VROUWEN tilburgs hogeschoolblad 18 december 1981 jaargang 19 - nummer 16 Nota .Uitdaging en Verandering'
KHT wil meer greep op de toekomst Bezuinigingen en een teruglopend studentenaantal. Donkere wolken komen aanzetten. Zal de KHT de orkaan doorstaan of kan men het tij doen keren? Hoe zal de hogeschool er pakweg over tien jaar uitzien? Kwellende vragen waarop men weldra een antwoord kan verwachten. V o r i g e dinsdag zette het Kollege van Bestuur een punt achter de tekst van een nota ,uitdaging en verandering', de neerslag van een vrij intense gedachtenwisseiing over het lange termijnbeleid van de KHT. Het Kollege betrok bij het denkwerk een aantal mensen uit diverse afdelingen van de hogeschool. Een eerste diskussiestuk, met de paniekerige titel ,erop of eronder', werd in de afzondering van het Oisterwijkse etablissement ,de Rosep' besproken door het Kollege van Bestuur, het praesidium en de voorzitters van de vaste raadskommissies, terwijl fakulteitsbestuurders en hoogleraren van gedachten wisselden in het Tilburgse ,de Lindeboom'. Het Kollege verwerkte de opmerkingen in de nota die nu redaktioneel op punt wordt gesteld. Vervolgens zal de nota via de vaste raadskommissies en de raadsleden tijdens de Hogeschoolraad van 14 januari in een eerste ronde «vorden besproken. Later volgt een tweede behandeling. Waarom een nota over het beleid op lange termijn? KvB-voorzitter Van Straaten: „Het Kollege neemt dagelijks korte termijnbeslissingen. Wij vroeger ons af hoe men korte termijnplannen kan opstellen zonder visie op lange termijn. We hebben stilaan een strategie vastgelegd en we laten de Hogeschoolraad daar
nu aan deelnemen. Je kan het vergelijken met het sturen van een heel grote olietanker. Een centimeter bijsturen om over een paar honderd kilometer in de goede richting te zitten. Als dat lukt, als we in het voorjaar de mening hebben van de hele hogeschool dan enten we daarop onze ontwikheling'zn op korte termijn." In het verleden kwam het beleid op lange termijn nauwelijks ter sprake, metar het waren toen ook andere en betere tijden. De nota geeft een globale schets van de te verwachten ontwikkelingen in het komend decennium en een diagnostisch beeld voor de instelling in de jaren negentig. Onderdelen vragen nog nadere uitwerking, m a a r toch wil de nota de grote ontwikkelingen aangeven op het vlak van onderwijs, onderzoek, studentenbeleid, personeelsbeleid, interne organisatie, signatuur/bijzondere status, het maatschappelijk draagvlak en de samenwerking. Het Kollege pleit in de nota voor nauwere samenwerking met zusteruniversiteiten en HBOinstellingen. Daarom vindt de voorzitter het jammer dat de Ekonomi-
sche Fakulteitsraad zopas de samenwerking met het NWIT (vrijetijdskunde) heeft afgestemd. Het is duidelijk dat in de nota .Uitdaging en verandering' n a a r een antwoord wordt gezocht op de bezuinigingen en vooral op de stagnatie en te verwachten terugloop van het studentenaantal. Vooral de toezegging van de regering om aan de R.U. te Maastricht een juridische studierichting en een ekonomische fakulteit op te richten zit het Kollege hoog. Eind november stuurde het Kollege hierover een soort alarmbrief aan de Brabantse leden van Eerste en Tweede Kamer en andere Brabantse personaliteiten. Konkrete kompensaties voor dit .onheil' worden in de nota niet bedongen, het Kollege wacht op een seintje van de minister om daarover te komen praten. In oktober formuleerde het bestuur van de Ekonomische Fakulteit in een beleidsnota wel een kompensatievoorstel: In het kader van een bij het departement te bepleiten compensatie voor deze ontwikkeling heeft het Faculteitsbestuur er bij het College van Bestuur op aangedrongen te bevorderen, dat aan onze faculteit een studierichting Bestuurlijke Informatica wordt gevestigd. Verder zou men kunnen denken aan het uitbouwen van bestaande fakulteiten. Van Straaten: „Er is hier slechts één fakulteit helemaal uitgebouwd, de Ekonomische. Andere fakulteiten hebben zich slechts rudimentair ontplooid. Voor juristen zou de uitbouw van de poot staatsrecht nuttig zijn. E.V.
Face-lift iiogesciiool
Integraal kunstplan In de maak
en de hogeschool.- een special over de moeizaam op gang komende emancipatie op de KHT. Gesprekken met vrouwen én mannen, veel interessante gegevens in de kantlijn. Geldt voor de mannen van de hogeschool de typering .vriendelijk voor de vrouwtjes, maar niet vrouwvriendelijk?' En maakt de hogeschool niet veel te weinig gebruik van bestaande mogelijkhedeen? Een kleurrijke reportage door Wilma Okkerse en Ellen Nooyen. Pagina's 9, 10, 11 en 12.
Overstekend wild in de Oude Warande. Sint Hubertus' Broekriem ziet er brood in. Een ooggetuigeverslag achterop.
Fakulteitsbiaden leiden een ondergronds bestaan vol technische en personele hindernissen. Een kijkje achter de schermen van de studentenpers. Pagina 3.
Studenten zijn heus niet ongezonder dan hun leeftijdgenoten, konstateert studentenarts Mocking. Pagina 5, maar ze maken wel te vaak de foute studiekeuze, konstateren Fase en Foppen. Pagina 6.
Tymen Trolsky
Medio '82, bij de aanvang van het lustrumjaar '82/'83, zal de KHT twee kunstwerken rijker zijn. Intussen werkt kunstkoördinator Bas Maters aan een integraal plan voor de kunst op de hogeschool.
Dit ontwerp van Roel Teeuwen is gepland in de patio van het sociale cluster.
Van de grote plannen om tijdens het 10e lustrum (1977-1978) de hogeschool door een beeldenlint te verbinden met het stadscentrum (een .visuele as') kwam niets terecht behalve dan een vorig jaar fraai uitgegeven brochure. Het thema van dat lustrumfeest was ,innovatie' en een daartoe opgerichte werkgroep van kunstenaars en kunstkenners koos dan ook voor het projekt .visuele as' een werkwijze „die innoverend is voor de beeldende en bouwende kunsten in relatie tot het stedelijk leven, waarbij dishussie en participatie van de bevolking als be-
langrijkste elementen worden onderkend." Zonder tegenslagen zullen wij het tijdens het He lustrum (1982-1983) mogen beleven dat. althans bij het eindpunt van wat eens de visuele as had moeten worden, er toch nog een kunstwerk tot stand komt. Het toenmalige lustrumgeschenk van de gemeente aan de hogeschool, te weten 50.000 gulden, zal alsnog gebruikt worden voor een stuk landart in of bij de vijver van het parkgedeelte tussen gebouw A en B en het toekomstige restaurantterras. (Vervolg op pagina 4) verschijnt wekelijks
schreef voor het THB het aktuele en gevoelige kerstverhaal ,Yvette'. Pagina 13. VERDER IN DIT NUMMER: - Opleidingsbehoeften personeel pagina 7 - Interview dr. A. Wentink pagina 7 - interview drs. Ben Evers pagina 14.
f^Ktionar f?
■
.Reaktionair' is een rubriek w a a r i n reaktles v a n lezers worden geplaatst. N a a m en vol ledig adres v a n d e schr^verCs) dient bi| d e r e d a k t i e bekend t e zifn. Anonieme brieven verdwijnen in d e p r u l l e m a n d .
Geschiedschrijving KHT Door een vergissing was Inet me niet mogelijk met een naschrift in hetzelfde nummer van het THB te reageren op de verdediging van Koos van Dijken tegen mijn kritiek op de geschiedschrijving van professor De Vries met betrekking tot de studentenbeweging in Tilburg. Zijn uiteenzetting In THB nummer 14 van 4 december (mede namens zijn baas?) betreft slechts een onderdeel van mijn recensie, namelijk daar waar ik het se lektieve gebruik van bronnenmateriaal dat door assistent Van Dijken werd bij eengezocht op de korrel nam. Om met het laatste van zijn twee argu menten te beginnen: Van Dijken legt mijn woorden anders uit dan ze zijn be doeld. Ik sluit niet uit: door een onzorg vuldige formulering van mijn kant. Vol gens hem was het materiaal betreffen de de ontstaansgeschiedenis van de kreet .medebeslissingsrecht van alle ge
t.
ledingen op afie nivo's', waarop hem door één van de onzen werd gewezen, namelijk de .nota van vier' en wat daaromheen is voorgevallen, niet uniek. Immers hij beschikt er ook over. Dat geloof ik graag. Maar bedoeld is niet dat zijn of onze exemplaren van die teksten uniek zijn; wel. dat die teksten historisch gezien een unieke betekenis hebben, en wel als eerste vindbare voorlopers van de WUB. In de officiële geschiedsschrijving van De Vries (en Van Dijken?) wordt daaraan volledig voorbijgegaan. Van Dijkens andere argument maakt het er al helemaal niet beter op. Mijn verwijt, dat De Vries en Van Dijken niet de moeite hebben genomen in de archiefdozen van voormalige Linksfronters te kijken wordt door de laatste gerechtvaardigd door een aantal opmerkelijke uitlatingen. Een samenvatting. Het had een enorme hoeveelheid tijd gekost. Het is niet de taak van de historikus van de hogeschool om archivaris/historikus van Links Front te zijn. Er zouden toch geen notulen van diskussies en vergaderingen, in- en uitgegane stukken en gesystematiseerde diskussiestukken zijn gevonden, wel een overdaad aan pamfletten, brochures en inhoudelijk-politieke stukken. En van dat laatste heeft men ook aangetroffen in de kelders van de hogeschool, het TAS-blad en twee door studenten samengestelde overzichts-brochures. Ik kan in deze opsomming niet anders dan een bevestiging lezen van mijn vermoeden, dat De Vries genoemd materiaal niet serieus heeft willen bekijken als gevolg van vooroordelen. En mijn rechtzetting van De Vries' opmerking, dat geen archiefmateriaal van Links Front meer te vinden zou zijn, is er alleen maar door bewaarheid. Frans Godfrey
Buitenlanders ook op Tilburgse woningmarkt in een achterstandsituatie Mediterrane huishoudens zijn ook in Tilburg oververtegenwoordigd in kleine woningen, in oude woningen, in goedkope woningen en dus in vermoedelijk slechte woningen. Bovendien wonen de buitenlanders (in Tilburg voornamelijk Turken en Marokkanen) gekoncentreerd in enkele buurtjes in de Oude Stad. Dit is één van de konklusies uit een onderzoek van Mustard en Dieleman (vakgroep Stad- en plattelandsgeografie van de Vrije Universiteit van Amsterdam) n a a r de huisvestingssituatie in Tilburg. Reeds eerder deden medewerkers van deze vakgroep in samenwerking met de afdeling Onderzoek en Statistiek van de Gemeente Tilburg een .Atlas van de bevolking en huisvesting in Tilburg - 1980' het licht zien. In de loop van volgend jaar wil men een rapport laten versschijnen over de migratiebewegingen in Tilburg. Al deze onderzoeken maken deel uit van het omvattende projekt .Geografie van wonen en huisvesting'. Musterd en Dieleman wijten de achterstand van de Mediterranen op de Tilburgse woningmarkt aan zowel een specifiek aanbod (het woningdistributiebeleid) als een specifieke vraag (naar goedkope woningen). Vooral het toewijzingsbeleid wordt door belangenorganisaties van buitenlandse werknemers bekritiseerd. Zij verdenken de woningkorporaties ervan dat, nu de goedkope woningen ,op' zijn en de druk van buitenlanders op de iets duurdere woningen toeneemt, de lu-gentienormen worden verzwaard. Zo zijn de onofficiële distributieregels onlangs zo
gewijzigd dat men minstens drie jaar in het Stadsgewest Tilburg moet staan ingeschreven om voor een urgentie in aanmerking te komen. Ook is gezinshereniging niet langer automatisch een grond voor urgen tie. Strengere normen en langere wachttijden zorgen voor een grotere vraag in de sektor partikuliere koopwoningen en dan vooral de onderkant daarvan: goedkope, kleine, oude en vaak slechte koopwoningen. De huisvestingssituatie van buitenlanders vormt overigens m a a r éen van de aspekten die besproken worden door de onderzoekers. De overige aspekten leveren echter minder nieuws voor mensen die Tilburg kennen. Het blijft ook allemaal nogal beschrijvend (■= geografisch?), diepergaande analyses van de in k a a r t gebrachte ruimtelijke proces sen en spreidingspatronen staan er veel te weinig in het rapport. T. Mandemaker Musterd, S. en F. M. D ieleman D e huis vestingssituatie in Tilburg; uitgewerkt n a a r bewonersgroepen en ruimtelijke een heden. Geografisch en Planologisch In s t i t u u t v a n de Vrije Universiteit Amster dam, 1981. Musterd, S. D e huisvestingssituatie van M e d i t e r r a n e n in Tilburg. In: Stedebou» en Volkshuisvesting, j u l i / a u g u s t u s 1981 blz. 314325.
tilburgs hogeschoolblad weel<blad van de katholieke hogeschool tllburg redaktie eddie vaes (hoofdredaktle), twan geurts. ellen nooyen, angela lodder (assistente)
medewerkers paul emonts, jace van de v e n , hans opbreek, lennart kik, wouter van g i l s , w m f r i e d kleinegris, ejef stoop, ronald jeurissen, samenstellina redaktleraad prof. mr. p. van saters (voorzitter). drs. J. koning, drs. h. van erp, drs. J. van de riet, f. hummelman, m. ackermans (adviseur), t. nllsen. r. geurtsen. a. de Issf officiële mededelingen buro kommunikatie cartoonist ad van haandel fotografie rien siers. tllburg druk drukkerij ] . j . a. van der wee bv, tllburg abonnementen voor niet hogeschoolleden: /" 15,— per jaargang advertenties angela lodder kopij alle kopij moet uiterlijk op donderdag de week vóór het verschijnen in het bezit van de redaktie zijn redaktieadres/advertenties hogeschoollaan 225, tllburg telefoon (alleen voor thb) 662277 en
662506 Intern: 2277 en 2506 kamer 207 en 208 (gebouw b) fotoservice foto's in dit nummer kunnen worden besteld è ƒ3,50 per foto In het formaat 10 x 1 5 cm; telefonisch 013-551109 of bij de redaktie landelijk samenwerkingsverband universitaire pers (up) waarbij verder aangesloten: ad valvas (vu amsterdam), wagenings hogeschoolblad, utrechts universiteitsblad, thd-nieuws (delft), th-berichten (eindhoven) tht-nieuws (twente) en observant (maastrioht)
Misschien een Idee voor de slechtbehuisde buitenlanders in Tllburg: op het woonwagenkamp aan de Dongenseweg (foto) is niog plek zat. Alleen weet je anno 1981 in Nederland nooit hoe lang je daar mag blijven staan. DE REDAKSIE V A N HET T H B W E N S T U EEN PRETTIG KERSTVERLOF EN EEN SOEPELE START V A N 1982.
In de grote mi en verspreid, fakulteitsblade bladen tegen bladen uit ge\ niet bewust v de redakties o of zelf te sten elke 20 40 v(
Het THB, ei vaste mensej besloot naar diskussies m kulteitsblade de kijker te ■ een korte, ZÏ doende rece problemen van fakulteil benadrukker De meeste Ie gemeenschai in de kelder nen: een wej pels .Le Mo materiaal. E] tilatie. het 2 waarbinnen staat, veel .raap'tafel. wordt door saties gebru vele handen machine aai gelmatig me schoongemai geen bij de drukkerij de Dezelfde pro vervaardigei om: nogal men. verstop van de hoge Een aantal al een drukl en laten hu o.a. Kappata nomen en ^ juristen. Me sociologen z genoodzaakt en Sociolo! kelder af te Naast deze worden de konfronteen blemen. Met dejure. die l heeft gehad jaars studei teitsbladen kort aan leden, word jaar geheel < en zijn er studenten te zaamheden.j onder deze sprake kan van een goe Daar moete rijkste oor; van het feil regelmatigh schijnen var worden da dikke' nun verschijnen, de diverse i het geringe kers beteke ten soms eei moeten stek één numme zamelen vai
Fakulteitsbladen dobberen voort In de grote massa papier, die op deze hogesciiool al dan niet zinnig wordt gebruikt en verspreid, zitten ool< al jaren enkele min of meer regelmatig verscliijnende fakulteitsbladen. Op A4-formaat en in zwart/wit druk proberen de redakties hun bladen tegen spotprijzen te slijten aan hun fakulteitskollega's. Deze kopen de bladen uit gewoonte, uit nieuwsgierigheid of om de kwaliteit. Meestal zijn ze zich niet bewust van het moeizame totstandkomen van deze bladen, de frustraties van de redakties om het blad vol te krijgen, te typen, te lay-outen en te laten drukken of zelf te stencillen. Uren noeste arbeid en veel vrije tijd gaan er schuil achter elke 20-40 vellen bedrukt papier.
Het THB, een hogeschoolblad met vaste mensen en andere faciliteiten, besloot naar aanleiding van enkele diskussies met redakties van de fakulteitsbladen deze bladen eens in de kijker te zetten. Nu eens niet via een korte, zakelijke of pesterig aandoende recensie, m a a r nu om de problemen en (on) mogelijkheden van fakulteitsbladen aan de KHT te benadrukken. De meeste leden van de Hogeschoolgemeenschap zullen de stencilkamer in de kelder van gebouw A niet kennen: een weggestopt hok achter stapels ,Le Monde' en ander archiefmateriaal. Er is in dit hok geen ventilatie, het zijn 4 betonnen muren, waarbinnen een stencilmachine staat, veel papier en een grote ,raap'-tafel. Deze stencilmachine wordt door 17 verenigingen/organisaties gebruikt met als gevolg, dat vele handen het werken met deze machine aanzienlijk verzwaren. Regelmatig moet de machine worden schoongemaakt of gerepareerd, hetgeen bij de gebruikers en bij de drukkerij de nodige wrevels oproept. Dezelfde problemen roept de stencilvervaardiger nogal eens op. Kortom: nogal wat technische problemen, verstopt in een onderaards hok van de hogeschool. Een aantal bladen hebben intussen al een drukken} gevonden in de stad en laten hun blad daar off-setten, o.a. Kappataai, het blad van de ekonomen en Nondejure, het blad van juristen. Maar de psychologen en sociologen zijn totnutoe nog steeds genoodzaakt hun blad (resp. Scripsi en Socio-logisch) in de beruchte kelder af te werken. Dat vreet tijd! Naast deze technische problemen worden de redakties ook nog gekonfronteerd met hele andere problemen. Met uitzondering van Nondejure, die lange tijd een vaste kern heeft gehad met de nodige ouderejaars studenten, kampen de fakulteitsbladen met een chronisch tekort aan medewerkers/redaktieleden, wordt de redaktie bijna elk jaar geheel of gedeeltelijk vernieuwd en zijn er nauwelijks ouderejaars studenten te porren voor deze werkzaamheden. Het is duidelijk, dat er onder deze omstandigheden geen sprake kan zijn van kontinuïteit en van een goede opbouw van een blad. Daar moeten dan ook de belangrijkste oorzaken gezocht worden van het feit, dat er nogal eens onregelmatigheid optreedt in het verschijnen van de bladen. Oplossingen worden dan gezocht in ,dubbeldikke' nummers of gewoon niet verschijnen. Uit de gesprekken met de diverse redakties bleek ook, dat bet geringe aantal vaste medewerkers betekent, dat sommige studenten soms een hele werkweek aan tijd moeten steken in het uitbrengen van één nummer. Noem m a a r op: verzamelen van kopy, schrijven van ar-
I
tikelen, typen van teksten, maken van illustraties en tekeningen, layouten van het blad, fotostencils maken, stencillen, rapen, nieten en dan nog aan de m a n brengen. „Je moet bijna gek zijn", verzucht één van hen. Toch doen ze het telkens weer, steeds m a a r weer opnieuw hopend, dat hun oproepen om meer mensen nu eindelijk wél eens sukses zullen hebben.
blad staat op zijn onafhankelijkheid en dat men onder geen beding van dit grote goed af wil. Juist in h u n onafhankelijkheid vinden ze de ruimte om gebeurtenissen binnen de fakulteiten kritisch a a n de orde te stellen, om literaire bijdragen van koUega-studenten te honoreren, om jongerejaars studenten kansen te bieden het brede schrijverspad te betreden en ouderejaars studenten om de grote wetenschapsoceaan in te duiken. Het zijn allemaal mogelijkheden, waarvoor de fakulteitsbladen de ruimte bieden en ook de goede plaats zijn. Het is daarom jammer, dat enerzijds de ongerechtvaardigde terughoudendheid van de kollega-studenten en medewerkers van de diverse fakulteiten het regelmatig uitbrengen van fakulteitsbladen zo bemoeilijken. Aan het eerste euvel k a n gewerkt worden, bij het tweede zijn de redakties afhankelijk van de Hogeschoolgemeenschap. Mogelijk, dat geïnteresseerden zich alsnog melden bij de diverse redakties. Wij als ,grote broer' willen daarom redakties en adressen van de fakulteitsbladen graag nog eens vermelden. Dobberen is leuk, varen is nog leuker! Paul Emonts
Uit de fakulteitsbladen Kappataai, nr. 58, november 1981 Er staat een interview in met de nieuwe dekaan, t.w. Prof. Wim van Hulst, die zegt geen diplomaat te zijn. Kappataai verwacht dan ook de nodige ,knetterende ruzies'. Ze wensen hem in h u n kommentaar veel sterkte. Aardig is ook het artikeltje over de revaluatie van de gulden op 4 oktober j.l. Aardig, omdat de meningen hieromtrent worden weergegeven van enkele hooggeleerde heren als Bosman, Glombowski. Schouten e.a. Naast een bijdrage over de (r) evaluatie van de propaedeuse en de visie van de 3 forum-ekonomen Schouten, De Roos en Goudzwaard een diskussie-uitlokkend artikel over de maatschappij en de wetenschap, waarin vooral wordt gepleit voor een wetenschap, die dichter staat bij de konkrete maatschappelijke problemen.
Financieel lijken de fakulteitsbladen minder problemen op te leveren. In de subsidiekommissie ondervinden de fakulteitsbladen prioriteit met betrekking tot het verlenen van subsidies. In een gesprek met Mej. Pieck en de heer Derks (resp. sekretaris en voorzitter van deze kommissie) geven zij aan, dat zij weten van het moeizame bestaan van deze bladen en dat zij daar zo soepel mogelijk mee omgaan, zonder uiteraard andere initiatieven of organisaties te kort te willen doen. Ook zij zien het belang in van fakulteitsbladen, v a n d a a r deze prioriteit. Op vragen hieromtrent geven zij te kennen open te staan voor nieuwe suggesties ter verbetering van de huidige situatie, vooral van technische zijde. Een eventueel initiatief om technische middelen ter beschikking te stellen aan alléén de vier gesubsidieerde fakulteitsbladen en enkele andere bladen, zouden ze best in overweging willen nemen. Om iemand vrij te stellen voor bijvoorbeeld de drukwerkzaamheden, zien ze wat minder mogelijkheden. Een organisatorisch-technische samenwerking tussen de verschillende bladen wijzen zij niet bij voorbaat af. In deze wachten zij op initiatieven en het is dan ook verheugend te noemen, dat de redaktie van Kappataai begin volgend semester met de andere bladen rond de tafel wil gaan zitten om te bezien, of er mogelijkheden tot samenwerking bestaan. Duidelijk is wel, dat elk
Socio-logisch, nr. 5, okt.-nov. 1981 Dit keer een interview met drie leden uit de HSR, waaruit o.a. blijkt, dat studenten in deze r a a d nogal afhankelijk zijn van student-vriendelijke voorzitters. Kritisch wordt de colloquia-reeks besproken, op basis waarvan eerstejaars studenten verwacht worden een paper te schrijven. De lezingen en vooral de diskussies met de inleiders lopen vaak uit op een ,entre-nous' van inleiders en docenten. De beoordeling en verwerking van die papers op de Subfakulteit blijken volgens enkele ervaringen nogal eens problemen op te leveren. Een artikel over de sociologie-studies aan de diverse hogescholen/ universiteiten in Nederland springt eruit. Opnieuw blijkt daaruit, dat in Tilburg veel aandacht wordt geschonken aan het vak Methoden Technieken. Nieuws voor degene, die dat nog niet wist! Met enkele 3
rubrieken en oproepen daarnaast lijkt het blad er in vergelijking met het vorige n u m m e r op vooruit geg a a n te zijn. Scripsi, november 1981 De subfakulteit heeft een nieuwe studie-adviseuse en onderwij s-koördinatrice, t.w. Denise. Een interview met h a a r opent het nieuwste nummer van dit blad. Het ORC heeft een inventarisatie gemaakt van ervaringen met werkgroepenonderwijs binnen de subfakulteit. Theo Stals doet hiervan verslag, waarmee de kommissie Onderwijs a a n de slag kan. Marco de Meyer doet een poging de mens aan te zetten tot grote daden en hij beschouwt de huidige psychologische wetenschap als een belemmering daartoe. ,,Ketters moeten zich roeren! Anders gaan we een afschuwelijke toekomst tegemoet", is zijn anthrosofische boodschap. Daarnaast een tweetal reakties op een ouder stuk van Giel Hutschemaekers over de ,menselijke waarneming', nogal taaie stukken. Ook staat er een verslag in van het inmiddels beruchte anti-psychiatrie kongres in Leuven, waar opnieuw een dronken Laing een rol heeft gespeeld. Boekennieuws en andere informatierubrieken maken dit nummer van m a a r liefst 56 pagina's vol. Nondejure, november 1981 Een forse reaktie op Prof. Deelen inzake het geven van kolleges op vrijdagmorgen van 10.30-12.30 u u r openen dit eerste n u m m e r van dit semester. Ook veel kritiek is er op de .rechtsbankspelletjes' in toga van een zeker genootschap ,Rigting', waarbij n a afloop de drank rijkelijk vloeit. Nondejure heeft er nogal wat moeite mee, gelet op de reakties. ,Rechtszaligheden' verhaalt op plastische wijze het verloop van een proces. Leuk om te lezen. Naast een evaluatie van het eerstej aarsprog r a m m a totnutoe en een verslag uit de Fakulteitsraad en nieuws van de Juridische EHBO Tilburg, in welk laatste artikel nog steeds een grote afstand tussen Rechtenfakulteit en Rechtswinkel wordt gekonstateerd, wordt dit n u m m e r besloten met de avonturen van Mr. Lorenz, die via geheugenverlies en zeer moeilijke woorden tracht een roman te dienen. Die roman hoeft, wat mij betreft, niet uit te komen. Habakuh, november 1981 Het fakulteitsblad van de Theologen is ook weer uit. Annemiek Adank, Ronald Heinen en J a n Franken stellen zich, ondanks alles nogmaals kandidaat voor de Fakulteitsraad, Arthur Polspoel doet dit niet. Hans Bomewasser neemt afscheid als dek a a n en er wordt veel aandacht geschonken a a n het nogal onverwachte bezoek van de bisschoppen Ernst en Móller op 22 oktober jj.l., waarbij een Open Brief van studenten van de Theologische Fakulteit er uit springt. Hun brief aan de Bisschoppelijke Kommissie Priesteropleidingen (waar Gijsen wel in zit, m a a r niet meedoet) eindigt met: „Wij roepen u op om voor ons op te komen, d a a r waar dat nodig is, zodat u echte bisschoppen voor ons wordt." Reakties op deze brief van het Fakulteitsbestuur roepen weer andere reakties op, kortom: de bisschoppen (Vervolg op pagina 6) THB 16 - 18 december 1981
Bewoners Dodewaard niet bang voor kernenergie Mensen die in de buurt vani een kerncentrale wonen denl<en niet of nauwelijics anders over de uitbreiding van het aantal kerncentrales en sluiting van de bestaande dan bewoners van vergelijkbare gemeenten waar geen kerncentrales staan. Er blijken echter wel aanzienlijke verschillen in opvatting te bestaan; die betrekking hebben op de lokale gevolgen van een kerncentrale. De bewoners van Borssele en D ode waard, waar zoals bekend kerncen trales staan, staan duidelijk minder negatief tegenover een kerncentrale in de eigen woonomgeving. Ook de maatschappelijke aanvaardbaarheid van het wonen nabij een kerncen trale wordt door hen hoger inge schat dan door bewoners van ver gelijkbare plaatsen zonder kerncen trale als Ammerzoden en Brouwers haven. In Borssele en D odewaard blijkt de akseptatie van een kern centrale in de eigen omgeving veel groter dan verwacht zou mogen worden op grond van recente opi niepeilingen. Dit blijkt uit een onderzoek van drie onderzoekers van het Instituut voor
Feministische Tiieologie in programma Donderdag 10 december jl. is door de Fakulteitsraad een voorstel van het Dagelijks Bestuur aangenomen om een strukturele halftime funktie ten behoeve van de feministische theolo gie in het onderwijsprogramma op te nemen. Daarbij is aangetekend dat dit terstond realiseerbaar moet zijn. In de toekomst zal bekeken worden in hoeverre dit een fulltime plaats kan worden.
