Project
01
©
VA N
IN
LEEFOMSTANDIGHEDEN VAN GISTEN
VERKEN!
ALLEMAAL BEESTJES
ONDERZOEK! GrOEIFAcTOrEN VAN GISTEN
CREËER! EEN ANTIGISTMELDEr
VERKEN!
ALLEMAAL BEESTJES Bestudeer de foto’s. 2
1
3
a Hoe zie je dat het voedsel bedorven is?
c
Wat is de oorzaak van het bederf?
VA N
IN
b Op welke andere manier kun je het bederf merken?
d In deze voorbeelden worden de negatieve effecten van schimmels, gisten … besproken. Toch zijn er heel wat voorbeelden waarbij die kleine organismen, micro-organismen, nuttig voor ons zijn. Som enkele positieve effecten van schimmelgroei op.
©
Gisten zijn eencellige micro-organismen die onder de groep van de schimmels vallen. Ze kunnen zowel positieve als negatieve effecten hebben. Vaak zorgen ze voor een afwijkende smaak of een afwijkend uiterlijk. Als we weten wat de optimale leefomstandigheden van gisten zijn, kunnen we ze ook bestrijden.
Hoe groeien gisten het best? Hoe kunnen we de groei bestrijden met behulp van technologie? We gaan op onderzoek!
2 LEEFOMSTANDIGHEDEN VAN GISTEN
ONDERZOEK!
GROEIFACTOREN VAN GISTEN 1 Brainstorm met de klas over de verschillende groeifactoren van gisten. 2 Formuleer een centrale onderzoeksvraag en deelvragen. a Stel ‘wat’-, ‘waarom’-, ‘wanneer’-, ‘wie’-, ‘welke’- of ‘hoe’-vragen. b Gebruik de checklist. JA
NOG AANPASSEN
- Start de onderzoeksvraag met een vraagwoord?
☐
☐
- Is de onderzoeksvraag afgebakend?
☐
☐
- Is de onderzoeksvraag een probleem waarop je het antwoord nog niet kent?
☐
☐
- Is de onderzoeksvraag beknopt?
GROEI VAN GISTEN
☐
☐
☐
☐
VA N
- Is de onderzoeksvraag onderzoekbaar?
IN
KENMERK
Centrale onderzoeksvraag:
©
Deelvraag 1:
Deelvraag 2:
Deelvraag 3:
Deelvraag 4:
3 Ga in groep op zoek naar een experiment om een van de factoren te onderzoeken. a Werk je experiment uit aan de hand van de wetenschappelijke methode. b Voer het experiment uit. c Stel je onderzoek voor aan de klas.
3 Onderzoek! Groeifactoren van gisten
WETENSCHAPPELIJKE METHODE
TITEL VAN HET EXPERIMENT: 1 ONDERZOEKSVRAAG
a
Formuleer een onderzoeksvraag.
b Gebruik de checklist. JA
NOG AANPASSEN
- Start de onderzoeksvraag met een vraagwoord?
☐
☐
- Is de onderzoeksvraag afgebakend?
☐
☐
- Is de onderzoeksvraag een probleem waarop je het antwoord nog niet kent?
☐
☐
- Is de onderzoeksvraag beknopt?
☐
☐
☐
☐
IN
KENMERK
VA N
- Is de onderzoeksvraag onderzoekbaar?
2 HYPOTHESE
Tip
Om tot een goede hypothese te komen, denk je na over wat je al weet, en formuleer je een verwachting (hypothese) die voldoet aan een aantal criteria. Noteer in de mindmap wat je al weet.
©
a
schimmels (gisten)
4 LEEFOMSTANDIGHEDEN VAN GISTEN
b Stel nu een hypothese op die je aan de hand van experimenten kunt aftoetsen. Gebruik de checklist. KENMERK
c
JA
NOG AANPASSEN
- Is de hypothese afgebakend?
☐
☐
- Is de hypothese zinvol?
☐
☐
- Is de hypothese beknopt?
☐
☐
- Is de hypothese onderzoekbaar?
☐
☐
Formuleer je hypothese. We denken dat .
3 BENODIGDHEDEN
a
Welke bronnen hanteer je? Lijst ze op.
VA N
IN
b Onderzoeksplan: ☐ digitaal (met sjabloon) ☐ niet-digitaal
Welk materiaal heb ik nodig? ☐
☐
☐
☐
☐
☐
☐
©
c
ONDERZOEKSPLAN
d Wie neemt welke CLIM-rol op? ☐ Organisator: ☐ Materiaalmeester: ☐ Verslaggever: ☐ Bemiddelaar:
5 Onderzoek! Groeifactoren van gisten
4 WERKWIJZE
Schrijf stap per stap de werkwijze uit. Gebruik de checklist. KENMERK
JA
NOG AANPASSEN
- Gebruik je al het materiaal?
☐
☐
- Beschrijf je hoe je het materiaal moet gebruiken?
☐
☐
- Beschrijf je welke waarneming er moet gebeuren?
☐
☐
- Beschrijf je hoe je de gegevens (waarnemingen) moet noteren, filmen …?
☐
☐
IN
5 WAARNEMINGEN
a
VA N
Voer het experiment uit volgens het stappenplan.
b Stel vragen om tot een gerichte waarneming te komen. Noteer die vragen hier.
c
©
Noteer je waarnemingen in je onderzoeksplan.
