tilburgs hogeschoolbiad 23 november 1979 jaargang 17 - nummer 13
Welk laakbaar optreden van wie? Punt 1 uit het kort verslag van de Stichtingsbestuursvergadering van 26 oktober 1979 heeft door de vaagheid van de formulering kwaad bloed gezet bij een aantal personeelsleden van de hogeschool. In het verslag spreekt het SB over ,de aard van sommige recente vertoningen die n a a r zijn oordeel de koers van redelijke kritiek niet kimnen doorstaan', zonder dat m a n en paard worden genoemd. Het verslag m a a k t verder melding van een afspraak waarbij ,het KvB - vanuit zijn verantwoordelijkheid - de organisatorische aspekten en, met name ook het eventueel laakbaar optreden van eigen personeel bij één en ander kritisch zal volgen'. Euro Kommunikatie vroeg al bij de aanbieding van dit verslag
n a a r een verduidelijking, nog voor de opname in het THE. Maar het SE wilde d a a r niet op ingaan omdat het verslag al was rondgestuurd n a a r de HSR-leden. Schouten, voorzitter van het SE verwees ons n a a r KvB-voorzitter Verster omdat deze deelgenoot is van de beraadslaging en ,we mogen ervan uitgaan dat we dezelfde taal spreken', aldus Schouten. Voorzitter Verster meent te weten dat een wrevel is ontstaan door het optreden van ,de Lansknechten van de Heilige Familie', tijdens de introduktie. Daar is toen nogal geschopt tegen kerkelijke instituten, althans afgaande op de verontruste klachten die bij het SB en bij het KvB binnen kwamen, want zelf hebben ze d a a r weinig v a n gemerkt en een rekonstruktie achteraf bleek praktisch onmogelijk, aldus Verster. Over de laakbaarheid van het optreden van de Lansknech-
ten k a n het KvB nog nauwelijks oordelen m a a r het wil wel de hand houden a a n eventueel laakb a a r optreden in de toekomst. Ook heerst bij het SB ongenoegen over een bezinningslezing tijdens de opening van het Akademisch Jaar. Volgens sekretaris Hopman is het feit dat deze lezing werd gegeven door een niet-katholiek ter sprake geweest in het SE, waar men zich afvroeg of ook dit optreden wel de toets v a n de redelijke kritiek k a n doorstaan. Volgens Hopman is de term .laakb a a r optreden' in deze zaak niet van toepassing. Gevraagd n a a r een reaktie van L. v a n Buchem, de m a n die de bezinningslezing hield, wist deze te vertellen dat hij voor deze lezing werd aangezocht door de inrichtende kommissie en dat het samenstellen van zijn lezing in overleg verUep met de kommissie. E.V.
Innovatienota: Prioriteit voor Industriële dienstbaarheid In de Innovatienota, het gezamenlijk werkstuk van het minister-trio Pais, Van Aardenne en Van Trier, staat nogal ingewikkeld gekonstrueerd te lezen hoe onze overheid de wrakke ekonomie weer vlot wil krijgen. De afdeling Voorlichting Wetenschapsbeleid maakte zopas een overzichtelijke samenvatting van de Innovatienota. De remedie blijft: het vernieuwen en verbeteren van produkten en produktieprocessen. De technologische vernieuwing staat daarbij vrij centraal. Het is een veelgehoorde klacht dat in Nederland slechts een zeer klein gedeelte van de overheidsuitgaven op het gebied van onderzoek rechtstreeks aan het bedrijfsleven ten goede komt. Het door de overheid gefinancierde onderzoeks- en ontwikkeUngswerk (Research and Development of R- en D-potentieel) zal zich meer dan voorheen moeten oriënteren op technologische vernieuwingen. Op ondernemingsniveau is innovatie slechts een onderdeel van de algemene ontwikkeling van de onderneming. Om in deze ontwikkeling te kunnen innoveren is een beleid nodig dat zich richt op het verkennen en benutten
van nieuwe markten en nieuwe produktiemogelijkheden, aldus de nota. Het innoveren vraagt v a n de onderneming een zekere soepelheid. Het sociaal klimaat, zowel in als buiten de onderneming, speelt daarbij een belangrijke rol: „veranderingsgezindheid en bereidheid risico's te nemen zijn voor innovatie essentiële voorwaarden", aldus de nota. Innovaties werden in Nederland al met sukses toegepast in de landbouw, in de natte waterbouw (onder andere bij de Oosterschelde-werken) en in de vliegtuigontwikkeling (onder andere bij de F28 van Fokker, waar in samenwerking met de TH Delft wordt gezocht n a a r lichtere
THB heeft deze week een speciaal katern, revolutionairrood van kleur, om ieders aandacht te vragen voor de door NUFFIC opgezette steunaktie voor het onderwijs in Nicaragua. Annemiek Decock introduceert het katern op pagina 5. Op pagina 6 staat een interview dat Jan Schmeitz had met de Nicaraguaanse onderminister van onderwijs. De hoofdmoot wordt gevormd door een exklusief interview met Paulo Freire, ,verguisd, verbannen, bewonderd, het troetelkind van de revolutie', met zijn universele pedagogie voor de verschoppelingen. Pagina 7, 8, en 9. En op de pagina's 10 en 11 staan achtergrondartikelen over Nicaragua, de stand van zaken van het onderwijs en waar het land met het onderwijs naar toe moet. Een overzicht van alle universitaire inspanningen staat op pagina 12.
OIOERWUSVPOR
NKARACUA
materialen). De arbeidsomstandigheden van veel werknemers kunnen en zullen als gevolg van innovaties grondig veranderen. Nieuwe produktieprocessen zijn doorgaans arbeidsbesparend en verhogen de arbeidsproduktiviteit. Een verhoogde afzet k a n dan weer zorgen voor een behoud van de werkgelegenheid, m a a r „als dit niet het geval is zal het verlies aan werkgelegenheid zoveel mogelijk mxjeten worden beperkt", aldus de brochure v a n Voorlichting, waarin verder nog beschouwingen over het onderzoeks- en ontwikkelingswerk als belangrijke bron voor vernieuwing in het bedrijfsleven en aanwijzingen hoe de muren tussen de burchten van de wetenschap en de ondernemingen kunnen worden gesloopt en hoe daardoor vooral ook het midden- en kleinbedrijf k a n worden geholpen. Biotechnologie en micro-elektronika (chips) zijn de wondermiddelen voor de toekomst, aldus de brochure. KV. verschijnt wekelijks
Andere kost op pagina 3 een interview met Jan Tinbergen. Pagina 4 en 13 zet theologiestudenten in het zonnetje die kozen voor kerk en klooster en pagina 4 is ingeruimd voor China en de USA.
,Reaktionair' is een rubriek waarin reaktles van lezers worden gep laatst
Muren Sinds een paar maanden is onder getekende een heel klem radertje van de grote machine, Katholieke Hogeschool Tilburg genaamd Een aantal jaren geleden heb ik gepro beerd het boek ,De eendimensionale mens van Herbert Marcuse te lezen Het belangrijkste wat daarvan is blijven hangen, is de volgende theorie Mensen vormen de maatschappij Dat zou theoretisch, impliceren dat de mensen invloed hebben op de maatschappij Het vreemde is, dat die maatschappij, als geheel, een op zichzelf staande en funktionerende robot (of hoe je dat ook maar wilt noemen) is geworden, waarop u, ik, WIJ allemaal, als onderdeel daar van geen of weinig invloed op uit kunnen oefenen Iedereen voelt zich machteloos tegen
■?"|
over die machtige, bureaukratische en vaak oneerlijke maatschappij leder op een andere manier en op een ander moment, maar die machteloosheid overkomt iedereen Om toch een beetje leuk te kunnen leven, bouwt iedereen bepaalde muurtjes of muren op ( = afweermechanismen) Mensen, die voor die muren dezelfde stenen gebruiken en die muren dezelfde hoogte geven en die dezelfde plaats wegzetten, voelen zich veilig bij elkaar en vormen dan een groep, in de sociologische zin Die groep ontwikkelt (of heeft) bepaalde regels en wordt (is) net als DE maatschappij, een op zichzelf draaiend, ongrijpbaar lichaam Dus de cirkel IS weer rond Wat ik erg amusant vind, is te zien hoe mensen de muurtjes van anderen bekritiseren, maar vergeten, dat ze zelf ook die muren hebben Door een aantal ervaringen krijg ik steeds meer de indruk, dat het zeer afgezaagde gezegde ,het zijn de kleine dingen, die het doen , toch de enigste manier is om te proberen een samenleving te krijgen, die eerlijker is Omdat de Katholieke Hogeschool ook een .apparaat' is en ik daar werk (overigens met veel plezier), probeer ik, op mijn manier, iets te doen tegen zaken die met goed zitten Een van die manieren is dit stukje Ik zou het erg leuk vinden, als mensen die kritiek hebben of die herkennen wat ik bedoel hun reaktie geven Ik wil u hierbij bedanken voor de moeite, die u genomen hebt om dit stukje te lezen en laat eens wat van je horen M Thieme
tilburgs hogeschooiblad weekblad van de katholieke hogeschool tilburg redaktie annemiek decock (hoofdredakteur), jacques herraets paul spapens, eddie vaes angela lodder (assistente) medewerkers toine asselbergs twan geurts frans godfroy, clemens qraafsma, nel marquet veronique nas tymen trolsky jace van der ven officiële mededelingen buro kommunikatle cartoonist ad van haandel fotografie n e n slers, t i l b u r g druk drukkerij
a van der wee bv, tilburg
abonnementen voor niet hogeschooileden f 15,— per jaargang advertentieacquisitie a p p lodder kopij alle kopij moet uiterlijk op donderdag de week voor het verschijnen in het bezit van de redaktie zijn redaktie adres/advertenties hogeschoollaan 225, tilburg telefoon (alleen voor thb) 652277 Intern 2277, kamer 207 (gebouw b) telefoon hogeschool 669111 foto-service foto s in dit nummer kunnen worden besteld è ƒ 2 50 per foto in het formaat 13 X 18 cm telefonisch 013-551109 of bij de redaktie landelijk samenwerkingsverband gemeenschappelijke universitaire persdienst (gupd) waarbij verder aangesloten folia civitatis (amsterdam), ad valvas (vu amsterdam), quod novum, (rotterdam) universiteitskrant groningen, wagenings hogeschoolblad utrechts universiteitsblad mare (leiden), thd nieuws (delft) th berichten (eindhoven) en tht nieuws (twente)
Kiesstelsel In het THB-nummer van 9 november jl meldt u in een bericht onder de kop .Kollege van Bestuur wil kiesstelsel aanpassen', dat ,De via het systeem van de enkele-overdraagbare-stem (eosstelsel) gekozen Hogeschoolraadsleden ( ) vierkant tegen het ophogen van de kiesdeler' waren Ik meen dat hier een onjuiste voorstelling van zaken wordt gegeven De betreffende leden hebben unaniem een voorkeur uitgesproken voor invoering van het eos-stelsel binnen het lijstenstelsel, maar verschillende van hen, waaronder ikzelf, hebben, toen de meeifderheid van de Hogeschool raad deze voorkeur met bleek te delen, vóór het voorstel gestemd de kiesdeler op te hogen Overigens lijkt het mij voor THB-lezers interessant te weten op grond waarvan volgens u bij een systeem waarin binnen het lijstenstelsel het eos-stelsel geldt in vergelijking met de huidige situatie sprake zou zijn van ,een verdere afzwakking van dat (lijsten-)stelser
anders waar zij zich bevinden Een recente (9-11-1979) uitgave van het Hogeschoolblad bezorgde mij in dat opzicht een kleine ,Ahè-Erlebnis Diverse pelgrims hadden daar een min of meer toevallige ontmoeting Interessant daarbij was dat zij hun ervaringen redelijk spontaan prijsgaven zonder zogezegd elkaar voor de voeten te gaan lopen Ook deden zij mijns inziens hun best geen oneigenlijke macht aan hun ontdekkingen te ontlenen Dat IS wat je noemt symptomatisch voor de ware vrijheid Hopelijk is de ontdekkingsreis voor deze mensen niet tevergeefs Met Justus zou ik gaarne een heildronk op deze lieden uitbrengen W M T Jansen
Het grote geheim In het katholicisme-nummer (THB 9-11-1979) wordt bisschop Ernst als volgt geciteerd ,,Bij het aanvaarden van een funktie in de hogeschool moet men op loyaliteit kunnen rekenen Als jij je m een dergelijke instelling begeeft dan moet je loyaal zijn ten aanzien van de doelstellingen " Ik ben het hier niet mee eens De uitspraak van bisschop Ernst kan alleen onderschreven worden als de doelstellingen zeer duidelijk geëxpliciteerd zijn en als heel precies is aangegeven, hoe deze doelstellingen gerealiseerd zullen worden Aan onze hogeschool zijn zowel de doelstellingen, als ook de te bewandelen paden vaag - en daarmee komt de kwestie van loyaliteit gewoon te vervallen Aan de hogeschool is enkele jaren geleden gediskussieerd over de signatuur Deze diskussie wordt in het katholicisme-nummer hervat Wat me sterk verbaast, is dat bij deze diskussies zo weinig in termen van meer dan fwee alternatieven wordt gedacht Men heeft het over al dan met handhaven van een signatuur, maar vergeet daarbij, dat .signatuur geen kwestie van alles of niets IS Het lijkt mij zinvol, om tenminste vijf alternatieven te onderscheiden 1 Maak van de hogeschool een rijksuniversiteit, en laat de K vallen Dit alternatief heeft het Stichtingsbestuur afgewezen 2 Laat de K met in het onderwijs en onderzoek doorwerken, maar tref extra voorzieningen buiten de hogeschool.
zodat het voor katholieken aantrekkelijk IS om in Tilburg - en met bijvoorbeeld in Amsterdam - te gaan studeren of werken Het financieren van die voorzieningen (zoals Maranatha) draagt dan bij aan de .katholieke emancipatie', maar niemand binnen de KHT is gedwongen om van die voorzieningen gebruik te maken 3 Laat enkele ,sekties' binnen de hogeschool zich met katholicisme bezighouden De bibliotheek trekt bijvoorbeeld extra geld uit voor ,katholieke dokumentatie', er komt een Theologische Fakulteit 4 Zorg dat in alle studierichtingen ,iets katholieks' zit Naast de normale kolleges moeten studenten bijvoorbeeld onderwijs in de .moraal' volgen, binnen elke fakulteit worden grondslagen van het vak vanuit een roomse optiek bestudeerd 5 Zorg dat alle docenten .iets katholieks' doen en trouw aan bepaalde leerstellingen hun werk verrichten Ook onderzoekers leggen zich bij voorbaat op bepaalde axioma's vast Op dit moment bevindt de KHT zich m .toestand 3', al is met voor eeuwig vastgesteld, hoeveel ,sekties' aandacht aan katholicisme moeten geven Daarover IS verdere diskussie mogelijk In het debat waarover ook in het nummer van 9 november verslag werd gedaan, kwam heel vaak .toestand 4 als ideaal naar voren (al werd het onderwijs in de .moraal' dan met met dit woord aangeduid) Als de bisschop uitspraken over loyaliteit doet. dan lijkt het alsof hij alternatief 5 in zijn hoofd heeft Het gevaar is nu. dat .toestand 3' getolereerd wordt totdat er iets mis gaat In een knsis-situatie bestaat het gevaar, dan gedaan wordt alsof men het altijd met elkaar eens was, dat alternatief 4 of alternatief 5 het ideaal was, waar we van zijn uitgegaan Wie daar dan moeite mee heeft, moet zijn mond houden je was toch immers loyaal ten aanzien van het katholieke karakter van de hogeschool'? Gelukkig noemt de bisschop in het interview enkele grote bezwaren tegen het invoeren van een formele loyaliteits-verklarmg Het hele idee van loyaliteit heeft echter als bezwaar, dat uit dat idee gemakkelijk een wapen te smeden is, waarmee betrokkenen bij een diskussie voortijdig monddood kunnen worden gemaakt
H J. Klok
Ontdekkingsreis Gilbert G K Chesterton beschrijft in zijn boekje .Orthodoxie', als ik mij goed herinner de avonturen van een Engelsman, ontdekkingsreiziger De man IS jarenlang onderweg en ontdekt dan Engeland Iets dergelijks doet zich voor bij een aantal mensen, die het katholicisme als hun .vaderland' beschouwen Zij zijn op ontdekkingsreis Veelal weet niemand
THE COPY SHOP sneldrukkerijen bv Willem 1/straat 3, Tilburg Tel
013-434818
Op het vertonen van Uw studentenkaart krijgt U 25% korting op het inbinden van scripties, drukwerk etc. (geen korting op kopieën en sneldruk) (tussent idse prijswijzigingen voorbehouden)
Karel Soudijn
Jan Tinbergen:
„Ik behoor tot da voorstanders van het meten en U weel dat is een zeer omstreden zaak" zig is, laat deze markten niet goed werken. Je moet de industriële produkten toelaten, waarin de ontwikkelingslanden in kunnen meekonkurreren. Dan zul je vanzelf zien dat dit bepaalde arbeidsintensieveen eenvoudige processen zijn.
