BXMBHKOORTSi
T i l b u r g s H o g e s c h o o l b l a d - 21 j u n i 1985 - j a a r g a n g 2 2 - n u m m e r 35
Brief uit Rome
Vaticaan wil ''^katholieke^' universiteiten "Een centralistisch bestuur van een wereldkerk wandelt nogal eens met de klompen door de porseleinkast". Dat is de eerste - persoonlijke - reactie van rector De Moor op een document uit het Vaticaan waarin de Katholieke Universiteiten opnieuw - op straffe van uitsluiting - tot de Roomse orde worden geroepen. Het document, dat straks in de vorm van een conceptnota ook bij de raadsleden terechtkomt, is een ontwerp van de Vaticaanse Congregatie "pro Institutione Catholica". Die congregatie heeft na jarenlange informele raadplegingen een 'synthese van suggesties' gemaakt. Het ontwerp over de Katholieke Universiteiten en Instellingen van Hoger Onderwijs, welke academische graden en/of diploma's verlenen in "seculiere" vakken, wordt als v^erkdocument verspreid. Het is - aldus de inleiding - nu rijp voor een officiële consultatieronde langs de Katholieke Universiteiten en instanties die betrokken zijn bij het bestuur van, of toezicht op de Katholieke Universiteiten, zoals bijvoorbeeld de Nederlandse Bisschoppenconferentie. Onze Bisschoppenconferentie verwacht de commentaren en suggesties uit de KHT voor 10 oktober 1985. De congregatie vraagt een zorgvuldig onderzoek over de gedane suggesties "in alle vrijheid en vrijmoedigheid, zonder enig voorbehoud". De congregatie wil een nieuwe synthese van deze antwoorden presenteren aan de toekomstige deelnemers van een internationaal congres dat 'hopelijk' in de loop van 1986 zal plaatsvinden. Het zal dus nog even duren voor de uit-
komst van deze enquête zal worden afgerond en voor de praktische uitwerking ervan tot in Tilburg doordringt. In een als 'preambule' omschreven inleiding schetst het Vaticaan het belang van de Katholieke Universiteiten. "Zij spelen een onvervangbare rol in de opdracht het Evangelie van Christus te laten doordringen in de hedendaagse cultuur. Die taak is vandaag nog meer nodig gezien de complexiteit van de beschaving, de technische vooruitgang etc." Deze universiteiten moeten veel efficiënter werken en ze moeten talrijker worden om aan de mensheid de inhoud en het dynamische van het katholieke denken aan te bieden.
SACR.A
CONCRECATIO
PRO INSTITUTIONE
CATHOLIC.A
Het katholieke karakter moet worden versterkt gegeven het feit dat het juist dit karakter is dat de katholieke universiteit haar fundamenteel bestaansrecht geeft. Het is de taak van deze universiteit er voor te zorgen dat de christelijke boodschap in de wereld makkelijker wordt begrepen, aanvaard en beleefd. Rector R.A. de Moor reageert op deze preambule zoals op de rest van het document "volstrekt persoonlijk" omdat er binnen het College nog niet inhoudelijk ovef gepraat is: "Ik denk dat vooral de preambule een geest ademt en een strekking heeft die wat haaks staat op niet alleen de laatste ontwikkelingen maar eigenlijk al op dertig, veertig jaar ontwikkeling in Nederland. Samengevat kun je vaststellen dat het Vaticaan er vanuit gaat dat de kerkelijke hiërarchie een speciale taak heeft ten aanzien van het bewaken van de rechtzinnigheid. Een tweede gedachte die heel duidelijk in de tekst zit, is dat er gesproken wordt over een soort "vérité integrale". De vraag rijst, wat valt daar onder. Als dat gaat over de kerkelijke leer over geloof en zeden dan is dat één zaak, maar daar heb je in het wetenschappelijk onderzoek vaak weinig mee te maken. Die preambule wekt een beetje de indruk dat er dus één ongedeelde waarheid zou bestaan waartoe zowel de waarheid van de wetenschap als de waarheid van het geloof behoren, waarbij het geloof een soort predominante en leidende rol zou spelen. Ik denk dat dat in strijd is met onze wetenschappelijke opvattingen. Door deze twee punten wekt de preambule een
PuoT. N . 8 6 4 / 8 0 / F / 7
Vervolg op pag. 11
Theologische faculteit neemt afstand van kritisch rapport De Tilburgse theologische faculteit heeft zich gedistantieerd van een onderzoeksrapport over het Pastoraal concilie tussen 1968 en 1970. De faculteit gaf eind 1981 zelf de opdracht tot het onderzoek, maar vindt nu dat de resultaten ervan alleen op persoonlijke titel van de onderzoekers mogen worden gepubliceerd. Dit tot verbazing en irritatie van de betrokken wetenschappers en begeleiders, die vermoeden dat er aan het besluit van de faculteit mogelijk ook kerkpolitieke motieven ten grondslag liggen. Het bewuste rapport draagt als titel 'Echo van het Pastoraal Concilie; onderzoek naar de deelname aan het Pastoraal Concilie van de Nederlandse Kerkprovincie 1968-1970'. Het is geschreven door de theologen drs. Fons Mommers en drs. Hans Wewerinke. Zij tekenden via enquêtering en interviews de ervaringen op van ongeveer vijfhonderd deelnemers aan het Pastoraal Concilie. Een van de conclusies luidt dat "het einde van het Pastoraal Concilie op landelijk niveau het einde betekende van een periode van vernieuwing". Het rapport constateert dat het Pastoraal Concilie vandaag de
cie. Hij ontkent dat er sprake is van een conflict en beoordeelt de hele kwestie ais een meningsverschil over de wetenschappelijke kwaliteit van het rapport. Hij vindt het 'heel normaal' dat aan de onderzoekers is gevraagd om hun werkstuk onder eigen verantwoordelijkheid uit te brengen. Ook de decaan van de faculteit, prof. N. Poulssen, geeft ons de
dag nog volop leeft en beveelt aan om de ontwikkelingen aan de basis de nodige ruimte te geven "omwille van de vitaliteit en de toekomst van de kerk zelf". De auteurs dragen het rapport 'ter bemoediging' op "aan alle priesters en leken van het bisdom 's-Hertogenbosch, die in de geest van hun bisschoppen Bekkers en Bluyssen verder willen gaan". De secretaris van de theologische faculteit, drs. Hub Reumkens, bestrijdt dat het besluit van de faculteitsraad om afstand te nemen van het rapport te maken heeft met de restauratieve ontwikkelingen binnen de Nederlandse kerkprovin-
Vier pagina's vol koortswerende copy over gevoelens en gedachten die opkonnen tijdens de tentamenperiode. Wat ging er precies in je om? Gesprekken met docenten, studenten en andere deskundigen. Pagina 12, 13, 14, 15. De voorzitter van de hogeschoolraad nam afscheid met een gloedvol pleidooi voor de universiteit als vrijplaats. Een tnterview. Studeren in het buitenland gaat niet van een leien dakje. Deetman door de Universitaire Pers uitgebreid aan de tand gevoeld over deregulering en autonomie. Vrijetijdskunde "In welk opzicht en in welke mate wil je wel of niet met elkaar samenwerken?" verzekering dat het besluit niet is ingegeven door restauratieve ontwikkelingen of door overwegingen om de huidige kerkleiders te sparen. Het onderzoek, dat is gedrukt maar nog niet vrijgegeven voor publicatie, stond onder de supervisie van prof. Walter Goddijn, indertijd zelf prominent deelnemer aan het Pastoraal Concilie, en drs. Felix Heunks van de subfaculteit sociaalculturele wetenschappen. Zij zijn er allebei van overtuigd dat er op de wetenschappelijke aanpak van het rapport "Echo van het Pastoraal Concilie" niets valt aan te merken. Zij verbazen zich allebei over de 'zware' procedure die de theologische faculteit heeft gevolgd om het rapport te begeleiden en te beoordelen. Ook prof. dr. Harrie Peeters van het TIAS, dat als uitgever van het werkstuk fungeert, zou zijn waardering voor de zorgvuldigheid van het onderzoek aan de faculteitsraad van de theologische faculteit hebben laten blijken. Overigens lijkt het niet onwaarschijnlijk dat door deze affaire ook het werk en de persoon van godsdienstsocioloog Walter Goddijn in het geding zijn gekomen. Hij wilde geen commentaar geven. Binnenkort gaan de betrokken partijen met elkaar rond te tafel zitten om over de zaak te praten. T.G.
W. Goddijn
REACTIONAIR
MATSERTJES
COLOFON
■■im a t s e r t j e
SIHH
'Matsertjes' kunnen worden opgegeven bij de redaktie. Tot 30 woorden kosten ze ƒ 5,—; onder nummer ƒ 2,50 extra. Reakties op advertenties onder nummer naar de redaktie sturen. ZEEZEILEN MET MJOJO EN SCHOUWENBANK Jongeren reizen tijdens Sail A'dam en de Tall Ships Race naar Eng., Fr. en Scand. Voor folder bel: 01827-4961. TYPEWERK: Razendsnelle en zeer goede, ervaren typiste biedt zich aan om jouw verslag, scriptie etc. uit te typen. Bel 040-451974 (vragen naar Heleen). AMSTERDAM: Overnachten in Amsterdam in rustig gelegen hotel, 1, 2, 3, 4 persoonskamers. Logies en ontbijt vanaf ƒ 35,— p.p. Reserveer tijdig. Hotel Holbein, Holbeinstr. 5, Amsterdam Nieuw-Zuid. Tel. 020-628832. ± 100 ADRESSEN: met programma's voor vakantie met yoga, astrologie, meditatie, psychologische en esoterische workshops. Binnen- en buitenland. ƒ 3,60 op gironr. 5617777 t.n.v. blad Koorddanser te Diemen. AANGEBODEN: 3 Zwarte poesjes (gratis), telefoon: 013637110. TE KOOP: Gids Vreemdelingenrecht, Kluwer, 5 banden, en Rechtspraak Vreemdelingenrecht, Ars Aqui 1977 t/m 1983, Vi nieuwprijs, te bevr. 662024.
TE HUUR: Privé-4-persoons vakantiebungalow, in hoogseizoen nog vrij: 29/6-13/7 en 24/8-31/8, ƒ 450,— per week, all in. Voor en na die periode ƒ 350,— per week. Te bevragen 013351131 na 18.00 uur. HELP: Werkstudent vraagt door omstandigheden uitgewerkte collegeaantekeningen, werkboeken en/of tentamenopgaven en uitwerkingen m.b.t. de volgende onderdelen uit de propedeuse economie 84/85: Soc. Econ. 1 330.201 deel Macro; Soc. Econ. 2 330.202 deel Macro; Bedr. Econ. 1 324.101; Wijsbegeerte 1 360.101; Wijsbegeerte 2 360.102. Tegen overeen te komen financiële vergoeding, eventueel zelf copieëren. Aanbiedingen, ook van afzonderlijke delen 076-417763 na 19.00 uur. TE KOOP: Zeer goed onderhouden, volledig ingerichte 4-persoons stacaravan op bungalowpark 'De Kievit' te Baarle-Nassau. De Kievit heeft o.a. 4 tennisbanen, een zwembad en een grote speeltuin en is gelegen in een mooie, bosrijke omgeving. Bel: 01606-2381. TYPEWERK: Is laten typen nu écht zo duur? Het is best de moeite waard om eens te vragen wat het gaat kosten als je snel en goed verzorgd typewerk wih hebben. Bel: M. Smulders! Loon op Zand 04166-2367. TONEEL: De Werkgroep Universitair Theater zoekt nog enkele enthoesiaste medewerkers voor kleine rollen (morrend volk e.d.) en handige knutselaars voor decor, costuums, belichting etc. Bel naar tel.nr. 432062 (Suzanne) of nr. 681252 (Fer).
reaKtionai. "Reaktionair" is een rubriek waarin reakties van lezers worden geplaatst. Naam en volledig adres van de schrijver(s) dient bij da redaktie bekend te zijn. Anonieme brieven verdwijnen in de prullemand.
Taalcursus Naar aanleiding van het artikel "Studentenoverleg wil betere begeleiding taalcursussen" in het THB van 7 juni j.l. kort het volgende. Buitenlanders die aan de KHT willen gaan studeren moeten een toets Nederlands afleggen. Een bepaald beheersingsnivo van het Nederlands is een voorwaarde voor inschrijving. De aankomende studenten leggen daarvoor een toets af bij het Werkverband Taalvaardigheid. Het resultaat ervan gaat vergezeld van een advies naar de examencommissie van de faculteit waar de buitenlander in kwestie wil gaan studeren. De student krijgt natuurlijk ook informatie over zijn resultaat. De commissie beslist dan formeel over de vraag of de student het Nederlands in voldoende mate beheerst om het ondenwijs te kunnen volgen. Het is beslist niet zo, dat de KHT de resultaten aan
TE BERDE
PROEFSCHRIFT?
Drukkerij Eiinkwijk staat klaar! ook voor dissertaties en andere publicaties. Drukkerij Eiinkwijk is: • • • ■
gespecialiseerd concurrerend snel en stipt centraal g e l e g e n
Bel: 030 444921 en wij sturen u vrijblijvend de gratis documentatiemap.
! Drukkerij Eiin kwijk B.V. 5 Amsterdamsestraatweg 554 ■ 3553 EN UTRECHT Tel.: 030 444921
tilburgs hogeschoolblad weekblad voor de katholieke hogeschool tilburg
Een boeiende beschrijving van de Europese veiligheidsproblematiek Het boek van Alting ven Geusau "The Security of Western Europe. A Handbook" (London: The Shervifood Press) geeft een duidelijk overzicht van de belangrijkste vraagstukken m.b.t. de veiligheid van de lidstaten van de Europese Gemeenschappen. In het eerste deel van het boek wordt een beschrijving gegeven van de naoorlogse verdeling van Europa. Het eerste hoofdstuk behandelt het ontstaan van de OostWest tegenstelling, de periode van de koude oorlog en de ontspanning. Vervolgens wordt door de auteur een historischpoliticologische analyse gegeven over de zwakke positie van de Westeuropese landen nè de Tweede Wereldoorlog; daarbij wordt niet vergeten de ontwikkeling van de naoorlogse relaties tussen de Verenigde Staten en West-Europa aan een critische analyse te onderwerpen. Tenslotte wordt de Sovjet bedreiging van West-Europa in zijn politieke en militaire facetten behandeld. In het tweede deel van het boek wordt eerst onderzocht in hoeverre de Verenigde Naties in staat zijn geweest wapenbeheersing te bevorderen en de vrede te handhaven. Daarna worden de functies van de Noord-Atlantische Verdragsorganisaties en de Westeuropese Unie als organisaties voor zelfverdediging en de Oost-West onderhandelingen over veiligheid en ontspanning behandeld. Deel drie van het boek geeft een vergelijkend overzicht van het veiligheidsbeleid van de tien lidstaten van de Europese Gemeenschappen. Het laatste deel van het boek behandelt Tilburgs Hogeschoolblad
de Vreemdelingenpolitie doorgeeft. De student zelf zal dit vaak wel (moeten) doen, omdat in een aantal gevallen de verlenging van de verblijfsvergunning afhangt van de toelating tot de studie als (dag)student. W. Heuvelmans, DSW G. Meyers, Werkverband Taalvaardigheid.
de drie belangrijkste aspecten van het veiligheidsbeleid in het nucleaire tijdperk: veiligheid en'afschrikking, veiligheid en wapenbeheersing, en veiligheid en democratie. Zoals het een Handboek betaamt, worden veel onderwerpen behandeld, de hoofdstukken zijn echter allemaal helder geschreven en meestal met verrasseilde nieuwe gezichtspunten. Het boeiendst is Von Geusau als hij laat zien dat politieke ontwikkelingen over het algemeen verrassend zijn, in die zin dat de uitkomsten van handelingen van politici verschillen van hun bedoelingen, of dat de latere mythe over een gebeurtenis vaak verschilt van wat er in werkelijkheid gebeurde. Zo bijvoorbeeld op het terrein van de naoorlogse ontwikkeling in de OostWest betrekkingen. Boeiend is ook zijn analyse over de handhaving van de vrede door de VN, de NAVO en de WEU en de Oost-West onderhandelingen over veiligheid en ontspanning^ Natuurlijk schrijft Von Geusau bij het veiligheidsbeleid van de EG-lidstaten ook over de meningsverschillen, die tussen de tien lidstaten en tussen de belangrijkste politieke partijen in de lidstaten bestaan. De paragraaf, die de auteur wijdt aan de vredesbewegingen en het pacifisme in West-Europa zal ongetwijfeld tot uiteenlopende beoordelingen aanleiding geven. De hoofdstukken, in het laatste deel, gaan over de politieke en militaire kanten van de NAVO strategie van de afschrikking; over de moeizame onderhandelin-
gen betreffende wapenbeheersing; en over de bescherming van democratie en rechtsstaat in het nucleaire tijdperk. Aan het einde van het hoofdstuk over afschrikking schrijft de auteur, dat de NAVO weliswaar militair in staat is een aanval te weerstaan, doch politiek een ondermijning van de afschrikking niet lijkt te kunnen tegenhouden. De onderhandelingen over wapenbeheersing zijn steeds moeilijker geworden, hetgeen de auteur doet twijfelen aan de mogelijkheden langs die weg met de Sovjet-Unie veel verder te komen. Zo blijven, aldus de auteur, de Westelijke democratieën met twee schier onoplosbare dilemma's zitten: hoe kunnen ze oorlog voorkomen, èn hun bevolkingen vrijwaren van onderdrukking; en hoe kunnen zij de democratische waarden van beheersing van macht intern hooghouden èn voor de externe bescherming van de democratie steunen op het bezit van kernwapens? Zulke vragen en opmerkingen zullen zeker vele lezers tot nieuwe vragen en verdere studie prikkelen! Ondanks het feit dat Alting von Geusau zijn eigen principiële opvattingen niet verzwijgt, geeft hij een boeiende beschrijving van de Europese veiligheidsproblematiek. Het is te hopen dat velen het boek zullen lezen. L.L.S. Bartalits Frans A.M. Alting von Geusau: "The Security of Western Europe. A. Handbook". London: The Sherwood Press, 1985, 367 biz. £ 12,50.
redaktie eddie vaes (hoofdredakteur) twan geurts, lennart kik, angela lodder (assistente) medewerkers wouter van gils, henk zomer, edwin van de oetelaar, ben beljaars, marijne van der jagt, bert haagsman, gerard rutten, monique van blijswijk, amee de schipper, hugo backx, bert peters, astrid tates, claartje van der grinten samenstelling redaktieraad prof. mr. p. van saters (voorzitter) dr. h. van erp, m. ackermans (adviseur), a. de laaf, drs. t h . schouw, dr. m. van hoorn, mevr. j.a.m.j. Jansen, h. van kleef, drs. c.p.m. broekhof officiële mededelin gen buro pers en voorlichting cartoonist ad van haandel, henk van de berg advertenties angela lodder kopij alle kopij moet uiterlijk op donderdag de week vóór het verschijnen in het bezit van de redaktie zijn. redaktie-adres/advertenties hogeschoollaan 225, tilburg, telefoon (alleen voor thb) 662277 en 662506 intern: 2277 en 2506 kamer 207 en 208 (gebouw b) foto rien siers landelijk samen werkin gsverban d universitaire pers (up) waarbij verder aangesloten: ad valvas (vu amsterdam), wagenings hogeschoolblad, utrecht universiteitsblad, delta (delft), th berichten (eindhoven), thtnieuws (twente), observant (maastricht) uk (groningen) en kunieuws (nijmegen) druk drukkerij em. de jong bv, baarlenassau abonnementen voor niethogeschoolleden / 15, — per jaargang
21 juni 1985
BESTUREN
''Het is niet slecht gesteld met de vrijheid op de hogeschool, maar de bedreigingen liggen om de hoek'' Als we Frans Teunissen opzoeken, blijkt hij al weer volop in de running te zijn met zijn oude stiel. Hij is als personeelsconsulent betrokken bij diverse faculteiten en heeft daardoor een belangrijke vertrouwenspositie verworven. Een positie die gecombineerd met de functie van Hogeschoolraadsvoorzitter een apart cachet aan de taakvervulling heeft gegeven. In een uiterst sober ingerichte kamer krijgt de woordenvloed van Frans Teunissen een wijdlopig karakter. Hij neemt er alle tijd voor en steekt alvast zijn pijp aan. In de afscheidsrede hebt U een lans gebroken voor de vrijheid binnen deze Academische instelling. De universiteit als vrijplaats was de titel van uw gedachtengoed. Is het zo slecht met de waarborgen rond de vrijheid? Teunissen: "Wetenschappers beroepen zich nogal op de academische vrijheid. Daaronder zijn mensen die menen dat die vrijheid alleen maar rechten met zich meebrengt er> weinig plichten. Je ziet dat voortdurend in de discussie rond Zuid-Afrika. In mijn visie dien je een evenwichtige benadering te kiezen. Ook de plichten verdienen aandacht. Vanuit de zo geprezen academische vrijheid vraag ik ondersteuning en versterking van andere vrijheden voor bedreigden. De overheidsbemoeienis, de gehele bureaucratie van Den Haag met name rond de Voorwaardelijke Financiering van het onderzoek vind ik slecht. Voorwaardelijke financiering die ervan uit gaat dat een externe beoordeling per se noodzakelijk is om de wetenschap intern goed tot recht te laten komen, geeft een enorme overlast aan ambtelijke stukken, nota's en regels voor onze diensten".
Twee weken geleden nam Hogeschoolraadsvoorzitter Frans Teunissen afscheid van het hoogste bestuurlijke orgaan van de Hogeschool. Vier jaar lang was hij voorzitter van raad en presidium, en kon daarom zijn eigen mening niet te veel ventileren. Teunissen sprak bij de afscheidsgelegenheid een rede uit die door de aanwezigen nogal met gemengde gevoelens werd ontvangen. In een notedop: een bezinningscentrum voor docenten en studenten openen, incorporatie van de theologische opleiding, 5 procent van de AIO's inzetten voor ontwikkelingssamenwerking en ter verdediging van de meest fundamentele vrijheid de Katholieke Hogeschool Tilburg lid maken van Amnesty International. De signatuur van de Hogeschool raakt in de komende tijd volgens de scheidende voorzitter weer volop in discussie. De reacties van de bestuurlijke omgeving liepen uiteen van "een shit-verhaal" tot "eindelijk eens een taboe doorbroken". Teunissen verkondigt zijn idealen met een welhaast bourgondische inslag. Maar wat is de realiteitswaarde?
Interview Frans Teunissen
STILTECENTRUM
CIRCUIT "Als het management en de eisen van onze eigen instelling goed op elkaar aansluiten, dan is dat hele externe circuit veel minder nodig. Je kunt volstaan met de resultaten waarbij vanzelfsprekend de kwaliteitsbewaking is ingebouwd. De bedreigingen van de overheid scheppen een financieel kader waarmee nu nog wel mee te leven valt, maar stel je daarnaast de bedreigingen die mogelijk vanuit de Katholieke kerk op ons af komen dan kom je in de problemen. Wij zijn zo open katholiek, en doen er zo weinig aan, dat wij die bedreiging niet of nauwelijks ervaren. Maar zodra de grenzen daarvan benaderd worden, ga je een behoorlijk keurslijf aan. Bij de theologen heb je dat gezien. Edward Schillebeeckx en Leonardo Boff zijn veroordeeld, en dat mogen ze van mij allemaal doen vanuit een bepaalde kerkpolitiek, maar niet als je dat in concurrentie brengt met een instituut dat geroepen is om in vrijheid wetenschap te bedrijven. Gewetensvolle wetenschappers moeten in alle vrijheid onderzoek kunnen verrichten. De discussie over een te benoemen homosexuele wetenschapper vind ik fout. Een bedreiging van de vrijheid. Een kerkvisie waarbij gezegd wordt dat je als homosexueel best mag studeren maar toch eigenlijk ziek bent en op z'n minst pastoraal gezien je plaats behoort te weten, tast de vrijheid fundamenteel aan. Dat soort zaken hebben we gehad, daar wil ik nooit meer naar terug. Momenteel is het niet slecht gesteld met de vrijheid hier op de Tilburgs Hogeschoolblad
een beroep op de vrijheid. Zij pleiten even hardgrondig voor de vrijheid. Teunissen: "Wij zullen het daar nooit over eens worden. In een bestuurlijke positie zou ik dat standpunt volstrekt afwijzen. Mijn maatschappelijke afweging gaat uit van de algemene humane vrijheid en niet die van de bijzondere instelling. Ik denk dat je zulke uitzonderingsposities voor bijzondere onderwijsinstellingen niet kunt maken. Het leven is breder, ook al kun je het in de discussie wetenschappelijk juridisch beargumenteren". Het is natuurlijk niet alleen maar een wetenschappelijke discussie. Er lopen mensen rond die in vérgaande mate invloed hebben op het benoemingsbeleid. Zij houden er opvattingen op na die duidelijk indruisen tegen uw mening over vrijheid. Teunissen: "Het is duidelijk wat ik dan zal trachten te bevorderen. Hoewel het erg moeilijk wordt om de discussie zuiver te houden, want meestal draagt men andere punten aan om een benoeming te voorkomen. De kandidaat spreekt z'n Engels zo slecht of meer van zulke smoesjes. Dit dient dan het breekpunt te zijn om zowel bij Personeelszaken als bij het College van Bestuur op de stoep te staan. Op de keper beschouwd zie ik liever niet dat dit soort mensen het benoemingsbeleid bepalen. Zo'n benoemingscommissie dient de vrijheidswaarborgen van de instelling te respecteren".
hogeschool, maar de bedreigingen liggen zeer dicht om de hoek". De laatste tijd gaan er binnen de Hogeschool, in wetenschappelijke kring, stemmen op om bijvoorbeeld bij botsing van grondrechten, anti-discriminatie versus godsdienstvrijheid, besturen van bijzondere onderwijsinstellingen de mogelijkheid te bieden een uitzonderingspositie in te nemen ten aanzien van homosexualiteit. Stel, dat een te benoemen hoogleraar, een wetenschappelijk docent of een lid van het College van Bestuur aangeeft homosexueel te zijn. Wat is die vrijheid dan waard? Teunissen: "Toen de discussie over het anti-discriminatieartikel uit de Grondwet een rol speelde in Nederland, is er vanuit de Hogeschoolraad een initiatief gekomen om eerder dan het Stichtingsbestuur een antwoord te geven. Als voorzitter bezit je dan de mogelijkheid het een
en ander te dirigeren. Ik heb dat met opzet gedaan. Ik zag in den lande dat er schoolbesturen van bijzondere instellingen waren die voor zich het recht opeisten om homosexuelen te weigeren. Toendertijd dacht ik, als wij dat voorleggen aan ons Stichtingsbestuur dan bestaat de mogelijkheid dat zij zullen zeggen: 'Wij doen dat niet, maar in principe kunnen wij het wel'. Daarom vond ik, om concurrentie met het anti-discriminatieartikel te voorkomen, dat de Hogeschoolraad door middel van een duidelijke uitspraak de grenzen diende te bepalen. De raad heeft een barrière gelegd om de vrijheid voor een ieder te waarborgen. Het Stichtingsbestuur heeft zich over deze zaak nooit uitgesproken". Maar nu zijn er wetenschappers met onderzoek bezig waaruit geconcludeerd kan worden dat bijzondere instellingen wel degelijk een uitzonderingspositie kunnen claimen. Ook dat geschiedt met
U hebt tijdens de Hogeschoolraadswisseling gepleit voor een soort bezinningsoord. Zou zo'n stiltecentrum bij de studenten aanslaan? Teunissen: "Er zijn studenten die daar best iets voor voelen. Ik weet heel goed dat zoiets heel moeilijk verkoopbaar is. Je moet klein beginnen. Sommige studenten zoeken serieus de stilte en willen over zinvolle levensvragen discussiëren, daarvoor dient binnen deze Hogeschool ruimte te komen. Ik zou zo'n centrum willen formeren in samenwerking met studenten en docenten. Het is inderdaad zo dat de interesse voor dit soort zaken terugloopt. Neem nu de ontwikkelingssamenwerking. Het is toch verbazingwekkend dat er vroeger heel veel mensen waren die anderen wilden helpen, ook buiten onze landsgrenzen. In Brabant was vanouds altijd een geweldig, potentieel aanwezig. Natuurlijk kun je opperen dat de huidige ontwikkelingsstrategie een ander accent bezit, dat de ontwikkelingsproblematiek anders aangepakt dient te worden. Maar er moet wel iets gebeuren, niet zo maar de status quo handhaven". De student die hier aan het studeren is en een zeer beperkte inschrijvingstermijn heeft, voelt vandaag de dag toch niets meer voor dit soort idealen. Een carrière, een auto en een partner zijn belangrijker. Als je diepzinnige vragen gaat voorleggen, krijgen ze op z'n minst psychische problemen. Teunissen: "Voor een aantal studenten kan ik die typering volgen. Gelukkig kom ik ook andere studenten tegen. Ik zou hen tenminste tijdens de studietijd in aanraking willen brengen met een andere vervolg op pag. 16 21 juni 1985
PERS
Arbeidsduurverkorting in zicht
handleiding maken waarna de scenario's bij diensten en faculteiten worden uitgewerkt", aldus Huyben. In augustus 1985 moet het eindrapport er liggen. De vijf vrije dagen die het komend half jaar vrijkomen door de 5% arbeidsduurverkorting moeten verplicht rond Kerst en Nieuwjaar opgenomen worden. G.ff.
Arbeidsduurverkorting (ADV) lijlO: weinig invloed te hebben op de organisatie van de hogeschool. Maar legt men een relatie met de werksituatie dan heeft het invloed op fundarnentele keuzes die gemaakt worden. Dit is de conclusie van het deelonderzoek van het project Arbeidsduurverkorting/Flexibele Arbeidspatronen, naar de organisatorische mogelijkheden en beperkingen van arbeidsduurverkorting bij de Katholieke Hogeschool Tilburg en de Technische Hogeschool Eindhoven. In augustus 1985 zal de werkweek met 5% verkort gaan worden tot 38 uur.
