Thema 1
Zelfkennis: het begin van alle wetenschappelijke wijsheid?
nheid
Hoofdstuk 1
De
e ig e n a v n e g n ri e d a verschillende ben
1 Voorwetenschappelijke benadering van eigenheid ............................................................................................................................ 14 2 Pseudowetenschappelijke benadering van eigenheid ..................................................................................................................... 15 3 Voorbeeld: een dagboekfragment versus een psychologisch rapport ................................................................................ 17 4 Het methodische karakter van de wetenschappelijke benadering ......................................................................................... 19
4.1 Wetenschappelijk onderzoek is objectief .................................................................................................................................................... 19
4.2 Wetenschappelijk onderzoek gebeurt empirisch .................................................................................................................................. 19
4.3 Wetenschappelijk onderzoek is controleerbaar ....................................................................................................................................... 20
4.4 Wetenschappers staan kritisch tegenover de verworven kennis ................................................................................................. 21
5 Kwantitatief en kwalitatief onderzoek ........................................................................................................................................................... 25 6 Praktische toepassingen van de wetenschappelijke benadering van onze eigenheid .......................................... 26
6.1 Psychodiagnostiek, ook op school .................................................................................................................................................................. 26
6.2 Selectieprocedure: m/v met talent .................................................................................................................................................................. 26
Na dit hoofdstuk kan je … £ uitleggen wat een voorwetenschappelijke benadering van eigenheid is; £ aangeven hoe je op een wetenschappelijke manier onderzoek kan doen naar eigenheid; £ de verschillen tussen een wetenschappelijke en een voorwetenschappelijke benadering bespreken; £ de verschillen tussen een wetenschappelijke en een pseudowetenschappelijke benadering bespreken; £ het methodische karakter van de wetenschappelijke benadering beschrijven en toepassen op een casus; £ concrete voorbeelden geven van wanneer een wetenschappelijke benadering van eigenheid zinvol is in het dagelijks leven; £ de begrippen objectief, empirisch, controleerbaar en kritisch in eigen woorden uitleggen; £ het verschil tussen kwantitatief en kwalitatief onderzoek bespreken; £ de bruikbaarheid van bronnen nagaan.
Code
Hoofdstuk 1 - De verschillende benaderingen van eigenheid
11
INTRO De uitdrukking ‘Zelfkennis is het begin van alle wijsheid’ werd al gebruikt door de oude Grieken. Weten wie je bent en wat je kan zet je op weg naar inzicht in jezelf, je leven en je omgeving. Zelfkennis maakt deel uit van het zelfbeeld en speelt dus een rol in de manier waarop je jezelf waarneemt. Jezelf leren kennen kan op verschillende manieren. Misschien hou je wel een dagboek bij waarin je je gedachten neerpent. Misschien lees je dagelijks je horoscoop. Misschien overdenk je iedere avond voor het slapengaan de voorbije dag. Nog een manier om zelfkennis op te doen is aan de hand van numerologie. Numerologie betekent letterlijk de leer van de getallen. Het belangrijkste getal in de numerologie is het geboortegetal. Volgens de numerologie geeft je geboortegetal je mogelijkheden als persoon aan, waardoor je jezelf beter kan leren kennen en meer open kan staan voor nieuwe kansen. Een van de grondleggers van de numerologie was Pythagoras, die het getal beschouwde als de manier om te ontdekken hoe de kosmos georganiseerd was. Je kent Pythagoras uit de wiskunde, maar numerologie heeft daar weinig mee te maken. Pythagoras geloofde dat elk getal een bepaalde betekenis heeft.
Hoe bereken je je geboortegetal? Stel dat je geboortedatum 28 maart 1998 is, dan krijg je de volgende berekening. • 2 + 8 = 10 en dat geeft op zijn beurt 1 + 0 = 1 • 0 + 3 = 3 • 1 + 9 + 9 + 8 = 27 en dat geeft op zijn beurt 2 + 7 = 9 • Vervolgens tel je de drie uitkomsten bij elkaar op: 1 + 3 + 9 = 13 = 1 + 3 = 4 Het geboortegetal is in dit geval dus 4. Je moet telkens een getal van 1 tot en met 9 bekomen, tenzij de uitkomst 11 of 22 is. Volgens de numerologie zijn 11 en 22 spirituele getallen. Bereken nu je eigen geboortegetal. In de tabel op de volgende bladzijde kan je de betekenis van de verschillende geboortegetallen terugvinden. Bespreek de volgende vragen met je klasgenoten. a Klopt de betekenis van je geboortegetal voor jou?
b Hoeveel belang hecht je aan die betekenis?
c
Welke kritiek kan je formuleren op de numerologie?
d Is de numerologie een wetenschap? Waarom?
12
Thema 1 - Zelfkennis: het begin van alle wetenschappelijke wijsheid?
Code
betekenis geboortegetal
1
Probeer om zoveel mogelijk te weten te komen over jezelf. Het is belangrijk jezelf zowel geestelijk, lichamelijk als spiritueel te ontwikkelen. Je moet je zelfvertrouwen en wilskracht vergroten, omdat je eigenlijk te afhankelijk bent van wat anderen over je denken. Probeer dus om vaak initiatief te nemen, je remmingen te overwinnen en hard te werken. Overschat jezelf daarbij echter niet, maar word echt sterk en zelfstandig vanbinnen en niet enkel tegenover de buitenwereld.
2
Om je te ontwikkelen is het van wezenlijk belang om vol overgave en nederig te leven. Laat anderen voorgaan en hou jezelf wat meer op de achtergrond. Roem is voor jou niet van tel, wel anderen helpen. Hoe meer jij je inleeft in anderen, hoe gelukkiger je zelf zal worden.
3
Voor jou is de belangrijkste levensles om te leren feesten. Kom los van je verlegenheid, bescheidenheid en angsten. Treed naar buiten en laat jezelf zien aan anderen. Wees openhartig, ontplooi je creatieve talenten en gevoel voor humor. Zoek mensen op die creatief, grappig en extravert zijn. Je doel is om zó vrolijk te worden dat je anderen ook blij maakt. Springen dus en durven leven!
