Tllburgs Hogeschoolblad - 17 december 1982 - jaargang 20 - nummer 16
Gesprek CvB met IVO, IVA, IVG en EIT
Incorporatie instituten? Het College van Bestuur gaat met de para-universitaire instituten IVO, IVA, IVG en EIT praten over de mogelijkheden van incorporatie in de KHT. De para-universitaire instituten zijn gespecialiseerd op het gebied van de contract-research. Het CvB v/il de belangen van instituten èn hogeschool op het terrein van het onderzoek ten behoeve van derden op elkaar afstemmen. Daarbij wordt in eerste instantie gedacht aan incorporatie van de instituten in de hogeschool. Binnen de hogeschool is de afgelopen maanden hard gewerkt aan een regeling voor contractonderzoek en andere activiteiten ten behoeve van derden. Met de nota Contractresearch, die binnenkort wordt uitgebracht, hoopt de hogeschool tegemoet te komen aan het onderzoeksbeleid van het ministerie van O en W. De minister heeft immers aangekondigd dat er met ingang van 1983 25 miljoen op het onderzoeksbudget voor Wetenschappelijk Onderwijs gekort wordt. Het is de bedoeling dat de instellingen dit bedrag zelf terugverdienen door een meer intensieve werving van onderzoeksopdrachten ten behoeve van derden. Voor de KHT betekent dit dan een bedrag van f 580.000, — moet worden terugverdiend. In de optiek van het CvB krijgen de faculteiten de meeste ruimte voor het contractonderzoek. De faculteiten zullen zelf onderzoeksopdrachten moeten werven en de afhandeling van de contracten voor hun rekening nemen. Daarnaast
komt er een contactpunt (ook wel: transferpunt) dat moet zorgen voor voorlichting en financieel - administratieve ondersteuning. Het ligt in de lijn der verwachting dat de afdeling Pers en Voorlichting de publicitaire taken van het contactpunt gaat verzorgen. De Dienst Economische en Administratieve Zaken (DEA) neemt dan de financieel administratieve taken voor haar rekening. In de nota over contractresearch wordt nog niet ingegaan op de positie van de instituten binnen de hogeschoolgemeenschap. Met name op het punt van de tarieven en de juridische organisatievorm van het contract-onderzoek zijn er aanzienlijke verschillen tussen de instituten en de hogeschool. In geval van samenwerking kunnen de instituten een enorme ervaring op het gebied van het onderzoeksmanagement in de weegschaal leggen. Bovendien worden dan oneigenlijke
concurrentieverhogingen voorkomen. In dit licht bezien lijkt het nastreven van overeenstemming over de tarieven één van de eerste onderhandelingsthema's. Om de belangen van de hogeschool op het gebied van het contractonderzoek af te stemmen op de belangen van de instituten, heeft het CvB de instituten nu uitgenodigd voor een oriënterend gesprek. Dit gesprek zal 18 januari plaats vinden. De ideeën van het CvB gaan in de richting van een incorporatie of integratie in de hogeschool van de nu zelfstandig opererende instituten. Prof. R. Bannink, directeur van het Economisch Instituut Tilburg (EIT), heeft nooit onder stoelen of banken gestoken, dat contractresearch niet werkt in een bureaucratische omgeving. "Ik denk dat incorporatie niet de beste oplossing is. Detachering bij het EIT van onderzoekers die contract-research verrichten heeft onze voorkeur. Ik ben dan ook benieuwd naar de antwoorden van het College op onze argumenten", aldus Bannink. Ook het IVA, het Instituut voor Sociaalwetenschappelijk Onderzoek, zit op de lijn van het EIT. Dat blijkt onder andere uit een conceptnotitie die directeur Snellen in mei van dit jaar opstelde. In deze notitie worden een zevental modaliteiten voor samenwerking met de hogeschool op het gebied van het contractonderzoek opgesomd, waarbij detachering van onderzoekers bij het IVA en aansluiting bij activiteiten van de IVA-secties de voorkeur krijgen. )n deze notitie wordt overigens met geen woord gerept over de mogelijkheid van incorporatie in de hogeschool. Drs. G. Korst, adjunctdirecteur van het IVA, daarover: "Incor-
TILBURG tffl DE LETTEREN^
poratie in de hogeschool zou tot een dermate vergaande structurele wijziging van de situatie leiden, dat de modaliteiten uit de notitie van Snellen in een heel ander licht komen te staan. Het IVA-bestuur heeft daarom besloten vanuit een strikt neutrale positie aan het gesprek met het College deel te nemen. Dat wil overigens niet zeggen dat er binnen het IVA geen ideeën leven over voor- en nadelen van incorporatie en andere samenwerkingsvormen. " L.K.
Conceptnota Formatieontwiiiiceiing 1983-1987 Alhoewel de KHT in de volgende jaren nog kan blijven groeien zal er toch een herschikking van de middelen moeten komen tussen de faculteiten. Zonder een interne bijsturing van het beleid kunnen de bezuinigingsplannen van de minister ook de KHT banen kosten, met name in de subfaculteiten Sociologie en Psychologie, aldus een conceptnota Formatieontwikkeling 1983-1987.
De jonge en groeiende faculteiten zijn relatief goedkoop wat betreft de personele lasten, maar oudere en stagnerende faculteiten vallen duurder uit omdat zij een Het is er tenslotte toch van gekomen. Het j relatief dure rangopbouw van het wetenplan om een bijlage te maken over Tilburg en schappelijk personeel kennen. Met name de Literatuur leefde al geruime tijd in de boein de economische faculteit en in de subzem van de THB-redactie. Nu is het dan zover. faculteiten Sociogie en Psychologie zijn Vijftien pagina's gewijd aan het literaire klide salariskosten per gemiddelde formamaat in het Hart van Brabant. Zonder de pretieplaats hoog. tentie van volledigheid laten w e zoveel mogeDe conceptnota Formatie-ontwikkeling lijk aspecten van de plaatselijke schrijfcultuur is vooral een aanpassing aan beleidsontde revue passeren. wikkelingen sinds de vorige nota (1981-1985). De landelijke bezuinigingsDe letterenfaculteit, de boekhandel, de uitgedrang is aanleiding tot een forse taakververij en natuurlijk de schrijvers zelf. Zestien delingsoperatie waarvan de verkenningsauteurs leverden hun bijdrage aan dit kerstfase met het uitbrengen van een interimnummer. De oogst aan korte verhalen was rapport zopas werd afgesloten.' jammer genoeg minder rijk. Van de twintig inIs de kwantiteit van de bezuinigingen in zendingen die w e op onze herhaalde oproep de afgelopen twee jaren fors gestegen binnenkregen hebben uiteindelijk maar t w e e (bezuiniging van taakstelling steeg naar f verhalen de eindstreep gehaald 258 miljoen), ook de«tructuur van de uitgaven wordt gewijzigd bij het invoeren INHOUD: van het Plaatsen-Geld-Model (PGmodel). Het PG-model wil het geld verEen literaire trektocht.. . ... pag deeld zien over twee categorieën: Een Interview Verdaasdonk • pag. 7 studentafhankelijk A-deel (met een comDe Boekhandel.... .. pag. 8 ponent A l ter financiering van de onderElsschot, Leopold pag.10 wijstaak en een daaraan gekoppelde 2 X Wolkers' junivat.. pag. 11 [ opslag voor onderzoek en overige taken, Tilburg en de Poëz'" .. p a g . 12 en een component A2 met beleidsruimte De bibliotheek .. p a g . 14 i voor vernieuwing van onderwijs en onLiterair dispuut B en W . . . derzoek), en een studentenonafhankelijk pag. 15 i Bananenijs en S o u i i ^ n pag. 16 ' Een affaire .... pag. 17 vervolg op pagina 2 Het regenhoedjv^. pag.18 Een soap-opera.... .. p a g . 19
MATSERTJES PERS
Ander leesvoer TEGENSPRAAK Deze Nijmeegse tegenhanger van het KU-Nieuws, het persorgaan van de Nijmeegse Universiteit, k/apt uit de school met het openbaar ma/<en van een vertrouwelijk rapport van de commissie Schreuder aan het faculteitsbestuur van de Sociale Faculteit. De commissie stelt voor het aantal vakgroepen 130) terug te brengen tot 12. Deze maatregel, het niet vervangen van tijdelijke medewerkers plus de extensivering van het onderwijs moet een bezuiniging van 30% opleveren. De jonge wetenschappers dreigen de dupe te worden terwijl alle hoogleraren een plaats krijgen bij de nieuwe vakgroepen. Tegenspraak denkt er het hare van. "In handen van de hoogleraren snijdt het bezuinigingsmes aan twee kanten. Aan de ene kant weet men zijn positie in de nieuwe multi-disciplinaire vakgroepen beschermd. Aan de andere kant kan men zijn trouwste bedienden uit de huidige vakgroepsstaven inbrengen in de
Bestuurscrisis bij Rechten dreigt Er dreigt een bestuurscrisis op de Rectiten-faculteit. De faculteitsraad is niet van plan om een rector zonder bevoegdheden, zoals het bestuur heeft voorgesteld, voor de avondopleiding aan te stellen. De voorgestelde functie zou te vergelijken zijn met die van een staatssecretaris. De Raad vindt dit echter niet zwaar genoeg en vjil de avondrector ófwel bestuurslid zien worden, ófwel categoriale deelbestuurder. Het laatste houdt in dat hij alleen over zaken die de avondopleiding aangaan zeggenschap krijgt. Als een van de voorstellen van de Raad aangenomen wordt, stelt mr. M. van den Berg zijn zetel beschikbaar. Als de Raad vindt dat er een vierde bestuurslid moet komen, dan zal ook de decaan, prof. Konijnenbelt opstappen. Beiden zijn bestuurslid. De heer Van den Berg vindt dat er een oneigenlijke constructie ontstaat als een avondrector bestuurlijke bevoegdheid krijgt. Bij een peiling van de stemmen in de raadsvergadering op 3 december bleek dat elf van de vijftien raadsleden het meest voor een vierde bestuurslid voelden. Op 23 december zal de Raad een besluit nemen. In tegenstelling tot een eerder genomen besluit heeft het bestuur van de FRW zich voorgenomen om de avondstudie Rechten voort te zetten. Daarvoor was men tot de conclusie gekomen dat de avondopleiding "nieuwe stijl" geen verbetering inhield ten opzichte van de oude studie. Ook zou het een eigen struktuur missen en niet voldoen Tilburgs H o g e s c h o o l b l a d
KOLOFON nieuwe structuur, terwijl men zich langs de weg van de reorganisatie kan ontdoen van onwelgevallige vakgroepsleden". HABAKUK "Wij zijn en blijven theologen, vriendelijk, dat wel, maar een beetje raar, we moeten tot op het laatst ons recht krijgen, maar we nemen het wellicht niet zo makkelijk. Een tikkeltje ongehoorzaam mag ook wel, gezag is er niet alleen om gehoorzaamd te worden". Aan het woord is Leo van der Tuin. In een redactioneel artikel voorspelt hij dat de tegenstellingen zich lijken te verharden binnen de Theologische Faculteit. Zeker nu er verkiezingen voor de Faculteits- en de Inrichtingsraad zijn (geweest). Aan deze verkiezingen zit overigens nog een (ander) staartje. De verkiezingscommissie heeft besloten de verkiezingen voor de studentleden FR en IR ongeldig te verklaren. Aanleiding vormt een schriftelijk bezwaar van twee studenten die beroep aantekende tegen het feit dat bij de verkiezingen voor de raden slechts gebruik aan de eisen die bij het begin, in 1980 gesteld zijn. De ad hoc Commissie Avondopleiding bracht een negatief advies uit over het voortzetten van de opleiding. Zij vond het alleen verantwoord om ermee door te gaan als de vakgroepen vóóraf een aantal basisvoorwaarden en uitgangspunten onderschreven, en er keiharde garanties werden ingebouwd dat deze voorwaarden ook nagekomen zouden worden. De vakgroepen voelden zich hierdoor ten onrechte bekritiseerd, en zij vroegen zich af of de voorstellen van de commissie wel overeenkwamen met de verlangens van de avondstudenten zelf. Ook kwamen er enkele concrete voorstellen tot verbetering van de opleiding. Volgens de vakgroepen is van de eis dat het aantal colleges in de avondopleiding ten minste de helft moet zijn van het aantal in de dagopleiding in een aantal gevallen naar de wens van, of in overleg met de studenten afgeweken. Ook zeiden zij dat repetitiecolleges naar behoefte van de studenten al georganiseerd worden, en dat elke vakgroep een centrale avonddocent heeft. De meeste vakgroepen vonden specifiek onderwijsmateriaal
kon worden gemaakt van éénzen hetzelfde stembiljet. Er kon dus maar voor één Raad gestemd worden. Het beroep wordt gegrond verklaard en de theologen krijgen nieuwe verkiezingen: Verder introduceert Habakuk een nieuwe rubriek. Onder de naam 'Kater' wordt voortaan een pagina gevuld waarin zaken van binnen en buiten de faculteit aan de orde komen. Deze keer een opiniërende colomn over de vraag of theologie in dienst moet staan van de kerk of van de samenleving.
^iHim a t s e r t j e
STUDENT In STUDENT aandacht voor Prof. Schouten. Er wordt een vergelijking getrokken tussen de uitlatingen van Schour ten en die van zijn college Couwenburg. Prof. Couwenburg poneerde onlangs in de Volkskrant de stelling: "Hoeveel buitenlanders kan onze kuituur verdragen". Volgens STUDENT trok Schouten in de colleges "ten strijde tegen neukende gastarbeiders".
TE KOOP AANGEBODEN: Tijdschrift BRES kompleet 1 t/m 97. Vraagprijs ƒ 750,—. Harrie Claessen, Prof. Dondersstr. 10, Tilburg, 013-355403.
voor de avondopleiding niet nodig omdat het gebruikte materiaal blijkt te voldoen, evenals het oefenmateriaal. Voor zover dit er nog niet was, is het toegezegd. Na dit van de vakgroepen vernomen te hebben vond het faculteitsbestuur dat er een kader geschapen was, waarbinnen in goed overleg het avondonderwijs verder verbeterd kan worden. Volgens de zegsman is er echter weinig vooruitgang te bespeuren. Vorig jaar haalde 70% van de studenten het eerste jaar niet. Om de organisatorische/bestuurlijke structuur beter toegankelijk te maken voor avondstudenten zou er een avondrector aangesteld worden. Een commissie van het CvB bereidt een advies voor om andere bereikbaarder te maken. De faculteitssecretaris bekijkt op het moment de mogelijkheden om ook het faculteitsburo 's avonds open te stellen voor avondstudenten. In het tweede semester zal op basis van de verlangens van de avondstudenten onderwijsinhoudelijk op de avondopleiding teruggekomen worden. K.B.
vervolg van pagina 1
Formatie-ontwikkeling B-deel voor voorwaardelijk te financieren onderzoek. De nu voorliggende conceptnota is vooral geënt op beleidsomschrijvingen voor de lange termijn in de nota "Uitdaging en Verandering" en voor de middellange termijn in het ontwikkelingsplan 1983-1987. Ondanks de onzekerheid over het middelenperspectief heeft de vaststelling van een toekomstige formatie-omvang toch wel zin, aldus de nota. In haar totaliteit kan deze instelling nog wel groeien, maar intern zal er een herverdeling moeten komen waardoor sommige faculteiten formatieplaatsen zullen verliezen, terwijl andere ifakulteiten zoals letteren en rechten nog kunnen groeien. Concreet heeft de Dienst Economischeen Administratieve Zaken berekend dat de KHT volgend jaar 9,1 formatieplaatsen méér zou moeten ontvangen dan door O en W aan middelen worden verstrekt. Dat is dan het spanningsverschil tussen de behoefte volgens eigen plan-
nen en het totaal aantal financierbare formatieplaatsen. In 1984 stijgt dit spanningsverschil tot 18,4 formatieplaatsen om in 1987 op te lopen tot 50,2 formatieplaatsen. Als de hogeschool geen mogelijkheden ziet om het spanningsverschil weg te werken (bijv. via contractresearch) en als de vervulbare formatieplaatsen ongeconditioneerd bezet worden en de formatieopbouw niet aan de beschikbare middelen aangepast kan worden kan dit rigoreuze gevolgen hebben voor het personeel. "Onder rigoreuze gevolgen moet dan worden verstaan: reorganisatieontslag, maar ook bewust aansturen op ontslag voor ouderen met wachtgeld, (verplichte) werktijdverkorting", zo lezen we in de conceptnota, waarin verder nog beleidsvoorstellen worden gedaan en andere instrumenten worden aangeraden om het onheil te keren zoals deeltijds werken, contractresearch en de VUT. E.V. 17 d e c e m b e r 1982
SBHI
'Matsertjes' kunnen worden opgegeven bij de redaktie. Tot 30 woorden kosten ze ƒ 5,-; onder nummer / 2,50 extra. Reakties op advertenties onder nummer naar de redaktie sturen. TE HUUR AANGEBODEN: vanaf 1 maart kamer in vrij huis voor ca. Vi jaar. Grootte 21m\ prijs ƒ 240,— p.m. Inlichtingen: Harrie Claessen, Prof. Dondersstr. 10, Tilburg, 013-355403.
TE KOOP: Nederlands Jurisprudentie jrg. 1927 t.m. 1982 en kaartsysteem, Ned. Jur. Blad 1946 t.m. 1982 en Rechtspraak van de Week / Kort Geding 1976f t.m. 1982. Tel. 073-130380 (na 18.00 uur). TE KOOP AANGEBODEN: Tijdcshriften Economie vanaf Ie Jaargang 16 jaargangen gebonden, daarna los, en Tijdschrift E.-S.-B., vanaf 1942 -11 jaargangen gebonden, daarna los. De losse nummers grotendeels compleet, hier en daar vochtschade. Evt. vooraf te bezichtigen. Prijs nader overeen te komen. Informatie te bekomen onder no. A-25. tilburgs hogeschoolblad weekblad voor de katholieke ' hogeschool tilburg redaktie eddie vaes (hoofdredakteur) twan geurts, lennart kik, ellen nooyen, angela lodder (assistente) medewericers paul emonts, wouter van gils, peter pennartz, henk zomer, wilma okkerse, sjef stoop, klaudie biemans, John versieyen. samenstelling redaktieraad prof. mr. p. van seters (voorzitter), drs. j koning, dr. h. van erp, drs. j . van de riet, f. hummelman, m. ackermans (adviseur), t. nilsen, r. geurtsen, a. de laaf, drs. th. schouw. officiële mededelingen buro pers en voorlichting cartoonist ad van haandel, henk van de berg advertenties angela lodder kopij alle kopij moet uiterlijk op donderdag de week vóór het verschijnen in het bezit van de redaktie zijn. redaktie-adres/advertenties hogeschoollaan 225, tilburg, telefoon (alleen voor thb) 662277 en 662506 intern: 2277 en 2506 kamer 207 en 208 (gebouw b) foto rien siers landelijk samenwerkingsverband universitaire pers (up) waarbij verder aangesloten: ad valvas (vu amsterdam), wagenings hogeschoolblad, utrecht universiteitsblad, thd-nieuws (delft), thberichten (eindhoven), tht-nieuws (twente), observant (maastricht), uk (groningen) en ku-nieuws (nijmegen) druk drukkerij em. de jong bv, baarle-nassau vormgeving Willem van zoetendaal aixmnementen voor niet-hogeschoolleden /"IS,— per jaargang
^BB
ONDERWIJS
We kunnen het best in Oosterhout zitten
Nieuwe studie vrije tijd blijft samenwericing trouw "Ik zie mijzelf in de eerste plaats als een informateur die probeert de partijen op één spoor te brengen", zegt Van Doorn. Geen makkelijk taak voor de planoloog van oorsprong, die zijn sporen vooral heeft verdiend op het gebied van het advieswerk. Hij zal moeten manouvreren tussen de belangen van personen, faculteiten, wetten en instellingen en de financiële ruimte die het ministerie van Onderwijs en Wetenschappen hem biedt. Van Doorn noemt deze taak "een moeilijke maar mooie uitdaging". Als wetenschapper houdt hij zich al jarenlang bezig met recreatieve en toeristische vraagstukken in onze samenleving. Ook is Van Doorn een van de pleitbezorgers voor een wetenschappelijke aanpak van het verschijnsel vrije tijd geweest. Van zijn hand verschenen verschillende publicaties over dit onderwerp. Verder schreef hij samen met een collega het boek "toeristisch beleid in de Lage Landen". In de kleine kring van "vrijetijdsdeskundigen" wordt hij dan ook beschouwd als een autoriteit. De komst van Van Doorn wordt door het ministerie van Onderwijs en Wetenschappen uit de Kleine Instellingen Pot (KIP) gefinancierd. In totaal kreeg de Hogeschool anderhalf miljoen gulden voor het opzetten van vier studierichtingen, waaronder vrijetijdskunde. De vraag is echter of deze nieuwe studie niet botst met het gemeenschappelijk centrum voor de studie van de vrije tijd dat deze zomer na veel pijn en moeite van start is gegaan in Breda. Van Doorn: "Nee, het wordt echt niet alleen de 'studierichting van de Katholieke Hogeschool". De opdracht luidt om samen met NWIT een studie van de grond te krijgen". Maar die is er toch al in de vorm van het centrum? Van Doorn: "Dat klopt. Je moet het echter van twee kanten bekijken. Het centrum probeert met kleine elementen van de grond af aan iets op te bouwen. Dit moet in 1986 leiden tot een studierichting. Ik maak nu van bovenaf een plaatje voor een geïntegreerde studie KHTNWIT, waarin de activiteiten van het centrum zijn ingebouwd. We zijn dan in 1984 van alles af. We hadden dit ook door het centrum kunnen laten ontwikkelen, maar het College van Bestuur heeft gezegd, dat het hier gaat om aparte gelden voor een nieuwe studierichting aan de KHT en niet voor het centrum". Dat is toch wel vreemd. De overheid roept al jarenlang dat het Hoger Beroepsonderwijs (HBO) veel meer moet samenwerken met het Wetenschappelijk Onderwijs (WO) terwijl nu alleen gelden worden toegekend aan de Hogeschool voor de ontwikkeling van de vrijetijdskunde. Naast een aparte behandeling is dat toch een versnippering van middelen en werkzaamheden^ Van Doorn: "Dat is typisch voor het ministerie. De Hogeschool kan alleen via dit kanaal geld krijgen om uit te groeien. Het college heeft echter besloten deze gelden te gebruiken om de samenwerking te verstevigen met Breda. Ik denk dat het ministerie dat wel goed vindt. Als de Hogeschool had gezegd dat de KHT het via Tilburgs H o g e s c h o o l b l a d
In september 1984 wil de Hogeschool starten met een experimentele studie vrijetijdskunde. Dit in het kader van de plannen van de KHT om binnen een aantal jaren uit te groeien tot een instelling met 7000 studenten. Om haast te maken met de uitbreiding heeft de Hogeschool begin december Drs. Joseph van Doorn, een deskundige op het gebied van planning en toekomstonderzoek, in dienst genomen. Hij krijgt ruim een jaar de tijd om een scenario te schrijven voor een nieuwe studie vrijetijdsl^unde. Voor de buitenstaander is dit een moeilijk te volgen ontwikkeling. Waarom een nieuwe studie gaan opzetten als de KHT al met het Nederlands Wetenschappelijk Instituut voor Toerisme (NWIT) in Breda in een gemeenschappelijk centrum vrijetijdskunde samenwerkt? Gaat Tilburg soms op de solo-toer? "Nee", bezweert van Doorn. "Het gaat enkel en alleen om een versnelde invoering van de studie vrije tijd samen met het NWIT. Wij gaan heus niet naast elkaar heen werken". Een gesprek met de nieuwe man op het vrijetijdstoneel.
het centrum zou willen doen, hadden wij waarschijnlijk geen geld gekregen voor de vrijetijdskunde". Het is dus in wezen gewoon een soort financieringstruc, waarmee toch de samenwerking wordt ondersteund. Hoe kijkt het ministerie daar tegenaan? Van Doorn: " O p 't moment komen de f i nanciën binnen via de Hogeschool. Het ministerie moet daar eigenlijk wel in meegaan omdat het al jarenlang de politiek van de Den Haag is om de samenwerking HBO - WO te stimuleren. Ik denk zelfs dat wij meer problemen met Den Haag hadden gekregen als we alleen een studierichting wilden opzetten."
MODEVERSCHIJNSEL Vanuit Den Haag zijn dus geen problemen meer te verwachten voor de financiering en uitvoering van de studie Vrijetijdskunde? Van Doorn: "Ik ben bang dat we voor de uitvoering van de studierichting moeilijk geld zullen los krijgen. De KIP-gelden zijn i eigenlijk alleen voor het opstarten en het | maken van een plaatje van de studie. H e t ' ministerie staat nog steeds sceptisch te-
genover een aparte studierichting vrijetijdskunde. Den Haag ziet deze studie liever ondergebracht bij een andere faculteit. Dat kan weer een extra belasting voor de (sub)faculteiten betekenen. Daarnaast vraagt het ministerie zich nog af of het bij de vrijetijdskunde gaat om een serieuze studierichting of slechts om een modeverschijnsel. We zullen dan ook moeten aantonen dat het hier gaat om een serieuze wetenschap. Bovendien moet alles budgettair neutraal blijven volgens het ministerie. Als er iets nieuws bijkomt moet dat er ergens anders weer af gaan. Het is oud voor nieuw. iVlen kan het binnen de Hogeschool bij psychologie of ekonometrie weghalen of extern in Utrecht of Amsterdam". "Ik ben wel optimistisch dat er een studierichting kan komen, maar ik vrees dat we het financieel heel voorzichtig moeten aanpakken en de verwachtingen op dit moment niet al te hoog moeten stellen". Hoe zal in de toekomst de verdeelsleutel zijn tussen onderwijs en onderzoek bin-
nen het samenwerkingsverband KHT NWIT? Van Doorn: " J e zou eigenlijk moeten streven naar een gemeenschappelijke stam waar pas in een latere fase een keuze kan worden gemaakt. De wet laat dit echter op dit moment niet zo erg toe. Zelfs in de kaderwet "Hoger Onderwijs" wordt er op zich niets over gezegd. Ook in een nieuw instituut van het Hoger Onderwijs bestaat nog steeds een HBO en een WO-poot. Ik wil wel eens kijken of we in een gemeenschappelijk instituut een studierichting voor het NWIT en de hogeschool kunnen opzetten, waarbij de studenten de eerste jaren precies dezelfde behandeling krijgen. Pas in het derde jaar zou dan een student kunnen kiezen tussen een meer praktische of wetenschappelijke richting. Dat betekent ook dat de docenten zowel onderwijs als onderzoek zullen moeten doen. Zo'n bereidheid moet je kweken. Je mag die twee niet scheiden. Onderwijs en wetenschap kunnen elkaar op die manier bevruchten". Kun je zover gaan? Van Doorn: " D a t is juist het probleem. Hoever kun je gaan binnen een samenwerking? Of je blijft twee stromen houden met hun eigen rechtspositie of je probeert door alleriei overeenkomsten af te sluiten binnen de wet van de samenwerking meer te maken. Je kunt dan aan de medewerkers een aantal eisen stellen. Het zal erg moeilijk blijken hier handen en voeten aan te geven. Je moet niet alleen met personen maar ook met de verschillende HBO- en WO-culturen en de wet rekening houden. Daar moet je dan ook heel voorzichtig mee zijn". U hoopt volgend jaar december een scenario aan te bieden voor een studierichting Vrijetijdskunde. Zal deze studie dan gebeuren in het huidige centrum op of de KHT., Van Doorn: "Daar durf ik nog niets over te zeggen". Het centrum bestaat al in Breda. Het zou dus logisch zijn dat de studierichting daar ook onderdak zal vinden? Van Doorn: " H e t zal daar blijven zitten tot het moment dat de functie van het centrum wordt overgenomen door een nieuw te vormen studierichting. Ik zeg dan voor de grap dat we dan het best in Oosterhout kunnen gaan zitten. Als het nieuwe instituut echt iets moet zijn voor het Hoger Onderwijs dan moet je het losweken van de beide instellingen". John Versieyen
Studeren buiten Randstad Studenten uit de Randstad zouden financieel gestimuleerd moeten worden om naar universiteiten buiten de Randstad te gaan. Op het moment is dat niet aantrekkelijk door hoge reis- en woonkosten. Dit zei prof. dr. G. Brenninkmeijer, voorzitter van de Academische Raad, bij de opening van de Nieuwenhof, het onderkomen van de Juridische Faculteit in oprichting van de Rijksuniversiteit Limburg. Hij vreesde dat, ondanks de aantrekkelijkheid van de Maastrichtse studieopzet, de kwaliteit van de onderwijsprogramma's en de attractiviteit van Maastricht als leefstad, de studenten moeilijk vanuit de overvolle faculteiten in de Randstand naar de regio te sturen zijn.
17 december 1982
K
Taakafbakening HBO-WO De universiteiten en HBO-instellingen zullen in de komende jaren afspraken moeten maken over taakafbakening. Er moet worden gewerkt aan een grotere variatie in het onderwijsaanbod van het Hoger Onderwijs; Dit heeft Dr. Th. Spoelinga, de voorzitter van de HBOraad, tijdens een congres over de autonomie van het Hoger Onderwijs op 8 december in Utrecht gezegd. De slechte sociaal-economische omstandigheden en de terugloop van het aantal studenten in de komende jaren maken het noodzakelijk dat het Hoger Onderwijs verandert. Dit zal wel ten koste gaan van de vrijheid van de afzonderlijke instellingen. Stoelinga zei dat naarmate het budget krapper wordt, het beter is als de instellingen zelf prioriteiten kunnen stellen in hoe ze de overheidssubsidie ten behoeve van het onderwijs willen besteden. Volgens hem zou dat de doelmatigheid van de bestedingen verhogen. Verder pleitte hij voor de totstandkoming van een bestuurlijk overleg tussen de overheid, de HBOraad en de Academische Raad.
ANWB marktsegmentatie onderzoek Het aantal leden van de ANWB is de laatste jaren minder toegenomen. Omdat steeds meer concurrentie van verzekeringsmaatschappijen, banken en
grootwinkelbedrijven op de markt van toerisme verwacht wordt, heeft de ANWB in 1980 aan het IVA gevraagd om de markten op het gebied van toerisme en auto's te onderzoeken. Het resultaat van dit onderzoek ligt nu op tafel in de vorm van het boekje "Vacantiegangers en autobezitters, een marktsegmentatieonderzoek". Door het onderzoek zou duidelijk moeten worden of de markt op te delen is in segmenten: groepen mensen die dezelfde deel interesse hebben in die markt. Daarop zouden dan marketingtechnieken afgestemd kunnen worden. Uit het onderzoek blijkt dat dit model uiterst geschikt is voor de toerismemarkt. Segmenten blijken echter onder autobezitters niet te bestaan. Het rapport gaat ook in op het verschil tussen ANWB en niet-ANWBleden. ANWB-leden zijn meestal vrij welgesteld. Ze beoefenen vaker exclusieve sporten, en wandelen meer dan niet-leden. Het onderzoek is geleid door drs. W.M. Oppedijk van Veen.
Nieuwe studierichtingen Er komt weer een nieuwe vrije studierichting bij. Tenminste, er wordt onderzocht of "Onderwijswetenschappen" het op de Hogeschool goed zal doen. Of het er inderdaad zal komen is nog de vraag. Er bestaat al een onderwijskundige afstudeerrichting bij de psychologen en de sociologen. Die zou eerst uitgroeien tot een
officiële studierichting Onderwijskunde, maar dat gaat niet door. Nu hebben ook de FEW en de FRW interesse, zodat waarschijnlijk de vakken Onderwijseconomie en Onderwijsrecht aan de inhoud van de studie toegevoegd zullen worden. Deze twee vakken en de vorm van de opleiding worden in zes maanden door twee zogenaamde "verkenners" ontwikkeld. "Onderwijswetenschappen" krijgt een zelfde soort status als Demografie; na de propaedeuse kan het als studierichting gekozen worden. Het College van Bestuur heeft ook een formatieplaats wetenschappelijk personeel toegewezen aan de SPW om de mogelijkheden voor een afstudeerrichting Neuropsychologie te verkennen. Voor een eventueel op te starten studierichting personeelsbeleid zijn twee a drie formatieplaatsen gereserveerd, en voor Internationale bedrijfs- en bestuurswetenschappen één plaats.