Rectificatie De bibliothecaris KHT maakt ons erop attent dat in de tekst van het artikel over de nieuwbouw bibliotheek een kleine fout is ingeslopen die tot misverstand aanleiding zou kunnen geven. De zin: "Alleen bij de juridische bibliotheek zijn wat kleine problemen gerezen" zou moeten gelezen worden: "Alleen bij de juridische faculteit zijn wat kleine problemen gerezen".
De projectgroep, die vaart onder de vlag van het Samenwerkingsorgaan KHTTHE, heeft gesprekken gevoerd met leidinggevende personen van de twee hogescholen. Op basis daarvan bekijken de samenstellers van het rapport de mogelijkheid voor de verschillende vormen van arbeidsduurverkorting - per dag, week, jaar of vervroegde uittreding - op werksituaties in de hogescholen. Zo zien zij voor de administratie arbeidsduurverkorting per jaar als meest haalbaar, terwijl op de drukkerij alle vormen toegepast kunnen worden. ADV in de bibliotheken en het Rekencentrum kan gevolgen hebben voor de serviceverlening omdat herbezetting moeilijk zou zijn. Op de faculteiten zit het 'm niet zozeer in de keuze
voor welke vorm van ADV, omdat de werktijd moeilijk is vast te stellen, maar in het beheersbaar maken van dit gegeven. Vervolgens trekken de samenstellers de lijnen door naar het hogeschoolniveau. Op deze manier komen ze tot de mogelijke procedures voor de invoering van arbeidsduurverkorting. Drie scenario's geven de richtlijnen aan waarlangs h«t proces van invoering plaats kan vinden. Het eerste scenario gaat uit van ministeriële regelingen. Het proces van invoering zou dan binnen de aangegeven kaders moeten verlopen. Op deze manier wordt het leven binnen de hogeschool zo min mogelijk verstoord. De tweede variant voorziet er in dat de ADV-regelingen aange-
past worden aan de werksituatie. Dit vereist een grotere inzet van personeel, hetgeen bij gebrek aan informatie tot wrevel kan leiden. Het derde alternatief gaat uit va"n een wederzijdse aanpassing tussen arbeidstijden en de situatie op de werkplek. Volgens Nico Huyben van Personeelszaken (KHT) wordt het rapport allereerst intern gebruikt waarna een definitief verslag volgt. "De onderzoekers gaan een
Uniyersiteitsbladen
heeft voorbereid voor een gezamenlijke reactie van de universiteiten op de HOAK-nota, was wél voorstander van opheffing van het bijzonder deel. Mare vertelt verder dat Deetman niet snapt ("wat heb ik nou aan mijn flets hangen ") waarom de CDA en VVD-fracties tegen het zogenaamde "herenaccoord" zijn dat hij met het bedrijfsleven heeft gesloten over de uitvoering van de tweede-fase opleidingen. De regeringsfracties snappen op hun beurt Deetman weer niet: zowel CDA als VVD hebben sinds 1983 gepleit voor een uitvoering van een tweede fase zoals Deetmans voorganger Pais die voor ogen had. Dat houdt in dat het ministerie voor de kosten moet opdraaien. Vandaar waarschijnlijk dat Deetman het allemaal niet snapt. ***** Dominee Beyers Naudé bracht een bezoek aan de VU. Hij is daar eredoctor. Volgens Naudé kan de VU een belangrij-
ke bijdrage leveren aan de bestrijding van de apartheid door samen met zwarte en bruine wetenschappers in Zuid-Afrika een fundamentele studie van het onderwijssysteem daar te maken. In een liber amicorum dat Naudé ter gelegenheid van zijn zeventigste verjaardag werd aangeboden schrijft de dominee zelf dat hij "schrikbarende overeenkomsten ziet tussen het Duitse nazi-regime en de apartheidspolitiek in Zuid-Afrika". In beide situaties gaat het om "de verheerlijking van een ras", aldus Naudé. (AD VALVAS) ***** In Groningen heeft men nog duidelijk moeite met het emancipatie-beleid. Zo schrijft de UNIVERSITEITSKRANT uit Groningen dat het CvB aldaar schrok van de passage in de concept-emancipatie nota van de universiteit dat het percentage vrouwen dat aan de RUG werkt in overeenstemming moet worden gebracht met het percentage
Het CvB en de universiteitsraad van Leiden zijn niet zonder meer voorstander van het opheffen van het bijzonder deel van het Academisch Statuut. MARE uit Leiden schrijft dat het CvB en de raad willen dat er meer onderzoek komt naar de voordelen van die opheffing. In het bijzonder deel van het Academisch Statuut wordt nu nog geregeld welke studierichtingen er zijn en wat zij globaal inhouden. Deetman heeft in de nota Hoger Onderwijs: Autonomie en Kwaliteit (HOAK) laten weten hiervan af te willen zien, zodat de universiteiten meer vrijheid krijgen om een eigen onderwijsaanbod samen te stellen. Een werkgroep van de Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten, die een voorstel
Sukkelen
Dit academisch jaar hebben we /eestelijk geopend met een smeuïge reJ, waarbij adressen van KHT-studenten zo maar in het recJame-archie/ van een Tilburgse boekhandel bleken te cirkelen. In september blijkt desondanks dat het studierendement aan de Nederlandse universiteiten en hogescholen "verontrustend laag" is, zo meldt Prof. Drenth in Amsterdam. Eind van die maand wordt onze belangstellig gewekt door drs. L. van Elderen te Tilburg, die stelt dat "Michael Jackson misschien v/e\ de voorbode van hei sexloze tijdperk" is. Een verrassend perspectief, want deze soepele jongeling had al langer mijn aandacht. Het KRIS organiseert een congres over linkse boeken, waarvoor geen contact gezocht is met de beruchte Tilburgse boekhandel ter verkrijging van adressen, maar toch mooi honderden belangstellenden opdraven. In oktober krijgt mevrouw van Diessen bloemen van diensthoo/d H. de Jong, nadat Mr. C. Krijger is weggekocht door Rank Xerox. De voorzitter van het College van Bestuur blijkt in november op te moeten krassen, hetgeen voor Kees Mijderwljk aanleiding is tot het schrijven van een open protestbrie/: "Het is een puike vent". Ook in november, stapelen de klachten over stankjes en geJuidsirritatie zich op tot een bergje problematiek van zeer concrete orde. Het betreft hier gebouw S, waar inmiddels de meeste mensen Tilburgs Hogeschoolblad
vrouwen dat zich beschikbaar stelt op dè arbeidsmarkt. Het CvB vindt de nota hierdoor nog niet "bespreek-rijp" en heeft hem derhalve naar de ambtelijke molens terugverwezen. De Groningse universiteitsraad is daarover zeer verbolgen. Men had gehoopt de nota deze maand in de raad te bespreken. Dat wordt nu wel oktober. ***** De Wageningse PSF (Progressieve Studenten Fractie) heeft een plannetje bedacht om de komende collegegeldverhoging van f 202,— ongedaan te maken, zo meldt het WAGENINGS HOGESCHOOLBLAD. De PSF stelt aan het Wageningse CvB voor de studenten de f 202,— terug te geven door ze op de rekening van de studenten terug te storten. Ideetje voor de Tilburgse naamgenoot. H.B.
wonder boven wonder a\ wel gewoon de weg weten te vinden. Hoo/dbibliothecaris 1 Wieërs denkt aan de oprichting van de T.U.P., zoiets als de Oxford University Press! maar dan wat dommer. Hogeschool-voorzitter Ackermans licht toe dat het voorstel | "niet zo maar uit de lucht" komt vallen. Vlak voor Kerstmis wordt de Hogeschoolgemeenschap getracteerd op een fraaie wens van het College van Betuur in een T.H.B, bomvol met computernieuws: "De herdenking van de geboorte van Jezus Christus,! hef lichtend voorbeeld van een leven in lief en leed met andere mensen, moge een be-l zinning..." etc. Beschaamd kijkt men elkaar aan, zwijgend over alle corruptie en stoten onder de gordel die het dagelijks gangetje zo'n pittig accent geven. In januari bezoekt Deetman de Hogeschool, blijken de studenten monetair weer voldoende reden te zien zich in een Bond te verenigen, en vieren de sociologen de hon-1 derdste bestuurscrisis binnen vijfjaar. Dr. Wentink B- Dr. Zanders publiceren niette-] min hun boek "Kantoren in actie", dat uiteraard over automatisering en zo gaat. "We love the beer", merken een aantal Amerikaanse studenten zeer verstandig op, 1 in maart van dit jaar, gevraagd naar hun mening over de Tilburgse Hogescfioöl.~Studium Generale doet die maand weer eens wat aan mystiek, Leo Lejeune start een Congresbureau aan de K.H.T. en professor Zijderveld vertrekt naar Rotterdam, een niet \ te onderschatten leegte achterlatend... In april wordt de Hogeschool bezet door studenten die door minister Deetman be-1 Toofd dreigen te worden. De emoties laaien hoog op. Maar geen nood, want in mei [ promoveert psycholoog Vingerhoets op een onderzoek naar psycho-sociale stress. Aan alles wordt gedacht hier in huis. Ook in juni, want dan komen de Limbo's lande-1 lijk in actie. Drie exemplaren in Tilburg zien daar desgevraagd geen heil in. Groot gelijk hebben ze. Want je kunt gewoon terug schelden naar al dat klootjesvolk hier uit | de omgeving; "Hé, domme Tilbo/" En zo sukkelen we de vacantie tegemoet... 21 juni 1985
B
K
Collegegeld naar 1100 gulden Het collegegeld voor studenten in het w.o. gaat, zoals al tijdens de behandeling van de ondervjijsbegroting voor dit jaar tussen de regeringspartijen was overeengekomen, definitief naar 1100 gulden. Daar komt nog 150 gulden inschrijfgeld bij. Dat bleek tijdens de behandeling van het wetsontwerp tot verhoging van het collegegeld in de Tweede Kamer, waarvoor zeker een meerderheid bestaat. Hoewel de verhoging van het collegegeld voor het komend studiejaar al In december rond was - de maatregel moest toen voor 30 miljoen dekking bieden aan het gat in de begroting dat was ontstaan nadat de kamer de invoering van schoolgeld voor 12- tot 16-jarigen andermaal had afgewezen - bracht het toch de gemoederen in beroering. De oppositie trok fors van leer, niet in de hoop verhoging alsnog te kunnen voorkomen, maar met het oog op volgend jaar. Volgens Deetman moet het collegegeld, inclusief inschrijfgeld, dan naar 164 gulden. Dat bedrag baseert hij op de nota onderwijsretributies, die ervan uitgaat dat studenten in de toekomst 15% van de z.g. exploitatiekosten van het onderwijs als eigen bijdrage moeten bijpassen. Voor het w.o. is 15%: 1604 gulden. Deetman heeft dat bedrag ook in de meerjarenramingen al vastgelegd. Het merkwaardige is dat CDA en W D weliswaar de verhoging voor het komend studiejaar accepteren.
maar (nog) niet achter die nota staan. "De W D steunt wel de maatregel, maar staat niet achter de filosofie van de nota", aldus Greetje den Ouden. "Het CDA is voor de maatregel, omdat die nog fors binnen de norm blijft, maar heeft met die norm niet ingestemd", zoals Ad Lansink zei. Het grootste bezwaar van de oppositie tegen verhoging van het collegegeld is de vrees voor een kleinere toegankelijkheid van het hoger onderwijs. Voor studenten met een beurs wordt de verhoging helemaal gecompenseerd. Anders ligt dat voor studenten uit de middengroepen en daarboven, en voor werkstudenten. Minister Deetman ging er van uit dat de toelage van de ouders navenant zal worden verhoogd. Gebeurt dat niet dan kost dat de student nog maar 0,4% koopkracht, aldus Deetman. Hij stelde daar overigens niemand mee gerust, ook CDA en W D niet, maar "ik sta hier met
Nota studentenvoorzieningen uitgesteld
NWO zal in de toekomst net als ZWO de kwaliteit en de vernieuwing van het onderzoek moeten bevorderen. Daarnaast ziet minister Deetman voor deze organisatie een taak weggelegd in de initiëring van onderzoek. Indien onderzoeksaanvragen van onderzoekers op bepaalde, belangrijk geachte terreinen, ontbreken, zal de NWO daar zelf het initiatief toe moeten nemen. Naast de nieuwe taken krijgt NWO ook een nieuwe bestuursvorm: Een algemeen bestuur is verantwoordelijk voor het beleid. Daarnaast zullen er 5 gebiedsbesturen komen, voor de geesteswetenschappen, de maatschappijwetenschappen, de natuurwetenschappen, de medische en de technische wetenschappen. BB/UP
De nota studentenvoorzieningen, waarin minister Deetman wil voorstellen deze voor een goed deel af te bouwen, dan wel kostendekkend maken, zal voorlopig niet worden gepubliceerd. Minister Deetman zei dit tijdens het debat over het collegegeld. De bewindsman wil eerst binnenkort een conceptnota uitbrengen, waarover hij met vertegenwoordigers van studenten, waarschijnlijk in VSNU-verband, wil spreken. Pas daarna wil hij zijn conclusies trekken.
ZWO wordt NWO De organisatie voor Zuiver Wetenschappelijk Onderzoek (ZWO) krijgt nieuwe taken en een nieuwe naam; NWO, de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek. Dat staat te lezen in een wetsvoorstel dat minister Deetman aan de Tweede Kamer heeft aangeboden. ZWO is op dit moment belast met de financiering van onderzoek. De organisatie heeftdaar jaarlijks 220 miljoen gulden voor uit te geven. Deze gelden zijn afkomstig van het ministerie van Onderwijs, maar worden aangeduid met de term "tweede geldstroom", ter onderscheiding van de eerste: de financiering van onderzoek uit de rijksbijdrage aan de instellingen van wetenschappelijk onderwijs, en de derde: het contractonderzoek. De belangrijkste wijziging in de taken van ZWO is dat nu ook gestart mag worden met de ondersteuning van toegepast natuurwetenschappelijk onderzoek. Tilburgs Hogeschoolblad
Geen geld voor Surinaamse studenten Het ministerie van onderwijs is opnieuw begonnen Tnet het getouwtrek rond de studiefinanciering van Surinaamse studenten, die begin 1984 in moeilijkheden kwamen door de plotselinge deviezenstop, afgekondigd door de regering-Bouterse in Suriname. Onderwijs vindt dat het ministerie van ontwikkelingssamenwerking de opvang van deze studenten moet verzekeren. Ook vorig jaar, toen enige honderden studenten in het w.o. van de ene op de andere dag zonder geld kwamen te zitten, wilde onderwijs een financiële regeling niet betalen. Formeel kwamen zij niet in aanmerking voor een studietoelage; hen er toch een te geven zou precedenten scheppen, zo liet Deetman een jaar geleden weten. Om de moeilijkheden op te vangen bleek 2 miljoen gulden nodig te zijn, een bedrag dat na veel geharrewar uiteindelijk door minister
gebonden en lege handen", aldus Ad Lansink, daarmee aangevend dat het CDA zich in het politieke spel rond de onderwijsbegroting gecommitteerd had aan de verhoging van het collegegeld. Lansink speelde overigens de kritiek terug naar Jacques Wallage. Hij noemde diens optreden "een nummer voor de tribune", omdat de PvdA zelf ideeën heeft over een veel verdere verhoging van het collegegeld tot 4000 gulden. Wallage gaf toe dat ook hij vindt dat de eigen bijdrage fors omhoog moet, om een "redelijke verhouding tussen wat de gemeenschap en wat de student betaalt te vestigen". Maar daar staat tegenover dat de PvdA in ieder geval een goede toegankelijkheid wil waarborgen. Voorstellen van de socialist om voor deeltijdstudenten het collegegeld met de helft te verlagen en gespreide betaling mogelijk te maken maakten bij CDA en W D geen schijn van kans. De gespreide betaling zou volgens minister Deetman problemen geven met de inning en de overheid zou tenminste 80 miljoen gulden moeten voorfinancieren. "Als U zegt:", aldus Deetman, "laat de instellingen toch zelf beslissen of zij gespreide betaling willen en ze kunnen dat financiële gat kennelijk overbruggen, dan zou bij mij wel eens de vraag op kunnen komen of de rijksbijdrage niet nog te hoog is. Ik hoor echter bijna dagelijks dat "de rek eruit" is, waarna hij gesteund door CDA en W D , gespreide betaling afwees. BB/UP
Schoo op tèfel werd gelegd. Met dit geld bleek in de loop van 1984 de toen getroffen regeling tot 1 september 1985 te kunnen worden voortgezet. Vanaf die datum is het geld echter op en dreigen de Surinaamse studenten opnieuw zonder geld voor hun levensonderhoud te komen. Onderwijs wil de regeling wel verlengen en deze ook uitvoeren, maar zonder te betalen. In een brief aan de Tweede Kamer laat minister Deetman weten van mening te zijn dat "de hulp voortspruit uit omstandigheden van buitenlandse politiek". Zijn ontwikkelingscollega Schoo moet dus opnieuw geld op tafel leggen. Of Schoo daar ook toe bereid is is nog niet bekend. Het ministerie van ontwikkelingssamenwerking was voor commentaar nog niet bereikbaar. BB/UP
Alternatief plan studiefinanciering De PSP en CPN zullen binnenkort een alternatief presenteren voor de plannen van minister Deetman voor de studiefinanciering. Dit alternatief wordt op dit moment uitgewerkt door de beide woordvoerders op dit terrein, Wilbert Willems (PSP) en Marius Ernsting (CPN), in samenwerking met de Landelijke Studentenvakbond, die eerder haar eigen plannen presenteerde. Als ideaal stelsel staat de beide partijen voor ogen dat iedere student een uitkering ter hoogte van de bijstandsnorm voor 23-jarigen krijgt: 1029 gulden netto per maand. Daar bovenop zou een variabel bedrag voor studiekosten moeten komen. Collegegeld en inschrijfgeld worden afgeschaft. Het bedrag van 1029 gulden zou geheel als gift moeten worden gegeven: terug-
Nota rechtspositie 'ondoordacht' De discussienota over de rechtspositie van het personeel bij het wetenschappelijk onderwijs, die minister Deetman onlangs uitbracht, heeft tot veel kritiek geleid. De aanbevelingen van de werkgroep die de nota voorbereidde, onder voorzitterschap van hogeschoolsecretaris drs. Hopman, heeft de minister grotendeels in de wind geslagen. "Het is allemaal ondoordacht en niet verstandig", aldus Hopman. In de nota stelt de minister voor dat in principe alle personeelsleden tijdens werktijden op de werkplek aanwezig moeten zijn. Verder wil de minister de universiteiten voor toptalenten aantrekkelijk maken door ze tijdelijk een toeslag op het salaris te geven zodat deze vergelijkbaar wordt met het bedrijfsleven. Dit extraatje moet wel door de instelling zelf betaald worden. Bovendien zouden zij vrijgesteld moeten worden van bureaucratische beslommeringen en zouden deeltijdbanen de universiteit interessant moeten maken. Nevenwerkzaamheden zouden in principe toegestaan worden. In het overleg met de minister hebben de universiteit en afgegeven op de nota. De voorstellen zouden tot ongelijkheid en tot een transfermarkt leiden. Drs. THopman vertelt desgevraagd dat de voorbereidende werkgroep een concreet ontwerp op tafel heeft gelegd waar de minister mee aan de slag kon maar daar heeft de minister niets mee gedaan. "De minister is een aantal stappen teruggegaan", aldus Hopman en voegt er aan toe: "Dus schiet het niet op". Hij is fel gekant tegen de voorgestelde aanwezigheidsplicht van hoogleraren. "De voorspelling is dat het absoluut geen flikker uit zal halen", zegt hij. In plaats van een aanwezigheidsplicht ziet hij liever een "inspanningsverplichting". De opstelling van de vakbonden die voor een gelijke behandeling van hoogleraren en andere medewerkers pleiten noemt hij "niet verstandig". De voorstellen van Deetman om de salarissen te koppelen aan die van het bedrijfsleven vindt Hopman een goede zaak. Maar dan moeten de nevenwerkzaamheden in principe niet toegestaan zijn. Hopman: "Voor zover ze wel gebeuren zijn in principe de inkomsten rekening universiteiten". Daar staat dan tegenover dat de honorering gelijk is aan die van het bedrijfsleven. Dit laatste vindt hij wel terug in de voorstellen van Deetman maar de hieraan gekoppelde regeling voor nevenwerkzaamheden die Deetman voorstaat noemt hij "teleurstellend". Op de vraag of de voorbereiding van de werkgroep voor niets is geweest antwoordt Hopman: "Je weet niet hoe de discussie nou verder loopt. Hij heeft voor niets gewerkt als niemand dat rapport verder meer leest en de discussie open aangaat". G.R. betaling van wat dan ook is niet aan de orde. Wel wordt verschil gemaakt tussen thuis- en uitwonende studenten. De thuiswonenden zouden een enige honderden guldens lagere toelage krijgen, ook weer gekoppeld aan de bijstandsnorm. 21 luni 1985
a
INTERNATIONAAL
Geen fonds en weinig financiële faciliteiten De favoriete landen zijn de Verenigde Staten, Engeland en West-Duitsland, aldus Mieke Graze! en Hans de Wit van Buro Buitenland. Goede cijfers, taalbeheersing en referenties van een hoogleraar zijn belangrijke maar zeker geen zaligmakende vereisten. Weten wat hij of zij er wil gaan doen en een groot doorzettingsvermogen zijn minstens zo belangrijk. Doorzettingsvermogen is nodig omdat de inschrijving vaak tot ellenlange procedures leidt waar de student gemiddeld driekwart jaar mee bezig is. Deze ellenlange procedures en de financiering van de studie kenschetst Hans de Wit als dé knelpunten die de studie in het buitenland kunnen doen mislukken. Als een Nederlandse student een beurs voor een buitenlandse universiteit wil krijgen, zijn er een aantal mogelijkheden. Allereerst komen de beurzen die men krijgt toegewezen in het kader van een Cultureel Verdrag. "Wijkunnen daarvan echter weinig gebruik maken door de specifieke eisen die aan de betreffende studenten worden gesteld. Bovendien heeft Tilburg niet die talenstudies waar veel van die beurzen toch betrekking op hebben. l\/lisschien dat het nu met de letterenstudenten gaat veranderen", aldus Hans de Wit. Diverse landen hebben naast de beurzen uit dat Cultureel Verdrag nog een eigen programma. West-Duitsland heeft via de Deutsche Austauschdienst een fonds gecreëerd waaruit buitenlandse studenten hun college- en inschrijfgeld en verblijfkosten krijgen vergoed. De VS biedt via de Fulbrightbeurzen van het NACEE (Netherlands American Commision for Educational Exchange) een tegemoetkoming in het college- en inschrijfgeld van $ 5000. De student moet wel zelf in zijn levensonderhoud voorzien. In de praktijk geldt dat voor 1 jaar omdat de goede studenten meestal daarna een scholarship of assistentship krijgen aangeboden. Met betrekking tot de VS gaat in januari 1986 een initiatief van start onder de naam ISEP (International Students Exchange Program) waarbij 2 studenten de kans krijgen om 1 jaar in Amerika te studeren. Twee Amerikaanse studenten komen in Nederland studeren. De financiering wordt geregeld met gesloten beurzen. Dat wil zeggen dat de twee Nederlandse studenten gebruik maken van de financiering zoals die voor hun Amerikaanse collega's was geregeld; omgekeerd studeren de Amerikaanse studenten met de Nederlandse beursfaciliteiten. Hiermee wordt het hoge college- en inschrijfgeld omzeild. Als derde mogelijkheid gelden de talloze particuliere fondsen en de incidentele beurzen die bedrijven beschikbaar stellen. Een voorbeeld daarvan is de volledige studiebeurs die de Japanse ritssluitingfabrikant YKK elk jaar voor één student biedt. Komend jaar zullen 7 studenten in het buitenland gaan studeren. Vier daarvan maken gebruik van het uitwisselingsprogramma dat de KHT heeft met de Bloomington universiteit in Indiana. Deze studenten lopen daar een semester van het Master of Bussiness Administration (MBA) programma waarna zij hier hun oorspronkelijke studie afronden. De andere drie studenten gaan na het doctoraal een universitaire opleiding volgen. Twee van het drietal komen hieronder Tilburgs Hogeschoolblad
Jaarlijks komen circa 100 studenten om inlichtingen vragen bij het Tilburgse Buro Buitenland met betrekking tot een aanvullende of vervangende studie in het buitenland. Zo'n 15 a 20 studenten blijken serieuze gegadigden te zijn. Hiervan komen 5 a 10 studenten - dit jaar is het aantal 7 - ook daadwerkelijk terecht op een door hen gekozen universiteit of hogeschool voor een studie van 1 jaar of langer. Van de mogelijkheid om een cursus van 1 tot 3 maanden te volgen maken jaarlijks ongeveer 100 Tilburgse studenten gebruik.
Studeren in het buitenland
>t-
Indiana Memorial Union, onderdeel van de universiteit waar de Tilburgse student Peter Verschuren straks terecht komt. aan het woord. Peter Verschuren en Frank van Es, beide bijna afgestudeerd internationaal econoom. Over het land van zijn keuze - Japan - zegt Frank van Es: "Ik wilde niet alleen als een toerist rondkijken maar ook studeren; vandaar dat ik ben gaan zoeken naar de mogelijkheden die daarvoor aanwezig waren. Omdat ik ben aangewezen op engelstalig onderwijs kwam ik terecht bij The International University of Japan". Hij gaat daar een tweejarig Masters Program volgen op het gebied van international relations, een soort landenstudie. Peter Verschuren heeft in het verleden kunnen profiteren van de mqgelijkheid om in Bloomington een half jaar te studeren. Het is toen erg goed bevallen hetgeen hem deed besluiten om na zijn doctoraal te proberen zijn MBA te halen. Op de vraag waarom hij juist de VS koos antwoordt hij: "De aanpak en de manier van studeren spreken mij erg aan. Je moet er veel harder werken want de hoeveelheid te bestuderen stof is veel groter. De kwaliteit ligt misschien iets lager om-
dat de studie veel minder theoretisch is in vergelijking met Nederland. Anderzijds ligt de praktische toepasbaarheid veel hoger en op sommige vakgebieden zoals financiering zijn ze verder". De inschrijvingsprocedure nam voor Frank een drietal maanden in beslag. Buro Buitenland schreef de Japanse universiteit aan omdat een officiële instantie dit moest doen. "Een student stelt daar namelijk niets voor"zegt Frank en vervolgt: "Begin december 1984 startten we de hele procedure en pas op 2 maart 1985 kreeg ik bericht dat ik in september 1985 kon komen!". Peter had met zijn inschrijving minder moeite al werd wel als voorwaarde gesteld dat hij naast zijn doctoraal ook het GMAT (General Management Admission Test) moest hebben gehaald. Dat is te vergelijken met een toelatingsexamen. De problemen dienden zich echter aan bij de financiering van het geheel. Frank hierover: "Voor een beurs in het kader van het Cultureel Verdrag kwam ik niet in
aanmerking omdat ik geen Japans studeerde of kunstenaar ben. Ook de YKKbeurs was al aan een informaticastudent toegekend. Vervolgens heb ik contact opgenomen met het NUFFIC of zij nog mogelijkheden kenden. Ze kenden er geen". Het NUFFIC (Netherlands Universities Foundation For International Corporation) bevestigt dit: "Studenten die tijdens hun studie naar het buitenland willen, kunnen meestal worden geholpen via een gesloten beurzensysteem. Die cursussen zijn dan wel van korte duur. Mensen die na hun doctoraal naar het buitenland gaan en niet in aanmerking komen voor een beurs in het kader van het Cultureel Verdrag en ook geen gebruik maken van incidentele fondsen, zijn aangewezen op eigen middelen of moeten geld gaan lenen". Op zijn tocht langs de diverse instanties had Frank nog contact met: Mr. Brinkhorst - de Nederlandse ambassadeur in Japan -, de EEGCommissie in Brussel die alleen stagiaires naar Japan stuurt, het ministerie van Onderwijs en Wetenschappen, de Japanse ambassade, diverse particuliere fondsen, het steunfonds van de KHT, en het bedrijfsleven. Dit alles leverde wel medeleven maar geen geld op. Slechts de Amrobank was bereid hem een lening te verstrekken tegen een rentepercentage dat lager ligt dan de commerciële rente. De totale kosten zullen ongeveer f 85.000 gaan bedragen. Zopas heeft de Japanse universiteit bericht dat zij een bedrijf bereid hebben gevonden om het college- en inschrijfgeld voor het eerste jaar te betalen. Het gaat dan om een bedxag van f 18.000. Bij goede resultaten zal dit bedrijf - waarvan de naam nog niet bekend is - ook het tweede jaar voor haar rekening nemen. Tevens bestaat de reële mogelijkheid dat Frank, weer via ondersteuning, elke maand een bedrag van f 1400 tot zijn beschikking krijgt. Toch zal hij nog circa f 20.000 moeten lenen. "Maar dat heb ik er graag voor over", reageert hij. Peter Verschuren heeft totaal $ 24.000 nodig. Na een strenge en uitgebreide selectie kreeg hij een Fulbrightbeurs van het NACEE toegewezen ten bedrage van $ 15.000. Hij overweegt om het resterende bedrag te lenen omdat contacten met de overheid en het bedrijfsleven tot dusverre niets opleverden. Uit het voorgaande blijkt dat studenten van de Nederlandse universiteiten en van de overheid weinig hoeven te verwachten met betrekking tot financiële steun. Hans de Wit betreurt dit en zegt: "In vergelijking tot het buitenland bezitten wij geen fonds of andere faciliteiten om financiële injecties te geven. De KHT mag het steunfonds hier niet voor gebruiken en veel andere middelen bezit ze niet. Een fonds zou een particuliere onderneming jnoeJen^^ri^vaarirT^he^rmiistene van Onderwijs en Wetenschappen en hét bedrijfsleven participeren. Zij profiteren tenslotte van de opgedane kennis en know-how!" Hij signaleert dat er vrijwel geen mogelijkheden voor HBO-studenten bestaan, een groep waar zelden rekening mee wordt gehouden. De creatie van een fonds zou misschien in die leemten kunnen voorzien en het succesvol plaatsen en laten studeren van Nederlandse studenten in het buitenland zeer zeker bevorderen. Frank Sooniëns 21 juni 1985
DEETMAN
Je dereguleert, Bert, of je dereguleert niet niet" "Alles is geoorloofd, maar niet alles Is nuttig". Dat is, in één zin, de strekking van de HOAK-nota. De formulering is alleen wat ouder dan maart 1985, want die is afkomstig van de apostel Paulus. Voor een CDA-minister als Deetman een goede bekende. Maar net zoals het ogenschijnlijke liberalisme van Paulus bij nadere beschouwing pleegt tegen te vallen, valt ook de vrijheid die de HOAK-nota aan de universiteiten biedt, tegen. Het staat de universiteiten vrij om zelf studierichtingen te maken. Daar zullen ze niet langer de toestemming van de overheid voor nodig hebben, zoals nu nog het geval is. De opsomming van vereiste vakken en examens in (het Bijzonder Deel van) het Academisch Statuut komt te vervallen. Daarvoor in de plaats bepaalt een instelling zelf wat zij de studenten aanbiedt. Het ministerie doet een stapje terug, en regelt niet meer alles. Niet vooraf, althans. In plaats van het fiat aan een universiteit dat die, alvorens met een nieuwe studierichting te beginnen, daar geld voor krijgt, verschijnt de fiattering-achteraf op het toneel. Levert een universiteit een goede prestatie door onderwijsprogramma's te verzorgen die studenten trekken en die door een visitatiecommissie op niveau bevonden worden, dan is er niets aan de hand. Zo min als wanneer een commissie "relatie maatschappij-onderwijs" vaststelt dat er voor afgestudeerden in een bepaalde richting voldoende emplooi te verwachten valt. Of, wanneer zo'n commissie vaststelt dat het onderwijs in die richting goed aansluit op wat in de samenleving van de afgestudeerden verwacht gaat worden.
