Skip to main content

Code Gedragswetenschappen 4 (KathOndVla) Voorbeeldpagina's

Page 1

Thema 1

Interactie en gedrag

Code Gedrag 4 VO_LWB.indb 9

2/06/17 12:05


Hoofdstuk 1

?

om r a a w n e ik e o d t a W

1 Wat is interactie? ............................................................................................................................................................................................................... 12

1.1 Het begrip interactie ................................................................................................................................................................................................. 12

1.2 Componenten van interactie .............................................................................................................................................................................. 14

2 Gedrag ....................................................................................................................................................................................................................................... 17

2.1 Gedrag als gevolg van interactie ...................................................................................................................................................................... 17

2.2 Gedrag verschilt van persoon tot persoon ................................................................................................................................................. 19

Na dit hoofdstuk kan je … £ beschrijven uit welke componenten interactie bestaat; £ deze componenten herkennen in voorbeeldsituaties; £ aan de hand van een voorbeeld uitleggen hoe gedrag ontstaat; £ verduidelijken hoe gedrag in interactie wordt beïnvloed door socioculturele factoren; £ een voorbeeld geven van de invloed die socioculturele factoren uitoefenen op gedrag in interactie.

Code Code Gedrag 4 VO_LWB.indb 11

Hoofdstuk 1 - Wat doe ik en waarom?

11 2/06/17 12:05


INTRO Stel je voor: het is 1 september en je start op een nieuwe school. Wanneer je aankomt op de speelplaats ken je niemand. Een groepje leerlingen verderop ziet er wel leuk uit. Je stapt op hen af. Ze zijn druk bezig met praten, maar wanneer je bij hen gaat staan, barsten ze in lachen uit. Hoe zou jij reageren? Bespreek dit in de klas. Niet iedereen reageert op dezelfde manier. Waarom denk je dat anderen zo reageren?

1  Wat is interactie? 1.1  Het begrip interactie • • •

Jeppe (0;6) ligt in zijn wiegje. Wanneer mama hem kriebelt en geluidjes maakt, kirt hij van plezier. Een automobilist stopt aan het zebrapad waar jij wacht. Je zwaait beleefd en steekt over. Wanneer papa aan Maaike vraagt hoe het op school was, negeert ze hem en gaat ze meteen naar haar kamer. Papa roept haar droog na: ‘Klinkt als een topdag!’

In de drie voorbeeldsituaties is er een wisselwerking tussen twee mensen. Wisselwerking noemen we ook interactie. Het gaat om meer dan gewoon vraag en antwoord. Je hoeft je zelfs niet in dezelfde ruimte te bevinden om te interageren. Interacties verlopen ook digitaal, bijvoorbeeld via Facebook, Snapchat, Instagram … Als je er eens even bij stilstaat, besef je al snel dat we bijna non-stop in interactie zijn met elkaar.

12

Thema 1 - Interactie en gedrag

Code Gedrag 4 VO_LWB.indb 12

Code 2/06/17 12:05


Interactie* is wederzijdse werking op elkaar. In de humane wetenschappen verwijst deze term naar de manier waarop mensen (en groepen) onderling handelen, op elkaar reageren en elkaar bewust of onbewust beïnvloeden. Het woord interactie komt van de Latijnse woorden inter (tussen, tussenin) en agere (handelen). Opdracht 1 Interactie beperkt zich niet tot mensen. Je kan ook interageren met dieren of robots. Lees de onderstaande tekst en beantwoord daarna de vragen.

Trouwe hondenblik is geen inbeelding Het gezegde ‘een hond hebben is een kind hebben’ valt letterlijker te nemen dan gedacht. Een hond die oogcontact maakt, roept bij ons dezelfde binding op als een kind. Tegelijk bindt de hond zich nog meer aan zijn baasje. Een baby die je in de ogen kijkt, roept automatisch vertedering op. Zo’n blik versterkt, net als aanrakingen, de band tussen moeder en kind, omdat hij het ‘knuffelhormoon’ oxytocine vrijstelt. Oxytocine versterkt bij alle zoogdieren de band tussen ouders en kinderen. Maar er is één speciaal geval, rapporteert een groep Japanse onderzoekers in Science: het mechanisme werkt ook tussen mensen en honden. Met wolven werkt het niet, zelfs niet als ze door mensen zijn grootgebracht. Dat mensen en honden in staat zijn om die hormonale reactie bij elkaar op te roepen, helpt verklaren waarom honden ‘de beste vrienden van de mens’ geworden zijn, met een heel andere status dan de rest van het vee dat door de mens gedomesticeerd is. Het is trouwens niet de enige interactie waarin honden heel

