Skip to main content

1983 02 04

Page 1

Tilburgs Hogeschoolblad - 4 februari 1983 - jaargang 20 - nummer 19

m

Tilburg moet 2,81 miljoen inleveren /n een voorste/ van de taakverdelingscommissie sociale wetenschappen moet de Tilburgse hogeschool 1,15 miljoen gulden inleveren op de subfaculteiten sociologie en psychologie. Bij psychologie gaat, in de voorlopige plannen van de TVC onder voorzitterschap van de heer J. W. Hoffman, een van de afstudeerrichtingen klinische psychologie of arbeids- en organisatiepsychologie uit Tilburg verdwijnen. Uit betrouwbare bron blijkt, dat Tilburg in de naaste toekomst op verschillende fronten nauwer moet gaan samenwerken met de Katholieke Universiteit van Nijmegen. Voor wat sociologie betreft wordt gesproken van een 'regionale samenwerking', zonder dat wordt uitgelegd wat hier onder precies te verstaan. Voor psychologie is er sprake van een 'takenruil c.q. opheffing, klinische psychologie en/of arbeids- en organisatiepsychologie' tussen Tilburg en Nijmegen. De opheffing van een der afstudeerrichtingen in Tilburg zou een verzwaring

Lansink: "De Kamer heeft wel ingestemd met de operatie Taal<verdeling en Concentrati} maar lieeft zich niet gecommitteerd aan enige randvoorwaarden". Dit zegt dr. A d Lansink, onderwijsspecialist van de grootste regeringsfractie, het CDA, en partijgenoot van minister Deetman van Onderwijs en Wetenschappen. In het gesprek dat Reinier Bakker en Jos Veldhoven van het Delftse Hogeschoolblad DELTA met hem hadden relativeert Lansink het bedrag van 258 miljoen dat de landelijke TVC-commissie bij elkaar moet zien te sprokkelen. Hij vindt het belangrijker dat de colleges van bestuur besloten hebben zelf de schouders te zetten onder de operatie Taakverdeling en Concentratie. De Vaste Kamercommissie voor Onderwijs en Wetenschappen gaat zich op 14 februari voor het eerst uitvoerig buigen

van diezelfde richting in Nijmegen tot gevolg hebben en omgekeerd. Tesamen zouden deze veranderingen binnen de sociale wetenschappen voor Tilburg een bezuiniging van 1,15 miljoen kunnen opleveren. Hoe dit bedrag moet worden verdeeld tussen sociologie en psychologie was bij het ter perse gaan nog niet bekend. De sociale faculteiten in den lande zullen gezamenlijk een bezuiniging van 25 miljoen moeten opbrengen. Zeventien miljoen daarvan is voor rekening van de universiteiten en hogescholen in de

randstad, de resterende 8 miljoen is voor de instellingen in de regio. De Katholieke Hogeschool Tilburg zal in de totale bezuinigingsoperatie die er voor de universitaire wereld op stapel staat worden aangeslagen voor een bedrag van 2,81 miljoen. Sociale wetenschappen zoals gezegd 1,15 miljoen, ekonomie 7,5 t o n , rechten 2 t o n , wijsbegeerte ruim 1 t o n , en de algemene diensten 6 t o n . De letterenfaculteit zal worden gespaard en hoeft niets in te leveren. Op het eerste oog lijkt de KHT gespaard te worden, zo reageert het Tilburgse CvB op de taakverdelingsplannen, maar op de lange termijn krijgt Tilburg in deze opzet niet de kans om de opgelopen structurele achterstand In te halen. Als groelinstelling zou Tilburg eigenlijk helemaal niet hoeven inleveren. De 2,81 miljoen gulden bezuiniging die nu voor de KHT worden voorgesteld, is ruim één-honderdste van de 258 miljoen door het W O te bezuinigen.

De onvoltooid verleden tijd Het verleden is nooit voorbij. Prof. Harry Peeters heeft het op de middenpagina over historische psychologie. Inzicht in historische vormen van gedrag is, aldus Peeters, voor een scherp inzicht in het huidig tijdsgebeuren onontbeerlijk.

2

Avondstudenten moeten het vaak stellen met een minimum aan voorzieningen zoals in een nachtelijk station of vlieghaven. Er ligt nu een advies van een commissie op tafel om de avondlijke 'sfeer' op de KHT te verbeteren. Lees ook over de nieuwe avondrector op pag. 4

5

Onder filosofen Van Doorne en Ruys in de voetsporen van Habermas.

T.G.

258 miljoen op z'n plaats over de TVC-operatie. Lansink vertrouwt erop dat de inspanningen van de CvB's In de TVC-commissie iets opleveren. "Maar ik kan me voorstellen dat het resultaat niet is wat de minister er zich van voorstelt". Deetman heeft zich het bedrag van 258 miljoen nu wel tot doel gesteld, voor Lansink is het echter de vraag of dat in die korte periode haalbaar is. Hij vindt dat ook eigenlijk niet zo belangrijk. "Belangrijker is de bereidheid van de instellingen om er tegen aan te gaan". Lansink legt er de nadruk op dat de Kamer weliswaar heeft ingestemd met de TVC-operatie, maar zich nog niet heeft uitgelaten over de randvoorwaarden. De Kamer heeft bijvoorbeeld géén uitspraak gedaan over de voorwaarde die Deetman heeft gesteld dat de instellingen in de randstad méér moeten inleveren dan die

erbuiten en eveneens niet over de randvoorwaarde dat de groeiinstellingen ontzien moeten worden. Lansink: "Ik snap ook niet hoe die erin is geslopen. Die randvoorwaarde is er niet door de Kamer ingebracht, om het voorzichtig te zeggen". De CDA-politicus wijst er wel op dat taakverdelen en concentratie op zich ai spreiden inhoudt: "Daar zit je aan vast, maar wij hebben het de instellingen nooit opgelegd. Dat zou niet stroken met onze bedoelingen". Op de vraag welke status het plan van de TVC-commissie voor de Kamer krijgt heeft Lansink geen direct antwoord. Wel wijst hij op de complicatie dat het een plan wordt van de CvB's en niet van de instellingen. "De CvB's komen met een plan en dat moet binnen de instelling tegenover de universiteitsraad en in sommige gevallen het stichtingsbestuur verdedigd worden. Het zal dan vermoedelijk wat worden bijgesteld. Dan komen wij aan de beurt", zo schetst Lansink de procedure. "Wanneer het plan echter door de raden wordt afgewezen, dan zullen wij tegen de minister zeggen: ga iets maken, voortbouwend op hetgeen waar wel over bereikt is. ( ) Ik verwacht overigens niet dat ze op het departement inmiddels hebben stilgezeten."

Tot op heden durft nog niemand van de KHT zijn of haar auto te parkeren op de gloednieuwe parkeerplaats achter het Tuinhuis en Gebouw O. Blijkbaar is de parkeerplaats moeilijk te vinden. De afdeling Bouwzaken van dienst DBH geeft toe dat de parkeerplaats enigszins "afgelegen" ligt. Volgens DBH wordt er weinig geparkeerd omdat de doorgang vanaf de oarkeerplaats naar Gebouw S en O er zeer rommelig bijligt. Dit komt, omdat er nog gebouwd wordt aan het daartussen liggende dierenverblijf.

I

8/9


MATSERTJES PERS

KOLOFON 'Technologische Ontwikkeling', 'Ar­ beid' en 'Overheidsgedrag en de Publie­ ke Sektor'. De nota van de werkgroep moet eerst nog de sectie Economie van de Academische Raad passeren waarna de minister zijn standpunt zal bepalen. Als alles goed gaat kan in september 1984 gestart worden met 100 studenten, uitlo­ pend tot 300 in 1987. In de Universiteitsbladen van deze week ook veel informatie over de nieuwe stu­ diefinancieringsplannen. Het overgrote deel van de commentaren is kritisch tot zeer kritisch van aard. Verder berichten over de voortgang van de L andelijke TVC (Taakverdeling en ConcentratieJ­ Commissie. Deze Commissie, die samen­ gesteld is uit leden van de Colleges van Bestuur van de universitaire instellingen, beraadt zich over de invulling van 258 miljoen die de minister het W.O. oplegt. Alom paniek en onzekerheid! Eindhoven, Delft en Twente moeten respectievelijk 8,2, 17 en 2,8 miljoen in­ leveren. THT­NIEUWS: bij de Katholie­ ke Universiteit Nijmegen bestaat twijfel over het voortbestaan van de letterenstu­ dies Spaans en Portugees KU­NIEUWS en de UNIVERSITEITSKRANT van Groningen meldt dat de TVC­commissie

van plan is de universitaire vestiging te Friesland (Ubbo Emmius) te liquideren. Ook de Groningse letterenfakulteit moet inleveren. Hoogstwaarschijnlijk worden de studierichtingen Roemeens, Indische Talen, Egyptisch en Italiaans opgeheven. Het ziet er naar uit dat de RUG om en nabij de 28 miljoen moet gaan bezuini­ gen. Reden voor het Groningse College van Bestuur een "keur van politici uit de drie noordelijke provincies" een nood­ brief te sturen. Het CvB vreest dat de be­ zuinigingen een verlies van in totaal 1000 arbeidsplaatsen in de regio zal veroorza­ ken. Wat er met de Sociale Wetenschap­ pen staat te gebeuren is nog hoogst onze­ ker. Voor Tilburg staat de positie van de SPW, de SSCW en de CIF tet discussie. L.v.W.

Avondstudenten krijgen de ruimte

GEZOCHT: Voor het opzetten van een rechts/wetswinkel in Waalwijk: (gevorderde) rechtenstudenten. Reakties: Hans van Dijk, Distelplein 54, Waalwijk.

Uit de universiteits­ bladen In een aantal Universiteitsbladen deze week aandacht voor de prognoses met betrekking tot het aantal te verwachten eerstejaars. In tegenstelling tot wat velen dachten is de belangstelling voor het stu­ deren aan een instelling voor Weten­ schappelijk Onderwijs nog steeds groot. De interesse is vooral merkbaar bij de kleine instellingen: de KHT, de Techni­ sche Hogeschool Twente en de Rijksuni­ versiteit L imburg. Deze instellingen zijn eens door het Rijk aangewezen als groei­ instelling. De instellingen zijn dan ook druk bezig allerlei studierichtingen bin­ nen te halen. Zoals bekend ijvert Tilburg onder meer voor Vrijetijdskunde en So­ ciale Zekerheidskunde. Maastricht is be­ zig met o.a. bewegingswetenschappen en economie en Twente met bestuurskunde. Met bewegingswetenschappen is het overigens niet helemaal gelukt, zo meldt OBSERVANT , het persorgaan van de Rijksuniversiteit L imburg. Weliswaar heeft Maastricht het pleit van Groningen gewonnen, alhoewel de laatste instellin­

wt

gen nog enige speelruimte ziet, aldus de UNIVERSITEITSKRANT GRONIN­ GEN, maar de nieuwe wetenschap krijgt niet de status van studierichting maar van afstudeervariant binnen de Sociale Gezondheidskunde. De minister beargu­ menteert deze keuze als volgt: "voor een aparte nieuwe studierichting is geen plaats ... omdat de bestaande VU­ opleiding L ichamelijke Opvoeding na enige uitbreiding van de capaciteit de toeloop van studenten wel kan opvan­ gen. " Een ander argument vindt de mi­ nister in het beleid van "horizontale dif­ ferentiatie"; het, na een gemeenschappe­ lijke propadeuse, plaatsen van meerdere afstudeervarianten binnen een afstudeer­ richting. De RUL denkt, binnen dit be­ leid, de minister nog een nieuwe variant te kunnen voorleggen namelijk die der Geestelijk Gezondheidskunde. Een stu­ dierichting in Limburg die bij de minister wel genade kan vinden is economie. Over de inhoud en de vorm van deze studie heeft zich een werkgroep gebogen onder voorzitterschap van dr. W. Albeda, oud­ minister van Sociale Zaken en Werkgele­ genheid. Als het aan de werkgroep ligt zullen toekomstige economiestudenten kunnen kiezen uit drie studierichtingen:

In december '82 verscheen een advies van de commissie Tec/i­ nische Voorzieningen Avondopleidingen, waarom door het Col­ lege van Bestuur in september '82 was gevraagd. Het is geen taai doorwrocht advies geworden, maar een scala aan heldere en praktische adviezen, die duidelijk tegemoet komen aan de procentuele toename van avondstudenten in de totale studen­ tenpopulatie aan de Hogeschool én aan de al vaak door avondstudenten geuite wensen ten aanzien van faciliteiten voor hun onderwijs.

dagavond), in de doctoraalfase ook sa­ men met dagstudenten; het openstellen in de avonduren van allerlei diensten en studentenvoorzieningen, liefst gebun­ deld in een soort " s h o p " ergens in ge­ bouw S, openstelling bibliotheken en dictatenmagazijn etc. E en en ander zou, behoudens enkele onvoorziene kosten, ruim f 106.000,— gaan kosten aan extra formatieplaatsen en extra energiever­ bruik. De commissie acht dit zonder meer een verantwoorde uitgave.

De tijd dringt. Hoewel de commissie in haar uitgangspunten stelt, d a t " .... de daartoe nodige te treffen voorzieningen ten behoeve van avondstudenten niet al­ leen moeten worden gebaseerd op prog­ noses met betrekking tot de toestroom", zijn er toch weinig andere argumenten te vinden in het advies. Ook de concurren­ tie van de Rijksuniversiteit Limburg en de Open Universiteit worden nog eens van stal gehaald. De commissie wil geschikte overleg­ en samenwerkingsvormen tot stand bren­ gen tussen faculteiten, vakgroepen en onderwijs­ en onderzoeksondersteunen­ de diensten (o.a. de bibliotheek), zij wil gelijkwaardige voorzieningen voor avondstudenten en vooral ook een goe­ de 'sfeer' op de Hogeschool voor deze categorie studenten. Letterlijk schrijft de commissie: "Het geheel {óe hogeschool­ campus, PE ) ademt dezelfde sfeer als een nachtelijk station of vlleghaven; nog

WEINIG TE GE NSTAND

juist dat minimum aan personeel en voorzieningen is overgebleven dat voor die ene late trein of voor dat ene, verlate vliegtuig nodig is. Maar je proeft het: als dat nog afgewikkeld is, gaat de tent me­ teen ook dicht". Zij beveelt dan ook aan te streven naar een noodzakelijke mentaliteitsverande­ ring bij betrokken faculteiten, docenten en diensten van de Hogeschool. De sub­ faculteit Sociaal­culturele Wetenschap­ pen wordt hierbij als goed voorbeeld ten tonele gevoerd. E en tweede aanbeveling is een aktief beleid te voeren ten aanzien van de avondstudenten. Vervolgens worden een 18­tal uitwerkin­ gen gepresenteerd, die tot gevolg moe­ ten hebben, dat er over niet al te lange termijn structurele voorzieningen voor avondstudenten komen. E en aantal er­ van zijn: invoeren van vier college­avonden per week (met uitzondering van de donder­

Om te voorkomen, dat er straks allerlei problemen ontstaan, is de commissie zo handig geweest diverse diensten etc. al bij voorbaat te polsen naar hun bereid­ heid om aan deze structurele voorzienin­ gen mee te werken. Naast de dienst Restauratieve Voorzieningen, die overi­ gens al ettelijke jaren soep en broodjes verzorgt in de avonduren, lijkt het me­ rendeel van het KHT­personeel welwil­ lend te staan tegenover deze nieuwe plannen. Ook al zal er zeker omtrent de inhoudelij­ ke en vormtechnische aspecten van dit onderwijs nog het een en ander ter tafel moeten komen, er lijken nu toch weinig technische belemmeringen meer te zijn op de Hogeschool om het onderwijs aan avondstudenten als een volwaardige tak van universitair onderwijs uit te bouwen. Paul E monts

■iHim a t s e r t j e S^BI 'Matsertjes' kunnen worden opgegeven bij de redaktie. Tot 30 woorden kosten ze ƒ 5,-; onder nummer ƒ 2,50 extra. Reakties op advertenties onder nummer naar de redaktie sturen. TE KOOP: Wetboeken van Strafrecht en Strafvordering; editie Cremers. Geheel bijgewerkt en in prima staat, ƒ 40,— (nieuwprijs: ƒ 66,—) Tel. 013-671818.

tilburgs .v - ^ "'-'. hogeschoolblad weekblad voor de katholieke hogeschool tilburg reilaktie eddie vaes (hoofdredakteur) twan geurts, lennart kik, ellen nooyen, angela lodder (assistente) medewerkers paul emonts, wouter van gils, peter pennartz, henk zomer, wilma okkerse, sjef stoop, klaudie biemans, )ohn versieyen samenstelling redaktieraad prof mr p van seters (voorzitter), dr i koning, dr h van erp, drs j van de net, f hummelman, m ackermans (adviseur), t nilsen, r geurtsen, a de laaf, drs th schouw officiële mededelingen buro pers en voorlichting cartoonist ad van haandel, henk van de berg advertenties angela lodder kopij alle kopij moet uiterlijk op donderdag de week vóór het verschijnen in het bezit van de redaktie zijn redaktie-adres/advertenties hogeschoollaan 225, tilburg, telefoon (alleen voor thb) 662277 en 662506 intern 2277 en 2506 kamer 207 en 208 (gebouw b) foto rien siers landelijk samenwerkingsverband universitaire pers (up) waarbij verder aangesloten ad valvas (vu amsterdam), wagenings hogeschoolblad, utrecht universiteitsblad, thd-nieuws (delft), thberichten (eindhoven), tht-nieuws (twente), observant (maastricht), uk (groningen) en ku nieuws (nijmegen) druk drukkerij em de jong bv, baarle-nassau vormgeving Willem van zoetendaal abonnementen voor niet-hogeSchoolleden f 1 5 , - per jaargang

I

r


Meer of minder eerstejaars? Twijfels aan Leids onderzoeic In een onderzoek van C. Gerritsen, M. Koornstra en E. Wiercx van Rhijn van de Universiteit van Leiden is voorspeld dat het aantal eerstejaarsstudenten aan de KHT de komende twintig jaar met 38% afneemt. Tot 1991 zou het aantal vrijwel gelijk blijven. Daarna zou de invloed van de geboortedaling in Brabant en de sterke deconfessionalisering op de studentenaantallen goed merkbaar zijn. Omdat de KHT een groeiinstelling is, wordt volgens de onderzoekers deze terugval nog ingeperkt, maar alleen Nijmegen, Eindhoven en de Vrije Universiteit van Amsterdam zullen een nog grotere afname kennen (respectievelijk 40, 54 en 42 procent). De enige instelling die groeit is de Rijksuniversiteit van Limburg, die krijgt de komende twintig jaar 183% meer eerstejaarsstudenten. Het aantal 18 tot 20 jarigen neemt tussen 1990 en 2000 met 25% af. De daling van het aantal eerstejaars die daarmee gepaard gaat verloopt volgens de onderzoekers echter niet evenredig over de universitaire instellingen. In de zuidelijke provincies zijn de geboortecijfers in de jaren zeventig sterker afgenomen, terwijl de bevolkingsdichtheid daar kleiner is dan in de randstad. Omdat steeds meer mensen kiezen voor een opleiding aan de dichtstbij gelegen universiteit of hogeschool (nu 80%) zouden de zuidelijke instellingen in de toekomst behoorlijk moeten inkrimpen. In het rapport staat: " A l dus bezien is het de vraag of er wel bestaansrecht is voor vier instellingen van wetenschappelijk onderwijs in ZuidOost Nederland (nl. KUN, RL, THE en KHT). Het aantal eerstejaars in Limburg, Noord-Brabant en Gelderland bedraagt naar verwachting in 2001 respectievelijk 950, 2140 en 1960, tesamen 5050. Hiervan gaat circa de helft elders studeren (voornamelijk Utrecht en Wageningen), terwijl minder dan een kwart voor de zuid-oostelijke instellingen uit andere provincies komt. Gemiddeld kunnen de-

ze instellingen dan ook zonder geforceerde verplaatsing van studenten niet boven de 750 eerstejaarsstudenten per jaar komen, ook niet indien men het pakket van studierichtingen voor deze instellingen zou uitbreiden". In het Leidse universiteitsblad Mare zei Koornstra vorige week dat het tijdstip van publicatie van het rapport niet toevallig gekozen is. Hij wilde de resultaten absoluut publiceren voordat in de Taakverdelingscommissie definitieve beslissingen zouden worden genomen over de bijdrage van elk der universiteiten aan de 258 miljoen. Mare: " H i j ontkent dat hij heeft gerekend met beleidsrijke cijfers. "Deze voor Leiden zo gunstige uitkomst heeft mij ook verrast", zo reageerde hij, "maar ik wil niet ontkennen dat ik hoop dat de resultaten van dit onderzoek straks ook ten gunste van Leiden zullen uitpakken. Gewoon omdat het een van de universiteiten is waar straks een relatief groot aantal studenten blijft studeren. Tenzij natuurlijk de minister studenten naar andere universiteiten deporteert of het in Leiden of elders onmogelijk maakt bepaalde