CONCURRENTIE Is dat echter niet het geval, dan smaakt de universiteit in kwestie daar ook de gevolgen van. In het uiterste geval kan de overheid dan een "negatieve verklaring van bekostiging" geven, is: meedelen dat ze niet meer zal betalen voor die richting. De overheid trekt zich dus wel terug, maar blijft in één opzicht wel op zijn post: bij de geldkraan. Dat zo'n inrichting van het wetenschappelijk onderwijs een groot verschil te zien zal geven met de huidige situatie, is duidelijk. De universiteiten, nu nog allemaal goede vriendjes van elkaar, zullen in een concurrentiepositie terechtkomen. Studenten zullen niet dicht bij huis een universiteit zoeken omdat dat zo goedkoop of zo gezellig is, maar de beste universiteit gaan zoeken voor de richting van hun keuze. En de situatie dat er een kleine 17.000 academici rondlopen, werkloos doordat hun opleiding in veel gevallen onvoldoende was toegesneden op de arbeidsmarkt, zal ook veranderen. Dat zijn althans een paar verwachtingen die de bewindsman bij de HOAK-nota heeft. De universitaire wereld reageerde tot dusver echter wat sceptisch. De Vereniging van Sarfienwerkende Nederlandse Universiteiten (VSNU) bijvoorbeeld, liet weten dat ze, ais er dan gedereguleerd moet worden, wel zinvoller manieren weet dan via de verdwijning van een Academisch Statuut. En, als het hoger onderwijs dan autonomer moet zijn, waarom laat de minister het dan niet aan de instellingen over om zelf met dereguleringsplannen te komen? Het COVWO, de commissie onderwijsvraagstukken
Tilburgs Hogeschoolblad
"Laat ik dit vooropstellen. Met krachtige stem is er vanuit de instellingen om gevraagd. Men heeft mij voor de voeten geworpen dat ik me veel te gedetailleerd met de zaken bezighoud. Ik betwist dat, zeker in vergelijking met mijn ambtsvoorgangers. Maar het gaat er niet om wat feitelijk al dan niet juist is; dat verwijt was in elk geval een signaal dat de instellingen zelf grotere autonomie willen, en denken die ook te kunnen dragen. Als dat dan zo is, dan is het mijn taak dat mogelijk te maken". Die repliek lijkt het standaardantwoord op de standaardvraag aan de huidige minister van Onderwijs, drs. W.J. Deetman: de vraag naar de achtergrond van de HOAK-nota. Dat is nota Autonomie en Kwaliteit, waarin de dereguleringsplannen voor het Hoger Onderwijs staan. De HOAK-nota mag dan zijn waar de universiteiten om gevraagd hebben, althans volgens Deetman, dat wil niet zeggen dat ze er blij mee zijn dat hij er nu is. De Nijmeegse collegevoorzitter Van Lieshout bijvoorbeeld, noemde de nota een slecht onderbouwd, inconsistent verhaal dat "kennelijk bij de open haard" in elkaar gezet is. En zo zijn er meer negatieve reacties. Begin juli praten minister en universiteiten voor de eerste maal over de nota, in de HO-kamer. In een gesprek met de Universitaire Pers lichtte de minister zijn motieven alvast toe. Daarbij kwamen trouwens ook de relaties met het bedrijfsleven in de tweede fase aan bod.
voor het W.O., liet horen dat de behoefte op de arbeidsmarkt aan academici sowieso zal dalen, en dat het onderwijskundig onaanvaardbaar zou zijn om zich aan die cijfers al te veel gelegen te laten liggen.
Deetman lijkt van de tot nu toe gehoorde kritiek echter niet al te zeer onder de indruk te zijn: "Ja, bij zo'n reactie komt dan dus de aap uit de mouw! Daar waar pijnlijke beslissingen werden genomen, in het verleden, was het altijd: waar be-
moeit de minister zich mee, en we lossen het zelf wel op, c.q. we weten wel een weg te vinden om voor de problemen weg te lopen. Wat ik met de HOAK-nota heb willen duidelijk maken is, dat een kenmerk van deregulering is dat de overheid zich terugtrekt. Er zijn ongetwijfeld nog wel meer punten waarop je kunt dereguleren, dat sluit ik helemaal niet uit. Maar wanneer men op het kernpunt van de HOAK-nota, de vrijheid in de sfeer van onderwijs, zegt: daarop hebben we niet zitten wachten, dan zeg ik: dat is boeiend om te vernemen, na alle commentaren op het punt van de Zoetermeerse regelzucht".
STAGNATIE Toch zijn de punten van kritiek interessant genoeg om ze langs te lopen. Het is bijvoorbeeld voorstelbaar dat de HOAKnota helemaal niet zo'n vrijheid-vergrotend effect heeft als er in staat. De officiële lezing is, dat de universiteiten de gelegenheid krijgen om naar believen nieuwe afstudeerrichtingen te maken. Bij nadere beschouwing valt echter ook voor te stellen dat dat er helemaal niet zo van zal komen: elke nieuwe richting gaat ten koste van een andere. Is dat niet eerder het oproepen van stagnatie dan iets anders? Deetman: "Punt één: ik vind dat de universiteiten op het punt van nieuwe studierichtingen te ver zijn gegaan. Als de overheid nü een nieuwe richting goedkeurt, betekent dat dat hij tot in lengte van jaren kan blijven voortbestaan. Of we er nou behoefte aan hebben of niet. Ik vraag me af of we op dit'punt wel op de goede weg zijn. Maar het kernpunt is, dat van de overheid gevraagd wordt: mogen we dat gaan doen? En dat de overheid dan moet uitspreken: doe maar, daar hebben we behoefte aan. Ik weet dus niet of dat de taak van de overheid is. De benadering in de HOAK-nota is dan ook, om op een hoger aggregatieniveau te gaan zitten en de instellingen de vrijheid te geven om variatie aan te brengen in de afstudeerrichtingen". "Punt twee betreft het budget. Nee, extra middelen zijn er niet. Ik denk dat het zal lukken om het middelenperspectief voor de rijksbijdragen ongeveer constant te houden, ook voor de begroting 1986 en de aansluitende meerjarenraming. Maar dat betekent dat denken in termen van extra middelen voor de universiteiten onmogelijk is. Om het budget op peil te houden moet ik mij al gigantische offers getroosten. Maar dat wil niet zeggen dat een instelling van de regen in de drup terechtkomt als de HOAK-nota wordt ingevoerd. De negatieve verklaring van bekostiging is een u/t/mum remedium, een uiterste middel. Die externe kwaliteitsbeoordeling moet niet als een boeman gezien worden, maar, integendeel, als een manier om tot een kwaliteitsdiscussie over het W.O. te komen". "Kijk, op het moment dat je overstapt van een positieve bekostigingsverklaring vooraf op een negatieve verklaring achteraf, moet je wel een procedure aangeven waarlangs dat zal gaan verlopen. Uit oogpunt van rechtszekerheid is dat nodig. In die procedure is vermindering van middelen mogelijk, maar het is niet gezegd dat dat vaak zal gebeuren. Want je mag verwachten dat de instellingen zelf zullen ingrijpen wanneer een oordeel van
vervolg op pag. 8 Minister Deetm^^i
21 juni 1985
DEETMAN
vervolg van pag. 7
"Grote vrijheid voor de instellingen
##
anderen luidt, dat er bijstelling nodig is. De instellingen kunnen nfiet een grote mate van vrijheid exerceren. Daar zitten risico's aan. Namelijk, dat men misgokt. Dat risico is dan voor de instellingen; dat zal niet meer af te wentelen zijn op de overheid. Of je dereguleert, of je dereguleert niet".
REGIONAAL De HOAK-nota gaat ook in tegen een andere trend: dat studenten zich een universiteit dicht bij huis zoeken, zoals recent Gronings onderzoek uitwees. Zulk onderzoek, naar de regionale functie van universiteiten, floreerde even in de Taakverdelings-periode: het vormt tegengas tegen de idee dat niet elke studierichting aan elke universiteit aanwezig hoeft te zijn. In een universitair bestel naar HOAK-model zou zo'n taakverdeling er van kunnen komen, niet op grond van de kosten (wat bij de TVC-operatie de grond was), maar op basis van de kwaliteit van een opleiding in een bepaalde plaats. Verwacht Deetman dat studenten hun keuze-gedrag inderdaad zullen veranderen? Deetman: "Ik ga ervan uit dat universiteiten landelijke functies hebben. Dat ze toevallig ook regionaal functioneren, ik weet dat dat zo is maar dat zal toch geen uitgangspunt zijn voor het beleid. We moeten natuurlijk afwachten of studenten inderdaad zullen gaan meewegen wat het kwaliteitsverschil is tussen twee of meer instellingen. Maar, ik weet niet of de verschillen tussen de instellingen per discipline echt groot zullen zijn, in de eerste fase". "Toch, hoe je het ook keert of wendt, er gaat zich een onderlinge concurrentie voordoen. Dat zal een complexe zaak zijn, want ik zei net al dat er tussen een negatief rapport van een visitatiecommissie en een negatieve verklaring van bekostiging nog het een en ander zit. Een minister zal in discussie treden over zo'n rapport, en informeren: wat doe je daar nou mee? Het hoeft niet meteen tot maatregelen te leiden - hij gaat vragen stellen. Maar een instelling met een studierichting die notoir slecht is. Ik verwacht toch dat een student daarvan zal zeggen: daar ga ik niet heen, want dat krijg ik later op mijn brood. Of eigenlijk: juist niet op mijn brood. Het zal een groeiproces zijn, ongetwijfeld. Maar in andere takken van onderwijs gebeurt het al: er zijn sociale academies die goed bekend staan en pedagogische academies waarvan men weet: als ik daar heenga kom ik aan een baan - dat kan binnen het W.O. net zo".
VOLWASSEN Een groeiproces, zo omschrijft Deetman even later ook de invoering van de HOAK-nota zelf, en de veranderingen binnen het universitaire bestuur die hij tot gevolg zal hebben. De directeur-generaal van het directoraat Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek (DGHW), dr. R.J. In 't Veld, greep onlangs in een lezing te Delft, waar hij de HOAK-nota voor wetenschappers verklaarde, naar de metafoor van ouders en een kind. Zo is de verhouding tot dusver altijd geweest tussen overheid en universiteiten: het kind mag fouten maken en wordt nooit echt verantwoordelijk geTilburgs Hogeschoolblad
houden voor wat het doet. Die verhouding moet dus veranderen; maar wat voor aanwijzingen ziet Deetman dat de universiteiten de graad van volwassenheid die daarvoor nodig is, hebben bereikt? Deetman: "De nota bevat geen ideeĂŤn die voor het wetenschappelijk onderwijs nieuw zijn. Die negatieve verklaring van bekostiging is niet op het departement bedacht, in eerste instantie. Die komt van de universiteiten zelf. Maar, meer inhoudelijk: er is de laatste jaren bestuurlijk toch het een en ander veranderd. Colleges van Bestuur zijn zich toch op tal van punten inhoudelijk met het beleid gaan bezighouden. Men is toch doende een profiel te geven aan het eigen beleid. En ik denk dat dat kan toenemen in de periode van invoering van de HOAK-nota. Daar^al nog enige tijd overheen gaan, want je kunt niet zeggen: per 1 januari 1986 is de HOAK-nota van kracht. Dan zou je brokken maken. Al vind ik dat je deze dingen onder een zekere tijdsdruk moet houden, anders wordt het nooit iets, natuurlijk. Ik verwacht dat we tijdens het bespreken van de invoeringsproblematiek nog nader tot elkaar zullen komen. Maar dat is pas op latere termijn belangrijk: eerst moet er nog overeenstemming komen over het te bereiken doel".
BUITEN BOEKJE De HOAK-nota gaat eigenlijk alleen over het onderwijs in de eerste fase. Veel mensen op de universiteiten en hogescholen maken zich op het ogenblik echter meer zorgen over invulling van de tweede fase, zeker sinds Deetman in de nota Beiaard voorstelde de 1-jarige onderzoekersopleiding om te zetten in een vierjarige aanstelling als 'assistent-in-opleiding'. Niet iedereen heeft daar evenveel ver-
trouwen in. ZWO bijvoorbeeld liet enkele maanden geleden weten alleen nog mensen in dienst te wijlen nemen die die opleiding al achter de rug hebben. "Daar heb ik ernstige kritiek op uitgeoefend", laat Deetman weten. "ZWO is daarmee zijn boekje verre te buiten gegaan en daar hebben ze noch het WO noch zichzelf een dienst mee bewezen". Aan de andere kant zijn er ook universiteiten die meer onderwijselementen in de "hoogkwalitatieve" aio-opleiding willen steken. Krijgen de instellingen die vinden dat de "assistent-in-opleiding" veel onderwijs moet ontvangen tijdens de vierjarige aanstelling de ruimte om hun plannen voor een "graduate school" te verwezenlijken? Deetman: "Met betrekking tot de tweede fase is nu weinig geregeld en dat zal ook straks zo zijn. Grote vrijheid voor de instellingen, dat is het kenmerk. In het wetsontwerp Beiaard worden alleen maxima gesteld, grenzen die de aio moeten beschermen, zodat hij bijvoorbeeld niet verplicht kan worden om meer dan een kwart van de tijd te besteden aan het geven van onderwijs. Als men vindt dat de aio in het begin veel onderwijs moet volgen dan kan dat. Het hangt af van wat er wordt overeengekomen en dat kan van discipline tot discipline en van aio tot aio verschillen. Er zijn maxima, bijvoorbeeld de duur van vier jaar. Maar men moet nu ook weer niet denken dat vier jaar verplicht zijn, het mag ook korter. Waar het om gaat is dat er inhoudelijk iets goeds tot stand komt. Binnen de gestelde grenzen kunnen de instellingen hun gang gaan". Daarom, zegt Deetman, is hij eerder dit jaar gekomen met die notitie over de profilering. "Daarin heb ik tegen de instellingen gezegd dat ze, als ze willen streven naar een aantal 'centres of excellence' het mij
goed lijkt dat ze dat onderling afstemmen, zodat ze niet allemaal op hetzelfde punt aankoersen. Daar hebben we in Nederland weinig aan. Maar ze hebben de vrijheid om bij de inrichting van de tweede fase hun eigen accent te leggen. Ik vind niet dat je dat als minister moet aanwijzen".
m
RELATIE VERSTERKEN Het onderwijs en met name het wetenschappelijk onderwijs moet meer aansluiten op het bedrijfsleven. Die boodschap wordt door de minister de laatste tijd, zeker nadat hij het 'herenakkoord' met de ondernemers sloot, frequent verkondigd. Maar hoe ver moet dat gaan? Worden er dadelijk nog alleen opleidingen betaald waarvan het bedrijfsleven profijt heeft? "Voor de eerste fase geldt dat zeker niet en voor de tweede fase trouwens ook niet. Alleen voor de specifieke beroepsopleidingen komen de kosten voor de deelnemer. De hele onderzoeks- en ontwerpersopleiding wordt door het departement betaald en door niemand anders. Dat wil zeggen dat de WO-instellingen de volledige vrijheid hebben er in te stoppen wat ze willen. Ik begrijp die kritiek niet. De instellingen worden beslist niet aan het bedrijfsleven gekoppeld. Als het bedrijfsleven iets wil doen met de ontwerpers- of aio-opleiding dan moet dat iets aanvullend zijn - gastdocenten, stageplaatsen, apparatuur. Maar ik stel nadrukkelijk dat wat de invulling betreft de vrijheid geheel bij de instellingen ligt". Vraag Blijft dat wefwat er nu precies onder het zo sterk gepropageerde aansluiten op het bedrijfsleven verstaan moet worden. Dat kan de minister ook niet exact aangeven. "Ik noem het een wisselwerking, een samenspel, waarbij men niet concreet kan zeggen tot hier en niet verder". Deetman kan zich voorstellen dat het voor het bedrijfsleven interessant is om met de universiteiten en TH's samen te werken, daar zit tenslotte de kennis. En het omgekeerde kan even goed. Want er zijn ook bedrijven met grote wetenschappelijke afdelingen waar men heel wat van kan leren. "De wisselwerking lijkt me als zodanig waardevol. Als er een ontwerpersopleiding komt dan moet die toch maatschappelijk erkenning krijgen. Je wilt toch niet het risico lopen dat iemand die als ontwerper op een TH is afgestudeerd te horen krijgt 'wat is dat voor een fenomeen, wat stelt dat voor?' De verantwoordelijkheid voor de opleiding ligt bij de instellingen, dat heb ik de werkgevers duidelijk gemaakt. Maar de WO-instellingen zijn geen eilandje, geen pedagogische provincie, om met de woorden van Van Kemenade te spreken. We mogen wel eens kijken waar de samenleving behoefte aan heeft". De aansluiting tussen onderwijs, onderzoek en arbeidsleven is in het gedrang gekomen, vindt Deetman. "Dat is zeker niet alleen de schuld van het onderwijs. Er zijn twee partijen in het geding, die hebben beide boter op het hoofd. Die relatie moet weer worden versterkt. Als minister moet je daarbij een intermediaire rol spelen. Hoe? We zijn druk doende om een aantal zaken uit te werken. Maar ik aarzel om daarbij structuren te scheppen. Geen commissies, zo heeft dat .vroeger ook niet gewerkt. Als die ontwerpers-opleiding er eenmaal is, ontstaat de relatie vanzelf". Esther Hageman Jos Speekman 21 juni 1985
VRIJETIJDSKUNDE
''In welk opzicht en in welke mate wil je wel of niet met elkaar samenwerken?'' /s het niet verwarrend dat er behalve een studierichting Vrijetijdswetenschappen in oprichting in Tilburg ook nog eens een Centrum voor Vrijetijdskunde in Breda bestaat? Van Bijsterveldt: "Ik ben het helemaal met je eens dat dat voor de buitenwereld een verwarrende indruk maakt. Daarvoor moet ik echter terug naar de voorgeschiedenis van het Centrum en de studierichting. Ongeveer tien jaar geleden kwam het Nederlands Instituut voor Toerisme en Recreatie (NWIT) in Breda met een verzoek aan de KHT om te gaan samenwerken, waartoe in 1976 een werkgroep werd gevormd. Uiteindelijk leidde dat tot een formele overeenkomst die in 1982 ondertekend werd en waarmee de oprichting van het Centrum voor Vrijetijdskunde een feit was". "Midden 1972 werd met name in het College van Bestuur van de hogeschool duidelijk dat die vrijetijdsstudie een interessant terrein zou kunnen zijn om niet alleen in Breda de opleiding te verbeteren, maar dat het beslist ook voor Tilburg deel van het programma zou kunnen uitmaken. Overigens was een jaar eerder zowel binnen de economische als sociale faculteit al een keuzevak op het gebied van vrijetijdsvraagstukken van start gegaan". Naast het bestuur van het Centrum voor Vrijetijdskunde werd toen een zelfstandige commissie samengesteld die zich met het ontwikkelen van een studierichting op dit terrein zou gaan bezighouden. In die commissie waren eveneens mensen van het NWIT vertegenwoordigd. Van Bijsterveldt: "Men opende een tweede spoor los van het al in gang gezette formeel bekrachtigde spoor van het Centrum voor Vrijetijdskunde. Dat zou nog niet zo'n probleem geweest zijn als dezelfde mensen als het ware op beide sporen zaten, maar in die commissie zaten slechts twee mensen die ook deel uitmaakten van het bestuur van het Centrum. Wat nog meer scheiding tussen de twee initiatieven bracht, was het benoemen van een eigen projectleider door de commissie nl. dhr. van Doorn. Op dat moment vonden we dat wel doelmatig omdat we zelf net met het nieuwe Centrum van de grond moesten komen, maar ik heb het altijd betreurd dat het zo gescheiden verlopen is". Nu de studierichting VTW eenmaal zo ver is om in 1986 van start te gaan (zij het niet - zoals oorspronkelijk bedoeld - als zelfstandige studierichting maar als vrije studierichting ondergebracht bij de subfaculteit Sociaal-Culturele Wetenschappen) beginnen de twee sporen volgens Van Bijsterveldt wel weer bij elkaar te komen. Aan een samenwerking tussen het Centrum en de voorbereidingscommissie van de studie VTW wordt door het Centrum hard gewerkt. Van Bijsterveldt: "Nu het zo gelopen is dat we niet voldoende bij de voorbereiding betrokken waren, willen we toch wel bij de uitvoering betrokken zijn. Hoewel we correcties in het rapport van Van Doorn hebben mogen aanbrengen en het eindresultaat mij redelijk bevalt, hadden de beide initiatieven organischer met elkaar verbonden kunnen blijven. Nu is de voorbereidende rol van het Centrum mede door de publiciteit eromheen een beetj^op de achtergrond geraakt".
CURSUSMATERIAAL Het cursusmateriaal dat het Centrum tot nu toe ontwikkelde werd voornamelijk ten behoeve van het NWIT gebruikt, maar wel met de bedoeling 't ook voor Tilburgs Hogeschoolblad
"Het is in feite zo dat in al die jaren de coulissen regelmatig verzet worden. De achtergrond waartegen je dit samenwerkingsspel opvoert verandert en iedereen begint steeds opnieuw positie te kiezen omtrent in welk opzicht en in welke mate hij wel of niet wil samenwerken met de ander", aldus dhr. van Bijsterveldt. Aan het begin van dit jaar verscheen het tweede jaarverslag van het Centrum voor Vrijetijdskunde. Naar aanleiding van dit jaarverslag licht dr. Q.M. van Bijsterveldt, coördinator van het Centrum, in een vraaggesprek toe wat de rol van het Centrupn in dit samenwerkingsspel is en met wie hij daarbij te maken heeft. universitaire instellingen geschikt te maken. Voor welke faculteiten was dat dan aanvankelijk bedoeld, want er bestonden toen toch al keuzevakken binnen de economische en sociale faculteit? Van Bijsterveldt: "Wat betreft de leerstof hadden we aanvankelijk drie fases voor ogen. De eerste fase was een leerplanontwikkeling waar vrijetijdsbesteding in z'n volle breedte aan de orde moest komen en niet alleen het toerisme en de openluchtrecreatie, zoals in Breda gangbaar was. Bovendien moest de leerstof een benadering hebben vanuit verschillende disciplines als economie, sociologie en sociale geografie. In deze eerste fase zouden keuzevakken op het gebied van vrijetijdskunde gevolgd kunnen worden binnen de economische en sociale faculteit en eventueel de psychologie". "In een tweede stadium zouden deze keuzevakken moeten uitmonden in afstudeerspecialisaties, zo tegen '85 of '86 bij bovengenoemde faculteiten. De slotsuggestie destijds was dat er eens gedacht zou kunnen worden over een zelfstandige studierichting als derde fase. Door het College van Bestuur is deze derde fase helemaal naar voren gehaald als een eerste fase. Uiteindelijk is dat niet gerealiseerd en komen we nu toch uit op de tweede fase die het Centrum zich had voorgesteld. Dit gaat iets verder dan een doctoraalspecialisatie, maar is geen zelfstandige studierichting". "Het Centrum is direct begonnen met het schrijven van cursusmateriaal dat ook aan de KHT gebruikt zou kunnen worden. Een reden waarom gebruik daarvan nog niet mogelijk bleek was dat binnen de economische en sociale faculteit nog geen mogelijkheid bestond voor een multidisciplinaire benadering". In andere landen bestaat de belangstelling voor vrijetijdsvraagstukken al veel langer dan hier in Nederland. Heeft het Centrum voor Vrijetijdskunde ook internationale contacten en werkt men samen met buitenlandse universiteiten die wellicht een bijdrage kunnen leveren op
grond van hun langere ervaring? Van Bijsterveldt: "Er bestaan veel internationale contacten op het gebied van dit studieterrein. Maar het blijft een vrij beperkt circuit. Het is in zoverre wel een gevestigde discipline dat het een eigen organisatievorm heeft, eigen congressen organiseert en een viertal eigen tijdschriften heeft. Hoewel het zwaartepunt van de activiteiten nu op de Engelssprekende landen ligt, waren het toch de Fransen die de eerste aanzet hebben gegeven tot de ontwikkeling van een zelfstandige specialisatie". "Verder zijn er enkele lopende voorstellen om te komen tot internationaal vergelijkend onderzoek, maar door de hele ontwikkeling van het Centrum heb ik daar nog niet op kunnen ingaan. Er zijn twee thema's in het bijzonder die mij interesseren en waar ik ook zeker aan meegewerkt zou hebben als ik de mogelijkheid had gehad: cultuurparticipatie en mediagebruik". Eén van de nieuwste initiatieven van het Centrum voor Vrijetijdskunde is het organiseren van een conferentie in december met als titel: "Alledaags leven; vrijetijd en cultuur". Een deel van het programma zal worden besteed aan een debat tussen Engelse en Nederlandse onderzoekers over verschillen in benadering op het gebied van vrijetijdsstudies en cultuurstudies. Een echte vorm van samenwerking kun je dit nog niet noemen, meent dhr. van Bijsterveldt, maar wel een concrete vorm van uitwisseling.
