

![]()





1 Steek een kaars aan met een lucifer
a Waaruit bestaat een lucifer?
b Hoe komt het dat er vuur ontstaat terwijl je de lucifer aansteekt?

c Wat gebeurt er na een tijdje met de vlam op de lucifer?
d Wat gebeurt er met de vlam op de kaars?

e Noteer drie manieren om een kaars te doven.
2 Lees de krantenkop.
CO-vergiftiging
a Zoek op wat CO-vergiftiging is.
b Omschrijf met je eigen woorden wat CO-vergiftiging is.
Welke factoren beïnvloeden verbranding?
Hoe kunnen we CO-vergiftiging voorkomen?
We zoeken het uit in dit project!
ONDERZOEK!
1 Brainstorm met de klas over de verschillende factoren die het branden van een kaars beïnvloeden. Noteer deze factoren in een mindmap.
2 Formuleer op basis van een van de factoren die het branden van een kaars beïnvloeden een goede onderzoeksvraag die je wilt onderzoeken.
a Stel ‘wat’-, ‘waarom’-, ‘wanneer’-, ‘wie’-, ‘welke’- of ‘hoe’-vragen.
b Gebruik de checklist.
KENMERK
– Start de onderzoeksvraag met een vraagwoord?
– Is de onderzoeksvraag afgebakend?
– Is de onderzoeksvraag een probleem waarop je het antwoord nog niet kent?
– Is de onderzoeksvraag beknopt?
– Is de onderzoeksvraag onderzoekbaar?
Jouw onderzoeksvraag:

3 Ga in groep op zoek naar een experiment om je onderzoeksvraag te onderzoeken.
a Werk je experiment uit aan de hand van de wetenschappelijke methode.
b Voer het experiment veilig uit en ruim alles op
c Deel je ervaringen met de klas en stel je onderzoeken voor.
TITEL VAN HET EXPERIMENT:

ONDERZOEKSVRAAG
Formuleer de onderzoeksvraag.

HYPOTHESE

Tip
Om tot een goede hypothese te komen, denk je na over wat je al weet, en formuleer je een verwachting (hypothese) die voldoet aan een aantal criteria.
a Noteer in de mindmap wat je al weet.

b Stel nu een hypothese op die je aan de hand van experimenten kunt aftoetsen. Gebruik de checklist.
– Is de hypothese afgebakend?
– Is de hypothese zinvol?
– Is de hypothese beknopt?
– Is de hypothese onderzoekbaar?
c Formuleer je hypothese. We denken dat

BENODIGDHEDEN
a Welke bronnen gebruik je? Lijst ze op.
b Welk materiaal heb ik nodig?
c Wie neemt welke CLIM-rol op? Organisator: Materiaalmeester:
Verslaggever:
Bemiddelaar:

WERKWIJZE
Schrijf stap per stap de werkwijze uit. Gebruik de checklist. KENMERK
– Gebruik je al het materiaal?
– Beschrijf je hoe je het materiaal moet gebruiken?
– Beschrijf je welke waarneming er moet gebeuren?
– Beschrijf je hoe je de gegevens (waarnemingen) moet noteren, filmen ...?

WAARNEMINGEN
a Voer het experiment uit volgens het stappenplan onder begeleiding van je leerkracht.

b Noteer je waarnemingen.

BESLUIT
a Formuleer een antwoord op de onderzoeksvraag.
b Rapporteer:
Maak een digitaal verslag. Deadline: / / 20
Presenteer het onderzoek. Deadline: / / 20