4
Ben je een 4, dan is het nodig om hard te leren werken, je wilskracht te vergroten en efficiënt te worden. Je hebt nood aan zelfdiscipline, die je kan verkrijgen door actief, precies en geduldig te zijn en iets op te bouwen. Daarnaast is het belangrijk om te leren betrouwbaar te zijn en je aan je plichten te houden. Als 4 ben je nu eenmaal pas gelukkig als je heel hard werkt. Als je de baas bent over jezelf, zal dat voelen als een enorme bevrijding.
5
Jouw levensles is vrij worden. Leer je aanpassen aan veranderingen, nieuwe situaties, nieuwe mensen ... Het is daarom slim om cursussen te volgen en te reizen om nieuwe en ongewone ervaringen op te doen. Leer van vooruitstrevende anderen en leg jezelf niet te veel beperkingen op. Kortom, leer wat het is om werkelijk vrij te zijn.
6
Dienstbaarheid is jouw levensles. Je hebt nood aan innerlijke rust en tevredenheid en die zal je pas vinden als je je ten dienste stelt van anderen. Hoewel je de neiging hebt om nogal op jezelf gericht te zijn, is het belangrijk voor je ontwikkeling om je verantwoordelijkheden op te nemen. Hou dus een goede balans in geven en nemen, zowel op geestelijk, spiritueel als materieel vlak. Als je goed doet, zal je ook goede dingen tegenkomen op je weg.
7
Hoewel je misschien bang bent om veel alleen te zijn, is het voor jou toch van belang dat te leren. Jouw ontwikkelingsweg ligt immers in het leren naar binnen kijken. Voor jou is bezinning noodzakelijk, net als introspectie en meditatie. Daarnaast zal je veel hebben aan studie en grondig nadenken. Zoek regelmatig rust op om meer in contact te komen met je spirituele kant en die van de wereld om je heen. Zo zal je innerlijke kracht kunnen vinden.
8
Jij hebt als 8 een grote kracht in jezelf. Het is belangrijk om je daarvan bewust te worden en die kracht te leren gebruiken om op materieel gebied vooruit te geraken. Je moet ontdekken dat er eigenlijk niet zo’n groot verschil is tussen de spirituele en de stoffelijke wereld. Je kan leren organiseren en efficiënt zijn. Het is nodig dat je ontwikkeling wat meer de zakelijke kant opgaat. Je moet leren wat je kan doen met geld, macht en status.
9
Voor jouw ontwikkeling is het belangrijk dat je meer rekening gaat houden met anderen en dat je onbaatzuchtiger wordt. Leer te geven, in de ruimste zin van het woord. Cijfer jezelf weg voor anderen, bevrijd je van je vooroordelen, heb geduld met iedereen en wees tolerant. Dit is geen gemakkelijke les en soms zal het lijken alsof alles van één kant moet komen, maar deze les zal wel zijn vruchten afwerpen.
11
Jouw levensles is zelfverlichting. Het gaat om het vinden van waarheid. Inzicht vind je makkelijker dan je denkt; zoek het niet te ver. Bovendien ontstaat inzicht zowel in rust als in verwarring en verbijstering. Belangrijk is vooral om te ontdekken wat er achter de stoffelijke wereld zit.
22
Voor jou is zelfbeheersing belangrijk. Jij hebt de krachten van alle voorgaande getallen ter beschikking. Daarom is het belangrijk om je gedachten, gevoelens en daden onder controle te krijgen en meester te zijn over jezelf. Vervolgens kan je je kracht spiritueel aanwenden. Je kan je kracht zowel ten goede als ten kwade gebruiken. Je zal geneigd zijn om je macht voor jou persoonlijk te misbruiken, maar dat is een doodlopende weg.
Code
Hoofdstuk 1 - De verschillende benaderingen van eigenheid
13
1 Voorwetenschappelijke benadering van eigenheid Tijdens je ontwikkeling bouw je kennis op over jezelf. Je leert waar je goed in bent en waarin niet. Die kennis speelt een belangrijke rol in het tot stand komen van je zelfbeeld en in het aangaan van relaties met anderen. Hoe meer je over jezelf weet, hoe makkelijker het wordt om je leven richting te geven. • • •
Irsa volgt Humane wetenschappen, want ze is goed in luisteren naar anderen en minder sterk in exacte wetenschappen. Zijn vrienden zitten in een basketbalclub, maar Tom heeft zich ingeschreven bij een atletiekclub. Hij is immers wel sportief, maar heeft geen goed balgevoel. Vanuit wat Sofie weet over zichzelf heeft ze er vertrouwen in dat ze haar boekverslag tot een goed einde zal weten te brengen. Ze heeft er minder vertrouwen in dat ze tot een goed resultaat zal komen voor haar muziekstuk.
Beperkt zelfvertrouwen op een bepaald vlak leidt niet automatisch tot een lage zelfwaarde. Als een vaardigheid voor jou niet zo belangrijk is, zal je zelfwaarde niet veranderen als je ze niet zo goed onder de knie krijgt. Sofie hecht niet zo veel belang aan muzikaal talent, en vindt het dan ook niet erg als ze geen hoge punten haalt voor haar muziekstuk. Dat zal haar zelfwaarde niet verlagen. Je doet tijdens je leven niet alleen over jezelf kennis op, maar ook over anderen en over je leefomgeving. Je gaat op zoek naar verklaringen voor het gedrag van anderen en voor gebeurtenissen om je heen. Hoewel het lijkt alsof je je daarvoor baseert op feiten is dat eigenlijk niet het geval. Je gaat uit van je eigen ervaringen, kennis en aanvoelen. Zulke kennis, die ontstaan is door eigen ervaringen en niet uit een wetenschappelijke beschouwing, noemen we voorwetenschappelijke kennis*. Voorwetenschappelijke kennis speelt een belangrijke rol in het dagelijks leven en is vanzelfsprekend voor de gebruiker ervan. • • • • •
Je weet dat ijs koud is en dat kokend water heet is zonder dat je daarvoor wetenschappelijke methodes moet toepassen. Je weet dat een verdachte een moord niet gepleegd kan hebben als hij op het moment van de aanslag al in de gevangenis zat: een persoon kan niet op twee plaatsen tegelijk zijn. Soms zit voorwetenschappelijke kennis verweven in onze taal, bv. in uitdrukkingen als ‘De appel valt niet ver van de boom’: kinderen lijken vaak op hun ouders. Vroeger veronderstelde men, door observatie, dat de zon om de aarde draait. In de 16de eeuw bewees Copernicus echter dat de aarde rond de zon draait en dat de aarde om haar eigen as draait. Zo observeerden de middeleeuwers ook: aangezien de horizon vlak is, zal de hele aarde wel plat zijn. Pas later bleek dat de aarde zodanig groot is dat je niet ziet dat de horizon een piepklein deel is van een cirkel.
