steinbusch secretaris sectie Agrarisch loonwerk

Eenvoudige wasplaats voor uitwendig reinigen Hoewel een voorziening niet vereist is, laten ruim tien akkerbouwers in Zeeland vanuit de Proeftuin Kaderrichtlijn Water Dreischor een gedeelte van hun erf inrichten voor het maximaal twee keer per jaar uitwendig reinigen. Bedenker van deze ‘eenvoudige’ wasplaats is DLV Plant. De wasplaats bestaat uit een doorlaatbare bestrating (‘grasdoorgroeiplaten’) op een bed van zand en gebroken puin. De wasplaats ligt vijf centimeter op afschot, zodat het afvalwater afstroomt richting een ‘zaksloot’ die is voorzien van compost. De aanlegkosten, inclusief materiaal, bedragen ongeveer 3000 euro. Deze eenvoudige wasplaats is goedgekeurd door de gemeente en het ministerie van Economische Zaken. De wasplaats is ook een goede uitgangsbasis voor bedrijven die hun spuit vaker uitwendig willen schoonmaken. In dit geval moet deze wasplaats aan de onderzijde worden voorzien van een voorziening om het waswater op te vangen voor verdere verwerking. De wasplaats wordt op deze wijze een vloeistofdichte voorziening.

Fytobak in containerbakken bij landbouwbedrijf Spaldrop in Kekerdom.

Fytobak in de grond met behulp van vijverfolie bij loonbedrijf Hoogland in Burgervlotbrug. GRONDIG - Juli 2013

15


scholing

Maatwerkbegeleiding voor het bedrijf Een bedrijfstraining kan de interne communicatie verbeteren en de omgang met kritiek verbeteren Met regelmaat onderhoudt u uw machines, zodat u er weer soepel de werkzaamheden mee kunt uitvoeren voor uw steeds mondiger klanten. Maar hoe zit dat eigenlijk met de aandacht voor het onderhoud van het belangrijkste bedrijfskapitaal: uw mensen? CUMELA besteedt daarom, naast de reguliere standaardtrainingen, steeds meer aandacht aan maatwerk-begeleidingsactiviteiten en interne bedrijfstrainingen in uw eigen werksituatie.

Bedrijfsleider en medewerkers van De Struunhoeve verwoorden hoe ze de nieuwe inzichten en vaardigheden naar de praktijk gaan vertalen.

We werken in een sector waarvan de liefde voor onze machines vaak af spat. Ondertussen zijn het echter onze medewerkers die het echte verschil maken tussen winst of verlies. Doen ze het werk zoals ze dat geacht worden te doen? Hebben ze er plezier in? Hoe gaan ze onderling met elkaar om? Hoe presenteren zich bij de klanten? Deze vragen rond thema’s als samenwerken, communiceren en omgaan met elkaar en andere betrokkenen staan centraal bij de maatwerk-begeleidingswerkzaamheden van CUMELA. Daarmee besteden we aandacht aan de huidige realiteit in deze wereld

16

GRONDIG - Juli 2013

dat het leveren van goed werk, naast gedegen vakmanschap, steeds meer valt of staat met de juiste manier van omgaan met elkaar, klanten en overige betrokkenen. Martin Koole, bedrijfsleider van Loon- en Maaibedrijf De Struunhoeve in Monnickendam, belde in maart jongstleden met Erna Berends (coördinator scholing bij CUMELA Nederland) met de vraag om begeleiding rondom communicatiethema’s, zoals interne communicatie en het omgaan met kritiek door omstanders bij werkzaamheden in de openbare ruimte. Tot slot was er behoefte om verder vorm te geven aan het begrip ‘visitekaartje van het bedrijf’. De aangezochte begeleider Lambertus Vogelzang heeft vervolgens in nauw overleg met de bedrijfsleider van De Struunhoeve een pas-


send begeleidingsprogramma ontwikkeld. Het belangrijkste aandachtspunt van deze interne bedrijfstraining waren adviezen en tips om goed om te gaan met vervelende opmerkingen bij het uitvoeren van werkzaamheden, zoals het maken van een takkenril of het toepassen van ecologisch beheer. De leerdoelen van deze training waren: •h et versterken van inzichten en vaardigheden in het praktisch leren omgaan met negatieve reacties van derden bij het uitvoeren van werkzaamheden; •h et verder verbeteren van de onderlinge communicatie en begrip voor elkaar hebben; •h et gevoel verder ontwikkelen om zich naar de buitenwereld zo goed mogelijk te presenteren.

Praktische handreikingen De uitvoering van deze interne bedrijfstraining bestond uit een actieve afwisseling van gesprek, oefeningen, discussie, opdrachten en vooral zo goed mogelijk aansluiten bij de eigen belevingswereld van de deelnemers. De insteek was daarmee om samen praktische handreikingen te ontwikkelen over hoe beter onderling samen te werken. Hiernaast werd geleerd hoe je handiger kunt omgaan met negatieve kritiek van burgers. Het belangrijkste leerpunt hierbij was misschien wel om niet agressief te reageren, maar om te proberen rustig te blijven en een verhelderend gesprek met elkaar aan te gaan. Hiernaast moet je je als medewerker van een cumelabedrijf altijd realiseren dat jíj bij de klant het verschil kunt maken tussen het behouden of verliezen van een klant. Door vriendelijk en correct met je klant om te gaan en vooral ook goed werk te leveren, draag je bij aan een goede arbeidsrelatie: doen wat beloofd is en bij voorkeur net iets meer, in een goede en plezierige sfeer. Aan het eind van de begeleidingsactiviteit in april 2013 gaven de deelnemende bedrijfsleider, een kantoormedewerkster en zes buitendienstmedewerkers aan dat ze handige tips hadden gekregen, vooral nu ze zelf gingen proberen om de nieuwe inzichten in de praktijk toe te passen. De eerste resultaten zijn dat de medewerkers de omstanders nu meer laten uitrazen en niet direct in de aanval gaan. Zij kijken anders tegen kritiek aan, waardoor er anders wordt gecommuniceerd. De medewerkers van De Struunhoeve zijn directer naar elkaar geworden.

Passend programma Als eigenaar, bedrijfsleider of medewerker herkent u zich mogelijk in een bovenstaande beschrijvingen. Wilt u een aantrekkelijke partner voor uw opdrachtgevers blijven, neem dan contact op met de coördinator scholing van CUMELA Nederland. Zij gaat dan op zoek naar de meest passende begeleider, afhankelijk van de behoefte. In elk geval is het iemand die de sector goed kent. Vervolgens gaat deze begeleider samen met de contactpersoon van het bedrijf aan de slag om een passend programma te ontwikkelen, toegespitst op de eigen situatie en op de ondersteuningsbehoefte. Voor meer informatie neemt u contact op met de CUMELA-cursuslijn, tel. (033) 247 49 20, of kijk op de website www.cumela.nl.

Tekst: Lambertus Vogelzang (freelance begeleider) en Erna Berends (coördinator scholing CUMELA Nederland) Foto: Cumela Communicatie

In deze rubriek behandelen we iedere maand een onderwerp op het gebied van aanbestedingen en het aannemen van werken. Heeft u ook een vraagstuk, laat het CUMELA Nederland weten.

in kort bestek Inlichtingen zijn heel belangrijk Beste Helmy, Bij het lezen van het bestek heb ik iets bedacht waardoor ik mogelijk een voorsprong heb op andere inschrijvers, maar ik weet niet zeker of ik mijn idee mag toepassen. En als ik het vraag bij de inlichtingen ligt mijn idee ook bij mijn concurrenten! Wat moet ik doen?

Beste aannemer, In de aanbestedingsstukken kunnen onduidelijkheden staan. U moet zich ervan overtuigen, wat de aanbesteder bedoelt. Tijdens het aanbestedingsproces hebt u de mogelijkheid vragen te stellen over alle onderdelen in de aanbestedingsstukken. De aanbesteder beantwoordt alle vragen in een nota van inlichtingen en stuurt die naar alle deelnemers. Dat gebeurt uiterlijk zes dagen voor sluiting van de aanbesteding. De vragenronde zal echter niet altijd alle onduidelijkheden wegnemen en soms zelfs aanleiding geven voor nieuwe onduidelijkheden. Dan dient u opnieuw vragen te stellen voordat de inschrijvingstermijn is gesloten. Doet u dat niet, dan kunt u zich daarop wellicht niet meer beroepen. Vragen stellen is dus zeer belangrijk, vooral om er zeker van te zijn dat iedereen gelijk aan de streep staat en u na gunning niet met een zeperd wordt geconfronteerd. Maar wat als u een goed idee hebt? Ook daarin voorziet de ARW2012. Een ondernemer die van plan is in te schrijven, kan een gemotiveerd verzoek indienen om nadere inlichtingen die niet worden opgenomen in de nota. Het verstrekken van dergelijke inlichtingen is mogelijk als, naar het oordeel van de aanbestedende dienst, het opnemen daarvan in de nota van inlichtingen schade kan toebrengen aan de rechtmatige commerciële belangen van de ondernemer. De aanbestedende dienst mag deze inlichtingen alleen geven als deze dienen ter verduidelijking van de eisen die zij heeft gesteld. Het mag niet leiden tot discriminatie van andere ondernemers die willen inschrijven. De nota van inlichtingen is een aanvulling op de eerder gepubliceerde stukken en vormt een onverbrekelijk onderdeel van de aanbestedingsstukken. De aanbestedingsregelgeving is dan ook onverminderd van toepassing op deze nota.

Helmy Coenen Adviseur GWW

GRONDIG - Juli 2013

17


Votex Roadmaster 07 met frontgetrokken driepuntsblok Ervaren loonwerker zoekt loonbedrijf in West-Nederland   

www.wimvanbreda.nl

Herder Rapier 3-punts maaiarm

Agrarisch en Cultuurtechnisch Bij voorkeur akkerbouw Minimaal 5 medewerkers

Ervaren bedrijfsleider/directeur biedt zich aan in Noord-Nederland   

Ambitieus Brede branche kennis Uitstekende communicatieve vaardigheden

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Lucas Meertens. Hartig advies voor Loonbedrijven. www.wimvanbreda.nl

Wij zijn gespecaliseerd in het leveren van kwaliteits pennen en bussen voor graafmachines, shovels en aanbouwdelen

Norgervaart 20 • 9336 TE • Huis Ter Heide (dr) T. 06 21 83 35 16 • info@janssenassen.nl • Pennenenbussen.nl

SIM Holland 80 jaar vertrouwde kwaliteit mestverwerking en landbouwmachines Baggerpompen voor agrarisch baggerwerk of weg- en waterbouw • Doda Idra 2999 Hardox baggerpomp met hoge capaciteit en druk. • Pompen voor alle soorten baggerwerk. Wij hebben pompen voor vuilwater, wateroverlast, beregening enz.

Ketelweg 26 3356 LE Papendrecht tel. 078 - 641 80 00 fax 078 - 641 80 80 mail: info@sim-holland.nl info: www.simholland.nl

Sterk in beweging


kabels en leidingen

Klic-App gepresenteerd Geen frustraties meer vanwege stapels slecht leesbare papieren tekeningen Op het KLO Nationaal kabels en leidingencongres heeft GOconnectIT begin juni zijn Klic-App gepresenteerd. De toehoorders hadden veel waardering voor deze handige app, waarmee alle belanghebbenden in een project de Klic-tekening digitaal kunnen bekijken op hun smartphone of tablet. Deze tool is ook goed te gebruiken door de ‘kleine’ verbruikers.

Wie kent de problemen tijdens graafwerkzaamheden niet: hele stapels Klic-tekeningen waar de ligging van de aanwezige kabels en leidingen uit af te leiden zou moeten zijn. Vaak zijn de tekeningen wel op de graaflocatie aanwezig, maar zijn ze lastig in het gebruik. Er zijn geen referentiepunten, de maatvoering ontbreekt, de tekening is slecht leesbaar, ga er als graver maar aan staan. Dit soort problemen leidt bij veel bedrijven tot graafschades, die met behulp van goede informatievoorziening hadden kunnen worden voorkomen. Met de Klic-App is het mogelijk de Klic-tekening in het veld op een smartphone of tablet te bekijken. Bij een groot aantal grote grondroerders is aangetoond dat de kans op graafschades aanzienlijk wordt gereduceerd wanneer er op de nieuwe manier wordt gewerkt. Wanneer de gebruiker de Klic-App opstart, kan hij direct in- en uitzoomen in de tekeningen. Met behulp van een icoontje toont de app waar de gebruiker zich ongeveer bevindt in de tekeningen. De GPS-positie in een tablet of smartphone kan een afwijking hebben van enkele meters, afhankelijk van het soort apparaat en de omgeving. De gebruiker moet altijd voorzorgsmaatregelen treffen om te bepalen waar de kabels en leiding exact liggen. Als de maatvoering ontbreekt, kunnen met behulp van het digitale meetlintje

afstanden worden gemeten om de ligging van de kabels en leidingen te bepalen. Dit maakt het mogelijk om bijvoorbeeld te meten vanuit de kant van de weg of vanuit een dam. Verder kunnen de kabels en leidingen individueel aan- en uitgezet worden en zijn de bijlagen direct te raadplegen. Op deze manier kan de graver gericht voorzorgsmaatregelen treffen. Naast het gebruikersgemak en de kleinere kans op graafschade zorgt de Klic-App er ook voor dat het printen van de grote stapels tekeningen tot het verleden behoort.

Gratis proberen CUMELA Nederland is van mening dat de app in de praktijk het nut moet bewijzen. GOconnectIT biedt de CUMELA-leden de mogelijkheid om de Klic-App gratis op één van hun werken uit te proberen. Heeft u belangstelling, ga dan naar www.klic-app.nl voor de te volgen stappen. Als u zich registreert en een e-mail met uw bedrijfsnaam stuurt naar info@klic-app.nl krijgt u een gratis credit om de Klic-App te gebruiken. De app is gratis te downloaden. Om een Klic-melding te kunnen uploaden, dient u één of meerdere credits in te kopen. Deze zijn momenteel verkrijgbaar vanaf € 8,10 per Klic. Kijk voor meer informatie op www.klic-app.nl.

Jan van der Leij, adviseur GWW

GRONDIG - Juli 2013

19


economie

grote overname door reesink Reesink blijft onverminderd op overnamepad. Afgelopen maand maakte het concern bekend dat het Pon Material Handling heeft overgenomen. Dat is bijzonder, want dit bedrijf is in omzet groter dan Reesink zelf. Pon Material Handling is in Nederland, Duitsland en België actief en vertegenwoordigt verschillende merken. De bekendste daarvan zijn Linde (vorkheftrucks) en Tennant (reinigingsmachines). Daarnaast heeft het bedrijf de vertegenwoordiging van de hydraulische componenten van Linde, Bucher en Völker. Deze merken zijn ondergebracht in bekende bedrijven als Motrac en Pelzer Fördertechnik in Duitsland. De bedrijven waren eigendom van de Pon Holding. Binnen dat concern was het met een omzet van 218 miljoen over 2013 een relatief klein onderdeel en paste het moeilijk binnen de reeks bedrijven die een omzet van één miljard euro of meer realiseren. Door de verkoop aan Reesink ontstaan volgens vice-president Marco de Bos van Pon Material Handling goede mogelijkheden om het succes van het bedrijf verder uit te bouwen. Hij ziet ook kansen om verder te groeien, doordat het bedrijf via Reesink toegang krijgt dot de agrarische sector en de staalindustrie. Daarnaast ontstaan extra mogelijkheden voor cross-selling binnen de onderneming. Voor Reesink past de overname perfect in het al eerder aangekondigde streven om het bedrijf verder te verbreden en ook internationaal uit te bouwen, stelt CEO Gerrit van der Scheer van Reesink. “Met deze overname realiseren we in één keer een aantal van onze doelen. We voegen sterke merken in nieuwe markten toe en zetten ook een belangrijke stap in Duitsland”, aldus Van der Scheer. Hij verwacht het bedrijf gemakkelijk aan het concern te kunnen toevoegen, omdat het op een vergelijkbare wijze opereert als de verschillende Reesinkondernemingen, zoals Reesink Technische Handel, Kamps de Wild, Kemp en Hans van Driel. Voor de overname betaalt Reesink Pon een bedrag van 62,5 miljoen euro met daar bovenop nog een bedrag dat afhankelijk is van de resultaten in het komende jaar. Het totale overnamebedrag kan oplopen tot maximaal 80 miljoen euro. Reesink financiert de overname uit eigen middelen, een lening en de plaatsing van certificaten van gewone aandelen bij Pon. Dit bedrijf krijgt daardoor een tien procent belang in de onderneming. Na de overname heeft Reesink een omzet van ruim 400 miljoen euro per jaar en meer dan 1000 werknemers. Binnen Reesink wordt het nu overgenomen bedrijf de derde poot, naast de agrarisch sector en het grondverzet.

Ophaalbijdrage Barneveld en Markelo

In de regio Barneveld is de ophaalbijdrage voor mest gezakt naar het laagste niveau in vijf jaar. Veel putten zijn leeg en vanuit de akkerbouw blijft vraag. De mest is daardoor goed plaatsbaar.

20

GRONDIG - Juli 2013

Minder kredietverlening De cumelasector heeft afgelopen jaar flink minder geïnvesteerd, zo blijkt uit het jaarlijkse overzicht van de Rabobank. Het financieringsvolume, de hoeveelheid geld geleend aan de sector, daalde van 724 miljoen naar 578 miljoen en kwam op het niveau van 2006. Opvallend is dat ondanks het gedaalde financieringsvolume ook het spaarvolume afnam. Dit zakte van 209 miljoen naar 189 miljoen. Hoewel dit cijfer een indicatie is dat het minder goed gaat, moeten hier geen harde conclusies aan worden verbonden, vindt sectordirecteur Wim Thus. “Daarvoor moet je alle cijfers van de sector bekijken. Het kan ook zijn dat er spaargeld is gebruikt om extra leningen af te lossen. Het toont wel aan dat veel bedrijven een verstandige pas op de plaats maken.” Thus riep de bedrijven ook op om vaart te maken met de investeringen in mestverwerking. “Willen we de veehouderij groeikansen laten houden, dan moeten we laten zien dat het ons ernst is om het mestprobleem op te lossen. Daar ligt ook een taak voor de loonbedrijven die actief zijn in de mest.”

Ophaalbijdrage Deurne, Tilburg, Uden en Lichtenvoorde

In Zuid-Nederland beweegt de prijs zich op een relatief laag niveau en volgt die het patroon van de laatste jaren. De verwachting is dat dit voorlopig zo blijft nu de putten in de akkerbouwgebieden nog volop ruimte hebben.


KORT NIEUWS Iets meer investeringen

De VDMA, de Duitse organisatie van bouwers van machines en werktuigen, verwacht dit jaar zes procent meer omzet in de wereldwijde agrarische sector. Het totale volume zal stijgen naar 96 miljard euro. Ongeveer een derde hiervan wordt geproduceerd in Europa. De omzetgroei zal vooral komen van de landen in het Verre Oosten, zoals China, India en voor het eerst sinds jaren ook Japan. Opvallend is dat de gehele stemming optimistisch is. Een derde van de fabrikanten verwacht groei, veertig procent stabilisatie en maar een kwart voorziet een daling van de omzet.

Nieuwe overname Renault-dealer Volvo gaat vlot door met het uitbouwen en versterken van zijn dealernetwerk. Afgelopen maand kwam het bericht dat op de Veluwe Renault Trucks Barneveld overgaat naar Volvo-dealer Harbers Trucks. Het past in het streven om de dealernetwerken van Renault en Volvo samen te voegen. Het bedrijf blijft gevestigd op de huidige locatie en ook de meeste werknemers mogen blijven.

CUMELA-Kompas Analyse: betere benutting machinepark in grondverzet Een belangrijk en eenvoudig kengetal om de machinebenutting te beoordelen, is de bruto marge ten opzichte van de boekwaarde van machines. In 2012 is de bruto marge ten opzichte van boekwaarde van machines bij grondverzetbedrijven toegenomen. Bedroeg die in 2011 nog 172 procent, in 2012 is die gestegen naar 188 procent. Op het oog is dit een verbetering van de machinebenutting. Toch is dit een vertekend beeld. Het is namelijk niet de gestegen bruto marge die zorgt voor de verbetering van de machinebenutting. Juist de fors teruggelopen investeringen en daarmee dalende boekwaarde van het machinepark zorgen voor de betere benutting. Althans in cijfers. Bij de gemengde bedrijven zien we een tegenovergesteld beeld. Hier daalde de machinebenutting een fractie. Hier zien we een daling van de bruto marge, terwijl de waarde van het machinepark licht is gestegen. Bij de agrarische loonbedrijven is de verhouding tussen boekwaarde en aanschafwaarde onveranderd. In deze beide groepen bedrijven is dus ongeveer evenveel geĂŻnvesteerd als afgeschreven en is de omzet gemiddeld gelijk gebleven. Wilt u weten hoe uw kengetallen zijn, doe dan mee aan de kengetallenvergelijking CUMELA-Kompas Analyse. Neem hiervoor contact op met uw bedrijvenadviseur, bel met de infolijn op (033) 247 49 99 of stuur een e-mail naar kengetallen@cumela.nl.