Prof. Segers interim-directeur IVA Naar alle waarschijnlijkheid wordt prof. dr. J. Segers met ingang van 1 januari waarnemend directeur van het IVA, het Instituut voor Sociaal-Wetenschappelijk Onderzoek. Hij volgt daarmee mr. dr. I. Snellen op. Snellen wordt parttime hoogleraar in de sociaalwetenschappelijke theorie van de beleidsplanning aan de Katholieke Universiteit van Nijmegen. Daarnaast is hij ook benoemd tot voorzit-
Symposium: ''kinderen tot lezen stimuleren Lezen en schrijven nemen een essentiële plaats in onze samenleving in. Deze zou in de huidige vorm niet mogelijk zijn, indien lezen en schrijven niet zouden bestaan. In de opvoeding van onze kinderen neemt het bijbrengen van de noodzaak van lezen en schrijven een belangrijke plaats in. Dat dat niet zonder slag of stoot gaat zal een ieder zich nog wel kunnen herinneren uit zijn eigen prille jeugd. Dan zijn er andere, leukere dingen om te doen - voor velen is dat op latere leeftijd overigens nog steeds zo. Wetenschappers en vele leken zien een verband tussen leesvaardigheid en uitdrukkingsvaardigheid: hoe meer men leest, des te beter kan men zich uitdrukken. Vaak geldt dan: wiens taal men leest, diens woorden men spreekt. Dit soort verbanden zouden niet zo interessant zijn als taalgebruik niet als een van de belangrijkste middelen werd gezien om een goede positie te verwerven in de maatschappij. "Zonder goed taalgebruik kom je niet ver", geldt als algemeen aanvaarde regel. In wetenschappelijke termen: een goede taalbeheersing leidt tot betere kennisopname en daarmee tot grotere mogelijkheden kennis en omgeving te beheersen. Vandaar de grote nadruk die gelegd wordt door opvoeders op het leren lezen. Tijdens het symposium 'Kinderen tot lezen stimuleren' zullen deze aspecten lezen en taalbeheersing o.a. ruim aan de orde komen. Het symposium is georganiseerd door de subfaculteit Letteren i.o., in samenwerking met de Schoolbegeleidingsdienst Tilburg. Er zal dan worden gesproken over initiatieven die zijn
Tilburgs Hogeschoolblad
of worden ondernomen om kinderen tot lezen te stimuleren, zoals ontwikkelingen in lesmateriaal, stimuleringsprojecten, etc. De organisatoren willen duidelijk maken dat het lezen op jonge leeftijd de kansen van een kind in latere stadia van zijn leven kan bepalen. Prof. Manuela Dubois zal 's ochtends de algemene inleiding op het symposium verzorgen. Zij is op dit ogenblik hoogleraar Onderwijssociologie in Leiden. Zij was in de periode 1970-1975 werkzaam aan de Pedagogische Hochschule te West-Berlijn. Prof. Dubois' belangstelling gaat vooral uit naar de plaats van de ouders in het onderwijs en de discrepantie tussen school- en gezinsmilieu en hoe die te overbruggen is. Met een publicatie, getiteld Verkehrformen zwischen Elternhaus und Schu/e, waarin deze belangstelling tot uitdrukking komt, heeft ze in Nederland bekendheid gekregen. Op dit moment houdt Prof. Dubois zich in de sectie onderwijssociologie van het Sociologisch Instituut te Leiden bezig met onderzoek naar de ontwikkeling
fM
van het lager onderwijs en het lager beroepsonderwijs. Een van de uitgangspunten van dit onderzoek is dat de huidige maatschappelijke functies van het onderwijs het resultaat zijn van dit onderwijs. Het onderzoek ziet het onderwijs niet als een neutrale instelling in onze samenleving, maar als samenhangend met economische, politieke en ideologische ontwikkelingen. Een voorbeeld van die samenhang is dat onderwijs nu een sleutelrol wordt toegedicht in het emancipatieproces van de volksklasse, terwijl vroeger het onderwijs vooral geïdentificeerd werd met beroepsopleiding. Gedurende de middag (van 12.00 tot 16.30 uur) zullen de symposiumdeelnemers onderverdeeld zijn in een viertal werkgroepen. Elke werkgroep heeft een eigen thema en zal geleid worden door een drietal deskundigen. Werkgroep één gaat zich bezighouden met het thema 'onderwijsstimulering'. Hieraan zal deelgenomen worden door Mw. R. Smits, Mw. M. van der Hof en Dr. P.C. Claeys. Zij zijn respektiefelijk projectleerkracht aan Gronings Onderwijsstimuleringsprojekt, werkzaam bij de afdeling Deskundigheidsbevordering van het Nederlands Bibliotheek en Lectuurcentrum en tenslotte Directeur van het SociaalPedagogisch Centrum Oostelijke Mijnstreek in Heerlen. In deze werkgroep zal aandacht geschonken worden aan de implicaties van onderwijsstimulering op het bibliotheekbeleid en de prestaties op de school. De deskundigen die o.a. zullen optreden in werkgroep 'bibliotheekwerk' zijn Mw.
ter van de commissie Methodiekontwikkeling Sectorraden bij het ministerie van Onderwijs en Wetenschappen. Snellen is vijf jaar directeur van het IVA geweest. Het IVA verwacht dat per 1 september 1983 de vacature van de directeursfunctie weer opgevuld zal zijn. Voor de periode tot 1 september is prof. Segers bereid gevonden op te treden als waarnemend directeur. Segers zal 3 dagen in de week in de directeurszetel plaatsnemen. Hij wordt door de subfaculteit sociologie ontlast van zijn onderwijstaken. Er blijft wel tijd over voor eigen onderzoek en facultair werk. Donderdag 16 december moet de subfaculteit nog bezien of de preciese regeling aanvaardbaar is. De raad beslist dan ook over het aantrekken van een studentassistent ter compensatie van de vrijstelling van Segers op het gebied van onderwijs. De directeur van het IVA neemt een formatieplaats in van de sociologische subfaculteit. Die formatieplaats zou in de nabije toekomst weleens ter discussie kunnen komen. "Voordat een definitieve regeling getroffen kan worden, moet er eerst duidelijkheid komen over de formatie-ontwikkeling in de subfaculteit voor de komende jaren (zie ook het artikel op pag. 1, red.) Verder moet ook de wijze waarop de subfaculteit het eerste geldstroomonderzoek wil organiseren vastgelegd worden", stelt drs. J. van Tuijl, secretaris van de subfaculteit. "Er wordt aan de faculteiten soms lichtvaardig over onderzoeksmanagement gedacht. Naar mijn mening zou de formatieplaats van de IVA-directeur een hoge prioriteit moeten krijgen", aldus een eerste reactie van prof. Segers. L.K. A. Freeman schoolbibliotheekconsulent, en Prof. Dr» H. Verdaasdonk, hoogleraar Literatuursociologie in Tilburg. In deze werkgroep gaat het met name over de collectievorming van Openbare Bibliotheken en de wijzes waarop de uitlening van 'betere' boeken gestimuleerd kan worden. A. Oldersma, inspecteur van het onderwijs in Amsterdam, en Karel Eykman, o.a. programmamaker bij de televisie, komen aan bod in werkgroep drie 'Onderwijsleermiddelen'. Hier zal worden ingegaan op de differentiatie in leermiddelen gekoppeld aan de uiteenlopende problemen rond het lezen. Tenslotte behandelt werkgroep vier het thema 'moeilijk lezende kinderen'. Ook hier drie deskundigen: Dr. M.C. Mommers, wetenschappelijk medewerker aan het Instituut Onderwijskunde in Nijmegen, F. Pijlman, neerlandicus en verbonden aan de lerarenopleiding van de V.U. te Amsterdam, en R.V. Waarsenberg, didaktisch medewerker van uitgeverij Zwijsen te Tilburg. In deze werkgroep zal ondermeer de vraag gesteld worden of kinderen met een handicap als blindheid een andere benadering nodig hebben als het om leren lezen gaat. Het symposium zal worden afgesloten met een forum. Hieraan zullen naast de algemene inleider ook enkele leiders van de werkgroepen deelnemen. Het algemene thema en de resultaten uit de vier werkgroepen zullen dan worden besproken, 's Avonds volgt een optreden van het Schrijverscollectief bekend o.a. van televisieprogramma's als 'de Stratemaker op Zee Show'. Ook publieksgroepen zijn bij dit optreden van het schrijverscollectief hartelijk welkom. De toegangspijs bedraagt f 3,50 per persoon. J.T.
17 december 1982
T LBURG EN DE LETTEREN Tilburg is in meerdere opzichten een kale stad. Niet alleen op het gebied van de architectuur heeft deze conglonnoratie van dorpen de steedse fijnproever weinig te bieden, ook op het gebied van de cultuur en dan vooral de literatuur is er in het verleden weinig gebeurd. Dat is een belangrijke en ook treurige conclusie die je kunt trekken als je Querido's literaire reisgids (een soort Nederlandse literaire Guide Michelin) en het nieuwe boek van de nnaand, "Het land der Letteren", hebt doorgenomen. Elders in dit nummer wordt daar door Karel Soudijn luchtigjes aandacht aan besteed. Tilburg is nooit het hart geweest van een broeiend literair zuidelijk leven. Noch heeft Tilburg veel autochtonen opgebracht die zich landelijk op een prijzenswaardige literaire carrière konden laten voorstaan. In "Het land der Letteren" leidt Carel Swinkels uit Nuland de provincie Brabant in. De enige schrijver die in zijn verhaal iets met Tilburg te maken heeft en waarover hij als van een vriend spreekt, is de emeritus hoogleraar Frans van der Ven, lees Frank Valkenier.
QUERIDO Querido's reisgids, waarin het Brabantse deel eveneens door Carel Swinkels is geschreven, lijkt al iets vollediger. Op biz. 561 lezen we over de geboorte van de romancier Jos Panhuysen in 1900. Na 1954 maakte hij naam met enkele ironische romans. In '61 publiceerde hij "De Pornograaf". In 1980, op tachtigjarige leeftijd, publiceert hij "De Lof der kuisheid". Hij was kunstredacteur van 'Het Binnenhof'. Deze geboren en getogen Tilburger heeft zich altijd bewogen binnen de problematiek van het katholicisme, zoals zoveel van zijn Brabantse lotgenoten in die dagen. Querido's reisgids maakt ook melding van de geboorte van Frans van der Ven (evident). Deze is lange tijd redactiesecretaris van het blad Brabantia Nostra geweest en later, toen hij eenmaal met emeritaat was, heeft hij de uitgeverij Brandon opgericht. De gids besluit het kolommetje over Tilburg met de vermelding van de auteurs Luc van Hoek (1910) en Jacq Firmin Vogelaar (1944). Terwijl Van Hoek nog een belangrijke rol heeft gespeeld in de Brabantia Nostra beweging die voortkwam uit het Brabantse Studentengilde, lijkt Vogelaar zijn provinciale geboortestadje volledig de rug te hebben toegekeerd. Dan ga je eens luisteren in de kroeg, denkt na over het Brabantse literaire leventje, praat met deze of gene en moet dan constateren dat beide boeken enigszins in gebreke zijn gebleven. Maar dat kan ook nauwelijks anders. De kleine notities die u hieronder aantreft zijn voor iemand die niet nauw met Tilburg verbonden is geweest moeilijk te achterhalen. Het zal u dan ook niet verbazen dat deze notities voortvloeien uit gesprekken vanachter de goudgele jongens met de blonde koppen in het bekende, academische café "Voskens" op de Heuvel. Vooraf dan ook meteen maar mijn dank naar een van de beste drinkers van datzelfde café: Ton Donders. Tilburg heeft een bloeiende literaire beweging gekend binnen de studentenvereniging van de Katholieke Leergangen. Moller, Vondelspecialist en initiator en mede-oprichter van die leergangen, was in de twintiger en dertiger jaren een belangrijk figuur. Niet alleen is hij een belangrijk redacteur van het katholieke literaire tijdschrift Roeping geweest, ook Tilburgs Hogeschoolblad
een kunstgalerie heeft in Heusden met een dependance in Amsterdam. Lange tijd was hij de drijvende kracht achter Roeping. Ook leverde hij bedragen aan het Brabantse tijdschriftje Brabantia Nostra. Een bekend kunstenaar, die zich slechts zijdelings met poëzie bezighield, was de tekenaar en schilder Frans Mandels. Verder waren Jan Staring, Jan Dijker, Rob Verbunt en Nico Molenaar lid van het begeerde Leonardus en in bepaalde mate verantwoordelijk voor de artistieke ontwikkelingen van deze stad. Ook bij Leonardus hoort de tegenwoordig in Veghel wonende schrijver Geert van Beek. Een van zijn belangrijkste werken, "De ge/<ruisigde rat", is in Tilburg geschreven.
Veel gejuich en vaten bier in het café van Engelien Voskens heeft hij mede de kunstenaarsbeweging van de sectie Nederlands van de leergangen opgericht. Deze kreeg de naam Leonardus mee. Binnen deze groep trof men allerlei artiesten aan: schilders, tekenaars, beeldhouwers en ook een aantal literatoren. Enkelen van hen zijn beroemd geworden, enkelen slechts berucht, velen hebben in meer of mindere mate bijgedragen aan Roeping. Maar voor alles kwam Leonardus. Belangrijke figuren waren: Siemer, Toontje Asselbergs (Anton van Duinkerken), Van de Bogaert (Walter Breedveld) en Van Spaandonck. Ook Knuvelder, Van Domburg, Michels, Molenaar, Paardekoper en Tegenbosch waren niet mis te verstane beroemdheden in deze uit de kluiten gewassen winkelstraat. We laten ze allen de revue passeren. Leonardus zetelde in zijn beginperiode in het pand naast de kerk op de Heuvel, het café /'Industrie - waar nu Ta/I< of the town huist. Na verloop van tijd zijn de artiesten verhuisd en hebben onderdak gevonden bij het café De Rosl<am, de nog steeds florerende bruine zaal van Engelien Voskens. In het bovenzaaltje, waar tegenwoordig gepedicuurd, geweven en geschaakt wordt, zaten tot voor zo'n twaalf jaar de literatoren en andere kunstminnende flierfluiters wekelijks bijeen. Leonardus had ook een eigen tijdschrift, namelijk Kangoeroe, en zo komen we bij de eerste figuur van betekenis: Siemer. Van Siemer kan worden gezegd dat hij het gestencilde blaadje. De Kangoeroe, zowat in zijn eentje met allerlei idioterie vol schreef. Siemer werd leraar Duits en fervent aanbidder van Heinrich Heine die hij, in de loop der jaren, nogal eens uit het blote hoofd geciteerd moet hebben, wijdbeens staand en met de armen gespreid en soms de vuist gebald. Toontje Asselbergs kwam naar Tilburg. Als zoon van een bierbrouwer, hetgeen hij nooit verloochend schijnt te hebben, meldde hij zich bij de studie Nederlands van de leergangen. Toen hij voor de eerste maal bij Leonardus een speech moest houden, gleed hij van de zenuwen onder tafel. Later, toen hij onder de naam Anton van Duinkerken, meer bekendheid kreeg is hij altijd jaarlijks een gratis speech blijven houden. Een van die keren, onder voorzitterschap van Ton Donders, moet hij zowat groen van de alcohol zijn verhaal hebben verteld. Gelukkig had hij deze incidentele
kleur gemeen met de toenmalige praeses. Tja, en dan had je Breedveld, geboren Van Den Bogaert. Een schrijver van Bossche afkomst die altijd in Tilburg heeft gewoond. Hij schreef in de stijl van Graham Greene en heeft ook tal van eidetische (associatieve) gedichten geschreven. Zoals Panhuysen hield ook Breedveld zich met de katholieke problematiek bezig. Ook Gerard Knuvelder kwam als student naar Tilburg. Hij is lid geweest van Leonardus en was een aantal jaren redactiesecretaris van Roeping. Enkele maanden geleden is een speciaal nummer van Brabantia verschenen, geheel aan hem gewijd, naar aanleiding van zijn dood. Janus van Domburg was een belangrijk figuur. Hij is de eerste geweest in Nederland die zich op wetenschappelijke wijze en in universitair verband heeft beziggehouden met filmkritiek. Paardekoper, hoogleraar taalkunde was volgens sommigen slechts lid van Leonardus om zijn vrijages met Hanneke van Buuren wat meer inhoud te geven. Hanneke van Buuren, die hier heeft gestudeerd en eveneens lid was van Leonardus, is hier verliefd geworden op Paardekoper, of liever gezegd hij op haar. Dat is dus ook alweer afgelopen.
Toni Roothaert is geboren in Vught in 1896. Hij heeft 'n lange tijd doorgebracht in Tilburg. Hij had een mooie vrouw, volgens de verhalen, en toen die hem verliet is hij naar Antwerpen vertrokken. Van Roothaert kennen we natuurlijk vooral zijn boeken van dr. Vlimmen. Ook niet onbekend en fel omstreden is zijn in '43 gepubliceerde werk 'Vlam in de pan'. Er wordt gezegd dat het werk sterk fascistoïde trekken vertoont; anderen spreken dat tegen ... Pater Molenaar hield zich, zij het in de periferie, eveneens met de literatuur bezig. Hij was een bloedserieus, katholiek dichter. Een totaal andere figuur was en is Lambert Tegenbosch, die momenteel
Professor Michels was een man waarvan wordt gezegd dat hij er alles aan deed om een hoogstaande sfeer te behouden. Zelf speelde hij viool, hetgeen tot die drang kan hebben bijgedragen. Een markant stukje geschiedenis is het volgende. Toen Michels in de gaten kreeg dat zijn dochter, eveneens lid van Leonardus, wilde trouwen met de in Michel's ogen nogal slome en duffe student 'Jantje Bal', verzocht hij de bestuurders van Leonardus de poorten voo^ deze onacceptabele schoonzoon te sluiten. Toen daar echter niet op werd ingegaan is Michels van de ene op de andere dag voorgoed weggebleven. Hij was overigens een beroemd filoloog. Voor studenten was hij tot aan zijn laatste dag aan de universiteit een lastige vragensteller. Vooral bij promoties zagen de nerveuse promovendi hun schuifelende opponent met angst en beven binnenschrijden.
NIEUWSBLAD Natuurlijk zaten er in en rondom dit groepje literatuurkenners ook journalisten. Eèn van hen was Gerard van Kalmthout. Naast het schrijven van poëzie en een aantal spelen en sprookjes was hij werkzaam bij de Nieuwe Tilburgse Krant. Deze is overigens na verloop van tijd door het toen nog socialistisch getinte Nieuwsblad van het Zuiden opgeslokt. Helaas! Als laatste rest mij nog iets over Cees Nooteboom. Wat hij in zijn laatste boek schrijft over de Goirlese familie schijnt allemaal waar te zijn. Hij heeft daar werkelijk familie wonen waar hij, met de regelmaat die een schrijver betaamt, vaak komt. Een jaar of wat geleden waren Nooteboom, Jan Donkers en Remco Campert nog in Tilburg, op verzoek van Gianotten. Zij werden met veel gejuich en vaten bier in het café van Engelien Voskens begroet. Ton Donders heeft hen toen nog begeleid zodat het met de groene kleur wel weer goed zat. Leonardus is ter ziele (al lang trouwens) en met hem het katholieke literaire hart van Brabant. De vlam is gedoofd: Raam - het literaire tijdschrift dat Roeping heeft opgevolgd - is niet meer wat Roeping was. Het belang van Tilburg als literair knooppunt in het Zuiden is volledig weggevaagd. Echter, de leergangen zijn er nog, de Letterenfaculteit is er bij gekomen, de Leopoldstichting werkt hard en Black and White doet ook nog z'n best. Het zou me niets verbazen als we binnen enkele jaren weer van een literaire betekenisdrager onder de grote rivieren kunnen spreken. Maar dan moet er toch veel gebeuren. Wilma Okkerse 17 decennber 1982
^mm ^
KOMPLEMENT IS NIET MEER
lii
Veel jonge mensen voelen de behoefte hun Ideeën, gedachten en ander spinsels op papier te zetten en vorm te geven. Zo vergaat het ook de literatoren die noch debutant, noch rénommé kunnen worden genoemd. Zij geven niet uit, geen zware publlkatles, geen erkende uitgeverijen. Nee, ze zijn niet te vangen, want beginnen gewoon zelf iets. Er zijn in Nederland een aantal literaire tijdschriften die bij een erkende literaire uitgever worden gedrukt en landelijk worden gedistribueerd, zoals De Gids, Maatstaf, De Revisor, Kentering, Het Gewicht, Raster, Tirade, Furore, Chrysallis, Bzzlletin, Hollands Maandblad en War. Daarnaast bestaan er echter talloos veel kleine literaire blaadjes (zo'n driehonderd) die vaak In eigen beheer, al dan niet gestencild, worden uitgegeven. Natuurlijk kent ook Tilburg haar geschiedenis op dit gebied. Vers Is nog de herinnering aan "Komplement". Eén jaar lang is dit tijdschrift te koop aangeboden In de boekhandels van Tilburg, lag het In de Openbare Bibliotheek en was het (sporadisch) in andere steden te vinden. Wat bezielt mensen een tijdschrift te gaan beginnen, wat verwachten ze ervan, waar halen ze hun abonnees vandaan en waarom houden ze er, al dan niet bogend op een succes, an korte tijd toch weer mee op?
Na een periode van vrijblijvend schrijven en corresponderen vond Hans Renders dat al het dwalen moest worden geconcretiseerd. Hij bezocht enkele vrienden en vroeg hen zitting te nemen In de redactie van een nieuw op te richten tijdschrift. De redactie viel al gauw weer voor een deel uiteen en heeft in dat ene jaar ook een groot verloop gekend. Maar dat was geen bezwaar. Zaak is toch dat er een paar mensen bij elkaar zitten die er hard voor werken want er komt veel kijken bij het samenstellen redigeren en uiteindelijk ter perse brengen van een tijdschriftje. "Komplement" heeft één jaargang gekend met zes nummer en met een zeer variërende inhoud. Het heeft een tijd geduurd voor het eerste nummer uitkwam. De ingezonden kopij zwol maar aan en van ons lagen er ook al stapels. Als je dan eenmaal start, en knopen doorhakt ervaar je dat als een opluchting. Dan is er eindelijk die dwang om met enige regelmaat te verschijnen. Het vrijblijvende karakter is er dan af. Ik heb dat als een plezierige dwang ervaren. Je moet iets produceren, je moet dat tijdschriftje er uit krijgen en het moet goed zijn. Bij het samenstellen gingen we uit van het geheel. Zoals je een tijdschrift van kaft tot kaft moet lezen, zó moet je het ook samenstellen."
Hieronder volgt het verhaal van "Komplement" aan de hand van fragmenten uit een Interview met een van de gewezen redacteuren, Hans Renders.
Hans Renders: "Tja, hoe kom je aan die abonnees? We hadden natuurlijk geen geld om reclame te maken. Dan blijft je kring beperkt. Het ging zo, dat iedereen die hier ook maar één stap binnenzette meteen tot abonnee was gepromoveerd. De meesten wisten nauwelijks waarop ze zich abonneerden, dachten dat het om een satirisch blaadje zou gaan. Zo loopt dat. We hadden op den duur zo'n tachtige abonnementsdragers. En verder hebben we het tijdschrift over de boekhandels van Tilburg verspreid. Want je wilt
"Wat literatuur precies is, is niet uit te maken. Maar de eigen smaak doet veel. Zo zijn we enkele jaren geleden in Tilburg begonnen met het schrijven van stukken over literaire zaken. We hebben toen veel polemieken gevoerd, erg veel op papier gezet Soms heel boeiend, soms honderd procent onzin".
HERMAN BRAND KAN VEEL 't Heks. Een cultureel centrum opgetrokken uit kale steen in een onherbergzame Tllburgse buitenwijk. Om de hoek van het Wagnerpleln. Op het programma van deze dinsdagavond staat een optreden van drie zogeheten performing poets, ook wel punk- of popdichters. Bart Chabot, Jules Deelder en plaatselijke coryfee Herman Brand. De performing poetry legt de nadruk op de voordracht van het gedicht. Het oog wil tenslotte ook wat. Jules Deelder is gestoken in een smetteloos zwart kostuum van zeer modieuze snit, zijn haar is strak en glimmend achterover gekamd. Deelder heeft een terlngkop met scherpe, magere trekken. Niet meteen een vriendelijke verschijning. Hij leest een lang gedicht over een bezoek aan Berlijn. De muur, de oorlog, de Führer en de Berlijnse hulzenbouw vormen de motieven voor een bont en beeldenrijk reisverslag. De toon van voorlezen is gehaast. Hele passages vloeien zonder hapering uit Deciders mond. Achter de dichter zijn twee felle spots vanuit een hoge stellage op het publiek gericht. Deelder staat met zijn benen een eindje uit elkaar. Hij beweegt nauwelijks, alleen deint hij zacht heen en weer bijna niet merkbaar zijn gewicht verplaatsend van het ene been op het andere en weer terug in een Ijzeren cadans los van het ritme van de voorgedragen tekst. Herman Brand speelt een thuiswedstrijd vanavond. Hij treedt min of meer op als gastheer en breit de acts van hemzelf en Deelder aan elkaar. Chabot is niet komen opdagen, die moest 'met nood' naar Parijs. De performance van Herman Brand in zijn kolderiek geruite pak is minder uitgebalanceerd dan die van Deelder. Nu Herman Brand In: Sterker nog, vlees
eens speelt hij de verlegen kuchende dreutelaar, dan weer de oorverscheurende mannetjesputter. Zijn poëzie Is op het eerste gezicht alleen maar quasidlepzlnnlg. Zijn taal Is moeilijk te begrijpen op wat flauwe nonsensverzen na. Brands optreden wordt pas echt leuk als hij het ritme te hulp roept. Eerst laat hij zich begeleiden door een drumstel op cassette. Dan gaat hij al stampvoetend en fingersnapping tekeer bij het prachtige gedicht 'Den Haag, wat ben je laag'. Na de pauze schakelt Deelder over van oorlog op voetbal. Hij vertelt In een wervelende noodgang zijn ervaringen bij het kijken naar een wereldvoetbalfinale Argentlnië-Nederland in 1978. Vooral zijn gestechel met een 'niet bij de naam genoemde, bekende Nederlandse
natuurlijk ook dat het wordt verkocht. Twee boekhandels in Nijmegen en een in Eindhoven hebben ons tijdschrift ook verkocht." "Komplement" was ook In de Tllburgse bibliotheek te vinden. Aan de smoezelige vingerafdrukken op de kaft te zien, werd het daar regelmatig gelezen. Een markant verschijnsel Is dat het tijdschriftje het meeste door boekhandel Pillot is verkocht. H.R. We hebben daar geen verklaring voor. We gingen er echt van uit dat we aan de Vrije Boekhandel en Gianotten het meeste zouden leveren. Daar komen immers de mensen die hart hebben voor dit soort randverschijnselen. Maar blijkbaar hebben we dat verkeerd gegokt." Van 'regionallteit' of iets dergelijks hebben ze nooit een hoge hoed op gehad. Ze wilden absoluut niet een brugfunctie hebben. Noch de regionale literatuur, noch de schrijvende zuiderlingen behoeven een stimulans. In feite is het zo dat als je kunt schrijven, je er vanzelf wel tussen komt. Volgens Hans Renders is het waanzin te beweren dat de literatoren van onder de rivieren achtergesteld zouden worden bij de mensen van Propria Cures (uit Amsterdam). Gewoon een smoes van een slechte schrijver, zo zegt hij. Is "Komplement" een mislukking geworden? "Nou, een mislukking is het niet helemaal. Organisatorisch zat het heel goed doortimmerd in elkaar. Maar voor een deel toch wel, ja. De stijgende lijn van kwaliteit die we duidelijk constateerden was niet steil genoeg. Dan moet je ophouden, vind ik. En afgezien van die lijn denk ik dat we niet al te lang meer door zouden zijn gegaan. Het krijgt toch iets kruideniersachtigs. Je moet erg veel praktische dingen doen. Het schrijven is in feite ondergeschikt. En misschien zijn filmregisseur die fanatiek pro-Oranje blijkt en die zweert bij de keeperstalenten van veteraan Jan Jongbloed zet aan tot onbedaarlijk lachen. Het optreden van Brand en Deelder wordt afgesloten met een luid door het publiek meegescandeerd gedicht van Herman Brand, het oerend Tllburgse Wès Dé (zie ook de poeziepagina in deze krant). Als toetje hebben de twee een vrije kuur bedacht. Het publiek mag vragen stellen over de punkpoezie, over deze twee dichters in het bizonder en over het leven In het algemeen. Maar de reactie is pislauw en de voorstelling verzandt in schier studentikoze meligheid. Een enkel woord nog over het optreden van Herman Brand met zijn begeleidingsgroep de Grootste Luxe tijdens de lustrumviering van de hogeschool in de stadsschouwburg op 26 november. Een goede maand na 't Heks. Daar kwamen de kwaliteiten van Brand veel beter uit de verf. Het avondvullende muziektheaterprogramma met de titel "Sterker nog: vlees" is krachtig en origineel. Herman Brand weet goed gebruik te maken van zijn schallende stem en vult met zijn vaak zeer grappige, fysiek beweeglijkheid met gemak de bühne. Het taalprobleem blijft echter in de theatervoorstelling toch wel een beetje overeind. Het is vaak moeilijk om een vinger te leggen op de teksten van Herman Brand, hoe konkreter ze zijn, hoe interessanter. Maar het geheel van de produktie kon de hele avond boeien. Herman Brand is een talent dat alle aandacht en koestering verdient, maar dat beter gedijt in de strakke setting van een uitgekiende voorstelling dan in een omgeving van weinig samenhangende improvisatie! Twan Geurts
Tilburgs Hogeschoolblad
we wel te pretentieus begonnen. Maar dat móet ook. Je moet jezelf een taak stellen. Je kunt het niet vrijblijvend laten, dan komt er niets. Maar die kwaliteit, dat was toch wel belangrijk. Er staat namelijk heel veel rommel in, naast wat aardige dingen. En om het echt goed te krijgen, moetje er toch erg veel tijd in steken. Ik wil die tijd wel weer eens aan andere dingen besteden". "Komplement" is niet meer, maar wat zegt dat? Misschien volgend jaar iets nieuws? Misschien krijgt " F u n g o " , de literaire en culturele middenpagina's van het blaadje van de Letterenfaculteit een vervolg? Of komt er eindelijk dat blaadje via het Brabants Genootschap voor de Kunst? Of begint u zelf wat? Wilma Okkerse
NIEUW LITERAIR TIJDSCHRIFT? Geert van Beek, Jan Cartens, Jan Naaykens, Hans Vlek, Sonja Prins, Karel Soudijn, Leon de Winter, Toon Kortooms, Cornells Verhoeven, Aldert Walrecht, Peter IMIjmeler, Peter van Lieshout, Beurskens, Custers, Aaf jes, Herbergs, Halmon, Smeets, Van de Waarsenburg en Simhoffer. Een lijst van auteurs die in aanmerking komen een bijdrage te leveren aan het literaire gedeelte van een nieuw op te richten tijdschrift voor de zuidelijke provincies Brabant en Limburg. De lijst is samengesteld door een werkgroep van deskundigen die voor de Culturele Raad van de provincie NoordBrabant moest onderzoeken of er behoefte Is aan zo'n tijdschrift. In een nog niet officieel gepubliceerde voortgangsnota ontvouwen de deskundigen een blauwdruk voor een literair tijdschrift 'met een landelijk bereik en betekenis'. De nieuwe uitgave zou naast de 'vrije literatuur van nivo' sociaal-culturele beschouwingen moeten bevatten over een regionaal thema met landelijke implicaties. Te denken valt aan de ontginning van de Peel,^ de neergang van de textielindustrie in Tilburg en Roermond, of de ontwikkeling van het bijzonder onderwijs in de zuidelijke provincies. Elke aflevering zou als boek moeten verschijnen en via het landelijke distributienet de boekhandel moeten bereiken. Er is ook al een voorzichtige kostenraming gemaakt. De eerste vier nummers zouden tesamen f 6 0 . 0 0 0 , - kosten. De helft daarvan komt voor risico van de uitgever, de rest wordt verdeeld over de t w e e belanghebbende provincies. W e l , zo vindt de werkgroep, zijn er enkele aspecten die eerst nog eens grondig moeten worden bestudeerd: welke uKgeverij komt het meest in aanmerking, hoe groot is de groep van potentiële lezers, welke andere literaire tijdschriften zijn er in Nederland en w a t doen die precies? Als het aan de werkgroep ligt komt dat literaire tijdschrift er binnen niet al te lange tijd. M e n heeft de provincie om geld gevraagd zodat het oriënterende onderzoek kan worden afgerond. Het zou zonde zijn, aldus de redenering, als al de energie die er tot nu toe is in gestoken, verloren gaat. Bovendien, meent de werkgroep (waarin de heren van Lieshout, van Reen, Simons, van Velthoven en Verdaasdonk zitting hebben) mag het onderzoeken van de overlevingskansen van een literair tijdschrift voor de zuidelijke provincies als een daad van cultureel belang worden beschouwd. T.G.
