Skip to main content

Univers mach13 zicht

Page 1

jaargang 55 | 7 juni 2018 #13

Onafhankelijk magazine Tilburg university

Metamorfose Werkdruk? Nog nooit van gehoord

Vaarwel

Afscheid van het magazine

Refugees

From surviving to thriving


2

In deze Univers

06

10

Werkdruk? Nog nooit van gehoord

Van student tot docent

Er moet tegenwoordig snoeihard gewerkt worden aan de universiteit. Maar nog niet zo heel lang geleden was er van werkdruk geen sprake. Wat is er veranderd, en waarom?

Docenten kijken terug op de tijd dat ze zelf in de collegebanken zaten. Hoe waren ze als student en hoe hebben ze hun studententijd beleefd?

19

26

Vaarwel Univers magazine

From surviving to thriving

Het blad verdwijnt, Univers gaat volledig digitaal. Van hoeveel woorden en van hoeveel meter papier nemen we eigenlijk afscheid? Univers zet de feiten op een rij.

OVERIGE ARTIKELEN Campusgedicht Toekomst van de campus RUBRIEKEN En passant Commentaar 7 juni 2018

At Tilburg University, a new one-year program helps refugees prepare for academic success. Homa, Bassam and Shahed are among the first participants, graduating this summer.

Op de man af Wè nou? Beeldend De vijf van Eijff Waar is Univers? Masterscriptie Bij de buren Eefje Wentelteefje

COLUMNS Tom Grosfeld Luuk Koelman Henk Strikkers Leanne Soff


3

Van de redactie Volledig digitaal Univers neemt afscheid van papier en gaat volledig digitaal. Voor u ligt het laatste magazine. Na 55 jaargangen stoppen de persen met draaien en kunnen de bomen in het bos opgelucht ademhalen. Een moeilijke keuze? Natuurlijk kijkt de redactie weemoedig terug op het maken van het magazine. Verhitte discussies over de juiste cover, de geur van een stapel nieuwe magazines, de aanblik van rode bakken vol Universen op de campus – ja, dat zal allemaal gemist worden. Maar traantjes wegpinken, nee, dat zit er niet in. Want tegenover de nostalgie staat de realiteit. En die bestond uit dalende oplages en een steeds grotere druk op het besteedbare budget, terwijl de website Universonline.nl juist goed wordt bezocht en groeit. En laten we eerlijk zijn: het idee dat online journalistiek kwalitatief minder is dan papieren journalistiek, is inmiddels net zo achterhaald als de stoomlocomotief. De redactie van Univers heeft vooral veel zin om online verder te gaan. Een echt afscheid is dit dus niet, eerder een metamorfose, van papieren rups tot digitale vlinder. De blik is op de toekomst gericht. Via onze website, maar ook Facebookend en Twitterend, zullen we verslag blijven doen van het reilen en zeilen op de campus. Van wetenschapper tot student tot ondersteunend personeel, iedereen mag op de onverdeelde aandacht van Univers rekenen. Via de website is het makkelijker om artikelen onder de aandacht te brengen en blijven ze leesbaar. Ook kun je ons altijd en overal lezen. En voor degenen die het magazine echt niet kunnen missen: een aantal vaste rubrieken zal online terugkeren. De zomerperiode wordt door de redactie besteed om de website aan te passen en te vernieuwen, zodat we met de start van het academisch jaar klaar zijn voor een nieuwe jaargang, de eerste die volledig digitaal is. Wij kijken er nu al naar uit. Tot snel op Universonline.nl! Bart Smout, hoofdredacteur a.i. b.smout@uvt.nl

colofon

Univers #13 7 juni 2018

column Tom Grosfeld

Kamerplant Toen mijn schoonvader op onze stoep stond met een enorme plantenpot tegen zijn schouder, wakkerde dat niet direct mijn enthousiasme aan. Mijn schoonmoeder, half verscholen achter zijn brede gestalte, hield een vrolijk kamerplantje in haar handen. “Verrassing”, riep ze. Twee uur later stond de pot in de hoek van onze woonkamer, tot de nok toe gevuld met twee zakken aarde. Mijn vriendin en ik hingen op de bank en staarden ietwat beduusd naar het piepkleine plantje, dat net boven de rand van de pot uitstak. Het deed me denken aan iemand met een klein hoofd die gaat fitnessen en dan een overdreven gespierd, buitenproportioneel groot lichaam krijgt. “Wat doen we ermee?” vroeg mijn vriendin. Ik dacht even na, frutselde aan mijn baard. “Morgen zal ik tijdens het water geven per ongeluk uitschieten met de gieter. Verdrinkingsdood. Niets aan te doen.” Mijn vriendin keek tevreden voor zich uit. Die nacht schrok ik rond drie uur wakker. Ik hoorde voetstappen, geritsel. Het leek uit de woonkamer te komen. Ik stond op en liep door het halletje naar de woonkamer, opende de deur voorzichtig. In de hoek van de kamer zat mijn schoonvader. Met een doekje veegde hij het stof af dat op de bladeren van de plant was neergedwarreld. Hij zag me. “Het is belangrijk dat de bladeren schoon zijn. Krijgt ie meer zuurstof. Een plant die kan ademen, is een tevreden plant.” We zaten nog een uur samen naar de plant te kijken. Hoe de bladeren meedeinden met de wind die door het raam naar binnenwaaide. Naar de pot in de vorm van ranke vrouwenbenen gewikkeld in een lichtblauwe kokerrok. “Beloof je dat je goed voor hem zult zorgen?” vroeg mijn schoonvader.

Adres Postbus 90153, 5000 LE Tilburg, univers@uvt.nl Internet www.universonline.nl Basisontwerp Death Valley/Pascal Tieman Cover Pascal Tieman Productie PrismaPrint Uitgave Univers is het driewekelijks onafhankelijk magazine van Tilburg University Redactieraad Voorzitter Wiel Schmetz (w.schmetz@fontys.nl) Dit nummer is gemaakt door Bart Smout (hoofdredactie ad interim), Martien Bos, Dolph Cantrijn, Adrian van den Eerenbeemt, Martijn Faes, Laura van Gelder, Tom Grosfeld, Jonathan Hendriks, Luuk Koelman, Jeroen de Leijer, Ahmet Polat, Daan Rutten, Bas van der Schot, Leanne Soff, Henk Strikkers, Jack Tummers, Ron Vaessen, Rik van Vegchel, Marga Walsh.

7 juni 2018


4

En passant Commentaar

Personeel in het wild Univers overvalt je: wat ben je aan het doen? Op de begane grond van het Goossensgebouw lopen we even binnen bij Ed Boschman van AV-productie. Hij is bezig met het voorbereiden van achttien live videosessies die vanaf januari vwo-studenten informeren over verschillende studies. Naast het organiseren van zulke events is hij vooral bezig met studioproducties en kennisclips. De afgelopen maanden was er veel te doen, maar met deze ‘heerlijke drukte’ is Ed alleen maar blij.

Poortjes & Monteur Al enige tijd is het merendeel van de poortjes in de bibliotheek afgesloten. Zijn we minder welkom in de bieb? Uit navraag blijkt echter dat de poortjes gewoon defect zijn. Op de monteur wordt al weken gewacht.

Flyers & Moneyz Goed nieuws voor alle failliete studenten onder ons. Over heel de universiteit zijn flyers verspreid die proefkonijnen vragen. Door deelname aan experimenten in het CentERlab kunnen studenten hun bankrekening weer een beetje aanvullen.

Fietsen & Struikelen Als je langs het Montesquieugebouw loopt lijkt er een tekort aan fietsenstallingen te zijn op de campus. Daar staan de fietsen zelfs voor de ingang van het gebouw. Alternatief scenario: studenten zijn simpelweg te lui om hun fiets weg te zetten. Wat zal het zijn? 7 juni 2018

Journalistiek Er gaat tegenwoordig geen dag voorbij zonder waarschuwing voor de robots. Ze komen eraan, lees je overal, en sneller dan je denkt. Ook de journalistiek gaat slachtoffer worden. Topeconoom Sylvester Eijffinger waarschuwt er in dit nummer nog eens voor, en het onderwerp stond recent ook volop in de spotlights tijdens de Tilburg University Society in Sociëteit De Witte in Den Haag. Weinigen zien de robot als vriend en redder in nood. Terwijl dat precies de rol is die hij voor de journalistiek kan vervullen. Door een teruglopend aantal betalende abonnees en dalende advertentie-inkomsten wordt het voor de Nederlandse journalistiek steeds lastiger om diepgravend onderzoek te verrichten. Want dat kost tijd – en tijd is geld. Enter de robot. Eenvoudige tekstberichtjes over de uitslag van een voetbalwedstrijd? Doet ie gewoon. Een kortje over een brand of een ongeval op de snelweg? Geen probleem, de robot schrijft er in no time een artikel over. Maakt dat de journalist overbodig? Juist niet! Die krijgt eindelijk tijd voor het betere journalistieke graafwerk. Dankzij de robot krijgt de journalist weer tijd om zijn vak inhoudelijk uit te oefenen. Om te graven in plaats van te rennen. Ontwikkelingen op het gebied van robotica en algoritmes hoeven niet per se een apocalyptische uitkomst te hebben. Misschien hebben we wat teveel naar films als The Terminator gekeken. Komen de robots eraan? Gelukkig maar.


5

Campusdichter Tekst Martijn Faes illustratie Martien Bos

Reverie The gates are old but I can slip through, On my way to the stages only we knew, Cabaret away from them and this zoo, A new debut is at the doorway. Set the stage and drop the curtains, Our masks are off and we are certain, Backstage uncaged and we determine, That we’ll never put our masks on again. A new season has begun, One we’ve never seen before, Admiring the midnight sun, And coastlines soon explored. We’re traveling this vast area, Unknown to you and me, but We find ourselves once more, Looking at the changing skies.

Martijn Faes, Campus Poet

7 juni 2018


6

leestijd

8

minuten

Tekst Ron vaessen illustraties Bas van der schot

Werkdruk? Nog nooit van gehoord Onderzoekers konden ooit mijmerend uit het raam staren, maar tegenwoordig moet er snoeihard gewerkt worden. De universiteit is door de jaren heen behoorlijk veranderd. Waarom eigenlijk, en hoe is dat gegaan?

