Tilburgs Hogeschoolblad - 11 maart 1983 - jaargang 20 - nummer 24
Collegegeld naar 888 gulden Het collegegeld gaat wel omhoog, maar niet naar 1026 gulden zoals minister Deetman wilde. Dat is te danken aan de regeringsfracties van de VVD en CDA, die een verhoging zonder een nieuw studiefinancieringsstelsel geen stijl vinden en dus een halve verhoging voorstellen. Het nieuwe collegegeld zou dan precies 888 gulden worden. Ook het collegegeld voor het hoger beroepsonderwijs gaat minder omhoog. De gedorven inkomsten worden aangevuld uit de stooken materiaalkostenvergoedingen van de universiteiten en uit een potje van de academische ziekenhuizen, de zg. Smallenbroekpot.
Dit alles viel op te maken uit de onderwijsdebatten deze week in de tweede kamer. Minister Deetman kreeg daar veel verwijten, onder andere over gebrek aan visie bij het snoeien. Omdat de begroting allang tot op het geraamte is uitgekleed en elke verandering een amputatie elders betekent, bleven de harde woorden echter zonder gevolgen voor het hoger onderwijs. Wel werd opgemerkt dat de nieuwe wetten op het wetenschappelijk onderwijs (wwo'81) en het hoger beroepsonderwijs nog steeds te lang op zich laten wachten, terwijl gewoon doorgewerkt wordt aan de kaderwet die de integratie van beide vormen van hoger onderwijs moet bevorderen. De bereidheid tot samengaan bij universiteiten toch al niet bijster groot, wordt bovendien-gefrustreerd door allerlei taakverdelingsoperaties. Voor de Beiaardnota (over de invulling van de tweede fase
met goedkope onderzoekers-inopleiding) hadden de kamerleden weinig bewondering. Het CDA gaf het stuk het voordeel van de twijfel, de VVD sprak over 'voetzoekers en zevenklappers onder de tweefasenstructuur' terwijl juist aan bestendigheid behoefte is. De Partij van de Arbeid wist, dat het legendarische paard met tien molenstenen aan de nek en benen in de Oise was verdronken. Deze partij toonde zich overigens wel ingenomen met de nieuwe voorsteilen voor een lerarenopleiding, (die moet een jaar duren, met als 'hart van de opleiding de vakdidatische komponent' en met de verantwoordelijkheid bij de nieuwe lerarenopleidingen zoals de minister ook heeft voorgesteld.) Lin tabak Lin Tabak UU/UP
Accoord over hoofdpunten van een sociaal beleid Tussen minister Deetman en de ambtenarencentrales is overeenstemming bereikt over de hoofdpunten van een sociaal beleid dat bedoeld is om de gevolgen van de TVCoperatie voor het personeel te verzachten. Dit betekent overigens niet dat acties in het wetenschappelijk onderwijs nu van de baan zijn. De Abva/Kabo begint op 30 maart met een landelijke manifestatie in Utrecht. "Wij vinden herstructurering ool( noodzalielijk," aldus Ben Ahlers van Abva/Kabo, "maar de manier waarop dat nu gebeurt zint ons niet. De TVC als zodanig vinden wij volstreict verwerpelijl<". In het centraal overleg personeelszaken wetenschappelijk onderwijs (copwo), waarin de centrales met de minister praten, is op 2 maart afgesproken dat vrijwilligers voorgaan wanneer er door de TVC personeel moet afvloeien. Deetman gaat verder de mogelijkheden voor deeltijdontslag openen. Voor dat deel van de werktijd dat men ontslagen wordt, wordt wachtgeld verstrekt. De centrales vinden dat dit deeltijdontslag alleen op vrijwillige basis gegeven mag worden. De bewindsman wil echter niet uitsluiten dat men ook deeltijdontslag zonder iemands instemming kan verlenen. Deetman is op zijn standpunt blijven staan dat het niet mogelijk is om wachtgelden op een structurele manier te ge-
bruiken om de werkgelegenheid te bevorderen, wel is overeenstemming bereikt over de mogelijkheid van collectieve werktijdverkorting. Deze mogelijkheid kan door diensten, afdelingen of andere werkeenheden worden benut, wanneer te verwachten is dat een teveel aan personeel op termijn door het natuurlijk verloop weggewerkt kan worden. De maximale termijn waarvoor collectieve werktijdverkorting kan worden aangevraagd bedraagt 2 è 2 Va jaar.
MOEILIJK PUNT Een moeilijk punt bleef de financiering van herplaatsing, om-, her- en bijscholing. De centrales hebben zich altijd op het standpunt gesteld dat de kosten hiervan niet gedragen hoeven te worden door de instellingen. De minister houdt zich wat dit betreft op de vlakte en wil eerst wel eens bekijken waar hij het geld dan vandaan kan halen. Deetman moet ook nog nagaan of het mogelijk is dat mensen die ontslagen zijn met behoud van hun uitkering kunnen blijven werken. Dit mag er volgens de bewindsman in ieder geval niet toe leiden dat normale arbeidsplaatsen door hen bezet worden. Minister Deetman gaat er verder mee accoord en Ahlers vindt dit geen onbelangrijke concessie, dat de uitvoering van de TVC-operatie zich ook tot na 1987 kan uitstrekken. De sociale gevolgen kunnen hierdoor verzacht worden. De bewindsman verbindt hier wel de eis aan dat hij de geraamde opbrengsten normaal op tijd kan halen. Zijn er speciale maatregelen nodig om de vertraging van de uitvoering te bewerkstelligen, dan kunnen
die incidenteel gefinancierd worden, vindt Deetman. De centrales hebben er bij de minister op aangedrongen pas met de uitvoering van de TVC-operatie te beginnen als het sociale plan definitief is uitgewerkt. Ook uit de vaste kamercommissie voor onderwijs is onlangs dit verzoek naar voren gekomen. Erg duidelijk heeft Deetman hier tot nu toe niet op geantwoord. De centrales zijn volgens Ahlers 'gedeeltelijk tevreden', van waaruit zij vertrokken, is er toch het een en ander bereikt. Ontevreden zijn zij, aldus Ahlers, over de mogelijkheden om gedwongen ontslagen te voorkomen in gebieden die met opheffing worden bedreigd. Het gaat hier vaak om mensen met een uitermate specialistische kennis. "Wij zien wel mechanismen om ook hier gedwongen ontslagen te voorkomen, maar eerlijk gezegd weet ik niet of we daar uitkomen", aldus Ben Ahlers. Jos Veldhoven DELTA/UP
Veldkamp tekent voorzichtig de contouren van de nieuwe Tilburgse studierichting: Sociale Zekerheidskunde. Hij is al enkele keren benaderd om hoogleraar in Tilburg te worden. Zou het er ditmaal wel van komen? De formatieplannen bij de sociologen stuiten op verzet binnen de subfaculteit
Vrouwenstudies hebben toekomst zeggen Alkeline van Lenning en Marga Genemans Vreemdelingenrecht staat haaks op jeugdbeschermingsrecht zegt mr. Koens in zijn proefschrift Het THB verschijnt op 1 april met een extra Verkiezingskrant. Maar ook in de nummers vóór 2 april (18 en 25 maart) kunnen frakties en onafhankelijke kandidaten hun ei kwijt in een Verkiezings Tribune. Max: drie kantjes kwarto.
ABVA/KABO verzet zich tegen TVC De ABVA/KABO vindt de plannen van de Taakverdelingscommissie voor werknemers van universiteiten, hogescholen en academische ziekenhuizen onaanvaardbaar. De vakbond zegt dat bij het maken van de plannen niet gekeken is naar de sociale- en werkgelegenheids gevolgen. Ze vreest voor afbraak van de kwaliteit van onderwijs, onderzoek en dienstverlening, en vindt dat er geen rekening gehouden is met de belangen van maatschappij, patiënten en studenten die van de universiteiten gebruik maken. "Zelfs de toekomst van belangrijke stukken wetenschap wordt op het spel gezet:
pluriformiteit, die toch essentieel is voor levensvatbare wetenschapsbeoefening, wordt door concentratie ernstig ondermijnd", aldus ABVA/KABO. Het TVC-plan kost meer dan 3000 banen. Dat zal volgens de vakbond een taakverzwaring van anderen inhouden, en het zou ondoelmatig zijn omdat iedereen die zijn werk verliest van dezelfde overheid dan weer wachtgeld ontvangt. In haar "TVC-Nieuws" schrijft de ABVA/KABO: "Het moet met dat al overduidelijk zijn: niemand hoeft en mag zich zelfs gebonden voelen, moreel, politiek Vervolg op pag. 4
K
Kunstsocioloog Bourdieu in Tilburg De inmiddels wereldberoemde Franse kunstsocioloog Pierre Bourdieu komt naar de Hogeschool in Tilburg. Op uitno diging van het werkverband literatuurso ciologie van de subfaculteit Letteren i.o. zal hij op donderdag 17 maart twee lezin gen houden. Pierre Bourdieu vindt in Nederland in Hu go Verdaasdonk, zijn gastheer, een be langrijk medestander. Met Bourdieu is Verdaasdonk immers van mening dat kunst sociaal bepaald is. Dit is tevens de belangrijkste these van de theorie van Bourdieu, die hij onderbouwt met uitge breide empirische onderzoekingen. Kunst, zo zegt Bourdieu, ontleent haar waarde en schoonheid niet aan vaststaande eigenschappen van k unst werl<en. Van l<unst houden is ool< in het geheel niet een bewijs van fijnbesnaard heid. Voor Bourdieu komen de waarde en de schoonheid van kunst tot stand doordat een bepaalde maatschappelij k e klasse gelooft dat k unst waardevol en mooi is. Deze maatschappelijke klasse beschikt over middelen dit geloof op an deren over te brengen. Bourdieu gaat na wat dat geloof nu precies behelst. Hij on derzoekt welke kenmerken de sociale klasse heeft die dat geloof koestert en overdraagt op anderen en waarom dit geloof van levensbelang is voor deze klasse. Bourdieu heeft zich overigens niet altijd met de kunstsociologie beziggehouden. In het begin van zijn wetenschappelijke carrière ging zijn belangstelling uit naar de positie van de gezagsdragers binnen het onderwijs en de invloed van het mi lieu op de studie en beroepskeuze. Als kunstsocioloog heeft Bourdieu de laatste jaren grote bekendheid gekregen. Zijn laatste boekpublicatie, "La distincti on" uit 1979, is een studie over de ver schillen in smaak die er tussen de sociale klassen bestaan. Het boek is een poging de klassenbepaaldheid van smaak van mooie dingen welke dan ook aan het licht te brengen. De vijftigjarige hoogleraar is thans werk zaam aan het Centre de Sociologie euro péenne dat een onderdeel is van de Ecole des Hautes Etudes en Sciences Sociales in Parijs. Hij is tevens hoogleraar aan het College de France waar hij zich in het uit verkoren gezelschap bevindt van Paul Valéry, Raymond Aron en Roland Bar thes, al dan niet slechts nog in gedach ten. Voor het programma zie pagina 15, Agenda.
Sociale problemen en gezondheids klachten door onregelnnatig werk Onregelmatig werkenden in de gezond heidszorg hebben meer klachten over de eigen gezondheid dan regelmatig wer kenden. Dit blijkt uit een onderzoek dat Drs. W illem de Lange, wetenschappelijk medewerker van de vakgroep Organisa tie van de Hogeschool, heeft verricht bij vier algemene ziekenhuizen, twee psy chiatrische ziekenhuizen, drie zwakzinni geninrichtingen, twee verpleeghuizen en een kategoraai ziekenhuis in Brabant. In Nederland werken binnen de gezond
heidszorg ongeveer 100.000 mensen in onregelmatige diensten. Dit zijn vooral verpleegkundigen en ziekenverzorgen den. Uit dit onderzoek bleek dat zij veel meer last hebben van zenuwachtigheid, een slecht concentratievermogen, ver moeidheid, rugklachten en eet en slaap problemen dan mensen die regelmatige diensten draaien. De Lange komt tot de conclusie dat er meer klachten zijn als de verpleegkundigen veel avond weekend en nachtdiensten hebben, en minder als ze veel dagdiensten draaien. Onregelmatig werk heeft ook gevolgen op het sociale vlak. Partners gaan, vol gens De Lange, veel meer langs elkaar leven en de onregelmatig werkende neemt minder deel aan het verenigingsle ven en krijgt minder kontakten met vrien den. Uit het onderzoek blijkt dat er bij verpleegkundigen grote belangstelling bestaat voor deeltijdarbeid. Deeltijders in de gezondheidszorg blijken minder klachten over de gezondheid en minder sociale problemen te hebben dan voltij ders. Onregelmatig werkenden hebben meer belangstelling voor een compensa tie in vrije tijd voor onregelmatige diensten dan de gebruikelijke financiële vergoeding. De Lange vindt dat overwerk en gebro ken diensten vermeden zouden moeten worden. Voor het opvangen van pieken zou men deeltijders in kunnen zetten. Verder dringt de Lange aan op een bete re selektie op geschiktheid voor onregel matig werk, vooral jongeren en ouderen zouden volgens hem meer ontzien moe ten worden. Ook periodieke keuringen, inspraak in het rooster en het vermijden van eenmans(vrouws)posten 's nachts zouden de arbeidssituatie van verpleeg kundigen kunnen verbeteren.
Nieuwe aanpak regionaal stimuleringsbeleid De economische recessie en de steeds stijgende werkloosheid stellen niet alleen de centrale overheid voor problemen, ook lokale en regionale overheden worstelen met de vraag wat zij kunnen doen om de plaatselijke bedrijvigheid te stimuleren. In dat verband trokken on langs de pleidooien voor het invoeren van belastingvrije zones (Dzónes) de aandacht, maar aan het instellen van dergelijke zones kleven nogal wat be
zwaren. De zogenaamde plaatselijke on dernemingsinstituten (Local Enterprises Agencies), waarmee in Engeland gunsti ge ervaringen zijn opgedaan, lijken bete re mogelijkheden te bieden. In deze insti tuten werken plaatselijke bedrijven, ban ken, regionale en lokale overheden. Ka mers van Koophandel e.d. samen om de bedrijvigheid in de regio te bevorderen. De Engelse ervaringen met deze plaatse lijke ondernemingsinstituten staan cen traal in het rapport dat Frans Boekema en Leo Verhoeff van de vakgroep regio nale economie van de KHT onlangs uit brachten. Boekema en Verhoef zijn van mening dat de Engelse receptuur ook voor het Nederlandse regionale en lokale stimuleringsbeleid mogelijkheden kan bieden. Het rapport 'Local initiatives een nieuwe aanpak van het regionale sti muleringsbeleid' werd vorige week inte graal opgenomen in het vaktijdschrift Economisch Statistische Berichten. Op een persgesprek, dat op 1 maart j . l . naar aanleiding van de presentatie van het rapport werd georganiseerd, kondig den Boekema en Verhoef een 3sporenbeleid aan om het idee van het plaatselijke ondernemingsinstituut zo veel mogelijk publiciteit te geven. Op 9 juni a.s. zal aan de Tilburge Hogeschool een internationale studiedag over 'local initiatives' plaatsvinden. Daarbij gaat het vooral om het verduidelijken van de filo sofie voor een breed samengesteld publiek. Daarnaast zijn Boekema en Verhoef met raad en daad behulpzaam bij het van de grond tillen van een plaatselijk onderne mingsinstituut voor het stadsgewest Til burg. Stadsgewest, Kamer van Koop handel, werkgevers en werknemersor ganisaties zullen in deze opzet participe ren. Ook het regionale bedrijfsleven "het gaat om enkele grotere bedrijven in MiddenBrabant, we kunnen in dit stadi um geen namen noemen" heeft be langstelling getoond. In de Engelse opzet is een belangrijke rol weggelegd voor het bankwezen en het grotere bedrijfsleven. Het Nederlands bedrijfsleven neemt nog een aarzelende positie in. Boekema en Verhoef menen dat de tijd er nu rijp voor is deze mensen over de streep te trekken. De gedachten gaan daarbij uit naar een forum van top industriëlen, waar mensen als president directeur Dekker van Philips en z'n colle ga's van Shell, Rank Xerox e.d. aan deel nemen. Een belangrijke inbreng daarbij wordt van ShellEngeland verwacht, die al jaren naar tevredenheid in de Engelse opzet participeren.
"Reaktionair" is een rubriek waarin reakties van lezers worden geplaatst. Naam en volledig adres van de schrijver(s) dient bij de redaktie bekend te zijn. Anonieme brieven verdwijnen in de prullemand.
Koffie er was eens een leger soldaten dat nam bezit van de hogeschool ze noemen zich de automaten en slik k en munt als hun parool de k offieengel is verdrongen het tapk astleven is gedaan de schenk k raan is gedwongen tot een armzalig roestig bestaan de k offiek ar zal niet meer rijden het wielgeruis niet meer gehoord waar blijft de engel die op vaste tijden de werk lust heeft bek oord?
met een k wartje in de hand en drie stuivers bovendien komt men in het k offieland waar de ontluistering is te zien daar ligt papier van suik er ontdaan met plastic stok jes op de grond het roomk annetje blijft eenzaam staan de grote fles gaat vlot in het rond de k offieplaats lijk t op een slagveld met overal bek ers leeggedron k en en als het geld dan is geteld hoever ... zijn wij gezonk en? Jan
Terwindt
■iHm a t s e r t j e
SHHI
'Matsertjes' kunnen worden opgegeven bij de redaktie. Tot 30 woorden kosten ze ƒ 5,-; onder nummer ƒ 2,50 extra. Reakties op advertenties onder nummer naar de redaktie sturen. ZEILEN: introductieweken, studieweken, GROEPSVAKANTIE (in MiddenFriesland) in nabijheid van bos, manege, natuurgebied. FALCO-boten; verblijf in groepscentrum de GRUPSTAL. Max. 36 pers. Vraag folder 05663-1465. TYPEWERK: voor goed verzorgd typewerk: ƒ 2,50 per vel. Tel. 672466. REPETITOR RECHTEN: Pas afgestudeerd juriste heeft tijd beschikbaar om rechten studenten te begeleiden bij de studie. Tel. inl. 076-651908. TYPEWERK: Bel voor het uittypen van uw verslagen, rapporten, scripties e.d. naar Marianne Houtepen, tel. 013-424107. TE KOOP: z.g.a.n. (opklapbare) bioscoopstoeltjes. Ideaal voor kleinbehuisden. Te bevr. bij R. Willemse, Europalaan 319, tussen 19.30 en 20.30 uur. Tel. 631204. GEVRAAGD: Piano te koop gevraagd. Tel. 013-357533 Irene Keyzer.
tilburgs hogeschoolblad .
weekblad voor de katholieke hogeschool tilburg redaktie eddie vaes (hoofdredakteur) twan geurts, lennart kik, ellen nooyen, angela lodder (assistente) medewerkers paul emonts, w/outer van gjls, peter pennartz, henk zomer, wilma okkerse, sjef stoop, klaudie biemans, John versieyen. samenstelling redaktieraad prof. mr. p. van seters (voorzitter), dr. j koning, dr. h. van erp, drs. ]. van de riet, f. hummelman, m. ackermans (adviseur), t. nilsen, r. geurtsen, a. de laaf, drs. th. schouw. offk»6ie mededelingen buro pers en voorlichting cartoonist ad van haandel, henk van de berg advertenties angela lodder kopij alle kopij moet uiterlijk op donderdag de week vóór het verschijnen in het bezit van de redaktie zijn. redaktie-adres/advertenties hogeschoollaan 225, tilburg, telefoon (alleen voor thb) 662277 en 662506 intern: 2277 en 2506 kamer 207 en 208 (gebouw b) foto rien siers landelijk samenwerkingsverband universitaire pers (up) waarbij verder aangesloten: ad valves (vu amsterdam), wagenings hogeschoolblad, utrecht universiteitsblad, delta (delft), thberichten (eindhoven), tht-nieuws (twente), observant (maastricht), uk (groningen) en ku-nieuws (nijmegen) druk drukkerij em. de jong bv, baei'le-nassau abonnementen voor niet-hogeschoolleden f 15,— per jaargang
Tumultueuze sociologen vergadering
Faculteitsraad verwerpt concept formatieplan De conceptnota 'Jornnatieplan"
Tijdens een tumulteuze vergadering hieeft afgelopen donderdagmiddag 3 maart de faculteitsraad van de subfaculteit Sociaal Culturele Wetenschappen besloten een concept-formatieplan voor de jaren tachtig niet te hanteren als basis voor de vaststelling van een formatiebeleid. Dit plan lag als laatste agendapunt ter tafel en was namens een door het faculteitsbestuur ingestelde commissie aan de raadsleden toegestuurd. In de loop van de laatste weken heeft het concept-plan een ware storm van kritiek doen losbarsten, afkomstig uit velerlei geledingen en afdelingen van de subfaculteit. In een raadsdiscussie, die twee en een half uur duurde, kwam deze kritiek op heftige wijze naar buiten en lieten ook protesterende studenten en medewerkers vanaf de publieke tribune hun ongenoegen over de bestuursplannen duidelijk blijken. Het concept-formatieplan draagt als ondertitel "Globale schets van het onderwijs en onderzoek in de jaren tachtig" en is samengesteld door een facultaire bestuurscommissie, tegen de achtergrond van de toenemende noodzaak van concentraties en taak(her)verdelingen aan instellingen van wetenschappelijk onderwijs. Omdat globaal gesproken het plan drastische ingrepen voorstelt in die delen van het bestaande sociologieprogramma die men "maatschappelijk geëngageerd", "progressief", of "emancipatorisch" kan noemen, was kritiek vanuit bedreigde secties als "Imperialisme en Onderontwikkeling", "Vrouwenstudies", "Culturele Antropologie", Sociologie van Staat en Openbaar Bestuur", "Sociale Geschiedenis" en "Niet westerse Sociologie te verwachten. Vanuit de vakgroep Algemene Sociologie werd een brief verstuurd, gericht aan het faculteitsbestuur en de bestuurscommissie, waarin ondermeer gesteld wordt dat de vakgroep van mening is dat haar een
THburgs Hogeschoolblad
slechte nota is voorgelegd en dat het meest fundamentele bezwaar tegen de nota te maken heeft met het volledig verborgen blijven van de visie op het vak sociologie. In de nota wordt daarentegen beweerd dat een dergelijke visie niet ontwikkeld hoeft te worden, omdat er aan het bestaande programma weinig of niets verandert en dus automatisch wordt voortgeborduurd op de reeds ontwikkelde onderwijs- en onderzoeksfilosofie. Volgens een aantal leden van de faculteit blijkt dit laatste niet houdbaar te zijn wanneer de feitelijke voorstellen die in de concept-nota gedaan worden van een zeer rigoreus karakter zijn.
