Skip to main content

Code Gedragswetenschappen 4 GO! Voorbeeldpagina's

Page 1

Thema 1

Je hebt praten en praten

Code Gedrag 4 GO_LWB.indb 7

14/08/17 16:22


er

e k r e v l a ia c o s t e h in Word een heer

Hoofdstuk 1

1 Herhaling ................................................................................................................................................................................................................................. 10 2 Anderen als spiegel voor het zelf ........................................................................................................................................................................ 13

2.1 Interactie geeft betekenis aan je gedrag ..................................................................................................................................................... 13

2.2 Interactie beïnvloedt de ontwikkeling van je mogelijkheden ........................................................................................................ 15

2.3 Interactie beïnvloedt je zelfbeeld en je gevoel van eigenwaarde ............................................................................................... 17

2.3.1 Je zelfbeeld en je zelfwaardering .......................................................................................................................................................... 17

2.3.2 Je interpersoonlijke zelf ............................................................................................................................................................................... 19

2.4 Interactie zet aan tot metacommunicatie ................................................................................................................................................... 22

3 Basiscommunicatievaardigheden ....................................................................................................................................................................... 23

3.1 Het belang van feedback ....................................................................................................................................................................................... 23

3.2 Actief luisteren .............................................................................................................................................................................................................. 27

3.2.1 Verbaal actief luisteren ................................................................................................................................................................................. 28

3.2.2 Non-verbaal actief luisteren ..................................................................................................................................................................... 30

3.3 Assertief zijn ................................................................................................................................................................................................................... 31

3.4 De ik-boodschap ........................................................................................................................................................................................................  34

4 Mechanismen die een rol spelen bij perceptie ......................................................................................................................................... 36

4.1 Eerste indruk .................................................................................................................................................................................................................. 36 4.2 Stereotiep denken ...................................................................................................................................................................................................... 37

4.3 Attribueren ...................................................................................................................................................................................................................... 38

Na dit hoofdstuk kan je … £  de elementen in het communicatieproces aan de hand van een voorbeeld beschrijven; £  mogelijke referentiekaders opsommen; £  de invloed van referentiekaders op interactie en communicatie illustreren; £  het effect van het zelfbeeld op het eigen gedrag illustreren; £  basiscommunicatievaardigheden herkennen; £  basiscommunicatievaardigheden toepassen in concrete situaties. £  het effect van de eerste indruk, stereotiep denken en het maken van attributies op de perceptie van persoonlijkheidskenmerken beschrijven.

Code

Code Gedrag 4 GO_LWB.indb 9

Hoofdstuk 1 - Word een heer in het sociaal verkeer

9 14/08/17 16:22


INTRO Bij het onlinelesmateriaal vind je een reclamespot. Bekijk die en beantwoord daarna de vragen. a Verklaar de reactie van de bezoekers.

b Het is duidelijk dat de bezoekers er een overdreven (negatief) beeld van een groep mensen opna houden. Welke term gebruiken we om dit overdreven beeld te benoemen?

c

Welke dergelijke overdreven beelden ken je nog? Organiseer je antwoorden in onderstaande tabel. overdreven positieve beelden

overdreven negatieve beelden

Je leeft samen met anderen: je communiceert en interageert voortdurend. Dat communicatie en interactie belangrijk zijn, leerde je al in het derde jaar. Ze geven je onder andere de mogelijkheid om datgene wat je belangrijk vindt mee te delen aan anderen. Je vrienden komen zo te weten hoe je denkt en wat je voelt. Datgene wat je wil communiceren kan gekleurd zijn of kan door de ander op een foutieve manier geïnterpreteerd woren. Zo kan miscommunicatie ontstaan. Denk maar aan het filmpje uit deze intro.

1 Herhaling In het derde jaar leerde je dat ieder van ons behoeften heeft: een bewust gemis of een verlangen naar wat ontbreekt. De Amerikaanse psycholoog Abraham Maslow (1908-1970) onderscheidde vijf behoeften en rangschikte die in een piramide. Volgens Maslow streeft iedereen naar de behoefte om zichzelf te ontplooien. Die behoefte wordt pas ‘actief’ als je een aantal voorafgaande behoeften uit de piramide reeds invulde. DE HUMANISTISCHE PSYCHOLOGIE Maslow was een humanistisch psycholoog: hij benaderde de mens als een uniek en gemotiveerd persoon. Die visie heeft te maken met de periode waarin de humanistische psychologie ontstond: na de Tweede Wereldoorlog, in een periode van economische wederopbouw. De samenleving had toen creatieve talenten nodig.

10

Thema 1 - Je hebt praten en praten

Code Gedrag 4 GO_LWB.indb 10

Code

14/08/17 16:22


Opdracht 1 Bekijk de onderstaande tabel. a Schrijf de vijf behoeften die Maslow onderscheidde in de rechtse tabel. Let erop dat de behoeften in de juiste volgorde staan: de eerste behoefte is degene die in de piramide van Maslow bovenaan staat. b Verbind nu de voorbeelden in de linkse tabel aan de juiste behoefte. Dat doe je door in de onderste tabel cijfers te schrijven. voorbeeld

behoefte

A

Kaileigh (17) besteedt elke vrije minuut aan het inoefenen van dansmoves. Ze wil volgend jaar een plaats bemachtigen in het conservatorium.

1

B

Devon (14) doet een dutje. Hij is net terug van een tweedaagse teambuildingsactiviteit met de klas. Tof, maar hij miste toch behoorlijk wat slaap.

2

C

Suus (12) vindt het tof om ’s avonds te whatsappen. Samen met haar vriendinnen heeft ze een eigen groepje. De gesprekken hebben weinig inhoudelijke waarde, maar toch kan Suus de praatjes niet missen.

3

D

Lou (3) glundert als hij van papa een dikke ‘bravo’ krijgt omdat hij zijn vieruurtje zonder morsen kon eten.

4

E

Maandelijks houdt Lut (32) wat geld opzij. ‘Je weet nooit wat je toevallig kan overkomen. Ik weet liever op voorhand dat ik wat extra centen heb staan, mocht het nodig zijn.’

5

A

B

C

D

E

c Denk terug aan de voorbije (les)dag. Hoe gebruikte je communicatie om aan deze behoeften te voldoen? In het derde jaar bekeken we ook het onderstaande communicatiemodel. Dit jaar gaan we daar dieper op in. boodschap codeert ZENDER

ONTVANGER decodeert feedback

Eerst ontdek je dat het rekening houden met dit model tijdens het communiceren belangrijk is. Goed communiceren levert immers heel wat voordelen voor jezelf op. We gaan dieper in op de aspecten die het coderen van een boodschap door de zender en het decoderen van een boodschap door de ontvanger bepalen. Daarna leer je hoe je efficiënt kan communiceren. Je oefent tal van communicatievaardigheden in en je leert stil te staan bij fenomenen die objectief communiceren en interageren in de weg kunnen staan.

Code

Code Gedrag 4 GO_LWB.indb 11

Hoofdstuk 1 - Word een heer in het sociaal verkeer

11 14/08/17 16:22


Opdracht 2 Ken je de leerstof van vorig jaar nog? a Verbind de begrippen uit het communicatiemodel met hun correcte omschrijving. omschrijving

begrip

A

de plaats, het tijdstip, de actoren enzovoort

1

zender

B

het omzetten van een boodschap in betekenisvolle informatie

2

boodschap

C

de reactie die de ontvanger op een boodschap geeft

3

ontvanger

D

stuurt een boodschap naar een ontvanger

4

feedback

E

alle mogelijke storingen die de communicatie negatief beïnvloeden

5

context

F

datgene wat de zender wil overbrengen

6

ruis

G

communicatie zonder feedback van de ontvanger

7

eenzijdige communicatie

H

ontvangt een boodschap en stuurt soms een respons terug

8

tweezijdige communicatie

I

het kiezen van een manier waarop een boodschap vertaald kan worden (klanken, schrijftekens enz.)

