Tilburgs Hogeschoolblad - 23 november 1984 - jaargang 22 - nummer 13
Vragen en antwoorden Mi
openbaar
Benoeming Veldkamp zorgvuldig verlopen
Bij de benoeming van Dr. G. Veldl<amp tot buitengewoon hoogleraar Sociale Zekerheidswetenschappen is in alle opzichten de vereiste zorgvuldigheid in acht genomen. Dat antwoordt het College van Bestuur van de Tilburgse hogeschool op vragen uit de hogeschoolraad. Tevens, zegt het bestuur, is er geen reden geweest om te twijfelen aan de wetenschappelijke deskundigheid van professor Veldkamp en is bij zijn aanstelling een raadpleging van de zusterinstellingen overbodig geacht. Vorige week onthulde het THB dat de Progressieve Studentenfractie (PSF) een negental vragen heeft gesteld over de aanstelling en het functioneren van prof. dr. G.G.M. Veldkamp als buitengewoon hoogleraar in de Sociale Zekerheidswetenschappen. Deze vragen droegen oorspronkelijk een vertrouwelijk karakter maar hebben inmiddels van de hogeschoolraad het stempel 'openbaar* meegekregen. Het College van Bestuur, dat deze hele kwestie liever achter gesloten deuren had afgewerkt, heeft daarop besloten ook de antwoorden dan maar openbaar te maken. Overigens met de
aantekening: "Het College betreurt het dat vragen gesteld worden die mede of zelfs voornamelijk betrekking hebben op het personeelsbeleid en -beheer met betrekking tot individuele personen". Het College wil derhalve ook alleen antwoord geven op de vragen die de benoemingsprocedure van Veldkamp betreffen en laat de personele aspecten buiten beschouwing. Veldkamp is, zo informeert het College van Bestuur de hogeschoolraad, voor drie dagen per week benoemd, "uitbreiding is niet uitgesloten". Het hogeschoolbestuur legt uit dat men bij de
WW
aanstelling per 27 juli 1984 zeer «nel te werk moest gaan in verband met de aanvang van de colleges binnen de propedeuse sociologie. De leden van de voorbereidingscommissie zijn 't daar mee eens, ook al waren zij officieel nog niet benoemd vóórdat de besHssing over de benoeming viel. "Het gaat hier" schrijft het College "om een tijdelijke voorziening in afwachting van de werving en benoeming van een gewoon hoogleraar. Daarom is er overeenkomstig het gebruik bij andere gelegenheden als de Cobbenhagenleerstoel of de vervanging van de rector-magnificus met een vereenvoudigde procedure volstaan". Hetgeen onder meer inhoudt dat, voor wie reeds hoogleraar is, raadpleging van de zusterfaculteiten niet meer aan de orde is.
TM^BM. 8/9
De hogeschoolraad komt op donderdag waarschijnlijk terug op deze zaak. Dan zal ook blijken of de PSF genoegen neemt met de antwoorden van het College van Bestuur.
De zaak Pillot )plev^|MpF' Ee^^É^ende in dit hachelijkk ^rvolgvervolqverhaal. Studeren stappen naar d^ïfeh-
T.G.
Geluidsoverlast en 'ondraaglijke' lucht in gebouw S
''Je kunt je niet concentreren op je werk o
Het nut van een cursus, studievaardigheid in twijfel getrokken.
Het College van Bestuur moet zich gaan buigen over de gebreken van gebouw S. Wim Dijkstra heeft namens hogeschoolraadfractie Breed Front een brief aan het college geschreven waarin hij melding maakt van klachten van 'bewoners' vap gebouw S. De klachten gaan vooral over de atmosfeer en de geluidsoverlast. "Je krijgt een klap in je gezicht als je hier binnenkomt", zegt Agnes Vos, koffiedame in gebouw S, als ze de situatie in en rondom de keuken beschrijft. De droge en warme lucht is volgens haar 'ondraaglijk'. Hoofdpijn, schrale lippen en geïrriteerdheid zijn de voelbare gevolgen. "Iedereen loopt hier wel te meten", vertelt ze, "testje zus, testje zo, maar niemand doet er wat aan". Binnen haar domein staat een soort vogelkooi opgesteld met meetapparatuur erin. Het vochtgehalte en de temperatuur wordt er mee gemeten.
IRRITATIE Wim Dijkstra, al eerder in de weer tegen 'genante' geluiden uit de aangrenzende kleine kamertjes, stoort zich vooral aan een overmaat van geluiden die via de muren en de leidingen zijn werkkamer binnendringen. De extra wand die geplaatst is helpt niet echt en van de verlaagde plafonds heeft hij ook geen al te hoge verwachtingen. "Je kunt je niet concentreren op je werk, het is irriterend als je telefoongesprekken van je buurWerkkamer in gebouw S: voldoqnde ventilatie voor één medewerker
Film en literatuur op pagina 5.
man kunt volgen", aldus Wim Dijkstra. "Ik vind dat ik recht heb op stilte. Dat vind ik vrij fundamenteel". Ook klaagt hij over lekken in het dak. Lekken waardoor hij de planten water kan geven. De ruis in de radiatoren is eveneens een bron van ergernis. Er is inderdaad een constante brom te horen, maar die blijkt van het electrisch typemachine te komen. Een half jaar geleden stuurde Wim Dijkstra een brief met klachten naar het bestuur en de raad van de Subfaculteit Sociaal-Culturele Wetenschappen. Het bestuur ging wel in op de. vragen die hij stelde, maar kon de klachten niet behandelen in de faculteitsraad omdat de klachten "in de sfeer van het beheer en onderhoud van gebouwen" liggen.
Vrije jongen Arie Looren de Jong zoekt een uitgever voor zijn boek: Opslag vragen, pronnotie maken.
ENQUÊTE Een enquête in april van dit jaar van de Bedrijfsgezondheidsdienst onder medewerkers van gebouw S, afgenomen door mevrouw Kalwij, bracht de zaak aan het rollen. De uitslag van de enquête bevestigt de vermoedens dat velen klachten hebben over het werkklimaat. Van de 127 aangeschreven medewerkers retourvervolg op pag. 6
Verboden te lezen voor Letterenstudenten? Studiestakers, aarzelende en ook overtuigde blijvers aan het woord over de eenzijdige literatuurbenadering van hun faculteit. Secretaris Verhagen en docent Verdaasdonk leggen uit waarom het aantal inschrijvingen achterblijft bij de verwachtingen.
11
Den Haag Wie is de baas op de universiteit?
BRIEVEN MATSERTJES
reaRtionai, "Reaktionair" is een rubriek waarin reakties van lezers worden geplaatst. Naam en volledig adres van de schrijver(s) dient bij de redaktie bekend te zijn. Anonieme brievan verdwijnen in de prullemand.
Werkgroep POLET Wat was ik blij verrast toen de redacteur van THB contact met mij opnam n.a.v. het voornemen om een artikeltje over POLET te schrijven (THB 9 november 1984). Door ervaring wijs geworden, dacht ik al. Het blijkt echter gewoon een vorm van repressieve tolerantie geweest te zijn. Mijn getuigenis è décharge voor de Subfaculteit. Letteren is gewoon weggelaten. Niet dat ik zoveel heb af te dingen op het initiatief van POLET, dat ik een warm hart toedraag. Ik wil echter wel voorkomen dat er door het THB een wat ai te eenzijdig beeld over de SLE ontstaat. Verdaasdonk moet zichzelf maar verdedigen, dat kan hij heel goed en welsprekend. Ik wil me beperken tot de opmerking dat de Subfaculteit zich bewust is van de behoefte van studenten om ook het boek zelf in hun studie tegen te komen. In de bijstellingen die op dit moment in de Subfaculteit in bespreking zijn, is dat uitdrukkelijk een punt van aandacht. Verder wordt de indruk gewekt dat het literatuuronder-
s er tj e 'Matsertjes' kunnen worden opgegeven bij de redaktie. Tot 30 woorden kosten ze ƒ 5,—; onder nummer / 2,50 extra. Reakties op advertenties onder nummer naar de redaktie sturen. VACANTIE: Ga met de Studentenreisclub genieten van bronzende en bruisende wintersportvakanties. 10-Daagse reis, halfpension v.a. ƒ 239,—. Vraag die foler! Tel.: 050-142386/133068. Wekelijks vertrek v.a. 22 dec. TE KOOP: Ons gezellig huisje is te koop, 3 slaapkamers, tuin, open haard, plavuizen vloer, prijs / 65.000,— k.k. Paterstr. 10, Tilburg. Tel. 013-359646. TE KOOP: Tapedeck (Akai) professioneel, halfspoor, snelheden 19/38. Alleen voor liefhebber, ƒ 1050,—. Tevens professioneel mengpaneel (voor disco) en professionele disco-luidsprekers 100 watt. Voor meer informatie tel. 013671059.
wijs zich beperkt tot wat Verdaasdonk wil aanbieden. Dat is onjuist. De studiegids laat zien dat er wel degelijk cursussen worden verzorgd die het literaire werk als uitgangspunt nemen, zowel in het verplichte programma als in het keuzeprogramma. Met name binnen de Literatuurdidactiek is dat het geval, terwijl ook de Literatuursociologie niet zo "eenzijdig" beoefend wordt als men suggereert: de colleges van Dr. Helga Geyer bieden de studenten een heej andere invalshoek. Enkele t i tels: - Theorie en sociologie van de avantgarde - Overspel in de 19e eeuwse roman - Literatuur en racisme - Literatuur en feminisme - Het theater van Brecht - Kinder- en jeugdliteratuur 1 en 2. Er is voldoende ruimte voor de kritische houding van POLET, zonder deze feiten te negeren. Nol Verhagen
Botheid Geachte Okkerse, Blijkens uw column in het THB van 16-11-'84 wordt de antikernwapenbeweging nu ook gesteund door rechtse mensen. Dit verheugt ons ten zeerste. Overigens verwijzen wij u naar een advertentie op deze pagina voor de plaatsing, waarvan een uitgebreide inzameling is gehouden. Paul Zoontjes, Frank Vlemminx
NOOD-OPROEP: Wie heeft de verkeerde jas meegenomen op woe. 14 nov. namiddag uit de garderobe van gebouw C (bij de toiletten). Omschrijving jas: leder, bruin/grijs, suède. Info bij G. Ooms, tel. 076-873293. GEZOCHT: Encountergroep zoekt medegroepsleden (liefst mnl. i.v.m. huidige samenstelling). Een maal per 3 weken op donderdagavond te Vught. Reacties onder nummer A-25. FIETSBOEKJE Milieu-actiegroep brengt f ietsboekje uit "Acht fietsroutes rond Tilburg". Prijs: f 8,90. Verkrijgbaar bij: B-724 of KRIS.
OKKERSE, HOUD OP!
Wildfestival 1984 onze speciale wildkaart met voortreffelijke wildgerechten toornt u een keur van diverse specialiteiten. Ter kennismaking een grandioos "Wildmenu" (7 gangen). ^ g-Q Menuprijs / Oir^" " Voor nadere informatie en/of reservering
Restaurant „Den Schout" Oranjestraat 4 - Tilburg centrum, tussen Paleisring en Emmastraat. Tel. 013-43.45.12 - 67.43.94. Donderdag rustdag.
Tilburgs H o g e s c h o o l b l a d
NASCHRIFT: De belangstelling van de heren (dames?) Zoontjes en Vlemminx verheugde mij zeer. Wat wil een columnist nog meer? Aan de leesvaardigheid van beide lieden schort het echter 4tog. Daar zijn cursussen voor, ook hier op de hogeschool. En als er een tientje voor mij af kan, moet er toch zeker wel wat geld op te halen zijn om u op fatsoenlijke wijze enige aspecten van leestechnische aard bij te brengen.
Adverteren in het THB
Okkerse
Tilburgse bouwploeg naar Nicaragua Op maandag 26 november a.s. vertrekt een groep van 17 Tilburgers naar Nicaragua, om precies te zijn naar de stad Matapalga (70.(XX) inwoners) in het Noorden. Onder hen Wouter van den Beid, student economie aan de Hogeschool. Wouter gaat in Matapalga samen met 16 andere Tilburgers, gerecruteerd uit diverse hoeken van de Tilburgse samenleving, meehelpen aan de bouw van een kleuterschool. Verder zal de groep proberen talrijke contacten te leggen tussen diverse maatschappelijke organisaties en groeperingen (o.a. kerken, vrouwengroepen, vakbonden, bedrijven en onderwijsinstellingen) daar in Matapalga en hier in Tilburg. Het vertrek van de bouwploeg betekent een heel concrete stap op een weg, die een jaar geleden is ingeslagen na de zgn. Nicaragua-week. Toen is de Stichting Samenwerking Tilburg-NIcaragua opgericht die zich t o t doel heeft gesteld om de aandacht voor Nicaragua levend te houden onder de Tilburgse bevolking. Om dat doel te bereiken wordt er binnen de stichting momenteel hard gewerkt aan het realiseren van een studentenband tussen Tilburg en Matapalga. Begin oktober bezocht een delegatie uit Matapalga Tilburg, en deed daarbij ook de Hogeschool aan. Nu gaat er dan een Tilburgse ploeg naar ginds. De materialen voor de school, die ze daar gaan bouwen, zijn grotendeels betaald uit de opbrengst van een collecte onder de Tilburgse bevolking terwijl ook de Novib het project financieel ondersteunt. De reiskosten worden voor een klein gedeelte eveneens door de Novib gefinancierd; het merendeel van die kosten moet de stichting zelf opbrengen. Daartoe zijn verschillende acties opgezet, maar er is nog steeds een flink tekort. Dankzij een lening wordt het vertrek van de bouwploeg hierdoor niet gestagneerd. De lening moet echter terug betaajd worden, en daarvoor vragen wij financiële steun van ieder die de Nicaraguaanse zaak een warm hart toedraagt. Gironummer: 27.83.514 t.n.v. Stichting Samenwerl<ing TilburgNicaragua onder vermelding "Bouw/ploeg". Wouter van den Beid: lid van de bouwploeg Christa Thoolen: lid van de stichting Samenwerking Tilburg-Nicaragua.
Bel 's morgens naar Angela Lodder,
013-662277 tilburgs hogeschoolblad weekblad voor de katholieke hogeschool tilburg redaktie eddie vaes (hoofdredakteur) twan geurts, lennart kik, angela lodder (assistente) medewerkers wouter van gils, henk zomer, edwin van den oetelaar, ben beljaars, marijne van der jagt, bert haagsman, hanneke burggraaff, gerard rutten, monique van blijswijk samenstelling redaktieraad prof mr p van seters (voorzitter), dr h van erp, m ackermans (adviseur), a. de laaf, drs th schouw, dr m van hoorn, mevr j a.m j jansen, h van kleef, drs c p m broekhof officiële mededelingen buro pers en voorlichting cartoonist ad van haandel, henk van de berg advertenties angela loader kopij alle kopij moet uiterlijk op donderdag de week vóór het verschijnen in het bezit van de redaktie zijn redaktie-adres/advertenties hogeschoollaan 225, tilburg, telefoon (alleen voor thb) 662277 en 662506 intern 2277 en 2506 kamer 207 en 208 (gebouw b) foto rien siers landelijk samenwerkingsverband universitaire pers (up) waa.bij verder aangesloten ad valvas (vu amsterdam), wagenings hogeschoolblad, utrecht universiteitsblad, delta (delft), thberichten (eindhoven), tht-nieuws (twente), observant (maastricht), uk (groningen) en ku-nieuws (nijmegen) druk drukkerij em de jong bv, baarie nassau abonnementen voor niet-hogeschoolleden f 1 5 , - per jaargang 23 n o v e m b e r 1984
PRIVACY
Klacht tegen Pillot naar Vijf studenten van de KHT hebben afgelopen week bij de officier van justitie in Breda aangifte gedaan van heling van adressen door de Tilburgse boekhandel Pillot. De studenten vragen een strafvervolging tegen de boekhandel. Als de officier van justitie - na onderzoek - niet tot vervolging overgaat, oven/vegen de studenten een strafvorderingsprocedure aan te zwengelen bij het gerechtshof.
Studenten willen een principe-uitspraak Sjaak Nouwt begrijpt niet waarom het Een en ander is het gevolg van het doorbestuur van de KHT die stap niet heeft spelen van vijfhonderd adressen van eergezet. Misschien vindt de hogeschool stejaars economie- en econometriestuhet strafrecht een te extreem middel om denten via een KHT-lek naar boekhandel de orde in de samenleving te bewaken, Pillot. De boekhandel gebruikte de aldus de studenten die zelf deze ultieme adressen voor het rondsturen van een reweg toch bewandelen "omdat andere clamebrief met bestellijst. De hogemogelijkheden nauwelijks aanwezig school vroeg de naam van de dader, ,zijn". maar directeur Boekhold weigerde te 'BIJ de aangifte krijgt de officier van justizeggen welke medewerker de adressen tie van de studenten ook nog het basisuit het computerbestand haalde. Na een reglement van de hogeschool, artikelen korte stellingenoorlog tussen beide paruit het hogeschoolblad over deze zaak, tijen, waarbij Boekhold boos werd over een uitspraak van de Hoge Raad van 2 beschuldigingen van diefstal en heling, maart 1982 over heling van witte gramleek de wederzijdse verontwaardiging te mafoonplaten, en een artikel uit het blad luwen. De KHT overwoog geen juridicomputerrecht over een uitspraak van sche vervolging en Pillot verklaarde de het hof in Arnhem. adressen gratis te hebben verkregen en het 'nooit meer te zullen doen'. Volgens de informatie die de studenten De studenten, drie ouderejaars juristen, verzamelden kan er sprake zijn van heeen ouderejaars economie en een eersteling door de boekhandel. Het is aan de jaars economie, willen een rechterlijke officier om dat verder uit te zoeken. Gaat uitspraak om de gevaren van registratie hij niet over tot vervolging dan willen de van persoonsgegevens zoveel mogelijk studenten graag weten waarom hij dat te beperken. Sjaak Nouwt, student-jurist niet doet. Afhankelijk van het antwoord en woordvoerder: "In een tijd van oprukoverwegen de studenten dan alsnog een kende automatisering met nog heel weizogenaamde "artikel 12 strafvordeing jurisprudentie over de bescherming ringsprocedüre" te gaan volgen. Nouwt: van persoonsgegevens, vinden wij het "Dan doen we beklag bij het gerechtshof erg belangrijk dat er een keer een rechtegen het niet vervolgen door een officier terlijke uitspraak verschijnt over deze van justitie". Daarvoor echter moet je zaak. Daarom willen wij deze zaak aanbelanghebbende zijn en de aanklagers pakken". De studenten beweren dit initiweten nog niet of de rechter deze oudeatief op eigen houtje te hebben gepland, rejaars als belanghebbenden zal aanmerzonder druk uit de faculteit of hogeken. De studenten hebben onder de aanschool. Wel kregen ze steun van de Stichting Waakzaamheid Persoonsregistratie in Amsterdam. Sjaak Nouwt is student-assistent bij informaticarecht, waar ook de net aangestelde Duitse hoogleraar en privacyspecialist prof. Hans Peter Buil doceert. "We vonden het een beetje te grijs dat de hogeschool het er zo bij liet zitten. De hogeschool had de mogelijkheid een civiele procedure tegen de boekhandel te beginnen. Maar ik begreep dat de hogeschool dat een te dure zaak vond en er daarom van af gezien heeft. Daar kan ik best inkomen. Maar waar men dan kennelijk niet aan gedacht heeft is het wetboek van strafrecht. Dat biedt ook mogelijkheden om dit soort dingen aan te pakken. Het kostenaspect speelt volgens mij een rol bij een civiele procedure. Dan ben je als partij in het geding. Als je gewoon aangifte doet van een strafbaar feit dan ben je geen partij en dan kost het je niets. Wij doen gewoon aangifte van een strafbaar feit zoals je dat ook kan doen als er bij je buurvrouw is ingebroken tijdens haar afwezigheid. Natuurlijk zijn wij als studenten belanghebbenden, maar formeel zijn onze adressen niet ontvreemd, zijn wij niet aangeschreven door Pillot. Dit had het bestuur van de KHT ook kunnen doen." Tilburgs Hogeschoolblad
van justitie gifte ook de handtekening staan van de Stichting Waakzaamheid Persoonsregistratie. "We willen vragen of de rechter een klacht van ouderejaars en van die stichting ontvankelijk acht, maar we hebben voor alle zekerheid de naam van een eerstejaars economiestudent onder de aangifte en die is dus zeker belanghebbende". Het is niet de bedoeling van de studenten om Pillot hard aan te pakken maar wel om de rechter tot een principe-uitspraak te dwingen. "Het zou wel aardig zijn als de rechter een signaal wil geven naar de samenleving toe: dat men met dit soort persoonlijke gegevens zorgvuldig dient om te gaan", aldus Sjaak Nouwt. "Het gaat er dus om de excessen van de persoonsregistratie zoveel mogelijk te beperken". Volgens mr. F.J.M, van Spaendonck, hoofd van de Dienst Algemene Zaken, heeft de hogeschool het aankaarten van deze zaak bij de officier van justitie niet eens overwogen. Een klacht deponeren bij een officier van justitie biedt geen enkele garantie dat er ook iets gebeurt. Men moet al met harde feiten komen wil men voorkomen dat de officier de zaak naast zich neerlegt. Van Spaendonck heeft zo zijn twijfels over de efficiëntie van deze klacht. Het lijkt hem een uitzichtloze weg die de studenten willen bewandelen. "Ik weet niet of de officier van justitie enige behoefte heeft om strafvervolging in te stellen wegens heling of verduistering van gegevens, waarvan menigeen buiten de hogeschool zich afvraagt of de privacygevoeligheid daarvan nou wel zo sterk ligt. De hogeschool kan vinden dat niemand namen en adressen mag kapen, maar het justitiële apparaat kan dan nog altijd zeggen: wij hebben wel wat anders te doen. Zoals de hogeschool het minder belangrijk kan vinden om er geld voor over te hebben, zo vindt het Openbaar Ministerie straks misschien het feit niet belangrijk genoeg om er een strafvervolging tegen aan te gooien".
