Skip to main content

WONDER - project Brandbaarheid en verbranding

Page 1

Project

04

VA

N

IN

BRANDBAARHEID EN VERBRANDING

VERKEN!

©

IN VUUR EN VLAM

ONDERZOEK! BRANDVIjfHOEk

CREËER! BRANDPREVENTIE


VERKEN!

IN VUUR EN VLAM 1 Steek een kaars aan met een lucifer. a Waaruit bestaat een lucifer?

b Hoe komt het dat er vuur ontstaat terwijl je de lucifer aansteekt?

c

Wat gebeurt er met de vlam op de lucifer?

d Wat gebeurt er met de vlam op de kaars?

e Noteer drie manieren om een kaars te doven.

IN

N

VA

2 Lees de krantenkop.

CO-vergiftiging

©

Twee doden in huis dat verwarmd werd met terrasverwarmer

a Zoek op wat CO-vergiftiging is. b Omschrijf met je eigen woorden wat CO-vergiftiging is.

Welke factoren beïnvloeden verbranding? Hoe kunnen we CO-vergiftiging voorkomen? We zoeken het uit in dit project! 2 BRANDBAARHEID EN VERBRANDING


ONDERZOEK!

BRANDVIJFHOEK 1 Brainstorm met de klas over de verschillende factoren die het branden van een kaars beïnvloeden. 2 Formuleer een centrale onderzoeksvraag en deelvragen. a Stel ‘wat’-, ‘waarom’-, ‘wanneer’-, ‘wie’-, ‘welke’- of ‘hoe’-vragen. b Gebruik de checklist. JA

NOG AANPASSEN

-  Start de onderzoeksvraag met een vraagwoord?

☐

☐

-  Is de onderzoeksvraag afgebakend?

☐

☐

IN

KENMERK

-  Is de onderzoeksvraag een probleem waarop je het antwoord nog niet kent?

☐

☐

-  Is de onderzoeksvraag beknopt?

☐

☐

☐

☐

BRANDEN VAN EEN KAARSJE

VA

Centrale onderzoeksvraag:

N

-  Is de onderzoeksvraag onderzoekbaar?

Deelvraag 1:

©

Deelvraag 2:

Deelvraag 3:

3 Onderzoek!  Brandvijfhoek


3 Ga in groep op zoek naar een experiment om een van de deelvragen te onderzoeken. a Selecteer op een van deze websites of aan de hand van de video een experiment dat gemakkelijk uitvoerbaar, veilig en milieuvriendelijk is.

OPEN WEBSITE

OPEN WEBSITE

BEKIJK VIDEO

©

VA

N

IN

b Werk je experiment uit aan de hand van de wetenschappelijke methode. c Voer het experiment uit. d Deel je ervaringen met de klas en stel je onderzoeken voor.

4 BRANDBAARHEID EN VERBRANDING


WETENSCHAPPELIJKE METHODE

TITEL VAN HET EXPERIMENT: 1 ONDERZOEKSVRAAG

a

Formuleer een onderzoeksvraag.

b Gebruik de checklist om na te gaan of je onderzoeksvraag goed is. JA

NOG AANPASSEN

-  Start de onderzoeksvraag met een vraagwoord?

☐

☐

-  Is de onderzoeksvraag afgebakend?

☐

☐

IN

KENMERK

-  Is de onderzoeksvraag een probleem waarop je het antwoord nog niet kent?

☐

☐

-  Is de onderzoeksvraag beknopt?

☐

☐

☐

☐

2 HYPOTHESE

Tip

VA

N

-  Is de onderzoeksvraag onderzoekbaar?

Om tot een goede hypothese te komen, denk je na over wat je al weet, en formuleer je een verwachting (hypothese) die voldoet aan een aantal criteria. Noteer in de mindmap wat je al weet.

©

a

5 Onderzoek!  Brandvijfhoek


b Stel nu een hypothese op die je aan de hand van experimenten kunt aftoetsen. Gebruik de checklist. KENMERK

NOG AANPASSEN

-  Is de hypothese afgebakend?

☐

☐

-  Is de hypothese zinvol?