9

coderen

J

communicatie met feedback van de ontvanger

10

decoderen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

b Analyseer je laatste e-mail. Beschrijf de begrippen uit het communicatiemodel aan de hand van het bericht. • Zender: • Boodschap: • Ontvanger: • Feedback: • Context: • Ruis:

‘Mensen communiceren omdat ze het niet kunnen laten. Ze kunnen niet zonder en ze kunnen niets zonder.’ Frank Oomkes

12

Thema 1 - Je hebt praten en praten

Code Gedrag 4 GO_LWB.indb 12

Code

14/08/17 16:22


2  Anderen als spiegel voor het zelf Communicatie* is het overbrengen van informatie van een zender naar een ontvanger.

Interactie* is wederzijdse werking op elkaar. In de humane wetenschappen verwijst deze term naar de manier waarop mensen (en groepen) onderling handelen, op elkaar reageren en elkaar bewust of onbewust beïnvloeden. Interactie is dus een iets ruimer begrip dan communicatie. Dat interactie belangrijk is voor je, merk je wellicht dagelijks op: samen met je beste maat genieten van de fietsrit naar huis, te rade gaan bij een klasgenoot die jou wat tips kan geven om de volgende keer je spreekbeurt wat meer pit te geven, genieten van een compliment van de leerkracht, een gesprek voeren met je ouders over jouw idee over vrijetijdsbesteding, je kleine zus haar eerste woordjes leren door samen in boekjes te lezen, enzovoort. Interactie heeft vier functies, die we in dit onderdeel zullen bespreken. • Interactie geeft betekenis aan je gedrag (2.1); • Interactie speelt een rol in de ontwikkeling van je mogelijkheden (2.2); • Interactie beïnvloedt je zelfbeeld en zelfwaardering (2.3); • Interactie zet aan tot metacommunicatie (2.4).

2.1  Interactie geeft betekenis aan je gedrag Opdracht 3 Hoe goed pas jij het communicatiemodel toe? Hou je rekening met de context en met mogelijke ruis? Op welke manier tracht je je boodschap zo duidelijk mogelijk over te brengen? Analyseer de filmpjes die de leerkracht je toont. Ga in gesprek. Een ogenschijnlijk eenvoudige situatie kan tot uiteenlopend gedrag leiden omdat de betrokkenen vanuit een ander perspectief (met andere ogen) naar de situatie kijken. Elke persoon analyseert en interpreteert een situatie vanuit een eigen denkkader, vanuit een eigen standpunt. Dit denkkader duiden we voortaan aan met de term referentiekader. Als zender en ontvanger een andere referentiekader hebben, kan er miscommunicatie ontstaan.

Code

Code Gedrag 4 GO_LWB.indb 13

Hoofdstuk 1 - Word een heer in het sociaal verkeer

13 14/08/17 16:22


Een referentiekader* is het geheel van alle normen en waarden die bepalen hoe je je gedraagt of hoe je iets of iemand beoordeelt. Onlangs was ik op een trouwfeest. Mijn vriend Bert (28) trouwde er met de Russische Nastia (26). Op het trouwfeest waren heel wat internationale vrienden uitgenodigd. Al bij het begroeten viel het me op: andere culturen, andere gewoonten. De Fransen gaven me twee kussen, ik wou er eigenlijk drie geven. En daar waar onze Belgische cultuur het op trouwpartijen meestal houdt bij sketches door de dichtste vrienden, heeft het Russische volk andere gewoonten. Zo was Nastia plots verdwenen en moest Bert haar aan de hand van tips proberen te vinden. Het voelde heel anders, maar daarom niet minder leuk aan.

Onze referentiekaders hebben we gemeenschappelijk met die mensen die dezelfde socialisatie kennen. Socialisatie kleurt onze ervaringen. Socialisatie* is een proces waarbij iemand de waarden, normen en andere cultuurkenmerken (zoals symbolen) van een groep leert. Opdracht 4 De leerkracht geeft je een aantal artikels. Omschrijf telkens kort waardoor het gedrag beïnvloed wordt. Noteer bovendien welke onderzoeksmethode de onderzoeker gebruikte. Bij het onlinelesmateriaal vind je meer uitleg over de verschillende onderzoeksmethoden. a Artikel 1 •

Beïnvloeding gedrag:

•

Onderzoeksmethode:

b Artikel 2 •

Beïnvloeding gedrag:

• c

Onderzoeksmethode:

Artikel 3 •

Beïnvloeding gedrag:

•

14

Onderzoeksmethode:

Thema 1 - Je hebt praten en praten

Code Gedrag 4 GO_LWB.indb 14

Code

14/08/17 16:22


d Artikel 4 •

Beïnvloeding gedrag:

•

Onderzoeksmethode:

e Artikel 5 •

Beïnvloeding gedrag:

•

Onderzoeksmethode:

Ons referentiekader kleurt ons gedrag. Maar welke elementen rekenen we tot ons referentiekader? Wie of wat heeft een invloed op ons gedrag?

2.2  Interactie beïnvloedt de ontwikkeling van je mogelijkheden Opdracht 5 Denk zelf even na. Waarin helpt jouw sociale omgeving je verder ontwikkelen? Hoe helpen anderen je hierbij?

In het derde jaar verkenden we al je eigen ontwikkeling. Zo kwam je te weten dat de ontwikkelingspsychologie verandering en stabiliteit tijdens de levensloop bestudeert en dat de sociale omgeving een grote rol speelt bij het richting geven van je ontwikkeling. •

•

Chaz (2) praat vloeiend. Oké, hij maakt nog heel wat fouten tegen de zinsbouw en de vervoeging van werkwoorden, maar hij praat al meer verstaanbaar en zegt al meer woorden dan zijn beste vriend Mon (2). De mama van Mon vindt dit niet zo heel vreemd. Boekjes lezen en liedjes zingen, dat doet ze niet graag. Veel liever knutselt ze samen met haar peuter. Ze stimuleert haar zoon dus minder op het vlak van taalverwerving, maar eerder op het vlak van de motoriek. Jayden (14) had geen gemakkelijke jeugd. Hij groeide op in een voorziening en vond pas drie jaar geleden zijn vaste stek in een pleeggezin. Tussen zijn tijd in de instelling en dit pleeggezin, groeide hij op bij familieleden en andere gastgezinnen. Vrienden maken vindt hij niet gemakkelijk. Anderen vertrouwen, lief en leed delen: hij heeft het er moeilijk mee.

Loopt het ook wel eens fout? Dat gebeurt. Voor elk leren bestaan er zogenaamde gevoelige periodes. Een gevoelige periode* is een periode waarin organismen extra gevoelig zijn voor omgevingsinvloeden die betrekking hebben op een bepaald aspect van hun ontwikkeling. Als de invloed vanuit de omgeving eerder beperkt blijft tijdens een gevoelige periode, gebeurt het leren minder goed. Doorheen de geschiedenis werden tal van experimenten uitgevoerd om het bestaan van gevoelige periodes te illustreren en te benadrukken hoe de afwezigheid van de omgeving tot een verstoorde ontwikkeling kan leiden.