Milieuvraagstukken van de VU n a a r achtergronden van houdingen t.a.c. kernenergie en de invloed hierop van het wonen bij een kerncentrale. Het onderzoek strekte zich uit over 600 inwoners via de vier gemeenten. Heel opmerkelijk is overigens dat die grotere akseptatie van een kern centrale in de eigen woonomgeving blijkbaar niet samengaat met een positievere houding ten aanzien van kernenergie in het algemeen. Wel komt n a a r voren dat de bewoners van Borssele en D ode waard iets va ker tegen sluiting van de kerncen trales zijn dan de mensen uit Am merzoden en Brouwershaven (50 ver sus 45 procent tegen sluiting). D ie minder negatieve houding zou vol gens de onderzoekers een gevolg kunnen zijn van dissonantiereduktie of probleemontkenning. Ook blijkt dat voorstanders van de uitbreiding van het aantal kerncen trales in ons land vooral belang hechten aan de gevolgen die men verwacht voor de Nederlandse eko nomie, de energiesituatie van ons land en de mate van afhankelijkheid van andere landen. Tegenstanders laten zich vooral leiden door de te verwachten gevolgen voor de volks gezondheid, het milieu en de risico's van een ernstig ongeluk. Het publiek lijkt zich te baseren op een afweging van kosten en baten waarbij e r ver schillen bestaan in zowel de schat ting als de afweging van die kosten en baten. Voor en tegenstanders van kern energie houden er bovendien ook heel verschillende waardenoriënta ties op na. Zo hechten bijvoorbeeld voorstanders (ran uitbreiding van uitbreiding van het aantal kerncen trales, meer belang aan het bevor deren van een sterk bedrijfsleven, bestrijding van misdaad en een sterke defensie. Tegenstanders daar entegen vinden terugdringing van de milieuvervuiling, het zorgen voor een meer begrijpelijke maatschap pij, meer medezeggenschap en het terugdringen van energieverbruik belangrijker. J.K./UP/Ad Valvas
LOG
„Student wordt kleine investeerder" De Akademische Raad heeft zich zelf overtroffen. Het is in de twin tig jaar dat de Raad eksisteert nog nooit voorgekomen dat hij de mi nister van onderwijs voor is met het geven van een advies over een ingewikkeld onderwerp als nu de studiefinanciering. Zo schrijft Am sterdams Universiteitsblad Folia Ci vitatis. Op dezelfde pagina beeldt 'n cartoonist de Akademische Raad af als 'n slome schildpad, voor de ge legenheid van de studiefinanciering opgeschrikt uit 'n veel te vroeg be gonnen winterslaap. Tijdens de besluitvorming vorige week m a a n d a g in Utrecht was er al kritiek te beluisteren op de plannen die door de Tilburgse hoogleraar J. E. A. M. van D ijck, voorzitter van de raadskommissie studiefinanciering, met vasthoudendheid werden verde digd. In bet voorstel van Van D ijck
en co krijgt elke student voortaan een basisbeurs van pakweg vijf duizend gulden. D aarbovenop kan de student z'n inkomsten aanvullen met rentedragende studieleningen of met een bijdrage van de ouders. De Akademische Raad vindt nu, dat het nieuwe stelsel niet meer m a g kosten dan het bestaande, er wordt niet uitgegaan van wat wenselijk, m a a r van wat haalbaar is: dat laat ste uitgangspunt heet in jargon budgettaire neutraliteit. De studentenvakbonden hebben in middels al laten weten het met de plannen van Van D ijck niet eens te zijn. D e afhankelijkheid van de ou ders (hét grote nadeel van de oude regeling) wordt volgens hen ver vangen door de afhankelijkheid van banken. ,,Het is onzin te menen dat het nieuwe stelsel een reële verbete ring inhoudt wat betreft de zelfstan digheid van de student." Bovendien worden afgestudeerden gedwongen een extra hoog inkomen te eisen om h u n studieschuld te kimnen afbeta len. „Studenten worden op deze ma nier kleine investeerders. Zij moeten (letterlijk) een hypotheek nemen op
Vervolg van pagina 1
Kunst Uitvoerend kunstenaar Piet Siegers uit Velp kreeg de opdracht. D e ge meente ging akkoord, als het werk vanuit de stadszijde zichtbaar zou zijn en de KHT vroeg B&W alvast het gemeentegeschenk over te ma ken. In de opdrachtomschrijving le zen we dat het kunstwerk kan die nen als ruimte scheppend medita tief oriëntatiepunt. Men vroeg de kunstenaar een stukje landart met skulptuurelement en indien budget tair h a a l b a a r zal het werk door be weging ook inspelen op het element water. Piet Siegers zal in januari een schetsontwerp indienen, later volgt een definitief ontwerp en bij goed keuring door het Kollege Cna advies van D BH in technische en de Kom missie Beeldende Kimst in artistieke zin) wordt medio 1982 de afwerking verwacht.. Eén en ander hangt samen met het struktuurplan voor de omgeving van het restaurant. Architektenbureau Kraayvanger zal in dezelfde perio de de restaurantomgeving verfraai en door aangepaste bestrating, be planting en de aanleg van een ter ras aan de zonzijde. Siegers maak te in het verleden hoekige verheven heden, stompe of spitse piramidale vormen die nogal sterk ingrijpen in het landschap. Sinds enkele maanden werkt Bas Maters als kunstkoördinator aan een integraal plan voor de kunst op de hogeschool Hij rondt zijn eerste rap portage af in januari. D e Hoge schoolraad besloot in september in het kader van de tijdelijke projekten 17.500 gulden te besteden aan een eksteme deskundige voor de uitwer king van een plan voor beeldende kunst. Maters «vordt dus ook betrok ken bij de heraanleg van de omge ving van het restaurant en de aan grenzende parkzone. Hij zal ook andere projekten begeleiden en koördineren zoals het kunstobjekt in het sociaal cluster, een ontwerp van Roel Teeuwen (zie foto). D it werk komt in de binnentuin, een patio die hun onzekere toekomst." Een stelsel van studiefinanciering moet, volgens de studentenbonden (verenigd in het Landelijk Overleg Grondraden LOG) uitgaan van het nutsbeginsel, niet van het profijtbeginsel. Carel van Nahuys, studentendekaan in Tilburg, stemt in met deze kri tiek van het LOG: „De Akademische Raad haalt twee zaken dooreen. De adhocsituatie van een ekonomische schaarste wordt verheven tot uit gangspunt van beleid. Van Dijck is een pragmatikus, die begint te den ken vanuit de moeilijke financiële statusquo." Van Nahuys zegt overigens verrast te zijn door de meegaande houding van de verschillende universiteits vertegenwoordigers. „Eerst was iedereen tegen het voorstel. Nu, na een enorme salto mortale, is ieder een opeens vóór." Prof. Van Veldhoven, rector mag nificus van de Tilburgse Hogeschool, snapt die verbaasdheid van Van Na huys niet zo best. „Ik zat erbij en keek ernaar. In het begin van de vergadering van de Akademische
lager ligt dan het straatniveau Teeuwen ziet zijn ontwerp als groei. vormen a a n de n a t u u r ontleend, „archetypen, oerprincipes van orga nische vormgeving die monumen tale kenmerken in zich dragen en waar we ons bewust of onbewust mee verbonden voelen." Verder ziet ( hij ook verwijzingen n a a r oude kui turen, n a a r de kuituur van het bou1 wen, verbinden, stapelen. Geld voor dit kunstwerk komt beschikbaar door de 1%regeling, d.w.z.: 1% van] de bouwsom mag aan kunst wor den besteed, al wil de overheid dan | wel een vinger in de pap. Ministe riële kunstadviseurs geven dan ook ! kanttekeningen bij dit projekt dat 1 64.000 gulden zal kosten. Afwerking wordt begin april verwacht, bij de opening van het gebouw. Buiten, vóór het sociaalcluster komt in de zelfde stijl nog een verwijzing naar | het werk in de patio. Ook voor de toekomstige tweede fa se van het cluster, zal 1% gaan naar j kunstobjekten. Alles hangt natuur lijk af van de beschikbare financiën, De Kommissie Beeldende Kunsten adviseert het Kollege van Bestuur ook nog in andere aangelegenhe den. Zo was er onlangs een advies om de gedenkplaten in gebouw A op een andere plaats a a n te bren >i gen. Het Kollege vroeg ook sugges [L ties in verband met de dekoratieve ^% voorzieningen op de kamers. Men wil een soepele regeling zodat het personeel regelmatig andere kunst werken aan de m u u r k a n hangen, DBH als een soort kunstuitleen bureau. De beschikbare reprodukties en ori ginelen werden onlangs door D BH geïnventariseerd. Er ontstond enige paniek toen bleek dat heel wat moois spoorloos was. Na wat speur werk kon men de meeste kunstwer ken achterhalen. Zij waren met de kamerbezetters mee verhuisd of juist niet mee verhuisd, hier en daar waren ze verdwenen onder een af fiche of kalender. Het KHTperso neel kan voortaan zelf in de maga zijnen terecht om een gemotiveerde kunstkeuze te maken. E.V. Raad heeft Amsterdam nog wel ge pleit voor een normbedrag als uit gangspunt. Daartegenover heeft prof. Van Dijck zijn realiteitsprin cipe geplaatst. En dat is unaniem door de aanwezige vertegenwoordi gers aanvaard." Volgens Van Veldhoven heeft het Kollege van Bestuur door die in stemming niet in strijd met het Hogeschoolraadstandpunt gehan deld. Ook de Hogeschoolraad, aldus de rector magnificus, had al inge stemd met de twee uitgangspunten van de gedeeltelijke studielening (al dan niet rentedragend) en de aanvulling n a a r draagkracht. D e Raad formuleerde h a a r stelling name in deze als volgt (1 oktober): „Principieel kan men de afwenteling van het risico op de studenten be zwaarlijk achten, feitelijk moet bij een adequate studiekostenvergoe ding enige verdeling van het risico door een matig renteniveau bij een beperkte leencomponent te aanvaar den zijn." T.G.
„StU
De student daarin dat e weinig aandf en weinig be sociale aspeli bestaan. Voc hun rapport rade gaan 1 tuur over dii maakten de van gegeven spreekuren blijkt dat ve( ten komen d sfeer liggen heidsbelevinj hoofdpijn, bi tie. Veel var volgens de ^ achtergrond' studeren: zii kunnen zette koncentratie
De naderen tweefasensti rode draad In die nieuw diebelasting naar 1700 ui de gevolgen heid en we zijn onderz(
Daarnaast ^ slechte leef Nederlandse scholen als slechterende „De Alma I kinderen va programma standigheid warrende w de disciplin heid en scho onze indruk T.A.) heeft tie' tussen een onguns psychosocis dent" van kennis steeds anoi steund doo mens en self stromingskr soonsontwili wordt mee aan eisen verzakelijki
Ook de doc( rapport no regel vindt < klank voor' men en vn ten wetens docent. Eer tatie van m nis kan hei een docent studenten t Daardoor ■^ van de wc dat niet rei schappelijk) een proces veel onzeki schillen ov< den en uitg wetenschap der zeker ' vaak voord intuïtief a;
Theo Mocking over rapport kollega-artsen
,,Studenten niet ongezonder dan leeftijdgenoten De studentenartsen konstateren daarin dat er in ons ' a n d nog erg weinig aandacht besteed wordt a a n en weinig bekend is over de psychosociale aspekten van het studentenbestaan. Voor het produceren van hun rapport moesten ze dan ook te rade gaan bij buitenlandse literatuur over dit onderwerp. Daarnaast maakten de samenstellers gebruik van gegevens die zij in h u n eigen spreekuren verzamelden. Daaruit blijkt dat veel studenten met klachten komen die in de psycho-sociale sfeer liggen; demotivatie, zinloosheidsbeleving, depressie, angsten, hoofdpijn, buikpijn en hyperventilatie. Veel van deze klachten vormen volgens de artsen de emotionele achtergrond van stoornissen in het studeren: zich niet aan de studie kunnen zetten, vergeetachtigheid en koncentratieveriies.
De afgelopen weken hebben regionale en landelijke dagbladen op nogal opzienbarende manier verslag gedaan van een rapport van de werkgroep .Arbeidsklimaat studenten' van de Nederlandse Vereniging van Universiteltsartsen. In het stuk, ,Werk- en leefklimaat van studenten', wordt een vrij somber beeld geschetst van de lichamelijke en psychische toestand van de Nederlandse student. Voor het THB reden om studentenarts Theo Mocking, zelf lid van bovengenoemde vereniging, te vragen hoe de situatie in Tilburg ligt. Hij maakte geen deel uit van de werkgroep die het rapport samenstelde. Alvorens zijn reactie te geven schetsen we in het kort de inhoud van het rapport.
(^
(3e:zos,d
De naderende invoering van de twee-fasenstruktuur loopt als een rode draad door het rapport heen. In die nieuwe regeling wordt de studiebelasting opgevoerd van 1300 naar 1700 u u r per jaar, zonder dat de gevolgen daarvan voor gezondheid en welzijn van de studenten zijn onderzocht. Daarnaast wordt gewezen op het slechte leef- en werkklimaat op de Nederlandse universiteiten en hogescholen als oorzaak van de verslechterende positie van studenten. „De Alma Mater vervreemdt h a a r kinderen van zichzelf door in h a a r programma de opvoeding tot zelfstandigheid en kreativiteit op verwarrende wijze te vermengen met de disciplinering tot onzelfstandigheid en schoolse onderwerping. Naar onze indruk (de universiteits-artsen T.A.) heeft deze ,double-blind-relatie' tussen universiteit en student een ongunstige uitwerking op het psycho-sociale welzijn van de student" overdracht en toetsing van kennis vinden plaats in een steeds anoniemere setting, ondersteund door multiple-choice-tentamens en selektie op statistische doorstromingskriteria. De bredere persoonsontwikkeling van de student wordt meer en meer opgeofferd aan eisen van programmering en verzakelijking". Ook de doceenten moeten het in het rapport nogal ontgelden. „In de regel vindt de student weinig weerklank voor zijn persoonlijke problemen en vragen bij de nogal gesloten wetenschapsopvatting van de docent. Een (schijn) zekere presentatie van methodische en feitenkennis kan het beste middel zijn voor een docent om lastige vragen van studenten buiten de deur te houden. Daardoor wordt echter een beeld van de wetenschap gepresenteerd dat niet realistisch is. W a n t wetenschappelijke kennisverwerving is een proces van trial and error met veel onzekerheden en meningsverschillen over de te hanteren methoden en uitgangspunten. Docenten en wetenschapsmensen zijn veel minder zeker van zichzelf dan zij zich vaak voordoen; de student voelt dat intuïtief aan maar krijgt er tege-
4^^^ de schrijvende pers in sensationele bewoordingen gewag heeft gemaakt van het uitkomen van het rapport. Als zou de Nederlandse student een ongezond type mens zijn. Theo Mocking: „Het is met de Nederlandse student psychisch en lichamelijk gezien niet slechter gesteld dan met zijn leeftijdgenoten. Studenten zitten dus niet in een uitzonderingspositie.
lijkertijd weinig vat op. W a t moet hij met een docent die zich erkend wil zien als een wetenschappelijke autoriteit, zonder in staat te zijn in te gaan op zijn subjektieve vragen en interesses? Er blijft h e m natuurlijk weinig anders te doen dan de vereiste stof te ,leren' en op tentamens te reproduceren, m a a r deze daad van formele onderschikking garandeert nog geenszins dat hij ook werkelijk iets geleerd heeft dat voor h e m persoonlijk en voor zijn toekomstige beroepsuitoefening van belang is". De studentenartsen doen in h u n nota een aantal aanbevelingen om het voor de student psychisch en sociaal gezien wat aantrekkelijker te maken aan de universiteit te studeren. Zo vragen ze erkenning van het arbeidsklimaat van studenten als onderdeel van het studentenbeleid van overheid en xmiversiteiten. Op universiteitsbegrotingen moet een vaste post opgevoerd worden voor uitgaven op het gebied van onderzoek en verbetering van het arbeidsklimaat. Daarnaast vinden ze dat docenten beter didaktisch geschoold moeten worden, er een goede rechtspositie voor studenten moet komen en dat de huisvesting verbeterd moet worden.
Volgens mij is het ook niet de bedoeling van het stuk om dat als zodanig te brengen, het is denk ik veel meer bedoeld om het funktioneren van studenten-artsen te verbeteren. Er wordt in het rapport op grond van globale indrukken, gezocht n a a r oorzaken die de groep studenten mogelijkerwijs extra kwetsbaar zouden kunnen maken. Verder reikt de strekking volgens mij niet". - Ziet Theo Mocking in zijn praktijk een toename van het aantal studenten dat met psycho-sociale klachten komt? „Ik registreer nu voor het tweede jaar en ik zie inderdaad een toename van de psycho-sociale klachten. Maar die registratie van mij is veel te algemeen en te weinig methodisch om er generaliserende konklusies over dé studentenpopulatie uit te kunnen trekken. De groep die hier op het spreekuur komt is vrij klein en geeft dus geen goede indruk van de algemene gezondheidstoestand van de studenten.
De Tilburgse studentenarts Theo Mocking is het op lang niet alle punten eens met de stellingen van zijn kollega's in de nota. Het heeft hem met name nogal gestoord dat 5
ff
Ik denk dat mijn registratie meer zegt over mijn funktioneren als studentenarts, dan dat die cijfers iets zeggen over de groep studenten". Leggen we de cijfers uit de jaarverslagen '79-'80 en '80-'81 van het bureau studentenarts naast elkaar dan blijkt de er in het eerste jaar van de registratie 177 konsulten op het gebied van medisch-psyschische klachten waren. In het tweede jaar was dat cijfer gestegen tot 269. „Maar nogmaals", zo zegt Theo Mocking, „mijn registratiekriteria kunnen van dag tot dag verschillen, dus de grote stijging van het aantal konsulten zegt niet zoveel". In het rapport wordt tot ongenoegen van Theo Mocking nogal eens met de beschuldigende vinger in de richting van het docentenkorps gewezen w a a r het gaat om het slecht funktioneren van studenten. „Als zouden de docenten zo slecht zijn en autoritair onderwijs geven. Ik denk dat we met die beschuldigingen weinig opschieten. We kunnen gewoon niet eenzijdig zeggen die docent of die fakulteit voldoet niet. Ik geloof niet dat dat alleen m a a r mensen zijn die het fout willen doen. Dat slecht funktioneren van studenten zit hem dus ergens anders in. Je kunt denk ik ook zeggen dat de student misschien wel een te weinig kritische konsument van het onderwijs is. Ze trekken te weinig a a n de bel als er iets scheef dreigt te lopen. Aan de andere k a n t erken ik zeker dat de sfeer vaak niet erg uitnodigend is, sommige studenten hebben misschien een iets meer open sfeer nodig om te kunnen laten merken wat hen dwars zit. Als je niet op de een of andere manier met een fakulteit vertrouwd bent, als studentassistent bijvoorbeeld, dan is het denk ik minder eenvoudig om toegang te krijgen." Met hetgeen er in het rapport over de slechte rechtspositie van de student in verband met de invoering van de twee-fasenstruktuur opgemerkt wordt, is Theo Mocking het hartgrondig eens. Het zonder meer opvoeren van de studiebelasting v a n 1300 n a a r 1700 u u r per jaar noemt hij de zwarte vlek in de voorbereiding van de twee-fasen. „Het is natuurlijk moeilijk om over de effekten daarvan al bij voorbaat onheilsvoorspellingen te doen, m a a r het is wel typerend voor de rechtspositie van de student. Je kunt een arbeider die een CAO heeft zoiets niet in zijn maag splitsen m a a r een student moet rustig ineens een p a a r honderd u u r per jaar meer gaan werken. Ik vind dat a a n deze fundamentele zaak meer aandacht besteed moet worden. De student zit in een heel karakteristieke positie: zijn werk en zijn privé-leven zijn sterk verweven, vergeleken met zijn nietstuderende leeftijdgenoten is hij in grotere materiele nood en zijn rechtsjMsitie is slecht". Hij vindt dat voor studenten het recht op onderwijs, inzage in tentamens en stage- en skriptiebegeleiding geregeld moet worden. Twan Asselbergs THB 16 - 18 december 1981
■m
Nieuwe eerstejaars krijgen zwaar en veelzijdig programma Oriënteren, selekteren en adviseren: kernwoorden die de nieuwe eerstejaars in de tweefasenstruktuur op de universiteiten en hogescholen zullen tegenkomen om te bereiken dat het percentage studenten dat de studie staakt of vertraagt als gevolg van een verkeerde keuze, gereduceerd wordt. Dit blijkt uit een onlangs verschenen rapport: „Verkeerde studie, verkeerd gekozen? Voorkomen is beter...!" dat in opdracht van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen door drs. W. Fase en drs. J. W. Foppen is samengesteld.
De twee auteurs, beiden werkzaam binnen de Subfakulteit der Sociaal Kulturele Wetenschappen van de Erasmusuniversiteit te Rotterdam, hebben een literatuurverkenning gemaakt n a a r het voorkomen en signaleren van verkeerde studie keuzen. „Een erg belangrijk rapport, dat veel aandacht verdient", aldus de huidige dekaan voor de eerste jaars studenten a a n de KHT, Chris ta Thoolen. Uit het onderzoek van Fase en Foppen blijkt dat een rela tief hoog percentage studenten tij dens de rit h u n studie staken, dan wel omzwaaien n a a r een andere richting. D e medicijnenstudenten vormen hierop een uitzondering. Er is bovendien nog een percentage dat de studie wel afmaakt m a a r er niet zo gelukkig mee is. Uit een klein onderzoekje onder afgestudeerden in de Ekonomie aan de Erasmus universiteit blijkt dat 6 van de 10 van hen niet opnieuw voor Ekono mie zouden kiezen! Bij het maken van een studiekeuze spelen verschillende faktoren een rol. Fase en Foppen noemen als eer ste faktor de individuele kenmer ken van de aspirantstudent en als tweede bekwaamheid. Op basis van de vooropleiding (en behaalde cij fers) moet blijken of een,student een universitaire studie a a n kan. Vol gens Fase en Foppen zijn de studie resultaten voor bêtastudies betere voorspellers d a n voor alpha en gammawetenschappen. Een volgen de faktor is motivatie, volgens de autexus duidelijk sociaalkultureel bepaald. Andere faktoren die de as pirantstudent tot een besluit voor een bepaalde studie brengen zijn: voorlichting, de beroepskansen van de opleiding en de persoonlijke om standigheden van de leerling. Voor lichting k a n op twee manieren wor den opgevat. Enerzijds is er de ge institutionaliseerde voorlichting (fol ders, brochures en informatieavon den), anderzijds is er de informa tie van derden (ouders, vrienden kring). „Tja, over die voorlichting is het laatste woord nog niet gespro ken", zo meldt Christa Thoolen, „want je kunt je voorstellen dat, met het teruglopen van de studententoe stroom het wervingsbeleid van de KHT zeer belangrijk gaat worden. Zowel de bezuinigingswoede van Den Haag, als bij voorbeeld de nieuwe ekonomische en juridische fakulteiten in Maastricht beïnvloe den de toestroom van studenten. Het is nog maar af te wachten welk effekt dit zal hebben op het ver strekken van goede, objektieve in formatie." D e situatie op de arbeids markt is eveneens van invloed op de studiekeuze. Zo heeft bij voor beeld de toestroom n a a r sociologie fakulteiten lange tijd een dalende lijn vertoond n a publikatie van ge gevens over de toekomstige werk loosheid onder gedragswetenschap pers. W a t betreft de laatste faktor, de persoonlijke omstandigheden,
k a n men denken a a n de huiselijke en beroepsmatige omstandigheden alsook a a n de plaats waar men woont.
