WAMb H Di Tilburgs Hogeschoolblad - 27 januari 1984 - jaargang 21 - nummer 19
Kort dag voor bespreking discipline-adviezen Er is een volgende stap gezet op weg naar de uitvoering van de taalverdelingsoperatie. Vier commissies van deskundigen hebben hun discipline-adviezen klaar. Faculteiten en besturen van instellingen krijgen weinig tijd om zich in deze discipline-adviezen te verdiepen. Commissies van desicundigen hebben voor een aantal studierichtingen in het wetenschappelijl< onderwijs adviezen uitgebracht. Zo zijn er discipline-adviezen voor economie (zie THB van afgelopen week), rechtsgeleerdheid, sociale wetenschappen en letteren. De commissie van deskundigen voor wijsbegeerte heeft haar opdracht teruggegeven omdat de minister - volgens de commissie - door zijn beslissing om de volledige studierichting slechtste handhaven in Leiden, Groningen en de UvA, het werk voor de commissie onmogelijk maakte. Met deze discipline-adviezen komt de eindfase van de taakverdelingsoperatie in een stroomversnelling want minister Deetman, wil begin februari beginnen met de onderhandelingen over dfe disciplines waarvoor hij in december nog geen taakverdelingsbeslissing heeft genomen. Faculteiten en besturen van de instellingen bekijken of zij de adviezen van de commissies kunnen overnemen. Zowel aan de universiteiten als tussen de dertien CvB's in een landelijke begeleidingscommissie is druk overleg gaande om binnen het tijdsschema van de minister te blijven. Een bijna onmogelijke taak binnen een volgens rector de Moor "onhoudbaar schema". Het discipline-advies voor de sociale wetenschappen is net voor het eind van het
jaar uitgekomen en blijft beperkt tot een inventarisatie van mogelijke samenwerkingsvormen en hun bestuurlijke en organisatorische gevolgen. Net zoals voor economie vroeg minister Deetman een forse inkrimping van het aantal kroondocenten. Hij wil de 206 kroondocentenplaatsen reduceren tot 150, maar voor de commissie rechtsgeleerdheid is 188 kroondocenten het volstrekte minimum. De commissie komt uit op een rompformatie van minimaal 102 plaatsen voor de 9 faculteiten. Extra voorzieningen voor privaatrechtelijke en strafrechtelijke vakken en voor belastingrecht en sociaal recht tilt liet aantal kroondocenten op tot 131. Dan zouden er volgens het voorstel van de minister .slechts 19 leerstoelen overblijven voor kleine studierichtingen, differentiatievakken en specialismen. Dit zou volgens de commissie neerkomen "op een amputatie van een dermate groot deel van het thans bestaande voorzieningenniveau voor onderzoek en onderwijs, dat de sectie daarvoor op geen enke/e wijze de medeverantwoordelijkheid zou willen of kunnen dragen." Opheffing van kleine studierichtingen zullen volgens het discipline-advies niet tot een wezenlijke bezuiniging leiden. Wanneer de sectie toch voorstellen doet over vermindering van het aantal kleine
instellingen is dat uitsluitend om te voldoen aan de randvoorwaarden die door de Colleges van Bestuur zijn gesteld. Zo zou de juridische bestuurswetenschappelijke studierichting in Utrecht en Tilburg dicht kunnen. In het advies schrijft de commissie: "Bij de juridische bestuurswetenschappelijke studierichting pleiten met name het argument van de sterke verwevenheid en de geografische spreiding voor handhaving van vijf vestigingsplaatsen. Mochten de Colleges van Bestuur desondanks tot het sluiten van vestigingen willen overgaan, dan zou de Sectie, hoe ongaarne ook, adviseren tot opheffing van de juridische bestuurswetenschappelijke studierichting te Utrecht en te Tilburg. Bij eerstgenoemde speelt de factor studenteninstroom een rol; ten aanzien van laatstgenoemde geeft de sectie, bij afweging van het argument van de geografische spreiding en dat van het niet graag afbreken van een bestaande, goed functionerende opleiding, het laatste argument de doorslag". Of de voorliggende adviezen in de Hogeschoolraad dan wel in de commissie Onderwijs en Onderzoek zullen worden besproken hangt af van het tijdsschema. Op initiatief van de dertien CvB's is er in Utrecht een Interuniversitair Herplaatsingsbureau opgericht om de door de taakverdeling gedwongen ontslagen medewerkers bij andere instellingen te plaatsen en om voor met ontslag bedreigde medewerkers oplossingen te zoeken. Het IHB zal rapporteren aan een landelijke commissie van Toezicht, ingesteld door de portefeuillehouders personeelszaken. E.V.
Voorzitter begrotingscommissie vraagt ontslag Drs. Paul Gerlach van de fractie Onafhankelijk Appel heeft zijn ontslag aangeboden als voorzitter van de begrotingscommissie van de Hogeschoolraad (HBC). Gerlach is van oordeel dat het werk in de begrotingscommissie overbodig en zinledig is "doordat de meeste fracties het werk van hun fractiegenoten in de commissie nog eens uitvoerig overdoen in de HSR." Tijdens de Hogeschoolraadsvergadering
var, 12 januari liet Paul Gerlach duidelijk blijken dat hij zeer ontevreden was over de manier waarop de behandeling van debegroting Restauratieve Voorzieningen verliep. Na veel vergaderen was er tijdens de laatste vergadering van de HBC een consensus bereikt over te nemen maatregelen om de begroting Restauratieve Voorzieningen in evenwicht te brengen. Van die overeenstemming tussen de fracties bleef tijdens de daaropvolgende raadsvergadering maar weinig overeind, aanleiding voor Gerlach om toen te zeggen "we voelen ons in ons gezamenlijk hemd gezet, want als ik die stukken van de fracties zie, dan zijn we weer terug bij af". Een balende Gerlach stelde toen zijn. voorzitterschap van de HBC "im Frage"en enkele dagen na die vergadering ontvingen de leden van de begrotingscommissie zijn ontslagaanvraag. Daarin wijst Gerlach op het feit dat de discrepantie tussen conclusies en adviezen van de HBC en de uitkomsten van de besluitvorming in de Hogeschoolraad niet van vandaag is. Ook bij de behandeling van de Af- en overschrijvingen, de voorlopige bestedingsruimte 1984 en bij delen van het Automatiseringsbeleidsplan kwamen er tegenstellingen tussen HBC-voorstellen en HSR-beslissingen aan het licht. Volgens Gerlach zijn deze tegenstellingen niet van incidentele maar van structurele aard. De fractie Onafhankelijk Appèl schort drs. Gerlach: ontslag aangeboden
haar werkzaamheden in de HBC op "totdat de andere fracties zijn overgegaan tot het verlenen van inhoudelijke mandaten aan hun respectieve vertegenwoordigers in de commissie". De fractie zal buiten de HBC om adviezen en voorstellen doen inzake begrotingsonderwerpen aan de raad. De HBC-leden zullen zich bezinnen over de ontslagaanvraag. Volgens drs. Peter Flohr (PLM) zullen de fracties in het HBC in elk geval nog overleggen met Gerlach in een poging om hem te doen terugkomen op zijn besluit. In verband met de behandeling in de raad van de begroting Restauratieve Voorzieningen had Gerlach vooral kritiek op de fractie PLM. "Ik begrijp zijn reactie wel" zegt Flohr, "maar misschien is Gerlach te optimistisch geweest over de bereikte resultaten in de HBC. De voorbereiding van het punt Restauratieve Voorzieningen verliep moeizaam mede door de steeds maar andere cijfers die door het College werden aangedragen. Wat gebeurd is, was volgens mij onvermijdelijk, ik denk dat het onderdeel uitmaakt van dit soort democratisch bestel. Ik sluit het ook niet uit voor de toekomst. Het is een beetje een storm in een glas water, alhoewel ik het niet wil bagatelliseren. We nemen zijn noodkreet ter harte." Gerlach is vooral gevallen over het feit dat PLM samen met de studentenfractie Konstruktief een amendement indiende om de koffieprijzen te verhogen in plaats van
4/5
BMD: weggegooid geld of een verrijking van de democratie? Studium Generale maakt de balans op. Verder aandacht voor het voorjaarsprogramma.
8/9
Is er leven na het afstuderen? Die vraag legde Henk Zomer voor aan een aantal werkloze academici. Vier verhalen die in de collegezaal niet worden verteld.
Belangstelling voor WO neemt toe Het aantal Inschrijvingen aan de universiteiten en hogescholen heeft dit studiejaar een spectaculaire groei van 13% meegemaakt. Op 15 december 1983 noteerde het Centraal Bureau voor de Statistiek 26.600 inschrijvingen van eerstejaars studenten, ten opzichte van het vorig jaar een toename van 13%. Een dergelijke forse stijging heeft zich in de laatste 15 jaar niet voorgedaan en is vooral toe te schrijven aan de toename van vrouwelijke studenten met maar liefst 2 1 % . De mannen laten een geringere groei zien, namelijk 8%. De faculteiten rechtsgeleerdheid, aardrijkskunde, psychologie, sociologie en economie profiteren het meest met groeicijfers van 24 tot 15%.
de maaltijdprijzen, terwijl de afgevaardigde van PLM in de HBC, Loek Hilgers, zich had aangesloten bij de meerderheid om de maaltijdprijzen te verhogen. Peter Flohr: "Het punt is namelijk dat wij ook samenwerken met Konstruktief en vlak vóór de vergadering van de raad hebben we uiteindelijk toch gekozen voor het standpunt van Konstruktief om de maaltijdprijzen niet te verhogen en de koffieprijzen wel. Wij hadden vlak voor de vergadering Gerlach moeten inlichten maar dat is niet gebeurd. Ik denk dat dit soort veranderingen deel uitmaakt van de voorbereiding vooral als het over zulke belangrijke onderwerpen gaat. Er speelt ook nog mee dat de voorbereidingstijd zeer kort was en dat het CvB telkens met nieuwe cijfers kwam. Ik zou het zelf heel jammer vinden als hij er mee ophield." E.V.
PERS
KOLOFON MATSERTJES
Uit de Universiteitsbladen Volgens een Nijmeegs onderzoek hebben mannelijke scholieren meer oog voor de arbeidsmarkt dan vrouwelijke scholieren. Deze laatste groep blijft in de loop van het eindexamenjaar vaak vasthouden aan een in een eerder stadium gekozen vervolgopleiding, ook al is men pessimistisch gestemd over de arbeidskansen van die opleiding. Bij mannelijke scholieren doet zich in de loop van het laatste schooljaar een verschuiving voor in de richting van studierichtingen waarin men meer werk vermoedt. De onderzoekers verwachten dat financiële redenen in de toekomst een drempel voor verder studeren kan gaan vormen. Nu speelt dat nog nauwelijks een rol. Verder in KU-NIEUWS een verslag over het voornemen van Minister Deelman de Buiten-Universitaire leden (BUL) te laten verdwijnen. Dit zijn zogenaamde maatschappijvertegenwoordigers welke zitting hebben in (sub/inter) Faculteits- en Universiteitsraden. De Bullen verenigd in een landelijk overleg, zijn het niet met de Minister eens. Zij schreven aan de Vaste Kamercommissie voor Onderwijs dat ze een "stabiliserende factor" zijn en dat hun aanwezigheid de bestuurskracht ten goede komt. Een analyse van 14 jaar maatschappelijke inbreng. De regeling voor baanloze academici in Groningen is een "onverwacht succes". Dit jaar zullen 20 afgestudeerden met een natuurwetenschappelijke of bedrijfskundige opleiding aan de slag kunnen bij diverse bedrijven in de regio. De projectplaatsen die het Ministerie van Sociale Zaken ter beschikking heeft gesteld aan de Groningse Universiteiten zijn daarmee ingevuld. Men gaat nu proberen deze Werkverruimende Maatregel ook voor volgende jaren te continueren. De R UG is tegen het afschaffen van vergoedingen voor studentenbestuurders van studentenvoorzieningen (sport, huisvesting, etc). De Minister is op basis van een rapport van de rekenkamer tot de conclusie gekomen dat zulks in de Nederlandse verhoudingen "zeer ongebruikelijk" is. Groningen vindt dat het geld voor de studentenbestuurders goed besteed is. Het bestuurswerk van studentbestuurders vergt volgens de studenten doorgaans een volledige werkweek. College-voorzitter Borgman vindt dat wel "zonde van hun collegegeld".
De Groningse UNIVERSITEITSKRANT meldt verder dat de Universiteit tegen de verwachting in en voor het eerst in haar bestaan boven de 17.000 studenten is gekomen. Ondanks de verslechterende positie op de arbeidsmarkt blijft een WO-opleiding kennelijk in trek. Vooral meer meisjes gaan studeren. In Enschede is het aantal aanmeldingen gelijk gebleven aan vorig jaar. Het voornemen van de Minister om lerarenopleidingen aan de Universiteiten en Hogescholen te schrappen komt in Twente hard aan. Deze Hogeschool krijgt waarschijnlijk de zwaarste klappen. Het verdwijnen van de lerarenopleiding zal de THT jaarlijks 250 studenten gaan kosten. De KHT is het dan ook niet met de Minister eens. "Zowel geografisch als vakinhoudelijk gaan er problemen ontstaan. Het THT-NIEUWS kondigt verder aan dat men binnenkort doktoraal colleges "ondernemer worden" kan gaan volgen. Dit college is gericht op studenten die met plannen rondlopen voor zichzelf te beginnen. Na gebleken succes wordt een blijvende plaats in het studieprogramma overwogen. De Technische Hogeschool in Eindhoven gaat adverteren. Deze Hogeschool vindt dat ze zich tot nu toe niet zo agressief heeft opgesteld als andere instellingen. Daar moet verandering in komen. Men zal eerst gaan adverteren in enkele regionale bladen. Als het resultaat positief is, denkt men ook aan advertenties in andere bladen. Verder in TH-BERICHTEN een verslag van de traditionele nieuwjaarstoespraken. Volgens CVB-voorzitter Ter Heege staat de THE er gunstig voor. Met een knipoog naar Delft stelde hij dat de bestuurlijke gewoontes en de manier waarop met elkaar wordt omgegaan nog niet hebben geleid tot het instellen van een ministeriële onderzoekscommissie. Volgens Ter Heege zit de reputatie van het wetenschappelijk onderwijs weer in de lift. "Dat is zelfs in het parlement te merken". Rector-magnificus Stan Ackermans hoopte op een "duidelijk en helder taalgebruik" in 1984. L.v. W.
"20 Januari 1984: Big Brother, wat n' prachtige dagl" IMet die woorden besloot prof. dr. W. Reynaerts z'n feestrede bij de promotie van drs. G. Kaspers. Het was zowel voor promotor als promovendus een gedenkwaardige dag: voor Reynaerts was het de eerste promovendus in zijn professorale loopbaan. Volgende week in THB: een gesprek met dr. Kaspers (midden op de foto), directeur sociale zaken bij Agio. Onderwerp van het proefschrift: CAO-onderhandelingen in de sigarenindustrie.
^iHim a t s e r t j e
SHIH
'Matsertjes' kunnen worden opgegeven bij de redaktie. Tot 30 woorden kosten ze ƒ 5,-; onder nummer ƒ 2,50 extra. Reakties op advertenties onder nummer naar de redaktie sturen. TE KOOP: Ledikant uit grootmoeders tijd, 1.20 x 2.00 m., inklusief lattenbodem en matras, twee nachtkastjes, ƒ 500,—. Tel. 040-858488. GEZOCHT: De wetswinkel in Best zoekt nieuwe medewerkers voor haar spreekuur op zaterdagochtend. Inlichtingen: 04998-98173. GEZOCHT: Probleemgebied marketing, een management, benadering Prof. Leeflang en Drs. Beukenkamp. Tel. 013-368301. GEVRAAGD: Wie helpt mij aan de volgende boeken: Schumpeter: Kapitalisme, socialisme en demokratie; en Poulantzas: Klassen in het huidige kapitalisme. R. van den Bosch, tel. 01608-37884.
Visfestival 1984
TE KOOP GEVRAAGD: Lelijke eendjes voor sloop en motorfietsen. Tel. 426814 (André).
een keur van zeeverse visgerechten die wij bijzonder aanbevelen. Dagelijks een speciaal
VISMENU prijs/55,Voor nadere inlichtingen en/of reservering restaurant
^ Oranjestraat 4, Tilburg-Centrum (tussen Paleisring en Emmastraat) Tel. 013-434512-674394 Donderdag rustdag.
Tilburgs Hogeschoolblad
'Big Brother, wat 'n prachtige dag.
TE HUUR: Op Corsica (Propiano): caravan (4 personen). Incl. staanplaats op prachtige camping aan zee. Periode tot en met juni. InL: 013-333241. TE KOOP: Boeken -i- Syllabi prop. rechten. Tevens Triumph Dolomite 1850 met klein defect. Tel. 04118-3082. GEVRAAGD: Dynamische macro-economie, D.B.J. Schouten. Twee delen. Leiden 1967. Tel. 080-452526. 27 januari 1984
tilburgs hogeschoolblad weekblad voor de katholieke hogeschool tilburg redaktie eddie vaes (hoofdredakteur) twan geurts, lennart kik, angela lodder (assistente) medewerkers pau! emonts, wouter van gils, peter pennartz, henk zonner, wilma okkerse, sjef stoop, klaudie biennans, john versieyen, edwin van den oetelaar, ben beljaars, marijne van der jagt, bert haagsman, hanneke burggraaff. samenstelling redaktieraad prof nnr p van seters (voorzitter), dr j koning, dr h van erp, nn. ackermans (adviseur), a de laaf, drs. th. schouw, dr. m. van hoorn, mevr. j.a.m.j. jansen, h. van kleef, drs. c.p.j.m. broekhof officiële mededelingen buro pers en voorlichting cartoonist ad van haandel, henk van de berg advertenties angela lodder kopij alle kopi) moet uiterlijk op donderdag de week vóór het verschijnen in het bezit van de redaktie zijn redaktie-adres/advertenties hogeschoollaan 225, tilburg, telefoon (alleen voor thb) 662277 en 662506 intern 2277 en 2506 kamer 207 en 208 (gebouw b) foto rien siers landelijk samenwerkingsverband universitaire pers (up) waarbij verder aangesloten ad valvas (vu amsterdam), wagenings hogeschoolblad, utrecht universiteitsblad, delta (delft), thberichten (eindhoven), tht-nieuws (twente), observant (maastricht), uk (groningen) en ku-nieuws (nijmegen) druk drukkerij em de jong bv, baarle-nassau abonnementen voor niet-hogeschoolieden M 5 , - per jaargang
Frans Teunissen (HSR) over relatie met
Stichtingsbestuur:
^'Zo gaan volwassen besturen toch niet met elkaar om? De notitie over de gesprekl<en die er periodiek plaatsvinden tussen delegaties van Stichtingsbestuur en Hogeschoolraad verscheen half december en doet droogjes verslag van de contacten sinds april 1979. Binnen het presidium van de hogeschoolraad bleek behoefte te bestaan aan een evaluatie van de verhouding met het Stichtingsbestuur. De secretaris van de hogeschool en de griffier van de hogeschoolraad hebben toen eens op een rijtje gezet hoe vaak en waarover er de laatste vier jaren zoal is gesproken. In die periode zijn er acht bijeenkomsten geweest. De politie concludeert dat "de gesprekken tussen de delegaties over een aantal concrete (politieke) zaken niet tot aanwijsbare overeenstemming hebben geleid". Te denken daarbij valt aan: de signatuur van de instelling, de uitbreiding van het College van Bestuur, het secretariaat van het Stichtingsbestuur, de formele visie op de WWO in het kader van het bijzonder karakter en de aanwezigheid van de voorzitter van de hogeschoolraad bij de vergaderingen van het Stichtingsbestuur. Over een aantal procedurele kwesties kon men het vaak wél eens worden. De voorzitter van de hogeschoolraad, Frans Teunissert, vindt dat zijn bestuurscollege door het Stichtingsbestuur niet serieus wordt genomen. "Hoe verloopt zo'n vergadering meestal? De hogeschoolraad heeft een bepaalde mening en vertelt die aan het Stichtingsbestuur, het Stichtingsbestuur hoort dat aan, dan vertrekt de delegatie van de raad weer en tenslotte neemt het Stichtingsbestuur in alle vertrouwelijkheid een beslissing. Zo gaan volwassen bestuursorganen toch niet met elkaar om?" Omdat de hogeschoolraad mét Frans Teunissen het huidige hearing-karakter van de bijeenkomsten met het Stichtingsbestuur als zeer onbevredigend ervaart, is er besloten dat Teunissen alleen nog die agendapunten zal bijwonen waarbij hij ook tijdens de besluitvorming aanwezig mag zijn. Teunissen: "Ja, mijn aanwezigheid in het Stichtingsbestuur is daarmee in feite opgeschort tot eind februari als de evaluatie van de wederzijdse verhouding op de agenda staat. Het heeft voor mij geen zin om de vergaderingen bij te wonen zolang ik niet aanwezig mag zijn tijdens de besluitvorming. Bij de vergaderingen van het College van Bestuur is dat toch ook geen probleem? Die zijn voor mij volstrekt open en toegankelijk."