Code

Code Gedrag 4 GO_LWB.indb 15

Hoofdstuk 1 - Word een heer in het sociaal verkeer

15 14/08/17 16:22


Opdracht 6 Lees onderstaande gevalstudies en verduidelijk het begrip gevoelige periode. Omschrijf de omgevingsinvloed. Bepaal daarna welke mogelijkheid er door deze invloed positief of negatief beïnvloed wordt. Geef vervolgens aan in welke periode deze mogelijkheid het meest beïnvloed kan worden. a Genie werd vanaf haar 2de levensjaar tot haar 13de opgesloten in een klein kamertje. Ze werd er op een stoel vastgebonden. Na haar vrijlating slaagde ze er amper in om normale sociale contacten te onderhouden (1978). Zoals je in het derde jaar al vernam, speelt volgens de Britse psycholoog John Bowlby (1907-1990) de aanwezigheid van een vaste verzorger tijdens de eerste drie levensjaren een cruciale rol bij het ontwikkelen van een gezonde hechtingsrelatie. Deze relatie is belangrijk om later normale sociale contacten te kunnen aangaan.

b Hopi-indianen hadden vroeger de gewoonte om hun kinderen tot en met de 14de levensmaand in te wikkelen. Dit had nefaste gevolgen voor de ontwikkeling van hun motoriek. De fijne en de grove motoriek ontwikkelen zich vooral gedurende de babyjaren. Wanneer baby’s hun motoriek niet voldoende kunnen oefenen, ervaren ze er later problemen mee.

c

Wolfskinderen tonen ook aan dat invloeden vanuit de omgeving tijdens gevoelige periodes belangrijk kunnen zijn. Amala en Kamala waren twee wolfskinderen die in 1920 in India werden ontdekt. Ze hadden gedurende jaren in het oerwoud geleefd, weg van enig menselijk contact. Omdat hun ouders hen er achterlieten, bleken deze meisjes amper in staat om de menselijke taal aan te leren. Dit omdat het leren van taal het best en snelst verloopt tijdens de eerste vijf levensjaren.

ROMULUS EN REMUS Verhalen over kinderen die zijn opgevoed door dieren zijn van alle tijden. Het oudste en bekendste verhaal is dat van Romulus en Remus. In tegenstelling tot de voorbeelden uit de opdracht, is dit verhaal niet echt gebeurd: het is een mythe over de stichting van de stad Rome. De tweelingbroers Romulus en Remus moesten in de rivier de Tiber geworpen worden. Maar Romulus en Remus hadden geluk: de rivier was buiten zijn oevers getreden en overal ontstonden ondiepe poelen. Diegenen die Romulus en Remus in de Tiber moesten gooien, konden de echte oevers van de rivier niet bereiken. Ze dachten ook aan hun opdracht te kunnen voldoen door de baby’s aan de rand van het overstroomde gebied in het water te leggen. Toen het water daalde, bleef de mand met de baby’s op een boomwortel steken. Een wolvin hoorde het gehuil van de kinderen en kwam erop af. Zij likte Romulus en Remus en zoogde hen. Toen ze volwassen waren, stichtten Romulus en Remus de stad Rome.

16

Thema 1 - Je hebt praten en praten

Code Gedrag 4 GO_LWB.indb 16

Code

14/08/17 16:22


2.3  Interactie beïnvloedt je zelfbeeld en je gevoel van eigenwaarde 2.3.1 Je zelfbeeld en je zelfwaardering Opdracht 7 Volg de instructies van je leerkracht. Ga op het einde van het spel het volgende na. a Wat is de rode draad doorheen het spel?

b In welke mate beïnvloeden de (antwoorden op de) vragen jouw communicatie en interactie met anderen? Motiveer je antwoord met twee voorbeelden.

We bezitten allen het vermogen om over onszelf na te denken. Zonder zelfbeeld (zelfkennis) zou je ’s morgens wakker worden en niet eens weten of je Humane wetenschappen nu wel of niet leuk vindt en of je nu wel of geen goede leerling bent. Bovendien zou je geen flauw benul hebben wat je mooi vindt, met wie je graag omgaat enzovoort. Ook zou je geen notie hebben van wat nu precies jouw goede eigenschappen zijn en wat de punten zijn waarop je jezelf nog kunt verbeteren. Kortom, zonder zelfbeeld zou je niet weten wie je nu eigenlijk bent. Het zelfbeeld* is de manier waarop we onszelf waarnemen. Ons zelfbeeld bestaat uit vijf facetten: • het sociale zelfbeeld; • het emotionele zelfbeeld; • het cognitieve zelfbeeld; • het fysieke zelfbeeld; • het materiële zelfbeeld. We hebben niet alleen kennis over onszelf, maar we geven ook telkens een waardering aan onszelf. Zelfwaardering* is de algemene beoordeling van een individu over zijn waarde als persoon. Of je een positieve of een negatieve zelfwaardering hebt, hangt grotendeels samen met de beoordeling van jezelf op de vijf facetten van het zelfbeeld. Is de beoordeling overwegend positief, dan ontwikkel je een positieve zelfwaardering. Is de beoordeling overwegend negatief, dan ontwikkel je een negatieve zelfwaardering.

Code

Code Gedrag 4 GO_LWB.indb 17

Hoofdstuk 1 - Word een heer in het sociaal verkeer

17 14/08/17 16:23


Opdracht 8 a Link elk facet van het zelfbeeld aan de juiste omschrijving. omschrijving

facet

A

het beeld dat je hebt over materiële dingen (bezit, geld)

1

sociale zelfbeeld

B

het beeld dat je hebt over je gevoelens in specifieke situaties

2

emotionele zelfbeeld

C

het beeld dat je hebt over je uiterlijke kenmerken en je lichamelijke prestaties

3

cognitieve zelfbeeld

D

het beeld dat je hebt over je interactie met betekenisvolle personen en groepen

4

fysieke zelfbeeld

E

het beeld dat je hebt over je schools presteren en je intelligentie

5

materiële zelfbeeld

A

B

C

D

E

b Link elk voorbeeld aan het juiste facet. voorbeeld A

Jolien (14) moet dringend iets doen aan haar gedrag in de groep. Haar vrienden merken op dat ze altijd haar gelijk wil halen en dan vaak erg onbeleefd wordt.

1

sociale zelfbeeld

B

Jochen (18) denkt eraan om volgend jaar naar de universiteit te gaan. Hij haalt goede schoolresultaten en hij meent dat hij verstandig genoeg is om dit niveau aan te kunnen.

2

emotionele zelfbeeld

C

Bert (15) overloopt zijn gevoelens bij de laatste toets: ‘Omdat ik onzeker en zenuwachtig ben, bak ik er meestal weinig van. Achteraf voel ik me dan boos zodat ik niet goed meer kan studeren voor de volgende toets.’

3

cognitieve zelfbeeld

D

Sanne (14) en haar vriendin doorbladeren doodgraag de Flair. Zagen ze er maar zo goed uit als die modellen!

4

fysieke zelfbeeld

E

Griet (17) vindt geld niet belangrijk. Ze vindt de manier waarop Jasmien bezig is over zichzelf echt vervelend. Jasmien heeft het telkens over haar zwembad thuis en over haar zakgeld.

5

materiële zelfbeeld

A

18

facet

B

C

Thema 1 - Je hebt praten en praten

Code Gedrag 4 GO_LWB.indb 18

D

E

Code

14/08/17 16:23


2.3.2 Je interpersoonlijke zelf Opdracht 9 Bekijk het filmfragment dat je bij het onlinelesmateriaal vindt. a Welke link kan je leggen tussen het getoonde fragment en de titel ‘Je interpersoonlijke zelf’?

b Net voor deze opdracht deed je een vertrouwensspel. Waarom vroeg de leerkracht jou om dit te spelen? Wat is het verband met de leerstof?

