Skip to main content

1984 12 21

Page 1

EXTRA Tilburgs Hogeschooiblad - 21 december 1984 - jaargang 22 ~ nummer 17

3

Automatiseringspiannen van de hogeschool.

A UTOMA TlSERING

4

"Automatisering /(omt een beetje over als een moloch die over je heen walst tenzij Je heel hard voor de ontwikkelingen uitrent". Zomaar een filosofisch citaat, genoteerd in de hogeschoolraadszitting van 6 december tijdens de behandeling van de Beleidsnota Automatisering. De realiteit is zo mogelijk nog indrukwekkender, ook al k/aagt het bestuur over gebrek aan financiĂŤn om de prognoses te volgen. De Katholieke Hogeschool Tilburg heeft van: daag twee computersystemen met daarop aangesloten in totaal 100 terminals of microcomputers. Jaarlijks zal dit terminalpark - we overdrijven met zo'n 25 procent groeien, zodat we OMBT vijf Jaar met 438 aangesloten terminals

komen te zitten. En dat gaat zo door tot er rond de eeuwwisseling 1533 beeldschermen op de hogeschool staan. Genoeg om een op de drie medewerkers en een op de vijf studenten ie voorzien. Verder zal vanaf 1990 een groot deel van de studenten computer-ondersteund onderwijs krijgen. Hoog tijd dus voor de redactie van het THB om eindelijk de handleiding van onze electronische schrijfmachine te ontcijferen om zodoende de kroontjespen te ruilen voor de techniek in een poging om de stoomwals van de automatisering voor te blijven. Het resultaat ligt voor U: een extra-nctmmer over automatisering.

5

Een dialoog tussen twee heren over computerdiefstal en privacybescherming. '

Minister Deetman houdt de touwtjes voorlopig strak in handen.

7

Wanneer voelt een computer zich echt lekker?

o

'Tilburg is de andere universiteiten een slag voor".

^

Onderwijswereld haakt aan bij overheidsbeleid.

10

Een bibliotheek met zeven miljoen boeken.

11

"Bestuurlijke Informatiekunde" staat nog niet in de grote Van Dale.

1 2 / 1 3 De ins en outs van het hogeschoolbeleid. 15

"Je moet niet te lang achter zo'n beeldscherm . zitten".

1/

Kunnen lesbiennes straks ook kinderen krijgen?

Wij houden het even voor gezien. Het volgende THB verschijnt op 18 januari 1985. Copy inleveren voor 11 januari. De redactie wenst u prettige feestdagen en een fris 1985.


feaKtional, "Reaktionair" is een rubriek waarin reakties van lezers worden geplaatst. Naam en volledig adres van de schrijver(s) dient bij de redaktie bekend te zijn. Anonieme brieven verdwijnen in de prullemand.

Hogeschoolnarren Nadat Adriaansens al eerder een duit in het zaicje gedaan had, heeft nu 0I<l<erse zich weer vrolijlc gennaal<t over de vrijetijdskunde. Belden behoren tot het gilde van Hogeschoolnarren dat wekelijks probeert de andere hovelingen te vermaken. Het doet er niet toe ten koste van wie of wat, als ze het zelf maar niet zijn. Eigenlijk moet je het spel natuurlijk gewoon meespelen, zeker iemand als ik die zich druk maakt over de vrijetijd. Gewoon de "homo ludens" uithangen. Je niet door collega's, met het masker op van het literaire genre dat column heet op de kast laten jagen en je rustig tegen de schenen laten schoppen. Waarom ook "esprit de corps" of zoiets, laat ze gewoon doorjennen! Maar wat als "homo ludens", "ad hominem" wordt? Toch even kijken wie die vrolijke spotvogel is? Okkerse? Misschien een wetenschappelijk zwaargewicht? Telefoongids: SLW, kamer A 163. Zeker een veelbelovend jong talent in een even veelbelovende wetenschappelijke noviteit, de moderne taalkundel Specialisatie? Studiegids 1983-84: nergens te vinden, alleen in de naamlijst! Moet toch iets doen hier? Wetenschappelijk verslag 1983: niets vermeld! En dat schrijft nog wel zo heerlijk weg, die letteren dacht ik. Even geen inspiratie gehad, alleen voor wat stukjes in het THB. Och natuurlijk, heel veel gelezen! Dat doen ze daar toch bij de letteren. Helaas niet het rapport over de studierichting vrijetijd! Uiteraard niet, je zou door al te veel kennis eens verhinderd worden, schrijf je zelfs zulke stukjes niet meer... enz. Lieve Okkerse, bedankt voor je leuke bijdrage. Komt precies op het goede moment. Je hebt gelijk, elk meent zijn uil een valk te zijn. Beter zo'n stille geleerde uil te zijn als jij. Als nar blijf je uiteindelijk toch alleen maar zo'n verachtelijke dwerg. Te klein om mee te tellen.

Universiteitsbladen In Wageningen wordt "Overzicht" gelezen, het blad van de Nuffic. Op de achterpagina becommentarieert het tVAGENINGS HOGESCHOOLBLAD een artikel uit dit blad over de uitwisselingen tussen de Tilburgse Hogeschool en Poolse instellingen van hoger onderwijs. Tussen Polen en Nederland zijn al zo 'n 600 mensen uitgewisseld. Dit heeft geresulteerd in tal van vriendschappen en huwelijken. Zo heeft de Rector-Magnificus van de Universiteit van Krakow zijn twee dochters aan Tilburgers verloren. ***** Het Leidse MARE bericht dat Minister Deelman van Onderwijs en Wetenschappen voornemens is studenten en werkgevers zelf de tweedefase-opleidingen te laten betalen. De overheid is wel bereid daartoe beperkte startsubsidies te verstrekken. Dit zei Deetman bij de behandeling van de onderwijsbegroting en het wetenschapsbudget in de Tweede Kamer. De minister was het niet eens met de kritiek die hem vanuit het bedrijfsleven en de regeringsfracties CDA en VVD was toegevallen over de aansluiting van het Wetenschappelijk Onderwijs op de arbeidsmarkt. "Als er informatie wordt gevraagd over het profiel van onderzoekers en andere academici geven de bedrijven niet thuis". Dat is volgens de Minister deels toe te schrijven aan concurrentieoverwegingen, het komt echter ook voor omdat ze het gewoon niet weten. Bij de opening van een symposium over bedrijfskunde sprak Deelman over een Beleidsnota die hij begin 1985 zal uitbrengen. In deze Nota zal staan dat de universiteiten binnenkort zelf mogen bepalen welke opleidingen en studierichtingen zij in hun onderwijspakket willen opnemen. Ook komt er een externe toetsing door deskundigen van de onderwijskwaliteit. Maatschappij en werkgevers zullen bij de programmering van het onderwijs aan de universiteiten worden betrokken. Op de achterklap van Mare de Alumnus Els Ober, een sociologe die in 1967 aan de Leidse Universiteit afstudeerde. Haar jaargenote was de toenmalige prinses Beatrix van Oranje-Nassau die in 1956 eveneens sociologie kwam studeren. De komst van Beatrix naar Leiden betekende een verbetering van de woonsituatie van de sociale faculteit. ***** Het College van Bestuur (CvB) van de Katholieke Universiteit Nijmegen (KUN) heeft een Nota uitgebracht over de titel "Katholieke Universiteit Nijmegen, meer dan een naam ". Het CvB spoort in deze Nota de universitaire gemeenschap aan "meer kleur" te bekennen. In de Nota is ook

Q. van Bijsterveldt

AAN DE PERSONEELSLEDEN EN DE STUDENTEN VAN DE KHT De herdenking van de geboorte van Jezus Christus, het lichtend voorbeeld van een leven in lief en leed met andere mensen, moge een bezinning betekenen op ons aller verantwoordelijkheid voor mens en wereld. Dat deze bezinning zal leiden tot warmte voor uw naaste omgeving en voor u zelf, zij u gewenst voor iedere dag van het nieuwe jaar 1985. Het College van Bestuur

opgenomen een zogenaamd activiteitenplan waarin voornemens zijn verwoord, gericht op profilering van de katholieke identiteit van de KU. Om enkele voornemens te noemen: een bezinning op de "functie en de waarde van symbolen en tekens" aan de KU; een nadere verkenning ten aanzien van de leerstoelen die een speciale functie vervullen met betrekking tot de identiteit van de KU; gerichte vorming van een "areaal van personeelsleden" aan wie, met het oog op de grondslag, "aanvullende eisen moet worden gesteld". Het is niet zo dat door deze Nota er voor niet-katholieken aan de KU geen plaats meer zou zijn. "De KU en allen die zij dient hebben belang bij een pluriform samengestelde gemeenschap, bij een present stellen van de diverse wetenschapsopvattingen en bij een open benadering van maatschappelijke en kerkelijke vraagstukken". De positie van de Theologische Faculteit van de KU zal nader onderzocht worden. In de Nota wordt gesteld dat de Faculteit "in de naaste toekomst een bredere en diepgaander uitstraling dan tot nu toe moeten krijgen naar de rest van de universiteit". Het CvB spreekt ook het voornemen uit de rol van de Faculteit in het totale Nederlandse katholieke onderwijs opnieuw te doordenken. Zo zal er met de kerkelijke overheid overleg plaatsvinden over de invulling en randvoorwaarden van een volledige ambtsopleiding aan de faculteit. In KU-NIEUWS verder een interview met CvB-voorzitter ir. W. van Lieshout. Deze hoopt dat de bedoeling van de Nota duidelijk is. "We willen beslist niet weer een hoge muur om de KU zetten". L.v.W.

^iHim a t s e r t j e

SHHI

'Matsertjes' kunnen worden opgegeven bij de redaktie. Tot 30 woorden kosten ze ƒ 5,—; onder nummer / 2,50 extra. Reakties op advertenties onder nummer naar de redaktie sturen. TE KOOP: Equalizer Fisher EQ-3000, 10 frequentiebanden, veel schakelmogelijkheden, compleet met gebruiksaanwijzing en verbindingskabels, 3 ■jaar oud, in nieuwstaat, ƒ 175,—. Tel. 013358734. BLAASORKEST: Karnavalsorkest De Schuimkoppe Chaam vraagt ter uitbreiding saxofonist/tuba/trombonist/klarinet/trompettist. Donderdagavond repetitie te Chaam. Optredens het gehele jaar door in binnen- en buitenland! Inl. 01619-1483, Baarleseweg 15 Chaam. VACANTIE: Ga met de Studentenreisclub genieten van bronzende en bruisende wintersportvakanties. 10-Daagse reis, halfpension v.a. / 329,—. Vraag die folder! Tel.: 050-142386/133068. Wekelijks vertrek v.a. 22 dec. GEVRAAGD: Zoek je boeiend vrijwilligerswerk? De Hulpcentrale/s.o.s.-dienst vraagt spoedig CENTRALISTEN (v.a. 22 jr.) voor plm. 1 dagdeel per week. Bel voor een informatie-avond: 013-433584 en vraag even naar de projektleidster DRUMMER: Gevraagd drummer voor Tilburgse band. Bel 63354 (Peter) of 636267 (Jean). TE KOOP: Motor: BMW R60/6 met R75-blok, bouwjaar 1975 (politiemodel, kleur wit), in prima staat. Inclusief R60/6-blok die gereviseerd moet worden, samen voor ƒ 2650,—. Harrie Hoeymakers, Van Beekstraat 29, Boxtel, tel. 0411683771.

Adverteren in het THB S

Bel 's morgens naar Angela Lodder,

013-662277 tilburgs hogeschoolblad weekblad voor de katholieke hogeschool tilburg redaktie eddie vaes (hoofdredakteur) twan geurts, lennart kik, angela lodder (assistente) medewerkers wouter van gils, henk zomer, edwin van den oetelaar, ben beljaars, marijne van der jagt, bert haagsman, gerard rutten, monique van blijswijk, amee de schipper, hugo backx, bert peters, astrid tates samenstelling redaktieraad prof mr p van seters (voorzitter), dr h van erp, m ackermans (adviseur), a de laaf, drs th schouw, dr m van hoorn, mevr j a m j jansen, h van kleef, drs c p m broekhof officiöle mededelingen buro pers en voorlichting cartoonist ad van haandel, henk van de berg advertenties angela lodder kopij alle kopi] moet uiterlijk op donderdag de week voor het verschijnen in het bezit van de redaktie zijn redaktie-adres/advertenties hogeschoollaan 225, tilburg, telefoon (alleen voor thb) 662277 en 662506 intern 2277 en 2506 kamer 207 en 208 igebouw b) foto rien siers landelijk samenwerkingsverband universitaire pers (up) waarbij verder aangesloten ad valvas (vu amsterdam), wagenings hogeschoolblad, utrecht universiteitsblad, delta (delft), th berichten (eindhoven), tht-nieuws (twente), observant (maastricht), uk (groningen) en ku nieuws (nijmegen) druk drukken] em de jong bv, baarle-nassau abonnementen voor niet-hogeschoolleden ^ 1 5 , - per jaargang


Raad maakt zich druk over gevolgde procedure

Nota Automatisering is slechts aanloop naar integraal plan Minister Deetman zei op het symposium in Eindhoven (zie elders in dit blad) dat beleidsplannen mede beoordeeld worden op de kwaliteit van de besluitvorming. De minister zei het ongeveer zo: "Ik kijk dan met name naar de procedures die zo'n stuk heeft doorlopen en ik kijk naar de instanties die in die procedure betrokken worden". Het was raadslid P. Gerlach die de minister citeerde en als voorzitter van de raadscommissie planning en begroting voegde hij er dit aan toe: "Ik hoop dat de wijze waarop dit plan procedureel behandeld is wat dat betreft niet symptomatisch is voor de behandeling van toekomstige plannen, want dan vrees ik dat de beoordeling van de minister zeker niet positief zal uitvallen". Gerlach was dan nog de minst scherpe criticus van de gevolgde procedure, zijn cynische ondertoon werd bij enkele andere sprekers een afkeurende boventoon. Voorzitter Teunissen kon het aandeel van de raad in de wat ontspoorde procedure alvast bijstellen door op te merken dat de bijdrage van de raad niet negatief was. "Op dit terrein is de raad de laatste jaren heel actief geweest. Ik heb het volste vertrouwen dat het nu ook wel zal kunnen". Wat is er dan mis gelopen. Het College voegt het verhaal bij de inleiding van het plan. In het begin van de tachtiger jaren werd afgesproken dat om de twee jaar rond 1 december per instelling de beleidsplannen over de automatisering op tafel zouden komen. De KHT maakte een eerste plan over de periode 19821985, maar dat plan werd eerst in september 1982 door de raad vastgelegd, en in maart 1983 aangeboden aan de minister van onderwijs. Een tweede plan over de periode 19841987 werd in december 1983 door de hogeschoolraad voor kennisgeving aangenomen en in de loop van 1984 op een aantal deelterreinen aangepast. Mede door de plannen om de centrale ICLcomputer te vervangen door een VAX configuratie kreeg dit plan een interne functie. "Gelet op de interne functie van het plan 1984-1987 en de nadere uitwerking die na 15 december 1983 op een aantal punten nog is gegeven, is dit plan niet aan de minister van Onderwijs en Wetenschappen aangeboden", aldus het CvB in de inleiding van de nieuwe nota. Door diverse aanpassingen beantwoordde dit document ook niet meer aan de concrete vraag van de minister. Daar kwam men in de commissies van de raad onlangs achter en toen moest er in een ijltempo redactioneel geschaafd worden om deze nota ditmaal als "automatiseringsbeleid en -plannen 19851988" de deur uit te werken. Dat lukte niet meer voor de raadsvergadering van 22 november en tijdens de behandeling in de vergadering van 6 december waren geluiden over te weinig tijd niet uit de lucht. Gerlach stelde vast dat zijn commissie (planning en begroting) goed gewerkt had, maar dat het haar niet was gelukt het hele adviestraject in een zeer snel tempo af te ronden. Deze manier van werken moet zeker een uitzondering blijven, aldus Gerlach. J. Slenter van de studentenfractie VIP kloeg over de grote toevoer van nota's en notities die de raadscommissies nauwelijks kunnen verwerken. Gerlach had net de opsomming gemaakt van alle noTilburgs Hogeschoolblad

Het bestuur van de Katholieke Hogeschool Tilburg heeft een nota over het automatiseringsbeleid aan de instelling zonder noemenswaardige problemen door de hogeschoolraadsvergadering geloodst. De raad had wel enige kritiek op de procedure die moest worden gevolgd om de nota tijdig de deur uit te werken richting Den Haag, want daar zit de minister - mede in verband met de subsidiëring van de automatisering - nog steeds te wachten op nieuws uit Tilburg. Kritiek ook op de overlegstructuur aan de hogeschool zodat het College van Bestuur de suggestie van de raad overnam om die advies- en overlegstructuur inzake automatisering te herzien. De Nota "Automatiseringsbeleid en - plannen 1985-1988" is een vrij technisch verhaal met veel opties voor de toekomst. Belangrijk is alvast dat de raad met het college van oordeel is dat het beleid er op gericht moet zijn één netwerk en één infrastructuur tot stand te brengen. Tot een machineonafhankelijk netwerk is gerealiseerd zullen aanschaffingen kritisch bezien moeten worden.

ta's en notities die er nog aan moeten komen en dat was voor Slenter aanleiding voor de volgende uitlating: "Onderhand begin ik toch wel een beetje het beeld kwijt te raken over wat ons beleid nu eigenlijk is en dat gevoel werd zopas weer versterkt tijdens de behandeling van deze nota". CvB-woordvoerder Martin Rijk was zelf de eerste om te erkennen, maar dan had ie het meer over het nationale beleid, dat "er op dit ogenblik enige onduidelijkheid bestaat over de procedure met betrekking tot de beleidsplannen". Slenter was ook al gefrustreerd door de haast waarmee de hele operatie gepaard ging. "We konden het stuk bij de balie ophalen, snel lezen en de dag erna werd het al behandeld. Toen bleek dat er toch nieuwe elementen inzaten, zoals het rapport Keet dat nog geen twee weken van te voren behandeld was. Het College moest alles wat nieuw was er weer uit halen. We hebben daar een hoop tijd aan gespendeerd en echt redacteur zitten spelen. Dat alles had iets eerder kunnen gebeuren. Ik begrijp wel dat Gerlach waardering heeft voor het werk van onze commissie (planning en begroting, n.v.d.r.) in die zin dat wij het College op tijd hebben teruggefloten en toen bleek het College wel in staat in een paar weken een stuk te produceren dat precies beantwoordt aan de vragen. Ik vraag me dus heel sterk af of dit niet eerder had kunnen gebeuren". Slenter hoopt dat hij nog eens inzicht krijgt en hij citeerde een

anonieme automatiseringsfilosoof: "Automatisering komt een beetje over als een moloch die over je heen walst tenzij je heel hard voor de ontwikkelingen uit rent". Peter Flohr van de fractie PLM drong er bij het College op aan op korte termijn deze bestaande overlegstructuren te herzien, zodat het beleid dat ontstaat ook de steun krijgt van een breed draagvlak. "Het gaat niet zozeer om procedures maar om een beleidsstructuur om datgene wat ons gevraagd wordt ook op te vangen". Flohr en met hem vele anderen verwacht ook dat het College met één integraal beleidsplan op tafel komt, als remedie tegen de om zich heen grijpende versnippering. CvB-lid Martin Rijk ging accoord met wensen uit de raad dat nu eerst de kwestie van de organisatie en de overlegstructuren aan bod moeten komen. In januari van het nieuwe jaar wil het CvB uitpakken met een procedurevoorstel om tot een integraal plan voor de automatisering te komen. In een brief bij de nota doet het College het verhaal van de procedure nog eens dunnetjes over. De minister vroeg reeds in juni '83 een beleidsplan aan alle instellingen en in verband met de aanvraag voor vervanging van de ICL-computer door de VAX vroeg de minister nog eens uitdrukkelijk naar het Tilburgse beleidsplan. Het plan dat vorig jaar december door de raad kwam werd niet aan de

minister toegezonden, omdat - zo schrijft het College - de raad bij de behandeling op een aantal essentiële punten om nadere uitleg vroeg, vooral over de vervanging van de ICL. Blijkbaar liet die uitleg nogal op zich wachten zodat het College in de loop van dit jaar dan maar besloot om een plan '85/'88 te maken. Dit plan verschilde hier en daar nogal van het vorige. Over diverse toekomstplannen kon de raad onder de tijdsdruk geen discussie meer voeren, vaststelling en doorzending aan de minister geschiedt onder de verantwoordelijkheid van het College om te vermijden "dat de nota nieuwe elementen bevat waarover nog een dialoog met uw Raad en andere betrokkenen dient te worden gevoerd", aldus het College. De commissie planning en begroting en nu dus ook de raad kunnen zich in deze pragmatische aanpak vinden, evenwel niet zonder kritiek zoals bleek uit de afgelopen raadsvergadering. Inhoudelijk ging de raad nauwelijks in op het automatiseringsbeleidsplan. Enkel werden hier en daar bemerkingen gemaakt voor de toekomst. Zo gaf Carel van Nahuys (Breed Front) het College de overweging mee om de beleidsvoorbereiding te scheiden van het beheer van de iautomatisering. K. Cools vroeg of het College in die komende notitie ook wil ingaan op de instelling van een dienstraad bij het rekencentrum, (Jmdat die daar nog niet bestaat. Vaak is nog onduidelijk in hoeverre de Dienst Rekencentrum betrokken is bij de totstandkonning van automatiseringsbeleidsplannen. Als er ergens deskundigheid is, dan is het daar. Het is zaak dat die optimaal wordt benut, aldus Cools. Gerlach vond het nog belangrijk dat het College heeft toegezegd om in het nieuwe jaar de personele consequenties van de automatisering middels een document te concretiseren. Het beleid van de hogeschool is er op gericht om de schrijfmachine te laten verdwijnen en daarom de vraag aan het College om met een nota te komen, aldus Gerlach. Zonder stemming werd daarna het beleidsplan vastgesteld "in de hoop dat het nu ook verzonden wordt anders zitten we volgend jaar met dezelfde problemen", grapte voorzitter Teunissen. De nota 'KHT Automatiseringsbeleid en -plannen 1985-1988' vertrekt van een aantal vaststellingen zoals de toename van het aantal studenten en de profilering in een maatschappelijke richting van de informatica aan de diverse faculteiten. Bovendien verwacht de hogeschool concrete ontwikkelingen naar aanleiding van het snel goedkoper worden van de micro-computers: een sterk toenemende vraag naar programmatuur, ondersteuning op de werkplek etc. De te verwachten groei zal aanleiding zijn om gezamenlijk in te kopen mede in verband met de daarbij te bedingen kortingen. Over de sociale aspecten van de automatisering lezen we in de nota dat "automatisering bij de KHT geen doel op zichzelf is doch een middel om tot een optimale vervulling van taken te komen om de doelstellingen van de KHT zo goed mogelijk te realiseren". E.V. 21 december 1984


Specialisten over privacybescherming en computerdiefstal

"Computer is veiliger dan icaartenbalcje van weleer" De voorgeschiedenis kan voor de rege/matige THB­/ezer geen nieuws zijn. l\/laar ool< degenen die zich beperken tot het con­ sumeren van de lande/ijke b/aden hebben wel eens gehoord van de affaire­Pillot. Aanvankelijk een onbetekenend binnen­ brandje naar aanleiding van 500 computeradressen die begin dit schooljaar door een medewerker of student (m/v) van de KHT werden doorverkocht aan de Tilburgse boekhandel Pillot. Het bestuur van de hogeschool nam de zaak hoog op en eiste dat Pillot­directeur Boekhold de naam van de 'dief' zou ont­ hullen, maar de boekhandelaar ging hier niet op in. Waarna de hogeschool Pillot als academische boekhandel excommu­ niceerde. Het eind van de affaire is nog niet in zicht, nu half november vijf studenten van de KHT bij de officier van justitie in Breda aangifte hebben gedaan van he­ ling van de 500 adressen van eerstejaars economie­ en econometriestudenten. De vijf hebben inmiddels te horen gekregen dat zal worden onderzocht of de aangifte en het verzoek om strafvervolging tegen Pillot voor juridische behandeling in aan­ merking komen. De indieners zijn hier­ over zeer tevreden, want de kans dat hun aanklacht meteen als te onbelangrijk in de prullemand van de officier was be­ land leek niet gering. Sjaak Nouwt, student­jurist en woordvoerder van de verontruste studenten zei eerder al tegen het THB: " I n een tijd van oprukkende automatisering met nog heel weinig ju­ risprudentie over de bescherming van persoonsgegevens vinden wij het erg be­ langrijk dat er een keer een rechterlijke uitspraak verschijnt over deze zaak". Nu zijn de adressen naar Pillot gegaan, aldus de redenering, misschien gaan ze een volgende keer naar de Centrumpartij. Hoe denken de privacy­specialisten nu eigenlijk over deze hele casus van 'com­ puterdiefstal'? Prof. drs. Jan Oonincx en dr. Henk Koppelaar reageren enthousiast

op het verzoek om commentaar. De twee willen graag eens wat tegengas ge­ ven aan de 'opgeklopte angst voor de computer'. Koppelaar is hoofd afdeling Dataverwerking aan de KHT, binnenkort aanvaardt hij eejj nieuwe betrekking aan de TH Delft. Jan Oonincx is hoogleraar in de bestuur­ lijke informatiekunde. Hij houdt zich vooral met de organisatorische en men­ selijke aspecten van computergebruik en privacybescherming bezig. Koppelaar is eerder gespecialiseerd in de techniek. Het vraaggesprek ontpopt zich spontaan als een expressieve dialoog voor twee heren die het in hoofdlijnen roerend met elkaar eens zijn: de computer is veel veili­ ger dan men denkt, maar de nhensen die 'm bedienen moeten w e in de gaten hou­ den. Ook bepleiten de twee de invoering van het omstreden persoonsnummer, zijn zij niet vies van opsporing van uitkerings­ fraude per computer en vinden ze dat ook het bedrijfsleven recht heeft op pri­ vacybescherming. Oonincx: " H e t is opvallend hoe ver zo'n voorval kan uitwaaieren. Ik heb zelfs er­ gens gelezen dat het College van Be­ stuur de adressen aan Pillot verkocht zou hebben. Maar ach, het is zo'n klein aspect van een omvangrijke problema­ tiek. Om bij het begin te beginnen: bestaat privacy wel? Daar twijfel ik soms aan. Eigenlijk verliest iedereen z'n priva­ cy bij de geboorte. Sommigen zelfs eer­ der, zoals de reageerbuisbabies. Ik vind daarom dat we de problemen niet moe­ ten overschatten".

