Skip to main content

1982 10 29

Page 1

Tllburgs Hogeschooiblad - 29 oktober 1982 - jaargang

er y

Hogeschoolraad schorst reglement

Proefpersonen verplichting van de baan Prof. dr. L. de Klerk, de voorzitter van het bestuur van de subfaculteit psychologie, en het wetenschappelijk personeel van deze subfaculteit, zullen minimaal 20.000 gulden uit hun budget moeten halen om aan proefpersonen te komen voor het v\/etenschappelijk onderzoek. Sinds donderdag 21 oktober mogen zij namelijk niet meer beschikken over studenten of gratis proefpersonen voor hun werk. De hogeschoolraad besloot om het Proefpersoonreglement te schorsen. Dit gebeurde op verzoek van de studentenraadsleden van de faculteitsraad die middels de hogeschoolraad om vernietiging van het besluit handhaving van het Proefpersonenreglement hadden verzocht. Een motie van de fractie Konstruktief, die aan de studenteneisen tegemoet kwam, werd met algemene stemmen aangenomen. Enkele dagen voor de hogeschoolraadsvergadering heeft het College van Bestuur met het bestuur van de subfaculteit psychologie nog een uitgebreide correspondentie gevoerd over deze kwestie. Het college heeft hieruit de con-

anderzijds wel blij dat hogere bestuurs organen zoals hogeschoolraad en College van Bestuur zich nu hebben uitgesproken over deze kwestie, zodat er enige duidelijkheid is ontstaan. Gezien het rumoer dat onder studenten van de subfakulteit is ontstaan om als verplichte proefpersonen te fungeren hebben de PvdA tweedekamerleden Worrell en Van den Ankers vorige week vragen gesteld aan de demissionaire minister Deetman van Onderwijs en Wetenschappen. Zij willen dat de bewindsman met een duidelijk statuut komt waarin de rechten en de plichten van de student zijn vastgesteld. De vragen zijn niet alleen gesteld naar aanleiding van de kwestie rond het Proefpersonenreglement in Tilburg, maar ook omdat in Nijmegen en Utrecht nog steeds een dergelijk reglement voor studenten in de psychologie van kracht is. De Vrije Universiteit in Amsterdam kende zeven jaar geleden ook een soortgelijk reglement maar dit werd onder druk van studenten indertijd afgeschaft. De Universiteit van Groningen heeft een Proefpersonenreglement nimmer gekend.

clusie getrokken dat het Proefpersonenreglement uitsluitend kan worden gezien als een onderwijsvoorziening en dat de deelname als proefpersoon niet wegens een hieraan verbonden beoordeling een examenonderdeel is. Daarmee ontbeert de bepaling waarin deelneming wordt voorgeschreven een wettelijke grondslag en Is deze voor de studenten niet verbindend. College van Bestuur - voorzitter mr. van Straaten stelde tijdens de hogeschoolraadsvergadering dat gezien de gevoerde correspondentie het besluit van het bestuur van de subfakulteit niet langer gehandhaafd kan worden daar dit besluit gedeeltelijk in strijd is met de wet. Het College heeft dan ook besloten het gewraakte bestuursbesluit te schorsen. Professor de Klerk heeft eerder laten weten niet helemaal te willen vasthouden aan het Proefpersonenreglement maar is

Voorwaardelijke financiering in de praktijk. Zijderveld gewipt als voorzitter van de onderzoekscomnnissie.

De telefooncentrale Een nieuwe aflevering in de rubriek 'Werkwaardig'. Momentje, ik verbind u door...

6/7

Jan Pronk was gastspreker op het IVO-symposium. Een interview en een verslag.

A.v.d.B.

Mt

Universiteiten moeten dubbel

De Nederlandse universiteiten en hogescholen hebben en bloc protest aangetekend tegen de bezuinigingen die het toekomstige kabinet Lubbers voor het onderwijs in petto heeft. De voorzitter van het College van Bestuur van de Amsterdamse Vrije Universiteit, drs. H. Brinkman, heeft namens de universiteiten en hogescholen een telegram gestuurd aan de heren Scholten, Lubbers en Nijpels en

daarin zijn verontrusting uitgesproken over de plannen om op de invoering van de twee-fasenstructuur nog eens 50 miljoen te bezuinigen. Volgens de universiteiten is deze extra beknotting in strijd met de belofte van minister Deetman om te voorkomen dat er tot en met 1987 naast de al aangekondigde bezuinigingen van 285 miljoen gulden en ongeveer drieduizend ar-

en rt beidsplaatsen ingeleverd. Bovendien, zo schrijft Brinkman, zijn de bezuiniging op de invoering van de tweefasenstructuur al eerder in de financieringsplannen, het zogeheten Algemeen Financieel Schema, gekort. "Er is hier dus sprake van dubbel bezuinigen", meent Brinkman namens de Permanente Plannings Commissie van de Nederlandse universiteiten.

Sturing van 8/9 onderzoek zou wel eens sanering van het wetenschappelijk corps kunnen betekenen. Onduidelijkheid en onzekerheid zijn troef.

T.G.

Introduktie Vrouwenoverleg Op donderdag 9 november organiseert het Vrouwenoverleg in samenwerking met de diverse faculteitsgroepen een introductie avond voor studerende vrouwen van alle faculteiten. Vrouwen die willen weten waarmee de diverse groepen bezig zijn, die zelf aktief willen worden of die zich verloren voelen op de Hogeschool en behoefte hebben aan een ondersteuningsgroep, worden hiervoor uitgenodigd. Er wordt een film vertoond over barrières die vrouwen aan de universiteit tegenkomen. Daarna wordt er in groepjes per faculteit gepraat. Aanvang 20.00 uur in de portrettenzaal van de Tilburgse Hogeschool (tegenover de Aula). Gebouw S is vorige weel< op feesteiijlte wijze geopend. De binnenplaats leent zich uitstekend voor het geven van muziekconcerten in de open lucht.

Negatief advies AR over verhoging collegegeld Afgelopen maandag 25 oktober kreeg de minister van Onderwijs en Wetenschappen een negatief advies van de Academische Raad over zijn voornemen het Collegegeld voor W . O . studenten te verhogen. De AR acht een verhoging van 750 gulden tot 1026 gulden onverantwoord. Zolang er geen "adequaat stelsel van studiefinanciering" tot stand is gekomen. Op zo'n stelsel is in het verleden reeds herhaaldelijk aangedrongen. Volgens de AR brengt de verhoging van collegegelden de toegang tot het W . O . voor steeds meer groepen in gevaar, terwijl ook de verwachte inkomenspositie van afgestudeerden verslechterd is. Het CvB van de Hogeschool heeft in september ongeveer in dezelfde lijn gereageerd op de plannen van de minister.


MATSERTJES

BRIEVEN

KOLOFON

PERS

feaKtionai, "Reaktionair" is een rubriek waarin reakties van lezers worden geplaatst. Naam en volledig adres van de schrijver(s) dient bij de redaktie bekend te zijn. Anonieme brieven verdwijnen in de prullemand.

Polek 10 jaar In het THB van 1 oktober 1982 schenkt Rik Hendriks aandacht aan het 10-jarig bestaan van de werkgroep Polek aan de hogeschool. Met enige weemoed haast wordt terug geblikt op enige spektakulaire momenten uit de Polekgeschiedenis. Rechtszaken en bezettingen passeren de revue. Hier tegenover wordt het huidige funktioneren van Polek gesteld: " D e aktiviteiten van Polek bevinden zich nog slechts in de beschouwende theoretische sfeer." Is Polek van strijdbare aktiegroep tot een erkende en ingekapselde studiegroep geworden, zo vraagt Rik zich af. Op deze vraagstelling willen we als werkgroep Polek graag ingaan. Het is opvallend, dat in het artikel van Rik een ons inziens nogal vreemde tegenstelling wordt gekreëerd tussen spektakulaire akties enerzijds en inkapseling anderzijds. Blijkbaar heeft Rik een ander idee van strijdbaarheid dan onze werkgroep. Een kernpunt van Polek is, dat studenten daarin proberen hun onvrede met de studie en hun positie als student om te zetten in verzet. We willen onze studie niet slechts laten bepalen door de kaders van de burgerlijke wetenschap. Om op een

Uit de Universiteitsbladen UK GRONINGEN Zoals bekend waart aan de Tilburgse Hogeschool al enige tijd een affiche-trekker rond. Deze onbekende maakt er een hobby van affiches van progressieve Tilburgse groeperingen te doen verdwijnen. Sinds kort kent ook Groningen een dergelijk verschijnsel. Ging een aantal weken het PSP-archief in vlammen op, in de nacht van vrijdag op zaterdag was het archief van de Groninger Studentenbond aan de beurt. Is hier een reactionaire terreurgroep aan de gang? Het OudStrijdersLegioen (OSL) vergaderde onlangs in het Cultureel Sentrum ' 'De Flint''. Groningse hoogleraren spraken op die bijeenkomst. In de visie van de OSL is alles links van de PPR, het IKV en anti-kernenergie- en milieubeweging een gevaar voor de democratie. "Wij, de OSL-ers, doorzien de vermommingen van het rood-groene volkje en staan samen met de jongens die hun lijf en leden inzetten in de mobiele eenheid en samen met de dappere officieren die pal staan voor de bewapening en in dit land waar de verloederde politici defensie het liefst zouden wegbezuinigen, voor de parlementaire democratie." Nou, ja.' THT-NIEUWS In Enschede is een beroepszaak door een Tilburgs Hogeschoolblad

progressieve wijze met de studie om te gaan, kun je allerlei akties voeren om ruimte binnen die studie af te dwingen. Deze akties zijn dan altijd gericht op besturen e.d., die bepaalde eisen in moeten willigen. Je kunt echter soms ook die strukturen negeren door zélf die ruimte te kreëren en aan de slag te gaan. Hierdoor voorkom je institutionalisering en bereik je soms direkter wat je wil zonder eerst allerlei akties te voeren, die je altijd weer terug voeren naar de officiële besluitvormingsorganen. Aktie voeren en inkapseling zijn dus geen zaken, die strikt tegenover elkaar staan. De strijd van Polek wordt al 10 jaar bepaald door het voortdurend zelf proberen te bepalen van de inhoud van je studie. In scholings- en studiegroepen van Polek proberen we te breken met de burgerlijke wetenschap en de vervreemde vormen, waarin ons deze aangereikt wordt. Natuurlijk maken we gebruik van de marges, die het studieprogramma ons biedt maar we laten ons daar niet door bepalen. Is het funktioneren van Polek dan iets wat zich in eigen kring afspeelt? Nee, de politieke ekonomie is juist gericht op groepen, die in de gangbare wetenschap niet aan bod komen. Zo houdt onze werkgroep lezingen en scholing voor b.v. vakbondsleden en WAO-groepen en proberen we hun aktiviteiten te ondarsteunen. Hoewel het soms moeilijk is om uit je opgelegde positie als student te treden, proberen we de ivoren toren van de wetenschap niet slechts te bestrijden. Door ons ook op de hogeschool te manifesteren, maken we duidelijk, dat er een radikaal alternatief mogelijk is. Dit blijft voor de gevestigde wetenschappers een bedreiging; of we hun kamers nu bezetten of niet. Dit uit zich onder andere in kleine pogingen tot intimidatie b.v. problemen met de huisvesting, afficheregelingen e.d. en

student gewonnen. Net als in Tilburg bestaat daar een College van Beroep van Examens. Student Bestuurskunde Van Dam ging in beroep tegen het vervallen van zijn propadeuse-cijfers. Het beroep is gegrond verklaard en dat betekent dat ervoor gezorgd wordt dat alle door Van Dam behaalde tentamens geldig blijven. Deze uitspraak schept een precedent voor de overige 21 bestuurskundestudenten die in dezelfde positie als Van Dam verkeren. Het Student-Overleg Bestuurskunde wil nu proberen met deze groep tot een "collectieve minnelijke schikking" te komen. De reden voor het gegrond verklaren lag in het feit dat het CBE meent dat het vervallen verklaren van de propadeuse-cijfers (indien P niet na 1 jaar behaald is) op gespannen voet verkeert met de Wet op het Wetenschappelijk Onderwijs, "welke gedachte inhoudt dat met goed gevolg afgelegde examenonderdelen in beginsel hun waarde blijven behouden". QUOD NOVUM Vorige week berichtten we over de sanering van de bijbaantjes van wetenschappers, deze week valt er in Rotterdam kritiek te beluisteren over de bijbaan van een burgemeester. Drs. Luigi van Leeuwen, burgemeester van Capelle aan den IJssel, is ondanks verzet vanuit de Erasmus Universiteit en vanuit zijn gemeenteraad benoemd tot wetenschappelijk medewerker bij de vakgroep Openbare Financiën. De kritiek spitste zich toe op

niet te vergeten de talloze kleinzielige opmerkingen in de kollege's over Polek en PEMO. Een andere manier van wetenschapsbeoefening zal nooit echt erkend worden op deze KHT. Daarnaast wordt door de nieuwe invoering van de twee fasenstruktuur geprobeerd om het studenten domweg onmogelijk te maken om hun studie zelf vorm te geven, maar dat is een verhaal apart... Als jullie aandringen willen we wel eventjes de TH B-kamer komen bezetten. Gewoon even dollen. We snappen ook wel dat dat leukere stof voor artikeltjes levert dan "theoretische beschouwing". Werkgroep Politieke Ekonomie.

Wisselautomaten De nieuwe wisselautomaten in de koffiekamer zijn op zich erg nuttig, maar werken in twee fasen, op het moment, dat je je gulden er hebt ingemoffeld. De eerste fase, ook wel de koperen fase, bestaat uit het gerinkel van 5 stuivers. Omdat je denkt dat je nu hebt wat je wilde hebben, duik je met je hand in de klep. Op dat moment begint dat apparaat alweer te rinkelen en een ogenblik denk je, dat je de jackpot hebt gewonnen. Maar deze gedachte houdt niet lang stand, want na het tellen merk je dat je voor je gulden inderdaad 3 kwartjes en 5 stuivers hebt gekregen. Daar begint voor vele studenten het probleem van de uitpuilende beurzen. Uitgaande van 3 bekers koffie per dag, hou je per week een 20-tal van die koperen rotmunten over. Voor de choco-freaks onder het studentenvolkje is de situatie nog erger. 3 Bekers choco per dag betekent een wekelijks positief saldo van 25 stuks koperswerk. Oplossingen: we schenken al dit koperwerk aan ons

het door hem verdiende extra-inkomen. Dit zou moeten worden teruggestort in de gemeentekas van Capelle. Een ander punt is dat Van Leeuwen een baan bezet houdt van een werkeloze academicus. De burgemeester kaatst de bal terug en legt de verantwoordelijkheid bij de vakgroep, "De volksgezondheid is een varken dat zijn eigen voedsel kan maken. Het Ministerie van Volksgezondheid is volstrekt incompetent: 3800 ambtenaren kunnen in negen rrmanden nog niet uitrekenen wat ik in vijf minuten kan op de achterkant van een luciferdoosje". Aan het woord is Prof. dr. Greep, decaan aan de Limburgse medische faculteit, die een zaal vol studenten en medewerkers van

vervolg op pagina 10

s e r t j e SI 'Matsertjes' kunnen worden opgegeven bij de redaktie. Tot 30 woorden kosten ze / 5,-; onder nummer ƒ 2,50 extra. Reakties op advertenties onder nummer naar de redaktie sturen. Piano stemmen? Arie A. Keijzer "Vakman-stemmer op het gehoor". Ook voor: onderhoud, revisie, taxatie en advies. Tel. 01860-17998. Woonruimte: In welk gezellig vrij huis komt per 1 december woonruimte vrij voor meisje van 25 jaar. Reakties: tel: 030-315282. 29 oktober 1982

vadertje staat, zodat de crisis binnen enkele jaren is opgelost; we gebruiken het overtollige koper, om de ontwikkelingslanden uit de problemen te helpen; we vullen het kaartpotje van opa en oma; er wordt een dependance van het postkantoor geopend in elk van de op de hogeschool aanwezige koffiekamers; men breidt het arsenaal apparaten uit met een wisselautomaat, die 5 stuivers omzet in een kwartje, 20 stuivers in een gulden. Er moet iets gedaan worden om de student te beschermen tegen deze verregaande vorm van "2-fasenstruktuur" bij de wisselapparaten. Zo niet, dan zal de student de steeds groter wordende stuiverlast onmogelijk kunnen meedragen en verzinken in een koperen ellende. Koperen Kareltje

tilburgs hogeschoolblad weekblad voor de katholieke hogeschool tilburg redaktie eddie vaes (hoofdredakteur) twan geurts, lennart kik ellen nooyen, angela lodder (assistente) medewerkers paul emonts, woulei van gils, peter pennartz, henk zomer, wilma okkerse, sjef stoop, klaudie biemans, john versieyen samenstelling redaktieraad prof mr p van seters (voorzitter), drs j koning, dr h van erp, drs j van de net, f hummelman, m ackerfnans (adviseur), t nilsen, r geurtsen, a de laaf, drs th schouw officiële mededelingen buro pers en voorlichting cartoonist. ad van haandel henk van de berg advertenties angela lodder kopij alle kopij moet uiterlijk op donderdag de week vóór het verschijnen in het bezit van de redaktie zijn redaktie-adres/advertenties hogeschoollaan 225, tilburg, telefoon (alleen voor thb) 662277 en 662506 intern 2277 en 2506 kamer 207 en 208 (gebouw b) foto rien siers landelijk samenwerkingsverband universitaire pers (up) waarbij verder aangesloten ad valvas (vu amsterdam), wagenings hogeschooiblad, utrecht universileitsblad, thd-nieuws (delft) th-berichten (eindhoven) tht-nieuws (twente) en observant (maastricht) uk (groningen) ku-nieuws (nijmegen) druk drukKerij em de jong bv baarle-nassau vormgeving Willem van zoetendaal abonnementen voor niet hogeschoolleden f 15,- per jaargang

B


Heibel bij de sociologen

«cj

Voorwaardelijke financiering in de praktijk De ingewijden in de dageiijkse gang van za/(en binnen de subfakuiteit Sociale Wetenschappen kan het niet ontgaan zijn dat de anders zo vief e Prof. Zijderveld op de studiedag van de subfakuiteit van 20 oktober een wat matte indruk achterliet. Die matte indruk had overigens geen betrekking op zijn muzikale bijdrage in de pauze, maar op zijn bijdrage in de discussie over 'De sturing van het so ciaal- wetenschappelijk onderzoek'. Zijn geponeerde stellingen bevatten nogal wat stekeligheden aan het adres van de Hogeschool en met name naar de subfakuiteit Sociale Wetenschappen. Hij pleitte er voor, dat het nieuw te vormen zwaartepuntenbeleid een instellingsbeleid zou moeten zijn. Hij vond, dat de diverse fal<ulteiten van de Hogeschool veel te laat v\/aren ingesprongen op de nieuwste ontwikkelingen. Ten aanzien van de subfakuiteit Sociale Wetenschappen verdedigde hij de stelling, "dat één van de belangrijkste en moeilijkste taken in de toekomst de evaluatie wordt van het voorwaardelijk onderzoek. Ook daarin zal de onderzoekscommissie initiatieven moeten ontplooien. Aangezien het principe van de 'judgement by peers' voorop zal moeten staan, zal deze commissie slechts naar behoren kunnen funktioneren in deze, indien zij qua samenstelling een gezaghebbend karakter draagt". Hierop liet hij volgen, dat naar zijn inzicht niet genoeg garanties aanwezig waren binnen de subfakuiteit, dat de huidige kommissie voldoende gezaghebbend karakter zou bezitten. "Ik wil niet eindigen met ressentiment", aldus de spreker, "maar ik hoop, dat er nu spoedig inhoudelijk samengewerkt gaat worden". Niet mis te verstane opmerkingen, die wat duidelijker worden, als we eens een kijkje achter de schermen gaan nemen bij de gang van zaken binnen deze subfakuiteit. In het kader van de Voorwaardelijke Financiering namelijk is hier sinds juni 1981 hard gewerkt om in te springen op de veelomvattende veranderingen van de financiering van sociaalwetenschappelijk onderzoek. Prof. Zijderveld speelde hierin een belangrijke rol.