Ons zelfbeeld wordt beïnvloed door anderen. Hoe anderen op ons reageren is van uitermate belang om zelf een idee te krijgen van wie we zijn. Dat idee komt van de Amerikaanse sociaal psycholoog Leon Festinger (1919-1989). Zijn theorie wordt de sociale vergelijkingstheorie genoemd. Hij stelde dat we onszelf telkens vergelijken met anderen en op basis daarvan een conclusie trekken over onszelf. Opdracht 10 In welke mate is jouw zelfbeeld opgebouwd door de feedback van anderen? Ga dit voor elk facet na en bedenk een voorbeeld uit je eigen leven. a Sociale zelfbeeld:

b Emotionele zelfbeeld:

c

Cognitieve zelfbeeld:

d Fysieke zelfbeeld:

e Materiële zelfbeeld:

Code

Code Gedrag 4 GO_LWB.indb 19

Hoofdstuk 1 - Word een heer in het sociaal verkeer

19 14/08/17 16:23


Opdracht 11 Lees de tekst en beantwoord de vragen.

De selffulfilling prophecy Studies die peilen naar de zichzelf waarmakende voorspelling of de selffulfilling prophecy, ook wel het Pygmalion-effect genoemd, illustreren de grote invloed die anderen kunnen uitoefenen op ons zelfbeeld. Zo toonden psycholoog Robert Rosenthal (°1933) en schooldirectrice Lenore Jacobson in 1968 door middel van een experiment aan dat leerkrachten een belangrijke rol spelen in het zelfbeeld van leerlingen en dat dat zelfbeeld een impact heeft op het gedrag. Rosenthal en Jacobson namen van leerlingen uit een basisschool in Californië een intelligentietest af. Leerkrachten zagen de resultaten van deze intelligentietesten niet. Rosenthal en Jacobson deelden de leerkrachten wel mee welke leerlingen goed tot zeer goed scoorden. Van deze leerlingen veronderstelden de onderzoekers een intellectuele spurt tijdens het schooljaar. De leerkrachten wisten echter niet dat de onderzoekers bij het geven van deze informatie helemaal geen rekening hielden met de werkelijke scores op de intelligentietesten. Het indelen van de klas in zogenaamde ‘sterke’ en ‘minder sterke’ leerlingen berustte op toeval. Aan het einde van het schooljaar werden alle kinderen opnieuw getest aan de hand van dezelfde intelligentietest. Het bleek dat alle leerlingen hoger scoren. Opvallend was echter dat de leerlingen die bij het begin van het schooljaar bij de zogenaamd ‘sterke’ leerlingen ingedeeld werden, er in verhouding meer vooruit op waren gegaan. Blijkbaar speelt de verwachting van een leerkracht over een leerling dus een rol bij de leerprestatie van een leerling: het hebben van hoge verwachtingen zou ervoor zorgen dat

20

Thema 1 - Je hebt praten en praten

Code Gedrag 4 GO_LWB.indb 20

leerlingen zich sneller ontwikkelen en meer leren. Hoe zit dat concreet in elkaar? De verwachtingen die een leerkracht ten aanzien van een leerling koestert, leiden ertoe dat de leerkracht zich op een bepaalde manier zal gedragen ten opzichte van deze leerling. Wanneer de leerkracht bijvoorbeeld meent dat een leerling heel wat capaciteiten heeft, is het mogelijk dat hij of zij dit meermaals mondeling uit (bv. door de leerling aan te moedigen, complimenten te geven enzovoort). De leerling interpreteert dit gedrag en zal zich ook effectief gedragen conform de verwachting. Zo kan een leerling aanmoedigend gedrag van de leerkracht interpreteren als ‘de leerkracht gelooft in mijn kunnen’, ‘de leerkracht is ervan overtuigd dat ik voldoende slim ben om deze opdracht tot een goed einde te brengen’, enzovoort. Deze interpretaties werken een versterking van een positief zelfbeeld op het vlak van cognitieve capaciteiten in de hand, waardoor de leerling ook echt overtuigd geraakt van deze interpretaties en hierdoor beter presteert. Dit psychologische fenomeen is terug te voeren op een verhaal van de Romeinse dichter Ovidius over de Griekse prins Pygmalion, die een passie had voor beeldhouwen. Pygmalion werkte ijverig aan zijn ultieme beeldhouwwerk van de ideale vrouw. Het beeld beantwoordde zo goed aan zijn verwachtingen dat hij er verliefd op werd. Pygmalion bracht talloze offers om het beeld tot leven te wekken. Zijn gebeden werden aanhoord: de vrouw kwam tot leven. Zijn wens was in vervulling gegaan: een perfecte vrouw stond voor zijn neus.

Code

14/08/17 16:23


a Vul het onderstaande schema van de selffulfilling prophecy aan op basis van de tekst.

he

ef t

e

en p

be

to

ĂŻnv

ac

lo e

dt

p im

Selffulfilling prophecy

k

ve ro

er rs t

t

or z

ve

aak

t

b Geef een persoonlijk voorbeeld van hoe positieve verwachtingen van anderen over jou ertoe hebben geleid dat je op dezelfde manier dacht en je je volgens de verwachtingen gedroeg.

Code

Code Gedrag 4 GO_LWB.indb 21

Hoofdstuk 1 - Word een heer in het sociaal verkeer

21 14/08/17 16:23


2.4 Interactie zet aan tot metacommunicatie Opdracht 12 In de volgende oefening word je vaardiger in het op een afstand kijken naar het communicatiegebeuren. Overleg met je buur. a

Beschrijf een gesprek dat je kort geleden voerde en waarbij je achteraf met een wrang gevoel zat. Noteer wie jouw interactiepartner was, wat het onderwerp van het gesprek was en geef aan waar je je minder goed bij voelde. Benoem het gevoel tijdens het gesprek.

b

Nu je terugkijkt: wanneer had je het gesprek eigenlijk willen onderbreken vanwege het onaangename gevoel? Kies één moment van onderbreking.

c

Beeld je in dat je op dat moment jouw onaangenaam gevoel zou aansnijden en een opmerking zou maken over hoe de communicatie verliep. Wat zou je dan kunnen vertellen over: • jullie interactie? • de inhoud?

De opdracht die je zonet uitvoerde, geeft weer wat met metacommunicatie bedoeld wordt. Metacommunicatie houdt in dat je feedback geeft over de communicatie. Het is eigenlijk het praten over communicatie. Metacommunicatie* is communicatie over de communicatie zelf. Metacommunicatie kan zowel betrekking hebben op de inhoud van de boodschap (inhoudsniveau) als op de relatie van de interactiepartners (betrekkingsniveau). ‘Kijk niet alsof je het beter weet!’, ‘Spreek niet tegen mij als tegen een klein kind’ en ‘Moet het echt op zo’n toon?’ zijn voorbeelden van metacommunicatie op betrekkingsniveau.

22

Thema 1 - Je hebt praten en praten

Code Gedrag 4 GO_LWB.indb 22

Code

14/08/17 16:23


3 Basiscommunicatievaardigheden 3.1 Het belang van feedback Het geven van feedback is wellicht een van de meest gebruikte psychologische interventies in het dagelijks leven. We staan er zelden bij stil, maar iedereen geeft geregeld feedback over het gedrag van de andere, ook jij! Feedback* of terugkoppeling* is de reactie van een ontvanger op een boodschap. Daardoor krijgt de zender informatie over de manier waarop de ontvanger zijn boodschap gedecodeerd en verwerkt heeft.

