1,3 miljard voor stimulering
informatica
Universitaire reicencentra moeten doelmatiger wericen Een financiële injectie van 1,3 miljard gulden moet Nederland in snel tempo doen overschakelen op de computer. Het Centrum voor Wiskunde en Informatica van de Universiteit van Amsterdam krijgt daarbij op wetenschappelijk gebied een belangrijke taak. Het moet uitgroeien tot 'toonaangevend centrum voor fundamenteel en toepassingsgericht informatica-onderzoek'. Verder kan het computergebruik op universiteiten en hogescholen een stuk doelmatiger worden aangepakt. Dit blijkt uit het dinsdag openbaar gemaakte 'informatica-stimuleringsplan', waarin de ministers van onderwijs en wetenschappen, economie, landbouw en visserij hun visie op de micro-electronische toekomst van ons land hebben neergelegd. De injectie is eenmalig en wordt toegediend in de jaren 1984-1988. Het grootste gedeelte komt ten goede aan de marktsector, die in totaal voor 830 miljoen gulden aan stimulansen krijgt om zijn achterstand ten opzichte van de buitenlandse concurrentie in te lopen. Het onderwijs ontvangt 267,5 miljoen om toekomstige generaties op te voeden tot computerconsument en om computerkader te kweken. In de publieke sector besteden overheid en semi-overheid al drie miljard per jaar aan automatisering: hier zal zoveel mogelijk worden uitbesteed aan het bedrijfsleven. Het wetenschappelijk onderwijs tenslotte mag tot 1989 174,5 miljoen gulden extra besteden. Naast het Centrum voor Wiskunde en Informatica krijgen ook andere universiteiten en hogescholen meer middelen voor fundamenteel onderzoek. Voorwaarde is dat de nieuw aan te stellen onderzoekers vrijwel vrijgesteld wor-, den van het geven van onderwijs. De betrokken instellingen moeten bovendien zelf hun onderzoeksinspanningen op informaticagebied met een minstens even groot bedrag verhogen. Om de Nederlandse achterstand te verkleinen gaat de overheid daarnaast tijdelijk buitenlandse onderzoekers aantrekken en Nederlandse onderzoekers uitzenden naar het buitenland. Ook het wetenschappelijk informatica-
onderzoek zal zich op de markt moeten richten, vinden de drie ministers, en wel met name daar waar ons land een kennisvoorsprong heeft. Zo willen ze een agrarisch centrum oprichten dat, in nauwe samenwerking met de Landbouwhogeschool Wageningen en het Centrum voor Wiskunde en Informatica, computerprogrannma's gaat ontwikkelen voor het landbouwkundig onderzoek. Zo willen de universiteiten en hogescholen in samenwerking met toekomstige gebruikers onderzoeksprogramma's laten opzetten die 'voor de samenleving, in het bijzonder de marktsector', van belang zijn. Organisaties als TNO krijgen de taak onderzoeksresultaten zoveel mogelijk toegankelijk te maken voor het bedrijfsleven. Zijn de vijf 'stimuleringsjaren' verstreken, dan moet het hoger onderwijs de bovengenoemde projecten en wetenschappers verder uit eigen middelen betalen, uit de normale rijksbijdrage of via opdrachten voor derden. De manier waarop het hoger onderwijs op dit moment omgaat met computers vinden de bewindslieden niet doelmatig. Aan de ene kant staan 's nachts en in de weekends kostbare apparaten ongebruikt. Aan de andere kant is er behoefte aan nieuwere, krachtigere computers. Hier zou een soort taakverdeling en concentratie uitkomst kunnen bieden. De in-
stellingen, die nu nog elk hun rekencentrum hebben, moeten in de toekomst samen 'een zeer beperkt aantal rekencentra' delen voor het transport, de verwerking en de opslag van gegevens. Terwijl de gewone rekencentra worden teruggebracht tot minimale dienstverleners op plaatselijk niveau krijgen de landelijke centra de beschikking over supercomputers. Welke centra met die taak worden belast is nog niet verkeerd, maar zij zullen gebruik maken van de SARA (het rekencentrum van de Universiteit van Amsterdam) en de Shell. Die twee worden ook nu al door sommige instellingen van hoger onderwijs gebruikt. Een dergelijke doelmatige aanpak gaat, hopen Deetman, van Aardenne en Braks, personeel sparen. En geld. Zowel de plaatselijke als de landelijke rekencentra moeten namelijk binnen vijf jaar zelfvoorzienend zijn. Ze dienen alle kosten aan alle, dus ook universitaire, gebruikers door te berekenen. Lin Tabak/U.B.
Prijs van maaltijden niet omhoog De prijs van de maaltijden gaat tot 1 september niet omhoog, de Restauratieve Voorzieningen krijgen er nog iets bij voor de personele lasten en voor het tekort dat deze twee beslissingen veroorzaken (zo'n f 41.250,-) zal in augustus een dekking worden vastgesteld. Aldus besliste de Hogeschoolraad na een uitvoerig debat waarin de gewijzigde begrotingsvoorstellen van het CvB grosso modo werden aangenomen. Augustus wordt een belangrijke maand voor de Restauratieve Voorzieningen. Dan komt het CvB met een middellang termijnperspectief om het hoofd te bieden aan de financiële problemen. De begrotingsbehandeling R.V. verliep de voorbije weken eerder moeizaam. Oorzaak van de ellende ligt in het strakke beleid van de overheid t.a.v. de universitaire mensa's. De rastauratieve voorzieningen moeten volgens de regering kostendekkend zijn. Was de financieringsgrondslag voor de subsidiëring (de U.R.V.-ratio) in 1977 nog gelegd op 1 medewerker per 250 studenten/medewerkers, in 1983 kwam die te liggen op 1 medewerker per 410 studenten/medewerkers. In het concept middelenverdeling 1984 kwam bovendien een ongunstige studententelling aan het licht. Dit concept gaat uit van het aantal onderwijsvragende studenten terwijl in het AFS voor de bepaling van het aantal ingeschreven studenten werd uitgegaan van de WORSA-ramingen en die liggen ruim duizend eenheden hoger. Door deze elementen krijgt de KHT ruim f 80.000,- (f 86.500,- volgens de HBC) minder dan aangegeven in de begroting. Hoe dit gat te vullen was onderwerp van moeizaam overleg in de KHTbestuursorganen. Via een rekenkundig foefje komt de KHT voorlopig tot een sluitende balans.
8/9
HetTiAS
Eline en Mariene zijn twee van de vijf jonge psychologen die in het kader van het steunfonds voor werkloze acadennici (het TIAS) aan de slag kunnen.
HSR: contacten met Zuid-Afrika vermijden De KHT zal in de toekomst geen financiële middelen meer beschikbaar stellen voor activiteiten met betrekking tot ZuidAf rika. Ook zal worden onderzocht of het mogelijk is om vanuit de hogeschool activiteiten van wetenschappelijke en culturele aard op te zetten, gericht op de bestrijders van de apartheidspolitiek en ter ondersteuning van de slachtoffers van, en het verzet tegen het apartheidsregiem. Dat zijn de consequenties van een motie die afgelopen donderdag in de hogeschoolraad werd aangenomen. Het College van Bestuur raadde bij monde van rector de Moor de motie af omdat bij aanname daarvan de academische vrijheid in het geding zou komen. "Ten aanzien van individuele wetenschappelijke contacten zijn wij van oordeel dat het hogeschoolbestuur deze niet kan en behoort te verhinderen. De academische vrijheid is een hoog goed, die, hoewel prudentie van eenieder daarbij gevraagd wordt, verhindert dat besturen aan personen bij de uitoefening van hun academische professie beperkingen opleggen," aldus het antwoord van het CvB op gestelde vragen. Carel van Nahuijs die de motie van de fracties Breed Front, PLM en Konstruktief toelichtte, omschreef de contacten van prof. van Veen en Prof. Bosman als formele universitaire contacten. In het geval van Veen is dat zeker het geval omdat hier gebruik werd gemaakt van middelen van de hogeschool. "Je kan je bij de beoordeling van de academische vrijheid afvragen of die vrijheid per definitie onaantastbaar is. Zijn er grenzen aan te stellen. Er zijn in de geschiedenis van de wetenschap momenten aan te wijzen die onaanvaardbare consequenties hebben gehad voor de mensheid... Je moet dus als universitaire gemeenschap zorgvuldig afwegen: waar ligt de grens van de academische vrijheid en is die grens overschreden. Ik vind van wel", aldus van Nahuijs die er nog aan toevoegde dat hij zich gesteund voelt door opvattingen die in onze volksvertegenwoordiging leven. Die heeft duidelijk gesteld dat ook wetenschappelijke contacten met Zuid-Afrika moeten worden gestopt omdat een dialoog niet mogelijk is. Rector de Moor probeerde tevergeefs de tekst van de motie nog zo te wijzigen dat daarin ook het recht op academische vrijheid werd gegarandeerd. A.B./E.V.
INGEZONDEN KOLOFON
reaKtionai, "Reaktionair" is een rubriek waarin reakties van lezers word en ge plaatst. Naam en volled ig ad res van de schrijver(s) d ient bij d e red aktie bekend te zijn. Anonieme brieven verdwijnen in d e prullemand .
''Koffie verkeerd" Tot mijn verbazing heb ik kennis moe ten nemen van het verhaal d at d e PSF fraktie heeft gemeend te moeten ver spreiden inzake het zogenaamd koffie zetten op de kamer d oor het hoofd van de DIZ. Gezien het feit d at d eze story van A tot Z verzonnen is en d us uit de koffiedik ontsproten is, vraag ik mij af wat nu eigenlijk het democratisch ge halte is van d eze afvaard iging ind ien men tot een dergelijk peil afd aalt. Over (koffie) "smaak" gesproken. Zo komt men als diensthoofd op d e koffie. C.H. Krijger
Wie bepaalt wat gebruikers vriendelijk is? Deze vraag kwam in mij op toen ik we derom een stuk ond er ogen kreeg, waarin ik las "Alleen een correct biblio theekgebruik in d eze zin is gebruikers vriendelijk...". Mij is het in ied er geval niet gevraagd . Het d oet me dan ook wat teveel d en ken aan Big Brother bepaalt wel wat goed voor U is. De oekases, teksten op rappels en boeteclausules d ie ik de laatste tijd van "De bibliothecaris KHT" mocht ont vangen, komen d eze gebruiker in ied er geval niet vriend elijk over. J. Kriené
Raamovereenkomst met Open Universiteit De Katholieke Hogeschool Tilburg is met de Open Universiteit in Heerlen een over eenkomst aangegaan waarin principe afspraken staan over d e personele sa menwerking. De regeling stelt vast onder welke voorwaard en Tilburgse weten schappers medewerking mogen verlenen aan d e Open Universiteit. Vóór d e ond ertekening van de overeen komst werkten d e Tilburgse Hogeschool en d e Open Universiteit al op een aantal terreinen samen. Het raamcontract schept nu een algemeen kad er waarop de twee ond erwijsinstellingen kunnen te rugvallen zond er d at zij telkens opnieuw bij elk contact afspraken moeten maken. Na Leid en is Tilburg d e tweede universi taire instelling die een dergelijke overeen komst met de Open Universiteit aangaat. Andere universiteiten en hogescholen zullen binnenkort volgen.
Tilburgs Hogeschoolblad
Vanaf 1968 was Prof. Willems als lec tor, vanaf 1970 als gewoon hoogleraar, verbonden aan de faculteit der S ociale Wetenschappen met als leeropdracht de bedrijfspsychologie en sociale psy chologie. N a de instelling van de sub faculteit der Psychologie heeft Prof. Willems onafgebroken het voorzitter schap van de vakgroep Funktieleer en technopsychologie vervuld.
dn memoriam* Prof. dr. P.J. Willems gegeven middels de technopsycholo gie. Prof. Willems genoot in brede kring vertrouwen binnen de hogeschool
hetgeen ondermeer blijkt uit zijn be noeming in 1983 tot tweede vertrou wensman van de hogeschool. Zijn wijsheid en warme vriendschap zullen velen in dankbare herinnering blijven bewaren.
B
Prof. Willems heeft zich steeds met een grote persoonlijke betrokkenheid en deskundigheid ingezet voor de ho geschool. Als medeoprichter van de subfaculteit der Psychologie en later door zijn bestuurlijke aktiviteiten heeft Prof. Willems een substantiële bijdrage geleverd aan de opbouw en uitgroei van de subfaculteit. D o o r zijn vele publikaties werd hij ook natio naal en internationaal als een autori teit beschouwd, voornamelijk op het gebied van Technopsychologie. D o o r zijn vele publikaties werd hij na tionaal en internationaal als een auto riteit beschouwd. Hij heeft baanbre kend werk verricht op het gebied van de bedrijfspsychologie, de ergonomie in Nederland mede tot ontwikkeling gebracht en de opleiding daarin vorm
Prullebakperikelen Als voorzitter van de vakgroep staats en administratief recht wil ik reageren op hetgeen de 'Werkgroep Rechten Vrou wenstudies' te berde heeft gebracht in het THB van 23 december 1983. De leden van de werkgroep beklagen zich erover dat alle advertenties uit Nederlandse bla den die zij hadden verzameld voor hun onderzoek naar seksisme in reclame, door toedoen van een van de leden van mijn vakgroep in de pruUebak verdwe nen zijn. De werkgroep beklaagt zich ook over de wijze waarop de vakgroep staatsrecht hun brief over deze kwestie heeft behandeld. De weergave die de werkgroep van de gang van zaken in de vakgroepvergade ring geeft, is helaas onjuist en onvolle dig. De vergadering waarop de werkgroep doelt was de vakgroepvergadering van 1 december 1983. Ter tafel lag niet een brief van de Werkgroep Rechten Vrou wenstudies, maar van drs. A. van Rooij, namens onder meer genoemde werk groep. De werkgroep schrijft dat tijdens de vak groepvergadering op geen enkele wijze inhoudelijk werd ingegaan op het feit dat haar onderzoek door het weggooien van ■ het materiaal gefrustreerd is. Dit is on juist. In de vergadering werd gediscus sieerd over een conceptantwoord aan drs. A. van Rooij. Uit dit concept blijkt dat het met het weggooien van de adver tenties niet zo is gegaan als de Werk groep Rechten Vrouwenstudies doet voorkomen. Niettemin wordt het verwij deren van de reclames betreurd. Omdat het vakgroepbestuur er weinig voor voel de almaar brieven te blijven schrijven, heeft het de conceptbrief niet verstuurd, maar mr. F.C.L.M. Crijns gevraagd na mens het vakgroepbestuur contact op te nemen met mevrouw Van Rooij om de
tilburgs hogeschoolblad
TE BERDE
zaak uit te praten en te bekijken of iets zou kunnen worden gedaan om het gele den verlies goed te maken. De vakgroep was zich van dat verlies dus wel bewust. Blijkbaar heeft de Werkgroep Rechten Vrouwenstudies weinig prijs gesteld op de bemiddelingspoging van mr. Crijns, want hoewel zij daarvan op de hoogte was, vond zij het nodig de brievenschrij verij voort te zetten. In de ingezonden brief geeft de Werk groep vervolgens een aantal citaten weer, die de indruk zouden kunnen wekken dat ze in de vakgroepvergadering gezegd zouden zijn. Dat is niet het geval, op één citaat na, namelijk: 'Hij heeft het niet geweten...' of het zo helemaal letterlijk gezegd is, weet ik niet, maar het geeft ze ker de overtuiging van vele leden van de vakgroep weer dat er geen enkele aanwij zing is dat de betrokken medewerker de advertenties opzettelijk heeft wegge gooid, terwijl hij wist of moest weten dat het om waardevol onderzoeksmateriaal ging.
iHHm a t s e r t j e S ^ H 'Matsertjes' kunnen worden opgegeven bij de redaktie. Tot 30 woorden kosten z e / 5,; on der nummer ƒ 2,50 extra. Reakties op advertenties onder nummer naar de redaktie sturen. GEZOCHT: Iemand bij wie ik met mijn bandrecorder enkele audiofiele platen (b.v. Sheffield Lab, Proprius, Mobile Fidelity) op mag nemen en die eventueel ook zin heeft erover te praten/discussiëren. Tel.: 013422337.
20 januari 1984
vi/eekblad voor de katholieke hogeschool tilburg redaktie eddie vaes (hoofdredakteur) twan geurts, lennart kik, angela lodder (assistente) medewerkers pau! emonts, wouter van gils, peter pennartz, henk zomer, wilma okkerse, sjef stoop, klaudie biemans, john versieyen, edwin van den oetelaar, ben beljaars, nnarijne van der jagt, bert haagsman, hanneke burggraaff samenstelling redaktieraad prof mr. p. van seters (voorzitter), dr j koning, dr. h. van erp, m. ackermans (adviseur), a. de laaf, drs. th. schouw, dr. m. van hoorn, mevr. j.a.m.j. Jansen, h. van kleef, drs. c.p.j m broekhof. officiële mededelingen buro pers en voorlichting cartoonist ad van haandel, henk van de berg advertenties angela lodder kopij alle kopij moet uiterlijk op donderdag de .week vóór het verschijnen in het bezit van de redaktie zijn redaktie-adres/advertenties hogeschoollaan 225, tilburg, telefoon (alleen voor thb) 662277 en 662506 intern 2277 en 2506 kamer 207 en 208 (gebouw b) foto rien siers landelijk samenwerkingsverband universitaire pers (up) waarbij verder aangesloten ad valvas (vu amsterdam), wagenings hogeschoolblad, utrecht universiteitsblad, delta (delft), thberichten (eindhoven), tht-nieuws (twente), observant (maastricht), uk (groningen) en ku-nieuws (nijmegen) druk drukkerij em de jong bv, baarie nassau abonnementen voor niet-hogeschoolleden f 1 5 , - per jaargang
\
"Bibliotheek maaict mensen slaaf van het systeem" De invoering van een geautomatiseerd uitieensysteem in de KHT-bibiiotfieek gaat met nogal wat strubbelingen gepaard. Blokkeringen van leners zijn aan de orde van de dag, irritaties over de beknotting van de vrijheid van de bibliotheekgebruiker alom waarneembaar en ook het voorgenomen plan om boetes te gaan heffen is met luid boegeroep onthaald. Schiet het beleid van de bibliothecaris z'n doel voorbij of gaat het hier om bijverschijnselen van de gewenningsperiode die de Tilburgse bibliotheekgebruiker blijkbaar moet doormaken?
Invoering nieuw uitieensysteem roept irritaties op Wat is er aan de hand? Sinds enige maanden werkt de bibliotheek met een geautomatiseerd uitieensysteem, waarmee de controle op de naleving van het uitleenreglement bijna letterlijk in een handomdraai te verrichten is. Terwijl de bibliotheek voordien uiterst coulant omsprong met uitleentermijnen en het aantal uitleningen, houdt de computer nu strikt de hand aan een maximum van 20 werken per gebruiker die stuk voor stuk hooguit 4 weken geleend kunnen worden. Een belangrijk voordeel van de automatisering is gelegen in het terugdringen van de kosten die gemoeid zijn met het versturen van rappels voor boeken die over tijd zijn. In 1983 was de bibliotheek alleen aan rappelkosten al zo'n 50 duizend gulden kwijt, een behoorlijk groot bedrag op een budget van 1 miljoen. Het huidige uitleenreglement dateert al van augustus 1978 en is toendertijd vastgesteld door het College van Bestuur. De eerste jaren blijft dat reglement echter een dode letter: ook al staat er duidelijk in dat leners hooguit 20 boeken mogen lenen voor een termijn van maximaal 4 weken en dat ze een boete van f 2,50 moeten betalen als ze de boeken ondanks herhaalde rappels niet terugbrengen, zolang de controle op de naleving van het reglement niet sluitend is, heeft de bibliotheek geen poot om op te staan. Bij de in gebruikname van het nieuwe systeem besluit de bibliotheek een uitgebreide voorlichtingscampagne te voeren om te voorkomen dat de veranderingen de gebruikers rauw op het dak vallen. In de maanden november en december krijgen de gebruikers de wijzigingen op de achterkant van rappelkaarten voorgeschoteld. Let op het gebruik van rappels ais kenmerk van de communicatie van de bibliotheek met z'n klanten. Als sluitstuk van de campagne fungeert een met behulp van de computer geschreven brief aan alle KHT-medewerkers, waarin o.a. het verplichte gebruik van een lenerspas wordt aangekondigd. Het lijkt niet uitgesloten dat de toon van de brief al irritaties heeft opgeroepen. Met de welsprekendheid van een wetboek herinnert de bibliothecaris z'n klanten eraan dat er 'vervelende consequenties' aan een rappel gebonden zijn. Buiten de gegeven uitleentermijn, aldus het schrijven, behoort het boek zich te bevinden in de rekken van de bibliotheek, waar het voor iedereen toegankelijk is. "Alleen een correct bibliotheekgebruik in deze zin is gebruikersvriendelijk," prent hij de leners in. Het is ongetwijfeld goed bedoeld, maar het leidt wèl tot reacties als die van prof. Kriens die zich in een ingezonden brief aan THB (pag. 2) afvraagt wie er bepaalt wat gebruikersvriendelijk is... Ook in de hogeschoolraad is inmiddels aandacht gevraagd voor de nieuwe Tilburgs H o g e s c h o o l b l a d
voor je werk. En nu worden we belemmerd om dat gereedschap te gebruiken!" Hij wijst er op dat veel medewerl<ers zeer specialistische literatuur van de bibliotheek betrekken. Uit de eigen onderzoekspraktijk noemt hij de boeken over de mijnbouw in ontwikkelingslanden. Die zijn niet of nauwelijks in trek bij andere lezers, behalve uiteraard bij studenten die een scriptie over het onderwerp schrijven - onder begeleiding van Vingerhoets... De jurist Hein Tilborghs, ook al zo'n grootgebruiker, ondervindt ook de nadelen van het nieuwe régime van de bibliotheek. Evenals Vingerhoets kreeg hij nul
Op 5 januari werden de eerste rappels van dit jaar verstuurd. Dat waren er maar liefst 1821 op een totaal van 6825 uitgeleende boeken Meer dan 50& leners werden geblokkeerd, waaronder Jan Vingerhoets. Wie deze foto met een vergrootglas bestudeert ziet staan: Status lener: geblokkeerd. werkwijze van de bibliotheek. Raadslid Klok kwam zelfs tot een gebruikersvriendelijk eindoordeel. College-voorzitter Van Straaten maakte in de raadsvergadering van 15 december een opmerking over de te kort schietende voorlichting rond het uitleenreglement, maar dat speelde vöör het al genoemde rondschrijven van Wieërs.
