Skip to main content

WONDER - project Plantengroei

Page 1

Project

05

VA

N

IN

PLANTENGROEI

VERKEN!

©

kIEMEN EN GROEIEN

ONDERZOEK! GROEIsPuRT

CREËER! LAAT dE PLANTEN GROEIEN!


VERKEN!

KIEMEN EN GROEIEN 1 Bestudeer de foto’s. 2

1

b Verklaar de verschillen.

N

IN

a Geef twee verschillen tussen beide planten.

©

VA

2 Benoem onder de foto de verschillende stadia van de plant. Kies uit:

3 In de tuinbouw worden serres gebruikt om planten te laten groeien. Noteer drie factoren die door de mens gecontroleerd worden om de groei te bevorderen.

Hoe kiemen en groeien planten het best? Hoe kunnen we hun groei stimuleren met behulp van technologie? We gaan op onderzoek!

2 PLANTENGROEI

kiemen (K) – groeien (G)


ONDERZOEK!

GROEISPURT 1 Brainstorm met de klas over de verschillende kiem- en groeifactoren van planten. 2 Formuleer een centrale onderzoeksvraag en deelvragen. a Stel ‘wat’-, ‘waarom’-, ‘wanneer’-, ‘wie’-, ‘welke’- of ‘hoe’-vragen. b Gebruik de checklist. KENMERK

JA

NOG AANPASSEN

-  Start de onderzoeksvraag met een vraagwoord?

☐

☐

-  Is de onderzoeksvraag afgebakend?

☐

☐

☐

☐

-  Is de onderzoeksvraag beknopt?

☐

☐

☐

☐

IN

-  Is de onderzoeksvraag een probleem waarop je het antwoord nog niet kent?

N

-  Is de onderzoeksvraag onderzoekbaar?

KIEMEN EN GROEIEN VAN PLANTEN

VA

Centrale onderzoeksvraag:

Deelvraag 1:

©

Deelvraag 2:

Deelvraag 3:

Deelvraag 4:

3 Kies geschikte planten om de experimenten uit te voeren. Verklaar je keuze. a Kiemfactoren: b Groeifactoren: c

Waarom is het belangrijk dat de plant niet veranderd wordt tussen de verschillende deelvragen?

3 Onderzoek!  Groeispurt


4 Ga per groep op zoek naar een experiment om een van de deelvragen te onderzoeken. a b c d

Zoek op het internet geschikte experimenten. Werk je experiment uit aan de hand van de wetenschappelijke methode. Voer het experiment uit. Deel je ervaringen met de klas en stel je onderzoek voor.

WETENSCHAPPELIJKE METHODE

TITEL VAN HET EXPERIMENT: 1 ONDERZOEKSVRAAG

a

Formuleer een onderzoeksvraag.

JA

NOG AANPASSEN

-  Start de onderzoeksvraag met een vraagwoord?

☐

☐

-  Is de onderzoeksvraag afgebakend?

☐

☐

-  Is de onderzoeksvraag een probleem waarop je het antwoord nog niet kent?

☐

☐

-  Is de onderzoeksvraag beknopt?

☐

☐

-  Is de onderzoeksvraag onderzoekbaar?

☐

☐

2 HYPOTHESE

Tip

VA

N

KENMERK

IN

b Gebruik de checklist om na te gaan of je onderzoeksvraag goed is.

©

Om tot een goede hypothese te komen, denk je na over wat je al weet, en formuleer je een verwachting (hypothese) die voldoet aan een aantal criteria.

a

Noteer in de mindmap wat je al weet.

4 PLANTENGROEI


b Stel nu een hypothese op die je aan de hand van experimenten kunt aftoetsen. Gebruik de checklist. KENMERK

NOG AANPASSEN

-  Is de hypothese afgebakend?

☐

☐

-  Is de hypothese zinvol?

☐

☐

-  Is de hypothese beknopt?

☐

☐

-  Is de hypothese onderzoekbaar?

☐

☐

Formuleer je hypothese. We denken dat

3 BENODIGDHEDEN

a

Welke bronnen gebruik je? Lijst ze op.

.

N

IN

c

JA

VA

b Onderzoeksplan: ☐ digitaal (met sjabloon) ☐ niet-digitaal

Welk materiaal heb ik nodig? ☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

ONDERZOEKSPLAN

©

c

d Wie neemt welke CLIM-rol op? ☐ Organisator: ☐ Materiaalmeester: ☐ Verslaggever: ☐ Bemiddelaar:

5 Onderzoek!  Groeispurt


4 WERKWIJZE

Schrijf stap per stap de werkwijze uit. Gebruik de checklist. KENMERK

JA

NOG AANPASSEN

-  Gebruik je al het materiaal?