?

!

Opdracht 13 Wanneer heb je zelf feedback ontvangen? Wanneer heb je zelf feedback gegeven? Wat was de inhoud van de feedback? a

Ontvangen:

b

Gegeven:

Opdracht 14 Lees de onderstaande tekst. Hoe schat jij de resultaten van het onderzoek in? Welke groep benadert het best zijn doelstelling? Rangschik je voorspellingen als volgt: 1 = beste prestatie; 4 = slechtste prestatie.

Waarom feedback zo belangrijk is Het volgende psychologische experiment (Carrico, 2009) toont het belang van het geven van feedback aan. Onderzoekers trachtten te weten te komen hoe feedback het elektriciteitsverbruik kon verminderen. Hiervoor werden 80 gezinnen in 4 groepen verdeeld. Elke groep kreeg dezelfde opdracht: het elektriciteitsverbruik tijdens augustus te beperken. Maar de doelstelling en de feedback die de groepen kregen waren verschillend. • Groep 1 kreeg een moeilijke doelstelling: ze moesten 20 % minder elektriciteit verbruiken. Deze groep kreeg wel 3 keer per week feedback over hoe dicht ze bij hun doelstelling waren.

Code

Code Gedrag 4 GO_LWB.indb 23

•

•

•

Groep 2 kreeg ook de moeilijke doelstelling: ze moesten 20 % minder elektriciteit verbruiken. Deze gezinnen kregen echter geen feedback over hun prestaties tijdens de maand augustus. Groep 3 kreeg een beduidend makkelijkere doelstelling: ze moesten 2 % minder elektriciteit verbruiken. Deze gezinnen kregen net als de gezinnen in de eerste groep 3 keer per week feedback over hoe dicht ze bij hun doelstelling waren. Groep 4 kreeg ook de makkelijkere doelstelling: ze moesten 2 % minder elektriciteit verbruiken. Deze groep kreeg echter geen feedback over hun prestaties tijdens de maand augustus.

Hoofdstuk 1 - Word een heer in het sociaal verkeer

23 14/08/17 16:23


Als je feedback krijgt, kan je op drie manieren reageren: • je gedrag bijsturen; • je gedrag veranderen; • je gedrag bestendigen (laten voortduren). Opdracht 15 Geef aan welke manier van reageren op feedback bedoeld wordt in onderstaande voorbeelden: gedrag bijsturen, gedrag veranderen of gedrag bestendigen. Noteer daarna bij elke manier een eigen voorbeeld. Hou het voorbeeld zo authentiek mogelijk. manier van reageren op feedback

voorbeeld Ik ben ervan overtuigd dat je door nog meer oefeningen te maken over deze leerstof, je het volgend hoofdstuk beter zal kunnen volgen. Eigen voorbeeld:

Ik vind het storend dat je te laat komt, dit lijkt alsof je geen respect hebt voor me. Kom in het vervolg op tijd. Eigen voorbeeld:

Ik vind het leuk dat je steeds je materiaal bij je hebt, zo kunnen we vlot werken. Eigen voorbeeld:

Het geven van feedback blijkt belangrijk te zijn voor ons. Feedback helpt ons om doelen te bereiken. Maar hoe geven we het best feedback? Het feedbackproces-model van de Amerikaanse psychologen Daniel Ilgen, Cynthia Fisher en Susan Taylor (1979) wordt nog altijd ondersteund door wetenschappelijk onderzoek. Het model ziet er als volgt uit:

24

Thema 1 - Je hebt praten en praten

Code Gedrag 4 GO_LWB.indb 24

Code

14/08/17 16:23


SPECIFIEKE FEEDBACK

UITDAGENDE DOELSTELLING

GELOOFWAARDIGE FEEDBACK TIMING FEEDBACK POSITIEVE FEEDBACK

ACCEPTATIE FEEDBACK

MOTIVATIE FEEDBACK

BEÏNVLOEDING GEDRAG

CONSTRUCTIEVE FEEDBACK

Of feedback al dan niet het gedrag kan beïnvloeden, hangt onder andere af van de mate waarin iemand de feedback accepteert. Pas als iemand de feedback accepteert, zal hij gemotiveerd zijn om ook aan de slag te gaan met de feedbackboodschap, waardoor het gedrag misschien beïnvloed kan worden. In wat volgt staan we daarom stil bij de factoren die de acceptatie van de feedback in de hand werken. •

De mate waarin feedback geaccepteerd zal worden, hangt onder andere af van de mate waarin de feedback concreet wordt verwoord. Hoe specifieker je feedback is, hoe meer kans op een luisterend oor en op bereidwilligheid bij de ander om iets met deze feedback te doen. Karel, je bent slordig. tegenover: Karel, elke dag ben je wel iets kwijt. Vandaag is het je werkboekje voor taal, gisteren was het je taak. Je bank is niet netjes. Er hangt corrector aan en ik zie kleefsporen van de knutselles van gisteren. Bovendien geef je het best feedback die gericht is op het gedrag en niet op de persoon (je bent, je hebt …).

•

Feedback heeft meer kans om geaccepteerd te worden als die door een geloofwaardig iemand wordt meegedeeld. Van onze familieleden, goede vrienden of van experts aanvaarden we gemakkelijker feedback.

•

De derde factor die bepaalt of we feedback aanvaarden gaat over de snelheid en de frequentie waarmee feedback gegeven wordt. Beide componenten beschouwen we als de timing van de feedback. De kans dat laattijdige feedback nog tot verbetering in gedrag kan leiden is vrij klein. Het is dus belangrijk om de feedback tijdig na het gedrag te geven. Je kent waarschijnlijk zelf de frustratie die je ervaart wanneer je een taak indient en weken later te horen krijgt hoe je op die taak hebt gepresteerd. Vaak ben je al niet meer in die feedback geïnteresseerd, of weet je niet meer wat de sterke en zwakke punten van je taak waren. Feedback is ook het meest effectief als hij frequent wordt gegeven. Iemand die bijvoorbeeld al jaren te laat komt op het werk, zal heel moeilijk plots kritiek op dit te laat komen aanvaarden.

•

Ten slotte blijken mensen vooral goed te reageren op positieve feedback. Met positieve feedback geven we aan dat iemand goed gepresteerd heeft, het gewenste gedrag vertoont. Het is een soort van complimentje. Toch is het moeilijk om altijd enkel positieve feedback te geven, niet alles loopt altijd perfect. Soms moet het gedrag echt wel bijgestuurd en veranderd worden. Daarom is het belangrijk om in dergelijke situaties te starten met een positief element (wat deed de persoon goed) om dan het negatieve element eraan toe te voegen.

Code

Code Gedrag 4 GO_LWB.indb 25

Hoofdstuk 1 - Word een heer in het sociaal verkeer

25 14/08/17 16:23


Opdracht 16 Je bent de groepsverantwoordelijke voor een schoolopdracht waar ook je klasgenoot Tom aan meewerkt. In groep functioneert Tom heel goed, maar er is ĂŠĂŠn probleem. Tom komt nooit op tijd. Dit betekent dat jij als groepsverantwoordelijke Tom altijd apart moet nemen om de verdere aanpak te verduidelijken. Je hebt het gevoel dat je hierdoor kostbare tijd verliest. Formuleer feedback voor Tom. Hou in je feedback rekening met de vier factoren die de acceptatie van de feedback in de hand werken. Geef ook het tijdstip aan waarop je feedback geeft aan Tom. Feedback:

Tijdstip:

Opdracht 17 Waarom spreken we over een kans als we het hebben over de invloed van geaccepteerde feedback op gedragswijziging bij de ander?