Sinds i k weet waar Ab raham de mosterd haalt, heb ik een zwak voor Jozef. Iedere Kerst staat hij daar maar in die tochtige stal, b edremmeld en een b eetje achteraf, alsof hij er niet b ijhoort en eigenlijk liever met zijn maten was gaan stappen. Versta me goed, die os en die ezeJ laten me Sib erisch, maar Jozef roept elk jaar weer de warmste gevoelens b ij me wakker. Nu heb ik dat wel meer met mannen. Als Claus ergens een lint doorknipt of een stam­ boekkoe kust, gaat me dat niet in de kouwe kleren zitten. Maar zo erg als met Jozef heb ik het vrijwel nooi t. Als i k er aan denk hoe die man zich totaal onvoorberei d als vroedman moest ontpoppen, zonder warm­ en koud stromend water, zonder weeg­ schaal o/gootsteenontstopper, dan zou ik via een posthume hulpactie alsnog een regi­ ment kraamverzorgsters naar Betlehem willen sturen. Het is sowieso al een straf om een b evalling van A tot Z te moeten meemaken en als je dan ook nog in de snijdende vrieskou van Palestina handelend moet optreden, met een os en een ezel die te b e­ roerd zijn om een poot uit te steken, dan verdient dat respect en sympathie en dan voel ik mij voor honderd procent solidair. Ik ken mannen die zich van schrik de volle negen maanden met jonge Hoppe volgie­ ten, mee naar zwangerschapsgymnastiek gaan en al ver voor het moment suprème quasi­nonchalant achter hun video­camera wegkruipen. Van eentje weet i k dat die b ij de eerste perswee met wasb ak en al tegen de vlakte ging zonder zijn camera te hebben uitgezet en nu dus met een uren durende opname van platte verpleegstershakken zit opgescheept. Bij Jozef ni ets van dat al: geen geavanceerde technologie, maar met de Tilburgs H o g e s c h o o l b l a d

Sjaak Nouwt, een van de studenten die een klacht indiende tegen Pillot.

i l m iiwti.s

De directeur van boekhandel Pillot, dhr. Boekhold. Koppelaar: " I n dé praktijk is een compu­ terbestand veiliger dan een bestand in handen van mensen. Technische beveili­ ging van computersystemen is heel wel mogelijk". ­^ Oonincx: "Handadministratiesystemen zijn eigenlijk veel privacygevoeliger dan

de computer. Toch roept de computer meer angst op. Dat is me bijvoorbeeld opgevallen toen we bij de Rijksuniversi­ teit G roningen bezig waren met de auto­ matisering van de studentenadministra­ tie. Vóór die tijd hingen daar grote bor­ den aan de muur, waarop de uitslagen­ lijsten van de tentamens. Je kon zo zien welke student een vijf had gehaald. Nie­ mand zei daar iets van, dat was heel nor­ maal. Maar op het moment dat wij het gingen automatiseren ­ goed beveiligd, alleen toegankelijk voor de studieadvi­ seur en zijn secretaresse ­ toen raakten de studenten opeens in paniek om de be­ scherming van hun gegevens". Koppelaar: " J a , heel mooi voorbeeld". Oonincx: " M e n onderkent te weinig de mogelijkheden om via computersyste­ men ook te beveiligen". Koppelaar: "Ik ken een bedrijf hier in de buurt, dat heeft een goed beveiligd com­ puterprogramma, maar de sleutel om dat te kraken heeft men op het apparaat ge­ plakt. Want stel je voor dat ze 's nachts vergeten wat ze de volgende dag moeten intikken". " D e computer zelf is dus hartstikke vei­ lig, veel veiliger dan het kaartenbakje van weleer. Maar de mensen ontkrachten die beveiliging. Ook die affaire Pillot wordt als een computer­affaire gezien, maar ik vermoed dat het een zuiver menselijke aangelegenheid i s " . Oonincx: "Ik erken best dat er privacy­ problemen zijn, ook ten aanzien van die adressenhandel. Maar je moet ook reke­ ning houden met de mate waarin de pri­ vacy geschonden wordt. En dat lijkt me in het geval Pillot zeer beperkt. De stu­ denten kregen een reclamebrief en een bestellijst toegestuurd. Dat kun je verve­ lend vinden, maar zo krijgt iedereen elke dag ontelbare brieven. Daar kun je panie­ kerig op reageren, je kunt die post ook meteen na ontvangst in de prullenmand smijten. Zoveel adressenbestanden zijn nu al voor iedereen toegankelijk zonder vervolg op pag. 18

klauwhamer in de achterzak b racht hij eigenhandig tweeduizend jaar christendom ter wereld. Toch zit er een flink brok tragi ek in Jozefs heldendaad en dat is precies de reden waar­ om hij zich zo weinig zei/b ewust door die stal b eweegt. Offi ci eel had hi j namelijk met de hele zaak niets te maken. Die geb oorte kwam hem aangewaaid. Dan kunnen wij achteraf wel zeggen dat hij de stroman was van de Heilige Geest, maar aan zijn hele houding kun je zien dat hij daar zelf nauwelijks over was ingelicht. Die man wist dui­ delijk niet wat hem overkwam; hij waande zich de eerste proletariër zonder na­ geslacht, iemand dus die zelfs ddt niet meer te verliezen had. Geen wonder, dat hij met zijn houding geen raad wist. Graag had ik Jozef uitgenodigd voor de Oldendorff­lezingen van de afgelopen week. Twee millennia van automatisering en b io­technologie werden daar samengeb ald in de gedachte dat mannen nu ook voor het verwekken van nageslacht overb odig zijn geworden. In S 17 zou hij er achter zijn gekomen dat anno 1984 zelfs de meest verstok­ te b lijf­van­mijn­Iijf­vrouw alleen al van soja­bonen zwanger kan worden. Samen met Prof. Rörsch was hij dan ook nog b ij Sonja uitgenodigd, waar hi j als trendsetter van het manloze nageslacht uitb undig zou zijn gefêteerd. Helaas, hi j kon ni et komen; hij moest de stal weer in. Maar in de loop van het gesprek werd me wel dui deli jk dat zi jn probleem er ni et kleiner op wordt als nu ineens alle vrouwen in een b evoorrechte positie terecht komen. Gelukkig kon ik hem vertellen dat de EEG een ongelijke b ehandeling van vrouwen en mannen niet tolereert en dat Lou de Graaf, de toeverlaat van de Nederlandse mannenlob b y, b innenkort ook vrouwen overbodig hoopt te maken. Er kon zowaar een glimlach af toen hi j hoorde dat er vol­ gend jaar een Collecti eve Moederschoot Centrale (CMC) in Dodewaard wordt opge­ richt, maar echt vroli jk werd hi j pas van de mededeli ng dat Gi js van Aardenne, die ook i n het komplot iz t, probeert Van Doorne's Transmissie (VDTj daarin een meerderheidsaandeel te b ezorgen. Zogenaamd om de know how van het pientere pookje toch ni et helemaal verloren te laten gaan. Eens opletten of Jozef volgend jaar weer in die stal staat te verkommeren. Ik wed dat hij gaat stappen. Met de maten. 21 d e c e m b e r 1984

□


Symposium universitaire automatisering

Landelijke samenwerking wil niet zo goed vlotten Gebrek aan samenwerking op het gebied van universitaire automatisering v\/ordt veroorzaakt doordat de instellingen hun computercentra gebruiken als vlagvertoon naar andere instellingen in binnen- en buitenland. Dat dit de gebruikers de das om kan doen, was voor minister Deetman volledig duidelijk toen hij op 4 december in Eindhoven sprak op een symposium 'De toekomst van de universitaire automatisering'. Deze stelling van de minister werd niet bestreden. Toch hadden de Eindhovense sprekers andere redenen waarom het nog niet zo goed ging met de samenwerking op dit gebied. Voorlopig heeft de overheid nog een stevige greep op de universitaire automatisering, al was het alleen al doordat de middelen voor grote apparatuur op dit gebied uit de centrale financiering moeten komen en niet uit de instellingsbudgetten. De geschiedenis van de universitaire automatisering vertoont een aantal schokgolven. Het begon allemaal met de aanschaf van grote computers. Elke universiteit of hogeschool moest er natuurlijk een hebben. Het ministerie van Onderwijs moest financieel bijspringen omdat dit soort uitgaven anders te zwaar zouden drukken op de instellingen. Vanaf 1966 ging de overheid zich inhoudelijk met de universitaire automatisering bemoeien. Minister Diepenhorst vond het niet voldoende dat hij alleen maar centen mocht verstrekken. Hij zorgde voor de eerste schokgolf in de vorm van de commissie 'reken- en informatieverwerkende apparatuur wetenschappelijk onderwijs en onderzoek' (begrijpelijkerwijs meestal CRIVA genoemd). Deze commissie moest alle aanvragen voor nieuwe automatiseringsapparatuur "in een breed verband bezien". In 1972 kwam de CRIVA met het "meerjarenplan computeraansciiaffingen ". Kernpunt hiervan was dat er een centrale universitaire rekenorganisatie moest komen. Dan zou er namelijk een landelijke tariefstelling kunnen komen, een betere spreiding van de capaciteit, uitwijkmogelijkheden bij storingen, en een sterke positie ten opzichte van derden. De instellingen zouden dan alleen nog maar eigen apparatuur mogen hebben voor het kruimelrekenwerk.

CENTRALE FINANCIERING Zover kwam het echter voorlopig niet want de instellingen gingen op hun achterste poten staan. Dit leverde uitstel tot 1975 toen de instellingen de vraag kregen om zelf met een voorstel te komen. Dat was het startschot voor de SUR, de stuurgroep samenwerking universitaire rekencentra. Een jaar later lag er een rapport. Van totale samenwerking was nog geen sprake, maar er werden mogelijkheden geopend om in clusters iets gemeenschappelijks te doen. De toenmalige staatssecretaris heeft er vast slecht van geslapen. Hij vond de plannen veel te vrijblijvend, en kwam met de tweede schokgolf. Hij maakte een geheel nieuwe berekening van de apparatuurkosten die per instelling voortaan zouden mogen worden gemaakt. De verschillen met de bestaande situatie waren net zo groot als de paniek die toen ontstond bij de instellingen. Toch schoof het ministerie stukje bij beetje verder. In 1977 kwam er een discussie over centrale fiiianciering van computerapparatuur. Tót die tijd hanteerde de overheid een Tilburgs Hogeschoolblad

mengvorm van centrale financiering en geoormerkte begrotingsbedragen. Een jaar later kwam de CRIVA met de aanbeveling dat voortaan het ministerie zou optreden als eigenaar of huurder van computerapparatuur. Alleen nog maar centrale financiering dus. Vanaf 1981 staan computervoorzieningen dan ook als één bedrag op de begroting van Onderwijs en Wetenschappen. De CRIVA vond verder ook dat samenwerking tussen rekencentra geïnstitutionaliseerd moest worden in de vorm van clusters. Ook van deze duw naar een gezamenlijke aanpak van de universitaire automatisering is tot op heden weinig terechtgekomen. Minister Deetman, die voorgaande historie schetste, was dan ook ontevreden: "De rode draad door de geschiedenis tot en met 1981 is dat de minister voortdurend aandringt op samenwerking tussen de instellingen, zonder dat dit leidt tot aansprekende concrete resultaten". Wél tevreden is de minister over de interuniversitaire samenwerking op het gebied van de administratieve automatisering. De stichting universitair administratieve automatisering fSUAA) moet ons ervoor behoeden verstrikt te raken in problemen tengevolge van ieders behoefte aan eigen identiteit. Die behoefte uit zich bijvoorbeeld in eigen merken-

voorkeur met de daarbij behorende problemen bij het uitwisselen van programmatuur. De derde schokgolf uit Den Haag was het informatica-stimuleringsplan, volgens Deetman een inhaaloperatie. Hierin kregen de universitaire rekencentra wel een zeer koude douche. Slechts enkele zouden mogen uitgroeien tot zwaartepunten. De andere mochten slechts een lokale functie behouden. Dat zou gepaard gaan met concentratie en rolverdeling (inmiddels de erkende eufemismen voor minder geld en ontslag van personeel). Verder zouden de nieuwe rekencentra commercieel moeten gaan werken. Alle kosten zouden moeten worden doorberekend aan de gebrui-

Minlster Deetman

kers. Begrijpelijk dat de minister dat wil. De kosten van de diverse rekencentra en hun dienstverlening worden op deze manier zichtbaar en, wat belangrijker is, vergelijkbaar met die van derden, zeg maar de commerciële dienstverlening.

OPDRACHTGEVER Drs. B. Morselt, directeur van het rekencentrum aan de THE, vergeleek de automatisering met de bouw. Hij benadrukte echter dat bij de automatisering de opdrachtgever een veel gPotere taak heeft. De kosten worden namelijk in belangrijke mate bepaald door een nauwkeurige opstelling van een programma met eisen. De rekencentrumdirecteur was een beetje jaloers op de mensen in de bouw omdat die geen last hebben van stuurgroepen en projectgroepen. Naar zijn idee zou in de automatisering ook één persoon moeten kunnen beslissen als opdrachtgever. Dat betekent echter dat anderen een stukje van hun autonomie moeten inleveren. Morselt zag wel in dat dat erg moeilijk is in een organisatie waarin de verantwoordelijkheden verdeeld zijn over meerdere personen. Als het echter niet lukt om intern tot een gezamenlijk programma van eisen te komen, dan wordt samenwerking tussen de instellingen wel héél moeilijk. Basis-

voorwaarde voor die samenwerking is in ieder geval de intentie om tot zo'n gezamenlijk prograrnma van eisen te komen. Morselt vroeg zich hardop af wie bij die landelijke samenwerking als enige opdrachtgever zou mogen fungeren. Hij wilde bovendien de samenwerking niet beperken tot het wetenschappelijk onderwijs: "Zeker rrjet betrekking tot de infrastructuur moeten kosten te besparen zijn door over de scheidsmuren tussen de verschillende soorten onderwijs heen te kijken". Het hele hoger onderwijs zou kunnen profiteren van regionale netwerken. Over de organisatie van de automatisering en de in het informatica-stimuleringsplan bekritiseerde plaats van de rekencentra daarin, had Morselt ook ideeen. In ieder geval zou elke instelling de beschikking moeten hebben over een eigen architectenbureau. Dat zou de samenhang in het beleid ten goede komen. Een belangrijke werkzaamheid van dit bureau zou zijn om verschillende opdrachtgevers te bewegen tot een gezamenlijk programma van eisen. De uitvoering van het automatiseringsplan mocht volgens van Morselt uitbesteed worden aan een externe aannemer. Dat zou de instelling ontlasten. Bovendien zou dan de bedrijfstak automatisering een intensievere bemoeienis krijgen met de onderwijswereld. Architecten, gebruikersadviseurs en technische beheerders horen volgens Morselt, in verband met continuïteit in de dienstverlening, thuis op een centrale plaats in de organisatie: het rekencentrum. Maar met de rekencentra gaat het niet goed: "De honorering is niet voldoende om het noodzakelijke aantal deskundigen te krijgen en te houden. Maatregelen op korte termijn van de zijde van de overheid of het bestuur van de instellingen zijn dringend gewenst", aldus Morselt. Prof. dr. Theo Bemelmans (Bedrijfskunde THE) voegde daar nog aan toe: "Het ter discussie stellen van taak en plaats van een rekencentrum, zonder visie op de inbreng van zo'n centrum op langere termijn, schept alleen maar onzekerheid met als gevolg leegloop, ook in de letterlijke betekenis van het woord, van een kenniscentrum". Nu wilde Deetman best zijn bemoeienis met de universitaire automatisering verminderen, maar hij stelde daaraan een belangrijke voorwaarde: "Zoals u weet, streeft het kabinet deregulering na en hoopt dit ook zo spoedig mogelijk voor wat betreft de centrale computervoorzieningen te realiseren. Dit is echter pas mogelijk, als de landelijke samenwerking inderdaad een feit is. Wat dat betreft, zie ik de toekomst met vertrouwen tegemoet". Voorlopig houdt de minister de touwtjes nog strak in handen. Hij geeft de colleges van bestuur acht maanden de tijd voor een nadere uitwerking van het beleid dat hem voor ogen staat. In dat beleid ligt de nadruk op taakverdeling en specialisatie. Er moeten landelijke voorzieningen komen. Verder moet binnen de instellingen gewerkt worden aan lokale netwerken (op de THE wordt al gewerkt aan THENET), en aan uitbouw van de materiële voorzieningen. Rob WeIjs/UP 21 december 1984


Informatica-universiteit nog niet voor morgen Minister Deetman betwijfelt of de informatica­universiteit, waartoe en/ce/e maanden ge­ Zeden vanuit het bedrijfsleven het initiatief werd genomen, wel zal worden gerealiseerd. Hij vraagt zich af of het voorstel ook zou zijn gedaan als de initiatiefnemers hadden geweten welke plannen de overheid op dit gebied al heeft ontwikkeld, zoals de uitbreiding van het funda­ menteel onderzoek op dit ge­ bied,* en het streven naar een 'centre d'excellence', waartoe het centrum voor wiskunde en informatica moet uitgroei­ en. Bij overleg met de initiatiefnemers bleek bovendien dat het voorstel minder una­ niem op ondersteuning vanuit het be­ drijfsleven kan rekenen dan aanvankelijk was gedacht. Daarom is een haalbaar­ heidsstudie opgezet, waarin bekeken wordt of de informatica­universiteit kan

Samenwerking... In het kader van het Informatica­Stu­ ringsplan van het ministerie van O&W, heeft de Stuurgroep Samenwerking Re­ kencentra (SUR) een plan opgesteld voor de ontwikkeling van computervoor­ zieningen binnen het wetenschappelijk onderwijs. De computervoorzieningen komen er ten behoeve van het weten­ schappelijk onderzoek en onderwijs. Het plan is opgezet in opdracht van de Colle­ ges van Bestuur van de gezamenlijke universiteiten en hogescholen in ons land. Het projectprogramma beschrijft de acti­ viteiten die er zorg voor moeten dragen dat binnen negen maanden een goed doordacht meerjarenplan opgezet is voor dienstverlening op het gebied van infor­ matica­stimulering. G enoemde activitei­ ten zullen worden uitgevoerd door of na­ mens de SUR. Het gaat hierbij overigens niet alleen om samenwerking tussen uni­ versiteiten en hogescholen, maar ook om de betrokkenheid van buiten­univer­ sitaire instellingen, zoals de PTT, het HBO, de landbouwsector en delen van het bedrijfsleven. In september 1985 zal het uitgewerkte plan moeten resulteren in een vijftal pun­ ten. Ten eerste moet er een strategische visie komen die aangeeft welke rol de W.O. instellingen in samenwerking met derden gaan spelen bij het bieden van computervoorzieningen voor onderzoek en onderwijs. Een tweede zaak is dat er zicht moet zijn op bestaande en toekom­ stige behoeften aan computervoorzie­ ningen. Dit op basis van een onderzoek bij gebruikers binnen en buiten het W.O. Verder moeten er plannen komen voor een samenwerkingsorganisatie en voor een beleids­ en beheersingsinstrumenta­ rium waarmee op verdere ontwikkelin­ gen wordt ingespeeld. Het is tevens van Tilburgs Hogeschoolblad

aanhaken bij de in het wetenschappelijk onderwijs al bestaande eerste fase­oplei­ dingen, om uit te groeien tot een tweede fase, die dan bekostigd moet worden, zoals in principe alle beroepsopleidingen, door de belanghebbenden, dus in dit ge­ val door het bedrijfsleven. Deetman had wel vriendelijke woorden over voor de initiatiefnemers, die volgens hem niet behoren tot diegenen die ogen­ blikkelijk de overheid aanspreken als er wat moet gebeuren. Hij wilde hen dan ook niets in de weg leggen, mochten zij hun initiatief actief willen voortzetten, "zolang zij binnen wet­ en regelgeving blijven". Een en ander kwam aan de orde in een kamerdebat op maandag 10 december over het informaticastimuleringsplan, waarin over de komende 5 jaar een be­ drag van 1,7 miljard gulden wordt inge­ zet om de achterstand die Nederland op dit gebied heeft opgelopen in te halen. Van dat bedrag is echter maar 200 mil­ joen ­ dus 40 miljoen per jaar ­ "nieuw" geld. De rest stond ai op de begroting. De Tweede Kamer vond het plan nogal verbrokkeld en miste een visie van de re­ gering: Van der Doef (PvdA) en Lansink (CDA) lieten blijken eigenlijk niet zo veel te voelen voor uitbreiding van het funda­ menteel onderzoek, omdat de achter­ stand daar toch niet tot een voorsprong

reken maar! belang dat er voorstellen voor een ta­ riefstelling komen, die aansluiten op de financiële mogelijkheden van gebruikers. Het gebruik van computervoorzieningen moet ook betaalbaar zijn voor de indivi­ duele student. Als laatste punt is er een overzicht van geplande voorzieningen, waaronder benodigde apparatuur en ge­ specialiseerde opleidingsprogramma's en andere ondersteunende diensten voor gebruikers. Met de opstelling van het uitvoe­ ringsplan is volgens de SUR een bedrag van ongeveer 5.000.000 gemoeid. Daar­ van zal 1.400.000 door de instellingen worden bijgedragen. Het ligt in de bedoeling dat de overheid het resterende bedrag van 3.600.000 be­ schikbaar stelt. Met de investering in de computervoor­ zieningen hoopt de SUR een doelmatige en doeltreffende besteding te bereiken van de honderden miljoenen die in de ko­ mende jaren nodig zijn voor een verant­ woord niveau van computervoorzienin­ gen voor onderwijs en onderzoek.

zou zijn om te bouwen. Wel zagen zij beiden goede mogelijkheden voor het toepassingsgericht onderzoek. Deetman ging niet in op vragen uit de ka­ mer naar zijn oordeel over het plan van de universiteiten en hogescholen ­ waar­ voor zij 200 miljoen extra van de overheid vragen naast de 900 miljoen aan eigen middelen ­ om eindstations in te richten voor personeel en studenten van alle in­ stellingen. In de kamer tekende zich verder een meerderheid af om bij de volgende kabi­ netsformatie te komen tot een aparte mi­ nister voor wetenschapsbeleid, techno­ logie en informatiebeleid. In de huidi­ . ge opzet zou de coördinerend minister voor het wetenschapsbeleid, minister Deetman, onvoldoende effectief te werk kunnen gaan, wat overigens door Deet­ man werd weersproken. Staatssecretaris Mevrouw G injaar­Maas van onderwijs was met de kamer van mening dat voorkomen moet worden dat computers een mannenaangelegenheid worden. Aan allerlei bestaande opleidin­ gen nemen vooral mannen deel. "In feite bestaat dat mannenetiket dan ook al", aldus de staatssecretaris. "Meisjes krij­ gen in een vroeg stadium te horen dat in­ formatica toch niks voor hen is". Zij beloofde de kamer daarom "te zullen nagaan" of de overheid in haar voorlich­ ting zou kunnen komen tot een "vrouw­ vriendelijke presentatie". Bert Bakker/UP

Lansink (foto: G uy Ackermans)

Op naar een landelijk netwerk Een logische wens in het informatica­ stimuleringsplan (ISP) is de koppeling van alle computervoorzieningen via een landelijk netwerk. Daarvoor heeft Deet­ man inmiddels een startsubsidie van 435 miljoen gulden gegeven. Bovendien volgt maandelijks tot maart 1988 nog eens 43 duizend gulden, voor de huur van PTT­communicatielijnen. Tegen die tijd moet de aansluiting van dit landelijk netwerk op EARN, het Euro­ pees academisch research netwerk, ge­ reed zijn. Landelijk knooppunt wordt het rekencentrum van de universiteit van Nij­ megen. Via EARN en de koppeling daar­ van met het Amerikaanse netwerk BIT­ NET moeten elektronische post, infor­ matietransport, en de verzorging van da­ tabankfuncties mogelijk worden, zowel in Europa als in Amerika. Hoofdsponsor en initiator is de compu­ tergigant IBM, die bij het Nijmeegs Uni­ versitair Rekencentrum het knooppunt van het Nederlandse netwerk inricht met apparatuur van eigen fabrikaat. De rand­ apparatuur komt voor rekening van de verschillende computercentra in het land. Het gezamenlijke initiatief van de instel­ lingen en de computerproducent vormt het voorlopige antwoord op aanbevelin­ gen van de regering in het informatica­ ■ stimuleringsplan, dat begin dit jaar ver­ scheen. Daarin werd geconcludeerd dat de rekencentra in het land niet genoeg samenwerkten en dat hun doelmatigheid te wensen overliet. Ook werd volledige doorberekening van de kosten aan de gebruikers voorgesteld. De Stuurgroep Samenwerkende Universitaire Reken­ centra (SUR), waar behalve de directeu­ ren van de centra ook vertegenwoordi­ gers van de instellingen zitting hebben, reageerde verontwaardigd op het infor­ matica­stimuleringsplan. Zij schreef, in

de eind augustus gepubliceerde nota Sti­ mulering Informatica. Wetenschappelijk Onderwijs, Deetmans beeld van het re­ kenpotentieel in Nederland "karikatu­ raal" te vinden, maar ontplooide toch nieuwe initiatieven, waarvan het huidige netwerk er één is. Volgens het hoofd van de sektie Data­ communicatie en Netwerken van het Academisch Computer Centrum Utrecht, R. Silvester, gaat het echter om een "tijdelijke geschiedenis". "Het is prettig dat IBM liet knooppunt in Nijme­ gen wilgaan inrichten, want de behoefte aan een netwerk bestaat al geruime tijd. Maar er zijn nogal wat technische beper­ kingen. Het EARN­systeem draagt een duidelijk I BM­etiket, wat problemen geeft bij de aansluiting van computer­ systemen van een ander type". Hij vreest daarnaast dat het IBM­systeem voortdu­ rend aan verandering onderhevig zal blij­ ken : "de standaarden van de computer­ fabrikanten zijn nou eenmaal maar één vinger lang". Op dit moment werkt de SUR onder an­ dere daarom aan een haalbaarheidsstu­ die voor een meer eigen gestandariseerd computernetwerk, waarvan universitei­ ten maar ook Nederlandse researchin­ stellingen en grote bedrijven gebruik moeten kunnen maken. De belangstel­ ling daarvoor is groot. Voor de technische verwezenlijking' wordt overleg gevoerd met Philips. Sil­ vester, zelf lid van de studiegroep, ver­ wacht dat het resultaat van de studie een "ja, mits" dan wel "nee, indien niet" za\ zijn. "Philips beweert wel een verre­ gaand gestandariseerd netwerk op te willen zetten, maar daarover bestaat nog enige twijfel. Een standaardsysteem is voor ons een belangrijke voorwaarde". R.W./M.v.C./UP 21 december 1984


Operators 1 en 2 van het Rekencentrum

Computer voelt zich lekker als hij dag en nacht werkt "Wij hebben geen inzicht meer in wat de computer doet. De Jobs, dat zijn de kaarten waar de informatie voor de computer opstaat, worden aangeleverd en in de computer gestopt. We zien op het beeldscherm alleen wie de gebruiker is en met welk budget hij werkt. Pas als de output uit de computer komt, zien we meer. Maar dan heeft de computer zijn werk al gedaan. Ik vergelijk het wel eens met een telefoonboek. Je kan namen en telefoonnummers opzoeken maar je weet niet welke persoon erachter zit. Hoe hij eruit ziet en wat hij doet daar heb je geen flauw idee van", aldus operator 1. De twee operators die in het Rekencentrum werken, willen niet dat hun naam genoemd wordt. Niet vanwege het feit dat ze geheime informatie hebben mee te delen, maar gewoon "omdat het er niet toe doet". Noodgedwongen spreken we dus van operator 1 en operator 2. Een operator is iemand die de computer bedient. Zijn taak is in ieder bedrijf anders. In grote bedrijven komt het voor dat operators alleen schijven in de computers zetten. In het Rekencentrum hebben de operators een uitgebreider takenpakket, ze hebben een beherende functie. Zij starten 's ochtends de computer. Zij zijn ook de enige die dat kunnen en mogen. Mochten ze alletwee ziek worden dan is er nog een avondoperator die geroepen kan worden. Als de computer eenmaal werkt, hebben ze er geen omkijken meer naar. Operator 2 verhelpt technische storingen, operator 1 heeft een administratieve taak. Verder zijn ze mensen behulpzaam die met de computer werken. Operator 2 vindt het jammer dat het zicht op de computer is verdwenen. "Vroeger kon je zelf de fouten verbeteren die in het programma stonden. Je wist en zag in welke fasen de computer zijn werk deed. Nu wordt er één 'blok' ingestopt en daar hebben wij totaal geen zicht meer op. We zetten hem aan en uit, dat is alles". Het gebeurt regelmatig dat er iets misgaat, in het ergste geval een systeemcrash. De computer scheidt er dan mee uit, je ziet niets meer op de schermen, hij is dood. In zo'n geval moet de leverancier komen om de fout te verhelpen. Operator 1: "In zo'n geval heeft het geen zin om de gebruikers van de computer in te lichten want wij kunnen niet zien waar de computer mee bezig was. Alle programma's moeten na een systeemcrash opnieuw gestart worden. Je kan zoiets vergelijken met een stroomuitval in een huis waar een elektronische wekker is. De wekker geeft na die stroomuitval 0.00 aan. Je moet hem opnieuw instellen, dat is bij een computer ook zo". De twee operators vertellen dat het eigenlijk jammer is dat de computer niet dag en nacht werkt, 's Avonds wordt hij uitgezet en 's ochtends weer gestart. Er zouden meer mensen en instellingen gebruik van kunnen maken. "Er wordt geprobeerd mensen en bedrijven van buiten de Hogeschool binnen de muren te halen. Dit is een kleine afdeling en wij werken veel voor en met studenten. Als het studentenaantal zakt, zouden er banen in gevaar kunnen komen". Operator 2 voegt er aan toe: "Daar van afgezien, de computer voelt zich gewoon het lekkerst als hij dag en nacht werkt". Tilburgs Hogeschoolblad

In 1963 werd de eerste computer door de hogeschool in gebruik genomen, nu staat er in het Rekencentrum een compleet computerpark ten dienste van onderwijs ondersteunende activiteiten. Maar ook derden maken gebruik van het Rekencentrum. De Openbare Bibliotheek bijvoorbeeld heeft het boekenbestand in de computer opgeslagen. Er werken 31 mensen bij het Rekencentrum, slechts één heeft thuis een computer. In de pauzes en rustige momenten is er een fanatieke competitie in computerspelletjes. Hier volgen enkele indrukken vanuit het Rekencentrum waar de techniek zeer snel voortschrijdt.