W

etenschappers zijn de werkpaarden van de universiteit. Terwijl de zweep van bestuurders, subsidieverstrekkers en studenten op ze neerslaat, klemmen ze de tanden op elkaar en ploeteren door. Ooit was het wel anders. De universiteit was eerder een stal voor luxe paarden die bekender waren met verveeld naar buiten staren dan met gestrest loeren naar verantwoordingsformulieren. Hoe ging het er toen aan toe, en hoe is dat nu? We sloegen de Univers-archieven open en vroegen het aan drie wetenschappers die het met eigen ogen hebben zien veranderen. Een studentenleven “Het was onvergelijkbaar met de huidige situatie,” zegt Lou Keune, die in de jaren vijftig aan de Katholieke Economische Hogeschool studeerde, toen nog aan de Bosscheweg. Hooguit honderd eerstejaars zaten er in de collegezaal. “Ik kende iedereen die studeerde.” Na zijn afstuderen in 1961 ging Keune een jaar aan de slag als één van de vijf wetenschappelijk medewerkers, samen met de rector, de bode en zo’n vijftien hoogleraren het voltallige academisch personeel. Keune werkte zich ‘het apelazarus’ en was ‘zeer gemotiveerd’ maar zag ook collega’s die deden wat ze wilden en een studentenleven doorzetten. Ondertussen werd het drukker en verhuisde de hogeschool naar het Warandebos, waar Keune in 1962 paranimf was bij de eerste promotie, in wat nu het Cobbenhagengebouw heet. Keune verliet de universiteit om in Colombia voor de regering te werken.

7 juni 2018

Toen hij in 1966 terugkeerde en begon aan de sociale faculteit, was er veel veranderd. “Er was een explosie van studentenaantallen en personeel. Rechten, psychologie en letteren kwamen op.” De motivatie bij het personeel was toegenomen, hoewel nietsdoen ook kon. “Er was nauwelijks een stelsel van verantwoording, op voorhand was niet duidelijk omschreven wat je taken waren. Het was ook een nieuwe tijd, veel dingen moesten hun plek nog krijgen.” Om aangenomen te worden, was het voldoende dat je in de smaak viel. Pas toen Keune na zijn promotie in 1969 aan de slag wilde als wetenschappelijk hoofdmedewerker, moest hij een cv inleveren. In de jaren zeventig ging het wetenschappelijke werk nog een tijd onbezorgd door, de universiteit had het vooral druk met de studentenopstanden uit 1969 en wat daarna kwam, het democratiseringsproces. Er waren wel aanzetten tot discussies die nu nog leven, over in welke tijdschriften men moet publiceren, in het Nederlands of het Engels, en stilletjes aan werden citaten en publicaties geteld. Werkdruk Werkdruk bestond lange tijd niet aan de universiteit, zo zou je kunnen opmaken uit een eenvoudige tekstanalyse. Univers houdt sinds 1964 de vinger aan de pols van de Tilburgse universiteit. Op 16 maart 1979 publiceerden we het woord ‘werkdruk’ voor het eerst, in een advertentie van een accountantskantoor, waar het kennelijk wel meeviel met werkdruk. Toen Eric van Damme de Tilburgse economische faculteit in 1980


7

bezocht, hoorde hij er dan ook niemand over. “Het was hier heel gemoedelijk. In de ochtend kwam er een juffrouw langs met koffie en in de middag met thee. Veel mensen die hier rondliepen, waren niet zo geïnteresseerd in onderzoek, het was niet duidelijk wat ze wel deden. De mensen die onderzoek wilden doen, waren op één hand te tellen.” De teugels werden al wel aangetrokken, en strak gezet. In 1981 schreef Univers over een achterstand op het rechtspositionele vlak van deeltijdarbeiders. Er kwamen reglementen, taakomschrijvingen, werkbesprekingen en beoordelingsgesprekken. In 1983 werd de rijksbijdrage voor onderzoek zelfs grotendeels gebaseerd op het stelsel van voorwaardelijke financiering. “Je moest op voorhand duidelijk maken wat je ging doen,” zegt Keune. “Dat moest goedgekeurd worden en achteraf moest je verantwoording afleggen.” Vanuit de staf van de sociale faculteit was hiertegen volgens Keune veel verzet. “Maar het heeft bijgedragen aan de productiviteit.” Tegelijkertijd gingen onderzoekers zich volgens Keune wel, bewust of onbewust, schikken naar wat verlangd werd. Zo werden ze minder vrij. En

ook begon de totale financiering voor vrij onderzoek al af te nemen. Op 4 november 1983 komt in Univers voor het eerst duidelijk naar boven dat de situatie aan de universiteit was veranderd. Tegen een salariskorting werd geen actie gevoerd omdat de mensen murw waren van de toegenomen werkdruk. “Door de voortdurende bezuinigingen is de werklast enorm vergroot. Mensen moeten in dezelfde tijd meer prestaties leveren,” aldus ambtenarenbond ABVA/ KABO destijds. “Je moet tegenwoordig heel zuinig zijn op het baantje dat je hebt.”

De motivatie bij het personeel was toegenomen, hoewel nietsdoen ook kon

Anderhalve bladzijde Na zijn promotie in 1983 in Eindhoven ging Van Damme elders aan de slag, maar hij kwam dat jaar nog wel naar Tilburg voor een seminar. Aan de economiefaculteiten heerste in deze tijd, aldus de econoom die sinds 1989 aan de Tilburgse universiteit is verbonden als hoogleraar, het idee dat een wetenschapper zich in dienst moest stellen van de Nederlandse economie. “Het hoogste dat je kon bereiken was invloed en aanzien in Den Haag. De focus lag op onderwijs geven en beleidsadviezen geven. En schrijven in het Nederlands.”

Met de komst van Arie Kapteijn in 1982 als hoogleraar econometrie begon de Tilburgse faculteit er anders uit te zien. Kapteijn trok wetenschappers aan, >>

7 juni 2018


8

zette in op onderzoek, het aantal publicaties en congressen nam toe, en hij benadrukte het belang van internationaal publiceren. Het in 1986 uitgebrachte overheidsrapport ‘Academisch economisch onderzoek in Nederland’ liet ook zien dat er iets moest veranderen. Vastgesteld werd dat Nederland op wetenschappelijk-economisch vlak weinig voorstelde. De productiviteit in Tilburg was gemiddeld zelfs maar dertig procent van het landelijke gemiddelde. “Marketing vormde het trieste dieptepunt met 1,5 geschreven bladzijde per jaar,” schrijft Van Damme met Aart de Zeeuw in het artikel De kwaliteitssprong van Tilburg: 1985-2015.

vooral onderwijs gaven. “Onderzoek hing er een beetje bij. En managementaken bestonden nog nauwelijks. In de tijd die resteerde, pakte je aan wat je leuk vond.” Verantwoording werd niet afgelegd, met beroep op de academische vrijheid. “En die vrijheid kende geen grenzen, niet wat betreft onderwerpkeuze, noch wat betreft de soort van publicatie of de tijd die onderzoekers daarvoor namen.” Wat er wel gebeurde, was bovendien erg individueel. “Er werd amper onderling gesproken over wat je deed.”

Mensen die laat op de dag begonnen, er vroeg mee stopten en vooral onderwijs gaven

Gedurende de jaren tachtig begon men aan de universiteit harder te lopen. Dat was niet alleen nodig om de kwaliteit van het werk te verbeteren, maar ook ingegeven door een toenemende overheidsdruk. Geld werd minder vrijblijvend uitgedeeld, het moest bijvoorbeeld wel efficiënt worden besteed. In 1983 kwam het zover dat het CvB alle personeelsleden uitnodigde voor een persoonlijk gesprek over functie en toekomstmogelijkheden. De taakverdelingen en het personeelsbeleid werden grondig op de schop genomen. Pas toen de overheid in 1986 dreigde de Tilburgse faculteiten letteren en psychologie op te heffen, ging rector magnificus Ruud de Moor op zijn strepen staan. Hij riep studenten en personeel op om samen te gaan protesteren in Den Haag. Met succes, de faculteiten mochten blijven.

Het waren roerige jaren. Toch trof Willem van Genugten, toen hij in 1985 begon als docent aan de rechtenfaculteit, een behoorlijk ontspannen sfeertje aan. Mensen die laat op de dag begonnen, er vroeg mee stopten en

7 juni 2018

Een mooie lijst De juristen maakten zich wel zorgen over de soorten publicaties die ze schreven, ranglijsten en de taal waarin gepubliceerd moest worden. Toch kwam er volgens Van Genugten, die inmiddels universitair hoofddocent was geworden, pas in de jaren negentig tempo in. “Als hoogleraar moest je altijd al publiceren, maar er werd voorheen meer gekeken naar kwantiteit. Had je een mooie lijst, dan zat het wel goed.” Maar ook juristen gingen met de tijd mee en gingen meer internationaal publiceren. Al stemde de bestuurlijke aandrang om dat te doen volgens Van Genugten niet iedereen vrolijk. “Tijdens de vroegste debatten over internationalisering van onderzoek voelden onderzoekers met een grote staat van dienst in het nationale recht soms de grond onder hun voeten verdwijnen,” schrijft hij in het door de Nederlandse juridische faculteiten georganiseerde visitatierapport over het rechtswetenschappelijk onderzoek in Nederland anno 2016-2017. Visitatierapporten geven er blijk van dat de discipline zichzelf kritischer aan de tand voelde. “Het idee bij de visitaties is dat je goede mensen van