FINANCIERING Volgens het jaarverslag bestaat er nog al wat onzekerheid over de financiering van het Centrum voor Vrijetijdskunde. Het voortbestaan van het Centrum hangt min of meer samen met het eventueel oprichten van een studie VTW. Kunt u dat uitleggen? Van Bijsterveldt: "Toen het jaarverslag geschreven werd, was nog niet bekend dat de studierichting VTW niet in zijn oorspronkelijke vorm door zou gaan. Er bestond echter al een voorlopige af-
spraak, die nog niet formeel bekrachtigd was, om het Centrum in te schakelen bij het ontwikkelen van een studie VTW. Bovendien zouden tenminste vier formatieplaatsen aan het Centrum worden toegewezen van het personeel van de studierichting VTW. Een voorwaarde was dat die experimentele studierichting er zou komen. Daarmee was het voortbestaan van het Centrum voorlopig voor vijf jaar gegarandeerd. Nu gebleken is dat een experimentele studierichting niet door zal gaan is nog steeds niet duidelijk of de KHT en het NWIT bereid zijn de overeenkomst te ondertekenen". "Ik heb de indruk dat het College van Be'Stuur het Centrum wel overeind wil houden, aangezien men na de weigering van de minister het departement haastig een brief heeft geschreven met het verzoek om het Centrum voorlopig nog een jaar te financieren. Inmiddels heeft de minister dat toegestaan en we hebben een toezegging dat de huidige bezetting van het Centrum tot juli 1986 door het departement betaald zal worden. In zoverre zijn de financiële onzekerheden voorlopig van de baan". "Ook het NWIT in Breda wil graag dat het Centrum gehandhaafd blijft, omdat het van belang is voor de voorbereiding van de eigen opleiding. Het Centrum fungeert voor hen daarom tevens als een soort overlegplaats waar ze nauw in de gaten kunnen houden of de gemaakte afspraak veiliggesteld blijft". Zal het geen wrijvingen geven als mensen van het Centrum voor Vrijetijdskunde plotseling ingeschakeld gaan worden bij het ontwikkelen van de studie VTW, bijvoorbeeld met projectleider Van Doorn die tenslotte al ruim twee jaar daarmee bezig is? Van Bijsterveldt: "Van Doorn heeft het leerplan geschreven en de argumenten waarom zo'n studierichting van de grond moet komen; dat is echter iets heel anders dan de invulling ervan. De inhoudelijke deskundigheid is vooral bij het Centrum aanwezig, omdat wij ons tenslotte al jaren, nog voor het eigenlijke Centrum bestond, bezig hielden met vrijetijdsvraagstukken. Daarnaast hebben we in die jaren een goed gesorteerde bibliotheek kunnen opbouwen en leveren we een forse bijdrage aan het mede door ons opgerichte vaktijdschrift "Vrijetijd en Samenleving". Dus in die zin zou inschakelen van het Centrum juist een logische voortgang zijn in het tot stand komen van de studie VTW? Van Bijsterveldt: "Heel logisch, denk ik, en inhoudelijk vrijwel onmisbaar. Men kan natuurlijk wel gauw besluiten om een studierichting op te zetten, maar deze moet ook nog op een verantwoord wetenschappelijke wijze ingevuld worden. Daarom is het maar goed dat wij al jaren op dat terrein inhoudelijk bezig zijn met veel literatuurstudie en onderzoek. Bovendien hebben we niet alleen zomaar wat gelezen, maar hebben we dat ook geordend in cursusdictaten. Zoals voor iedere docent geldt dat hij regelmatig zijn leerstof kritisch moet herzien en aanpas'sen, geldt dat natuurlijk ook voor ons. Dat moet wel doorgaan en we vinden dat het Centrum dat ook moet blijven doen, als organiek onderdeel van de studierichting of als een soort schakel tussen Tilburg en Breda". "Hoe de positie van het Centrum nu echt wordt is niet helemaal duidelijk, maar de mensen zelf willen wel graag aan die studierichting mee werken". Yvonne Ton dr. Q. van Bijsterveldt
21 juni 1985
PROMOTIE
ir. Jo Rieken Vrijdag 21 juni promoveert ir. Jo Rieken, wetenschappelijk onderzoel<er aan het IVA in Tilburg, tot doctor in de sociale wetenschappen. In zijn proefschrift maakt Rieken (37) een analyse van de ontwikkelingen in het overheidsbeleid vanaf 1967 op het gebied van sociale zekerheid en arbeidsvoorziening. De nadruk ligt daarbij niet zozeer op de inhoud van het beleid, als wel op de kant van bestuur en organisatie. Het proefschrift is begeleid door prof. dr. Jules van Dijck en prof. dr. Gerard Veldkamp, die daarmee z'n eerste KHT-promotie beleeft. De overheid is in de jaren tussen 1967 en 1985 niet in staat gebleken leiding te geven aan het structureel veranderen van de sociale zekerheid, stelt de promovendus vast. " I n de eerste jaren na '67 was er nog sprake van een structurele, fundamentele aanpak. Het stelsel stond toen al op de voorgrond, maar er was toch nog aandacht voor de grondslagen en doelstellingen van sociale zekerheid. In feite heeft de overheid in die jaren het heft al een beetje uit handen gegeven door de SER om advies te vragen, zonber zelf aan te geven in welke richting men ene beleidsverandering wenste. De SER heeft daarop twee organisatieadviesbureaus opdracht gegeven de zaak eens grondig uit te zoeken. Dat resulteerde in '72 in qet zogenaamde Alternatievenrapport, waarin zowel voor het prestatiestelsel - de uitkeringenkant dus - als voor de financierings- en uitvoeringsorganisatie diverse alternatieven zijn ontwikkeld. Binnen de SER konden de sociale partaers het echter niet eens worden, met als gevolg dat het rapport in de bureaula terecht k w a m " . " I n het midden van de jaren '70 zag de overheid de uitgaven van sociale zekerheid aanzienlijk toenemen. Dat was aanleiding de zaak opnieuw aan te pakken, maar men concentreerde zich toen op de uitvoeringsorganisatie. De overheid redeneerde: als we de uitvoering beter in de vingers hebben, dan kunnen we op den duur ook de uitgaven beter beheersen. De aandacht voor de financieringsen prestatiekant werd daarmee wel naar de achtergrond gedrongen, terwijl doelstellingen en grondslagen helemaal uit het zicht raakten". "Ook"de SER ging in die jaren weer aan de slag. Maar ditmaal kregen de adviesbureaus een geclausuleerde opdracht: de machtsverhoudingen, en met name de rol van de sociale partners in de uitvoeringsorganisatie, moesten onaangetast blijven. De SER kon het ook deze keer over de aanbevelingen van de adviesbureaus niet eens worden en over het overheidsrapport waren ze in het geheel niet te spreken, omdat daarin de rol van werkgevers- en werknemersorganisaties werd teruggedrongen. Inmiddels waren ook belangenorganisaties als de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, DIVOSA (de Sociale Diensten) en het GAK op het toneel verschenen. Rond 1980 had iedere zichzelf respecterende organisatie een eigen 'beste' uitvoeringsmodel voor de sociale zekerheid. Daar was geen beginnen aan. Iedereen had gelijk". "Eind jaren '70, begin jaren '80 waren de uitgaven voor sociale zekerheid zodanig de pan uitgerezen, dat de nadruk kwam te liggen op echte bezuinigingen. Dat noem ik de fase van de zogenaamde 'stelselherziening sociale zekerheid': de pretentie is een grondige herziening van het stelsel, maar in feite gaat het erom de uitkeringen in toom te houden. In de plannen van staatssecretaris De Graaf, Tilburgs H o g e s c h o o l b l a d
"Politieke partijen liebben leans gemist Mt "De politieke lioofdstromen in Nederland vertonen in de praktijk steeds meer gelijkenis met automodellen uit de middenklasse: de hoofdlijn is hetzelfde, de identiteit is gezocht in toeters en bellen. Als er de afgelopen jaren één gebied is geweest waarop de politieke partijen zich konden profileren, dan was dat de sociale zekerheid. Dat is echt een gemiste kans. Sterker nog: de partijen hebben hun politieke verantwoordelijkheid niet waargemaakt, ze hebben nagelaten met hun achterban een fundamentele discussie over sociale zekerheid te voeren".
Sociale zekerheid en Arbeidsvoorziening die op 1 januari '86 in moeten gaan, wordt over de financiering en de uitvoeringsorganisatie vrijwel niets gezegd. Het bewijs daarvan is ook dat nu in allerhaast een commissie is ingesteld, waarin ambtenaren en mensen van de VNG, DIVOSA en de bedrijfsverenigingen de consequenties voor de uitvoering moeten bekijken. Dat maakt dus geen integraal onderdeel uit van het voorstel van stelselherziening".
HERBEZINNING "Helemaal geen aandacht is besteed aan de grondslagen van sociale zekerheid. Maar naar mijn mening zijn er de laatste jaren een aantal ontwikkelingen die wel degelijk een fundamentele herbezinning op de grondslagen van het stelsel rechtvaardigen. Denk maar aan financieeleconomische en technologische ontwikkelingen en aan veranderingen op de arbeidsmarkt, aan een veranderde betekenis van het begrip arbeid: de invloed van werken en studeren met behoud van uitkering en de relatie daarvan met de sociale zekerheid, bijvoorbeeld. Maar ook in politieke zin zijn er ontwikkelingen: je ziet dat lokale en regionale overheden, en ook de belangenorganisaties op het gebied van de sociale zekerheid een belangrijke rol opeisen". Een algemene herziening van grondslagen en doelstellingen van de sociale zekerheid zou het beste kunnen gebeuren
middels het formuleren van een aantal scenario's, denkt Rieken. " M e t behulp van die scenario's kun je een politieke discussie over het onderwerp voeren. Nu wordt er in het land over sociale zekerheid gesproken in termen van fraude, oneigenlijk gebruik en oneerlijke bezuinigingen. Maar hoe we de sociale zekerheid in de toekomst moeten inrichten, daarover vindt geen enkele discussie plaats. Je kunt het vergelijken met de situatie vlak na de oorlog: toen is duidelijk een breukvlak ontstaan in de ontwikkeling van de sociale zekerheid, van een verzekeringen- naar een zorgmodel. Dat wil niet zeggen dat in de jaren tussen '45 en '67 het Beveridge-model precies is ingevuld. Integendeel: dat is ook, zoals Veldkamp zegt, als een lappendeken aan elkaar geregen. Maar er zat wel een visie achter: de burger moet het nodige doen om in z'n inkomen te voorzien en lukt dat niet dan is er de 'zorgende' overheid".
HEILLOZE WEG " i k pleit niet voor een nieuwe Brede Maatschappelijke Discussie. Dat is een heilloze weg. Dat hebben we bij de energiediscussie kunnen zien. Maar de politieke partijen zouden het tot hun verantwoorOv Ijkheid moeten maken om een fundamentele visie op sociale zekerheid te ontwikkelen en dat met hun electoraat te bespreken. De partijen kunnen, denk ik, moeilijk zelfstandig hun eigen modellen gaan ontwikkelen. Daar hebben ze
hulp bij nodig. Die kunnen ze zoeken bij de onafhankelijke wetenschap, maar voor een belangrijk deel ook bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR)". Niet alleen de politieke partijen hebben het tot dusver laten afweten, ook de WRR is niet met alternatieve voorstellen gekomen. "De WRR, en dat staat ook in haar taakopdracht, moet voor de lange termijn alternatieven voor beleid kunnen formuleren. Dat hebben ze voor het industriebeleid op een uitstekende manier gedaan. Met het rapport kon je het eens zijn of oneens: de Raad heeft er in elk geval regering en politieke partijen mee uitgedaagd om wat te doen. Iets dergelijks hadden ze eind jaren '70, begin jaren '80 ook moeten doen over de sociale zekerheid. De WRR hoeft niet bovenop het beleid te zitten, ze moet wél boven op de ontwikkelingen zitten. Als ze die ontwikkelingen niet zien, is dat een gemiste kans". De algemene herziening van grondslagen en doelstellingen van de sociale zekerheid moet in de visie van Rieken hand in hand gaan met h.et verbeteren van het bestaande. Verbeteringen in de bestaande situatie kunnen volgens de promovendus worden aangebracht door lokale en regionale uitvoeringsorganisaties meer bij de stelselherziening te betrekken. Dat houdt echter wel in dat de centrale organisaties bevoegdheden moeten afstaan en dat zowel op centraal als op regionaal niveau een planmatige coördinatie van de uitvoering moet plaats vinden. In een van z'n stellingen vat Rieken de ervaringen uit een hele stapel beleidsrapporten samen: " H e t succes van regionale coördinatie op het gebied van de uitvoering van sociale zekerheid en arbeidsvoorziening hangt meer af van de mate waarin centrale organisaties bereid zijn bevoegdheden af te staan dan van de wetgeving terzake". Rielfen: "Een van de uitgangspunten van het beleidsmodel dat ik in het proefschrift hanteer is: benadruk het zelforganiserend en sturend vermogen van actoren. Als je onderop begint kom je de gemeente, het arbeidsbureau, het districtskantoor van de GMD en de administratiekantoren van de bedrijfsvereniging tegen. Daar zit zoveel kennis bij elkaar over heel concrete problemen, maar ook kennis over hoe de uitvoeringsorganisatie in de toekomst beter gestructureerd zou kunnen worden, dat het van de zotte is om die niet te benutten. Als je die kennis wil kanaliseren, zul je 'structuren' moeten ontwerpen. En dan geen vrijblijvende structuren zonder bevoegdheden". In het beleidsmodel van Rieken is aan de top een belangrijke rol weggelegd voor de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. " D e minister heeft nu een veel te beperkte verantwoordelijkheid in de sturing van de sociale zekerheid. Op dit moment is er geen sturing: je ziet een rondcirkelen van voorstellen en plannen. Neem alleen maar het gigantische probleem van werken, studeren en ondernemen met behoud van uitkering: daar wordt de bal rond gespeeld, niemand durft de verantwoordelijkheid te nemen. Werkgevers en werknemers hebben baat bij het uitstellen van de besluitvorming, in de bestaande situatie hebben zij nu eenmaal een sterke machtspositie.^Uiteindelijk zul je toch je heil moeten zoeken bij een sterk coördinerende bewindsman die vaststelt: dit is de koers, die door het parlement wordt vastgesteld, zo voeren we die uit". L.K. 21 juni 1985
LEHEREN
Beste reclame is afgestudeerde die baan vindt Wie de studiegidsen van de Nederlandse letterenfaculteiten openslaat treft overal wel pakketten aan met als thema's etniscfje minderheden, volwasseneneducatie, of programma's gericht op het vervullen van beleidsfuncties op cultureel, taalkundig of publicitair gebied. Alle letterenfaculteiten zitten met hetzelfde probleem sinds de behoefte aan leraren is gedaald en een nieuwe identiteit moet worden gezocht. De studierichting Taal- en Literatuurwetenschap aan de KHT leidt al sinds 1981 studenten op voor andere functies dan het leraarschap. Wat vindt studieadviseur Wouter Mulders van de ontwikkelingen elders? " A l s je de situatie op de arbeidsmarkt voor letterenstudenten analyseert kom je steeds bij dezelfde problemen en oplossingen terecht. De Tilburgse Letterenfaculteit is nog steeds uniek omdat wij een fulltime programma inclusief propedeuse aanbieden terwijl elders eerst een propedeuse in een of andere taal moet worden gevolgd. Bovendien is deze faculteit opgezet met nieuwe medewerkers en nieuwe middelen terwijl ze elders moeten roeien met de riemen die ze hebben". Hoewel de belangstelling voor alternatieve letterenopleidingen groot is blijven de aanmeldingen voor Taal- en Literatuurwetenschap aan KHT vooral dit jaar (68) ver achter bij de prognoses uit de begintijd (150). Waarom komen er zo weinig mensen naar Tilburg? Een studente: "Mensen die onzeker zijn over hun studiekeuze, en dat zijn er veel, komen niet naar Tilburg omdat ze bij verandering van studie relatief weinig mogelijkheden hebben in deze stad". Een ander: "Studenten in andere steden presteren het te beweren dat Tilburg geen universitaire opleiding Taal- en literatuurwetenschap heeft, het is onbekend en onduidelijk wat we hier doen". " D e berekeningen indertijd waren niet gebaseerd op harde onderzoeksresultaten en er werd gerekend op de landelijke aantrekkingskracht van deze studie. Maar die neemt af omdat elders op het eerste gezicht min of meer dezelfde mogelijkheden worden geboden en mensen meestal gaan studeren in de buurt van hun woonplaats", aldus Wouter Mulders. Als eindexamenkandidaat kun je de verschillen tussen de letterenfaculteiten moeilijk beoordelen en valt de door W o u Vervolg van pag. 1
Vaticaan beetje de indruk van een nota van de gesloten dogmatiek met een speciale rol voor de kerkelijke hiërarchie. Dat ligt niet erg in de lijn van de huidige maatschappelijke situatie in Nederland en in heel West-Europa". In de preambule zegt het Vaticaan het aldus: " I n werkelijkheid kan er geen tegenstelling zijn tussen geloof en rede, want er kan slechts " é é n " waarheid zijn die haar oorsprong vindt in een enkele b r o n " . Vervolgens wordt er een tekst geciteerd uit het Tweede Vaticaans Concilie waaruit duidelijk moet worden dat 'goed' wetenschappelijk onderzoek nooit echt in botsing zal komen met het geloof. Deze toestand heet even verder in de tekst "unicité de la vérité". Ook in het derde deel van de Vaticaanse tekst, de " N o r m e n " staan een aantal punten die De Moor graag omschrijft als "ouderwets". Zo kan de kerkelijke overTilburgs H o g e s c h o o l b l a d
ter Mulders genoemde uniciteit van de SLE in Tilburg niet op. Het zijn echter niet alleen de zesdeklassers die moeten kiezen. Een vrij grote groep studenten aan de Letterenfaculteit is afkomstig van het HBO of van een andere studierichting aan de KHT. Nog een bewijs van de regionale aantrekkingskracht van de studie, want een groot deel van deze groep met een studieverleden woonde al in Tilburg. Speelt het image van Tilburg als "onaantrekkelijke s t a d " een rol bij de studiekeuze? Veel studenten zeggen dat dit image wel degelijk het geval is, dat ze eerder hier naar toegekomen zijn ondanks dan dankzij óe stad Tilburg. Hoe denkt W o u ter Mulders, die overigens in Utrecht woont, hierover? "Tilburg schijnt een heel acceptabele stad te zijn als je er woont, al heeft Amsterdam op cultureel gebied natuurlijk veel meer te bieden. Je kunt zeggen "dat wordt toch niets in Tilburg, laat iedereen maar naar Amsterdam gaan", maar ik zou juist zeggen dat hier voor letterenstudenten een terrein braak ligt. In Amsterdam zit niemand te wachten op een afgestudeerde in de letteren, maar in de regio kunnen dat soort rnensen veel makkelijker in de circuits "binnendringen". Een student: "Volgens mij zijn ze er nu van overtuigd dat er iets moet veranderen, terwijl ik al heel lang het idee had dat het niet liep. Je denkt eerst dat het aan je jezelf ligt, dat je problemen hebt met het studieprogramma, maar later merk je datje niet de enige bent. Studenten zouden sneller van zich moeten laten horen". Een andere student merkt op dat een nieuwe faculteit het nadeel van de heid een Katholieke Universiteit het predicaat 'katholiek' ontnemen "als de katholieke identiteit van een universiteit zwaar en langdurig wordt aangetast". In de 'normen' worden diverse categorieën van Katholieke Universiteiten gedefi'nieerd. In een eerste categorie zitten de universiteiten die door Rome opgericht of erkend zijn en die onder rechtstreeks toezicht van een pauselijk Groot-Kanselier staan. Nijmegen ên Tilburg horen waarschijnlijk in een tweede categorie thuis: universiteiten erkend door de Bisschoppenconferentie conform aan de regels van de Heilige Stoel. Nog een merkwaardige punt uit deze normen. "Geen enkele universiteit, zelfs indien ze echt katholiek is, kan de naam Katholieke Universiteit dragen zonder toestemming van verantwoordelijke kerkelijke autoriteiten". De Moor: " D e KHT heeft met de bisschoppen nooit iets anders te maken gehad dan dat de statuten zijn goedge-
Wouter Mulders twijfel heeft. Studenten zijn geneigd te denken dat het elders beter is en merken pas dat het overal tegen kan vallen als ze hulpvakken aan andere faculteiten gaan volgen. Wat houdt profilering van het keuzeprogramma in?
PROFILERING In zijn stuk "Conseptvoorstel profilering keuzeprogramma SLE/KHT" noemt Mulders een paar afgeleide problemen die door de profilering wellichi worden opgelost: het onduidelijke beeld dat de buitenwereld van de opleiding heeft, de plaatsing van afgestudeerden op de arbeidsmarkt en de instroom van nieuwe studenten. Mulders vindt dat voorop moet staan dat het stuk in de eerste plaats geschreven is als reactie op interne onderwijskundige problemen, maar geeft toe dat de profilering te maken heeft met de instroom en het rendement van de studie. "Sommige studenten vinden het zo lastig dat de studie niet is voorgestructureerd dat ze weggaan of tegen anderen zeggen: Kom hier niet studeren want je raakt er de kluts kwiit". Een letterenstudent moet 30 studiebelastingpunten halen in haar of zijn doctoraalprogramma. De verplichte vakken kosten 9 sb's en de stage en scriptie samen 5 è 6, zodat er een keuzeruimte is van 15 sb's. In het profileringsvoorstel wordt gesproken over trajecten (specialisaties) van 7 sb's, een cluster vakken. keurd en dat de bisschoppen op voordracht bestuursleden benoemen. De KHT is altijd een zaak geweest van katholieke leken in de eerste periode van haar geschiedenis. Niemand kan katholieken beletten samen een school, universiteit, ziekenhuis of wat dan ook op te richten en daar ook de naam katholiek aan te geven. Zo is de maatschappelijke realiteit".
PROCEDURE ' Op 28 juni zal het CvB met het Stichtingsbestuur van gedachten wisselen over het werkdocument, vooral over de aanpak. De Moor: " H e t is goed mogelijk dat we heel summier reageren en misschien volstaan met op te merken hoe de situatie bij ons in elkaar zit en dat we op die manier zullen doorgaan. Als we besluiten een gedegen antwoord op te stellen dan ligt het voor de hand dat de hogeschoolraad daar ook zijn zegje bijdoet. Zoals ik het inschat is het een zaak van het Stichtingsbestuur.
waarvan er 3 gevolgd zouden moeten worden aan de Letterenfaculteit. Mulders denkt nu eerder aan 5 è 6 letterenvakken per traject, maar blijft een voorstander van korte trajecten zodat een student die niet tevreden is over de eenmaal gekozen richting nog aan een ander traject kan beginnen binnen de studieduur. Er wordt ook gedacht aan het aangeven van verschillende specialisatieniveau's binnen het doctoraalprogramma. Een traject zou een specialisatie zijn van 7 cursussen, en een variant zou een traject -I- 5 relevante (aanbevolen) bijvakken zijn. Studenten zouden dan nipt meer intekenen voor een vak, maar voor een reeks vakken, en op hun doctoraaldiploma zou vermeld worden wat hun specialisatie is. Maar blijft het mogelijk om zelf je pakket te kiezen en wat zal er vermeld worden op de diploma's van deze studenten die een vrije variant willen volgen? Iemand stelde onlangs grappig voor om "specialisatie: geen" te vermelden. Wouter Mulders benadrukt dat ook op diploma's van studenten die geen gehele trajecten hebben gevolgd een specialisatieomschrijving gegeven wordt. Hoe alles precies geregeld gaat worden is nog niet duidelijk. De voorzitter van de onderwijscommissie Prof. dr. H. Bunt, de secretaris van de Letterenfaculteit drs. A. Verhagen en de studieadviseur zelf zullen de profilering eerst bekijken in samenhang met de reacties die dit plan in de onderwijscommissie opriep. Mulders vindt het een voordeel van een kleine faculteit dat veranderingen, indien nodig, sneller kunnen worden ingevoerd en ook op een samenhangender manier dan in grote zusterverenigingen waarbinnen alle subfaculteiten hun eigen oude identiteit willen behouden. Dat het drie jaar duurde voor er een profilering van het keuzeprogramma kwam, wijt hij aan het stage- en scriptiebeleid dat in dezelfde tijd moest worden opgezet en veel tijd kostte. " J e gelooft dat het programma goed is tot het tegendeel blijkt, en het programma was ook redelijk goed, de vakken blijven grotendeels hetzelfde, alleen binnen een andere structuur". Hij denkt dat die structurering ook gunstig is voor de aansluiting van studenten op de arbeidsmarkt. "En als studenten banen vinden is dat de beste reclame voor een opleiding". Astrid Tates Maar het is ook heel goed denkbaar dat we helemaal niet diep op die zaak ingaan en gewoon constateren dat dit stuk zich niet verdraagt of in lijn is met de verhoudingen in Nederland en met wat Tilburg zichzelf als definitie heeft opgelegd". Het is ook mogelijk dat er met Nijmegen en misschien ook wel met Leuven contacten worden gelegd om te peilen of er een consensus bestaat voor een gemeenschappelijk antwoord op de brief uit het Vaticaan. De Moor en ook secretaris Hopman zien in de brief geen aanleiding om het gesprek over de katholieke signatuur en de incorporatie weer aan te zwengelen. De Moor: "Ik zou dit stuk voorlopig maar als hoogst inopportuun willen beschouwen. Maar die inopportuniteit komt nog duidelijk naar voren als we nou weer aan die discussie over de signatuur beginnen. Dus dat maar liever niet". E.V.
21 juni 1985
[O
X
^
—
Bxanenkoorts: hef hoofd koel, maar het haff eb hel m
Het hoofd koel, maar het hart op hol. Zo zullen veel studenten het doen van tentamens ervaren. Want tentamen doen is een spannende aangelegenheid, die vraagt om een extra mentale inspanning. Een inspanning gericht op het leveren van een denkprestatie, maar ook op het onder controle houden van de angst die Je tijdens een tentamen geen parten mag komen spe len. Op welke wijze krijgen studenten te maken met spanningen tij dens het voorbereiden en afleggen van examens, en hoe gaan ze daar mee om? Die vraag legden we voor aan twee deskun digen. Ronald Verboom krijgt als studentenpsycholoog regel matig studenten op z'n spreekuur die hinder ondervinden van tentamenstress. Psycholoog Henk Wijffels, verbonden aan het Onderwijs Research Centrum (ORC), geeft docenten adviezen over de samenstelling van tentamens en het formuleren van tentamenvragen. "Je moet stress niet alleen negatief zien", vindt hij. "Een zekere dosis spanning is onmisbaar om een goede prestatie te leveren".
door Lennart Kik Studentenarts Theo Mocking zei het al eens eerder in THB: in het studentenle ven zijn verschillende bronnen van stress aan te wijzen. Een belangrijke bron is na tuurlijk de examen en tentamendruk. Er zijn nogal wat studenten die met hun studieplanning in de knoop komen: ze realiseren zich te laat dat na afloop van een semester een toets plaatsvindt. Ook een te zware studiekeuze kan een bron van stress zijn. En dan zijn er nog de stressverschijnselen die samenhangen met het studentenklimaat. Het leven in studentenhuis of flat met z'n 'sociale' overbevolking kan een zware wissel trek ken op de psychische spankracht van mensen. Maar, relativeert Mocking, het is zeker niet zo dat studenten meer last van stress zouden hebben dan, bijvoor beeld, werkende jongeren. Waar hebben we het trouwens over als we over 'stress" spreken? Het is een beetje het modewoord van de jaren '80 geworden met alle gevolgen voor de dui delijkheid vandien. Mensen nemen het woord 'stress' in de mond ze zitten 'on der de stress', zeggen ze zonder dat ze precies weten wat ze eronder (moeten) verstaan. Een algemeen gangbare opvatting over stress is de volgende: mens en dier blij ken op bepaalde prikkels zoals lawaai, hitte en extreme kou altijd met eenzelf de biologisch gedragspatroon te reage ren. De lichamelijke gevolgen zijn mak kelijk herkenbaar; het hart gaat sneller en krachtiger slaan waardoor de bloeddruk toeneemt, de pupil wordt wijder, de ademhaling gaat sneller en de zweetaf scheiding neemt toe. Daarnaast worden een aantal hormonen afgescheiden als adrenaline, noradrenaline, Cortisol en corticosteron. In de jaren '50 noemde de Canadees bioloog Selye dit specifieke reactiepatroon stress. Maar stress is niet alleen een biologisch reactiepatroon, het heeft ook een psy chologische component. Terwijl de bio logische reactie bedoeld is om energie te mobiliseren om de situatie het hoofd te bieden, is de psychologische gericht op het verminderen van de dreiging die van de situatie uitgaat of op aanpassing aan de situatie. Als die reactie niet helpt ont staan psychische problemen: spannin gen, angsten, irritaties, depressies. Of anders gezegd: wanneer de psychische Tilburgs Hogeschoolblad
druk vanuit de omgeving te groot wordt voor de menselijke draagkracht gaat het mis. Als ik naar een examen moest gaan vvas ik altijd ongelooflijk zenuwach tig (et pour cause). Maar als eenmaal de deur zich achter mij sloot was ik volmaakt, bijna onnatuurlijk kalm. I k heb altijd zo'n hoop, dat het sterven ook zoiets zal zijn: eerst die angst en dan, precies op het juiste ogenblik, die stilte. J.C. Bloem, uit:
Aforismen
Een tentamen is een typisclie stresssitu atie. Of het daarbij gaat om een monde ling of een schrifte/ijk examen maakt niet zoveel uit: tijdens een tentamen worden studenten uitgenodigd zo men wil: ge prikkeld onder druk een intellectuele prestatie te leveren. Bekend is dat het voorbereiden en afleggen van tentamens vaak met lichamelijke klachten gepaard gaat: slapeloosheid, gebrek aan concen tratie, hartkloppingen, klachten die mak kelijk als stresssymptomen herkenbaar zijn. Aan de Vrije Universiteit in Amsterdam deden drs. Lorenz van Doornen en prof. dr. Ka Oriebeke onderzoek naar stress onder studenten tijdens een schriftelijk tentamen. Zij het met een beperkte in valshoek: de Amsterdamse psychologen waren vooral geïnteresseerd in de relatie tussen stress en hart en vaatziekten. Nagegaan is of de situatie waarin tenta menkandidaten verkeren een verhoogde kans op een dergelijke ziekte met zich meebrengt. Naast een aantal andere stressindicato ren zoals de bloeddruk en de afschei ding van adrenaline en noradrenaline registreerden Van Doornen en Oriebeke de hartslag van hun proefpersonen tij dens het examen. Het resultaat: hoge hartslagfrequenties terwijl de enige licha melijke inspanning het bewegen van een pen is. Waarschijnlijk is dat aan stress te wijten, denken de onderzoekers, maar die term is breed en vaag en verklaart dan ook weinig. Van Doornen en Oriebe ke komen zelf tot de volgende verklaring: 'lAllereerst is er de angst: de angst om te falen. Maar ook mentale inspanning kan
Massaal examen in de Pellikaan hal, begin jaren zeven tig.
reageren terug te vinden, ik denk zelf dat het algemene niveau van de hartactiviteit een emotionele oorzaak heeft, maar dat de variabiliteit van de hartslag, de arit mie, meer een indicatie is van de mentale belasting". "Die combinatie van angst en de contro le daarop vind je ook terug bij bergbe klimmers. Het is niet zo dat je niet bang bent als je aan een steile bergwand hangt, je laat het alleen niet toe. Je pro beert je angst cognitief te controleren: je zet het van je af, je negeert het. Dat Is mogelijk. I n situaties die objectief gezien zeer beangstigend zijn, kun je toch ade quaat handelen dankzij je cognitieve controle".