Studiestakers Over het staken van de studie k a n heel wat gezegd worden. Je k u n t een dergelijke beslissing van ver schillende kanten bekijken. Ener zijds is er de student, anderzijds is er de onderwijsgevende instelling. Markant is hier dat 33% v a n de stu denten die h u n studie staken als voornaamste reden ,vervelende kur sussen' opgeven. Andere belangwek kende redenen zijn financiële pro blemen (28%), huwelijk, zwanger schap (28%), slechte cijfers (23%) en ontevredenheid met vereisten of regelingen (22%). Er wordt niet overal in even grote getale gestaakt: binnen de studies Nederlands, Psy chologie en Sociologie wordt hoog gescoord; bij Tandheelkunde, D ier geneeskunde en Medicijnen wordt het minst gestaakt. Overigens bete kent het staken van een bepaalde studie voor velen een ommezwaai n a a r een andere richting. Volgens Fase en Foppen moet er gezocht worden n a a r mogelijkheden om het psychologisch klimaat zo te verbe teren dat positieveranderingen zo vroeg mogelijk liefst in de propae deuse plaatsvinden. De twee soorten van suggesties die Fase en Foppen op basis van h u n literatuurstudie doen, zijn de pre ventieve en de korrigerende (en dan wel in een vroeg stadium). Met de komst van de tweefasenstruktuur wordt het van groot belang dat stu denten een goede studiekeuze ma ken. Zij komen immers al n a één jaar in de doktoraalfase en worden streng gehouden aan de voorgestel de studieduur ^ maximaal twee jaar. De suggesties op het gebied van de preventie van verkeerde studiekeu ze liggen op het terrein van infor matieverschaffing. D e auteurs den ken d a n a a n een betere koördinatie van de bestaande informatiever schaffende bronnen. Binnen het VWO valt te denken a a n vroeg tijdige informatie over de gevolgen van de vakkenpakketkeuze, a a n meer schriftelijk materiaal over be roepsperspektieven van de verschil lende studierichtingen. Verder wordt gedacht a a n een uitgebreid en aktueel informatiecentrum op de scholen , a a n voorlichtingsbijeen komsten, een landelijke koördinatie van het schooldekanaat en veel spe cifiek schriftelijk materiaal. Meer op onderwijskundig gebied is het no dig scholieren te informeren over het karakter van de studiemetho diek in het wetenschappelijk onder wijs. Fase en Foppen doen eveneens sug gesties m.b.t. de overgangsfase tus sen VWO en WO. Zij denken hierbij 6
aan proefkolleges, die een beeld kunnen geven van de inhoud van de studie en de studiesfeer (zoals de massaliteit en het onpersoonlijke karakter); een introduktiemaand, waardoor een wat langere eerste konfrontatie met universiteit en stu die k a n plaatsvinden. D e studenten zouden zich dan pas a a n het einde van die m a a n d definitief kunnen in schrijven voor een bepaalde richting. „Allemaal initiatieven waarover momenteel druk gepraat wordt bin nen de verschillende kommissies. De bereidwilligheid van de onder wijsgevenden om hun verantwoor delijkheid in deze meer inhoud te geven, zal een belangrijke faktor gaan worden", aldus Christa Thoo len. Het invoeren van een zgn. ingangs selektie, zoals dat in Amerika be staat, zien de auteurs als een, op z'n minst, diskutabele methode. Vooral bij alpha en gammawetenschappen is de voorspellende waarde van een dergelijke kognitieve toets zeer ge ring. Goede resultaten hoeven niet automatisch een goede studiekeuze in te houden en slechte resultaten hoeven niet te wijzen op een ver keerde keuze. Het is aldus Fase en Foppen, beter de selektie a a n het einde van de propadeuse te koncen treren zodat de studenten n a een jaar ervaring met het W O zelf in de gelegenheid zijn h u n kognitieve vaardigheden te toetsen. Binnen de propaedeuse zal een ak tief beleid ten aanzien van de bege leiding van studenten gevoerd moe ten worden. Zoals Fase en Foppen het voorstellen kunnen de studenten op een overvol eerste jaar rekenen, iets wat de huidige eerstejaars van de Letterenfakulteit i.o. van de KHT reeds zullen ondervinden. Geduren
Vervolg van pagina 3
Falculteitsbiaden hebben voor veel storm in een glas wijn gezorgd op de fakulteit. Het is goed, dat ook de redaktie in deze een standpunt inneemt. Theologie en feminisme, verslag van een ont nuchterende LPO (waar Gijsen ook in zit, m a a r niet meedeed) in Noord wij kerhout en uiteraard véél fakulteitsinformatie maken van dit n u m m e r een interessant geheel. VITE (Vereniging voor Internatio naal geïnteresseerde ekonomen) Om te beginnen, veel eigen vereni gingsnieuws. In een deskundig arti kel doet Wilbert Lammers een boek je open over de lezing van Prof. Schouten (wat een aandacht eist die m a n toch op) in de serie .Ekono men en de krisis'. Schouten roept om de sterke man, die zijn utopie kan uitvoeren. Zo simpel ligt dat. Prof. van Veen vraagt zich af, of het Europese Monetaire Stelsel (EMS) nog wordt opgevolgd door nieuwe muntunies. Zijn verwachtin gen liggen niet hoog. Prof. Eugen Pusic uit Joegoslavië sluit de cyklus over arbeiderszelfbestuur af. Cïoed voer voor Engelstalige liefhebbers. Prof. Laffer uit de USA (belangrijke
de het eerste semester moet ruime aandacht besteed worden a a n de oriëntatiefunktie van de propaedeu se. Binnen de Letterenfakulteit aan de KHT geeft men, binnen het kur. rikulum, een kursus die beoogt de studenten kennis te laten maken met allerlei mogelijke beroepsvel den. (D it is de kursus Oriëntatie op Onderzoek en Beroep). D eze zou als voorbeeld kimnen dienen. Ook is, aldus het rapport, een konfrontatie met de belangrijkste aspekten van de doktoraalstudie a a n te bevelen Fase en Foppen pleiten voor een ge meenschappelijke propaedeuse in de alpha en gammawetenschappen, zodat de studenten n a het eerste j a a r een weloverwogen, definitieve keuze kunnen maken. Aan het ein de van het eerste jaar moet er een advies komen a a n de hand waarvan een uiteindelijke keuze mede wordt bepaald. D at studieadvies is een voortvloeisel van de Wet op het WOart. 24 bis, lid 4. Op de KHT wordt daarover momenteel druk vergaderd. Volgens C3irista Thoolen „is het van groot belang dat niet alleen studieadviseurs maar ook en vooral de onderwijsgevenden zich over een dergelijk uit te bren gen advies buigen. Het heeft im mers niet alleen met de student te maken, maar ook met het onder wijsaanbod van de docent. Het mes snijdt van twee kanten." Over deze problematiek zegt de dekaan ver der nog: „Het is op dit momsnt een heet hangijzer. Voor bestaande fa kulteiten is het een hele opgave om een goed begeleidingssysteem voor de nieuwe eerstejaars op te zetten Het lijkt me raadzaam dat een rap port als dit brede bekendheid krijgt." Voor ons belangrijk genoeg om in het volgend semester nog eens op deze nijpende problematiek terug te komen.
Onderz
In de lente van Arbeid, de oplei In een verslag tl tot nu toe niet o bij hen wel het >
Het onderzoel menwerking neelszaken (I eerste stap wi ver opleiding interviewde 6' de administr ding (ATG). kers werden v proef geprikt vullen van e tweeendertig hoofden nog dienden in t schappelijk pi buiten dit one dat deze gelei voldoende kaï ding en bijsch
De relatief gevenden in d de resultaten tatief zijn vo( enkel betrekk nemers aan di
In eerste insta de bekendheii den met de f ac personeel. D e regeling wel op de hoogte
Wentin
Wilma Okkerse
belastingdeskundige daar) wordt besproken op basis v a n zijn rede over de negatieve invloeden van be lastingverhoging op de ekonomische bedrijvigheid. Zelfs een leek als ik begrijpt, dat Laffer en Reagan el k a a r best zullen mogen. Een num mer ,over de grenzen'. Paul Emonts
NONDEJURE onafhankelijk blad
van de Juridische Fakulteit Kamer A016, telefoon 013662134 SCRIPSI onafhan. blad van de Subfakulteit Psychologie Kamer G211 (elke maandag van 12.30 tot 13.30 uur aanwezig). SOCIOLOGISCH blad van en voor sociologie studenten KHT Kamer A015, telefoon 013662091. KAPPATAAL blad van de Ekonomische F akulteit Kamer A014, telefoon 013 662271. HABAKUK blad van de Theologische F akulteit Tilburg en participerende opleidingen Kamer L37, telefoon 013662585
Eind november het Nationaal Ir huidige minlstei FNV, Ir. Terhart wetenschappen. Tilburg. In de C visie over de re de gevolgen da voor de THB on zeker ook ,als t de eerste de be via publikaties
In het aani Wentink o.a. geen signifike gevonden, da puters op de tot desastruei plaatsen. Teg arbeidsplaatsf gekreëerde p name van we ve en financi THB: Deze st huidige ekor niet meer ovt
Wentink: D a geldt slechts Je zou kunnï automatiserir ringsgolf gew vroeg is gekc een demogr plaats hebbei invloed van
Onderzoek naar opleidingsbehoeften Hogeschoolpersoneel lijk en dienstbelang: „er moeten echte kriteria komen om uit te ma ken wat persoonlijk en wat dienst belang is."
In de lente van dit jaar onderzocht Marjan Bos, stagiaire van de Akademie Mens Arbeid, de opleidingsbehoeften en motivaties van het hogeschoolpersoneel. ^ In een verslag dat onlangs verscheen kwam zij tot de konklusie dat medewerkers tot nu toe niet ontevreden zijn over de bestaande opleidingsfaciliteiten maar dat bij hen wel het verlangen leeft naar een omvangrijker opleidingsbeleid.
Het onderzoek werd opgezet in sa menwerking met de D ienst Perso neelszaken CD PZ) dat hiermee een I eerste stap wil zetten tot een aktie ver opleidingsbeleid. Marjan Bos interviewde 67 personeelsleden van de administratieftechnische gele I d i n g (ATG). Vijfendertig medewer 1 kers werden via een aselekte steek I proef geprikt voor het begeleid in 4 vullen van een vragenlijst, terwijl 5 tweeendertig dienst en afdelings hoofden nog een ekstra vragenlijst dienden in te vullen. Het weten schappelijk personeel werd bewust buiten dit onderzoek gehouden om dat deze geleding in het vakgebied voldoende kansen krijgt voor oplei ding en bijscholing. ■ij D e relatief grote groep leiding gevenden in dit onderzoek vervormt de resultaten die dus niet represen tatief zijn voor alle ATGers m a a r enkel betrekking hebben op de deel nemers aan dit onderzoek. In eerste instantie werd gepolst n a a r de bekendheid van de ondervraag den met de faciliteitenregeling Kijks personeel. D e meesten kennen deze regeling wel maar zijn nauwelijks op de hoogte van de praktische toe
Leidinggevenden zijn eerder geneigd de gegeven faciliteiten voor mede werkers onvoldoende te vinden. Uit het rapport blijkt dat medewer kers ook meer initiatief verwachten van de KHT met betrekking tot het onderwerp ,opleidingen'. Het be leid terzake hoeft niet alleen een taak te zijn voor D PZ, er moet meer worden gedecentraliseerd. Mede werkers verwachten meer publiciteit rondom opleidingsmogelijkheden en wensen dat D PZ meer n a a r buiten zal treden met de informatie. Ton Nabben zal zich vanaf januari twee dagen per week bezig houden met informatie over opleidingsmogelijk heden. In het onderzoek blijkt nu dat er bij sommigen nog steeds een drempel bestaat ten aanzien van DPZ.
passingen. D e faciliteitenregeling Rijkspersoneel staat in voor hon derd procent tegemoetkoming in tijd en geld voor studie met een volledig dienstverband en vijftig procent te gemoetkoming voor opleidingen waarbij sprake is van een gemengd belang, terwijl medewerkers tot en met schaal 43 ook bij gemengd be lang vijfenzeventig procent van de opleidingskosten terug krijgen. Meer dan de helft van de geïnter viewden vindt de faciliteiten in geld en tijd voldoende tot ruim voldoen de. Geen van de twintig responden ten die een opleiding volgen vinden de faciliteitenregeling onvoldoende. Bijna de helft van de ondervraag den overwoog een opleiding m a a r kon d a a r (nog) niet toe komen om dat het hen ontbrak aan promotie perspektieven, terwijl ook de ge zinssituatie een remmende faktor kan zijn. Bij studies met een ge mengd belang zijn personeelsleden bereid een deel van de opleidings kosten te betalen en de doorsnee respondent wil zes tot vijftien u u r per week uittrekken voor de studie.
Marjan Bos formuleert ook enkele suggesties voor verder onderzoek n a a r onder meer de aktiviteiten van TOVafdelingen (training, vorming en opleiding) aan andere hogescho len en universiteiten. Zo'n afdeling is er nog niet aan de KHT. Door regelmatige onderzoeken wor den de specifieke opleidingsaspek ten uitgediept en blijft men alert voor veranderende meningen en ideeën. „Misschien verdwijnt door
Marjan Bos pleit verder voor een duidelijke afbakening van persoon
Wentink over komputers, informatika en het onderwijs ten minder hooggeschoolden komen en de mensen moeten flexibeler wor den tegenover de arbeidsmarkt, multiple inzetbaar?
Eind november dit jaar werd in Amsterdam een driedaags kongres gehouden, het Nationaal Informatica Congres. Sprekers waren daar o.a. Jan Terlouw, de huidige minister van Ekonomische Zaken, W. van Gelder van de Dienstenbonden FNV, Ir. Terhart van werkgeversorganisatie F ME en ook Dr. A. Wentink, wetenschappelijk medewerker vart de Subfakulteit SCW aan de hogeschool van Tilburg. In de Computerkrant van 2 december 1981 herhaalt Wentink nog eens zijn visie over de relatie tussen deze informatiseringsontwikkeling in de samenleving en de gevolgen daarvan voor diezelfde samenleving, bijv. de werkgelegenheid. Reden voor de THB om eens nader op een aantal aspekten van zijn visie in te gaan, zeker ook ,als uit zijn opsomming van maatschappelijke aktiviteiten blijkt, dat hij niet de eerste de beste is eni hij zijn visie nogal eens in publiek verkondigt, onder andere via publikaties voor de Unie BHLP.
In het aangehaalde artikel zegt Wentink o.a., dat er totnutoe nog geen signifikante aanduidingen zijn gevonden, dat de invloed van kom puters op de werkgelegenheid leidt tot desastrueus verlies van arbeids plaatsen. Tegenover het verlies aan arbeidsplaatsen stonden weer nieuw gekreëerde plaatsen, zoals o.a. toe fiame van werk in de administratie ve en financiële sektoren. THB: Deze stelling zal, gelet op de huidige ekonomische hrisis, toch niet meer overeind te houden zijn? Wentink: D at is waar, m a a r dat geldt slechts voor de korte termijn. Je zou kunnen stellen, dat die hele automatiserings en informatise ringsgolf gewoon een 10tal jaren te vroeg is gekomen. Rond 1987 zal er een demografisch omslagmoment plaats hebben gevonden, o.a. onder invloed van de daling van het ge
<
Wentink: Ja, en ik heb dat gedaan uit grote zorg voor het huidige on derwijs. Als het huidige onderwijs, zowel organisatorisch als inhoude lijk, niet snel al die genoemde tech nologische ontwikkelingen in h a a r pakket integreert, vrees ik, dat het onderwijs zich buiten de m a r k t prijst. D an wordt dat soort onderwijs door het bedrijfsleven zelf of an dere kommerciële instellingen over genomen. En is dat dan zo gunstig? Onderwijs kent een logge struktuur, veranderingen vinden slechts lang zaam plaats, het loopt vaak achter de feiten aan en er vinden veel te weinig kreatieve en innoverende ak tiviteiten plaats. Onderwijs moet proaktief worden in plaats van re aktief. Je kunt niet om die techno logische ontwikkelingen heen. W a t heb ik aan afgestudeerden, die niet eens met een komputer kunnen wer ken, als ze d a a r straks onherroe pelijk mee te maken krijgen? Het is toch te gek, dat op slechts één VWOinstituut in Tilburg het vak .Informatika' op het rooster staat? In Japan leren kinderen vanaf 4 jaar al op speelse wijze omgaan met re kenmachientjes e t c , men speelt d a a r veel beter in op de maatschappe lijke ontwikkelingen. W a a r o m wordt in onze samenleving wel ingespeeld
boortecijfer, welke het n a die tijd wel eens erg moeilijk zou kunnen maken alle arbeidsplaatsen op te vullen. D at neemt uiteraard niet weg, dat er in de jaren 1980 een on gelooflijke chaos zal ontstaan op de arbeidsmarkt. Ik zou in ieder geval niet graag Minister van Sociale Za ken zijn in die periode. Als je ziet, dat banken en kantoren over 34 jaar een enorme automatisering gaan doorvoeren en dat er een elek tronisch betalingscircuit gaat ko men, dan is het duidelijk, dat, juist in relatie met de stagnerende eko nomische ontwikkeling van dit mo ment, dit gaat leiden tot verlies aan arbeidsplaatsen. Maar nogmaals, op korte termyn. THB: U hebt in Amsterdam ook ge pleit voor aanpassingen in het ho gere onderwijs. Onderwijsniveau eni arbeidsplaats moeten hun automa tische koppeling verlieztsn, er moe 7
het houden van interviews ook de in dit verslag genoemde drempel tussen medewerker en DP Z" aldus Marjan, die er aan toevoegt „nogal wat mensen hebben gezegd: Ik voel me niet verbonden met deze hoge school, ik doe hier mijn werk en dan g a ik n a a r huis. Van de hoge school merk ik verder niets! Ik denk wel dat deze aktiviteiten er toe bijdragen dat medewerkers zich meer verbonden gaan voelen met deze instelling. De meeste mensen kenrvsn alleen maar hun eigen af deling, wat er in andere afdelingen gebeurt weten ze niet. Aan aktivitei ten die er wel zijn wordt te weinig bekendheid gegeven." Afrondend besluit Marjan Bos: „Als ik eerlijk ben denk ik dat personeelsleden die een opleiding willen volgen daar best wel de mogelijkheden toe heb ben en dat die mensen ook wel naar personeelszaken komen. Aan de an dere kant denk ik dat er toch nog wel een drempel bestaat ten aanzien van personeelszaken en dat die er is omdat de mens3n het zo ontzet tend druk hebben. Bovendien is een instelling als de KHT erg opgesplitst in kleine groepjes en afdelingen en dat gaat ten koste van het onder linge kontakt. Mensen zijn niet al tijd beschikbaar en dat kan wel eens tot uitstel maar niet tot afstel leiden van gemaakte opleidingsplannen, ook al bestaat die drempel. Dank zij de geweldige inzet van 67 medewer kers heb ik deze konklusies kunnen trekken."
E.V.
op al deze ontwikkelingen, bijvoor beeld in de sfeer van het bedrijfs leven en de media en vooral ook de konsumptiesfeer, m a a r blijft het onderwijs bijna volledig achter? Laat het onderwijs eens wat krea tiever en inventiever te werk gaan. Ik vind dat een verantwoordelijk heid, vooral ook van het aanwezige wetenschappelijk kader. THB: Maar moet wetenschap juist ook niet blijven nadenken over alle mogelijke gevolgen van deze tech nologische ontwikkelingen? Ik denk bijvoorbeeld aan de dehumanisering van de arbeid, maar ook van heel het maatschappelijke leven? Wentink: Natuurlijk en ik vind het dan ook jammer, dat er hieraan zo weinig aandacht wordt besteed, bij voorbeeld in Tilburg. In 1970 al heb ik een dergelijke kursus georgani seerd, namelijk ,Technologie en sa menleving' in samenwerking met de Amerikaan D ean Schooier. D it werd binnen de Subfakulteit wel toegestaan, m a a r men vond het nauwelijks zinnig. Ik vind, dat er veel meer interdisciplinair aandacht geschonken zou moeten worden aan die hele problematiek, m a a r het feit ligt er, dat het niet of nauwelijks ge beurt. Ook in de sociale wetenschap pen moet aandacht komen voor in formatika, dat is niet alleen een zaak voor de Ekonomie. Er zou een soort .sociale informatika' inge voerd moeten worden. We hebben tenslotte te maken met mensen van vlees en bloed. (Vervolg op pagina 8) TH|B 16 18 december 1981
Verdere bezuinigingen ononti(oonibaar Minister Jos van Kemenade gaat 35,8 miljoen gulden meer bezuinigen dan het ontwerp-begroting 1982 at aangaf. Ex-minister Pais kwam daarin tot 560,8 miljoen aan bezuinigingen en 14,6 miljoen aan ,beleidsintensiveringen'.
Bij zijn opvolger zijn deze getallen 621,3 miljoen en 39,3 miljoen. Eén en ander blijkt xiit de nota van wijzigingen op de begroting, die de bewindsman deze week heeft uitgebracht. Hij noemt de voortgezette bezuiniging .onontkoombaar'. Voor het wetenschappelijk onderwijs brengt deze nota vrijwel geen nieuws dat al niet bekend was uit de brief die Van Kemenade enkele weken geleden n a a r de instellingen heeft gestuurd. Hij kondigde toen forse bezuinigingen aan waarvan hij later in rechtstreeks overleg met de instellingen zo'n tien miljoen af haalde. Wel zette de minister een reeks wetten die er aan komen, netjes op
een rijtje. Zo wordt er druk gesleuteld aan het ontwerp HBO-wet en het ontwerp W W O '81. Er staat een Ontwerp Overgangswet HBO op stapel, een Ontwerp Kaderwet Hoger Onderwijs, een wetsontwerp om de toelating te regelen tot W O en HBO, een wetsontwerp op de studiefinanciering en een wetsontwerp op de Open Universiteit. In het licht van het wetenschapsbeleid is een ontwerp Kaderwet Sektorraden op komst, evenals 'n Vervangingswet voor de TNO-wet. Verder bereidt de minister een nota voor over het gebruik van de ruimtevaart in de jaren tachtig en een nota over de mobiliteit van de wetenschappelijke onderzoeker. Bin-
„Socioiogie Is een ei(sistenti8" „Joseph Luns heeft veel meer invloed dan alle sociologen bij elkaar". Met dit statement vatte een deelnemer aart het kongres over de progressieve beroepspraktijk van sociologen en de frustraties van veel van zijn kollega's samen^ Na vijf jaar noeste arbeid had de projektgroep beroepspraktijk van het sociologisch instituut van de Universiteit van Amsterdam een dtk rapport geproduceerd over de ervaringen van sociologen in het arbeidsveld en zoals dat in deze kringen gewoon is, moesten de resultaten van dit onderzoek ter diskussie gesteld worden. Pikant detail: Het onderzoek en het kongres vonden plaats onder begeleiding en verantwoordelijkheid van de vakgroep Toegepaste Sociologie, die volgens de beruchte reorganisatiekommissie onder leiding van Bram de Swaan grotendeels bestaat uit klaplopers en dus wegens overtolligheid opgeheven kan worden.
„In de begintijd van de_deniokratisering liepen de sociologen binnen de studentenbeweging dikwijls voorop. Opgeleid om de laatste schoonheidsfoutjes van de welvaartmaatschappij koel te analyseren en van een doeltreffend recept te voorzien, zagen zij zich geplaatst voor tegenstellingen waar de beroepsdistantie wel aan moest bezwijken: volkerenmoord in het verre m a a r toch zo nabije Vietnam; arbeldsopstanden In Parijs en elders; vermolmde autoritaire verhoudingen In de eigen studie en last but not least, een sociologle-opleldlng die de maatschappij als een modem, harmonieus organisme bleef beschouwen, wachtend op geleidelijke hervormingen onder deskundige sociologische begeleiding." Zo begint het dlskussiestuk voor het kongres onder de titel , Sociologen als wonderdokters'.
Maar wat kwam er terecht van de lange mars door de Instituten van de Marx-kenners die dagenlang dlskussies voerden over de verschillen tussen een revolutionaire en een oppositionele beroepspraktijk? De ervaring van een vroegere studentenaktiviste, die nu in het welzijnswerk werkzaam is: „Op het moment dat je afstudeert ben je bereid de boel te v e r a n d e r e n . . . Jongeren komen echter individueel binnen bij een instelling, worden snel geïsoleerd als ze radikaal zijn, knappen af en worden gedwongen zich aan te passen. Ook organisatie zou daartegen niet helpen. Wanneer je ongewenste adviezen geeft zou je eruit vliegen, ontslagen worden. Ook bij mezelf is de tegenstelling tussen mijn oorspronkelijke politieke ideeën en mijn werk noodgedwongen niet zo groot meer."
Vervolg van pagina 7
universiteiten vind ik de onderlinge konkurrentle daar. Die leidt tot grotere druk op de wetenschappers om zich meer bezig te houden met de kwaliteit van het aanbod. Daarnaast vind ik ook, dat de totale produktiviteit van het wetenscliappelijk kader best hoger kan zijn. Ik weet, dat er her en der h a r d wordt gewerkt, ook hier in Tilburg, m a a r de totale produktie kan altijd hoger. In dat opzicht kunnen de huidige bezuinigingen best sanerend werken, als het m a a r leidt tot Innovatie en kreatlvitelt en niet het zich terugtrekken in de beschermde sfeer, die wij hier in het Nederlandse onderwijs kennen met rechtsposities en zo. Het is allemaal zo defensief, het wordt niet als een uitdaging opgevat. THB: Nog één vraag. Hoe moet ik
Dr. Wentinl( THB: U stelt nogal pittige eisen aan het onderwijs? Wentink: J a natuurlijk. We verdienen goed geld en daar mag maatschappelijk gezien best iets tegenover staan. Er is geen enkel bedrijf denkbaar, dat zich een produktieuitval van 50% k a n permitteren. In het onderwijs Is dit meer regel dan uitzondering. En dat ligt voor een deel ook aan het aanbod, dat we doen. Ook in het wetenschappelijk onderwijs moet gepland worden, moet ingespeeld worden op nieuwe ontwikkelingen. Eén van de weinig goede dingen van de Amerikaanse
nenkort is het standpunt van de regering te verwachten over de cent r a voor mikro-elektronika. Wetgeving is wat Van Kemenade zich voorneemt, n a een periode waarin iedereen zijn zegje heeft kunnen doen over het onderwijs. Er moet nu een gericht beleid komen, dat stoelt op de maatschappelijke en onderwij skundige ,heroverwegingen* van de afgelopen tien tot vijftien jaar, aldus de minister. Een zwaar aksent legt hij op de Middenschool, waarvoor in 1982 een .bekostigingswet' voor experimenten en projekten verschijnt, die op 1 augustus 1983 al in werking zou moeten treden. De volwassenenedukatie, gekoppeld aan edukatief verlof - vooral ook om dit onderwijs voor de minst draagkrachtigen te stimuleren - is een andere peiler van zijn beleid. Verder houdt hij vast aan betere kansen voor achtergebleven groepen in de samenleving. Speciale aandacht denkt Van Kemenade te schenken aan de veran-
derende verhouding tussen onderwijs en arbeid: het onderwijs kan n a a r zijn mening een instrument zijn voor de herverdeling van arbeid en daarmee voor de bestrijding van de jeugdwerkloosheid, die vooral voor kinderen die van LBO- of MAVOopleidingen komen, schrikbarende vormen aanneemt. In het onderwijs zelf wil de minister de Lerarenopleidingen verbeteren, leerplannen en toetsen ontwikkelen en een beter stelsel van nascholing tot stand brengen, juist om alle veranderingen te kunnen verwerken. In dat onderwijs worden i echter tevens banen en ook salaris j sen bedreigd. De minister kondigt wel enige maatregelen aan op grond van geld dat uit het werkgelegenheidsplan voor onderwijs ter beschikking kan komen. Over de rechtspositie zal, n a het Georganiseerd Overleg, de Tweede Kamer nog voor de behandeling van de Begroting 1982 worden geïnformeerd. B.K./UP Utrecht
Of de volgende ontboezeming van een socioloog die zijn brood verdient bij een onderzoeksinstituut: ,,Je wordt hier gekonfronteerd met een stuk bedrijfsleven, met een harde prestatiemaatschappij. Daar wilde Ik me niet In laten meeslepen, m a a r het gebeurt w e l . . . Het is opvallend dat de mensen hier, ondanks dat ze lijfelijk de veranderde sfeer op de universiteit hebben meegemaakt onder de druk van inkomen en ondernemersmentaliteit veranderen. In twee jaar wordt die ruk-om gemaakt. .. We hebben laatst 'n inventarisatie gehouden en dan zie je duidelijk dat er n ruk n a a r rechts is." Maar niet iedereen treurde om de verloren Ideaien van de wereldverbeteraars. Een kongresganster: „Ik werk omdat ik het leuk vind en heb niet de pretentie om iets te veranderen. In de opleiding moeten ze eens beginnen met het afleren van al die pretenties bij studenten Inplaats van ze illusies voor te schilderen." „Als We studenten tijdens de studie geen kritische instelling mogen bijbrengen, waar dan nog wel?', luidde de repliek.
een groot deel kollektief zijn. Duitse sociologen ontdekten een aantal jaren geleden de zogenaamde ,PraxisSchock'. Studenten aan een instituut voor de opleiding tot leraar ontwikkelden in h u n eerste studie jaren een zeer progressieve politieke opvatting, die echter enkele maan den n a het afstuderen en na het aanvaarden van een b a a n weer gro tendeels was verdwenen. De pas atgestudeerde teraren hebben weer dezelfde gematigde politieke ideeën als toen ze begonnen met hun stu die. De afgestudeerden op het kongres definieerden hun problemen over het algemeen dan ook niet in politieke termen, m a a r vooral in het probleem van het persoonlijk isolement, dat men In hun werkkring ervaart. ,,Ik heb niemand, met wie ik mijn werkproblemen kan bespreken. Op mijn werk ben ik de enige socioloog en andere mensen met wie ik om ga, ook afgestudeerde sociologen, snappen niet waar ik mee bezig ben", verzuchtte een aanwezige Een ander: „Met termen als klassenstrijd, loonafhankelijkheid, en dergelijke, bereik je geen flikker. Voor je kollega's ben je alleen m a a r een malle buitenstaander, die ze wel grappig vinden." Toch was er ook nog een enkele ,echte' socioloog aanwezig: „Ik heb een vrij authentieke sociologische praktijk. Ik schop behoorlijk tegen de maatschappij aan." Hij bleek dan ook bewust werkloos te zijn.