dicht bij ons staan. Ze zijn al van jongs af opvallend goed in staat om onze gebaren te interpreteren, ze begrijpen ons zelfs als we wijzen. Chimpansees, die evolutionair nochtans heel wat dichter bij ons staan, hebben het daar moeilijker mee. Ook de richting van onze blik kunnen honden heel goed volgen.

Uit: Van Dooren, P. (2015, 20 april). Trouwe hondenblik is geen inbeelding. De Standaard. Geraadpleegd via http://www.standaard.be

a

Wat is oxytocine? Welk effect heeft het op de interactie tussen mens en hond?

b

Interactie definiëren we als ‘een wederzijdse werking op elkaar’. Geef drie voorbeelden uit de tekst van interactie tussen mens en hond.

Code Code Gedrag 4 VO_LWB.indb 13

Hoofdstuk 1 - Wat doe ik en waarom?

13 2/06/17 12:05


1.2  Componenten van interactie Interactie is een complex begrip dat bestaat uit meerdere componenten of onderdelen: • waarneming/perceptie: een activiteit waarbij de hersenen prikkels selecteren en interpreteren; • gedachte/begrip: een mentale voorstelling op basis van de verwerking van prikkels, die helpt om de wereld rondom ons te vatten; • geheugen: de verzameling van gedachten die opgeslagen zit in onze hersenen; • fantasie: het vermogen om je iets te verbeelden dat er (nog) niet is. Kijk terug naar de situatie in de intro. We vinden de vier componenten van interactie daarin ook terug. Interactie component

voorbeeld

waarneming/perceptie Ik zie …

‘Daar staat een groepje te lachen.’

gedachte/begrip Ik denk …

‘Hé, dat ziet er een leuk groepje uit!’ ‘Pfff, die zijn veel te stoer voor mij …’

geheugen Ik herinner …

‘Die keer op vakantie heb ik ook veel nieuwe vrienden gemaakt.’ ‘Als ze gaan lachen met mij zoals die ene keer …’

fantasie Ik stel me voor dat …

‘Misschien luisteren ze naar dezelfde muziek als ik?’ ‘Wedden dat ze me belachelijk vinden?!’

Onze interacties met elkaar worden beïnvloed door wat we zien, denken, ons herinneren en ons voorstellen. Dit verschilt van persoon tot persoon, van dag tot dag. De ene is een optimist en heeft meer aandacht voor positieve prikkels, kan leukere herinneringen oproepen en ziet de wereld door een roze bril. De andere is wat pessimistischer, is snel terneergeslagen en bekijkt de wereld met de nodige argwaan. Het spreekt voor zich dat al deze componenten ervoor zorgen dat we allemaal anders reageren. Opdracht 2 Lees de onderstaande situaties en ontleed telkens de interactie. Noteer de componenten op de juiste plaats in de tabel. a Wanneer Bjorn (23) merkt dat zijn ex in dezelfde trein zit, wil hij een wagon verder gaan zitten. Toen ze elkaar de vorige keer toevallig tegenkwamen, zijn er zware woorden gevallen. Daar heeft hij nu geen zin in … Interactie component

voorbeeld

waarneming/perceptie

gedachte/begrip

geheugen

fantasie

14

Thema 1 - Interactie en gedrag

Code Gedrag 4 VO_LWB.indb 14

Code 2/06/17 12:05


b ‘Waarom overkomt mij dit altijd?’ zucht Norah (16;8). Na een avondje uit met haar vriendinnen merkt ze dat haar portemonnee weg is. Vorige week werd haar jas gestolen. Interactie component

voorbeeld

waarneming/perceptie

gedachte/begrip

geheugen

fantasie

c ‘Deze keer gaan we winnen! Ik voel het!’ Yuseph (18;3) zit op het puntje van de zetel. Het is nog vijf minuten voor de match gedaan is en de Rode Duivels staan 1-0 voor. Interactie component

voorbeeld

waarneming/perceptie

gedachte/begrip

geheugen

fantasie

Code Code Gedrag 4 VO_LWB.indb 15

Hoofdstuk 1 - Wat doe ik en waarom?