☐

☐

-  Beschrijf je hoe je het materiaal moet gebruiken?

☐

☐

-  Beschrijf je welke waarneming er moet gebeuren?

☐

☐

-  Beschrijf je hoe je de gegevens (waarnemingen) moet noteren, filmen …?

☐

☐

IN

N

VA

5 WAARNEMINGEN

a

Voer het experiment uit volgens het stappenplan.

b Stel vragen om tot een gerichte waarneming te komen. Noteer die vragen hier.

©

c

Noteer je waarnemingen in je onderzoeksplan.

6 BESLUIT

a

Bestudeer je waarnemingen en stel vragen om ze te verwerken.

b Noteer je verwerking in je onderzoeksplan. c

Formuleer een antwoord op de onderzoeksvraag.

d Rapporteer. ☐ Maak een verslag. Deadline:     /    /20     ☐ Presenteer het onderzoek. Deadline:     /    /20

6 PLANTENGROEI


7 REFLECTIE

Sta stil bij het experiment. Vul de onderstaande zaken aan in je onderzoeksplan. a

Verloop van het experiment: - Wat liep goed? Wat liep fout? - Hoe verliep de samenwerking? - Vervulde iedereen zijn CLIM-rol?

b Resultaat van het experiment: - Was de hypothese juist? - Hoe kun je je resultaten verklaren? Gebruik eventueel bronnen.

IN

-

Welke voorbeelden of toepassingen daarvan heb je al opgemerkt in het dagelijks leven?

N

VA

5 Leg de resultaten van de verschillende experimenten samen en vul de antwoorden aan in het schema. Antwoord deelvraag 1:

Antwoord deelvraag 2:

Š

Antwoord deelvraag 3:

Antwoord deelvraag 4:

KIEMEN EN GROEIEN VAN PLANTEN

Antwoord centrale onderzoeksvraag:

7 Onderzoek!  Groeispurt


6 Geef voor jouw experiment de hoogte van de plant (gekozen plant =       ) in functie van de tijd

IN

h (cm)

weer op een grafiek.

t (dagen)

N

7 Lees het krantenartikel en beantwoord de vragen.

LUCHT ROND ANTWERPEN KLEURT PAARS

VA

Roze ledverlichting wordt vaak gebruikt in serres om planten sneller te laten groeien, bijvoorbeeld in rozenkwekerijen en tomatenkwekerijen. Dat soort verlichting zou 35 procent minder energie verbruiken dan gewone verlichting. In dit geval ging het om een serre langs de Herentalsebaan in Vremde.

©

Bron: www.standaard.be (10 oktober 2017)

a Hoe wordt het roze licht geproduceerd? b Hoe kun je roze licht nog produceren?

c

Is dat even energiezuinig? Verklaar.

8 PLANTENGROEI


CREËER!

LAAT DE PLANTEN GROEIEN! Om energie te besparen, worden de lichten in serres aangestoken als het natuurlijke licht niet meer sterk genoeg is. Ontwikkel een energievriendelijke plantenverlichting die aangaat bij weinig licht. TECHNISCH PROCES

ONTWERP EEN ENERGIEVRIENDELIJKE PLANTENVERLICHTING 1 PROBLEEM STELLEN

Wat is het probleem?

2 ONTWERPEN

a

Wat moet het apparaat doen?

b Wanneer moet het licht aangaan?

IN

Stel ‘wat’-, ‘waarom’-, ‘wanneer’-, ‘wie’- of ‘hoe’-vragen en schrijf ze neer.

c

Hoe zorg je daarvoor?

Welk materiaal heb je nodig? ☐

☐

☐

☐

☐

©

e

VA

d Welke sensoren gebruik je?

N

3 MAKEN EN UITVOEREN

a

Teken/schets je opstelling.

9 Creëer!  Laat de planten groeien!


b Programmeer met makecode.org een micro:bit, opdat er een lamp (led) brandt als de natuurlijke lichtsterkte daalt onder de 50 %. De lamp dooft als de natuurlijke lichtsterkte stijgt boven de 50 %.

IN

NAAR WEBSITE

a

N

4 IN GEBRUIK NEMEN / TESTEN

Noteer hoe je de werking van de micro:bit test.

VA

b Brandt de led als de lichtsterkte daalt?        5 EVALUEREN

a

Wat werkte? Wat niet?

©

b Welke aanpassingen doe je nog?

c

Hoe kun je je model nog verfijnen/verbeteren?

10 PLANTENGROEI


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
WONDER - project Plantengroei by VAN IN - Issuu