Sociologen ontlenen hun Identiteit aan het kunnen aangeven van grotere verbanden de achterliggende oorzaken van schijnbaar individuele problemen te kunnen analyseren zo werd op het kongres gesteld. Ze hebben dus reeds onderzoek gedaan n a a r h u n eigen Individuele ervaringen en ontdekt dat deze voor
Paul Emonts
Wentink. „Een goede opleiding, goed onderzoek en een goede interne organisatie zijn op den duur de beste basis om voldoende aantrekkingskracht te kunnen uitoefenen op aspirant-studentsn", aldus het bestuur. Adekwate voorlichting vin de media en informatie aan dagstudenten van schooldekanen moet de werving ook bevorderen. Voor de avondstudenten zullen de ruimtelijke en andere faciliteiten aanzienlijk moeten verbeteren. VoorA in de doktoraal-fase is een praktischer kollege-rooster nodig, dat ooh enige aanpassing zal vergen van de leden van de wetenschappelijke stal
Het Subfakulteitsbestuur beantwoordde inmiddels de vragen van
Deze maatregelen - en de .bevordering van het studieklimaat' moeten het rendement van de sociologie-opleiding versterken.
binnen dit kader de vragen zien, die u onlangs gesteld heeft aan de Subfakulteitsraad rond de terugloop van dagstudenten Sociologie en de avondopleiding voor part-time studenten? (THB, nr. 13, pag. 4) Wentink: Juist ook weer vanuit die zorg voor het onderwijs. Ik vind, dat dit soort symptomen opgevat moeten worden als katalysator om tot een beter aanbodpakket te komen vanuit de fakultelt. En ik vind, dat met eenzelfde bestand aan personeel een aparte avondopleiding best haalbaar is, hoe dan ook.
Naschrift
De vrouwenl is alweer mi aktief. De d van vrouwer en in de w wel pas in mag worden lingen hier i vervulden di reinen wel ( zich niet ver dat universif een bolwerk weest. Als ee verslteit van de Kommis naar de toei de Sociale Fi den met de 1 tie en evalui richt onder werden doo van de Univ twee medew vorm en inl programma Op een aan heeft men di overleg opge werkers en die op inter zijn. Zo'n ov( meer strukt blemen die gaan. Vanu: worden vaa^ voor kursus jekten in he studies. De i zijn op die i geweest, zor in de vorm ^ matieplaatse oefent pressi den om haa cipatiezaken voor vrouwe Alhoewel aa zestig op de wen aktief groep tegelij de algemene werd de gr( van de vroui
In februari malige min brief naar c lingen. Belai zijn: „Wat 1 pelijk onder gewezen op wenstudies. schikbaar j ming van ] instelling wc zetten van ^ hierbij aan dachten uit, naris per ir reld ben de ring op ba! mijn rekeni termijn ont^ len over de mogelijkheic wenstudies ! te kunnen j
VROUWEN EN DE HOGESCHOOL
Weinig aandrang tot emancipatie De vrouwenbeweging in Nederland is alweer meer dan tien jaar zeer aktief. De diskussie over de plaats van vrouwen binnen de universiteit en in de wetenschap komt evenwel pas in 1974 op gang. Gesteld mag worden dat universitaire instellingen hier niet de voortrekkersrol vervulden die ze op vele andere terremen wel doet gelden. Dat is op zich niet verwonderlijk als je nagaat dat universiteit en hogeschool altijd een bolwerk van mannen zijn geweest. Als eerste meldt zich de Universiteit van Amsterdam. Daar ging de Kommissie Grewel, genoemd naar de toenmalige voorzitster van de Sociale Fakulteit, zich bezig houden met de koördinatie, inventarisatie en evaluatie van emancipatiegericht onderzoek. Reeds in 1977 werden door de Sociale Fakulteit van de Universiteit van Amsterdam twee medewerksters aangesteld om vorm en inhoud te geven aan een programma vrouwenstudies. Op een aantal andere instellingen heeft men dan al een zgn. vrouwenoverleg opgericht: vrouwelijke medewerkers en vrouwelijke studenten die op interfakultair niveau aktief zijn. Zo'n overleg wil komen tot een meer strukturele aanpak van problemen die speciaal vrouwen aangaan. Vanuit zo'n vrouwenoverleg worden vaak initiatieven genomen voor kursussen en onderzoeksprojekten in het kader van vrouwenstudies. De meeste vrouwengroepen zijn op die manier jaren werkzaam geweest, zonder enige kompensatie in de vorm van studiepunten en formatieplaatsen. Zo'n vrouwenoverleg oefent pressie uit op besturen en raden om haast te maken met emancipatiezaken, om formatieplaatsen voor vrouwenstudies te kreëren. Alhoewel aan het eind van de jaren zestig op de KHT een aantal vrouwen aktief waren verdween deze groep tegelijk met het uitsterven van de algemene studentenrevolte. In '76 werd de groep .politieke ekonomie van de vrouw' CPolek) opgericht, die
In februari 1980 stuurde de toenmalige minister. Dr. A. Pais, een brief naar alle universitaire instellingen. Belangrijkste zinnen daaruit zijn: „Wat betreft het wetenschappelijk onderwijs wordt onder meer gewezen op het belang van vrouwenstudies. Middelen worden beschikbaar gesteld voor de benoeming van functionarissen die per instelling worden belast met het opzetten van vrouwensudies. Ik teken hierbij aan dat vooralsnog de gedachten uitgaan n a a r één functionaris per instelling, waarbij ik bereid ben de helft van de financiering op basis van declaratie voor mijn rekening te nemen. Op korte termijn ontving ik gaarne voorstellen over de wijze waarop u aan deze mogelijkheid ten behoeve van vrouwenstudies zinvolle invulling meent te kunnen geren."
1981 heet het jaar van de emancipatieadviezen op universiteiten en hogescholen. Acht van de dertien universitaire instellingen hebben, op aandrang van vrouwen reeds een emancipatiekommissie die zorg draagt voor het uitbrengen van adviezen en nota's op het gebied van het emancipatiebeleid. Op drie van de overige instellingen wordt hard gewerkt aan de oprichting van een dergelijke kommissie. Bij géén van die instellingen hoort Tilburg. In een artikel in het Tijdschrift voor Vrouwenstudies over een universitair Emancipatiebeleid wordt Tilburg niet eens genoemd. Aanleiding voor ons om links en rechts poolshoogte te gaan nemen en man en vrouw aan de tand te voelen. Lees de reakties van de vrouwen De Gelder, Zwinkels en Oomens en de mannen Van Veldhoven, Schouten en Huyben.
overleg startte met een enthousiaste groep van zestig vrouwen uit alle geledingen van de hogeschoolbevolking. Het enthousiasme slonk naarmate de vergadermoeheid steeg. In het daaropvolgende voorjaar 1980 besloot het vrouwenoverleg om in samenwerking met Studium Generale een kursus voor vrouwen op de hogeschool te organiseren. Deze kursus heeft ertoe bijgedragen dat het sterk uitgedunde vrouwenoverleg nieuw leven werd ingeblazen. Het vrouwenoverleg, dat in eerste instantie probeerde alle vrouwen van de hogeschool te bereiken, heeft zich nu meer gekoncentreerd op de wetenschappelijke bevolking. Momenteel zijn de vrouwen binnen het overleg bezig met de diskussie over hoe er op de hogeschool vrouwenstudies van de grond moeten komen en welke rol het vrouwenoverleg daarin moet spelen.
De emancipatiekommissie
„De Hogeschool... 'n Mannenbolwerk!" (foto Marlies van Aerde).
vooral buiten de hogeschool aktief was. Echter, de groep leverde geen kritiek op het konkrete onderzoeksen onderwijsprogramma binnen de KHT. Het hoogtepunt van h a a r aktie ligt in december 1978. Toen organiseerde de Polek-vrouwengroep in samenwerking met veel andere enthousiaste vrouwen een kongres dat als centraal thema had: GEZIN EN ARBEID. De Polek-vrouwengroep bestond overwegend uit ouderejaars
studentes. Toen deze vrouwen afstudeerden is de groep een langzame dood gestorven. Nog meer redenen die hebben geleid tot deze jammerlijke gebeurtenis: de meeste vrouwen hadden er genoeg van n a het kongres, waar ze zich een jaar lang zeer intensief voor inzetten. De fut was er tijdelijk uit. In 1979 richtte een aantal vrouwen, n a het bezoeken van een kongres in Amsterdam, het vrouwenoverleg in Tilburg op. Dit
Paisplaatsen... nooit van gehoord Deze brief is duidelijk. De meeste universiteiten gaan hier dan ook op in. Dan ontstaan de zgn. Pais-plaatsen, opgevuld door vrouwen in nauw overleg met vrouwengroepen en/of het vrouwenoverleg. Op de afdeling Onderwijs en Onderzoek van de KHT is deze brief opgesnord. Er werd bij vermeld: „De KHT heeft niet geantwoord" volgens die afdeling. Hoezo: De KHT heeft niet geantwoord? Het Kollege heeft verzuimd gebruik te maken van een riante mogelijkheid om in den lande op het gebied van vrouwenstudies serieus genomen te worden. Het vrouwenoverleg had hierbij toch betrokken moeten worden! En waarom zijn ze nu ineens niet zo happig op een aangeboden formatieplaats?
(zij het halve). In het voorjaar van 1981 licht de minister in de Tweede Kamer nog één 'sn ander toe. „Het is verheugend dat er van diverse kanten positief op deze maatregel is gereageerd." en even verder: „Aan een aantal instellingen heeft de minister van O&W toezeggingen gedaan. In het ontwerp-Algemeen Financieel Schema is wat betreft de subsidiëring rekening gehouden met een bedrag van maximaal ƒ 0,4 min. jaarlijks tot en met 1985. Naast dit bedrag, bestemd voor stimulering van vrouwenstudies, zal met ingang van 1981 jaarlijks ƒ 0,3 min. beschikb a a r zijn ten behoeve van congressen en dergelijke." (Tweede Kamer, zitting 1980-1981, nrs. 3-4.) Op onze vraag aan de rector of hij
Zoals reeds eerder is gezegd, hebben acht van de dertien universitaire instellingen in Nederland zeer aktieve emancipatiekommissies. Op drie van de overige instellingen is men druk doende een emancipatiekommissie van de grond te krijgen. In Tilburg is een dergelijke kommissie nog in geen velden of wegen te bekennen. De verschillende emancipatiekommissies elders verrichten zeer uiteenlopend werk. Bij iedere kommissie staat echter centraal de ÏHDgingen die erop gericht zijn de mogelijkheden van vrouwen in studie, beroep, onderzoek en loopbaan te vergroten en de positie van vrouwen aan de universiteiten te verbeteren. Deze kommissies vinden vrouwenstudies het belangrijkste middel om dat doel te bereiken. Om dat te verwezenlijken worden momenteel allerlei nota's, adviezen en rapporten uitgebracht. (Vervolg op pagina 10)
op de hoogte was van deze zgn. Paisplaatsen, zei hij: „Nee, ik denk dat uw informatie niet klopt. U hebt het nu over een leerstoel, waarover gesproken is in de Academische Raad en die waarschijnlijk n a a r Amsterdam gaat." „Dus u weet niets af van een dergelijk voorsteld?" Van Veldhoven: „Ik weet niets af van een formatieplaats per instelling, nee. En als het e r wel was zou ik het vreemd vinden dat ik het niet zou weten." Marja Oomens reageerde: „Het is schandalig dat er nog geen voorstellen zijn gedaan met betrekking tot de Pais-plaatsen. En er had allang een emancipatiekommissie moeten zijn." Maar vrouwen, waar waren jullie dan? E.N. W.O. TKB 16 - 18 december 1981
W^k
Onbehagen Zijn er voorbeelden van situaties die aangeven hoe vrouwen benadeeld en gediskrimineerd voorden? Een stu dente uit tiet vrouwenoverleg: ,,Oh ja, eigenlijk is er zo ontzettend veel. En je kunt niet altijd blijven zeggen: ach, doe niet zo flauw, stel ye niet zo aan, stap er m aar overheen . . . op een gegeven m om ent houdt dat op en zeg je: ja, vi/at is dat voor flauwe kul?" Nog een voorbeeld van deze stu dente: ,,Een prof. die slechts twee uur per week een kandidaatskollege geeft zei bij binnenkom st op het eerste kollege: .Goedemorgen heren', en daar achteraan: ,ja, u moet mij maar verontschuldigen, want ik kan er maar niet aan wennen dat hier ook dames rondlopen'. En dan kun je wel weer zeggen, ach laat m aar, die man is een beetje verstrooid, m aar van de andere kant is het gewoon weer een druppel. Het houdt gewoon een keer op. Als je het allem aal op eengestapeld ziet m oet ye zeggen: 't is gewoon belachelijk." Prof De Gelder antwoordt op de vraag of ze er nadeel van onder vindt als hoogleraar tussen al die mannelijke kollega's te zitten: „Som s denk je van wel, som s van niet. \k ondervind zelf zeer zeker wel nadeel, maar het is m oeilijk daar kort iets op te zeggen, dan m oet je gedrags patronen gaan analyseren." Vorig jaar hebben enkele vrouwen van de Sociale F akulteit een kursus georganiseerd. Het betrof een ad hoc kursus. De F akulteitsraad heeft voor het huidige kollegejaar besloten dat Marei Zwinkels, die zich het meest met de begeleidiag _van de eerste kursus ,Vrouw en Ontwikke ling' heeft belast, een dergelijke kur sus niet meer tot haar onderwijslast mocht rekenen. De kursus wordt niet binnen het zogenaamde norma tieve kursuspakket opgenomen. Onbehagen ook bij Hogeschool raadsleden omdat hun voorstel een vrouw uit emancipatiekringen als BUL te benoemen in de prullemand ver dween van het Stichtingsbestuur.
Vrouwenoverleg Het vrouwenoverleg op de hoge school verenigt vrouwen uit alle geledingen van de hogeschoolbevol king (in totaal zo'n 65 a 70 vrouwen). Een kerngroep binnen dit overleg be heert de jaarlijkse subsidie van 'n paar duizend gulden, onderhoudt kontakten met vrouwenorganisaties van andere universiteiten, koopt lite ratuur in, verleent ondersteuning aan nieuwe groepen, houdt de officiële besluiten bij die gevolgen hebben voor studenten en/of werkende vrou wen, regelt incidentele aktiviteiten (themaavonden, meedoen aan intro duktieweek) en voert inhoudelijke diskussies over de positie van vrou wen binnen en buiten de hogeschool. Het overleg heeft een eigen kamer in gebouw F . KONTAKTPERSONEN: Kerngroep (interfakultair): Helma Thonon (362878) F akulteitsgroep Psychologie: José Rijnen (355776) F akulteitsgroep Sociologie: Thérèse v. d. Heuvel (433839) F akulteitsgroep Ekonomie: Susiel Brands (354571) Werkgroep Vrouwen en Fascisme: Dinja van Gestel (357093).
VROUWEN EN D E HOGESCHOOL
(Een parktijkvoorbeeld)
„De vrijheid zal niet l(omeieolang we blijven dromen" In een kort interview met de rector van de KHT, prof. dr. G. van Veld hoven, zei deze op onze vraag waar de emancipatiekommissie van de hogeschool nu eigenlijk blijft: „Nou, ik denk niet dat er op de meeste uni versiteiten en hogescholen een emancipatiekommissie is. Er zijn wel universiteiten waar het gebeurt, maar ik denk dat het bepaald niet de meeste zijn. Ik geloof dat ik maar twee of drie plaatsen ken waar zo'n emancipatiekommissie opgericht èn aktief werkzaam is. Binnen ónze in stelling heb ik nog weinig aandrang daartoe gevonden. En, 't spijt me, maar er zijn natuurlijk wel meer onderwerpen waarop wij niet in hun nen gaan, alleen al gezien onze kleinschaligheid. Ik heb in het jaar dat ik rector ben binnen de instel ling ook geen enkele aandrang daar toe bespeurd." D at is op zich na tuurlijk niet verwonderlijk. Het mes snijdt van twee kanten. Er zitten re latief weinig trouwen op de hoge school, zowel bij het wetenschappe lijk personeel als bij de studenten. Bovendien zitten we hier in het zui den des lands, ver weg van waar het allemaal wèl gebeurt. Ver weg van de geboorte van de eerste emancipatiekommissie in Neder land: Amsterdam. Een andere oorzaak van het uitblij ven van een emancipatiekommissie aan de KHT zou kunnen zijn dat tot nu toe de meeste vrouwengroepen zich eerder buiten dan binnen de hogeschool strijdbaar hebben opge steld. Zo heeft de Polekvrouwen groep van 1976 tot 1979 veelvuldig samengewerkt met progressieve or ganisaties in Tilburg en kwam ze niet toe aan het formuleren van al ternatieve onderwijsprogramma's met inbegrip van vrouwenstudies. Er was wel kritiek, m a a r er werden geen pogingen ondernomen om het onderzoeks en onderwijsbeleid struktureel te veranderen. Zo bleef de invloed van vrouwen binnen de KHT erg klein. Toch zou een eman cipatiekommissie een zeer belang rijke rol kunnen vervullen voor alle werkende en studerende vrouwen op de KHT. W a n t al is het voor veel mensen binnen en buiten de KHT vanzelf sprekend dat mannen en vrouwen aan elkaar gelijk zijn, in de prak tijk blijkt hier niets van. „Zowel binnen het onderzoek als binnen het onderwijs is de vrouw onzichtbaar. Er is een grote blinde vlek, en eeu wenlang hebben mensen verzuimd dat in te vullen." Zo luidt een veel gehoorde klacht.
Vrouwenstudies „Eén van de belangrijkste pijlers voor de emancipatiebeweging bin nen de universiteit, maar ook bin nen de gehele samenleving, zijn vrouwenstudies." D at schreef Marjo lein van Rietschoten in het Tijd schrift voor Vrouwenstudies. In de Paarse Nota, een rapport over 10
de KHT (de andere hoogleraar is mevr. RoodD e Beer) zei over vrou wenstudies: „Ik heb er persoonlijk wel interesse voor, maar ben nog niet benaderd, ik ben er slechts pas sief van op de hoogte." Tot h a a r verwondering, zo vertelde ze, heeft ze er nog niets mee te maken ge had. Prof. D e Gelder is hoogleraar in de psychologie. Er zijn volgens h a a r nog geen studentes en mede werksters geweest die h a a r in het kader van vrouwenstudies bena derd hebben. Op de vraag of vrouwenstudies recht hebben van bestaan, of dat hij het onzinnig vindt, zoals som migen van zijn kollega's, reageerde de rector, prof. Van Veldhoven: „Ik denk dat er rondom de maatschap pelijke positie van de vrouw mis schien best afzonderlijke problemen te onderscheiden zijn, en als die er zijn, dan zouden die ook bestudeerd kunnen worden."
vrouwenstudies, uitgebracht door genoemde medewerksters van de Sociale Fakulteit van de Universi teit van Amsterdam lezen we het volgende: „Ons uitgangspunt is om dat wat tot nu toe altijd verborgen is geweest over het leven van vrou wen te achterhalen, daar kennis over te verzamelen en die progres sief te gebruiken in het kader van de bevrijding van vrouwen." De bakermat van vrouwenstudies ligt in Amerika. Al in 1965 startte men daar aan de Free University of Seattle een kursus 'women's stu dies'. Acht jaar later werden er op de Amerikaanse universiteiten al meer dan 2000 van deze kursussen gegeven, verspreid over de meest uiteenlopende studierichtingen. Voor vrouwenstudies is niet één de finitie te geven. Voor veel vrouwen geldt de richtlijn die eveneens te vin den is in de Paarse Nota: vrouwen studies worden niet opgevat ,,als een apart vak dat de vrouw als ver schijnsel tot objekt heeft, maar als een wetenschapsterrein waarin zo wel de ondergeschikte positie van de vrouw wordt geanalyseerd, als de relatie tussen de arbeidsdeling van man en vrouw en de bredere maat schappelijke ontwikkelingen." Via de vrouwenstudies wil men komen tot het scheppen van voorwaarden voor het opheffen van de onder drukking van de vrouw en de daar mee samenhangende maatschappe lijke verhoudingen. Voor veel vrouwen betekenen vrou wenstudies „een vorm van weterv schapsbeoefening die een tegenwicht biedt aan het traditionele weten schappelijke denken, waarbij seksis tische vooroordelen in de weten schapsbeoefening worden opge spoord en aan de kaak gesteld." Vrouwenstudies houden zich met alle mogelijke terreinen bezig waar de vrouw een meer of minder ak tieve rol heeft, of zou kunnen heb ben. Er wordt niet alleen door de vrou wen zelf verschillend over vrouwen studies gedacht. Prof. Schouten van de Ekonomische Fakulteit van de KHT reageerde als volgt op de vraag of hij het invoeren van vrouwen studies zou toejuichen: „Vrouwen studies", zei hij, „er zijn geen vrou wenstudies! Het ijveren voor het op nemen van iets dergelijks binnen het onderwijspakket vind ik anti feministisch. Nee, er moet van de kant van de vrouw veel belangstel ling bestaan voor het normale be drijf hier. Niet weer eenzijdige, ty pische, aparte dingetjes maken. Géén apartheidspolitiek." Maar de idee van vrouwenstudies is natuur lijk ontstaan omdat de wetenschap in feite heel lang alleen een man nenaangelegenheid is geweest. Prof. Schouten: „Ja, daarom moeten ze gaan integreren, gewoon meedoen in het bedrijf. Niet apart, dat is héél gevaarlijk. Nee, integreren! Mixed ja, ha ha." Prof. D e Gelder, één van de twee vrouwelijke hoogleraren op
Deze tekening van Joanna Dreezer artikel over waarheidstheorieën. De konfe sommige dingen nooit met zekerheid al „Wat is nu waar", antwoordde de andere m et een hand in plaats van eens „Ik had geen zin er iets lelijks van tec
rder in de NRG als illustratie bij een van het artikel was dat wij dus blijkbaar weten. Waarom dan deze tekening? 'S, „de vogel die borsten heeft of de ■f?" En waarom dan een mooie vrouw? len".
Seksistii eh vuil? Gehoord: ,,Wat lullen jullie nou over allerleic lelijke vormen in de taal die geen vrouwelijke pendant hebben. JullieN n toch het meervoud: de mannen, ZIJ !" Een medewerker van def ,,Een groep mensen die de woo* ivrouwvriendelijk en vrouwvijandig worden." een medewerker van uitvindt is het niet waard qehoorJ de KHT.
I
Gehoord èn gelezen: „Vrouwelijkesliïfentes en mannelijke studenten. Had Battus die al? ,,Het masculinisme is een versctirWijk probleem, en het feminisme is een bijna even verschrikkelijk anMoott daarop." A. Burnier, 1976. „Als er vermakelijkheidsbelasting oP het feminisme werd geheven waren we van al onze economische prolil**! af." Q. Komrij, 1981. Harry Mulisch is voor gelijkgerec !|eid, „maar om te zeggen dat man en vrouw gelijk zijn is flauwekul (•ik iets onaardige over een vrouw zeg dan doe ik dat niet om alle vit« Sn te pesten, maar om die vrouwen te pesten die zich laten pesten. Een*Rjgkeer naar het matriarchaat zullen wij overigens niet toestaan, dS' ten WIJ ons tot het uiterste tegen verzetten." Harry Mulisch, 1977 ,,De jeugdlonen, vrouwenionen en ,5i'^rbeiders'lonen blijven bij de lonen van de volwassenen achter, en oefe*" daarop een neerwaartse druk uit." Harmsen/Reinalds, 1975, WetenscW^elijke studie. „De samenstelling van het nieuwe P'fJtiestuur, dat met 38 nieuwe leden tot 145 leden is uitgebreid, laat een *name van het aantal intellektuelen, vrouwen en jongeren zien. In hetdaplijks bestuur zijn twee vrouwen en twee intellektuelen gekozen, waarower Pierre Juquin." Paul Scheffer in De Groene Amsterdammer, 1979
Niet een echt optimistisch geluid. De hogeschoolse vrouwen zijn niet alleen van mening dat deze proble matiek bestudeerd, m a a r ook moet worden, en wel door vrouwen. Vol gens Marei Zwinkels, één van de vrouwen van de kerngroep van het vrouwenoverleg op de KHT en medewerkster bij ontwikkelings sociologie, is „de huidige wetznschap vrouwvijandig en diskriminerend." Het kan dus niet anders dan dat vrouwen d a a r zelf wat aan gaan doen. Zij zegt daarover: „Vrouwen studies is bij voorkeur een vorm van wetenschap die door vrouwen be oefend moet worden. En het moe ten vrouwen zijn die deze studies onderwijzen en begeleiden." Marja Oomens, voorzitster van de Werk groep Leerplan Ontwikkeling van de Sociale Faulteit, een werkgroep die is ingesteld ten behoeve van vrouwenstudies, zegt: „Ja, alleen vrouwen komen daarvoor in aan merking. Ten eerste omdat ze er meer bekend mee zijn. Ten tweede orrtdat vrouwen de kans moeten krij gen hun achterstand in te halen en ten derde omdat juist vrouwen het sekseverschil als problematisch er varen." Marei Zwinkels: „Mannen zijn niet eens in staat om vrouwen studies studies te doceren en te be geleiden omdat zij zich niet op de hoogte houden van de bestaande li teratuur op het gebied van vrouwen onderzoek. En je kunt nu eenmaal geen onderwijs geven in een vak waar je niet in bent ingevoerd. Bo vendien is het een specifieke wens vanuit de vrouwenbeweging om bin nen universitaire instellingen vrou wenstudies aan vrouw<3n toe te be delen." Op de KHT is slechts 1,2 vrouwelijke formatieplaats bestemd voor vrou wenstudies, los van de Theologische Fakulteit. Andere vrouwen zijn ak tief in hun vrije tijd, buiten het .nor male' werk o m . . . Voor zover wij dat hebben kunnen achterhalen is er m a a r één medewerkster die op h a a r TAPplaats, de minst riante arbeids
Moederschap, wat is dat eigenlijk
plaats op de KHT, vrouwenonder zoek kan doen. Een andere part time medewerkster kan één dag per week aan vrouwenstudies besteden. Er is voor h a a r echter geen bege leidster. D ie moet ze buiten de KHT zoeken. Men kan zich dan ook af vragen of vrouwenstudies binnen de hogeschool een toekomst hebben.