ONTHEFFING I Medewerkers die méér dan 20 boeken nodig hebben voor de uitoefening van hun werkzaamheden moeten daarvoor schriftelijke toestemming hebben van de bibliothecaris. Tot nu toe hebben een tiental mensen gevraagd om voor een dergelijke ontheffing in aanmerking te komen, vertelt dr. J.L. Wieërs. In een enkel geval is die ontheffing ook verleend. Het moeten ook uitzonderingen blijven, meent de bibliothecaris. Een van de mensen die al in een vroeg stadium bij Wieërs aan de bel trok om voor een ontheffing in aanmerking te komen is dr. Jan Vingerhoets, medewerker bij de vakgroep Economie van de ontwikkelingslanden. Vingerhoets, die zichzelf gelukkig prijst nog 60% van z'n tijd aan onderzoek te kunnen besteden, is wat je noemt een 'grootgebruiker' van de bibliotheekvoorzieningen. Het is voor hem heel gewoon om met drie onderzoeken tegelijkertijd bezig te zijn. Hij komt met een maximum van 20 boeken dan ook hopeloos vast te zitten. Vingerhoets: "Die bibliotheek is het belangrijkste stuk gereedschap dat je hebt
op het rekest toen hij om opheffing vroeg. Hun gevallen waren blijkbaar niet 'uitzonderlijk' genoeg. College-jurist Alex Brenninkmeijer kreeg de begeerde ontheffing wel, maar in zijn geval gaat het om een duidelijk gespecificeerde tijdsperiode. Tilborghs schrikt er niet voor terug het bibliotheekbeleid in uiterst krasse bewoordingen te veroordelen: "Wat Wieërs hier vertoont is zó draconisch, dat de wal het schip binnen de kortste tijd wel moét keren." Vingerhoets valt hem daarin bij: "Ik hoor overal reacties van 'mensen die vinden dat het nu de spuigaten begint uit te lopen. Ik veronderstel dat er nu zoveel verzet komt tegen het nieuwe régime van Wieërs, dat hij het volledig moet laten varen. Dit is ook helemaal niet meer doelgerichtl Als het er nou op gericht was om de bibliotheek beter te laten functioneren, om het gebruik van het boeken- en tijdschriftenbestand te optimaliseren, dan was het schitterend. Maar, wat hij nu doet is enkel de mensen slaaf maken van het systeem".
UNIFORM I Vingerhoets schreef de bibliothecaris vorige week een uitgebreide brief waarin hij z'n ongenoegen over de nieuwe situatie uiteenzet. Ook van de vakgroep kreeg Wieërs een schrijven van maar liefst zeven kantjes, waarin de argumenten die pleiten tegen het nieuwe uitleenrégime nog eens op een rijtje worden gezet. Vooral het feit dat het nieuwe reglement uitgaat van een gelijke behandeling van
alle categorieën gebruikers is de vakgroep een doorn in het oog. Medewerkers, eerstejaars studenten en externe gebruikers worden in Tilburg over één kam geschoren. Vingerhoets: "Dit bestaat bij géén enkele andere universiteit of hogeschool. Overal wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende gebruikerscategorieën. Elke bibliotheek kent een uitzonderingspositie: als er met boetes gewerkt wordt, gebeurt dat met uitzondering van de wetenschappelijke staf. Bovendien kent men in een aantal gevallen een regeling dat individuen binnen de hele bibliotheek of binnen een afdelingsbibliotheek aangemerkt kunnen worden als grootgebruiker." Voor een voorbeeld van een bibliotheek die wel z'n instemming heeft, verwijst Vingerhoets naar de situatie aan de VU in Amsterdam. "Daar kunnen grootgebruikers bij een bepaalde afdelingsbibliotheek een onbeperkt aantal boeken lenen voor onbeperkte duur. Er wordt alleen wel van ze verwacht, dat ze onmiddellijk reageren wanneer gevraagd wordt iets terug te bezorgen omdat iemand anders het boek in kwestie heeft besproken." Wieërs en adjunct-bibliothecaris Hans Geleijnse hebben toch wel wat moeite met de voorstelling van zaken zoals Vingerhoets die schetst. "Na uitgebreid overleg in de Algemene Bibliotheek-Adviescommissie (ABAC) is uitdrukkelijk besloten om een uniforme regeling vast te stellen, die bovendien stringent toegepast zou moeten worden," vertelt Geleijnse.
a
Wieërs is nogal huiverig voor het vergelijken van Tilburg met andere universiteiten en hogescholen. De situatie aan de VU is moeilijk vergelijkbaar met die aan de KHT omdat de bibliotheekvoorzieningen in Amsterdam in één centraal gebouw zijn ondergebracht. De bibliothecaris heeft de reglementen van alle instellingen voor wetenschappelijk onderzoek naast elkaar gelegd en is tot de conclusie gekomen dat er geen twee dezelfde zijn in het hele land. Bovendien is de uitvoering van het reglement hier uiterst streng en daar uiterst coulant.
BOETEGANG
^g^^^gg^^^^
Het is de bibliothecaris bekend dat het nieuwe uitleenrégime leidt tot allerlei vormen van oneigenlijk bibliotheekgebruik, waarbij de gebruikers op slinkse wijze proberen toch meer dan 20 boeken te lenen. Ook Vingerhoets maakt van die mogelijkheid gebruik: hij heeft al een lenerspas op naam van zijn vrouw aangevraagd. Wieërs vindt het jammer dat z'n klanten hun toevlucht nemen tot dergelijke praktijken, maar hij staat er in beginsel machteloos tegenover. Wieërs en Geleijnse merken op dat er nogal wat misverstanden leven onder het bibliotheekpubliek. Zo spreekt de bibliothecaris liever niet van een 'boete'. De f 2,50 die de bibliotheek vanaf 1 maart in rekening gaat brengen is louter en alleen bedoeld om de reële aanmaningskosten te dekken. De 'boetegang' die achterstallige leners straks moeten maken naar de centrale balie in gebouw A is overigens te danken aan een initiatief van het leeszaalpersoneel, dat er weinig voor voelde op de verschillende afdelingsbibliotheken de geldbedragen van mogelijk kwaadwillende - leners te innen. Wieërs meent verder dat de bibliotheek z'n leners niet of nauwelijks opzadelt met extra werk. Als het aan hem ligt, hoeven de leners geen nauwkeurige 'datumlijstjes' bij te houden. Wel lijkt het hem verVervolg op pag. 7 20 januari 1984
LEZEN
"Een opvoeder is een stakker die in liet duister tast" Eind december organiseerde het werkverband literatuursociologie van de nieuwe letterenfaculteit van de hogeschool een symposium over jeugdliteratuur. Dit zogenaamde vervolgsymposium (op "Kinderen tot lezen stimuleren" dat in het najaar van 1982 werd gehouden) was in zes thema's opgedeeld, waarbinnen voor kleine groepen vier lezingen werden gehouden. De vruchten van deze lezingencycli moesten tijdens een forumdiscussie aan het einde van de dag worden afgeworpen.
De dag werd ingeleid door de literair criticus, columnist en Nijmeegs hoogleraar in de literatuurwetenschap Kees Fens. Fens sprak over "het beslissende boek" en in dat kader over opvoeders. De titel van dit artikel refereert aan de start van zijn lezing waarin hij een figuur van Carmiggelt citeert. Hij vervolgt verder met de beeldspraak: "Een opvoeder is als een brandweerman. Hij komt altijd te laat, hij kan hoogstens de belendende percelen nathouden om grotere ongelukken te voorkomen." Kees Fens vertelde op boeiende wijze over de vier leesperioden die men in iedere ontwikkeling van de lezende mens kan waarnemen. Opvallend aan deze verdeling is dat alleen de eerste en vierde periode van groot belang zijn. De tweede en derde, die waarin de opvoeder zijn intrede doet, blijken van marginaal belang. De eerste periode loopt tot ongeveer het twaalfde levensjaar. Hierin bepaalt de jonge lezer in feite zijn verdere toekomst. Kinderen tussen de acht en twaalf jaar lezen boeken en vinden die mooi of niet mooi. Ze ontdekken nieuwigheden in boeken, ontdekken andere werelden en bovenal ervaren ze hun aanwezigheid als lezer als essentieel. Lezen betekent dan ook heel veel: het betekent weggaan en toch thuiskomen. Het betekent naar ginds gaan, naar vroeger gaan en ontdekken dat daar rekening is gehouden met jou. Lezen is ontdekken dat er op je is gewacht en ervaren dat, nu jij als lezer erbij bent het spel pas kan beginnen. Le-
zen is dan ook een zeer persoonlijke, ja zelfs a-sociale bezigheid. En bij dat intieme proces komt geen opvoeder in de buurt. Hij mag dat ook niet. Fens stelt nadrukkelijk dat voor hem een opvoeder niet meer mag doen dan zoveel mogelijk verschillende boeken aanbieden. De opvoeder moet in staat zijn het kind zijn eigen keuze te laten maken. Sommige kinderen ontdekken door het vele lezen dat een speciaal boek hen het meest boeit. Ze grijpen er vaak naar terug^ Dit boek, het beslissende boek, wordt niet door iedereen ontdekt, maar de kinderen die het ontdekken zullen er de rest van hun leven op de een of andere manier mee worden geconfronteerd. Fens vindt dat onze westerse cultuur, maar de opvoeder daarbinnen in het bijzonder, niet zoveel waarde moet hechten aan het lezen. Het geeft niets, zegt hij, als kinderen niet lezen. Dan halen ze wel andere ervaringen naar voren om hun zelfbeeld te vervolmaken. Dan zoeken ze elders wel de werelden waarin ze zichzelf kunnen (her)ontdekken. We zouden dat lezen niet zo moeten overschatten. En bovendien zouden we ons moeten realiseren dat als kinderen lezen, ze niet meer bij ons zijn. Als we als ouder vol trots constateren dat onze zoon of dochter de hele dag zit te lezen, is het zaak dat we ons ervan bewust zijn dat we aan hem of haar inderdaad helemaal geen kind meer hebben, sterker nog, dat het ons kind niet meer is. Het is dan het kind van het boek geworden. Zo komt een jonge lezer op zijn twaalfde jaar in de tweede periode. Dat is een lege periode waarin niets gebeurt. De boeken blijven gesloten in de kast staan. De tweede periode is er een van de grote vervreemding. En dan rolt het kind op zijn vijftiende of zestiende levensjaar in de derde periode, waarvan het ook niets te verwach-
Spookschn]veT
Hdre majesteit spreekt elk jaar een troonrede uit. Dat is haar vak; dat kan ze goed. Iedereen weet echter, dat zij die troonrede niet zelf heeft geschreven. Schrijven, dat doen onze ministers. Gelooft u dit werkelijk? Ik niet. Ministers kunnen helemaal niet schrijven. Overal lees je dat ministers 24 uur per dag in touw zijn en nergens tijd voor hebben. Ik denk dat de troonrede wordt vervaardigd door een collectief van top-ambtenaren van de ministers; de ghostwriters van de ghostwriters. Interessanter en invloedrijker dan de koningin zijn de ministers; invloedrijker, en dus veel interessanter dan de ministers zijn de hoge ambtenaren. Op 19 december 1983 werd op de KHT een landelijke studiedag gehouden over integratie in de sociale wetenschappen, 's Ochtends kon men dr. R.]. in 't Veld beluisteren, voormalig hoogleraar in de sociologie te Nijmegen en thans actief als directeurgeneraal voor het hoger onderwijs en het wetenschappelijk onderzoek. Een top-ambtenaar.- Toespraken van In 't Veld zijn altijd bijzonder interessant, want iedereen weet dat hij het brein is van minister Deetman. Wat In 't Veld zegt, zal even later door Deelman naar voren worden gebracht als het beleid. In 't Veld is de ghostwriter van Deetman. Hij is dus zoiets als het hoedje van de koningin. Een jaar geleden maakte minister Deetman een zeer verwarde indruk. In 't Veld hield toen namelijk elke dag een redevoering; in elke toespraak verkondigde hij iets nieuws. Al deze verhalen spraken elkaar tegen; de minister raakte de draad kwijt. Het hoedje van de koningin ging boven zijn pet.
ten heeft. Deze periode duurt een aantal jaren, al naar gelang de opleiding van de desbetreffende lezer. In deze periode staat het zogenaamde literatuuronderwijs centraal. Dat is dat onderwijs waarin het kinderen wordt afgeleerd in termen van "mooi" en "niet mooi" over hun boeken te praten. Het is in die periode dat kinderen de boeken moeten lezen die leraren en andere opvoeders goed voor hun achten. Het is ook in deze fase dat kinderen geleerd wordt te praten over een goed of slecht boek in kwalitatieve termen, met begrippen waar niemand echt goed mee overweg kan, maar die wel gehanteerd worden voor de enig juiste manier van praten over boeken. De leeslijst, de exameneisen, de voor- en afkeur van de docent, de aangeboden canon uit Lodewick, alle zijn het dè middelen om het leesplezier definitief de grond in te boren, om de jonge lezers van hun vertrouwde boekenwei'eld van weleer te vervreemden. De discrepantie tussen enerzijds de leeservaring en anderzijds het literatuuronderwijs wordt steeds groter. Dat onderwijs, aldus Fens, is dan ook niet meer dan een serie lessen in afleren. Dat geldt voor de middelbare school net zo als voor de universiteit. Iemand die van literatuur houdt moet dan ook beslist geen letteren gaan studeren. Dat kan alleen maar als je er in geïnteresseerd bent. Als al deze ellende achter de rug is komen we, over de fasen van leegte en onderwijs heen, bij de vierde en laatste periode. Dit is de periode van vrijheid en reflectie. In deze periode blijkt dat de lezer uit zichzelf boeken gaat lezen die op de een of andere wijze teruggrijpen op dat beslissende boek uit de eerste periode waar nog geen opvoeder te zien was. Je leest dan eenvoudigweg dezelfde soort boeken. In deze periode blijk je de egoïst te zijn gebleven die je in
den beginne was. En dat is volgens Kees Fens een zeer geruststellende gedachte. Fens heeft zich op deze manier duidelijk uitgesproken tégen de opvoeder als indringer. De enige vorm die hij toelaatbaar vindt is die van aangever. Een opvoeder mag een kind wijzen waar alles staat. Verder moet hij maar afwachten. Ook enkele forumleden waren deze menin toegedaan, zo bleek aan het einde van de dag. De eerste stelling was afkomstig van Koos Hawinkels en luidde: "Met is onverstandig om in de eerste jaren van het middelbaar onderwijs de jeugdboeken te gebruiken om kinderen tot het lezen van "echte"literatuur te stimuleren". Het hoeft geen betoog dat deze stelling boze en verwijtende reacties uit de zaal opriep. Een andere stelling was als volgt geformuleerd: "Leesbevordering hoort een zwaartepunt in het basisonderwijs te zijn en is bijzonder eenvoudig uit te voeren". De toelichting die op deze stelling volgde kwam neer op een soort substelling: "Zolang de leerkracht geen fervente lezer is, komt er niets terecht van effectief leesonderwijs." En, zo werd daar aan toegevoegd, zeg dan maar dag tegen het onbevangen lezen, tegen de stelling "leesonderwijs is communicatieonderwijs" en tegen een levendige structurele invulling van het totale leesprogramma. Deze door het schoolhoofd Gerrit Luidinga geformuleerde stelling kreeg in belangrijke mate bijval van de daarop volgende: "Literatuur is ontwikkelingsstof". De enige vrouw die in het forum zitting had lichtte toe dat het hier niet gaat om communicatie maar om het stimuleren van leerlingen iets met het wezenlijke uit het boek te doen. Een leerkracht kan hier een zeer belangrijke bijdrage aan leveren, kan leerlingen laten zien wat de schrijver heeft willen zeggen waardoor de desbetreffende boeken (nog) meer gaan spreken. De laatste, mijn inziens interessante stelling was die van Jan de Zanger van de Stichting Leerplanontwikkeling: "De onderwijsgevende is in het onderwijs het grootste probleem". Zolang die onderwijsgevende denkt voor de leerlingen uit te moeten maken wat ze wel en niet mogen lezen, komt er niets terecht van het literatuur- en leesonderwijs. Wilma Okkerse.
Voor het Tilburgse verhaal van In 't Veld was afgelopen december veel belangstelling. Tot grote teleurstelling van de deelnemers aan de studiedag vertrok de directeurgeneraal weer snel. De andere redenaars hadden gehoopt dat hij nog even naar hun verhaal zou blijven luisteren. Misschien konden ze In 't Veld beïnvloeden.' Dat schijnt tegenwoordig de droom van iedere universitaire bestuurder te zijn. Veel deelnemers aan de studiedag zagen zichzelf al in de rol van ghostwriter van een directeurgeneraal die op zijn beurt ghostwriter van de minister is. De droom ging verloren: In 't Veld was hier alleen maar even om een boodschap af te geven. En toen werd het leuk. Tijdens een theepauze in de studiedag zag ik opeens een oude kennis staan: een psycholoog die ik nog heb meegemaakt als Amsterdamse, hnksradicale student. We babbelden wat. "Ik heb de tekst van In 't Veld geschreven," merkte hij langs zijn neus op. Natuurlijk.' Hoe had ik zo stom kunnen zijn om te denken dat een directeur-generaal zijn eigen toespraken schrijft. Daar heeft hij het toch veel te druk voor? Opeens werd mij veel duidelijk. De koningin valt terug op haar ministers. Een minister valt terug op top-ambtenaren. Een top-ambtenaar valt terug op het middenkader. En onder het middenkader zit ook nog wel wat. Schrijven, dat doen de anderen (om een bekende uitspraak van Sartre te parafraseren]. Na de theepauze werd de Tilburgse studiedag heel komisch. Alle sprekers riepen in koor dat ze zo graag nog iets aan In 't Veld hadden willen zeggen. Alle sprekers vonden het vreselijk jammer dat hij al zo snel was weggegaan; ze stonden nu voor de banken te kletsen. Links in de zaal, echter, zat mijn oude kennis stilletjes te luisteren, met rode oortjes. Want binnenkort moet hij weer een redevoering voor zijn haas schrijven. Bijna niemand had dat in de gaten. En de moraal van het verhaal? Wilt u iets bereiken, zoek het dan nooit hogerop, maar kijk omlaag. Dddr zitten de slaven die het beleid bepalen, de ghostwriters die iets te melden moeten hebben, zonder dat zij weten waar ze hun ideeën het beste vandaan kunnen halen. In de volgende troonrede van onze koningin zult u kunnen horen wat ik op de Tilburgse studiedag in het oor heb gefluisterd van de spookschrijver van In 't Veld. Let maar eens op.'
Q
ONDERZOEK
Zaaizaadmoi
•
• f
voor multinationals in Derde Wereld
Per dag sterven er tussen de 10.000 en 20.000 mensen aan honger en ondervoeding. Een triest cijfer. In 1980 waren er volgens het FAO, de wereldvoedsel- en landbouv/organisatie van de Verenigde Naties, 26 landen met ernstige voedseltekorten, die voorlopig slechts met het dure lapmiddel van voedselhulp kunnen worden bestreden. Beter zaaizaad, waardoor de opbrengsten in de Derde Wereld zullen stijgen, biedt voor de toekomst een betere oplossing. Dat vinden tenminste de Westerse plantenveredelaars, verenigd in het Assinsel. Het lijkt wel het ei van Columbus. Kritici plaatsen echter grote vraagtekens bij deze helpende hand uit het kwekerswereldje. Zij vrezen dat de ontwikkelingslanden nog meer afhankelijk zullen worden van de rijke zaaizaadmultina tionals.