17 december 1982
B
"VEEL ONDERZOEKERS VERGETEN SOCIALE KONTEKST" Prof. dr. Hugo Verdaasdor)k is sinds de start van de subfaculteit Letteren i.o. in Tilburg werkzaam als literatuursocioloog. In dit vraaggesprek laat Verdaasdonk zijn licht schijnen over de taak van een Letterenfaculteit in de regio. En over de manier v\/aarop wetenschappelijk onderzoek moet worden verricht: met een flinke scheut maatschappelijke kontekst. Eerste vraag: hoe moeilijk is het om een deugdelijk provinciaal literatuurbeleid op poten te zetten? "De eeuwige handicap is natuurlijk het geld. Het budget voor letteren is zeer klein. Een fundamentele vraag is wat de doelstellingen van een provinciaal letterenbeleid moeten zijn. Literatuur is een landelijke aangelegenheid. Het belang van iemands werk en van iemands schrijversschap wordt gemeten aan de graad waarin hij of zij zich op landelijke platforms manifesteert. Een vooral regionaal opererende uitgeverij trekt veel minder de aandacht. Ondersteunt men literaire uitingen van vooral regionaal belang, dan gaat het over zaken die door de spraakmakende mensen in het literaire veld van minder belang worden geacht. Ondersteunt men werk van landelijk belang, dan rijst het probleem dat deze steun in principe ook door landelijke instellingen als de Raad voor de Kunst, het Fonds voor de Letteren, enz. verleend zou kunnen w o r d e n . " Toch zijn er plannen voor een regionaal literair tijdschrift met een landelijke pretentie? " J a , dat klopt. Maar het gaat vooralsnog om niet meer dan een eerste terreinverkenning. Eén van de gedachten die zijn geopperd tijdens een vorig jaar aan de KHT gehouden studiedag over het Noordbrabantse letterenbeleid was dat het goed zou zijn om een literair tijdschrift op te zetten. Men wees op Raam, voorheen Roeping. Dit was een landelijk gericht tijdschrift dat door Noordbrabantse auteurs werd geleid. Wanneer een soortgelijk blad opnieuw in het leven werd geroepen, zou dat een enorme stimulans zijn voor de beoefening van de literatuur en ook voor het publiek. Dat hoopte men althans. Over deze zaak heeft een kleine werkgroep zich gebogen, die werd ingesteld door de Commissie Letteren van de Culturele Raad Noord-Brabant. Van deze werkgroep was ik lid. Vragen die we ons gesteld hebben luidden: wie zou eraan mee kunnen werken, hoe duur mag het zijn, welk publiek wil je bereiken, wat moet erin. We zijn tot de conclusie gekomen dat zo'n tijdschrift haalbaar is, als het landelijk opereert. Er zouden literaire auteurs aan mee moeten werken, die banden met Noord-Brabant of met Limburg hebben, maar wier werk landelijk aanzien geniet. Het blad zou een eigen gezicht krijgen door sociaal-culturele onderwerpen aan te snijden die betrekking hebben op de regio en ook relevant zijn om ontwikkelingen elders te kunnen verhelderen. We hebben een overzicht gemaakt van auteurs die een dergelijke medewerking zouden kunnen verlenen. Dat viel niet tegen. Er bleek zelfs al een uitgever in te zijn voor zo'n onderneming." "Het voorstel voor dat tijdschrift is nog vrij vers en ligt nu bij de Commissie Letteren. Essentieel is wel dat er eerst onderzoek verricht wordt naar de publieke belangstelling en dat er een identificeerbare groep wordt gevonden die zijn schouders onder het blad wil zetten. Een reageerbuistijdschrift is ten dode opgeschreven. De redactie-medewerkers moeten zeer gemotiveerd zijn. Het is een enorme klus om kopij te verwerven en contacten met auteurs te onderhouden." Kan een tijdschrift dat vanuit de zuidelij-
Tilburgs Hogeschoolblad
ke provincies opereert rekenen op voldoende abonnees? Is het lezersklimaat hier wel rijp voor een dergelijk initiatief? "Dat wilden we juist onderzoeken. Een geïnteresseerd, redelijk omvangrijk publiek is namelijk van levensbelang voor een tijdschrift. Op 2000 è 3000 mensen moet je te zijner tijd toch kunnen rekenen. Onze kennis van het literaire veld zou ook gebaat zijn bij een dergelijk onderzoek. Er zijn op regionaal niveau allerlei initiatieven als kleine literaire tijdschriften, kleine uitgeverijen, literaire cafe's. Het zou belangrijk zijn uit te maken in welke mate en onder welke voorwaarden deze regionale literaire infrastructuur de voedingsbodem kan zijn voor een breder opererend tijdschrift. Zo'n onderzoek is nog nooit gedaan. Als we te weten zouden komen of, en zo ja hoe, het toch grote potentieel leraren letteren in de zuidelijke provincies bij een literair tijdschrift zou kunnen worden betrokken, zou dat ons inzicht zeer verrijken in de beweegredenen van literaire auteurs om een tijdschrift te volgen. Over deze beweegredenen is thans niets bekend." Hoe moet de taak van een letterenfaculteit worden gezien bij het stimuleren van een literaire infrastructuur in de regio? "Over de bijdrage van een universitaire letterenvoorziening aan het literaire leven heersen twee opvattingen die niet kombineerbaar zijn. De ene opvatting zegt dat een letterenfaculteit de taak heeft de kwaliteit van het literaire leven te verhogen. Zij zou zich bijvoorbeeld sterk moeten maken om de belangstelling voor bepaalde vormen van literatuur te bevorderen. Ik ben het hier niet mee eens, en huldig dus een andere opvatting. Een letterenfaculteit dient het literaire leven van nabij te volgen. Alleen dan kan men begrijpen wat de aard en functie van literatuur is. Partij trekken vóór of tegen bepaalde vormen van literatuur acht ik echter onjuist. Ik bedoel daarmee niet dat we angstvallig waardevrij onderzoek moeten plegen. In ons werk stellen we ons uitermate kritisch op tegenover gangbare literaire ideologieën. Bijvoorbeeld tegen het idee dat literatuur een specifiek soort kennis overbrengt die vooral intuïtief of effectief van aard is, of tegen het idee dat de liefde voor kunst en literatuur een speciaal talent vereist, en dat je daar uiterst fijnbesnaard voor moet zijn." "Deze gevallen illustreren waarom partij kiezen uit den boze is voor een universitaire letterenvoorziening. Om literatuur en kunst zijn talloze, moeilijk te onderkennen, vooroordelen aangeslibd. Je neemt die onbewust voor je rekening als je partij gaat trekken door als literaire opvoeder te paraderen, zo van: Mulisch is helaas een prulschrijver; wie Vestdijk niet leest doet zichzelf tekort. Een universitaire literatuurbeschouwer moet onderzoek verrichten, met name naar de opvattingen die over literatuur leven. Een kritische houding is daarbij essentieel." De Tilburgse Subfaculteit Letteren doet dus veel sociale kontekst in haar onderzoek? "Meer dan elders gebeurt. Ik ben van mening dat het gebruikelijke letterenonderzoek waar onophoudelijk de schoon-
heid van deze of gene tekst wordt bezongen, vatbaar is voor grote wetenschappelijke en maatschappelijke bezwaren. In dit onderzoek worden sociale factoren zeer zorgvuldig buiten beschouwing gelaten, met name de maatschappelijke voorwaarden waaronder kunst wordt geproduceerd en gekonsumeerd. De literatuurwetenschap is nog steeds gefixeerd op het vaststellen van wat volgens haar de intrinsieke eigenschappen zijn die een tekst tot literatuur zouden maken. Deze intrinsieke eigenschappen bestaan niet; het zijn eigenschappen die door bepaalde maatschappelijke groepen aan teksten toegekend worden, op grond van veelsoortige overwegingen die zeker niet artistiek van aard zijn." Heeft u duidelijke voorbeelden van die maatschappelijke benaderingswijze? " W i j hebben een aantal literaire uitgeverijen doorgelicht. De ontwikkeling van vijf fondsen gedurende 6 jaar is in kaart gebracht. Deze gegevens dienden om een aantal veronderstellingen te toetsen omtrent zaken als: de rentabiliteit van nieuwe titels en van herdrukken, van bepaalde genres, de mate waarin een uitgeverij ekonomisch van bepaalde auteurs afhankelijk is, de mate waarin verliesge-
Verdaasdonk vende titels intern gesubsidieerd kunnen worden, de gronden waarop een literaire uitgeverij gespecialiseerd genoemd kan worden, het verband tussen de omzet die een auteur haalt en de aandacht die zijn of haar werk van de zijde van de literaire kritiek ontvangt. Natuurlijk was dit onderzoek opgezet om iets naders te weten te komen over het ekonomische reilen en zeilen van een literaire uitgeverij. Vooral ging het erom te weten te komen wat er waar is van de stelling dat het literaire boek per definitie ekonomisch oninteressant is en op welke wijze ekonomische aspecten van het literaire boek samenhangen met kwaliteitsoordelen over het artistieke gehalte van dit type boek." " U i t dergelijke bezigheden, met name uit dit onderzoek naar de uitgeverijen moet je overigens niet concluderen dat de Subfaculteit Letteren louter ekonomisch onderzoek verricht. Wat we als voorziening literatuursociologie hebben, dat is kennis van het literaire veld, kennis van de krachtsverhoudingen tussen instituties, van de reputaties, van de manier waarop over literatuur wordt gesproken, van de faktoren die de krachtsverhoudingen bepalen. Deze kennis blijkt in samenspraak met ekonomen, bedrijfskundigen, sociologen erg vruchtbaar te maken. Om bij de literaire uitgeverijen te blijven: een ekonoom zou heel makkelijk tot de conclusie komen dat het alleen rationeel is om bestsellers uit te geven en dat het merendeel van de titels in het fonds beter niet gepubliceerd had moeten worden. Vanuit een letterenperspectief zou dan gewezen kunnen worden op de rol die een aantal marginale boeken in het literaire veld spelen: auteurs van der-
17 decennber 1982
gelijke boeken (m.n. dichters) kunnen een reputatie verwerven die zeer groot is en die op het gehele fonds van een uitgeverij afstraalt, ekonomisch marginale boeken zijn onmisbaar in het eindeloos wisselende hiërarchiseringsproces waaraan het aanbod van literaire boeken Is onderworpen, zij dienen de belangen die de verschillende literaire instituties hebben bij het idee dat de literatuur oneindig divers i s . " "Uiteraard wil ik-'onderzoeksvragen die wij ons vanuit het boven geschetste perspectief stellen ook in het onderwijsprogramma ruim aan bod laten komen. Dit om twee redenen. Ten eerste vind ik dat deze vragen, in tegenstelling tot de vragen die in het traditionele tekstgerichte onderzoek worden gesteld, er toe leiden dat een reëel beeld tot stand komt van de aard en de functie van literaire teksten. Ten tweede wil ik erop wijzen dat de letterenstudenten in Tilburg maar in zeer beperkte mate leraar kunnen worden. Het is dan zaak - en een heel groot probleem - ze kennis bij te brengen die hun maatschappelijke aantrekkelijkheid optimaal laat zijn. Ik heb geconstateerd dat bij de instituties in het literaire veld nauwelijks belangstelling
bestaat voor iemand met tekstgerichte literaire know-how die in de traditionele letterenfaculteiten pleegt te worden gebruikt. Iemand die het werk van Couperus goed kent, uitgebreid kan praten over vertelperspectieven, over het noodlot als dragend thema van het oeuvre prachtig, maar zijn of haar kennis is niet erg gevraagd." Twan Geurts Peter Pennartz Verdaasdonk studeerde Frans aan de Universiteit van Amsterdam. Zijn bijvakken waren Algemene Taalwetenschap en Literatuurwetenschap. Na zijn afstuderen was hij vier jaar wetenschappelijk medewerker Moderne Nederlandse letterkunde aan de UvA. Vervolgens doceerde hij vijf jaar Moderne Franse letterkunde aan de Vrije Universiteit. Sinds de start van de Subfaculteit Letteren i.o. van de Katholieke Hogeschool is hij werkzaam als hoogleraar Literatuursociologie. Verdaasdonk schrijft zelf niet, hij heeft ook geen enkele behoefte om zich literair te uiten. " M i j n vader schreef wel en was heel goed bevriend met van Oorschot. Via allerlei dwarsverbindingen zat mijn familie midden in dat literaire wereldje. Dat is natuurlijk een leerzame ervaring. En leuk. Het is toch prachtig als je op veertienjarige leefdtijd allerlei bekende mensen bij je thuis ziet komen die op hoge toon over cultuur zitten te praten. Dat werkt heel vormend. Nee, het is een mythologie om mensen die zich beroepsmatig met literatuur bezighouden als gemankeerde schrijvers voor te stellen. Dat is ook vaak hetgeen literaire kritici te horen krijgen: schrijf zelf dan zo'n boekl Dat is natuurlijk onzin. Als ik een appel rot vind mag men niet van mij verwachten dat Ik dan zelf wel een gaaf eksemplaar kan kweken."
DE BOEKHANDEL Boeken zijn een belangrijke bron van informatie. Het zijn de gelet terde erf dragers van een beschaving, het fundament van een kui tuur, de spil der wetenschap, de bloementuinen van de verbeel ding en een traag maar betrouwbaar kommunikatiemiddel. Boe ken zijn echter ook een handelswaar, een ekonomisch variabel goed, een winstfaktor en, wanneer ze heel oud of zeer fraai van uitvoering zijn, een beleggingsobjekt. Kortom, boeken leiden een dubbelleven. O ver het leven van het boek in het proces van pro duktie, transport, verkoop en afschrijving, van prijsverhoging, uit verkoop en prijsbinding, gaat het in de hiernavolgende reportages. De heer Hamburg van de Kamer van Koophandel en Fabrieken stuurt mij de dag na mijn telefoontje een keurig over zicht. Ik had hem gevraagd of hij be schikte over gegevens van in Tilburg ge vestigde boekhandels. Uit de computer heeft hij daarop een inventarisatie laten rollen, BKkode6641, omschrijving "DE TAILHANDEL IN BOE KE N, TIJD SCHRIFTEN E N COURANTEN". Ik tel 48 inschrijvingen in de gemeente Tilburg. Opmerkelijk, want wie had verwacht in deze door armoede, verval en trooste loosheid getekende stad zoveel literaire magazijnen aan te treffen. Nadere bestu dering van de computertekst levert ech ter ontluisterende duidelijkheid. Dossier nummer 9013.000 blijkt te staan op naam van "Sigarenmagazijn W. Antonius", dossiernummer 16552.000 op "Autobe drijf F.J. Aarts Shell Zelftank Station". Toch maar even gebeld om bij beide fir ma's te vragen hoe het mogelijk is dat hun inschrijving in het K.v.K. register te vinden is onder het hoofdstuk "Boek handel". De heer Antonius blijkt naast si garen en sigaretten ook wat hij noemt "lektuur" te verkopen. "Geen boeken" verzekert hij, "maar uitsluitend lektuur zoals weekbladen en couranten". De te lefoniste van het garagebedrijf Aarts ver telt dat er inderdaad ook "boeken en bla den" worden verkocht. "Populaire bla den, romans en zo..." "En kranten ook?" "Ja, we verkopen ook de Telegraaf." Op het lijstje van de Kamer van Koop handel nog de volgende merkwaardige inschrijvingen: "Firma Jamin BV", yHobby boek Lotje", "Singh Enterpri ses", "Het Brabants Antiekhuis Juwelier BV". En dan gelukkig toch ook nog na men van firma's die duidelijk als boek handel herkenbaar zijn.
de Willem II straat lag wel buitengewoon gunstig: tegenover het toenmalige post kantoor en de Openbare Bibliotheek. "In die periode was een openbare biblio theek èrg belangrijk", aldus de heer Zijl mans. "Hoe beter je kontakten waren met zo'n bibliotheek, hoe meer verkoop je had. Vroeger ging dat heel anders dan tegenwoordig. Nu kopen bibliotheken zelfstandig rechtstreeks in bij de uitgeve rijen, en krijgen daar bovendien ook nog een bepaalde korting op de verkoopprijs van boeken." Het pand aan de Heuvel waar boekhan del Pillot thans is gevestigd is, is onder lei ding van de heer van Opstal betrokken. Het had een aantal jaren leeg gestaan, nadat het warenhuis Hema een nieuwe zaak in de Heuvelstraat opende. Voor de boekhandel Pillot, die inmiddels deel ge worden was van het Standaard concern, leek dit een goede plaats om de enigszins in het slop geraakte verkoop weer op peil te brengen. De verhuizing naar het grote pand vond plaats in december 1973. Zijlmans: "Die verhuizing naar de Heuvel ging natuurlijk gepaard met een ontzettende stijging van de omzet. In die tijd heb ik ook ge solliciteerd en zodoende heb ik de op bloei en uitbouw van de huidige boek handel Pillot meegemaakt." De bedrijfsleider stelt dat de verhuizing destijds wel betekend heeft dat men af moest van het etiket een boekhandel te zijn voor de Katholieke Leergangen en de Hogeschool, dus voornamelijk gericht op wat "het betere publiek" genoemd wordt. Mede omdat de ligging in de stad centraler was en in het pand jaren ach tereen de Hema gevestigd geweest was, trad een aanzienlijke verschuiving in de klantenkring op. "Vooral in zo'n begin periode, waarin je een heel gemêleerd publiek binnenkrijgt, is het moeilijk om te bepalen op welke markt je je gaat rich ten", aldus de bedrijfsleider. Om die re den vestigde boekhandel Pillot haar aan dacht vooral op het populaire boek, in vi^raiêtKrtg
Door de heer F. Zijlmans, de huidige be drijfsleider van boekhandel Pillot ge vestigd aan de Heuvel te Tilburg, word ik in zijn werkkamer ontvangen. Uitzicht op de torenhoge parkeergarage van het Heuvelpoortkompleks, groot buro met stapels post, een druktoetsentelefoon, een antieke schrijfmachine in een wand rek als een herinnering aan een voorbij verleden. De boekhandel Pillot heeft 1928 als haar geboortejaar. De oprichter van deze fir ma was Dr. Moller, de bekende neerlan dicus uit Amsterdam die tevens aan de wieg gestaan heeft van wat momenteel de Katholieke Leergangen zijn. Een zwa ger van Dr. Moller werd zijn compagnon, in de persoon van de heer Pillot. Pillot, van huis uit antiquair, betrok met de boekhandel achtereenvolgens panden in de Noordstraat, de Spoorlaan (waar nu auto's geparkeerd staan tussen het be ton) en de Willem II straat. Het pand in Tilburgs Hogeschooiblad
vakjargon "het algemene boek". Uitga ven op het gebied van hobbies, letter kunde, romanliteratuur en detectives vullen de rekken. In die periode trad vol gens de heer Zijlmans ook het verschijn sel van de terugloop van de voorraad aan boeken in. Een inkoop van een bepaalde titel voor een periode van drie maanden tot een half jaar kwam steeds minder voor. Zijlmans: "Door die inkoop via het Centraal Boekhuis waarbij het steeds minder noodzakelijk werd om grote voor raden te hebben kreeg je meer ruimte en meer kans om verschillende boeken aan te bieden. Daar hebben wij natuurlijk ge bruik van gemaakt, en we konden uit proberen welke soort boeken het beste aansloeg in onze winkel. E xperimenten van die aard waren niet meer zo risiko houdend." Toen in de loop der jaren duidelijk werd dat de belangstelling voor het algemene of populaire boek ging verminderen, is boekhandel Pillot langzaam begonnen met het opbouwen van een fonds dat weer meer gericht was op het geschool de publiek. Boeken voor wetenschappe lijk onderwijs werden in kleine aantallen ingekocht, ■ alsmede buitehlandstalige boeken. Zijlmans: "Wij konden in dat op zicht natuurlijk niet tippen aan de kennis die een boekhandel als Gianotten had, om een perfekt inkoopbeleid te voeren. Toen ik zelf in 1967 bij Gianotten ging werken zaten zij met een noodfiliaal daar vlakbij de Hogeschool en dan heb je na tuurlijk wel erg goede mogelijkheden om een fatsoenlijk inkoopbeleid op te bou wen. Niettemin, toen eenmaal bleek dat de marktcijfers voor het wetenschappe lijk boek toch stijgende bleven, zijn wij als boekhandel Pillot ook bezig gegaan met dat aanbod. Wij richten ons daarbij op het toenemend aantal mensen dat zonder werk is en overdag aan de slag gaat met zelfstudie en ook op werkloze afgestudeerden die na verloop van tijd besluiten verder te studeren. We hebben daarvoor een marktonderzoek gehouden en naar aanleiding daarvan het een en ander op poten gezet. E n we kunnen zien dat de cijfers over vorig jaar precies volgens prognose zijn, dus dat loopt goed." Zijlmans geeft toe dat de verhuizing van boekhandel Gianotten naar het nieuwe pand in het Heuvelpoortkompleks duide lijk voelbaar is geweest. "Vroeger was Gianotten vooral gericht op het weten schappelijke boek. Wat ze verder aan po pulaire of algemene boeken hadden, was voor klanten mooi meegenomen. Dat is nu wel veranderd. Ze richten zich duide lijk öök op die markt van het algemene boek. En dat voelen wij wel ja. Ik moet zeggen dat ze op dat terrein ook èrg ak tief bezig zijn..." De konkurrentiegeest van de heer Zijl mans spreekt boekdelen. Pillot
In het jaar waarin de New Yorkse beurs instortte en een ekonomische wereldkri sis een feit werd, richtte in Tilburg de toenmalige heer Remmers een boekbin derij in. In 1979, vijftig jaar later, vierde de firma Remmers bv, gevestigd aan het Julianapark te Tilburg, haar gouden jubi leum. Op dat moment waren in het be drijf, dat nu bestond uit een boekbinde rij, een boekhandel en een kantoorboek handel, drie mensen werkzaam: de ge broeders Chris en Leo Remmers, zoons van de oprichter, en mevrouw Remmers, echtgenote van de heer Leo Remmers. Er is gezorgd voor een duidelijke taakver deling. Chris werkt in de boekbinderij, Leo verzorgt de inkoop en administratie van diverse delen van de firma, mevrouw werkt in de winkel. Mevrouw Remmers: "In die boekhandel richten wij ons vooral op het populaire boek. Naar hobbyboeken bijvoorbeeld, is erg veel vraag hier, maar ook naar mop penboeken, de gewone roman en derge lijke." Naar wetenschappelijke boeken of bui tenlandse romans gaat uw aandacht niet uit? Mevrouw Remmers: "Nee, daarvoor moet je toch echt een vestiging in de stad hebben, of vlakbij de Hogeschool, zoals Gianotten of Pillot bijvoorbeeld. Die draaien daar goed. Maar dat soort boeken zou hier niet lopen. We krijgen natuurlijk wel eens een bestelling binnen en die werken we dan natuurlijk af, zo ook voor schoolboeken..." De boekhandel Remmers beschikt over een ruim assortiment kinderboeken, lief desromans en boeken op het gebied van vrijetijdsbesteding. In de rijen een enkele bekende literaire schrijver van naam zo als Jan Wolkers of Roald Dahl. De wer ken van Konsalik vullen tenminste een halve plank, zoals in talloze andere boe kenzaken. De fa. Remmers houdt het voorraadfonds op peil via een centrale in koop, verzorgd door de firma Multiboek te Rotterdam. Dit bedrijf levert aan boek handels een bepaald pakket aan boeken in consignatie. Dat betekent dat de afre kening van een inkoop pas plaatsvindt wanneer een nieuwe zending wordt aan geboden en de restanten van de voor gaande keer teruggezonden kunnen worden. "Dat bespaart ons een hoop ri siko van onverkoopbare voorraad", al dus mevrouw Remmers. Een volgend belangrijk voordeel van een dergelijk centraal inkoopburo voor de de tailhandel noemt zij de handhaving van de boekhandelskorting, die vooral in het geval bij de uitgeverij rechtstreeks titels in een klein aantal worden besteld, aan merkelijk hoger ligt. Via een bedrijf als Multiboek, dat in totaal voor verschillen de boekhandels toch behoorlijke aantal len in kan kopen en düs een fikse korting kan vragen, worden de boeken al naar gelang de verkoopmogelijkheden over de diverse winkels verdeeld, zonder aan tasting van de kortingsvoorrechten. Hetzelfde geldt voor de tijdschriftenafde ling van de boekhandel, waarvan de in koop plaatsvindt via de firma Beta Press. Mevrouw Remmers vindt het opmerke lijk dat in de door haar verzorgde winkel het tijdschrift goed blijft verkopen. Het is immers een bekend feit dat de malaise in de tijdschriftenhandel de laatste jaren grotere vormen aanneemt, vooral door de terugloop in het advertentieaanbod en de daling van de abonnements aantallen. De heer Leo Remmers, vooral bezig met de inkoop van artikelen voor de kantoor boekhandel en de administratieve kant 17 decennber 1982
Gianotten van het bedrijf, vindt de ligging van Firma Remmers geen probleem. "Inderdaad wel ver uit het centrum van de stad", zo stelt hij, "maar het is natuurlijk toch zo dat je na vijftig jaar een bepaalde naam opbouwt in een plaats als Tilburg. De mensen komen op een gegeven moment omdat ze je al kennen. Het is trouwens ook wel zo, dat we hier klanten hebben die van heinde en verre komen, met name voor de boekbinderij." In de boekbinderij,'ondergebracht in een werkplaats naast en achter de winkel, worden veelal in opdracht van partikuliere klanten stapels tijdschriften keurig gebonden in kunstlederen banden. Een rij van die banden, bedrukt met gouden letters, lijkt soms een encyclopedie van formaat te zijn, maar is bij nadere bestudering een verzameling van de ingebonden jaargangen 1975 tot en met 1981 van het weekbald DONALD DUCK. Bij de firma Remmers wordt zelfs het stripverhaal voor de jeugd verwerkt tot een kloek ogend boekwerk dat althans uiterlijk kan konkurreren met de verzamelde werkeneditie van Simon Vestdijk. Inhoudelijke kriteria laten we hier even voor wat ze zijn...
I
I
35 jaar geleden is Theo Gianotten begonnen met een boekenwinkel aan de Heuvel, in het pand waar thans een naar een bekend detective-duo genoemde lunchroom IS gevestigd. Over de ontwikkelingen binnen boekhandel Gianotten spreken wij met Jac Peeters, een van de verkoopleiders van de firma Gianotten, waarvan de hoofdboekhandel sinds april van dit jaar te vinden is in een zeer stemmig en smaakvol ingerichte winkel in de konsumententempel " D e Heuvelpoort". Jac Peeters: "Het is toentertijd eigenlijk min of meer allemaal begonnen als een katholiek boekhandeltje in de tijd vlak na de oorlog. Later is men bij de Hogeschool in een houten keetje begonnen, voor de verkoop van het studentenboek. Toen de studentenflats gebouwd zijn is dat filiaal begonnen in de eerste flat in verband met de ligging van het toen groeiende Mollerinstituut. Het fonds is daarbij opgesplitst tussen het pand aan de Heuvel en de nieuwe flat-winkel. Dit jaar zijn we dus naar de Heuvelpoort getrokken. Veel mensen hebben ons met grote ogen aangekeken waarom we dat deden. Onze belangrijkste overweging is geweest dat we iets te ver uit de loop van het grote publiek zaten. Dat publiek komt hier wèl. We hadden in het vorige pand best een uitgebreide sortering, maar juist die boeken, ik zal maar zeggen van Toon Hermans, kunnen wij nu ook verkopen. Bepaalde mensen kijken natuurlijk neer op dit soort boeken. Maar een bepaald publiek loopt daar mee weg. Wanneer ik nu honderd van die Toon Hermans boekjes verkoop, dan verdien ik daar mee om het wat moeilijker werk hier ook in de winkel te kunnen zetten. Er wordt in de boekhandelarij wel eens gesproken over "interne subsidiering". Via de verkoop van een aantal 'lekkere bestsellers' kun je afdelingen op peil houden die minder hard gaan." In 1974 is ook boekhandel Gianotten onderdeel geworden van een groter concern, in dit geval de Kluwer-groep boekhandels. Peeters benadrukt dat dit niet betekent dat Gianotten volledig geleid wordt door de belangen van Kluwer. " W i j zijn kompleet zelfstandig", zo stelt hij, " w a t bijvoorbeeld bij Pillot niet het geval is. Die waren eerst bij Standaard en toen redelijk zelfstandig, maar nu ze bij Bruna-Elsevier zitten zijn ze veel meer Tiiburgs H o g e s c h o o l b l a d
TILBURG EN DE LETTEREN
^
aan richtlijnen onderhevig. Hier is de situatie nog steeds zo dat de mensen achter de toonbank werkend bepalen wat wordt ingekocht." Wat doet Kluwer dan eigenlijk wèl? Peeters: "Kijk, die Kluwer-groep zit hier met zijn geld onder. Wij hadden natuurlijk niet kunnen verhuizen als Kluwer hier geen cent ingestoken had, want dat kost echt wel een paar t o n . Nou, en dat kan je niet helemaal zelfstandig. Uiteraard vloeit een gedeelte van de winst van ons ook weer naar de Kluwer-maatschappij." Over het huidige boekenbestand in de Gianottenwinkel stelt Peeters dat het via een geleidelijke groei tot stand gekomen is. Hij geeft toe dat daarbij de kwestie van vrgag en aanbod een uiterst belangrijke rol speelt, maar ontkent dat daarmee alles gezegd is. Hij meent dat er ook nog wel degelijk sprake is van een soort vakmanschap dat mede bepalend is voor de kwaliteit van het aangeboden fonds. Daarbij vindt hij dat je als boekhandelaar ook wat dingen moet durven, hetgeen betekent dat je boeken moet neerzetten die je niet overal tegenkomt. Heb jij de behoefte om als boekhandelaar ook "opvoedend" te werken? Peeters: "Nee, dat niet. Het gebeurt wel eens dat ik van een bepaald boek weet dat er iemand is die daar zeeer geïnteresseerd in is. En dat beveel ik dan wel aan. Maar een roman zo maar bij het publiek aanprijzen..., nee. Kijk, soms heb je mensen die niet zo veel lezen en graag toch een goed boek hebben. Dan kun je met je advies wel invloed uitoefenen, want ze nemen nogal gemakkelijk wat jij als boekhandelaar positief beoordeelt." In zo'n geval als die Heuvelpoort hier, dreig je toch wel gauw te ven/allen in de verkoop van louter populaire boeken? Peeters: " W i j willen er wel voor waken niet te veel te vervlakken. Je hebt inderdaad de kans dat je gaat verwaarlozen wat je al had en je aandacht voornamelijk verdwijnt naar de veranderingen die plaatsvinden, zoals bij ons de toenemende vraag naar het algemene of populaire boek. Ik geloof niet dat het hier zal gebeuren, zo'n vervlakking." Er is hier een vrij grote afdeling literatuur Hanteren jullie een bepaalde grens om te beslissen wat nog wel literatuur is en wat niet? Peeters (zuchtend): " N o u , daar geef ik maar geen antwoord op. Kijk, laatst kwam ik tussen de romans "The Happy Hooker" tegen en dat is zo'n boek dat ik er natuurlijk wel tussen uit vis. Dat gaat naar de afdeling "Populair". Maar eigenlijk vind ik dat jammer want je gaat dan zeggen: dat soort mensen die deze boeken lezen horen daar en die mensen weer dèèr. Terwijl ik juist zou willen hebben dat, noem het maar even "het gewone volk', ook in die literatuur ging snuffelen. Streekromans, Parel-romans, Konsalik, noem maar op, dat staat allemaal apart. Het heeft ook een heel eigen publiek. De Vrije Boekhandel
een vindt dat tóch literatuur, voor anderen ligt daar juist de grens". In een grote boekhandel als Gianotten is het politieke boek erg spaarzaam aanwezig. Peeters: " D a t ben ik niet met je eens. We hebben dat altijd goed in voorraad gehad, zeker in de vorige zaak. Politieke wetenschappen hadden we ook apart staan. Alleen, dat ging gewoon niet in de verkoop. Misschien ook wel omdat de Vrije Boekhandel er in de stad is. Ik denk bovendien dat veel mensen die boeken hier niet verwachten en daar ben ik wel bang van. We zien er hier inderdaad een beetje sjiek uit, maar dat neemt niet weg dat we tóch ook de boeken hebben waar jij naar gevraagd hebt. We hebben hier bijvoorbeeld èlle boeken van Van Gennep, evenals pamfletten van de kraakbeweging en noem maar op. Het is wèl duidelijk dat we er niet zo sterk de nadruk op leggen als de Vrije Boekhandel." Op de vraag wat Peeters er van vindt dat in de komende regeringsperiode de vertikale prijsbinding van het boek wel eens zou kunnen sneuvelen, antwoordt hij: " I k moet er niet aan denken. Het zou het einde betekenen van de goede boekhandelarij. Konkurrentie zou dan werkelijk alles gaan bepalen en ik geloof zeker dat dèt nu echt ten koste gaat van de goede kwaliteit van het Nederlandse boek."