Station Tilburg-West. De wedstrijd tussen fiets en trein is beslist in liet voordeel van de Spoorwegen. Enigszins hijgend vindt de eerste ontmoeting plaats met Nobel-prijswinnaar Jan Tinbergen. De granieten kop van weieer begint de sporen van ouderdom te vertonen. In de autochtone lokatie ,Boerke Mutsaers' wordt de kennismaking voortgezet: vóór het debat in de hogeschool, georganiseerd door de Tilburgse Ekonometristen Vereniging. Tinbergen: Innemend, vriendelijk, enigszins naïef, direkteur van het Centraal Plan Bureau van 1945 tot 1955, de vader van de gedachte van de ,internationale herverdeling van arbeid'. Een man, die in 1923 lid van de SDAP werd en zich nog steeds sociaal demokraat of demokratisch socialist noemt. De stamvader van de ekonometrie blijft meten.
- THB: Maakt dat hun afhankelijkheid niet groter? - J. Tinbergen: Ik vind die afhankelijkheid niet erg, want wij zijn ook afhankelijk van hun. Denkt u m a a r aan de olie. Wij zijn veel afhankelijker geworden. Ijzererts wat we vroeger in Europa hadden, komt nu uit Marokko.
- THB: U bent in feite de stamvader van de ekonometrie in Nederland... - J. Tinbergen: Maar tegelijkertijd een stamvader, die de leiding al lang heeft overgegeven aan de jongere garde. De beginfase heb ik aktief mee helpen opbouwen, m a a r nu werk ik samen met jongere mensen, die verstand hebben van de mathematisch-statistische aanpak: een onderdeel waar ik nooit zo op ben ingegaan omdat dat mij relatief minder interesseerde.
Vermoord -THB: Maar de kloof tussen arm en rijk wordt steeds groter. Is dat geen gevaarlijke ontwikkeling die de onderontwikkeling nog vergroot? - J. Tinbergen: Dat gevaar is ongetwijfeld aanwezig. Er zijn duidelijk gevallen te onderscheiden, waarin de handel voor de ontwikkelingslanden schadelijk is. Maar ik ga niet zover dat ik zeg, ze kunnen beter helemaal loskoppelen. Dat geloof ik niet. Dan zouden de Brazilianen nu geen koffie kunnen uitvoeren.
- THB: Betreurt u het dat de ekonometrie zich ontwikkeld heeft tot een zeer technisch proces? - J. Tinbergen: Ja, ik vind dat er wel eens een verfijning optreedt, die niet nodig is. Ik geloof dat het verzamelen van betere gegevens over bepaalde verschijnselen belangrijker zou zijn dan het nog verder verfijnen van de methodes. - THB: De methode is zo belangrijk geworden, dat in ons huidig bestel vaak de modellen de politiek bepalen en niet andersom. - J. Tinbergen: Nu moet u ook voorzichtig zijn met wat hier de ideale toestand zou zijn. Het is niet zo verkeerd dat modellen de politiek bepalen, als de modellen m a a r goed zijn. Het bekende Vintage Model, het model waarbij het produktie-apparaat in jaargangen wordt onderverdeeld, is op zichzelf niet zo'n gek idee, wel realistisch. Maar of je dit kunt doen zonder tegelijkertijd een aantal bedrijfstakken te onderscheiden is de vraag.
Kwalitatieve elementen - THB: U stipt nu iets aan wat in modellen erg moeilijk tot uitdrukking is te brengen. Namelijk kwalitatieve elemenisn. - J. Tinbergen: Ja, m a a r toch zijn er wel aanzetten. Ik geloof ook dat dat de richting is waar we heen moeten. Modellen, waarin zowel de bedrijfstakken in meer detail onderscheiden worden, als dat we in de produktiefunktie mensen met allerlei verschillende eigenschappen introduceren. - THB: Bezwaar van de modellenbouw blijft, dat men hooguit kan
- THB: De monokultuur van koffie is door de internationale hMndel ontstaan. - J. Tinbergen: Op zichzelf is dat niet zo erg. Als je m a a r gelijktijdig een stabilisatie van de prijzen doorvoert.
Jan Tinbergen
proberen kwalitatieve elementen in kwantitatieve grootheden om te zetten. - J. Tinbergen: Daar geloof ik wel in. Het is wenselijk, dat de kwalitatieve verschillen, als we die zien en ze zijn er op allerlei mogelijke terreinen proberen te meten. Ik blijf een typisch voorstander van meten. Ik ga zelfs zo ver, dat ik behoor tot de voorstanders van het meten van het nut en u weet, dat is een zeer omstreden zaak.
- THB: Is het niet gevaarlijk, dat als je werkt met het prijsmechanisme allerlei verschillen, bijvoorbeeld külturele, onder de tafel geschoven worden? Het is bekend dat de overplaatsing van de textiel naar Indonesië veel huisnijverheid kapot heeft gemaakt. - J. Tinbergen: Ja, dat is ook in India het geval geweest, waar de hele ambachtelijke industrie eerst vermoord is door de import van Engelse produkten. Tot de richtUjnen, die ik dan ook aan de regeringen zou willen stellen, is dat zij er op toezien dat er niet al te kapitaalintensieve bedrijfstakken worden gevestigd.
- THB: Is uw .Theorie van de Internationale Herverdeling van Arbeid' in feite niet een puur klassieke theorie, in die zin dat het prijsmechanisme, de wet van vraag en aanbod, osntraal staat. - J. Tinbergen: Inderdaad en ik geloof terecht, wanneer het gaat om de markt van eindprodukten. In het geval van de markten voor grondstoffen ontken ik dat het prijsmechanisme een goede regulator is. Integendeel bij grondstoffen hebben we te maken met labiele markten, die niet gemakkelijk hun evenwicht vinden. Maar de meeste markten van eindprodukten zijn stabiel of kunnen snel him evenwicht vinden. Hooguit het feit dat bijvoorbeeld Europa tamelijk protektionistisch be-
- THB: Denkt u dat de overheid het bedrijfsleven wat dit betreft kan sturen? - J. Tinbergen: Ik geloof dat overheden wat dit betreft mogelijkheden hebben. Ook in ontwikkelingslanden. Men moet d a a r leren zien dat men niet m a a r gewoon moet na-apen wat er in de ontwikkelde landen gebeurt. M a a r de keuze van de techniek, met name van de kapitaalintensiteit moet worden ingegeven door lokale omstandigheden. Als je werkelijk goed de kosten uitrekent. 3
dan kun je zien dat in bepaalde landen de prijzen van arbeid en kapitaal zo zijn dat je de laagste kostprijs krijgt, wanneer je een minder kapitaal-intensieve methode gebruikt. - THB: Houdt dat niet in dat je de lonen laag moet houden? - J. Tinbergen: Nee, dat houdt niet in dat je ze laag houdt. Maar de lonen moeten voorlopig laag zijn, omdat anders niet iedereen werk k a n krijgen. De mogelijkheden van zo'n land, bijvoorbeeld de totale kapitaalvoorraad die tot h u n beschikking staat, is gering. Willen ze een maximaal nationaal produkt bereiken, dan moeten zoveel mogelijk mensen meewerken en dat betekent dat in de beginfase inderdaad de lonen laag moeten zijn.
Tilburgse textiel - THB: Uw visie heeft zeer veel invloed gehad op de levensvatbaarheid van de Tilburgse Textiel. Ondermeer door uw televisieoptreden met een van de grootste textielfabrikanten uit de regio, mevrouw Van Puyenbroek. U pleitte daarin voor de overplaatsing van de textiel. Dit heeft met name zeer veel indruk gemaakt op de mensen die werkzaam waren in de textiel. - J. Tinbergen: Ik denk dat ze dat niet zo leuk vonden, m a a r het is wel mijn eerlijke overtuiging. Ik geloof ook dat het in het belang van de mensen is wanneer ze nog jong genoeg zijn om zich te laten omscholen. Het is geen goed uitgangspunt om te zeggen: We moeten beslist hier textiel blijven produceren. - THB: In dit debat lichtte mevrouw Van Puyenbroek toe, dat het rendement erg slecht was. Wist u indertijd, dat de familie Van Puyenbroek in 1971 het aandelenkapitaal van 12 miljoen uit het bedrijf had teruggetrokken, om opnieuw aan het bedrijf te lenen tegen een rente van 8%, dat is een miljoen per jaar. - J. Tinbergen: Nee, dat wist ik niet. - THB: Moet je als ekonoom niet erg voorzichtig zijn met het begeleiden van dit soort processen. - J. Tinbergen: De vraag is natuurlijk of dit gemaneuvreer voldoende is om te stellen dat er in de textiel toekomst zit. - THB: Maar had men niet de mogelijkheid om financieel wanbeleid te verschuilen achter uw theorie van de ,intemationale herverdeling van arbeid? - J. Tinbergen: U kunt het verschuilen noemen, m a a r ik betwijfel ten sterkste of het mogelijk is, ook bij een gezonde financiering, om die produktie hier te houden. Clemens Graafsma thb 13 - 23 november 1979
De openingstekst uit de folder over het Trappistenklooster aan de Eind hovenseweg n a a r Moergestel: „Omgeven door het zo gevarieerde kempische natuurschoon van bos en heide, wei en bouwland ligt, ten oosten van Tilburg, de abdij O.L. Vrouw van Koningshoeven. Dit klooster had een armelijk begin. I n 1881 vestigde een kleine groep trap pisten, afkomstig van de abdij Kats berg in FransVlaanderen, zich in drie hoeven die eertijds eigendom waren van koning Willem I I . Van daar de n a a m Koningshoeven." In een van de hoge ontvangstruim ten naast de hoofdingang vindt dit interview plaats. Het is voor mij een vreemde gewaarwording om opeens als vragensteller te zitten tegenover twee oude vrienden en studiemak kers. Het nieuwe rollenspel beïn vloedt het gesprek. .Alsof er een vierde persoon in de kamer aanwe zig is', wijst Johan op de bandrecor der. Hij vertelt dat hij 27 jaar geleden is geboren in het Brabantse Rucphen, ,vlakbij het Trappistenklooster van Zundert'. I n zijn jeugd is Johan ette lijke malen verhuisd, meestal van grensplaats n a a r grensplaats: zijn vader werkt bij de marechaussee. „Ik heb altijd in een bosachtige om geving gewoond, aan de r a n d van een dorp." Hij bezoekt de ULO, later de HBS. „In 1968 ik was zestien heb ik een bijnadodelijk ongeluk gehad. (Jo h a n heeft me eerder ooit verteld dat hij toen de ,eeuwige jachtvelden' heeft aanschouwd. Die bleken stra lend wit van kleur T.G.). I k heb toen een goede klap gekregen, ook mentaal. J a r e n later was ik weer eens voor een operatie opgenomen in het ziekenhuis. Naast mij op de k a m e r werd iemand binnenge bracht, ook slachtoffer van een verkeersongeval. Toen heb ik ge dacht: als dit het leven moet zijn, .dan hoeft het voor mij niet meer. Op dat moment hebik me voorge nomen om er iets aan te verande ren. Door die konfrontatie met het lijden ging ik op zoek n a a r een ma nier om het rad, de kringloop van het lijden stop te zetten. Als ik er zo a a n terugdenk is vooral door die er varingen de basis gelegd voor mijn idee om monnik te worden." T.G.: Ben je daarom ook theologie gaan studeren? Johan: „Nee, toen ik mijn studie be gon dacht ik er niet over om mon nik of iets van dien a a r d te worden, ik ben theologie gaan studeren om dat al het andere mij te beperkt leek."
Late roeping Anton daarentegen h a d wél duide lijke priesterlijke ambities toen hij zich in 1971 voor het eerst liet in schrijven als theologiestudent. An ton (34) is een boerenzoon uit So meren. Na de lagere school sloeg hij meteen a a n het werk. Eerst bij een bakker, toen bij een groente boer, d a a r n a weer als bakkers knecht. Hij was ook nog enkele ja ren supermarktbeheerder. „Dertien jaar geleden las ik een ad vertentie van een school voor late roepingen. Daar heb ik meteen op gereageerd. Alsof ik er op h a d zit ten wachten."
De mystiek van een p lakje kaas en
Theologiestudenten Iciezen vi Op 22 december wordt Anton Hurkmans in Sint Jan van Den Bosch tot priester gewijd. Vijf dagen tater wordt Jolian de Bruyn opgenomen in de t<ommuniteit van tiet Trappistenl^tooster 0.I. Vrouw van Koningslioeven. . ■. i j Niemand zal durven beweren dat de twee (ex)tlieologiestudenten daarmee een populaire Iteuze doei De feiten sprelcen duidelijlte taal: met Anton levert de twaalf jaar oude Tlieologisclie Fatculteit in Tilburg de eerste priester af die zijn studie van begin tot eind in Tilburg tieeft gevolgd en viert tiet bisdom Den Boscli de tweede wijding van dit jaar. Johan gaat zich vestigen in een snel siinl^ende en vergrijzende monnikengemeenschap. De gemiddelde leeftijd van de vijftig bewoners van de .Koningshoeven' schommelt eerder rond de vijftig dan de veertig. Hij ging drie jaren in de opleiding en sleet vervolgens anderhalf jaar in een Belgisch klooster. De Norber tijnerregel d a a r beviel prima. Voor hem was het de ideale vereni ging van kontemplatie en prakti sche zorg. Maar de sfeer in de kloos tergemeenschap was bekrompen, kleingeestig. En eigenlijk voelde An ton zich te jong om al opgesloten te
pij? Dat zou ik graag verder uit zoeken, mijn studiezin is lang niet bevredigd. Hoe k u n je een model vinden waarin er ook plaats is voor het maatschappelijk kwaad? De overwinning van het kwaad is de verzoening ermee. W a t dat betreft geloof ik in het kompromis en niet in de afsplitsing van het kwaad n a a r een bepaalde bevolkingsgroep
Lucas zegt ook ergens dat je alli moet opgeven. Je bezittingen, i band met je familie, dat is erg mof lijk. En dat lijkt erg negatief. Ma< je krijgt het uiteindelijk honden voudig terug. Niet in de materie zin van geven en nemen. Nee, ascc: is zeker niet negatief. Letterlijk b tekent asceet: hij die zich oefent het schone en het goede. Je ku
Johan de Bruyn en Anton Hurkmans.
of een bestaande maatschappelijke zitten. Hij verhuisde n a a r Tilburg. verhouding toe." Anton: „I n eerste instantie was ik b a n g van de fakulteit omdat mijn vooropleiding zo gebrekkig was. Maar dat bleek toch een te velige weg om priester te worden. I k zocht n a a r een ruimere optie. De eerste Johan heeft zich meer verdiept in drie jaren theologiestudie hebben het schone en het goede dan in de mijn zekerheden toen behoorlijk a a n duvel en het kwaad. Hij legt mo het wankelen gebracht. Mijn pries menteel de laatste hand a a n een terroeping was in die jaren verdwe skriptie over de zeventiende eeuw nen. Door de analytische methode se Japanse haikudichter Bashó. van de studie werd mijn mooie, syn „Ik plaats Bashó in de traditie van thetische geloofswereld aan stukken het Zenboeddhisme. Zijn gedichten gehakt. Het ,geheer heb ik veel hebben sterk met de n a t u u r te ma breder en in samenhang met de na ken. Bashó probeert de n a t u u r zo t u u r en de kuituur pas wéér ont sterk te beleven dat hij er genoeg dekt in het kollege van Berger over aan heeft. Het genieten van de aard ,die Religion' bij Hegel. Vanaf dat se werkelijkheid is in zijn mystiek van essentieel belang. I n die zin moment zag ik het weer zitten." September vorig jaar studeerde An heeft het Zenboeddhisme veel ver ton af op een skriptie over de rol wantschap met het aardse, werke van de duivel in de 96 preken van lijkheidsgericht katholicisme. Na tuurlijk wekken de christelijke mys Leo de Grote, paus van 440 tot 460. „Zo'n begrip als ,duiver is n u na tici de indruk van een negatieve tuurlijk niet meer hanteerbaar. Die houding tegenover de aardse wer skriptie heeft me wel bewuster ge kelijkheid. M a a r in feite is die nega maakt van de realiteit van het tiviteit m a a r een fase waar men kwaad. Hoe is de verhouding tussen doorheen moet om tot de uiteinde goed en kwaad in onze maatschap lijke verlichting te komen.