Plan voor 32-urige werkweek in het W.O. Door de bezuinigingen op het Wetenschappelijk Onderwijs staan 3000 banen op de tocht. De gematigd progressieve DAK-fraktie van de Universiteitsraad van de VU in Amsterdam wil daar wat aan doen via een plan om een vierdaagse werkweek in te voeren binnen het Wetenschappelijk Onderwijs, waardoor ontslagen voorkomen worden. Op 1 maart organiseert deze fraktie een dag waarvoor alle Hogeschool- en Universiteitsraden zijn uitgenodigd. Na een forumdiskussie over "herverdeling van de arbeid" willen de inrichters proberen te komen tot een interuniversitair overleg om het plan van arbeidsverkorting over het hele WO uit te werken. Als er enigszins overeenstemming tussen de verschillende raden te bereiken is, verwacht Amsterdam ook de vakorganiTilburgs H o g e s c h o o l b l a d

saties en de overheid mee te krijgen. In een artikel in het VU-magazine van deze maand, geven Egbert Boeker en Bob Goudzwaard een toelichting op het plan. Beiden zijn hoogleraar aan de V U , Boeker is lid van de Universiteitsraad voor de DAK-fraktie. Een vermindering van 3000 arbeidsplaatsen betekent dat 10%'van het personeel dat nu in het W O werkt zal moeten verdwijnen. Boeker en Goudzwaard stellen dat, ook al zou de economie weer opbloeien, door de automatisering steeds meer arbeidsplaatsen verloren gaan. Het gevolg is dat steeds minder mensen 40 uur per week werken; de rest is werkloos. De beschikbare arbeid kan echter ook over meer mensen verdeeld worden, dat is het gevolg een kortere werkweek. Het laatste vinden ze een betere oplossing. Werklozen hebben immers steeds minder uitzicht, er ontstaat een grote ongelijkheid in de samenleving tussen werkenden en niet-werkenden, en de mensen die een baan hebben kunnen bij arbeidskonflikten gemakkelijk ontslagen worden, omdat velen klaar staan om hun plaats op te vullen. Vanuit deze gedachte komen Boeker en Goudzwaard tot arbeidstijdverkorting in het W O . Het sluit bovendien aan bij de

studies te volgen die nu nog wel in het pakket zitten. Maar dat lijkt mij allemaal uiterst onwaarschijnlijk". De Tilburgse demograaf G. Frinking vindt dat de Leidse onderzoekers een werkstuk van twijfelachtige kwaliteit hebben afgeleverd. In zijn kritiek op het onderzoek schrijft hij: "In een periode waarin de instellingen van wetenschappelijk onderwijs verwil<keld zijn in een unieke operatie, gericht op het vinden van een bedrag van 258 miljoen gulden aan strukturele bezuinigingen, hebben zij met de publikatie van hun rapport de diskussie over concentratie en taakverdeling in niet geringe mate vertroebeld". Frinking heeft kritiek op het cijfer dat Gerritsen heeft gebruikt voor het aantal 18 tot 20 jarigen per provincie in het jaar 2001. Gerritsen is daarbij zonder nadere motivatie afgeweken van de meest recente bevolkingsprognose van de Rijks Planologische Dienst. Verder meent Frinking dat er geen j-ekening is gehouden met het beleid van de overheid, dat erop gericht is de deelname aan het W O in de randprovincies te stimuleren: "De zuigkracht van de instellingen zal voor

ontwikkelingen in andere bedrijfstakken. En de salarissen in het WO liggen over het algemeen zo hoog, dat het niet zo snel financiële problemen voor het personeel met zich meebrengt. De DAK-fraktie wil nu dat de werkweek voor al het personeel bij alle instellingen voor het WO verkort wordt tot 4 dagen of 32 uur. Iedereen die nu 40 uur werkt zou voor 20% ontslagen moeten worden. Tien procent zou al 3000 banen opleveren, maar, schrijven Boeker en Goudzwaard: "Bij reduktie van de werkweek tot slechts 36 uur ontstaan er te weinig vacatures en komt er geen jongere in. Dat is niet alleen slecht voor de jongeren zelf, maar ook voor de organisatie. Door de inbreng van nieuwe mensen met frisse ideeën blijft de organisatie levend. Dat geldt stellig voor de wetenschap, die het bij uitstek moet hebben van jonge enthousiaste mensen". Met het wachtgeld dat bespaard wordt door de 3000 mensen niet te ontslaan, zou de regeling voor het gedeeltelijk ontslag en de gevolgen daarvan voor het zittende personeel betaald kunnen worden. Volgens Boeker en Goudzwaard zou daarmee het pensioen en de sociale uitkeringen op het oorspronkelijke nivo gehouden kunnen worden, en de salarissen van mensen die eerst het minimumloon verdienden zouden ermee kunnen worden aangevuld. Volgens de schrijvers

een belangrijk gedeelte afhangen van een door de overheid te voeren stimuleringsbeleid". Frinking vindt dat aan de onderzoeksresultaten een zeer relatieve betekenis moet worden toegekend: "Zou men bijvoorbeeld uitgaan van de meest recente, door de RPD opgestelde regionale bevolkingsprognoses en voorts de differentiatie in de provinciale belangstelling voor het WO in 1981 als uitgangspunt nemen, dan zou de daling van het aantal eerstejaars aan de zuidelijke instellingen (exclusief Maastricht) niet meer dan 20% bedragen. De Leidse onderzoekers komen in hun berekeningen tot een percentage van ruim 40% en roepen hiermee de vraag op naar het bestaansrecht van deze instellingen op wat langere termijn." Bij het Centraal Buro Aanmelding en Plaatsing hadden zich op 10 januari 30.726 mensen gemeld die in het volgende studiejaar een opleiding aan één van de dertien universiteiten en hogescholen willen volgen. Op 18 januari vorig jaar waren dat er 31.245. De verwachting is, dat het aantal inschrijvingen nog stijgt. Informatica, Bedrijfskunde en Rechten krijgen meer eerstejaars dan vorig jaar. De popularititeit van Geneeskunde nam flink af, en ook bij Letteren, Diergeneeskunde, Sociale Wetenschappen, Wis/Natuurkunde en Technische Wetenschappen was een daling van het aantal inschrijvingen merkbaar. De kleine instellingen in Twente, Limburg en ook de KHT kregen meer aanmeldingen dan in '82, de meeste grote universiteiten minder. In Utrecht liep het aantal zelfs terug met 450. Tussen 10 en 18 januari nam het aantal inschrijvingen voor het volgende studiejaar op de KHT toe met 103 tot 1319. Het waren voornamelijk aanmeldingen voor Economie, Sociologie en Rechten. K.B. blijft er zelfs geld over, omdat er méér mensen aan het werk zijn en er dus bespaard kan worden op werkloosheiden bijstandsuitkeringen. ~ Voor het zittende personeel zou er wel de garantie moeten komen dat ze de eerste tien jaar niet weer met een ingrijpende arbeidstijdverkorting worden gekonfronteerd. Het personeel zal grote aantallen ontslagen moeten afwegen tegen een moeilijkere financiële positie. Een werkgroep van de ABVA-KABO heeft ook een plan ontwikkeld om de werkgelegenheid in het WO te vergroten. Zij willen een aanzienlijke inkomensnivellering aan de top. Boeker en Goudzwaard vinden echter dat hun plan daar mee samen kan gaan. Naast financiële voordelen zien de schrijvers ook andere positieve konsekwenties. Iedereen krijgt meer tijd zodat de mensen bijvoorbeeld meer kunnen gaan schrijven en meer kontakten met mensen en instanties buiten de universitaire wereld kunnen onderhouden, wat volgens hen een betere integratie betekent. Bovendien kunnen vrouwen makkelijker gaan werken en mannen wat meer in het huishouden helpen. Het plan is alleen haalbaar als het bij de universiteiten een grote mate van instemming geniet. Of dat zo is zal op 1 maart moeten blijken. K.B. 4 februari 1983


K

Tascisme is van alle tijden

Marcus Bakker

Prof. Vranken hoogleraar Het Stichtingsbestuur van de Katholieke Hogeschool heeft per 1 januari professor mr. J.B. Vranken (34) benoemd tot gewoon hoogleraar in het privaatrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid. Vranken is de opvolger van professor mr. J . Nieuwenhuis.

Prof. Willems, tweede vertrouwensman. Het College van Bestuur heeft professor Willems benoemd als tweede vertrouwensman van de Hogeschool naast Erwin Eij. Via Eij loopt de intake van probleemgevallen, de aanpak wordt in onderling overleg geregeld. Op maandagavond 31 januari hield IVIarcus Bakker een lezing over fascisme. De bijeenkomst, die georganiseerd was door de werkgroep Politieke Economie trok zoveel belangstelling dat de bezoekers tot tweemaal toe naar een grotere collegezaal moesten verhuizen. Uiteindelijk streek het gezelschap neer in AZ 13. In zijn betoog beschreef de oud CPN fractievoorzitter de oorzaken van het fascisme. Hij belichtte het virulente en agressieve fascisme uit de dertiger jaren in Nazi-Duitsland en Italië. Het fascisme, dat momenteel in Nederland binnen de NVU en centrumpartij de kop opsteekt tracht onvrede te mobiliseren en om te zetten in vijandschap jegens minderheidsgroeperingen. Fascisme vertoont, aldus Bakker, steeds dezelfde trekken. Het is anti-liberaal, anti-socialistisch en keert zich tegen het communisme. Wel kun je vaststellen, dat inhoud van het fascisme aan historische veranderingen onderhevig is. Wrok, gekrenkt militarisme, economische ontreddering, angst voor het socialisme en de uitzichtsloze misère van de kleine man kunnen de voedingsbodem van fascisme vormen. Vakbonden en linkse organisatie in de politiek moeten in een strijd voor meer tolerantie een tegenbeweging vormen tegen vormen van opkomend fascisme. Hij wees in dat verband op het werk van anti-fascisme comités. Over de relatie tussen kapitalisme en fascisme zei Bakker, dat het fascisme geen bewuste creatie is van het kapitalisme. Maar het grootkapitaal schrikt er niet voor terug, het fascisme bewust als middel te gebruiken als dat in z'n kraam te pas komt. Bakker citeerde de schrijver J.B. Charles, die eens opmerkte, dat fascisme 'iets van alle tijden' is. Bakker wees erop, dat de strijd tegen het fascisme wel degelijk vrucht draagt. De Anjerrevolutie in Portugal, het verdwijnen van de Griekse kolonels en de recente overwinning van links bij de verkiezingen in Spanje laten zien, dat de democratie ruime kansen heeft.

Rijdende gastvrijheid Wie iets wil leren, moet in de trein gaan zitten. De routes over Utreclit zijn de mooiste, want in Utrecht vergadert de zakenwereld. De trein naar Den Haag is ook heel interessant, want in Den Haag en omgeving staan departementen; daar is het een komen en gaan. Vooral in tijden van bezuinigingen. Wie de trein naar Den Haag mist, wordt in deze barre tijden dubbel gepakt. Het is verstandig om niet altijd in dezelfde klasse te reizen. De onderbouw van onze samenleving reist tweedeklas; voor een paar gulden extra zit je comfortabel temidden van de bovenbouwvakkers. Zorg voor afwisseling: blijf niet te lang bij één groep hangen. Stap eens over. 's Ochtends wordt door de vergaderaars in de trein de strategie van de dag besproken. Men vertelt elkaar wie gevaarlijk is en hoe je anderen de das om kunt doen. Men leert elkaar ook kennen: zakenlieden en bestuurders die anders geen tijd voor elkaar hebben, vertoeven in de trein urenlang in eikaars nabijheid. Ze lichten elkaar door in de trein. Ze lichten elkaar in. En soms lichten ze elkaar op. Voor de medereiziger is dat alles heel leerzaam. 's Avonds - vanaf een uur of drie in de middag - keert de karavaan huiswaarts. Er wordt dan geëvalueerd. Je krijgt te horen wat er in Utrecht of Den Haag allemaal is misgegaan en wie de das is omgedaan. Meestal heeft iedereen verloren; de slachtoffers zitten in de trein enkele centimeters van je vandaan. Je zou ze kunnen aanraken, als je dat wilt. De trein is de enige echte open universiteit. Wie een kaartje heeft gekocht, krijgt lessen uit de eerste hand. Een treincoupé vol zakenlieden of bestuurders is een practicumlokaal waar op hoog niveau les wordt gegeven. Een treincoupé is een videovoorstelling in drie dimensies, geuren en kleuren. Wie de band nog eens een keer afTilburgs Hogeschoolblad

Avond rector bij de juristen Met ingang van 1 februari is drs. Anton van Kalmthout benoemd tot avondrector van de juridische faculteit in Tilburg. Van Kalmthout is aangesteld voor de periode tot 1 september 1985. In die tijd moet hij proberen om de werkomstandigheden van de avondstudenten te verbeteren. Op dit moment krijgen de avondstudenten, zo vindt de jurische faculteit, te weinig aandacht en w^rdt er niet voldoende ingespeeld op hun speciale verlangens en problemen. Van de totale populatie rechtenstudenten volgt dertig procent avondonderwijs.

in totaal zo'n 120 mensen. Van Kalmthout is ais avondrector geen officieel bestuurslid van de faculteit. Zijn status wordt omschreven als categoriaal deelbestuurder, enkel bevoegd om mee te praten over zaken die de avondopleiding betreffen. In september van dit jaar zal worden bekeken of deze status alsnog in een volwaardige bestuursfunktie moet worden omgezet. T.G.

D

SHOT contra SSHT De Stichting Hoger Onderwijs Tilburg (SHOT), het overlegorgaan van de Tilburgse Hogeschool en de scholen voor Hoger Beroepsonderwijs, is unaniem van mening dat de Stichting Studentenhuisvesting Tilburg (SSHT) een actief beleid moet gaan voeren om ook huisvesting voor niet-studerende jongeren te verzorgen. De SHOT meent dat een dergelijk beleid niet alleen te verdedigen zou zijn vanuit een rechtvaardigheidsbeginsel maar ook financiële voordelen zou bieden. De SSHT heeft een jaar geleden haar bestand uitgebreid voor HBOstudenten. Voorheen verzorgde de Stichting alleen huisvesting voor KHTstudenten. Het SHOT staat overigens niet alleen met haar standpunt. De Tilburgse Hogeschoolraad, het beleidstoetsende orgaan van de Stichting, sprak zich al in 1982 uit voor een integraal jongerenhuisvestingsbeleid. De SSHT heeft tot dusver steeds geweigerd een dergelijk beleid uit te voeren. De zaak dreigt zich verder toe te spitsen nu de SHOT heeft geweigerd twee bestuursleden van de SSHT te (her)benoemen. In de Hogeschoolraadsvergadering van 3 februari zal beslist worden over de (her)benoeming van een derde bestuurslid.

gedraaid wil zien, moet de volgende dag hetzelfde traject op dezelfde tijd bereizen. Educatief verlof? Geef jezelf een maandabonnement cadeau, en je weet meteen weer hoe de maatschappij in elkaar zit. Vergaderaars zijn meestal op weg naar besloten bijeenkomsten. In de trein bereiden zij hun werk echter heel openlijk voor: je mag er gewoon bij komen zitten. Als je een moeilijk Duits boek opengeslagen op je schoot houdt, vindt niemand het vreemd dat je nooit een bladzijde omslaat. Doe alsof je leest, en alle geheimen van het leven worden je onthuld. Soms praat men in code. Dat is lastig, maar meestal is de code binnen een paar minuten gebroken. Altijd is er wel een sufferd die wil weten wat er bedoeld wordt. Het gesprek gaat dan als volgt. De één: "H? Wie is H?" De ander (op fluistertoon): "Dat is Gerard". De één weer: "Gerard?" De ander (geïrriteerd, en daardoor uitstekend te verstaan): "Gerard van den Heuvel". Mooi, dat weten we dan ook weer. Sociale vaardigheden worden in de trein gedoceerd. Neem het voorbeeld van de advocaat die met zijn cliënt naar de rechtbank reist. Snel heeft de advocaat duidelijk gemaakt, wat de dient moet verzwijgen. En dan? Hoe gaat de reis verder? Wat moet een advocaat nog meer vertellen aan een zenuwachtige cliënt? Een onervaren mens zou met die zenuwlijder een praatje over het weer beginnen. Een kundige advocaat pakt dit anders aan. Hij zegt tegen de cliënt: "Ik heb op het station een krantje gekocht; wilt u het nieuws of de sport?" De cliënt kiest de sport. Beiden houden vervolgens een stuk Telegraaf opengevouwen voor hun gezicht. Ze hoeven zich niet meer met elkaar te bemoeien. De advocaat kan rustig indutten, zolang hij de krant maar hoog weet te houden. De cliënt mag de zenuwtrekkingen op zijn gezicht de vrije loop laten. Vroeger dacht ik dat het werkelijke leven straks pas zou beginnen, maar het bleek al aan de gang te zijn. In Utrecht of Den Haag valt minder te halen dan al die reizigers hopen; toch is het ritje per trein belangrijk. De echte vergaderingen vinden plaats op weg naar de vergadering. Wie eenmaal in een rijdende trein zit, kan medereizigers niet meer ontlopen. Aan de Nederlandse universiteiten en hogescholen gaat veel veranderen in de komende jaren. Grote groepen bestuurders en geleerden vergaderen daarover dagelijks op de verzamelplaatsen in Utrecht en Den Haag. Ik denk dat Maastricht er als universiteit het beste uit zal komen; vertegenwoordigers van de Limburgse universiteit brengen dagelijks vele uren door in de open universiteit voor hogere ambtenaren: de (/) trein. Wie verre reizen maakt kan veel binnenhalen.

O

4 februari 1983


Van Doorne en Ruys over Habermas

Q

al r-^

o

Is er nu eindelijk een duidelijke routebeschrijving door de wereld van Habermas? Ronald Jeurissen las het proefschrift en bleef met vele vragen zitten. Hij sprak met van Doorne, over het tripolaire model, over grondslagenonderzoek en reconstructieve filosofie, en over de Hogeschool. Aanwezig was ook Dr. Pieter Ruys, hoogleraar wiskundige economie aan de Hogeschool. Hij is de ontwerper van het wiskundige model, tripolaire model, waarmee van Doorne heeft getracht een aantal theorieën van Habermas te verduidelijken. Prof. Ruys heeft strenge oordelen over de filosofie: veel filosofische uitspraken zijn op verborgen en naïve wijze zeer abstract. Dr. Ruys en Dr. van Doorne hebben plannen voor een hechte samenwerking in de toekomst. Wat zij op het oog hebben is een projekt dat je kunt aanduiden met de wat grootscheepse titel grondslagenonderzoek van de wetenschappen. Wetenschappers moeten zich bewust worden van de uitgangspunten die ze bij hun onderzoek hanteren; waarom wordt nu juist het ene probleem onderzocht en niet het andere, waarom gebeurt het onderzoek zo en niet anders, wat zijn de vooroordelen van de onderzoekers zelf? Habermas heeft er op gewezen dat de uitgangspunten van wetenschappers veelal van normatieve aard zijn. De wetenschapper verschilt wat dat betreft niet van andere mensen; iedereen baseert zich op bepaalde normen, maatschappijen worden gedragen door normatieve kaders. De moeilijkheid is echter dat je over normen maar moeilijk kunt redetwisten, net als over smaak. In de politiek wordt zichtbaar tot welke harde confrontaties dit kan leiden. Habermas doet daarom een poging om inzicht te krijgen in de manier waarop normen tot stand komen. Hij wil laten zien welke normen mensen hanteren, als ze met elkaar in gesprek gaan; het gaat met andere woorden om normen die inherent zijn aan de communicatie. Als je dat weet is het misschien mogelijk om vastgelopen discussies weer vlot te krijgen. De theorieën van Habermas hierover zijn echter bijzonder ingewikkeld, minstens even complex als het gesprek zelf. Van Doorne heeft nu geprobeerd om deze theorieën in een systeem te ordenen. De verschillende uitgangspunten van de sprekers, de aanspraken die zij tegenover elkaar maken en de relaties die daar uit voortvloeien kun je, meent van Doorne, in kaart brengen middels een wiskundige structuur. Daarvoor gebruikt hij het tripolaire model van Ruys. Op zijn allereenvoudigst gezegd is dit model een mathematische constructie, waarmee ingewikkelde relatiepatronen tussen verschillende posities kunnen worden beschreven. Omdat in het model wordt uitgegaan van drie niet tot elkaar herleidbare posities, noemt Ruys het model tripolair. Wat die posities zijn wordt uitgemaakt door de interpretatie die aan het model wordt gegeven. Vele interpretaties zijn mogelijk; volgens van Doorne en Ruys is het model in principe toepasbaar binnen de economie, de sociologie, de psychologie en de filosofie. Wat dat laatste betreft is van Doorne's proefschrift een voorbeeld: met behulp van het tripolaire model heeft hij geprobeerd om de complexe relaties die optreden in Habermas' analyse van het gesprek te ordenen.

Ruys: "Het tripolaire model is, in zijn huidige ontwikkelingsstadium, nog niet voltooid. We hebben alleen nog maar een model voor de beschrijving van posities

rilburgs Hogeschoolblad

Dr. Ruys (links) en Dr. van Doorne

Zonder wiskunde geen filosofie? Jürgen Habermas is een zeer aktieve Duitse filosoof-socioloog, die zicfizeif steeds vernieuwt. I-lij doet dat om zoveel mogelijk wetenschappelijke duidelijkheid te krijgen binnen de Kritische Theorie - destijds gestart door Max Horkheimer en het Institut für Sozialforschung - waarvan Habermas tegenwoordig de grote voortrekker is. Hoewel hij streeft naar verwetenschappelijking van de Kritische Theorie, laat Habermas het op het punt van duidelijkheid nogal eens afweten. Zijn teksten vormen een oerwoud van begrippen, waarvan de definities geregeld veranderen. Werk te over voor Frans van Doorne, als filosoof verbonden aan de economische faculteit, die in zijn proefschrift "Naar nieuwe grondslagen van sociaalwetenschappelijk onderzoek" de ontwikkelingen van Habermas' filosofie in de jaren 1960-1980 op een rijtje probeert te zetten.

en hun relaties, om dit voor de praktijk geschikt te maken zullen we ook een manier moeten vinden om aan de afzonderlijke posities verschillende gewichten toe te kennen. Er is nu nog een grote afstand tussen de theorie van het model en de praktijk, die afstand moet door het toekennen van gewichten worden verkleind. We denken wel dat dat gaat en het verdere onderzoek moet vooral daar op gericht zijn, maar natuurlijk is dit nog een lange w e g " . Van Doorne voegt hieraan toe dat het bepalen van gewichten binnen het model een stap is op de weg naar meer empirisch onderzoek. " J e moet een groot aantal empirische veronderstellingen toevoegen, voordat je echt iets met het model kunt gaan meten. Maar metingen zonder een goed model hebben niet veel zin, omdat je dan niet weet wat je meet".