MAGIE EN KIEKEBOE Rond kwart voor vier in de middag stroomde de raadszaal in gebouw S vol met protesterende studenten en medewerkers. Dit kon geen verbazing meer wekken want in de voorgaande dagen waren open brieven de faculteit ingestuurd, ondersteuningsbijeenkomsten
voor het behoud van bepaalde studiegedeeltes druk bezocht, en hadden ruim zeventig studenten en medewerkers van de faculteit een tweetal moties opgesteld die de concept-nota afwezen en het voorstel bevatten een meer pluriform samengestelde commissie op te richten, waarin de mogelijkheid zou bestaan voor de gehele subfaculteit discussies te organiseren over een nieuw beleid van onderwijs en onderzoek in de jaren tachtig. Door decaan Prof. Frinking was Prof. R. de Moor uitgenodigd om aan de beraadslagingen deel te nemen rondom het mede door hem opgestelde conceptplan. Ongetwijfeld was het voor Prof. de Moor geen onverdeeld genoegen om bij die beraadslagingen aanwezig te zijn, want de kritiek op het plan was scherp. Raadslid Van der Pas, wetenschappelijk medewerker Culturele Antropologie (een studierichting waarvan de concept-nota voorstelt hem op te heffen) opende zijn betoog met de woorden: "U krijgt ongenadig op uw lazer", doelend op het faculteitsbestuur en de bestuurscommissie. Gedurende ongeveer drie kwartier ging hij daarna via een lijst van kritiekpunten uitgebreid in op de achtergronden en consequenties van de naar zijn mening "irrationele nota". Hij stelde ondermeer dat het in de nota gehanteerde "Plaatsen Geld Model" bij de vaststelling van de verdeling van de personele ruimte geen enkele rechtsgeldigheid bezit. Noch de minister van O & W noch het College van Bestuur zouden hantering van dit model vereisen en Van der Pas qualificeerde de nota daarom als "personeelsvijandig". Grote kritiek had hij ook op de wijze waarop de nota tot stand gekomen was. Hij sprak van een 'kiekeboe constructie' ten aanzien van de volgens hem "zogeVervolg op pag. 11
Eind februari presenteerde een bestuurscommissie van de subfaculteit sociaalculturele wetenschappen (SCW) een conceptnota "Globale schets van het onderwijs en onderzoek in de jaren tachtig", waarin een formatieplan voor de komende periode wordt opgevoerd. De bestuurscommissie bestond uit Prof. Frinking (demograaf, decaan van de faculteit). Prof. de Moor (onderwijssocioloog en de toekomstige opvolger van rector magnificus van Veldhoven) en Prof. Seegers (onderzoeksmethodicus). Zoals bekend worden bestuurscommissies samengesteld zonder medezeggenschap van de faculteitsraad. De voornaamste punten van de conceptnota: Voorgesteld wordt te komen tot een herziening van de vakgroepindeling aan de subfaculteit SCW, waarbij de bestaande twaalf vakgroepen tot twee vakgroepen worden gereduceerd. Eén vakgroep waar de vakken worden ondergebracht die zijn gericht op wetenschapsleer, methoden en technieken van onderzoek en statistiek, en één vakgroep waarin alle overige vakken een plaats moeten vinden. De argumentatie voor deze drastische ingreep wordt in het conceptformatie plan samengevat in de redenering dat een sterke vermindering van het bestaande aantal vakgroepen nodig is om adequaat te kunnen reageren op bezuinigingen. Hierbij wordt verwezen naar de "Nota inzake de formatie ontwikkeling van de KHT in de jaren 1983-1987", waarin wordt aangekondigd dat het aantal wetenschappelijk-personeelsplaatsen bij de subfaculteit SCW vóór 1988 met minstens zeven moet worden verminderd. In het concept-formatieplan blijft onvermeld dat een dergelijke drastische vakgroepenvermindering een belangrijke besparing betekent op het aantal hooglerarenplaatsen. Gezien tegen de achtergrond van het gegeven dat momenteel aan de subfaculteit SCW nogal wat vacatures zijn voor hoogleraren, is dit niet zonder betekenis. Vervolgens komt de concept-nota met het voorstel tot herberekening van de normatieve onderwijslast van docenten. In de nota wordt gesteld dat voor de onderwijstaken aan de subfaculteit de komende jaren nog maar 30,4 wetenschappelijk personeelsplaatsen beschikbaar zullen zijn. Dat betekent dat de normatieve onderwijslast moet worden teruggebracht van 30.000 naar ongeveer 24.000 uur, een reductie van ongeveer 2 0 % . De bestuurscommissie wil deze reductie realiseren door een vermindering van het aantal cursussen per vakgroep tot het aantal dat verplicht voorgeschreven wordt in het onderwijsprogramma. Momenteel bestaat bij verschillende vakgroepen de mogelijkheid te kiezen uit een aanbod van meer dan de vier verplichte cursussen. Verder wordt gesteld dat docenten nog maar honderd in plaats van honderd en twintig uur begeleidingstijd per afstudeerder tot hun onderwijslast mogen rekenen. Die honderd uren dienen bovendien over twee budgetjaren te worden uitgesmeerd. Tenslotte wordt de normatieve onderwijslast van een facultatieve doctoraalcursus vastgesteld op tweehonderd en veertig uur, ongeacht het aantal studenten dat zich voor een dergelijke cursus inschrijft en ongeacht de in een cursus verkozen onderwijsvorm (waarvan de verschillen in tijdrovendheid groot kunnen zijn), vervolg op pag. 11 vrijdag 11 maart
1
10.000 studenten voor de Open Universiteit?
In december 1982 heeft het buro Intomart BV een onderzoek verricht naar de bekendheid en de beeldvorming van de Open Universiteit. G. van Enckevort van het Stafburo Onderzoek en Evaluatie van de Open Universiteit komt daarbij tot de conclusie dat bij de start in september 1984 gerekend kan worden op 10.000 studenten. De belangstelling voor de Open Universiteit zou volgens hem nog steeds groeien. Aan het eind van de tachtiger jaren zal de Open Universiteit niet 30.000 studenten kunnen verwachten, zoals tot nu toe steeds werd aangenomen, maar waarschijnlijk 40 ó 50.000. Het onderzoek, dat als telefonische enquête onder 1508 personen van 18 jaar en ouder is gehouden, vertoont wel wat schoonheidsfoutjes. Van Enckevort geeft dat ook aan in zijn onderzoeksrapport: "Bij de representativiteit kunnen enkele vraagtekens gesteld worden. Zo is er een lichte oververtegenwoordiging van beter opgeleiden, van mensen die aktief zijn en van leeftijdsgroepen tussen de 25 en 50 jaar". Bovendien kunnen de uitkomsten vertekend zijn door de neiging om op sommige vragen "ja" te antwoorden. Volgens Van Enckevort zal dit zeker een rol gespeeld kunnen hebben bij de vraag naar de bekendheid met de Open Universiteit. Het onderzoek is uitgevoerd kort nadat er in de schrijvende pers nogal wat aandacht was besteed aan de opzet en spreiding van de studiecentra van de Open Universiteit.
Het onderzoek n eemt juist de bekendheid met de Open Universiteit als uitgangspunt voor het berekenen van het aantal studenten in 1984. Van de ondervraagden zei 58,5% gehoord te hebben van-de Open Universiteit. Uit gegevens van de Britse OU is bekend dat van degenen die op de hoogte zijn van de OU 0,6% om informatie vraagt en hiervan weer 40% zich aanmeldt. Hiervan gaat uiteindelijk 2/3 over tot (voorlopige) inschrijving. Van Enckevort schrijft in het rapport: "Wanneer we ons beperken tot de leeftijdsgroep van 18 tot 65 jaar (iets meer dan 8 miljoen Nederlanders), de eventuele belangstelling uit Vlaanderen niet meerekenen en aan de voorzichtige kant blijven, dan zouden we in 1984 toch circa 10.000 eerste inschrijvers mogen verwachten." Reken je op de Britse manier uit hoeveel inschrijvingen de OU in '84 mag verwachten dan kom je tot een aantal van 7422. Van Enckevort neemt echter de bekendheidsgraad wat ruimer (60%) omdat hij verwacht dat de bekendheid met de Open Universiteit na een voorlichtingscampagne nog minstens met 10% toe zal nemen. Verder voorspelt hij dat niet 0,6, maar 0,7% om informatie vraagt, en van de aanmelders niet 2/3 maar tachtig procent uiteindelijk overgaat tot inschrijving. Zo komt hij tot ruim 10.000 eerstejaars. De cijfers hebben volgens het rapport een algemene politieke en beleidsmatige relevantie. Degenen die bekend zijn met de Open Universiteit, hebben er meestal wel een goed, met de werkelijkheid overeenstemmend beeld van, maar "wat de beeldvorming betreft zijn er voor de publiciteit enkele belangrijke doelgroepen aan te wijzen". Dat zijn de mensen uit de
Graffiti
Naast vijf toneelstukken, zeven één-acters en een groot aantal korte verhalen schreef Anton Tsjechov maar één boek: Het Eiland Sachalin (1895). Het is een gedetaiJieerde beschrijving van de strafkolonie, die het tsaristische regime op het harre eiiand SachaJin, ten Noorden van Japan en ten Oosten van Siberië, sedert de jaren zeventig van de 19e eeuw had opgezet. Tsjechov die voor arts had gestudeerd, wilde altijd nog eens een wetenschappelijk werk schrijven. Zijn boek over Sachahn, waar hij in de zomer van 1890 gedurende drie maanden duizenden strafgevangenen en kolonisten sprak en ondervroeg, werd een literairsociologische studie die vanwege de kritiek op het gevoerde beleid veel stof deed opwaaien. Het hoek zit vol met curieuze waarnemingen, die aangeven wat iedere Tsjechov-lezer al vermoedde, namelijk dat de auteur-onderzoeker een bijzonder scherpe sociologische blik had. Dostojevski was de psycholoog in de Russische literatuur, Tsjechov de socioloog. Op de weg naar de vuurtoren van het stadje Alexandrovsk, zo schrijft Tsjechov in dit boek, stonden vroeger bankjes waar je over de zee kon uitkijken. Deze bankjes werden verwijderd, omdat zij door de dwangarbeiders volgekrast waren met liederlijke en obscene woorden en uitdrukkingen. Tsjechov blijft daar even hij stilstaan. Ook in de vrije wereld, mijmert hij, zijn er vele liefhebbers van graffiti - want daar gaat het hier om, ai kende Tsjechov dat woord waarschijnlijk nog niet. Maar in een wereld waarin mensen in naam der wet tot slavernij en vernedering veroordeeld zijn, kent het cynisme geen grenzen. Smerige inscripties tref je overal op Sachalin aan, vooral op bankjes en muren. Merkwaardig eigenlijk, denkt hij, dat mensen zich als ongelukkige, door de wereld verworpen paria's voelen, allerlei smerige en vunzige dingen op banken en muren krassen. Zo ontmoette hij een oude man, krom van de reumatiek, die vond dat het tijd voor hem was om dood te gaan. Hij spuide aan een stuk door allerlei liederlijke verwensingen - "een lange reeks schuttingwoorden alsof het bezweringsformules tegen de koorts waren". Het leek wel een impulsieve drang en zou hij kunnen schrijven, aldus Tsjechov, dan zou hij ongetwijfeld op het toilet niet de verleiding kunnen weerstaan de één of andere smerige krachtterm op de muur te krassen, zonodig met zijn nagels. Tsjechov beroert hier een belangrijk aspect van de graffiti: ze zijn het resultaat van een niet-rationele, impulsieve, agressieve en vaak gefrustreerde drang die als Tilburgs Hogeschoolblad
lagere sociale milieus, met weinig schoolopleiding, en mensen met HBO of WO. De eersten vinden vaker dan de rest van de bevolking dat een studie aan de OU niet gecombineerd kan worden met een volledige baan; de laatsten twijfelen vaker aan de gelijkwaardigheid van de OU met andere universiteiten. De belangstelling voor de Open Universiteit neemt wel toe. In een onderzoek in 1979 zei 1,7% van de ondervraagden zich zeker in te zullen schrijven, nu was dat 3%. De belangstelling is het grootst bij middelbare employe's of de groep net onder het hoogste milieu, en klein bij mensen die al een wetenschappelijke opleiding hebben en ongeschoolden. Het is de bedoeling dat het onderzoek ieder jaar herhaald wordt. Wel zullen volgens Van Enckevort enkele vragen op een andere manier gesteld moeten worden, en andere vragen, bijvoorbeeld over de kosten, moeten er volgende keer bijkomen. De Open Universiteit schrijft dat ze nog niet in staat is geweest om op grote schaal de aandacht van potentiële studenten te vestigen op haar onderwijsaanbod. Half april zal ze een meerjarenplan voor ter geodkeuring aan minister Deetman voorleggen. Daarin zullen de uitgewerkte voorstellen voor de diplomastudies en cursussen van de Open Universiteit zijn opgenomen. Vervolg van pag. 1
ABVA/KABO verzet of hoe dan ook, aan het rammelende, visieloze, verspillende, op zijn best ondoordachte plan, dat dertien zeer goed betaalde heren, zonder enig democra-
tisch tot stand gekomen mandaat, in onderling gekrakeel hebben zitten bouwen. Er zal dus verzet moeten worden geboden". En: "Wanneer in een instelling bezuinigd wordt is de werkgever er verantwoordelijk voor, dat dat zó gebeurt, dat de mensen in zijn bedrijf daar niet de dupe van worden. Dat geldt óók als die werkgever de overheid is en dat geldt óók als de plaatselijke werkgevers bezuinigingsopdrachten van die overheid uitvoeren". "Overal hebben de mensen al heel wat ingeleverd terwijl de bezuinigingen doorgaan en de werkgelegenheid achteruit holt. In onze sektor is er ook al veel loon én werk ingeleverd. Het is nodig om nu al vast te stellen dat wij er geen vertrouwen in hebben, dat een regeringspolitiek die blindelings blijft snoeien, economisch herstel brengt". Over het hele land organiseert de vakbond vergaderingen om te bespreken hoe ze kracht bij gaat zetten aan de eis dat niet mag worden meegewerkt aan een plan dat verlies van werkgelegenheid en gedwongen ontslagen met zich meebrengt; De ABVA/KABO denkt daarbij aan demonstratieve vergaderingen, werkonderbrekingen, stakingen en bezettingen. Ook neemt de vakbond kontakt op met alle frakties van universiteits- en hogeschoolraden, die uiteindelijk over de TVC-plannen moeten beslissen. In het overleg met de minister heeft de bond een duidelijk "nee" laten horen tegen de gevolgen van het bezuinigingsplan. Op woensdag 30 maart organiseert de bond een landelijke manifestatie in Utrecht tegen de TVC-plannen. "Behoud van werkgelegenheid" en "geen gedwongen ontslagen" zijn de centrale leuzen van de strijd die de bonden in de komende tijd willen voeren.
literaire soort thuishoren in het gezelschap van de magische bezweringsformules. In een lang civilisatieproces hebben wij ons denken, voelen en doen met een glanzende vernislaag overgoten. Maar er zitten scheuren en barstjes in deze laag, die trouwens op diverse plekken erg dun en fragiel is. Allerlei oer-impulsen die allesbehalve beschaafd zijn, dringen door deze scheuren en poriën van het beschavingslak heen. Soms worden zij bewust opgeroepen om hun verwoestend werk te kunnen verrichten, zoals in oorlogen en revoluties, soms worden zij ook gekanahseerd en tot onderdeel van de beschaving gemaakt, zoals in het carnaval. Maar meestal dringen zij ongeorganiseerd, wellicht zelfs onbewust, strikt individualistisch en anoniem naar buiten. Dat is het geval met graffiti. De wandtekeningen in de grotten van Almira en Lascaux, zo is wel eens beweerd, hadden magische functies. Zij beeldden jachtscènes uit waarvoor door de oermensen een rituele dans zou zijn uitgevoerd. Deze dans moest magische krachten oproepen, welke nodig zouden zijn om in de dreigende natuur buiten de grot op doeltreffende wijze op jacht te kunnen gaan. Deze rotstekeningen waren wellicht de eerste graffiti van de homo sapiens? Wie de inscripties op de toiletmuren van onze super-moderne kantoorgebouwen leest en zich niet door de grofheid en vunzigheid laat shockeren - hef zijn narrige tekens die spotten met onze beschavingsvernissage - beseft ineens dat er een direkte verbinding ligt tussen ons en die oermensen aan het grauwe begin van de beschavingsgeschiedenis. De graffiti trekken deze verbindingslijn. Een duizelingwekkende gedachte. Juist omdat zij uit oer-impulsen voortkomen zijn graffiti zelden geestig, scherpzinnig of humoristisch. In tegendeel, de meeste van deze tekens zijn lapidair, bruut, ondubbelzinnig, kwetsend, of domweg crazy. Een muur vol graffiti is als een verwarde droom, waarin symbolen zonder enig respect voor onze intelligentie en beschavingspeil brutaal over ons heenwalsen en ons bij het wakker worden in verwarring achterlaten. Juist in die brutale chaos steekt echter ook weer een element van schoonheid - een chaotische, irrationele schoonheid. Op weg naar de hogeschool fiets ik steeds door een tunnel onder een snelweg door. De lange wanden worden ieder half jaar met een grauwe, uniforme, saaie verflaag van overheidswege bedekt. Maar na een paar weken al verschijnen weer de eerste, mysterieuze, primitief politieke en grof erotische graffiti. Na twee maanden warrelen de muren van de wilde inscripties, die als het ware zijn opgeborreld uit de diepste krochten van de conscience collective. Het is volkskunst die in onze nette verzorgingsstaat niet wordt geduld, want enkele maanden later is alles weer overdekt met die overheidsverf. Het zou mij niet verbazen als de een of andere maffe beleidsmedewerker op het stadhuis thans aan het plan werkt om verspreid over de stad publieke muren op te richten, waarop de conscience collective der burgers haar inscripties kwijt kan - een soort "speakers' corner", of nog beter: een soort publiek hondentoilet voor graffïti-scribenfen. Maar zo iets zou natuurlijk zot zijn. Graffiti-krabbelen doe je anoniem en in het geniep: men schendt een openbare, blanco ruimte en heeft het gevoel iets van zichzelf objectief en een tikkeltje onsterfelijk te hebben gemaakt. Je ziet dat wel op stations: "Mien was hier op 18.08.74" - een oer-graffito.' vrijdag 11 maart
a
i
Alkeline van Lenning en Marja Genemans (links) Als je nadenkt over de vrouwenbeweging van nu, zo'n twaalf jaar na het begin van de tweede feministische golf in Nederland, kun je een verandering constateren. Sommige vrouwen vinden dat de vrouwenbeweging is ingezakt, dat er geen fut meer in zit en de actie is verdwenen. Andere menen dat er zich nieuwe tendenzen voordoen. Dat er een generatie vrouwen aankomt die zich, dankzij de invloed van diezelfde beweging, als vanzelfsprekend geëmancipeerd opstelt. Betty Friedan, een van de voorvechtsters van de vrouwenbeweging in de Verenigde Staten, ziet eveneens een verschuiving van belangen, een verlegging van de probleemgebieden en niet een ineenzakken. Die verandering is maar goed ook: het zou toch niet pleiten voor een beweging indien de deelnemers zich jaar in jaar uit steeds opnieuw dezelfde vragen zouden stellen! Een van de verworvenheden van de strijd van vrouwen is de aanstelling van medewerksters binnen het kader van vrouwenstudies op de meeste universiteiten in Nederland. Vrouwenstudies op facultair en multi-disciplinair niveau zijn niet meer weg te denken. Alhoewel de formatieplaatsen veelal een tijdelijk karakter hebben - waarop de Universiteit van Amsterdam een positieve uitzondering vormt - streven de meeste vrouwen naar continuïteit van deze manier van wetenschapsbeoefening. Daarin schijnt in ieder geval voorlopig geen verandering te komen: vrouwen blijven zoeken naar hun positie binnen een door mascuiinisten beheerste maatschappij; vrouwen blijven vanuit hun eigen ervaring onderzoekingen verrichten die betrekking hebben op de sexe-verschillen, op de machtsverhoudingen tussen de sexen en vanuit de vooronderstelling dat deze verschillen niet van louter biologische aard zijn. A l dus blijven vrouwenstudies een bittere noodzaak aan iedere universitaire instelling. Zo ook aan de Tilburgse.
