Skip to main content

TAS blad

Page 1

LINKS, RECHTS« LAGESCHOOL KRITISCHE UNIVERSITEIT EN KENNISOVERDRACHT (door Prof. A. Peperzak) 1. Een universitaire kritiek van de Universiteit als wetenschappelijk centrum van de moderne maatschappij heeft tot taak: 1) de strukturen van de universiteit en van de maatschappij in hun huidige gestalte bloot te leggen en daarin een bepaald projekt van menselijk samenleven, van eigenlijke motieven, belangen en doelstellingen te ontdekken, die zich veelal verschuilen achter voorgewende idealen en waarden; 2) deze strukturen en de wijze waarop ze in feite bespeeld worden, te kritiseren inzover ze een belemmering zijn voor vrijheid, menselijkheid, gerechtigheid enz.; 3) perspektieven, doelstellingen en konkrete ontwerpen op te stellen, welke meer en beter beantwoorden aan vrijheid, menselijkheid enz. als gekozen richtwaarden. 1.1. Het perspektief en de richtwaarden in funktie waarvan deze kritiek zich kan baanbreken, kontinueren de moderne idealen van „vrijheid", „gelijkheid", samenwerking en algemene participatie („broederschap"). Deze idealen, die in de 18e eeuw tot officiële ideologie van het Westen geworden zijn, werden in feite gehanteerd als verdedigingsleuzen voor en van een ongelijke, ten dele onvrije, weinig sociale burgerlijke maatschappij, waarin minderheden macht, rijkdom en kuituur monopoliseerden. De bewustwording van de hypokrisie die in deze dubbelzijdigheid van de burgerlijke ideologie heerst, is in de 19e eeuw op gang gebracht door mensen als Marx, Nietzsche e.a. en behoort in onze tijd tot de gemiddelde bagage van iedereen die nadenkt over de eigenlijke waarden en belangen die onze samenleving beheersen. De oude idealen worden niet opgeruimd, maar men probeert ze te ontdoen van hun hypokriete vereniging door nationalistische, kapitalistische, imperialistische e.a. bijmengsels, en konkrete vormen te vinden voor een werkelijke en universele, over geld, positie, macht en grenzen heen grijpende realisering van vrijheid, menselijkheid, gerechtigheid enz. In plaats van deze enigszins romantische woorden, die nogal wat illusies met zich hebben meegedragen, geeft men tegenwoordig de voorkeur aan het (overigens zeer dubbelzinnige woord) „demokratisering", waarin een hele wereld van beter samenleven wordt aangeduid. 1.2. „Demokratisering" kan, evenals ieder ander mooi woord, verworden tot een toverwoord of een loze leuze, als het onttrokken wordt aan iedere kritische overweging of rechtvaardiging. De twee uiterste gevaren, die een onkritische axiomatisering van „de demokratie" bedreigen, zijn: 1) alle vormen van tirannie, die de menigte door sofistiek en nieuwe, b.v. socialistische vormen van schijndemokratie (zoals een ekonomische demokartie die niet tegelijk een politieke demokratie is) voor zich paaien. Dit soort tirannie kan ook uitgeoefend worden door dogmatische intellektuelen, die — b.v. in naam van Marx' verouderde analysen — weigeren bepaalde vooronderstellingen van hun maatschappijkritiek in diskussie te stellen, omdat ze er reeds axioma's van hebben gemaakt. 2) democratiseringstendenzen die gemotiveerd worden door vijandschap tegen iedere vorm van bestuur of gezag, zelfs tegen een moreel gezag dat groeit uit het overleg en de samenwerking van mensen, die ontdekken dat sommigen beter gekwalificeerd zijn om leidende funkties uit te oefenen dan anderen.

1.3. „Demokratisering" is niet voldoende voor het inrichten van een goede samenleving. Want er bestaat geen enkele garantie, dat de meeste stemmen ook de beste stemmen zijn. Daarom is er een tweede richtwaarde waarop iedere kritiek van universiteit en maatschappij een beroep moet doen: de werkelijke menselijkheid (of: het waarachtige welzijn), die ontdekt moet worden en gestalte moet krijgen in het leven van individu en maatschappij. Het gevaar dat aan deze onontkoombare stelling vastzit, is, dat een minderheid ten onrechte pretendeert de waarheid van menszijn en samenleving te kennen en deze dan op niet-demokratische wijze aan de overigen opdringt. Gevaren van autoritair optreden, fascisme enz. Om deze gevaren 'te voorkomen, zal een gedemokratiseerde wijze gevonden en geïnstitutionaliseerd moeten worden om gezamenlijk echt menselijke wijzen van welvaart, bestuur, investering, produktie, kuituur enz. te zoeken en ze te veroveren. 2. Een universitaire kritiek van de maatschappij heeft tot taak op wetenschappelijke wijze: 1) een diagnose van onze tijd te geven, waaruit blijkt welke fundamentele motieven en welke mechanismen achter de konstateerbare symptomen van de huidige maatschappij verscholen gaan; 2) deze motieven kritisch te keuren; 3) nieuwe wegen en projekten te wagen op grond van betere motieven en mechanismen; 4) op kleine schaal te experimenteren met anticipaties van de nieuwe ontwerpen. 2.1. Een diagnose van de huidige samenleving, die tegelijk teoretisch en praktisch moet zijn, zoekt in het Hcht van de vraag: Wat is en wat moet de mens zijn? naar de motiverende belangen en idealen, waarin deze samenleving wortelt. — Deze diagnose kan' alleen dan op enige wetenschappelijkheid bogen, als ze op een grondig interdisciplinair onderzoek steunt. Technologische, sociale, kulturele e.a. wetenschappen zijn alle in het geding, wanneer wij vragen naar de betekenis van de macht, het bezit, de arbeid, verschillende vormen van kuituur (b.v. het standaardgenre film), taal enz., en naar de oorspronkelijke motieven, waaruit ze zich voeden. — Het is hier van groot belang, dat we niet onmiddellijk en naïef vervallen tot een axiomatisch hanteren van marxistische schema's, die het bezit als allesbeheersende faktor aanwijzen, maar ook andere hypothesen, zoals die van Nietzsche en Freud, terwijl we bovendien nieuwe interpretaties uitvinden die uit onze eigen tijd voortkomen. Naast de marxistische analyse zal dan naar alle

5e jaargang

no. 5

15 november 1968

waarschijnlijkheid plaats zijn voor ontmaskeringen, die libido, machtswil, eer, waarheidsdrift, leugenachtigjheid enz. als sleutel voor hun diagnose hanteren. Het interdisciplinaire onderzoek naar de Grote Belangen en Eigenlijke Motieven zal pas lukken, als daaruit een globaal en gedetailleerd overzicht van onze hedendaagse samenleving ontstaat, waarin de verschillende wortels hun gemeenschappelijk patroon en hun machinerie laten zien. 2.2. Een kritiek van de fundamentele motieven die de feitelijke samenleving beheersen, is tegelijk een reflektie over dat wat ons eigenlijk (vervolg zie pag. 4) RAAD BURGERLIJK FATSOEN De stukken van de heren Kloosterhof en Verharen, geplaatst in de Volkskrant van 2 nov. zijn mij uit het hart gegrepen, vooral omdat ze passen in het kader van de algemene respons die wij fatsoenlijke Nederlandse burgers, leveren op wat in de Nederlandse universiteiten omgaat. Waar de universiteiten de bloem van onze samenleving opleidt — de bloem die deze samenleving zal gaan bestuderen — mogen wij toch zeker eisen stellen aan die universiteit. In een democratie bepaalt het volk het opleiding^medium van zijn leiders immers. Wat spreekt meer aan, dan dat de toekomstige leiders vertrouwd raken met de basisgegevens van de democratie: wet, tucht, en orde. Het lijkt gewenst in de huidige situatie dat zij die willen gaan studeren, voor het verkrijgen van een collegekaart een verklaring tekenen, waarin aj beloven zich te onthouden van politieke acties tegen het gevestigde bewind, ach te zullen onthouden van afwijking van de bestaande fatsoensnorm (ter beoordeling van een op te richten Nationale Raad voor het Burgerlijk Fatsoen), bijvoorbeeld dat zij zich verplichten een colbert met das op een wit overhemd en een grijze broek met omslag te zullen dragen en zich te zullen onthouden van drank en prostitutie. Delft.

Ir. B. Burger

1933—'45: Weet je nog wel oudje??

(Red.) 1


^i^^.(0.=mebebelingen J.O.VJ>. In Tilburg zal een afdeling van de J.O.V.D. worden opgericht. Deze J.O.V.D. is een onafhankelijke liberale vereniging, waar eenieder het recht heeft zijn mening naar voren te brengen, een vereniging die losstaat van de V.V.D. De J.O.V.D. staat open voor jongelui tussen 16 en 30 jaar. Mochten er belangstellenden zijn die meer inlichtingen willen, dan kunnen zij deze verkrijgen bij: J. v. Helden, Statenlaan 141 (t.o. Westennarkt), tel. 73909. F. Farckers, Zuid-Oosterétraat 6 PERSBERICHT De Werkgroep Studiereizen Ontwikkelingslanden (W.S.O.) heeft voor studenten die in het kader van hun studie onderzoekwerk willen verrichten in een ontwikkelingsland ruime faciliteiten weten te scheppen. De W.S.O. legt steeds de nadruk op het studiekarakter van de reizen. De reis moet dus duidelijk nut hebben voor een doctoraal-scriptie of voor een scriptievervangende stage. Gebaseerd op de ervaringen, die de W.S.O. heeft opgedaan met de organisatie van studiereizen naar Indonesië, India, Pakistan, Oost-Afrika en LatijnsAmerika acht het bestuur van de W.S.O. het mogelijk om in 1969 dertig studenten uit te zenden. Uiteraard moeten deze studenten aan zekere voorwaarden voldoen en derhalve een selectie van deskundigen doorstaan. Door de steun van overheid, bedrijfsleven en hoger onderwijs kan de W.S.O. in 1969 ondermeer studenten uitzenden naar Suriname, Thailand, Indonesië, Peru, Senegal en India. Over andere projecten wordt nog onderhandeld. In een binnenkort verschijnende informatieve W.S.O.brochure wordt op deze materie dieper en breder ingegaan. Op Uw verzoek zullen wij U — na verschijnen — deze brochure doen toekomen. In de hoop U met deze elementaire, doch globale informatie van dienst geweest te zijn en steeds tot nadere informatie en uitleg bereid, tekent. Piet J. M. van Asseldonk, Public-relations. PROJEKTONDERWDS De NSR heeft een brochure uitgegeven van de Nijmeegse studenten Michel van Nieuwstadt en Hugues Boekraad — auteur van het rapport „Universiteit en Ondememing'*. I Kritiek op de huidige onderwijssituatie II Vorm en inhoud van onderwijs in een demokradsche universiteit III Voorbeeld van een onderzoekprojekt voor post. kandidaten IV Zejfbeheer V Eisen ten aanzien van het beleid in een demokratische universiteit VI Model van een radenuniversiteit. Deze uitgave is medebedoeld als bijdrage tót de discussie in de faculteiten over de voorstelten van Prof. Posthumus. Zij is verkrijgbaar door storting van ƒ 1,— per exemplaar op giro 786 t.n.v. penningmeester NSR in Leiden. E. J. Bomhoff, president NSR. UITWISSELING MET STUDENTEN-JAZZBAND EV TSJECHOSLOWAKIJE De- Foreign Student Service (Dienst Buitenlandse Studerenden in Nederland) ontving één dezer dagen een verzoek van de Tsjechoslowaakse' studenten-jazzgroep „The Mainstreamers" tot bemiddeling in het leggen van kontakt met een soortgelijke Nederlandse studentengroep. „The Mainstreamers", die over formaties in de rythme & blues en de moderne jazz-sector beschikken, zouden gaarne in Nederland willen optreden op basis van uitwisseling. Op hun beurt willen wij zorg dragen voor deelname van één Nederlandse studentenband aan het jaarlijks universitair jazzconcours, dat in het voorjaar van 1969 in Tsjechoslowakije zal plaats vinden. In dit verband zien zij drie mogelijkheden: een beatgroep, een moderne jazz-band of een traditionele jazz-groep. Voor nadere gegevens alsmede het adres van de groep gelieve men zich te wenden tot het secretariaat van de Foreign Student Service, Oranje Nassaulaan 5 in Amsterdam (tel. 020-715 915).

2

STUDENTEN JEUGDWERK Tijdens een ledenvergadering op woensdag 9 oktober hebben de toen aanwezige leden als hun representanten gedurende dit cursusjaar aangewezen: Mej. J. M. A. Huijbrefts, Heuvelstraat 12 P. R. M. Merkx, Kruidenlaan 225. Ons beleid zal in zoverre van dat van onze voorgangers afwijken, dat wij de gelden, welke binnenkomen via de Sint Nicolaasaktie, niet eerder dan na overleg met onze leden, d.w.z. alle studenten, die werkzaam zijn op de wijk- en clubhuizen en in het woonwagenwerk alhier, een bestemming zullen geven. Suggesties hieromtrent wachten wij gaarne in. Er zijn op de diverse wijk- en clubhuizen nog een GROOT AANTAL VAKATURES, niet alleen in de sector Jeugdwerk Wilt U iets meer weten van deze vorm van vrijetijdsbesteding? Op bovenstaande adressen kimt U inlichtingen verkrijgen. DEMONSTREREN TEGEN NUMERUS FIXUS Ondanks de grote belangstelling voor de aktiviteiten van de Derde Wereld Week, diskussiëerden woensdagochtend 6 november, sit-down-stakend in de gangen van de hogeschool, ruim 150 studenten, wetenschappelijk medewerkers en hoogleraren, een voor Tilburg ongekend groot aantal Dit alles in verband met Veringa's plan tot uitvoering van de Numerus Fixus in de medische fakultteiten. Er was een stand ingericht, waar pamfletten, kranten, blaadjes, en affiches werden aangeboden, en waar de petitie getekend werd tegen de Numerus Fixus; de koffie werd voorgereden en de „autoriteit" ging af. Dit laatste o.m. middels een gloednieuwe megafoon. Rond twaalf uur vertrok er een bus propvol spandoeken en studenten, naar Den Haag voor „De Grote Demonstratie", die in Tilburgse ogen nogal tegenviel, en wat de Tilburgers m.n. op het Binnenhof niet onder stoelen of banken staken: tenslotte werd ondanks al het geyel de „autoriteit" als autoriteit erkend. Reden waarom het ATSObestuur dezelfde dag nog telegrammen verzond naar minister Veringa en de Vaste kommissie voor O&W der Tweede Kamer met de volgende inhoud: „Protesteren tegen uw vanmiddag gebleken ondemokratische mentaliteit stop zullen ons nooit neerleggen bij numerus fixus" — uh PBETER SOMMEN fprovo) Alg. Tilb. Studenten Org. Tilburg. Mijnheer, Uw tegenwerking om Z.K.H, de Prins der Nederlanden Claus von Amsberg te ontvangen, getuigt van een flodderrrtentaliteit, de mentaliteit van de lange haren en de spijkerbroeken inplaats van een behoorlijk cos-

tuum. Jullie behoren zeker ook tot de provo-aanhang. Onze geliefde Prins staat overigens vèr boven jullie nietsnutters-in-de-maatschappij. Leve ons geliefd Oranjehuis. Leve Z.K.H. Prins Claus. Weg met de rode horden. En . . . LEVE DE MONARCHIE! Een trouw vaderlander. Op 29 oktober zond de Voorzitter van de ATSO de volgende brief aan het lid van het Kuratorium van de Katholieke Hogeschool Mr. C. Becht (tevens burgemeester van Tilburg): „Geachte Heer, Hierdoor protesteer ik tegen uw uitlating op vrijdag 25 oktober j.l. ten overstaan van de heer van Amsberg en joumaUsten, waarin U de studenten aanwezig- bij het Paleis-Raadhuis bestempelde als „kleuterklasje". Ik acht het ten enenmale onjuist, dat een kurato;r van de Katholieke Hogeschool blijkens een dergelijke ópmerking nogal gebrekkig op de hoogte is met de motieven en beweegredenen van studenten, en verder dat hij zich hierover zo negatief uitlaat. Te uwer informatie zij nog meegedeeld, dat de heer van Amsberg juist met progressieve studenten, uw „kleuterklasje", had willen diskussiëren. Ik verzoek U zich voortaan grondiger te informeren over m.n. zaken die de studenten aangaan, en tevens te bedenken dat ook de studenten mondige inwoners van Tilburg zijn. Ik neem aan dat U binnenkort deze denigrerende opmerking publiekelijk zult herroepen. Dan tekent met vriendelijke groeten, T. Akkermans, Voorzitter A.T.S.O." Een afschrift van deze brief, benevens de tekst van het pamflet dat op vrijdag 25 oktober werd verspreid, werden aan Claus van Amsberg gestuurd. Hierop kwam de volgende reaktie: „In opdracht van Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Claus der Nederlanden heb ik de eer U de ontvangst te bevestigen van Uw brief met bijlage d.d. 31 oktober j.l. De Particulier Secretaris, H. J. van Asbeck." KONTRIBUTBE S.V.B.-leden die hun kontributie voor '68-'69 nog niet betaald hebben, wordt verzocht ƒ 15,— te storten op gironummer 1684991 t.n.v. K. Klijs, Burg. v. Meursstraat 57, Tilburg. Gaarne het woord kontributie vermelden op de achterkant van het girobiljet.