Jullie propageren het werken met wiskundige modellen in de filosofie. Maar hebben modellen vaak niet het nadeel dat er sen schijn van duidelijkheid wordt gewekt, terwijl die er helemaal niet is? Ruys: " D i t heeft eigenlijk te maken met een taalprobleem. Aan de ene kant heb je, zeg maar, de verbale talen uit het dagelijks leven, die locaal georiënteerd zijn, en kleurrijk, je kunt ze op allerlei manier interpreteren. Daarnaast heb je de formele talen van de wetenschap, die streven naar zo groot mogelijke exactheid. Deze twee talen zijn elk geschikt in verschillende situaties. Nu hoor je wel eens het verwijt dat de formele taal van de wetenschap zo abstract is. Dat is juist. Maar wanneer je wetenschap bedrijft met alleen maar de verbale taal is die abstractie nog veel groter! Als je bijvoorbeeld alleen maar in verbale termen praat over het na-

tionaal product in de economie, dan heb je zo'n grote afstand genomen en kun je zo weinig zeggen, dat iedereen die naar je luistert ja knikt en denkt, hij zal wel bedoelen wat ik ook bedoel, maar dat is natuurlijk geen echte duidelijkheid. Principieel is er helemaal geen verschil tussen verbale taal en formele taal. Allebei abstraheren ze, alleen in het ene geval weet je dat je het doet en kom je er openlijk voor uit, terwijl in het andere geval de abstractie verborgen is en nailef, dat merk ik bij veel filosofen". " W a t nu de relatie tot de wiskunde betreft, die ontwikkeld zich steeds meer als een wetenschap van de structuren. De wiskunde houdt zich bezig met het ontwerpen van een formele taal, die vervolgens geïnterpreteerd kan worden, het tripolaire model is daar een voorbeeld van. Binnen de natuurwetenschap is de toepassing van modellen algemeen aanvaard, wij zien geen reden waarom dit in principe niet ook voor de sociale wetenschap mogelijk is. Natuurlijk kan een sociologie zonder wiskunde heel goed bestaan, wat dat betreft moeten wij onze beperkingen zeer goed onderkennen. Maar het tripolaire model is een krachtig instrument, dat je niet zonder meer onder de tafel moet zetten". Van Doorne: " I n de sociologie blijkt grote behoefte te bestaan aan modellen die meer complexiteit aankunnen dan de nu gehanteerde versies. Het model van Ruys beschouw ik als een poging om een alternatief te bieden voor te simpele sociolgische modellen. Als je zo'n model niet eerst hebt kom je ook niet op het idee dat de zaak heel anders gedacht zou kunnen worden en dat het anders kan zijn dus ook". vervolg op pag. 6

4 februari 1983


Nicaragua bereidt zich voor op uitgelel<te Ameri/caanse plannen

Thera van Osch: "Op mij maakt dit alles een onwezenlijke indruk'' Deze week houden 900 Amerikaanse en 5000 Hondurese militairen grootscfieepse oefeningen in /-/onduras, vlak bij de grens met Nicaragua. Geen feit dat op zich staat. In Nicaragua zijn plannen van de CIA uitgelekt waardoor een uitgebreid samenwerkingsnetwerk bekend werd, dat zich vooral richt op de destabilisatie van de Nicaraguaanse linkse revolutie. Vorig jaar waren er al talloze provocaties en invallen vanuit Honduras door het leger en de troepen van de afgezette dictator Somoza. Uit een brief van Thera van Osch, die vroeger bij Buro Buitenland werkte en nu in Nicaragua zit, blijkt dat het Amerikaanse leger hierbij een behoorlijk handje helpt. In haar brief geeft ze een indruk van het nieuws waar de Nicaraguaanse kranten iedere dag vol van staan. Begin december 1982 werden de Nicaraguaanse massamedia opgeschril<t door een aantal onthullende bekentenissen van Hector Frances Garcia, die agent is geweest van de Argentijnse inlichtingendienst. Hij heeft de opdracht gehad om op Costa Rica gunstige voorwaarden te creëren voor de contrarevolutionaire bendes die de Sandinistische regering van Nicaragua ten val willen brengen. Deze missie maakte deel uit van de 'theorie van de ideologische grenzen" die door een aantal Argentijnse militairen wordt verkondigd. Argentinië wil met militaire steun en hulp van de inlichtingendienst andere rechtse regimes bijstaan in de bestrijding van revolutionaire bewegingen. Thera: "Eind 1980 sloten deze Argentijnse legerstaf-militairen een akkoord met de VS om een soort blok te vormen met de Hondurese legerstaf en de legerstaf Van de Nicaraguaanse contra-revolutionaire bendes. De eerste contacten tot deze blokvorming werden gelegd via een groep van ongeveer 50 voormalige guardias van de dictator Somoza, die in Argentinië werden opgeleid voor het formeren van para-militaire groepen. Deze interrelatie van legerstaffen staat onder permanent toezicht en krijgt voortdurend instrukties van de CIA". Hector Frances Garcia noemde als een van de belangrijkste redenen voor zijn bekentenissen "de afslachting van Argentijnse soldaten op de Malvinas (Falkland-eilanden), een afslach-

ting die door het verraad van de VS werd voortgebracht, omdat ze hun beste technologie ter beschikking stelden aan de Engelse binnenvallende piraat, zodat deze met een 'carte blanche' de patriotistische Argentijnse soldaten kon neerschieten". Anderhalf uur lang heeft Garcia op de Nicaraguaanse televisie gegevens, feiten en namen opgenoemd, die onderdeel vormen van de agressieve geheime strategie van Reagan in MiddenAmerika. In Nicaragua wordt niet getwijfeld aan zijn woorden omdat een aantal van zijn bekentenissen al zijn uitgekomen, en omdat sympatisanten van de Contra-revolutie verklaard hebben dat Garcia naar de andere kant is overgelopen. Thera van Osch haalt in haar brief een paar punten uit de bekentenissen aan: In '82 hebben vier contra-revolutionaire organisaties zich verenigd. Ze worden dik betaald door de regering Reagan. Ze hebben in Honduras een eigen ziekenhuis en een trainingsschool, waaraan permanent twee paramilitaire Argentijnse adviseurs verbonden zijn. Vijfduizend manschappen worden in het begin door de VS voorzien van FAL-geweren, mortieren, fragmentatiegranaten, bommen, HUEY-helikopters en vliegtuigen. Al sinds half oktober trekken ongeveer maandelijks troepen van 200 man vanuit Honduras Nicaragua binnen. Ze proberen het noordwesten onder controle te krijgen door bruggen op te blazen, electriciteitskabels door te

Vervolg van pag. 5

Behoefte aan grondslagenonderzoek De bedoeling van het tripolaire model is een steunpunt te geven voor het onderzoek naar de grondslagen van de sociale wetenschappen. Habermas tracht dit te doen binnen het kader van een onderzoek naar de grondstruktuur van de menselijke sociale en culturele levenswijze. Nu zijn er filosofen die zich storen aan de pretentie waarmee Habermas meent de grondstructuur van het menselijk bestaan te kunnen achterhalen, het lijkt alsof hier weer een soort eeuwige waarheid wordt geclaimd. Ook de methode die hij daarbij volgt wekt veel beroering. Habermas beweert dat zijn reconstructie van de menselijke leefwijze empirisch kan worden getoetst. Er wordt dan geroepen dat dit een verkapte vorm van neo-positivisme is. Van Doorne: " A l s je het grondslagenonderzoek zo opvat is het een vornn van ontologische filosofie, die meent te kunnen zeggen hoe de werkelijkheid is, maar dat weiger ik. Wel merk ik dat in geen enkele ontologische filosofie, die ik ken, de moeite wordt genomen om aan de uitspraken ook maar enige empirische achtergrond te geven. Waarbij empirisch dan ook nog breed mag worden opgevat. Het gaat mij om de controleerbaarheid van de filosofische uitgangspunten.

Tilburgs Hogeschoolblad

die is vaak minimaal en ik vind dat die juist maximaal moet zijn. In het grondslagenonderzoek wil ik niet pretenderen voor eens en altijd te weten wat die grondslagen zijn. Wel hoop ik dat we grondslagen kunnen reconstrueren die aannemelijk worden gemaakt, doordat hun vruchtbaarheid in de praktijk blijkt. Die vruchtbaarheid moet bovendien kunnen gelden voor alle betrokkenen; de filosofie in de gangbare betekenis laat wat dat betreft veel te wensen over. Ik heb de indruk dat de Kritische Theorie van Habermas steeds formeler en abstracter aan het worden is, terwijl de samenleving juist steeds complexer, chaotischer en harder wordt. Theorie en werkelijkheid lijken zich steeds verder van elkaar te verwijderen. Met wat fantasie kun je volgens mij spreken van een nieuw "isolement van de Kritische Theorie" zoals in de nadagen van Adorno en Horkheimer. Van Doorne: "Hahaha, wat een constructie". Nou ja, misschien ziet uw wel verbanden tussen Habermas' grondslagenonderzoek en de concrete maatschappelijke problemen. Met andere woorden: de vraag naar de praktische relevantie.

snijden en kleine militaire doelen aan te vallen. Als dit lukt wil men het tot 'bevrijd gebied' verklaren, en zullen de contrarevolutionairen een regering in ballingschap gaan vormen, die erkend zal worden door de VS, Honduras, El Salvador en Argentinië. Daarna krijgt die regering militaire hulp uil de VS. De vorm van die hulp staat al vast en is al uitgetest, namelijk een blokkering van de kusten van Nicaragua. Dan wordt een poging gedaan om de rest van Nicaragua te veroveren en de revolutie ongedaan te maken. In diverse steden zijn kleine infiltratie-cellen gevormd door de contras. Ze hebben de opdracht economische en militaire doelen aan te vallen, leiders om te brengen, antipropaganda tegen de revolutie te verspreiden. Verder moeten ze minderheden, zoals de Misquito-indianen, tegen het regime opzetten en de opstand onder hen aanwakkeren, om ze vervolgens te bewapenen. Zo hopen ze depressieve maatregelen uit te lokken van de Nicaraguaanse regering, waarna ze zich als verdedigers van de rechten van de indianen zullen opwerpen. Hieruit willen ze publicitaire munt slaan. Vanuit Miami wordt nu gewerkt aan een internationaal propaganda-netwerk om de Nicaraguaanse contra-revolutionaire beweging als de ware bevrijders te presenteren. Dit geeft in het kort weer wat Garcia in Nicaragua onthuld heeft. De mensen daar laten het niet zomaar over zich heen komen. Thera van Osch. "De commitees ter verdediging van de Sandinistische revolutie zijn extra waakzaam. Deze commitees worden gevormd door buurtbewoners/sters en zijn georganiseerd op het nivo van wijken en dorpjes, 's Nachts wordt er door de mensen van de commitees om beurten wacht gelopen door de wijken. In veel wijken wordt dit werk in meerderheid door vrouwen gedaan, waardoor macho-mannen zichzelf al beginnen te beklagen, omdat ze sommige nachten alleen moeten slapen. Overigens is de criminaliteit met de helft afgenomen sinds het functioneren van deze commitees". En: "Niet alleen in de grensstreek, maar in het hele land hebben mensen schuilkelders gegraven. Ook in de tuin van het instituut waar ik werk is het personeel begonnen met de graafwerkzaamheden voor diverse schuilkelders rondom het gebouw. Tijdens een middagpauze is al het personeel bijeengeroepen en werd

Van Doorne: "Volgens mij voorziet het grondslagenonderzoek van Habermas in een dringende maatschappelijke behoefte. Wat hij met zijn onderzoek wil is een manier aanwijzen, waarop je discussies die gevoerd worden op basis van bepaalde normatieve uitgangspunten - bijvoorbeeld de brede maatschappelijke discussie over energie - kunt optillen naar een nivo waar de normatieve uitgangspunten zelf worden onderzocht en besproken. Aan een dergelijke verruiming van de discussie is grote behoefte. Dat wil niet zeggen dat die behoefte ook altijd wordt onderkend, maar op een andere manier kom je denk ik niet uit de problemen, of vind je in ieder geval niet meer een draagkrachtige en bindende cultuur. Om een dergelijke openheid te bereiken is natuurlijk wel een bepaalde houding vereist. Je moet in staat en bereid zijn om voortdurend het kader van normen dat je . hanteert voor ogen te halen, op momenten dat er meningsverschillen met anderen optreden. Anders gezegd, je moet niet een spontane houding hebben van "ik moet nu eenmaal kiezen voor het ene of het andere", maar je moet proberen je eigen normen steeds op het spel te zetten, waardoor je meer licht kun werpen op zaken die tot nu toe al te zeer in de strijdsfeer zijn blijven liggen". "Het soort conflicten dat je in onze samenleving aantreft moet je uiteindelijk begrijpen in termen van comminicatie tussen mensen. Het gaat er dan om vast te stellen wie met zijn stem het meeste

door de personeelsvertegenwoordiging een georganiseerd vluchtplan uitgelegd voor het geval er een bomaanslag op het gebouw zou worden gepleegd. Op een morgen hingen er bij de ingang van het gebouw tekeningen, waarmee uitgebeeld en uitgelegd werd hoe een luchtaanval werkt en hoe men zich in zo 'n geval in veiligheid kan brengen. Op mij maakte dit alles een onwezenlijke indruk, alsof ik in een film rondliep, maar waarschijnlijk kunnen de mensen die de oorlog hebben meegemaakt zich een dergelijke sfeer beter voorstellen". De Nicaraguaanse regering stuurt onophoudelijk protestbrieven aan de Hondurese regering, maar een woordvoerder van de Hondurese ambassade in Washington, Moises Sterkman, verklaarde in 'The Miami Herald' doodleuk: "De regering en het leger van Honduras helpen geen subversieve groepen die tegen de regeringen van ons omringende landen gericht zijn, daarbij inbegrepen de Sandinistische regering in Nicaragua". En de Nicaraguaanse krant Barricada schreef op 23 december: "onze problemen met Honduras zijn de VS". De demokratische senator F. Dodd heeft het Amerikaanse kongres gewaarschuwd met de woorden: "Als wij die aktiviteiten nu niet stopzetten, dan zullen we over een paar jaar verplicht zijn om onze landgenoten uit te leggen hoe het kwam, dat we ons opnieuw in een oorlog mengden, zoals die in Vietnam". Overigens wordt het Hondurese leger niet alleen tegen Nicaragua gebruikt. Op 19 januari berichtte de Volkskrant dat Hondurese troepen langs de Salvadoriaanse grens samengetrokken zijn om te voorkomen dat guerrillastrijders bij een aanval van het regeringsleger over de grens zouden vluchten. Nederland zit ondertussen niet stil. Twee weken geleden heeft het Nicaraguakommitee 75 27-MCzenders ingezameld en geld om nog eens tweehonderd 'bakkies' te kopen. Ze zullen naar het noorden van Nicaragua gestuurd worden. De mensen kunnen elkaar daarmee waarschuwen voor invallen uit Honduras, en ze zullen ook gebruikt worden voor de landbouw en het onderwijs. Tot slot: Alle mensen die Thera kennen krijgen van haar heel veel groeten uit een zonnig en revolutionair Nicaragua-Libre. K.B.

gewicht in de schaal legt, bij die communicatie. Om dit op een meer empirische manier in te schatten, moet je wel eerst een visie hebben op de structuur van het communicatieve handelen. Die visie wordt nu precies in Habermas' grondslagenonderzoek ontwikkeld." Van Doorne en Ruys zijn het er over eens dat de bereidheid tot onderzoek van de eigen uitgangspunten ook van de wetenschappers in de diverse vakgebieden moet worden verlangd. Van Doorne: "Ik vind dat de Hogeschool van het grondslagenonderzoek op het gebied van de sociale wetenschappen een zwaartepunt moet maken. Daar wordt trouwens ook al iets aan gedaan, de juristen zijn er het verste mee en ik hoor dat ook de psychologie iets dergelijks wil gaan doen. Zelf wil ik me toeleggen op het grondslagenonderzoek van de economie. Ik zou denken dat je met het grondmodel van Habermas een overzicht kunt ontwikkelen van de rivaliserende stromingen in de economie. De tegenstellingen tussen die stromingen blijken toch te worden gedragen door een overkoepelende set van uitgangspunten. Met behulp van het tripolaire model kun je al die posities in kaart brengen en laten zien waar de eenzijdige nadruk van de verschillende stromingen ligt, zonder dat ze elkaar per se hoeven uit te sluiten. Maar ja, dat is allemaal nog werk voor de toekomst". Ronald Jeurissen

4 februari 1983


r

Interview met Jan Koning

"

'Internationale bankcrisis géén hersenschim meer' É

soenering ten nadele van de nieuwe cliënten, zo luidt hier de redenering. Maar ook de bankcliëntrelatie biedt geen voldoende verklaring. De banken zijn met name geïnteresseerd in de kans dat een verstrekt krediet ook terugbetaald wordt. Daarvoor stelt men kredietonderzoeken in. Die onderzoeken naar de kredietwaardigheid van de cliënten brengen vanzelfsprekend 'informatiekosten' met zich mee, die worden afgewogen tegen de beperking van het kredietrisico. Dat resulteert in een beperkt aantal klassen van kredietnemers. Binnen een bepaalde risicoklasse kan er kredietrantsoenering optreden."

Een groot aantal ontwikkelingslanden kijkt op tegen een torenhoge schuld aan het buitenland. In sommige gevallen kunnen aflossingsverplichtingen en rentebetalingen niet of nauwelijks worden nagekomen. Het bankwezen is zeer voorzichtig als het op verdere kredietverlening aankomt. Kleine banken trekken zich terug uit de kredietverlening aan ontwikkelingslanden en de grote geven steeds meer de voorkeur aan het verstrekken van kredieten voor een korte termijn. Deze ontwikkelingen maken het financiële systeem zeer labiel, een internationale financiële crisis zoals we in de jaren '30 hebben meegemaakt is niet langer een volstrekt denkbeeldige zaak. Dat is de mening van dr. Jan Koning, wetenschappelijk nnedewerl<er bij de vakgroep Geld, krediet- en bankwezen aan de economische faculteit. Koning promoveerde 10 december j . l . op het proefschrift 'Kredietrantsoenering en onevenwichtigheid'. Het THB ging met hem praten naar aanleiding van zijn promotie. Een gesprek over kredietrantsoenering, onevenwichtstheorie, de hoogte van de rentestand en de kans op een internationale financiële crisis. Is kredietrantsoenering een actueel verschijnsel? Jan Koning: " J e kunt heel globaal zeggen dat er sprake is van kredietrantsoering als de vraag naar bankkrediet niet volledig wordt gehonoreerd bij een bestaand samenstel van kredietvoorwaarden. Kredietrantsoenering is een verschijnsel dat je voornamelijk kunt aantreffen in tijden van hoogconjunctuur, als het de economie voor de wind gaat. Toch komt het in een tijd van recessie ook wel voor, denk maar aan de kredietverlening aan de Bijenkorf (KBB). De banken toonden zich onlangs enkel bereid alsnog krediet aan de Bijenkorf te verlenen op voorwaarde dat daar voldoende zakelijke zekerheden, onderpanden tegenover zouden staan. Er worden behalve de interestvoet van het krediet dus ook niet-interest-voorwaarden bij die kredietverlening gesteld. Je ziet in zo'n geval dat de banken zich meer risicomijdend gaan opstellen, dat is mogelijk een factor die de huidige crisis verergert". "In zekere zin speelt deze situatie ook op internationaal niveau. In het internationale bankwezen spreekt men wel van 'landenrisico's', men houdt er al enige tijd rekening mee dat sommige landen hun schulden niet meer volledig kunnen terugbetalen. Als dat werkelijkheid wordt vrees ik dat de gevolgen niet te overzien zijn Hoe is die situatie gegroeid? Achteraf - ik leg daar de nadruk op - kun je vaststellen dat aan verschillende ontwikkelingslanden op te ruime schaal kredieten zijn verstrekt. Het inschatten van de kredietwaardigheid van die landen is een zaak die in hoge mate bepaald wordt door de conjuncturele situatie. De terugbetalingscapaciteiten van landen als Mexico, Brazilië en Zaïre werd een paar jaar geleden nog hoog aangeslagen. IVIet het inzakken van de economie en het plotselinge kelderen van de olieprijs wordt dat steeds meer in Frage gesteld: betalingen worden opgeschort, verplichtingen kunnen mogelijk niet meer nagekomen worden. Een land als Argentinië bijvoorbeeld wilde onlangs een deel van de schuld aflossen door de uitgifte van nieuwe schuldtitels. In de financiële wereld wordt de mogelijkheid Tilburgs H o g e s c h o o l b l a d

dat landen de facto failliet gaan, niet meer als een louter hypothetische zaak beschouwd. " D e banken worden zeer voorzichtig, ze geven steeds meer de voorkeur aan het verlenen van kredieten die op korte termijn weer terugbetaald moeten worden. Het internationale financiële systeem dreigt labiel te worden. Wat is nu het gevaar? De vorderingen op de ontwikkelingslanden staan nu nog voor de volle 100% in de boeken van de banken. Als landen hun schulden niet meer kunnen aflossen worden de banken in kwestie in één klap insolvabel, dat wil zeggen dat die banken op hCin beurt hun verplichtingen niet meer kunnen nakomen. Het Eigen Vermogen, de stroppenfondsen enz. zijn dan volstrekt onvoldoende om een dergelijke tegenslag te incasseren. Het internationale bankwezen is in feite een groot netwerk van communicerende vaten; het faillissement van één belangrijke instelling kan een verschrikkelijk domino-effect teweegbrengen. Een internationale bankcrisis is geen hersenschim meer. In Engeland heeft een effectenmakelaar al scenario's klaar liggen voor het geval dat een financiële crisis mocht uitbreken."

THEORIE Kredietrantsoenering is niet enkel een actueel verschijnsel, het is ook voor de economische theorievorming van belang. In zijn proefschrift bestudeert Koning de werking van het kredietrantsoeneringsmechanisme binnen het kader van een dynamisch monetajr niodel. Daarbij stuit hij op een belangrijk probleem in de economische theorie: hoe kan de financiële sector aan de reële sector gekoppeld worden, welke overbrengingsmechanismen zijn er tussen beide sectoren? Of, om in de sfeer van het boek te blijven: wat is de invloed van de beschikbaarheid van bankkrediet bij een bepaald stelsel van kredietvoorwaarden (prijs, aflossingsschema, e.d.) op de consumptie van de gezinshuishoudingen en de investeringen van het bedrijfsleven? Een heel bekend overbrengingsmechanisme in de economische literatuur is het kredietkostenmechanisme: in het geval van stijging van de kredietkosten wordt consumptie of investering dermate duur dat men er vrijwillig al vanaf ziet. Koning richt de aandacht met name op een minder bekend mechanisme: het kredietrantsoeneringsmechanisme, dat wil zeggen dat de voorgenomen bestedingen niet op het niveau kunnen plaatsvinden dat men zich had voorgesteld in het geval dat de vraag naar bankkrediet volledig wordt gehonoreerd.