Hail(u
4
hier ook alleen m a a r a a n begini als je fxmdamenteel veel van het ven houdt, 't Gaat dan om h kleine dingen. Een plakje kaas i voorbeeld. Wij hebben alleen m kaas bij het brood. I n dat ene pli je zit heel de mystiek. Niet om het zo mooi is of zo lekker gof koop. 't Wordt iets spiritueels." De kloosterlingen eten vegetans Maar in de gasteneetzaal wordt royaal vlees opgediend. De Konin hoeven stelt z'n poorten open vi bezoekers van allerlei slag. Tijdi het middageten zitten Anton en aan tafel met een nerveuze ami n a a r van de sociale dienst, een o pastoor uit Utrecht, een Tilbin. rechtenstudent ( „ik studeer i wel acht a tien uren per dag" ) nog enkele personen van wie ik gaande op h u n uiterlijk verm dat ze tot de kaste der hulpverlei behoren. De rosbief smaakt vt treffelijk. T. G.. Hoe voelt het om lid te v den van een afstervende organist als de kerk? Anton: „Dat is een persoonli waardering. Natuurlijk, de kerk
En toen kwam de revolutie... Ik weet nog hoe het was. In het Nicaragua van voor de revolutie. Acht maanden na de aardbeving. Je kon de verdiepingen tellen: één, twee, drie, vier lagen op elkaar gezakt beton. Het schone drinkwater van de waterleiding borrelde overal in Managua op en zocht zich een weg tussen het puin en wat er nog van de gapende straten over bleef. Er hing een geur van vocht en lijken in ontbinding. Het was er donker 's nachts en je hoorde schieten en als het licht werd keek je tegen de riante konstrukties aan die de schokken hadden overleefd. Het paleis van Somoza, de Bank of America en Hotel Intercontinental: kapitaal kan zich een schokvrije konstruktie veroorloven. Maar in Managua's tentenkampen, aan de rand van de stad, hokte het volk van Nicaragua: in het slijk van de regentijd, opgevreten door de muskieten, verteerd door malaria en tbc, de ziekte van de armoede. Een geslagen, wezenloos volk: zonder huis, zonder werk, zonder eten, zonder maiïana. Op dat ogenblik, medio '74 schatte de Ekonomische Kommissie van de Verenigde Naties voor Latijns-Amerika (CEPAL) het aantal werklozen op 36 procent. Terwijl de heersende kliek zich meester maakte van 30 procent van het Bruto Nationaal Produkt, leefde 73,7 procent in optrekjes van planken, afval en riet Op een bevolking van naar schatting twee miljoen, was de helft jonger dan twintig. En van die helft maakten maar 83.000 kinderen het lager onderwijs af. Zeventig procent van de bevolking was analfabeet, maar in de arme landelijke gebieden als Pinotega en Matagalpa was er niemand die kon lezen en schrijven. Eén dokter was er voor 1583 inwoners en vijf-
•
entwintig ziekenhuisledikantjes voor 25.000 mensen. In '76 leed zestig procent van de plattelandsbevolking honger en het totale kalorie-verbruik per hoofd van de bevolking was amper 1500 kalorieën: leg dat maar eens naast de officiële 3000 kalorieën voor volwassenen van de FAO. En toen kwam de revolutie: gevoed in de slums van Managua, in de zwarte armoe van het verpauperde platteland. De moegetergde, niets ontziende, uitgespuwde kreet van de revolutie. Eerst sluimerend en een tikkeltje uitgeteerd, dan fel en algemeen en niet meer te stuiten. De triomf kwam op vrijdag. Het was de 20e juli 1979 en de hoofdstad die vóór de burgeroorlog amper 400.000 mensen telde, zag plots 250.000 uitgelaten Nicaraguanen op het tot inderhaast omgedoopte Plein van de Revolutie. En van de ene dag op de andere bestond het ,voor' niet meer. Er was alleen nog de triomf van de revolutie, en voortaan werd alles ,na'. Ze hadden zich terug een manana bevochten. Maar als straks 50.000 jongelui hun cruzada, hun kruistocht, tegen het analfabetisme beginnen, als straks twee miljoen taal en rekenboekjes de geest van Sandino en Freire over het bevrijde platteland uitzaaien, begint de revolutie pas goed. Dan moeten ze op ons kunnen rekenen, voor hun onderwijs, hun puin ruimen, hun moeizame heropbouw, hun langzame groei naar Guevara's nieuwe mens, hun deficiet op de betalingsbalans en hun grote schuldenlast. Wij mogen ze onze steun niet ontzeggen: de mensen van dit kleine dappere staatje van koffie en katoen, van Sandino en de revolutie. En van nog veel meer. Annemiek Decock
thb 13a - 23 noTembor l»79
Onderminister D. Stuart over onderwijs in Nicaragua
postuur ons geld en materiaal Wij kunnen alles gebruiken" Een van de verantwoordelijke mensen voor het nieuwe onderwijssysteem in Nicaragua is Douglas Stuart. Als vice-minister van onderwijs is hij belast met de organisatie van het lager en middelbaar onderwijs. Voor de revolutie doceerde Stuart pedagogie aan de Universiteit van Nicaragua. Als het nieuwe onderwijssysteem op gang gekomen is, wil hij zijn oude werk weer opnemen. Op het Ministerie van Onderwijs wordt koortsachtig gewerkt. Alleen zaterdagochtend om zeven uur kon de onderminister even tijd vrij maken voor een interview met Jan Schmeitz. Hoe beoordeelt u de algemene situatie, waarin Nicaragua nu verkeert? „Gezien de omstandigheden direkt na de revolutie, geloof ik, dat Nicaragua de afgelopen maanden al een geweldige vooruitgang heeft geboekt, ondanks de geweldige moeilijkheden waarvoor wij ofis geplaatst zien. Je moet niet vergeten, dat de oorlog de hele ekonomische infrastruktuur van het land vernietigd heeft, dat wij een buitenlandse schtdd hebben van meer dan 3 miljard gulden en dat komt overeen met acht jaar van de héle begroting van de republiek. Wij moeten ieder jaar aan rente een bedrag betalen.
Taal( van de universiteiten De beide universiteiten van Nicarag^ua (in Managrua en León) zijn natuurlijk volledig ingeschakeld bij de wederopbouw. Over het akademisch onderwijs zegt onderminister Douglas Stuart: „De universiteiten hebben een beslissende rol gespeeld in de revolutie. Hier vonden de politieke diskussies plaats en honderden studenten verlieten de kollegezalen om de wapens op te nemen tegen het Somoza-regime. Van hen maken nu velen deel uit van het leidinggevende kader van het Sandinistisch Bevrijdingsfront. Op het moment bestaat de taak van de universiteit eruit zo snel mogelijk technici en akademici te leveren om zo efficiënt mogelijk een nieuwe samenleving op te bouwen. Daarnaast werken vele studenten vrijwillig mee in de alfabetizeringskampagne. De universiteiten zullen bovendien politieke diskussie en scholing moeten blijven stimuleren. Daardoor is tenslotte de revolutie met hulp van de arbeiders en de boeren mogeUjk gemaakt." dat gelijk is aan de helft van onze begroting. Bovendien hebben wij een heel nieuw staatsapparaat op moeten zetten met voornamelijk nieuwe technische en administratieve medewerkers. De wederopbouw van een land is geen kleinigheid. Dat dreigt men over de grens wel eens te vergeten. Maar jullie in Nederland
moeten dat toch wel weten. Jullie hebben het land na de oorlog ook moeten wederopbouwen en dat heeft veel tijd gekost. Nicaragua draait goed, omdat het enthousiasme onder de bevolking zo groot is. Overal wordt vol overgave aan de wederopbouw gewerkt en de nieuwe mensen op de ministeries staan er garant voor, dat je rustig een optimistische houding aan mag nemen ten aanzien van het vermogen van de nieuwe regering om onze problemen op te lossen en hier een nieuwe, rechtvaardiger samenleving op te bouwen." Waf is de rol van het onderwijs in de Nicaraguaanse revolutie? „Het onderwijs zal een bijdrage moeten leveren aan de voorbereiding van de jeugd om op efficiënte wijze te funktioneren in de nieuwe samenleving, die wij hier wUlen opbouwen. Verder zal het onderwijs de psychologische infrastruktuur moeten scheppen om het revolutionaire proces samenhang en kontinuïteit te geven. Door het onderwijs zal in Nicaragua een nieuwe mens gevormd moeten worden. In de alfabetisatiekampagne en het mobiele onderwijs voor de arbeiders en de boeren zal grote aandacht geschonken worden aan de politieke vorming om de mensen bewust te maken van de maatschapïjehjke werkelijkheid, waarin zij leven. Iets wat Somoza nooit gedaan heeft. Onderwijs beschouwen wij als de basis voor de verdere ontwikkeling van onze revolutie." Wat betekent dit konkreet voor de schoolgaande jeugd van Nicaragua? „Sinds de overwinning op de Somoza-diktatuur is het lager en middelbaar onderwijs verplicht en gratis. Geen inschrijfgeld meer, waardoor de mensen uit de volkswijken en de boeren op het platteland de kinderen niet naar school konden sturen. Bovendien willen wij in de toekomst ook de boeken en het benodigde studiemateriaal gratis gaan verstrekken. Onder Somoza ging ongeveer 45% van de Nicaraguaanse kinderen niet naar school. Dat is nu afgelopen. In Nicaragua zal iedereen onderwijs kunnen volgen. Dat is één van onze beloften aan de bevolking." Dit alles heeft natuurlek invloed op de inhoud van het onderwijs. „Jazeker, natuurlijk zijn er vakken, zoals de natuurwetenschappen en wiskunde, waarvoor wij de traditionele boeken kimnen blijven gebruiken, maar in het algemeen zullen wij in de scholen een onderwijspoli-
tiek en -filosofie gaan t0€i>assen, die tot nu toe slechts de theoretische schema's waren van opstandige leraren en professoren, vervolgd door het Somoza-regime. Wezenlijke punten in deze nieuwe onderwijspolitiek en -filosofie zijn; onvoorwaardelijk respekt voor de identiteit van de scholier en de student, de mogelijkheid tot zelfverwezenlijking voor elke student, onderwijsprogramma's die beantwoorden aan de aspiraties van de revolutie, de ontwikkeling van nieuwe evaluatievormen, de aanschaf van nieuwe boeken, die tot nu toe verboden waren, gelijke kansen voor elke leerling en tot slot zal in het onderwijs veel meer aandacht worden besteed aan de politieke vorming van de leerling, zijn lichamelijke opvoeding en handenarbeid. Op deze wijze hopen wij, dat het leven van de schoolgaande jeugd binnen de revolutie gelukkiger en dynamischer zal worden en meer mogelijkheden zal bieden tot de sociale en politieke zelfverwerkelijking van onze leerlingen en studenten, zodat de trauma's van de oorlog vergeten kunnen worden." Als het onderwijs gratis is, wie gaat
het dan betalen? Ik heb begrepen, dat Nicaragua bankroet is. „Op dit moment kunnen we niet alles betalen. Dat moet ik toegeven, maar dat wil niet zeggen, dat onze plannen niet gerealiseerd kunnen worden. Wij rekenen op hulp van bevriende landen. Bovendien wordt er opnieuw onderhandeld over onze buitenlandse schuld, die - en dat moet je goed bedenken, niet onze schuld is, maar de schuld van Somoza, die het geld mee naar het buitenland heeft genomen. Daarnaast heeft onderwijs binnen het regeringsbeleid prioriteit, waardoor het naar verhouding een groot deel van het budget toegewezen zal krijgen. Wij hopen de onderwijsbegroting volgend jaar te verdubbelen. En wat is het alternatief? De mensen hebben geen geld. Willen wij de jeugd van Nicaragua onderwijs geven, dan is er maar een alternatief: gratis onderwijs of de meerderheid van de jeugd heeft helemaal geen kans op onderwijs." Het ministerie weet kennelijk goed, waar het heen wil, maar de plannen zijn nog niet van de grond gekomen. Wat zijn de problemen? „Behalve dat wij ons de afgelopen maanden nog moesten inwerken, is er eigenlijk maar één probleem en dat is geld. Wij hebben geen financiële middelen. Stuur ons geld, boeken, schoolbanken, laboratoriumuitrusting en wij kunnen er direkt mee aan de slag. Zeg maar wat jullie hebben. Honderd procent kans, dat wij het kunnen gebruiken. Wij hebben bijna niets." Jan Schmeitz/Nuffic
ONDERWIJS VOOR
NKARACUA
Nicaragua IG \-n] D« tiran Somou 1> verdreven Nu beelnt de itnjd tegen honger armoede en onwetendheid Twtederde v»n de iM^olking ken niet leien of schrijven Met man en macht wordt er gewerkt aan de opbouw van een nieuw onderwussvsteem D«vbu verdient de bevolking onze hulp Want het land is leeggeplunderd en te arm om de wederopbouw en vemieu^^ing alleen te kunnen bekoitigen De Minisler van Onderwijs van Nicaragua Cerlot Tunnerman Bemheim heeft via de Stichting der Nederlandse Universiteiten en Hogescholen voor Internationale Samenwerking (NUFTIC) de Nederlandse onderwijswereld om ^teun gevraagd voor Iwee middelbare scholen De ene staat in Rivas de andere in Masaya Belde steden hebben zwaor onder het geweld van Somoza s Nationale Garde geleden Er IS vooral behoefte aan boeken practicum maten aal en meubilair De democratie in Nicaragua is pnl en kwetsbaar Juist nu heeft dit geteiilerde land onïe steun nodig Solidariteit die niet verder reikt dan mooie woorden is goedkoop De stryd legen Somoia hebben ie alleen moeten voeren Laten we re de hand reiken by de opbouw van het onderwijs U kunt uw bijdrage voor scholen in Rivas en Masava storten op
GIRO 4475500
t n V. Universitaire aktie NICARAGUA's-GVavenhage
Paulo Freire over de revolutie in Nicaragua:
,Jk weet dat de revolutie wordt gemaakt door mannen en vrouwen en niet door engelen" Verguisd, bewonderd, veroordeeld, verbannen en in triomf binnen gehaaid. Paulo Freire: publieke vijand nummer één van de militaire regimes, het troetelkind van de revolutie. Een man zonder waardevrije, traditioneel-wetenschappelijke pretenties, maar met een universele pedagogie voor de verschoppelingen. Een exklusief interview met de man voor wie interviews normaal tijdverlies zijn. Toch een gesprek dus. Vier hoog op op zijn studeerkamertje van de Wereldraad der Kerken: de benen in Geneve, hart en hoofd alvast in Brazilië. Een ontmoeting op de valreep, want volgend jaar gaat hij voor goed naar zijn geboorteland terug. - THB: Bent u door de revolutionaire regering uitgenodigd of bent u op een gegeven ogenblik naar Nicaragua gestapt om uw diensten aan te bieden? - Paula Freire: Ik ben erg blij met deze vraag, want door ze te beantwoorden krijg ik tenminste de kans
guaanse minister van Onderwijs. M a a r ja, voor het eerst sedert vijftien jaar mocht ik terug Brazilië binnen en n a al die tijd wilde ik wel eens mijn familie terug zien. Vand a a r dat het oktober werd vooraleer ik n a a r Nicaragua kon. Het is een fantastische ervaring ge-
Paulo Freire
om nog m a a r eens te zeggen dat ik geen toerist ben. Begrijp me niet verkeerd: als ik geld en tijd had zou ik een goed toerist in Amsterdam kunnen zijn. Maar n a a r Afrika of Latijns-Amerika ga je niet als toerist, mijn verblijf d a a r is zuiver politiek. Eén week n a de revolutie kreeg ik al een uitnodiging van de Nicara-
worden. Ik heb me in jaren niet meer zo jong gevoeld. - THB: Hoe kwam dat dan? - Paulo Freire: Door de revolutie zelf. Ik heb ze ook meteen gezegd toen ik d a a r een p a a r dagen was: jullie revolutie ontwapent me zo. Jullie revolutie is een sprankelende kind-revolutie. En toen ze me dan
vroegen: .bedoel je dat het een jonge revolutie is?' heb ik ze uitgelegd dat h u n revolutie nieuwsgierig is gebleven, nieuwsgierig m a a k t en de kreativiteit stimuleert. Het is een revolutie die vragen stelt en zeker geen vragen uit de weg gaat. Een revolutie die weet dat ze toekomst m a a k t door met h a a r m a n n e n en h a a r vrouwen hier en n u het heden te veranderen. Natuurlijk is het ook een jonge revolutie: de kommandanten zijn 23, 24, 25. Ik voelde me opa. Maar ik zou willen dat jullie goed overbrengen waarom ik me plots zo gelukkig voelde. Ik idealizeer de Nicaraguaanse revolutie niet. Ik idealizeer nooit een revolutie. Ik weet dat een revolutie wordt gemaakt door mannen en vrouwen, en niet door engelen. Revoluties maken geschiedenis, revoluties herschrijven de geschiedenis, m a a r revoluties maken geen paradijs. Vandaar dat ik nu, n a vier maanden revolutie, alleen m a a r zeg: het is een mooie revolutie, een revolutie van dichters en kunstenaars, van lachende mensen, van enthousiasme en geluk, een revolutie die wapens en geweld verwerpt, m a a r niet de straf. - THB: U zegt: ik idealizeer niet. Maar u heeft het over geluk en blijheid. Daar moet u toch een konkrete voedingsbodem voor hebben? - Paulo Freire: ledere revolutie is anders. M a a r in deze heb ik een aantal elementen gezien die mij erg veel hoop gaven. Laat ik proberen om die dingen op een rij te zetten. Deze revolutie is niet rond één leider uitgebouwd. De grote inspirator is Sandino, de vrijheidsstrijder die in 1934 werd vermoord. Hij leeft nog, deze jonge leiders hebben zich rond
hem geschaard. Misschien is het daarom dat de eensgezindheid in deze ploeg zo groot is. Je weet wat eenheid betekent, vooral in LatijnsAmerika. Dat is één. W a t mij verder opviel was de aanwezigheid van kristenen in alle rangen van de revolutie. Er zitten overigens twee priesters in dit kabinet. Pas op, ik wil hiermee helemaal niet zeggen: kijk eens, deze revolutie is kristelijk. Helemaal niet. Ik stel alleen vast dat voor het eerst in de geschiedenis zoveel kristenen mee de revolutie maken. Een ander punt is dat heel LatijnsAmerika opkeek n a a r de Cubaanse revolutie. En Cuba spiegelde zich in zijn eigen revolutionair model. Maar nu is e r een andere revolutie in Latijns-Amerika, bij wijze van spreken voor de deur van Cuba. En de Cubanen weten dat het een volkomen andere revolutie is. Nicaragua heeft in het verleden veel van Cuba geleerd en doet dat nog iedere dag, m a a r Cuba zal ook moeten beginnen leren van Nicaragua. Het revolutionair proces in Nicaragua kan Cuba niet onberoerd laten: Cuba zal moeten leren. Hoe? Dat zal de geschiedenis duideUjk maken. Nog iets wat zo duidelijk uitspringt: de betrokkenheid van de jeugd bij de opbouw van het land op een volkomen nieuwe basis. Je voelt het gana - het enthousiasme. Ik heb eens te meer gevoeld dat de revolutie op zichzelf al een opvoeder is. - THB: Wij kennen het Nicaragua van voor de revolutie. Er hing, meer nog dan elders in Latijns-Amerika, een sfeer van levensmoeheid, honger, leegheid, vermoeidheid, uitzichtloosheid. U heeft dat geluk blijkbaar konkreet beleefd. Toch moet dit verleden zware sporen nalaten: wat is er dan zo plots veranderd? - Paulo Freire: Een volk dat veertig j a a r lang onder het juk van een diktator heeft geleefd, geen uitkomst meer zag, levensmoe was e n wanhopig, heeft plots een toekomst gekregen. Het volk weet dat. Het volk voelt dat het zijn menselijke (Vervolg op pagina 8)
De fabel van het pasklare politieke receptenboekje Voor Freire is het konsciëntizeringsproces niet te scheiden van een politieke organisatie. Spreken over konsciëntizering en alfabetisering betekent ook spreken over de sociale, ekonomische en kulturele politiek van een land. Het belangrijkste bij de alfabetizering van volwassenen is in feite niet het leren lezen en schrijven. Op zichzelf leidt dit immers nog geenszins tot een kritisch begrip van de sociale achtergrond waar de teksten n a a r verwijzen. Zoals analfabeten in het algemene kader van de klassemaatschappij objekten zijn: onderdrukt en zonder bestaansrecht, zo blijven zij ook objekten binnen het proces van leren lezen en schrijven. Zij worden in het leerproces niet uitgenodigd om inzicht te krijgen in h u n eigen praktische kennis om zo, vanuit het inzicht in de grenzen daarvan, méér te leren. Integendeel, ze worden geacht een stuk voorverpakte
I
kennis passief in zich op te nemen. Binnen een revolutionair perspektief is het daarentegen belangrijk dat de mensen zelf h u n geschiedenis kunnen maken. V a n d a a r dat ervaringen zich niet laten overplanten, ervaringen moeten steeds opnieuw worden opgedaan. Dit gegeven trekt Freire ook door n a a r de organisatiestrukturen. Hij onderschrijft dan ook duidelijk de visie van Amilcar Cabral, dat men niet de pretentie mag hebben om een partij, of een strijd te organiseren louter vanuit ideeën, zonder de konkrete werkelijkheid van een land daarbij te betrekken. Binnen een revolutionair perspektief worden mensen uitgenodigd om zelf te gaan denken en h u n eigen organisaties te ontwerpen. Voorverpakte partijen en organisaties zijn daarmee in strijd.