VOORZIHER ^ H ^ ^ ^ H ^ H Hij was namelijk tot voor kort voorzitter van de onderzoekskommissie binnen de subfakuiteit Sociale Wetenschappen. Een dergelijke kommissie houdt het hele onderzoeksbestand van een fakulteit in het oog en adviseert daaromtrent de fakulteitsraad. Toen in '79 het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen de Beleidsnota Universitair Onderzoek (BUOZ) uitbracht, was dat voor de toenmalige onderzoekskommissie aanleiding een rapport te schrijven ("Orde op zaken"), dat in juni 1981 het licht zag. Zijderveld: Zacht uitgedrukt was het met betrekking tot de onderzoeken binnen de subfakuiteit een zootje ongeregeld. Hoewel de BUOZ aanvankelijk maar lauwe

Tilburgs Hogeschoolblad

reakties opriep op de Tilburgse Hogeschool, was het voor mij een prima gelegenheid om orde op zaken te stellen. Wij namen die BUOZ serieus, omdat er aanwijzingen waren, dat die aangekondigde voorwaardelijke financiering er nü wel zou komen. In de BUOZ wordt, kortgezegd, aangekondigd, dat universiteiten in de toekomst een zwaartepuntenbeleid moeten gaan voeren en wel binnen strakkere strukturen en vantevoren door de fakulteitsraad opgestelde kriteria, met name wat betreft de evaluatie. Waar subsidiëring van universitair onderzoek vooral nog plaatsvond in het kader van 'opslagfinanciering' (veel vrije ruimte voor onderzoek en verantwoording achteraf), zou dit in de toekomst veel meer aan strukturele, wetenschappelijke en maatschappelijke kriteria gebonden gaan worden. Vandaar het begrip 'voorwaardelijke financiering'. Volgens de BUOZ zou de opslagfinanciering van 9 3 % van het totale financieringsbedrag voor universitair onderzoek in 1979 teruggebracht moeten worden tot 50% in 1990, terwijl de voorwaardelijke financiering in 1990 al tot 35% van dit bedrag moet zijn opgelopen. Kortom, een grotere greep op het universitaire onderzoek, ook wel als 'vermaatschappeling' aangeduid. Hiertoe worden ook de nodige organisatorische aanpassingen op stapel gezet. Opvallend daarbij is de grote greep, die het fakulteitsbestuur op het onderzoekspakket krijgt. Een onderzoekspakket, dat wél moet passen binnen de landelijk door de desbetreffende sekties van de Academische Raad af te spreken zwaartepunten. Bovendien moet het onderzoekspakket voor financiering worden voorgedragen aan de landelijke Stichting Zuiver Wetenschappelijk Onderzoek (ZWO), die hiervoor een nieuw jasje krijgt aangemeten. Konkreet houdt dit in, dat vakgroepen binnen en buiten een fakulteit moeten gaan zoeken naar een inhoudelijke samenhang tussen diverse onderzoeken, samen te brengen in een zwaartepuntthema. Met dit voor ogen organiseerden Zijderveld CS. op 25 juni 1981 een studiedag voor de hele wetenschappelijke staf van de sociale fakulteit, waar de heer Jolles van het ZWO een en ander nog eens uitvoerig toelichtte. De opzet van deze dag was, dat medewerkers uit de diverse vakgroepen bij elkaar zouden gaan zitten en zouden gaan proberen diverse onderzoeken tot een samenhangende thema te brengen. Onder aanvoering van Prof. Adriaansens toog een eerste werkgroep onmiddellijk aan de slag en zij bracht onder de naam 'Solidariteit en de verzorgingsstaat' een zestal lopende onderzoeken bij elkaar tot één programma, programma A genaamd. Dit programma richt zich met name op het spanningsveld van de ontwikkeling van solidariteit en solidariteitsvormen in de krisis van de verzorgingsstaat. In tegenstelling tot de vaak ekonomische benadering van de krisis, legt dit programma uitdrukkelijk prioriteit bij de kultuur-sociologische vraagstellingen. Een tweede werkgroep kwam echter pas op gang, toen in mei van dit jaar de Beleidsnot Voorwaardelijke Financiering uit kwam, waarin wordt voorgesteld de voorwaardelijke financiering al op korte termijn in te voeren. Zijderveld: Ze konden toen nog snel enkele vergaderingen beleggen en vooral door veel werk van Prof. Van Dijck en Prof van Wezel is er inderhaast nog een

prof. Zijderveld: gewipt

programma uitgerold. Dit B-programma onder de naam 'Vervlechting en besturing in de verzorgingsstaat' bestaat uit twee deelprogramma's. Het eerste deelprogramma legt het aksent op de ekonomischsociologiesche problematiek van de verzorgingsstaat, terwijl het tweede deelprogramma meer de organisatie-sociologische aspekten van besturing en beleid inzake de verzorgingsstaat centraal stelt. Belangrijke begrippen zijn hier de vervlechting tussen beleidsorganisatles en de besturing van de moderne ontwikkelingen in de verzorgingsstaat. Tenslotte werd nog een C-programma opgesteld, 'Theorie en methoden met betrekking tot programma's A en B', welke bedoeld is als ondersteuning bij de Theoretische en methodologische onderbouwing van de eerstgenoemde programma's. Alle 12 in deze drie programma's samengebrachte onderzoeken zijn opgehangen aan de kapstok "Sociaal Culturele Verandering in de Moderne Samenleving".

SLAANDE DEUREN I Dat haastwerk niet altijd garant staat voor kwaliteit, bleek uit de vergadering van de onderzoekscommissie-oudesamenstelling van 5 augustus, waar student-lid Ruud Luykx zich genoodzaakt voelde witheet de vergadering te verlaten. Stukadoorwerk en deuren van gebouw S werden danig op de proef gesteld. Luykx: Al eerder hadden we onze kritiek gespuid, vooral op de programma's B en C. Maar ondanks een herschrijving van deze programma's bleef het volgens ons los zand. Ik kon de kritiek in die vergadering echter niet kwijt, omdat er niet inhoudelijk over werd gediskussiëerd. De voorzitter was alleen maar geïrriteerd over onze kritiek. Toen ben ik opgestapt. Zijderveld: Ja, ik was vooral geïrriteerd, omdat er in de hele onderzoekskommissie geen enkele waardering af kon voor het vele werk dat er was verricht. Zo dien je niet met elkaar om te gaan, heb ik toen gezegd. Achtergrond van deze wrevel bij diverse leden van de kommissie en waarschijnlijk bij vele onderzoekers binnen de subfakuiteit, is de duidelijkheid over de ministeriële kriteria voor een goedkeuring van de diverse onderzoeksprojekten. Als namelijk de minister vindt, dat bepaalde ingediende onderzoeksvoorstellen niet voldoen aan de kriteria van samenhang, worden de desbetreffende onderzoeken niet gefinancierd. Dit kan uiteraard zeer nare konsekwenties hebben. Personeelsinkrimpingen zijn al aangekondigd en vooral jongere onderzoekers zullen er weinig voor voelen via deze voorwaardelijke financiering afgevloeid te worden. Gekoppeld aan de haast, waarmee deze klus is aangepakt, leidde een en ander tot dit incident, dat intussen overigens is bijgelegd. In september moest er door de fakulteitsraad een nieuwe onderzoekskommissie

worden samengesteld. Het bestuur adviseerde de raad in ieder geval Zijderveld en Segers uit de 12 kandidaten te kiezen. Zij deed dit, gelet op de belangrijke rol van vooral Zijderveld totnutoe en met het oog op kwaliteit en kontinuïteit van de kommissie, die de komende jaren haar belangrijke funktie binnen de fakulteit zal behouden. Maar de raad besliste anders en koos Zijderveld niet, waarop ook Segers kenbaar maakte zijn kandidatuur in beraad te houden. Zijderveld: Uit een gesprek met dekaan Prof. Frinking heb ik begrepen, dat ik te weinig sturend zou zijn opgetreden naar de twee werkgroepen toe. Maar dat begrijp ik niet. Ik heb enorm hard aan die kar getrokken en op uitdrukkelijk verzoek heeft de onderzoekskommissie zich terughoudend opgesteld na die studiedag. Tenslotte heb je met volwassen mensen te maken. En achteraf wordt dit dan bekritiseerd. Wat Zijderveld vooral steekt, is dat de fakulteitsraad zich onvoldoende bewust is van het belang van de toekomstige ontwikkelingen met betrekking tot onderzoeksfinanciering. Hij beschouwt zijn niet-herkiezing als voorzitter als een motie van wantrouwen; hij heeft het vertrouwen in de fakulteitsraad verloren. Zijderveld: Daarom heb ik het bestuur ook meegedeeld^ dat ik voorlopig niet beschikbaar ben voor beheersfunkties binnen de subfakuiteit. Ik ga nu prioriteit leggen bij onderwijs en onderzoek. Ook prof. Segers, die zijn kandidatuur in beraad heeft gehouden, is bezorgd over de gang van zaken. Hij heeft een pittige brief geschreven naar het bestuur van de subfakuiteit, waarin hij uiting geeft aan die bezorgdheid. Segers: Ik vind namelijk, dat de raad niet gekozen heeft voor de maksimaal mogelijke kwaliteit van samenstelling. En ik ben niet alleen, want in de gangen van gebouw S hoor je ook vele andere wetenschappers zich afvragen, welk beleid er door het fakulteitsbestuur in deze wordt gevoerd. De diskussie rond voorwaardelijke financiering, gekoppeld aan de bezuinigingspolitiek van de regering, lijkt uit te gaan monden in een stoelendans. De overvalpolitiek van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen brengt vooral bij beginnende onderzoekers veel onrust teweeg, hun schijnbaar zekere posities worden ondermijnd onder druk van nieuwe ontwikkelingen. Waarschijnlijk vormen schermutselingen, als hierboven beschreven, nog slechts de voorhoede van toekomstige strijdtonelen. De wetenschappelijke wereld gaat moeilijke tijden tegemoet. In de Hogeschoolraad van 7 oktober werd de indiening van het projekt 'Sociaal Culturele Verandering in de Moderne Samenleving' goedgekeurd. Er zijn 7 deelprojekten ingediend, 5 uit het A-programma en 2 uit het C-programma, geen enkel onderzoek uit programma B dusl Paul Emonts

29 oktober 1982


Promotie Weeda

Woensdag 20 oktober, ontving minister-president Van Agt het boek 'Overheidsbemoeienis', dat is uitgegeven ter gelegenheid van het 55-jarig bestaan van de Tilburgse Hogeschool. In het boek zijn 19 bijdragen van hoogleraren en medewerkers rond het thema overheidsbemoeienis gebundeld. Van Agt ontving de bundel uit handen van rectormagnificus prof. dr. G. van Veldhoven. De aanbieding van het boek vond plaats in het Catshuis in Den Haag.

IVA-symposium over jeugdwerkloosheid

Beleid van Overheid gericht op vericoop van halve broden "Het beleid van de overheid is gericht op de ver/(oop van halve broden", aldus een korte cryptische omschrijving van het beleidsvoorstel van Mr. F. Kruse voor de oplossing van de jeugdv\/erkloosheid. Kruse is plaatsvervangend directeurgeneraal voor de Arbeidsvoorziening; Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Hij sprak deze woorden uit in een rede ter gelegenheid van het IVO-symposium over jeugdwerkloosheid op dinsdag 19 oktober 1982. Kruse bedoelde hiermee dat de oplossing van de jeugdwerkloosheid het meeste kans heeft indien de jeugdigen zouden teruggaan van een werkweek van 40 uur naar 32 uur.

L

Vóór Kruse had de andere spreker tijdens het symposium, Drs. A. Vissers (hoofd van de IVA-sectie Arbeid en Bedrijf), al aangegeven dat een steeds groter deel van het groeiende werklozenleger bestaat uit jeugdigen. Op dit moment is ongeveer 45% van alle werklozen jonger dan 25 jaar (in absolute aantallen 240.500 jeugdigen op een totale werkloosheid van 540.000) Van deze grote groep jeugdigen werklozen zijn het vooral de ongeschoolden en de lager geschoolden (LBO en MAVO) die zwaar getroffen worden (Ongeveer 61% van alle jeugdige werklozen). Deze groep heeft bovendien een grotere kans weer werkloos te worden nadat men al ingetreden is in het ar-

Tilburgs Hogeschoolblad

beidsproces. Naast de vergroting van de jeugdwerkloosheid is de tijd dat men werkloos is ook langer. Vervolgens besteedde Vissers ook aandacht aan de houding van de werklozen ten aanzien van hun situatie. In tegenstelling tot wat meestal verondersteld wordt, ervaart de jeugdige werkloze de situatie als onbevredigend. Daarvoor zijn een aantal redenen aan te voeren, zoals het ontbreken van mogelijkheden om duurzame contacten te leggen en problemen met het structureren van de eigen tijd. Daarnaast hebben werkloze jongeren over het algemeen minder geld te besteden dan hun leeftijdsgenoten die wel werk hebben. Naarmate de werk-

Op vrijdag 29 oktober 1982 zal Pieter Weeda promoveren op de techniek 'Beheersingsleren' en wel om 16.15 uur in de Aula van onze Hogeschool. De titel van zijn proefschrift luidt: "Beheersingsleren: het model getoetst in de tijd" en zijn promotor is Prof. Dr. L.F.W. de Klerk, hoogleraar Onderwijspsychologie alhier. Pieter Weeda is van 1974-1977 wetenschappelijk medewerker in Tilburg geweest, namelijk in de vakgroep Onderwijspsychologie. Sinds 1977 is hij hoofd afdeling onderzoek en psychometrische dienstverlening van het Centraal Instituut voor Toetsontwikkeling, kortweg CITO genaamd. Het verloop en de resultaten van onderwijs wordt beïnvloed door persoonlijke en sociale gegevens van zowel leerlingen als docenten. Niet alle leerlingen reageren op dezelfde manier op de door de docent aangeboden stof en iedere leerling heeft zijn eigen leertempo. Gebleken is, dat het toepassen van het fenomeen beheersingsleren tot hogere prestaties leidt. Weeda wil aantonen, dat de beheersingsleren strategie tot betere leerresultaten leidt en de leerlingen 'aktiever' met de stof leert omgaan. Een voorwaarde daarbij is dat de leerling daarvoor voldoende ruimte krijgt en dat de leraar door individuele terugkoppeling en korrektie het onderwijs zoveel mogelijk afstemt op de individuele leerling. Belangrijke elementen van beheersingsleren worden gevormd door de voortdurende tussentijdse korrektie-mogelijkheden, de interne organisatie van het onderwijs aan de klas en het rekening houden met de leerlingen door tempodifferentiatie toe te passen. Weeda vergelijkt deze strategie van beloosheid langer duurt lijkt de werkloze zich neer te leggen bij zijn situatie en het valt daarbij op dat veelal de contacten alleen nog onderhouden worden met lotgenoten. Vissers vergelijkt de werkloze met een vreemdeling, die ons land binnen komt met een culturele bagage die niet aansluit op de omstandigheden hier. Ter oplossing van de problemen rond jeugdwerkloosheid zijn er een aantal regelingen in het leven geroepen. Dit zijn regelingen die erop gericht zijn de mogelijkheden van scholing te vergroten en de creatie van (tijdelijke) arbeidsplaatsen te stimuleren. In de lijn hiervan ligt het "befaamde" gemeenschapstakenplan van Van der Louw. Aan de oplossingen kleven volgens Vissers een aantal bezwaren. De maatregelen geven vooral de hoger gekwalificeerden meer kansen en zij bieden weinig soelaas aan de ongeschoolden en lager opgeleiden. Daarnaast hebben de "geschapen" banen iets kunstmatigs en geven zij de betrokkenen niet het gevoel dat zij werkelijk produktief zijn. Hij pleit daarom voor verkorting van de werkweek voor jeugdigen tot 32 jaar, waardoor er 'n aantal banen vrij zouden komen. Daarmee blijken de overheid en de wetenschap de handen ineen te slaan. Kruse onderscheidde namelijk een drietal oplossingen voor de problemen rond jeugdwerkloosheid. De eerder genoemde werkgelegenheidsverruimende maatregelen zoals tijdelijke arbeidsplaatsen vielen onder de categorie van het surrogaat. Hij vatte het samen onder de zinssnede "stenen voor brood verkopen". De tweede oplossing is die van de protegerende substitutie. Hiermee wordt bedoeld dat andere groepen op de arbeidsmarkt plaats maken voor jongeren.

heersingsleren met ander methoden van onderwijs. Een belangrijke konklusie uit zijn dissertatie luidt, dat de invloed van voorafgaand leren (en onderwijs) op latere leerprestatie teruggedrongen kan worden.

B

De tirannie van het cliche Onder deze titel is onlangs in de serie Sociologische Monografieën bij van Loghum Slaterus het boek verschenen van Prof. Dr. A.C. Zijderveld, hoogleraar Algemene Sociologie aan de Hogeschool in Tilburg. Zijderveld ontwikkelt in dit boek een kultuursociologlsche theorie van het cliché. De auteur omschrijft cliché's als menselijke expressies die oorspronkelijk een opvallende, pittige betekenis hadden, doch door het overvloedige gebruik afgezaagd en vlak zijn geworden. Vaak is de oorspronkelijke betekenis van de woorden geheel overwoekerd door de signaalfunktie. Een belangrijk effekt van het gebruik van cliché's is, dat zij de reflektie omzeilen. Waar we normaliter over uitspraken nadenken en dit relativerend kan werken, omzeilen cliché's deze reflektie. We doen dit onbewust en het is juist daarom, dat cliché's zo vaak gebruikt worden in politieke en religieuze propaganda alsook in de handel. Zijderveld plaatst het verschijnsel van cliché's in een breder kultuursociologisch perspektief en hij beweert o.a., dat het in de moderne samenleving goed toeven is voor cliché's. Maar we kunnen niet zonder cliché's, ze zijn vergelijkbaar met instituties. We moeten ons wel bewust voorden van hun werking. Tot dit laatste wil dit boek een bijdrage leveren. Een voorbeeld hiervan is de VUTregeling. Kruse vatte deze regeling samen met "het brood verkopen dat van de buurman gestolen wordt". Een derde oplossing, werktijdsverkorting ('n half brood verkopen) geniet volgens Kruse de voorkeur omdat de jeugdwerkloosheid dan niet als een geïsoleerd probleem gezien wordt maar als onderdeel van de algemene werkloosheid. Omdat jeugdigen nog geen zware financiële verplichtingen hebben kunnen zij gemakkelijker in werktijd en daarmee in salaris achteruit. Daarom is het het beste volgens Kruse de werkloosheid op te lossen middels herverdeling van het werk, te beginnen bij de jeugd. Tijdens het forum waaraan naast de sprekers 'n viertal anderen deelnamen, te weten Prof. J.J.J. van Dijck (hoogleraar Sociologie van Arbeid en Organisatie aan de KHT), J. Knibben (medewerker Jeugdzaken van gemeente Eindhoven), Mevr. W.F.M. Schroder (voorzitter van de Raad van het Jeugdbeleid) en H. Hanegraaf (medewerker provincie Z-Holland), bleek dat de laatste twee scherpe kritiek hadden op het voorgestelde beleid van Kruse. Zij delen de mening dat de werkloosheid opgelost zou kunnen worden door arbeidstijdverkorting, maar dan voor iedereen en niet voor jeugdigen alleen. Het symposium eindigde tenslotte nog tamelijk tumultueus, nadat een vraagsteller uit het publiek stelde dat het IVA te weinig of geen aandacht besteed aan de filosofie van het arbeidsbestel en de eventueel veranderde betekenis van arbeid in onze samenleving. Dit zou een ander licht geworpen hebben op de problematiek rond jeugdwerkeloosheid. JT

29 oktober 1982


WERK WAARDIG

Roodgloeiende Telefooncentrale Therèse van Buul (i) en Therèse van Otterloo.

Op de begane grond van gebouw B, schuin tegenover de liften, bevindt zich de kamer waar drie telefoonposten staan opgesteld. Druktoetsen, lampjes, kiesschijven, stapels telefoongidsen. Bij binnenkomst zijn twee van de drie posten bezet. De dames Therèse van Otterloo en Marie Therèse van Buul heten ons welkom. Veel tijd voor een uitgebreide begroeting is er niet, want onophoudelijk komen telefoontjes binnen en worden gesprekken vanuit de Hogeschool aangevraagd. De telefooncentrale wordt gedurende een halve arbeidsdag van vier uur, praktisch zonder enige onderbreking, bezet door twee dames die vervolgens worden afgelost door twee kollega's. De twee andere vaste telefonistes. Mariet van Riel en Riet Staps, hebben de ochtenddienst gedaan. Via een roulatiesysteem wordt zodanig gewerkt, dat per maand de telefonistes met een andere kollega de dienst doen. In geval van ziekte of verhindering is Lia Verbeek de oproepbare invalskracht. Per dag komen naar schatting zo'n vijfhonderd aanvragen voor gesprekken binnen. Dit aantal, opgeteld bij het aantal telefoontjes dat dagelijks de Hogeschool bereikt, betekent dat deze centrale duidelijk zwaar belast is. Het is voor de dienstdoende telefonistes niet eenvoudig het werk te onderbreken voor een korte pauze, reden waarom zij sinds korte tijd over een eigen koffievoorziening beschikken. Wie overigens denkt dat het werk alleen bestaat uit het opzoeken van telefoonnummers en het doorverbinden, vergist zich. Mevrouw van Buul: "Er is hier bijvoorbeeld toch wel veel internationaal telefoonverkeer. Zo werd vanmiddag een gesprek aangevraagd met Polen. Dan komt die lijn tot vier keer toe binnen, en dan zeg ik telkens of hij niet wil afsluiten, dus "hold on the line please", en dan gaat hij er toch meteen weer uit. Dan vraag je je af, wat moet ik daar mee. Je weet niet wie je moet zoeken om zo iemand uit te kunnen leggen dat hij niet op moet hangen, en dat is dan toch ... - met de Hogeschool spreekt U, ogenblikje, ... met de centrale..., hier is Arnhem voor U, U kunt spreken, ja, tot uw dienst... en dat is dan toch soms wel lastig."