BAND MET CDA De hogeschoolraad, aldus Teunissen, wil niet het bestaansrecht van het Stichtingsbestuur betwisten. Zeker nu niet meer. "Bovendien begrijpt iedereen ook wel dat de hogeschoolraad en het College van Bestuur (zeg maar: het parlement en het dagelijks bestuur van de hogeschool - tg) veel meer bestuurlijk gewicht in de schaal leggen dan het Stichtingsbestuur (vergelijkbaar met de kroon). Dat er desondanks zo vaak sprake is van onenigheid komt door de kloof van onbegrip die de twee bestuursorganen scheidt. Het Stichtingsbestuur vormt geen sluitend deksel op de pluriforme hogeschoolgemeenschap. De hogeschoolgemeenschap legt graag de naTilburgs Hogeschoolblad
De relatie tussen het Stichtingsbestuur en de Hogeschoolraad is niet om over naar huis te schrijven. De gespre/</<en tussen deze twee bestuursorganen van de Katholieke Hogeschool verlopen stroef en hebben vaak geen enkel resultaat. Vooral de invulling van de signatuur blijkt een voortdurende twistappel. Frans Teunissen, de voorzitter van de hogeschoolraad, lucht in dit artikel zijn hart en verwoordt de roep om een jeugdiger en ruimdenkender Stichtingsbestuur. Het Stichtingsbestuur besloot z'n commentaar voor zich te houden tot eind februari of eind maart; dan namelijk staat de "Notitie inzake de periodieke gesprekken tussen delegaties van het Stichtingsbestuur en de hogeschoolraad van de KHT" op de agenda van de maandelijkse bestuursvergadering. Voor die tijd wil het Stichtingsbestuur geen olie op het vuur gooien.
Frans Teunissen (zittend in het midden), hier in actie als voorzitter van de hogeschoolraad. Links (met sigaar) drs. Herman Hopman, secretaris van de hogeschool en medeopsteller van de notitie over de relatie tussen raad en stichtingsbestuur. druk op de openheid van de KHT, het Stichtingsbestuur heeft vooral oog voor de katholiciteit. Het Stichtingsbestuur wordt bemand door mensen die wel erg ver af staan van de hogeschoolbevolking. De gemiddelde leeftijd van de leden is hoog en zij zijn bijna allemaal nauw gelieerd met het CDA. Ik denk dat de politieke voorkeur op de hogeschool veel breder ligt. De hogeschoolgemeenschap is jong, pluralistisch en democratisch. Men legt de allereerste nadruk op het universitaire bedrijf, dan op de regio en tenslotte pas op de signatuur. Het Stichtingsbestuur redeneert andersom. Bij hen staat de katholiciteit als belangrijkste doelstelling voorop". Volgens Teunissen kunnen de verhoudingen pas opklaren als er jong en vers bloed in het Stichtingsbestuur komt. "Eigenlijk zouden er in dat Stichtingsbestuur jonge christenen zitting moeten hebben; mensen met een brede horizon, met gevoel voor pluriformiteit en voor het regionale belang. De doorstroming van bestuursleden zou vlotter moeten verlopen. Een zittingsperiode van tien, liever nog vijf jaar moet voldoende zijn. En de samenstelling kan veel gevarieerder. Niet alleen CDA-mensen, maar ook
vertegenwoordigers van de PvdA of de VVD, bijvoorbeeld. Dat zou een veel reëlere afspiegeling geven van de hogeschoolgemeenschap". Aanleiding van het recente oplaaien van de onvrede in de hogeschoolraad is de voordracht van Mr. Dries van Agt als nieuw lid van het Stichtingsbestuur. Teunissen: "Van Agt is, als commissaris van de koningin in Brabant, natuurlijk erg geschikt voor het Stichtingsbestuur. Hij kan veel goeds doen voor de KHT en voor het hoger onderwijs in de regio. Maar de hogeschoolraad is als het ware overvallen door de kandidatuur van Van Agt en daar wringt de schoen. Wij kregen amper een week de tijd om over de voordracht na te denken. Maar wij vonden deze benoeming te gewichtig om er zo snel over te beslissen. We hadden graag eerst met Van Agt gesproken. Maar dat kon niet. Zoals dat ook al niet kon bij de benoeming van mevrouw Cels. En dat vinden we erg jammer. Het gaat niet om de persoon van Van Agt, maar om de beleidslijn, de policy die het Stichtingsbestuur bij dergelijke benoemingen toepast. Dat is een ad hoc beleid. Wij vinden dat het anders moet. En het College van Bestuur heeft toegezegd
dat het samen met ons naar een nieuwe procedure wil zoeken". "Ik zou best iemand van de TH Eindhoven in het Stichtingsbestuur willen. Of iemand van Philips of de vakbond, of deken Bijl uit Tilburg, noem ze maar op. Als het maar mensen zijn die open staan voor de actualiteit. Er lopen hier tenslotte zesduizend jongeren op de hogeschool rond. En ik ben ervan overtuigd dat er bij veel van hen wel een religieus gevoel leeft, alleen zal dat niet stroken met de roomse opvattingen van het Stichtingsbestuur".
FARLA De reactie in de kwestie Farla is volgens Teunissen tekenend voor de opstelling van het Stichtingsbestuur. Toen dr. Piet Farla door de theologische faculteit op grond van zijn homosexualiteit niet als hoogleraar werd benoemd, maakte de hogeschoolraad in een motie z'n afkeer kenbaar van een benoemingenbeleid dat rekening houdt met de sexuele geaardheid van sollicitanten. De raad vroeg het Stichtingsbestuur deze motie te ondersteunen. Maar dat liet weten dat men zich niet bevoegd acht oni "te treden in het goedkeuringsbeleid van de kerkelijke overheid" en weigerde ondertekening van de hogeschoolraadmotie. "Een erg teleurstellende reactie", aldus Frans Teunissen. "Temeer omdat het College van Bestuur het wél eens was met de raad". Twan Geurts
Werl<groep bestudeert toe/<omst Maranatha Deze week gaat een werkgroep onder leiding van de Tilburgse deken Bijl bekijken hoe men de Studentenparochie Maranatha nieuw leven kan inblazen. Zoals bekend trad het bestuur van Maranatha eind vorig jaar af na onenigheid met bisschop Bluyssen over de koers van de studentenkerk. Het demissionaire bestuur wacht inmiddels rustig af wat er gebeuren gaat. Pastor Wilfried Kok, officieel sinds 1 januari ontslagen door het bisdom, zegt: "Ik mag hier blijven wonen tot ik een ander onderkomen heb gevonden. Intussen werk ik de lopende zaken af en pak ik m'n spullen vast in. Het is hier trouwens rustiger dan ooit sinds de berichten over ons aftreden." De werkgroep van deken Bijl - samengesteld uit studenten en medewerkers van de Hogeschool, de theologische faculteit en de Leergangen - zal moeten beslissen over de vraag of er binnenkort een geheel nieuw bestuur komt, of dat men een interim-oplossing moet zoeken. T.G.
27 januari 1984
Een zucht van Studium Generale: voorjaar 1984 George Orwell's Big Brother heeft nog geen oogje laten vallen op de werkzaamheid van het bureau Studium Generale. Onder een zucht van verlichting (wij hebben 1984 ook gehaald) presenteert het bureau een rijk geschakeerd programma waarmee zij de Hogeschoolbevolking en andere geïnteresseerden trachten te behoeden voor de om zich heen grijpende vervlakking. De gekozen programma's sluiten nauw aan bij de actualiteit, een voorbeeld ter illustratie: De voorzitter van de stuurgroep Brede Maatschappelijke Discussie over het toekomstige Nederlandse energiebeleid Jhr. Mr. de Brauw heeft zijn eindrapport amper overhandigd aan de regering of hij fungeert al als forumdiscussielid in het programma-onderdeel "Balans van de B.M.D." ledere maand in de collegeperiode wordt één thema behandeld in de vorm van een cyclus. Zo'n cyclus Is een programma met lezingen van gastdocenten op donderdagmiddag van 13.30 tot 15.30 uur. De lezingen worden begeleid door bundels met achtergrondinformatie, die het thema in een breder perspectief plaatsen. Daarnaast tracht Studium Generale de thema's zoveel mogelijk beeldend te ondersteunen; tentoonstellingen, films, concerten en theatervoorstellingen zijn dan bij uitstek de middelen om het geheel aan te kleden. Via het programma-aanbod probeert Studium Generale actuele maatschappelijke onderwerpen aan de orde te stellen die een relatie hebben met de mens- en maatschappijwetenschappen. Een waardevolle aanvulling op de gegeven onderwijsprogramma's van de Hogeschool. Voor de student betekent het een extra mogelijkheid de relatie tussen wetenschap en maatschappij te onderzoeken. Door de multidisciplinaire aanpak krijgt de belangstellende de kans z'n horizon te verbreden, vooroordelen ten aanzien van andere studierichtingen te slechten, en thuis te raken in de denkwijzen van andere wetenschappers. Zo'n uitnodiging afslaan in 1984 zou op z'n zachtst gezegd ondoordacht zijn! Het voorjaarsprogramma van 1984 beslaat vier onderwerpen: de forumdiscus-
sie Balans van de BMD, de cycli vierentachtig Utopieën, Vrouwenbeelden en tenslotte Martin Heidegger: Het einde van de filosofie?
FEBRUARI In 1973 ontbrandde de strijd rond kernenergie, naar aanleiding van de Nederlandse deelname aan het Snelle Kweekreactor-projekt in het Westduitse Kalkar. Kernenergie werd een omstreden zaak. Elf jaar later is er een lijvig Eindrapport van de Stuurgroep Maatschappelijke Discussie Energiebeleid (BMD) waarin de opinie van discussiërend Nederland met betrekking tot de in de toekomst te maken keuzen staat opgetekend. Met dat Eindrapport op tafel, is het mogelijk de balans van de BMD als discussieprocedure op te maken. Wat is er uiteindelijk terecht gekomen van de oorspronkelijke bedoeijng? Heeft de Brede Maatschappelijke Discussie voldaan als proces tot openbare meningsvorming? Vragen die in de forumdiscussie zeker aan de orde zullen komen, en enige evaluatie is zeker op z'n plaats want de gehele grap heeft ettelijke tientallen miljoenen gekost. In februari loopt ook de cyclus over Vierentachtig Utopieën. Studium-generale medewerker Hans Happel: "De titel venA/ijst duidelijl( naar het bekende feit dat we leven in het jaar van George Orwell. De cyclus heeft als doel een analyse
Vnende\i]kheid
'Heb je nog even?', vroeg een collega met wie ik net wat zaken op de gang had a/gehandeld. Zonder mijn antwoord af te wachten, loodste hij me zijn nabijgelegen kamer binnen en sloot de deur. Omdat wij voor gewone roddels de gang aïtiid gebruiken, wist ik dat het menens was. 'Ik weet eigenlijk niet of ik het je wél moet vertellen', zei hij zorgelijk, 'maar het is toch beter dat je het weet; je zou het eens van een ander moeten horen'. ïk rechtte de rug en probeerde vooruit te denken. Een echtscheiding kon het niet wezen; daar doe je niet zo moeilijk over. Drugs kon ik me ook niet voorstellen en als ooit de tijd tandeloos was geweest dan gold dat wel voor hem. Het moest dus over mij gaan. 'Natuurlijk heb ik er zelf geen oordeel over,' ging hij verder, 'want gelezen heb ik het nog niet, maar ik hoorde iemand zeggen dat jij in je nieuwe boek dingen hebt geschreven die veertien jaar geleden al in het dictaat van De Moor stonden'. Plagiaat um halb zehn op de maandagochtend, gedienstig geserveerd als een rot ei bij hef academisch ontbijt. O ja, hij had het van een feestje en mocht zijn 'bron' niet noemen. Vroeger werden boodschappers van slecht nieuws omgebracht. Dat had het voordeel dat weinigen zich voor die taak beschikbaar stelden. De wachter in Sophocles' Antigone had duidelijk de pest in dat het lot hem aanwees om de koning van Thebe te in/ormeren over de heimelijke begra/enis van Polynikes. Eenmaal bij de koning aangekomen, pufte hij zich uit in verontschuldigingen, want "wie onheil boodschapt is bij niemand ooit bemind". Later hebben allerlei ingewikkelde conventies en curieuze formuTilburgs Hogeschoolblad
van het begrip Utopie te geven en tegelijkertijd kritiek op de utopie te verhelderen. In het utopische denken zijn verschillende richtingen te onderscheiden. Wij hebben gekozen voor de uitdieping van de grote onderscheiding maatschappijkritiek aan de ene kant en geïdealiseerde maatschappij aan de andere kant." Prof. Martin f^lattel, die verbonden is aan de Katholieke Hogeschool Tilburg, zal in zijn lezing het begrip utopie afbakenen en uitwerken. Vanuit een gehele andere hoek bekijkt Jacq Firmin Vogelaar het utopische in de moderne literatuur. Deze bekende Rasterredacteur zal een doekje open doen over de persoonlijke utopische fantasie van de vrijheid. Hij pleit voor het paradoxale; je bent tegen de utopie maar niettemin voor de utopische methode als vorm van denken die geschikt is om bepaalde aktuele problemen beter en aanschouwelijker voor te stellen. Naast de lezingen komt er ook nog een muziekuitvoering "Feeling Orwell" van Leo Cuypers, twee korte films van het werk van Samuel Beckett en een tentoonstelling bij de Aula "Een historie van de sociale utopieën".
MAART De cyclus Vrouwenbeelden concentreert zich rond het beeld van de vrouw in de geschiedenis. Wat doen de moderne media met dat beeld, waarom zijn TV series zoals Dallas zo in trek bij vrouwen. En hoe construeert de literatuur haar vrouwenbeelden, triviaal of literair, en met welke middelen kunnen we die interpreteren. In dit verband is er gekozen voor de disciplines literatuurwetenschappen en massamedia, terwijl daarnaast films en tentoonstellingen van drie kunstenaressen het medium van de beeldende kunst zullen vertegenwoordigen. Er wordt gepoogd vaste vormen te doorbreken met behulp van twee dimensionale foto- en kaart presentaties die uitersten zullen raken, van realistisch tot poëtisch, van conventioneel tot extreem. De Koördinatrices Vrouwenstudies hebben in aansluiting op de lezingen een aparte kursus georganiseerd waarbij in twee blokken, een in april en de ander in de herfst, in een vijftal bijeenkomsten de schrijfproduktie van vrouwen (Blok 1) en vervolg op pag. 5
Programma-overzicht Studium Generale (wordt vervolgd) 7 februari t/m 1 maart
dinsdag 7 februari donderdag 9 februari donderdag 16 februari dinsdag 21 februari donderdag 23 februari donderdag 1 maart
tentoonstelling in de ruimte bij de aula Een historie van de sociale utopieën fototentoonstelling over sociaal utopisten -uit de geschiedenis 12.30 uur aula muziek Feeling Orwell van Leo Cuypers 13.30 uur zaal AZ 7 lezing De zin en betekenis van het utopisch denken door Prof. Martin Plattel 13.30 uur zaal AZ 7 lezing Orwell's 1984 en de utopische roman door Alfred Arents 12.30 uur zaal AZ 10 films Niet Ik en Film van Samuel Beckett 13.30 uur zaal AZ 7 lezing Het utopische in de moderne literatuur door Jacq Firmin Vogelaar 13.30 uur zaal AZ 7 lezing Over de atopische methode door Henk Hillenaar
les het onderscheid tussen 'medium' en 'message' aangescherpt. In de achttiende eeuw bijvoorbeeld verkleinde men zijn persoonlijk risico door communicatie als 'theater' op te vatten. Boodschappers speelden er een 'rol', niet meer en niet minder. Hun individuele 'zelf werd niet in de waagschaal gesteld. Burgerlijkheid was in feite één groot systeem van persoonlijke onschendbaarheid. Tegenwoordig raken 'medium' en 'message' weer met elkaar verbonden, zij het op geheel nieuwe wijze. De moderne boodschap 'komt pas over' als ook de persoonlijkheid van de boodschapper wordt meegeleverd. Wie slecht nieuws brengt, doet dat met hart en ziel. Hij mag zelfs menen goed te doen en rekent zich tof de intimi van zijn slacht-1 offer. De fheaterrol verliest hef van de zieleroerselen, de sociologie moet het tegen de psychologie afleggen, en langzaam worden wij door die nieuwe vriendelijkheid gesloopt. Zelf heb ik die ontwikkeling niet helemaal kunnen volgen: ik mag de boodschapper van slecht nieuws nog graag zien hangen. Wie mij uit vriendelijkheid attendeert op onfris riekende adem; mededeling doet over een ongeneeslijke kwaal; op de hoogte sfelf van roddels die over mij de ronde doen; slechte kritieken aan mij doorseint of | mij lastig valt met anonieme borrelpraat over plagiaat, die vind ik niet echt vriendelijk. Tegen roddel heb ik geen bezwaar, maar als hef over mij gaat, hoef iH het niet te horen. Gelukkig zijn er nog momenten in het academische bestaan waarop conventionele vriendelijkheid het van de destructieve wint. Eén ervan zal ik in 1984 niet licht vergeten. De voorzitter van hef College van Bestuur had juist zijn Nieuwjaarstoespraak afgerond met de mededeling daf hef percentage vrouwen op de KHT fors blijft stijgen; hij had daf als statistisch feif gepresenteerd, zodat ieder die zich van de aula naar de alcolhol begaf op eigen kracht met de sociale en psychologische gevolgen klaar moest komen. Toen ik dan ook in gepeins verzonken de glazen deur uitkwam, werd ik door Chrisfa - de blijde boodschap die welzijn heef - op twee naar mijn gevoel spontane zoenen getrakteerd. Omdat dit absoluut niets te betekenen had - wat is een zoen anders dan gemeenschap 'af a distance from the self?' - hield het intellectuele leven toen even op de 'voortdurende pijnlijke schuring' fe zijn, waarvoor Marcellus Emants het een eeuw geleden hield. 27 januari 1984
a
Studium Generale maakt de balans op
BMD: verrijking voor de democratie of weggegooid geld?
Donderdag 2 februari 13.30 uur in zaal AZ115 kunt u samen met de forumleden de balans opmaken. In het forum hebben zitting: A. van den Biggelaar, energiedeskundige FNV; M. de Brauw, voorzitter Stuurgroep Maatschappelijke Discussie Energiebeleid; A. Lansink, lid CDAfraktie Tweede Kamer; H. Verhagen, werkgroep Energie van Milieudefensie. De BMD heeft in de loop van z'n bestaan veel weerstanden opgeroepen, intern boterde het niet altijd, en naar buiten toe leek het er vaak op dat alleen het salaris van de voorzitter van de Stuurgroep van discussie was. Tot overmaat van ramp begeleidde de vermaledijde pers het gehele circus op zeer kritische toon. Jhr. Mr. Maurits de Brauw reageerde zelfs met de bittere opmerking: "Wij zijn niet serieus befiandeld, nocti door de pers, noch door de politici". Als de fase van de landelijke hoorzittingen bijna achter de rug is, verschijnen er in de landelijke pers sfeertekeningen die op zich boekdelen spreken: "De Brede l\/faatscfjappe/ijl(e Discussie nadert zijn einde. Op 15 juli toornen de laatste burgers aan het woord. Maar wil er wel iemand aan het woord liomen? En waar wordt die 'brede discussie' gevoerd? En waar gaat het eigenlijk over? Over lege stoelen en weggegooide miljoenen over onhaalbare plannen en geschudde kaarten. Maar De Brauw is toch tevreden: 'Dit is uniek in de wereld'. " Het unieke projekt heeft 28 miljoen opgeslokt, de Stuurgroep van de BMD belegde 1811 informatie- en discussie bijeenkomsten waar in totaal 33.000 mensen aan deelgenomen hebben. Van alle verzonden formulieren zijn er 25.600 retour gezonden. De cijfers zijn niet overtuigend om van een echte inspraakprocedure van voldoende democratisch gehalte te kunnen spreken. Toch zal op grond van de conclusies van het rapport door de Tweede Kamer een standpunt
ingenomen dienen te worden, wil zij de BMD niet geheel belachelijk maken. Uit het rapport blijkt dat een groot percentage van de deelnemers aan de BMD voorstander is van een beleid dat zal leiden tot een beperking in het gebruik van energie. De ontwikkeling van wind- en zonne-energie moet krachtig gestimuleerd worden. Twee dingen staan vast: er komen geen nieuwe kerncentrales bij, maar Borssele en Dodewaard blijven open. De Stuurgroep concludeert, als zij schrijft over kernenergie, dat een groot deel van de insprekers, 47 procent, zich uitspreekt tegen het openhouden van de bestaande kerncentrales, maar dat daarentegen vanwege het draagvlak de door haar zelf ontwikkelde beleidslijnen dienen te prevaleren. Een vreemde paradox te meer omdat deze conclusie getrokken wordt aan de hand van een aanvechtbare optelsom. Ongeveer 30 procent sluit nieuwe kerncentrales uit, maar vindt sluiting van de bestaande centrales te rigoreus. Daarnaast is er een groep van 21 procent die uitbreiding voorstaat. Door beide groepen bij elkaar op te tellen, samen 51 procent, komt de Stuurgroep tot de overtuiging dat een krappe meerderheid de bestaande kerncentrales wil open houden. Misschien kan het forum, de balansopmakers van de BMD, helderheid scheppen in dit rekenkundig.staaltje van redeneren naar een politiek gunstige uitkomst. In de door Studium Generale uitgebrachte brochure "Balans van de BMD" komen naast een historisch overzicht, twee visies ter sprake die de BMD vanuit een andere optiek benaderen, een sociologische en een juridische. De kanttekeningen die de socioloog J.K.M. Gevers plaatst, benadrukken de structuur van de maatschappelijke dis-
cussies. Hij onderscheidt tenminste een viertal aspecten: een sociaal, een institutioneel, een cultureel en een logisch. Vandaaruit komt hij tot de vraag of de discussie gestuurd kan worden. Kan men een of meer factoren beïnvloeden, dan kan men ook de voortgang en de uitkomst ten dele sturen. De overheid speelt in het geheel een dominante rol, enerzijds omdat het parlement overbelast is, anderzijds omdat het buitenparlementaire alternatief onbenut blijft. Kortom de overheid bepaalt, structureert, manipuleert en creëert zelf de feiten. Het slotoordeel van Gevers: "De ervaring echter die wordt opgedaan, kan zeer goed bijdragen aan een groeiende gewenning aan de discussie als onderdeel van het instrumentarium van onze samenleving ten behoeve van maatschappelijke vormgeving. De maatschappelijke discussie zal dan toch wel weer te voorschijn komen van achter de opgelegde organisatievorm en het geschapen apparaat vandaan". De juridische bijdrage staat veel sceptischer tegenover het staatsrechtelijke vraagstuk van de geïnstitutionaliseerde discussievorm. De jurist P.J. Gilhuis iormuleert twee doeleinden van de BMD, welke meteen een rake typering vormen van zijn zienswijze: "In de eerste plaats hoopt men dat de BMD tot een verhoogde legitimering van de besluitvorming zal bijdragen. In de tweede plaats moet de BMD ertoe bijdragen dat de ^.esluitvorming een minder gepolariseerd karakter zal hebben." Er worden geen doekjes om gewonden. De schrijver onderzoekt in zijn betoog de betekenis van de representatieve democratie en het referendum in samenhang met de te voeren brede maatschappelijke discussie. In twee bondige zinnen velt hij een negatief oordeel: "Alles bijeen ben ik over het BMDgebeuren niet al te positief gestemd. De uitspraak van stuurgroepvoorzitter de Brauw, dat een instrument als de BMD een verrijking voor de democratie zou kunnen blijken te zijn, kan ik vooralsnog echter niet onderschrijven." De artikelen zijn in januari 1983 geschreven. Gilhuis en Gevers hadden al een vooruitziende blik, nu blijkt dat de uitkomst van de BMD zonder BMD öök voorspeld kon worden. Tenslotte op de valreep nog een reactie van de KHT-medewerker Mr. A. Brenninkmeijer, schrijver van het boekje 'Kernenergie, rechtsstaat en democratie': "De eindconclusie van het rapport van de Stuurgroep kon men vantevoren al voorspellen. De politieke partijen hadden reeds langs de stellingen betrokken.
vervolg van pag. 4
nemen van dit programma wil Studium Generale het omvangrijke en moeilijk toegankelijke project van Heidegger "her-denken". Gepoogd zal worden om een aantal belangrijke gedachten, waarvoor Heidegger het knooppunt vormt, voor een breder publiek dan louter vakfilosofen toegankelijk te maken. Hiertoe wordt eerst aandacht geschonken aan zijn inspiratie vanuit Husserls fenomenologie en Nietzsches kritiek op de metafysica en vervolgens worden lijnen uitgezet naar de hermeneutiek van Heideggers belangrijkste volgeling Gadamer en naar de Franse filosoof Derrida, die in z'n werk voortdurend de dialoog met Heidegger blijft onderhouden. Voor de filosofen onder ons, en wie rekent zich daar niet toe, een prachtige kans om kennis te maken met de - voor de buitenstanders nieuwste aanval op de traditie van de filosofie.