Is het een slecht idee om te vertrouwen op de kennis die je zelf opdoet? Eigenlijk niet. Voorwetenschappelijke kennis heeft immers voordelen. • Voorwetenschappelijke kennis bouw je snel op en je hebt er snel toegang toe. • Ze maakt de wereld hanteerbaar voor je. • Het is leuk om erover te praten. Wel is het belangrijk om kritisch om te gaan met voorwetenschappelijke kennis, om de volgende redenen. • Voorwetenschappelijke kennis is subjectief. • Je maakt snel fouten. • Voorwetenschappelijke kennis geeft een vals gevoel van zekerheid.
14
Thema 1 - Zelfkennis: het begin van alle wetenschappelijke wijsheid?
Code
2 Pseudowetenschappelijke benadering van eigenheid De kennis die je zelf over jezelf en de wereld opdoet is niet wetenschappelijk. Waarschijnlijk zal je dat ook nooit beweren. Wie dat wel doet zijn pseudowetenschappers*, zoals grafologen of frenologen. Grafologen leiden persoonlijkheidskenmerken af uit je handschrift, frenologen uit de vorm van je schedel (bv. ‘een wiskundeknobbel’). Hoewel ze geen wetenschappelijke methodes gebruiken, beweren pseudowetenschappers toch dat ze op een wetenschappelijke wijze bezig zijn. Je kan pseudowetenschappers aan de hand van volgende kenmerken onderscheiden. • Ze gebruiken beweringen die niet steunen op wetenschappelijke metingen. • Ze zijn weinig open over hun theorieën of onderzoeksmethodes, waardoor het moeilijk wordt om hun onderzoeken te herhalen en met die uitkomst hun beweringen te controleren. • Ze gebruiken opzettelijk vage of verdoezelende taal en misbruiken wetenschappelijk jargon. • Ze tonen een gebrek aan zelfcorrectie en zelfkritiek. • Ze concluderen dat beweringen waarvan het niet bewezen is dat ze fout zijn, daarom juist moeten zijn. (Het is wetenschappelijk onmogelijk om te bewijzen dat de uitspraak ‘Op de noordpool woont een onzichtbare draak’ fout is, maar dat betekent niet automatisch dat ze juist is.) Opdracht 1 Welke van de kenmerken van pseudowetenschappen kan je toepassen op de numerologie (zie intro)?
Opdracht 2 Ook de astrologie kan beschouwd worden als een pseudowetenschap. Baseer je op de onderstaande horoscoop om aan te tonen waarom.
Jaarhoroscoop Tweelingen 2015 2015 is een jaar vol verandering. De jaarhoroscoop Tweelingen voorspelt dat je dit jaar serieuzer wordt over je verantwoordelijkheden en dat je volwassener wordt door verantwoordelijkheid te nemen over je eigen handelingen. De invloed van Saturnus helpt je beter te focussen in het leven. Je ervaart wellicht ups en downs, maar je gaat ze aan als een wijs, volwassen persoon.
Financiën 2015 is een vruchtbaar jaar voor Tweelingen. De jaarhoroscoop 2015 voorspelt dat je langetermijninvesteringen en investeringen in vastgoed je goed gaan opleveren. Waak er wel voor dat je niet te veel gaat uitgeven. Onthoud dat sparen noodzakelijk is als back-up voor wanneer het financieel even wat minder gaat.
Carrière 2015 is een jaar van erkenning, promoties en waardering wat betreft je carrière. De jaarhoroscoop 2015 geeft aan dat dit een zeer progressief jaar is voor Tweelingen. Verwacht een betere functie op het werk met meer verantwoordelijkheden. Je superieuren waarderen je werk en je zal beloond worden voor je harde werken. Blijf geduldig en hou vol, aangezien de dingen niet altijd zo snel gaan als je zou willen.
Liefde en relaties De liefde- en relatiehoroscoop van Tweelingen voor 2015 geeft aan dat er je op dit vlak een verandering staat te wachten. Dit jaar wordt verwacht dat je voor een speciaal iemand zal vallen. Jouw jaarhoroscoop voorspelt dat je je relaties naar een nieuw, hoger niveau zal dragen. Gezonde toewijdingen en intense emoties zullen je liefdesleven met meer passie vervullen. Als je uit een relatie wil stappen, dan is dit het jaar om actie te ondernemen.
Code
Hoofdstuk 1 - De verschillende benaderingen van eigenheid
15
Persoonlijke ontwikkeling Dit is het jaar om te gaan voor de dingen die essentieel zijn voor je persoonlijke groei. De 2015 jaarhoroscoop voor Tweelingen geeft aan dat het tijd is om nieuwe vaardigheden en certificaten toe te voegen aan je portfolio. Leer het beste te maken van de middelen die je hebt. Het zal een geweldig jaar voor je worden gezien de groei in je persoonlijkheid. De tweede helft van het jaar zou je wat meer moeten kunnen reizen, wat een positieve uitkomst voor je zal hebben. Gezondheid De horoscoop voor gezondheid voorspelt voor Tweelingen dit jaar een kleine uitdaging op gezondheidsvlak. Je moet positief blijven zodat je niet in een depressie raakt. Neem wat tijd vrij van je werk. Te veel betrokkenheid met je werk kan zorgen voor mentale oververmoeidheid en andere gezondheidsproblemen. Leer een balans te creĂŤren tussen werk en vrije tijd. Ontspan en geniet van je leven. Vind die balans en je zal een gezond 2015 kennen. Uit: Jaarhoroscoop tweelingen 2015. Geraadpleegd via http://www.astropsychologie.nl
16
Thema 1 - Zelfkennis: het begin van alle wetenschappelijke wijsheid?
