Skip to main content

Voorbeeldpagina's Terranova 3

Page 1

Het ruimtelijk kader

Waar het op aankomt • We kunnen de aarde zodanig indelen dat we plaatsen, gebieden en trajecten kunnen lokaliseren. • We kunnen de aarde onderverdelen en groeperen op basis van het gradennet en natuurkundige, historische en geopolitieke criteria. • We kunnen gebeurtenissen en verschijnselen op aarde onderzoeken en erover nadenken. • We kunnen nuttige en betrouwbare analoge en digitale bronnen gebruiken bij aardrijkskundig onderzoek. • We gebruiken verschillende technieken en methodes om een beperkt aardrijkskundig onderzoek goed te kunnen presenteren. • We kunnen relaties onderzoeken die een duurzame ontwikkeling van een gebied bevorderen of hinderen. • We denken en handelen vanuit duurzaamheid.


Even opwarmen • Rangschik de volgende schalen van kaarten van groot (1) naar klein (4) en koppel er het gebied aan dat het best op die schaal wordt voorgesteld: 1 : 25 000

1 : 5 000

1 : 4 000 000

1 : 200 000

een wegenkaart waarop de helft van België staat afgebeeld

een wandkaart in de klas waarop Europa staat afgebeeld

een stadsplan waarop het centrum van St.-Truiden staat

een topografische kaart waarop je een wandeling aanduidt

• Schrijf onder de volgende foto’s of het om activiteiten van de primaire, de secundaire of de tertiaire economische sector gaat en voeg er de passende locatie aan toe uit de volgende mogelijkheden: Ardennen – Ethiopië – Kempen – Indonesië

1

2

3

4

• Op welke actie wijst de foto hiernaast qua afvalverwerking? Rangschik de volgende behandelingen van afval volgens toenemende duurzaamheid van 1 (minst) naar 4 (meest): recycleren storten

/ verbranden / hergebruiken

/ 5

Thema Het ruimtelijk kader

7


6

1 Punten, lijnen en gebieden gelokaliseerd

1.1 Een unieke planeet in ons zonnestelsel Je hebt al eerder kennisgemaakt met de hemellichamen die we op een heldere nacht kunnen zien. Fig. 6 geeft de positie weer van de Aarde binnen het nabije gedeelte van het heelal: we bevinden ons binnen een planetenstelsel op een gemiddelde afstand van de ster Zon. Je hebt de voorbije jaren geleerd dat dit een comfortabele positie is: we ontvangen warmte van de zon, zodat het leven op aarde al lang in stand wordt gehouden. De overige planeten, en hun satellieten zoals de maan, bevinden zich verder van of dichter bij de zon. Ze ontvangen minder of meer invloed van de zon, de centrale ster in ons zonnestelsel. Zoek de andere planeten van ons zonnestelsel op. Je kunt ze indelen in twee groepen, de binnenplaneten en de buitenplaneten, maar ook op een andere wijze: • de aardachtige vaste planeten: • de gasvormige planeten: Zoek op het internet wat aan de hand is met Pluto: Hoe zeker is men er ondertussen van dat er geen negende planeet in ons zonnestelsel voorkomt? Bekijk op fig. 7 de positie van de Aarde wat nauwkeuriger. Onze Aarde draait om haar as op 24 uur tijd en cirkelt om de zon op één jaar. Opmerkelijk is dat beide draaibewegingen niet in hetzelfde vlak liggen.

Jaarlijkse beweging van de aarde 21-24 september

zomer

aardrotatieas

herfst ZON

20-23 december

lente

winter

20-22 juni

19-21 maart

8

Thema Het ruimtelijk kader

7

Fig. 7 verduidelijkt dat de situatie van de zon ten opzichte van de aarde niet zo eenvoudig is. De helling van de aardas ten opzichte van het baanvlak van de aarde om de zon bedraagt nl. geen 90°, maar ongeveer 23°37’ / 45° / 66°33’ / 0°.


Kruis hieronder de gevolgen ervan aan die van betekenis zijn voor het leven op de planeet Aarde: Het is opmerkelijk kouder naargelang men zich verder van de evenaar verwijdert. De verdeling land-zee is een gevolg van de plaats van de Aarde ten opzichte van de Zon. Zowel op het noordelijk als op het zuidelijk halfrond komen zomers en winters voor. Zomer en winter vallen overal op aarde in dezelfde periode van het jaar. De zon staat niet overal op aarde even hoog boven de horizon.

1.2 De zon zorgt voor merkwaardige cirkels op aarde Je hebt op fig. 7 al enkele merkwaardige locaties op aarde kunnen omschrijven: • de noordpool en de zuidpool: • de evenaar: Op fig. 8 zijn vier posities van de hoogste stand van de zon boven de horizon op aarde uit fig. 7 gelicht. Verbind de juiste deelfiguur uit fig. 8 met de onderstaande omschrijvingen en koppel er ook een datum aan vast. Zoek eerst nieuwe woorden op. A De zon staat ’s middags loodrecht boven de horizon aan de evenaar.

Het is bijna eind december en dus winter op het noordelijk halfrond.

De zon staat ’s middags het hoogst boven de horizon op 23°27’ Z.

Het is bijna eind maart en dus lente op het noordelijk halfrond.

De zon staat ’s middags opnieuw loodrecht boven de horizon aan de evenaar.

Het is bijna eind september en dus herfst op het noordelijk halfrond.

De zon staat ’s middags het hoogst boven de horizon aan de Kreeftskeerkring.

Het is bijna eind juni en dus winter op het zuidelijk halfrond.

B

C

D

8

Thema Het ruimtelijk kader

9


Om de schijnbare beweging van de zon voor een bepaalde plaats op een te kiezen datum te kennen, kan men een simulatie bekijken op www.astro.unl.edu/naap/motion3/ animations/sunmotions.swf. Vooral de vier posities uit fig. 8 zijn hiermee te verduidelijken. De aardrotatie is een goed houvast om op de aardbol (globe) een indeling te maken. Je weet al dat hiermee een verdeling van een bolvormig oppervlak in graden (°), minuten (‘) en seconden (“) mogelijk is. Leg dat nog eens uit door de onderstaande tekst te vervolledigen met de juiste getallen en begrippen met behulp van fig. 9:

De omtrek van de aarde is 40 000 km en dat komt overeen met Iedere graad kan onderverdeeld worden in

graden.

minuten en iedere minuut in

seconden. De boogafstand tussen noordpool en evenaar bedraagt dan graden. Plaatsen ten noorden van de evenaar krijgen daardoor een plaatsbepaling met NB; schrijf dat voluit:

. Alle plaatsen met eenzelfde NB liggen

op een cirkel. Hoe noemt men dergelijke cirkels die alle evenwijdig aan de evenaar lopen?