9

‘De wetenschap wordt niet meer door de wetenschap geleid, maar door financiering’ buiten naar je werk laat kijken, zij houden je een spiegel voor en gaan met je in discussie. Waar publiceer je, met welk doel, haal je voldoende uit je mensen, hoe wil je gezien worden, doe je fundamenteel of praktisch onderzoek?” De eerste visitatie werd gehouden in 1996, daarna in 2002, 2009 en de laatste keer in 2017, onder het coördinatorschap van Willem van Genugten, die in 2015 met emeritaat ging na onder meer hoogleraar internationaal recht en decaan te zijn geweest. Ook intern is er veel veranderd. Onderzoekstijd moet vaker worden verantwoord, onderzoeksgelden binnengesleept, er moet contractonderzoek gedaan worden en wie niet genoeg innoverende stukken schrijft en af en toe in toptijdschriften publiceert, riskeert dat vrije onderzoekstijd wordt ingeperkt. De eisen aan het onderwijs zijn hoger geworden, er zijn meer tentamens om na te kijken, vele e-mails van studenten en ondersteunend personeel om te beantwoorden, er zijn vergaderingen. Onderzoekers rennen de benen onder het lijf vandaan. Al denkt Van Genugten dat tijd gemanaged kan worden. Er hoeft niet altijd twee uur over een onderwerp vergaderd te worden. Sluipend proces Met de tijd veranderen de dingen, al veranderen sommige dingen nooit. Luxe paarden zijn niet weg, maar werkpaarden zijn tegenwoordig sterk in de meerderheid. De druk is opgevoerd, aan alle kanten wordt aan wetenschappers getrokken, mensen wringen zich in duizend bochten, branden op. Een moment waarop de verandering zich heeft voltrokken, laat zich niet exact aanwijzen. “Het is een sluipend proces,” zegt Eric van Damme. “Je ziet het in de hele samenleving. Ook verpleegsters moeten harder werken.” De tijd lijkt rijp voor een volgende verandering. “Het neoliberale denken is dominant geworden aan de universiteit,” zegt Lou Keune. “De wetenschap wordt niet meer door de wetenschap geleid, maar door financiering.” Willem van Genugten ziet dat de universiteit in het verleden kon leren van het bedrijfsleven, maar erin is doorgeslagen. “We komen uit totale vrijheid, zijn strakker gaan organiseren en nu mag het heel wat minder.” Eric van Damme ziet dat ook. De universiteit is veranderd van vrijplaats naar productiebedrijf. “De universiteit wil controleren en uniformeren, iedereen moet zelfs op dezelfde manier op de foto. Zoiets past niet op een plek waar het om creatieve individuen gaat.” Al vindt hij ook dat de universiteit er beter voorstaat. En met meer internationale studenten, vele seminars en de inzet om de wereld te verbeteren, vindt hij het zelfs een leukere plek geworden om te werken.

column Luuk Koelman

Naakt Laatst overleed mijn iPhone. Ik was net onderweg naar Rotterdam voor een zakelijke afspraak. Daar reed ik, over de snelweg. Het koude zweet brak me uit. Zonder mijn navigatie-app ben ik nergens. Het was een klein wonder dat ik me de naam van het hotel überhaupt nog kon herinneren. Eenmaal in Rotterdam deed ik wat iedereen vroeger deed. Speuren naar een voetganger die er uit ziet alsof hij de weg weet. Ik trof een oud heertje met een dwergpoedel. Vriendelijk lachend nam hij alle tijd voor me. Mijn excuus over de kapotte iPhone wuifde hij weg. Zelf had hij ook enkel een vaste lijn, thuis, dat was genoeg. Het heertje diepte papier en pen op uit zijn jaszak en tekende de route voor me uit. En verrek, nog geen tien minuten later vond ik mezelf terug in de lobby van het hotel, op een barkruk. Iedereen om mij heen staarde naar het schermpje van zijn smartphone. Behalve ik dan. Daar zat ik. De zakenrelatie met wie ik had afgesproken, was in geen velden of wegen te bekennen. Wie weet had hij me ge-appt dat hij later kwam? Of nog erger; dat hij verhinderd was? En ik wist van niets! Naakt was ik, zo zonder smartphone. Ik maakte mezelf klein, als een egeltje. Maar ik ontkwam niet aan een babbeltje met de barman, al deed ik nog een poging door langdurig de nagels van mijn rechterhand te bestuderen. Uiteindelijk hebben we een half uur gekletst. De barman en ik, twee vreemden - maar verdomd, het was nog gezellig ook! Toen tikte mijn afspraak me op de schouder. Tot zover mijn avontuur zonder smartphone. De volgende dag was ik duizend euro armer en een nieuwe iPhone rijker. Want als puntje bij paaltje komt, vertrouw ik liever op techniek dan op mensen. Logisch toch?

7 juni 2018


10

leestijd

6

minuten

Tekst Jonathan hendriks fotografie Dolph Cantrijn

Van student tot docent

Docenten kijken terug op studententijd

Het is voor de meeste studenten lastig voor te stellen, maar docenten zaten ooit zelf in de collegebanken. Ook zij waren eerstejaars die het studentenleven leerden kennen. Ook zij hebben de druk van deadlines en tentamens gevoeld. Univers ging met een viertal docenten in gesprek over hun studententijd en hun transformatie tot docent.

Kantelpunt Er zijn van die momenten in je leven waarvan je zegt: toen werd alles anders. Univers vroeg aan studenten op de campus: welke ervaring heeft jou veranderd?

7 juni 2018

Marja van der Sluis Een bepalend moment voor mij was toen ik tijdens de midterms van mijn allereerste tentamenweek in de bachelor geen enkel vak had gehaald. Dat was voor mij wel een ‘turning point’ van de middelbare school naar de universiteit.


11

Bob van den Brand Ik herinner me dat ik op mijn achttiende mijn naam als prof. Bob op een bord schreef. Daar kan ik nu wel om lachen. Maar ik had nooit verwacht dat ik op de universiteit terecht zou komen, mijn verwachtingen gingen eerder richting businessschool of iets dergelijks. Op mijn studententijd kijk ik graag terug, het was heel leuk. We hadden relatief veel college maar er bleef ook genoeg tijd over voor andere dingen. Zo herinner ik me bijvoorbeeld nog heel goed een lustrum toen ik derdejaars student was. Het begon laat, duurde tot in de vroege uurtjes, en zanger Harry Slinger werd met bier bekogeld. Een megafeest, iets unieks voor die tijd. Maar ook de ontzettend grote collegezalen en de docenten met passie vooraan deze zalen zijn mij bijgebleven. Daarom probeer ik dat ook in mijn lessen mee te nemen. Ook al is het zo saai als wat, als je het met een stukje humor brengt, komt het veel beter over. Ik was een actieve student maar niet een excellente student, ik moest gewoon knokken en heb ook sommige vakken dubbel gedaan. Dat vertel ik ook aan mijn studenten, dan zeg ik: jongens, ik heb hier ook gezeten en ik heb sommige cursussen ook twee keer gedaan, maar niet omdat ik ze nou zo bijster interessant vond. Dan viel het tentamen bijvoorbeeld samen met het WK de avond ervoor of waren de Olympische Spelen aan de gang. Ik was ook wel van het uitstellen, ik had altijd een deadline nodig. Dat is ondertussen wel verbeterd, maar door mijn ervaring geef ik bij studenten aan: niet uitstellen! Wat ik echt niet leuk vond waren de werkcolleges in zalen met driehonderd tot vijfhonderd man. Ook presentaties vond ik eng, maar die pakten gelukkig altijd goed uit. Ik dacht altijd, wat als ik de stof nou verkeerd geïnterpreteerd heb en daarom verkeerd overbreng? Omdat ik hier als docent werk, mag ik nog van het studentenleven proeven en dat is misschien zelfs leuker dan het opnieuw doen, anders zit je daar weer in je tochtige kamer. Mijn studententijd was een hele vrije en gemoedelijke tijd. Je was onbezorgd en een beetje bezig met jezelf en de rest van de wereld. Ik heb er veel vrienden aan overgehouden. >>

‘Ik heb hier ook gezeten en ik heb sommige cursussen ook twee keer gedaan, maar niet omdat ik ze nou zo bijster interessant vond’

7 juni 2018


12

‘Toen ik een keer met koorts in de collegezaal zat, dacht ik, ik zou hier eigenlijk niet moeten zijn’

7 juni 2018

Samiha Said Nieuwe dingen leren, dat vond ik geweldig. Ik was zo’n student die altijd hoge cijfers wilde halen. Daarom was ik goed voorbereid, zat ik altijd vooraan en was ik altijd aanwezig. Achteraf gezien was ik soms iets te streng voor mezelf. Toen ik een keer met koorts in de collegezaal zat, dacht ik, ik zou hier eigenlijk niet moeten zijn, maar toch was ik er. Nu ben ik meer relaxed en kan ik dingen beter relativeren. Hoewel ik nog steeds een perfectionist ben, heb ik gaandeweg wel geleerd dat soms ‘goed genoeg’ ook gewoon ‘goed genoeg’ is. Als ik terugkijk, merk ik dat ik als student nog niet het hele plaatje overzag. Ik wilde alle vakken goed doen, maar kon nog niet goed overzien hoe ik dit later in de praktijk zou moeten plaatsen en toepassen. Dat kwam pas toen ik werkervaring opdeed. Ik denk dat ik wel ben gegroeid in discipline en zelfstandigheid tijdens mijn studententijd. En heel snel lezen, dat heb ik ook geleerd. Soms herken ik me in studenten, meestal de actievere op de eerste rij. Ik vind het altijd heel leuk om die focus bij studenten te zien, maar ik heb soms ook de neiging om tegen ze te zeggen dat ze van hun studententijd moeten genieten. Voor je het weet is het voorbij! Ik had in mijn eigen studententijd een docente die altijd negatief en chagrijnig was, of je nou goed meedeed of niet. Ik weet nog dat ik dat echt heel vervelend vond. Die ervaring heb ik meegenomen in mijn eigen manier van lesgeven, in die zin dat ik zoiets nooit wil doen. Ongeacht of de groep goed meedoet of niet, of wat er verder ook aan de hand zou mogen zijn, je benadert de student altijd positief. Je staat daar immers voor de student, en niet om met een zuur gezicht een verhaal af te draaien. Natuurlijk heb ik zelf ook wel eens momenten dat ik even tot tien moet tellen, maar uiteindelijk probeer ik altijd vriendelijk en geduldig te zijn. Ik denk dat je daar veel meer mee bereikt dan met negativiteit.