De wetenschappelijke afdeling van boekhandel Pillot
Volgens het hoofd van DAZ kun je procederen bij het leven over alles wat je niet aanstaat, maar je moet daarbij wel oog hebben voor het mogelijke resultaat. Op deze manier een principe-uitspraak uitlokken, dat lijkt Van Spaendonck wat te omslachtig. "Is er dan geen actie te verzinnen die wat minder beslag legt op openbare middelen?" Er bestaat enig onderscheid tussen klachtdelicten en andere delicten. Er zijn bepaalde delicten - maar daar hoort dit zeker niet onder - waarbij een officier van justitie alleen még vervolgen op basis van aangifte door de benadeelde. Bij andere delicten is het een kwestie van beleid, en bij dat beleid spelen allerlei overwegingen en de laatste tijd niet in het minst de fysieke verwerkingscapaciteit van het justitiële apparaat. Men laat tegenwoordig heel veel dingen lopen die vroeger allemaal vervolgd zouden worden, aldus Van Spaendonck. "We hebben hier aan de KHT - toen het heel sterk in de actualiteit kwam - een regeling getroffen die uitmunt door dogmatisme. Mensen die hier werken of studeren kunnen er op aan dat hun gegevens binnen het huis blijven. Die redenering is op zichzelf juist, maar heeft pragmatisch heel vervelende consequenties. Neem het voorbeeld van een student die verhuist. Zijn hospita belt op om een stapel nagekomen post naar het nieuwe adres te kunnen sturen. Ons antwoord is dan: nee. Ik denk dat de student in kwestie dan liever die stapel post wil ontvangen. Je zou dus moeten kunnen beoordelen welk gebruik er van persoonsgegevens wordt gemaakt. Als zo'n boekhandel adressen gebruikt dan ervaren sommigen dat als brievenbusvervuiling; anderen zullen blij zijn met de informatie. Weinigen zullen zeggen 'hier ben ik op een onaanvaardbare manier in mijn persoonlijkheid aangetast'. Wij doen het niet omdat we de commercie niet van dienst willen zijn. Maar afgezien daarvan; de collectieve mailing van een boekhandel die daarmee de jongens kan informeren over wat er te koop is. Nou, ik denk niet dat ik dat zo gauw zou zien als een onaanvaardbare aantasting van mijn privacy". E.V.
B
23 november 1984
Nut cursus studieva a rdigheid Het is ooit onomstotelijk aangetoond dat cursussen studie vaardigheid helpen. Zo deze cursussen onder de loupe gelegd zijn, was dat onder een die een vertekening opleverde. Dat is in het kort de teneur van een binnenkort te verschijnen boekje over het nut van studievaardigheidscursussen. Auteur is de socioloog dr. Han Israels, die meent dat de effectiviteit van dergelijke cursussen nooit goed gemeten is. Tot die conclusie komt Israels door een groot aantal onderzoeken naar de effect viteit van die cursussen door te vlooien en te bekijken of de opzet wel deugt. Is raels kwam tot de slotsom dat de evalua ties van de cursussen zelf niet deugen. Zo bleek de vraag aan studenten: "Heb je iets aan de cursus gehad?" geen goed meetinstrument te zijn, aldus de weten schapper, want een student die in een cursus tijd en energie gestoken heeft zal al gauw met ja antwoorden. Niemand geeft graag toe dat hij tijd verspild heeft. In andere evaluaties is het nut van een cursus gemeten door tentamenuitslagen te bestuderen, maar daarbij zijn volgens Israels ook vreemde fenomenen te zien. Tentamencijfers van studenten die een cursus studievaardigheid volgen bleken lager te liggen dan die van studenten die niet deelnamen aan een cursus. Dat de onderzochte groep studenten lagere cij fers haalde is niet zo vreemd vindt Is raels: ze waren vooral al slechter en die achterstand is gewoon groter geworden. Uit het verschil tussen de cijfers is dus niet af te leiden dat een cursus averechts gewerkt heeft, want men had moeten zorgen dat het cijfergemiddelde van stu denten die wel en zij die niet deelnamen aan een cursus in het begin even hoog lagen, aldus Israels. Cursussen studievaardigheid zijn aan de KHT dungezaaid. De faculteiten econo mie, sociologie en rechten geven er überhaupt geen. Op de rechtenfaculteit komen op gezette tijden wel plannen naar boven om binnen de faculteit een cursus op te zetten, maar het ziet er niet naar uit dat dit op korte termijn gaat ge beuren. De studieadviseur van de facul teit, mr. H.F. Claassen. voelt het ontbre
ken van een cursus als een gemis aan, "mits deze goed geïntegreerd is binnen het onderwijs en er niet los van staat". Binnen de studies taal en Literatuurwe tenschap en psychologie bestaan wel mogelijkheden om deel te nemen aan studievaardigheidscursussen. Bij de psy chologen is in het eerste jaar een cursus opgezet, waaraan de studenten vrijwillig deelnemen. Overigens vindt de evaluatie van deze cursus plaats op de door Israels ge wraakte manier. Aan de cursisten wordt de vraag voorgelegd of ze iets van de bij eenkomsten opgestoken hebben. De antwoorden die hierop binnenkomen kunnen volgens Jan van Domme/en, een van de coördinatoren van de cursus, in derdaad een vertekening geven. Een dui delijker beeld hoop Jan van Dommelen dit jaar te krijgen door een uitgebreide vragenlijst aan deelnemers voor te leg gen en door het bestuderen van de in vloed van de cursus op tentamens. In zijn onderzoek besteedt Israels tevens aandacht aan de manier waarop over ef fecten gerapporteerd wordt. Hij stelt vast dat de onderzoekers de neiging heb ben gevonden resultaten veel gunstiger voor te stellen dan ze in feite zijn, of de meest negatieve uitkomsten niet in ver gelijkingen te betrekken, maar naar een voetnoot te dirigeren. En soms deed men over precies dezelfde cursus bij de ene gelegenheid sceptisch en bij de andere gelegenheid gunstig dit wel op basis van hetzelfde onderzoek. Informeerde Is raels daarover bij onderzoekers, dan kreeg hij zelden antwoord. Of het moet zijn dat je een briefje, waarin staat dat men geen tijd heeft om je vraag te beant woorden, als een antwoord opvat. Aldus Israels. E.H.UP/M.v.B.
De hoogleraar en de macht
Bent u er een die denkt dal macht eigenlijk niet bestaat? Dan weet ik zeker dat u macht hebt. Is er volgens u veel macht? Dan zeker niet bij u.' Want macht leidt de aan dacht van zich af. Neem nou universiteiten en hogescholen. Iedereen die er werkt denkt dat het er om gaat hoogleraar te worden, en statig onder een jurk achter die man met die zilveren rammelaar te schrijden. Wie echter zijn ogen niet in zijn zak heeft, ziet drie dingen: 1) hoogleraren kunnen niet interlokaal bellen; 2) ze hebben wel een slot op de deur maar het kan alleen van buiten dicht; 3) bovenaan hun rechter deurstijlen zit een klein, rond stickertje. Wie zijn ogen niet in zijn zak heeft, ziet plotseling hoeveel de opkomst van de hoogle raarssfoet in de aula eigenlijk weg heeft van het luchten van gevangenen. Begrijpt u? Nee? Nou: de studenten hebben vroeger eens geprobeerd de hoogleraren de macht af te pakken. Dat is ze niet gelukt, want ze moesten tegelijk ook nog tentamens doen en door al dat gestudeer werden ze afgeleid. Ze hadden een hekel aan studeren, ze had den veel verbeelding en wilden aan de macht, maar dan moest je, ontdekten ze, wel eerst een diploma hebben. Toen ze dat eenmaal hadden wilden ze natuurlijk nooit meer studeren dus solliciteerden ze naar ambtenaar op het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen, of naar een functie bij de bureaucratie van een universiteit of ho geschool, want je moet je geluk ook niet te ver zoeken en wat je hebt heb je. Nou, stu deren hoeft dus niet meer en ze hebben de hele dag de tijd om verbeelding te krijgen en die aan de macht te laten komen. En ziet: wat in '68 niet ging, is in '84 volbracht.'
Uit de Universiteitsbladen Studenten krijgen het financieel steeds moeilijker. Dat valt op te maken uit en kele berichten in het Amsterdamse FO LIA CIVITATIS. Slechts 12procent van de studenten krijgt nog een maximale beurs van 868 per maand. De overige stu denten leven op een budget dat ver bene den het bestaansminimum ligt. De finan ciële nood onder studenten was reden voor een vijftigtal studenten van de stu dentenvakbond ASVA om een stapeltje aanvraagformulieren voor een eenmalige uitkering bij de wethouder van juridische zaken in te dienen. De aanvragen zullen waarschijnlijk niet gehonoreerd worden. Behalve tegen de financiële positie van studenten wilde de ASVA met deze actie ook protesteren tegen het "inconsequen te" regeringsbeleid rond de verstreicking van eenmalige uitkeringen. "De overheid lijkt, wanneer studenten onder het mini mum leven, andere normen te hanteren door hun recht op de eenmalige uitkering niet te erkennen. Erger is dat de studiear beid niet als een maatschappelijke nood zaak wordt gezien". Dat studenten het slechter krijgen valt ook op te maken uit het toenemende aantal aanvragen om fi nanciële hulp welke aan het adres van het Noodfonds van de Universiteit van Am sterdam worden gericht. De grotere be hoefte aan hulp en het slecht terugbeta len van leningen heeft ertoe geleid dat het Noodfonds met een groot tekort kampt, zo blijkt uit het onlangs verschenen jaar verslag. "Op 1 oktober van het vorige jaar waren er maar liefst 485 achterstalli ge betalers, die samen voor 334.000 gul den bij het Noodfonds in het krijt ston den, bijna net zo'n hoog bedrag als het Noodfonds in een jaar aan leningen en giften verstrekt (334.000 gulden in 1983)". ***** Het College van Bestuur (CvB) van de Rijksuniversiteit Gronin gen (RUG) heeft de universiteitsraad voorgesteld de mensamaaltijd 's middags één gulden goedkoper te maken in de hoop dat er daardoor meer mensen 's middags komen eten. Door verbou wingswerkzaamheden is de mensacapaci
teit 's avonds te klein geworden (UNI VERSITEITSKRANT). ***** Het WA GENINGS HOGESCHOO L L B AD heeft een interview met dr. Th. Beckers, recreatiesocioloog aan de L andbouwho geschool Wageningen (L HW). Beckers meent dat er 'gouden tijden' voor het toerisme aanbreken. Vooruitlopend op het verschijnen van de Nota Toeristisch Beleid meent de recreatiesocioloog dat de overheid het toerisme een enorme fi nanciële impuls zal gaan geven. "Het is mij bekend dat er miljoenen guldens voor toerisme op de plank liggen". Werkgelegenheid is daar de belangrijkste reden voor. Het wetenschappelijk den ken over toerisme heeft vrijwel geen in vloed op het overheidsbeleid. Kritiek van wetenschappers op prognoses en plannen wordt niet op prijs gesteld. De belang stelling voor het toerisme is in de weten schappelijke wereld minimaal gebleven. Men kijkt er zelfs met een zeker 'dédain' op neer. Dat die belangstelling zo gering is gebleven heeft volgens Beckers onder andere te maken met het gering aantal toeristen in ons land. In universitair Ne derland wordt er "te hooi en te gras" wel ■ wat aandacht besteedt aan het toerisme. Wageningen kent de Werkgroep Recrea tie, een multidisciplinair samenwerkings verband tussen een negental vakgroepen en dan de Tilburgse Hogeschool is een studierichting vrijetijdswetenschappen in de maak. Beckers heeft weinig hoop dat de minister Tilburg hiervoor het groene licht zal geven. Dat is volgens hem een ideologische kwestie: "dit past ook niet bij deze regering omdat vrije tijd iets is dat ieder voor zich moet invullen... Een ander punt is dat in dit politiek klimaat werken nog heel belangrijk wordt ge acht". L.v.W.
Wie graaft naar macht, zoekt ontkoppelde telefoontoestellen, en deuren zonder stickertjes die van binnen op slot kunnen. Wilt u nu nog steeds hoogleraar worden? Juist.' Dat was even mijn bedoeling. Nu hoeft u plotseling niet meer. Ook u bent niet tegen macht als u het zelf maar heeft. Macht, echter, is hetzelfde als een shot heroïne. Het geeft even verlichting, maar na een tijdje verval je weer in het oude ellendige ge'voel en moet je méér. Macht is een lust die ontstaat als een mens zijn evenwicht niet vinden kan. Macht geeft even een prettig gevoel, maar de oorzaak van de behoefte aan macht kun je met je verworven macht nooit wegnemen. Macht lost niets op, je maakt alleen carrière. En de meest zieke en onevenwichtige mensen raken aan de heroïne of aan de top. De macht kent zichzelf niet, want daarvoor heeft de macht geen tijd. De macht moet eerst vlug met de deur op slot dat rapport lezen, snel nog een paar stickertjes plakken en dan even bellen. Interlokaal, zonder telefo niste, maar daar geniet de macht al lang niet meer van, want dat is al zo lang geleden verworven, er moet nodig eens wat nieuws komen. Als de macht lacht is het nooit over zichzelf. De macht is bang voor zichzelf, maar dat heeft de macht niet door, want er is altijd wat, daar zorgt de macht wel voor. Dat moet gewoon, want net als de junk moet de macht steeds blijven jatten om aan z'n spul te komen. Alleen als er echt niets meer te krijgen is wil het wel eens voorkomen dat de macht instort. En afkicken is niet leuk. Dan moet de macht in één keer de hele tijd over zich zelf denken. Maar precies dan blijkt de macht... verdwenen.' Afgepakt. Een mens blijft kaal achter. Eigenlijk een hele opluchting. En ineens denk ik: misschien is het toch wel iets, hoog leraar. Neem nou zo'n Tjeenk. Zo'n sympathiek slachtoffer van de macht dat, net als zovele andere Nederlanders, niet meer mag doen waar het voor geleerd heeft, en in plaats daarvan voortaan aan zijn geld moet komen door het invullen van formulieren en het zich laten beplakken met stickertjes. De verbeelding is inmiddels gevorderd tot twee decimalen achter de komma: voor 0,32 w.p. is hij bijvoorbeeld iets, en voor 0,68 w.p. is hij bijvoorbeeld weer iets anders, en de invoering van de derde decimaal bete kent nieuwbouw voor ons Ministerie. Met een beetje geluk leert de toekomst ons nog hoeveel verbeelding een klein land aan de macht kan hebben. Want er schijnen nog enorme leemten in het beleid te zijn.
CULTUUR
Film Noir in tiet Filmliuis
Sterke vrouwen, zwakke mannen De Stichting Cinemathema, een samenwerkingsverband van de Amsterdamse filmhuizen, organiseert ool< dit jaar weer een festival met landelijke uitstraling. Thema is de film noir, een reeks Amerikaanse misdaadfilms uit de jaren veertig en vijftig. In het Tilburgse Filmhuis zijn van 29 november tot en met 5 de iber twaalf van deze films te zien. De eerste vier zijn: do29 nov., 20.00 uur: Ttie Blue Gardenia (regie: Fritz Lang, 1953); do. 29 nov., 22.15 uur: Kiss of Death (regie: Henry Hathaway, 1947); vr. 30 nov., 20.00 uur: The Scarlet Hour (regie: Michael Curtiz, 1955); vr. 30 nov., 22.15 uur: The Woman in the Window (regie: Fritz Lang, 1944). Op het eerste gezicht onderscheiden de films die gewoonlijk noir worden genoemd zich vooral door een aantal visuele motieven en technische kenmerken: donkere, natte straten waar hier en daar neonreclames oplichten of een man in trenchoat onder een lantaarnpaal staat; morsige hotelkamers waar het licht van straatlantaarns binnendringt door jaloezieën die schaduwen werpen op de gezichten van de bewoners; contrastrijke belichting en bizarre camerastandpunten. Bij nadere beschouwing lijken al deze (en soortgelijke) elementen een passende weerspiegeling te zijn van de innerlijke gesteldheid van de vervreemde, vertwijfelde of geobsedeerde personages. Maar hiermee is lang niet alles gezegd. Het zou te ver gaan om elke film waarin
Laat
toevallig een paranoïde personage figureert, of vanuit kikvorsperspectief gefotografeerde slagschaduwen voorkomen, het etiket 'noir' op te plakken. De benaming zou dan zo'n verscheidenheid aan films dekken, dat er weinig meer mee te beginnen zou zijn. In het nummer over film noir van het tijdschrift Versus wordt een interessante poging ondernomen om het begrip een wat minder vage inhoud te geven, en wel door de structuur van het verhqal als uitgangspunt te nemen. Sterk vereenvoudigd ziet de structuur van de film noir er dan zo uit: een man (bitter gestemd meestal) ontmoet een vrouw tot wie hij zich sterk voelt aangetrokken. Haar aantrekkingskracht brengt hem ertoe een tweede man, met wie de vrouw verbonden is (haar echtgenoot bijvoorbeeld), te bedriegen of te vermoorden, of daar een poging toe te doen. De door de man zo begeerde liefde blijft echter uit en de vrouw verraadt hem. Dit alles leidt tot de vernietiging van de vrouw, de man met wie zij verbonden is, en vaak ook van de hoofdpersoon zelf. Met alle beperkingen die dit schema aankleven (waarop ik verder niet zal ingaan) heeft het in ieder geval de verdienste dat het wijst op de kruising tussen melodrama en gangsterfilm waarvan de film noir het produkt is, de verstrengeling van love story en crime story. Door zijn verlangen naar de vrouw raakt de man uit zijn evenwicht, want de vervulling van dat verlangen (overspel meestal) geldt als immoreel. Is de eerste stap eenmaal ge-
lekker lezen!