PLAATSELIJKE REDUKTIES WELKE U KRDGT op iiscreet vertoon van de A.T.S.O.•KAART Electrotechnische Apparatuur C. Bogaers, Korvelseweg 188-200 10% Heuvelstraat 59, Opticien J. Eekelaar, 10% Bredaseweg 102. Drogisterij en Parfumerie B. v. Eysden, Heuvelstraat 57 10% Herenmode J. Hoendervangers, Heuvelstraat 133 10% Bloemen Jansen Geurts, , Heuvel 45 10% Herenkleding Joba, Laarstraat 42 15% Kantoorboekhandel Gianotten, Heuvel 41 10% Tabaksartikelen (niet gebanderolleerd Dunhillshop Nieuwlandstraat 55 10% Lederwaren en Schoenreparatie C. J. van Loon, Korvelseweg 115 10% JuweUer Aug. Pijnenburg, Heuvelstraat 61 10% Schoenen Smits Shoenen, Heuvelstraat 54 10% Pick-up, Radio Dankers Disco, Schouwburgring 10% Wijnen (niet op gedep. Handelsmerken en reel.) De wijnhal, Jul. v. Stolbergstraat 6 10% Exclusieve Mode Tricots Jaqueline/Mirabelle, Heuvelstraat 137-128 10% Corset speciaal zaak „Leonie" Heuvelstraat 66 10% Kledingverhuur Bierings, Korenbloemstraat 103 15% Flessen gas h/o Verhoeven Korenbloemstr. 156 gehaald 6,25 (geen statiegeld) Zomerstraat 49b gebracht 7,25 Chemisch reinigen Nieuwlandstraat 58 25% Langestraat 92, Kantoorboekhandel Aarts & Co., Heuvelstraat 10% Sportartikelen Hamers van Hooff Heuvelstraat 50 10% Foto artikelen Van Aarle,' Korvelseweg 255 15% Kleding Lammers, Hasseltstraat 10-15% Kleding City-house, Schouwburgring 10% Bestellingen van en informaties over navolgende artikelen op het Reductiekantoor, Academielaan 9. Overhemden 35% CassettesS 20% Butagaskachels 30% Kleding 25% Typmachines 35% Slaapkamers 20% Woning-Textiel 15% Kookpannen 20% Meubelen ±18%


Blijspel VOOR twee I wetenschappeps

TER PLAATSING

Kort geleden stond er in het TAS-blad een opmerking, dat professoren er nooit in schreven. Voor wat mg zelf betreft kan ik zeggen, dat ik een beschouwing over de studentenbeweging, die ik in de zomer klaar had, aan het TASBLIJSPEL VOOR TWEE WETENSCHAPPERS blad had willen aanbieden. Daarvan was echter juist het laatste nummer van de vorige jaarPlaats van handeling: Katolieke Hogeschool Tilburg. gang verschenen en zodoende is dat stuk toen Tijd: 29 oktober 1968. opgenomen in het blad van de K.V.P. „Politiek", juli/augustus 1968. Akt: Gastkollege van Prof. Schneider, ingevoerd uit Duitsland. Thans is er echter voor mij aanleiding om Onderwerp: Ekonomiese groei. plaatsing te vragen voor enige opmerkingen Na een eksposee over het ontstaan van het begrip groei, het neerschrijven van enkele formules naar aanleiding van de gebeurtenissen rond het en het konstateren van de onmogelijkheid van de economiese wetenschap om de drijvende kracht bezoek van prins Claus aan Tilburg. De houvan de groei voldoende en afdoende te verklaren kom je aan de pauze. Voor erkende kollege- ding van het ATSO-bestöar om geen gesprek lopers van Prof. Schouten is dit alles gekauwde kost. In het duits komt het echter even anders te willen als er geen pers bij aanwezig zou zijn, over. De koffie heb je dan inderdaad nodig om je ekonomies moreel weer op peil te brengen is voor mij, laat ik maar beginnen met dat en de beroemde retoriese vraag van Schouten te negeren: „Wat komt U hier eigenlijk studeren? ronduit te zeggen, onbegrijpelijk. De volgende U ziet het toch: ekonomen kunnen niets; op de essentiële punten laten ze het afweten." punten mogen dit toelichten: Dan kan de diskussie aanvangen. Een jongere kollega van Schouten waagt het 't woord te nemen. 1. In de in Nederland geldende staatsrechte„Wat voor zin heeft het dat er naar ekonomiese groei gestreefd wordt? Is ekonomiese groei lijke verhoudingen is het onjuist om een lid inderdaad een noodzakelijk iets om het bestaan hier in de wereld mogelijk te maken? In hoe- van het koninklijk huis er toe te brengen in het verre wordt hier geschermd met begrippen waarvan we de inhoud niet kennen? Moeten we openbaar uitspraken te doen in controversiële ons niet eerst afvragen of die ekonomiese groei wel een nastrevenswaardig doel is, gezien in kwesties. Daarom is een openbaar gesprek het geheel van de menselijke verhoudingen?" door iemand als prins Claus bezwaarlijk aan te gaan. Met een vertrouwelijk gesprek in Dat lijken vragen die zeer voor de hand liggen kleine kring ligt dit geheel andeis: staatsrechvoor iedere niet-ekonoom. Maar dat is dan ook telijke moeilijkheden zullen zich hierbij veel net de reden waarom ze voor ekonomen niet minder voordoen. voor de hand liggen. Er waagt hier iemand te 2. Geheel los van dit staatsrechtelijk argutomen aan apriories die de ekonomiese wetenment staat, dat iemand in de positie van prins schap heeft aanvaard om überhaupt nog tot Claus in de gelegenheid moet rijn zich te oriënenige werkzaamheid te komen. Gelukkig dat teren op de wijze, die hij het meest geschikt het nog maar een jonge kollega is: het zij hem vindt. Er kan van de kant van de ATSO geen vergeven. Hoe kunnen nu zulke vragen aan de reden zijn om zich tegen de van de andere zijde professor in de ekonomie Schneider worden gevraagde vorm te verzetten, als men va pers, gesteld. Hij is toch geen filosoof, hij is toch vergaderingen, teach-ins enz. alle gelegenheid geen socioloog, hij is toch geen psiecholoog, heeft zijn mening in het openbaar kenbaar te kortom, hij is toch geen menselijk denkend maken. wezen. Waarom begrijpen al die jonge aktivis3. Een en ander staat los van de voorkeur tiese aspirant-intellektuelen toch niet dat de voor monarchie of republiek. Het gaat om de maatschappij zo gekompliceerd is dat je deroriëntering, waarop iemand van de positie van gelijke vragen niet mag stellen. Wij, beperkte de prins in het huidige bestel recht moet hebmenselijke (liever gezegd: ekonomiese) wezens ben, ook al heeft ieder op zijn beurt het recht kunnen die maatschappij niet integraal benate ijveren voor een ander bestel. Bij mijn weten deren. Neen, we doen het als volgt. ledere hebben in de periode na de oorlog noch de wetenschapper zet zich een bril op. Een ekonoleiders van de C.P.N., noch die van de P.S.P. miese kleur, een sociologiese kleur, een psiegeweigerd de koningin te adviseren inzake chologiese kleur etc. Het is ten allen tijde zaak kabinetsformaties of geëist dat dit in het opendie bril op te houden om gezichtsverlies te baar moest gebeuren, ondanks hun republivoorkomen. keinse voorkeur. Zij konden die voorkeur losZo hebben we allemaal ons eigen maatschappijmaken van de zakelijke eisen, die de gang van tje geschapen. zaken op dat moment stelde. Je vraagt je af of zo'n situatie nu wel kan 4. Als men alle kans heeft desgewenst tegen draaien. Neen, je vraagt je dat niet af, sommige de monarchie te demonstreren, dan vind ik het vragen mogen niet gesteld worden. Op essenIN MEMORIAM stijlloos om dit tijdens een werkbezoek van tiële punten — is immers altijd geleerd — MARTIJN prins Claus te doen. Ik beschuldig het ATSOmoet je geloven. Welnu, welke god zullen we FLESKENS bestuur hier niet van, maar er is sprake van dan gaan scheppen om in te geloven. Ja, dat geweest en ik noem het dus maar, omdat de geeft weer allerlei moeilijkheden. ledere kleur Hoe is het mogelijk! Te midden van zijn samenhang met de kwestie van het gesprek er kent zijn eigen god, en iedere fakultaire wetenvrienden, enthousiast pratend over zijn misschien niet, maar misschien ook wel is geschapper is aanbidder van zijn eigen rehgieuze stage in Amerika is Martijn gestorven. weest. siesteem. En U weet, over geloofszaken kan Als zoon, broer, dispuutsvriend, vriend niet worden gediskussiëerd. of kennis, het verlies van Martijn is een Meer in het algemeen vind ik dit een voorLaten we dat hier dan ook niet doen, we verzware slag. Want wie was Martijn? Een beeld van obstructie, waarvan ik het nut voor volgen ons blijspel. oprechte vriend, die bereid was een ieder het bereiken van de dom* het ATSO-bestuur met een open vizier tegemoet te treden, Twee goedgelovigen hebben kleur bekend. Zij gestelde doeleinden niet inzie. Ik reken mijzelf die een ieders denken volledig respecontdekken dat zij dezelfde bril op hebben en tot diegenen, die moeite doen om in de geteerde en zijn mening vol vuur verdedigdezelfde god bekennen. Zij omarmen elkaar dachtengang van de thans aan het bewind zijnde. Een mening die hij leerde vormen stevig. Schouten en Schneider maken een de studenten te komen. Na een gebeurtenis als door te luisteren, te lezen en vooral te vreugdedansje. „Wat wij niet weten zouden we de bovenstaande, vraag ik mij af of ik mij die filosoferen in de vijf jaar dat Martijn zo graag willen weten, maar we weten het niet. moeite maar niet beter kan sparen. hier als vriend in ons midden was. Wij zouden het zo graag hebben willen weten, Wij als vrienden van Martijn zijn blij maar we weten het niet. In princiepe zouden Prof. Dr H. W. J. Bosman door zijn gedachte en overtuiging beïnwij het graag hebben willen weten, maar we vloed te zijn. Wij weten dat alles, waarin weten het niet. Laat ons niet twijfelen, laat ons hij groot is geweest tot ons zal blijven geloven. Laten wij ons verblijden in de kracht TILBURGS ALGEMEEN STUDENTENBLAD spreken, juist nu hij gestorven is. van onze ekonomiese god, hij zij geloofd en Redaktieadres Academielaan 9 geprezen. Laat ons nu overgaan tot de orde van Redaktie: Frans van Beek, Paul van Eeuwijk, de dag. Het vrije marktmechanisme zij gepreZijn dispuutsvrienden. Frans Godfroy, Gul van Hooydonk, Wilfried zen, halleloeja, god is zijn naam." Marlens, Harry Verkooyen.

Dick de Graaf 3


(vervolg van pag. 1) Kritische Universiteit en kennisoverdracht beweegt en moet bewegen, d.w.z. over de waarden waardoor we ons terecht willen laten motiveren bij ons verlangen naar en ontwerpen van een betere toestand. Deze reflektie moet zich bewust worden van de dubbelzinnigheid die eigen is aan alle fundamentele waarden en waardoor ze zowel ten goed als ten kwade kunnen uitvallen. Een grondige kritiek dus van de waarde, de kondities en de uitwerkingen van macht, bezit, recht enz. zoals zij heersen, maar ook van onze eigen vooronderstellingen, zoals demokratie, vrijheid, welvaart, konsumptie, produktiviteit enz. 2.3. Intellektuele fantasie en een realistisch vermogen tot konkrete ontwerpen zijn nodig om vanuit de huidige situatie een nieuwe voor te bereiden, zowel teoretisch: door het uitvinden van niet-illusoire mogelijkheden in het licht van hoopvolle utopieën, als praktisch: door het organiseren van intellektuele en andere aktiviteiten die het lang kunnen uithouden. 2.4. Als test voor de werkelijkheid en waarachtigheid van de ideeëi\, doelstellingen en akties, die we vieren, lijkt het mij van groot belang, zoniet onmisbaar, dat wij bij wijze van bevestigende anticipatie erin slagen om iets van de door ons verhoopte toekomst — ook als deze enigermate utopistisch is — reeds nu in een soort klein beeld van de komende maatschappij te realiseren, b.v. door een commune waarin geëxperimenteerd kan worden met een betere verdeling van macht en bezit en met een betere ordening van de produktiviteit, die dan ook een hoger, evt. diepzinniger gehalte kan krijgen dan de bazaarkiütuur welke nu internationaal gekonsumeerd wordt. 3. De universtitaire kritiek van de universiteit zal in het licht van een dergelijke maatschappijkritiek (2) de universiteit beschouwen als een maatschappelijk centrum, waarin de ontdekte en ontmaskerde belangen en machten zich in de wereld van wetenschap, onderzoek en kennisverwerving doen gelden en versterken. Speciale problemen die zich hierbij voordoen, zijn 1) de (on)afhankelijkheid van de universiteit ten opzichte van de maatschappij of bepaalde maatschappelijke groeperingen; en 2) de maatschappelijke keuzen die zich.aan de universitaire werkers opdringen. 3.1. Een interdisciplinaire bewustwording is nodig van de maatschappelijke afhankelijkheden waardoor de wetenschapsbeoefening in haar resultaten, haar onderzoeksobjekten en haar methoden, alsook de wetenschapsverwerving worden beheerst. De autonomie van de wetenschappen blijkt voor een deel evenzeer een maskerende leuze te zijn als vrije konkurrentie enz. — In hoeverre wordt de in princiep vrije en universele wetenschap in feite onderworpen aan ekonomische belangen van het bedrijfsleven, de Staat, aan militaire belangen, ideologische windmolens .(die zelf weer minstens ten dele in dienst staan van ekonomische en politieke belangen), damesbladenkultuurfabrikage enz.? Engagement 3.2. Zuivere autonomie van theoretische wetenschap is niet alleen een feitelijke onwerkelijkheid, maar ook een principiële onmogelijkheid, wanneer men onder die autonomie verstaat, dat de wetenschap als een neutrale teorie zich buiten de belangrijke politieke, ekonomische en kulturele beslissingen zou kunnen houden. De weerslag van de moderne wetenschappelijkheid op het moderne samenleven is zo groot, dat het bewustzijn van de wetenschapper, 4

wanneer hij niet onbewust is van zichzelf als mens en wetenschapsbeoefenaar, noodzakelijk een positie moet kiezen en zich links en rechts moet engageren. ledere wetenschap selekteert bepaalde thema's en laat andere in het duister, iedere wetenschap mondt uit in praktisch toepasbare mogelijkheden en alternatieven; iedere wetenschap raakt direkt of indirekt aan fundamentele waarden van leven en samenleving. Daardoor wordt de wetenschapper, die ook en primair een mens is, geplaatst voor de noodzaak die fundamentele waarden op een eigen wijze te aanvaarden en te verwerken, ook in de oriëntatie die hij aan zijn wetenschapsbeoefening geeft. Deze is dus zelf een uitdrukking van het engagement, dat hij binnen de samenleving heeft gekozen. Dat tegelijk een verideologisering van de wetenschap welke de zuiverheid van haar methode door naïeve dogma's aantast, voorkomen moet worden, behoeft geen betoog; wel oplettendheid.

zich van dat apparaat kunnen leren bedienen om hun eigen, tevens universele en voor alle anderen vruchtdragende, waarheid daarmee te „produceren". 4.2. Daaruit volgt, dat de meest geëigende vorm van kennisverwerving zal bestaan in de vorm van werkgroepen óf gezamelijke research, waarin de docent het zelfontdekken, zelfuitvinden, zelfbestuderen en zelfassimileren van de bestaande wetenschappelijkheid (resultaten en vooral methoden), alsook het experimenterend uitvinden van nieuwe resultaten en methodieken provoceert, stimuleert, kritiseert, accepteert. — Hoorkolleges zullen nodig blijven ter invoering in de stof of om een voorbeeld van behandeling te geven. Maar zij moeten steeds organisch verbonden zijn met werkkolleges waarin de studenten een eigen verwerking en eigen uitdagingen kunnen beproeven om de docent tót nieuwe vragen en kritiek te brengen.