RENTE

Hierbij spelen de inzichten van de zgn. 'onevenwichtigheidstheorie' in het proefschrift van Koning een grote rol. De prijzen van goederen zijn niet meer, zoals in de evenwichtstheorie, perfect flexibel; er vindt geen volledige 'ruiming' van de markt plaats. Als er bijvoorbeeld sprake is van een aanbodoverschot van arbeid vindt niet direct een daling van de prijs van arbeid plaats; zo'n prijsaanpassing gaat met een zeker vertraging gepaard, met als gevolg dat er geen evenwicht op de arbeidsmarkt ontstaat en dat heeft op zijn beurt weer consequenties voor de goederenmarkt. Er is dan ook sprake van allerlei overloopeffecten van de ene naar de andere markt. Koning is nu met name geïnteresseerd in de overloop-effecten van de f i nanciële naar de reële sector. Jan Koning: "Deze ideeën heb ik met behulp van een macro-economisch model willen onderbouwen. Je kunt wat dat betreft de prijs van bankkrediet twee uitersten onderscheiden: die prijs ]sperfect flexibel of het tegendeel, de prijs is volstrekt star. In werkelijkheid is de mate van flexibiliteit natuurlijk onvolledig. Dat betekent dat zowel het kredietkosten- als het kredietrantsoeneringsmechanisme een rol spelen; het zijn in feite elkaar beconcurrerende mechanismen".

KREDIETRISICO In een apart hoofdstuk van zijn studie geeft Koning een schets van de plausibiliteit van het kredietrantsoeneringsgebeuren op micro-economisch niveau. Jan Koning: "Ter verklaring van het verschijnsel kredietrantsoenering komen in de literatuur twee elementen met name naar voren. De eerste redenering luidt: als een bank overgaat tot kredietrantsoenering zit 'm dat in het feit dat het kredietrisico zo groot wordt dat het niet langer verantwoord is nog meer krediet te geven. Dat klinkt plausibel maar het kredietrisico an sich is een te smalle basis om de rantsoenering te kunnen begrijpen. In feite vindt er imperfecte discriminatie plaats, de banken hanteren een beperkt aantal risicoklassen. Het kredietrisico vormt géén voldoende verklaringsgrond voor het optreden van kredietrantsoenering." "Daarnaast wordt opgemerkt dat banken een onderscheid maken tussen gevestigde cliënten en nieuwkomers. In tijden van kredietschaarste zullen de banken hun toevlucht zoeken tot kredietrant-

Jan Koning heeft met zijn proefschrift een veelbelovend werkstuk afgeleverd, dat nog vele mogelijkheden biedt voor nader onderzoek. Zo zouden bijvoorbeeld ook de economische betrekkingen met het buitenland in het model kunnen worden ingebouwd. In een kleine open economie als de Nederlandse is de rentevorming sterk afhankelijk van ontwikkelingen in het buitenland. Ook de wisselkoersverwachtingen zouden dan in het verhaal betrokken moeten worden. Vooral de invloed van de ontwikkelingen in de VS op de hoogte van de rente in ons land kan moeilijk overschat worden. Een uitspraak als 'als Amerika niest vat Europa kou' spreekt nog altijd boekdelen. Jan Koning: "Eén van de belangrijkste oorzaken van de daling van de rentevoet vormt de herziening van de monetaire politiek in de V S . Vanaf '79 heeft men daar een zeer knap monetair beleid gevoerd, de liquiditeitenmassa (de geldhoeveelheid) werd op zeer stringente wijze gereguleerd. Het gevolg was dat de rente de sluitpost werd van het beleid; je kunt nu eenmaal niet én de geldhoeveelheid én de rente in de hand houden. Daar kwam bij dat er van week tot week gerapporteerd werd over de omvang van de geldhoeveelheid. Dat bracht een enorme onzekerheid in de financiële wereld met zich mee. President Reagan heeft een tijdje geleden de Federal Reserve System (de centrale banken. L.K.) als een van de schuldigen aangewezen voor de teleurstellende economische ontwikkeling. Er wordt sindsdien een ruimere geldpolitiek gevoerd, de rente is zienderogen gedaald". Aan het einde van het intervieuw komt Jan Koning te spreken over de mogelijkheid van een nieuwe internationale financiële crisis die de huidige economische recessie wel eens op de rand van een depressie zou kunnen brengen. Daarbij komt de analogie met de situatie van de jaren '30 naar voren, destijds werd de heersende depresie door het ineenstorten van het financiële systeem op z'n zachtst gezegd aangescherpt. Is er hier sprake van doemdenken? Jan Koning: " N o u , ik ben eigenlijk bang van niet. Ik denk zelfs dat de stand van zaken nog gunstiger afgeschilderd wordt dan hij in feite is. Misschien heeft men van de vorige crisis geleerd dat het onverstandig is om hard van de daken te roepen dat een nieuwe bankcrisis voor de deur staat. De zich zelf waarnemende voorspelling moet ditmaal vermeden w o r d e n " . L.K. 4 februari 1983


I Prof. Harry Peeters ovè historische psychologie

De onvoltooid verleden tijd c (O

m

s9 w

■° o ^£? W u

2Ë ^

q>

PZ

Peeters: "De veranderingen die zich in de geschiedenis van de maatschappij voltrek­ l^en raken de mens in de kern van zijn geestelijk functioneren. Je kunt niet simpel­ weg zeggen, dat mensen hun 'oude' opvat­ tingen over bijvoorbeeld sexualiteit of gods­ dienstige zaken op zeker moment hebben ingewisseld voor 'moderne' omdat hen dat beter uitkwam of omdat ze vrijer wilden zijn. De mens is een zingevend wezen en dat proces van zingeven is opgenomen in de maalstroom van de historische veran­ derlijkheid. Dat gebeuren gaat gepaard met ingrijpende verschuivingen in de manier van denken, het gevoelsleven en het moti­ vatiepatroon. De historische psychologie houdt er dan ook rekening mee, dat er radi­ cale verschillen kunnen bestaan tussen mensen uit bijv. de middeleeuwen en de mensen die nu leven". Dus als ik mijn historische encyclopedie raad­ pleeg om meer te weten te komen over het le­ ven uit de zestiende eeuw dan zal mijn kennis toch met leiden tot een volledig begrijpen van de mens uit die tijd. Peeters: "Je moet erop bedacht zijn, dat er in de loop der tijd breuken kunnen optre­ den in de ervaringen­ en belevingswereld van mensen. Die breuken kunnen zo diep zijn, dat ze voor ons op dit moment niet on­ middellijk herkenbaar zijn. Op den duur verstaan generaties elkaar niet meer. Ver­ wonderlijk is dat eigenlijk niet, want je ziet ook in perioden van snelle maatschappelij­ ke veranderingen dat jongeren en ouderen elkaar niet meer zo best begrijpen". Die breuken waar u net over sprak in de ervarings­ en belevingswereld maken het ook voor een historicus niet gemakkelijk om te denken, voelen en waarnemen van bijv. de middeleeuwer te doorgronden. Peeters­ "Precies ... De maatschappelijke omgeving van de mens is voortdurend in verandering. De mens past zich daaraan aan en dat proces zet zich voort. Het is te

vergelijken met de veranderingen die je m een bos kunt waarnemen. In het voorjaar zie je de lentebloesem. In de zomer komen de planten tot volle wasdom maar laten in de herfst weer hun bladeren vallen. Daaruit ontstaat gaandeweg een humuslaag die weer een voedingsbodem vormt voor nieu­ we planten. Door de aanpassingen en ver­ anderingen die in de samenleving plaatsvin­ den is de cultuur van vroeger moeilijker on­ middellijk te vatten. Om nou eens 'dicht bij huis' te blijven. Hoeveel moeite moeten wij al niet doen ervaringen uit onze kindertijd te herinneren? We hebt)en daarvoor zelfs bepaalde technieken nodig. Tussen de vol­ wassene en zijn kindertijd bevindt zich een geestelijk gordijn dat je bijvoorbeeld met behulp van een psycho­analyse kunt weg­ schuiven. Min of meer dezelfde moeilijkhe­ den treden op als we een voorstelling pro­ beren te maken van de wijze waarop de mens uit de zestiende eeuw dingen waar­ nam, aanvoelde en in zijn geheugen vast­ legde. Tot aan het einde van de zestiende eeuw heeft de gelijkenis het denken, ken­ nen en weten beheerst. Je moet je dat zo voorstellen: mensen, dieren, planten en planeten, ziekten en natuurverschijnselen werden verregaand met elkaar vergeleken. De zeven openingen in het gezicht vormden een parallel met de zeven planeten, het menselijk vlees was een aardkluit, botten, rotsen; aderen, rivieren; de blaas, de zee enzovoort. Vanwege de gesignaleerde ver­ wantschap tussen walnoot en het menselijk hoofd (breek er maar eens een open!) werd de dikke groene schors van de noot ge­ schikt geacht als geneesmiddel voor won­ den van het schedelvliesl Deze denkstijl, die de ontwikkeling van de wetenschap be­ hoorlijk blokkeerde, kunnen wij niet meer direct vatten. Ze komt op ons wellicht kin­ derlijk over. Maar wij zitten met ons denken weer gevangen in het stramien van oorzaak en gevolg. Die verschillen in denken, voelen en waarnemen maken het voor de gedrags­ wetenschapper niet gemakkelijk om terug

te blikken in het verleden. Hij moet, net zo­ als een volwassene die terugkijkt in zijn kin­ dertijd, er op zijn minst in slagen om dat geestelijke gordijn open te schuiven. Hoe schuitje dat gordijn open? Peeters: "Ik bepleit het belang van een historisch begrijpen dat wil zeggen, dat je je probeert in leven in het gedrag en de men­ taliteit van die in bepaalde periode leefden. Daarnaast is het nodig om ook objectieve en analystische methoden te ontwikkelen. Af­ gezien van allerlei ingewikkelde problemen komt het erop neer, dat je probeert om de code van een bepaalde cultuur te ontcijfe­ ren. Zodra je de code te pakken hebt kun je het gedrag en allerlei uitingen beter begrij­ pen. Je bent, simpel gezegd, in het bezit van de sleutel van de deur die je toegang verschaft tot het denken, voelen en waar­ nemen van mensen uit een bepaalde episo­ de uit de geschiedenis".

TIJDSPERSPECTIEF De historische psychologie wil een venster zijn dat uitzicht biedt op de lange geschiedenis van het menselijk gedrag. De experimentele psychologie ontleent haar inzichten aan ­ meestal kortlopende ­ experimenten. Peeters: "Dat kun je zo wel zeggen ... De historische psychologie plaatst de bestude­ ring van het menselijk gedrag in een tijdsperspectief dat langer is dan de actuele psychologie beziet. De actuele psychologie gaat er van uit, dat de wetmatigheid die je met een reeks experimenten boven water brengt voor alle tijden gelden. De histori­ sche psychologie stelt dat standpunt ter discussie en wil juist aantonen, dat de ge­ vonden wetmatigheid ingebakken zit in een historische context. Laat ik nou eens een voorbeeld uit de sociale psychologie nemen. Er doen zich talrijke situaties in ons leven voor waarin wij ons willen vergelijken met andere mensen. Ook uit sociaal psychologi­ sche experimenten blijkt, dat mensen een sterke behoefte hebben tot sociale vergelij­ king. E en student die een uitslag van een examen krijgt vergelijkt zijn cijfer met de scores van zijn studievrienden. Wij willen ons nauwkeurig leren kennen door het ma­ ken van vergelijkingen met op ons gelijken­ de anderen zoals buren, collega's op het werk enz. Maar de historische psychologie plaatst grote vraagtekens achter de stellige uitspraak, dat mensen altijd in die mate be­ hoefte hebben gehad aan sociale vergelij­ king. De behoefte om zich te meten met an­ deren leeft sterk bij mensen van deze tijd. In de huidige maatschappij zijn we sterk op elkaar aangewezen in werksituaties. En niet alleen daar... als je ziek wordt ben je afhan­ kelijk van een dokter en als je iets gedaan wilt krijgen van de overheid krijg je te ma­ ken met ambtenaren. Verder hebben we in de loop der tijd steeds meer drift beheersing moeten opbrengen op het gebied van sexu­ aliteit, agressie, omgangsvormen en eetge­ woonten. De middeleeuwer daarentegen had minder behoefte aan sociale vergelij­ king met andere mensen. Voor hem waren god, de duivel en geesten veel belangrijker. In die tijd was er sprake van een magische realiteit. Er was niet alleen sprake van een vrome heiligenverering maar ook het beangstigende geloof in heksen leidde een taai bestaan. Het magische gedrag uitte zich niet in bevliegingen. Integendeel: het was aan nogal strakke regels gebonden. Op onheilige dagen kon je maar beter geen koopovereenkomst sluiten of een huwelijk aangaan want dat zou alleen maar onheil brengen." Peeters stelt zich op het standpunt, dat het menselijk gedrag ingeweven is in de ge­ schiedenis. Aanhangers van de natuurwe­ tenschappelijke benadering gaan daaraan voorbij en 'geloven' in de uitkomsten van experimenten. Die aanpak ­ hoewel weten­

Dansprocessie te Molenbeek bij St. Jan. Detail: H. Hondius naar Breughel Rijksmuseum Amsterdam).

Tilburgs Hogeschoolblad

History is bulk! Dat zei H iry Ford tegen een histori cus die informeerde naar mémoires van de autofa­ brikant. De succesvolle ini strieel gaf met zijn bouta­ de kribbig te kennen slecht het heden en de toekomst belangrijk te vinden. Het jrleden heeft afgedaan. In dit vraaggesprek weerlegt rof. Dr. Harry F.M. Pee­ ters dat standpunt. Hij l rt uit, dat het heden een hechte band heeft met het erleden en daarom moeten we juist over de grenzen vin onze tijd kijken. Dat de moderne gedragswetenschi )pen zoals de psychologie en sociologie het menselijl gedrag hoofdzakelijk bin­ nen de dimensie van de es m tijd onderzoeken is een tekortkoming. Die kortadj ligheid leidt er volgens de historisch psycholoog P icters toe, dat de brede tijdstroom van de geschieé nis wordt versmald tot het hier e i nu. Peeters pleit voor een stud; van het menselijk gedrag op de lange termijn. Inzicli in historische vormen van gedrag is, aldus Peeters, vc ir een scherp inzicht in het huidig tijdsgebeuren onontj eerlijk. Historici drukt hij op het hart ook inspiratie ; zoeken bij de vraagstuk­ ken van deze tijd. De bedèning van de geschiedenis is niet slechts een intellect ;el waagstuk maar vooral een wetenschappelijke na zaak. Er is steeds sprake van een onvoltooid verledt tijd als men de wisselwer­ king tussen heden i verleden verkent. door Ht

f Zomer

schappelijk verantwoord ­ heeft zijn beper­ kingen. De bestudering van het menselijk gedrag binnen de enge dimensie van de ei­ gen tijd versmalt de brede tijdstroom van de geschiedenis tot het (experimentele) hier en nu. Aan die 'kortademigheid' tracht de historische psychologie te ontsnappen. Pee­ ters voelt veel voor een herverkaveling van i de psychologie. De structurele psychologie. zou zich moeten richten op zeer permanent gebleken gedragsvormen (dominantiege­ drag). De conjuncturele psychologie zou on­ derzoek moeten verrichten naar menselijk gedrag op middellange termijn. De heden­ daagse psychologie ten slotte moet zich be­ zighouden met gedragingen die actueel en momenteel zijn en die snel in aard en bete­ kenis kunnen veranderen. Peeters: "E r bestaan grote verschillen in duurzaamheid tussen verschillende aspec­ ten van menselijk gedrag. Naast permanent gedrag dat min of meer blijvend is en de tand des tijds doorstaat zijn er ook gedra­ gingen die pas veranderen nadat ze genera­ ties lang hebben stand gehouden. De rela­ ties tussen mannen en vrouwen, onze me­ ningen ten aanzien van het vraagstuk van leven en dood en de rol van het gezin wijzi­ gen zich in een betrekkelijk lang proces van maatschappelijke verandering. Tot slot zijn er gedragsvormen die een kort leven be­ schoren zijn zoals het wisselende mode­ beeld en verschuivingen in politieke voor­ keuren. Die indeling van het menselijk ge­ drag in drie tijdsdimensies biedt de gele­ genheid om de wisselwerking te onderzoe­ ken tussen het permanente gedrag en het korte termijn gedrag.

DOWN TO EARTH ^

H

^

^

is die indeling van het gedrag in tijdsdimen­ sies met gekunsteld? De mensheid doorloopt één geschiedenis net zoals ieder mens maar één leven leidt...

Peeters. "Nou dat ben ik toch niet met u eens. Laat ik mijn standpunt verduidelijken met een voorbeeld. Het sexuele gedrag on­ dergaat in de grond van de zaak geen ingrij­ pende wijzigingen. Maar we kunnen wel vaststellen, dat we in vergelijking met Victo­ riaanse zeden en gewoonten aanmerkelijk minder gebukt gaan onder sexuele taboes en preutsheid. Een ander voorbeeld: de be­ hoefte om te domineren tref je zowel aan bij de middeleeuwse ridder, de absolute vorst als bij de hedendaagse manager. Opper­ vlakkig beschouwd stem je in met de uit­ spraak: er is mets nieuws onder de zon. Maar bij nader inzien blijkt direct, dat het dominante gedrag anders wordt gewaar­ deerd èn geïnterpreteerd. De dominantie van de ridder werd ­ in zijn tijd ­ makkelijk aanvaard. Het behoorde tot zijn stand om gezag uit te oefenen. In de hedendaagse maatschappij staat gezag onder discussie. Men schrijft gezag toe aan persoonlijke ge­ voelens van superioriteit en daar hebben wij moeite mee. Opmerkelijk is, dat het ge­ drag weliswaar verandert maar toch her­ kenbaar blijft. E en aardige vergelijking biedt een voetbalmatch. Het voetbal dat Willem II op de mat legt wijkt af van het spel van ons onvolprezen studentenelftal Mer­ lijn. Er zijn verschillen in strategie, in spel­ beeld, tactische vondsten en spelers. Maar ondanks deze verschillen blijft het spel als voetbal herkenbaar. Wij doen er goed aan om m de beoefening van de wetenschap de grenzen van onze eigen tijd te overschrij­ den. Wij moeten ontsnappen aan de korta­ demigheid d\e de tijdstroom van de geschie­ denis versmalt tot het hier en nu. Dat zo'n aanpak bemoedigende resultaten oplevert teert ons de economische geschiedenis. Toen economen processen gingen bestude­ ren die zich op langere termijn voltrekken ontdekten ze de economische cycli. De con­ lunctuur en de lange of Kondratieffgolf be­ schrijven de dynamiek van de bedrijvigheid m de tijd. Vervolgens kregen economen be­

langstelling voor de oorzaken en gevolgen van die golfbewegingen. Welke factoren brengen een economische crisis teweeg? Welke maatregelen moet je nemen om uit het dal van een inzinking te komen? Ook de geschiedenis van de biologie laat op frap­ pante wijze zien, dat je met 'kortademige' analyses niet ver komt en dat juist een ver­ lenging van het tijdsperspectief een massa nieuwe inzichten oplevert. Geruime tijd is de biologie de gevangene geweest van het korte termijn perspectief waardoor de bio­ logie heel lang down to earth bleef. Biologen kwamen niet verder dan het beschrijven en classificeren van planten, dieren en insec­ ten. Het was Darwin die met zijn evolutie­ theorie een ware ommekeer in de biologie ontketende. Darwin ontdekte, dat planten en dieren zich in de loop der tijd uit voor­ gaande vormen hebben ontwikkeld. Het gaat dan wel om een proces van tienduizen­ den jaren! Die ontdekking bracht een schok teweeg in het godsdienstige denken van die tijd. Volgens bijbelse overleveringen was de aarde slechts 4000 jaar oud. De evolutie­ theorie haalde rationeel een streep door de bijbelse tijdrekening en plaatste ook grote vraagtekens achter het scheppingsverhaal. Tijdens het vraaggesprek druk ik Peeters regelmatig uit zijn begrippenapparaat. Aan­ vankelijk voorzichtig, later vastbesloten. Peeters blijft aimabel. Ik vraag hem of hij voorbeelden wil geven, die het eigen karak­ ter van de historische psychologie laten zien. Peeters gaat accoord. Het besef punt­ gave informatie te moeten geven vervaagt. Het interview voegt zich in het spoor van een gesprek. Bij iedere vraag die ik hem stel gaat hij op een andere stoel zitten. Uit­ eindelijk valt de keuze op de driezitsbank die haar gastvrijheid volledig moet prijsge­ ven. Hoe verandert menselijk gedrag op lange termijn? Peeters: "De mensen namen vroeger een heel concrete, levendige, vormrijke en kleurrijke werkelijkheid waar. De midde­ leeuwers bijv. droegen kleren in felle kleu­ ren. Kijk maar naar de schilderijen uit die tijd. E r zijn ook aanwijzingen, dat het ge­ heugen van middeleeuwers anders functio­ neerde dan het onze. Hun geheugen 'werk­ te' visueel ­ topologisch dat wil zeggen: elk waargenomen beeld krijgt een plaats in het geheugen. Je kunt het vergelijken met het maken van een wandeling door een win­ kelstraat. E lke pui en etalage heeft een her­ kenbare en terug te vinden plaats. Ons ge­ heugen daarentegen 'werkt' met abstracte codes en dat is een gevolg van de toene­ mende informatiedichtheid in onze maat­ schappij. In deze tijd van radio, tv, tele­ tekst, telefoon en telex vinden we steeds minder tijd om gebeurtenissen intensief mee te maken. We gunnen ons nauwelijks de tijd om gedachten te laten beklijven. De dynamiek van het programma ­ aanbod van de media versplintert de aandacht. E en an der euvel is, dat media een wig drijven tus­ sen de werkelijkheid als zodanig en de ge­ presenterde werkelijkheid. Verder staan mensen voor de noodzaak vat te krijgen op een wassende informatiestroom. Het waar­ nemen en begrijpen van de aangeboden in­ formatie is al een hele opgave laat staan dat het ons lukt om die informatie concreet te onthouden. Je moet wel afzien van bijzon­ derheden en met schema's werken. Maar juist daardoor komen de gewone dingen van het leven verder van ons af te staan. De werkelijkheid boet in aan directheid, de taal wordt abstracter en ons taalgebruik valt ten prooi aan slordigheid en verliest daar­ mee haar beeldende diepgang. Je moet een roos geroken hebben en de prikkeling van een brandnetel gevoeld hebben om er beel­ dend over te kunnen praten. Dat mensen toch wel moeite hebben met het verwerken van het overstelpende aanbod van informa­ tie blijkt bijv. uit de toenemende concentra­ tiestoornissen bij scholieren en studenten.