Goede start CropShop De nieuwe online-aanbieder van gewasbeschermingsmiddelen CropShop heeft dit voorjaar een goede start gemaakt. Binnen twee maanden kon de 250e klant worden genoteerd. Naast gewasbeschermingsmiddelen kunnen klanten hier ook meststoffen en zaaizaden bestellen. Bedrijven krijgen hier per bestelling een korting die afhankelijk is van de grootte van de order. Cropshop. nl is een onderdeel van Hortagri uit Hoeven. Dit bedrijf is gespecialiseerd in het geven van teeltadviezen voor de vollegrondsgroenteteelt.

De waarde van mest: pluimveemest

De bemestende waarde van pluimveemest is in het eerste kwartaal licht gedaald tot net onder de ₏ 52,- euro per ton. Gebaseerd op mest met 26,8 kg stikstof (40 procent werkzaam), 21,8 kg fosfaat, 18 kg kali en 6 kg magnesium en berekend in kunstmestprijzen.

Diesel stabiel

Al enkele weken is de dieselprijs nagenoeg stabiel. Per week gaat het om tienden van centen omhoog of omlaag. Op de wereldmarkt is sprake van een licht dalende tendens voor de olieprijzen. GRONDIG - Juli 2013

21


Vakantie is noodzakelijk Zomerserie deel 1 Met de caravan naar de camping of een last minute all inclusive naar een ver vakantieoord? Is vakantie voor de cumelaondernemer een lust of juist een last? Misschien is het wel vooral een noodzaak. In dit eerste deel van de zomerserie een inleiding. Vergeleken met werknemers hebben ondernemers wel het voordeel dat zij erg flexibel zijn, ook in hun bestedingsgedrag wat privé-uitgaven betreft. “In het algemeen - behalve bij BV’s - zie je dat als ondernemers de buikriem moeten aanhalen, ze dat ook doen in hun privésfeer. En wanneer ze goed draaien, zie je dat de privé-uitgaven weer stijgen. Hun bestedingen zijn erg fluctuerend”, stelt Vianen.

Inspiratie

Sommige loonwerkers zetten hun vrouw en kinderen met caravan en al op een camping in eigen land en gaan zelf overdag aan het werk en ’s avonds, als het uitkomt, overnachten ze op het vakantieonderkomen bij hun gezin. Anderen boeken een last-minute nadat de laatste kuil is aangereden en weer anderen maken gebruik van de bouwvak. Wat de feiten betreft: ondernemers gaan minder vaak op vakantie dan werknemers. Gemiddeld nemen ondernemers per jaar zeventien dagen vakantie op. In vergelijking met de vakantiedagen van hun werknemers, twintig tot dertig dagen, is dit vrij weinig. “Die zeventien dagen is natuurlijk een gemiddelde, maar áls ze op vakantie gaan, doen ze dat weer wat langer of vaker dan de gemiddelde Nederlander”, stelt Joop Vianen, emeritus hoogleraar Ondernemerschap en MKB aan de Universiteit van Tilburg en voorzitter van de adviesraad van het ministerie van Economische Zaken over het Onderzoeksprogramma Ondernemerschap en MKB. “Het hangt vooral af van hun inkomen.” Die inkomensverdeling onder ondernemers loopt erg uiteen. Werknemers hebben een relatief gelijkmatige inkomensverdeling, terwijl onder zelfstandig ondernemers die inkomensverdeling erg is gespreid. Zo is er veel armoede onder zzp’ers. Wel vijftien tot zestien procent leeft rond het sociaal minimum. Er zijn echter ook veel ondernemers die een behoorlijk inkomen hebben. Zij hebben dan ook meer te besteden in hun vakantieperiode. De algemene trend is: meer te besteden, meer op vakantie.

22

GRONDIG - Juli 2013

Nu de winstposities in 2013 met vijf procent zullen dalen, lijkt het erop dat ondernemers ervoor kiezen minder met vakantie te gaan. Toch adviseert Vianen wel de nodige vrije tijd te nemen. “Afstand nemen van het bedrijf, zowel fysiek als geestelijk, is ontzettend belangrijk. Door los te komen van je bedrijf bekijk je problemen anders en ligt er vaak wel een oplossing in het verschiet.” Daarnaast vindt hij het zijn in een andere omgeving van groot belang. “Jezelf opsluiten op het bedrijf is slecht. Je moet over je bestaande omgeving heen durven springen. Op vakantie worden ondernemers juist geïnspireerd door een nieuwe omgeving. Ze maken kennis met nieuwe producten, nieuwe markten, andere culturen, andere context. Dat werkt verhelderend.” Hij geeft een voorbeeld. “Een ondernemer in de verfindustrie ging naar Noord-Afrika op vakantie. Daar zag hij prachtige verfsoorten die werden gebruikt voor woningen en moskeeën, maar de kwaliteit ervan was ondermaats. Hij nam de verf mee naar huis en heeft die kwaliteit technisch weten te verbeteren. Dat resulteerde in een nieuwe verfmarkt voor hem. Zo zie je hoe een vakantie kan inspireren.” Een nieuwe trend is de combinatie van vakantie en werkbezoek, merkt hij op. “Veel ondernemers nemen hun vakantie te baat om eens bij collega-ondernemers in het buitenland te gaan kijken. Behalve een leuke vakantie doen ze daar meteen inspiratie op voor het eigen bedrijf.”

Delegeren Hoewel een frisse blik geen kwaad kan, laten veel cumelaondernemers hun bedrijf niet graag zomaar achter. Delegeren is ook een vak. “Als je een bedrijf hebt met meer dan vijftien werknemers moet je iemand hebben die de leiding kan overpakken”, stelt Vianen. “Ik zie dat ondernemers vaak te lang blijven zitten op de controle en daardoor niet de grote lijnen in kaart kunnen brengen om hun bedrijf nieuwe wegen te laten inslaan of te laten groeien. Dat is zonde, want zo blijven


Op vakantie moet je los komen van je werk. Dus geen trekkers, geen graafmachines en vooral geen computer. Geniet liever van bijzondere zaken. Zoals deze jongens, die juist kunnen genieten van een trekker op het strand.

ze hangen in de dagelijkse praktijk, terwijl medewerkers vaak meer kunnen dan ze doen”, aldus Vianen. Vakantie nemen is dus een mooie gelegenheid om daaraan te werken.

Net zo belangrijk “Vakantie is voor werkgevers net zo belangrijk als voor werknemers”, stelt arbeidspsychologe Ingrid Smit. “Je hebt ontspanning nodig om de druk van de stress eraf te halen. Dat kan door een avondje of weekend even niet met het werk bezig te zijn, maar dat is niet voldoende. Het is noodzakelijk om op vakantie te gaan en even niet in je werkomgeving te zijn. Daardoor houd je de balans in evenwicht.” Stress is niet per definitie slecht, stelt Smit, die zelf ook als zelfstandige een praktijk heeft in Amsterdam. “Wel als je de balans niet in de gaten houdt”, zegt ze. Ze vergelijkt het met een weegschaal. “Aan de ene kant heb je de lasten, aan de andere kant de energiebronnen. Als je de balans weet te houden, houd je het lang vol. Maar als de lastenkant steeds maar zwaarder wordt en de werkdruk steeds meer gaat wegen, gaat het fout.” Dat uit zich in lichamelijke symptomen: sneller verkouden zijn of griep krijgen, last van de spijsvertering, problemen met het hart of de bloeddruk. Per persoon zijn die symptomen verschillend, maar invloed op het lichaam heeft stress sowieso. “Stress is niet alleen iets wat in je hoofd zit. Het heeft invloed op het immuunsysteem en kan daardoor ook lichamelijk schadelijke gevolgen hebben als de werkdruk zich

blijft opstapelen. Ten slotte kan dat zich vrij abrupt uiten in een burn-out. En dan ben je verder van huis.” Ze geeft toe dat het zeker voor kleine ondernemers lastig is om afstand te nemen van het bedrijf. Dat herkent ze ook in haar eigen praktijk. “Soms is het niet mogelijk om voor een paar weken helemaal te stoppen met het bedrijf. Grotere bedrijven hebben vaak wel iemand aan wie ze taken kunnen overdragen, maar kleinere bedrijven vaak niet. Toch is het belangrijk dat ook die kleine ondernemer een manier zoekt om zijn werkdruk te verlagen. De weegschaal in balans houden, is essentieel om goed te kunnen blijven functioneren.” Ze raadt minimaal twee weken vakantie aan, maar de ondernemer die dat niet kan, zou toch streng voor zichzelf moeten zijn en in die periode bijvoorbeeld alleen elke ochtend een uurtje zijn mail moeten checken en de rest van de dag vrij houden. “Stress bouw je langzaam, laagje voor laagje op en als je eenmaal ziek wordt, valt je werk ook weg. Af en toe de stekker eruit, is dus van belang.” Een werkbezoek als vakantie plannen kan, maar ook daarin loert gevaar, stelt ze. “Je moet je daarbij wel eerlijk afvragen hoeveel tijd echt ontspanning is en hoeveel tijd werk is Als je daarin niet eerlijk bent, heb je alleen jezelf en je bedrijf ermee. Vakantie is geen luxe. Het zorgt ervoor dat je ook op de lange termijn je bedrijf kunt blijven voortzetten.”

Tekst: Marjolein van Woerkom Foto: CUMELA Communicatie

GRONDIG - Juli 2013

23


vrouw vent en&visie visie

Alleen al in de provincie Utrecht en het Gooi komt per jaar naar schatting 50.000 ton bermgras vrij. Minder dan de helft daarvan wordt gecomposteerd en de rest mag blijven liggen. Zonde, vindt Sieta de Vries van de provincie Utrecht. Zij zoekt naar mogelijkheden om het gras via vergisting om te zetten in duurzame energie in de vorm van groengas.

Van bermgras naar groengas Sieta de Vries van de provincie Utrecht werkt aan een biogashub ‘Mevrouw biogas’ of ‘mevrouw bermgras’ wordt ze in de wandelgangen van het provinciehuis al gekscherend genoemd. Ze kan er zelf om lachen en vindt het eigenlijk wel mooi, want dat is nu eenmaal het doel waarvoor ze aan het werk is: zorgen dat wat nu een afvalproduct is straks een nuttige grondstof is. Sieta de Vries is sinds vijf jaar werkzaam bij de provincie Utrecht na een ambtelijke carrière die haar de afgelopen vijftien jaar al langs verschillende beleidsonderwerpen voerde. Die pakte ze allemaal net zo voortvarend aan als nu het biogasproject, zo blijkt uit haar verhaal. Toen ze in Zuid-Holland nog over de regionale luchtvaart ging, stapte ze in zweefvliegtuigen en maakte ze parachutesprongen om in de praktijk te ervaren waar je mee te maken hebt. “Ik vind dat je alleen goed beleid kunt maken als je weet waar bedrijven en instanties tegenaan lopen. De werkelijkheid is nu eenmaal altijd anders dan bedacht achter het bureau.” Bij de provincie Utrecht is ze nu beleidsmedewerker duurzame energie en projectleider van het ARBOR-Biomass for Energyproject. In dit project wil de provincie, samen met het bedrijfsleven, een manier vinden om bermgras om te zetten in biogas. De Vries: “Alleen al in de provincie Utrecht en het Gooi komt per jaar 50.000 ton bermgras vrij. Een flink deel wordt omgezet in compost, maar het grootste deel blijft liggen of er is niet bekend waar het heen gaat. Wij vinden het zonde dat biomassa die prima geschikt is voor de productie van duurzame energie of andere nuttige grondstoffen zo verdwijnt, want juist bermgras is een product dat niet concurreert met bijvoorbeeld voedsel voor mens of dier. Voor de provincie was dit de reden een project te starten om bermgras een nuttiger bestemming te geven. Daarnaast kost het de bermbeherende instanties, veelal overheden, veel geld om het bermgras als afval af te voeren. Mede daarom wil de provincie stimuleren dat ondernemers en overheden samenwerken om een nuttige toepassing van bermgras financieel rendabel te maken. Een belangrijk onderdeel van het werk van De Vries is het aan elkaar knopen van partijen die actief zijn met bermgras of die belangstelling hebben voor het opwekken van duurzame energie. Het faciliteren van innovatieve ondernemers die economische ontwikkelingen in gang willen zetten op het gebied van duurzame energie past goed bij de rol en ambities van de provincie Utrecht. De Vries is ongetwijfeld een opvallende verschijning bij de vele bezoeken die ze bij de bedrijven aflegt die actief zijn in het bermwerk, want ook nu vindt ze dat ze vooral in de praktijk

24

GRONDIG - Juli 2013

moet werken aan het realiseren van haar doel: in 2015 moet er een biogashub zijn in de provincie Utrecht. Die biogashub, een ander woord voor biogasverzamelleiding, moet ervoor zorgen dat het vergisten van mest en bermgras rendabel wordt. De manier daarvoor is volgens de provincie Utrecht het omzetten van het biogas in groengas, dat vergelijkbaar is met aardgas. Dat kan, alleen is daar een relatief dure opwerkingsinstallatie voor nodig, die het biogas opwerkt naar groengas met dezelfde kenmerken als ons huidige aardgas. “Met de aparte biogasverzamelleiding willen we een aantal vergisters met elkaar verbinden en dan op een centrale plek het biogas opwerken tot groengas en injecteren in het aardgasnet. Door op deze manier samen te werken, kun je de kosten van het opwerken delen.

“Goed beleid kun je alleen maken als je weet wat bedrijven tegenkomen.” De Vries is ervan overtuigd dat de verzamelleiding nodig is om in de toekomst tot een rendabele vergisting van bermgras te komen. “Je merkt dat bedrijven nu niet willen investeren, omdat bij gewone vergisting in combinatie met opwekking van elektriciteit het rendement te laag is. Wij willen een situatie creëren die het aantrekkelijk maakt om juist bermgras te vergisten. Daarvoor is wel een goede kwaliteit bermgras nodig, vers en zonder aarde en zwerfafval. Tevens is een voorbehandeling van het gras nodig om het goed te kunnen verwerken. Je moet het bermgras eigenlijk gaan behandelen als ware het kuilgras voor de koeien. Alleen dan is er een optimale biogasproductie mogelijk.” De provincie heeft inmiddels twee regio’s op het oog waar een biogashub zou kunnen worden gerealiseerd. In de provincie staat in Spakenburg nu al zo’n opwerkingsinstallatie. Daar zou een aantal andere vergistingsinstallaties op kunnen worden aangesloten. Deze ondernemer wil dat ook graag. Voor de tweede biogashub kijkt de provincie naar het gebied rond Woudenberg, waar niet alleen veel materiaal beschikbaar is, maar ook voldoende mest. De Vries: “Naast het bermgras als input en het biogas als product kijken we ook nadrukkelijk naar verwerkingsmogelijkheden van het andere restproduct: het digestaat. Door beschikbare restwarmte te benutten kan, na scheiding, het digestaat worden gedroogd, waardoor het geschikt is voor verdere verwerking tot hoogwaardige mestkorrels voor de export.”


“Wij willen het aantrekkelijk maken om bermgras te vergisten.” Voor het project van gras tot gas heeft de provincie Utrecht samenwerking gezocht met andere landen om een Interreg IVB-subsidieaanvraag te kunnen indienen in Brussel. Het project maakt daarom deel uit van het zogenaamde ARBORBiomass for Energy-project, waarin dertien partijen uit zes landen in Noordwest-Europa samenwerken aan de productie van duurzame energie uit biomassa. In 2011 is de aanvraag gehonoreerd en dat betekent dat er nu één miljoen euro subsidie beschikbaar is voor het Utrechtse project. De helft van dit geld wordt nu besteed aan het opzetten van de plannen en het aan elkaar knopen van verschillende partijen die hieraan een bijdrage moeten gaan leveren. “We gaan zelf niet investeren in vergisters”, waarschuwt De Vries partijen die denken een mooie subsidie op te strijken. “Wat wij willen, is het faciliteren van het opzetten van het hele verwerkingstraject. Dat betekent partijen benaderen, locaties zoeken en zorgen dat er een samenwerking komt.” Wel is er een half miljoen euro beschikbaar als concrete investering in de biogashub, bedoeld om de leiding groter te maken dan nodig en zo een meer collectief karakter te geven, zodat op termijn ook andere vergisters kunnen aansluiten. Als extra faciliteit heeft de provincie daarnaast een garantiefonds ingesteld van een half miljoen euro om banken gemakkelijker over de streep te trekken bij investeringen. Hoewel het ambitieus is, denkt De Vries dat het mogelijk moet zijn om in 2015 de eerste installaties draaiend te hebben. “De netbeheerders staan klaar om de biogasleiding aan te leggen, dus dat is het probleem niet. Ook is er een aantal locaties beschikbaar.” Al moet ze daarvoor ook bij de overheid nog wat zendelingenwerk doen. De belangrijkste barrière is nu de huidige SDE+-regeling. Die is nu opgedeeld in vier fasen en de kans is erg groot dat tijdens de tweede fase de pot al leeg raakt, waardoor subsidie voor dit project een onzekere factor wordt. “Daarover hang ik nu bijna wekelijks met Agentschap. nl aan de telefoon, maar het valt niet mee om wat te kunnen regelen. Ons probleem is dat de overheid feitelijk altijd achter loopt op de ontwikkelingen. Als SDE+-subsidie gegarandeerd zou zijn, ben ik ervan overtuigd dat we dit in twee jaar voor elkaar krijgen. Dan is het bermgras echt het groene goud van de toekomst.”

Tekst & foto: Toon van der Stok

GRONDIG - Juli 2013

25


Werk in uitvoering langs de weg Maatregelen voor rijdende werkzaamheden Tijdens onderhoudswerkzaamheden aan bermen en watergangen langs wegen rijden de werkvoertuigen veelal over de rijbaan. Er zijn maatregelen nodig om de veiligheid van de verkeersdeelnemers en wegwerkers te waarborgen en hiernaast een goede doorstroming te behouden. Basis voor de maatregelen vormt de publicatiereeks Werk in Uitvoering 96a/96b van CROW.

Enkelbaans wegen

Een belangrijke activiteit in de cumelasector vormt het onderhoud aan bermen en watergangen langs wegen. De werkzaamheden worden uitgevoerd in opdracht van wegbeheerders, zoals gemeenten, provincies en Rijkswaterstaat. Tijdens de uitvoering van de maaiwerkzaamheden is het vaak onvermijdelijk dat er over de rijbaan of het fietspad wordt gereden, hetgeen zorgt voor overlast bij overige weggebruikers. Om gevaar en hinder te beperken, is er door CROW een hele set maatregelen voor wegwerkzaamheden opgesteld. De publicatiereeks Werk in Uitvoering 96a/96b vormt de richtlijn waarnaar opdrachtgevers van wegwerkzaamheden verwijzen. De te nemen maatregelen hangen af van het wegtype, de plaats van het werk ten opzichte van de rijbaan, het snelheidsregime op de weg en of het statische of dynamische werkzaamheden betreft. Het is een zeer divers maatregelenpakket. Dit artikel gaat in op de maatregelen bij rijdende werkzaamheden naast de rijbaan, waarbij het werkvoertuig op de rijbaan rijdt, zoals het maaien van bermen of sloten schonen. De wegwerkers blijven bij deze werkzaamheden in de voertuigen.

26

GRONDIG - Juli 2013

De meest voorkomende situatie zijn maaiwerkzaamheden langs een enkelbaans weg met verkeer in twee richtingen. Dit is maatregel 96b-37. Het werkvoertuig moet dan wel zijn voorzien van een actieraam met verkeersborden aan de achterkant en een verkeersbord aan de voorzijde. Het werkvoertuig fungeert hier dus tevens zelf als rijdende afzetting. Inzet van alleen een trekker met maaikorf of maaizuigcombinatie met eigen bebakening zonder actiewagen is toegestaan op wegen met een maximumsnelheid van 60 km/u. Op wegen met een maximumsnelheid hoger dan 60 km/u kan ook met een werktuig met eigen bebakening worden gereden. Dan moeten er wel stationaire voorwaarschuwingsborden met een onderlinge afstand van maximaal 750 meter worden geplaatst. Het werkvoertuig moet altijd een werkend zwaailicht voeren, dat vanuit alle richtingen goed zichtbaar moet zijn.

Actieraam De afmetingen van het actieraam hangen af van de toegestane maximumsnelheid op de weg. Hoe hoger de maximumsnelheid, des te groter het bord moet zijn en daarmee ook de afmetingen van het actieraam. Op 50 km/u- en 80 km/u-wegen mogen de borden zowel boven elkaar als naast elkaar zijn geplaatst. Verder moeten de actieramen zijn voorzien van vier gele, knipperende lampen met een minimale diameter van 180 millimeter. In de actieramen moeten de verkeersborden D3 (dwangpijl) en F5 (inhaalverbod) zijn geplaatst. Voor trekkers en werkmaterieel is het verstandig om te kiezen voor een actieraam voor een 80 km/u-weg, omdat deze ook op 60 km/u-wegen nodig is. Aan de voorzijde van het werkvoertuig moet verkeersbord F6 (doorgangsregeling) worden geplaatst.