Nieuwe afhankelijkheid dreigt Het plan van de plantenveredelaars lijkt veel voor - maar vooral nadelen te hebben. De vakwereld is verdeeld. Kritici vragen zich af van waar plotseling die Samaritaanse houding van de zakenwereld komt. De kwekers antwoorden dat commercie niet persé vies hoeft te zijn als je daarmee de honger de wereld uit helpt. Studie naar de gevolgen van de introductie van nieuwe zaden is er echter nauwelijks verricht. Het Instituut Voor Ontwikkelingsvraagstukken (IVO) van de Tilburgse Hogeschool heeft afgelopen zomer het voortouw genomen door een rapport af te leveren over de machten en krachten binnen het Nederlandse zaaizaadwereldje. Het rapport, "De Neder-
landse Zaaizaadsector. Concentratie, internationalisatie en relatie met de Derde Wereld", in opdracht van de voedingsbond van het FNV, is een schuchtere poging meer licht te brengen in het onbekende wereldje van de zaadtelers. De twee schrijvers Drs. A. Groosman en Drs. van den Meerendonk blijven voorlopig voorzichtig met echte conclusies. Daarvoor moet er eerst diepgaander onderzoek worden verricht, schrijven de IVO-onderzoekers. Volgens Groosman en Van den Meerendonk zijn de effecten van de zaadhulp voor de Derde Wereld nog "onduidelijk". Toch blijken de ontwikkelingsdeskundigen weinig optimistisch over de zogenaamde "hulp"
van de multinationals, die toch in de eerste plaats voor eigen portemonnaie rekenen: "In de oplossing van de problemen in ontwikkelingslanden op zaaizaadgebied lijken de multinationale zaaizaadbedrijven een geringe rol te kunnen spelen. Het gevaar dat hun verontwikkelde selectiesysteem, produktie - en distributienetwerken (gecombineerd met kunstmest en pesticiden) ontwikkelingslanden steeds meer afhankelijk maken van wereldmarkten is groot". Op dit moment oefenen de grote zaaizaadbedrijven al grote druk uit op de ontwikkelingslanden om de westerse kwekersrechten toe te passen. "Hierdoor ontstaat op langere termijn het gevaar dat de afhankelijkheid van door westerse ondernemingen ontwikkelde rassen zal toenemen", aldus het rapport. Een nieuw monopolie? "Ook in de zaaizaadvoorziening dreigt een nieuwe afhankelijkheid te ontstaan, die grote gevolgen voor ontwikkelingslanden kan hebben wanneer de traditionele variëteiten verdrongen worden door de nieuwe veredelde zaden van westerse ondernemingen. Hoewel regeringen in westerse landen en multinationale ondernemingen beargumenteren dat slechts "rijke" landen de technische en financiële capaciteiten hebben om de conservering van oorspronkelijk plantenmateriaal te garanderen, vrezen ontwikkelingslanden dat monopolisering van de oorspronkelijke variëteiten door westerse ondernemingen kan leiden tot vergroting van de afhankelijkheid van veredeld verbeterd zaad en het verdwijnen van lokale variëteiten".
Vervofg op pag. 6
Hoe regeringsgezind waren de Brabanders? "Voor Noord-Brabant is er eigenlijk geen grotere ramp geweest dan de afscheiding van België in 1830". Dit is een van de opzienbarende uitspraken van drs. Ad van Kempen, die over dit onderwerp een boek wil gaan schrijven in opdracht van NoordBrabants Gedeputeerde Staten. Tot 1 januari 1984 heeft hij een semester sociale geschiedenis aan de KHT gedoceerd. Nu werkt hij met hulp van een beurs van Gedeputeerde Staten aan een onderzoek naar Brabantse bestuurders in de eerste decennia van de constitutionele monarchie van Willem I. Sociale geschiedenis is eigenlijk zijn vak niet. Hij is meer gespecialiseerd in politieke geschiedenis. Hierop is Ad van Kempen in Nijmegen afgestudeerd bij dr. G. Beekelaar. Natuurlijk heeft hij als historicus wel de nodige algemene bagage in huis en daar zit sociale geschiedenis ook bij. Ad van Kempen is twee jaar lang medewerker geweest bij dr. Frijhoff aan de sociologische faculteit van de KHT. Dr. Frijhoff is echter aan het begin van dit academisch jaar als hoogleraar in Rotterdam begonnen. In verband met de bezuinigingen is er toen gezegd dat er voorlopig geen opvolger zou komen, maar voor het afgelopen semester heeft men een tijdelijke regeling getroffen. Die tijdelijke opvolger werd drs. Ad van Kempen tot 1 januari 1984. Nu onderzoekt hij het provinciaal bestuur en zijn gouverneurs van Noord-Brabant in de eerste helft van de vorige eeuw.
BATAAFSE REPUBLIEK Tijdens de Bataafse Republiek (17951813) is ontzettend veel gebeurd in de Tilburgs Hogeschoolblad
Nederlanden. Het was een tijd die gekenmerkt werd door een zekere dynamiek. Noord-Brabant vormde daarop geen uitzondering. Het was echter ook niet méér dynamisch dan de andere provincies. De tijd na 1813 staat bekend als een afkalvingstijd, een wat mattere periode. Tijdens die periode heeft Noord-Brabant wel een uitzonderingspositie vervuld in die zin dat de politiek meer op de voorgrond trad dan die van andere provincies. De eerste gouverneur van Noord-Brabant was mr. C.G. Hultman, een Gelders protestant (1814-1820). Rond 1820 kwam een golf van politieke onrust vanuit België. Willem I begon in die tijd met een vrij intensief industriebeleid voornamelijk in het katholieke zuiden. Voor Noord-Brabant is er eigenlijk geen grotere ramp geweest dan de afscheiding van België. Noord-Brabant werd daardoor weer teruggedrongen naar de marges van het koninkrijk. De centrale positie raakte verloren. Daarnaast was het natuurlijk uitermate nadelig dat een bevolkingsgroep - de katholieke - werd gere-
DUMPMARKT Dat zijn echter niet de enige nadelen, die het rapport opsomt. Het voedselvraagstuk is niet simpel opgelost met een versnelde verhoging van de produktie. De stijging van de graanopbrengsten in de jaren zeventig heeft het hongerprobleem - voor een groot deel een kwestie van te weinig koopkracht - slechts verscherpt. Verder dreigt het gevaar dat de westerse ondernemingen de Derde Wereld gaan gebruiken als een soort dumpmarkt voor oude produkten en overschotten, zoals in het verleden is gebeurd met kunstmest en landbouwbestrijdingsmiddelen. Dit zal ontwrichtend werken op de lokale landbouwproduktie. Vooral de kleinere boeren zullen het onderspit delven. Tussen 1961 en 1977 steeg de invoer van kunstmest in ontwikkelingslanden uit de
Drs. Ad van Kempen duceerd tot een kleine minderheid. Terwijl ze samen met de Belgische katholieken voorheen een meerderheid vormden in het koninkrijk. Dat zijn twee heel nadelige zaken geweest voor Noord-Brabant. De Brabantse bestuurders waren ten tijde van de afscheiding over het algemeen wel regeringsgezind, maar de houding van het gewone volk is nogal dubieus. Er zijn historici die beweren - en dat is pas een recente veronderstelling - dat, als je de Brabanders de keus had gegeven, ze spontaan voor België hadden gekozen.
Daarentegen Is tot voor kort altijd gezegd dat de Brabanders goed regeringsgezind waren. Dit laatste wordt dan beweerd om aan te tonen hoe onrechtvaardig de koning wel niet was om Brabant met zoveel legers te bezetten. Brabant zou toch wel loyaal zijn geweest. Maar daar zijn nogal wat vraagtekens bij te plaatsen. Ook de bronnen spreken elkaar tegen. Er zijn bronnen die zeggen dat alle geruchten over Brabantse opstandigheid berusten op verdachtmakingen, dat daar niets van waar is. En er zijn alarmerende berichten dat er niet genoeg troepen aangevoerd konden worden omdat Brabant op revolteren stond. De opstandigheid die er was, was altijd gericht op de ministers. Het was nooit de koning, die de schuld kreeg, maar altijd zijn slechte raadgevers. De koning stond boven de partijen en werd als weldoener gezien, alleen werd hij ingefluisterd door slechte raadslieden, waaronder minister van Manen en andere conservatieve ministers. Het boek dat drs. Ad van Kempen wil gaan schrijven begint pas na de ommekeer van 1813, bij de terugkomst van Willem I. Een voorpublicatie daarvan loopt tot 1830. Een volgend onderzoek dat hij eventueel zou willen opstarten is een onderzoek naar de positie van gouverneur van de Boogaerde ter Brugge, die in Noord-Brabant een tijd aan het bewind heeft gestaan. Deze gouverneur had een zeer omvangrijk archief en het staat op het punt geïnventariseerd te worden. Dit laatste onderzoek zou wel eens een promotieonderwerp kunnen worden, maar daar is hij nog niet zeker van omdat een andere specialisme - de persgeschiedenis - ook nog steeds zijn aandacht heeft. B. Peters. 20 januari 1984
KNAW: "leraar liefst drs.
##
De opleiding tot eerstegraads leraar moet binner) de hogescholen en universiteiten blijven bestaan, vindt de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). Wordt de lerarenopleiding ondergebracht bij de nieuwe lerarenopleidingen (NLO's), dan zal dat tot gevolg hebben dat universitair en middelbaar onderwijs twee gescheiden circuits worden, waartussen onvoldoende contact bestaat. Dat is de strekking van een brief die de KNAW op 29 december toezond aan onderwijsminister drs. W.J. Deetman, in reactie op diens Concept-Beleidsnota inzake de lerarenopleiding.
kend, in dat studenten vanaf '86/'87 na het bepalen van een eerstefase-diploma (waarover ze maximaal zes jaar hebben mogen doen) nog een maand of tien mogen doorstuderen tot zij de leraarsbevoegheid hebben. Dat laatste dient volgens Deetman te gebeuren ten huize van een NLO. Voor studenten die persé leraar willen worden wordt die route naar het leraarschap echter wel de lange weg. Want wie direkt naar een NLO gaat kan in principe in vierenhalf jaar het leraarsdiploma hebben. Zo iemand is dan bovendien bevoegd voor twee vakken, zij het dat men dan een tweede- en geen eerstegraads bevoegdheid heeft. Wie, met zo'n tweedegraadsbevoegdheid, door wil gaan voor een eerstegraadsbevoegdheid, kan daarvoor op dit moment buiten de universiteit om enkel terecht bij parttime-opleidingen, die vier jaar duren. De KNAW nu vreest dat het aantal studenten dat ervoor kiest om via de universitaire weg eerstegraadsleraar te worden, zal afnemen.
De bezwaren tegen Deetmans plannen met de eerstegraads-lerarenopleiding zijn, "vooral principieel en niet zozeer praktisch" zei prof. dr. J.T. Wiebes, lid van de Akademie-commissie "Eerstegraads-lerarenopleiding" woensdag tijdens een toelichting op de brief. De voornaamste vrees van de Akademie is, dat VWO-leerlingen die een niet-universitair opgeleide docent voor de klas hebben staan, niet voldoende kennis kunnen nemen van andere visies op de leerstof dan die welke in het schoolboek staat. Dat heeft op den duur vervlakking tot gevolg die, wanneer de VWO-scholieren eenmaal student geworden zijn, zal doorwerken op de universiteiten. Daarnaast vreest de Akademie dat met name de letterenfaculteiten in den lande op den duur minder gemakkelijk aan
goede (wetenschappelijke) docenten zullen komen. Veel stafleden in die faculteiten zijn eerst gepokt en gemazeld in het middelbaar onderwijs, aldus de KNAW, over concrete cijfers daarover beschikte men echter niet. Wanneer docenten in het middelbaar onderwijs niet langer binnen de universiteiten tot docent worden opgeleid, zouden zij ook niet meer recruteerbaar zijn voor een wetenschappelijke functie. Ten derde vreest de KNAW dat de samenleving als geheel op den duur onvoldoende op de hoogte raakt van nieuwe wetenschappelijke inzichten. De kritische opstelling en de bredere visie die de KNAW universitair opgeleide leraren toeschrijft, zal meer en meer worden vervangen door recept-kennis. Deetmans plannen houden, zoals be-
Uit de Universiteitsbladen
Lichamelijke Vorming en Sport dan ook belangrijk mkrimpen. Het aantal formatieplaatsen moet van 10 naar 3 worden teruggebracht en er moet worden bekeken of er meer gebruik kan worden gemaakt van vrijwilligers bij instructies. Ook zouden de sportretributies eventueel omhoog kunnen. Fred Akkerboom, lid van de Studenten Sportraad en van het Actiecomité dat zich verzet tegen de collegeplannen, vindt dat onzin. Zaaltraining en conditietraining is specialistenwerk, dat kun je niet aan studenten overlaten. "Als alle sportleraren gehandhaafd werden zou een sportkaart 500 gulden gaan kosten. Ook vindt Akkerboom studentensport geen elitaire bezigheid. "Studentensport is heel anders dan burgersport. Studentensport is niet zo gericht op prestaties. Het is meer lekker ontspannend na een dag hard studeren" (QUOD NOVUM). Naar aanleiding van plannen van Mi-
nister Deetman om op studentenvoorzieningen te gaan bezuinigen, is er in Enschede, op initiatief van de Raad voor de Campusvoorzieningen (RVC), een enquête gestart. Zoals bekend is de Minister van mening dat studenten maar lid moeten worden van stedelijke sportclubs of cultuuraangelegenheden in de stad. Die zijn echter vaak stukken duurder. Middels de enquête wil de R VC erachter komen onder welke (financiële) condities een student wel of niet in staat is in de stad aan sport of cultuur te doen. Deze "harde gegevens" moeten dan tegenover de gegevens van de Minister komen te staan.
Voorlopig nog een erg kleine. De export naar ontwikkelingslanden is pas de laatste jaren echt op gang gekomen. Het gaat daarbij vooral om pootaardappelen en tuinbouwzaden. Zo leverde Nederland in 1981 voor 140 miljoen gulden aan de arme landen. Ruim eenvijfde van de totale uitvoer naar het buitenland. Voor het hongerprobleem in de Derde Wereld - waar het vooral gaat om de aanbouw van granen - is het Nederlandse aanbod weinig interessant. Toch is het opvallend dat de afgelopen vijf jaar olie en chemiereuzen als het Zwitserse concern Sandoz, Shell en BP zich flink hebben ingekocht in de hoog ontwikkelde Nederlandse zaaizaadindustrie. Deze overname past in de strategie van de multinationals om meer greep te krijgen op de internationale zaaizaadsector, naast hun sterke positie op het gebied van kunstmest en gewasbestrijdingsmiddelen. De slag om de Derde Wereld is daarmee begonnen. Dit mono-
poliestreven van de grote ondernemingen staat haaks op het beleid van het Ministerie van Ontwikkelingssamenwerking om een eigen zaaizaadindustrie in de Derde Wereld van de grond te krijgen via het leveren van pootgoed en het opzetten van zaaizaadbedrijven ter plekke. Den Haag probeert zo een eigen onderzoekscapaciteit in de ontwikkelingslanden te ontwikkelen. Een voorwaarde, wil een land in de toekomst zelfstandig blijven op het gebied van de zaaizaadvoorziening. In een groot deel van de Derde Wereld (Afrika, Azië en Midden-Amerika) staat deze sector nog slechts in de steigers. Het ontbreekt de landen aan geld en kennis om de nodige onderzoekscapaciteit op het gebied van de veredeling van voedselgewassen op te bouwen. Hierop moet het Nederlandse beleid inspelen. Bij de overdracht van know-how en kapitaal kunnen kleine- en middelgrote Nederlandse bedrijven - in het kader van de nieuwe zakelijkheid -
Ex-rector Sperna Weiland van de Rotterdamse Erasmus Universiteit vindt dat bondgenoten van de Universiteit ook in Den Haag zetelen. Een opmerkelijk geluid in deze barre tijden. De oud-rector gelooft dat Den Haag voor twee taken staat: bij afnemende middelen zoveel mogelijk uit het vuur slepen voor de universiteit en erop toezien dat de middelen vervolgens zo rechtvaardig mogelijk worden verdeeld. Op beide punten wordt volgens Sperna Weiland goed gewerkt. "Vandaar ook dat wij recent de minister voor een bezoek hebben uitgenodigd". Het College van Bestuur van de Rotterdamse Universiteit is van mening dat sport geen direct verband heeft met onderwijs en onderzoek. Ze wil de Afdeling Vervolg van pag. 5
Zaaizaad geïndustrialiseerde landen van twee miljoen ton tot ruim 10 miljoen ton, terwijl de import van pesticiden opliep van 100 miljoen dollar tot 1 miljard dollar. Daarmee is de Derde markt - waar experts flinke groeiverwachtingen koesteren een interessante markt voor de multinationals, die in de toekomst naast kunstmest en pesticiden ook de zaaizaadmarkt zullen beheersen. Hierdoor krijgen de rijke ondernemingen een flinke greep op de voedselvoorziening in de Derde Wereld. NEDERLAND Welke rol speelt de Nederlandse zaaizaadsector, een van de grootste exporteurs in de wereld, voor de Derde Wereld? Tilburgs Hogeschoolblad
KWALITEITSVERSCHIL Een en ander wil niet zeggen, dat de KNAW vindt dat de huidige universitaire lerarenopleiding van goede kwaliteit is. De huidige samenwerking tussen NLO's en universitaire lerarenopleidingen zou zeker eens tegen het licht gehouden moeten worden, zo schrijft de Akademie. De pedagogisch-didactische scholing laat te wensen over, en ook ziet de KNAW het als een probleem dat docenten op NLO's zelf geen onderzoek doen.
Het College van Bestuur van de Nijmeegse Universiteit gaat ernst maken met het herplaatsingsbeleid voor medewerkers die met ontslag bedreigd worden als gevolg van inkrimping of opheffing van afdelingen of onderdelen daarvan. Gelijk-
Maar voor een structuurverandering die de kwaliteit van de opgeleiden zozeer aantast meent de KNAW te moeten waarschuwen; "er is een fundamenteel kwaliteitsverschil tussen de universitair opgeleide leraar en diens collega zonder universitaire opleiding", zo benadrukte 19 Wiebes. 1 Bovendien wijst de KNAW erop, dat in alle ons omringende landen de lerarenopleiding binnen de universiteiten plaatsvindt. "Alleen in Argentinië en NieuwZeeland zijn de twee losgekoppeld", zette Wiebes de argumenten kracht bij. UP/Esther Hageman.
Nieuw in Tilburg:
CAFÉ ONBEKEND Wij serveren biologische wijn. Regelmatig live-muziek. Wllhelminapark 24 Tel. 013-366503 tijdig met een landelijk vacaturebureau is er per 1 januari j.l. een universitair coördinatiepunt opgericht, waar de gegevens over vacatures en over medewerkers die voor herplaatsing in aanmerking komen snel en effectief met elkaar kunnen worden vergeleken. In het Leidse MARE houdt dr. A.P. Schmid van het Centrum van Onderzoek van Maatschappelijke Tegenstellingen (COMT) een pleidooi voor serieus onderzoek van terrorisme. "Politiek geweld is als het ware gedemocratiseerd. Voor een kwartje kun je een bommelding doorgeven. Het geweldsmonopolie van de staat bestaat al lang niet meer. Er zijn veel meer terroristische bewegingen dan staten". Schmid publiceerde onlangs een onderzoeksgids over politiek terrorisme, waarmee hij een aanzet probeert te geven voor meer en beter onderzoek naar deze vorm van politieke strategie. een zaadje meepikken. Maar dan moeten ze wel aansluiten op de eisen van de ontwikkelingslanden, vinden de IVO-onderzoekers: "Uitgangspunt dienen de specifieke problemen in de zaaizaadvoorziening van ontwikkelingslanden te zijn. Een oplossing is slechts mogelijk vanuit de lokale situatie, gericht op verbetering van de lokale gewassen. Het creëren van "countervailing power" van zaaizaadbedrijven in ontwikkelingslanden t.o.v. bedrijven uit geïndustrialiseerde landen is bijzonder urgent". Slechts zo kan de Derde Wereld het hoofd bieden aan het agressieve optreden van de multinationals. John Versleijen
20 januari 1984
K
Discipline-adviescommissie wil econometrie handhaven Het belang van de kwantitatieve vakken voor de economisctie faculteit maakt liet onverstandig over te gaan tot het opheffen van vestigingen van de studierichting econometrie. Bovendien is het uiteindelijke bedrag dat bespaard kan worden met opheffing te verwaarlozen op het totale te bezuinigen bedrag. Dat is de conclusie van de discipline-adviescommissie voor economie, econometrie en actuariële wetenschappen die onlangs haar rapport uitbracht. De commissie stelt verder voor geen enkele 'kleine' studierichting te sluiten, maar het grootste deel van de bezuinigingen te zoeken in het terugdringen van de kroondocentenformatie met 47 plaatsen tot 1990. Voor Tilburg betekent dat een inkrimping van 36,5 tot 26 leerstoelen. De 10,5 kroondocenten zullen moeten afvloeien via de weg van het zogenaamde functioneel leeftijdsontslag. De commissie die voor de taak gesteld was in 1990 een besparing van f 8 miljoen bij elkaar te schrapen, meent dat de 47 in te krimpen leerstoelen goed zijn voor een bezuiniging van f 7 miljoen. De besparing van de resterende f 1 miljoen denkt de commissie te vinden in de afgeleide effecten op de personeelsopbouw die van een kleinere kroondocentenformatie uitgaan bij invoering van de BUWP-normen. Men zag echter geen kans het resterende bedrag al over de vijf bestaande - economische faculteiten te verdelen. De commissie hanteerde als uitgangspunt dat concentratie in de zin van opheffing van kleine studierichtingen, zoals econometrie, fiscale economie en bestuurlijke informatiekunde, het wezen van de economische faculteit zou aantasten. Wel heeft men op het punt van de taakverdeling z'n heil gezocht in profilering in de zin van een beperking en landelijke verdeling van afstudeerrichtingen. Voor de KHT komt de commissie met het voorstel specialisaties op het gebied van economische geschiedenis, recht, regionale economie, ontwikkelingseconomie, wijsbegeerte en recht van internationale organisaties te handhaven.