Omdat eenzelfde boog van

van noord- tot zuidpool onder eenzelfde

stand van de zon draait, vormt dat ook eenzelfde merkwaardige halve cirkel die loodrecht op de evenaar staat. Die halve cirkels hebben ook een naam: de . In het verleden heeft men er een uitgekozen om vandaar uit in oostelijke (OL) en westelijke richting (WL) plaatsen vast te leggen. Hoe noemt men deze halve cirkel die door de Londense sterrenwacht van Greenwich loopt?

Met behulp van de tekst hierboven kun je punten op aarde eenduidig vastleggen. Zoek in je atlas de breedteligging van de volgende plaatsen tot op 1° N of Z nauwkeurig of met google maps: • Merelbeke, België: • Entebbe, Uganda: • Caïro, Egypte: • Belo Horizonte, Brazilië: • het Dumont d’Urville-poolstation op Antarctica:

9

10

Thema Het ruimtelijk kader


1.3 Van middag tot middernacht Je weet ondertussen dat ’s morgens de zon in de oostelijke sector opkomt en ’s avonds in de westelijke sector onder de horizon duikt. Rond de middag staat ze het hoogst boven de horizon.

middag

ochtend

avond 10

Omdat de zon schijnbaar geleidelijk van oost naar west over iedere aardse waarnemer schuift, zou die hoogste stand telkens verschillen. Op dezelfde breedtecirkel zou dat tijdstip dan telkens licht verschillen, en dat is erg onhandig. Daarom bakent men op aarde uurgordels af met eenzelfde uur. Theoretisch legt de zon op één volledige dag (= 24 uur) een volledige cirkel op aarde (= 360°) af. Hoe breed is zo’n uurgordel in graden:

Dat is nog altijd niet zo handig, want de grens tussen twee opeenvolgende uurgordels loopt dwars door een land of een gemeente. Zoek in je atlas hoe men op de kaart met tijdzones dat probleem heeft opgelost: Als iemand naar het oosten reist, dan moet hij zijn uurwerk vooruit / achteruit draaien, want dan is het daar vroeger / later. Illustreer dat met een voorbeeld: Als het op 20 september in Brussel 12 u ’s middags is, hoe laat is het dan in de Japanse hoofdstad Tokio?

en in Anchorage (Alaska)?

Hoe groot is het tijdsverschil tussen Tokio en Anchorage? Dergelijke uurverschillen zijn belangrijk bij vliegreizen. Bereken met de tijdzonekaart wanneer een vliegtuig landt in Moskou als het in Tokio om 11 u ’s morgens opsteeg en er 9 uur en 30 minuten over vliegt: Ergens op de Stille of Grote Oceaan grenst de meest westelijke uurgordel aan de meest oostelijke uurgordel. Als binnen die eerste gordel 20 september net begonnen is, dan is binnen de meest oostelijke gordel 20 september bijna voorbij. Wat moet een matroos met zijn horloge doen als hij van west naar oost over die grenslijn vaart? Ga op de kaart met de tijdzones na hoe men die grenslijn noemt:

Thema Het ruimtelijk kader

11


1.4 Merkwaardige gebieden op de aardbol Omdat alle plaatsen op eenzelfde breedtecirkel eens per dag dezelfde zonnestand hebben, kunnen ze theoretisch dezelfde hoeveelheid zonnestraling ontvangen. Noem een vijftal factoren die daar echter een bijkomende rol in spelen:

11

12

Op fig. 8 zijn vier merkwaardige posities van de Aarde ten opzichte van de zon voorgesteld. De loodrechte stand van de zon komt voor in een brede gordel om de evenaar (fig. 11). Welke cirkels begrenzen deze zone? Het bolsegment tussen beide keerkringen noemt men de intertropen, een zone waarin de zon op de middag een stand in het zenit kan innemen (fig. 11). Uit fig. 8 is ook af te leiden dat er rond noordpool en zuidpool twee bolkappen zijn waar de zon op een bepaalde dag niet boven de horizon komt (fig. 13). Uit fig. 11 en 12 kun je berekenen dat die grenslijnen overeenstemmen met de noordpoolcirkel en de zuidpoolcirkel.

13

Alleen met Street View valt een plaats moeilijk te lokaliseren, speel met je klasgenoten eens het spelletje op https://geoguessr.com/world/play en ga na hoever je er naast zit.

12

Thema Het ruimtelijk kader


1.5 Zonne-energie speelt een hoofdrol in klimaat en plantengroei op aarde Zonnestraling levert een milieuvriendelijke oplossing voor het energieprobleem op aarde en een steeds grotere bijdrage tot de elektriciteitsproductie (fig. 14). Je weet al dat de zon leven op aarde mogelijk maakt. Vooral de jaarlijkse cyclus van de zon en de verdeling van temperatuur en neerslag bepaalt het leven dat mogelijk is op een bepaalde plaats (fig. 15 en 16). Om klimaatzones te kunnen afbakenen, moet er ook rekening gehouden worden met de luchtstreken: de verdeling van de gemiddelde luchtdruk in de atmosfeer. Bovendien variëren de drie elementen van weer en klimaat (1 14

Zonnepanelen nabij Bonifacio, Corsica

2

; ;3

)

in de loop van een jaar.

Ook door plaatselijke omstandigheden ontstaat dan een complexe verdeling van de klimaten op aarde. Ga in je atlas na hoeveel verschillende klimaatzones op de wereldkaart onderscheiden worden: Noem drie plaatselijke omstandigheden die de invloed op het klimaat in de plantengroei versterken:

K

O

U

D

A

T

I

noordpoolcirkel

10°C = isotherm warmste maand

G

E

M

G

D

18°C = isotherm koudste maand Kreeftskeerkring

W

A

R

M

evenaar

Steenbokskeerkring

18°C

G

E

M

A

T

I

O

U

D

G

D

10°C

K

zuidpoolcirkel 15

Zoek op de atlaskaart een groot gebied op aarde waar de zonering van de vegetatiezones de algemene richting van klimaatgordels volgt:

Thema Het ruimtelijk kader

13


16

Neerslagzones op aarde

Beschrijf een plantenzone met behulp van beelden en kaarten uit je atlas:

1.6 Geen geheimen meer We kunnen om het even welk plekje op aarde juist lokaliseren. Dat kan met Google Earth, maar ook met een handbediend gps-toestel, misschien beschikbaar in je vaklokaal of bij je leraar (fig. 17). Zoek op www.geochaching.be op hoe je best een schat verstopt. Met je klasgenoten kun je dan op stap door een omgeving te verkennen en gegevens te verzamelen. Het groepje dat het eerst de verborgen schat vindt, mag de volgende opdracht opstellen.