Autosnelwegen Voor Rijkswaterstaat vormt de CROW-publicatiereeks 96a/96b voor Rijkswaterstaat het uitgangspunt voor de verkeersmaatregelen. Daar kan vanwege het aantal rijstroken, de breedte van de vluchtstrook, de verkeersintensiteit et cetera van worden afgeweken. Ook kunnen er aanvullende maatregelen nodig zijn. Uiteindelijk geldt dat bij maaiwerkzaamheden langs autosnelwegen de voorschriften in de bestekken leidend zijn. Als deze voorschriften niet strikt worden nageleefd, bestaat de kans op hoge boetes. Bij werkzaamheden in de berm naast de autosnelweg zijn de minste maatregelen nodig. De rechterrijstrook blijft open wanneer het werkvoertuig binnen de obstakelvrije zone naast de vluchtstrook rijdt. Het werkvoertuig moet dan wel zijn voorzien van eigen bebakening, zoals een actieraam met daarin verkeersbord J16 (werk in uitvoering) en vier knipperende lampen. De rechter rijstrook hoeft ook niet te worden afgekruist wanneer de voertuigen op een afstand van ten minste 1,10 meter van de witte kantstreep rijden. Dat betekent dat bij een vluchtstrook van 3,00 meter breed de werkvoertuigen maximaal 1,90 meter breed mogen zijn. Probleem hierbij is dat de vluchtstrook niet overal even breed is; dat varieert wel van 2,00 tot 3,50 meter. Op een vluchtstrook van 3,50 meter kunnen dus werkvoertuigen van 2,40 meter breed werken. Rijkswaterstaat staat niet toe dat voertuigen gedeeltelijk door de berm rijden om toch maar 1,10 meter van de kantstrook te blijven. Wanneer het werkvoertuig op 1,10 meter van de kantstreep kan rijden, kan het voorkomen dat deze daar zelfstandig mag rijden en werken zonder aanvullende actiewagens. Voorwaarde is wel dat er geen personen buiten het werkvoertuig werkzaam zijn. Het werkvoertuig moet aan de achterkant zijn voorzien van een vierkant actieraam van ten minste 1,40 bij 1,40 meter met daarin verkeersbord J16 (werk in uitvoering) en vier knipperende lampen. Wanneer niet op 1,10 meter van de kantstreep kan worden gewerkt, moet de rechterrijstrook worden afgesloten. Afhankelijk van de verkeersintensiteit en het tijdstip van de dag zal dit slechts beperkt worden toegestaan en geeft afkruisen dus minder flexibiliteit in het tijdstip van uitvoering van de werkzaamheden.

Op wegen met een hogere maximumsnelheid dan 60 km/u kan ook met een werktuig met eigen bebakening worden gereden. Dan moeten er wel stationaire voorwaarschuwingsborden worden geplaatst.

Het werkvoertuig moet bij autosnelwegen op minimaal 1,10 meter van de kantstreep rijden.

Oversteken Bij het onderhoudswerk aan autosnelwegen behoort ook het maaien van de middenbermen. Om bij de middenberm te komen, moet de autosnelweg worden overgestoken. Landbouwtrekkers met maaiers mogen meestal niet op eigen kracht de weg oversteken. Volgens Rijkswaterstaat mag dit alleen door voertuigen die met de verkeersstroom mee rijden en vervolgens uitvoegen. Voertuigen die dit niet kunnen, zoals maaitrekkers, moeten door een dieplader op de linkerrijstrook worden gelost. Uitzondering is de A6 met zijn brede middenbermen. Vanwege de lage verkeersintensiteit mogen maaitrekkers hier wel onder voorwaarden oversteken, maar dit is een uitzondering.

Tekst: Hero Dijkema beleidsadviseur verkeer en vervoer

Maximum snelheid RVV-bord type RVV-bord aantal Breedte (minimum) Hoogte (minimum) Plank-breedte

Diameter lamp

50 km/u

I (60 cm)

2

1,10 m

1,60 m

0,20 m

180 mm

80 km/u

II (80 cm)

2

1,30 m

2,00 m

0,20 m

180 mm

120 km/u

III (100 cm)

2

1,70 m

3,30 m

0,30 m

300 mm

GRONDIG - Juli 2013

27


Cursus ‘1400 toeren Herderen’ een aanrader Brandstofbesparing met de Herder Grenadier Komende winter een cursus efficiënter ‘Herderen’ organiseren voor cumelabedrijven is de conclusie na het gesprek met de fabrikant en een proef met de nieuwste Herder Grenadier in jubileumuitvoering. Dankzij ‘volledig variabel aftakasmanagement’ is er met deze machine op 1400 motortoeren ten opzichte van conventioneel vol gas maaien flink brandstof te besparen.

techniek

Brandstof besparen is letterlijk ‘appeltje-eitje’ voor wie het eidiagram van motoren kent. Dat zijn de rendementscirkels bij volle- en deelbelasting over het hele toerengebied. Vuistregel is dat bij circa tachtig procent belasting en bij het maximumkoppel (circa 1400 toeren) de motor het efficiëntst draait, plus daarom ruwweg 200 toeren en ongeveer twintig procent belastingvariatie. Optimaal praten we bij dieselmotoren over een motorrendement van circa 40 tot 42 procent. Hoe verder je hier vanaf komt, hoe lager het rendement. Bij vol gas en volle belasting is het rendement zo’n 35 tot 37 procent. Bij deellast loopt het rendement terug tot (bij vol motortoeren) onder de 30 procent. Dan heb je dus één derde meer dieselolie nodig voor dezelfde prestatie in het optimale toerenbereik.

Niet een getal Kern van het betoog van de ontwikkelaars van Herder is dat je je daarop moet richten, maar ook dat er dus niet een eenduidig besparingscijfer te noemen is. Wie de trekker zwaar belast (klepelen en afzuigen), zal bij vol gas in een efficiënter werkgebied werken en dus bij minder motortoeren procentueel minder besparen dan wie alleen met de maaikorf sloten aan het schonen

28

GRONDIG - Juli 2013

is in een lager lastgebied. Voor alleen klepelen, dat in belasting tussen beide in zit, bespaar je volgens het eidiagram zestien procent brandstof door alleen het motortoerental te verlagen van 2000 naar 1400 toeren. Dan moet je natuurlijk wel zorgen dat de ‘hydraulisch variabele Herder’ zijn olieopbrengst handhaaft. Bij de nieuwste Herder Grenadier MBK 512 LSH zit hiervoor een andere overbrenging in de bak en is deze uitgerust met alleen variabele load-sensing-hydrauliekpompen om de Grenadier volledig onafhankelijk van het toerental van de trekker te kunnen laten draaien. Daar kan dat dus mee.

Eenvoudige proef Om te bewijzen dat theorie en praktijk overeenkomen, voeren we ter plekke met de nieuwe Herder- democombinatie (een Massey Ferguson 7618 VT met Herder Grenadier MBK 512 LSH) een simpele proef uit: de klepelbak in de watergang hangen, de trekker op 2000 motortoeren en draaien. Water vraagt veel vermogen en dus lezen we op het display een motorbelasting van 72 procent af bij 1920 motortoeren en een brandstofverbruik van 23,8 liter per uur. Daarna wordt alleen het motortoerental verlaagd naar circa 1400 toeren en wordt er verder niets


veranderd. De variabele load-sensing-pompen van de Herder regelen zich bij, zodat de klepelas met hetzelfde toerental blijft draaien. Het display geeft nu 71 procent motorbelasting, 1420 motortoeren en 20,1 liter brandstof per uur aan. Blijkbaar niet honderd procent identiek, maar wel nagenoeg. Ter controle was er nog een flowmeter gemonteerd om het toerental van de klepelas te controleren. Dat was inderdaad een verwaarloosbare fractie teruggelopen. De grote lijn is daarmee helder. Puur alleen het motortoerental van de trekker verlagen (dankzij variabele load-sensing-pomptechniek op de Herder alles verder hetzelfde) geeft bij deze momentopname een brandstofbesparing van 15,5 procent.

Voor de proef simpel de maaikorf in het water gehangen voor een constante belasting. Op het scherm van de Massey Ferguson 7618 VT zijn motortoerental, motorbelasting en brandstofverbruik direct afleesbaar.

Eco-bak bespaart

Belangrijke vernieuwingen in de Herder Grenadier MBD 512 LSH zitten in alleen loadsensing-verstelpompen om de Herder volledig onafhankelijk te maken van het motortoerental en een bak met een overbrengingsverhouding van 1:2,67 in plaats van de standaard 1:2,0.

De meesten onder u maaien met de bekende Herder met de aftakas op 1000 toeren en met de trekkermotor dus rond de 2000 toeren draaiend. Flink minder motortoeren maken gaat niet, omdat de Herder is uitgerust met een aantal tandwielpompen. Dus blaast iedereen continu 2000 toeren, ook wanneer de weg wordt overgestoken, een inrit wordt genomen, een boom wordt gepasseerd of wat dan ook. De meeste trekkers zijn voor de stabiliteit en het dragen van de combinatie qua vermogen ruim bemeten. Ze beschikken over 120 tot 140 kW (150 tot 180 pk), terwijl voor het klepelen 60 kW in zwaar gewas voldoende is en voor de smalle meterstrook minder vermogen nodig is. We hebben dus genoeg trekkervermogen over om minder motortoeren te kunnen draaien. De eerste stap van Herder is een eco-bak. Door een andere tandwieloverbrengingsverhouding (1:2,0 naar 1:2,67) kan het motortoerental 500 toeren zakken voor precies dezelfde toerentallen in de pompen. Samen met wat overcapaciteit in de Herder-hydrauliekuitrusting kan een dergelijke Herder op 1300 motortoeren maaikorven plus klepelen en afzuigen. Voor het klepelen alleen kun je zelfs terug naar 1200 toeren. Van dit type zijn er sinds maart 2012 een tiental uitgeleverd. Van de eerste gebruikers is inmiddels bekend dat zij daadwerkelijk die geclaimde brandstofbesparing van circa vijftien procent halen.

Verdere stappen Zo’n bak kiezen is de eerste, meest simpele stap naar efficiënter werken. Aan het klepelen zelf valt weinig te doen, want de rotor moet zijn toeren maken. Het kan zijn dat je in lichter gewas met iets minder toeren toe kunt. Dat scheelt vermogen en zo is ook nog een paar procent te pakken. Dat mag niet ten koste gaan van het klepelwerk en de slijtage (meer bewegingen). Deze nieuwe Grenadier MBK 512 LSH met axiaalverstelpompen gaat een stap verder in bezuinigingsmogelijkheden, omdat je altijd het trekkermotortoerental kunt variëren. Winst is er vooral te halen bij het maaien en afzuigen. De afzuiger vraagt bij een waaiertoerental van 2100 toeren volgens Herder circa 50 kW en bij 1700 toeren krap 30 kW. In de praktijk draait de waaier op volle toeren om verstoppingen van de pijp te voorkomen. Vanuit de praktijk is bekend dat de waaier de meeste tijd gerust op een lager toerental kan draaien. 20 kW besparen door naar die 1700 toeren te gaan en bij pieken tijdig even het toerental op te draaien, geeft

Het toerental van de trekker laag houden en aanpassen aan omstandigheden en de uitrusting is het belangrijkste van het nieuwe Herderen. In combinatie met de trekkermotortoerentalonafhankelijke Herder vallen hiermee tientallen procenten brandstof te besparen.

een reële besparing van zes tot zeven liter dieselolie per uur. Op een verbruik van 21 liter per uur is dat een derde. Tel er die zestien procent van het eco-klepelen met laag motortoerental bij op en je zit aan een brandstofbesparing die richting de veertig procent gaat.

Op cursus Daar komt dan nog bewust trekkerrijden bij: automatisch het toerental tot stationair laten zakken bij het nemen van hindernissen, verplaatsingen et cetera. Verder is er nog de keuze voor het optimale trekkervermogen voor de job. Dan hebben we het nog niet gehad over het alternatief, de ecologische cirkelmaaier van Herder in plaats van klepelen. Dat scheelt ook circa de helft vermogen. Allemaal zaken die zich lenen voor een goede cursus. Herder wil dat voor de komende winter best voor onze sector organiseren. Dat lijkt ons een passend vervolg op dit verhaal.

Tekst & foto’s Gert Vreemann

GRONDIG - Juli 2013

29


Schijven gaan terrein winnen Major test economischer en ecologischer maaien Fabrikant Major draait dit voorjaar bij het waterschap Velt en Vecht in Hardenberg proef met de nieuwe Verge 200-frontschijvenmaaier voor het maaien van de taludpaden. Velt en Vecht draait ook met de Major MT 180 Eco-shredder-klepelmaaier in frontaanbouw. De eerste ervaringen met het alternatief schijvenmaaier zijn voor Major een impuls om de Verge 200 praktijkrijp te maken.

techniek

Zoals bekend hebben ook waterschappen ecologen in dienst. Het maaien van taluds, slootkanten en rijpaden met zuigende klepelmaaiers past niet in het ecologisch bermbeheer. Daarop inspelend schafte het waterschap Velt en Vecht in Hardenberg al een vijftal Major MT 180 Eco-shredder-klepelmaaiers aan. Kenmerkend aan deze maaier is dat deze geen zuigende werking heeft. Dat komt volgens Major doordat de klepelmaaier het geklepelde product in de klepelunit direct voor de looprol op de grond gooit. Daardoor is er geen (lucht)stroom achter de rotor als gevolg van het uitwerpen van het gras over de looprol en dus ook geen zuigende werking vooraan. In feite klepelt deze Major in zijn eigen lucht. Ecologen erkennen dit ‘Ecologisch verantwoord maaien’ bij het waterschap. Daar is dit jaar als alternatief de Verge 200-multimaaier-schijvenmaaier bij gekomen om ecologischer en vooral ook economischer - en dus zuiniger - te maaien. Major wil deze nieuwkomer nu vergelijken met de Eco-shredder-klepelmaaier.

Heldere plussen De MT 180 Eco-shredder is uitgerust met veertig centimeter si-

30

GRONDIG - Juli 2013

deshift om tot over de rand van het talud te kunnen maaien en aan de andere kant vanaf het wiel van de smalspoor-Fendt 209 met aan de maaikant dubbele montering (samen 1,50 meter breed). Achter deze combinatie hangt een Kamminga-maaiharkcombinatie. Het waterschap heeft de Eco-klepelaar iets hoger gezet om ecologisch te maaien. Over het resultaat is Velt en Vecht tevreden. De machine klepelt als een echte klepelaar en de biologen zijn tevreden over het in stand houden van het bodemleven. Het waterschap wijst ons daarnaast vooral op de praktische kant. Het grote voordeel van deze klepelaar ten opzichte van andere klepelaars is namelijk dat er nagenoeg geen stofontwikkeling (stuifmeel, paardenbloemenbloeisel) is. Daardoor kun je toe met het één keer per dag preventief schoonblazen van de radiatoren, iets wat met een normale klepelmaaier meerdere malen per dag moet; en zelfs dan is er nog kans op oververhitting door het dichtslibben van de radiatoren. Zijn er dan geen bezwaren? Voor het waterschap is de werkbreedte van 1,80 meter eigenlijk net te krap. Voor het links gelijk maaien met de buitenkant van de trekkerband en het


rechts aan de slootkant voldoende oversteken, is eigenlijk twintig centimeter meer werkbreedte nodig. Dat gaat echter niet, omdat zoals bij elke klepelaar de rotor aan de zijkant wordt aangedreven. Daardoor zie je vaak net een niet volledig gemaaid randje staan op de grens van slootkant en maaipad. Niet erg, maar dat wil een chauffeur niet. Breder gaat niet, omdat de frontmaaier dan boven de twee meter breedte uitkomt.

De maaiunit levert Major ook al in driepuntsuitvoering achter de trekker. De frontaanbouw zit nog te hoog en de sideshift is te licht. Het maaisel wordt stuifarm voor de rol neergelegd.

Toch schijven Een belangrijk argument om met het prototype van de Vergeschijvenmaaier in frontaanbouw aan de slag te gaan, is dat Major aangeeft dat met deze schijvenmaaier dertig procent brandstof te besparen is ten opzichte van een klepelmaaier. Die besparing is het volg van een combinatie van factoren. De drie maaischijven vragen minder kracht dan een klepelrotor, de machine vermulcht het gewas niet en de trekkermotor kan op een lager eco-toerental draaien. Op dit gebied kan er geen harde vergelijking worden gemaakt, omdat de Fendt 270V waaraan deze machine is gekoppeld aanmerkelijk ouder is en omdat er een klepelmaaier achter hangt. Wel is het werk van het prototype te beoordelen. De machine maait het gras en versnippert het duidelijk niet. Dat komt doordat de standaard bijgeleverde mulchmessen ontbreken. De machine legt het maaisel net als de Eco-shredder-klepelmaaier voor de rol neer en werkt even stuifarm. Het maaibeeld is redelijk vergelijkbaar in sterk staand gewas, iets wat volgens de medewerkers meestal aan de orde is op schouwpaden. Het is de vraag wat de maaier doet als het gewas sterk gelegerd, nat of bereden is. Aangezien de messen geen scheve opstaande (zuig)rand hebben, zal het gewas niet worden opgelicht. Dat is een logische consequentie van de keuze voor de schijvenmaaier. Over brandstofverbruikscijfers heeft het waterschap (nog) geen harde vergelijkende cijfers.

Kenmerkend voor de Major-maaiunit is de onder een hoek opgehangen, schuin omhoog scharnierende slingermessen zonder zuigende opstaande rand. De messen staan dankzij tandwielaandrijving altijd op tijd.

Hier de Eco-shredderklepeluitvoering van Major. Vanwege de zijaandrijving is de werkbreedte twintig centimeter kleiner dan de Verge-cirkelmaaier. De Eco-shredder zuigt niet en gooit het maaisel stuifarm voor de rol neer.

Automatisch op tijd Bang voor obstakels zijn de medewerkers van het waterschap niet bij de Verge-schijvenmaaier, omdat de messen scharnierend gemonteerd zijn en bij het raken van een obstakel schuin omhoog naar achteren bewegen. De trommels kunnen dat uiteraard niet, maar die zitten dan ook vijf centimeter hoger. Iets meer oppassen dus. De rotors blijven daarbij automatisch op tijd staan, omdat ze via haakse overbrengingen en tandwielkasten worden aangedreven. Een pre voor het waterschap is de twintig centimeter grotere werkbreedte en het ontbreken van een aandrijving aan de zijkant. Dat betekent stijf aan de buitenkant met het wiel af maaien en bij de slootkant een maximale oversteek om de rand mooi af te maaien. Het effect van die twintig centimeter meer oversteek vertaalt zich hier in het ontbreken van een opstaande rand. Dat spreekt de medewerkers aan.

Verbeterpunten Zijn er dan nog zaken die beter moeten? Ja, de aanspanning zit te hoog en dat betekent dat in werkstand de fronthef erg hoog zit en de maaier eigenlijk te weinig kan worden uitgeheven. Ook blijken de geleiders van de sideshift te licht uitge-

voerd. Allemaal zaken die volgens Major relatief eenvoudig aan te pakken zijn. Daar gaat de fabrikant nu mee aan de slag en naar verwachting zal deze machine in de tweede helft van dit jaar leverbaar zijn. Major levert deze maaitechniek al in getrokken en driepuntsgedragen uitvoering achter de trekker. Deze maaiers kunnen tot min 45 en plus 92 graden maaien zonder dat de smering in het geding komt. Het waterschap kan dergelijke techniek desgewenst dus ook achter de trekkers gaan hangen, maar dan moet het nog wel een oplossing bedenken voor het zijwaarts afvoeren van het maaisel. Dat zal niet simpel met een afvoerband gaan. Hebben ze bij Major nog wat om over na te denken.

Tekst & foto’s: Gert Vreemann

GRONDIG - Juli 2013

31


Op zekerheid gekocht Mark Hogervorst maait met de Unimog U400 Mark Hogervorst uit Noordwijk investeerde in deze Unimog U400 met dubbele Dückermaaiarm, waarmee hij inzet op in één werkgang maaien en ruimen langs de snelweg. Hij wil vooral probleemloos werken met een gekentekend en bewezen voertuig met inruilwaarde. De combinatie draait inmiddels voluit naar alle tevredenheid.

techniek

“We moeten eraf, het wordt te druk, dus maar even afspreken op de volgende parkeerplaats.” Het is half drie in de middag en op de A13 ter hoogte van Rotterdam Airport is het alweer zo druk dat de wegbeheerder heeft laten weten dat Mark de snelweg moet verlaten. “Sorry, normaal mogen we tot drie uur ’s middags op de snelweg, afhankelijk van de drukte. Vandaag halen we dat dus niet”, zegt Mark Hogervorst. Even het bijpassende snelwegplaatje schieten lukt dus niet, maar op de parkeerplaats is er wel alle gelegenheid om de combinatie te bekijken. Mark zit zelf op de bok en heeft in een maand tijd de teller van 300 op 700 uur gezet. Hij kent de machine inmiddels als geen ander.