thb 13a - 23 november 1979
■ü
M fci^
J e mensen lachenjde mensen dansen, i l de mensen weten dit er een morgen zal zijn omdat het heen in heweging is" waarde terug heeft. Het volk weet dat het zelf zijn land kan opbouwen. De industrieën van Nicaragua liggen in puin, gebombardeerd door de bende van Somoza vóór de aftocht. Door de oorlog is de koffie niet ge oogst, konden de akkers niet wor den bewerkt en is e r geen rijst ge plant. M a a r de mensen lachen, de mensen dansen, ondanks de enorme moeilijkheden die ze te lijf moeten. Er is de hoop van het heden, het uit zicht op een toekomst. Een volk met een toekomst is een vrij volk, en dus een blij volk. Een volk dat weet dat
er geen morgen zal zijn omdat hun vandaag in beweging is. THB: Maar goed, over naar de aU fabetizsringskampagne voor volwas senen, want daarvoor was u uitge nodigd. Paulo Freire: I nderdaad. Het is overigens Fernando Cardenal, een priester, die direkteur is van het Alfabetizeringsprogrammavoor V ol wassenen. (Broer van de bekende dichter Ernesto Cardenal, nu minis ter van Kuituur. Noot van de red.). Hij leidt dit departement met drie
jongelui. Ze noemen zich het depar tement van de Cruzados de kruis vaarders. Dat bestaat uit vier af delingen: kurrikulum, training, in formatie en onderzoek. W a t er d a a r aan werk wordt verzet is onvoorstelbaar: dat enthousiasme, die jeugd, die bekwaamheid, dat vakmanschap. Op dit ogenblik is men druk bezig met het uitstippelen van een algemene beleidslijn voor de kampagne: de deelprogramma's zijn al voor een stuk opgezet en het materiaal wordt klaar gemaakt. Men is op zoek n a a r centen om alles gedrukt te krijgen. Papier voor het drukken van twee miljoen school boekjes voor rekenen en taal is er niet. 300.000 ton papier zijn d a a r no dig, vergis je niet.
50.000 jongelui de boer op. En ik ben ervan overtuigd dat die jongens en meisjes, net als destijds in Cuba, in die vier maanden veel meer van de campesinos zullen leren dan de boe ren van hen. I n vier maanden tijd zal deze revolutie aan die 50.000 jongeren, die over tien jaar in de regering zitten, hebben geleerd wat het begrip mens echt inhoudt. Het is immers onmogelijk om vier maanden in die omstandigheden op het platteland door te brengen en onveranderd terug te komen. Er zijn maar twee mogelijkheden. Óf ze komen als reaktionairen terug die de participatie van het volk in alle gelederen van de revolutie niet zien zitten. Óf ze worden betere revo lutionairen. Een neutrale houding is
THB: Hoe denhen ze die alfabeti zeringskampagne aan te pahkere Het gaat tenslotte om 1,2 miljoen analfabeten, 50 procent. Pauk) Freire: Ze weten op dit ogen blik precies hoe het moet. I n februari van volgend jaar zullen ze 50.000 mensen opgeleid hebben om de alfabetizeringsprogramma's te begeleiden. I n februari van volgend jaar zijn die twee miljoen handboek jes klaar die hiervoor nodig zijn Voor zover ik het kan inschatten is op dit ogenblik al 50 a 60 procent van het lesmateriaal af. THB: Dus eigenlijk gaat het a maart 1980 pas goed van start? Paulo Freire: En hoe! Net tijdens de vakantieperiode trekken die
„Honger Icnaagt niet alleen aan de maag maar ook aan de geef Paulo Freire behoort samen met Fanon, Guevara, Mao en lllich tot de derde wereld filosofen, voor wie de theorie (vast) verbonden is met de praktijit. Woorden zijn bij hen niet van hun daadkracht beroofd. Theorievorming is niet de neerslag van een studiekamergebeuren, maar is geworteld in de keiharde werkelijkheid van onderdrukking en uitbuiting, armoede en ellende: kankers die ze niet alleen beschreven en analyseerden, maar die ze ook daadwerkelijk probeerden op te heffen. Freire, geboren in 1921 in Recife in NoordOost Brazilië, is van jongs af aan gekonfronteerd ge weest met honger, armoede en repressie. De ervaring dat de honger niet alleen aan de maag, maar ook aan de geest knaagt en de betekenis daarvan voor de ontwikkeling en het intellektueel vermogen van een kind, is bepa lend geweest voor zijn werk: het ontwikkelen van de pedagogie van de onderdrukten. Toen hij twintig was ging hij rechten studeren, m a a r merkte al snel dat dit recht, het recht van de bezittende klasse was. Hij zei zijn beroep vaarwel en ging filosofie, sociologie en pedagogie studeren. I n die tijd richte hij in Recife samen met anderen de .Beweging voor de Vol kskul tuur' op, een groep die studie en on derzoek deed ten behoeve van de opvoeding tot vrijheid. Freire slaagde erin aan de bestaan de ontwikkelingstheorieën die slechts spraken over ekonomi sche uitbuiting, de dimensie van kulturele onderdrukking toe te voegen. Met dit aspekt bleef hij
zich ook bezig houden als hoog leraar in de geschiedenis en de filosofie van de pedagogie aan de universiteit van Recife. In de jaren 19631964 begeleidde hij grootscheepse alfabetizerings kampagnes in het NoordOosten van Brazilië die volgens zijn me thode waren opgezet. Zijn onder wijs n a m poUtiek stelling: een amorfe massa werd politiek be wust gemaakt. Het effekt bleef niet uit. Freire werd één van de meest gevreesde figuren voor de machthebbers in Brazilië. I n 1964 werd hij n a een militaire coup enige maanden gevangen gehou den en het land uit gezet. Hij week uit n a a r Chili, waar zijn ontwikkelingsprogramma's on der de regeringAUende veel aan dacht kregen. Momenteel m a a k t Freire deel uit van de staf van het Departement van Onderwijs van de Werel d raad der Kerken in Geneve. Maar niet meer voor lang, want in juni van volgend jaar gaat hij n a a r zijn vaderland terug: doce ren aan de universiteiten van Recife en Campina.
Freires werk is opgebouwd rond het begrip dialoog. Daarmee be doelt hij het spreken van mensen op grond van gelijkwaardigheid, met het doel om gezamelijk in zicht in h u n konkrete situatie te krijgen en deze te veranderen. Maar dan moeten de mensen kri tisch zijn, in zichzelf geloven, in anderen geloven, vertrouwen hebben in de toekomst en zich werkelijk met elkaar verbonden voelen. Vandaar dat onderdruk kers en onderdrukten nooit met elkaar in dialoog kunnen treden. Van gelijkwaardigheid tussen hen is geen sprake. De onder drukker ontmenselijkt de onder drukten: hij degradeert hen tot dingen zonder enige waarde. Het is de taak van de onderdrukten om zelf aan deze situatie een einde te maken. Onafhankelijkheid en vrijheid, menselijke mogelijkheden bij uit stek, kunnen niet van bovenaf worden opgelegd, m a a r moeten door de mensen zelf aan de ba sis worden bevochten. Eerst dan ontstaat een juist begrip van deze mogelijkheden en van de maatschappelijke strukturen, waardoor ze worden vernietigd. Revolutionairen moeten niet vóór, m a a r mét de onderdrukten werken om hiin bevrijding te re aliseren. Daarvoor is het niet al leen noodzakelijk dat de onder drukten zich bewust zijn van hun uitbuiting, m a a r dat zij juist de oorzaken ervan herkennen. Zo lang dit niet is gebetird, is de kans maar al te groot dat ze h u n
situatie fatalistisch blijven aan vaarden. Om dit herkenningsproces op gang te brengen en te stimu leren heeft Freire zijn ,Pedagogie van de Onderdrukten' geschre ven. Onderwijs kan niet neutraal zijn. De traditionele onderwijs methode, waarbij een leraar ge gevens inpompt en de leerling ze mechanisch opneemt, is het in strument om de mensen in te passen in de bestaande maat schappelijke orde. I n dit onder wijs is de wereld statisch: een ge geven orde waaraan de mensen zich m a a r moeten aanpassen Daar zet Freire zich fel tegen af. Onderwijs moet vrijblijvend wer ken: het moet de mensen stimu leren om de werkelijkheid als een ^ dynamisch proces te zien en om er kritisch en kreatief mee om te gaan. Het moet de mensen la ten ontdekken hoe ze de wereld kunnen omvormen. In de pedagogie van de onder drukten staat het begrip kon sciëntizering centraal. Hiermee bedoelt Freire het leren waarne men van sociale, politieke en ekonomische tegenstellingen en het aktie voeren tegen de onder drukkende elementen van de realiteit. Konkreet betekent dit voor het onderwijs dat het gangbare rol lenpatroon van leraar en leerling | radikaal wordt doorbroken. Uit gangspunt is de konkrete situa tie van de leerlingen: hoe hun dagelijks leven zich afspeelt, met welke problemen ze worden ge j
konfronteerd, hoe ze over zich zelf denken. De leraar zal in eerste instantie moeten leren luisteren. Belangrijk daarbij is dat hij niet uitgaat van zijn eigen vooronderstellingen, m a a r deze m dialoog met zijn leerlingen voortdurend bijstelt. Feitelijk komt het hier op neer dat leraar en leerling samen de realiteit onderzoeken en wederzijds van elkaar leren. De reële situatie en de proble men die daarmee samenhangen worden op deze manier, in het gesprek, duidelijker, zodat het mogelijk wordt om het konkrete onderwijsmateriaal op te stellen. Doordat de leerlingen samen, kri tisch allerlei aspekten van hun eigen realiteit bespreken, worden ze zich langzaam m a a r zeker be wust van de werkelijke maat schappelijke oorzaken van h u n uitbuiting en onderdrukking. Hoewel Freire de nadruk legt op bewustwordingsprocessen, gaat het hem niet om een mentali teitsverandering die los van de praktijk bereikt zou kunnen worden. Theorie en praktijk moe ten in een voortdurende wissel werking met elkaar staan. De bewustwording neemt toe naar mate men bezig is met het ver beteren van de materiële om standigheden: wie met elkaar over de praktijk spreekt en denkt, ontdekt fouten en tekort komingen en nieuwe mogelijk heden. Dan pas ontstaat een eenheid van denken en hande len: een bewuste praktijk.
11
f«--( ^p ^
onmogelijk. THB: U heeft uitgebreid met de vier afdelingen van het cruzada (kruistocht) programma gesproken. Wat vond u daar? Wisten ze waar ze naartoe gingen? Paulo Freire: Ze wisten verdraaid goed wat ze met het alfabetizerings programma aan moesten. Maar van af de eerste dag zag ik dat ze niet aan postalfabetizering hadden ge dacht. Dat heb ik meteen op tafel gegooid. En dan zie je weer die ontvankelijkheid van de Nicaragu aanse revolutie. Zij wilden meteen praten, m a a r ik vond dat ik alleen m a a r het theoretische kader kon toelichten waarbinnen postalfabeti zering kan werken. I k heb er meteen aan toegevoegd dat ze m a a r eens goed moesten brainstormen over hoe ze het in de praktijk wilden opzetten. THB: Waarin zou dat dan bestaan? Paulo Freire: Alfabetizering van volwassenen is niet alleen een poli tieke daad. Het gaat er ook om dat je mensen uitnodigt om de kermis die ze al vanuit de praktijk hebben ver worven te leren herkennen. Een uit nodiging om n a te denken. Bij post alfabetizering gaat het om een uit diepen van die kennis. I k heb d a a r geen pasklare technieken voor. Je kunt hierbij alleen m a a r van de realiteit uitgaan: politiek, sociaal, ekonomisch. THB: Eigenlijk heeft u het dan pas goed over konsciëntizering en politi zering? Paulo Freire: Juist. Maar dan houdt dat wel in dat je in deze fase de mensen uitnodigt om mee te tim meren aan een wetenschappelijke visie van de realiteit. Dat betekent dat, hoewel de populaire kosmosvisie wordt gerespekteerd, toch een aan vang moet worden gemaakt met het wetenschappelijk begrijpen van de werkelijkheid. Zonder uiteraard te vervallen in een mystifikatie van de wetenschap. Deze wetenschappelijke achtergron den zijn nodig om in een postalfa betizeringsfase gaandeweg een kri tische waarneming van de werkelijk heid op te bouwen. Daarbij blijft de nadruk liggen op het recht van het volk om te blijven deelnemen aan het herscheppen van het land. Een revolutie die ver weg blijft v a n de echte inspraak van h a a r men sen is een revolutie die niet meer bestaat. Dat is een revolutie die was.