Toekomst Het invoeren binnen de wetenschap van vrouwenstudies kan natuurlijk niet op zich staan. Indien een uni versiteit of hogeschool serieus denkt over het institutionaliseren van vrouwenstudies betekent dat vrijwel automatisch dat er ook veranderin gen zullen moeten plaatsvinden binnen het personeelsbeleid, het onderwijs èn het onderzoeksbeleid. Rector Van Veldhoven: „Ik loop niet zo erg warm voor vrouwenstudies als, zou dat het heil zijn waar het onderzoek zich binnen deze instel ling de komende tien jaar mee be zig moet houden. Ik denk dat er wel zoiets als de vrouwenproblematiek bestaat, maar de vraag is, of de vorm waarin de publiciteit het nu aandraagt de juiste is. Maar ik denk best dat er op bepaalde pun ten vrouwenproblematiek bestaat, die vanuit ons pakket te bestuderen zou zijn, ja. Op dezelfde wijze zijn er ook andere maatschappelijke problemen, bij voorbeeld de milieu problematiek." Op de hogeschool is een eerste stap gezet n a a r erkenning van vrouwen studies. Binnen de Subfakulteit So ciologie is de .Werkgroep Leerpla ontwikkeling' opgericht met de doel stelling: het formuleren van een leerplan vrouwenstudies voor de doktoraalfase sociologie. D e werk groep bestaat uit twee mannen en vijf vrouwen. D e voorzitster, drs. Marja Oomens zegt over het werk: „Binnen de werkgroep bestaat heel duidelijk bereidheid tot diskus sie. De leden van de werkgroep zijn bereid hun stellingname inzake vrouwenstudies ter diskussie te stel len." Het verbaast h a a r dat de man nen niet blijven vasthouden aan vooringenomen standpunten. Heeft de werKgroep een toekomst? Marja Oomens: „Als het gaat zo als het nu loopt wel. 't Zou mooi zijn als de ideeën zoals wij die tot nu toe hebben ontwikkeld in het uiteinde lijke leerplan bijna volledig terug te vinden zouden zijn." Binnen de werkgroep is de vraag of vrouwenstudies uitsluitend door vrouwen onderwezen en begeleid moeten worden echter nog niet op gelost. Toch zou positieve diskrimi natie van de vrouw één van de be langrijkste maatregelen binnen een emancipatiebeleid kunnen zijn. Po sitieve diskriminatie betekent: in dien je voor een funktie twee gelijk waardige kandidaten hebt een m a n en een vrouw kies je voor de vrouw. Positieve diskriminatie slaat
De positie van vrouwen, de plaats die zij maatschappelijk innemen, wordt in sterke mate bepaald door hun mogelijk heid kinderen te krijgen. Of je nu wél of géén moeder bent, het feit dat je het kan worden is al genoeg. Hoe is dat nu historisch zo gegroeid? Vrouwen komen in de geschiedenis nauwelijks voor, met uitzondering van een paar buitengewone namen: het ver haal van de .gewone vrouw' moet nog grotendeels geschreven worden. Wat er al over haar bekend is, heeft ze vaak niet zelf opgetekend. Het meeste is door mannen op schrift gesteld, die hun vragen aan de geschiedenis stelden. Vrouwen hebben ook vragen en willen zoeken naar hun eigen geschiedenis, niet zoals mannen hen zagen of wilden zien. Met deze uitgangspunten wil ik onder zoek doen naar de historische ontwikke ling van de maatschappelijke denkbeel den over moederschap in Nederland. Een heel breed gebied nog; op dit mo ment probeer ik konkrete vragen te formuleren en me te beperken wat be treft gebied (bijvoorbeeld NoordBra bant) en tijdvak. De heersende moederschapsideologie bepaalt je leven als vrouw op ingrijpen de wijze, ook al gebeurt dat niet altijd zo direkt. Ann Oakley omschrijft die moeder schapsideologie als een kompleks ideeëngeheel, dat op allerlei manieren z'n invloed doet gelden: alle vrouwen moeten moeder worden (vanuit haar natuur of als enige lust bevrediging); alle moeders hebben een eigen kind nodig; alle kinderen hebben hun moeder nodig. Deze drie elementen vormen de kern, en in verschillende varianten komt elke vrouw deze ideeën tegen, ze beperken haar eigen keuzenvrijheid. De mythe van het moederschap, het ideaalbeeld van het moederschap als eeuwige, noodzakelijke taak voor iedere vrouw: waar komen die ideeën vandaan? W»e heeft er al dan niet belang bij? Is die ideologie een vastliggend geheel of hebben de ideeën zich in verschillende gedaantes en argumentaties voorgedaan? Vragen waarmee ik me, vanuit een sterke eigen betrokkenheid, mee bezig wil houden. Mijn overtuiging is dat er pas echt spra ke van bevrijding van vrouwen kan zijn als het denken over kinderen en moe ders, baren en opvoeden, verandert. En om dingen te veranderen, moet je weten hoe ze in elkaar zitten. Historisch onderzoek kan de verstrenge ling van het moederschap als ervaring en als instituut aan het licht brengen. Ervaringen van vrouwen als moeders worden in sterke mate bepaald door de bestaande maatschappelijke verhoudin gen, die in de loop der geschiedenis ook niet altijd het zelfde zijn gebleven. Dit biedt een optimistisch perspektief: als moederschap iets is dat verandert en veranderbaar Is, dan moeten vrouwen de keuzes rondom het moederschap ook weer in handen kunnen krijgen. José Rijnen Wetenschappelijk medewerkster (Historische psychologie).
(Vervolg op pagina 12) 11
THB 16 18 december 1981
VROUWEN EN DE HOGESCHOOL In het afgelopen week gepubliceerde rapport over deeltijdarbeid (DTA) op de Tilburgse Hogeschool (zie ook THB nr. 15) staat op verschillende plaatsen de voorzichtige honklusie dat DTA een .beperkt emancipatorisch effekt' heeft. Dit zou met name gelden voor vrouwen die korter werken dan 28 uur per week, in de lager betaalde funkties. De nota verscheen in de reeks Ter Discussie uitgebracht door de Fakulteit der Ekonomische Wetenschappen. Waarom nu voor juist déze vrouwen? De konklusie van de auteurs berust op de volgende drie opvattingen: die vrouwen zeggen dat ze óók buitenshuis gaan werken om hun
Emancipatie
emanciperend effekt blijkt te hebben. Daar valt wat voor te zeggen want die persoon krijgt inzicht en vaardigheid in voor hem wellicht onbekende zaken. Een voorbeeld van gelijke strekking gaf het TweedeKamerlid Huub Jacobse in ,De Tijd' van 4 december: „Emancipatie langs de weg van de arbeid verloopt sneller dan elke andere weg. In Opzij stond onlangs een reportage over vrouwelijke werknemers op een werf. Die vrouwen hebben duidelijk gemaakt dat ^e niet waren aangenomen om voor de koffie te zorgen, dat ze volwaardige werknemers zijn. Zo'n clubje doet in feite erg veel voor de praktische emancipa^
gezin te kunnen verzorgen. Door hun betaalde arbeid leveren ze een bijdrage aan het gezinsinkomen. Dit leidt tot een dubbele belasting, dus nauwelijks tot emancipatie. Verschillende feministische stromingen roepen al jaren dat de vrouw niet uitsluitend 'n verzorgende taak heeft en dat ook mannen huishoudelijk werk kunnen doen. In het rapport wordt 'n voorbeeld gegeven van 'n man die zowel op de hogeschool werkt als thuis in het huishoudsn. De schrijvers konkluderen dat deeltijdarbeid in dit geval wél een
Inventarisatie Vrouwenstudies lijken al even moeilijk te inventariseren als te definiëren „Een van de belangrijkste pijlers voor de emancipatiebeweging binnen de universiteit, maar ook binnen de gehele samenleving, zijn vrouwenstudies", zo luidt een van de sterke stellingen in het Tijdschrift voor Vrouwenstudies Diskussies over wat het woord nu eigenlijk betekent monden uit in de meest uiteenlopende meningen of tegenstrijdigheden. Besluiten dat het studies zijn die vrouwen doen IS de eenvoudigste oplossing. Deze oplossing zou vooralsnog de enige garantie zijn dat onderwijsof onderzoeksprojekten vanuit een vrouwelijke visie worden aangepakt De inventarisatie van vrouwenstudies en -aktiviteiten door het Internationaal Archief voor de Vrouwenbeweging (lAV) heeft tot nu toe zo'n 30 000 titels opgeleverd Informatie over officieel onderzoek en onderwijs krijgt het archief nog wel doorgespeeld maar materiaal over de aktiviteiten van vrouwen aan de basis verzamelen lijkt een onbegonnen taak. „Hoe krijgen we de basisgroepen zover dat ze ons van hun bestaan en aktiviteiten op de hoogte stellen^" is ook een nijpende vraag voor de Voorbereidende Begeleidingsgroep Emancipatie Onderzoek (VBEO) Zowel lAV als VBEO willen een overzicht krijgen van universitaire of niet-universitaire instituten of personen die emancipatieonderzoek zouden kunnen en willen uitvoeren om ,,een zo volledig mogelijk inzicht te verkrijgen in de knelpunten rond emancipatie-onderzoek in hun onderlinge samenhang." Van het lAV mag je verwachten dat het een lijst van vrouwenstudies van de Tilburgse Hogeschool zou kunnen opstellen Die verwachting klopt niet Het archief heeft wel namen van Tilburgse vrouwen die onderzoek deden maar daaruit blijkt lang met altijd of zij ook inderdaad aan de KHT studeren of werken. Ook is het met altijd duidelijk binnen welke vakgroep of studierichting, of aan welk instituut onder-
Vervolg van middenpaglna
„De vrijheid zal niet icomen.... niet bij iedereen aan. De Dienst Personeelszaken (DPZ) vnjst dat, bij monde van Nico Huyben als algemene beleidsnjn ai. „Geen enkele diskriminatie", zegt hij, „dus ook geen positieve." Hij konstateert wel dat er binnen de verschillende diensten en fakulteiten soms een voorkeur n a a r vrouwelijke kandidaten uitgaat. DPZ heeft in deze alleen een adviserende taak. De dienst voert geen officieel emancipatiebeleid. „Dat heeft geen zin", aldus N. Huyben, „want het wervingsbeleid is in eerste instantie een taak van de betreffende dienst of fakulteit." Er is momenteel wel een regeling in het kader van arbeidstijdverkorting. Mannen en vrouwen kunnen daar gebruik van maken. Een halve of hele dag per week vrij, onbetaald, gedurende een periode van één of twee jaar. Vooral gehuwde vrouwen maken in toenemende mate, volgens Nico Huyben, van deze regeling gebruik. W a t het personeelsbeleid betreft liggen er blijkbaar nog wel wat terreinen braak. Een emancipatiekommissie zou hier veel werk kunnen
ff
verzetten. Vrouwen ontbreken vaak in wetenschappelijke studies. Echter, d a a r waar wèl over vrouwen gesproken wordt, ziet men dat de huidige arbeidsdeling (rolverdeling) de meest natuurlijke en voor-de-hand-liggende is. De vrouw als natuurlijke moeder, opvoedster, verzorgster en koesteraarster. Dat is rolbevestigend en komt niet meer overeen met de huidige maatschappelijke verhoudingen. E n . . . tot de auteurs van kinderboeken is het zelfs al doorgedrongen. W a a r blijft de wetenschap? Tijdens het komend semester probeert Studium Generale door middel van een kursus voor vrouwen en mannen bij te dragen aan de diskussie over het feminisme. In de kursus ,Feminisme als sociale beweging' wordt in groepjes gewerkt. Het eerste deel van de kursus heeft als thema: het feminisme. Het tweede deel gaat over het moederschap. Samen met de kursus komt er ook een tentoonstelling. „Zolang de problematiek van vrouwen ondergesneeuwd en Wegge-
wuifd wordt, zolang er binnen de wetenschap sprake is van een ongelijke behandeling van mannen en vrouwen, zolang zullen vrouwenstudies moeten wordizn beoefend. Pas als ,het grote gat gedicht is' zal er van een reële integratie gesproken kunnen worden. Pas dan ook zul je 12
tie. J a m m e r eigenlijk dat zo'n verhaal in Opzi] staat en niet in Onderneming, het blad van de werkgevers." Sommige mensen zeggen dat emancipatie valt te meten met de sociale status; anderen beweren dat de mate van ekonomische onafhankelijkheid 'n graadmeter voor emancipatie is. De cruciale vraag ,Wie is geëmancipeerd en in welke situatie?' blijft vooralsnog moeilijk te beantwoorden. Is de wetenschapper, die naast z'n voltijdse baan 'n aantal nevenfunkties heeft, geëmancipeerd? Is de vrouw op de werf, of (m,isschien) de dubbel belaste koffiejjuffrouw geëmancipeerd?
zoek werd verricht Bij het lAV is daarentegen wél materiaal over Tilburgs onderzoek beschikbaar dat bij de hogeschoolse vrouwengroepen juist moeilijk te krijgen blijkt Volgens het VBEO ligt het belang van inventariseren niet alleen bij de inventariserende instantie, maar belangrijk IS dat de informatie van vrouwen aan vrouwen wordt bevorderd Hieronder een kleine bloemlezing van in 1981 lopend of afgerond onderzoek, verricht door vrouwen die op de KHT Studeerden, studeren of werken - „Vrouwenm)s/iande//ng, 'n heuristisch maatschappijgericht onderzoek m bv. de agressietheorie van R de Ridder", A Peters en V. Kleyn. Vakgroep sociale psychologie. - „Moederschapsideologie", J Rijnen Vakgroep historische psychologie - „Huisvrouw/ zijn een rol op het lijf geschreven''" K v. d Weegbergh, L. Porteners, A. Bacchus en P Assink Vakgroep ontwikkelmgssociologie - „Onderzoek naar veranderingen in de positie van vrouwen in de landbouw in Nicaragua" M. Zwmkels en M Genemans Vakgroep ontwikkelingssociologie. - „De studieloopbaan van vrouwen op de KHT", N. Buermans, H. Thonon, T V d. Heuvel en M. van Aerde Vakgroep Ontwikkelingssociologie - ,,Vrouwen in de [ndiase textielindustrie", I Baud IVO-projekt - „De positie van arbeidersvrouwen in de regio Tilburg tegen de achtergrond van de opkomst en ondergang van de textielindustrie na 1945", M. Oomens, M. Zwmkels, L. Keune en N. Mols (bijgestaan door een steungroep van sociologie en ekonomie-studentes) Vakgroep ontwikkelingssociologie Tijdschrift voor Vrouwenstudies, 1981, n r . 3. lAV, Keizersgracht 10, 1015 CM Amsterd a m (0210 - 224268). VBEO, Postbus 5406, 2280 HK Rijswijlt (070 - 949393).
E N . / W . O. vrouwen bereid vinden daaraan mee te werken", aldus vrouwen van het vrouwenoverleg. Het vrolijke mixed-idee van prof. Schouten is nog heel ver weg. Wllma Okkerse Ellen Nooijen
EEN
<=4;
Haar „Mijn „Waarom „Omdat „Heeft „Nee" Haar „Het Ik legd „Blijf van je drek. Ze gooia Ik keek fooncel bereid „Nooit! „Ik kom Ze zou Door trottoir de inkop krentenbrod Zouden Omdat Ze deed Daarom „Luister Maar Nooit konijn Op naderen Mijn Zeke „HIe Ze Ie
„Zal Het „Zal
Ikscl „Als buite Ze w „Ik er een „Yvette Ze gezi „Je Ze Ze „Het me
Ze „We Ze achter
„Zullen „Zeker Ik dochte „Hoe )1
„Vind Ik
YVETTE EEN KERSTVERHAAL DOOR TYMEN TROLSKY
<=4?
at is 't misschien waar je je hele leven naar zoekt, dat en niets anders, een zo groot mogelijk verdriet om eindelijk jezelf te zijn voordat je sterft." Ik sloeg de ,Reis' van Celine dicht en liep naar het raam. Ze zou nou wel komen. Er was een grote kans dat ze zou komen.
Er waren elf dagen verstreken sinds ik haar voor het laatst had gezien. Ik kwam uit de telefooncel, die telefooncel op de Westermarkt. „En?" „Het spijt me", zei ik. Haar handen waarin ze een bos bloemen hield, begonnen te beven. „Mijn vader wil je niet ontvangen." „Waarom niet? " vroeg ze. „Omdat je een Indische bent", zei ik. „Mijn vader houdt niet van Indischen." „Heeft hij dat gezegd? ' „Nee", zei ik. „ Z o heeft hij het niet gezegd." Haar donkere gezichtje lag gebed in een kapuchon van sneeuwwit Eskimo-bont. „Het spijt me", zei ik. Ik legde een hand op haar schouder en half om haar nek.. „Blijf met die rotpoten van me af", zei ze. Ze draaide zich van me af. „Die moeder van jou, die zal deze bloemen nooit zien. Ik vreet ze nog liever op. Ik stamp ze tot drek. En barst jij ook. Barst en val dood."' Ze gooide de bloemen op de grond en vertrapte ze. Ik keek haar na. En toen ze verdwenen was, ging ik voor de tweede keer de telefooncel binnen. Ik deelde mijn vader mee dat ik pas naar huis zou komen als hij bereid was Yvette te ontvangen. „Nooit!' „Ik kom ook nooit meer naar huis", zei ik. Ze zou nou wel gauw komen. Door de kale bomen kon ik de Zwartvense Weg zien. Er liepen vrouwen over het trottoir. Ze trokken een boodschappentas op wieltjes achter zich aan. Ik dacht aan de inkopen die mijn vader en moeder elk jaar met Kerstmis deden. Konijnebout, wijn, krentenbroden, een doos engelenhaar, kaarsen en kerstklokken. Zouden ze vannacht, aan het diner na de nachtmis, een plaats voor mij inruimen? Omdat ze dachten dat ik toch nog . . . Ze deed altijd zo verdomde lang over het wassen van haar haar. Dat was de reden. Daarom was ze nog niet verschenen. „Luister, Ouwe", zei ik in mezelf. „Ze zal komen. Ik weet zeker dat ze zal komen. Maar met jou heb ik afgedaan. Val jij dood met je konijnebout en je kerststal. Nooit zal er in mijn huis een boom of kerststal staan. Nooit zal ik nog een stuk konijn aanraken." Op dat moment hoorde ik een Honda-brommer de hoek omdraaien en de flat naderen. Mijn hospita deed open. Hoewel ik wist dat zij het was, liet ik mijn hospita opendoen. Ze keek mijn kamer rond. „Hier", zei ze. Ze legde een pakje voor me op het bureau. „Zal ik het zelf uitpakken?" vroeg ze. „Ik pak graag cadeautjes uit." Het was een kleine, uitvouwbare kerstboom van ijzerdraad en zilverfolie. „Zal je hem niet weggooien" vroeg ze. Ik schudde het hoofd. „Als je wilt dat ik terugkom, laat hem dan staan", zei ze. „Ik wit er niet wéér buitenstaan. Als het dit jaar weer zo gaat..." Ze was ziek geweest, zag ik. Ze zag er erg slecht uit. „Ik ben bang", zei ze. „Als het dit jaar weer zo gaat, geef ik het op. Dan maak ik er een eind aan. Ik kan het niet meer verdragen." „Yvette", zei ik. Ze kwam naar me toe. Ik maakte de knopen van haar winterjas los en drukte mijn gezicht tegen haar buik. „Ie gelooft me niet", zei ze. Ze streek met haar handen door mijn haar en wreef haar buik tegen mijn gezicht. Ze rook heerlijk en haar aanwezigheid gaf me een ontspannen gevoel. „Het is kitsch", zei ze, omkijkend naar het boompje van foliesnippers. „En dat kan me niks schelen. Ik heb dat beetje sfeer dat z o n ding geeft, hard nodig." Ze boog over me heen en liet een hand achter mijn hemd over mijn rug glijden. „We zullen het gezellig hebben, samen', zei ze. Ze hield op met strelen en rukte met beide handen mijn hoofd aan mijn haren naar achter. „Zullen we het verdomme gezellig hebben samen?" vroeg ze.
waarin ze zat, sloeg ook als een tang op een varken. Die had ik bij Kruyssen gekocht, een handelaar in tweedehands artikelen. Ik was eer» debiel, als het over mode en smaak ging. Dat moest ik niet vergeten. Ik had me er bij neergelegd, omdat ik wist dat het waar was. „Jezus", zei ik, zoekend naar het lipje waarmee ik de ritssluiting moest dichttrekken. „Wat jeukt dat. De stof waar die broek van gemaakt is, jeukt als de ziekte." „Wat dacht je?" Ze tikte de as van haar sigaret. „Wat had je dan gedacht?" k wenste mijn hospes en hospita een prettige kerstnacht en liep met Yvette de flatgalerij door en de trappen af. Ik duwde de Honda van de standaard. „Ik zal rijden", zei ik. „Dat kun je niet." „Ik rijd overal mee", zei ik. „Ik ben nog nooit Iets tegengekomen waar ik niet mee rijden kan." Ik was verliefd. Hierdoor, en door het vooruitzicht dat ik de kerstnacht in het gezelschap van Yvette zou doorbrengen, was ik grootsprakerig geworden. Wat wild. „Pas wel op", zei ze. „Het is glad. Er zit nog vorst in de grond." „Ik houd dat rotding heus wel overeind", zei ik. Het had licht gesneeuwd. De weg was bedekt met een dun, wit laagje. Waar er straatlantaarns brandden, lag een blauw waas over de sneeuw. Nog vóór de eerste bocht in de weg, honderd meter van de Baden Powell Laan, gleden de wielen onder ons weg. Ik was over een plas bevroren water gereden. Het ijs was niet zichtbaar geweest vanwege het laagje sneeuw. Met de ene hand tilde ik de brommer op, met de andere hielp ik Yvette overeind. Ze rukte zich los. „Heb ik je niet gewaarschuwd, stomme klootzak", zei ze. „Heb ik het niet gezegdl" Ik klopte haar kleren schoon. j,Houd je tengels thuis, ouwe zak", zei ze. „Laat me met rust. Jij kunt alleen stommiteiten uithalen." Mijn pogingen Yvette te kalmeren haalden niets uit. Ze waren weinig overtuigend. In de keuken pakte ik haar vast. Ik vroeg de anderen naar de huiskamer te gaan en sloot de deur. Ze wilde zich losrukken, maar ik hield haar vast. „Het spijt me", zei ik. „Dat is fantastisch", zei ze. „En laat me nu maar gaan." „Wat doe ik dan fout?" „Je begrijpt me niet. Jouw fout is dat je me niet begrijpt." „Jouw fout is", zei ik, „dat je niet wilt dat ik je begrijp." „Ja" zei ze, „dat zou je wel willen. Dat ik me hier voor jou binnenste buiten draaide. Nooit! Voor jou niet en voor niemand niet." „Je bent bang", zei ik. „Je bent bang dat ik je je verdriet afpak." „Je bent een idioot", zei ze. „Je bent bang dat ik je begrijpen zal', zei ik, „en dat je geen redenen meer zult hebben om verdrietig te zijn." „Goed", zei ze. „Als je het precies weten wilt: zo zit het." Ze gaf het vlot toe. Te vlot. Het had het karakter van een ontkenning. „En laat me nu los." „Nee", zei ik. „We hebben de tijd." „Als jij hier in die smerige, koude keuken wilt blijven is dat jouw zaak. Ik ga naar
de kamer." „Nee", zei ik. „Jij gaat niet naar de kamer." Ze probeerde zich los te rukken. Het was een gevaarlijk spel. Ze was nu tot alles in staat. „Ja", zei ze. „Ik wist het wel. Daar ben je op uit. Om me het enige af te pakken dat ik nog bezit. Het enige dat de anderen me nog niet afgepakt hebben. Goed, maak me maar kapot. Pak me mijn trots maar af, mijn enige houvast: mijn verdriet." Ze huilde. Het duurde niet lang. „Je kunt me niet meer loslaten', zei ze. „Ik zal een mes uit de la pakken en je een krab over je gezicht geven. Als je me loslaat, zal ik je een krab geven." De waarheid is dat ik haar niet durfde los te laten. Ik vroeg het een paar keer. Pas toen ze zei dat ik het zelf maar uit moest maken, dat het haar niet schelen kon, liet ik los. Ze wreef over haar polsen en liet zich langs de muur omlaag zakken, tot ze op de grond zat. Wat mij betrof had ze alsnog een mes kunnen pakken. Als ze het maar snel en grondig gedaan had. Ik heb er niks op tegen de pijp uit te gaan. Ik heb er iets op tegen dat er een knoeiboel van gemaakt wordt. „Rot op", zei Yvette. „Ik wil je niet meer zien." „Yvette", had Vicki-Ann haar moeder, gezegd, „laat je Henri uit!" Ze had liever gezien dat ik hem stiekem gesmeerd was, als een met pest besmette hond. Niet dat ik er op stond, dat ze me uitzwaaide en kushandjes nazond. Ik had haar een afscheid graag bespaard. Maar ik kon er gewoon niet toe komen de sneeuw in te stappen. Die smerige kou in. Sporen drukken in de sneeuw. Gaan liggen. Doodvriezen. Hem te knijpen als een oude dief. Ik kon er gewoon niet toe komen. „Het spijt me", zei ik. „Rot op." „Goed", zei ik. Ik draaide me om en liep het voortuintje uit. De sneeuw kraakte onder mijn voeten. Het had korte tijd gemotregend. Een ijslaagje bedekte de trottoirtegels en de sneeuw. Omdat het trottoir schuin afliep naar de weg, kon je moeilijk je evenwicht bewaren. Ik liep langs het park Het Zand. Toen ik bijna de Staten Laan had bereikt, ontdekte ik Yvette. Ze stond langs een jonge eik bij het trottoir, In haar kanten hempje. Als een toeschouwster bij een wandelvierdaagse. Ze had de armen over elkaar geslagen. (Vervolg op pagina 18)
„Zeker", zei ik. „We zullen het gezellig hebben." Ik had in de opruiming twee broeken gekocht. Een bruine en een grijsblauwe. Met visgraatmotief. Yvette's moeder nodigde me uit de kerstnacht bij haar en haar tien dochters en zonen door te brengen. Daar paste wel een nieuwe broek bij. „Hoe staat hij?" „Belabberd", zei ze. „Het is een vod. Je kunt beter in je onderbroek gaan." „Vind je hem echt niet mooi?" Ik kleedde me als een schooier, zei ze dikwijls. Ik had geen smaak. De leunstoer 13
TUB 16 - 18 december 1981
Drs. Ben Evers over IVO-projekten in India
-
„Politieke el(onomie is niet alleen van Marxisten" THB: Toen het onderzoeksprogramma vorig jaar van start ging kreeg het de naam .Alternatives for Development', aldus de aankondiging m de Indiase .Economic and Political Weekly'. Hoezo alternatieven? Evers: Eigenlijk gaat het projekt niet zozeer uit van alternatieven, men is op zoek n a a r alternatieven voor de problemen van onderontwikkeling die India kent. Wij van onze k a n t hebben die uitnodiging aanvaard, omdat het projekt ook m wil gaan op de problemen van overontwikkelmg die Nederland kent Wi] willen graag onze deskundigheid bijdragen aan dit p r o g r a m m a op basis van de herstruktureringsstudies die wij al hebben uitgevoerd. Onze deelname richt zich op Nederland én India. Toen Pronk (Minister van Ontwikkelingssamenwerking 1973-1977) in 1976 in India was raakte hij geboeid door sociale projekten aan de basis van de Indiase samenleving. In het bilaterale overleg tussen Nederland en India, over de besteding van de Nederlandse hulpbij dragen werd overeengekomen dat een bepaald bedrag besteed zou worden voor deze .sociale' projekten. Later werd door de regering Desai en minister De Koning besloten om het gereserveerde geld te gebruiken voor een sociaal-wetenschappelijk onderzoeksprogramma. Daaraan werd de ambitieuze titel gegeven .Alternatives in Development'. Deze titel suggereerde tenminste dat een aantal Nederlandse en Indiase onderzoekers grote onvrede hadden met de gevoerde aktuele onderzoekspraktijk, en de daarachter liggende dominante ontwikkelingstheorie van het kapitalisme. THB: Kunt u aangeven, richting de alternatieven gezocht?
in
welke worden
Evers: Zowel in Nederland als India wordt inspiratie geput uit diverse bronnen, vanaf de Gandhiaanse (en de Europese evenknie onder andere bij Schumacher) tot en met het Marxisme. Wij willen ons niet laten beplakken met een politiek etiket. Een dogmatische denkrichting wordt zoveel mogelijk geweerd. Het denken over alternatieven zal overigens niet alleen India, m a a r ook Europa (en Nederland in het bijzonder) betreffen. Momenteel koncentreert het zich in India, m a a r Indiase onderzoekers zullen ook n a a r Nederland komen om studies over het Europese ontwikkelingsmodel op te zetten. Voorlopig zijn een drietal aandachtsvelden geselekteerd: industrialisatie, positie van de vrouw en gezondheid. Hiervan nemen wij de eerste twee voor onze rekening. Van de industrialisatie onderzoeken wij slechts de rol van de exportindustrie in het Indiase ontwikkelingsmodel. Verder onderzoeken wij de positie van de vrouw in de textielsektor. Deze onderzoeken sluiten goed aan bij eerdere publikaties van het IVO
Begin november kwam Drs. Ben Evers, direkteur van het IVO, terug van een kort bezoek aan India. Sinds december 1980 neemt het IVO daar deel aan een onderzoeksprogramma. Momenteel verblijven hiervoor twee IVO-medewerkers in India, te weten: Frans Schuurs en Isa Baud. Zij verrichten respektievelijk onderzoek op het gebied van industrialisatie en de positie van de Indiase vrouw werkzaam in de textielsektor. Het THB ging na wat er schuil gaat achter de titel .alternatieven voor ontwikkeling', de naam van het gehele onderzoeksprogramma en welke bijdrage het IVO levert aan de oplossing van het armoedevraagstuk in India.