13

Hannes Datta Ik ben met mijn studie in Duitsland, in Ingolstadt, begonnen en dat werd snel saai, op een gegeven moment was ik er op uitgekeken. Toen ben ik op zoek gegaan naar meer diversiteit en uiteindelijk in Maastricht terecht gekomen. Dat was een grote gamechanger, in positieve zin. Het was echt hartstikke gezellig, het was wennen toen ik geen student meer was. We hadden geweldige feestjes en je maakte vrienden voor het leven. Je leert jezelf tijdens je studententijd echt kennen. Achteraf gezien heb ik in Maastricht veel meer feest gevierd dan in Duitsland: dat feestvieren paste wel bij mij! Tegelijkertijd was ik erg ambitieus en in Nederland kon ik dat combineren met een leuk studentenleven. Wat ik toen verschrikkelijk vond: de Nederlandse studentenhuizen, dat was wel even wennen voor mij. Op zoek naar een kamer heb ik zulke vreselijke huizen gezien dat ik toch maar besloot mijn budget te verdubbelen zodat ik samen met iemand anders een appartement kon huren. Veranderd ben ik ten opzichte van vroeger niet werkelijk, tenminste, dat hoop ik. Misschien drink ik wat minder dan vroeger, maar dat was het volgens mij wel. Natuurlijk groei je gewoon mee met de taken die je krijgt, maar ik denk dat ik als persoon hetzelfde ben gebleven. Als ik mijn jongere ik advies zou mogen geven, zou ik mezelf aanraden om niet altijd voor de hoogste cijfers te gaan, maar wat vaker tevreden te zijn. Dus een beetje een ‘let loose & chill’ mentaliteit, dat had ik wel wat meer mogen hebben. Ik herken me nog steeds in studenten, maar het wordt wel minder, ik word wat ouder. Zo slaan niet meer alle voorbeelden altijd aan. Ik streef er wel naar om toegankelijk te blijven voor studenten. Zo zie ik bijvoorbeeld dat veel studenten, net als ik vroeger ook, niet kunnen schrijven. Pas tijdens mijn proefschrift heb ik geleerd goed te schrijven. Dan geef ik ze de tips die ik toen heb gekregen. Studenten willen hun docent kennen: ook dat probeer ik te bereiken. Zelf hou ik wel van gezelligheid, dus we organiseren aan het einde van een vak altijd een borrel. Dat maakt je benaderbaar. >>

‘Achteraf gezien heb ik in Maastricht veel meer feest gevierd dan in Duitsland’

7 juni 2018


14

Tijs Kooijmans

‘Ik was een serieuze student bij wie het niet vanzelf kwam aanwaaien en die echt hard heeft moeten werken om het goed te doen’

Kantelpunt Er zijn van die momenten in je leven waarvan je zegt: toen werd alles anders. Univers vroeg aan studenten op de campus: welke ervaring heeft jou veranderd?

7 juni 2018

Op de avond na mijn laatste eindexamen op het vwo verhuisde ik naar Rotterdam waar ik met een goede kameraad ging wonen om daar te studeren. Dat deed ik met heel veel plezier. Tijdens mijn studie was ik niet een nerd, maar ook geen kroegstudent, ik viel ertussenin. Ik was een serieuze student bij wie het niet vanzelf kwam aanwaaien en die echt hard heeft moeten werken om het goed te doen. Toch was ik niet honderd procent van de week met mijn studie bezig, ik had ook verschillende bijbaantjes, had veel sociale en sportieve activiteiten. De studententijd was een leuke en prachtige periode in mijn leven waar je jezelf intellectueel en als mens ontwikkelt. Je gaat op jezelf wonen, je creëert een nieuw netwerk en je doet allerlei sociale contacten op. Ik heb me ontwikkeld van scholier tot student en uiteindelijk tot jurist. Slechte herinneringen aan die tijd heb ik niet, spijt evenmin. Ik heb precies die dingen gedaan die ik wilde doen en geleerd mijn hart te volgen, wat mij tot het strafrecht heeft geleid. Het enige wat ik, nu terugkijkend op mijn studententijd, misschien nog wel had kunnen doen, was een exchange. Wat ik soms mis is de tijd die je als student had om je echt te verdiepen in een onderwerp. Tegenwoordig is het vaak een kwestie van zoeken naar een balans tussen voldoende tijd voor onderwijs en voldoende tijd voor onderzoek. En het is voor mijn gevoel altijd te weinig. Op zulke momenten denk ik hoe fantastisch het zou zijn als ik meer tijd en ruimte zou hebben om mij in dat ene boek te verdiepen. Ik verbeeld me dat ik nog kan meevoelen met studenten: natuurlijk is college op vrijdagmiddag om kwart voor vijf niet het leukste tijdstip. Het kernelement voor mij bij het doceren is het enthousiasme waarmee je het vak overbrengt. Ik vind strafrecht geweldig maar ik heb niet de illusie dat alle studenten die hier rechten studeren ook strafrechtelijk afstuderen. Wel hoop ik dat ik met mijn liefde voor het vak studenten prikkel om verder na te denken over oplossingen voor de moeilijke problemen waarvoor het recht zich in onze complexe samenleving gesteld ziet.

Lisa Scheeren & Marjolein Slegers We zijn na het afronden van onze pre-master begonnen aan de master Ethiek van Bedrijf en Organisatie. Wat ons hierbij echt is bijgebleven, is het bewustzijn dat het altijd mogelijk is je grenzen te verleggen, je kunt altijd een stapje verder gaan.


15

Op de man af

Wè nou? tilburgse reacties op Het nieuws

Engelstalige colleges halen mijn niveau omlaag Steeds meer colleges worden in het Engels gegeven. Goed voor de internationalisering, maar het kan ook een barrière zijn. Maakt Engels jou slimmer of dommer?

“Ik kan me voorstellen dat Nederlandse studenten zich niet goed kunnen uitdrukken in het Engels. Ook kunnen er door de taalbarrière misverstanden ontstaan. Daarnaast durven studenten misschien minder te zeggen in het Engels.”

Lieke Adams, 21, International business administration

naam Zoe Rovinale Cañón opleiding Psychologie leeftijd 19 jaar Waar ben je extreem trots op, ook al praat je er zelden over? Ik ben als kleintje op de middelbare school ooit tweede geworden bij hoogspringen. Dat terwijl bijna iedereen langer was dan ik. Welke historische gebeurtenis had je graag bijgewoond? Ik zou graag zien hoe Columbus in 1492 aankomt in Amerika. En als het even kan: voorkomen dat hij de locals zo mishandelt. Wat is het grootste zoogdier waarvan je denkt dat je het in één klap knock-out kan slaan? Dat is een lastige... Ik denk een geit, zo groot zijn die niet, toch? Waar heb je een verschrikkelijke hekel aan? Mensen die voorschieten in de rij! Van welke irritatie word je buitenproportioneel boos? Als er kleren liggen op plekken waar ze niet thuis horen, bijvoorbeeld op de grond. Als je een Tyrannosaurus in het dagelijkse leven neer zou kunnen zetten, welke plek zou je dan uitkiezen? Ik zou hem op het veld bij Real Madrid zetten! Dan kan hij mooi de spelers én de supporters opeten. Welk gerecht wil je nooit meer eten? Nooit meer gevulde paprika. Wat een verschrikkelijk gerecht. Mijn moeder dacht me er regelmatig blij mee te maken, maar niets was minder waar. Wat is je favoriete conspiracy theorie? Of de meest geloofwaardige? Zoe is niet bekend met conspiracy theorieën.

“Het ligt aan de studie. International Law mag in het Engels. Maar als je Nederlands recht leert dan slaat het nergens op om dat in het Engels te geven. Daarnaast mag een financiële prikkel nooit de reden zijn voor een universiteit om over te stappen op Engels.” Thomas Poos, 23, Rechtsgeleerdheid

“Ik zie wel een taalbarrière voor zowel studenten als docenten. Sommige docenten doen er twee minuten in het Engels over om iets uit te leggen wat in het Nederlands in een paar zinnen te zeggen is.” Anne Grefkens, 23, Philosophy of contemporary challenges

“Ik vind dat ze of alles in het Engels moeten doen of alles in het Nederlands. Ook zie ik een groot verschil in niveaus tussen de studenten. Sommigen hebben veel meer ervaring met Engels dan anderen en daardoor kunnen studenten soms hun standpunt niet overbrengen.” Karim Yousry, 23, Ethiek bedrijf en organisatie

36% Ja, ik kan mij in het Engels minder goed uitdrukken tijdens tentamens en discussies (81 stemmen)

24% Engels, Nederlands, het maakt mij niet uit (54 stemmen)

20% Nee, ik ontwikkel me juist door de internationalisering (46 stemmen)

20% Ja, het steenkolenengels van docenten maakt colleges vaak moeilijk te volgen (45 stemmen) Totaal: 226 stemmen

7 juni 2018


16

foto Jack Tummers

Beeldend

7 juni 2018


17

Open huis Het is een bijna obsceen gezicht, de onderste verdieping van het Koopmans gebouw van alles ontdaan, helemaal naakt. Het geeft een onthullend kijkje in de constructie van het bouwwerk. Of moeten we zeggen onthutsend? Hoe dun en fragiel ogen de pilaartjes waarop het volle gewicht van deze campuskolos rust. Maar het is er deze lente-zomer wel echt de tijd voor, en vooral het weer. Ramen en deuren open, bloot die benen en vooral veel lekker buiten zijn. Deze ivoren toren ziet er ineens een stuk toegankelijker uit. En: de ondersloop heeft een mooie nieuwe zichtlijn over de campus geopend. Naast de west-oostlijn richting stad nu ook eentje van zuid naar noord, van Cobbenhagen tot – straks – Cube.

7 juni 2018


18

de vijf VAN EIJFF

Digitalisering is een onvermijdelijke ontwikkeling We kunnen al een ding verklappen: ook online zullen we de stem van onze topeconoom Sylvester Eijffinger laten horen. Maar wat vindt hij zelf eigenlijk van de digitalisering van de journalistiek? 1. U staat aan het roer van de Tilburg University Society en in die hoedanigheid organiseerde u een manifestatie over robotjournalistiek. Waarom is dit interessant voor een econoom als u? “Op 30 mei heeft Tilburg University So­ ciety een bijeenkomst over robotjournalistiek en het nieuwe medialandschap georganiseerd met onze eigen hoogleraar Emiel Krahmer en Joris van Lierop, uitgever bij RTL Nieuws en bij uitstek de deskundige op dit gebied in Nederland. Dit is interessant omdat je nu waarneemt dat Artificial Intelligence, AI, nu ook zijn intrede doet in de journalistiek en de nieuwe media.”