17

14

Thema Het ruimtelijk kader


2 Samenhang in een ingedeelde wereld

2.1 Onze gemeente verkend Zoek de ligging van je woongemeente in de atlas en op het internet. Schets hiernaast de vorm binnen de meridianen en parallellen waarbinnen je gemeente ligt. Benoem die merkwaardige cirkels tot op de minuut nauwkeurig. Dat levert de absolute ligging van je gemeente op. Schrijf er ook de namen van de buur­ gemeenten in de juiste richting bij. Dat levert de relatieve ligging op. Ze omschrijft de ligging van een gebied binnen een groter geheel of ten opzichte van grensgebieden of meer bekende gebieden in de omgeving. Je gemeente kwam tot stand door de fusie met andere gemeenten. Beschrijf de samenvoeging door o.m. het woord ‘deelgemeente’ te gebruiken: Binnen de administratieve grenzen van je gemeente komen meestal deelgebieden voor die niet precies zijn begrensd, maar toch een herkenbare eenheid vormen. Leg het onderscheid uit tussen wijken en buurten: Geef een voorbeeld van beide uit jouw gemeente: Bij het verzamelen van gegevens over bewoners en hun woningen is het belangrijk dat men een onderscheid kan maken tussen bv. het centrum en de randgebieden. Daarom bakent men statistische sectoren af. Je kunt die data gebruiken bij een lokaal onderzoek.

2.2 Het moeilijke België Buitenlanders hebben het vaak moeilijk om te begrijpen hoe ons land in mekaar zit. Begrijpelijk, er zijn niet alleen enkele honderden gemeenten, maar ook provincies, gewesten en gemeenschappen. Met behulp van je atlas kun je de kaartjes en de legende erbij juist inkleuren (fig. 18-20).

W-V

W-B

O-V

H

A

N

VG

VG

Li

Lk

WG

FG

V-B

Lg

BHG

18

DG

19

20

Thema Het ruimtelijk kader

15


Markeer op het meest passende kaartje de taalgrens. Verduidelijk ook de situatie van Brussel als hoofdstad: Plaats de passende letters V(laams Gewest), W(aals Gewest), B(russels Hoofdstedelijk Gewest), N(ederlandstalige Gemeenschap), F(ranse Gemeenschap), D(uitstalige Gemeenschap) en eventueel de juiste provincie bij de volgende gemeentenamen: • Diepenbeek:

• Sankt Vith:

• Sint-Jans-Molenbeek:

• Sint-Gillis:

• Dilbeek:

• Saint-Ghislain:

Het taalgebruik speelt in België een voorname rol bij de afbakening van de rechten van de burgers. Als een aanzienlijke groep bewoners een andere officiële taal spreekt, dan kunnen uitzonderlijke beschermingsmaatregelen gelden. Zoek op de administratieve kaarten van België in je atlas een drietal gemeenten waarvoor dit geldt: Wat is zo bijzonder aan de geopolitieke ligging van de Voerstreek?

2.3 Grote onderdelen van de wereld juist benoemen

21

Waarom noemt men de Aarde ook de blauwe planeet? Hoe noemt men de grote aaneengesloten wateroppervlakken op aarde? Noteer de vier met blauw op de juiste puntjeslijnen op de kaart hierbij.

16

Thema Het ruimtelijk kader


Aan de rand van de oceanen en ingesloten tussen landgedeelten liggen kleinere wateroppervlakken: . Zoek de namen van de vier waarnaar de pijltjes verwijzen en schrijf ze op dezelfde kaart. Land is gemakkelijker af te bakenen. Een continent of vasteland is een heel grote landmassa, zonder de aangrenzende eilanden. Zo bestaat het continent Eurazië uit twee werelddelen: . Haal de namen van de zes continenten uit fig. 22: Europa en Azië zijn dus werelddelen, natuurlijk begrensde gebieden met inbegrip van de eilanden. Noem de vier overige werelddelen: Even inoefenen: • De Britse Eilanden behoren tot het werelddeel / continent met de naam Europa / Eurazië. • Groenland behoort tot het werelddeel /continent met de naam Noord-Amerika / Amerika. • Japan behoort tot het werelddeel / continent met de naam Azië / Eurazië. • Turkije ligt grotendeels op het continent / werelddeel Azië, maar ligt integraal op het continent / werelddeel Eurazië.

22

2.4 Grote wereldregio’s en staten Wereldregio’s zijn onderdelen van een werelddeel, verdeeld op basis van menselijke en/ of economische kenmerken. Benamingen kunnen gebaseerd zijn op taal (T), cultuurhistorische context (C), natuur (N), ligging t.o.v. West-Europa (L), geografische ligging (G), politiek-economische groepering (P) of economische ontwikkeling (E). Zoek voor jou onbekende afkortingen eerst op het internet op en plaats dan bij elke regio de passende letter (elke letter komt tweemaal voor):   Angelsaksisch Amerika

de EMU

sub-Saharaans Afrika

de Arabische Liga

EU

het Verre Oosten

de Arabische wereld

Latijns-Amerika

de westerse wereld

de Balkan

het Midden-Oosten

Zuidoost-Azië

de derde wereld

Moesson Azië Thema Het ruimtelijk kader

17


De grenzen van deze regio’s zijn niet altijd precies omlijnd. Sommige wereldregio’s kunnen zelfs over de grenzen van werelddelen afgebakend worden (bv. het Midden-Oosten). Noem ook twee staten, dat zijn onafhankelijke landen, die over de grens tussen twee werelddelen reiken: De grote verscheidenheid van mensen en culturen komt nog meer tot uiting in het groot aantal staten. Noteer bij elke regio twee belangrijke staten die er volledig in liggen: • Caribisch gebied: • sub-Saharaans Afrika: • Arabische wereld: • Midden-Oosten: • Moesson Azië: • Verre Oosten: Sommige internationale organisaties hebben lidstaten die niet aan elkaar grenzen. Geef een voorbeeld op militair gebied:

2.5 Rivieren van het hooggebergte naar de kustvlakten We kunnen de wereldzeeën al op kaart aanduiden. Op het vasteland worden ze door grote rivierstelsels met zoet water gevoed. Vorig jaar heb je geleerd dat vanuit brongebieden en stortbeken water afvloeit en grote rivieren vormt. Duid op de wereldkaart hierbij met de passende letters de vijf onderstaande reliëfeenheden en met de passende cijfers de vijf onderstaande rivieren aan. Verbind ze met het juiste werelddeel. Schrijf ook de naam bij beide overblijvende gebieden of waterlopen. Welk werelddeel ontbreekt?