Om een minimaal verantwoord onderwijs- en onderzoekprogramma te kunnen uitvoeren, zal er sprake moeten zijn van een minimale omvang van de faculteit, zo stelt de commissie vast. In deze zogenaamde rompfaculteit is het aantal kroondocentenplaatsen tot het uiterste beperkt. Opmerkelijk is daarbij dat de commissie op voorhand al een plaats voor bestuurlijke informatiekunde in de rompfaculteit inruimt. Men ziet voor dat vak zelfs een voortrekkersrol weggelegd binnen de faculteit, daar men verwacht dat vele onderdelen van de economie de komende jaren door de automatisering veranderingen zullen ondergaan. Voor de bestuurlijke informatiekunde kan dan ook niet tot een taakverdeling worden overgegaan, aldus de commissie, die pleit voor een snelle opname van de nieuwe studierichting in het Academisch Statuut. Met 26 informatieplaatsen voor kroondocenten blijft de KHT na Rotterdam (45 plaatsen) de op één na grootste faculteit. Wel lijkt de belangstelling van eerstejaars studenten wat achter te blijven bij de snel groeiende studenteninstroom aan de VU en aan de UvA. Over de regionale binding van de student merkt de commissie nog op dat het getal van 500 eerstejaars aan de op te richten economische faculteit van de RL enkel en alleen berust op politieke overwegingen. Dat getal kan alleen worden gerealiseerd als een plaatsingscommissie zou worden ingeschakeld. En er is een enkel argument dat daarvoor pleit, aldus de commissie. L.K.
Wet op het WO nog niet voor dit jaar
ta van wijzigingen, reden waarom de kamer eerst nog een 'nader voorlopig verslag' (in plaats van een 'eindverslag') wil uitbrengen, en wel op 1 maart. Deetman dient daar dan eerst op te antwoorden alvorens de Kamer, die zelf de procedure van wetsontwerpen regelt, haar eindverslag uitbrengt. Eerst nadat Deetman daar weer schriftelijk op heeft gereageerd, kan de uiteindelijke behandeling van het wetsontwerp plaatsvinden. Voor de WWO 81 is met al deze stappen geruime tijd gemoeid omdat het om een omvangrijk wetsontwerp gaat. Behandeling kan daarom op zijn vroegst in het najaar plaatsvinden, maar dan is op de agenda van de Tweede Kamer voor dit soort grote wetsontwerpen meestal geen plaats omdat de begrotingsbehandeligen dan voorgaat. In dat geval wordt de WWO pas begin volgend jaar behandeld. Vervolgens moet dan nog de Invoeringswet WWO 81 aan de orde komen. Behalve die invoering wil Deetman daarin ook een geheel nieuwe planningswetgeving
Het ligt niet in de verwachting dat de WWO 81, het wetsontwerp dat de oude Wet op het Wetenschappelijk onderwijs uit 1960 en de WUB uit 1970 moet vervangen, nog dit jaar tot stand komt. Dit wetsontwerp, dat al in 1981 nog door Minister Pais werd ingediend, overigens ook al na uitvoerige discussies, heeft lang op de plank gelegen, als gevolg van drie kabinetswisselingen. Nu Minister Deetman eindelijk de Memorie van Antwoord (de reactie op het 'voorlopig verslag' van de Tweede Kamer) heeft geformuleerd, kan de behandeling voortgang vinden, maar de verwachting is dat dit nog geruime tijd duurt. Deetman heeft de Memorie van Antwoord vergezeld laten gaan met een no-
Tilburgs Hogeschoolbiad
Economen organiseren worlishop voor ondernemers De economische faculteit van de Tilburgse hogeschool wil zich de komende tijd naar de buitenwacht toe duidelijk profileren. Meer dan nu het geval is wil men aansluiting zoeken bij wat er in de maatschappij gebeurt. Dat blijkt uit het jongste nummer van Ter Visie, het kwartaalblad voor afgestudeerden van de KHT, waarin drie hoogleraren van de faculteit aan het woord komen. Prof. R. Bannink pleit er voor een sterkere afstemming op de markt en z'n collega prof. dr. P. Verheyen stuurt de aan theorie verknochte Tilburgse bedrijfseconomen terug naar de praktijk van het bedrijfsleven. De faculteit zal in toenemende mate aanvullende cursussen aan het bedrijfsleven aanbieden, verwacht Verheyen. Een voorbeeld van de wijze waarop de Tilburgse bedrijfseconomen hun theoretische verworvenheden aan de man trachten te brengen is snel gevonden. Op 26 januari organiseert de economische faculteit een workshop voor ondernemers, waar het vorig jaar verschenen boek Succesvol voor jezelf beginnen' centraal komt te staan. In deze 'praktische wegwijzer voor de kleine ondernemer', zoals de ondertitel van het boek luidt, komen verschillende aspecten waarmee ondernemers in de praktijk zoal te maken krijgen aan bod. In eenvoudige en duidelijke taal passeren een aantal zaken als financiering, belastingen, boekhouding, informatiesysteem, kosten en winst de revue. Op de dag van de workshop houdt de belangrijkste auteur van het boek, drs. J. Groeneveld, eerst een inleiding. Daarna willen de organisatoren van de werkdag de afzonderlijke hoofdstukken van het boek in een zestal werkgroepen kort bespreken en aan de hand van praktijkvoorbeelden uitwerken. Als we het aantal verkochte exemplaren van het boek als graadmeter kunnen gebruiken, belooft de workshop een succes te worden. Sinds juli '83 werden niet minder dan 7500 exemplaren aan de man gebracht. Groeneveld en de zijnen zetten de hogeschool als alles mee zit aardig in de kijkerd. Wie volgt? L.K. voor het W.O. opnemen. Zou dit vlot verlopen dan kan de WWO op z'n vroegst op 1 september 1985 in werking treden, maar dan moet alles meezitten. Ook op departement blijkt men overigens rekening te houden met een verdere vertraging. In de Memorie van Antwoord op de tijdelijke wet taakverdeling, die momenteel wordt behandeld, liet het ministerie weten dat het gevaar van 2 wettelijke regimes voor taakverdeling (de tijdelijke wet en de nieuwe WWO) zich niet zal voordoen, omdat de WWO eerst in werking zal treden als de tijdelijke wet zijn werking goeddeels zal hebben verloren. De einddatum van die wet is 1 januari 1988. Vast staat in ieder geval dat de WUB, die in 1982 met 2 jaar werd verlengd omdat het met de WWO 81 niet wou vlotten, opnieuw verlengd moet worden. Deze loopt zonder dit af op 1 september a.s. Bert Bakker/UP.
I-ISR zegt ja tegen van Agt De hogeschoolraad van de KHT heeft te kennen gegeven geen bezwaar te maken tegen de eventuele benoeming van mr. Dries van Agt tot lid van het Stichtingsbestuur. Dit heeft de raad in een persbericht bekendgemaakt. De kandidatuur van van Agt kon niet meer strikt vertrouwelijk worden behandeld nadat de pers er lucht van had gekregen. Vandaar die vrij ongebruikelijke openlijke standpuntsbepaling door de hogeschoolraad. De benoeming van van Agt hoeft nu alleen nog ter goedkeuring te worden voorgelegd aan de Nederlandse Bisschoppenconferentie. vervolg van pag. 3
Uitleensysteem standig als leners in de week hun boeken eens inzien of ze niet verlengd moeten worden. Is men eens een week over tijd, dan is er nog geen kind overboord: pas twee weken na het verstrijken van de eerste uitleentermijn valt het eerste rappel in de bus. De boeken kunnen tweemaal verlengd worden, daarna is er sprake van een nieuwe uitlening. Na verloop van een jaar wil de bibliotheek de ervaringen met het nieuwe uitleensysteem gaan evalueren. Ook de ABAC heeft daarbij een behoorlijke stem in het kapittel. Vingerhoets c.s. doen de bibliothecaris nu al een aantal concrete ideeën aan de hand. "Het gaat er om dat de bibliotheekvoorzieningen optimaal functioneren voor degenen die ze nodig hebben," meent Vingerhoets. Het nieuwe uitleensysteem biedt in principe goede mogelijkheden, vindt hij. "De bibliotheek heeft te kampen met twee belangrijke problemen. Je hebt het probleem dat boeken verdwijnen en je hebt het probleem dat mensen de boeken niet terugbrengen als ze besproken zijn. Dat laatste zou naar onze mening strenger bestraft moeten worden." Als studenten die in Tilburg afstuderen en medewerkers die een andere werkkring aanvaarden verplicht zouden zijn vóór het verlaten van de hogeschool eerst schoon schip te maken met de bibliotheek, zou ook de pijn van het verdwijnen van boeken wat verzacht kunnen worden. Aldus Vingerhoets c.s., die de bibliothecaris voorstellen aan de hand doen waar die op zijn beurt in ieder geval z'n voordeel mee kan doen. Lennart Kik.
20 januari 1984
Steunfonds voor werkJoTacademici Werken voor duizend piek per maand
"Het welslagen van dit experiment zal voor een belangrijk deel afhangen van v/at deze groep mensen er de komende vier jaar van gaat maken". Dat zegt voorzitter prof. dr. H.F.M. Peeters over de overlevingskansen van het Tilburgse steunfonds voor werkloze academici, sindskort getooid met de snelle naam: Tilburgs Instituut voor Academische Studies. Kortweg TIAS. Het plan om wetenschappelijke onderzoeksprojecten te creëren voor werkloze afgestudeerden werd in september 1983 gelanceerd. Nu al kunnen de eerste onderzoekers aan de slag. Het oorspronkelijke steunfonds voor wetenschappelijk onderzoek door werkloze academici heeft Intussen een face-lift ondergaan en is opgesplitst in drie onderdelen. De afdeling fondswerving blijft verantwoordelijk voor de pogingen om bij het bedrijfsleven en bij allerlei maatschappelijke instanties geld los te weken. Dan is er de Stichting Diogenes die de huisvestingsproblematiek voor'z'n rekening neemt. En tenslotte is er het onderzoeksinstituut zelf, waar de afgestudeerden werkzaam zijn. Dat instituut is voorlopig het TIAS gedoopt, het Tilburgs Instituut voor Academische Studies. Of, zo levert Prof. Peeters meteen de internationale variant, het Tilburg Institute of Advanced Studies. Peeters: " W i e weet krijgt dit initiatief na de aanloopperiode wel een structureel karakter. Vandaar die naamsverandering". De opzet van het instituut is gedacht in de lijn van een tweede-fase opleiding. En is daar dan een semi-geprivatiseerde variant op. Dat wil zeggen: men hanteert het profijtbeginsel door instellingen van buiten het onderwijs te laten deelnemen, vooral financieel, aan het scheppen van onderzoeksprojecten. In het geval van het TIAS (laten we die naam voor het gemak maar even aanhouden) participeren naast het ministerie van Sociale Zaken allerlei bedrijven, stichtingen en maatschappelijke organisaties. Enkele namen uit de lange reeks van contribuanten: de Nederlandse Middenstandsbank, de PNEM, Interpolis, Pellikaan, Philips, Hoechst, D S M , Fobis, Benevolentia, de Belport Familien Stiftung (uit Zwitserland), de Nederlandse Christelijke Werk-
gevers, het Centraal Ziekenfonds, het Ziekenfonds Midden-Brabant en ga zo maar door. De hoogte van de bijdragen varieert van tienduizend gulden tot een ton. Wie de royale gever van die honderdduizend gulden is wil Peeters niet onthullen. Wel wil hij kwijt dat er in totaal op een pot van 800.000 tot een miljoen gulden mag worden gerekend en volgens de begroting moet dat voldoende zijn om het de proefperiode van vier jaar te kunnen uitzingen. Peeters geeft toe dat hij de afgelopen maanden als een heuse handelsreiziger stad en land is rondgetrokken op zoek naar geldschieters. Als dat zo uitkwam liet hij zich graag op zijn missie vergezellen en ondersteunen door collega's als Rijsman, van Veldhoven, Schouten of Verheyen. Peeters: "Die persoonlijke benadering is in deze beginfase onontbeerlijk. Overigens heb ik nergens een rechtstreekse afwijzing gekregen. Hoogstens zei men aan andere categorieën van werklozen dan de academici meer prioriteit te geven". Het ministerie van Sociale Zaken is langs twee wegen deelnemer aan het Tilburgse initiatief. Het departement heeft allereerst in overleg met de Sociale Dienst van de gemeente Tilburg de voorwaarden bepaald waaraan de kandidaten moeten voldoen als zij willen werken met behoud van hun uitkering. De afgestudeerden blijven bijvoorbeeld sollicitatieplichtig, ze blijven ingeschreven bij het arbeidsbureau en ze moeten zich verder gedragen als 'werknemer in de zin van de wet'. W a t de wetenschappelijke kant betreft is er bepaald dat dat de kandidaten geen arbeidsplaatsenvervangend of concurrentie-vervalsend onderzoek mogen beginnen. Verder heeft het initiatief van de Tilburgse hoogleraren een zeer actieve ondersteuning van de landelijke en plaatselijke overheid mogen ondervinden. Peeters: " H e t is zo geregeld dat wij als fonds de kandidaten melden bij de Sociale Dienst, die Dienst roept de mensen daarna op voor een gesprek en dan is het verder formeel voor elkaar".
EEN X BEDRAG Op dit moment is er voor vijfentwintig tot dertig afgestudeerden emplooi gevonden. In de loop van het jaar kan dat aantal uitgroeien tot vijfendertig of zelfs veertig. De juristen en economen zijn binnen die groep nog wat ondervertegenwoordigd. Het terrein waarop de afgestudeerden onderzoek gaan doen is opgedeeld in een tiental themavelden (zie ook het kader). Daarbinnen is gezocht naar een zo groot mogelijke samenhang, dat is prettiger werken voor de onderzoekers. Elk veld wordt begeleid door een coördinator en/of een vakgroep. Wie er nu wét precies gaat onderzoeken hangt af van het overleg tussen het college van advies, de kandidaten zelf, de begeleiders en de geldschieters. Prof. Peeters: Als een handelsreiziger het land door. Tilburgs H o g e s c h o o l b l a d
De keuze van de kandidaten is in eerste instantie aan de vakgroepen voorbehouden. Hoe ver reikt de betrokkenheid van de geldschieters bij het onderzoek? Volgens Peeters is er in elk geval geen sprake van contractresearcli, waarbij een opdrachtgever de onderzoeker betaalt voor het verkrijgen van zeer gerichte wetenschappelijke gegevens. Neem het voorbeeld van de christelijke werkgevers. Die zijn erg geïnteresseerd in de problematiek van arbeid en arbeidstijdverkorting, een hele reeks van vraagstukken waarbij een gedegen achtergrondinformatie nog ontbreekt. Nu stelt het NCW zich garant voor een deel van de kosten die het onderzoek in dat themaveld gaan bedragen, in de hoop dat men straks iets zal hebben aan de onderzoeksresultaten. Het fonds, legt Peeters uit, heeft een centrale rekening. Een bedrijf dat in een bepaalde problematiek is geïnteresseerd maakt een x bedrag over aan het fonds en mag in ruil daarvoor rekenen op een regelmatig verslag van de onderzoeksbevindingen. Dat zal gebeuren tijdens de maandelijkse werkbesprekingen van de themagroepen. Daarvoor worden alle belanghebbenden telkens uitgenodigd. Peeters: "Maar voor de inhoud van het onderzoek blijven de onderzoekers zelf en de vakgroepen verantwoordelijk. In de relatie tussen het fonds en de financiers is er sprake van een wederzijds belang." De jonge onderzoekers sluiten met de Stichting Steunfonds ten betioeve van fiet Katliolielf tioger onderwijs een soort van arbeidscontract. Alhoewel, arbeidscontract, dat woord dekt niet de lading. Het gaat hier immers nog steeds om werk met behoud van uitkering, dus kan er geen sprake zijn een normale arbeidsverhouding. Maar het is ook niet juist om van een leercontract te spreken, 't Zit er ergens tussenin. De overeenkomst wordt aangegaan voor een periode van maximaal vier jaar. Binnen die tijd moet een onderzoek afgeslo-
Achter deze gevel van een pand in de TilbiiB Stationsstraat zullen de onderzoekers van het TIAS vanaf 1 april worden gehuisvestjlkapitale pand is voor een "prix-d'amis" gehuurd van de Ziektekostenverzekering Vflin het Centraal Ziekenfonds. Het herbergt een twaalftal kamers die in oppervlakte vaij pn van 25 tot 60 vierkante meter. In elk van deze ruimten zal straks een groep van dei j ndertig tot veertig wetenschappers onderdak vinden. andere universiteiten en hogescholen. ten kunnen zijn, als het even meezit zelfs Wel betuigt iedereen z'n enthousiaste inmet een proefschrift. Het contract legl stemming met het Tilburgse initiatief de aard, de geschatte arbeidsperiodeen de probleem- en doelstelling van het on- (ook minister Deetman heeft zich inmidderzoek vast. De onderzoeker verpiiclil \ dels positief uitgelaten) maar het Brazich tot een regelmatige rapportage aan bantse voorbeeld wordt nog door niehet college van advies en aan de finan- mand gevolgd. Peeters: "Iemand van de ciers. Het fonds stelt zich garant voorde I VU is om informatie komen vragen. En er is contact geweest met Nijmegen. Daar kosten van het onderzoek; die Icunnen gaat men de bekende route bewandelen. per arbeidsplaats jaarlijks acht tot tien Eerst moet er een grote studiecommissie duizend gulden belopen. Daaronder valt computergebruik, enquêtekosten, druk- i worden samengesteld en dan zal er een uitvoerig rapport verschijnen. En inmidwerk, correspondentie enzoverder. "Dt dels is men dan een jaar verder en is er tegemoet/<oming" aldus de letterlijke tekst van de overeenkomst "l(an in geen nog niets gebeurd. Ja, het is w a t " . geval strekl<en tot beloning, onder vjelke titel ook, van door de onderzoet' aangewende werkkracht voor het onder zoek". En het fonds acht zich "op genei lei wijze aansprakelijk voor schade die onderzoeker in het kader van het onderzoek zelf lijdt in persoon of aan zijn benttingen, dan wel aan derden toebrengt" " J a " verklaart professor Peeters "je kunt in deze omstandigheden niet met alle eventualiteiten rekening houden, dus we hebben de morele uitspraak gedaan dat we steeds in goed overleg naar de oplossing zullen zoeken. Mochten erzicti bijvoorbeeld problemen voordoen rono de verzekering of het eigendomsrecht van de onderzoeksresultaten. Als iemand zich door eigen schuld niet aan de afspraken houdt dan hebben wij als college van £;!vies het recht om de overeenkomst op .e zeggen. Maar dat kan dus pas nada, er nadrukkelijk met de betrokkene en n e t de begeleidende vakgroep is gepraat". Peeters toont zich tenslotte verbaasd over de lauwe reacties van de Eline Bruggemans en Mariene Chatrouvoor psyc'-^'oiogen is het bijna onmogelil» om nog vi,-3 de normale kanalen aan ee" baan te kernen.