Die problemen moeten we met in de eerste plaats in verband brengen met emotionele problemen of spanningen in het gezin. Uit dit voorbeeld kunnen wij afleiden, dat in­ zicht in historische vormen van gedrag voor een scherp inzicht in het huidige tijdsge­ beuren onontbeerlijk is".

GEESTESZIEKENi In het tweede gesprek geeft Peeters een globaal beeld van het psychiatrisch verle­ den in West­E uropa. De geschiedenis van de waanzin werpt ook een licht op de ge­ schiedenis van de macht en de houding van mensen ten opzichte van afwijkend gedrag Peeters: "Tot ongeveer 1500 bestond er in de maatschappij een nogal grote openheid voor geesteszieken. Er was zelfs sprake van een vrij grote tolerantie ten opzichte van mensen met afwijkend gedrag. Opsluiting vond slechts plaats wanneer psychisch ont­ regelde mensen te lastig werden voor hun omgeving. Maar die situatie veranderde en zo tegen het einde van de middeleeuwen ging men ertoe over om mensen met afwij­ kend gedrag in gestichten op te sluiten. Op­ vallend daarbij was, dat het aantal opslui­ tingen samenhing met de sterkte van het 5taatsgedrag. Zo vond in het centralistisch geregeerde Frankrijk op grote schaal opsluiting plaats, terwijl in onze Republiek der Zeven Verenigde Provinciën, een staat­ kundig verband van soevereine gewesten, opsluiting in beperkte mate voorkwam. Ver­ der was er sprake van een ongedifferen­ tieerde opsluiting. Gekken, libertijnen, ha­ velozen en werkschuwen werden zonder pardon bij elkaar opgesloten. De mensen uit de zestiende eeuw voelden zich be­ dreigd door mensen met afwijkend gedrag. Opsluiting van gekken en libertijnen bood een zekerder garantie voor orde en rust waar men toen sterk naar verlangde. Ver­

geet niet, dat er toen ­ net zoals nu ­ sprake was van een economische teruggang en een gezagscrisis. De machtige clerus voelde zich bedreigt en de mensen kwamen als het ware op drift. Daarbij komt nog, dat in som­ mige landen de staatsmacht al zover uitge­ kristaliseerd was, dat er een overheid was die aan de behoefte aan meer gezag en sta­ biliteit tegemoet kon komen". Tijdens de verlichting ontstaan nieuwe opvat­ tingen over het recht. De wrede lijfstraffen werden afgeschaft. Verder ontstonden er nieuwe denkbeelden over de opvoeding. Vooral Rousseau propageerde nieuwe idealen op dat gebied. Traden en ook veranderingen op in de houding jegens geesteszieken? Peeters: "Tijdens de verlichting gaan men­ sen genuanceerder denken over geestes­ zieken. De ongedifferentieerde opsluiting verdween en de autoriteiten gaven op­ dracht gekken in aparte asiels onder te brengen. De opvatting won veld, dat krankzinnigheid veroorzaakt werden door het milieu en de maatschappij. Geesteszieken zijn te gene­ zen als je ze maar goed behandelde, hen losmaakte uit hun verdorven milieu en de maatschappij verbeterde. In de romantiek brak zelfs een nieuw optimisme door. Zo rond 1850 begon de periode van de massa­ le opsluiting van geesteszieken. Het is de periode van het medische model die tot in de jaren zestig van deze eeuw heeft ge­ duurd. Psychische stoornissen hadden, dacht men lichamelijke oorzaken en de rela­ tie tussen gestoorde en behandelaar wordt die van een arts­patiënt. Gaandeweg heeft dit medische model terrein moeten prijsge­ ven. Daarvoor in de plaats kwam het maat­ schappelijke model. Hoofdkenmerk van dat model is, dat men de oorzaken van ge­ dragsstoornissen bij voorkeur zoekt in het sociale dysfunctioneren en de invloed van de maatschappij. Bij de behandeling staan vervolg op pag. 10

Prof. Peeters: mensen moeten en kunnen zich aanpassen en als het nodig is slagen ze daar in betrekkelijk korte tijd in. 4 februari 1983


Vervolg van pag. 9

H. Peeters: Behoeften aan ordening, contact en presteren worden injg de loop der tijden anders gedefinieerd sociale therapieën centraal. Tijdens de de 'mocratiseringsbeweging van de jaren zestig is die ontwikkeling in een stroomversnelling geraakt. Het aanbod van therapieën is sterk toegenomen. Discussies over de doeltreffendheid en kwaliteit van de in zwang zijnde therapieën verloopt uiterst levendig. Wij zijn ook verdraagzamer geworden ten opzichte van mensen die geestelijk in de knoop zitten. Vooral in ons land heeft zich in de psychiatrische zorg een interessante ontwikkeling voorgedaan. We kunnen vaststellen, dat het aantal psychiatrische patiënten, dat opgesloten wordt, afneemt maar dat het aantal heropnames een stijgende lijn vertoont. We zien, dat mensen die onder behandeling zijn vaker met (kalmerende) medicijnen naar huis worden gestuurd. Die lossere binding met het systeem van psychiatrische zorg is mede mogelijk gemaakt door de opkomst van moderne psychofarmaca.

van hun loopbaan te maken krijgen met werkloosheid. Daar komt nog bij, dat in het huidige tijdsgewricht de basis van onze sociale contacten is versmald tot een kleine groep van partner, kinderen en nabije vrienden. Zodra zich in die intieme relaties problemen voordoen komen we in het vaarwater van de depressies. Laat ik het zo samenvatten: mensen hebben behoefte aan ordening, duidelijkheid, contact en willen iets totstandbrengen. De melancholie krijgt kans om mensen in haar greep te krijgen zodra ze in een van die behoeften worden gedwarsboomd. Een wezenlijk punt is ook, dat die behoeften aan ordening, contact en presteren in de loop der tijd anders wordt gedetineerd". Een historicus is sterk op het verleden gericht. Ik vraag me af of al dat terugblikken in de geschiedenis de actualiteit niet buiten de horizon drukt Is het gevaar niet aanwezig, dat de beoefening van de geschiedenis niet leidt tot analyses waarin de doden de levenden begraven?

Zijn psychische klachten ook opgenomen in het proces van historische verandering? Peeters: "Laat ik vooropstellen, dat psychiaters, artsen en therapeuten er steeds voor moeten waken, dat ze niet verschillende diagnoses stellen terwijl het in feite om dezelfde psychische stoornis gaat. Hysterie komt nog steeds voor maar je kunt wel duidelijk verschillen vaststellen in de verschijningsvormen van hysterie. De hysterie uit de eeuw die achter ons ligt uitte zich nogal theatraal, terwijl we nu kunnen vaststellen dat de hysterie als het ware ingetogener naar buiten treedt. Deze ontwikkeling houdt verband met gedragsveranderingen die in de loop der tijd plaatsvonden in de omgang tussen mensen. In de vorige eeuw gingen mensen aanmerkelijk emotioneler met elkaar om. Mannen en vrouwen moesten in hun genegenheid voor elkaar duidelijk van hun emoties blijk geven. Ook in de relaties tussen ouders en kinderen speelde het gevoel een grote rol. Mensen van deze tijd gaan 'zakelijker' met elkaar om al is de verstandhouding in het gezin en binnen onze vrienden en kennissenkring weer emotioneler getoonzet. Maar we kunnen wel vaststellen dat voor heel wat mensen de kring van intimi kleiner is geworden. Parallel aan deze ontwikkelingen hebben ook hysterische uitingen veel van hun heftigheid verloren". Wat doet de klinische psychologie met die inzichten en welke rol kan, de historische psychologie vervullen voor klinisch psychologen? Peeters: "In het algemeen ben ik van mening, dat de historische psychologie betrokken moet worden in discussies over de waarde of onwaarde van bepaalde psychologische theorieën. Verder kan de historische psychologie nuttige bijdragen leveren aan het grondslagen - onderzoek van de psychologie. Die bijdragen kunnen vruchtdragen voor de basisdisciplines in de psychologie maar ook voor de velddisciplines zoals het klinische-, onderwijs- en de organisatiepsychologie. Maar om terug te komen op uw vraag. De eerste opdracht van de psycho-therapeut zal moeten luiden: blijf bij de tijd. De problemen waarmee cliënten op het spreekuur komen zijn in belangrijke mate tijdgebonden. Om aan te geven wat ik bedoel put ik even uit de geschiedenis van de psychologie. In de vorige eeuw was de Fransman Pierre Janet een grote autoriteit op het gebied van de psychiatrie. Op zekere dag komt een man op het spreekuur die zegt bezeten te zijn van de duivel. Janet kon met al zijn wijsheid en - voor die tijd moderne inzichten de man niet van zijn kwaal afhelpen. Janet hielp toen de hulp in

Tilburgs Hogeschoolblad

Rondgang van St. Antonius en St. Cornells. P. Breughel de Jonge. 16e eeuw. (Kon. Musea voor Schone Kunsten, Brussel)

Hysterische uitingen hebben veel van hun heftigheicd verloren. van een oude dorpspastoor en verzocht hem om met gepast ritueel de duivel uit te drijven. De dorpspastoor bleek uiterst succesvol in zijn rol van exorcist. Uit dit voorval kunnen wij leren, dat de moderne therapieën van Janet geen vat kregen op de bezetenheid van zijn cliënt. Slechts de hulp van een ouderwetse exorcist kon uitkomst brengen. Een psycho-therapeut moet zich dus goed kunnen verplaatsen in het denken en voelen van zijn cliënten. Ze moeten - anders gezegd - in het zelfde cognitieve systeem zitten, want alleen dan kunnen ze op dezelfde golflengte met elkaar communiceren. Ik ga nog een stap verder. Een psychotherapie moet goed afgestemd zijn op bestaande waarden en normen en tevens rekening houden met geldende maatschappelijke verhoudingen en gedragsvormen. Een therapie die te diep in het verleden wortelt of juist een te royaal voorschot neemt op de toekomst werkt niet. Een historische psychologie die studie maakt van de psychiatrie en de geestelijke gezondheidszorg kan onderzoeken welke verschuivingen er in ziektebeelden optreden. Vervolgens kun je nagaan of de ontwikkeling van therapieën daarbij gelijke tred houdt. Probleem is, dat zelfs op korte termijn wijzigingen optreden in het patroon van psychische klachten. Zo'n tien tot vijftien jaar geleden kregen jeugdpsychiatrische diensten vrij veel te maken met 'acting-out' figuren, die zich behoorlijk lieten gelden. Dat beeld is grondig gewijzigd. Nu melden zich vooral stille, angstige, neurotische en krampachtige jongeren bij de jeugdpsychiater. Al met al zie je een levendige afwisseling van psychische klachten".

STUDIOSI I Ik vrees, dat Jongeren het in deze tijd niet gemakkelijk hebben. Er is sprake van een grote jeugdwerkloosheid. Het vooruitgangsgeloof van de zestiger jaren is omgeslagen in een

angst voor de toekomst. Het gebrek aan vooruitzichten schept veel onzekerheid en zelfs fatalisme. Het doemdenken is in opmars .... Peeters: "In deze tijd lijden veel mensen aan depressies. Ze zien het, populair gezegd, niet meer zitten. Ook heel wat jongeren gaan onder melancholie gebukt. Tegelijkertijd moeten we vaststellen, dat de melancholie bepaald geen eigentijds verschijnsel is. Depressies kwamen ook vroeger voor. Wel zijn er verschillen tussen de depressies van weleer en de geestelijke gedruktheid die mensen nu parten kan spelen. De middeleeuwse monnik werd melancholisch omdat hij geen contact had met God. Door versterving en meditatie probeerde hij dat contact af te dwingen. Somber gestemd waren ook de studiosi, de studenten uit de zestiende eeuw. Tijdens hun universitaire opleiding hadden ze kennis gemaakt met de idealen van de klassieke cultuur. Toen ze afgestudeerd waren kwamen ze tot de ontdekking dat de maatschappelijke werkelijkheid mijlenver verwijderd stond van hun verlangen naar een democratische samenleving die ruimte gaf aan intellectuele ontwikkeling en geestelijke vrijheid. Mensen kunnen ook zwaarmoedig worden omdat ze er maar niet in slagen de maatschappelijke invloed te verwerven die ze graag willen hebben. Onder het bewind van de zonnekoning Lodewijk XIV traden er binnen adelijke kringen nogal veel melancholische krachten op. Dat kwam omdat Lodewijk de Franse adel bewust buiten de invloedrijke ambten hield. Ook anno 1983 leven we in een tijd van verwarring en pessimisme. Er is sprake van een gezagscrisis en talrijke religieuse waarden staan ter discussie. De opmars van de microelectronica staat aan de wieg van een informatiecrisis. Zo'n informatiecrisis trad ook op in de zestiende eeuw na de uitvinding van de boekdrukkunst. Ook deze tijd kent haar 'studiosi' als je kijkt naar de duizenden jonge afgestudeerden die in de beginfase

Peeters: "De kritische noten die u daar plaats hangen wellicht samen met de traditionele manier waarop het onderwijs in de geschiedenis op middelbare scholen en universitaire instellingen gestalte krijgt. Vaak valt het accent op de politieke geschiedenis, terwijl er verder veel aandacht wordt geschonken aan militaire gebeurtenissen zoals veldslagen en oorlogen. We moeten meer aandacht schenken aan de mentaliteitsgeschiedenis en de studie van het menselijk gedrag op de lange termijn. Analyses waarin de doden de levenden begraven dragen geen vrucht. Het is dan ook jammer, dat er historici zijn die zich niet of veel te weinig laten inspireren door actuele vraagstukken. Maar er zijn ook gedragswetenschappers voor wie het verleden een gesloten boek is. Ik vind, dat je in de bestudering van geschiedkundige vraagstukken steeds open moet staan voor de wisselwerking tussen verleden en de gebeurtenissen die nu spelen. Dat brengt de historicus ertoe om nieuwe onderzoeksvragen te formuleren en dat kan weer leiden tot nieuwe probleemstellingen". In hoeverre speelt het toekomst denken in uw vak een rol? Peeters: "Het in de toekomst kijken is naar mijn mening een heel beperkte zaak. Je moet daar niet al te veel van verwachten. Je kunt niet vanuit de studeerkamer bepaalde trends doortrekken en voorspellen 'waar we uitkomen'. Mensen laten zich niet vangen in een toekomstvoorspelling. Ze veranderen en ook de sociale en fysieke omgeving wijzigt zich in de loop der tijd. Wel kun je vaststellen, dat mensen er telkens weer in slagen om zich aan te passen. Je merkt dat duidelijk aan het gedrag van mensen in deze tijd van economische teruggang. Toen de economie nog floreerde zagen de mensen met vertrouwen de toekomst tegemoet. Nu de economische vooruitzichten met de dag verslechteren komt de tijdshorizon steeds dichter op ons af. Veel mensen zijn allang blij als ze de dag van morgen halen. Over het menselijke aanpassingsvermogen ben ik niet somber gestemd. Mensen moeten èn kunnen zich aanpassen en als het nodig is slagen ze daar in betrekkelijk korte tijd in. Henk Zomer

4 februari 1983


Vite congresseert Congresbundel over medezeggenschap en werkloosheid Op donderdag 10 februari vindt in de A u la van de Katholieke Hogeschool een symposium plaats onder de titel "Labour participation and some solutions to unemployment in an international cont e x t . " De organisatie van het groots opgezette symposium is in handen van de vereniging van Internationale Economen en Juristen van de KHT. Zij werken daarbij samen met de kring van Internationale betrekkingen van de Leuvense Universiteit. Naar aanleiding van dat congres verscheen er een omvangrijke congresbundel met bijdragen van de belangrijkste sprekers. De bijdrage van de Amerikaan Dachler staat uitvoerig stil bij sociale theorieën die aan medezeggenschapsmodellen ten grondslag liggen. Tevens beschrijft hij de waarden en doel-

einden van uiteenlopende vormen van medezeggenschap. Verder treft men in de bundel een bijdrage aan van de Haan over de rol van de overheid bij het tot standbrengen van medezeggenschapsstructuren. De Haan gaat dieper in op de vraag of de overheid een actieve dan wel een afwachtende houding moet innemen in de beleidsvorming die koers zet naar meer medezeggenschap. De idee van medezeggenschap van de werknemers in de onderneming is nog steeds een onontgonnen terrein in bovennationale regelingen. Op Europees niveau, dus binnen de EEG, zijn er slechts voor twee specifieke situaties medezeggenschapsrechten van kracht geworden namelijk ten aanzien van collectief ontslag en bedrijfsovernames. Verder bevat de

bundel een beschouwing van Prof. Pusié uit Zagreb over het Joegoslavische stelsel van arbeiderszelfbestuur. Pusic legt uit, dat het arbeiderszelfbestuur werd geïntroduceerd als een revolutie van boven. Arbeiderszelfbestuur betekent echter niet de eindoplossing van het machtsvraagstuk binnen de arbeidsorganisatie. Wie kiest voor 'Selfmanagement' voert een voortdurende strijd voor succes, voor vrijheid en gelijkheid. De lezer van de congresbundel krijgt een aardig beeld van de stand van de industriële democratie in Europa. De inhoud van de thema's is niet alleen informatief voor economen en juristen, ook studenten en afgestudeerden uit andere disciplines zullen in de bundel veel van hun gading vinden. Processen van me-

dezeggenschap hebben een grote draagwijdte en leiden, op lange termijn tot verschuivingen in de probleemrijke verhouding tussen de zakelijke produktiefactor kapitaal en de menselijke produktiefactor arbeid. Medezeggenschapsregelingen beogen in de regel een versterking van de machtspositie van werkenden in arbeidsorganisaties. Dat is althans de centrale doelstelling van iedere regeling op dat punt. De toenemende werkloosheid zou echter roet in het eten kunnen strooien. Een onderzoek naar de probleemrijke wisselwerking tussen medezeggenschap en werkloosheid herbergt dan ook ongetwijfeld spannende momenten. De bijdrage van Blackhurst gaat over het instellen van een tijdmarkt als middel tegen vervolg op pag. 12

Autonnatisering maakt toepassing van arbeiderszelfbestuur eenvoudiger Op 21 januari 1983 gaf prof. Pusic in Dubrovnik een cursus over arbeiderszelfbestuur. Prof. Pusic is een van de sprekers op het VITE-congres te Tilburg op 10 februari waar hij zal spreken over arbeiderszelfbestuur. Bert Peters en Michiel von der Fuhr volgden een college en stelden hem enkele vragen. Het systeem van arbeiderszelfbestuur is weinig bekend in West-Europa. In het kort werkt het in Joegoslavië op de volgende manier. Alle mensen die in een onderneming werken kiezen een arbeidersraad voor een periode van twee jaar, deze leden zijn slechts éénmaal herkiesbaar. De arbeidersraad kiest op haar beurt een of meerdere directeuren voor een periode van vier jaar, deze kunnen altijd herkozen worden. Daarnaast kiest de arbeidersraad een aantal organen met algemene of specifieke taken in het management, zoals: een managementbestuur en een personeelscommissie. Belangrijke beslissingen worden genomen door alle ondernemingsleden via een referendum. Beslissingen over de "onvervreembare rechten" van de deelnemers, zoals het persoonlijk inkomen moeten schriftelijk worden geratificeerd door elk individu binnen de onderneming. Grotere ondernemingen zijn opgesplitst in "basisorganisaties van de verenigde arbeid" om zo de situatie overzichterlijker te maken voor alle leden. Het systeem werkt met concentrische management cirkels. De wijdste cirkel is dan verantwoordelijk voor de meest verrijkende beslissingen. Hoe enger de cirkels worden, hoe minder de verantwoordelijkheden. Met het systeem van arbeiderszelfbestuur wil men de vervreemding van de werkende mens opheffen, en de staat - als deel van de bovenbouw van de voor socialistische maatschappij - laten verdwijnen. Dit wil Joegoslavië bereiken door de factor kapitaal in handen van de factor arbeid te brengen. Na de Joegoslavische revolutie werd kapitaal gezien als collectief bezit. Nieuwe democratische beslissingsvormen waren noodzakelijk om een klasseloze socialistische samenleving op te bouwen. Tilburgs H o g e s c h o o l b l a d

THB: Ook Joegoslavië is een gelaagde samenleving met arbeiders onderaan de maatschappelijke ladder en de elite aan de top. Bestaan er klassentegenstellingen in Joegoslavië? Prof. Pusic: Nee, omdat er geen privé eigendom van produktiemiddelen is bestaan er geen klassentegenstellingen in de klassieke zin van klassen, zoals bedoeld bij Marx! Dankzij het systeem van arbeiderszelfbestuur hebben wij hier een socialisme met een menselijk gezicht. Vergeleken met andere Oost-Europese landen (Hongarije, Tsjechoslowaj^lje, Polen, etc) hebben wij een vrij mobiel systeem. Wij kunnen makkelijk zelf veranderingen in ons systeem doorvoeren. Terwijl de zojuist genoemde landen in de schaduw lopen van de Russische overheersing. Zij hebben een vaste plaats in een superstructuur. Ons systeem is democratischer, vanwege de manier waarop wij vorm hebben gegeven aan het productieproces. In de overtuiging dat dit de basis zou zijn voor een vergaande democratisering van de samenleving, voornamelijk van het politieke proces. Dit bleek in de praktijk echter moeilijker te lopen dan verwacht, want de democratisering van het productieproces blijkt geen voorwaarde te zijn voor de verandering van andere instituties in de samenleving, zoals familie, staat en cultuur. Deze instellingen zijn onafhankelijker van de economie dan wij veronderstelden. THB: Als er dan volgens U geen klassentegenstellingen bestaan, hoe kan men dan de opbouw van de Joegoslavische samenleving beschrijven? Prof. Pusic: Wil je deze vraag beantwoorden, dan moet je jezelf eerst afvragen wat een klasse is. Volgens Marx en het marxisme is een klasse een groep mensen met eenzelfde relatie tot de productiemiddelen. Zo onderscheidt hij de klasse van bezitters van productiemiddelen en de klasse van al diegene die worden uitgebuit. Zoals gezegd, kent Joegoslavië geen klassentegenstellingen, uitgezonderd bij een klein deel van de agrarische sector, waar nog privéeigendom bestaat. Wel bestaan er hier verschillen in belangen, die tot conflicten leiden. Bijvoorbeeld: Conflicten tussen degenen die beslissen en degene waarover wordt beslist. Als afwijking van de marxistische gedachte noemt Dahrendorf dit toch een klassentegenstelling.