Code
3 Voorbeeld: een dagboekfragment versus een psychologisch rapport Natuurlijk zijn er ook mensen die wel echt aan wetenschap doen en op die manier iets objectiefs kunnen vertellen over hoe je zelfkennis verwerft en hoe je persoonlijkheid opgebouwd is. Zoals je weet, is wetenschap* het systematisch verzamelen en ordenen van menselijke kennis door gebruik te maken van algemeen erkende methodes, met de bedoeling tot objectieve kennis te komen. In het derde jaar gedragswetenschappen maakte je al kennis met de vereisten die aan wetenschappelijk onderzoek gesteld worden en de manier waarop wetenschappers te werk gaan. In de rest van dit hoofdstuk frissen we die leerstof op en breiden we ze een beetje uit. Om het verschil aan te tonen tussen hoe mensen over zichzelf praten en hoe een wetenschapper hen beschrijft, kan je hieronder een dagboekfragment en een fragment uit een psychologisch verslag lezen. Let bij het lezen op verschillen in opbouw en taalgebruik. Opdracht 3 Welke verschillen zijn er tussen het dagboekfragment en het psychologisch verslag?
Schrijfkamp, 10 augustus Ochtend. Te vroeg gewekt door een gsm. Het is donker. Ik heb geen gevoel van tijd. Wat is dag, wat is nacht? Is er nog wel leven buiten? We houden een schrijfgesprek. Dat is leuk. Ik krijg onverwacht veel post. Ook van mensen die ik de afgelopen dagen nog niet zo goed heb leren kennen. Zij zijn ook leuk. Daarna houden we een filosofiemoment. Ik heb er eigenlijk geen zin in, maar babbel toch omdat ik niet kan zwijgen. Vervolgens hebben we pauze. Rust, even zitten, even niks en ook schrijven, een brief naar Rik. Daarna lezen we voor. Op het podium, in de spots. Ik vind het spannend, maar geniet er ook van. Er zitten leuke dingen tussen, maar ook minder leuke en onverstaanbare. We vertrekken. Jammer dat we buiten staan, het theater was een fijne overnachtingsplaats. Bus op, bus af, trein in. Foto’s maken in de trein. En moe zijn in de trein. Aankomst in Brussel. Druk. Nat. Regen. Mijn verjaardag: zeven december, een boogschutter dus. Maar vanavond Waterman. Zo heet het gebouw waarin we zullen slapen. We kunnen douchen. Daarna ga ik op bed liggen omdat ik te moe ben om iets anders te doen. Dan eten. Heerlijk eten. Te veel heerlijk eten. Opnieuw op bed liggen en dan Brussel
Code
in. We spelen spelletjes, we schrijven. ’s Avonds luisteren we muziek. Eindelijk. En nog steeds eten. Lekker. Nu is het tijd om te slapen. We denken aan een kussengevecht, maar gaan niet voor een herhaling van gisteren. Gek toch hoe ik in het begin van de week me onzichtbaar wilde maken in de groep en nu langzaam maar zeker vrienden maak. Misschien omdat dat niet anders kan als je dagen zo dicht op elkaar leeft. Zo veel woorden deelt. Jezelf steeds weer laat zien. Maar nu, hoofd op kussen. En dromen ...
Hoofdstuk 1 - De verschillende benaderingen van eigenheid
17
Patiënte: vrouw, 22 jaar, studente burgerlijk ingenieur Observaties Patiënte heeft een verzorgd voorkomen en is aangenaam in het contact. Ze komt vlot en vriendelijk over en werkt gemotiveerd mee aan het onderzoek. Wel is ze in het contact wat terughoudend bij het praten over haar problemen. Bovendien valt dit haar emotioneel ook zwaar, maar het verdriet echt naar buiten laten komen kan ze niet. Blijkbaar staat patiënte zichzelf niet toe de controle te verliezen. Daarnaast valt op dat patiënte een rationele theorie heeft over het ontstaan van de meeste van haar klachten. Cognitief functioneren Patiënte heeft de middelbare school vlot afgewerkt. Ze volgde de richting wiskunde-wetenschappen, maar had ook een interesse in talen. Momenteel studeert ze burgerlijk ingenieur, een richting die haar niet veel problemen oplevert: ze haalt goede punten en volgt daarnaast een opleiding journalistiek in avondschool. Patiënte heeft een TIQ van 115, een VIQ van 118 en een PIQ van 107. Hiermee scoort ze beter dan wat we kunnen verwachten van iemand in opgenomen toestand. Anderzijds lijken deze IQ-scores aan de lage kant wanneer we haar studierichting en de vlotheid waarmee ze deze doorloopt in rekening brengen. Dit vermoeden wordt bevestigd wanneer we het verschil tussen de meest zuivere meting van schoolse kennis en de meest zuivere meting van vloeibare intelligentie bekijken (vbi-poi = 23). Het significante en uitzonderlijke verschil dat we hier terugvinden wijst op een mogelijke acute cognitieve achteruitgang, waarbij schoolse kennis een sterkte blijkt te zijn en de intellectuele flexibiliteit is aangetast. Klinisch assessment Zelf meldt patiënte geen ernstige klachten. Ze vertelt dat ze het laatste half jaar niet meer zo goed functioneert: ze slaapt slecht, heeft concentratiemoeilijkheden en is gespannen. Het ontstaan van het verminderd functioneren valt ongeveer samen met het stuklopen van een relatie van vier jaar. Daarnaast vertelt ze erg afhankelijk te zijn van anderen en er zelf niet toe te komen beslissingen te nemen. Zo heeft ze haar studierichting gekozen omdat ze dacht dat haar ouders deze het
18
beste zouden vinden. Ze zegt niet met anderen te kunnen praten over haar problemen en niet door hen begrepen te worden, waardoor ze zich meer en meer isoleert. Toch voelt ze zich verantwoordelijk voor het welbevinden van anderen, wat zich uit in het overnemen van hun keuzes, maar ook in schuldgevoelens. In het testmateriaal zien we hetzelfde klachtenpatroon terugkomen, zij het veel meer uitgesproken. Slaapproblemen staan duidelijk op de voorgrond, maar ook concentratieproblemen en depressieve gevoelens zien we opvallend terugkomen. Daarnaast kijkt patiënte met heel veel wantrouwen en angst naar haar omgeving. (Resultaten op basis van SCL-90 en Beck) Uit afname van het testmateriaal blijkt dat patiënte structurele kwetsbaarheden vertoont in het aangaan van vertrouwelijke relaties met anderen. Hoewel zij haar klachten hieromtrent erg in de verf zet, lijkt ze niet ten volle inzicht te hebben in de aanwezige kwetsbaarheden. Patiënte heeft een erg sensitieve houding ten opzichte van anderen. Ze reageert voortdurend op wat er in haar omgeving gebeurt en is continu alert om signalen van afkeuring op te vangen. Bovendien heeft ze het gevoel dat anderen het niet goed met haar kunnen voorhebben. Deze anderen hebben trouwens enorm veel invloed op haar, maar zij op geen enkele manier op hen, wat ervoor zorgt dat zij zich isoleert. Patiënte lijkt over de capaciteiten te beschikken om op een reflectieve manier met deze kwetsbaarheden om te gaan, maar maakt in de plaats daarvan gebruik van een piekerende, rationele reactie om met haar problemen om te gaan. Deze aanpak zorgt voor angst bij patiënte. Therapeutisch advies Gezien de ernst van de affectieve problematiek die op een obsessionele manier door patiënte onder controle wordt gehouden en haar problemen met gezonde mentalisatie, maar ook gezien haar mogelijkheden adviseren we een intensieve therapie die patiënte toelaat in contact te komen met haar emotionele binnenwereld en haar mogelijk erg depressieve belevingen.