ALLROUND V R O U W E N H ^ ^
I
In september van het afgelopen jaar zijn twee vrouwen, Alkeline van Lenning en Marga Genemans aangesteld op één volledige formatieplaats met de taakomschrijving vrouwenstudies op de KHT te initiëren, stimuleren en coördineren naast de gigantische klus om vrouwenstudies "inhoud te geven". Eenvoudig gezegd behelst deze plaats, die binnen de KHT onder de dienst Algemene Zaken valt, de volgende taken: vrouwenstudies inhoudelijk begeleiden, nieuwe cursussen mee opzetten, doctoraal keuzevakken mede inhoud geven, vele bestuurlijke activiteiten, vrouwenstudies stimuleren op faculteiten waar deze nog niet een officiële status hebben, nota's schrijven, 'n eigen (multidisciplinaire) cursus opzetten, secretariaatswerkzaamheden verrichten, veel praten, verdedigen en tot de laatste ademstoot uitleggen wat het allemaal betekent. Zo simpel als het is dit rijtje neer te schrijven, zo gigantisch en haast onmogelijk is in feite het uitwerken van dit takenpakket. Het zal niemand verbazen dat beide vrouwen vaker veertig dan twintig uur (het aantal waarvoor ze zijn aangesteld) per week werken. In het gesprek bleek dan ook duidelijk dat de veelheid van taken een van de grootste problemen is. Met als gevolg dat beide vrouwen vaak ad hoc aan een bepaald onderdeel werken en soms maar moeilijk toe kunnen komen aan een lange-termijn-planning. De afgelopen zeven maanden hebben de vrouwen zich vooral bezig gehouden met het schrijven
Tilburgs Hogeschoolblad
waar wel belangstelling en behoefte, maar absoluut geen formatieruimte is, toch de mogelijkheid tot Vrouwenstudies te scheppen. Zo'n geval doet zich bijvoorbeeld voor bij de subfaculteit psychologie. Het is duidelijk dat daar vrouwenstudies moeten komen. Belangstelling en behoefte zijn groot, maar er is voorlopig absoluut geen geld. Het College van Bestuur moet inzake deze formatieplaatsen weldra beslissingen nemen, de leden van de Hogeschoolraad moeten zich erover buigen. Het lijkt logisch indien ook CvB en HR naar mogelijkheden blijven zoeken waarbinnen vrouwenstudies gestalte kunnen krijgen. Wie A zegt moet ook B zeggen. Een ander probleem waar beide vrouwen zich mee bezig houden is de verschuiving binnen de vrouwenbeweging. Het staat buiten kijf dat vrouwen, op welke manier dan ook, zich vragen blijven stellen die relevant zijn voor hun eigen situatie en die van vele andere vrouwen. Vandaar dat vrouwenstudies een permanente plaats moeten krijgen, aldus beide vrouwen. Op wat voor een manier vrouwen zich die vragen stellen, vanuit welke maatschappelijke invalshoek, is minder belangrijk, als de ruimte maar bestaat.
HET VEGE LIJFi
Vrouwenstudies hebben toekomst /n september Jongst/eden zijn de twee vrouwen aangesteld die, vanaf de zogenaamde Pais-plaats vrouwenstudies op de KHT moeten initiëren, stimuleren en coördineren. Zij zijn nu zeven maanden aan het werk, schreven vele nota's zitten in een groot aantal commissies en starten binnenkort een algemene cursus met de titel "het vege lijf". Hieronder volgt een beschouwing over vrouwenstudies aan de KHT, over het funktioneren van die Pais-plaats en aanverwante zaken. van een nota voor een doctoraal keuzevak psychologie, met het opzetten van een cursus ("het vege lijf") en met bestuurlijke zaken rond kwesties als het beleid en de formatieplaatsen. Laatstgenoemde zijn de meest brandende zaken waar zij zich nu op richten. Binnen het kader van de bezuinigingen ontstaan veel moeilijkheden bij het opzetten van een nieuwe studierichting. Marga Genemans zegt daarover: We zitten tiier op een tiele l<wetsbare plaats en dat zal in de toekomst niet veel veranderen. Niet alleen hebben we te maken met de bekende weerstand die er sowieso bestaat ten aanzien van vrouwenstudies, ook speelt de zogenaamde economische crisis ons parten. Het vergt nogal wat vasthoudendheid om een nieuwe studierichting op te zetten als er elders vele worden afgebouwd. We leveren momenteel, samen met veel vrouwen op allerlei niveau's, een strijd op meerdere fronten. Ten eerste is er het aanhoudende gevecht over de inhoud. Steeds weer worden we aangevallen op onze specifieke wetenschappelijke invalshoek die volgens velen niets met wetenschap te maken heeft. Dat betekent dat de stukken en nota's die Je schrijft ontzettend goed in elkaar moeten zitten. Er worden niet alleen hoge eisen aan ons gesteld, zelf willen we ook dat er geen reden kan zijn
ons inhoudelijk onderuit te halen. Soms hebben we trauwens ook wel het idee dat de aanvallen het wetenschappelijke overstijgen. Zo gauw men er achter is wat vrouwenstudies nu werkelijk inhouden raakt men geïrriteerd, gewoon omdat het, met name voor mannen, nogal bedreigend is. In de tweede plaats hebben we te maken met de bezuinigingen. Het is ontzettend moeilijk om enige continuïteit aan te brengen binnen vrouwenstudies als de formatieplaatsen die er voor worden vrijgemaakt steeds maar weer een zeer tijdelijk karakter dragen. Kijk bijvoorbeeld naar de subfaculteit sociologie. Daar loopt nu een experiment van één jaar. Het is heel goed dat die plaats er gekomen is, maar een Jaar garandeert natuurlijk niets. Dat is in feite veel te kort om conclusies te kunnen trekken. "Alkeline van Lenning vervolgt: Om iets meer van die continuïteit erin te krijgen heeft de interfacultaire begeleidingscie van vrouwenstudies, die het College van Bestuur van de KHT adviseert, een voorstel ingediend om formatieruimte vrij te maken binnen de centraal verdeelde pot van de zogenaamde A-2 plaatsen (dit zijn formatieplaatsen die de faculteiten afgestaan hebben en die op kwalitatieve gronden weer aan de faculteiten worden gegeven, w. o.). Deze kunnen worden aangewend om daar.
De beide andere zaken waarmee deze initiërende vrouwen zich momenteel bezighouden zijn, zoals gezegd, het mee opzetten van een doctoraal keuzevak bij de psychologen en "het vege lijf". Het werk aan de nota voor de psychologen typeert volgens de vrouwen hun werksituatie. Niet alleen zijn zij mede-verantwoordelijk voor de inhoudelijke vormgeving ("Een verantwoordelijkheid die we heel belangrijk vinden maar die wel erg veel van ons eist op het gebied van kennis vergaren met betrekking tot dit specifieke terrein binnen vrouwenstudies"), ook hebben zij belangrijke bestuurlijke taken, schrijven zij voor een groot deel de nota en zijn ze belast met sommige secretariaatstaken. All-rounder kan het haast niet. Het laatste belangrijke onderdeel van hun huidige takenpakket betreft het opzetten, voorbereiden en invullen van de cursus o\/er porno, prostitutie en sexueel geweld, die binnenkort van start gaat onder de titel "het vege lijf". Het wordt een multi-disciplinaire cursus waar iedereen aan kan deelnemen. In feite is het een soort gevolg op de cyclus van Studium Generale. Beide vrouwen vinden het van groot belang dat er een budget voor is, dat betekent immers erkenning. Van de andere kant is het weer erg vervelend dat studenten die aan deze cursus gaan deelnemen er geen studiepunten voor krijgen. In feite zou dat toch moeten. De laatste jaren worden er hevige discussies gevoerd binnen de vrouwenbeweging, maar ook bijvoorbeeld binnen het parlement, over het al dan niet legaliseren van het souteneurschap, over de verwijdering van porno uit het wetboek van strafrecht en over sexueel geweld. Deze cursus moet op die discussies aansluiten, en zal derhalve op meerdere poten rusten. Porno, prostitutie en sexueel geweld die overigens geen gelijke grootheden zijn - zullen bekeken worden binnen zowel het sociale kader (de samenleving) als het juridische kader als het individuele kader van iedere deelnemer of deelneemster. Dat juridische kader betekent niet dat er nu heel specialistisch over wetsartikelen gepraat zal worden. Het blijft een cursus voor iedereen. Vandaar dat de laatste poot, die van het persoonVervolg op pag. 11 vrijdag 11 maart
Uit de universiteitsbladen De landelijke commissie Taakverdeling en Concentratie (TVC), samengesteld uit vertegenwoordigers van de Colleges van Bestuur, heeft haar rapport aan minister uitgebracht inhoudende voorstellen om tot een invulling van de 258 miljoen bezuinigingen te komen in het Wetenschappelijk Onderwijs (tot 1987). De uiteindelijke beslissing ligt bij de minister. Er kan dus nog aan de TVC-voorstellen gemorreld worden. De TVC kan dat overigens zelf ook. Zo probeert de commissie, in een aantal afrondende vergaderingen, nog zoveel mogelijk sterretjes weg te werken uit de definitieve tekst van haar eindrapport. Die sterretjes staan voor adviezen van de commissie waartegen door een of meer onderhandelaars namens hun instelling geprotesteerd is. Een TVC-onderhandelaar van de Katholieke Universiteit Nijmegen beschrijft in het KU-NIEUWS de totstandkoming van zo'n sterretje. "Ik had aanvankelijk een stuk of tien sterretjes willen zetten bij even zoveel punten die de KU betreffen. Op verzoek van de commissie heb ik echter genoegen genomen met een grote ster
bij de totale uitkomst voor Nijmegen". De aan de Nijmeegse instelling getroffen faculteiten zijn niet bepaald gelukkig met de TVC-aanslag. De universiteit zal zo 'n 16 miljoen moeten inleveren. Een daarmee is het leed, landelijk gezien, waarschijnlijk nog niet geleden. De geruchten worden steeds sterker dat op het departement een eigen taakverdelingsplan klaarligt waar met name onder het kopje 'concentratie van studierichtingen ' het departement veel meer in petto heeft dan de 40 opheffingen die de TVCcommissie voorgesteld heeft. De Groningse UNIVERSITEITSKRANT meldt dat bij veel instellingen ook de wens bestond om meer van de 258 miljoen te vinden middels het opheffen van meer studierichtingen. Dit niet door de commissie overgenomen standpunt zou voor Deelman (CHU-bloedgroep) wel eens tot de volgende onplezierige gedachte kunnen leiden. "Steeds weer, als je de criteria voor opheffen langs loopt, kwaliteit, studentenaantallen, regionale spreiding, kom je in Amsterdam terecht. En de Vrije Universiteit verliest het dan". De mogelijke opheffing van de VU zou ten goede komen aan de Universiteit van Amsterdam. Deze universiteit zou namelijk, de resten kunnen opvangen. Mid-
dels een fusiewet die Deelman zegt voor te bereiden zou een dergelijke stap ook wettelijk ondersteuning vinden. De minister heeft een verzoek gedaan maar is afgewezen. Het blauwtje van Deelman. Zijn verzoek gold de Colleges van Bestuur om de TVC-commissie door de universiteits- en hogeschoolraden te laten mandateren. De commissie wenst echter nadat het karwei geklaard is opgeheven te worden. Dit antwoordt de commissie in een brief aan de minister (AD VALVAS). DELTA, het persorgaan van de Technische Hogeschool Delft noemt het argument van de minister: "aangezien het niet doelmatig zou zijn besluiten uit te lokken omtrent punten, die nog onderwerp van bespreking zijn". Het UTRECHTS UNIVERSITEITSBLAD vermoedt dat het voorstel van de minister is ingegeven door haast. Deelman wil het overleg binnen zes weken hebben afgerond, om begin mei zijn eigen conceptplan rond te sturen. De minister komt waarschijnlijk niet alleen in tijdnood, hij zal ook met een aantal witte plekken in het commissievoorstel geconfronteerd worden. De TVC-commissie laat namelijk een bedrag van 100 miljoen oningevuld. Dit bedrag moet voornamelijk in de sfeer van de
In januari verscheen bij liet IVO het werkdocument nr. 24 getiteld 'Toerisme in Tunesië, afhankelijkheidsrelaties en ontwikkeling.' De schrijvers J. van Corven en R.' Spitz onderzoeken in hoeverre de stimulering van toerisme in Tunesië heeft bijgedragen tot de ontwikkeling van dat land, met name het eiland Djerba. Djerba is het oudste toeristische gebied van Tunesië, behoort tot de achtergebleven regio's en kent een tamelijk gesloten gemeenschap. Binnen het raamwerk van d ^ afhankelijkheidstheorieën uit de 'dependenciaschool' wordt nauwkeurig beschreven hoe het commerciële westerse massatoerisme haar tentakels slaat om deze voormalige Franse kolonie. Het onderzoek steunt op een uitgebreide literatuurstudie Uitgevoerd in Nederland, en een literatuur- en veldstudie, inclusief 14 interviews met Tunesiërs, in het land zelf. Hoofdstuk twee geeft een overzicht van de geschiedenis van het land, haar ontworstelfng aan de overheersing door respectievelijk Phoeniciers, Romeinen, Arabieren, Turken en Fransen. In hoofdstuk drie wordt minutieus de inval van het toerisme op de stranden van Tunesië beschreven, de planning van recreatieoorden; de incestueuze constructie waarmee buitenlandse banken het project financieren, de levering van westerse know-how, en de veranderingen die de komst van buitenlandse toeristen, vooral Duitsers en Fransen, teweegbracht, in de traditionele gemeenschappen. In hoofdstuk vier wordt Djerba onder de loupe genomen. Uitvoerig en goed on-
Tilburgs Hogeschoolblad
De witte stranden van Tunesië derbouwd is beschreven hoe dit eiland 'geannexeerd' werd door met name de Club Méditerranée en Neckermann. De hotels worden hoofdzakelijk gefinancierd met Frans en Duits bankkapitaal. Winsten vloeien via Tunis naar het buitenland. De bijdrage van de toeristenoorden aan de werkgelegenheid is miniem. Het verloop onder het autochtone hotelpersoneel is erg groot. De strijd om het geld van de toerist leidt tot vercommercialisering van de relaties tussen de inwoners en tussen de toerist en de gastheer. Er worden zelfs, ten gerieve van de toerist wiens fototoestel niet voor niets op z'n buik bengelt, traditionele huwelijksceremonies in scene gezet. De toekomst voor Djerba zien de onderzoekers somber in. Zij maken een vergelijking met een buitenlandse chirurg die een harttransplantatie heeft uitgevoerd. De lichaamsorganen stoten het hart echter af en de chirurg gaat er vandoor, In hoofdstuk vijf wordt de negatieve balans opgemaakt. Het stimuleren van toerisme in
een derde wereldland, zo concluderen de schrijvers, is een politieke keuze. 'Toerisme in Tunesië' is een goed gedocumenteerde weergave van de opzet en uitbouw van de toeristische industrie in een derde wereldland. De schrijvers tonen duidelijk aan dat dit toerisme de afhankelijkheid ten opzichte van de westerse wereld in stand houdt. Het enige wat ontwikkeld wordt is de onderontwikkeling zélf. Het is jammer dat men bij het doorlezen van de scriptie nergens leest waaróm de onderzoekers het thema toerisme kozen en waarom het land Tunesië. Niet dat dat hoeft, maar als elke student de afhankelijkheidsen onderontwikkelingstheses wil onderbouwen aan de hand van 'n willekeurig derde wereldland, dan vrees ik dat na dertig jaar alle derde wereldlanden óp zijn. Maar misschien ben ik té nieuwsgierig. Daarnaast zijn er ook veertien interviews gehouden met Tunesiërs zelf. Ook dat is een prima zaak, alleen is niet bekend uit wat voor
academische ziekenhuizen en de medische faculteiten worden gezocht. De minister besprak onlangs in het mondeling overleg met de vaste kamercommissie voor Onderwijs en Wetenschappen ook de mogelijkheid van eventueel verdere bezuinigingen op het Wetenschappelijk Onderwijs tot 1987. Wat hem betreft moet voorkomen worden dat het W.O. voor nieuwe structurele bezuigingen wordt aangeslagen. Een meerderheid in de Tweede Kamer is vooralsnog van mening dat verdere bezuinigingen bij het W.O. gezocht moeten worden in de inkomenssfeer. (MARE) Nieuwe bezuinigingen bij het W.O. zouden waarschijnlijk zeer kwaad bloed zetten. Men is nu al verbolgen over het feit dat bovenop de TVC-operatie de beleidsnota Beiaard werd gelanceerd. Het commentaar van de voorzitter van de Rotterdamse Universiteitsraad liegt er niet om. "Dit neigt naar onbehoorlijk bestuur. Net nu de universiteiten bezig zijn een van de meest ingrijpende en rotte operaties te volvoeren, steekt het ministerie er even een beleidsnota tussen. Daar hadden ze op z'n minst van tevoren duidelijkheid over moeten verschaffen". (QUOD NOVUM) L.v.W.
omgeving ("binnen en buiten de toerisme-sector") deze autochtonen komen, wat hun achtergrond, hun milieu is. Zij hebben de onderzoekers voornamelijk veel informatie uit eerste hand gegeven over de situatie op Djerba. Een vreemde eend in de bijt is de enquête die gehouden werd om de kwaliteit van het toeristisch produkt op Djerba te testen. Na een weergave van de situatie op 't eiland schrijven de onderzoekers op biz. 171: " U i t de gesignaleerde problemen blijkt hoe moeilijk het in de praktijk is de toerisme-sector aan te passen aan de wensen van de west-europese consument, iets waar echter wel rekening mee gehouden moet worden als een sector wordt afgestemd op een buiten het land gelegen markt. Om de kwaliteit van het toeristisch produkt nader te onderzoeken hebben we in april 1981 tijdens de Pasenperiode een enquête gehouden onder 68 toeristen op Djerba." Om vervolgens te concluderen op bIz. 174: "dat de kwaliteit van het toeristisch produkt nog verder verbeterd kan word e n " . Trekt men nu ineens het jasje aan van enquêteur der toeristenindustrie? Het streven om zo gedetailleerd mogelijk te werk te gaan - zelfs een grafisch overzicht op bIz. 223 van de hotelconsumptie van aardappelen en meloenen in 1976 wordt ons niet onthouden - schaadt op sommige momenten de vorm van het werkdocument. Zo tellen de bladzijden 198 t / m 203 maar liefst 7 paragrafen. Ook de paragraafindeling lijdt daaronder, zodat je in één hoofdstuk kengetallen van paragrafen tegenkomt als par. 4.2.4.3., par. 4.3.1.2., par. 4.4.1.1.2. of par. 4.4.1.4.6. Maar, en dat blijft voorop staan, de uitgebreidheid en gedetailleerdheid waarmee dit onderzoek is verricht vormen de grote verdienste van het werkdocument 'Toerisme in Tunesië'. P.P.
Toerisme In Tunesië, afhankelijkheidsrelaties en ontwikkeling / J . v. Corven & R. Spitz; werkdocument no. 24, Instituut voor Ontwikkelingsvraagstukken.
vrijdag 11 maart
ONDERZOEK
Demonstratie van buitenlandse arbeiders (foto J. Everhard/KRI)
a
Alvorens die verschillen, die de poten onder de stoel van de jonge vreenndeling zaagt, aan te geven en voorstellen tot verbetering te doen, schetst Koens in hoofdstuk I de problemen waarnnee buitenlandse kinderen in Nederland opgezadeld w/orden. Deze problemen spitsen zich toe op het feit dat zij minderjarig en dus afhankelijker zijn, op de onzekerheid óf en hoe lang ze in Nederland kunnen blijven en op hun confrontatie met een westerse kuituur. De grootste categorie bestaat uit kinderen van nietNederlandse werknemers (of ondernemers), van Surinaamse en Molukse ouders, van vluchtelingen, zeelieden, diplomaten en zigeuners. Het betreft ouders die reeds in Nederland verblijven. De andere categorie bestaat uit naar Nederland komende kinderen van ouders die hier niet wonen. In de periode tussen 1965 en 1982 is het aantal vreemdelingen uit de landen rondom de Middellandse zee vernegenvoudigd (van 34.900 naar 316.700). Turken en Marokkanen vormen de grootste groep daarin. Ook de leeftijd daalt sterk als gevolg van de gezinsmigratie vanaf '72. In de toekomst zal derhalve het aantal jeugdige vreemdelingen in Nederland toenemen. De grootste groep daarbinnen wordt gevormd door de Turken en Marokkanen. Volgens cijfers van het Sociaal Cultureel Planburo van november '82 is er een algemene teruggang te zien in de immigratie. Het totaal aantal Turken en Marokkanen in 1990 wordt geschat op 284.000 i.p.v. eerdere schattingen die uitkwamen op 390.000. Wat de Turkse en Marokkaanse ongehuwde jongeren beneden de twintig jaar betreft, ligt de voorspelling voor 1990 op + 80.000 Turken en + 65.000 Marokkanen. Voor deze buitenlandse kinderen geldt echter - in tegenstelling tot hun ouders - dat zij zich blijvend in Nederland zullen vestigen. Hoofdstuk 2 behandelt de regels van het commuun Vreemdelingenrecht die van toepassing zijn op buitenlandse jongeren die naar Nederland komen voor gezinshereniging. Deze regels blijken niet voor elk buitenlands kind gelijk te zijn. Een "ratjetoe" van door de overheid gehanteerde voorwaarden leidt tot onoverzichtelijkheid en willekeur. Om die chaos enigszins te ordenen (en te illustreren) moest de auteur de buitenlandse kinderen onderverdelen in tien categorieën, variërend van kinderen uit wervingslanden tot kinderen van zeelieden. Chinezen, en buitenlandse zigeuners. Voor elke categorie waren weer andere regels van toepassing.