Dubbele zit De zijberm stond op het menu, dus zit Mark op de rechterstoel met het stuur en de pedalen ook daar. Dat klinkt heel logisch, maar bij de Unimog kun je voor het maaien van de middenberm het stuurwiel en de voetpedalen in een mum van tijd naar de andere kant verschuiven. Dat is geen overbodige luxe, omdat je niet in het midden zit. Het zicht naar voren

32

GRONDIG - Juli 2013

en naast de Unimog is goed, maar schuin opzij is het beperkt door de dikke stijl. “Een kwestie van even wennen. Na een tijdje zie je de stijl niet meer. Ik kan de klepelmaaiers prima volgen”, is zijn commentaar. Daarin speelt mee dat Dücker de bijpassende buitenste maaiarm zo heeft uitgevoerd dat deze desgewenst vijftien graden naar voren kan klappen voor een beter zicht. Mark concentreert zich vooral op deze buitenste maaier. “Paaltjes, kastjes of wat dan ook moet ik manueel omzeilen. De maaierarm heeft wel automatische bodemdrukinstelling en klapt bij obstakels automatisch naar achteren en omhoog. De platte binnenmaaier met taster zoekt zijn eigen weg. “Daar heb ik nagenoeg geen omkijken naar”, vertelt Mark. Hij bevestigt dat het wel even wennen was om beide maaiers goed onder controle te krijgen. De bediening van de linker maaier zit links op de zijconsole, die van de rechter zit rechts net naast het stuurwiel. “Het is een kwestie van ervaring opdoen en dan werkt dat wel.”

Zelf maaien Mark Hogervorst runt het gelijknamig jonge loon- en bloem-


bollenbedrijf in Noordwijk. Hij maait zelf met deze Unimog voor en in de kleuren van de Vermeulen-groep. Mark heeft inmiddels enkele trekkers draaien met Dücker-maaiers en is daarover goed te spreken. Hij wilde per se met een dubbele frontmaaier werken om in één werkgang te maaien en te ruimen. Via Dücker-leverancier Kruse Ootmarsum kwam hij op deze Unimog-Dücker-combinatie uit. Wel is die voor hem iets een compromis, omdat hij het liefst overal 1,10 meter vanaf de witte streep wil kunnen blijven. Dat lukt niet overal met standaard 2,20 meter brede Unimog U400, zeker omdat er nu een 2,40 meter brede botsabsorber is gemonteerd en omdat de frontunit van Dücker ook 2,40 meter breed is. De Dücker-maaiunit is een bestaande combinatie zoals deze in Duitsland veel wordt verkocht. De Dücker hangt voor aan de universele DIN-plaat en heeft onderaan een extra Dückertorsiestang met cilinders op de vooras om de Unimog recht te houden. Dücker levert standaard ook een set balansgewichten voor achter de Unimog. Zonder botsabsorber is dit nodig voor de balans. De maaicombinatie weegt toch vlot twee ton. De beide maaiunits zitten op een universele Dücker-rail bevestigd en kunnen in een uur tijd worden omgewisseld voor het maaien van de middenberm. De buitenste arm kan dankzij een zwenkbereik van 210 graden ook zonder ombouw de andere bermkant pakken. De Dücker heeft een eigen hydraulieksysteem, dat rechtstreeks door de frontaftakas wordt aangedreven. Mark heeft ook nog een tweede ondermaaier, zodat hij desgewenst de buitenste maaier kan vervangen voor deze, om zo de vangrail van twee kanten te maaien met twee ondermaaiers.

Heldere keuze Mark maait afhankelijk van de situatie met zo’n 2 tot 4 km/u. De 210 kW (286 pk) zijn voldoende, maar de Unimog moet er wel aan werken. Hij verbruikt zo’n tien liter diesel per uur. Een opgebouwde ventilator blaast het maaisel onder de vangrail door, zodat dat bij het maaien aan de andere kant van de vangrail wordt meegenomen. Dat scheelt hem een opvangunit achterop. Mark rijdt op het voetpedaal. De Unimog heeft hiervoor een aparte traploze hydrostaat met een snelheidsbereik van 0 tot 25 km/u. Deze kun je ook bedienen met een instelwieltje rechts naast het stuur. De hydrostaat werkt op de 4x4-aandrijving. Voor het sneltransport (tot 90 km/u) rij je gewoon op de semi-automaatbak. “De keuze voor deze Unimog zit hem vooral in de zekerheid. Ik wilde een voertuig met een restwaarde waarvan ik op aan kan en dat met een geldig Nederlands kenteken legaal is. Deze combinatie heeft zich in Duitsland allang bewezen en wordt bovendien door Dücker af-fabriek compleet met Mercedes-fabrieksgoedkeuring geleverd.” Zo simpel zit Mark zijn verhaal in elkaar. Alternatieven als de Kantonnier en de HoverTrack vindt hij te groot. “De Unimog is compacter en heeft altijd restwaarde.” Afhankelijk van maaierkeuzes en uitvoering moet je grofweg rekenen op € 60.000,- tot € 65.000,- voor de dubbele Dückermaaiarm en afhankelijk van uitvoering en leeftijd zo’n € 150.000,- tot € 200.000,- voor de Unimog.

Tekst & foto’s: Gert Vreemann

De dubbele arm van Dücker pakt 1,30 meter (binnenmaaier) en 1,25 meter (buitenmaaier). Achterop zitten standaard balansgewichten en in dit geval ook de botsabsorber via een snelkoppeling. De gehele combinatie is gecontroleerd en vrijgegeven door Mercedes-Benz via Dücker.

In de cabine de dubbele bediening van de Dücker. Desgewenst kunnen stuur, pedalen en bediening in een mum van tijd rechts in de cabine worden gezet. Beide maaiarmbedieningspanelen zitten dan wel aan één kant.

Op transport klapt de dubbele combinatie binnen de breedte van het voertuig in met behoud van voldoende zicht. De beide maaiers zitten op een rail en kunnen in een uur worden omgewisseld. GRONDIG - Juli 2013

33


DOB Online 2.0

Herder ecologische maaier

hĂŠt hulpmiddel bij onkruidbestrijding op verhardingen

In 2013 gratis proberen? ! Vraag de inlogcodes aan Bel 0570 664 115 g Overzichtelijk DOB advies g Elke 3 uur regionale weersverwachting+radarbeelden g Advies op maat door keuze toedieningstechnieken g Automatische berekening optimale dosering g Dosering afgestemd op gehaltes aan werkzame stof g Archief g Nu ook op smartphone of tablet

Agrovision B.V. Postbus 755, 7400 AT Deventer Telefoon 0570 – 664 115

www.wimvanbreda.nl

RoboFlail radiografisch bestuurbare maaimachines

www.dob-verhardingen.nl

dob online is een product van agrovision en Wageningen ur

www.wimvanbreda.nl


‘Mooi Vak Man’

Bij een kleine controle door CUMELA Nederland is geconstateerd dat veel cumelabedrijven ten onrechte bij de Kamer van Koophandel staan geregistreerd als uitleenbureau. Vaak is daar de bijbehorende SBI-code (78202) toegevoegd aan de inschrijving. Wanneer dit niet wordt veranderd, zal op enig moment worden gecontroleerd of het bedrijf voldoet aan de voorwaarden van een uitzendonderneming. Daaraan kan een gewoon cumelabedrijf nooit voldoen. Hoe kunt u nu controleren of de inschrijving klopt? Doe daarvoor de Waadi-check. Dit kan eenvoudig via de website van de Kamer van Koophandel (www.kvk.nl/waadi). De oorzaak van een verkeerde inschrijving is vaak dat op een verkeerde manier is gereageerd op een schrijven over een registratieplicht. Daarin werd bedrijven gevraagd het zogenaamde formulier 14 in te vullen om te voldoen aan de registratieplicht. Dit geldt echter alleen voor uitzendbedrijven. Wie het formulier toch heeft ingevuld, zal bij een Waadi-check als uitleenbureau naar voren komen. In dat geval is het van groot belang om dit ongedaan te maken. Een instructie daarvoor is te vinden op de website van CUMELA Nederland.

Bestemmingsplan controleren De komende periode ligt weer een flink aantal bestemmingsplannen ter inzage. Het is hét moment om voor het bedrijf de bouw- en gebruiksmogelijkheden van de eigen terreinen vast te stellen en misschien wel te verruimen. Dat is belangrijk, omdat daarna de bestemming weer voor tien jaar vast ligt. Wie dan wat wil wijzigen, moet rekenen op hoge kosten. Het mooie is dat dit in de fase waarin een ontwerp ter inzage ligt nog gratis kan. CUMELA Nederland kijkt altijd mee, maar heeft u wensen, meld u dan voor advies bij onze helpdesk. Gemeente

Naam plan

wetten en regels

CAO & zo

Veel bedrijven ten onrechte als uitleenbureau geregistreerd

Planstatus

Ter inzage t/m

Zwartewaterland BP Buitengebied Zwartewaterland

Ontwerp

9 juli 2013

Kollumerland

BP Buitengebied Kollumerland c.a.

Ontwerp

10 juli 2013

Franekeradeel

BP Buitengebied Franekeradeel

Ontwerp

10 juli 2013

Breda

BP Buitengebied Breda Zuid

Voorontwerp 10 juli 2013

Houten

BP Eiland van Schalkwijk

Voorontwerp 17 juli 2013

Roosendaal

BP Buitengebied Roosendaal-Nispen

Voorontwerp 19 juli 2013

Binnenmaas

BP Landelijk Gebied Binnenmaas

Ontwerp

19 juli 2013

Enschede

BP Buitengebied Enschede Noord West

Ontwerp

31 juli 2013

Onder de titel ‘Mooi Vak Man’ is eind juni de aftrap gegeven voor een communicatiecampagne binnen de cumelasector. Een campagne die de aandacht vraagt van alle werkenden in de sector om een leven lang gezond en met plezier in de sector te kunnen werken, passend bij de mogelijkheden van het individu en het bedrijf. De campagne spreekt de werkenden aan op de trots die er is op hun vak. Dat verklaart ook de titel van de campagne, ‘Mooi Vak Man’. Onderzoek heeft uitgewezen dat werkenden in de sector echt genieten van het resultaat van hun werk. Het resultaat dat zij tot stand hebben gebracht. Via deze invalshoek kiezen sociale partners ervoor onderwerpen onder de aandacht te brengen die eraan bijdragen dat de mensen die in de sector werken dit ook hun hele leven lang gezond en met plezier kunnen blijven doen. Dat vraagt veel van iedereen. Van de werkgever, die de werknemer moet faciliteren om zich te blijven ontwikkelen, die er zorg voor draagt dat de werknemer veilig kan werken, dat de combinatie van zorg en werk mogelijk is, et cetera. Maar ook van de werknemers wordt gevraagd zelf actief te werken aan de eigen ontwikkeling. Werknemers moeten voor hun eigen belangen en het belang van de onderneming kunnen opkomen. Dat kan het best door daarover met elkaar in gesprek te gaan. Dat is niet de sterkst ontwikkelde kant binnen de cumelasector. Het belang onderkennen we allemaal. Daarom gaan we daaraan werken. De campagne is van start gegaan door de grootste QR-code van Europa in zand uit te graven. Door deze code te scannen met een drone is de website www.mooivakman.nl geactiveerd, die allerlei nuttige en leuke informatie verstrekt. Hoe pak je lastige zaken met elkaar op. Wie is er zo trots dat hij of zij vakman (of -vrouw) van de maand wil worden. Kortom, een website die graag zal worden bezocht door iedereen met interesse in de cumelasector. Heeft u een leuk idee, een goede oplossing bedacht voor een lastige situatie of een vraag waarop u graag een reactie wilt hebben van uw collega’s? De website zal u daarbij helpen. Mocht u informatie missen, stuur ons een e-mail en we gaan kijken hoe we dat voor u kunnen oplossen. Het wordt een site voor en door iedereen die werkt in de cumelasector, zowel werkgevers als werknemers. Wij horen graag uw reacties.

Hannie Zweverink Directeur belangenbehartiging CUMELA Nederland

GRONDIG - Juli 2013

35


bewust specialistisch Buzeman Slootreiniging, Bourtange Al meer dan 35 jaar is Geert Buzeman gespecialiseerd in sloot- en snoeiwerk. Het bedrijf, met veel klanten in Duitsland en Noordoost-Nederland, is bewust klein gebleven, want het allerbelangrijkste is volgens Buzeman zorgen dat je machines en mensen maximaal worden benut. Daarom heeft hij een beperkt machinepark en werkt hij in het seizoen met zzp’ers.

sterk werk 36

GRONDIG - Juli 2013


In juni heeft Geert Buzeman nog alle tijd voor het gesprek. De onderhoudsperiode loopt ten einde en alles staat klaar voor het nieuwe seizoen, dat bij hem in juli start. Dan begint de eerste ronde van het sloten reinigen, een periode die loopt tot in december. Daarna duikt hij in het snoeiwerk en weet hij zo tot diep in maart aan het werk te blijven. Terwijl veel traditionele loonbedrijven dan net weer beginnen, gaat Buzeman de schuur in. “Die tijd heb ik nodig voor het onderhoud aan de machines, want na een seizoen moet er wel wat gebeuren.”

Luisteren naar Duitse wens In de sector heeft Buzeman wel een bijzonder bedrijf, want als één van de weinigen is hij echt gespecialiseerd in het slootwerk. Opvallend is dat ongeveer de helft van dat werk uit Duitsland komt. In vier gemeenten langs de grens zorgt Buzeman voor het schoonhouden van de watergangen. Dit is werk dat hij al tientallen jaren in opdracht heeft. Dat maakt dat hij als geen ander weet hoe je in Duitsland aan het werk komt en ook kunt blijven. “Wat je in het begin vooral niet moet doen, is de Nederlandse houding aannemen en met je eigen oplossingen of werkwijzen komen. In Duitsland moet je eerst precies doen wat de opdrachtgever wil. Het is een kwestie van goed luisteren en opdrachten uitvoeren. Zo werkt het daar nu eenmaal. Het is echt vertrouwen opbouwen”, benadrukt hij. “Vooral met de burgemeester, want die bepaalt alles.” Toch heeft Buzeman inmiddels zijn eigen werkwijze weten te introduceren. Dat kan ook, geeft hij aan, maar daarvoor moet je geduld hebben. “Pas wanneer de Duitsers overtuigd zijn van je kwaliteiten en je hebt laten zien dat je doet wat ze willen, kun je over aanpassingen gaan praten. In het begin moest ik nog maaien met een vingerbalk met een hark erachter, terwijl wij in Nederland allang aan het maaikorven of klepelen waren. Na een jaar of drie heb ik ze uitgenodigd voor een demonstratie van een nieuwe werkwijze en toen was het gelijk goed. Als je eenmaal dat vertrouwen hebt, kun je ook gemakkelijker verder bouwen.” Tegenover dat moeten luisteren en aanpassen aan de Duitse werkwijze staan voor Buzeman ook een paar voordelen. “Als je in Duitsland het werk eenmaal hebt, zijn opdrachtgevers erg trouw. Veel werk mogen ze onderhands aanbesteden en dat doen ze ook. Telkens als een overeenkomst afloopt, krijg ik de vraag of ik verder wil. Dit jaar heb ik nog een overeen-

komst met vijf jaar verlengd. Dat is erg prettig werken.” Tevreden is hij ook over de condities waarvoor hij kan werken. Bijkomend voordeel voor hem is dat er snel wordt betaald. “Jaarlijks hebben ze daar nog een ouderwetse schouw, waarbij boeren uit het gebied het werk beoordelen. Die komen eerst bij elkaar in het café, gaan dan op pad en ronden het daar ook weer af. Dan zorg ik dat ik of een medewerker erbij is. Kunnen we gelijk horen waar we nog wat bij moeten werken, maar dan kunnen we ook de rekening meenemen. Die gaat dan mee met de burgemeester, de voorzitter van het gemeentelijk waterschap, en die zorgt voor de betaling. Binnen een week staat het geld dan op de rekening.”

Optimaal benutten In Nederland werkt Buzeman niet voor de waterschappen - die doen in zijn werkgebied het werk nog zelf - maar wel voor de spoorwegen en een groot aantal boeren uit de wijde omgeving. Voor de spoorwegen verzorgt hij al het onderhoud langs de spoorlijnen in de provincie Groningen. Voor de boeren werkt hij in een grote cirkel vanuit zijn vestigingsplaats Bourtange. Het betekent dat hij per jaar rond de 350 kilometer sloten afwerkt. Daarvoor zijn op het bedrijf twee Fendt-trekkers met Hemos-maaiarmen en een Herder-maaikorf. Het machinepark is bewust klein gehouden, vertelt Buzeman. “Mijn streven is altijd om machines optimaal en maximaal te benutten. Dat is volgens mij de enige manier om rendabel te blijven werken. Ik maak me wel eens zorgen als ik zie hoeveel machines er bij loonwerkers veel te veel tijd stil staan. Wil je wat verdienen, dan moet je veel uren maken.” Dat is ook de reden dat hij nooit is gegroeid of personeel in dienst heeft genomen voor het slootwerk. “Ik huur liever iemand in wanneer ik veel werk heb. Dat is in het najaar nooit een probleem, want dan lopen hier voldoende jongens thuis. In plaats van een extra machine huur ik ook liever bij. Dan bel ik wel een collega om het werk te doen.” Vaak is dat ook veel economischer, stelt hij vast. “Vooral hier in Groningen langs het spoor kun je niet altijd overal terecht. Dan moet je over de percelen van de akkerbouwer naar achteren om de sloot te reinigen. Daar staan dan wel eens bieten en dan moet je ze overslaan. In plaats van terug te komen voor een paar honderd meter vraag ik dan wel een collega om het even te doen als hij in de buurt is.

Buzeman Slootreiniging Ruim 35 jaar geleden is Buzeman voor zichzelf begonnen na eerst nog een jaar voor een loonwerker te hebben gewerkt. Vanaf het begin heeft hij zich gespecialiseerd in het sloot- en bermwerk. Al snel ging hij ook aan het werk in Duitsland, waar hij de vier gemeenten langs de Nederlandse grens als klant heeft. Dat betekent werk in een gebied van 100 kilometer vanaf de grens. In Nederland werkt hij voor ProRail en De Groot Achterveld voor het slootwerk langs het spoor. Buzeman werkt bewust met trekkers, omdat je daarmee overal uit de voeten komt en kunt werken met grote, brede banden. Een tweede specialiteit is het snoeien, waarvoor Buzeman een eigen zaagblad heeft ontwikkeld. Het bedrijf is gevestigd in Bourtange, maar heeft ook in Rhederveld een schuur en opslagplaats.

GRONDIG - Juli 2013

37


Eigen zaagblad Buzeman heeft zijn seizoen weten te verlengen door na het slootwerk vooral snoeiwerk op zich te nemen. Daarvoor heeft hij zelf een eigen zaagblad op de Hemos-maaiarm ontwikkeld. Deze bestaat uit een schijf met een diameter van 1,20 meter waarover de grootste beschikbare kettingzaagketting is gespannen. “Die schijf draait met een relatief laag toerental, maar het werkt super. Ik kan zo tot een hoogte van vijf meter takken tot een dikte van dertig centimeter uit een boom zagen. Langs schouwpaden of langs het spoor kan ik zo alle overhangende takken verwijderen.” Het is specialistisch werk, waarvoor hij al veel door Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer en ProRail wordt ingeschakeld. “Die willen niet zo’n soort heg die je krijgt als je met zo’n systeem met zaagbladen werkt. Bovendien kun je daarmee vaak ook niet zo hoog komen.” Het is werk waarvoor hij door de instanties graag wordt ingehuurd. “Natuurlijk merk ik dat ze daar ook zitten te knijpen, maar tegen het uurloon dat ik reken, kunnen hun handmatige manuren niet op. Daarbij neem ik zelf ook een shoveltje mee, waarmee we alles zo in het bos terug kunnen duwen.” Als dat werk is gedaan, breekt voor hem de rustige onderhoudstijd aan. Om alles in orde te maken, te werken aan de beurs in Vlagtwedde waar hij in het bestuur zit en eventueel zijn zoon bij te staan. Ook die is namelijk voor zichzelf begonnen. Niet in het slootonderhoud, al raakt het elkaar soms wel, maar hij heeft zijn eigen autolaadkraan. In het bedrijf stapt hij voorlopig nog niet, want Buzeman blijft als het allemaal wil nog zeker tien jaar sloten reinigen. En dat kan alleen het meest efficiënt.

Met de bosfrees heeft Buzeman veel werk, omdat hij relatief eenvoudig een stuk kan ontdoen van alle opstand zonder dat er wat hoeft te worden afgevoerd.

Inmiddels is er een tweede bedrijf Buzeman. De zoon van Geert is begonnen op zijn eigen knijperauto. Voorlopig werkt hij ook zelfstandig.

In Duitsland is het verwerven van contracten vooral een kwestie van eerst goed luisteren en doen wat er wordt gevraagd. Pas daarna is er ruimte voor eigen inzichten en werkwijzen.