Eline Bruggemans is vier en twintig, studeerde in november '83 af en is nu al volop bezig met een onderzoek naar de belevingswereld van hartpatiënten. Mariene Chatrou is ook vier en twintig, ze moet nog afstuderen. Zij zal pas in mei of juni kunnen beginnen met haar onderzoek naar de belevingswereld van astmapatiënten. Eline en Mariene zijn twee van de vijf psychologiestudenten van wie de val<groep klinische psychologie vond dat ze de kwaliteiten hebben om uit te groeien tot goede wetenschappelijke onderzoekers. Zij zijn erg goede afgestudeerden die over de juiste motivatie, mentaliteit en werkkracht heten te beschikken om opgewassen te zijn tegen het zware onderzoekswerk. Dr. Stan Maes is aangewezen als coördinator van het themaveld Gezondheidspsychologie, waarbinnen Eline Bruggemans en Mariene Chatrou nu aan de slag gaan. Maes zegt over de keuze van juist deze vij-^ afgestudeerden: " W e hebben ze bezig gezien tijdens hun studie en hun stage. En sommigen al tijdens eerdere "onderzoeken. W i j denken dat deze mensen de professionele kwaliteiten hebben om deze onderneming tot een goed einde te brengen. In dat opzicht overstijgen zij een aantal andere kandidaten. W i j hebben geen aanvragen ondersteund van kandidaten die we niet geschikt achtten". De vakgroep klinische psychologie, waarin de gezondheidspsychologie van Maes thuishoort, zal voor een intensieve begeleiding van de vijf uitverkorenen moeten zorgen. De werkloosheid onder psychologen is groot. Op 1 oktober 1983 stonden er 874 mannen en 623 vrouwen als werkzoekende psychologen bij de Nederlandse arbeidsbureaus ingeschreven. Een aantal dat alleen door de technische wetenschappers wordt overtroffen en dat alleen door rechtsgeleerden en geneeskundigen wordt geëvenaard. Stan Maes weet te vertellen dat de werkloosheid onder klinische psychologen zelfs nog iets hoger ligt dan bij de andere psychologische disciplines. Voor Eline viel de datum van haar afstuderen bijna samen met de oprichting van
het steunfonds voor werkloze academici. Ze was al een hele tijd op zoek naar werk. Het steunfonds bood dus uitkomst. Eline wilde er graag aan meedoen, de faculteit stilmuleerde haar aanvraag. Mariene is nog niet afgestudeerd. Dat zal pas in mei gebeuren en dan zal ze nog een maand geduld moeten oefenen vooraleer ze met het onderzoek kan starten. Want volgens de edele regelen der werkloosheidswetgeving moet zij een maand werkloos zijn voordat ze in aanmerking komt voor deze steunfondsregeling. Net als Eline zal Mariene de komende vier jaren rond moeten komen
de vooronderstelling dat de emoties en het gedrag van een grote groep ziekenhuispatiënten belangrijk worden beïnvloed door de opvattingen die deze patiënten over hun eigen ziekte koesteren en de manier waarop zij daarmee omgaan. Bijvoorbeeld: de omvang van het medicijngebruik heeft veel te maken met de mate van angst waarin astmapatiënten verkeren. De vraag is nu hoe deze angst tot stand komt. Stan Maes: " H e t onderzoek moest relatief nieuw zijn en toch dicht genoeg tegen het werkveld van de vakgroep aanliggen". Maes toont zich zichtbaar tevreden over het resultaat van die poging.
De tien themavelden
ling; de levensbeschouwelijke identiteit; de pluriforme kerk. 5. Kunst en Cultuur; ontwikkeling van kunstvormen in het licht van maatschappelijke ontwikkeling; de roman als burgerlijke kunstvorm; distributie en legitimatie van kunst; literaire kritiek, maecenaat, galerie; de rol van de staat in de distributie van kunst. 6. Solidariteit in de Verzorgingsstaat; huwelijk, gezin en alternatieve leefvormen; de opkomst van collectieve vormen van wonen; het ontstaan van nieuwe vormen van vereniging, participatie, community, stedelijkheid en vrijwilligheid; nationalisme en andere vormen van macro-maatschappelijke solidariteit. Individualisering en solidariteit. 7. Basisprocessen in menselijk gedrag; voorbereiding, sturing en uitvoering van gedrag, zowel in motorisch als sociaal opzicht. Stoornissen in de organisatie van gedrag; leer- en leesstoornissen. 8. Gezondheidszorg; psychosociale aspecten van lichamelijke gezondheid; begeleiding van ziektebeelden; angst en medische consumptie; wijziging van 'ongezond' gedrag. 9. Onderwijs en ontwikkeling; zelfregulatie bij het leren; behoefte aan hulp en feedback; leerconcepties en studiestrategieën; het gebruik van analogieën bij het leren; opvattingen over onderwijs van docenten en leerlingen; probleemsituaties; Informatica in het onderwijs. Coördinator: Prof. dr. H.F.M. Peeters. 10. Taal en literatuur; taal en minderheden; taal en informatica; vergelijking van grammatica-modellen; literatuursociologie; literatuurdidactiek; tekstwetenschap.
Hieronder volgt een omschrijving van de tien themavelden die het Tilburgse Instituut voor Academische Studies tot haar onderzoeksterrein heeft gemaakt. 1. Arbeid en organisatie; nieuwe ontwikkelingen op het vlak van arbeid en arbeidsethos; 'anders werk'; deeltijdarbeid; arbeid en vrije tijd; participatie van mannen en vrouwen; automatisering van de arbeid; ondernemingszin en risicobereidheid. 2. Sociaal-economisch beleid en sociale zekerheid; integratie van economische en sociaalwetenschappelijke beschouwingswijzen; de maatschappelijke factor in het economisch beleid; grondslagen, ontwikkeling en vormgeving van het sociale zekerheidssysteem; bestaansonzekerheid en inkomstenverdeling; sociale zekerheid en demografische ontwikkeling; sociale zekerheid en arbeidsmarkt; internationaal vergelijkend onderzoek. 3. Overheid en burger; overheidsbeleid en de erosie van het maatschappelijk middenveld; politieke besluitvorming, parlementair stelsel, politieke partijen en belangengroepen; 'inspraak' en 'lobbying'; deregulering en privatisering. 4. Kerkelij k-religieuze ontwikkeling; kerkvernieuwing en polarisatie; onkerkelijkheid en secularisatie; verzuiling, ontzuiling en herzuivan haar uitkering van duizend gulden per maand. Enkele van haar kersverse collega's hebben nog minder te verteren; zij hebben de kans op onderzoek aangegrepen terwijl ze niet eens een uitkering krijgen. Natuurlijk zijn de twee vrouwen zeer ingenomen met de hele gang van zaken. Voor pas afgestudeerden is het immers bijna onmogelijk geworden om via de normale kanalen aan het werk te komen. Stan Maes: " H e t Steunfonds biedt tenminste aan enkelen de mogelijkheid om de broodnodige ervaring en competentie op te doen. Dat vergroot natuurlijk hun toekomstperspectief". De onderzoeksthema's die de vijf psychologen de komende vier jaren gaan aansnijden zijn in nauw overleg tussen de faculteit, de vakgroep en de studenten uitgekozen. Eline: "Jazeker, mijn onderzoek sluit helemaal aan op mijn persoonlijke interessesfeer. Dat moet ook wel. Hoe wil je het anders vier jaar lang volhouden?". Er is voor en door de vijf naar een duidelijke, gemeenschappelijke noemer gezocht. Alle onderzoeken zijn, ieder vanuit hun eigen invalshoek, gebaseerd op Dr. Stan Maes: coördinator van het themaveld Gezondheidspsychologie.
20 januari 1984
Restaurant
DE ROODE HAAN Voor een gezellig avondje uit en waar sfeer nog steeds heerst KEUKEN OPEN 12-14/17-22 uur zat en zondag 17-22 uur maandag gesloten
Wilhelminapark 42 Tilburg 013-426982
café met o.a. 13 kofflespeclaliteiten! restaurant dagelijks een steeds variërend DAGMENU voor f 14,00 bar geopend van woensdag t/m zondag vanaf 21.00 uur.
KX> boekhandel pillot """"^^^
Heuvel 32-5038 CP Tilburg-tel. 013-426252/425218.
GEZOND, GELUKKIG EN VERNIEUWEND 1984 Uit voorraad leverbaar; DN
BEIAARD
Heuvel 22, 5038 CP Tilburg Tel.: 013-365324
Visfestival 1984 een keur van zeeverse visgerechten die wij bijzonder aanbevelen. Dagelijks een speciaal
V I S M E N U prijs ƒ 55,Voor nadere inlichtingen en/of reservering restaurant
Qs&a s i ; g ^ W
^
Oranjestraat 4, Tilburg-Centrum (tussen Paleisring en Emmastraat) Tel. 013-434512-674394 Donderdag rustdag.
RECHTEN Brahn Bregstein Zeben Schie Kluwerpocket Breedveld Andriessen Hartkamp Mohr Schilfgaarde Asser V. Wijk Burg
Zwaartepunten van het Nieuwe Huwelijksvermogensrecht Verzameld werk Arresten Burgerlijk Recht Hoofdlijnen Belastingrecht Belastingwetten 15e druk verschijnt feb./mrt. 1984 Grondwet in kort Bestek Economie in Theorie en Praktijk Aard en Opzet van het Nieuwe Vermogensrecht Van Maatschap VOF en CV Van NV en BV 5e druk, verschijnt jan. '84 Rechtspersoon 2-11 Hoofdstukken Administratief Recht Rechtsbescherming tegen de Overheid
67,15 49,95 21,20
Beheersing van Bedrijfsprocessen 20 cases bij beheersing Organisatie van Samenwerking in het Bedrijf
36,35 28,75 26,50
65,90 34,00 65,10 39,90 15,65 30,80 22,95 48,95
ECONOMIE Schieman Schieman Oldendorff
En vergeet U de halfjaarlijkse opruiming niet?
UW STUDIEBOEKEN UIT VOORRAAD LEVERBAAR Op nog geen vijf minuten lopen van de Hogeschool Boekhandel Gianotten is van oudsher de gespecialiseerde boekhandel In Tilburg op het gebied van wetenschappelijke literatuur. Wij streven ernaar, overigens in nauwe samenwerking met de docenten om alle literatuur - van propedeuse tot en met doctoraal - uit voorraad te leveren. Ook kollektieve bestellingen zijn mogelijk, neem hiervoor kontakt op met John van de Wiel. En erg dichtbij; onder de 5e studentenflat. Gemakkelijker kan het bijna niet!
Tweedehands-studieboeken Boekhandel Gianotten is onlangs gestart met de in- en verkoop van 2e hands-studieboeken. Kom gerust eens kijken of er iets voor u bijstaat. Laat de studieboeken die u niet meer nodig heeft door ons beoordelen. Meestal geven wi] u eenderde van de nieuwwaarde terug.
boekhandel gianotten b.v. studentenboekhandel Prof. Verbernelaan 20. (Onder de 5e studentenflat)/Heuvelpoort 359
Zaterdagmorgen staan we, de slaap nog in de ogen, op het schitterende plein Rynek Glowny - De Grote Markt, in het hart van Kraków. Het is koud, in de schaduw zelfs guur. Gisteren, 11 november, was het Onafhankelijkheidsdag en tevens de eerste vrijdag van de maand, ogenschijnlijk twee gebeurtenissen die niets met elkaar van doen hebben. De onafhankelijkheid is verkregen in 1918 onder leiding van de excentrieke generaal Jozef Pilsudski, dus zou gisteren de 65e verjaardag gevierd moeten zijn. Maar alles was gedaan om de aandacht te vestigen op de Oktober revolutie van 1917 in de Sovjet-Unie. Elke eerste vrijdag van de maand komen er bij de historische kathedraal van Wawel zo'n 15.000 mensen samen om de Rooms-Katholieke misviering bij te wonen. Op zich niet zo'n uitzonderlijke gebeurtenis in Polen, maar sedert de Staat van Beleg vertrekt er na afloop van de viering, iedere maand een groep van 5000 meest jonge kerkgangers naar Rynek Glowny om daar te protesteren tegen de Staat van Beleg en vrijheid te eisen voor de vakbond Solidarnosc. Tot nu toe liep de demonstratie bijna altijd uit op een confrontatie met de politie. Militie of ZOMO. De militie tracht vaak met milde hand de menigte te bewegen weer naar huis te gaan. Maar zodra de ZOMOpolitie troepen worden ingeschakeld, blijft er van vreedzaam demonstreren weinig over, inzet van waterkanonnen in de vrieskoude behoort tot het normale patroon. En daarbij komt de nietsontziende methode van arresteren: iedereen met een nat pak, wordt afgevoerd naar de kazerne. Die vrijdag waren meer dan 4000 ZOMOpolitieagenten op de been om de protestmars te verhinderen, veel demonstranten moesten het op grond van die overweldigende overmacht laten afweten, want Kraków is geen gemakkelijke stad om te demonstreren. De straten zijn nauw, het centrum kan heel gemakkelijk afgezet en omsingeld worden zodat elke demonstrant een zekere arrestatie te wachten staat. Veel demonstraties worden dan ook gehouden in Nowa Huta, tien kilometer ten oosten van het centrum van Kraków, de plaats waar een van de grootste hoogovens van Polen gevestigd is: Huta Lenina. De steeds groter wordende risico's van het openlijk protesteren dwingen velen tot afhaken omdat arrestatie veelal het einde van je baan of van je studie inhoudt. De regering van generaal Woichiech Jaruzelski bestempelt elk protest direct als een uiting van subversiviteit en anarchisme. En daar de Staat van Beleg nog steeds van kracht is, weliswaar in een afgezwakte vorm, blijft de protestuiting vallen onder de militaire krijgswet, zodat straffen veel zwaarder uitpakken. Toch zijn de protesten niet verstomd. Ook onder de studentenpopulatie van Kraków is het vuur van de Poolse vrijheid nog niet gedoofd. Ondergronds smeult het voort. Omgeven door wantrouwen (want wie is wie, momenteel?) zoeken overtuigde leden van Solidarnosc naar mogelijkheden om het illegaal verklaarde vakbondswerk voort te zetten. Ook de studenten laten zich niet onbetuigd. Maar kunnen zij de groeiende repressie van het militaire regiem weerstaan?
DE STUDENTENVAKBOND Het Poolse studentenverzet heeft een merkwaardige plaats gehad in de afgelopen drie jaar; in november zei Lech Wa-
Tiiburgs Hogeschoolblad
De Poolse winter Ben Beljaars bezocht in november met zeventien studiegenoten een sportmanifestatie in de Poolse studentenstad Kral<ów. Hieronder een impressie van deze reis en een schets van het studen ten verzet.
Een van de belangrijkste eisen, die indertijd tot de oprichting van de vakbond bijdroeg, was de afschaffing van de.militaire dienstplicht van twee jaar voor studenten. Een eis waarmee je in Polen vanzelfsprekend het predicaat 'bedreiging van de sociale vrede' opgespeld krijgt. Het verwonderde dan ook niet dat zeer kort na de afkondiging van de Staat van Beleg op 13 december 1981, de studentenvakbond NSZ officieel verboden werd. Vice-premier Rakowski had eerder al de Poolse intellectuelen, die de zijde van Solidarnosc gekozen hadden, gekwalificeerd als politieke gokkers die het anarchisme aanwakkerden. Vijf januari 1982 viel het gordijn voor de studentenvakbond NZS en gingen de leden ondergronds.
DE KERK
lesa bij een bezoek aan Kraków tot de studenten: "Studeer en doe het goed. Het is uw plicht. En hebt u eens uw studie beëindigd, tracht dan directieposten te bekleden. Wie zijn lessen goed heeft geleerd, zal een goed directeur zijn, waartegen Solidarnosc niet zal hoeven te staken". Een uitspraak waar een merkwaardige verhouding tussen arbeiders en studenten aan de grondslag ligt. In tegenstelling tot vroegere revoltes hielden de aankomende intellectuelen zich bij de oprichting van Solidarnosc afzijdig, zozeer zelfs dat de leiders van Solidarnosc zich in december 1980 in vertwijfeling afvroegen waarom de studenten de vakbond niet steunden. Zeven maanden na het turbulente begin aan de Baltische kust, tekenden de voormannen van Solidarnosc op 17 februari 1981 een overeenkomst met de regering waardoor de registratie van de onafhankelijke studentenvakbond NZS mogelijk werd. De statuten van deze onafhankelijke studentenvakbond waren volledig geïnspireerd op de statuten van de "onafhankelijke zelfbeherende vakbond Solidarnosc NSZZ Solidarnosc". De organisatie nam een hoge vlucht, op de universiteiten veranderde de samenstelling van de verschillende bestuursorganen drastisch, leden van de officiële partijorganen werden weggestemd en verdwenen uit de invloedrijke posities. De opengevallen plaatsen werden ingenomen door professoren en studenten die op hun minst sympathiek stonden tegenover de nieuwe ideeën van Solidarnosc. Studeren in Kraków is vergelijkbaar met studenten in Oxford of Cambridge: je moet behoren tot een geprivileerde klasse. De woonruimten zijn schaars en de huurprijzen hoog. Een Poolse student(e) die voortreffelijk Engels spreekt, heeft in negen van de tien gevallen dure privélessen gehad, want Engels wordt door het offi-
ciële schoolsysteem niet aangemoedigd. De uitstraling van deze Krakówse universitaire reputatie weerspiegelt zich dan ook in de grootte van de ondergronds functionerende vakbond NZS. Veel studenten houden zich afzijdig van acties en belijden alleen lippendienst aan het ideeëngoed van Solidarnosc. Voor de opbouw van een ondergrondse studentenvakbond is dat vaak funest. Testen of je medestudent betrouwbaar is vraagt veel tijd en doorzettingsvermogen, maar voor het waarborgen van de eigen veiligheid een onontbeerlijke gedragslijn. Een van de actieve studenten vertelde mij dat voor de belangrijke onderscheiding van WIE is WIE gekeken wordt naar de staat van dienst van de betrokken persoon. Ben je aanwezig bij de demonstraties, ben je al een keer gearresteerd voor het deelnemen aan de maandelijkse protestmarsen in de binnenstad, distribueer je pamfletten op de universiteit. Dan pas blijkt dat je naar alle waarschijnlijkheid tot de goede partij behoort. Elke nieuweling veroorzaakt al een lichte paniek. Een actieve NZS-student kent meestal niet meer dan vijf andere medestanders om zo de schade te beperken bij arrestaties. Een logisch gevolg van het illegaal functioneren van de studentenvakbond is het feit dat het telkens gonst van de geruchten over op handen zijnde acties. De samenhang tussen de onafhankelijkheidsdag, de eerste vrijdag van de maand en de aangekondigde demonstratie werd dus na een avond praten volkomen duidelijk, zonder dat de gesprekspartners nu expliciet zeiden wat er aan de hand was. Dat de politie ook op de hoogte was, bleek wel uit de voortdurende aanvoer van politietroepen. ZOMO-agenten posteerden zich heel nadrukkelijk bij het Centraal Station van Kraków. De studentenwijk werd op een afstand in de gaten gehouden, vooral 's nachts patrouilleerde de politie dicht in de omgeving van de studentenflats.
De kerk speelt bij de opbouw van de ondergrondse studentenvakbond geen actieve maar wel een curieuze rol. Via de kerk, de organisatie en de plaats van samenkomst, probeert de bond de contacten onderling te perfectioneren. Er zijn geen directe bindingen maar de communicatie wordt gevoed door het bijwonen van kerkelijke plechtigheden. Het bezoek van Paus Paulus II in juni 1983 stimuleerde de studentenorganisatie enorm. De aanwezigheid van Karol Wojtyla in Kraków bracht ruim twee miljoen mensen op de been. Tijderis de kerkelijke plechtigheden lieten de NZS-studenten zich niet onbetuigd in het tonen van hun voorkeur voor Solidarnosc. Een dag bleek de Poolse vrijheid wederom te bestaan. De daar opgedane inspiratie beïnvloedde nog steeds de ondergrondse werkzaamheden. Foto's, genomen tijdens het bezoek van Karol Wojtyla aan Kraków, worden in alle formaten vervaardigd en vinden langs onbekende verbindingen gretig aftrek. Met trots toont men je vlaggen van Solidarnosc, een bijzondere dimensie krijgt de foto als je hoort dat inbeslagname van de vlag een boete beketende van tweemaal het minimum maandloon. Binnen de context van het Poolse maatschappelijk gebeuren een symbolisch verzet, waar nog lang geen reële oppositie achter steekt. Maar niettemin zijn er signalen die duiden op de serieuze status van het studentenprotest waar de militaire overheid ter dege rekening mee houdt, ook gelet op de getalsterkte van de ZOMO-politietroepen aanwezig bij elke plechtigheid van enige omvang. Maar ondanks de vastberadenheid van de voorhoede, blijkt de meerderheid van de studenten somber gestemd. De studiemotivatie daalde sedert het ingrijpen van de militairen voortdurend, zo zeer zelfs dat veel professoren ook zelf aangeslagen lijken. Theorie en praktijk liggen ver uiteen. Perspectieven op korte termijn moeten absoluut uitgesloten worden geacht. Als zelfs de gewaardeerde docent in vertwijfeling vraagt: "hoe moeten we verder? Ik weet het niet!" krijgen de aangekondigde prijsverhogingen van de primaire levensbehoeften aanstaande januari 1984 een dramatische betekenis. Als we op zondagmorgen de terugreis aanvaarden, blijkt er sneeuw gevallen te zijn. Onder een strak blauw lucht rijden we langs steden als Katowice, Bytom, Opole en Wroclaw. Bij Wroclaw moet ik denken aan de daar voor het eerste gebezigde leuze van de Solidarnosc-aanhangers: "Zima wasza, wiosna nasza! De winter is van jullie, de lente is aan ons!" Ben Beljaars
20 januari 1984
MEDEDELINGEN
C O M M U N I Q U E V A N DE VERGADERING V A N DE HOGESCHOOLR A A D V A N 12 J A N U A R I 1984 1. De Hogeschoolraad heeft het jaarverslag 1982/1983 van het Tilburgs Hogeschoolblad voor kennisgeving aangenomen. 2. De Raad bekrachtigt het besluit van het College van Bestuur om het geraamde overschot van / 1 4 0 . 0 0 0 , - energie 1983 toe te voegen aan het fonds Groot onderhoud en exploitatievoorzieningen. 3. De maximale opnamecapaciteit eerstejaars 1984/1985 wordt door de Raad vooralsnog vastgesteld op: FEW 545, FRW 510, SPW 150, SLE 150. Voor sociologie en voor wijsbegeerte wordt besloten geen opgave te doen. In maart zal de Raad de definitieve aantallen vaststellen. 4. Na een uitvoerig debat besluit de Hogeschoolraad de begroting Restauratieve Voorzieningen 1984 vast te stellen conform het gewijzigd voorstel van het College van Bestuur, met dien verstande echter, dat de prijs van de maaltijden tot september '84 niet zal worden verhoogd; het bedrag voor de personele lasten wordt verhoogd met f 28.000, - voor het daardoor onstane tekort op de begroting 1984 van de Restauratieve Voorzieningen van in totaal f 41.250,— in augustus een dekking zal worden vastgesteld. De Raad neemt verder kennis van de mededeling van het College van Bestuur dat vóór augustus '84 een middellang termijnperspectief voor de restauratieve voorzieningen aan de Raad zal worden aangeboden. 5. De Raad besluit in te stemmen met het concept-advies van de Academische Raad t.a.v. de notitie inzake het Advies en overlegstructuur in het hoger onderwijs (ARHO). 6. Het College van Bestuur neemt de door de Hogeschoolraadsbegrotingscommissie ingediende motie inzake de begrotingsprocedure over. De motie is erop gericht reeds in december 1984 een behandeling van begroting 1985 mogelijk te maken. Het College zal in augustus '84 met de HBC de stand van zaken met betrekking tot de begroting 1985 doornemen. 7. De Hogeschoolraad aanvaardt met 14 stemmen voor en 6 tegen een motie inzake de relatie tot Zuid-Afrika. Het College van Bestuur staat dicht bij hetgeen in de motie, ingediend door de heer van Nahuys, wordt verwoord, maar mist daarin toch een relatie met de academische vrijheid. De motie beoogt te verhinderen dat hogeschoolmiddelen worden aangewend voor contacten met Zuid-Afrika die niet in het teken staan van verzet tegen de apartheidspolitiek. Verder is het College verzocht voor 1 mei 1984 de mogelijkheden te onderzoeken om vanuit de KHT activiteiten op te zetten van wetenschappelijk en culturele aard die gericht zijn op het bestrijden van de apartheidspolitiek en de ondersteuning van slachtoffers van het Zuid-Afrikaanse regime.