26

Thema 1 - Je hebt praten en praten

Code Gedrag 4 GO_LWB.indb 26

Code

14/08/17 16:23


3.2  Actief luisteren Opdracht 18 Af en toe wordt wel eens gezegd dat luisteren niet hetzelfde is als horen. Wat zou hiermee bedoeld worden?

Actief luisteren* is bij het luisteren actief alle prikkels opnemen die van de zender uitgaan. Tijdens het luisteren laat je door verbaal en non-verbaal gedrag zien dat je erbij bent, dat je aandacht hebt voor de ander en hem probeert te begrijpen. Actief luisteren zorgt ervoor dat de zender zich begrepen voelt: de ontvanger neemt een open houding aan en ontlokt hierdoor een aangenaam gevoel bij de zender. Door de actieve luisterhouding zorgt de ontvanger ervoor dat de zender aangemoedigd wordt om verder te vertellen en een zicht te geven op zijn binnenkant (gedachten en gevoelens). Zo verkrijgt de ontvanger de nodige relevante informatie en kan de ontvanger de boodschap op een correcte manier interpreteren.

ontvanger

zender

Verschillende luisteraars zullen eenzelfde boodschap op verschillende manieren interpreteren. Ze doen dat op basis van een selectie van uitgezonden prikkels die bij de boodschap horen. Die selectie gebeurt in functie van het luisterdoel van de luisteraar. Wie graag iets te weten wil komen, wie de zender verder wil helpen of wie zich een mening wil vormen, zal ongetwijfeld veel actiever luisteren dan wie rekening wil houden met beleefdheidsnormen over luisteren, maar eigenlijk niet geĂŻnteresseerd is in een (lang) gesprek.

LUISTERDOEL

Code

Code Gedrag 4 GO_LWB.indb 27

SELECTIE PRIKKELS

DECODERING

INTERPRETATIE

REACTIE

Hoofdstuk 1 - Word een heer in het sociaal verkeer

27 14/08/17 16:23


Opdracht 19 Vul de tabel aan met eigen voorbeelden. storende factoren bij actief luisteren

actief luisteren verbaal actief luisteren

non-verbaal actief luisteren

luisteren met een gesloten geest:

bevooroordeeld luisteren:

verstrooid luisteren:

3.2.1 Verbaal actief luisteren Verbaal actief luisteren* is met woorden duidelijk maken dat je actief naar je gesprekspartner luistert. Niet alle verbale uitingen in een gesprek vallen onder verbaal actief luisteren. Soms doet iemand verbale uitingen die lijken te tonen dat hij of zij luistert naar zijn of haar gesprekspartner, maar die eigenlijk de boodschap uitsturen: ‘Stop maar met praten, ik weet genoeg. Ik ben al gestopt met luisteren.’ • • • •

Dat ken ik. Dat heb ik ook al meegemaakt. Probeer er niet aan te denken. Ach, het is allemaal zo erg niet.

Zo geef je je gesprekspartner niet het gevoel dat je echt naar hem of haar luistert. Hoe doe je dat dan wel? Er zijn zes manieren om verbaal actief te luisteren. Je ontdekt ze in de volgende opdracht. Het toepassen van deze regels geeft je zekerheid dat je de boodschap van de ander goed begrijpt en biedt de ander het gevoel dat je echt naar hem luistert.

28

Thema 1 - Je hebt praten en praten

Code Gedrag 4 GO_LWB.indb 28

Code

14/08/17 16:23


Opdracht 20 Verbaal actief luisteren kan je op zes manieren doen: parafraseren, spiegelen van gevoelens, hummen, stiltes bieden, papegaaien en vragen stellen. a Lees de onderstaande dialoog en vul op de lijntjes de juiste technieken in. Aline (17) wil haar hart eens luchten nu haar vriendje Maarten het net heeft uitgemaakt. Ze neemt haar vriendin Amal in vertrouwen. Aline:

Weet je nog dat ik je vertelde dat Maarten zo vreemd deed de laatste tijd?

Amal: (knikt en zegt:) Hm, ja. Aline:

Wel, gisteren heeft hij het uitgemaakt.

Amal:

(zegt niets maar kijkt Aline wel aan)

Aline:

Hij zegt dat hij te jong is om zich al te binden.

Amal:

Te jong om zich al te binden?

Aline: Ja, hij wil zich nog amuseren met zijn vrienden en hij vindt dat wij veel te veel samenzijn. Ik weet het niet meer. Ik heb de hele nacht liggen wenen. Alsmaar liggen denken. Amal:

Je kan het niet begrijpen, hé?

Aline:

Neen, echt niet, het ging zo goed, dacht ik …

Amal:

Waren jullie al lang samen?

Aline:

Ja, bijna veertien maanden! En ma vindt hem zo tof.

Amal:

Je bedoelt dat je het niet zo goed tegen je moeder durft te zeggen?

Aline:

Ja, ze zag hem al helemaal zitten als toekomstige schoonzoon. Ze zal zwaar ontgoocheld zijn.

Amal:

Hm …

Aline: Ik voel me zo leeg en verdrietig. Ik kan geen jongens meer zien … Amal:

Je voelt je bedrogen door Maarten en nu wil je liefst een tijdje alleen zijn …

Aline:

Zeg dat wel. Ach, ik mis hem zo …

b Link nu elke techniek aan de correcte omschrijving. omschrijving

techniek

Door tijdens het gesprek af en toe te hummen, geef je de zender een signaal dat hij verder mag vertellen. Stiltes brengen rust in het gesprek en vermijden dat de zender van de hak op de tak springt. Je geeft de zender de kans om alles gestructureerd te vertellen. Het is een soort van denkpauze. Vragen moedigen de zender aan om zijn verhaal verder te zetten of om iets te verduidelijken. Als ontvanger herhaal je de laatste woorden van de zender. Als ontvanger herformuleer je in je eigen woorden datgene wat de zender probeert te vertellen. Meestal begin je dan met: ‘Je bedoelt dat …’ of ‘Begrijp ik het goed dat …’ Je herformuleert de gevoelens die (achter de inhoud) verkondigd worden. Het gevoel dat de zender wil weergeven, heeft dikwijls een grotere betekenis dan de inhoud zelf.