In een toelichting op het programma benadrukte Marsel van Hoorn de unieke positie van Studium Generale binnen de Hogeschool; zeker nu de studenten in een beperkte tijd hun studie moeten voltooien, biedt het volgen van de voor iedereen vrij en gratis toegankelijke programma-onderdelen een haast noodzakelijke aanvulling en verdieping van de eigen studie. Het oorspronkelijke doel van een Studium Generale aan de universiteiten in Nederland heeft niets aan actualiteit ingeboet. Bevordering van het maatschappelijke verantwoordelijkheidsbesef ten aanzien van de wetenschap krijgt in de huidige economische en sociale crisis te weinig aandacht. Doordenking van de eigen studie moet tot de normale bagage van de student behoren als hij afstudeert, en wellicht in het grote vacuüm valt doordat de maatschappij hem of haar niet nodig heeft, want de werk-
Welke energiebronnen wilt u straks wel en welke niet? Dat willen ze in Den Haag weten. In oktober '81 verscheen deze oproep van de Stuurgroep Brede Maatschappelijke Discussie Energiebeleid paginagroot in de dagbladen. Op dat ogenblik zijn dan al 260 Nederlandse organisaties en instanties schriftelijk benaderd om hun mening op papier te zetten en op te sturen. Tal van groepen weigeren hun medewerking te verlenen, omdat zij reeds in vroeg stadium onderkenden dat zo'n BMD niets zou opleveren. Afgelopen maandag 23 januari heeft de minister van Economische Zaken Van Aardene het eindrapport in ontvangst genomen, waarmee te zelfder tijd het lot van de Stuurgroep werd bezegeld: opgeheven en naar huis gestuurd.
de écriture feminine en de massakultuur (Blok 2) aan de orde gesteld zullen worden. Er verschijnt een folder met preciezere gegevens in maart.
APRIL De laatste cyclus die in het kader van Studium Generale gegeven zal worden betreft de filosofie. Dit keer komt Martin Heidegger in het middelpunt van de belangstelling te staan. De openingslezing zal worden verzorgd door de beroemste leerling van Heidegger, Prof. HansGeorg Gadamer, zonder meer een primeur voor de Hogeschoolgemeenschap. Het filosofie-onderdeel in het programma van Studium Generale heeft de laatste jaren over belangstelling niet te klagen, een teken dat er een goede keuze is gedaan om de hedendaagse filosofie onder de loep te nemen. Met het opTilburgs Hogeschoolblad
VISIES
De PvdA wilde Borssele en Dodewaard dicht hebben en de regeringspartijen vonden dat er wel plaats was voor eventuele nieuwe kerncentrales. Die BMD is niets, werkelijk niets! Onder het mom van democratisering wordt de burger bij de besluitvorming betrokken. Maar evident was, dat de besluitvorming over kernenergie puur een partijpolitieke aangelegenheid is, de burgers hebben daar niets mee van doen. Deze handelswijze schrikt de burgers alleen maar af, de opkomst bij de discussie illustreert dat voldoende. Ik vind dat de bestaande middelen om tot besluitvorming te komen toereikend zijn. Je moet met dit soort kwesties rekening houden dat niet iedereen het met je besluit eens zal zijn. Ik ben voorstander van uitstel, er is voldoende vermogen aan electriciteit en we moeten ons eerst maar eens buigen over al de gevolgen van de keuze voor het milieu. Overigens is het wel opvallend dat er nu plotseling allerlei berichten in de pers opduiken over goedkope stroom; werkgevers. Van Aardenne, er wordt weer druk gelobbied." Ben Beljaars.
foRüMpisyc.ussi£
WAKlb \//\^ DE
ny
uup.
mi
AIV5
loosheid onder academici neemt steeds grotere vormen aan. Toch aardig als je dan wat andere kanten van je opleiding gezien hebt. Een tweede aspect dat buro Studium Generale graag wil benadrukken, heeft te maken met de toegang tot de programma's. Te weinig studenten weten volgens Marsel van Hoorn dat de programma's voor iedereen openstaan. Onlangs heeft het College van Bestuur van de KHT een bericht aan alle faculteiten gezonden met de oproep om op donderdagmiddag bij voorkeur geen colleges te plannen. Ook vanuit die zijde ruim baan voor Studium Generale. Hetzelfde geldt voor mensen van buiten de Hogeschool! Er zijn geen collegekaarten of iets dergelijks nodig. Mogelijk hebben mensen last van drempelvrees, maar dat is dan totaal onnodig. Iedereen is van harte welkom. B.B. 27 januari 1984
Geen plaats voor AR in nieuwe beleidscultuur Wat heeft er toe geleid dat de AR - als forum waarin de universiteitsraden de dienst uitmaken - in feite adviseert om zichzelf maar op te heffen? Nog in oktober had de Dagelijkse Raad van de AR ter voorbereiding een overwegend negatief concept-advies aan de instellingen verstuurd in de verwachting dat deze de opvatting dat de AR moet voortbestaan zouden delen; de plannen van de Minister komen immers neer op een gedeeltelijke afbraak van democratische verworvenheden? Natuurlijk, kritiek wés er op het functioneren van de Academische Raad. Maar die was al vele jaren gehoord. Bovendien probeerde de in 1981 nog door Minister Pais ingediende nieuwe Wet op het Wetenschappelijk Onderwijs om aan deze kritiek tegemoet te komen door een andere samenstelling en werkwijze van de Raad voor te stellen en door de Dagelijkse Raad een veel meer centrale rol te geven in het overleg tussen de instellingen onderling en tussen hen en de overheid. Wat veranderde er in krap 2 jaar - vanaf de indiening van de WWO in mei 1981 tot de eerste geluiden over het opheffen van de AR, voorjaar '83? En vooral: Waarom gingen colleges van bestuur en de universiteits- en hogeschoolraden zo makkelijk accoord met de plannen? En als dan de Raad verdwijnt, wat komt daar, gezien de noodzaak tot samenwerking, voor in de plaats? De democratisering door de WUB in 1970 had tot gevolg dat de leden van de Academische Raad voortaan alleen een standpunt konden innemen als ze daartoe vooraf waren gemachtigd door hun achterban, de universiteitsraad. Hoe democratisch ook, deze werkwijze leidde tot bureaucratie en vooral tot lange procedures bij de totstandkoming van adviezen. Vandaar dat ruim 10 jaar geleden onder staatssecretaris Klein een ander fenomeen opkwam, het z.g. Planning Overleg Orgaan (POO), met in het kielzog vele andere overlegcircuits. Daarin overlegden de universitaire bestuurders gezamenlijk met het Ministerie over het overheidsbeleid en vooral over de verdeling van de nog altijd groeiende middelenstroom. Gemeenschappelijk kenmerk van deze circuits was het schemerlicht waarin zij zich afspeelden. Leden van de colleges van bestuur concentreerden het overleg in deze circuits, waardoor voor de Academische Raad alleen nog de adviestaak overbleef. De door Deetman gewenste scheiding tussen advisering en overleg bestaat dus in feite al ruim 10 jaar! Ook op die advisering kwam steeds meer kritiek, niet in de laatste plaats uit de Academische Raad zelf, waar voorzitter Brenninkmeyer begin '77 met een nota kwam om het functioneren van de Raad te verbeteren. Ook de Commissie-Universitaire Bestuurshervorming, die de werking van de WUB moest nagaan, sprak al in 1976 over de adviezen als 'een collage van instellingsstandpunten'. Later zou dit de 'paperclipfunctie' van de Academische Raad worden genoemd.
BUITENSPEL Pas na 1981 kwamen de grote bezuinigingsperikelen voor de instellingen. Was echte samenwerking al niet tot stand gekomen in de tijd van nulgroei of vooruitgang, helemaal niet bij bezuinigingen. Het sterkst komt dat tot uitdrukking in de taakverdelingsoperatie. Daarin werd niet zo zeer samengewerkt als wel onderhan-
Tilburgs Hogeschoolblad
Met de Academische Raad lijkt 't gedaan. Vrijdag 13 januari stelde de Raad zichzelf op termijn door positief te adviseren over de ideeën van Minister Deetman over een nieuwe adviesen overlegstructuur, die er op neerkomen dat de Raad wordt opgeheven. Deetman stuurde deze plannen eind september naar het parlement. Belangrijkste uitgangspunt: een scheiding van de advies- en overlegfunctie, die nu althans volgens de wet binnen de Academische Raad zijn verenigd. Daartoe zal een nieuwe en onafhankelijke Adviesraad Hoger Onderwijs worden opgericht en daarnaast 2 overlegkamers, één voor het HBO, één voor het W. O. Dat overleg zal uitsluitend nog gericht moeten zijn op de uitvoering en niet langer op de totstandkoming van het beleid. In die opzet is voor de Academische Raad geen plaats meer.
Opheffing Academische Raad in drie maanden 'geregeld' deld over een taakverdelingsplan. Het waren vooral de onderhandelingsposities in deze commissies waardoor de inhoud van het taakverdelingsplan werd bepaald. De Academische Raad stond hierbij geheel buitenspel, op 't leveren van de secretarissen na. Gedurende de TVC voelden de colleges voor het eerst niet telkens de hete adem van de universiteitsraden in hun nek, omdat deze doorgaans pas achteraf hun oordeel over de resultaten konden uitspreken. Ook de secties van de AR, waarin de sterk op inhoudelijke argumenten gerichte faculteiten zijn vertegenwoordigd, speelden geen rol in de TVC, die daardoor een bestuurlijk onderonsje werd van de topmanagers van de universiteiten. Voor sommige universitaire bestuurders moet dat een nieuwe ervaring zijn geweest, voor anderen herleefden even de pre-WUBse tijden. De geringe democratische ondersteuning van de TVCbesluiten was ook voor het Ministerie van Onderwijs gemakkelijk. Hoe minder nauw de betrokkenheid van de WUBse organen, hoe gemakkelijker om bestuurders tegen elkaar uit te spelen. De berichtgeving rond de Academische Raad werd in het voorjaar van 1983 plotseling eenduidig negatief. Het startsein daarvoor vormde het eerste interimrapport van de Commissie-Van der Ploeg, die in opdracht van de regering alle externe adviesorganen doorlicht. Sindsdien wordt de AR - vooral door het Ministerie - vrijwel systematisch genegeerd. Dat komt niet alleen tot uitdrukking in het feit dat weinig om advies wordt gevraagd (zelfs niet over de opheffing van de AR zelf), maar ook het aantal informele contacten tussen medewerkers van de AR en de departementsambtenaren loopt terug. De commissie-Van der Ploeg had dan ook geschreven dat de adviezes van de Academische Raad "door het accent op de inbreng van de instellingen sterk gekleurd (zijn) en niet meer dan een collage van de standpunten van de afzonderlijke instellingen. De adviezen van de Raad zouden dan ook nauwelijks een rol spelen bij de beleidsvoorbereiding en -bepaling. Ook over de efficiëntie van de advisering door de raad oordelen verschillende betrokkenen negatief". Buiten het feit dat de opvatting dat adviezen een optelsom van instellingsstandpunten zijn al in 1976 was gehoord.
is dit op zijn best een halve waarheid. Aantoonbaar is de invloed van de AR op bijvoorbeeld de Machtigingswet Inschrijving Studenten (zowel op de uitvoering daarvan als op de invoering van het nieuwe arbeidsmarktcriterium), maar ook op het sociaal beleid voor studenten bij taakverdeling, dat oorspronkelijk in de plannen geheel niet was voorzien. Bij de opstelling van het Academisch Statuut heeft de Raad met zijn secties altijd een belangrijke rol gespeeld. Wie "de betrokkenen" van de commissie-Van der Ploeg zijn geweest is niet te zeggen, zeker is wel dat hun opvattingen goed pasten in een gewijzigde beleidscultuur, waar deregulering en snel-zaken-doen belangrijker zijn geworden dan de democratie van de jaren '60 en '70. Deetman laat er ook in zijn notitie van september geen twijfel over bestaan dat "tijdrovende procedure-discussies" tot het verleden moeten behoren. De doelmatigheid staat in zijn voorstellen centraal. Die voorstellen leiden tot een situatie waarin het Ministerie bilateraal overleg met de instellingen voert en waarin voorts in een overlegkamer voor het WO wordt onderhandeld met 'representatieve' vertegenwoordigers van het WO. Dat betekent in Deetman's opzet: geen ruggespraak met of mandaat van de UR. De vóórbereiding van .dat gezamenlijk overleg met de Minister is echter nog niet geregeld. Het is niet gezegd dat wettelijk wordt vastgesteld dat de instellingen gezamenlijk dienen te overleggen. In ieder geval voelt Deetman er niets voor om de interuniversitaire samenwerking in de wet vast te leggen. Wordt deze samenwerking geheel aan de instellingen overgelaten, dan is het niet te pessimistisch om te veronderstellen dat daar niet veel van terecht zal komen. De voorzitter van de Academische Raad, Brenninkmeyer, zei in een interview in september '82: "De Academische Raad is de uitdrukking van de graad van organisatie waartoe de instellingen bereid zijn. En die is inderdaad buitengewoon slecht. Oud-minister Van Kemenade noemde het WO een eilandenrijk, en beschuldigde hen van "organisatorisch atomisme'
PIED A TERRE Medio oktober gingen de voorzitters van de colleges van bestuur op reis naar Kyoto in Japan. Daarbij was ook aanwezig Directeur-generaal voor het hoger onderwijs van het Ministerie, Roel in 't Veld.
Hij was als hoogste ambtenaar voor het WO uiteraard mede betrokken bij de opstelling van de plannen van Deetman. Vast staat dat in Japan over de nieuwe advies- en overlegstructuur is gesproken, want enkele weken later bleek uit de reacties van de CVB's op het negatieve advies van de Dagelijkse Raad dat zij de plannen in soms vrijwel gelijke bewoordingen ondersteunden en dit advies dus afwezen. Begin november hadden de colleges ook besloten om een gezamenlijke commissie in het leven te roepen onder voorzitterschap van de Nijmeegse prof. Van Lieshout, die moet gaan onderzoeken hoe de toekomstige interuniversitaire samenwerking van de grond moet worden getild. Van Lieshout is echter een van de felste dwarsliggers op 't gebied van samenwerking. Ook prof. Ginjaar (Utrecht), eveneens lid van de commissie, staat daarbij allerminst vooraan. Hoe hebben de universiteits- en hogeschoolraden in de afgelopen maand in meerderheid accoord kunnen gaan met de opvattingen van de colleges van bestuur? Zij raken met de opheffing tevens hun Haagse 'pied a terre' kwijt; de ARHO zal onafhankelijk zijn en de overlegkamer wordt samengesteld uit representatieve 'uitonderhandelaars'. Wég invloed. Is het de zware werkdruk van de tweefasenstructuur waardoor de belangstelling voor democratisch meebeslissen is weggezakt? Of voelen ook de raden zich wegzinken in het financiële moeras, waardoor iedere cent extra (het geld van de AR wordt voor een deel versleuteld over de instellingen) welkom is? Wellicht vinden ook zij het handiger als direct (bilateraal) met het Ministerie wordt onderhandeld? De beide laatste argumenten hebben in ieder geval meegewogen bij de beslissing van de CVB's. Hoe dan ook, in minder dan 3 maanden was de opheffing van de AR "geregeld", zij het dat de Tweede Kamer over enige tijd nog moet beslissen.
KORT EN KOEL Het zal daarom zijn geweest dat voorzitter Brenninkmeyer nogal sceptisch tegenover 'zijn' raad stond. Omdat de instellingsstandpunten bekend waren, stond vast dat het (geheel herziene) concept-advies van de Dagelijkse Raad zou worden aangenomen. Brenninkmeyer raadde het gezelschap daarom aan de discussie "kort en koel" te houden. Het enige discussiepunt in het advies was de vraag of de interuniversitaire samenwerking al dan niet in de wet geregeld moet worden, en voorts of het discipline-overleg, dat nu plaatsvindt in de secties van de AR, ook een wettelijke basis dient te vinden. De meningen in de AR waren verdeeld. Tilburg was tegen. Als minister Deetman en de Tweede Kamer het advies om een en ander wél wettelijk te regelen overnemen, betekent dat de verplichting om te komen tot interuniversitaire samenwerking, waarvoor de animo niet groot is. In dat geval ontkomen de instellingen niet aan een regeling voor die samenwerking. De afbouw van de Academische Raad zal alleen dan gepaard moeten gaan met een nieuwe vorm van samenwerking tussen de instellingen. Bert Bakker/UP (bewerkt)
27 januari 1984
Guy Geeraerts over de mythe van de vrije ondernemer
"Eigenbelang nog steeds een hele goeie drijfveer Eind 1979 kreeg het IVA van de ministeries van Sociale Zaken en Economische Zaken de opdracht een onderzoek te verrichten naar de schaalproblematiek van kleine en middelgrote ondernemingen. Rond die tijd werd duidelijk dat het verlies van werkgelegenheid in de industrie in de eerste helft van de zeventiger jaren vrijwel geheel geconcentreerd was in grootschalige bedrijven met meer dan 500 werknemers. Geen wonder dus dat het midden- en kleinbedrijf terug in de belangstelling kwam als potentiële bron van werkgelegenheid en economische groei. De IVA-onderzoekers socioloog drs. Guy Geeraerts en bedrijfseconoom drs. Jan Reijntjes, die vooral geïnteresseerd waren in de vraag wat kleinere ondernemingen doen als ze de 'voordelen' van grootschaligheid en concentratie moeten missen, gingen op een weinig conventionele manier te werk. Ze gingen te rade bij een groot aantal ervaren bedrijfsadviseurs die over een schat aan informatie beschikten over het kleinschalige bedrijfsleven. De op die manier verzamelde gegevens werden vervolgens in interviews met ondernemers verder uitgediept en daarna teruggekoppeld naar de genoemde adviseurs. Zo ontstond een beeld van de mogelijkheden en beperkingen van kleine en middelgrote bedrijven, dat weliswaar niet geheel voldoet aan strikte eisen van representativiteit en generaliseerbaarheid, maar bovenal goed aansluit bij de praktijk. Vrijwel van meet af aan was duidelijk dat er een populaire versie van het onderzoeksverslag moest komen, waarin de belangrijkste vraagstukken waar kleinere bedrijven mee te kampen hebben op een toegankelijke en oplossingsgerichte manier aan bod konden komen. Dat werd 'Ondernemen op maat', een uiterst leesbaar en fraai vormgegeven boek, volgens de auteurs bedoeld als "een werl<-
Het midden- en kleinbedrijf mag zich in een blijvende belangstelling verheugen. Vorig jaar stond de kleine onderneming in het zonnetje in de EG, in 1984 wil de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRRJ er de nodige aandacht aan besteden. IVA-onderzoeker Guy Geeraerts mag in opdracht van de WRR al vast een studie verrichten naar de sociaal-economische determinanten van het ondernemerschap in Nederland. Die vererende opdracht heeft hij ondermeer te danken aan een onderzoek naar de mogelijkheden en beperkingen van kleinere ondernemingen in ons land. Afgelopen najaar verscheen bij de Staatsuitgeverij het boek 'Ondernemen op maat', een populaire versie van het onderzoeksverslag. instrument voor ondernemers en adviseurs in het midden- en l<leinbedrijf". Een boek dat géén recepten aanbiedt, maar enkel wegen aangeeft waarlangs oplossingen gezocht kunnen worden om de kansen die kleinschaligheid biedt te benutten. Dat zullen oplossingen op 'maat' moeten zijn, want "e/A: bedrijf is een unieice combinatie van mensen, middelen, mogelijkheden en beperkingen."