☐

☐

-  Is de hypothese beknopt?

☐

☐

-  Is de hypothese onderzoekbaar?

☐

☐

Formuleer je hypothese. We denken dat

3 BENODIGDHEDEN

a

Welke bronnen gebruik je? Lijst ze op.

.

N

IN

c

JA

VA

b Onderzoeksplan: ☐ digitaal (met sjabloon) ☐ niet-digitaal

Welk materiaal heb ik nodig? ☐

☐

☐

☐

☐

☐

©

c

d Wie neemt welke CLIM-rol op? ☐ Organisator: ☐ Materiaalmeester: ☐ Verslaggever: ☐ Bemiddelaar:

6 BRANDBAARHEID EN VERBRANDING

ONDERZOEKSPLAN


4 WERKWIJZE

Schrijf stap per stap de werkwijze uit. Gebruik de checklist. KENMERK

JA

NOG AANPASSEN

-  Gebruik je al het materiaal?

☐

☐

-  Beschrijf je hoe je het materiaal moet gebruiken?

☐

☐

-  Beschrijf je welke waarneming er moet gebeuren?

☐

☐

-  Beschrijf je hoe je de gegevens (waarnemingen) moet noteren, filmen …?

☐

☐

IN

N

VA

5 WAARNEMINGEN

a

Voer het experiment uit volgens het stappenplan onder begeleiding van je leerkracht.

b Stel vragen om tot een gerichte waarneming te komen. Noteer die vragen hier.

Noteer je waarnemingen in je onderzoeksplan.

©

c

6 BESLUIT

a

Bestudeer je waarnemingen en stel vragen om ze te verwerken.

b Noteer je verwerking in je onderzoeksplan. c

Formuleer een antwoord op de onderzoeksvraag.

d Rapporteer. ☐ Maak een verslag. Deadline:     /    /20     ☐ Presenteer het onderzoek. Deadline:     /    /20

7 Onderzoek!  Brandvijfhoek


7 REFLECTIE

Sta stil bij het experiment. Vul de onderstaande zaken aan in je onderzoeksplan. a

Verloop van het experiment: - Wat liep goed? Wat liep fout? - Hoe verliep de samenwerking? - Vervulde iedereen zijn CLIM-rol?

b Resultaat van experiment: - Was de hypothese juist? - Hoe kun je je resultaten verklaren? Gebruik eventueel bronnen.

IN

-

Welke voorbeelden of toepassingen daarvan heb je al opgemerkt in het dagelijks leven?

N

VA

4 Leg de resultaten van de verschillende experimenten samen en vul de antwoorden aan in het schema. Antwoord deelvraag 1:

Š

Antwoord deelvraag 2:

Antwoord deelvraag 3:

BRANDEN VAN EEN KAARS

Antwoord centrale onderzoeksvraag:

8 BRANDBAARHEID EN VERBRANDING


5 Lees de onderstaande krantenkop.

BEWONER VAN APPARTEMENT RAAKT ERNSTIG VERBRAND DOOR FRIETKETELBRAND a Verklaar waarom een frietketel makkelijk vuur vat.

b Hoe moet je een frietketelbrand blussen? Verklaar.

IN

6 Voor technologische toepassingen en brandpreventie gebruikt men de brandvijfhoek.

VA

N

a Zoek de brandvijfhoek op. b Teken de brandvijfhoek nauwkeurig. Zoek een manier om een regelmatige vijfhoek te tekenen.

c Welke twee factoren heb je nog niet onderzocht? Noteer in de tabel. d Vul de tabel aan met de eigenschappen van beide factoren. Gebruik het internet.

Š

naam betekenis

(technologische) toepassing

brandgevaar en -preventie

We passen de inzichten uit het opzoekwerk van oefening 6 toe in drie voorbeelden.

9 Onderzoek!  Brandvijfhoek


7 Zoek een experiment om suiker beter te laten branden. a Begeleid je leerkracht om de experimenten op te stellen en uit te voeren. b Welke invloedsfactor uit de brandvijfhoek heb je onderzocht?