DAMESKAPPER

^ ^ ^ ^ ^ ^ H

De beide telefonistes geven toe dat de hogeschoolmensen soms privégesprekken voeren zonder dat dit wordt opgegeven. "Er zijn mensen die een gesprek aanvragen vanuit de Hogeschool, en dan hoor je al aan de melding dat het niets met die Hogeschool te maken kan hebben. We bedoelen maar, een tandarts of een dameskapper een eind hier vandaan, dat is toch niet precies wat je verwacht... Het kan natuurlijk ook wel eens het woonhuis zijn van een medewerker, maar in het algemeen weet je toch vrij goed, of het een privégesprek is of niet." Naast het direkt doorverbinden wordt het werk ook bepaald door het geven van antwoorden op veel vragen. De telefonistes zijn een belangrijke bron van informatie met name ook voor mensen van buiten de Hogeschool. Mevrouw van Buul: "Ik vind eigenlijk, dat wanneer een nieuwe kracht hier komt, hij beter geïnformeerd moet worden. Het bedienen van dit apparaat is nog niet alles. Je moet toch ook weten hoe het hier een beetje reilt en zeilt. De uitdrukkingen die soms gebezigd worden, Mals bijvoorbeeld "colloquium doctum" of "symposium", daarvan weet je niet altijd meteen wat het betekent." Tilburgs Hogeschoolblad

den waar de mensen niet bij stilstaan en die de kommunikatie ophouden op onze centrale."

DOMME REDENERINGEN I

Momentje, ik verbind U door

##

"Hogeschool, goedemiddag..., moment/e, ik verbind U door..." "Hallo, met de centrale, ik heb hier Brussel aan de lijn voor U..." "Katholieke Hogeschool, ogenblikje graag..." "Mevrouw, bent U klaar met Berlijn?..." Wie nog niet eerder in de telefooncentrale van de Hogeschool geweest is kan nauwelijks een indruk hebben van de grote hoeveelheid telefonisch verkeer dat dagelijks plaatsvindt, vanaf de honderden toestellen die op de centrale aangesloten zijn, alsmede van de stroom van gesprekken die van buiten de Hogeschool binnenkomen. THB was gedurende een uurtje de gast van twee van de vijf telefonistes die op de KHT werkzaam zijn. Tussen de gesprekken door werden de volgende indrukken opgedaan, op dit zeer merkwaardige plekje... De centrale is enige tijd geleden uitgebreid met een aantal lijnen. Deze uitbreiding heeft merkwaardig genoeg niet geleid tot een vergroting van het aantal telefonistes. Van de drie posten zijn er meestal slechts twee bezet. Verder blijkt dat de technische centrale op de Hogeschool de uitbreiding nauwelijks bij kan benen. In deze technische centrale bevindt zich het mechanisme van de kiesregisters en het kabelnet. Vaak is er hier sprake van overbelasting van het telefoonsysteem, waardoor gesprekken uitvallen of niet doorverbonden kunnen worden. De technici van de PTT zijn dan ook regelmatig op de Hogeschool aan het werk. Mevrouw Van Otterloo: " W e zitten dikwijls zo overvol op de lijnen, dat het misschien niet gek zou zijn als we die nieuwe toestellen van de PTT konden aanschaffen. Die zijn gebouwd op computer-basis, en werken veel beter. De huidige installatie is op basis van een soort huurkontrakt aangeschaft en staat er nu een jaar of elf, twaalf. Na vijftien jaar loopt zo'n kontrakt af. Of er hier dan ook een nieuwe installatie komt, weet ik niet..."

EEN BAK B I E R ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ Als je voor het eerst op de telefooncentrale gaat werken, klinken alle namen van het personeel van de hogeschool je nog nieuw in de oren. Dat geeft in het begin wel eens aanleiding tot komische voorvallen. Mevrouw van Buul: "Toen ik hier pas werkte, had ik Iemand aan de lijn, die

vroeg: 'Mag ik van U Backbler?' Ik dacht... 'n bak bier?? Meneer, zeg Ik, Ik zal U doorverbinden met Iemand van het restaurant. Later hoor ik dan dat er 'n meneer hier werkt die Backbler heet." Ook bellen er weleens ouders op die hun zoon even willen spreken. " D a n zeggen ze, ja hij zit op de hogeschool... hij heeft op 't ogenblik dit en dit kollege en hij zit in die en die zaal... of U hem even zou willen oproepen..." Vaak genoeg maken de telefonistes mee dat als iemand toevallig In het centrum van de belangstelling staat, er de dag erop veel telefoontjes voor die man binnenkomen. Mevrouw van Buul: "Neem bij voorbeeld professor Schouten, die is veel in het nieuws geweest. Dan kun je er zeker van zijn dat er de volgende dag konstant voor Schouten gebeld wordt. Als hij er dan niet is en ook z'n sekretaresse is w e g , dan moeten wij dat maar zien op te lossen. Waarom zeggen ze dan niet even tegen ons: mevrouw we zijn niet te bereiken, vraagt U of de mensen ons later willen terugbellen of we hebben geen kommentaar naar buiten. Dan weten wij wat we de mensen moeten antwoorden." Mevrouw van Otterloo: " W e vragen het ook dikwijls, maar dan zeggen ze, o ja, daar hebben we niet aan gedacht." Soms is het heel moeilijk om bepaalde mensen te bereiken. Als je ze dan eindelijk te pakken krijgt, zeggen ze: luister eens, ik wil niet gestoord worden. Mevrouw van Buul: " A l s je van te voren 9 belt, dan wordt je niet gestoord. Zo simpel is dat. Er zijn zoveel kleinighe-

"Veel meer mensen zouden hier ook eens binnen moeten lopen, want Ik geloof toch dat 8 0 % van de medewerkers geen idee heeft van hoe het toegaat op zo'n centrale." Mevrouw van Otterloo: "Ze hebben er geen idee van hoeveel klachten wij voor hen moeten opvangen." Haar kollega vult hierbij aan: "En er zijn ook mensen die hele domme redeneringen hebben hoor. Zo vroeg er iemand een gesprek aan bulten Tilburg, het was na vijven dus niet druk en ik geef 't meteen door. Dan laat hij wel twee keer uitbellen, dat wil zeggen, dat 8 of 9 keer de bel is overgegaan. Als hIj eindelijk eens opneemt, zeg Ik: nou meneer, U laat wél leng bellen. En dan zegt hij: 'Nou, ik moet zó vaak wachten op U mevrouw, dan wacht U maar een keertje op mij!' ...Centrale goedemiddag, U wordt gebeld, tot uw dienst... centrale, goedemiddag, hallo ogenblik, ik verbind U door, centrale, goedemiddag..." Mevrouw van Otterloo kijkt ons aan: "Jullie worden er niet goed van, hè... Het gaat allemaal zo vlug, maar we doen het automatisch." Mevrouw van Buul: "Nou sommen we misschien wel alleen negatieve punten op, maar het Is wel prettig werk. Ik doe het graag, want je hebt ook heel erg vriendelijke mensen aan de telefoon." Zijn het altijd dames die aan de telefoon zitten?! "Niet altijd. Op ziekenhuizen bijvoorbeeld zitten ook mannen. Maar een dame komt wel prettiger over ...én 't is voordeliger, hè." Dat een vrouwelijke telefonist minder verdient dan haar mannelijke collega is toch een onrechtvaardige situatie? Beide dames beamen dat eenstemmig. Mevrouw van Buul: " H e t is toch wel arbeidsintensief werk. Als je hier vier uur bent, dan wérk je ook vier uur. Er Is geen pauze. Je bent toch wel 'n beetje 'n automaat. Als er een lichtje brandt dan neem je op, dat doe je In een reflex. Als je hier met tweeën zit en de een gaat een kwartiertje w e g , dan kan je niets anders doen dan telefoontjes aannemen. Je hebt dan de tijd niet je gesprekken uit te bellen. Je kunt dus niet weg. W e komen eigenlijk nergens anders op de hogeschool." Op dat moment neemt het aantal telefoontjes sterk toe. "...Professor u w aanvraag, centrale goedenmiddag, yes, Den Haag voor U, met wie spreek i k . . . " Mevrouw van Buul draait het mikrofoontje, dat in een doorzichtig pipetje voor haar mond zweeft en waarvan het uiteinde abrupt in haar linkeroor verdwijnt, opzij. "Kijk, nu is de koffie op en dan beginnen ze meteen weer te bellen. Ook 's morgens is het een kwartiertje rustig als de koffie pas geserveerd is. Dat is heel typisch." Hondardsn teletiwiiliBi koman ar op aan gawone waricdag binnan an hondardan wordan er aangevraagd. Wfat koat dat afamaal aan gaipraka- an abenneniantagaklann? Da telafaankaatan van 1982 zulan in totaal f 227.000,- badragaa Hiarin zittan /114.000, voor abonnanienttii an /111000,- voor gaqvakikostan. Daa baikagan z|n sxdusiaf verplntsiigdcoatan, reimaüas anzovoons. Wat da toakomtt voor da laMonMiiüale batraft door DSW en DPZ z|n voorzianingan gevraagd voor autooiaÜMh, vooraf proynmaartia dooridaanngalidiadaa ab hat aei*lgal)ekki tahtoonwiiaiiai niat oineaaiL DaarnaaM veiwacht man aan litbraidiig vin het aMitai ontsparde, buitan da cantrale omgaande talafoontoettalan an aan vergroting vHi hat aantal utgaanda Ipan van twintig nav dertig stidis. Wouter van Gils Peter Pennartz 29 o k t o b e r 1982


Pronk: naar een economisch beleid met een zware ontwiicicelingsdimensie Ter gelegenheid van het symposium rond het thema 'Ontwik/(e/ingsprob/ematiek in de 80-er Jaren; prioriteiten voor onderzoek', had het instituut voor Ontwikkelingsvraagstukken als gastspreker drs. J. Pronk, deputy secretary general of UNCTAD, uitgenodigd. In de korte tijd die Pronk ter beschikking had, tussen een interview met de Volkskrant en zijn vertrek weer naar het buitenland, spraken Bert Peters en Bart Schaap met hem voor het THB. Kunt U zich vinden in de plannen, met betrelddng tot liet ontwil<l<elingsonderzoel< van liet IVO, zoals die vanmiddag door de directeur van het IVO, Ben Evers zijn geschetst? Pronk: 'Hij heeft iets meer gezegd over de structuren en de financiering, dan over de l<euze van projecten en sectoren. Hij hieeft wei een paar aanwijzingen gegeven. Il< l<en het jaarverslag. Ik vind dat de keuze van ontwikkelingssectoren redelijk relevant is. In de loop van de tijd is er een gegroeide beleidsrelevantie van de onderzoeksprogramma's'. Waf vindt U van zijn plan om zich toe te leggen op de opleiding van ontwikkelingsdeskundigen? Pronk: 'Ik zie geen breuk met het verleden. Ik waarschuw alleen tegen een te grote specialisatie, vanwege de markt. Het is tegenwoordig heel moeilijk om aan de bak te komen, omdat er zoveel "concurrenten" zijn, met name afkomstig uit ontwikkelingslanden. Dit is, ten aanzien van de ontwikkelingslanden, ten goede veranderd'. Wordt er door het Ministerie van Ontwikkelingssamenwerking voldoende gebruik gemaakt van dit soort onderzoeksinstituten als het IVO? Pronk: 'Ik kan daar niet meer voor spreken. Ik ben al vijf jaar weg als minister. In die tijd hebben we geprobeerd om de universiteiten en de para-universitaire ontwikkelingsinstituten, veel meer dan voorheen, daarin te betrekken. Ik vind dat dat toen in redelijke mate is gebeurd. Er is toen ook een stuctuur daarvoor gecreëerd. Ik vermag niet te beoordelen in hoeverre nu nog dat soort instituten meedelen in de groei van de activiteiten, maar ik vind dat het wel wenselijk is. U heeft vanmiddag al gerefereerd aan Uw uitspraken in de 70-er jaren over de gebreken aan de universitair onderzoek. U heeft daarbij aangegeven dat er een verbetering is ingetreden. Zoudt U dit nog nader kunnen preciseren? Pronk: 'Onderzoek moet zich bezig houden met de vragen die spelen, met onderwerpen die aan de orde zijn, hetzij in Den Haag of in Geneve. Dit gebeurde niet in de 70-er jaren. De onderwerpen waren in ieder geval niet interessant, ze speelden niet. Dat is veranderd in de jaren. Als ik nu kijk dan zie ik, dat het huidige onderzoek betrekking heeft op onderwerpen die dichter staan bij zaken die aan de orde zijn. Ik zou nog wel veel meer wensen hebben. Ik vind dat er concreter onderzoek op de universiteiten kan worden gedaan, naar bijv. : transnationale ondernemingen of evaluatiebeleid met betrekking tot de hulpverlening aan concrete landen. Ik heb er echter een ander onderwerp aan toegevoegd: dit is de koppeling tussen de onderzoeksvelden en de beleidsvelden, die in Nederland van belang zijn. Er zijn echter ook beleidsvelden die internationaal spelen. Er is een gigantische kloof tussen wat men in internationale organisaties doet en hetgeen men hier op de desbetreffende terreinen vindt en zegt, daar wordt geen enkele kennis van

Tilburgs Hogeschoolblad

genomen, omdat alles in het Nederlands wordt geschreven. Men neemt hier niet de moeite om het te vertalen en uit te dragen. Dat vind ik doodzonde'.

MINISTERIËLE OMVORMING M H H Wat is Uw mening over de geluiden die de laatste tijd in de Nederlandse politiek worden gehoord, over de omvorming van het ministerie van Ontwikkelingssamenwerking? Zo is er het voorstel van prof. F. van Dam om een minister van Internationale Economische Betrekkingen en Ontwikkelingssamenwerking aan te stellen. Pronk: 'Ik ben van mening dat een herstructurering van de Nederlandse departementen gewenst is. Maar het moet dan goed worden voorbereid en er moet dan ook een algemene besluitvormingsovereenkomst zijn èn het moet niet een handjeklap tussen een paar politieke partijen in een kabinetsformatie worden. Als je dan kiest voor herstructurering, welke? Ik was zelf minister van Ontwikkelingssamenwerking met een belangrijke hulpverleningspoot, met invloed op talloze belangrijke terreinen, waarvan ik vond dat die invloed moest worden versterkt. Dat heeft dus geleid tot pogingen om de competentie van de minister van Ontwikkelingssamenwerking op te tuigen. Die blijken op zoveel tegenstand te stuiten, dat dit politiek niet meer haalbaar is. Optuigen van de competenties van één minister ten koste van andere, betekent één wint en de rest verliest, dus gebeurt het

niet. Het alternatief, dat nu naar voren is gebracht, is een fusie tussen exportbevordering en hulpverlening, dat zou rampzalig zijn voor de Nederlandse hulpverlening. Het zou alle kwalitatieve verbeteringen, die in de hulpverlening zijn ingebracht, zoals doelgroepenbeleid, keuzen van landen die echt arm zijn, in één klap van de tafel vegen. Dat dus nooit. Ik ben voorstander van een minister van Buitenlandse Economische Betrekkingen, mits die minister echt een minister wordt van Buitenlandse Economische Betrekkingen. En dat betekent dan: dat een héél belangrijk deel van de bevoegdheden van de ministers van Financiën, Buitenlandse Zak3n en van Economische Zaken bijeen wordt gebracht in één overall-beleid. Dat is vooralsnog onhaalbaar, geloof ik. Het is een zeer vergaande beslissing, maar het is de enig mogelijke. Het is ook in het belang van de ontwikkelingslanden, omdat je dan in het ontwikkelingsbeleid de harde buitenlandse economische politiek kunt injecteren in één beleid, met een ontwikkelingsdimensie. Het is ook in het belang van de Nederlandse buitenlandse economische politiek, die nu een lappendeken is, waarin conflicterende visies naar buiten worden gebracht en die het beleid een beetje verlammen. Of dat dan een minister moet worden met of zonder portefeuille? En dat is ook een discussie-. Dan zeg ik "met". Zonder portefeuille betekent öf bij Buitenlandse Zaken öf bij Economische Zaken, maar zonder eigen apparaat. En dat betekent dat hij een lam handje heeft. Het zou dus een minister moeten worden met portefeuille. Het is echt in het Nederlands belang, en ik vind dat dit verenigbaar is met het ontwikkelingsbelang, omdat Nederland nu echt een beetje op het terrein van buitenlandse economische politiek in onderhandelingen een tweederangs natie is geworden, wat we niet waren. Kunt U dit nader preciseren?

Pronk: 'Op het terrein van het overheidsbeleid worden tegenovergestelde standpunten vertegenwoordigd en naar buiten gebracht. Van der Stee zegt iets totaal anders op het terrein van Noord-Zuid verhoudingen, nu op de laatste vergadering van het IMF (Internationaal Monetair Fonds, BS/BP), dan van Agt als minister van Buitenlandse Zaken op de Algemene Vergadering (van de Verenigde Naties, BS/BP). Van Dijk (minister van Ontwikkelingssamenwerking) zegt op zijn vergaderingen weer iets anders. Dat is jezelf van iedere beïnvloedingsmogelijkheid ontroven. Er zijn natuurlijk conflicten en er zullen natuurlijk altijd knopen moeten worden doorgehakt. Nu is het gewoon inertie, inactie. Dan zeg ik: we moeten naar een Nederlands buitenlands economisch beleid, met een zware ontwikkelingsdimensie.