COMPLEX Pas als de onderlinge verhoudingen tussen de medewerkers dermate complex zijn dat directe interactie niet meer voor 100% mogelijk is, is er volgens de onderzoekers sprake van een bedrijf in de organisatie-sociologische betekenis van het woord. In de praktijk kom je dan al snel uit op bedrijfjes met 10 of meer werkzame personen. Toch al een hele beperking als je bedenkt dat meer dan 90% van de ondernemingen in ons land minder dan 10 mensen in dienst hebben. Die miniatuurbedrijfjes hebben louter een lokale of regionale verzorgingsfunctie en drijven - of ze het nou leuk vinden of niet - mee op de conjuncturele ontwikkeling.
Ook al heeft het midden- en kleinbedrijf het tij de laatste jaren mee, dat betekent toch niet dat we nu een massale beweging kunnen verwachten om de economie een ander aanzien te geven, meent Geeraerts. "De economische orde wordt nu eenmaal niet beïnvloed door het gedrag van kleine garnalen." De overheid staat met gebonden handen aan de kant en van het particuliere initiatief zijn ook geen wonderen te verwachten. Wat opvalt bij het lezen van 'Ondernemen op maat' is dat er niet of nauwelijks wordt gerefereerd aan het huidige tijdsgewricht, waarin crisis en werkloosheid aan de orde van de dag zijn. De problematiek van het ondernemen is blijkbaar tijdloos. Toch is er ook sprake van een onderstroom, een onderhuidse filosofie, die duidelijk in sleutelwoorden als: dynamiek, creativiteit, toekomstgerichtheid, risicobereidheid en innovatief denken tot uiting komt. Toch een impliciete groeifilosofie? Geeraerts: "Ja, dat mag je wel zeggen. Maar, misschien kun je beter spreken van een ontwikkelingsfilosofie. Je kunt ontwikkeling niet enkel in kwantitatieve termen vangen, het gaat om méér dan de kwantitatieve aanwas van de bedrijvigheid." Stelt ondernemen in een stagnerende economie geen andere eisen aan ondernemers? De praktijk laat zien dat ondernemers dan zelfs bezuinigen op vernieuwing. Geeraerts: "Ondernemen wordt nog moeilijker! In sommige gevallen hebben ondernemers gewoon geen andere keuze dan te bezuinigen op innovatie en creativiteit. Als een ondernemer gaat bezuinigen op essentiële dingen is het meestal zo dat hij géén alternatieven heeft. De kost gaat steeds voor de baat uit. In het midden- en kleinbedrijf zit je nu eenmaal met het basisprobleem dat de reservecapaciteit of financieel gebied maar ook op het vlak van het personeel zo klein is."
MYTHE
Guy Geeraerts: De meeste hoofdstukken in het stuk zijn te vervangen door één zin: "Gebruik je verstand. Bezint vooraleer ge begint. Dan zal het wel goed gaan" Maar zelfs dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan.
Het boek rekent verder af met een aantal vooroordelen die de ronde doen over de kleine onderneming, die bijvoorbeeld vaak niet zo flexibel is als meestal wordt gedacht. Ook op het gebied van arbeidsverhoudingen en medezeggenschap is het in een kleinere onderneming niet per definitie altijd koek en ei. Geeraerts: "We hebben een aantal van die zaken bewust in het boek gezet om een paar van die heilige huisjes toch wat te ontzenuwen. Er zijn zo een aantal mythes die én politici, én ambtenaren, èn ondernemers, èn werkgevers- en werknemersvertegenwoordigers te pas en te onpas gebruiken wanneer dat in hun kraam van pas komt. Ik denk zelfs dat er één grote mythe ontstaan is rond het feTilburgs Hogeschoölblad
nomeen van de vrije ondernemer: de mythe van het westers kapitalisme. Die is waarschijnlijk eind vorige eeuw in de Verenigde Staten ontstaan, met de 'grote' industriëlen: dat waren bandieten, die streken uithaalden waar de honden geen brood van lusten." Toch komen in het laatste hoofdstuk alle touwtjes samen bij de persoon van de ondernemer. Zijn eigenschappen zijn blijkbaar bepalend voor het commercieel ontwikkelingsvermogen en de slagvaardigheid van het ondernemingsoptreden. Geeraerts: "Dat is weer een onderdeel van de mythe, hè. Ik ben daar eerlijk gezegd zelf ook een beetje ingetrapt, maar ik kijk daar nu wat anders tegen aan. Het is en blijft natuurlijk een belangrijk figuur, maar: de mythe creëert arbeidsverhoudingen en eigendomsverhoudingen die de mythe op hun beurt nog eens versterken. Als iedereen er van overtuigd raakt dat de persoon van de ondernemer dè belangrijkste figuur is in z'n bedrijf, dat daarin een belangrijke sleutel ligt voor economisch herstel, dan zal er binnen vijf jaar wetgeving ontstaan die die man veel meer vrijheid geeft dan-ie nu heeft. Het is een self fullfilling prophecy. Voor een deel heeft het overigens ook te maken met de wijze waarop het materiaal is verzameld, via bedrijfsadviseurs. Zo'n adviseur moet in korte tijd aan ondernemer van advies dienen en kan ook bijna niet om de mythe heen." Vooral op het vlak van het personeelsbeleid kan de persoonlijkheid van de ondernemer z'n sporen achterlaten. Veel kleine ondernemers kunnen gewoon geen beslissingen uit handen geven (delegeren), denken niet in termen van 'investeren in mensen'. Dat kan leiden tot onderbenutting van personeel met alle gevolgen van verloop of frustraties vandien.
| '
DRIJFVEER Aan het slot van het boek namen de IVAonderzoekers een uitgebreid citaat op van een groep voormalige TH-studenten rond Patrick Boel, die ervaring hebben met een maatschappij-kritische wijze van ondernemen. Wat betekent ondernemen voor hen? Patrick Boel zegt het zo: "Ondernemen is meer een manier van leven voor me. Een manier om op een heel concrete, praktische manier bezig te zijn met de dingen die ik belangrijk, mooi, leuk, interessant vind. Juist omdat ik wil dat mijn werk niet losstaat van de maatschappelijke ontwikkelingen om me heen, probeer ik steeds verbanden te leggen. Voor mij is ondernemen zo steeds met jezelf bezig zijn, nadenken, leuke dingen doen, dromen, iets nieuws verzinnen, alles eruit halen wat er in me zit. En is dat niet wat iedereen wil?" Geeraerts, daarover: "Dat is gewoon de didactiek van het boek: steeds laten zien hoe het anders kan. Ik vind het zelf prachtig wat die jongens doen, daar niet van, maar het blijven natuurlijk wel uitzonderingen binnen onze westerse cultuur. Ik houd het sociologisch niet voor mogelijk dat hun manier van ondernemen door een meerderheid in de praktijk wordt gebracht. Het gros van de ondernemers wordt nu eenmaal door economische motieven gemotiveerd. Het eigenbelang blijkt nog steeds een hele goeie drijfveer te zijn." Lennart Kik G. Geeraerts, J. Reijntjes en J.J.J. van Dijck: Ondernemen op maat, mogelijkheden en beperkingen van kleine en middelgrote ondernemingen. Staatsuitgeverij 's Gravenhage 1983. 208 biz., / 48,-. 27 januari 1984
fS ER LEVEN IMA HET AFSTUDEREN? Bernard: " J a . . . vier keer maai* liefst. Qua intelligentie beantwoordde ik telkens aan het profiel van een afgestudeerde van een Afaculteit. Wel bleken mijn karakte reigenschappen beïnvloed te zijn door mijn werkloosheid. Je zit als het ware ge vangen in een negatieve vicieuze cirkel: werkloos geen zelfvertrouwen slechte test afgewezen werkloos enzovoort. Het is ongelooflijk maar waar. 570 Keer mikken, nooit een schot in de roos. In gevallen waarin ik eindigde als tweede of derde kandidaat informeerde ik naar de redenen van afwijzing. Bijna altijd lag het breukpunt op een te geringe werkerva ring op het specifieke niveau van de va cante baan".
Liesbeth Valentijn: docenten veel te optimistisch. Drs. Bernard Loose studeerde in januari 1980 af als socioloog met als specialisatie ruimtelijke ordening en demografie. In de vier jaar die sindsdien verstreken zijn heeft hij merendeels gewerkt via de Tij delijke Arbeidsplaatsregeling (TAP) en werkverruimende maatregelen. Om aan een vaste baan naar eigen keuze te ko men heeft hij op de kop af 570 sollicita tiepogingen gedaan. Dank zij een nauw gezette 'boekhouding' kan hij daarover exacte informatie geven. Bernard legt 5 dikke ordners op tafel met de copieën van brieven, reacties en aan tekeningen van gesprekken. Om ze te kunnen openen schuift hij mijn mok kof fie opzij en helpt me bij het verwijderen van de klipjes.
Sociale werknemers liggen mind er goed in d e markt d an bijv. econometristen en fiscalisten. Zou het niet aan je opleid ing kunnen liggen d atje nu nog steed s geen vast werk hebt? Bernard: "Ik onderzocht zorgvuldig in welke mate hetgeen ik als academicus te bieden heb invloed heeft op de kans om uitgenodigd te worden voor een sollicita tiegesprek. Ik kwam tot de conclusie, dat werkgevers wel belangstelling toonden voor exacte vakken zoals statistiek, me thoden en technieken van onderzoek en computerprogrammering. Met vakken zoals algemene sociologie en filosofie oogstte ik nauwelijks bijval. Essentieel is verder of je stage of werkervaring kunt aanbieden".
Bernard: "Precies 467 keer solliciteerde ik naar aanleiding van advertenties en werd in totaal 47 keer uitgenodigd voor een eerste gesprek. 19 Keer mocht ik zelfs terugkomen voor een tweede ont moeting. Het is 9 keer voorgekomen dat Ik eindigde als kandidaat numnier 2 of 3 maar ik finishte nooit als de uitverkoren eerste. Verder heb ik 100 keer op eigen initiatief bij bedrijven en instellingen geïnformeerd naar vacatures. Slechts in 60 gevallen ontving ik reacties die uiteen liepen van een bedankje voor de getoon de belangstelling tot het blijk geven van een zeker medelijden. Nooit leidden die pogingen tot een echte toenadering. Ik heb ook nog zelf drie keer een adverten tie geplaatst in de rubriek 'Personeel aan geboden' maar het liep op niets uit!" 10 Procent van je sollicitatiebrieven leid de tot een uitnod iging voor een gesprek. Is d at niet aan d e lage kant? Je bent per slot van rekening met een bevred igend e cijferlijst afgestu d eer d . Bernard: "In het begin solliciteerde ik te ruim. Als ik in de advertentie het woord 'socioloog' of 'academicus' zag staan reageerde ik al. Toch kan die geringe respons niet liggen aan de kwaliteit van mijn sollicitatiebrieven. Ik heb dat nauw keurig nagetrokken en toen bleek, dat werkgevers zeer uiteenlopende verwach tingen koesteren ten aanzien van je brie ven. Daarop kun je je niet op voorhand instellen en het is bijgevolg niet mogelijk om aan te geven hoe de ideale sollicita tiebrief eruit ziet. Wel moet je zorgen voor correct taalgebruik. Je moet duide lijk, zakelijk en direct zijn."
Ik neem aan, d at je na d ie evaluatie ge richter bent gaan solliciteren. Bernard: " J a maar probleem is nu juist dat de respons op sollicitaties binnen mijn vakgebied van meet af aan al tegen viel. Ik krijg de indruk dat ik het met mijn specialisatie ruimtelijke ordening en de mografie moet afleggen tegen mensen die afstuderen in meer exacte studie richtingen zoals planologie en bouwkun de. Voor demografen zijn momenteel nauwelijks banen beschikbaar. Mis schien zijn er voor mij kansen in de wel zijnssector maar ook daar hebben bezui nigingen geleid tot een drastische beper king van het aantal vacatures". Hoe verliepen d ie bijna 50 sollicitatie gesprekken?
Tilburgs Hogeschoolblad
Bernard: "Net zoals met sollicitatiebrie ven geldt ook hier dat je steeds te maken krijgt met uiteenlopende verwachtings patronen, ledere beroepsgroep hanteert eigen normen met betrekking tot je pre sentatie. In de bankwereld vragen ze, simpel gesteld, een ander slag mensen dan in de welzijnssector. Ik denk dat je niet moet proberen om op die wisselende verwachtingen in te spelen. Je moet je zelf blijven. Opvallend vond ik wel, dat in die sollicitatiegesprekken zelden vak technische aspecten aan de orde kwa men. Vaak gaat bij voorbaat de voorkeur uit naar kandidaten met werkervaring. Soms vond ik het te ver gaan dat men vragen stelde over zaken die op het ter rein van de privacy liggen". Ben je ooit wel eens psychologisch ge test?
"Van de vier jaar dat ik afgestudeerd ben heb ik drie jaar gewerkt en ben één jaar echt werkloos geweest. Het ging echter om tijdelijke banen waar het Arbeidsbu reau me naar verwees. Ik heb ook ge werkt via uitzendbureaus en pakte alles aan wat men aanbood van kantoorwerk tot en met lopende band. Toen kreeg ik via de TAPregeling een baan waarbij ik veldonderzoek moest doen onder rand groepjongeren. Een moeilijk karwei dat ik opvatte als een uitdaging. Daarna heb ik via werkverruimende maatregelen ge werkt bij een Consultatiebureau voor al cohol en drugs. Ik zit nu alweer drie maanden zonder werk. Er zit niets anders op dan verder te solliciteren en hopen dat eens het wonder alsnog geschiedt". Bert van der Kleij (26) studeerde in febru ari 1982 af aan het Mollerinstituut als le raar Nederlands en geschiedenis. Net af gestudeerd kon hij een tijdelijke baan be machtigen als invaller op een Mavo in het Brabantse Zundert. Drie maanden la ter stond van der Kleij weer op straat. Sindsdien is hij vertrokken. Van d er Kleij: " A l s ik thuis op bezoek kóm dan voel ik m'n ouders denken: 'daar komt de vleesgeworden crisis weer binnenwandelen'. Mijn moeder bestookt me met vacatures die ze uit kranten heeft geknipt. "Daar moet je maar 'ns op schrijven Bert" zegt ze dan. Maar de meeste advertenties kun je zo in de prul lemand gooien. Het is zinloos om te rea geren op vacatures die niet bij je passen. Een baan moet passen als een hand schoen want onder het ruime aanbod van kandidaten is er altijd wel een die wel als een dekseltje op het potje past". Lukte het echt niet om d ie ond erwijs baan te behoud en? Van der Kleij: "De school zat te springen om een invaller voor een zieke docent. Nog voor mijn sollicitatiebrief was aan gekomen had ik mijn benoeming op zak. Met een paar telefoontjes en een sollici tatiegesprek was de zaak rond. Het was mag je wel zeggen een paniekbenoe ming. De leraar die ik verving kon later elders een lucratievere baan krijgen en vertrok. Logischerwijs zou ik zijn uren kunnen overnemen maar door daling van het aantal leerlingen moest de school uren inleveren. In het onderwijs is het re gel dat degene die het laatst in dienst komt het eerst wordt ontslagen: lastin firstoutl" Van een inwerkperiod e was kennelijk geen sprake. Je werd min of meer voor de leeuwen geworpen. Van der Kleij: " I n deze tijd van economi sche crisis is onderwijzen een zwaar be roep. Vroeger kon je je leerlingen voor houden: als je later iets wilt bereiken in de maatschappij moet je een diploma ha len. Dat gezagsargument maakt nauwe lijks nog indruk. Met het wegvallen van
Werkloze acad e,7 aan het woord Voor menig academicus di sche neergang met bijnai naar een baan liet aanzien se steeple chase. Weinig o] finish. Des te meer zweet interviews doen een jurist, doctorandi hun relaas ovei Drs. Bernard Loose schreef maar k o n t o t nog toe siei Bert van der Kleij vertelt als docent drie maanden. Liesbeth Valentijn vraagt loosheid ooit w e l in staat van 43.000 gulden af te h van een loopbaan als jurii verhalen die in de coliei
lt in deze tijd van e c o n o m i 000 werklozen het zoeken krijgen van een harde Brit schonden winnaars aan de zere plekken. In een vijftal n leraar Nederlands en drie n leven na het afstuderen, nderden sollicitatiebrieven :s tijdelijke banen krijgen. ij na een paniekbenoeming weer op straat s t o n d . Drs. af of zij door haar w e r k zljn om haar studieschuld Mr. Joost Rassers zag af n werd vakfotograaf. Vier aal niet worden verteld.