Thema 1 - Zelfkennis: het begin van alle wetenschappelijke wijsheid?
Code
4 Het methodische karakter van de wetenschappelijke benadering Wanneer een wetenschapper iets onderzoekt, pakt hij dat niet in het wilde weg aan. Hij kiest zijn onderzoeksmethodes op basis van de onderzoeksvraag en zorgt ervoor dat ze aan bepaalde basisvereisten voldoen. Zo komt hij tot een degelijk onderzoek waaruit hij met een gerust hart conclusies kan trekken. In wat volgt maak je kennis met de belangrijkste vereisten voor wetenschappelijk onderzoek: • objectiviteit; • empirie; • controleerbaarheid; • een kritische houding.
4.1 Wetenschappelijk onderzoek is objectief Onderzoek is maar wetenschappelijk als het objectief* gebeurt. Objectief betekent dat je niet wordt beïnvloed door je eigen gevoelens of vooroordelen. Je beperkt je met andere woorden tot de feiten. Het resultaat van een onderzoek mag dus niet afhangen van de persoonlijke voorkeuren, meningen of vooroordelen van de onderzoekers. Andere onderzoekers, die onafhankelijk van elkaar hetzelfde onderwerp bestuderen, moeten tot dezelfde resultaten komen. Het gebruik van wetenschappelijke instrumenten is hierbij al een hele hulp. Zo kan je als wetenschapper je eigen standpunt makkelijker uitsluiten en doelgerichter te werk gaan. Een wetenschapster wil onderzoek doen naar de invloed van opgroeien in grote gezinnen op het geluksniveau in het latere leven. Eerst moet ze objectief bepalen vanaf hoeveel kinderen een gezin ‘groot’ is. Ze kan dat niet zomaar zelf kiezen of aanvoelen, want een wetenschapper die enig kind was, zal die grens anders aanvoelen dan een wetenschapper die opgroeide in een gezin met drie kinderen. Vervolgens moet ze een objectieve test gebruiken om het geluksniveau te meten. Ze mag dat niet met de natte vinger doen. Dan moet ze ervoor zorgen dat ze genoeg mensen uit grote gezinnen onderzoekt, zodat haar bevindingen geen toeval kunnen zijn. ’10 % van de deelnemers’ betekent helemaal iets anders bij 100 deelnemers dan bij 1 500 deelnemers. Tot slot moet ze hetzelfde onderzoek doen bij mensen die niet in een groot gezin zijn opgegroeid, om te vergelijken of een van de twee groepen inderdaad opvallend gelukkiger is. Nog niet zo simpel dus, dat objectief zijn ... Opdracht 4 Bespreek met je klasgenoten of het mogelijk is om in de humane wetenschappen altijd objectief te werk te gaan.
4.2 Wetenschappelijk onderzoek gebeurt empirisch Empirie is zowat tegengesteld aan theorie en empirisch* kan je dus omschrijven als in de werkelijkheid getoetst en bewezen. Empirie is noodzakelijk in de wetenschap. Een goede theorie is knap en kan getuigen van groot inzicht, maar de wetenschappelijke waarde ervan is beperkt tot de theorie ook empirisch bewezen is. Dat wil zeggen dat een theorie pas wetenschappelijke werkelijkheid wordt op het ogenblik dat die verkregen is op basis van wetenschappelijk onderzoek en dus op basis van zichtbare en meetbare gegevens. Wetenschappers in de jaren 1960 hadden berekend dat elektronen, protonen en neutronen – die samen atomen vormen – geen massa hadden. Maar het atoom zelf had wel een massa. Dat stelde de wetenschappers voor een raadsel, want ze zagen dat er niks anders in het atoom zat. In 1964 voorspelde Peter Higgs dat er een deeltje zou bestaan dat zorgt voor de massa van een atoom. De meeste wetenschappers gingen ervan uit dat Higgs gelijk had, maar het zou nog duren tot 2012 vooraleer het befaamde deeltje ook echt werd waargenomen. Pas daarmee was zijn theorie bewezen. In 2013 kreeg hij hiervoor de Nobelprijs.
Code
Hoofdstuk 1 - De verschillende benaderingen van eigenheid
19
Opdracht 5 Hoe zorgt empirisch onderzoek ervoor dat je pseudowetenschappelijke beweringen deels kan uitsluiten?