Donderdag 15 november organiseerde de Tilburgse letterenfaculteit alweer voor de derde keer een symposium over Kinderen en Literatuur. Het thema was "Kinderen laten lezen". Centraal stond de vraag vanuit welke vóóronderstellingen kinderen benaderd worden met een specifiek literatuuraanbod. Wat is de sociale context waarin kinderen lezen? Omdat in Duitsland al veel langer aandacht wordt besteed aan kinder- en jeugdliteratuur waren er verscheidene Duitse sprekers aaanwezig. Een internationaal symposium dus. Miep Diekmann, bekend kinderboekenschrijfster, hield een openingsrede over jeugdboeken in twee culturen. In Tjechoslowakije probeert Miep Diekmann schrijvers uit hun isolement te halen door hen een contract in het westen aan te bieden. Dit gaat echter heel moeizaam. Sommige schrijvers mogen maar eens in de vijf jaar publiceren, reken daar twee jaar vertalen bij, dan zit er zeven jaar tussen twee boeken. Dit is te lang in het commerciële westen, wij zijn die schrijver allang weer vergeten. Er worden ook westerse boeken in het Tjechisch vertaald. Maar de censuur is daar zo streng dat zelfs boeken als "Mijn Geheim" (te vergelijken met de Bouquetreeks) helemaal gelezen worden om te zien of er anti-communistische zaken instaan. Een heel andere cultuur is er op Aruba, waar Miep Diekmann vrouwelijke auteurs coacht. Ze heeft ervoor gezorgd dat binnen de uitgeverij Leopold een Arubaanse uitgeverij "Charuba" werd opgericht. Hier kunnen Arubaanse vrouwen hun eigen werk publiceren. Miep Tilburgs Hogeschoolblad
Diekmann hoopt dat op deze manier het Arubaanse jeugdboek meer bekendheid krijgt. Veel belangstelling was er 's morgens voor de lezing van Lea Dasberg, hoogleraar in de theorie en geschiedenis van stromingen en stefsels van opvoeding en onderwijs aan de Universiteit van Amsterdam. Binnen het thema "Lezersverwachtingen in verschillende perioden van de twintigste eeuw" sprak zij over 'Het kinderboek als verborgen plaats': "In een jeugdboek is het belangrijk dat een kind identificatie-mogelijkheden heeft. Vroeger was dat de held zelf: Marco Polo, Piet Hein, Napoleon. Iets later, eind 19e eeuw, nam men de helper van de held als hoofdpersoon: ook gewone kinderen moesten zich met iemand kunnen identificeren. Nu men eenmaal zover was, vond men dat ook identificatie met de omgeving van de hoofdpersoon belangrijk was. Men pleitte voor boeken met een beschrijving van de eigen situatie. Dus: romans over fabrieken voor arbeiderskinderen, boeken over kastelen
Uit: The woman in the Window zet, dan worden er al snel ook andere wetten overtreden, vaak omdat de femme fatale niet naar liefde verlangt, maar naar geld of status. In The Scarlet Hour wordt een man verleid door de vrouw van zijn werkgever. Zij wil er echter pas met hem vandoor als hij voldoende geld heeft - diefstal biedt de vanzelfsprekende oplossing. In The Woman in the Window gaat een eerzame professor nog even iets drinken bij een vrouw die hij toevallig ontmoet heeft. Haar vriend is daar niet van gediend en wil het uitvechten, en in een tijd van ja en nee heeft de professor hem neergestoken - met een schaar die hem door de vrouw is aangereikt. Kiss of Death geeft een variatie op het thema: hier wordt de hoofdpersoon, een dief, door overspel van zijn eigen vrouw in het ongeluk gestort. Uit wrok over haar ontrouw zwicht hij voor de druk van de officier van justitie om een collega-gangster erbij te lappen - want deze is de minnaar van zijn vrouw. Wraak dus, maar van
wraak ook wordt de man zelf het slachtoffer als hij zich gedwongen ziet zijn verklikkerswerk voort te zetten. De mannelijke hoofdpersoon van de film noir koerst meestal recht op zijn ondergang af. Hij is zich daar ook van bewust, maar schijnt zich er niet tegen te kunnen of willen verzetten. Af en toe blijft de meest vergaande ondergang, de dood, hem echter bespaard, zoals in The Scarlet Hour. Hier komt de man slechts in de gevangenis terecht, en slijt hij zijn dagen in het aangename besef dat zijn secretaresse op hem wacht. De omgang met een 'good woman' als zij, de tegenpool dus van de vrouw die hem gevangen heeft gezet, geeft de hoofdpersoon uitzicht op een rustige oude dag; en ook dit wil zeggen dat het in de film noir de vrouw is die het lot van de man bepaalt - ten goede of ten kwade. De volgende week meer over de film noir in Tilburg. Bert Haagsman
voor kinderen van adel. Men verwarde hierbij echter de /ee/wereld, - de uiterlijke omstandigheden, speciale klasse, omgeving - met de belevingswere\d, het gevoelsleven, de fantasie. Kinderen willen juist het ongewone lezen, niet dat wat we al kennen. Als een kind op papier beleeft wat het in de werkelijkheid al heeft meegemaakt wordt zijn fantasie niet geprikkeld. Identificatie hangt niet af van uiterlijke omstandigheden, maar van emoties die beschreven worden. En emoties vind je in alle verschillende landen en culturen". Dit laatste kwam ook ter sprake bij het thema "Presentatie van Duitse en Nederlandse kinderfilms". Hier vertelde Elske Riems, werkzaam in het Kinder- und Jugendfilmzentrum, iets over de Duitse situatie. Zij vindt het belangrijk dat je kinderen zo vroeg mogelijk kennis laat maken met de filmcultuur, dat je hen kritisch leert kijken: 'Waarom vind ik een film leuk?' Herkenbaarheid speelt hierbij een belangrijke rol. Elske Riems: "Op het gebied van filmkijken zijn kinderen, en ook de meeste volwassenen, analfabeet. Op school leer je lezen en schrijven, maar je leert niet om kritisch te kijken. Kinderboeken zijn iets vanzelfsprekends, maar kinderfilms bestaan eigenlijk nog niet". In Nederland durven filmmakers hun produkt ook geen 'kinderfilm' te noemen. Ciske de Rat is een familiefilm. Naast het kinderboek, de kinderfilm, kwam het literatuuronderwijs aan bod. Wam de Moor, literatuurdidacticus in Nijmegen, vindt dat het literatuuronderwijs grondig veranderd moet worden. De verplichte leeslijst, verkeerde teksten en de tekstbestuderings-aanpak bederven het leesplezier. Ze moeten worden afge-
schaft. Lezen is een subjectieve zaak, dus moet het literatuuronderwijs zich meer richten op de leerling dan op de leerstof. Willie van Peer, literatuurdidacticus in Tilburg, analyseerde het effect van 'Sesamstraat' op jonge kinderen binnen het thema "media in het sociale milieu van kinderen". Ook sociale factoren, die een rol spelen bij de beoordeling van leesmateriaal, kwamen aan bod. Hugo Verdaasdonk, literatuursocioloog aan de KHT, zei hierover: "Naarmate een boek dat voor kinderen is bestemd geschikt wordt geacht om in een veelheid van pedagogisch-didactische situaties te worden gebruikt, zal - voorts - de kwaliteit van dit boek hoger worden aangeslagen". De heer Verdaasdonk was tevens voorzitter van de forumdiscussie die ter afsluiting van het symposium werd gehouden. Hiervoor was speciaal uit Frankfurt de literatuurdidacticus Klaus Doderer gekomen. Van te voren had hij vier stellingen met betrekkingen tot het literatuuronderwijs op papier gezet, die moesten nu in een forum van zes mensen besproken worden. Het duurde allemaal erg lang - wat in het Nederlands werd gezegd moest nog eens in het Duits worden herhaald - maar tenslotte kwam er toch uit dat er een spanning is tussen school en literatuur. De boekentuin waarin je naar hartelust kunt wandelen en die literatuur heet, wordt door de school in afnemende mate gerespecteerd. De 'spelende kennis', het spelend omgaan met esthetische verschijnselen, botst met de opvattingen die er binnen school over kennis bestaan. Claartje van der Grinten 23 november 1984
GEBOUW S
''Garanties voor identiteitsbehoud en financiering"
Uitgangspunten voor integratie psychologie en sociologie In de besloten raadsvergadering van 15 november jongstleden heeft de subfaculteitsraad van de SPW haar voorlopig standpunt bepaald met het oog op de integratie van de subfaculteiten psychologie en sociologie. Zoals eerder in deze krant bericht is de noodzaak tot integratie een gevolg van de Wet op het Wetenschappelijk Onderwijs '84 die het fenomeen 'subfaculteiten' wil begraven. Reden voor het College van Bestuur om SPW en SSW tot overleg aan te sporen en de mogelijkheden van een functionele integratie tot één Sociale Faculteit te bekijken. De bestuurscommissie "Integratie Sociale Faculteit" van de psychologen, onder voorzitterschap van prof. H. Peeters, kreeg de opdracht een zorgvuldige analyse te maken van de voor- en nadelen van diverse integratiemogelijkheden binnen de Sociale Faculteit op de terreinen onderwijs, onderzoek, bestuur en beheer. Het rapport van deze bestuurscommissie fungeerde als discussiestuk voor de voorlopige standpuntbepaling van de psychologen. Mr. W. Janssen, secretaris van de SPW, formuleert de conclusie van de besloten vergadering als volgt: "Netbestuur van de SPW is gemachtigd
1 2 3 4 5 6
om reloning houdend met de voorlopige meningsvorming in de raad, in samenspraak met de bestuurscommissie, door te gaan met het verkennen van de mogelijkheden van een bestuurlijke integratie. Bij de uitwerking staat behoud van identiteit voorop welke vertaald moet worden in garanties van het CvB. Deze garanties zullen in elk geval betrekking moeten hebben op de bij behoud van identiteit behorende infrastructuur inclusief personele en financiële garanties". Door het besloten karakter van de vergadering is nog niet helemaal duidelijk of fracties van de subfaculteitsraad kritiek
infonnatie en catalogi aanwinsten sociologie 'tijdschriften sociologie: ie getaonden tijdschriften se naslagwerken sociologie boekencollectie sociolcsgie
rgang
boekencollectie psychologie gebonden tijdschriften psychologie tijdschriften psychologie: lopende jaargang referaattijdschriften psychologie naslagwerken psychologie aanwinsten psychologie Uftleen en terugbezorgen
Straks samen één Sociale Faculteit? (Wegwijzer gebouw S)
punt voor haar taak opgevat, met uitzondering van het eerdergenoemde punt. Verder zegt de commissie dat de DAS niet ingaat op waar de identiteit en de maatschappelijke herkenbaarheid van de psychologie zich onderscheidt van de sociologie. Peeters en consorten wijzen op de beschermde titel van de psycholoog die aan het diploma verbonden is, de vertrouwensrelatie die psychologen met cliënten hebben en de daaraan verbonden maatschappelijke erkenning, de specifieke experimentele methodologische paradigma's voor vakken als fysiologische psychologie en psychosomatiek en de onmiskenbaar specifieke basisdisciplines van de psychologie. Op andere punten volgt de commissie Peeters het DASrapport wel: het afwijzen van een gemeenschappelijke propedeuse, samenwerking op gebied van onderwijs en onderzoek. En eventueel een gezamenlijk onderzoeksinstituut met de kanttekening dat dit de doelmatigheid moet verhogen. Verder zijn de psychologen bereid de integratiemogelijkheden van onderzoeksen onderwijsondersteuning en -beheer te bekijken. De stelling van het CvB dat integratie op deze terreinen automatisch tot personele bezuinigingen leidt wordt door de commissie Peeters weersproken. Bestaande knelpunten op met name het terrein van de administratieve ondersteuning maken dit streven voorlopig tot een illusie. Garanties voor identiteitsbehoud en financiering zijn dus de centrale uitgangspunten voor SPW. Dhr. Janssen wil nog niet vooruitlopen op de vraag of deze stellingname van de psychologen genoeg ruimte biedt voor een integratie. Dit moet in het overleg met SSW en CvB duidelijk worden. Edwin v.d. Oetelaar
vervolg van pag. 1
waar meerdere mensen werken kan de ventilatie tekortkomen. De geluidsoverlast is volgens de enquête te wijten aan de bouwconstructie. Hoewel de metingen van het geluid aangeven dat het onder de toegestane norm blijft is het niet denkbeeldig dat er toch sprake is van overlast. Geluidsoverlast vanuit de aangrenzende kamers is een subjectieve maat die moeilijk te meten valt in decibels. Betere geluidsisolatie tussen de kamers zou een mogelijke oplossing zijn. "Ik maak me er niet al te veel illusies over", aldus Wim Dijkstra. "Je kunt een beetje aan symptoombestrijding doen maar echte oplossingen die hout snijden zullen te kostbaar zijn. Ik zal niet zo ver gaan om te pleiten voor afbraak en nieuwbouw maar ik wil van het college weten wie de gezamenlijke verantwoordelijkheid heeft en of ze dit hadden voorzien". "Maar van fouten kan je leren", vervolgt hij. "We moeten maar eens kijken wat er bij de nieuwbouw van gebouw P gebeurt, zodat die mensen straks niet ook hoeven te klagen". De brief ligt nu op het bureau van het College van Bestuur en zal binnen 14 dagen beantwoord worden. G.R.
Gebouw S
7 studieplaatsen 8 9 10 11 12 13 '14 15
hebben op onderdelen van het rapport van de commissie Peeters. Het lijkt er gelet op het voorlopige standpunt - wel op dat de subfaculteitsraad het in grote lijnen eens is met het verslag van de bestuurscommissie. Janssen: "De raad heeft waardering uitgesproken voor de voorlopige rapportage. Deze moet nog aangevuld worden met adviezen van de vaste commissies voor ondertvijs en onderzoek die de functionele samenwerkingsmogelijkheden binnen de faculteit onder de loep zullen nemen". Afgaande op het commissierapport zit er wat de psychologen betreft geen verregaande bestuurlijke integratie in. Dit zou alleen zinvol zijn als dat kan leiden tot doelmatigheidsverhoging en besparing. De constructie die het CvB voor ogen heeft waarbij de beide subfaculteitsra'den en besturen en de vaste commissies (onderwijs en onderzoek) worden vervangen door één raad, bestuur en vaste commissie van de Sociale Faculteit - lijkt niet realiseerbaar. De commissie Peeters vraagt zich hierbij af of de integratie in de praktijk werkelijk tot een efficiënter bestuursproces leidt als voldoende gemeenschappelijke basis van beide vakgebieden ontbreekt. Dit is in strijd met een van de conclusies van de Commissie ad hoc Discipline-Advies Sociale Wetenschappen (DAS) van de Academische Raad die ondermeer een bestuurlijke integratie aanbeveelt voor monodisciplinaire studierichtingen met een teruglopende studentenbelangstelling. Volgens de commissie Peeters is die aanbeveling in dat rapport onvoldoende onderbouwd. Het DAS-rapport wil de integratie van de sociale wetenschappen op gebied van onderwijs, onderzoek en bestuur, organisatie en beheer bevorderen. Dit rapport is door de commissie Peeters als uitgangs-
neerden 88 het papier. Uit de antwoorden bleek dat 40% last heeft van warmte (en 18% van de koude), 47% de lucht muf vindt of zelfs vindt stinken, 48% zich ergert aan lawaaioverlast en 18% last heeft van droge lucht. Mevrouw Kalwij, behalve werkzaam bij de Bedrijfsgezondheidsdienst ook bedrijfsarts van de hogeschool, zegt in het verslag van de enquête dat ze het vermoeden heeft dat de klachten over de atmosfeer te maken hebben met een gebrek aan ventilatie. Gebouw S heeft geen mechanisch ventilatiesysteem. De ventilatie gebeurt op natuurlijke wijze: door gaten, kieren, ramen, deuren en roosters. Ze beveelt in haar rapport metingen aan, die de hoeveelheid ventilatie registreren. Dit kan door het kooldioxidegehalte te meten. Kooldioxide is een grove maat voor ventilatie. Dit gebeurde in juli, maar had geen schokkend resultaat. De metingen leren dat het kooldioxide-gehalte op alle gemeten punten onder de maximum aanvaardbare concentratie ligt. Slechts op een punt evenaart het de grens van het aanbevolen maximum. De conclusie luidt dan ook dat de ventilatie in het algemeen voldoende is. Alleen op kamers Tilburgs Hogeschoolblad
23 november 1984
STUDENT
Van fabrieksarbeider tot vrije jongen Arie Looren de Jong is zeker geen doorsneestudent. Zijn aciitergrond, dertien jaar in een timmerfabriek gewerkt, zijn studieresultaten, "eigenlijk had ik in drie jaar tijd klaar kunnen zijn maar dat zou voor mezelf niet meer geloofwaardig zijn" en zijn zakelijke instelling onderscheiden hem van de rest. Binnen twee jaar behaalde hij zijn kandidaats bedrijfseconomie aan de Erasmus universiteit in Rotterdam. Daarna maakte hij een overstap naar Tilburg vanwege een verhuizing naar Vlijmen en vanwege het feit dat je in Tilburg sneller je doctoraal kan halen. Hij heeft nu nog drie mondelinge tentamens voor de boeg en een scriptie, waarover later. "Die droge stof die ik moet bestuderen leeft bij mij. Ik zie alles als het ware voor me. Dat komt natuurlijk door mijn arbeidsverleden van dertien jaar. Maar niet alles* boeit me. Filosofie bijvoorbeeld hoeft voor mij niet zo, ik vind dat echt gezwam. Ik studeer heel hard en met plezier, dat zijn de redenen voor mijn goede studieresultaten". Arie Looren studeert niet alleen hard, hij neemt ook ruimschoots deel aan het studentenleven. "Vooral in Rotterdam was ik actief, ik zat in de propadeusecommissie en in een introductiecommissie. In Tilburg is dat wat minder geworden maar tegen een avond brassen met studiegenoten zeg ik geen nee. Ik ben alleen nooit lid geworden van een studentenvereniging want 's avonds ga ik toch terug naar mijn vrouw en twee zoons". Dat het leven van een student anders is dan het ritme van een arbeider, opstaan, werken, eten en slapen bevalt Arie Looren wel. Maar niet alle veranderingen zijn even plezierig. Zijn vroegere kennissenkring is verdwenen en de collega's van de fabriek lieten het ook afweten. "Je vrouw verlies je ook een beetje, je leven wordt anders en je groeit uit elkaar. De laatste dag dat ik werkte had ik alle collega's uitgenodigd voor een pilsje op mijn kosten. Niemand is gekomen. Ik denk dat ze jaloers waren dat ik eruit stapte. Van de tien man die productiewerkzaamheden verrichten in een fabriek, balen er negen elke dag weer opnieuw. Financieel had ik wat meevallers waardoor ik mijn gezin kon onderhouden en studeren. Veel mensen konden dat niet echt waarderen. Ikzelf had geen hekel aan het werken in een fabriek maar de organisatie deugde niet. Mensen waren te ongemotiveerd bezig en deden weinig moeite om er iets van te maken".
Een gebrek aan zakelijkheid kan Arie Looren de Jong, 32 jaar, niet verweten worden. "Als je mijn naam, adres en gironummer nu in dit interview zet, gaat de verkoop van mijn boek misschien omhoog. Zet er dan meteen bij dat ik een rechtenstudent zoek voor mijn afstudeerscriptie". In sappig Rotterdams kan Arie Looren enthousiast vertellen over zijn verleden en toekomst. "Toen mijn vrouw en ik kamers gingen verhuren aan studenten hoorde ik deze mensen praten over politieke en maatschappelijke problemen. Ze hadden overal een mening over. Ik voelde me een domme arbeider". Het besluit om te gaan studeren was snel genomen, volgend jaar mei hoopt Arie Looren klaar te zijn met bedrijfseconomie.
Arie Looren de Jong gebruikt z'n liersens
Tllburgs Hogeschoolblad
a
VAKANTIEPOOLING Voorlopig zal Arie Looren aan zijn schrijverij en adviesbureau niet veel verdienen. Maar er is inmiddels een ander plan van de grond gekomen dat tevens dient als afstudeerscriptie: Stichting vakantiepooling i.o. (in oprichting). "Even kort uitleggen. Een aantal gezinnen koopt gezamenlijk een caravan of een kampeerbus. De stichting bemiddelt, de caravan komt in bezit van de eigenaars. De stichting realiseert bij aankoop van een kampeerbus, van zeg 100.000 gulden een korting van 25 procent. Verder financiert de stichting 50.000 tegen een laag rentepercentage. De zes gezinnen die dan mee gaan doen, moeten maar 25.000 gulden eigen geld in de bus steken. Dat is toch niet veel?" Arie Looren gaat het allemaal uitzoeken. Als blijkt dat de Stichting vakantiepooling i.o. in de praktijk haalbaar is, stapt hij er na zijn afstuderen meteen in. Dan is zijn ideaal ook meteen verwezenlijkt: een eigen zaak. Een paar dagen later belt ie op. "Zeg, ik heb vijf bestellingen binnengekregen voor mijn boek. Dat wordt morgen flink copiëren op de Hogeschool. Volgens mij begint het nou te lopen". Toch nog een beetje reclame dus.