15 2/06/17 12:05


Opdracht 3 Duid in de onderstaande voorbeelden de verschillende componenten van interactie in kleur aan: waarneming/perceptie (blauw); gedachte/begrip (groen); geheugen (rood); fantasie (zwart). Let op, er ontbreekt altijd één component. Vul die ontbrekende component zelf aan. a Het begint te schemeren buiten. Ik zal mijn fietsverlichting alvast aansteken, denkt Melissa. Toen ze vorige week zonder lichten reed, kreeg ze een waarschuwing van de politie. •

Onderlijn de verschillende componenten in de juiste kleur.

•

Welke component ontbreekt er?

•

Vul de ontbrekende component zelf aan.

b Steve schiet in paniek. ‘Stel je voor dat we opnieuw te laat komen’, zegt hij gestresseerd tegen zijn klasgenoot. Het volgende lesuur gaat bijna beginnen en ze moeten nog een heel eind stappen naar de klas. ‘Komaan, we moeten ons haasten!’ roept hij al lopend. •

Onderlijn de verschillende componenten in de juiste kleur.

•

Welke component ontbreekt er?

•

Vul de ontbrekende component zelf aan.

c Amandine ziet dat er nog maar 51 euro op haar rekening staat. Ze dacht dat ze al meer geld gespaard had. Misschien kan ze over twee maanden een nieuw longboard kopen. •

Onderlijn de verschillende componenten in de juiste kleur.

•

Welke component ontbreekt er?

•

Vul de ontbrekende component zelf aan.

16

Thema 1 - Interactie en gedrag

Code Gedrag 4 VO_LWB.indb 16

Code 2/06/17 12:05


2 Gedrag 2.1  Gedrag als gevolg van interactie Vorig jaar leerde je al dat gedrag een reactie is op prikkels. Het proces achter ons gedrag bestaat uit drie fasen: • het verwerven van prikkels of stimuli (S); • het verwerken van die stimuli binnenin het organisme (O); • het reageren op die stimuli (R).

S(timulus)

O(rganisme)

R(eactie)

Opdracht 4 Hieronder staan vijf situaties omschreven. Bepaal telkens wat de prikkel is, wat er gebeurt in het organisme en wat de reactie is. S

O

R

Papa gaat naar boven wanneer de kleine Melanie huilt.

Joachim opent de koelkast en neemt een blikje cola.

Warayana roept: ‘Laat mij met rust!’

Als tussendoortje kiest Runar een banaan in plaats van een zakje snoep.

Shana huilt tijdens de afscheidsdienst van haar opa.

Code Code Gedrag 4 VO_LWB.indb 17

Hoofdstuk 1 - Wat doe ik en waarom?

17 2/06/17 12:05


Opdracht 5 Bekijk de cartoon van Eva Mouton en vul het SOR­schema van de situaties aan.

© Eva Mouton

18

Thema 1 - Interactie en gedrag

Code Gedrag 4 VO_LWB.indb 18

Code 2/06/17 12:05


2.2 Gedrag verschilt van persoon tot persoon Opdracht 6 Hieronder zie je verschillende foto’s. Bespreek in de klas de mogelijke reacties op deze prikkels. Leg uit waar deze reacties vandaan komen.

Je merkt het al: niet iedereen reageert op dezelfde manier. Bij wie bijvoorbeeld hoogtevrees heeft, zal de foto van de berg eerder angst uitlokken. Iemand anders zal de foto misschien associëren met een leuke vakantie in de Franse Alpen. Hoewel het om dezelfde stimuli gaat, lokken ze verschillende reacties uit. De betekenis die we geven aan een stimulus (en niet de stimulus op zich) bepaalt met andere woorden hoe we zullen reageren en interageren. Om te weten te komen welke betekenis iemand aan een stimulus geeft, moeten we ons baseren op hun reactie op die stimulus, want wat er in personen omgaat, kunnen we nooit met zekerheid zeggen. SINAASAPPELS Blinden die door een operatie kunnen zien, moeten leren om een betekenis toe te kennen aan wat ze zien. Ze zien bijvoorbeeld een oranje ding met putjes in, maar herkennen het pas als een sinaasappel als ze het ook kunnen vastnemen, want hun tastzin kent een sinaasappel wél.