4.3. De hervorming van het universitaire onderwijs zal niet lukken als de kritische universiteit de hoogleraren en de leden van de wetenschappelijke staf buiten haar eigen aktiviteiten en werkgroepen houdt, aangezien 1) een zekere autoriteit nodig is om in de wetenschap op gang te komen (zie 4.4.) en 2) aangezien een volgehouden studie en aktie buiten de wetenschappelijke staf om, van de studenten die zich hieraan wijden een te grote morele toewijding vraagt, die niet opgewassen zal zijn tegen de noodzaak om af te studeren of anderszins een sociale positie te verwerven. Daarom is het van groot belang de kritische werkzaamheden binnen de bestaande kaders te brengen door het uitnodigen van leden van de wetenschappelijke staf tot deelname aan werkgroepen, door het voorstellen can team's voor het kollegeprogram van de fakulteit, door het vragen om rechtvaardiging van behandelde thema's, en door diskussies aan te gaan met de docenten over hun ideeële en sociale achtergronden. Deze Experimenteren samenwerking van alle leden van de universiteit veronderstelt natuurlijk ook een demokra4. „Kritische universiteit en kennisoverdracht": tisering van haar bestuur (o.a. studentenverteDe voorafgaande algemeenheden hebben gevol- genwoordiging). gen voor de wijze waarop de wetenschap aan de universiteiten moet worden beoefend en verworven. Over dit laatste aspekt enkele opmer- 4.4. Een principiële antigezagsideologie is kingen: even gevaarlijk en naïef als de autoritaire ideologie, waartegen men zich dan verzet. 4.1. „Overdracht" van kennis (betreffende Ieder aanleren begint met een aannemen en methoden en resultaten van de wetenschappen) overnemen (van traditie, erfgoed, bestaande duidt een autoritaire verhouding tussen de ken- kuituur via boeken, beelden, maar ook via het ner en de onkundige aan: een stroom van weten levende woord). De wetenschapper die gezaj» daalt neer uit de hemel van de geleerde en heeft op grond van zijn kennen en kundigheid, vult de leegte van de leerling. Afgezien van de is een gemeenschappelijk „bezit", dat men niet leertechnische moeilijkheden of onmogelijk- moet verwaarlozen, maar van wie men zich heden die aan zo'n schema vastzitten, schijnt moet toeëigenen wat hij te bieden heeft. Hun deze verhouding ook niet in overeenstemming rol is niet die van schenkende goden, maar te zijn met de positie die een student terecht van provokateurs, die door hun inleiding weerkan opeisen: die van een beginnende mede- gaven, maar ook kritiek en eigen, nieuwe antwerker in het zoeken naar feiten, werkelijkheid, woorden uitlokken waarop zij weer antwoorden waarden en waarheid. De wereld van de weten- met hun kritiek en nieuwe vragen of antwoorschap, een gemeenschappelijk bezit voor alle den die volgens hun beter zijn, maar weer aan mensen, is niet het monopoüe van een hoog- de kritiek worden prijsgegeven. De rol van de geleerde. Ze ligt grotendeels in boeken en ap- student ten opzichte van deze wetenschappeparatuur opgeslagen; en iedereen die er de lijke meerdere is die van een medewerker en gebruiksaanwijzing van kent en voldoende in gesprekspartner, welke zich in het vechtspel de toeëigenings- en verwerkingstechnieken is van horen, kritisch assimilerend spreken en ingevoerd, kan er zijn eigen, met anderen ge- zelfvinden opwerkt tot medebezitter en mededeeld bezit van maken. De rol van de gevorm- producent van sociale en eigen inzichten. de wetenschapper is om zo gauw mogelijk ook Aangezien wij lange tijd gewend zijn geweest anderen de technieken en het gebruik aan te aan een autoritaire verhouding die geen duileren die nodig zijn om zelf en samen het ge- delijke gerichtheid op een gesprek van vergeerfde goed te assimileren (of te weten waar het lijken bezat, zal het moeite kosten om deze te vinden is) en nieuw land te ontginnen door nieuwe rollen in te spelen. Uit deze rolveranmiddel van een beoefening en vernieuwing van dering volgt dan ook een andere institutionalisering van het wederzijdse resultaat dan nu de beproefde technieken. Het bestaande wetenschapsapparaat van de door de eenzijdige examenbeoordeling geuniversiteiten is een gemeenschappelijk bezit schiedt. Een intensivering van de werkcolleges voor de hele maatschappij, die dit apparaat ter kan het examensysteem waarschijnlijk voor een beschikking stelt van al degenen die met vrucht groot deel vervangen.

3.3. De wijze waarop de universiteit zich tegen een onrechtmatige overheersing van ondemokratische en vervreemdende machten kan verzetten omvat o.a.: 1) door gezamenlijk en interdisciplinair onderzoek moet zij een morele autoriteit opbouwen; doordat men de feiten (b.v. de preciese invloed van het grootkapitaal, inzet van research voor oorlogsdoeleinden enz.) en de alternatieve mogelijkheden kent, en kan aantonen wat beter is voor de maatschappij als geheel, kan men de leugens uit de wereld helpen en duidelijk maken wat de parlementaire vertegenwoordigers voor ogen hebben; 2) de universiteit zelf reorganiseren tot een interdisciplinaire en gezamelijke wetenschapsbeoefening in het licht van de fundamentele maatschappijvragen: welke welvaart, macht, produktie, kunst, film en vrije tijd moeten en willen wij voor morgen? en hoe bereiden wij deze het best voor?


NRG

MODERNE LEVENSVERZEKERING

één van de goede dingen in

automatische groei van het verzekerde bedrag door unieke winstdeling...

Notoer mij voor een proefabonnement op de Nieuwe Rotterdamse Courant van drie weken voor f IJS, welk bedrag ik op uw girorekening 40 zal overmaken,

^

ook in kleur uw bruidsfoto in natuurpark of in studio of een smalfilm (levend beeld) van uw trouwdag "ff Overal te ontbieden: Vraagï U -zonder verplirlilin<rin/a"<' v.o. werk

NRC TWEE WEKEN GRATIS

Naam met voodetters:

zonder geneeskundig onderzoek terstond en blijvend verzekerd door inzending van certificaat

HAGEMAN

^ •^ •^ yt

O een kwartaalabonnement h f1530. Bent krijg ik de

tussentijdse verhoging van uw verzekering door optiesysteem onafhankelijk van gezondheidstoestand...

HOLLANÖSCHE SOCIËTEIT VAN LEVENSVERZEKERINGEN N.V AS 1807 KANTOOR TE EINDHOVEN: GEBOUW MERCATOR DE HOUANDSCHE SOCIËTEIT WAAKT DEEL UIT VAN DELTA VERZEKERINGSGROEP N V

Adres

GILZEN Woonplaats

-iê

Br. foto studio & kino-handcl -tel.01605-485.

S.v.p. invullen met blokletter», uitlmippen en in gesloten envdop zonder postzc^d zenden aan: Abonnementenadministiatte Meawe Rotterdamse Courant, Antwoordnummer 1168, Rotterdam.

^Pelllkaan Tlib urof

IN TEGENSTELLING TOT HET MERENDEEL DER LANDELIJKE PERS PLAATSEN WIJ ONZE ADVERTENTIES TEGEN DE ACHTERKANT VAN HET NIEUWS ! PELLINORE EN HET SPEUREND BEEST

tf

In het boek van Terence H. White, The Once and Future King, treedt ook op de kostelijke figuur van koning Pellinore, die — weliswaar met een nukkige hond en een klapperend vizier niet erg succesrijk doch niet minder vasthoudend •— jacht maakt op het Speurend Beest. Na verloop van tijd bezvrijkt hij helaas voor de gemakken van een veren bed en vergeet de jacht. Geheel ontredderd wordt het Speurend Beest lange tijd later in het bos aangetroffen door Pellinore, die dan begrijpt dat zij niet zonder de jacht kunnen leven. Lerend uit het verhaal van Pellinore ook dat de show must go on blijft de fractie van het NSA in de TSR de excrementen van het „Beest" dat zij op het ogenblik moet volgen nauwkeurig onderzoeken. Aan de hand van de protocollen, die in het TAS-blad van 1 november j.l. zijn afgedrukt komen wij tot de volgende bevindingen. (1) Het voorstel dat handelt over de verdeelsleutel van de studentenafvaardiging in de Hogeschoolstructuurcommissie is door het gemaakte voorbehoud onaanvaardbaar geworden voor ons. Nog afgezien van de vraag of het mogelijk is vast te stellen dat een meerderheid van de Tilburgse studenten het vertrouwen in de benoemde commissieleden verloren heeft, lijkt het ons niet gewenst een van de leden te laten ontslaan voordat de commissie de gelegenheid heeft gehad een eerste verslag te maken waarover ieder zich een mening kan vormen. Door de mogelijkheid van voortdurend wisselen van leden zou het werk van de commissie in elk geval geremd worden. (2) Wij heben tegen de „Motie betreffende de uitspraak van de Heer P. van Boven in het Taekblad" gestemd. De motie is inhoudelijk niet zuiver. Wij willen op grond van een onduidelijke en voor meer dan één uitleg vatbare uitspraak niet ineens de medewerking aan de structuurcommissie stop zetten. Wel zouden

wij graag gezien hebben dat aan het curatorium een duidelijk standpunt over de structuurcommissie gevraagd was. (3) De tweede motie-van Boven luidende: „De T.S.R. spreekt haar afkeuring uit over recente uitspraken van de Heer Van Boven in Taekblad en Streven. Van Boven's insinuaties, dat er financiële banden zouden bestaan tussen linkse studentengroeperingen en kommunistische landen is in hoge mate kwetsend en naar de mening van de T.S.R. als laster te kwalificeren. Zij draagt aan het D.B. der A.T.S.O. op bekendheid te geven aan de mening van de T.S.R. en de Heer Van Boven t.a.v. zijn uitspraken ter verantwoording te roepen". Het is naar onze mening een beetje te hoogdravend stuk proza, waarin een volledig ongenuanceerde veroordeling wordt uitgesproken. De T.S.R. zou iets als laster gaan kwalificeren, terwijl het dat zeker niet is. Terecht is de motie niet aangenomen. Overigens vinden wij het wel betreurenswaardig dat de president-curator van de Katholieke Hogeschool zich niet onmiddellijk van deze onbewezen verhalen distancieert. Ook de opmerkingen van de Heer Becht over studenten van deze hogeschool, in het openbaar gemaakt tijdens een bezoek van prins ClaüS aan Tilburg, vinden wij ver beneden peil. (4) Het D.B. van de ATSO heeft geweigerd mee te werken aan een bezoek van prins Claus aan de hogeschool, omdat er geen persvertegenwoordigers aanwezig mochten zijn bij de discussie. De noodzaak van de aanwezigheid van pers kunnen wij niet inzien. Het D.B. ziet kennelijk de bezwaren ervan voor prins Claus niet. Daarnaast heeft het D.B. een representatieve taak, waarover het een eigen opvatting mag hebben doch die niet te zeer getroebleerd moet worden door politieke actie, waar dat niet op zijn plaats is. (5) Dan is er een motie ingediend over de stichtingen. Het is ons niet onbekend dat de S.V.B, op het ogenblik weinig op heeft met de parlementaire structuur van de grondraden en dientengevolge ook geen gulle

medewerking verleent aan het goed functioneren ervan. Dan kan het ook gebeuren dat er plotseling een motie komt die verstrekkende gevolgen heeft voor de stichting Nostrorum Sanitas, waarover de T.S.R. een oordeel moest geven., nadat de motie een maal was voorgelezen. De NSA-fractie heeft de vergadering, waar zó iedere medewerking onmogelijk gemaakt wordt, maar verlaten. Wij zijn van mening dat er naar gestreefd dient te worden spoedig de drie nieuwe leden in het stichtingsbestuur te benoemen, met wie men tevoren reeds overleg kan plegen over de voorgestane veranderingen. Wanneer men met benoemen wacht tot de veranderingen zijn geschied bestaat het gevaar van overhaaste stappen en wordt het werk in de stichting lange tijd geremd. Wat de veranderingen betreft hebben wij enigszins andere voorstellen. De benoeming van de studentenleden in het stichtingsbestuur moet geschieden door de T.S.R. uit een voordracht van drie personen voor elk te benoemen lid, welke voordracht wordt opgesteld door een commissie bestaande uit twee leden van het D.B. van de A.T.S.O. en twee student-leden van het stichtingsbustuur. Er moet een plicht tot informatie aan de T.S.R. bestaan, met zo nodig inzage in de stukken. Dit kan in bepaalde gevallen echter in overleg met het D.B. beperkt worden. De T.S.R. zou een ontslagrecht kunnen krijgen, dat alleen gehanteerd kan worden, wanneer de studentenleden htm plichten t.o.v. de T.SJL niet nakomen. Wellicht niet ten overvloede wijzen wij er op dat wij het niet nodig vinden ten koste van alles oppositie te voeren in die zin dat wij weigeren ook maar ergens onze medewerking aan te verlenen. Dat is tot op heden niet onze werkwijze geweest en wij willen het als het kan, voorkomen. Verder houden wij ons voor ieder commentaar aanbevolen. NSA-fractie in de TSR

5


VAN EN OVER

LINKS

Het koUegelopen aan de Hogeschool wordt onderhand een frustrerende bezigheid. Nee nee, het betreft hier geen kritiek op hoogleraren en andere koUeeggevende grootheden, ik zou niet durven. Nee, het gaat hier om mijn positie binnen het grotere geheel van informatiekonsumenten. Laatst liep ik een kollege van Plattel. Daar waagden enige duidelijk linkse rakkers met een disknssie te beginnen over de al of niet vermeende verworvenheden van het „massale autokratiese" hoorkollege. Achter mij werd de opmerking gemaakt: „links heeft kennelijk weer voorrang." Ik durfde niet om te kijken, want anders zou de betreffende persoon misschien wel in de gaten kunnen krijgen dat ik ook — verdekte — linkse simpatieën heb. Met lichtrode kaken keek ik dan ook — schichtig — voor mij uit. Wat later liep ik een kollege kulturele antropologie. Daar mochten we even diskussiëren over de wijze van kollegegeven. Een van de aanwezigen bezigde toen de opmerking „in de seik zetten". Naast mij wekte dit de reaktie: „zeker een linkse jongen". Beschaamd en verdrietig keek ik voor mij. Soortgelijke ervaringen kan iedereen opdoen, zeker als hij de euvele moed heeft „tiets-ins" te bezoeken, die, verdomme, altijd door linkse knullen worden georganiseerd, en waarbij dan iedereen wordt geprest aanwezig te zijn. Het lijkt er haast op dat de landerige rust in Tilburg is verdwenen. „De goeie ouwe tijd" is kennelijk voorbij. De S.V.B., Politeia, de KrU enz. zij geprezen. Maar laten we de dag niet prijzen voor de avond is gevallen. We staan nog pas aan het begin van een hoopgevende ontwikkeling. Er zal nog heel wat moeten gebeuren voor ik mij niet meer beschaamd hoef te voelen als dergelijke opmerkingen worden gemaakt. Wat kunnen die groeperingen nu doen om een dergelijke ontwikkeling te versnellen? Nemen we de S.V.G. als voorbeeld. Een stelletje van die linkse jongens komen regelmatig bij elkaar en diskussiëren (of noem het lullen) dan over alle mogelijke en onmogelijke zaken die op het ogenblik in diskussie zijn. Ze willen de studenten, en de hele universitaire wereld meer betrekken bij de maatschappelijke toestanden. Daarbij hebben ze maar een klein probleem: de huidige maatschappelijke toestanden bevallen hen niet. Waar ga je de studenten en de universitaire wereld dan bij betrekken? Bij een maatschappij die niet bestaat? Einde van de statiese gedachtengang. Studenten zijn jongeren, dat lijkt me nogal wiedes. Er zijn echter veel meer jongeren: werkende jongeren, studerende jongeren aan nietuniversitaire instituten, dienstplichtige militairen en „werkschuwe" jongeren; studenten zijn echter anders. Zij hebben kennelijk een aparte positie binnen dit geheel. Voor hen gelden aparte voorzieningen (studentenhuisvesting, studentenverzekeringen, studentengezondheidszorg etc). Wat zijn studenten nu eigenlijk voor wezens dat zij recht hebben op die speciale voorzieningen? Ik dacht zo, dat er genoeg „normale" maatschappelijke voorzieningen waren, waar dat hele pakket studentenvoorzieningen in konden ingepast. Bestaan er dan geen ziekenfondsen, gemeentelijke huisvestingsburoos enz.? Bij navraag bij de doorgaans goed ingelichte instanties bleek mij dat die „normale" voorzieningen wel degelijk bestaan. Weg dan met al die uitzonderingsregelingen voor studenten. Laten we hen aksepteren als maatschappelijke wezens met dezelfde rechten en plichten als ieder ander. ledere maatschappij kent zijn idealen en zijn tekortkomingen. Mooie stelling. Staan we niet achter. (Let op de generalisatie: ik praat nu over „we".) Die idealen belijden we allemaal, als we ze maar ruim genoeg formuleren. Vrijheid, gelijke kansen voor iedereen (op de hele wereld) en nog meer van dat soort zaken. Maar, en dat is de fijne grote maar, we kunnen niet alles realiseren, ofwel, we kunnen niet alles gelijk realiseren. Wat doen we nu. Laten we de zaak zoals ze is, in het verdrietieg besef dat het niet allemaal even fijn is? Nou worden we links. Nee! We gaan er wat aan doen. Wat gaan we er aan doen? Ja, dat is wat moeilijker te zeggen. 6