Bij de ingang van het Rekencentrum

Operatie, Applicatie, E De Dienst Rekencentrum (DRC) van de hogeschool gebruikt zijn computers voor de ondersteuning van onderwijs en onderzoek voor de hogeschool en daarbuiten. Het centrum staat gebruikers met woord en daad bij en is behulpzaam bij automatiseringsprojecten elders in de KHT. Het Rekencentrum wil door deze activiteiten het gebruik van informatica binnen de hogeschool bevorderen. De dienst bestaat uit vier afdelingen. De afdeling Operaties beheert en bedient de computers. Applicaties draagt de zorg voor de programmatuur. Educatie geeft cursussen, zorgt voor assistentie en verzorgt de documentatie en het Secretariaat houdt zich bezig met de administratieve rompslomp. Het Rekencentrum valt rechtstreeks onder het College van Bestuur en wordt over het te voeren beleid geadviseerd door de Advies Commissie Rekencentrum (ARC), waarin vertegenwoordigers van (sub-)faculteiten, diensten en instituten zitting hebben. De technische adviezen komen van de zogenaamde Gebruikersclub, een subcommissie van de ARC. Voor de kenners: Het Rekencentrum be-

catie en de anderen... schikt over een centrale ICL 2966 computer, microcomputers, werkstations en een remote job entry die in verbinding staat met de TH in Eindhoven. Wanneer meerdere faculteiten en diensten behoefte hebben aan andere apparatuur bekijkt men - onder andere op advies van de Technische Advies Commissie Automatisering (TACA) - of dit aangeschaft kan worden op de DRC. Bij een negatieve beslissing kan de betreffende faculteit of dienst op eigen kosten de apparatuur aanschaffen. Wie gebruik wil maken van het Rekencentrum moet toestemming van de betrokken faculteit of dienst hebben waarna het gebruik aangevraagd moet worden bij de secretaris van het Rekencentrum. Op het Inzagebureau is informatie te krijgen over het gebruik van computerapparatuur en documentatie over de programmatuur. Voor algemene publicaties wordt verwezen naar de verschillende bibliotheken op de hogeschool. Wie het allemaal met eigen ogen wil zien kan een rondleiding in het Rekencentrum aanvragen. G.R.

DATA ENTRY MEDEWERKSTERS De programma's voor de computer worden door twee data-entry medewerksters ingetikt. Rechtstreeks op een terminal of op ponskaarten die later in de computer gestopt worden. Binnenkort komt op deze afdeling een personalcomputer met een grote 'buffer'. Mocht er iets misgaan, dan kunnen de dataentry medewerksters in ieder geval met hun werk doorgaan. Er gaat van alles in de computer; programma's, rekeningen van de huisdrukkerij, uitslagen van enquêtes en complete Spaanse boekwerken. De twee medewerksters zitten het grootste gedeelte van de dag te tikken, dat lijkt saai maar zo ervaren ze dat niet. An Mutsers: "Het verveelt niet, elk programma is anders. Er lopen mensen in en uit die vragen hoe ze het beste een ponskaart kunnen indelen. We zijn onze eigen baas. Niemand zit ons op de vingers te kijken". Fouten maken ze zelden. "Je hebt in al die jaren een enorme snelheid opgebouwd. Ik voel gevoelsmatig dat er iets misgaat. We hebben zo'n routine dat wij bij saaie programma's met elkaar praten onder het tikken. Er is een enquête onder de gebruikers van het Rekencentrum geweest. Onze afdeling kwam als één van de beste uit de bus. Als de rest dit leest, zullen ze wel lachen en zeggen, ja, ja die willen opscheppen. Maar het is gewoon zo, wij maken weinig fouten en de wachttijden zijn nooit lang", zegt Loes Lavrijsen. Er werken niet veel vrouwen op het Rekencentrum. Twee op het secretariaat en de twee data-entry medewerksters. "Er is hier in het verleden wel een vrouwelijke programmeur geweest maar de laatste jaren is er weinig verloop. Niemand gaat weg. Ik vind het niet erg dat er weinig vrouwen hier werken. Wij werken liever met mannen. Ik ben ponstypiste geweest bij een groot bedrijf, allemaal vrouwen die daar typten. Dan krijg je al snel een sfeer van jalouzie en roddel, dat is hier niet", volgens Loes Lavrijsen.

COMPUTERANALFABETEN Tussen de bedrijven door heeft H. Mulders, programmeur, wel even tijd om wat te praten. Hij werkt op de afdeling applicatie, daar wordt de software gemaakt en beheerd. Leuk werk, vindt Mulders, je moet creatief zijn en veel uitproberen. "Een programma voor een computer opstellen is eenduidig opschrijven wat je wilt. De computer wordt aangezet en het resultaat rolt er uit. Het is gewoon een machine, uit zichzelf doet een computer niets. Je hoort de laatste tijd nogal eens wat over computerinbraken. Daar wordt groots over verteld, maar er kan ook ingebroken worden in de kaartenbak van de gemeente. Als er een goede beveiliging is, is er niets aan de hand. Er wordt nu gewerkt aan een systeem van spraakherkenning voor de computer. Een stem, en die is uniek, wordt omgezet in computertaal. En alleen die stem heeft toegang tot de computer, dat lijkt me een goede beveiliging". De ontwikkelingen in de computerwereld gaan snel. Een microcomputer kan nu al meer dan de grote computer een paar vervolg op peg. 16 21 december 1984


Nieuwe software voor sociale wetensctiappen

Nu we landelijk meedoen, heeft 'n ander de pijn Met de aanschaf van de nieuwe VAX-computerapparatuur krijgt het Rekencentrum een andere functie: het wordt minder een rekencentrum en meer een informatiecentrum. De ontwikkeling is snel gegaan. "Vorig jaar kregen we op een congres in Utrecht te horen dat Tilburg de boot had gemist. Nu zijn we een slag voor op andere universiteiten". Dat zegt dr. Henk Koppelaar, die de afgelopen anderhalf jaar als persoonlijk adviseur van het College van Bestuur aan de wieg van het Tilburgse automatiseringsbeleid stond. Henk Koppelaar houdt van aanpakken. Z'n functie van hoofd dataven/verking bij de subfaculteit Sociaal-Culturele Wetenschappen en het IVA verruilt hij in februari voor een baan bij de vakgroep informatica aan de TH in Delft, waar hij zich gaat bezig houden met het bouwen van grote informatiesystemen. In de twee jaar die hij op de hogeschool heeft gewerkt kreeg de automatische gegevensverwerking een compleet andere aanblik. Voor Koppelaar een reden om in z'n ontslagbrief aan het bestuur van de subfaculteit met tevredenheid terug te kijken op twee jaar Tilburg. Wat is er in die twee jaar veranderd? "Toen ik hier met m'n werk begon", vertelt Koppelaar, "stond er een centrale computer die je op geen enkele andere universiteit aantrof. Dat zag ik als een van de bottle necl<s". Tot z'n geluk, zoals hij het zelf zegt, werd hij al snel benoemd tot persoonlijk adviseur van het College van Bestuur. Juni '83 vertelde hij het college dat de hogeschool tonnen kon besparen en verschillende problemen op automatiseringsgebied uit de wereld kon helpen, als men met een ander merk in zee zou gaan. "Martin Rijk, als collegelid belast met het automatiseringsbeleid, luisterde nog echt ook!" aldus Koppelaar die blijkbaar wel anders gewend was. Het KHT-bestuur maakte er werk van en binnen 12 maanden viel de beslissing. "Tilburg doet nu ineens landelijk mee. We zijn de eerste universitaire instelling in Europa die de VAX-785 In huis krijgt. Samen met , de RU Limburg en de Erasmusuniversiteit kunnen we nu bovendien snel de nodige software aanschaffen". Ook op het gebied van de kleine compu• ters kwam, na een aanzetje van Koppelaar, een beleid tot stand. "Als bestuurders de ideeën van werkers in het veld oppakken, kan de hogeschool er z'n voordeel mee doen. In die zin vind ik wel dat ik succes heb gehad met het geven van voorzetten". Op advies van Koppelaar heeft z'n eigen subfaculteit alvast geld opzij gezet voor een local area network, dat tekstverwerkers via een soort telefoonnet met elkaar moet verbinden. Op techische gronden kan het netwerk op dit moment nog niet gerealiseerd worden, vertelt hij. "Maar dankzij het initiatief van het subfaculteitsbestuur kom 't binnenkort wel!" Nu daarnaast ook een uniformering op het terrein van de tekstverwerking binnen handbereik is, heeft de automatische gegevensverwerking aan de hogeschool onderhand een volkomen gedaanteverwisseling ondergaan. Koppelaar: "Het rekencentrum krijgt een andere functie; 't wordt meer een informatieTilburgs Hogeschoolblad

bruikers in de sociale wetenschappen tegemoet te komen, kan worden ontmanteld. Koppelaar: "De ICL-computer die we hier hadden staan was primair toegerust voor het bedrijfsleven, zeg maar voor de boekhouding, en niet voor de sociale wetenschappen. Destijds heeft Van Reeken, de directeur van het rekencentrum, een concept voor de bestandsafhandeling bedacht. Dat is toen geprogrammeerd en er is statistiek aan komen hangen. Dat hele pakket heette SOSIOL".

voor aanspreken - en ga zo maar door. Kortom, SAS is een work bertch voor iemand die statistiek wil bedrijven. Als je de garage binnenkomt kun je voortaan meteen beginnen met sleutelen, je hoeft niet langer eerst zelf je nijptang of schroevedraaier te maken". "Dat soort werkplekken krijgen we nu aan de lopende band op de hogeschool. Daarom moet SOSIOL in mijn ogen ontmanteld worden. De jongens van de afdeling verwerking zijn het er nu ook mee eens. Tilburg is de enige plek in de wereld waar SOSIOL wordt gebruikt. Datmoet je niet handhaven, zeker niet als je de ontwikkelingen wil bijhouden", aldus Koppelaar die het wel een aardig idee vindt het Tilburgse systeem bij te zetten in het informatica-museum. Ook het internationaal wijd en zijd gebruikte SPSS - Statistical Package for the Social Sciences - zal het loodje moeten leggen tegenover SAS, verwacht Koppelaar. ."De ontwikkeling op het gebied van de home computers heeft er voor gezorgd dat mensen niet langer slikken wat normaal was in computerland: "M'n vrouw wil gewoon d'r huishoudboekje op de computer kunnen intikken en verder geen gezeur. Dat heeft ertoe geleid dat er meer gebruikersvriendelijke systemen als SAS op de markt zijn gekomen. Let wel, SAS is ook niet alleen zaligmakend, maar 't is gewoon een veel betere werkplek dan SPSS". "De SPSS-programmeurs moeten hard werken om dat de beconcurreren. Dat redden ze ook niet. Je ziet nu al dat 't gebruik terugloopt. In Leiden en Delft wordt SPSS al afgeschaft. Ook in Tilburg zullen we er niet tot in lengte van dagen mee door kunnen gaan. Dat zullen de mensen van het IVA hier overigens niet leuk vinden: die werken op contract research basis, die jongens moeten productie draaien. Gelukkig werken we samen met Rotterdam en Maastricht aan de invoering van het SAS-systeem. Rotterdam gaat ons voor, daar krijgen ze als eerste een koude douche. Ook dat is nieuw voor de hogeschool: nu we op landelijk niveau meedoen, heeft 'n ander de pijn. Dat was vroeger wel anders: tnet ICL hadden we als eerste in Europa de pijn".

PROEFSCHRIFT

en opslagcentrum. Het is nu ook mogelijk daar tekstverwerkers aan op te hangen en zo de zaak te uniforrtieren. Daarmee zijn we een slag voor op andere universiteiten".

MUSEUM Op het gebied van de software - de programmatuur - valt er nog heel wat te doen, denkt Koppelaar. De verwachting is dat SOSIOL, speciaal in Tilburg ontwikkeld om aan de wensen van de ge-

"Nu we een informatiecentrum krijgen is het onverstandig die special purpose dingen, die zelf gemaakte autootjes, in leven te houden. Dat kost je alleen maar een hoop werk. Als standaardpakket gaan we nu werken met SAS. Dat is een veel groter vehikel met eigenschappen naar onze wens: bestandsafhandeling is een standaardvoorziening, er zit een editor in - een apparaat om tussentijds fouten in bestanden te verbeteren, daar moest je vroeger een heel ander pakket

Tussen de - drukke - bedrijven door werkte Koppelaar, van huis uit wiskundige, aan een proefschrift over modellenbouw in de sociale wetenschappen, waarop hij 7 december aan de Universiteit van Amsterdam promoveerde. Door gebruik te maken van modellen en computersimulaties is het mogelijk sociologisch onderzoek op een hoger peil te brengen, verwacht de promovendus, die daartoe ook zelf de nodige aanzetten gaf. "Modelbouw kan zachte sector harder maken", stelde Nederlands grootste informatica-vakblad Computable vast in een artikel over Koppelaars werkstuk. Of de zachte sector nu in één klap zo hard wordt dat columnisten als Blokker en Komrij er voortaan het zwijgen toe doen, valt overigens te betwijfelen. Misschien maar goed ook. L.K. 21 december 1984


Kabinet mikt op teclinologisctie vernieuwing

De onderwijswereld wil de Op 1 maart van dit jaar stelde de HBOraad een informaticaplatform in om de uitbouw van het informatica-onderwijs in het HBO nieuwe impulsen te geven. Bij de oprichting van het plaftform stelde Drs. J . Gevers, voorzitter van de HBOraad onder meer, dat informatica geen apart vak meer zal kunnen zijn. Informatica zal in de breedste zin volledig zijn intrede doen in het Hoger Beroepsonderwijs: "Net zoals het bij taalvaardigheid of motorische vaardigheid om alle facetten, van het onderwijs gaat, zo geldt dat ook voor digitale naast analoge informatievormen, voor kunstmatige naast gewone intelligentie en voor robots naast mensenhanden". Op 27 augustus was het de beurt aan de Colleges van Bestuur van universiteiten en hogescholen. Zij boden de Tweede Kamer en minister Deetman een nota aan waarin zij lieten weten te willen bijdragen aan het informatie-beleid van de overheid. De universiteiten zullen tot 1990 ruim 1,1 miljard gulden voor informatica-onderwijs uittrekken waarvan meer dan 900 miljoen uit eigen middelen. De rest, een bedrag van ruim 235 miljoen zal de minister moeten bijpassen, vinden de Colleges van Bestuur. Met betrekking tot de concrete invulling van hun' plannen willen de universiteiten met minister Deetman praten over de opbouw van een landelijk computernetwerk voor de externe communicatie voor het onderzoek en systeemnetwerken voor de interne datacommunicatie (zie ook het interview met Drs. P. Geriach). In hun verlanglijstjes mikken de CvB's op één werkstation per 3 medewerkers en één per vijf studenten!

•

lil

it niet missen

In zijn beleidsplannen legt het kabinet Lubbers sterk de nadruk op industriële vernieuwing ter bevordering van het economisch herstel. Begin dit jaar stuurden de ministers Deetman (onderwijs en wetenschappen). Braks (landbouw en visserij) en Van Aardenne (economische zaken) de Tweede Kamer een plan toe- om de beoefening van informatica in Nederland te stimuleren, het Informatica Stimulerings-Plan. In februari bood Van Aardenne de kamer een rapport aan getiteld "Naar een op dé markt gericht technologiebeleid". Eerder verschenen er studies over programmatuurontwikkeling, kunstmatige intelligentie, het computeronderwijs en computers in het onderwijs. In vrijwel alle publicaties wordt het turbulente karakter van de in gang zijnde technologische vernieuwing breed uitgemeten. Onder het motto "anders missen we de boot" wordt krachtig stelling genomen tegen aarzeling. De onderwijswereld speelt vlot in op de beleidsintenties van de overheid.

Tot nog toe waren uitgevers huiverig om zich op deze markt te begeven omdat programma's makkelijk te copiëren waren zodat het betalen van auteursrechten werd omzeild. Het ziet er evenwel naar uit, dat de positie van software-ontwikkeiaars beter zal worden beschermd. Een laatste knelpunt, ten slotte, vormen de programmeertalen. Er zijn in de laatste tijd heel wat programmeertalen ontwikkeld zoals Cobol, Fortran, Basic, A D A , A P I en Algol. Probleem is echter, dat die talen niet voor onderwijsdoelen zijn ontwikkeld. Een uitzondering vormt het Franse LSE (langue symbolique d'enseignement) dat nauw verwant is aan het Basic. Buiten Frankrijk wordt deze programmeertaal nauwelijks toegepast. Het achterblijven van ontwikkelingen in de software-Industrie in vergelijking met de snelle opmars van computers (hardware) is een van de kernproblemen van de moderne informatietechnologie. Dit vraagstuk manifesteert zich niet uitsluitend in het onderwijs maar ook in het bedrijfsleven.

TEKORTEN Universiteiten en hogescholen hebben minister Deetman laten weten, dat er bij de studierichtingen informatica een groot tekort is aan medewerkers voor onderwijs en onderzoek. IVlomenteel verzorgen studierichtingen informatica voor ongeveer 1200 eerstejaars onderwijs. Naast colleges aan deze hoofdvakstudenten verzorgen de medewerkers van deze studierichtingen ook nog bijvakonderwijs voor duizenden studenten van andere studierichtingen plus bijscholings- en pao-cursussen voor afgestudeerden. Bovendien moet rekening worden gehouden met een sterke groei van het fundamentele en toepassingsgerichte informatica-onderwijs zoals bestuurlijke informatiekunde, procesautomatisering en medische informatica. De universiteiten vrezen dat hun pogingen om het aanbod van informatica te verruimen zal worden doorkruist door spanningen op de arbeidsmarkt voor informatici. Het bedrijfsleven en onderzoeksinstellingen zonder onderwijstaken zullen veelbelovende informatici wegzuigen. De invoering van informatica-onderwijs in verschillende studierichtingen kan volgens universitaire bestuurderen alleen vlot verlopen als de minister het financiële middelenkader verruimt zodat de beloning van universitaire informatici kan concurreren met de honorering van hun collega's werkzaam in het bedrijfsleven. Naast begrensde budgetten en tekorten aan informaticadocenten is er nog een remmende factor die vooral de ontwikkeling van het computeronderwijs parten speelt namelijk de beperkte beschikbaarTilburgs H o g e s c h o o l b l a d

held van programmatuur. Berekeningen wijzen uit, dat een één-uur durend programma 100 uren programmeertijd vergt. Verder speelt ook de kostenfactor een rol. Amerikaanse schattingen voor de ontwikkeling van software lopen uiteen van 3.000 tot wel 50.000 dollar per uur! Vooral leraren en leerlingen blijken producenten van programmatuur te zijn. Deze programmatuurontwikkeling door eindgebruikers of "vanuit de basis" leidt weliswaar tot een breed spectrum van programma's maar roept anderzijds ook vragen op over de kwaliteit van dat aanbod. Aan professionele evaluaties in het kader van een kwaliteitscontrole door de overheid zijn hoge kosten verbonden. Over de kwaliteitscontrole hoeft men zich minder zorgen te maken als de programmatuur door speciale centra wordt ontwikkeld. De laatste tijd werpen ook commerciële firma's zoals uitgeverijen, zich op de ontwikkeling van software.

Mollerinstituut

regionaal steunpunt

i-let Mollerinstituut in Tilburg krijgt volgend Jaar een regionaal steunpunt, dat het voortgezet onderwijs in de omgeving wegwijs kan maken in nieuwe informatietechnologieën zoals de homecomputer. De oprichting van het regionale steunpunt (in totaal krijgt Noord-Brabant vier steunpunten, twee in Eindhoven, een in de Breda en een in Tilburg) is een onderdeel van het Informatica-Stimuleringsplan van het ministerie van van 08-W, waarin staat dat in de komende vijfjaar scholen volledig bekend moeten raken met de mogelijkheden van de nieuwe informatietechnologieën. Bertus van Etten, werkzaam op de afdeling wiskunde van het IVIollerinstituut en coördinator van het op te richten steunpunt in Tilburg: "Je moet het steunpunt zien als een soort informatiecentrum, speciaal bedoeld voor mensen die onder-

informatica

wijs geven met betrekking tot de computer Zij kunnen bijons voor advies terecht over bepaalde toepassingen van de computer in het onderwijs". In het voorjaar moeten alle steuncentra in Nederland een plan bij de minister indienen over hoe zij te werk willen gaan, daarna worden de steunpunten pas officieel ingesteld. Van Etten: "Bij ons zal dat waarschijnlijk in september van het volgend jaar gebeuren, omdat we met een verhuizing voor de deur staan". De steunpunten, waarin regionale opleidingen voor onderwijsgevenden en schoolbegeleidingsdiensten samenwerken, krijgen ieder een halve formatieplaats en 20.000 gulden subsidie voor de aanschaf van computerprogramma's en voor het organiseren van voorlichtingsactiviteiten. M.V.B.

Dat ons land een grote achterstand heeft op software-gebied blijkt uit de ongunstige verhouding tussen im- en export van programmatuur. Jaarlijks voert ons land voor ongeveer 12 miljard aan software in, maar daar staat een uitvoer tegenover van slechts 300 miljoen. In het rapport "Programmatuur op een hoger plan" aóviseert een werkgroep van personen uit wetenschap, bedrijfsleven en overheid de software-Industrie krachtig te stimuleren. In een nader uitgewerkt Programmatuurplan wijst de werkgroep op het belang van een vlotte transfer op het gebied van onderzoek tussen bedrijfsleven en universiteiten. Om de oprichting te bevorfleren van nieuwe kleine software bedrijven moet de overheid juridische, administratieve en infrastructurele steun geven aan universitaire medewerkers die een hoogtechnologisch bedrijf willen oprichten. Het arbeidsvoorwaardenbeleid van universiteiten zou de mobiliteit van personen tussen bedrijfsleven en universiteiten dienen te bevorderen. Gedacht wordt aan het beschikbaar stellen van fondsen om functionarissen uit het bedrijfsleven - die kennelijk meer verdienen - tijdelijk bij universiteiten te detacheren. vervolg van pag. 18 21 decennber 1984


De bibliotheek loopt voorop

Nieuwe apparatuur vertoont nog onvolmaaktheden Tonnie van de W o u w : "We wisten heel lang dat het kwam maar wat er precies ging gebeuren wisten we niet. Er is op verschillende niveau's van de bibliotheek overleg geweest. We waren er redelijk bij betrokken maar het was heel vaag. We hadden het idee: Oh God, nu gaan we achter de terminal zitten. Dat vond ik een heel eng idee en daar heb ik ook vanaf het begin tegen gereageerd omdat ik dat niet wilde. Ik zag op dat moment de voordelen er niet van". "Dat ding werd er gezet en je begon er maar meteen mee. Het werd wel een beetje uitgelegd maar we moesten het toch grotendeels zelf uitzoeken", aldus Tonnie van de W o u w . "Ik heb geprobeerd om het toch maar leuk te vinden. Je moet er toch mee werken". Ool< Wil Ligtvoet, werl<zaam in de algemene bibliotheek van de hogeschool, is niet te spreken over de manier waarop automatisering is doorgevoerd. "Eerst is er over gebabbeld, daarna stapte men er in. Het project staat nog in de kinderschoenen, dus er volgen nog veel aanpassingen. Als de ene aanpassing nog niet verwerkt is en je begint al met een andere, dan krijg je onrust op de werkvloer. Die onrust voorkom je als je het wat beleidsmatiger, geplander, aanpakt".

"Ik vond het doodeng. Ik wist helemaal niet wat er te gebeuren stond. Ik dacht we zitten straks acht uur per dag achter zo'n kastje en gaan met koppijn naar huis". Aan het woord is Tonnie van de Wouw, bibliotheekassistente in de economenbibliotheek van de hogeschool. De bibliotheken lijken een voorhoederol te spelen op het gebied van automatisering. Zij hebben al enkele automatiseringsgolven achter de rug. In 1981 werd de catalogus geautomatiseerd. In februari 1983 begon de automatisering van het opslag-uitleensysteem, dat in april van dit jaar zijn definitieve vorm kreeg. Maar niet voor lang, want voor medio 1985 zijn aanpassingen van het systeem gepland. De automatisering van de acquisitie kreeg zijn beslag begin 1983. De uitleenbalie. Helemaal rechts (staande) Wil Ligtvoet

Hij vindt het personeel te weinig betrokken bij het proces van automatisering. "Als ze gaan automatiseren moeten ze eerst het personeel raadplegen. Programmeurs hebben van dat raadplegen geen kaas gegeten. Dat gaat ten koste van het individu. Automatisering wordt zo een dictatuur. Betrekje de mensen er wel bij, dan heb je geen centje pijn".

PICA: een bibliotheek met 7 miljoen boeken

tie in de regio. > Vindt er voldoende overleg plaats over automatisering in de bibliotheek?

In de voormalige kapel van de hogeschool ingeklemd tussen manshoge opslagrekken houden we ons gesprek. Dikke banden met jaarsverslagen van banken hebben brutaal bezit genomen van de sacrale ruimte van weleer. "Er wordt niet veel meer gebeden" zegt Wil Ligtvoet terwijl hij een jaar/erslag van de "Bank of Japan" opzijschuift. Ligtvoet: "De bibliotheek van de Hogeschool neemt deel aan het PICA-systeem (project voor geïntegreerde catalogus automatisering). Dat systeem brengt een samenwerking tot stand tussen bibliotheken. Doel is de automatisering van het catalogussysteem en de automatisering van bibliotheekprocedures zoals aankoop, opslag en uitlenen. Er ontstaat als het ware een grote landelijke catalogus met wel 7 miljoen titels die via werkstations te raadplegen is. Zo kan je veel sneller achterhalen in welke bibliotheek een boek aanwezig is. Het aanvraagverkeer per post komt zo te vervallen en dat levert een tijdwinst op van wel drie dagen. Tot slot kunnen de gegevens uit de database voor de titelbeschrijving worderi gebruikt. Doordat alle deelnemende bibliotheken op dat punt vaste regels in acht nemen., is er sprake van een grote mate van uniformiteit in de automatisering en dat is goed. De hobbels doen zich voornamelijk voor bij de automatisering van de processystemen zoals opslag, uit-

Ligtvoet: "Bij de bibliotheek is een speciale functionaris werkzaam die signalen van gebruikers, zowel medewerkers als cliënten moet opvangen. Die signalen moet hij doorgeleiden naar de systeemanalist/programmeur. Deze functionaris moet uitstekend op de hoogte zijn van het arbeidsgebeuren in de bieb. De programmatuur moet per slot van rekening up to date worden gehouden door het peilen van bevindingen van gebruikers, personeel en leners. In dat opzicht is er voldoende overleg geweest. Maar dat zegt weinig over de kwaliteit van het overleg: of de resultaten van het overleg zijn verwerkt, zowel intern als naar PICA toe.

Tilburgs Hogeschoolblad

leen en

aankoop".

