Skip to main content

Voorbeeldpagina's Terranova 2

Page 1

Samenleven in multisteden

Waar het op aankomt • De elementen van bevolkingsdynamiek en diversiteit verbinden met landschappen uit de eigen leefomgeving en elders op aarde. • De stedelijke functies met een ruimtelijke impact kunnen opsommen. • Aspecten van andere culturen kunnen herkennen.


Even opwarmen • Hieronder zie je drie klasfoto’s. Rechts een foto van een klas uit een Belgische school, links een foto van een school in Mali. Wat kun je zeggen over de bevolking en de afkomst van de leerlingen die je hier ziet? –– West-Europese klas: –– Mali: In welke klas is de kans op diversiteit het grootst? Waar werd foto 2 genomen en wat valt op?

1

2

• Kruis aan:

een dorp

ik woon in ik ga naar de film in ik koop een nieuwe computer in ik eet een hamburger in

3

de stadsrand een kleine stad een grote stad

� � � �

� � � �

� � � �

� � � �

Wat vind je in de buurt waar je woont? Waarvoor ga je naar de ‘grote’ stad? • Welke steden herken je op deze foto’s? Waaraan herken je ze?

4

5

12 6

Wat zijn de gemeenschappelijke kenmerken op deze foto’s?

Thema Samenleven in multisteden

7


1 De wereld in mijn klas

1.1 Zit ik in een multiculturele klas? Om het nieuwe schooljaar te beginnen, doen we een klein ‘bevolkingsonderzoek’ van de leerlingen van onze klas. Vul eerst zelf de tweede en de vijfde kolom in. Verzamel dan de gegevens van de volledige klas en noteer de resultaten (T = totaal aantal, G = gemiddelde) in de derde en de zesde kolom. Gemiddelden kunnen ook worden geschat. aantal leerlingen

–

T

kinderen in het gezin

G

leeftijd vader

G

leeftijd moeder

G

aantal kinderen in gezin vader

G

aantal kinderen in gezin moeder

G

leeftijd van 1 grootvader

G

leeftijd van 1 grootmoeder

G

aantal kinderen in gezin 1 grootvader

G

aantal kinderen in gezin 1 grootmoeder

G

zelf geboren in België

ja/nee

T

zelf geboren in buitenland

ja/nee

T

vader geboren in België

ja/nee

T

vader geboren in buitenland

ja/nee

T

moeder geboren in België

ja/nee

T

moeder geboren in buitenland

ja/nee

T

thuistaal Nederlands

ja/nee

T

andere thuistaal

ja/nee

T

Maak een inventaris van de nationaliteiten in je klas. Schrijf de aantallen in de tabel. Belgen

Polen

Duitsers

Russen

Indiërs

Nederlanders

Fransen

Britten

Roemenen

Armeniërs

Marokkanen

Turken

Portugezen

Chinezen

anderen (welke?)

Italianen

Spanjaarden

Bulgaren

Congolezen

Waarom staan de nationaliteiten in die volgorde? Formuleer drie vaststellingen over de leerlingen van je klas. • • • Wat zou je verder nog willen weten en onderzoeken over de ‘bevolking’ van je klas? • •

8

Thema Samenleven in multisteden


1.2 Diversiteit heeft vele gezichten Binnen een groep bestaan er tussen de individuen verschillen in cultuur, overtuiging, etnische achtergrond, waarden, seksuele geaardheid, kennis, vaardigheden en levenservaring. Ook in de klas, bij een team leerkrachten, in een sportclub is dus diversiteit aanwezig. Een grote diversiteit wordt niet door iedereen als positief ervaren. Onderzoek de gegevens voor Mechelen (Stadsmonitor 2011) en noteer twee besluiten. Centrum

Deel­ gemeenten

Gezinnen met kinderen

Gezinnen zonder kinderen

Totaal

13 steden

Verschillende culturen in stad goede zaak.

44,4

32,9

48,6

37,0

42,6

43,0

Voorstander activiteiten voor verschillende culturen.

45,2

31,3

47,9

38,2

42,9

44,4

Te veel mensen andere cultuur in mijn buurt.

31,5

13,5

26,9

30,0

28,5

29,0

Mensen uit andere culturen sympathiek.

54,7

45,3

55,5

50,7

53,0

53,6

Niet prettig als buren andere cultuur hebben.

25,7

35,4

27,3

27,4

27,3

27,7

(helemaal) eens

•

12 7

• Scholen met een grote diversiteit krijgen extra lesuren om leerlingen te ondersteunen die beantwoorden aan bepaalde criteria. De SES-indicatoren (socio-economische status) zijn een aanwijzing van de economische en sociale positie van een leerling en het gezin in de maatschappij. In het secundair onderwijs wordt de ondersteuning bepaald op basis van deze indicatoren: • thuistaal van de leerling (beïnvloedt de communicatie- en leermogelijkheden van de leerling) • het ontvangen van een schooltoelage (gebaseerd op het gezinsinkomen) geeft een aanduiding van pedagogisch (thuis)comfort, studieruimte, koopkracht • het hoogst behaalde opleidingsniveau van de moeder (een indicator van de mate waarin de thuiscultuur aansluit bij de schoolcultuur) • de leerling woont buiten het eigen gezinsverband • de ouders hebben geen vaste verblijfplaats (de rondtrekkende bevolking). Voor elke Vlaamse gemeente vind je meer gegevens op de website http://www.ond. vlaanderen.be/onderwijsstatistieken/rapporten%20op%20gemeenteniveau%20-%20 woonplaats.htm Voor gemeentelijke profielschetsen ga je naar http://aps.vlaanderen.be/lokaal/lokale_statistieken.htm Je vindt er onder meer de gegevens over OKI (onderwijs kansarmoede-indicator). Zo vind je voor de leerlingen van het 2de leerjaar secundair onderwijs in Mechelen: • 20 pct. van de leerlingen heeft niet Nederlands als gezinstaal • 38 pct. van de leerlingen heeft een moeder met een diploma van hoogstens lager secundair • 63 pct. van de leerlingen woont in een buurt met veel schoolse vertraging (veel zitten­ blijvers) • 40 pct. van de leerlingen krijgt een schooltoelage

Thema Samenleven in multisteden

9


2 Onze bevolking Om de bevolking te bestuderen, wordt ze eerst geteld. Sinds 2011 worden verschillende administratieve databanken aan elkaar gekoppeld: o.a. het Rijksregister, de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid en de databanken over het onderwijs. Hierdoor beschikken de databanken over heel wat statistieken van elke gemeente. Bovendien is elke inwoner verplicht zich aan te melden op de bevolkingsdienst van zijn of haar woongemeente om melding te maken van elke geboorte, overlijden of verhuizing. De gegevens zijn dan ook altijd actueel.

2.1 Mechelen in cijfers Uit de ‘Gemeentelijke Profielschets Mechelen’ (najaar 2015) haalden we de volgende demografische kenmerken.

Evolutie totale bevolking en bevolkingsdichtheid 1 januari

2005

2006

2007

2008

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

aantal inwoners

77 480 78 268 78 900 79 503 80 205 80 940 81 927 82 325 82 602 83 194 83 975

groei (2005 = 100)

100,0

101,0

101,8

102,6

103,5

104,5

105,7

106,3

106,6

107,4

108,4

bevolkingsdichtheid

1 189

1 201

1 210

1 220

1 230

1 242

1 257

1 263

1 267

1 276

1 288

2013

2014

2015

12 8

Evolutie van het aantal 0-19-jarigen, 20-64-jarigen en aantal 65-jarigen en ouder 1 januari

2005

2006

2007

2008

2009

2010

2011

2012

aantal inwoners (0-19 jaar) groei (2005 = 100)

18 227 18 472 18 585 18 733 18 965 19 217 19 496 19 689 19 802 19 991 20 134

aantal inwoners (20-64 jaar) groei (2005 = 100)

45 205 45 797 46 418 46 878 47 262 47 712 48 440 48 532 48 668 48 909 49 442

aantal inwoners (65 j en +) groei (2005 = 100)

14 048 13 999 13 897 13 892 13 978 14 011 13 991 14 104 14 132 14 294 14 399

100,0

100,0

100,0

101,3

101,3

99,7

102,0

102,7

98,9

102,8

103,7

98,9

104,0

104,6

99,5

105,4

105,5

99,7

107,0

107,2

108,0

107,4

108,6

107,7

109,7

108,2

110,5

109,4

99,6

100,4

100,6

101,8

102,5

12 9

Natuurlijke beweging (= aantal geboorten - aantal overlijdens) loop

2005

2006

2007

2008

2009

2010

2011

2012

2013

2014

aantal geboorten

1 030

1 102

1 088

1 211

1 187

1 233

1 230

1 203

1 169

1 141

aantal overlijdens

768

739

749

728

787

735

660

808

745

687

natuurlijke aangroei

262

363

339

483

400

498

570

395

424

454

12 10

Natuurlijke beweging per 1 000 inwoners

10

loop

2005

2006

2007

2008

2009

2010

2011

2012

2013

2014

geboorten / 1000 inw.

13,3

14,1

13,8

15,2

14,8

15,2

15,0

14,6

14,2

13,7

overlijdens / 1000 inw.

9,9

9,4

9,5

9,2

9,8

9,1

8,1

9,8

9,0

8,3

nat. aangroei / 1000 inw.

3,4

4,6

4,3

6,1

5,0

6,2

7,0

4,8

5,1

5,5

Thema Samenleven in multisteden

12 11


Migraties in de gemeente loop

2005

2006

2007

2008

2009

2010

2011

2012

2013

2014

inwijking uit België

3 189

3 157

3 230

3 290

3 125

3 452

3 119

3 300

3 316

3 543

uitwijking naar België

3 223

3 302

3 468

3 460

3 305

3 720

3 784

3 632

3 357

3 517

- 34

- 145

- 238

- 170

- 180

- 268

- 665

- 332

- 41

26

1 159

1 193

1 178

1 305

1 309

1 266

1 095

924

929

1 003

uitwijking naar buitenland

646

802

723

850

772

574

597

722

719

700

saldo

513

391

455

455

537

692

498

202

210

303

totaal migratiesaldo

479

246

217

285

357

424

- 167

- 130

169

329

saldo inwijking uit buitenland

12

Vooruitberekening van de bevolking: geteld (2014) en berekend (2015-2024) aantal inwoners 1 januari

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

aantal inwoners

83 194 83 819 84 395 84 992 85 613 86 261 86 925 87 596 88 273 88 958 89 646

groei (2014 = 100)

100,0

100,8

101,4

102,2

102,9

103,7

104,5

105,3

106,1

106,9

107,8

12 13

Aantal leerlingen secundair onderwijs t.o.v. 12-17-jarigen 2005

2006

2007

2008

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

aantal leerlingen secundair onderwijs

9 396

9 406

9 371

9 389

9 493

9 426

9 440

9 510

9 703

9 814

9 881

aantal kinderen tussen 12 en 17 jaar

5 608

5 616

5 596

5 498

5 428

5 428

5 351

5 428

5 408

5 448

5 505

aantal leerlingen t.o.v. 12-17-jarigen

167,5

167,5

167,5

170,8

174,9

173,7

176,4

175,2

179,4

180,1

179,5 12 14

De bevolking verandert dus, de zgn. bevolkingsevolutie. • Vervolledig de bevolkingsloop van Mechelen voor 2014. Aantal inwoners op 1 januari 2014? Aantal geboorten in 2014 Aantal overlijdens in 2014 Natuurlijke aangroei = aantal geboorten – aantal overlijdens Aantal inwijkelingen (uit België en buitenland) in 2014 Aantal uitwijkelingen (idem) in 2014 Migratiesaldo = immigratie (inwijking) – emigratie (uitwijking) Totale bevolkingstoename in 2014 Aantal inwoners op 1 januari 2015 Opmerking: door statistische correcties passen niet alle berekeningen! • Het geboortecijfer is het aantal geboorten per 1000 inwoners (geschreven als ‰); het sterftecijfer is het aantal overlijdens per 1000 inwoners. De natuurlijke aangroei is het geboortecijfer - het sterftecijfer. Waarom worden deze berekeningen gemaakt? Geboortecijfer Mechelen 2014: Sterftecijfer Mechelen 2014:

Natuurlijke aangroei in 2014:

• De bevolkingsdichtheid is het aantal inwoners per km². Voor Mechelen op 1 januari 2015: 83 975 inwoners op een oppervlakte van 65,19 km² =

inwoners/km² Thema Samenleven in multisteden

11


• Kun je de volgende gegevens correct aflezen? –– Met hoeveel procent steeg de bevolking tussen 2005 en 2015? –– Bij welke leeftijdsgroep is de stijging het grootst? –– In welk jaar was de natuurlijke aangroei het sterkst? –– Wat is de verhouding tussen het aantal immigranten uit België en uit het buitenland? –– Wat is de verhouding tussen de buitenlandse immigratie en emigratie? –– In welk jaar zal Mechelen vermoedelijk een bevolking van 90 000 inwoners overschrijden? –– Waarom ligt het aantal leerlingen secundair onderwijs veel hoger dan het aantal kinderen tussen 12 en 17 jaar? • In Mechelen wonen 8 256 vreemdelingen (= personen met een vreemde nationaliteit) of 9,8 pct. van de bevolking. Er zijn 123 vreemde nationaliteiten. Mechelen aantal

15

% t.o.v. totaal aantal inwoners

10,0

Evolutie van aandeel vreemdelingen t.o.v. de totale bevolking van 2001 tot 2014 in % gemeente Mechelen

9,0

1 Marokko

2 153

2,6

8,0

2 Nederland

1 091

1,3

7,0

3 Armenië

527

0,6

6,0

4 Spanje

515

0,6

5,0

5 Polen

266

0,3

4,0

Vlaams Gewest

2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014

De meest opvallende gemeenschappen zijn: –– Marokkanen In de jaren 1960 werden ‘gastarbeiders’ aangetrokken. In Mechelen was er vooral vraag naar arbeiders voor de meubelmakerij, de metaalsector en de tuinbouw. De Mechelse Marokkanen zijn voornamelijk Berbers afkomstig uit het Rifgebergte. –– Congolezen Een groot deel van de Congolezen kreeg een aantal jaar geleden erkenning als vluchteling ten tijde van de politieke strubbelingen daar. In Mechelen wonen ook Afrikanen uit Somalië, Sudan, Kameroen en Niger. Afrikanen vluchten vooral voor hongersnoden, burgeroorlog en droogte. –– Assyriërs Dit zijn vluchtelingen uit Zuidoost-Turkije. De meeste Assyriërs zijn afkomstig uit Hassana, een dorp vlak bij de Iraakse grens, dat gewrongen zat tussen Turken en Koerden. –– uit het Midden-Oosten en Azië Na 2000 vroegen heel wat Afghanen, Irakezen, Iraniërs en in mindere mate Turken asiel aan. Afghanen en Iraniërs vluchtten (vóór de oorlog in Afghanistan) omwille van het verstikkende religieuze regime. Waarom valt de tweede meest voorkomende groep vreemdelingen niet op?

12

Thema Samenleven in multisteden

16


• De verdeling per leeftijdsgroep, de zgn. bevolkingsstructuur, wordt voorgesteld op leeftijdshistogrammen. In de atlas kun je die leeftijdsopbouw bestuderen voor heel België. In 1880 had het leeftijdshistogram een piramidevorm, d.w.z. een brede basis gevormd door veel jongeren en een smallere top van ouderen. België had toen een jonge bevol­ king. Sindsdien zijn de midden- en de topgroepen sterk toegenomen in vergelijking met de basis, die geleidelijk is versmald. Dat wijst op een veroudering of vergrijzing en dus een ontgroening van de bevolking. Zet de volgende kenmerken in de juiste kolom: België 2010 – piramidevorm – veel geboorten – dalend geboortecijfer – dalend sterftecijfer – hoge sterfte – verlenging levensduur – België 1900 jonge bevolking

verouderde bevolking

Geeft het leeftijdshistogram van Mechelen eenzelfde beeld als dat van heel België? Zoek naar verschillen en beschrijf:

Mechelen (2014)

M

6

V

80+ 75-79 70-74 65-69 60-64 55-59 50-54 45-49 40-44 35-39 30-34 25-29 20-24 15-19 10-14 5-9 0-4

5

4

3

0 1 2 3 2 1 0 % van de totale bevolking

4

5

6 17

De leeftijdsopbouw is voor de overheid een heel belangrijk gegeven: enerzijds zal ze meer / minder kindergeld moeten uitgeven, maar anderzijds zullen de pensioenlast en de uitgaven voor geneeskundige zorgen sterk dalen / stijgen. Analyseer de evolutie van het aantal 80-plussers. Wat stel je vast? Waarom is dat belangrijk? Kunnen – en moeten – we iets doen aan die veroudering? Dat is een vraag die veel mensen op dit moment bezighoudt. Kan de overheid de leeftijdsopbouw van ons land beïnvloeden? Is dat wenselijk? Maak een inventaris van de mogelijkheden en evalueer ze.

Thema Samenleven in multisteden

13


2.2 Mijn eigen woongemeente: Zoek de profielschets van je eigen woongemeente op http://aps.vlaanderen.be/lokaal/ lokaal_gemprofiel_pdf.htm en noteer de volgende gegevens. aantal inwoners

bevolkingsdichtheid

aantal geboorten

aantal overlijdens

geboortecijfer

‰

sterftecijfer

‰

natuurlijke aangroei aantaI immigranten

aantal emigranten

migratiesaldo totale bevolkingsevolutie

aantal vreemdelingen

aantal 0-19-jarigen

kinderen 12-17 jaar

aantal 20-64-jarigen aantal 65-jarigen en ouder

aantal 80 jaar en ouder

• Hoe verhoudt de bevolkingsdichtheid zich ten opzichte van een dichtheid van 477 inwoners/km² in Vlaanderen en van 367 inwoners/km² in België? Bestudeer de bevolkingsspreiding op de kaart met de bevolkingsdichtheid in de atlas. –– Ligt je woongemeente in een dichtbevolkte streek? –– Hoe verklaar je de hoge/lage bevolkingsdichtheid in je woongemeente? –– Welke elementen verklaren de dichtheidsverschillen tussen Vlaanderen en Wallonië het meest? Kruis er vijf aan.

de ligging in Europa het reliëf het klimaat de bodems de landbouwmogelijkheden de industrialisatiegraad

de verkeersinfrastructuur de verstedelijking de politiek de vreemdelingen de tewerkstelling de grondstoffen

–– Kruis de dichtbevolkte streken in België aan: de Ardennen de Condroz de Famenne

Haspengouw het Kortrijkse de Kuststreek

het Maasland de Noorderkempen de Polders

• Vat nu de algemene regels over de bevolkingsdichtheid samen. –– De aanwezigheid van landbouw zorgt voor een grotere / kleinere bevolkingsdichtheid. –– In het stadscentrum is de bevolkingsdichtheid groot / klein. –– De aanwezigheid van industrie zorgt voor een grote / kleine dichtheid.

14

Thema Samenleven in multisteden


• Vergelijk het geboorte- en het sterftecijfer van je woongemeente met de rest van België. Gebruik daarvoor de juiste atlaskaarten. Schrap de foute woorden en vul aan. –– Het geboortecijfer van mijn gemeente is lager / hoger en het sterftecijfer lager / hoger dan het gemiddelde van België. –– In de Kuststreek is het geboortecijfer lager / hoger en het sterftecijfer lager / hoger dan in de rest van Vlaanderen. De natuurlijke bevolkingsevolutie is dan ook positief / negatief. –– In de provincie Limburg is • Welke invloed hebben de migraties op de bevolking van je woongemeente? Betreft het verhuisbewegingen van Belgen binnen ons land of van migranten uit andere landen? Komt het migratiesaldo nog overeen met de gegevens in de atlas? • Hoeveel vreemdelingen telt je woongemeente, zowel absoluut als relatief (in procent t.o.v. de totale bevolking)? Totaal aantal?

Percentage?

Wat leert je de vergelijking in de atlas met de rest van Vlaanderen? Zoek de vijf meest voorkomende nationaliteiten in je woongemeente in de Lokale Inburgerings- en Integratiemonitor van de studiedienst van de Vlaamse overheid. 1 2 3 4 5 Duid de landen aan op de wereldkaart. Wat kun je besluiten?

Thema Samenleven in multisteden

15


3 Onze stad In welke stad ga je naar school? Indien je school zich niet in een stad bevindt: welke stad ligt het dichtste bij? Als je eraan twijfelt of het een stad betreft, ga je eerst op zoek in je atlas. Een wandeling door enkele wijken van je stad leert je heel wat kenmerken van een stad kennen. Je kunt ook een virtuele wandeling maken met behulp van Google Earth en Streetview. Maak een kort verslag van je wandeling, waarbij je onder meer aandacht hebt voor: • de omvang, het uitzicht en de functies van de gebouwen • het stratenpatroon • de groene ruimtes • elementen van culturele diversiteit • de belangrijkste verkeersknooppunten Duid alle elementen ook aan op een kaart! Het stedelijk landschap heeft een aantal typische kenmerken. Schrap wat niet past. Er is een kleine / grote dichtheid aan gebouwen. Er wonen meer / minder mensen dan in het landelijk landschap. Er is een grote / kleine bevolkingsdichtheid. Kruis de omschrijvingen aan die volgens jou kenmerkend zijn voor een stad. Een stad is een plaats met een grote bebouwings- en bevolkingsdichtheid. (1) Een stad is een historische plaats die vroeger met muren en wallen was versterkt. (2) Een stad is alles wat zichzelf stad noemt en zich als dusdanig gedraagt. (3) Een stad telt minstens 20 000 inwoners. (4) Een stad is een plaats waar de bevolking leeft van niet-agrarische beroepen. (5) Een stad telt verschillende wijken. (6) Een stad wordt vaak bezocht door mensen die buiten de stad wonen. (7) In een stad komen veel winkels en culturele activiteiten voor. (8) Een stad wordt gekenmerkt voor een snel levensritme. (9) Een stad heeft veel drukke verkeerspunten en een uitgebreid openbaar vervoer. (10) Welke zin beschrijft volgens jou het best een stad? Leg uit waarom. In de atlas worden in ons land drie soorten steden onderscheiden. Kruis aan tot welke categorie ‘jouw’ stad behoort: kleine stad middelgrote stad grote stad Wat heeft ze meer dan een kleine / minder dan een grote stad?

16

Thema Samenleven in multisteden


4 De stad Mechelen

4.1 Op stap in een centrumstad Vlaanderen telt dertien centrumsteden: de grootsteden Antwerpen en Gent en de regionale steden Aalst, Brugge, Genk, Hasselt, Kortrijk, Leuven, Mechelen, Oostende, Roeselare, SintNiklaas en Turnhout. Brussel is de grootste stad van ons land maar ligt niet in Vlaanderen. Welk nummer komt overeen met de ligging van Mechelen?

9 8

2

1

6 5 3

10 12

7

13

11 4

18

Met Google Earth kun je een beeld krijgen van de stad. Kijk via Streetview even rond in de volgende straten en koppel het beeld aan de overeenstemmende straat: Bruul (1) – IJzerenleen (2) – Veemarkt (3) – Kon. Astridlaan (4) – Louisastraat (5) – Stationsstraat (6). Kleur deze straten op de plattegrond van p. 19.

19

20

21

22

23

24

Aan welke van de tien omschrijvingen van de vorige pagina voldoet Mechelen volgens een eerste kennismaking? Meer informatie kun je vinden op het internet.

Thema Samenleven in multisteden

17


4.2 Een plattegrond van een spin Woningen staan langs straten en pleinen. Het verloop van die straten vormt de plattegrond van een stad. Zoals in veel steden lopen in Mechelen alle hoofdstraten van en naar de Grote Markt. Rond het centrum loopt een brede cirkelvormige ringweg. Hierdoor krijgt de plattegrond het uitzicht van een spinnenwebpatroon. Dergelijke plattegronden zijn eigen aan onze oude middeleeuwse steden. De grote markt was toen het middelpunt van de stad, waarop de hoofdwegen aansloten. Daartussen ontstond een wirwar van smalle, kronkelende straatjes. De afbeelding hierbij werd gemaakt met behulp van de website van Geopunt Vlaanderen. Het is een vergelijking tussen de zgn. basiskaart en de luchtfoto. Duid de volgende elementen aan op de kaart: • teken een blauw kruis op de Grote Markt; • overteken de hoofdstraten (van de Grote Markt naar de ringweg) in het rood; • teken de ringweg in het blauw.

25

Noteer met behulp van de kaart op de volgende pagina vijf namen van hoofdstraten: Noteer ook vijf straatnamen die behoren tot de ringweg: Welke elementen bepalen verder het stratenpatroon? Op welke manier? –– –– Wat valt er op aan de ligging van het station en de spoorweg? Verklaar. Zoek twee straatnamen die informatie geven over de ligging van de straat. –– ––

18

Thema Samenleven in multisteden


AA T GROT

EN IEU

KALVEREN

STRAAT

WE DIJ KS TR

KLU ISS TRA AT

AAT BORC HTSTR

E LE

ITJ

EL ST R

‘T

O

VES T ORT DPO ZAN

IN OP LE HEN

H. CONSCIENCESTRAAT

TR .

AT

ST RA

26

ST AT IO NS

AA T

AS TR

LO M

CO

ET SS TR AA T

N

CENTRAAL STATION

NS ST RA AT

Stadhuis Grote Markt 21, 2800 Mechelen

DA L

N

1

ST AT IO

ANT

Huis van de Mechelaar Reuzenstraat 1, 2800 Mechelen UiT in Mechelen & Toerisme Mechelen Hallestraat 2-4-6, 2800 Mechelen T 070 22 00 08

EN LD R LG BE

GU

GE

ER

HA

DE

NS

W

N227

TR ES

AD

M

AN LA EL EG

VA A

RT

IJK

VA A

BA UT

RT

ER

SE

ST R

N

AL AA LO M

T

T

A RA Thema Samenleven in multisteden ST OT M

HA

NS

HA

NS

MOTSTRAAT

M

AA T

CO

RS

WAT STRAER ATJE

SS TR

EN

UD

GE

A.

.

SS TR

YN

RE

W . H ER

HA ME

.

STR

SEL

RU S

DE B

OU

.

POT ID STRATAERIJT STRA AT

.

TES

SES TRA AT

GS TR

ER

NB

RA VE

G MO ULD UW EN ST R.

IZ AS TR SC AA HU T TT ER SH OS TR .

LO U

G. VAN EGMONTSTRAAT

IZA ST R

LO U

AA T

ST R

EN

GR O

AA T

IER ST R

W. RO S

W .G E

KONING ALBERTPLEIN

GE

N1

AT

US ST RA

M

O SI NT -G

AT

RCHSTRA BL OK ST RA AT

DAL ENBO

SINT-GOMM AR US ST RA AT

BA KE LA AR ST RA AT

DE RSP LEIN

VES T ORT DPO ZAN

BRUUL

ER SP

RD

VARKEN STRAAT S-

PELIKAAN STRAATJE

ZU ST ZW ER A SB RT ER G

AA TJ E

EN ST R

BE PA A

ME RO D L BRUU

GS TR TJ E

O

HO

AT

GS TR A

HO O

M AR

NI E UW EDIJ KSTRA AT F DR EE EN AT ERO DES TRA

DE M

ERIK FRED RG S

SINT JANS KERK HOF ES TR AA T

LEE N VLE ESH OU E STW RARSAT

EN ER IJZ

PO PU LIE R

KATTEN BLEEKS TR Z STILVER RA ATJ V E B AN STUSLE RA YD AT EN

AAT TSTR N DE STASSAR GOSW I

DE

EN

-TOR DEN ER ND

.

ES TR

EN

JN

CI

PU

KA

E

UW

NI E

S ST ELS RA EP AT OO RT

US BR

RAG

LANGE PENNINCSTR

FR ED ER IK

.-S TR

J.D PLENY EIN NA.B

N ME LAA

MO S S STSRCHESELSTLEU . AA LPRA TE TJE AT LKR EL JE IET A AN EN DE LANGHESTR. ST R. KR HE BRAAN H UG ST OORTS RA R ATNS ST TO O RA OF O NS HOEK KO AT RE JE NM AR KT GU BE LD GIJ EN NE ST NS R. TR AA GR T BR OO UG T-

KE

LANGE HEISTRAAT

KLEIN BEGI HOF JN- BORNSTRAATJE

EE

SCHUTTEV

.

NS TR

RD E

GA A BE

NI EU W

E

VEST ETEN OLIV

ST NVE ETE OLIV EG

ST

EF

W

I OT

. TR RS

M CO LO

T AA

IJK

DE MONTESTRAA

ME HA

EG

EN

R ST

NK

NW

ST E

AT

TRA LDS

BEE

AAM

EE ST

SE

WEG

BA

STEE N

SE EN

EK

HT ORC

ENSE

I AA DR

LEUV

AT

A STR

DER

TEN

UV

BE

EL B

DIJLE

LE

M

PO ERS KK NE

EIN

NEKK

WAGONSTRAAT

VE N N E K

RT D

Z ST PO

AT TRA LDS

EP L

VENST R.

VA A

JK DI

KLEINE BAREELSTRAAT

15

AAT

T AA

R ST

AA T

DO UA N

DOUANEPLEIN

NSTR

RT

T AA

VA A

T AA

W

BERTHOU

N

AA T

TR ES XI CO

M

R ST

AAT

KS TR

E STIJN AUGU

.

VIJFHOEK

SS TR

GE

O CKH KER

AN

DE

JK DI

STR AARD IJNG

DOUANEPLEIN

EE

NE K AF KER LE SP O ID IN EL BO G SS DI RCH JL T E

VAN

M

ER

E AT NG RA LA ST F HO

S

AT

AT TRA ELS IPO RE PA

CH

BO TUIN

VOO

MEYSBRUG

P

AT

AT

A STR CHT

BL

RAA T

DU

MARGARETAPLEIN KEIZERSTRAAT

T AA TR NS

TR LS

PE

A STR

ER

GE

NST

S STINT-R RA UM AT O L

KK NE

RECHTSTR.

MPITZREGSTR. BU

HIP

SC

T RAA

BRUSSELSESTEENWEG

RST

AT TRA ENS

STATION NEKKERSPOEL

RA CH

E IJN UST AUG

SB AA

ARKT

GE

IJK

KGE

HO

GE

'T VLIETJE

KA

.

STR

LAN

.

D RT

VEL

-B

T TRAA UWS

PHILIPUS

VEEMARKT

MUNTSTR.

BL

TST EE

8

A VA

AT

ENBERG

RG

T

ES T

. TR GS AL

HIP

SC

E RT KO

TR NS

DE

. A TR RS

F HO EN AT RK RA BE ST

SI

D VEL

VE

AD LEP RF DIJ TWE U ZO

NZ

IEG

IE

RT

R ST

GE LK VE

AT

RA SST

IER

VEN HO

AAT

F

EE

GE . LAN RSTR DE RID . JR . I R R ST E C EST EL NIJ ST OR -LIE ST HAZ DETJE ER R. RA TE VE AL A KK AT NB -V MA RA LE T R J A S E C O VELU H- UW WES TR ES AA EIN T MO T PL R RA EN 'T AT ST SS R R TR EE ST . H G EN KRUIDTUIN EON DRANZ MIL EG IES EN SE HA EV ZE ER LI - NS -LI .V S TR EV BR O . E E-V G -LDIJLE RO VR UW OU LA EST W NG RAA EK T EN ER KH IEU HANSW OF W IJKSTR ST ST AAT RA -J AC AT OB VA ST RA N AT BE NE DE NL ST FA E VE AA B CQ N T HER EE ES SP QV H. C EE . SP SCHUTTER H SVEST SCHUTTER KA SVEST K. MERCIER NA PLEIN AL ARSENAAL LE STR. UV EN -D IJL E RN O LE O T H A OP T A S R OL DS PO ST TR AA T SP

NT -J AN

STR LDEN

ER

RAA T

EH

BI

2

.

GE SCH I PS

O

EL

A VA EM

EG

NS

OE

RD

DE

RID

TW

EK

W AU

OD TD ER

RT AA GV

MB

R BE

N VE

RE

N

AA

NL

3

LST

ST R

T AA TR

.

TR NS

T NS

AA ZW

AA T

AAT

ZAKSTR

BOTERMAR KT

ND

NG

LEEGHEID

LEERM

E OV

RM . KA TR S

ZI

UI ST

VE

I SA ES

LAN

ZO U

HO

ES TR

AA

TH

R.

.

AU W

SCH

N ST AUW RA AT

EE

AA T

ITE

RZ

LA

.

TR RS

E FF

BE

HALLESTR.

ST R

T AA TR

KORTE STRAAT RIDDER

ST R

4-6

BL

BO

JA DE N KE PLEI SME NS N DT ST RA AT

VA R

S

CAP U

AAT

HUIDEVETTERSSTRAAT

EM

B V.

.

T AA

R ST KE

DE

F

EG

OOLSTR.

GE

ER

AD

SINT-JANSTRAA T

S STCHEE RA RAT G MAROTE SC RKT H MA OE RKT N

RKT B VISMA DRA . STR

R ST

AA T

N VO

RW

H SC

EENWEG ST

E

AN LA ID TR AS GIN NIN KO

DE

ST R

TR LS

7

BEGIJN STRAEN AT

HA VE

EY ST R

HERY D. BOUC REUZEN STRAAT STRAAT

EN

JL

RG

LAAN

ID ASTR

STR.

. KON

LEMMEN EI

KE

T AA

MINDERBROEDERSGANG

T- TSSIN OU F MB HO ROKERK

AA T

PE R S

HO

KLAP ST-JANSKER GAT KHOF

. OUDE- RDENSTR BEGGAA

ST R

ELKLROM STEBO ME RA OG AT -

VE

TRAAT CKERS

ITJ E

LAKENMAKERSSTRA

OR

VA N

TE

J. BOLSTR

KORTE TR. MAAGDENS SINT-PIETERS BERG

AB

AT RA ST INC N N E PE KORT

EW

R. ST EN

DI

ENBE

KATT . KORTE HEISTR

JG

R

PE

TH

STR. ETEN TI T AD DI CHE NSTRAA JL EM KAARDE E LRIJ G HA EM V . ERW ST R T S ER RA BERG F AT ER

G .V NUM AN FFERLS TRAA T

DE D E

1

HE

HET EITJE

STO HOE MPAERTS K

AAT OUTERSSTR RIK W

EG

STR AAT JE-Z ON DER E-C -EIN LAR DE ENS TRA AT

‘T V

OLIV

. TR SS

EER

D KLEINBEGIJNHOFBOGAARD

AT

NDONCKSTR. TA

W

H

ARM

UIZ ELH

EN

.

BB

ST E

KS TR

GOSWIN DE STASSARTSTR. HEEMBEEM

AN

ENS TRA

NIEU WERKW

SE

EIM

DO

EL

EL IJ S- NE AD ID STR STKHE A J I EL

JOD

EWOLL T MARK

BA TT

AN

ZELESTRAAT

IK NN NU KA

AT

ATJE TUINSTRA

PL

KLE INE

BATTERIJS TRAAT

SINT-KATELIJNESTRAAT

TWAALFAPOSTE LENSTR. ACHT-ZALIGHEDENSTR.

EL

N

OG EZ

GUI D

GEZE LLELAAN GUIDO GEZELLEL AA

GUID O

U

REE

SP

DUIV

LLA

T ES BI

AA T

W

V R. M RO ST EC U NT HE W VE LE VA N NS N CO TR .

KO KROONSTRAAT VELRUTE WES TR. POE LSTR .

ST R

I HU EN

INE

ST R

AA T

ONTVOERINGSPLEIN

PE

EN

ST

E. T

E ATJ TRA ELS

AT T-K SIN

AA T

ZIJ

. TR SS

OL

EST LSV HA EST NS RSV FRA STE TZU AR ZW

ST R

PA SM

ENSTRAAT UTSTE CAP

KE ING LDER SSD MA NS IJL VE E

TRAAT NOKERS

. STR TET OU SCH

IËN

BRO CELL E E ESTD RARASESTR. T MM O 2. 3. KR T A 1. RA ST EL R. RE T O S SINT-NEM TELIJ EN KAE HOF NK K RK A S KR ZU RT JE OO P R ST EN NN AT NO RA NST TEI TJE US N A VI FOTRA S HO

AN

ZIE

AA N IER SE B OU DE L ESTR

KT RI CI TE IT SS TR .

EL E

ANTWERPSESTW G

M. SABB

N

E RK TJ KETRAA S

1. SINT-ALEXIUSSTRAAT 2. SINT-BEGGASTRAAT 3. BEGIJNENKERKHOF

STRAAT

GEBRS R

E UD O

LEID

O

R.

AI

UNINCK

PA

GROTE NIEUWEDIJKSTRAAT

KA

AL DE CE

EG

ET

GENERA

NW

NK

R.

SCHRIJNST

T AA

TR NS

NO

KA

E STE RSE

WI

ND

E AR

AF

ENGULDAAT MSTR BODE

L LE

IN

C ON

LIE

NENBEGIJE WEID

UISPLE

N AA

I

ELLAA

E. TIN

RODE KR

TR KS

LE

T NSVES

E. TIN ELLAAN

AU E BO

ER

. TR SS

R ST BE AB .S

NK

A DERM

WEIDE BEGIJNEN

16

T AA

DO

KEL

DE

M BEGIJNENWEIDE

N1

N

PA

GU S CK T LA AN

N DA

T RAA

AAT SSTR ITEIT

GASTHUISVELDSTRAAT

N RE BE

NST

TRIC ELEK

RAAT JFST

OLE

. TR CS IN LL HE

OSCAR VAN KESBEECKSTRAAT

M KO EL W

STR.

26

19


4.3 Mechelen heeft een ingewikkelde structuur Mechelen is een oude middeleeuwse stad. Getuige de onderstaande kaart uit de 14de eeuw. De eerste stadsomwalling was beperkt in omvang en strekte zich uit aan de linkeroever van de Dijle, op het hoger gelegen stadsdeel. Ze werd bijgetekend op de onderstaande kaart.

27

Wat waren de kenmerken van de stad in de 14de eeuw? Ook de volgende afbeelding werd gemaakt met behulp van de website van Geopunt Vlaanderen. Ze toont een vergelijking tussen de kaart van Ferraris (uit 1771-1778) en de recente toestand. Teken de eerste en de tweede stadsomwalling op de recente kaart.

28

Wat zijn de opvallendste verschillen tussen de stad in de 18de en in de 21ste eeuw? –– –– Wat gebeurde met de oude stadswallen? Het gedeelte van de stad gelegen binnen de vroegere stadswallen is de binnenstad.

20

Thema Samenleven in multisteden


Vandaag hebben steden een veel ingewikkelder structuur. 29

stadskern

stadswijken

stadsrand

banlieue

• De stadskern is de binnenste zone. Het is het hart van de stad en omvat naast de historische stadskern met Grote Markt, stadhuis en hoofdkerk ook een grote concentratie van winkels, kantoren en culturele instellingen. • De dichtbebouwde stadswijken vullen de historische binnenstad aan. Ze werden grotendeels volgebouwd in de 19de eeuw en bevatten naast woningen ook winkels, scholen, ziekenhuizen en kleine bedrijven. Vaak zijn ze verder gegroeid dan de binnenstad. • De stadskern en de stadswijken vormen samen de kernstad. Deze wordt aan alle zijden omringd door de stadsrand. Die bestaat uit een minder dichte maar nog aaneengesloten bebouwing uit de 20ste eeuw. Ze bestaat vooral uit woonwijken en omvat talrijke groene ruimten. In de stadsrand van de grotere steden kunnen kleinere handelskernen voorkomen. Het zijn de oude gemeentekernen die opgeslokt werden door de uitbreiding van de grote stad. Industriegebieden en verkeersinfrastructuur verstoren vaak de woonfunctie. • De agglomeratie omvat de kernstad en de stadsrand. Dat is het landschapsdeel waarin huizen, openbare gebouwen, winkels, fabrieken, verkeerswegen, parken, sportterreinen enz. voorkomen. Het is het aaneengesloten geheel dat algemeen als stad wordt ervaren. Het telt de meeste inwoners en activiteiten. Deze stedelijke woonkern wordt vooral begrensd door landbouwgronden en bossen. • De banlieue sluit aan bij de agglomeratie: het is de recente groeizone van de stad, ontstaan door de inwijking van vooral jonge gezinnen. In deze nieuwe villawijken en ‘verkavelingen’ wonen vooral stadsmensen, maar in een ruimere en meer groene omgeving. • Het stadsgewest is het geheel van de agglomeratie en de banlieue. Het vormt de volledige stadsstructuur, waarbinnen alle stadsactiviteiten gelokaliseerd zijn: wonen, werken, winkelen, opvoeden, cultuurbeleving en ontspanning. Schrijf nu de begrippen op de juiste plaats: banlieue – kernstad – stadsgewest – stadskern – stadsrand – stadswijken

1

1

agglomeratie

1

Thema Samenleven in multisteden

21


Plaats elk nummer van het Google Earthbeeld van Mechelen bij het passende begrip: agglomeratie banlieue binnenstad kernstad stadsgewest stadskern stadsrand stadswijken

30

Onderzoek het kaartbeeld van de stadsgewesten in de atlas. Wat valt op aan Mechelen? Hoe groot is je ‘eigen’ stadsgewest? Welke gemeenten behoren tot de agglomeratie? Welke gemeenten liggen in de banlieue? Buiten het stadsgewest wordt soms nog een forenzenwoonzone onderscheiden. Beschrijf het uitzicht en verklaar de naam.

31

22

Thema Samenleven in multisteden


4.4 Een multifunctionele stad met een eigen uitzicht De talrijke stedelijke functies bepalen het uitzicht van de stad. • Wonen: welke woonvormen komen het meest voor in de agglomeratie? rijhuizen villa’s appartementen

halfopen bebouwing herenhuizen sociale woningen

• Werken: welke twee economische sectoren komen het meest voor in de stadskern? de primaire sector (landbouw, bosbouw, visserij) de secundaire sector (industrie) de tertiaire sector (commerciële dienstverlening) de quartaire sector (niet-commerciële diensten of non-profitsector) De tertiaire en de quartaire sector vormen samen de dienstensector. Geef telkens vier voorbeelden van gebouwen die deze beroepen huisvesten. –

sector:

–

sector:

• Onderwijs Het aanbod van elke plaats is verschillend. Verbind de meest logische rangorde: lagere school middelbare school hoger niet-universitair onderwijs universiteit

dorp grote stad kleine stad regionale stad

Elk onderwijsniveau komt ook voor in de kleinere plaats. • Cultuur en ontspanning Waarom hebben steden een veel groter aanbod aan culturele activiteiten? Waarom beschikt niet elk dorp over cinemazalen, een theater, een opera, musea enz.? Welk nut hebben openbare parken voor een stadsbewoner? • Recreatie en toerisme Wat zijn de troeven van een Vlaamse stad? • Zich verplaatsen – verkeer Om gebruik te kunnen maken van al deze functies, moet men zich (kunnen) verplaatsen. De dichtheid en het gebruik van het verkeersnet zijn dan ook groter in een stedelijke omgeving. Hoe verplaats jij je meestal in de stad? met de auto / met de fiets / met het openbaar vervoer / te voet Waarom? Thema Samenleven in multisteden

23


Ken je het STOP-principe? Leg uit. 32

Elk transportmiddel beschikt over eigen netwerken, knooppunten en landschapskenmerken. Schrijf bij elke foto de eerste letter van het overeenstemmende transportnet: een A voor autoverkeer, een S voor spoorvervoer, een L voor luchtvaart en een W voor waterweg.

33

34

35

36

37

38

39

40

44

41

42

43

Welke foto’s komen uit een stedelijke omgeving? In en rond onze steden tref je vaak files aan. Informatie daarover krijg je op de radio of kun je zelf opzoeken, bv. op de website www.verkeers­ centrum.be > verkeersinformatie > op kaart. Welke steden kun je situeren op deze kaart met de files? 45

24

Thema Samenleven in multisteden


De multifunctionele stad wordt hieronder in beeld gebracht. Geef elke foto uit Mechelen een passende titel die verwijst naar het uitzicht en/of de functie. Deze foto’s zijn gelokaliseerd op de plattegrond van p. 19. Noteer het nummer bij elke foto.

46

47

48

49

50

51

52

53

Thema Samenleven in multisteden

25


4.5 Een stad past zich aan Onze steden hebben de laatste decennia een flinke metamorfose ondergaan. Deze gedaanteverwisseling probeert bepaalde stedelijke functies te verbeteren of uit te breiden. Welke functies komen op de onderstaande foto’s aan bod? Waarover gaat het? Wat is het doel?

54

55

56

57

26

Thema Samenleven in multisteden

58


59

60

61

62

Wat betekent MICE en wat is het belang ervan voor een stad? Wat moet er – volgens jou – de komende jaren nog bijkomen in de stad? Waarom? �  appartementen   �  horeca   �  scholen   �  winkels

Thema Samenleven in multisteden

27


4.6 De wereld in mijn stad Tijdens een echte of virtuele stadswandeling (Streetview van Google Earth) kun je verschillende elementen van diversiteit herkennen. Ook Mechelen is een multiculturele stad.

63

64

65

66

Welke aspecten van culturele diversiteit herken je op de foto’s (of kun je eruit afleiden)? Er moet wel een onderscheid worden gemaakt tussen vreemdelingen (mensen met een niet-Belgische nationaliteit) en mensen met een migratieachtergrond. Beide groepen zijn niet altijd herkenbaar in het straatbeeld! Welke aspecten van andere culturen kom je in je eigen stad of woonomgeving tegen? In veel steden bestaan er wijken waar gelijke sociale groepen samenwonen. Dan is er sprake van segregatie. Het kan hierbij gaan om wijken en buurten met • gelijkaardige woningen, qua ouderdom, grootte, uitrusting, huur/koopprijs; • inwoners met dezelfde sociaal-economische kenmerken: inkomen, beroepen, scholingsgraad, leeftijdsopbouw, gezinstype; • een grote concentratie inwoners met een andere culturele achtergrond; daar verschijnen het vlugst de eigen typische voorzieningen.

28

Thema Samenleven in multisteden


5 Meer dan de helft van de wereldbevolking woont in steden De Belgische stadsgewesten moet je op een kaart kunnen aanduiden en benoemen. Merk op dat niet alle regionale steden ook een stadsgewest hebben. Dat is het geval voor Aarlen, Aalst, La Louvière en Roeselare. Noteer de nummers van de steden op de kaart. grote steden

regionale steden

1 Antwerpen

6 Bergen

11 Kortrijk

16 Sint-Niklaas

2 Brussel

7 Brugge

12 Leuven

17 Turnhout

3 Charleroi

8 Doornik

13 Mechelen

18 Verviers

4 Gent

9 Genk

14 Namen

5 Luik

10 Hasselt

15 Oostende

gemeentegrens provinciegrens centrale stad agglomeratie randgemeente (banlieue) andere gemeenten

stadsgewest 67

Hoe is je kennis van de grootste steden in de wereld? Vul de tabel met de top tien aan met de naam van het land en schrijf de nummers (1 tot 10) op de juiste plaats op de kaart (cf. p. 30). stad

land

mln. inw.

stad

land

mln. inw.

1 Tokio

38,2

6 Shanghai

21,8

2 Jakarta

26,7

7 Manilla

21,2

3 Karachi

23,3

8 New York

20,7

4 Seoul

22,9

9 SĂŁo Paulo

20,5

5 Delhi

22,8

10 Mexico-stad

20,0

Wat valt op aan de ligging van die steden op de wereldkaart?

Thema Samenleven in multisteden

29


Steden zijn heel verschillend. Ze worden onder meer gekenmerkt door omvang, stratenpatroon, uitzicht van de gebouwen, functies, ruimtelijke structuur en begrenzing met de omgeving. Onderzoek de omvang van de volgende steden. Elk lijnstuk komt overeen met een werkelijke afstand van twee kilometer. Mechelen 84 000 inwoners

New York 20,7 miljoen inwoners

68 70

Brussels Hoofdstedelijk Gewest 1,2 miljoen inwoners

Besluit? 69

30

Thema Samenleven in multisteden


Elke stad heeft een typisch stratenplan. Dat kan verschillende vormen hebben. Zo bestaan er o.m.: • een vormloze plattegrond • een geometrische plattegrond, het gevolg van een geplande stadsontwikkeling –– een spinnenwebpatroon –– een dambordstructuur –– andere vormen Welke vorm hebben de volgende plattegronden? Leuven

Gent

71

New York

72

73

Binnen een stad komen soms meer vormen voor. Welk stratenpatroon herken je in de wijk • Eixample? • Barri Gótic? Welke wijk van deze twee is de oudste van Barcelona?

74

Thema Samenleven in multisteden

31


Veel steden hebben een bijzondere plattegrond. Beschrijf beide en verklaar.

75

Bern

76

Brasilia

De grens tussen de stad en het landelijk gebied is bij onze steden zeer vaag. Dat is door de bevolkingsgroei ook het geval voor de meeste (grote) steden in het buitenland. Soms kan die grens ook heel scherp zijn. Dat zie je links op een luchtbeeld van Alice Springs (AustraliĂŤ).

77

78

De meeste Noord-Amerikaanse (foto rechts: Phoenix, VS) en Australische steden zijn minder dan 200 jaar oud en zijn snel gegroeid. Ze gelijken op elkaar, zowel door hun uitzicht, als door hun dambordplattegrond. Er zijn bepaalde wijken voorzien voor wonen, handel, industrie en recreatie. De meeste woningen verschillen weinig van elkaar. De Mainstreet (hoofdstraat), die het centrum dwarst, is het economische zwaartepunt met wolkenkrabbers waarin o.m. winkels, banken, openbare diensten en horecabedrijven zijn ondergebracht.

32

Thema Samenleven in multisteden


Vaak kun je steden herkennen aan het uitzicht van een of meer gebouwen. Gebruik eventueel het internet om de volgende stadsnamen onder de juiste foto te zetten: Caïro (Egypte) – New York (VS) – Parijs (Frankrijk) – Athene (Griekenland) – Rio de Janeiro (Brazilië) – Shanghai (China) – Sydney (Australië) – Tokio (Japan) Schrijf bij elke foto welke hoofdfunctie de stad uitoefent. Kies uit: politiek – handel – industrie – godsdienst – toerisme – …

79

1

80

2

81

3

82

4

83

5

84

6

85

7

86

8

Thema Samenleven in multisteden

33


Dubai Deze stad in de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) telt ruim 2 miljoen inwoners. De stad is enorm rijk dankzij de aardolie die er in 1966 werd ontdekt. Vandaag zijn het toerisme, met ruim tien miljoen bezoekers per jaar, en de financiële dienstverlening de belangrijkste economische activiteiten. Dubai wordt ‘het winkelcentrum’ van het MiddenOosten genoemd en telt tientallen winkelcentra, waaronder de Dubai Mall, het grootste ter wereld.

87

De skyline van Dubai wordt gedomineerd door de 828 m hoge Burj Khalifa, (voorlopig) het hoogste gebouw ter wereld. Bovendien is het de stad met het grootste aantal wolkenkrabbers van meer dan 300 m hoog ter wereld. Voor de kust worden verschillende kunstmatige eilanden aangelegd. Die hebben o.m. de vorm van een palmboom (Palm Jumeirah) en een wereldkaart (The World).

88

Heb je zin om daar te gaan wonen? Of volstaat een bezoekje van enkele dagen? Misschien best eerst even opzoeken hoeveel dat zou kosten!

Lilypad City De Belgische architect Vincent Callebaut ontwierp een nieuwe soort stad: Lilypad City. Deze spectaculaire drijvende en zelfvoorzienende ecostad zou 50 000 inwoners kunnen herbergen. In de toekomst zouden deze futuristische steden kunnen worden ingezet om de gevolgen van de klimaatopwarming, nl. de zeespiegelstijging, op te vangen. Verken het internet: http://vincent.callebaut.org/ > Projects > Lilypad https://www.youtube.com/watch?v=rJmB-dtt_qI http://inhabitat.com/lilypad-floating-cities-in-the-age-of-global-warming/ Welke voordelen (2) zie jij aan zo’n stad? En welke nadelen (2)? Zou jij graag in zo’n stad wonen? ja / nee Leg uit waarom.

34

Thema Samenleven in multisteden


Even samenvatten • Bevolking: absoluut en relatief (in ‰) –– Bevolkingsevolutie:

geboorten – sterfgevallen

= natuurlijke aangroei

inwijking – uitwijking

= migratiesaldo

bevolkingsloop –– Bevolkingsdichtheid (in inwoners/km²) –– Leeftijdsopbouw (ook op leeftijdshistogrammen) –– Vreemdelingen – onderscheid met migranten • Stad –– Stratenplan of plattegrond * vormloos * geometrisch: spinnenwebpatroon, dambordstructuur, andere vormen –– Uitzicht van de gebouwen –– Ruimtelijke structuur

stadskern

stadswijken

stadsrand

banlieue

binnenstad kernstad agglomeratie stadsgewest –– Multifunctionele stad: wonen, werken, onderwijs, cultuur en ontspanning, toerisme, verkeer –– Multiculturele bevolking

Inpakken en wegwezen Tijdens een citytrip word je als wereldreiziger geconfronteerd met de kenmerken van een stad en de multifunctionele en multiculturele eigenheid ervan. Bereid je alvast voor op een leuke citytrip, dat is een toeristisch bezoek aan een stad of een stedenreis. Gebruik het internet om de stedelijke elementen uit de bovenstaande samenvatting op te zoeken (enkel het deel over de stad). Maak een korte presentatie van je bevindingen. Ongetwijfeld hebben je leerkracht en je medeleerlingen interesse in je bevindingen! Een leuke stad kiezen die je zou willen bezoeken kan toch geen probleem zijn? Enkele ‘toppers’ uit de toeristische sector (zie www.citytrip.be): • in België: Antwerpen, Brugge, Gent, Luik; • in Europa: Amsterdam, Athene, Barcelona, Berlijn, Boedapest, Keulen, Kopenhagen, Lissabon, Londen, Madrid, Parijs, Praag, Rome, Sevilla, Venetië, Wenen; • buiten Europa: Istanbul, New York, Rio de Janeiro.

Thema Samenleven in multisteden

35


Hoever sta je? Kruis telkens aan hoever het staat met je kennis, vaardigheden en attitudes. nog goed in te oefenen

ik beheers de basis

ik begrijp het goed

ik kan het vlot aan anderen uitleggen

de basisbegrippen van bevolking definiëren en berekenen de stedelijke functies opsommen die een ruimtelijke impact hebben (wonen, werken, zich verplaatsen, recreëren) de verschillende verkeersmodi herkennen met bijbehorende infrastructuur correcte bevolkingsgegevens kunnen selecteren via aangereikte websites bevolkingsgegevens kunnen aflezen op kaarten en grafieken de bevolkingsdichtheid en -spreiding kunnen verklaren met elementen van reliëf, klimaat, bodem en ondergrond het uitzicht en de functies van stedelijke gebieden kunnen beschrijven en vergelijken stedelijke agglomeraties kunnen benoemen op een kaart verkeersknooppunten kunnen aanduiden op een kaart of een plattegrond van de eigen omgeving nuttige verkeersinformatie kunnen opzoeken via apps en websites de SES-indicatoren definiëren om diversiteit te beschrijven en te analyseren invloeden van andere culturen kunnen identificeren in de eigen leefwereld

Test jezelf • In welk deel van de stad zou jij later willen wonen? voordelen van leven in een stad

nadelen van leven in een stad

–

–

–

–

–

–

• Bestudeer de kaarten van Brussel in de atlas. – Lokaliseer op elke kaart de Pentagoon. Beschrijf de functie van deze Vijfhoek. Vroeger:

Nu:

– Welke vorm heeft het stratenplan in de buurt van *  de Grote Markt?

*  het Europees kwartier?

– In welk deel van de ruimtelijke structuur (agglomeratie = A, banlieue = B) past Anderlecht?

Hoeilaart?

Meise?

Sint-Jans-Molenbeek?

Ukkel? – Waar vind je een grote concentratie van migranten uit Noord-Afrika?

36

Thema Samenleven in multisteden


• Schrijf het nummer bij de overeenstemmende foto en omschrijf de functie. Albert II-laan (1) – Beenhouwersstraat (2) – Beurs (3) – Grote Markt (4) – Koninklijk Paleis (5) – Nieuwstraat (6) – Parlement (7) – Wetstraat 16 (8) (wonen, werken, onderwijs, cultuur en ontspanning, toerisme, verkeer)

89

90

91

92

93

94

95

96

• Bestudeer in de atlas de plattegrond van Washington DC. Zet een kruisje bij de kenmerken van Washington.

oude stad jonge stad dambordpatroon spinnenwebpatroon spontaan gegroeid planmatig aangelegd Downtown

97

Thema Samenleven in multisteden

37


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Voorbeeldpagina's Terranova 2 by VAN IN - Issuu