‘Sommige journalisten van BD gedragen zich als robots’

2. Ziet u het gebeuren dat de journalisten van Brabants Dagblad binnenkort allemaal vervangen worden door robotjournalisten? “Sommige journalisten van het Brabants Dagblad gedragen zich als robots, maar

7 juni 2018

dit terzijde. Veel nieuwsberichten kunnen ook door robots gemaakt worden omdat deze berichten weinig toegevoegde waarde ten opzichte van ANP en andere persbureaus hebben. Journalisten zullen in de toekomst meer toegevoegde waarde moeten hebben in de zin van hun analyses en commentaren.” 3. Welke taken blijven er voor menselijke journalisten over nu de robots eraan komen. Kunnen wij nog iets wat een robot niet kan? “Zoals ik eerder opmerkte, blijft er altijd nog behoefte aan analyses en commentaren die robots niet kunnen maken. In die zin wordt het beroep van journalist veel interessanter, maar ook veeleisender dan het vroeger was. Dat geldt trouwens voor alle professionals die ook algoritmes zullen moeten beheersen.” 4. Is de robot objectiever dan de mens en kan deze een wapen zijn tegen ‘fake news’, of valt dat nog maar te bezien?

“Ik denk dat het met behulp van algoritmes voor journalisten gemakkelijker wordt om ‘fact checks’ uit te voeren, maar er blijft altijd behoefte aan de intuïtie en ervaring van de journalist bij chaos en crisis waarmee algoritmes minder goed kunnen omgaan. Ook zagen we dat ‘bots’ en ‘trollen’ evengoed het nieuws kunnen manipuleren, dus reden te meer om daar als journalist over te leren.” 5. Bij Univers werken we voorlopig nog met journalisten van vlees en bloed, maar we gaan wel naar een volledig digitaal format. Wat denkt u hiervan? “Dat is een onvermijdelijke ontwikkeling in tijden dat het nieuws zich via de nieuwe media zo snel verspreidt. De millenials zijn bijna niet meer op kranten geabonneerd en lezen alleen maar digitale media. Dat opent trouwens ook nieuwe perspectieven.”


19

leestijd

5

minuten

Tekst Rik van Vegchel

Vaarwel Univers magazine Een afscheid in cijfers

Het blad verdwijnt, Univers gaat volledig digitaal. Van hoeveel woorden en van hoeveel meter papier nemen we eigenlijk afscheid? Univers zet de feiten op een rij. Hoeveel meter is elke oplage van Univers?

Hoe hoog is de stapel Universen?

Eén Univers magazine is 33 centimeter lang. De huidige oplage is 3000 exemplaren, dus 990 meter lang.

Tien nummers zijn 2 centimeter dik. Dus een hele oplage van 3000 Universen is 6 meter hoog.

Hoeveel Universen zijn er verschenen? Univers zag op papier het levenslicht op 16 januari 1964. De laatste editie is verschenen op 13 juni 2018, dat is 55 jaargangen. In de eerste jaargang beloofde de redactie tweewekelijks te verschijnen, maar publiceerde uiteindelijk slechts 12 edities. In het tweede jaar werd er gerept van een maandblad, maar later verscheen het eens in de twee weken. Uiteindelijk ontwikkelde Univers zich tot een wekelijkse krant. De afgelopen jaren was het een driewekelijks magazine. In totaal verschenen er 1475 edities.

Hoeveel woorden staan er in alle Universen bij elkaar? In een magazine staan zo’n 10.500 woorden. In de oude kranteditie staan er zo’n 15.500 woorden. Omdat elke pagina een unieke lay-out heeft, en het niet realistisch is om alle woorden van elke pagina te tellen, moeten we een schatting maken. Ook staan er op sommige pagina’s grote advertenties of foto’s. We keken naar het gemiddelde aantal pagina’s per jaar, het gemiddelde aantal woorden per editie en het aantal edities van het jaar. Daarmee komen we op een Grand Total van 19.799.000 woorden! Dat zijn aardig wat uurtjes leesplezier. >>

7 juni 2018


20

Welke prijzen heeft Univers gewonnen? De Gouden Luis in de Pels 2009, de prijs voor het beste journalistieke medium voor hoger onderwijs is toch het hoogtepunt. Maar er valt meer te vieren. Wat te denken van de prijs voor ‘beste cover’ in hogeronderwijsland in 2012? Op deze cover, gemaakt door freelance art director Pascal Tieman, is te zien hoe er met een garde in het hoofd van fraudeprofessor Diederik Stapel wordt geroerd. ‘Voer voor psychologen,’ stond erboven. Verder won Univers ook prijzen voor ‘beste rubriek’ (2009, derde prijs), ‘beste originele aanpak’ (2010, derde prijs) en ‘beste studentenverhaal’ (2013, over Rolstoelcabaretier Jaap Bressers, vierde prijs).

Langstlopende rubriek? Met 21 jaar heeft de medewerkersrubriek ‘En passant’ gewonnen. Hoewel de rubriek pas sinds 2003 de naam draagt, is de opzet ongewijzigd: klein en opmerkelijk campusnieuws wordt luchtig uit de doeken gedaan.

Hoeveel jaar heeft het blad bestaan? 54 jaar.

7 juni 2018

Meest controversiële artikel in Univers?

Wanneer was het een weekkrant?

Globlabla over Ruud Lubbers. Uit de Univers van 29 april 1999. Over de oud-premier die globaliseringprofessor wordt. Alleen uit de kop bleek al dat de auteur het nieuwe metier van Lubbers niet erg serieus nam, tot ongenoegen van velen. Ook de kotscover van 20 augustus 2012 viel niet bij iedereen in de smaak. Hierop was een student te zien die na een avondje stappen op de Korte Heuvel in zijn eigen braaksel op de grond lag. Goed, het was in scène gezet, het braaksel was een bak kipkerriesalade, maar toch. Het College van Bestuur steigerde: dit was toch geen manier om nieuwe studenten kennis te laten maken met de universiteit!

In januari 1978 verscheen de eerste weekeditie. Tot 2011.

Hoe hoog is de stapel van elke Univers-editie die verschenen is? Grofweg 2,5 meter.

Hoeveel bomen heb je nodig om een oplage van Univers te drukken? Gemiddeld haal je 30.000 A3 formaat vellen uit een boom. Een univers magazine heeft gemiddeld 28 pagina’s. Dat betekent dat een editie uit 14 vellen bestaat. Een oplage van 3000 bestaat dus uit 42.000 vellen. Iets meer dan één boom dus.


21

Hoe zwaar weegt de oplage Universen? Als we het internet moeten geloven weegt een vel van het papier waar Univers op geprint wordt 7,5 gram. Een magazine bestaat uit 14 vellen en er worden 3000 magazines gedrukt. Daarmee weegt een oplage 315 kilo. Dat is meer dan een Siberische tijger.

Hoe lang kan je een vuurtje laten branden van een Univers? De schrijvers van Univers kunnen het niet over hun hart verkrijgen om het prachtige blad te verbranden. Ook het internet biedt weinig duidelijkheid over deze vraag. Als je dit misdrijf op je geweten wil hebben, kan je het zelf testen. Wel graag in een veilige omgeving.

Hoeveel bakken met Universen zijn er te vinden op de campus en omstreken? Ach, de rode bakken waar de Universen in lagen, wat zullen ze gemist worden. In totaal waren het er 28. De medewerkers bij de postafdeling kunnen de locaties wel dromen, iedere drie weken werden de bakken door hen bijgevuld.

Sinds wanneer publiceert Univers ook op internet? Het oudste artikel dat we terug konden vinden is van 22 november 1998. Maar voor Univers is het begonnen in 1996 met wekelijks een paar berichten uit de papieren krant op de Universsite. Ter vergelijking: Google begon in 1997.

Hoeveel onlineartikelen zijn er?

Heette Univers altijd Univers?

Het is moeilijk vast te stellen hoeveel artikelen er online verschenen zijn, want al sinds eind jaren negentig verschijnen ze online. Over de tijd is het webadres meerdere keren verhuisd en zijn de oudere sites niet geïndexeerd. Via de wayback machine is er ook niet veel te vinden. Op 23 mei 2018 stonden er 10.987 artikelen op de website. Vermoedelijk zijn de artikelen tussen 1998 en 2011 niet meegegaan. Van 1964 tot 1998 zijn er scans geüpload per uitgave. Dat maakt het moeilijk om een realistische schatting te maken.

Nee, van 1964 tot 1986 heette het blad Tilburgs Hogeschoolblad. Omdat de Katholieke Hogeschool Tilburg in 1986 voortaan als Katholieke Universiteit Brabant door het leven ging, werd het ook tijd voor een nieuwe naam voor het blad.

Kantelpunt Er zijn van die momenten in je leven waarvan je zegt: toen werd alles anders. Univers vroeg aan studenten op de campus: welke ervaring heeft jou veranderd?

Blijft Univers dezelfde naam houden nu het medium volledig digitaal gaat? Jazeker! Je vindt ons op Universonline.nl!

Enna Lujinović Het moment dat ik stage ging lopen bij een advocatenkantoor was echt bepalend voor mij. Niet alleen heb ik ontzettend veel geleerd, maar omdat ik de praktijk zag raakte ik gemotiveerd om nog serieuzer met mijn studie bezig te zijn.