Ligtvoet: "Kijk... elke deelnemende bibliotheek heeft zijn eigen specifieke procesbehoefteru Er zijn verschillen onder andere gelet op het aantal magazijnen, er zit variatie in het aantal uitleningen, terwijl ook de omvang en de functie van het apparatenpark niet overal hetzelfde is. Als bibliotheken samen willen werken dan moet toch op voorhand bekend zijn dat elke instelling met wensen ten aanzien van de programmatuur op de proppen komt. Ligtvoet: "Ik ben het me je eens, dat software niet "neutraal" is te houden maar op den duur een afspiegeling vormt van beleidsdoelstellingen. Het laat zich raden, dat elke deelnemende instelling haar eigen doelstellingen in de programmatuur weerspiegeld wil zien. Daarom is een grondige bezinning op het doel van een gemeenschappelijk automatiseringsproject vooral met het oog op de doelmatigheid van grote betekenis. Want als eenmaal het jawoord gegeven is aan de samenwerking dan is er meestal geen weg meer terug. Er zijn dan inmiddels al forse investeringen gedaan in apparatuur, de ontwikkeling en onderhoud van de programmatuur. Vergeet daarbij niet, dat het PICA-systeem een groeiproject is. Aanvankelijk deden alleen de universiteitsbibliotheken mee. Later schoven ook bibliotheken aan met een steunfunc-

Ik maak uit je antwoorden op, dat de Hogeschool zonder afgeronde bezinning toegetreden is tot PICA. Ligtvoet: "Mijn indruk is, dat men er in een aantal opzichten te lichtvaardig over heeft gedacht. Men heeft de problemen die samenhangen met de groei van PICA onderschat. Vooral kleine organisaties zoals de bibliotheek van de KHT die inschepen op een grootschalig automatiseringsproject moeten erop zijn bedacht, dat er door participanten uiteenlopende en zelfs botsende eisen worden gesteld aan de programmatuur. Verder zijn er een aantal toezeggingen door het PICAbureau nog niet nagekomen. Men heeft, om kort te gaan, teveel tegelijk willen au-

Tonnie van de W o u w : "De evaluatiecommissie komt vrij regelmatig bij elkaar. Daar kan je alles op tafel gooien, maar negen van de tien keer krijg je als antwoord: Dat kan niet anders, daar moet je mee leren leven". Wil Ligtvoet hekelt het logge karakter van het nieuwe systeem. Bijna alle openbare en wetenschappelijke bibliotheken in Nederland zijn met dit systeem verbonden. Beslissingen worden zo zeer moeilijk. Er ligt altijd wel een bibliotheek dwars. Geluiden van de werkplek dringen moeizaam door, bijvoorbeeld de aanpassingen op advies van het personeel worden als laatste doorgevoerd. Volgend jaar dus. De automatisering van de bibliotheken moet uiteindelijk lelden tot een snellere service voor de gebruikers. Maar vooriopig is daar nog geen sprake van. Naast het nieuwe systeem wordt nog steeds de oude procedure, het invullen van de oude bonnetjes, gehanteerd omdat de nieuwe apparaten nog onvolkomenheden aan de dag leggen en zodoende onbetrouwbaar zijn. Dubbel werk dus voor het baliepersoneel en onbegrijpelijke blikken aan de andere kant van de balie. Na de aanpassingen van volgend jaar moet het bonnensysteem vervangen worden door enkele aanslagen op de terminal. Minder werk voor het personeel en voor de leners van boeken. Het gezoek in kaartenbakken is voorbij. Door een druk op de knop verschijnt de gewenste informatie op het scherm. Tonnie van de W o u w : "Het gaat allemaal veel vlugger waardoor je meer mensen kunt helpen maar iedereen is ook weer vlugger weg. Een praatje maken is er niet meer bij. Ik vervolg op pag. 16 tomatiseren. Al met al heeft de automatisering behoorlijk wat tijd gekost en zal, als ik even vooruitblik ook in de toekomst nog heel wat tijd vergen. Toch vormen deze problemen geen verhaal apart. Ik heb het bange vermoeden dat bij instellingen van de overheid een grondige bezinning op de doelstelling van automatisering niet die prioriteit krijgt die ze verdient. Je hebt te maken met non-profit instellingen die op belastinggeld draaien: de centjes komen toch wel binnen. In het bedrijfsleven is men op de penning en gaat aan ieder automatiseringsproject een kosten-batenanalyse vooraf". Het bedrijfsleven is op de penning, maar de bibliotheek weet anders ook wel heel goed de portemonnee te vinden met rappels van vijf gulden. Ligtvoet: "Dat is wennen... kijk in 'de middeleeuwen legden de monnikken de boeken aan de ketting. Die ketting is vervangen door de computer die bijhoudt wat er is uitgeleend. Overigens is de maatregel om meteen al bij het eerste rappel een knaak in rekening te brengen teruggedraaid. Het eerste rappel is nu een berichtgeving en in dat geval fungeert de computer als een privé-secretaris. Als op het tweede rappel geen reactie komt dan is het betalen geblazen. Je moet ons daar niet boos op aankijken maar bij jezelf te raden gaan of je administratie wel klopt. In bijzondere gevallen zoals bijv. ziekte zijn we coulant". H.Z.

21 december 1984


Prof. Oonincx

over bestuurlijke

informatiekunde

'Techniek verschuift meer naar achtergrond iQ

"In het informaticastimuleringsplan dat begin dit jaar is uitgebracht fcomt de term bestuurlijke informatiekunde niet voor. Dat is jammer. Het plan heeft veel te weinig oog voor de toepassing van informatica. Een ander bezwaar is dat het plan volledig voorbij gaat aan zaken als controle, betrouwbaarheid en beveiliging. Met een toenemende kwetsbaarheid van informatiesystemen zullen we juist aan aspecten als risicobeheer, fysieke beveiliging en afscherming van de persoonlijke levenssfeer nog het nodige moeten doen". Aan het woord is prof drs. J.A.M. Oonincx, hoogleraar in de leer van de administratieve organisatie en coördinator van de experimentele studierichting bestuurlijke informatiekunde aan de KHT die in september het tweede jaar is ingegaan. Het informatica-onderwijs in ons land heeft nog een jonge geschiedenis. De eerste hogere informatica-opleidingen zijn net tien jaar oud. Daarvoor was men aangewezen op het niet-reguliere onderwijs, zoals de AMBI-opleiding (Automatisering en Mechanisering van de Bestuurlijke Informatieverwerking) die vanaf '63 in een behoefte aan informatiedeskundigen voorzag. Al in de jaren zestig werd druk gestudeerd op de mogelijkheid zelfstandige HBO- en WO-opleidingen in het leven te roepen, maar pas inhet collegejaar '80/'81 gingen de eerste universitaire opleidingen van start. Het HBO was het WO toen al ruimschoots voorgegaan: vanaf 7 3 / 7 4 kent men daar het Bedrijfs Informatica Ondenwijs (BIO), ondergebracht bij een aantal HEAO's, en het aan een enkele HTS verbonden Hoger Informatica Onderwijs (HIO). "Aan de universiteiten heeft men onvoldoende snel gereageerd", stelt prof. Oonincx vast. "Het is jarenlang erg moeilijk geweest veranderingen aan te brengen in gevestigde opleidingen. Vanuit het HBO heeft men sneller op de ontwikkelingen kunnen inspelen. In een buitenuniversitaire setting is het doorgaans ook eenvoudiger om tegemoet te komen aan de behoefte vanuit de praktijk". "In 1980 is het vak informatica opgenomen in het Academisch Instituut, maar daar is een periode van zeker vijftien jaar discussie aan vooraf gegaan", vertelt Oonincx. Anno 1984 is er bijna geen universitaire instelling meer te vinden die niet iets aan informatica doet, al heeft de minister van meet af aan aangedrongen op taakverdeling en samenwerking. Zo werkt Leiden met Delft samen, verzorgt Groningen de opleiding samen met Twente en is het de bedoeling dat Nijmegen, Eindhoven en Tilburg zich samen bezig houden met de bestuurlijke aspecten van de informatica. Bezwaar van Oonincx bij de huidige informatica-opleidingen is dat het vakgebied op een te technische manier wordt bestudeerd. De opleidingen zijn dan ook stuk voor stuk ondergebracht in de faculteit wiskunde en natuurwetenschappen. "In het algemeen heeft men te weinig gekeken naar toepassingen. Er zijn wel allerlei afstudeervarianten ontwikkeld: bestuurlijke, medische, juridische, zelfs theologische informatica en noem het allemaal maar op, het hoofdaccent ligt toch steeds op het technische informatica-gebeuren". Naast de HBO- en WO-opleidingen blijft het niet-reguliere onderwijs voorlopig Tilburgs Hogeschoolblad

een rol spelen, verwacht Oonincx. Zeker zolang de achterstand in het opleiden van de veelgevraagde informatica-experts nog niet is ingelopen, blijft voor het AMBI-onderwijs en soortgelijke opleidingen een belangrijke taak weggelegd. "In het verleden heeft de AMBI-opleiding een grote rol gespeeld. Het was zo ongeveer de enige mogelijkheid die je vroeger had om vakmensen op te leiden. Die situatie heeft ook wel nadelen gehad, omdat de opleiding niet altijd het juiste publiek binnenhaalde. Mensen die wel wat voor computers en automatisering voelden werden operateur en kwamen de AMBI-cursussen volgen. Dan werd men programmeur, systeemontwerper en tenslotte informatie-analist. Zo maakte men promotie en kwam men hogerop in organisatie of bedrijf. Daar zitten vast heel goede mensen tussen, maar ik denk toch dat je het onderwijs op dit vakgebied op een andere manier moet opzetten". "Het gaat erom relaties te kunnen leggen, je moet de toepassing van computers vanuit managementniveau kunnen bekijken. Programmeurs bekijken problemen teveel vanuit een efficiency-benadering, vinden het prachtig om bepaalde toepassingen op te lossen, daar een programma voor te schrijven en daar acht in plaats van tien statements voor te gebruiken. Op die manier moet je, denk ik, geen organisatieproblemen benaderen.

Dat is de fout die veel van die mensen gemaakt hebben bij het oplossen van problemen in de praktijk". Eén ding moet Oonincx nog van het hart als we over informatica-opleidingen spreken: we hebben in Nederland veel te veel tijd gestoken in het studeren op dat soort zaken en het schrijven van rapporten in plaats van het gewoon te dóen. "We discussieerden over de vraag wanneer we met computeronderwijs moesten beginnen, over de vraag óf je wel met dat onderwijs moest beginnen, er werd gesteggeld over de vraag waar die opleidingen moesten komen en op welk niveau we zouden moeten beginnen: aan de universiteit, in het HBO, in

Prof. J.A.M. Oonincx het Voortgezet Ondenwijs of op de kleuterschool". Als het aan Oonincx ligt beginnen we straks... op de l<leuterschool. "Ik denk dat de automatiseringsproblemen waar we nu mee zitten binnen 15, 20 jaar zijn opgelost. Op dit moment hebben veel mensen nog angst voor de computer helaas, net zoals mensen vroeger bang waren voor het gebruik van televisie of telefoon. Het is bekend dat mensen zich niet in de buurt van een TV-apparaat durfden uitkleden omdat ze het idee hadden: we worden bekeken. Die angst is volledig verdwenen. Zo zal het ook met computers gaan: over pakweg twintig jaar zijn die volledig geïntegreerd in ons leven. De aankomende generatie groeit er mee op, werkt er mee en accepteert de computer spelenderwijs". Voor het informaticastimuleringsplan de 'meersporige inhaalactie' op automatiseringsgebied van de ministeries van Economische Zaken en Onderwijs maakt Oonincx toch een uitzondering, al vindt hij het jammer dat er met geen woord gerept wordt over - toch zeker niet onbelangrijke - zaken als de betrouwbaarheid en beveiliging van informatiesystemen. In het kader van het pfen zijn er vanuit universiteiten en hogescholen, maar ook vanuit het bedrijfsleven vele projecten ingediend, vertelt hij. "Het

MM

plan zal zeker effect hebben. Er zijn inmiddels middelen toegekend, men begint nu met de uitvoering van de projecten, die voor een deel op onderwijs en onderzoek zijn gericht en voor een ander deel op de versterking van de marktsector".

VAN DALE Het begrip 'bestuurlijke informatiekunde' is nog niet terug te vinden in de jongste editie van de grote Van Dale, maar heeft inmiddels toch wel algemeen ingang gevonden, zegt Oonincx. De term is zo'n twee jaar geleden door prof. van Belkum, hoogleraar accountancy aan de KHT, bedacht. Opvallend is trouwens dat de ontwikkeling van'het vakgebied sterk vanuit de accountancy-hoek is gevoed. ki 1969 voorzag een oommissie onder leiding van accountant prof. Frielink een enorme behoefte aan beroepsmatig opgeleide informatiedeskundigen. Veertien jaar later - zo werkt dat nu eenmaal binnen ons universitaire bestel - ging de eerste en tot nu toe enige experimentele studierichting bestuurlijke informatiekunde in Tilburg van start. Coördinator van de opleiding is prof. Oonincx, van huis uit ook al accountant. Oonincx: "Bij andere instellingen vind je de afstudeerrichting bestuurlijke informatica, een toepassingsgerichte specialisatie op het gebied van de informatica. Daarnaast is men aan economische faculteiten bezig met bestuurlijke informatiekunde, maar dan in het kader van een opleiding bedrijfseconomie. In vergelijking met dat soort opleidingen is er één fundamenteel verschil: onze afgestudeerden krijgen de tftel bestuurlijke informatiekundige en een eigen diploma". "Inmiddels is ook Eindhoven gestart met een vrije studierichting op het vakgebied. Dat is een reactie die je altijd ziet als één instelling een experimentele studierichting krijgt. Zo is Rotterdam op dit moment ook bezig een vrije studiericRting op poten te zetten. Of dat met het oog op -die enorme behoefte aan informatiedeskundigen niet is toe te juichen? Dat weet ik niet. Ik denk dat we veel verder zouden komen in Nederland als we met z'n allen de schouders eronder zetten en meer samenwerken. Nu vangen we elkaar vliegen af". "In de bestuurlijke informatiekunde", doceert prof. Oonincx, "gaat het om het oplossen van beslissingsproblemen in organisaties. Om dat te kunnen doen heb je informatie nodig en om die informatie te kunnen leveren zul je een beroep moeten doen op informatiesystemen. Wij houden ons bezig met het opzetten, ontwikkelen, invoeren van en het werken met informatiesystemen in organisaties. Zo kom je tot een heel veld van onderwerpen die tot de bestuurlijke informatiekunde gerekend kunnen worden. Je begint met het vaststellen van de informatiebehoefte die bij gebruikers en beslissers in organisaties aanwezig is. Daarna kun je pas gaan nadenken over de vormgeving van informatiesystemen, dan kun je een keus maken uit de meer dan veertig systeemontwikkelingsmethoden die er alleen in Nederland al zijn. Verder is het aspect van de kwaliteitsbeheersing van groot belang: hoe krijgen we hoogwaardige en betrouwbare informatie uit onze systemen?" vervolg op pag. 15 21 december 1984

1


"Wetenschappers uit alle disciplines hebb n het nut van automatisering nu ontdekt" {gr

Om met dat laatste te beginnen, hoeveel gaat de vervanging van de oude ICL door die nieuwe Digital-Va x configuratie kosten? Gerlach: " D e hogeschool heeft Deetman 5 miljoen gevraagd maar we houden er In deze tijd van bezuinigingen rekening mee, dat er op dat bedrag zal worden beknibbeld. Onlangs heeft de minister laten weten zich nog niet volledig achter het ingediende voorstel te kunnen scharen en om een nadere onderbouwing gevraagd. De tactiek om het bedrag dat met de aanschaf is gemoeid in de tijd te spreiden om op die manier de druk op zijn begroting te verlichten kan hier meespelen". Wat krijgt de hogeschool voor dat bedrag van 5 miljoen in huis? Gerlach: "Twee krachtige centrale VAXcomputers en een minder krachtige VAX voor het psychologisch laboratorium. Daarnaast zullen er uitgaven zijn voor randapparatuur, voor datatransmissie èn voor.de opleiding van bedieningspersoneel alsmede instructie aan gebruikers. Buiten de hoofdsom van 5 miljoen vallen ook de kosten voor conversie, zeg maar het dubbel draaien. De hogeschool zal in het tijdsbestek dat de V A X wordt geïnstalleerd een beroep moeten doen op de ICL. Tot slot houden we rekening met extra kosten die verband houden met bouwkundige en technische aanpassingen want computers stellen bepaalde eisen aan temperatuur en luchtvochtigheid". Waarom valt de keuze op een VAX computer? Is dat merk zo bijzonder? . Gerlach: " D a t type apparatuur van computerfabrikant Digital staat ook opgesteld in Rotterdam bij de Erasmusuniversiteit en in Maastricht bij de Rijksuniversiteit Limburg. Het is de bedoeling om ^die computers via telefoon- en datalijnen aan elkaar te koppelen zodat besparingen optreden bij de aanschaf van apparatuur en programmatuur. Doordat de computers in een clusternetwerk van die drie instellingen aan elkaar gekoppeld zijn kan een tijdelijke overcapaciteit bijvoorbeeld bij de computer in Rotterdam door de KHT benut worden. Een doelmatiger computergebruik als het ware".

Waarom moet de KHT met anderen in zee? Is het niet logischer om eerst binnen de hogeschool een koppeling tussen computers tot stand te brengen? Gerlach: " D a t gebeurt ook! Maar in verband met beperkte financiën is het toch voor de handliggend om mee te doen aan zo'n clusternetwerk gezien de doelmatigheidsvoordelen. Het draaiboek: we halen eerst de hoofdcomputer in huis met daaraan gekoppeld de personal computers. De gebruikers zullen dan al kunnen beschikken over toestellen die in een intern netwerk aan elkaar zijn gekoppeld. Bovendien kan elk werkstation weer communiceren met de centrale computer. De volgende stap is het tot stand brengen van het clusternetwerk waarin de centrale computers in Tilburg, Rotterdam en Maastricht ook weer met elkaar kunnen communiceren. Dat hele systeem staat weer in verbinding met computersysteem in de Verenigde Staten, de Bondsrepubliek enz. Aan het eind van de rit zijn er dus twee netwerken namelijk een intern voor de communicatie hier in huis, het zogenaamde local area network en het clusternetwerk. Overigens kan dit externe netwerk tussen Tilburg, Rotterdam en Maastricht nog niet alle gebruikers bedienen. Zeer omvangrijk rekenwerk zal moeten plaatsvinden bij de twee supercomputers die in ons land staan opgesteld bij Shell en bij SARA, de Stichting Academische Rekercentrum Amsterdam". Zo nieuw zijn die clustersystemen toch niet. Grote ondernemingen zoals Philips en Unilever hebben al van die netwerken. Gerlach: "Dat klopt en met het noemen van de namen van die bedrijven geef je eigenlijk al aan, dat die clusternetwerken kostbaar èn geavanceerd zijn. Aan dat laatste is het nadeel verbonden, dat er nog kinderziekten overwonnen moeten worden. Om die reden zou het niet verstandig zijn geweest als universiteiten met het aanschaffen van deze externe netwerken voorop hadden gelopen. De kosten van die kinderziekten hadden dan op de universitaire begrotingen gedrukt".

Afgezien van mogelijk optredende kinderziekten, welke voordelen levert samenwerking in zo'n clusternetwerk op? Gerlach: "Behalve dat samenwerking leidt tot uitbreiding èn verrijking van het aanbod van programmatuur komt ook het supportlevel op een hoger niveau te liggen. Het supportlevel geeft aan in welke mate software-programma's bijv. voor onderzoekers gebruiksklaar zijn onder meer gelet op documentatie. Een ander belangrijk punt is het up to date zijn van de applicatie-software: zijn de meest recente aanpassingen in het software pakket ook daadwerkelijk aangebracht. Laten we eens aannemen, dat een software pakket in Maastricht sporadisch wordt gebruikt. Uit kostenoverwegingen is het dan niet verdedigbaar om daar een hoog supportlevel in stand te houden. Toch hoeft die gebruiker in Maastricht niet te knutselen om die applicatiesoftware aan te passen. Want als dat zelfde programmatuurpakket in Tilburg frequent wordt gebruikt dan kan die Maastrichtse gebruiker terugvallen op ondersteuning vanuit de K H T " .

PRIJZEN Treden er ook kostenvoordelen op? Gerlach: " H e t niet dubbel hoeven aanschaffen van software levert meteen al een flinke besparing op. Vergis je niet in de prijzen van sofware-pakketten. Die

zijn we er nog niet want onderhoud en huur gaan ook geld kosten. Voor de centrale verwerkingseenheid rekenen we op een bedrag van al gauw 0,75 miljoen. De snelle printer? Honderdduizend gulden, mijnheer! Prijzen voor software in deze context variëren van f 1.000,— tot f 6 0 . 0 0 0 , - per pakket.

We houden ons gesprek op é tiende verdieping van gebouw B. Het nevelige herfstweer oni erst het uitzicht met een grijzige schimmigheid. Het korten tdwingt de blik naar beneden waar, op het grasperk, met An geduldige IJver de tuinman En de personal computers? herfstbladeren rijft. In de kan staat een royale grenenhouten Gerlach: "Er is sprake van een veelvoud conferentletafel: de tafel is lei Verslagen van vergaderingen, van prijzen. Je betaalt 1000 piek voor een rapporten en tijdschriften staai wrdend in een stalen boeken- huiscomputer. Voor een professionele computer met daarbij enkele standaardrek. We drinken koffie. 'De k^ >scfiool heeft er al zo'n 22 Jaar programma's tel je een bedrag neer dat automatiseren opzitten', zegti >. Paul Gerlach, voorzitter van ligt tussen de 40 è 50 duizend. Overigens de commissie Planning en Bei ting, tevens secretaris van het dalen de prijzen nog steeds". Samenwerkingsorgaan TH En men - KH Tilburg. "We hebTRAJECTEN ^mmm^m^Ê^ ben hier achtereenvolgens h H en 3 ICL computers In huis We hebben het tot nog toe gehad over het wetenschappelijke rekenen. Hoe gehad en nu Is de hogeschoi oe aan haar vijfde computerstaat het met de administratieve automaconfiguratie, ditmaal van hi nerk Digital- Vax". De sterke tisering? groei van het aantal werkstal is van 100 nu tot ruim 340 In Gerlach: "Omdat, simpel gezegd, de au1988 zal voor gebruikers de i sst opvallende blikvanger zijn tomatisering van onderwijs en onderzoek van de veranderingen die voor. s deur staan. "Over vijfjaar Is op een ander spoor staat dan de administratieve automatisering is vooralsnog de computer een stuk gereed ^ap net zoals het zakrekenma- gekozen voor "gescheiden trajecten". chlentje nu. Je kunt Je voorst n, dat deze Ingrijpende veranGelet op de specifieke wensen, behoeften en noden van gebruikers ligt zo'n afderingen en het tempo waari e plaatsvinden talrijke vragen bakening op dit moment in de rede maar oproept. Wat zijn de gevoigi 'oor studenten, het personeel hoelang nog? De ontwikkelingen in de en de organisatie? Hoe bef)&\ )aar zullen de ontwikkelingen informatietechnologie voltrekken zich razendsnel. Nu al houden we er rekening zijn en hoe staat het mët ? betaalbaarheid ervan?" mee dat de scheidingslijnen tussen het

•*•

— _

"Het allernieuwste van de automat/senngsnét komt eerder in het bedrijfsleven dan bij de producenten van kennis en mnologie in de universiteiten"" kunnen uiteenlopen van enkele duizenden tot honderdduizenden guldens! De ervaring wijst verder uit, dat fabrikanten hun grotere cliënten behulpzaam zijn bij het ontwikkelen van specifieke toepassingsprogrammatuur. Deze toeschietelijkheid geldt ook voor het verlenen van opleidingsfaciliteiten. Ook kortingen op bestellingen van een bepaalde omvang leveren kostenvoordelen op. Dat de fabrikant behulpzaam wil zijn bij de aanmaak van specifieke applicatie-software is aantrekkelijk vergeleken met de situatie die je aantreft op de markt voor personal computers. Op die markt is sprake van een ruim aanbod van apparatuur waar het aanbod van programmatuur bij achterloopt. Software houses ontdekten alras dat gat in de markt. Probleem is echter, dat die software houses gezamenlijk geen stabiele bedrijfstak vormen: het is in die branche een komen en gaan zodat twijfels rijzen met betrekking tot de continuïteit van het aanbod. Dat kan afbreuk doen aan de bedrijfszekerheid van de automatisering van organisaties die met die software ondernemingen in zee gaan. Organisaties zoals de hogeschool kunnen zich dat niet veroorloven in verband met de nauwluisterende continuïteit van onderzoek en laboratoriumexperimenten". Welke bedragen'zijn er met zo'n omvangrijk automatiseringsproject gemoeid? Je noemde daarstraks een bedrag van 5 miljoen. Kun je wat nauwkeuriger kostenindicaties geven? Gerlach staat op, haalt een sleutelbos uit zijn zak en opent zijn buraula. In een plastic mapje heeft-ie becijferingen opgeborgen. Gerlach: " H e t nieuwe apparaat komt op 3,25 miljoen. Daar komt dan nog ruim f 300.000,— bij voor software. Daarmee

In het Rekencentrum van de hogeschool

doorH ï Zomer

Drs. Paul Gerlach

interview Paul Gerlach

wetenschappelijk rekenen en de administratieve automatisering allengs zullen vervagen doordat er programmatuur op de markt komt die "universeel" bruikbaar is. Punt van discussie is wel, of we nu al naar één aanpak in de automatisering moeten toewerken of voor enige tijd moeten vasthouden aan de optie voor de gescheiden trajecten. Uniformiteit op alle toepassingsgebieden heeft het voordeel van een grotere mobiliteit onder het personeel. De gebruikerscategorieën die we nu nog kennen: aparte gebruikerskringen voor onderwijs en onderzoek enerzijds en voor beheer en bestuur anderzijds zal dan verdwijnen. Deze ontwikkeling houdt - om een concreet voorbeeld te noemen - ook in dat je bijvoorbeeld op faculteitsbureaus geen aparte terminal meer nodig hebt voor studentenadministraties en budgetbeheer en een aparte terminal voor berekeningen, voortgangs- en resultaatcontroles op het gebied van onderwijs en onderzoek. In het geïntegreerde concept kun je met één werkstation uit de voeten". Welke optie is economisch het aantrekkelijkst?

maar! Een factor die zwaar meeweegt is de bedrijfszekerheid gelet op de benodigde informatie. Het eensporenbeleid is, om kort te gaan, niet van de ene op de andere dag te verwerkelijken. De monorail kwam er toch ook pas nadat de treinen ruim een eeuw op duo-rail hadden gereden". Wat zullen studenten, secretaresses en medewerkers merken van de op handen zijnde veranderingen? Gerlach: " O m te beginnen zal het aantal werkstations verdubbelen. Tot voor kort ging men ervan uit, dat hoofdzakelijk economen, econometristen en sociaalwetenschappelijk onderzoekers van computers gebruik zouden maken. Snel hebben wetenschappers uit andere disciplines het nut van automatisering ontdekt, denk aan de linguïstisch informatici. Zelfs juristen zullen binnenkort vanuit een scherp gedefinieerde vraagstelling vonnissen en arresten kunnen opdiepen uit een gegevensbestand. In de tweede plaats zullen de te installeren werkstations zijn toegerust met faciliteiten voor tekstverwerking die weer in verbinding staan met tekstverwerkende systemen bij secretaresses. Daardoor kan er een taakverdeling tot stand komen waarbij onderzoekers hun teksten en berekeningen intikken terwijl de secretaresse die beschikt over programmatuur met layoutinstructies zich toelegt op de afwerking. Op de lange termijn zullen er ook optische inleesmogelijkheden voor omvangrijke teksten op de markt komen, de zogenaamde optical chararter reading. Verder zijn er computers in ontwikkeling die gesproken tekst kunnen reproduceren, het speechprocessing. Bij het voorbereiden van investeringsbeslissingen in de automatisering moeten we uitgaan van een intensiever gebruik van computers bijvoorbeeld doordat op grote schaal gebruik zal worden gemaakt van dataretrieval: het vaak op zeer grote afstanden raadplegen van data- en bibliotheekbestanden". Voorzie je ook veranderingen in het werk van functionarissen die onderzoekers bij hun automatiseringsvraagstukken ondersteunen?