Tekst Toon van der Stok Foto’s Toon van der Stok, Buzeman

Hemos-bosfrees Een derde machine die Buzeman heeft aangeschaft om zijn maaicombinatie extra rendabel te maken, is de bosfrees. Hiermee kan tussen bosinplant al het opgroeiende hout zonder problemen worden afgefreesd tot in de bodem. Behalve de maaikorf is alle apparatuur bij Buzeman van Hemos. Bewust, want met deze fabrikant heeft hij al vanaf het begin een goede relatie. Dat komt ook doordat Buzeman heeft ervaren altijd een beroep op dit bedrijf te kunnen doen, ook al betekent het dat de Hemos-mannen in de overuren aan het werk moeten. Juist in het seizoen dat hij eigenlijk niet stil mag staan, is dat voor hem belangrijk.

GRONDIG - Juli 2013

39


Fijngevoelig treffen Verslag van de groenbeurs DemoPark in het Duitse Eisenach Een blauwdruk voor GroenTechniek Holland in Biddinghuizen, dat is het gevoel dat leeft bij het bezoek aan de groenbeurs Eisenach. Op 25 hectare is nagenoeg alles te vinden wat de professionele gebruiker zoekt. Veel nieuws, demo’s en hier en daar een aangename kwinkslag maken het succes compleet. In onze rondgang troffen we een brede variatie aan nieuwe ontwikkelingen.

techniek

Op een spraakmakende beurs tref je altijd fijngevoeligheden. Zoals deze stuntman, die op twee wielen op het hoofdpad paradeerde. Liefhebbers kijken bewonderend naar de kunsten en critici vinden het onverantwoord. Dat soort zaken hoort bij een toonaangevende beurs. Wie verwachtte dat in Eisenach veel draaide om hybrides, batterijtechniek en aanverwanten ontwikkelingen had het mis. Belangrijk, ja, maar de ontwikkelingen werden niet gewaardeerd met gouden medailles. Hoe fijngevoelig de demo van de houtkunstenaar van Pellenc met het nieuwe accupak ook bezig was, Pellenc kreeg ‘slechts’ zilver en moest concurrent Stihl naast zich dulden met een zilveren onderscheiding voor de verbeterde MSA 200-accu-motorkettingzaag. Deze medailles passen in zonnepaneelland Duitsland. Daar wordt gerekend met rond de € 0,20 voor een 1 kW acculading tegenover circa € 8,50

voor vijf liter tweetaktbrandstof. Concreet is dan in circa 200 dagen de accutechniek terugverdiend. Geen goud dus voor de accu- en hybridetechniek en dus kwamen we prikkelende opmerkingen tegen over vooral de vier gouden medailles. Het meest verrassende goud was voor ‘gewoon’ een extra stevige 22-tons veiligheidsbeugel op de Fendt 900, zeker als je zag dat even verderop Steyr compleet nieuwe Kommunal-trekkers introduceerde met handig aanbouwvernuft en een uitgekiende Kommunal-bediening. Het gevoel van bestaande techniek hadden we ook bij het goud voor de compacte HK Planierhobel-scraper, die niet alleen egaliseert, maar ook transporteert. En dan goud voor de Spearhead-heggenmaaier, die met een maai- en een mulchmes de heggen niet alleen snoeit, maar het snoeisel ook meteen vermulcht. Prachtig, maar Bekx toonde vergelijkbare techniek goudloos op de stand. Ten slotte was er goud voor de Stihl-beton-kettingzaag zoals we die eerder voorstelden in Grondig. ICS heeft al jaren dergelijke techniek, evenals Husqvarna. Beide fabrikanten demonstreerden dat volop in Eisenach. Bij het zilver zat gevoelsmatig meer vernuft. Dat geldt voor de eigen GPS Total Station-techniek voor Ambrogio’s robotmaaier om afzetloos en efficiënter te maaien, maar ook voor het stuur- en remvernuft dat John Deere in zijn Gator XUV 885 D heeft gestopt. Het exactere snijwerk van Amazone’s Grasshopper Profi is een ontwikkeling die de ondernemer argumenten geeft. En dan waren er nog hybridetechnieken (combinatie van een brandstofmotor en een elektro-module) bij Agria en Hymog. Ook Rauchs nieuwe Axeo HydroControl (automatische stop and go) is er één die de ondernemer in de portemonnee raakt. En dan hebben we het nog niet gehad over de vele oplossingen op maat die overal op stands aanwezig waren. Daarop richt zich de ondernemer. Los van medailles delft de ondernemer in Eisenach zijn of haar eigen goud. En dat was er volop. Een prachtige warmloper voor GroenTechniek Holland in Biddinghuizen. Fabrikanten en importeurs zullen ongetwijfeld met enig marktgevoel de juiste machines (van Eisenach) naar Biddinghuizen halen. Voeg daarbij dat september in tijd beter ligt, omdat veel fabrikanten het nieuws voor het komende winterseizoen dan present hebben. Benieuwd wat er dan allemaal te bewonderen en te bediscussiëren valt. Hier volgen enkele opvallende zaken uit Eisenach, al dan niet met enige gevoeligheidswaarde.

Tekst & foto’s: Gert Vreemann

40

GRONDIG - Juli 2013


De nieuwe Unimog

Dat Mercedes verder gaat met de Unimog is duidelijk met de introductie van de nieuwe generatie met veel vernieuwingen. Denk aan de nieuwste Euro6-motoren, een frissere smoel en hogere aslasten. Ook kan al rijdend worden overgeschakeld van de hydrostaat (0-50 km/u) op de versnellingsbak.

Egaliseren en verplaatsen Goud kreeg HK Planierhobel uit het Duitse Wrixum/Föhr voor deze egalisatieschaaf. De clou is dat deze in één werkgang de weg strak trekt, als een scraper grond meeneemt en met een schuin geplaatste verdeelplaat grond in een verhoogde strook kan neerleggen. Hij is verkrijgbaar in breedtes van 1,20, 1,50 en 1,80 meter.

Jacobsen toont prototype ‘In Europese testfase’ was de prikkelende tekst bij deze nieuwe Jacobsen AR 722. Zichtbaar was dat deze is uitgerust met zeven individueel hydraulisch aangedreven cirkelmaaiers, goed voor een werkbreedte van 3,14 meter. Onder de kap ligt een 48 kW (65 pk) dieselmotor. Dan weet u eigenlijk al genoeg.

Smalle Aebi-trucks

Ambrogio’s GPS-automower Hoezo geen smalle trucks voor snelwegwerk? Wat te denken van deze gloednieuwe Aebi MT-werktuigdragers, waarvan de kleinste 720 met 74 kW (100 pk) VM-motor buitenwerks 1,60 meter breed is en de zwaarste met 120 kW (163 pk) 1,70 meter breed is. Een hydrostaat en PTO-aansluitingen zijn leverbaar.

Iseki lanceert 8000-serie

Fabrikant Ambrogio ontwikkelde voor zijn Automower in eigen huis een GPS-pakket waarmee het te maaien stuk exact in kaart kan worden gebracht. Daardoor kan de Automower via een zendstation op drie tot vijf centimeter nauwkeurig maaien zonder afzettingen en zonder onnodige overlap.

Becx knipt en mulcht ‘Fabrikant Becx uit Moergestel toonde deze HS 130/150-heggenschaar met dubbele messen en onder een hoek geplaatste messen om te knippen en te mulchen. Nog maar net af is ook deze nieuwe universele WLA-aanbouwarm voor wielladers of schrankladers.

Een heuse première in Eisenach was deze nieuwe Iseki TJA 8000-trekkerserie, bestaande uit de 63 kW (86 pk) 8080 en de 75 kW (102 pk) 8100. Heel verrassend met Sisu-driecilinder onder de kap. Daarachter een 18/18-synchro-bak voor de kleinste en een 36/36-bak met high-low voor de 8100.

GRONDIG - Juli 2013

41


Accupakket doorontwikkeld

Nieuwe Steyr Kommunal-serie

Vakwerk bij Pellenc, zoals hier de kettingzaag met het nieuwe Ultra Lithium 1100-accupakket. Deze accu levert 990 Wh energie bij een gewicht van 4,1 kilogram. Pellenc toonde heel passend ook het Solerion-solarlaadsysteem om de accu CO2-neutraal te laden.

Rauch Hydrocontrol

techniek

Zoutstrooien is ook topsport geworden, waarbij precisie een must is. Rauch ontwikkelde voor zijn Axeo-modellen met Quantron K2-doseercomputer de optie HydroControl. Dat is een automatisch snelheidsgeregeld systeem om het roerwerk en de strooischijf in en uit te schakelen.

Economischer reinigen

Steyr introduceerde de nieuwe Kompakt 4085, 4095 en 4105 en de Multi 4095, 4105 en 4115 in Kommunal-uitvoering met respectievelijk een 16/16- en een 32/32bak. Technisch zijn ze gebaseerd op de landbouwuitvoeringen, maar met snelwissel-DIN-plaat en een Kommunal-armleuningbediening.

Oregon Biotrim Het zijn maar details, maar in het kader van milieubewuster werken en om het werk aanbesteed te krijgen, ontwikkelde Oregon deze speciale biologisch afbreekbare Biotrim-maaidraad. Deze breekt in circa vijf tot tien jaar af onder invloed van zonlicht en water.

Holder jubileert Ter ere van het 125-jarig jubileum toonde Holder niet alleen de bekende A14 4WD-kniktrekker uit 1954, maar ook deze prikkelende F1-uitvoering. Het belangrijkst nieuws betreft een tweezits cabine op de S1090 en de nieuwe 51 kW (70 pk) F/L770kniktrekker in jubileumgroen.

K채rcher geeft aan dat veel gebruikers bij de hogedrukspuit vaak een te hoge of zelfs maximale stand kiezen. Met deze Eco Zone helpt de fabrikant de gebruikers een water- en energiebesparende stand te kiezen die toch toereikend is. Een kwestie van het personeel goed instrueren en uitproberen.

Stihl M-Tronic Stihl kreeg een medaille voor zijn MSA 200-accumotorzaag met dertig procent meer capaciteit. Dat de motorzaag blijft, toonde Stihl met deze nieuwe MS 261 C-M met M-Tronic-motormanagement. Dat zorgt bij elke belasting en temperatuur automatisch voor het juiste mengsel.

42

GRONDIG - Juli 2013

Hybride Agria Hybridetechniek bij deze afstandsbediende taludmaaier van Agria. Met behulp van een kleinere verbrandingsmotor wordt energie in de batterij opgeslagen, die helling-opwaarts wordt vrijgegeven aan de elektro-hulpaandrijving. Het geheel is duidelijk nog in ontwikkeling, maar wel al goed voor een medaille.


Al 40 jaar automatisch sturen

www.kampsdewild.nl


KRAANVERHUUR, GRONDVERZET EN RECYCLING

Maai - of onderhoudsboten te huur G.M. Damsteegt heeft nu de ideale machines voor het snel en efficiënt maaien en opschonen van alle voorkomende watergangen De ‘conver’ maaiboten zijn uitgerust met een taludmaaier voor het maaien van het droge profiel van de watergang, een T-frontmaaier voor het maaien van het natte profiel en een opduwframe voor het opruimen van gemaaide vegetatie, snoeihout of andere obstakels. Alle werktuigen zijn met een snel koppelsysteem eenvoudig te wisselen. Voor dit snel koppelsysteem is inmiddels ook een connector ontwikkeld waarmee de boot in een handomdraai dienst kan doen als duwboot voor het transporteren van pontons of beunbakken. U ziet het, MULTIFUNCTIONEEL, bel voor meer informatie naar

Westeinde 46 • 2969 BM • Oud-Alblas • Tel 0184 69 27 67 • Fax 0184 69 21 40 E-mail info@gmdamsteegt.nl

www.gmdamsteegt.nl

Leica Machinebesturing Vertrouwen is goed Controle is beter

Weer een tevreden gebruiker Informeer bij ons of bij onze tevreden gebruikers over het inzetten van Leica 3D GPS machinebesturing en bedenk eens hoe u het meest uit uw machine kunt halen. Wij helpen u graag op weg met onze jarenlange ervaring.

Leica Geosystems B.V. 088 00 18 000 | Wateringen | Nederland www.leica-geosystems.nl

Scherm en GPS zijn ook in te zetten met andere voorbereide machines, zoals shovels, kilvers en dozers. Direct aan de slag, zonder “site kalibratie” Uw investering verdient zichzelf terug.


Bermwerk kort Hissink showt volop Hissink in Oeken toonde tijdens het zestigjarig jubileum deze Antonio Carraro met aangebouwde nieuwe M 44 X-armklepelmaaier van Marolin. Deze is voorzien van een parallelgeleiding om de bediening te vergemakkelijken en een groter werkbereik te krijgen. Ook is de arm draaibaar voor het beperken van de transportbreedte en het kunnen uitmaaien van de hoeken. De nieuwe Seppi M SAV-zijklepelmaaier heeft een vernieuwde aandrijflijn met zes V-snaren. De poelie is daarbij veerbelast opgehangen. Ook is de afwerking verbeterd. Zo is de bok nu voorzien van beplating. De maaier is zo zwaar uitgevoerd dat hij houtopslag tot zeven centimeter diameter kan verwerken. Met een forstrotor kan er zelfs hout tot twaalf centimeter diameter worden verwerkt.

SilRainDo-wegafzetting

Dover Verkeersmaatregelen uit Geldermalsen en Silca Traffic Systems Europe uit Culemborg hebben deze SilRainDowegafzetting ontwikkeld. Daarbij zit het led-display direct op de Fuso Canter van 1,70 breed. Het informatiesysteem is geheel vanuit de cabine te bedienen. Bijkomend voordeel ten opzichte van getrokken oplossingen is dat de SilRainDo een extra product, zoals een actiewagen of Mobilight, kan meenemen.

Bomford Eagle De nieuwe Bomford Eagle-arm met een reikwijdte van 8,85 meter kan met 180 graden zwenkbereik links en rechts werken. De Eagle heeft standaard een elektrische zweefstand en een hydraulische aanrijbeveiliging en is uitgevoerd met een Pro Cut-klepelmaaier met een werkbreedte van 1,20 of 1,50 meter. De Pro Cut heeft een indirecte aandrijving en is er keuze uit een breed assortiment aan typen klepels. De klepels hebben een overlap van 45 procent. De machine wordt bediend door middel van het Bomford Intelligent Control System, waarmee de eerste en de tweede arm volledig proportioneel kunnen worden aangestuurd. De Eagle heeft verder een hoekregeling van het aanbouwwerktuig, een zwenkfunctie en een telescopische arm. Verder is er een lcd-display voor werkuren, defecten en waarschuwingsberichten.

Conver BaseLine en ProLine Conver levert nu als startuitvoering de nieuwe 1,60 meter brede C420 BaseLinemaaiboot. De lichte en simpele serie werktuigen wordt door middel van een soort driepuntsbevestiging aan- en afgekoppeld. De nieuwe C435 ProLine heeft diverse extra’s en is daarnaast nog met tal van opties aan te kleden. In het topsegment is er de C485 ProLine, nu in Serie II-uitvoering met gebruik van een T-maaier, sleepmessen, zijmaaier en opduwhark. De Serie II-modellen zijn vooral lichter, hebben een betere ergonomie en zijn duurzamer gebouwd. Naast de maaiboten vormen de Conver-baggerschuifboten C86s en C86xs een steeds belangrijker productlijn. In het kader van kleinschalig baggerwerk levert Conver ook cutterzuigers met geringe afmetingen en een persleiding van zes of acht inch, voorzien van diverse lieren en spudpalen voor accurate besturing en bediening.

GRONDIG - Juli 2013

45


Dyna-6 versus Dyna-VT Op de Super6-dagen van Massey Ferguson was brandstofbesparing één van de thema’s. In het vorige nummer van Grondig hebben we al enkele resultaten van het testwerk van MechaTrac gepubliceerd. Op de Super6-dagen van het merk kwam daar een heel interessante vergelijking van het brandstofverbruik van de Dyna-VT en de Dyna-6 bij.

agrarisch nieuws

Op het grote veehouderijbedrijf van Van Bakel in Vredepeel testte MechaTrac samen met Massey Ferguson-dealer Rovadi een MF 7622 met 176 kW (240 pk) 7,4-litermotor en Dyna-6-transmissie en een MF 7624 met 173 kW (235 pk) 7,4-litermotor met Dyna-VT-bak. De trekkers stonden op XeoBibs in de maat 710/60R42. Achter beide MF’s hingen identieke 58-kuubs USA Equipmentsilagewagens. Op het menu stond de eerste snede met een forse opbrengt op percelen grenzend aan de kuil en percelen op circa tien kilometer afstand. Beide combinaties verwerkten zeven vrachten bij het huisperceel en vier vrachten op afstand. In totaal werd circa 105 kilometer

gereden en werd er 125 ton gras aan de hoop gezet. De maximumsnelheid was bij beide trekkers tegen de 54 km/u. Er is gereden door chauffeurs die weten hoe je economisch moet rijden. Tussendoor en na afloop is er getankt. Bij het aftanken scoorden beide MF’s op het perceel op afstand een verbruik van 16,0 liter per uur. Bij het aangrenzende perceel was de Dyna-6 met 13,0 liter per uur een tikkeltje zuiniger dan de 13,2 liter van de Dyna-VT. Hoe dicht ze deze dag bij elkaar zaten, tonen de absolute verschillen. Op de elf vrachten scoorde de Dyna-6 92 liter diesel en vijf liter AdBlue, tegenover 94 liter diesel en vier liter AdBlue voor de Dyna-VT.

Nieuwe JCB 435 S Agri op komst Met de Agritechnica in het verschiet dient het eerste nieuws zich al aan. JCB zal daar officieel deze nieuwe 13,6-tons 435 S Agri lanceren, als opvolger van de bekende 434S Agri. Deze speciaal voor de agrarische sector ontwikkelde wiellader is uitgerust met de bekende Cummins QSB-6,7-litermotor met een vermogen van 169 kW (230 pk) in Stage IIIbuitvoering, dus met roetfilter. In deze wiellader zit een aantal belangrijke vernieuwingen. De Agri had al een ZF Ergopower-zesbak met lock-up, maar deze lock-up is nu beschikbaar van de tweede tot en met de zesde versnelling.

Brandstofbesparend is verder een eco-setting met maximaal 1800 motortoeren en een automatische toerentalreductie naar 700 toeren als de machine een halve minuut onbelast stilstaat. Eventueel is die te koppelen aan een auto-motorstop. De vooras heeft een honderd-procent-sper gekregen. Verder rept JCB over Power-Inch (een nieuwe automatische koppelingsfunctie voor beter manoeuvreren bij lage snelheid en maximaal motortoerental), een top van 54 km/u en een stillere cabine - maximaal 70 dB(A) - met een nieuwe kleurendisplay waarop (uiteraard) het brandstof-

verbruik zichtbaar is. En last but not least twee onafhankelijke axiaal-verstelpompen voor een maximale opbrengst van 264 liter per minuut.

Omkeer voor Steyr Steyr ontwikkelde exclusief voor het eigen merk een volledige omkeerinrichting voor de zware trekkers. Bij deze omkeer klap je de aangepaste armleuning omhoog om de stoel te draaien. Daarna verschuif je het aanwezige stuurwieltje naar het midden. De voetpedalen zitten al aan de achterkant. Steyr heeft deze optie speciaal voor de Kommunal-trekkers ontwikkeld, maar wij verwachten in onze sector ook belangstelling.

46

GRONDIG - Juli 2013


Modulaire Kaweco Om flexibeler op wensen van klanten te kun-

het frame kan worden gemonteerd.

nen reageren, heeft Kaweco de Profi 1-mest-

Daarnaast is de tank voorbereid voor

tank nieuw ontwikkeld. Bij de opening van

het opbouwen van allerlei extra’s, zo-

de nieuwe fabriek van Staja in Hengelo stond

als een zuigarm. Staja wil deze tank

een prototype dat nagenoeg klaar is. De Profi

voor Kaweco op voorraad bouwen

1 is een tank die is bedoeld voor de Duitse

en deze relatief kaal bij de dealers

markt. Het is een relatief eenvoudige tank met

wegzetten. De dealer kan er dan op

een inhoud van veertien, zestien of achttien

wens van de klant allerlei voorzie-

kubieke meter. In de nieuwe uitvoering kan

ningen aan toevoegen. De gedachte

deze als pomptankwagen of als vacuümtank

erachter is het voorkomen van het

worden uitgevoerd. Daarvoor is de tank zo

bekende

gebouwd dat deze voorover of achterover op

precies de verkeerde.

KORT NIEUWS Lemken Optiquick Onder het motto ‘Per muisklik naar een optimale ploegafstelling’ presenteert Lemken voor alle Optiquick-wentelploegen een audiovisueel instructieprogramma dat de zeven belangrijkste afstellingen van de trekker en de ploeg stapsgewijs uitlegt en een interactieve driedimensionale simulatie van Optiquick biedt.

showroommodel:

altijd

in Oeken is een Krümler Ladurneronkruidwieder voor in de rij wieden met behulp van rotors. Daarbij wordt vooral gemikt op het gebruik in boomgaarden, met name op het terugdringen van chemische onkruidbeheersing. Een tool waarmee menig loonwerker wellicht ook diensten kan aanbieden.

Firestone Maxi Traction Met de komst van grotere oogstmachines en een blijvende gevoeligheid van de ondergrond zijn er al heel wat speciale maaidorserbanden gepresenteerd. Firestone voegt daar de Maxi Traction 710/75R34 178A8 178B aan toe. Het is een hoogwaardige, extra draagkrachtige band.