Temidden van de boekhandels in Tilburg, neemt de Vrije Boekhandel in de Heuvelstraat een bijzondere plaats in. De naam "Vrije Boekhandel" verwijst naar de basisfilosofie waarmee deze winkel is opgezet, namelijk een verkoopbeleid van boeken dat zo onafhankelijk mogelijk van de op winstbejag gegrondveste uitgeverijconcerns wordt gevoerd. Op 10 juni 1974 is de Tilburgse Vrije Boekhandel van start gegaan. Bij de voorbereidingen van dit initiatief, dat als waarborg tegen persoonlijk profijt is ondergebracht in een stichtingsvorm, is er overleg geweest en samengewerkt met onder andere de Vrije Boekhandel in Breda. Het boekenbestand werd opgebouwd uit het aanbod van voornamelijk linkse uitgeverijen, zoals Van Gennep, de Socialistische Uitgeverij Nijmegen, Socialistische Uitgeverij Amsterdam, Pegasus, Link, De Uitbuyt en andere. De Vrije Boekhandel in Tilburg dankt haar bestaan voor een belangrijk deel aan het werk van vrijwilligers, die van me-
ning waren dat het mogelijk moest zijn een boekhandel draaiende te houden die niet het louter kommerciële aspekt van de verkoop van boeken als oogmerk had. Dit tegen de achtergrond van de toenemende opkomst van winkels met een beperkt assortiment zoals Bruna en met het naar de achtergrond verdwijnen van het zogenaamde "kritisch-politieke" boek in de diverse concern-boekhandels. Aanvankelijk had de Vrije Boekhandel te kampen met financiële problemen, ondermeer vanwege een gebrekkig lopende verkoop. Na december 1975 begon het initiatief echter beter te draaien, waarbij de toenemende bekendheid van de boekhandel in Tilburg een rol gespeeld heeft. De kontinue aanwezigheid van één bepaalde werkkracht bleek al snel tot een van de noodzakelijkheden te behoren. Hieruit vloeide de aanstelling voort van een vaste kracht, alsmede een deeltijdwerker. De vrijwillige medewerking van andere mensen bleef een onmisbaar element in de voortzetting van de Vrije Boekhandel Tussen 1974 en 1982 heeft het pand in de Heuvelstraat uiterlijk een aantal veranderingen ondergaan. In 1979 werd besloten tot een ingrijpende verbouwing van de winkel, die het geheel een professioneler aanzien gaf. Echter, niet alleen uiterlijke faktoren veranderden. Ook in het aanbod van boeken blijken duidelijke verschuivingen opgetreden te zijn. Een van de medewerkers van de Vrije Boekhandel schrijft die verschuiving toe aan een verandering in de algemene interesse van linkse mensen. Er zou minder belangstelling voor politiek-theoretische werken zijn en meer voor literatuur op het gebied van persoonlijke ervaringen en emancipatie. Bovendien bestond er een toenemende aandacht voor kwaliteitsschrijvers naast wat " d e proletarische roman" genoemd wordt. Hiermee bleek de Vrije Boekhandel een weerspiegeling te zijn van de evolutie van het linkse denken in Nederland. Dit betekent overigens niet dat de Vrije Boekhandel geen eigen beleid voert ten aanzien van bepaalde onderwerpen. De verminderde aandacht voor de derdewereld problematiek wordt bijvoorbeeld via etalages, extra aanbod en uitstallingen regelmatig opgevijzeld. Bijzonder aan de Vrije Boekhandel is ongetwijfeld ook de grote mate van verbondenheid die blijkt te bestaan met de talrijke groeperingen op politiek en maatschappelijk vlak die ook in Tilburg aktief zijn. Informatiemateriaal in de vorm van brochures en pamfletten, affiches, stickers en boeken zijn ruim voorradig. In deze zin blijkt de Vrije Boekhandel naast een winkel voor de verkoop van linkse literatuur ook een belangrijke informatieschakel te zijn voor progressieve bewegingen. Het mag opmerkelijk genoemd worden dat dit alles mogelijk is, naast een redelijk omzetresultaat (over 1981 iets meer dan een half miljoen gulden). Regelmatig is de Vrije Boekhandel met een boekenstand aanwezig op politieke of kulturele manifestaties in de Tilburgse binnenstad. Tevens verschijnt sinds november 1981 een tijdschrift, "Linker orgaan", waarin het wel en wee van de boekhandel wordt beschreven en dat gratis wordt verspreid. Men is duidelijk bezig naar wegen te zoeken om de bekendheid van de Vrije Boekhandel op peil te houden. Uiteindelijk is ook een ideologisch geïnspireerd initiatief zoals deze Vrije Boekhandel sterk afhankelijk van dat ene proces dat zo bepalend is voor de voortgang van de samenleving: handel. Dat het op een manier kan waarbij op meer wordt gelet dan alleen maar op de winst, lijkt tot nu toe overtuigend aangetoond door de groep medewerkers die de Vrije Boekhandel draaiende houden. Wouter van Gils
17 decennber 1982
WW
T IS DE FONGS"
"Een Elsschot-avond houden is niet zo gemaklcelijic. Ten eerste omdat alles wat er over Willem Elsschot valt mede te delen, al gezegd is. Ten tweede omdat Elsschots verzameld werk maar 750 pagina's telt, waar dat van andere schrijvers de omvang heeft van een encyclopedie, en verder omdat het werk van Elsschot zo helder is. Veel theoretische beschouwingen kan een criticus er niet aan ophangen." Zo opende Ferdinand Auwera de Elsschotavond van het Literair Café, die op 24 november gehouden werd naar aanleiding van het 100ste geboortejaar van de schrijver. Du Commerce zat vol met belangstellenden, van wat jonger volk tot een keurige familie die midden in het café had plaatsgenomen als was zij de familie Elsschot zelve. Een publiek dat geamuseerd luisterde naar de twee Belgische schrijvers, Fernand Auwera en Roger Binnemans, die de eerste helft van de avond vulden met het vertellen van anekdotes uit het merkwaardige leven van Willem Elsschot, oftewel: Alfons de Ridder. Vooral Roger Binnemans wist prachtige verhalen op te dissen. Hij ontmoette Elsschot voor het eerst toen hl] in een uitgeverij werkte ("ik wist toen nog niet dat je dat nóóit moet doen als je van boeken houdt!") en Elsschot binnenkwam voor het soort lijmpraktijken dat hij beschrijft in zijn werken "Lijmen" en "Het Been". Binnemans kreeg van zijn baas de opdracht om Elsschot de deur uit te werken. Later leerde hij de schrijver persoonlijk kennen. Elsschot was in z'n laatste levensjaren behoorlijk aan de drank en z'n vrouw haalde dan ook geen drank meer in huis. Nu had Eisschot ontdekt dat als z'n vrouw naar de WC ging, dat minstens drie minuten duurde. Zodra zij zich verwijderde pakte Elsschot de telefoon en belde de kruidenier aan de overkant, waar hij een afspraak mee had gemaakt. Alles wat hij dan zei was " 't is de Fongs". Vervolgens sloop hij naar beneden waar hij de deur opende voor de kruidenier die hem een fles "wittekes" (jenever) in de handen duwde. Die fles werd boven in de la verstopt, genoeg voor een paar dagen ... Auwera en Binnemans wekten de indruk
dat ze nog uren door hadden kunnen praten over deze eigenzinnige schrijver, die zij typeerden als een echte burger; cynisch tegenover alles wat hem vreemd Is, in z'n element in z'n eigen huis achter z'n krantje. Wat Elsschot echter onderscheidt van andere burgers is dat hij z'n omgeving voortdurend observeerde en dat hij die observaties vastlegde in zijn werk. Op dat werk werd na de pauze de aandacht wat meer gericht. Therèse Hoes las een aantal fragmenten voor, ingeleid en van commentaar voorzien door Paul van den Heuvel van het Literair Café. Was de sfeer in het café vóór de pauze gezellig en lacherig, tijdens het voorlezen werd er muisstil, bijna eerbiedig geluisterd. De prozafragmenten onder andere uit 'Villa des Roses' en 'Het Dwaallicht', werden gevolgd door een tiental gedichten van Willem Elschot. Therèses monotone, duidelijke stem paste goed bij de sombere, vaak bittere gedichten. De avond werd besloten met een verwijzing naar andere Elsschot-aktiviteiten in Tilburg: de film "Dwaallicht" bij Tooten ("een schande" volgens Roger Binnemans), en de opvoering van "Lijmen" door Guido Lauwaert. De bekendste boeken van Willem Elsschot zijn "Lijmen" (1923) en het vervolg daarop, "Het Been (1938). "Lijmen" is het verhaal van de kantoorklerk Frans Laarmans, die bij de eerste ontmoeting met de heer Boorman wordt aangesteld als diens assistent. Boorman is oprichter, directeur-generaal en enig redakteur van het Algemene Wereldtijdschrift voor Financiën, Handel, Nijverheid, Kunsten en Wetenschappen. Door middel van zijn goed doordachte lijmpraktljken weet Boorman dit tijdschrift, dat eigenlijk niets voorstelt, te verkopen. Hij zoekt daartoe eerst een bedrijfje uit en brengt er een bezoek met het verheugende bericht dat hij er een artikel over zal schrijven. Dan overtuigt hij zijn goedgelovige slachtoffers van de noodzaak om een heleboel exemplaren van het Wereldtijdschrift, waar het artikel in komt te staan, aan te schaffen, en hij laat ze een contract tekenen. In enorme
Willem Elsschot, pseudoniem voor Pons de Ridder, liefhebber van jenever aantallen wordt het tijdschrift bij de 'klant' thuisbezorgd, waarna deze zal moeten proberen om Boorman af te betalen. Frans Laarmans wordt door Boorman ingewijd in deze lijmpraktljken en hij voert van binnen een tweestrijd tussen z'n emoties, die dit alles afkeuren, en de Invloed van Boorman die hem wijst op z'n plicht.
LIJMEN Akteur Guido Lauwaert speelde op 25 november het verhaal van Frans Laarmans in het Kultureel Sentrum. Na een traag begin, waarbij Lauwaert alleen z'n stem liet horen en zelf verborgen zat achter het publiek, kwam er wat meer vaart in de voorstelling. Lauwaert gebruikte de hele ruimte als decor, het publiek als decorstukken of als tegenspeler. Heel knap zette hij verschillende figuren uit "Lijmen" op het toneel en kon zich snel van de ene in de andere verplaatsen. Jammer genoeg had hij het prachtige verhaal leuker willen maken door bijvoorbeeld een plaatsnaam te veranderen in Tilburg, een persoon te
DE STICHTING J.H. LEOPOLD ELITAIR? De enige club die zich op 't moment min of meer systematisch bezig houdt met het promoten van de literatuur in Tilburg, is de stichting J.H. Leopold. Opgericht op 22 mei 1980 door een aantal literatuurliefhebbers die de positie van de schrijver en zijn boek in Brabant wilden verbeteren. In Tilburg was intussen een groepje mensen aktief met het op poten zetten van een literair café. Na hun eerste experiment, 'Versjazz' op 15 mei 1981 in de Studiozaal van de Stadsschouwburg, ontstond er een samenwerking met de Stichting J.H. Leopold, die zich meer en meer op Tilburg is gaan richten. Waarom heeft de Stichting zich naar de dichter J.H. Leopold genoemd? Piet Simons, één van de medewerl(ers: "De oprichters van de Stichting zijn allemaal grote liefhebbers van het werk van Leopold. Een verfijnd soort poézie die veel aandacht eist, niet gemakkelijk Is. Eén van de doelstellingen van de stichting is van het begin af aan geweest om J.H. Leopold en zijn werk onder de aandacht te brengen. Onze Leopold-avond op 11 mei, de geboortedag van de dichter, is dan ook een jaariijks terugkerende gebeurtenis". Een tweede doel van de Leopoldstichting
is het organiseren van andere literaire aktlviteiten. De Literair Cafè-avonden In Du Commerce geven de ruimte aan opkomende schrijvers, zoals Leon de Winter en Kester Freriks. Inhakend op de aktualltelt komen ook wat meer gevestigde schrijvers aan bod; naar aanleiding van zijn 100ste geboortejaar werd er een avond over Willem Elsschot georganiseerd. Op deze avonden heerst vaak een heel Intieme sfeer en het blijkt dat de bezoekers voor het grootste gedeelte kenners zijn. Piet Simons: "Daar ontkom je niet aan. Men.sen zullen niet snel naar een avond gaan over een schrijver waar ze nog niets van af weten. Men verwijt ons wel eens dat we elitair zouden zijn. Tja. De Leopold-avonden zijn inderdaad meer voor de liefhebbers maar de andere avonden zijn In principe voor iedereen. Je organiseert iets en je hoopt maar dat er mensen op af komen". Behalve de Literair Café-avonden organiseert de Leopoldstichting ook grootser opgezette aktiviteiten in de Studiozaal van de Stadsschouwburg. Zo was de Nacht van het Boek vorig jaar een enorm succes (zo'n 1000 bezoekers!) en op 25 maart 1983 vindt dan ook een herhaling plaats. Behalve boek en schrijver staat
dan de Tilburgse muziek centraal. Verder staan de Kerstavond en een avond rond het Literaire Tijdschrift op het programma bij de Stichting. De grote trots van de Stichting J.H. Leopold is het resultaat van een andere aktlviteit: het uitgeven. In oktober 1981 verscheen het boek 'Zeg, luister eens', een bundel vertaalde poëzie. De uitgave van deze bundel was mogelijk met subsidie van de provincie Noord-Brabant, maar
karakteriseren door te zeggen dat hij leraar was op het Moller. Dit deed hij echter niet consequent genoeg of hij vergiste zich en daardoor kwam het geforceerd over. Verder kon hij zich slecht concentreren en maakte voortdurend 'leuke' opmerkingen als er Iets was dat zijn aandacht afleidde. Heel storend voor het publiek. Toen Frans Laarmans zijn verhaal had verteld, eindigde hij met de mededeling dat hij, nu Boorman vertrokken was, op zoek was naar een eigen assistent en of niemand uit het publiek wilde. Op zich een leuke vondst van Guido Lauwaert. Natuuriijk reageerde er niemand. Vervolgens verliet hij langzaam het toneel terwijl hij angstig zijn toehoorders aankeek. Dat stemde totaal niet overeen met het feit dat Frans Laarmans zich zou hebben ontpopt tot een zelfverzekerde lijmer.,Wel ontstond er tijdens die laatste paar tellen een spanning, die ik de hele voorstelling had gemist. Marijne van der Jagt. gebeurde verder door de Stichting zelf. Dertien verschillende vertalers werkten mee aan het boekje, dat onder andere werk bevat van Brecht, Paul Verlaine, Hölderlin en Keats. De redactie was in handen van Jasper Mikkers. Geheel aan J.H. Leopold is het tweede boekje gewijd dat door de Stichting werd uitgegeven. In mei 1982 verscheen dit 'Leopold-cahier', dat zo goed ontvangen werd, dat het helemaal is uitverkocht. Het tweede Leopold-cahier is ondertussen al in de maak. Er staan bijdragen in die geschreven zijn door medewerkers van de Leopoldstichting, Piet Simons en Paul van den Heuvel bijvoorbeeld. Eén doelstelling van de aktieve stichting is een beetje verwaterd: het bevorderen van het jeugdliteratuur in Tilburg. Ooit werd de groep 'Allee in Brabant' opgericht, maar die is inmiddels ter ziele. Wat kunnen we in de toekomst nog verwachten van de Stichting J.H. Leopold? Piet Simons: "We gaan door met de literaire avonden. Er is een idee voor een open podium-avond, waar Iedereen zich voor kan inschrijven om eigen of andermans werk voor te dragen. Verder Is er sprake van een federatie van Literaire Cafe's in Brabant, voor het uitwisselen van informatie. Maar die staat nog In z'n kinderschoenen. En dan is er een onderzoeksgroep naar de bestaansmogelijkheid van een nieuw op te richten Literair Tijdschrift." Marijne van der Jagt.
Tilburgs Hogeschoolblad
J.H. Leopold: verfijnde poëzie
17 december 1982
me, zoals ik, niet van moeders, poezen en natuur houdt, doet er goed aan de novelle De Junival van Jan Wolkers te lezen. Ter zelfverdediging zou wellicht aangevoerd kunnen worden, dat het maar een sentimenteel boekje is, een soort late, hollandse Love Story. Maar dat zou een zwak verweer zijn tegen dit innemende poezen- en moederverhaal. Ik geef mij in ieder geval na lezing en herlezing gewonnen en moet bekennen dat ik tot nu toe veel liefde en veel moois heb gemist door niet van moeders, poezen en de natuur te houden.
VAN MOEDERS, POEZEN EN PEREN A.C. Zijderveld De Junival is een liefdesgeschiedenis waarover de schaduw van de dood valt: de ik-figuur, René genaamd, denkt terug aan zijn vier jaren geleden gestorven poes Voske en aan zijn moeder, die kort na Voske overleed. Als hij beiden kort na elkaar begraaft, schrijft hij laconiek: "Ik voelde me een reiziger in het hiernamaals. Ik ging van dood naar dood". Met Voske deelde hij 21 gelukkige jaren - een poes die uitdrukkelijk poes moest blijven, maar desondanks steeds meer menselijke trekken ging aannemen. Soms schrok hij daar zelf van, zoals die ene keer toen hij een sigaret in de mond stak en Voske met haar fluwelen poot een tik tegen het luciferdoosje gaf, zodat het tegen zijn hand stootte: "Een stap verder en ze gaat me vuur geven, dacht ik
In het nieuwe boek van Wolkers is de dood het centrale motief. Er zijn ook romans van Vestdijk die voor mij niet hoeven, en dat tast mijn respect niet aan want er staat zoveel tegenover. Te denken geeft ook een passage op p. 34 waar de ik-figuur droomt dat hij zijn moeder kaalknipt en dat zij hem hijgend achternazit. Deze herinnering wordt voorna-
DE JUNIVAL. NIEUW BOEK VAN WOLKERS H. Verdaasdonk meiijk opgehaald omdat het de enige keer was dat de verteller een poes de stuipen op het lijf heeft gejaagd. Bij de verteller geen gefrustreerde liefde die haat werd. En hoofstuk 2 opent met de zin: ' 'Mijn moeder was een poes''. Vanaf dat moment dringt zich bij Wolkers het beeld van de troostende alleswetende moeder op dat langzaam vervloeit, één wordt met dat van Voske. Wolkers laat zijn ik-persoon een la tevoorschijn halen Tilburgs Hogeschoolblad
WOLKERS WOLKERS Bij wijze van experiment twee recensies naast ell<aar van een en hetzelfde boek. Socioloog Zijderveld en literatuurdeslcundige Verdaasdonic lazen de nieuwste roman van Jan Wollcers, de Junival.
met een huivering". De symbiose heeft overigens ook op hem haar uitwerking niet gemist. Als hij aan het einde van de novelle een blikje tonijn in gelei openmaakt, dat hij in een la met bewaarde spullen van de poes terugvindt en dit leeg eet, heeft hij het gevoel "dat ik daar met een dikke katerkop katachtig die blanke stukjes vis in aromatische gelei aan het wegeten (ben)." Ook met zijn moeder had hij gelukkige jaren beleefd. Zij was goed geweest voor al haar kinderen, maar had een zwak voor hem; misschien uit schuldgevoel, want als baby overkwam hem een vrij ernstig ongeluk, dat door een moment van onoplettendheid veroorzaakt werd. Voske ging steeds meer de trekken van een mens aannemen, maar de moeder was voor hem altijd al een poes - een hele dikke, mollige, zachtvoetige poes: "Mijn moeder was een poes. Ondanks de bijna liederlijke curve van haar lichaam, geschraagd door elegante puntschoentjes met driekwart hakken die op den duur iets naar binnen gingen staan vanwege haar gewicht, bewoog ze zich soepel en geruisloos door het huis met een ingehouden zwier die aan Oliver Norveil Hardy deed denken." Eens betrapt hij haar er op dat ze vette vis eet die voor gezondheid schadelijk zou zijn: "ze zat er heerlijk van te smikkelen, schuldig en genotvol, als een kat die op de keukentafel is gesprongen".
De moeder houdt niet van poezen, maar aan het einde van haar leven, vlak voor de dood van Voske, komen zij toch tot elkaar. De zoon en minnaar staat er vertederd naar te kijken hoe de poes op de schoot van de moeder ligt te snorren. Samen zijn ze vredig ingedut. Als zijn moeder weduwe is geworden, ietwat verongelijkt omdat zij niet eerder dood ging, gaat hij haar iedere week bezoeken. Hij neemt dan peren mee, want dat zijn de enige vruchten waar ze echt van houdt. "Mijn moeder en peren waren onverbrekelijk met elkaar verbonden", zegt hij. In de tuin van het ouderlijk huis stond een pereboom. Na de junival lagen de peren als steenrode vruchtjes onder de boom verspreid. De junival wordt een symbool van het leven, voor de liefde en ook voor de dood. Als de moeder is gestorven, hangt hij geen portret van haar in de kamer. Hij koopt een karaf met een peer in eau-devie, maar het blijkt algauw de dood in de fles te zijn. Hij krijgt er nachtmerries van: "Thuis zette ik die eeuwige peer, met toch vaag de gedachte aan een hommage aan mijn moeder, tussen het glaswerk in de vensterbank. Maar na een paar weken moest ik hem weg doen. Steeds doemde dat groene deinende ding in mijn dromen op en dan verschenen de mollige soepele handen van mijn moeder die de peer in het glas probeerde te schillen. Maar het lukte niet, steeds brak de schil. Het werd zo benauwend dat ik de karaf in een krant pakte en in een rommelkast in de schuur wegzette. Toen hielden ook de dromen op". In dertig korte episodes vertelt de ikfiguur over zijn liefde voor de moeder en de poes, die soms in elkaar lijken te schuiven. Trouwens alle grenzen tussen mensen, dieren, dingen en gebeurtenissen vloeien in dit verhaal voortdurend uit als waterverf op papier. Door dat alles
op zolder. Men zal het simpel noemen, eenvoudig, miniproblematiek en men zal lachten om mijn mening dat De Junival een qua stijl en opbouw didactisch meesterwerkje is. Al gauw is duidelijk dat de gevoelens van de kat en de moeder via een psychisch netwerk met elkaar verbonden zijn. De roos is een weerkerend beeld in het werk van Wolters. Wolkers heeft een zeer, hoge, wat zangerige en bijna geaffecteerde stem, maar is een eenvoudige natuurjongen. Als Voske jongen verwacht doet haar zwangere lichaam, als ze rechtop zit, denken aan een peer. De tocht door de jungle in een ganzenpas.
bijvoorbeeld - een mening over een boek geeft, altijd een onjuist beeld huldigt omtrent de aard van deze activiteit. Ten eerste meent men dat een recensie een persoonlijk en daardoor betrekkelijk origineel leesverslag van een tekst uitmaakt. Ten tweede meent men dat het materiaal dat men aan de tekst ontleent een bepaald waardeoordeel over deze tekst kan onderbouwen. Ten derde meent men dat het gewicht van een stellingname afhangt van het persoonlijke karakter van het leesverslag en van de mate waarin het waardeoordeel over een tekst steunt op materiaal uit deze tekst. Deze drie uitgangspunten zijn alle onjuist.
De bovenstaande tekst is als volgt tot stand gekomen. Dankzij de welwillendheid van De Bezige Bij kon ik beschikken over alle recensies van De Junieval die tot 10 december 1982 waren verschenen en aan de uitgeverij toegestuurd. Deze recensies, vijftien in totaal, hebben ieder met behulp van aselecte getallen een rangnummer van 1 tot en met 15, toegekend gekregen. De eerste zin van de bovenstaande tekst is zin 1 van de recensie met het rangnummer 1, de tweede zin van bovenstaande tekst is zin 5 van de recensie met het rangnummer 2,...., de zevende zin van de bovenstaande tekst is zin 30 van de recensie met het rangnummer 7, de achtste zin van de bovenstaande tekst is zin 2 van de recensie van het rangnummer 8, de negende zin van de bovenstaande tekst is zin 6 van de recensie met het rangnummer 9, enzovoorts. Eén recensie was zo kort dat het niet mogelijk was een zin met het vereiste nummer te selekteren. Daarom bevat mijn tekst 14 i.p.v. 15 zinnen. De kop van de bewuste recensie is als kop boven dit stuk gebruikt. Zoveel moedwil vereist enige rechtvaardiging. Aan het spreken en schrijven over literatuur kleven tal van interessante en fundamentele problemen. Het grootste probleem is dat wie - in een recensie
Samen met C.J. van Rees doe ik sinds een aantal jaren onderzoek naar het zelfbeeld dat literaire instituties, m.n. de literatuurkritiek, erop nahouden. Onze resultaten wijzen uit dat wat literatuur voor verschillende maatschappelijke groepen tot literatuur maakt, niet, zoals literaire critici denken, een zaak is van intrinsieke eigenschappen die literaire teksten wenst toe te kennen. Het verzoek van het TH B-redactie om iets over De Junival te berde te brengen, vormde voor mij aanleiding om verder na te denken over het genre "literaire recensie", en niet om een mening te geven over de kwaliteiten die Wolkers' boek wel of niet zou bezitten. Mijn corpus recensie is zeer geschikt om duidelijk te maken dat de drie bovengenoemde stellingen over de aard van literaire boekrecensies niet houdbaar zijn. Beginnen we met het idee dat een recensie een persoonlijk en-daardoor betrekkelijk origineel leesverslag is. Ieder leesverslag bevat verwijzingen naar het gelezene, in de vorm van paginaaanduidingen, citaten, enz. Wat opvalt in de recensies uit ons corpus is de enorme overeenkomst tussen de zaken waaraan de vijftien critici in hun leesverslag groot gewicht toekennen.
loopt een vette, brutale streep: de dood die aan alles een gruwelijk einde maakt. Voske is dood en kan niet meer vervangen worden. Naast de typemachine waar ze altijd op stootafstand van de wagen lag, blijft het voor altijd leeg. Hij beseft ook dat er niemand meer is om hem te troosten nu zijn moeder gestorven is: "Je kan nog zoveel spotten en grappen maken, je kan nog zoveel vrouwen om je heen verzamelen die je moederlijk vertroetelen, het helpt niet. Voor die fundamentele eenzaamheid is geen kruit gewassen. Je staat met je rug tegen de muur waarvan je de kou onafwendbaar in de ruggegraat voelt optrekken". Soms loopt Wolkers aan de rand van de sentimentaliteit. Dat gebeurt niet, zoals je zou verwachten, wanneer hij over de moeder of de poes schrijft, doch als hij de natuur schildert. Hij gebruikt dan vele adjectieven en verkleinwoorden ("een paar polletjes bosanemonen", "een handje stralende witte sterretjes in april, verdorrend geel-bruin loof op een netwerkje van wortelstokjes in de loop van mei'). Soms lijkt het alsof hij deze sentimentaliteit met knoestige branie wil wegwerken, maar meestal slaagt hij er alleen met behulp van zijn humor in. De novelle gaat over liefde en dood die een rol spelen in het verstrengelde leven van de moeder, de zoon en de poes. Deze hoofdlijn wordt in iedere episode volgehouden en uitgewerkt. Zeer virtuoos strooit Wolkers daar vele ideeën, beelden en symbolen doorheen - van de KGB en Golgotha tot Shakespeare en Le Dejeuner des Canotiers van Renoir. Het past er allemaal wonderwel in, al is er, denk ik, geen mens die het zou kunnen na vertellen. Het is een betoverend boek. A.C. Zijderveld
Een vraag die acht recensenten aan de orde stellen (en verschillend beantwoorden) is of het boek autobiografisch is. Alle critici, behalve één (Hazeu), wijzen op het zeer nauwe verband dat in De junival zou worden gelegd tussen de overleden moeder van de verteller en diens overleden kat. Tien recensenten citeren daarbij de zin "Mijn moeder was een poes". Pogingen om de titel te verklaren zijn eveneens talrijk. Zeven recensenten geven commentaar op het woord "junival". Als peer als vruchtbaarheids- en/of doodsymbool wordt door acht critici aan de orde gesteld. Vijf recensenten citeren de passage waarin de verteller op p. 60 zijn verdriet over het overlijden van zijn moeder uitspreekt. De identiteit die zou worden gesuggereerd tussen toch verschillende zaken (een moeder en een poes) en/of de tegengestelde betekenissen die aan een en hetzelfde element (de peer) zouden moeten worden toegekend, brengen acht critici tot beschouwingen over de strakke constructie van het boek. Deze gevallen, die gemakkelijk met andere vermeerderd kunnen worden, laten zien dat er geen aanleiding is de leesverslagen van de critici "persoonlijk" of "origineel" te noemen. Er heerst een massieve consensus over wat de centrale
17 december 1982
t TILBURG EN DE POËZIE ik zag je vannacht, je gezicht gel<leurd en stral<; het woord dat je spral< was de dood en ik huilde het woord nat totdat er leven in kwam en mij verbond met jou, maar de letters vloeiden weg en jij met hen. in de leegte schreef ik toen over jou en je woord, alleen.
Pieter Nieuwint
Het pessimisme dat de laatste tijd Zo plotseling en fel heeft toegeslagen Dat het ook sterke schouders doet versagen Lijkt wel een kwaal waar iedereen aan lijdt
Peter Elshout geboren in 1951 in Drunen leeft een meer of minder deugdzaam leven van studeren en werken het ene uit interesse het andere uit noodzaak Houdt zich sterk bezig met de zin en de onzin van woorden Probeert woorden die plaats te geven die ze verdienen op grond van hun betekenis en met op grond van het wezenloze hersenloze automatische gebruik Heeft een bundel in voorbereiding die Praalland zal gaan heten en waann dit gedicht zal voorkomen
Een voorbeeld' bijna niemand kan het feit Dat Kerstmis in een weekend valt verdragen Dat feest kan uiteraard ook zó wel slagen Maar ja, die vrije dagen ben je kwijt En wat dus heden wordt tentoongespreid In plaats van het bekende welbehagen Is treurnis, kommer, ontevredenheid
voor het filtreren van een zachte, geurige brandewijn Elk schip had in die dagen brandewijn aan boord, troost voor zieken én gezonden. En nu, eeuwen later, herleeft een oude traditie. Brandewijn met suiker, maar ook puur. Volmaakt in longdrinks. Nog steeds komt de fijnste brandewijn uit Zutphen NV Mispelblom anno 1770 Zutphen / Holland Koel serveren.
Kees van Kalmthout
Een dans- of drankaanbod was altijd raak Bij haar en alle moppentappers kregen Haar lach, maar meer avances liepen spaak. Ja zelfs een kusverzoek werd doodgezwegen. Met wat voor vreemde helm werd zij geboren. Dat alle lief dat bijna uitgegild Werd, nooit de goede weg vond naar haar oren? Maar juist daarom wist Cupido te scoren. Vanaf haar schouder schoot hij in het wild rondom zij was door velen uitverkoren Jace van de Ven (32 jaar) is journalist van het Nieuwsblad van het Zuiden Hij stu deerde rechten op de Tilburgse Hogeschool Publiceerde halverwege de jaren ze ventig de dichtbundel Mijn tragische ziekte en dood Gedichten van hem zijn in verschillende bloemlezingen opgenomen Het gedicht Anne is het eerste uit een reeks in wording die volgend jaar zal ver schijnen en zal gaan over liefde en verliefdheid
Frank Valkenier
WINTERLAIMDSCHA
'£i
Sneeuw op de heuvels, vlakke landen en gehuchten Yot waar scherpe rotsen tegen den einder staan De jagers keren vroeg onder de loden luchten De meute achter hun wadend stappen aan. Vereenzaamd kleumen kraaien in hun kraag gedoken Elk op een boomtak, zwart, onnoemelijk verdord. En loensen kritisch naar het vuur dat werd ontstoken Vóór de herberg met het schreefhangend uithangbord. Benee in de overstroomde beemd beweegt het kleine Menselijke spel van sleden en schaverdijnen. Een kraai vliegt van de boom, kantelt boven 't gewemel. Ter aarde stortend kruis uit een gesloten hemel Frank Valkenier is het pseudoniem van prof Frans van der Ven Geboren 1907 in Tilburg Was hoogleraar in het arbeidsrecht aan de Katholieke Hogeschool Til burg Schrijft uitsluitend poëzie Bestiert eenmansdrukkenj en uitgeverij de Brandon pers
Tilburgs Hogeschoolblad
Als ik ineens weer 24 ben en aan de baas kan vragen "Hoeveel moet je hebben voor dat beste stuk hout; goed gesneden en gaaf van nerf dat je beschermd voor een verkwister achterhoudt?" -Dan weet ik wat ik wilMaar nü ik ouder word en niet meer zo vaardig met steken, maak ik illusies in vurehout En het lukt me bijna daar echt van te houden Alleen in hardhout weet ik duurzaamheid en dat ik slechts daarin mijn leven vorm kan geven (voor M V K) Kees van Kalmthout die geen onbekende meer is in de literaire wereld publiceer de vanaf 1968 zeven gedichtenbundels trad op voor radio en teevee en is in Til burg als organisator van het literair cafe aktief In februari 1983 verschijnt er bij Blessure records een cassette van deze dichter poëzie in combinatie met muziek van o a Ton Lebbink en Sammie America Onlangs verscheen de verzamelbun del Konsolide waaruit een selektie vertaald in Amerika gepubliceerd gaat wor den
M__k
y ,.. vd.. Gu.iiiq
;:|^IVI!SPELBL0 IMiet voor niets stichtte Frederik Mispelblom in 1770 zijn brandewijnstokerij te Zutphen. De elzen en berken uit die streek leverden de ideale houtskool
nie
Wes de Wès dè Wès dè Kende dè Wès dè Kende dè Kende dè Wès dè Dè kende nie Dè kende nie Nè Dè kende nie Dè nie Dè nie Die nie nè Dè me Dè kende nie Dè kende nie Dè kende nie nè Dè kende nie Dè kende nie nè Dè kende nie Dè noit nie nè Dè noit nie nè Dè noit nie nè Dè kende noit nie Dè kende noit nie Nè
your eyes look up and find my eyes the lights are green my lights are always green no obstacles will trip you up your smile arises I watch your smile
Karel Soudijn (1944) geboren in Doetinchem, studeerde psychologie aan de Uni versiteit van Amsterdam Sinds 1975 werkt hij bij de vakgroep Klinische Psycho logie en Psychotherapie in Tilburg Hij publiceerde 3 gedichtenbundels een stu dieboek en een dissertatie Schrijft literaire recensies voor NCR Handelsblad
you're guzzling in attention you're guzzling in attention
Haj^ders geboren 1957 is leraar Nederlands in Tilburg Hij is tevens student Ne(Ji|dse Taal en Letterkunde aan de Universiteit van Nijmegen en oud rediUlfvar het ter ziele gegane literaire tijdschrift Komplement
Peter L ebr gts
you're guzzling in attention you're guzzling in attention - don't drown De naam Sammie Amenca is al enige jaren een begnp Nadat de New Wave groep Gasphetti uiteengevallen was richtte Sammie een nieuwe band op met de naam Sammie Amenca s M A M De groep bezocht voor een aantal konserten m de zomervakantie het Mekka van de Neue Welle Berlijn Ze speelden daar o a in de Musichall Metropole en Kukuck Terug in Nederland kregen de muzikanten de uitnodiging om in enkele voorprogramma s van Doe Maar te spelen Sammie schrijft voor de meeste songs de muziek en de teksten
w
GI
GEER""
And then the mind defeats itself From a distance and unforseen Those who saw, they were silent, those Who are, did not want to see What seemed between the space and time In the lifetime of men Has made the feeling immortal: The fall of the Icarian saying, a dream Escapes from sleep When skies are taken. It's slower down than the wish to rise Not yet the other journey been made, now The real life begins Only for justice and alteration Man writes Unwritten laws for the quiet earth Peter Liebregts is een geboren Tilburger (1959), die momenteel Klassieke Taal en Letterkunde studeert aan de Universiteit van Utrecht, Zijn literaire voorkeur gaat uit naar de Gnekse en Engelse literatuur en van de laatste met name de Anglo Ierse waarvan hij James Joyce als de belangrijkste vertegenwoordiger ziet Juist de rijkdom van zowel de Griekse als de Engelse taal en literatuur heeft er toe bijgedragen dat de nederlandse literatuur voor hem geen enkel aantrekke lijk aspect bevat De genoemde rijkdom is voor hem tevens een reden om zich af te wenden van het Nederlands en zich meer in te leven in het Engels en zijn literaire tradities
Onschuldig van mij afgebogen met een blik die ingetogen langs het zomers tuinpad dwaalt heb jij hier dus mijn plaats bepaald Nog juist bereikt jouw lichaamsgeur vermengd met die van rijpe vruchten mijn verlangen om te vluchten in een rustiger humeur Voel jij die spanning op mijn huid hoor je ook het zacht geluid van mijn fluisterende handen verlangend jou te doen ontbranden? Met op mijn vraag gerichte ogen zwart, wat vochtig, onbedrogen, ontmoet je mij 'n moment verdwaald waarna je me met 'n grijns betaalt... Wouter van Gils in 1953 geboren te Breda studeert sociologie en filosofie aan de Tilburgse Hogeschool Eerder voltooide hij de Pedagogische Academie Van Gils IS beheerder van het KRIS (Kritisch Informatie Centrum) en medewerker van het Tilburgse Hogeschoolblad Eind 1981 verscheen in eigen beheer van hem de gedichtenbundel Zonder dat iemand me iets zegt waarvan de eerste druk thans vrijwel is uitverkocht In voorbereiding is een nieuwe gedichtenbundel getiteld Ogen dicht
i^E V^RKELÜKHEIP Ml ^OOIEVHAAR
yi
QUIET EARTH
you form your words I listen to the sound I follow your gesture I'm your camera you ask a question but don't give time to answer you're such a child you're such a grown up child
\
Nè
Nè Nè nè Dè noit nie nè Witte dè Witte dè Witte dè Wè Witte dè Witte dè Wè Dè Dè Witte dè Dè wel Dè wel Dè witte wel Dè wel Dè witte wel dè Dè wel Dè wel Dè wel dè Dè wel Dè nie Dè nie Dè witte Nie Dè nie
In barokke houding voor de potkachel Het eerste model werd ontslagen vanwege zijn vieze verhalen. Het tweede model werd weggedaan wegens verval der schoonheid. Het derde model voldeed beter al zal ook hij op een dag wei door de dood zijn meegenomen.