Gerlach: "Die "gescheiden trajecten" zullen op de lange termijn duurder zijn. Het is met het oog op de doelmatigheid en de inzetbaarheid van zowel personeel als apparatuur profijtelijker om met dezelfde mensen èn apparatuur verschillende toepassingen te realiseren. Maar dat maakt een kosten-batenanalyse voor de korte termijn niet overbodig. We hebben in dit huis nu eenmaal te maken met een historisch gegroeid systeem van informatievoorziening. We beschikken over apparatuur en programmatuur die in het (recente) verleden is aangekocht. Je kunt niet simpelweg zeggen, zet de boel maar in de schuur, vooruit reorganiseren Computerlijsten van de KHT

Gerlach: "Functionarissen zoals Drs. Peter Flohr, die als intermediair optreden tussen onderzoeker en computer zulFen een spilpositie gaan innemen. Zo'n coördinator kan op systematische wijze wensen, mogelijkheden en noden met betrekking tot het automatiseringsgebeuren in kaart brengen. Uit die inventarisaties kan blijken of een wens persoonlijk of algemeen is, of een probleem een kleinschalige dan wel grootschalige aanpak behoeft. Vanuit dat hogere aggregatieniveau kan zo'n coördinator beoordelen hoe dringend bepaalde wensen zijn en of het in de rede ligt om opleidingsvoorzieningen voor gebruikers te creëren. Dat alles maakt ook de communicatie met het Rekencentrum en de Dienst Automatisering een stuk makkelijker. Wel houd ik er rekening mee, dat gebruikers meer wensen hebben dan technisch of financieel haalbaar i s " . Wil je daarmee zeggen, dat geld de bottleneck is? Gerlach: "Als we vanuit de financiële invalshoek het automatiseringsgebeuren bezien dan is er in het W . O . inderdaad sprake van een bottleneck. Laat ik enkele voorbeelden geven. Universiteiten hebben een achterstand op het terrein van kantoorautomatisering. Electronische post, telefoon-tekstintegratie en electronische agenda zijn vooral bij de grote ondernemingen al ingeburgerd. Wel zijn universiteiten en hogescholen in staat om de ontwikkelingen op het gebied van automatisering te volgen als het gaat om onderwijs en onderzoek. In verband hiermee doet zich een mobiliteitsvraagstuk voor. Uitstekend gekwalificeerde onderzoekers die in industriële laboratoria werken zien vaak af van een baan in het wetenschappelijk onderwijs omdat de apparatuur en programmatuur waarover het bedrijfsleven beschikt een stuk geavanceerder is. Universiteiten zouden moeten kunnen beschikken over het allernieuwste wat de automatiseringsmarkt te bieden heeft. Als producenten van kennis en technologie zouden universiteiten vooruit moeten lopen op ontwikkelingen die in het informatietijdperk onafwendbaar zijn". vervolg op pag. 14

M


vervolg van pag. 13

"Samenwerking betekent: water in de wijn doen Houd je als voorzitter van de commissie planning en begroting nu geen preelc voor eigen parochie? Gerlach: " D a t zie ik anders... de ontwik­ kelingen In de informatica voltrekken zich zo snel, dat we de geschiedenis van dat dynamische vak­veeleer in dagen en weken dan in maanden of jaren moeten beschrijven. Als je studenten vertrouwd wil maken met die veranderingssnelhe­ den dan moet je experimenteel over de nieuwste mogelijkheden kunnen be­ schikken. Bij hun afstuderen zijn deze academici dan behoorlijk op de hoogte van mogelijkheden èn risico's die aan het gebruik van nieuwe apparatuur en pro­ grammatuur zijn verbonden. Het is die know how die in hun loopbaan goed van pas komt en daar plukt het bedrijfsleven ook de vruchten van. Een pleidooi voor meer geld voor universitaire automatise­ ring is op zijn plaats. De overheid is zelf, na gealarmeerd te zijn tot de slot geko­ men, stimulering van de informatica noodzakelijk is. In het kader van het I n­ formatica Stimuleringsplan zal het kabi­ net van 1984 tot 1988 tenminste 635 mil­ joen beschikbaar stellen. Van dat bedrag is ongeveer 220 miljoen bestemd voor onderwijs, 165 miljoen gaat naar onder­ zoek en een kwart miljard wordt uitge­ trokken voor versterking van de markt­ sector". Speelt de Hogeschool in op dat I nforma­ tica Stimulerings Plan? Gerlach: " D e hogeschool heeft bij de mi­ nister al zo'n 50 projecten ingediend die ruwweg geschat zo'n 100 arbeidsplaat­ sen omvatten. Het gaat om zogenaamde herbezettingsgelden die vrijkomen uit de TVC­operatie. Op dit moment is er nog

te weinig geld beschikbaar maar dat zal In de nabije toekomst wellicht verande­ ren". Automatiseringsprojecten verlopen moeizaam, niet alleen door het competi­ tiesfeertje: elk opperhoofd zijn eigen wigwam, maar ook doordat kosten­ba­ tenanalyses niet goed uit de verf komen. Gerlach: " D a t willen hebben van een ei­ gen wigwam, vind je terug in de beslis­ sing om vooralsnog "gescheiden trajec­ t e n " aan te houden voor de automatise­ ring voor onderwijs en onderzoek ener­ zijds en de administratieve automatise­ ring anderzijds. Dat automatiseringspro­ jecten bij de overheid minder vlot verlo­ pen heeft niet alleen te maken met inter­ ne overlegprocedures maar hangt ook samen met de noodzaak om met beperk­ te middelen beslissingen te nemen waar je als organisatie toch geruime tijd mee uit de voeten kunt. In het bedrijfsleven daarentegen zijn de beslissingen korter, sneller, directer, economische calcula­ ties geven de doorslag. Managers nemen eerder een verlies (In de wetenschap dat de investering op de wat langere termijn zijn rendement opbrengt), boeken het af en stellen vervolgens nieuwe fondsen beschikbaar. Ik bestrijd, dat de langere duur van voorbereidingen van beslissin­ gen met betrekking tot het automatise­ ringsgebeuren tot minder resultaten leidt dan In het bedrijfsleven. Het feit, dat niet alleen meer personen, maar gelet op de universitaire organisatie ook meer hoog­ opgeleide personen hun mening kunnen geven, is gunstig voor de kwaliteit van de besluitvorming. Een ander voordeel is de soepeler acceptatie van veranderin­ gen die automatisering met zich mee­ brengt".

SAMENWERKING Uit het relaas van bibliotheekmedewer­ kers blijkt, dat er hobbels zitten in de sa­ menwerking op het gebied van automati­ sering tussen bibliotheken. Verwacht je, dat de komst van die nieuwe centrale computer op dat punt nog gevolgen heeft? Gerlach: " D e appllcatie­software die In het PICA­project wordt gebruikt is der­ mate gespecialiseerd, dat de VAX­com­ puter daar weinig effect op zal hebben. PICA is een eigenstandig landelijk net­ werk. Overigens is de apparatuur die voor PICA draait afkomstig van Digital net als de VAX. Mochten zich problemen voordoen tussen PICA en de VAX­confi­ guratje dan zijn die gemakkelijker op te lossen. Meer in het algemeen geldt, dat in een samenwerkingsverband op het terrein van automatisering een afweging tussen de voordelen voor alle partners en de nadelen voor elke partner afzonder­ lijk, noodzakelijk is. Samenwerking bete­ kent in de praktijk: water in de wijn doen, vooral omdat de toepassingsmogelijkhe­ den vaak groter zijn dan Bruin kan trek­ ken. Eindbeslissingen berusten heel vaak op een compromis. Een deelnemende or­ ganisatie kan onmogelijk een wens op ta­ fel leggen waarvan de inwilliging andere partners geen voordelen oplevert maar waarvoor ze wel moeten dokken. Die knelpunten doen zich met name voor als een universiteit, gelet op de samenstel­ ling van disciplines speciale eisen stelt aan de software die voor andere Instellin­ gen niet van belang zijn". ftuirfi 2 jaar geleden hadden we een gesprek over het streven om de reken­ centra van de KHTen de Technische Ho­

Peter Flohr: intermediajr tussen onderzoeker en computer Met de opmars van computers op de Ho­ geschool worden geleidelijk aan ook meer formatieplaatsen bezet door men­ sen die het proces van automatisering in verschillende fasen van het onderzoek ondersteunen en begeleiden. Drs. Peter Flohr die sinds 1977 werkzaam is als on­ derzoeksorganisator van de subfaculteit psychologie antwoordt op mijn vraag welke werkzaamheden hij verricht: "On­ dersteuning van het onderzoek bij de op­ zet, organisatie, uitvoering en afronding. Tegenwoordig speelt de computer in bij­ na alle fasen van het onderzoek een be­ langrijke rol. Het zwaartepunt van mijn werk ligt op de ondersteuning van het veldgericht onderzoek waarbij je kunt denken aan vragenlijst­ en testonder­ zoek. Als bijvoorbeeld een onderzoeker met behulp van een vragenlijst gegevens wil verzamelen dan verstrek ik advies over de constructie van de vragenlijst, gelet op de vormgeving, formulering en plaatsing van de vragen. Daarnaast advi­ seer ik over het gebruik van coderingen, het coderen zelf, de selectie van pro­ grammatuur en de machine die, gelet op de gemaakte keuze, daar het beste bij past". ■ Welke achtergrond heb je voor deze functie? Flohr: "I n 68 ben ik als leerling­program­ meur begonnen bij de Heidemij in Arn­

Tilburgs Hogeschoolblad

hem. Vervolgens heb ik me bij verschil­ lende bedrijven bekwaamd tot program­ meur en later als systeemanalist. Nadat ik dat werk ongeveer 6 jaar had gedaan ben ik sociologie gaan studeren in Rot­ terdam en studeerde af met als speciali­ satie onderwijssociologie en methoden Et technieken van onderzoek. Op een ge­ geven moment stond er een advertentie van de Hogeschool in de krant waarin sollicitanten werden opgeroepen met zo­ wel kennis van automatisering als van de sociale wetenschappen. Dat was gezien mijn belangstelling een ideale combinatie en dat vond de selectiecommissie kenne­ lijk ook want ik werd in dienst geno­ men".

gegevens voor het gebruik in het SPSS­ pakket. I n zo'n pakket zitten wel tiental­ len modellen en elke methode of proce­

Kun je een voorbeeld geven van de pro­ blemen waarmee onderzoekers jou bena­ deren? Flohr: "Een concreet probleem luidt: op welke wijze kun je een grote hoeveelheid variabelen terugbrengen tot een te be­ happen aantal met liefst daarbij ook nog de relaties tussen die variabelen. Voor het oplossen van dit genre problemen zijn er verschillende analysemethoden en statistische werkwijzen. De meesten zijn opgeslagen in een standaardprogramma waarvan het SPSS, het statistical packa­ ge for the sociale sciences, wel het be­ kendste is. I k help onderzoekers met het gereedmaken van door hen verzamelde

MM

geschool Eindhoven te integreren. Jij was destijds secretaris van de Vaste Commissie Rekenbeleid die dat integra­ tiesysteem vastere vorm moest geven. Wat is er van het VCR­project uiteindelijk terecht gekomen? Gerlach: " H e t VCR­project is rond de jaarwisseling 82­83 stopgezet. Het bleek niet mogelijk om bestuurlijke overeen­ stemming te bereiken over aan te schaf­ fen centrale computers. Verder bleken er aan de organisatorische en bestuur­ lijk­juridische opzet te veel haken en ogen te zitten. Het gevolg is geweest, dat beide hogescholen ieder huns weegs gingen. De TH kocht een Burroughs en voor de KHT ligt de VAX­lijn in het ver­ schiet". Wat heeft men van dit afspringen van de samenwerking geleerd? Gerlach: "Dat het kiezen van een te am­ bitieus einddoel de verwerkelijking ervan in de weg staat. Verder is gebleken, dat elke instelling vasthield aan een grote mate van zelfstandigheid en beslissings­ bevoegdheid. Partners die tot samen­ werking besluiten moeten gelet op facto­ ren zoals beleidsintenties, omvang van de organisatie èn de samenstelling van het gebruikersbestand in redelijke mate bij elkaar passen". HENK ZOMER

dure kent weer een x­aantal parameters die ingevuld moeten worden. Je kunt me beschouwen als een Intermediair tussen onderzoeker en computer. I n zo'n func­ tie moet je zowel kunnen praten met door de wol geverfde informatica­specia­ listen als met onderzoekers. Doordat de apparatuur en de programmatuur ge­ bruiksvriendelijker wordt èn doordat in de opleiding van onderzoekers het ge­ bruik van computers steeds meer aan­ dacht krijgt, verwacht ik, dat dat com­ municatieproces in de toekomst soepeler zal gaan verlopen. Toch zijn daarmee niet alle problemen uit de wereld. Het blijft een hele toer om de steeds sneller gaande ontwikkelingen in automatise­ ringsland op de voet te volgen en het zelfde geldt voor de toepassing van auto­ matisering in het onderzoek. I k stoor me er nogal eens aan, dat je voor de zelfde toepassing wel x verschillende program­ ma's kunt gebruiken op y verschillende machines. Het is vervelend èn onnodig om met uiteenlopende apparatuur en software geconfronteerd te worden. De­ ze situatie doet zich ook voor op de Ho­ geschool en daarom hoop ik, dat de Ho­ geschool voor één merk computer kiest namelijk de DEC/VAX van Digital ter verwanging van de oude I CL^ Die keuze zal ook de toegang tot het gebruik van programmatuur van universiteiten die ook dat type computer hebben vereen­ voudigen". H.Z.

Peter Flohr

21 december 1984


Werkwaardig

"Secretaresse: achterstand in de automatisering Ine Opdam: "De start van de kantoorinnovatie op de hogeschool vond il< nogal overrompelend. Eerst verscheen er een lijvige nota met het verzoek om hem door te lezen. Toen kwam het bericht dat er tekstverwerkers zouden komen en vervolgens kon je deelnemen aan een cursus om met zo'n apparaat te leren werken. De stap van een handschrijfmachine naar een electrische was groot, maar de stap naar de tekstverwerker was dat helemaal. Uiteindelijk gingen 2 secretaresses.op cursus". Ina Opdam vindt, dat men op beleidsniveau verzuimd heeft om secretaressen in een vroegtijdig stadium bij de invoering van tekstverwerkende apparatuur te betrekken. Door overleg had men op voorhand heel wat koudwatervrees kunnen wegnemen. "Er zijn inmiddels (inter)facultaire overleggroepen gevormd die zich speciaal bezig houden met automatiseringsvraagstukken zoals de aanschaf van apparatuur. Maar secretaressen die de apparatuur moeten bedienen zijn in die groepen nauwelijks of helemaal niet vertegenwoordigd. Het is een club van mannen die over de aanschaf beslist. Secretaressen hebben op het gebied van automatisering vaak een achterstand. Door hen intensiever bij het overleg te betrekken zouden zij meer kansen krijgen om die achterstand in te halen. Secretaressen moeten ook de mogelijkheid krijgen om vakbeurzen te bezoeken en „het scholingsbeleid, tenslotte, zou actief moeten inspelen op leerbehoeften. Gelukkig wordt daar in onze faculteit aan gewerkt". Ina Opdam vertelt dat ze ongeveer 2 jaar geleden de cursus Kantoorinnovatie van Teleac volgde. De contactdag die na afloop van de cursus plaatsvond werd voornamelijk door mannen bezocht: "Vrouwen waren in de minderheid en de vrouwen waarmee ik heb gesproken wa-

vervolg van pag. 11

Oonincx "In het verleden hebben de verkeerde mensen de informatiesystemen gebouwd", meent Oonincx. "Dat waren meestal technici en informatici, die vanuit een efficiency-benadering te werk gingen. Op zich is zo'n benadering wel te verdedigen. Maar ze bouwden de systemen los van het toepassingenveld, los van de gebruikers. Daardoor kreeg je informatiesystemen die door de gebruikers niet meer begrepen werden, waar zelfs niet mee gewerkt werd! Nou, dat moet anders. Eerst moeten de bestuurlijke informatiedeskundigen er aan te pas komen om in samenwerking met de mensen, die de informatiesystemen gebruiken, die systemen te bouwen. De techniek verschuift in dat plaatje meer naar de achtergrond. Niet de computer, maar de mens bepaalt wat moet gebeuren". De nog jonge studierichting heeft met verschillende aanloopproblemen te maken. Vooral op het vlak van de samenwerking met de diensten van de hogeschool en andere faculteiten valt er nog heel wat te verbeteren. Het incident met de 'vergeten' rechtenstudenten die ten-

Tilburgs Hogeschoolblad

Mevrouw Ina Opdam is 2 jaar secretaresse op het bureau van de Sub-faculteit der Sociaal-Culturele Wetenschappen. Daarvoor werkte ze als vakgroepsecretaresse in de sub-faculteit. Ze volgde de cursus Kantoorinnovatie van Teleac en een cursus om tekstverw/erkers te bedienen. ren veelal afkomstig uit het onderwijs". f^eb je profijt gehad van deze cursus in je

tamen moesten doen voor het vak bestuurlijke informatiekunde (zie THB van 14-12) staat zeker niet op zichzelf, 'n Ander typerend voorbeeld is dat de studierichting nog steeds niet vermeld wordt op de aanmeldingsformulieren van 'Groningen', de herhaaldelijke inspanningen van Oonincx c.s. ten spijt. Ook schort er nog wel wat aan de externe voorlichting en aan de werving van studenten in het algemeen, vindt Oonincx, terwijl de groei van het aantal studenten juist voor een experimentele studierichting van levensbelang is. Toch zijn er ook dit jaar weer zo'n vijftig studenten begonnen aan een behoorlijk pittige studie met een flink aantal vakken uit de hoek van wiskunde en informatica. Volgens Oonincx is het merendeel van de studenten goed gemotiveerd. "Ze zijn bij mijn weten erg enthousiast, ze willen vooruit. Docenten en studenten hebben bovendien regelmatig overleg over allerlei wensen en ideeën. Dat gaat prima". Zelfs buiten hun colleges om steken verschillende studenten nog de nodige vrije tijd in de micro's. "Nee, daar ben ik heel positief over", zegt Oonincx resoluut. "Ik zie 't echt helemaal zitten met die studenten". L.K.

/na Opdam: "Ik heb vooral oog gekregen voor de ergonomische aspecten van het gebruik van tekstverwerkers. Als je zo'n vier uur onafgebroken achter de tekstverwerker had gezeten, voelde je vermoeidheid in je nek, je ogen begonnen te protesteren tegen het getuur op het beeldscherm. Aanvankelijk zette ik me daar overheen en dacht stiekem: 'je wordt een dagje ouder, Ina", maar contacten met collega's maakten snel duidelijk dat deze klachten te maken hadden met het werk en niet pe/-sooA?sgebonden waren. Je moet niet te lang achter zo'n beeldscherm zitten, afwisseling is noodzakelijk. Daarom is het zo gek nog niet, dat in de sub-faculteit het werken aan tekstverwerkers in deeltijd plaatsvindt". Heeft de Hogeschool ook profijt gehad van het geld dat ze voor de opleiding beschikbaar stelde? Ina Opdam: "Daarvan ben ik overtuigd. De kennis die ik met de cursus tekstverwerking heb opgestoken, heb ik aan zeker 5 andere secretaressen door kunnen geven. Ook de cursus Kantoorinnovatie, die slechts voor de helft werd vergoed (omdat het volgen van de cursus niet relevant was voor mijn functie) was zeer nuttig. Dankzij die kennis kun je in bepaalde gevallen suggesties doen die tot een hogere doelmatigheid leiden. Ik denk, dat een kosten-batenanalyse wel eens interessante feiten aan het licht zou kunnen brengen. Kijk... het staat buiten kijf, dat tekstverwerkers snelle correctie van fouten mogelijk maken. Ook het koppelen van tekstgedeelten levert geen problemen meer op, en het alfabetiseren van een bibliografie is een fluitje van een cent. Maar daar staat wel wat tegenover! Het aanbod van correcties nam sterk toe vooral doordat auteurs veeleisender zijn geworden. Ze willen dat hun verslag of rapport er tot in de puntjes verzorgd uitziet en ze komen vaak terug met het verzoek om tekstuele wijzigingen aan te brengen. In de praktijk betekent dit, dat je het document via het beeldscherm weer helemaal moet doornemen. In veel^ gevallen moet ook de tekst wéér uitgeprint worden. Hoeveel gaan die grapjes jiiet kosten? vraagt Ina Opdam zich af en ze geeft vervolgens het antwoord: "Een lint voor de printer kost ongeveer een tientje maar daar kun je slechts 80 pagina's tekst mee uitprinten en dan ben je weer toe aan een nieuw lint. Een floppy (externe geheugenschijf) kost al gauw 23 gulden en daar kunnen om en nabij de 80 pagina's tekst op. Reken eens uit hoeveel dat allemaal per pagina uitgeprinte tekst kost. Zo'n 'oude' bolkopschrijfmachine van IBM kost ongeveer 2300 gulden. Sommige typen tekstverwerkers kostten bij aanschaf vaak het twintigvoudige! En dan is nog iets. Doordat de hogeschool verschillende systemen heeft namelijk NBI, Olivetti, Rank Xerox kun je een floppy dat bij het ene systeem hoort niet op het systeem van een ander merk gebruiken. Bij elk merk

##

printer horen vervolgens weer andere linten, printwielen enz. Ik denk dat dit uit kostenoogpunt niet aantrekkelijk is". Is je werk eenvoudiger of makkelijker geworden? Ina Opdam: "Daar heb ik zo een, twee, drie geen antwoord op. Wij werken hier niet met een grote tekstverwerker maar met een schrijfmachine met een extern geheugen. We hebben vooral te maken met brieven en korte nota's en niet met omvangrijke rapporten. Die schrijfmachine met extern geheugen maakt het wel mogelijk om adressenbestanden van commissies en raadsleden vast te leggen. Als er een mailing de deur uit moet, dan kunnen we door brief en adres te koppelen, mensen een "persoonlijke" brief zenden. Dat levert een aanzienlijke arbeidsbesparing op in de correspondentie. Tot slot pleit ik ervoor om paal en perk te stellen aan het aanbieden van correcties. Bij Shell bijvoorbeeld is het regel dat een document ten hoogste driemaal gecorrigeerd wordt". De vraag of het werk er eenvoudiger op is geworden leg ik ook voor aan Mevrouw Anja Meder die de leiding heeft over de typekamer van de economische faculteit. Anja Meder hierover: "Toen we nog werkten met de ouderwetse handschrijfmachine moest je een collegedictaat dat aan herziening toe was vaak helemaal opnieuw uittikken. Als de wijzigingen beperkt bleven kon je volstaan met plak- en knipwerk. Je zat dan een middag te fröbelen om nieuwe passages in te voegen. Wij hebben dankzij de tekstverwerker de productiviteit van ons werk aanzienlijk kunnen verhogen maar dat betekent niet dat we het minder druk hebben. De eisen die auteurs stellen aan de vormgeving van hun rapport gelet op liniëring, marges, alinea's enz. zijn hoger in vergelijking met voorheen. Zo nu en dan komen we bij het uittikken van econometriedictaten in de problemen doordat we een tekort hebben aan mathematische tekens. We moeten dan terugvallen op de oude handschrijfmachines. Als we de teksten uittypen letten we niet op de inhoud, die gaat langs ons heen. De voldoening in ons werk bestaat vooral in het afleveren van een verzorgd eindproduct". In? Opdam: "Maar dat betekent niet dat de tekstinvoer en het typen, gedachtenloos plaatsvinden. Met een gewone schrijfmachine kun je al typende nog wijzigingen ovenwegen en aanbrengen. Bij een tekstverwerker moet je je vooraf rekenschap geven van de doelstelling van het werk. Als je bijvoorbeeld een bibliografie later moet alfabetiseren op naam, titel of jaar dan zul je van meet af aan volgens een bepaalde codering te werk moeten gaan. Maar om terug te komen op je vraag. Ik denk niet dat automatisering ons werk 'eenvoudiger' maakt. Kantoorinnovatie plaatst ons juist voor nieuwe uitdagingen en het inhalen van de achterstand waar we het daarstraks over hadden is er één van". Henk Zomer

21 december 1984


Te/7 computer is een machine die je tiaarsctierp moet instrueren' Wetenschappelijk rekenen omvat alle automatische gegevensverwerking ten behoeve van onderwijs en onderzoek. Administratief rekenen behelst automatische gegevensverwerking ten behoeve van beheer en bestuur. Op de elfde verdieping van gebouw B zitten Jan de Bekker, Ben Pieters en André Norbart, de systeemanalisten/programmeurs voor administratieve toepassingen op het gebied ^an financiën, personeelszaken en de studentenadministratie. Terwijl André Norbart uitblaast van een partijtje tafeltennis. Jan de Bekker zijn eerste trek neemt van een Caballero-sigaret steekt Ben Pieters van wal: "Eerst maken we een logisch ontwerp: stapje voor stapje gaan we na hoe een administratief proces in elkaar zit en welke functies in elke fase van dat proces worden verricht om dat proces met het oog op de gewenste informatiedoelen correct te laten verlopen. Het vastleggen van de inschrijving aan een faculteit is zo'n functie. Die functies voegen we samen in één of meer programma's en naarmate de functies logischer op elkaar aansluiten zijn ze makkelijker in één programma onder te brengen. Een computer is niet "intelligent", het is een machine die je haarscherp moet instrueren. Dat maakt het programmeren tot nauwsluitend handwerk. Momenteel zitten erin de financiële administratie wel zo'n 30 programma's en de studentenadministratie telt er meer vervolg van pag. 9

beweging. Het beleid verandert en er ontstaan door herijking v£tn procedures gaandeweg nieuwe werkwijzen. Zo zitten er in de computer vaste rekenschema's om na te gaan of studenten aan betalingsverplichtingen hebben voldaan. Zodra wijzigingen optreden in het college- of examengeld passen wij de rekenregels daarop aan".