4.3  Wetenschappelijk onderzoek is controleerbaar Wetenschappelijk onderzoek moet ook controleerbaar* zijn. Als je als onderzoeker aan de slag gaat, worden zowel jij als de methodes en technieken die je voor je onderzoek gebruikt voortdurend in vraag gesteld. Op die manier wordt nagegaan of een andere onderzoeker tot een gelijk resultaat komt wanneer hij dezelfde stappen volgt. Is dat het geval, dan winnen jouw onderzoeksresultaten aan kracht. Bij wetenschappelijk onderzoek kan je dus niet zomaar iets zeggen zonder aan te tonen waarop je je baseert, want dan kunnen de conclusies niet gecontroleerd worden. Daarom moet alles grondig bijgehouden worden en is een gedetailleerd verslag noodzakelijk. In 2015 voerde een internationaal team van onderzoekers 100 recente psychologische studies die gepubliceerd waren in toonaangevende bladen opnieuw uit. Enkele van de studies waren niet herhaalbaar, maar het opvallendste was: slechts een derde van de herhaalde studies leverde hetzelfde resultaat op als de originele studie. Dat wil niet zeggen dat twee derde van de studies fout was, maar dat onderzoekers nu moeten nagaan waarom die studies een ander resultaat opleverden. Misschien heeft het tweede team toch ergens een detail anders uitgevoerd, dat niet vermeld stond in het originele artikel. Misschien heeft het tweede team en niet het eerste team een fout gemaakt. Misschien is het resultaat niet van toepassing op de gehele bevolking, maar slechts op een deel. Opdracht 6 a Welke voordelen heeft het als een onderzoek controleerbaar is?
b Welke nadelen heeft het controleerbaar maken van een onderzoek?
20
Thema 1 - Zelfkennis: het begin van alle wetenschappelijke wijsheid?
Code
4.4 Wetenschappers staan kritisch tegenover de verworven kennis Wetenschappers moeten altijd kritisch* zijn. Ten eerste formuleren ze een theorie altijd op een manier dat ze te onderzoeken is met meetbare resultaten: de stelling ‘Mensen zijn sterfelijk’ is niet te meten, de stelling ‘Geen mens wordt ouder dan 150 jaar’ is dat wel. Ten tweede zijn ze kritisch over de verworven resultaten. Die zijn niet alleen relevant voor hun eigen conclusies, maar kunnen ook eerdere bevindingen ontkrachten. Ten derde zijn ze kritisch over de conclusies die ze uit de resultaten trekken. Voor wetenschappers is het belangrijker om de waarheid te achterhalen dan om gelijk te hebben. Wetenschappers stellen hun kennis dus vaak in vraag. Deze manier van onderzoek bekijken helpt hen om de nodige afstand tot het onderwerp in te bouwen en zo objectief te blijven. Wetenschappers zijn niet alleen kritisch tegenover hun eigen onderzoek, maar ook tegenover theorieën die voordien als ‘waar’ werden aanvaard. Zo zie je onder andere in de psychologie duidelijke verschuivingen op basis van bevindingen uit onderzoek. Aan het begin van de 20ste eeuw dachten behavioristen dat menselijk gedrag een reactie was op een prikkel en verder niets. Dat was waar voor andere zoogdieren, en een mens is een zoogdier, niet waar? Een paar decennia later bleek dat bij de mens motivatie ook een grote rol speelde voor bepaald gedrag. Als psychologen nooit kritisch naar voorgaande kennis hadden gekeken, zouden we binnen de psychologie nog steeds onderzoek doen op dieren en nog steeds veronderstellen dat die resultaten ook voor mensen gelden. Opdracht 7 We keren even terug naar de 100 herhaalde onderzoeken. Toon aan hoe je de vereisten voor wetenschappelijk onderzoek terugvindt in het onderstaande opiniestuk.
Neen, de psychologie is niet dood en begraven Als we honderd wetenschappelijke psychologische studies herhalen, hoe vaak komen we dan tot dezelfde bevindingen? Die vraag stelden 270 wetenschappers zich in een artikel in Science. Blijkt dat in minder dan de helft van de gevallen hetzelfde resultaat uit de bus komt als in de originele studie. Een aanlokkelijke en begrijpelijke conclusie is dan dat de helft van de originele bevindingen fout is. De waarheid is, zoals vaak, iets genuanceerder. Er zit vast een aantal foute bevindingen tussen de studies die niet gerepliceerd konden worden. Maar evengoed kan de niet-replicatie erop wijzen dat bepaalde factoren, waarvan we het belang nog niet kennen of die we moeilijk kunnen controleren, het resultaat beïnvloeden, en dus dat verder onderzoek zich opdringt. De conclusie die wetenschapsjournalist Pieter Van Dooren meent te kunnen trekken in de titel ‘Psychologisch onderzoek deugt niet’ doet de waarheid te veel geweld aan om acceptabel te zijn. Het is niet moeilijk om voorbeelden van bedenkelijk psychologisch onderzoek te vinden, maar je moet al evenmin diep graven om psychologisch onderzoek tegen te komen waarin op een gedegen en methodologisch verantwoorde manier wordt geprobeerd om ons begrip van de mens te vergroten. Is er dan geen vuiltje aan de lucht? Dat nu ook weer niet. We kunnen niet uitsluiten dat er af en toe foute
Code
bevindingen gepubliceerd worden. De taak van wetenschappers is om het aantal foute bevindingen onder controle te houden. Het probleem is echter dat we daar, om verschillende redenen, in het verleden niet altijd even goed in geslaagd zijn. Dit probleem beperkt zich trouwens allerminst tot de psychologie. Ook in heel wat andere domeinen van de wetenschap zijn er goede redenen om aan de reproduceerbaarheid van de resultaten te twijfelen. In een artikel uit 2005 beargumenteerde de Amerikaanse professor John Ioannidis dat de meeste gepubliceerde bevindingen waarschijnlijk fout zijn. Psychologen hebben de moed gehad om die boude hypothese empirisch na te gaan in hun domein. Zonder empirische evidentie is het erg moeilijk om zinnige uitspraken te doen over de reproduceerbaarheid in andere wetenschapsdomeinen. Optimisme Er is ook reden tot optimisme. Psychologen zijn niet bij de pakken blijven zitten. Sinds enkele jaren is er een hervormingsbeweging opgestaan die verbeterde onderzoeksmethodes ontwikkelt en gebruikt. Zo wordt er volop ingezet op meer openheid en transparantie. Meer en meer psychologen stellen via het internet hun onderzoeksmaterialen en data beschikbaar voor iedereen, zodat die hergebruikt of gecontroleerd kunnen worden.