GEZINSHERENIGING Hoofdstuk 3 geeft een overzicht van de wijze waarop gezinshereniging is geregeld in bijzondere wetten en internationale verdragen. Er blijkt nauwelijks sprake te zijn van gelijke gezinsherenigingsbepalingen voor elk kind. Ook hier moest de auteur negen categorieën buitenlandse vreemdelingen ontwerpen, van Molukse kinderen tot kinderen van staatloze ouders en van diplomaten. Het verblijf van buitenlandse jongeren die zonder ouders naar Nederland komen wordt behandeld in hoofdstuk 4. Het gaat hier vooral om studenten en vluchtelingen. In hoofdstuk 5 passeren de internationale organisaties de revue en worden de internationale regelingen, die de bescherming van gezin en kind waarborgen, aangehaald. Huwelijk, ouderschap, verzorgingsrecht en -plicht en de eerbiediging van het gezin als hoeksteen staan hier voorop.
Tilburgs Hogeschoolblad
Jeugdbescherming in botsing met vreemdelingenrecht "Jeugdige vreemdelingen in Nederland" heet liet proefschrift dat mr. M.J.C. Koens op 11 maart verdedigt. Zijn studie richt zich op de verblijfsrechtelijke positie van jonge buitenlanders in Nederland. Deze rechtspositie wordt bepaald door de regels die vastgelegd zijn in het Vreemdelingenrecht en het Jeugd(beschermings)- recht. Aan deze regels ontlenen zowel de minderjarigen als de meerderjarige personen, jonger dan 23 a 25 jaar, de mogelijkheid om naar Nederland te komen, er te wonen en te werken. Centraal in het proefschrift staat de vraag waar het Vreemdelingenrecht in botsing komt met het Jeugdbeschermingsrecht. En reken maar dat deze twee elkaar bijten.
Jeugdige vreemdelingen in Nederland In deze hoofdstukken die in eerste instantie een overzicht beogen,, maakt Koens toch reeds duidelijk waar de zwakke plekken in de rechtspositie van de jeugdige buitenlanders zitten. In hoofdstuk 6 behandelt hij deze expliciet. In dit hoofdstuk confronteert Koens het Vreemdelingenrecht met het Jeugdbeschermingsrecht. Het laatste heeft tot doel het recht van de minderjarige op ontplooiing van zijn persoonlijkheid te waarborgen. Dit recht is algemeen aanvaard, doch niet erkend in de grondwet of het Burgerlijk Wetboek. Het Vreemdelingenrecht is daarentegen gebaseerd op, en nu komt het, de idee van verantwoordelijkheid van de staat ten opzichte van het welzijn van zijn 'eigen' burgers. Kenmerken van het Vreemdelingenrecht zijn het algemeen belang, waaraan elk verblijf langer dan drie maanden wordt getoetst en de vooronderstelling dat het verblijf van tijdelijke aard is. Wat dit laatste betreft is er één uitzondering gemaakt voor Molukse onderdanen. Zij hebben als enigen een zelfstandig onaantastbaar woonrecht in Nederland. Het Vreemdelingenrecht is er mede op gericht een overvloed aan vreemdelingen te voorkomen. Het Jeugdbeschermingsrecht schikt zich naar het algemeen belang, doch richt zich op de ontplooiing van de individuele buitenlander ongeacht nationaliteit. Vreemdelingen- en Jeugdbeschermingsrecht kijken elkaar dus niet recht in de ogen. Hoe zich dat wreekt in
de praktijk laat Koens op duidelijke wijze zien. In de voorwaarden waaraan buitenlandse ouders moeten in Nederlander voldoen, om hun kinderen te laten overkomen, weerspiegelt zich reeds de rechtsongelijkheid. Bepaalde categorieën vreemdelingen dienen, bijvoorbeeld te beschikken over werk voor minstens één jaar. Bepaalde groepen ouders moeten aantonen dat zij voldoende middelen van bestaan hebben, anderen hoeven dat niet. Voorwaarden betreffende wachttermijnen voor huisvesting, arbeidsaanbod, passende huisvesting (deze eis geldt al niet meer in België) en voldoende middelen van bestaan belemmeren de gezinshereniging en staan dus haaks op het Jeugdbeschermingsrecht. Ook de gezinsherenigingsvoorwaarden die gesteld worden aan buitenlandse kinderen treden het Jeugdbeschermingsrecht met voeten. In de Vreemdelingencirculaires wordt bepaald dat slechts bepaalde kinderen worden toegelaten. Er wordt onderscheid gemaakt naar wettige en onwettige kinderen, stief- en pleegkinderen.
MINIMUMLOON De toelating van gezinsleden van tot de tweede generatie behorende jeugdige vreemdelingen is nóg stringenter aan willekeurige eisen gekoppeld. Wil de jonge buitenlander (beneden 21 jaar) zijn gezin laten overkomen dan behoort hij een
vestigingsvergunning te hebben. Een wettelijke aanspraak daarop heeft hij echter niet. Tevens wordt als eis gesteld dat zijn inkomen hoger moet zijn dan waarop hij volgens de wet minimaal recht heeft. Omdat het voor jonge buitenlanders nauwelijks mogelijk is promotie te maken - en dat is nog zacht uitgedrukt - zitten zij bijna altijd op het minimumloon. Aan die eis kan hij nooit voldoen. (Daarom is die eis ook zo gesteld, p.p.). Hij moet daarbij nog beschikken over passende woonruimte. Deze voorwaarde wordt niet gesteld aan bij voorbeeld zijn Nederlandse leeftijdgenoot die zijn buitenlandse vrouw of man wil laten overkomen. Ook constateert Koens dat het Vreemdelingenrecht aan het voortgezet verblijf van jeugdige buitenlanders in Nederland eisen stelt waardoor zij, bij wijze van spreken, elke ochtend met angst en beven wakker worden en naar het venster rennen om zich ervan te vergewissen dat zij het land niet uitgezet zijn. Zo geldt de wettelijke aanspraak op een vergunning tot vestiging na een verblijf alhier van 5 tot 10 jaar, niét voor het buitenlands kind dat jonger is dan 21 jaar. Dat houdt bijvoorbeeld in dat als hij een strafbaar feit pleegt, hij het land uitgezet kan worden. In Nederland is het nog altijd zo dat 'n Nederlander heel wat op z'n kerfstok moet hebben wil hij verbannen worden. Daarnaast is de jonge buitenlander direkt afhankelijk in verblijfsrechtelijk opzicht van zijn ouders. Dit geeft problemen als: - hij zelfstandig wil gaan wonen - zijn ouders remigreren - de verblijfstitel van zijn ouders vervalt - de jonge buitenlander zijn huwelijkspartner wil laten overkomen. Koens benadrukt dat deze kenmerken van rechtsongelijkheid, rechtsonzekerheid en afhankelijkheid voor de tweede generatie de meeste problemen oplevert. Temeer daar Koens nogmaals aangeeft dat terugkeer van buitenlandse jongeren naar hun thuisland 'n uitzondering zal blijven. Hun toekomst ligt in de Nederlandse samenleving. Op grond van al deze constateringen, waar het Vreemdelingenrecht en het Jeugdschermingsrecht eikaars gelijk betwisten, komt Koens in hoofdstuk 7 tot de formulering van een aantal voorstellen om de verblijfsrechtelijke positie van jeugdige vreemdelingen te versterken. Deze voorstellen beogen de gezinshereniging en het recht op voortgezet verblijf van de jeugdige vreemdeling wettelijk te regelen. Elke jeugdige vreemdeling die is aangewezen op gezinshereniging met zijn in Nederland toegelaten ouder(s) krijgt een recht op gezinshereniging indien in beginsel wordt beschikt over passende huisvesting. Koens stelt voor deze laatste eis vóór het einde van de jaren tachtig te laten vallen. Om het verblijfsrecht van de jonge buitenlander sterker te maken pleit Koens voor het introduceren van de zgn. 'minderjarigenvergunning'. Deze titel geeft de buitenlander het recht o m , na drie jaar onafgebroken verblijf, gedurende zijn minderjarigheid in Nederland te verblijven. De ouders van deze minderjarige kinderen mogen hen hier dan opvoeden. Ouders en kind ontlenen dus aan elkaar het recht van verblijf in Nederland. De bezitter van de 'minderjarigenvergunning' krijgt, als hij meerderjarig is de status van een met 'n Nederlander gelijkgestelde persoon. Jeugdige vreemdelingen krijgen na vijf jaar hoofdverblijf in Nederland, een wettelijke aanspraak op een vestigingsvergunning. Vervolg op pag. 11
vrijdag 11 nnaart
Zwaargewicht Veldkamp moet nieuUe studierichting naar Tilburg halen ^
Als het een beetje meezit dan kan de Tiiburgse hogeschool in september 1985 de eerste studenten Sociale Zekerheidskuride binnenhalen. En als het héél erg meezit al een jaar eerder. Een voorbereidingscommissie onder leiding van oud-minister prof. dr. G.M.J. Veldkamp wil proberen om de aanvraag voor de nieuwe studierichting nog vóór de zomer bij het departement van onderwijs af te geven. Wij zochten professor Veldkamp op in zijn Haagse werkvertrekken en informeerden naar de contouren en kansen van de Sociale Zekerheidskunde. Veldkamp geldt op dat gebied als een onomstreden, internationale autoriteit. Minder omstreden is zijn inmiddels afgesloten loopbaan als aktief politicus. Het weekblad Vrij Nederland publiceerde in 1976 een onthullende serie over 'de carrière van Veldkamp als superambtenaar'. Tot nu toe heeft de Katholieke oud-minister daarop nooit publiekelijk gereageerd. In dit vraaggesprek slaat hij echter voor het eerst terug naar VN-redacteur Rudie van Meurs. Die op zijn beurt door ons werd uitgenodigd om commentaar te leveren op het verweer van Veldkamp. " M i j n secretaresse is er niet dus l<an il< jullie geen koffie aanbieden. Iets anders misschien?" Veldkamp nodigt ons met een breed gebaar uit om plaats te nemen in zijn werkkamer. Bij de ingang van zijn appartement aan de Neuhuyskade waren we via de monitor al gescreend op de betrouwbaarheid van onze identiteit. In de lange gang staat een orgel, een muziekstuk van Purcell op de lessenaar. In een hoek staat een aktetas volgeplakt met reislabels ongeduldig te wachten op gebruik. De woonkamer is aangekleed met zware, monumentale meubelstukken. Veel zwart gebeeldhouwd eiken. Terwijl wij de bandrecorder installeren voor het gesprek kijkt een puntgave harnasuitrusting in vol ornaat ons op de vingers. Waar zat ook weer het stopcontact? Veldkamp gaat behulpzaam op de knieën en zoekt naarstig met ons naar stroom. Toch wel een sensationele ervaring, zo samen met een beroemde oud-minister als een Pampers-baby voort te kruipen op een Perzisch tapijt. Te vlug vindt Veldkamp dan toch een stopcontact. " M i j n taakt houdt kort gezegd in: het formeel voorbereiden van de stukken die naar het ministerie moeten. Ik heb begrepen dat Tilburg in 1984 wil beginnen, hetgeen betekent dat het voorstel vóór de zomer af moet zijn". Veldkamp heeft blijkbaar meer haast dan de hogeschool zelf. Een medewerker van de afdeling Onderwijs en Onderzoek deelt mee dat men zich nog niet definitief heeft uitgesproken over het tijdstip waarop met het vak Sociale Zekerheidskunde gestart gaat worden. En de voorzitter van het Tiiburgse College van Bestuur, Van Straaten, noemde in de hogeschoolraadsvergadering van afgelopen 17 februari 1985 als vertrekdatum. Liever dan nu al een tijdstip vast te leggen, wacht men tot de kruitdampen rond de Taakverdelingsoperatie zijn opgetrokken. Veldkamp: "Zoals U weet zijn er twee gegadigden voor de nieuwe studierichting: Tilburg en Groningen. Ik heb begrepen dat het punt niet zozeer is óf er zo'n studierichting komt, maar veeleer dat het ministerie wil voorkomen dat er twee dezelfde studies worden opgebouwd. Wat Groningen voor ogen staat verschilt toch duidelijk van de Tiiburgse opzet. Groningen gaat uit van een gemeenschappelijke
Tilburgs Hogeschoolblad
propedeuse voor verschillende studierichtingen. In die Groningse propedeuse komt Sociale Zekerheidskunde helemaal niet voor, terwijl wij ervan uitgaan dat zo'n studierichting vanaf de propedeuse tot en met het doctoraal moet worden overheerst door het vak Sociale Zekerheidskunde. Wij zullen dus - dat is het resultaat van de eerste gedachtenwisseling - heel veel Zekerheidskunde in de propedeuse stoppen, zowel qua feitenkennis als theorie". Wat Veldkamp niet kon weten, toen wij met hem spraken, is dat de concurrentiepositie van Groningen inmiddels danig is afgezwakt. Als onderwijsminister Deetman namelijk accoord gaat met de door de Taakverdelingscommissie geopperde bezuinigingsvoorstellen, dan zal de vestiging van Welzijnsvraagstukken in Leeuwarden als dependance van de Groningse subfaculteit voor Sociale Wetenschappen niet doorgaan. En juist daar, in Leeuwarden, had concurrent Groningen de nieuwe studierichting Sociale Zekerheidskunde willen onderbrengen.
KOPSTUKKEN
w^^^^mmmam
Veldkamp tekent voorzichtig de contouren van de nieuwe studierichting: " O m de SZ heen moet men inleidingen geven in récht, economie en sociologie. In het doctoraal zul je, rond een aantal hoofdvakken waartoe SZ als eerste behoort, een aantal verbijzonderingen van andere vakken moeten doceren. Dat zijn bijvoorbeeld SZ-recht, SZ-economie, SZ-sociologie, SZ-filosofie, Methoden van onderzoek en Organisatieleer. U vraagt of er veel studiemateriaal voorhanden is. Ik heb zelf een reeks boeken in bewerking bij uitgeverij Kluwer, ondermeer handelend over inleidingen in de SZ en de toepassing van de sociale zekerheid in Nederland en België. Ik zou België niet verwaarlozen voor Tilburg. Een zekere samenwerking met Leuven en Antwerpen kan erg belangrijk zijn, temeer omdat men daar niet denkt aan afzonderlijke studierichtingen". Daartoe heeft Veldkamp kontakt gezocht met de Belgische wetenschapper dr. Jos Bergmans, medewerker van professor De Leeuw in Antwerpen. Bergmans zit met drie andere kopstukken in een externe begeleidingscommissie die de realisering van Sociale Zekerheidskunde in Tilburg
moet helpen voorbereiden. De drie anderen zijn drs. Lamers, directeur-generaal Sociale Voorzieningen, mr. J . Oosterhuis, tot enkele weken geleden algemeen secretaris van de Sociale Verzekeringsraad en secretaris van het Genootschap voor Sociale Zekerheid en tenslotte dr. Leo Grijns, tot voor kort directeur Sociale Zekerheid van de Europese Gemeenschap. Alle drie geen kleine jongens in de sector sociale zekerheid. Er is ook een interne club van begeleiders. Daarin hebben vier Tiiburgse wetenschappers zitting. Reynaerts, Kapteyn, Frenkel en Van Weezel.
kamp en de zijnen gevraagde onderzoek, dat om en nabij de tachtigduizend gulden zal gaan kosten.
LEERSTOEL WÊÊmmÊ^mm^mm Er is in Nederland nog geen leerstoel in de Sociale Zekerheidskunde die uit de schatkist wordt betaald. Veldkamp: "Daarom vind ik het nodig om de opbouw van de studie hier in Tilburg te ondersteunen met buitenlandse gegevens. Nou ben ik toevallig voorzitter van het Europese Instituut voor Sociale Zekerheid, waarbij de tien landen van de EEG zijn aangesloten plus Zweden, Oostenrijk en Portugal. We hebben een vragenlijst rondgestuurd waarin we informeren naar de studiemogelijkheden op het gebied van de zekerheidskunde in de verschillende landen. De eerste resultaten zijn al binnen. Ik denk dat je sterker staat als je die gegevens in het rapport aan de minister verwerkt. Uit de cijfers zal blijken dat Nederland wat de sociale zekerheidskunde betreft duidelijk is onderbedeeld vergeleken bij de andere landen. Zelf ben ik bijzonder hoogleraar in de leer van de Sociale Zekerheid in Leiden. En in Amsterdam komt binnenkort een buitengewone leerstoel in het sociale zekerheidsrecht. Dat is alles".
Meneer Veldkamp, wie heeft het initiatiefgenomen om U aan te trekken bij het opzetten van Sociale Zekerheidskunde in Tilburg? Veldkamp: " D e rector is hier geweest. Maar ik denk dat ook de heer Reynaerts er een rol in heeft gespeeld. Ik zit samen met Reynaerts in de redactie van het Sociaal Maandblad Arbeid. Ik ben daar voorzitter van en hij is redactielid. Reynaerts heeft mij 'n keer aan het einde van een vergadering gezegd: mag onze rector 'n keer met jou komen praten over een studierichting SZ? Van Veldhoven heeft mij vervolgens een bezoek gebracht". Was toen al bekend dat u op zou houden met de vereenvoudiging van de sociale zekerheidswetgeving? "Dat was toen ik klaar w a s " . Dus dat is allemaal vrij snel in zijn werk gegaan. "Dat is geweest, denk ik, in augustus en de rector is in juli of augustus bij me geweest. We zijn in oktober begonnen". Volgens Veldkamp is de tijd zeer rijp voor een studierichting die zich uitsluitend met het onderwerp van de sociale zekerheid gaat bezighouden: "De uitgaven voor sociale zekerheid bedragen een derde deel van ons nationale inkomen. Er werken tienduizenden mensen in die sector. Kijk bijvoorbeeld naar de uitvoeringsorganen, dus alle bedrijfsverenigingen, gedeeltelijk ondergebracht bij het GAK. De gemeenschappelijke medische dienst, de Raden van Arbeid, de Sociale Verzekeringsbank, de Ziekenfondsen, alle pensioenfondsen, de raden van beroep, de ministeries, de SER en noem maar op. In totaal tussen de dertig en de vijftigduizend arbeidskrachten. Zo'n studierichting als Sociale Zekerheidskunde is juist in deze tijd erg noodzakelijk. Tussen 1 december en nieuwjaar zijn er bij-
Oud-ministerI als pionier in Sociale Zek rheidskunde voorbeeld in een sneltreinvaart acht wetsontwerpen door de Kamer gehamerd, terwijl we helemaal niet weten wat de sociaal-economische neveneffecten van die wetsontwerpen zijn en wat de uitwerking is op de inkomensverdeling. Toch willen we niet over één nacht ijs gaan en vinden we het noodzakelijk om eerst een
Veldkamp en Tilburg Professor Veldkamp onderhoudt sinds jaar en dag vriendschappelijke banden met Tilburg. Hij studeerde van 1 februari 1945 tot mei 1948 aan wat toen nog de Economische Hogeschool heette. In 1949 promoveerde hij cum laude op een proefschrift over de Nederlandse sociale arbeidsverzekerlng. In die tijd schreef hij samen met de econoom Schouten een boek, "maar dat is niet zo bekend, denk ik". Toen Veldkamp al staatssecretaris was heeft Schouten hem nog eens benaderd voor een hoogleraarschap in Tilburg. "Schouten is toen bij ons in Den Haag geweest. We waren allebei vooraan in de dertig. Ik zou vreselijk graag op zijn aanbod zijn Ingegaan, maar ik was staatssecretaris, dus..." Ook met de Tiiburgse wetenschapper Bosman is door de jaren heen het kontakt gehandhaafd. "Ik heb tijdens kabinetsformaties nog wel eens met Bosman gesproken. Dat was altijd een interessante man voor ons. Ik heb hem zelfs op ver-
zoek van Zijlstra voor het ministerie van Economische Zaken uitgenodigd. Maar dat heeft hij niet gedaan. Hij heeft nog op mijn kamer getelefoneerd met Zijlstra. Bosman wilde wel op Financiön, maar daar zat Zijlstra zelf a l " . Oud-hoogleraar Frans van de Ven is ook een goede bekende van Veldkamp. "Van de Ven heeft mij na mijn aftreden als minister eens gepolst over een splitsing van zijn leerstoel. Of ik in beginsel daaraan wilde meewerken als buitengewoon hoogleraar. Maar ik denk dat hij dat plan niet heeft kunnen doorzetten. En toen Van de Ven met pensioen ging heeft hij mij gebeld om er zeker van te zijn dat ik niet gewoon hoogleraar wilde worden in zijn vak. Maar toen heb ik nee gezegd. Dat zou ik onmiddellijk na mijn aftreden als minister wel gewild hebben, maar nee, toen niet meer. Ook vanwege die omvangrijke taak met de codificatie van de sociale wetgeving, weet je wel7" Later is daar de vriendschap met Reynaerts, die Veldkamp vanuit het NKV
arbeidsmarktonderzoek te doen en te bekijken of er voldoende emplooi is voor studenten die een opleiding in de sociale zekerheidskunde gaan volgen. Zo'n studierichting moet bij benadering ongeveer tachtig stafmensen per jaar gaan afleveren". Het College van Bestuur heeft intussen ingestemd met het door Veldkende, bijgekomen: "Reynaerts, dat is een heel fijne man".