Een tekstverwerker

Jullie benadrukken nogal eens de dialoog met de gebruiker. De Bekker: "Je moet er voor waken de organisatie ondergeschikt te maken aan de technische mogelijkheden van het automatiseringssysteem. Vergeet niet, dat de gebruiker mondiger is geworden. Het is nog niet zo heel lang geleden datje als systeemanalist/programmeur min of meer op eigen houtje kon uitmaken wat wel en wat niet mogelijk was met de programmatuur. Maar veel gebruikers schikken zich niet meer in dat keurslijf en brengen vaak suggesties met betrekking tot de applicatieprogrammatuur naar voren. Die suggesties zijn vaak ontleend aan mogelijkheden die hij elders heeft gezien".

dan 100. Afhankelijk van het programma datje de computer laat draaien en de volgorde waarin krijg je bepaalde gegevens op tafel". Naast het schrijven van nieuwe programma's onderhouden ze ook de bestaande. "Kijk... organisaties zijn voortdurend in

Ben je het eens met de opmerking, dat automatiseringsprojecten bij instellingen van de overheid moeizamer verlopen dan in het bedrijfsleven? De Bekker: "Over liet algemeen werken ambtenaren autonomer dan hun collega's in het bedrijfsleven. Niet dat een individuele ambtenaar een ruimere beslis-

jaar geleden kon. De informaticadeskundigen moeten de vakliteratuur goed bijhouden. Maar Mulders gelooft niet dat het zo'n vaart zal lopen met de ontwikkelingen dat er in de toekomst sprake zal zijn van computeranalfabeten. "Die discussie rond computeranalfabeten vind ik sterk overdreven. Kinderen leren zo snel een computer bedienen. Ze gaan naar de supermarkt een uurtje op een spelletje spelen en ze weten hoe het werkt. Informatica is gewoon een vak. Iemand die in een auto rijdt weet toch ook niet precies hoe alles werkt? Bij computers is da't net zo, iedereen kan er mee leren werken zonder precies te weten hoe het nu precies in elkaar zit. En nogmaals, een computer kan zelf niet denken, je kunt hem

alleen aan- en uitzetten en gebruiken voor allerlei doeleinden". " H e t werk van een programmeur vergelijk ik altijd met dat van een architect en een aannemer. Een klant komt naar de architect toe met het verzoek een woning te ontwerpen. Zo'n architect moet ruimtelijk inzicht hebben om zich het uiteindelijke resultaat voor te kunnen stellen. In het Rekencentrum zijn de programmeurs niet alleen de bedenkers maar ook de uitvoerders. Daarom spreek ik liever van informaticadeskundigen. Weet je waar je programmeren ook mee kunt vergelijken? Met het componeren van een muziekstuk. Een componist moet het hele muziekstuk, dat door alle noten afzonderlijk gevormd wordt, in zijn hoofd hebben. Ruimtelijk inzicht is naast creativiteit heel belangrijk in het computervak". De directeur van het Rekencen-

trum, drs. Ton van Reeken aan het woord. "Ik ben nu met een stagiaire bezig een programma te bedenken waarmee de computer zelf kan gaan programmeren. De mogelijkheden zijn enorm". Als een computer zelf gaat programmeren, sterft dan het vak van programmeren niet uit?

vervolg van pag. 10

ZINVOLLERE TAKEN

Bibliotheek

Is het schrikbeeld van een arbeidsplaatsen vretende automatisering terecht? Rob Geerts, hoofd Dienst Personeelszaken van de KHT: "Het is niet zo dat ik me voor de korte en middellange termijn zorgen maak over problemen ten aanzien van het afscheid moeten nemen van werknemers. We denken dat op te kunnen vangen door natuurlijk verloop zodat we niet tot gedwongen ontslagen hoeven over te gaan". Volgens Geerts wordt er bij automatisering te veel gedacht in termen van kwantiteit, dus werkgelegenheid, en te weinig aan kwaliteitverbetering van het werk. "Bij de beleidsfuncties, dus de hogere banen, valt er over het algemeen weinig te automatiseren. Op het lager niveau, het routineniveau, kan wel heel wat geautomatiseerd worden. Maar daar is voldoende ander werk voor handen", aldus Geerts. Volgens hem kunnen de mensen de vrijgekomen

tijd besteden aan "zinvollere en rijkere taken", zoals serviceverlening, educatie en innovatie. "Dat is belangrijk", zegt hij, "en op de hogeschool valt daar nog wel iets aan te doen". Volgens Geerts kunnen er wel problemen ontstaan op het middenniveau. Als het middenkader wegvalt ontstaat er een kloof tussen het lagere en het hogere personeel. Daardoor kunnen de promotiemogelijkheden verminderen. Het wordt moeilijk om via de sociale ladder op te klimmen naar de hogere baantjes. Het gevoel dat automatisering "als een stoomwals de maatschappij verplettert" kan Geerts begrijpen. "Maar het product, onderwijs en onderzoek, vraagt om een technologisch-geavanceerde benadering". "Het is zaak, om binnen een dienst of faculteit een klimaat te scheppen om de onbekendheid en de vrees weg te nemen door met elkaar de eventuele gevolgen

Rekencentrum

denk dat dat wel het grote verschil is". Over het werken aan het beeldscherm vertelt ze: "Ik zie er ook de voordelen van in maar als het echt uren duurt vind ik het verschrikkelijk. Als ik een uur aan de computer zit krijg ik echt hoofdpijn. Dan zie ik de lettertjes gewoon niet meer. Dan is het net of het allemaal in elkaar overgaat". Ook het sociale contact op de werkplek verandert. "Als je aan de computer zit dan ga je geen praatje maken met een collega want als je een cijfertje verkeerd tikt komen de verkeerde gegevens vast te liggen. Als iemand een boek leent en ik tik het stamboeknummer verkeerd in dan heeft hij of zij volgens de computer een ander boek geleend. Dan is het einde zoek. Je moetje heel goed concentreren".

Tilburgs Hogeschoolblad

" D a t geloof ik niet. Zolang er mensen met ideeën en wensen komen, blijft dit vak bestaan. Er zijn nog zoveel mogelijkheden en toepassingen met een computer". Van Reeken kwam voor het eerst met een computer in aanraking bij Philips. "Ik liep door een deur waar een bordje Verboden Toegang op stond en ik zag daar de eerste computer van Philips. Ik dacht toen, hier moet Ik bijblijven en meer van afweten. Het is een fascinerend vak maar af en toe kan ik het geheel niet

singsmarge bezit en meer over zijn werk te vertellen heeft. Maar een ambtenaar heeft door de bank genomen wel steviger gefundeerde rechten om vast te houden waarover hij mag beslissen. Verder tref je in organisaties van de overheid meer "eigen winkeltjes" aan: elke "winkelier" kan gaan dwarsliggen door inspraak te verlangen of door gevoelige kwesties aan commissies te delegeren. In het bedrijfsleven daarentegen manifesteren directies zich doorgaans als doortastende besluitvormers die er zich scherp van bewust zijn dat met automatiseringsprojecten forse bedragen zijn gemoeid. Managers zien erop toe dat met inspraakprocedures niet al te veel tijd en dus geld is gemoeid". Maar leidt zo'n straffe programmering van de automatisering niet tot spanningen in de organisatie? De Bekker: "Om me tot mijn vak te beperken: je moet als systeemanalist/programmeur niet met je hoofd in de wolken lopen en administratief personeel bestempelen als bonnenmeppers die routineklussen opknappen. Deze mensen hebben door hun accuratesse en rekenvaardigheid jarenlang een zekere mate van erkenning genoten en dat dien je te respecteren zo niet dan ontstaan er inderdaad spanningen. Verder ontmoeten wij in ons werk ook mensen die enthousiast inspelen op automatisering. Nu maken ze mutatieformulieren voor de computer gereed, terwijl ze nog niet zo lang geleden met een kroontjespen boekingen in het grootboek optekenden.

m

H.Z. meer bevatten. Luister je woensdagavond om negen uur wel eens naar de radio? Op Hilversum I is dan een programma over computers. Er worden computerprogramma's uitgezonden die je kan opnemen op de cassetterecorder. Het zijn allemaal pieptonen. Met die bespeelde cassette kan je de volgende morgen een computer aan het werk zetten. Dat is haast niet te begrijpen. Er zijn signalen in de lucht waar je een computer mee kan aanzetten". Laatst belde mijn zoon uit Amerika. Ik had met hem afgesproken dat hij de telefoon twee keer zou laten overgaan als hij goed was aangekomen. Hij deed dat en ik hoorde twee keer rinkelen. Toen ging ik denken, hij draait twee cijfers in Amerika en ik hoor hier de telefoon. Dat is toch prachtig dat zoiets k a n " . Amee de Schipper op een rijtje te zetten. Mensen moeten middels begeleiding en opleiding rijp worden om zich de veranderende eisen eigen te maken". Hij benadrukt dat je automatisering niet als een autonoom proces moet bekijken. Geerts: "Wat we wel eens vergeten, is vanaf het begin ook heel duidelijk over de wensen van de medewerkers te praten. Daar moeten kanalen voor worden gecreëerd, niet alleen in groepsdiscussies maar ook in bilateraal overleg". De praktijk bewijst dat het erg moeilijk blijft om alle betrokkenen tevreden te stellen. Wil Ligtvoet: "Overleg met mensen die hun werk door automatisering zien veranderen is noodzakelijk. Dan zullen ze de computer als een hulpmiddel in het werk begroeten en hen niet beschouwen als een electronische bemoeial die hen zoetjesaan overbodig maakt". G.R.

21 december 1984


Opzienbarende Oldendorff-lezing van prof. Rörsch

Technologische ontwikkelingen niet per se bedreigend m

De huidige samenleving wordt de laatste jaren regelmatig geconfronteerd met allerlei nieuwe ontwikkelingen binnen diverse wetenschappen. Is het niet vanwege het plaatsen van computer-gestuurde robots, thans wat vriendelijker 'flexibele fabricagecellen' genoemd, in de verschillende bedrijfstakken, dan wel omdat steeds meer 'opschuddend' nieuws over onderzoek in de bio-technologie tot ons komt. De burgers voelen zich overvallen door de nieuwe ontwikkelingen, waardoor een zekere angst onder hen gaat leven. Onbekend maakt onbemind. In een van de Oldendorff-lezingen, onlangs aan de KHT gehouden, probeerde prof. Rörsch die angst weg te nemen. Technologische ontwikkelingen hoeven de maatschappij niet te bedreigen, zolang overheid én individu waken voor eventuele extremen.

Vorige week donderdag sprak prof. dr. ir. A. Rörsch), buitengewoon hoogleraar aan de medische faculteit van de universiteit van Leiden en lid van de Raad van Bestuur van TNO, over twee ontwikkelingen die van bijzonder belang zijn voor de inrichting van onze samenleving in de toekomst, te weten de ontwikkeling van de informatie-technologie en die in de bio-technologie. Prof. Rörsch hield zijn voordracht met als titel "Technologische vernieuwingen en de aanval op onze primaire relatievormen" in het kader van de Oldendorff-lezingen die jaarlijks door de Subfaculteit Sociaal en Culturele Wetenschappen van de KHT georganiseerd worden. Onder het grote publiek leeft een zekere angst door de nieuwe technologische mogelijkheden te worden overvallen. De vrees bestaat dat deze veranderingen in de samenleving tot stand komen zonder dat men deze echt wilde. Zo kon men de waarnemingen via de media omschrijven. "Deze beschrijving van de beleving van de tectinologie is mij te negatief", aldus Rörsch. "/Ar wil liever stellen dat menige nieuwe tecfinologie de Iceuzevrijheid van de mens vergroot heeft. Dat de individuele mens daarna soms de slaaf wordt van die keuzevrijheid is meestal het resultaat van menselijk onvermogen en niet noodzakelijkerwijs het gevolg van technologische dwang". ^ De hoogleraar noemde drie boeken waarin de toepassing van de twee nieuwe technologieën aan de orde komt en waarin het individu inderdaad slaaf is van de keuzevrijheid. Onwell's "1984" schetst de overmatige overheidscontrole, die het gevolg kan zijn van een eenzijdige toepassing van de mogelijkheden die de opbouw van informatie-netwerken biedt. In Huxley's "Brave New World" is een overeenkomstig schrikbeeld opgeroepen ten aanzien van genetische manipulatie van de mens. In de baby-fabriek produceert de Staat alleen die soorten mensen, in die bepaalde aantallen, die zij nodig acht. En "This Perfect Day" van Levin geeft het beeld van een totalitaire staat waarin van beide technologieën een eenzijdig gebruik gemaakt wordt. "Maar", zo voegde Rörsch er aan toe, "ik wil er echter met nadruk op wijzen dat ook een tegenovergestelde voorstelling van zaken kan worden gegeven. Naisbitt heeft hier in zijn boek "Megatrends" op gewezen: personal computers, aangesloten op een telefoonnet.

Tilburgs Hogeschoolblad

Nieuwe technologieën: slaaf of keuzevrijheid waarbij satelieten voorde verbinding zorgen, stellen binnenkort iedereen in staat de meest uiteenlopende informatie uit de hele wereld op te pikken en op eigen wijze te verwerken en door te geven". Over de toepassing van de nieuwe biologische technieken in een samenleving zei de professor: "Deze technologie zal de keuzevrijheid van de genetische constitutie van ons nageslacht sterk verruimen, omdat deze niet meer alleen hoeft worden overgelaten aan de toevallige ontmoeting van bepaalde genencombinaties. De bevruchting van eicellen met spermacellen in de reageerbuis is reeds mogelijk. Het is zeker ook niet ondenkbaar dat het in de toekomst zelfs zal lukken twee eicellen te versmelten en deze tot embryonale ontwikkeling aan te zetten. De mogelijkheid voor bijvoorbeeld lesbiennes om nageslacht te verwekken wordt hiervoor vergroot". Rörsch bracht verder naar voren dat tegenover de onbestemde angst voor de eventuele mogelijkheid het menselijk em-

bryo volledig te laten groeien buiten het moederlichaam o m , het voordeel staat van de controle over de gezondheid van de baby. "Dat is biologisch onnatuurlijk, maar in andere levensvormen verre van ongebruikelijk. De mens gaat net als bij vogels, bij de voortplanting eieren leggen en deze (doen) uitbroeden en ziet zo af van het levend baren, wat zo zijn ongemakken heeft". Prof. Rörsch vervolgde zijn betoog.over de belangrijkste primaire relatievorm in onze samenleving, te weten het gezin. Opmerkelijk is dat, hoeveel verschillende culturen de wereld ook telt, het gezin in alle landen als de meest fundamentele bouwsteen van de samenleving beschouwd wordt, zo verklaarde de hoogleraar. Hoe fundamenteel het gezin in het Nederlandse staatsbestel is, benadrukte onlangs een aantal juristen van de Eramusuniversiteit in het Nederlandse juristenblad. Zij opperden dat de staat van het huwelijk betrokkenen allerlei voorrechten geeft die in wetboeken zijn vastgelegd. Genoemde juristen zien een onrecht in die vele voorrechten ten aanzien van andere, nieuwe primaire relatievormen die zich steeds nadrukkelijker manifesteren. Om dit onrecht te niet te doen, stelden zij voor "het huwelijk de rechtsorde u i t " te helpen. Rörsch: "Ik vind dat een krasse uitspraak en heb daartegen ook bezwaar gemaakt. Niet omdat ik mij afzet tegen nieuwe relatievormen, maar omdat mijns inziens deze juristen onvoldoende aandacht hebben besteed aan een essentiële functie van het huwelijk, namelijk om nageslacht voort te brengen en dit op te voeden". En als men het huwelijk geheel uit de rechtsorde haalt, wordt ook de wettelijke basis ontnomen aan de menselijke voortplanting, aldus de spreker. Reeds eerder heeft de Leidse geleerde aangestipt dat er goede medische argumenten te geven zijn voor de toepassing van nieuwe technologieën op dit terrein. En ook dat we in principe de wijze van menselijke voortplanting zelfstandig, los van het huwelijk, wettelijk kunnen regelen. Maar wie regels verandert, om heer" sende toestanden te verbeteren, moet er op rekenen dat die vernieuwingen weer opnieuw ongewenste toestanden op kunnen wekken.^'7/r denk dat er niettemin nieuwe wettelijke regels inzake de menselijke voortplanting nodig zijn. Wie met dat proces enigszins vertrouwd is, weet hoe moeilijk dat is. Daarom heeft het mijn voorkeur om vooralsnog gebruik te maken van de bestaande rechtsorde", aldus Rörsch. De hoogleraar sneed in zijn voordracht ook het omstreden onderwerp aan van wat hij noemt: het stamboekmens. Volgens de geleerde is het dringend gewenst in de gezondheidszorg van staatswege uit naar een zo groot mogelijke efficiency te streven. Dit omdat anders een dreiging van epidemieën ons boven het hoofd hangt als de zorg aan iedereen persoonlijk is overgelaten en ten tweede omdat de gezondheidszorg erg duur is. Genetische controle op het nageslacht kan een enorme bijdrage leveren aan het bereiken van de gewenste efficiency. "In de menselijke ethiek is echter een belangrijk biologisch principe onaanvaardbaar, namelijk het recht van de sterkste in de natuur, maar", zo vervolgde hij.

"door minder gezonde mensen koste wat kost in leven te houden en deze het recht op voortplanting niet te ontzeggen, zijn we bezig de menselijke soort te verzwakken. Enig tegengas tegen degeneratie lijkt wel nodig. Maar hoever gaan we daarmee en waar.beginnen we? En is het extreem ondenkbaar dat een overheid die zijn zorg voor de volksgezondheid werkelijk serieus neemt, de uiterste consequentie trekt en slechts een genotype van de mens, dat uiterst gezond is gebleken, verdere vermenigvuldiging toestaat? Als mijn veronderstelling, dat onze geestelijke instelling vooral een kwestie van opvoeding is, een kwestie van het inplanten van een alter ego tussen het eerste en vierde levensjaar, juist is en als blijkt dat genetische factoren slechts een secundaire'rol spelen, dan heeft onze individualistische en op pluriformiteit ingestelde samenleving weinig van de nieuwe technologieën te vrezen". Tegen het einde van zijn redevoering constateerde prof. Rörsch dat hij met zijn beschouwing over mogelijke gevolgen van de toepassing van bio-technologische technieken vooruitloopt op de algemene ontwikkeling. Onder natuurwetenschappers bestaat namelijk een concensus dat de bio-technische revolutie, gepland in de jaren negentig, vooraf zal worden gegaan door de informatica-revolutie. "Het is zeer wel denkbaar dat de post-industriële samenleving die daarvan het gevolg kan zijn, zo sterk de primaire relatievormen zal beïnvloeden, dat de bio-technologie daaraan niets meer kan veranderen", aldus de hoogleraar. Volgens hem wordt de overgang naar de post-industriële samenleving als eèn nog ingrijpender verandering beschouwd dan de eerste industriële revolutie in de vorige eeuw, te meer daar de komende revolutie binnen vijf jaar voor de deur staat. De tweede industriële revolutie krijgt als kenmerk mee: diversificatie. Producten zullen in nog grotere aantallen en snelheden geproduceerd worden, maar dankzij de toepassing van de informatica kan elk product afwijkende eigenschappen hebben van alle andere producten. Een tweede kenmerk is, dat door de invoering van informatie-netwerken mensen zelf een verblijfplaats kunnen kiezen van waar zij werken, dit in tegenstelling tot de eerste revolutie, die handwerkers van het platteland naar de stad dreef. Welke problemen werpt die tweede revolutie op, zo vroeg Rörsch zich af. "Op het eerste gezicht lijkt het heerlijk, vanuit bijvoorbeeld je gezin je dagelijks werk uit te voeren en geen tijd te verliezen in files of overvolle treinen. Maar, zo zeggen sociaal-psychologen, leidt deze decentralisatie nu juist niet tot een dehumanisering van de arbeid, omdat deze, uitgevoerd in isolement, tot vermindering van de sociale contacten leidt? Ik zelf denk dat dit niet het geval is. Het informatie-netwerk van de toekomst hoeft onze persoonlijke interacties in het geheel niet te verminderen, het kan ze zelf intensiveren, als we dat willen". Hij gaf als voorbeeld de radio-zendamateurs (met vergunning) die binnen internationale regels persoonlijk contact hebben met mensen over de hele wereld. Uitbreiding van dit stelsel, zo zei hij, kan bewerkstelligen dat onze individuele opvattingen zich juist beter en wijder verspreiden dan dat op heden het geval is.

EB

Monique van Blijswijk

21 december 1984


i

wr

De computer kan zelf helemaal niks"

overloop van pag. 4 dat er een haan naar kraait. Het telefoonboek bijvoorbeeld. Dat is een publiek bestand. Daar kan iedereen onbegrensd en ongestraft gebruik van maken". Koppelaar: " D e angst van veel mensen berust op de gedachte dat de computer in staat zou zijn om eigenmachtig verschillende bestanden aan elkaar te koppelen". Oonincx: "Ik begrijp die angst ook wel. En als dan ook nog dat ene, unieke persoonsnummer ter sprake komt is de paniek compleet. Het lijkt mij overigens ideaal om maar één nummer te hebben. Nu heb je er eentje voor je rijbewijs, eentje voor je visvergunning en ga maar door. Ik heb het eens bijgehouden gedurende twee maanden. Dat liep op tot twee pagina's A-4. Dat irriteert mij n o u " . Koppelaar: " I n de praktijk heeft zo'n persoonsnummer geweldige voordelen. Wie krijgen er nu bij bedreiging politiehulp van de overheid? Heineken, de Vries, de koningin en nog een paar mensen. De dertien rijkste Nederlanders, verder niemand. Maar als Henk Koppelaar vandaag of morgen een klap voor zijn hersens krijgt, dan loopt dat hoogstens uit op een klein berichtje in de krant. Bij een computerondersteunende recherche zou elke burger in principe op de zelfde politiehulp mogen rekenen. De koppeling van bestanden kan tot ontsluiting van gegeVensover-misdadigers leiden. En zo

vervolg van pag. 9

OVERHEIDSBELEID Kunstmatige intelligentie is de techniek om intellectuele functies zoals het oplossen van problemen, het verstaan en spreken van menselijke taal, waarnemen en herkennen in computerprogramma's te gieten. Het is een interdisciplinair vakgebied dat berust op een nauwe samenwerking tussen informatici, taalkundigen, psychologen en filosofen. De werkgroep kunstmatige intelligentie bestaande uit afgevaardigden van verschillende universiteiten en hogescholen kwam in haar eindrapport tot de slotsom, dat dit nieuwe vakgebied In ons land lijdt aan het "onbekend maakt onbemind" verschijnsel.

Koppelaar en Oonincx komt de kleine man ook aan z'n trekken". "Waar ik me aan erger is dat ik bij mijn overstap naar de TH Delft hetzelfde loonbelastingbiljet voor dezelfde werkgever - de overheid - twee keer moet invullen. Zo weinig coördinatie is er op dit ogenblik. Ra, ra, hoe kan dat? Ik vind het ongelooflijk. En ontzettend inefficiënt". Oonincx: "En zo moet ik voor mijn kinderbijslag elk kwartaal bijna dezelfde gegevens invullen". "Ik vind dat de overheid niet alleen het recht maar zelfs de plicht heeft om bepaalde bestanden aan elkaar te koppelen. De bestanden van de ambtenaren en al degenen die bij de overheid op de loonlijst staan zouden ze eens moeten vergelijken met de bestanden van alle Er zijn in dit vakgebied te weinig onderzoekers werkzaam. Het beperkte aantal Nederlandse deskundigen heeft zijn koffers naar het buitenland gepakt. Het zou met behulp van kunstmatige intelligentie mogelijk zijn om interactieve onderwijsprogramma's te ontwikkelen die fouten van studenten kunnen " b e grijpen" èn corrigeren. Om de ontwikkelingskansen van deze revolutionaire discipline te verruimen, dringt de werkgroep aan op een stimulerend beleid van de overheid zodat meer geld beschikbaar komt voor fundamenteel en toepassingsgericht onderzoek. Ander aandachtspunt is het bevorderen van de samenwerking tussen onderzoekers werkzaam aan universiteiten en in het bedrijfsleven zowel nationaal als grensoverschrijdend. Henk Zomer

uitkeringsgerechtigden. Waarom niet? Op die manier zou je makkelijk misbruik van bepaalde voorzieningen op het spoor komen. Dat mag je dan toch ook doen?" " M e n vergeet wel eens het recht op privacy van organisaties en ondernemingen te noemen. De mensen die hard roepen dat persoonsgegevens toch zo goed beschermd moeten worden, die willen alles weten van wat er in de bedrijfswereld gebeurt. Alles moet maar in 't jaarverslag". Koppelaar: " J a , ja alleen 't individu telt en de rest is niet belangrijk". Oonincx: "Zo'n Lakeman bijvoorbeeld. Die beschrijft vijf, zes gevallen en zit dan volgens mij ook op de rand van de privacy-schending. Op die manier krijgt de

buitenwereld 'n heel verkeerd beeld van het bedrijfsleven en van registeraccountants. Lakeman vertelt niet dat 't in 10.000 andere gevallen goed gaat". Koppelaar: "Naarmate de privacydiscussie meer aandacht krijgt zie je meer en meer een volstrekte ontluistering van personen in het nieuws. Een televisieuitzending zonder een close-up van het gezicht van de geïnterviewde is volstrekt saai. Je ziet zo'n persoon dan in z'n intimiteit, de kleine reacties. Ze worden ontleed door de camera. We hadden de opkomst van de publieksbladen, waarin regelmatig iemand privé te kakken wordt gezet. Laten we 't eens over dét soort privacy-schending hebben. Die is veel gevaarlijker dan de computer. De computer kan zelf helemaal niets. Er zijn altijd kwaadwillende mensen bij n o d i g " . Oonincx: "Toch is privacy een reëel probleem waar we wel eens te weinig aandacht aan schenken in onze opleidingen. Teveel universitaire opleidingen als bedrijfskunde hebben dat onderdeel niet op 't lesrooster staan. Maar dat kun je van Tilburg niet zeggen. Zowel bij de bedrijfseconomie als bij de bestuurlijke informatiekunde zitten de aspecten van betrouwbaarheid en beveiliging van informatiesystemen in het programma". Koppelaar: " A l s enige in Nederland trouwens. Tilburg oogt nog niet zo gek wat dat betreft". Twan Geurts

De medewerkers van boekhandel Gianotten wensen U prettige feestdagen en een goed 1985

Vele boeken op voorraad over c o m p u t e r s , t e k s t v e r w e r k i n g , i n f o r m a t i c a , etc. Komt u eens kijken

boekhandel gianotten b.v. tilburg - breda

BOEK- EN KANTOORBOEKHANDEL KANTOORMACHINEHANDEL

centrumboekhandel studentenboekhandel

W e s t e r m a r k t 28a - Tel. 013 - 671586

'

Ook u w r a n d l i t e r a t u u r en g e w o o n een gezellig b o e k .

&

centrumboekhandel

heuvelpocrt 359 5038 OW tilburg

tel 013-682991

prof verbernelaan 20 5037 AE tilburg veemarktstraat 70-72

4811 ZJ breda

tel 013-682991

tel 076-149700

administratie en bestelaldeling beneluxlaan 59, 5042 WK tilburg, tel 013-682991

m


Symposium

en lezingencyclus

begin 1985

Juridische faculteit

Symposium 'Trias automatical' De vakgroep Staats- en administratierecht van de Juridische Faculteit van de KHT organiseert op 24 januari 1985 een symposium over automatisering en de gevolgen voor de wetgeving, het bestuur en de rechtspraak. Aan de orde komen de stand van zaken met betrekking tot automatisering en de gevolgen van het gebruik van computers voor het staatsapparaat. Het symposium kreeg de titef Trias Automatic mee, een variant op de Trias Politica van Montesquieu. De aanleiding voor het - vertraagde - symposium Is de

oprichting van de juridische bestuurswetenschappelijke studierichting, medio vorig jaar. De organisatoren signaleren een gebrek aan kennis en onderzoek over de gevolgen van automatisering voor de verschillende staatsfuncties. "Er is practisch geen literatuur over te vinden", aldus prof. mr. Hirsch Ballin, hoogleraar aan de KHT en een van de organisatoren, "we betreden een nieuw land". Het symposium is bedoeld als een eerste aanzet voor een verdere verdieping van het thema. Na de opening door rector magnificus De Moor zal een tweetal sprekers ingaan op de bruikbaarheid en de wenselijkheid' van automatisering, waarna Hirsch Ballin de juridische gevolgen voor zijn rekening neemt. Prof. mr. Tjeenk Willink, behalve hoogleraar aan de KHT regeringscommissaris voor de reorganisatie van de rijksdienst, staat voor de opgave het ochtendprogramma te verbinden met

het middagprogramma. Dit programma voorziet in een drietal series lezingen rondom wetgeving, bestuur en rechtspraak. Hirsch Ballin gaf desgevraagd van elk van de drie staatsfuncties een voorbeeld van de gevolgen van automatisering. Er zullen nieuwe wetten moeten komen om burgers te beschermen tegen de aantasting van hun privacy. In de computers van de gemeenten, bijvoorbeeld, ligt een schat aan informatie opgeslagen, verspreid over verschillende afdelingen. Voor een ambtenaar is het een koud kunstje om die gegevens op te vragen en te koppelen. De wet zou kunnen regelen dat het opvragen van gegevens aan banden wordt gelegd en dat gegevens niet zomaar gekoppeld mogen worden. Ook zouden burgers bepaalde rechten moeten krijgen, zoals het recht op inzage in de gegevensbestanden. Vroeger had de burger contact met het bestuur via praatjes aan het loket, maar nu dit niet meer gebeurt omdat de ge-

Studium Generale:

Computer en geprogrammeerde samenleving Wat komt er op ons af? Waar sturen we de samenleving naar toe en welke zijn de gevolgen van de plotselinge 'inhaalmanoeuvre' op het terrein van de automatisering? Vragen die aan de orde komen tijdens een door Bureau Studium Generale georganiseerde lezingencyclus over de computer en de geprogrammeerde samenleving. Het totale automatiseringsgebeuren roept tweeslachtige gevoelens op, zo laten de organisatoren weten. Enerzijds de 'triomf der techniek', maar anderzijds ook een 'gereserveerdheid' naar de toekomst. Gedurende zes achtereenvolgende donderdagmiddagen, te beginnen op 31 januari, staan optimisme, pessimisme en reserves die de samenleving koestert ten opzichte van 'het ding' centraal in een serie lezingen over de computer in de maatschappij. Wordt er in de eerste lezing een historisch overzicht gegeven van ontdekkingen en uitvindingen die uiteindelijk geleid hebben tot datgene wat vandaag de dag computer heet, de tweede redevoering heeft meer betrekking op de actualiteit en de toekomst. Tijdens deze lezing is er vooral aandacht voor problemen als: welke rol spelen werknemers en vakbeweging in de aanschaf van computers en wat zijn de gevolgen van overhaaste automatisering. Tilburgs Hogeschoolblad

Sprekers voor beide lezingen worden nog aangezocht. Prof. Zegveld, van de TH Delft en directeur van de groep Beleidsstudies en Informaties van TNO, spreekt op donderdag 14 februari als derde spreker over de technologische revolutie inzake de automatisering en over de gevolgen daarvan voor de werkgelegenheid. Volgens Zegveld is er geen ontkomen aan. Als we niet automatiseren en de concurrentie wel, dan liggen we er binnenkort uit. Met de enorme doorbraak van de computer in alle geledingen van de samenleving, met name bij de jongere generatie, ontstaat mogelijk een nieuw verschijnsel: het 'computer analfabetisme'. De oudere generatie spant niet veel van het gebeuren rond de computer en dreigt verdwaasd en verbaasd rond te gaan lopen in een 'high tech' samenleving. Prof. Verhoeff, hoogleraar methodologie van de automatische informatie verwerking aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam, behandelt tijdens de vierde lezing naast dit probleem tevens de sociaal-culturele aspecten van de snelle doorbraak. Privacy en kraken staan centraal in de vijfde voordracht die gehouden wordt op donderdag 7 maart. Gegevens en informatie van burgers zijn opgenomen in uitdijende databanken van overheid, politie, verzekeringsmaatschappijen, banken en andere instanties. Marsel van Hoorn en Wim Kersten, de organisatoren van de lezingencyclus, vragen zich af in hoeverre er sprake is van kraken van de persoonlijke levenssfeer van de burgers. Gegevens en informatie gaan door de handen van veel mensen zonder dat daar toezicht op is. De laatste voordracht heeft als onderwerp de filosofische bespiegelingen: computers als gereedschap voor de samenleving, of de mens als verlengstuk van de computer?