de hartslag verhogen. Wij denken dat die mentale inspanning hier gericht is op twee zaken. Ten eerste het leveren van een denkprestatie. Ten tweede het onder controle houden van de angst, zodat die de prestatie niet nadelig beïnvloedt. Die angst eist als het ware een stukje van de aandacht op. De daarvoor benodigde mentale inspanning zie je dan ook in de hartslag terug. Dat angst om te falen niet de enige ver klaring voor de hartslagverhoging is blijkt ook uit het feit dat de sterkte van de angst, zoals de studenten die melden maar een zwak verband vertoont met de hoogte van hun gemeten hartslag. Mis schien ligt het juist aan die controle dat ze zo weinig angst ervaren", aldus de Amsterdamse psychologen in Psycholo gie van januari/februari 1985. Angst en mentale inspanning zijn overi gens moeilijk te onderscheiden, zegt Van Doornen in een toelichting. "I k heb de indruk dat het driekwart angst is en de rest mentale belasting. Maar de kunst is om dat in verschillende aspecten van het
INTELLIGENTIE statistische gegevens over studieresultaten wijzen uit dat de meest intelligente studenten zich in auto's naar de examens verplaatsen bij navraag naar de achtergrond van deze correlatie kwam aan het licht dat fietsende studenten vaak vergiftigingsverschijnselen vertonen een hoog scorende student deelde mede op de ontwikkelingen in de samenleving te hebben ingespeeld door voor zijn studietijd 2 jaren te werken om zich een auto te kunnen aanschaffen Gé Paulissen, uit: Nacultuur
"Je moet stress niet alleen als iets nega tiefs zien", vindt ORCmedewerker dr. Henk Wijffels. "Een zekere dosis span ning is onmisbaar om een goede presta tie te leveren". Wijffels gaat daarvoor te rade bij een oude psychologische wet: al in 1913 werd in de Wet van YerkesDod son het verband tussen motivatie en prestatie vastgelegd. "Die wet laat zien
dat er een optimale stresstoestand is om een taak te vervullen. Kijk maar naar een spreker die een toespraak moet houden: alsie niet een beetje nerveus is, is 't een doodsaaie vent. Je moet een beetje geëxciteerd, een beetje heiter zijn, alert en waakzaam en kunnen reageren op signalen in je omgeving. Maar ben je overgeëxciteerd, dan wordt 't een zenu wachtige toestand. De vraag is natuurlijk wanneer je dat optimale niveau bereikt". De aandacht die er in de psychologische literatuur bestaat voor therapieën om scholieren en studenten van hun 'toets angst' (test anxiety) af te helpen, vindt Wijffels behoorlijk overdreven. "Het lijkt erop of die mensen zonodig genezen moeten worden". Tegenhanger van de faalangst die bij elk tentamen opduikt is de wil om wél te sla gen. "De positieve kant is: laten zien wat je kunt, voor de dag komen, als een pauw je veren uitzetten, allure hebben: wel, ik zal het u eens zeggen wat ik ervan weet. Dat geeft je toch een bepaalde ze kerheid, ook al weet je niet alles. Juist het overgemotiveerd zijn, het tien op tien willen halen, brengt mensen in de problemen". In de stressliteratuur wordt wel een on derscheid gemaakt tussen vecht en vluchtreacties. Vluchten kun je natuurlijk door weg te blijven op een tentamen en bij voorbaat op te geven, eenmaal in een tentamensituatie verzeild geraakt zal ie dereen toch moeten vechten voor watie waard is: vluchten kan niet meer. "De beste strategie is altijd: ik maak ervan wat ik ervan kén maken. Je kunt in elk geval beginnen met het beantwoorden van de vragen waar je het antwoord op weet. Dat is altijd beter dan in paniek ra ken en geen enkele vraag beantwoor den". Wanneer mensen in paniek raken heeft dat trouwens meestal een duidelijk aan wijsbare oorzaak, is de ervaring van Wijf fels die als docent psychologie in Ant werpen jaarlijks nog 80 mondelinge ten tamens afneemt. Dikwijls komt het erop
neer dat studenten overdreven hard ge studeerd hebben, onvoldoende geslapen hebben, de nacht voor het tentamen doorgewerkt hebben. Raken studenten tijdens een tentamen eenmaal door fysie ke oververmoeidheid in paniek, dan kun nen ze het in de regel wel vergeten. Iets dergelijks blijkt uit onderzoek naar het gebruik van tranquilizers en geheugen versterkende middelen tijdens examens; het komt voor dat die drugs net zijn uit gewerkt bij een examen of een verstar ring teweegbrengen, zodat studenten al leen nog geheugenwerk kunnen doen en geen denksprongen meer kunnen ma ken. EFFECTIEF STUDEREN Wanneer ik al mijn uren zou rangschikken naar wijze van besteding, in rubrieken, die ik weer uit zou zetten in grafieken, beleefde ik geen leuke ogenblikken. Laag kruipen is het karakteristieke van de studeerlijn, met flauwe knikken, die bij tentamens als zaagtanden prikken, bij herexamens met de hoogste pieken. Teneinde deze curve op te krikken bedenk ik waterdichte methodieken dat ik mij voor het werk niet af laat schrikken. In studietijd ontwikkel I k technieken om mijn studeergewoontes te verwrikken, waarmee ik uur na uur zit te verzieken. Jan Kal, uit: Fietsen op de Mont Ventoux
Studentenpsycholoog drs. Ronald Ver boom, werkzaam bij de Dienst Studen tenzaken en Welzijn van de Tilburgse ho geschool, komt in zijn werk studenten tegen die op verschillende manieren hin der ondervinden van tentamenstress. Al lereerst is er een groep waarbij de manier van studeren al voor spanningen zorgt. "Die mensen zijn al gespannen tijdens het studeren zelf. Meestal besteden ze heel veel tijd aan de studie, en gaat ze nog met het idee dat ze te weinig hebben
gedaan naar het tentamen. Ze hebben een hoofd vol details en te weinig oog voor de grote lijnen. Het gevolg is dat ze bij open vragen nooit zekerheid hebben of een vraag voldoende beantwoord is". Verboom raadt deze studenten meestal een andere manier van studeren aan. Probleem is echter dat het overstappen op een andere studiemethode ook weer angst en onzekerheid met zich mee brengt. "Mensen die gedetailleerd stude ren zijn altijd bang dat ze niet klaar ko men. De beste methode, houdt ik ze voor, is van globaal naar specifiek. Lees een studietekst om te beginnen een keer in z'n geheel door, geef ik als advies. Ook al begrijp je niet precies wat er staat, je leert in elk geval de centrale begrippen vast kennen". "Als docent moet je behoorlijke voorlich ting geven over de wijze waaorp je tenta mineert", vindt Wijffels. "Zo kun je de studiemethodes van je studenten indi rect ook beïnvloeden. Een docent be hoort de toetsvorm in overeenstemming te brengen met z'n doelstellingen. Die kan hij verduidelijken door voorbeeldjes te geven van toetsvragen die hij afneemt aan het eind van het jaar. Dat is ook een kwestie van goed onderwijs. Tijdens de colleges kun je de studenten al duidelijk maken: pak de studie zó aan dat je der gelijke vragen kunt beantwoorden". 'Begrijp het goed, jongen', prentte ik mezelf in, 'en haai nu geen mallig heid in je kop, dit is een examen, ga geen onzin uitkramen en let voortdu rend op, bij het minste geringste word je gegrepen, ach!, het leven is al geen lolletje en nu beginnen ze je bovendien nog vragen te stellen waar een gemiddeld mens helemaal het antwoord niet op weet.' Terwijl hij zijn vraag formuleerde dat doet hij klinisch precies, zodat al leen al met het stellen van de vragen negentig procent van de examentijd heengaat , begon ik me over te ge ven aan een nauwkeurige beschou wing van de aard en vorm van zijn hoofd. ('Vader, moeder, jullie kun nen me nu niet zien zitten, het is waarachtig niet best gesteld met uw Maarten'). Maarten Biesheuvel, uit: Het examen Bij een tweede groep studenten die Ro nald Verboom op z'n spreekuur krijgt, roept vooral het gedrag van de ondervra ger tijdens een mondeling tentamen spanningen op. "Meestal gaat zoiets on opzettelijk. Je ziet bijvoorbeeld dat een docent ongeduldig met een potlood op tafel gaat tikken wanneer de student bij de beantwoording van een vraag niet meteen het juiste spoor vindt. Soms is er ook iets van ongeduld in de stem van de examinator te beluisteren. Allemaal klei ne dingetjes die de angst bij de onder vraagde kunnen doen toenemen. Het komt ook voor dat studenten het gevoel hebben dat ze niet meer 'weg' kunnen kijken, of dat een docent de ondervraag de constant blijft aankijken. Dat lijkt me toch niet .helemaal adequaat sociaal ge drag: als ondervraagde kun je zoiets als pure machtsuitoefening ervaren". "Grosso modo zijn er twee ■ manieren waarop docenten zich opstellen tijdens een mondeling tentamen", vertelt Wijf fels. "Je hebt docenten die een optimale
situatie willen creëren, de student zoveel mogelijk op z'n gemak proberen te stel len, en vanuit die situatie toetsen hoe de student de stof verwerkt heeft. Andere docenten kiezen voor standaardisering: die proberen voor iedereen dezelfde con dities te creëren. Die willen tegen ieder een hetzelfde gezicht trekken. Liefst zou den ze achter de muur door een gaatje willen kijken. Dat is natuurlijk niet moge lijk. Maar misschien denken sommige docenten dat ze dat moesten doen: dat ze als een ijspegel tegenover een student moeten zitten, omdat het unfair zou zijn bij de een wat vriendelijker over te ko men dan bij de ander, en dat ze een faca de moeten optrekken van: ik vertrek geen spier. Zoiets komt uiteraard zéér onvriendelijk over". "Bij de docent kan natuurlijk ook meespelen dat hij zelf zeer zenuwachtig is, omdat een tentamen uiteindelijk toch ook een zekere zelfevaluatie inhoudt: als ik een jaar m'n best heb gedaan en dan blijkt dat niemand m'n vragen kan beant woorden, heb ik dan wel goed onderwijs gegeven? Dat kan een zeer onaangena me constatering zijn. I k zou 't met Mu lisch willen vergelijken. Die heeft ooit 'ns geschreven: het is makkelijker om op af stand een bom te gooien door op een knop te drukken dan met een zwaard in de hand iemand af te maken. Het per soonlijke contact met het 'slachtoffer' is veel pijnlijker dan het anonieme multiple choice examen". Een derde groep studenten die bij de stu dentenpsycholoog aanklopt heeft angst reacties die meestal weinig met het ten tamen op zich te maken hebben. Vaak zijn het reacties in de trant van: 'waar kom ik te zitten tijdens het examen' en 'als ik maar tijdig weg kan uit die grote collegezaal'. Wijffels: "Het is de eerste keer dat ik zoi ets hoor. Maar als je weet dat zoiets speelt, kun je als docent van tevoren zeggen: gaat u zitten waar u wilt. Als mensen graag op een andere plaats wil len zitten, kunnen ze natuurlijk altijd met een ander van plaats verwisselen". Als medewerker van het ORC geeft Henk Wijffels adviezen over het opstellen van tentamens. "Een van de vuistregels voor een tentamen is dat je niet met de moei lijkste vragen moet beginnen. Dan gaat het om de samenstelling van het tenta men zelf. Van groot belang daarbij is ook de formulering van de vragen: die moe ten helder zijn en een heel duidelijke pro bleemstelling en niet teveel redundante informatie bevatten. Hoewel: de juristen hebben nogal 'ns de neiging in tenta menvragen een mistgordijn van feitjes en gegevens op te trekken. De student moet dan in z'n antwoord de relevante gegevens aan z'n pen zien te rijgen". "Een andere algemene regel is dat een student op voorhand al duidelijk geïnfor meerd moet worden over het soort ten tamen dat hij krijgt, de soort vragen die gesteld worden, hoe zwaar de onderde len wegen enzovoort. Wat je vooral moet doen tijdens een tentamen is dui delijkheid scheppen. Je hebt het dan in feite over een klein onderdeel van de rechtszekerheid van de student. De rechtspositie van de student blijkt nog niet altijd even duidelijk te zijn: je ziet nog steeds dat studenten niet weten waar ze recht op hebben, waar ze aan toe zijn. Misschien ligt in het feit dat die duidelijk heid voor een deel nog ontbreekt wel een heel belangrijke oorzaak van stress". (met dank aan Ben Beljaars) 21 juni 1985
eXAMENHOORTS Bij een fout antwoord niet meteen roepen: ''O, wat afgrijseiijic!rt "In mijn tijd speelde de kleding tijdens het mondelinge tentamen nog een rol. In jacquet, dat gaf er iets romantisch aan. Dat zat in het begin wel lastig, maar daar wende je aan. Ging je heel gewoon in jacquet op de fiets naar de hogeschool. Iedereen zag aan je kleding dat je tentamen moest doen en wenste je succes. Dat gaf morele steun". Ofschoon het tegenwoordig bij de meeste hoogleraren en docenten niet van opportuun belang is hoe een student die mondeling tentamen komt afleggen gekleed gaat, menig student trekt toch liever het zondagse pak aan en poetst de schoenen nog eens extra. Je weet maar nooit, goed verzorgde kledij kan wellicht net die voldoende binnenslepen. Mr. Mathon van den Berg, als wetenschappelijk hoofdmedewerker verbonden aan de juridische faculteit (vakgroep privaatrecht) van de KHT, vindt dat allemaal een beetje onzin. "Daar komt nog bij dat ik meestal niet eens goed zie wat ze aan hebben. Ik concentreer me volledig op het tentamen. Ik stel een vraag, luister naar het antwoord, moet tegelijkertijd oordelen of het goed of fout Is en moet een nieuwe vraag bedenken. Dat vergt erg veel concentratie. Maar ik geef toe, ik zie liever een verzorgd iemand verschijnen. Niet dat verzorgde kleding van invloed is op het cijfer, maatgevend is de kennis". Als medewerker van de rechtenfaculteit neemt Van den Berg, ooit zelf student aan de KHT, regelmatig tentamens af. Mondeling zowel als schriftelijk. Zijn voorkeur gaat uit naar mondeling. Tijdens een schriftelijk examen kan een student de mist in gaan zonder het te beseffen. Groot voordeel van het mondeling is dat de examinator een "stuurraketje" kan afschieten, dat de student weer op de goede weg kan brengen. Nadeel is echter, aldus Van den Berg, dat een . mondeling moeilijker te beoordelen is en dat de kandidaat stevig In de schoenen moet staan aangezien hij weinig tijd heeft om over het antwoord na te denken. Het is een feit dat het grootste deel van de studenten liever een tentamen op papier maakt dan via een gesprek met de professor of de docent. Schriftelijk is zo
Boyenliggers of niet Dat aardig wat SMT-docenten mij bij naam en toenaam kennen dank ik aan mijn reputatie in het bijzonder slecht afleggen van tentamens binnen deze vakgroep. Hun houding doet me vaak denken aan Meneer Mars, mijn wiskundeleraar op het Gymnasium. Als hij de proefwerken uitdeelde en ik aan de beurt was, keek hij me altijd aan met een blik die het midden hield tussen medelijden en spot en sprak vervolgens: "Schapertje, je-hebt een 3,5 maar het was nog geen 1 waard. Die 2,5 is voor de moeite". Een lieve man, meneer Mars. Ik moest aan hem denken toen ik op die warme vrijdagmiddag, nu enkele weken geleden, aUeen met mijn statistiekdocent in een grote zaal zat te zwoegen. Nou ja, ik zwoegde, hij las. na de eerste mislukte statistiektoets snikkend in de armen van mijn lief had geworpen terwijl ik uitriep: "Dat leer ik nóóit..." En daar had ik in ieder geval gelijk in: ondanks extra hulp van docenTilburgs Hogeschoolblad
zalig anoniem, een rechtstreekse confrontatie boezemt angst in. Van den Berg maakt het inderdaad mee dat studenten stijf van de zenuwen binnenkomen. "Ik doe mijn best ze dan gerust te stellen. Begin een babbeltje over bijvoorbeeld de stad waar ze vandaan komen. Een beetje nerveus is niet erg, dat kan zelfs goed zijn, maar studenten die op van de zenuwen zijn moet je eerst proberen te kalmeren. Ook tijdens het tentamen moet je rekening houden met de student. Bij een fout antwoord niet roepen van "Oh, wat afgrijselijk". Daar worden ze alleen maar nerveuser van. En als het antwoord er niet uitkomt, dan, moet je rekening houden met een blackout. Een black-out aan het eind van een gesprek is makkelijker voor mij dan aan het begin. Als een student dichtklapt aan het eind, dan weet je inmiddels wel wat hij weet. Maar aan het begin is het moeilijker. Misschien heeft hij wel niet goed gestudeerd, of zijn het de zenuwen die hem parten spelen? Als iemand niet meer verder kan tijdens het tentamen, dan wil ik wel eens een rustpauze inlassen, een bekertje koffie halen. Ik vind dat je iedereen een eerlijke kans moet geven". In het begin van zijn werkzaamheden aan de KHT was hij regelmatig aanwezig bij mondelinge tentamens die hoogleraren als Schoordijk en Löwenstein (inmiddels vertrokken naar Leiden) afnamen. Daar heeft hij veel van geleerd. Na verloop van tijd mocht ook hij vragen stellen en niet veel later legde hij zelfstandig tentamens af ("De eerste keer was ik wel wat gespannen"). Vanuit zijn eigen studietijd heeft Van den Berg eveneens geleerd hoe hij tentamens moet afnemen, of liever: hoe 't niet moet. In zijn tijd duurden tentamens erg lang en bleven hoogleraren vaak eindeloos over een hoofdzaak doorzagen.
ten, studentenassistenten en behulpzame medestudenten heb ik er nooit iets van begrepen. M/n hoeveelste toets is dit? Ik weet het niet meer, ben in die vier jaar de tel kwijtgeraakt; het enige wat ik weet is, dat als het een voldoende wordt, het mijn laatste is. Ik installeer me. In de loop van de jaren heb ik steeds meer materiaal verzameld zodat ik nu drie tafeltjes nodig heb om alles uit te spreiden. Zo, som 1, eens even kijken, waar gaat'ie over? O ja ik zie het al, in het tentamen van twee jaar terug stond ook zoiets, 's kijken of ik de uitwerking nog heb... fladder, fladder, daar gaat mijn administratie. Weer rangschikken, hé getverjessus, andere getalletjes, hoe moet ik dat ook al weer uitrekenen? Apeirte formuleschrift erbij: ik hanteer het als een kookboek: bij dat gerecht hoort dèt recept, maar onthoud het nooit. Aldus zwoeg ik voort, gespeend van enig inzicht, sommen vergelijkend en half overschrijvend.
Zich echt goed voorbereiden op een tentamen doet Van den Berg niet meer. Hij beschikt reeds over voldoende ervaring en inzicht. Wat hij wel doet is veelvuldig nieuwe vragen bedenken, bezien vanuit de actualiteit. Zijn stramien is: zorgen dat vragen representatief zijn, dat de meeste hoofdonderwerpen die tijdens de cursus behandeld zijn naar voren komen. "Op deze manier wil ik voorkomen dat een student zich ophangt aan een bepaalde hoofdzaak. Ik probeer een variatie in onderwerpen aan te brengen, maar ondanks dat blijf je natuurlijk altijd selectief, je kan niet alles bespreken", aldus Van den Berg. Een tentamen zal bij hem meestal niet veel langer dan een uur du-
Mr. Mathon van den Berg
Toch is het lastig hoor, zo'n statistisch onbenul te zijn. Laatst nog las ik zo'n leuk onderzoek van het NISSO (dat is het instituut dat ons sexleven vastlegt in grafieken, tabellen en padanalyses), dat meldde dat de Nederlandse man niet langer een 'bovenligger' is, het gedoe tussen de lakens opwindender vindt dan vroeger en ddt allemaal mede dank zij de gunstige invloed van de vrouwenbeweging. Tjonge, tjonge, daar keek ik toch wel even van op. Uiteraard stonden alle statistische gegevens vermeld, zodat de lezer terstond kon controleren of deze verrassende uitspraak wel strookte met de cijfers. Ja, vergeet het maar. Ik snapte er weer de ballen van. Wanhoop overviel me, werd ik nou belazerd of niet? Ik zit hier nu drie uur te zweten: mijn anders zo geduldige docent zucht even hoorbaar en kijkt met troebele blik naar buiten. Denkt waarschijnlijk aan een koele pils in zijn lommerijke tuin. Misschien, als ik hem dat pilsje nou eens aanbied dat 'ie... nee, daar is hij veel te onkreukbaar voor. Zou ik hèm eens vra-
ren, inclusief het nagesprek van ongeveer een kwartier. "Ik betwijfel of een tentamen dat langer duurt dan drie kwartier goed is voor een student. Bij een zwaar tentamen denk ik dat een half uur zelfs voldoende is. Op een gegeven moment raakt een kandidaat in concentratieproblemen. Ik probeer binnen vijfenveertig minuten inzicht te krijgen in dekennis van een student. Als een student mondeling tentamen komt doen en hij heeft het vak al een aantal malen schriftelijk gemaakt, dan kijk ik niet naar die voorgeschiedenis van onvoldoendes. Ik begin met vragen te stellen op het niveau waarmee hij een zes kan halen. Tijdens het gesprek kan ik het niveau dan opschroeven. Bij het hoofdvak begin ik niet te moeilijk. Wel bij het keuzevak (bouwrecht), dan wil ik wel eens met een prikkelende vraag beginnen. Blijkt die te moeilijk, dan schakel ik terug". Toen Van den Berg zelf nog studeerde (in de periode 1963-1968) bereidde hij zich samen met een groep vrienden voor op de tentamens, die overigens in die tijd alleen mondeling werden afgenomen. "In die werkgroepjes ontstonden discussies over de stof, zodat je jezelf hoorde praten over het vak. Zo leerde je verbaal met de stof bezig te zijn. Ik moet zeggen dat ik het meest opstak van uitleg aan studievrienden". Na de vraag of hij streng is tijdens een mondeling moet de wetenschappelijk imedewerker even nadenken, en zegt dan vrij streng vast te houden aan de beoordelingsnormen, "maar", zo vult hij aan, "ik ben niet streng in de manier waarop ik tentamen afneem. Van collega's krijg ik wel eens te horen dat ik mild ben". Studenten schijnen tijdens het gesprek door de vriendelijke en rustige manier waarop Van den Berg de stof behandelt vaak de indruk te hebben "dat ze het vak wel in hun zak hebben". Na afloop kan het dan voorkomen dat ze een onvoldoende hebben gehaald, of een magere voldoende. In het nagesprek dat de docent met alle kandidaten voert, merken ze dan verbaasd op dat het gesprek zo vlot verliep. "Ik geef ze dan als antwoord dat het tentamen vlot verliep doordat fk bleef praten".
EB
Monique van Blijswijk gen hoe dat zit met de bovenliggers? Maar in plaats daarvan vraag ik: 'Theo, hoeveel punten heb ik nodig voor een zes?' En zwoeg verder. Jezus, wat een vak; waarom zit nou uitgerekend ik opgescheept met die rare kronkel in mijn kop waardoor elke formule verandert in een grijze brij? Ik tel, mogelijk is het nét een 6, vijf uur, de kinderen zitten alleen en het bier staat koud. Drie goede redenen om op te stappen. Als ik de week erop verneem dat ik een 5,7 (= 6) heb gehaald, jank ik eerst een half uur, bel dan een aantal medestudenten op, zet op school mijn groep op stelten en verstoor de teamvergadering met nutteloos gekraai. Thuis gekomen overdonder ik mijn kinderen met een grote dosis aandacht, zodat zij schichtig hun eigen kamer opzoeken, en als mijn lief thuiskomt dompel ik hem onder in tederheid. Daarbij ontdek ik - en passant - dat die cijfers van het NISSO, statistisch gezien, wel zullen kloppen. Gerda Schapers Studente Sociologie 21 juni 1985
eXAMENHOORTS Blik op oneindig, verstand liefst niet op nul Slapeloze nachten, natte handen en knikkende knieën. Tot diep in de nacht doorleren en 's morgens vroeg weer op. Paniek dus, in de tentamentijd. Veel studenten hebben last van examenkoorts, anderen zal het allemaal een zorg wezen. Is de tijd te kort en de stof te veel? Of voeren de studenten tot vlak voor de tentamens niets uit? Examenkoorts is een karaktertrek, iets persoonlijks. Je hebt het of Je hebt het niet en Je doet er niets aan. Volgens sommigen werkt de manier waarop er op de hogeschool getentamineerd wordt, de aanvallen van examenkoorts in de hand. We peilden hierover de mening van een aantal studenten. Frans had zoveel last van examenkoorts dat hij is gestopt met zijn studie psycliologie. "Op een mondeling tentamen noemde de docent me een levendig voorbeeld van de Huil Spence Drive Theory. Dat heeft iets te maken met: hoe hoger de stress hoe lager het verstand. Op dat moment wist ik niet eens wat hij bedoelde. Mijn hoofd was volkomen leeg. Ik had knikkende knieën en natte handen. Dat had ik voor ieder tentamen. Voor mijn laatste kandidaatstentamen ben ik op een rustig plaatsje in Zeeland gaan studeren, om niet van te voren al in paniek te raken. Na heel veel moeite heb ik toen mijn kandidaats gehaald, en daarna ben ik opgehouden met mijn studie. Ik had geen zin om erop die manier nog langer mee door te gaan. Constant moest ik opboksen tegen lichamelijke spanningen. En ik voelde er niets voor om pillen te gaan slikken voor een tentamen". De tentamenperiode is vaak een grote druk voor veel studenten. Vooral sinds de komst van de Tweefasenstructuur moet er zoveel mogelijk in zo kort mogelijke tijd gedaan worden. De klachten over het drukke rooster zijn dan ook niet van de lucht. "Veel te veel stof voor één tentamen", aldus Josephine. Samen met nog een paar eerstejaars letterenstudenten geeft ze haar kritiek op de tentamens: "Je krijgt te weinig tijd om je voor te bereiden, de laatste week voor de tentamens krijg je nog colleges. De tentamens zitten te dicht op elkaar, we hebben acht tentamens in twee-en-halve week". Stress-toestanden in de tentamentijd, tot diep in de nacht leren en weer vroeg op om de stof nog even door te nemen. De blik op oneindig, maar het verstand liefst niet op nul. "Op eed gegeven moment ga je zo balen, dan denk je: barst maar allemaal, ik kan me er niet druk
over maken. Ik doe de herkansing wel". Maar in de hertentamenperiode is het zelfs nog erger, dan heb je zeven tentamens per week. "We hebben al wel bij iemand van de hogeschoolraad geklaagd, en gevraagd of dat niet anders kon. Die zou daar aandacht aan besteden". Erg overtuigd komt dit er echter niet uit. Marjolein, eveneens eerstejaars letteren, heeft net een tentamen gemaakt. Hoe
>/&
Studenten hebben het zwaar Moet je moedig zijn om een tentamen af te leggen? Wie verstandig is, doet nooit tentamen, wie hart heeft voor z'n hart, slaat tentamens over. Maar niemand ontkomt aan de cirkelgang van het onderwijs; wie het verstand pretendeert te hebben zal dat eerst moeten bewijzen. Bewijzen dat je voor het vak gestudeerd hebt. Bewijzen dat je de stof beheerst. Bewijzen dat je jezelf kunt bewijzen. "Vertel me wat U weet en een voldoende zal Uw deel zijn". Een bijna didactische openingszet van de professor. Eet eerst je bordje leeg, dan mag je van tafel. Wie voor een tentamen opgaat moet daarom een maag van leer hebben. En' schakel je smaakpapillen maar op tijd Tllburgs Hogeschoolblad
uit, het tentamen duurt veel langer dan het kruisverhoor van één uur. Al dagen van te voren beginnen de boze koks van de universitaire gaarkeukens met de bereiding van een slechte maaltijd. Braken mag je alleen tijdens het tentamen, in de vorm van intelligente antwoorden. Als je voor een tentamen blokt, ben je de vijand van je omgeving en van jezelf. Studeren is een associale bezigheid. Je wilt met niemand praten want anders word je afgeleid en je moet je goed kunnen concentreren op je boeken en op je nagels. Als je hersenen evenveel informatie op kunnen nemen als je longen rook moeten verwerken, dan zit je goed. Je studeert met het doel om vooruit te komen maar bedenk wel: vooruitgang is
ging het? "Niet zo best. Het is eigenlijk niet zoveel, maar ik ben te laat begonnen. Wel is het zo dat er nog veel op het laatste moment behandeld moest worden, omdat er nogal wat colleges uitgevallen zijn. In twee colleges moest er nog een heel boek behandeld worden". Ook Marjolein vindt, dat de tentamens te dicht op elkaar zitten: "Je wordt daar compleet knettergek van. Als je even iets anders doet dan heb je het idee dat je eigenlijk zou moeten studeren". Mirjam heeft het tentamen ook niet best gemaakt. Ze heeft nogal wat achterstand opgelopen door haar activiteiten tegen het studiefinancieringsstelsel van Deetman. Ook deze eerstejaars letteren vindt, dat de tijd tussen de colleges en tentamens, net als de tijd tussen de tenta-, mens onderling, wel erg kort is. Mirjam is sowieso tegen het houden van tentamens op deze manier: "Wat heb je er aan om definities uit je hoofd te leren? Liever heb ik vragen waar inzicht voor nodig is". Normaal gesproken heeft ze nooit zoveel last van tentamenkoorts, maar als ze,de hal binnenstapt, beginnen de zenuwen haar parten te spelen. "Ik heb erg veel last van examenkoorts als ik eenmaal achter mijn papier zit, faalangst waarschijnlijk. Mijn maag zit dan in allerlei vreemde knopen en ik kan me soms niets meer van de stof herinneren. Ik studeer erg veel, omdat ik zeker van mijn zaak wil zijn. De tentamens houden me dag en nacht bezig. Een onnodige kwelling, die tentamens", vindt Mirjam. PANIEK Peter studeert psychologie. Hij begint altijd heel laat voor een tentamen, en studeert dan tot de laatste minuut. Op de dag van het tentamen krijgt hij het dan benauwd. "Als ik op mijn horloge kijk en ik zie dat het tentamen over twee uur begint, raak ik in paniek. Ik ga dan aan mezelf twijfelen, en denk dat ik de stof niet beheers. Als het tentamen begint word ik weer helemaal rustig. Er is dan toch niets meer aan te doen, en de faalangst is voorbij". Het verschijnsel examenkoorts laat zich niet gemakkelijk karakteriseren. Je hebt het in alle soorten en maten. Ook Cora, studente sociologie krijgt vlak voor een tentamen de zenuwen. "Meestal raak ik drie dagen voor een tentamen in paniek. Dan denk ik dat ik het niet meer op tijd red. Maar tijdens een tentamen valt het meestal wel mee. Bij een mondeling tentamen heb ik er echter wel veel last van. Dan is het echt erg. Ik kan dan niet meer vernietiging. Je pleegt een aanslag op je lichaam en op je geest. Dan is de dag aangebroken. Zenuwachtig ga je op weg. En je vergeet alles wat je geleerd hebt. Je gaat aan alles twijfelen, het enige wat je zeker meent te weten is dat je alle moeizaam vergaarde kennis vijf minuten voor het tentamen in de W.C. laat vallen. Maar ondanks deze opluchting voelen je darmen zich voller dan ooit, terwijl je hersenen leeg zijn. De lift staat al klaar op de begane grond. Naar welke verdieping moet je ook al weer? Aangekomen op de juiste etage loop je naar de kamer van de professor. Eén minuut te vroeg, klop je al aan? Lang hoef je er niet over na te denken want je gastheer steekt z'n hoofd al door het deurgat naar buiten. "Komt U toch binnen!" Er is geen terugweg meer mogelijk. Nu ben je als student altijd al in
rustig denken, wil heel snel antwoorden en heb koude natte handen. Ik hoef dit semester maar een tentamen te doen en de rest werkstukken. Ik moet zeggen dat ik nu wel heel rustig heb kunnen werken". "Ik heb alleen examenvrees als ik de stof volledig ken. Ik ben juist dan bang dat ik het tijdens het examen niet meer weet. Maar als er voldoende tijd is voor een tentamen word ik wel weer rustig. Als ik de stof niet ken heb ik helemaal geen last van examenkoorts. Ik ben dan heel rustig en wacht maar af wat ervan komt. Want als de stof teveel is denk je al snel: laat maar zitten", aldus Julia, studente letteren. Lilian is momenteel bezig met haar doctoraal letteren. Zij heeft nu geen last meer van examenkoorts, voorheen had ze er wel vaak last van. "Nachten lang doorwerken en paniek. En na afloop van een tentamen was ik echt even van de wereld. Ik werd dan bang voor de uitslag". De extra spanning voor tentamens hoeft niet altijd negatief te zijn. Door de druk ga je misschien juist geconsentreerder werken: "Ik ben nooit zenuwachtig van te voren, geen slapeloze nachten en dat soort dingen. Ik gebruik examenkoorts juist. Want tijdens het examen heb ik altijd moeite om mijn aandacht erbij te houden, en dan probeer ik mezelf wat onder druk te zetten. Dan word ik nerveus en dan lukt het meestal wel. Maar een examen op de hogeschool is voor mij alleen een serie van herkansingen en daar heb ik geen examenkoorts voor", aldus de student taal- en literatuurwetenschap Theo. De klacht dat er teveel stof tegelijk geleerd moet worden, keert telkens terug. Dat moet anders volgens Hans, tweedejaars rechten: "Enorm veel stof per toets", meent hij. Zijn klachten komen overeen met die van de andere studenten, de stof zou wat hem betreft over meer tentamens verspreid moeten worden. "Alles in die vijf, zes weken achter elkaar is ingesteld op die voldoende of onvoldoende die je dan haalt". Meer toetsen en minder stof per toets, zou volgens Hans een hele verbetering zijn. Rechtenstudent Igor aan het woord: "De tijd tussen de tentamens is kort en het is erg veel stof. Er zijn boeken bij waarvan je weet dat je ze eigenlijk moet doornemen, maar waar je dan gewoon geen tijd voor hebt". Igor heeft zelf niet zo'n last van examenkoorts, maar andere studenten, die er wat minder goed voor staan, leven in de tentamenperiode onder grote spanning. Angela Jans Hans de Brouwer het nadeel. De examinator is officier én rechter, zelf moet je genoegen nemen met de rol van advocaat. De verdachte is geen persoon maar een abstractie: jouw intelligentie. Als de rechter het vonnis velt "U kent de materie nog niet goed genoeg. Kom nog maar 'ns terug", dan kent ook de beul z'n taak. Frustratie, schuldgevoel, twijfels en veel dorst. Kun je je wapenen tegen een omgeving die verwécht dat je zult slagen? Verzin als smoes voor je falen dat je geen smoes voor je falen nodig hebt. Hang niet de antiheld van het onderwijssysteem uit. Beschouw jezelf niet als slachtoffer van de prestatiemaatschappij. Eenmaal gezakt, doorzakken. Michel Knapen
21 juni 1985
vervolg van pag. 3
Frans Teunissen zienswijze waarom mensen studeren en werken. Een bijzondere instelling kan daarin een uitstekende rol spelen. Het is de moeite waard om dat te onderzoe ken". Het binnenhalen van de eerste fase van de Theologische opleiding te Tilburg staat ook hoog in het vaandel geschre ven. Waarom? Frans Teunissen gaat er eens helemaal voor zitten. Deze zaken gaan hem aan het hart en bepalen zijn houding en spreekwijze in hoge mate. Enthousiast en in gloedvolle bewoordingen zet hij uit een dat men in Nederland maar een open katholieke kerk moet oprichten. Los van Romeinse invloed, op basis van humane christelijke uitgangspunten. Nu gaan er een aantal mensen onderdoor die gruwe lijk teleurgesteld zijn. Volgens Teunissen beseffen de mensen niet dat men in het Vactlcaan met keiharde op macht belus te politici te doen heeft. Hij voorziet een moeilijke tijd. "Wat er destijds in Tilburg op stapel stond bij de theologen, liet zich kenmerken door een levendige en inte ressante opleiding, waarvan ik vond dat die schreeuwde om geïncorporeerd te worden. Voor Brabant zou dat een zeer logische stap geweest zijn. Helaas is die incorporatie tot tweemaal toe afgewe zen. De theologen hadden zeer veel moeite met de Nederlandse voorwaar
den: geen ontslag voor gehuwde pries ters en iedereen accepteren als docent en student, daarnaast geen belemmerin gen voor onderzoek en onderwijs". "Er zijn tekenen die er op wijzen dat er nauwe vrijheidsbeperkingen voor de deur staan. Nu hebben we de mogelijk heid om in een eerste fase naar Neder landse maatstaven in te richten. De be houdende groep kan dan voor zichzelf de tweede fase bemannen. Veel jonge men sen willen niet meer voor een sekte achtige kerk werken, maar er zijn er ge noeg die theologie in vrijheid willen stu deren. Binnen de Hogeschool zijn daar alle mogelijkheden voor handen".