0

1000

2000

3000

4000

5000 km

23

18

A Himalaya

Amerika

1 Donau

B Laagland van Amazonië

Azië

2 Colorado

C Blauwe Bergen

Afrika

3 Ganges

D Alpen

Europa

4 Murray

E Congobekken

Oceanië

5 Nijl

Thema Het ruimtelijk kader


2.6 Groeiende wereldsteden De wereldbevolking blijft groeien. Schrap de gebieden die van beide het minst groeien: het hooggebergte / de kustvlakten ; de steden / het platteland ; de taiga / de akkerbouwgebieden. Vooral rond de wereldsteden groeien de agglomeraties het sterkst. Schrijf onder de bijgaande foto’s het land waar ze genomen zijn en het bevolkingscijfer in miljoenen dat je op het internet vindt:

Tokio

24

Jakarta

mln.

Karachi

26

mln.

Seoul

mln.

Delhi

28

30

mln.

27

mln.

Shanghai

mln.

Manilla

25

29

mln.

New York

31

mln. Thema Het ruimtelijk kader

19


São Paulo

Mexico-stad

32

33

mln.

mln.

Lokaliseer de voorgaande steden (fig. 24-33) uit de top 10 met een zwarte stip op de wereldkaart met de bevolkingsdichtheid (fig. 34). Duid ook de top 10 van de agglomeraties in de wereld (hieronder) met een vierkantje op die kaart aan: 66°33' N

23°27' N

evenaar

0°

23°27' Z

minder dan 1 inw./km2 1 - 10 inw./km2 10 - 50 inw./km2

Bron: CIESIN

50 - 100 inw./km2 100 - 200 inw./km2 meer dan 200 inw./km2

34

Grootste agglomeraties (bevolking in miljoenen)  1 Guangzhou

47,7

2 Tokio

39,5

3 Shanghai

30,

4 Jakarta

28,1

5 Delhi

26,4

6 Seoul

24,4

7 Karachi

24,3

8 Manilla

23,3

9 Bombay

22,2

10 Mexico-stad

22,1

2.7 De vele gezichten van Europa Zoek in je atlas de breedtecirkels tot 2° nauwkeurig waarop je Gibraltar (

)

en Vardö (fig. 35, ) kunt situeren; doe dat ook voor de lengtecirkels door de steden Jekatarinburg (

) en Reykjavik

( ). Hierdoor ligt Europa binnen de polaire / gematigde / tropische klimaatzone. Vergelijk de grootte met de andere werelddelen (tabel op p. 134-135): 35

Waarom staan aan de havenpoort van Vardö zoveel antennes (fig. 35)?

20

Thema Het ruimtelijk kader


Onderzoek de natuurkundige en staatkundige kaarten van Europa in je atlas en kies het passende nummer: • Heeft Europa diep ingesneden kusten (1) of is het een massief werelddeel (2)? • Overheerst één hoogtezone (1) of is er een afwisseling van hoogteligging (2)? • Domineren oceaankusten (1) of zijn er veel verschillende zeekusten (2)? • Qua natuurlijke vegetatie: zijn er meer bosgebieden (1) of boomloze zones (2)? • Is er een mozaïek van landen (1) of overheerst één land (2)? • Zijn de meeste landen lid van de EU (1) of zijn er veel economische blokken (2)? Naargelang van hun ligging kunnen de Europese staten ingedeeld worden in een vijftal geografische zones. Gebruik je atlas om in iedere deelfiguur van fig. 36 telkens drie afkortingen van staatsnamen te noteren.

N

O W

Noteer ook een land dat bij de volgende groepen behoort:

C

• een Baltisch land:

Z

• een Balkanland: 36

2.8 Regio’s binnen Europa In andere lessen heb je geleerd dat Europa een woelige geschiedenis achter de rug heeft. Welke verschillen tussen volken leidden uiteindelijk tot de huidige staatkundige kaart al dan niet na oorlogen? Noem een drietal actuele pogingen om een regio binnen een land staatkundig af te scheiden? Zoek ze op in je atlas en baken ze af op de blinde kaart hierbij: 37

Zoek in je atlas de kaart met de Schengenzone en leg kort uit waarover het gaat:

Thema Het ruimtelijk kader

21


In je atlas stel je vast dat het aantal lidstaten van de Europese Unie (EU) stijgt. Wat is de actuele toestand?

38

Winkelcentrum voorbij de Belgisch-Luxemburgse grenspaal

De EU werkt ook met regio’s omdat er binnen een lidstaat grote regionale verschillen bestaan. Dat blijkt o.a. uit enkele kaarten in je atlas. Staatsgrenzen kunnen hinderlijk zijn voor bewoners, maar ze kunnen ook voordeel brengen. Geef een voorbeeld aan een van de Belgische grenzen (fig. 38):

2.9 We zoeken grensoverschrijdende regio’s In de EU respecteert men niet alleen het eigen karakter van regio’s en werkt men met regionale steunfondsen, men stimuleert ook grensoverschrijdende regionale samenwerking. Zoek in je atlas de kaart van België waarop vier Euregio’s aangeduid zijn die gedeeltelijk in België liggen: De kaartjes hierbij tonen aan dat ook in andere grensgebieden in de EU samenwerkingsverbanden bestaan (fig. 39a-c). Je kunt ook zelf een Euregio op poten zetten en er een steekkaart van maken. a

b

c

Jász-NagykunSzolnok Szolnok

Kecskemét

H BácsKiskun Csongrád

Hardenberg

Békés

Vojvodina

SERV

Novi Sad

ROEM Deva

Timişaora Timiş

Spelle

Enschede

NL

Zutphen

Hunedoara

Winterswijk Bocholt

Reşiţa CaraşSeverin

Innsbruck Imst

Nordhorn

Alemelo

Békéscsaba Arad Szeged Arad

Gronau

Kufstein

Reutte

Z.O. Drenthe Bramsche Rheine

DUI

Osnabrück

Steinfurt Ahaus Coesfeld Münster Warendorf Dülmen Borken Beckum

Landeck

Schwaz

Tirolo

OOST Vipiteno

IT Silandro

Brunico Alto Adige Südtirol Merano Bressanone

IT

Kitzbühel

OOST

Tirolo Lienz

Bolzano

Trentino

Pergine Valsugana Trento Rovereto Riva 39

Euregio’s op de grenzen van Roemenië, Hongarije en Servië (a), Nederland en Duitsland (b) en Italië en Oostenrijk (c).

Identiteitskaart regio Kaart: Ligging: Oppervlakte:

km²

Inwonertal:

(x 1000)

Economische troeven: Hindernissen:

22

Thema Het ruimtelijk kader

We onderzoeken de eigenheid van regio’s die hun sterkte ter beschikking kunnen stellen van buurregio’s en daar de eigen noden kunnen lenigen. In de klas kunnen we zo tot een succesverhaal van een internationaal samenwerkingsverband komen. We starten alvast met het invullen van de identiteitskaart van grensregio’s en hun buren over de nationale grens. Eenmaal je de hoofdkenmerken hebt opgezocht, kun je verder de kwaliteiten van de internationale regio verzamelen. Dan komt het erop aan van je klasgenoten te overtuigen van de toekomstkansen binnen een verenigd Europa.