UNCTAD

a

m^^^^^^^m^

Een functie van de Unctad (VN organisatie voor handel en ontwikkeling) is de bevordering van de handel, in het algemeen gebaseerd op het 'comperatieve kostenvoordeel' (een land gaat die goederen produceren voor de internationale handel, waarvoor het een relatieve kostenvoorsprong heeft). Het denken daarin is datje gaat produceren voor de export. Zou de produktie in een ontwikkelingsland niet meer gericht moeten zijn op de eigen landbouw- en industriële markt? Pronk: 'Dat vind ik ook. En daarom zeg ik niet dat het UNCTAD-model, dat historisch zo gegroeid is, het zaligmakende model is. En ik vind dat we binnen UNCTAD - en dat is één van de dingen die ik probeer duidelijk te maken - meer moeten denken over de afweging tussen exportoriëntie en een oriëntatie gericht op de binnenlandse markt. De discussie daarover in de VN is aardig op gang gekomen, m.n. gebaseerd op Afrikaanse ervaringen. De produktie voor de binnenlandse markt van essentialia is een soort alternatief nu geworden, waar wij in een organisatie als de UNCTAD een antwoord op moeten vinden. Dit kan niet meer alleen het traditionele antwoord zijn van: export voor de buitenlandse markt. Het verschil tussen de UNCTAD en de Wereldbank is dat de UNCTAD zal zeggen, het gaat niet om de export van louter grondstoffen. Het gaat om een evenwichtig pakket van industrialisatie en werkgelegenheid, dus ook van industriële produkten. Dat is een alternatief ten aanzien van de Wereldbank. Ik kies dus voor een veel sterkere verandering van de internationale financiële handelsstructuur. Maar in de hele VN, dus ook in de UNCTAD, is een discussie over een derde alternatief. Een grotere aandacht voor een produktie voor de binnenlandse markt is echter nog nauwelijks aan de orde geweest. En dit heeft te maken met wat ik vanmiddag al zei, dat je in internationale discussies de relaties tussen internationaal beleid en complementair binnenlands beleid niet aan de orde kunt stellen. En dat heeft te maken met de autonomie van mensen en regeringen op basis van souvereiniteits overwegingen. In de ontwikkelingsstrategie van de UNCTAD, maar ook van andere internationale organisaties, gaat men uit van het min of meer bestaan en het geloof in een

vervolg op pagina 10 29oktober1982


1 IVO-Symposium over ontwikkelingsproblematiek

Reddingsplan Derde Wereld De jaren tachtig vragen ingrijpende veranderingen op het gebied van de ontwil<l<elingsproblematiel<. Bezinning op de aard van het beleid en het onderzoel< is hard nodig. De wissels moeten worden verlegd om de problemen van de komende jaren het hoofd te bieden. Dit kan alleen via een reddingsplan in fasen meent Drs. Jan Pronk, tweede man bij de UNCTAD op het symposium van het Instituut voor Ontwikkelingsvraagstukken (IVO) vorige week donderdag. Volgens de oud-minister van ontwikkelingssamenwerking is voor het wetenschappelijk onderzoek hierbij een belangrijke taak weggelegd. "Het onderzoek moet echter minder bestaan uit hobbyisme en meer maatschappelijk van belang zijn", aldus Pronk. Het congres "Ontwikkelingsproblematiek in de 80-er jaren; prioriteiten voor onderzoek", georganiseerd ter gelegenheid van de opening van het nieuwe gebouw S, stond in het licht van het zoeken naar nieuwe zwaartepunten en strategieën voor het ontwikkelingsvraagstuk. Moet het roer dan om? Deze vraag stelde Pronk zijn Tilburgse publiek. Volgens de gastspreker zijn de doelen als de bestrijding van de armoede, inkomens- en machtsongelijkheid nog steeds hetzelfde gebleven. "In de praktijk is daar echter weinig van terecht gekomen", beaamde de oud-minister. Er moet dan ook een herbezinning komen op het gevoerde beleid. De ontwikkelingsmodellen van de afgelopen 35 jaar hebben te veel gebreken vertoond om daarmee de crisis van vandaag te bestrijden. Een crisis die volgens Pronk diepgaander is dan de recessie van de jaren dertig. De geluiden die pleiten voor een terugkeer naar de vrije internationale handel wijst Pronk van de hand. Deze gedachte met een duidelijke konservatieve ondertoon wint in Europa steeds meer terrein maar gaat voorbij aan het belang van de mensen in de Derde Wereld. Er kan ook nauwelijks meer gesproken worden van een vrije wereldhandel door het optreden van multi-nationals en de scheve handelsverhouding tussen rijk en arm, aldus Pronk. Ook de hulp op grote schaal zoals in de jaren zestig en zeventig, de zogenaamde linkse optie, biedt geen oplossing. Deze aanpak houdt te weinig rekening met de huidige crisis, de verscherpDo you know the difference between involvement and commitment? Think of ham and eggs. The chicken is involved, the pig is committed. De studenten aan de sociologische faculteit voelen zich in hun kuif gepikt. Zij mochten slechts aan het openingsspektakel in gebouw-S deelnemen als de externe genodigden van de faculteit en de verschillende onderzoeksinstituten de zaal niet geheel vulden. En dat tenwijl de studenten veel meer committed zijn bij de nieuwe huisvesting van de sociologen; zij zullen het vier jaren of langer in gebouw S moeten uithouden. "De belangrijkste opdrachtgevers van de faculteit zijn de studenten", hielden de protesterende studenten de organisato-' ren van de openingsweek voor. De openingsweek stond volgens de studenten vooral in het teken van het werven van onderzoeksopdrachten, van de verlokkingen van de contract-research. Tot tweemaal toe gaven de studenten uiting aan hun onvrede bij de openingsweek, bij de ondenwaardering van de studentenproblematiek in het gebeuren. Eerst werd de borrel na afloop van de studiedag van de sociologische faculteit door hun demonstratie verstoord. "Dat IS lang geleden. Wat éénig, zo'n ludieke

Tilburgs Hogeschoolblad

te oost-west tegenstelling en de gigantische wapenwedloop die ten koste gaan van de ontwikkeling. Volgens Pronk zal er een nieuw antwoord moeten worden gevonden op de vragen die de jaren tachtig stelt aan de ontwikkelingsstrategen. Hij pleit voor een noodplan in fasen, dat gebaseerd is op de ervaringen van de afgelopen dertig jaar. Allereerst zal een anti-crisisplan landen die op de rand van het bankroet staan, moeten helpen. Een tweede stap kan worden gezet door hei planmatig voeren van een beleid op de hoofdterreinen zoals financiële-, handels- en voedselpolitiek. Als sluitstuk van het noodplan moeten er in de ogen van Pronk nieuwe organisaties komen die het ontwikkelingsbeleid nieuw elan en vorm zullen geven. Dit betekent ingrijpende veranderingen binnen de Verenigde Naties, die op dit moment "een lappendeken van organisaties is". Het wetenschappelijk onderzoek neemt in de nieuwe ontwikkelingsstrategie van Pronk een belangrijke plaats in. "Het moet eciiter iets toevoegen aan de l<ennis die we al hebben. Op dit moment lijken veel onderzoeken meer op veredelde collegedictaten met een kaftje", aldus de adjunct secretaris van de UNCTAD. Volgens Pronk moeten de studies zich meer richten op de oorzaken van armoede en ongelijkheid in concrete situaties. Bovendien zal het onderzoek meer moeten adviseren, ondersteunen en inzicht verschaffen. Hij meent daarnaast dat het Nederlandse onderzoek op dit moment

weinig effect heeft op de internationale besluitvorming. De reden daarvoor ligt laag bij de grond. Het grootste deel van het researchwerk wordt alleen in het nederlands gepubliceerd. Een duidelijke handicap. Pronk pleit dan ook voor een tijdschrift waarin de onderzoeksresultaten in het Engels wereldkundig worden gemaakt.

VERANDERINGEN Welke rol kan het IVO in dit spanningsveld van nieuwe inzichten, strategieën en zwaartepunten vervullen, of beter nog handhaven want het mes van de bezuinigingen wordt ook bij het onderzoekswerk steeds meer gevoeld. Hierdoor zal het onderzoek steeds meer onder druk komen te staan. Rector van Veldhoven loste in zijn openingsspeech hierover al een schot voor de boeg. "Er zullen geen spaanders maar stukken hout af gaan", aldus de rector. Inkrimping van de universitaire middelen en andere overheidsgelden nopen dan tot ingrijpende veranderingen op het terrein van de organisatie van het onderzoek. Dit is een noodzaak, vindt de voorzitter van het IVO professor Janssen. Hij bekritiseerde in zijn toespraak ondermeer de universitaire onderzoeksstructuur. "Iedereen spit in zijn eigen tuintje en in zijn eigen tempo en er is weinig druk van buiten dat er werkelijk iets geproduceerd wordt". Duidelijke kritiek op de vrijblijvendheid die heeft geleid tot een versplintering van het onderzoek en het verwijt van de buitenwacht dat de onderzoekers slechts met hun studies de eigen hobby's naijveren. De sterke veranderingen op het gebied van de financiering moeten paal en perk stellen aan de vrijblijvendheid en versnippenng van het onderzoek. De overheid zal in de toekomst dan ook via een pakket voorwaarden een meer planmatige en doelgerichte aanpak van de studies afdwingen. Hoewel directeur Evers van het IVO de nieuwe opzet toejuicht, ziet hij toch gevaren. Zo dreigt het onderzoek in het belang van het beleid zich te gaan beperken tot het ondersteunen en bevestigen van de overheidspolitiek.

Studentenprotest tijdens openingsweek

Dit gaan dan ten koste van de kritische geest en de eigen inbreng van de wetenschapper, vindt Evers. De vrijheid van onderzoek mag niet in gevaar komen. Verder is er het risico dat door de besnoeiingen en de nieuwe plannen kleine onderzoeksteams tot het verleden gaan behoren en dat er te grote specialisatie komt. Dat zou een kwalijke ontwikkeling zijn, meent de direkteur van het IVO. Door de toenemende besnoeiingen zijn veel onderzoeksinstituten hun heil gaan zoeken bij het contractresearch, onderzoek dat betaald wordt buiten de gebruikelijke geldstromen voor wetenschappelijk onderwijs o m . Hierdoor dreigt een concurrentieslag tussen de verschillende onderzoeksinstituten, die via deze weg onderzoek en werkgelegenheid willen veilig stellen. Volgens Janssen worden de mogelijkheden van contractresearch ruimschoots overschat: "... niet alleen omdat vele varkens d? spoeling dun maken, maar ook omdat er niet zoveel te spoelen valt". Volgens Evers zal in de toekomst het zwaartepunt in het onderzoek van het IVO blijven liggen bij de internationale afm e t i n g e n van het o n t w i k k e l i n g s vraagstuk. Het gaat hierbij om studies over ondermeer exportindustrie, grondstoffenhandel en de rol van multinationals. In de toekomst kan een tweede accent komen te liggen bij de voedselproblematiek en voedselstrategieën. De specialisafie van het IVO op LatijnsAmerika en in mindere mate op India moet nog meer dan in het verleden worden gebruikt voor probleemgericht onderzoek, evaluaties en advieswerk, vindt het IVO-hoofd. Volgens Evers maakt het ministerie nog onvoldoende gebruik van de mogelijkheden en de deskundigheid die instituten als het IVO op dit terrein te bieden hebben. Volgens Evers zullen er in de toekomst ook meer kansen moeten worden gecreëerd om jonge wetenschappers uit de Derde Wereld in industrielanden onderzoek te laten verrichten. De ontwikkelingen in de westerse contreien hebben immers direct veel invloed op het gebeuren in de ontwikkelingslanden. J . Versleijen studentenaktie." Dat was zo ongeveer de strekking van het commentaar van de aanwezigen. Later op de avond, vlak voordat dr. R.J. in 't Veld zich opmaakte om de rede van minister Deetman voor te lezen, gaven zij een tweede maal uiting aan hun ongenoegen. De studenten hadden zich boos gemaakt over een uitspraak van prof. Adriaansens, één van de organisatoren van de openingsweek: "De negatieve publiciteit die doorgaans aan het adres van sociale faculteiten wordt gericht, heeft veelal te maken met 'onwetenschappelijke' aangelegenheden als bezettingen en andersoortige zaken die meestal slechts zijdeling verband houden met de centrale taken van zo'n faculteit". De studenten wezen erop dat de wetenschapswinkelgroep, de groep rond vrouwenstudies, Polsoc en Polek wel degelijk ook zorgen voor wezenlijke alternatieven. Men kon zich dan ook beter herkennen in een uitspraak van organisatie-socioloog Cas Vroom: "De feitelijke normen en waarden in een organisatie weerspiegelen zich in de houding die wordt ingenomen ten opzichte van marginale groeperingen in de organisatie, zoals vrouwen, etnische minderheden en studentengroeperingen." ^ K 29 Oktober 1982


Bij de openingI/an gebouw S Een nieuw gebouw kan nog zo feestelijk geopend worden, het verandert niets aan de sfeer die wordt opgeroepen rond en in een gebouw op een doodgewone werkdag. Het gebouw S ligt midden in de bossen die rond deze tijd op hun mooist worden. De aangrenzende perkjes zijn echter nog weinig meer dan modderpoelen en stralen iets troosteloos uit, ondanks de jonge aanplant. Beschutting zoekend tegen het weer, loop ik de hoofdingang binnen op weg om mensen te vragen hoe ze het nieuwe gebouw zelf vinden en of ze zich al min of meer thuisvoelen. gereed is, ruiken de gangen van het gebouw nog naar de nieuwigheid. Smalle gangen overigens. En indien men de weg weet te vinden, wat voor sommigen niet alleen de eerste dagen een probleem schijnt te zijn, kan men naar de vierde verdieping lopen, daar waar geen vierde verdieping is. Aan de buitenkant valt het torentje aan de kant van gebouw P al op. Als je achter de kantine het trappenhuis bestijgt, kun je zien dat er niets te zien is dat het bestaan ervan rechtvaardigt. Is het een kostenverslinderd architectonisch grapje, een estetisch hoogtepunt in de universitaire nieuwbouw, of gaat het gebouw van de psychologen in de toekomst plaats maken voor iets nieuws? De heer Hijmans van de dienst Bouw- en Huishoudelijke zaken, bevestigt het

laatste. Op de plaats waar de oude bibliotheek van de psychologen was gevestigd komt een bouwwerk, even hoog als het torentje. Hieraan wordt binnenkort al begonnen. Merkwaardig is ook de bibliotheek. Deze is op de begane grond gevestigd en ligt geheel rondom de binnenplaats, waardoor ze het uitzicht is van zichzelf. Een kunstwerk siert dit geheel nog op. Rian Nijssen, werkzaam op de bibliotheek, vindt het nieuwe gebouw wel leuk. Er is niet zoveel beton, er is meer met stenen gewerkt en de kleuren bevallen haar wel. Ook de kantine vindt ze gezellig, ze heeft geen klagen, op een ding na. In de smalle gangen loop je snel tegen iemand op. Ook Kees Vermunt, van de vakgroep demografie, ziet eigenlijk maar één nadeel, maar wel een geheel ander, aan het nieuwe gebouw. Waarom moeten alle sociologen bij elkaar zitten? Alle Tilburgse slagers zitten toch ook niet op eikaars lip? Hij ziet het liefst de verschillende wetenschappers van de hogeschool kris kras door elkaar zitten, bang als hij is voor inteelt doordat iedere studierichting haar eigen gebouw heeft. Desondanks is hij blij dat hij uit gebouw B weg is, dat het hier wat gehoriger is hindert hem niet. Hier hoeft hij niet op de lift te wachten, koffie kan hij halen als hij daar zin in heeft, en hij vindt het gezellig. Waar je in

gebouw B niet weet op welke verdieping je bent, lijkt hier geen enkele plek op de ander. Ook de koffiekamer is een verbetering, alleen moet er brood te krijgen zijn. Al met al is het een redelijk luxe gebouw en heeft hij het er naar de zin. De heer Fabert, van de vakgroep methoden en technieken, komt ook uit gebouw B en noemt daarom de gehorigheid als nadeel, naast het ontbreken van overdekte fietsenstallingen (het regende deze dag), terwijl er voor de automobilisten meer dan genoeg gedaan wordt, kan een afdakje voor de fietsen er niet vanaf. Verder vindt ook hij het een best prettig gebouw. Voor de heer Segers, van dezelfde vakgroep, is de gehorigheid juist afgenomen omdat hij uit de oude barak, gebouw K, komt. Van het nieuwe gebouw vindt hij de binnenplaats steriel, een kleurtje kan geen kwaad, bijvoorbeeld een chileens schilderwerk zoals op de muur van gebouw B. Over het kunstwerk is hij ook al niet te spreken, zodat hij blij mag zijn dat zijn kamer aan de buitenkant van het gebouw ligt. Het grootste voordeel vindt hij dat alles van sociologie nu bij elkaar zit, wat de gezelligheid doet toenemen. Ook de werksfeer is erdoor verbeterd, evenals de sfeer tussen de verschillende vakgroepen. Dat het gebouw geen airconditioning heeft, vindt Margreet Heiligers, tijdelijk

Vorige week werd de nieuwbowiWan de Tilburgse Hogeschool feestelijk geopend. Dr. R.J. in Veld, directeur-generaal voor het Hoger Onderwijs en Wetershapsbeleid nam de officiële opening voor z'n rekening. Hijéving daarbij minister Deetman. In 't Veld was ook een belangiBdeelnemer aan de studiedag over de sturing van sociaal-weirschappelijk onderzoek. In dit nummer van THB het veii^ van de studiedag en bovendien een sfeerschets vamt nieuwe gebouw.

i

werkzaam op het faculteitsburo, het grootste voordeel van S, je kunt nu tenminste de ramen openen als je dat wilt. Dat vaak vergeten wordt ze weer te sluiten, vindt de bewaking weer niet zo prettigJeanette Schults, vaste kracht op hetzelfde buro, zit nu veel meer centraal dan eerst in gebouw K. Hierdoor heeft ze het drukker, maar dat bevordert wel de gezelligheid, want nu heeft ze ook contact met mensen die ze anders nooit zag. De onoverzichtelijkheid van S vindt Ad van Kempen, studentassistent, geen probleem, evenals het ontbreken van airconditioning, wat ieder in staat stelt zelf de temperatuur van z'n kamer te regelen. Gelukkig is er weinig beton gebruikt en is de boel een beetje opgefleurd, hoewel het soms met teveel enthousiasme is gedaan. Als er ook nog wat " w a r m " te eten komt in de kantine kan deze voor hem niet meer kapot. De gevolgen van een goedkope bouwmethode merk je. Het gebouw is wat gehorig, en soms staan pilaren midden in een leslokaal, maar storen doet dat niet echt. De heer Angement zat vroeger in K. Technisch bezien vindt hij dit nieuwe gebouw wel een vooruitgang, de voorzieningen zijn verbeterd, en de mensen die je nodig hebt kun je makkelijker vinden. Gezelliger vindt hij het er niet op geworden. Als je het gebouw bekijkt, was het

schijnbaar wel de bedoeling de sociale contacten te bevorderen. Hij merkt er in ieder geval niks van, maar zit er ook niet zo om te springen. In het idee van "all together" gelooft hij niet zo. leder heeft zijn eigen winkeltje en dat verandert hier niet. Het gebouw roept bij hem een donkere en sombere sfeer op, de gangen doen denken aan een bunker. Ook de kamers zijn door de lengteligging vrij donker, bovendien zijn ze gehorig, wat weleens stoort als je je goed moet concentreren. Het maakt hem echter allemaal niet zoveel uit, want de behuizing maakt je toch niet meer of minder gelukkig. "Er zijn te veel deuren", is een klacht van Jolanda Westerlaken, eerstejaars studente sociologie, "bovendien zijn de gangen te smal en doen ze denken aan een gevangenis". De koffiekamer vindt ze echter wel gezellig, niet zo onpersoonlijk, en er is lekkere koffie te krijgen, maar jammer genoeg niet om half negen. Vergeleken met gebouw A, met die gigantische galerijen, heeft S een veel intiemere sfeer, dat is wel een voordeel. Die sfeer komt mede door de prettige kantine waar de bar doet denken aan "Centre Pompidou". Er zijn vlaaipunten te krijgen en er is een expresso-apparaat waarachter ieder pauzekwartier enkele dames zich moeten haasten om een rij koffiegenieters vlot te helpen. Persoonlij-

ke bediening dus. Wat vinden de dames achter de bar er zelf van? "Het is erg leuk om hier te werken", aldus Agnes Vos, "het loopt lekker, dus je werkt fijn. Er is ook veel aandacht gegeven aan de sfeer in de kantine. Bovendien schenk je de koffie in kopjes, dat geeft meer werk dan plastic bekertjes, maar ook meer voldoening. Je merkt aan de mensen dat ze er meer waardering voor hebben, ze betalen graag wat meer voor gewone koffie in kopjes. Ze werkte hiervoor in de gebouwen D, E en F, waar ze met een koffiewagentje rond ging. Het was wel wennen. Ook voor Ria Brands was het even wennen. In de andere kantines kun je de mensen veel sneller helpen, daarom vond ze het, vooral tijdens het inwerken, hier vrij moeilijk. Nu ze gewend is met deze expresso-machine te werken, vindt ze het best leuk niet alleen maar gewone koffie te schenken. Over het algemeen kan men wel stellen dat de mensen redelijk tevreden zijn met dit nieuwe gebouw. Iedereen heeft wel bepaalde aanmerkingen, de een wat fundamenteler dan de ander, maar over de koffiekamer is niemand negatief. Wat betreft de fietsenstalling wil de hogeschool deze wel overdekken, maar is er voorlopig geen geld voor. Herman Vierhout

Dr. A. de Ruyter (Utrecht) op stui^ag over sturing van onderzoek:

Voorwaardelijke financiering mag geen/eriiapte Icwaiiteits beoordeling worden "Het wetenschapsbeleid van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen maakt een daadwerkelijke sturing van het onderzoek nog niet mogelijk. Het beleid stelt procedures en mechanismen voor waarvan verwacht wordt dat ze het interne reguleringsvermogen van het universitaire systeem zullen verhogen. Het meest sprekende voorbeeld is op dit moment de voorwaardelijke financiering. Het is geenszins de bedoeling van de overheid om nu de ingediende taakstellingen op inhoudelijke kriteria te beoordelen", aldus direkteur-generaal voor het Hoger Onderwijs dr. R.J. in 't Veld. In 't Veld sprak op sociologie van de Tilburgse Hogeschool. De studiedag stond in het teken van de wensen en mogelijkheden van sturing van sociaal-wetenschappelijk onderzoek. Voorwaardelijke financiering wordt gestart temidden van bestuurlijke chaos, berichtte de Groningse Universiteitskrant onlangs. De studiedag van de Tilburgse sociologen bleek op een uiterst gelukkig tijdstip plaats te vinden. De afgelopen In 't Veld: Overheid is bescheiden

Tilburgs Hogeschoolblad

maanden hebben de instellingen van Wetenschappelijk Onderwijs een stortvloed van maatregelen uit Den Haag over zich heen gekregen. De instellingen moeten taakverdelen, concentreren, keuzes maken voor tweede fase opleidingen en bovenal: bezuinigen. Bovendien wordt de bestuursstructuur herzien en gaat de structuur van het wetenschappelijk corps op de helling. Maar de aankondiging van de voorwaardelijke financiering van een deel van het onderzoek werd door menigeen als een regelrechte 'overvalaktie' van het ministerie ervaren. Bestuurders overal in den lande zaten ermee in hun maag; zelden was de behoefte aan duidelijkheid over de toekomst van het onderzoek groter. Nog even de achtergronden. Het begrip 'voorwaardelijke financiering' werd voor 't eerst geïntroduceerd in de BUOZ-nota van minister Pais uit oktober 1979. In deze Beleidsnota Universitair Onderzoek werd voorgesteld de rijksbijdrage of de eerste geldstroom op te splitsen in de opslagfinanciering en de voorwaardelijke financiering.