Code Code Gedrag 4 VO_LWB.indb 19

Hoofdstuk 1 - Wat doe ik en waarom?

19 2/06/17 12:05


Opdracht 7 Lees aandachtig de verschillende voorbeelden rond culturele verschillen. Hoe reageer jij? Of wat betekent het voor jou? voorbeeld

Hoe doe jij dit?/Wat betekent het voor jou?

Om elkaar te groeten maken ze in Japan een diepe buiging. Wanneer je in Italië je duim en wijsvinger tegen elkaar houdt, betekent dit ‘nul’ of ‘niets’. Om ‘ja’ te zeggen, trekken ze in Tonga (Polynesisch eiland) de wenkbrauwen op. Wanneer je in China je eten slurpend naar binnen werkt, betekent dit dat je het lekker vindt. De betekenis die mensen geven aan opgevangen prikkels wordt beïnvloed door hun omgeving. Zoals je vorig jaar al leerde, is gedrag een functie van de persoon en de omgeving. Psychologen geven die wisselwerking weer met de formule G = f(P x O) G staat voor gedrag, P voor persoonskenmerken en O voor omgevingskenmerken. Wie je bent en hoe je je gedraagt wordt dus beïnvloed door allerlei factoren, zoals je opleiding, het sociaal milieu waarin je opgroeit, de plaats waar je woont, je levensbeschouwing ... • • • •

Voor Sem (10) zijn kant-en-klare maaltijden dagelijkse kost. Zijn ouders werken in ploegen en komen er bijna niet toe om vers te koken. Wanneer hij bij een vriendje blijft eten, trekt hij zijn neus op voor de rauwkost die hij op zijn bord krijgt. Voor het slapengaan geeft Evert (40) zijn kinderen een kruisje op hun voorhoofd. Hij is christelijk opgevoed en wil zijn geloof meegeven aan zijn kinderen. Charlotte (13) vindt het niet eerlijk. Haar beste vriendin heeft een televisie op haar kamer en zij krijgt er geen van haar ouders. Haar mama en papa vinden het maar asociaal als ieder apart op zijn kamertje tv gaat zitten kijken. Josefien (20) is lesbisch en heeft al een tijdje een vriendin. Het gaat goed tussen hen. Ze heeft zelfs haar schoonouders al ontmoet! Zelf durft ze haar ouders niet te vertellen over haar relatie. Ze weet hoe conservatief ze zijn.

Opdracht 8 In het onderstaande voorbeeld reageren mama en papa op hun huilend zoontje. Gebruik de formule G = f(P x O) om hun reactie te analyseren. Wanneer zijn zoontje huilt, roept Nathan meteen dat het genoeg is. Hij heeft een opvliegend temperament en groeide zelf op in een gezin waar huilen als een teken van zwak werd gezien. Normaal reageert mama Esther, rustig van aard, eerder troostend. Vandaag had ze echter een zware dag op het werk. Een huilend kind kan er nu echt niet meer bij. Ze gaat even naar buiten om tot rust te komen.

20

Thema 1 - Interactie en gedrag

Code Gedrag 4 VO_LWB.indb 20

Code 2/06/17 12:05


Opdracht 9 Ons gedrag wordt beïnvloed door veel factoren. Lees de onderstaande tekst en beantwoord daarna de vragen.