3 Aardrijkskundig onderzoek

3.1 Lokaliseren en begrenzen: het onderzoek in kaart gebracht Vooraf formuleren we een haalbare onderzoeksvraag over een aardrijkskundig probleem. We weten al hoe een plaats juist gelokaliseerd wordt. Het is belangrijk om een gebeurtenis, een probleem of een boeiend onderwerp ruimtelijk correct te kunnen situeren, ook de natuurlijke en menselijke kenmerken. Als je van een voorval uit de actualiteit meer wilt te weten komen, dan zoeken we eerst op waarover het gaat en dan proberen we te vinden waar het zich heeft voorgedaan. Dan pas komen oorzaken en gevolgen aan bod. Op die wijze kan ook dit persknipsel verhelderd worden:

Nu komt Libië in het vizier vluchtelingen Als de Egeïsche Zee dichtgaat, zullen andere routes zoeken. Turkije geteBrussel. Als het akkoord dat de EU en groot dat de kans de is t, werk kend hebben, effectief proberen te en weg re ande via pa vluchtelingen Euro st voor een masbereiken. De Italiaanse premier vree land. De Britse sale oversteek vanuit Libië naar zijn n dat het tijd wete premier David Cameron liet vrijdag dellandse Mid de in wordt weer te gaan patrouilleren ë zijn Libi in n inge htel Zee. Omdat er 450 000 vluc . hten vluc nen kun pa die potentieel naar Euro

ngen vanuit Een andere mogelijkheid is dat vluchteli rse grens of lgaa Turkije zullen proberen de Turks-Bu binnen arije Bulg de Zwarte Zee over te steken om naar ook ze nen kun te geraken. Via de Zwarte Zee n Pole naar en stek door uit Oekraïne reizen en van daar ge vori liet d ntsli eme parl Euro s of Roemenië. Een Pool rmaken voor week weten dat zijn land zich moet klaa e komt aan de een golf vluchtelingen als er een eind traditionele Balkanroute. Naar: De Standaard, 19/03/2016, p.

29

Wat is de kerngedachte? Onderscheid de onderdelen van het bericht: Onderstreep de moeilijke begrippen of termen in de tekst en zoek de mogelijke betekenissen ervan: Zoek in je atlas en op het internet in welk welomschreven gebied de gebeurtenis zich voordeed, typeer het gebied of de plaats en duid routes aan op de Europese kaart (p. 138): Noem een drietal aspecten die verder te onderzoeken zijn:

Thema Het ruimtelijk kader

23


Van welke feiten wil je meer gegevens hebben vooraleer je een onderzoeksvraag formuleert? Als je voldoende basiskennis verzameld hebt, formuleer je drie mogelijke onderzoeksvragen. Dat zijn problemen in verband met het voorval uit de tekst, waarvoor je oplossingen nastreeft: 1  2  3  Na een gespreksronde met je medeleerlingen onderstreep je hierboven jouw keuze.

3.2 We kiezen een goede kaart Je hebt al geleerd hoe je landkaarten moet lezen. Kies hieronder de passende begrippen: Om een goede indruk van de omvang van het voorgestelde gebied te hebben, moeten we vooral de legende / afmetingen / schaal van de kaart kunnen lezen. Het gebied moet goed omschreven zijn; dat wordt duidelijk door de titel / schaal / grenzen van de kaart. De kenmerken van het gebied kun je achterhalen dankzij de noordpijl / kleuren / symbolen van de kaart. Niet alle kenmerken van het gebied zijn even belangrijk; dat wordt verduidelijkt door de grootte van de lijnen / symbolen / legende. Noteer hieronder de atlaskaart (en eventueel het deelkaartje) die volgens jou het meest geschikt is om een algemeen kaartbeeld weer te geven i.v.m. het onderzoek in de eerste kolom: onderzoek

kaartnummer

de gesteenten in de Belgische ondergrond de staatkundige verdeling van de Britse Eilanden de regionale verscheidenheid in het Duitse Ruhrgebied op de Noordzee gewonnen polderland in Nederland de grensoverschrijdende Europese economische regio’s het aandeel van de bosoppervlakte per land de grote economische blokken in de wereld

40

24

Thema Het ruimtelijk kader


Fig. 40 is een onvolledige staatkundige kaart, vul minstens een vijftal belangrijke elementen op de kaart zelf aan met rood. Kies in Google Earth de lagen die je op een satellietbeeld zou aanbrengen om het hoofdwegennet van Spanje te beschrijven:

3.3 Statistieken leveren de basis Wat zijn statistieken? Het heeft weinig zin om een alleenstaand gegeven als een beeld voor te stellen. Als data kunnen worden vergeleken, stijgt de interpretatie van de waarde van een omvang. Vooral vergelijkingen van eenzelfde kenmerk in een ander gebied of in een andere periode, zorgen voor interessant cijfermateriaal. Je hebt in de lessen aardrijkskunde al vaak kennisgemaakt met zulke getallenreeksen. Ze zijn doorgaans ondergebracht in tabellen zoals op p. 132-135. Je kunt eruit afleiden of een kenmerk groter of kleiner wordt in een ander gebied of een andere periode. Je kunt er ook verbanden uit halen tussen verschillende gegevens uit rijen en kolommen. Met de getallen uit de onderstaande tabel kan een globaal besluit getrokken worden: Verkeersslachtoffers: aantal doden per miljoen inwoners 1998

2005

2010

2011

2012

2013

EU

123

93

63

61

56

51

België

147

104

77

78

70

64

95

65

45

49

44

42

Duitsland Frankrijk

153

85

62

61

56

53

Luxemburg

135

102

64

64

66

65

Nederland

68

46

32

33

34

28

VK

61

56

30

31

29

28

Verkeersslachtoffers: aantal doden in absolute cijfers 1998

2005

2010

2011

2012

2013

58 982

45 346

31 000

30 300

28 100

25 938

België

1 500

1 089

840

862

770

724

Duitsland

7 792

5 361

3 648

4 009

3 600

3 339

Frankrijk

8 920

5 318

3 992

3 963

3 653

3 268

57

46

32

33

34

45

Nederland

1 066

750

537

546

562

476

VK

3 581

3 336

1 905

1 960

1 802

1 770

EU

Luxemburg

Wat is het hoofdverschil tussen beide tabellen? Trek een besluit in verband met België:

Thema Het ruimtelijk kader

25


3.4 Statistieken passend voorstellen op eenvoudige grafieken Wat is het voordeel van de grafische voorstelling van verschillende getallen? Op fig. 41-44 zie je vier verschillende voorstellingswijzen van statistieken waarmee je al eerder kennismaakte. Noteer de soortnaam onder de juiste figuur en beschrijf de voorstellingswijze: cirkeldiagram / staafdiagram (= histogram) / curvediagram / oppervlaktediagram: Verdeling vermogen van het Belgisch productiepark elektriciteit 10,0

1,4 % 3,1 % 6,4 % 4,9 %

Evolutie van aandeel vreemdelingen t.o.v. de totale bevolking van 2001 tot 2014 in % gemeente Mechelen

9,0

Vlaams Gewest

9,1 %

8,0

38,6 %

7,0 6,0 5,0 4,0

nucleair 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014

41

36,5 %

waterkracht (Coo)

aardgas (STEG e.d.)

steenkool

windenergie

andere (zon, biomassa ...)

olie en diesel

42

20 17,91

18

miljoen inwoners

16

15,16

14

12,56

12

10,16

10

8,22

8

6,53

6 4

4,63 3,26

2 0 1980

1985

1990

1995

2000

2005

2010

2015

43

26

44

Thema Het ruimtelijk kader


3.5 Meer ingewikkelde voorstellingswijzen

90 %

9%

10 %

11 %

11 %

11 %

5%

12 %

12 %

5%

6%

7%

8%

8%

23 %

7% 3%

23 %

23 %

80 % 70 %

Een staafdiagram kan nog onderverdeeld zijn volgens de grootte van deelfacetten (fig. 45).

Bodemgebruik in BelgiĂŤ - 1980-2009

100 %

23 %

4%

23 %

23 %

60 %

Zoek een voorbeeld in je atlas: Beschrijf hoe een windroos als pooldiagram

5%

tot stand komt (fig. 46):

23 %

50 %

40 %

30 %

61 %

60 %

59 %

56%

54 %

52 %

51 %

20 %

Vergelijk fig. 46 met de windroos van Ukkel uit je atlas: wat staat anders voorgesteld?

10 % 0%

1980

1985

1990

1995

2000

2005

2009

landbouw

natuurlijke open ruimtes

bebouwd (excl. woongebied)

bos

woongebied

wetlands

45

N Windsnelheid (m/s) 15,50 (1,6 %)

Waarom kan ook een klimatogram een complexe grafische voorstelling genoemd worden? Leg uit hoe een leeftijdshistogram (atlas

10,80 (6,1 %) W

O

3,6 %

8,23 (27,6 %)

2% 4% 6% 8% 10 % 12 %

Z

rustig

21D) tot stand komt:

5,14 (35,0 %)

3,09 (22,6 %)

1,54 (0,0 %)

0,00 (3,6 %) 46

47

Op een kaart kunnen niet alleen grafieken gelokaliseerd weergegeven worden, ook kan de kaart vervormd zijn omdat de oppervlakten vertekend werden volgens de omvang van het verschijnsel. Zoek op het internet een ander voorbeeld dan het cartogram met de weergave van de wereldbevolking (fig. 47). Thema Het ruimtelijk kader

27


3.6 Rapporteren, reflecteren en presenteren Een kleinschalig aardrijkskundig onderzoek start met een goede probleemstelling op basis van een beheersbare onderzoeksvraag. Die mag niet te ruim opgevat zijn, maar ze moet wel relevant zijn voor je bedoeling. Dat verdient een toelichting in de inleiding van het eindverslag. Daarin worden ook de onderzoeksmethodes aangekondigd. Waarop kan je onderzoekje gebaseerd zijn?

48

De opeenvolgende stappen van het onderzoekje vormen de overzichtelijke hoofdmoot van het onderzoeksverslag. Je mag gerust aangeven wat je heel belangrijk vond, wat je liever iets vollediger had uitgewerkt en wat niet aan de orde was. Daarvoor heb je beslist verklaringen. Als het over groepswerk ging, wordt duidelijk gemaakt wie wat realiseerde. Ten slotte wordt een besluit getrokken. Hierin worden geen nieuwe gegevens meer naar voren gebracht. Je kunt natuurlijk vergelijken met andere, meer grootschalig opgezette onderzoeksresultaten. Is je onderzoeksvraag uiteindelijk beantwoord? Bij deze terugblik mag je best constructiefkritisch zijn.

Vooraf is je duidelijk gemaakt onder welke vorm de onderzoeksresultaten kenbaar moeten worden gemaakt. Dat kan louter mondeling zijn, maar ook schriftelijk. In ieder geval is een schematische weergave nuttig. Je weet ook welke marges je moet hanteren en wat de vormvereisten zijn. Voor een presentatie met beeldmateriaal beschik je over de nodige ICT-competenties. Wat wordt hiermee bedoeld? Welke rangorde kun je best respecteren qua prioriteiten bij een succesrijke ICT-presentatie aan je klasgenoten? Duid dat hieronder aan. Schrap eventueel overwegingen die niet van toepassing zijn: • Vooraf een schema maken, zodat de belangrijkste facetten voldoende aan bod komen in de juiste volgorde. • In de loop van het onderzoek al beeldmateriaal in een mapje bewaren voor later gebruik in de presentatie. • Een tijdpad opstellen, zodat je binnen de je toegemeten tijd blijft. • Mogelijke hyperlinks op voorhand noteren, zodat je ze op de gepaste plaats kunt oproepen. • Een keurig sjabloon waarin rekening gehouden werd met de leesbaarheid van de tekst. • Een overzichtelijke structuur, zodat het publiek (en jezelf) niet de draad verliest. • Een besluit waarin je terugkoppelt naar het eigenlijke onderzoek, maar vooral de eindresultaten beknopt weergeeft. • Weinig toeters en bellen, zodat je publiek niet afgeleid wordt van de essentie.

28

Thema Het ruimtelijk kader


4 Het draagvlak van de aarde is een kleurrijke lappendeken

4.1 De natuur is de basis voor het werkveld Aarde De aanwezigheid van verschillende gesteenten op aarde zorgt voor uiteenlopende basisomstandigheden voor het leven. Voeg daar nog een drietal andere natuurlijke verschillen

Aan de voet van het gebergte zorgen afzettingen voor grasland

Doorlaatbare gesteenten leveren bronniveaus op

aan toe:

Het akkerland in de vlakte is opgebouwd uit vruchtbare losse gesteenten

Bouwgrondstoffen worden gewonnen in steengroeven

De gebouwen in het dorp zijn in lokale gesteenten opgetrokken

Boortorens zoeken naar winbare koolwaterstoffen zoals aardolie

49

Het natuurlijk milieu levert de basis voor de mate waarin de mens de natuur kan aanwenden voor eigen welvaart. Licht dat toe voor de kenmerken van gesteenten aan

de hand van fig. 49: Zoek op fig. 49 hoe de ligging van economisch nuttige gesteenten in de aardkorst verschillende vormen van exploitatie veroorzaakt:

De klimaatomstandigheden bepalen het voorkomen van planten- en diersoorten op aarde. Voor bepaalde gewassen zijn die omstandigheden optimaal. Welke gevolgen leid je hieruit af voor het winnen ervan?