toekomstvooruitzichten is ook de relatie studieberoep onduidelijk geworden. Wat die leeuwen van jou betreft: een klas lijkt veeleer op een wild paard waar je snel afgeworpen kunt worden. Als een hele klas verzet pleegt ben je verloren. Mijn start viel niet mee maar is als ik te rugkijk toch bevredigend te noemen. ■ Je bent nu bijna and erhalfjaar werkloos. Er zijn psychologen d ie d e beleving van werkloosheid beschrijven als een rouw proces waarin het geruime tijd d uurt voor je je met je lot verzoent. Van der Kleij: "Daar zit wel wat in... toen ik in juli mijn baan verloor troostte ik me met de gedachte dat het vakantie was. Regelmatig las ik in de krant dat de werk loosheid steeg maar ik dacht: ik behoor niet tot het leger werklozen. Ik ben er per slot van rekening in geslaagd om vrij snel aan een betrekking te komen. Met de re denering: werkloosheid treft anderen, zelf blijf je buiten schot, hield ik de moed erin en solliciteerde verder. In december '82 drukte een reactie op een sollicitatie brief me op de harde feiten. In de afwij zingsbrief stond dat er meer dan 300 mensen op die ene baan hadden gesolli citeerd. Op dat moment drong tot me door dat ik zelf ook langdurig werkloos kon w o r d e n " . Solliciteer je wel vold oend e. Je laat je toch niet uit het veld slaan. Van d er Kleij: "Regelmatig gaan er solli citatiebrieven de deur uit maar op den duur ervaar je het solliciteren als verne derend. Het lijkt wel of je op je knieën moet smeken om toch maar alsjeblieft ergens te mogen werken. Onbeschoft ben ik behandeld na een sollicitatie gesprek bij de Nederlandse Organisatie van Tijdschriftuitgevers. Een afwijzings briefje hebben ze nooit toegestuurd. Die ervaringen zijn ontmoedigend en toch verwijten anderen dat je geen peper in je reet hebt als het je niet lukt om ergens aan de bak te komen. Op den duur ga je aan jezelf twijfelen. Waarom kan ik geen baan bemachtigen? Aan mijn sollicitatie brieven kan het niet liggen want zo nu en dan wordt ik uitgenodigd voor een ge sprek maar het resultaat is tot nu toe noppes... Is vrijwilligerswerk iets voor jou? Van d er Kleij: "Ik heb als onbezoldigde kracht bij het Tilburgse Consumenten voorlichtingscentrum gewerkt. De sfeer was er prima maar na een aantal maan den begon het me te storen dat leeftijds genoten met min of meer gelijkwaardige opleiding wel een salaris verdienden. Een ander nadeel was dat ik niet op mijn vak gebied werkzaam kon zijn. Het vrijwilli gerswerk beschouwde ik als een spring plank naar betaald werk. Het Voorlich tingscentrum kampte met onderbezet ting maar geld om een betaalde kracht aan te nemen werd niet beschikbaar gesteld. Ook eeri subsidie van de ge meente ging mijn neus voorbij. Momen teel probeer ik als free lancer bijdragen te leveren aan een advertentieblad en ver der geef ik nog enkele bijlessen. Ik ben een rommelaar geworden. Ik probeer mijn vak bij te houden maar dat gebeurt wat onsystematisch." Samen praten we in café Voskens. Ons sombere gesprek vervluchtigt in het ge zellige geroezemoes van de gasten aan de stamtafel. In een ontspannen tempo maken twee biljartspelers hun carambo les. We bestellen nog twee schuimende glazen bier... Van d er Kleij: "Ik hou van wandelen, fietsen, lees veel en ben een fervent schaker. Ik betrap me erop, dat ik vaker Bernard Loose: 570 keer gesolliciteerd
Bert van der Kleij: ontmoedigende ervaringen. dan vroeger het café bezoek. Met mijn R W W uitkering kan ik rondkomen, als ik maar geen bokkesprongen maak... Drs. Liesbeth Valentijn is welzijnssocio loge en studeerde in juli 1983 af op een scriptie over de relatie tussen cultuur, voeding en gezondheid. G eruime tijd voor haar afstuderen is ze gaan sollicite ren. Januari 1984 heeft Liesbeth Valen tijn nog steeds geen baan. Ze studeerde af met een studieschuld van bijna 43.000 gulden. Valentijn: "Ik wil graag aan de slag om onder andere op die manier mijn studie schuld te kunnen terugbetalen. Dat be drag is zo hoog omdat ik tijdens mijn opleiding ben overgestapt van rechten naar sociologie. Om mijn kansen op de arbeidsmarkt te verbeteren heb ik een sollicitatiecursus gevolgd en gesprekken gevoerd met afstudeerders waarvan er sommigen later een baan gevonden heb ben. Al doende probeerde ik inzicht te krijgen op mijn kansen op een baan maar de informatie die me ter ore kwam stelde me niet gerust. Toch liet ik de moed niet zakken want je kunt beter solliciteren als je nog studeert dan wanneer je tijdens een sollicitatiegesprek moet meiden dat je al maanden werkloos bent. Helaas ben ik in die opzet niet geslaagd. Ik ben al een half jaar werkloos." Hebben werkloze vrouwen het moeilijker op d e arbeid smarkt d an werkloze man nen? Valentijn: " J a , in meerdere opzichten. In de eerste plaats kun je als vrouw bij een sollicitatie maar beter niet laten merken dat je een man of een vriend hebt want dan denkt de selectiecommissie: ' O . . . die vrouw zit al goed' en valt de keuze op de manlijke kandidaat. Ik vind dat hypo criet want ze vragen toch ook niet aan een man die solliciteert of zijn vrouw of vriendin al een betrekking heeft.^ Ik bespeur in die gang van zaken een ten dens om de vrouw te dringen naar de keuken. Verder doet een vrouw die op zoek is naar werk er goed aan niet mede deelzaam te zijn over plannen om kinde ren te nemen want ook dat kan haar kan sen torpederen. Vooral academisch ge vormde vrouwen hebben het op dit punt moeilijk. Ze studeren meestal af als ze zo'n jaar of 25 zijn en als ze binnen af
zienbare tijd kinderen willen kunnen ze maar een paar jaar werken. Allemaal fac toren die de concurrentiepositie op de ar beidsmarkt benadelen en als je net als ik er niet in slaagt om een werkkring te vin den kom je er helemaal niet meer aan te pas. Als ik er niet in slaag om een baan te vinden kan ik mijn studieschuld niet aflossen, trouw ik dan zal mijn partner die studieschuld moeten overnemen en als je dat wil voorkomen zit er niets an ders op dan op huwelijkse voorwaarden te trouwen. Maar wat je ook doet, je blijft met die studieschuld opgescheept zitten". Door d e stijging van d e werkloosheid be ginnen werkend en d e solid ariteit met d e werklozen in hun portemonnee te voe len. En d at vormt weer een voed ingsbo dem van het vooroord eel tegen mensen zonder werk. Valentijn: " T o t dusverre ben ik niet te gen botte vooroordelen opgebotst. De mensen uit mijn omgeving weten dat ik graag aan de slag wil en dat ik moeite doe om aan werk te komen. Ik denk dat men de laatste tijd milder over werklozen is gaan denken. Steeds meer mensen zien in, dat de werkloosheid op korte ter mijn niet oplosbaar i s " . Heb je een raad voormensen d ie nu nog studeren? Valentijn: " H e t is niet voldoende om bij docenten te informeren naar je kansen op een baan. Zij zijn daar veel te opti mistisch over. Niet dat ze je bedotten maar ik denk dat ze zelf de benodigde in formatie missen om een goed advies te geven. Daarom moet je zelf gespitst zijn op de mogelijkheden die de arbeidsmarkt nog te bieden heeft. Verzamel cijferma teriaal over de arbeidsmarkt en zoek con tact met mensen die afgestudeerd zijn maar nog geen baan hebben en wissel informatie uit. Op die manier krijg je een realistisch beeld van wat je te wachten staat nadat je je handtekening onder je bul hebt gezet. Tijdens de studie moet er meer gesproken worden over de situatie na het afstuderen. Ik vrees, dat docenten zich te weinig bekommeren om het lot van studenten na het afstuderen. Dat mensen hun eigen boontjes doppen is een goede zaak maar om die verant woordelijkheid te kunnen dragen moet er juist voorlichting komen die duidelijk vervolg op pag. 11 27 januari 1984
Katholieke Signatuur: Een station te ver! Een half jaar geleden heeft het Stichtingsbestuur van de KathoUeke Hogeschopl Tilburg een diskussiestuk de wereld ingestuurd: "Katholieke signatuur; een bijdrage tot voortgaand gesprek". In dit half jaar hebben er een klein tiental mensen openlijk gereageerd. Reakties van het stichtingsbestuur hierop zijn er nog niet en zullen waarschijnlijk ook wel niet komen. Is deze zaak nu dan zo afgedaan? Als je de geschiedenis bekijkt is dat zeker niet onwaarschijnlijk. Op 18 november 1977 boden drie hogeschoolraadsfrakties de hogeschoolgemeenschap een bijvoegsel THB aan. Dit vier pagina lange bijvoegsel kreeg de titel mee: "Hoe lang nog Stichtingsbestuur?" en als ondertitel: "Als rechtsvorm voor organisaties met een samenwerkingskarakter is de stichting ongeschikt". In de twee verhalen in dit bijvoegsel haalt men vele argumenten aan waarom het stichtingsbestuur zou dienen te verdwijnen en worden vragen beantwoord als: Hoe komt het stichtingsbestuur aan zijn machtige positie en hoe gebruikt ze deze positie. Ook wordt mededeling gedaan over de dertig zilverlingenzaak: in het kader van het verwerven van de medisch^ faculteit voor Brabant had het stichtingsbestuur destijds het principebesluit genomen dat de signatuur van de hogeschool geen belemmering mocht zijn voor de ontwikkeling naar een Rijksuniversiteit Brabant. Na deze zeer rumoerige dagen en een algemene tendens die in de hogeschool leefde om zonder stichtingsbestuur door te gaan is het toch vrij rustig geworden op die hogeschool. Voorwendselen dat er een diskussie zou komen over de signatuur en de positie van het stichtingsbestuur hebben hier misschien aan bijgedragen. Voortdurend vertragend en de boot afhoudend is het het stichtingsbestuur gelukt vast te houden aan het oude zonder te pogen het demokratische pad op te gaan. Misschien hopen zij nog op betere tijden van gehoorzaamheid. Gezien de laatste bisschoppenbenoemingen in de Nederlandse kerkprovincie kunnen zij zeker opti-
mistisch zijn. Rome zal ons proberen dom en gehoorzaam te houden! Na zes jaar is er nu weinig veranderd, de lastige studenten zijn weg of zitten in de twee fasenstructuur en het stichtingsbestuur houdt de hogeschool af van een wezenlijke diskussie, een diskussie waarvan de uitkomst een gevolg is van de diskussie en niet bij voorbaat vast staat. In het stuk "katholieke signatuur" legt men uit waarom men eenzijdig in 1977 voor de derde mogelijkheid, t.w. het voorwaardelijk handhaven van de katholieke signatuur, heeft gekozen. Een logische konklusie hieruit is dat we nu na dit "diskussiestuk" werkelijk voor een keuze staan. Hierbij gaan wij er van uit dat naast de diskussie over de invulling nog steeds de diskussie over het al of niet hebben van zo'n signatuur open is! Wij willen enkele opmerkingen maken over de bijdrage van het stichtingsbestuur: 1. de geloofsinterpretatie die hier geschetst wordt is er een naast vele andere. Alleen daarom al is deze invulling ongeschikt om te dienen als toetssteen. Het etiket katholiek deugt dus niet. 2. de geruststelling dat de hogeschool van de kerk uit gezien in de zwakst mogelijke vorm geïnstutionaliseerd is pleit niet voor de band die het stichtingsbestuur wil kreëren tussen de hogeschool en de katholieke kerk. 3. de stichting doet het uiteraard bijzonder mooi voorkomen alsof ze vertrekt vanuit de uitgangspunten van Schillebeeckx. Niets is echter minder waar aangezien het bedrag van de stichting niet spoort met deze notitie.
Katholieke Signatuur Met enige moeite zet ik me aan dit onderwerp. Reeds één keer waagde ik me aan een stukje in het Hogeschoolblad, zo rond 1975. Maar toen heb ik geen reaktie kunnen bemerken, hetgeen niet stimuleert er weer aan te beginnen. Nu de kwestie van de confessionaliteit weer iets meer is gaan leven laat ze mij ook niet los. Vooral vraag ik me af hoe lang we nog met deze kwestie moeten doorgaan. Of lossen we haar op door er een antwoord op te geven zodat hierdoor de kwestie ophoudt. Of we geven toe dat die kwestie ons niet meer aangaat en houden we er mee op nog verder te zoeken naar de inhoud van katholiciteit. Het gaat om de inhoud van het katholiek zijn. We kunnen haar vinden, zodat ze niet langer meer laat zoeken. Of we kunnen het zoeken opgeven. Hierdoor verdwijnt ook de kwestie, maar zijn we bij voorbaat ook van het antwoord verstoken. Zonder vragen komt er immers geen enkel antwoord. Het antwoord op het katholiek-zijn blijkt nog niet gegeven te zijn. We zoeTilburgs Hogeschoolblad
ken immers steeds nog verder. Toch meen ik dat er een antwoord is, als reeds ingesloten in de vraag, als iets dat niet zinloos is, maar op iets gericht is. Hoewel ik meen dat er een antwoord is, zolang we werkelijk ons afvragen wat het betekent katholiek te zijn en ons als zodanig te erkennen, toch is de situatie kritiek. Hoe lang is er nog antwoord, hoe lang blijven we nog zoeken? Als we hiermede ophouden, dan kunnen we het katholiek zijn wel vergeten en kunnen we terecht deze naam voor onze instelling overboord gooien. Het kritieke is hiermede bepaald. Ze ligt opgesloten in ons al of niet langer zoeken naar de betekenis van een oud woord, dat ons al te weinig heeft aangesproken. We zoeken niet langer als we bemerken rond te dolen, geen juiste weg te gaan. We zoeken te lang, niet volgens de kortste weg, als we meer zoeken als er te vinden is. Als we dan zien wat het antwoord is, bemerken we het niet en spreekt het ons niet aan. Bij uitstek is het daarom geboden niet meer in te vullen
4. als het stichtingsbestuur met deze notitie de katholieke signatuur wil invullen zeilt de stichting met een keurig boogje om de problemen heen. Het probleem is natuurlijk: hoe wordt de signatuur in de praktijk gebracht. Ten tweede komt de stichting met een keurig vaag verhaal waarin de grote diskussies van de katholieke kerk, die juist aan onze hogeschool van belang zijn, niet worden genoemd, bijvoorbeeld: a. Beschouwt de stichting de paus als onfeilbare leider van de rooms katholieke kerk?, b. Hoe meent de stichting aan onze hogeschool gestalte te geven aan de verboden van de rooms katholieke kerk. Zoals er zijn: - voorbehoedsmiddelen; aktieve of passieve euthanasie; geslachtsgemeenschap voor het huwelijk, enz., c. De positie van de vrouw in de rooms katholieke kerk? Dit zijn naar ons idee enkele problemen waarvoor de rooms katholieke kerk op dit moment staat en die juist aan onze instelling eveneens leven, beter gezegd waarbij onze instelling en praktijk meestal haaks staat op de ideeën van de rooms katholieke kerk. Dit zou het grootste onderdeel moeten zijn van een signatuur nota en niet één of ander schijnheilig en huichelachtig gezeur over de armen en de oorsprong van al ons moois en prachtigs. 5. Met deze notitie is nog steeds niet aangetoond dat de katholieke signatuur een legitimatie voor het bijzondere karakter van onze hogeschool is. Een bevestigend antwoord op deze vraag wordt door het stichtingsbestuur a priori gehanteerd. Dit is in strijd met het derde uitgangspunt van 1977. 6. De notitie voorziet een moeilijke theologische diskussie, die daardoor niet uitnodigt tot voortgaand gesprek. Als katholiciteit 'n levenswijze is of 'n visie hoeven we onze hogeschool waar we verkeren niet dit etiket te geven, we dragen het dan eenmaal zelf. Vanuit de geschilderde positie zou er ook voor niet katholieken, of beter gezegd, voor mensen die hun leven anders inrichten dan de
TE BERDE
als nodig is, om toch en nu eindelijk eens te ontdekken wat katholiciteit betekent. De kortste weg lijkt me te liggen in het respecteren van het woord naar haar betekenis. Als we er niet meer in leggen dan het bevat, maar aanvaarden naar haar inhoud, dan zien we reeds de diepere lading van dit woord. Katholiek betekent: het geheel omvattend, niets en niemand uitsluitend. Dit alles omvattende staat echter niet los, maar kent een betrekking, nl. tot openheid, omdat we niet verplicht worden katholiek te zijn. Katholiek zijn betekent zowel angst als vertrouwen. We zijn ten opzichte van iedereen en allen angstig, in zoverre we vrezen niet omzichtig te zijn. We zijn bang zelf geen rekening te houden met anderen en zij niet met ons als we omgaan met onze wereld die ons allen gegeven is. Toch is deze angst niet negatief, omdat ze nodig is voor het vertrouwen. We ge-
TE BERDE
lijn van het stichtingsbestuur plaats moeten zijn zonder dat gewapperd wordt met een bepaalde invulling en een bepaald etiket. Aan ons studenten is nooit de voorwaarde katholiciteit of onderschrijving of respect daarvoor gesteld. Het enige dat telt is het aantal studenten, op naar de 7000! Voor de meeste studenten is de katholiciteit helemaal niet in beeld bij de keuze om in Tilburg te komen studeren en tegen de tijd van afstuderen is de katholiciteit nog steeds niet in beeld verschenen. Van den Akker kan zich voorstellen dat studenten naar Tilburg komen omdat zij toevallig in Brabant wonen. Dat hij wel enige vorm van katholiciteit van medewerkers verwacht getuigt van naïeviteit. Met andere woorden: katholiciteit is een dooie letter. We zijn in Tilburg al te ver verwijderd van een katholieke hogeschool volgens het recept van het stichtingsbestuur. We zijn al EEN STATION TE VER! En gelukkig maar. Als het stichtingsbestuur wel zo'n katholieke hogeschool wil hebben moet ze in de warande maar een nieuw gebouw zetten en verplichten dat daar niemand mag komen die hun opvatting niet onderschrijft. Op deze manier is er sprake van een werkelijke keuze van studenten. Dit wil niet zeggen dat iemand die zich katholiek noemt niet welkom zou zijn op de bestaande hogeschool. Iedereen is welkom die respect heeft voor de ander en die niet een ander zijn levensvisie voorschrijft. Dit vinden wij de juiste opzet. Op die manier hou je rekening met de mensen die er nu al zijn en er geen behoefte aan hebben. Aankomende studenten laat je de vrije keuze tussen een hogeschool voor mens- en maatschappijwetenschappen aan de Hogeschoollaan en een katholieke hogeschool in de warande. Zo open moet katholiek zijn. Progressieve Studenten Fraktie. raken niet door angst verlamd, maar worden gestimuleerd om in ons zelf en in de anderen te geloven. Door dit vertrouwen maken we geen misbruik van onze wereld, maar doen we ons best dit vertrouwen niet te beschamen. Dit katholiek zijn doet ons allen en aan alles recht en kan ons aanspreken. Maar als we meer willen, als we niet wensen te beginnen met angst, als ons zelf ten opzichte van anderen onwaardig, dan zoeken we teveel en kunnen we het katholiek zijn wel vergeten. En geen wonder dat daarmede ons leven en onze wereld getekend is door angst, als iets waarin we zijn blijven steken. G.C. de Jong.
27 januari 1984
vervolg van pag. 9
Het leven na het afstuderen maakt wat je te wachten staat als je de hogeschooldeur achter je dicht doet. Helaas laat de Hogeschool het op dat punt totaal afweten. Zolang je meetelt bij het aanvragen van subsidies ben je 'in the picture'. Na het afstuderen heb je afgedaan. Gelukkig zijn er docenten die dat probleem onderkennen en hierin verandering willen brengen bijvoorbeeld door de kloof tussen theorie en praktijk te overbruggen. Maar of die medewerkers een poot aan de grond krijgen is de vraag". Bert van der Kleij vertelde me, dat het vrijwilligerswerk geen oplossing betekende voor zijn werkloos zijn. Hij vond het vervelend, dat hij voor zijn inspanningen geen enkele beloning ontving en mensen met ongeveer dezelfde opleiding die een baan hadden wel. Valentijn: "Ik ben ook actief als vrijwilligster. Ik voer het secretariaat van een buurtvereniging en ben betrokken bij een project Vrouw & Werk dat zich bezighoudt met advisering aan Helmondse vrouwen die buitenshuis betaald of onbetaald actief willen zijn. Ik kan begrip opbrengen voor het standpunt van Bert van der Kleij. Ook ik wil het liefst betaald werk doen. Nu zie je een ontwikkeling waarbij betaalde arbeidsplaatsen worden omgezet in vrijwilligerswerk. Vervolgens oefent men druk uit op huisvrouwen en werklozen om zich in het vrijwilligerswerk zinvol bezig te houden. Tegen die gang van zaken ben ik gekant. Anderzijds ben ik me ervan bewust dat de kansen op betaald werk allengs kleiner worden. De generatie academici die in deze economische crisis afstudeert valt in feite tussen wal en schip. Degenen die nu een baan hebben houden vast aan hun rechten en als straks de economie weer aantrekt en er weer vacatures komen valt de keuze op academici die net afgestudeerd zijn. Maar ondanks het feit dat ik geen betaald werk heb en de onzekerheid die dat met zich meebrengt realiseer ik me, dat mijn werkloosheid me de vrijheid geeft om zelf mijn tijd in te delen en aandacht te besteden aan sociale contacten die ik zelf heb gekozen."
recht en criminologie. Fotograferen is zijn hobby. Nadat hij zijn meestertitel had behaald wilde hij van het fotograferen zijn beroep maken. Daartoe volgde hij een vakopleiding. Vond je het geen bezwaar om een beroep te kiezen dat met je rechtenopleiding niets van doen heeft? Rassers: "Neen, want ik wilde prioriteit geven aan het fotograferen. Vrij spoedig kreeg ik via een vriend een opdracht van het Centraal Museum te Utrecht. Dat werd een succes en ik dacht dat begint goed. Omdat een bevriend fotograaf in Tilburg een studio had besloot ik me hier te vestigen. Ik deed ervaring op en nam zo nu en dan opdrachten van hem over. Na enige tijd kreeg ik van hem zelfs de fotografie van het Kunstcentrum Brabant". Vaktechnisch maakte je een bevredigende start maar werd je initiatief ook een commercieel succes? Er moet per slot van rekening brood op de plank komen. Rassers: "Het werk bracht te weinig geld in het laadje om van rond te komen. Ik
probeerde een cliëntenkring op te bouwen door mogelijke opdrachtgevers aan te schrijven maar de respons viel tegen. Kennelijk is fotograferen nog steeds een luxe waarop het eerst bezuinigd wordt als het economisch tegenzit. Een ander punt is, dat je als beginneling moet opboksen tegen de concurrentie van reeds gevestigde fotografen. Her en der lukte het mij om opdrachten te krijgen maar de oogst was toch te mager om te kunnen spreken van een geslaagd initiatief. Na enige tijd moest ik vaststellen dat mijn onderneming geen haalbare zaak w a s " . Ervaar je het niet als een tegenslag, dat je je rechtenopleiding aan de kant schoof voor een initiatief waar uiteindelijk geen muziek in zat? Rassers: "Ik heb geen spijt van mijn keuze ook al werd die geen succes. De mensen zeggen wel dat ze boordevol initiatief zitten maar als het erop aankomt laten ze het uit pure scheiterigheid afweten! Ik heb tenminste geprobeerd om zelf iets tot stand te brengen! Voor mij zat er niets anders op dan om een werkkring te zoeken maar ik wilde geen baan in de advocatuur of bij de rechterlijke macht. Ik wist eigenlijk heel goed wat ik niet wilde. Joost Rassers: werkloosheid geen straf.
Henk Zomer.
Afscheid van Prof. Willems
Tilburgs Hogeschoolblad
Rassers: " I k ving ongeveer f 1550 gulden netto per maand en daar was ik tevreden mee". Toen je halve dagen ging werken verdiende je nog minder. Rassers: "Klopt maar ik werkte daar ook maar 20 uur per week voor. De rest van de week was ik vrij en dat vind ik uitstekend! Als je de krant openslaat of de TV aanzet zie en hoor je het woord arbeidstijdverkorting maar als het gaat om de loonoffers om die arbeidsverkorting te bekostigen laten de mensen het afweten!" Die tijdelijke arbeidscontracten zijn voorbij en je zit nu in de fuik van een uitkeringsregeling. Rassers: "Fuik? Ik ervaar het werkloos zijn niet als een straf. Ik amuseer me wel. Veel mensen zien op tegen werkloosheid omdat ze met hun vrijetijd geen raad weten. Gelukkig ben ik niet behept met het verlangen naar een stercarriëre en neem gemakkelijk afstand van het daarbij behorende arbeidsethos. Over mijn uitkering van 1200 gulden heb ik niet te klagen. Ondertussen zoek ik naar werk ook buiten mijn vakgebied al sla ik de kansen dat ik snel iets vind niet hoog aan. Tijdens mijn studie ben ik niet goed voorgelicht over mogelijke beroepsperspectieven en het gekke is, dat ik dat toen ook niet als gemis heb ervaren..."