Conflicten tussen de zelfstandigen en diegenen die werken in socialistische sectoren. Conflicten tussen mensen van het platteland en stadsmensen. Plattelandsmensen hebben belang bij hoge prijzen voor hun producten, terwijl stadmensen lage prijzen voor hun voedsel willen betalen. Conflicten tussen de verschillende nationaliteiten in Joegoslavië (Kroaten, Serviërs, Macedoniërs, Albanezen, e t c ) . Hier spelen vaak nationalistische gevoelens mee, dus irrationele belangen. Kunt u een vergelijking maken van de klassenopbouw hier voor en na de revolutie? Prof. Pusic: Voor de revolutie was er sprake van de klassieke klassenopbouw met een kleine top en een grote basis. Door de revolutie veranderde de opbouw van een driehoek in een zogenaamde ruit. Het middenkader is breder geworden en onderaan de basis zitten alleen nog werklozen en achtergestelde groepen in rurale gebieden. Er zijn echter groepen die buiten deze opbouw vallen, bijvoorbeeld de tractorbranche en kleine zelfstandigen. Inkomensverschillen leiden tot statusverschillen, dit uit zich in verschillende consumptiepatronen. Het kan ook alleen maar tot uiting komen in compsumptieverschillen, want het is hier onmogelijk om geld te investeren en op deze manier de productie te controleren. Toch leiden consumptieverschillen tot conflicten. Er zijn bijvoorbeeld Joegoslaven die in het buitenland geld verdienen en dan hier villa's bouwen aan de kust, maar de kust is een sociaal eigendom een gemeenschappelijke erfenis - en in sommige gevallen worden die villa's dan ook gesloopt. De kranten staan vol van dit soort voorbeelden, want opzienbarende consumptie ("conspisious consumption") wordt hier zeer moeilijk getolereerd. THB: Zoals U weet bezitten managers in West-Europa ook niet de productiemiddelen. Wat is het verschil tussen Joegoslavië en West-Europa? Prof. Pusié: In West-Europa wordt de opbouw van de samenleving voor een heel groot gedeelte bepaald door een verschil in consumptie. En ook daar kan men door middel van de consumptie iemands positie bepalen. In Nederland zijn er bijvoorbeeld veel kastelen en grote herenhuizen, die al voor enkele eeuwen behoren tot bepaalde families. Deze ver-

schillen in maatschappelijke verhoudingen zijn in Nederland geaccepteerd. Dit in tegenstelling tot Joegoslavië. Historisch gestabiliseerde verschillen in sociale status voor zover zij bestonden zijn verdwenen. Over de nieuwe verschillen denken mensen anders. De kritiek op dit soort verschillen is direct. De mensen hier staan niet toe dat anderen het beter hebben dan zijzelf. THB: In theorie lijkt dit een prachtig systeem, maar hoe komt het dan dat er bij de bevolking een apathie is om direct deel te nemen aan het arbeiderszelfbestuur? Prof. Pusic: Ja, U heeft gelijk dat relatief slechts weinig mensen actief deelnemen aan het arbeiderszelfbestuur. Velen zijn zich niet bewust van de mogelijkheid beslissingen te beïnvloeden. Arbeiderszelfbestuur is nog een vrij nieuw en onbekend systeem. Mensen zijn er niet aan gewend. Een lage graad van scholing speelt hier ook mee. Ongeveer twintig procent van de bevolking is ongeletterd. Ongeschoolde werkers zijn niet op de hoogte van de mogelijkheid van arbeiderszelfbestuur door hun ongeletterdheid. Dit geeft problemen bij de vertegenwoordiging in de arbeidersraad en hierin zitten te weinig geschoolde arbeiders. Het komt voor dat ongeschoolde arbeiders dertig procent van het personeel zijn, niet vertegenwoordigd zijn in de arbeidersraad. Het gevolg is dat de ongeschoolde arbeider de arbeidersraad niet meer ziet als een vertegenwoordiging van alle arbeiders maar als een managersbestuur. Mensen zijn erg sterk economisch gemotiveerd. Door de graad van technologie wordt het werk vaak in kleine eenheden verdeeld. Hierdoor verliest de arbeider het overzicht van het geheel. Als gevolg van het gebrek aan overzicht let de arbeider vaak enkel nog op het loon dat hij krijgt. Hierdoor neemt de belangstelling voor het arbeiderszelfbestuur nog meer af en dat is erg jammer. Toch is er een toekomst voor het arbeiderszelfbestuur. De nieuwste ontwikkelingen in de techniek voornamelijk de trend naar automatisering en de mogelijkheid om routinehandelingen over te laten aan machines, maken de toepassing van arbeiderszelfbestuur eenvoudiger. Dubrovnik jan. 1983 Bert Peters Michiel von der Fuhr 4 februari 1983


Vervolg van pag. 11

VITE-congres de toenemende werkloosheid. Alleen al In de Europese gemeenschap staan meer dan 10 miljoen mensen zonder baan buiten spel. Overigens is de suggestie om een tijdmarkt in te stellen nogal omstreden. De voorgestelde tijdmarkt zal leiden tot ingrijpende wijzigingen in het beloningsstelsel daar werkenden niet meer betaald krijgen naar prestatie maar naar 'ingebrachte' tijd. In een economische crisis bestaat het gevaar, dat landen de bestrijding van de werkloosheid willen opvoeren door het nemen van beschermende maatregelen ten gunste van het nationale bedrijfsleven. Diverse bijdragen besteden uitvoerig aandacht aan deze gevaren, die het risico van handelsoorlogen aanzienlijk

kunnen vergroten. Interessant is het hoofdstuk dat Bollard geschreven heeft over de rol van kleinschalige initiatieven om de werkloosheid terug te dringen. Bollard betoogt, dat je kleinschalige initiatieven niet mag afdoen als goed bedoelde doch tekortschietende initiatieven om mensen aan werk te helpen. Veel kleinschalige bedrijven maken gebruik van een hoogwaardige technologie om hun produkten op de markt te brengen. Het lezen van de bundel is een heel karwei. De bijdragen zijn geschreven in het Engels, Frans en Duits. Voor internationale economen en juristen mag dat geen onoverwinnelijkje barrière vormen.

Het ligt in de bedoeling het congresboek uit te reiken aan de congresgangers. Er is nog geen beslissing genomen of het boek daarnaast ook in de verkoop wordt gebracht.

—

brochures

— boeken —

"Overname No Claim tot 70% *lnklusief groene kaart

nvai.

'Casco schade afvifikkeling binnen 3 dagen 'Hulp bij ongeval in binnen- en buitenland door de Verzekeraarshulpdienst

Nienhuis&Luiten verzekeringen b.v. Geldropseweg 161, Postbus 10 000,5600 LA Eindhoven Tel.040-116415 Waarin opgenomen: Elndhovens Assurantiekantoor B.V.

Jouw leven bestaat toch niet alleen uit het gebouw van de hogeschool en de studentenflat?

de drukkers uit baarle-nassau

gespecialiseerd irr

Onze lage basis premies zijn voor W A Verzekeringen Casco Verzekeringen Eigen risico / 200,gewicht t/m Bruto premie oorspr cat prijs Bruto premie (exkl no claim) (exkl no claim) inki b t v(/ tot 750 kg f 10 000,/ 398,65 / 364,48 850 kg / 14 000,f 455,60 / 546,72 950 kg / 16 000, / 512,55 / 637,84 1050 kg f 18 000,f 569,50 / 728,96 1150 kg f 20 000,/ 626,45 / 820,08 1250 kg / 25 000, f 683,40 f 997,63

H.Z.

ooi emiel de jong b.v. ©J

Autoverzekeringen voor hogeschoolpersoneel

Kom voor je STUDIEBOEKEN eens naar ons en er gaat een wereld voor je open!! ALGEMENE BOEKEN, TIJDSCHRIFTEN, MODERN ANTIQUARIAA T, BUITENLANDSE POCKETS.

kranten

— dissertaties voor inlichtingen: telefoon 04257-8922, toestel 25, j . de jong

IJP boekhandel pillot Heuvel 32 - 5038 CP Tilburg - Tel. 013-426252/425218.

Hoe helpje een zieke student?

Die zieke student kun je zelf zijn. En dan ben je perfect geholpen met een SSGZ-polis. Neem dus geen risico. Neem de eerste, de beste studenten verzekering voor ziektekosten: de Stichting Studenten Gezondheids Zorg Anno 1954, kortweg SSGZ. Door de jaren heen de keus van meer dan 600.000 studerenden. En terecht! • speciaal opgencht voor alle studerenden • geen winstoogmerk • studenten m het bestuur, steun van de Academische Raad, HBO-raad en studentenorgamsaties • noodfonds voor bijzondere problemen (keerde al meer dan een miljoen gulden uit) • soepel acceptatiebeleid • het laagste eigen risico • prenue slechts f 480,- per jaar (f 42,- per maand)

Maak er nu werk van. Bel voor de folder 01719 -19219 of stap even birmen bij de plaatselijke Instantie van Uitgifte.

Stichting Studenten Gezondheids Zorg De verzekering voor studerenden.

V. d. Mortelstraat 4, 2203 JD Noordwijk (zh)


MEDEDELINGEN

MEDEDELINGEN VANUIT DE DIENST PER SONEELSZAKEN 1. Afschaffing van het bedrag per kind in de va/(antie­uitl<ering. Met ingang van 1 januari wordt het bedrag per kind in de vakantie­uiti<e­ ring afgeschaft. Bij de uitbetaling van de vakantie­uitkering in mei 1983 wordt het bedrag per kind tot 1 janu­ ari uitbetaald. Het vervallen van het kinderbedrag in de vakantie­uitkering zal eveneens een rol spelen bij andere financiële re­ gelingen zoals bij de uitkering bij overlijden en bij de gratificatie bij ambtsjubileum. 2. Beperldng vakantie­uitl<ering. De voor 1982 van toepassing zijnde matiging in de vakantie­uitkering wordt ook in 1983 voortgezet (7,5% vakantie­uitkering met inachtneming van een miximumbedrag van f 433,33 per maand). De definitieve bedragen zullen in een later stadium bekend gemaakt worden. 3. Verlening werkingsduur inhou­ dingswet overheidspersoneel 1982. De verlenging van de werkingsduur van de inhoudingswet overheidsper­ soneel 1982 en het inhoudingsbesluit burgerlijk overheidspersoneel zijn in­ middels geregeld. Over de hoogte van de percentages van de inhouding wordt u binnenkort middels een bijsluiten van het IPA/RCC systeem

VACATURES De faculteit der Rechtsgeleerdheid vraagt voor de vakgroep rechtge­ schiedenis (sectie Nederlandse rechtsgeschiedenis) een WETENSCHAPPELIJK AMBTENAAR (M/V) Benoeming zal geschieden voor de tijd van één jaar; een verlenging is niet bij voorbaat uitgesloten. Bij de vakgroep Besliskunde, Statisti­ sche en Wiskundige Methoden der Econometrie van de subfaculteit der Econometrie is plaats voor een STATISTICUS PROGRAMMEUR (M/V) De functie betreft een aanstelling tot 1 januari 1984. Inlichtingen: tel. 2636, gebouw B, kamer 1028. STUDENT/ASSISTENT (M/V) t.b.v. de vakgroep privaatrecht ter ondersteuning van onderwijs en on­ derzoek op het gebied van het bouw­ recht. Het dienstverband wordt in principe aangegaan m.i.v. 16 januari 1983 voor de duur van één jaar, verlenging met ten hoogste één jaar behoort tot de mogelijkheden. De omvang van het dienstverband bedraagt twee eenheden ( = 1 dag per week). STUDENT­ASSISTENT (M/V) t.b.v. de vakgroep E conomie, voor 4 eenheden (= 2 dagen) per week, vooralsnog gedurende de periode 1 januari 1983 tot 1 januari 1984. Gezocht wordt een doctoraal econo­ miestudent(e), met interesse in di­ dactiek. Volledige advertentietekst te verkrij­ gen B 1028, tel. 2636. OPENINGSTIJDEN BIBLIOTHEEK KHT Alle afdelingsbibliotheken, evenals het Bibliotheek Informatie Centrum en de centrale uitleenbalie, zijn geo­ pend op werkdagen van 09.00 tot 17.00 uur.

Tilburgs Hogeschoolblad

Daarenboven zijn aansluitend geo­ pend tot 21.30 uur: ­ het bibliotheek Informatiecentrum (BIC) en, via het BIC, de Leeszaal Al­ gemene Bibliotheek (LAB) op dins­ dag en op donderdag. In het BIC kan men terecht voor de catalogi, bibliografische en andere naslagwerken, speciale collecties, zoals EEG en statistieken, het gebruik van het talencentrum, aanvragen voor interbibliothecair leenverkeer.

Ter introductie van het onderzoek­ thema Taal en Informatica dat bin­ nenkort binnen de Subfaculteit Let­ teren i.o. zal starten, heeft de Subfa­ culteit twee vooraanstaande weten­ schapsmensen op dit terrein bereid gevonden mede te werken aan een THEMADAG INFORMATICA

TAAL E N

welke zal plaatsvinden op: donder­ dag 10 februari 1983 in CZ 23. Op deze dag zullen Dr. ir. H.C. Bunt en Ir. R .J.H. Scha ieder twee lezin­ gen verzorgen. Daarvan zal de eerste lezing gericht zijn op een publiek van belangstellende leken. In hun tweede lezing gaan de sprekers dieper op hun onderwerp in, waarbij zij zich zullen richten op mensen die tot op zekere hoogte zijn ingevoerd in het vak. Dr. ir. Bunt en Ir. Scha zijn in de jaren zeventig met enkele anderen betrok­ ken geweest bij de ontwikkeling van hetzgn. Philga­project van N.V. Phi­ lips E indhoven, dat ten doel had een automatische syntactische en seman­ tische analyse van natuurlijke taal te ontwikkelen. Later trad Burit in dienst van het IPO (instituut voor Perceptie­Onderzoek) waar hij zich bezighoudt met mens­computer­ communicatie in natuurlijke taal. Hij promoveerde in 1981 op het proef­ schrift "The formal semantics of mass terms." Scha bleef zich in dienst van Philips met mens­machine­interactie bezig­ houden, speciaal met vraag­ antwoord systemen. Hij promoveert binnenkort op een proefschrift "Logi­ cal Foundations for Question­ Answering". Programma: 10.00 uur: De computer ais gesprekspartner (H. Bunt) 11.00 uur: Taal en Kennis (H. Bunt) 14.00 uur: Informatica en Taal: algo­ ritmische metaforen voor linguïsti­ sche structuren (R. Scha) 15.00 uur: Tekstgrammatica en for­ mele semantiek (R. Scha) De Subfaculteit Letteren nodigt u gaarne uit deze lezingen bij te wo­ nen. E en rapport van de werkgroep "Taal en Informatica" is in beperkte oplaag nog verkrijgbaar bij het secre­ tariaat van de Subfaculteit, A 113 (tst. 2568).

INFORMATICA KANDIDAATS ECONOMIE ECONOMOMETR IE Het tweede gedeelte van dit vak (355.012) is als volgt georganiseerd: de heer F. Remmen geeft "Inleiding Data Base Management". Hierin worden geavanceerde metho­ den en technieken behandeld over het omgaan met gegevens in organi­ saties. Bij dit vak hoort een prakti­ cum dat op 13 donderdagmiddagen wordt gehouden. Op de laatste drie middagen zal men in de gelegenheid

worden gesteld te oefenen met een data­base van een ziekenhuis die is geimplementeerd op een computer in Eindhoven. Voor wie alle prakticummiddagen volgt zal het tentamen weinig voor­ bereiding vergen. Omdat voor bovenstaand vak maar door ongeveer 40 studenten kan wor­ den ingeschreven, wordt ook nog het college "Het Programmeren" gege­ ven. Hierbij worden studenten via werkcolleges in de gelegenheid gesteld problemen op te lossen met behulp van de ICL 2966 computer van het rekencentrum. In verband met de rest van de studie geniet dit vak voor de econome­ triestudenten de voorkeur, maar voor economiestudenten geniet "inleiding databasemanagement" de voorkeur.

PROPEDEUSE ECONOMIE / ECONOMETRIE De aanvullende cursus Administratie­ ve Technieken welke verzorgd wordt t.b.v. de studenten met een voor­ waardelijke vrijstelling voor Admi­ nistratieve Technieken (voldoende eindcijfer E conomie ll­V.W.O.), zal plaatsvinden op 25 februari, 4 maart, 11 maart en 18 maart: steeds van 10.30 ­ 12.30 uur in AZ­13. Ten behoeve van ^eze cursus dient u te beschikken over het dictaat Adm. Technieken­propedeuse, collegejaar 1982­1983 (kenmerk 324.82.079).

TECHNISCHE BEDRIJFSORGANISATIE

BEDRIJFSECONOMIE PROPEDEUSE 2E SEMESTER Voor Bedrijfseconomie Propedeuse 2e semester zal de verplichte litera­ tuur bestaan uit: prof. dr. J.C. Bouma: Leerboek der Bedrijfseconomie deel 1, Delwei Wassenaar 1982 drs. J. T.H.M. Blox, prof. drs. C. van der Enden, drs. H.W.C, van der Hart: Bedrijfseconomie, economisch han­ delen in bedrijfskundig perspectief, Elsevier Amsterdam / Brussel 1982. Collegedictaat deel II en deel II, t.z.t. verkrijgbaar bij het dictatenmagazijn. De op de colleges behandelde stof.

VAN

De eerste bijeenkomst van beide werkgroepen zal echter een geza­ menlijke bijeenkomst zijn, en zal plaatsvinden op maandag, 31 januari a.s. 109.30­10.15 uur in PZ 311. Op deze bijeenkomst zal nadere in­ formatie over de themata van de werkgroepen worden gegeven, waarna de verdeling van de deelne­ mers over beide werkgroepen zal worden vastgesteld. De dan gevormde 'maandag'werk­ groep zal daarna van 70.50 ­ 11.15 uur nog een aparte bijeenkomst hebben. De 'woensdag' werkgroep zal voor het eerst bijeenkomen op woensdag 2 februari a.s. om 09.00 uur in PZ31. Studenten, die de woensdagwerk­ groep willen volgen, doch niet in de gelegenheid zijn om op 31 januari aanwezig te zijn op de gezamenlijke bijeenkomst, worden verzocht zich tevoren op te geven ofwel op de bij­ eenkomst van 31 januari hun naam te laten doorgeven door een medestu­ dent(e).

ROOSTERWIJZIGING

Het college van 1 februari vervalt. Het college van 8 februari is verzet naar 7 februari 15.30 ­ 17.30 uur, AZ­12. In de maand februari worden de col­ leges verzorgd door Dr. Tanamal. Het onderwerp is "Kwaliteitsorgani­ satie".

ORGANISATIE ONDERNEMING

Meel begint op maandag 31 januari 1983 (11.30­12.15 uur in PZ31). 2. WE RKGROE PE N Er zullen dit semester twee werkgroe­ pen worden gevormd: een werk­ groep o.l.v. dr. H. van der Vlugt en mw. J. Dekker, wekelijkse bijeen­ komsten op maandag van 09.30­11.15 uur, en een werkgroep o.l.v. drs. M.J.A. Feltzer, wekelijkse bijeenkomsten op woensdag van 09.00 ­ 10.15 uur.

DE

Het college van 7 februari is verzet naar 8 februari 10.30­12.30 uur, AZ­8. Dit is het tweede college uit de cursus over organisatiestructuren die door prof. Goldschmidt gegeven wordt. De normale tijd en plaats voor deze colleges is AZ­12, maandag 15.30 ­ 17.30 uur.

4e semester College Godsdienstpsychologie niet inPZ 814 doch verplaatst naar AZ 6. 7e SEMESTER KINDER ­ EN JEUGDPSYCHOLOGIE Voor elk van de vier tentamens van de 7e semester cursussen Kinder­ en Jeugdpsychologie zal een extra gele­ genheid worden geboden. De tentamendata zijn: 24 maart 1983: Gezins­ en Samenle­ vingsproblematiek 31 maart 1983: Neuropsychologie 14 april 1983: Behandelingsmetho­ den / Orthodidactiek 21 april 1983: Ontwikkelingsstoornis­

INFO­BULLETIN Als vervoilg op een gesprek in no­ vember 1982 met een groepje werkstudenten, is besloten tot het uitgeven van een informatiebulletin. De bedoeling van dit bulletin is de studenten zo optimaal mogelijk op de hoogte te houden van het "reilen en zeilen" in de subfaculteit sociologie. Het geschiedt voorlopig bij wijze van experiment. Het eerste nummer is thans uitgekomen en te verkrijgen op S 14 (662088). Suggesties, commentaren en bijdra­ gen zijn van harte welkom.

kozen tot "avondrector" voor de pe­ riode 1 februari 1983 tot 1 september 1985. OPROEP AAN STUDENTLEDEN VAKGROEP STAATS­ EN ADMI­ NISTRATIEF R ECHT Volgens artikel 22 van het faculteits­ reglement zijn onder andere lid van de vakgroep: ­ studenten die met goed gevolg het Dl­examen hebben gehaald en die het vak c.q. een van de vakken van de vakgroep volgens de geldende re­ geling van de faculteit hebben doen goedkeuren en registreren; ­ de studenten die, hoewel nog niet het Dl­examen behaald hebbende, de aantekening Practische Rechtsbe­ oefening dan wel een daarmee gelijk te stellen aantekening hebben verkre­ gen en die zich bij de vakgroep heb­ ben laten registreren; ­ de studenten van de vrije studierich­ ting die met goed gevolg tentamen in het hoofdvak hebben gedaan en die het vak c.q. een van de vakken van de vakgroep volgens de geldende re­ geling van de faculteit hebben doen goedkeuren en registreren. De vakgroep staats­ en administratief recht roept studenten die volgens bo­ venstaande regeling lid zijn van de vakgroep in zich vóór 24 februari 1983 bij de secretaris van de vak­ groep mr. A.F.M. Brenninkmeijer (tel. 013­662710 of 013­662302) te melden. Deze studenten zullen dan een uitnodiging ontvangen voor een vergadering van de vakgroep in janu­ ari 1983 waarin de leden van het vak­ groepbestuur zullen worden gekozen. KEUZEVAK AVONDSTUDENTEN Langs deze weg worden avondstu­ denten er nogmaals op attent ge­ maakt, dat zij dit semester een speci­ aal in de avonduren te organiseren keuzevak Rechtssociologie kunnen volgen. De cursus wordt gegeven door prof. mr. P.C.M, van Seters. Voor nadere inlichtingen, alsmede voor een informatiebulletin over in­ houd en opzet van deze cursus, wen­ de men zich tot Marian Kok (vak­ groepsecretaresse), B 922, tel. 662254. Voor dagstudenten bestaat eveneens de mogelijkheid dit semester het keu­ zevak Rechtssociologie te lopen. In beginsel kan worden gekozen uit drie verschillende cursussen: (1) Inleiding in de rechtssociologie; (2) Contract en samenleving; (3) Recht en beleid. Een informatieve bijeenkomst voor belangstellenden vindt plaats op vrij­ dag 25­2­1983. STAATS­ EN BESTUUR SR ECHT (propedeuse) Op 4 februari begint het hoorcollege met prof. mr. A.K. Koekkoek om 9.30 uur. Hij zal dan ondermeer het onderdeel multiple choice van de toets van 20 december 1982 behandelen. De antwoorden op de open vragen kunnen die dag van 15.30 tot 17.30 uur worden ingezien in kamer B 828. COLLEGES R ECHTSFILOSOFIE I EN II VOOR AVONDSTUDENTEN

4e SEMESTER KINDER ­

AVONDRECTOR

JEUGDPSYCHOLOGIE 1. COLLE GE Het college van Prof. dr. J.M. van ■Ki^­'^r*?^^

De raad van de juridische faculteit heeft in zijn vergadering van 20 janu­ ari 1983 drs. A.M. van Kalmthout ge­

In afwijking van hetgeen is vermeld in de syllabus Rechtsfilosofie I: 'syste­ matische rechtsfilosofie', wordt het thematisch onderdeel (mensenrech­ ten, docent: A. Rieter) gegeven op 2, 9 en 16 februari. Het onderdeel 'Ge­ schiedenis van het denken' (docent: A. Rieter) wordt gegeven op 21, 23 en 30 maart.