HOOGLERAAR Ziet Veldkamp nu wel iets in een Tilburgs hoogleraarschap? Bijvoorbeeld in de Sociale Zekerheidskunde? Veldkamp: "Daar is moeilijk iets van te zeggen. Ik ben nu hoogleraar in Leiden. We hebben daarover geen enkele afspraak gemaakt. Het is wel denkbaar. Binnenkort wordt ik 62 jaar. in 1984 gaat Sociale Zekerheidskunde van start. Dan ben ik 63. Dan zou ik maximaal twee jaar in Tilburg kunnen meewerken. Op zichzelf is het dus wel denkbaar en het lijkt me helemaal niet onaardig om de boel mee van de grond te trekken. Maar pas als we klaar zijn met de stukken voor de minister zullen we naar de personele bezetting gaan kijken. Er is tussen de rector «1 mij geen enkele afspraak gemaakt over '84 en later". Hoe groot moet de nieuwe studierichting worden. Hoeveel hoogleraren zijn er nodig? Veldkamp: "Dat weet ik niet precies. Het kan natuurlijk geleidelijk groeien. Ik weet
Hoe ontwikkelt zich volgens u de sociale zekerheid in Nederland? Veldkamp: " M e n kijkt er te pessimistisch tegenaan. Een van de grootste fouten die in het hedendaagse beleid gemaakt worden is dat we zeggen: we moeten de sociale zekerheid gaan reorganiseren vanwege de economische krisis. Je moet reorganiseren als er fouten zitten in het stelsel van de sociale zekerheid. Als er verkeerde elementen in het stelsel van de sociale zekerheid zitten, die een opstuwende werking hebben bijvoorbeeld de netto-netto koppeling, dan moet je proberen de inflatoire elementen er uit te bannen. Dat is niet zo moeilijk. Dan moet je een ander systeem kiezen. De koppeling zoals we die nu hebben draait helemaal dol. Ik zou veel liever tijdelijk inkorten. Kort dan alle uitkeringen op dezelfde manier met een zeker vloertje er in. Dat vloertje moetje ook niet te zwaar maken, vind ik. Dat klinkt heel on-sociaal wat ik zeg, maar als je in alles vloeren legt kun je nauwelijks iets verdienen. In de Miljoenennota staat, geloof ik, dat 80% van de uitkeringen tussen minimum en modaal ligt. Ik wil er maar mee zeggen dat als je dat vloertje te sterk maakt, je nooit wat kunt bezuinigen". wel dat er verschillende vakgroepen zijn in Tilburg die graag aan de nieuwe studierichting meewerken onder voorwaarde van de uitbreiding van mankracht. En dat begrijp ik heel goed. Neem nou een vak als sociaal zekerheidsrecht, ik denk toch datje daar een hoogleraar voor moet hebben. Dat geldt ook voor economie en voor het vak SZ zelf". Minimaal drie hoogleraren dus? Veldkamp: " O , ik denk zelfs meer. Maar daarover kan ik me misschien beter niet uitlaten, want daarvoor ken ik de huidige opzet van zo'n studie te weinig. Toen ik in Tilburg studeerde waren er zes hoogleraren voor honderdvijftig studenten. Ik heb overigens nog bij Cobbenhagen het doctoraal gedaan. Dat ging als volgt. Je moest om negen uur 's morgens komen. En zo tegen elven liet hij zijn huishoudster komen. En dan bestelde hij een of twee glazen sherry. Als hij maar één glas vroeg gaf dat te denken. Bij twee glazen wist je dat het goed ging. En als hij om twaalf uur zei: nou jongen, blijf maar eten, dan had je een cummetje gekregen". De jonge Veldkamp verdiende tenslotte wel een sherry, maar geen diner.
U hebt 15 jaar gewerkt aan de vereenvoudiging van de sociale zekerheidswetgeving. "Ik heb er aan gewerkt om alle verzekeringswetten in één wet onder te brengen. Dus een vereenvoudiging van de bestaande wetgeving op basis van het sociale verzekeringsstelsel. En dat is klaar." Wij hadden begrepen dat het nog niet helemaal af was. "Het is klaar, maar alleen de .. eh .. hoe moet je dat zeggen ... 't publicatierijp maken gebeurt op 't ministerie van Sociale Zaken. Alle commentaren op de stukken moeten technisch verwerkt worden. Ik denk dat het gaat om zo'n 1300 pagina's. En daar is ook in het licht van de huidige situatie beperkte mankracht aanwezig". Zal uw rapport in de praktijk worden gebruikt? "Staatssecretaris de Graaf heeft destijds bij de aanbieding van de stukken gezegd dat hij belangrijke onderdelen van mijn werk als uitgangspunt voor zijn beleid zal nemen. Ik heb toen voorgesteld det hij de totéle vereenvoudigde wetgeving als basis zou nemen, waarop hij zijn wijzigingen zou aanbrengen. Dat is ons verschil van uitgangspunt. Het blijft zijn ministeriële verantwoordelijkheid". Toch een teleurstelling, deze behandeling van zo'n 'levenswerk'? "In beide gevallen is het voldoening wekkend. Of je nu helemaal of voor een groot deel je zin krijgt". Er is wel eens smalend opgemerkt: wat heeft de commissie Veldkamp nu eigenlijk in 15 jaar geproduceerd? Er was sprake van enkele 'flinterdunne velletjes'... Veldkamp: "Eerst is er een inventarisatierapport gemaakt. Het tweede rapport was niet groot, maar heeft een lange discussie in de commissie met zich meegebracht over de vraag: wat moeten we in godsnaam doen nu de SER de adviezen voor herziening van het stelsel van de sociale zekerheid niet afgewerkt heeft? Onze eerste gedachte was: wij inventariseren en in de tussentijd brengt de SER wel 'n advies uit over de herziening van het stelsel. Die herzieningen nemen we dan mee om de definitieve wetgeving te maken. Maar we hebben besloten om die weg niet op te gaan. Aanvankelijk zouden we een basiswet sociale zekerheid gemaakt hebben. Omdat de SER niet klaar was hebben we dét gedeelte aangepakt dat 't meest technisch was. Zo is als eerste de Financieringswet Sociale Zekerheid tot stand gekomen." Veldkamp haalt nu enkele lijvige boekwerken te voorschijn. "Kijk, als je nou over luttele velletjes praat ... Dat is twee en een half jaar geleden uitgekomen. En wat nog moet verschijnen is anderhalf keer meer dan wat er nu voor u ligt. In totaal komen er drie wetten: de Financieringswet Sociale Zekerheid, de Prestatiewet SZ en een Wet Algemene Bepalingen SZ. Die drie wetten samengevoegd vormen de Algemene Wet Sociale Zekerheid. Als het gebeurt zoals ik het wil. In ieder geval wordt dat zo gepubliceerd en aan de Kamer voorgelegd. Wat (diepe zucht) deze staatssecretaris of de volgende ermee zal doen weet ik natuurlijk niet". Wordt uw haald door binnen het ningen op
werk niet een beetje achterde grote veranderingen die er stelsel van de sociale voorziestapel staan?
Deskundigheid "Er zijn in Nederland en daarbuiten weinig mensen te vinden die zoveel kennis hebben van het terrein van de sociale zekerheid als professor Veldkamp", aldus de Tiiburgse econoom Reynaerts die een belangrijke hand had in de aanstelling van Veldkamp als coördinator van de nieuw op te zetten Tiiburgse studierichting Sociale Zekerheidskunde. Reynaerts: " A c h , en de verhalen die over de man de ronde doen: is hij ooit voor de rechter gesleept? Is hij ooit veroordeeld? U moet als orgaan van deze hogeschool erg goed oppassen dat u geen dingen schrijft die de zaak van de nieuwe studierichting kunnen schaden. U kunt natuurlijk wel een suggestief sfeertje rond Veldkamp gaan creëren, ik kan dat uiteraard niet verbieden, maar dat zal de zaak geen goed doen". Reynaerts wil het ook graag opnemen voor de wel in twijfel getrokken productiviteit van Veldkamp. Hij geeft een vrij preciese schatting van diens werkijver: de staatscommissie die zich onder leiding van Veldkamp heeft beziggehouden met de vereenvoudiging van onze sociale wetgeving zal na afronding van de werkzaamheden bij elkaar zo'n 20.000 pagina's hebben geproduceerd. En ook verder heeft Veldkamp niet stilgezeten: "Er zijn dikke rapporten van hem verschenen, speciale nummers van vakbladen over de rapportage van Veldkamp. Hij heeft een indrukwekkende publicatielijst. Hij heeft de afgelopen twee jaren drie dikke boekdelen laten verschijnen over de sociale zekerheid in Nederland en België, bij elkaar toch gauw een duizend bladzijden. Hij heeft herhaaldelijk bijdragen geleverd aan het blad Arbeid. Onder zijn redactie is er een bundel over de economie van de sociale zekerheid uitgekomen. De man is voortdurend aan het publiceren. Ook in internationale tijdschriften. Zijn expertise wordt door niemand in twijfel getrokken en is doorslaggevend geweest voor zijn aanstelling in Tilburg. Niet de verhalen eromheen".
n
Veldkamp: "Nee, deze wet is in wezen tijdloos. We hebben het werk zo opgezet dat, wanneer het stelsel van sociale zekerheid wordt herzien, deze veranderingen ingepast kunnen worden in een stramien van de vereenvoudigde Sociale Zekerheids Wet. Men heeft altijd gedacht dat ik sociaal-politiek werk aan het doen was. Maar in feite was ik met vrij technisch, wetenschappelijk researchwerk bezig. Men heeft inderdaad wel eens beweerd dat ik lang bezig was. Maar wij zijn nu klaar. In Duitsland en België zijn ze niet eens op de helft." Uw werk is dus af. Hoe komen dan de geruchten in de wereld waarin dit wordt betwijfeld? Veldkamp: " A c h ja, er worden wel eens borreltjes gedronken".
VRIJ NEDERLANDHHii^iMMH Als wij voorzichtig voorstellen om het gespreksthema op Vrij Nederland te brengen, gaat Veldkamp er tot onze verrassing eens goed voor zitten. Het linkse weekblad Vrij Nederland publiceerde eind 1976 een vervolgverhaal in vijf delen over de handel en wandel van 'superambtenaar' Veldkamp. Daarin werd een weinig vleiend beeld geschetst van de katholieke politicus als een onovertroffen sluwe 'ritselaar'. Iemand die de kunst verstaat om mensen voor zijn karretje te spannen. Veldkamp heeft sinds 1976 zijn mond gehouden en nooit gereageerd op de talloze beschuldigingen die de speurderjournalist Rudie van Meurs tegen hem heeft ingebracht. Nu, tegenover het v e r v o l g o p p a g . 10
vrijdag 11 maart
VELDKAMP
Vervolg van pag. 9
"Je kinderen zeggen: pa ga d'r tegenin THB, komt Veldkamp voor het eerst in het geweer tegen de 'onwaarheden, leugens en halve waarheden', die Vrij Nederland indertijd over hem schreef. Veldkamp: "Tsja, het is gewoon een ridicule verzameling van beschouwingen van Rudie van Meurs. Dat is heel merkwaardig. Ik heb die man twee keer ontvangen. Maar de dingen die ik met hem besproken heb die staan niet in zijn verhalen. En als hij alles met me had doorgesproken dan was er niks van over gebleven." Van Meurs heeft u neergezet als een superambtenaar, vol ambitie, die munt weet te slaan uit zijn talloze nevenwerkzaamheden en commissariaten.
land slaat de plank mis. Veldkamp: " W a t schreef Rudie van Meurs? Ik zou in een bierclub de burgemeester van Breda, Geuljans, hebben ontmoet en toen die eruit moest wegens wangedrag, zou ik onmiddellijk voor hem hebben klaar gestaan met een nieuwe baan. Dat is dus niet overeenkomstig de waarheid. En zo kan ik het hele verhaal van van Meurs ontleden. Dat weet hij ook wel. Nee, ik heb hem nooit meer benaderd. Ik heb hem wel nog eens gezien. Natuurlijk is zo'n artikelenreeks zeer schadelijk voor je, maar wat kon ik eraan doen? Bekijk nou de hele discussie die we hebben gehad tussen meneer Bartels van de OGEM en oud-minister Boersma. Bartels heeft
U heeft het erbij laten zitten met het risico dat het van u geschilderde image niet zal veranderen. Wij hebben laatst in een universiteitsblad bij gelegenheid van uw benoeming in Tilburg de opmerking gelezen: die Veldkamp heeftin heeft in elk geval altijd
Veldkamp vrolijk: " W a s het maar waar. Het is niet zo. Ik ben commissaris bij de Nederlandse Middenstandsbank, al vele jaren. En ik ben commissaris bij de gebroeders Egidius Janssen in Belfeld. And that's a l l " . Waar heeft van Meurs het dan over? Veldkamp: "Zal ik eens een voorbeeld geven?" De oud-minister herinnert aan wat van Meurs heeft geschreven over een bierclub in Breda waartoe de jonge Veldkamp begin jaren vijftig zou hebben behoord. Eerst geeft Veldkamp de versie van van Meurs weer. Vervolgens probeert hij dat verhaal gedetailleerd te weerleggen. Roemruchte namen uit onze recente vaderlandse geschiedenis passeren de revue. Onder andere die van oud-premier de Quay. Veldkamps verhaal is helaas niet bestemd voor de openbaarheid. "Ik heb U die achtergronden niet geschetst met het oog op publicatie", zo laat hij naderhand in een brief weten. "Belangrijke gedeelten daaruit zouden mensen kunnen kwetsen die nog leven en zoals ik U heb gezegd ben ik daartoe niet bereid". Maar de portee van Veldkamps uiteenzetting moge duidelijk zijn: Vrij NederEn dan klagen journalisten nog wel eens over hoe vluchtig hun werk is. Hoe is het mogelijk. Eind 1976 schreef ik vijf artikelen over 'de carrière van een superambtenaar' - Veldkamp dus. En daarop reageert hij nu voor de eerste keer in het Tilburgs Hogeschoolblad. Ik had een alertere indruk van hem. Nu wordt me ook duidelijk waarom zijn werk als voorzitter van de staatscommissie vereenvoudiging van de sociale wetgeving vijftien jaar moest duren. Ik heb destijds vier uur lang met Veldkamp gesproken op zijn kantoor in Den Haag en later een ochtend en een middag in Geneve. Het is mogelijk dat hij rekende op een groot interview met een mooie foto en een dappere uitspraak als kop. Dat was niet mijn bedoeling en die indruk heb ik hem ook nooit gegeven. Het ging me om een schets van 'het prototype van een social climber'. Ik heb daarvoor veel onderzoek gedaan ('research-journalistiek' heet dat tegenwoordig), met ambtenaren, politici, zakenmensen en gewone mensen gesproken. Tenslotte had ik materiaal voor wel tien verhalen want het leven van Veldkamp is veelomvattend. Natuurlijk heb ik in die gesprekken met hem niet alles doorgenomen. Alleen als m'n informatie
Tilburgs Hogeschoolblad
Boersma aangeklaagd wegens smaad en belediging. En wie heeft er tenslotte het meeste nadeel van gehad dat de procedure is gevoerd? Juist ja, Bartels". "Ik heb indertijd een Haags advocatenkantoor in de arm genomen, ik heb advies gevraagd aan een aantal vrienden in de Raad van State en aan de voorzitter van de Nederlandse Journalistenvereniging. En allemaal zeiden ze dat ik er met mijn vingers vanaf moest blijven. Als je gaat procederen krijg je in alle kranten gedrukt wat je in Vrij Nederland niet gedrukt wilde hebben. Ik heb het dus laten lopen. Met pijn in het hart, dat wel. Want je kinderen zeggen: pa, ga d'r tegenin".
erg goed voorz'n eigen sociale zekerheid gezorgd. Veldkamp: " H e t is toch merkwaardig. Men heeft ook gekritiseerd wat ik verdiend heb aan de codificatie. Ik ben gewoon benoemd op basis van het lidmaatschap van de Raad van State. Ik heb net zoveel tijd aan m'n funktie besteed als een lid van die Raad. Gedurende al die tijd. Er is nooit een opmerking van de Rekenkamer geweest over mijn functioneren of over mijn honorarium. Het is niet zo als bij de Brede Maatschappelijke Discussie waar een exorbitant hoog salaris werd vastgesteld en naderhand weer wat omlaaggeschroefd. Ik ben gewoon in de ambtelijke schaal bezoldigd, zoals ik nu in Tilburg in een ambtelijke schaal bezoldigd wordt. Twee dagen hoogleraar. Iedereen kan uitrekenen wat ik dan krijg". Twan Geurts Peter Pennartz
'NPAARSmJUNGBi VANDEMOST G[PROIiH(MBU)EimKKER
Krips Repro - drukker van de meeste proefschriften in Nederland - stelde een aardig stelllngenboekje samen U ontvangt het als u uw dissertatie in produktie geeft bij Krips Repro. Bel voor Informatie Grety Schoelink.
krips repro meppel Veldkamp: "Het is toch merkwaardig
'VELDKAMP FANTASEERT' door Rudie van Meurs redakteur van Vrij Nederland
niet honderd procent was legde ik zaken aan hem voor. Zo ontstond een compleet beeld. Niet vleiend (dat behoren journalisten niet te zijn) en ik kan me z'n teleurstelling die hij nu een beetje huilerig in het interview met het Tilburgs Hogeschoolblad onder woorden brengt, begrijpen. Maar als ik lees hoe hij reageert op de inhoud van de artikelen, moet ik alsnog een aantal positieve indrukken uit 1976 corrigeren: hij is niet alleen traag, hij is ook niet zo intelligent, kan niet lezen en slecht onthouden. Hij zeurt alinea's lang over Geuljans maar alles wat hij zegt heeft niet in Vrij Nederland gestaan. Jaartallen en voorletters moeten zorgvuldig zijn, dat zijn de eerste lessen die journalisten leren. Veldkamp kan me daar dan ook niet op pakken. Wat stond er wél over Geuljans. Het volgende citaat (over de 'bierclub', geen vereniging met
Kaapweg 6,7944 HV Meppel Postbus 106 7940 AC Meppel telefoon 05220-5 37 31
een lidmaatschap maar een verzameling van notabelen die elkaar de bal toespeelden): 'Voorts was de toenmalige burgemeester mr. dr. R.M.M.A. Geuljanseen gewaardeerd lid van de club. Hij zou evenwel vroegtijdig Breda moeten verlaten wegens een grondschandaal. Dat gebeurde in 1966. Na een jaar van inactiviteit werd hij begin 1967 - toen Veldkamp nog net minister was - door het ministerie van sociale zaken en volksgezondheid tot directeur van de Raad van Arbeid in Eindhoven benoemd.' Dat was alles. Veldkamp fantaseert over de rest. Het enige nuttige dat hij nog aan het verhaal toevoegt is dat hij Geuljans op zijn post benoemde op aandrang van De Quay. Dat pleit weer niet voor z'n standvastigheid. Over de procedures die Veldkamp overwoog, och bijna iedere maand is er wel iemand zo in z'n kuif gepikt dat hij boze telexen naar Vrij Nederland stuurt met dreigementen over procedures, advokaten en gedingen. Er zijn wat gekwetste mensen. Als hun eerste boosheid over is weten ze dat ze het aan zichzelf te wijten hebben. Toen de artikelenreeks over Veldkamp verscheen was hij bestuurslid van de Nationale Stichting tot exploitatie van het Casino wezen (25 mille per jaar); commis-
saris van het Instituut voor Ziekenhuisfinanciering (de financieringsbank voor projekten in de gezondheidszorg van Melchior) met een vergoeding van 40 mille; adviseur van de Utrechtse Loodgieterscombinatie (plus minus 20 mille); adviseur voor uitzendbureaus; commissaris bij de Nederlandse Middenstandsbank (veertig mille); commissaris bij Egidius Janssen in Belfeld (?); voorzitter van de regeringsdelegatie naar Geneve voor de internationale arbeidsconferenties van het ILO; voorzitter van de staatscommissie voor de sociale wetgeving (het salaris daarvan liep omstreeks 1981 op tot f 175.000 inclusief onkosten); bestuurslid I adviseur van stichting 'Het Veldkamp' in Arcen. 'Onwaarheid, leugens en halve waarheden'? Ik kan natuurlijk onmogelijk de inhoud van de vijf artikelen hier gaan samenvatten. Er bestaat nog altijd dat aardige boekje 'De Zwolsman-connection', over de handel en wandel van een oplichter I onroerend goed handelaar Ferdinand Reindert Zwolsman. Exploitatie Maatschappij Scheveningen. Veldkamp was daar - dat vergat ik bijna - commissaris en lid van een commissie van wijze mannen. De lezer die geïnteresseerd is kan het aanschaffen via de Raamgracht 4 in Amsterdam.
vrijdag 11 maart
Vervolg van pag. 5
Vrouwenstudies lijke kader, zo belangrijk is. Alkeline zegt hierover: "De hele visie op porno (de vrouw naakt, dienende de man, w.o.) op prostitutie (vrouwen verkopen zich aan mannen id.) en sexueel geweld (er worden meer vrouwen door mannen aangerand dan andersom, id.) levert een bepaald wereldbeeld op dat onze huidige samenleving hanteert en als zodanig dus ook invloed heeft op ieders persoonlijke ontwikkeling als vrouw of man in die maatschappij. Dat beeld van stereotypen en die rolverdeling werken door in opvoeding en opleiding. Het is van belang
dat je je realiseert wat de consequenties zijn voor jou die hieruit voortvloeien". Zo zal de vraag aan de orde komen wat het voor jou als vrouw of man nu betekent dat de vrouw als hoer een normaal verschijnsel Is. Wat het betekent dat iedere vrouw slachtoffer van verkrachting is en iedere man een potentiële dader. En wat de betekenis is voor jou persoonlijk datje leeft in een samenleving waarin het souteneurschap, de vele sex-blaadjes voor mannen en de sexuele opdringerigheid van mannen als normaal wordt beschouwd; in een samenleving waarbinnen bij zaken die gaan over verkrachting al gauw met het beschuldigende vingertje naar de vrouw wordt gewezen, die
Vervolg van pag. 7
Jeugd/ge Vreemdelingen: een i<ommentaar Koens heeft in zijn proefschrift aangegeven dat het Vreemdelingenrecht met het Jeugdbeschermingsrecht botst, op welke plaatsen dat gebeurt, en wat de consequenties daarvan zijn voor de jeugdige buitenlander en het gezin. Zijn kennis van de praktijk ontleent hij voor een groot deel aan de ervaringen opgedaan tijdens zijn lidmaatschap van de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken. Echter, Koens geeft niet aan waaróm beide rechtsregelingen zo gebrekkig op elkaar afgestemd zijn. Want zoiets is geen toeval. Maar wil je dat onderzoeken dan stuit je op de politieke kant van de zaak. En politiek is, zoals men weet, een vies woord. Zéker in een proefschrift. Je riskeert niet alleen de wetenchappelijke objektiviteit, nee straks degradeer je nog. En dat is sneu voor de familie. Een politieke analyse zou alleszins te rechtvaardigen zijn. Het Vreemdelingenrecht gaat uit van de verantwoordelijkheid van de staat t.a.v. zijn 'eigen' burgers. In het Vreemdelingenrecht wordt de komst van de buitenlander getoetst aan het algemeen belang. Maar wat is 'het algemeen belang'? Wat moet je toetsen en hoe? Wiens belang is 'het algemeen belang?' Dergelijke vragen zijn moeilijk te beantwoorden. Maar je mag ze best 'aanscherpen' en haar politieke lading aanduiden. Dat moet ook als je weet dat de overheid in 1970 in de Nota Buitenlandse Werknemers schreef dat 'ons land behoefte heeft aan arbeidskrachten uit andere landen en niet aan nieuwe gezinsvestigingen'. En dat de overheid een zogeheten restrictief beleid wil voeren t. b. V. het algemeen belang, terwijl zij net zo makkelijk de grenzen opent als het beVervolg van pag 3
Sociologen verwerpen concept-formatieplan naamd onafhankelijke" bestuurscommissie, waarin ook faculteitsdecaan Prinking zélf zitting genomen had. Hij stelde dat het faculteitsbestuur zich mogelijk op deze wijze wei aan bestuursverantwoordelijkheid zou willen onttrekken, maar dat met de door hem genoemde "kiekeboe constructie" hiervan geen sprake kon zijn. Onder luid applaus van het aanwezige publiek hekelde Van der Pas het gegeven dat volgens hem studenten "zo ongeveer een inbraak moeten plegen op het faculteitssecretariaat om een exemplaar van de concept-nota te verkrijgen" ... Een nota, geschreven in een zichzelf verstoppend Nederlands. Een nota die thuishoort bij de categorie magie", aldus een zichtbaar opgewonden Van der Pas, regelmatig hilariteit verwekkend met zijn voor een vergadering zeer verfrissend woordgebruik. In zijn weerwoord stelde Prof. de Moor geen behoefte te hebben om uitgebreid in te gaan op de kritiek van Van der Pas. Hij wenste alleen aandacht te besteden aan het aspect van het genoemde 'Plaatsen Geld Model'. Niet personeelvijandigheid zoals Van der Pas beweerd had, maar juist de grote zorg om het personeel zou de bestuurscommissie tot hantering van dat "Plaatsen Geld Model" gebracht hebben. De Moor meende dat Van der Pas niet doordacht had, met name ook niet waar de commissie aangeeft te hopen met nieuwe studierichtingen meer studenten aan te trekken. " U bent demogogisch bezig geweest. Bovendien heeft uw betoog uitgeblonken door arrogantie", aldus Prof. de Moor.