THB: Als we de IVO-projekten onder de loep nemen en beginnen met de deelname van Frans Schuurs en van uzelf dan zien wij dat u beide voortbouwt op eerdere IVO-studies naar de herstrukturering van de ekonomie. oftewel de internationale arbeidsverdeling. Zijn de eerdere studies in Tunesië. Hong Kong en Ghana te beschouwen als .vingeroefeningen' voor de huidige Indiastudies? Evers: In het verleden hielden wij ons bezig met relatief kleine ontwikkelingslanden, die weinig andere mogelijkheden hadden dan de weg die ze volgden. India is echter een groot land en biedt ons een breed onderzoeksterrein. Zo heeft Frans zich eerder met de cacao-industrie in Ghana en Nederland beziggehouden. Hij gaat nu door met de .political economy' van de kledingindustrie in India. Ikzelf ben in het verleden in debat gegaan met Prof. Tinbergen, wiens visie op de internationale arbeidsverdeling ik op veel punten tekort vond schieten. In dit projekt bereid ik samen met een Indiase kollega, Prof. Naqvi, een studie voor over de relatie van India met de EEG. De centrale vraag bij het onderzoek n a a r de industrialisatie in Nederland, zowel als in India is. welk beleid dienen de ontwikkelde en ontwikkelingslanden te voeren, opdat de belangen van beide groepen landen - of wellicht beter gezegd - de belangen van de onderliggende bevolkingsgroepen in beide typen landen zo goed mogelijk tot hun recht kunnen komen*? In Europa vinden twee schijnbaar tegengestelde bewegingen plaats. Er is groei van de industrie door investeringen en exporten, beschermd door protektie tegen importen uit ontwikkelingslanden en er is afbraak van de werkgelegenheid, slechts voor een gering deel veroorzaakt door protektie. Kortom we stuiten op de kernvraag: hoe moet een herstruktureringsbeleid voor geïndustrialiseerde landen eruit zien, een beleid dat inspeelt op de belangen van de Nederlandse industrie en tevens bevordering van de werkgelegenheid en het veilig stellen van de belangen van ontwikelingslanden. De exportbevordering in India bijvoorbeeld veroorzaakt een vernietiging van werkgelegenheid in kleinschalige industrie en een toenemende afhankelijkheid van Westerse bedrijven en overheden voor produktie, krediet en afzetmarkt.
THB: Ja. maar u zoekt geen kontakt met de Gandhi Peace Foundation die deze politieke voorwaarden juist wil helpen schepjy<3n. U zegt dat Frans Schuurs zelf zijn kontakten moet zoeken. Ook zijn er van Indiase kant geen onderzoekers van de Gandhi Peace Foundation opgenomen. Dat betekent dat in Nederland en India niet serieus gezocht wordt naar alternatieven die voor het oprapen liggen. U negeert ze gewoon.
THB: Maar 80% van de 700 miljoen mensen in India is arm en bezit geen
Evers: Het is lang niet duidelijk wat onder alternatieve ontwikkeling
IVO-direkteur Ben Evers
koopkracht om, die industriële produkten af te nemen. Jaarlijks neemt het verschil tussen arm en rijk toe. ondanks een ekonomische groei van 8 a 10%! Dat komt - zeggen zij - omdat de buitenlandse hulp aan India, ook van Nederland, streeft naar snelle groei en grootschaligheid. Dus is het een kwestie van politiek, van verdeling en niet van groei. Evers: Dit is een kernvraag van ons onderzoek. In India is in het kader van het 6e Vijfjarenplan een heftige diskussie ontstaan over de rol van de export in de groei van de ekonomie. Moet ekonomische groei steunen op de inkomsten uit de export, of uit een gesloten model, waarbij buitenlandse bedrijven worden geweerd? In het gesloten model ligt het hoofdaksent op de landbouw (hervorming), inkomensherverdeling, verandering in de konsumptiestruktuur die moet leiden tot een stijging van de interne vraag, meer werkgelegenheid door kleinschaligheid e.d. In India wordt het probleem niet zo zwart/wit gesteld. Het hoeft niet tot een konflikt tussen beide opvattingen te komen, mits aan een aantal politieke voorwaarden wordt voldaan.
14
verstaan moet worden in India en in Nederland. In het verleden had je de mening van M a h a t m a Gandhi en Schumacher, die begrippen hanteerden als participatie, kooperatie, arbeiderszelfbestuur, onderwijs en bewustwording, kleinschaligheid kwa produktie en leefgemeenschap W a t ik bedoel is, dat ik enerzijds wel respekt heb voor wat de Gandhiaanse beweging en de Europese pendant zeggen n a te streven, maar dat zij politiek onvoldoende realistisch zijn, te weinig rekening houden met de nationale en internationale ekonomische en politieke ontwikkelingen. THB: De regering Desai ('77-80) kreeg de sympathie van de massa in de verkiezingen. Toen ze eenmaal regeerden heerden ze zich óók tegen de belangen van de arme massa m India. Zoals het Nationale Congres van Indira Gandhi. Ze handhaafden het struktureel geweld en bedienden zich ervan om stakingen e.d. te onderdrukken. In tegenstelling met hun geweldloosheid als principe. We zien dat in India momenteel het verzet van de bevolking op geweldadige wijze toeneemt. Bijvoorbeeld m de provincie Assam, waar een onafhankelijkheidsstrijd woedt. Daar werd een onderzoekprojekt ook niet toegelaten. Waarom bestaat er eigenlijk belangstelling voor een politiek ekonomische analyse'' Wordt daar het Marxisme mee bedoeld? Evers: De politieke ekonomie heeft evenzeer een traditie. Maar het is vanuit onze ongerustheid over de huidige internationale ekonomische ontwikkelingen en vanuit onze onmacht om via bestaande ekonomische theorieën een bevredigende verklaring te geven dat wij op het IVO begonnen zijn met studies op het gebied van industriële herstrukturering en internationale arbeidsverdeling. In de eerste fase van het India-onderzoek kiezen wij voor een pluriforme benadering. Onder de politieke ekonomie kan men diverse visies verstaan. Het marxisme is er één van en het is duidelijk dat binnen het marxisme zeer verschillend gedacht wordt over de meest wenselijke strategie voor ontwikkelingslanden. Politieke ekonomie is zeker niet het eksklusieve bezit van marxisten. W a t ik bedoel is dat ik enerzijds groot respekt heb voor de wijze waarop marxisten opkomen in hun theoorie en vaak ook in h u n handelen voor de belangen van de onderliggende klasse, m a a r dat ik anderzijds eveneens meen dat hun analyse van de aktuele internationale situatie en daarin begrepen de positie van ontwikkelingslanden vaak te eenzijdig en te ongenuanceerd is. THB: Mevr. Baud organiseerde vorig jaar een vrouwendag op de KHT. En ze deed eerder onderzoek in Tunesië. Hoe past zij in dit IVO-projekt? (Vervolg op pagina 16)
Macht
Sommige bo« titels. Eén zo'n en geweld: ee leving, geschrc titel wekt de i van deze tijd i worden. Sterki titel verwachtt het wereldraad Vooral in dat steld. De ondi beginnen - is e geeft geen ana Zijn boek is v liet denken va (een beperktei de bespreking ren van denk( wel ter sprake, wrochte analys geven.
De hoofdtitel liarde kanon: Struktuur! Mai zitten losse flo He begrip ,ge nauwelijks aan Rijk dat zelf <
Zinovje
Het dagelijks I mensen in het tonige indruk n is een zinloze maal per j'aar te zien zijn, di stukken? Een er goede opg volstrekt onmc te krijgen. De en de literatuu op. (...) Resta ste zijn die a Bovendien me staan. En ze zi dicht Kortom, ook bekijkt, er wat je kunt de mensen uitnod Die ,bezoeker intellektuelen i veel weg heeft gesprekken, d Aleksandr Zin boeken als een die gesprekski enkel opgesch< elkaar zeiden, ieder belang ' gesprekjes zou situatie. „Ga r gezelschap ziti heeft, dan zul intellektuele ai van de gespre een interview i Aleksandr Zin< leraar in de la methodologie > 'isch Instituut > tenschappen ir ken als ,Gapei tende toekoms het schrijvers heerst. De ges intellektuelen de nuchter-iroi op de eigen, ving vormt hel «ale konstrukl werd bij de or gend ervaren, sprak van ,de talitaire wereld
Boeken
Macht Sommige boeken hebben prachtige titels Eén zo'n boek is Structuur, macht en geweld: een analyse van de samenleving, geschreven door M. C. Rijk. De titel wekt de indruk dat alle problemen van deze tijd op een rijtje gezet zullen worden. Sterker nog: afgaande op de titel verwachtte ik een oplossing van het wereldraadsel. Vooral in dat laatste werd ik teleurgesteld. De ondertitel - om daar mee te beginnen - is erg pretentieus. M. C Rijk geeft geen analyse van de samenleving. Zijn boek is veel meer een inleiding in liet denken van een aantal filosofen en (een beperkter aantal) sociologen Bij de bespreking van verschillende manieren van denken komt de samenleving wel ter sprake, maar een enigszins doorwrochte analyse wordt er niet van gegeven. De hoofdtitel heeft de klank van drie harde kanonschoten. Luister maar: Struktuur! Macht! Geweld! Helaas: er zitten losse flodders bij. He begrip ,geweld' krijgt in dit boek nauwelijks aandacht. Op biz 98 schrijft Rijk dat zelf ook heel eerlijk: „In het-
verteerbaar. Aan het begin van het boek beschrijft Rijk een viertal middeleeuwse opvattingen over de verhouding tussen een be-
geen volgt, zal onze aandacht vooral uitgaan naar het machtsbegrip en niet zozeer naar het begrip geweld." In de bladzijden vóór dit citaat is ,geweld ook slechts terloops ter sprake gekomen. Het begrip ,struktuur' past beter in de titel Rijk analyseert echter geen strukturen; hij geeft een samenvatting van de manier waarop bepaalde strukturalistische filosofen redeneren. Het strukturalisme is slechts een van de denkvormen die in dit boek ter sprake komen. Rijk schrijft bijvoorbeeld ook over manieren van denken die daar radikaal tegenover staan. Van de kanonschoten treft er één doel Het begrip ,macht' hoort inderdaad in de titel van dit boek thuis. Met deze knorrige opmerkingen heb ik in zekere zin al een samenvatting gegeven van het boek van Rijk. Die samenvatting is nog beknopter te geven; het boek had volgens mij moeten heten: Inleiding in de filosofie, toegespitst op een analyse van het begrip ,macht'. Ais ik de echte titel serieus moet nemen, vind ik het een slecht boek: er worden dan knollen voor citroenen verkocht. Maar als ik het boek mag herdopen, dan blijken die knollen heel goed
Martin Rijk grip en de werkelijkheid. Verderop krijgen vooral de twintigste eeuwse stromingen existentialisme en strukturalisme aandacht Als Rijk zijn verhaal toespitst op het begrip ,macht', wordt onder meer een vijftal hedendaagse benaderingen van dit begrip beschreven. In het laatste hoofdstuk uit het boek gaat Rijk uitgebreid in op verschillende opvattingen over ,waarheid'. Hij probeert dan ook een koppeling tussen de begrippen de methodologie van het wetenschappelijk kommunïsme' Hij is uiteraard een loyaal partijlid en heeft een reeks belangrijke monografieën op z'n naam staan. (Hij heeft daarmee nogal wat trekjes met de auteur gemeen). Aan het begin van het boek staat de ikfiguur op de nominatie om benoemd te worden tot korresponderend lid van de Akademie van Wetenschappen. Hij vindt zichzelf niet zo'n riicksichtlose karrièrebouwer - al mijmert hij wel over het bezit van een eigen auto Het is vooral z'n (tweede) vrouw die hem aanspoort; zij ziet de toegang tot de speciale winkels niet meer in de rij hoeven staan, de keuze uit een groot assortiment - als aantrekkelijk.
ZinOVjev; het dagelijkse leven in Moskou Het dagelijks leven in Moskou moet op mensen in het Westen wel een heel eentonige indruk maken. „Naar de film gaan is een zinloze bezigheid. Laat er eenmaal per jaar eens een draaglijke film te zien zijn, de rest is rommel. Toneelstukken? Een heel enkele keer worden er goede opgevoerd, maar dan is het volstrekt onmogelijk daar kaartjes voor te krijgen. De muziek, de schilderkunst en de literatuur leveren hetzelfde beeld op (...) Restaurants en cafe's? Ten eerste zijn die als regel weerzinwekkend. Bovendien moet je er voor in de rij staan En ze zijn duur. En ze gaan vroeg dicht Kortom, van welke kant je het ook bekijkt, er blijft maar één ding over wat je kunt doen: op bezoek gaan, zelf mensen uitnodigen." Die ,bezoekerigheid' onder Moskouse inteliektuelen maakt dat het leven daar veel weg heeft van een eindeloze reeks gesprekken, debatten en kletspartijcn Aleksandr Zinovjev toont zich in zijn boeken als een uitstekend observator van die gesprekskultuur. Toch heeft hij niet enkel opgescheven wat de mensen tegen elkaar zeiden. Het zou elke betekenis en ieder belang verliezen wanneer je die gesprekjes zou losmaken uit de konkrete situatie „Ga maar eens nuchter in een gezelschap zitten dat stevig gedronken heeft, dan zul je je verbazen over de intellektuele armoede en smakeloosheid van de gesprekken'', aldus Zinovjev in een interview in Vrij Nederland. Aleksandr Zinovjev, tot ig78 als hoogleraar in de logika en de wetenschapsmethodologie verbonden aan het Filosofisch Instituut van de Akademie van Wetenschappen in Moskou, heeft met boeken als .Gapende hoogten' en ,De lichtende toekomst' laten zien dat hij ook het schrijversambacht uitstekend beheerst. De gesprekken tussen Russische inteliektuelen vormen de bouwstenen, de nuchter-ironische kijk van Zinovjev op de eigen, kommunistische samenleving vormt het cement van deze kolosMie konstrukties (,Gapende hoogten' Werd bij de ontvangst als zo overweldigend ervaren, dat men vol bewondering sprak van ,de encyklopedie van de totalitaire wereld'.)
Het beschikbaar komen van een goede Nederlandse vertaling van beide genoemde werken kan een aanleiding zijn om tijdens de komende Kerstvakantie eens kennis te nemen van dit Russische fenomeen^ Toch moet worden gezegd dat Zinovjev geen spannende verhalen schrijft Zijn werk munt vooral uit door de scherpzinnigheid en bizarre logika waarmee de absurditeit van het dagelijks leven wordt getoond - al wordt een lichtere toets in de prachtige anekdotes, die de vlijmscherpe argumentaties regelmatig komen opfrissen, niet vergeten. (Overigens heeft deze scherpzinnige analyse van het Sovjetsysteem Zinovjev wel z'n baan en het Russische staatsburgerschap gekost; hij woont nu, tegen z'n zin als dissident, in München en leeft van z'n pen.)
Toch gaat de promotie niet door. De ik-figuur onderhoudt kontakten met .verdachte' vrienden - een filosoof met een twijfelachtige reputatie, en een joods geleerde die een emigratieverzoek heeft ingediend Bovendien weet hij niet als een echte karrièrejager alles en iedereen aan zijn doel - de promotie ondergeschikt te maken. En wat hem tenslotte opbreekt: hij is briljant in z'n vak en voor werkelijk briljante mensen is er geen plaats aan een top waar middelmatigheid troef is. De ik-figuur is een door-en-door integer mens en die blijken in een systeem waar
Karriërejacht Het universitaire systeem in de Sovjet Unie (SU) is van een strenge hiërarchische opbouw. Op de onderste sport van de ladder verkeren de medewerkers, dan komen de hoogleraren en vervolgens de sektiehoofden. respektievelijk de direkteuren van de wetenschappelijke instituten Het walhalla wordt gevormd door de korresponderende - leden en de gewone leden van de Akademie van Wetenschappen. Naar mate men hoger komt in deze hiërarchie neemt niet alleen het inkomen toe; het zijn vooral de immateriële voordelen - de reisjes naar het buitenland, een eigen buitenhuis (dacha), het toegangsrecht tot de elitewinkels - die een plaats in de hogere regionen aantrekkelijk maken.^ Dat er in de wetenschappelijke wereld in de SU een hevige konkurrentiestrijd gaande is om de felbegeerde hoge posities zal dan ook niemand verwonderen. Het is interessant om het karrièreverloop van een willekeurige wetenschapsman eens te volgen. Zinovjev heeft het karrièreverloop van z'n hoofdpersoon tot de belangrijkste verhaallijn gemaakt in ,De lichtende toekomst'. Die hoofdpersoon - de anonieme ik-f!guur in het boek - is doctor in de filosofie en hoofd van de sektie .Theoretische problemen van
,macht' en .waarheid' tot stand te bren^ gen. Als inleiding in een aantal denkvormen lijkt het boek me geslaagd. Eigenlijk zou iedere lezer eerst bij zichzelf moeten bedenken wat hij of zij onder het begrip ,macht' verstaat Wie een eigen definitie van dat begrip gegeven heeft, leert twee dingen. In de eerste plaats laat Rijk zien in welke filosofische stroming de lezer te plaatsen is: dat kan een schok van herkenning opleveren. In de tweede plaats maakt Rijk goed duidelijk, welke beperkingen iedere definitie heeft; hij toont de lezer wat deze via zijn definitie .buitensluit'. Ook dat inzicht kan een kleine schok opleveren Wie gevoelig is voor poëzie, kan in dit boek een fraaie rijmvorm ontdekken. In het begin van het boek, als Rijk vormen van begripsanalyse behandelt, komt de spanning tussen begrip en kontekst ter sprake. Verderop in dit boek komt die spanning in een andere uitdossing weer terug: begrip en kontekst rijmen dan met individu en sociale omgeving. KAREL SOUDIJN M. C Rijk: Structuur, macht en geweld, een analyse van de samenleving. Bloemendaal: Nslissen, igSI. protektie, korruptie en kriminele machinaties hoogtij vieren nu eenmaal minder kansrijk te zijn. De studenten vormen in de SU niet bepaald een radikale bevolkingsgroep, ze zijn veeleer konformistisch ingesteld. Ze worden door het systeem op veel manieren onder druk gezet - door beperkte studiebeurzen, slechte huisvesting (meerdere mensen op één kamer), maar bovenal door de zeer selektieve toelating tot de universitaire instellingen. Van die universiteiten heeft dan nog slechts een klein gedeelte een werkelijk goede naam. De studenten moeten om hun karrière zeker te stellen hun plaats beschermen Slechte cijfers worden genoteerd en blijven hen het hele leven achtervolgen. Wanneer men van een universiteit verwijderd wordt zijn alle kansen voorgoed verkeken^. Vooral bij de plaatsing en toelating speelt vriendjespolitiek nog een belangrijke rol Zo kan de ik-figuur in ,De lichtende toekomst' dank zij z'n positie een goed woordje doen voor z'n dochter en voor de kinderen van vrienden en kennissen. Al met al vormt het werk van Zinovjev een naar mijn mening goede inleiding tot het dagelijks leven in de SU in het algemeen en dat aan de universiteiten in het bijzonder. (De overeenkomsten met de Nederiandse situatie zijn wellicht groter dan men op het eerste gezicht zou aannemen) .De lichtende toekomst' is daarbij wel het meest toegankelijk. Wie dat boek eerst leest zal de grootse, ambitieuze satire .Gapende hoogten' beter kunnen begrijpen en waarschijnlijk ook meer kunnen waarderen, zo is het mij althans vergaan Wel zal bij het lezen de uitgesproken pessimistische levensvisie van Zinovjev . ,de SU probeert de wereld vigens de wetten van het kankergezwel aan zich zelf gelijk te maken' - op de koop toe genomen moeten worden. LENNART KIK
X05?\MH IS
,De lichtende toekomst' en ,Gapende hoogten' zijn beide dit jaar uitgegeven bij Meulenhoff/De Arbeiderspers. ^ Michael Ellman, De inkomensverdeling in de Sovjetunie, in ESB van 26-8-1981. 2 Hedrick Smith, The Russians, Sphere books 1976. THB 16 - U december 1981
'■**■■ Vervolg van pagina 14
Drs. Ben Evers Evers: Als afgestudeerd nietwesters socioloogantropoloog deed ze in '77 een casestudy in Tunesië n a a r de sociale effekten van de overplaat sing van textielbedrijven daar. D at is ook als IRISstudie verschenen bij het IVO als ,Jobs and Values'. Toen boeide ons de vraag: „Hoe verande ren sociale strukturen, gezinsstruk turen van een groep mensen, die niet primair tot de doelgroep ho ren van het ontwikkelingsbeleid?" W a n t vrouwen in een textielfabriek hebben zoals in Tunesië een redelijk loon vergeleken met vrouwen van de .armsten der armen'. In deze studie van Isa Baud gaat het ons om uit te vinden welke pro duktieorganisatie meer vrouwen werkgelegenheid k a n verschaffen. Is dat de grootschalige en kleinscha lige industrie in de steden? Is eman cipatie van de vrouw werkzaam in deze industrie te meten met verho ging van h a a r sociale status? THB: De vrouwenbeweging in India zegt, dat de industrialisering een nieuwe midöjsnklasse schept en dat vrouwen daarin een ondergeschikte positie aan de mannen in moeten nemen. Dat zou vooral in de groot schalige moderne textielfabrieken het geval zijn. Terwijl onder de ar mere lagen en vooral op het platte land de vrouw in de handspinnerij en weverij nog zelfstandig werkt. Op het eerste gezicht bevordert de moderne industrie de emancipatie
van de Indiase vrouw dus niet of ten dele. Momenteel werkt Isa Baud in Coim atoide in ZuidIndia. In deze stad staan veel textielbedrijfjes. D at zijn grootschalige en kleinschalige stede lijke industrieën. Alleen in het eer ste type worden veel mannen te werk gesteld. In het tweede type komt een mengvorm voor met na druk op vrouwen. M a a r op het platteland is de tradi tionele handspinnerij en weverij nog in zwang. Na de landbouw en voed selindustrie is de textielindustrie in India de grootste werkgeefster aan vrouwen. THB: Op welke wijze onderzoekt Baud deze problematiek?
Isa
Evers: Ze leeft in een a s h r a m temid den van de groep textielarbeidsters om h u n dagelijks leven te leren ken nen. Zij doet h a a r onderzoek samen met een sociaal werkster en een leidster van de vakbond. Haar pro bleem is momenteel, dat ze niet aan geschikte informatie over de groot schalige industie k a n komen. D aar gaat ze zich nu wel op richten heeft ze me gezegd. Maar dat heeft tot gevolg dat ze meer kontakt zal moeten onderhou den met de textielbaronnen en dat k a n ten koste gaan van h a a r kon takt met de werkneemsters die h a a r dan zullen mijden. Inmiddels was h a a r wel gebleken dat de textiel industrie d a a r steeds kapitaalinten siever wordt en dat binnenkort zelfs een 3ploegensysteem zal worden ingevoerd. Hierdoor zullen vrouwen in de grote textielfabrieken nog meer verdreven worden door man nelijke arbeidskrachten. Bovendien
Het onderzoek In India loopt voor lopig over een periode van 5 jaar vanaf december 1980. Toen het pro jekt van start ging onder de naam ,lndoDutch Program on Alternatives of Development' (IDPAD) werd een bedrag uitgetrokken van 17,6 miljoen voor het eerste jaar 19801981. Bui ten het IVO doen ook het Centrum voor Ontwikkelingsprogrammering van de Erasmus Universiteit Rotter dam onder leiding van Prof. Dr. G. Waardenburg en het Derde Wereld centrum Nijmegen onder leiding van Prof. G. Huizer mee.
zullen tengevolge van toenemende mechanisatie mensen worden ont slagen, dus eerst de vrouwen. Dit is een typisch voorbeeld van de herstruktureringsproblematiek: enerzijds wordt de positie van de vrouwen via de wetgeving be schermd. Anderzijds zien we dat de zelfde maatregelen de kansen op werkgelegenheid voor vrouwen ver minderen. Een soortgelijk probleem signaleerden wij ook al in Neder land. Cees Jongmans
koestraat 8385 tilburg telefoon 013423137
Op een voordelig verzekerings paldcet hoefje niet lang te studeren.
ADVEFTTENTIE
Hoe gaat dat. Je weet datje risico's loopt. Je spullen kunnen verbranden of gepikt worden.Je kunt een ongeval krijgen en langdurig uit de circulatie zijn. Of je dokter verwijst je naar een specialist. Allemaal zaken waarvoor je eigenlijk verzekerd moet zijn. Maar ja, die premie... ga d'r maar aan staan! Valt erg mee. De Nederianden van 1870 stelde speciaal voor studenten een aantal verzekeringspakketten samen. Bijvoorbeeld: pakket 5, een combinatie van verzekeringen waarmee je in • één keer van alle kopzorg af bent, voor een totaalpremie van f 440, per jaar. Daar heb je dan voor: een ziektekostenverzekering (voor o.a. huisarts, ziekenhuis en specialistische behandeling) plus dekking voor ongevallen, wettelijke aansprakelijkheid, brand/inbraak, reisbagage en in bepaalde gevallen vervoers en verblijfskosten. Elke verzekering is ook afzonderlijk te nemen. Bekijk 't eens even. Vraag een overzichtelijk foldertje aan met de bon, of bij:
Bij het WETENSCHAPPELIJK INSTITUUT V O O R HET C D A kan een vakature worden vervuld van WETENSCHAPPELIJK MEDEWERKER (vriymnl.) v o o r de sociaalekonomischfinanciële
drukkerij van der wee als het om uw drukwerk gaat
sektor van het instituut.