De opslagfinanciering was bedoeld om het universitaire onderwijs te bekostigen en zou daarom afhankelijk blijven van het aantal studenten. Met voorwaardelijke financiering betaalt de overheid onderzoeksprojecten die door een universiteit of hogeschool zijn aangemeld en waarvan het ministerie vindt dat ze uitgevoerd moeten worden. Het moet daarbij gaan om onderzoek van bijzondere wetenschappelijke betekenis en/of maatschappelijk belang. Voorwaardelijk gefinancierde onderzoeksprojecten worden voor vijf jaar beschermd, waarna men het geleverde werk beoordeeld en besluit of de bescherming wordt opgeheven of gehandhaafd. Wie die toetsing gaat uitvoeren blijft echter onduidelijk.

WEINIG ERVARING M H H M M In 't Veld was zich er terdege van bewust dat in kringen van wetenschapsbeoefenaren een gevoel van onbehagen heerst. " M e n vraag zich in die kringen af: gaat de overheid niet teveel sturen? Misbruikt de overheid de beperkingen van de budgetten niet door tegelijk teveel macht op te eisen? Blijft er nog wel iets over van de vrijheid waarin het wetenschappelijk onderzoek zich gewoonweg kon voltrekken? Wordt de wetenschap niet geheel ondergeschikt gemaakt aan allerlei alledaagse belangen onder het mom van maatschappelijke relevantie?" Op dit gebied van de sociale wetenschappen spelen deze vragen zo mogelijk nog meer. In 't Veld: "Daar is sprake van een vrij jonge wetenschapstraditie terwijl de verwachtingen over de opbrengst bijzonder hoog gespannen zijn en dus teleurstellingen over de resultaten vrijwel onvermijdelijk zijn. Bovendien een wetenschapsgebied waar al gauw iedereen zich competent tot oordelen acht."

"Gezien de huidige maatschappelijke si- verantwoordelijkheid komt daarmee bij tuatie wordt het vanuit een roep om meer de centrale overheid te liggen. Met deze kennis begrijpelijk dat geprobeerd wordt bevoegdheid heeft de RAWB grote de wetenschap meer planmatig in te zet- moeite. De eindverantwoordelijkheid ten. " Volgens in 't Veld is in het huidige ffioet bij de instellingen zelf blijven ligtijdsbestek een politische Herausforde- gen." rung der Wissenschaft dan ook een ab- Hutter had bovendien grote moeite met solute noodzakelijkheid. Wel moeten we de enorme stroom maatregelen die de daarbij beseffen dat we voor het voeren overheid over de instellingen van wetenvan zo'n wetenschapsbeleid nog over schappelijk onderwijs heeft uitgestort: weinig kennis en ervaring over het suc- "De som van al deze maatregelen leidt ces en het falen ervan kunnen beschik- tot 'oversturing'. Daardoor wordt het ken, aldus In 't Veld. systeem betrekkelijk ongevoelig voor In 't Veld schilderde de aanwezigen een meuwe sturingsimpulsen. Bovendien zulbeeld voor hoe er binnen de overheid fen er onbedoelde neveneffecten optreover sturing wordt gedacht: "Dat beeld den zoals nieuwe bureaucratische en pabevat aarzeling over effectiviteit, erken- piercircuits." Ook hierbij is het volgens ning en pluriformiteit en vrijheid en leidt Hutter zaak vooral het zelfsturend vertot een bescheiden opvatting over de mogen van de instellingen te versterken. sturing van het onderzoek." '*ï)e overheid kan deze zelfsturing wel onWaar de direkteur-generaal in goed ge- dersteunen. Als voorbeeld wees Hutter kozen, geruststellende bewoordingen hierbij op de voorgenomen reorganisatrachtte de gemoederen zoveel mogelijk ties van ZWO, die een verdubbeling van te kalmeren, wakkerden De Ruiter en het budget zal betekenen. Hutter, twee andere inleiders op de stu diedag, de gevoelens van onbehagen ONZALIG HUWELIJK, over het overheidsbeleid nog aan. Ook dr. A. de Ruyter van het Instituut Drs. W . Hutter, secretaris van de Raad ,voor Culturele Antropologie aan de Rijkvan Advies voor het Wetenschapsbeleid suniversiteit van Utrecht leverde in zijn voerde ernstige bezwaren aan tegen de bijdrage fundamentele kritiek op het stelopzet van het stelsel van voorwaardelijke i sel van voonA/aardelijke financiering. De financiering. Bij de beoordeling van voorRuyter was wel positief over het principe stellen voor deze vorm van financiering van sturing door de overheid als uitvindt volgens Hutter twee maal toetsing aangspunt van de voonwaardelijke finanplaats. Eerst worden kwaliteit en belang ciering: "Het gaat tenslotte om gemeenvan de onderzoekstaakstelling beoor- schapsgelden met voortgangskontroles deeld. Daarna wordt bekeken of de voor- en kwaliteitseisen. Toch heb ik wel prostellen binnen de landelijke taakverdeling blemen met de konkrete uitwerking. " Hij passen. noemde het opvallend, dat de invoering Hutter: "De minister beoordeelt vervol- , Van de tweefasen-structuur meer comgens of bij deze voorstellen voldoende DHM^ had teweeg gebracht dan de euoz-nota. Ten onrechte, zo meende recht is gedaan aan beide afwegingspro' De Ruyter. cessen en neemt daarna de beslissing o' het voorstel in de voorwaardelijke firia"' P^^."Vter zag vooral problemen met beciering zal worden opgenomen. De eind jrekking tot de 'omvangeisen' (bij een

i

programma gaat het om 5 tot 10 mensjaren), gekoppeld aan eisen als expertise en een goed ontwikkeld management. Hij vroeg zich af hoe binnen programma's van 5 tot 10 jaar aktuele ontwikkelingen en maatschappelijke vraagstukken een plaats moeten vinden. Vooral recente maatschappelijke onderzoeksgebieden als vrouwenstudies en minderhedenstudies kunnen hierbij wel eens de dupe worden. Op deze gebieden zijn nog weinig onderzoeksresultaten voorhanden, terwijl er bovendien nog geen uitgesproken expertise aanwezig is. De Ruyter: "Er gaat mijns insziens een conservatieve tendens uit van deze voorwaardelijke financiering. Mensen die bezig zijn rond aktuele vraagstukken, lopen de kans eruit te vliegen öfze zien zich genoodzaakt zich aan te sluiten bij bestaande programma's. Dit laatste gaat dan weer ten koste van hun onderzoek." Een tweede gevaar zag hij in de monopoliseringstendenzen in de wetenschap. Op wetenschappelijk terrein is volgens De Ruyter het principe van vrije konkurrentie of pluralisme van belang. Maar, onder het régime van de voorwaardelijke financiering zullen vakgroepen ontstaan rond één bepaald thema, waarbinnen dan minder fundamentele diskussies zullen plaatsvinden. "H/lonopolisering leidt wellicht tot schijnprogressie en uiteindelijk tot stagnatie. De omvangseis en taakverdelingseis zijn sturingselementen, die nu samenvallen met bezuinigingen; een onzalig huwelijk. En dit huwelijk leidt tot monopolisering."

Z-FINANCIERING

mt^m^^^

Aan de Rijksuniversiteit in Leiden heeft men sinds het einde van 1978 ervaring met een stelsel van studentonafhankelijke onderzoekfinanciering, de zogenaamde Z-financiering. Dr. A . F . J .

van Raan van het Bureau van de Rijksuniversiteit schetste in zijn bijdrage aan de studiedag een beeld van deze financieringsvorm, die door Den Haag vol lof wordt gadegeslagen. "De Z-procedure is vooral bedoeld als een vorm van zelfevaluatie", benadrukte Van Raan. Voor de verZetting van onderzoeksprojecten - zo wordt de operatie wel genoemd - geldt een vaste procedure. Het beginpunt ligt bij de vakgroepen en individuele onderzoekers waar het initiatief wordt genomen. Er komt een beschrijving van het onderzoeksproject. Aangegeven wordt verder onder meer het aantal onderzoekers dat erbij betrokken is, de geschatte looptijd van het project, de relatie met het onderzoekprogramma van vakgroep en (sub)faculteit en - blijkbaar heel belangrijk - de naam van de projectleider én het aantal wetenschappelijke publikaties van hem en z'n collegaonderzoekers. Deze projectbeschrijving gaat na goedkeuring in de vakgroep door naar de (sub)faculteit die op advies van de (sub)facultaire wetenschapscommissie besluit tot het al of niet doorzenden van de Z-aanvraag.

rw

king om als Z-onderzoek te worden gefinancierd. Na 2 jaar vindt dan een evaluatie plaats in een vergelijkbare toetsingsprocedure. Van Raan legde in z'n inleiding nogal de nadruk op het belang van een goede organisatievorm en een goed management voor het van de grond krijgen van een stelsel van student-onafhankelijke onderzoeksfinanciering: "Je zult een heel pakket van kennis en vaardigheden met betrekking tot organisatie, planning, financiële, personele en juridische aspecten moeten aanbieden; zaken die zij het starten, uitvoeren en ontwikkelen van wetenschappelijk onderzoek onmisbaar zijn. "Volgens Van Raan moeten we streven naar '(inter)universitaire onderzoekondersteunende centra'. In tegenstelling tot de opvattingen van Van Raan pleitte prof. dr. A.C. Zijderveld van de organiserende subfaculteit van de

vervolg op pagina 10 De Ruyter: Onzalig huwelijk

Een positieve beslissing resulteert in het aanbieden van de projecten aan het College van Bestuur. In Leiden worden de aanvragen vervolgens in opdracht van het college marginaal getoetst door een stafgroep onderzoeksbeleid. Daarbij wordt bekeken of de ingediende projecten inderdaad voldoen aan de per faculteit (!) opgestelde kriteria voor het Z-onderzoek, ofwel: kon de (sub) facultaire wetenschapscommissie in redelijkheid komen tot zijn (positieve) advies. Het is uiteindelijk het college van bestuur dat over de verZetting van de ingediende projecten beslist. Volgens de Leidse universiteitskrant MARE komt in de praktijk 50 tot 90% van de aanvragen in aanmer29 Oktober 1982


vervolg van pagina 6

Interview Pronk harmoniemodel in de internationale economische betrekkingen. Is dit nog wei reëel in een tijd waarin de verhoudingen tussen Noord en Zuid steeds grimmiger worden en de bereidheid tot ontwikkelingssamenwerking door harde belangentegenstellingen afneemt? De president van de Wereldbank A. W. Clausen heeft zelfs gesteld dat de VN-formule van de Noord-Zuid realtie van karakter is veranderd en er tegenwoordig sprake is van multipolaire belangentegenstellingen. Pronk: 'Ja, dat is zijn verhaal in Tokio van januari j . l . , waar ik het helemaal niet mee eens ben. Er is differentiatie tussen ontwikkelingslanden, ontegenzeggelijk, maar om dan te zeggen dat er multipolariteit is ontstaan, dat vind ik voor een Amerikaan 'wishfullthinking'. Er is altijd nog meer gemeenschappelijk belang tussen arme en rijke ontwikkelingslanden, dan tussen ontwikkelingslanden aan de ene kant en de westerse rijke landen aan de andere kant. Dat er onvoldoende rekening wordt gehouden met differentiatie die er is opgetreden in economische zin, dat is waar. Maar het probleem is, dat dit in politieke zin betekent het uit elkaar spelen van ontwikkelingslanden ten gunste van de landen met macht, de Noordelijke landen. Ik vind natuurlijk wel dat we toe moeten naar een zekere vorm van differentiatie, in economische zin, zonder politiek gezien de zaak uit elkaar te spelen. De

Westerse landen willen wel differentieren, maar dat betekend graduatie. We willen alleen wat doen voor de armste ontwikkelingslanden en de rest is gepromoveerd. Gegradueerd als ontwikkelingsland tot een participant in het westerse systeem, waar we niets meer voor hoeven te doen. Dit vind ik onterecht, want ook landen als Brazilië en Saoedi-Arabië blijven ontwikkelingslanden. Een doorbraak in die gepolariseerde discussie voor de jaren tachtig is naar mijn mening erg belangrijk. Bert Peters en Bart Schaap

vervolg van pagina 2

Uit de Universiteitsbladen de Rotterdamse fakulteit voorrekent hoe het er met de toekomstige werkgelegenheid voor artsen voorstaat. Greep bepleitte een drastische verlaging van de numeris fixus: van 1948 naar 1200 studenten op jaarbasis. Uit het verbaal geweld van Greep sprak duidelijke minachting voor de generatie van ministers van Volksgezondheid - altijd een dankbaar onderwerp! In zijn ogen begrijpen ze er niets van. Greep meent dat de kostenstijgingen in de gezondheidszorg autonoom zijn en slechts door zeer krachtige maatregelen in budgetaire banen kunnen worden geleid. Zijn Rotterdamse tegenhanger. Prof. Pool, zag de noodzaak van de beperking van de studenteninstroom niet. Veranderde werkomstandigheden door terugbrenging van de werkweek van 40 uur

vervolg van pagina 9

Sturing van onderzoel< Tilburgse Hogeschool voor een snelle inhoudelijke aanpak van het voorwaardelijke financieringsbeleid. "We hebben minder behoefte aan technokratisch ingestelde organisatie-advies mensen op dit moment", zei hij. Zijderveld refereerde ook uitvoerig aan de gang van zaken binnen de Tilburgse subfaculteit. Hij pleitte ervoor alle planningslawines juist aan te grijpen om orde op zaken te stellen, door aktief te zoeken naar een goed onderzoeksbeleid. "Van het voorwaardelijk gefinancierde zwaartepuntonderzoek in een faculteit moet een uitstralende werking uitgaan; het moet kunnen vitaliseren en inspireren.", zo hield hij z'n gehoor voor. Hij legde daarbij grote nadruk op een gezaghebbende onderzoekscommissie op het nivo van de (sub)faculteit. Zo'n onderzoekscommissie zou vooral sturend op moeten treden om de plannen, zoals die nu nog op papier staan, te verwerkelijken in hoogwaardig onderzoek.

HOORZiniNG ^ ^ ^ ^ H M De diskussie met de aanwezigen in de zaal had veel weg van een hoorzitting georganiseerd door het ministerie van O & W om alle betrokkenen de gelegenheid te geven hun grieven te spuien. In 't Veld voelde zich blijkbaar nogal thuis in de rol van een geduldig luisterende pafer familias die z'n ongeruste, angstige kinderen komt vertellen dat het allemaal zo'n vaart niet zal lopen. Allereerst had In 't Veld een appeltje te schillen met boze buurman Hutter, waar Tilburgs H o g e s c h o o l b l a d

deze sprak van eindverantwoordelijkheid van de minister. "Een kwade misvatting, louter demagogie", aldus de directeurgeneraal. De interne bescherming die projecten binnen een instelling genieten wordt ook door het ministerie gegarandeerd. De ingediende voorstellen voor voorwaardelijk te financieren projecten worden twee jaar geparkeerd. Daarna vindt toetsing plaats door instanties aan te wijzen door instellingen èn ministerie tesamen. Voor die toetsing is overigens géén standaardprocedure beschikbaar; dan kan een groepje peers zijn, maar ook een ZWO-delegatie of een sectie van de Academische Raad. "Slechts de uiteindelijke 'bevestiging' vindt plaats door de minister", aldus In 't Veld. Sommige instellingen voor Wetenschappelijk Onderwijs zijn op het gebied van sturing het ministerie nog vóór. Zo maakte de heer Smid van de subfaculteit Psychologie aan de Groningse Universiteit melding van een systeem van outputmeting, dat aan deze subfaculteit tot tevredendheid van de betrokkenen functioneert. Volgens Smid ligt in deze outputregistratie altijd een zekere sturing van het onderzoek opgesloten. In 't Veld merkte hierbij op dat output-meting bij veel onderzoekers omstreden is; wel subsidieert het ministerie op dit moment een onderzoek naar de mogelijkheden ervan. In 't Veld: "We moeten wèl beseffen dat output-meting nooit als het enige sturingsmiddel kan functioneren. Om verstarring in het onderzoek te voorkomen, blijft de dialoog met de onderzoekers geboden. "

IVA (Instituut voor SociaalWetenschappelijk Onderzoek), sektie organisatie vraagt een S T U Q 6 n T ~ a S S I S T 6 n l ten behoeve van het projekt: evaluatie van de Tijdelijke Wet Normering inkomens vrije beroepsbeoefenaars (afk. T.W.N.). In diensttreding op zo kort mogelijke termijn. Het betreft een aanstelling voor 2,5 dag per week gedurende 7 è 8 maanden. Zijn/haar taak zal bestaan uit een uitvoerige dokumentenanalyse en enig specifiek gericht veldwerk. Gezien de aard en problematiek van het onderzoek gaat de voorkeur uit naar doctoraal studenten met een van de volgende vakken In hun pakket (c.q. afstudeerrichting): Sociologie van arbeid, beleid en organisatie; arbiedsverhoudingen; arbeidsrecht; staat- en bestuursrecht. Nadere inlichtingen te verkrijgen bij drs. J. Baaijens (projekt-leider): gebouw S, kamer 217, tel. 013-(66)2438 of bij dr. J.H. Andriessen (hoofd sektie organisatie), tel.: 013 (66)2453. IVA, sektie organisatie, Hogeschoollaan 225, Tilburg.

zou ruimte doen ontstaan voor 4000 nieuwe specialisten. Beperking zou volgens hem in pas in de eventuele doorloop van Eerste Fase naar Tweede Fase moeten plaatsvinden. De bezuinigingen treffen de bibliotheken aan de Erasmus Universiteit hard. Sinds mei 1982 is er vrijwel geen boek meer bijgekomen. Theo Potma interviewde drs. Wim Jongman, werkzaam op de subfakulteit maatschappij geschiedenis en lid van de bibliotheekcommissie. Het boekenbudget incasseert nu de nawerkingen van tegenslagen uit voorafgaande jaren, aldus Jongman. Het steeds maar aanwerven van nieuwe abonnementen op tijdschriften terwijl er maar zelden oude abonnementen worden opgezegd is zo 'n tegenslag. Dit gekoppeld aan forse prijsstijgingen van die abonnementen

zorgen ervoor dat 70% van het boekenbudget aan tijdschriften wordt uitgegeven. Jongman vindt dit zorgwekkende ontwikkelingen. In zijn visie neemt de bibliotheek binnen onderwijs en onderzoek een belangrijke rol in. De bezuinigingen dienen die essentiële rol onaangetast te laten. Wat hij wel wil is de franje wegsneden. Hij noemt een extreem voorbeeld. "Vergelijk de situatie eens met Cambridge. Ook daar moet worden bezuinigd en de bibliotheek krijgt flinke klappen, maar de manier van bezuinigen is heel verschillend. In een gang van 100 meter zit niet meer dan een 40 Watt lampje en de verwarming gaat uit. Studenten zitten met handschoenen aan te werken. Het is een oude wrakke toestand, maar boeken hebben ze". LUCAS VAN WEES

"Planning lijkt zich volgens logische patronen te voltrekken; in werkelijkheid is het een sociologisch proces, met alle machtsprocessen vandien", merkte De Ruyter op. Er kleven enorme problemen aan de totstandkoming van de voorwaardelijke financiering. Allereerst is er de autonomie van de instellingen; men moet proberen in unanimiteit tot beslissingen te komen. "Daar komt bij dat er sprake is van een voortdurend verschuivend middelenperspectief", aldus De Ruyter. "De minister zal de 258 miljoen die in 1987 op het Wetenschappelijk Onderwijs bezuinigd moet worden zoveel mogelijk 'beschermen'", beloofde de direkteurgeneraal. Niet alleen De Ruyter bleek problemen te hebben met de 'omvangseisen' die het stelsel van voorwaardelijke financiering met zich meebrengt. Go/r/re/van de Sociaal Wetenschappelijke Raad viel hem daarin bij: "Komt de geniale individuele onderzoeker nog wel aan z'n trekken in een dergelijk stelsel?" Gokkel wees daarbij op een onderzoeker als Buikhuizen, die wel maatschappelijk relevant (!) onderzoek doet, maar daarbij de publieke opinie tegen heeft. In 't Veld heeft zich voorgenomen de omvangseisen coulant te behandelen. Hij verwacht bovendien dat de vakgroepbesturen hun programma's vastleggen zonder een ijzeren diktaat. "Het zijn allemaal nog geen snijdende voorwaarden, laten we dat rustig eens afwachten."

erkennen dat er sprake is van rotzooi in de wetenschap, dat er onderzoek wordt uitgevoerd dat niet in aanmerking komt voor voorwaardelijke financiering, aldus Van Raan. "In de jaren '60 hebben veel mensen zich in de wetenschap een ijzersterke positie verworven; die posities zijn via rechtspositieregelingen vastgelegd met als gevolg dat iedereen zich safe waant. Dat niet-selektieve klimaat wreekt zich nu in Nederland; de zaak is helemaal dichtgeslibd. Het wordt hoog tijd, dat er eens iets gaat gebeuren." Wèt er gaat gebeuren, in concreto hoe het stelsel van voorwaardelijke financiering gaat uitpakken, valt op dit moment nog niet te voorzien. In 't Veld: Er zijn i.h.a. weinig beleidsevaluatiestudies uitgevoerd in Nederland. Van het Leidse stelsel van Z-financiering kunnen we weliswaar vaststellen dat het intersubjectief geaccepteerd is; dat neemt niet weg dat bij transplantatie van zo'n stelsel naar landelijk nivo de nodige voorzichtigheid geboden is." Waar menigeen echter bevreesd voor Is, is dat de marginale toetsing ook van invloed zal zijn op de inhoud van de onderzoeksprogramma's. De Ruyter: "Die marginale toetsing zou wel eens sanering als gevolg kunnen hebben. Het is in ieder geval een diep-ingrijpende toetsing. Laten we dan maarzo eerlijk zijn het beestje bijzijn naam te noemen. We moeten niet via de omweg van de voorwaardelijke financiering de kwaliteit van het wetenschappelijk werk gaan beoordelen!" Prof. dr. R.A. de Moor, geen onbekende in onderwijskringen en een uiterst bekwaam disküssieleider: "Maar zo werkt het wel."