SLOPERSCOMMISSIE Faculteitsdecaan Frinking bleek bereid in overleg met de raadsleden ook de publieke tribune spreekgelegenheid te geven. Namens de leden van Politieke Sociologie (Polsoc) en andere mensen die woensdag op een actievergadering aanwezig geweest waren, voerde student Tilburgs H o g e s c h o o l b l a d
Paul Weide het woord. Hij stelde dat de uitgebrachte concept-nota geen "afspiegeling" was van de opvattingen over het sociologieonderwijs binnen de faculteit, maar een "ver-spiegeling". Hij beklemtoonde dat het hoog tijd werd dat nu een discussie tot stand zou komen tussen studenten en docenten. De bestuurscommissie werd door hem gequalificeerd als een "sloperscommissie", en hij zei van mening te zijn dat deze naar huis gestuurd moest worden. Daarna voerde student Bert Peeters het woord namens de vakgroep Sociologie van Staat en Openbaar Bestuur. Hij zei het onaanvaardbaar te vinden dat het " w e g gooien" van deze studierichting zonder geldige reden omkleed was. Prof. Frinking legde er toen opnieuw de nadruk op dat het een concept-nota betrof, en dat de voorstellen een voorlopig karakter hadden waarover een open discussie mogelijk was, iets waarmee hij tijdens de gehele discussie regelmatig kritiek had trachten te pareren. Duidelijk werd dat de heer Frinking moeite had met de felheid waarop door de aanwezigen op het concept-plan werd afgegeven. Tenslotte stelde hij voor om de opgestelde moties in stemming te brengen, hetgeen in een plotseling gebrek aan vergadertijd even niet leek te kunnen gebeuren. De faculteitsraad nam met aclit tegen vijf stemmen de motie aan waarin werd gesteld dat het conceptplan niet langer zou dienen als basis voor een discussie over het formatiebeleid. Een tweede motie, waarin werd voorgesteld een pluriform samengestelde commissie op te richten voor een brede discussie over het onderwijs en onderzoeksbeleid, werd met vijf tegen zeven stemmen verworpen. Faculteitssecretaris Van Tuijl had kort daarvoor gewezen op de naar zijn mening vergadertechnische ongeldigheid van deze motie, omdat ze zou indruisen tegen de beleidsvoorbereidende verantwoordelijkheid van het faculteitsbestuur. vrijdag 11 maart
het wel zal hebben uitgelokt. Deze vragen en evidenties zullen binnen de cursus, naast de inbreng van de leden zelf, ter discussie worden gesteld. De werkvorm zal eveneens in samenspraak met de groepsleden worden vastgesteld. Wel hebben Alkeline en Marga een bundel in elkaar gezet die de cursus inhoudelijk moet ondersteunen. Meer informatie vindt u op de memo-pagina van dit nummer. De cursus is voorlopig eenmalig, maar daar kan natuurlijk verandering In komen als het budget wordt uitgebreid. Zo zou ook hier een gelegenheid geschapen kunnen worden om de noodzakelijke continuïteit binnen vrouwenstudies wat
meer garantie te geven. Overigens zijn beide vrouwen heel tevreden met het tot nu toe behaalde resultaat. Ofschoon er nog ontzettend veel moet gebeuren en de continuïteit een heet hangijzer blijft zien beide vrouwen de toekomst van vrouwenstudies aan de KHT optimistisch tegemoet. Zolang de vrouwen vanuit de verschillende (sub)faculteiten zelf blijven komen, is er goede hoop dat vrouwenstudies een meer permanent karakter kan krijgen. Ook op de KHT zijn de vrouwenstudies niet meer weg te denken en dat is een belangrijke verworvenheid van de strijd van vrouwen binnen deze universitaire instelling. Wilma Okkerse
drijfsleven weer wat buitenlandse arbeiders nodig heeft. (1980: 500 Joegoslaven voor Hoogovens en 242 voor ADM, terwijl minister Boersma in de Kamer zei: "De consequentie van een uiterst restrictief toelatingsbeleid gecombineerd met enig begrip voor de problematiek van de werkgever in problemen is datje een oplossing van tijdelijke aard zoekt") Dat is immers óók een algemeen belang?! Ook het fenomeen van de Vreemdelingencirculaire verraadt het politieke gezicht waarmee de staat t.o.v. vreemdelingen optreedt. Deze circulaires bevatten pseudo-wettelijke instrukties voor de vreemdelingenpolitie en zijn ideaal om een ad-hoc beleid te voeren. Ze houden de onoverzichtelijkheid in stand, de willekeur en dus de rechtsonzekerheid. Een beleidswijziging kan direkt in de circulaire opgenomen en toegestuurd worden aan de hoofden van politie. Pas na die beleidswijziging kan het parlement zijn kontrolerende taak uitvoeren. Op die wijze werd bijvoorbeeld op 1 maart bepaald dat voor buitenlanders jonger dan 23 jaar, het minimumloon niet langer geldt als voldoende middel van bestaan. Een analyse van de politieke achtergronden van de frikties tussen Vreemdelingen- en Jeugdbeschermingsrecht is niet te vinden. Maar zoals eerder opgemerkt politiek is ook taboe in een proefschrift. De wijze waarop in de wet de positie van de jeugdige buitenlander in Nederland geregeld is, laat zien dat Vrouwe Justitie allang geen blinddoek meer om heeft. Vrouwe Justitie moet zelfs met de billen bloot. Met dit proefschrift heeft Koens overigens meteen zijn stelling 5 bewezen. Deze luidde immers: 'Promovendi in de rechtsgeleerdheid schrijven praktisch altijd een meesterwerk'. Jeugdige Vreemdelingen in Nederland; mr. M.J.C. Koens Peter Pennartz Gouda Quint BV Arnhem Voor een aantal aanwezigen was het verwerpen van deze tweede motie een moeilijk verteerbare teleurstelling. De vrees bestaat bij hen dat het faculteitsbestuur nu nog steeds alle vrijheid heeft om op een strategisch gunstiger moment ("in de zomermaanden zijn veel actieve studenten weg ...") met een nieuw concept-plan te komen dat qua strekking gelijk is aan de inhoud van de nota die afgelopen donderdagmiddag werd afgekeurd. ^^^^^^^ ^^^ Q ^ ^ Helma Thonon Vervolg van pag. 3
DE CONCEPTNOTA Als derde belangrijke hoofdvoorstel is er de aanbeveling van het rapport om te komen tot de opheffing van de keuzevakken Culturele Antropologie en Niet Westerse Sociologie. OoR het doctoraal keuzevak Sociale Geschiedenis wordt niet langer genoemd in het concept formatieplan. Opmerkelijk is verder de voorgestelde opheffing van de afstudeerrichting Sociologie van Staat en Openbaar Bestuur. Gebrek, aan belangstelling van studenten voor deze vakken kan bij de commissie niet het argument geweest zijn voor deze ingrijpende voorstellen. In vergelijking met de in de concept-nota nauwelijks genoemde "technische" sociologievakken zoals methoden en technieken van onderzoek, statistiek en demografie (waarvoor zich in hun afstudeerfase de afgelopen jaren weinig of helemaal geen studenten bleken te interesseren) is er voor de met opheffing btedreigde vakken jaarlijks een ruim percentage van de studenten dat zich met de , daarin geboden thematiek wil bezighouden. Het voorstel van de commissie is om van de vier huidige cursussen Staat en Openbaar Bestuur twee cursussen over te brengen naar een nieuw op te richten afstudeerrichting "Sociologie voor Planning en Beleid". Bovendien worden doctoraalstudenten verplicht om van de vijf algemene sociologiecursussen er twee met beleidssociologie op te vullen. W.v.G/H.T.
Hoe men de zaken ook wendt of keert, de door een bestuurscommissie van de subfaculteit sociaal culturele wetenschappen uitgebrachte "concept-nota formatiebeleid" heeft veel persoonlijke schade aangericht. Met de voorstellen tot opheffing van de studierichtingen Culturele Antropologie, Niet Westerse Sociologie en de inkrimping van de richting Sociologie van Staat en Openbaar Bestuur alsmede het {toevallig?) verzwijgen van de richting Sociale Geschiedenis worden werknemers rechtsstreeks in hun arbeidszekerheid aangetast, en verliezen studenten volledig het zicht op hun toch al zo beperkte studiemogelijkheden. Deze conceptnota is op een ondemocratische wijze tot stand gekomen, wanneer men haar toetst aan het beginsel van een samenspraak van alle betrokken geledingen. Protesten vanuit de faculteit waren dan ook wel te verwachten. Het mag onbegrijpelijk genoemd worden dat de bestuurscommissie, bestaande uit zeer ervaren hooglerarenbestuurders, zo naief geweest is om te veronderstellen dat deze concept-nota voor een formatieplan door de faculteits^ raad aanvaard zou worden. De constructie van een "positieve en open discussie" die door het faculteitsbestuur was voorgesteld, had al lang geen kans van slagen meer door de inhoudelijk gebrekkige kwaliteit van het stuk en de weinig openhartige wijze waarmee het aan het daglicht prijs gegeven werd. Met het aanvaarden van een motie waarin geweigerd wordt deze nota als basis voor een verdere discussie over het formatiebeleid in de jaren tachtig te nemen, heeft de faculteitsraad laten blijken dat zij zich zelf in elk geval nog serieus neemt. De vraag blijft wat het faculteitsbestuur nu van plan is. De redactie
D
C&L zoekt een assistent-accountant die er met i<op en schouders
bovenuit steel<t.
Wie als assistentaccountant bij Coopers & Lybrand Nederland in dienst treedt, krijgt al spoedig vrij veel verantwoordelijkheid. Groei in hoog tempo is ook het kenmerk van C&L's promotiebeleid. Het betekent wèl, dat C&L hoge eisen stelt moét stellen aan kandidaten voor deze functie. Een C&L assistent-accountant is zelfstandig en representatief 'n Sterke, zelfbewuste persoonlijk heid, die de ambitie èn de potentie bezit in een jaar of vijf een functie op niveau te bereiken. Zonder op-de-tenen-loperij. Is dat een profiel, waarin u zich herkent? En studeert u binnenkort af als bedrijfseconoom? Dan vindt u bij C&L een uitzonderlijk gunstig klimaat voor vaktechnische ontwikKeling. U doet internationale controle-ervaring op en werkt voor zowel kleinere als multinationale bedrijven. Niet minder belangrijk voor uw ontplooiing is C&L's interne opleidingsprogramma:
een 5-jarige cyclus van cursussen, waardoor u de internationale controletechniek toegespitst op het geautomatiseerde bedriifsgebeuren van nu leert Kennen. De postdoctorale accountancystudie wordt door C&L van groot belang geacht en u kunt daarom rekenen op stimulerende faciliteiten, zowel financieel als op 't punt van verlof. Wilt u er meer over weten? Vraagt u dan de C&L cassetteband met bijbehorende documentatie Bel 010-130680. 'n Sollicitatie kunt u richten aan Drs CC. van Lui/k WestblaaklOO, 3012 KM Rotterdam, Leidseplein 29, 1017 PS Amsterdam, Oude Stadsgracht 1, 5611 DD Eindhoven.
Coopers &Lybrand " ederland
MEDEDELINGEN
COMMUNIQUE COLLEGE V A N BESTUUR 8 M A A R T
Het College van Bestuur wil een studierichting Sociaal Beleid instellen, die specifiek gericht is op de sociale functie (sociaal management/personeelsbeleid) binnen organisaties, zowel in het bedrijfsleven als in de non-profit sector en bij de overheid Het College heeft Prof Dr J J J van Dijck, hoogleraar bedrijfssociologie aan de KHT, aangesteld als projectleider ter verdere verkenning en voorbereiding van die nieuwe studierichting, die past in de uitgroeiplannen van de Katholieke Hogeschool ' Prof van Dijck is verzocht om medio 1983 het College te rapporteren over de resultaten van zijn onderzoek en over de wijze waarop verdere voortgang kan worden gemaakt naar een spoedige totstandkoming van een aan de Hogeschoolraad voor te leggen voorstel voor een experimentele studierichting Sociaal Beleid Het project zal worden begeleid door een interne begeleidingscommissie onder voorzitterschap van Mr R J S M van Straaten, voorzitter van het College van Bestuur, en een klankbordgroep van externe deskundigen
TOEKENNING 3 EXTRA VERLOFDAGEN IN 1983 De Minister van Binnenlandse Zaken heeft ons bencht dat in het kader van het arbeidsvoorwaardenbeleid 1983 besloten is om de salarissen van het overheidspersoneel per 1 januari 1983 te handhaven op het peil van 1 juni 1982 Ingaande 1 januari 1983 wor den daarentegen 3 extra verlofdagen voor 1983 ter beschikking gesteld Voor het opnemen van deze extra da gen gelden dezelfde voorschriften als voor het opnemen van vakantiedagen De dagen kunnen, voorzover de dienst dat toelaat, naar eigen inzicht opgenomen worden De drie extra dagen worden slechts voor 1983 toegekend en gaan dus niet behoren tot het normale aantal vakantiedagen per jaar (zij worden ook met gekarak teriseerd als vakantiedagen) M b t de registratie van deze extra dagen, is het volgende van belang Deze dagen dienen op de vakantiekaart 1983 te worden geplaatst Wij hebben de faculteitssecretaris, het hoofd van dienst, bureau of instituut gevraagd hiervoor zorg te dragen Werknemers die in een deeltijdfunc tie werkzaam zijn dan wel slechts een gedeelte van het jaar werkzaam zijn, krijgen uiteraard naar rato van de om vang van de betrekking (extra) verlof U mag zelf geen correcties op de va kantiekaart aanbrengen
AANVRAGEN KINDERBIJSLAG M.I.V. 1 J A N U A R I 1983 Zoals u in de krant heeft kunnen Ie zen IS er per 1 januan 1983 weer een wijziging bij het aanvragen van de kinderbijslag aangebracht BIJ een gezamenlijk huishouden van man én vrouw kan de aanvraag se dert 1 januan 1983 weer door elk van de partners geschieden Als de man dat echter doet, moet de man mede ondertekenen Rechtsgeldig zijn dus alleen door de vrouw ondertekende aanvragen, alsmede door man én vrouw samen ondertekende aanvragen
M A T I G I N G VAKANTIEUITKERING De Minister van Binnenlandse Zaken heeft tevens meegedeeld dat de machtiging in de vakantie uitkering voor het gehele overheidspersoneel zich uitstrekt over de penode 1 janua ri tot 1 oktober 1983 MEDEDELINGEN VANUIT DE DIENST PERSONEELSZAKEN Op 18 maart a s wordt er een vergadering van de commissie personeels overleg gehouden Het college zal
Tilburgs Hogeschoolblad
met het personeelsoverleg overleg plegen over het rapport van het T V C Tevens zal het advies van de commissie worden gevraagd over het ingaan van fase III van het project werkoverleg Ook het rapport van de PPB-werk groep personeelsbeoordeling en functionenngsgesprekken zal worden besproken Het college is verder voornemens om met het personeelsoverleg overleg te voeren over de procedure die bij in grijpende wijzigingen van de faculteitsstructuur gevolgd zou moeten worden De vergadering vindt plaats in de portrettenzaal, is openbaar en begint om 9 45 uur Agenda en openbare stukken liggen ter inzage bij het secretariaat (B 1020 tel 2726 b g g 2238)
VERGOEDING VERBLIJFKOSTEN INGEVOLGE HET REISBESLUIT 1971 De Minister van Binnenlandse Zaken heeft bepaald dat met ingang van 1 maart 1983 de verblijfvergoeding voor alle ambtenaren bij een dienstreis binnenland ongeacht de categorie wordt bepaald op f 124,— per etmaal (Was voor categorie A f 112,— en voor categorie B f97, — ) Er bestaat dus voor de verblijfkostenvergoeding geen onderscheid meer De reden van de verhoging is het op een andere mannier doorrekenen van de overnachtingskosten en daarom zijn ook de verschillende percentages onderling gewijzigd De vergoeding per uur van een pro cent IS verlaagd tot een vergoeding van 3 / 4 % De ovenge vergoedingen zijn als volgt gewijzigd - voor een overnachting 4 4 % (was 30%) voor ontbijt 6 % (was 7%) voor een lunch 1 1 % (was 14%) voor diner 2 1 % (was 25%) Deze verandenngen in percentages gelden i v m 1 maart 1983 ook voor de dienstreizen buitenland Aangezien het aantal uren per etmaal moet worden herleid tot een percen tage (3/4%) zal bij het vaststellen van het totaal een afronding plaats vinden (0,25% naar beneden, 0,50% en 0,75% naar boven) Door deze verandenng in de percentages wordt het gestelde in artikel 7 derde lid van het reisbesluit van groter belang Dit artikel stelt dat indien de vergoeding voor een dienstreis met hoger is dan een tiende deel van de vergoeding per etmaal (i c f 12 40) slechts de werkelijk gemaakte verblijfskosten worden vergoed (tot ten hoogste de aangegeven nor men) Dit zal er m de praktijk toe leiden dat bij een dienstreis waarbij een lunch van overheidswege wordt genoten slechts de gemaakte kosten voor kof fie e d worden vergoed (tot ten hoogste de procentuele vergoeding per uur), indien dergelijke kosten met
zijn gemaakt, zal ook de procentuele vergoeding met worden uitbetaald De door u reeds ingediende vergoe dingen zullen indien zij nog de oude bedragen bevatten ambtshalve wor den gecorrigeerd, de juiste bedragen zullen aan u worden opgemaakt Indien u vragen over bovenstaande wijziging heeft, kunt u zich wenden tot de dienst personeelszaken, afde ling rechtspositie, tel 2244/2626 In dien u vragen heeft over de uitbeta ling kunt u zich wenden tot de dienst Economische en Administratieve Zaken (mevr Bosselaar, tel 2534)
PECH ONDERWEG BIJ voldoende belangstelling (15) zal op maandag 18 en 25 apnl en 2 en 9 mei een cursus Pech onderweg verzorgd woraen door leden van de Per soneelsvereniging De cursus wordt verzorgd door medewerkers van de ANWB-wegenwacht, in het Techno station, Dostalstraat in Tilburg De kosten zijn bij voldoende deelname f 6 0 , - p p (bij de A N W B f 8 5 , - ) Opgave bij Léon Lejeune, 2534
SPORTTOERNOOI Voor het inter-universitair O en W sporttoernooi dat op vrijdag 3 juni in Nijmegen wordt gehouden, komt de Tilburgse afvaardiging nog perso neelsleden tekort bij damesvolleybal, tafeltennis, vissen Graag voor 1 april opgeven voor volleybal bij Gerry Weetenngs, gebouw O, kamer 11, tel 2347 Ovenge sporten Leon Lejeune, B 1108 tel 2534
W I J Z I G I N G OPENINGSTIJDEN BUREAUS E X A M E N S EN INSCHRIJVING Met ingang van 14 maart a s zullen de openingstijden van de studenten administratie als volgt worden gewijzigd Maandag t / m vrijdag van 09 30 13 00 uur Dinsdagavond (in collegepenodes) van 17 00 19 00 uur
W I J Z I G I N G E N OPENSTELLINGSTIJDEN POSTAGENTSCHAP Met ingang van 16 maart a s zullen de openingstijden van het postagent schap als volgt wijzigen oude situatie maandag t / m vrijdag van 09 00 11 30 uur en van 12 30 16 00 uur Nieuwe situatie maandag t / m vrijdag van 09 00 - 11 45 uur en van 12 30 - 16 00 uur
Het rapport "Taal en Informatica in Tilburg" is voor belangstellenden weer beschikbaar op het secretariaat van de Subfaculteit, kamer A 113 (tst 2568)