"De zes lezingen staan echter niet op zichzelf", aldus Van Hoorn en Kersten. "We hebben de film 'Wargames' in huis gehaald om te illustreren dat inbreken in computers goed mogelijk is. Daarnaast laten we ook de documentaires 'Robot Revolution' en 'Computers op school'

Een 'optimistische' visie öp computers

meente alle informatie heeft opgeslagen, krijgt de burger beslissingen op zijn dak waarvan hij niet wist dat de gemeente zich er mee bezig hield. "Burgers worden zo buiten het bureaucratisch proces gehouden", aldus Hirsch Ballin. "Ze hebben dan het idee dat ze overvallen worden". Bij de rechtspraak, tenslotte, werkt men steeds vaker met tekstblokken. Dit zijn (gedeeltelijk) voorgeprogrammeerde vonnissen. Deze tekstblokken zijn een administratief hulpmiddel maar kunnen de rechtspraak beïnvloeden. Hirsch Ballin: "De rechter is sneller geneigd een bepaald geval aan te zien als een standaardgeval". Na afloop van de lezingen is er de gelegenheid tot het stellen van vragen en discussie. In het voorjaar van 1985 zal een boek verschijnen met bijdragen van de sprekers op het symposium. Voor inlichtingen: Kluwer Seminars, postbus 23, 7400 GA Deventer. Telefoon: 05700-91116. G.R.

zien. In die laatste film zie je allemaal vrolijke kindertjes werken met computers. Echt zo'n Amerikaanse toestand". Rond dezelfde tijd loopt in gebouw A een tentoonstelling georganiseerd door de Stichting Creatieve Computer Applicaties. Medewerkers van deze stichting exposeren werk dat door de computer is gemaakt. Van Hoorn: "Deze mensen laten de computer een bepaald proces doorlopen, maar nog tijdens dat proces grijpen ze in. Van het beeld dat dan op het beeldscherm verschijnt maken ze een kunstwerk". De computer speelt inmiddels ook een rol in de muziek. De stichting Herbestemming zet pianomuziek in signalen, die op hun beurt weer om te zetten zijn in licht. Voor dit concert gebruiken zij computers uit de jaren zestig, die ze voor drie è vier duizend gulden kochten. "Om het geheel af te ronden, hebben we in de carnavalsweek een computerkermis georganiseerd", aldus Van Hoorn en Kersten. "Hier komen onder andere een sprekende computer en een computerpsycholoog de lezingen opluisteren. Ook is er aandacht voor de computer en animatie". Wat willen zij bereiken met dit programma? "We willen een balans opmaken. Moeten we coüte que coüte de computer aanvaarden, of is het beter bedachtzaam te werk te gaan bij de aanschaf. In een inleidende folder zegt de Amerikaanse journalist Burnham: "Er schijnt eenvoudigweg geen enkele manier te zijn om de computerisering van het leven te stuiten. Maar er is wel een keuze in hoe we reageren op deze kennelijk onafwendbare ontwikkeling. We kunnen een samenleving bouwen zoals die van de Grieken, waar de slaven - in ons geval de computers - ons toestaan de aandacht te richten op filosofie, kunst en literatuur. Of we kunnen een Orwelliaanse staat bouwen, die ons afhankelijk maakt van technologie en mensen die haar beheersen. Er staat bij deze keuze veel op het spel en we moeten heel voorzichtig zijn". M.V.B.

21 december 1984


Koop geen nieuwe boeken want het Sentraal Overleg van en voor Studenten

(S.O.S.)

SOMS GAAN AMBTENAREN AAN DE PENSIOENDESKUNDIGE VOORBIJ

organiseert een

tweede-hands boekenmarkt voor verkopers voor kopers op donderdag 31 januari vanaf 13.00 uur rondonn de aula

Bij 't analyseren van de eigen pensioentoel<omst is hulp vaak noodzakelijk. Maar wie is op dat terrein kundig genoeg? Wijl Als assurantie­adviseurs weten wij ­ al gaat men daar soms ongemerkt aan voorbij ­ alles van pensioen. En zijn bovendien bij u in de buurt gevestigd. Pensioen­ oplossingen ­ bijvoorbeeld een Belastingaftrekpolis ­ maken wij passend in uw huidige en toekomstige situa­ tie. Kies voor zekerheid. Bel ons of kom even langs.

Assurantiebedrijf STRICK studentenboekenlijsten en marktvraagprijs voor elke faculteit

Willem ll­straat 52 5038 BH Tilburg Tel.: 013 ­ 423620*

zijn aanwezig

fla'i.

■<mifuMiÉiiiT-f "rVdin«<ir'--'^jj------'^^'*°^

­v.­^" "■^^^JkTi.

Vond U het ook zo stil bij G ianotten? Men was/is op cursus om bij te blijven, óók op het gebied van

COMPUTERS Voor hobbyist en professionele gebruiker riu al zo'n 1500 titels in voorraad en er komen dagelijks nieuwe boeken binnen, Ook SOFTWARE: van Pao­Man tot Database. Bent u nog niet zover, kom dan in ieder geval de

gratis computerboeken-krant halen, of laat hem thuissturen.

boekhandel gianotten b.v. /

t i l b U I X | heuvelpoort 359 5038 DW tel. 013­682991


MEDEDELINGEN

COMMUNIQUÉ VAN DE VERGADERING VAN DE COMMISSIE PERSONEELSOVERLEG D.D. 14 DECEMBER 1984

WIJZIGING KOL L EGEROOSTER STRAFRECHT D

1 Het College van Bestuur heeft de commissie geïnformeerd over de stand van zaken rondom de werkzaamheden van de werkgroep dienstcommis­ sie nieuwe stijl. 2. Op de vraag van de commissie naar aanleiding van de notitie middellan­ ge termijn restauratieve voorzieningen in welke mate het college gebruik denkt te gaan maken van oproepkrachten, heeft het college geantwoord dat, in overleg met betrokkenen, het streven gericht is op de totstandko­ ming van arbeidsovereenkomsten waarbij de inzet van het personeel op flexibele wijze geregeld kan worden. In de mate waarin dit gerealiseerd kan worden, zal het gebruik van oproepkrachten en het uitbesteden van werkzaamheden minder zijn Aan het verzoek van de commissie om hierover m de toekomst geïnformeerd te worden, wordt tegemoetgeko­ men. 3. In de interne begroting 1985 en de beheersregels daarbij, kan de com­ missie zich vinden. 4. De commissie stemt in met het door het college ingenomen standpunt inhoudende dat de mogelijkheid om één medewerker gedeeltelijk als UD en gedeeltelijk als UHD binnen dezelfde faculteit aan te stellen (dan wel in een combinatie van UHD/HL) in principe, behoudens in zéér uitzon­ derlijke gevallen, met juist is en haaks staat op het formatiebeginsel van de BUWP. Het college zegt voorts toe de faculteiten aanvullend te zul­ len berichten dat bij het opstellen van formatieplannen ook aandacht moet worden besteed aan de mogelijkheid om formatieplaatsen deeltijds op te nemen. 5. De volgende vergadering vindt plaats op vrijdag 25 januari 1985.

Werkgroep 2 van strafrecht D (zie pag. 176 van de studiegids) is ver­ schoven naar woensdag 10.30­12.30 uur in zaal CZ104. Het casuskollege (zie eveneens pag. 176) zal worden gegeven door G.A.M Strijards en wel vanaf don­ derdag 14 maart 1985.

DANNY BACKX OPNIEUW VOORZITTER COMMISSIE PERSONEELSOVERLEG

Het eerste college van het doctoraal­ vak capita selecta sociaal recht (ver­ plicht voor de sociaalrechtelijke af­ studeerrichting) zal plaatsvinden op dinsdag 29 januari 1985, van 13.30­ 15.30 uur in zaal SZ 31. Op dit eerste college zal worden be­ handeld het artikel van M.G . Rood Hoofdlijnen in het sociaal recht uit NJB 1984, p. 993­999, dat ook is op­ genomen in de bij het dictatenmaga­ zijn verkrijgbare reader capita selecta sociaal recht, deel I. Tevens dient daar tegen die tijd, te worden aangeschaft de jurispruden­ tieverzameling capita selecta sociaal recht en later in het semester nog een tweetal nader op te geven bundels. Het onderwijs zal in het teken staan van het thema rechtsvinding in het sociale recht, aan de hand van ver­ schillende onderwerpen uit zowel het individuele als het collectieve sociale recht. Van de deelnemers wordt een actieve inbreng in de colleges ver­ wacht, welke in groepjes moeten worden voorbereid. De toetsing vindt plaats door het schrijven van een noot bij een nader op te geven actuele sociaalrechtelijke uitspraak halverwege de cursus en een collectief werkstuk aan het einde van de cursus over een vraagstuk van rechtsvinding in het sociale recht. Nadere inlichtingen bij de docent: G Heerma van Voss, kamer B 836, tel.: (66)2157.

6. De heer D. Backx is door het College van Bestuur, in overeenstemming met de commissie, herbenoemd tot technisch voorzitter van het Perso­ neelsoverleg voor 1985. BESLUITENLIJST VAN DE VERGADERING VAN HET COLLEGE VAN DECANEN DD. 29 NOVEMBER 1984 1. Het College heeft besloten in te stemmen met de functieprofielschets voor het ordinariaat Encyclopedie der rechtswetenschappen. 2. Het College kan zich in het alge­ meen verenigen met het voorstel in­ terne begroting 1985. Wel beveelt het College aan om het voorstel be­ groting voortaan in overeenstem­ ming te doen zijn met de eerder uit te komen kaders begroting voor wat be­ treft de toewijzing van de additioneel toegekende B­ruimte aan de daar­ voor in aanmerking komende facul­ teiten. 3. Het College is voorstander van een duidelijker omschrijving voor "overi­ ge producten wetenschappelijl;; on­ derzoek" in het kader van de inventa­ risatie ten behoeve van het weten­ schappelijk verslag. Dergelijke pro­ ducten komen voor opneming in be­ doeld verslag in aanmerking, als zij (mede) zijn gericht op het forum van vakgenoten, schriftelijk beschikbaar en verkrijgbaar zijn.

DOCTORAAL BESTUURL IJKE INFORMATIEKUNDE AANVANG SEPTEMBER 1985 Het college Formele Logica van Prof. Swart op maandag van 13.30­15.30 uur wordt het hele 2e semester gege­ ven in CZ 113. INTERNE VACATURE Bij de vakgroep Econometrie van de Subfaculteit Econometrie bestaat met ingang van 1 februari 1985 een vacature voor een STUDENT­ASSISTENTE (M/V) voor 20 uur per week (5 eenheden). Inlichtingen tel. 662636. PROPEDEUSE ECONOMIE In afwijking van hetgeen in het colle­ gerooster is vermeld, zullen de hoor­ colleges statistiek voor de propedeu­

se statistiek op maandag als volgt ge­ geven worden: 11.30­13.30 uur AZ 10 groepen 1 en 3 14.30­16.30 uur AZ 115 groepen 2 en 4. De verplichte literatuur voor het ko­ mend semester is: Madsen, R.W. & M.L. Moeschberger, 'Introductory statistics for business and econo­ mics' 1983 Prentice­Hall. RECHT DER INTERNATIONAL E ORGANISATIES Conform het in de studiegids vermel­ de, wijst de vakgroep Recht der In­ ternationale Organisaties er nog­ maals uitdrukkelijk op dat bij de aan­ vraag van een tentamen de literatuur­ lijst schriftelijk ter goedkeuring dient

cpDCEVMMp iui>_ SCKEL L EKENS

Vanaf 1 januari 1985 is het spreekuur van Mr. L.H.L.M. Schellekens uit­ sluitend op dinsdagmiddag van 14.00­16.00 uur, kamer B 810, tele­ foon 662627. Afspraken betreffende scriptiebe­ spreking, stages kunnen via de secre­ taresse Privaatrecht (tel. 662302) worden gemaakt. Telefonisch is Mr. Schellekens ook bereikbaar op woensdag­ en donder­ dagavond tussen 18.30­19.30 uur on­ der no. 631642.

RESPONSIE-COLLEGE ECONOMIE Voor werkgroep 9 en werkgroep 16 van de voltijdse studenten in de pro­ pedeutische fase zal door prof. Smul­ ders een responsiecollege economie worden gegeven op dinsdag 8 januari 1985 van 10.30­12.30 uur in lokaal AZ 8. Voor de deeltijdse studenten in de propedeutische fase zal door prof. Smulders een responsie­college eco­ nomie gegeven worden op maandag 7 januari 1985 van 19.00­20.30 uur in lokaal AZ 7.

LITERATUURLIJST: INL EIDING TOT HET NEDERL ANDS BELASTINGRECHT (PROPEDEUSE) ­ A.M. van Lieshout, Introductie tot het Nederlands belastingrecht, 2e druk. ­ Belastingwetten, met een inleiding van prof. mr. Ch.P.A. G eppaart, 15e druk ­ Syllabus, verkrijgbaar vanaf 15 ja­ nuan bij het dictatenmagazijn. CAPITA SEL ECTA SOCIAAL RECHT

VACATURE STUDENT-L ID VOOR DE ONDERWIJSCOMMISSIE In de Onderwijscommissie bestaat een vacature voor studentlid. Stu­ denten die belangstelling hebben in deze commissie zitting te nemen, kunnen over de werkzaamheden van de commissie nadere inlichtingen verkrijgen bij de secretaris van de On­ derwijscommissie, mw. mr. E. van der Schoor­van G aaien, kamer B 919, tel. 013­662660. Voor aanmelding als lid kan men zich schriftelijk wenden tot het bestuur van de faculteit der rechtsgeleerd­ heid. Hogeschoollaan 225, 5037 GC Tilburg. CAPITA NIEUW B.W. Het vak capita nieuw B.W. heeft de volgende opzet: Er worden colleges gegeven in 5 on­ derwerpen op donderdagavond van 19.00­21.30 uur in AZ 116 door: 1. Mr. V. Erp op 21 februan en 28 fe­ bruari over De Algemene Voorwaar­ den en de koopovereenkomst in het N.B.W.

2. Mr. Streefkerk op 7 maart en 14 maart over De Toerekening in het N.B.W. 3 Mr. Nieskens­lsphording op 21 maart van 17 april over de Overdracht in het N.B.W 4. Mr. V. Neer op 4 apnl en 17 april over de Zekerheidsrechten en het re­ tentierecht in het N.B.W. 5 Mr. Bordes op 25 april en 2 mei over vergelijking van het huidige reïht met het N.B.W. Per onderwerp is een syllabus ver­ krijgbaar in het dictatenmagazijn van­ af: 1 februari 1985 voor onderwerp nr. 1; Andere syllabi verschijnen in de loop van de cursus. Het vak wordt als volgt geëxami­ neerd: ­ Een toets waarbij voor ieder onder­ werp 1 vraag wordt gesteld op 9 mei om 19.00 uur. Indien u op 9 mei ver­ hinderd bent, dient u datschriftelijk met opgave van redenen van verhin­ dering, mede te delen aan Mr. Streefkerk. ­ Het schrijven van een paper over één van de 5 onderwerpen. Op 25 apnl wordt een inschrijfformulier uit­ gereikt, waarop u twee paper onder­ werpen moet aangeven, die betrek­ king hebben op twee onderwerpen. 2 Mei IS de uiterste inleverdatum van het inschrijfformulier Nè de toets op 9 mei worden de paperonderwerpen definitief aan de studenten toebe­ deeld. Het paper moet uiterlijk 1 sep­ tember worden ingeleverd. Het cijfer is een gemiddelde van het toetscijfer en het cijfer voor het paper in een verhouding 1 (toets7 : 2 (paper). (N.B. telefonische opgave voor dit vak­ tel. 662302 en niet 662303).

Donderdag 10.30­12.30 uur: Logica en Taalanalyse (werkcollege). De Swart, in CZ 112.

VACATURES

Aan de Subfaculteit Letteren is va­ cant de functie van STAGECOÖRDINATOR 0,5 M/V De stagecoördinator zal in overleg met de Stagecommissie en de studie­ adviseur uitvoenng geven aan het stagebeleid van de subfaculteit. Tot de taken behoren in elk geval: ­ organisatie en coördinatie van sta­ ges; ­ begeleiding van stagiaires en het geven van voorlichting over stages aan studenten; informatie over en hulp bij sollicitaties; ­ administratie en documentatie m.b.t. stages. Het stagebeleid is mede gebaseerd op het rapport van de Werkgroep Stages, dat onlangs tot stand is ge­ komen. Aan de te benoemen functionaris zul­ len tevens tijdelijk enkele taken van de studieadviseur worden opgedra­ gen, met een omvang van 0,2. Het betreft: ­ studieadvisering en ­voorlichting, vnl. m.b.t. propedeuse; ­ bijdrage aan onderwijscoördinatie. Functie­eisen: ­ minimaal HBO­niveau ­ goede communicatieve vaardighe­ den; ­ ervaring met uitoefening van Lette­ renfunctie buiten het onderwijs; ­ bekendheid met recente ontwikke­ lingen in de Faculteiten der Lette­ ren. EXTRA Salaris: mm. f 2.762,— en max. TENTAMENGELEGENHEID f ^.Zll,— bruto per maand bij vol­ 3e/5e SEMESTER tijdse aanstelling. Directe opname in het Algemeen Burgerlijk Pensioen­ Voor de 3e/5e semestercursus Inlei­ fonds. Premie AO\N/AViJ\N komt ding Kinder­ en Jeugdpsychologie voor rekening van de werkgever. zal een extra tentamengelegenheid Informatie bij drs. A. Verhagen, se­ worden geboden, en wel op donder­ cretaris subfaculteit Letteren, 013­ dag 7 maart 1985 om 18.30 uur. 662568. Sollicitaties schriftelijk, on­ ■Opgeven uiterlijk 4 weken vóór het der vermelding van vacaturenummer tentamen met een blauw formulier, 155 op de enveloppe, aan het hoofd in te leveren in gebouw S of bij de van de dienst Personeelszaken, Post­ studentenadministratie in gebouw B bus 90153, 5000 LE Tilburg voor 3 ja­ (eerste verdieping). nuari 1985.

EXCURSIE NAAR FRANKFURT Er zijn plannen om in het tweede se­ mester 1984/1985 een excursie naar Frankfurt (i.e. het "Institutfur Sozial­ forschung", waaraan o.a. Habermas verbonden is) te maken. Heb je hiervoor serieuze belangstel­ ling, laat dit dan weten middels een inschrijflijst bij het secretariaat van de Centrale Interfaculteit, kamer B 322. Nadere informatie volgt. Noodzakelij­ ke voorwaarde is wel dat je inge­ schreven bent als student(e) van de CIF of wijsgerige (keuze)vakken bij andere studienchtingen volgt. WIJZIGING COL L EGEZAL EN LOGICA EN TAAL ANAL YSE (tweede semester) Maandag 13.30­15.30 uur: Logica en Theoretische Informatica, De Swart, in CZ 113. Woensdag 10.30­12.30 uur: Logica en Taalanalyse (hoorcollege). De Swart, in CZ 113.

Bij het Onderwijs Research Centrum (ORC) is ten behoeve van het onder­ zoeksproject 'SCOOR' (een samen­ werkingsproject tussen HBO­ en WO­instellingen) de vacature ont­ staan van PROGRAMMEUR M/V De vacature kan door één of twee personen worden vervuld, waarbij 0,5 voor de duur van tenminste een jaar is en 0,5 ter tijdelijke vervanging. Gedacht wordt aan één of twee stu­ denten die in ieder geval ervaring hebben met programmeren in PAS­ CAL en gewerkt hebben met een PC. Informatie over deze functie kan wor­ den ingewonnen bij ir. E. van Hees, kamer O 60, tel. 013­662278. Salaris: min. f 2.403,— en max. f 3.274,— bruto per maand bij vol­ tijdse aanstelling. Directe opname in het Algemeen Burgerlijk Pensioen­ fonds. Premie AOW/AWW komt voor rekening van de werkgever. Sollicitaties schriftelijk, onder ver­ melding van vacaturenummer 154 op de enveloppe, aan het hoofd van de dienst Personeelszaken, vóór 3 janu­ ari 1985.


MEMO

WINTERCONFERENTIE

Varia X STUDIEDAG UNIVERSITAIR ONDERWIJS KHT-DOCENTEN Het universitair onderwijs is volop in discussie. Als gevolg van de invoering van de twee-fasenstructuur, de ministeriële opvattingen over wenselijke numerieke rendementen en de beleidsintenties van de KHT zelf (uitgesproken in o.a. de beleidsnota's Uitdaging en Verandering. Actuele Vraagstukken van Studentenbeleid en de nog door de HSR te bespreken notitie over het numeriek studierendement), vergaderen facultaire onderwijscommissies met overvolle agenda's. Tegen deze achtergrond heeft het ons goed geleken om een studiedag over het universitair onderwijs te organiseren, gericht op alle docenten van onze instelling. Het voornaamste deel van deze studiedag is het stimuleren van de discussie over de mogelijkheden tot vergroting van het opleidingsrendement zowel in kwalitatief als kwantitatief opzicht. Deze studiedag zal plaatsvinden op woensdag 23 januari 1985. Centrale vraag tijdens deze dag zal zijn: "Hoe kan door het onderwijs de motivatie van studenten bevorderd worden?" De mogelijke antwoorden op die vraag zijn terug te vinden in een zestal deelthema's, die aan de orde zullen komen n.l. 1. Onderwijsvormen en hun leereffekten 2. Curriculumopbouw 3. Schriftelijk studiemateriaal 4. Toetsing 5. Skriptieproblematiek 6. Contractonderwijs versus vrijblijvendheid. In de ochtend zullen er een aantal inleidingen worden gehouden door gerenommeerde sprekers, terwijl het middagprogramma voornamelijk in het teken zal staan van presentaties, demonstraties en workshops.

28 Februari en 1 maart 1985, Leefstijl, gezondheidsbevorderend en gezondheidsbedreigend gedrag. Winterconferentie van de sectie Klinische Psychologie en Psychotherapie van het N.I.P. in samenwerking met de Vlaamse Vereniging van Klinisch Psychologen te Amersfoort. Zie voor verdere inlichtingen het decembernummer van De Psycholpog of bel N.l.P., Nic. Maesstraat 122 Amsterdam, tel. 020-791526.

STUDENTENPAROCHIE Het interim-bestuur van de studentenkerk Maranatha is vanaf jan. '84 bezig met het formeren van een nieuwe studentenparochie. Er is hierbij overleg geweest met de betrokken onderwijsinstellingen, de Katholieke Hogeschool, de Katholieke Leergangen en de Theologische Fakulteit. Men is nu zover dat alle statutaire voorbereidingen rond zijn, er is ook een profielschets en een taakomschrijving opgesteld voor het te benoemen pastoresteam. Binnen niet al te lange tijd zal de advertentietekst verschijnen en kan de benoemingsprocedure beginnen. Het ligt in de verwachting dat medio februari '85 deze procedure afgerond zal zijn en een nieuw team van pastores kan starten. Het gaat om twee volledige formatieplaatsen, eventueel in te vullen door meerder part-time banen. Vanuit het Maranatha-team zal ook het pastoraat aan de Theologische Fakulteit verzorgd worden, en wel ter grootte van één formatieplaats. Verwacht wordt dat in augustus-september '85 er vanuit de studentenkerk een aantal groepsaktiviteiten zullen worden aangeboden. Als eerste aktiviteit is al een nieuw studentenkoor van start gegaan. Het is de bedoeling dat dit koor de zondagsvieringen zal begeleiden in de nabije toekomst. (Repetitie-avond elke maandag van 20.00-22.00 in Maranatha).

Bum

Buitenlandm

SAMENWERKING UNIVERSITEITEN FRANKRIJK EN ZWEDEN Begin januari vinden er op het ministerie onderhandelingen plaats over het invullen van de Culturele Verdragen met Frankrijk en Zweden. Bestaande samenwerkingen met universiteiten in die landen en nieuwe voorstellen die men opgenomen wil zien in deze protocollen kunnen zo spoedig mogelijk worden ingediend bij Buro Buitenland. Voor aanvragen voor subsidiëring van groepsreizen voor studenten naar alle landen waarmee een Cultureel Accoord is afgesloten is de sluitingsdatum van het ministerie van Onderwijs en Wetenschappen vastgesteld op 1 februari 1985. Deze aanvragen dienen vóór 15 januari bij Buro Buitenland te zijn ingediend. EUROPEES UNIVERSITAIR INSTITUUT

Promoveren in Florence met beurs Wetenschappers uit de EG-lidstaten kunnen onderzoek verrichten aan het door de Europese Gemeenschap opgerichte Europees Universitair Instituut. Het instituut dat in Badia Fiesolana (voorstad van Florence) gevestigd is, voert een aantal onderzoeksprojecten uit, die betrekking hebben op Europese vraagstukken. De projecten lopen binnen vier bestaande afdelingen van het instituut: geschiedenis en cultuurwetenschappen, economische wetenschappen, rechtswetenschappen en sociale wetenschappen. Vereist is dat studenten met hun onderzoek een bijdrage leveren aan een van de onderzoeksprojecten. Overige toelatingsvoorwaarden voor Ned. gegadigden zijn: doctoraalexamen en goede actieve en passieve kennis van tenminste twee van de officiële talen van het instituut (Deens, Duits, Engels, .Frans, Italiaans en Nederlands). Er wordt ook rekening gehouden met de wetenschappelijke kwaliteiten en eventuele werkervaring van de kandidaat. In het algemeen wordt van de stugeëist dat zij drie jaar aan het Voor f 5,— vult u onderstaande ruimte hoordevoU inclusief trefwoord bovenaan. denten instituut verblijven en ook daar de De matsertjes kunnen enkel met deze leesbaar ingevulde bon (één letter, leesteken dissertatie schrijven. Na het verdediof spatie per blokje) bij de redactie worden ingediend. gen van het proefschrift voor een inBetaling kan per giro- of betaalkaart onder gesloten omslag of op de redactie. ternationale jury behaalt men de graad van Doctor van het Europees Universitair Instituut. Doorgaans verVergeet niet ook naam en adres in te vullen. krijgt men voor de eerste twee jaar <:i~^ een beurs van de Ned. overheid en voor het laatste jaar van het instituut ö*C zelf. (In 1984 bedroeg de beurs 1840 gulden). Overige kosten, zoals die voor kinderen, ziektekostenverzekering en de reis worden tevens vergoed. (Dit jaar was de gehuwde toelage 380 gulden, kindertoelage 130 gulden en reistoelage 450 gulden p.p.).