We moeten eigenlijk nog erg veel informatie tot ons nemen en die krities doorlichten om enigermate een idee te krijgen over de nieuwe en betere verhoudingen die we willen scheppen. We moeten werken, studeren moeten we, kritiseren moeten we en (nieuw modewoord) analiseren. Het zou wel fijn zijn als we dat met meerdere mensen konden doen. Dan kan de diskusie lekker breed worden, en hebben we wat meer tegenstrijdieg ideeën. Helaas blijkt, dat het altijd weer dezelfde jongens zijn die aan dezelfde dingen meedoen. Ook steeds dezelfde meisjes trouwens. Ziehier het moeilijke punt van de S.V.B. We zouden het erg op prijs stellen als zoveel mogelijk mensen deelnemen aan diskussies over allerlei zaken: sociale positie van de studenten (of de ontkenning daarvan), de situatie van het onderwijs (onder de titel: de kleuterschool tot kleuteruniversiteit), de positie van Nederland in de hele wereldsamenleving (klein maar dapper), de kritiese benadering van de stof die aan de verschillende fakulteiten (denk aan de heilige scheiding) wordt gedoseerd: ekonomie, sociologie, rechten, en misschien kijken we zelfs nog verder. Is het onderwerp van Uw keuze hier niet bij, geen probleem, richt zelf een nieuwe groep op of laten we die samen gaan oprichten. De S.V.B. is niet meer van plan een zwevend geheel te blijven met een kennelijke kern van superlinksers, we willen de diskussie opengooien en zoveel mogelijk mensen erbij betrekken. In de loop van de komende tijd zullen er nieuwe diskussiewaardige punten naar voren komen. Vaag hoorde ik al praten over toestanden rondom de struktuurkommissie, wat weer te maken heeft met het ontwikkelingsplan van de Hogeschool, wat weer te maken heeft met de Moor en van Boven. Laten We daar ook eens uitvoerig over praten. Wist U dat U over de hierboven genoemde zaken al informatie kunt verkrijgen? Er is elke middag gelegenheid om de meest uiteenlopende informatie-dragende paperassen te bekomen in de voorzaal van het kompleks dat „Eigen Huis" heet. Van twaalf tot twee.Regelmatig plakken we allerlei dingen aan en delen we soortgelijke gevallen uit waarin diskussiepunten zijn verwerkt, of waar mogelijkheden worden geschapen om te diskussiëren. Kom eens kijken.. Bevalt het U niet, zeg het dan, maar blijf in godsnaam niet weg. Dan komen we nooit verder. Of vindt U dat we niet verder moeten komen? Ja, dan wordt het allemaal wat moeilijker. Dan zullen we bepaalde dingen toch onder Uw aandacht moeten brengen. U wordt er dan min of meer direkt mee gekonfronteerd. Zet de deur eens open voor zo'n konfrontatie, slik eens wat en voel U eens opgenomen in de hele informatiestroom. Mis^ schien stroomt U later dan vanzelf mee, zonder dat U in de gaten hebt dat U aan het zwemmen bent. Weet echter wel, dat we altijd stroom-

opwaarts gaan, en dus nog weleens opstakels tegenkomen. We nemen die echter en masse. We moeten ons niet door die opstakels laten kanahseren, we blijven immers een stroom, waarvan niemand precies kan bepalen hoe die haar bedding gaat vinden, behalve degenen die deel uitmaken van de stroom als zodanig. Stroom echter mee, en blijf zwemmen. Dick de Graaf

HET BERKENBOSJE Zij ademde diep, wat een gemauw, het regende zelfs, binnen in het berkenbosje dat — naar men zei: de dokters, de professoren, de verpleegsters en zelfs het gekke kleine mannetje met de pet daar haar regelmatig aanklampte en dan zei: hallo hoe gaat het met ons berkenbosje, waarop ze eerst dacht dat hij op haar venusheuveltje doelde, maar later begreep ze dat het verband hield met de rest — haar binnenborst moest bevolken, tussen de bloedadertjes in haar longen. Het kwam zelfs naar buiten, soms, snachts, als ze erg moest hoesten. Dan kwam een rode vlek op haar hoofdkussen, dat ze dan moest verbranden. En kussenslopen zijn duur! Ja zeker, daar gaat veel geld inzitten, als je elke sloop om de twee nachten moet verbranden omdat er bloed op zit. Want langer dan twee nachten, ging het niet, dan begon het erg te ruiken, zoals, dacht ze soms, een ontmaagding, maar dan via de mond. Ze grinnikte zo duidelijk, dat de nette in zwart geklede ober even opkeek, naar de stille vrouw met donkere ogen aan het raam, die koffie schonk, en daarna één voor één de blaadjes van de bloemen begon te trekken.

m

EEN HANZEN-ANUS, EN ANDERE VERHALEN Inleiding. Het lijkt op het kraken van te zwaar gemarsepeinde tandjes in je hersens, als je bemerkt hoe weinigen van de mensensoort — die toch met het Verstand begiftigd heet te zijn — tot het gebruiken en interpreteren van de door oor, oog, neus en gevoel aangesleepte gegevens in staat zijn. Met de allengs groeiende stroom Openbare Verantwoordingen, Rectificaties, Perskommunikwees en andere aan de Publieke Opinie prijsgegeven ontboezemingen wordt het voor mij zeer belangrijk mij te voegen bij deze rij van snikkende Van Hali's, beschaamde politieagenten, woedende curatoren, overtuigde NSAers en grinnekende SVB-ekstremisten. Let wel: noch zeg ik dat ik mens ben, noch dat ik wel tot een juist gebruik en intelligente interpretatie in staat ben. Sloot. Het is me wat, in die studentenwereld van vandaag. Nauwelijks ben je bekomen van het koliek, waarin de verstoorde rectoraatsoverdracht je deed vallen, of je moet weer geest (vervolg op pag. 9)


HET RODE LICHT Iedereen heeft het volgende voorval wel eens meegemaakt. Bij het stoplicht staat een groepje fietsers. Er komt weinig verkeer aan. Plotseling stapt er één op zijn fiets en rijdt door het rode licht heen. Meteen volgt de hele duffe troep, blijkbaar zonder ook maar een moment te aarzelen. Dit verschijnsel — sociologen zullen er wel een naam voor hebben — doet zich overal voor. Het doet mij in het bijzonder denken aan de wijze, waarop sommige groeperingen aan onze Hogeschool zich voorstellen hun ideeën in praktijk te brengen. Zij nemen het recht in eigen hand en speculeren erop, dat de menigte hen dan wel zal volgen. Misschien niet ten onrechte gaan zij er vanuit, dat ieder zozeer onder de indruk komt van hun „revolutionair" optreden, hun engagement in woord en geschrift, hun vaardig en intelligent hanteren van de intellectuele spreektrant, dat ze zo'n beetje de lakens kannen uitdelen. Hoezeer de publiciteit hiervoor van belang is, bleek wel bij de aanpak van het oriëntatiebezoek van prins Claus. Uiteraard voelde men niets voor een besloten gesprek, maar des te meer voor een soort openbaar debat. Natuurlijk kan er dan van een eerlijke discussie over problemen geen sprake zijn, als door een partij elk woord op een goudschaaltje moet worden afgewogen. Want mensen in een verantwoordelijke positie of openbare functie, kunnen zich nu eenmaal niet vrij uiten, wanneer er vlijtig noterende journalisten als toehoorders bijzitten. Ongetwijfeld zou ook Politeia wel iets in petto hebben gehad, als dit bezoek doorgegaan was. Wat bij dit alles vooral te betreuren is, is het feit dat de atmosfeer langzaam maar zeker verpest wordt. Elke gematigdheid of informaliteit wordt het stempel „paternalisme" opgedrukt. Het schijnt nodig te zijn, dat er gesloten fronten tegenover elkaar komen te staan; één van machthebbers en één van machtbelusten. Deze polarisatie wordt dan gepropageerd onder het vaandel van inspraak en medezeggenschep. Wil tot revolutie is belangrijker dan redenen voor revolutie. Wie met een stok wil slaan, kan wel een hond vinden. Als dit toch nog moeilijk wordt, dan moet die hond eerst geschapen worden. Als de professoren niet autoritair zijn, dan moeten ze maar autoritair gemaakt worden. Als de politie ergens beheerst optreedt, zorg dan dat je ze net zolang pest tot ze hun zelfbeheersing verliezen. Als er een studierapport uitkomt, kraak het dan af, eventueel met halve waarheden. Koste wat kost, een revolutionaire situatie moet tot stand gebracht worden. De moeilijkheden, die zo ontstaan, zijn in niemands belang. Wie is er mee gebaat, als er op den duur van enig onderwijs op niveau geen sprake meer kan zijn? Wat, als de bestudering van de „homo economicus" heeft plaats gemaakt voor politicologie en indoctrinatie? De vrees voor vakidiotie lijkt me ongegrond, want hoe men in die weinige college-uren overgespecialiseerd kan raken, is mij een raadsel. Dit brengt me op een ander punt. De universiteit is van nature kritisch, maar op een wetenschappelijke manier. Wetenschap is eenzijdig, maar zich daarvan bewust. Wat men zich tijdens de studie dient eigen te maken'is een manier om de werkelijkheid te beschouwen. En aan een economische faculteit zal dat het economische denken moeten zijn — met de daarbij behorende technieken. In elk geval is een bezinning op werkwijze en taak van een universiteit zinvol. Zij, die hiernaar streven, hebben een zware taak op zich genomen. Laten zij — en ik weet dat velen juist in S.V.B.-kringen ook daaraan bun tijd en enthousiasme wUlen besteden — hiermee voortgaan. Maar ik hoop dat zij zich niet onder traditioneel-linkse inspiratie laten verleiden tot een grenzenloos extremisme. Het licht mag dan

op rood staan, dit is niet voor iedereen een aanmoediging om zonder uitkijken achter de leider aan te lopen. W. J. F. I. Nuyens. Commentaar overbodig. (Red.)

HERSTRUCTURERING MET POSTUMUS? De nota Posthumus bevat zeker een aantal bruikbare suggesties voor de zo noodzakelijke herstruktnrering van het universitaire onderwijs, het afrekenen (examens) per semester b.v. „Wat bevreemdt, is echter dat de relatie van het model-Posthumus met zijn eigen principiële stellingname ontbreekt" (R. Gras in „Vrij Nederland"). De noodzaak voor het scheppen van orde en duidelijkheid, en de „onmogelijkheid" van het invoeren van fundamentele veranderingen op korte termijn zijn blijkbaar de redenen waarom Posthumus de wezenlijke problemen van de universiteit omzeilt en probeert de zaak onder kontrole te krijgen door de studieduur te beperken. De wezenlijke problemen zijn de autoritaire didaktiek, de verwezenlijking van autogestion, zeggenschap van de betrokkenen, de afwezigheid van systeemkritiek en engagement, het doorbreken van het kunstmatige elitekarakter van de universiteit, de verouderde fakultaire opbouw enz. ledere poging orde, duidelijkheid en efficiency te scheppen zonder de problemen op te lossen moet verworpen worden. Ook Posthumus. De uitgave van de Nijmeegse KrU: „Aantekeningen voor een radenuniversiteit" levert een veel fundamenteler diskussiestuk op, dat niet alleen een geïntegreerde didaktische en organisatorische verandering beoogt, maar dat bovendien een weg aangeeft om van de universiteit een voorbeeld van direkte demokratie te maken. De universiteit zou zo naast een centrum van wetenschap en onderwijs een centrum voor maatschappijvernieuwing kunnen worden. Essentieel in het plan is het voorstel tot projektonderwijs: het leren vanuit bepaalde projekten, gericht op een centraal thema waarin de deelnemers samen met de begeleiders (docenten en e.v. ouderejaars) de ontwikkeling van de projektstudie bepalen. De zelfstandige studie, direkt in aansluiting op persoonlijke interessen, waarbij bovendien de „eenheid tussen onderwijs en onderzoek" opnieuw tot stand gebracht wordt, maakt de traditionele eksamens overbodig, en doorbreekt de autoritaire pedagogische verhoudingen. Het is duidelijk dat een kwalitatieve verandering (i.t.t. Posthumus) op praktische problemen zal stuiten, maar eksperimenteren is noodzakelijk. En waarom zou dan de KH, met zijn relatief gunstige situatie, niet eens een precedent scheppen en proberen de impasse te doorbreken? kees de boer.

(vervolg van pag. 5) wensten. En dat waren er velen, allereerst het college van notabelen. Maar zij hadden het ernstig mistrojfen in dit, het moerassigste, deel van den hof. Ze hadden er dan ook een pomp neergezet om hen in regenachtige tijden wat te draineren, een pomp met een bordje om de hals: GEEN DRINKWATER. Op de tweede rij lag Cornells Johannes (18021891) en daarop zijn vrouw Cornelia Johanna (1811-1894). Dat arme mens had hier dus nog drie jaar staan verkleumen, op allerzielen en tussendoor, ergens wel en eigenlijk niet hetzelfde lot wensend. Maar het was er dus toch van gekomen. Ik doolde voort de cirkels volgend tot in de kale periferie, waar de doden genummerd zijri ten eeuwigendage, waar zerk noch bloem zich boven hen verheft, en waar een pastoor, die zich altijd om de armen had bekommerd, de eeuwige deemoedige uitmat door er met veel luidruchtige pompa, zoals weleer op zijn preekstoel, tussen te liggen. Het afgewende graf op de hoek wees er evenwel op, dat hier toch van kollaboratie met de bourgeoisie sprake was. Hij zag in de geste van de pastoor niet veel meer dan een poging de ten achtergestelden ervan te weerhouden, in een zekere nacht de rijkaards onverhoeds uit hun graven te verdrijven om er daarna met hun hele hebb enen houden zelf hun intrek te nemen. De overige simpele doden ontkenden dit door hun ligging, of uiteraard, doorzagen de list niet. En terwijl ik daar op een zachte tombe zat, bij Jan, viel ook hier de nacht, waarmee de mist zich mengde. Ik poogde me met het komende lot te verzoenen en overwoog de plaats die ik dan zou kiezen. Het zou er best gezellig wezen. We zouden het kamp dan eens kunnen opdelen in links en rechts en dan des nachts teach-ins organiseren over „God is Levend!" De slaap met de doden is verkwikkelijk, om 7 uur al zegt niemand meer iets en heel de nacht is het stil op de gangen. Aan hun „zijn" valt ge enwoord toe te voegen, want het is er niet. Het is de levende, die wil vereeuwigen wat was en zoals het was, en het daarmee de luister niet gunt van het „geweest zijn". Toen de morgen kwam ging ik weg, want ik leefde nog; bij het laantje aan de uitgang keek ik nog eenmaal om. Maar m'n oog viel op het daargeplaatste bord van de gemeente: einde van de bebouwde kom en van de vijftig kilometer zone. Daar ging ik dan maar weer binnen, het Rijk van de Sprookjesdood achter me latend. (WM)

DRUKWERK Onze Bovenmeester, Meester van Boven, zoekt zich nog steeds rot naar bewijzen dat het studentenprotest financieel wordt gesteund vanuit communistische landen. Nou, meneer van Boven, ü kunt tevreden zijn hoor: vorige week heb ik een roebel op de ATSO-kamer gevonden. Ontwerp-motie: Ondergetekenden dringen er bij de Opperste Sowjet op aan, de gebruikelijke aanvulling op het fooienstelsel van Veringa met, pak weg, 25% te verhogen, in verband met de sterk gestegen tarieven van borden, latten, lakens en verf. Het thema voor de Hogeschooldag-teach-in luidt in tegenstelling tot eerdere berichten: „De Universiteit en Andere Bedrijven". Hierbij een laatste tip voor meneer Kuypers, het hoofd van de huishoudelijke dienst, om voorgoed van de w.c.-dèur-kras-ellende af te komen: a) Koop een dertigtal schoolborden, bordewissers en doosjes krijt (ook kleuren); plaats het geheel in de toiletten. (vervolg op pag. 9 bovenaan) 7


Dagboek van Parijs + 14 Dagen gratis Algemeen Handelsblad.

aarts&co HEUVELSTRAAT t l

p>IrT H\ * %- • l i i i g&

KÉIIP

mm^M: i

ZOEKT U EEN LEUKE JOB BELT U MIJ DAN EENS OP f t

T" I I

l u l

*

WILLEM II STRAAT 56

S 1 U l/lf ü TL I BURG W

Parijs. De Mei Revolutie 1968. Menselijk onbehagen versus een gevestigde maatschappij Barricaden en straatstenen In plaats van terras- en boulevardtoerisme. .^ >0 Lees hoe het was in het Dagboek van Parijs, l " ___--_--__--_-_^>C^_ Stuur deze bon in een ongefrankeerde enveloppe Verzamelde artikelen van het Algemeen Handelsblad. naar; Algemeen Handelsblad, Antwoordnummer Feiten en commentaar in woord en beeld. 4444, Amsterdam. Van dag tot dag. Voor een gulden. Goed voorQ Stuur mij het Dagboek van Parijs. Ik betaal beeld van hoe het Algemeen Handelsblad denkt en f 1,— bij ontvangst, en tevens krijg ik 14 schrijft Altijd. dagen gratis Algemeen Handelsblad. Ontdek 't ook. Knip de bon uit. Voor het DagG Ik neem een kwartaal abonnement voor ƒ15,50 op het Algemeen Handelsblad, (eerst boek van Parijs. • krijg ik de krant 2 weken gratis, .daarna gaat En voor veertien dagen gratis Algemeen Hanpas het abonnement in). delsblad. (Zet een kruis In één of belde hokjes).