VAN STRAATEN Na een intermezzo over het harmonie model tussen Raad en College van Be stuur en Stichtingsbestuur vertelt Teu nissen dat de Hogeschoolraad langzaam 'geëvolueerd is naar een overlegstructuur met kritische bejegening. Met een al ou de KVPmethode heeft hij het Stich tingsbestuur zover gekregen dat men on der het genoegen van een etentje aller eerst eens zou kennismaken met de pre sidiumleden van de Hogeschoolraad. Een opening waarmee Teunissen blij was, omdat er uiteindelijk toch zaken ge daan moesten worden. "Het is niet zo dat de Raad als een ongenuanceerde ak tiegroep bij het Stichtingsbestuur voor de deur staat. Ook vanuit het Bestuur denkt men niet alleen maar rechtlijnig en eenzijdig. Kennisnemen van eikaars standpunten was het minste wat ge bruikt kon worden. I n praktijk blijken standpunten veel genuanceerder te lig gen. Op een aantal punten zoals de bul
Studenten hebben hun eigen verzekeringen
len, de omvang van het College van Be stuur en benoemingen hebben wij ver standig overleg gevoerd". U noemde zonet de benoemingen. Het Stichtingsbestuur is uiteindelijk accoord gegaan met de nietherbenoeming van de voorzitter van het College van Be stuur, Van Straaten. Veel overleg tussen Hogeschoolraad en Stichtingsbestuur nemen wij aan. Hoe was de rol van het Stichtingsbestuur in deze affaire? Teunissen: "Uiteindelijk heeft het Stich tingsbestuur op grond van de vele advie zen gemeend het besluit van nietherbe noeming te moeten nemen. Verder is dat voor mij een persoonlijke zaak, waar ik noch als voorzitter, noch als man met een personeelsachtergrond informatie over kan geven. Daar ga ik niet op in". Zodra er persoonsgebonden vragen aan de orde komen veert Frans Teunissen op en laat zijn doosje lucifers uit zijn handen vallen. Vriendelijk tasten we de grenzen van de vertrouwelijke codes verder af. Maar de spraakwaterval stokt als de per soneelsproblematiek raakpunten krijgt met het bestuurlijke reilen en zeilen van de Hogeschool. De kwestie Van Straa ten is taboe. Vindt u het goed dat er geen enkele me dedeling over de kwestie Van Straaten gedaan is? Teunissen: "Ik vind het goed dat er van uit geen enkel officieel gremium over de ze persoonlijke zaak enige mededeling is gedaan. I edereen zal dat begrijpen". Maar het voorzitterschap van het College van Bestuur is toch een openbare funk tie? Alle organen van de Hogeschool zwijgen als het graf en doen het af als
een personeelszaak. Dat lijkt ons een slechte zaak voor de universitaire demo cratie. Teunissen: "Ik denk dat met gebruik van alle democratische rechten het Stich tingsbestuur tot dit besluit kon komen en dat verder bij alle hogeschoolorganen blijkbaar de code opgetreden is om over deze persoonlijke zaak geen verdere in formatie te geven. Ik ben daar bijzonder gelukkig mee en bepaald een inspirator van geweest. Het lijkt wel een onaf gesproken code, het resultaat waardeer ik ten zeerste". Een kandidaat voorzitter van het College van Bestuur zal daar toch vreemd tegen aankijken. Teunissen: "De komende man of vrouw zal zich daar eerst wel van op de hoogte willen stellen. In alle vertrouwelijkheid zie ik daar geen beletselen voor de kandi daat in om niet te solliciteren en een be noeming te accepteren". Hebt U van dat vier jaar lang voorzitter zijn nog wat geleerd? Teunissen: "I k heb als personeelsconsu lent geen betere opleiding kunnen krij gen. Vier jaar zittend aan tafel bij het Col lege van Bestuur heb ik ervaren hoe de personeelsfactor soms wel tot zijn recht komt en een andere keer totaal niet. I k heb gezien hoe op managementsniveau personeelsbeleid gestalte krijgt. Een prachtige leertijd. Voorlopig ben ik wel uit bestuurd. I k ga mijn sabbatical ge bruiken om te kijken of zo'n bezinnings centrum levensvatbaar is". Hugo Backx Ben Beljaars
als je nog geen 26 bent.. heb je recbt op de nieuwe
Supergoedkope treintickets voor heel Europa Ziek worden Dat kan de beste student overkomen. Maar gelukkig hebben studenten hun eigen verzekering, de Stichting Studenten Gezondheids Zorg ofwel SSGZ. Opgericht door en voor studenten. De premie van de ziektekostenverzekering bedraagt voor 18 t/m 24iarigen f 440, p. jaar. Voor 25 t/m 34jarigen f 480, per jaar Als aanvulling op de ziektekostenvefiiekering kan een tandartsverzekering worden afgesloten voor f 150, per jaar. En voor de zeer weinige risico's waarvoor de SSGZ verzekering geen dekking mocht bieden, kan de verzekerde een beroep doen op het noodfonds. Allemaal aantrekkelijke zaken, die steeds meer studenten doen besluiten voor de SSGZ te kiezen. De SSGZverzekering kan niet alleen de vergelijking met andere studentenverzeke ringen met glans doorstaan, zij is ook het overwegen waard voor hen die nu nog via hun ouders in de particuliere verzekering zijn meeverzekerd De daarin gehanteerde premie voor studerende kinderen is veelal veel hoger dan de premie van de SSGZ.
De SSGZ gemet tevens bekendheid vanwege de Zekerheidspakketten, dit zijn combinaties van noodzakelijke verzekenngen waarmee de student(e) zich voor weinig geld kan verzekeren tegen aansprakelijkheid, onge vallen, brand, inbraak, enrisico'sbij reizen in het bmtenland. Er is ook een aparte reisverzekering van de SSGZ met uitgebreide dekking. Vooral voor hen die al een SSGZ Ziektekostenverzekermg en/of een Zekerheids pakket 1 of 3 hebben is die reisverzekering uiterst voordelig (vanaf 50 cent per dag).
n
Stuur mij vrijblijvend: □ de folder Ziektekosten vet7ckenng D de folder Zekerhetdspakket D de folder Rcisverzekenng
Deze bon kunt u in een envelop zonder postzegel opsturen aan SSGZ, Antwoordnr 10070, 2200 VB Noordwi)k
postcod&'plaats . geboortedatum _
_ met/zonder partner
flSSiS Stichting Studenten Gezondheids Zorg |g^2
Deverzekering voor studerenden.
GO 25
jongerentlckets op em station te koop!
m
BUITENLAND
^Trima, dat we ons bezighouden met de oorlog. Maar hoe staat het met de kwaliteit van onze opleiding?^' "Ik ben al vijf keer In de bergen van het noorden geweest. De eerste keer vóór de revolutie tegen Somoza, de tweede keer met de alfabetiseringscampagne, daarna twee keer als vrijwilliger van de milltla en de laatste keer als dienstplichtig soldaat. Het is de laatste keer geweest". In de menSa van de universiteit zit ik tegenover een jongen met houten krukken. Hij studeert bouwkunde en is 24 jaar. "Ik zie er al oud uit, vind je niet?" Hij wrijft zich het inderdaad getekende gezicht. "Het is de vierde keer dat ik aan de dood ben ontsnapt, we reden in een hinderlaag". Hij laat mij röntgenfoto's van zijn been zien. Met platinastrips hebben ze de door kogels verbrijzelde botten van het onderbeen en het dijbeen moeten stutten. Geestelijk is hij al over de klap heen, zegt ie, te weten dat hij nu is uitgeschakeld en alleen nog maar kan studeren. "Als de Amerikanen hier in Managua binnen vallen kan ik mijn militaire ervaring altijd nog nuttig maken".
OORLOG, OORLOG, OORLOG!
Anders is het met de medische student Danilo: "Ik ben vertegenwoordiger van mijn jaargroep, lid van de Sandinistische Jeugd en van het "Front" (FSLN), maar ik functioneer helemaal niet. Ik ben nog steeds bezig te verwerken dat ze mijn vader en twee jongere broers hebben vermoord, de contra's". Danilo is een van de vele plattelandskinderen die door de revolutie van de boerderij zijn gehaald om met een voorbereidende cursus van drie jaar klaargestoomd te worden voor de universiteit. De onrechtvaardige oorlog van meneer Reagan tegen Nicaragua, zo drukt men dat bij herhaling uit, is ook in Managua ver van het oorlogsgebeuren dagelijks voelbaar. "In Nicaragua is er een realiteit en die heet oorlog", zegt Roger Uriarte, bestuurslid van de landelijke studentenorganisatie UNEN, "Daar kan niemand onderuit. Binnen de beperkingen proberen de studenten al het mogelijke te doen om onderwijs te blijven volgen. We zoe• ken een psychologisch evenwicht tussen niet vergeten, ons niet isoleren aan de ene kant en ons anderzijds ook niet laten meeslepen; oorlog, oorlog, oorlogi We praten als UNEN over meedoen aan de verdediging en tegelijk stimuleren we de mensen om te studeren, om geen colleges te missen, om in het weekend onderling studiegroepjes te maken". Toch domineert in de propaganda en in de activiteiten van de UNEN de steun aan het oorlogsfront, aan de gemobiliseerde studenten die werken in de hervestingsdorpen. Een van de jaarlijks terugkerende krachtsinspanningen van de UNEN is de bijdrage aan de koffieoogst. De UNEN stuurde dit seizoen 1200 studenten naar de koffiegebieden in het noorden om mee te plukken met de traditionele plukkers, maar vooral om gewapenderhand de kofflebedrijven te beschermen tegen aanvallen van de contra's. De UNEN maakt de mensen warm voor deze vrijwillige productiepractijk, organiseert de ploegen voor het transport. Nu nog steeds, terwijl het studiejaar al drie maanden geleden is begonnen, bevinden zich nog 200 studenten in de hervestigingsdorpen. Die worden in Tilburgs Hogeschoolblad
De oorlog is in Nicaragua een realiteit van alledag, ook op de universiteit. De georganiseerde studenten spelen een relatief belangrijke rol bij het vrijwilligersv/erk in de achterhoede om het front te ondersteunen. Het is in Nicaragua studeren onder moeilijke omstandigheden en het onderwijs is vaak slecht. Eind mei waren de gedelegeerden van de Landelijke Vereniging van Nicaraguaanse Studenten (UNEN) bijeen in Leon. Daar bespraken ze de noodzakelijke bijdrage van de studentenbeweging aan de oplossing van universitaire en nationale problemen. Frank Heybroek bezocht diverse universitaire campussen en maakte het congres mee.
Studeren in Nicaragua de valleien van het noorden gebouwd voor de boeren die de bergwanden zijn ontvlucht om de bescherming van het leger op te zoeken. Daar ontwerpen studenten bouwkunde het dorpsplan, daar wordt meegeholpen met de eerste aanplant en er wordt wacht gelopen om rondspokende contra's tijdig op te vangen.
VRIJWILLIGERS De vrijwilligers van de medische faculteit hebben een bijzondere taak in de oorlogsgebieden. Die worden gestuurd naar de verschillende geïmproviseerde ziekenhuizen om gewonden te behandelen. De universiteit staat er garant voor dat elk bataljon van het leger één arts en één
medische student bij zich heeft. Op die manier zijn de medische studenten, die vanwege het tekort aan artsen zijn vrijgesteld van de militaire dienstplicht, toch om de beurt drie maanden aan het front. Evenals de medische studenten zijn ook de studenten van de faculteit voor de opleiding van leraren en die van de landbouwfaculteit vrijgesteld. Desondanks zijn 120 landbouwstudentèn vrijwillig in militaire dienst gegaan. De typische achterhoede activiteiten zoals het verzamelen en versturen van brieven, boeken, sigaretten, worden per afdeling van de universiteit georganiseerd. Een afdeling adopteert een compagnie van het leger. "Het is niet veel betekenend in materiële zin", zegt voorzitter Raul Amador "jan de UNEN, "maar het is
Unen-voorzitter Raul Amador op verkiezingstoernee (foto Frank Heybroek)
vooral een morele ondersteuning, een vorm van solidariteit". Familieleden van gemobiliseerden worden regelmatig opgezocht. Dat alles levert voor veel van de betrokkenen wel de nodige studievertraging op, om maar niet te spreken van hen die gewond of helemaal niet terugkomen. Voor de terugkeerders worden speciale cursussen gegeven en speciale examenrondes om de achterstand in te lopen. "Soms kiezen de studenten er zelf voor om gewoon een jaar over te doen", zegt rector Umberto Lopéz. "We hebben echter een prima ervaring met een groep van 115 studenten van de landbouwfaculteit die in 1983 vier maanden gevochten hebben met de militia. Die hebben in 10 weken tijd het hele semester gedaan met een slagingspercentage van 92 procent. Dat is hoger dan bij de andere studenten. De studiehouding en de discipline was geweldig".
CONGRES Eind mei hield de UNEN haar tweejaarlijks congres om deze politiek van vrijwillige ondersteuning van de nationale verdediging bevestigd te krijgen. Het bleek dat de problemen van de universiteit zelve, de kwaliteit van het ondenwijs, de gemoederen minstens zo hevig hielden. Aan het congres gingen vier rondes verkiezingen vooraf om de diverse studentenvertegenwoordigers te kiezen die aan het congres deelnamen: de 670 jaargroepvertegenwoordigers, de 35 vertegenwoordigers van school of faculteit, die van de zes verschillende universitaire campussen en tenslotte de verkiezing van de nationale leiding. Van de UNEN zijn alle circa 26.000 studenten van Nicaragua automatisch lid. Elke verkiezingsronde is rechtstreeks en het kiescomité gaat met dozen de collegezalen langs om de stembriefjes uit te delen en weer in ontvangst te nemen. Op het niveau van de campusvertegenwoordigers was het slechts één niet-sandinistische kandidaat gelukt om de verkiezing te winnen. Hij behoorde tot een maoïstische groepering. Elders wonnen de kandidaten van de Sandinistische Jeugd (JS). De verkiezing van een nieuwe voorzitter, met zijn hele ploeg bestuurders, ging tussen de Sandinistische kandidaat en die van een blok van drie jeugdorganisaties, respectievelijk de communistische, de socialistische en de sociaal-christelijke. Die hadden in hun propaganda de universitaire autonomie centraal gesteld. "Het doel van ons blok is om de ideologische dominantie van de Sandinistische Jeugd op de universiteit en die van de regering te doorbreken", aldus de coördinator van het blok Luis Si/va. Daartoe had men ook gesprekken gehad met de liberalen en de conservatieven, om een breed vijf-partijen-blok te maken ter ondersteuning van de tegenkandidaat. Maar op het laatste moment haakten de rechtse partijen af. Silva vindt dat nog steeds jammer. "Uit respect voor die partijen" kon hij niet zeggen waarom de twee zijn afgehaakt. Het blok werd verslagen met 10.454 stemmen tegen 2.485 bij 1.738 onthoudingen. Vervolg op pag. H 21 juni 1985
IB
Studenten^^mmm INTERUNIVERSITAIRE STUDIEGROEPEN PLANOLOGIE Planologen (Civiele Techn., Soc. Geografie, Sociologie, LH-Wageningen) Economen (ruimtelijk, evt. bedrijfskundig) Rechten (bestuurskunde, ruimtelijke ordening) Sociaal Psychologen Verkeerskundigen Geconstateerd In Den Haag ontbreken de voorwaarden voor het functioneren van een veelzijdig gericht stadscentrum. Vermoedelijke oorzaken - economische processen; welke leidden tot het verdwijnen van de woonen hotelfunctie; - kwaliteitstekorten (zowel bouw- als stedebouwkundig); - ruimtelijke schaalvergroting - processen welke leidden tot vermindering draagvlak van de voorzieningen (winkel-, sociaalculturele-, ed.); - gebrek aan een adequaat gemeentelijk beleid. Deze ontwikkelingen hebben een negatieve invloed gehad op de leefbaarheid van het stadscentrum. Doel onderzoek Hoe het haagse stadscentrum te verbeteren wanneer de nadruk ligt op:
1. herintroductie van de verdreven functie (woon-, hotel-, sociaal-cultureel-, horeca-); 2. meervoudig grondgebruik door onafhankelijke participanten; 3. verhoging rendement door het hergebruik leegstaande ruimten (tegengaan van kapitaalsverspilling); 4. inrichting buitenruimte. Welke gevolgen heeft dit; onder welke voorwaarden; welke neveneffecten roept dat op7 Beeld eindresultaat Voorstel van een ruimtelijk (structuur-)model tot hergebruik en herinrichting van het stadscentrum. Het voorstel tot hergebruik zal zich niet alleen toespitsen op het herstel van een kwantitatief evenwicht, maar juist de kwalitatieve aspecten beschouwen. Geïnteresseerd? Vragen? Neem contact op met: 1. Frans Bertels, staflid ISP, 015781665, b.g.g. IS P-secretariaat 015784408. 2. Remco Veenstra, 070-467342. Wat is een ISP? ISP staat voor: Interuniversitaire Studiegroepen Planologie. Dit zijn ca. 6 maanden durende projectgroepen, waar afstudeerders uit verschillende disciplines (zowel technisch- als sociaal-wetenschappelijk) aan deelnemen. Start: begin september 1985. Afronding: begin maart 1986. Part-time deelname is mogelijk! Wij zijn: Leida, Marian, Remco, Rick en Wendy, én studeren Stedebouw (3x), Volkshuisvesting en Architectuur aan de TH te Delft. INTEGRAND
Menu PERIODE 24 T/M 28 JUNI 1985 MAANDAG 24-6-1985 groentesoep - schotse boeresoep creblapje - uienburger mosterdsaus - witte boontjes met snijbonen - spitskool DINSDAG 25-6-1985 chinese kippesoep - peterseliesoep nasi goreng - kroepoek - atjar halve gebakken banaan - saté -lsatésaus - levervink - gemengde sla WOENSDAG 26-6-1985 vermicellysoep kervelsoep met asperges kalkoen tartaar - rundertong madeirasaus - tuinboontjes postelein - rauwkostsla DONDERDAG 27-6-1985 minestronesoep - koninginnesoep rundergoulash - koude makreel mexicomix - komkommer sla VRIJDAG 28-6-1985 kerrysoep cotelet suisse - hamburger spercieboontjes met wortel gemengde sla
In verband met de komende vakantieperiode is het kantoor van Integrand van 1 juli t/m 16 augustus GESLOTEN. Wel zijn Frangois Roumen en/of Jan Lemans telefonisch beschikbaar, respectievelijk onder de nummers 013562217 en 04248-1249. Eventueel kan contact opgenomen worden met Integrand Leiden, tel. 071-149459. Wil je in het komend studiejaar in aanmerking komen voor een Integrand-opdracht, is het aan te bevelen je nu al in te laten schrijven. Vanaf 19 augustus is Integrand weer elke werkdag geopend van 10.0012.00 u. en van 14.00-16.00 u. (gebouw O, kamer 7) en telefonisch bereikbaar onder nummer 013-662781. Prettige vakantiel INTEGRAND VRAAGT: Voor een van onze opdrachtgevers vragen wij voor DIRECT: Een student(e) die zich bezig gaat houden met het werven van bedrijven voor nieuwe industrieterreinen, die de opdrachtgever in ontwikkeling heeft. Ook dient de student zorg te dragen voor de voorovereenkomsten, waarbij hij gesteund wordt door de opdrachtgever. De opdrachtgever is gevestigd in MAASTRICHT, enige affinitiet met de streek is gewenst, doch niet strikt noodzakelijk. Geïnteresseerd? Bel of kom langs: tel. 013-662781, gebouw O, kamer 7. PYTHISCHE SPELEN Op 16 mei 1986 gaan in Maastricht de Pythische Spelen van start, een driedaags cultureel festival waar studenten uit alle universiteitssteden van Nederland zich met elkaar kunnen meten op het gebied van muziek, toneel en beeldende kunsten.
Tilburgs Hogeschoolblad
ledereen die bezig is met klassieke muziek, jazz, pop, new wave, dans, toneel poëzie, proza, cabaret, tekenen, schilderen, fotografie, film of video wordt uitgenodigd om zich voor dit evenement-in te schrijven. Op 16 en 17 mei vinden, onder toezicht van landelijk bekende autoriteiten op de genoemde gebieden, de voorrondes plaats en op 18 mei is de finale plus prijsuitreiking gepland. Meer informatie is te verkrijgen bij Ferry van Nie, tel. 043-888888, pieper 16 (overdag), tel. 043-15418 ('s avonds) of door te schrijven naar het secretariaat van de Stichting Pythische Spelen, Postbus 616, 6200 MD Maastricht.
Leipparkfestival Noteer de data alvast in je agenda en duim maar voor goed weer want 7 en 8 september wordt het Leipparkfestival gehouden. Organisator is de Stichting Leipparkfestival waarin wordt samengewerkt door de Stichting Noorderligt Theater, Kollektief Kafee Den Egelantier en de Stichting Brijwerk. De mensen die het werk op zich genomen hebben organiseerden van 1976 t/m 1981 de Bikse Fiste in Hilvarenbeek en in 1982 het afscheidsconcert van De Veulpoepers. In het kader van Het Jaar Van De Europese Muziek geeft de gemeente Tilburg evenals de provincie NoordBrabant een subsidie van f 20.000,— aan de Stichting Leipparkfestival. De Raad voor de Kunst heeft het ministerie van WVC negatief geadviseerd over de daar ingediende subsidieaanvraag, zodat van WVC geen geld te verwachten valt. De Stichting probeert nu andere subsidiepotjes aan te horen, misschien op Europees niveau. Wat gebeurt er op het festival als telkens benadrukt wordt dat er geen grote (dus dure) namen te verwachten zijn? De organisatie spreekt van een uitgebalanceerd programma met vernieuwende acts die toch een groot publiek aanspreken, een programma van hoge kwaliteit. Allerlei soorten muziekgroepen zullen te beluisteren en bekijken zijn, maar er treden ook (muziek)theatergroepen en dansers op. Onder voorbehoud wil de organisatie wel de namen noemen van enkele van de 40 verwachte groepen die op een van de 6 podia voor misschien wel 90.000 mensen zullen optreden. Twee dure buitenlandse groepen die hopelijk naar Tilburg komen zijn: Ondekosa, slagwerkers uit Japan, en Urban Sax een groep saxofonisten uit Parijs die veel opzien baarden bij de opening van de Groningse Schouwburg.
HOMO-LESBISCHE STUDIES Het onderwijsprogramma van homoen lesbische studies van de Universiteit van Amsterdam is uitgekomen: Ook kandidaats- en doctoraalstudenten van andere faculteiten en universiteiten kunnen colleges volgen en begeleiding krijgen bij de Amsterdamse homostudies. Het programma omvat dit jaar onder meer: Leeronderzoek Ras en Seksualiteit, Eros en vrouwelijke cultuur, homosociale arrangementen onder mannen en de werkgroep Rekening houden met AIDS. Het programma is te verkrijgen aan de balie van het Sociologisch Instituut. Nadere informatie: Stephan Sanders, tel. 020-5252254 en Gert Hekma, tel. 5252227 en Marion de Ras, tel. 5252253.
Buro Buitenlandm Agenda Ter inzage ligt: - de lijst met afspraken gemaakt tijJUNI dens de bilaterale culturele gesprek- ken met Zweden (april 1985) VRIJDAG 21 JUNI Het Ministerie van Ondenwijs en Wetenschappen voert eind september Katholieke Hogeschool, 13.30 uur, bilaterale besprekingen met Roemeaula: Promotie Ir. J.G.P. Rieken. nië en Tsjecho-Slowakije; indien u Promotoren: Prof. Dr. J.J.J. van wijzigingen resp. nieuwe voorstellen Dijck en Prof. Dr. G.M.J. Veldkamp. in de betreffende culturele accoorden Titel proefschrift: "Bestuur en orgaingebracht wilt zien, dan wordt u vernisatie in sociale zekerheid en arzocht uw reactie voor 1 augustus a.s. beidsvoorziening". aan het buro door te geven. Katholieke Hogeschool, 15.00 uur, Het Inter-University Centre of Postaula: Promotie Drs. J.J.A. Moors. graduate Studies te Dubrovnik (JoePromotor: Prof. Dr. B.V. van der Gegoslavië) geeft aan 't begin van het nugten. Titel proefschrift: "Estimaacademisch jaar 85-86 o.a. de voltion in truncated parameter spaces". gende cursussen: 1. Science, society Stadsschouwburg, 20.00 uur: 'Ucand ethics (26.8-6.9), 2. Renaissancellacci en Uccellini' van Pasolini. cephilosophie und Neuzeitliches (tot en met 22 juni). Denken (31.8-8.9), 3. Labour Migration in Europe (2-14.9), 4. Linguistic Stadsschouwburg, 22.15 uur: Holproblems oif migrant workers (16land Festival: Canadese films 'The 21.9), 5. Meaning and natural kinds bay boy' van Daniel Petrie. (16-27.9), Lebenswelt und SystemKatholieke Hogeschool, 9.00gestaltung (30.9-12.10). 16.30 uur, DZ-17: Symposium 'EcoNadere informatie over de inhoud nomie Equilibria: Computation and van de cursussen, subsidiemogelijkModelling'. heden en inschrijving zijn bij het buro te verkrijgen. ZATERDAG 22 JUNI Buro Buitenland: B-1013, tel. Stadsschouwburg, 22.15 uur. Film662236. huis: Holland Festival: Canadese films. 'l'Amour blessé' van Jean Paul Lefebre. Noorderligt: Tilburg Danscentrum. MAANDAG 24 JUNI Stadsschouwburg, 20.00 uur. Filmhuis: Holland Festival: Canadese films. 'Les bons debarras' van Francis Mankiewitz. Stadsschouwburg, 22.15 uur. Filmhuis: Holland Festival: Canadese films. 'Mon oncle Antoine' van Claude Jutra.