C O M M U N I Q U É V A N DE VERGADERING V A N DE C O M M I S S I E PERSONEELSOVERLEG OP 14 DECEMBER 1982 1. De adviezen van de fracties t.a.v. de begroting Restauratieve Voorzieningen 1984 waren verdeeld. De ongeorganiseerden en de CFO konden zich ondanks enige bedenkingen vinden in het door het College voorgestelde model IV waarbij uitgegaan wordt van het terugbrengen van de
Tilburgs Hogeschoolblad
formatie door natuurlijk verloop, enige prijsverhogingen en het nietbeschikbaar stellen van KHT-middelen. De ABVA/KABO-fractie daarentegen kon het terugbrengen van de formatie niet rijmen met het bestaan van knelpunten en verzocht het College van Bestuur om het putten uit de KHT-middelen niet principieel af te wijzen. 2. Door de ABVA-KABO-fractie werd aanvulling van de sociale paragraaf van het automatiseringsbeleidsplan bepleit, het College werd verzocht aandacht te schenken aan de inbreng en inspraak van de betrokken werknemers niet alleen bij de uitvoering, maar ook bij de totstandkoming van het beleid (apparatuurkeuze, e.d.). Verder werd aandacht gevraagd voor de effecten van automatiserig op docenten en de noodzakelijke begeleiding en scholing daarbij. Zowel de ongeorganiseerden als de CFO-fractie vroegen het College, als mocht blijken dat de bestaande (re)organisatiecodes niet blijken te voldoen om ingrijpende reorganisaties op het gebied van automatisering goed te doen verlopen, deze codes aan te passen. Gelet op de uitspraken van het College om de sociale paragraaf op bovenstaande punten aan te passen en het personeelsoverleg op te nemen in het traject van het jaarlijks vast te stellen beleidsplan, stemde het personeelsoverleg in met voorgelegde nota. 3. Alle fracties verzochten het College een actief beleid te voeren bij de verdere uitvoering van het sociaal beleidskader T.V.C. MEDEDELINGEN VANUIT DE DIENST PERSONEELSZAKEN 1. BROCHURE STUDENTASSISTENTEN Er is een brochure voor student-assistenten verschenen waarin over een aantal rechtspositionele zaken informatie wordt verschaft. Aan nieuw e student-assistenten wordt de brochure bij indiensttreding toegezonden; anderen kunnen bij het faculteitsbureau of bij het secretariaat van DPZ de brochure ophalen. 2. INVOERING N I E U W BBRA Door de invoering op 1 januari 1984 van een nieuw Bezoldigingsbesluit Burgelijke Rijksambtenaren (BBRA 1984) is het aantal salarisschalen teruggebracht van 154 schalen naar 18 schalen; bij de katholieke hogeschool werd in de praktijk al met deze 18 schalen gewerkt; het aantal mensen dat in een tussenschaal zit, is gering en hiervoor zijn speciale overgangsmaatregelen getroffen; niemand zal in zijn salaris achteruitgaan. Het ministerie van Binnenlandse Zaken heeft inmiddels een brochure vervaardigd over het nieuwe BBRA, welke binnenkort aan iedereen wordt toegezonden. Binnen drie maanden na 1 januari 1984 zal iedereen geïnformeerd worden over de salarisschaal waartoe men behoort; dit geschiedt hetzij door een vermelding op de salarisstrook in januari, hetzij door een afzonderlijke brief. De salarisschalen van hoogleraren A en B, wetenschappelijk hoofdmedewerkers, wetenschappelijk assistenten, sportleiders en student-assistenten blijven voorlopig bestaan. In de loop van de volgende week zal een overzicht van de nieuwe salarisschalen en -bedragen via de faculteiten en diensten verspreid worden. 3. W I J Z I G I N G PROCEDURE VERHUISKOSTENVERGOEDING M.i.v. 1 januari 1984 dient elk perso-
neelslid die op kosten van de KHT verhuist, (geheel of gedeeltelijk) alvorens te verhuizen een verhuismededeling in te (laten) vullen welke aan het bureau Controle Rijksverhuizingen dient te worden toegezonden. Dit bureua controleert of de juiste tarieven worden toegepast. Na goedkeuring kan verhuizing plaatsvinden. Het formulier verhuismededeling is verkrijgbaar op de salarisadministratie. 4. V A K A N T I E D A G E N 1984 Het is nog niet bekend hoeveel extra vrije dagen in 1984 zullen worden toegekend in verband met de prijscompensatie. Zodra dit bekend is, zullen wij ieder informereg. 5. C O M M I S S I E PERSONEELSOVERLEG De eerstvolgende vergadering van het personeelsoverleg vindt plaats, niet op 27 januari, doch op vrijdag 3 februari in verband met de behandeling van de nota formatie-ontwikkeling. De vergadering vindt plaats in de portrettenzaal, is openbaar en begint om 10.15 uur.
VACATURE Binnen het bureau van de subfaculteit Psychologie bestaat een vacature voor een ADMINISTRATIEF MEDEWERKER BUREAU/SECRETARESSE INSTRUMENTELE DIENST (m/v) voor 0,5 van de werktijd. Inlichtingen: tel. 2636.
AANVRAAG MACHTIGING Er is binnengekomen een aanvrage (van de AIESEC) voor de machtiging tot gebruik van persoonsgegevens voor adressen van studenten Economie. Elke geregistreerde kan, indien en voorzover het verzoek betrekking heeft op hem betreffende persoonsgegevens, gedurende dertig dagen na datum van het verschijnen van dit THB-nummer schriftelijk bezwaar maken bij de commissie van Toezicht, als bedoeld in artikel 13 van het Reglement Privacy Persoonsgegevens Geautomatiseerde Systemen. Adres mr. J . Backbier, kamer B 1115 tel. 013-662631.
SYMPOSIUM Op 15 maart '84 organiseert de Associatie voor ontwikkelingspsychologisch Onderzoek een symposium over de relatie tussen Taal, Denken en Gebaren. Het symposium vindt plaats op de Katholieke Hogeschool te Tilburg. De lezingen en discussies vinden plaats in het engels. Plaats van handeling: SZ 17. De kosten voor deelname bedragen f 20, — . Hierin zijn begrepen de kosten voor koffie, thee, lunch en borrel. Opgave voor deelname gaarne zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk 31 januari 1984, door storting van f 20,— op rekeningnummer 1077496, t.n.v. De Katholieke Hogeschool Tilburg, onder vermelding van "Symposium Gebaren, codenr. 560.50.224". Desgewenst kunnen nadere inlichtingen worden verkregen bij dr. H. Soppe (013-662184) of drs. P. Curfs (013662175). PROGRAMMA 9.45-10.25 uur: Ontvangst en koffie 10.25-10.30 uur: Opening 10.30-11.30 uur: Dr. W . J . M . Levelt Max Planck Instituut Nijmegen
"Pointing and voicing in deictic expressions" 11.30-11.45 uur: Pauze 11.45-13.00 uur: Dr. D. McNeill - University of Chicago, NIAS "Gestures of children and adults" 13.00-14.15 uur: Lunch 14.15-15.15 uur: Dr. J . M . van Meel Vakgroep Ontwikkelingspsychologie Tilburg "Kinesic strategies in representation and attention deployment" 15.15-15.30 uur: Pauze 15.30-16.30 uur: Dr. Th. Pechmann Max Planck Instituut Nijmegen "The relation between nonverbal and verbal behavior: some developmental aspects" 16.30 uur: Borrel
KORT VERSLAG V A N DE VERGADERING V A N HET STICHTINGSBESTUUR V A N 23 DECEMBER 1983 1. Het Stichtingsbestuur heeft een wijziging vastgeteld van de regeling toekenning van het beeldje "Bach en Handel in gesprek". Voortaan zullen ook al degenen die 25 jaar aan de hogeschool verbonden zijn, een exemplaar ontvangen, naast diegenen die zich bijzonder verdienstelijk hebben gemaakt voor de KHT. 2. De Heer T. Kumpe is benoemd tot buitengewoon hoogleraar in de economische faculteit voor het vak technische bedrijfsorganisatie. 3. De Hogeschoolraad en het College van Bestuur zullen worden uitgenodigd namen te noemen van eventuele kandidaten voor de vacature van Wijnbergen in het Stichtingsbestuur. 4. De heren prof. dr. W . Goddijn, dr. P.W.J. Jansen en frater M.C. van Dooren zijn benoemd tot buiten universitaire leden van de hogeschoolraad. 5. Goedkeuring is verleend aan de deelovereenkomst met de Katholieke Leergangen inzake letteren.
A V O N D O P E N I N G ECOBIBLIOTHEEK Met ingang van 31 januari a.s. treedt een wijziging op in de avondopenstelling van de afdelingsbibliotheek van de Faculteit der Economische Wetenschappen. Vanaf die datum is deze bibliotheek op maandag- en dinsdagavond geopend van 17.30-21.30 uur. De avondopenstelling op vrijdagavond komt te vervallen.
DOCTORAAL ECONOMIE
TFS/KANDIDAATS
Het keuzevak Regionale Economie dat voor het 2e semester-was gepland van 08.30-10.30 uur verschuift naar 14.30-16.30 uur met ingang van 31 januari 1984. De zaalruimte blijft ongewijzigd (nl. AZ9).
DOCTORAAL E C O N O M I E OUDE STIJL ÉN NIEUWE STIJL De colleges Openbare Financiën die voor het 2e semester gepland waren op maandag 08.30-10.30 uur: Openbare Financiën doet. TFS (soc. econ.) maandag 13.30-15.30 uur: Openbare Financiën doet. Oude Stijl komen te vervallenl
Voor beide groepen wordt het college Openbare Financiën gegeven op dinsdag 08.30-10.30 uur in AZ 115.
P R O G R A M M E R E N 1 VOOR D O C T O R A A L ECONOMETRISTEN EN B.I.K. Het werkcollege op donderdag 2 februari gaat niet door. Vanaf de tweede college-week worden het hoorcollege en het werkcollege verwisseld. Dus woensdag 10.30 uur werkcollege en donderdag 08.30 hoorcollege, beide in CZ 217. Propedeuse E c o n o m i e Informatica Praktikum Vanaf maandag 13 februari zal verplicht worden gesteld dat studenten, die vraagstuk 3 of 6 komen maken of hun theorietoets komen doen zich legitimeren met hun collegekaart. Op deze regel zullen geen uitzonderingen gemaakt worden.
D O C T O R A A L FISCALE E C O N O M I E (OUDE S T I J U Het werkcollege InkomstenbelastingWinst IV wordt gedurende het hele 2e semester gegeven op maandag van 15.30-17.30 uur door Drs. A.C. Rijkers in zaal CZ 107. DOCTOAAL ECONOMIE TWEEFASENSTRUCTUUR Het hoorcollege Marktonderzoek dat voor het 2e semester op maandag van 15.30 uur tot 17.30 uur in AZ 6 was gepland verschuift gedurende het hele 2e semester naar 08.3010.30 uur eveneens in AZ 6. PROPEDEUSE ECONOMETRIE Wiskunde II: Hoorcollege dr. B. Kaper, maandag 13.30-15.30 uur in CZ 111. Instructie dr. B. Kaper, dinsdag 10.30-12.30 uur in CZ 111. Werkcollege G. Broeders en Ir. J . de Graaff, woensdag 13.30-16.30 uur in CZ 214 resp. CZ 216. Werkcollege op donderdag vervalt. D O C T O R A A L BESTUURLIJKE INFORMATIEKUNDE Wiskunde A : Hoorcollege Prof. dr. J.K. Lenstra, dinsdag 14.30-16.30 uur in CZ 215. Werkcollege dr. B. Kaper en drs. A. van Soest, woensdag 13.30-15.30 uur in CZ 111 resp. CZ 113.
D O C T O R A A L ECONOMETRIE (OUDE S T I J U Numerieke Wiskunde: Prof. dr. M.H.C. Paardekooper, woensdag 15.30-17.30 uur in CZ 112. Discrete Wiskunde: Prof. dr. A . Schrijver, vrijdag 15.30-17.30 uur in CZ 111. W U Z I G I N G COLLEGEROOSTER Doctoaal economie T.F.S., wijziging collegerooster voor het vak Economie van Ontwikkelingslanden (370.020). Voor het tweede semester zijn de colleges voor het vak Economie van Ontwikkelingslanden (370.020) als volgt vastgesteld: Maandag 15.30-17.30 uur: hoorcollege groep / -(- 2, LZ 35 Woensdag 15.30-17.30 uur: werkcollege groep 1, LZ 35 Donderdag 10.20-12.30 uur: werkcollege groep 2, LZ 172.
20 januari 1984
MEDEDELINGEN
PROPEDEUSE COLLEGEROOSTERWIJZIGING 2e SEMESTER Het college Administratieve Technieken op dinsdag voor groep 1 is verplaatst naar 080.30-10.30 uur in AZ 9. PROPEDEUSE ECONOMIE Zowel het hoorcollege Bedrijfseconomie als het werkcollege Bedrijfseconomie wordt het 2e semester gegeven in collegezaal AZ 116 in plaats van AZ 10 resp. AZ 11.
tweede semester gegeven worden op maandagen van 15.30-17.30 uur in zaal CZ 107. Aanvang 30 januari 1984. AVONDOPENING JURBIBLIOTHEEK De afdelingsbibliotheek van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid is geopend op maandag- en donderdagavond van 17.30 uur - 21.30 uur. RECTIFICATIE
Op vrijdag 27 januari 1984 wordt er om 10.30 uur een responsiecollege gegeven door de heer Saat in AZ
Lijst van verplichte literatuur voor het doktoraalvak staatsrecht II (onderwijsprogramma nieuwe stijl Nederlands recht) en staatsrecht D (onderwijsprogramma tweefasenstructuur van de juridische bestuurswetenschappelijke studierichting): - Onderdeel decentralisatie: - C.W. van der Pot, Handboek van het Nederlands Staatsrecht, bewerkt door A.M. Donner, Zwolle 1983, 11e druk, afdeling IV, de lagere rechtsgemeenschappen; - verdere literatuur en jurisprudentie volgens opgave in de syllabus decentralisatie die eind januari verkrijgbaar zal zijn bij het dictatenmagazijn. - Onderdeel administratief recht: - Van Wijk/Konijnenbelt, Hoofdstukken van Administratief recht (4e druk). - Van der Burg/Overkleeft, Rechtsbescherming tegen de overheid (4e druk). - Jurisprudentie en ander materiaal volgens de syllabus staatsrecht II 1983/1984.
DOCTORAALSEMINARS
WIJZIGING KOLLEGEROOSTER DAGOPLEIDING (DOKTORAAL)
DOCTORAAL ECONOMIE OUDE STIJL ÉN T.F.S WIJZIGING COLLEGEROOSTER Technische Bedrijfsorganisatie, 2e semester Maandag: 08.30-10.30 uur, hoorcollege, AZ 7 Dinsdag: 15.30-17.30 uur, werkcollege, SZ 17 De te bestuderen stof voor het vak Technische Bedrijfseconomie zal aan het begin van het semester bekend worden gemaakt. ALGEMENE LEER EN GESCHIEDENIS VAN DE ECONOMIE VOOR BEDRIJFSECONOMEN/ECONOMISCH SOCIOLOGEN RICHTING MEULENDIJKS
Aan alle eerste en tweede afstudeerders in de Algemene Leer en Geschiedenis van de Economie 1983/ 1984. Richting Schouten/Meulendijks. Teneinde de huidige en potentiële afstudeerders in bovengenoemde doctoraalstudie een inzicht te verschaffen omtrent de opzet van de doctoraalseminars van het komende tweede semester van het academisch jaar 1983/1984 wordt hen verzocht aanwezig te zijn op de eerste geplande zitting van: Woensdag 1 februari om 10.30 uur in zaal CZ 102. Zowel aan de afstudeerders die reeds deelnamen aan de seminars als aan de nieuwkomers wordt dan de gelegenheid gegeven om zich als zodanig aan te melden en te discussiëren over de definitieve inhoud van de te verzorgen seminars. Voor meer informatie omtrent de formele opzet van de seminars wordt verwezen naar de studiegids. Ten aanzien van geschreven afstudeerwerkstukken wordt opgemerkt dat deze nog in beperkte mate verkrijgbaar zijn in het dictatenmagazijn. De bestudering ervan wordt sterk aanbevolen. Eventuele inzage bij P. Meulendijks B 506 is ook mogelijk.
WIJZIGING COLLEGEROOSTER FISCAAL-JURIDISCHE STUDIERICHTING NIEUWE STIJL Het kollege inkomstenbelasting (winst) van drs. Rijkers zal in het
Het hoorkollege van het vak burgerlijk recht B (in het rooster nog aanduid met de naam privaatrecht Dl) van doctoraalstudenten van de dagopleiding Nederlands recht en fiscaal recht is verschoven van woensdag 8.30 -10.30 uur naar woensdag 12.45 - 14.30 uur en zal worden gegeven in zaal AZ 115 vanaf 1 februari a.s. De werkcolleges van het vak burgerlijk recht B beginnen in de week van maandag 6 februari en niet - zoals in het rooster vermeld - in de week van maandag 30 januari. Werkgroep no. 8 is verschoven naar dinsdag 15.30 17.30 uur in zaal CZ 218. REGELING ROND UITSLAG PROPEDEUSETENTAMENS De studenten van de propedeuse c.q. het C1-nieuwe stijl worden er nogmaals op geattendeerd, dat indien men in een bepaald vakgebied twee afzonderlijke tentamens aflegt (dus deelneemt aan de zgn. gedeelde tentamens) men afzonderlijk voor elk van beide tentamens (dus zowel voor het A-tentamen als voor het Btentamen) een uitslag krijgt. Compensatie tussen beide cijfers is niet mogelijk; beide onderdelen dienen met een voldoende resultaat te worden afgesloten. Een ongedeeldXenxamen in een bepaald vakgebied (dus niet gesplitst in een A- en een Bgedeelte) kan slechts worden afgelegd door studenten die met de studie zijn begonnen vóór het studiejaar 1983/1984. Een ongedeeld tentamen leidt tot één cijfer. Op 24 januari a.s. zal een bespreking van het tentamen Strafrecht C van 9-12-1983 plaatsvinden in zaal AZ 05. Tijd: 11.00-12.00 uur. De inzage van dit tentamen is op kamer B 910 van 12.00-13.30 uur.