I

W

• | | . ; ; | ^ 1 t?!. 30541-31226

de reep van de fijnproevers

Uw naam Straat

...

Plaats

...

Tel. Handtekening .jfa-st. 10.

ALGEMEEN HANDELSBLAD ...de heldere krant

verrukkelijk., het is Verkade 1


i i ^J C

Lukt dit nie dan:

L I 1^ BV W • •

*

c) haal de deuren eruit. De Tilburgse revolutie zal nog lang op zich laten wachten. Zeker als het ligt aan al die zich S.V.B.-er noemende „intellektuelen" die er blijkbaar een onbeschrijfelijk plezier in hebben om naast hun drukbezette studieprogramma hun vrije tijd door te brengen in knusse diskussieklubjes of „vooruitstrevende" disputen, kontend achter pilzen over het wel maar natuurlijk vooral het wee van onze maatschappij en de toestand van het wetenschappelijk onderwijs, daarbij vol vertrouwen blikkend op de hope der toekomst, zichzelf. Ze weten het nog zo goed van vroeger: „Stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw". En dit is dan het bewijs: „Wij zijn zo links, linkser kan het niet". Want daar gaat het tenslotte om: je telt niet meer mee als fe niet verder komt dan wat dronkenmanslol op de kroeg; en die linkse studenten doen het zo aardig, het is eigenlijk een interessante afwisseling vergeleken bij b.v. het corps-studentendom. Het is zo makkelijk om op een teach-in de demokratie-minnende student uit te hangen, of om te dingen naar een plaats in een studiekommissie om dan iets te betekenen en de inspraak van je achterban door je heen te voelen stromen, die resulteert in een heel klein duitje, dat je in een heel onbeduidend zakje mag doen, in de waan verkerend medezeggenschap van de student te verwezenlijken.

Voor Ie jaars: Wat je vrijdags om 5 uur in de trein van Tüburg naar Maastricht hoort heeft uiteraard niets met dialectiek te maken. De Tilburgse vervenaar Mols (die van 't mensabalkon) heeft 't allemaal eens uitgelegd: (zie Hogeschoolblad) „Men kan twee dieren onderscheiden die aan 't paren zftn ..." Denkt meneer Mols nou werkelijk dat ie met dit soort mededelingen mijn eetlust heeft zitten verhogen? Ik vrees zelfs dat men af en toe (tenminste) 2 paren kan onderscheiden die aan het kotserizijn. Ik ga straks nog even naar het Vestzaktheater om een bakje Undergroundkoffie te drinken.

Ze roepen amen, als hun werkelijk geëngageerde geestverwanten schelden tegen het imperialisüsch-kapitalistische stelsel dat de derde wereld onderdrukt, maar maken zich achter hun boeken en keurig bijgehouden kollegediktaten druk over hoe ze de winst zullen maksimaliseren van het bedrijf waar na de bul voor hen een schitterende karrière ligt te wachten. Ze knikken instemmend, als werkelijk konsekwente KrU-mensen als taak voorstellen van het maatschappelijk onderwijs de vorming van maatschappij-kritisch intellekt i.p.v. het afleveren van voor het bedrijfsleven plooibare akademici, maar in een werkgroep over studierendement en studiemethode menen ze zich te moeten bezig houden met de vraag hoeveel procent van de spoorstudenten de bul behaalt, daarbij verklarend linkser te zijn dan de linker S.V.B.-vleugel (nogmaals: daar gaat het om), maar daarom een opdracht voor een werkgroep nog niet met «en roodgeverfd potlood uit te willen voeren. Alsof het hem daarin zit. Blijkbaar wel. Het moge duidelijk zijn, dat elke „proletarische" revolutie niet in de laatste plaats tegen dit soort „linkse" status-zoekers gericht is. Een werkelijk kritische houding is slechts mogelijk door werkelijke geëngageerdheid en omgekeerd. Het kunstmatige onderscheid, dat prof. Stalpers in zijn lezing over student en student-zijn tijdens de introduktiedagen maakte tussen de geëngageerde en de kritische student is een hersenschim. Onze „linkse" statuszoekers zijn niet-kritisch omdat ze niet-geëngageerd zijn (en omgekeerd). We zijn nogal eens makkelijk geneigd om de emotie als storende faktor onder de tafel te schuiven en prachtig lopende analyses, theorieën en oplossingen te verwachten van de immer evenwichtige ratio. Het is de fout die het „wetenschappelijk" onderwijs op haar ivoren toren doet blijven zitten. Ons getheoretiseer kabbelt dan rustig en vrijblijvend voort, zonder dat we werkelijk bij de (nood)situatie betrokken zijn. De akademische emotie moet maar eens geprikkeld worden door direkte konfrontatie met de konkrete zaken waar het uiteindelijk om gaat: geestelijke onvrijheid, imperialisme, volkerenmoord, armoede, honger enz. Pas dan weten we waar we mee bezig zijn, of dienen te zijn. Zonder dit engagement hoeft men niet meer kritisch te zijn, want men kan zich in dat geval met een gerust geweten en aan de hand van oeroude recepten wijden aan winstvergroting en schijndemofcratie. Omgekeerd raakt men, als de onkritische oogkleppen zijn verwijderd, intenser bij de maatschappelijke noodsituatie betrokken, en men zal zijn konsekwenties moeten trekken. Misschien zullen ze verstrekkend zijn. De konsekwent revolutionaire student maakt van de revolutie geen liefhebberij voor verloren

w.s.

Een feodaal

gebaar

Het is weer zover: Hogeschooldag en Hogeschooldies, resp. 16 en 21 november. Mogen deze manifestaties in vroeger tijden U weet wel, het Rijke Roomsche Leven, Brabantia Nostra, Corporatisme, Rerum Novamm en nog veel meer - hun zin (en tegenzin!) gehad hebben, heden ten dage doet dit alles nogal kolderiek aan, zeker wanneer men bedenkt, dat de autoriteiten, in de stellige overtuiging verkerend, dat het verschil van mening tussen „de leiding" en de studenten toch via de bestaande machtsverhoudingen opgelost moet worden (de structuurcommissie is dus een wassen neus!), nog steeds van een volkomen achterhaalde conceptie aangaande de hogeschoolstructuur uitgaan. Ook deze leiders kunnen toch niet zó bedrijfsblind geacht worden, dat zij niet onderkennen dat er van een Hogeschoolgemeenschap geen sprake meer is! Niet dat we nu zo gelukkig moeten zijn met de heden ten dage optredende polarisatie, dit neemt echter niet weg, dat deze een feit is. We zien dat stafconvent en studenten als gevolg van het bizonder ondoorzichtige beleid van met name het curatorium, steeds meer aansluiting bij elkaar zoeken en één front gaan vormen tegenover de gezagsdragers, wanneer het gaat om belangenbehartigings- en ideologische kwesties. Het doet dan ook bepaald lachwekkend aan te horen, dat de heren curatoren ter opluistering van de Dies Natalis hebben besloten zichzelf, de hoogleraren, de leden van de wetenschappelijke staf en het personeel van de diverse diensten een koud buffet aan te bieden. Dit zoo dan te gebeuren staan in de Koninklijke Philharmonie, vanouds bekend als de sociëteit der Tilburgse upper-ten. Toch zit dat er diep ingekankerd, die opvatting aangaande de scheiding van ziel en lichaam: de Hogeschool bestaat uit verschillende geledingen, het alleenzaligmakende echter is het onderscheid tussen personeel in mime zin enerzijds en studenten anderzijds. Wordt het geen tijd om definitief af te rekenen met deze feodale toestand? P. van Eeuwijk

(vervolg van pag. 6) & leden bij elkaar rapen na een anti-clausdemonstratie. Hans staat daar wat spottend tegenover. Natuurlijk vond ook hg het zeer heroïsch hoe die zwarte negers uit Amerika op de Olympische Brood en Spelen in Mexico hun gehandschoende vuist naar de zengende zon ophieven, natuurlijk vindt ook Hans wel dat er in Tilburg iets moet veranderen, maar niet verandering om de verandering, nee, zo kom je van de wal in de sloot, elke verandering moet ten Goede zijn. Weet je wel. Linke Loetje. flö/w staat er wat spottend tegenover. Teruggrijpend naar het verleden, herinnert hij zich een avond op de KROEG, waarop ik met hem van gedachten gewisseld had rond het thema: „lange hete zomef'. Hij zag dat niet zo, zoals ik dat zag. (leuke zin die laatste)). Nee, het beduidde voor hem niet veel. Ik dacht toen aan en sprak toen van voortgaande studentenrebellie, negeropstanden in amerika, volksopstanden in Latijns-amerika, ach, iedereen weet wel wat er onder onlusten te klasseren valt. Maar Hans zag dat toen nog niet zo. Dat was niet zo erg. Veel en veel erger is, dat hij nu zegt, dat er een lange stille zomer — nee nee, niet klimatologisch gesproken, ha ha, kerel, dit is beeldspraak! — aan het wereldpolitieke leven is voorbij geschoven. En na zie ik Hans eensklaps als een slecht krantenlezer, wat zeg ik?, een zeer slecht krantenleezr, jaja, z'« volkskrant 's morgens WIBO op pagina 1, en linke loetje op pagina zeventien, en natuurlijk, het VOEBALLE, maar niet pagina één en drie, bovenaan: Frankrijk, Peru, TsjechoSlowakije, Mexico, en dan: kan ik het helpen dat de USA zoveel geld over heeft voor binnenlandse troepen dat elk zwart negerghetto afdoend afgesloten (beschermd) kim worden? Hans geeft ook wel toe dat hij de krant niet leest en hij doet dat op de manier van de kruidenier bij ons uit het dorp, die alf hij gekonfronteerd werd met iets geks, iets vreemds, iets nieuws, hoofdschuddend zei: „Och, dat begrijpen wij gewone mensen nief'. En Hans zegt: „Och, wij gewone volkskrant- en ehevierlezertjes (elsevier noemt hij een publiciteitsmedium!) begrijpen dergelijke dingen niet zo goed".

uurtjes achter de bar. De periferie van de S.V.B, heeft een overschot aan hobby-isten. Wie de schoen past, trekke hem aan, en „stemme in februari op het N.S.A." (citaat).

J.M.P.F.K.Q.G.J.M.H.S. (voor vrienden Hans)

F. G.

(vervolg op pag. II)

Geeuwen.

9


DE TAAK VAN DE STUDENTENOPPOSITIE. Aan alle universiteiten voltrekt zich in de loop van de laatste jaren een duidelijk bewustwordingsproces. Van de ondemokratische autoritaire leersituatie komen de studenten door theorie en aktie op de ondemokratische onvrije struktuur van onze kapitalistische maatschappij. De ekspressie van deze bewustwording vindt plaats in een botsing met de gevestigde orde. Het geweld van de politie blijkt dan in schrille tegenstelling te staan met de geweldloze studentenakties. De politie en het leger blijken dan als onderdrukkingsapparaat aan de zijde te staan van één klasse, en de situatie blijkt beheerst te worden door enkele kontradikties. 1. De tegenstelling tussen de belangen van de arbeidersklasse en die der monopolistische ondernemingen. Dit is de tegenstelling tussen de ideologie van de vooruitgang gebaseerd op de ekspansie van de ondernemingen, en de maximalisering van de produktie en de winst, die suggereert dat de belangen van de arbeiders identiek zijn aan de belangen van de bezitters, en daartegenover de bestaande situatie waarin de wezenlijke belangen van de arbeidersklasse, zelfbeschikking en vrije ontplooiing, d.m.v. manipulatie ondergeschikt gemaakt worden aan de belangen van de gevestigde orde. Hun solidariteit met het proletariaat van de derde wereld, dat strijdt tegen fundamenteel hetzelfde kapitalistische systeem, blijft nog latent door het sukses van de manipulatie en de meningsfabrikage van systeemaffirmatieve media. Dat het proletariaat van de derde wereld al wel in strijd verwikkeld is met het systeem, komt voort uit hun scherpere en gewelddadigere onderdrukking dor een kapitalisme dat daar zichzelf ontmaskert als een agressief neokolonialisme. Voorbeelden: de operaties van de United Fruit Company in Midden-Amerika, de blokkade van Cuba, Laos, Vietnam, Angola enz. Taak van de studentenoppositie: Studenten dienen er zich bewust van te worden „hoe de belangen van de arbeiders en studenten elkaar raken, als sociaal onderworpen groepen, instrumenten in handen van de holdings" („Ervaringen uit twee jaar strijd te Leuven"). Door akties zullen de werkelijke verhoudingen blootgelegd moeten worden, terwijl tevens een aktieve solidariteit van beide groepen bestrijders van een autoritair apparaat verwezenlijkt zal moeten worden. De demokratisering van de universiteiten en het gehele onderwijs is een direkt arbeidersbelang, omdat daardoor de toegang voor hen vrijgemaakt wordt tot kennis en onderwijs. Slechts 10% van de studenten is afkomstig uit die laag, die 60% van de bevolking uitmaakt.

2. De tegenstelling tussen de ideologie van de demokratische staat en de monopoliekapitalistische werkelijkheid. De twijfelachtige formele dèmokratie is een dekmantel voor de ongelijke ekonomische machtsverhoudingen. De ontwikkeling van de ekonomie brengt voor het bedrijfsleven de noodzaak mee het regeringsapparaat te gebruiken voor effektieve planning om het wetenschappelijk onderzoek en de verdeling van het investeringskapitaal in funktie van de monopolies te regelen. Doordat de politieke macht steeds hechter met de ekonomische macht verbonden raakt vindt een proces van ondemokratisering plaats. Het is dan ook niet te verwonderen dat de massa ongeïnteresseerd is in de parlementaire debatten binnen het kliekje karriëremakers in de tweede kamer. De werkelijke beslissingen worden steeds meer buiten het parlement genomen. Voorbeeld: de Bilderberg konferenties tussen groot-kapitaal, militairen en Prins Bernhard. 10

Taak: analyse van de ekonomische machtsverhoudingen, het neokapitalisme, het funktioneren van de dèmokratie en bij de bewustwording en aktie die daarop volgt een zo groot mogelijke groep te betrekken. We moeten niet verwachten dat ons systeem haar ondemokratische struktuur nu al, in een nog niet gespannen situatie zal tonen, maar door aktie zal blijken, hoe het parlement een facade is en slechts in de abstrakte theorie demokratisch, waar net gedaan wordt alsof kompromissen binnen het huidige systeem het volksbelang zijn. We leven in een situatie van een europa dat zich steeds verder f asciseert (griekenland, duitsland, frankrijk), waarin het parlement op de helling wordt geplaatst („Notstand"), waarin de demokratische verkiezingen nog verder uitgehold gaan worden (afschaffing van de kleine „ekstreme" partijen), en waarin de grondwettelijk gegarandeerde rechten zo maar aangetast worden (griekenland, italië, spanje, frankrijk, Portugal, belgië, duitsland, nederland). Taak: een zo hecht mogelijke oppositie te vormen voor de handhaving van de huidige vrijheden, en tegen de fascisatie van dit systeem. Het kapitalisme zal proberen zich zo sterk mogelijk te organiseren tegen de aantasting van haar veroverde positie in de derde wereld, en zal daarom ook een solidaire oppositie binnen het systeem willen uitschakelen. „Amerika gaat een tijd van onderdrukking tegemoet" (Noam Chomsky: Vrij Nederland). De oppositie zal haar rechten in elke situatie moeten opeisen. 3. De tegenstelling tussen de ideologie van de universiteit als onafhankelijk, waardevrij en wetenschappelijk instituut in dienst van de vooruitgang van de mensheid en de bestaande situatie van gebondenheid aan belangengroepen, van klasseinstituut en een onwetenschappelijke technokratische opleiding icn gunste van het bedrijfsleven. De universiteit konformeert zich zonder meer aan de maatschappelijke doeleinden zoals die op dit ogenblik gedefinieerd zijn, en verliest daarmee haar morele en wetenschappelijke autonomie. De wetenschap heeft haar objektiviteit verloren, is waardegebonden geworden en onwetenschappelijk, juist doordat ze weigerde zich op haar waarden te bezinnen en zonder meer de heersende ideologie overnam. Voorbeelden: de volmaakte afwezigheid van systeemkritiek, en het onderwijs hierin, de invloed van het Philips-koncem op de THEindhoven, de invloed van Shell op de THDelft, en de invloed van het A.K.W.V. op de KH. Dit laatste behoeft enige adstruktie: dat van Boven, onze president-kurator, voorzitter is van het A.K.W.V. mag algemeen bekend verondersteld worden. Maar dat de invloed van het A.K.W.V. op het Hogeschoolbeleid onlangs is uitgebreid door de benoeming van Loevendie tot kurator, dit wordt pas duidelijk als men de karrière van Loevendie beziet. Van student in de ekonomie aan de KH werd hij sekretaris

van het A.K.W.V., van daaruit promoveerde hij tot vice-sekretaris van kuratoren, sekretaris van kuratoren en dan, plotseling en volkomen ondemokratisch: kurator. Zou zijn benoeming tot president-kurator in de lucht hangen? Taak van de oppositie: het aan de kaak stellen van de politieke betekenis van de pedagogische verhoudingen (Milbergue) en van de kloof tussen akademische pretentie en universitaire werkelijkheid. De oppositie zal steeds, samen met weldenkende professoren en wetenschappelijke medewerkers, de afhankelijkheid van de universiteit moeten aantonen en voortdurend onafhankelijkheid moeten eisen. Wat betreft de wetenschap zal ze de eenzijdigheid van de erkende theorieën moeten benadrukken, en zal ze de studie van afwijkende meningen moeten voorstellen. Hoe de oppositie zich in Tilburg qua theorie en praxis zal ontwikkelen is niet vooruit te voorspellen. Wel weten we nu al. dat een grote groep studenten walgt van de opleiding tot vakidioot, van de burgerlijk-tevreden sfeer, en van de kunstmatige scheiding die men maakt tussen studenten en arbeiders. Ook weten we dat het veel moeite zal kosten om de autoritaire struktuur van de universiteit en de maatschappij te wijzigen in een demokratische. Maar we zullen ons standpunt moeten innemen voor een demokratische vrije samenleving, en tegen de volkerenmoord, uitbuiting en repressie door de bestaande orde. En de autoriteiten zullen fouten maken! En steeds duidelijker zal blijken hoe die integere autoriteiten de vrijheid van de universiteit verraden. Door de akties, door de theorie en door de fouten van de autoriteiten zal zich een steeds breder front vormen. SMASH CAPITALISM! harry verkooyen kees de boer