PENDRAGON-NIEUWS Maandagavondzaalvoetbaltoernooi 85/86: Er worden nog steeds mensen gezocht die de organisatie van het beroemde maandagavondzaalvoetbaltoernooi op zich willen nemen. In dit verband geldt het motto: vele handen maken licht werk, dus laat je niet afschrikken maar besef dat dit toernooi moet blijven. Voor nadere informatie omtrent de organisatie kun je kontakt opnemen met Mark van Kollenburg, tel. 671898 of 430484. De studentensportverenigingen: Je loopt natuurlijk al enkele weken te twijfelen, daarom een duwtje in de goede richting. Zoveel mogelijkheden; daarom, er is altijd wel iets van jouw gading bij: atletiek, Parcival, Peter Fagel 355151; badminton, Sauron, Rinske Westerveld 672959; basketball, Pendragon, Pim Kolsteeg 362018; duiken, Faico, Toine Gerritsen 671898; hockey. Shot, Kitty Arntz 432922; rugby. Tarantula, Joost Geurts 353002; schermen, Excalibur, Pieter Schmits 366083; surfen. Beaufort, Eric van de Graaft, 367480; tafeltennis. Hyperion, Charles Verwimp 672959; tennis, Lacoste, Jacqueline Moret 360351; veldvoetbal. Merlijn, Tymen Mekel 561332; volleybal, Gepidae, Rob Giesberts 360523; wielrennen. De Meet, Herman Vierhout 362018; zaalvoetbal heren, Myrddin, Piet Israël 563409; zaalvoetbal dames, Pendragon, Marly Bloem 360331; zeilen, Nautikos, Anton Duynhouwer 435857. Verder wenst Pendragon eenieder een prettige vakantie en tot augustus.
DINSDAG 25 JUNI Stadsschouwburg, 20.15 uur: Derde concert in de Beethoven-cyclus van het Brabants Orkest o.l.v. dirigent André Vandernoot. Uitgevoerd worden: de ouverture 'Fidelio', de zevende symfonie en het vioolconcert in d (met als soliste Masuko Ushioda). Stadsschouwburg, 20.00 uur. Filmhuis: Holland Festival: Canadese films. 'The grey fox'. Stadsschouwburg, 22.15 uur. Filmhuis. Holland Festival: Canadese films. 'Videodrome' van David Cronenberg. WOENSDAG 26 JUNI Stadsschouwburg, 20.15 uur: Urbanus sluit seizoen af. Stadsschouwburg, 20.00 uur. Filmhuis: Holland Festival: Canadese films. 'The appranticeship of Duddy Krawitz van Ted Kotcheff. DONDERDAG 27 JUNI: Stadsschouwburg, 20.15 uur: Urbanus sluit seizoen af. Stadsschouwburg, 20.(X) uur. Filmhuis: 'Canterbury Tales' van Pasolini. (tot en met 29 juni) Stadsschouwburg, 22.15 uur. Filmhuis: 'A nos amours' van Maurice Rialat. (tot en met 2 juli) Stadsschouwburg, 16.15 uur: Openbare reden Prof. Dr. Ph.A. Idenburg (Cobbenhagenleerstoel).
21 juni 1985
vervolg van pag. 18
Studeren in Nicaragua Tijdens de openingsceremonie van het congres waar de circa 700 verkozen vertegenwoordigers bijeen waren, begon commandant Bayardo Arce namens de nationale leiding van het Sandinistische Bevrijdingsfront het "blok" te beantwoorden: "Universitaire autonomie, daar hebben we voor gevochten in de tijd van de dictactuur om ons te beschermen tegen het leger, dat de universiteit binnendrong om mensen af te maken en op te sluiten. Maar om nü te praten over autonomie in 1985, met zes jaar revolutie achter de rug, een revolutie die tot voorbeeld dient voor Latijns Amerika en de gehele derde wereld, die jullie de kans geeft om hier bijeen te komen, die bedreigd wordt door de imperialistische blokkade, dat is werkelijk naast de pot pissen". Arce, één van de negen leden van het bestuur van de FSLN, benadrukte het belang van de verdediging. "Het gaat er niet alleen om mensen te mobiliseren om met een geweer in de hand te vechten. We zouden niet eens genoeg geweren hebben om iedereen één te geven. Het probleem van deze oorlog, van deze gerechtvaardigde strijd is niet in de eerste plaats om kogels met kogels te beantwoorden. Het probleem is om de effecten van die kogels te bestrijden. Als er mensen vallen, medici, zoals jullie kameraad Luis Munguia die gisteren is omgekomen, leraren, bouwvakarbeiders, boeren, als machines en gebouwen en wegen worden vernietigd, dan moeten we niet alleen terugschieten, maar we moeten vooral ook de gevallenen vervangen, mét hun kennis en kunde die ze ten dienste stelden van de samenleving. We moeten heropbouwen wat de contrare-
volutie heeft vernietigd. Dat is wat we van de universiteit verwachten". "Behalve in de strijd vallen er ook heel wat deskundigen in de overgave", betoogde Arce, "Technici verlaten het land, medici en landbouwkundigen, omdat het in het buitenland beter zou zijn. De universiteit moet er dus voor zorgen dat de mensen niet alleen technisch beter gekwalificeerd zijn dan voorheen, maar vooral ook bewuster. Dét is met name een taak voor de studentenbeweging".
GEJONAST De speech wordt af en toe 'gestoord' door leuzen die de verschillende delegaties hebben ingestudeerd in de trein van Managua naar Leon, waar het allemaal plaatsvindt. "Hier geeft niemand zich over", heet het op een groot spandoek. Bij de mededeling dat de dag tevoren een medisch student is omgekomen aan het front gaat er even een schok door de zaal. Direct daarna uit alle kelen: "Wij gaan door met de strijd, tot en met de uiterste consequentie". Aan het einde van de toespraak wordt Arce van het spreekgestoelte gehaald en vier meter de lucht in gejonast door een uitbundige menigte. De zaal geniet. De rector moet er ook aan geloven evenals vijf andere hoogwaardigheidsbekleders. Maar als het eigenlijke congres begint is er eerst weinig aandacht voor de nationale problemen. De kwaliteit van het onderwijs en van de docenten zijn de belangrijkste zorgen. "Allemaal prima, dat we ons bezig houden met de oorlog, met de internationale politiek met de mobilisatie, maar hoe staat het met de kwaliteit van onze opleiding? De docenten zijn
Hogeschool toont belangstelling voor Matagalpa Het ziet er naar uit dat de KHT de banden met de Nicaraguaanse stad Matagalpa uit gaat breiden. Enkele vakgroepen en bureau's hebben tijdens een studiebijeenkomst, vorige week vrijdag, gezegd mogelijkheden te zien in projecten met Matagalpa. Maar eerst moeten de problemen "behapbaar" gemaakt worden. Op de bijeenkomst vertelden twee leden van een delegatie uit Matagalpa, die enkele dagen in Tilburg vertoefde, over hun bedrijfjes en de problemen waar zij mee te kampen hebben. Een tiental vertegenwoordigers van de hogeschool bekeek of er op hun vakgebied een mouw aan te passen is. Rob Wieten is als student van de hogeschool via het IVO-Sieraproject een jaar in Matagalpa geweest. Hij vertelde dat vanaf de overwinning op Somoza in 1979 bedrijfjes met steun van de gemeente en vakbonden zijn opgericht. José Jimenez, bedrijfsleider van een schoenfabriekje in Matagalpa, toonde aan de hand van enkele dia's de ontwikkeling van het fabriekje. Hij vertelde dat tweeëneenhalf jaar geleden zo'n twintig arbeiders met eigen materiaal en steun van de gemeente een schoenfabriekje begonnen. In het begin was er geen geld om de salarissen uit te betalen maar na zes maanden kon Tilburgs Hogeschooiblad
men een eigen stikmachine kopen, zo vertelde hij. Een dia liet een machine zien die uit grootmoeders tijd leek te komen. "Dit is de modernste", zei hij trots. Een andere dia toonde enkele simpele metalen plaatjes. Het zijn onderdelen van machines waar Nicaragua niet of nauwelijks aan kan komen. De oorzaak hiervan is het gebrek aan deviezen. Hij benadrukte dat dit niet opgevat moet worden als kritiek op de regering van Nicaragua. De oorzaak van de kritieke situatie in het land zoekt hij meer in de agressie en handelsboycot van de Verenigde Staten. "Het is duidelijk waar de schoen wringt", stelde Christa Thoolen vast. Nadat het ander delegatielid. Oscar Juarez, betoogde dat internationale solidariteit en participatje erg gewaardeerd worden volgde "dé vraag richting hogeschool". Drs. C. Kraaijmes van de vakgroep Organisatie van de Economische Faculteit verklaarde: "Een aantal problemen ligt inderdaad op ons terrein". Hij vertelde ook wel mogelijkheden te zien maar er moeten eerst concrete vragen zijn. Drs. J. van der Straaten van de vakgroep Regionale Economie zag ook aanknopingspunten: "Wat wij doen kan wel degelijk van belang zijn". Hij pleitte voor een steungroep vanuit verschillende vakEen wijk in Matagalpa
vaak niet gemotiveerd, ze studeren niet bij en bereiden hun lessen niet voor, ze blaffen je af als je iets te zeggen hebt of te vragen!" De spreker uit de zaal slaat de spijker blijkbaar op de kop, want hij krijgt een daverend applaus. De punten van kritiek zijn al op papier gezet: Meer verbinding van het onderwijs met de practijk, practica, projectgroepen gericht op concrete problemen, practisch werk in de bedrijven en instellingen. Meer inspraak in het universitaire gebeuren, meer actieve inbreng in de commissies die de studieprogramma's bijgestellen. "Wij ontmoeten vaak, te vaak een gesloten autoritaire opstelling van de kant van de leiding en van de docenten. Dat noemen we hier 'quadrado' (vierkantdenken)", legt Raul de UNEN-voorzitter uit. "De studenten zijn vaak het slachtoffer van een gebrek aan flexibiliteit bij de toe passing van bureaucratische regels". En: "De student-assistenten moeten beter bijgeschoold worden in de vakken waarin ze les geven". Het tiende congres van de UNEN (het eerste was in 1959) werd op het eind overstelpt met moties die per faculteit waren voorbereid en waarin studenten hun voornemens voor de komende twee jaren uitspraken. Opvallend waren de moties waarin om meer openheid van de UNEN-opleiding werd gevraagd die verweten werd eigenmachtig op te treden.
PERSKOEKEN Verder een hele serie moties waarin de bijdrage aan de nationale verdediging in concrete initiatieven werd vastgelegd en de vorming van projectgroepen van studenten werd aangekondigd om vanuit het vakgebied dienstverlening aan de samenleving te organiseren. De projectgroepen, die géén deel uitmaken van de studie waren al in 1982 van start gegaan, maar de keuze van de onderwerpen bleek in het verleden weinig relatie te groepen. Hans de Wit van het Buro Buitenland hief een waarschuwend vingertje: "We moeten oppassen illusies te creëren die wij niet waar kunnen maken". Ook hij wees op de noodzaak van een "concreet onderzoeksproject op basis van een concrete probleemstelling". "Met de know-how binnen de hogeschool is te bezien of wij concrete antwoorden kunnen geven", aldus Hans de Wit. "Komen jullie maar met geformuleerde vragen, dan kunnen wij met antwoorden komen", zei hij richting Christa
hebben met de behoeftes die er bij ministeries of instellingen leven. Het nieuwe parool voor dit soort projectgroepen is nu: "alles op alles tegen de economische blokkade!" Chemische studenten willen medicijnen gaan prepareren, landbouwstudenten willen varkens gaan houden met lokaal beschikbaar voedsel, anderen willen perskoeken gaan maken voor de soldaten. Ondanks deze initiatieven, ondanks de moties die werden aangenomen om de mobilisatie naar de oorlogsgebieden op te voeren, heerst er toch een nostalgisch gevoel van onvrede bij de gedachte aan hoe het vroeger was vóór de revolutie met de studentenbeweging in Nicaragua. Luis van het oppositieblok had het ook gezegd: "De strijdbaarheid van vroeger die is eruit". En commandant Arce zei min of meer het zelfde. "De studentenbeweging speelde een vitale rol bij de overwinning van de revolutie. Uit de collegezalen kwam de meerderheid van de kaders van de FSLN voort. Niet alleen voor de guerilla, maar ook voor de propaganda in de dorpen, voor het organiseren van de bouwvakstakingen van '73 en '74. De studenten waren in de voorhoede, totdat het volk zelf de vlag en het wapen ter hand nam. De arbeiders hebben hun plaats veroverd, de boeren ook en de wijkbewoners en de studenten die werden verdreven naar de achtergrond. Het volk werd hoofdrolspeler en had de studenten niet meer nodig om zich uit te drukken. Dat heeft een negatieve uitwerking gehad op de studentenpopulatie. Iedereen voelde zich na de overwinning heel wat in dit land, behalve de studenten. Het hangt van de UNEN af of ze zich in de toekomst ook weer zullen voelen zoals ze zich voorheen voelden". Frank Heybroek
Thoolen van de Stichting Samenwerking Tilburg Nicaragua. Zij ziet wel iets in de SSTN als 'intermediair" tussen Matagalpa en Tilburg. "Wijmoeten met voorstellen komen naar de raad en het college toe", concludeerde zij. Of er in de toekomst projecten uit rollen zoals de poging van medewerkers van de Universiteit van Amsterdam om het Meer van Manugua schoon te maken, valt nog te bezien. In ieder geval is er een voorzichtige doorbraak gecreëerd. G.R.
m
De ondernemende student van vandaag is de Unilever managpr van morgpn. Als Bedrijfeeconoom bijvoorbeeld. Unilever is een zeer gevarieerd bedrijf met een sterk doorgevoerd decentralisatiebeleid. Dat geeft ruimte aan management op verschillend gebied in relatief kleine werkmaatschappijen met een grote mate van autonomie. Bedrijven die in omvang uiteenlopen van 20 tot 2000 medewerkers en naar aard te onderscheiden zijn in bijvoorbeeld massaproduktiebedrijven, consumer-marketingbedrijven, transport ondernemingen, researchlaboratoria, adviesbureaus, verzekeringsmaatschappijen en pensioenfondsen. Er heerst een dynamisch, soepel ondernemersklimaat, met voor u levendig en afwisselend werk en een snel groeiende zelfstandigheid en verantwoordelijkheid.
In de Financieeleconomische sector.
Veel aantrekkelijke mogelijkheden bij bedrijven als Van den Bergh & Jurgens, Calvé-De Betuwe, Unilever Vleesgroep, Unichema Chemie, Unimills, Norfolk Line en op het Unilever hoofdkantoor. Daarnaast brengt het grote aantal produkten differentiatie in problemen, werkklimaat en beleid. Als bedrijfseconoom bent u volledig betrokken bij de financiële zes onderbouwing en evaluatie van marketingen verkoopplarmen en adviseert u bij investeringen. U reageert op prijsmutaties van grondstoffen en informeert het overige management over de financiële consequenties van verschillende ontwikkelingen en plarmen. Verder heeft u intensief contact met andere afdelingen als inkoop, engineering, produktie. Al snel levert u een bijdrage in formulering en uitvoering van het beleid.
In Marketing
Onze produkten omvatten een fors deel van het totale aantal merkartikelen in Nederland. We noemen: Becel, Blue Band, Morgen, 01a, Royco, Unox, Zwan, All, Robijn, Jif en Lux. Marktleiders vaak, die hun weg snel vinden naar de consument. De commerciële operatie die hiervoor nodig is, wordt echter steeds complexer. Maar daardoor ook uitdagender. Detailhandel en consument volgen kritischer dan ooit onze verrichtingen. Een hoog gekwalificeerd marketing-apparaat begeleidt de produkten vanaf de fase vóór introduktie tot en met de consumptie. Heeft u een commerciële achtergrond? Dan biedt een commerciële functie aan marketing- of verkoopzijde boeiende mogelijkheden. U werkt nauw samen met o.a. produktontwikkeling, produktie, marktonderzoek, het reclamebureau en de bedrijfseconomische afdeling. Voor de financieel- economische sektor
èn voor marketing zoeken wij jonge bedrijfseconomen tot 28 jaar. Als u belangstelling hebt voor de eerstgenoemde sector verwachten wij van u de bereidheid de post-doctorale opleiding voor registeraccountant te volgen. Wij geven hiervoor alle faciliteiten.
E^nweg
//
Onaftiankelijk van de discipline ^ a r u wilt starten achten wij een sterke persoonlijkheid voor onze bedrijfseconomen van essentieel belang. Een persoonlijkheid waarmee zij al in hun academische jaren uitblonken door ondernemingszin, zelfstandig denken en een brede maatschappelijke visie. Zij bezitten het vermogen tot analyseren en het vinden van efficiënte oplossingen voor alle problemen die zich voordoen. Zij zijn bereid ook in het buitenland te werken en beschikken over teamvaardigheid, eenflexibelegeest, goede communicatieve eigenschappen en leidinggevende capaciteiten. Het spreekt namurlijk vanzelf dat wij zowel mannelijke als vrouwelijke kandidaten oproepen om te reageren. HAN/oeM ' *
Alle kansen
Bij Unilever functioneert elke manager in een team dat klein genoeg is om vaardigheden snel te onderkennen en persoonlijkheid en prestaties adequaat te beoordelen. Direct vanaf de startfunctie kan de bedrijfseconoom rekenen op een zorgvuldige begeleiding van zijn loopbaan, hetzij bij de Interne Accountantsdienst, hetzij op de bedrijfseconomische of de marketing- en verkoopafdeling van een werkmaatschappij. Begeleiding vindt plaats door training-on-the-job, door cursussen en seminars, vooral gericht op de ontwikkeling van managementcapaciteiten, door een voortdurende dialoog over ambities, kansen en persoonlijke groei op korte en lange termijn. Dit alles om de kans van slagen zo groot mogelijk te maken en de professionele en individuele ontplooiing de aandacht te geven die ze verdienen. Het tempo van functiewisselingen in de eerste jaren is hoog en het werk gevarieerd.
Belangstelling?
Indien u voldoet aan de hoge Unilever eisen, bestaan er ruime carrière-mogelijkheden. Heeft u interesse en beantwoordt u aan het geschetste profiel, dan willen wij graag met u kennismaken. Richt uw sollicitatiebrief met curriculum vitae voor de financieel-economische sector aan de heer R. Staal en voor de marketing sector aan Ir. C.J. van der Graaf, Algemene Personeelzaken Nederland, Sectie Management Development, Nederlandse Unilever Bedrijven B.V., Museumpark 1,3015 CB Rotterdam. Of bel: 010-644240 of 644256.
IMever. ^nWereld van Mogelijkheden.
MEDEDELINGEN
MEDEDELINGEN VANUIT DE DIENST PERSONEELSZAKEN 1. VERHOGING BEDRAGEN DIENSTEIZEN Het ministerie van Binnenlandse Zaleen heeft ons medegedeeld dat met terugwerkende kracht tot 1 januari 1985 de bedragen van de vergoedingen bij dienstreizen waarbij een machtiging wordt verleend voor gebruik van een eigen motorvoertuig, zijn verhoogd. De bedragen van 57/41 /34/29 cent per afgelegde kilometer met de auto worden verhoogd tot 60/45/36/31 cent per kilometer. Voor een motorrijwiel worden de bedragen verhoogd van 33/24/19/18 cent per kilometer naar 34/24/20/19 cent. Voor een nabetaling van door u reeds gedeclareerde dienstreizen, dient u contact op te nemen met mevr. L. Bosselaar, tel. 2265. 2. REISKOSTEN WOONWERKVERKEER De uitbetaling van de vergoeding woon- werkverkeer in de maand juli is met terugwerkende kracht tot 1 april 1985 aangepast aan de nieuwe bedragen. SALARiSWUZIGING IN JUNI 1985 De voor april 1985 aangekondigde wijziging in de salarisbetaling wat betreft de AOW/AWW-premies is door vertraging bij de wetgever eerst nu in juni ingegaan. In het vervolg zal de AOW/AWW-premie op het salaris worden ingehouden. Ter compensatie zijn de salarissen met 10% verhoogd met een maximum van f 489,92 en is franchise (het gedeelte van het salaris waarover de werknemer geen pensioenpremie hoeft te betalen) verhoogd van f 1.562,— tot f 2.516, — . Dit is geen volledige compensatie zodat het effect zal zijn dat de netto salarissen in juni iets lager zullen zijn. Over het algemeen wordt de geringe verhoging van april min of meer teniet gedaan. Degenen die een loonbeschikking van de belastinginspecteur hebben ingediend zullen netto iets vooruitgaan omdat de hieruit voortvloeiende verminderde inhouding AOW/ AWW-premie nu direct in de netto betaling merkbaar is. Voor meer informatie kunt u terecht bij de salarisadministratie van DPZ. SLUITING GEBOUWEN VAN DE HOGESCHOOL TIJDENS DE ZOMERVAKANTIE Gelet op het verwachte geringe gebruik van de hogeschoolgebouwen zijn de volgende maatregelen genomen: - Op werkdagen in de periode vanaf maandag 1 juli tot en met zaterdag 10 augustus 1985 worden alle gebouwen van de hogeschool om 18.30 uur gesloten. - Op de in deze periode vallende zaterdagen zijn alle gebouwen van de hogeschool gesloten. VACATURE Op korte termijn komt ten behoeve van het centrum voor post-doctoraal onderwijs en onderzoek, genaamd TIAS, de functie van directeur vacant. Geïnteresseerden kunnen hun solici-
taties richten aan het hoofd van de dienst Personeelszaken. Desgewenst kunnen inlichtingen worden Ingewonnen bij Drs. R.M. Geerts, telefoon (66)2238. VACATURE Binnen de faculteit der Economische Wetenschappen wordt een Automatiseringsunit geformeerd ter ondersteuning van de computertoepassingen In onderwijs en onderzoek. Voor deze afdeling wordt gevraagd een INFORMATICA-MEDEWERKER M/V Het Rekencentrum biedt tot mei 1986 plaats voor een full-time VOORLICHTER PC-TOEPASSINGEN M/V Informatie over deze functies bij de dienst Personeelszaken, kamer B 1028, tel. 2464.
TAAL Er INFORMATICA PROLOG Het werkverband Taal & Informatica van de Subfaculteit Letteren organiseert op vrijdag 21 juni a.s. een bijeenkomst waarin de programmeertaal PROLOG besproken wordt. Als spreker zal optreden Drs. Pieter Dijl(stra (Groningen), die een PROLOG-vertaler (interpreter) in PASCAL geschreven heeft voor personal computers, compatibel met de IBM-PC. De basisprincipes van PROLOG -zullen uiteengezet worden en er zal ingegaan worden op de specifieke mogelijkheden om de taal te gebruiken In onderzoek en onderwijs. Belangstellenden zijn van harte welkom. Datum: vrijdag 21 juni 1985. Plaats: AZ 8. Tijd: 13.30 uur.
en op vrijdag 13.30-15.30 uur ( 2 x 2 uur), docent Drs. M.C.L.J. van den Heuvel. De tweede gelegenheid van het tentamen Groepspsychotherapie (nieuwe stijl, 4e semester, 2e gelegenheid) zal plaatsvinden in de maand augustus, met dien verstande dat het protocol kan worden afgehaald 31 juli a.s., en moet worden ingeleverd uiteriijk 31 augustus). Oude stijl studenten (7e semester, 4e gelegenheid) kunnen ook aan deze gelegenheid meedoen. Zij dienen zich middels een groene kaart tijdig hiervoor aan te melden bij de secretaresse van de vakgroep Klinische Psychologie.
KEUZEVAK PERSONENEN FAMILIERECHT In september 1985 wordt gestart met het nieuwe keuzevak Personen- en familierecht. Dit keuzevak biedt een verdieping en enkele hoofdthema's van het personen- en familierecht. Per semester zullen één è twee thema's worden behandeld, waarbij ook rechtsvergelijkende aspecten aan bod komen. Hoewel dit keuzevak het personen- en familierecht vanuit de persoon van de volwassene benadert (i.t.t. het jeugdrecht, dat uitgaat van de minderjarige), zal een goede afstemming op het keuzevak Jeugdrecht, jeugdbescherming en jeugdbeleid plaatsvinden, opdat geen "overlapping" plaats vindt. De cursus beslaat twee semesters; het maakt niet uit of men de cursus start in september of in februari. De onderwijsvorm en wijze van tentamineren is afhankelijk van het aantal deelnemers. Om toch enige indicatie te krijgen over de te verwachten groepsgrootte, verzoek ik die studenten die overwegen dit nieuwe keuzevak te gaan volgen, zich zo spoedig mogelijk schriftelijk bij mij op te geven. Mr. P. Vlaardingerbroek. Kamer B 817.
PROPEDEUSE TENTAMENGELEGENHEDEN IN AUGUSTUS EN SEPTEMBER Op het buro (P 401) van de subfaculteit is een lijst verkrijgbaar met de (gewijzigde) tentamendata in augustus en september. DOCTORAAL OUDE STUL Studenten die in het komende semester (vervangende) cursussen uit het nieuwe programma willen gaan volgen dienen zich hiervoor In te schrijven op het buro van de subfaculteit, P 401. CURSUS THERAPEUTISCHE BASISVAARDIGHEDEN Willen die studenten, die zich hebben opgegeven voor de cursus Therapeutische Basisvaardigheden, najaar 1985, hun voorkeur voor het onderdeel Inleiding in de Systeemtheorie & Gezinstherapie, dan wel Inleiding in de Individuele Psychotherapie, vóór 20 augustus a.s. opgeven bij het secretariaat van de vakgroep, P 306. Cursustijden: Inleiding In de Systeemtheorie en Gezinstherapie, op de dinsdag van 13.30-17.30 uur ( 2 x 2 uur), docente Drs. A.M.C, de Voogt. Inleiding in de Individuele Psychotherapie, op woensdag 10.30-12.30 uur
AANMELDING VOOR DE TENTAMENS VAN AUGUSTUS A.S. De aanmelding voor alle schriftelijke tentamens van augustus a.s. dient te geschieden bij het bureau examens vóór 1 juli a.s. Aanmelding voor mondelinge tentamens dient te geschieden uiteriijk 14 dagen voor de datum waarop het tentamen zal worden afgenomen. MONDELING TENTAMEN SOCIAAL RECHT I EN II EN PRIVAATRECHT HA ("HERHALINGSCURSUS") Onlangs heeft de faculteitsraad besloten dat het tentamen In de vakken sociaal recht I, sociaal recht II en privaatrecht HA ("herhalingscursus", met als Inhoud het totale verbintenissenrecht) met ingang van 1 september a.s. mondeling zal worden afgenomen in plaats van schriftelijk. Het gaat hier om vakken van het onderwijsprogramma nieuwe stijl. De variant van het vak privaatrecht IIA, gedoceerd door prof. Vranken en met als inhoud uitsluitend de verbintenissen uit overeenkomst, zal ook na 1 september a.s. schriftelijk worden afgenomen. VACATURE Bij de Faculteit der Rechtsgeleerdheid wordt ten behoeve van de Vakgroep Privaatrecht op zo kort moge-
lijke termijn gevraagd tot 1 januari 1986 EEN WETENSCHAPPELIJK ASSISTENT (in voltijdse aanstelling) In het kader van het project: Privaatrechtelijke aspecten van Informatisering. Taken: - organiseren van werkzaamheden te verrichten ten behoeve van het In het Ie semester van hetstudiejaar 1985/ 1986 te verzorgen project als keuzevak In het kader van Capita Selecta handelsrecht. - vervaardigen van syllabi, literatuur en jurisprudentie op dat gebied - mede verzorgen van de opzet en invulling van het onderwijs in dit keuzevak - begeleiden van studenten - voorbereidend onderzoek verrichten naar civiel-, handels- en procesrechtelijke aspecten van informatisering mede ten behoeve van een structurele opzet van de rechtsgebied als onderwijsvoorziening - medewerken aan andere onderwljsen beheerstaken van de sectie. Afgestudeerden of zij die zeer binnenkort hopen af te studeren en belangstelling hebben voor deze functie kunnen hun sollicitatie richten aan Drs. R.H.A.M. Kraakman, faculteitssecretaris, kamer B 917. Informatie kan worden ingewonnen bij mr. de Moor en mr. Schellekens tel. 013-662627. BURGERLMK PROCESRECHT Woensdag 21 augustus a.s. wordt in AZ 6 een vragenuurtje ter voorbereiding op het tentamen Burgeriijk Procesrecht gehouden. Aanvang 19.00
ADVERTENTIE STUDENT-ASSISTENT(E) Bij de vakgroep Systematische en Praktische Theologie voor Katechetiek is plaats voor een studentassistent(e) voor 2 halve dagen per week in de periode van / september 1985 tot 1 juni 1986. De werkzaamheden betreffen: - toegankelijk maken van het op de bibliotheek aanwezige katechetlsche materiaal en verder uitbouwen hiervan (dia-mediatheek; catalogus) - medewerking bij colleges (readers, onderzoekscollege, stages) - kartotheekwerkzaamheden - opsporen en samenvatten van katechetlsche tijdschriftartikelen t.b.v. Thesaurus Religionpadagogik - adviseren van (student)katecheten - ondersteuning onderzoek van de afdelingsdocenten - deelname aan de vergaderingen Van de vakgroep. De voorkeur gaat uit naar een doctoraalstudente die de katechetlsche functietralning of het hoofdvak katechetiek volgt of gevolgd heeft, of afgestudeerd Is aan het Mollerinstltuut, afdeling godsdienst. Het bruto maandsalaris per eenheid van een halve dag per week bedraagt f 218,90 voor een tweedejaars tot
f 269,10 voor een vijfde of ouderejaars. Voor verdere inlichtingen kan men zich wenden töt L. van der Tuin, T48, tel. 013-662^ of 013-632737; E. Vossen T50, tel. 013-662593 of 08850-15435. Schriftelijke solliciiaties kunnen vóór 15 juli 1985 worden gericht aan het bestuur van de vakgroep, t.a.v.: L. van der Tuin of E.Vossen, postvak Theologische Faculteit. PROMOTIE-ASSISTENTEN Overeenkomstig het advies van het promotiecollege heeft het bestuur besloten de ruimte è 1,4 formatieplaats voor promotie-assistenten te laten vervullen door drs. J. Bastiaans (0,5), drs. T. Geurts (0,5) en drs. J. Joosse (0,4). STUDENTASSISTENTEN In het kader van de vaste ruimte voor student-assistentschap en van de extra ruimte die door de Instellingsraad is goedgekeurd zijn de volgende student-assistenschappen geregeld: Harriet van der Vleuten voor 2 eenheden bij TMH tot 1 september 1985; Chantal Plessens voor 2 eenheden feministische theologie tot 1 jan. 1986; Look van Oorschot voor 2 eenheden liturgie tot 1 juni 1986; Annemlek Driessen voor 2 eenheden pastoraal theologie tot 1 juni 1986; Robert Jan Peeters voor 2 eenheden dogmatische theologie tot 1 juni 1986. WETENSCHAPPELUKE ASSISTENTEN VOOR KERKGESCHIEDENIS Ter ondersteuning van het voorwaardelijk gefinancierd onderzoek naar Verrijzenis - dood - leven op kerkhistorisch gebied heeft het bestuur ter benoeming van 1 juni 1985 tot 1 januari 1986 voorgedragen Cas Caspers (0,8) en Mariek van Baest (0,6). REDACTIE KOHELET Het faculteitsbestuur heeft in antwoord op een schrijven van de redactie Kohelet zijn standpunt meegedeeld over de samenstelling van de redactie, de zittingsduur en de verhoging van de aktualiteitswaarde. Het bestuur Is blij dat de redactie met dr. J. Dijkman is uitgebreid. Voorts is aan de redactie gevraagd te proberen de aktuallteit van het blad te verhogen door meer informatie te geven met reflectie daarop aangaande aktuele zaken die op de faculteit spelen. Vervolgens heeft het bestuur besloten de redactie vanaf mei 1985 voor de periode van 2 jaar te benoemen, mede gelet op de gunstige uitkomst van de enquête, en de huidige financiële basis te garanderen voorzover dat onder de bevoegdheid van het bestuur valt. f BUITENGEWOON VERLOF Dr. P. Leenhouwers heeft van het bestuur toestemming ontvangen om gedurende de periode 19-26 oktober 1985 deel te nemen aan een wereldcongres van de internationale Franciscaanse beweging In Assisië.