OPSLAG VRAGEN PROMOTIE MAKEN Om hier verandering in aan te brengen heeft Arie Looren een boek geschreven. Althans een poging daartoe ondernomen, zijn ideeën staan op getypte vellen, een bereidwillige uit^n^r is nog niet gevonden. De titel: Opslag vragen promotie maken en het is bedoeld voor fabrieksarbeiders. In het voorwoord staat: Misschien bent u wel tevreden over uw huidige inkomen maar dat wil niet zeggen dat u geen recht heeft op een hoger inkomen. Zeker voor mensen die ontevreden zijn over de hoogte van hun inkomen is dit boekje een goede informatiebron hoe opslag te vragen als men er zelf van overtuigd is dat men recht heeft op een hoger loon. Arie Looren beweert
deeld aan de poort over mijn boek. Er heeft zegge en schrijve één persoon op gereageerd. Zestien vakbonden heb ik aangeschreven, niets van gehoord". Een voorzichtige suggestie dat er misschien geen markt is voor zijn boek, wijst Arie Looren resoluut van de hand. "Kijk, ik ben op het idee gekomen om te gaan schrijven toen ik colleges volgde bij Von Grumbkow, psycholoog arbeid en organisatie. Hij heeft een boek geschreven met de titel 'Beloningen in organisaties' maar dat is duidelijk gericht op werkgevers. Ik heb de bibliotheek eens nageplozen en er bestond geen boek over dit onderwerp voor werknemers. Dit boek is zeer bruikbaar. Als je als arbeider je werksituatie en je kansen grondig analyseert, moet er wat beters uit de bus komen". In één moeite door maakt Arie Looren achterin in zijn boek het 'Advies werknemersbureau' bekend. Een werknemer kan voor 250 gulden (!) per uur een consult aanvragen, dat uiteindelijk moet resulteren in een succesvolle loonsverhoging. Omdat nog bijna niemand het boek heeft gelezen, loopt het bij het bureau niet storm. Is de prijs niet wat hoog? "In principe is het bureau serieus bedoeld. Stel, ik verkoop een paar duizend exemplaren van mijn boek dan zijn er altijd een paar zo gek die zeggen 'die man kan me helpen'. Als je dan 25 gulden vraagt krijg je allemaal van die zijkerds aan de deur. Op die hoge prijs komen alleen de echte serieuzen af die zich onderscheiden van de rest van de collega's".
Amee de Schipper
zeer stellig: "Als je je hersens gebruikt als arbeider en je door hard werken onderscheidt van je collega's kan je opslag realiseren, gegarandeerd". Hij kan erover meepraten want het laatste jaar dat ie in een fabriek werkte verdiende hij 600 gulden schoon in de week, terwijl colle- -
ga's met 380 gulden naar huis gingen. Het boek staat vol tips en raadgevingen om toe te werken naar loonsverhoging en promotie. Helaas vallen de reacties nogal tegen. Nog geen één arbeider heeft het boek gelezen. "Ik heb bij verschillende fabrieken 3500 folders uitge23 novennber 1984
yweiis^ vj»*mf'>"iimf^
"Een gezonde faculteit zou inderdaad tussQlde 100 en 150 eerstejaars moeten hebben
##
"Ik vind het een rottig idee dat letteren een betrekkelijk klein deeltje van de wereld inneemt. Taal- en literatuurwetenschap is op zich wel interessant, maar het sluit niet aan op wat er in de maatschappij gebeurt. Ik denk er over om politicologie te gaan studeren, omdat die studie wel beter past in het maatschappijbeeld. Eigenlijk twijfelde ik al aan de letterenstudie tijdens de propedeuse. Nu wil ik in december de knoop definitief doorhakken". Aan het woord is Johan (19). Vorig jaar begon hij aan de hogeschool te studeren met een redelijk positief beeld van de letterenfaculteit. Niet dat hij zich goed had voorbereid op de studie, naar eigen zeggen kon dat beter, maar de open dag had een prima indruk op hem gemaakt. De gedachte scheikunde of sociologie te gaan studeren liet hij varen en hij schreef zich in voor Taal- en Literatuurwetenschap. Na een jaar studie is er kritiek. Op de invulling van het onderdeel Oriëntatie op Onderzoek en Beroep (OO&B) door de verschillende werkverbanden, op de geringe aandacht voor de primaire literatuur en de manier waarop bepaalde vakken worden getoetst. OO&B vond hij een regelrechte ramp toen daarin het onderzoeks- en beroepsveld rond de literatuursociologie aan de orde kwam. Van het onderzoek van prof. Verdaasdonk, dat in het kort neerkomt op waarom een bepaald boek door een bepaalde uitgeverij wordt uitgegeven, snapte hij "geen bal". Taal en Informatica daarentegen vond Johan wel interessant, alleen de toets die over dat onderwerp werd afgenomen was "vrij onzinnig". "Via een enquête moest blijken of we iets van de OO&B-taal en informatica bijeenkomsten hadden opgestoken. Wat
Tilburgs Hogeschoolblad
betreft het literaire aspect van de studie, daarop heb ik me verkeken. Ik vind het een slechte zaak dat ik nu minder lees. Binnen literatuur-sociologie worden wel wat boeken gelezen, maar het houdt niet over. En als je die boeken niet lees, dan Is dat geen punt". Marijne begon in 1981 met de studie letteren omdat ze "iets met taal en literatuur wilde doen", ze wilde veel lezen. Tijdens de studie liep het echter anders. "In het eerste jaar raakte ik gedemotiveerd in het lezen van boeken, in het tweedejaar las ik zelfs helemaal niet. Dat lag volgens mij aan het geringe enthousiasme dat docenten wisten over te brengen voor het boek. Men stimuleerde het lezen op de faculteit niet". Tijdens het tweede jaar ging Marijne twijfelen of ze voor de juiste opleiding had gekozen. De wrevel kwam naar boven. Niet alleen waar het ging om de literatuur, maar ook wat de coherentie binnen het ondenA/ijs betrof. "Ik merkte dat docenten alleen geïnteresseerd waren in hun eigen richting, niemand was integraal bezig binnen het onderwijs. Toen ik op de faculteit kwam vond ik alle vakken leuk, maar na een jaar hield ik onderdelen als tekstwetenschap en taalanalyse voor gezien. Ik ben in die tijd gebleven vanwege de literatuursociologie zoals die gegeven werd door Verdaasdonk. Die man had goede dingen te brengen. Zo leerde hij je kritisch kijken en maakte je bewust hoe mensen redeneren". Na verloop van tijd kwam Marijne er achter dat de empirische literatuurwetenschap waar Verdaasdonk zo warm voor liep, haar toch niet aansprak. Ze vond dat de hoogleraar "te beperkt" bezig Drs. Nol Verhagen: "Het kan een slecht jaar geweest ?ijn".
was. Hij probeerde literatuur in objectie-. ve termen meetbaar te maken, wat volgens Marijne gewoon niet kan. "Ik studeer nu theaterwetenschap in Utrecht. Aanvankelijk voor een jaar, maar ik heb besloten niet meer terug te komen naar Tilburg,. Door middel van theaterwetenschap ben ik veel meer bezig met het leven om me heen. Ik moet nu ook veel meer lezen; er zijn bijvoorbeeld tentamens waarvoor ik 25 drama's en 10 filmscenario's moet lezen. Ik lees ook langzamerhand weer buiten het lesprogramma om". Patricia (22) switchte in 1983 van rechten naar taal- en literatuurwetenschap. Ze dacht er nog even over om frans te gaan studeren, maar koos uiteindelijk voor letteren omdat ze het onderwijs niet inwilde. Na anderhalf jaar studie zegt ze toch wel een beetje te balen van letteren. "Maar wat moet ik anders? Ik ben al een keer veranderd van studie. Ik kan niet zeggen dat ik op dit moment gemotiveerd bezig ben. Misschien dat daar verandering in komt tijdens het volgen van de keuzevakken. Er zijn een paar vakken waar ik wel in geïnteresseerd ben". Ook Anja (21) zegt zich vergist te hebben in de literaire kant van de studie. "Tijdens het eerste jaar ontdekte ik dat er binnen de colleges weinig aandacht was voor primaire literatuur. Niet dat dat nou zo erg is, ik lees veel buiten de studie om, maar wat meer tijd schenken aan de inhoud van het boek lijkt me wel leuk". In het onderdeel OO&B ziet ook Anja geen heil. De bijeenkomsten duurden te lang, de toekomst lag nog ver weg. (Anja: "Zelf beschouw ik letteren niet als mijn laatste studie".) en sommige docenten hoorden zichzelf wel erg graag praten. Wat Anja als hinderlijk ervaart binnen de studie is de negatieve teneur van haar medestudenten. "Af en toe denk ik, ben ik nou gek of zijn zij het? Ik ben wel eens bang meegesleept te worden in die negatieve geluiden. Toch ben ik, ondanks de kleine mankementen, best tevreden over de studie". Het gebrek aan onderlinge samenhang in de propedeuse waar vrij veel studenten over klagen ziet Anja niet als een bezwaar. Ze spreekt van een utopische gedachte de werkverbanden dichter bij elkaar te brengen. "Iedereen wil voor eigen parochie werken, dat hou je toch". Eén van de klachten is dus dat het onderwijsprogramma te weinig aandacht besteedt aan de zogenaamde primaire literatuur, aan het lezen en interpreteren van boeken. Volgens drs. Nol Verhagen, secretaris van de Letterenfaculteit, heeft het boek altijd een problematische plaats ingenomen in de literatuurwetenschap en zeker in de literatuurwetenschappelijke opleiding. Verhagen: "Wat moet je daar nou doen? Moet je daar nou veel boeken lezen? Moet je veel aan het begrijpen, het verstaan van die boeken doen? Moet je je bezig houden met literaire stromingen, literatuurgeschiedenis en dergelijke? Of moet je een wat meer wetenschappelijk standpunt kiezen, namelijk het boek en het lezen van boeken als object van onderzoek nemen. Hier op de faculteit tencjeert men duidelijk naar dat laatste standpunt". Een ad-hoc commissie van de faculteit schreef enige tijd terug dat studenten regelmatig tot de ontdekking komen dat met "de voorliefde voor literatuur en de behoefte om een natuurlijke taal te
De stof is te abstract. Docentiain niet genoeg betroki<en bij de uitvoering van het ondervj^jen beroepsperspectief ontbree/<t. Vak/(en zijn onderling i'^kt op eilcaar afgestemd en een groep studenten /daagt dn} een gebre/c aan informatie is over het onderwijsprogramma 9t als gevolg misverstanden, kortsluiting en vaagheid. Een kne greep uit de vele klachten die afgelopen studiejaar te ho!t waren aan de letterenfaculteit van de KHT. De klachten kwam met name üit het eerste jaar, waar van de 106 studenu inmiddels 19 de faculteit verlaten hebben. Het aantal studiesikers is daarmee behoorlijk opgelopen; in het studiejaar 82l^\eerden slechts 4 van de 101 eerstejaars de letterenstudie de,ig toe. Een ander punt dat de faculteit zorgen baart is het khe aantal nieuwe inschrijvingen. Was in de voorgaande studiej^i een lichte toename van het aantal eerstejaars te bespeuren^ jaar is opeens een forse daling ingezet. Op dit moment m 81 studenten ingeschreven voor de propedeuse taal- en linm/unA/etenschap en dat terwijl er een raming was opgesteld i\r 150 studenten.
door Moniqwan Blijswijk bestuderen en te beheersen tamelijk wei-het profiel van de faculteit kijkt en je ziet nig begonnen kan worden wat aanlei- daar literatuursociologie en literatuurdiding is om met de studie te stoppen". dactiek staan, dan is dat een duidelijke Vraag is of aankomende studenten toch Mnwijzing waar het om gaat". Verhagen nog denken dat ze zich inschrijven voor •voegt daaraan toe dat de scheiding tuseen meer traditionele letterenstudie. sen het onderzoek naar het boek en het Verhagen: "Wij proberen een zo goed interpreteren van het boek niet zo absomogelijk beeld te geven van de studie in luut ligt als hij het formuleert. "Er worons voorlichtingsmateriaal en tijdens de den hier ook colleges gegeven over het voorlichtingsdagen. Dan wordt vrij na lezen van boeken en over dingen die je drukkelijk gezegd: stel je nou niet voor daar over zou kunnen opmerken, want dat je hier leuk gedichten komt lezen en het lezen van boeken kun je natuurlijk datje romans gaat interpreteren. Wat wij ook wetenschappelijk benaderen, alleen doen is colleges geven over hoe litera- is dat een wat implicietere benadering tuur functioneert, wat voor opvattingen dan hier aan de subfaculteit wordt voorde mensen er over hebben, welke plaats gestaan. En wetenschappelijk gezien is het inneemt in de culturele samenleving, het ook een vrij moeilijk hanteerbare beEn dat is dus buiten het boek. Als je naar nadering".
Uit onvrede voor de geringe aandacht voor het lezen van boeken binnen het lesprogramma hebben een aantal letterenstudenten onlangs de werkgroep Polet opgericht. Deze groep wil door middel van cursussen en lezingen de andere kant van de literatuur aan bod laten komen. Dat studenten zelf de door hun gevoelde lacunes binnen het onderwijs gaan opvullen juicht Verhagen toe. Verhagen: "leder initiatief dat studenten nemen om iets te doen aan de verbreding van hun kennis, inzicht en ervaring is toe te juichen. De vraag is alleen of je het daarbij kan laten. Kijk, als studenten inderdaad zoiets oprichten uit kritiek op de faculteit, dan denk ik dus dat je tegelijkertijd iets anders had moeten doen. Ik weet zelf dat Polet daar een beetje ambivalent in is. Dat ze dus aan de ene kant vinden dat de manier waarop hier letterkundig onderwijs gegeven wordt best gerechtvaardigd is, maar aan de andere kant vinden ze het alleen een beetje eenzijdig en dat bepaalde dingen niet of onvoldoende aan de orde komen. Als studenten lacunes voelen, dan moeten ze doen wat we nodig vinden om daar voor zichzelf in te voorzien en dan heb je in principe twee mogelijkheden. Je probeert om binnen de faculteit voet aan de grond te krijgen via de onderwijscommissie of via de voorbereidingscommissie letteren om het programma te wijzigen of bij te stellen, of je loopt naar het particuliere initiatief. Tegen geen van beide vormen van actie van studenten heb ik bezwaar".
RODE DRAAD Een klacht van hele andere aard die van de kant van de studenten komt is dat er een gebrek is aan onderlinge samenhang tussen de werkverbanden (vakgroepen) met als gevolg dat ze de rode draad die door de studie loopt niet zien. In de loop van het korte bestaan van de faculteit is het propedeuseprogramma reeds meerdere malen aangepast om er zorg voor te dragen dat de studie een meer homogeen karakter krijgt. Klaarblijkelijk met weinig succes, want ook in het afgelopen jaar konden veel studenten door de bomen het bos niet meer zien. Op dit moment vinden opnieuw besprekingen plaats binnen de faculteit om het lesprogramma bij te stellen. "Het is heel moeilijk om een evenwichtig en geïntegreerd programma aan te bieden, dat zie je ook bij andere faculteiten. Bij rechten moet een stuk privaatrecht, strafrecht, staatsrecht en weet ik wat allemaal meer in de propedeuse om studenten kennis te laten maken met onderwerpen, zodat ze weten wat het is en kunnen kiezen welke richting ze in willen. Dat doet zich hier natuurlijk ook voor". Is in het verleden op kleine schaal een werkverband "een beetje omgebouwd" en kregen werkverbanden de opdracht om nog eens met elkaar te gaan praten, nu gaan we proberen om op grotere schaal meer lijn te brengen in het propedeuseprogramma", aldus Verhagen. "Daarbij wordt ook de klacht van studenten in aanmerking genomen dat ze weinig primaire literatuur in het programma tegenkomen. In de huidige besprekingen speelt dat een rol. Het dagelijks bestuur van de faculteit heeft voorstellen aan de onderwijscommissie voorgelegd en die commissie is momenteel in be-
spreking met vertegenwoordigers van de werkverbanden. Daarna wordt advies uitgebracht aan het faculteitsbestuur en dan zal in december, als alles goed gaat, de zaak in de VBC aan de orde komen, zodat er een nieuw studieprogramma wordt vastgelegd". Een onderdeel dat binnen de Letterenfaculteit door vrijwel alle eerstejaars studenten als volkomen nutteloos wordt bestempeld en dat vele gezichtsveranderingen heeft ondergaan is Oriëntatie op Onderzoek en Beroep, kortweg 00-\-B. Colleges 0 0 -(- B, waarin een beeld geschetst wordt van beroepsmogelijkheden en het typeonderzoek op het terrein dat door een werkverband wordt bestreken, werden in het afgelopen studiejaar sporadisch bezocht. Verhagen: "00-(-B is van begin af aan een beetje een zorgenkindje geweest. Het is eigenlijk nooit goed van de grond gekomen. Het is geen echt tentamenonderwerp. Aanvankelijk was het verplicht, later is alleen een soort absolverend activiteitje van studenten per onderwerp verplicht gesteld. We zijn er eigenlijk steeds mee aan het rommelen geweest. Een nieuw voorstel probeert om 0 0 -i- B gedeeltelijk terug te brengen in omvang (voor 00-1- B was vorig jaar 200 uur uitgetrokken, wat vaak ontaardde in saaie marathonzittingen, MvB) en het op te schuiven in verdere fases van de studie. Afgelopen jaar zijn we tot de conclusie gekomen dat 00-i-B in het eerste jaar niet functioneert". "Het intereseert de studenten nog niet zo erg", vervolgt Verhagen. "Ze kunnen de impact er niet van overzien, het sluit gewoon niet aan bij de belevingswereld van eerstejaars. En dat is eigenlijk ook wel logisch".
Daar komt nog bij dat er, afgezien van de werkgelegenheid, geen bepaald beroepsveld is waar de faculteit zich duidelijk op kan richten. "Als je rechten gaat studeren dan zijn er een aantal beroepen, notaris, rechter, officier van justitie, waarmee je je kunt identificeren. De letterenfaculteiten hebben altijd alleen maar leraren afgekeurd, tenminste altijd in die sfeer. Wat nou eigenlijk nodig is, is dat vanuit de letterenfaculteit een aanbod komt waarmee je op andere plaatsen in de samenleving aan de slag komt. Op dit moment zijn er wel plaatsen die bezet worden door mensen die een letterenopleiding volgden. Met name in de sfeer van taalproblematiek en minderheden zijn er natuurlijk wel, hoewel ze vaak dicht tegen het onderwijs aanliggen, banen te vinden. Maaar er is niet een duidelijk beroep of scala van beroepen waarmee een letterenstudent zich bij ons en bij andere letterenfaculteiten kan identificeren".
NAHE VINGER Het is binnen de faculteit inmiddels duidelijk waar voor studenten de schoen wringt, maar men kan moeilijk achterhalen waarom een student vertrekt. Met studiestakers is vaak geen contact. Een deel van de studenten komt tijdens het studiejaar wel eens bij de studie-adviseur terecht, maar er zijn ook studenten die in een jaar niets van zich laten horen. Hebben zij in de eerste tentamenperiode nog volop meegedaan, in de tweede periode zijn ze opeens weg. vervolg op pag. 10 Prof. Hugo Verdaasdonk: gekozen voor empirische benadering.