„Ik weet dat wat ik schrijf alles met revolutie te maken heeft" „Op een dag ontmoette ik een jongeman die zich bezig hield met het alfabetizeringsprogram m a in het leger. Hij bracht me terug n a a r het hotel en zei: ,Eigenlijk heb ik u al vijf of zes jaar geleden ontmoet. I k heb me van u meester gemaakt: stap voor stap. Toen ik de Pedagogie van de Onderdrukten h a d gele zen, dacht ik: Als ik nu niets doe om de ideeën van deze m a n in de praktijk om te zetten, k a n ik niet meer met mezelf leven. I k begon met u te werken, in kleine boe rengemeenschappen op het plat teland. Toen vloog ik de gevan genis in.' Ik wist helemaal niet dat men al eerder, ondergronds, met mijn methode bezig was. Maar blijk b a a r waren er veel van dit soort kleinschalige projektjes in Nica ragua. Let wel, ik weet dat wat ik schrijf alles met revolutie te maken heeft, m a a r ik wil hele maal niet zeggen dat mijn boe ken een konkreter bijdrage in de Nicaraguaanse revolutie hebben gehad. I n het geheel niet. I k wil alleen m a a r het verhaal vertel len van een ontmoeting die mij, oude man, zo in de ziel is gesla gen. Toen die jonge kerel met de kolf van een geweer door een kom m a n d a n t van Somoza de kerker werd ingeslagen, brulde deze te gen hem: ,Je moet wel op je hoofd gevallen zijn. Hoe kxin je de ideeën van die gevaarlijke oude m a n zo blindelings volgen!
Die m a n is subversief. Die m a n is gek!' ,Ziet u', lacht de jonge komman dant, ,ik houd van een gek.' Intussen kwamen we aan bij mijn hotel en wat hij me d a a r vertel de zal ik nooit vergeten. ,Toen ik voor het eerst met uw metho de werkte, had ik absoluut geen resultaat. I k probeerde het een tweede keer, en hoewel het al wat beter ging, wou het toch nog niet lukken. Pas de derde keer begon het te lopen.' ,Hoe komt dat dan toch?' vroeg ik en wat hij antwoordde was zo iets moois: ,De eerste keer en de tweede keer was ik nog niet in staat om lief te hebben.' Nu moeten jullie weten dat ik geweldig ben aangevallen omdat ik in mijn boeken over l iefde had gesproken. De mensen geen revolutionairen m a a r gere volutionarizeerden verweten me een idealistische bourgeois houding. M a a r ook Guevara had het over de liefde. En dan hoor je plots zo'n jong revolutionair, die eerst met mijn methode heeft gewerkt en dan de wapens heeft opgenomen om in de revolutie te gaan meevechten. Dan hoor je van zo iemand: ,ik kon niet liefhebben'. Ik vroeg hem: ,Wat versta je dan wel onder de liefde?' En terwijl hij uit het r a a m keek, kwam er een mijmerend antwoord: ,I k was toen nog niet in staat om één van hen te worden'."
Annemiek Decock Clemens Graafsma AnneLies van Diessen thb 13a 33 november 1979
Ministerie van onderwijs van Nicaragua:
„Verzoeken dringend noodhulp" In augustus van dit jaar stuurde Carlos Tunnerman Bernheim, minister van onderwijs van Nicaragua, een telegram naar de NUFFIC in Den Haag. Een onverbloemd SOS op het ogenblik dat de rest van de wereld gulle schouderklopjes, vage hulpbeloftes en vaderlijke waarschuwingen bij de jonge leiders van het bevrijde Midden-Amerikaanse staatje deponeerde. Het telegram loog er - in vertaJing niet om: „verzoeken dringend noodhulp voor herstel onderwijssysteem Nicaragua dat ernstig is beschadigd als gevolg van de vrijheidsstrijd stop schade in het gehele land geschat op 25 miljoen dollar stop hulp kan bestaan uit storting geldmiddelen op dollarrekening van dit ministerie nr. 54-218 Centrale Bank Managua of uit laboratorium-uitrusting, lessenaars of boeken stop Groeten van de Sandinisten stop Carlos Tunnerman Bernheim, minister van onderwijs." Aangezien er op dat ogenblik net een Nederlandse ambtelijke delegatie in Nicaragua de mogelijkheden tot samenwerking onderzocht, werd meteen het pimtje .onderwijsprojekten' aan de agenda toegevoegd. Op verzoek van de Nuffic stapte een lid van de missie n a a r de Minister van Onderwijs en kwam n a a r Nederland terug met de door het departement uitgesproken hoop dat de hulpaktie zich in eerste instantie op twee middelbare scholen zou richten. In de optiek van de nieuwe leiders van Nicaragua spreekt deze prioriteit vanzelf. Toen zij in triomf Man a g u a binnentrokken vonden zij niet alleen de schatkist leeg, de steden in puin, de industrieën vernield en de akkers verwoest, m a a r ook een amorfe massa, door de politiek van Somoza voor zestig procent analfabeet. Op het Ministerie van
van de scholen. Vandaar dat het Ministerie van Onderwijs in Managua ook zonder omwegen a a n de Nuffic steun heeft gevraagd voor twee van de meest getroffen middelbare scholen van het land. Ze liggen in Masaya en Rivas, twee plaatsjes in het Zuid-Westen, met ongeveer honderdduizend inwoners vóór de opstand tegen Somoza. Zicht op het aantal inwoners dat er n a de hevige gevechten is overgebleven, is er niet. Zicht op het puin alvast wel. Het Instituto Nacional de Masaya waar plaats was voor 2000 leerlingen, is tijdens de burgeroorlog voor de helft verwoest: inrichting en praktikumruimtes gingen totaal verloren, alleen het tweede gebouw met de klaslokalen staat nog recht. Het Instituto Nacional de Rivas, ook een middelbare school met een technisch karakter, heeft minder te lijden gehad, m a a r heeft nooit de luxe gekend van praktikumruimtes en de uitrusting daarvoor. De Nicaraguaanse regering heeft de opbouw van deze scholen dan ook bovenaan het prioriteitenlijstje gezet. Instellingen als deze zijn een uitzondering op het platteland, en bovendien ontbreekt het de nieuwe machthebbers vooral aan mensen met een degelijke vakkennis. De verantwoordelijken van de Nuffic hebben dit lijstje gerespekteerd en het middelbare scholenprojekt door dik en dun verdedigd n a a r het Nederlands akademische wereldje toe. En d a a r waar men aan een aantal universiteiten nogal moeilijk deed over dit niet-akademisch projekt, heeft het Tilburgse Buro Buitenland de aktie bij het Kollege van Bestuur aangekaart. Ter ondersteuning van de aktie ,Onderwijs voor Nicaragua', die momenteel overal in Nederland loopt, deze extra THB-bijdrage. In de hoop
Onderwijs sloeg men dan ook meteen aan de slag. Absolute prioriteit: zo snel mogelijk zeshonderdduizend mensen die vooral op het verwaarloosde platteland wonen te Ieren le-
Jan Sciimeitz in Nicaragua De affiches die overal over de hogeschool zijn verspreid roepen op om ook uw steentje bij te dragen tot de opbouw van een volkomen nieuw onderwijssysteem voor Nicaragua. In het kader van de aktie .Onderwijs voor Nicaragua' ging freelance journalist Jan Schmeitz op verzoek van de Nuffic een kijkje nemen in de twee scholen van Masaya en Rivas, zwaartepunten van de Nederlandse universitaire aktie.
zen en schrijven. Tijdens deze alfabetizeringskampagne, die in m a a r t volgend jaar van start gaat, trekken 50.000 scholieren gedurende vier maanden n a a r de in ontwikkeling altijd al achtergebleven periferiegebieden. Een aantal internationale niet-goevemementele organisaties hebben hier h u n schouders onder gezet: deze kampagne zullen ze dus wel rooien. Iets anders is het met de inrichting
dat ook hier aktief wordt meegewerkt aan het verzamelen van fondsen die het moedige volk van Nicar a g u a in staat zullen stellen om tenminste deze scholen terug op te bouwen. De bouwkosten van beide scholen worden geraamd op 127.000 US-doUar met inbegrip van het meubilair. De uitrusting van de praktikumruimtes zal n a a r schatting 115.000 dollar per instituut kosten. De vraag is alleen of we het bij die schamele extra gulden op het tientje van het drankjesbonnenboekje laten? Annemiek Decock
De scholen van Masaya en Rivas De middelbare school van Masaya - Nicaragua - geeft een goed voorbeeld van de manier, waarop in het nog maar zo pas bevrijde land onderwijs wordt gegeven. In drie ploegen trekken de 3159 leerlingen dagelijks naar de door artillerievuur geschonden lokalen. De klassen zijn overvol, gemiddeld 71 personen. Het lerarenkorps maakt wekelijks tientallen overuren. De leergierigheid is zo groot, dat in de maand september het leerlingenaantal met 500% steeg. Dat komt natuurlijk door het intreden van de vrede, maar minstens even belangrijk is een regeringsbesluit, dat al het lager en middelbaar onderwijs niet alleen verplicht maakt, maar ook gratis. Voor het eerst in de geschiedenis van Nicaragua hoeft men
geen geld mee te brengen om tot een school te worden toegelaten. Talloze ouderen hebben van deze gelegenheid geruik gemaakt om eindelijk hun gebrekkige schoolopleiding aan te vullen. Het lerarenkorps plaatst ze zoveel mogelijk in de avondploeg, zodat ze overdag - als ze werk hebben hun brood kunnen verdienen. Maar ook de jongere lichtingen hebben een heel andere achtergrond dan de gemiddelde schoolbevolking. Net als op bijna alle andere middelbare scholen zijn jonge veteranen zo van het front In de klas terechtgekomen. Het onderwijs aan de middelbare school van Masaya draagt noodgedwongen een nogal theoretisch karakter. De stem van de docent is meestal het enige leermiddel. Er zijn te weinig boeken en met
name de praktikumlokalen voor natuur- en scheikunde werden tijdens de zware gevechten rond de bevrijding van Masaya zwaar beschadigd. In Rivas, een met Masaya vergelijkbare provinciestad, is de onderwijssituatie nog moeilijker. Daar heeft het schoolgebouw de gevechten goed overleefd, maar precies om die reden heeft de plaatselijke overheid er beslag op gelegd. In het laatst van de strijd bombardeerde de Nationale Garde het ziekenhuis - driehonderd doden - en de school is nu als noodhospitaal ingericht. De vijftienhonderd leerlingen krijgen les in kamers en lokaaltjes verspreid over de hele stad. Ook daar maken de docenten talloze overuren om aan de enorme
10
vraag naar onderwijs te voldoen. Geen wonder, dat het Ministerie van Onderwijs in Managua juist deze twee scholen voorstelde, toen van Nederlandse imiversitaire kant gevraagd werd om konkrete hulpprojekten. Ze hebben niet alleen de hulp hard nodig, maar bovendien demonstreren ze, hoe groot de afstand tussen wensen en mogelijkheden in het huidige Nicaragua is. De plannen liggen klaar. De mensen zijn enthousiast. Alleen de middelen ontbreken nog. De opbouw van het nieuwe Nicaragua begint bij het onderwijs. Uw steun is daarbij onontbeerlijk. U kunt uw bijdrage storten op giro 4475500 ten name van Universitaire aktie Nicaragua 's-Gravenhage. Jan Schmeitz / Nuffic
Onderwijs in Nicaragua nu gratis en verpiiclit
Nieuw bewind palet strijd tegen analfabetisme grootscheeps aan In Nicaragua is het experiment met de opbouw van een nieuwe samenleving in volle gang. Ondanks de littekens, die de bombardementen van Anastasio Somoza onder de bevolking hebben achtergelaten - 50.000 doden op twee en een half miljoen mensen - overheerst het optimisme: Nicaragua bouwt aan een nieuwe toekomst. Een vernieuwd onderwijssysteem speelt daarbij een belangrijke rol. Het land wil een eind maken aan het Somoza-tijdperk, waarin 45% van de kinderen niet n a a r school kon gaan, gewoon omdat er geen onderwijsmogelijkheden in de buurt waren, of omdat ze moesten werken om in h u n levensonderhoud te voorzien. In 1980 gaat er een alfabetiseringskampagne van start met als doel de n a a r schatting zeshonderdduizend analfabeten in het land in twintig maanden lezen en schrijven te leren. Het Ministerie van Onderwijs draait op volle toeren om nieuwe projekten en onderwijsprogramma's te ontwikkelen. In 1978 volgden in Nicaragua 378.420 kinderen lager onderwijs en circa 98.724 kinderen gingen n a a r de middelbare school. Beide vormen van onderwijs zijn n a de overwinning op het Somoza^ regime door de nieuwe overheid verplicht gesteld, zodat in september het aantal ingeschreven leerlingen al met 50% was toegenomen. Voor het eerst in de geschiedenis van Nicaragua is dit onderwijs bovendien gratis. De regering verwacht, dat de begroting van het Ministerie van Onderwijs het komende jaar op zijn minst zal verdubbelen. Alleen de oorlogsschade al aan gebouwen, schoolbanken, laboratoriumruimtes en bibliotheken bedraagt 54 miljoen gulden. Bovendien moeten er ongeveer 5000 klaslokalen worden bijgebouwd om de stroom nieuwe leerlingen op te vangen. Voor het onderwijs in die klassen zijn 6000 onderwijzers extra nodig, terwijl aan de alfabetiseringskampagne minstens 13.000 mensen hun medewerking moeten verlenen. Op het moment telt Nicaragua 10.000 onderwijskrachten. Zij worden aangevuld met studenten en vrijwilligers die daar momenteel een korte opleiding voor ontvangen. Uit alle delen van het land stromen verzoeken binnen van arme boerengemeenschappen om ook in h u n dorpjes en gehuchten een school te krijgen. Er zijn voorlopig vliegende brigades gevormd om het onderwijs op het platteland te verzorgen. Zij werken met een integraal programma, waarin tegelijkertijd alfabetisering, verbetering van de landbouwtechnieken, hygiënische maatregelen en politieke vorming voor komen.
zijn veel onderwijskrachten een beleidsfunktie gaan vervullen bij het openbaar bestuur om d a a r een bijdrage te leveren aan de wederopbouw van het land. Dit geldt met name voor docenten aan de hogere opleidingen. Om al deze problemen te lijf te gaan is een nieuw administratief apparaat gevormd. De staf van het Ministerie van Onderwijs moest n a zuivering van de Somoza-aanhangers goeddeels worden vernieuwd. Dat valt niet mee, omdat Nicaragua lijdt onder een groot gebrek aan technische en administratieve ervaring. Als iemand een aanstelling krijgt op het ministerie, worden zijn of h a a r bezittingen nauwkeurig geïnventariseerd, zodat men k a n vaststellen, of de ambtenaren zich tijdens h u n ambtsperiode niet ongeoorloofd
Op de Nationale Universiteit in León is het aantal studenten verdubbeld. Een groot aantal van hen kon verleden jaar geen kollege lopen omdat ze verdacht werden van subversieve aktiviteiten. De afgelopen maand hebben alle studenten een test afgelegd, zodat h u n kennisniveau kon worden gepeild. Inmiddels hebben zij te horen gekregen in welk jaar zij h u n studie kunnen voortzetten. Om in hun levensonderhoud te voorzien moet een groot aantal studenten werken. Velen van hen hebben zich trouwens als vrijwilliger opgegeven voor de vliegende onderwijsbrigades. Tegenover het toenemende aantal studenten, staat een numeriek achteruitgaand onderwijskorps. Wegens het grote gebrek aan deskundigen
verrijken. Neemt h u n levensstandaard onevenredig met het salaris toe, dan wordt een onderzoek ingesteld. Hoofden van scholen worden voortaan in samenspraak met de onderwijzers, de leerlingen en de ouders aangesteld. Bij de opzet van het nieuwe onderwijssysteem speelt verder de volksraadpleging een grote rol. Ieder projekt wordt door alle betrokkenen regelmatig geëvalueerd. Zo kan men systematisch verbeteringen aanbrengen. De opbouw van het nieuwe onderwijssysteem kost veel geld en energie. De oorlogsschade a a n gebouwen, fabrieken, machines en vee bedraagt alleen al 970 miljoen gulden. De buitenlandse schuld bedraagt 3 miljard en voor het einde van het jaar moet de nieuwe regering daarvan 1,2 miljard afbetalen. Voor het wederopbouwprogramma zijn de eerste twee jaar meer dan anderhalf miljard gulden nodig. De kosten van de alfabetiseringskampagne worden geschat op 240 miljoen. De onderwijsbegroting bedraagt 60 miljoen. En geld is schaars. Het welslagen van het onderwijsprogramma is dan ook in hoge mate afhankelijk van ekonomische en financiële hulp uit het buitenland. Jan Schmeitz / Nuffic
i^f.