WETENSCHAP

(vervolg van pag. 11) UNIVERSITEIT

tische zwoegers, die deze puinhopen verhogen. Zonder deze integratie dreigt alle onderzoek zinloze puinvermeerdering te worden. Ortega y Gasset pleit voor een universiteit, waar vorming op basis van kennis-integratie plaats vindt en waar de onderzoekstaak geschrapt wordt. Deze universiteit zou de specialisten moeten genezen van hun blindheid t.a.v. problemen die niet in hun denkdiscipline passen. Deze universiteit zal onafhankelijk van de eisen van het bedrijfsleven haar wetenschappelijke arbeid vrij en autonoom moeten kunnen verrichten. De verlangens van de studenten in zake programmering van het onderwijs moeten verdisconteerd worden. De discrepantie tussen onderricht en maatschappij zal op korte termijn moeten verdwijnen. Onderricht dan verstaan in de zin van werkgroepen, die relevante maatschappelijke kwesties bediscussiëren. Kortom een universiteit die haar studenten kritisch leert staan ten aanzien van traditionele en reeds lang achterhaalde werkmethoden en t.a.v. de gevestigde orde, die te egoïstisch is ingesteld en louter op eigen voordeel uit is. Frans van Beek.


Wetenschap - Universiteit Terwijl vroeger de afstand tussen kenner van wetenschappelijke waarheid en samenleving zeer groot was en de wetenschappelijke wereld hoog vereerd werd, is nu de wetenschap gearriveerd en middel tot maatschappelijke macht geworden. Daarom is momenteel de strijdvraag „Is wetenschap middel of doel" uiterst actueel. Echter de vraag naar en de bezinning op de wetenschap als middel tot verhetering van de menselijke wanverhoudingen, zien we wegsterven ten gunste van de hedendaagse vanzelfsprekende opvatting van wetenschap als middel tot managing van de mensenmassa, de natuur en de bevrediging van primaire en secundaire lusten. Deze opportunistische visie en door de tijd bepaalde waarde van de wetenschap neemt dusdanige vormen aan dat sommige wetenschappers doorslaan tot de beigdenis: „wetenschap als doel", om zich daardoor te verzetten tegen een opvatting van wetenschap, die zich laat gebruiken als middel tot materieel resultaat of macht. Zoals bekend zijn wetenschappelijk onderzoek, kennis, en- methode erkend als machtige middelen om uit de moeilijkheden te komen, waarin onze moderne maatschappij is geraakt. De ontwikkeling van de moderne techniek is daarvan een illustratie. Zij is gebaseerd op vooruitgang van kennis van de krachten en strukturen, die onze materiële „Umwelt" bepalen. Aldus ontstaat er een wedloop naar het bezit van wetenschappelijke werkers en resultaten en naar invloed van de bronnen van de wetenschap, nl. de hogescholen en de universiteiten, en invloed op de vorming van deze wetenschappers. De oorzaken hiervan zijn duidelijk. Immers de labiliteit van het materiële leven in onze cultuur neemt steeds toe, o.i.v. de sterke bevolkingsgroei. Tussen de verschillende naties ontstaat er een strijd om energiebronnen, waarin we de macht van de natie uitdrukken. Uit deze strijd resulteren een aantal spanningen, te weten het tekort aan produktie, industrialisatie en cultuurgrond. De jacht naar ruilmiddelen is zo fel dat machtige naties niet nalaten een politiek van onderdrukking te gebruiken t.a.v. de landen die over deze middelen willen beschikken. Zo ontstaat er enerzijds een cultuurmens die Osborne gekarakteriseerd heeft als iemand, die woestijnen schept, dierenwerelden uitplundert en nieuwe steenwoestenijen - massasteden - creëert, anderzijds een mens die leeft in uiterste primitiviteit en die niet de kans krijgt zich op een hoger peil te brengen. Hiertegenover groeit onder de managers onzer cultuur de angst voor een nieuwe industriële revolutie, de angst voor de „vrije tijd" van de massa. Wetenschap en techniek moeten de middelen leveren om in die lege tijd de massa bezig te houden en „op te voeden" tot produktie-elan in de korte werktijden. Wetenschappelijk geleide en voorbereide wereldoorlogen dienen om de spanning die uit dit alles voortkomt en die de schijnbare evenwichten verstoort, irrationeel te ontladen en om nieuwe begeerde schijn-evenwichten te bereiken. Bij dit alles hebben machthebbers en politici ontdekt dat de wetenschap en haar methoden onmisbaar zijn. Hier funegert de wetenschap voor uiterst dubieuze doeleinden. De strijd om de macht om de wetenschap is het best in Amerika waar te nemen. In het bekende Steelman-rapport van 1947 staat: „The security and prosperety of the U.S. depend today as never before upon the rapid extension of scientific knowledge". Let wel „extension". Naast de defensie wordt de wetenschap evenzeer de basis genoemd „for our progress against poverty and disease". Gesteld wordt dat de uitgaven voor „basic research" verviervoudigd moeten worden. De regering geeft de universiteitslaboratoria opdracht voor militair en economisch onderzoek; zij „plant" en houdt de touwtjes in handen. De regering dringt d.m.v. opdrachten aan de universiteit diep in, in de wetenschapscentra. In de universiteitslaboratoria gebeurt

niets zonder de beslissende invloed van de regering. De universiteit is afhankelijk van het contrakt wat ze met de regering sluit. Hetzelfde speelt zich af in de industriële sektor. Hier hebben geniale figuren ontdekt dat toegepaste wetenschap en de ontwikkeling van nieuwe produkten moet berusten op fundamenteel wetenschappelijk onderzoek. De hulpmiddelen en het onderling contakt van ettelijke ervaren specialisten in de industrie moet men vergelijken met de universiteitslaboratoria met vaak beperkte middelen en met beperkte jonge assistenten. De verleiding voor de universiteit bestaat erin dat deze mee gaat hollen in het tempo van het bedrijfsleven. Gelijdelijk wordt ze ingekapseld en volkomen afhankelijk gemaakt van de eisen van de groot-industrieën. Na verloop van tijd kan ze zich niet meer kritisch opstellen t.a.v. de manier waarop de bedrijven de wetenschap misbruiken: nl. in korte tijd zoveel mogelijk winst te maken, en deze winst alleen ten eigen bate aan te wenden. Zodoende komt de vrijheid en de autonomie van de universiteit in gevaar. De wetenschap daarentegen bedoelt een poging te zijn om de mens in zijn existentie te helpen zijn plaats te vinden te midden van de wereld van kracht en stof. De wetenschap doet dat langs rationele weg, m.b.v. methodische ervaring, door zich te confronteren met menselijk misverstand, bijgeloof, vooroordeel enz. Zij moet het schijnweten doorboren. Zij moet het telkens aandurven om — voor het front van de samenleving — de afmeting van onze kleine menselijke waarheid te vergelijken met onze wezenlijke onkunde. Zij dient zich voortdurend bewust te zijn hoe ze de resultaten zal gebruiken en niet misbruiken in dienst van de existentieel bedreigde mensheid. Momenteel verbergt de universiteit zich in de bruikbaarheid van de resultaten. Ze jaagt naar macht over de wetenschap als middel tot het kleine resultaat van wetenschappelijke eerzucht en mode. Resultaat in de vorm van prestige, ijdelheid, en geëerd bestaan als erkend specialist in de door de universiteit verraden chaotische samenleving. Een van de grootste gevaren die de universiteit bedreigt is de steeds verdergaande specialisatie. Specialisatie isde grote vijand van iedere werkelijke plaatsbepaling tegenover het geheel. De universiteit kan dit euvel verhelpen door aan de basis van de specialisaties een zo groot mogelijke integratie te leggen, in het bijzonder bij de vorming en de her-vorming van de onderzoekers. Dit kan o.a. geschieden door het invoegen van een behoorlijk pakket alfa-wetenschappen tijdens de eerste studiejaren. Integratie betekent dan de moeizame strijd om steeds op de top van de puinhopen te blijven en het daar zich voordoend uitzicht over het bekende, in het aangezicht van en gemeten aan de muur van het mysterie en de geslotenheid van de natuur door te geven aan de specialis(vervolg op pag. 10)

(vervolg van pag. 8) van der Meij's ziet dat alles niet zo. Is het leven niet wonderbaar? Met alle middelen van vermaak, voedsel, luxe, vervoer en kommunikaasie, die ons ter beschikking staan, is het een kleine kunst om (respectievelijk) vermaakt, volgevreten, en luxueus aan de middellandse zee, gezeten in een gemakkelijke stoel, met in de ene hand een flesje COLA, in de andere een SIGARET, naar de teevee zitten te kijken. Het is dan een grote kunst om naast beide verslavende genotsmiddelen, naast de teevee en naast de prentbriefkaarferig blauwe zee, nog iets te zien van wat er door de wereld waart. Want daarvoor is het VERSTAND benodigd, want daarvoor dient men de REDE die iedere mem toch zegt te bezitten te gebruiken. En daarvoor moet men eerst wakker worden uit dezje alledaagse droom, die BESCHAVING heet, ogen openen, zich uitrekken, geeuwen, wassen, tanden poetsen, kijken: nadenken. Dom. Het is maar goed, dat Hans vermeldt, dat het een sociëteitsavond was, waaruit hij zijn gegevens hoedde. Waarschijnlijk is hij dan ook DRONKEN geweest, te merken aan de leugen over de concentratiekampen, waarnaar ik rechts zou verwijzen. Vit die leugen blijkt ook, dat Hans er niets van begrijpt. Want links, beste Hans, links heeft de macht niet en ook geen concentratiekampen. Die zijn beide in handen van rechts. Conclusie; Het was gewoon een dom verhaal, wat Hans geschreven heeft, leuk als curiosum, maar verder zonder zinnige inhoud. Het is daarom, dat ik op dit antwoord heel weinig moeite heb gedaan. (hv)

Mededelingen ADRESWIJZIGINGEN Centraal Bureau van de Stichting Het Nederlands Studenten Sanatorium, van Keizersgracht 632, Amsterdam, naar: Keizersgracht 606, Amsterdam. Tel. 0020-64488. L. A. W. de Jong, van: Hotel Nord-Sud, 47. Rue des Volontaires, Paris-15 naar: 92 bis Avenue de Versailles, Paris-16. P. P. A. M. van Eeuwijk, van: Molenstraat 23, Tilburg, naar: Postelse Hoeflaan 146, Tilburg. L. M. M. Weekers, van: Hoflaan 61, Tilburg, naar: Korte Hoefstraat 1, Tilburg. Drs. F. J. M. Meeus, van: Thuü 15, Schinnen (L), naar: Hertogenlaan 188, Oosterhout (N. Br.). F. M. A. M. van Delft, van: Mangrovesö-- 37, Tilburg, naar: Joost van de Mortelstraat 7, Tilburg. Tel. 04250 - 35397. Marianne Wijten, van: Puccinistraat 2, Tilburg, naar: Prof. Verbemelaan 46-1. R. W. J. M. Bos, van: Ph. Vingboonsstraat 20, Tilburg, naar: Prof. Verbemelaan 64, Tilburg. C. P. M. Knipscheer, van: Bredaseweg 274, Tilburg, naar: Bredaseweg 258, Tilburg. André van de Voort, van: Prof. Cobbenhagenlaan 474, Tilburg, naar: Prof. Verbemelaan 70-7, Tflbnrg. Dr. A. A. Trouwborst, van: Groenewoudseweg 39, Nijmegen, naar: Heyendaalseweg 80, Nijmegen. Tel. 08800 - 2 42 82. B. J. M. Hanssen, van: Zouavenlaan 12, Tilburg, naar: Korvelseweg 198, Tilburg. Dra. H G. v. Arckel, van: Lingedijk 80, Tiel, naar: Esdoomlaan 14, Rosmalen. J. M. Ph. Nix, van: Gen. Stautslaan 646, Tilburg, naan Houtvesterijstraat 3, Tilburg. J. J. R. Roes, van: Emmastraat 75, Tilburg, naan Stadhuisplein 368, Tilburg. Tel. 33110. F. J. L. van der Lande, van: Wisse 5, Geldrop, naar: Australiëlaan 24, Son.