ONDERWIJSOVERLEG De eerste en tweedejaars overleg groepen zijn bijeen geweest op resp 22 februan en 1 februan Gezamenlij ke agendapunten waren o a doctoraal-voorlichting en evaluatie, vra genlijst aan werkstudenten van het onderwijs Voor belangstellenden is het verslag in te zien bij uw vertegenwoordigers of te verkrijgen op het secretariaat Voor de doctoraal overleggroep zijn inmiddels kandidaten gesteld 1 dagstudent en 3 werkstudenten, 2 dagstudent kandidaten zouden dus nog welkom zijn De EOG vergadert op 15 maart over o a evaluatie en introductie eerstejaars 1983/1984 De TOG vergadert op 22 maart over 0 a doctoraalvoorlichting en onderwijs 2e semester De DOG vergadert voor het eerst op 29 maart Op 25 maart komt de Werkgroep Avondopleiding (WAVO) voor de tweede maal in de nieuwe samenstelling bijeen DOCTORAALVOORLICHTING Op vrijdag 4 maart is aan de eerste en tweedejaars studenten uitvoerige schriftelijke informatie verstrekt, be langstellenden kunnen voorzover nodig een set informatie op het secreta naat verkrijgen Van half april worden gespreksbij eenkomsten gepland waarbij de vakgroepen, doctoraalstudenten en af gestudeerden meer informatie ver strekken op vragen van studenten Daarnaast is overleg met en advies van de studie adviseur steeds moge hjk T E N T A M E N S M E I / J U N I 1983 Opgave voor de deelname aan een of eerdere propaedeuse of kandi1 iats tentamens dient te geschieden V lor 1 april 1983 via het daartoe l ïstemde groene formulier, inleveren 3 B 107 of S 14 Voor schriftelijke doctoraaltenta mens dient u zich minstens een maand vóór de afgesproken datum op te geven via de blauwe en gele kaart Ook die inleveren op B 107 of S 14
COLLOQUIM ECONOMISCHE FACULTEIT B serie overige vakgroepen Spreker Professor Cor Westland (University of Ottawas) Onderwerp Het beleid van de Cana dese overheid t a v vrijetijdsbeste ding dn vergelijking tot dat in Europa) Datum 15 maart 1983 Tijd 8 30 - 10 30 uur Plaats C Z 2 7 Samenvatting I Enkele conceptuele opmerkingen gebaseerd op de politieke theorie, o a a the essential of political systems b the raisons d'etre of governments c the rationale of their involvements in leisure and recreation II a Overheidsbeleid in het verleden b Ideologen c De mythe van de vnjetijdsmaatschappij III Tendenzen in de Canadese samenleving IV Gemeentelijke en provinciale bemoeienissen met de recreatie V Integratie van het beleid op het gebied van recreatie en toerisme
BEROEPENVOORUCHTING In aansluiting op de publikatie in het THB van 4 maart jl volgt hier het schema van de beroepenvoorlich ting, die op donderdag 17 maart a s wordt gegeven / Sector rechtspraak (zaal CZ 401 Aan het woord komen een rechter, een officier van Justitie en een RAIO 2 Sector advokatuur (zaal CZ 21) Een medewerker van een Buro voor rechtshulp, een van een advokatenkollektief en een advokaat 3 Sector bestuur (zaal CZ 22) Drie juristen, werkzaam bij resp de Gemeente Tilburg, de provincie Noord-Brabant en een Ministerie in 's-Gravenshage 4 Sector bedrijfs- en fiscaal-juristen (zaal CZ 27) Een jurist werkzaam bij Philips, twee die werkzaam zijn bij Interpolis en een oud inspecteur van belastingen, thans wetenschappelijk medewerker bij belastingrecht 5 Secotr onderwijs en onderzoek (zaal CZ 30) Een docent recht aan de HEAO en een wetenschappelijk medewerker van onze faculteit 6 Sector Gevangenis/Reclassering/Kinderbescherming (zaal CZ 28) Een adjunkt direkteur van een gevangenis, een beleidsmedewerker bij de reclassering en een secretaris van de Raad voor de Kinderbescherming ledere belangstellende student is van harte welkom bij deze voorlichting Men kan twee sectoren bezoeken, de ene van 14 00 15 15 uur en de ande re van 16 00 - 17 15 uur In de sector onderwijs en onderzoek wordt uitsluitend in de tweede ronde (16 00 17 15 uur) voorlichting gegeven Een uitgebreid programma overzicht IS verkrijgbaar op kamer B 921 (9 00 - 12 30 uur)
T E N T A M E N D A T A PRIVAATRECHT II EN HANDELSRECHT Onlangs is besloten de tentamendata van privaatrecht II (met name van het onderdeel B), en van het onderdeel handelsverkeer en faillisementsrecht van het tentamen handelsrecht te wijzigen, zulks in verband met een gewenste spreiding van tentamens De data zijn als volgt vastgesteld mei/juni 1983 privaatrecht IIA vrijdag 10 juni 09 30 uur privaatrecht IIB woensdag 15 juni 09 30 uur privaatrecht IIC vrijdag 10 juni 14 30 uur handelsrecht (handelsverkeer en faillisementsrecht) woensdag 15 juni 09 30 uur handelsrecht (rechtspersonenrecht) dinsdag 7 juni 12 00 uur augustus 1983 privaatrecht HA maandag 15 aug 09 30 uur pnvaatrecht IIB woensdag 17 aug 14 30 uur privaatrecht IIC maandag 15 aug 14 30 uur handelsrecht (handelsverkeer en fail lisementsrecht) woensdag 17 aug 14 30 uur handelsrecht (rechtspersonenrecht) dinsdag 23 aug 12 00 uur Het privaatrecht II (A, B en C) is een vak van het onderwijsprogramma nieuwe stijl en van het onderwijspro gramma oude stijl (bezemklas) Het handelsrecht is een vak van het onderwijsprogramma oude stijl, dat in twee afzonderlijke gedeelten wordt afgenomen Zie hierover eerdere publicaties
vrijdag 11 maart
n/IEMO
Wewii WEWI ZOEKT VRIJWILLIGERS De wetenschapswinkel zoekt vrijwilligers die tot half april, eens In de week mensen in de wijk willen helpen met het invullen van belastingformulieren. Voor de mensen in deze wijk is vaak de drempel te hoog om hiervoor naar bijv. de fiskale EHBO te stappen. Door met een begeleider eens in de week van 19.00 tot 21.00 uur een soort spreekuur te houden in het buurthuis, kun je hun toch bereiken. Heb je belangstelling of vragen reageer dan snel en bel even de wetenschapswinkel (662645) of Bart (433226).
nen spelen bij het aanpakken van deze zaken en bij de bestrijding van sexe-discriminatie, Er zullen 6 wekelijkse bijeenkomsten zijn (2 bijeenkomsten per thema) op woensdag of donderdag. Het is de bedoeling te werken met kleine diskussiegroepen, waarin elke deelneemster/er haar of zijn eigen inbreng kan hebben. Daarbij zullen wij tevens gebruik maken van een artikelenbundel. De cursus staat voor iedereen open. Je kunt je opgeven of nadere informatie vragen bij Marga Genemans en Alkeline van Lenning op kamer S 173, tel. 2684, op dinsdag, woensdag en donderdag.
Varidi WORKSHOP 'MANNENSTUDIES'
Vrouwen \ "HET VEGE LIJF" In de periode van 23 maart - 28 april zal er een cursus gegeven worden rond pornografie, prostitutie en seksueel geweld; over sexe-discriminatie en wetgeving. Deze cursus "Het vege lijf" is een initiatief van de coördinatrices vrouwenstudies. De cursus heeft als bedoeling samen (meer) inzicht te krijgen - in deze maatschappelijke verschijnselen en de diskussies die daaromheen gevoerd worden, - in de relatie tussen deze verschijnselen en sexe-discriminatie, - in de rol die de wetgeving zou kun-
Wij hebben de indruk dat steeds meer mannen zich de laatste tijd bezighouden met het verrichten van onderzoek, het schrijven van scripties e.d. over mannen, mannelijkheid, man-vrouw en man-man relaties. Wij willen eind 1983 / begin 1984 een workshop organiseren, waarschijnlijk in Amsterdam, om - te komen tot een inventarisatie en uitwisseling van datgene waar mannen op genoemde terreinen mee bezig zijn; - te bekijken in hoeverre deze bezigheden een bijdrage zouden kunnen leveren aan het ontwikkelen van een strategie van 'de mannenbeweging'. Mannen die zich op één of andere manier met genoemde onderwerpen
Voor de voorlKhtingsdag van 7 april a.s. ten behoeve van a.s. studenten worden gevraagd:
GROEPSBEGELEIDERS/STERS Onze belangstelling gaat vooral uit naar mensen die al eens eerder, in introductie of mentoraat, met dat bijltje hebben gehakt. De taak van de groepsbegeleider/ster op de voorlichtingsdag zal hoofdzakelijk bestaan uit het gidsen en informeren van een groep aanstaande studenten en ouders. Het programma van de voorlichtingsdag valt in twee delen uiteen: 's ochtends worden, na korte praatjes door rector en studentendecaan, groepen gevormd die vervolgens naar eigen keuze een aantal activiteiten kunnen ondernemen, zoals daar zijn: bezoek aan de studentenflats, rondleiding door de Hogeschool, videoband 'Joost', film hogeschool etc. De middag staat in het teken van de studieinformatie. Op dinsdag 29 maart is er een instructieavond voor de groepsbegeleiders/sters. Je kunt je opgeven bij: Buro Studentenzaken, Gebouw N kamer 1, tel. 662135 of 662211.
STICHTING STUDENTENSPORT TILBURG Academielaan 5, 5037 ET Tilburg, telefoon 013-671898. De studentensportvoorzieningen aan de Katholieke Hogeschool zijn organisatorisch ondergebracht in de Stichting Studenten Sport Tilburg. Het bestuur van de stichting bestaat uit 2 medewerkers van de hogeschool, 2 personeelsleden van de sporthal en 4 studenten. Als adviseurs zijn toegevoegd de hoofdsportleraar, de beheerder en de voorzitter van de STSSO, de overkoepelende organisatie van onder andere de sportverenigingen. Met ingang van het komend studiejaar (1983/1984) komt de funktie van
VOORZITTER van de SSST vacant. Tot de taken van de voorzitter behoren onder andere het coördineren van werkzaamheden die het stichtingsbeleid betreffen en het onderhouden van contacten met bijvoorbeeld het College van Bestuur. Van de kandidaten wordt verwacht dat zij: - medewerker zijn aan de KHT - enige bestuurlijke ervaring hebben - een zekere betrokkenheid bij de sport hebben Het bestuur nodigt belangstellenden uit om met een van beide ondergetekenden contact op te nemen. C. Vroom 3-163 tel. 662452, Thuis 341300 B. Wentink (sporthal) tel. 671898
Tilburgs Hogeschoolblad
bezighouden en die in principe belangstelling hebben voor zo'n workshop, worden verzocht om kontakt op te nemen met Bert van Herk, Vrolikstraat 339 hs 1092 TA Amsterdam tel. 020-659986 of met: Aad de Waal, Kloveniersburgwal 19, 1011 JT Amsterdam, tel. 020-220895.
CONFERENTIE "CONFRONTATIES VREDE"
RONDOM
Weekendconferentie op zaterdag 26 en zondagmorgen 27 maart 1983 met prof. dr. E. van der Velde, mr. J.C.M. Willems, drs. L. Chr. Fretzen dr. G. van Benthem van den Bergh. Vraagstukken van oorlog en vrede, bewapening en ontwapening staan op het ogenblik in het middelpunt van de belangstelling. Dat mensen in beweging komen om hun ideeën en angsten kenbaar te maken blijkt wel het meest uit de vredesdemonstraties. Een filosofische beschouwing van de verschillende wijzen waarop we over vrede kunnen denken zal worden gegeven door prof. dr. E. van der Velde. Ook zal vanuit een meer juridische invalshoek besproken worden welke normen en regels we ten aanzien van oorlogshandelingen en bewapening kunnen hanteren. Mr. J.C.M. Willems zal de leer van de rechtvaardige oorlog van Hugo de Groot aan de orde stellen. Hij zal hierbij nagaan hoe
deze leer in de huidige situatie nog toepasbaar is. Drs. L. Cfir. Fretz zal filosofische kanttekeningen plaatsen bij het functioneren van de vredesbeweging. Daarbij zal met name de tegenstelling van ethische overtuigingen en praktisch politieke overwegingen ter discussie staan. Tot slot van de conferentie zal de betekenis van de ontwikkeling van kernwapens voor de internationale politiek expliciet worden besproken door dr. (3. van Benthem van den Bergh. De conferentie begint zaterdagmorgen om half elf en wordt zondag om ca. half een besloten. Voor nadere inlichtingen kunt u schriftelijk of telefonisch kontakt opnemen met de administratie van de ISVW, Dodeweg 8, 3832 RD Leusden (U). Telefoon: 033-15020. CONGRES "ANTILLEN" Op 8,9 en 10 april organiseert de stuurgroep congres Antillen binnen de muren van de Rijksuniversiteit van Groningen een congres met als titel: 'politiek en gezondheid op de Nederlandse Antillen in het perspectief van de onafhankelijkheid'. De drie grote thema's die op het kongres behandeld worden, zijn: Samenleving, economie en gezondheidszorg. Het is daarom dat de organisatie zich zeker niet alleen richt op medici, echter op alle antillianen die de toekomst van de Antillen ter harte gaat. Het congres zal omlijst worden door een cultureel programma. Kin-
deropvang en slaapgelegenheid zijn aanwezig. Inschrijfkaarten en congresmappen zijn verkrijgbaar op alle antilliaanse welzijnsinstellingen. De kosten voor het kongres bedraagt f 25,— voor minder draagkrachtigen f 15, — . De congresmap is tegen kostprijs verkrijgbaar. Voor alle inlichtingen kan men zich wenden tot: Stuurgroep Congres Antillen, M.S.F.G. Bloemsingel 1, 9713 BZ Groningen. Tel: 050-116490.
Sporti PENDRAGON KondHietraining met muziek: dinsdag van 17.00-18.00 uur is er aerobic dancing en op donderdag van 17.(X)-18.00 uur keep moving. Deze trainingen zijn zowel voor dames als voor heren. Atletiek: 17 maart is de 14e Relais Pédestre Paris-Orsay, een estafetteloop over 25 etappes van één kilometer. Je kunt hiervoor nog steeds inschrijven op de lijst in de sporthal. Internationaal studenten sport toernooi medewerkers gevraagd! Je kunt je voor allerlei werkzaamheden opgeven door inschrijving op de lijsten in de sporthal. Doe een keer mee met dit gezellige evenement en geef je op als chauffeur, nachtwaker, groepsleider voor de buitenlandse teams of voor een van de andere werkzaamheden.
ENERGIE ... IN WELKE WERELD? Op 3 mei aanstaande in de Jaarbeurs Congreszaal te Utrecht. Deze conferentie wordt belegd door de Stuurgroep Maatschappelijke Discussie Energiebeleid. Organisatorische medewerking wordt verleend door het Energieonderoek Centrum Nederland. De conferentie is bedoeld voor parlementariërs, wetenschappers en vertegenwoordigers van overheid, vakbonden, ondernemingen en milieuorganisaties. Vanuit zeer verschillende visies zal worden gesproken over toekomstige ontwikkelingen op energiebeleid, tegen de achtergrond van sociaal-economische en milieuproblemen. Mogelijkheden en beperkingen van scenariomodellen en planningsmethoden zullen bij de discussie worden betrokken. PROGRAMMA 9.30 uur: Ontvangst; koffie 10.00 uur: Opening, Opening door de voorzitter van de conferentie, Jhr. Mr. M.L. de Brauw, voorzitter Stuurgroep Maatschappelijke Discussie Energiebeleid. 10.15 uur: The Efficient Use of World Energy Resources over Time. Prof. dr. W. Nordhaus, Yale University, Verenigde Staten en voormalig lid van President Carter's Council of Economie Advisors 11.00 uur: koffiepauze 11.30 uur: Towards an Energy Efficient Europe. Prof. dr. M. Lönnroth, The Beijjer Institute and the Secretariat for Future Studies, Stockholm, Sweden. 12.15 uur: Gelegenheid tot het stellen van vragen 12.45 uur: Lunch 14.00 uur: De Groene Economie. Prof. dr. J. Hamaker, voorzitter Bestuur Centrum voor Energiebesparing en voormalig Algemeen Directeur van de Nijverheidsorganisatie TNO 14.30 uur: Een nieuw Industrieel Elan voor de Nederlandse Economie. Ir. A. de Boer, Directeur Maatschappij voor industriële Projecten en voormalig Hoofd N.V. Philips Industrie Divisie. 15.00 uur: Theepauze 15.30 uur: Toekomstverkenningen; mogelijkheden en beperkingen. Prof. dr. P. de Wolff, Emeritus hoogleraar economie. Universiteit van Amsterdam en voormalig directeur CPB 16.00 uur: Paneldiscussie: Voorzitter, Jhr. Mr. M.L. de Brauw, W. Kok, voorzitter FNV, C. van Veen, voorzitter VNO, prof. dr. W. Nordhaus, Prof. dr. M. Löhnroth, Prof. dr. J. Hamaker, Ir. A. de Boer, Prof. A. de Boer, Prof. dr. P. de Wolff, Ir. Th. Potma, directeur Centrum voor Energiebesparing. 17.00 uur: Sluiting. De kosten van deze conferentie zullen ƒ 80, — per persoon (exclusief lunch) bedragen. Contactpersoon voor de Stuurgroep Maatschappelijke Discussie Energiebeleid: Dhr. H.W.G.M. Peer, Lange Voorhout 14, 2514 ED 's Gravenhage, telefoon 070-62 41 31.
vrijdag 11 maart
Menu MAANDAG 14-3-1983 heldere aspergesoep - bloemkoolsoep - paprikaschnitzel speklapje - hongaarse saus - doperwten met paprika rauwkostsalade DINSDAG 15-3-1983 chinese kippesoep - preisoep nasi goreng - atjar - kroepoek plakje fricandeau - saté + satésaus - kaasburger - andijvie WOENDSDAG 16-3-1983 juliënnesoep - kippe/groente soep - gekruid gehakt in bladerdeeg - leverragout - witte bonen in tomatensaus - gemengde sla DONDERDAG 17-3-1983 seldenjsoep - heldere tomatensoep - peperburger - roomschnitzel - groene pepersaus - spercieboontjes met wortel postelein VRIJDAG 18-3-1983 goulashsoep - gebakken wijting - witte wijnsaus - witte koolsla worteltjes met peterselie -
IQ
O^nO^ schets van een andere wereld of zoiets. THEMROC breekt ijzeren normen met handen.
Hogeschoolfilmdag 17 maart LA FEMME AUX BOTTES ROUGES JUAN BUNUEL MET: CATHERINE DENEUVE, FERNANDO REY ADALBERTO MARIA MERLI 16.00 uur SZ-17 Voor Juan Bunuel Is het probleem natuurlijk dat hij de zoon Is van een beroemde vader, zodat zijn films ook voortdurend met die van Luis vergeleken worden. Helemaal onterecht is dat niet, omdat de typische Bunueltrekjes ook in zijn films aan te treffen zijn. Daarnaast was Juan jarenlang regieassistent van zijn vader en was Luis Bunuel-scenarist Jean Claude Carrière een van de schrijvers van LA FEMME AUX BOTTES ROUGES. Dat was In 1974 Juans tweede speelfilm na zijn debuut daarvoor, AUX RENDEZ-VOUS DE LA MORT JOYEUSE Catherine Deneuve speelt de jonge Francolse, die een boek heeft geschreven dat niet al te goed verkoopt. In een café ontmoet zij de rijke kunstverzamelaar Perou (Ferdinando Rey) die door haar geobsedeerd raakt, zeker als ze heel even voor zijn ogen haar cape opengooit en volledig naakt blijkt te zijn. Francoise woont samen met een oude schilder, Richard, maar Is verliefd op uitgever Mare. Perou laat al haar gangen voortdurend nagaan en als de vrouw van Mare per ongeluk door haar man wordt gedood en Mare Francoise van die dood verdenkt, nodigt Perou de vrouw en de twee mannen uit op zijn landgoed. Daar wordt tijdens een spelletje schaak de spanning tot een hoogtepunt opgevoerd, waarbij Juan Bunuel realiteit en droom door elkaar heen laat lopen.