KATHOLIEKE HOGESCHOOLTILBURG: D ienst Studentenzaken en Welzijn (Gebouw E), Bureau Inschrijving (B 102),
Gegadigden v o o r deze vakature dienen in staat te zijn om studle projekten op soclaalekonomisch en financieel gebied als rapporteur/sekretaris te begeleiden en op zelfstandige wijze aan het onderzoek bij t e dragen. O o k personen met een goede oriëntatie op problemen in het grensgebied tussen ekonomie en techniek v\^orden uitgenodigd te reflekteren.
SERVICEBUREAU GROTEN:iWillem Ilstraat 1, Tilburg, Telefoon: (013) 321116 Voor weinig geld goed.verzekerd met een studentenverzekering van De Nederlanden van 1870.
in deze funktie wordt, op basis van grondslag en Program van Uitgangspunten van het C D A en in samenwerking met de andere stafleden en m^t diverse deskundigen, gewerkt aan de verdere ontwikkeling van christendemokratische politiek.
BON Uw studentenverzekeringen interesseren mij wel, stuur me de folder. Naam:
Gezien de samenstelling van de staf gaat de voorkeur uit naar iemand die de inbreng vanuit de katholieke politieke traditie mede gestalte weet te geven.
Adres:.
Salariëring afhankelijk van leeftijd en ervaring.
Ik volg dagopleiding bij:
V o o r inlichtingen e n / o f sollicitaties wende men zich t o t de direkteur van het Wetenschappelijk Instituut v o o r het C D A : Drs. A. M. Oostlander, Dr. Kuyperstraat 5, 2514 BA 'sGravenhage Telefoon 0 7 0 9 2 . 4 0 . 2 1 .
(In gesloten envelop zonder postzegel zenden aan N.V. Schadeverzekering Mij. De Nederlanden van 1870, Antwoordnummer 5104,1000 PA Amsterdam).
. Postcode:
Plaats:. .
_——
De Nederlanden van 1870 4153'Groten 16
Mensen met wie je nog ècht kunt praten.
■**■■ NIEUWJAARSRECEPTIE
officieel
Het Kollege v a n Bestuur nodigt alle personeelsleden v a n de hogeschool en h u n p a r t n e r / c q introduce uit tot bijwoning van de nieuwjaarsreceptie op m a a n d a g 4 j a n u a r i 1982 om 11 30 u u r m de wandelgangen rond de aula
KORT VERSLAG VAN D E VERGAD ERING VAN HET STICHTINGSBESTUUR D D 27 NOVEMBER 1981 1 Het Stichtingsbestuur heeft volgens afspraak een periodiek gesprek gevoerd met een delegatie van de Hogeschoolraad Ge sproken is over o m de lange termijn ontwikkeling van de KHT ende betekenis v a n de s i g n a t u u r m n bestuurlijke benoemingen Over beide p u n t e n zal het overleg worden voortgezet 2 Overeenkomstig de aanbeveling van de Hogeschoolraad heeft het Stichtingsbestuur opnieuw benoemd tot buitenuniversitair lid van de raad, mevr C Aangenendt, prof d r G Bouwman, drs G Janssen, alsmede voor de eerste m a a l de heren W W a m steker en i r J Wellen 3 Vastgesteld is een regeling voor d e toekenning van het plas tiek ,Bach en Handel in gesprek' a a n diegenen die bijzondere verdiensten hebben getoond voor de KHT
algemeen REUNIE ROLDUC Op 37 m a a r t 1982 is er op Rolduc een r e ü n i e voor h e n die leerling v a n het g y m n a s i u m zijn geweest vanaf 1983 en die uiterlijk m 1980 eindexamen hebben gedaan Het p r o g r a m m a loopt van 14 30 tot 23 30 u u r Opgeven doe je door vóór 1 februari 1982 ƒ 30,- over te m a k e n op giro 4291762 ten n a m e v a n P P J Reinders, Ligusterstraat 43, Nijmegen met vermelding v a n .REÜNIE '82' en je huidig adres, zo mogelijk ook studie of beroep a a n geven
Teneinde het onderwijsproces te s t u r e n vinden wekelijks, voorafg a a n d a a n h e t werken in d e groep, besprekingen p l a a t s w a a r i n vier groepen gezamenlijk met een docent de r e s u l t a t e n v a n de voorgaande week doornemen, a a n v u l l e n d e informatie verstrekken en zo nodig korrigeren Indien men a a n tenminste 9 werk kolleges aktief heeft deelgenomen, b e s t a a t de gelegenheid een a a n dit onderwijs aangepast t e n t a m e n af te leggen Nadere informatie zal worden verstrekt in h e t hoorkollege v a n 2 februari N B O p g r o n d v a n de evaluatie van de ervaringen met dit onderwijs in d e afgelopen j a r e n is besloten, de keuzemogelijkheid tussen ,oude stijl' en ,nieuwe stijl', die tot dit j a a r geboden werd en die nog in de studiegids vermeld staat, te laten vervallen U dient voor de werkkolleges m te tekenen tussen 4 en 22 j a n u a n 1982 bij mevr M Onderwater of mevr M M Mol, b e r e i k b a a r op toestel (66)2315, k a m e r B-629 Ook d a g s t u d e n t e n k u n n e n zich opgeven voor het avondkollege, d a t identiek zal zijn a a n de a n d e r e werkkolleges Informatie o m t r e n t plaats en groepsindeling wordt ad valvas gepubliceerd m gebouw A en zal worden verstrekt m het eerste hoorkollege
KOMMUNIQUE VAN D E HOGESCHOOLRAAD VAN 3 DECEMBER 1981 1 D e Raad n e e m t het j a e i r v e r s l ^ over 1980 v a n het KRIS, voor heen de D a t a b a n k , voor kennisgeving a a n . 2 D e Raad besluit de beschikbare r u i m t e van 30 studentassistent eenheden (3 formatieplaatsen) t.b.v. de bibliotheek, het Buro Buitenland, Studium Generale, het ORC e n h e t Rekencentrum te verdelen konform h e t voorstel v a n het Kollege v a n Bestuur. 3 D e Raad neemt voor kennisgeving a a n , d a t er om tegemoet te komen eian d e wensen v a n het d e p a r t e m e n t enige wijzigingen zullen worden a a n g e b r a c h t in d e samenwerkingsovereenkomst KHT THEKUN inzake informatika, welke vallen b i n n e n het man daat a a n het Kollege v a n Bestuur om zonodig h e t k o n t r a k t a a n te passen. 4 De Raad neemt met instemming k e n n i s van de richtlij'nen voor (re) organisatieonderzoeken. 5 D e Raad stemt in met een verlenging v a n de ambtstermijn van de huidige rector, prof. V a n Veldhoven, tot 1 juli 1983. 6 De Raad benoemt de h e e r Th. Schouw tot lid vein de THB redjiktieraad. D e heer Schouw is medewerker van de School voor Journalistiek in Tilburg. Hij volgt de heer Van Hooijdonk op. 7 D e Raad benoemt de h e e r Van N a h u y s tot lid v a n de HBC in de plaats van de heer Mijderwijk. Laatstgenoemde wordt tot lid benoemd v a n de Kommissie Reglementen m de p l a a t s v a n de heer Glombowski. Tevens wordt de heer Mijderwijk benoemd tot lid van de Kommissie Bouwzaken en Ruimtelijke Ordening Ten slotte benoemt de R a a d de heer J. D onders tot lid v a n de Kom missie Studentenbeleid. 8 D e Raad besluit tot benoeming v a n de heren Van Erp en Heynig en de herbenoeming vem d e h e e r Ey tot lid v a n de Kommissie S t u d i u m Generale. 9 D e Raad d r a a g t de heer D . Backx voor als lid v a n de Kom missie Studentenvoorzieningen v a n de Akademische R a a d t e r opvolging van d e heer D erks. 10 De evaluatie v a n de Wetenschapswinkel ontmoet een positief oordeel van de Reiad. Op voorstel van de studentraadsleden wordt ingestemd m e t het voornemen v a n h e t Kollege v a n Be stuur om h a n g e n d e d e definitieve inpassing v a n de Wewi in de KHTorganisatie een formatieplaats t.b.v. s t u d e n t a s s i s t e n t e n a a n de Wewi toe t e wijzen. Bij het Kollege v a n Bestuur wordt erop aangedrongen, in m a a r t 1982 de definitieve inpassing mogelijk te maken, en d a a r toe bij voorkeur analogie t e b e t r a c h t e n met de organisatorische vormgeving v a n het KRIS, S t u d i u m Generale en het THB. 11 De Raad stemt in m e t de notitie van de h e r e n H o p m a n en Geleynse, die een uitwerking vormt van d e besprekingen over de verbetering vtin het beheer tussen Kollege en Raad, n.a.v. de bestuurlijke krisis v a n 1980 en de indertijd d i e n a a n g a a n d e a a n vaarde moties. 12 De Raad brengt op voorstel v a n de frahties PSF en Breed Front de voorgelegde begroting t.b.v. het Lustrum 1982 met i 10.000 t e r u g tot in totaal ƒ 60.000, w a a r v a n ƒ 38.000 ten laste van de begroting 1982. In het algemeen wordt door de Raad verzocht en door h e t Kollege v a n Bestuur toegezegd dat de kosten zoveel mogelijk beperkt zullen worden. In het bijzonder wordt prioriteit gevraagd voor een wetenschappelijke aktiviteit en een voor studenten en personeel gratis toegankelijk feest. 13 De Raad stemt in m e t de beantwoording v a n de vragen v a n de minister v a n O&W over h e t komputerbeleid, m e t i n a c h t n e m i n g van de opmerkingen v a n u i t de Ra.adskommissies. Gestipuleerd wordt dat deze antwoorden niet k u n n e n worden beschouwd als geldend beleid, in afwachting v a n h e t beleidsplan automatisering. 14 De Raad besluit u n a n i e m tot h e t a a n g a a n v a n een raamovereenkomst met de Katholieke Leergangen, w a a r b i n n e n de samenwerking verder gestalte moet krijgen. Op basis v a n deelovereenkomsten zullen s t u d e n t e n v a n beide instellingen over en weer onderwijs k u n n e n g a a n genieten. Ook a n d e r e vormen v a n dienstverlening zullen voor beide gemeenschappen toegankelijk gemaakt k u n n e n worden. Op voorstel v a n PSF wordt er aangedrongen op het opnemen v a n t e n m i n s t e een s t u d e n t i n de begeleidingskommissies v a n deelovereenkomsten. 15 De Raad stelt vooruitlopend op de begroting 1982 ƒ 382.000 beschikbaar t e r besteding a a n een selektie v a n als k n e l p u n t e n aangemerkte projekten. In v e r b a n d hiermee d r i n g t de R a a d a a n op het starten van een onderzoek n a a r de studiesituatie v a n eerstejaarsstudenten a a n de KHT. In j a n u a r i 1982 zal worden bezien in hoeverre het mogelijk en gewenst is om nog n a d e r e voorstellen m.b.t. k n e l p u n t e n t e doen. 18 De Raad bestemt een b e d r a g v a n ƒ 203.033 a a n gereserveerde gelden ten laste van d e begroting overige lasten 1981: bovendien wordt daarbij een bedrag v a n ƒ 36.000 uit de personele middelen van 1981 betrokken. Het merendeel vaa deze middelen wordt toegevoegd a a n h e t egalisatiefonds groot onderhoud/exploitatievoorzieningen. De volledige besluitenlijst m e t d e d a a r o p betrekking hebbende stukken ligt t e r inzage bij d e Griffie v a n d e Hogeschoolraad, kamer B 1109, telefoon 2131.
EKONOMIE VAN DE ONTWIKKELINGSLANDEN Dinsdag 22 december, 12 00 u u r in DZ-50 voorbereidende bijeenkomst voor het tweede semester van het afstudeervak Ekonomie v a n de Ontwikkelingslanden, van W Pelupessy Bij v e r h i n d e r i n g kontakt opnemen met mevrouw H Laurey TENTAMENS De eerstvolgende gelegenheid om het t e n t a m e n convexe programm e r i n g af te leggen is op woensdag 13 j a n u a r i 1982, om 14 00 u u r , zaal CZ21 Voor het t e n t a m e n Markov I is d i t op woensdetg 27 j a n u a r i 1982, om 14 00 u u r , zaal CZ21. J. Kriens PROPEDEUSE EKONOMIE Voor eerstejaars studenten ekonomie wordt op dinsdag 29 december 1981 een responsiekollege voor statistiek 1 gegeven Plaats AZ 6 Tijd 14 00 u u r . MEDEDELING INFORMATIE BETREFFENDE BEDRIJFSEKONOMIE IV ORGANISATIE VAN DE ONDERNEMING (KANDIDAATS EKONOMIE EN EKONOMETRIE) De literatuurlijst voor het komend semester bevat de volgende titels - C Schieman beheersing v a n bedrijfsprocessen. Leiden, 1980 - C S c h e m a n / F Gosselink' Twintig ,cases' bi) beheersing v a n bedrijfsprocessen - A Oldendorf Organisatie v a n samenwerking in het bednjf, Utrecht, 1972 - Artikelenbundel 1982 Diktatenmagazijn) - Syllabus 1982 (Diktatenmagazijn) - Opgaven-syllabus 1982 (Diktatenmagazijn) HoorkoUeges op d i n s d a g m AZ-13 van 15 30-17 30 u u r Te beginnen op 2 februari 1982 Werkkolleges op donderdag m AZ-4 v a n 8 30-10 30 u u r en v a n 10 30 12 30 u u r , op vrijdag van 8 30-10 30 u u r en van 10 30 12 30 u u r in een n a d e r bekend te m a k e n zaal Avondkolleges op d o n d e r d a g in AZ-9 van 18 30-20 30 u u r Alle werk- en avondkolleges beginnen op 4 c q 5 februari 1982 Hierin staat de zelfwerkzaamheid van d e st«ident centraal Er wordt een relatie gelegd tussen theorie en praktijk, w a a n n aangesloten wordt bij de eigen ervaringen van de deelnemers Op die aanwezige k e n n i s k a n worden voort gebouwd Dit u i t g a n g s p u n t heeft een a a n t a l konsekwenties a De werkkolleges worden groepsdiskussiekolle,^es waarin groenen van ongeveer 10 studenten zelfstandig aan verstrekte opdrachten werkenb De opdrachten zullen zeker m de beginfase van het semester, zoveel mogelijk bij de ervaringen van studenten moeten aansluiten c De l i t e r a t u u r en de hoorkoHeees hebben mede als funktie aanvullende ervaring' te verschaffen
17
REPETITIEKOLLEGE VAN DE HEER J. H. M. VAN ERP De h e e r van Erp zal drie repetitiekolleges verzorgen, te weten - m a a n d a g 18 j a n u a r i 1982, - d i n s d a g 19 j a n u a n 1982, - woensdag 20 j a n u a r i 1982 De d n e kolleges zullen a a n v a n g e n om 09 30 u u r en eindigen om 12 30 u u r Ze worden gehouden in CZ-32
MeNu? PERIODE VAN 21 TOT EN MET 24 DECEMBER MAANDAG 21 DECEMBER - Heldere tomatensoep - Varkenskarbonade Champignonroomsaus - W i t t e boontjes met snijbonen - Gekookte a a r d a p p e l e n - Diverse nagerechten DINSDAG 22 DECEMBER - Preisoep - Stoofvlees - Gemengde groente - R a b a r b e r - Patates F n t e s Gekookte aardappelen - Diverse n a g e r e c h t e n
CIF Doktoraal vak voor de C - n c h t m g wijsbegeerte v a n het thelogisch wetenschapsgebied (doktoraal bijvak Filosofie II v a n d e theologische fakulteit) Politieke Filosofie. Docent D Loose Vorm hoorkollege De kolleges worden gegeven m L-110 op vrijdag van 9 00 tot 11 00 u u r Eerste kollege op vnjdag 5 februari Onderwerp BAUDRILLARDS k n t i e k op de konsumptiemaatschappij breekt met elke behoeftetheone (gebruikswaarde) of ekonomische r u i l w a a r d e Een universeel vigerende differentiërende tekenwaarde, h e t verdedigingsmechanisme v a n de kapitalistische maatschappij bij uitstek, o n t k r a c h t zelfs elke politieke ekonomie of politieke theorie m het algemeen Het door BAUDRILLARD aangeboden alternatief (de symbolische waarde) neemt n u eens de vorm a a n van een utopisch tegengif, d a n weer van een nihilistische doodsteek Het roept m ieder geval vragen op n a a r het symbolische in het algemeen en de e r v a r i n g van de wegebbende realiteit' twee g r o n d t h e m a ' s u i t de h e d e n d a a g s e Franse filosofie, b i n n e n welk d e n k k a d e r d e positie van B a u d n l l a r d moet omschreven worden D. Loose
SEMINAR PSYCHIATRISCHE SOCIOLOGIE 1982 De afdeling Preventieve en Sociale Psychiatrie van de Fakul teit der Geneeskunde v a n de Erasmus Universiteit in Rotterdam organiseert voor keuze- en bijvakstudenten een seminar als inleiding m d e vakken psychiatrische sociologie en sociale psychiatrie Het seminar vindt p l a a t s op 14 m a a n d a g m i d d a g e n v a n 14 00 tot 17 00 u u r m d e periode van 8 m a a r t tot en m e t 7 juni 1982 A a n dit seminar k a n door dertig studenten worden deelgenomen Aanvragen voor h e t p r o g r a m m a , en opgave voor deelname a a n het seminar, schriftelijk bij. - M a n n a Smit Afdeling Preventeve en Sociale Psychiatrie Erasmus Universiteit Postbus 1738 - Rotterdam (telefoon 010 - 634107 organisatie) - Inhoudelijke inlichtingen bij Broos Verdonk (telefoon oio - 634102)
WOENSDAG 23 DECEMBER - Gebonden champignonsoep - Gebakken kabeljauw m e t Holandaise s a u s - Bladspmazie met ei - Aardappelpuree DONDERDAG 24 DECEMBER - Diverse n a g e r e c h t e n - MENU VAN DE DAG PÉRIODE VAN 28 TOT EN MET 31 DECEMBER MAANDAG 28 DECEMBER - Gebonden aspergessoep - Gebakken kalkoen m e t jachtsaus - Spitskool met h a m s a u s DINSDAG 29 DECEMBER - Gekookte a a r d a p p e l e n - Diverse nagerechten - Mmestronesoep - Jachtschotel met appelmoes - Diverse n a g e r e c h t e n WOENSDAG 30 DECEMBER - Schotse boeresoep - Sauc^sje met vleesjus - Bloemkool met melksaus - Gekookte a a r d a p p e l e n - Diverse n a g e r e c h t e n DONDERDAG 31 DECEMBER - MENU VAN DE DAG VAN 18 TOT EN MET 31 DECEMBER 1981 IS HET RESTAURANT NA 14.00 UUR GESLOTEN PERIODE 4 TOT EN MET 8 JANUARI '82 MAANDAG 4 JANUARI - Heldere Kippesoep - W i e n e r Schnitzel met Champignons - Worteltjes met Doperwten - Gekookte a a r d a p p e l e n - Diverse nagerechten DINSDAG 5 JANUARI - Erwtensoep - Cordon Bleu met Tomaten saus - Witlof - Aardappelpuree - Diverse nagerechten WOENSDAG 6 JANUARI - Tomaten Paprikasoep - Babi Pang-(Sang - Atjar - Rijst of Gekookte aardappelen - Diverse nagerechten DONDERDAG 7 JANUARI - Gebonden Selderysoep - Kippeboutje met vruchtensaus - Gebakken a a r d a p p e l e n m e t groente, spek, uien, champignons en zilveruitjes of - Gekookte aardappelen - Diverse nagerechten VRIJDAG 8 JANUARI - Kerrysoep - Gehaktballetjes met Papnkasaus - Gemengde sla - Macaroni of Gekookte aardappelen - Diverse nagerechten
THP 16 - 18 december 1981
«!■ Vervolg van pagina 13
YVETTE „Dag", zei ik. „Dag", zei ze.
Ik stond op het punt de Staten Laan over te steken. „Morgenvroeg'', riep ze. Ik draaide me om. „Misschien zie ik je morgenvroeg.'' We aarzelden alleliei. Toen liep ik op haar toe. „Waarom veracht je me?" vroeg ik. „Ik veracht je verdomme niet", zei ze. „Ik kan het niet uitleggen. Je begrijpt het toch niet. Je bent zo'n vervloekte halfzachte." „Ja", zei ik. „Misschien is dat wel zo." „Dat is helemaal niet zo, idioot", zei ze. „Verdedig je nou eens. Ai zou het zo zijn, dan nog is het niet zo. Laat je niet altijd meteen afslachten. Verweer je! Verweer je een keer, in Godsnaam!" „Ja", zei ik. „Ik zal me verweren. Vanaf morgen zal ik proberen me te verweren." „Snap je dan niet dat je me het bloed onder de nagels uit treitert met dat halfzachte gedoe? Verdedig je! Als ik je ooit je ogen uitkrab, is dat omdat Je je nooit verdedigt." „Ik begrijp het", zei ik. „Het is mijn fout." „Je moet nu naar binnen gaan", zei ik. „Je hebt niks aan." Ze glimlachte. „Wil mijn schatje dat ik naar binnen ga?'' „Dat wil ik", zei ik. „Krijg ik nog een kusje van mijn schatje?" Ik gaf haar een kus. „Ik doe alles wat mijn schatje verlangt", zei ze. „Hij weet niet half hoe gek ik op hem ben." ns tijdelijk verbond, onze samenzwering tegen de feest dagen, was hecht. Op Oudjaarsnacht waren we nóg bij elkaar. Op 11 januari ook nog. Het was 12 januari, elf uur 's ochtends. We maakten één van onze vele wandelingen en liepen door het D iana Pad. „Dat was het dan", zei ze. „Wat bedoel je?", vroeg ik. „Je weet verdomd goed wat ik bedoel", zei ze. „Houd je maar niet van de domme." Ze greep me vast, bij mijn arm.
„Henry", zei ze, „jij weet net zo goed als ik dat het er een keer van komen moet." „Ik weet hef', zei ik. „Als we niet uit elkaar gaan, ga jij de vernieling in. Ik maak gehakt van je. Ik kan het niet tegenhouden." „Nee", zei ik. „Het is ook jouw schuld", zei ze. „Jij zult het nooit leren. Jij bent zo'n halfzachte." „Ik weet het", zei ik. „Je bent niet opgewassen tegen mij'', zei ze. „Je bent niet hard genoeg. D aarom kan het nooit iets worden. Je zou moeten leren jezelf beter te verdedigen." ,Je krijgt het koud", zei ik, „als je zo blijft stilstaan.' „Eigenlijk", zei ze, „zou jij het moeten zijn die er een eind aan maakt Jij lijdt l^ei ergst onder onze verhouding. Tenslotte ben jij het die er aan kapot gaat." We liepen verder, arm in arm. ,yMaar jij kunt het niet", zei ze. „Jij hebt een te zacht karakter. Jij laat je nog liever doodtreiteren dan dat je er een einde aan maakt." Ik trok haar dichter tegen me aan. „Ik heb er geen moeite mee", zei ze. „D aar sta ik bekend om. Ik sta er bij jou bekend om dat ik keihard ben en met dit soort dingen niet de minste moeite heb." Ik huilde, want ik hield mateloos van haar. Terwijl wij daar door het D iana Pad liepen, voelde ik dat ik mateloos van haar hield. „Waarom moet dit gebeuren?", vroeg ze, aan de bomen, aan de sneeuw op de daken. „Waarom ben jij niet anders? Waarom ik niet?" Het gevoel van een enorme tragiek maakte zich van me meester. Ik antwoordde haar niet. Ik wilde niet dat ze merkte dat ik liep te janken. Tenminste één keer zou ik bewijzen dat ik ook anders kon zijn. Tenminste één keer zou ik hard zijn. „Je bent verdomd aardig voor mij geweest", zei ze. „Jij kunt het ook niet helpen." Ik wist dat ik moest zeggen dat zij ook aardig was geweest. D at ze daar op wachtte. En dat ze er recht op had. Meer nog dan ik. Maar het kon niet. Het kon eenvoudig niet. Als ik hard wilde zijn. „Jij hebt ook je best gedaan", zei ze. „Mijn God", dacht ik. Ik had me al een vijftig meter door Yvette laten leiden, omdat ik geen hand voor ogen zag. „Het is uit", zei ze. „Ik neem hier afscheid van je. We kunnen blijven wandelen tol we een ons wegen. Dat heeft geen zin."
•'■^¥
KULTUKEEL SEN]
Nederlandse: animatiefilms K23 D ECEMBER JTOT EN MET 3 3/ ,Made in Holland' stelling over a n i m
Zeg dan toch dat je haar aardig vindt, klootzak. Zeg het dan.
„Ik wil nog een laatste zoen van je", zei ze. „Eén die ik niet vergeet." Aide theaterzaal vai Sentrum te zien i' Blijf hard, zei ik tegen mezelf. Bewijs nu dat je haar waard was. ber tot en met 3 j Ik zoende haar niet. Ze zou het gemerkt hebben als ik haar gezoend had. Ik drukte' 'In Nederland is t< alleen heel even haar hoofd stevig tegen mijn borst. Toen draaide ik me om en stak' lend weinig aanda animatiefilms als de straat over. Het was een wonder dat ik niet overreden werd. Ik zag geen hand' de oorzaak hiervai gebrek aan Nedei voor ogen. ,^ het zeker niet. re Tymen Trolsky
Nederlandse anim iternationale filmJ jpriizen. Zo ontvin .^onlangs voor zijn f '\zee en in de luc ^'iBeer op het filmfe '^Aanleiding genoeg ïtene van CRM oi |van de kollektievi 'onder andere een «te organiseren me
Elke afstuderende bedrijfseconoom (m/v) zou dat verhelderende gesprek met Unilever moeten hebben. Waarbij wij veronderstellen dat u de tijd rijp acht voor brede oriëntatie op financieeleconomische functies. De mogelijkheden bij Unilever kunnen we zonder meer aantrekkelijk noemen. Primair door decentra lisatie, zodat bij dochter maatschappijen en op hoofdkantoor afdelingen te kiezen valt uit een verscheidenheid van functies. Daarnaast brengt de ongekende diversiviteitvan "alledaagse" produkten, die het Unilever assortiment kenmerkt, een gezonde dosis dynamiek met zich mee die doorwerkt in de bedrijfseconomische functies. Hoe kunnen we uw eventueel toekomstige functie bij Unilever globaal omschrijven? Als gesitueerd midden in de dagelijkse produktie en afzet van een der werkmaatschappijen bijvoorbeeld, waarbij u intensief contact onderhoudt met produktie, inkoop en marketing. U ontmoet hier moderne produktie, marketing en verkooptechnieken en ervaart dat voor beheersing van deze processen in alle geledingen bedrijfs economische ondersteuning van belang is.
Een bijdrage in formulering en uitvoering van het beleid wordt binnen korte tijd van u verwacht. Overigens blijkt ook Unilevers afdeling Interne Accountants controle vaak een interessant platform voor verdere ontplooiing. Met direct al een functie die een controlerende en adviserende taak plezierig integreert. U ontmoet in uw werk enorm gevaneerde Unileverbedrijven. Dit resulteert niet alleen in een afwisselende job, maar geeft u tevens een waardevol pakket ervaring, door Unilever ook voor toekomstige functies hooglijk gewaardeerd. Als u uzelf in een beleidsuitvoerende en formulerende sector bij Unilever ziet zitten, periodieke wisseling van functie en standplaats aantrekkelijk vindt en bovendien niet schrikt van een postdoctorale accountancy opleiding, willen wij u graag ontmoeten. Oriënterend en uiteraard geheel vrijblijvend. Een afspraak voor een verhelderend gesprek maakt u met de heer R. Staal. Zijn telefoonnummer Is 010644240.