50

Rijstveld Sulawesi

51

Oogstmachine tarwe

Zoek in je atlas op waar de arealen van rijst en tarwe voorkomen (fig. 50 en 51). Welke grote verschillen in teeltgrenzen stel je vast?

Thema Het ruimtelijk kader

29


Wat leert fig. 52 je over de ligging van de teeltgrenzen van suikerriet en suikerbiet? 52 noordpoolcirkel

N - gre Z - gr e n s s u i k e r b ie N - gr e n s s u ik err i

ik e ns su

r biet

t

et Kreeftskeerkring

evenaar

Steenbokskeerkring

Z - gr e

ik e ns s u

rr iet

moderne commerciële landbouw met intensieve veeteelt

traditionele intensieve landbouw

moderne commerciële gemengde landbouw

traditionele landbouw met braak

moderne commerciële landbouw met graanteelt

plantagelandbouw

grenslijn van de suikerbietteelt

commerciële extensieve veeteelt, ranching

traditionele extensieve of nomadische veeteelt

grenslijn van de suikerrietteelt

mediterrane landbouw

weinig of geen landbouw

0

3000 km

4.2 Duurzame ontwikkeling op aarde Als dieselbrandstof duurder wordt gemaakt, daalt het verbruik.

De natuurlijke verschillen op aarde worden nog versterkt door de wijze waarop de mens er gebruik van maakt. Als we het overleven vooropstellen, moeten we streven naar een gebruik van de aarde waarbij ook in de toekomst de samenleving aangenaam blijft. Leg uit dat dit neerkomt op het streven naar duurzaamheid: De evolutie van de elementen waarop duurzaamheid betrekking heeft, kan veranderen (fig. 53). Leg het voorbeeld bij ‘BELEID’ uit en noteer bij de andere zeven elementen ook een concreet voorbeeld:

53

30

Thema Het ruimtelijk kader


4.3 Naar een meer duurzame economie De oorzaken en gevolgen van duurzame ontwikkeling zijn vervat in een schema (fig. 54).

politiek

overschotten

politiek

sociaal-cultureel

onevenwichtig gebruik van hulpbronnen in de samenleving op diverse schaalniveaus

gevolgen

oorzaken

economisch

economisch

natuurlijke hulpbronnen

natuur

tekorten

kansen voor duurzame ontwikkeling

menselijke hulpbronnen

sociaal-cultureel 54

De wijze waarop duurzame ontwikkeling in Europa mogelijk is, hangt sterk af van de historische ontwikkeling. Die verschilt sterk van regio tot regio. Kruis hieronder aan welke stellingen juist zijn: De natuurlijke hulpbronnen zijn in heel Europa op een gelijkmatige wijze aanwezig. Sommige regio’s liggen verder van de zee en hebben daarom meer mogelijkheden. Historisch gezien, zijn in bepaalde regio’s de hulpbronnen meer aangesproken dan in andere. De loop of evolutie van de bevolking is verschillend van noord naar zuid. De verwerkingstechnieken zijn ongelijk toegepast op aanwezige delfstoffen. Uit andere werelddelen zijn de aanwezige grondstoffen verschillend ontgonnen. Door de regionale verschillen op gebied van natuur en cultuur ontstaan overal in de wereld lappendekens van economische en ecologische ontwikkeling. Licht dat toe met een voorbeeld binnen België of Europa: De industriële verwerkingstechnieken evolueerden in de loop van de menselijke geschiedenis. Geef een voorbeeld aan de hand van fig. 55 en 56:

55

56

Thema Het ruimtelijk kader

31


Theoretisch zouden momenteel alle volken dezelfde efficiënte verwerkingstechnieken kunnen toepassen. Waarom is dat niet zo? Vooral als een grondstof schaarser en duurder wordt, stijgt de bereidheid om hergebruik te bevorderen. Noem twee voorbeelden: Geef twee andere redenen waarom het bewustzijn over het recycleren van eerder gebruikte grondstoffen toeneemt: Ook in andere bedrijfssectoren dan de industrie neemt het ecologisch bewustzijn toe. Geef een voorbeeld uit de landbouw:

4.4 Regionale sociaal-economische verschillen binnen Europa De grote natuurlijke verschillen op aarde en diverse maatschappelijke ontwikkelingen zorgden voor een ongelijk draagvlak op het gebied van duurzame ontwikkeling. Uit fig. 57 blijkt dat zelfs binnen Europa de EU-lidstaten zodanig verschillend scoren dat welvaart er geen gelijke kansen krijgt. Vervolledig de tabel telkens met een tweetal landen waar voor de afzonderlijke kenmerken de toestand het best blijkt (kolom A) en een tweetal landen waar het verschil het grootst is tussen steden en verstedelijkte gebieden enerzijds en landelijke gebieden anderzijds (kolom B): A Best scorende landen

B Groot verschil stad-platteland

tewerkstellingsgraad armoede en sociale uitsluiting milieuproblemen

Tewerkstellingsgraad

Armoede en sociale uitsluiting

% 100

% 70 60

90

50

80

40

70

30 20

60

EU-28 Zweden Duitsland Nederland Oostenrijk VK Denemarken Finland Frankrijk Estland Tsjechië België Luxemburg Slovenië Letland Cyprus Portugal Ierland Roemenië Polen Litouwen Slovakije Hongarije Italië Griekenland Spanje Kroatië Bulgarije Malta IJsland Zwitserland Noorwegen

0

steden

platteland

EU-28 Bulgarije Roemenië Letland Hongarije Griekenland Litouwen Kroatië Italië Spanje Polen Portugal Ierland Cyprus Estland België Slovenië Slovakije Duitsland VK Finland Zweden Luxemburg Frankrijk Denemarken Tsjechië Oostenrijk Nederland Malta Zwitserland Noorwegen IJsland

10 50

steden

platteland

Milieuproblemen % 50 40 30 20 10

EU-28 Letland Cyprus Duitsland Roemenië Slovenië Tsjechië Slovakije Griekenland België Bulgarije Litouwen Portugal Hongarije Nederland Estland Luxemburg Oostenrijk Frankrijk Polen Finland Italië Kroatië VK Spanje Zweden Denemarken Ierland Malta IJsland Zwitserland Noorwegen