(fragment)
'titail nooit bij me opgekomen Alsastvormen zijn mijn dromen datt ook mij kon gebeuren nieipeilbaar, grillig als mensen. DiHtisteloze dagen ikt|ester ze zo lang. Het>|eef aan me knagen totilmijn handen lege hulzen zijn. Sdj^er zou ik zijn' die brokstukken angstvallig net dauw leven zou ik baren Of« h weer koesterend bijeengebracht? En :ou soms gelukkig zijn
^s Dè
„TEKENACADEMIE
witte noit nie nè nie nie noit nie
Har ( Brand (33) behoort tot de zogenaamde performing poets hetgeen bete keull hij als dichter veel theater in z n optreden doet Brand voormalig par kenii hter en straatveger te Den Haag trok in 1978 naar Tilburg en liet zich hier ophl tot docent beeldende vorming Hij is op vele terreinen aktief ook als zaïji 'an de groep De Grootste Luxe na de Kleurenteevee Sm i I igeveer een jaar oogst hij veel succes met zijn poezievoordrachten Het gsi Wès Dè getuigt van zijn liefde voor de volkstaal De Tilburgse taal is he M iet zo lelijk als de plaatselijke intellektuelen vaak beweren
Herman Brand
Geboren 1945 Engels gestudeerd in Amsterdam van 1964 tot 1979 Tussen kan didaats en doktoraal een carnere als artiest doorlopen achter de piano bij Kabaret Ivo de WIJS Leuk maar mooi geweest Sinds juni 1981 werkzaam bij de Letteren faculteit I o nog steeds verslaafd aan het maken van gelegenheidsgedichten
Zij heette Anne en ik zag haar vaak In onze kroeg waar zij schijnbaar verlegen Rondging. Nee niemand sloeg haar aan de haak Maar ieder volgde wel gewiekst haar wegen
jtte noit nie nè tte nie
Dè Dè Dè Dè Nè Dè
MacKinsey & Van Gunniq is een kollektief vergelijkbaar met Bananenijs Er wer ken verschillende mensen mee aan hun projecten die zich met alleen tot de dicht kunst beperken Leden van MacKinsey en Van Gunniq mogen graag de orde ver storen bij gewichtige gebeurlijkheden als een forumdiskussie over kunst (Arie s Patatkraam) of een forumdiskussie over de daklozenproblematiek (MacKinsey & Van Gunniq speelden zeer overtuigend de rol van ambtenaar en bezoeker van Huize Poels) Het gedicht Cointreau stamt uit de bundel Dichter Bij (1981) een verzameling van trapperende etiketteksten
En menigeen loopt binnensmonds te klagen* Gij weet. Heer, dat Gij wellekome sijt Maar liever niet op zon- en zaterdagen
Jace van de Ven
tte me tte nie tte noit nie
Karel Soudijn
*'•<» «* Bananenijs
VAN DONS EN VEREN De momenten voorbij, verspeelt de bries haar Krachten en zie het dons dat het op aarde laat Zo zacht en teer, een euforie. Vandaar Dat het geen bizar gegeven is dat verdergaat Mijn gedachten zweven als veren op de wind Gevoerd naar grote momenten en grote dingen Alles schittert dan en is zuiver als mint Ik ga door lange hagen van dames die zingen En ik een verlangen naar verenpracht schroomvallig Beken, weer beleven wil wat nu herinnering is. Daarop Kan ik in geschraalde dagen zachtheid brengen en Vluchten met het dons dat ik gemoedelijk in mijn kussen stop. uit: Poëzie tegen JR Ewing door L. Mesh, ps van Luc Maas)
PLAT Bananenijs is een kollektief dat bestaat uit vier dichters TvKee jaar geleden begonnen ZIJ een tijdschrift uit te geven, daarna volgden twee gedichtenbundels De Pitloze Banaan en Poëzie tegen J R Ewing Het gedicht hierboven komt uit de laatste bundel en is van de hand van L Mesch, pseudoniem voor Luc Maas
17 december 1982
Maar, zo begrijpen w e , dat geritsel maakt ook deel uit van de charme van Bananenijs. " W i j gaan het niet maken", antwoordt Rob Sparidaans op de vraag hoe de toekomst voor Bananenijs eruit ziet "Johan van Grinsven gaat misschien verder in de schrijverij maar de anderen hebben weinig poëtische pretenties. Al zou ik toch heel moeilijk zonder de dichtkunst en Bananenijs kunnen." Het literaire klimaat in Tilburg wordt door Bananenijs als niet ongunstig omschreven. " W i j kunnen nu nog goed functioneren", aldus Luc Maas. "Maar je moet ook niet vergeten dat wij ons niet tot de literatuur beperken. Over het algemeen mag Tilburg niet klagen over belangstelling voor literatuur. De poèzieavonden lopen bijvoorbeeld goed. Maar daar staat tegenover dat er weinig boeken worden verkocht." Bananenijs, begonnen als een geintje. En dat moet het volgens de leden ook blijven. Men schept een groot genoegen in het creëren van verwarrende situaties. " J e moet het toeval gebruiken, je moet proberen het af te dwingen. Zo is het ons gelukt o m , eigenlijk zonder dat we dat nou uitdrukkelijk hadden gepland, met twee mensen in de laatste wedstrijd op 23 juni van de televisiequiz Voor een Briefkaart terecht te komen. Opeens zaten Johan en Rob daar met elkaar de punten te verdelen terwijl niemand van de organisatie wist dat ze elkaar heel goed kenden. Natuurlijk levert ons dat aardig wat gratis publiciteit op. Kijk, zoiets vinden we nou leuk. Dat hoort er bij. Vernauwing is tenslotte het grote trauma waarvoor we moeten w a k e n . "
BANANEN-IJS TART HET TOEVAL
BS
" W i j houden wel van een grapje". De sociologiestudenten Rob Sparidaans en Luc Maas vormen samen de helft van het dichterscollektief Bananen-ijs. De twee andere leden zijn Johan van Grinsven (journalist) en Harry van Hamond ('niks'). Met Rob en Luc praten we over de korte maar incidentenrijke geschiedenis van Bananenijs. Het begon allemaal in de kroeg. Johan van Grinsven was vanaf het begin de drijvende kracht achter de onderneming. De ideeën die opborrelden bij het blonde bier wilden op een gegeven moment op schrift worden gesteld. Rob: " W e wilden het niet laten bij vrijblijvend gelul op de zolderkamer. Er moest iets gebeuren." En zo verscheen twee jaar geleden de eerste aflevering van het tijdschrift Bananenijs. Daarna volgden nog negen afleveringen, helemaal volgeschreven door de redakteuren zelf. De verspreiding van het blad geschiedde gratis. De oplage bedroeg elke keer een kleine tweehonderd exemplaren. Toen achtte het collectief de tijd rijp voor een heuse dichtbundel, de Pitloze Banaan. " M e t de opbrengst daarvan hebben we later een aantal kleinere producties gefinancierd." Bananenijs houdt zich ook bezig met de zogenaamde mail-art, het versturen van kunst per post. Dat heeft hun wereldwijde kontakten opgeleverd tot in Mexico toe. Binnenkort is er op de Zweedse radio een door Bananenijs geproduceerde geluidsband te horen.
Waar uit mag blijken dat het collectief zich niet wil beperken tot het schrijven van gedichten. Ook andere kunstvormen worden niet geschuwd. Tijdens de laatste Bikse Piste trad de groep op met begeleiding van muziek en ballet. " W e willen vooral veel lol hebben." Volgens de leden van de groep wordt dat aspekt van hun werk echter niet altijd even goed begrepen. " H e t Nieuwsblad neemt ons veel te serieus. Dat bleek wel uit een recensie door Jace van de Ven van onze laatste bundel Poëzie tegen JR. Hij noemde onze gedichten oppervlakkig en krenterig. En aan het eind van zijn recensie insinueert hij dat we er maar hptpr mpp k'innpn nDho'iHpn Maar als \f
iets wil doen ter stimulering van het literaire klimaat in deze stad is dét niet de juiste methode. De recensie is geschreven om Bananenijs ermee te laten stoppen. Wij roepen echter terug: Vive La Banane". Eind januari denkt Bananenijs uit te komen met een nieuwe aflevering in de tijdschriftenreeks. Nummer elf zal dat dus worden. Men broedt op een nieuwe vorm en inhoud. Overigens zal deze uitgave geheel via het 'illegale' circuit totstandkomen. " A l s we het allemaal officieel laten doen is het niet op te brengen. Het is voor ons geen vetpot. We moeten alles bij elkaar zien te versieren dan is het noa wel te d o e n . "
T.G.
Bananenijs
TILBURG IN DE Welke schrijvers en dichters hebben iets met Tilburg te maken gehad? Heel weinig, volgens "Querido's letterkundige reisgids van Nederland". Van 1684 tot 1732 was J. den Uyl (waar heb ik die naam eerder gehoord?) in Tilburg en Goirle werkzaam als predikant. Den Uyl was veelzijdig. Hij schreef ook gedichten en maakte etsen. In de negentiende eeuw zijn in Tilburg een paar onbelangrijke auteurs geboren. Ik zal ze niet noemen. Verder heeft Nicolaas Beets in 1888 gecorrespondeerd met het Tilburgse gemeentebestuur. Beets was toen beroemd; het bestuur wilde dat hij een tekst schreef voor een gedenksteen in het geboortehuis van Donders (nee, niet Peerke, maar F. C). Nicolaas Beets heeft die tekst ook geleverd, maar hij had er moeite mee. Zo blijkt uit de correspondentie. We zitten dan al snel in de twintigste eeuw. Ook in deze eeuw heeft Tilburg weinig voortgebracht dat van literaire waarde getuigt. De Haagse romanschrijver Jos Panhuysen blijkt in 1900 in Tilburg geboren te zijn. In 1907 wordt de belangrijkste Tilburgse dichter geboren: Frans van der Ven, die schreef onder het pseudoniem Frank Valkenier. In 1910 zag de dichter Luc van Hoek in Tilburg het levenslicht. Van hem heb ik nog nooit gehoord. Na 1910 is het weer even wachten. In 1944 werd in Tilburgs F. W.M. Broers geboren. Die naam zal u ook niet veel zeggen, maar Broers publiceert sinds 1965 een grote hoeveelheid onleesbare poëzie en proza onder het pseudoniem Jacq Firmin Vogelaar. Overigens komt de naam van Vogelaar twee keer in deze reisgids voor. In het hoofdstuk over Amsterdam duikt Vogelaar op in de Korsjespoortsteeg. Hij blijkt daar omstreeks 1970 gewoond te hebben naast het geboortehuis van Multatuli. Tilburgs Hogeschoolblad
t
LETTEREN
"Quirido's letterkundige reisgids van Nederland" heeft ons land in 22 stukken verdeeld. Verschillende auteurs brengen zo'n stuk in kaart. Noord-Brabant kan in één enkel hoofdstuk beschreven worden (door Carel Swinkels). De Brabantse steden en dorpen zijn op alfabetische volgorde gezet en bij elke plaats wordt kort iets verteld over letterkundigen die er woonden en werkten. Soms wordt met een citaat aangeduid hoe een bepaalde plaats in de literatuur terecht is gekomen. Andere provincies zijn literair gezien veel rijker dan Noord-Brabant. Enkele steden krijgen een apart hoofdstuk, evenals gebieden zoals de Achterhoek, de Veluwe en het Gooi. Steden die in letterkundig opzicht belangrijk zijn, worden van straat tot straat uitgevlooid. We krijgen dan niet alleen te zien waar bepaalde au-
teurs woonden, maar ook welke letterkundige werken een verwijzing naar een bepaalde straat bevatten. Als Ad Zuiderent in het hoofdstuk over Amsterdam vermeldt dat de Tilburgernaar Jacq Firmin Vogelaar naast het huis van Multatuli heeft gewoond, dan geeft hij er het exacte huisnummer bij. Het hoofdstuk van Carel Swinkels over Noord-Brabant is in dit opzicht veel minder informatief. Bij hem blijven straten en huisnummers meestal verborgen. Waar stond in Tilburg nu precies dat geboortehuis van Vogelaar? Dat houdt Swinkels geheim. Ook van andere Tilburgse schrijvers vertelt Swinkels niet waar zij woonden. Waar woonde Den Uyl? Geen idee! Alleen de steen waarvoor Beets een tekst schreef, is lokaliseerbaar: Nieuwlandsestraat 44. Ik zal straks eens gaan kijken. Is het belangrijk om precies te weten waar dichters en schrijvers woonden, of waar ze gebeurtenissen situeren? Misschien is het niet echt belangrijk, maar het is wel leuk. Het stelt je in staat om overdag ook eens aan literatuur te denken. Als ik door steden zoals Leiden en Amsterdam loop, dan wandelt een hele boekenkast met mij mee. Maar waar werd Jacq Firmin Vogelaar nu toch geboren? Ik zou het alleen al willen weten om bij een wandeling door Tilburg nog eens flink de pest aan zijn vervelende boeken te krijgen. Tegelijk met de reisgids kwam "Het land der letteren" uit. Ook in dat boek worden provincies, streken en steden uit letterkundig oogpunt bekeken. "Het land der letteren" biedt een verzameling citaten uit romans, verhalen en gedichten waarin op één of andere manier naar een bepaalde streek of plaats verwezen wordt. Behalve citaten bevat dit boek veel kleurenfoto 's die de beschreven plek in beeld brengen. Verder leidt, met een iets langer stuk, steeds één auteur de provincie in waar hij of zij werkzaam is. De eerdergenoemde Carel Swinkels mag dat Nicolaas
Beets:
correspondentie
met
weer bij Brabant doen. Hij vertelt over zichzelf en over enkele Brabantse literatoren die hij heeft gekend. Tilburg komt ook weer voor in "Het land der letteren", maar je moet er naar zoeken. In een gedicht van Sonja Prins wordt de naam van deze gemeente in één klein zinnetje genoemd: "in Tilburg is alles vierkant". Van Frank Valkenier (Frans van der Ven) staat in dit boek een gedicht waarin hij Brabant anno 1938 bezingt. Voor hem is deze provincie een "onverboden paradijs". Fragmenten van andere schrijvers laten ook de minder mooie kanten van Brabant zien. De foto 's die bij die fragmenten afgedrukt staan, zijn echter zonder uitzondering idyllisch. In de wereldliteratuur is de provincie Noord-Brabant waarschijnlijk het meest bekend uit de brieven die Vincent van Gogh in Nuenen schreef. Van Gogh komt in beide boeken voor. In "Het land der letteren" is een Nuenens brieffragment afgedrukt naast de reproductie van een schilderij. In "Querido 's letterkundige reisgids van Nederland" staat nu precies vermeld waar Van Gogh in Nuenen gewoond heeft. Er staat ook hoe de Brabanders reageerden op de man die later als schilder en schrijver naam zou maken. Hij werd "door de plaatselijke bevolking niet begrepen in zijn drang om zich met de armen der aarde te vereenzelvigen. Daar kwam bij dat de Nuenense dorpspastoor de overwegend katholieke bevolking verbood om voor Vincent te poseren". Waar woonde die pastoor? Dat moet ik nog uitzoeken. Karel Soudijn Willem van Toorn (red.): Querido 's letterkundige reisgids van Nederland. Amsterdam: Querido 1982. Prijs f 49,50 (na 1 februari f 59,50). Adriaan van Dis en Tilly Hermans (red.): Het land der letteren; Nederland door schrijvers en dichters in kaart gebracht. Amsterdam: Meulenhoff, 1982. Prijs: f 37,50 (na 10 januari f 65,—).
gemeentebestuur.
17 december 1982
DE LITERAIRE BEVLOGENHEID VAN EEN DISPUUT Binnen de activiteiten die in Tilburg op literair gebied worden ondernomen neemt de zogeheten 'literaire dag' van Black and White een speciale plaats in. Black and White is het oudste dispuut van het studentencorps Sint OIof. Bij haar oprichting op 1 december 1929 stond niet bij voorbaat vast dat zij zich in de richting van een literair dispuut zou ontwikkelen. Integendeel. Uit haar rijk verleden blijl<t dat zij in niets onder deed voor wat de oudere disputen in den lande traditiegetrouw beoefenden: het 'zuipen en zooien'. Een blik in het lustrumboek ter ere van het tiende lustrum van Black and White leert, dat hoewel de leden immer te vinden zijn achter rijkelijk gedekte tafeis, in zware lederen fauteuils of gewoon languit over de parketvloer, met door drank en~ dikke sigaren geteisterde gezichten, de alcohol steevast binnen oog- en handbereik. Zo rijkelijk als de drank vloeide, zo talrijk waren de uitspattingen. Na een vechtpartij, midden jaren dertig, in 'n café aan de Spoorsingel (150 glazen kapotgesmeten) belandden enkele Black and White-leden op het politieburo. De goede oude professor Weve haalde de Black and Whiters uit de bak en vergoeilijkte de zaak. Weve is hun voorman gebleven. Geen enkele Black and Whiter zakte op zijn tentamens. Ludieke ingevingen waren dit dispuut niet vreemd. Ter gelegenheid van de inauguratie van honderdvijfig OIoffertjes op 30 oktober 1946, schaarden de disputen zich aaneen in een feestelijke rondrit door de stad Tilburg. Voorop ging een kar van Black and White welke op last van de leden van dit illustere gezelschap volgeladen was met mest! Nu moesten de clubs die volgden in de stank rijden.. Zo ging dat in die dagen.
GEEN HOCKEY Op twee april 1977 presenteert het dispuut zich als 'Black and White Literair'. Betekent dit dat zij nu ernstig is geworden? Heeft het ludieke karakter plaats gemaakt voor het 'image' van een clubje bestudeerde literatoren die in een imponerend herenhuis, verbeten 'n pijp of filtersigaret tussen de lippen, met ganzenveren pen hun schrijfselen aan het papier toevertrouwen, daartoe geïnspireerd door de weldadige nachtlucht die uit het tegenoverliggende Wilhelminapark door de opengeslagen balkondeuren het studeervertrek binnendringt? Waarom draagt Black and White het predikaat 'literair'? Fon Linders, Rutger Jans, Maarten Rutgers en Lucas Brentjens lichten deze overgang nader toe. "Bij OIof moet elk dispuut een keer per jaar iets organiseren. In de meeste gevallen draaide dat uit op 'n sporttoernooi. Black and White wilde iets anders. Er was op dat moment een groep studenten binnen B&W die zich interesseerden voor literatuur: zij wilden een boekendag voor OIof en voor Tilburg organiseren. Dat elk dispuut een aktiviteit moest opzetten voor OIof, had de bedoeling om de disputen meer te betrekken bij de vereniging. De ontwikkeling was dat alle disputen zich gaandeweg op de dispuutshuizen teruggetrokken. Daardoor liep de belangstelling voor de sociëteit terug. Het idee van een literaire dag vloeide voort uit de beslissing om iets te doen voor de kroeg. Het zou ook iets anders geweest kunnen zijn. Een hockeytoernooi, bijvoorbeeld." Het werd geen hockey, maar literatuur. Wat op december 1976 op een rustige Black and White op 't balkon van het dispuutshuis. Tilburgs Hogeschoolblad
dispuutsavond werd geboren, kreeg uiteindelijk gestalte tijdens de boekenweek in april '77. In samenwerking met het Comité Boekenweek Tilburg, waarbij aangesloten de Openbare Bibliotheek en de Tilburgse boekhandels, verzorgde B&W een boekenmanifestatie. Het idee van zo'n literaire dag was tweeledig. De aanwezige genodigde schrijvers moeten de gelegenheid krijgen zichzelf en hun werk te presenteren. Daarnaast moest het geïnteresseerde publiek in discussie kunnen treden met de auteurs. Welbewust koos men er voor het publiek niet te beperken tot OIof-leden en introducées. De boekendag, als onderdeel van de boekenweek, stond ook open voor de Tilburgse bevolking. De bedoeling was het thema van de boekenweek centraal te stellen op de literaire dag. In 1977 was dat 'Boek en Televisie', waarvoor onder andere Herman Hofhuyzen, A. Alberts, H.P. de Boer en Gerard Soeteman de forumdiscussie aanvoerden. Het tweede jaar echter laat B&W de keuze van het boekenweekthema achterwege. Voorlezen uit eigen werk, een forumdiscussie en het 'literair café' uitmondend in een informele sfeer blijven de hoofdpunten in het programma. Daaromheen staan kraampjes met boeken en vindt er een geanimeerde boekenveiling plaats. Voortdurend is er naar gestreefd om zowel gevestigde schrijvers als opkomend talent uit te nodigen. Op de eerste literaire dag geven de debutanten Oek de Jong en Jan Siebelink acte de presence. De tweede literaire dag in maart '78 kent een uitgebreid aantal schrijvers. We tref-
fen onder meer Kouwenaar, Kellendonk, Sa! Santen, Bob den Uyl, Lampo, Buddingh' en Boudewijn Büch aan. Er is deze keer meer zorg besteed aan het programmaboekje. Waar vorig jaar nog volstaan werd met 'n éénregelig curriculum (over Tymen Trolsky 'Hij is een van de raarste individuen in de Nederlandse literatuur', over Sonja Prins '...bij het grote publiek onbekend, is een zeer gedreven dichteres, en zéér de moeite waard te lezen, en op je te laten inwerken' en over Oek de Jong 'Oek is een beginnend schrijver') wordt de persoon van de auteur nu meer eer aangedaan. In 1979 houdt Black&White zich aan het boekenweekthema 'Boek en Vrijheid'. Het is hen ditmaal gelukt om Gerrit Komrij te contracteren. (Een foto van Komrij in de lustrumbundel van B&W krijgt als onderschrift mee: de meester). Büch is inmiddels een populaire figuur geworden bij de jongens van het dispuut: in het programmaboekje staat hij aangekondigd als Boudewijn Maria Ignatius Büch, jong zakenman, dichter en criticus. Het dispuut heeft veel aan hem te danken. Black&White: "Met behulp van Aarts' Literaire Almanak hebben we een adressenbestand aangelegd. Sommige telefoonnummers van schrijvers zijn echter geheim. Maar dan moet je gewoon Boudewijn Büch bellen en die weet ze allemaal te vertellen. Als je maar niet zegt dat je ze van hem hebt." Omdat B&W onbekend was met de mores van het schrijverswereldje wist zij de eerste keer niet hoeveel zij de genodigde auteurs als vergoeding moest betalen. Zo kon het gebeuren dat zij een laaiende brief ontvingen van Tymen Trolski die beledigd opmerkte: '...Een hoer die er niet te slecht uitziet en haar vak een beetje verstaat maakt al gauw f.X,— per half uur. En jullie willen mij, na mij een dag in dienst gehad te hebben, met hetzelfde bedrag afschepenl ...(..)...Uit zulk een genereuze geste spreekt een ondoorgrondelijke onnozelheid en een diepe verachting voor de poëzie. Zulk een fooi
zou je zelfs een taxichauffeur niet durven geven, zelfs al was je tijdens de rit met koffers en al door de roestige bodem van des chauffeurs veeweetje gezakt.' Bedankbriefjes waren er ook. Kees van Kooten schreef: 'Zeer tot spijt geen stuiver tijd' en Karel van het Reve: '...Een uitzondering maak ik alleen voor nationale evenementen van buitengewone deftigheid, zoals de Huizinga-lezing of het via de televisie toespreken van het Nederlandse volk op koninginnedag of zoiets.' In april 1980 is het programma teruggebracht tot slechts 'n 'literaire avond'. Het schrijversgezelschap beperkt zich tot 'n Michiels, Kooiman, Koeck en Matsier. Ook ontbreekt in het programmaboekje het gebruikelijke voorwoord van het Komitee Boekenweek Tilburg. De band wordt losser. Kontakt met het literaire gebeuren in Tilburg was er nauwelijks. B&W: "We hebben ons toch vrij autonoom opgesteld. Onze boekendag wilden we niet in het aktiviteitenprogramma van de boekenweek in Tilburg onderbrengen, want we vonden dat de band met OIof gehandhaafd moest worden. Met het Literair Kafee, bij voorbeeld, hebben we nooit samengewerkt." Op 24 oktober 1981 viert B&W Literair haar eerste lustrum. De keuze van de datum maakt duidelijk dat zij haar aktiviteiten definitief los wil zien van het boekenweekgebeuren. Om haar lustrum extra luister bij te zetten geeft het dispuut een bundel korte verhalen uit van schrijvers die op de literaire dag aanwezig zijn. De bundel bevat enkele nog niet eerder gepubliceerde verhalen. Die vijfde literaire dag wordt een groot succes. Onder de genodigden telt men twee P.C. Hoofdprijswinnaars: Remco Campert en Willem Brakman. Daarnaast draagt een keur aan Nederlandse en Vlaamse schrijvers korte verhalen voor: Paul Koeck, Jan Donkers, Willem van Toorn, Cees Nooteboom, Walter van den Broeck, Patrizio Canaponi en Mensje van Keulen. Ook Boudewljh Büch is weer van de partij. Ditmaal wordt hij ingehuurd als veilingmeester van boeken. Black and White Literair dweept met de persoon van Büch. Onder een fotootje van hem in het B&W lustrumboek plaatst het dispuut 'vriend Boudewijn'. Blakend van trots schrijven zij: 'Zelf noemt hij ons in zijn dagboek, geschreven voor het verenigingsblad van Minerva, "zijn literaire vrienden"... (..)...Zo is het precies. De bezoeken van Boudewijn zijn niet eens zozeer vergaderingen over het te organiseren evenement, maar veeleer gezellige bijeenkomsten van oude bekenden die elkaar lang niet gezien hebben en veel te vertellen hebben'. Over de 'literaire' jongens van Black and White schrijft de bewierookte Büch in het Tilburgs Hogeschoolblad: 'De leden geloven in God. Stemmen Wiegel. Masturberen in hun zeeën van vrije tijd en zijn verschrikkelijk aardig. Men vraagt mij wel eens: "Zijn rechtse mensen aardig?" Ik antwoord altijd: "Neen, bijkans nimmer behalve dan de leden van Black and White." Het zijn zulke lange, lieve jongens. Ze geven mij biertjes, broodjes kaas en het gevoel dat ik in een tragische gek ben'. Schrijvers die hun deelname aan de literaire dag weigeren -'nee, meneer Mol, aan uw fancy-fair doe ik niet mee' - worden teruggewezen als 'voornamelijk dogmatisch redenerende literatuurvernieuwers'. Het blijkt erg moeilijk te zijn om de grote media te interesseren voor een literaire
vervolg op pagina 16 17 december 1982
OPENBARE BIBLIOTHEEK HEEFT ALLES Ook de bibliotheken worden geteisterd door de slagregens van da recessie. Kan men het hoofd boven v\/ater houden? Joop Teunissen sprak met vertegenwoordigers van Openbare Bibliotheek en Provinciale Bibliotheekcentrale. Over de bedreiging van de titelspreiding.
lii
De Tilburgers hebben over het boekenaanbod in hun bibliotheken in theorie niet te klagen. In de praktijk valt daarentegen wel eens wat anders te beluisteren. De Openbare Bibliotheek Tilburg (in het vervolg O.B. Tilburg, opgedeeld in een centrale bibliotheek en een vijftal wijkfiiialen) stelt op haar beurt dat deze kritiek niet helemaal terecht is. Men streeft er hier naar om alle literaire en andere uitgaven in de collectie opgenomen te krijgen. Als een afnemer een boek niet kan vinden kan dat een aantal oorzaken hebben. Ten eerste: hij kijkt niet goed (komt regelmatig voor). Het kan ook zijn dat een boek uitgeleend is, 60 è 70% van het gehele bestand is namelijk permanent in roulatie. Bovendien kan een boek opgeslagen liggen in het magazijn door plaatsgebrek of om een andere bijzondere reden. Hitlers "Mein Kampf" bijvoorbeeld werd regelmatig gestolen zodat telkens een nieuw exemplaar aangeschaft moest worden. Men kan het nu krijgen op aanvraag. Blijken de voorafgaande oorzaken niet van toepassing, dan is het altijd nog mogelijk gebruik te maken van het zogenaamde postleenverkeer. Men kan dan via de eigen bibliotheken een boek lenen van 'n andere bibliotheek die het wel in haar bezit heeft. Konklusie: ofschoon men soms wat lang moet wachten is elk boek op den duur toch wel verkrijgbaar! Er zijn in Tilburg een tweetal instellingen die hun bestaansrecht onlenen aan het openbare bibliotheekwerk, de eerder vermelde O.B. Tilburg en de Provinciale Bibliotheekcentrale voor Noord-Brabant (P.B.C.). Daarnaast hebben een groot aantal (middelbare en lagere) scholen, H.B.O.-instellingen en de Hogeschool hun eigen bibliotheken. Voor zover er daar al sprake is van de aanwezigheid van 'literatuur' is deze slechts voor een beperkt publiek toegankelijk. Rest alleen nog te zeggen dat de bibliotheek van de Letterenfaculteit een literatuur- en taaltechnisch boekenbezit kent, waar weinig oorspronkelijke "literatuur" tussen te vinden is. De Provinciale Bibliotheekcentrale aan de Tilburgse Statenlaan moet gegeven het criterium van de toegankelijkheid in feite ook afvallen voor een 'literaire'
vervolg van pagina 11 WOLKERS elementen van het boek zouden zijn - de verwijzingen en de citaten komen zeer sterk overeen. Dit wettigt scepsis over het idee dat de zaken die van centraal belang in een tekst worden geacht een specifiek waardeoordeel zouden kunnen ondersteunen. De grote gelijkluidendheid van de beweringen die de recensenten over De junival doen, verhindert niet dat de waardeoordelen over het boek uiteenlopen; negen van de vijftien critici zijn positief gestemd, de overigen zijn lauw of negatief. Uit het voorgaande volgt dat het gewicht dat aan een recensie wordt toegekend - in tegenstelling tot wat recensenten en velen van hem denken - noch afhangt van de mate waarin het leesverslag "persoonTilburgs Hogeschoolblad
bespreking. Deze centrale is geen bibliotheek in de gewone zin van het woord. Ze heeft een ondersteunende functie ten behoeve van bibliotheken en uitleenposten in gemeenten in Noord-Brabant, waarvan het inwonertal lager is dan 30.000. Daarnaast kent deze instelling een schoolbibliotheekdienst die lagere scholen en l.b.o.-instellingen adviseert en ondersteunt in het opzetten van een eigen bibliotheek. De gunstige geografische ligging van Tilburg is er in feite de oorzaak van geweest dat de P.B.C, hier gevestigd werd. Ze heeft dus geen directe functie voor de gemeente waarin ze gevestigd is. Niettemin is de Centrale toch van belang omdat men werkt voor gemeentes die op een steenworp afstand van Tilburg liggen, zoals Goirie en Berkel-Enschot.