Code

Code Gedrag 4 GO_LWB.indb 29

Hoofdstuk 1 - Word een heer in het sociaal verkeer

29 14/08/17 16:23


Opdracht 21 Lees onderstaande boodschappen. Luister als ontvanger actief en formuleer een passende feedback. Noteer ook telkens welke van de zes verbale actieve luistervormen je gebruikt. a

b

c

d

Karolien (13) zegt: ‘Wiskunde is veel te moeilijk, daar ben ik te stom voor.’ •

Feedback:

•

Verbaal actieve luistervorm:

Lisa (5) zegt met een droevig gezicht tegen de groepsleidster: ‘Mijn kleren lijken helemaal niet op die van Sarah en Silke.’ •

Feedback:

•

Verbaal actieve luistervorm:

Margot (16) zegt boos tegen haar vriendin: ‘Iedereen in mijn klas mag tot 2 uur uitgaan. Alleen ik moet zo vroeg thuis zijn!’ •

Feedback:

•

Verbaal actieve luistervorm:

Xander (12) zegt met een bang gezicht tegen zijn ouders: ‘Jullie mogen niet weggaan vanavond! Misschien gaat het onweren.’ •

Feedback:

•

Verbaal actieve luistervorm:

3.2.2 Non-verbaal actief luisteren Actief luisteren doe je niet alleen met woorden, je doet het ook met tal van andere signalen. Net zoals verbaal actief luisteren, kun je ook non-verbaal actief luisteren op verschillende manieren. Hieronder worden een paar manieren opgesomd. •

•

•

•

Gezichtsuitdrukking Je gezichtsuitdrukking speelt een rol bij het herkennen van emoties. Daarom is het belangrijk om ook via je gezichtsexpressie te laten zien dat je meeleeft met de spreker. Lichaamshouding Bij actief luisteren kan je heel je lichaam gebruiken. Het aannemen van een open houding is aangewezen opdat de spreker zich begrepen zou voelen. Dit kan je doen door bv. een beetje in de richting van de ander te leunen en ontspannen te zijn. Vermijd het kruisen van je armen of je benen of het bezig zijn met andere zaken (bv. een sms’je sturen of Facebook checken) terwijl je luistert. Oogcontact Oogcontact maken is een teken dat je aandacht voor iemand hebt. Vermijd daarom rondkijken als je met iemand praat. Kijk ook de spreker niet te lang aan, want dan wordt het staren. Aanraken Aanraken is de meest intieme vorm van actief luisteren. Je moet er wel voorzichtig mee om springen, want hoe en waar je iemand aanraakt, is verschillend naargelang de relatie of situatie. Non-verbaal actief luisteren* is op een non-verbale manier duidelijk maken dat je actief naar je gesprekspartner luistert.

30

Thema 1 - Je hebt praten en praten

Code Gedrag 4 GO_LWB.indb 30

Code

14/08/17 16:23


3.3  Assertief zijn Opdracht 22 Hoe zou jij reageren in onderstaande situaties? a Situatie 1: je hebt een uitje gepland met je beste vriend(in). Jullie trekken naar de film. Achter jullie zit een koppel dat heel luid praat. Je vindt het storend. Wat doe je?

b Situatie 2: je ging om boodschappen. Bij thuiskomst ontdekt mama dat de houdbaarheidsdatum van de yoghurt die je meebracht verstreken is. Ze wil dat je de yoghurt terugbrengt. Wat doe je?

c

Situatie 3: je staat aan te schuiven aan de kassa. Iemand glipt voor. Wat doe je?

d Situatie 4: je beste vriend(in) vraagt om een cursus van je te lenen, maar je leent liever geen cursus uit. Wat doe je?

Marieke (10) en haar zus Frauke (11) schieten goed met elkaar op, al werken ze elkaar ook af en toe op de zenuwen. Onlangs werd Marieke slechtgeluimd omdat Frauke in de schommelstoel naar televisie zat te kijken. Marieke had immers zelf graag even gerust in deze stoel. Dat doet ze heel vaak in het weekend na het middageten. Omdat Frauke al in de stoel zat, moest Marieke zich dan maar in de volgens haar veel te harde zetel nestelen. Na heel wat gewoel werd Marieke chagrijnig. Ze begon Frauke uit te schelden voor egoïst en liep naar haar kamer. Frauke begreep haar reactie niet, maar zat wel verveeld met de situatie. Ze trok naar de kamer van Marieke en zei ‘Sorry’. Zeg je, net als Frauke, ook vaak sorry, terwijl je eigenlijk niets verkeerd hebt gedaan? Zeg je soms ja, terwijl je eigenlijk nee wilde zeggen? ‘Maakt mij echt niet uit’ als dat wel het geval is? ‘Nee, kies jij maar, ik vind alles goed’ terwijl dat niet zo is? Of verzin je een excuus om ergens onderuit te komen? Opkomen voor jezelf is helemaal niet zo gemakkelijk, zeker wanneer je niet ‘opschepperig’ wil overkomen of de ander niet wil kwetsen met je mening. Assertiviteit* is een houding die iemand in staat stelt om op een verbale manier (= met woorden) voor zichzelf op te komen zonder de rechten van anderen aan te tasten.

Code

Code Gedrag 4 GO_LWB.indb 31

Hoofdstuk 1 - Word een heer in het sociaal verkeer

31 14/08/17 16:23


Opdracht 23 Neem het leerwerkboek van je buur. Kijk zijn of haar antwoorden op de vorige opdracht na. In welke situaties vind je dat je buur assertief reageert? Motiveer je antwoord kort in het schrift van je buur. a Situatie 1:

b Situatie 2:

c

Situatie 3:

d Situatie 4:

Assertiviteit is nauw verbonden met de cultuur waarin je leeft. Zo zijn Nederlanders veel assertiever dan Belgen. Japanners daarentegen zeggen slechts zelden op een rechtstreekse manier ‘nee’. Ook de opleidingsgraad, het opvoedingsmilieu en de sociaaleconomische status spelen een rol in de mate waarin je assertief bent. Assertief zijn is dus niet voor iedereen even eenvoudig. Je eigen mening durven te verkondigen op een goede manier lukt niet altijd. Mensen die, zoals Frauke in het voorbeeld, subassertief op conflicten reageren, gedragen zich eerder verlegen en terughoudend. Wie zich subassertief opstelt, heeft nauwelijks eigen opvattingen en voelt zich vaak verplicht overal te helpen. Veelal zorgt dit ervoor dat de persoon achteraf met zichzelf worstelt: ‘Had ik maar …’ Subassertief* zijn is niet (durven) opkomen voor jezelf. Wie de gewoonte heeft agressief te reageren, doet zich superieur voor en wil altijd het laatste woord hebben. Een dergelijk persoon heeft vaak conflicten. Agressief* zijn is opkomen voor jezelf zonder respect voor de ander.

32

Thema 1 - Je hebt praten en praten

Code Gedrag 4 GO_LWB.indb 32

Code

14/08/17 16:23


Opdracht 24 Beslis of de volgende voorbeelden gaan over subassertief, assertief of agressief gedrag. a Dorien is door de ouders van haar beste vriendin Esther uitgenodigd op vakantie ergens in Portugal. Op een bbq die de ouders daar organiseren zijn uitsluitend voor Esther bekende mensen. Dorien vindt het moeilijk om zomaar met onbekenden te gaan praten. Ze blijft de hele avond alleen in een hoekje zitten en gaat vroeg weg. Op haar kamer vindt ze zichzelf een nul en ze besluit de volgende keer maar niet op een uitnodiging in te gaan om mee op vakantie te gaan. £  subassertief gedrag £  assertief gedrag £  agressief gedrag b Sven en Daan gaan samen naar een verjaardagsfeest. Sven komt Daan ophalen, maar hij is een uur te laat. Daan is boos en roept het uit: ‘Waar kom jij nu vandaan? Je moet mij in het vervolg maar niet meer komen halen als ik niet op jou kan rekenen. Trouwens, het is nu toch te laat om nog te gaan.’ £  subassertief gedrag £  assertief gedrag £  agressief gedrag c Lobke bestelt in een restaurant een biefstuk en krijgt een varkenslapje. Ze zegt niets tegen de ober en moppert wat in zichzelf. Ze besluit niet meer naar dat rotrestaurant te gaan. £  subassertief gedrag £  assertief gedrag £  agressief gedrag d Een verkoper komt aan huis om een nieuw toestel te verkopen. Na de uitleg zegt Tom: ‘Bedankt voor uw uitleg, maar ik ben voorlopig niet geïnteresseerd.’ £  subassertief gedrag £  assertief gedrag £  agressief gedrag

Code

Code Gedrag 4 GO_LWB.indb 33

Hoofdstuk 1 - Word een heer in het sociaal verkeer

33 14/08/17 16:23


3.4  De ik-boodschap •

•

Na schooltijd heeft Karel (16) behoefte aan wat ontspanning. Bij thuiskomst snelt hij dan ook telkens naar zijn kamer om vervolgens zijn favoriete muziek loeihard door de boxen te laten klinken. Wanneer mama iets later thuiskomst, vervloekt ze telkens Karels gedrag. Na een drukke werkdag heeft ze vooral nood aan rust. Het is maandagmorgen. Anke (14) is te laat opgestaan en moet zich haasten om tijdig op school te zijn. Ze trekt haar kleerkast open en gaat op zoek naar haar gemakkelijke witte slobbertrui. Ze doorzoekt haar hele kast, maar vindt de pull niet. ‘Aaaaaaargh, je meent dat niet’, zucht ze, ‘waarschijnlijk heeft Sandra in mijn kleerkast gekeken en de pull eruit genomen. Kan die dat nu nooit eens vragen?’