*^0^
11
thb I3a - 23 november 1979
Universiteiten voor Nicaragua
Zo doen het de anderen zal in januari plaats vinden. Het Buro Buitenland koördineert een en ander ter plaatse.
Het bersiad binnen universiteiten en hogescliolen over het te voeren beleid en de te ondernemen aktiviteiten inzake de steunaktie voor het onderwijs in Nicaragua is nog gaande. Onderstaand overzicht is dus niet meer dan een momentopname op 1 november 1979. TECHNISCHE HOGESCHOOL DELFT Aktiviteiten binnen de hogeschool zijn in voorbereiding. Bemiddeling van het Buro Buitenland heeft geresulteerd in de vertaling van de uit Nicaragua opgestuurde materiaallijsten. De plaatseUjke afdeling van het Nicaragua Komité heeft reeda een manifestatie georganiseerd en de film Nicaragua 1978 vertoond. VRIJE UNIVERSITEIT De Universiteitsraad sprak zich op 18 augustus luianiem uit voor steun a a n Nicaragua. Er werd terstond een initiatief-komité gevormd. In overleg met de Nuffic koos de VU ook voor steun a a n de scholen in Rivas en Masaya, waarvoor een eigen gironummer werd geopend. Gedurende een aantal weken heeft Ad Valvas artikelen over de situatie in Nicaragua gepubliceerd. Er is een breed komité van aanbeveling gevormd waarin onder andere de rector magnificus en de voorzitter van het Kollege van Bestuur zitting hebben. Op 16 november vond er in het hoofdgebouw een grote manifestatie plaats.
KATHOLIEKE UNIVERSITEIT NIJMEGEN Op 30 oktober is een motie door de Universiteitsraad aangenomen die: 1 voorziet in de oprichting van een initiatiefkomité waarin twee raadsleden zitting hebben 2 het Kollege van Bestuur om medewerking vraagt bij de aktiviteiten van het initiatiefkomité 3 het Kollege van Bestuur verzoekt om in kontakt te treden met de Nuffic om de mogelijkheden van langdurige universitaire samenwerking met Nicaragua te onderzoeken. In de voorbereiding van de jiktie ter plaatse speelt ook het Derde Wereld Centrum van de Katholieke Universiteit Nijmegen een belangrijke roL
Tenslotte heeft de VU reeds stappen ondernomen om tot een langdurige universitaire samenwerking met universiteiten in Nicaragua te komen. LANDBOUW HOGESCHOOL WAGENINGEN Net als bij enkele andere instellingen kunnen a a n de Landbouw Hogeschool Wageningen alleen akties plaatsvinden voor universitaire instellingen. In later stadium kan een aktie voor of samenwerking met een universiteit in Nicaragua in overweging genomen worden. Verspreiding van de affiche en de folder k a n plaatsvinden via het Buro Buitenland. Het PlaatseUjk Nicaragua Komité heeft reeds een manifestatie georganiseerd.
RIJKSUNIVERSITEIT UTRECHT Het Kollege van Bestuur zal binnenkort een uitspraak over steun aan de aktie doen. Verspreiding affiches en folders vindt reeds plaats. Een universitair projekt op het gebied van de alfabetisatie zou zeer wel vanuit Utrecht opgezet kunnen worden, aldus het Buro Buitenland, dat ook aktief is in de koördinatie van
RIJKSUNIVERSITEIT GRONINGEN De RUG steunt de aktie. Het gironummer van de universiteit is ter beschikking gesteld voor het inzamelen van gelden. Waarschijnlijk zal er ook overtollig laboratoriummateriaal voor het onderwijs In Nicaragua bestemd worden. Een manifestatie in samenwerking met het plaatselijk komité is in voorbereiding. Deze
Augusto Sandino, de m a n w a a r n a a r de Sandinisten zich hebben genoemd. Hij werd op 18 mei 1895 in het departement Masaya geboren. Na vele verschillende beroepen te hebben uitgeoefend werd hij in 1926 generaal in het Volksleger, dat de strijd aanbond met Amerikaanse Mariniers, die d a a r de zakelijke belangen van de US kwamen verdedigen. Op 21 februari 1934 reisde hij n a a r Managua voor vredesonderhandelingen. Daar werd h^ in een hinderlaag vermoord door de grondlegger van de Somoza-dynastie, Anastasio Somoza. Medeplichtige was Arthiu- Blisslane, ambassadeur van de USA. 12
plaatselijke evenementen. Er zijn plannen voor een manifestatie waarin ook het Nicaragua Komité participeert. RIJKSUNIVERSITEIT LEIDEN De Universiteitsraad staat positief ten opzichte van de aktie. Een informatie-avond is reeds georganiseerd. De afdeling voorlichting heeft de koördinatie van de aktie op zich genomen. Via ,Mare' zal informatie verstrekt worden aan de Leidse civitas. RUKSUNIVERSITEIT LIMBURG Het Kollege van Bestuur is op zijn verzoek ingelicht over de mogeUjke per instelling wellicht differentiërende aanpak van een dergeUjke aktie, aangezien de Rijksuniversiteit Limburg nog geen ervaring heeft met dergelijke aktiviteiten. Men wilde de affiches en folders graag ontvangen. TECHNISCHE HOGESCHOOL EINDHOVEN Het CICA heeft het Kollege van Bestuur positief geadviseerd over de verstrekking van overtollig materiaal. ERASMUS UNIVERSITEIT ROTTERDAM Het KoUege van Bestuur heeft de diverse raadsfrakties geïnformeerd en wacht verdere initiatieven af.
Ie zin van het celibaat
r kerk en klooster Js ze geweest is sterft af. Maar de vezenlijke kern blijft bestaan. Het • is gewoon niet zo dat je als priester anno 1979 per definitie saai bent of een akelig leven hebt. I k geloof heel sterk in de kracht en de vitaliteit van de levensbron die aan de kerk ten grondslag ligt. Daar ben ik niet zo pessimistisch over." T.G.: Dus voor jou hoeft die kerk '■jiiet zo nodig radihaal te verande ren? •Anton: „Ik geloof niet dat 't radi kaal zal veranderen." T. C: Ook niet de achterhaalde ideeën van de nieuwe paus, vooral waar het moraalkwesties betreft? Anton: „De moraal is ook m a a r een pnderdeel, een facet van het geheel. Kat wordt vaak zo groot voorge steld. Veel mensen gebruiken het gauw als een alibi, als een ontwij
natuurlijk een frustratie van je welste." Johan: „Er zijn oudere inonniken die op een ongelooflijk spontane en na tuurlijke manier met vrouwen kun nen omgaan. De mystieke schrij vers weten eros en mystiek trou wens ook goed samen te brengen." Anton: „Als celibatair moet je ero tiek en verliefd worden en dat soort dingen niet uit de weg gaan. Je moet het leren integreren." T. G.: Maar binnen deze kloostermu ren zul je toch niet gauw een vrouw tegen het lijf lopen? Wat valt er dan te integreren? Johan: „Ja, oorspronkelijk was dat dualisme er natuurlijk wel. Maar dat gold niet alleen tegenover vrou wen. Er moest een hoge m u u r wor den opgetrokken, letterlijk en fi guurlijk, tussen het klooster en de
Anton: „Ja. Het is echt niet zo dat ik dat celibaat er m a a r op de koop toe bijneem. Voor mij is het een heel zinnige levensvorm. Ook omdat ik, dat dxirf ik onderhand wel rustig te stellen graag een buitenbeentje wil zijn. Daardoor kan ik namelijk iets doorbreken." Johan: ,,Ten onrechte wordt vaak de schijn gewekt dat celibatair leven nog moeilijker is dan getrouwd zijn. Dat klopt natuurlijk niet. I k ben hier alleen, m a a r niet eenzaam. Als ik hier eenzaam was zou ik dat ook zijn als getrouwd man."
Karrière T. G.: Een ander moeilijk verteer bare zaak lijkt mij de belofte van gehoorzaamheid. Johan: „Gehoorzaamheid, ik heb daar nog weinig ervaring mee. Maar de regel van Benedictus is weinig autoritair, dus dat zal wel loslopen. I k denk dat gehoorzaam heid ideaal gesproken ,vriend schap' betekent. Met je abt en je medemonniken. Daaraan kun je voor jezelf een norm ontlenen." Anton: „Wat is gehoorzaamheid? Als je het interpreteert n a a r de va derkindrelatie zit je verkeerd, 't
,r i
zeggen. Maar 't is niet zo dat ik al m'n wetenschappelijke bezigheden overboord moet zetten. Er zijn best nog studiemogelijkheden m a a r je moet het wel sterk relativeren. I k word nu op de eerste plaats monnik en niet wetenschapper. Een echte geplande wetenschappelijke kar rière ligt er voor mij niet in het ver schiet." T. G.: Anton, voor jou zijn er meer mogelijkheden om je talenten en ambities te botvoeren, of niet? Anton: „De verleiding daartoe is erg groot, m a a r als je eraan toegeeft, gaat dat ten koste van je eigenlijke motieven." T. G.: Maar je kunt toch niet zonder bevrediging in je werk en zonder waardering van buitenaf? Anton: „Natuurlijk niet. Maar daar moet je niet op gaan steunen. Het belangrijkste van mijn werk is: er zijn. I n mijn preken moet ik niet we tenschappelijk perfekte dingen zeg gen, 't Feit dat ik d a a r sta en iets zeg, wat dan ook, is van meer be lang. Je hebt voor de mensen een sterk verwijzende fvmktie." T. G.; Wat voor soort priester ga jij worden? De manager, de halfzachte herder, de man van de donder preek? Anton: „Bovenal blijf ik toch boer: men vindt mij eenvoudig, iemand die gemakelijk kontakt maakt, bo vendien iemand die op de fiets komt. Voor sommigen schijn ik iets bijzonders te hebben. Nou, ik hoop dat veel mensen daarin iets terug vinden van het geloof." T. G.: Ben je gevleid door die ge dachte? Anton: „'t Vleit je en 't m a a k t je b a n g omdat 't meteen zo'n opgaaf betekent. Maar al met al voel ik me er toch goed bij."
' S ff ff
Investering
kingsmanoeuvre om niets meer aan het geloof te hoeven doen." Johan: „Dat probleem van de af stervende organisatie ligt hier nog veel scherper. Je kunt dit alleen maar doen als je vanuit de diepte leeft. Dat geldt niet alleen voor de vergrijzing, dat geldt ook voor het I celibaat. Het celibaat is een niet goed te praten dwaasheid, m a a r je moet het lef hebben om je in die onzekerheid te storten. I k leef graag in die dwaasheid. De laatste grond van mijn bestaan ligt noch in de stu die, noch in het huwelijk en ook niet in het celibaat." T. G.: Over het celibaat gesproken: hoe moet dat nu verder met de sex, heren? Johan: „Tja, dat blijft een moeilijk punt. Dat kan nooit in een soort spanningsloze toestand worden op geheven. Sexualiteit is niet te iso leren. Ook niet in een huwelijksrela tie, 't Staat in een geheel. Zoals ook de onthouding hier. Desondanks kun je een hoop affektivlteit ont plooien." Anton: „Als je sexualiteit eng lichamelijk denkt wordt het celibaat
i
wereld, 't Zal trouwens nog wel ja ren duren voordat dat struktureel anders zal worden. I k stel me zo voor dat je deze zaken hier in ge spreksgroepen aan de orde gaat stellen. Als ik geen goede kontakten had met enkele vrouwen zou ik dit leven niet aankunnen. Het is heel paradoxaal. Volgens mij k u n je pas celibatair zijn als je goede kontak ten hebt en gehad hebt met een vrouw. Voor de meeste inonniken hier gaat dat natuurlijk niet op." Anton: I„ n de kloostergeschiedenis zijn er toch ook eeuwen geweest waarin sexualiteit een veel ruimere plaats kreeg. Naderhand is men zich gaan verliezen in het afweer mechanisme. I k vind het belangrijk dat je het vrouwelijke in jezelf en anderen aksepteert. Dat kan bij voorbeeld ook via dromen, waarin een heelheidswording plaatsvindt tussen 't vrouwelijke en het manne lijke." T. C: Je bedoelt eten natte droom? Anton (lachend): „Nou, nee, dat toch niet." T.G.: Het celibaat heeft voor jullie dus een duidelijke funktie?
Gaat hier om volwassen mensen. Voor mij betekent gehoorzaamheid vooral de bereidheid om samen te zoeken n a a r de juiste oplossingen." Johan: „I k heb e r ook geen moeite mee zolang je m a a r niet vanachter een gordijn door besluiten over rompeld wordt. Dat gebeurt nogal eens in kloosters." Anton: „En ook in het bisdom." T. C: Maar de rebellie uit de eerste studiejaren is voorbij? Johan, jij las toen met instemming de komplete werken van James Joyce en Henry Miller. Blijf je dat doen? Johan: „Dat is een moeilijk punt. Vroeger slikte ik alles zonder veel kritiek. Romans, korte verhalen, poëzie. Maar dat is sterk vermin derd. I k blijf wel veel poëzie lezen. En schrijven natuurlijk. Dat hoort bij dit poëtische leven." T.G.: V raagt het kloosterleven ook niet van je dat je alle wereldlijke ambities opgeeft? Johan, aan jou gaat dan waarschijnlijk een hele goeie wetenschapper verloren. Doodzonde. Johan: „I k hoef tegenwoordig niet meer te blozen aJs ze dat tegen me
13
T. G.: Waarom wil jij persé Trappist worden, Johan? Johan: „Het trappistenleven staat dichter bij de n a t u u r dan bijvoor beeld dat van de benedictijnen. Ach, die keuze was aanvankelijk vrij wil lekeurig. Maar n u wil ik alleen nog m a a r in dit klooster. I k heb hier al zoveel geïnvesteerd, emotioneel en affektief. De struktuur van zo'n klooster, het vierkante claustrum met de gangen erom heen, die mu ren en dat plafond, d a a r zit al te veel van mezelf in." T. G.: Is jouw besluit toch geen vlucht voor de werkelijkheid? Johan: „I n zekere zin moet je we reldvreemd durven worden. I k blijf natuurlijk op de hoogte van het maatschappelijk gebeuren, m a a r je komt in een paradoxale verhouding met de wereld te staan. I k kies voor dit en dus niet voor andere dingen die me ook trekken. Dat is pijnlijk, m a a r 't kan niet anders. I k kies er voor om afstand te houden van de wereld. Waarom? Als ik het zelf helemaal begreep was de lol eraf. Je begeeft je in een ondoorgrondelijk geheim. Het is een hele diepe hunkering die nergens anders bevrediging schijnt te kun nen vinden." Toine Geurts
thb 13 23 november 1879
China:
De tijd dat sociale wetenscliappers varlcens folcten is nu voorbij Sinds twee jaar krijgt de beoefening van de sociale wetenscliappen weer een leans in China. De val van de bekende ,bende van vier' luidde voor de Chinese Akademie voor Sociale Wetenschappen (CASW) een nieuw tijdperk in. Vóór het begin van de kuiturele revolutie waren de Chinese sociale wetenschapsbeoefenaars ondergebracht bij de Algemene Akademie voor Wetenschappen, waar zij vergeleken met de beoefenaars van de natuurwetenschappen, sterk in de minderheid waren. Nu zijn zij dus verenigd in een geheel zelfstandige akademie. De leider van de Chinese delegatie, die vorige week de hogeschool bezocht, Yu Guangyan, is vice-president van die CASW. Hij studeerde in 1936 af a a n de Jinghua-universiteit en schreef een leerboek over potieke ekonomie dat tot het begin van de kuiturele revolutie gebruikt werd op alle Chinese universiteiten. Guangyan dook n a de val van de ,bende van vier' weer in Beijing op. In een informatiestencil van de Chinese ambassade schrijft hij over de akademie: „We hebben nog niet genoeg mankracht om alle problemen die er liggen op te lossen, ook al omdat we nog m a a r kort bestaan. De sabotage van de ,bende van vier' is voor buitenlanders vaak moeilijk te begrijpen. Niet alleen gespecialiseerde organen, m a a r alles wat met sociale wetenschappen te maken had is verloren gegaan, al het materiaal. Alle wetenschappers zijn n a a r het platteland gestuurd om varkens te fokken. Die tijd is nu echter voorbij. Wel is de invloed van de .bende van vier' er nog. Alle gebouwen zijn onder de vier weggeven aan andere instellingen. Nu komt er een nieuw gebouw." De CASW in een nieuw jasje. Dat geldt ook voor de meeste van de sociale wetenschappen die vóór de kuiturele revolutie niet of nauwelijks beoefend werden. Bij de globale beschrijving van de plaats van die wetenschappen in het China van nü maakten we gebruik van een artikel van Daan Bronkhorst. Allereerst de ekonomie. Die tak wordt bestudeerd binnen vijf onderzoeksinstituten van de akademie: ekonomie, wereld-ekonomie, industriële ekonomie, landbouweconomie en financiën en handel. De onderwerpen die er a a n die studie onderworpen worden variëren van de prijstheorie tot de invloed van geboortebeperking op de ekonomie en van de demografische ekonomie tot de ontmaskering van bourgeois theorieën. Volgens Bronkhorst hebben de Chinezen met de uitkomsten van deze studies nog niet het niveau behaald van voor de kuiturele revolutie. W a t de filosofie betreft werd vorig jaar besloten om in een achtjarenplan 120 thesen uit te werken, waaronder enkele op het gebied van de Duitse filosofie uit de negentiende eeuw, de oude Griekse filosofie en de Engelse en Amerikaanse bourgeois-filosofie. Bronkhorst merkt over een filosofische diskussie, die hij meemaakte, op: „Ten eerste is er het feit dat niet één standpunt zonder meer als juist geldt, ten tweede
zijn er deskundigen aan het woord die zich beroepen op diskussies die ook buiten het spectrum van de Chinese ideologie zijn gevoerd en tenslotte blijkt er een openbaar debat mogelijk te zijn over een onderwerp in het h a r t van de Chinese politiek, het denken van voorzitter Mao." De psychologie is weer terug van weggeweest. Dit vak, dat vóór de kuiturele revolutie gold als één van de meest ontwikkelde mens-wetenschappen, heeft onmiddellijk weer een plaats gekregen binnen de CASW. Dat die psychologie zo'n
.riante' positie had en heeft is te danken aan het feit dat de medische psychologie een veilige haven was voor psychologen. Zij hoefden zich daardoor immers niet in te laten met politiek beladen studies. Een sociologische afdeling bestaat er Cnog) niet binnen de nieuwe akademie. De sociologie werd kort n a 1949, in navolging van de ontwikkelingen in Rusland, uit het eerste vijfjarenplan geschrapt, omdat prioriteit gegeven moest worden a a n de ontwikkeling van de technologie. Vóór 1949 had de sociologie een vooraanstaande plaats in China. Met name studies over het leven op het Chinese platteland uit de dertiger en veertiger jaren zijn bekend over de hele wereld. Tot n u toe zijn er geen officiële sociologische aktiviteiten gesignaleerd in China. De grote mannen van weleer hebben afstand genomen van h u n werk uit het verleden en proberen nu een soort van sociologische vereniging van de grond te krijgen. De oprich-
Yu Guangyan
ting van een sociologisch onderzoeksinstituut is in overweging genomen door de akademie. Bronkhorst stelt a a n het eind van zijn artikel dat de ontwikkeling van de sociale wetenschappen in de komende jaren nauw samenhangt met het politieke wel en wee van de leiders. „De voorzitter van de CASW, Hu Qiamu, die hechte banden onderhoudt met Deng Xiaoping, is volgens een m u u r k r a n t uit juli 1979, in de top bekritiseerd vanwege zijn vermeende betrekkingen met de demokratische beweging." Toine Asselbergs
KHT-studenten l(unnen weer naar USA Vijf jaar lang heeft Buro Buitenland een uitwisselingsprogramma met de Northern Illinois University in Decalb, USA, draaiende gehouden. In mei 1978 zegde deze universiteit het uitwisselingsprogramma op. Buro Buitenland liet zich door deze tegenslag echter niet op de kop zitten en vorig jaar slaagde men erin vijf Tilburgers geplaatst te krijgen op de universiteit van Pittsburg. Om een studie mogelijk te maken reisden Hans Smies, hoofd van Buro Buitenland, en Miek van Wanrooy, medewerkster van dit buro, begin deze maand naar de universiteiten van Pittsburg, Connecticut en Illinois en het voorlopige resultaat is dat per jaar gemiddeld dertig Tilburgers de vruchten van dit reisje kunnen opsnoepen.