4 februari 1983


MEMO

Studenten \

"hoofdstukken 8 en 9 van het proef schrift van L de Jonge en W M Op pedijk van Veen, "The prospective buyer of consumer durables"(R U Groningen, mei 1982)

WIJZER W O R D E N OVER MARIE De afdelingen postacademisch on derwijs van het N I P (Nederlands Instituut van Psychologen) en de NVO (Nederlandse Vereniging van pedagogen, onderwijskundigen en adragologen) organiseren een konfe rentiedag, getiteld 'Wijzer worden over Marie' Deze dag is gencht op presentatie en bespreking van een aantal recent afgesloten en lopende onderzoeksprojekten op het terrein van de sociale wetenschappen, waa rin aandacht wordt besteed aan de positie, belangen en problemen van vrouwen Er worden 15 inleidingen gehouden, verdeeld over drie hoofdthema's arbeid en organisatie (onderwerpen als konflikten in de werksituatie, konsekwenties van de wet gelijke be handeling voor de positie van de vrouw), - opvoeding en onderwijs (onderwer pen als moederschap en kinderopvang, positieve disknminatie met een dubbele bodem), gezondheidszorg en hulpverlening (onderwerpen als postnatale depres sie, angst voor sexueel geweld) De dag is bestemd voor allen die in deze onderwerpen geïnteresseerd zijn, en met alleen voor mensen die zelf onderzoek op dit terrein verrichten Datum 11 maart 1983 Plaats Amsterdam Kosten / 60, Inlichtingen en inschrijving 020 791526 tst 27/29 NVO 030 322407

N 1 P

KOLLOQUIUM donderdag 10 februan 1983, 15 00 uur, PZ 31 Subfaculteit Psychologie der Katholieke Hogeschool Tilburg Dr L de Jonge N V Philips' Gloei lampenfabrieken, dept C Cl M Dr W M Oppedijk van Veen KHT Vakgroep Economische Psychologie - IVA, Instituut voor Sociaal Wetenschappelijk Onderzoek DE INDEX METHODE EN SDS Een nieuwe methode voor exploratie ve analyse en een nieuwe maat voor de evaluatie van classificatietabellen De index methode is een exploratieve analysetechniek met ruime vooron derstellingen De methode biedt de mogelijkheid om rekening te houden met heterogeen samengestelde po pulaties, lineaire en met lineaire rela ties tussen de te verklaren en de ver klarende variabelen, ontbrekende data, scheefverdeelde variabelen, en met variabelen met een verschillend meetniveau SDS (Standard Discnminatory Success) IS een maat om predictieve 2 bij 2 classificaties te beoordelen De maat is generaliseerbaar naar 2 bij k classificaties De waarde van SDS varieert tussen O en 1 en geeft aan hoe goed men in staat is leden van 2 a prion gedefinieerde groepen te onderscheiden De interpretatie van SDS is daarbij met afhankelijk van de relatieve grootte van die 2 groepen Tijdens de voordracht zullen de index methode en SDS toegelicht worden en zal worden ingegaan op de achter gronden en op de toepassingen in verschillende (consumenten-) enquêteonderzoeken De voordracht is gebaseerd op de

Tilburgs Hogeschoolblad

"DE I M M E " Vegetarisch eethuis " D e Imme" is vanaf 5 februan ook open als koffie/theehuis W I J serveren dan verschillende soorten koffie en thee, melk, chocolademelk, desserts, lun ches, taart, broodjes en soep Van dinsdag t / m zaterdag open van 10 00 tot 16 00 uur, en van 17 00 20 00 uur open als eethuis Op zaterdag 5 februari is het open dag van 10 00 tot 16 00 uur U kunt dan proeven van verschillende din gen die wij vanaf 5 februari gaan serveren Van harte welkom De " l m m e " , Willem II straat 52a, Tilburg, tel 425229

Buro Buitenlandt TER INZAGE Overzicht van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen aangaande de bestaande wetenschappelijke samenwerking tussen Oostenrijk en Nederland Informatiefolder over beurzen (20 in totaal) die door de Commissie van de Europese Gemeenschappen m '83-'84 verstrekt worden ten behoeve van onderzoek betreffende de Europese integratie, de beurzen zijn bestemd voor jonge wetenschappelijke medewerkers, assistenten en pro fessoren aan het begin van hun loopbaan die zich individueel of in groepsverband bezighouden met de bestudenng van de Europese integratie De subsidieregeling van de Commissie van de Europese Gemeenschap voor instellingen van hoger onderwijs die met partners in andere landen van de Europese Gemeenschappen willen samenwerken aan de ontwikkeling van gezamenlijke studieprogram ma's, tevens voor korte studiebezoeken " D e subsidies van de Commissie zijn bedoeld om steun te verlenen aan sa menwerkmgsprojekten m alle sectoren van hoger onderwijs en op alle studieterreinen, waarvoor gezamen lijke academische planning nodig is tussen instellingen in ten minste twee Lid-Staten van de E G De soorten samenwerking kunnen in de praktijk zeer uiteenlopend zijn In enkele ge vallen kan het nodig zijn dat studenten naar elders gaan voor een erkend onderdeel van hun studiecursus, in andere gevallen kan de onderwijsstaf van een buitenlandse instelling een specifiek deel van een cursus komen overnemen, ook is het mogelijk dat cursussen of delen daarvan geza menlijk worden opgezet door instellingen in verschillende landen met het oog op de invoering in de lespro gramma's in alle deelnemende instel lingen, ook al brengt dit geen ver plaatsing mee van docenten of studenten Normaal wordt prioriteit gegeven aan projecten met een hoge mate van cursusintegratie " Er zijn zowel subsidies voor voorbereidend bezoek als ontwikkelingssub sidies beschikbaar De tekst van het cultureel verdrag met Italië, voorstellen ten behoeve van de tekst voor een nieuw protocol 1983 1985 s v p uiterlijk 3e week van februan indienen op BB

TER INZAGE M b t uitwisselings/samenwer kingsmogelijkheden in het kader van Culturele Verdragen ligt bij BURO BUITENLAND ter inzage Het uitvoeringsprotocol 1983-1985 I h k V Cultureel Verdrag OostenrijkNederland, Een overzicht van bestaande wetenschappelijke kontakten tussen Oostenrijk en Nederland, met het verzoek van het Ministerie van O & W om kommentaar en evt voorstellen m b t samenwerking Een artikel en verslag van de Hoofd direktie Wetenschapsbeleid van het Ministerie van O & W n a v een reis naar Brazilië m b t verkenning van samenwerkingsmogelijkheden I h k V het (slapend) Cultureel Ver drag met Brazilië, waarbij van de zij de van het Ministerie van O & W ver zocht wordt om kommentaar, advies en voorstellen voor te initiëren projekten Inlichtingen Buro Buitenland, kamer B 1013, Tel (66)2236

Variax WEEKENDCONFERENTIE Weekendconferentie op zaterdag 12 en zondagmorgen 23 februari 1983 in de Internationale School voor Wijs begeerte. Leusden ROLAND BARTHES (1915-1980) De naam van Ronald Barthes is voor al verbonden met de literatuurtheone van na de Tweede Wereldoorlog Op verschillende manieren kan men literatuur benaderen Bij Roland Bar thes is de hartstocht voor de taal daarvan het uitgangspunt De titel van het boek van Henk Hille naar "Roland Barthes, existentia lisme, semiotiek, psychoanalyse' wijst op de verschillende invalshoe ken van waaruit Barthes met litera tuur bezig was Tijdens de conferentie zullen diverse aspecten uit zijn werk aan de orde komen door middel van inleidingen en het in groepen lezen van teksten De conferentie begint zaterdags om 10 30 uur en eindigt 's zondags na de lunch INLEIDERS Dr H J Hillenaar Dr E de Kuijper en Dr E Poppe Voor nadere inlichtingen en aanmelding ISVW, Dodeweg 8, 3832 RD Leusden Tel 033 - 15020

MARANATHA Voor de tweede helft van het studie jaar '82 '83 gaat er in Maranatha nog een zogenaamde "praatgroep van start op maandagavond 7 februan a s om 20 00 uur Het gaat om ongeveer 10 bijeenkomsten op maandagavond van 20 00 tot 22 00 uur (met uitzondenng van maandagen in karnavals- en paasvakantie) Omdat in een "praatgroep" iedereen zelf mee het onderwerp voor gesprek kan aangeven, is er geen vast om schreven programma Omdat in het algemeen iedereen van te voren toch wat wil weten over hoe het er aan toe gaat, is het " t h e m a " als volgt omschreven "STUDIEHOOFD" en/of "GEVOELSMENS" TEGEN KENNIS DIE ONDERDRUKT M a w het kan gaan over vragen die je oploopt aan je studie, omdat je daann jezelf wel of met meer tegenkomt, omdat je daarin wel wat inzicht

meer opdoet, maar het uitzicht ver liest, omdat je daarbij steeds meer twijfels en ongeloof bij jezelf ontdekt, omdat je juist in het gesprek met an deren wil zoeken naar een richting, omdat je met je hoofd én je hart/gevoel wilt blijven/gaan studeren W e starten met wie wil, op maandag 7 februan, élke dinsdagavond van 17 30 tot 19 45 uur (met uitzondering van karnavalsdinsdag en in de paasvakantie) "KLEINTJE M A R A N A T H A " Je kunt zomaar binnenlopen voor een warme hap (tegen kostprijs) met een gesprekje aan tafel Zomaar een gelegenheid om kennis te maken met mensen, met Marana tha met andere groepjes/bewegin gen in de stad

Sport, NEDERLANDSE STUDENTEN KAMPIOENSCHAPPEN

bal, veldhockey, judo, schermen, ta feltennis, tennis, veldvoetbal, volley bal, waterpolo, zaalhandbal en zwemmen Heb je interesse om aan de N S K deel te nemen, schrijf dan voor 15 februari in bij de balie van de studentensporthal of meld je voor 15 februan bij de contactpersoon van de desbetreffende sport Keep Moving: konditietraining met begeleiding van muziek, elke donder dag van 17 00 - 18 00 uur in de grote zaal van de sporthal

Talencentrum \ INTENSIEVE WEEK ENGELS VOOR ALGEMEEN BELANGSTELLENDEN De intensieve week Engels voor alge meen belangstellenden vindt plaats van 9 t / m 13 mei 1983 Het is een ophaal en bijpoetscursus voor mensen met ± V W O opleiding Nadere inlichtingen volgen later in dit semester

Op dinsdag 29 en woensdag 30 maart 1983 worden in Nijmegen, voor het eerst sinds vijf jaar, de grote Neder landse Studenten Kampioenschap pen (NSK) georganiseerd De organi satie van dit evenement is in handen van de Nijmeegse Studenten Sport raad en staat onder auspiciën van de Nederlandse Studenten Sport Stich ting (NSSS) Tijdens deze kampioen schappen zullen 13 verschillende tak ken van sport beoefend kunnen worden door studenten van instellingen voor tertiair onderwijs Men kan zich inschrijven voor badminton, basket bal, veld-hockey, judo, rugby, schermen, tafeltennis, tennis, voetbal, volleybal, waterpolo, zaalhandbal en zwemmen De wedstrijden worden allemaal in Nijmegen gespeeld, verspreid over verschillende sportaccomodaties binnen en buiten de Katholieke Umversi teit Naast het wedstrijdelement zal het accent op de gezelligheid komen te liggen Geïnteresseerden kunnen zich voor een voodopige inschrijving, met ver melding van de gewenste sport(en), opgeven bij de sportraad (OSSO) van de eigen instelling of bij de NSK organisatie, Postbus 9061, 6500 KL Nijmegen, tel 080 512394 (donderdagmiddag) Begin maart 1983 start de definitieve inschrijving, waar nadere informatie over zal volgen PENDRAGON e.s.t.d. Op donderdag en vrijdag 24 en 25 maart a s wordt op het complex van de TH Twente in Drienerlo het zgn E S T D (Eerstejaars Sport Toernooi Drienerlo) gehouden, dit zijn de officieuze kampioenschappen voor eerstejaarsstudenten De vol gende sporten worden er bedreven volleybal, basketbal, zaalvoetbal, zaalhockey, tafeltennis, badminton, en waterpolo, elke sport zowel da mes als heren Heb je belangstelling voor dit evenement en ben je eerste jaars, meld je dan zo spoedig mogelijk aan, namelijk vóór 15 februan Je kunt je schriftelijk aanmelden bij de balie van de studentensporthal onder vermelding van de sport waarvoor je belangstelling hebt N.S.K. De Nederlandse Studenten Kampioenschappen worden dit jaar m Nijmegen gehouden en wel op 29 en 30 maart a s Alle sporten worden hier in teamverband beoefend Dit zijn de sporten badminton, basket-

4 februari 1983

Menu PERIODE 7 T / M 11 FEBRUARI M A A N D A G 7 2 1983 juliennesoep kippegroentesoep cheeseburger gepaneerd speklapje espagnolesaus andijvie a la crème zuurkool rauwkostsla gekookte aardappelen diverse nagerechten DINSDAG 8 2 1983 chinese kippesoep seldenjsoep nasi goreng kroepoek augurk gesneden kip met ananas zoetzure saus rundervink vleessaus kapucijners gekookte aardappelen div nagerechten WOENSDAG 9 2 1983 heldere tomatensoep preisoep runderlapje kalkoenrollade madeirasaus bietjes met appel en rozijn spitskool gekookte aardappelen div nagerechten DONDERDAG 10 2 1983 heldere aspergesoep bloemkoolsoep bruine bonenschotel met rookworst en spek seldery worlelsalade pittige tomatensaus jachtschotel met appelmoes div nagerechten VRIJDAG 11-2 1983 goulashsoep pilaf gemengde sla gele rijst of gekookte aardappelen gebakken vis gestoofde kool met kaas div nagerechten

IQ


Hü'^pO^ STUDIUM GE NE RALE

Agenda

Olof 14.00­23.00 uur: Bejaardendag georganiseerd door SMAC

Latijns­Amerika onder de schijnwerpers

FEBRUARI

Katholieke Hogeschool, 12.30 uur: Studium Génerale­programma La­ ■■■ tijns Amerika, aula: 'Don Ayui met Us Uruguayaanse muziek en zang. 14.00 uur, AZ­20: Jan van der Putten over "Latijns Amerika, demokratle met vallen en opstaan?"; 16.00 uur: Film "Operación Masacre", Argentijnse film uit 1972.

Op 9 februari staat, In het kader van het programma Informationaal van Studium Generale, Latijns­Amerika de hele dag in de belangstelling. In de middagpauze, van half één tot half twee, brengt Duo Ayui muziek en dans uit Uruguay ten gehore in de aula. De muziek van Gustavo Pazos en Carlos de Rivas behoort tot het nieuwe Uruguayaanse volkslied, een beweging die in de jaren zestig ont­ staan is. Het duo heeft de naam aan­ genomen van het kamp, waarheen de vrijheidsstrijder José Artigas in 1825 verbannen werd. Op deze wijze geven zij aan, dat nu de tweede onaf­ hankelijkheidsstrijd begonnen is. Van twee uur tot half vier geeft Jan van der Putten een lezing in AZ 20 met als thema Latijns­Amerika: de­ mol<ratie met val/en en opstaan? Jan van der Putten is Latijns­Amerika deskundige en correspondent van de Volkskrant, De Groene Amsterdam­ mer, de KRO en de NCRV. Hij geeft een globaal overzicht van de ontwik­ kelingen in Latijns Amerika sinds de Malvinasoorlog vorig jaar. E conomi­ sche crisis en volksverzet hebben de regimes van vrijwel alle landen in er­ nstige problemen gebracht. In het zuiden van het continent zijn de mili­ tairen op de terugtocht, al proberen ze de demokratiseringsprocessen strikt onder controle te houden. In Midden­Amerika zal het geweer de doorslag moeten geven in de strijd voor de demokratle. Om vier uur wordt tenslotte in AZ 20 de film Operación IVIasacre gedraaid, een Argentijnse film uit 1972 van Jor­ ge Cedron naar het boek van Rodolfo Walsh. Het is een gedramatiseerde documentaire over de staatsgreep In 1956. Op de avond van de staats­ greep zijn een aantal mannen bij ie­ mand thuis, naar een voetbal­ wedstrijd aan het luisteren. E en paar van hen zijn werkloos, omdat zij zich als aktief vakbondslid hebben op­ gesteld. Dan valt plotseling de politie binnen, en neemt de mannen mee Van 1 tot en met 19 februari is in de ruimte voor de Aula de fototen­ toonstelling Mensen in Midden­ Amenka te zien, van Maya Pejic. Een gratis brochure met achtergron­ dartikelen over Latijns Amerika is ver­ krijgbaar bij Studium Generale, ka­ mer B2, en Buro Buitenland, B 1013. K.B. KULTUREEL SE NTRUM Vrijdag 4 februari 20.30 uur theater­ zaal Kultureel Sentrum.