DICHTGESLIBD I Van Haan wees er nog op dat andere landen, zoals de Bondsrepubliek, Frankrijk en de VS, al veel verder zijn met een selektief onderzoeksbeleid. VVe mogen best

Paul Emonts Lennart Kik 29 o k t o b e r 1982

m


MEMO

Varia I GROTIUS COLLOQUIUM Van 6 tot 9 april 1983 organiseert de Koninl<lijke Nederlandse Akademie van Wetenscahppen ter gelegenheid van Hugo Grotius' 400ste geboortedag een colloquium, dat leven en werken van de befaannde zeventiende-eeuw/se Nederlandse humanist tot onderwerp heeft. Niet alleen de levensloop van Grotius, ook zijn juridische, theologische, literaire en staatkundige werken zullen In een twaalftal lezingen aandacht krijgen. De congrestalen zijn Engels, Frans en Duits. Het Colloquium zal te Rotterdam (Museum Boymans-van Beuningen) worden gehouden. De lezingen zijn over drie dagen verspreid. In aansluiting van het congres vinden er op de zaterdagochtend van 9 april bezoeken plaats aan het Vredespaleis te Den Haag en de herdenkingstentoonstelling over Hugo de Groot in het Prinsenhof te Delft, 's Middags zullen de congresgangers in de Nieuwe Kerk te Delft de Nationale Herdenkingsviering kunnen bijwonen. Voor nadere inlichtingen wende men zich tot het Secretariaat Grotius Colloquium, p/a Grotius Instituut, Koninklijke Bibliotheek, Prins Willem Alexanderhof 5, 2595 BE 's-Gravenhage.

HOMOSEKSUEEL - KERKLID7 Weekend voor mensen die het een uitdaging vinden tegelijk homoseksueel en kerklid te zijn. Het weekend wordt georganiseerd door de Landelijke Werkgroep Geloof 8- Levensbeschouwing van het COC en wordt gehouden op zaterdag 20 en zondag 21 november in Woudschoten te Zeist. Inlichtingen: Dre van den Berk, tel. 020-643423, Mieke Booij, tel. 020-456868, Anjolien Kooreman, tel. 071-121908, Lodelwijk Palm, tel. 020-472633. OTO-CONGRES: DE AUTONOMIE VAN HET HOGER ONDERWIJS De autonomie van instellingen van het hoger onderwijs (w.o. en h.b.o.) staat de laatste jaren sterk in de belangstelling. Het hoger onderwijs laat regelmatig weten dat de autonomie van de instelling moet worden vergroot. Blijkbaar laat de verdeling van bevoegdheden op verschillende terreinen onvoldoende ruimte open voor de instellingen om goed te kunnen functioneren. Het is echter de vraag of instellingen zijn opgewassen tegen meer autonomie gezien hun bestuurskracht. Er lijkt een maatschappelijke beweging op gang te komen om de rol van de overheid terug te dringen. Wat gaat dit de komende jaren voor de instellingen en voor de verhouding tussen overheid en instelling betekenen? Om enige klaarheid te brengen in deze complexe materie organiseert het Studiecentrum OTO een congres over dit onderwerp. Het congres is bedoeld voor personen die werkzaam zijn in de sfeer van beleid, beheer of organisatie van instellingen. Hopelijk kunnen deelnemers worden geholpen bij het verwerven van inzicht in onderwijsbeleid en -politiek. Op basis daarvan zou vervolgens de eigen rol en de onderlinge relaties in beleid en beslissingsruimte kunnen worden waargenomen. Het congres wordt gehouden op 8 december 1982 in de Koninklijke

Tilburgs Hogeschoolblad

Jaarbeurs te Utrecht. Het programma voorziet in een drietal inleidingen gtevolgd door commentaren en discussies. Na de opening om 10.00 uur door ir. F.J. Schijff (voorzitter College van bestuur Stichting Nijenrode) zal ir. W.C.M, van Lieshout (voorzitter College van bestuur KU Nijmegen) spreken over de plaats en functie van instelingen van hoger onderwijs in de samenleving. Vervolgens gaat dr. Th.H.J. Stoelinga (voorzitter HBO-Raad) in op enige knelpunten gevolgd voor commentaar van drs. E.B.N, de los Santos (adjunctdirecteur Centraal Bureau voor het Katholiek Onderwijs) en van drs. H.J. Brinkman, (voorzitter College van bestuur VU Amsterdam). Om 14.00 uur zal dr. R.J. in 't Veld (directeur-generaal hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen) spreken over de vraag of inperking van autonomie vanuit overwiegingen van de overheid noodzakelijk is, gevolgd door commentaar van drs. H.L.H. Janssen (algemeen directeur EHBO Eindhoven) en mr. K.J. Cath (voorzitter College van bestuur RU Leiden). Aansluitend vindt een forumdiscussie plaats onder leiding van prof. dr. W.H.F.W. Wijnen (hoogleraar onderzoek en ontwikkeling van Hoger Onderwijs RU Limburg). Vooraf zullen de deelnemers een congresboek ontvangen waarin onder andere nadere informatie over het thema alsmede gegevens over de inleidingen zijn opgenomen. De kosten voor deelname bedragen f 75,- per persoon inclusief lunch, congresboek en verslag. Nadere inlichtingen en inschrijfformulieren zijn te verkrijgen bij het Secretariaat van het Studiecentrum OTO, Postbus 16759, 2500 BT 's Gravenhage, tel.: 070-824321.

Sport ^ PENDRAGON Sportkaartcontrole: denk eraan dat je je sportkaart meeneemt als je komt sporten. Dat geldt niet alleen voor lessen en trainingen in de studentensporthal, maar ook in de HTSzaal en St. Maartenschool, voor de bosloop en alle andere trainingen buiten de studentensporthal. Er wordt steeds gecontroleerd. Lustrumtoernooi: inschrijfformulieren zijn verkrijgbaar aan de balie van de sporthal. Per sport en per onderdeel een apart formulier invullen. Deelname is kosteloos. De inschrijftermijn sluit op vrijdag 12 nov. om 18.00 uur. Tennis: beste tennissers, om jullie vorderingen gedurende het eerste semester eens nader te kunnen bekijken, wordt er van dinsdag 7 dec. t.m. dinsdag 21 dec. 1982 een groot algemeen toernooi gehouden in de categorie beginners, half-gevorderden en gevorderden. In de eerste twee categorieën is inschrijving mogelijk voor zowel dames als heren, in de derde categorie alleen voor heren. Er worden alleen singles gespeeld volgens het poule-systeem. De wedstrijdduur is 45 minuten. Het aantal gewonnen games is beslissend. Het inschrijfgeld bedraagt f 2,50 per persoon. Het inschrijfgeld dient te worden voldaan bij het inleveren van het inschrijfformulier bij Eric Mathieu. Van eenieder die inschrijft wordt verwacht dat ze overdag onvoorwaardelijk beschikbaar zijn vanaf dinsdag 7 dec. De inschrijfformulieren dienen uiterlijk vrijdag 12 nov. ingeleverd te zijn. Schaken: op vrijdag 10 dec. wordt er in de kleine zaal van de studen-

tensporthal een snelschaaktoernooi georganiseerd voor sportkaarthouders. Het inschrijfgeld bedraagt f 2,50 en dient te worden voldaan bij inlevering van het inschrijfstrookje bij een van onderstaande personen. Inschrijfformulieren liggen vanaf maandag 25 okt. bij de conciërge van de studentensporthal. Walter de Wit, John de Bie, Eric Mathieu. Ski-gymnastiek: vanaf 3 nov. wordt er op de woensdagavond van 19.00-20.00 uur ski-gymnastiek gegeven in het zaaltje van de St. Maartensschool. Er is echter maar beperkte inschrijving mogelijk. Verdere informatie en een intekenlijst zijn te vinden op een van de publiciteitsborden in de sporthal. Squash: degenen die op 14 en 21 okt. hebben deelgenomen aan de squash-instructie in de Pellikaanhal in Goirie, kunnen op vertoon van de sportkaart '82-'83 een pasje afhalen bij de conciërge in de studentensporthal. Hiermee kunnen zij t.m. 31 december gratis onbeperkt squashen. Bovendien wordt hen de mogelijkheid geboden om voor ^ 100, — lid te worden van de squashclub Pellikaan, van 1 jan. '83 t.m. 31 dec '83. Atletiek: je kunt nog steeds inschrijven voor de Internationale Studentencross in Berlijn. Afstanden: heren 10.6 km. en dames 4.4 km. De cross is op zondag 7 nov. Vertrek vanuit Tilburg op vrijdag 5 november en terugkomst op maandag 8 nov. Kosten maximaal f 185,—, exclusief maaltijden en i.s.i.e.-kaart, visum e.d., inclusief reis- en verblijfkosten. Nadere bijzonderheden op het publicatiebord van Parcival in de sporthal. Zaalhockey: binnenkort gaat er een vriendschappelijk zaalhockey competitie van start: vanaf 20 nov. elke zaterdagmiddag, zowel heren- als dameszaalhockey. Inschrijfformulieren zijn verkrijgbaar aan de balie van de . sporthal.

Studenten \ VITE "MULTINATIONALE ONDERNEMINGEN" Dinsdag 2 november. Aanvang: 15.30 uur, AZ 19 Dr. J.M. Goudzwaard "Internationale Gedragscodes voor Multinationale Ondernemingen" De invloed die Multinationale Ondernemingen (MNO's) uitoefenen op de wereldeconomie blijkt wellicht uit de volgende feiten: in 1976 waren er binnen het OESO-gebied maar liefst 500 MNO's actief, die werk verschaften aan zo'n 46 miljoen mensenl Hierbij overschreed de toegevoegde waarde van de 10 grootste MNO's het BNP van meer dan 80 afzonderlijke landen. Door gestaag toenemende multinationale activiteiten werd alom de noodzaak gevoeld om regels op te stellen op het gebied van o.a. arbeidsverhoudingen en de verhouding tussen MNO's en de nationale regeringen die zowel moederland als land(en) van vestiging. Deze vaststelling van gedragscodes vereist echter internationale coördinatie en samenwerking. Moeizame onderhandelingen zijn veelal het gevolg. Desalniettemin zijn inmiddels al enige codes ontwikkeld of naderen het punt van voltooiing. De vele problemen die vakbonden, overheden en de MNO's in hun onderlinge verhouding hebben komen hierin tot uitdrukking. Dr. J.M. Goudzwaard, Vice-President van Unilever, zal nader ingaan op deze Internationale Gedragscodes

voor MNO's. Na afloop van Goudzwaard's Lezing, die georganiseerd werd door VITE, de Vereniging voor Internationale Tiiburgse Economen en Juristen, zal er een borrel plaatsvinden in "Het Dorstige Hert", Bredaseweg. Ook hierbij zijn alle belangstellenden van harte welkom. BEURZEN VOOR STUDIE EN ORIËNTATIE IN DE VERENIGDE STATEN Voor Nederlandse docenten en deskundigen bij het voortgezet onderwijs zijn beurzen beschikbaar voor studiereizen naar de Verenigde Staten in het schooljaar 1983-1984. I. Fulbright beurzen voor deelneming aan het Summer Seminar in American Studies aan de University of Minnesota in Minneapolis. Periode 1 juli tot 31 augustus 1983 Vereist: - onderwijsopdracht in Engels, Aardrijkskunde, Geschiedenis of Maatschappijwetenschappen aan een Nederlandse school voor voortgezet onderwijs. - minimaal 3 jaar leservarlng - leeftijd tot 45 jaar - voorkeur gaat uit naar degenen die niet eerder in de Verenigde Staten zijn geweest Toelage: $ 1.800 - vergoeding van reiskosten naar en binnen de Verenigde Staten Sluitingsdatum: 1 februari 1983. II. Fulbright beurzen voor het bestuderen van (ontwikkelingen in) het Amerikaans voortgezet onderwijs: Individueel Programma Periode 60 dagen in het schooljaar 1983-1984 (niet in de schoolvakanties). Vereist: - gedegen kennis en erkende deskundigheid op het gebied van het Nederlandse voortgezette onderwijs (direkteuren en dekenen van scholen van voortgezet onderwijs, rectoren en studieleiders van instellingen voor lerarenopleiding, inspecteurs voor voortgezet onderwijs, specialisten voor leerplanontwikkeling, etc.) - vermogen en mogelijkheid de Amerikaanse ervaring ten dienst te stellen van het Nederlands onderwijs - leeftijd tot 50 jaar - voorkeur gaat uit naar degenen die niet eerder in de Verenigde Staten zijn geweest. Toelage: $ 3.300 - vergoeding van reiskosten naar en binnen de Verenigde Staten. Sluitingsdatum: 1 februari 1983 Brochures en aanmeldingsformulieren Netherlands America Commission for Educational Exchange, Nieuwe Spiegelstraat 26, 1017 DG Amsterdam (020-242435). STUDIEBEURZEN VOOR VERENIGDE STATEN

DE

Voor afgestudeerden met zeer goede studieresultaten van Nederlandse universiteiten en hogescholen, van Conservatoria, Academies van Beeldende Kunsten en de Nederlandse Film- en Televisie Academie, zijn beurzen beschikbaar voor voortgezette studie in de Verenigde Staten voor het academisch jaar 1983-1984. A. Fulbright beurzen voor studie voor een Master's graad of een Ph. D. in elke studierichting. Vereist: - afstuderen vóór 1 september 1983. - toelating tot 'graduate study' aan een Amerikaanse universiteit - volledige of gedeeltelijke Amerikaanse beurs of assistentschap óf eigen fondsen Toelage: maximaal $ 3000 en/of vergoeding van de reiskosten.

29 oktober 1982

Sluitingsdatum voor beursaanvrage: 31 maart 1983. Brochures en aanmeldingsformulieren NETHERLANDS AMERICA COMMISSION FOR EDUCATIONAL EXCHANGE (NACEE) Nieuwe Spiegelstraat 26, 1017 DG Amsterdam (020-242435) Vele Amerikaanse universiteiten sluiten reeds op 31 december 1982 de inschrijving voor het academisch jaar 1983-1984. Aangeraden wordt zich ruim tevoren te wenden tot het STUDENT COUNSELING DEPARTEMENT VAN NACEE, waar advies en inlichtingen verstrekt worden over het hoger onderwijs in de Verenigde Staten en over inschrijvingsprocedures aan de universiteiten. De studiegidsen van universiteiten en naslagwerken kunnen worden geraadpleegd. STUDENT COUNSELING DEPARTMENT: - telefoon 020-241514 (9.00-12.00 uur) - open dagelijks van 13.00 - 17.00 uur.

Menu PERIODE 1 T/M 5 NOVEMBER 1982 MAANDAG 1/11 kerrysoep - kippesoep runderhachee - zigeunerburger rode kool met appeltjes - savoyekool gek aardappelen div nagerechten DINSDAG 2/11 chinese kippesoep - schotse boeresoep hamburger met satesaus - gebakken lever gemengde groenten - appelmoes patates frites of gek aardappelen div nagerechten WOENSDAG 3/11 hollandse erwtensoep - floridasoep biefstuk tartaar - ananasburger uiensaus spitskool met kerrysaus - bietjes gek. aardappelen div nagerechten DONDERDAG 4/11 kalfssoep - heldere selderysoep varkensvleeskerryragout barbequeworstje gemengde sla - postelein njst of gek aardappelen div nagerechten VRIJDAG 5/11 tomatensoep chili con carne seldery - wortelsalade peperburger - pepersaus seldery - gekookte aardappelen div nagerechten


BIJ THEO PETERS HAALT U IN SNEL TEMPO ELK RIJBEWIJS Met 24 verkeersscholen, is Theo Peters Nederlands grootste en nneest professionele opleidingsinstituut voor alle rijbewijzen. Naast het motor-, personenauto- en groot-rijbewijs, worden opleidingen verzorgd voor beroepschauffeurs (CCV-B en vakopl. I en II). Er is een kursus voor vorkheftruckchauffeurs, een caravan-instruktie, een kursus voor bromfietsers en een verkeersopleiding voor de jeugd. Bij Theo Peters werken uiterst vakbekwame instrukteurs. Theorie en praktijk worden volgens de modernste methodes aangeleerd. Er wordt gereden met gloednieuwe motoren, personen- en bedrijfswagens. Wie snel zijn rijbewijs wil halen, een goede en vooral veilige rijder wil worden, kan onze brochure aanvragen. Of meteen een afspraak maken voor de eerste rijles.