SIGNAALFUNCTIE
hoek, het maakt allemaal niets uit. Men werkt hierin samen met een landelijke organisatie, het Ned. Bibliotheek en Lectuur Centrum (NBLC.) De O.B. Tilburg maakt dus, in tegenstelling tot wat gebruikelijk is in andere gemeenten, geen onderscheid in keuze in het aanbod van boeken. De bibliotheek-klant is voldoende bij machte om zelf uit te maken wat hij wel of niet wil lezen. "De rechter is in feite de ultieme instantie die de grens van het toelaatbare bepaalt. Met andere woorden: de bij de wet verboden lectuur zal men niet vinden in de bibliotheek", aldus J. van Meer, medewerker van de O.B. Tilburg. Het aantal exemplaren dat van een titel besteld wordt is uiteraard verschillend. Dit is sterk afhankelijk van de (verwachte) vraag die er voor een bepaalde titel of schrijver is. Zo ligt Wolkers, mede in verband met de uittrekselboeken, goed in de markt. De voorkeur van leraren Nederlands kan in die zin ook de vraag bepalen. "Dat wil overigens niet zeggen, dat we maar blijven aanschaffen om vraag en aanbod in evenwicht te houden. Er is een bepaald plafond. De titelverdubbeling (dat is de vermeerdering van het aantal exemplaren van een titel) mag niet ten koste gaan van onze voornaamste doelstelling, titelspreiding.
Wat is nu de functie van de P.B.C.? "Die is veelzijdig", volgens Jan de Ruiter, Zoveel mogelijk verschillende titels dus. hoofd afdeling Bibliotheek Technische De O. B. Tilburg meet zichzelf niet een Dienst van de P.B.C. "Ten eerste is daar educatieve functie aan. Men heeft niet de signaalfunctie. Op grond van vakblade pretentie de lezers te leren, laat staan den, tijdschriften en kranten stelt de voor te schrijven, wat goede en slechte P. B. C. lijsten van boeken samen die ver- boeken zijn. De O.B. Tilburg is zich bevolgens worden aangeboden aan de aanwust van de voorname informatieve en gesloten bibliotheken. Deze kunnen verculturele functie die zij in haar omgeving volgens worden aangeboden aan de aanheeft. Men is daarom zeer behoedzaam gesloten bibliotheken. Deze kunnen verin het bewaren van allerlei publicaties. volgens zelf bepalen welke boeken ze Als er op een gegeven moment naar een aanschaffen en welke niet. Daarnaast schrijver geen vraag meer is dan wil dat heeft de P. B. C. een permanente achter- nog niet zeggen dat zijn romans of gegrondcollectie in haar magazijn. Hieruit dichtenbundels na verloop van tijd ook kunnen bibliotheken op aanvraag van lezullen worden weggegooid. zers putten". De criteria rond het opstelRuimte en personeelsgebrek leiden er len van zo'n lijst zijn ruim gesteld. Niet echter wel toe dat er weinig of geen mogeplaatst worden jeugdboeken met een gelijkheden zijn om minder bekende sterk verouderd taalgebruik of (bij volschrijvers en/of literatuurvormen onder wassenen) boeken met te sterk fade aandacht te brengen". scistisch karakter. Daarnaast brengt de P.B.C, een nadere specificering aan naar vervolg van pagina 15 de streken waarvoor de lijsten bestemd zijn, bijv. geen streng protestants christelijke boeken aanbieden aan een katholieke lezerskring. Dit beleid wijkt dus enigszins af van dat dag in Tilburg, zo benadrukt Black and van de O.B. Tilburg. Hier schaft men alWhite. De landelijke kranten en tijdles aan wat er maar aan leesvoer verschriften zijn nauwelijks bereid enige puschijnt in Nederland. Of het nu afkomstig bliciteit te geven aan hetgeen er op liteis van de notabele "Arbeiderspers" of rair gebied beneden de grote rivieren gevan een duister bedrijfje in de Achterorganiseerd wordt. B&W: "Een literaire dag in Tilburg waar nota bene P.C. Hoofdprijswinnaars rondliepen, intereslijk" zou zijn, noch van de mate waarin seert de landelijke bladen totaal niet, omhet aan de tekst ontleende materiaal 'n dat het ergens in de provincie gebeurt. specifiek waardeoordeel zou fungeren. Toen Willem Kuipers van de Volkskrant Het gewicht dat een recensie krijgt, hier 'n keer was, had hij 't tegen ons over hangt af van de reputatie, en bijgevolg 'ontwikkelingswerk'. Dat tekent toch wel van het gezag, dat een boekbespreker hoe de verhoudingen liggen." binnen het literaire veld geniet. Ons corVijf jaar op rij heeft B&W zich gewijd aan pus recensies illustreert overigens voorbeeldig welk belang er in het literaire veld het organiseren van een boekendag. 1982 is bijna voorbij. Wordt er na dit aan het werk van Wolkers wordt gelustrum nog een zesde literaire gebeurtehecht. Het merendeel der literaire boe-
BLACK AND WHITE
ken blijft onbesproken. Een aantal van vijftien recensies van één boek is indrukwekkend. De grote reputatie die Wolkers bezit, blijkt ook uit het feit dat zeven recensies verschenen in de week waarin het boek op de markt kwam; vijf recensies werden de week daarna gepubliceerd. Met het idee om in het kerstnummer van THB ruime aandacht te laten schenken aan De Junival, loopt de redactie keurig in de pas met wat binnen het literaire veld opgeld doet. Hugo Verdaasdonk 17 december 1982
De toekomst van het bibliotheekwezen ziet er weinig rooskleurig uit. Door bezuinigingen bij subsidiërende instanties als gemeentelijke, provinciale en nationale overheden moeten de budgetten ingekrompen worden. Daarnaast dreigt het gevaar dat subsidiënten zich meer gaan bemoeien met de bibliotheek wat betreft de aanschaf van titels: "In het verleden hebben we wat 't laatste betreft geen problemen gekend. Ondanks de bezuinigingen zullen we vasthouden aan onze voornaamste doelstelling: een absolute prioriteit voor titelspreiding. Budgettaire problemen kunnen zonodig opgelost worden met een verminderde titelverdubbeling. De service aan het publiek zal wellicht minder worden. De aanstelling van vrijwilligers kan een tegemoetkoming zijn, maar dit mag in géén geval ten koste gaan van professionele bibliotheekwerk" aldus J. van Meer. Jan de Ruyter stelt echter: "De bibliotheken moeten de situatie niet al te zeer dramatiseren. Men moet niet vergeten dat de meeste bibliotheken een collectie hebben opgebouwd die de begroting van een aantal jaren terug ver overschrijdt. Men zit dus met een groter boekenbezit dan oorspronkelijk gedacht". De bibliotheken moeten zich wapenen tegen de wassende stroom van bezuinigingen. Men moet hierin het lezerspubliek betrekken en de zaken niet over hun hoofden uitvechten met de overheid. De service aan het publiek moet daarbij overeind blijven staan, zo niet beter worden. Dit is mogelijk door een verbeterde en verdergaande automatisering van het bibliotheekwezen. Men moet dan ook meer aandacht hebben, zoals in boekhandels gebeurt, voor de presentatie van boeken. "Het bibliotheekwezen moet het verband laten zien tussen service aan het publiek en bezuinigende overheidsbeslissingen. Een ontevreden geworden publiek kan gemakkelijk gemobiliseerd worden om de gekozen politici onder druk te zetten en het bezuinigingsbeleid ten aanzien van bibliotheken te matigen", zo stelt de Ruyter... Joop Teunissen nis gedacht of beperkt het T.S.C. Olof zich wederom tot een hockey-, of, misschien leuk voor de afwisseling, een korfbaltoernooi? B&W: "We weten nog niet of we een zesde boekendag organiseren. De ouderejaars hebben 't eigenlijk allemaal al 'n keer gedaan en onder de druk van de tweefasen-struktuur moeten de jongerejaars wat harder studeren. Een argument om door te gaan is de grote organisatorische ervaring die we in de loop der jaren hebben opgedaan." En zou het daar ook niet uit voortgekomen zijn, Black&White Literair?! ...Weliswaar literair bevlogen, maar vooral aangetrokken door de uitdaging om een boekendag met veel bekende schrijvers te organiseren.... B&vi/: "Ja, uiteraard. De eerste uitdaging is om het weer beter en wat grootser aan te pakken. De perfekte organisatie hebben we in vrij hoge mate bereikt." Peter Pennartz
EEN AFFAIRE KORT VERHAAL
In de Ijstijd schuurde een gletscher die van de Alpen k w a m , een kuil in de rotsachtige bodem uit. Ijs en sneeuw smolten en de kuil vulde zich met water. Zo was het Lago d'ldro ontstaan. Zalmen en forellen doorsneden het blauw als zilveren messen. Het ijs had zich op de bergtoppen teruggetrokken, als binnen een burcht, en brak alleen nog in het diepst van de winter door de omsingeling van bomen en huizen.
Op het terras van café Pleve Vecchia namen ze een cappucino en twee croissants. En als op bijna elke ochtend zei Nicole nadat ze de eerste croissant gegeten had: "Hier, neem jij de mijne maar. Ik vind die Italiaanse croissants gewoon smerig. Troppo dolce. Veel te zoet". De maanvormige broodjes waren met een zoete gelei gevuld. In het deeg was geen kaas verwerkt en ze waren niet vers, in tegenstelling tot de croissants die ze het jaar tevoren in Frankrijk gegeten hadden. Op weg naar het Lago kochten ze in een groentewinkel een kilo perziken en een fles vruchtesap. 's Ochtends was het nog koud en nevelig. Later op de dag begon de zon te branden op het jonge gras hoger op de oever. Een handdoek was de vorige dag op het strand achtergelaten, met de indruk van een lichaam er nog in. Odette vond het heerlijk om bij het omkleden een oogwenk naakt te staan en zich in het licht uit te rekken. De zon prikte haar met ragfijne naalden. Het licht en de wind schenen door haar heen te gaan en haar lichaam te zuiveren. Voor de eerste keer sinds ze in Pieve Vecchia waren, baadde ze naakt.
Na een half uur werd Nicole uit een lichte slaap wakker en draaide zich op haar buik. Odettes gesloten oogleden die met een zilverig blauw waren opgemaakt, glansden in de zon. Om haar verveling te verdrijven kuste Nicole Odette in de hals en trok met een vingerspits een plooi na in het voorhoofd. "Alsjeblieft" zei Odette. "Laat me eindelijk eens met rust". Ze lag op haar rug. Haar vingers waren verstrengeld als de handen van iemand die bidt. Door het w i t van de borsten die zich spanden onder het gewicht van de armen, schemerde iets blauws. Zo zagen borsten eruit, herinnerde Nicole zich, van een vrouw die een kind zoogde en teveel melk had. In een opwelling schoof ze een arm weg van de borst en zoog de tepel die weggezonken lag in de huid, omhoog. "In godsnaam," kreunde Odette. "Moet dat?" "Je hebt geen melk", zei Nicole, "Je deugt niet". Een moeder die geen melk heeft, is een slechte moeder". "Natuurlijk heb ik geen melk, idioot. Ik ben geen moeder". Het was misschien al langer dan een jaar geleden dat ze dit onderwerp voor de laatste keer hadden aangeroerd. "Ik zou niet weten", zei Nicole, " w a t er met me gebeuren zou als ik aan je borst zoog en er kwam opeens melk uit. Als ik er maar aan hoefde te denken om het te laten komen. Uit het niets". "Je zou heel ongelukkig zijn". "Nee", zei Nicole. "Maar waarom riep mijn borst bij jou nooit de gedachte aan melk op7" op?" Op een nacht, een jaar geleden, was Odette wakker geworden en vond Nicole badend in tranen naast zich. "Ik schaam me zo voor je. Van boven ben ik een jongen, van beneden een meisje. Eigenlijk heb ik helemaal niks". " A c h , gekje, dat hindert toch niet," had Odette gezegd, "je weet toch dat het voor mij niks uitmaakt. Voor mij ben je helemaal in orde". Er zat iets naïefs in dit verdriet van Nicole en haar tranen ontroerden Odette. In zekere zin kwam de onvolgroeidheid van Nicoles borsten met haar maagdelijke, bijna kinderlijke onschuld overeen. "Morgen ga ik naar het ziekenhuis. Ik laat me vol hormonen spuiten. Voor mijn part blijf ik er i n " . Toen het gesprek over Nicoles handicap - in zoverre van een handicap gesproken kon worden - later een gevaarlijk punt bereikte, maakte Odette er resoluut een einde aan: "Als je je met die rotzooi laat bewerken, ga ik onmiddellijk van je weg. Daar komt alleen ellende van. Ik wil dat je blijft zoals je bent en zoals ik je heb leren kennen". "Misschien kan ik een kind laten komen. Vrouwen krijgen soms heel mooie borsten als ze een kind laten komen". "Een kind?" "Ik hoef er maar één keer voor met een vent te slapen". "Je kunt toch geen kind laten komen om borsten te krijgen?" "We hoeven het niet zelf te houden. Er zijn genoeg mensen die een kind willen adopteren". "Ik denk er niet aan. Je bent gek. We hébben trouwens al een paar borsten. Ik zou niet weten wat we met een tweede paar zouden moeten doen". Nicole had haar met grote kinderogen aangekeken en een arm om haar hals geslagen. "Oh Odette, je weet niet hoe aardig je soms kunt zijn. Meen je dat echt? Jij weet precies wat je moet zeggen om me gelukkig te maken". Uit allerlei kleine dingen later maakte Odette op dat ze er niet in geslaagd was Nicole werkelijk gerust te stellen. Nog intenser dan voorheen hield het probleem dat ze "half een jongen w a s " haar bezig.
Odette was wakker geworden doordat er iets door haar haar was gegleden. Toen ze er naar tastte, bleek het Nicoles voet te zijn. Ze had hem vastgepakt en onder haar hoofd gelegd, met de tenen onder haar wang. Terwijl Nicole haar mootjes geschilde perzik voerde, gaf Odette vluchtige kusjes op de wreef van de voet. Het leek of er telkens als ze haar hoofd hief, een zachte wind door de haartjes op haar rug streek. Nadat ze de schillen had opgeruimd en haar handen in het water van het Lago had gewassen, schoof Nicole haar voet terug onder Odettes wang.
Tilburgs Hogeschoolblad
"Daar zit een vent." "Rustig laten zitten", zei Odette slaperig. "Kan hij me zien?" "Hij zit met zijn rug naar ons t o e " , zei Nicole. "Het is die renner uit het hotel". Elke ochtend als ze op het strand waren, zagen ze een renner in een duifgrijs shirt over de weg boven hen naar de oostelijke oever rijden en langs een steile weg in de bergen verdwijnen. Ze hadden hem die dag voor de eerste keer ook bij het ontbijt in het hotel gezien.
Waar had Nicole aan gedacht toen ze met haar voet door haar haar ging? Het was dit haar waardoor ze Nicole had leren kennen. Ze woonde nog in Parijs waar ze Franse taal- en letterkunde studeerde en werkte aan een proefschrift over Cioran. Om te bekomen van een ongelukkig verlopen liefdesaffaire logeerde ze voor enkele weken bij haar ouders in Nederland. In Les Temps Modernes was ze de mannequinachtige kop van een negerin tegengekomen die in een kapsel van fijne krulletjes kraaltjes van geslepen glas en gouden juwelen droeg. Uit chagrijn en verveling had ze besloten zich eenzelfde kapsel aan te meten. Terwijl ze in de riante kappersstoel zat en met een innerlijke woede die geen uitweg vond, in de spiegel keek, waren de fijne handen van de kapster, fijn als die van een kind, opeens in het schuim op haar hoofd blijven steken. Door hun fijnheid deden die handen Odette eerst denken aan cicaden wier huid te teer is voor de droge tucht en die zich in klompjes fijn schuim verbergen die aan grasstengels kleven. Daarna kwam het haar voor dat het de handen waren van een jongetje van acht of negen jaar. "Misschien kunt U er beter nog eens over nadenken?" Odette had donker, halflang haar. Het krulde sterk en stond door zijn stevigheid wijduit om haar hoofd. " U hebt erg mooi haar van nature. Ik kan het alleen bederven". "Nee," had Odette de kapster toegebeten. "Ik wil een kapsel als daar in dat blad. Wilt u er zich alsjeblieft niet mee bemoeien." Het schuim om haar hoofd was door het kneden van de kleine handen weer in beweging gekomen. "Het spijt me", zei de kapster toen ineens. "Ik kan het niet. U moet maar naar een andere kapster gaan". Uit Odettes voeten was een hitte opgestegen die zich eerst onder de kapperscape had opgehoopt en plotseling was doorgebroken naar haar gezicht. Ze had beseft dat Nicoles handen niet haar haar gewassen hadden, maar haar hoofd hadden betast en gestreeld. Ze waren tot diep in haar hals gegaan. In de spiegel was zichtbaar hoe fel haar wangenrood kontrasteerde met het schuim dat om haar hoofd stond en koud en smetteloos was als sneeuw. Voordat de kapster zich helemaal van haar had kunnen losmaken, had Odette haar hand gegrepen en die met een kreet tegen haar mond gedrukt. Lang had ze hem omklemd gehouden.
6 "Het spijt me". Ze had haar horloge omgedaan en er was even de pijn geweest als bij een afscheid. "Je moet het begrijpen". Odette had niet verwacht dat een voorval als dit zo'n grote weerstand in haar zou oproepen. In de jaren dat ze met Nicole leefde, had ze zelf geen man aangeraakt. Maar ze had ook geen man afgewezen. Als iemand er op zinspeelde dat ze lesbisch was, kon ze ongekend scherp en vals worden. Ze had nooit bewust van de mogelijkheid met een man te slapen afgezien, integendeel, ze had tegenover Nicole dikwijls laten doorschemeren met een man te zullen omgaan als ze daar trek in kreeg. En meer dan eens was er het gevoel dat het maar een haar gescheeld had of er was een man geweest. En nu kwam haar hele wezen in opstand omdat Nicole zich een halve dag van haar losmaakte. Er was geen gevaar. Ze wist dat. En toch was er de pijn alsof iemand een centimeters lange doorn in haar hart duwde. "We zien elkaar weer in het hotel". De knie van haar ene been wees naar de man op de handdoek, de andere was naar Odette gekeerd. Alsof ze nog niet in staat was een beslissing te nemen. "Zul je niet jaloers zijn?" "Nee". " J a , je zult het zijn". "Je bent een idioot. Het zal je leven helemaal veranderen". "Ik weet het". Ze maakte met haar voet een groef in het hete zand. "Ga je van me w e g , hierna?" "Kan ik je tegenhouden als ik ja zeg?" "Later misschien. Ga je er later om weg?" "Maak je geen zorgen om mij. lo morio di fame. En ik ga wat brieven schrijven in het hotel. Misschien kan ik ook een keer biljarten. Dat is al lang geleden". Het was beter dat Nicole er een einde aan maakte, aan dit gesprek. Maar Odette zelf kon niet ophouden. "Misschien heeft hij al meteen sterke fietsbenen als hij wordt geboren". "Nee," Nicole schudde het hoofd. "Ik denk dat ik het een meisje laat worden. Misschien leeft het dan langer en wordt het gelukkig". "Je hebt gelijk", zei Odette. "Je moet het maar een meisje laten worden. Ik geloof dat ik blijer met een meisje ben." Nicole bukte zich snel en gaf Odette een kus in haar hals. Toen liep ze weg over het gras naar het zand.
Ze was in Parijs, bij Cioran, toen het bericht haar bereikte. Ze waren halverwege het interview van drie dagen dat haar proefschrift over deze schrijver en filosoof zou afsluiten. "Laissez la dormir toujours", zei Cioran. "Alleen wie slaapt is gelukkig." Maar Odette hoorde hem niet. Ze zocht in het telefoonboek naar het nummer van het vliegveld Charles de Gaulie om te vragen of er ook op kerstnacht nog vluchten op Holland uitgevoerd werden. In het vliegtuig drong Ciorans stem in haar door. Terwijl haar handen zich naar de stoelleuning vóór haar uitstrekten, alsof ze het vliegtuig sneller kon laten vliegen door tegen de leuning te duwen, realiseerde ze zich dat ze zonder afscheid was weggegaan. "Alleen wie slaapt, is gelukkig". Dat was het laatste wat hij had gezegd. Ze probeerde beneden de lichten van een dorp of stad te ontdekken en vroeg zich af of z'e sliep.
Jasper Mikkers (voorheen publicerend onder het pseudoniem Tymen Trolsky) 17 december 1982
HET REGENHOEDJE Door Dorrit Asselbergs "Als ik nu eens net doe of het geen Kerstfeest wordt, er nooit een Kerst geweest Is en er nooit meer een l<omt ool<", dacht ze somber. Ze zat in haar ochtendjas aan tafel en hing boven de krant die ze niet las, er bleef toch niets in haar kop zitten. Alleen de advertenties waarin de kerstballen en aanverwante glitters aangeprezen werden, daar kon ze niet omheen. Zo werd ze met haar neus op de kerstfeiten gedrukt. IVIaar er viel niets te vieren, voorlopig niet! Ze kreeg een verbeten trek om haar mond, stak snel en nerveus een sigaret op als afleidingsmanoeuvre voor de tranen die alweer achter haar ogen prikten. Gek werd ze van dat gejank. Ze verdomde het vierkant dit jaar. Mokkend dronk ze haar koude koffie. Er zou toch niemand komen en op een uitnodiging hoefde ze ook niet meer te rekenen, dus waarom zou ze zich uitsloven? God mag weten wat er allemaal mis gegaan was, maar het was misgegaan. 'Hoe lang had ze nu al niemand gezien? Wat donderde het ook. Ze vouwde de krant dicht en stond sloom op, ze moest zich maar aankleden. In haar slaapkamer inspecteerde ze de kleren in haar kast. Het interesseerde haar eigenlijk niet in het minst hoe ze er op het ogenblik uitzag, ze zocht gewoon naar iets dat schoon was. "Dat is wel het minste", vond ze onverschillig. Moedeloos liet ze zich op haar bed zakken. Dit werd te gek. De ongestreken kledingstukken grijnsden haar aan. Nu had ze echt niets meer om aan te trekken. In een ongestreken blouse rondlopen ging haar, in al haar soberheid toch te ver. Maar ze kon niet eens strijken. Een paar weken geleden was ze, onhandig met een rok in de weer, witheet van woede geworden en had het strijkijzer door de kamer gesmeten. Dat was natuurlijk aan gruzelementen. Daarna had ze gejankt of ze het leed van de hele wereld op haar schouders torste. Ze zwolg in zelfmedelijden. Als een klein verwend kreng dat haar zin niet kreeg had ze rondgestampt. Alles en alles was ook fout gegaan.
schappentas van de man. "Ook alleen"? flitste het door haar heen. Het belachelijke regenhoedje keek haar stomverbaasd en ongelovig aan, wat had ie in vredesnaam misdaan? " i k kan echt niet kiezen", probeerde hij wanhopig. Ze bleef tegen wil en dank staan en hapte naar adem want de man pakte resoluut een hele emmer met bloemen. "Dan alles maar", hoorde ze hem mompelen. En toen gebeurde het; de emmer zat boordevol water en het gutste over hem heen, het regenhoedje zat op de verkeerde plaats!' Tot overmaat van ramp liet hij verbouwereerd alles uit zijn handen vallen. Het was niet meer te stuiten. Ze begon onbedaarlijk te lachen, de tranen stroomden over haar wangen, maar het lachen ging als vanzelf over in snikken. Daar stonden ze nou, twee ontredderde mensen. De man stond te soppen in zijn schoenen en keek haar dodelijk verschrikt aan. Ze wist meteen dat ze hier al die tijd bang voor geweest was, in snikken uitbarsten midden in Albert Heyn. " 't Is niks", stamelde ze. "Dat zal w e l " , zei de man gemelijk. Hij graaide alle bloemen bij elkaar, pakte haar bij 'n elleboog en stampte soppend en wel naar de kassa. Hij liet haar niet meer los en ze vond het best. Op eerste Kerstdag stond haar flat vol bloemen. 'Twee boerenkool met worst, ober", grapte hij aan het kerstdiner.
Ze zou zich maar weer in de kleren van gisteren en eergisteren en de dag daarvoor hijsen. 'Toch maar een nieuw strijkijzer kopen, zonde van mijn geld", dacht ze. Terwijl ze zich aankleedde maalde haar hersenen door. Kon ze maar ophouden met denken. Ze had twee mislukte huwelijken op haar naam staan en nou was ze haar baan nog kwijt ook. Dat eerste huwelijk telde ze eigenlijk niet mee. Hoe oud was ze toen helemaal? Iedereen trouwde immers, en ze was al aan de late kant. Al haar vriendinnen waren al onder de pannen en gaven hoog op van de huwelijkse staat. Toen Julius zich aandiende had ze gelijk toegehapt, stel je voor dat ze overbleef! 'n Goede partij, vond iedereen. Zo was dat indertijd gegaan. En het had niet lang geduurd, goddank niet! Groots en meeslepend wil ik leven moet ze zich ooit voorgenomen hebben. Nou, daar was ze met Julius nooit aan toe gekomen; eenmaal getrouwd ontpopte hij zich als een ouwelijke, saaie man. "Kindj e " , noemde hij haar, ze griezelde weer bij het idee. Ze had het gauw bekeken, met hem viel niks te beleven en ze besloot dat ze weg wilde. Maar ze had in haar leven nog nooit een beslissing genomen en het kwam nu ook niet in haar op om knopen door te hakken. Onbewust begon ze te pesten, vrienden van Julius uit te dagen, dat was haar wel toevertrouwd, 't Kon niet uitblijven, Julius begon genoeg van hèèr te krijgen, de rollen waren, tot haar stomme verbazing omgedraaid. En het was Julius die uiteindelijk, op zijn eigen rustige manier, zonder pardon, de scheiding regelde. Toen de eerste schrik voorbij was, was ze w a t j e noemt een wilde meid geworden, tot ze Hans tegen het lijf liep ... ze trouwden en scheidden. Toen zat ze écht met de gebakken peren, eventjes maar trouwens. Het lieve leven begon weer van voren af aan en ze genoot ervan. Ze had haar zaakje goed voor elkaar, vond ze. Haar flat had ze volgens het boekje ingericht, dan was het altijd goed had ze gedacht. Ze had ook veel zorg besteed aan haar boekenkast, dat leek haar belangrijk. Mensen die bij haar kwamen gingen vaak nieuwsgierig voor de boekenkast staan had ze gemerkt daar had ze dus ook maar wat aan gedaan. Gelukkig knikten haar gasten goedkeurend. De meeste boeken had ze niet gelezen, maar dat hoefde niemand te weten. In noodgevallen wist ze toch wel waar het ongeveer over ging. De achterflap verschafte haar de nodige informatie, klaar was ze! Over aandacht had ze niet te klagen, mannen doken maar al te gretig haar bed in. Vriendinnen had ze eigenlijk niet, in vrouwen was ze niet geïnteresseerd. Ze was dik tevreden. Toen ze dat ontdekte ging er 'n rood lampje branden. Tevreden betekende saai voor haar. Ze moest maar weer eens de trucendoos opentrekken, spanning was wat ze nodig had. Na enig denken, wat ze in dit soort gevallen uitstekend kon, bedacht ze dat het reuze spannend zou zijn om haar baas te verleiden. Dat ze daar nooit eerder aan gedacht had! Ze zou stante pede een affaire met hem beginnen, kon ze dat enge mens van hem ook eens dwars zitten, die had teveel verbeelding. De manier waarop ze het aanpakte werkte zoals altijd feilloos, de baas ging overstag en was als was in haar geoefende handen. Echt spannend werd het toen zijn vrouw het enge mens er achter kwam. Eind van het lied: ze werd op alle fronten afgedankt, op staande voet ontslagen als minnares en als werkneemster. Als een straatkat was ze afgedropen, diep beledigd en vernederd. Nou zat ze hier op haar bed ... misschien zat ze er morgen nog, nee dat kon niet, ze moest in ieder geval boodschappen doen. Na dat ontslag was ze thuis gekomen en had woedend als ze was de deur achter alles dicht gesmeten. En daar zat ze dan tussen vier muren, d'r kont tegen de krib, reken maar! Nou, dat was aardig gelukt. Ze zag niemand meer, ze weigerde de telefoon op te nemen, die ging nu helemaél niet meer. En ze zou het volhouden, al twee weken had ze d'r kop niet opengedaan, geen woord gezegd, tegen niemand. Ze had een weddenschap met zichzelf afgesloten, ze zou voorlopig niks meer zeggen tegen niemand niet en dat lukte aardig. Nou kwam ze doorgaans niet verder dan de supermarkt en als ze erover na dacht was het eigenlijk verbazingwekkend datje boodschappen of wat dan ook kon doen zonder iets te zeggen, geen vriendelijk praatje, niets. Maar dat kwam haar goed uit, ze zou niet van zichzelf verliezen. De onzinnigheid van haar wedstrijd ontging haar volledig. Haar gedachtenstroom stokte even toen ze zich realiseerde dat het de laatste dag vóór het lange kerstweekend was, het zou druk zijn bij de supermarkt, ze moest opschieten. Boerenkool met worst en verder geen flauwekul, dan was ze ook zo klaar bij A H. Gelukkig, het viel mee, geen drukte van belang, iedereen had kennelijk al inkopen gedaan. Zonder op of om te kijken begon ze door de winkel te racen, in no time had ze haar zaken bij elkaar. Bij de bloemen bleef ze aarzelend staan, nee ze zou niet voor de bijl gaan, bloemen zouden te gezellig zijn. "Mevrouw, kunt U me advies geven?" hoorde ze naast haar. Ze keek op en zag een man met een belachelijk regenhoedje, van vuurrood plastic, op zijn hoofd. "Wat een aansteller, het regent niet eens, speelt zeker voor kerstman". Hij stond onhandig tussen de bloemen te graaien, probeerde wat kleuren bij elkaar. "Wat vindt U7"7 vroeg hij hoopvol. "Ik heb er geen verstand van." Met grote ogen en stijf op elkaar geklemde kaken keken ze hem aan. "Vraag maar aan je vrouw", dacht ik nijdig en wilde doorlopen. In de gauwigheid zag ze de bijna lege bood-
Tilburgs Hogeschoolblad
Premiebesparing op de brandverzekering van uw inboedel en/of woonhuis. Premies voor het kolieictief K.H.T. kontrakt ± 35% lager dan de individuele verzekeringen. b.v. inboedel f 100.000,— / besparing per jaar ± f 60, —. woonliuis 1 250.000,— / besparing per jaar ± f 100, — . Door premie-aanpassing in 1983 l<unnen wij de bestaande verzicering l<osteloos oversluiten. Bel nu voor verdere informatie en/of afwerking: 013 - 423620 / 423621
ASSURANTIEBEDRIJF STRICK P o s t b u s 63 - 5000 A B T i l b u r g
17 december 1982
HET UNIVERSITAIRE LEVEN ALS SOAP-OPERA Het schrijven van romans die zich afspelen in een academisch milieu is in ons land een helaas niet zo druk beoefend genre. Welisv/aar beschreef Simon Vestdijk in de laatste vier delen van de Anton Wachter-cyclus het studentenleven in Amsterdam. Daarbij gaat het echter om de literaire verbeelding van de universitaire wereld van maar liefst zestig jaar geleden. Eigenlijk is Willem Frederik Hermans de enige auteur die erin is geslaagd het hedendaagse academische leven in een aantal onwrikbare tijdsbeelden vast te leggen. 'Onder professoren', 'Nooit meer slapen' en 'Uit talloos veel miljoenen' zijn werken die de tijd zullen trotseren en die voor komende generaties aanzienlijk méér tot de verbeelding zullen spreken dan de stapels nota's, rapporten en adviezen, die de Alma Mater op dit moment schragen. Na Hermans is het een hele tijd stil. In 1978 heeft Jacques Dreef in het boek 'Universitijd' nog eens een poging ondernomen. Dreef ontpopt zich hierin als Hermans-epigoon; 'Universitijd' is helaas ronduit bedroevend en slaapverwekkend. Vergeleken bij het boek van Dreef is het bijna-debuut van Marijke Höweler van een verfrissende oorspronkelijkheid. 'Van geluk gesproken''\s een uiterst lichtvoetig geschreven soap-opera, waarin naast het universitaire milieu nog diverse facetten van de moderne samenleving a la Koot en Bie geparodieerd worden. Professor Roef Dingelam in Hermans' Onder professoren is het prototype van de hoogleraar die zich afzet tegen de politisering van de universiteit omdat het de voortgang van het wetenschappelijk werk belemmert. Zijn verzet vindt geen uiting in een strijdlustig optreden; hij onttrekt zich liever aan de vergader- en stencilrompslomp die een kritischer wordende universiteit veroorzaakt. Anders dan Roef Dingelam lijkt professor Leo de Zeeuw in Van geluk gesproken zich volledig aangepast te hebben aan deze bureaucratisering van de universiteit. Hij heeft echter buitengewoon de pest aan zijn werk en verricht ook bestuurlijke werkzaamheden met grote nonchalance en zonder een greintje animo. "Het commissiewerk was zoiets als autorijden in een bekende stad geworden. De uren gingen er mee voorbij en wie wist nog precies hoe hij van werk naar huis was gekomen?" Die nonchalance is ook terug te vinden in z'n sexuele leven. Leo is vrijgezel met een 'benijdenswaardig uiterlijk', heeft al verschillende slippertjes met studentes achter de rug en is zélf verliefd op z'n getrouwde collega Rosa Ie Roy. Als Thomas Wilbrink - oud-collega en comfortabel van de VUT levend in Italië - hem vraagt of Leo in de kerstvakantie zijn achttienjarige dochter Martje mee wil nemen naar Italië, bezwijkt ook zij voor zijn charmes. Martje is een nogal labiel meisje, een borderline in psychologenjargon, het is héér verzoek om sexueel ingewijd te worden. Weer terug in Nederland zoekt zij hem op en nog een keer offert hij zich voor het arme kind op.