23 november 1984
vervolg van pag. 9
■JS^ ## Verdaasdonk: "Elke Letterenfa culteit is eenzijdig Verhagen: "Die mensen komen geheel zelfstandig tot de conclusie dat dit niet de studie is die zij willen volgen. Door middel van een enquête hebben we ge probeerd een beeld te l<rijgen van de stu diestakers. Dat is niet zo goed gelukt omdat er slechts sporadisch of veel te laat op de enquête werd gereageerd". Dat het aantal studiestakers vorig jaar behoorlijk opliep "moet zorgen baren en dat doet het ook wel, maar je moet het een beetje relativeren", aldus Verhagen. "In de eerste jaren was er nauwelijks sprake van stalkers. E n diegenen die de faculteit verlieten deden dat niet omdat ze het niet eens waren met het studie programma". Volgens de secretaris van de letterenfa culteit is de toename van het aantal sta kers gedeeltelijk een toevalsfactor. "Het kan een slecht jaar geweest zijn. 't Kan zijn dat de studentengroep toevallig an ders dan anders was. Ik heb niet de in druk dat het onderwijs heel anders was dan de jaren daarvoor. Integendeel, ik denk zelfs dat het beter is geweest, om dat we toch proberen ieder jaar de zaak een beetje bij te stellen. Maar het kan ook zijn dat er andere ontwikkelingen aan de gang zijn waar we nog geen in zicht in hebben". Is de faculteit gedeeltelijk over de schrik van het aantal studiestakers heen, nu is de onverwachtse kleine instroom van nieuwe studenten een probleem. Dit jaar lag het in de bedoeling 150 eerstejaars in huis te halen, een cijfer dat volgens Ver hagen met de natte vinger genomen is. Verhagen: "Het getal is uit de lucht ge grepen om richting te geven aan het den ken: we verwachtten uit Brabant, en omdat de studie landelijk gezien een uniek karakter heeft ook uit andere re gio's een aanbod van zo'n 150 studen ten". De terugval van 106 studenten in het studiejaar 83/84 naar 81 studenten nu heeft "ongetwijfeld te maken met het feit dat andere universiteiten in de afge lopen jaren vergelijkbare studiemogelijk heden hebben aangeboden. Wel niet in de vorm van een experimentele studie Letteren, maar wel in de vorm van vrije studierichtingen. Dat is gewoon een feit dat je moet accepteren", zo zegt Verha gen. "E n tevens is een gedeelte van de instroom uit regio's die wij ingecalcu leerd hadden achterwege gebleven". De secretaris vindt overigens dat uit het kleine aantal nieuwe inschrijvingen niet is te concluderen dat de instroom in het vervolg klein blijft. Feit is dat de studie een zekere bekendheid moet krijgen en dat is meestal niet in drie è vier jaar te verwezenlijken. Verhagen: "E en gezonde faculteit zou inderdaad tussen de 100 en 150 eerste jaars studenten moeten hebben, dat is een stevige basis, daar kun je iets mee doen". Op de vraag of een kleine instroom ge volgen heeft voor het voortbestaan van de faculteit antwoordt de secretaris: "Als de minister zegt, nou, voor zo'n 100 studenten, daar houd ik geen experimen tele studie voor, dan kan hij de beslissing nemen om de faculteit te sluiten. Maar het is natuurlijk slechts een van de pun ten die bij zo'n evaluatie aan de orde ko men, ofschoon het wel een belangrijk punt is. De zorg wordt binnen de facul Tilburgs Hogeschoolblad
teit niet ingegeven of de minister de club zal accepteren. Wel door de vraag of we wat we nu aan het doen zijn kunnen handhaven of je op een gegeven mo ment niet onder een limiet komt waar door je dingen moet afbreken die we juist zo leuk hebben opgebouwd. Verhagen voegt daar aan toe dat de klei ne instroom in de propedeuse overigens geen gevaar vormt voor het aantal for matieplaatsen. De problemen die zich binnen de facul teit voordoen worden als ernstig erva ren. "We proberen daar ook met vereen de krachten oplossingen voor te vinden, want wij vinden het natuurlijk ook niet leuk zoals het nu loopt". Aan de andere kant denk ik dat hier in de afgelopen ja ren iets van de grond gekomen is dat best de moeite waard is. We hebben een behoorlijk curriculum weten op te bou wen, de onderzoekskant is hier goed ge organiseerd, er is een goed examenregle ment, er zijn goeie lijnen waarlangs din gen georganiseerd worden, ook voor studenten en we hebben een goed keu zecurrucilum waarvan ik hoor dat stu denten er tevreden over zijn. Als ik dan terugkijk op wat ik hier mede tot stand heb gebracht in de afgelopen jaren met andere mensen, dan is dat best iets waar we trots op mogen zijn", aldus Verha gen. De invulling van de colleges van prof. H. Verdaasdonk, hoogleraar literatuursocio logie aan de KHT, is in studentenkringen regelmatig onderwerp van gesprek. Het vak zou te eenzijdig zijn, reden onder an dere waarom de werkgroep Polet is op gericht. Verdaasdonk zelf over de eenzij digheid. "Ik denk dat aan alle faculteiten in Ne derland de literatuurwetenschap of de li teratuursociologie eenzijdig wordt bedre ven. Iedereen maakt een bepaalde keu ze, er is geen enkele faculteit waar fun damenteel afwijkende opvattingen over de studie van literatuur tegelijk gedo ceerd worden. Iedereen maakt een keu ze. Het debat gaat over de empirische of de hermeneutische literatuurweten schap. E r is geen enkele faculteit waar beide richtingen onderwezen worden. Dus in dat opzicht is iedere letterenfacul teit eenzijdig". Prof. Verdaasdonk vindt het heel verde digbaar dat er een letterenfaculteit is waar empirische literatuurwetenschap wordt beoefend, zeker omdat deze we tenschap op andere faculteiten bijna niet in het onderwijsprogramma opgenomen is. "Het beoefenen van de empirische litera tuurwetenschap is nieuw. Ontwikkelen van een onderzoeksprogramma en het opbouwen van contacten vergen een enorme inspanning. Daar heb ik een vol ledige dagtaak aan. Er rest mij erg weinig tijd om met gelijke inspanning herme neutische literatuurwetenschap te gaan beoefenen", aldus de hoogleraar. Kan Verdaasdonk binnen zijn college uren, min of meer noodgedwongen, nauwelijks aandacht schenken aan de primaire literatuur, de faculteit heeft in middels een hoofdmedewerker benoemd die niets anders doet dan bezig zijn met deze vorm van literatuur. Wat prof. Verdaasdonk met nadruk wil ontkennen is dat de voorliefde voor lite
ratuur alleen maar tot uiting zou kunnen komen door het interpreteren van teks ten. "Ik heb ook voorliefde voor literatuur, die is relevant voor mijn onderzoek. Met name het lezen van primaire literatuur lijkt mij essentieel, ook binnen het onder zoek dat wij verrichten. Als je bijvoor beeld een onderzoek verricht op een bi bliotheek of bij een uitgeverij, dan moet je het fonds kennen, of tenminste wat daarin representatief is en je moet daar een mening over hebben". "Ik vind het dus weer een eenzijdige op vatting dat het interpreteren van teksten volgens de traditionele literatuurweten schappelijke benadering de enige officië le manier zou zijn om de liefde voor lite ratuur te belijden". Overigens zou Verdaasdonk zelf nooit met een studie als Taal en Literatuurwe tenschap aanvangen als hij geen indica 3 s had over waar hij na de studie te :ht kon. ■bir hoeven geen banen beloofd te wor den, maar ik zou wel willen weten: waar mikt men op en wil ik daar terecht ko men?" In zijn colleges OO&B van het afgelopen jaar probeerde de hoogleraar de arbeids mogelijkheden vanuit zijn werkverband aan de orde te stellen. Studenten waren daar niet enthousiast over. Zelf zegt Ver
Brainstormdag Er heerst bij de subfaculteit letteren in oprichting al een tijdje onrust over de problemen in de propedeuse. Op 13 juni 1984 organiseerde de faculteit een "Brainstormdag" over deze proble men. W. van Peer en W. Mulders hiel den toen een inleiding op de problema tiek. Deelnemers aan die brainstorm dag kregen achteraf de inleiding toege zonden "om de discussie vooraf niet te zeer in een bepaalde richting te stu ren"... Stellers van het stuk schrijven in een 'vooraf' dat de geformuleerde gedachten nog slechts voorlopig en summier zijn. "Er l<unnen geen harde l(onklusies aan verbonden worden". In een eerste deel gaan de inleiders in op de aard van de problematiek: er zijn meer studiestakers; er heerst een grote mate van onvrede. Een enquête onder studen ten toonde aan dat er kritiek was op vorm en inhoud van het onderwijs. De stof is te abstrakt, doelstellingen ontbre ken, er is een gebrek aan onderlinge sa menhang, het programma is fragmenta risch en onduidelijk. Ook op de onder wijspraktijk is er kritiek. De afstand docentstudent is groot, de betrokken heid van de docent is Ideiner, er is ru moer tijdens col.leges etc. De studenten hebben ook problemen met de relevantie van het onderwijs. Dui delijke beroepsperspectieven ontbreken. Verder zijn er nog opmerkingen over ge brek aan informatie over regelingen en programma's en zo stellen de studen ten er zijn coördinatieproblemen m.b.t. het onderwijs. Van Peer en Mulders zijn van mening dat de studentenkritiek aansluit bij de per ceptie die veel studenten van het onder wijs hebben.
m
,«e~w««l
daasdonk dat studenten zich over het beroepsperspectief nog niet druk maken, althans minder dan hij veronderstelde. In de toekomst wil hij een andere weg bin nen OO&B gaan bewandelen door stagi aires te laten vertellen over hun ervarin gen bij onder andere uitgeverijen, be leidsinstellingen voor kunst en cultuur en openbare bibliotheken. Op deze manier denkt de hoogleraar dat studenten een beter beeld krijgen van wat er in een be paalde tak van de literatuur gebeurt. Monique van Blijswijk
De inleiders onderscheiden studenten factoren, programmafactoren, docent factoren en omgevingsfactoren. Informatie kregen ze niet alleen via de studentenenquête maar ook via andere kanalen zoals een deelonderzoek en in formatie uit de onderwijscommissie en het groepsvertegenwoordigersoverleg. In een tweede deel zoeken de stellers van de inleiding naar mogelijke structurele oorzaken en ze doen dat per groep on derscheiden factoren. Onderzoek bij studentenfactoren leert dat de grote groep studenten (2/3) het onderwijs nog sterk vanuit een schoolse optiek benadert. Ze stellen dirigisme op prijs en zien leren vooral als het verzame len en vermeerderen van kennis. E en kleinere groep (1/3) is meer uit op een open en zelf te organiseren studievorm. De propedeuse moet de schoolse instel ling bij veel studenten ombuigen naar een meer "open" instelling. Dit proces is het afgelopen academisch jaar ver stoord, aldus Van Peer en Mulders. Bij de programmafactoren speelt vooral de abstractiegraad en het moeilijk inpas sen een rol. Het progamma komt over als fragmentarisch en disparaat; het gevaar van gecompartimenteerde kennisverwer ving dreigt. Docentfactoren zoals te veel rumoer zijn weer af te leiden van het feit dat studen ten een dirigistische benadering van de docenten verwachten. Tenslotte zijn er de omgevingsfactoren: de slechte arbeidsmarkt. Studenten zul len zich een plaats op de arbeidsmarkt moeten veroveren, aldus Van Peer en Mulders, die verder ook nog een aantal maatregelen voorstellen om de situatie te verbeteren. E.V. 23 november 1984
DEN HAAG
Deetman dreigt met onafhankelijke instituten Instituten voor toponderzoek komen er, hoe dan ook. Als de Kamer ze niet aan faculteiten wil koppelen, dan worden ze wel buiten het wetenschappelijk onderwijs om opgericht en verlie zen ze zeker het contact met het onderwijs. Dit althans voor spelde minister Deetman vorige week aan onderwijsspecialisten van de Tweede Kamer tijdens een commissievergadering over de nota Gedrags en Maatschappijwetenschappen. Het zogenaamde 'facultaire onderzoeks instituut' dook vorig jaar voor het eerst op in deze nota. Het moet een vrij zelf standige onderneming worden w/aar de hoogleraardirecteur de scepter zwaait, gespecialiseerd toponderzoek primair is en de student slechts een ondergeschik. te rol speelt. Of het er komt, zal de Ka mer pas beslissen als de nieuwe wet op het wetenschappelijk onderwijs aan de orde is. Verschillende kamerleden echter uitten nu reeds hun twijfels, met name over de band met het onderwijs.
"Het is volstrekt niet de bedoeling onder wijs en onderzoek los te koppelen" ant woordde Deetman. "Maar als er landelij ke taken zijn komt toch de vraagt naar beter onderzoeksmanagement. E n als het wettelijk instrumentarium niet wordt geboden", dreigde hij met een verwijzing naar buitenuniversitaire instituten waarin de onderzoekers helemaal geen binding meer hebben met het wetenschappelijk onderwijs, "dan is het onvermijdelijk dat je naar zo'n situatie toeholt". Op de vraag of de relatie met het onder wijs wel veilig is als het instituut binnen
Eindoordeel WWO '84
Wie is de baas op de universiteit? Waarom zitten er zo weinig vrouwen in het topbestuur? Waar om is de rector meer dan een visitekaartjeintoga? Hoort het bijbrengen yan maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef nog wel tot de taken? Maar vooral: wie is de baas op de universiteit? Daarover kunnen wij straks in de Kamer interessante discussies verwachten, te oordelen naar het schriftelijk eindoordeel van de Tweede Kamerfracties over de wet die binnenkort voorschrijft hoe het wetenschappelijk onderwijs bestuurd moet worden: de WWO '84. De liberalen en de socialisten blijven het oneens. Is de universiteit een deelorgani satie of een werkgemeenschap? De W D vindt dat de miniter "terecht afstapt van het gemeentelijk bestuursmodel" wan neer hij de universiteitsraad een stap te rug laat doen zodat die onder het College van Bestuur belandt. Zij zag liefst de col legevoorzitter zelf als voorzitter van de raad. De socialisten echter willen de raden "ondubbelzinnig" bovenaan houden, "naar analogie van de gemeenteraad", en professionele bestuurders belasten met de voorbereiding en uitvoering van besluiten. Anders degradeert de inbreng van de raden tot medezeggenschap zon der direkt verantwoordelijkheidsgevoel. Interessant wordt daarom het standpunt van het CDA. Deetmans eigen partij heeft "de indruk dat het evenwicht tus sen demokratie en doelmatigheid soms wordt verstoord", en vraagt zich af of het "vertolken van binnen de universitai re gemeenschap levende gevoelens" een juiste omschrijving is van taken van de universiteitsraad zoals het controleren van het College van Bestuur. De christendemokraten zijn opmerkelijk Tilburgs Hogeschoolblad
kritisch. Ze zien voor de verkleining van het College van Bestuur (van vijf naar drie leden) en universiteitsraad geen re den. Integendeel, de evenwichtige in breng van de faculteiten komt erdoor in het gedrang. Ook de faculteitsbesturen en raden moeten hun tegenwoordige omvang houden. Die zullen het druk krij gen wanneer de subfaculteiten worden opgeheven. Bij dat faculteitsbestuur worden te wei nig mensen betrokken, vinden de meeste partijen. Maar terwijl CDA en W D ook
Partijgenoten van de minister zijn opmer kelijli kritisch.
de universitaire organisatie blijft, ging hij' niet in. Niettemin toonden de meeste ka merleden zich gerustgesteld na deze uit leg. Alleen de christendemokraat Beine ma bleef ongerust, en wel op een voor de sociale wetenschappen weinig vleien de manier. Hij vroeg om terughoudend heid bij het instellen van dergelijke insti tuten "gezien het bij menige vakgroep niet al te rijkelijk aanwezige onderzoek potentieel". Met een "die bloedarmoede zie ik wel" deed Deetman weinig om die vrees weg te nemen. De kwaliteit van de sociale wetenschap pen zal overigens, op aandringen van de socialist Wallage, gemeten worden door een onafhankelijke Verkenningscommis sie. De Kamer had overigens weinig toe te voegen aan de overheidsplannen (een extra stimulans voor onderzoek naar arbeids en bevolkingsvraagstukken, probleemgroepen en vraagstukken op het gebied van openbaar bestuur). Deet man zal, op verzoek van 'de liberale woordvoerster Den OudenDekkers, bij nieuwe projecten geld laten reserveren voor de evaluatie van die projecten. Hij vindt het prima om sociale wetenschap pers in te zetten bij ontwikkelingssamen werking, voor het inzicht in de "specifie
ke economische, sociale en politieke pro blemen van de derde wereld", zoals Den Ouden het in een motie formuleerde. Maar extra geldt heeft hij daarvoor niet over. Dat moet komen van het ministerie van Ontwikkelingssamenwerking. Op één opmerking uit de nota kreeg Deetman uitgebreide kritiek. "Het pro bleemoplossend vermogen van de ge drags en maatschappijwetenschap pen", had hij geschreven, "zal de ko mende jaren sterk worden aangespro ken". Dat kan helemaal niet, wisten de kamerleden uit de krant, de literatuur en uit eigen ervaring. "Al in '65 werd me ge zegd dat de sociologie er niet is om de maatschappij te verbeteren" zei Walla ge. Waaraan Den Ouden toevoegde: "de sociale wetenschappen bieden geen ga rantie voor het geluk van de mensen", en Beinema: "alsof de maatschappij re pareerbaar, maakbaar zou zijn". De soci ale wetenschappen mogen een analyse geven, stelden ze, maar moeten de keu ze van oplossingen overlaten aan ande ren. Hetgeen echter voor de inhoud van de nota geen enkel gevolg had.
het onderzoekspersoneel dat geen zelf standige onderzoekstaken verricht een woordje wil laten meespreken, zoeken de communisten het in een grotere parti cipatie van studenten. Dat is essentieel voor hun maatschappelijk verantwoorde lijkheidsbesef. De PvdA laat omvang en taak van de faculteitsraden bij voorkeur door de universiteiten zelf bepalen, in het kader van de autonomie en de deregule ring. De instellingen mogen trouwens, als het aan de politici ligt, op meer punten baas in eigen huis worden. Zij moeten zelf de leden van het College van Bestuur be
noemen, vinden socialisten en christen democraten. Zij moeten hun eigen hoog leraren benoemen, schrijven W D en D'66. Zij dienen ook de kwaliteitsbewa king zelf te verzorgen, stelt de PPR. De liberalen willen de colleges zelfs verplich ten daartoe 'visitatiecommissies' in te stellen. D'66 lijkt een inspectie voor het hoger onderwijs overbodig, en het CDA vindt het te ver gaan wanneer de mi nister bij richtlijn aantallen en catego rieën onderzoekers vaststelt. (Hetgeen hij wil proberen voor de assistentonder zoekers.)
Ander Leesvoer
tracht Nederland te openen voor de Ara bische wereld en vica versa. "Reeds voor ^en heeft de kring de poorten naar de ■feMsc/te wereld kunnen openen. Mogen W^Ê^^eer belangstellenden die poorten ^nnengaan en bijdragen tot het streven van de kring: versterking van de vriend schappelijke NederlandsArabische be trekkingen". Het zit er in dat één lezing, welke zal gaan over de "culturele aspec ten van de Arabische wereld" zal worden opgeluisterd met Arabisch luitspel. In navolging op vorige Vitebulletins, waar in enkele belangrijke Viteleden hun me ning ventileerden over het functioneren van de Vereniging, in dit nummer de me ning van een wetenschapper en lid van het College van Advies van Vite drs. J. van Lith. Gevraagd naar de oorzaak van de door sommige Viteprominenten geui te veronderstelling dat het contact tussen docenten en studenten binnen de Vereni ging terugloopt, vermoedt van Lith dat dat wel eens zou kunnen liggen aan de Tweefasenstructuur en de verminderde 'contactgerichtheid' van studenten. Ook andere factoren spelen volgens de geïn terviewde wellicht een rol: "Misschien is de nieuwigheid eraf, misschien zijn er te weinig borrels, of borrels op verkeerde plaatsen. Het Dorstige Hert is een aan trekkelijke pleisterplaats voor lieden op weg van Hogeschool naar huis. Mis schien is dat de sleutel van het geheim".