/

THEO PETERS

^Ifr BEL: 013-356935 verkeersscholen

Korvelseweg 50A 5025 JJ Tilburg


MEDEDELINGEN

COMMUNIOUE VAN HET COLLEGE VAN BESTUUR VAN 26 OKTOBER 1982 Het College van Bestuur zal de Raad voorstellen om nog een aantal nadere bestemmingen te geven in de personele lasten 1982. Op basis van het project "Werkoverleg" wordt voor een voorgenomen voortgezette training van leidinggevenden binnen de diensten, waardoor de vaardigheid in overlegsituaties wordt vergroot, een begrotingspost van f 170.000,— voorgesteld. Ook wil het College een bedrag van ruim f 150.000,— bestemmen om een overeenkomst met het ministerie van Sociale Zaken aan te gaan waardoor vier gewetensbezwaarden aan de Hogeschool tewerk gesteld kunnen worden. 26 oktober 1982

Subfaculteit Letteren i.o. een ééndaags symposium met als titel: 'Kinderen tot Lezen stimuleren'. Degenen die belangstelling hebben voor dit symposium, kunnen zich inschrijven door een inschrijvingskaart In te vullen en deze af te geven op kamer A 115. De kosten voor het symposium bedragen voor studenten f 12,50. De Inschrijvingskaarten en het voorlopig programma liggen klaar op de informatietaf el tegenover A113. INAUGURALE REDES LETTEREN

COMMUNIQUE VAN DE VERGADERING VAN DE HOGESCHOOLRAAD GEHOUDEN OP 21 OKTOBER 1982 1. Door het College van Bestuur wordt meegedeeld dat het gewraakte besluit van de raad van de subfaculteit Psychologie omtrent de proefpersonenregeling met onmiddellijke ingang is geschorst, zulks in afwachting van een besluit van de subfaculteltsraad om zijn eerdere besluit terzake In te trekken. Door de pro-dekaan van de SPW wordt meegedeeld dat het bestuur de verplichting om op te treden als proefpersoon, ook voor de toekomst, wil wegnemen. De Raad aanvaardt nu met algemene stemmen een (gewijzigde) motie van de fractie Konstruktief, waarin het College wordt verzocht te bevorderen dat studenten op geen enkele wijze in het vervolg verplicht kunnen worden als proefpersoon te fungeren. 2. Een motie van de fractie PSF waarin gepleit wordt voor een brede en pluriforme samenstelling van het Stichtingsbestuur woröt met 15 stemmen vóór en 6 tegen aanvaard. Met 23 stemmen vóór en 1 tegen wordt een motie van de fractie Onafhankelijke W.P.-leden aanvaard, waarin gepleit wordt voor deelname, met adviserende stem, van een delegatie van de Hogeschoolraad (b.v. 1 student, 1 W.P.-lid, een nIet-W.P.-lld en 1 B.U.L.) aan de vergaderingen van het Stichtingsbestuur, teneinde de communicatie tussen het Stichtingsbestuur en de rest van de Hogeschool aanzienlijk te verbeteren. 3. De Hogeschoolraad stemt in met het voornemen van het College van Bestuur tot het treffen van een privacy-regeling en stelt een Reglement privacyregeling geautomatiseerde systemen (persoonsgegevens bevattende) vast. 4. De Raad besluit met 20 stemmen vóór en 4 tegen het Bestuursreglement te wijzigen naar aanleiding van de Wet Openbaarheid van Bestuur. Een amendement van PSF onder de in de regeling bedoelde openbaarmaking van (bestuurs)gegevens ook te begrijpen gegevens m.b.t. onderwijs en onderzoek wordt me 10 stemmen vóór en 3 tegen verworpen. 5. Met 23 stemmen vóór en geen stem tegen wordt een motie van de fractie Breed Front aanvaard (bij het agendapunt "Af- en overschrijvingen binnen de begroting 1982") waarin het College o.a. wordt verzocht onmiddellijk maatregelen te nemen die een daling van het vacature-percentage kunnen bewerkstelligen. Ook wordt verzocht het venwachte overschot aan personele middelen 1982 zo veel mogelijk te besteden aan projecten voor jonge werklozen. T.a.v. de concrete voorstellen van het College wordt een amendement van PSF tot aanwending van de restenrende f 326.0(X),- voor het in dienst nemen van jonge werklozen aangehouden tot 4 november a.s. 6. Na een kort debat wordt een door het College van Bestuur ontraden motie van PSF waarin wordt uitgesproken dat een toekomstige Integratie van studenten met niet-studenten ook op het terrein van de sport een na te streven zaak is, met 12 stemmen vóór en 3 tegen aanvaard. De Beleidsnota van de Stichting Studentensport Tilburg wordt vervolgens met 18 stemmen vóór en 3 tegen voor kennisgeving aangenomen.

ECONOMETRISTENFEEST Op maandag 1 november organiseert de T.E.V. weer een feest voor econometrie-studenten en docenten, met hun introducé(s). Vanaf 21.00 uur bij de studentenvereniging, Karrestraat 13-15 (nabij Centraal Station).

men indien minder dan acht studenten aan het tentamen wensen deel te nemen. Hetzelfde geldt voor het tentamen van augustus 1983. In januari a.s. zal het tentamen economie in ieder geval schriftelijk worden afgenomen.

DOCTORAAL TENTATEN ALGEMEN SOCIOLOGIE

JURIDISCHE FACULTEIT TENTAMEN ECONOMIE Wijze van afnemen van het tentamen economie (basisprogramma fiscaaljuridische studierichting). Onlangs is besloten, dat het tentamen economie (onderdeel van blok I van het basisprogramma van de fiscaal juridische studierichting) in juni 1983 mondeling zal worden afgeno-

Tilburgs Hogeschoolblad

Het doctoraal tentamen Algemene Sociologie: Theorie van het collectieve fiandelen vindt plaats op 14 december 1982. Opgave voor dit tentamen vóór 14 november a.s. via de blauwe en gele kaart.

KINDEREN TOT LEZEN STIMULEREN Op 21 december 1982 organiseert de

Op vrijdag 12 november 1982 zullen de hoogleraren die benoemd zijn in de subfaculteit der Letteren i.o. hun ambt aanvaarden met het uitspreken van een openbare rede in de aula van de Katholieke Hogeschool. De Rector-Magnificus nodigt alle belangstellenden uit voor het bijwonen van deze dag of een deel ervan. (Studenten Letteren worden langs deze weg uitgenodigd!) In de pauzes tussen de redes zal voor de aanwezigen koffie en thee worden geserveerd; in de middagpauze wordt een lunch aangeboden in de ruimte voor de aula. Na afloop van de laatste rede (16.30 uur) is er een receptie In de Portrettenzaal. Het uitspreken van deze redes is onderdeel van de viering van het elfde lustrum van de KHT. Het programma van de dag luidt als volgt: 10.15 uur precies: Prof. dr. H. Verdaasdonk, hoogleraar taal- en literatuurwetenschap, in het bijzonder de literatuursociologie: "Literatuur en Kapitaal"; 11.45 uur precies: Prof. dr. K. Ehlich, hoogleraar taal- en literatuurwetenschap, in het bijzonder de tekstwetenschap: "Tekst over tekst' "; 14.15 uur precies: Porf. dr. G. Extra, hoogleraar taal en literatuurwetenschap, in het bijzonder taalproblematiek van minderheden: "Nederlands en toch geen moedertaal"; 15.45 uur precies: Prof. dr. H. van Riemsdijk, hoogleraar taal- en literatuurwetenschap, in het bijzonder de vergelijking van grammaticamodellen: "Over de verscheidenheid van de menselijke taalwetenschap".

OPROEP GEBRUIKERSCOMMISSIE De afdeling Restauratieve Voorzieningen exploiteert het nieuwe Hogeschoolrestaurant en voorziet de gebruikers op verschillende manieren van koffie en thee. Een aantal cijfers. De Afdeling verstrekt ongeveer 100.000 maaltijden per jaar; het aantal koppen koffie en thee Is meer dan 1.000.000 per jaar; bij de Afdeling werken 29 mensen. Teneinde de dienstverlening zo goed mogelijk af te stemmen op de gebruikers, heeft het College van Bestuur de Gebruikerscommissie Restauratieve Voorzieningen ingesteld. Deze Commissie wordt gevormd door 5 student-leden en 4 personeelsleden. Deze Commissie pleegt overleg met het Hoofd van de Afdeling en adviseert het College van Bestuur m.b.t. de volgende onderwerpen: - hulsvesting en inrichting van de restauratieve ruimten - prijsstelling van verstrekkingen - openings- en sluitingstijden - de begroting van de Afdeling Thans Is er in de Commissie een va-

UIT DIENST VANAF 1-5-1982 mevr. L. Krayenhoff-v.d. Leur mevr. A. Leenaars drs. W.L.M. Lemmens Th. J.M. Leurders mevr. Y.v.d. Lulden-Melis mevr. E. Louer-Galinsky L.W.P. Maas A.F. de Man G.M.M. MIchlelse W.M.M. Okkerse mej. M.B.E. Oomens mej. P.H.M, van Oosterhout J.E.M. Paulussen G.J.J. Pepels H.C.M. Pijpers J.A. Post M. Prince-van Vuure M.C.M. Puijk M J.P. Scholten-Naaijkens mr. H.M.N. Schonis F.A.J.C. Smeulders J.M. Smits J.G. van Uden J.J.A.M. Vughts V.J.H. Willems J.L.C. Wijnen J. Zanberg drs. H. Zomer Tilburg, 18 augustus 1982. cature voor een personeelslid. Personeelsleden die in de Commissie zitting willen nemen, worden verzocht zich (binnen 14 dagen) te melden bij het College van Bestuur. Inlichtingen over de Commissie kunnen worden verkregen bij de voorzitter, H.A.F.J. Tilborghs (kamer B 832, tel.: 2720).

Bij de bibliotheek wordt gevraagd een medewerker m/v voor 0,5 van de werktijd bij de Catalogiseergroep en een medewerker m/v voor 0,5 van de werktijd bij de Centrale Uitleen. Inlichtingen over deze functies bij de dienst Personeelszaken, kamer B 1028 tel. 2464.

VBrVOlg VÜH VOrïge

WCek

student-ass. SLW vakgroep secretaresse PSY programma medewerker STF student-ass. PST serveerster leeszaal assistente FEW student-ass. FEW student-ass. Psy student-ass. FEW student-ass. SLW project medewerkster SSW project medewerker DBI SSW-project student-ass. FEW student-ass. FRW student-ass. SLW student-ass. SLW student-ass. SEW secretaresse Griffie wetenschappelijk hoofd medewerker FEW student-ass. Psy medewerker Wewi medewerker ORC student-ass. Wewi student-ass. FEW medewerker project student-ass. FRW medewerker ORC

Bij Buro Studium Generale kan iemand aangesteld worden voor 1 dag per week, van 1-11-82 tot 1-6-83, om een programma 'Avant-garde in de Kunst' te organiseren. Gezocht wordt Iemand die kennis bezit van de verschillende avant-garde stromingen (dadaïsme, surrealisme, kubisme. De Stijl etc), en in staat Is, om hierover een programma (lezingen, tentoonstellingen, films, theater, een samen te stellen informatiebundel) te organiseren op het gebied van de beeldende kunst, architectuur, toneel, film muziek en poëzie. Belangstellenden worden verzocht, om vóór 6 november te reageren. Bij het bureau van de subfaculteit Letteren wordt gevraagd een studieadviseur/onderwijsmedewerker m/v. Inlichtingen over deze funktie bij de Dienst Personeelszaken, kamer B 1028, tel. 2464.

PLAATSKAARTEN ACADEMISCHE DIESVIERING Zoals U bekend is, vindt bij gelegenheid van het elfde lustrum van de Katholieke Hogeschool Tilburg op 25 november 1982 te 15.(X) uur precies, In de aula een academische zitting plaats, tijdens welke de Rector Magnificus een rede zal uitspreken en eredoctoraten zullen worden uitgereikt aan Prof. Drs. H.W. Lambers In de economische wetenschappen. Mevrouw Dr. M.A.M. Klompé in de sociale wetenschappen en Prof. Dr. P. Ricoeur in de wijsbegeerte. Gelet op het aantal genodigden en op de ter beschikking stelling van plaatsen aan de leden van de Hogeschoolraad en van drie (sub/lnter)faculteitsraden, welke raden in de besluitvorming aangaande de eredoctoraten betrokken zijn geweest, resteert nog een klein aantal plaatsen voor het personeel en voor studenten. Indien U in aanmerking wilt komen voor een van de laatstbedoelde plaatsen gelieve U dit vóór 5 november 1982 kenbaar te maken door verzending van onderstaand formulier in een enveloppe aan de secretaris van het College van Decanen, Dr. G.H.M, van den Heuvel, Postbus 90153, 5000 LE Tilburg (intern: gebouw A, kamer 119). De volgorde van ontvangst is bepalend voor het verstrekken van een plaatsbewijs op naam, dat uiterlijk 20 november 1982 aan de aanvrager/aanvraagster zal zijn verzonden. Formulier (In een enveloppe te verzenden vóór 5 november 1982 aan de secretaris van het College van Decanen, Postbus 90153, 5000 LE Tilburg, intern: A.119). Ondergetekende: adres (voor personeel Intern adres): administratienummer: wenst toezending van een plaatsbewijs voor de academische zitting op 25 november 1982. Handtekening,

29 oktober 1982


Jonge Academici

Procter & Gamble zoek t

die via marketing door willen stoten naar General Management Wat is Procter & Gamble?

Training

Loopbaan

Werksfeer en Salaris

Wie zoek en wij?

Procter & Gamble is één van de grootste bedrijven ter wereld met een omzet van ± 30 miljard gulden, vooral in „fast­moving consumer goods" van velerlei aard. In totaal 60.000 personeels­ leden ontwikkelen, produceren en verkopen o.a. wasmiddelen, toiletartikelen, voedingswaren en papierprodukten Velen weten dat onze produkten marktleider zijn in was­ middelen, tandpasta en baby­ luiers. Weinigen weten dat Procter & Gamble ook een gigant is in koffie, shampoo en eetbare olién en vetten.

Marketing Management leert u nergens beter dan bij ons!

U start op de marketing­ afdeling als assistent van een Brand Manager In deze funktie zult u snelgroeiende verantwoordelijkheid dragen voor de marketing van één van onze merken. U zult samen­ werken met alle afdelingen van ons bedrijf zoals produkt­ ontwikkeling, produktie, verkoop, financiën, inkoop, juridische zaken, als ook het reklamebureau en ontwerp­ studio's.

De werksfeer is open en dynamisch. Dit is het resultaat van de gemiddeld lage leeftijd, het hoge opleidingsniveau (universitair) en de invloed van een internationale, expansieve organisatie. De dynamiek van de mar'<t en de vele kontakten met andere afdelingen maken het werk afwisselend en boeiend.

Wij verwachten dat u een universitaire studie hebt afgerond. De studierichting zelf is minder belangrijk. Misschien heeft u al enige werkervaring maar dit is zeker geen vereiste. Wel venwachten wij naast analytisch vermogen een commerciële instelling, ondernemingsgeest en leider­ schap. Wij verwachten dat u slechts met het beste tevreden bent, een doorzetter bent, en dit aan de hand van prestaties in of buiten uw studie aan kunt tonen.

Procter & Gamble Nederland is gevestigd in Rotterdam. Hier werkt een groep jonge academici die samen verantwoordelijk zijn voor het managen van een aantal grote merken op de Nederlandse markt (Dash, Dreft, Vloeibaar Dreft, Ariel. Pampers, Head & Shoulders en Vizir) en de voor­ t3ereiding van enkele nieuwe merken.

Marketing professionals zorgen voor een zeer grondige opleiding. Door op de praktijk gerichte, voortdurend groeiende taken en opdrachten leert u merken met miljoenenomzetten succesvol te leiden. Onze „on­the­job" training wordt aangevuld door een sene „seminars", waarvan velen op Europees niveau worden georganiseerd. Zo worden uw marketing kennis en vaardigheden optimaal ontwikkeld. Training is voor onze organisatie van bijzonder belang, omdat wij zonder uitzondenng uit eigen rangen promoveren! Dit, plus het feit dat onze onderneming snel groeit, betekent dat uw carrière uitsluitend afhankelijk is van uw eigen prestaties. Een training in marketing is bij ons een eerste stap op weg naar top management.

U zult aanzienlijke budgetten beheren en de steun krijgen om uw ideeën in daden om te zetten. Op het moment dat u voldoende ervaring heeft, krijgt u de verantwoordelijkheid voor omzet en winst van uw „eigen" merk. U bent dan zelf Brand Manager

Gevraagd voor onmiddellijke indiensttreding voor de afdeling H avo

docent(e) h a n d e l s w e t e n s c h a p p e n / r e c h t v o o r 4 uur per w e e k in het bezit van Ie graads bevoegdheid of studerende daarvoor. Sollicitaties te richten aan het bestuur van het Departennent Eindhoven der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, p/a H absburglaan 1, 5616 H V Eindhoven.

.■j

50.000

j

"WILD­ ^ FESTIVAL 1982" T.g.v. de presen­ tatie van onze

NIEUWE WILDKAART

Prijs per couvert

f

5 5 , ~~

Voor nadere informatie en/of reservering:

t»

Restaurant «Den Schout»^ Oranjestraat 4 ­ Tilburg­Centrum urn (tussen Paleisring en Emmastraat) Telefoon 013­434512­674394

8»^ 8*j

P R O C T E R & GAMBLE BENELUX N.V. Divisie Nederland Heer Bokelweg 137,3032 AD Rotterdam Telefoon: 010­65.97.22.

'NPAARSTOUNGBi VANDEHmSr GEPROHHOVEERDE miKKBl Krips Repro ­ drukker van de meeste proefechriften in Neder­ land ­ stelde een aardig stellingenboekje samen. U ontvangt het als u uw dissertatie in produktie geeft bij Krips Repro. Bel voor informatie Grety Schoelink.

cm

STUDIEBOEKEIM h e b b e n w i j beslist niet in v o o r a a d . Wat we o.a. wel In voorraad hebben is:

ECONOMETRIE ECONOMIE: WIJSBEGEERTE: PSYCHOLOGIE: SOCIOLOGIE: RECHTEN: RECHTEN:

serveren wij wederom een grandioos

7 GANGEN WILDMENU

Neem contact op met de heer D.P. Elliott, Personnel Manager Het adres is:

Verdere ervaring in het buitenland is daarna zeker niet uitgesloten.

Nuts Pedagogische Academie Eindhoven

Restaurant

De salariëring is uitstekend; zowel het aanvangssalaris als de doorgroei liggen boven het gemiddelde.

PROPEDEUSE PROPEDEUSE PROPEDEUSE PROPEDEUSE PROPEDEUSE PROPEDEUSE BASISPROGRAMMA NEDERLANDS RECHT: BLOK I, BLOK II. BLOK III

Verder treft U op onze Wetenschappelijke afdeling de volgende rubrieken: Informati­ ca, Geschiedenis, Theologie, Nederlands, Frans, Duits, Engels, Aardrijkskunde, Oc­ cult en Buitenlandse pockets (o.a. P elican).

krips repro

Kaapweg 6. 7944 HV Meppel

■ n a n n A l Postbus 106, 7940 AC Meppel

l l i e p p e i telefoon05220­53731

t P boekhandel pillot ■■■e»"""

HsuvDl 32 ­ 5038 CP Tilburg

T»l. 013­42(2S2/42S218.


HO'^pQ^ STADSSCHOUWBURG

Agenda

Van den Berg in een dal is men pas echt zijn teater gaan ontdekken. Zijn stukken zitten vol fantasie en poësie, zijn figuren zijn behept met gebreken die we zelf goed kennen of ze bezitten zeer lovenswaardige eigenschappen. En verder gaan zijn verhalen over eenvoudige dingen zoals leven, liefde en dood. Met zijn laatste produktie "Moeke en de dwaas" scoorde hij heel hoog en dat bezorgde hem tevens een internationale doorbraak. Hij oogstte dit jaar suksessen op het festival van Avignon en toerde vijf weken door Frankrijk, was te gast in Vancouver en New York. Jozef viel de laatste tijd ook flink in de prijzen met het verkrijgen van de Hans Snoekprijs en de zilveren CPJ-prijs. leder teaterliefhebber wachtte dus met spanning op zijn nieuw stuk. Bescheiden als hij is loste Jozef van den Berg weinig over de inhoud van "De dans van de bultenaar", en dat deed de verwachtingen voor de première nog stijgen. Jozef v . d . Berg Begin oktober ging in Brussel de nieuwe avondvoorstelling van Jozef van den Berg in première met als werktitel "De dans van de bultenaar". Met dit nieuwe stuk, nog in 'status nascendi', bespeelt Jozef op zaterdag 30 oktober de Tilburgse stadsschouwburg. (Aanvang: 20.15 uur) Vroeger speelde Jozef in een poppenkast, maar die heeft hij verlaten en sinds hij zelf een of meerdere figuren speelt temidden van zijn poppen

In de folder lazen we dat de bultenaar met zijn angsten en verlangens beneden in een grote toren gevangen zit. Boven in de toren woont de koning. Door een heel klein venster kijkt hij uit over de wereld, vol ideeën en gedachten over zichzelf. Nergens lees je dat de centrale figuur van dit spektakel een gekke clown is, een alterego van de koning en de bultenaar (of van Jozef zelf). Technisch staat het spel op hoog niveau en hier en daar zijn aardige fragmenten te zien. Maar het geheel mist een plot of een rode draad. De intrige die men zich

OKTOBER bij het lezen van de foldertekst nog wel kan voorstellen, wordt in werkelijkheid een schimmig haasje over tussen de drie personnages, koning, bultenaar en clown, met af en toe een zijsprong naar het publiek. Van den Berg kruipt in de kleren van de drie figuren en holt de toren op en neer, al dus vaak uit beeld en onderweg naar zijn volgende verkleedpartij. Daar laat de spanning los, de stiltes zijn te lang en moeilijk te overbruggen, ook al omdat hij nog nauwelijks gebruik maakt van zijn poppen. Zij sterkte is zijn soepel samenspel met makkelijk te hanteren poppen die hij binnen handbereik in een grote koffer of zak over het podium zeult. Maar in de dans van de bultenaar zijn de poppen nergens en alhoewel Jozef ook zonder poppen, de gevoelens van het publiek aardig kan manipuleren - zoals in de schitterde aanvangsscène - toch blijft deze 'dans van de bultenaar' een arm stuk in vergelijking met zijn vorige produkties, ook al zitten er dan boeiende aanzetten in tot gemoraliseer en gefilosofeer. Jozef van den Berg komt bij de première nooit met een 'afgewerkt'produkt. Al spelend schaaft en polijst hij alle oneffenheden van de baan. Maar hoe hij ook nog aan 'de bultenaar' zal sleutelen, de basisidee van dit stuk is te verward om er een echt goede produktie van te maken. Ondanks deze misser blijft deze meeslepende teaterpersoonlijkheid ons boeien. E.V.