REFLECTIE
Sta stil bij het experiment. Vul de onderstaande zaken aan.
a Verloop van het experiment:
– Wat liep goed? Wat liep fout?
– Hoe verliep de samenwerking?
– Vervulde iedereen zijn CLIM-rol?
b Resultaat van het experiment:
– Was de hypothese juist?
– Hoe kun je de resultaten verklaren? Gebruik eventueel bronnen.
– Welke voorbeelden of toepassingen daarvan heb je al opgemerkt in het dagelijkse leven?
4 Noteer nog een andere onderzoeksvraag van een klasgroep en schrijf het besluit ervan beknopt op.
Onderzoeksvraag andere groep:
Antwoord op de onderzoeksvraag:
5 Lees de onderstaande krantenkop.
a Verklaar waarom een frietketel makkelijk vuur vat.
b Hoe moet je een frietketelbrand blussen? Verklaar.
6 Voor technologische toepassingen en brandpreventie gebruikt men de brandvijfhoek. Zoek de betekenis op van de brandvijfhoek en beantwoord de vragen.
a Geef de vijf factoren die een belangrijke rol spelen bij een brand
b Geef meer uitleg over: – Katalysator: – Mengverhouding:
7 Help, er is een noodsituatie! Welke gepaste houding neem je aan op het moment van een noodsituatie om de hulp vlot te laten verlopen? Bespreek dit in de klas en duid alle juiste antwoorden aan
A Er is een grote brand in het appartementsgebouw waar je woont.
Gebruik de lift om zo snel mogelijk naar buiten te gaan.
Bel 112.
Ga niet op zoek naar de brandhaard.
Ga naar een ruimte in het gebouw waar het niet brandt.
Verwittig de mensen in de nabijgelegen gebouwen.
B De buurjongen in het appartement naast jou sms’t je en klaagt over duizeligheid, erge hoofdpijn en misselijkheid. Hij vertelt ook dat hij zich verzwakt voelt. Wat doe je?
Bel 112.
Blijf naast de jongen zitten
Zet de ramen en deuren open
Verlaat de ruimte en neem de jongen mee
Wacht op de brandweer in de ruimte
8 Zijn deze stellingen juist of fout? Verklaar.
a Er zijn levens in gevaar, ik bel het nummer 112.
b Als ik 101 bel, kom ik uit bij de brandweer.
c 112 is het Europese noodnummer voor dringende politie-, brandweer- en medische hulp.
d Bij een niet-dringende interventie (bv. wespennest), kan ik de brandweer bereiken via een telefoonnummer op de website van de gemeente.
9 Sinds eind 2024 is dit campagnebeeld in de wachtruimtes van ziekenhuizen te zien.

a Waarom is dit campagnebeeld nodig?
b Waarom neemt agressie tijdens de eindejaarsperiode toe?
c Bespreek in groep welke maatregelen de overheid nog kan nemen.

Tip
Meer info over de brandweer en andere civiele bescherming vind je op www.civieleveiligheid.be/nl

1 Bouw een rookafzuiger om schadelijke verbrandingsgassen af te voeren
a Gebruik het internet als inspiratiebron.
b Gebruik het technische proces hieronder als stappenplan.
TECHNISCH PROCES 1
BOUW EEN ROOKAFZUIGER
PROBLEEM STELLEN
Wat is het probleem?

ONTWERPEN
Stel ‘wat’-, ‘waarom’-, ‘wanneer’-, ‘wie’- of ‘hoe’-vragen en schrijf ze neer.
a Wat moet het apparaat doen?
b Hoe moeten de gassen bewegen?
c Hoe zorg je daarvoor? Welke onderdelen gebruik je?
d Welk materiaal heb je nodig?
e Welk gereedschap heb je nodig?

MAKEN EN UITVOEREN
Schrijf je werkwijze uit.

IN GEBRUIK NEMEN / TESTEN
Gebruik je ontwerp zoals het bedoeld is. Noteer hoe je de werking test.

EVALUEREN
a Wat werkte? Wat niet?
b Welke aanpassingen doe je nog?
c Hoe kun je je model nog verfijnen/verbeteren?
2 Maak een animatie over brandpreventie. Hieronder vind je enkele mogelijke tips die je kunt verwerken.
– Laat kaarsen nooit branden als je afwezig bent.
– Hoe blus je een frietketel op een correcte manier?
– Hoe voorkom je CO-vergiftiging?
– Laat geen glasscherven rondslingeren in het bos.
TECHNISCH PROCES 2

1
ONTWERP EEN ANIMATIE OVER BRANDPREVENTIE
PROBLEEM STELLEN
Wat is het probleem?

ONTWERPEN
Stel ‘wat’-, ‘waarom’-, ‘wanneer’-, ‘wie’- of ‘hoe’-vragen en schrijf ze neer.
a Welk programma gebruik je?
b Hoe maak je de maatregel duidelijk in je animatie?
c Hoe maak je de animatie visueel aantrekkelijk?
d Welk materiaal heb je nodig?

MAKEN EN UITVOEREN
Schrijf een programma om je preventiemaatregel duidelijk te maken.

a Noteer hoe je de werking van je programma test.

b Komt er een brandpreventiemaatregel tevoorschijn?
c Is de brandpreventiemaatregel visueel aantrekkelijk voorgesteld?
EVALUEREN
a Wat werkte? Wat niet?
b Welke aanpassingen doe je nog?
c Hoe kun je je model nog verfijnen/verbeteren?