COPY VOOR VOLGEND NUMMER VOOR 18 november. n


DE RIJSTEBREI TAKTIEK of blaffende honden bijten niet De laatste maanden is er een duidelijke verandering opgetreden in de verhouding student versus universitaire autoriteiten. Namen tot vóór Maris de heren autoriteiten niet eens de moeite naar de studenten te luisteren, na de anti-Maris aktie bleken er plotsklaps allerlei mogelijkheden tot diskussie, studenteninspraak etc. aanwezig te zijn. In der haast wordt aan bijna iedere universiteit en hogeschool een struktnurkommissie in het leven geroepen, die samengesteld uit docenten en studenten, alternatieven voor de bestaande, duidelijk niet meer bevredigende strukturen zou opstellen. Aan studenten wordt uitdrukkelijk de mogelijkheid geboden kritiek te spuien op plannen die een vergaande onderwijshervorming beogen. De diskussie, tot voorheen onmogelijk omdat de studenten van het bestaan van die plannen zelfs onkundig waren, wordt opeens toegejuicht. Het plan Posthumus, oorspronkelijk bedoeld als definitief advies dat tot een wetsontwerp zou leiden wordt gepubliceerd als diskussiestuk. De Akademiese Raad besluit zichzelf te reorganiseren en wil zelfs studenten in haar midden opnemen. EDOCH HOE SCHOON IS DE SCHIJN EN HOE HARD DE WERKELIJKHEID, In de machtsverhoudingen aan de universiteit herziening van de onderwijsprogramma's zijn is echter geen verandering gekomen. Zodra het ontwikkeld door een studiekie. van de fakulteit. op beslissingen aankomt worden de studenten Zij zullen nog behandeld moeten worden, maar buiten gezet 'en regelt men de zaken onderling. het thans gevoerde overleg binnen de fakulIn belangrijke zaken als de Numerus fixus en teit en met senaat en met kuratoren maakt het opstellen van een ontwikkelingsplan voor aannemelijk dat de essentie van de voorstellen de Universiteit of de Hogeschool wordt iedere zal worden aanvaard". Voor een goed begrip studenteninbreng geweerd. Men neemt, liefst dient te worden opgemerkt dat het ontwikkein de akademiese vakantie, eenzijdig ingrij- lingsplan in juni gepubliceerd is toen studenten pende beslissingen, waarover geen diskussie van het bestaan van het rapport nauwelijks op meer mogelijk is. Protest tegen deze gang van de hoogte waren. zaken baat niet, integendeel men toont zich Het plan Posthumus, dat een aanpassing van zeer verstoord als de studenten het wagen deze het onderwijs aan de eisen van bedrijfsleven en beslissingen im frage te stellen. In Leiden overheid beoogt zal als er niets bijzonders gedreigt de rektor magnifikus het overleg af te beurt over enkele maanden in definitieve vorm breken als de A.L.S.V. een examenstaking gereed moeten komen. De minister wil dit onder de eerstejaars medicijnen als protest parlementair jaar nog een wetsontwerp over tegen de numerus fixus organiseert. de herstrukturering van het onderwijs indienen. In Nijmegen beschuldigt de rektor magnifikus studenten die protesteren tegen numerus fixus De taktiek van de autoriteiten is gericht op het en ontwikkelingsplan van fascistiese methodes. vermijden van conflicten. Men zal iedere aktie Ook in Tilburg bestaat een definitief ontwik- en ieder protest van studenten laten vastlopen kelingsplan, dat de gang van zaken voor de in een zoete brei van welwillendheid, bereidkomende 4 jaar vastlegt. heid tot diskussie etc. Men brouwt een aantal demokraties lijkende fuiken waarin ieder stuDe autoritaire verhoudingen zijn nog geenszins dentenprotest dood dreigt te lopen. doorbroken, hetgeen ook uit de moeilijkheden In de verhoudingen aan de universiteit zijn rondom het werkbezoek van de heer v. Ams- geen wezenlijke veranderingen gekomen, men berg blijkt. In de opzet van het werkbezoek handhaaft de oude machtsstruktuur maar door van deze koninklijke hoogheid worden de stu- een welwillende, diskussie openstaande denten op geen enkele manier gekend. Als houding te tonen voor versluiert men de tegenstelblijkt dat de heer v. Amsberg graag met stu- lingen. Door het entameren van studenten, en dan liefst met linkse studenten, zou denteninbreng etc. leidt men deteach-ins, aandacht af praten wordt het ATSO-bestuur gevraagd op te van de feitelijke situatie. draven. Als het bestuur aan dit verzoek gehoor geeft mits het gesprek een openbaar karakter draagt, wordt de hele vertoning zonder verder Taktiek van studenten. overleg met de studenten afgelast De taktiek van de studenten zal zich aan de Ook daar waar studenten wel mogen meepraten veranderde situatie moeten aanpassen. Men zal stelt deze inbreng nauwelijks iets voor. Volgens zijn eisen helderder en direkter moeten formuPresident-kurator van Boven is de struktuurkie. leren, men zal zich niet tot eindeloze diskuseen uitstekend orgaan om de meningen te pei- sies met de autoriteiten moeten laten verleiden. len. De uiteindelijke beslissing over de adviezen Zolang de autoriteiten hun machtspositie handvan de Kie. zal echter liggen bij hen die nu de haven, al of niet in versluierde vorm, zullen machtshebbers zijn (lees ook interview in laat- we onze eigen identiteit moeten handhaven: ste Taek-blad). we zullen de diskussie over de verandering van Over het rapport van de ekonomiese fakulteit universitaire strukturen en studieprogramma's dat zo welwillend ter diskussie gesteld is, zal in eigen kring moeten Voeren, zelf nieuwe uiteindelijk worden beslist door de hoogleraren. ideeën en alternatieven moeten ontwerpen. Studenten en wetenschappelijk medewerkers De inkapselingspoging van de autoriteiten kunmogen zich er bij neerleggen, zich troostend nen we beantwoorden door een duidelijke stelmet de gedachte dat misschien enkele sugges- lingname te eisen en door ook zelf pas tot ties van hun zijde zijn overgenomen. In het overleg bereid te zijn als wezenlijke concessies ontwikkelingsplan van de Hogeschool wordt van hun zijde hiertegenover staan. Mochten de over dit rapport gezegd: „De voorstellen tot autoriteiten niet bereid blijken serieus aan een 12

vergaande demokratisering mede te werken dan zullen middels akties, boycot en eventueel universiteitsbezetting de noodzakelijke veranderingen in demokratiese richting afgedwongen moeten worden. Direkte betekenis voor Tilburg De struktuurkie. mag niet eerder gaan werken voordat vastgelegd is, dat over de adviezen van deze Me. door alle geledingen van de hogeschool beslist zal worden. Bovendien zal de garantie gegeven moeten worden dat er een wezenlijke taak voor deze kie. is, dit betekent dat duidelijk moet worden vastgelegd wat de betekenis van deze kommissie zal zijn. De diskussie over het rapport van de Ekonomische Fakulteit is pas zinvol als de studenten over een definitieve opzet mogen meebeslissen. Zoniet dan is het veel zinvoUer iedere medewerking aan een gezamenlijke diskussie (van hoogleraren en studenten) te weigeren en dan studentenaktie tegen de dan duidelijk autoritaire verhoudingen te gaan voeren. De nota Posthumus. Het is van het grootste belang dat de studenten zich landelijk organiseren om de snode plannen van de minister te voorkomen. Het eigenaardige van Veringa is dat hij ieder voor studenten onaanvaardbaar plan weer intrekt als blijkt dat dit te veel protest uitlokt. Numerus fixus. Van de zijde der universiteiten wordt over dit precaire onderwerp een ernstig stilzwijgen bewaard; men kan zich echter niet aan de indruk onttrekken dat een numerus fixus binnen enkele jaren in de meeste fakulteiten zal worden ingevoerd. Het ontwikkelingsplan waarin een maximale prognose voor het verwachte aantal studenten wordt gegeven wijst ook in Tilburg reeds in deze richting. Van de fakulteiten en van de Hogeschool zal een duidelijke uitspraak over dit onderwerp geëist moeten worden. Konklusie De vriendelijke welwillende houding van de Hogeschool en overheid to.v. de studenten is bedoeld als een inkapseling van deze. Zo vlug een conflict dreigt tracht men via kleine concessies en verder via overleg, openbare diskussies etc. de zaak te sussen. Door in te gaan op de uitnodigingen van de autoriteiten tot open gesprekken, diskussies etc. laat men zich in een quasi demokratiese fuik lokken omdat aan de werkelijke machtsverhoudingen langs deze weg niet getornd wordt. Slotopmerking. Dit artikel is bedoeld als een analyse van een struktuur, niet als een aanval op personen die in deze struktuur aan de touwtjes trekken. Ik heb er geen behoefte aan, noch aanleiding toe hun iötegriteit in twijfel te trekken. Ik wil uitdrukkelijk stellen dat ik voor velen van hen als mens de hoogste achting heb, hetgeen echter niets afdoet aan de verwerpelijkheid van de strukturen, waarin ze geplaatst zijn. Jean Frijns.


Friedrich Engels Op 5 augustus 1895 overleed te Londen Friedrich Engels. Met Marx was hij de belangrijkste geleerde en leraar van het moderne proletariaat. Om Fr. Engels te kannen begrijpen, dient men enig inzicht in het levenswerk van Marx te hebben. Engels en Marx toonden als eersten aan dat de arbeidersklasse een noodzakelijk produkt is van het moderne economische stelsel, dat tegelijk met de bourgeoisie ook het proletariaat doet ontstaan. Niet de goed bedoelde pogingen van edelmoedige persoonlijkheden, maar de klassestrijd van het proletariaat zal de mensheid van de moeilijkheden kannen bevrijden. Socialisme is geen fantasie van dromers, maar resultaat van de ontwikkeling der produktiekrachten. De belangen van het proletariaat eisen de liquidatie van de klasseheerschappij, te weten de particuliere eigendom en de ongeregelde produktie, die slechts aan weinigen te goede komt. Daarom is ook iedere klassestrijd een politieke strijd.

Thans is de beschouwingswijze van Marx gemeengoed geworden, maar we moeten niet vergeten dat deze benadering voor de toenmalige socialistische bewegingen iets volslagen nieuws was. Enerzijds waren er ten tijde van Marx vele begaafde mensen, die zich aan de strijd wijdden vóór politieke vrijheid en tegen de heerschappij van monarchen, politie en zwartrokken, maar die toch de belangentegenstelling tussen bourgeoisie en proletariaat niet begrepen. Deze mensen durfden nog niet te vermoeden dat de arbeiders zouden kunnen optreden als zelfstandige maatschappelijke macht. Anderzijds waren er vele dromers, die meenden dat het voldoende was de heersende klasse te overtuigen van de onrechtvaardigheid van het bestaande maatschappelijke stelsel. Zij hoopten op een socialisme zonder strijd. Voor hen was het proletariaat slechts een gezwel dat zij vol schrik zagen opgroeien met de toename van de industrie. Zij poogden na te gaan hoe men de ontwikkehng van de industrie en daarmee het proletariaat tot stilstand zou kunnen brengen. Lijnrecht hier tegen in had Marx heel zijn vertrouwen gesteld in de toename van het proletariaat. Naarmate het proletariaat zich uitbreidt, in die mate neemt ook hun kracht als revolutionaire klasse toe. Kortom, Marx voedde de arbeiders op tot zelfbegrip en zelfbewustzijn en stelde de wetenschap in plaats van droombeelden. Reeds als kantoorbediende bij een handelsfirma had Engels het absolutisme en de willekeur van de ambtenarij leren haten. De studie in filosofie hielp hem voorlopig uit de impasse. Hij werd een aanhanger van Hegels filosofie, die destijds behoorlijk revolutionair was, ondanks het feit dat Hegel voorstander was van de absolutistische Pruissische staat. Evenals vele anderen, die zich niet met de bestaande orde konden verenigen, kon ook Engels zich achter Hegels these stellen, die luidt dat er zich in de wereld één voortdurend proces van verandering en ontwikkeling voltrekt. Als dat zo is, zo vroeg Engels zich af, waarom zou dan de autocratie van de russische tsaar of de macht van de Pruissische koning een eeuwig bestaan beschoren zijn? De filosofie van Hegel was ide-

alistisch in die zin dat Hegel de ontwikkeling van de natuur der mensen en de menselijke interacties afleidde uit de evolutie van de geest. Engels hield vast aan Hegels begrip van het eeuwige ontwikkelingsproces, maar verwierp zijn idealistisch apriori: Engels zag in dat het niet de ontwikkeling van de geest is die de ontwikkeling van de natuur verklaart, maar omgekeerd dat de geest uit de natuur, de materie verklaard moet worden. Deze omkering heeft vele konsekwenties gehad voor het denken van Engels. Hij rekende af met de religie, die de mensen in een wereld plaatst, waar hij beroofd wordt van zijn eigen verantwoordelijkheden. Deze verantwoordelijkheid bestaat erin dat de mens zijn aandacht richt op de problemen die zijn medemens aanbelangen en dat hij ze niet projecteert in een wereld waar de responsibiliteit van de mensen geen recht van spreken meer heeft. De mens is zélf verantwoordelijk voor zijn tekorten en hij moet ze zélf oplossen. Deze materialistische visie van Engels impliceert dat hij begreep dat de betrekkingen die de mensen aangaan bij de produktie van goederen, afhankelijk zijn van de groei van de produktiekrachten. Deze relaties zijn het echter, die uitsluitsel geven van alle symptomen van menselijk streven en handelen, omdat juist deze betrekkingen gegrondvest zijn op vergaring van persoonlijk bezit, onbeperkte individuele machtsuitoefening en terrorisering van de onderdanige meerderheid. De produktiekrachten concentreert alle middelen in de handen van de minderheid, die de meerderheid een zó horige positie oplegt dat elk echt menselijk leven wat niet direkt voortspruit uit de produktiekrachten onmogelijk is. Aldus ligt in de voortgang van de produktiemiddelen de kiem voor de vernietiging van het moderne sociahsme. Met spoed moet het proletariaat optreden tegen de destructie van eigen belangen, welke neerkomen op een verdiend aandeel in de produktiemiddelen. Achter de historische taak, welke Engels de arbeiders toedeelt, kwam hij, toen hij de arme wijken van de arbeiders in Engeland doorkruiste, en met eigen ogen zag hoezeer zij nood en ellende leden. In zijn boek „De arbeidersklasse in Engeland" (zéér lezenswaardig) verklaart Engels dat het proletariaat niet uitsluitend een lijdende groep is, maar dat juist de beschamende economische toestand de ellende opdrijft. De rijkaards kunnen alleen maar zwelgen in hun rijkdom bij gratie van de ellende der niets-bezittenden. Opmerkelijk is dat de labiele economische toestand zélf het voedsel geeft aan het proletariaat om haar uiteindelijke bevrijding uit de klauwen van het kapitalisme te bevechten. Overigens kan het socialisme slechts van betekenis zijn wanneer het tot doel geworden is van de politieke strijd van de arbeidersklasse. Eerst in Engeland werd Engels een praktisch

sociahst. Hij begon mee te werken aan de socialistische pers en nam kontakt op met de Engelse arbeidersbewegingen. In Frankrijk heeft hij zich gemengd onder de verschopte arbeiders en heeft gestreden voor hun rechten. De revolutie van 1848 bracht Engels naar het vaderland terug. Met Marx vormde hij het centrum van al het revolutionair-democratisch streven in Rijn-Pruisen. Tot het laatste toe verdedigde hij de belangen van het volk en van de vrijheid tegen de krachten van de reaktie. Maar zoals bekend, de reactionairen hebben de strijd gewonnen, en Engels moest naar Engeland vluchten. Daar heeft hij zich aan wetenschappelijke arbeid gewijd en heeft de delen twee en drie van „Het Kapitaal" van Marx bewerkt • Intensief heeft hij zich nog bezig gehouden met verenigingswerk, waarvan de vrucht o.a. was de „Internationale arbeiders-associatie", welke de proletariers aller landen moesten verenigen. Na zijn dood heeft Lenin van Engels gezegd: „De Russische revolutionairen hebben in hem hun beste vriend verloren. Eeuwige nagedachtenis aan de grote strijder en leraar van het proletariaat, Friedrich Engels." Nabeschouwend mogen we zeggen dat Engels voor mensen van 1968 nog volop aktueel is, zeker wat betreft zijn kritische analyse van de economische toestand in relatie tot de arbeidsverhoudingen. De rotte plekken, die Engels ons getoond heeft, bestaan nog steeds. Schoorvoetend worden tegenwoordig pogingen ondernomen de „missing link" op te sporen en te verhelpen. Helaas nog te weinig fundamenteel. Ook Engels had zijn tekorten; m.i. vooral zijn eenzijdige materialistische visie op de wereld. Echter uitwijding hierover zou ons te ver voeren. Ik laat de reaktie hierop aan de lezer over. Frans van Beek. Voor studenten

die weet hebben van kopieêren en drukken en graag in een drukke drukkerij werken hebben wij plaats als

KOPIEJIST- DRUKKERS VOOR DE ATSO-DRUKXERIJ Gegadigden zullen moeten kunnen samenwerken in een te formeren DRUKKERIJ-KOMMISSIE Geboden wordt een prettige werksfeer en een aangename omgeving. OPGAVE OP DE ATSO-KAMER 13


öwanq tot positiefkRitisch engagement In onze eeuw, waarin enorme omwentelingen op elk gebied van onze gemeenschap plaatsvinden, zijn de mogelijkheden tot betrokken zijn bij deze feiten bijna onbegrensd. De kommunicatiemiddelen zijn bijna perfekt en bewerken een wereldomvattende snelle verbreiding. Een verspreiding van ideeën, technieken, mogelijkheden tot uitwerking, die zo snel en doeltreffend is dat wij op hetzelfde moment gebeurtenissen kunnen waarnemen, die dagreizen van ons verwijderd zijn en deze situationeel kunnen bezien. Vanuit de kracht van deze konstante kommunicatie geredeneerd ben ik rechtstreeks betrokken bij ieder wereldgebeuren. Het oordelen van dit gebeuren is dan ook een harde noodzaak geworden, ik geef de ideeën van anderen gestalte in mijn leef- en denkwereld. Om mijn wereld leefbaar te maken relateer ik haar iedere keer aan andere ideeën. Het engagement bestaat uit het opnemen, interpreteren, relateren aan, en toepassen in mijn wereld. De positief kritische instelling moet hier vooropgesteld zijn. Men ziet zo vaak bij links gerichten groeperingen een tendens om de omgeving van anderen te beoordelen vanuit een negaf/ef-kritische houding; daar is niemand mee gebaat, ongenuanceerd denken en onge-

nuanceerde meningen doen voor de positiefkritisch ingestelde mens gewelddadig aan, en sterken reaktie en behoudens gezinden. Echter de aanmatigende houding van "Rechts" stuit de positief kritische mens ook tegen de borst, zij zijn positiel-onkritisch en konserveren eigen inzichten. Vele rechtse groeperingen denken dat zij een dialoog kunnen voeren vanuit een vast eigen standpunt en dat de dialoog alleen bestaat om vanuit hün visie de andere partij hiertoe te bekeren, hiermee te overspoemee gebaat, ongenuanceerd denken en engelen wat ook een vorm is van geweld. Een positief kritische wereld is niet vooropgesteld identiek met een geweldloze of met vrede of geluk, maar zij zal deze wei benaderen, zij zal een trede zijn op de ladder tot wereldgeluk. Het engagement moet dan ook bestaan als een inspirerende gedachte die los van al het overgeleverde, fris en nieuw tegenover de feiten staat en deze grijpt, begrijpt en toepast. De positief-kritische instelling is de enige manier om een nieuwe wereld, los van oude normen en taboes te scheppen, een geïntegreerde leefwereld, waarin een gezamelijk wereldstreven bestaat. Vanuit deze visie en met oog voor de situatie NU, die ongelijk en ontevreden is, móet men de grote DWANG begrijpen. LE BLANC