CYCLUS STUDIUM GENERALE

Homoseksualiteit als fiktie In nauwe samenwerking met de Studenten Werkgroep Homofilie organiseert Studium Generale in november een serie lezingen over de theorievorming rondom het onderwerp homoseksualiteit. De bedoeling van dit programma is met name een kritisch licht te werpen op de wijzes waarop de wetenschappen zich de afgelopen eeuw met homoseksualiteit hebben beziggehouden. Homoseksualiteit is overigens een begrip dat niet veel meer dan 100 jaar oud is, en ontstond uit een samengaan van psychiatrie en progressieve maatschappelijke tendensen. Uiteraard betekend de "geboorte" van de homoseksualiteit in de negentiende eeuw niet dat geen enkele man het ooit eerder met een ander man gedaan had, of dat vrouwen voordien nooit naar elkaar omkeken. We moet onderkend worden dat dit alles op een bepaalde wijze duidelijk in het daglicht komt, sinds het ontstaan van het woord "homoseksueel".

Homoseksualiteit als dynamisch verschijnsel Donderdag 4 november 13.30 uur AZ 8 Diane Richardson (lector psychologie. University of Sheffield, UK) Lange tijd is op velerlei wetenschappelijk terrein gezocht naar een algemeen geldige verklaring voor de aanwezigheid van een homoseksuele identiteit bij mensen. Veel soorten onderzoek hebben daarbij de meest uiteenlopende resultaten geboekt. De Engelse psychologe Diane Richardson oefent kritiek uit op veel van dat onderzoek, zoals ondermeer door de psychiatrie, de medische we-

Tilburgs Hogeschoolblad

tenschap, de psychologie en zelfs de neurologie en biochemie is verricht. Zij stelt dat tot nu toe nog geen enkele wetenschappelijke " v e r k l a r i n g " van homoseksualiteit steekhoudend gebleken is. Het is zelfs zo, konstateert zij, dat bevindingen van wetenschappers op een en hetzelfde terrein, regelmatig in strijd zijn met elkaar waar het gaat om homoseksualiteit. De vraag die door Richardson wordt opgeworpen is hoe personen zich in hun seksualiteit ontwikkelen en handhaven. Zij stelt daarbij dat homoseksualiteit bekeken moet worden als een individueel proces dat is ingebed in een geheel van maatschappelijke interaktieprocessen. Veel meer faktoren dan die ooit enig vastomlijnd wetenschappelijk verklaringsmodel zou kunnen bevatten, zijn van invloed op mensen. De konsekwentie van Richardson's vraagstelling is allereerst dat het "bijzondere" ("het abnormale") van de term homoseksualiteit terzijde geschoven wordt. De vraag naar de seksuele ontplooiing van individuen heeft immers op ieder mens betrekking, en niet speciaal op een bepaalde groep, zoals bijvoorbeeld homoseksuelen. Een dergelijke vraagstelling schept ook de mogelijkheid om te gaan denken in termen van "keuzes" die mensen in hun leven maken. Het onaantastbare karakter van een eenmaal verinnerlijkte seksuele identiteit als een bepaald noodlot, wordt van een sokkel getrokken. De onvermijdelijke eeuwigheidswaarde van het homoseksueel zijn, en niets anders dan dat, wordt tot een fiktie. (De voordracht wordt in de engelse taal gehouden.)

Theatergroep Panter speelt Een (One Person) Dinsdag 2 november - 12.45 uur - Aula Toneelstuk van Robert Patrick, met Herman Fluitman. Regie: IVlike Hanks. Een akteur ziet dat zijn ex-minnaar in de zaal zit en kondigt aan dat het stuk vanavond niet doorgaat. Vervolgens laat hij voor het publiek het verleden herleven. Volgende week in THB een uitgebreide inleiding op de cyclus en een presentatie van het volledige programma.

"De dood van een handelsreiziger" 'De dood van een handelsreiziger' door Theater, met o.a. Bernard Droog. Regie: Jochen Neuhaus. Decor: Frank Raven. 4 nov. in de Stadsschouwburg in Tilburg en 13 nov. in de Schouwburg in Eindhoven. Aanvang: allebei om 20.15 uur. Anno 1959 schreef de Amerikaanse schrijver Arthur Miller zijn toneelstuk 'De dood van een handelsreiziger', een tijd waarin levensidealen voornamelijk materialistisch waren. Alles draaide om het verkrijgen van status, om het hebben van een eigen huis, een eigen auto, een nieuwe koelkast. Met deze idealen voor ogen heeft handelsreiziger Willy Loman zich zijn hele leven uit de naad gewerkt, ledere morgen is hij in zijn auto gestapt om 's avonds doodmoe thuis te komen en bij begint zich af te vragen wat hij er eigenlijk mee heeft bereikt. De zaken gaan steeds slechter en als hij onslagen wordt, komt Willy Looman tot de konklusie dat er iets mis-

ZATERDAG 30 OKTOBER: Cinema T o o t e n , 21.15 uur: "Epido Re". Regie: Pierre Paolo Pasollni. Stadsschouwburg, 20.15 uur: Jozef van den Berg: " D e dans van de Bultenaar". ZONDAG 31 OKTOBER: Stadsschouwburg, 20.15 uur: Koffiekonsert door het Brabants Orkest met de eenakter " A gentle Spirit" van de Engelse komponist John Tavener. M a r a n a t h a , 11.00 uur: Bezinningsbijeenkomst. Cinema T o o t e n , 21.15 uur: "Epido Re". Stadsschouwburg, 23.00 uur: Filmhuis " H e t vlot Medusa" van Karpo Godina. NOVEMBER M A A N D A G 1 NOVEMBER: Stadsschouwburg, 20.30 uur: Filmhuis: "Francisca". Regie: Manie! de Oliviera. Cinema T o o t e n , 21.15 uur: "Epido

Re".

D I N S D A G 2 NOVEMBER: Kathoiieice Hogeschool, 12.45 uur, aula: Theatergroep Panter brengt Herman Fluitman in " E e n " (One Person). Stud.Gen. cyclus Homosexualiteit als Fiktie. Stadsschouwburg, 20.15 uur: Filmhuis "Francisca". Ambassade-bioskoop, 22.30 uur: Filmliga met "Alice in den Stadten". Regie: W i m Wenders. Oiof: Pauzeconcert. Uitgevoerd worden werken van Berger en Linka door het Viadana Trio. Aansluitend lezing door Xaviera Hollander, auteur van "The happy hooker". Katholieke Hogeschool, 15.30 uur A2-19: Lezing door Dr. J . M . Goudzwaard over het onderwerp "Internationale gedragscodes voor multinationale ondernemingen". Org.: VITE. Stadsschouwburg, 12.30 uur, studio: Lunchvoorstelling " V e r d o m d " door de Nieuwe Komedie. Toneelstuk van Glenn Chandler. Stadsschouwburg, 20.15 uur: Freek de Jonge met zijn laatste programma " D e Mars". gegaan is in z'n leven. Ooit had z'n oudere broer Ben hem gevraagd om mee te gaan, op zoek naar rijkdom. Hij had geweigerd want hij had toch een baan met toekomst en een gezin met twee veelbelovende zonen. Meer en meer sluit Willy Loman zich op in herinneringen aan die tijd. Uiteindelijk ziet hij dat de rijkdom van zijn broer nog maar op één manier te verkrijgen is en hij stapt voor de laatste keer in zijn auto. De verzekeringspremie die na zijn dood aan zijn gezin zal worden betaald, vindt hij meer waard dan zijn eigen leven. Arthur Miller wijst met deze tragedie op de leegheid van materialistische idealen, maar hij beschrijft vooral de verwarring van een man die zich daarvan bewust wordt. Deze man is al door heel wat akteurs op een indrukwekkende manier op het toneel gezet, o.a. door Ko van Dijk in 1966. Toneelgroep Theater brengt deze klassieker met in de hoofdrol Bernard Droog. Als een in zichzelf gekeerde, soms onverstaanbaar mompelende.

WOENSDAG 3 NOVEMBER Stadsschouwburg, 20.30 uur: Filmhuis "Francisca". Kultureel S e n t r u m , 20.30 uur: Filmhuis "FidI mit 'n FidI" een juridische film van Josep Greed en Jan Nowina-Prsybylski. Polen 1936. Katholieke Hogeschool, 15.30 uur, AZ-8: Lezing over de positie van de kerken in Polen door B.p. Boleslaw Pylak, Bisschop van Lublin. Org. Buro Buitenland. DONDERDAG 4 NOVEMBER Katholieke Hogeschool, 13.30 uur, AZ-8: Lezing door Diane Richardson (lektor psychologie. University of Sheffield) over "Homosexualiteit als dynamisch fenomeen". Org. Studium Generale. Stadsschouwburg, 20.30 uur. Filmhuis "Hungerjahre"; Regie: Jutta Bruckner. Cinema T o o t e n , 21.15 uur, " M a m a Roma". Regie: Pasolini. Olof, 21.00 uur: Inauguratie van de eerste jaars tijdens de buitengewone Corpsvergadering. Katholieke Hogeschool, 14.00-16.00 uur, CZ-21: Colloquium algemene economie, B-serie. Prof. Dr. P.J.L.M. Peters (KUN) over "Alternatieve werkgelegenheidshypothesen. Stadsschouwburg, 20.30 uur, studio: Peter Faber met zijn soloprogramma " W o n d e r e n " . Katholieke Hogeschool, 20.00 uur, pertrettenzaal: Introduktieavond voor studerende vrouwen van alle faculteiten. Org. Vrouwenoverleg. VRIJDAG 5 NOVEMBER Stadsschouwburg, 20.30 uur: Filmhuis "Hungerjahre". Cinema T o o t e n , 21.15 uur: " M a m a Roma". Stadsschouwburg, 23.00 uur: Filmhuis "Madchen in U n i f o r m " film van Leontine Sagan. Duitsland 1931. Stadsschouwburg, 20.15 uur: " D e dood van een handelsreiziger" van Arthur Miller in een regie van Jochen Neuhaus. Stadsschouwburg, 20.30 uur: " H e t vervolg", de bruiloft van een straathond; de geschiedenis van een zogenaamde nietsnut. Toneelstuk van Dario Fo, bewerkt en voorzien van nieuwe muziek en teksten. Produktie van Stichting Theater bij leven en welzijn. bittere oude man maakt hij Willy Loman zo herkenbaar dat het soms pijn doet. Hij trekt alle aandacht naar zich toe en speelt de andere akteurs de mist in. In de schaduw van Bernard Droog blijven zij slechts typetjes en dat is soms storend. Droog koos voor een realistische en daardoor nogal dramatische manier van spelen in een koel strak decor, dat voornamelijk bestaat uit luxaflex, een stuk snelweg en een auto. De flash-backs van Willy spelen zich af in vrij abstrakte ruimtes en krijgen daardoor een vreemde, onwezenlijke sfeer. In andere "scènes wordt dan weer meer de werkelijkheid benaderd maar dat lukt tegen de strakke achtergrond maar half en het resultaat is soms ronduit lelijk. Kortom, een voorstelling van wisselende kwaliteit. Voor mij was het echter de eerste kennismaking met 'De dood van een handelsreiziger' en ik was diep onder de indruk.

MvdJ

29 oktober 1982

i


r

CHTERKLAP Voortreffelijke Polen Tot 6 november is er op de Tilburgse Hogeschool een groep van vijftien Polen op bezoek. Het gezelschap bestaat uit 12 studenten en drie begeleiders. Zij zijn hier in het kader van de uitwisseling tussen de KHT en de universiteiten van Poznan en Krakow, een jaarlijks terugkerend evenement. De groep bestaat uit louter 'voortreffelijke' studenten, vierde- en vijfdejaars economie, die hun selectie voor deze trip hebben verdiend met hun bovengemiddelde studieresultaten.

gebeurtenissen in India, een paar duizend kilometers dichter bij huis. Zoals ook wijlen Pé HawinVandaag was de eerste bijeenkels fragmentarisch laat doorkomst. Uitgenodigd om de werk- schemeren, is het varken in de groep Zwijndrecht Nu te verteeerste plaats een reïncarnatie van genwoordigen binnen het Bataafs het kwaad, hoe vertederend het Letterkundig Genootschap zat ik roze vlees en de grappige nu te luisteren naar de voorkrulstaart ons ook toewapperen. dracht van de voorzitter. Voor Vocht Ksna niet tegen de prins me op de eerste rij een knikkebol- der duisternis in de gedaante van iende serie heren, sommigen oud- de wilde ever, opgetooid met belindiëgangers, andere literatoletjes en dekkleden, zoals we dat ren, hier en daar een adjunktdivan circusolifanten kennen? Welrekteur van onderwijs en wetennu dan. schappen. Centraal in de voorOnze ingenieur zit te stralen. Eldracht staat de huldiging van het ke poging om het varken aan de eerste 86 jarige erelid, ingenieur goede kant te plaatsen, kan gevan Mokum, voor zijn geduldig voegelijk als heidense laster naar onderzoek naar de betekenis van het rijk der fabelen worden verhet woord "varken" in de vijftiwezen. ger jaren op Nieuw Guinea. Uit Later bij de borrel meng ik me het letterlijk blote hoofd worden tussen de gekscherende heren. de verdiensten van deze noeste Het "we blijven zwijnen" is niet vlijter opgesomd. van de lucht. Met een schalks Reeds lang voordat de bisschop- lachje wordt me te verstaan gegepen van dit wonderschone eiland ven, dat ik als vrouw niet moet bijeenkwamen en vaststelden dat denken dat hier sprake is van de voor de inlanders de Here het betekenis van een groep varkens. varken van God moest zijn, had Eerder dien ik te geloven, dat hij reeds aangetoond dat dit op men uit wil drukken, geluk te een puur misverstand berustte. hebben. Nuchter merk ik op, dat We kunnen gevoeglijk aannemen sexeverschillen in het taalgebruik dat de Indische spraakverwarring misschien wel de voornaamste het gevolg moet zijn geweest van oorzaak der spraakverwarring

Varken

zijn, die onze eminente jubilaris over het hoofd moet hebben gezien. Wanneer ik de voorzitter aanschiet om hem te bedanken voor zijn uitnodiging, grist hij, nog voor ik hem de hand kan geven, een gekreukte fotokopie uit de binnenzak van zijn kolbert. "Dit wilde ik U nog geven als aandenken". Beleefd maak ik een knieval en verlaat schielijk de zaal. In de lift naar beneden kijk ik de verouderde diskussie door over de herkomst van het woord "varken" tussen Tollenaere en Heeroma. De eerste beweert dat het woord oorspronkelijk "stoffer" betekent, en in plaats dat de tweede nu volhoudt dat het eigenlijk "blik" is, weet hij het niet, wat een derde de gelegenheid geeft te beweren dat hij erachter is gekomen, dat hier sprake is van een benaming voor de kakkerlak. Helaas verkeert het onderzoek nog in het beginstadium. Opgelucht verwijder ik me uit het duistere pand. Wanneer ik de zware eikenhouten voordeur langzaam achter me dicht trek, blijft het gebruikelijke geknars uit. In plaats daarvan meen ik duidelijk knorren te horen.

Aantekeningen van een kamerbewoner

Enge mannen door Juul Barten "Kindergietertjes? Ja hoor, die heb ik wel. Loop je even mee". "Nee, nee, die wil ik niet, het moet er een zijn zonder figuurtjes erop". "O, maar dat is helemaal geen bezwaar, die kun je er namelijk heel gemakkelijk afhalen, zie maar". Ik kijk bedenkelijk naar het gietertje, het is eigenlijk niet wat ik me had voorgesteld. De man ziet het en reageert onmiddellijk. "Ik heb ook nog hele mooie van Fischer Price, maar die zijn wel erg duur". Het is even voor zessen en ik ben nog snel even deze speelgoedzaak binnen gelopen, in de hoop voor sluitingstijd een gietertje te bemachtigen. Die van Fischer Price is ook niet wat ik eigenlijk zoek en inderdaad erg duur, dus neem ik toch maar die met het plakkertje, dat haal ik er dan thuis wel af. "Voor dat geld kun je je echt niet miskopen" en hij wijst op het prijskaartje dat ƒ 2,95 aangeeft. Nee, inderdaad, hij heeft gelijk. De verkoper is een oudere, al grijzende man, een jaar of 55 denk ik. Hij glimlacht voortdurend. Samen met mijn Tilburgs Hogeschoolblad

Hogeschoolraad kan rokende secretaris missen

Hopman in zijn (betaalde) funktie als sekretaris van de Hogeschoolraad. De heer Teunissen las een briefje voor van de hand van de heer Hopman, waarin hij meedeelde de vergaderingen niet meer te zuilen bijwonen omdat er niet meer wordt gerookt. En hij liet de leden van de Hogeschoolraad weten dat van hem niet mag worden verwacht dat hij "afkickt". Vandaar zijn besluit de vergaderingen niet meer bij te wonen. Protesten tegen het genomen besluit van de sekretaris van de Hogeschoolraad werden niet meer gehoord en nadere vragen werden door de leden ook niet gesteld. Slechts een enkel lid tekende bezwaar aan tegen het feit dat voorzitter Teunissen een en ander had aangekondigd als "intermezzo".

i

Drs. H.J.M. Hopman, de sekretaris van de Hogeschoolraad, ruikt, snuift en ademt liever de geur in van zijn sigaar, dan dat hij als sekretaris van deze raad de vergaderingen bijwoont. En de leden van de Hogeschoolraad kunnen de heer Hopman blijkbaar missen als zijn sigaar. Dit DJeek althans donderdag 21 oktober jongstleden. Bij het begin van de Hogeschoolraadsvergadering spraken voorzitter Fr. Teunissen en de leden af dat er tijdens de vergaderingen niet meer gerookt zou worden. Dit gebeurde op dringend verzoek van enkele leden, die om medische redenen de geur van de "dampers" niet kunnen verdragen. Na enkele punten van de agenda te hebben behandeld, kwam voorzitter Teunissen met een, zoals hij zei, intermezzo. Hij wees op de niet bezette stoel aan zijn rechterhand, die normaliter wordt ingenomen door de heer

gietertje loopt de man naar het einde van de winkel, waar zich de kassa bevindt. Peinzend loop ik achter hem aan. ƒ 2,95, dan kan ik er eigenlijk best nog wel iets bijkopen. Maar wat? Misschien zo'n klein olielampje? Bij de kassa aangekomen zeg ik tegen de man dat ik eigenlijk nog wel iets wil hebben. "Verkoopt U misschien van die olielampjes"? "Nee", zegt de man, "die verkoop ik niet. Wat jammer dat U nu net dat wiit hebben". Weer glimlacht hij. Hij scheurt een stukje cadeaupapier af. "Nu ik zou wel weten wat ik zou willen hebben. Als ik moest kiezen tussen een gulden en een kusje, dan zou ik een kusje kiezen". Hij kijkt mij stralend aan. Ik kan mijn oren niet geloven, wat zegt 'ie nu? "Ik zou zeker die gulden kiezen", zeg ik, en lach onhandig. "Maar als je dan mocht kiezen tussen dit gietertje en een kusje, wat zou je dan kiezen? Zeker weer dat kusje". Ik zou het gietertje kiezen", zeg ik al iets meer afgemeten. Ik voel me nu toch langzaamaan wat ongemakkelijk en wordt me steeds bewuster van het feit dat de winkel uitgestorven is en dat het inmiddels toch zeker over zessen moet zijn. "Nee, ik meen het heel serieus, als jij mij een kusje geeft, dan mag je dit gietertje gratis meenemen". Ik schrik nu toch echt. Nee, nee, zeg ik en druk hem een tientje in zijn handen. Ik moet hier weg. Terwijl hij het wisselgeld bijelkaar graait, vertelt hij nog een duister verhaal over het feit dat hij vroeger wel eens met zijn klanten dobbelde om een artikel dat die klant wilde kopen. "Ik heb een hoop verloren, maar ook een hoop teruggekregen". Dit laatste zegt hij hees en bijna onverstaanbaar. Ik gris het wisselgeld uit zijn handen en ren de winkel uit. Buiten op het winkelplein is het leeg en verlaten. Al fietsend voel ik me steeds beroerder worden. Jezus, wat is me nu weer overkomen. Een verkoper uit een speelgoedwinkel. Dat zou je toch nooit verwachten. Ja, 's avonds op de fiets door de stille straten maar toch niet in een speelgoedwinkel, door een man van 55 jaar. Ik voel me echt alsof ik... Nee, dat is nu toch echt overdreven. Maar toch, het gevoel blijft en wordt sterker. Opeens zie ik het weer heel helder en duidelijk voor me. Het zijn geen enge mannen in donkere steegjes. Nee, 809/a zijn vrienden en "kennissen". Ik huiver. 29 oktober 1982

i


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
1982 10 29 by Redactie Univers - Issuu