Denken aan een ander stimuleert goed gedrag Alleen al de gedachte aan een ander is genoeg om goed gedrag te stimuleren. Als we denken aan ouders of onze partner worden we eraan herinnerd hoe het eigenlijk hoort. Dit blijkt uit onderzoek van Janneke Joly. Stel, je loopt alleen in het park en hebt net een blikje frisdrank leeggedronken. Een afvalbak is in geen velden of wegen te bekennen. Net wanneer je overweegt het blikje in de struiken te gooien, bedenk je dat je moeder dit niet goed zou vinden. Grote kans dat je besluit toch maar even verder te zoeken. Zelfs wanneer er geen andere mensen in de buurt zijn, kunnen wij ons verplicht voelen normen na te leven. Anderen zetten ons ertoe aan op specifieke momenten een bepaalde norm belangrijk te vinden. Dit kan volgens Joly op drie manieren. Fysieke aanwezigheid We hebben allemaal geleerd dat je in de bibliotheek stil hoort te zijn. Joly concludeert dat je deze norm belangrijker zult vinden wanneer je in de bibliotheek wordt omringd door andere mensen. Op deze manier bepaalt de fysieke aanwezigheid van mensen dat het belang van de norm ‘je bent stil in de bibliotheek’ wordt vergroot. Ook wanneer anderen niet lichamelijk aanwezig zijn, maar hun aanwezigheid verraden door bijvoorbeeld een gedekte tafel in een restaurant, word je aangespoord om de heersende normen na te leven. De herinnering aan de norm ‘met mes en vork eten’ zal sterker bij je naar voren komen wanneer andere mensen aanwezig zijn of lijken te zijn. De verpersoonlijkte norm Het is ook mogelijk dat een individueel persoon

sterk wordt geassocieerd met één specifieke norm. Een dergelijk ‘normatief symbool’ is bijvoorbeeld Sinterklaas. Wanneer kinderen de mijter of het grote boek van de Sint zien, delen zij meer snoepjes met andere kinderen en vinden zij dat ook fijner om te doen. Een proef die Joly met kleuters uitvoerde, wees uit dat zij de goedheiligman associëren met de norm ‘eerlijk delen’. In gedachten Verder concludeert Joly dat alleen al ‘mentale representatie’ van onbekende mensen of juist van vrienden of familie het normbesef vergroten. De fysieke aanwezigheid van mensen of de aanwezigheid van de restanten van hun gedrag zijn niet noodzakelijk om normen te benadrukken. Herinneringen aan mensen blijken al voldoende om ze tot normconformerend gedrag te stimuleren. Kortom, wanneer je dénkt aan je moeder, ben je direct al meer geneigd de algemene sociale regels na te leven.

Uit: Rijksuniversiteit Groningen (2008, 18 maart). Denken aan een ander stimuleert goed gedrag. Kennislink. Geraadpleegd via http://www.kennislink.nl

Code Code Gedrag 4 VO_LWB.indb 21

Hoofdstuk 1 - Wat doe ik en waarom?

21 2/06/17 12:06


a Onderzoekster Joly somt drie manieren op waarop anderen ons gedrag beĂŻnvloeden. Welke drie manieren zijn dit?

b Bedenk voor elke manier een eigen voorbeeld.

c Stel: je bent leerkracht in het vierde jaar Humane wetenschappen. Je wil graag dat je leerlingen thuis op een verzorgde manier hun huiswerk maken. Op welke manier zou je vanuit de klas ervoor kunnen zorgen dat ze dit thuis ook effectief doen? Gebruik een van de drie manieren die Joly in haar onderzoek beschrijft.

Opdracht 10 Maak een begrippenlijst voor dit hoofdstuk. De bijhorende definities vind je in het leerwerkboek of zoek je op in een betrouwbare bron. Vermeld zeker de woorden met een sterretje. Je mag ook andere moeilijke of nieuwe woorden toevoegen. Werk je begrippenlijst na elk hoofdstuk bij. Zo heb je een goede houvast voor je examen. Meer informatie over een begrippenlijst maken vind je bij het onlinelesmateriaal. Opdracht 11 Maak de inhoud van dit hoofdstuk inzichtelijk. Hiervoor kan je kiezen voor een samenvatting, een mindmap of een schema. Bij het onlinelesmateriaal vind je meer uitleg over hoe je dat aanpakt. Doe dit voor alle hoofdstukken.

22

Thema 1 - Interactie en gedrag

Code Gedrag 4 VO_LWB.indb 22

Code 2/06/17 12:06


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Code Gedragswetenschappen 4 (KathOndVla) Voorbeeldpagina's by VAN IN - Issuu