THEMROC CLAUDE FARALDO MET: MICHEL PICCOLI, BEATRICE ROMAND, MME HERVIALE 18.45 uur SZ-17 Themroc vertelt het verhaal van de arbeider die het niet meer pikt. Hij heeft genoeg van zijn onmenselijk bestaan, maakt amok op de fabriek en breekt zijn huls open, waar hij woont met zijn oude moeder en zijn zus. Zijn kamer sluit hij af met een muur en de buitenmuur sloopt hij om al zijn meubels op straat te gooien. Moeder krijgt een shock, zus kruipt bij hem binnen om met Themroc de liefde te bedrijven, de buurt staat verbijsterd. De politie grijpt In, maar weet niet goed raad met de situatie, want de buren beginnen een voor een partij te kiezen voor Themroc. De film is van volstrekte anarchie, alle normen van de maatschappij worden met breekijzers geslecht: de familieverhoudingen, het werk, het gezag, de moraal. Dat behoeft nog niet tot een goede film te leiden, maar THEMROC is het wel door een zeer aansprekende direkte, pragmatische stijl en vooral ook door het buitengewone spel van PIccoli. Themroc is een ogen openende ervaring, een spontane filmverfrisslng zonder woorden. Voor zover er gesproken wordt, zijn het klanken die geen ondertiteling nodig hebben. En het gekke Is dat je niet kunt spreken van absurdisme, want dat zou alleen In een zeer artistieke vorm mogelijk zijn, terwijl THEMROC juist zeer levendig, aards en menselijk is. De film geeft geen oplossingen en is niet eens een
STADSSCHOUWBURG
om niet? Ze zijn al te zeer gebonden aan de militairen van het garnizoen van hun provinciestadje, met wie ze meer of minder serieuze relaties onderhouden? Of zijn ze gewoon onmachtig en klagen ze alleen maar net als wij - over een wereld die langzamerhand naar de knoppen gaat? Masja Is verliefd, maar 't wordt niks. Irina is verliefd maar dat wordt ook niks. Olga Is niet verliefd, maar dat is helemaal niks. Ze willen alle drie weten en alles vergeten, en vooral ... naar Moskou. Een citaat uit "Drie Zusters": 'O, waar is de tijd gebleven, waar zijn al die jaren heengegaan, toen Ik nog jong was, vrolijk. Intelligent, toen mijn gedachten en dromen nog zo'n hoge vlucht namen en het heden en toekomst nog vervuld waren met hoop? Hoe komt het, dat wij nauwelijks nadat wij begonnen zijn te leven al van die saaie pieten worden, zo grauw, zo oninteressant, lui en onverschillig, zo nutteloos en ongelukkig?" 'Drie Zusters' wordt gespeeld door o.a. Ditha van der Linden, Nettle Blanken, LIesbeth Coops, Kees Hulst, GIjs de Lange, Adriaan OIree, Joost Prinsen, Michel van Rooij, Huib Rooijmans, Allard van der Scheer, Laus Steenbeeke en Guusje van Tllborgh. Decor en kostuums zijn van Paul Gallis.
Globe speelt 'drie zusters' woensdag 16 maart 20.15 uur Schouwburgzaal
Zuidelijk Toneel brengt in een regie van Gerardjan RIjnders 'Drie Zusters' van Anton Tsjechow. Waar gaat het om In 'Drie Zusters'? Drie provinciale dames vervelen zich dermate suf, dat ze denken dat vluchten uitkomst biedt. Toch gaan ze niet weg. Waar-
HET RIJK VAN DE PASSIE NAGISHl OSHIMA MET: KAZUKO YOSHIYUKI, TATSUYA FUJI 21.00 uur, SZ-17 Het gaat in deze film om een man en een vrouw die aan elkaar verbonden zijn door de misdaad en door de liefde. Ze hebben de echtgenoot van öe vrouw vermoord. De geest van die man blijft het paar achtervolgen. Hij verstoort hun dromen en achtervolgt ze tot op de rand van de krankzinnigheid. Deze geest is die van Abel of zelfs die van God als je het symbolisch bekijkt. Per slot van rekening Is het nodig dat orde en gezag overwinnen en dat de geliefden hun straf krijgen. Om twee redenen: ze hebben én overspel én een moord gepleegd. Er Is geen geluk voor hen weggelegd. De film Is met een minimum aan effecten gemaakt. Oshima bekijkt zijn onderwerp met een zekere afstand. Hij moet ongetwijfeld door de Oidipus-mythe en door Shakespeare's Macbeth zijn geïnspireerd om dit thema met Japanse tradities vermengd te verfilmen. STUDIUM GENERALE
"Wil-tot-Waarheid is Wil-tot-Macht" Nletzsches kritiek op de metafysica, door Herman Berger Donderdag 17 maart 13.30 uur Nietsches kritiek op de metafysica richt zich op het ondergeschikt maken van de veelheid van verschijnselen, zoals ze zich voordoen In het dagelijks leven, aan systemen van abstrakte, onveranderlijke en op zich zelf staande begrippen. Deze begrippen zijn het meest wezenlijk en dat is de zaak op zijn kop zetten. Ideeën en zelfbewustzijn zijn ondergeschikt aan het leven. Ze zijn afhankelijk van krachten, driften, machtswil, lichamen etc. De invloed van Nietzsche op het hedendaagse Franse denken is van zeer groot belang, omdat voor hem de centrale begrippen uit de westerse filosofie, zoals subjekt en objekt, het ik en de werkelijkheid e.d., slechts flktles en interpretaties zijn, gedragen door een verborgen machtswil. Nietzsche wordt door hedendaagse Franse auteurs beschouwd als de eerste denker, die de metafysica ontmenselijkt en ontgoddelijkt heeft. De wil-tot-waarheid is geen produkt van een groeiend zelfbewustzijn In de menselijke geschiedenis maar van allerlei duistere instinkten en driften. Deze lezing heeft binnen de cyclus van vier een scharnler-functie. Ze roept als het ware de vraag op in hoeverre het perspektief van de "wil-totmacht" een wezenlijke Invloed heeft uitgeoefend op Foucault's opvattingen over macht en op de opvattingen van Deleuze/Guattarri over het verlangen. Herman Berger is hoogleraar aan de Theologische Fakulteit van Tilburg.
Margreet Dolman in Tilburg 12 maart 21.00 uur COC-pand Koestraat 73 Op 12 maart a.s. komt voor het eerst in haar leven Margreet Dolman, bekend van radio en t.v., naar Tilburg. Ze zal dan haar "one-woman show" in het COC-pand aan de Koestraat 73 ten beste geven.
Liesbeth Coops speelt in "Drie Zusters"
STADSSCHOUWBURG
Poëzie hardop met Lucebert programma "het labyrinth van de macht" Donderdag 17 maart 20.30 uur Studio-zaal Met een speciaal Lucebertprogramma komt de groep "Poëzie Hardop" op donderdag 17 maart in de Studio-zaal. Cox Habbema en Huub Oosterhuls stellen het skript samen en Lucebert zorgt zelf voor het decor van dit project. De regie Is in handen van Cox Habbema en de voorstelling wordt gespeeld door Dlduïne van Delft, Jan Jaap Jansen, Wouter ten Pas en Ghislaine op de Weegh. Lucebert, naar eigen zeggen een 'alles relativerende mysticus, skeptisch zwerver, voorzichtige losbol", is al meer dan dertig jaar als dichter en beeldend kunstenaar werkzaam en bekend. Zelf noemt hij veel van zijn gedichten 'spreekgedichten' en inderdaad blijken ze in een gesproken kader, in theaterproducties van Scarabee en Poëzie Hardop bijvoorbeeld, uitstekend over te komen. Centraal thema in Luceberts poëzie en beeldende kunst is de confrontatie van 'machthebbers' met hun slachtoffers: verdrukten, die hun onderdrukkers tegenkomen. ('Wil ik iets griezeligs maken, dan schilder ik gewoon een mens, die een ander mens tegenkomt'). In een interview uit 1978. 'Het is adembenemend om te zien, wat mensen er niet voor over hebben om een machtspositie te bereiken en vooral om die te handhaven. Ik ben gefascineerd door het machtsprobleem. In mijn poëzie wemelt het van despoten, tirannen, keizers en koningen".
Agenda MAART VRIJDAG 11 MAART Katholieke Hogeschool 16.15 uur, aula: Promotie Mr. M.J.C. Koens. Promotoren: Prof. Mr. M. Rood-de Boeren Prof. Mr. A.H.J. Swart. Titel proefschrift: "Jeugdige vreemdelingen in Nederland". Stadsschouwburg, 19.30 uur: Filmhuis "Die fliegende Artze von Ostafrika" en "Lebenszeichen" van Werner Herzog. Stadsschouwburg, 22.00 uur: Jeder für sich und Gott gegen alle' van Werner Herzog. Stadsschouwburg, 20.15 uur: "Als er liefde bestaat". Gerrie van der Klei, Thijs van Leer en Henk van Ulsen met dit programma als eerbetoon aan Jacques Brei. Samenstelling Ernst van Altena. ZATERDAG 12 MAART Stadsschouwburg, 19.30 en 22.00 uur: Filmhuis (zie 11 maart)
ZONDAG 13 MAART Maranatha, 11.5 uur: Viering eucharistie. Tema: Zacheus, oppertollenaar en hij was rijk: "de helft van wat Ik bezit geef Ik aan de armen": voorafbeelding van een christelijke gemeente? Stadsschouwburg, 11.00 uur: Grote velling in kader van 24-uur Willem-11actie. Olof, 21.00 uur: Borrel
Tilburgs Hogeschoolblad
MAANDAG 14 MAART Katholieke Hogeschooj, 19.30-22.00 uur, S-17: Film Turkse aarde, Hollandse bodem. Lezing over "De leefwijze van buitenlanders" door Mevr. F. Ogunc, medewerkster Stichting Buitenlandse Werknemers Tilburg en Instituut voor Maatschappelijk Werk Tilburg en A. Yenice, medewerker JAC Tilburg. Org. Buro Buitenland. Stadsschouwburg, 19.30 uur: Filmhuis "Auch Zwerge haben klein angefangen" van Werner Herzog. Stadsschouwburg, 22.00 uur: Herz aus Glas" van Werner Herzog. DINSDAG 15 MAART Stadsschouwburg, 19.30 en 22.00 uur: Filmhuis (zie 14 maart). Katholieke Hogeschool, 8.30 10.30 uur, CZ 27: Colloquim economie; overige vakgroepen Prof. Cor Westland (University of Ottawa) over "het beeld van de Canadese overheid t.a.v. vrijetijdsbesteding (in vergelijking met dat in Europa). WOENSDAG 16 MAART Stadsschouwburg, 19.30 en 22.00 uur: Filmhuis (zie 14 maart). Stadsschouwburg, 20.15 uur: Globe met "Drie Zusters" van Tsjechov In een regie van Gerardjan RIjnders. Met o.a. Nettie Blanken, Liesbeth Coops, Joost Prinseh, Huib Rooijmans, Allard van der Scheer en Guusje van Tllborgh. DONDERDAG 17 MAART Katholieke Hogeschool, 13.30 uur, AZ-8: H. Berger over "Wil-totwaarheid en Wil-tot-macht". Studium Generale Cyklus Nietzsche en Hedendaagse Franse Filosofie. Katholieke Hogeschool, 13.30 uur, B-602: Hogeschoolraadsvergadering. Katholieke Hogeschool, 15.30 uur-17.15 uur, AZ-20: M. Bouman over "De literatuur van Spanje". Org. Subfaculteit Letteren. Kultureel Sentrum, 20.30 uur, theaterzaal: Ellen Fischer met "Figurines"; een agressieve, erotische en meeslepende bewegingsperformance. Katholieke Hogeschool, Lezingen door de Franse kunstsocioloog Pierre Bourdieu over "Literaire Instituties" 10.30 en "Elite onderzoek" 14.00 uur. Aanmelden: 662668. Kosten f 25,— Inkl. lunch, (voor studenten f 10, — ). Plaats wordt nader aangekondigd. Org. Faculteit Lettenen. Stadsschouwburg, 19.30 uur: Filmhuis "Stroszek" van Werner Herzog. Stadsschouwburg, 20.15 uur: Robert Paul met zijn eerste one-manshow. Stadsschouwburg, 20.30 uur: Poëzie Hardop met een speciaal Lucebert-programma 'Het labyrinth van de macht'. Stadsschouwburg, 22.00 uur: Filmhuis "How much wood would a Woodschuck suck" van Werner Herzog. Katholieke Hogeschool vanif 16.00 uur, SZ-17: Filmdag met o.a. films van Juan Bunuel, Claude Faraldo en Nagishi Oshima. (zie verder deze pagina). Otof, 19.00 uur: Broomball en feest VRIJDAG 18 MAART Kultureel Sentrum, 20.30 uur: Stichting Arena. 'Arena', een strijdtoneel waarin twee paren (2x een muzikant -i- danser). Stadsschouwburg, 19.30 uur en 22.00 uur (zie 17 maart) Stadsschouwburg, 20.15 uur: Robert Paul. (zie 17 maart)
vrijdag 11 maart
niCHTERKLAP Proletarisch winkelen Dinsdagmorgen 8 nnaart hebben leden van de werkgroep Polek om 11 uur precies de suiker, thee en koffiemelk bij alle koffieautomaten van de hogeschool verwijderd. Grote hoeveelheden suikerklontjes en theezakjes werden vervolgens bij de secretaris van de KHT de heer Hopman op zijn buro gedeponeerd. De studenten van de werkgroep Polek lieten bij de koffieautomaten een pamflet achter waarin zij de reden van deze aktie uiteenzetten. De aanleiding was het recentelijk schrijven van Hopman waarin hij veroordeelde dat het personeel zelf water kookt en daardoor zonder betaling suiker en thee van de hogeschool betrekt. Deze veroordeling, waarin Hopman personeel beticht van diefstal, is voor Polek 'de druppel die de emmer doet overlopen'. In haar pamflet wijst zij er op dat er steeds nieuwe regeltjes bijkomen. Zij herinnert hierbij aan de regels t.a.v. het plaatsen van fietsen, de affiche-regeling, de aanbindpaaltjes voor honden, de kijk- en luistergeldbelasting en de bibliotheekboete van f 2,50 die men direkt na het verstrijken van de inlevertermijn moet betalen. Het gaat niet om die regeltjes op zich, maar, aldus het pamflet, het is Polek te doen om een signaal te geven aan de hogeschoolgemeenschap waarin duidelijk gemaakt wordt dat de mensen vanaf het betreden van het hogeschoolterrein ondergeschikt zijn aan onzinnige voorschriften. Zij wijst er op dat deze, wat zij noemt 'regelneverij', er toe leidt dat mensen en groepen in hun handelen worden beknot, allerlei diensten onpersoonlijker worden en verzakelijken. 'Het gaat hier om een ontwikkeling naar verslectitering van voorzieningen en disciplinering van mensen'. In het pamflet benadrukt Polek dat deze aktie noch
Polek-studenten deponeerden de oogst van hun proletarisch winkelen op de tafel tijdens de CvBvergadering. Kwatongen beweren dat sommige CvB-leden geamuseerd toekeken.
tegen de gebruikers, noch tegen het personeel gericht is. De aktie bij de koffieautomaten werd doeltreffend uitgevoerd en had een rustig karakter. Bij collegezaal C-40 werden de Polekkers zelfs geholpen door enkele omstanders. Maar liefst veertig studenten betraden vervolgens de werkkamer van Hopman tijdens een vergadering van het College van Bestuur. Daar werden de suikerklontjes en theezakjes uitgestort voor de ogen van de verraste bestuurders. Hierna verlieten de aktievoerders - zwaar hoestend en kuchtend, want er hing een zware sigarenrook - ordelijk en rustig de vergaderzaal. In een reaktie zei Hopman dat Polek met deze manier van aktievoeren is afgestapt van haar hoge idealen van vroeger, zowel wat de inhoudelijke materie betreft - suikerklontjes en theezakjes - als met name de vorm van aktievoeren. Want, aldus Hop-
man, de aktievoerders waren al na vijf minuten weer verdwenen. Hopman: "Met deze aktie hebben zij zich verlaagd tot een vorm van proletarisch winkelen". P.P.
De schrik van de professor Bezuinigingen in het onderwijs zijn aan de orde van de dag. Toch zijn er nog mensen aan wie alles zomaar voorbij kan gaan terwijl ze er midden in zitten. Zo kreeg de professor die in z'n eentje het Instituut voor oudHittitische taal- en letterkunde van de Rijksuniversiteit van Utrecht draait, de schrik van zijn leven, toen twee medewerkers van het Utrechtse studentenblad Troof hem in december opzochten met de vraag; " H e t moet wel
Aantekeningen van een kamerbewoner
Strippenkaart door Peter Swelsen Verveeld keek ik om me heen. Ik stond nu al een half uur op de bus te wachten, bij een daarvoor geëigende bushalte. Ik besloot, om wat te gaan doen. Nu zijn er in een situatie zoals hiervoor geschetst niet veel dingen die je kunt ondernemen. Toch had ik twee behoorlijk spektaculaire ideeën. Ten eerste kon ik een flinke aanloop nemen, en daarna met mijn kop keihard tegen een wachthuisje lopen. Deze bezigheid wordt ook wel headbangen genoemd (schijnt in Amerika enorm populair te zijn). Of ik kon, overigens voor de zoveelste keer, de strippen op mijn buskaart gaan tellen. Ik had juist voor de eerste mogelijkheid gekozen, toen ik in de verte een dame aan zag komen. Flexibel als ik ben besloot ik om op een andere vorm van amusement over te schakelen, die in vakkringen sociaal contact heet. Ja, u snapt het al, ik besloot om een praatje te gaan maken met de naderende dame. Daar kijkt u natuurlijk Tilburgs Hogeschoolblad
een grote schok voor U geweest zijn, toen u vernam dat uw instituut zou worden opgeheven". De arme man wist nog van niets. "Opgeheven"? Wat is dat nu weer voor een malle praat, hoe komen jullie daarbij? was zijn reactie. Het bleek dat hij als sinds 1967 het universiteitsblad niet meer las om "die vieze en voze grappen ten koste van anderen" die erin stonden, en hij volgde ook al meer dan tien jaar geen faculteitsvergaderingen meer. Daar zouden teveel opstandige jongelui bijzitten en bovendien werd hij al jaren niet meer uitgenodigd. Ook troffen de Troofmedewerkers op het buro van de professor ongekende hoeveelheden ongeopende post aan. Geen wonder dat hij nergens iets vanaf wist. Troof schrijft: "Langzamerhand begon de afschuwelijke waarheid tot hem door te dringen. Mismoedig keek hij voor zich uit.
"Dat kan toch helemaal niet niet", mompelde hij, "dit prachtige instituut, zomaar opheffen, er zijn toch al zo weinig mensen die vertrouwd zijn met de onvoorstelbare rijkdom van de Hittitische cultuur". Aan het instituut studeren welgeteld drie mensen: Juffrouw van Nispen die er eerst jarenlang de koffie heeft rondgebracht, een gepensioneerde schout-bijnacht, die zich vooral bezighoudt met oud-Hittitische strijdliederen, en een jong meisje, volgens de professor "het zonnetje in huis". De professor vond zeker dat er op het ogenblik maar weinig studenten zijn, maar dat kan volgens hem snel veranderen. " I n de jaren zestig was er ook opeens een toevloed van studenten. Dat waren weliswaar rare, langharige snoeshanen die onder het college vreemdriekende sigaretten rookten, maar blijkbaar waren zij ook gefascineerd door de culturele opvattingen van de oude Hittiten. "Helemaal te w o w , die hittiten" zei een van de jongens altijd", vertelde de professor aan Troof. Een fusie met het Hittitisch Instituut in Amsterdam is wel het laatste waar de professor aan zal denken. " W a t ? " , zei hij verbeten op een suggestie van Troof in die richting, "Gaan werken onder die knoeier van een Fercranusch? Dat nooit! Vroeger, bij mij op het college, wist die charlatan ook al nooit het verschil tussen GLETHITH en vormen als CLATH-GIT. Dan laat ik me nog eerder opheffen, maar dat zal ze nog niet meevallen." KB
enorm van op. Toch heb ik eens een keer gelezen (oh ja, in Nietsche) dat het een aantal jaren (nog niet eens zo gek lang geleden) heel normaal was dat mensen op straat met elkaar praatten. De vrouw was ondertussen voldoende genaderd om haar ouderdom vast te stellen. Ze was waarschijnlijk een plompe dertiger, het type van de moeilijke overgang. Ze leek me trouwens wel iemand die al minstens twee postnatale depressies achter de rug had. Ik zei tegen haar: "De bussen rijden 's nachts behoorlijk onregelmatig". "Dat weet ik niet", antwoordde ze, ik begeef me normaal niet bij nacht ende (zou ze toch ouder geweest zijn?) ontij op straat. Intuïtief schakelde ik over op een andere vorm van vermakelijkheid (daar hang ik van ineen). Deze vorm wordt in literaire kringen psychotisch doen genoemd. Da's voor mij hetzelfde als het bang maken van vrouwen van onbekende leeftijd. Daarom zei ik tegen haar: "Dat hadden we dan ook maar beter niet gedaan mevrouwtje". Een en ander zei ik zo griezelig (gecombineerd met mijn uiterlijk geeft dat echt een horroreffect) dat ik eigenlijk verwachtte dat het mens de benen zou nemen. Niets bleek minder waar. Ze keek me koel aan, hief toen haar paraplu en gaf me daarmee een enorme dreun op mijn kop (voor de kritische lezers vermeld ik hier terzijde dat het regende). Na die slag geraakte ik meteen bewusteloos. Toen ik bijkwam bleek ik de bus gemist te hebben. Hè dat was nu echt vervelend, nu was ik gedoemd om weer op zijn minst een half uur te wachten. Uit verveling besloot ik maar mijn strippen op mijn strippenkaart te gaan tellen. Tenslotte had ik mijn dagelijkse portie headbangen ruimschoots gehad. Na lang zoeken Meek ik echter niet meer de gelukkige bezitter van een schone kaart te zijn. Ik kon na diep nadenken en verwoed deduceren niet anders concluderen dan dat het papapluwijf hem gestolen had. Dat was even grof. Ik was ontzet. Nu snapte ik plotsklaps waarom mensen nauwelijks meer met elkaar praten. Dat is gewoonweg gevaarlijk. In het vervolg praat ik niet meer met vreemde vrouwen. vrijdag 11 maart