De Utrechtse jurist Mr. Joost Rassers (31) studeerde in 1979 af in het Nederlands recht met als specialisatie straf-
Toen op de laatste redactievergadering van het vorige jaar de activiteiten voor 1984 werden doorgesproken was daarbij ook het plan om Prof. Willems uit te nodigen voor een vraaggesprek. Op maandag 16 januari werd bekend dat dit voornemen geen doorgang kon vinden. Na een kortstondig ziekbed was Prof. Willems vrij onverwacht overleden. Vorige week donderdag vond in Enschot de plechtige uitvaartdienst plaats van een hoogleraar die als mede-oprichter van de sub-faculteit psychologie veel voor de Hogeschool heeft betekend. Na de requiemmis die door enkele honderden mensen werd bijgewoond begeleidde een lange rouwstoet Willems naar zijn laatste rustplaats op het dorpskerkhof, 's Middags werd wederom onder grote belangstelling, in de Aula van de Hogeschool een academische rouwzitting gehouden waarin Prof. C. Brunia de herdenkingsrede uitsprak. Brunia gaf een overzicht van de wetenschappelijke
Later heb ik oriënterende sollicitatiegesprekken gevoerd voor functies in de reclassering. Ik ploos kranten en vakbladen na op vacatures maar het aanbod van banen viel tegen. Ik ontdekte dat mijn specialistische opleiding beperkingen oplegde aan mijn wendbaarheid op de arbeidsmarkt. Mijn zoektocht eindigde bij het Regionaal Punt Academici bij het Tilburgse Gewestelijke Arbeidsbureau. Het contact met het Regionaal Punt leverde een tijdelijke arbeidsplaats op bij het Onderwijs Research Centrum van de Hogeschool. Ze vroegen een jurist met kennis van audio-visuele middelen. Wonderwel kwam mijn fotografische verleden hier goed van pas. Na afloop van het arbeidscontract hebben ze me weer in dienst genomen voor halve dagen en voor 8 maanden". Hoeveel verdiende je met de tijdelijke arbeidsplaats?
loopbaan van Willems, die begon met het schrijven van een proefschrift over de voorspelbaarheid van studiegeschiktheid voor hoger onderwijs. Die dissertatie was, aldus Brunia, voor die tijd èn voor Nederland uniek en voorbeeldig. Na zijn promotie hield Willems zich bezig met psychosomatisch onderzoek en het vraagstuk van de geestelijke gezondheid in het bedrijf. Gaandeweg richtte zijn wetenschappelijke belangstelling zich op de ergonomie. Willems trad in dienst bij Philips en ontwikkelde samen met de arts Van Wely en Ir. Kellerman een multidisciplinair team met het doel ergonomische technieken populair te maken. Zij zijn in die opzet ruimschoots geslaagd. Hun Vademecum ergonomie werd een bestseller en verscheen in 7 talen waaronder het Spaans. Vanaf februari 1964 was Willems werkzaam op het Instituut voor Perceptie Onderzoek en werd in aansluiting hierop hoofd van de afdeling Research van het Gemeenschappelijk In-
stituut voor Toegepaste Psychologie te Nijmegen. Vandaar kwam hij naar Tilburg, aanvankelijk als lector, later als hoogleraar. De samenwerking met Van Wely leidde tot een tweede co-produktie 'Ergonomie: Mens en Werk' die bekroond werd met een onderscheiding die slechts in hoge uitzondering aan een niet-medicus wordt toegekend. Later schreef Willems samen met zijn collega's Drenth en De Wolff een 764 pagina's tellende bundel over bedrijfspsychologie, gevolgd door een tweede over Arbeids- en Organisatiepsychologie. Bovendien werd met Drenth, Thierry en De Wolff het ambitieuze plan uitgevoerd een gelijksoortige Engelstalige bundel te publiceren. Het laatste boek van Willems dat hij opdroeg aan zijn vrouw en zoon ging over de psychologie van menselijke verrichtingen. Brunia memoreerde, dat Willems als mede-oprichter van de sub-faculteit psychologie door adviezen en bestuurlijk werk wezenlijke bijdragen heeft geleverd tot wat de sub-faculteit geworden is op het gebied van onderwijs en onderzoek.
Daarnaast was hij bereid om als vertrouwensman bemiddelend op te treden in personele aangelegenheden. Mensen die Prof. Willems van nabij hebben leren kennen karakteriseren hem vrijwel zonder uitzondering als een oprechte en rustgevende man die om anderen gaf. Wat het overlijden van Prof. Willems in puur menselijk opzicht betekent bracht Brunia als volgt onder woorden: " W e zullen hem nooit meer zien lopen in de gang, bibberend met zijn koffie, zijn onafscheidelijke sigaartjes, 's zomers in zijn bretels. Hij zal nooit meer lange verhalen vertellen. Want dat kon hij. Als je snel iets met Paul wilde regelen was je verloren: hij had altijd wel anecdotes en voor je het wist was er weer een kwartier o m " . Maar ook voor Willems kwam de tijd. " D e laatste vraag die hij aan zijn vrouw stelde luidde: 'Hoe laat is het? Het antwoord daarop had hij voor zijn ziekte al op de faculteit achtergelaten. De slotwoorden van het laatste bestuursstuk dat hij op 19 december schreef luidden: "Hora est: de hoogste t i j d ! " H.Z.
27 januari 1984
TE BERDE
IJP boekhandel pillot fSSB^^S
Heuvel 32-5038 CP Tilburg-tel. 013-42SS2/425218.
Uit voorraad leverbaar:
Weinig interesse van psychologiestudenten voor studiebegeleiding Vanuit de subfaculteit Psychologie wordt reeds voor het tweede jaar gewerkt aan het opzetten van een studievaardigheidscursus voor eerstejaars psychologiestudenten. Deze cursus is bedoeld om te helpen bij het studeren op de Hogeschool. Er wordt ingegaan op zaken als tekststructuur, studiestrategie en studieplanning. Ook bij de subfaculteit Letteren is op dit moment, op een aanzienlijk grootschaliger niveau, sprake van systematische studiebegeleiding. Ondanks al deze inspanningen is er, bij de subfaculteit Psychologie althans, van de kant van de studenten weinig interesse voor enige vorm van studiebegeleiding. Net zoals vorig studiejaar valt het animo voor de cursus na een veelbelovende start snel terug naar een bedenkelijk laag aanwezigheidsniveau. Eerstejaars studenten in de psychologie hebben kennelijk geen studievaardigheidsbegeleiding nodig. Het kan natuurlijk ook zijn dat het eerstejaars studieprogramma dermate veeleisend is dat men de schaarse vrije tijd liever reserveert voor andere dan hogeschoolaangelegenheden. Toch kan men zich de vraag stellen of studiebegeleiding wel zo nood zakelijk is. Nog belangrijker is echter de vraag wat studiebegeleiding eigenlijk betekent of zou moeten betekenen. Als studenten van de middelbare school, het H.B.O., een werkkring,^het gezin, etc. overgaan op het studeren aan een universiteit of hogeschool kan deze stap in principe problemen opleveren. Het kan zijn dat de beginnende student wel voldoende voorkennis lijkt te hebben maar (nog) niet over die vaardigheden beschikt die van belang zijn voor een behoorlijk studieverloop, vaardigheden die de universiteit zo hoog in het vaandel heeft staan, namelijk kritisch kunnen denken, snel de betekenis van iets kunnen achterhalen, iets constructief of creatief kunnen aanpakken, een eigen visie of manier van denken kunnen hanteren, etc. Kijken we naar het feitelijk op de hogeschool in het eerse studiejaar (bijvoorbeeld bij psychologie) gebeurt dan zien we al heel snel dat men vrij eenzijdig de nadruk legt op de zogenaamde reproductieve studiesactiviteiten. Dit type activiteiten is voornamelijk gericht op het memoriseren en reproduceren van de aangeboden leerstof. Het beeld van onderwijs als dè manier van cultuuroverdracht (conserverend onderwijs) is hier duidelijk in terug te vinden. Studiebegeleiding, gericht op het aanleren van vaardigheden, wordt in dit geval door de studenten pas dan als nuttig of relevant ervaren als deze hen meer gereedschap verschaft om aan hun situatie het hoofd te bieden. Zaken als studieplanning, het aanpakken van studieteksten, tentamenstrategieën, etc. dienen volgens hen in de begeleiding centraal te staan en het trainen van deze overlevingsstrategieën zal dan ook voorop dienen te staan. Studiebegeleiding zou zich echter ook op iets geheel anders kunnen richten. De visie die de student op het onderwijsleerproces heeft kan centraal gesteld worden met de bedoeling de student geleidelijk meer inzicht te verschaffen in zijn of haar studiesituatie. Uit onderzoek is gebleken dat eerstejaars studenten komend uit het middelbaar onderwijs hun universitaire leven beginnen met een fundamenteel reproductieve visie op leren. Dit wil zeggen dat "leren" door hen voornamelijk gezien wordt als een door anderen bepaalden, opgelegde activiteit die gericht dient te zijn op de min of meer directe transfer van kennis, aangeboden in boeken en diktaten. Op een later tijdstip dient deze als "waarheid" opgevatte kennis weer gereproduceerd of in een enigszins gunstiger geval, op de een of andere wijze gebruikt te worden. Studenten met een dergelijke visie op leren zien het onderwijs dan ook als een instantie die de stof voor hen organiseert, structureert èn interpreteert. Nemen we dit laatste beeld op dit moment voor waar aan dan lijkt de eerstbeschreven vorm van studiebegeleiding hier het best op aan te sluiten. Kijkend vanuit het feitelijk gegeven onderwijs èn vanuit de visie die veel beginnende studenten op het onderwijsleerproces hebben kan dus gesteld worden dat de stuTilburgs Hogeschoolblad
TE BERDE
diebegeleiding die vaardigheden dient aan te brengen of verder te ontwikkelen die het proces van reproductie van kennis verbeteren, en zelfs perfectioneren. Maar vanuit de doelstelUngen van de universiteit, een meer humanistische en minder technocratische visie op onderwijs, alsmede vanuit de verwachtingen die de maatschappij als geheel van (nog) goed betaalde academici mag hebben zou de studiebegeleiding eerder moeten zorgen voor vaardigheden als zelfstandig kunnen werken, een eigen visie kunnen ontwikkelen, een probleemoplossende attitude kunnen hanteren, de kijk op de wereld kunnen relativeren, kortom, het verwerven van een meer constructieve werkwijze. Zou men echter dit soort vaardigheden in het middelpunt van een cursus studievaardigheidsbegeleiding plaatsen dan is de kans heel groot dat slechts die studenten geïnteresseerd zijn, die toch al bezig zijn hieraan meer aandacht te schenken in hun studie. De drempelvrees die kennelijk bij veel eerstejaars studenten voor studiebegeleiding bestaat wordt hier bepaald niet door verminderd of weggenomen. Je kan als studiebegeleider zo in een heel vervelende situatie komen te zitten. Het onderwijs zelf en de ideeën van veel beginnende studenten wijzen in de richting van een vorm van studiebegeleiding die slechts op de korte termijn kan werken en niet erg "ontwikkelend" overkomt. Natuurlijk is het in principe mogelijk om via een meer longitudinale planning een meer gesloten, aangepaste, "technische" vorm van studiebegeleiding langzamerhand te laten overgaan in een begeleidingsvorm gericht op het ontwikkelen van een eigen visie op het bestudeerde vakgebied. Dit zou dan wel betekenen, dat er in het beleid van de hogeschool meer ruimte dient te komen voor deze begeleidingsvorm. Tot nu toe wordt nog te veel vertrouwd op de goede wil van een aantal onvermoeibare hobbyisten. In nota's over de beoordeling van universitaire docenten wordt tot nu toe onvoldoende aandacht geschonken aan die aspecten van goed onderwijs welke als aantrekkelijk worden beoordeeld door studenten met meer constructieve visies op leren. Het gaat dan om onderwijsactiviteiten als het voeren van dialogen (gelijkwaardigheid!) in plaats van monologen, het ter discussie stellen van de eigen opvattingen, studenten de kans geven, uitnodigen zélf problemen te stellen en op te lossen, kortom om echt goed onderwijs. Onderwijs dat meer lijkt op het cultiveren van een tuin dan op het bouwen van een huis.
RECHTEN Brahn
Zwaartepunten van het Nieuwe Huwelijksvermogensrecht Bregstein Verzameld werk Zeben Arresten Burgerlijk Recht Schie Hoofdlijnen Belastingrecht Kluwerpocket Belastingwetten 15e druk verschijnt feb./mrt. 1984 Breedveld Grondwet in kort Bestek Andriessen Economie in Theorie en Praktijk Hartkamp Aard en Opzet van het Nieuwe Vermogensrecht Mohr Van Maatschap VOF en CV Schilfgaarde Van NV en BV 5e druk, verschijnt jan. '84 Asser Rechtspersoon 2-11 V. Wijk Hoofdstukken Administratief Recht Burg Rechtsbescherming tegen de Overheid Pot/Donner Handboek Ned. Staatsrecht Algra Inleiding tot het Nieuw Burg. Recht Kluwer Pocket Rechtspersonen Vermande BW/Nieuw BW
65,90 34,00 65,10 39,90 15,65 30,80 22,95 48,95 67,15 49,95 21,20 70,15 76,50 26,32,80
ECONOMIE Schieman Schieman Oldendorff
Beheersing van Bedrijfsprocessen 20 cases bij beheersing Organisatie van Samenwerking in het Bedrijf
36,35 28,75 26,50
Wijsgerige sociale verkenningen Filosofie en intersubjectiviteit
54,25 35,10
FILOSOFIE Beerling Korthals
UW STUDIEBOEKEN UIT VOORRAAD LEVERBAAR Op nog geen vijf minuten lopen van de Hogeschool Boekhandel Glanotten is van oudsher de gespecialiseerde boekhandel In Tilburg op het gebied van wetenschappelijke literatuur. Wij streven ernaar, overigens in nauwe samenwerking met de docenten om alle literatuur - van propedeuse tot en met doctoraal - uit voorraad te leveren. Ook kollektieve bestellingen zijn mogelijk, neem hiervoor kontakt op met John van de Wiel. En erg dichtbij; onder de 5e studentenflat. Gemakkelijker kan het bijna niet!
Tweedehands-studieboeken Boekhandel Gianotten is onlangs gestart met de In- en verkoop van 2e hands-studieboeken. Kom gerust eens kijken of er Iets voor u bijstaat. Laat de studieboeken die u niet meer nodig heeft door ons beoordelen. Meestal geven wij u eenderde van de nieliwwaarde terug.
boekhandel gianotten b.v. studentenboekhandel Prof. Verbemelaan 20. (Onder de 5e studentenflat). 27 januari 1984
MEDEDELINGEN
- Wetteksten:
MEDEDELINGEN VANUIT DE DIENST PERSONEELSZAKEN /. Wijziging verblijfkostenvergoedingen dienstreizen Met terugkerende kracht tot 1 december 1983 zijn de percentages voor de verblijfkostenvergoedingen voor dienstreizen, welke zowel in het binnenland als naar het buitenland worden gemaakt, als volgt gewijzigd: - voor de overnachting mag ten hoogste 45% (was 44%) per nacht worden gedeclareerd; - voor het diner is het percentage verlaagd naar 20% (was 21). Het bedrag van f 131,— etmaalvergoeding is ongewijzigd gebleven. 2. Spreel(uren salarisadministratie De spreekuren van de salarisadministratie zijn van 11.00-12.00 uur en 14.00-15.00 uur (Mevrouw F. van der Aa). U kunt alleen tijdens deze spreekuren terecht voor informaties, het afgeven en invullen van diverse formulieren, vragen in verband met salarisbetalingen, etc.
- Burgerlijk Wetboek/Nieuw Burgerlijk Wetboek, uitgave 1983/ 1984 uit Vermande's Wettenreeks (groene uitgave) (Uitg. Koninklijke Vermande, IJmijden) - Pockeuitgave "Rechtspersonen/Wetboek van Koophandel" uit de serie Kluwers wetboeken en Wetten, 12e druk (11e of 10e druk dit semester echter ook nog te gebruiken) Tijdens het semester zal waarschijnlijk nog nader een boek over vennootschapsrecht/ondernemingsrecht worden opgegeven. Inschrijving voor deelname aan de colleges gaarne bij Tineke Kleine, kamer B 523, tel. (66)2416 onder vermelding van studierichting en stijl (oude of TFS) Mr. M.J. van Vliet is in beginsel op maandag en woensdag bereikbaar voor onderwijszaken en houdt bij voorkeur spreekuur op woensdag vanaf 13.30 uur, kamer B 527, tel. 2035.
VACATURE
WIJZIGING COLLEGEROOSTER
Bij de Dienst Algemene Zaken komt vacant de functie van SECRETARESSE voor 0,5 van de werktijd. Informatie over deze functie bij de Dienst Personeelszaken, kamer B 1028 tel 2464
Doctoraal economie T.F.S., wijziging collegerooster voor het vak Economie van Ontwikkelingslanden (370.020). Voor het tweede semester zijn de colleges voor het vak Economie van Ontwikkelingslanden (370.020) als volgt samengesteld: Maandag 15.30-17.30 uur: hoorcollege groep 1 -t- 2 SZ 35 Woensdag 15.30-17.30 uur: werkcollege groep 1 SZ 35 Donderdag 10.30-12.30 uur: werkcollege groep 2 SZ 172
// DOCTORAAL ECONOMIE OUDE STML Sociale Wijsbegeerte en Sociale Ethiek (tweede afstudeervak) - donderdag, 2 februari vindt in Az 02 van 09.30-12.30 uur het eerste werkcollege plaats van Dr. F. van Doorne. De in de studiegids aangekondigde algemene thematiek wordt als volgt gepreciseerd: Over betekenis en grenzen van economische rationaliteit. Tijdens de eerste bijeenkomst worden het werkplan voorgelegd, de achterliggende vooronderstellingen besproken en een onderlinge taakverdeling vastgesteld. DOCTORAAL ECONOMIE OUDE STIJL Seminars Economie van Ontwikkelingslanden. Tweede semester vijfda jaar op maandagmorgen 09.15-12.00 uur in zaal Sz 137. Aanvang college 30 januari 1984. INLEIDING PRIVAATRECHT Voor de in februari te starten colleges Inleiding Privaatrecht (keuzevak voor bedrijfseconomen en verplicht vak voor fiscaal-economen in doctoraal Twee Fasenstructuur; tevens keuzevak kandidaats oude stijl) zal gebruik worden gemaakt van het volgende materiaal: - N.E. Algra: Inleiding tot het nieuw burgerlijk recht, deel I (WoltersNoordhoff, 1983) - M.J. van Vliet: Werkboek Inleiding Privaatrecht, 6e druk 1984; verkrijgbaar bij het Dictatenmagazijn (echter pas nadat het op het aldaar aanwezige prikbord als verkrijgbaar is aangekondigd)
Tilburgs Hogeschoolblad
DOCTORAAL ECONOMIE OUDE STIJL Wijziging collegerooster 2e semester 1984. Het werkcollege Marketig op maandag 13.30-15.30 uur vindt gedurende het hele semester plaats in Cz 218. TEV EXCURSIE Op 23 februari organiseert de Tilburgse Econometristen vereniging een excursie naar een electriciteitsbedrijf in Keulen. Inschrijven voor deze excursie kun je tijdens de borrel en het feest van 2 februari en op de T.E.V.kamer (B 624) in de 2e collegeweek tussen 12.30 en 13.30 uur. Vertrek: 7.45 uur (stipt). Aankomst in Tilburg: 22.30 uur. Kosten: leden f 8, — , niet leden f 13,50.
KEUZEVAK BESTUURSKUNDE Voor doctoraalstudenten (dag- en avondstudenten) die zich tijdens hun studie mede wensen te richten op de organisatie, het functioneren en de taakvervulling van en door het openbaar bestuur, bestaat de mogelijkheid om in het komende semester het keuzevak bestuurskunde (300 uur) te volgen. Het vak is opgebouwd uit twee afzonderlijke cursussen. De ene cursus wordt verzorgd door prof. mr. H.D. Tjeenk Willink en richt zich met name op de inhoud en structuur van bureaucratische besluitvormingsprocessen. De ander cursus draagt meer het karakter van een inleiding in de bestuurskunde en wordt gedoceerd door drs. ing. J.A. Kamphuis. De eerste colleges worden gegeven op maandag 30 januari a.s. van 17.30 tot 19.30 uur (Tjeenk Willink) en van 19.30 tot 21.30 uur (Kamphuis) in zaal SZ 32.
INZAGE EN BESPREKING VAN TENTAMEN STAATS- EN BESTUURSRECHT (PROPEDEUSE EN CD VAN 9 JANUARI J.L Voor de voltijdse studenten die over de nieuwe stof zijn getentamineerd vinden inzage en bespreking van het tentamen plaats tijdens de eerste werkcolleges op dinsdag 31 januari en woensdag 1 februari a.s. Voor de deeltijdse studenten en voor de recidivisten (voltijds en deeltijds) vinden inzage en bespreking van het tentamen plaats op dinsdag 14 februari a.s. van 18.45-20.30 uur in AZ 7. De deeltijdse studenten die op dat tijdstip het college handelsrecht volgen kunnen individueel een afspraak voor inzage en bespreking maken met mr. A.A.L. Beers, tel. 013662469 of 076-417818. Degenen die niet aan het tentamen hebben deelgenomen en willen kennisnemen van het tentamen, de juiste antwoorden en beoordelingsmaatstaven, zijn hiertoe in de gelegenheid door de bijeenkomst op dinsdag 14 februari van 18.45-20.30 uur in AZ 7 bij te wonen.
In het THB van 20 januari j.l. is in de rubriek "JUR" een mededeling geplaatst inzake literatuur en colleges van het vak inleiding privaatrecht. Deze mededeling was bedoeld voor studenten van de economische faculteit en had dus moeten worden geplaatst in de rubriek "ECO".