DIËSVIERING IN SEPTEMBER Diësviering dit jaar op 19 september. Zoals inmiddels gebruikelijk is wordt de diësviering, die vroeger altijd in november plaats vond, dit jaar gevierd op 19 september. Over het inmiddels uitgebreide programma wordt u uitvoerig geïnformeerd door een folder, die u bij uw inschrijvingspapieren ontvangt. Bovendien zal In de eerste uitgave van het Hogeschoolblad na de vacantie een uitvoerig overzicht van het programma meenemen. Daarnaast is na de vacantie, vanaf 20 augustus een folder met compleet programma-overzicht verkrijgbaar bij alle secretariaten, de afdeling pers en vooriichting, informatiecentrum van DSW en het postkantoor.
Wie metTeleVideo werkt ziet beter resultaat. DeTeleVideoterminal 922 is optimaal Digitalcompatible en meer dan dat. Deze ontwikkeling van TeleVideo kwam tot stand dankzij de vraag van vele gebruikers. Hun wensen werden niet alleen verwerkt maar ook geoptimaliseerd. De TeleVideo 922 is een resultaat dat er mag wezen. En let o p : de 922 heeft een gebruiksvriendelijker toetsenbord. Minstens zo belangrijk is Compudata, de leverancier van de TeleVideo 922. Vandaar de volgende gegevens:
ïm. ^
S
^
^
922 Key Features • VT 220, VT100, VT 52 code compatible • 15 Programmable function keys (30 shifted) • Full tilt and swivel • True 10-key accounting pad • Optional graphics upgrade board for Tektronix PLOT 10'"^ software • P 31 Green Phosphor CRT
^
Direkt meer informatie nodig? Bel Compudata. Nederland: Compudata B.V., Hambakenwetering2,5231 DC's-Hertogenbosch. Tel. 073-422045. Telex 50316 cdata nl. België: N.V. Compudata Belgium S.A., Brusselpoortstraat 8, B-2800 Mechelen. Tel. 015- 422480. Telex 64698 cdata b.
Hü^pQ^ Paso Mezzo In het weekend van 22/23 en 28/29 juni komt er voor de dansvereniging van de Tilburgse l\^uziekschool een gast-choreografe uit Amerika, Diane de Franco Browne. Ze is afgestudeerd aan The University of California Irvine. Diane studeert de leden van Paso Mezzo een choreografie in die op zaterdag 29 juni om 16.30 uur in een presentatie in het Heks gedanst zal worden. Dansers (amateurs), van buiten-Paso Mezzo met een redelijk dansniveau, die graag mee zouden willen werken, mogen zich richten tot Paso Mezzo, contactpersoon Els Mulders, Tivolistraat 6, telefoon: 354055. De dansvereniging Paso Mezzo van de Tilburgse Muziekschool heeft in die laatste week van juni ook tien Amerikaanse meisjes te gast, het zijn leerlingen van 'The Pasadena dance Centre". Ze volgen van 24 tot en met 29 juni lessen die speciaal voor hen zijn georganiseerd, afwisselend krijgen ze: Ballet - Jazz - modern en caractère. Er staat voor hen ook een bezoek aan het Nationaal Ballet en het Ballet van Antwerpen op het programma. Tot slot is er op zaterdag 29 juni 's middags om 16.30 uur in theater het Heks een korte presentatie.
TEST: een kunstkermis en een straattheater festival "Tilburg is te doods in de zomer, daar moet wat aan veranderen", en dat hebben de organisatoren van TEST (de Tilburgse Evenementen Stichting) ter harte genomen. Van een poëziedag, een kunstkermis en een straattheaterfestival hebben we al mogen genieten, nog in het verschiet liggen Place Paris, een kinderprogrammadag en een straatmuzikantenfestival. Dat er zo nu en dan wat gebeuren moet voelde TEST goed aan, neem bijvoorbeeld de Kunstkermis, die werd bezocht door niet minder dan enkele duizenden mensen en dat is niet niks op een dag dat de mussen van het dak vallen van de hitte. Maar trekken dergelijke vrolijke festiviteiten niet altijd massa's mensen en mogen er niet een paar kanttekeningen worden gemaakt? Zo was niet alles wat er op de kunstkermis bij de buitenstands te koop werd aangeboden van een even hoog niveau. Teveel kunst'kermis' en dat was waarschijnlijk niet de bedoeling. In het literair café verscheen een groot aantal auteurs op de bühne, helaas was er erg veel 'nieuw' talent bij, bovendien vaak onverstaanbaar en daardoor 'n stuk minder interessant. De
Bioscopen en filmhuizen In de vakantie Op de brommer naar de film Ook dit jaar is het weer heel goed mogelijk de vakantie in de bioscoop door te brengen. Tussen 20 juni en 14 augustus is het in 24 steden Filmzomer - ook in Tilburg, waar in Cinema Heuvelpoort voor een zacht prijsje 56 films te zien zullen zijn, elke dag een andere. Net als vorig jaar brengt Filmzomer voornamelijk bioscoopfilms van ijzeren reputatie - geen dwarsdoorsnede van het gebruikelijke aanbod dus, maar films die liefhebbers te Berkel-Enschot en Kaatsheuvel gemakkelijk zullen verleiden tot een avondritje per bromfiets. Een goede gelegenheid om geliefde films opnieuw te zien en in één moeite door een première te beleven: Local Hero van Bill Forsyth (10 augustus), die - als we tenminste goed hebben opgelet - Tilburg vorig jaar net niet haalde. Aan de kassa van Heuvelpoort is een gratis programmakrant verkrijgbaar. rNHAALMANOEUVRE Nog meer kansen om gemiste films in te halen biedt Cinecitta, dat de hele zomer gewoon open blijft. In zes weken tijd, van 4 juli tot en met 14 augustus, worden 19 films gedraaid. Programma vroege avondvoorstelling (let op de aanvangstijden): Satyricon (do. 4 t/m zo. 7 juli, 20.00 uur); Love Streams (ma. 8 t/m wo. 10 juli, 20.00 uur); Brazil {do. 11 t/m zo. 14 juli, 20.00 uur); One Flew over the Cuckoo's Nest (ma. 15 t/m wo. 17 juli); Cul-de-Sac (do. 18 t/m zo. 21 juli, 20.30 uur); Cet Obscur Objet du Désir (ma. 22 t/m wo. 24 juli, 20.30 uur); Gebroken Spiegels (do. 25 t/m zo. 28 juli, 20.30 uur); Missing (ma. 29 t/m wo. 31 juli, 20.30 uur); Le Bal (do. 1 t/m zo. 4 aug., 20.30 uur); Taxi Driver (ma. 5 t/m wo. 7 aug., 20.30 uur); Interiors (ma. 12 t/m wo. 14 aug., 20.30 uur). In de late avondvoorstelling (aanvang steeds 22.30 uur) worden vertoond: Sophie's Choice (do. 4 t/m wo. 10 juli); De Ballade van Narayama (do. 11 t/m WO. 17 juli); The World According to Garp (do. 18 t/m wo. 24 juli); Querelle (do. 25 t/m wo. 31 juli);
La Dolce Vita (do. 1 t/m zo. 4 aug.); Danton (ma. 5 t/m wo. 7 aug.); A Clockwork Orange (do. 8 t/m wo. 14 aug.). AMOUREUZE FRANSEN Het Filmhuis brengt na Pasolini en het Canadese filmfestival onder andere een bescheiden hommage aan de vorig jaar overleden Frangois Truffaut: voorman van de nouvelle vague, autobiograaf, cinefiel onder de filmmakers. Vertoond worden: Jules et Jim (1961; do. 4 t/m za. 6 juli, 22.15 uur); La Femme d'a Coté (1971; ma. 8 t/m wo. 10 juli, 22.15 uur); Anne et Muriel (1971; do. 11 t/m za. 13 juli, 22.15 uur); Une Belle Fille Comme Mol (1972; ma. 15 t/m wo. 17 juli, 22.15 uur); Le Dernier Métro (1980; ma. 5 t/m wo. 7 aug., 22.15 uur).
grootste smart werd bezorgd door Cees Buddingh die na lang wachten zelfs niet verscheen. Edoch, niet alleen negatiefs, zo is het altijd weer een genoegen te luisteren naar de zenuwachtige Pierre Janssen. En het Hogeschoolcomplex biedt waarachtig een schitterende achtergrond bij dansvoorstellingen. Hoe anders had zaterdag 16 juni kunnen verlopen, straattoneel staat of valt met een beetje zon. Die zich verstoppende zon was er dan ook debet aan dat veel mensen de moed niet opbrachten een voorstelling uit te zien. Soms lag het echter ook aan de kwaliteit van het gebodene dat of té amateuristisch was of te onbegrijpelijk voor de passanten. Maar het leukevan een straattheaterfestival is dat je door kunt lopen, om de hoek valt weer iets anders te beleven. Straattoneel speelt zich uiteraard dicht bij het publiek af, toch blijft het telkens weer een verrassing wanneer een bijstandsomaatje zich daaruit los maakt en luidkeels gaat vertellen hoe zij dat alles nou es aan zou pakken. Dat liep zo bij Amatovka die daar overigens moeiteloos op inspeelden zodat het bijkans leek alsof grootmoeder was ingehuurd.
Van 18 tot en met 31 juli is het Filmhuis gesloten, waarna het programa de hele maand augustus wordt bepaald door de "amoreuze Fransen". Veel aandacht voor Jean-Luc Godard (Sauve Qui Peut (La Vie), Passion, Prénom Carmen en - opnieuw - Je Vous Salue Marie), en voor Eric Rohmer, van wie behalve La Femme de l'Aviateur en Le Genou de Claire eindelijk ook zijn nieuwste films Les Nuits de la Pleine Lune in Tilburg te zien is. Hiroshima Mon Amour van Alain Resnais, naar een scenario van Marguerite Duras, wordt onderhand voor de derde maal binnen een jaar vertoond, wat ons iets te veel van het goede lijkt. INCUNABELEN Franse films van aanzienlijk hogere ouderdom worden gepresenteerd door het Maison Descartes in Amsterdam, dat zo een bijdrage levert aan de manifestatie La France aux Pays-Bas. Het gaat om tien zo-
En ook al zijn er opmerkingen te maken over het spelniveau, het blijft natuurlijk een attractie voor het winkelende zaterdagmiddagpubliek wanneer zij nietsvermoedend midden in een toneelvoorstelling staan. L.W.
genaamde mcunables, films uit de jaren twintig, dertig en veertig die door de Cinemathique Franpaise zijn opgespoord en gerestaureerd en voor het eerst (en laatst?) in Nederland te zien zijn. Wie een obscure film weet te waarderen en geen moeite heeft met la plus belle langue, kan van maandag 24 tot en met vrijdag 28 juni voor de tweede helft van het programma nog terecht op het adres Prinsengracht 644a. Aanvang steeds 20.00 uur. Inlichtingen: tel. 020-224936. Filmtheater Desmet en het Shaffy Theater brengen van 1 tot en met 21 juli een groot aantal films met Bette Davis en Katherine Hepburn, Hollywoods meest bekroonde actrices, wier vreemde ogen (Davis) en beweeglijke mond (Hepburn) nog altijd een opmerkelijke aantrekkingskracht blijken te bezitten. Inlichtingen: Desmet, Plantage Middenlaan 4a, Amsterdam, tel. 020-273434, en Shaffy, Keizersgracht 324, Asmterdam, tel. 020-231311.
'Het Duvelhok, meer dan een hobbyclub' Elk jaar heeft het Duvelhok een zomeracademie, dit jaar tussen 19 en 23 augustus. Tijdens deze zomeracademie wordt vooral de nadruk gelegd op zelfwerkzaamheid. In een aantal disciplines zoals zeefdrukken, grafiek, schilderen, beeldhouwen en textiel worden cursussen gegeven. Men verwacht vooral belangstelling van mensen, die een week lang willen werken aan een project en daar buiten de vacantie geen tijd voor vinden. De kosten zijn f 100,—, voor de hele week. Het Duvelhok is 16 jaar geleden ontstaan vanuit een initiatief van een aantal kunstenaars die in hun eigen ateliers lesgaven. Zij vonden toen de mogelijkheden te beperkt en hebben daarom gezamenlijk een leegstaande textiel-fabriek gehuurd. Het Duvelhok is een afdeling van de Stichting Musische Vorming, evenals de Zouavenlaan en 't Heks. Het gebouw heeft een uitgebreide renovatie ondergaan, waardoor er nu goed uitgeruste ateliers ter beschikking van de cursisten staan. Subsidietechnisch valt het Duvelhok onder het hoofd "amateuristische
kunstbeoefening", wat zoveel wil zeggen als een verdieping van de hobby, maar volgens Fred van den Heuvel, stafmedewerker, is het Duvelhok veel meer. Dat blijkt volgens hem uit de kwaliteit van de opleiders en de aanwezige accommodatie. De docenten zijn dagelijks met kunst bezig en geven een paar uur per week les in hun discipline. Iedereen die zich opgeeft voor een cursus krijgt een introductiegesprek waarbij de docent de verwachtingen peilt en bekijkt of deze in de lijn liggen van wat het Duvelhok te bieden heeft. Er zijn echter wel wachtlijsten aangezien het aantal deelnemers per cursus aan een limiet gebonden is. Hieruit valt op te maken dat er wel belangstelling is voor de cursussen van het Duvelhok, vooral van jongeren. Het Duvelhok biedt het volgende seizoen meer mogelijkheden dan alleen de cursussen in de disciplines zoals keramiek, tekenen, fotografie, video en schilderen. Het is de bedoeling om de ateliervoorzieningen uit te breiden, zodat beginnende kunstenaars en cursisten die reeds meerdere jaren bezig zijn hetzij met, hetzij zonder be-
geleiding een ruimte hebben om te werken. Ook zal de publieksruimte dienst gaan doen als video-bioscoop waar onafhankelijk geproduceerde videobanden van kunstenaars en banden van productiegroepen van het Duvelhok getoond worden. Net zoals de Zouavenlaan vorig jaar al deed, gaat het Duvelhok ook workshops, lezingen en ingeleide tentoonstellingen verzorgen. Voor meer informatie over de zomeracademie en de activiteiten op het Duvelhok, Zouavenlaan en 't Heks: Stichting Musische Vorming, Willem II straat 29a, tel. 434732. Duvelhok, St. Josephstraat 133, tel. 422473. R.G.
Nogmaals Springsteen Elke beschouwing over Bruce Springsteen in Nederland lijkt na de stortvloed van artikelen en recensies te veel. Maar goed, toch nog maar even, al is het alleen om eens een ander geluid te laten horen. Laat ik vooropstellen dat het concert woensdag in de Kuip van Feyenoord een groots feest was. Dat was deels aan Springsteen en z'n band te danken die zich drie en een half uur helemaal gaven. Maar voor een misschien nog groter deel was dat aan het publiek zelf te danken. Opgeladen als het was door de media-campagne waren de verwachtingen zo hoog gespannen dat het concert gewoon niet tegen kón vallen. De tot enorme proporties opgeblazen berichten over 's mans capaciteiten op het 'live'-podium hadden daar zeker aan bijgedragen. De niet zo beste geluidskwaliteit, een door overmoed veroorzaakte tuimeling, de muzikale misstapjes; alles werd de 'Boss' (een naam overigens waar Springsteen zelf een hekel aan heeft) grif vergeven. Eén danspas, één karakteristieke pose of een gebaar richting publiek was genoeg om de extase tot hoogtepunten te doen stijgen. Duidelijk bleek dat Springsteen met z'n laatste Lp. 'Bom in the USA' veel nieuwe fans heeft verworven. Veel van zijn huidige image is gebaseerd op hoe hij zich op deze Lp. en op de begeleidende videoclips presenteert. Zo wilde het publiek hem dan ook zien. Uitstapjes naar minder dansbare en minder meezingbare muziek, kortom naar de 'oude Bruce', kwamen niet goed over. Dat was jammer, want dat zijn vaak wel de nummers waar Springsteen een enorme spanning en intensiteit in kan leggen. Iets wat ik op zijn laatste Lp., een solide rock-l.p., mis. Alleen bij 'The Rh/er' lukte het hem om de sfeer van het lied in het stadion te doen herleven; een zeldzaam mooi moment. Zelf voelde hij die 'weerstand' wel aan en gaf na de pauze het publiek zijn zin. De laatste anderhalf uur (!) van het concert stond het stadion op zijn kop. Met een tot bijna twintig minuten uitgesponnen vertolking van 'Twist and Shout' sloot Springsteen af Vreemd, want hij heeft zelf gerioeg nummers geschreven die zich prima voor een afsluiting lenen. Nee, Bruce Springsteen is niet een soort pop-god die alles kan. Voor het overdragen van z'n diepste emoties was het stadion te groot. Voor het knallende feest dat hij aanrichtte leek de Kuip echter veel te klein. E.J.H.
ACHTERKLAP Imago Heel wat Nederlandse universiteiten tobben de laatste tijd met hun imago. En dat juist nu er hard gevochten moet worden om de gunst van de student. Studentenaantallen nemen steeds meer af en elke student betekent voor een universiteit nu eenmaal centjes. Dat betekent knokken dus, voor imago en student. Afgelopen weken konden heel wat universiteiten en hogescholen aan de zijlijn genoegzaam constateren dat heel wat concurrenten deukjes opliepen in hun wervingskracht. De VU kreeg de afgelopen week een flinke douw met zijn rel over de vier sexistische studenten die geweerd moesten worden wegens wangedrag. Wees nou eerlijk, je moet zelf wel een halve sexist zijn (geen héle, want dan word je onverbiddelijk geweerd) om in zo'n billenknijperij-omgeving te willen studeren. En wij maar denken dat het er op de VU zo braaf calvinistisch aan toe gaati Ook Utrecht gaat het niet
Jachttaferelen 17
Warme zomerse nachten roepen bij mij altijd herinneringen op aan kamperen bij kabbelende bergbeekjes in Ardennen, Eifel of Jura. Muziek maken en verhalen vertellen rond een houtvuurtje Ging je dan met een brandend stuk hout bij de boord van de rivier dan zag je de rivierkreeftjes door het heldere water onbeweeglijk op de ondiepe bodem. Stak je je hand in het water dan beten ze zich als het ware vast aan je vijf vingers. We dachten er toen - vanuit onze culinaire maagdelijkheid - met aan om deze diertjes te consumeren Zij vormden een speels intermezzo en brachten meiden aan het gillen zodat de echo secondenlang door de valleien galmde De tijd dat elk restaurant bij de rivier je een schotel rivierkreeftjes serveerde voor de prijs van pakweg een hamburger (vergeef me de vergelijking) is helaas voorbij Enkel in nog met vervuilde bovenlopen kun je ze nog vangen, maar het vissen op rivierkreeft is in de meeste Westeuropese landen strikt beperkt tot enkele maanden of weken in de zomer en dan enkel in bepaalde kalkachtige streken zoals de Jura Op reis door Oost-Europa heb je kans dat er minder beperkende maatregelen gelden. Onze res-
niet voorkomen dat de uitkomst van het onderzoek niet helemaal beantwoordt aan de doelstelling het image van de KU er zo goed mogelijk uit te laten komen. Het CvB wil het onderzoek niet openbaar maken omdat de uitkomst ervan ".volstrekt negatief" genoemd wordt. De motivatie van de Nijmeegse staf lijkt ver te zoeken, zo schijnt uit het onderzoek te blijken. Rector Giesbers: "Er heerst een matte, angstige sfeer: men dreigt de moed op te geven". Het onderzoek wordt volgens de rector niet openbaar gemaakt omdat het "iSiijmegen in zijn zwakke punten toont" en daar loop je in een concurrentieslag niet mee te koop. Utrecht, de grootste concurrent van Nijmegen, is ook met een imago-onderzoek bezig maar is niet voornemens daar iets over bekend te maken. Ondanks alle malaise houdt Nijmegen er toch de moed in. In een voorlichtingsnotitie van het CvB staat dat de KUN te voorschijn moet komen als "een efficient" gerunde organisatie met veel studiemogelijkheden en een intensieve persoonlijke studiebegeleiding. M.a.w., een gezellige sfeer met een katholieke maar taurants halen hun kreeftjes van- open en vooruitstrevend karakdaag in Polen of Turkije, alhoewel ter". Ja, ja. En dan hebben we de kwaliteit ietsje minder is dan de Franse of Zwitserse. De geïmporteerde diertjes zijn bij 'n goede visboer te koop en veel minder prijzig dan de volgens mij veel minder lekkere zeekreeft Vraag in de viswinkel een goede verpakking zodat de rivierkreeftjes lucht krijgen en met sterven maar ook met gaan rondkruipen in of uit je boodschappentas. Dat is mij eens gebeurd bij de kassa van een volgende winkel, tot grote hilariteit van de aanwezige mensen. 's Nachts zijn ze in het licht van fakkel of lantaarn makkelijk te vangen, maar overdag moet je een kreeftenfuik of- in ondiepe riviertjes - een variant van een palingnet gebruiken. Leg het net op de bodem met in het midden vastgebonden een stukje met meer zo vers vlees. De kreeften komen dan uit hun schuilplaatsen op het reukje af Haal het net, dat met enkele touwen aan een stok is vastgemaakt, na vijf minuten boven water Spoel de diertjes goed en laat ze in koud water rondkruipen tot je gaat koken Tien kreeftjes per persoon is ruim voldoende Snij enkele uien en wortelen in kleine stukjes en 250 gram ham in blokjes Laat dit fruiten in een kookpot en giet er enkele glazen droge witte wijn bij samen met ruim wat thijm, laurier en peper Zodra dit smakelijk allegaartje kookt, doe je er de diertjes bij en als die na zo'n tien minuten gaar en dus rood zijn, gooi je er nog het nog niet eens over de planeen greep gekneusde gene ver- nen van Rome die momenteel bessen overheen Nog een mi- over de katholieke universiteiten nuutje laten sudderen en dan de worden uitgeschud. Ook Tilburg kreeftjes in het kookvocht opdiekan zich over het imago (nog nen versierd met gesnipperde meer) zorgen gaan maken. peterselie H.B. Tch.
voor de wind. Het Utrechts Universiteitsblad meldt dat de Utrechters definitief de slag verloren hebben om het predikaat "universiteit met de meeste studenten". De universiteit van Amsterdam gaat met de eer strijken. Dat Utrecht niet meer zo goed in de markt ligt is op zich niet zo verwonderlijk. Ze vragen er eigenlijk zelf om. Letterlijk. Wat te denken van het onlangs opgerichtte actiegroepje van Utrechtse chemiestudenten die in een persbericht uitvoerig oproepen niet in Utrecht te gaan studeren? De studielast zou er veel te zwaar zijn, de begeleiding onvoldoende. Élk perspectief op verbetering ontbreekt. Zoiets kun je natuurlijk niet hebben. In Utrecht wordt de actiegroep al beschouwd als "vijfde collonne" en de doodsteek voor de subfaculteit chemie. Gelukkig is men in Utrecht, net als in Nijmegen stiekempjes bezig met een "imago-onderzoek". Dat schijnt nodig te zijn,. In Nijmegen is een dergelijk onderzoek zojuist afgerond. Inschakeling van een extern marketingbureau kon echter
VALS FRONTJE
Promotie De universiteit is een gekke instelling: wie is afgestudeerd, is nog niet afgestudeerd. Na het doctoraal examen volgt de promotie tot doctor in het één of ander. Hoe bereik je dat na-examen? Je moet dan eerst onder leiding van een promotor een wetenschappelijke studie schrijven. Als de promotor jouw manuscript goedkeurt, wordt een commissie ingesteld die bij meerderheid van stemmen beslist of jouw manuscript goedgekeurd kan worden. Zodra je deze hindernissen gepasseerd bent, moet je een bepaald aantal exemplaren van het proefschrift inleveren. Vervolgens behoor je je werk in een openbare zitting te verdedigen. Die openbare zitting is in Tilburg vaak uiterst vervelend, omdat hier met een zeer laf protocol gewerkt wordt. In Tilburg mag de promotor namelijk de eerste vraag stellen. Maar een promotor die een goede vraag kan stellen, heeft zijn werk als begeleider slecht gedaan. En een^promotor
Licht ontvlambaar De Waakvlam, het interne clubblad van Polek, publiceert in het juninummer een fragment van de - eveneens interne - notulen van de vergadering van de Tilburgse Introduktie Kommissie (TIK) d.d. 30 mei. Hierin staat te lezen: "Aan Polek wordt gevraagd of ze "ludieke acties" met de TIK overleggen zodat wij niet met storende acties geconfronteerd worden". Acties zijn leuk, aldus de notulen, "voorzover ze in ons programma passen". Maar "autonome acties" kunnen met getolereerd worden want even verder staat: "Als uiterste middel zouden we Polek de toegang op vrijdag tot het buurthuis kunnen weigeren". Krasse taal, vooral voor studentenorganisaties onderling. Frans Bleumer van de werkgroep Politieke Ekonomie vindt het "bijzonder raar". "Misschien hebben ze met helemaal begrepen wat Polek wil zijn. Polek blijft een politieke club. Daar kan je acties van verwachten". Wil Ooms van de TIK legt uit: "WIJ kunnen het niet pikken als ons programma door acties in duigen valt. Aangezien Polek het programma vorig jaar heeft verstoord, willen we dat nu voorkomen. Daarom willen we afspraken met ze maken". Hij vertelt dat ze Polek een brief zullen sturen waarin een en ander geregeld wordt. Polekker Frans Bleumer
die een nietszeggende vraag stelt (zoals meestal gebeurt), is niet geschikt als opponent. Jan van de Koppel en Ad Vingerhoets werden elk door drie promotoren begeleid. Tijdens het officiële vragenuurtje moesten eerst die drie heren hun zegje doen voordat het echte spel begon. Waarom is men in Tilburg zo laf? Aan veel andere universiteiten geldt het gebruik dat de promotor géén vragen meer stelt. Hoe gaat dat werken onder leiding van een promotor? Toen mijn latere promotor promoveerde (sorry, dit soort dingen is ingewikkeld!), vertelde de Groningse professor Wim Hofstee mij dat een promotie het beste te vergelijken valt met een coïtus waarbij één van de twee partijen niet klaarkomt. Voorafgaand aan mijn eigen promotie (vele jaren later) had ik allerlei dromen. Ik droomde bijvoorbeeld dat ik keurig in rokkostuum stond aangetreden, maar vergeten had om goede schoenen aan te trekken: ik droeg witte tennisschoenen (en deed alle moeite om die te verbergen). Ik had ook een zeer arrogante droom. Ik droomde namelijk dat er voor mijn promotie zoveel publieke belangstelling was, dat ik zelf te laat op de plechtigheid kwam. Ik kon maar niet door de massa mensen heenkomen die de ingang van de aula blokkeerde. Karel Soudijn
hierover: "Zo'n brief werkt misschien wel uitnodigend. Polek kan van zich laten horen". Tikker Wil Ooms: "Eén mogelijkheid is om te zeggen: jullie mogen niet meedoen. Het is wel goed dat ze acties voeren maar verstoor ons programma niet". Overigens worden met Olof ook afspraken gemaakt. Zij mogen niet op alle momenten propaganda maken. Wellicht staan Olof en Polek die vrijdag gebroederlijk voor het hek van het buurthuis pamfletten uit te delen. G.R.
Het T H B en de vakantie Dit is het laatste Tilburgs Hogeschoolblad van dit collegejaar. De eerstvolgende uitgave verschijnt op 30 augustus. Mededelingen en informatie zoals gebruikelijk een w e e k voor die datum inleveren. Rest ons nog de lezers een uiterst prettige en ontspannende vakantie toe te wensen. See you! De redactie.