7 juni 2018


22

Waar is Univers? door Jonathan Hendriks

column Henk Strikkers columnist

Het grote niksen Toen ik studeerde kon je in mei altijd rustig aan doen: dankzij al die feestdagen waren bijna alle deadlines in april, waren er geen tentamens en als je geluk had kon je gewoon drie plekken claimen in de bieb.

bij de Afvalvogel Eerlijk gezegd was het niet mijn bedoeling om hierover te schrijven. Maar toen ik voor de eerste keer sinds lange tijd weer door het Academia gebouw liep, keek ik vol verbazing naar ‘iets’. Met ‘iets’ bedoel ik het blauwwitte object gemaakt uit plastic dat vlakbij de lift in het Academia gebouw staat. Van een afstand leek het op een of andere heidense god. Nieuwsgierig liep ik iets dichterbij. Toen zag ik dat ‘iets’ een vogel was en blijkbaar uit plastic afval bestond. Ik zal eerlijk zijn, bijzonder mooi vond ik deze vogel niet, maar toch fascineerde hij mij. Uiteindelijk lukte het mij om mijn blik van de vogel af te wenden en mijn oorspronkelijke missie, het brengen van een bezoek aan de studentenbalie, voort te zetten. Maar ik was wel nieuwsgierig geworden. Wat stond daar beneden, waar was het van gemaakt en waarom is het hier neergezet? Dus gebruikte ik de wachttijd bij de studentenbalie een keer nuttig voor wat speurwerk. Ik kwam erachter dat het ‘iets’ inderdaad een vogel was, nog specifieker een feniks. En de feniks was gemaakt van plasticafval. Studenten van de universiteit hebben dit jaar het project ‘Awareness Art’ uitgevoerd. Hierbij werden mensen in de binnenstad van Tilburg gevraagd plastic tasjes te ruilen voor kantoenen tasjes. Van de verzamelde plastic tassen is vervolgens met hulp van een groep kustenaars en ArtFact de feniks gemaakt die nu in het Academia gebouw te bewonderen is. Het is dus niet zomaar een afvalfeniks, maar er zit een verhaal achter. Met dit project proberen de studenten het bewustzijn voor de enorme berg afval die in zee rondzwerft te vergroten en ons gedrag te veranderen. Toen ik op mijn weg naar buiten de vogel weer zag staan, keek ik er met meer respect naar: plastic afval, getransformeerd tot een feniks. Afval dat een nieuw leven heeft gekregen, net als de feniks die uit zijn eigen as opstaat. Een leuk concept, en op de een of andere manier oogde de feniks opeens ook wat mooier.

7 juni 2018

Maar dan kwam juni. God, verhoede juni. Ineens zag je paniek in de ogen van docenten die in mei nog bruin waren omdat ze lekker in hun tuin zaten. Het was immers juni. En dat betekent naast je zorgen maken over de studentenaantallen van volgend jaar en naast zien wie er na de zomer nog je collega is, vooral heel veel nakijken. De bibliotheken puilden uit. Als je om tien uur kwam, was je te laat. Als je een boek wilde inzien, was het er niet. Als je pech had, vond je na je lunchpauze je tas met laptop aan de rand van de tafel en had zo’n vervelende bedrijfskundestudent je plek ingepikt. Het was juni en het zat niet mee, maar je wist waar je het voor deed: juli en augustus. Het waren de maanden van het grote niksen. Van vakantie, van dagenlang bier drinken in het park en van fietsen van barbecue naar barbecue. Als ik studenten van nu mag geloven is dat iets van het verleden. Die moeten in juli en augustus werken om hun buffers voor een jaar studeren aan te vullen, om hun Erasmusverblijf te bekostigen en dan het liefst ook nog iets wat een beetje leuk staat op hun cv, want anders krijg je natuurlijk nooit een baan. Ze kijken me met glazige ogen aan als ik ze vertel dat mijn verhaal nog geen tien jaar oud is. Ja, ik weet het: het is opa vertelt. Maar opa heeft meelij.


23

Het gifje slokt alles op De wereld is in de ban van het gifje. Toch zijn de bewegende internetplaatjes niet alleen leuk. Ze zijn veel meer dan dat, ontdekte Iris Cuppen in haar masteronderzoek.

S

oms lijken de dingen in de verkeerde volgorde te staan. Het internet kwam in 1989 online en werd in 1993 toegankelijk voor het brede publiek. Maar het gifje, de flikkerende animatie die het web heeft veroverd, is gemaakt in 1987, twee jaar voordat het internet bestond. Hoewel het oorspronkelijk andere bedoelingen had: het Graphics Interchange Format bestandsformaat was bedoeld om grafische informatie te tonen, zoals gekleurde weerkaarten, zonder dat het veel opslag zou vergen. Aan de volgorde zal het bij Iris Cuppen niet liggen. In het tweede jaar van de opleiding Grafisch Ontwerp aan de kunstacademie Sint Joost begon ze te experimenteren met film, wat er uiteindelijk op neerkwam dat ze steeds korte, bewegende plaatjes maakten. In 2013, haar afstudeerjaar, stelde ze vast dat ze meer interesse had in de theoretische kant van het maakproces, dan in de praktische. De optelsom maakte zichzelf. Eén: de theorie zocht ze in de opleiding Culture Studies aan Tilburg University. Twee: daar schreef ze een paper over gifjes, ontdekte dat die veel invloed hebben op bijvoorbeeld politieke verkiezingen en dat niemand er werkelijk controle over heeft. Iedereen kan een gifje maken, en eenmaal online is het zelden weg te krijgen. Drie: hoewel het in eerste instantie absurd leek om er twintigduizend woorden aan te wijden, schreef ze een masterscriptie over gifjes.

Website als scriptie Met haar scriptie wilde Cuppen het gifje inhoudelijk én qua vorm benaderen. Dus maakte ze een website waar, anders dan gebruikelijk, eindeloos horizontaal en verticaal doorheen gescrold kan worden. Net als een gifje heeft de scriptie eigenlijk geen begin of eind. En anders dan op gedrukt papier zorgen de internetplaatjes, die Cuppen tussen alinea’s heeft gevoegd, voor een surreële beleving. Net als je leest dat het gifje naast een communicatiemiddel ook een kunstobject is, scrol je tegen January Jones aan die in de tv-serie Mad Man een zonnebril op zet. Of Hillary Clinton die een glas wijn de keel in giet. Naar de uitspraak van de filosoof Walter Benjamin, dat hij niets te zeggen heeft, alleen iets te laten zien, koos ze voor de domeinnaam en titel van haar scriptie: ihavenothingtosayonlytoshow.com. Maar er valt genoeg over het gifje te zeggen, Cuppen moest zich zelfs beperken. Ze benadert het gifje vanuit de bijzondere relatie die het heeft met cinema, televisie en video. Volgens de klassieke mediatheorie komen media voort uit voorgaande media, maar de cinema begon juist ooit zoals het gifje met korte bewegende

Kantelpunt Er zijn van die momenten in je leven waarvan je zegt: toen werd alles anders. Univers vroeg aan studenten op de campus: welke ervaring heeft jou veranderd?

Iris Cuppen: 'We moeten het gifje niet onderschatten'

beelden, groeide uit tot een verhalende techniek die van A naar Z gaat, en wordt nu opgeslokt door het bewegende internetplaatje dat doorgaans maar een paar seconden duurt. Vanuit deze hoofdlijn scheert ze in drie essays, over esthetiek, gebaren en architectuur, langs en over het gifje. Van iedereen Hoewel de essays zich los laten lezen en een eigen conclusie hebben, kan Cuppen wel een overkoepelende conclusie formuleren: “We moeten het gifje niet onderschatten. Het was eigenlijk bedoeld voor programmeurs, maar zodra het beschikbaar kwam voor normale gebruikers had niemand er meer controle over. Het gifje is van iedereen.” Cijfer: 9,5

Esra Elitok Mijn uitwisseling in Istanbul tijdens mijn bachelor was echt de beste keuze van mijn leven. Ik heb nieuwe ervaringen opgedaan en bijzondere mensen leren kennen. Je bekijkt je studie daarna op een hele andere manier.

7 juni 2018


24

leestijd

3

minuten

Tekst Daan Rutten beeld Google Earth

De metamorfose van de campus Tilburg University heeft de ambitie om te groeien. Dat betekent dat ook de campus een aanzienlijke metamorfose moet ondergaan de komende jaren.

I

n de weken voor de zomer werden knopen doorgehakt over de vastgoedstrategie 2018-2025, waarvan de contouren overigens al duidelijk werden in het voorjaar. De prioriteit ligt overduidelijk bij het scheppen van extra onderwijsruimte voor de nieuwe studenten. Het super-de-luxe onderwijs- en zelfstudiecentrum Cube wordt dit jaar nog in gebruik genomen. En de bouw van nog drie gebouwen voor onderwijs is in voorbereiding. Eén van deze gebouwen komt te staan op de plaats van de parkeerplaats naast TIAS. De bouw staat gepland voor 2020. Daarnaast komt er een nieuw gebouw met meer onderwijsruimte op de plaats van het huidige Prismagebouw. Dit gebouw, in 2022 in de steigers, biedt ook plaats aan de studieverenigingen en het langverwachte nieuwe ‘Food Court’. En met de komst van deze

7 juni 2018

nieuwe eetgelegenheid kan de in 1981 gebouwde, tamelijk gedateerde mensa worden gesloopt (tweede helft 2022), om plaats te maken voor nog een derde onderwijsgebouw in 2024. In totaal komt er hiermee zo’n 3500 vierkante meter bij voor onderwijs, genoeg voor 21.250 studenten (op dit moment telt de Tilburgse universiteit nog zo’n 15.000 studenten). Knowledge mile Nog een paar highlights uit de vastgoedstrategie: er komt meer woon- en sportruimte voor studenten (gekeken wordt bijvoorbeeld naar de plaats waar nu de moskee gevestigd is). Bovendien ziet het bestuur de noodzaak in van meer parkeergelegenheid: de universiteit wil daarom grond aankopen voor parkeerplaatsen nabij de Warandelaan, en ook de nieuwbouw geeft de kans om ondergrondse parkeergarages met 450 parkeerplekken te integreren.

Behalve nieuwbouw zullen de meeste bestaande gebouwen ook grondig worden gerenoveerd als ze niet worden gesloopt. Gebouwen als TIAS, Dante, Montesquieu, Academica en Goossens staan allemaal op de lijst om, net als Koopmans, gepimpt te worden.