COLLEGES AMERIKAANS STAATSRECHT
Het keuzevak Regionale Economie dat voor het 2e semester was gepland van 08.30-10.30 uur verschuift naar 14.30-16.30 uur met ingang van 31 januari 1984. De zaalruimte blijft ongewijzigd (n. 1 Az9).
De colleges in dit vak worden komend semester verzorgd door mr. C.F.J. de Jongh. Deze zal beginnen op 31 januari a.s. (plaats AZ 6; tijd: 13.30-15.30 uur). Het onderwerp van dit eerste college zal zijn Inleiding in het rechtstelsel van de Common Law.
Het afstudeervak Geld-Krediet-en Bankwezen dat m.i.v. 2 februari 1984 op donderdag van 9.(X)-12.00 uur wordt gegeven, vindt plaats in SZ 101. Opgave voor 2 februari a.s. bij Dr. J.H. Koning.
Deelneming aan de cursus is verplicht voor studenten van de juridische bestuurswetenschappelijke studierichting, maar staat ook open voor andere doctoraalstudenten van de juridische faculteit. Het eerste college wordt gegeven op dinsdag 31 januari a.s. van 13.30 tot 15.30 uur in zaal SZ 28. VERGELIJKENDE CONSTITUTia NELE RECHTSGESCHIEDENIS Studenten, die belangstelling hebben voor het volgen van het vak Vergelijkende Constitutionele Rechtsgeschiedenis (keuzevak of internationaal vak) worden uitgenodigd voor een oriënterend gesprek op de kamer van prof. mr. J.P.A. Coopmans (B 107) op woensdag 1 februari a.s. te 16.00 uur.
SPOEDCURSUS TERMINALGEBRUIK Belangstellenden hiervoor melden zich via toestel 2240. Het maximum aantal deelnemers bedraagt per gelegenheid: 8 studenten. De duur is: 2 x 3 kwartier (08.4510.30 uur); een syllabus wordt uitgereikt. De plaats: terminal-zaal op het Rekencentrum. Op de volgende data: donderdag 9 februari, 8 maart, 12 april, 10 mei, 14 juni. Statistiek propaedeuse sociologie In de maand februari vindt het hoorcollege Statistiek - voor dag en werkstudenten - op vrijdag 13.3015.30 uur niet plaats in SZ 17 maar in
RECTIFICATIE
DOCTORAAL TFS/KANDIDAATS ECONOMIE
DOCTORAAL GELD-KREDIET-EN BANKWEZEN
den verzorgd (5 colleges). Deze cursus richt zich op het aan studenten bijbrengen van vaardigheden in enerzijds het analyseren en zelf structureren van schriftelijke werkstukken (m.n. beleidsnota's) en anderszijds in het doelmatig opereren in mondelinge overlegsituaties (vergadertechnieken).
CURSUS COMMUNICATIE VAARDIGHEDEN In het tweede semester van het studiejaar 1983-1984 zal door de vakgroep Staats- en Administratief recht i.s.m. het Talencentrum een cursus communicatieve vaardigheden wor-
27 januari 1984
PROPEDEUSE In plaats van T3 op 13 augustus 1984 zal voor het examenonderdeel "Inleiding in de Psychologie" een tentamenbeleid worden geboden op dinsdag 13 maart 1984, om 18.00 uur in AZ 115. (T3 van 13 augustus komt hiermede te vervallen!)
OO
^^1
Deze gelegenheid staat open voor voltijd- en deeltijdstudenten. De studieadviseur D. Lindenau is afwezig vanaf 21 januari t/m 6 februari 1984. Avondspreekuur t.b.v. deeltijdstudenten gaat niet door op: 20 en 27 januari en op 3 februari.
i
ROOSTERCORRECTIE 4e semester Filosofie, werkgroep 2 (dinsdag 15.30-17.30 uur) is verplaatst naar PZ 41. 6e SEMESTER a) Klinische psychologie-B werkgroep 1 is verplaatst naar dinsdag 16.00-18.00 uur in PZ 814 (was maandag 10.30-12.30). b) Studenten die in het 6e semester de cursus Historische Psychologie willen volgen worden venwezen naar het 4e semester college op dinsdag 13.30-15.30 uur in PZ41. De in het 6e semesterrooster opgenomen cursus (15.30-17.30 uur) komt hiermee te vervallen.
PROPEDEUSE Lokaalwijziging m.b.t. de (deeDtoetsen. Met betrekking tot blok 3 en 4 worden deze afgenomen in AZ 115 - WG 1 t/m 9 AZ 112 - WG 10 en de studenten van de avondopleiding. CURSUS PSYCHE EN MAATSCHAPPIJ Eerste hoorcollege op maandag 30 januari 13.30 uur. Werkgroepen beginnen vanaf 6 februari.
DOCTORAAL WIJSBEGEERTE VAN HET ECONOMISCH WETENSCHAPSBELEID Aan studenten die deelnemen aan het doctoraalprogramma "wijsbegeerte van het economisch wetenschapsgebied" wordt door Dr. F. van Doorne een werkgroep maatschappijfilosofie aangeboden. Het zal handelen over betekenis en grenzen van economische rationaliteit. Deze werkgroep vindt plaats in AZ 02, en het vangt aan op donderdag 2 februari van 9.30-12.30 uur. Tijdens de eerste bijeenkomst worden het werkplan voorgelegd, de achterliggende vooronderstellingen (m.n. Habermas' algemene handelingstheorie) besproken en een onderlinge taakverdeling vastgesteld.
emiel de jong b.v. (de (jrukkers uit baarle-nassau
gespecialiseercd in: — brochures boeken — kranten
voor inlichtingen: toestel 25, j . de jong
MEMO
Stud en ten ^m^^ CONGRES VITE Op 16 februari 1984 organiseert VITE (Vereniging voor Infernale Tilburgse Economen en Juristen) een congres met als thema 'Mensenrechten, grondslag van het Nederlands bui tenlands beleid?'. Het congres vindt plaats in de aula van de Katholieke Hogeschool Tilburg. De kosten van deelname bedragen voor studenten f 20, — , voor niet studenten ^ 50, — met voor VITEle den f5,— korting. Hierin zijn begre pen de kosten van de voorbereidings bundel, koffie/thee en lunch. Opga ve voor deelname gaarne zo spoedig mogelijk door storting van genoemd bedrag op girorek. 5278453 of ban krek. 43.96.92.687 t.n.v. VITE, Til burg onder vermelding van 'congres mensenrechten'. Inlichtingen kunnen desgewenst worden verkregen op de Vitekamer (013662722), bij T. Derikx (013 632149) of bij Pers en Voorlichting (013662000). Programma: 9.3010.00 uur: Ontvangst en koffie. 10.0010.05 uur: Openingswoord door de voorzitter van VITE 10.0510.15 uur: Introductie door de voorzitster van het congres Mr. Ma rijn de Koning. 10.1510.55 uur: Mr. A . F . van Don gen, adjunctcoördinator mensen rechtenbeleid op het Ministerie van Buitenlandse Zaken; Historisch over zicht rol van de mensenrechten in het buitenlands beleid. 10.5511.35 uur: Prof. Mr. P. van Dijk, studie en Informatiecentrum van de Mensenrechten te Utrecht; doorwerking van de factor mensen rechten in het huidige buitenlands beleid. 11.3512.00 uur: Pauze. 12.0013.00 uur: Mr. G .J.H, van Hoof, Universiteit van Utrecht, Prof. Mr. F.J.M. Feldbrugge, Instituut Oosteuropese Studies Leiden; twee tal casestudies over respectievelijk Chili en USSR. 13.0014.15 uur: Lunch. 14.1514.55 uur: Mr. R.C.M. Chorus, Nederlands Christelijk Werkgevers verbond; Visie van het bedrijfsleven. 14.5517.00 uur: Forumdiscussie met Mr. van Dongen, Mr. Chorus, Mevr. Drs. J . Petter (Amnesty Internatio nal), Drs. H.J.B. Aarts (tweede ka mer CDA), Dhr. J . D . Blaauw (twee de kamer W D ) en een tweede kamerlid van de PvdA. VITE-LEZING Op donderdag 9 februari 19d4 organi seert VITE (vereniging voor Internati onale Tilburgse Economen en J u risten) een lezing door Dhr. Post, lid van de Nederlandse delegatie naar de N.A.V.O. met als onderwerp 'De rol van Nederland binnen de N.A.V.O. tijd: 14.0016.00 uur. plaats: AZ9 Na een inleiding van ongeveer een uur zal er gelegenheid zijn tot discus sie. POLSOC I N 1S84 Sinds twee jaar bestaat binnen de subfakulteit sociologie de Werkgroep Politieke Sociologie (Polsoc). Polsoc bestaat uit een aantal studenten die bezwaren hebben tegen de vorm en inhoud van het onderwijs aan de sub faculteit sociologie. In die twee jaar heeft deze werkgroep een aantal aktiviteiten ondernomen met het doel hier enige verbeteringen in aan te brengen. Zo is bijvoorbeeld bereikt dat de om streden kursus Methoden en Tech
Tilburgs Hogeschoolblad
nieken 5 voor dit jaar fakultatief gesteld is en is de vakgroep S M T ver plicht om hun onderwijsprogramma bij te stellen. Daarnaast houdt Polsoc nauwlettend de gang van zaken op de fakulteit in het oog. In '83 is ondermeer het for matieplan "G lobale schets van het onderwijs en onderzoek in de jaren tachtig" op tafel gekomen, wat ver regaande gevolgen zou hebben voor de studenten aan de subfakulteit. Om studenten hierover beter te infor meren heeft Polsoc toen o.a. een hearing georganiseerd die uiteindelijk resulteerde in een terugtrekking van het Formatieplan. Eind november is overigens een nieuwe kernnota uit gekomen, waarover studenten nog nadere informatie zullen ontvangen. Verder organiseert Polsoc regelmatig lezingen, zo hebben afgelopen se mester G . Kruyer en Paul Kalma gesproken. leder semester organiseert Polsoc een aantal kursussen voor studenten. Vorig semester is er, naast een afron ding van een vorig jaar gestart onder zoek naar de onderwijservaringen van student/es en naast de bestude ring van het boek " D e tweede sekse" van S. de Beauvoir, een nieuwe inlei dende kursus geweest, waarin de bundel "Kritiek op de sociologie" is gelezen. De leden van deze laatste groep heb ben nu het initiatief opgevat om het boek van W . van Reijen "Filosofie als kritiek. Inleiding in de kritische theo rie" te gaan lezen. Dit is een over zichtsbundel van de Frankfurter Schule en de daarmee verbonden kri tische theorie, waarin de filosofische en sociaalkulturele achtergronden die van invloed zijn geweest op de kritische theoretici (zoals daar zijn Adorno, Horkheimer, Marcuse, Ben jamin) geschetst worden en ook in formatie over de huidige generatie Frankfurters: Habermas, Offe, Negt etc. gegeven wordt. Zij hebben zich vooral beziggehou den met het analyseren van de wis selwerking tussen wetenschap, filo sofie, kunst en de maatschappelijke realiteit en hanteerden daarbij als uit gangspunt verzet tegen de "burgerlij k e " wetenschapsopvatting, verkom mercialisering van de politiek, en de overheersende macht van de media. Als alternatief zoeken ze naar metho den waarmee de humanisering van politiek en produktie kan worden her wonnen.
Belangstellenden kunnen zich voor deze kursus opgeven bij René Sa velsberg (tel. 636432). Hiernaast bestaat altijd de mogelijkheid om met nieuwe initiatieven te komen, die bij voldoende belangstelling uitgevoerd kunnen worden. Werkgroep Politieke Sociologie
ICHTHUS-LEZING " H e t christendom wordt vaak verwe ten dat zij exclusief denkt en weinig tolerant is tegenover andere (we reld) godsdiensten. Dit heeft logi scherwijs te maken met de zienswijze van het christendom op G od en de manier waarop mensen met Hem kontakt kunnen krijgen en houden. Zo hebben alle godsdiensten elk hun eigen godsbegrip en idee over kon takt tussen de godheid en de mens. Bij het christendom uit dit zich onder meer in een sterke zendingsdrang, een gevolg van het exclusieve den ken: "andere godsdiensten leiden (uiteindelijk) niet tot G o d " . Dit is in de meningsvorming over en kritiek op het christendom vaak een essen tieel punt. Over de geldigheid van de ze denkwijze zal JOHN WALLIS op
de Hogeschool vraag: DO ALLE GOD?
spreken
RELIG IONS
over
de
LEAD
TO
John Wallis was vijf jaar christen zendeling in ZuidKorea en is thans direkteur van "Overseas Missionary Comittee". Naast de lezing zal er ook gelegenheid zijn tot diskussie. Het geheel zal plaatsvinden op woensdag 1 februari om 79.30 uur in zaal AZ 7 van de Hogeschool (hoofd gebouw). De avond wordt georganiseerd door de evangelische studentenbeweging Ichthus. N.B.: de lezing zal (dus) engelstalig zijn." AIESEC-LEZING Op 2 februari a.s. zal om 16.00 uur in zaal AZ6 een lezing worden gehou den door prof. Zijlstra van de E.A.P. (École Européenne des Affaires) te Parijs. Deze lezing, die georganiseerd wordt door AIESECTilburg i.s.m. Buro Buitenland is bedoeld om Til burgse studenten te wijzen op de unieke mogelijkheden die deze Euro pese managementenopleiding hen te bieden heeft. JURISTENCAFÉ Vanaf vrijdag 3 februari kunnen rech tenstudenten terecht in La Cabane, waar wekelijks op vrijdag vanaf 15.30 uur tot 17.30 uur een juristencafé wordt georganiseerd. Woensdag 15 februari is er een ju ristenfeest in Variété. De entree be draagt f 1, — . Aanvang 21.30 uur, tot 03.00 uur. Zie verder de aanplakbiljetten. POLEK-LEZING Polek organiseert een lezing over " D e relatie MarxismeFeminisme" door Irene Dubel op maandag 30 ja nuari om 20.00 uur in AZ9. T.E.V.-BORREL Donderdag 2 februari organiseert de T.E.V. weer de eerste borrel van het nieuwe jaar. Je wordt vanaf 16.00 uur in het Dorstig Hert verwacht, 's Avonds zal het TEVTOETERFEEST dan definitief leven in het nieuwe jaar blazen. Deze happening zal om 21.00 uur beginnen in café La Cabane. De toegang is gratis. VRIJWILLIGERS VRIJWILLIG OP VAKANTIE Lichamelijk en zintuiglijk gehandicap ten hebben recht op vakantiel Hebben zij daar echter ook de moge lijkheid voor? Veel lichamelijk en zintuiglijk gehan dicapte mensen zouden individueel op vakantie willen, maar kunnen dit moeilijk zonder begeleiding. Zij heb ben vaak hulp nodig bv. bij het zich aankleden, voor het duwen van een rolstoel enz. Om deze individuele vakantie voor li chamelijk en zintuiglijk gehandicap ten mogelijk te maken worden veel enthousiaste mensen gezocht; vrij willigers/sters met of zonder ervaring in het vezorgen, verplegen van licha melijk en zintuiglijk gehandicapten tij dens hun vakantie. De vakanties kun nen plaatsvinden in binnen en bui tenland, in ieder jaargetijde en de duur kan variëren van een dagjeuit tot één of meerdere weken. De reis en verblijfskosen van de vrijwilli ger/ster zijn in principe voor rekening van de gehandicapte aanvrager. Om nu die mogelijkheid voor de li chamelijk en zintuiglijk gehandicapte uit te breiden, kunt u zich opgeven als vrijwilliger/ster bij de 'Stichting Werken'. Deze Stichting verzorgt de bemiddeling tussen aanvrager (ge handicapte) en vrijwilliger/ster. Alleen door het inschakelen van veel
vrijwilligers/sters is het voor de licha melijk en zintuiglijk gehandicapten mogelijk het recht op vakantie te ver wezenlijken. Wij hopen dan ook dat veel vrijwilligers/sters vanaf 20 jaar en ouder zich aanmelden bij: Stich ting Werken, afd. vakantiebemidde lingsburo. Lange Voorhout 48, 2514 EG DEN H A A G , tel: 070649920. (Hier kunt u ook terecht voor meer informatie).
Talencentrum
^
RECTIFICATIE De openingstijden van het secretari aat zijn van maandag tot en met don derdag van 9.45 tot 11.45 uur. Dit in tegenstelling tot hetgeen vermeld stond in THB 18.
Varia I SKRIPT Skript is een tijdschrift voor hen die geïnteresseerd zijn in geschiedenis en het werk van geschiedenisstudenten aan de Universiteit van Amsterdam. Onlangs verscheen het vierde thema nummer van Skript, historisch tijd schrift (jrg. 5, nr. 4, decemberjanuari 1984) gewijd aan het thema "Beeld materiaal en materiële cultuur als historische b r o n " . In dit nummer arti kelen over: het geïllustreerde tijd schrift in de eerste wereldoorlog, Nij meegse promotiefilms, Foucault en oude verzamelingen, onderwaterar cheologie en een interview met de Engelse historicus Peter Burke ("po pular culture in early modern Euro pe". U kunt dit dubbeldikke themanum mer bestellen door f 7,50 over te ma ken op giro 2624858, t.n.v. Stichting Skript tijdschrift. Herengracht 286, 1016 BX Amsterdam. Jaarabonne menten (4 nummers), door overma king van f 15, —, op bovenstaand gi ronummer onder vermelding van V4 (u ontvangt dan dit nummer nog).
FOUCAULT-SYMPOSIUM Wat hebben wijsbegeerte en ge schiedschrijven met elkaar te maken? Een manier om op die vraag een ant woord te krijgen is de bestudering van het werk van Michel Foucault, die zowel op wijsgerig als op histo risch gebied werkzaam is. Het leek de contactcommissie Centrale Interfa culteitSubfaculteit Maatschappijge schiedenis van de Erasmusuniversi teit te Rotterdam daarom een goed idee een symposium te wijden aan deze Franse filosoofhistoricus. Dit symposium vindt plaats op maandag 30 januari 1984, 13.0017.15 uur, in collegezaal 6 van het complex Hobo ken van de Erasmusuniversiteit. Het programma vermeldt de volgen de onderdelen: 13.0013.30 uur: Portret van Michel Foucault 13.3014.30 uur: dr. F. Ankersmit en prof. dr. P. Blaas: Episteme en perio disering bij Foucault 14.3015.30 uur: dr. P. Spierenburg en mr. drs. R.J. de Folter: Foucault en de geschiedenis van het strafrecht 15.3015.45 uur: Pauze 15.4516.45 uur: drs. J . Oosterhoff en drs. H. G roenendijk: Foucault en de geschiedenis van de sexualiteit 16.4517.15 uur: Plenaire discussie. Het symposium is voor iedereen vrij toegankelijk. Een bundel met inlei
27 januari 1984
dende teksten is vanaf 20 januari ver l<rijgbaar op de Centrale Interfaculteit van de Erasnnusuniversiteit, kamer PT 20, Postbus 1738, 3000 DR Rot terdam, tel. 010525511, tst. 3078.
Buro
Buitenlan d ^
Op Buro Buitenland (B1013) liggen ter inzage de programma's van resp. 't culturele vedrag NederlandYugo slavië 198486 en de culturele en we tenschappelijke samenwerking tus sen de USSR en Nederland 198486. The British Council organiseert van 1527 juli de cursus 'Technology and Rural W o m e n : an International Perspective'. Plaats: University of Reading. Kosten: variërend van £ 405 tot £ 695. Aanmeldingen tot 27 maart. Inlichtingen: British Council, tel. 020223644. Keizersgracht 343, 1016 EH Amsterdam. Op Buro Buitenland (B1013) ligt eveneens ter inzage gedetailleerde in formatie m.b.t. (o.a.) de volgende cursussen die door Het InterUniver sity Centre of postgraduate studies, Dubrovnik, verzorgd worden: Re search in Journalism (April 2327), Comparative Policy Studies (June 25July 6), Anthropology and Health: biological and sociocultural contri butions (August 1324), Peace Stu dies (April 1627), Between Seman tics and Pragmatics (May 718) en Social G erontology in International and CrossCultural Perspectives (May 28June 8). ■
fï^rj Menu PERIODE 30 JANUARI T / M 3 FEBRUARI 1984 M A A N D A G 3011984 linzensoep kippesoep saucijsje ananasburger vleesjus bloemkool met melksaus savoyekool DINSDAG 3111984 chinese groentesoep kervelsoep met asperges nasi goreng kroepoek plakje fricandeau tjaptjoy uienbraadworst tuinboontjes WOENSDAG 121984 oxtail claire juliennesoep biefstuk tartaar kerryburger uiensaus doperwlen rabarber DONDERDAG 221984 heldere aspergesoep goulaschsoep hachee gelderse schijf stamppot wortel met uien zuurkool VRIJDAG 321984 tomatensoep gevulde paprika hongaarse saus varkensvleesragoüt gemengde sla
Han Kerckhoffs in Oroonoko (foto: Kees de Graaff) STADSSCHOUWBURG
"Orooiioko" door Globe Voorstelling: "Oroonoko" van Thomas Southern door Globe. Regie: Antoine Uitdehaag. Met: Wim van der Grijn, Liesbeth Coops, Guusje van Tilborgh e.a. Te zien: 3 en 4 februari in de Stadsschouw/burg, aanvang 20.15 uur. Voor pure liefde is in de voorstellingen van Globe nooit plaats. Liefde en liefdesrelaties zijn nooit eerlijk, de één profiteert altijd van de ander en als er dan eens een mooie romance opbloeit tussen personages, wordt die binnen de kortst mogelijke tijd verstoord door anderen of door de personages zelf. In "Oroonoko" worden er twee kanten van de liefde belicht. Prins Oroonoko, als slaaf uit zijn vaderland weggehaald, houdt zoveel van zijn Imoinda dat zij hem dierbaarder is dan vrijheid, vrienden en vaderland. Imoinda beantwoordt zijn STADSSCHOUWBURG
Cherub Company woensdag 1 februari, 20.30 uur studio-zaal Twee akteurs en vier aktrices uit Londen zorgen voor een prima avondje engelstalig toneel. Zij spelen de veertien rollen in het toneelstuk 'Twelfth Night' van Shakespeare dat gebaseerd is op de traditie dat op de twaalfde dag na kerstmis het de bedienden was geoorloofd hun meester te bespotten en voor één dag zijn plaats in te nemen. Toegangsprijzen: f 5 , - , f 7,50 en f 1 0 , - . Kaartverkoop start woensdag 25 januari. STADSSCHOUWBURG
Performance door groep Gjalt Walstra vrijdag 27 januari, 20.30 uur studio-zaal Wat is op vakantie gaan? Een zomers ritueel van mensen, die zich als robotten (laten) verplaatsen van de ene plek naar de andere. Dit antwoord lijkt beeldend kunstenaar, performeer en filmer Gjalt Walstra te willen geven in de theaterperformance: 'studie 1 de reis'.