"Zonder veel plichtplegingen droeg Leo een sobere mis aan het menselijk noodlot op. Ernstig, zeker en zorgvuldig voltrok hij het ritueel in naam van hun lijden. Het hoogtepunt van de plechtigheid ontroerde Leo zo dat hij snikte en het kind in z'n armen nam." Martje wordt zwanger, raakt psychisch van de kaart en pleegt tenslotte zelfmoord. Het is duidelijk dat het slippertje van Leo en de ongewenste zwangerschap van Martje nogal wat verwikkelingen tot gevolg hebben. Die verwikkelingen vormen de belangrijkste bestanddelen van de plot die Marijke Höweler op een zeer vernuftige wijze heeft opgebouwd. Vriendin Rosa is stik-jaloers op Martje, loopt kwaad bij Leo weg en wil nooit meer wat met hem te maken hebben. Vader Thomas pendelt heen en weer tussen Italië en Nederland om z'n lievelingsdochter te helpen, die hem zo aan zijn overleden vrouw Lisa doet denken. (Moeder Lisa heeft eerder al na een soortgelijke geestelijke depressie een einde aan haar leven gemaakt.) Ook zoon Martijn en vriendin Suzanne verrichten de nodige hand- en spandiensten. Een van de hoogtepunten in dit hedendaagse melodrama vormt de doopplechtigheid in het Italiaanse Cernobbio. Leo is inmiddels tot de overtuiging gekomen dat het beter is de eer aan zichzelf te houden en heeft aangeboden met Martje te trouwen. Het aanbod wordt echter afgewezen wegens gebrek aan genegenheid van Martjes kant. Thomas' protestantse achtergrond stond hem in de weg om de lyriek van het gebaar te begrijpen, vindt Leo. Tijdens de doop steett Leo de show in z'n smetteloze witte pak, hij neemt niet de moeite om z'n tranen te verbergen en weet zich daarin gesteund door alle grootmoeders van Cernobbio. "Alleen Thomas bedierf Leo's stemming. Thomas, sacramentloze man van de nieuwe berijming, aardgebonden ploeteraar". Zoals gezegd zijn het niet alleen de belevenissen van de universitaire jetset die de dienst uitmaken in het boek van Marijke Höweler. Vooral de dialogen tussen Sjef Wolkers en Jantje de Bruin lijken regelrecht ontsproten te zijn uit de denkwe-
DE GROTE OBER k o r t v e r h a a l d o o r Pieter K r i s t e n s e n "Wij moeten allen een awawafwafwawafl", galmde het door de kerk. "Oude woorden"! De pastoor was goed op dreef. "Laten w i j " . Op de derde rij zat een moeder, naast zich haar zoon van achttien. Haar gepoederde gezicht en haar kraag van kunstbont ademden de stemmige warmte, die Kerstmis altijd zo Kerstig maakt. "Snap jij het Jan"? vroeg de vrouw. "Het Credo" klonk het nu. Als een stoomwals zo zwaar rolde het door de kerk. Oe gemeente stond op en schuifelde de kerk uit. "Nu naar het Kerstdinner van ome Paul, in die verbouwde boerderij, die "in den smickelhof" heet". De eerste gang. De Over kwam binnen. Onberispelijk, zijn werkkleding in de plooi. Gemompel onder de gasten; alles ongesneden en bijna rauw. Maar toen hij de volgende keer binnenkwam met een dienblad vol rechtopstaande granaten, begon men te protesteren. De stem van de Ober klonk. Niet alleen uit zijn mond, maar ook uit de muren, uit alles. "Wie dit niet betaalt, wie zegt dat hij dit r>iet besteld heeft, moet AFWASSEN, afwassen tot in de eeuwigheid. En als de blaren zijn handen in druiventrossen veranderd hebben.
reld van Koot en Bie. Sjef en De Bruin zitten allebei in het 'sanitair', met dien verstande dat Sjef werk heeft en De Bruin bij hem moet bedelen om een zwart klusje. De Bruin biedt Sjef aan z'n vrouw 't hof te maken, als tegenprestatie mag de Bruin dan een badkamertje aanleggen in Buitenveldert. "Op de trap duwde Sjef een zware after shave-luclit voor zich uit. De Bruin dacht er nog even aan om z'n sigaret in de kamer terug te leggen, bang als hij was voor ontploffing of steekvlammen. En daar kwam Sjef zelf, bijtend op een grote sigaar. De Bruin herkende hem eerst niet goed. Zijn roodgeboende kop glom als een bierglas en stak eigenaardig af tegen de kraag van z'n witte overhemd en het gebloemde shawltje waar Sjef gek bovenuit stond te kijken terwijl zijn buik gevaarlijk spande onder zijn korenblauwe trui". Mevrouw de Bruin weet niet wat haar overkomt, voelt zich aangerand, maar komt toch onder alcoholische invloed enigszins tegemoet aan de avances van Sjef. In elk geval. De Bruin krijgt z'n badkamertje en laat dat nu uitgerekend de badkamer van Leo in diens Buitenveldertse huis zijn! Op dat moment is vriendin Rosa op miraculeuze wijze weer bij hem terug. Op haar voorspraak krijgt De Bruin een vette klus, het bermudabeige tegelwerk kan vervangen worden door tegels met een rose decor-reliëf. Het boek van Marijke Höwelers laat zich lezen als een filmscript. De spanning is goed gedoseerd, de plot vakkundig opgebouwd, het boek heeft een enorme
Marijke Höweler is werkzaam als medewerkster bij de afdeling klinische psychologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Ze publiceerde in 1964 al een verhalenbundel. Tranen van niemand, en wetenschappelijk werk als Hulp in de buurt; gedragsverandering door nonprofessionals. Hoe kijkt Höweler als psychologe tegen een figuur als Leo aan? In de HP zegt ze: "Leo is volgens mij iemand met een sterke moederbinding. Ik zou nu denken: wat is er in zo 'n man dat hij zich niet kan hechten? Het kan zijn dat hij een heel intrigerende moeder heeft gehad, zodat hij geen relaties kan aangaan, want moeder zegt: je kiest voor mij of voor een vrouw. Dan kun je iets Don Juan-achtigs verwachten." Ze is zo verstandig geweest dit soort gegevens niet in het boek te verwerken, de achtergronden van Leo's sexuele vrijbuiterij blijven voor de lezer in het ongewisse. Het boek is afgesloten: "Je kunt het hem niet vragen", zegt de schrijfster. "Voor de romanfiguren heb ik geen collega's gebruikt", vertelt Höweler. Er heeft ook niet de een of andere autobiografische geschiedenis model gestaan voor haar intrige. "Het is alsof ik naar een film heb gekeken, ik hoefde hem alleen maar op te schrijven." Toch is het typerend dat ze voor een schilderij van Ans Markus gekozen heeft als illustratie voor de omslag van het boek. Ans Markus is een Udenhoutse kunstenares, die onlangs nog haar neo-realistische schilderijen exposeerde in het Kultureel Sentrum. "De schilderijen die ik maak tonen
vaart. De cursus scenarioschrijven, die ze blijkens het interview in de Haagse Post van 11 december heeft gevolgd, heeft blijkbaar vruchten afgeworpen. Het boek kan direct verfilmd worden. Da't blijkt bijvoorbeeld uit de tekening van de figuren; die hebben géén gezicht of speciale gelaatstrekken meegekregen. Zo wordt Leo beschreven als een lange donkere man, met een benijdenswaardig uiterlijk, gekleed in een groene loden jagersjas en een geruit hoedje'. Meer niet!
vaak zelf portretten in windsels en verhullingen", liet Ans Markus in de begeleidende tentoonstellingsbrochure afdrukken. De eigen biografie, ook schrijvers komen er niet onderuit. L. Kik
Marijke Höweler. Van geluk gesproken. Uitgever: De Arbeiderspers, 220 biz., ^28,50.
zullen wij nieuw warm water in de bak gooien!" Moeder en zoon waren stomverbaasd; dat had de pastoor net ook gezegd, alleen toen hadden ze het maar half verstaan! Alles goed en wel, maar hoe kwamen ze hieruit? De sfeer was gedempt. Niemand wist iets te zeggen. Niemand durfde tegen deze man wiens gezicht het meest met de gril van een auto te maken had. " J i j " . De Ober wees naar Jan. "Jou heb ik nodig bij de bereiding van de volgende gang!" Het zag er slecht uit voor Jan. Was deze man een vampier? Moest hij ook vampier worden? Of moest hij soms dienen als dressing voor de volgende gang? " J a n " , sprak de Ober "jij hebt nummer 52311.27 eerste divisie. Je staat al ingeschreven. Mijn vriend de Burgemeester heeft mij daarbij geholpen". Jan's moeder was bang. Zou zij haar eigen zoon straks opeten? Nu werd gebeld. De Grote Ober stapte gedecideerd naar de deur en rukte hem open. Nu begon hij smartelijk te jammeren en daarop zelfs te gillen alsof hij in doodsnood verkeerde. Zeer gestaag smolt hij. Alles wat de aansnellende gasten zagen, was een stinkend hoopje oberpak op de grond en een onthutste man en vrouw in de deuropening. Het was kouder geworden; de vrouw was in verwachting. Jan en zijn moeder stonden met een stel anderen zélf in de keuken. De Grote Ober was dood, een eeuwenoude droom, die werkelijkheid werd. ,Die avond werd er goed gegeten. Het was een fijne Kerst.
Er is tenminste één goede boekhandel in Tilburg Dit zijn de adressen: Voor al je studieboeken, het héle jaar door!
Voor een uitgebreid assortiment én goede service.
o.a. sociologie, economie, recht, psychologie, theologie, accountancy, geografie, pedagogiek, geschiedenis, letterkunde.
met complete fondsen van o.a.: Bert Bakker, Arbeiderspers, Bezige Bij, Lemniscaat, Atheneum-Polak, Van Gennep, Meulenhoff, Querido.
Prof. Verbernelaan 20
Heuvelpoort 359
(onder de 5e studentenflat) tel. 682991
En we vergeten ook de kleine uitgever niet!
tel. 682991
boekhandel gianotten b.v. studenten verzekering 'GllB
'N PAAR SmUNGEN VANDEMSSr GEPROMOVEERDE DRUKKBi
MEER DAN
REIZEN
Knps Repro - dnjkker van de meeste proefschriften in Nederland - stelde een aardig stellingenboekje samen. U ontvangt het als u uw dissertatie in produktie geeft bij Knps Repro. Bel voor informatie Grety Schoelink.
iW:m
per jaar verzekerd tegen: W A. particulieren + brand & inbraak + ongevallen (inkl. doorlopende reisverzekering)+overlijden; maar ook volledige ziektekostenverzekeringen a 398,Voor folder en informatie 071 -145044 of alle NBBS reiswinkels Alkmaar Amersfoort Amsterdam Apeldoorn Arnhem Breda Delft Den Bosch Den Haag Dordrecht Eindhoven Enschede Groningen Haarlem Heerlen Hilversum Leeuwarden Leiden f\rtaastricht Middelburg Nijmegen Rotterdam Tilburg Utrecht Wageningen Zwolle of Stuur ingevulde coupon op
krips rSprO Kaapweg 6 7944 HV Meppel ![ I Postbus 106 7940 AC Meppel n i B P P c i telefoon05220-53731
naam straat/nr postcode/plaats. postbus 11054 2301 EB Leiden frankeren als briefkaart
thb
MEDEDELINGEN
COMMUNIQUE COLLEGE V A N BESTUUR 14 DECEMBER 1982
Het College van Bestuur heeft besloten om een formatieplaats wetenschappelijk personeel toe te wijzen aan de Subfaculteit Psychologische Wetenschappen voor het aantrekken van een externe deskundige als projectleider op het terrein van de neuropsychologie Deze projectleider zal de mogelijkheden gaan verkennen om te komen tot een afstudeerrichting neuropsychologie binnen de studierichting psychologie De genoemde formatieplaats wordt gefinancierd (voorlopig tot 1 januari 1984) uit het zogeheten "Kleine Instelhngen Pot", een fonds waaruit groeiinstellingen, zoals Tilburg, hun plannen tot uitbreiding financieren De Katholieke Hogeschool Tilburg heeft tot heden 8 formatieplaatsen ten behoeve van groeiinitiatieven uit die pot toegewezen namelijk ten behoeve van Bestuurlijke informatiekunde, Nieuwe juridische studierichtingen, Vrijetijdskunde. Sociale zekerheid. Onderwijswetenschappen, Bedrijfskunde/Organisatiekunde, Neuropsychologie COMMUNIQUE V A N DE HOGESCHOOLRAAD 9 DECEMBER 1982 (vervolg 5 Een motie van PSF, waarin de voorbereidende emancipatiecommissie bij haar werkzaamheden naast haar hoofdaandachtsgebied van vrouwen waar mogelijk ook aandacht schenken aan emancipatiebewegingen die in hun doelstellingen nauw verbonden zijn met vrouwenemancipatie, wordt met 17 stemmen voor en 5 tegen aanvaard Zonder stemming besluit de raad vervolgens een voorbereidingscommissie emancipatiezaken in te stellen 6 Een eerste beraadslaging vindt plaats over het initiatiefvoorstel tot wijziging van het Reglement van Orde ten behoeve van een rookverbod Daarbij stelt het College om dit voorstel terug te verwijzen naar de commissie Reglementen, aangezien het voorstel de feitelijke bevoegdheden van de Raad te buiten zou gaan Een voorstel van orde van de heer Jansen het voorstel nader voor te bereiden wordt met 5 stemmen voor en 16 stemmen tegen verworpen Het voorstel zelf wordt vervolgens met 13 stemmen voor en 8 tegen aanvaardt
A A N ALLEN M E T W I E IK SINDS 1965 HEB M O G E N SAMENWERKEN Onlangs heb ik bencht ontvangen van het A B P dat ik afgekeurd ben voor de functie van tweede secreta ris Dit betekent mijn definitieve vertrek van de hogeschool Omdat het mij met mogelijk is u allen persoonlijk te benaderen, wil ik u door dezen hartelijk dank zeggen voor uw steun en vriendschap gedu rende de afgelopen zeventien jaar H J M
Pieck
PRIJZEN EN SLUITINGSTIJDEN V A N HOGESCHOOLRESTAURANT GEWIJZIGD Op 2 december 1982 is de hoge schoolraad akkoord gegaan met de begroting 1983 van de afdeling Restauratie Voorzieningen, zij het met enige wijzigingen Dit heeft voor de gebruikers van de restauratieve voorzieningen de navol gende betekenis Met ingang van 1 januari 1983 wor den de prijzen van koffie thee melk, soep en nagerecht met f O 10 verhoogd Dus koffie, melk en soep wordt ^ O 40 thee f O 35 en nagerecht f 0,60 De prijs van de basismaaltijd wordt f 4 25 Tevens zullen nog en kele lunchartikelen in prijs stijgen, maar dat zal zeer gering zijn Vanaf 20 december zullen nieuwe prijslijsten bij de kassa's beschikbaar zijn Het restaurant is op vrijdag 17 de Gember a s alleen geopend van 10 00 14 00 uur Openingstijden van vrijdag 24 december t / m vrijdag 31 december 10 00 14 00 uur Tevens zullen er in deze week in ge bouw B geen koffierondes plaatsvin den MEDEDELINGEN V A N U I T DE DIENST PERSONEELSZAKEN 1 Wijziging bedragen woon werkverkeer Het ministene van Binnenlandse Za ken heeft met terugwerkende kracht tot 1 oktober 1982 nieuwe bedragen vastgesteld voor de tegemoetkoming van de vergoeding woon werkverkeer
Tilburgs Hogeschoolblad
Het bedrag voor de eigen bijdrage is van f 40, — gewijzigd in f 42, — per maand De vergoeding van de zoge naamde "kleine reiskosten" is van f 75,— verhoogd tot f 79,— per maand Op dit bedrag wordt een kor ting van 6 % toegepast i v m afwezigheid wegens vacantie, verlof e d De maximum vergoeding van de reis en pensionkostenbeschikking ongehuwd burgerlijk rijkspersoneel waar voor bepaalde werknemers in aan merking komen, is verhoogd van f 181,— per maand tot f 190, — per maand Ook hier vindt een korting van 6% plaats De trein en bustarieven zijn sedert 1 oktober 1982 ook gewijzigd Bij uw salaris van de maand december wor den de juiste bedragen woon werkverkeer aan u overgemaakt, waarbij een herberekening vanaf 1 oktober 1982 heeft plaatsgevonden 2 Interimregeling ziektekosten Bij u w salaris in de maand december wordt ook vergoeding interimrege ling ziektekosten aan u overgemaakt Over de toepassing van deze (veran derde) regeling bent u in het THB van 5 november 1982 uitgebreid geïnformeerd 3 Beëindiging werkzaamheden op 24 en 31 december 1982 Wellicht ten overvloede wijzen wij u erop dat op 24 en 31 december de hogeschoolmedewerkers om 16 00 uur hun werkzaamheden kunnen beëindigen conform de aan de hoge school bestaande regeling inzake bui tengewoon verlof 4 tnievenng vakantiekaarten U dient uw vakantiekaart zo spoedig mogelijk doch uiterlijk 25 december aan de secretaris van de faculteit c q uw diensthoofd toe te zenden door wie voor doorgeleiding naar de dienst personeelszaken wordt gezorgd De kaart dient voorzien te zijn van de nodige parafen van u w chef indien dit met het geval is wordt uw kaart teruggezonden U dient de vakantiekaarten die u op neemt tot 1 januari 1983 af te schrij ven op uw oude kaart In verband met de extra verlofdag van het jaar 1982, bent u in het THB van 10 september ervan op de hoog te gebracht dat deze dag op uw va kantiekaart van 1983 bij het tegoed over 1982 zal worden opgenomen Sommigen echter blijken deze extra
dag toch aangebracht te hebben op de vakantiekaart 1982 Wilt u hiervan dan via een briefje aan de kaart mei ding maken Getracht zal worden om u u w nieuwe vakantiekaart zo spoedig mogelijk te sturen via uw diensthoofd c q secretaris van de faculteit
GASTWISSELLEERSTOEL KHT De gastwisselleerstoel wordt bij toer beurt op voorstel van de (sub/inter) faculteiten bezet Voor de eerste keer IS op voorstel van de FEW benoemd van 1 februari tot 1 augustus 1983 prof D S G Pollock (Queen Mary College, Londen) Het zal gedurende het voorjaarssemester 1983 een college geven over "causaliteit in de sociale wetenschappen" Dit college heeft een interdisciplinair karakter en is daarom in beginsel aantrekkelijk voor doctoraal studenten van vrijwel alle studierich tingen en voor leden van de weten schappelijke staf Het college wordt afgesloten met een toets, zodat het als keuzevak in het doctoraal programma kan worden opgenomen Tevens kan voor het vak filosofie in de FEW vrijstelling van literatuur verkregen worden in overleg met de betrokken docenten Het onderzoek van prof Pollock ligt op economisch en methodologisch gebied Ongetwijfeld zijn er raakvlak ken met het onderzoek van stafleden aan de KHT, welke hopelijk maximaal wetenschappelijk profijt zullen trekken van zijn aanwezigheid hier BEDRIJFSEKONOMIE IV (ORGANISATIE) 2e SEMESTER De kolleges zullen plaatsvinden op de volgende tijden Hoorcolleges op woensdag in AZ 13 van 10 30 12 30 uur Te beginnen op 2 februan 1983 Werkkolleges op woensdag in AZ-5 van 15 30 17 30 uur, op donderdag in AZ-4 van 8 30-10 3o uur, in AZ 4 van 10 30-12 30 uur en in S Z 3 2 van 11 00 13 00 uur Avondkolleges op donderdag in AZ 4 van 18 30 20 30 uur I Alle werk en avondkolleges beginnen op 2 c q 3 februan 1983 Voor een beschrijving van de vorm en in houd van de kolleges wordt verwe zen naar de studiegids, pag E 41 Nadere informatie zal verstrekt worden in het hoorkollege van 2 februan U dient voor de werkkolleges in te te kenen tussen 3 en 14 januan 1983 bij mevr M Onderwater of mevr M M Mol bereikbaar op toestel (66)2315, kamer B 604 Ook avondstudenten dienen in te schrijven Dagstudenten kunnen eve neens deelnemen aan het avondkol lege, dat identiek zal zijn aan de andere werkkolleges Informatie omtrent groepsindeling wordt ad valvas gepubliceerd in gebouw A en zal worden verstrekt in het eerste hoorkollege
LITERATUURLIJST TWEEDE SEMESTER B A S I S P R O G R A M M A Basisprogramma Nederlands recht Over literatuur die in het tweede se mester van het studiejaar 1982/1983 aan bod komt in de kolleges van de avondopleiding m het basisprogram ma Nederlands recht kan op dit mo
ment het volgende worden vermeld Privaatrecht IA (burgerlijk recht) Literatuur zal worden bekendgemaakt via het eerste T H B , dat na de kerstvakantie verschijnt Privaatrecht IB (handelsrecht) 1) Van Oven Handelsrecht, publiek en pnvaatrecht, nr 34, Tjeenk Willink Zwolle 2) Pitlo/Lowensteijn Rechtspersoon, eerste druk 3) Syllabus Rechtspersonen en han delsvennootschappen, met bijlagen, verkrijgbaar in het dictatenmagazijn 4) Van Zeben/Sterk Arresten Han delsrecht en burgerlijk procesrecht, Tjeenk Willink, Zwolle 5) Van Zeben/Sterk Arresten burgerlijk recht, Tjeenk Willink, Zwolle 6) Wetboeken Boek II Burgerlijk wetboek. Wetboek van Koophandel Rechtsgeschiedenis I Zie de studiegids 1982 -1983, pagina R 31 Sociaal recht II Zie de studiegids 1982/1983, pagina R 30 Van H L Bakels, Schets van het Ne derlands Arbeidsrecht moet de zesde druk worden aangeschaft Rechtsfilosofie II Zie studiegids 1982/1983, pagina R 32 t / m R 34 Aanvullingen Thematische cursus Schellens, D F Mens en mensenrechten. Alphen a / d Rijn, Samson, 1981 (125 pag ) Diktaat A W W Rieter Om de men senrechten, Tilburg 1982, (biz 1 t / m 181 verplicht) Systematisch onderdeel Toevoegen Diktaat "Studiewijzer bij J W Harris" (rechtsfilosofie II) Staatsrecht II Zie de studiegids 1982/1983, pagina R 34 en R 35 Strafrecht II Zie de studiegids 1982/1983, pagina R 35 t / m R 37 REPETITIE-KOLLEGE STRAFRECHT Op dinsdag 18-1 1983 zal in zaal AZ 13 van 19 00 21 00 uur een repetitie kollege worden gegeven van strafrecht I door prof 't Hart en mr J Simmelink DIFFERENTIATIEPROGRAMMA NEDERLANDS RECHT EN VRIJE STUDIERICHTING Vanaf 10 januan a s zal op het faculteitsbureau (gebouw B, 9e etage) schriftelijke informatie verkrijgbaar zijn over het differentiatieprogramma van de studienchting Nederlands recht en van de vrije studienchting Het differentiatieprogramma vormt de laatste fase van het onderwijspro gramma nieuwe stijl in beide genoemde studierichtingen Het faculteitsbureau is geopend op werkdagen van 9 00 tot 12 30 uur De informatie bevindt zich in de kast op de gang bij kamer B 921 C O N T I N U E R I N G V A N DE AVONDOPLEIDING De besluitvorming met betrekking tot de continuering van de avondopleiding / deeltijdse opleiding zal worden afgerond in de raadsvergadering van donderdag 23 december a s (vanaf 9 30 uur m kamer B 705) Nadrukkelijk zij er in dit verband op gewezen dat, zo er eventueel een besluit tot stopzetting van de avon dopleiding genomen zal worden, dat slechts betekent dat er per 1983/1984 geen eerstejaars avondstudenten zul len worden opgenomen De huidige avondstudenten zullen hun studie in dat geval op de normale wijze kun nen voltooien
REPETITIECOLLEGE STRAFRECHT Op zaterdag 8 januari 1983 zal om 11 00 uur tot 12 30 uur een repetitiecollege pre-candidaats strafrecht worden gegeven voor avondstuden ten en wel in zaal AZ 6 Het college zal verzorgd worden door mr G Strijards OPENINGSTIJDEN BIBLIOTHEKEN EN LEESZALEN De bibliotheek van de jundische fa culteit (gebouw B) is, evenals het Bibliotheek Informatie Centrum en de centrale uitleenbalie (gebouw A ) , ge opend op werkdagen van 9 (X)-17 30
Daarenboven zijn op dinsdag en donderdag aansluitend geopend tot 21 00 uur het Bibliotheek Informatie Centrum (BIC) en, via het BIC, de Leeszaal Algemene Bibliotheek (LAB) In het BIC kan men terecht voor - de catalogi, bibliografische en andere naslagwerken - speciale collecties, zoals EEG en statistieken het gebruik van het Talenpraktikum aanvragen voor interbibliothecair leenverkeer, enz In de LAB-leeszaal bevindt zich o m een collectie verplichte literatuur voor alle studienchtingen Deze openstelling gedurende de avonduren geldt tot 1 juli 1983, met uitzondering van de week van Kerstmis tot Nieuwjaar en van Carnavalsdinsdag Tijdens de vakantieperioden (periode Kerstmis Nieuwjaar, zomervakantie) kan de openingstijd in een of meer leeszalen gereduceerd worden van 9 00 tot 13 00 uur wegens onvol doende beschikbaar personeel De bibliotheek is gesloten op zaterdag, op zon en feestdagen en op da gen waarop de KHT gesloten is Voor studenten die een rustige plaats zoeken om te studeren, is een studie zaal beschikbaar op de eerste verdie ping van gebouw 8 en een studiezaal in het sousterrain van gebouw A Deze laatste is toegankelijk op maan dag t / m vrijdag van 9 00 tot 23 00 uur en op zaterdag van 9 00 tot 16 00 uur
K U R S U S WIJSGERIGE ANTROPOLOGIE (FIL. Ill) De kursus Wijsgenge Antropologie voor 3e jaars sociologie studenten in het komende 2e semester zal worden gegeven door drs F van Peperstra ten Thema s zijn, ten eerste mens beeld en maatschappijkntiek, rond het begrip vervreemding, ten tweede de status van het mensbeeld en van de wijsgerige antropologie als geheel Er worden teksten besproken van Rousseau, Marx, Heidegger, Foucault en Habermas, middels hoor en responsiekolleges Literatuur A) 4 van de 5 teksten wor den opgenomen in de Reader Wijsgenge Antropologie, Fil III, 1982/1983, die eind januan in het dik tatenmagazijn verkrijgbaar zal zijn, b) van Foucault wordt het boek " T h e history of sexuality" Volume I A n Introduciton, Vintage Books, New York, 1980 behandeld Oorspronkelijk "La volonté de savoir". Paris 1976, c) verder behoort tot de tentamenstof R Bakker, "Wijsgerige A n tropologie van de 20e e e u w " , Van Gorcum, Assen 1981
17 december 1982
Studenten \ WINTERSPORT MET DE R.S.S.&A.C. Dit jaar biedt de Rotterdamse Stu denten Ski & Alpen Club alle Neder landse studenten wederom de moge lijkheid te gaan skiën in Zeil Am See. Evenals in voorgaande jaren heeft de RSS&AC weer plaats in haar beken de chalet in het Oostenrijkse Zeil Am See, vanaf 18 december 1982 tot eind maart 1983 ben je er van harte welkom. Het sneeuwzekere en gezel lige Zeil Am See is gelegen in uiter mate goed skigebied, alwaar de jon ge, sportieve skiër zeker aan zijn trek ken zal komen. De vele cabine, stoeltjes en sleepliften voeren de skiër naar de mooigelegen Schnitten höhe, een waar skiparadijs. Naast de goede skimogelijkehden zijn er in en om het centrum van Zeil Am See ge noeg aprèsski mogelijkheden. De kosten van het verblijf in ons cha let (op basis van halfpension) bedra gen f 160,— per persoon per week. Voor nadere inlichtingen en folders: Wintersport RSS&AC Postbus 4341 3006 AH Rotterdam Tel.: 010525484 na 20.30 uur.
RIJK SURINAME, ARME SURINAMERS II Suriname is rijk aan grondstoffen, waterkracht en produceert veel rijst. Maar veel Surinamers zijn arm, werk loos, slecht gehuisvest en hebben de lagere school niet kunnen afmaken. Over dit onderwerp de sociaaleko nomische situatie van Suriname or ganiseert de Solidariteits Beweging Suriname een serie van 7 thema avonden onder de titel "Rijk Surina
me, arme Surinamers II". Het is een uitgebreidere versie van de cyclus van vorig jaar over het zelfde onder werp. De avonden worden verzorgd door de werkgroep ekonomie van de SBS en hebben een informatief karakter, bestemd voor iedereen die geinteres seerd is in het wel en wee van Surina me. Elke dinsdag om de 14 dagen van 8 februari tot en met 3 mei komen ach tereenvolgens aan de orde: de so ciaalekonomische geschiedenis, de landbouw, mijnbouw en energie ont wikkelingssamenwerking, de sociale omstandigheden van de Surinamers, de Surinaamse vakbeweging en de Surinaamse kuituur. Omdat de serie een geheel vormt is het belangrijk de hele serie bij te wo nen. De avonden beginnen om 20.00 uur en worden gehouden bij de SBS thuis: Oude Gracht 237 in Utrecht. Er zijn geen kosten aan verbonden. Voor opgave en verdere informatie schrijven of bellen naar de SBS, tel. 03032866.
Van'a\ CURSUSSEN Het Rekencentrum geeft in januari de volgende cursussen: Introductie Computergebruik 13 ja nuari 1983 in CZ 34. Bestemd voor mensen zonder voor afgaande ervaring met computers. Geeft inleiding tot het 'jargon' en tot het computersysteem op het Reken centrum. Geen practicum. Terminalgebruik 14 januari 1983 in CZ 34. Bestemd voor mensen die enige er
varing met computers hebben of de Introductiecursus gevolgd hebben. Geeft een overzicht van de belang rijkste opdrachten om het bedrijfs systeem op de 2966 te sturen. Met practicum. SPCC 1720 januari 1983 in CZ 34. Bestemd voor mensen met enige er varing met computers (of introduc tiecursus), maar zonder ervaring met SPSS. Geeft overzicht van de invoer mogelijkheden van data in SPSS, de formatering van de uitvoer, en enkele eenvoudige procedure (Frequencies, Crosstabs). Met practicum. Fortran lAZJ januari 1983 in CZ 34. Bestemd voor mensen met enige computerervaring (of introductiecur sus). De taal Fortran 77 wordt behan deld: data typen, constanten, varia belen, intrinsieke functies, in en out put, DO loops, IFTHE N, routines, common blocks. Met practicum. De cursussen zijn van 9.30 tot 15.30 uur. Opgave bij het secretariaat van het Rekencentrum, C220, (66) 2240.
ALGOL 68 2427 januari 1983 Bestemd voor mensen met enige computerervaring (of Introductiecur sus). De taal ALGOL 68 wordt be handeld. Met practicum.
SKRIPT In het dubbeldikke themanummer van Skript, historisch tijdschrift (nr. 44) staat de cultuurcrisis centraal. 120 pagina's over de term cultuurcri sis als analytisch begrip, decadentie en Findesiècle, de Atheense crisis, cultuurcrisis en natuurwetenschap, de val van Rome, Duitse Heimatau teurs, de visies van Vico, Spengler en Huizinga op "cultuurcrisis" en het einde der tijden en een exclusief in
terview met de vermaarde Ameri kaanse historicus Carl Schorske (Fin desiècle Vienna). Los nummer: f 7,50. Abonnement (4 nrs.): f 15,00 te storten op giro 2624858 t.n.v. Stichting Skript (tijdschrift). Herengracht 286, 1016 BX Amster dam, o.v.v. "Skript abonnement 82 4". Uw postcode vermelden s.v.p.
Sport\ PENDRAGON Sportlessen: vanaf 20 dec. zijn er geen sportlessen meer in de studen tensporthal. In de week van 20 dec. is er wel weer mogelijkheid tot vrij in schrijven, maandag t/m donderdag. Tussen Kerstmis en Nieuwjaar, 27 dec. t/m 1 jan. is de sporthal geslo ten. In de week van 3 jan. kan er weer vrij ingeschreven worden. De sportlessen beginnen op maandag 10 jan. Atletiek: op dinsdag 21 dec. wordt er een looptraining georganiseerd in de Loonse/Drunense Duinen. Hiervoor kun je inschrijven op de lijst in de sporthal. Voor vervoer wordt ge zorgd. Vertrek vanaf de sporthal om 14.00 uur. Evenementen in December: 20 dec. Maandagavondzaalvoetbaltoernooi; 21 dec. zaalhockeytoernooi, zowel dames als heren; 22 dec. basketbal toernooi; 23 dec. volleybaltoernooi; deze activiteiten vinden allemaal plaats in de studentensporthal. Evenementen in januari: 2 t/m 9 jan. Lacoste Winter Tennis Toernooi; 10, 17 en 24 jan. Merlijn zaalvoetbaltoer nooi; ook deze evenementen vinden plaats in de studentensporthal.