Betaald matseren

1 1 1 1 1 II 1 1 1 III 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 II 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 III

1 1 1 1 1 1

1 hl 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1

Naam: Adres: (Tel.:

Tilburgs Hogeschoolblad

;

1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 II 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1

1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1

1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 II II Het aanmeldingsformulier voor een 1 1 1 1 onderzoeksplaats moet vóór 15 maart 85 worden ingediend. Het forIII mulier en nadere inlichtingen zijn verkrijgbaar bij: drs. H.W. Luttikolt, 1 1 1 1 1 Academische Raad, Postbus 13623, EP 's-Gravenhage. Tel. 0701 1 1 1 1 1 1 1 2501 614671 tst. 225. 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 BEZOEKEN VAN EN AAN BUITENLANDSE UNIVERSITEITEN

1 Februari 1985 is de sluitingsdatum van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen voor het aanvragen van subsidie uit de Culturele Accoor-

den met Frankrijk en Zweden. Uit deze Accoorden kunnen zowel reiskosten van Nederlandse wetenschappers die naar Frankrijk of Zweden willen gaan, gefinancierd worden als de verblijfskosten van Franse en Zweedse wetenschappers in Nederland. Aanvragen dienen voor 15 januari a.s. te worden ingediend bij Buro Buitenland. Rechtstreekse aanvragen worden door het Ministerie niet geaccepteerd. Ook aanvragen voor subsidiëring van groepsreizen voor studenten naar alle landen waarmee een Cultureel Accoord is afgesloten is de sluitingsdatum 1 februari en dienen de aanvragen voor 15 januari a.s. bij Buro Buitenland te worden ingediend.

inrichting, inventarisatie en kerst en nieuw. Prettige feestdagen en tot volgend jaar in H 39. VITE-LEZING Op 9 januari 1985 zal Dr. L. Biegel spreken over "Politieke verhoudingen en inter-Arabische conflicten". Dr. Biegel is docent aan de Universiteit van Amsterdam en wetenschappelijk staflid van de sectie Documentatie Nieuwste Geschiedenis van die universiteit. Aanvang: 20.00 uur. Plaats: Videozaal van het horecacentrum "The Gallery", Heuvelring 37, Tilburg.

OPROEP GALAPAGOS NATURALIST GUIDES 1985 In 1985 ETICA (Empresa Turistica International CA.) of Guayaquil, Ecuador, in conjunction with Metropolitan Touring of Quito, will be looking for a number of suitable graduates in Natural Sciences, to work as Naturalist Guides on board at their various ships in the Galapagos Islands. The job requires considerable linguistic ability combined with a good personality and adaptability, candidates should provide as much additional information as they can on their non-academic interests and activities. Voor gedetailleerde functieomschrijving tst. 662236, Buro Buiteland.

BEURZEN - Het Ministerie van O&W stelt 2 beurzen beschikbaar voor studie aan het Bologna Center, School of Advanced International Studies van de John Hopkins University. De beurs bedraagt max. de hoogte van de tuition fee ($ 8,600) en is bestemd voor afgestudeerden in de rechten, economie en politieke wetenschappen. Sluitingstermijn beursaanvraag (onder voorbehoud): 15 maart 1985.

De wetenschapswinkel zoekt enkele studenten die onderzoek willen doen t.b.v. een conferentie, gemeente en ontwikkelingssamenwerking, georganiseerd door NOVIB, Wereldwinkels, SNV, COS'en. Het onderzoek zal bestaan uit de analyse van een aantal concrete gevallen waarin organisaties op het gebied van ontwikkelingssamenwerking te maken hebben met gemeentebeleid. Wij denken aan: - 2 studenten organisatie- of ontwikkelingssociologie i.s.m.: - 1 rechtenstudent(e), die het vak 'provincie- en gemeenterecht' gevolgd heeft of wil volgen. Het onderzoek kan in het kader van bovengenoemd vak worden verricht of dienen als (case-studie voor een) afstudeerscriptie. Aangezien de conferentie in oktober '85 plaats heeft moet het onderzoek in de maanden februari-maart-april worden uitgevoerd. Voor meer informatie kun je contact opnemen met de wetenschapswinkel of llja van den Hoek, tel. 352320 of Margje Schuur, tel. 431938. Contactpersoon juristen V. Goorden, contactpersoon sociologen K. Vermunt.

Talencentrumx Stu dentent VERHUIZING KRIS Het Krities Informatiesentrum verhuist van haar jarenlange ondergrondse verblijf tussen gebouw A en B naar een nieuwe ruimte achter de mensa. De precieze aanduiding van de nieuwe lokatie is H 39. Telefoon blijft (66)2500. Vanaf 2 januari hoopt het KRIS U weer in een komfortabele entourage van dienst te zijn. Tot die tijd zijn we gesloten in verband met

TENTAMEN SPAANS Aan de Ie jaars studenten Spaans. Het tentamen Spaans vindt plaats op 8 januari 1985. Tijdstip en plaats zijn nog niet bekend. Nadere informatie hierover is verkrijgbaar bij Marianne Moria, kamer A 113, tel. 2614. SLUITING TALENCENTRUM Het secretariaat van het Talencentrum is van woensdag 2 januari 1985 t/m maandag 7 januari gesloten.

INTRODUKTIE 1985 De Dienst Studentenzaken en Welzijn vraagt

STUDENT-LEDEN voor de kommissie, die zich bezighoudt met de organisatie van de Hogeschoolen Tilburgintroduktie 1985.

Inlichtingen bij het informatiecentrum: tel. 662211/662135.

21 december 1984


HO^pO^ CINECITTA

De erfenis van de stomme film In Cinecitta drie films met de Marx Brothers: "A night at the Opera", 1935 (do. 20 t / m zo. 23 dec), "A day at the races", 1937 (ma. 24 t/m wo. 26 dec.) en "At the Circus", 1939 (do. 27 dec. t/m wo. 2 Jan.; 31 dec. geen voorstelling). Aanvang steeds 20.00 uur. De VPRO vertoont op 29 en 30 december 'The Cocoanuts" (1929), "Animal Crackers" (1930) en "Monkey Business" (1931). Onder de noemer "hutnor en satire" brengt Cinecitta deze maand een programma van komische films en films met op z'n minst een l<omische inslag. Het lijlct wel of men het kerstoffensief van Gremlins en Ghostbusters het hoofd heeft willen bieden door vooral bekende tot zeer bekende titels te programmeren, die stuk voor stuk bewezen hebben een groot publiek te kunnen bereiken. Daar schuilt geen kwaad in, maar wat meer durf of inspiratie had verfrissend kunnen zijn. MARX BROTHERS Onderdeel van dit programma is een miniatuur Marx Brothers-festival. "A Night at the Opera", "A Day at the

Woricshop Het Danshuis Het Danshuis organiseert van 2 januari tot en met 6 januari een workshop expressionistisch bewegingstheater o.l.v. Ricardo Anemaet van het Dansers Collectief. Er zal gewerkt worden naar een eindpresentatie in theater 't Heks in Tilburg-Noord op 6 januari 20.30 uur. Uitgangspunt van deze workshop zijn theaterteksten, die als handvat dienen om tot een ander en niet academisch bewegingspatroon te komen.

NOORDERLIGT

VOF de icunst Op zaterdagavond 29 dec. treedt de Tilburgse nederlandstalige popgroep VOF DE KUNST op. Aanvang 21.30 en de entree is gratis!! Zaal open om 20.30 u. De zes heren deelden hun eerste klap eind '83 uit met de single 'Suzanne'; zagen dit vrolijke nummer met duizelingwekkende vaart naar de bovenste

Races" en "At the Circus" zijn drie films uit de jaren zestig waarvan vooral de eerste twee sterk doen denken aan de Amerikaanse komische film uit de stomme periode, met name die uit de jaren twintig. De stomme komische film moest het hebben van visuele, fysieke humor, van lijfelijke confrontaties tussen mensen en objecten. Voor de verbeelding van die humor was beweging essentieel, en de muziek die de films in de bioscoop begeleidde was er vooral om die beweging te accentueren. In de films van Mack Sennett achtervolgden auto's, treinen en Keystone Kops elkaar in een koortsachtig tempo; Chaplin deed het iets rustiger aan, zijn gebaren en mimiek waren meer bestudeerd; Laurel & Hardy konden het geduld van de kijker behoorlijk op de proef stellen door hun tegenstanders alle kans te geven hun vernietigend werk te doen voordat zij zelf in actie kwamen. Maar: steeds was beweging een belangrijke factor. Met de introductie van de geluidsfilm in 1927 verandert dat. Door dialoog en ander synchroon geluid wordt fysieke humor naar de achtergrond gedrongen en vervangen door verbale humor. De komische film wordt minder visueel en meer literair, en voortaan ligt ook een gestructureerd ver-

haal meer voor de hand dan een losse aaneenschakeling van geïmproviseerde grappen. Maar de Marx-firothers - die zelf trouwens geen stomme films hebben gemaakt, maar uit vaudeville en theater afkomstig zijn - houden beweging en fysieke humor in ere. In "A Night at the Opera" komt een scène voor waarvoor Mack Sennet zich niet zou hoeven schamen. Groucho, Chico en Harpo krijgen in hun kleine hut op een oceaanstomer gezelschap van schoonmaaksters, werklieden, een manicure, stewards en nog wat anderen die allemaal tegelijk hun werk willen doen. De ruimte is hierop niet berekend en chaos volgt, een chaos die door de vanzelfsprekende vastbeslotenheid waarmee iedereen zijn bezigheden doorzet een onvermijdelijk en noodzakelijk karakter krijgt. Deze hectische sfeer van vlugge passen, van plotselinge incidenten, wordt door de dialoog niet ontkracht, zoals in zoveel vroege geluidsfilms, maar juist aangescherpt, dank zij een bijzonder gebruik van de taal. Groucho gebruikt de taal als wapen; met een vloed van wise-cracks en woordspelingen snoert hij ieder de mond, behalve Chico, die hem met zijn onvoorstelbare domheid en gebrekkige talenkennis als enige kan overbluffen. Harpo houdt zijn mond en ge-

DECEMBER

bruikt witte magie en een toeter als taal. Een fragment uit "A Night at the Opera": Groucho: "All right. I'll read it to you. Can you hear?" Chico: "I haven't heard anything yet. Dit you say anything?" Groucho: "Well, I haven't said anything worth hearing". Chico: "Well, that's why I didn't hear anything". Groucho: "Well, that's why I didn't say anything". Met deze fysieke en verbale humor, of agressie, want dat is hier hetzelfde, gaan de Marx Brothers sociale en morele conventies te lijf, zoals de meeste komieken trouwens. Ook filmische conventies blijven niet gespaard; in veel films parodieert Groucho in zijn jacht op tegenspeelster Margaret Dumont de romantische clichés van Hollywood. Hoe anarchistisch dit ook mag lijken, bepaalde normen blijven toch stelselmatig buiten schot. Als Groucho Margaret Dumont beledigt, is dat niet alleen omdat ze symbool staat voor de betere kringen, de society, maar ook omdat ze een oudere vrouw is. De norm dat vrouwen jong en mooi moeten zijn wordt niet belachelijk gemaakt, maar onderstreept. Bert Haagsman

VRIJDAG 21 DECEMBER Cinecitta, 20.00 uur: 'A night at the opera'. Regie: Sam Wood. Met 'The Marx Brothers', (tot en met 23 december) Cinecitta, 22.00 uur: 'Can she bake a cherry pie'. Regie: Henry Jaglom. (tot en met 26 december) Stadsschouwburg, 20.15 uur: Het dagboek van Anne Frank. In een bewerking van Mies Bouwhuys gespeeld door o.a. Jeroen Krabbé (tevens regie) en Jip Wijngaarden. Katholieke Hogeschool, 20.15 uur, aula: Konsert van de Kon. Liedertafel Souvenir des Montagnards. Optreden van Het Hagen Kwartet. Stadsschouwburg, 20.30 uur, studio: Youp van 't Hek met zijn nieuwe programma 'Verlopen en verlaten'. Stadsschouwburg, 22.15 uur, theaterkelder: Jazzconcert door Jerome Pellemans, Jeroen van Vliet en Piet van Zundert. ZATERDAG 22 DECEMBER Stadsschouwburg, 20.15 uur: Brabants Conservatorium. Presentatie van de opleiding 'toneeldans'. Stadsschouwburg, 20.30 uur, studio: Elektro-instrumentaal ensemble Tilburg o.l.v. Huub van Hacken speelt werken van Wlodzimierz Kotonski, Emstalbrecht Steibler, Michel Hamel en Christian Wolff. ZONDAG 23 DECEMBER Noorderligt, 21.30 uur: 'Me & the Heat', Engelse new wave.

De workshop staat open voor mensen met een hoge technische dansvaardigheid, maar ook voor hen die een beperkte techniek hebben. Creativiteit, een tomeloze inzet, doorzettingsvermogen en concentratie zijn wel vereisten voor het deelnemen aan deze workshop. Ricardo Anemaet is lid van het Dansers Collectief, dat werd opgericht in 1980, en sindsdien door hun producties voor enige controverse binnen het veilige Nederlandse danswereldje heeft gezorgd. De vervreemde en harde stijl van het Dansers Collectief zal centraal staan in deze cursus. Inlichtingen: Nora v.d. Eeckhout/Telexstr. 4a, Tilburg/013-360207.

MAANDAG 24 DECEMBER Cinecitta, 20.00 uur: 'A day at the races'. Regie: Sam Wood. Met 'Met Marx Brothers', (tot en met 26 december). DONDERDAG 27 DECEMBER Stadsschouwburg, 14.30 uur. Filmhuis: 'Stad' en 'Harmonie van een gemeenschap'. Twee contrastrerenden films over Tilburg, (tot en met 31 december) Stadsschouwburg, 20.00 uur. Filmhuis: 'Die Angst des Tormanns beim Elfmeter'. Wim Wenders special. Film naar de gelijknamige roman van Peter Handke. Stadsschouwburg, 22.15 uur. Filmhuis: 'The stafe of things'. Wim Wenders-special. Film over een filmploeg die wegens geldgebrek vast komt te zitten in een afgezonderd hotel aan de Portugese kust. (tot en met 2 januari, behalve 30 en 31 december) Theater 't Heks: Theaterreis Amsterdam. Busreis naar Amsterdam waar om 12.30 uur de voorstelling 'Waar gaat het over', geschreven door Wim Schippers en gesp>eeld door toneelgroep Centrum, bezocht wordt.

sport van de vaderlandse hitladder klimmen en konden in de loop van '84 de Engelse uitvoering terugvinden in tal van buitenlandse hitlijsten. Het laatste nieuws is dat VOF DE KUNST zojuist een tour door Scandinavië heeft gemaakt, en dat Ferdi Lancee de band heeft verlaten. Voor hem is Arthur Robbesom in de plaats gekomen, verder Nol Havens zang, Jos v.d. Dries drums, Ferd Berger gitaar, Frans Baudoin toetsen, Roel Jongenelen bas. Dus zaterdagavond 29 dec. en de entree is gratis!!!

NOORDERLIGT

Jo Lemaire & band Haar eerste groep heette Jo Lemaire & Flouze en haar eerste elpee had dezelfde naam. Er werd enthousiast gereageerd op dit debuut, ook buiten België. De tweede elpee Precious Time werd hoofdzakelijk in Londen opgenomen. Dit album bevestigde Jo's talent en mogelijkheden andermaal. Met Pigmy World '81, kon men voor het eerst kennismaken met Jo Lemaire als chansonnière; met 'Je suis venue te dire que je m'en vais' toonde

Tilburgs Hogeschoolblad

Agenda

de frêle artiste de natie wat voor haar mogelijk was naast new wave en rock 'n roll. Met de album Concorde komt Jo Lemaire in '83 terug, samen met de rasmuzikant Fa Vanham. De kritieken zijn uitstekend en zijn een enorme stimulans voor hen beiden om -door te gaan. In Noorderligt op 28 dec. De groep bestaat ui Jo Lemaire zang, Fa van Ham gitaar. Mare Bonne drums, Werner Pensaert keyboards, Ferre Baelen bas, Luc van Leffen gitaar, Annie & Manuella vocalen. Aanvang 22 u., zaal open 21 u.

21 december 1984

VRIJDAG 28 DECEMBER Stadsschouwburg, 20.00 uur, Filmhuis: 'Alice in den Stadten'. Wim Wenders-special. Stadsschouwburg, 19.00 uur: 'De Boot', speeltheater Gent met familievoorstelling 'De Boot' voor mensen van 7 tot 77 jaar. Noorderligt, 21.30 uur: Jo Lemaire & Band. Belgische pop. ZATERDAG 29 DECEMBER Stadsschouwburg, 20.00 uur. Filmhuis: 'Lightning over water (Nick's movie). Wim Wenders special. Film die Wenders samen met Nicholas Ray maakte over het stervensproces van Ray, die aan kanker leed. ZONDAG 30 DECEMBER Noorderligt, 14.00 uur: Big Bamboozle Festival i.v.m. 2-jarig bestaan met o.a. MAM, Palinckx en Palinckx en het Werkentrio.


ACHTERKLAP Computerclub tussen kraken en beveiligen "Na de komst van de terminals op de KHT maakte iemand een spel: 'zeeslag', dit bestond natuurlijk al lang (zie: Asterix en de Gothen), maar werd nu gespeeld met een nieuwe tegenstander: de computer. Iedereen was met stomheid geslagen toen ontdekt werd dat je met een computer ook iets leuks kunt doen", aldus Walter Beset van de Computer Club Tilburg University (CCTU). Het werd druk gespeeld en al gauw deden de handigsten pogingen om in de scorelijsten in te breken. Voor anderen vormde dit een uitdaging: zij trachtten het programma tegen de 'krakers' te beveiligen. Zowel krakers ais bewakers maakten op deze wijze kennis met de interne organisatie van het computersysteem op de Hogeschool. Zo werden eerste computerverslaafden gevormd en dat was de basis voor de later opgerichte computerclub. Een aantal student-assistenten kwamen beroepshalve regelmatig in het rekencentrum. Zij bundelden zo'n vijf jaar geleden hun krachten om samen sneller oplossingen te vinden voor problemen op het gebied van de informatica. "De officiële oprictttingsdatum weet ik niet meer, die is min of meer geprikt met het oog op het verkrijgen van een subsidie van de Hogeschool". Deze subsidie bedraagt nu f 500,-. Momenteel telt de club 25 leden. Zij werken nog altijd voornamelijk met de Apple-microcomputer van het rekencentrum. De beginnende computer-freak kan een keuze maken uit drie cursussen: een inleidende, een Pascal- en Basic-cursus. Deze zijn zo geschreven dat je met de computer aan de slag kunt zodra je weet

VALS FRONTJE

waar de aan/uit-knop zit. Voor de gevorderde techneut zijn er de Apple-avonden. Op deze bijeenkomsten houden de leden lezingen en discussies over een speciaal thema. Zo stonden o.a. databases en het beveiligen van software op het programma. Het eigenlijke 'computeren' gebeurt buiten clubverband. "Er is genoeg kennis bij de specialisten aanwezig om god-weet-wat te gaan doen, maar je bent wel puur voor jezelf bezig. De club zorgt er alleen voor dat de opgeDe opmars van de computer dane kennis ook door anderen juich ik van harte toe, maar gebruikt kan worden", aldus voorlopig schaf ik mij zo 'n ding Walter Beset. niet aan. Andere mensen kunnen Van de subsidie van de Hogeer goed mee overweg; laat mij school en de 25 gulden, die ieder nog maar even m 'n gewone gang lid per jaar betaalt, is een softgaan. Ooit heb ik geprobeerd om ware- en tijdschriften-archief in een computertaal te leren (Alde maak. De software-bibliogol). Ik vond die lessen vervelend theek bestaat voornamelijk uit en ben er maar snel mee opgegecopiëerde programma's, de houden: Nederlands is al moeidoor de producenten aangebolijk genoeg. den software is immers veel te Afgelopen voorjaar vond er een duur. "De winkelprijzen zijn puur twintigste-eeuws incident plaats. fantasie-prijzen, ze proberen zoWe kwamen in Amsterdam bij veel mogelijk te vangen. Dat het ook anders kan bewijzen een aantal nieuwe Amerikaanse be- Van de plannen die de club sinds een aantal jaren koestert is nog drijven die hun producten ver onniet veel terecht gekomen. De der de gangbare prijzen aanbiegeplande lezingen en excursies den", aldus Walter Beset. konden wegens gebrek aan beInmiddels is men wel wat voorlangstelling niet doorgaan. Ook zichtiger geworden met copiëde aanschaf van eigen appararen. Het wachten is nog steeds tuur behoort nog steeds tot de op een rechterlijke uitspraak over wensdromen. Toch zijn de mode vraag of het copiëren van software door hobbyisten al dan gelijkheden sinds de oprichting veel ruimer geworden. De KHT niet strafbaar is. "Natuurlijk zijn er nog steeds de 'postzegelverza- beschikt nl. niet meer alleen over melaars'die alles verzamelen wat Apple-, maar ook over IBM- en Digital-microcomputers. "Vooral ze kunnen krijgen, maar er verder de IBM-computer zullen we meer weinig mee doen. Over het algegaan gebruiken i.v.m. de nieuwe meen zijn dat trouwens de beste studierichting Bestuurlijke Inforkrakers". Het is pas echt leuk als het verboden is, dat spreekt. Een matiekunde". Vooralsnog blijft de CCTU wat apparatuur betreft andere groep binnen de club is dus afhankelijk van de Hogemeer geïnteresseerd in het beveischool. Jammer genoeg, zegt ligen van programma's. Een conBeset, is de situatie in Nederland frontatie tussen de afdeling kranog steeds niet vergelijkbaar met ken en de afdeling beveiligen reAmerika, waar universiteiten, zosulteert meestal in een nederlaag als de UCLA, op elke studentenvoor de laatste.

Bliep bliep

Uit 20 jaargangen THE

Computer weet steeds meer van ons maar niet zo geslaagde poging is er gewaagd om de budgetbewaking \oor een gedeelte te automatiseren.

Om een goede planning mogeli)k te maken heeft de hogeschool-organisatie steeds meer behoefte aan inrormatie Die informatie nu kan beschikbaar komen via voortgaande automatiseringsprocessen op de hogeschool Ir. P. A. J. Schellart (hij _ studeerde wiskunde en bednjfskun-* de aan de TH in Delft) is als waarnemend hoofd van de afdeling Organisatie en Automatisering bijna dagelijks bezig met automatisenngsi raagstukken Een aantal taken die binnen de hogeschool verricht worden zijn al geautomatiseerd De uitleenregistratie .an de bibliotheek en de salansadTiinistratie van personeelszaken ..orden bijvoorbeeld al via de computer gerealiseerd Een bescheiden.

Tilburgs Hogeschoolblad

Wel geautomatiseerd is de adressen.idministratie. Desgevraagd kan de logeschoolcomputer - al dan niet in etikettevorm en al dan niet naar kaegone geordend - de adressen oplepelen van studenten m verschillende studierichtingen, lektoren, professoren, tuinlieden, wetenschappelijke ambtenaren en ga zo mtiar door. De prijskalkulatie en interne verrekening van het door de drukkerij geleverd drukwerk geschiedt ook al via de computer. Maar de heer Schellart heeft nog meer automatiseringsplannen in de zm. Eerstens streeft hij ernaar om de bestaande automatisering meer te integreren, om zodoende fouten te vermijden en verspilling van mankracht en computerarbeid te voorkomen. Overigens wil hij de besteiande computerprogramma's niet tot

(Uit THB - 30 nov. 1973)-

ten geheel laten samensmelten (data-base). Het streven is om op korte termijn alle gegevens, die de afdeling personeelszaken nog in bakken bewaart, aan de computer toe te vertrouwen. Bovendien wil men in de toekomst de algemene gegevens vEin de studenten in de computer gaan invoeren. Voor de planning belangrijke statistieken kunnen dan snel gemaakt worden. Ir. Schellart denkt daarbij aan statistieken, die tonen hoeveel studenten uit Brabant komen, hoeveel er kollegegeld betaalden en hoe bijvoorbeeld hun studieverloop is. Een laatste automatiseringsplan is de automatisering van de gehele hogeschool boekhouding. Als die boekhouding in de computer zit, dan kan men bijvoorbeeld sneller en grondiger financiële gegevens en resultaten (voor begrotingsopstelling bijvoorbeeld), te voorschijn toveren.

elkaar voor een redactievergadering van het maandblad 'Psychologie'. Helemaal uit België kwam onze Belgische redacteur aangereisd. Op het station, dicht bij huis, had hij een bijzonder tijdschrift gekocht. Als je dat tijdschrift open deed, ging een heel klein computertje een liedje spelen: 'Happy birthday to you'. Deed je het blad weer dicht, dan stopte het computertje met zingen. Meer kon dat kleine ding niet. Onze redacteur had een probleem. Reeds voor de grens was er iets misgegaan. Het computertje bleef zingen, ook nadat het tijdschrift was dichtgeklapt. Een treinreis lang had onze collega 'Happy birthday to you' onder in zijn koffer horen zingen. Daarom gaf hij nu maar snel dat tijdschrift cadeau aan de hoofdredacteur van 'Psychologie'. Die wist er geen raad mee. Het Belgische blad bleef maar zingen, wat je er ook aan deed. 'Laten we maar gaan vergaderen', zei de

hoofdredacteur gelaten. Hij legde het zingende blad op zijn bureau en stapelde er twee woordenboeken op. Dwars door alle woorden heen bleef het computertje maar doorjengelen: 'Happy birthday to you, happy birthday to you'. Terwijl we zaten te vergaderen kwam een laatkomer binnen. 'Wat is hier aan de hand?' vroeg hij. We vertelden het hem. De laatkomer legde snel zijn jas op de woordenboeken die op het computertje lagen. Nu hoorden we nog slechts zacht gebrom. Aan het eind van de vergadering wist iemand het kreng tóch nog stil te krijgen. Daarom neem ik geen computer. Alles is best, zolang het goed gaat. Maar als er iets mis gaat, ben ik nergens meer. Stel dat ik een tekstverwerker heb met een klein foutje. Ik zit dit stukje te tikken, en opeens komt er een tekst van Hans Adriaansens uit! Ik moet er niet aan denken. Karel Soudijn

S

Walter Beset kamer een micro-computer hebben staan die direct met het centrale systeem verbonden is en

dag en nacht gebruikt kan worden. T.H.

ii

Als je haar maar goed zit Even een bericht dat helemaal niks met computers van doen heeft maar wel alles met de aanstaande feestdagen. De dames- en herenkapsalons van John Postmus in Rotterdam bieden studenten aan Nederlandse universiteiten en hogescholen 20% reductie op alle behandelingen. Vorige week stond er een advertentie in Quod Novum, het weekblad van de Erasmus Universiteit. De jeugd beneden de twintig en klanten van 65 plus konden bij Postmus eerder al op een dergelijke korting rekenen. Daar is dan nu de - kennelijk als voldoende armlastig aangeschreven - studentenpopulatie bijgekomen. John Postmus zelf is helaas niet bereikbaar om commentaar te geven op deze opmerkelijke re-

clamestunt. En zijn vriendelijke assistente weet ook niet precies wat haar werkgever ertoe heeft bewogen om zich zo tot deze speciale doelgroep te richten. Postmus staat bekend als een dure en exclusieve coiffeur. Maar de actie slaat wel aan, aldus de assistente. Er wordt veel over opgebeld en er zijn al heel wat 'dames en heren' komen opdagen om zich, op vertoon van hun collegekaart, gereduceerd te laten behandelen. De nieuwe klanten komen vooral van de Erasmus-universiteit. Ook iets voor de Tilburgse studenten? Tien keer naar de kapper en de verhoging van je collegegeld is eruit. Maar dan wel hard sparen voor het treinkaartje naar Rotterdam en weer terug. T.G. 21 (december 1984

I


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
1984 12 21 by Redactie Univers - Issuu