6 BESLUIT
a
Bestudeer je waarnemingen en stel vragen om ze te verwerken.
b Noteer je verwerking in je onderzoeksplan. c
Formuleer een antwoord op de onderzoeksvraag.
d Rapporteer. ☐ Maak een verslag. Deadline: / /20 ☐ Presenteer het onderzoek. Deadline: / /20
6 LEEFOMSTANDIGHEDEN VAN GISTEN
7 REFLECTIE
Sta stil bij het experiment. Vul de onderstaande zaken aan in je onderzoeksplan. a
Verloop van het experiment: - Wat liep goed? Wat liep fout? - Hoe verliep de samenwerking? - Vervulde iedereen zijn CLIM-rol?
b Resultaat van het experiment: - Was de hypothese juist? - Hoe kun je je resultaten verklaren? Gebruik eventueel bronnen.
-
Welke voorbeelden of toepassingen daarvan heb je al opgemerkt in het dagelijks leven?
IN
VA N
4 Leg de resultaten van de verschillende experimenten samen en vul de antwoorden aan in het schema. Antwoord deelvraag 1:
Š
Antwoord deelvraag 2:
Antwoord deelvraag 3:
Antwoord deelvraag 4:
GROEI VAN GISTEN
Antwoord centrale onderzoeksvraag:
7 Onderzoek!  Groeifactoren van gisten
5 Lees het artikel over gisten en beantwoord de vragen.
BAKKERSGIST Gisten maken ongeveer 1 % uit van alle soorten schimmels op aarde. Ze zijn over het algemeen eencellig, maar een klein aantal soorten vormt schimmeldraden. Er zijn op dit moment ongeveer 1 500 gisten beschreven. Een van de bekendste is de gewone bakkersgist (Saccharomyces cerevisiae), ook bekend als wijn- of biergist. Ook in ons lichaam komen gisten voor, zoals Candida albicans (beter bekend als candida). Die soort is normaal gesproken niet schadelijk, maar kan schimmelinfecties veroorzaken op bv. de huid. Grote verschillen in grootte
Van rijzend deeg tot biobrandstof
IN
Gisten hebben een celkern. De gistcellen variëren sterk in grootte. De gemiddelde gist is 3 tot 4 micrometer (µm, een duizendste van een millimeter) groot, maar de grootste kunnen wel 40 µm groot worden.
Bron: www.micropia.nl
VA N
Tegenwoordig worden gisten steeds vaker gebruikt in de biotechnologie, bijvoorbeeld om elektriciteit op te wekken in microbiële brandstofcellen, en voor de productie van ethanol als biobrandstof.
a Waarom worden er gisten gebruikt bij het brood bakken?
c
©
b Welk product wordt er dankzij de gisten geproduceerd bij het bierbrouwen?
Gisten kunnen tot 40 µm groot zijn. Zet dat om tot mm.
d In de biotechnologie worden gisten ingezet om alcohol (ethanol) te produceren als biobrandstof. Som nog enkele andere biobrandstoffen op.
8 LEEFOMSTANDIGHEDEN VAN GISTEN
CREËER!
EEN ANTIGISTMELDER Nu je weet wat de leefomstandigheden van gisten zijn, kun je op een micro:bit een ‘antigistmelder’ voor de koelkast ontwikkelen. Dat is een apparaat dat een signaal geeft als de omstandigheden voor gisten optimaal zijn. a Denk na en discussieer over een mogelijke aanpak. b Gebruik het technische proces hieronder als stappenplan. TECHNISCH PROCES
ONTWERP EEN ANTIGISTMELDER 1 PROBLEEM STELLEN
Wat is het probleem?
IN
2 ONTWERPEN
a
VA N
Stel ‘wat’-, ‘waarom’-, ‘wanneer’-, ‘wie’- of ‘hoe’-vragen en schrijf ze neer. Wat moet het apparaat doen?
b Wanneer moet het signaal afgaan?
©
c
Hoe zorg je daarvoor? Welke sensoren gebruik je?
d Wat heb je nodig? ☐
☐
☐
☐
☐
9 VERKEN! CHEMISCHE REACTIE … OF NIET?
3 MAKEN EN UITVOEREN
Als de koelkast opengaat: - Teken/schets je opstelling.
IN
a
VA N
Programmeer nu met makecode.org een micro:bit die een alarm geeft als de koelkast even open blijft staan (licht ontvangt). Het alarm moet stoppen wanneer de koelkast dichtgaat.
©
-
10 LEEFOMSTANDIGHEDEN VAN GISTEN
OPEN WEBSITE
VA N
Programmeer nu met makecode.org een micro:bit die een alarm geeft als de temperatuur hoger is dan of gelijk is aan 38 °C. Het alarm moet stoppen wanneer de temperatuur lager is. OPEN WEBSITE
©
-
IN
b Als de temperatuur 38 °C is: - Teken/schets je opstelling.
11 Creëer! Een antigistmelder
4 IN GEBRUIK NEMEN / TESTEN
a
Leg de micro:bit in de koelkast. Open en sluit de koelkast. Geeft de micro:bit een signaal als de koelkast opengaat?
b Verwarm de micro:bit met je lichaam tot boven de 35 °C. Geeft de micro:bit een signaal als de temperatuur hoger is dan 35 °C? 5 EVALUEREN
a
Wat werkte? Wat niet?
IN
b Welke aanpassingen doe je nog?
VA N
c
Hoe kun je je model nog verfijnen/verbeteren?
©
d Stel in dat het alarm pas mag afgaan na zestig seconden. De micro:bit kent enkel ms. Zet zestig seconden om naar ms.
12 LEEFOMSTANDIGHEDEN VAN GISTEN