Uit de Universiteits bladen
S TUDENTENZAKEN Nieuwe i ntroducti emedewerksters gevraagd leder jaar stromen ongeveer 1000 nieuwe eerstejaars studenten de hogeschoolgebouwen binnen. Een gebeurtenis die vele hogeschoolbewoners ongemoeid laat. Het is des te vreemder dat er voor deze mensen nauwelijks belangstelling bestaat (hooguit is er belangstelling voor de hoogte van het aantal inschrijvers), als je beseft dat de hogeschool juist aan de studenten zijn bestaansrecht ont leent. Meestal komt de belangstelling pas als er hopen mensen gaan afvallen. Maar in het algemeen wordt de persoon van de student pas interessant zodra hij in de doktoraalfase is aangekomen. Een groep mensen die zich het lot van de eerstejaars in ieder geval wel aantrekt, zijn de leden van de HIK de Hogeschool Introduktie Kommissie die elk jaar voor de eerstejaars een introduktie or ganiseert. De totale introduktie neemt twee weken in beslag, waaronder de kennismaking met de hogeschool is inbegrepen. Tijdens deze hogeschoolintroduktiedagen maken de eerstejaars kennis met de hogeschool en met elkaar. Hiermee proberen we de overgang van het beschermde middel bare schoolleven naar het onpersoonlijke, individualistische hogeschoolgebeuren te overbruggen. Gedurende de overige dagen worden die eerstejaars vertrouwd gemaakt met de fakulteit en de stu die (Fakulteitsintroduktie) en met de Schónste Stad in het Lènd (Tilburgintroduktie). De HIK, die bestaat uit een aantal studenten en twee medewerksters van de Dienst Studentenza ken en Welzijn, is vanaf februari met groot enthousiasme bezig met de voorbereidingen van deze dagen. Studenten, die zin hebben om dit jaar mee te werken, kunnen informatie krijgen bij de D.S.W., Marianne Moolenschot of Thérèse Sparidaens (kamer N 1, tel.: 662211). Het leukst vinden wij natuurlijk als mensen zich gelijk opgeven als toekomstig HIKlid.
De koffie in plastic bekertjes; leuk om vast te houden als je bovendien al helem aal ondergestopt bent m et stencil papieren en stikkers. Dan nog je eigen spullen; weekendtas en slaapzak om je nek respektievelijk onder de arm . De plak koek is erbij ingeschoten en de koffie was koud voordat ik een plaatsje kon vinden. Gelukkig waren er m eer zoals ik. Net zo onwennig. Zoekend of er m isschien toch nog een be kend gezicht tussen die m assa zat. Helaas. Dan m aar die aula in en op de hoek van de rij gaan zitten dan hoeven al die m ensen niet voor m ij op te staan. Die jongen m et die baard vond ik wel leuk praten. Ik heb altijd gedacht dat een rek tor m agnificus er veel deftiger uit zou zien. Die oudere m an, die van die sociale kontakten, was geloof ik een van de introduktiekom m issie. Hij was zijn button trouwens wel vergeten zag ik. Daar zal ik hem toch eens over aanspreken. Nou, dalijk even in de groep; ik ben benieuwd, een oudere eerstejaars (reaktie op vorige introduktie)
UKGRONINGEN Doctorandus wil eigenlijk zeggen; dege ne zie zich op de doctorstitel voorbe reidt. Promoveren dus. In het Groningse Universiteitsblad nieuwe informatie over de zaakSchwietert. Deze blijkt bij Pro fessor Lipschits op bezoek te zijn ge weest met het verzoek of de hoogleraar zijn dissertatie wilde begeleiden. Schwie tert was van plan te gaan schrijven onder de titel "De invloed van de massamedia op de Vietnamoorlog". Als Academische titel voerde hij aan een mastersdegree te hebben gehadld aan de Amerikaanse BerkeleyUniversity. In de Hogeschool raadsvergadering van 2 december jongstleden werd gesproken over de ver hoging van de mensaprijzen. In Gronin gen pakken ze het anders aan. Daar is het College van Bestuur akkoord gegaan met het plan van de ABVA/KABO . Het plan behelst een onderzoek naar het eventueel uitbesteden van de universitai re kantine naar een nietcommerciële or ganisatie. Het kantinepersoneel had de ABVA/KABO gemachtigd namens haar te spreken. Het CVB ging akkoord met het plan onder voorwaarde dat de bond in zou stemmen met de huidige reorgani satie van de kantines. Op de middenpagina een artikel over de toekomst van de werkstudent Twee op vallende zaken worden geconstateerd. "De dagen van de traditionele werkstu dent lijken .. geteld de wet twee fasenstructuur vergroot hun nadeel ten opzichte van de 'normale' studenten.
PERIODE 20 DECEMBER T/M 24 DECEMBER MAANDAG 20/12 Servische bonensoep groentesoep gehaktbal kaasvink tomaten witte boontjes met snijbonen postelein gekookte aardappelen div nagerechten DINSDAG 21/12 aspergesoep uiensoep rundergoulasch kerryragoQt mexicomix rauwkostsalade rijst of gekookte aardappelen div nagerechten WOENSDAG 22/12 tomatenpaprikasoep kippecrèmesoep konijnenrug met chasseursaus kip spruitjes, tuttifrutti aardappelpuree div nagerechten DONDERDAG 23/12 bruine bonensoep hamburger met currysaus gemengde sla appelmoes gebakken of gekookte aardappelen div nagerechten VRIJDAG 24/12 MENU V D DAG
Daarnaast is er.. sprake van een nieuwe categorie werkstudenten, namelijk de werkloze werkstudent, die je misschien eerder een gevangene in de fuik van de sociale wetgeving zou kunnen noemen." Het geven van een uitkering aan werkstudenten is een verkapte vorm van studiefinanciering. Je mag er niet over praten maar het gebeurt wel. Zowel de studentendecanen als de Gemeentelijke Sociale Dienst weigerden commentaar. THTNIEUWS In Twente heeft de Algemene Rekenka mer de nodige onrust veroorzaakt. Direk te aanleiding hiertoe was een eerder on derzoek van de Kamer waarin geconsta teerd werd dat de THT per student S'/i keer zoveel uitgeeft aan studentenvoor zieningen dan andere W O instellingen. Op basis van dit onderzoek kwam de vraag of het nog wel nodig is de campus als bestuurs en beheerseenheid te handhaven. Een commentaar: "de bijl staat aan de wortels van de THT als campus hogeschool". THDNIEUWS Veertien pagina's nevenactiviteiten. De studentassistent; het werkstudenten echtpaar; de bestuurder; de vakbonder; de actievoerder. Alles komt aan de orde. Hebben bepaalde nevenactiviteiten al leen voordeel voor degene die ze onder nemen of stijgt hun waarde daarboven uit? "De wetenschapper als ordinaire schnabbelaar" of "wetenschapper die regelmatig uit zijn ivoren toren klimt om voeling met de praktijk te houden"? L.v.W.
Tilburgs Hogeschoolblad
17 december 1982 ^ * J ' , * v'.V^^l? ^ Ï C »« ^ , ^ ■
=1*?*^.
^'Aj^^^i'*^^. i S9*»rlcK%»* 6^**.> ' fi#>^''ï: «^t/iA.'****» ^
fïüt^pOfc Filmhuis Tilburg met retrospektief op de Marx Brothers en Eisenstein Marx Brothers films in Filmhuis Tilburg: 'The Cocoanuts' 3 en 4 dec, Animal Crackers' 10 en 11 dec, 'Monkey Business' 17 en 18 dec. en 'Roomservice' 23 en 24 dec Eisenstein film in hetzelfde filmhuis: 'Iwan de Verschrikkelijke' deel 1 en 2, van 27 tot en met 30 dec. en van 3 tot en met 5 jan. \/oor wie naast de tentamens, feestelijkheden en/of andere drul<l(e werl<zaamtieden nog tijd over heeft biedt het Filmhuis Tilburg (Stadsschouwburg) de mogelijkheid om de kennis van de filmhistorie wat bij te spijkeren door de vertoning van een viertal Marx Brothers films en een 'late' van Sergey Eisenstein 'Iwan de Verschrikkelijke' (1944-1946). Beiden zijn van dermate groot filmhistorisch belang - i.g.v. de Marx Brothers met name de comedie - dat zonder hen de huidige cinema er wellicht iets anders uit zou zien. De films van de Marx Brothers vallen op door hun anarchistische benadering van de humor. Het illustere vijftal Groucho, Chico, Harpo, Zeppo en Gumma, waarvan de laatste twee snel afvielen, ontwikkelt in zijn films een mengeling van verbale grappen en slapstick, waarmee de kleinburgerlijke (amerikaanse) moraal te kijk wordt gezet. De vijf broers vormden een rijke voedingsbodem voor hedendaagse humoristische films, zoals die van het Monty Python team. Wat voor de Marx Brothers geldt, geldt daarmee ook een beetje voor Monty Python: het is je uit het hart gegrepen of het zegt je helemaal niets. De Russische cineast Eisenstein heeft zich voor eeuwig een plaats veroverd in de top tien lijstjes van beste films aller tijden met de film 'Pantserkruiser Potemkin'uit 1925. Hij is van belang vanwege zijn vernieuwende en nauwgezette aandacht voor de filmmontage. De Marx Brothers beleefden met hun films hoogtijdagen in de jaren dertig. De voornaamste karakteristiek van de film is dat Groucho Marx telkens voor de dag komt als versierder en groot ondernemer, maar daarnaast ook als de degene die met zijn scherpe verbaliteit anderen belachelijke maakt. Zijn broers de clown Zeppo en de demonische kleptomaan Harpo zetten daarbij de zaak voortdurend op stelten. Het succes van de Marx Brothers wordt wel eens in verband gebracht met de toendertijd heersende economische crisis. Deze gedachtengang veronderstelt dat in tijden van teruggang de behoefte naar amusement en in het bijzonder lachfilms - groter is. Deze gedachte wordt eens te meer gevoed door het feit dat de film 'Roomservice'uit 1939slechts weinig bijval oogstte. Ik denk echter dat er andere redenen aan te voeren zijn waarom het succes wat minder was. Ten eerste kwamen de Marx Brothers wat minder uit de verf omdat zij in deze film niet hun eigen personages en 'gags' speelden. Daarnaast raakte het publiek uitgekeken en uitgeluisterd op de grappen van Groucho en de anderen. Het is pas sinds kort dat de Marx Brothers, mede o.i.v. vertoningen door VPRO televisie, wederom in de belangstelling staan. De cinefielen e.a. kunnen nu zelf beoordelen of 'Roomservice' zoveel minder was dan de rest van de Marx Brothers films. Het programma van het Filmhuis waarvan The Cocoanuts (1929) en Animal Crackers (1930) inmiddels al vertoond zijn, biedt hiertoe een aardig overzicht. In Monkey Business (1931) raken de vier broers als verstekelingen in een ton aan boord verzeild van een ocea-
Tilburgs Hogeschoolblad
anstomer. De film 'Roomservice' (1939) wordt nu pas voor het eerst in Nederland vertoond. Groucho probeert hierin geld los te peuteren van zijn zwager voor een show. Hopelijk krijgen we binnenkort ook nog eens 'A night at the Opera' en 'A day at the Races' te zien (n.b. niet de platenhoezen van Queen). De Russische cineast Eisenstein vormt samen met zijn landgenoot Pudovkln de belangrijkste vertegenwoordiger van een stroming in de Sowjet-Cinema uit de jaren twintig aangeduid met 'formalisme'. Hiermee wordt een 'wetenschappelijke benadering van de film bedoeld. De centrale bezigheid van het filmmaken is de montage van de beelden. Met betrekking tot deze montage hebben Eisenstein en Pudovkin regels ontdekt (formalisme) hoe met een bepaalde opeenvolging van 'shots' een nieuwe werkelijkheid gecreëerd kan worden. Eisenstein spreekt in een van zijn essays van een dialektische opeenvolging van beelden: 'shot' a wordt opgevolgd door 'shot' b en dat moet leiden tot een nieuw idee c. Een dergelijke opvatting komt sterk overeen met marxistische doctrines die de dialektiek van maatschappelijke processen volgens mij als een axioma zien. Volgens Eisenstein moeten films en allerlei andere culturele vormen uitdrukkingen zijn van maatschappelijke vernieuwingen. De regels waaraan de maatschappij ten grondslag ligt moeten zich afspiegelen in films, toneel, literatuur etc. Films zijn daarmee organische grootheden, die het resultaat zijn van dialektische processen. Een voorbeeld ter verduidelijking: de effekten van montage zijn duidelijk te zien in het begin van elke aflevering van televisie programma 'Not the Nine O'Clock News'. In het eerste shot schiet Prins Charles met een handboog een pijl af. In het direkt daarop volgende shot zie je iemand, in een andere omgeving, vallen. Het verband tussen beide beelden is de grap. Overigens maakt bijna elke hedendaagse cineast gebruik van de 'truc', zoals die door Eisenstein c.s. ontwikkeld zijn. Voor het ontstaan van het 'formalisme' is een aantal redenen aan te voeren. Ten eerste was er direkt na de revolutie weinig filmmateriaal voor de 'filmstudenten' voorhanden. Wilden ze het vak toch enigszins onder de knie krijgen, dan moesten ze oudere films, van voor de revolutie, hermonteren of herschikken. Deze bezigheid leidde tot de ontdekking van een aantal waarheden rond het monteren van films. Daarnaast heeft de vestiging van een socialistische staat tot een aantal ideologische implicaties geleid m.b.t. film. Films waren nu onderworpen aan een aantal regels, cq. wetmatigheden. Het formalisme in zijn zuiverste vorm komt het best tot uitdrukking in de genoemde film 'Pantserkruiser Potemkin'. De film 'Iwan de Verschrikkelijke' dateert uit een later stadium van het leven van Eisenstein (1944-946). De kritiek op deze film schrijft dat de marxistische ideologie en het 'formalisme' die eerst voor veel creativiteit gezorgd hadden nu een verstarring veroorzaakten. De film bestaat uit twee delen - oorspronkelijk waren er drie delen gepland, maar door de dood van Eisenstein in 1948 ging de verfilming van deel drie niet door. 'Iwan de Verschrikkelijke' handelt
over de beruchtste tsaar die Rusland ooit gekend heeft. Eisenstein stelt hem voor als een eenzaam man waartegen allen samenspannen. Dit leidt tot veel wantrouwen en argwaan, dat zich uit in makabere en moorddadige uitspattingen. De vertoning van deel twee is tot 1958 verhinderd. De formele reden was het gebrek aan artisticiteit van de film volgens het Centraal Comitee. In werkelijkheid vertoonde het personage Iwan veel overeenkomsten met Stalin (overleden in 1953). Daarnaast gaf deze Iwan, voorgesteld als een ambivalente, zwakke, besluitenloze en diep tragische man, niet een heroïsch beeld van de Russische geschiedenis. Joop Teunissen V. Manen
M a r a n a t h a , 11.00 uur: Viering Eucharistie " I n verwachting zijn over je leeftijdsgrenzen heen".
NEDERLANDSCHE MIDDENSTANDSBANK, STATIONSSTRAAT 14
Tentoonstelling de Bekker
Joep
Tot en met 6 januari 1983. Openingstijden: maandag t / m dag 9.00-16.00 uur
M a r a n a t h a , 16.00 uur: Kerstkonsert Zuid Nederlands Kamerkoor. M A A N D A G 20 DECEMBER
vrij-
" J o e p de Bekker Is sinds 1960 als medisch illustrator werkzaam aan de Nijmeegse universiteit. Maar meer dan door het werk waarmee hij zijn dagelijks brood verdient is Joep de Bekker in het Nijmeegse bekend geworden door het tekenwerk dat hij in de "vrije sector" vervaardigt en door de spotprenten die hij sinds 1980 wekelijks maakt voor het K.U. Nieuws. ...Joep de Bekker is niet alleen een
Stadsschouwburg, 20.30 uur: Filmhuis " G o l v e n " . Pendragon, 19.30-24.00 uur: Zaalvoetbaltoernooi " M e r l i j n " . Olof, 18.00 uur: Maaltijd der vrouwelijke gastronomen. DINSDAG 21 DECEMBER Stadsschouwburg, 20.30 uur: Filmhuis " G o l v e n " . Ambassadebioskoop, 22.30 uur: Filmliga met "Tales of ordinary madness". Regie: Marco Ferreri. Italië 1982. Katholieke Hogeschool, 16.15 uur, aula: Promotie Drs. P.J.J.M, van Loon. Promotoren: Prof. Dr. P.A. Verheyen en Prof. Dr. C.S. Tapiero. Titel proefschrift: " A dynamic theory of the firm: production, finance and Investment".
(Jeugd steeds rechtser) tekening: Joep de Bekker
Vite-Congres Op 10 februari 1983 zal er een internationaal congres plaatsvinden op de Hogeschool georganiseerd door de Vereniging voor studenten Internationale Economie en Recht van de K.H.T. (VITE). Het thema van het congres Is "Labour Participation and some solutions tot Unemployment in an International Context". Er zal dus enerzijds aandacht worden besteed aan de medezeggenschap van werknemers en de ontwikkeling ervan In diverse landen. Hierbij zal met name het arbeiderszelfbestuur in Joegoslavië en de toepassingsmogelijkheden ervan in andere landen ruim belicht worden. Anderzijds zal worden nagegaan hoe mede internationaal verband de. problemen rond werkloosheid tot een oplossing gebracht kunnen worden. Het doel van het congres is, volgens de organisatoren, 'studenten, politici, vakbondsmensen en andere 'policy-makers' te stimuleren na te denken over de problemen rond deze twee onderwerpen en hoe en of een internationale coördinatie en harmonisatie tot oplossingen in deze kan bijdragen.' Er is een groot aantal bekende buitenlandse wetenschapsmensen uitgenodigd die als sprekers zullen optreden op het congres. Een aantal van de genodigden heeft al toegezegd te zullen komen, w . o . Prof. Dachter (Hochschule St. Gallen, Zwitserland), Prof. Dusic (Universiteit van Zagreb, Joegoslavië), Prof. Blanpain (instituut voor Arbeidsrecht van de Universiteit Leuven, België) en dr. Bollard (Intermediate Technology Development Group, Ltd. London). Het congres zal worden afgesloten met een forum, waaraan voornoemde sprekers zullen deelnemen. Prof. T h . Peeters (Universiteit van Leuven) zal gedurende de hele dag optreden als voorzitter. De kosten van het congres zijn als volgt: student-leden van VITE betalen f 10, — , studenten die geen lid zijn f 15, — , oudstudent-leden f 20, — en overigen f 25, —. Waar en tot wanneer men zich kan inschrijven voor het congres Is tot op heden nog niet bekend. J.T.
vaardig tekenaar. Hij beschikt over het talent om op een bijna charmante manier ook zeer navrante en omstreden onderwerpen onder de aandacht te brengen... Het milieu en het vraagstuk van de kernenergie hebben een duidelijke plaats in de gedachtenwereld van Joep de Bekker. Genadeloos is bijvoorbeeld zijn prent van het monument voor de gevallen bomen op het universiteits-terrein waarop betonkolossen de plaats innemen van het groen. Aangrijpend Is ook zijn "danse macab r e " rond de Plersonstraat aan het begin van ' 8 1 . . . ...Een direct aansprekend illustrator met gevoel voor h u m o r " . (Harry Janssen in de Gelderlander van9-10-'81)
Agenda
Katholieke Hogeschool, 10.00-21.30 uur: Symposium rond het thema "Kinderen tot lezen stimuleren". Org. Subfakulteit letteren i.s.m. schoolbegeleidingsdienst. WOENSDAG 22 DECEMBER Kultureel S e n t r u m , 20.30 uur: Filmzaal: "Die bittere Tranen der Petra von Kant". Regie: R.W. Fassbinder. Stadsschouwburg, 20.30 uur: Filmhuis " G o l v e n " . DONDERDAG 23 DECEMBER Kultureel S e n t r u m , 20.30 uur, theaterzaal: Exota met Poste Restante. Een voorstelling naar aanleiding van reisverhalen. Idee en script: Marianne Boyer/Heleen Verschuuren. Regie: TItus Muizelaar. Stadsschouwburg, 20.(X) uur: Nederlandse Opera Stichting met 'Cavalleria Rustlcana' van Pietro Mascagnl en 'I Pagllaccl' van Leoncavallo. Regie: Nicolas Joel.
VRIJDAG 17 DECEMBER
Stadsschouwburg, 20.30 uur: Marx Brothers In 'Roomservice' van de Amerikaanse regisseur William Seiter uit 1938.
Kultureel S e n t r u m , 20.30 uur: "Der Handler der Vierjahrszeiten". Regie: R.W. Fassbinder.
Olof: Slotfeest In Isreallsche sfeer. 22.00 uur: Optreden van Isreallsche volksdansgroepen.
Stadsschouwburg, 20.30 uur: Filmhuis " G o l v e n " van Anette A p o n uit 1981.
VRIJDAG 24 DECEMBER
Stadsschouwburg, 22.30 uur: Filmhuis Marx Brothers In 'Monkey Business'. Regie: Norman McLeod.
Kultureel S e n t r u m , 20.30 uur, theaterzaal: Exota met Poste Restante.
DECEMBER
ZATERDAG 18 DECEMBER Stadsschouwburg, 20.15 uur: " M a u d e Mix en Hanna Mae: een apart stel buren". Amerikaans blijspel van John Ford Noonan. Met Ina van Paassen en Yoka Berretty. Stadsschouwburg, 22.30 uur: Filmhuis: Marx Brothers In 'Monkey Business'.
Stadsschouwburg, uur: Antiekbeurs.
15.00-18.00
Stadsschouwburg, 20.30 uur: Filmhuis Marx Brothers in 'Roomservice'. M a r a n a t h a , 18.00 uur Gezinsviering Kerstmis. M a r a n a t h a , 22.00 uur Kerstviering 1982. ZATERDAG 25 DECEMBER
Stadsschouwburg, 20.30 uur: Filmhuis " G o l v e n " .
Stadsschouwburg, uur: Antiekbeurs.
ZONDAG 19 DECEMBER
TENTOONSTELLING
Stadsschouwburg, 12.30 uur: Kofflekonsert door de Spaanse pianist Manuel Diaz-Criado. Werken van Spaanse komponisten, waaronder Turlna. Org. S.M.E.T.
Schouwburggalerie: Van 20 december t / m 6 februari: " T w i n t i g vierkante meter Poppel", foto's van Dré van den Bogaard en Ernest Potters.
11.00-18.00
17 december 1982
VREEMDE NAMEN Een stad met naam als Tilburg zou niets zijn zonder een uitgeverij. Deze THB Literair evenmin en dus was daar de noodzaak kennis te maken met de mensen achter de schermen van Uitgeverij De Vrijbuiter, volgens onze informatie gevestigd aan de Spoorlaan op no. 450. Herinneringen bestonden nog aan een kon/likt op juridisch vlak dat ik van nabij meemaakte toen de huidige Vrije Boekhandel in Breda bij de opening in het fraai verbouwde winkelpand Veemarktstraat 40 besloot verder te gaan onder de naam "De Vrijbuiter". Dat was in 1976 en op beide winkelramen was door een bedreven grafikus in prachtig rode en zwierige letters de enigszins lyrische aanduiding "De Vrijbuiter" aangebracht. Toen kwam per telefoon de onheilstijding binnen. Er was 'n uitgeverij in Tilburg met dezelfde naam. Er werd met een proces annex dwangsomeis geschermd, voor het geval die naam niet onmiddellijk zou veranderen. Geïrriteerde verbazing hierover werd al snel ingewisseld voor een kloeke drang tot zelfbehoud, want Uigeverij De Vrijbuiter in Tilburg bleek zich onder andere toe te leggen op de uitgave van boekwerken aangaande de zinnelijke lusten, de kasteelrijke en maanvolle romantieken en de pittig geïllustreerde weekbladerij. Kortom, de naam "De Vrije Boekhandel" werd zonder enige verdere overweging weer geschikt bevonden en voldoende avontuurlijk bovendien. Enige vorm van verwarring met die "Tilburgse papierboeren" werd ongewenst geacht en daags daarna toog men dan ook aan de slag om de karmijnrode letters "BUITEN" te verwijderen met behulp van scheermesjes. Daarna werden ze door genoemde grafikus vervangen door de eveneens krul-
lige leti E BOEKHANDEL". We leven in de laatste week van november 1982. "Uitgeverij de Vrijbuiter, hebt u een ogenblikje?" Sinds ik samen met kollega P.P. een artikel schreef over de Hogeschool-telefooncentrale heb ik voor iedere telefoniste wel een jaar. En dat bleek maar goed ook. Na ongeveer negentien minuten geruis, getik en radioprogramma's op de achtergrond werd ik weer aangesproken. "Hallo?" "Ja, met het Hogeschoolblad. Ik bel u op met de vraag of het mogelijk is dat ik een dezer dagen
"Voor het Tilburgs Hogeschoolblad?" "Inderdaad, het THB." "Het boekennummer van het THB?" "Ja, een speciale kerst-editie over het boek in Tilburg. " "Kersteditie. Nou meneer, ziet u, we zitten hier nog volop in de Sinterklaasdrukte dus dat moet ik even vragen aan mijn klega. Heeft u een ogenblik?" Ook voor de heer Hrtfsgwrutris heb ik volop tijd. Na ongeveer acht minuten: "Mijnheer Verbilt, mijn klega is er momenteel niet, maar u kunt hem over een uur terugbellen schat ik. Is dat mogelijk?" "Altijd", ventileer ik. "Dan moet u vragen naar dunneer Hamlkgfdrtws, van de produktie afdeling, ja?" "Okay, prima. Kunt u me..." Bezettoon. Een uur later. "Uitgeverij De Vrijbuiter in Tilburg, goedemiddag." "Met van Gils van het THB, kunt u mij..." langskom voor een korte reportage over uw uitgeverij..." "Moment, ik zal u verbinden met de heer Mlkwrgsrgwtqrsirk." "Hallo, met Hrtfsgwrwutryis, produktieafdeling." "Dag meneer eh..., goedemiddag. Met van Gils van het Hogeschoolblad. Is het mogelijk dat ik een dezer dagen langskom voor een reportage over uw bedrijf, bestemd voor een speciaal boekennummer van het Tilburg Hogeschoolblad?" "En waarvoor is dat, als ik vragen mag?" "Voor het Tilburgs Hogeschoolblad"
Aantekeningen van een kamerbewoner
Méphisto door Koos Dalstra Rond kerst herleeft overal weer de oprechte belangstelling voor de duivel. Het kindeke in de wieg met zijn priemende katteogen blijft een bron van inspiratie voor al diegenen onder ons die hun ziel verkocht hebben aan de groene golven der moderne tijd en deze bij voorkeur doorbrengen in spoelbakken of gelijksoortige etablissementen, waar de hedendaagse jeugd haar miskramen viert. Zo ook in Tilburg, deze heerlijke stad, waar arbeidsplaatsen verdwijnen als sneeuw voor de zon en de vrouwen aanhebben wat ze willen. Niets is fijner voor een buitenstaander om het nachtleven van dit zuidelijke dallas te doorkruisen en wie goed oplet ziet de zwarte gleufhoed van de kunstredaktie van het nieuwsblad van het zuiden snel een patatje weghappen op het trottoir van het station omdat hij bang is op zijn bek te worden geslagen door zwervende jongens, die vrij goed zijn opgeschoten met hun brommers en meteen over iets anders beginnen te praten wanneer men hen behoedzaam nadert. Je zult de gleufhoed tegen twee uur 's nachts verkocht vinden aan komplotten tegen al die machthebbers, die voortdurend bommeldingen rondstrooien. Hij is niet voor één gat te vangen en weet precies hoe en waarom de russen morgen hier niet voor de deur staan. Natuurlijk moeten we het slikken dat er straks nieuwe generaties raketten worden geboren. Want onze grote broer aan de andere kant van de plas houdt ons nauwlettend in de gaten, laat ons eerst onder de voet lopen door de beer uit het oosten en trekt zich terug achter de pyreneeen. Olé. Een bruggehoofd heet dat. Of dacht iemand werkelijk dat het viadukt bij Zaltbommel de lucht in zal moeten, omdat het onze belangrijkste noord-zuid verbinding is. Niet in de kersttijd en zeker niet tijdens carnaval, nee, nee. Intussen zet de nieuwe barkeeper in het etablissement, - het meest moderne van heel Tilburgs Hogeschoolblad
"U belt voor de heer Ftgdsrwsethrep denk ik hè?" Wie durft daarop nog neen te zeggen? "Inderdaad mevrouw. Van de produktieaf deling." "Ja meneer ter Hilst, die is er nu niet, maar misschien kunt u zeggen waar het voor is? Dan wil ik wel een bericht achterlaten... of nee, kunt u misschien zelf terugbellen. Wacht, nee, ik zal UW telefoonnummer doorgeven aan de heer Frssssstwgqwrest, dan kan hij u altijd nog terugbellen. Zegt u het maar..." Dit is teveel voor mijn ordenend brein. Zonder nog iets te zeggen leg ik behoedzaam de hoorn op het toestel. Dat interview met de Vrijbuiter kunnen we maar beter vergeten. Via andere weg vernemen we dat de uitgeverij een weekblad in voorbereiding heeft onder de schuimende naam "Aktueel". Dat past toch wel beter in het kunstgebit van deze tijd dan die van het inmiddels ter ziele gegane periodiek "Rits". Redakteuren voor "Aktueel" worden kennelijk nog steeds gezocht. Maar wie eenmaal met "De Vrijbuiter" in zee gaat moet weten waar hij of zij aan begint. Er werken heel veel mensen met vreemde namen... Wouter van Gils
i
TILBURGS ...Want die rit naar Doorn was een rit naar het verleden van zijn familie, naar namen, doden, naar het Tilburg van de eeuwwisseling, naar wollen stoffen, agenturen, fabrikanten. Haar accent verdikte zich. Tilburgs moest het lelijkst uitgesproken dialect van Nederland zijn. Hij luisterde naar wat ze vertelde en sloeg het op. Later zou hij er over nadenken. 'Jouw moeder was bij ons niet repue. Je weet waarom?' 'Ze heeft het mij verteld.' Daar deed het accent hem aan denken: zijn moeder als die opgevvonden was. In Tilburg sprak het volk en de bourgeoisie dus hetzelfde.... (ontleend aan 'Rituelen' van Cees Nooteboom, pag. 40. Verschenen bij 'De Arbeiderspers', 1980).
Tilburg-, wat nieuwe muziek op. Rip, rap & panic. Snel kletsende dikke lippen doen ons beseffen, dat de tijden voorbij zijn dat een adelaar nog hoog in de alpen kon zweven en dat dit op zichzelf voldoende was. We nemen nog een slok en wenden ons weer tot de Zwitserse zoutbesprekingen. De gleufhoed is van mening dat ons kikkergebied een uitnemend proefterrein is voor het nukleaire theater. Natuurlijk, we zijn altijd een volkje geweest van kernachtige uitspraken en mooi weer spelen, terwijl buiten de storm giert. Wanneer zich twee dames melden met B-52 kapsels en hun knetterende sinterklaaslaarsjes tussen de glazen op tafel leggen, trekt de gleufhoed zijn kraag wat hoger op. Beleefd vraag ik of er nog wat wordt afgekraakt in deze lege stad. Mooie pandjesjassen en bazen heb ik voortdurend in de tegenoverliggende etalage kunnen bewonderen en nu ook weer, als één van de dames haar volle hand over de beslagen ruit laat glijden. Hij is er mee aan. Wil het over een andere boeg gooien maar het opspattend schuim van de dubbele martini voor hem maken dit gans onmogelijk. Er komt geen klacht over de belabberde toestand van de tilburgse kuituur over zijn lippen. We wachten totdat de jonge dichter weer uit de w.c. komt, waar hij zich moest terugtrekken met zijn tekst. Nu wordt het echt gezellig. Voordat we door de koude besneeuwde stille straten naar de enige echte discotheek trekken zal er nog voorgedragen gaan worden. Een blos op de wangen, het lichaam licht leunend tegen de witte muur na een zucht van verlichting stamelt onze poëet de eerst schamele woorden: oh wankle dame, oh wankle tak, ik wou dat ik uw bandje brak. We liggen beurtelings plat en dubbel. De avond wordt weer goed. Terwijl het moderne publiek aandachtig de haikus en rondelen beluistert over woelige wanda en wat dies meer zij, kijkt de gleufhoed schichtig naar de deur. Ik vraag hem of hij iets of iemand verwacht wat niet het geval blijkt te zijn. Ik besluit hem aan de tand te voelen en vraag of hij misschien denkt dat er op dit moment een dief onder zijn bed ligt of zijn vriendin elk moment haar biezen kan pakken, zodat hij het zonder deze nuttige zaken wel zal moeten rooien. Nee, ook dat is er niet aan de hand. Ik besluit nu zelf poolshoogte te nemen en exkuseer me niet zonder verdriet jegens de B-52 die verraderlijk dicht tegen me aan is komen zitten en wie het op de lippen staat geschreven dat ik haar iets doe of moet doen. Zodra de klapdeur achter me dicht valt verstomt het geroezemoes en zie ik mijn adem de kleine parkeerplaats opdrijven. Er staat slechts één mobiel geparkeerd, een rode bus, die ongetwijfeld van de brandweer moet zijn geweest, maar nu dienst doet als kamper of aandachttrekker. Van binnen komt een zacht geschrei, bijna een krassende 45-toeren plaat. Ik loop naar een deur en trek die open, maar hij zit op slot. De volgende geeft mee. Ik kijk naar binnen en daar, op een kussentje, de beentjes in de lucht, ligt een klein monster. Het hoofdje is blauw als het zwaailicht op het dak. Zodra het mij in de gaten heeft, gaat het bekje wijd open. Méphisto, ergens loeit een sirene. 17 december 1982
f