Franz Joseph Bogner speelt Faust, Mep­ histo, Goethe en vele anderen Nauwelijks genezen van een stevige ziekte probeert F.J. Bogner het nog een keer in Tilburg, de stad waar hij graag op de bühne staat. Voor de laatste keer in het Kultureel Sentrum, oude stijl, met 'Goethes V'st'. De Westduitse mimespeler/clown/ kabaretier/schrijver Frans Joseph Bogner neemt in de mimewereld een geheel eigen plaats in. In zijn voorstellingen, waarin behalve beweging ook de taal een grote rol speelt, gaat hij een rechtsstreekse konfrontatie aan met het publiek en dwingt hij reakties van hen af. Zijn zeer eigen benadering lokt omschrij­

Tilburgs Hogeschoolblad

VRIJDAG 4 FE BRUARI Staddschouwburg, 20.15 uur: Blijspel '3 in de pan' van André Rous­ sin door Joke Bruijs, Piet Bamber­ ger, René van Vooren en Arni Breeveld. Stadsschouwburg, 20.30 uur: De Grootste Luxe na de kleurentevee met het nieuwe programma 'Sterker nog: Vlees! Kultureel Sentrum: 20.30 uur: Goe­ thes V'st. Franz Joseph Bogner speelt Faust, Mephisto, Goethe, Gretchen, E ckermann, F.J. Bogner en vele anderen. STADSSCHOUWBURG Zaterdag 5 februari 20.15 uur Grote Zaal

Boeiend "Chemisch Huweiijlc" van Globe "Sympathiekl Hoe dodelijk klinkt dati Geen zaak zo saai, zo simpel, zo van franje en kleur gespeend, of er­ gens is ze ons wel sympathiek." De­ ze tekst legt Gerrit Komrij een van de figuren van zijn "Chemisch Huwe­ lijk" in de mond. Het is duidelijk dat het hier om een cliché­begrlp gaat, de oorspronkelijke betekenis is in de loop van de tijd afgesleten. E en ver­ gelijkbaar cliché­begrip dat een soortgelijke behandeling heeft onder­ gaan is het woord 'boeiend'. De ac­ teurs van Globe brachten onder de regie van Gerardjan Rijnders een boeiend 'Chemisch Huwelijk' op de planken. Van de oorspronkelijke be­ tekenis: (door fascinatie) als in boei­ en gekluisterd blijft ons slechts een zielloos, niets zeggend residu. Nu is het natuurlijk mogelijk om je van de 'stem des volks' en de beteke­ nissen die zij aan haar woorden toe­ kent niets aan te trekken. E r zijn al zoveel woorden ontkracht en bezoe­ deld en je moet tóch wat. Komrij heeft voor zichzelf een reme­ die gevonden: je moet voortdurend in het hyper­bewustzijn van elk woord leven, anders ben je reddeloos verloren. E en voorbeeld: "Je hebt de laatste jaren nog nooit iemand zoveel over de liefde horen zingen als André Hazes. Dat is alléén maar liefde wat de klok slaat en dan zie je een of an­ dere dikke, zwetende vetklier die dat er met de grootste jankerigheid uit­ pompt terwijl het halve volk daarbij in zwijm ligt en nog inderdaad denkt dat hij het over de liefde heeft. Dat is heel treurig. Als je zoiets hoort zou je dat woord willen oppakken en met zijn kop In de grond stampen om het nooit meer te gebruiken". Zover is het gelukkig niet gekomen; het 'Chemisch huwelijk' staat bol van 'liefde' en andere verheven woorden als 'schoonheid', 'onschuld' en 'kunst'. Komrij slaagt erin deze woor­ den te vrijwaren van holheid en valse

vingen uit als 'Publikumsbeschimp­ fung' en 'anti­theater'. Zijn vindingrijkheid lijkt geen grenzen te kennen. Zijn nieuwe programma 'Goethes V'st' wordt in de Duitse pers zijn beste tot nu genoemd, een kunststuk, Bogner wordt omschre­ ven als een systematische kapotma­ ker, maar wel een vriendelijke. Bog­ ner gebruikt zijn teksten om een aan­ val te doen op de maatschappij die het toelaat dat Goethes uitspraken klakkeloos worden gebruikt. Hij heeft duidelijk geen vertrouwen in een 'op­ voedingsideaal' dat de levensgrote leugen verbreidt als zou een mens­ waardige opvoeding ook leiden tot menswaardig gedrag.

pathetiek dankzij zijn oprechtheid en .... een flinke dosis vakmanschap. Het 'Chemisch Huwelijk' is een klas­ siek drama In rijmloze verzen voor vier heren dat zich binnen de muren van een kasteel afspeelt. Komrij ba­ seerde zich daarbij op de roman 'Die Wahiverwandschaften' van Goethe, waarin de vier hoofdfiguren een ont­ wikkeling doormaken die zich laat vergelijken met een chemisch pro­ ces. Twee stoffen zijn een verbinding aangegaan maar elk van beide is 'ver­ want' met een stof die van buiten wordt toegevoegd. De verwante stoffen oefenen zo'n hevige aantrek­ kingskracht op elkaar uit dat de ver­ binding uiteenvalt. Tot zover een summiere samenvat­ ting. Komrij heeft bewust gekozen voor vier mannen als hoofdfiguren, deels om het thema van Goethe op een nog abstracter niveau uit te wer­ ken, deels om er zijn opvattingen over homoseksualiteit mee naar vo­ ren te brengen. "Ik heb in dit stuk flink de hele rimram uit de ouwe flik­ kerdoos opengetrokken", zegt hij zelf. De homoseksuele denkwereld: l'amour bleu, de prachtige blauwe matroos, het Sint­Sebastiaansmo­ tief, het is allemaal terug te vinden in het 'Chemisch Huwelijk'. De acteurs van Globe spelen het stuk onder de regie van Gerardjan Rijn­ ders bloedserieus en op het scherp van de snede: zodra ze bij het uit­ spreken van de hoogdravende teksten niet de juiste toon treffen, verkeert het in een parodie. Wordt de toeschouwer nu ook bij het stuk betrokken? Weliswaar zijn er momenten van her­ kenning, toch blijft de afstandelijk­ heid overheersen. E n wie weet: mis­ schien zit het geheim van een geslaagde boeiende voorstelling juist in een goed gedoseerde spanning tussen afstand en herkenning. L.K. STUDIUM GE NE RALE Donderdag 10 februari 13.30 uur zaal AZ8

Mr. Yvonne Quispel "Het wetsvoorstel Zedelijkheidswet­ geving" In deze inleiding wordt de achter­ grond besproken van de huidige strafwet over de zedelijkheid en van het nieuwe wetsvoorstel. Vervolgens wordt de funktie van het strafrecht in

Stadsschouwburg, 20.30 uur: Film­ huis "Messidor" van de Zweedse re­ gisseur Alain Tanner uit 1979. Stadsschouwburg, 22.30 uur: Film­ huis "Orfeu Negro" van de Frans Braziliaanse regisseur Marcel Camus uit 1958. KALO­soos, Sportweg Tilburg, 21.00 uur: Groots sociologenfeest. ZATERDAG 5 FE BRUARI Stadsschouwburg, 20.15 uur: Globe met "Het Chemisch huwelijk". Regie: Gerardjan Rijnders. Met o.a. Huib Rooijmans, Adriaan OIree, Kees Hulst, Pierre Bokma. Stadsschouwburg: 20.30 uur: Film­ huis "Messidor" (zie 4 febr.) Stadsschouwburg, 22.30 uur: Film­ huis 'Orfeu Negro' ZONDAG 6 FE BRUARI Stadsschouwburg, 12.30 uur: Kof­ fiekonsert van de SME T door de Slagwerkgroep Den Haag. Werken van o.a. Loevendie, Cage, De Vliege en Greene. Maranatha, 11.15 uur: Viering eu­ charistie. Thema: "E en nieuw ver­ bond" Onder verantwoordelijkheid van de Groep Zondagmorgen Liturgie. MAANDAG 7 FE BRUARI Olof, 20.30 uur: Hypnotiseur Hans­ sen met avondvullende Hypnoseshow. Maranatha, 20.00­22.00 uur: "Praat­ groep" met als thema "Studiehoofd" en/of "Gevoelsmens"? tégen kennis die onderdrukt. DINSDAG 8 FE BRUARI Ambassade bioskoop, 22.30 uur: Filmliga met "Missing". Regie: Costa­Gavras. Met Jack Lemmon, Sissy Spacek, Melanie Mayron, John Shea, Charles Cioffi. 1982. Stadsschouwburg, 20.30 uur: Film­ huis met "Missidor" (zie 4 febr.) Olof, 19.00 uur: Pauzekonsert. Olof, 19.30­20.30 uur: Jazzballetles voor beginners 20.45­21.45 uur: Jazzballetles voor beginners. WOENSDAG 9 FE BRUARI Stadsschouwburg, 20.30 uur: Film­ huis met "Messidor" (zie 4 febr.) de strijd tegen pornografie en tegen het misdrijf van verkrachting binnen het huwelijk besproken. Er zal gepleit worden voor meer mogelijkheden van civiel­rechtelijke procedures, bij­ voorbeeld middels de Wet Gelijke Be­ handeling, tegen sexe­discriminatie. Yvonne Quispel is werkzaam bij de FIOM, een organisatie voor al­ leenstaande ouders.

DONDERDAG 10 FEBRUARI Paradox, Willem llstraat 5: Sessie o.l.v. Ron van Rossum Stadsschouwburg: 20.11 uur, alle zalen: Krulkenconsert. Kultureel Sentrum, 20.30 uur: "Osmose", een dansprogramma in drie delen door De Nieuwe Dansgroep. Kultureel Sentrum, 22.00 uur: "An­ tigona". Vrouwenstrijd vertaald In dans en uitgevoerd door de Mexi­ caanse danseres Anthenea Baker. Ok>f, 22.00 uur: Agrarisch Brabants Feest in de boerderij. Muziek: Live band. Brabantse klederdracht vereist. Katholieke Hogeschool, 15.30­17.15 uur, AZ­20: F. Creemers / M. Westermann over "E en antho­ logie van de Nederlandse literatuur voor buitenlanders. Org.: Subfak. Letteren i.o. Katholieke Hogeschool, 13.30 uur, AZ­8: Yvonne Quispel over: "Het Wetsvoorstel Zedelijkheidswetge­ ving". Studium Generale cycklus hoe Zedig is Vrouwe Justitia? Katholieke Hogeschool, 9.00 uur aula VITE congres: Thema: "Mede­ zeggenschap en werkloosheid" Le­ zingen door Prof. Dachler (St. Gal­ len), Prof. L. Blanpain, (Leuven), Prof. E . Pusic (Zagreb). Katholieke Hogeschool: 10.00 uur, CZ 23: Themadag taal en informati­ ca. Lezingen door Dr. Ir. H.C. Bunt en Ir. R.J.H. Scha. Org.: Subfak. Letteren I.o. VRIJDAG 11 FEBRUARI Stadsschouwburg, 20.15 uur: Kar­ navalsshow met bal. Kultureel Sentrum, 20.30 "Osmose" (zie 10 febr.)

uur:

Kultureel Sentrum, 22.00 uur: "An­ tigona" (zie 10 febr.) Katholieke Hogeschool, 16.15 uur, aula: Promotie Mr. A.J. van Soest. Promotor: Prof. D.A.M. Meeles. Ti­ tel proefschrift: "De regeling van de fiscale eenheid in de vennootschaps­ belasting (Artikel 15 wet vpb'69)" TENTOONSTELLINGEN Katholieke Hogeschool Van 1 t/m 19 februari: Fototen­ toonstelling "Mensen in Midden­ Amerika" van de fotografe Maya Pejic. Kultureel Sentrum Tot en met 27 februari: Fototen­ toonstelling met werk van Michel Szuiz Krzyzanowski, Jean Ruiter, Hans van Meerwijk, André Thijssen en Albert Giordan. Kultureel Sentrum Tot en met 27 februari: "Ontwerpen voor de massamedia". Door middel van kijkmappen, videobanden en een diaprogramma wordt een beeld ge­ geven van werk van de vormgevers Swip Stolk, Kees E ndenburg. Pleter van Delft en Anthon Beeke. Nederlands Textielmuseum Tot en met 13 februari: Tentoonstel­ ling voor mode en kleding.

4 februari 1983


I

ACHTERKLAP ^

Nog een beeld van de oerlelijke ■ en daarom juist weer zo mooie ­ toren van de Sint Maartenskerk, die dit deel van Tilburg­West domineerde. De amper 20 jaar oude kerk is gesloopt want ze bleek te ruim en te duur in onderhoud. IMaranatha vangt nu de verweesde kerkgangers in De Reit op. De voorgenomen verhuizing van de gebrandschilderde ramen naar de KHT gaat niet door. Verhuis­ kosten van deze in beton gegoten ramen bleken te hoog. Op het braakliggende terrein wil buurman Interpolis ­ de moderne tijdsgeest getrouw ­ een computer­ centrum bouwen.

Tekstverwerkers Of automatisering leidt tot aan­ tasting van de kwaliteit van de arbeid is een vraag waar vele we­ tenschappers zich op het mo­ ment intensief mee bezighou­ den. E en eenduidig antwoord is hierop nog niet gegeven. Dat bij­ voorbeeld het werken met tekst­ verwerkers kan leiden tot ver­ moeide en geïrriteerde ogen, en dat door het zittende werk klach­ ten in de rug en gewrichten kun­ nen worden veroorzaakt was be­ kend. Dat het werken met beeld­ schermen kan leiden tot zwan­ gerschapsproblemen was mij een volslagen verrassing. De Gro­ ningse Universiteitskrant open­ baarde dit feit. Het percentage miskramen en problemen bij de geboorte van zwangere vrouwen die aan een beeldscherm werken ligt om en nabij de 60% hoger dan het gemiddelde. Voorstan­ ders van beschermende maatre­ gelen voor zwangere beeld­ schermtypistes wijzen op de ge­ varen van de straling die vrij­ komt. Die straling bestaat uit röntgengolven, ultraviolettestra­ ling, infrarood, microgolven en radiogolven. Tegenstanders zijn echter van mening dat de straling zo gering is dat zelfs de meest nauwkeurige meetapparatuur het niet kan registreren. De voor­

standers hebben inmiddels aan­ gekondigd met nog nauwkeuri­ ger meetapparatuur op de markt te komen. Wordt het niet eens tijd dat de KHT vraagtekens gaat zetten bij de invoering van nieu­ we tekstverwerkers en het ge­ bruik van bestaande tekstverwerkers? L.v.W.

Studenten Werk­ groep Homofilie In oktober van het vorig jaar besloot de Studenten Werk­ groep Homofilie (SWH) van de Tilburgse Hogeschool een brief te sturen naar het bestuur van de vakgroep Klinische Psychologie en Psychopathologie van de Subfakulteit Psychologie. On­ derwerp van de brief was de be­ handeling van het thema 'homo­ sexualiteit' in de doktoraalkursus Psychopathologie door docent Dr. J. Marlet. Marlet behandelt dit thema namelijk onder het hoofdstuk "seksuele perver­ sieën", hetgeen in deze tijd vol­ gens de SWH wel een anachro­ nisme genoemd kan worden. Reeds door uitgebreide onder­ zoekingen van de befaamde Amerikaanse sexuoloog Kinsey in de vijftiger jaren, is bijvoor­ beeld overtuigend aangetoond

dat homosexualiteit als categorie helemaal niet bestaat. Dit onder­ werp dan bestempelen als een "sexuele perversie' is volgens de SWH een onwetenschappelijke, manipulatieve en moraliserende activiteit. Ook tijdens de door de SWH en Studium Generale geor­ ganiseerde lezingencyclus "Ho mosexualiteit als fictie" in no­ vember van het vorig jaar, kwam verschillende malen de onhoud­ baarheid van de term "homo­ sexualiteit" als psychologische verklaringscategorie en als scherp omlijnd persoonlijkheids­ kenmerk aan bod. Zo stelde de antropoloog Drs. Gert Hekma in een lezing op 18 november, dat hij tijdens de voorbereidingen van zijn dissertatie omtrent de begripsvorming rondom homo­ sexualiteit duidelijk ontdekt had hoe zeer tijd en plaatsgebonden het gebruik en de betekenis van de diverse termen was, die met "homosexualiteit" te maken hadden. E en van de conclusies daarbij was dat het onzinnig is om te spreken van DE homo­ sexueel, omdat het volstrekt on­ duidelijk is wat nu precies be­ doeld wordt met deze term. In haar brief stelt de SWH dat het onderwerp "homosexuali­ teit" uit de cursus "Psychopa­ thologie" dient te verdwijnen, en dat het ondergebracht moet wor­ den in een cursus waarin veel meer aandacht geschonken wordt aan een psycho­sociale benadering ervan. In een ant­ woord aan de Studentenwerk­ groep stelt Prof. dr. W. de Moor, voorzitter van het bestuur van de vakgroep Klinische Psychologie en Psychopathologie, dat in het

Aantekeningen van een kamerbewoner

Rivaliteit door Ronald Verboom In het katholieke Tilburg was het vrij uitzonderlijk dat een elftal van een openbare school het Paasvoetbaltoernooi won. Dat de eerste­klassertjes van de Willem­II HBS een eind maakten aan de zegenreeks van Paulus en Odulphus was vooral te danken aan Ton Planken, een klein blond jongetje met een welhaast Braziliaanse techniek. Zo kon hij de bal langs zijn lichaam laten circuleren: rechtervoet, rechterknie, rech­ terschouder, hoofd (2x) en dan weer langs de linkerkant van het lichaam terug. Ook beheerste hij het zogenaamde terughalen van de bal: voet op de bal plaatsen met de zool de bal achterwaarts trekken om hem vervolgens met binnenkant voet zijwaarts weg te spelen; dit alles natuurlijk uitgevoerd in één vloeiende beweging, en voordat hij met mij op de HBS in dezelfde klas belandde was ik al eens en met mij de com­ plete achterhoek van het N oad­elftal (N ooit Ophouden Altijd Doorgaan) waarin ik speelde voor gek gezet door dit briljant staaltje techniek. Als opgewonden duiven circelden wij om hem heen, maar steeds wist hij ons met dit terughalen van de bal te ontwijken. Dankzij hem wonnen de Willem­H­ertjes tot teleurstelling van mijn va­ der die altijd naar mij kwam kijken met 5­0. Op de HBS gekomen vond ik in Ton Planken mijn meerdere. Waarom ik en niet hij door de gymleraar als aanvoerder van het HBS­team werd uitverkoren weet ik niet, waarschijnlijk werd hij te klein en te onopvallend bevonden, maar dat dit hem behoorlijk moet hebben gestoken, dat moest ik later op pijnlijke manier ervaren. In Tilburg werd toendertijd in het Gemeentelijk Sportpark elk jaar een Sportdag gehou­ den, bij welk evenement allerlei takken van sport werden gedemonstreerd. N atuurlijk waren wij als 13­14 jarige jongens bijzonder trots: in een echt voetbalstadion voor

meest gezaghebbende handboek DSM­III, "Homosexualiteit" en­ kel nog gedefinieerd wordt als een "mental disorder" indien het om een "ego­dystonische" ho­ mosexualiteit gaat. Kortom, vol­ gens de hoogleraar en het vak­ groepsbestuur wordt homosexu­ aliteit als zodanig niet meer ge­ classificeerd als een "mentale stoornis", behalve in het geval iemand zijn of haar homosexuele verlangens onaanvaardbaar vindt en beleeft als een bron van ernstige zorg en spanning. Deze opvatting verschilt nogal sterk van de visie van Dr. Marlet, die pleegt te spreken in termen van "sexuele perversie". Professor de Moor stelt in zijn brief dat de Studenten Werkgroep Homofilie deze visie wel "conservatief" zal vinden, maar voegt daar aan toe dat naar zijn mening ook een der­ gelijk conservatief standpunt ge­ wettigd is, mits andere ge­ zichtspunten aan bod kunnen komen. "Du choc des idees jaillit la lumière", zo besluit hij zijn brief.

theorieën; voorts dat geen literatuur­ of bronvermelding plaatsvindt en tenslotte dat Mar­ let's uitspraken op geen enkele wijze voldoen aan wetenschap­ pelijke normen en in strijd zijn met een grote hoeveelheid van empirisch onderzoek. Ook bleef de SWH van mening dat het vak­ groepsbestuur volledig voorbij gegaan was aan het bezwaar dat de visie van Dr. Marlet kwetsend kan zijn voor homosexuelen, en dat dit nauwelijks door de via Prof. de Moor verwoorde vrijheid van opvatting kan worden verde­ digd. Dr. Marlet zou, zo wordt gezegd in de reaktie van de SHW op het antwoord van het vak­ groepsbestuur, herhaaldelijk in zijn kolleges gesteld hebben: "Dat is mijn standpunt, en daar moeten jullie maar genoegen mee nemen".

De SWH is nog steeds in af­ wachting van een volgend ant­ woord. Het is niet duidelijk op welke wijze het onderwerp "ho­ mosexualiteit" in het psycholo­ gie studieprogramma aan bod zal gaan komen, in de toekomst. Wat betreft de Studenten Werk­ groep Homofilie wordt het thema als "sexuele perversie" voorgoed ONWETENSCHAPPELIJKi^ afgevoerd. Dr. Marlet heeft tot Hiermee was voor de SWH de nu toe alleen nog gereageerd in een brief, waarin hij stelt het te zaak echter nog niet afgedaan. betreuren dat de SHW op deze Men vond dat het vakgroeps­ wijze, zonder direkt overleg met bestuur bij monde van Prof. de hem, haar grieven heeft gedepo­ Moor te weinig ingegaan was op neerd bij het bestuur van de vak­ het kritiekpunt aangaande de groep Klinische Psychologie en sterke mate van onwetenschap­ Psychopathologie. pelijkheid van Dr. Marlet's visie. Tijdens een vraag naar kommen­ Zo zou nauwelijks gereageerd taar licht hij telefonisch nog toe: zijn op het bezwaar dat Marlet "Het vakgroepsbestuur heeft beweringen doet m.b.t. homo­ een mening gegeven. Ik heb sexualiteit die niet onderbouwd daaraan verder niets toe te worden door verwijzingen naar voegen" '^^Q wetenschappelijk onderzoek of

ongeveer 5000 mensen een wedstrijd spelen, zoiets kwam alleen in jongensboeken voor. N u ging ik in die tijd met mijn vader elke veertien dagen naar hetzelfde stadi­ on om naar de thuiswedstrijden van N oad te kijken en zo was ik ervan op de hoog­ te hoe echte voetbalelftallen zich aan het publiek presenteerden. Als aanvoerder vond ik natuurlijk dat wij een goede indruk moesten achterlaten en ik stelde in de kleedkamer dan ook voor om net als de groten het veld op te komen om ons aan het publiek te presenteren. Ik zou natuurlijk als aanvoerder met de bal onder mijn arm voorop lopen. Op dit voorstel werd instemmend gereageerd en we spraken te­ vens af het Mulo­elftal niet over ons voornemen in te lichten, zodat onze indruk des te beter zou zijn, als zij niet op hetzelfde idee waren gekomen. Ik wist niet hoe ik mij moest voelen toen ik met Ton Planken vlak achter mij in keurige draf met de bal onder mijn arm het veld betrad. Ik was zo gebiologeerd door het hele gebeuren dat ik niet merkte dat ik de enige was die zoals afgesproken op de middenstip aan­ gekomen naar rechts afboog om ons voor de eretribune te presenteren. Pas toen ik naar het publiek boog en er een klaterend gelach uit het gehele stadion klonk, be­ merkte ik dat ik daar moederziel alleen stond met nog steeds de bal onder mijn arm. Ik wist niet hoe gauw ik me naar mijn elftal­genoten moest begeven die bij het doel stonden te lachen. Ik wilde de situatie zo snel mogelijk ongedaan maken en stelde dan ook onmiddellijk voor om te gaan intrappen. Ik durfde het toen niet tot me te laten doordringen dat Ton Planken me dit geintje had geflikt. N u weet ik het wel zeker. Ik had gedurende het Paastoernooi weinig doelpunten gemaakt. Moeilijke kansen benutte ik eerder dan wanneer ik de bal maar voor het inschieten had. In zo'n situatie gaat even door je heen dat je nu wel moet scoren; in een flits hoor je het hoongelach van het publiek als je de open kans mist. Dit is voldoende om je een ogenblik te doen verstarren en om vervolgens een zacht rolletje af te geven. De meeste voetballers werpen bij deze gelegenheid een onderzoekende blik op hun schoenen, maar daar ligt het echt niet aan. In de wedstrijd tegen de kampioen van de Mulo­scholen werd vlak na de aftrap een bal hoog in de richting van het vijande­ lijke doel gespeeld. Vlak bij het doel gekomen stuiterde de bal voor mij op. Dit nu was een moeilijke kans en bovendien kende ik deze situatie van de talloze partijtjes op straat waarbij de muur van onze schuur als doel dienst deed. Ik wist de bal met mijn buik mee te nemen om vervolgens ­ omringd door tegenstanders ­ de bal die nog niet op de grond lag vol met de buitenkant van mijn rechtervoet te raken en hem hoog over de kleine keeper vlak achter de lat in het net te jagen. Vreugde en felicitaties alom. Alleen Ton Planken hield zich wat afzijdig en riep lichtelijk veront­ waardigd uit: "anders scoort hij nooit".

Tilburgs Hogeschoolblad

4 februari 1983

i,=>*

'^^'^■^je,^

P

I

f

c?


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
1983 02 04 by Redactie Univers - Issuu