0

steden

32

Thema Het ruimtelijk kader

platteland

57


Binnen de Europese landen bestaan nog grote regionale verschillen. Zoek met behulp van je atlas een drietal voorbeelden van regio’s die tot de top behoren en een drietal die je onderaan terugvindt: Top 3-regio’s

Bodem

58

Op basis van het voorgaande mogen we nog geen echte besluiten trekken over re­gionale contrasten tussen regio’s in Europa. Dat vergt bijkomend onderzoek. In de volgende hoofdstukken zullen we nagaan over welke economische troeven bepaalde regio’s beschikken. Zowel de dominantie van landbouw, als die van industrie en diensten kan namelijk voor verschillen in welvaart en maatschappelijk geluk zorgen. Dat er binnen die regio’s dan nog opvallende verschillen kunnen voorkomen, wordt geïllustreerd door fig. 58 en 59, twee woonwijken in Tallinn, de hoofdstad van Estland. 59

Thema Het ruimtelijk kader

33


Hoever sta je? Kruis telkens aan hoever het staat met je kennis, vaardigheden en attitudes. nog goed in te oefenen

ik beheers de basis

ik begrijp het goed

ik kan het vlot aan anderen uitleggen

met merkwaardige cirkels uit het gradennet plaatsen op aarde lokaliseren aardrijkskundige onderdelen op aarde omschrijven en de belangrijkste hiermee benoemde onderdelen op kaart aanduiden het geografisch coördinatenstelsel hanteren om de aarde in tijdzones in te delen en toe te passen de wereld kunnen indelen door gebruik te maken van natuurkundige, historische en geopolitieke feiten een beperkt aardrijkskundig onderzoek onder begeleiding uitwerken; met aandacht voor lokalisatie, oorzaken en gevolgen mediawijsheid aanwenden om nuttige en betrouwbare informatiebronnen te gebruiken bij aardrijkskundig opzoekingswerk aardrijkskundige voorstellingstechnieken gebruiken om gegevens voor te stellen op een creatieve manier onderzoeksresultaten rapporteren, presenteren en hierover reflecteren duurzame ontwikkeling met eigen woorden toelichten door er relaties tussen natuurlijke en cultuurgebonden aspecten bij te betrekken economische en technologische wijzigingen in verband brengen met kansen op duurzame ontwikkeling in verschillende regio’s sociaal-economische verschillen tussen regio’s vergelijken vanuit het perspectief van duurzaamheid

Test jezelf • Markeer op de kaart van Europa hierbij: 1 noordpoolcirkel, 2 nulmeridiaan, 3 Atlantische Oceaan, 4 VK, 5 Pyreneeën, 6 Rijn, 7 Scandinavië, 8 Parijs, 9 Oostzee, 10 Het Kanaal. Wat stellen de stippen voor?

34

Thema Het ruimtelijk kader


• Dit krantenknipsel behandelt beknopt een voorstel om de kaart van Brussel te wijzigen. Vergelijk het met de kaarten in je atlas. Formuleer een eenvoudige onderzoeksvraag en maak een lijstje met de bronnen die je vooruit hielpen om er meer van te weten te komen. Som jouw argumenten op en trek een besluit.

MR-politici willen Brusselse kaart her

tekenen

egrenzen logisch en dus moeten de gemeent Het grondplan van Brussel is niet thier Gau en iès Dill is Bor itici -pol en de MR opnieuw bekeken worden. Dat zegg ig wein perde huidige structuur ‘onleesbaar en Calomne in Le Soir. Volgens hen is van Laken en bij Evere te voegen en het noorden formant’. Ze pleiten ervoor om Har erenbos Kam Ter en van de stad Brussel langs het bij Jette. Daarnaast zouden ze de wijk Mayeur Yvan ester osvoorde. Brussels burgeme toewijzen aan Ukkel en Watermaal-B Courn Alai pen sche Ook zen alvast niet zitten. (PS) ziet een hertekening van de gren tois, zelf van MR, schiet dat af. Naar: De Morgen, 13/02/2016, p. 9

• We verwerken stap voor stap de data van één bron (www.hdr.undp.org/en/composite/trends) 1 Zoek in de begrippenlijst wat de Human Development Index (HDI) inhoudt. 2 Over welke landen gaat het? Ga de resultaten op wereldschaal na in je atlas. 3 Zoek op het internet de jongste gegevens en schrijf ze in de passende kolom. 4 Dan kun je ook de groeivoet berekenen om in de laatste kolom in te vullen. 5 Kies dan een soort diagram of staatkundige kaart om een selectie van gegevens uit de tabel zo sprekend mogelijk voor te stellen. 6 Trek een besluit. Human Development Index (HDI) Europese landen België Bulgarije Cyprus Denemarken Duitsland. Estland Finland Frankrijk Griekenland Hongarije Ierland Italië Kroatië Letland Litouwen Luxemburg Malta Nederland Oostenrijk Polen Portugal Roemenië Slovakije Slovenië Spanje Tsjechië VK Zweden

1990 0,806 0,695 0,733 0,799 0,801 0,726 0,783 0,779 0,759 0,703 0,770 0,766 0,670 0,692 0,730 0,779 0,729 0,829 0,794 0,713 0,710 0,703 0,738 0,766 0,756 0,761 0,773 0,815

2000 0,874 0,713 0,800 0,862 0,855 0,780 0,857 0,848 0,799 0,769 0,861 0,829 0,749 0,727 0,754 0,851 0,766 0,877 0,836 0,786 0,782 0,706 0,763 0,824 0,827 0,821 0,865 0,897

2010 0,883 0,773 0,848 0,908 0,905 0,838 0,878 0,881 0,866 0,821 0,908 0,869 0,807 0,811 0,827 0,886 0,824 0,909 0,879 0,829 0,819 0,784 0,827 0,876 0,867 0,863 0,906 0,901

20…..

Gemiddelde jaarlijkse groei (%) 1990 2000 2010 – 2000 2010 20….. 0,81 0,10 0,26 0,81 0,87 0,59 0,76 0,53 0,66 0,58 0,73 0,71 0,90 0,25 0,85 0,38 0,51 0,81 0,90 0,67 1,12 0,54 0,79 0,47 1,12 0,75 0,49 1,09 0,32 0,93 0,88 0,41 0,49 0,74 0,56 0,36 0,53 0,50 0,99 0,53 0,97 0,47 0,04 1,06 0,34 0,82 0,73 0,61 0,90 0,25 0,76 0,50 1,13 0,46 0,96 0,04

Thema Het ruimtelijk kader

35


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Voorbeeldpagina's Terranova 3 by VAN IN - Issuu