Tilburgs Hogeschoolblad
gevoelens. Omdat zij beiden slaven zijn, /? hun liefde echter een onmogelijkheid. Maar die liefde is voor Oroonoko echter ook een belemmering om zich in de strijd om de vrijheid te werpen, hij is veel te bang om Imoinda kwijt te raken. Een tragisch einde onderstreept de illusie die hun pure liefde is. Vlak naast de tragedie van Oroonoko speelt zich een heel ander soort drama af. Twee vriendinnen zijn naar de plantages vertrokken omdat ze verwachten dat mannen daar in de bomen hangen, klaar om te plukken. Het is hen alleen om het geld te doen en daar komen ze eerlijk voor uit. Een ingewikkelde situatie ontstaat als één van hen zich als man verkleedt om een rijke weduwe aan de haak te slaan. Na de nodige intriges en onderlinge verwisselingen is uiteindelijk iedereen van een partner voorzien. Aanleiding van deze reproduktie Studie 1 'de reis', die op vrijdag 27 januari in de studio-zaal gespeeld wordt, is een gevonden reisdagboek over de periode 1923-1955 van een Haarlemse tandarts. In dit dagboek een zeer zakelijk verslag, waarin enig spoor van emotie ontbreekt, zodat de reisverslagen niet meer geven dan gortdroge opsommingen van schepen en treinen, weerberichten, bezochte bezienswaardigheden en ontmoetingen. De manier hoe de groep dit gegeven verwerkt heeft, levert een zeer konfronterende manier van 'theater'op. Het is alles of niets. De groep Gjalt Walstra is ontstaan uit een samenwerkingsverband met Minneke van der Burch, moderne dans en Gjalt Walstra, beeldend kunstenaar. STADSSCHOUWBURG
Hedendaagse snaarmuziek door Arnold Dreyblatt zaterdag 28 januari, 22.00 uur studiozaal De Amerikaanse musikus Arnold Dreyblatt zal op zaterdag 28 januari om 22.00 uur een konsert verzorgen in de studio-zaal. Hij zal begeleid
De moraal van dit toneelstuk was oorspronkelijk: aan kuisheid en trouw heb je niets, ga maar gerust vreemd dan wordt je best gelukkig. Die gedachte paste helemaal in de tijd waarin "Oroonoko" geschreven is, 1695, de tijd van de Engelse Restauratie. Een tijd waarin de "upperclass" het eervol vond om het gevoel zo min mogelijk mee te laten tellen in relaties, en sex en wantrouwen dagelijkse begrippen waren. Globe heeft het cynisme in het stuk uitvergroot en benadrukt dat er uiteindelijk niemand gelukkig is, door een subtiel spel zonder woorden toe te voegen aan het laatste bedrijf. Daaruit blijkt dat geld en sex nog steeds belangrijker zijn dan van elkaar houden en gelukkig zijn. Doordat de twee verhaallijnen in "Oroonoko" elkaar afwisselen kun je goed de overeenkomsten en verschillen zien. Ze spelen zich letterlijk naast elkaar af: terwijl in het huis iedereen zich bezighoudt met het liefdesspel, vindt op de aangrenzende plantage het lijden van het slavenpaar plaats. Dit gaf Globe als thema aan de voorstelling mee: "Suffering (...) takes place while someone else is eating or opening a window or just walking dully along". Dit aspekt is echter een beetje op de achtergrond gekomen en Globe heeft de nadruk zwaar op sex gelegd. Dat maakt het eigenlijk een banaal, ordinair stuk. Als de vrouw in mannenkleren tegen een rijke vent staat op te rijen maakt deze zich, in de overtuiging dat hij met een man te doen heeft, angstig uit de voeten. Als zo'n scène door het Theater van de Lach gespeeld zou worden, zou je je opwinden om de goedkope manier waarop er met homosexualiteit de draak werd gestoken. Nu staat Globe altijd klaar om juist dit soort burgerlijkheid te bekritiseren, dus je gaat snel op zoek naar de dubbele bodem, de parodie. En dat is misschien wel de verdienste van "Oroonoko". Het is niet eens zo onplezierig om naar te kijken (goed spel, gekke vondsten, mooi dekor) maar het laat een leegte achter die er om vraagt om opgevuld te worden. In plaats van te consumeren wat Globe je voorschotelt ga je zelf op zoek naar een intellektuele rechtvaardiging van zo'n simpel stuk. Of je die ooit vindt is nog maar de vraag... Marijne v.d. Jagt worden door enkele Nederlandse muzikanten. Arnold Dreyblatt neemt een belangrijke plaats in onder de Amerikaanse minimal-music-komponisten. Hij studeerde aan de State University in New York. Daarna hield hij zich bezig met Indiase muziek, met Balkanmuziek en met Chinese muziek. Hij werkte ook samen met de bekende video-kunstenaars Woody en Steina Vasulka, waarvoor hij geluidsimpulsen maakte bij video-produkties. Dreyblatt is een ongekend specialist op het gebied van het ombouwen en bespelen van snaarinstrumenten. Hij speelt zelf veel op een dubbel-bas, een omgebouwde kontrabas, voorzien van dubbele piano-snaren. Tijdens het konsert in Tilburg zal Dreyblatt proberen ook een aantal traditionele Hongaarse snaarinstrumenten te bespelen, die hij tevoren nog zelf enigszins ombouwt. KONINKLIJKE LIEDERTAFEL
Bella piano
Davidovich,
3 februari. Katholieke Hogeschool, aula, 20.15 uur BELLA DAVIDOVICH was nog studente aan het Moskous Conservato-
JANUARI VRIJDAG 27 JANUARI Stadsschouwburg, 20.15 uur: Het Brabants Orkest o.l.v. dirigent Hein Jordans met als soliste Ingrid Haebler (piano). Werken van Mozart en Bruckner. Stadsschouwburg, 20.30 uur, studio: Studie I 'De Reis', performance van een groep rond Gjalt Walstra n.a.v. een reisdagboek van een Haarlemse tandarts. Stadsschouwburg, 19.30 uur: Filmhuis met "The Draughtman's contract", opvallende film van de Engelse regisseur Peter Greenaway uit 1982. Een tekenaar raakt betrokken in een complot tegen de eigenaar van het landhuis, waarin hij logeert. Stadsschouwburg, 22.00 uur: Filmhuis "Une chambre en ville", aangrijpende geheel gezongen film van de Franse regisseur Jacques Demy uit 1982. ZATERDAG 28 JANUARI Stadsschouwburg, 20.30 uur: Jeannette van Steen, Hlif Svavarsdöttir, Bart Siebrecht en accordeoniste Willy Dekkers brengen de productie 'Onderwerp, een compositie van drie'. Uitgangspunt was de lopende schaduw als motor voor een bewegingscompositie binnen drie liggende vierkanten. Stadsschouwburg, 22.00 uur, studio: Arnold Dreyblatt", interessante Amerikaanse musicus, die op speciaal opgebouwde snaarinstrumenten zeer unieke en originele hedendaagse muziek speelt. Stadsschouwburg, 19.30 en 22.00 uur: Filmhuis (zie 27 januari). ZONDAG 29 JANUARI Stadsschouwburg, 19.30 en 22.00 uur: Filmhuis (zie 27 januari). Olof, 20.30 uur: Raad van Vijftig. MAANDAG 30 JANUARI Stadsschouwburg. 20.15 uur: "Koppen dicht", waanzinnig blijspel over de verwikkelingen' binnen een toneelgezelschap. Regie: Willem Nijholt. Met Rijk de Gooyer, Frederik de Groot, Pieter Lutz, Marlies van Alcmaer e.a. Stadsschouwburg, 19.30 en 22.00 uur, AZ-9: Polek-lezing door Irene Dubel over "Relatie Marxisme-Feminisme". Olof, Eerstejaarsavond. DINSDAG 31 JANUARI Stadsschouwburg, 20.15 uur: "Koppen dicht" (zie 30 januari). Stadsschouwburg, 19.30 en 22.00 uur: Filmhuis (zie 27 januari). Olof, Inval bij Virgiel. rium toen zij de eerste prijs van het Chopin-concours in Warschau behaalde. Toch brak zij pas goed door nadat zij naar de Verenigde Staten was geëmigreerd. In Nederland gaf zij al vele recitals en trad o.m. op met het Amsterdams Philharmonisch en het Concertgebouw Orkest. Uit een recensie naar aanleiding van dat optreden: "Wat zij doet is zo adembenemend mooi, dat het werkelijk met geen pen te beschrijven valt... het lijkt er inderdaad op dat zjj de fameuze Russische hogeschool alle eer aandoet... een ongemeen boeiend betoog, waarbij het publiek van de eerste tot de laatste seconde aan haar lippen hangt". Bella Davidovich geeft in Amsterdam een Chopin-cyclus van 4 concerten. Eén programma speelt zij ook in Tilburg.
WOENSDAG 1 FEBRUARI Stadsschouwburg, 20.15 "Koppen dicht" (zie 30 januari). Stadsschouwburg, 20.30 uur, studio: "Twelfth Night", Engelstalig toneel. De Cherub Company uit Londen speelt "Twelfth Night" van Shakespeare, gebaseerd op de traditie dat op de twaalfde dag na Kerstmis het de bedienden was geoorloofd hun meester te bespotten en voor één dag zijn plaats in te nemen. Stadsschouwburg, 19.30 en 22.00 uur: Filmhuis (zie 27 januari). Olof, 20.15 uur: V.V.O. Twelfth Night, Cherub Company.
DONDERDAG 2 FEBRUARI Katholieke Hogeschool, 13.30 uur, AZ-115: Forumdiscussie 'Balans van de BMD' m.m.v. A. van den Biggelaar, M. de Brauw, A. Lansink, H. Verhagen (voor programma zie elders). Stadsschouwburg, 20.15 uur: Nationaal ballet voor Ivoorkust. Stadsschouwburg, 20.30 uur, studio: Voorstelling van de Stichting Dansproductie. Vier speciaal voor de danseres Pauline Daniels gemaakte solo's van de choreografen Hans van Manen, Tom Jansen, Helga Langen en Pauline Daniels zelf. Stadsschouwburg, 19.30 uur: Filmhuis: "Greed" van de Amerikaanse regisseur Erich von Stroheim uit 1923 naar het boek 'Mc Teague' van Frank Norris. Het verhaal over een tandarts die trouwt met de vrouw die hij tijdens een narcose heeft aangerand. Haar vroegere verloofde Marcus tracht zich te wreken tijdens een barre tocht door de woestijn. Stadsschouwburg, 22.00 uur: Filmhuis met "Lianna" van de Amerikaanse regisseur John Sayles uit 1981 over een getrouwde vrouw die niet gelukkig is in haar huwelijk. Wanneer ze verliefd wordt op haar docente besluit ze opnieuw te beginnen. 't Dorstige Hert, 16.00 uur: TEVborrel. La Cabane, 21.00 uur: TEV-toeterfeest. VRIJDAG 3 FEBRUARI Stadsschouwburg, 20.15 uur: Globe met "Oroonoko" van Thomas Southerne over noodlottige gebeurtenissen in het Suriname van vier eeuwen terug. Regie: Antoine Uitdehaag. Met o.a. Liesbeth Coops, Theo de Groot, Guus Hoes, Wim van der Grijn, Guusje van Tilborgh en Adriaan OIree. Stadsschouwburg, 20.30 uur: Pauline Daniels met "Profiel". Stadsschouwburg, 19.30 en 22.00 uur: Filmhuis (zie 2 februari). Katholieke Hogeschool, 20.15 uur, aula: Koninklijke Liedertafel presenteert "Bella Davidonich", (piano). La Cabane, van 15.30-17.30 uur: Juristencafé.
'T HEKS
Guldo Lauwaert "Wie is bang voor Guido Lauwaert" deze nieuwe produktie van Guido Lauwaert is te zien op vrijdag 27 januari om 20.30 uur en is een bewerking van Edward Albee's "Wie is bang voor Virginia Woolf". Toegang is f 5,00 - CJP f 2,50.
27 januari 1984
Campus IKEA, het onmogelijke woonwarenhuis uit Zweden, is de geldschieter van een nieuw studententijdschrift. Half februari zal het landelijke blad Campus een nieuw nummer doen verschijnen in een oplage van 1500 exemplaren. De kosten voor dat nummer zijn voor rekening van IKEA. De initiatiefnemer van Campus de Landelijke Kamer Van (Studenten-) Verenigingen ( L K W ) wil proberen om begin april de eerste, echte editie uit te brengen. Gedacht wordt dan aan een oplage van 40.000, gratis toe te zenden aan alle studenten die zijn aangesloten bij een studentenvereniging. Het L K W , aldus voorzitter Ewald van Hees, wil via Campus de lezers informeren over actuele zaken als studiefinanciering, democratisering en studentenvoorzieningen. Volgens een toelichting van de bij het L K W aangesloten Tilburgse vereniging St. Olof, is Campus van plan om bij z'n nieuwsgaring de weg van de minste weerstand te bewandelen. Aan de dertig studentenverenigingen die onder het L K W thuishoren is namelijk gevraagd of zij regelmatig hun verenigingsbladen aan Campus willen opsturen. Uit dat aanbod zal de redactie dan haar keuze maken. Het nieuwe blad is dan ook vooral bedoeld om het onderlinge contact tussen de LKW-leden iets te verbeteren. Een woordvoerder van Olof: " W i j hebben maar met zeven van die dertig verenigingen een regelmatig contact via het Allerheiligenconvent. Het is ge-
THB
woon ondoenlijk om de aktiviteiten van al de aangesloten leden bijeen te brengen. Daar is het L K W veel te groot voor. Vandaar Campus." Veel meer dan een clubblad op landelijke schaal hoeven w e van Campus dus waarschijnlijk niet te verwachten. Over twee weken weten w e meer. T.G.
Rubrieksindeling achterhaald Een onlangs in Wageningen opgerichte actiegroep heeft vorige week 11 kaartjes uit de handcatalogus van de centrale bibliotheek gelicht en meegenomen. De groep deed dit uit protest tegen het door de bibliotheek gehanteerde classificatiesysteem waarin boeken over homosexualiteit worden ingedeeld in de categorie "abnormale geestestoestand, psychiatrie, zielsziekte, krankzinnigheid, psychosen, psychosomatiek en psychopathologie". Dit schrijft het Wageningse Hogeschoolblad (WHB). Voor de rubrieksindeling van boeken gebruikt men de Universele Decimale Classificatie (UDC). De editor van de Nederlandse uitgave van dit systeem verklaarde in een W H B van vorig jaar dat homosexualiteit op deze wijze is gerangschikt "omdat het een medische afwijking is". Het veranderen van de UDC-tabellen zou een omslachtige procedure vergen. Woordvoerders van de
Gratis matseren Naar aanleiding van 20 Jaar THB krijgt de lezer als verjaardagsgeschenk de gelegenheid om gedurende een korte periode gratis matsertjes te plaatsen. De matsertjes mogen geen commercieel karakter hebben en kunnen enkel met deze leesbaar ingevulde bon (één letter, leesteken of spatie per blokje) bij de redactie worden ingediend. Voor matsertjes die onder een andere vorm worden aangeboden geldt het gebruikelijke tarief. Vergeet niet ook naam en adres in te vullen.
X
Adres:
Tilburgs Hogeschoolblad
"Een gezonde geest in een gezond lichaam". Met een toespeling op deze aloude spreuk is het de studentenvolleybalclub Gepidae gelukt om de Tilburgse boekhandel Gianotten t o t sponsoring over te halen. " W i j vonden" aldus Gepidae-voorzitter Ronald actiegroep zijn het hier niet mee eens. Volgens hen hebben de universiteitsbibliotheken van de Rijksuniversiteit Utrecht en de Universiteit van Amsterdam homosexualiteit wel in andere categorieën ingedeeld. "Het is dus best mogelijk om het te veranderen en dat homofilie een medische afwijking is, is toch al lang achterhaald?" L. V. W .
Synnpathie, liefde en aandacht In Utrecht wordt onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om
Morcus " d a t Gianotten wel eens wat terug mocht doen voor de Tilburgse studenten. Ik heb - min of meer voor de grap - een brief geschreven met de vraag of Gianotten bereid was om behalve in een gezonde geest ook in een gezond lichaam te investeren. En, eigenlijk zeer tot onze verrassing, is die oproep in goede aarde gevallen."
De volleybalclub heeft van de boekhandel trainingspakken cadeau gekregen voor twee teams en sporttassen voor vier teams. Allemaal met het opschrift van de sponsor. " N e e " bezweert Ronald Morcus " w i j ontvangen verder geen geldelijke steun. Dat zou niet mogen van de bond en ook niet van de studentensportorganisatie."
gevoelens van antipathie om te zetten en sympathiegevoelens te vergroten. Drs. Leo Pannekoek is initiatiefnemer. Hij is medewerker bij de vakgroep klinische psychologie, psychotherapie en preventie. Naar aanleiding van zijn recente boek "Sympathie, aandachten liefde"had het Utrechts Universiteitsblad een gesprek met hem. Een gesprek waarbij Pannekoek zich herhaaldelijk verontschuldigde omdat hij "gepassioneerd" raakte. Pannekoek noemt zijn onderzoek "het enige nuttige onderzoek in de parapsychologie". Het onderzoek gaat als volgt. Pannekoek laat de proefpersoon eerst ontspannen. Daarna moet deze de meest sympathieke persoon uit
diens omgeving voor de geest halen, vervolgens geleidelijk aan minder sympathieke personen denken. Deze methode heet de "methode van de ontspanningsverbeeldings-sympathische hiërarchie". Bij sommige proefpersonen neemt de sympathie groteske vormen aan, "zelfs tot aan kosmische belevingen en universele eenheidsgevoelens met alle mensen toe". Veel mensen vinden Pannekoek's onderzoek onzin. Pannekoek beschouwt dat als "angst voor eigen grootheid", waardoor ze eigen mogelijkheden ontkennen. "Als je belangenloos possiviteit geeft, krijg je tien keer zoveel terug". L. v. W .
Uit 20 jaargangen THB Computer van d e Katholieke Hogeschool Tilburg opent n i e u w e mogellilcheclen voor hoger onderwlls In verband met Universiteitszondag 1963 die op 6 oktober j.l. plaats vond, heeft de Katholieke Hogeschool Tilburg een demonstratie georganiseerd met de IBM 1620 computer van haar Rekencentrum.
Naam:
(Tel:
Sponsor
;
technieken moeten worden gedoceerd en de bedrijf seconometristen naast een uitgebreide kennis van deze wiskundig-statistische technieken, ook een inzicht in de nieuwe administratieve mogelijkheden moet worden gegeven." Hoewel bovenstaande collegestof te behandelen valt zonder hulp van de computer, zoals tot op heden is geschied, is inschakeling van een Rekencentrum in deze essentieel. Eerst dan kunnen verschillende nieuwe technieken volledig en op practische wijze worden gedoceerd. Met behulp van een computer is het mogelijk in een reëel tijdsbestek zoveel factoren bij de oplossing van bet probleem een rol te laten spelen als nodig zijn om het probleem niet van de werkelijkheid te vervreemden. De aanwezigheid van een Rekencentrum maakt ook andere onderwijslechnieken, zoals heleidsspelen, beter mogelijk. Beleidsspelen, waarbij de berekeningen door de computer geschieden, zullen in het algemeen meer variabelen kunnen bevatten, zodat de student een juister inzicht kan worden gegeven in de samenhang der factoren, die het probleem beheersen. Het onderwijs wordt hierdoor levendiger en vruchtbaarder.
In zijn welkomswoord, zei prof. dr. H. O. Goldschmidt, hoogleraar in de Bedrijfseconometrie en voorzitter van het bestuur van het Kekencentrum ondermeer: ,,De mogelijkheid van gebruik van computers in het bedrijfsleven heeft tot gevolg gehad dat er zowel nieuwe methoden op het gebied van de administratieve organisatie als nieuwe wiskundig-statistische technieken voor het oplossen van economische en bedrijfseconomische problemen zijn ontwikkeld. Dat betekent voor de opleiding aan de Hogeschool dat, enerzijds in de accountantsopleiding uitvoerig de nieuwe mogelijkheden van administratieve organisatie en de controle daarop moeten worden besproken en anderzijds, aan de algemeen econometristen deze wiskundig-statistische — — ^ ^ — — — ^ ^ — — — Uit THB 1 februari
1964' 27 januari 1984