Hoofdstuk 1 - De verschillende benaderingen van eigenheid
21
Een andere maatregel is om een zogenoemde copiloot in te schakelen bij data-analyse. Twee onderzoekers analyseren de data dan onafhankelijk van elkaar en liefst nog met een ander statistisch programma, om de kans op menselijke fouten te verkleinen. Een andere veelbelovende innovatie is preregistratie: alle onderzoekshypothesen en stappen die in de data-analyse genomen worden, worden vastgelegd voor er met de dataverzameling gestart wordt. Op die manier worden allerlei menselijke vertekeningen bij het analyseren van de data uitgesloten. Voorts wordt in een stijgend aantal studies gebruikgemaakt van steeds grotere groepen van proefpersonen, zodat de statistische power (de kans
op een statistisch significant resultaat indien er een effect is) stijgt en de resultaten betrouwbaarder worden. Frisse wind Al die onderzoekspraktijken werden gevolgd door de 270 auteurs van het Science-artikel. Het stemt me bijzonder hoopvol dat zoveel psychologen op deze manier aan onderzoek willen doen, om recht te zetten wat er schort. Andere wetenschapsdomeinen zouden zich kunnen laten inspireren door de frisse wind die – toegegeven, noodgedwongen – door het psychologisch onderzoek waait. Want veel psychologisch onderzoek deugt wel.
Uit: Vanpaemel, W. (2015, 29 augustus). Neen, de psychologie is niet dood en begraven. De Standaard. Geraadpleegd via http://www.standaard.be
a Objectiviteit
b Empirie
c Controleerbaarheid
d Kritische houding
22
Thema 1 - Zelfkennis: het begin van alle wetenschappelijke wijsheid?
Code
Ook in de exacte wetenschappen zorgt men voor een kritische blik. Zo dachten mensen lang dat de aarde plat was, terwijl die natuurlijk rond is. De wetten van de zwaartekracht volgens Newton overtuigden ook iedereen, tot Einstein een nieuwe, meer omvattende theorie, poneerde. Zijn relativiteitstheorie toonde aan dat de zwaartekracht zoals omschreven door Newton niet in alle gevallen geldt. Een mooi voorbeeld van hoe iemand kritisch kan zijn voor bestaande kennis, die bovendien empirisch bewezen is. Het lijdt dan ook geen twijfel dat er vandaag theorieën bestaan die we voor waar aannemen en die we zelfs gebruiken als basis voor ons handelen, maar die in de toekomst ontkracht kunnen worden door nieuwe bevindingen. Opdracht 8 Welke nu gangbare ideeën zullen volgens jou in de toekomst weerlegd worden? Bespreek die vraag met je klasgenoten en probeer voor een goede argumentatie te zorgen. Enkele voorbeelden om van te vertrekken: • het gebruik van medicatie om psychische stoornissen te behandelen; • het idee dat intelligentie voor een groot deel erfelijk bepaald is; • verliefdheid als chemische reactie; • het uitdijen van het universum. Opdracht 9 Nu je weet welke kenmerken noodzakelijk zijn om van wetenschappelijk onderzoek te spreken, is het zinvol om even na te gaan of het psychologisch verslag op p. 18 wel volgens de wetenschappelijke methode opgesteld is. a Objectiviteit
b Empirie
c Controleerbaarheid
d Kritische houding
Code
Hoofdstuk 1 - De verschillende benaderingen van eigenheid
23
Opdracht 10 Verschillende psychologen deden onderzoek naar de eigenheid van mensen. Ze wilden te weten komen wat mensen uniek maakt en welke kenmerken ze misschien gemeenschappelijk hebben. Ga op zoek naar drie bronnen over wetenschappelijk onderzoek naar eigenheid en beantwoord de onderstaande vragen. Hieronder vind je een aantal mogelijkheden opgelijst. • Het Pygmalion-effect werd o.a. onderzocht door Rosenthal, Zweig en Lane. • Het ontstaan van emoties werd o.a. onderzocht door Schachter, Valins en Speisman. • Over hoe goed je als persoon in je omgeving past (person-environment) gebeurde onderzoek door o.m. Holland, Judge & Kristof en Roberts. • Onderzoek naar hoe een referentieniveau invloed heeft op het gedrag van mensen werd gedaan door o.m. Gregory, Mussweiler & Strack, Englich en Wansink. • Ga je liever zelf op zoek naar een onderwerp dat te maken heeft met de eigenheid (de persoonlijkheid, het karakter …) van mensen? Probeer dan de zoektermen ‘differentiële psychologie’ of ‘persoonlijkheidspsychologie’ op http://scholar.google.com of consulteer een inleiding in de psychologie in de bibliotheek. a Noteer hier eerst en vooral welke bronnen je gebruikte. Gebruik de correcte manier om te refereren. • Bron 1:
•
Bron 2:
•
Bron 3:
b Sta bij volgende vragen zeker stil om na te gaan of je bronnen bruikbaar zijn. Noteer de antwoorden op een overzichtelijke manier, bv. in een tabel met een kolom per bron. • Wie heeft de bron gemaakt? • Welke soort bron is het? • Wanneer werd de bron gemaakt? • Waar is de bron gemaakt? c
Als je die vragen beantwoord hebt, ga dan ook na: • hoe representatief de bron is; • hoe bruikbaar de bron is; • hoe betrouwbaar de bron is; • waarom de bron werd gemaakt.
d Je leerde al eerder over het OVUR-schema. Kies een van je drie bronnen. Beoordeel en verwerk de data uit die bron. Maak een overzichtelijke voorstelling. OVUR stap 5: verwerken van informatie Je beoordeelt en verwerkt de verkregen data. Je maakt een overzichtelijke voorstelling van die data. Meer informatie vind je in Stapstenen.
24
Thema 1 - Zelfkennis: het begin van alle wetenschappelijke wijsheid?
Code
5 Kwantitatief en kwalitatief onderzoek Tot hiertoe hebben we gesproken over de verschillende soorten kennis en over de vereisten waaraan wetenschappelijk onderzoek moet voldoen. Je zal misschien al gemerkt hebben dat wetenschappers op verschillende manieren gegevens verzamelen. Opdracht 11 De volgende onderzoeksvragen gaan over gelijkaardige onderwerpen, maar toch verschillen ze van elkaar. Bespreek welke twee soorten vragen je kan terugvinden en leg uit hoe je tot dat onderscheid gekomen bent. a Hoeveel leerlingen volgen in het vijfde jaar van het middelbaar humane wetenschappen? b Waarom kiezen zij voor die richting? c Is die reden nog dezelfde als in het derde jaar? d Hoe komt het dat deze leerlingen soms onvoldoende studeren? e Hoeveel procent van deze leerlingen slaagt voor het vijfde jaar? f Hoeveel procent van de jongeren is op dieet? g Waarom willen we voldoen aan het schoonheidsideaal?