In totaal komt er hiermee zo’n 3500 vierkante meter bij, genoeg voor 21.250 studenten En daar blijft het nog niet bij, want de vastgoedplannen strekken verder dan alleen de campus. Er wordt gesproken over de ‘knowledge mile’: de hele route van de universiteit naar de Spoorzone moet bekend komen te staan als een langgerekte kenniskilometer. Te beginnen met de Mindlabs


25

Bij de buren wat gebeurt er ondertussen op de andere universiteiten?

blote billen voor examen CAMEBRIDGE, MA – Het heet Primal Scream en is een traditie op Harvard University. Het begon ooit met bachelorstudenten die de nacht voor hun examens lang en hard uit hun raam gilden. Maar het is uitgegroeid tot honderden studenten die naakt over de campus rennen. Ook dit jaar weer, schrijft studentenkrant The Harvard Crimson, renden blote bachelors onder grote publieke belangstelling rond Harvard Yard, muzikaal begeleid door een grotendeels ontklede Harvard University Band. “Ik nam gisteravond een douche en ik dacht: ‘als ik naakt ben in de douche kan ik ook naakt zijn op de Yard’,” vertelt deelnemer Andrew D. Zuckerman.

Beter met Frisse lever GRONINGEN – Een levertransplantatie is niet niks. De kans op een succesvolle afloop is groter als de lever zo vers mogelijk is. “Vanaf het moment dat de lever uit het lichaam van een donor is gehaald, zit deze zonder zuurstof. In die tijd bouwt de lever een soort energieschuld op,” vertelt de Groningse onderzoekster en transplantatiecoördinator Rianne van Rijn aan universiteitsblad UK. In haar proefschrift schrijft ze dat het doorspoelen van levers met zuurstof en voedingsstoffen door middel van een perfusiemachine helpt. “Daarmee geven we de lever een soort jumpstart en kan deze na transplantatie meteen goed werken.” die in 2021 in de Spoorzone komen. Het gaat hier om een samenwerking van de universiteit met de Fontys Hogeschool voor Journalistiek en mediabedrijven als De Persgroep. Studenten en wetenschappers kunnen hier naar hartenlust experimenteren met innovatieve media, denk aan robotjournalistiek en virtual reality. Solide De hele metamorfose gedurende de periode 2019-2025 staat begroot op zo’n 85 miljoen euro. Hierbij aangetekend moet dat het vastgoedplan zogezegd ‘mee-ademt’ met de daadwerkelijke groei van het studentenaantal. Er wordt rekening gehouden met verschillende groeiscenario’s, trends en ontwikkelingen. Steeds opnieuw evalueert het bestuur of de bouw van een nieuw gebouw in gang wordt gezet en met welk tempo de vastgoedvisie wordt gerealiseerd. Zo nodig kunnen extra gebouwen – zoals de Reitse Poort en Reitse Toren – worden gehuurd of juist afgestoten. Deze flexibele manier van investeren kreeg in elk geval het vertrouwen van de Algemene Rekenkamer, die Tilburg University nog aanprees als voorbeeld van een universiteit met een solide vastgoedstrategie in het rapport ‘Vastgoed bij Universiteiten’ (januari 2018).

Suiker bestrijden met poep AMSTERDAM – Van goeie shit kun je beter worden, dat is het idee achter poeptransplantaties. Hoogleraar interne geneeskunde Max Nieuwdorp van het AMC houdt zich er al tien jaar mee bezig, meldt universiteitsblad Folia. Het klinkt niet leuk (bij zo’n transplantatie wordt de poep met een dun slangetje via de neus ingespoten), maar de resultaten zijn goed. Patiën­ten met chronische diarree genezen snel na zo’n inspuiting. Ook bij diabeten met insulineresistentie ziet hij een verbetering na transplantatie. Nieuwdorp wil nu aan de slag met een combinatie van poeptransplantaties en hersenscans om te zien welk effect de darmen hebben op onze gemoedstoestand.

Tovenaar uitgezet UTRECHT – Een lange mantel, een grote zwarte punthoed met gouden sterren en een toverstaf. Geen twijfel mogelijk. De vage figuur die in de Utrechtse UB studenten het leven moeilijk maakte, deed zich voor als tovenaar. Meer specifiek gedroeg hij zich als Gandalf, tovenaar uit Lord of the Rings, door op de vijfde verdieping ‘You shall not pass’ te roepen tegen onschuldige studenten die voorbij wilden, aldus universiteitsblad DUB. Na ingrijpen van beveiliging bleek het een theaterstudent die zijn huiswerk deed. Voor een opdracht moest hij ‘ergens opvallend aanwezig zijn.’

7 juni 2018


26

reading time

9

minutes

From surviving to thriving text Laura van gelder photography Ahmet Polat

Starting university is a momentous change no matter what your circumstances. But for refugees, the challenges of getting into university and making it through are even greater. At Tilburg University, a new one-year program helps refugees prepare for academic success. Homa, Bassam and Shahed are among the program’s first participants, graduating this summer. How did they navigate the transition from conflict to classroom?

O

n campus, initiatives have sprung up over the last few years to help refugees successfully build a new life in the Netherlands. Students and staff have organized language courses, lecture series, sports activities, labor market trainings and speed-dates with local companies. But the biggest project has been the launch of the academic pre-bachelor. Backed by the Foundation for Refugee Students (UAF) and the local government, Tilburg University developed a one-year preparatory program for refugees who aspire to study at a Dutch university. The pre-bachelor program welcomed its first participants last September. Spending long days together in a classroom in the Academia building, the class quickly grew close. Outside of class, most of the pre-bachelor students signed up for the student mentoring project Refugees@campus,

Tipping point There are moments in your life that make you realize: that is when everything changed. Univers asked students on campus: what experience has changed you?

7 juni 2018

which matches newcomer students with native students to help students from a refugee background settle into Dutch student life. Class of 2018 This summer, the class of 2018 will be the very first class to graduate from the pre-bachelor for refugees. How do they look back on the past year? Where do they see themselves in the future? What do the Tilburg University students they were matched with mean to them, and vice versa? Teaming up with UAF and photographer Ahmet Polat, Univers has been following members of the pre-bachelor class as they make the transition from refugee to university student. Together with their buddies from the mentoring project, the pre-bachelor students took part in a series of photography workshops given by Polat. Over a period of several months, the mentors and mentees shot portraits of each other and photographed their surroundings, capturing student life through different sets of eyes. Their

Erwann Le Noac’h I am here on an exchange and this definitely is a defining moment for me. It is wonderful to be able to meet new people from everywhere and every culture here in Tilburg. It is very special.


27

Thomas, son of Homa Golestani

work will be presented in an online production and exhibited on campus at the start of the new academic year, allowing the students’ photographs to inspire, inform and involve others. The photography sessions also resulted in conversations. About fleeing your country and leaving everything behind, about starting again in a foreign land, about diversity, equality and opportunity in the Netherlands. Here are the stories of pre-bachelor students Homa Golestani, Bassam Hamoudeh and Shahed Sabee, and their student mentors Khadija Tber, Noura Yacoubi and Amarins Nonhebel.

‘Some of our neighbors speak with a thick Tilburg accent. I have trouble understanding what they’re saying’ HOMA & KHADIJA Homa Golestani is from Afghanistan. She fled to Europe with her fouryear-old son in 2015, becoming part of the largest human migration since World War II. They landed in Tilburg and they were housed in the former tax office along the Professor Cobbenhagenlaan, right around the corner from campus, which served as an emergency shelter for refugees at the time. When Homa started the pre-bachelor program last September, she

About photographer Ahmet Polat Ahmet Polat is a Turkish-Dutch photographer. He received the honorary title of Ambassador of Dutch Photography (Fotograaf des Vaderlands) in 2016. He has taken photographs for the New York Times, Rolling Stone, Paris Match, Vogue and Vice, and his work has been exhibited in FOAM, het Rijksmuseum, Stedelijk Amsterdam and Palais des Bozar. In 2016, he produced the traveling photography exhibition ‘Weer toekomst!’ in collaboration with UAF, on the integration of refugees through study and work.

already knew the campus area well. “When I lived here, I used to go for long walks around campus and in the Warande forest.” Before they were able to get their own place, Homa and her son stayed in two other asylum seekers’ centers. When the pre-bachelor program started, they were still living in a center, sharing a room with another Afghan family. It was a difficult time, Homa says, during which she often felt completely alone while at the same time not having a shred of privacy. “As a woman traveling alone with a child, it was very difficult for me. In our culture, that’s not something that is easily accepted.” Homa and her son Thomas – who is now six – are happy in their new house in the south of Tilburg. “We moved in seven months ago. My Dutch friends helped me paint the walls and install a laminate flooring. The neighborhood is nice and quiet, we really like it here,” Homa says. Thomas goes to school nearby and the neighbors in their apartment building are friendly, although Homa still struggles to understand some of them. “Some of our neighbors speak with a thick Tilburg accent. I have trouble understanding what they’re saying, so we just greet each other and keep it at that.” >>

7 juni 2018


28

Khadija Tber, Thomas and Homa Golestani

Homa wants to study international law. Through the mentoring project, she was matched with second-year law student Khadija Tber. Khadija helps Homa prepare for law school, and she assists her with overcoming obstacles and daily problems. “I was born in Morocco, and I spent the first seven years of my life there,” Khadija says. “I know from experience how important it is to have someone who shows you around and helps you with the little things when you come to a new country. That’s why I

‘How can you go to university? It is hard for Dutch people, let alone for a refugee who has a child to take care of’ volunteered to help – because I know it can be difficult.” Khadija can relate to some of the difficulties Homa experiences in the Netherlands. In the Dutch culture, Homa’s ambitious and independent nature is not answered with disapproval, but with skepticism. After arriving in the Netherlands, Homa immediately wanted to start learning the language, even though she wasn’t allowed to go to school or take courses while she was still awaiting her asylum acceptance. “When I said I wanted to learn Dutch by myself, I was told it would be too difficult for me. And

7 juni 2018

when I said I wanted to go to university, people said: university?! How can you go to university? University is hard for Dutch people, let alone for a refugee who has a child to take care of.” For Khadija, the feeling of being underestimated rather than facilitated in Dutch society is all too familiar. “Although I grew up here, some people still react surprised when I tell them I’m in university. I think that’s something all foreigners deal with, and refugees even more so. People have a certain image of you. It’s not just about being a refugee, it’s about being foreign – you’re perceived as different.” People can be quick to stick refugees with a label that stays with them in a hindering way, Homa says. “Being labelled a refugee is difficult. After two and a half years, we’re still refugees. That’s how people continue to see you,” she explains. “I’m a refugee, but that’s not all I am. I’m a person, I have other characteristics too.” After her studies, Homa hopes to be able to return to Afghanistan. She doubts whether she can ever truly feel at home in the Netherlands. “He adjusted very quickly,” she says, nodding at Thomas as he plays in the grass. “For me, it’s more difficult.” And there’s another reason why Homa

About the pre-bachelor program The academic pre-bachelor is a new one-year program, launched in September 2017, which prepares educated refugees to study at a Dutch university. Completion of the pre-bachelor substitutes the entrance examination of the Colloquium Doctum, and gives direct access to a bachelor’s program at Tilburg University. The program was developed by Tilburg University in collaboration with the municipality of Tilburg and the Foundation for Refugee Students (UAF).