derlandse hoogleraar Robert Wichers, die a a n de Universiteit van Pittsburg wiskundige ekonomie doceert. Hans Smies sloeg aan het korresponderen met Wichers en het resultaat daarvan was, dat vorig jaar vijf Tilburgers, twee algemeen ekonomen en drie ekonometristen, zich n a a r Pittsburg begaven. Binnen vier jaar worden deze vijf in Nederland terug verwacht met een Ph. D. op zak, te vergelijken met de Nederlandse doktorstitel. Ze hebben een vrijstelling van kollegegelden gekregen en ze mogen ongeveer vijftien u u r als student- assistent aktief zijn. Volgens Hans Smies maken ze het goed. Hij zag ze als een soort ambassadeurs van Tilburg. In Amerika is een grote belangstelling voor praktische banen, die vooral gezocht moeten worden in de managementsfeer. De meer zachte ekonomische opleidingen, zoals algemene ekonomie, krijgen steeds minder aanmeldingen. Toch wil men dit apparaat in stand houden en daarom krijgen buitenlandse studenten meer kansen. Een kans dus voor Tilburg. De KHT stelt er niets tegenover. Er is dus in feite geen sprake van een uitwisseling. Tijdens de reis n a a r de Verenigde Staten hebben Hans Smies en Miek van Wanrooy de mogelijkheid onderzocht om voor de vierjarige studie aan de Universiteit van Pittsburg meer Tilburgse studenten geplaatst te krijgen. Aan de imiversiteiten van Illinois en Connecticut is vooral gesproken over studiemogelijkheden van kortere duur, minimaal twee semesters. W a a r de Tilburgers ook voor kiezen, ze moeten wel a a n een aantal eisen voldoen, die Hans Smies als volgt omschrijft: „Het moeten goede studenten zijn.
Reden voor de Northern Illinois University om het uitwisselingsprog r a m m a stop te zetten, is volgens Hans Smies, de tanende belangstelling van studenten van deze universiteit voor Tilburg. Kwijtschelding van kollegegeld voor Tilburgers kon enkele worden verkregen op basis van het aantal uitgezonden Amerikaanse studenten. Wel werd in samenwerking met het John F. Kennedy Instituut een .Program in European Studies' opgezet, waardoor studenten uit alle landen a a n de hogeschool terecht konden, m a a r dat zette wat de uitwisseling met de USA betreft, weinig zoden a a n de dijk. Tot op een gegeven moment, Hans Smies in kontakt kwam met de Ne14
met een goede career-statement, ze moeten het hoe en waarom van him studie in Amerika goed kunnen omschrijven en ze moeten goede cijfers hebben. Kwaliteit uit Nederland moet de n a a m van de instelling hooghouden. Ze krijgen een aanstelling als student-assistent en ze krijgen vrijstelling van kollegegeld." Volgens Hans Smies is er aan deze universiteiten sprake van een goede begeleiding van de staf en medestudenten, waardoor vooral de mensen die met het Ph.D. uit Illinois terugkomen, hier een veel grotere kans hebben op de beroepenmarkt. Daarnaast wijst Hans Smies op het vormende aspekt van een studie in de USA. „Amerika is nog veel kapitalistischer dan ons land en het is altijd interessant om dat eens van binnenuit te ervaren." Niet alleen de studenten hebben de aandacht van Buro Buitenland om uitgezonden te worden n a a r Amerika. Het buro werkt momenteel ook aan een mogelijkheid om wetenschappers uit Tilburg in Amerika aan de slag te krijgen. Hier is echter wel sprake van een uitwisseling. Momenteel wordt een rapport uitgewerkt dat tezijnertijd aan de fakulteiten zal worden aangeboden. Iedereen die belangstelling heeft voor uitzending of uitwisseling, kan rekenen op een forse steun in de r u g van Buro Buitenland. „Wij laten niemand droogzwemmen". zegt Hans Smies, waarmee hij weer uitkomt bij de omschrijving van zijn reis n a a r Amerika: „Je moet ons zien als gravers van kanalen. Nadat we d a a r wat water in hebben gepompt moeten we alleen nog de bootjes zien te bemannen." P.S.
officieel KOMMUNIQUE HOGESCHOOLRAAD 1 NOVEMBER 1979 1 Op h a a r verzoek wordt aan mevrouw Van Diessen ontslag verleend als lid van de raadsadvieskommissle Personele Zaken. 2 Met ingang van 1 oktober 1979 is de heer H. H. J. Fi) opnieuw voor de duur van twee jaar benoemd tot lid van de Kommissie Studium Generale. 3 De r a a d machtigt het presidium tot het samenstellen van de kommissie ad hoc met het oog op de behandeling van het voorontwerp van wat op het Wetenschappelijk Onderwijs (voorheen de zogenaamde kommissie WUB) en tot het maken van afspraken met het KvB omtrent de wijze van behandeling van dit voorontwerp in de raad. 4 De r a a d stemt in met het voornemen van het KvB om nog in 1979 te beginnen met de eerste werkzaamheden ten behoeve van de nieuwbouw sociaal cluster en de verbouwing Mensa/Eigen Huis. Echter laat de r a a d het KvB beloven, ontruiming v a n het Mensa/Eigen Huis komplex niet eerder af te dwingen dan per 1 februari 1980, indien niet eerder een aanvaardbare oplossing is gevonden voor de herhuisvesting van Posjet en de andere huidige huurders. 5 De r a a d vraagt het KvB, een wijziging van het kiesreglement voor te bereiden, zodanig dat binnen de A-lijsten niet een kwart, m a a r de helft van de geledingskiesdeler aan voorkeurstemmen vereist is, om de lijstvolgorde te doorbreken bij de zeteltoekenning. 6 De r a a d adviseert het Stichtingsbestuur goedkeuring te hechten a a n de wijziging van de statuten van het IVA, behoudens op twee pxmten. De r a a d vindt, dat het goedkeuringsrecht van de statuten niet aan het KvB, m a a r a a n de Hogeschoolraad dient toe te komen, en dat er een benoemingstermijn van vier jaren dient te worden gehanteerd voor de IVAbestuursleden. 7 De r a a d spreekt bij motie uit, dat hij vindt dat het KvB niet automatisch adresbestanden a a n de gemeente Tilburg ten behoeve van het bevolkingsregister dient te verstrekken. Er is geen bezwaar, als de gemeente via een eigen formulier, meegezonden bij de inschrijvingsformulieren, de gewenste gegevens verzamelt. Het kollege zegt toe, zich nader te beraden over de openbaarheid van de adresbestanden van de KHT. 8 De r a a d stelt de tweede versie van de herziene begroting 1979 vast. 9 De raad stemt in met de door het KvB ontworpen kommentaar op een tweetal nota's van de Akademische Raad, één betreffende de Interuniversitaire Instituten, één betreffende het vijfde advies van de Koördinatiekommissie Onderwij skunde. 10 De r a a d neemt kennis van het verslag van het gesprek, dat een raadsdelegatie op 22 oktober 1979 heeft gevoerd met de Brabantse bisschoppen. Uit dit gesprek is gebleken, dat de bisschoppen geen ruimte wordt gelaten om tegemoet te komen a a n de bezwaren, die de Hogeschoolraad ertoe hebben bewogen, de inkorporatie van de Theologische Fakulteit alsnog af te wijzen. Een definitief inkorporatiedebat wordt voorzien in januari 1980. 11 De r a a d spreekt, met het oog op de bijzondere bisschoppensynode in 1980, bij motie zijn steun uit aan het beleid van de Brabantse bisschoppen op het stuk van de ,open katholiciteit', gelet op het feit dat de KHT h a a r signatuur ook in die zin verstaat. Voorts neemt de r a a d met instemming kennis van de mededeling, dat de Theologische Fakulteit zich heeft geschaard achter een motie van de Nijmeegse zusterfakulteit tot steun a a n professor Schillebeeckx inzake het tegen hem lopende onderzoek.
12 De r a a d stemt in met het voornemen van het KvB met betrekking tot de samenstelling van de voorbereidingskommissie Centrale Interfakulteit, die voorlopig treedt in de bevoegdheden van de te zijner tijd te kiezen fakulteitsraad en te formeren vakgroep.
Dies-rede Bij gelegenheid van de tweeënvijftigste Dies Natalis van de Katholieke Hogeschool Tilburg op donderdag 22 november 1979 heeft prof. dr. P. J. Willems een rede uitgesproken getiteld: „Het besturen van systemen". De tekst van deze rede is voor belangstellenden vanaf vrijdag 23 november 1979 verkrijgbaar bij de sekretaresse van de Rector Magnificus, Mej. N. M. F. Th. Boers, gebouw A, kamer 121.
OPROEP Door het vertrek van T. Cortooms is er voor een eerstejaars (werk)-student een plaats vrijgekomen in de onderwij skommissie basisopleiding. Belangstellenden k u n n e n zich richten tot: dr. C. Vroom (onderwijskoördinator basisopleiding), K 14 (telefoon 662452) of d r s . B. Bierkens (sekretaris OCB), K 25 (telefoon 662088). AGOLOGIE Donderdag 29 november in AZ-6, 10.00 tot 12.30 u u r : Schriftelijk t e n t a m e n agologie (Ie semester sociologie, respektievelijk 5e semester psychologie). Opgeven bij Buro Examens. SOCIOLOGIEBEOEFENINGSPROJEKT In de kolleges is de b r o c h u r e m e t betrekking tot het sociologiebeoefeningsprojekt verspreid. Voorzover u d a t niet tijdens de kolleges hebt ontvangen, k u n t u nog een exemplaar krijgen bij de koördinator van de basisopleiding: gebouw K, k a m e r 7 of 14. Drs. C. W. Vroom, onderwijskoördinator basisopleiding. BASISOPLEIDING De Onderwij skommissie Basisopleiding (OCB) komt op d o n d e r d a g 29 november a a n s t a a n d e om 15.30 u u r bijeen in K-30. Prof. dr. J. Stalpers heeft zich desgevraagd bereid verklaard het voorzitterschap op zich te n e m e n . Op de agenda staan onder a n d e r e de volgende onderwerpen: - Alternatief voor de studieleiding ten behoeve v a n de avondopleiding: - ekonomie-kursus. KOLLOQUIUM Ter afsluiting van de koUoquiareeks over ,De verzorgingsstaat' spreekt prof. dr. J. van Doom uit Rotterdam op woensdag 28 november om 16.00 u u r in AZ-8 over ,De verzorgingsstaat als afhankelijkheidsformule'.
TOETS EKONOMIE Voor de eerstejaars en tweedejaars r e c h t e n s t u d e n t e n die in het eerste semester van het lopende studiej a a r de hoorkoUeges ekonomie van prof. Smulders gevolgd hebben, zal op 11 december a a n s t a a n d e een schriftelijke toets worden afgenomen. Voor deze toets dient de volgende stof te worden bestudeerd: - J. E. Andriessen, Ekonomie in theorie en praktijk 1, hoofdstukken 1, 2, 3, hoofdstuk 4.1 tot
15
en met 4.13, hoofdstuk 7, 8 en 9, uitgezonderd 7.11. - Syllabus Macro-Ekonomie I. In zijn geheel. - Syllabus Makro-Ekonomie II. blz. 1 tot 35. - Kollegediktaat. TENTAIVIEN EKONOMIE I EN II Voor avondstudenten (nietrecidivisten) die in het studiejaar 1978-1979 de hoorkoUeges ekonomie gevolgd hebben en die nog het t e n t a m e n ekonomie-I en/of ekonomie-II moeten afleggen, wordt hiertoe gelegenheid geboden op 11 december a a n s t a a n d e . Voor het schriftelijk t e n t a m e n ekonomie-I dient de volgende stof te worden bestudeerd: - J. E. Andriessen, Ekonomie in theorie en praktijk I, hoofdstukken 1, 2, 3, hoofdstuk 4.1 tot en met 4.13, hoofdstukken 7, 8 en 9, uitgezonderd 7.11. - Syllabus Makro-Ekonomie I In zijn geheel. - Syllabus Makro-Ekonomie II Blz. 1 tot blz. 35. - Kollegediktaat eerste semester 1978-1979. Voor het schriftelijk t e n t a m e n Ekonomie II dient te worden bestudeerd: - J. E. Andriessen, Ekonomie in theorie en praktijk I, hoofdstuk 4.14 tot en met 4.17. Hoofdstuk 5. - J. E. Andriessen, Ekonomie in theorie en praktijk 2, hoofdstuk 16 en hoofdstuk 19. - Syllabus Makro-Ekonomie II, blz. 35 tot en m e t blz. 70. - Kollegediktaat tweede semester 1978-1979.
AGOLOGIE Donderdag 29 november in AZ-6, 10.00 tot 12.30 u u r : Schriftelijk t e n t a m e n agologie (Ie semester sociologie, respektievelijk 5e semester psychologie). Opgeven bij Buro Examens.