Hakselaars Op de Agritechnica wordt het nodige nieuwe hakselaargeweld verwacht. In Nederland is al een nieuwe Krone gespot op 900-banden. In Amerika is het antwoord van John Deere op de 809 kW (1100 pk) Krone gespot. Met koelers aan de zijkant, een dubbele uitlaat, een maaidorsercabine en vooral heel groot.

Krümler Ladurner Gespot op de jubileumdagen van Hissink

advertentie

HOUTVERSNIPPEREN - STOBBENFREZEN – LANDSCHAPSONDERHOUD - BERMONDERHOUD DUTCH DRAGON André Duenk Tel 0612185608

www.wellinkcaesar.nl

Stenenmaat 15 7071 ED Ulft Tel. 0315 695470

CAESAR Dave ter Voert Tel 0653798495

info@wellinkcaesar.nl

www.dutchdragon.nl

GRONDIG - Juli 2013

47


techniek

Tempobeul Nieuwe zaaimachine van Väderstad maakt demotour Dit voorjaar debuteerde de nieuwe Väderstad Tempo F-maïszaaimachine in Nederland. De nieuwe importeur Homburg verzorgde een demotour om de machine de testen onder Nederlandse omstandigheden, met de nodige enthousiaste reacties als resultaat. Tijd voor een kennismaking met deze Tempobeul. De nieuwe Tempo F-maïszaaimachine is niet alleen nieuw in Nederland, maar ook nog relatief nieuw in deze markt. Dit jaar is feitelijk pas het eerste seizoen dat hij in Europa volop is verkocht. Met succes, want afgelopen winter was de hele productie van 350 stuks al ruim voor het seizoen uitverkocht. De Tempo is geheel nieuw ontwikkeld door de ingenieurs van Väderstad. Zeven jaar geleden begon dit project. Doel was om naast de gewone zaaimachines in deze markt tot een compleet aanbod te komen. Väderstad hoopte daarbij gebruik te kunnen maken van de goede naam die deze Zweedse fabrikant inmiddels had opgebouwd in de grondbewerkingsmarkt.

Nieuwe ontwikkeling Bij de ontwikkeling van de zaaimachine is goed rondgekeken, zo blijkt bij de kennismaking op een perceel zandgrond in Giethoorn. In de machine is een groot aantal technieken bij elkaar gebracht die tot de succesvolle onderdelen van andere merken behoren. Voor de demotour in Nederland had Homburg de beschikking over een getrokken achtrijige Tempo F. De importeur had geluk dat het voorjaar in Nederland laat was, want voor de komst naar ons land had

48

GRONDIG - Juli 2013

de machine al een uitgebreide demotour in Frankrijk achter de rug. Dankzij de getrokken uitvoering is het geen probleem om in combinatie met de van MechaTrac geleende Massey Ferguson vele kilometers te maken. Op de weg blijft de machine door een slim vouwsysteem mooi binnen de drie meter en zijn er ook geen uitstekende delen. Door de getrokken uitvoering is het invouwen ook relatief eenvoudig. Aan beide zijden draaien de twee buitenste elementen 180 graden naar binnen. Met aan twee kanten een pen zijn deze elementen in het veld te vergrendelen.

Elektrisch aangedreven Het gemakkelijke opvouwen is te danken aan het gebruik van enkel elektrisch aangedreven zaaielementen. Op de Tempo zijn dus nergens mechanische aangedreven onderdelen te vinden. Sterk is daarbij dat alle elementen die elektrisch worden aangedreven allemaal gebruik maken van hetzelfde type elektromotortje, dus niet alleen voor de zaaischijven, maar ook voor de kunstmestdosering of de granulaatunit. Wie één motortje op voorraad heeft, kan storingen op dit gebied direct verhelpen. Omdat de gehele machine elektrisch wordt aangedreven, is die uitgerust met een eigen gene-


Overzicht Tempo-zaaimachines

rator voor de stroomopwekking. Deze wordt samen met de blower aangedreven via de aftakas. De belangrijkste functie van deze elektromotor is het aandrijven van de zaaischijven. Bij de zaaiunit is goed te zien dat Amazone hier ongetwijfeld een belangrijke inspiratiebron is geweest. Väderstad werkt ook met een overdruksysteem in het zaaihuis, waardoor het maïszaad tegen de zaaischijf wordt gedrukt. Na het verenkelen met behulp van een drietal loopwielen zorgt een rubberwiel aan de achterzijde ervoor dat de druk op het zaad wegvalt. Als gevolg daarvan wordt dat in de pijp geblazen. Zaadjes die blijven hangen, worden door een penwiel losgedrukt. Door de overdruk wordt het zaad in een constante stroom meegeblazen naar de bodem. Een aandrukwiel net achter de zaaischijven remt het zaad en zorgt dat dit keurig op afstand in de bodem komt te liggen. Bij inspectie na opkomst blijkt dat de maïs er zeer regelmatig op staat. Ondanks de hoge snelheid staat het grootste deel van de planten op negen tot elf centimeter van elkaar. Het zaaihuis is compact, maar ook zeer toegankelijk. Het is met één draaibeweging los te maken, waarna het helemaal kan worden weggenomen. In het zaaihuis loopt het drukwieltje dat de zaden losdrukt van de schijf, waarna ze in de zaaipijp vallen. In dit systeem draait de zaaischijf omhoog door de voorraadbak. Bovenin zitten de loopwielen, die dubbelen voorkomen. Door het uitnemen van de zaaischijf is het gemakkelijk om de voorraadbak aan het eind van het perceel te legen. Voor de afstemming van snelheid en zaadafgifte maakt Väderstad gebruik van een radar op de trekboom. Deze registreert de rijsnelheid en stemt daar via de eigen computer de snelheid van de zaaischijven op af.

Goede gewichtsverdeling De zaaielementen van de Tempo hangen in een parallellogram, waarbij de bodemdruk achterop eenvoudig is in te stellen met een veerhendel die vijf verschillende posities kent. De elementen hebben een eigen bodemdruk van 125 kilogram en dit kan worden opgevoerd tot 325 kilogram door meer druk op de elementen te brengen. In het veld loopt de machine op vier wielen tussen de zaaielementen. Het effect is een goede verdeling van het gewicht. In tegenstelling tot een gedragen machine komt hier dus al het gewicht op minimaal zes wielen. Dit betekent zeker op het kopeind dat de bodemdruk veel lager is dan bij een ge-

Type

Vorm

Aantal rijen

benodigd vermogen

gewicht machine

Tempo TPT 6

gedragen

6

90

1900

Tempo TBT 7

gedragen

7

90

2200

Tempo TPF 6 Met zaadtank

getrokken

6

100

1600-2000 2250-2900

Tempo TPF 8 Met zaadtank

getrokken

8

125

2700-3350 3500-4150

Vier weken na het zaaien blijkt dat de opkomst hoog is en de stand regelmatig.

Zowel de granulaatbak als de zaaiunit heeft een eigen elektromotor, waardoor de dosering continu variabel kan worden aangepast.

Met de aftakas worden de eigen generator en de blazer aangedreven. De lucht wordt zoveel mogelijk via het frame en de pijpen naar de zaaielementen gevoerd. In de getrokken uitvoering is de machine eenvoudig in transportstand te plaatsen door de buitenste twee zaaielementen naar voren te klappen. Het voordeel is dat er geen uitstekende delen meer zijn, want ook de markeurs staan naar binnen geklapt. GRONDIG - Juli 2013

49


Väderstad heeft een eigen boordcomputer met zelf te programmeren knoppen.

De gemakkelijk te verwisselen zaaischijf.

techniek

Het zaaihuis, met bovenin de drie afstrijkwieltjes. Rechts onderin de toegang naar de zaaipijp.

Binnenkant van het deksel. Het gele wieltje drukt de zaden uit de zaaischijf.

Het rijden met een getrokken machine betekent leren hoe je zo snel mogelijk een bocht kunt maken. Het geheim: vooral proberen achteruit rijden te voorkomen.

50

GRONDIG - Juli 2013

dragen machine, die dan volledig op de achterwielen van de trekker rust. Wel zijn grotere kopeinden nodig om met de machine goed uit de voeten te kunnen. In de praktijk betekent dit een kopeind van vier omgangen. Daarmee wordt zoveel ruimte gecreëerd dat je zo door kunt rijden en de machine zonder voor- en achteruit steken opnieuw kunt inzetten. Dat is één van de mogelijkheden om met de machine een hoge capaciteit te halen. Tijdens de testrit haalde de chauffeur ondanks de zware omstandigheden door de losse grond toch een snelheid van 13 tot 14 km/u. Het betekent dat het zonder veel problemen mogelijk is tot zes hectare per uur te zaaien, zeker wanneer het om percelen gaat van minimaal tweeënhalve hectare. Zijn ze kleiner, dan gaat er te veel tijd verloren met het rond zaaien en afwerken van de kopeinden. Tijdens een demo in Brabant haalde de loonwerker een duidelijk hogere capaciteit dan met zijn eigen machine. Deze ging van vierenhalf naar zes hectare per uur met de Tempo. Ondanks de hoge snelheid blijft de nauwkeurigheid hoog. Op de boordcomputer is te zien dat het aantal missers onder de één procent blijft.

Modulebouw Bij het ontwerp van de Tempo is Väderstad sterk uitgegaan van modulebouw. Voor de demo is de machine bijvoorbeeld voorzien van zowel een 1700 liter grote kunstmestbak als extra bakken voor granulaatmeststoffen met een inhoud van zeventien liter. Ook deze laatste worden aangedreven met een elektromotor, net als de kunstmestbak. Op elke uitstroomopening zit weer de bekende elektromotor voor de aandrijving van het nokkenrad. Dankzij al deze elektromotoren is het eenvoudig om de machine rij voor rij te bedienen. Overlap kan daardoor tot een minimum worden beperkt. De bediening gaat via een eigen terminal. Naast het uitlezen van de verschillende functies is het mogelijk om zelf bepaalde functies onder de drukknoppen te plaatsen. Zo kan bijvoorbeeld het in- en uitschakelen van een rij eenvoudig met een druk op de knop gebeuren. De plus betekent in dat geval één rij erbij, de min één eraf, waarbij ook is aan te geven of dit vanaf links of rechts moet gebeuren. Wat nog ontbreekt, is de GPS-bediening. Wel werkt Väderstad er nu samen met Trimble aan om dit volgend jaar als optie te kunnen leveren. Door de volledig elektrische aandrijving moet deze machine eenvoudig aan andere systemen te koppelen zijn.

Zweedse degelijkheid Dat er in de markt veel belangstelling is voor de Väderstad is begrijpelijk als je het resultaat van de demotour ziet. Wellicht juist door de compleet nieuwe ontwikkeling is een machine ontstaan die in de markt kan wedijveren met elke andere machine. De bediening is eenvoudig en het is een machine die op transport mooi compact is. Het is jammer dat er nog geen GPS-bediening is, maar dat zal volgens de fabrikant snel veranderen. Qua prijs is het een machine die ook goed meedoet. Met een brutoprijs van ruim € 70.000,- is hij pittig geprijsd, maar daarvoor krijg je wel Zweedse degelijkheid.

Tekst & foto’s: Toon van der Stok


Wat dekken we eigenlijk niet? De CUMELA Compleet-machinepolis Wij verzekeren al uw werkmateriaal goed en betaalbaar. Ook als schade ontstaat tijdens graafwerkzaamheden bieden wij een zeer complete dekking:

in heel West-Europa ongeacht het gebruik directe schade en gevolgschade is verzekerd en zonder KLIC-clausule U meldt en wij regelen de schade voor u. Snel, deskundig en zonder gezeur.

CUMELA Verzekeringen kent als geen ander de wereld van agrarisch loonwerk, grondverzet, infra- en cultuurtechnische werken. Doorgewinterd in de praktijk, wijs door schade en schande en uitstekend op de hoogte van wetgeving en modern risicomanagement. Daarom is CUMELA Verzekeringen bij uitstek in staat om verzekeringen te ontwikkelen voor u en uw onderneming, uw mensen, middelen en materieel.

Vraag onze adviseurs naar de CUMELA Compleet-machinepolis. Want voor hetzelfde geld bent u gewoon beter verzekerd bij CUMELA Verzekeringen.

Meer weten? Bel (0)33 247 49 60 of mail naar verzekeringen@cumela.nl. www.cumela.nl/verzekeringen

CUMELA Verzekeringen. Al uw belangen goed verzekerd!

CUMELA Verzekeringen: de beste keuze!

VERZEKERINGEN BV

sten in i l a i c e p n infra e Vo o r s d n o r groen, g Bezoekadres: Nijverheidsstraat 13 te Nijkerk E-mail verzekeringen@cumela.nl Website www.cumela.nl AFM vergunningsnummer 12004236

Correspondentieadres: Postbus 1156 3860 BD Nijkerk Tel. (033) 247 49 60 Fax (033) 247 49 61


Bomford armmaaiers a Bomford levert een compleet programma van armmaaiers met keuze uit achter- of frontaanbouw aReikwijdten van 3,1 tot 9 meter a Vele uitvoeringen leverbaar, o.a. met telescopische armen of naar voren geplaatste armen a Aanbouwwerktuigen zoals klepelmaaiers, heggensnoeiers, zaagbladen en veegmachine

Van der Haeghe bv De Elzenhof 7G 4191 PA Geldermalsen T 0345 – 788 104 info@vanderhaeghe.nl

www.vanderhaeghe.nl

GTH_Adv200x134_Grondig.indd 1

20-06-13 12:38


Gras lijkt maïs te beconcurreren Grondig-praktijktest Proterra Maize en Retengo De afgelopen periode is op de twee maïspercelen waar de Grondig-praktijktest plaatsvindt de bespuiting uitgevoerd. Dat was laat, omdat het gewas door de koudeperiode moeilijk op gang kwam. Inmiddels lijkt

Het heeft lang geduurd voordat de maïs op de beide proefpercelen echt begon te groeien. Begin juni waren beide percelen nog geel en weinig vitaal. Ook wilde de maïs nauwelijks groeien. Dat was ook de reden dat de bespuiting tegen onkruid op een veel later moment plaatsvond dan normaal. Pas half juni, toen we te maken hadden met een periode met wat warmer en stabieler weer, kleurde de maïs bij. Op het perceel in Waddinxveen bleek het gras wel goed op te komen en ook te groeien. Daar staat inmiddels al een mooie mat. In Borculo is dat wat minder. Daar is de Proterra Maize ook wat dunner gezaaid. Mede door de droogte na de kou is de ontwikkeling van het gras hier duidelijk minder. Hier is het

In Waddinxveen staat relatief veel akkeronkruid. Het gras lijkt geen last te hebben van de bespuiting.

In Borculo stond veel onkruid in het perceel. Daarom is gespoten met een relatief pittige mix.

meer zoeken naar de grassprietjes tussen de maïs. In Waddinxveen is op 15 juni de onkruidbestrijding uitgevoerd. Hier is gespoten met één liter Calaris, één liter Milagro en één liter Frontier. Omdat dit een akkerbouwperceel betreft, was de Milagro niet echt nodig, maar deze is meegespoten om de groei van het gras stil te zetten. Tien dagen na de bespuiting was bij het onkruid duidelijk te zien dat er was gespoten. Het kleinste onkruid was al dood, de grotere onkruiden begonnen wit te verkleuren in de top. Het gras stond er nog steeds keurig op. Omdat er geen strook is waar niet is gespoten, was het effect nog niet te zien. In de maïs leek wel een klein effect zichtbaar van het ingezaaide gras. In de strook waar de Proterra ligt, is de maïs op het oog wat minder dan in de strook zonder groenbemester. Dat zou kunnen liggen aan wat concurrentie, zeker nu het zo lang duurde voor de maïs begon te groeien. Het gras zou daardoor wat kunstmest weggesnoept kunnen hebben. In Borculo is op 17 juni gespoten. Loonbedrijf Baks uit het gelijknamige dorp gebruikte een mix van 0,8 liter Frontier, 0,7 liter Milagro, 1,0 liter Calaris en 0,15 liter Clio. Dit laatste omdat er relatief veel gladvingergras voorkomt. Ook hier heerst het beeld dat het onkruid wel vertrekt, maar dat de Proterra Maize de bespuiting prima overleeft. Op dit perceel was de stand nog wel dun, dus zal er nog veel moeten worden ingehaald. Na deze bespuiting is het nu wachten op half juli. Dan zal een deel van beide percelen worden gespoten met Retengo tegen bladvlekkenziekte. De verwachting is dat er wat later zal worden gespoten dan andere jaren. Veel zal afhangen van de groei in de komende weken.

Vakinformatie

de groei er goed in te zitten, al zijn er uitzonderingen.

Tekst: Toon van der Stok Foto: Gert Vreemann en Toon van der Stok

GRONDIG - Juli 2013

53


OP AUTO(SNEL)WEGEN Huurprijs € 3.500,=/week

Hovertrack 24-41 -

Nederlands kenteken goedkeuring maaier voorop Euro 5 motor 410 Pk laadvolume 26 m³

Groenekan T. 0346 25 96 00 | Zwolle T. 0529 46 94 00 | www.hovertrack.nl | info@hovertrack.nl HemosGrondig.indd 1

18-6-2013 14:26:33

Mekos machinebouw brengt u op grote voorsprong Graderwerk met de unieke Mekos frontschuif voor uw wiellader: met een enorme capaciteit. Sitech-Trimble automatisering 2D of 3D. Laser, GPS, Total station.

Mekos voor topsport in machinebouw, ruim 25 jaar de fabrikant van het origineel de “Mekos Kilver.” Precisie egaliseermachines voor de professionele gebruiker.

Mekos rondlegleveler: vlak en tonrond leggen met 1 machine, traploos instelbare ronde vorm in het afstrijkmes +verdichten.

Mekos zelfrijdende machines voor iedere toepassing zoals koppen, wieden, spuiten, ziekzoeken enz.

(op getoonde producten zijn individueel patenten van toepassing)

Partners:

Mekos Schagerbrug BV Tel. 0224-571555 www.mekos.nl


gewasbescherming

Het weer beter in beeld Agrovision archiveert de weersgegevens tijdens de spuituren Eén van de onderdelen van het DOB-adviessysteem voor onkruidbestrijding op verhardingen is rekening houden met het weer. Agrovision heeft daarvoor samen met de Wageningen Universiteit een mooi systeem ontwikkeld. Een belangrijke voorwaarde voor het gebruik van glyfosaat op verhardingen is het werken met een goede weersvoorspelling. Wie met Roundup Evolution wil spuiten, moet vooraf kijken of er geen regen dreigt. Zodra het ernaar uitziet dat het binnen 6 tot 24 uur, afhankelijk van de te gebruiken apparatuur, gaat regenen, mag er niet meer worden gespoten. Wie gecertificeerd is voor het spuiten op verhardingen moet ook vastleggen dat het weer op het moment van spuiten goed was. Lange tijd leek het erop dat deze certificering verplicht zou worden, maar door een beroep van de VHG en in eerste instantie CUMELA Nederland, is heeft de Commissie van beroep van het CTGB daar een streep door gezet. Gemeenten kunnen echter wel een certificering eisen en daarvoor is de nieuwe versie van het Agrovision DOB-systeem wel van belang. Door de verplichting voor het gebruik van Roundup een weeradviessysteem te raadplegen, lijkt dit programma feitelijk onmisbaar voor wie zorgvuldig wil werken. Een abonnement waarbij je een jaar lang voor een regio een overzichtelijk advies krijgt, kost € 190,- per jaar. Daarvoor hebben meerdere medewerkers de mogelijkheid om in te loggen op de weersvoorspelling. Zij kunnen op elk moment op de computer, smartphone of tablet kijken hoe de regenverwachting is, zeker als het weer wat dreigend is. In het nieuwe systeem is de advisering verder verbeterd. De gebruiker kan zelf aangeven welke apparatuur hij gebruikt en met hoeveel liter water per hectare hij werkt. In de adviesmodule wordt dan automatisch de dosering Roundup aangegeven bij de voorspelde weersomstandigheden Bij een demo is goed te zien hoe het weer grote invloed heeft. De aangegeven dosering kan wel een factor twee verschillen. Ook daar zit voor de gebruiker een meerwaarde. Hij kan gemakkelijk kiezen voor de meest economische dosering. Alleen al daarmee zijn de kosten waarschijnlijk terug te verdienen. Een belangrijke toevoeging aan het programma is de mogelijkheid om op elk moment de oorspronkelijke weersvoorspelling inclusief het spuitadvies opnieuw op te roepen. Het is dus niet nodig om de weerfax of weermail op te slaan als bewijs voor de certificeerder. Wie inlogt op het systeem kan altijd laten zien hoe een bepaalde datum het weer op was. De nieuwe versie van DOB Online 2.0 is de afgelopen week online gegaan.