29

Bassam Hamoudeh and Noura Yacoubi

wants to go back to Afghanistan once she has obtained her law degree. “I want to improve the situation for women in my country. It’s very bad, I’ve seen it myself. It’s something I can never forget. That’s why I want to study law—a law degree will give me the power to help myself and other women in my country.” BASSAM & NOURA Bassam Hamoudeh was an economics student in Damascus when the war broke out. Like the rest of Syria’s young men, Bassam was faced with an impossible choice. “Either I’d have to join the army, or I’d have to flee.” Shortly after obtaining his bachelor’s degree, Bassam found himself on a boat heading from the coast of Egypt to Italy. He traveled with his two sisters and his younger brother. Caught in severe weather, they had to be rescued by the Greek coast guard before they could reach Italy. It was a terrifying experience. “I saw death,” Bassam says. “In that moment, you’re certain you’re going to die.” Bassam’s journey from Syria to Europe was a life-changing experience in more than one way—amid the fear and desperation, it was on this journey that he found love. When he was detained in Egypt after a first attempt to make the illegal crossing to Europe, he fell in love with a Syrian woman who was trying to make it to Europe as well. They spent thirty days in that Egyptian prison together, fell in love, stayed in contact. It would take her a year longer than Bassam to reach the Netherlands, but eventually she did. Now they are married,

and they have a one-year-old son together. “It really is an incredible love story,” says Noura, Bassam’s student mentor. “He always speaks about his wife with so much love.” Over the past year, Noura Yacoubi and Bassam have become friends rather than just mentor and mentee. They meet on campus at least once a week. Now that it’s summer, they spend many afternoons sitting on the grass and talking. “We’ve been talking so much for so long now,” says Noura. “I know his story. I know it, but I can’t really comprehend it. I can never comprehend what it’s been like for him.” Noura studies global communication at Tilburg University. She is currently writing her master’s thesis on the imagery of migrants in Dutch newspapers. “I was fascinated by the metaphors that are used in the media to describe what’s been happening. You read about the ‘refugee crisis’, a ‘refugee flood’, a ‘refugee tsunami’,” she explains. According to Noura, refugees are not the crisis—the real crisis is the xenophobic backlash against people who seek safety from war and persecution. “Perhaps the subtle mechanisms that cause the ‘othering’ of migrants fascinate me because of my own Moroccan background. I’ve been confronted with being different since I was young. Although I was born and raised here, some people still tell me they’re impressed with how well I speak Dutch.”

‘We just have a few neighbors, and that's it. It's quiet here, but I like it. Quiet can be good’

For Bassam, being a refugee is not something shameful. Nor does it define him. “I don’t consider myself a refugee, I consider myself a person. I’m just a person who no longer felt safe in Syria and who looked for a safe >>

7 juni 2018


30

Shahed Sabee and Amarins Nonhebel

place for me and my family to continue our lives. Some people who fled don’t feel comfortable talking about their story, but I don’t mind. I’m proud of my journey. If I survived that, I can do anything.” Bassam and his wife recently moved into their new house in Veghel, a small town nestled in the Brabant countryside. Surrounded by fields and pastures where cows quietly graze, Veghel feels worlds away from the hustle and bustle of Damascus. “I used to live in a city of five million,” Bassam says. “Now we just have a few neighbors, and that’s it. It’s quiet here, but I like it. Quiet can be good.” For now, the young family is happy to remain in Veghel. “Here, our son has a chance to grow up safely, to go to school, to develop himself,” Bassam says. Bassam will start studying data science at Tilburg University next semester, and his wife is learning Dutch so that she can become licensed as a beautician. But one day they hope to return to Syria. “For now, that’s not an option. But if Syria will ever become safe again, I would want to return. It’s my home.”

SHAHED & AMARINS Shahed Sabee is the youngest participant of the pre-bachelor class. Born in Abu Dhabi as the daughter of a Syrian mother and a Palestinian father, she has many homelands. “We lived in Abu Dhabi for most of my life, because my father worked there. Later we moved to Syria, until the war broke out. For me, Abu Dhabi is home. That’s where I was born and raised.” Shahed’s mother fled to Europe by boat after the Syrian war started. She landed in the Netherlands, while the rest of the family returned to Abu Dhabi awaiting to join her. “We stayed in Abu Dhabi without my mother for a year before we could come to the Netherlands. I had to drop out of school because we could no longer afford it. I stayed at home, took care of the house and cooked for my father, my brothers and my little sister.” In Tilburg, Shahed still spends much of her free time in the kitchen. “I love cooking and taking pictures of food. But it’s just a hobby,” she says. Next semester, Shahed will start the bachelor’s program in psychology at Tilburg University. “I want to become a clinical psychologist so that I can help others. At home, I’m already a bit of a psychologist. Whenever someone in my family feels the need to talk to someone, they always come to me.”

‘I had many questions about my insurance, about my brother who is currently still in Turkey, about mathematics’

Bassam hopes that he can help rebuild his country some day. “I know a lot of young Syrians who are studying in the Netherlands or other European countries. They didn’t come here to sit at home and do nothing, they came here so they can develop their talents. Some day they could use those talents to help restore the country. I want to be a data scientist, others want to become engineers or doctors,” he says. Smiling faintly, he adds: “Or psychologists – we’ll definitely need lots of those.”

7 juni 2018

But even the best psychologists sometimes need support of their own. Shahed can turn to her student mentor Amarins Nonhebel. Amarins has been a big support, she says. “I was new in Tilburg, so I really needed


31

About UAF and Refugees@campus The Foundation for Refugee Students (UAF) has supported refugees in their studies and in finding suitable employment since 1948. In addition to regular support, refugee students can apply for a student mentor through a special project, Refugees@campus, allowing them to get acquainted to Dutch higher education and student life in a low-key manner. So far, 450 matches between refugee students and student mentors have been made. Many of the refugees who participated in this year’s pre-bachelor program in Tilburg applied for a student mentor, and an overwhelming number of TiU students volunteered. At Tilburg University, 12 matches were made.

someone to help me get to know the city. I had many questions about my insurance, about my brother who is currently still in Turkey, about mathematics. Amarins helped me with that. And she’s also going to teach me how to ride a bike.” “I’m not always able to help out myself. I can’t help Shahed with math, for example, so I asked one of my friends to help her,” Amarins says. When she signed up for the mentoring project, Amarins was doing a pre-master in international management after finishing a bachelor’s in Human resource studies, but she decided that the pre-master wasn’t for her after all. Now that Amarins has left university to work fulltime, meeting up on campus in between classes is no longer possible. “We don’t see each other very often anymore, but we do talk a lot via WhatsApp,” Shahed says. “We get along really well, but we are very different,” Amarins says.

‘When you're a good person, you assume other people are good as well. I don't think all people are good. I've seen too many bad people’ “Maybe that’s the age difference – I’m twenty-five and Shahed is eighteen – but it could also be because we’re from different cultural backgrounds, or simply because we have different personalities. Shahed is a lot more reserved than I am. I tend to blurt out everything that’s on my mind. She’s not like that at all. In the beginning, it was quite difficult for me to figure out what Shahed was thinking, what she needed, what she wanted to do, whether I was being helpful or not.” Shahed explains that it takes more time for her to trust someone. “I’m more careful around new people. You tend to think that everyone is kind and good,” she tells Amarins. “It’s because you have a good heart. When you’re a good person, you assume that other people are good as well. I don’t think all people are good. I’ve seen too many bad people.” Although she is excited to start studying psychology next semester, Shahed is also a little nervous about how she will connect to her new fellow students. “Next year, most of my friends from class are going to study in other cities. In Eindhoven, Rotterdam, Amsterdam. I’ll have to start over in a new class and make new friends.” Once Shahed has eased into her new routine as a psychology student, she would like to get her own place like Amarins. “But before I start looking for a student room, I want to concentrate on my study and see how it goes. First things first.”

column Leanne Soff

liberal arts student

The birth of my thesis For me, the last months have evolved around one thing only: my thesis. I know we all have to go through it. Everyone has been doing it for ages and everyone manages to get through it in the end. Still, the process feels like a unique rollercoaster of emotions for each individual, much like pregnancies do. I have never had to create human life, but the stages of writing a thesis seem surprisingly similar to having a baby. The first stage is the reveal. The excitement you feel when you figure out your topic is not unlike most women who find out they have life growing in their tummies. You feel so #blessed and convinced that this is going to be a nobel prize winning research and that everything will be amazing. Spoiler alert: you are wrong. Then starts stage two, the stage of blissful unawareness. The first couple of months are nothing but sitting around, reading the odd paper, unaware of the hell that you are about to face. It is like the time where pregnancy is not as intense and noticeable and you can still go about your life as if nothing is happening. But then, the third stage comes in: fullon anxiety. There’s all this stuff that still needs to happen, you feel entirely unprepared for everything and randomly bursting into tears happens almost daily. Tears of knowing what stage comes next: the delivery. Like a long, painful labour, these last weeks are one big pit of despair. There’s no sense of time or place. When was the last time you showered? What year is it? You haven’t been outside for ages, you can’t remember the last social interaction you had. You are a mess. But then, finally, you see something. First the little footnotes, slowly coming out of the printer, then the body, and finally the headings. It’s here. Your baby is finally here.

7 juni 2018


32

7 juni 2018


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Univers mach13 zicht by Redactie Univers - Issuu