18
STUDIUM GENERi
Gard van We
schilderij ententoon 7 tot en met 27 jani opening donderdag 16.00 uur, ruimte bl
Unilever omvat een indruk wekkend aantal werk maatschappijen. In 75 landen staan haar medewerkers midden in het dynamische marktgebeuren van alledag. Dit biedt de goede manager hoogst interessante kansen in een veelzijdig concern. Indien u behoefte heeftom geïnformeerd te worden over andere mogelijkheden bij Unilever, dan kunt u vanzelf sprekend eveneens contact opnemen. Belt u dan: 010644232.
Kommentaar van F „Nu toont Gard va fijntonige doeken, vorm met abstraktl mag worden, m a a r inhoud als beelden heid, van een bijna overkomen. En dan vast dat de doeken eenvoudigste komp hl) aan de hand va Voorzichtige bezonl zachtrose, grijzen, van zijn binnenwer veel verder reiken met een complexe I Hij is een wat cont< figuur, een bedach die toch wel buien durf en uitbundigh een doek waarin ee de toon aangeeft ei straling krijgt. Ma£ Zijn zaak, de komp( hem niet uit de hai jPUBLIKATIE
\
Wetenschap! samenleving^
u
Unilever
I
Het nieuwe numm schrift .Wetensch levmg' IS gewijd .Psychiatrie, Wete tiëntenbeweging'. In dit nummer, de jn samenwerking i bond, wordt ingeg de planning er ten aanzien vai hulpverlening; de plaats van de medicijn binnen <■ mndische aspekl chiatrie, zoals: (
'' houdoe
< kan I
,, " ; * s
^êj^''~:v^y;
Herts film, niet in Ernest Claes' boek) steeds weer tegen vaderfiguren opbotst en ze kontesteert, zo konfronteert en kontesteert De Herts cinema, soms subtiel, soms rechtoe, r e c h t a a n , de ,autoritaire' beelden en de autoriteit v a n beelden. Leopold, Boer Coenen, d e W i t t e s vader, ex-minister van Defensie Paul Vanden Boeynants, Ernest Mandel (de ,goede' surrogaatvader uit LE FILET AMÉRICAIN), de bisschop uit CAMERA SUTRA, de autoriteiten die zich als gieren op het lijk van wielrenner Monneéré storten in DE DOOD VAN EEN SANDWICHMAN, de belachelijke hoogwaardigheidsbekleders uit DE BOM (met ook de ,goede surrogaatvader' Louis Paul Boon) . . .met zijn enkele van de ,vaderfiguren' die in De Herts films fungeren als imaginaire antagonisten voor de (even imaginaire) figuur van Robbe, de kontestaire cineast. FILMLIGA
Lefou Scene uit de film 'Ei om zeep' van Paul Driessen
IKULTUREEL SENTRUM
iNederlandse animatiefilms
voor m tot
rukte stak hand
23 DECEMBER TOT EN MET 3 JANUARI
I
,Made in Holland' is een tentoonstelling over animatiefilms, die in de theaterzaal van het Kultureel Sentrum te zien is van 23 december tot en met 3 j a n u a r i . In Nederland is tot dusver opvallend weinig a a n d a c h t besteed a a n animatiefilms als kunstvorm. Wat de oorzaak hiervan ook moge zijn, gebrek aan Nederlands talent is het zeker niet: regelmatig vallen Nederlandse animatiefilms op internationale filmfestivals in de prijzen. Zo ontving Paul Driessen onlangs voor zijn film ,Te land, ter zee en in de lucht' de Zilveren Beer op het filmfestival te Berlijn. Aanleiding genoeg voor het ministerie van CRM om in het k a d e r fjVan de koUektievorming dit jaax Ijonder andere een tentoonstelling e organiseren met als onderwerp
olsky
STUDIUM GENERALE
Gard van Wegberg schilderij en tentoonstelling 7 tot en met 27 j a n u a r i opening donderdag 7 j a n u a r i , 16.00 uur, ruimte b ^ de a u l a P^Kommentaar van Paul Haimon: „Nu toont Gard van Wegberg fijntonige doeken, « a a r v a n de vorm met abstraktie aangeduid ^ u a g worden, m a a r die n a a r de ^ n h o u d als beelden van innerlijklieid, van een bijna gewijde r u i m t e overkomen. En d a n stelt m e n ^ast dat de doeken met d e .TOnvoudigste kompositie, waarbij j hij aan de hand van de kleuren, i Voorzichtige bezonken kleuren, i zachtrose, grijzen, mooie blauwen, J", van zijn binnenwereld vertelt, (Veel verder reiken d a n de doeken ^ e t een complexe tekening. KHij is een wat contemplatieve figuur, een bedachtzame zoeker die toch wel buien heeft v a n ourf en uitbundigheid, zodat ook een doek waarin een warm rood de toon aangeeft een verrassende straling krijgt. M a a r hij beheerst Zijn zaak, de kompositie loopt hem niet uit de h a n d . " UBLIKATIE
i
Wetenschap & samenleving Het nieuwe n u m m e r van h e t tijdschrift ,Wetenschap & Samenleving is gewijd a a n het t h e m a .i'sychiatrie. Wetenschap en Patiëntenbeweging'. In dit nummer, d a t gemaakt werd >n samenwerking met de Clientenoond, wordt ingegaan op; - ae planning en voorzieningen ten aanzien van psychiatrische • nulpverlening; - de plaats van de therapie en het medicijn binnen de psychiatrie; - juridische aspekten van de psycaiatrie, zoals: dwangmedikatie.
de Nederlandse Animatiefilm. O n d e r een animatiefilm wordt verstaan: een film die beeldje voor beeldje is opgenomen, zodat tekeningen, foto's of objekten de suggestie wekken, levend gefilmde beelden te zijn. Er wordt werk getoond van Nederlandse animatiefilmers, geselekteerd op kwaliteit. Harrie Geelen bijvoorbeeld is vertegenwoordigd met zijn film ,Je moet het zelf m a a r (w)eten', een in opdracht g e m a a k t e voorlichtingsfilm. Aan de h a n d van werk van de Toonder/ Geesink Studio's wordt in de tentoonstelling een grote hoeveelheid verschillende technieken en gebruiksgebieden gedemonstreerd. Als individueel producent is verder Wim Giesbers vertegenwoordigd, werkzaam op het gebied van de kommerciële animatiefilm. Hij beheerst vele technieken en voert zijn films veelal ook zelf uit. Tenslotte is e r van Paul Driessen, mak e r van vrije animatiefilms in Nederland en ook in Canada, oud en nieuw werk te zien, zoals onder a n d e r e een gedeelte van de film ,Te land, ter zee en in de lucht'. krankzinnigenwet, registratie en financiële kwesties. Het n u m m e r is verkrijgbaar bij het Kritisch Informatie S e n t r u m (KRIS) of door overmaking van ƒ 9,10 op giro 22321, ten n a m e van V W W te Utrecht, o.v.v. ,W & S nr. 10'. FILMLIGA
De witte van Zidiam Dinsdag 29 december Aanvang: 22.30 u u r Regie; Robbe de Hert m e t Eric Clerkx (de Witte), Paul S'Jongers (boer Coenen), Willy van der Meulen, Blanka Heirman, Jos Verbist, Magde de Winter, Ralf Troch, Luc Philips, M a r t h a Dewachter, Paul-Emile Van Royen, Bert Struys, Cris Cauwenbergs e.v.a. België 1980, 106 m i n . / k l e u r . De W i t t e wordt uit de klas gegooid, voor één of a n d e r e deugnieterij. Hij komt terecht in h e t ,rommelhok' (waar hij Hendrik Consciences De Leeuw van Vlaanderen zal vinden). Een vreemde lichtstraal beroert een borstbeeld d a t al jaren in het hok weggeborgen is. W e sdhrijven het j a a r negentienhonderd, of d a a r o m t r e n t . Vlaanderen, Limburg, Zichem. We hebben net een k a a r t van Belgisch Kongo in de klas zien h a n g e n h e t borstbeeld, weggestouwd in deze vergeetput v a n de school, is d a t van Leopold I, k o n i n g der Belgen. Dat beeld, vreemd uitgelicht, een onbelangrijk zijsprongetje in de film, een detail om het detail lijkt het, is toch belangrijk, blijft bij: het is het beeld van de v a d e r (des vaderlands). Honderdéénenvijftig jaar vaderland kent België, sinds het zich afscheurde v a n Holland. Het werk van Vlaanderens belangrijkste cineast, Robbe de Hert, d r a a i t steeds weer rond d a t bortbeeld. het beeld v a n de vader, het beeld, beelden, tv- en filmbeelden van de autoriteit. En zoals de W i t t e (in de
AMBASSADE-BIOSKOOP, 22.30 u. Dinsdag 221 december Regie: Claude Goretta, Zwitserland 1970. LE FOU is d e eerste speelfilm v a n Claude Goretta. He is het verhaal van een brave werknemer, die zijn plichten als magazijnmeester met grote nauwgezetheid en zonder enige arbeidsvreugde vervult, tot hij om gezondheidsredenen met pensioen wordt gestuurd. Hij verliest zijn spaarcenten als hij op het kompas v a a r t met een volkstrekt o n b e t r o u w b a a r beleggingsburo. Hij neemt w r a a k op de wereld door in te breken in de villa van zijn vroegere chef. In De Nieuwe Linie schreef Dick Ouwendijk; ,,Het is bewonderingswaardig zoals (Soretta met geb r u i k m a k i n g v a n d e soberste middelen de d r a m a t i e k heeft k u n n e n verbeelden van een in klein fatsoen versmoord leven (. . .) Het is een beslotenheid van leven. Een kringloop v a n eenzelvigheid. De m a n voelt zich er niet gelukkig bij. M a a r ook niet ongelukkig. Hij is er. En dat is alles. Zijn bestaan is een isolement. M a a r d a t doet h e m op gevoelsnivo niets. De manier waarop Goretta inzicht geeft in dat isolement versterkt je ind r u k v a n volstrekte menselijke verlatenheid."
HOGESCHOOL
Wetenschapswinl(el Bij de Wetenschapswinkel Tilb u r g komen regelmatig vragen binnen van groepen die zelf geen geld hebben om Wetenschappelijk onderzoek d a a r n a a r te laten verrichten. De Wetenschapswinkel probeert (kosteloos) deze vragen te laten onderzoeken binnen de onderzoeks- en onderwijsprogramm a ' s op de hogeschool. Hieronder treft u twee vragen welke de laatste m a a n d bij ons binnen kwamen: - Een v r a a g van de Brabantse Milieu Federatie (BMF). Nageg a a n wordt of gescheiden inzameling van diverse huishoudelijke en/of bedrij f safvalstoffen mogelijk is binnen de gemeente of het stadsgewest Tilburg en wat hiervan de voordelen c.q. nadelen zijn. - Een v r a a g van het COSBO (Centraal Orgaan Samenwerkende Bond v a n O u d e r e n ) . Onderzoek en evaluatie v a n deeln a m e van ouderen a a n de gemeentepolitiek. S t u d e n t e n / t e s die belangstelling hebben om in het k a d e r v a n h u n studie één van deze vragen te g a a n onderzoeken k u n n e n k o n t a k t opnemen met ons. Wij zijn elke morgen van 9.00 tot 13.00 u u r aanwezig op k a m e r F-25. Tot slot nog een mededeling: wij zijn gesloten vanaf 21 december tot en met 3 j a n u a r i 1982. De Wetenschapswinkel Kamer F-25 Telefoon 682645 Elke morgen v a n v a n 9.00 tot 13.30 u u r .
19
tentoonstellingen KATHOLIEKE HOGESCHOOL Van 7 tot en met 27 j a n u a r i 1982: Schilderijen van Gard van Wegberg. Opening; 7 j a n u a r i om 16.00 u u r . KULTUREEL SENTRUM Tot en met 10 j a n u a r i ; Tekeningen en schilderijen van Joost Sicking. Tot en met 10 januari; Kleuretsen van Ben d ' A r m a n g n a c . Tot en met 10 j a n u a r i : Grafiek van G e r h a r d von Graevenitz. Van 23 december tot en met 3 januari: .Made in Holland'; tentoonstelling over animatiefilms. NOORDBRABANTS NATUURMUSEUM Tot en met 30 april: B r a b a n t s Bodem; tentoonstelling over de ontstaansgeschiedenis v a n de Brabantse bodem. VOLKENKUNDIG MUSEUM Tot en met 3 j a n u a r i ; .Turks Kind'; over de situatie van Turkse kinderen zowel in Nederland als in Turkije. SCHOUWBUBGGALERIE Tot en m e t 3 j a n u a r i ; Fototentoonstelling v a n J o h n v a n Groenedaal rond het t h e m a ,jongeren'.
Japan in London De Stichting I n t e r n a t i o n a a l Stud e n t e n Contact ( S I S O organiseert v a n 12 tot 15 februari 1982 een l a n g weekend in London in het k a d e r v a n de .Great JAPAN-exhibition'. Deze unieke, wereldberoemde en grootste tentoonstelling wordt geh o u d e n in de Royal Acadamy ot Arts en bevat koUekties uit d e Edo-periode (1600-1668). In diverse a n d e r e m u s e a en galleries zijn a a n v e r w a n t e tentoonstellingen georganiseerd. De totale reis-som b e d r a a g t slechts ƒ 155.-, inbegrepen: - r e t o u r Amsterdam-London (vrijdagavond - m a a n d a g o c h t e n d ) - 1 o v e r n a c h t i n g -1- ontbijt - toegang tot de tentoonstelling + EXTRA!!; toegang tot de musical EVITA in h e t Prince Edward Theatre (Webber hit musical based on t h e life of Eva Peron) Informatie en a a n m e l d i n g zo spoedig mogelijk, in elk geval vóór 11 j a n u a r i 1982 (wie h e t eerst heeft betaald k a n mee: maximaal 40 personen!) bij: William Rodenburg Tichelstraat 3 1 " . 1015 KS A m s t e r d a m telefoon: 020-410852 (overdag) 020-257289 ('s avonds) gironummer; 4476886 met vermelding v a n .Japan' + kollegekaartnr. STADSSCHOUWBURG OPERA
Die Zauberflöte VAN MOZART ZATERDAG 9 JANUARI AANVANG: 20.00 UUR Deze beroemde opera van Wolfg a n g A m a d e u s Mozart wordt door de Nederlandse Opera Stichting gebracht in een regie van Filippo Sanjust. Met h e t Residentieorkest onder leiding van dirigent H a n s Vonk en h e t Nederlands Operakoor onder leiding van Siebe Riedstra. De toegangsprijzen zijn ƒ 25.-. ƒ 27.50 en ƒ 30.-. Er zijn geen reduktie-mogelijkheden. De kaartverkoop start op zaterdag 2 januari.
memo december ZATERDAG 19 DECEMBER Stadsschouwburg, 20 15 u u r : Muzikale komedie .Madam' mH^^ Annie M. G. Schmidt. Met Conny Stuart, Trudy Labij en Ton Kuyl. Stadsschouwburg, 20.30 u u r : .Globe' met ,Glück' in een regie van Paul Vermeulen W i n d s a n t . Met Thea Boermans en Liesbeth Coops. ZONDAG 20 DECEMBER M a r a n a t h a , 11.00 u u r : Viering met kinderen en anderen t e r voorbereiding van h e t Kerstfeest. Stadsschouwburg, 12.30 uur; Openbare repetitie Tilburg Big Band onder leiding van dirigent J a n Nooyens. M a r a n a t h a . 16.00 uur; Kerstkonsert door het Zuid Nederlands Kamerkoor. Stadsschouwburg. 20 15 u u r : Muzikale komedie .Madam'. (Zie 19 december). MAANDAG 21 DECEMBER Olof, vanaf 18.00 u u r : Tentamenborrel. DINSDAG 22 DECEMBER Olof, 21.00 u u r ; Wintersportfeest. Ambassade-bioskoop, 22 30 uur; Filmliga met .Le Fou'. Regie; Claude (Joretta. WOENSDAG 23 DECEMBER Kultureel S e n t r u m . 20.30 uur; Filmhuis. Oude Amerikaanse animatiefilms en animatiefilms van Co Hoedeman. Toegang gratis. DONDERDAG 24 DECEMBER Kultureel S e n t r u m . 20.30 uur; Filmhuis. Oude Amerikaanse animatiefilms en animatiefilms van Paul Driessen. M a r a n a t h a . 22.00 uur; Thema: Is er in Gods-naam nog menselijkheid mogelijk in het h u i s van de menseneter? Viering v a n het Kerstfeest. ZATERDAG 26 DECEMBER Kultureel S e n t r u m , 14.00 u u r : Trio J a n s s e n . Baars en Rouppe van der Voort, hedendaagse geïmproviseerde muziek. Stadsschouwburg, 20.15 u u r : ,Vrolijk Pasen', een p r i m a blijspel van de Franse a u t e u r J e a n Poiret in een regie v a n A n d r é van den Heuvel. Met A n d r é v a n den Heuvel, Kitty Janssen, Teuntje de Klerk, J o k e van den Berg, Marijke Kleyn en J a n Vreeken. ZONDAG 27 DECEMBER M a r a n a t h a , 11.00 u u r : Bijbels leerhuis-groepen. Kultureel S e n t r u m , 14.00 u u r : Filmhuis. Animatiefilms v a n Gerrit v a n Dijk, Niek Reus, Ronald Bijlsma. Ronald Raaym a k e r s . Karin Wiertz. J a c q u e s Verbeek en a n d e r e n . Stadsschouwburg, 20.15 uur; ,Vroliik Pasen'. (Zie 26 december). MAANDAG 28 DECEMBER Theseus, 21.00 uur; Film ,Breaking Glass', alleen voor leden. Entree een piek. DINSDAG 29 DECEMBER Theseus, 20.00 u u r ; HB-vergadering. WOENSDAG 30 DECEMBER Kultureel S e n t r u m , 20.30 u u r ; Filmhuis. Animatiefilms v a n de C a n a d i a n Fllmboard m e t o n d e r a n d e r e N o r m a n McLaren, Co Hoedeman. P a u l Driessen e.a. Theseus, 21.00 u u r ; 'n Nieuwe Lente. Disko. THE 16 - 18 december 1981
^m
M:^^
Studentenkookboek In de nog steeds bloeiende handel van huls, tuin en keukenlektuur verscheen zo pas ook een ,Studentenhooh boek'. Berty van Essen kreeg van een aantal studenten kulinaire eksperlmenten toe gestuurd die zij verwerkte in een handig werkje, uitge geven bij Van D ishoeck. Zij heeft begrepen, dat de koop kracht van de student stag neert, m a a r hoopt dat hij of zij in het eigen keukentje wonderen wil blijven doen. „Studenten zijn waarschijn
lijh een even heterogene groepering als ■ .ffederlan ders', maar de meeste stu denten hebben twee proble men gem,een: een beperkte behuizing en een beperkt budget. Toch moeten ze met die beperkingen hun huis houding runnen", aldus Ber ty van Essen in de inleiding. Haar recepten zijn meestal .eenpansgerechten' m a a r ze vult het kookboek a a n met een tiental menu's voor wie in groep n a een (goed of slecht) tentamen wat uitge breider wil tafelen. Er van uitgaande dat studenten nood hebben a a n basisinfor matie over het roeren in pot ten en pannen, vult zij enkele pagina's met aanwijzingen en handige tips. Praktisch als je weet dat je een deegrol kunt vervangen door een fles en hoe je rijst langzaam g a a r kunt koken met de hooikist of slaapzakmethode. Grasduinend in de recepten moet men vaststellen dat het studentenkookboek, met enige fantasie meer uit de
pan tovert d a n de traditio nele kool met worst! Bë^rly bestrooit h a a r recepten kwis tig met kruiden en spece rijen, durft hier en daar de onmisbare onderdelen van een goede keuken: knoflook, ui, citroen, olie, azijn, room en kaas, aanbevelen en laat exotische groenten door het gastarbeiderseffekt te koop op al onze markten ruim aan bod komen. J a m m e r dat wijn en cognac als keuken ingrediënt te vaak worden vervangen door sherry, zo als ook onmisbare olijfolie slechts uitzonderlijk (voor zichtig) wordt aangeprezen als vervanging van boter. De recepten: veel goeds uit de Nederlandse keuken zo als een achttal variaties op stamppotten, erwtensoep en andere peulvruchtengerech ten. Verder een gamma ra gouts, rijstbereidingen, oos terse gerechten, enkele Ita liaanse pasta's en hier en daar een Frans recept, zoals ratatouille (zónder olijfolie, m a a r mét rode wijn) en een
^ CF " achterklap heuse provengaalse vissoep (mét olijfolie, m a a r zónder rouille en dus nog lang geen bouillabaisse uit Marseille). Bij de bereiding van sausjes, dé kulinaire afwerking in de keuken, ontbreekt fantasie. Valt er niets anders te ver zinnen dan roux, melk en béchamelsaus? Ook in de af deling vleesgerechten blijft armoe troef, m a a r daar is misschien een verklaring voor; Berty schreef ooit ook het .vegetarisch kookboek'. Zij beperkt zich tot de goed kopere vleessoorten: gehakt, spek, ham, stoofvlees, lever en kip en tot de ondefinieer bare ,lappen'. Worsten ont breken gelukkig. Eenmaal zet ze kippelevertjes op het menu. Abats' zoals niertjes, darmen, longen, testikels (de echte Brusselse choe sels), div. dierlijke hersenen, schapemaag, varkenspootjes en andere lekkernijen ver dwijnen hier nog te vaak in de afvalemmer. Inventieve studenten kunnen deze ingre diënten voor allersmakelijk
ste vleesgerechten voor geen geld a a n de poorten van on ze slachthuizen afhalen. La ter zullen sommigen als ge. arriveerde akademici zwaar dokken voor deze tong strelende statussymbolen zoals ,Rognons sautés au ma dère' in de betere binnen en buitenlandse restaurants. Er valt nog veel meer te be denken voor de smalle stu dentenbeurs, zoals dit re cept waarmee wij ons in on ze studententijd overeind hielden: 1 kg. griesmeel, i glas olijfolie, water, zout W a t water door de olie klop pen en deze met het gries meel vermengen. Zout toe voegen. Kneden en het deeg platmaken (2 cm.). In een hete pan bakken. D eze koe ken zijn verrukkelijk wan neer ze lauw worden geser veerd. Maar wij hadden toen (mei '68) nog geen kook boek, behalve het ,Anarchist cookbook'. E. V,
PSF: St
Het Stichting: om niet in te Renée Erich> benoemen. „[ En de Vrouwï liet Sticlitingï
Op 18 juli van de Tilburgse I vertentie kan< tunktie van b (afgekort: buL raad. Voor i posten werd s iemand met e tot de vrou gmg. Meerdert op de adverte hen schopte i de procedure. de Hogeschool Renée ErichV
. s t u d e n t e n k o o k b o e k " door Berty v a n Essen. Uitgeverij Van D is hoeck/Unieboek B.V., Bussura PrijS! f 24,50.
Foto 1: De jager legt aan. Foto 2: Lustenhauwer op de vlucht. Foto 3: Het zwijn gevangen.
Overstekend wild Schaarste en bezuiniging zijn niet aangenaam, maar leiden soms wél tot doortastende vindingrijk heid. Wat te denken van de vondst om de tuindienst wild uit te laten zetten in de Oude Wa rande teneinde de totale kerst kosten (waaronder natuurlijk weer de nodig kilo's vleeswaren) dit jaar een beetje te drukken? Professor Vaandrager kwam op het idee. Waarom dat antieke jachtgeweer werkloos boven de open haard laten hangsn, dacht hij op gegeven ogenblik toen de inspiratie voor een nieuw artikel even verstek liet gaan. Waarom niet ermee geschoten? Dat kan verdorie een lieve duit schelen als moeder de vrouw in december haar wildbraad niet van de Keur slager hoeft te betrekken. Vaan drager liet het ideetje als proef ballon op tijdens de Diësborrel: er was die middag nog geen re gel opwindende tekst gesproken
dus dat jachtgeweer ging er we in. Twee dagen later vond de oprich tingsvergadering plaats van St. Hubertus' Broekriem, katholieke akademische jachtvereniging te Tilburg. Twee dagisn daarna hip ten de eerste wilde konijntjes al door de Oude Warande, snelden de eerste hertjes over de berijpte paden, knorden er de eerste wil de zwijntjes. Wij, van het THE, mochten er bij zijn, toen op tien december bij het ochtendgloren de lidmaten van St. Hubertus' Broekriem met enkele heldere hoornstoten ter jacht werden uitgenodigd: „Dit initiatief krijgt nog een vérstrek kende ekologische impact", aldus jachtmeester professor Zand haas, stoer in het jagersgroen ge huld. „De kollektieve jacht is een ideale uitlaatklep voor agressieve gevoelens; dat kan de hogeschool jaarlijks de loonkosten voor twee vertrouwenslieden besparen", vulde professor dr. Lustenhauwer
zuinigjes aan. Hij ging voor de gelegenheid gekleed in toga en baret (,mijn loden jas wordt juist gestoomd'). Initiatiefnemer Vaan drager onderstreepte nog eens de eerbare bedoelingen van zijn ver eniging: „P artikuliere onderne mingszin is het enige adekwate antwoord op de voortwoekerende krisis." Zo sprekende ontwaarde de professor tussen 't met sneeuw bedekte geboomte een voorbij snellend wild zwijn (al aardig uit de kluiten gewassen in die paar weken tijd). Terstond zette het gezelschap de achtervolging in. Het argeloze dier liet zich in een mum omsingelen, de professo ren legden kalmpjes aan. Maar met een wild zwijn in het nauw is het kwaad kersen eten, het beest rook onraad en koos in stinktief voor de tegenaanval. De arme prof. Lustenhauwer bleek de pineut, hij sloeg dan ook ijlings op de vlucht en is sinds dien spoorloos. (Voor prof. Lus tenhauwer, mocht hij dit oogge
tuigeverslag toevallig onder ogen krijgen, de volgende waarschu wing: professor, blijft u gerust nog even weg. Uw vrouw is in middels ook spoorloos gemeld, tegelijk met uw wetenschappelijk medewerker Van P uyenbroeh. Uw studenten verwachten u niet voor medio mei terug in de kol legezaal). Het was tenslotte professor Vaandrager zelf die, terwijl de schemering inviel, het gevreesde zwijn met het acht isn zestigste welgemikte schot de dood injoeg Ter hoogte van de spoorlijn. Ver moeid maar voldaan keerden de jagers terug naar de hogeschool. Zij overhandigden de buit aan de chefdecuisine van restaurant Het Hongerig Hert. De uitnodigingen (op hogeschool papier!) voor een kopieus kerst maal onder professoren zijn al de deur uit. Waarmee te meer is be wezen dat bezuiningingsdrift en jachtinstinkt zich uitstekend la ten kombineren.
f , (^
n^li
.1
.M^
De vorige week leg (voorheen (
voorzitter Dannj al voorzitter van I onderdeel van e Deze kommissie pleegt met het I overige persone i nota funktlebesc I en de nota uitdj Bij de foto: voc ' Mr. A. Oomen lichting verschaf
20
sM