8 CO-vergiftiging is dodelijk. a Geef twee maatregelen om CO-vergiftiging te voorkomen. Verklaar. -

-

Zorg voor

,

opdat

.

Zorg voor

,

opdat

.

IN

b Welke invloedsfactoren uit de brandvijfhoek heb je toegepast?

9 Er bestaan verschillende types autobrandstof. Het type brandstof is afhankelijk van de hoeveelheid ethanol die toegevoegd is aan de benzine of diesel.

Š

VA

N

a Vul de mengverhoudingstabel aan voor de meest voorkomende vormen van autobrandstof.

type brandstof

mengverhouding

E10

10Â % ethanol

E5

ethanol

B7

biodiesel

hoeveelheid toegevoegde stof per liter brandstof

hoeveelheid toegevoegde stof per volle tank brandstof (60 liter)

50 ml

b Welke invloedsfactor uit de brandvijfhoek heb je onderzocht?

10 BRANDBAARHEID EN VERBRANDING

4,2 l


CREËER!

BRANDPREVENTIE 1 Bouw een rookafzuiger om schadelijke verbrandingsgassen af te voeren. a Gebruik het internet als inspiratiebron. b Gebruik het technische proces hieronder als stappenplan.

TECHNISCH PROCES 1

BOUW EEN ROOKAFZUIGER 1 PROBLEEM STELLEN

Wat is het probleem?

IN

2 ONTWERPEN

Stel ‘wat’-, ‘waarom’-, ‘wanneer’-, ‘wie’- of ‘hoe’-vragen en schrijf ze neer. a

Wat moet het apparaat doen?

N

b Hoe moeten de gassen bewegen?

VA

c

Hoe zorg je daarvoor? Welke onderdelen gebruik je?

d Welk materiaal heb je nodig?

☐

☐

☐

☐

©

☐

e

Welk gereedschap heb je nodig? ☐

☐

☐

☐

☐

☐

11 Creëer!  Brandpreventie


3 MAKEN EN UITVOEREN

Schrijf je werkwijze uit.

IN

N

VA

©

4 IN GEBRUIK NEMEN / TESTEN

Gebruik je ontwerp zoals het bedoeld is. Noteer hoe je de werking test.

5 EVALUEREN

a

Wat werkte? Wat niet?

b Welke aanpassingen doe je nog?

c

Hoe kun je je model nog verfijnen/verbeteren?

12 BRANDBAARHEID EN VERBRANDING


2 Maak een animatie over brandpreventie. Hieronder vind je enkele mogelijke tips die je kunt verwerken. - - - -

Laat kaarsen nooit branden als je afwezig bent. Hoe blus je een frietketel op de correcte manier? Hoe voorkom je CO-vergiftiging? Laat geen glasscherven rondslingeren in het bos.

TECHNISCH PROCES 2

ONTWERP EEN ANIMATIE OVER BRANDPREVENTIE 1 PROBLEEM STELLEN

Wat is het probleem?

IN

2 ONTWERPEN

Stel ‘wat’-, ‘waarom’-, ‘wanneer’-, ‘wie’- of ‘hoe’-vragen en schrijf ze neer. a

Welk programma gebruik je?

b Hoe maak je de maatregel duidelijk in je animatie?

N

VA

c

Hoe maak je de animatie visueel aantrekkelijk?

©

d Welk materiaal heb je nodig? ☐

☐

☐

3 MAKEN EN UITVOEREN

Schrijf een programma om je preventiemaatregel duidelijk te maken.

4 IN GEBRUIK NEMEN / TESTEN

a

Noteer hoe je de werking van je programma test.

b Komt er een brandpreventiemaatregel tevoorschijn?       c

Is de brandpreventiemaatregel visueel aantrekkelijk voorgesteld?       13 Creëer!  Brandpreventie


5 EVALUEREN

a

Wat werkte? Wat niet?

b Welke aanpassingen doe je nog?

c

Hoe kun je je model nog verfijnen/verbeteren?

©

VA

N

IN

14 BRANDBAARHEID EN VERBRANDING


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
WONDER - project Brandbaarheid en verbranding by VAN IN - Issuu