TE BESTUDEREN STOF VOOR DE TOETS PRIVAATRECHT C-I 22 JANUARI 1980 - Kollegestof prof. m r . J. E. J. Th. Deelen - Kollegestof m r . J. H. Nieuwenhuis. - Hoofdstukken verbintenissenrecht, J. H. Nieuwenhuis Hoofdstuk I met uitzondering van de pagina's 14-21 (dwaling) Hoofdstuk IV Hoofdstuk V met uitzondering v a n de p a g i n a ' s 106-110 (beperk e n d e werking van d e goede trouw) Hoofdstuk VI met uitzondering v a n de p a g i n a ' s 155-172. - Hoofdstuk zakenrecht, J. H. Nieuwenhuis, Hoofdstuk I Hoofdstuk III. Het raadplegen v a n een wetstekst is toegestaan (met uitzondering van de Editie Cremers). Aanbevolen wordt de Studenteneditie van Kluwer.
LATIJNS-AMEBIKA DAG In samenwerking met de Vereniging voor Latijns-Amerika-
MENSA-MENU PERIODE 26 TOT EN MET 30 NOVEMBER M a a n d a g 26 november - Chinese kippesoep - Varkenslap - Beefburger - Spruiten - W i t t e bonen in t o m a t e n s a u s - Gekookte a a r d a p p e l e n - Diverse nagerechten Dinsdag 27 november - Champignonsoep - Kipfilet - Frites - Groentemix - R a b a r b e r - Gekookte aardappelen - Diverse nagerechten Woensdag 28 november - Bami groentesoep - Goulash - Rijst - Doperwten - Rauwkostsla - Gekookte a a r d a p p e l e n - Diverse nagerechten Donderdag 29 november - Tomatengroentesoep - G e h a k t b a l - Bakworst - Spinazie - Gestoofde bietjes - Gekookte a a r d a p p e l e n - Diverse nagerechten Vrijdag 30 november - Erwtensoep - Hutspot - Casseler r i b - Rookworst - Diverse nagerechten
nisten en het I n s t i t u u t voor Ontwikkelingsvraagstukken organiseert Buro Buitenland op - d o n d e r d a g 29 november 1979 een seminar over: ,De rol v a n onderzoek bij ontwikkelingsprojekten in Lati)ns-Amerika'. Centraal zal s t a a n h e t CenciraHolanda projekt, d a t bijstand verleent bij de vorming v a n boeren opgenomen in het proces v a n l a n d h e r v o r m i n g te Cusco, Peru. Plaats: Portrettenzaal. Het p r o g r a m m a v a n deze d a g is als volgt: 11.15 u u r : Welkomstwoord door d r s . B. H. Evers, d i r e k t e u r v a n het I n s t i t u u t voor Ontwikkelingsvraagstukken. 11.25 u u r : De rol v a n het onderzoek bij ontwikkelingsprojekten. Drs. P. v a n Ginneken, projektleider van N e d e r l a n d s e zijde voor h e t Cencira Holanda projekt t e Peru. Een P e r u a a n s e visie op de rol van het onderzoek in dit projekt. Ir. Carlos Astete, projektleider van P e r u a a n s e zijde voor het Cencira-Holanda projekt in Peru. 12.45 u u r : Lunch. 13.30 u u r : Film ,Waar de condors geboren worden' v a n Garcia. 14.40 u u r : Pauze (tot 15.05 u u r ) . 15.05 u u r : Ko-referenten: dr. G. Huizer, d i r e k t e u r Derde Wereld C e n t r u m van de Katholieke Universiteit Nijmegen. Drs. W. Pelupessy, wetenschappelijk hoofdmedewerker a a n het I n s t i t u u t voor Ontwikkelingsv r a a g s t u k k e n v a n d e Katholieke Hogeschool Tilburg. Ir. J. Jongma, medewerker Bureau Beleidsvoorbereiding, Direktoraat Generaal Internationale Samenwerking, Ministerie v a n Buitenlandse Zaken. 15.50 u u r : Diskussie met de zaal. Diskussieleider d r s . Evers. 18.35 u u r : Korte s a m e n v a t t i n g door prof. dr. L. H. Janssen, hoogleraar ekonomie v a n ontwikkelingslanden, verbonden a a n het I n s t i t u u t voor Ontwikkelingsv r a a g s t u k k e n v a n de KHT. Inschrijfformulieren zijn verkrijgb a a r bij Buro Buitenland, k a m e r D-39. t h b 13 - 23 november 1979
voor deze pagina angela bellen (68)2277
,Het betere werk' S T U D I U M GENERALE CYKLUS DONDERDAG 29 NOVEMBER - AZ-8 AANVANG: 13.30 UUR Centraal staat de vraag of projekten, zoals behandeld In de bijeenkomst van 1 november, en gedemokratlseerde bedrijven een alternatief kunnen bieden voor onze vervreemde maatschappij. Is het alteen maar een tijdsverschijnsel of is het een begin van een beweging die zich als een o l i e vlek zal gaan verspreiden? Sprekers o p deze bijeenkomst: - Anton Scheffers IS l i d van een projektgroep die een inventarisatie gemaakt heeft van gedemokratiseerde bedrijven: Kooperaties, Besloten Vennootschappen en woon-werkgemeenschappen, waarin vooral gelet is op ontstaan en achtergronden, juridische, organisatorische en financiële strukturen, de problematiek en de toekomstverwachtingen. - Paul Kuijpers direkteur van het Provinciale Opbouworgaan. Hij zal ingaan o p de r o i die de overheid en vakbeweging kunnen spelen bij demokratisering van bedrijven en het opzetten van experimentele werkprojekten (aktief-stlmulerend, koordinerend, passief subsidiërend) als mede op de vraag hoe bestaande behoeften doorgegeven kunnen worden aan een bedrijf, zodat de produktie daarop afgestemd kan worden.
Poznan en K r a k a u k u n n e n in september 1980 weer studenten een bezoek van vier weken a a n Polen brengen. Er zullen vier steden bezocht worden: Poznan, Wroclaw, K r a k a u en W a r s c h a u . Het p r o g r a m m a bestaat uit kolleges over de ekonomische v e r h o u d i n g Oost-West, het sociaal-ekonomisch systeem in Polen, de welzijnsproblematiek, bedrijfsbezoeken en kulturele evenementen. Het voorbereidingsprogramma voor deze reis zal begin februari 1980 a a n v a n g e n . Krlteria voor deelnemers: 1 Men moet in het bezit zijn van h e t k a n d i d a a t s d i p l o m a ekonomie. Ook d o k t o r a a l s t u d e n t e n met een vem de volgende keuzevakken k u n n e n deelnemen: politieke ekonomie, s t a a t en o p e n b a a r bestuur, theorie in de politieke stelsels en ontwikkelingssociologie. 2 Men moet deel nemen a a n het totale voorbereidingsprogramma. 3 Men moet bereid zijn mee te werken a a n het eindverslag van de studiereis. 4 Inschrijfformulier afhalen bij Buro Buitenland, k a m e r D 39, vóór 15 december 1979. De deelnemersprijs is ƒ 600,- p e r persoon, inklusief de reis p e r trein Tilburg-Poznau vv, binnenlandse reizen in Polen, logies, maaltijden in mensa's.
Aiesec-stages Bezoek aan Polen In h e t k a d e r v a n h e t uitwisselingsp r o g r a m m a tussen de KHT en de akademies voor Ekonomie in
Ook dit j a a r biedt Aiesec weer de mogelijkheid a a n studenten in de richtingen ekonomie, ekonometrie en fiskaal recht om een stage te lopen in het b u i t e n l a n d . Zo'n stage is een uitstekende gelegenheid om wat ervaring op te doen bij een bedrijf of overheidsinstelling
met satirisch kabaret. Olof, 20.30 u u r : Film. ,The r e t u r n of t h e Pink Panter. Reitse Hoevenstraat 129.
november VRIJDAG 33 NOVEMBER Katholieke Hogeschool, CZ-26, 10.30 u u r : KoUoquium Ekonomie door prof. dr. J. Kometa; ,On t h e use of survey d a t a in econometrics'. Stadsschouwburg, 20.15 utu-: Gitarist H a r r y Sacksioni met begeleidingsgroep. Kultureel S e n t r u m , 20.30 u u r : Filmhuis. ,Het Adelaarsnest', Andrej Michalkow - Kontjalowski (USSR, 1969). ZATERDAG 24 NOVEMBER Kultureel Sentrum, 20.30 u u r : Filmhuis. ,Rode Vlier', Wassilij Sjoeksjin (USSR, 1973/1974). ZONDAG 25 NOVEMBER Kultureel Sentrum, 14.30 u u r : Filmhuis. Experimentele films uit Oost-Europa. MAANDAG 26 NOVEMBER Stadsschouwburg, Studiozaal, 20.15 u u r : M a n n e n v a n de D a m in een a n d e r land. Bovendien h e b je de mogelijkheid om kennis t e nemen van de verdere achtergronden en gebruiken in het betreffende land. Aiesec zorgt voor de opvang en huisvesting v a n de stagiaires en vrijwel zeker worden er aktiviteiten georganiseerd die bijdragen tot de k e n n i s v a n de k u i t u u r v a n h s t land. Mocht je interesse h e b b e n of iets meer willen weten kom d a n eens langs. J e k u n t terecht v a n m a a n d a g tot en met vrijdag tussen 12.15 en 13.30 u u r , gebouw F k a m e r 10.
ie moeten we n u in godsnaa.m n a a r de Bakoenin halen om h e m of h a a r tot zichzelf te laten komen. W e hebben afgesproken de figuren apart te nemen, m a a r reeds voor de eerste retraite bieden zich tientallen kandidaten tegelijk aan. Ik weet het niet meer." Brenda liep stampvoetend met enkele hogeschoolbladen en kranteknipsels door de kleine kajuit v a n de Bakoenin. „Hier, een verzoek v a n Alting von G. om tijdelijk opgenomen te worden om ons standpunt te leren over zijn theorieën om brave theologiestudenten op te willen zadelen met een celibatair leven. Vorig jaar tijdens de diesreden sprak hij over beheersing van bewapening. Nu weten we w a t hij daarmee bedoeld heeft Zelf heeft hij intussen al voor een hele kroost gezorgd, m a a r de tweede titel v a n zijn rede luidde d a n ook! ,De onmacht der onderhandelaars'." „Dan is er een aanvrage tot bezinning v a n het voltallige stichtingsbestuur", vulde Jezus h a a r aan. „Zij schrijven geïnformeerd te hebben bij het Kollege van Bestuiu- n a a r de a a r d van sommige recente vertoningen die de toets van redelijke kritiek niet zouden kimnen doorstaan. Zij vragen of ze er goed aem gedaan hebben het Kollege v a n Bestuur op te dragen erop toe te zien dat er binnen de hogeschool alleen nog gecensiu-eerde optredens plaatsvinden w a a r a a n h u n eigen ,nihll obstat' is toegekend." „Wat moeten we daarmee?" „Daar kunnen we niets mee. In beide gevallen gaat het weer over het katholieke stempel van onze instelling. De peetvaders achter dit alles hebben opgedragen a a n h u n ondergeschikten met voldoende IQ om een reden te vinden waarom h e t katholieke onderwijs in ons platteland een veel sterkere positie inneemt dan zijn achterban rechtvaardigt. N u wringen ze zich in bochten en schreven dikke nota's vol. Wij moeten onze vingers d a a r niet a a n branden. W a t ze ook zeiden of deden, we zouden door h e t Stichtingsbestuur via het kollege op onze vingers getikt worden. Zij weten namelijk wat katholiciteit is. WQ zouden er tegenin kunnen brengen dat
DINSDAG 27 NOVEMBER Katholieke Hogeschool, AZ-28, 20.00 u u r : Leergang Ontwikkelingsproblematiek. WOENSDAG 28 NOVEMBER Katholieke Hogeschool, 14.00 u u r : Sint Nicolaasfeest in de Portrettenzaal. M a r a n a t h a , 20.00 u u r : Algemene Ledenvergadering. Stadsschouwburg, 20.15 u u r : Russisch Staatsensemble .Berjozka' met Russische dans- en zangkunst.
Stadsschouwburg, 20.15 u u r : Nederlands D a n s t h e a t e r begeleid door Nederlands Balletorkest. Kultureel S e n t r u m . 20.30 u u r : Affiniteitstheater met d e psychologische thriller ,Edge of time'. Trefsentrum Posjet, 21.00 u u r : Muziektheater ,Vuile Mong en zijn Vieze Gasten'. VRIJDAG 30 NOVEMBER Stadsschouwburg, 20.15 u u r : ,Maskerade', een musical van Jos Brink en F r a n k Sanders. Kultureel Sentrum, 20.30 u u r : Solo d a n s p r o g r a m m a door de Engelse danseres Alisa Berk.
Kultureel S e n t r u m , 20.30 u u r : Filmhuis. ,De boom d e r wensen', Tengis Aboeladse (USSR 1977). DONDERDAG 29 NOVEMBER Katholieke Hogeschool, CZ-23, 10.30 u u r : Kolloquium Ekonomie. A-serie door prof. dr. Th. Stevers: ,De kontrole door de R e k e n k a m e r v a n bedrijven en publiekrechtelijke instellingen'. Katholieke Hogeschool, Portrettenzaal, 11.15 u u r : Seminar. ,De rol van onderzoek bij o n t w i k k e l i n g s p r o j e k t e u i n LatijnsAmerika'. Katholieke Hogeschool, 12.45 u u r : CZ-2e, 27, 28, 40 en in B-701. 703 en 820: Marketing-dag v a n Aiesec. Om 13.30 u u r gevolgd door voorlichtingsbijeenkomst omtrent arbeidsmogelijkheden voor doktoraalstudenten bij de overheid. Plaats AZ-13. Katholieke Hogeschool, AZ-8, 13.30 u u r : S t u d i u m Generale Cyklus ,Het betere werk'. Lezingen over vermaatschappelijking van de produktie.
'\
I
/matm^^ jfMatsertjes'* kunnen worden opgegeven hij de Tedaktie. Tot 30 vjoorden kotten te f2,50; onder nummer f 1,— extra. Reakties op advertenties onder nummer naar de redaktie sturen. GEVRAAGD: Management, development a n d t r a i n i n g handbook. Tayler/Lippitt, McGrawhill 1975. telefoon 013 - 551830. TE KOOP: 2 CV-4, 1972. ƒ 200,-. Jozef Israëlstrjiat 13, Tilburg, tel. 632447.
Jezus zelf tot onze clan behoort, m a a r dat zegt h u n niets. Jezus, zullen zij zeggen, wat heeft die met deze diskussie te maken. Weet die soms wat verzuiling is, of lobbiën. Dat is geen m a n om mee te onderhandelen. Hij sloeg onze voorouders de tempel uit." Jezus gniffelde en streek met de vingers van zijn linkerhand over de knokkels van zijn rechter. Daarna deed hij een klein schijngevechtje, kompleet met .Ali-shuffle'. „Dus ook het Stichtingsbestuur niet", besloot Justus, „maar wie dan?" „De feestkommissie van de Dies. Zij hebben weUswaar geen aanvrage gedaan", merkte Brenda op, „maar een beetje retraite zou hen wel van pas komen." Zij vouwde een groot kleurrijk poster open. „Bridge, rikken, jazz, pop, film, folk", stond daar op. „En dat duurt dan tot drie u u r 's nachts. Ze beginnen pas om acht u u r 's avonds, m a a r dat komt omdat de deelnemers a a n het feest eerst nog n a a r Top-pop moeten Idjken." „Inderdaad een erg onvolledig feestprogramma. Ik nüs bijvoorbeeld een akademisch spelletje bingo bij de aktivlteiten", konstateerde Justus, „men zal toch wel zoveel subsidie hebben kunnen krijgen om Pierre van Ostade te verzoeken de prijzen a a n te kondigen. J a m m e r dat men niet op het idee gekomen is." „Wat h a d je In deze donkere tijd van het jaar gedacht van een dropping. Dat men d a a r niet a a n gedacht heeft" „Toen vroeger de lagere school, waarop ik z a t feest vierde, hebben wij een vossejacht gedaan", wist Brenda nog. „De juffrouw liep ergens vermomd door de stad en wij moesten h a a r zoeken. Misschien h a d Van Dijck best mee willen doen. Tis niet zo'n kwaaie." „Je moet niet zeggen dat een vossejacht op de diesviering van de plattelandsunlversiteit n e t zo In zou slaan als op een basisschooL Er Is een groot verschil tussen die twee feesten; op de basisschool drinkt men prik en op de plattelandse bier." Justus dacht n a en zuchtte. „We kunnen deze keer niemand ter retraite uitnodigen", konkludeerde hij, „de mensen hebben geen tijd. De ene helft speelt de farizeeër en de andere helft luistert n a a r pop of kijkt n a a r Woody-Woodpecker. Laten we zelf |gJ*»tU. vmue^ ■ daarover in retraite gaan."
16
(