Het nieuwe nummer van VITEBUL LETIN, het blad van de Vereniging voor internationaal georiënteerde economen en juristen, is uit. Het blad verschijnt dit maal onder auspiciën van een nieuwe hoofdredacteur, Pieter Kerstens, inmid dels de vierde hoofdredacteur die de Ver eniging heeft voortgebracht. De aftre dende hoofdredacteur, Ed Berendsen, blijft voorlopig deel uitmaken van de re dactie opdat het bulletin zal "kunnen blijven putten uit zijn grote routine, ken nis en ervaring". Vitebulletin heeft niet alleen een nieuwe hoofdredacteur, de Vereniging heeft ook de beschikking ge kregen over een nieuw bestuur. Dit uit vijf personen bestaande, op een algeme ne ledenvergadering, gekozen bestuur zal tot september '85 zitting hebben. Enkele van de eerste beslissingen die onder de hoede van het nieuwe bestuur genomen zijn, waren het besluit tot vorming van een incassocommissie ter inning van ach terstallige lidmaatschapsgelden én het besluit tot verhoging van het lidmaat schapsgeld met ingang van volgend jaar. Verder in Vitebulletin de aankondiging van een aantal activiteiten. In samenwer king met de NederlandsArabische Kring (NAK) heeft Vite voor het komend win terseizoen en daaropvolgend voorjaar een lezingencyclus georganiseerd met als thema "De Arabische wereld". De Kring
UP/Lin Tabak
UP/Lin Tabak
L.v.W. 23 november 1984
Steun transferpunten blijft De overheid gaat nog vier jaar door met tiet subsidiëren van de transferpunten (TP's) aan de universiteiten en tecfinische fiogescliolen. Verder worden wij de instellingen van W. O. (waaronder zeker bij de TH Delft) en TNO voor in principe drie jaar negen functionarissen van de Rijks Nijverheids Dienst (RND) geplaatst, die zich vooral moeten gaan bezig houden met de dienstverlening aan het midden- en kleinbedrijf Met deze voortgaande steunverlening is voor de komende vier jaar bijna f 15 miljoen gemoeid. Dit blijkt uit een brief van de ministers van Economische Zaken en Onderwijs en Wetenschappen aan de Tweede Kamer. Op dit moment subsidieert de overheid de transferpunten van de drie TH's en de universiteiten van Groningen en Nijmegen. Deze ondersteuning loopt eind dit jaar af. De andere universitaire instellingen hebben zelf een transferpunt ingesteld. Daarnaast beschikken de Rijks Nijverheid Dienst, TNO en de gezamenlijke
HBO-instellingen over transferfunctionarissen. De ministers van Economische Zaken en van Onderwijs en Wetenschappen spreken van een geslaagd experiment 'in kwantitatieve zin'. Inhoudelijk is er op het systeem van transferpunten echter nogal wat aan te merken. 'Een duidelijk netwerk van TP's is nog onvoldoende van de grond gekomen en de verankering binnen de universitaire instellingen is nog niet altijd even stevig. Nazorg en doorverwijzing behoeven verbetering', zo constateren de bewindslieden. Zij
merken verder op dat vooral de niet gesubsidieerde universitaire transferpunten zich steeds meer richten op het verwerven van financieel aantrekkelijk contractonderzoek, waardoor de dienstverlening aan het midden- en kleinbedrijf, toch de primaire doelstelling van de TP's, in het gedrang komt.
RNO-FUNCTIONARIS Om dat laatste nu te voorkomen willen de bewindsleden aan een aantal universitaire instellingen en bij TNO voor een periode van in principe drie jaar een functionaris van de Rijks Nijverheids Dienst detacheren. Hiervoor komen in ieder geval de drie TH's en TNO in aanmerking. Voor de andere instellingen blijven er dan nog vijf RND-functionarissen te verdelen over. De instellingen die zulke functionarissen aan hun transferpunt willen toevoegen, moeten daartoe een aanvraag indienen bij het ministerie van Economische Zaken. De regering heeft verder besloten de bestaande transferpunten nog voor een beperkte tijd financieel te blijven steunen. Dat betekent dat de nu al gesubsidieerde
Tussen Philips en universiteiten
Uitwisseling van wetenschappers Philips en het ministerie van O S- W hebben plannen ontwikkeld om de uitwisseling van personeel tussen de universiteiten en hogescholen en Philips mogelijk te maken. De Eindhovense firma kan wetenschappers leveren die de 'praktijkfactor' in onderwijs en onderzoelc inbrengen. Bij de universitaire instellingen zitten wetenschappers die bij de multinational specifieke problemen kunnen oplossen. De onderlinge uitwisseling van personeel zou perioden van 2 è 3 jaar moeten betreffen. Dit blad maakte al eerder melding van deze ontwikkeling, die nu - blijkens een recente brief van minister Deetman aan de instellingen - verder wordt uitgewerkt. In het schrijven staan de mogelijkheden en voorwaarden voor een uitwisselingpuntsgewijs opgesomd. De uitwisseling blijft vooralsnog beperkt tot Philips, dat het initiatief hiertoe lijkt te hebben genomen.
PHILIPS
Tilburgs Hogeschoolblaa
Voor de functies die voor detachering in aanmerking komen, is 'n inwerktijd van ongeveer één jaar nodig, waarna een produktieve periode van één è twee jaar kan volgen. Veelal zullen jonge, veelbelovende medewerkers gebruik willen maken van de regeling, zo denken ministerie en Philips. Zij doen dan ervaring op in een andere werkomgeving. Die is niet alleen van belang voor Philips of de universiteiten, maar ook voor de verdere carrière van het personeelslid. Oudere ervaren werknemers kunnen overigens ook meedoen, als ze maar gemotiveerd zijn. Behalve wetenschappers kunnen ook managers worden uitgewisseld om ze kennis te laten nemen van de verschillende bestuursculturen bij overheid en bedrijfsleven. Het ministerie doet daarom zelf ook mee in de uitwisselingsovereenkomst. Acute knelpunten kunnen voortaan opgelost worden door over en weer een beroep op elkaar te doen tijdelijk deskundigen ter beschikking te stellen. Bij het opzetten van de informatica-opleidingen, enkele jaren geleden, is bijvoorbeeld al wel eens met de gedachte gespeeld in de beginfase industrieën tijdelijk aan te trekken voor de opvang van de eerste generaties eerstejaars. Het is bekend dat studierichtingen die zeer snel groeien te kampen krijgen met een onevenwichtige personeelsformatie, waarvan bovendien na enige jaren blijkt dat de kwaliteit ervan te wensen overlaat. Philips en Ministerie zijn al overeengekomen dat de gedetacheerde werknemer in dienst blijft bij de uitzendende organisatie. Salaris en pensioenopbouw vormen dus geen belemmering.
In principe gebeurt de uitwisseling met gesloten beurzen, behalve wanneer achteraf zou blijken dat er eerder sprake is geweest van eenrichtingsverkeer dan van uitwisseling. In de brief van de minister zijn verder afspraken opgenomen over verhuis- en reiskosten, hoe te handelen in geval van wanprestatie en bij ziekte of een bedrijfsongeval. Over het eigendomsrecht en geheimhouding van octrooien, uitvindin-
TP's voor 1985 kunnen rekenen op hetzelfde bedrag als dit jaar; de niet-gesubsidieerde TP's krijgen volgend jaar ieder 1,5 mensjaar gefinancierd. De totale financiële ondersteuning wordt vanaf 1986 in drie jaar tijd tot nul teruggebracht. Daarna zullen de instellingen binnen hun eigen budget geld moeten vinden om de TP's te betalen.
INFRASTRUCTUUR Voor de komende vier jaar stelt de overheid f 4 miljoen beschikbaar voor 'infrastructurele voorzieningen'. Hieronder wordt verstaan een Informatienetwerk tussen de transferpunten en materiaal voor voorlichting, beurzen en tentoonstellingen. Tenslotte zal de rol van het HBO in het netwerk van transferpunten worden versterkt. Tot nu toe beschikken de gezamenlijke HBO-instellingen over één contactfunctionaris. De overheid gaat nu tot en met 1988 ook een tweede betalen. UP/Jos Veldhoven
gen, publikaties en vertrouwelijke bedrijfsgegevens moeten goede afspraken vooraf worden gemaakt. Die moeten er óók zijn om te voorkomen dat de uitwisseling ontaardt in "overlopen". In dit verband is het van belang, aldus de brief, medewerkers voordat hun detachering begint, duidelijkheid te geven over het doel van die detachering en over het loopbaanperspectief in de eigen organisatie". De Philips-mensen bij de universiteit krijgen geen stemrecht voor de WUBse raden, terwijl omgekeerd universiteitsmensen bij Philips niet over de samenstelling van de ondernemingsraad mogen meebeslissen. UP/Delta
Afgelopen week donderdag hielden Arjan Dieleman (rechts op de foto) en Wiel Veugelers een lezing over beeldvorming van de jeugd in de wetenschap. Dit in het kader van de cyclus "jeugdcultuur" georganiseerd door Studium Generale. Arjan Dieleman, die werkt voor de Open Universiteit, en Wiel Veugelers, onderzoeksmedewerker aan do subfaculteit Opvoedkunde van de universiteit van Amsterdam toonden duidelijk aan dat jeugdculturen en de levensstijl van jongeren onderhevig zijn aan specifieke sociale veranderingen.
23 november 1984
MEDEDELINGEN
ECONOMISCHE ASPECTEN VAN DE VRUE TIJD In het kader van het vak "Economische aspecten van de vrije tijd" zal Prof. Dr. J. Kruczata (Universiteit van Krakow) een gastcollege verzorgen betreffende toerisme en recreatie op 27 november in zaal CZ 113, aanvang 13.30 uur. POST-DOCTORALE OPLEIDING BELASTINGKUNDE De tentamendata voor den" voor het studiejaar luiden als volgt: Boekhouden I 16 januari 1985 11 juni 1985 6 augustus 1985 Boekhouden II 9 januari 1985 14 mei 1985 1 augustus 1985
'Boekhou1984/1985 14.30 uur 14.30 uur 14.30 uur 14.30 uur 14.30 uur 14 30 uur
ORGANISATIE VAN DE ONDERNEMING IVIaandag 26 november zullen tijdens het college de evaluatie-formulieren voor de twee-fasen structuur worden uitgedeeld. Diegenen die met op het college aanwezig zijn, maar toch een formulier in willen vullen, kunnen dit ophalen op kamer B 604. Het formulier vóór 30 november inleveren op B 629. VAKGROEP ONDERNEMINGSFINANCIERING K.H.T. Mededelingen ten behoeve van Moller en HEAO (uitsluitend BE)-abitunenten die hun studie voortzetten aan de Faculteit der Economische Wetenschappen. /. Eisen kandidaatsstudie oude structuur Aanvullend mondeling tentamen over J.L. Bouma "Leerboek der bedrijfseconomie", deel II volgens stof die is aangegeven in de deficiëntielijst. Het tentamen wordt afgenomen door drs. P. Duffhues. //. Twee-fasen-structuur-studenten (= nieuwe structuur) Deze krijgen uitsluitend in het studiejaar 1984/1985 keuze uit: 1. mondeling tentamen bij prof. De Jong over de volgende stof: a. J.L. Bouma Leerboek der bedrijfs^ economie, deel II (incl. alle appendices), en b. de twee doctoraaldictaten van de colleges (oude stijl) van prof. De Jong, en c. een boek naar keuze uit de in de gids 1983/1984, biz. E 146 vermelde lijst van 5 boeken. Dit mondeling tentamen vervangt het tentamen Ondernemingsfinanciering (323.020) èn Ondernemingsfinanciering (323.030) öf 2. Mondelinge tentamen bij drs. P. Duffhues over de volgende stof: F. Weston en Brigham: Managerial finance, 1981, hoofdstukken 1, 5, 6, 13 en 14 (incl. appendices bij hoofdstukken 13 en 14). Dit mondeling tentamen vervangt uitsluitend het tentamen Ondernemingsfinanciering (323.020). Het tentamen Ondernemingsfinanciering (323.030) over de stof van het tweede gedeelte van Weston en Brigham moet regulier worden afgelegd (d.w.z. schriftelijk, voor het eerste einde 2e semester 1984/1985). Op het aanvraagformulier voor het tentamen dient te worden vermeld "Mollerabitunent" respectievelijk "HEAO-abiturient". DOCTORAAL ECONOMIE Openbare Financien 8 Voor het tentamen Openbare Financien B staat onder meer op de litera-
Tilburgs Hogeschoolblad
tuurlijst het boek van Kay and King, The Britisch Tax System. Beschikt u over de 2e druk dan hoeft u voor het tentamen de hoofdstukken 2, 5, 8, 10, 11 en 14 niet te bestuderen. Van de derde druk vervallen de hoofdstukken 2, 7, 9, 10, 13 en 14. DOCTORAAL T.F.S. HOOFDEN SUBVARIANTEN SOCIALE ECONOMIE Tentamen Sociale Economie 2a 330A31/330B31 naar de keuze van de student kan schriftelijk dan wel mondeling tentamen worden afgelegd. Het schriftelijk tentamen wordt afgenomen op 18 december 1984. Gelegenheid tot het afleggen van mondeling tentamen wordt gegeven vanaf 1 februari 1985. Opmerking: Voor hen die studeren in de "Oude Structuur" en Algemene Economie 330.120 (330A32) in het programma voor het doctoraal examen hebben opgenomen blijft gelden dat mondeling wordt getentamineerd en wel over de stof van 2 semesters. PROPEDEUSE ECONOMIE, WIJZIGING COLLEGEROOSTER 2e SEMESTER De werkcolleges voor Bedrijfsecono mie 2 zijn voor het 2e semester als volgt gewijzigd: oud groep 1: woensdag 10.30-12.30 uur groep 2: vrijdag 10.30-12.30 uur groep 3: woensdag 08.30-10.30 uur groep 4: vrijdag 08.30-10.30 uur nieuw groep 1: vrijdag 13.30-15.30 AZ 7 groep 2: vrijdag 10.30-12.30 AZ 112 groep 3: woensdag 13.30-15.30 SZ 17 groep 4: woensdag 10.30-12.30 AZ 116
INLEIDING SOCIAAL RECHT Het college "Inleiding Sociaal Recht" van mevrouw mr. L. Betten van dinsdagmiddag 27-11 (13.30-17.30 uur in CZ 105) wordt verplaatst naar woensdagmiddag 28-11 (13.30-17.30 uur) in CZ 107. DECEMBER-TENTAMENS Inleiding Recht (recidivisten) Wellicht ten overvloede wordt erop gewezen dat het komende A-tentamen, ook voor recidivisten, gebaseerd zal zijn op de stof van het eerste semester van het lopende jaar. (Tentamenstof-opgave te verkrijgen bij kamer B 826). Voor het B-tentamen wordt nog eenmaal de gelegenheid gegeven tentamen te doen op basis van de tentamenstof van het cursusjaar 19831984. Recidivisten kunnen deelnemen aan repetitiecolleges voor het A-tentamen op maandag 3 december a.s van 13.30 - 15.30 uur in CZ 218 óf van 15.30 - 17.30 uur in CZ 104 óf van 18.45 - 20.30 uur in SZ 17 of op
woensdag 5 december van 13.30 - 15.30 uur in CZ 104 óf van 15.30 - 17.30 uur in CZ 111. repetitiecollege voor het B-tentamen op woensdag 12 december van 18.45 - 20.30 uur in SZ 17. Voor nadere inlichtingen- A.M. van de Wiel, B 706. PRIVAATRECHT "ONGEDEELD" KAN MONDELING WORDEN AFGELEGD De studenten die wegens bijzondere omstandigheden en een daaraan ontleende verlenging van de geldigheidsduur van hun tentamencijfers dit collegejaar nog recht hebben behouden op een tentamen privaatrecht ongedeeld, kunnen dit tentamen desgewenst mondeling afleggen op 13 december a.s Daarvoor is vereist dat zij met spoed maar uiterlijk op 30 november contact opnemen met mevrouw Nieskens-lsphording, tel. 040-441637; bij voorkeur bellen tussen 20 en 21 uur. EXTRA COLLEGE PRIVAATRECHT PROPEDEUSE Op vrijdag 7 december wordt om 9 uur, om 13.45 en om 14.15 uur in de lokalen SZ 17 en AZ 116 voor de groepen die daar tijdens het semester hoorcollege liepen, een college gegeven over de rede van prof. mr. H.F.C. Schoordijk die voor het tentamen A, dat op 14 december wordt afgenomen, tot de verplichte stof behoort. Over de in deze rede behandelde materie wordt op het tentamen een casus voorgelegd. De colleges op 7 dec. zijn uitsluitend bestemd voor de eerstejaars dagstudenten; ze worden verzorgd door mevrouw mr. A. van Neer-van den Broek. Voor recidivisten en deeltijdstudenten wordt over de bedoelde rede, zoals eerder bekend gemaakt, een college gegeven op 10 december in SZ 17 van 19 tot 21 uur. Dit college wordt verzorgd door mevrouw mr. B. Nieskens-lsphording. VRAGENUURTJES . Vragenuurtjes: Voor het tentamen: verbintenissen uit overeenkomst en rechtshandeling: privaatrecht II A of Burgerlijk recht A: 12 december 18.45 uur in AZ 7. Voor het tentamen: verbintenissen uit de wet: privaatrechjt I A of Burgerlijk recht B: 7 december 18.45 uur in SZ 17. STAATS- EN BESTUURSRECHT C (DAGSTUDENTEN) Het laatste college staats- en bestuursrecht C voor dagstudenten zal niet op 7 december, maar op 30 november a.s. van 13.30-15.30 uur plaatsvinden. STAATS- EN BESTUURSRECHT A EN B (PROPEDEUSE) Zowel het examenonderdeel staatsen bestuursrecht A (staatsrecht) als het examenonderdeel staats- en bestuursrecht B (bestuursrecht) zullen in januari 1985 worden afgenomen in de vorm van 40 meerkeuzevragen. TENTAMEN VERBINTENISSEN UIT OVEREENKOMST Voor het tentamen: verbintenissen uit overeenkomst en rechtshandeling (Privaatrecht II A, Burgerlijk recht A) behoort de koopovereenkomst niet meer tot de verplichte stof. Dus: het artikel van Mr. W.F. van Zant, Koop in het NBW: syll. pg. 61-80 èn titel 7.1. syll. pg. 128-134 zijn niet meer verplichte examenstofi
Wordt op het tentamen een vraag gesteld, waarin een koopovereenkomst voorkomt, dan dient het antwoord te worden gegeven naar de regels van het algemeen verbintenissenrecht: boek 3 en 6 en niet naar de regels van de koopovereenkomst. VACATURE STUDENT-LID VOOR DE COMMISSIE AVONDOPLEIDING (SUBCOMMISSIE PROPEDEUSE In de Commissie Avondopleiding (subcommissie propedeuse) bestaan vacatures voor student-leden. Studenten die bezig zijn met de propedeuse en die belangstelling hebben in deze commissie zitting te nemen, kunnen over de werkzaamheden van die commissie nader inlichtingen verkrijgen bij de secretaris van de Commissie Avondopleiding, Mw. mr. I.T. Tigchelaar, kamer B 920, tel. 013662745. Voor aanmelding als lid kan men zich schriftelijk wenden tot het bestuur van de faculteit der rechtsgeleerdheid. DOCTORAAL RECHTEN Openbare Financien B Voor het tentamen Openbare Financien B staat onder meer op de literatuurlijst het boek van Kay and King, The British Tax System. Beschikt u over de 2e druk dan hoeft u voor het tentamen de hoofstukken 2, 5, 8, 10, 11 en 14 niet te bestuderen. Van de derde druk vervallen de hoofdstukken 2, 7, 9, 10, 13 en 14. TENTAMENS PRIVAATRECHT I A (ZAKENRECHT HERHALINGSCURSUS) (Herhaalde oproep) Alle studenten die nog tentamen wensen af te leggen in het onderdeel Privaatrecht I A (Zakenrecht, herhalingscursus Mw. Mr. van Wijlend), dienen zich zo spoedig mogelijk schriftelijk te melden bij de secretaris van de vakgroep Privaatrecht, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Katholieke Hogeschool, Postbus 90153, 5000 LE Tilburg.
TENTAMEN AKW KENNISLEER Het deeltentamen voor AKW kennisleer in de propedeuse bestaat uit een werkstuk^ dat thuis wordt gemaakt aan de hand van een keuze uit een aantal essay-vragen. De vragenlijst (met een uitvoerige toelichting) zal worden uitgedeeld tijdens de laatste collegebijeenkomst (4 december 1984) en zal daarna af te halen zijn op het secretariaat van de Centrale Interfaculteit Wijsbegeerte. Afgesproken is dat de werkstukken op 10 januari 1985 zullen worden ingeleverd op het secretariaat van de Centrale Interfaculteit Wijsbegeerte, kamer B-322. Het deeltentamen wetenschapsleer in het doctoraal bestaat uit een werkstuk dat thuis wordt gemaakt aan de hand van een keuze uit een aantal essay-vragen. De vragenlijst (met een uitvoerige toelichting) zal worden uitgedeeld tijdens de laatste collegebijeenkomst (6 december 1984) en zal daarna af te halen zijn op het secretariaat van de Centrale Interfaculteit Wijsbegeerte. Afgesproken is dat de werkstukken op 15 januan 7985 zullen worden ingeleverd op het secretariaat van de Centrale Interfaculteit Wijsbegeerte, kamer B-322. Voor verdere inlichtingen kun je contact opnemen met S. Silvers of zijn studentassistent.