Open Brief Het brute ingrijpen van de Sovjetunie en zijn Velen van ons beschikken over adressen van vazalstaten in Tsjechoslowakije dreigt een vakgenoten of andere relaties, waarmee ze abrupt einde te maken aan alles wat in de af- op internationale congressen of tijdens ultgelopen jaren is opgebouwd aan onderling be- wisselingsbezoeken in contact zijn gekomen. grip en communicatie tussen mensen aan We stellen voor dat ieder persoonlijke brieven weerszijden der politieke scheidslijnen. schrijft aan De Verenigde Naties zullen ook in dit geval 1. De Tsjechoslowaken, opdat deze weten wel weer eens te meer tot machteloosheid dat ze in deze moeilijke dagen de morele zijn gedoemd. steun genieten van hun collega's elders. Bovendien dreigt de terreur van de Oosteuro- 2. De Russen, Polen, Hongaren, Bulgaren en pese staten in de westerse wereld de extreem Oost-Duitsers, teneinde een protest te larechtse krachten in de kaart te spelen. Grote ten horen tegen de ingreep in het zelfbebezorgdheid rijst ten aanzien van de mogeschikkingsrecht van een klein volk, en te lijke weerslag op de aanstaande presidentsvragen om persoonlijke stellingneming. verkiezingen in de Verenigde Staten van Ame- 3. De Amerikanen, om onze verontrusting uit rika. te spreken over het feit, dat de treurige ontwikkeling In Oost-Europa zijn weerslag De conclusie kan slechts zijn dat we het volzal hebben op de Amerikaanse politiek en slagen bankroet moeten constateren van de de a.s. presidentsverkiezingen, die ook voor internationale politiek, met als alternatief de Europa van zo'n eminente betekenis zijn. reeds jaren dreigende totale oorlog met ABCWellicht is deze actie te combineren met wapenen, toegepast te land, ter zee, in de de binnenkort van start gaande "Actie Prelucht en vanuit de ruimte. cedent". Het moet van grote betekenis geacht worden dat tegenstroom wordt gegeven door allen, Tenslotte zouden we willen bepleiten dat het die over dit alles met oprechte bezorgdheid bijgaand schrijven als open brief wordt opgevervuld zijn. Het is duidelijk dat het onderte- nomen in zo veel mogelijk vakbladen en we kenen van protesten aan de betrokken mo- verzoeken ieder die hiertoe iets kan bijdragen gendheden op korte termijn geen waarneem- aan deze actie te willen deelnemen. baar effekt zal hebben en voornamelijk dient als uitlaatklep voor onze verontwaardiging. G. W. Colenbrander, Veel beter schijnt ons waar mogelijk een recht- Ds. P. Van Dijk, streekse persoonlijke stellingneming van mens Ir. H. Peters, tot mens. *. • Ir. L. P. J. Veelenturf. Mam, fijn, dat we een poesje gekregen hebben; krijgen we nu ook nog een Biafraantje? (Uitspraak van Tïlburgs meisje) 14

ZEG MIEN, ken je geen nieuwe bakken? Er staat een student op de hoek van de straat, met gefronste blik en samengeknepen lippen. Een tweede student voegt zich bij hem: — Dag Joepie, wat doe je? — Ik sta kritisch te zijn, Willem. — Hoe lang doe je dat al. Joepie? — Al een half jaar, Willem. — Bevalt het je. Joepie? Ik bedoel, eh, je ziet er niet zo best uit: droefgeestige blik, en verwrongen trekken. Net of je met een probleem zit. —<• Mijn probleem is, dat er voor mij geen probleem meer bestaat; ik zal niet lang meer kritisch kunnen staan, Willem; mijn ondergang is na. — Beroerde zaak Joepie. Juist als de dialoog dreigt te stollen in de massa der uitgeholde problematiek, komt Kees voorbij. Kees is een pientere jongen, met een hoofd als van een reserve-Christus en gehuld in afgedankte vloerkleedjes. — Dag Kees, waar ga je heen? — Ik ga de Establishment omvertrappen. — Wat is dat? — De gevestigde wanorde van dat patriarchale instituut voor bureaucratisch authoritair hoger onderwijs-met-een-wetenschapsetiketje. — En dan Kees? Wat gebeurt er dan? — Dan hebben ze daar weer stof om problemen van te maken — want daar gooien ze tegenwoordig ook maar met hun pet naar; een behoorlijk probleem kan er de laatste tijd niet meer af, en die kleine probleempjes, dat is ook maar prutswerk. Daar kun je geen fatsoenlijk stuk kritiek meer op loslaten, zonder je gezicht te verliezen. — En als het uit de hand loopt, ik bedoel als er nou eens een stagnatie komt in de probleemproductie? — Dan schakelen wij de Kut in! — Pardon wat is dat? — Kritische Universiteit Tilburg. — Wat doen die eigenlijk? — Die houden zich bezig met de verkorting van de puberteitsperiode. — Hoe dachten jullie dat te verwezenlijken? — Dat moet je Joepie vragen die is meer gefrustreerd dan ik. — Joepie: Nou, eh, kijk eh ... wij vonden dat de N. V.S.H, te omslachtig te werk gaat, veel geschreeuw en weinig wol en zo. Wij gaan liever recht op het doel af. Daartoe geven wij een kritisch-genuanceerde voorlichting over Kut-zaken in ons krantje. — Hoe heet dat? — Tas-blaadje. — Vroeger stonden daar nog wel eens lachers in, echte gillers en zo. — Kees: lachers en gillers zijn agressieve middeltjes, ontworpen door de provocatieve publiciteitsmedia van het fascistisch-imperialitische Amerika, teneinde de ideologie van de Revolutie te ondermijnen en te bespotten. — (Willem): Heeft dat soms iets te maken met die zure beatuitdrukking op jullie afgestompte barrotzooismoelen? — Sorry, ik begrijp niet waar je het over hebt. — Dat geeft niet, in elk geval heb je weer een probleem. —- Fijn, dank je wel, dan ga ik me maar eens kritisch ergens opstellen, ga je mee. Joepie? — Neen, ik doe niet meer mee, ik moet nog studeren. — Ben je ziek, Joepie? —r Neen, maar die studieboeken bezorgen me altijd de slappe lach en dat vind ik fijn. — Voor reactionair gelach hebben wij geen (vervolg op pag. 15)


Mededelingen SOCIOLOGISCHE KRING TILBURG Weledelgeboren Heer (Vrouwe), Zoals U misschien uit diverse massa-media zult hebben vernomen, heeft drs. Marcel van Dam, in Nederland zeer bekend door de wonderbaarlijke wijze waarop hij voor de televisie de laatste Kamerverkiezingen prognostiseerde, de afgelopen weken een werkbezoek gebracht aan de V.S. Zijn belangrijkste opdracht was, voor de V.A.R.A., vier radioprogramma's te maken in verband met de presidentsverkiezingen aldaar. Het verheugt het S.K.T. bestuur bijzonder, dat de heer van Dam (socioloog) bereid bleek op 2 december a.s. zijn bevindingen voor de Sociologische Kring ten gehore te brengen. Hem is verzocht met name te spreken over de relatie: doel - middelen. Hiervan zegt hij zelf: „In Nederland bestaat de indruk dat Amerikaanse presidentskandidaten sterk de dubieuze theorie aanhangen dat het doel de middelen heiligt. Dit hangt samen met de maatschappij daar die van oorsprong zeer pragmatisch-amoreel is: iets is waar als het werkt, wordt er vaak geredeneerd. De wil kijken hoe de middelen die men gebruikt in relatie staan tot het doel dat men wil bereiken." (Volkskrant). Vanzelfsprekend zal er gelegenheid worden geboden tot diskussie. Nadere inlichtingen omtrent plaats en tijd zullen nog worden bekend gemaakt. Voor het bestuur, A. M. L. Brands, assessor. „MARANATHA" Aktiegroep engagement: 19/26 nov. om 19.30 uur. Werkgroep liturgie: iedere dinsdag om 21.00 uur. Kerkdiensten: 23/24 nov. : „Maranatha", Dr. J. Driessen m.m.v. Amsterdams studentehkoor. 30 nov./l dec: Begin van de advent: Uitzien naar Christus. 7/8 dec. : - „Maria" 14/15 dec. : Christus herkennen, toen en nu. 21/22 dec. : Morgen zult ge Hem zien. 25 dec. : „De goedheid en liefde van God is zichtbaar geworden" (Tit. 3,4). Kindercrèche : elke zondag van 11.30 tot 12.30 uur ATOOMkamer (E.H.) Koffiedrinken : elke zondag om 12.15 uur (na de gezongen Eucharistieviering) Oproep: Er bestaat dringende behoefte aan personen die als organist de gezongen Eucharistievieringen willen begeleiden. Geinteresseerden worden verzocht hierover kontakt op te nemen met het parochiecentrum (Prof. Cobbenhagenlaan 19). Dit geldt ook voor hen die mee willen zingen in het studentenkoor.

Ook eenieder die ideeën heeft welke hij van waarde acht voor de organisatie en functie van de studentenparochie wordt uitgenodigd deze kenbaar te maken aan de actiegroep engagement, bestaande uit Adrienne Engbers, Maria Koeleman, Ries van de Sanden, Paul Valk, Wilbert Wülems. Nadere informatie is bij hen te verkrijgen. Wilbert J. Willems, studentenparochie Maranatha.

Toch een taak voor de S.F.T. In het volgende nummer zal Kees Goos een beschouwing wijden aan de taak en doelstellingen van de S.F.T., zoals hij die ziet. (Red.) Orgie en Farizeeërs Massacre pour une orgie; hip, sexy, gewaagd, erotisch, opwindend, zwoel! Rond duizend brave borsten kwam blote borsten kijken. Zowel SFT tevreden, alsook het enorme aantal kijkers: zij wilden gewaagde hippe sex, opwindende zwoele erotiek, en kregen waar voor hun geld. Tot ieders verwondering verklaarden na afloop de heren studenten aan elkaar, dat het toch maar niet zo'n goeie-film was: veel te veel bloot, niet zo'n beste film hè? wat een afgang voor de filmliga!, nou ik vond het maar 'n vieze film, etcetera, Hipokriete figuren! U, hipokriet figuur! U kwam toch om veel bloots te zien! U kwam toch, getrokken door de lokkende affiches, om veel vrouwelijk schoon te zien! Is uw schijnheiligheid alleen om uw bezoek aan deze film tegenover omstanders te rechtvaardigen? U kunt toch tegenover lieden, die dezelfde aspiraties hebben als u, tenminste eerlijk zijn! Was u openhartig geweest, een nieuwe norm ware geschapen, het begin van een nieuwe traditie ingezet Dan had u een eventuele volgende keer (als bijvoorbeeld de filmliga financieel weer moeilijk zit) met minder schroom een dergelijke voorstelling kunnen bijwonen.

COLLEGEV ERSTORING ? 12 november. Om 4 uur was de discussie over de Numerus fixus nog niet afgelopen. Daarom besloten de aanwezigen na een democratische stemming, onder de collegeuren van Prof. Cools In 03 verder te discussiëren. Om 10 over 4 was het auditorium aanwezig. Toen werd er gestemd met als uitslag 15% voor voortzetting van de discussie, 10% tegen en 75% geen mening. Dus werd er verder gediscussieerd. Prof. Cools kwam binnen, zag de situatie aan en vertrok naar de koffiekamer, gevolgd door de 75%. Toen werd nogmaals voorgesteld 'n stemming te houden met Prof. Oools als stemcommlssie. Dit werd slechts op boegeroep onthaald. De pedel arriveerde, verzocht de 15% om te vertrekken, aangezien "de meerderheid (SIO !)" voor coilegelopen was. Daarop is men dan ook vertrokken. Het college van Prof. Cools was gered. M, Stijnen.

plaats, dat belemmert en ondergraaft de revolutionaire vooruitgang. De revolutie wordt uitgevoerd met de wapens in de vuist, zij moet met scherp schieten. — (Willem:) Dus een gijnige revolutie is volgens jou niet mogelijk. — Pertinent uitgesloten, want dan is voor ons de lol eraf. — Jullie schijnen dus toch wel plezier te hebben in jullie werk? — Onder ons gesproken: achter de schermen lachen we ons natuurlijk kapot om dat domme klootjesvolk dat precies zo reageert als wij het hebben willen, de Pers of ze nu tegen is, of snobistisch meelult, incluis. — Jullie geven dus toe dat jullie parasiteren op de ernst waarmede van jullie aanwezigheid wordt kennisgenomen! — Inderdaad, en die ernst is dodelijk voor de tegenpartij, die graaierige, elkaar het licht in de ogen niet gunnende, ellebogenwerkertjes, die zonder het te beseffen elkaar in de elkaar toegespeelde, door corruptie gesmeerde kruiwagens naar hun in het egoïsme gedolven graven rijden. — En als nu eens plotseling die ernst doorbroken werd, de agressie gekeerd door de ontwapenende uitwerking van de lach? — Ja, dat zou een ramp betekenen voor de Revolutie. Zijn geest zou niet meer gevoed worden door de domme westerse publieke opinie, welke laatste voor ons oncontroleerbaar geworden zou zijn. Immers: ontwapening zou betekenen het opheffen van de Nato en van het Vietnamprobleem en al dat soort geestverhittende zaken, en dan zou voor ons de lol er af zijn. — En dan kunnen jullie je boeltje zeker wel inpakken? — Och, wie weet, misschien gaan we dan nog wel studeren, omdat we het zo leuk vinden. Pierre van Erve Prof. Verbernelaan 44.

Jour Macabre Ik werd levend wakker, maar het regende, en er was waas buiten het raam. Een kater zat op m'n bedmatje te getuigen van mijn recent ver* leden. Ik kreeg hem niet dood, hoewel ik dat grotendeels wilde. Ik besloot hem dus levend te begraven in het rijk der doden. Zo kwam ik in dat zware dauwende hof. De keitjes, met wetend welke sfeer zij dienden, kraakt enonder mijn schrijdende voeten, want dat deden zij hier. De markt der doden was van grijs beton. Er was niets te koop, er was niets te zien, alleen, je proefde dat alles er was van wat niet is, en dat is genoeg voor zo'n zondagmorgen. Ik greep ernaar, en ik had het, het niets. De zuil op de markt wees naar boven en droeg daar een dak, naar wij dat zien, maar hier telde onze visie niet, want het regende er doorheen. En ik werd dus nat, toen ik vandaar uitkeek over de cirkels, waarin de plaatslozen een plaats hadden gekregen rond hun markt. Toen begreep ik het gevaar om als enige sterveling is discussie te treden met allerdoden zielen. Want zij lachten mij kletterend uit, toen ik over de cirkels keek waarin ze schijnbaar lagen. Het was hun laatste vriendelijk geste, zo hoorde ik, zich te laten ordenen door de nabestaande sterveling, wiens oog daar niet buiten kan. Ik begreep de schrijnende onzin en voelde me een dwaas. Want hoe lagen zij daar naar het schijnt? Vooraan op de eerste rij de man, die, toen hij nog onder de onbevrijde dwazen was, deze denkbeeldige akker had gekocht om er als eerste te rusten en daarna met allen die het (Voor de rest even terug naar pag. 7 bovenaan) 15


VERZEKERINGEN NCB

ALLE

9 9 Wedden dat ie d é | | lekkerder

VERZEKERINGEN voor IEDEREEN dus ook VOOR U

TEL. 0 4250-78133 - PROF. VERBERNELAAN 200 - TILBURG

DE maatschappij voor uw Levensverzekering Kantoor voor Nederland:

sZWMSBRSE MAATSGHAPPIJ^iyAN LEVÏpSVERZEKERING EN LIJFRENTE HERENGRACHT 500

AMSTEROAM-C

TELEFOON 020-23 50 95

Steekje neus maar eens in *t pakje. Dat ruikt anders. Heel anders! Dat zijn de allerfijnste voor een verrassend interieur ^ W^; dekens - gordijnstoffen - vloerbedekking wand- en meubelbekleding Alle Hatéma produkten garanderen kwaliteit, duurzaamheid en praktisch gebruik. Zij staan onder voortdurende internationale kwaliteitscontrole en voldoen aan alle vermelde specifieke eigenschappen. Heeft één van deze Hatéma produkten Uw bijzondere interesse, vraag dan verdere inlichtingen b i j : Hatéma, Postbus 12 Helmond

TEEUWEN-WAGEMAKERS Heuvoistr. 62 • Tel. 23343

ZELFBEDIENINGS SERRE

Piuistraat 28 - Tel. 21670 TILBURG

PIUSSTRAAT 28

Kentucky en Virginia tabakken. Gemixed door Van Nelle Het Betere Werk /

VAN NELLE HALF/ZWARE


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
TAS blad by Redactie Univers - Issuu