INLEIDING PRIVAATRECHT Voor de in februari te starten colleges Inleiding Privaatrecht (keuzevak voor bedrijfseconomen en verplicht vak voor fiscaal-economen in doctoraal Twee Fasenstructuur; tevens keuzevak kandidaats oude stijl) zal gebruik worden gemaakt van het volgende materiaal: - N.E. Algra: Inleiding tot het nieuw burgerlijk recht, deel 1 (WoltersNoordhoff, 1983) - M.J. van Vliet: Werkboek inleiding Privaatrecht, 6e druk 1984; verkrijgbaar bij het Dictatenmagazijn (echter pas nadat het op het aldaar aanwezige prikbord als verkrijgbaar is aangekondigd) - Wetteksten: - Burgerlijk Wetboek/Nieuw Burgerlijk Wetboek, uitgave 83/84 uit Vermande's Wettenreeks (groene uitgave) (Uitg. Koninklijke Vermande, IJmijden) - Pocketuitgave "Rechtspersonen/ Wetboek van Koophandel" uit de serie Kluwers Wetboeken en Wetten, 12e druk (11e of 10e druk dit semester echter ook nog te gebruiken). Tijdens het semester zal waarschijnlijk nog nader een boek over vennootschapsrecht/ondernemingsrecht worden opgegeven. Inschrijving voor deelname aan de colleges gaarne bij Tineke Kleine, kamer B 523, tel. (66)2416 onder vermelding van studierichting en stijl (oude of TFS) Mr. M.J. van Vliet is in beginsel op maandag en woensdag bereikbaar voor onderwijszaken en houdt bij voorkeur spreekuur op woensdag vanaf 13.30 uur, kamer B 527, tel. 2035. HISTORISCHE ONTWIKKELING VAN PARLEMENTAIRE STELSELS IN DE 19e EN 20e EEUW , PROF. MR. A.K. KOEKKOEK NODIGT HIERBIJ DE STUDENTEN DIE BELANGSTELLING HEBBEN OM IN HET TWEEDE SEMESTER HET VAK HISTORISCHE ONTWIKKELING VAN PARLEMENTAIRE STELSELS TE VOLGEN UIT VOOR EEN ORIËNTEREND GESPREK OP MAANDAG 30 JANUARI 1984, 15.30 UUR, SZ 172. HET VOORNEMEN BESTAAT OM IN HET TWEEDE SEMESTER BRITSE PARLEMENTAIRE GESCHIEDENIS TE BEHA-NDELEN. Studenten, die belangstelling hebben voor het volgen van het vak Vergelijkende Constitutionele rechtsgeschiedenis (keuzevak of internationaal vlak) worden uitgenodigd voor een oriënterend gesprek op de kamer van prof. mr. J.P.A. Coopmans (B 107) op woensdag 1 februari a.s. te 16.00 uur. INLEIDING TOT DE RECHTSWETENSCHAP A. Het onderwijs zal in het tweede semester worden gegeven in de vorm van "bulkcolleges". Inleiding: Bulk I, de werkgroepen 1 en 2, AZ 05; Bulk 11, de werkgroepen 3, 13 en 14, SZ 11; Bulk lil, de werkgroepen 4, 5 en 6, SZ 17; Bulk IV, de werkgroepen 7, 8 en 9, AZ 112; Bulk V, de werkgroepen 10, 11 en 12, AZ 114. Tijd: Elke maandag van 14.30 tot 16.15 uur. Deze indeling wijkt af van hetgeen het rooster vermeldt. B. Inzage examens Dagstudenten: dinsdag 31 januari van 9.30 tot 16.00 uur in B 735 (Atentamens).
Avondstudenten (en herhalers): dinsdag 31 januari van 17.00 tot 18.45 uur in B 706 (A en B ongedeelde tenta-
15.30-18.30 uur in zaal PZ 31. Nadere informatie: A. van den Braak, tel. 662280. 4e SEMESTER ONDERZOEKSPRAKTIKUM
GASTHOOGLERAAR JAHODA OP COBBENHAGEN-LEERSTOEL Van medio januari tot medio mei 1984 zal professor dr. Gustav Jahoda van Strathclyde University Glasgow als gasthoogleraar aan de Subfaculteit Psychologie verblijven. Professor Jahoda bezet in die periode de zogenaamde Cobbenhagenleerstoel. De Cobbenhagen-leerstoel is een wisselleerstoel voor gasthoogleraren (genoemd naar een van de grondleggers van de Katholieke Hogeschool, prof. dr. M.J.H. Cobbenhagen 1893-1854).
In groepen van 5 studenten dient m.b.t. het "onderzoekpraktikum" een kortlopend onderzoek te worden uitgevoerd. Te zijner tijd is voor een dergelijk onderzoek, waaraan bij - en onder supervisie van - diverse vakgroepen kan worden deelgenomen, inschrijving mogelijk. Aan deze onderzoeken gaan een vijftal colleges vooraf. Deze worden verzorgd op maandag 18.00-20.00 uur in AZ7. (Eerste bijeenkomst: 30 januari 1984).
Professor Jahoda (63) geniet internationale bekendheid op het gebied van cross-culturele psychologie en sociale psychologie. In zijn recent verschenen boek "Psychology and Anthropology" worden belangrijke stromingen uit de Culturele anthropologie toegankelijk gemaakt voor cross-culturele psychologen. Jahoda zal in het voorjaarssemester een cursus verzorgen "CrossCultural Psychological Theories"; "Culture" as a Psychological Concept". Ook zal hij een rede houden op het internationale congres over Sociale Psychologie dat van 8 tot 12 mei 1984 in Tilburg zal worden gehouden. In de genoemde periode zal hij een cursus Cross-culturele Psychologie verzorgen. De cursus vormt een onderdeel van het cursuspakket Crossculturele Psychologie. Voor de studenten die de cursus willen volgen gelden de volgende aanwijzigingen: 1. Nieuwe regeling (omvang 4 credit points) a. Inwisselbaar voor verplichte keuzevakken en/of verplichte cursussen (Persoonlijkheidsleer en Sociale Psychologie). b. Te volgen als vrij keuzevak. 2. Oude regeling (omvang 215 uur) a. Als keuzevak binnen het kandidaatsprogramma. b. Als goedgekeurd bijvak in iedere combinatie van studierichtingen. c. Als onderdeel van het cursuspakket van de studierichting Persoonlijkheidsleer. De cursus wordt wekelijks, vanaf 30 januari, verzorgd op dinsdag
DOCTORAALCURSUS VROUWENSTUDIES Docente: A. v. Rooij. Op 26 januari om 14.00 uur zal een oriënterende bijeenkomst belegd worden in S 138. INFOBULLETIN In januari is info-bulletin no. 2, 1983/1984 uitgekomen. Exemplaren liggen beschikbaar in de hal-kast van gebouw S en op het secretariaat S 14. Het bevat o.a. wijzigingen op het rooster en informatie over keuzevakmogelijkheden. Werkcollege Statistiek, eerstejaars werkstudenten, dit vindt plaats in SZ 28 i.p.v. SZ 37.
PROPEDEUSE WIJSBEGEERTE College "Sociale Filosofie" Bij de propedeusecolleges "Sociale Filosofie" zal gebruik gemaakt worden van de volgende literatuur: R.F. BEERLING, Wijsgerig-Sociologische Verkenningen. Een selectie uit de bundels^l en II. Van Loghum-Slaterus^ Deventer, 1973. M. KORTHALS, Filosofie en Intersubjectiviteit. Een kritische inleiding in de Systematische Filosofie. Samson, Alphen a/d Rijn/Brussel, 1973. Bij de aanvang van de colleges zal nadere mededeling gedaan worden over de gedeelten die als collegestof zullen behandeld worden, alsmede over de aan te bevelen aanvullende literatuur.
Z ^ emiel de jong b.v. ö^èJ
'^^ drukkers uit baarle-nassau
gespecialiseerd in: -
brochures
— boeken — kranten
voor inlichtingen: toestel 25, j . de jong
MEMO
Variax OPROEP In het kader van een onderzoeksopdracht van het COC wordt door de Werkgroep Homostudies Utrecht een onderzoek verricht naar homoseksualiteit en ouderschap. Hiervoor worden homoseksuele vrouwen en mannen die op een of andere wijze het ouderschap uitoefenen (of van plan zijn dit te gaan doen) vriendelijk verzocht te reageren, om zodoende de wensen, ideeën en problemen die hieromtrent bestaan te inventariseren. Men kan hiervoor bellen 010141555 (di t / m do van 9.30-17.00 uur) of schriftelijke reakties sturen naar COC-HO, Postbus 786, 3000 A T Rotterdam (vanaf begin februari tot eind april). C U R S U S ONTWIKKELINGSVRAAGSTUKKEN De Werkgroep Ontwikkelingsvraagstukken van de Universiteit van Amsterdam organiseert dit academisch jaar voor de eerste maal een in-
Talencentrumx DUITS D.84.1 Leescursus D u i t s Algemene leescursus voor studenten die moeite hebben met het lezen van wetenschappelijke teksten. De tekstkeuze is afhankelijk van de studierichting van de deelnemende studenten. Docent: F. Beersmans. Duur: 10 weken è 2 uur college -l- 2 uur voorbereiding, studielast 40 uur. Plaats/tijd: dinsdag 31 januari 1984, 16.00 uur, T 109. FRANS F.84.3 Leescursus Frans II Bestemd voor studenten met 6 jaar V.W.O.-Frans of studenten die cursus I hebben gevolgd. Doel is het op peil brengen van leesvaardigheid Frans voor wetenschappelijke teksten. Docent: G. Meijers. Duur: 10 weken è 2 uur college + 3 uur voorbereiding, studielast 60 uur. Plaats/tijd: woensdag 4 april 1984, 9.00-10.30 uur, SZ 33. ENGELS E.84.1 S c h r i j f c u r s u s A c a d e m i s c h Engels Training in herschrijven van o.a. formele brieven en wetenschappelijke artikelen. Speciale aandacht voor fouten die juist Nederlanders geneigd zijn te maken tegen het Engels. Literatuur: Michael Swan, Practical English Usage; Schrijfcursus TVE, kenmerk 820.83.943. Docent: A . Tingloo. Duur: 10 weken è 2 uur klassikaal (-l2 uur voorbereiding) daarna individuele begeleiding bij het schrijven van het eindprodukt. (Tijdstip kan per deelnemer met docent worden afgesproken). Tijd: woensdag van 10.30-12.30 uur. Eerste bijeenkomst 8 februari 1984. Plaats: SZ 3 1 . E.84.2 K u r s u s m o n d e l i n g e v a a r d i g h e d e n Engels Bestemd voor studenten van alle studierichtingen die het gesproken Engels goed willen beheersen qua uitspraak, fluency en idioom. Docenten: M. Sanders/A. Tingloo. Duur: 10 weken (90 minuten zonder pauze).
Tilburgs Hogeschoolblad
terfacultaire cursus ontwikkelingsvraagstukken die open staat voor doctoraalstudenten uit alle studierichtingen. De cursus bestaat uit twee delen: een lezingencyclus van twaalf bijeenkomsten vanaf donderdag 12 januari tot en met donderdag 29 maart 1984, van 15.00-17.00 uur in de Oudemanhuispoort, zaal D. 109, en een themagroepgedeelte. In de lezingencyclus staan de volgende onderwerpen centraal: de internationale dimensies van het ontwikkelingsvraagstuk, de wereldvoedselproblematiek en westerse cultuur en kennisoverdracht, met name via universitaire ontwikkelingssamenwerking. Prof. dr. A . G . Frank opent de cyclus met een beschouwing over de gevolgen van de economische crisis voor diverse ontwikkelingslanden. Na afloop van de lezingencyclus kan men deelnemen aan een van de acht themagroepen die elk een bepaald aspect van de ontwikkelingsproblematiek belichten. Inlichtingen, een volledig programma-overzicht en inschrijving bij: Secretariaat Werkgroep Ontwikkelingsvraagstukken, Annemiek Hoogenboom, postadres Spui 2 1 , 1012 W X Amsterdam, tel. 020-525 2897.
1e Bijeenkomst kamer A 162, dinsdag 31 januari 15.00 uur om o.a. het tijdstip vast te stellen. E.84.3 Leescursus Engels (2e semester) Bestemd voor studenten die moeite hebben met het in een behoorlijk tempo lezen van Engelstalige wetenschappelijke teksten. Vooral aandacht voor academisch vocabulair. Docent: A. Tingloo. Duur: 13 weken è 2 uur college + 2 uur voorbereiding, (studielast 50 uur). Plaats/tijd: in overleg met de inschrijvers, eerste bijeenkomst woensdag 8 februari 1984, 12.30 uur, kamer A 161. NEDERLANDS Nr. 84.1 S c h r i j f v a a r d i g h e i d Nederlands De cursus besteedt aandacht aan de voorbereidende stappen van het schrijven: verzamelen, ordenen en verwerken van materiaal. Verder komen diverse schrijf-oefenvormen aan de orde. Deelnemers schrijven tegen de eerste bijeenkomst één pagina over hun schrijfverleden, -ervaring en problemen en brengen deze mee naar het eerste college. Docent: F. Maes. Duur: ca. 8 weken è 2 uur, studielast 50 uur. Plaats: AZ 111. Tijd: donderdag 2 februari 1984, 10.00-12.00 uur. N.84.2 Leesvaardigheid (1e semester) Het leren hanteren van wisselende combinaties van leesstijlen, afhankelijk van het leesdoel dat de lezer zich heeft gesteld (en al lezende bijstelt). Docent: Mare Westermann. Duur: ca. 8 weken è 2 uur (studielast 50 uur). Plaats/tijd: I e college 1 maart 1984, 10.30-12.30 uur, S Z 3 1 . N.83.3 S p r e e k v a a r d i g h e i d ( I e semester) Het vergroten van de mondelinge taalvaardigheid met het oog op studieactiviteiten en op het toekomstig functioneren als academicus (m/v). Docent: Frans Creemers. Duur: ca. 8 weken è 2 uur (studiebelasting 50 uur). Plaats/tijd: B 703, donderdag 11.0013.00 uur, I e college start 9 februari 1984.
Buro
Buitenlands
I N F O R M A T I E BEURZEN I N D I A N A UNIVERSITY - V.S. In THB nr. 16 van 16 december 1983 werd reeds melding gemaakt van de mogelijkheid voor KHT-studenten om een semester te studeren aan de Indiana-University in de Verenigde Staten die hiertoe beurzen ter beschikking stelt, bestaande uit vrijstelling van collegegeld en een subsidie op de kosten voor huisvesting en levensonderhoud. Ten tijde van genoemde publikatie was echter door omstandigheden onvoldoende informatie op Buro Buitenland aanwezig en kon geen sluitingstermijn voor sollicitaties worden vastgesteld. Volledigheidshalve daarom de volgende mededelingen: In aanmerking komen studenten die in de eindfase van hun studie zijn, een goede aktieve en passieve kennis hebben van de Engelse taal en een cursus willen doen in de volgende vakken: Accounting, Administrative and Behavioral Studies, Administrative Systems and Business Educati-
N.84.4 S c r i p t i e w o r k s h o p E c o n o m e t r i e (2e semester) Doel van deze eendaagse workshop is studenten te helpen algemene vormelijke problemen bij het scriptieschrijven op te lossen. De cursus is bestemd voor studenten die al met de scriptie aan de gang zijn. Inschrijven kan alleen door ten laatste een week voor de workshop een voorlopige inhoudsopgave en een getypte tekst van een willekeurige paragraaf in te zenden. Docenten: Frans Creemers, Fons Maes. Duur: 1 dag, studielast 15 uur. Plaats: CZ 110. Tijd: dinsdag 8 mei 1984. Scriptieworkshop Rechten (2e semester) idem. Docenten: Frans Creemers, Fons Maes. Duur: 1 dag, studielast 15 uur. Plaats: CZ 110. Tijd: dinsdag 15 mei 1984.
N.84.6 Cursus solliciteren Deze cursus is bedoeld voor pas afgestudeerden en voor studenten die op het punt staan af te studeren. De cursus beslaat een dag. 's Ochtends staat de sollicitatiebrief centraal; 's middags krijgt het sollicitatiegesprek aandacht. Inschrijven kan alleen door een sollicitatiebrief naar aanleiding van een (bijgesloten) advertentie te sturen naar drs. F. Creemers, kamer A 160, ten laatste op 1 mei 1984. Docenten: Frans Creemers, Fons Maes. Duur: 1 dag, studielast 15 uur. Plaats: CZ 110. Tijd: dinsdag 22 mei 1984. N.84.4 C u r s u s N e d e r l a n d s v o o r b u i t e n l a n d e r s in relatie t o t de s t u d i e De cursus is bestemd voor diegenen die via de individuele cursus Nederlands in het Talenpracticum het beginnersniveau hebben bereikt. De nadruk ligt op taalvaardigheid Nederlands in relatie tot de studie. Docenten: Nienke Wiemers, Lysbeth Kraijenhoff. Duur: 13 weken è 2 uur. Plaats/tijd: donderdag 2 februari 1984, 13.30-15.30 uur, CZ 107.
o n . Business Economics and Public Policy, Business Law, Finance, Insurance, International Business Administration, Marketing, Operations and Systems Management, Public Utilities, Quantative Business Analysis, Real Estate Administration, Transportations and Logistics. Naast deze cursussen kunnen ook cursussen aan andere fakulteiten worden gedaan, maar de Tilburgse studenten zullen gast-student zijn aan de Business School van Indiana University. Het ligt in de bedoeling dat de geselekteerden in augustus naar de V . S . vertrekken. Geïnteresseerden kunnen zich aanmelden bij Buro Buitenland, kamer B 1013, tel. 2236. Sluitingstermijn voor aanmelding is 6 februari a.s. Voor sollicitanten (dus ook voor hen die zich reeds hebben aangemeld) is een informatiebijeenkomst gepland op 25 januari a.s. te 11.00 uur op Buro Buitenland, waarbij ook studenten die van deze beurzen gebruik hebben gemaakt in 1983, aanwezig zullen zijn.
Stu c/enten \ AUDITIES NESKO Het Nederlands Studenten Kamerorkest (NESKO) gaat weer repeteren. Dirigent: Gert Schuil. Programma: Ariadne's Droom - Ed de Boer Sinfonia Concertante - W . A . Mozart 6e Symfonie - F. Schubert Repetitieperiode: 16 t / m 23 april. Tournee Nederland: 24 april t / m 3 mei. Tournee Israël: 4 t / m 12 mei. Audities: 21 januari - 10.00-15.00 uur in: Het Cantoraat, Oudegracht 114, Utrecht. 28 januari - 10.00-15.00 uur in: CREA, Grimburgwal 10, Amsterdam. Meer informatie bij: Loes Swaan, tel. 043-16970.
N.84.5 N e d e r l a n d s v o o r B u i t e n landers (gevorderden) Deze cursus is bestemd voor Buitenlandse studenten die hun kennis van - en vaardigheden (m.n. leesvaardigheid) in de nederlandse taal willen verfijnen. Dit geschiedt met literatuur en actuele teksten uit dag- en weekbladen en periodieken. Docent: Mare Westermann. Duur: 13 weken è 2 uur. Plaats/tijd: B 703, donderdag 15.3017.00 uur, I e college start 2 februari 1984. Individuele taalverwerving Het werkverband beschikt over een individueel Talenpraktikum dat gesitueerd is in de bibliotheek in gebouw A. Er zijn cursussen in Duits, Engels, Frans, Italiaans, Nederlands voor buitenlanders, Portugees, Russisch, Spaans en Zweeds. Naast specifieke talenpraktikumcursussen zijn er voor Russisch, Frans en Italiaans ook individuele video-cursussen. In het individueel praktikum kunt u, m.b.v. banden en boeken werken op tijdstippen die u het best uitkomen. Bovendien bestaat er voor Frans, Engels en Nederlands voor buitenlanders begeleiding. Openingstijden: maandag, woensdag, donderdag: 9.00-17.30 uur. dinsdag, vrijdag: 9.00-21.30 uur. Gedurende de maanden juli en augustus is er geen avondopenstelling. Verdere informatie: In eerste instantie vraagt u in de bibliotheek de banddiaserie waarop alle informatie over het individuele talenpraktikum staat. Voor meer informatie kunt u daarna terecht bij de secretaresse (A 116, tel. (66)2508). Cursussen Aanmelding geschiedt door het invullen van het aanmeldingsformulier. Voor verdere informatie kunt u terecht bij G. Jansen, A 116, tel. 662508. Individuele studie Inschrijving: Bij de secretaresse van het werkverband. Tijdstippen: maandag t / m woensdag 10.30-12.30 U krijgt van haar een TAC-pas die recht geeft op gebruik van het praktikum (2 pasfoto's meebrengen). Voor studenten en medewerkers is dit gratis, personen buiten de K.H.T. betalen f 125,— voor 6 maanden.