Wil je hoeveelheden achterhalen (bv. hoeveel rituelen uitgevoerd worden binnen een bepaalde cultuur) dan doe je een kwantitatief onderzoek*. Bij kwantitatief onderzoek kan je aandacht hebben voor absolute cijfers (bv. het aantal doopsels in België) of voor relatieve cijfers (bv. hoeveel procent van de kinderen onder de vijf jaar gedoopt zijn in België). Het kwantitatief onderzoek heeft de volgende kenmerken: • Je kan een gerichte onderzoeksvraag opstellen omdat je al veel voorkennis hebt over het onderwerp. • Je gebruikt een meting om je resultaten te verkrijgen. De resultaten kunnen weergegeven worden in cijfers. • Je gebruikt kwantitatief onderzoek als je het verband tussen twee begrippen wil aantonen. Bijvoorbeeld: het verband tussen ziekteverzuim bij werknemers en het aantal kinderen dat ze hebben. • Kwantitatief onderzoek is in principe objectief. Onder andere de enquête en het experiment zijn kwantitatieve onderzoeksmethodes. Wil je op zoek gaan naar kwaliteiten, eigenschappen of omschrijvingen (bv. de beweegredenen voor een bepaald ritueel) dan is kwalitatief onderzoek* nodig. Het kwalitatief onderzoek heeft de volgende kenmerken: • Vaak is de onderzoeksvraag breed omdat je weinig voorkennis hebt en je de uitkomst van het onderzoek dus ook minder goed kan voorspellen. • De bevindingen zijn gebaseerd op interpretaties en niet allemaal exact vast te leggen. • Je tracht gedrag of andere verschijnselen te begrijpen door te onderzoeken wat de aard, de waarde en/of de eigenschappen zijn van je onderzoeksonderwerp. • Hoewel je ook in dit geval probeert zo objectief mogelijk te zijn, is dat vaak onmogelijk omdat je eigen mening en kennis onbewust toch een rol gaan spelen. Het interview en de participerende observatie zijn voorbeelden van kwalitatief onderzoek.
Code
Hoofdstuk 1 - De verschillende benaderingen van eigenheid
25
6 Praktische toepassingen van de wetenschappelijke benadering van onze eigenheid De wetenschappelijke benadering lijkt misschien een ver-van-mijn-bedshow. Toch vind je er in het dagelijkse leven veel toepassingen van terug. Hieronder bespreken we enkele voorbeelden.
6.1 Psychodiagnostiek, ook op school Wanneer je wil vaststellen welke richting iemand aan zijn leven wil geven, dan kan je een beroep doen op je intuïtieve kennis van de wereld, maar allicht voel je meteen aan dat dit weinig zoden aan de dijk brengt. Om iemand goed te kunnen begeleiden en waar nodig advies te geven doe je het best een beroep op wetenschappelijk gestaafde kennis en onderbouwd testmateriaal. Berna zit in het vierde middelbaar en voelt zich niet helemaal goed in haar vel. ‘s Avonds raakt ze maar moeilijk in slaap omdat ze piekert. Daardoor voelt ze zich overdag moe en lusteloos. Ze vraagt zich af of ze wel de juiste studierichting gekozen heeft en of haar vriendinnen haar wel leuk vinden. Omdat haar slechte gevoel niet over gaat en ze er met niemand uit haar omgeving over durft praten, klopt ze aan bij de CLB-medewerkster van de school. Die luistert eerst naar Berna’s verhaal en stelt doelgerichte vragen om meer te weten te komen over de problematiek. Vervolgens laat ze Berna een vragenlijst invullen over haar gevoelens en ervaringen van de afgelopen weken. Tot slot laat ze Berna een test maken over haar interessegebieden. Op die manier krijgt de CLB-medewerkster al een eerste beeld van Berna, waarop ze haar verdere begeleiding kan afstemmen.
6.2 Selectieprocedure: m/v met talent Als een bedrijf iemand nieuw wil aannemen, dan wil het natuurlijk de meest geschikte kandidaat voor de job vinden. Het is onmogelijk om in een gesprek alle benodigde vaardigheden en capaciteiten na te gaan. Daarom beschikt de selectiepsycholoog over een hele batterij aan wetenschappelijke tests die vaardigheden, karaktertrekken en eigenschappen meten. Zo kan de beste kandidaat objectief gevonden worden. Een computerbedrijf is op zoek naar iemand die een team van softwareontwikkelaars kan aansturen. De persoon moet zelf iets afweten van software, maar moet ook leiding kunnen geven aan zijn team en contact onderhouden met zijn meerderen. Dit jaar moet het team heel wat deadlines halen, dus de nieuwe werknemer moet stressbestendig zijn en stipt kunnen werken. Om na te gaan of de kandidaten voldoen aan die voorwaarden, maakt het bedrijf gebruik van verschillende methodes. Eerst testen ze of de kandidaten over de nodige vaardigheden beschikken voor het werken met software. Daarnaast doen ze een persoonlijkheidstest om vast te stellen of de kandidaat past binnen de bedrijfscultuur. Op basis daarvan maken ze een eerste selectie. De geselecteerde kandidaten worden een tweede keer uitgenodigd. Eerst moeten ze een rollenspel spelen om na te gaan hoe hun mensenkennis en stressbestendigheid is. Daarna heeft het bedrijf een gesprek met elk van de kandidaten waarbij ze dieper ingaan op de elementen die al naar boven zijn gekomen, maar waarbij ze ook stilstaan bij nieuwe informatie. Hierbij stellen ze de kandidaten gerichte vragen en proberen ze objectief te luisteren.
Opdracht 12 Maak een begrippenlijst van dit hoofdstuk. Doe dat ook voor de volgende hoofdstukken.
26
Thema 1 - Zelfkennis: het begin van alle wetenschappelijke wijsheid?
Code