Gewis blijft groeien Een ander adviessysteem van Agrovision is Gewis. Dit programma geeft voor nagenoeg alle gewassen en alle middelen een advies over de verwachte werking bij de huidige weersomstandigheden. Op basis van de groeiomstandigheden en het verwachte weer geeft het aan wat de verwachte werking is. Half juni, het moment dat veel maïs werd gespoten, was bij de demonstratie goed te zien hoe dat kon veranderen. Was bijvoorbeeld in de ochtend een halve liter Calaris voldoende, in de middag met veel meer warmte was wel één liter nodig. Dat maakt het programma voor professionele spuiters bijna onmisbaar, zeker gerelateerd aan de prijs. Voor € 130,- kun je overal en altijd een advies krijgen en flink besparen op middelen.

Twee uitdraaien uit het adviessysteem. Boven een advies uit Gewiss over de effectiviteit van Calaris. Daaronder een advies voor het gebruik van glyfosaat verhardingen.

Tekst: Toon van der Stok Illustraties: Agrovision

GRONDIG - Juli 2013

55


Doorbijten Lindner Urraco zet de tanden in een doorbraak in Nederland Tijdens de demonstraties op de BVOR-Demodagen in Maastricht, eind juni, maakten we kennis met de Lindner Urraco 75. Deze machine kan meer kan dan alleen hout en groen verkleinen. “De Urraco 75 is een multifunctionele verkleiner en menger, die ook autobanden, aluminium velgen, kabels, roestvrijstaal, dakbedekking, kunststof en bijvoorbeeld rollen papier kan verkleinen”, zegt Peter Voolstra van importeur Van der Spek. Dat doet de machine met twee tegengesteld draaiende assen, die in de lengterichting naast elkaar liggen. Op die assen zitten schijven met werktuigen. Zeven of acht schijven en ook het aantal werktuigen per schijf varieert naargelang de gewenste grootte van het eindproduct. De assen zijn 1,75 meter lang en de doorsnede is 65 centimeter. Het toerental kan variëren van 14 tot 32 omwentelingen per minuut. De eindmaat van het product loopt van vijftien tot veertig centimeter. De Urraco 75 wordt geleverd als containermobiele uitvoering (zeventien ton) met een opdrukas - voor het verrijden op locatie - of als zelfrijdende, rupsmobiele versie (22 ton). De opgavetrechter heeft een inhoud van negen kubieke meter en vanwege de lage trechterrand (2,70 meter) kun je de verkleiner al gemakkelijk beladen met middelgrote wielladers. De opgavetrechter is overigens tot 80 graden op te klappen. Lindner monteert standaard een Caterpillar C9-motor, maar Nederlandse

klanten lijken een voorkeur te hebben voor de Scania DC9-vijfcilinder (Stage IIIb) die een vermogen van 260 kW (350 pk) levert. Dit vermogen wordt door een Bosch Rexroth-aandrijving omgezet op de assen. Het materiaal wordt uitgevoerd via een 1,20 meter brede transportband met chevronprofiel die in opvoerhoogte verstelbaar is van 2,00 tot 4,80 meter. De verkleiner wordt bediend vanaf een aanraakscherm op de machine. Via de radiografische afstandsbediening kunnen diverse functies vanuit de laadschop of kraan worden bediend. Lindner bouwt ook een Urraco 95 en die is in alles een paar maten groter. Zo wordt hier het vermogen geleverd door een Scania DC16 met 560 kW (760 pk). De interesse voor de Urraco 75 heeft alles te maken met de veelheid aan materialen die kunnen worden verkleind; ook biomassa, maar dan niet in de fijnste fracties. Voor wie de proef op de som wil nemen: de machine is ook te huur. En voor inzet in gesloten ruimtes kan er een elektrisch aangedreven Urraco 75 worden geleverd. www.vanderspek.nl

Pon Equipment is de naam Vanaf 1 juli gaan de verhuuractiviteiten van Rental Force verder onder de naam Pon Equipment Rental. Daarmee sluit Pon aan op het Caterpillar-verhuurconcept (Cat Rental Store) dat wereldwijd actief is via de dealerorganisaties. Pon kent dat concept al via zijn importeurschappen in Scandinavië. De integratie van verhuur in de (verkoop) organisatie lijkt logisch in tijden dat klanten op zoek zijn naar flexibele oplossingen. Overigens was Rental Force al zes jaar volledig in handen van de importeur.

Sterke troeven van Pon Equipment Rental blijven de jonge verhuurvloot van (overwegend Cat) machines, de beschikbaarheid van uitrustingsstukken en transportopties. De dimensie die wordt toegevoegd, is de ‘bereikbaarheid’ van de verhuurvloot: via de Pon-Cat-dealervestigingen in Almere, Beilen, Duiven, Moerdijk en Valkenswaard. Daar wordt de vestiging in Cruquius - de voormalige hoofdvestiging van Rental Force - aan toegevoegd, van waaruit het bedrijf zich richt op het gebied ten zuiden van Amsterdam.

Flin(g)ke doseerbak grondverzetnieiuws

Flingk Machinebouw uit ‘s-Hertogenbosch ontwikkelde voor Voets Gewapende Grondconstructies in Den Dungen een bijzondere doseerbak, waarmee je de juiste hoeveelheid menggranulaat in de bedding kunt plaatsen. De doseerbak is 3,30 meter breed en weegt 1600 kilo. De inhoud is twee kubieke meter. Voets hangt hem aan Cat 928H- en 930K-wielladers. Via een transportband - onder in de bak - wordt het materiaal naar buiten gebracht en je kunt zowel links als rechts uitwerpen. Om te zorgen voor een regelmatige

56

GRONDIG - Juli 2013

toevoer beweegt boven de transportband een profiel heen en weer. De Flingk-doseerbak vraagt rond de 80 liter hydrauliekolie per minuut, bij werkdrukken van 250 bar. Volgens Flingk zijn er meer toepassingen te bedenken, bijvoorbeeld het vullen van sleuven of het aanvullen van funderingen. Het bedrijf staat open voor het ontwikkelen van andere uitvoeringen. Voets zet de doseerbak onder andere in bij het aanleggen van landhoofden met behulp van geotextiel. www.flingk.nl


KORT NIEUWS Ook groter

Het Nieuwe Draaien

Meestal zie je tiltrotators op mobiele graafmachines, maar ook grotere machines kunnen ermee overweg. Zo bestelde GMB Opheusden voor de 26-tons Hyundai R260LC bij Verachtert een Engcon EC226-tiltrotator (18 tot 26 ton) in combinatie met een set nieuwe bakken. De draaikantelkoppeling heeft tegenwoordig een kantelhoek van 45 graden en de kantelpennen zorgen voor meer pendelhoek. Engcon monteert een centraal smeerblok. www.veraned.nl

Voor de negentien monteurs, machinisten en uitvoerders van Hellinga Steenwijk verzorgde Werklust Holland de training Het Nieuwe Draaien, die moet aanzetten tot efficiënt en effectief machinegebruik. Na de theoretische training werden in de praktijkproeven brandstofbesparingen behaald van negentien procent bij het laden van vrachtwagens en vijftien procent bij load-and-carry-werkzaamheden. Aandachtspunten zijn goed onderhoud (bandenspanning), de juiste werkstand (eco) en het toerental, het voorkomen van onnodig stationair draaien en een goede voorbereiding van werkzaamheden. www. werklust.nl

Chinese ‘Volvo’ Dit is de LC6210E 21-graafmachine van de Chinese fabrikant SDLG. Deze rupskraan zal in Europa niet veel verder gaan doorbreken dan in Rusland, omdat de machine niet voldoet aan de emissie-eisen. Toch is de 21-tonner wel degelijk interessant, want er schuilt nogal wat Volvo-knowhow in. Volvo is immers de jointventurepartner van SDLG (Shandon Lingong)

en onder die merknaam worden er ook nogal wat wielladers gebouwd voor Azië en Afrika. De LC6210E weegt 20,7 ton en wordt aangedreven door een 120 kW (160 pk) Deutz-motor.

Kittekat… Volvo levert sinds kort een ombouwkit voor machines met Stage IIIb-motoren die na een ‘werkzaam leven’ in Europa of de Verenigde Staten kunnen worden verkocht naar continenten waar nog zwavelhoudende dieselolie wordt getankt. Met deze ombouwkit vergroot je de afzetmarkt voor gebruikte machines en lopen die de fabrikant niet in de weg bij de verkoop van nieuwe in Europa en de Verenigde Staten. Momenteel stijgt de vraag naar (jonge) gebruikte machines in Azië, Midden- en Zuid-Amerika en Afrika. www. volvoce.com

advertentie

Silo-SPACE

Drakkar

Silo-SPACE Voor al uw silage

MAC HINE S tege n mee jubi le r info s op um www pri jz .jos kin.c en om

Silagewagen

Drakkar - Polyvalente uitdraaiwagen

Voor uw silage maar ook voor granen, koolzaad, compost, bieten, ...

Tel : 0032 43 77 35 45 – www.joskin.com

GRONDIG - Juli 2013

57


Ontwikkelingsboost JCB presenteert Ecomax 672-zescilinder JCB heeft het ontwikkelingsbudget verdubbeld om door te kunnen groeien en minder afhankelijk te zijn van toeleveranciers. De presentatie van de nieuwe 7,2-liter-zescilindermotor, de Ecomax 672, past daar naadloos in. Die kunnen we op termijn verwachten in de zwaardere JCB-machines. Voor nu presenteerde JCB de JS220 als jubileummachine met in het vervolg de Ecomax-viercilinder.

techniek 58

Enige verbazing en nieuwsgierigheid was er vooraf zeker bij de journalisten. Met de Bauma - waar JCB al het nodig nieuws presenteerde - als internationaal platform net achter ons, verwacht je niet veel. Edoch, met de Bamford-familie weet je het nooit. Misschien toch die zescilinder? Dat die er zou komen, stond bij vriend en concurrent namelijk al vast. De vraag was alleen: wanneer? Tijdens de ontvangst zette JCB ons eerst op het verkeerde been: een feestje rond de miljoenste geproduceerde machine, een vette JS220-graafmachine in het chroom, flitsend gepresenteerd in de ontvangstruimte. Als je dan hoort dat maar liefst een derde van het totale aantal van één miljoen machines werd geproduceerd in de afgelopen zes jaar, zegt dat wat over de enorme groei die het bedrijf doormaakt. Daarna een rondje in de nieuwe Research & Development-hal. Ook daar heeft JCB als familieonderneming fors in geïnvesteerd. Het budget is in drie jaar verdubbeld. Sir Anthony Bamford verklaarde nadrukkelijk dat je als familiebedrijf als geen ander kunt investeren in nieuwe ontwikkelingen, omdat je niet wordt geleefd door de korteGRONDIG - Juli 2013

termijnmarkt en dito beurskoersen. Hij benadrukte dat investeren in technische voorsprong de enige weg is om door te groeien. Tijdens de presentatie, de volgende dag, was het een mix van een terugblik op de noviteiten van de Bauma en toch ook de nodige nieuwe machines. Een aangename verrassing was dat de Isuzu in de JS220 wordt vervangen door de 4,8-liter-viercilinder-JCB Ecomax. Ook de nieuwe 412/417-wiellader krijgt die JCB-motor.

De zescilinder Op het eind kwam uiteraard de verrassing, de presentatie van de nieuwe Ecomax 672-zescilinder-dieselmotor. Daarbij staat de ‘6’ voor zescilinder en ‘72’ voor 7,2 liter motorinhoud. Maar liefst 45 miljoen Engelse ponden investeerde JCB in het Dieselmax-zescilinderproject. En dat terwijl het op papier zo simpel lijkt: pak de 4,8-liter-viercilinder, plak daar twee cilinders bij aan en the job is done. Feitelijk is dit ook wat JCB heeft gedaan, maar de werkelijkheid is dat er nog wel het nodige testwerk nodig was. Een zescilinder heeft toch een


Nieuwe JS220 De JS220 heeft een belangrijke update ondergaan. Vanaf nu heeft hij geen Isuzu, maar de eigen 4,8-liter-viercilinder van JCB als krachtbron. De argumenten daarvoor zijn meer motorinhoud met meer koppel onderin, geen roetfilter en geen AdBlue en natuurlijk een verwachte hogere betrouwbaarheid. De achterpartij is door het ontbreken van een roetfilter relatief laag. De giek is geheel vernieuwd en vooral versterkt. De cabine heeft een nieuwe bediening en een nieuw computerscherm, waarop u heel handig het actuele brandstofverbruik kunt aflezen, maar dat ook per job of per uur kunt uitlezen. Ook is er een achteruitkijkscherm continu in beeld naast de overige informatie.

Nieuwe wielladers Bij de wielladers was deze 9,6-tons 417 de nieuwkomer. Deze opvolger van de 416 heeft een 93 kW (125 pk) sterke viercilinder. Dankzij de compacte inbouw van de motor en een tussenas tussen motor en ZF-bak kon er een nieuwe, ruimere cabine worden geplaatst, zoals we die kennen van de zwaardere JCB-wielladers. Dankzij nieuwe transmissieregelingen claimt JCB een vijftien procent lager brandstofverbruik dan de voorganger. Het hefframe is ook vernieuwd. Naast een hogere kiplast heeft de 417 in Super High Lift-uitvoering een kiphoogte van 3,49 meter. De 411 is op dezelfde manier vernieuwd.

andere warmtehuishouding en een andere flow dan een viercilinder. En dan waren er natuurlijk de duurproeven om te kijken of de nieuwe telg de vermogens betrouwbaar kon verwerken. Dat traject vergde in twee jaar tijd circa 50.000 testdraaiuren, waarvan 30.000 in machines. We hebben het over een complete range Dieselmax-zescilinders van 140 kW (188 pk), 165 kW (221 pk), 190 kW (255 pk) en 225 kW (302 pk). De zwaarste heeft een maximumkoppel van 1200 Nm. JCB geeft aan dat de nieuwe motor zo’n acht procent zuiniger zal zijn dan de huidige motoren in de rupsgraafmachines.

Rustig opstarten JCB zal de nieuwe Dieselmax-zescilinder al dit jaar in productie nemen in de JCB Power System-motorenfabriek in het Engelse Derby. JCB begint met een voorzichtige start met het inbouwen als Stage II-motor in de JS330/ JS360-exportmachine voor regio’s als Rusland, China en Brazilië. Vandaar Dieselmax als naam. Deze eerste machines met de nieuwe krachtbron zullen dit jaar de fabriek al verlaten. In 2014 gaat JCB opschalen richting Ecomax Stage IV met dezelfde argumenten als de huidige Ecomaxviercilindermodellen met Stage IIIb: geen roetfilter en geen Ad Blue, alleen een dieseloxidatiekatalysator en EGR voor het halen van de hoogste emissie-eisen plus de mogelijkheden de motor (voor export als gebruikte machine) terug te kunnen zetten op Stage IIIa-Dieselmax-configuratie zonder verdere aanpassingen. U kunt ongetwijfeld raden dat deze motoren niet alleen in de zwaardere rupsgraafmachines zullen komen, maar ook in dumpers, wielladers en Fastracs. JCB zegt daar nu nog niets over, maar met nu al zeventig procent eigen motoren wil het bedrijf opschalen richting de honderd procent puur British. Concreet kunnen we de nieuwe JCB-zescilinder als Ecomax Stage IV voor 2015 voor Europa verwachten.

Tekst & foto’s: Gert Vreemann

De productie van de Stage II-zescilindermotor in de JCB Power Systemmotorenfabriek in het Engelse Derby is al begonnen. De Europese Stage IV-krachtbron voor ons wordt eind volgend jaar in productie genomen.

De introductie van de zescilinder viel vrijwel samen met de onthulling van de miljoenste geproduceerde JCB-machine, die stond te blinken in de welkomsthal. Niet toevallig een JS220. GRONDIG - Juli 2013

59


Case in F-majeur Gebruikerservaringen met de F-serie wielladers Nu bijna een jaar geleden de eerste van de F-generatie wielladers in Nederland zijn afgeleverd, lijkt het een goed moment voor een gebruikersrapportage. Het aantal cumelabedrijven dat een nieuwe Case-laadschop heeft aangeschaft, valt ons op en dat maakt nieuwsgierig.

Techniek 60

Bij hun introductie verbaasden de F-laadschoppen door de keuze voor SCR-technologie, waarbij de uitlaatgassen met AdBlue worden ingespoten om aan de actuele Stage IIIbemissie-eisen te voldoen. De concurrentie koos haast unaniem voor EGR-uitlaatgasrecirculatie in combinatie met een roetfilter. Case had ook nieuws dat meer aanspreekt, zoals de optionele automatische ZF-vijfversnellingsbak in de 721F (14,5 ton), 821F (17,5 ton) en 921F (20 ton). Die is sterker op lagere toerentallen en biedt een hogere rijsnelheid dan de standaard vierbak. Ook interessant is de lock-up die de koppelomvormer vergrendelt (vanaf acht kilometer per uur), zodat er geen hydraulische verliezen zijn. Optioneel op de drie genoemde laders zijn de ZF HDL-assen die handmatig of automatisch de voorassen honderd procent sperren. Fijn voor machines die voornamelijk op harde ondergronden rijden. Voor de motorisering kiest Case voor een 6,7-liter Fiat Powertrain Technologies-zescilindermotor, die in de 721F een vermogen van 145 kW (195 pk) levert. In de 521F (11,0 ton) ligt een 4,5-liter Fiat Powertrain Technologies-viercilinder met 106 kW (142 pk), terwijl de 621F (12,1 ton) dezelfde zescilinder-basismotor heeft als de grotere types, met een GRONDIG - Juli 2013

vermogen van 128 kW (172 pk). Dan even over de hefframes: de 521F, 621F en 721F zijn er met Z-bar, met XT-parallelframe en met een verlengd frame voor hogere uitstorthoogtes. De 821F en 921F kennen Z-bar en XR-frames. Voor wie veel in de overslag werkt: Case levert optioneel joystickbesturing op de linkerconsole.

Grondverzet Vilsteren: 621F XT Jarno de Weerd werkt bij Grondverzet Vilsteren als wielladermachinist. Sinds vorig jaar werkt hij met een Case 621F XT, die de opvolger is van een Volvo L60F. De Weerd heeft al 2200 uur op de Case gedraaid, voornamelijk in Alkmaar, waar in opdracht van Hak Leidingbouw wordt gewerkt. Soms rijdt de wiellader met een aanhanger met buizen, een volgend moment worden rijplaten gelegd met palletvorken en weer later wordt zand geladen. Grondverzet Vilsteren zocht een twaalftons wiellader die qua specificaties vergelijkbaar was met de Zweedse L60F. Een machine die op boerenland goed presteert en minder snel inspoort of wegzakt. Dealer Schmidt Bouwmachines kwam met de nieuwe 621F op de proppen en na een uitvoerige demo werd de zaak beklonken. De ma-


chinist is in de afgelopen maanden verknocht geraakt aan zijn Case. “Hij heft meer dan de Volvo, is net zo snel - 42 km/u - en het cabinecomfort en geluid doen er niet voor onder”, vertelt hij. En het verbruik? “Het scheelt twee liter per uur met mijn vorige machine en die was al netjes in het verbruik.” In het lichte werk verbruikt de 12,1-tons Case twaalf liter. Gemiddeld ligt het verbruik rond de veertien liter per uur. Is er ook kritiek? “De Volvo is wat luxer afgewerkt, maar de Case mag er ook beslist zijn”, aldus De Weerd. Hij is bijvoorbeeld goed te spreken over de optionele joystick-stuurbediening op de linkerconsole. Schmidt Bouwmachines plaatste extra werkverlichting, twee zwaailampen en een gereedschapkist aan de rechterzijde en zorgde voor langere spatborden over de achter- en voorbanden, want deze machinist houdt van een schone machine. Daarom wil Jarno de ruimte tussen de achterspatborden en de motorkap beter afdichten. Andere pluspunten: de elektrisch te openen motorkap, de goede bereikbaarheid van filters en vulpunten en het handige aftappunt - aan de zijkant, links - waar je gemakkelijk motorolie, koelvloeistof of hydrauliekolie kunt laten aflopen.

Twan van Eerd (links) en Hans van Lankvelt. Rechts Jarno de Weerd.

Beter zicht over en door het XT-parallelframe op de 621F van Grondverzet Vilsteren. Ook de hoeken van de bak zijn goed in beeld.