Menu PERIODE 23 T / M 27 JANUARI 1984 M A A N D A G 23-1-1984 bruine bonensoep - floridasoep peperschnitzel gepaneerd speklapje - groene pepersaus - boterboontjes koolraap met melksaus DINSDAG 24-1-1984 schotse boeresoep - uiensoep goulash - zigeunerburger mexicomix - hongaarse salade WOENSDAG 25-1-1984 kippegroentesoep - selderysoep kalkoensteak - hamlapje - jachtsaus andijvie è la crème gestoofde bietjes DONDERDAG 26-1-1984 aspergesoep - bouillonsoep portie fricandeau ardennerbraadworst - mienkswortelsaus snijboontjes - witlof met kaassaus VRIJDAG 27 1-1984 kerrysoep gebakken macaroni met ham - prei uien - champignons rode + groene papnca tomatengehaktsaus gemalen kaas gebakken vis - gemengde sla
20 januari 1984
i
ÜO^QO^ De Filmliga is bijna dood, leve Cinecitta Agenda Deze week werd in het Ambassade/Camera-complex aan de Willem II straat de nieuwe bioscoop Cinecitta geopend. Goed nieuws, want Tilburg heeft nu eindelijk een zaal waar de recente, betere commerciële speelfilm aan bod kan komen. En dan niet incidenteel, zoals nu hier en daar gebeurt, maar iedere dag. Welbeschouwd is het de malaise in de commerciële filmwereld die dit tamelijk ideële initiatief mogelijk heeft gemaakt. Cinecitta, gehuisvest in het voormalige Camera 2-theater, dankt zijn bestaan immers vooral aan de omstandigheid dat het voor de eigenaar van het gebouw lucratiever was geworden de zaal aan derden te verhuren, dan hem zelf te blijven exploiteren. Behalve Camera 2 is deze maand ook Camera 1 gesloten; alleen de Ambassade-bioscoop blijft draaien - seksfilms, vanzelfsprekend. Bezoekers van Ambassade en Cinecitta hoeven overigens niet bang te zijn om met elkaar te worden verward, want Cinecitta heeft een eigen ingang gekregen, aan de rechterkant van het gebouw. De nieuwe filmzaal - genoemd naar de studio's van de Italiaanse filmindustrie bij Rome - is een onderneming van Frans van Beek en Bert Goessen. Zij zijn beiden bestuursleden - en voorheen programmeurs van de Stichting Filmliga, die in december te kennen gaf er voorlopig mee op te houden. Het was oorspronkelijk de bedoeling dat de Liga met een eigen bioscoop zou komen, maar omdat men in het bestuur niet eens kon worden over de opzet, besloten Frans en Bert om voor zichzelf te beginnen. De Filmliga bestaat nog wel, maar zal de komende tijd vermoedelijk een zeer sluimerend bestaan leiden. Cinecitta gaat de hele week draaien: iedere dag twee avondvoorstellingen, op vrijdag en zaterdag bovendien een nachtvoorstelling, en op zondag een middagvoorstelling. In de vroege avondvoorstellingen (20.00 uur) zullen steeds wat oudere films worden ingezet, klassiekers of films die Tilburg niet of nauwelijks hebben gehaald, in de late avondvoorstellingen 122.00 uur) en de overige voorstellingen zullen recente films worden vertoond. Bert Goessen: "De programmering zal in grote lijnen overeenkomen met die van de Filmliga. Geen experimentele films dus, geen echte millionsellers ook, maar alles wat daar aan goede films tussenin zit." De films worden betrokken uit dezelfde bron-
KATHOLIEKE HOGESCHOOL
Concertpianist Rian de Waai In mei van het afgelopen jaar vond in Brussel het internationaal befaamde Rian de Waal
Tilburgs Hogeschoolblad
JANUARI VRIJDAG 20 JANUARI Katholieke Hogeschool, 16.15 uur, aula: Promotie Drs. G.J. Th. M. Kaspers. Promotor: Prof. Dr. W.H.J. Reynaerts. Titel proefschrift: "CA.O.-onderhandelingen. Een onderzoek in de Nederlandse sigarenindustrie naar het verband tussen de wijze van onderhandelen en het onderwerp van onderhandeling. Stadsschouwburg, 20.15 uur: Andre van Duin Stadsschouwburg, 20.30 uur: Theatergroep 'Kangaroos in silk stockings' probeert in 'Krisstal' een maximum aan spontaniteit en improvisatie te bereiken. Het thema staat vast (de dwaasheid van concurrentiegedrag), maar de acteurs kennen slechts enkele vaste passages en de karakters. Katholieke Hogeschool, 20.15 uur: Koninklijke Liedertafel met het Prazak kwartet. ZATERDAG 21 JANUARI Stadsschouwburg, 20.15 uur: Andre van Duin.
Frans van Beek en Bert Goessen. nen die de Filmliga tot zijn beschikking had. Dankzij een goede verstandhouding met de overige plaatselijke bioscoopexploitanten is Cinecitta op de Lijst van Geen Bezwaar van de Bioscoopbond geplaatst, wat betekent dat er vrijelijk geput kan worden uit het aanbod van de commerciële filmdistributeurs. Belangrijk is daarbij vooral dat Cinecitta ook de recente films uit het commerciële circuit kan vertonen. De Filmliga had die mogelijkheid veel minder, omdat het voor de distributeurs meestal niet interessant genoeg was die films voor één dag te verhuren. Verder zal Cinecitta films van alternatieve distributeurs als Film International vertonen. Een ander verschil met de Liga is dat er niet wordt gewerkt met lidmaatschappen. De initiatiefnemers hopen zo het studentikoze aureool van de Filmliga een beetje buiten de deur te houden. De toegangsprijs is acht gul-
koningin Elisabeth-Concours voor piano plaats. Deze sinds 1951 met een zekere regelmaat gehouden wedstrijd, heeft inmiddels grote pianisten 'voortgebracht'. Onder hen Vladimir Ashkenazy, Lazar Berman en, zeker niet in de laatste plaats, Pierre Volondat, die dit keer won en sindsdien volle zalen trekt. In Tilburg moest hij zelfs twee avonden achtereen spelen vanwege de grote belangstelling. Opmerkelijk aan het afgelopen concours was echter ook dat voor het eerst in de 30-jarige historie van dit evenement een Nederlander doordrong tot de finale: RIAN DE WAAL, die daarmee direct in de top van de Nederlandse concertpianisten belandde; menig radio- en televisieoptreden getuige daarvan. Voldoende reden voor het dispuut 'Hunky Dooly' om juist deze pianist uit te nodigen voor een recital in de
den,, drie gulden meer dan de Liga vroeg. Frans van Beek: "Maar daarover heb je dan wel een veel groter comfort. En bovendien zouden we de instemming van de plaatselijke bioscoopexploitanten vast niet hebben gekregen als we lager waren gaan zitten met de prijs." Daar komt bij dat het de bedoeling is om in de toekomst één arbeidsplaats uit de inkomsten te financieren, als het een beetje loopt tenminste. Voorlopig hebben Frans en Bert daar een bijna onwankelbaar vertrouwen in. Bert: "We mikken op het publiek dat de Filmliga vroeger trok, maar dan uitgesmeerd over de hele week. En misschien dat er wat mensen bij komen, omdat we nu variatie in de aanvangstijden hebben." Frans tenslotte: "Maar als het niet loopt, dan wil dat gewoon zeggen dat er in Tilburg geen behoefte aan is, en dan moeten ze ook nooit meer komen zeuren dat er geen goede filmzalen zijn." Bert Haagsman aula van de Hogeschool, dat zal plaatsvinden op woensdag 25 januari a.s. om 20.15 uur. Het dispuut wil zoveel mogelijk leden van de hogeschoolgemeenscchap laten kennismaken met dit nieuwe Nederlandse pianofenomeen, vandaar dat een bijzonder aantrekkelijk programma is samengesteld; er worden werken gespeeld van BACH/LISZT, SCHUMANN en CHOPIN, waaronder de beroemde 'Barcarolle' en de beruchte 'Polonaise in As'. Bovendien is middels diverse subsidies bewerkstelligd dat studenten (op vertoon van collegekaart) geen entree betalen. Voor niet-studenten bedraagt de entree slechts f 7,50 (voorverkoop V.V.V.-Tilburg). Inlichtingen: René Meeuwissen, Armoefstraat 48, 5018 EK Tilburg, tel. 013-355857.
ZONDAG 22 JANUARI Stadsschouwburg, 12.30 uur: Koffiekonsert door pianist Geoffrey Madge. Hij speelt vier werken van de, volgens hem ten onrechte verwaarloosde, komponist Ferruccio Busoni. Org.: S.M.E.T. MAANDAG 23 JANUARI Theseus, 21.00 uur: Film 'Up in Smoke' met Cheech and Chong. Entree leden f 2,50. Niet-leden f ^, — . Lidmaatschap aan de zaal è ^ 5, —. DINSDAG 24 JANUARI Stadsschouwburg, 20.15 uur: Andre van Duin. HET DANSHUIS
Cursus tlieater en beeldende Icunst Het Danshuis organiseert, in samenwerking met de Stichting Kunsthistorisch Centrum uit Amsterdam een cursus 'Theater en beeldende kunst'. In deze cursus wordt, tegen de achtergrond van de geschiedenis van de beeldende kunst, de ontwikkeling van het theater geschetst, vanaf de klassieke oudheid tot heden. In het theater komt de beeldende kunst m.n. tot uitdrukking in de vormgeving van de voorstelling: decors, kostuums en licht. Hoofdthema van de cursus zal dan ook de vraag zijn, in hoeverre de ontwikkeling van deze vormgeving parallel loopt met de ontwikkelingen in de beeldende kunst en in hoeverre zij hiervan afwijkt. Daarbij komt de geschiedenis van het theaterdecor en van het kostuum aan de orde, maar ook de geschiedenis van de architectuur van het theater en van de voorstelling zelf. Deze ontwikkelingen zullen vergeleken worden met die in de beeldende kunst, om zo inzicht te krijgen in hun wederzijdse beïnvloeding, ledere bijeenkomst zal opgeluisterd worden met toneelmaquettes, kostuums en het nodige reproductiemateriaal.
WOENSDAG 25 JANUARI Stadsschouwburg, 20.15 uur: Andre van Duin. Stadsschouwburg, 20.30 uur, studio: Globe met "Ovomaltine". Komedie voor het hele gezin van Bert Edelenbos en Gerardjan Rijnders. Het stuk speelt zich af in een jodelkamp in Beieren. Met o.a. Gijs de Lange, Babette Mulder en Huib Rooijmans. Regie: Joost Boer. Olof, 20.15 uur: Pianorecital Rian de Waal. DONDERDAG 26 JANUARI Stadsschouwburg, 20.15 uur: Andre van Duin. Stadsschouwburg, 20.30 uur: Globe met "Ovomaltine" (zie 25 januari). Olof, 20.00 uur: Disputenquiz. VRIJDAG 27 JANUARI Stadsschouwburg, 20.15 uur: Het Brabants Orkest o.l.v. dirigent Hein Jordans met als soliste Ingrid Haebler (piano). Werken van Mozart en Bruckner. Stadsschouwburg, 20.30 uur: Studie 1 'De Reis': performance van een groep rond Gjalt Walstra n.a.v. een reisdagboek van een Haarlems tandarts. Olof, 20.15 uur: V.V.O.: Het Brabants Orkest met Ingrid Haebler. TENTOONSTELLINGEN Stadsschouwburg Tot en met 26 januari: Hedendaagse kunst uit de Sovjet-Unie. Van 28 januari t/m 28 februari: Overzichtstentoonstelling Jan Dijker. Van 28 januari t / m 6 maart: fototentoonstelling met werken van vijf fotografen: Tarja Kettunen, Peter Antonissen, Heinz Magr Panciera, Bernard Faucon en Pierre Mercier. Nederlands Textielmuseum Tot en met 22 januari: Textielkunst en vormgeving rond het thema 'inpakken'. Noordbrabants Natuurmuseum Tot en met 31 maart: Kollektie te kijk. Tot en met 3 maart: "Het leven van Charles Darwin". Bij voldoende belangstelling zal een excursie worden georganiseerd naar een theatervoorstelling. In de bijeenkomsten kan de excursie dan worden voorbereid met de nodige achtergrondinformatie. De cursus wordt gegeven door de Amsterdamse decor- en kostuumontwerper Henk Schut. Henk Schut raakte tijdens zijn studie Nederlands en Tekenen geboeid door de theaterwereld. Nadat hij in 1979 o.m. decors had ontworpen voor de toneelproductie 'Telemachus Clay' voor de Stadsschouwburg in Utrecht besloot hij zich verder in het decorontwerp te specialiseren aan de Amsterdamse Akademie voor Beeldende Vorming. Na zijn afstuderen aan deze opleiding in 1982 werkte hij voor een aantal experimentele theatergroepen en voor de Scapino-dansacademie. Daarnaast ontwierp hij voor het Nationaal Ballet decor en belichting voor John Wismans' productie 'MASSE'. M.i.v. augustus 1984 zal Henk Schut als decorontwerper verbonden zijn aan de Royal Academy of Dramatic Art in Londen. De cursus bestaat uit 7 bijeenkomsten op woensdagavond 19.3021.20 uur, vanaf 8 februari. Kosten f 115, — . I nlichtingen / inschrijvingen: Het Danshuis, Telexstraat 4A, 5038 DJ Tilburg, tel. 013-360207.
20 januari 1984
ACHTERKLAP Een semestertje Europa "En ik hoop dat jullie, terug in Amerika, een goed woordje willen doen voor de KHT en Tilburg". De laatste boodschap die professor Van Veen aan zijn buitenlandse studenten van het Program in European Studies (PES) tijdens de diploma-uitreiking in december meegeeft, valt in goede aarde. De elf Amerikanen, twee Peruanen en 'n Poolse studente, die het vorige semester de door de Stichting Internationale Bestuurs- en Bedrijfskunde (BB) en Buro Buitenland georganiseerde cursus volgden, zijn erg tevreden over wat ze hebben meegemaakt. En dat danken ze niet zozeer aan de heer Van Veen zelf: in de afscheidsspeech van de studenten wordt hij een "phantom" genoemd, de grote afwezige achter de schermen, altijd op reis naar verre landen (!). Zijn colleges over de Europese economie werden voornamelijk waargenomen door Dr. Pelkmans. Van Veen verzorgt samen met oud CvB-voorzitter Verster het financiële gedeelte van het programma, via de stichting IBB. Dit initiatief krijgt tijdens de diploma-uitreiking een klein applaus van het College van Bestuur. De heer Van Straaten, die op het afsluitende uur aanwezig is, zegt dat hij blij is dat er een stichting bestaat die deze dingen op de Hogeschool organiseert. Het Program in European Studies geeft aan de voornamelijk
THB
Amerikaanse studenten een beeld van de economische en politieke omgeving van multinationals in West-Europa. "Het leek me best een objectieve cursus", vindt de Amerikaanse studente Marie. "Ik weet nu erg veel van de EEG en zo. Maar soms waren de docenten wel "opiniërend" bezig, en dan met name Alting von Geusau en Pelkmans. Student John is het daar vyel mee eens: "Alleen als ze het bijvoorbeeld over de plaatsing van raketten hadden, kwamen ze voor hun eigen mening uit". Volgens hem nemen de docenten het voor lief dat de studenten zelf niet zo a-politiek zijn. Een gedeelte van de PES-studenten is zelfs op 29 oktober naar Den Haag geweest, naar de grote vredesdemonstratie; sommigen om te demonstreren, anderen om te kijken. Tijdens het afscheid van de studenten vestigt prof. Von Geusau, onder het hoofdstukje "abnormale gebeurtenissen in Nederland gedurende het semester", ook nog eens de aandacht op die demonstratie. Hij wil voor de gelegenheid nogmaals benadrukken dat de Nederlandse vredesbeweging meer tegen de Amerikaanse dan tegen de Russische kernwapens gericht is. Voor verder uitweiden over dit onderwerp vond hij een diplomauitreiking echter niet het juiste moment. Maar als studenten zich verder willen verdiepen in "what's the matter with Nederland", doen ze er goed aan om te lezen wat Von Geusau er in de
Gratis matseren Naar aanleiding van 20 jaar THB krijgt de lezer als verjaardagsgeschenk de gelegenheid om gedurende een korte periode gratis matsertjes te plaatsen. De matsertjes mogen geen commercieel karakter hebben en kunnen enkel met deze leesbaar ingevulde bon (één letter, leesteken of spatie per blokje) bij de redactie worden ingediend. Voor matsertjes die onder een andere vorm worden aangeboden geldt het gebruikelijke tarief. Vergeet niet ook naam en adres in te vullen.
toekomst over publiceert. Ondanks de huidige problemen zoals stakingen, demonstraties en bisschop-wisselingen, kan Alting von Geusau wel alvast vertellen dat Nederland nog één van de meest gezonde samenlevingen kent: de jonge democratie. En dat komt omdat "de Nederlanders onder elkaar zo vredelievend zijn". Van de kant van de studenten zijn er ook niets dan positieve geluiden te horen over 'Holland' en zijn inwoners. John, Alan en Dean zijn helemaal weg van het uitgaansleven, de goedkope kleren en de Nederlandse vriendinnetjes. Deze laatste middag in Nederland gebruiken ze dan ook voor 'shopping', en de avond voor het afscheid van het, helaas slecht Engels sprekende, meisje. De belangrijkste reden voor John om naar Europa te komen is dat "thuis de school mijn neus uit kwam". Hij is zeker van plan om nog eens terug te komen. Dean houdt gewoon van reizen, en op deze manier kon hij het met iets nuttigs combineren. Marie is vooral geïnteresseerd in de andere manieren van leven die ze in het buitenland tegenkomt. Ze is vooral verbaasd over de grote sociale zekerheid in West-Europa. Marie: "In Amerika krijgt bijna niemand een beurs om te studeren. Maar de universiteiten zijn zo goedkoop dat iedereen ze kan betalen. De meeste studenten werken daarom ook, en ze proberen zo snel mogelijk klaar te zijn met hun studie. Hier heeft niemand zo'n haast om af te studeren, want je zit voor jaren goed met een studiebeurs. In Amerika kan je niet leven als je niet werkt." Alan vindt dat de sociale zekerheid de Europese economie in de war schopt. "De uitkeringen veroorzaken de werkloosheid", zegt hij, "waarom zouden de mensen een baan zoeken als ze genoeg geld krijgen van de staat?" Alle studenten zijn het erover eens dat ze veel geleerd hebben van hun verblijf in Nederland: ze hebben een kritisch oog gekre-
Studenten van het Program of European Studies. gen voor de relatie tussen twee culturen. Marie vindt dat de aanwezigheid van de Poolse en Peruaanse studenten ook veel aan het programma heeft bijgedragen. Het contact met hen was leerzamer dan dat met Nederlanders, "want je zit hier toch in een kunstmatige omgeving. Je leeft met je eigen groepje studenten. Met de andere mensen in de verpleegstersflat, waar we wonen, heb je niet zoveel contact. Ze zijn er aan gewend dat je na een paar
Uit 20 jaargangen THB
.^e...^.^^tiX-^Hl^.^»tAiit.i-il.f^a,~i!.
NIEUWS
UIT
DE
PAROCHIE.
I. H. H. MISSEN: Het volgende trimester zullen de zondagsmissen voor de studenten weer aanvangen op zondag 19 januari. Vanaf dinsdag 21 januari zal dan ook weer de H. Mis gecelebreerd worden in de Hogeschool, maar in een ander lokaal, nl. 010, dat zich onder de statietrap bevindt en bereikbaar is vanuit de uitgifte van de bibliotheek. U zult zien, dat hier een stemmige ruimte is geschapen, die buitengewoon geschikt is voor een intieme plechtigheid als die van onze dagelijkse H. Mis in de Hogeschool. II.
Naam: Adres: (Tel:
;
maanden toch weer weg gaat". En inderdaad: Nu Marie, Dean, Alan en John weer terug zijn in Connecticut, om daar hun studie aan de universiteit voort te zetten, staat een nieuw groepje Amerikaanse studenten, van de universiteit van Indiana, klaar om hun plaatsen in te nemen. Misschien niet eens zo zeer om de studie: de kleren, de cultuilr en de kroegen zijn voor hen minstens zo aantrekkelijk. K.B.
DE BOUW
VAN
DE EIGEN
KERK.
Met de bouw van onze kerk zijn wij praktisch nog niet verder gekomen dan wij in juni 1963 reeds waren. Toen immers waren de architecten klaar gekomen met hun plannen en hadden deze de goedkeuring verkregen van kerkbestuur en parochieraad. Ze konden echter geen genade vinden bij de Diocesane Bouwraad, die ze nl. begin augustus prompt afkeurde. Na rekening gehouden te hebben met de adviezen van genoemde raad
werden ze in september '63 opnieuw ingediend en in oktober d.v. wederom afgewezen. En ditzelfde heeft zich tenslotte ook weer afgespeeld in de maand december, nadat ze de 14 november opnieuw waren voorgelegd aan de Raad. Toch menen we te kunnen zeggen, dat, ondanks het droevige van deze gang van zaken, er toch een vooruitgang te constateren valt tegenover de situatie in de maand juni. De plannen hebben nl. in de vorm waarin we ze de eerste week van dit jaar voor de vierde maal hebben ingediend, nu ook volledig rekening gehouden met de bouw-technische en liturgische adviezen van de Diocesane Bouwraad, zodat er op dit vlak geen verwerping meer van te verwachten is. Bovendien hebben we dan ook goede hoop, dat de plannen in deze vorm uiteindelijk toch de goedkeuring van het Bisdom zullen verwerven. Dan zullen vervolgens nog het Rijk en de gemeente Tilburg hun approbatie moeten geven, die, na de goedkeuring van het Bisdom wel niet zo lang op zich zal laten wachten. Derhalve mogen wij de verwachting koesteren, dat wij omstreeks Pasen de aanbesteding zullen kunnen doen plaats hebben. En dan zal ook de eerste spade tn de grond niet lang meer hoeven te wachten.
•Uit THB 16 januari 1964'