VACATURE BIJ de Centrale Interfaculteit Wijsbegeerte bestaat bij het onderdeel Logica en Taalanalyse de vacature voor een STUDENT-ASSISTENT M/V voor twee eenheden gedurende de periode van 1 januan 1985 tot 1 september 1985. Informatie over deze functie bij de dienst Personeelszaken, kamer B 1028, tel. 2464.
m
REGEL EN DE MENSENRECHTEN Onder deze titel is verschenen een nieuw boek van A. Rieter. Het vormt een uitwerking, deels in vraag- en antwoordvorm, van een voordracht en van colleges die dit jaar gegeven zijn. Verkrijgbaar voor f 18,— via de boekhandel of door storting op giro 1228832 van A. Rieter, Hendrik Lorentzlaan 8, Berkel-Enschot; en voor f 12,50 ten huize van de schrijver of, in de week van 26 t/m 30 november 1984, op kamer 908 van de hogeschool (deeltijdstudenten 28 november 17.45-19.00 uur in kamer S 6). Het boek, een kleine zelfstandige, is een nakomeling van Het Beginsel van de Moderne Staten (Berkel Enschot 1983) maar kan dit als tentamenstof niet vervanaen.
1984/1985 In de kursus Filosofie III (Wijsgerige Antropologie) 2e semester '84/'85 kan het boek van Foucault in Nederlandse vertaling gebruikt worden: M. Foucault, "Geschiedenis van de sexualiteit", deel I: De wil tot weten, SUN Nijmegen 1984. Zie voor de overige verplichte literatuur de studiegids pg. 60. FILOSOFIE III '83/'84 Gelegenheid voor het tentamen Filosofie III IS er op vrijdag 21 december 1984. Opgave per omgaande, via de blauwe en gele kaart.
AANMELDING VOOR SCHRIFTEUJKE TENTAMENS DOCTORAAL 5-JARIG PROGRAMMA Aanmelding geschiedt door middel van een "groene kaart", af te halen en weer in te leveren op P 401. Inleveren uiterlijk 3 weken vóór het betreffende tentamen. TENTAMENS DOCTORAAL OUDE STIJL Een lijst van tentamendata, zalen en aanvangstijden voor de doctoraaltentamens 6e (3e gelegenheid) en 7e (Ie en 2e gelegenheid) semester is vanaf 19 november verkrijgbaar op het buro van de subfaculteit, P. 401. PROPEDEUSE Practicum 3 (week 16) van Fysiologie voor werkgroep D0-A1 en D0-A2 wordt gehouden na de toets op dinsdag-avond 18 december, aanvang 20.45 uur. Plaats wordt nader bekend gemaakt. Het DO-practicum op woensdag- en vrijdagavond vervalt dan derhalve.
23 november 1984
MEMO
tegemoet gezien. Adres: Werkgroep Bloemlezing, t.a.v. Jim Holmes, ALW, Bungehuis, Spuistraat 210, 1012 VT Amsterdam.
Vrouwerii INTRODUCTIE-AVOND VROUWENOVERLEG Op woensdag 28 november a.s. is er voor eerstejaarsvrouwen van alle fa culteiten, en alle andere vrouwen die belangstelling hebben, een kennis makingsavond georganiseerd door het Vrouwenoverleg op de KHT. We beginnen de avond met de video "Een gesprek met Joke Smit", één van de belangrijkste verdedigsters van de rechten van vrouwen in Ne derland. Het is een interview van 40 minuten dat vlak voor haar dood door de VARAt.v. gemaakt is en waarin ze ingaat op bewustwording van vrouwen en de strijd die vrouwen nu nog moeten voeren tegen onge lijkheid en onderdrukking van vrou wen. Na de vertoning wordt er kort enige informatie gegeven over de be zigheden van het Vrouwenoverleg. De rest van de avond krijgen be langstellende vrouwen de kans om verder te praten (over o.a. de video) met vrouwen die in de faculteitsvrou wengroepen actief zijn. De aanvang ' is om 20.00 u. in zaal SZ 11.
Variat POËTISCHE OPROEP In het kader van een projekt homo erotische poëzie van de vakgroep Al gemene Literatuurwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam, zijn we op zoek naar onbekend mannelijk homoerotisch dichtwerk. Het ligt in de bedoeling, o.a. uit het aangebo dene materiaal, een bloemlezing sa men te stellen die hopelijk in de loop van 1986 zal verschijnen. Wij ver moeden dat er tè veel homoeroti sche poëzie die de moeite waard is, ligt te vergelen In handtasjes, burola den, nachtkastjes en andere geheime bergplaatsen. Inzendingen (uitslui tend getypt) worden met spanning
SYMPOSIUM LEESMOEILUKHEDEN IN HET VOORTGEZET ONDERWUS De sectie Nederlands van het insti tuut voor lerarenopleiding VLVU or ganiseert op 9 januari 1985 een sym posium over leesmoeilijkheden in het voortgezet onderwijs. De referaten en de discussies zullen in het bijzon der handelen over benaderingswijzen van leesmoeilijkheden en mogelijkhe den van opvang in het voortgezet on derwijs. Het symposium is allereerst bedoeld voor leraren en aanstaande leraren. De inleidende lezing, in plenaire bij eenkomst, wordt gehouden door prof. dr. J.J. Dumont; de overige le zingen worden verdeeld over twee groepen: A. Benaderingen van leesmoeilijkhe den. 's Morgens: dr. A. van der Leij, 's middags drs. C. Weggelaar. B. Mogelijkheden van opvang, 's Morgens: mevr. K. Henneman, 's middags mevr. drs. N.M. Schenk. Het symposium wordt afgesloten met een forumdiscussie waaraan alle sprekers deelnemen. Datum/tijd: woensdag 9 januari 1985, 10.3016.30 uur. Plaats: instituut VLVU, Wildenborch 6, Diemen.
te rechtvaardigen (Waarom doe je zo?. Ik voel het zo.), of om meningen te ondersteunen (Waarom denk je dat?, Omdat m'n gevoel me zegt dat het zo isl). Of het in deze gevallen ook werkelijk om emoties gaat en wat een dergelijk beroep op gevoe lens en emoties waard is, zal moeten blijken. Er is geen algemeen aanvaarde theo rie over emoties beschikbaar, toch worden vanuit verschillende discipli nes zoals de filosofie, psychologie en fysiologie, belangrijke inzichten naar voren gebracht. E en aantal van deze inzichten wordt op de conferentie be licht. De vraag "Wat is een emotie?" en de relatie tussen denken, voelen en wil len, zullen centraal staan. Programma Zaterdag 15 december 10.30 uur Drs. M. van Nierop: E mo tie: de autonomie van het domein. 14.00 uur: Drs. M. den U yl: E motie en cognitieve psychologie. 20.00 uur: Drs. H. J. Pott: De ratio naliteit van emoties: over de rehabili tatie van emoties sinds de filosofi sche 'linguistic turn'. Zondag 16 december 10.00 uur: Drs. W.G.J. lemhoff: Emotie en zelfbedrog. Kosten: f 100, — ; studenten/werklo zen f 55, — . Aanmelding en inlichtingen: Internationale School voor Wijsbe geerte Dodeweg 8, 3832 RD Leusden Tel. 03315020. PRIJSVRAAG
bij gelegenheid van het tachtigja rig bestaan van de Radboudstlch ting Wetenschappelijk Onder wijsfonds. 1. Gevraagd wordt een korte ver FILOSOFIE VAN DE EMOTIE handling die voldoet aan een van de drie volgende omschrijvingen. Weekendconferentie op zaterdag 15 a. E en schets van een christelijke an en zondag 16 december 1984 op de tropologie met bijzondere aandacht Internationale School voor Wijsbe voor de problematiek van vrijheid en geerte te Leusden. macht. Aanbevolen wordt aan te De status van emoties is in velerlei knopen bij ideeën die te dien aanzien verband een onderwerp van discus ontwikkeld zijn door schrijvers als sie: in politiek, kunst, vvetenschap en Blondel, Maritain, Marcel, Guardini, moraal. Karl Rahner, Mounier en Ricoeur. Ze worden gebruikt om handelingen b. E en kritische bespreking van de ideeën die door een of meer van de genoemde auteurs ontwikkeld zijn met betrekking tot een christelijke antropologie en, in het kader daar van, de problematiek van vrijheid en Voor f 5,— vult u onderstaande ruimte boordevol, inclusief trefwoord bovenaan. macht. De matsertjes kunnen enkel met deze leesbaar ingevulde bon (één letter, leesteken c. E en kritische analyse mede in het licht van de recente ontwikkelingen of spatie per blokje) bij de redactie worden ingediend. van de fysiologie van de door F.J.J. Betaling kan per giro of betaalkaart onder gesloten omslag of op de redactie. Buytendijk geponeerde stelling dat de menselijke fysiologie principieel verschilt van de dierlijke fysiologie Vergeet niet ook naam en adres in te vullen. (cf. F.J.J. Buytendijk, Prolegomena <a_x' van een antropologische fysiologie, a<^ ■ biz. 21, 34 et passim), alsmede van de instemmende en afwijzende reac 1 1 1 1 1 hl ties die zij heeft opgeroepen. Buyten 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 dijks concept van een antropologi sche fysiologie heeft weinig navol ging gevonden noch tot een hero riëntering van de fysiologie geleid; in 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 feite hebben fysiologie en genees zich langs de door Buytendijks I I I 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 kunde bekritiseerde lijnen verder ontwik keld. Het wordt op prijs gesteld in « dien bij de analyse ook de vraag be 1 1 1 1 I I 1 I I '1 1 1 I I 1 I I I trokken wordt waarom de denkbeel den van Buytendijk weinig of geen I I I 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 ingang gevonden hebben of konden vinden.
Betaald matseren
1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 2. De verhandelingen dienen gesteld te zijn in de Nederlandse taal en een 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 omvang te hebben van ca. 10.000 I I I 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 woorden (niet minder dan 8.000 en niet meer dan 12.000 woorden). 3. Deelneming aan deze prijsvraag staat open voor iedereen die op de sluitingsdatum de leeftijd van 35 jaar nog niet heeft bereikt.
Naam: Adres: (Tel.:
;;
4. De inzendingen zullen worden be oordeeld door een jury, aan te wijzen door de Raad van Advies voor de Bij zondere Leerstoelen van de Rad boudstichting. 5. De deelnemers krijgen bericht van de uitslag, die in het voorjaar van 1986 bekend zal worden gemaakt. 6. E r worden 3 prijzen uitgeloofd; groot f 2.500,, f 1.500, en f 1000,. Tevens zal de Rad boudstichting, desgewenst, behulp zaam zijn bij het publiceren van de bekroonde verhandelingen. Het au teursrecht blijft bij de schrijver be rusten. 7. In gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist de jury. 8. Door deelneming aan deze prijs vraag verklaart men zich akkoord met de voorwaarden van dit reglement en met de uitspraak van de jury, waarte gen geen beroep mogelijk zal zijn. 9. De uiterste datum van inzending is 1 november 1985. 10. De inzendingen moeten worden ingediend onder een motto en verge zeld zijn van een gesloten enveloppe die dit motto en de naam en het adres van de inzender bevat. De scriptie moet beoordeeld zijn door een lid van het wetenschappelijk per soneel van een Nederlandse universi 'teit of hogeschool. De inzending van de scriptie kan slechts geschieden met aanbeveling van deze laatste persoon. Scripties van Nederlandse studenten of afgestudeerden aan een buitenlandse universiteit of hoge school hoeven niet beoordeeld te zijn door, maar voorzien zijn van een aan beveling van een lid van het weten schappelijk personeel van een Neder landse universiteit of hogeschool. De scriptie moet in het Nederlands, Frans, Duits of E ngels zijn gesteld en zijn getypt. De inzending van de scriptie dient op anonieme basis te geschieden, d.w.z. dat de naam (namen) van de auteur(s) niet aan de jury bekend mag zijn. Studenten die naar deze prijs willen mededingen wordt dan ook verzocht contact op te nemen met een lid van het wetenschappelijk personeel dat hun scriptie heeft beoordeeld, opdat deze de scriptie verstuurt naar het Nederlands Instituut voor Internatio nale Betrekkingen "Clingendael", t.a.v. Jury Genootschapsprijs, Clin gendael 7, 2597 VH 'sGravenhage. De inzendingstermijn sluit 1 decem ber 1985.
Sportm PENDRAGON Dameszaalvoetbal Het dameszaalvoetalteam kan nog steeds nieuwe leden gebruiken. Dus dames, heb je zin in een partijtje voetbal, kom dan eens langs op de training op dinsdagavond van 22.00 23.00 u. of bel voor meer informatie naar Marly Bloem (tel. 360331). Ver der zoeken wij een vrouw die voor enkele weken onze wedstrijden zou willen keepen in verband met een blessure bij onze eigen keepster. Heb je ook hiervoor interesse bel dan naar bovenstaande tel.nr. S.S.S.T.nieuws Algemeen 'Tennistoernooi Van maandag 10 december tot en met donderdag 20 december wordt er voor beginners, halfgevorderden en gevorderden een algemeen ten nistoernooi enkelspel georganiseerd. Zij die les hebben van Ben van E sch of E ric Mathieu kunnen tegen beta ling van f 2,50 tot uiterlijk vrijdag 23 november inschrijven bij de tennisle raren die de inschrijfformulieren te vens verstrekken. Ook al heb je ten tamens in die periode, dan is het toch wel lekker om een paar uur te tennis sen zo tussendoor.
PENDRAGON/S.S.S.T. Pendragon: Attentie! Op de avonden van 17 tot en met 20 december organiseert PENDRAGON in samenwerking met de betreffende verenigingen sport toernooitjes. De deelnemende spor ten zijn als volgt over de avonden verdeeld: maandag 17 dec: zaalvoetbal dinsdag 18 dec: badminton woensdag 19 dec: basketball donderdag 20 dec: volleybal. Indien mogelijk wordt er onderscheid gemaakt in categorieën beginners en gevorderden. Meer informatie hier omtrent volgt op deze Memopagina en op verschillende posters. S.S.S.T.nieuws Kerstschaaktoernooi Op donderdag 13 december wordt in de kleine zaal van de studentensport hal een groots snelschaaktoernooi georganiseerd voor alle studenten en personeel van de K.H.T. en studen ten van de H.B.O.instellingen. E r wordt geschaakt in de categorieën clubschakers en huisschakers. De wedstrijdleiding wil met name dames uitnodigen om mee te doen. De aan vang van het toernooi is om 10.00 u. maar de deelnemers worden al om 9.30 u. verwacht voor de loting en een welkomstwoord. De prijsuitrei king zal plaatsvinden om + 16.30 u. Inschrijfformulieren zijn verkrijgbaar op de studentensporthal of bij Drs. J.J.A. Moors (B431). De wedstrijdleiding: Ludger Buijs, Er ie Frederiks en E ric Mathieu. Wintersportreis Doordat er extra vervoersmogelijkhe den gecreëerd zijn, is er nog plaats voor 4 personen. Informatie bij Rob Pauel.
^^rj Menu PERIODE 26 T/M 30 NOVE MBE R 1984 MAANDAG 26 111984 linzensoep heldere aspergessoep schnitzel shoarmaburger espagnolesaus wasboontjes gestoofde witte kool DINSDAG 27111984 chinese kippesoep ossestaartsoep hamburger vissteak ravigottesaus gemengde groente appelmoes WOENSDAG 28111984 selderysoep utensoep runderhachee uienbraadworst rode kool met appel postelein DONDERDAG 29111984 bouillonsoep kerrysoep Vi rookworst casselerrib vlees|us stamppot boerekool andijvie VRIJDAG 30111984 gebonden groentesoep kip grand mere roomschnitzel gemengde sla
IQ
WO^QO^ Cyclus Jeugdcultuur dinsdag 27 november - 12.30 uur zaal AZ 10 Film: Het storend element. Regie en productie: Kritiese Filmers, Nederland 1981, 28 min., kleur. Deze documentaire gaat over een scholengemeenschap, gevestigd in een groot nieuw gebouw in een buitenwijk van de stad. Een van de duizend leerlingen is Monique, die al een hele schoolloopbaan achter de rug heeft. Monique wordt enige tijd gevolgd, op school, in de lessen en daarbuiten. Ze neemt geen blad voor de mond als ze haar mening geeft over de school, de organisatie, de docenten, de lesstof en het huiswerk. Daarnaast komen enkele docenten in beeld, die vertellen over wat het is docent te zijn. Monique kan ongenadig uitpakken over docenten. Ze ervaart veel van wat er op school gebeurt als een onrechtvaardigheid. Ze verwijt de docenten hun arrogante houding en hun ongeïnteresseerdheid in de leerlingen. donderdag 29 november - 13.30 uur - AZ 7 Schooltegencultuur en reproductie van maatschappelijke ongelijkheid in en door het onderwijs lezing door Frans Meijers, wetenschappelijk medewerker aan de subfaculteit Andragologie, UvA. In toenemende mate is er binnen het onderwijs sprake van verzet van de leerlingen tegen de door de school geëiste gedragsregels en houdingen. Er wordt op grote schaal gespijbeld; er is sprake van agressiviteit binnen de schoolklas en de aantallen van vroegtijdige schoolverlaters nemen voortdurend toe. Deze schooltegencultuur is op te vatten als de uitdrukking van de mate waarin door groepsvorming een eigen indentiteit wordt ontwikkeld, en mag niet getypeerd worden in de termen van de dominante cultuur als deviant, crimineel, dysfunctioneel, deficitair of iets soortgelijks, waarmee deze subcultuur wordt geïsoleerd. Indien men uitingen van leerlingenverzet, als hierboven beschreven, sociologisch wil begrijpen, dan zullen deze in verband gebracht moeten worden met de functie en het functioneren van het onderwijs. Onderwijsgevenden moeten hun werk doen in een structuur, c.q. binnen een organisatie die gericht is op gedragsdisciplinerfng, waarbij het gedrag en de houdingen (de cultuur) van de middenklasse maatgevend is, terwijl de arbeiderscultuur niet alleen ontkend maar zelfs ook negatief tegemoet wordt getreden. Op het nivo van de individuele arbeidersleerling betekent dit dat hij zijn identiteit moet opgeven (c.q. inwisselen voor een middleclassidentiteit) om een succesvol leerling te worden. Frans Meijers zal de stelling verdedigen dat er in de schoolklas sprake is van een 'klassenstrijd' in de marxistische betekenis. Daarnaast zal hij aandacht besteden aan de verschillende handelingsperspectieven en -strategieën, die één ding gemeen hebben: het veroveren van een 'eigen ruimte' tegenover de schoolse gedrags- en houdingseisen. Achtergrondliteratuur voor deze lezing staat in de documentatie-map die voor f9,— te koop is bij Buro Studium Generale. Met name de artikelen van Willis en Meijers zelf gaan op het onderwerp van de lezing in.