Van Lankveld Zijtaart: 721F Eén van de eerste 721F-wielladers werd eind september door dealer Van der Vrande geleverd bij Loonbedrijf Van Lankvelt in Zijtaart. De 14,5-tonner kon direct aan de slag in de maïs. Hans van Lankvelt heeft al jaren merkbeleving met een Case 721C uit 2001 die goed bevalt. Vandaar de gang naar Van der Vrande, al werd er ook gekeken naar andere merken waarvan de dealers in de nabijheid gevestigd zijn. Het werd de 14,5tons demomachine van Case, met als bijkomend voordeel dat de uitrustingsstukken uitwisselbaar zijn met die van de 721C. Machinist Twan van Eerd ging er behoorlijk op vooruit, zegt hij zelf. Zijn voorgaande laadschop was een bejaarde 15,5-tons TCM 850. “Het is in de cabine ruim en luxe. Een goede stoel, goed zicht en handige dingen. Zo kan ik de voor- en achteruit schakelen op de joystick. Ten opzichte van onze andere Case is mijn machine sneller in de werkbewegingen, sterker op de bak bij het inrijden en intrekken en soepeler…” Als we spreken over die automatische ZF-vijfbak gaan de mondhoeken omhoog. Hans: “We kunnen 50 km/u rijden in de vijfde versnelling. Nu kan de laadschop onderweg de maïshakselploeg bijhouden.” De 721F met Z-bar-frame staat op bredere 600/65R22.5banden en is geleverd met extra werkverlichting en een Eurosteel-snelwissel en er zat al een automatisch vetsmeersysteem van Bekamax op. Is het wennen aan het AdBlue tanken? Twan: “We kennen dat van onze Vervaet-driewieler en voor ons is het geen probleem. Elke drie tot vier tankbeurten vullen we het tankje en dan kunnen we een weekje vooruit”, vertelt hij. En hoe zit het met het brandstofverbruik? Volgens de verbruiksmeter ligt het verbruik gemiddeld op veertien liter per uur. Vorig jaar in de maïs was het achttien liter. Niet slecht, maar Hans en Twan hadden gehoopt dat de 721F nog

Met de automatische vijfversnellingsbak van ZF rijdt de 721F van Van Lankvelt 50 km/u.

zuiniger was, al realiseren ze zich dat ze soms ook veel van de wiellader vragen.

Vrijwel identiek Volledigheidshalve gaan we nog even in op de overeenkomst tussen de Case- en de New Holland-wielladers, die uit dezelfde Italiaanse fabriek rollen. “Voor negentig procent identiek”, zegt Francis Romero van Schmidt Bouwmachines. Met dezelfde motor, aandrijvingen, hefframes en opties. De verschillen zitten in het plaatwerk, de spatborden en in details. Romero verklaart het succes van de F-wielladers bij cumelabedrijven onder andere door de goede relatie die de dealers Tempel, Troost, Schmidt en Van der Vrande hebben en ook de prestaties van de nieuwe generatie - vooral op de kuil en qua rijsnelheid - spreken deze klanten aan.

Tekst en foto’s: Michiel Pouwels

GRONDIG - Juli 2013

61


staad staat Drie broers Staadegaard gaan op eigen kracht voor een importeur- en dealerschap Een nieuw bedrijf met een nieuwe naam, een nieuw bedrijfspand, concentratie op grondverzet, cultuurtechniek en industrie, en een nieuwe rol als importeur-dealer voor Limburg, Brabant, Zeeland en Zuid-Holland voor Doosan. Daar wil je meer van weten. In 2005 namen de broers Jan-Willem, Sijmen en Pieter Staadegaard met neef Simon Staadegaard het familiebedrijf in Lieshout over van de vorige generatie. Jonge kerels, die alle vier al een specifieke taak bij het bedrijf hadden, gingen de kar trekken. Staadegaard was gericht op klanten in de land- en tuinbouw, hoveniers, cultuurtechnische bedrijven, recreatiebedrijven, grondverzetters en aannemers, met in de portefeuille sterke merken als John Deere (sinds 1969), Doosan en Bobcat. Voor Doosan was het bedrijf vanaf 2001 actief als dealer voor Oost-Brabant en Limburg en de aandacht en aanpak van Staadegaard zorgden voor stijgende verkopen in dit gebied. “Vooral loonwerkers konden we vanaf dat moment van A tot Z bedienen”, vertelt Pieter. Ook de samenwerking met Bobcat leverde successen op. Toen die fabrikant in 2007 door Doosan werd overgenomen, raakten de broers nog meer overtuigd van de dadendrang van de

62

GRONDIG - Juli 2013

Zuid-Koreaanse machinebouwer. In 2010 maakte John Deere duidelijk dat de fabrikant in Nederland dichter bij de eindgebruiker en boven op de markt wilde zitten en dat de rol van de importeur als achterhaald moest worden bestempeld. Staadegaard smeedde plannen om het ‘groen-gele’ dealerschap voor Zuidoost-Nederland te verkrijgen. Niet zozeer een keuze, want Deere stelde stevige eisen aan de capaciteiten van de Nederlandse ‘superdealers’ en zoals we inmiddels weten, hebben de fabrikant en die dealers stevige afspraken gemaakt. De Staadegaards groeiden in hun importeursrol en hebben hun medewerkers én hun bedrijf in die periode nog beter leren kennen met het oog op capaciteiten, mogelijkheden en ambities. Ze werkten ook al langer met meerjarenvisies en strategische plannen waarin vooruit wordt gekeken naar bedrijfs- en marktontwikkelingen. Dat heeft er mede toe geleid dat de Staadegaards


ook voor Doosan een grotere uitdaging zochten. En vonden! De recente historie met John Deere lijkt zich namelijk al te herhalen met Doosan, dat er ook voor kiest om de lijnen met de markt kort te houden.

Splitsing Dat betekent wel dat, wanneer je zoals Staadegaard twee belangrijke merken in één huis hebt, je de aandacht moet verdelen om ‘gedoe’ te voorkomen. Voor de neef en broers van het familiebedrijf de enige reden voor de splitsing in Staadegaard en Staad, die ervoor zorgt dat elk merk de nodige aandacht krijgt. Dat Pieter, Jan Willem en Sijmen met elkaar met Doosan zouden doorgaan, was ook snel duidelijk. “Wij zijn broers, kennen elkaar door en door en hebben aan een half woord genoeg…” Voor alle duidelijkheid: de splitsing is in goede samenwerking geregeld. Neef Simon gaat met John Deere verder in de landbouwmechanisatie en machines voor tuin-, park- en golfbanenonderhoud. De familiebanden zijn en blijven er. Dat heeft ook zakelijke voordelen, want veel klanten hebben zowel John Deere- als Doosan-materieel in de vloot. En toen was er - voor de buitenwereld ineens - Staad, een naam die de afkomst van het familiebedrijf nog eens onderstreept. Het is een volwaardige organisatie, die start met twintig medewerkers: importeur voor de zuidelijke provincies en Zuid-Holland voor Doosan, dealer voor Bobcatschrankladers, minigravers en verreikers in oostelijk Brabant en Limburg en regionaal dealer voor Giant-wielladers. Het bedrijf is gevestigd in het ‘oude pand’ (uit 2007) van de voormalige New Holland CE-importeur. Jan Willem Staadegaard daarover: “We hebben in de regio diverse panden bekeken, maar overal moesten we ingrijpend verbouwen. Dit gebouw kwam vrij en het past perfect. Enkele weken geleden hebben al onze mensen in het weekend geholpen met de verhuizing van Lieshout naar Veghel en vanaf dat moment zijn we volledig operationeel.” De broers pakken de zaken strategisch aan vanuit een langetermijnvisie. “Er is een plan met doelen en ambities”, zegt Jan Willem. “En daaraan toetsen we. Zo kan het zijn dat er een goed idee voorbij komt, maar dat die activiteit niet in ons straatje past. Dan doen we het niet.” Denkt hij dan aan meer productlijnen? Pieter: “Daar ligt onze focus nu niet. We richten ons voornamelijk op Doosan. Met de mobiele graafmachines zijn we misschien wel marktleider in ons gebied, maar met de rupsgraafmachines, de wielladers en ook de dumpers is nog veel te winnen. Laten we ons daar voorlopig maar op concentreren. Ook Zuid-Holland is een uitdaging. De Rotterdamse haven, overslagterreinen, petrochemie… Daar kunnen we met Doosan nog wel even vooruit.”

Eind juni opende Staad officieel de poorten in Veghel met drie goed bezochte Grondverzetdagen. Daar maakten de klanten kennis met de nieuwste bandenkranen, rupsgravers en wielladers van Doosan, maar het ging vanzelfsprekend ook om een kennismaking met het bedrijfspand en de nieuwe naam op de gevel. Een naam die veel vertrouwds uitstraalt, want dat is belangrijk. “Verkopen kan iedereen”, meent Pieter. “Maar wat je ná de verkoop doet, dat is pas echt interessant. Klanten zijn kritisch en vragen veel van een leverancier. Wij zetten in op een langjarige samenwerking door te doen wat we beloven: een goed product met garantie leveren, afspraken nakomen en zorgen dat machines blijven draaien. Daarvoor moet je dicht bij de klant staan en dat is waar wij als mensen-mensen goed in zijn.” Kortom: Staad staat! Als een huis.

Tekst: Michiel Pouwels Foto’s: Staad

Pieter, Sijmen en Jan Willem richten zich voorlopig op het complete Doosanprogramma. Met rupsgravers, wielladers en dumpers is nog veel te winnen.

Als een huis Waar Jan Willem de functie van algemeen directeur invult, focust Pieter zich op de verkoop van nieuwe machines met een team van drie verkopers en de ondersteuning van Doosan-dealer Buys in Bergen op Zoom. Sijmen richt zich op de verkoop van gebruikte machines en de verhuur. “Er is tegenwoordig veel vraag naar machines waar de kop vanaf is. Het mooiste is als we gebruikte Doosan-machines verkopen aan onze klanten, waarbij wij zelf voor de service kunnen zorgdragen. Machines jonger dan vijf jaar vallen namelijk nog in ons garantieplan. Doordat Doosan een wereldspeler is, kunnen we ook goede inruilwaardes bieden en wordt inruil in de meeste gevallen al snel heel interessant. De verhuur pakken we ook serieus aan. Daarvoor hebben we zelf een vloot machines, maar we werken ook nauw samen met Doosan, dat dan machines uit zijn vloot beschikbaar stelt. Ook in België worden machines verkocht en verhuurd, altijd in goed overleg met de Belgische importeur Interparts.

Een perfect passende locatie, want alles is er: veel buitenterrein, voldoende magazijnruimte en een goed ingerichte werkplaats met bovenloopkranen.

GRONDIG - Juli 2013

63


Als er één loonwerker is die weet wat remmen is, dan is het Theo Bleumink uit Beltrum. Als teamlid

zijwegen

van het No Mercy-sleepwagenteam is het voor hem topsport om de pullingkanonnen precies op de plek stil te zetten waar hij dat wil. We zochten de mannen tijdens de Euro Cup-wedstrijd in Made op om te kijken hoe zij de strijd aangaan met de trekkers en de baan.

Remmen is topsport De uitdaging van Theo Bleumink en het No Mercy-sleepwagenteam Een beetje zenuwachtig lopen de vier aanwezige teamleden van het No Mercy-sleepwagenteam voor de wedstrijd al op de baan. Een keer trappen, voelen en goed kijken hoe de baan reageert. Nu ze bezig zijn aan hun veertiende seizoen mag je verwachten dat ze het wel weten. “Je weet nooit wat een organisatie heeft gedaan en hoe goed de baan is geprepareerd”, vertelt woordvoerder Clemens Wellink. Theo Bleumink: “We kennen Made, dus ook dit keer hebben we hier een wat lossere, maar wel taaie baan. Dat betekent hard werken voor de trekkers en de kans op lang durende pulls. We zullen waarschijnlijk besluiten om niet te veel mes te gebruiken, om snellere pulls te krijgen. Even de eerste klasse afwachten.” Loonwerker Theo Bleumink uit Beltrum is één van de vier vaste

64

GRONDIG - Juli 2013 2012

teamleden van het No Mercy-sleepwagenteam. Zij namen de sleepwagen aan het eind van het seizoen 1998 over en sindsdien beheert, ontwikkelt en onderhoudt dit team het remvernuft.

Relatief zware afstelling Terug in het rennerskwartier zijn de mede-teamleden Clemens Wellink, Henk Hoftijzer en Wim Roelofs al bezig een finale check uit te voeren. Het vijfde teamlid, Fred Renskers, is die dag niet aanwezig. Je merkt al wat zenuwen bij de bemanning. Theo: “Het is voor ons net zo spannend als voor de teams. Zat er vroeger nog wat rek in de afstelling in de eerste pull, dat is met het nieuwe reglement van dit jaar - er mogen maar vier teams naar de finale - voorbij. De sleepwagen mag niet te licht staan, maar ook niet te zwaar, om rijders en publiek niet teleur te stellen. De voorronde is dus eigenlijk ook een finale voor ons geworden.” Met zestien deelnemers aan de start, waaronder meerdere toppers en een brede subtop kort daarachter, luistert de afstelling erg nauw. Even te licht afgesteld en de full pulls vallen als regendruppels. Iets te zwaar en er is geen finale. Het team heeft verschillende tools om de sleepwagen te laten remmen. Het gewicht van 1500 kilogram in de ballastbak is altijd gelijk. Bij de start wordt de achterkant van de sleepvoet (waar de messen voor de remwerking onderuit steken) opgetild, om zo bijna wrijvingsloos pijlsnel van start te gaan. Na zo’n dertig meter zakt de sleepvoet op de grond en begint de sleep-


wagen te remmen op de vaste messen. Er zijn vier versnellingen beschikbaar om de bak in stappen van acht meter verschil eerder of later vooraan te hebben. In dit geval is de bak bij 78 meter vooraan. Pas dan wordt er echt serieus geremd. De grotere remkracht wordt gecreëerd door pneumatisch extra messen in de grond te drukken, dit keer zeven centimeter diep. Dat gebeurt via opnemers op basis van de positie van de ballastbak. Ook wordt dan de achterkant van de sleepwagen (zo’n 1500 kilogram) via luchtbalgen omhoog geduwd voor extra druk achter op de sleepvoet, zodat de messen goed in de baan worden gedrukt. Daarmee rust de volledige 5400 kilogram van de wagen op de sleepvoet. Een sterke (950 kilogram) trekker die dat over de full pulllijn trekt. Met drie centimeter vast mes onder de sleepvoet wordt dit keer gekozen voor een vrij straffe afstelling. “Te veel topteams om het erop te gokken.”

Alert Die sterke jongens zijn er. De top van de mini unlimited zit op 2000 pk plus en er wordt gefluisterd dat de sterkste V8-machines zelfs boven de 3000 pk zitten. Clemens neemt dit keer plaats op de bok en wordt even later naar eigen zeggen ‘als in een vliegtuig’ gelanceerd. Routinematig eerst kort de blik of de ballastbak naar voren gaat en dan volle concentratie op de trekker en de zijlijn, met de hand bij de noodstop. “Opperste concentratie is bij deze

zenuwachtige machines vereist. Als ze hem (dreigen te) verliezen, drukken we de noodstop in. Ook bij twijfel. Een verantwoordelijke taak en een beslissing die je in een fractie van een seconde neemt”, aldus Clemens. Gelukkig is dat deze wedstrijd niet nodig. Er is wel enige zorg als de tweede deelnemer al een snoeiharde full pull neerzet. De mannen laten na overleg met de wedstrijdleiding de sleepwagen toch in de gekozen afstelling staan. Je weet het nooit, elke wedstrijd heeft zijn verrassingen. Ook nu, zo blijkt in het vervolg. Er sneuvelen een paar blowerbelts, een topteam heeft de afstelling niet goed voor elkaar en al met al passeren precies vier teams de honderd meter. Theo. “Als je op de sleepwagen zit, weet je precies welk team het hardst trekt, maar we zeggen daar niets over. Dat is ons beroepsgeheim.” Voor de finale neemt het team een gok. De mannen zetten met de ballastbak niet helemaal bovenaan extra druk achter op de sleepvoet om de messen nog harder te laten remmen. Verder veranderen de mannen niets. Het pakt met een enkele full pull en de nummer twee op 95 meter prima uit. Theo, met een voldane blik: ”We hebben het weer geflikt. Een paar avonden preventief onderhoud en dan op naar Oudenhoorn.” Aan het loonbedrijf heeft hij even helemaal niet gedacht.

Via vier aftakasaansluitingen op de versnellingsbak wordt de afstand gekozen waarop de ballastbak vooraan is. De opnemers bepalen de ballastbakstop en het inschakelmoment van de maximale remkracht.

In het begin wordt de sleepvoet aan de achterkant mechanisch opgetild via geleiders onder de ballastbak. Hiermee komen de remmende messen vrij van de grond.

Tekst & foto’s: Gert Vreemann

Naast mechanisch ingestelde messen worden voor hoge remkracht extra messen pneumatisch naar beneden geduwd en wordt de achterkant van de sleepwagen opgetild via deze luchtbalgen.

Het No Mercy-team in Made, met Theo Bleumink op de bok en van links naar rechts Henk Hoftijzer, Clemens Wellink en Wim Roelofs. Vandaag zit Clemens op de bok, koppelen Wim en Henk aan en af en is Theo de controlerende vierde man.

De noodstop en de bakrem zijn de belangrijkste functies tijdens de run. De remwagen is uitgerust met een uitgebreid gekeurd veiligheidssysteem.

GRONDIG - Juli 2013

65


Er kan van alles mis gaan met de aftakastussenas, de verbinding tussen trekker en machine, kort gezegd de aftakas. De opening in de gele afschermkap is zo klein dat je de vetnippel niet eens kunt zien en als je die al kunt zien, kun je er moeilijk bij. De oplossing die in de arbocatalogus staat, is effectief. Vergroot de opening met een scherp mes tot maximaal dertig millimeter. Het doorsmeren is nu een fluitje van een cent!

Aftakas blijft schoon. Oplossingen om ellende bij het aankoppelen te voorkomen: • Haal in de winter de aftakas uit elkaar, reinig alles en vervang slijtdelen. Het is echt eenvoudiger dan u denkt en u heeft er het hele jaar plezier van. • Start het seizoen met een soepel werkende en doorgesmeerde aftakas. • Voorkom beschadiging van de kunststof delen. • Laat de aftakas nooit in het stof vallen. • Sla niet met een hamer op de aftakas.

Ook het aankoppelen van de aftakas is vaak lastige klus. Er is al niet zoveel ruimte tussen de trekker en de machine en bovendien zijn er allerlei zaken die ellende veroorzaken. Om er een paar te noemen: • Vervuiling, waardoor delen moeilijk uit elkaar schuiven • Beschadigingen van de buizen • Onvoldoende smering • Beschadiging van de borgstiften • Vervuiling van de borgstiften

Kortom, een goed werkende aftakas is prettig aan- en afkoppelen! Sjoek van der Maarl Veiligheidskundige

goed

verloren t e i n t b e h e J , als je opgeeft r je maar wannee . robeerd nooit hebt gep

fout

uitsmijter

Voorkom ellende met de aftakas

Schuiven met grote gevolgen Onderweg kom ik het nog weleens tegen, een kraan op een aanhang-

• Sjor ook alle materialen - zoals grijpers, klemmen, schoepen, scheppen

wagen die niet gezekerd is. In de praktijk ben ik het gelukkig nog niet

en hijsmiddelen - die van het materieel zijn gehaald apart op de laad-

tegengekomen dat zulk groot materiaal van een wagen of aanhanger

vloer vast.

is geschoven. Toch zijn hierover legio krantenartikelen te vinden. Vaak wordt gezegd “Ach, we hoeven maar een klein stukje te rijden.” Maar als het fout gaat, zijn de gevolgen groot.

• Rijd eerst een klein stukje en controleer nog een keer of er niets is bewogen en of de zekeringsmiddelen helemaal vastzitten. • Pas de snelheid aan de omstandigheden aan. Zo voorkomt u grote stuurbewegingen en hevig remmen.

Het is als bestuurder moeilijker om het voertuig onder controle te houden als de lading niet goed geplaatst of onvoldoende gezekerd is. Ik wil

Ik wens u veilige kilometers met het door u te vervoeren materiaal.

u onderstaande tips meegeven voor uw eigen veiligheid en die van het overige verkeer.

Dit onderwerp kunt u binnenkort terugvinden in de arbocatalogus op

• Plaats de machine zo op de ladingdrager dat beweging naar voren zo-

www.agroarbo.nl.

veel mogelijk wordt uitgesloten, door de lading op te sluiten. • Zeker de lading met spankettingen of -banden aan sjorogen.

Peter Bredius

• Alle spanmiddelen moeten een spanelement hebben.

preventieadviseur en hoger veiligheidskundige Stigas


DE VARIABELE BALEPACK MET VASTE KERN

De Integral rotor biedt zelfs bij de zwaarste gewasomstandigheden een extreem hoge doorvoersnelheid. De snij-units met 14 of met 23 messen zijn standaard uitgevoerd met het DROP-FLOOR systeem. Mocht er zich een blokkade voordoen, kan de bodem met de snij-unit hydraulisch omlaag geklapt worden. Het unieke Progressive Density systeem zorgt voor een gelijkmatige verdichting van de baal. Er kunnen balen geperst en gewikkeld worden vanaf een diameter van 80 cm tot aan 160 cm.

Raadpleeg uw dichtstbijzijnde Kuhn dealer.

be strong, be KUHN

www.rth.nl


Speciaal voor het zwaardere werk

Modulair Maaibalk concept De Lely Splendimo Classic-modellen 205 en 240 met de aanduiding HD (Heavy Duty) zijn speciaal uitgerust voor het maaien van wegbermen en cultuurgewassen. Hier is de kans op beschadigingen door afval in de wegbermen aanzienlijk. Dankzij het modulaire concept van de maaibalk is deze altijd gemakkelijk en snel te repareren, desnoods ter plekke in de berm.

Interesse? Kijk voor een dealer in de buurt op www.lely.com of mail naar nederland@lely.com.

HARVEST RESULTS. www.lely.com

innovators in agriculture


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook