Wegwijs met een kaart
Waar het op aankomt • Je juist kunnen oriënteren met behulp van kaart, atlas en ICT. • Onderzoekend te werk gaan bij de opbouw van je ruimtelijk referentiekader.
Even opwarmen • Op ontdekking in de omgeving van je school Ga op zoek naar twee totaal verschillende landschappen in de buurt van je school. Neem een foto van beide en plak ze hieronder. Benoem twee landschapselementen van ieder beeld.
– Duid deze plaatsen aan op een kaart van de schoolomgeving die je van je leerkracht gekregen hebt. – Duid met een windrichting aan in welke richting je de foto’s hebt genomen. • Kaarten van een omgeving
13 4
13
13 7
13
124 2
13 6
13
13
13 2
Op kaarten kunnen alle soorten landschappen worden weergegeven. Plaats een kruisje bij de onderstaande figuur die een deel is van een kaart. Wat is de naam voor de andere voorstellingswijzen?
100
+-
60
+-
1
2
3
Thema Wegwijs met een kaart
7
1 Waar ben je? … Gevonden! 1.1 Hoe kan ik me oriënteren? Je krijgt een kaart van de schoolomgeving van je leerkracht. Vul de kaart aan met de volgende elementen: • een cirkel op de plaats waar de school ligt • de weg die jij volgt van school naar huis (het deel dat op de kaart staat) • dichtstbijzijnde broodjeszaak • het zwembad (of de route naar het zwembad) of een andere sportzaal die jullie zullen gebruiken. Bij het beschrijven van een landschap of het lezen van een kaart moet je de richting kunnen aangeven waarnaar je kijkt of gaat. Het zoeken van die richting noemen we oriënteren. Het woord is afgeleid van ‘oriënt’, wat ‘oosten’ betekent. Misschien vertrek jij binnen enkele jaren wel in je eentje op wereldreis. Vandaag is dat niet meer zo moeilijk, want onze mobiliteit wordt steeds eenvoudiger en beter. Vroeger was dat niet zo. Zoek online waarom de Oriënt Express ons al in 1883 een stukje dichter bij de rest van de wereld bracht. Schrijf je conclusie hier neer. 4
Wat was het vertrekstation van die trein?
In welke richting vertrok de trein om uiteindelijk in Sirkeci aan te komen?
Om je te kunnen oriënteren, moet je de windrichtingen en tussenwindrichtingen goed kennen. Noteer ze op de figuur.
5
8
Thema Wegwijs met een kaart
6
De bovenkant van een georiënteerde kaart is altijd het voor alle kaarten in de atlas.
Dat is zo
Teken bij elke kaart de noordpijl in de juiste richting.
7
Laat zien dat je je kunt oriënteren met een kaart. Gebruik je atlas om de volgende opdracht te maken. Aarlen ligt ten De Kempen liggen ten
van Charleroi. van de Ardennen.
De Noordzee(kust) ligt in het ten
van West-Vlaanderen maar van de stad Antwerpen.
Zweden ligt ten
van Noorwegen.
Portugal ligt ten
van Griekenland.
De Alpen liggen ten Indonesië ligt ten
van Italië. van Thailand.
Thema Wegwijs met een kaart
9
1.2 Ben je het noorden kwijt? Je lokaliseren buiten de klas • Positie op kaart Op het terrein kun je je standplaats bepalen door omgevingselementen te herkennen en terug te vinden op kaart. Door de richting en de afstanden tot die herkenningspunten in te schatten, kunnen we ons lokaliseren (fig. 8): 1 Zoek twee goed herkenbare punten in de omgeving, bv. een kerktoren, een kruispunt van twee wegen, een alleenstaand gebouw … en zoek ze op de kaart.
8
2 Trek in je verbeelding vanuit je standplaats naar elk van die twee punten een lijn. 3 Draai de kaart tot die twee punten in de juiste richting worden gezien en breng die richtingen lijnvormig op de kaart over: hun kruispunt is je standplaats. 4 Controleer met een derde landschapselement of die drie lijnen door één punt gaan en je standplaats dus eenduidig vastligt. Deze techniek berust op hetzelfde principe als gps, dat zich op drie satellieten richt om een juiste positie te kennen. • Je oriënteren overdag
middag
ochtend
avond 9
Van op eenzelfde plaats stel je vast dat de zon ’s middags altijd boven eenzelfde punt staat (fig. 9). Schrijf bij iedere afgebeelde zonnestand de passende hoofdwindrichting. Welke hoofdwindrichting komt niet voor op de afbeelding? Plaats ook de tussenwindrichtingen Z.O. en Z.W. op de figuur. Welke liggen er tegenover?
Z zon
10
11
12
1
9
8
2
3
7 6
5
N
10
• De wijzers van je horloge kunnen je helpen bij het oriënteren Hoe raar het ook klinkt, de analoge horloge (een uurwerk met wijzers) kan makkelijk worden gebruikt om je te oriënteren. Voorwaarde is dan wel dat de zon schijnt, want daar maak je in dit geval namelijk gebruik van. Allereerst moet je zeker weten dat je horloge juist staat. Een uur verschil met de werkelijke tijd kan namelijk een behoorlijk verschil in je oriëntatie opleveren.
4
10
Thema Wegwijs met een kaart
Deze methode maakt gebruik van de vaste baan van de zon aan de hemel: opkomst in het oosten, hoogste punt in het zuiden en ondergang in het westen. Door dit vervolgens te vergelijken met de tijd die je horloge weergeeft, kun je dus bepalen waar het zuiden is (en dus ook de andere windstreken).
Het werkt als volgt: Leg je horloge vlak met de kleine wijzer in de richting van de zon (zie rode lijn op fig. 10). De grote wijzer doet dus niet mee! Neem nu precies het midden tussen de kleine wijzer en de 1 (wintertijd) of 2 (zomertijd) op de wijzerplaat. Dit punt geeft je de richting aan naar het
!
Let op: onze klok loopt in de winter één uur en in de zomer twee uur voor op de zon. Dan stel je de hoogste zonnestand pas om 14 uur vast. Welk landschapselement ligt in de winter ten zuiden van de waarnemer op fig. 11? Begrepen? Schijnt de zon door het klaslokaal? Ga dan nu naar buiten en ontdek of jij ook het zuiden kunt terugvinden met behulp van je horloge. Vul stap 2 en 3 van het stappenplan hieronder in, waarmee je aantoont dat je je steeds kunt oriënteren met een wijzeruurwerk als de zon schijnt. Kijk naar de bijbehorende afbeeldingen. STAP 1: Leg je wijzeruurwerk plat (horizontaal). STAP 2: STAP 3:
zuiden
zuiden
6
12 1 2 11 3 4 10 9 5 8 7 6
1 2 12 3 11 4 10 5 9 8 7
11
12
• ’s Nachts het noorden vinden Bij een heldere sterrennacht zal de Poolster het
aanwijzen.
Daarvoor zoek je op fig. 13 eerst het sterrenbeeld van de Grote Beer. Wanneer je de afstand tussen de sterren A en B vijfmaal verlengt in de aangegeven richting, ontdek je de Poolster. Het is de staartster van de moeilijker zichtbare Kleine Beer. Als de Poolster of de Grote Beer niet te vinden zijn, kun je je nog oriënteren via Cassiopeia. Deze sterrenconstellatie draait ook rond de Poolster op ongeveer dezelfde afstand als de Grote Beer, maar dan aan de andere kant. Cassiopeia heeft de vorm van een ‘W’.
oolster leine eer
A
.
N.
Grote eer
. 13
Thema Wegwijs met een kaart
11
• Juister oriënteren met een kompas
middag 10 uur
7 uur
16 uur
oosten
zuiden
noorden
westen
19 uur
14
Een kompas bestaat in verschillende uitvoeringen. Er zijn almaar duurdere en betere kompassen op de markt met meer gadgets. Je ziet hier drie kompassen afgebeeld. Misschien weet je wel welke functies ze hebben, zo niet ga eens online op zoek naar gelijkaardige modellen en schrijf de functies er onder de foto bij.
15
16
17
Een kompas bevat altijd een metalen naald die meestal in een vloeistof omheen een kleine as kan draaien. Op de wijzerplaat staat een schaalverdeling met windrichtingen of graden. De gekleurde naald wijst naar het magnetisch noorden. Waar moet je op letten als je een kompas gebruikt?
• Oriënteren met een navigatiesysteem
19
12
Bijna iedereen heeft een navigatiesysteem in de auto. Een gps (global positioning system) werkt op basis van minimum drie satellieten, die je precieze ligging bepalen. Een gps-toestel kan je reisroute bepalen, waarbij je eigen voorkeuren kunnen ingesteld worden (snelste route, kortste, goedkoopste …).
Thema Wegwijs met een kaart
18
1.3 Maak je eigen geo-spel App’s op je smartphone en je gps zijn niet meer weg te denken uit ons dagelijks leven. Er zijn heel wat app’s beschikbaar met leuke opdrachten. Zo biedt www.geoteam.be een heel groot aanbod. Je kunt hieronder één stadsspel lezen. De stad daagt je uit! Dit gps-stadsspel leidt je op een verrassende manier langs alle bekende en minder bekende plekjes in de stad. Op iedere locatie schotelt de smartphone je een uitdagende vraag of raadsel voor. Met een beetje creativiteit en samenwerking kun je samen met je team onze multimediale hints ontcijferen. Extra punten scoor je met ludieke fotoopdrachten. Kruist de geheimzinnige Outsider jullie pad, aarzel dan niet om hem te strikken! Zijn opdrachten kunnen jullie score aardig aandikken! Hou ook de rangschikking in het oog, want de andere teams zitten jullie op de hielen. Dit stadsspel vult je uitstap met spanning en actie. Achteraf kun je herinneringen ophalen bij je online fotoalbum. Geïnspireerd? Maak nu zelf met enkele klasgenoten een geo-stadsspel van je eigen omgeving. Maak van een drietal plaatsen een uitdagende vraag of opdracht. Voeg al jullie opdrachten samen en ga je eigen spel buiten spelen. • Je kunt de schoolomgeving indelen in wijken, zodat elk groepje een kleine wijk voor zich heeft. • Tracht leuke weetjes van de buurt te vinden (de oppervlakte van het park, de ouderdom van het oudste gebouw, de ouderdom van je school, het aantal werknemers in het gemeentehuis, de naam van de burgemeester …). • Hoe creatiever jullie zijn hoe leuker!
1.4 Voor later … beroepen waarbij je je moet kunnen oriënteren Ga op zoek naar vijf beroepen waarbij mensen geregeld een beroep moeten doen op de oriëntatietechnieken die je net geleerd hebt. Schrijf er ook bij welke oriëntatietechnieken men hier toepast.
beroep
oriëntatietechniek
1 2 3 4 20
21
5
22
23
24
Thema Wegwijs met een kaart
13
2 Werken met kaarten 2.1 Van een foto naar een kaart
25
De meeste landschapsfoto’s zijn horizontaal vanop het aardoppervlak genomen. Je ziet er de horizon als een lijn of een vage overgang van land naar lucht aan de gezichtseinder. Zo kun je ook foto’s van het landschap in de schoolomgeving maken. Schuin naar beneden een foto van de schoolgebouwen maken, kun je alleen vanuit een hoog gebouw vlakbij of vanuit de lucht. Dat levert een schuine luchtfoto op zoals hiernaast (fig. 25). Hoe verder landschapselementen van de fotograaf verwijderd zijn, hoe kleiner / groter ze lijken.
26
Bijna hetzelfde gebied kan ook vanuit een vliegtuig gefotografeerd worden. Dat levert een verticale luchtfoto op (fig. 27). Opvallende punten, lijnen en oppervlakten teken je over zoals op fig. 28.
27
14
Thema Wegwijs met een kaart
28
Lees aandachtig de stelling en plaats een kruisje in de juiste kolom.
Op deze foto ‌
verticale luchtfoto
schuine luchtfoto
horizontale foto (normale ooghoogte)
zie je geen horizon. liggen er landschapselementen verscholen achter elkaar. kun je alle landschapselementen makkelijk herkennen. Om een kaart te maken, gebruik je best een
luchtfoto. Zo kun je alle
landschapselementen duidelijk zien. Een kaart is een verkleinde weergave van de werkelijkheid. Men gebruikt een
om de symbolen op de kaart uit te leggen.
2.2 Een kaart op schaal Een kaart ontstaat door landschapselementen op een plattegrond zo waarheidsgetrouw mogelijk over te tekenen of voor te stellen met symbolen of kleuren. Een fotograaf kan verder van een voorwerp gaan staan om meer elementen op de foto te krijgen. Ook een kaart kan meer gebiedselementen bevatten als ze van hoger wordt getekend. Je weet al dat het aantal keer dat een voorwerp verkleind of vergroot werd getekend, de schaal van de afbeelding is. Ook een landschap wordt op schaal afgebeeld op een kaart.
1
1
1000 m
500 m
2 1
4 km
29
Thema Wegwijs met een kaart
15
2.3 Aan het werk met verschillende schalen Lees de breuken die op fig. 30 bij iedere kaart staan: 1/50 000, 1/100 000 en 1/250Â 000. Dat zijn breukschalen. Vul aan wat dat inhoudt voor het lezen van afstanden: 1/20 000 betekent dat 1 cm op de kaart overeenstemt met is
cm, dat
kilometer in de werkelijkheid.
De schaal is hier aangegeven met een breuk. Welke van de schalen op fig. 30 is dan het grootst? De werkelijke afstand berekenen met de breukschaal doe je door de gemeten afstand op de kaart (in cm) te vermenigvuldigen met de noemer van de breuk. (Je uitkomst staat dan in cm.) Bij elk van de kaartuittreksels onderaan staat ook een lijnschaal. Het is een lijnstuk waarop de overeenstemmende werkelijke afstand staat aangegeven. Vervolledig de lijnschaal als de breukschaal 1/200 000 is. Schrijf bij elk vakje de werkelijke afstand in km.
Werkwijze: Meet de afstand tussen twee punten. Ga vervolgens met je meetlat naar de lijnschaal van de kaart en lees af hoeveel de werkelijke afstand bedraagt. Als de lijnschaal te kort is, schuif je je meetlat gewoon terug naar het begin en lees je verder af. (Vergeet dan niet het eindtotaal op te tellen.) Schrijf de werkwijze nu op in drie stappen: STAP 1: STAP 2: STAP 3:
Gebruik de lijnschaal om op de kaart (fig. 30) de afstand van het centrum van ZĂŠtrud tot de E40 te berekenen:
km.
A
B 0
1 km
1/100 000
0
500 m
1 km
1/50 000
C 0 1 km
1/250 000
16
Thema Wegwijs met een kaart
30
Atlasoefening: Neem de administratieve kaart van België. Wat is de werkelijke afstand tussen Hasselt en Antwerpen? Gebruik de breukschaal. • schaal van de kaart: • gemeten afstand: • berekening: • omzetten in km:
× cm =
m=
km
2.4 Een kaart kiezen Soorten kaarten Zoek de juiste samenhang tussen de begrippen, definities en foto’s. 1 Wegenkaart
a Een kaart waarop bijna alle landschapselementen voorgesteld worden. Het is een kaart met een schaal kleiner dan 1/10 000.
2 Topografische kaart
b Een gedetailleerde weergave van de omgeving waarop alle hoofd- en zijstraten duidelijk te zien zijn.
3 Weerkaart
c Deze kaart geeft niet het landschap en zijn elementen weer. Wel typische klimaaten weerkenmerken, zoals temperatuur e.a.
4 Stadsplan
d De afstand staat hier al in km op de kaart aangegeven in rode cijfers.
31
32
34 33
Antwoorden
soorten kaarten
1
2
3
4
definities fotonummer
Thema Wegwijs met een kaart
17
2.5 Op zoek in de atlas Je kunt op drie manieren de meest geschikte kaart vinden in je atlas: via het alfabetisch kaartregister, in de inhoudsopgave of door op de kaartbladwijzer naar het kaartnummer te zoeken. De keuze hangt af van je voorkennis. Noteer je keuze bij de volgende uitgangspunten en verbind met de passende figuur:
35
❍ ❍
Je kent het onderwerp of het thema en het land of gebied.
36
❍ ❍
Je weet niet waar een plaats, rivier of gebied ligt in de wereld.
37
❍ ❍
Je weet in welk land of gebied een plaats ongeveer ligt.
38
Welke kaart uit je schoolatlas is het meest geschikt voor het opzoeken van volgende plaatsen? Zet een kruisje bij de gebruikte methode en kies ook zelf een plaats:
register je woonplaats leefmilieu op aarde de Tower Bridge in Londen
18
Thema Wegwijs met een kaart
kaartbladwijzer
inhoudstafel
kaartnummer
Kaarten in een atlas zien er niet alleen verschillend uit omdat de schaal verschilt. De kaarten hebben ook vaak een heel andere opmaak. Landschapselementen zijn door verschillende tekens afgebeeld, dat noemt men symbolen. Ze zijn in typische kleuren en vormen afgebeeld. De lijst van die symbolen noemt men de legende. Schrijf de betekenis van de hieronder weergegeven symbolen. Gebruik je atlas.
39
Naargelang van de schaal zijn symbolen verschillend op kaarten. Zoek een voorbeeld in de legende van je atlas en teken dat hier na. Betekenis op schaal 1/
=
Betekenis op schaal 1/
=
Kaarten kunnen trouwens met verschillende bedoelingen gemaakt zijn. Wie gebruikt er welke kaart?
40
41
42
• een topografische kaart (fig. 40) • een wegenkaart (fig. 41) • een stadsplan (fig. 42) • een wandkaart (fig. 43) 43
Thema Wegwijs met een kaart
19
2.6 De plaatsbepaling op aarde • Een stip op een bol aanduiden
44
45
De aarde is bolvormig. Je kunt dus niet melden dat een plaats zover van de linkerkant of van de onderkant ligt. Om onder en boven op een bol eenduidig vast te leggen, maken we gebruik van de draaiende beweging van de aarde. Die gebeurt rond een denkbeeldige as. De twee plaatsen waar die aardas het oppervlak snijdt, noemen we noordpool en zuidpool. Benoem beide plaatsen op fig. 44. Alle plaatsen die even ver van de aardpolen liggen, bevinden zich op eenzelfde cirkel: een parallelcirkel. Zoek in de begrippenlijst een synoniem op: Alle plaatsen die op aarde even ver liggen van noordpool en zuidpool, bevinden zich op een grote cirkel, de Zo wordt de wereld verdeeld in twee halfronden: Synoniemen hiervoor zijn land- en zeehalfrond. Dat kan men ook in de andere richting: de nulmeridiaan (die door Londen loopt) verdeelt de wereld in een
en een
Vul op fig. 45 de vier halfronden in door rekening te houden met die vier hoofdrichtingen op een kompas. Door de wereld zo te verdelen, kan van iedere plaats op aarde verteld worden waar ze ligt ten opzichte van beide grote cirkels. • Een meer verfijnde indeling van de wereld 1
2
1 2 3 4 5 6 7
20
Thema Wegwijs met een kaart
3
4
5
6
7
Omdat veel plaatsen op eenzelfde halfrond liggen, zoekt men naar een meer precieze plaatsaanduiding. Inspirerend werkt de wijze waarop de opgave van een kruiswoordraadsel wordt aangegeven. HORIZONTAAL: 1 grote cirkel, even ver van beide polen. 2 woestijnstad in Tsjaad; tussenwindrichting. 3 stadje in Niger. 4 meervoud (afk.). 5 Europese Unie (afk.); Limburgse gemeente. 6 Nederland (afk.); stad aan de Japanse Binnenzee. 7 windrichting. VERTICAAL: 1 ruïnestad aan de Turkse kust; windrichting. 2 vader (afk.); Verenigde Naties (Eng. afk.). 3 stadje aan het Markermeer; West-Vlaamse gemeente. 4 grensstadje in Estland. 5 Zuiden (Fr.). 6 werelddeel; domeinnaam voor België. 7 Natuurgebied op Linkeroever (Antwerpen); natuurlijk landschapselement: boomsoort.
De cirkels die evenwijdig aan de evenaar lopen, noemt men parallellen / meridianen. De groene cirkels op fig. 46 worden kleiner / groter naar de polen toe. De rode lijnen die van pool naar pool lopen, noemt men parallellen / meridianen. Het zijn halve cirkelbogen en dus 46
lang.
Vanaf de nulmeridiaan naar het oosten spreekt men van oosterlengte, naar het westen van westerlengte.
Wat zijn de benamingen ten opzichte van de evenaar? en
.
Lengte- en breedteligging leveren geografische coördinaten op. We drukken ze niet uit in kilometer maar in graden, minuten en eventueel seconden. Een graad wordt verdeeld in 60 minuten, 1 minuut in 60 seconden (1’ = 60”). Ga op Google Earth de precieze ligging van het stadhuis van Brussel na:
.
Memo We onthouden dat lengtecirkels allemaal even lang zijn, maar dat breedtecirkels kleiner worden vanaf de evenaar. Omdat meridianen halve grote cirkels zijn, kunnen we spreken van 0° tot 180° OL en WL. Omdat parallelcirkels een kwartcirkel reiken van evenaar naar de polen toe, kunnen we spreken van 0° tot 90° NB en ZB. plaats
nauwkeurigheid
geografische coördinaten
het centrum van je woongemeente
tot op 30’ nauwkeurig
Krakow
tot op 1° nauwkeurig
Kikwit
tot op 1° nauwkeurig
Rio de Janeiro
tot op 1° nauwkeurig tot op 30’ nauwkeurig 30 ° NB, 32 ° 30’ OL tot op 1° nauwkeurig
60 ° NB, 3 ° OL
Door binnen het gradennet een verdere indeling te maken, kun je een meer gedetailleerde positie bepalen (fig. 47). 37° 17°
0°
1°
0°
3 °
47
Thema Wegwijs met een kaart
21
2.7 Wegwijs in de wereld De aarde bestaat uit vastelanden (continenten), eilanden, eilandengroepen (archipels), oceanen en zeeën. Op aarde is de 30 pct. landoppervlakte ongelijk verspreid. Zo ligt Europa centraal op het landhalfrond. Continenten is eigenlijk een ander woord voor werelddelen, maar er zit een addertje onder het aardse gras. Je kunt spreken van zes continenten (Eurazië, Afrika, Noord-Amerika, Zuid-Amerika, Antarctica en Australië); als je spreekt over continenten tel je niet de eilanden van de werelddelen mee. Spreek je van werelddelen (Europa, Azië, Afrika, Amerika, Antarctica en Oceanië), dan behoren de eilanden daar wel bij. Omdat Europa en Azië aan elkaar vastzitten, vormen ze het vasteland Eurazië. Naast de Oude Wereld, nl. Eurazië en Afrika, onderscheidt men ook de Nieuwe Wereld, dat zijn de later ontdekte Amerika’s en Oceanië. Je zult met dit boek in andere werelddelen dan Europa terechtkomen. Daarom zoeken we ook onze weg in andere delen van de wereld. Door met economische en culturele kenmerken rekening te houden, kan de wereld ingedeeld worden in wereldzones, zoals sub-Saharaans Afrika, West-Europa, Arabische wereld, Moesson Azië enz. • Duid de zes continenten aan op de kaart. • Arceer op de kaart de volgende wereldzones: Arabische wereld (groen), Moesson Azië (rood), Latijns-Amerika (blauw), Angelsaksisch Amerika (zwart). • Schrijf de namen van de oceanen in de kaders op de kaart.
22
Thema Wegwijs met een kaart
3 Je bereidt je voor op een deelname aan een Europees rallykampioenschap Jullie doen mee aan een nieuwe Europese rallywedstrijd. Je zit altijd met zijn tweeën in de auto: de piloot en de navigator. De piloot zal nu alles opzoeken in de atlas en de navigator vult de tekst in en duidt de weg op de Europese kaart aan. Lokaliseer je school met geografische coördinaten (Google Earth), dit is immers jullie startpunt:
48
°
’
’’ NB / ZB
°
’
’’ OL / WL
Je gaat België moeten doorkruisen in zuidelijke richting en je moet door de provincie rijden om tot in het Franse departement Nord-Pas-de-Calais te geraken. Als je in
richting verder rijdt, kom je in Picardië. Zo gaat de route
verder in
richting naar Champagne Ardenne. Om vervolgens naar
Lotharingen te rijden dat in het en in
ligt van het vorige departement
richting t.o.v. België. Nu hebben jullie bijna Noord-Frankrijk
doorkruist. Het laatste departement bevindt zich in richting, nu zijn jullie toegekomen in de Elzas. Tijd om de grens over te steken. Jullie moeten richting München rijden, dat ligt ten van de Elzas. München ligt in het noorden van een groot Europees gebergte (
). In O.N.O.-richting zullen jullie vervolgens moeten
verder rijden om door Oostenrijk naar de hoofdstad te rijden. Eindelijk komen jullie aan in
Thema Wegwijs met een kaart
23
Het einde van de rally komt in zicht. Oostenrijk zul je in
rich-
ting verder moeten doorkruisen om in Bratislava te geraken, dat is de hoofdstad van Tijd om het water op te zoeken en in
richting naar het Bala-
tonmeer te rijden. Dat ligt in
(land). Tot slot rijden jullie in
richting en bereiken jullie de hoofdstad Boedapest. Proficiat! Goed gereden! Wat is de totale afstand van jullie rally in vogelvlucht volgens de Europese atlaskaart?
Lokaliseer het eindpunt met geografische coördinaten (Google Earth): °
’
’’ NB / ZB
°
’
’’ OL / WL
Sinds 1 januari 2013 zijn 28 Europese landen verenigd in een groter geheel, de Europese Unie (EU), die van de Atlantische Oceaan tot de Zwarte Zee reikt. Hun samenwerking moet de economische ontwikkeling bevorderen, de welvaart ten goede komen en de kans op militaire conflicten tussen de lidstaten uitsluiten. Kleur de EU-landen op de kaart van Europa achteraan in het boek. Wat zijn de buurlanden van België en in welke richting liggen ze t.o.v. ons?
Zoek in de tabel de drie grootste landen van de EU: land 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28
24
België Bulgarije Cyprus Denemarken Duitsland Estland Finland Frankrijk Griekenland Hongarije Ierland Italië Kroatië Letland Litouwen Luxemburg Malta Nederland Oostenrijk Polen Portugal Roemenië Slovenië Slovakije Spanje Tsjechië VK Zweden Totaal
Thema Wegwijs met een kaart
inwoners (× 1000) 10 449 6 925 1 172 5 619 80 997 1 258 5 269 66 259 10 776 9 919 4 833 61 680 4 471 2 165 3 506 521 413 16 877 8 223 38 346 10 814 21 730 1 988 5 444 47 738 10 627 64 021 9 724 511 763
opp. (km2 × 1000) 30,5 110,9 9,3 44,5 357,0 45,2 338,1 643,8 132,0 93,0 70,3 301,3 56,6 64,6 65,3 2,6 0,3 41,5 83,9 312,7 92,1 238,4 20,3 49,0 505,4 78,9 244,4 450,3 4 482,1
• naar oppervlakte: • naar inwonertal: Arceer deze landen op de Europese kaart achteraan in het boek en omcirkel de hoofdsteden van de EU-landen. Benoem de Atlantische Oceaan, drie zeeën in het westen, drie in het zuiden en één in het noorden. Noteer tot op 1° nauwkeurig de breedteligging van de Noordkaap (
° NB) en Kaap Tarifa (
en Magnitogorsk (
° NB) en de lengteligging van Kaap Dunmore (
° WL)
°OL). Benoem deze vier uiterste punten van Europa op de kaart.
Bereken ook de noord-zuidlengte ( van Europa.
km) en de oost-westlengte (
km)
4 Ook met digitale middelen komen we er • De meest passende applicatie gebruiken Afstanden aflezen, inschatten of berekenen? Naast de lijnschaal en de breukschaal kan men de werkelijke afstand ook aflezen met de curvimeter, een miniwieltje waarmee je op de kaart de te meten weg afrijdt. Op wegenkaarten, zoals op fig. 52, zijn de afstanden op voorhand berekend. Je hebt ze maar af te lezen en samen te tellen. Met een navigatiesysteem kun je vanaf je positie (vandaar de naam global positioning system) afstanden tot een ingestelde bestemming aflezen (fig. 49). Routeplanners geven naast deze informatie ook informatie over de tijdsduur en andere wetenswaardigheden (fig. 50).
49
50
Met welke routeplanners werken je ouders of jij soms thuis om de afstand en tijdsduur te weten van een bepaalde autorit? Noem twee routeplanners die je kent.
Thema Wegwijs met een kaart
25
Reken op de wegenkaart (fig. 52) de afstand uit van het centrum van Lier naar dat van Geel via de autoweg E40: routeplanner:
km.. Ga na hoe groot de afstand is volgens een
km
Hoe lang doet een automobilist er volgens de routeplanner over? Hoe lang duurt de treinreis volgens de website van de NMBS?
min. min.
• Ook met digitale middelen komen we er (meestal)
Duivelsfans rijden naar het foute Wales Voor heel wat fans die de match live wilden bijwonen in Wales werd het gisteren een spannende dag. Hun buschauffeur had namelijk eens hij in Engeland aan land kwam, ‘Wales’ in zijn gps ingegeven. Het toestel leidde de bus echter niet naar het land Wales, maar naar het gelijknamige stadje in Engeland, zo’n 300 km van waar de Duivels speelden. Gelukkig was het nog maar halfnegen ’s ochtends en
geraakten de fans tijdig in het stadion. Een van de passagiers bracht Studio Brussel op de hoogte van de flater. Enkele maanden geleden maakte de zender een gelijkaardig voorval mee, toen een bus met StuBru-luisteraars in het Spaanse La Plagne belandde in plaats van het Franse skioord waar het ski-evenement van de zender plaatsvond. De Morgen, 13 juni 2015, p. 4
Beantwoord de volgende vragen: • Wat had de buschauffeur moeten ingeven in zijn gps?
• Bereken met een passende applicatie hoeveel km de StuBru-luisteraars verwijderd waren van het juiste La Plagne (Frans skioord): • Je gps nooit blindelings vertrouwen! Dat wil de maker van dit bord (fig. 51) duidelijk maken.
Wat is er hier volgens jou al geregeld gebeurd, waardoor iemand dit bord gemaakt heeft?
51
26
Thema Wegwijs met een kaart
Inpakken en wegwezen Je gaat op daguitstap met je ouders naar de mijn van Beringen.
52
Hier heeft je overgrootvader nog gewerkt en je wilt graag ontdekken hoe het was om in de mijnen te werken. Want daarover heb je al veel verhalen gehoord. Jullie vertrekken om 10.00 uur aan het station in Tessenderlo. • Zoek op via www.geopunt.be wat de afstand is tussen het station van Tessenderlo en dat van Beringen. 53
• Hoe ver zul je nog moeten wandelen vooraleer je bij de mijn toekomt?
Ga via www.NMBS.be op zoek naar de uurregeling en de reistijden van de trein. Hoe laat zal je eerste trein richting Beringen aankomen als jullie om 10.00 uur op het perron staan in Tessenderlo?
Hoe laat rijdt de laatste trein terug naar Beringen?
Heb je nog tijd om iets lekkers te gaan eten? Zo ja, waar kun je dat dan het beste doen?
Thema Wegwijs met een kaart
27
Even samenvatten 1 Oriëntatie • Hoe kan ik me oriënteren? – Twee goed herkenbare punten uit de omgeving op de kaart zoeken. – Draai de kaart, zodat de twee punten in de juiste richting worden gezien en breng die richtingen op de kaart over: hun kruispunt is je standplaats. – Controleer met een derde landschapselement of die drie lijnen door één punt gaan en je standplaats dus vastligt. – Ook navigatietoestellen gebruiken steeds drie satellieten. • Oriëntatietechnieken
techniek
windrichtingen
zon
O. – Z. – W.
wijzeruurwerk
Z.
Poolster
N.
kompas
N.
gps
alle windrichtingen
54
2 Van foto naar kaart
Soort foto
Horizon te zien?
Camerastand
horizontale luchtfoto
Je ziet de horizon.
horizontaal
schuine luchtfoto
Je ziet de horizon.
schuin naar beneden
verticale luchtfoto
Je ziet geen horizon.
loodrecht naar beneden
Verticale luchtfoto → plattegrond → kaart → atlas
Kaart
Eigenschappen Breukschaal: vb. 1/25 000 = 1 cm op de kaart is 25 000 cm in werkelijkheid 0 km
Schaal
25 km
Lijnschaal: vb. = elk vakje stelt meteen de werkelijke afstand voor. Hier is 1 vakje 5 km.
28
Legende
Symbolen en kleuren
Soorten
wegenkaarten / topografische kaarten / stadskaarten / plattegronden / weerkaarten / …
Thema Wegwijs met een kaart
Atlas kaartenbladwijzer inhoudsopgave
Waar? vooraan cover
Als je het land/de plaats weet liggen op een wereldkaart.
vooraan
Als je een onderwerp van een bepaald land/of regio krijgt.
achteraan
Alfabetische lijst met alle plaatsnamen Naast de naam staat steeds: • kaartnummer (pagina) • vakje waarin de stad ligt
uitklapbare flappen voor- en achteraan
Lijst met alle symbolen en kleuren die op de kaarten worden gebruikt; ingedeeld volgens de schaal van de kaart.
register
legenda
Waarvoor?
3 Plaatsbepaling op aarde Breedteligging (van noord naar zuid en omgekeerd) → breedtecirkels / parallellen → aflezen aan zijkant van de kaart → vb. evenaar 0° NB / 0° ZB Lengteligging (van oost naar west en omgekeerd) → lengtecirkels / meridianen → aflezen aan onder- of bovenkant van de kaart → nulmeridiaan 0° OL / 0° WL Hoe ver sta je? Kruis telkens aan hoe ver het staat met je kennis, vaardigheden en attitudes. nog goed in te oefenen
ik beheers de basis
ik begrijp het goed
ik kan het vlot aan anderen uitleggen
Je kunt de hulpmiddelen voor oriëntatie vergelijken, zoals zon, kompas, uurwerk, kaart, routeplanner, navigatiesysteem en wegwijzers. Je kunt basisbegrippen van oriëntatie toelichten: kompasrichtingen, oriënteren, benaming van kaarten. Je kunt laten zien dat je je op het terrein correct kunt oriënteren op verschillende manieren. Je kunt de structuur van kaarten, zoals titel, legende, schaal en N.-pijl in opgegeven leeropdrachten herkennen. Je kunt verschillende soorten kaarten, zoals thematische kaarten en topografische kaarten, in leeropdrachten gebruiken. Je kunt de structuuronderdelen van de atlas, zoals inhoudsopgave, namenregister, kaartwijzer op correcte manier benoemen. Je kunt laten zien hoe je de atlas op een correcte manier kunt gebruiken en een kaart correct lezen. Je werkt steeds zo nauwkeurig mogelijk bij het gebruik van kaart en atlas. Je kiest steeds de meest vlotte werkwijze bij het zoeken van de gepaste kaart. Je kunt je manier van werken ook uitleggen aan de leerkracht. Je kunt ICT-applicaties hanteren om een opgegeven probleemstelling op te lossen. Je kunt je keuze van een ICT-applicatie met argumenten verklaren en er nauwkeurig mee werken. Je kunt een stappenplan ontwikkelen bij het bestuderen van aardrijkskundige vraagstukken, kaarten, grafieken en tabellen.
Thema Wegwijs met een kaart
29
Test jezelf 1 Wat voor een soort kaart heb je nodig als je ‌
in een kunsthistorische stad aan het wandelen bent en je graag de oude monumenten wilt bezoeken?
55
een wandeling in een bergachtig gebied gaat maken en wilt weten of je veel zult moeten klimmen?
56
wilt weten wat de hoofdstad van Bolivia in Zuid-Amerika is?
57
de weg kwijt bent in een shopping mall in Abu Dhabi?
58
30
Thema Wegwijs met een kaart
2 Je vertrekt op vakantie vanuit Brussels Airport (Zaventem) naar Bali (Indonesië). Je wilt graag eerst de volgende informatie voor je vertrekt.
59
• Wat is de afstand in vogelvlucht tussen deze twee plaatsen? – Welke soort kaart zul je hiervoor uit de atlas moeten gebruiken?
– Wat is de schaal van deze kaart?
– Wat is de gemeten afstand?
– Wat is de werkelijke afstand?
• Wat zijn de geografische coördinaten van Bali volgens de atlaskaart?
• Je kunt deze info ook vinden via enkele ICT-applicaties. – Welke zou je gebruiken?
– Komt de totale afstand overeen met wat je gevonden hebt in de atlas? Waarom wel of waarom niet?
Thema Wegwijs met een kaart
31