Tilburgs Hogeschoolblad
Agenda
STADSSCHOUWBURG
STUDIUM GENERALE
Savannah Bay "Savannah Bay" van Marguerite Duras, door Globe. Regie: Lidwien Roothaan. Met: Elisabeth Andersen en Nettie Blanken. Vormgeving: Jan Joris Lamers. "Ik zal het je voorzingen, dan moet jij de woorden nazeggen", zegt de jongere vrouw in Savannah Bay tegen de oudere. Dit gaat over "Les mots d'amour" van Edith Piaf, maar dat liedje maakt deel uit van een verhaal, het levensverhaal van de oudere vrouw. Een verhaal vol verdriet, over een hele sterke, maar fataal aflopende liefde. De jongere vrouw kent het verhaal, maar ze wil het uit de mond van de ander horen. Maar de oudere vrouw, die vroeger aktrice was, kan of wil het zich niet precies herinneren. Ze haalt de gebeurtenissen uit haar leven en de rollen die ze speelde door elkaar. De jongere vrouw wil
echter alles tot in de details horen, trekt ongeduldig de woorden uit haar mond, zegt ze voor. In feite maakt het niet uit welk verhaal de oudere vrouw vertel^, eigenlijk speelde zij op het toneel altijd dat éne verhaal: haar eigen leven. Herinneringen zijn altijd belangrijk in het werk van Marguerite Duras. De personages in haar romans, toneelstukken of films bereiken steeds een punt waarop vroeger en nu in elkaar overgaan. Liefde en dood, en de sterke emoties die daarmee gepaard gaan, zijn bijna tastbaar aanwezig. Het zijn de draden die verschillende mensen met elkaar verbinden. In "Savannah Bay" worden die draden gesponnen door de woorden van de twee vrouwen. Woorden die door hun herhaling steeds meer aan poëtische kracht winnen. Daarom zijn de
stemmen van de twee aktrices, Nettie Blanken en Elisabeth Andersen, zo belangrijk. Nettie Blanken (de jongere vrouw) heeft een krachtige, donkere en jonge stem. Elisabeth Andersen aarzelt, haar woorden glijden weg in haar herinneringen. Misschien speelt het stuk zich zelfs in een theater af. Steeds richten de vrouwen zich, als zij toneelteksten opzeggen, tot een 'denkbeeldig' publiek, tot ons. Daaruit komt de enige stijlbreuk in de voorstelling voort: als de vrouwen zich richten tot een vrouw op de eerste rij, komen ze werkelijk heel dichtbij. Zo'n rechtstreeks aanspreken van het publiek past heleméél niet bij het werk van Duras, die je altijd via personages, via abstraktles aanspreekt. Marijn v.d. Jagt
STADSSCHOUWBURG
Berenice van Racine: tranen en alexandrijnen Het Publiekstheater speelt "Berenice" in een regie van Karst Woudstra. Vertaling: Laurens Spoor. Met: Marjon Brandsma (Bórónice). Louis Hensen, Evert de Jager, Ton Kuyl, Johan Leijsen, Rudy van Vlaanderen e.a. Zaterdag 24 november om 20.15 uur. "Wij houden van elkaar, en nochtans scheiden wij. Vaarwel. En voer uw hartstocht ver van mij vandaan". Dit zijn de afscheidswoorden van Berenice, een Joodse schoonheid, aan het adres van de Romeinse keizer Titus die haar om politieke redenen niet kan, mag of wil huwen. De spanning in het stuk hangt dan ook af van de dosering onwil, vooroordeel, 'raison d'état', traditie in de aanloop tot de breuk tussen Titus en Berenice. Als keizer Vespasianus sterft zal zijn zoon, de veldheer Titus, hem opvolgen, maar dan moet Titus van zijn minnares af omdat de senaat van de stad Rome alleen Romeinse keizerinnen duldt. Titus moet kiezen tussen zijn liefde voor Berenice en zijn gehoorzaamheid aan stad en volk. Titus kan niet op tegen het vooroordeel van zijn volk. Hun vooroordeel tegen een "vreemde" keizerin wordt ook zijn vooroordeel. Hij doet wat er van hem verwacht wordt en breekt met Berenice. Genoeg stof voor een ontroerend liefdesdrama, een specialiteit van de Franse toneelauteur Jean Racine, die met "Andromaque", "Phèdre", "Iphigénie" en "Berenice" de mooiste vrouwentragedies uit de Franse klassieke literatuur voortbracht. Racine was hofdichter van de Franse koning Lodewijk XIV, die net zijn amoureuze betrekkingen met de Italiaanse Maria Mancini had afgesloten. Lodewijk deed dit eveneens onder druk van zijn omgeving, onder meer
VRIJDAG 23 NOVEMBER Stadsschouwburg, 20.00 uur. Filmhuis: 'Agatha, ou les lectures illimitées'. Film van Marguerite Duras over Agatha en haar broer, die onafscheidelijk zijn en nooit uiteengaan, (tot en met 24 november). Stadsschouwburg, 22.15 uur. Filmhuis: 'Savannah Bay': filmversie van Marguerite Duras, Madeleine Renaud en Bulle Ogier. Er bestaat een mogelijkheid dat deze film niet vertoond kan worden. In dat geval draait op deze tijd de film 'Luci del variété' van Fellini. (tot en met 28 september, behalve op zondag). ZATERDAG 24 NOVEMBER Stadsschouwburg, 20.15 uur: Publiekstheater met 'Berenice' van Racine in een regie van Karst Woudstra met in de hoofdrol Marjon Brandsma. ZONDAG 25 NOVEMBER Vrouwencentrum, v. Sasse van Ysseltstraat 16, Tilburg: Vrouwenliteratuurgroep Literalust organiseert een open podium; een 15-tal Tilburgse schrijfsters lezen voor uit eigen werk. De middag wordt omlijst door levende muziek. Aanvang: 14.00 uur. Entree f 3,50. Kresj aanwezig.. Olof, 20.30 uur: Raad van 50. MAANDAG 26 NOVEMBER Hasseltse Kapel, 20.30 uur: Clavecimbelrecital, uitgevoerd door Bov van Asperen met werken van Bach en zijn zonen Wilhelm Friedemann en Carl Philippe Emanuel. Stadsschouwburg, 20.00 uur. Filmhuis: 'Aurelia Steiner - Melbourne' en 'Aurelia Steiner - Vancouver' zijn de eerste twee delen van een drieluik, waarvan Marguerite Duras het derde deel nog moet maken, (tot en met 28 november). Olof, 17.(X) uur: Professorenborrel met aansluitend maaltijd verzorgd door Les Mattresses de la Cuisine.
na een berisping van kardinaal Mazarin. Racines broodheer en de andere aanwezigen waren op de première in 1670 zeer ontroerd door dit noodlottig liefdesspel. Het treurspel werd in Parijs een "succes de larmes", verscheen ruim een eeuw lang regelmatig op de Europese podia voor een publiek dat vooral naar het theater kwam om de tranen de-vrije loop te laten. Pas later ging men ook de prachtige barokke tekst en de speelstijl van het toneel volgens Racine waarderen. Anders dan bij de volkse en beweeglijke Molière dwong Racine zijn spelers tot een statisch ballet
STADSSCHOUWBURG'
Duo Bouyeure en Boogaard Vrijdag 20 nov., 22.15 uur. Het laatste konsert, dat deze maand op de late vrijdagavond in het theaterkelder plaatsvindt, wordt verzorgd door de gitaristen Jean Marc Bouyeure en Ben Boogaard. Zij zullen geïmproviseerde jazzmuziek spelen en wisselen eigen komposities af met bestaand werk. Jean Marc Bouyeure studeerde en doceerde aan het Brabants Conser-
NOVEMBER
vatorium. Op dit moment is hij werkzaam aan het Conservatorium in Arnhem, waar hij les geeft in improvisatie. Ben Boogaard studeerde aan het Brabants Conservatorium en speelde na zijn studie geruime tijd in het buitenland. Boogaard is in Tilburg en omgeving ook regelmatig te beluisteren met zijn eigen band 'Geya'.
Jean Racine met houterige bewegingen en een galmende voordracht. De laatste voorstelling in het Nederlands van Berenice was in januari 1752. Daarna verdween de belangstelling voor dit werk van Racine. Sinds enkele jaren is er vooral vanuit Frankrijk weer interesse voor deze toneelschrijver. Het Publiekstheater brengt een eigentijdse versie in vloeiende alexandrijnen, vertaald door Laurens Spoor. Een feest voor het oog en het oor. En, een goede beurt voor de traanklieren. Hou de zakdoeken klaar. , E.V. HOGESCHOOL
Driemaal Effie Briest In het kader van "subfaculteit Letteren presenteert" worden donderdag 29 nov. in AZ-10 achter elkaar drie verschillende verfilmingen vertoond van Fontane's roman Effie Briest. 14.00 u - Der Schritt vom Wege (1939) 16.00 u - Rosen im Herbst (1955) 20.00 u - Effie Briest (1974)
DINSDAG 27 NOVEMBER Katholieke Hogeschool, 12.30 uur, AZ-10: Film 'Het Storend Element'. Stud. Generale cyclus Jeugdkultuur. Stadsschouwburg, 20.30 uur: Globe met 'Savannah Bay' van Marguerite Duras. Regie: Lidwien Roothaan. Met o.a. Elisabeth Andersen en Nettie Blanken. Olof, 21.30 uur: Beaujolais Primeur avond. Katholieke Hogeschool, 20.00 uur, AZ-10: Film 'Nightporter' met Dick Bogarde en Charlotte Lamphing. Regie: Liliana Cavani. Muziek verzorgd door 'Japan'. Org. Filmvereniging Letteren. WOENSDAG 28 NOVEMBER Katholieke Hogeschool, SZ-11, 20.00 uur: Introductie-avond Vrouwenoverleg. Org. Vrouwenoverleg KHT. DONDERDAG 29 NOVEMBER Katholieke Hogeschool, 13.30 uur, AZ-7: Lezing door Frans Meijers. Studium Generale cyclus Jeugdkultuur. Olof, 21.30 uur: Lustrum receptie B&W met optreden van de cabaretier Herman Finkers. Katholieke Hogeschool, 14.00-16.00 uur, CZ-113: Mr. Drs. H.P.J. Ophof (Dutilh, van der Hoeven & Slager) over 'Concernfinanciering en sterfhuisconstructies'. Theologische Faculteit, 14.00 uur: Lezing door Jan Willemen, glazenier.
23 november 1984
ACHTERKLAP Cl
f^
\
VALS FRONTJE
^ Onderzoek
u
"De professoren zijn kaal " De universiteit is groot en modern en er lopen allemaal hardstikke slimme mensen rond. Dat vinden de meeste leerlingen uit de zesde klas van de lagere school "De Wieken" in het Limburgse Horn. Horn is een dorpje aan de Maas, vlakbij Roermond. Het leek de redactie van het Utrechts Universiteitsblad een aardig idee om van de zesdeklassers in Horn hun kijk op het universitaire leven te vernemen. De kinderen togen onder aanvoering van 'hoofdmeester' Thoonen aan het werk met tekeningen en opstellen. Een greep uit de kinderlijke ontboezemingen. Kim en Cecile over het studieaanbod van de universiteit: "Je kunt er verschillende vakken studeren zoals doktor, professor, psycholoog enzovoorts. Deze
vakken kun je er niet studeren: boer(-in), huisvrouw, kantoorbediende, ober enzovoorts". Wllieke voegt daar aan toe: "Je kunt er geen kinderachtige dingen leren zoals taal, rekenen en handwerk". "De mensen op de universiteiten zijn geleerder dan w i j " menen Saskia en Gabrielle. "Ze zullen wel met twee man aan een tafel zitten. Ze hebben andere boeken dan wij. De professoren hebben ook op de universiteit gezeten, anders zouden ze niet zo knap zijn". "De professoren" vindt een ander "zijn kaal met een beetje haar in het midden en aan de kanten. Dat haar zit helemaal in de war. Ze zijn verstrooid en ze zijn erg knap en ze zijn erg streng". Dan over de studenten. Ralph definieert deze groep als volgt: "Studenten zijn mensen die van de studiebeurs moeten betalen". En hoe zien ze eruit? Tineke en Diana: "De studenten zullen wel
Ooit ontmoette ik een oude historicus. Hij moest een hoofdstuk schrijven voor een boek over een weeshuis. Ik geloof dat hij uiteen moest zetten wat er in de achttiende eeuw in dat weeshuis was gebeurd. 'Geen probleem', zo sprak de historicus monter, 'dat hoofdstuk heb ik zó af. In de negentiende eeuw woedde er namelijk een flinke brand in het weeshuis. Een belangrijk deel van de archieven ging toen verloren.'
uniformen aan hebben en een koffertje hebben waar hun geleerde boeken in zitten. Ze wonen daar ergens in de buurt op kamers". Slechts weinig Limburgse scholieren koesteren de wens om ooit zelf naar de universiteit te gaan. Een enkeling twijfelt: "Wij weten niet of we (als we het halen) er heen willen want wij kunnen de toekomst niet voorspellen". Een duidelijk neen tegen het idee van een universitaire opleiding spreekt uit opstel nummer 1: "Als je aan mij vraagt: ga jij naar de universiteit?, is het antwoord: nee! Waarom? Heel simpel, ik ben niet goed op school en daar zijn zoveel vakken dat ik daar geen van kan uitkiezen".
Uit 20 jaargangen THB
Akties met hulp van politie beëindigd Tot twee keer toe heeft het Kollege van Bestuur deze week met behulp van de Tilburgse politie bezettingsakties gebroken van de studentengroeperingen Polek, PEF en TSF, die daarmee kracht wilden bijzetten aan hun eis van onmiddellijke benoeming van dr. J. Glombowski tot PEMO-lektor. Maandagochtend duurde de bezetting van gebouw B (hoogbouw) slechts tot 10 uur, het tijdstip waarop hogeschoolsekretaris H. Hopman samen met agenten in burger de toegang tot het gebouw vrijmaakte. Ondanks een veroordeling van het politieoptreden en een oproep tot kalmte van het presidium van de Hogeschoolraad Ijerhaalde de geschiedenis zich de volgende dag. Toen was de reaktie van kollege en politie nog sneller: om negen uur was het gebouw al weer toegankelijk gemaakt. Het Kollege van Eiestuur ontkent dat van politle-optreden kan worden gesproken; de politie (maandag vijf man, dinsdag zes man sterk) was alleen aanwezig om op te kunnen treden als dat nodig zou blijken en om de kans op handtastelijkheden te verkleinen. Het kollege heeft maandag noch dinsdag de zestig i, zeventig studenten, die zich voornamelijk in de hal van gebouw B hadden verschanst, gesommeerd het gebouw te verlaten Dat is bewust nagelaten, zo heeft het kollege aan de Hogeschoolraad meegede^d, om niet het misdrijf lokaalvredebreuk te kreêren, wat een optreden op eigen gezag van de politie mogelflk zou maken met alle gevolgen van dien. De direkte poUtiehulp bestond maandag uit het stukslaan van een glazen deta* in de
korridor tussen gebouw A en gebouw B en het helpen opruimen van een barrikade van stalen meubels die de toegang tot de hal van gebouw B belemmerde. Tussen de twee akties door kreeg een van de bezetters, terwijl ht) stond te fotograferen, een klap van een agent tegen zijn fototoestel met als resultaat een bloedende onderlip. Ook het opruimen van de barrikade ging met enig duw- en trekwerk gepaard. Dinsdag hield de politie zich wat zorgvuldig afzijdig. De agenten
(Uit THB 20 oktober 1978)
beperkten zich tot het aanreiken van de door hen meegebrachte kniptangen waarmee sekretarls Hopman en personeel van de Technische Dienst de kettingsloten doorknipten waarmee de bezetters de diverse tochtdeuren hadden afgesloten. In de verklaring van het kollege staat letterlijk- „Voor zover de leden van het politiekorps hand- en spandiensten hebben verleend aan hogeschoolpersoneel bil de opening van het gebouw, kan dat niet worden geïnterpreteerd als politieoptreden " Overigens keurt het kollege de bezettingsakties scherp af; het presidium van de Hogeschoolraad was maandag daarentegen verdeeld over de vraag of de aktie opportuun dan wel juist was. De bezetters waren des duivels over de inschakeling van de pohtje. Zij hadden van tevoren afgesproken geen geweld te zullen gebruiken als de politie kwam opdagen. Maandag gingen zij na het openen van het gebouw over tot een open bezetting die ook 's nachts voortduurde en dinsdag hielden zij de hal van gebouw B nog enkele uren bezet. Maar toen bleek dat de rest van het gebouw onbeperkt toegankelijk was, openden zij de deuren.
'Vindt u dat niet vervelend?' voor niets gedaan. vroeg ik. Toen de computers nog niet in 'Welnee,' zei de historicus, 'een staat waren om woorden te slikflinke brand is voor de geschied- ken en dan iets op te hoesten, schrijving een zegen.' hief de Amerikaanse hoogleraar Sommige Tilburgse psychologen A.D. de Groot (thans woonachhebben ontdekt dat je via de tig op Schiermonnikoog) al vercomputer literatuur kunt verza- manend de vinger: 'Kies nooit melen. Stop een woord in het ap- een onderwerp waar ook al Ameparaat en je krijgt per omgaande rikanen mee bezig zijn. Je loopt een opsomming van de titels van dan steeds achter. Zoek liever alle boeken en artikelen die over iets dat slecht in de markt ligt. dat onderwerp geschreven zijn. Dan hoef je je geen zorgen te maIk zal nooit een woord in een ken over de vraag, of je met lezen computer stoppen. Zo'n opsomwel bij bent.' ming van publikaties lijkt mij iets Ik vind dat een verstandig advies. verschrikkelijks. Wat gaat er niet De onderzoeker die niet zelf een een tijd in zitten om alles te lezen brand kan stichten, moet een eidat met één bepaald woord te gen hoekje zoeken waar het rusmaken heeft! En als je alles mooi tig is en waar niet teveel gebeurt. op een rijtje hebt gezet, zal blij- Als je vervolgens iets interessants ken dat een ambitieuze Ameri- ontdekt, loopt iedereen achter kaan net iets eerder dan jij het- jou aan. Dat is beter dan dat jij zelfde woord in de computer achter al die anderen aan moet heeft gestopt. Zijn bevindingen lopen. Loop niet met de mode worden ook net iets eerder we- mee; creëer er één. reldkundig gemaakt. Jij kunt teKarel Soudijn rug naar af; al het werk heb je
Over Sloterdijk Afgelopen dinsdag vond in de overvolle theaterkelder van de Stadsschouwburg de eerste door Schouwburg en Vrije Boekhandel georganiseerde literaire lezing plaats. Onderwerp van bespreking vormde de 'Kritiek van de cynische rede' van de Westduitse 'freier Schriftsteller' Peter Sloterdijk - bij onze oosterburen inmiddels een cultusboek, dat, aldus niemand minder dan Jürgen Habermas, "zijn snel verworven reputatie volkomen verdient". "Het is de literair schitterend geslaagde symbiose van filosofische essayistiek en eigentijdse kritiek. Een boek van een Duitser dat eerder in Frankrijk thuishoort", zo wordt de Frankfurtse filosoof verder op de flaptekst van de Nederlandse uitgave geciteerd. Gelegenheidsspreker was Frans Boenders, naast z'n journalistieke en publistieke werk inmiddels bekend van (BRT) radio en (VPRO) tv, die enkele weken geleden het eerste exemplaar van de Nederlandse vertaling - de eerste vertaling van het werk überhaupt - aan de auteur mocht aanbieden. Boenders, die Sloterdijk al eerder voor Vrij Nederland tot een openhartig vraaggesprek wist te verleiden, klaarde de klus op een geïnspireerde manier. Hij wees de aanwezigen onder meer op de zwakke kanten van het Logische Hoofddeel, dat de filosofische onderbouwing moet vormen van Sloterdijks Kritiek. De auteur is in dat deel, dat ook veel minder boeiend geschreven is, behaagziek ten opzichte van de filosofen van het Duitse universitaire establishment. Een houding die hem volgens Boenders behoorlijk moet zijn opgebroken, de lofprijzingen van een Habermas ten spijt. In Duitse filosofenkringen spreekt men dan ook van een 'eendagsvlieg' en van teveel vermenging van ongelijksoortige bestanddelen, aldus Boenders, die het betreurde dat het Logische Hoofddeel in de
Nederlandse uitgave niet is ingekort. Sloterdijk beschouwt het boek als een afgesloten deel van zijn leven, vertelde Boenders, die dat vond pleiten voor de authenticiteit van de auteur. Ook al is de Kritiek misschien een Epochemachend werk, Sloterdijk weigert pertinent 'publiek' te gaan. Doordat hij weigert aan de marketing van zijn boek mee te werken, pleit de schrijver zich in elk geval zelf vrij van - de verdenking van - cynisme, aldus Frans Boenders. De volgende literaire lezing vindt plaats op dinsdag 11 december en is gewijd aan het werk van de Oostduitse schrijfster Anna Seghers. L.K. Vofilifdjer (Oicrlmij.
Politieke eierdans. E. Schalk, karikatuur op Bismarck als minister van conflicten. (Frankfurter Latern, 1863). Een illustratie uit het boeiende boek dat zelfs enige historische aspiraties heeft, vooral waar het de psycho-politieke ingesteldheid van de "Vorkriegszeit" betreft. Vooral toen de Weimar-republiek zich in de nationaal-socialistische vernietiging stortte was het cynisch gelach Aiet uit de lucht. De twee delen van Sloterdijks' "Kritiek der cynische rede" uitgegeven door De Arbeidspers, liggen in de betere boekhandel te koop voor f65,—.