In het dagelijks leven gebeurt het heel vaak dat anderen iets doen wat je eigenlijk niet zo graag hebt. In veel gevallen gaat dat over probleempjes die eigenlijk vlug op te lossen zijn, als je maar een goede aanpak kiest. Uiteraard heb je alle recht om je boos, verdrietig en teleurgesteld te voelen. Dit sluit goede communicatie niet uit. Wel is het zo dat je steeds aandacht moet hebben voor de manier waarop je datgene wat jou dwars zit uit … en daar loopt het vaak mis. Iemand die assertief is, durft opkomen voor zijn of haar eigen mening, zonder hierdoor de ander in verlegenheid te brengen. Kenmerkend voor assertief gedrag zijn zogenaamde ik-boodschappen. Bij assertieve ik-boodschappen deel je mee rekening te willen houden met de ander en met jezelf. Agressieve ik-boodschappen zijn in feite vaak jijboodschappen. •

•

Olga en Pien zitten op de bank. Pien vertelt ronduit. Af en toe kan Olga er iets tussen krijgen. Plots staat Olga op en zegt ze tegen Pien: ‘Ik vind het niet leuk dat je me telkens onderbreekt. Voor mij lijkt het dan alsof ik niets interessant te vertellen is. Dat kwetst me.’ Olga en Pien zitten op de bank. Pien vertelt ronduit. Af en toe kan Olga er iets tussen krijgen. Plots staat Olga op en zegt ze tegen Pien: ‘Je laat me niet uitspreken’.

Als je zelf een probleem ervaart, dan is de methode van de ik-boodschap een goede manier om datgene waarmee je zit op een duidelijke en correcte manier te uiten. Deze methode bestaat uit drie elementen: • de benoeming van het gedrag dat je niet aanvaardt (‘Als je thuis de inhoud van de les niet voorbereidt zoals gevraagd …’); • het gevolg van dat gedrag voor jezelf (‘… dan stel je tijdens de les Gedragswetenschappen te veel irrelevante vragen ...’); • je gevoel daarbij (‘… en daar heb ik het als leerkracht Gedragswetenschappen moeilijk mee’). De ik-boodschap biedt twee opmerkelijke voordelen. • Het gaat niet over de persoon speelt, maar wel over het gedrag. Dit komt veel minder aanvallend over. • Bovendien leg je de verantwoordelijkheid voor het oplossen van het probleem bij de ander. Opdracht 25 Formuleer een goede ik-boodschap. a Lees de twee voorbeelden van Karel en Anke net onder de titel. Formuleer voor elk voorbeeld een goede ikboodschap. Zorg dat de drie elementen duidelijk naar voren komen.

34

Thema 1 - Je hebt praten en praten

Code Gedrag 4 GO_LWB.indb 34

Code

14/08/17 16:23


b Lees onderstaande situaties en formuleer een goede ik-boodschap. Zorg dat de drie elementen duidelijk naar voren komen. • Charlotte komt vaak te laat op de plaats waar je afspreekt om naar school te fietsen. Je bent het beu.

•

Je kan niet studeren omdat je kleine broertje heel de tijd liedjes zingt.

•

Je zus Katrijn ruimt nooit haar speelgoed op als ze klaar is met spelen. Je krijgt het op je heupen.

THOMAS GORDON De methode om ik-boodschappen te gebruiken in conflictsituaties met anderen werd ontwikkeld door de Amerikaanse psycholoog Thomas Gordon (1918-2002). Gordon wordt wereldwijd aanzien als een pionier in het aanleren van communicatietechnieken en hoe je kan omgaan met conflictsituaties. Hij werd in 1997, 1998 en 1999 genomineerd voor de Nobelprijs voor de Vrede. Zijn denken over communicatie en conflicthantering werd sterk beïnvloed door een gebeurtenis die hij tijdens zijn jeugd meemaakte in de zondagsschool. In een klasje kreeg hij les van Grace Cox, een nieuwe, jonge lerares. Ze slaagde erin een klimaat in haar klas te creëren waarbij de leerlingen zich goed voelden, en dat ervoor zorgde ervoor dat ze graag leerden. Ze had een unieke manier van leiding geven aan de klas: stelselmatig gaf ze de leerlingen meer verantwoordelijkheid voor het klasgebeuren. Ze kozen hun eigen leiders, vormden werkgroepen en discussieerden over thema’s die ze zelf kozen. Jaren later begreep dr. Gordon dat juf Cox zeer goed op de hoogte was van de principes van het participerend leiding geven, van leerlinggericht lesgeven en van democratisch leiderschap. Ze wist hoe ze jongeren op het goede spoor kon zetten. Na het middelbaar onderwijs wou hij naar de universiteit gaan. Zijn moeder werd toen behandeld voor een depressie. De evolutie van het ziektebeeld van zijn moeder deed hem besluiten psychologie te gaan studeren. Maar de opleiding aan de universiteit boeide hem maar matig. Er werd te veel over statistiek gesproken en te weinig over mensen. De komst van een nieuwe professor betekende een keerpunt in zijn opleiding en zijn latere carrière. Die professor, Carl Rogers, gaf eigenlijk op dezelfde manier les aan zijn studenten als zijn vroegere juf Cox. Bij het begin van WO II werd Gordon, die een burgerpilootlicentie had, vlieginstructeur bij de Amerikaanse luchtmacht. Daar kreeg hij de smaak te pakken van wat later zijn beroep zou worden: trainingsmethodes ontwikkelen om mensen te helpen hun relaties met anderen te verbeteren. Hij schreef o.m. klassiek geworden boeken als Bewust omgaan met kinderen en Luisteren naar kinderen.

Code

Code Gedrag 4 GO_LWB.indb 35

Hoofdstuk 1 - Word een heer in het sociaal verkeer

35 14/08/17 16:23


4 Mechanismen die een rol spelen bij perceptie 4.1 Eerste indruk Heel vaak ontmoet je mensen die je niet kent: een nieuwe klasgenoot, een passagier op de bus, een loper in het park. Heel snel vorm je je van deze persoon een eerste indruk. De eerste indruk is je algemene gevoel over een persoon wanneer je die voor het eerst ontmoet. Je kan de andere leuk of niet leuk vinden. Daarnaast vul je je eerste indruk aan met meer specifieke kenmerken, zoals hoe intelligent je de persoon vindt, hoe zelfverzekerd, sympathiek, competent enzovoort. Die eerste indruk verloopt automatisch. THE QUICK AND THE DEAD Onze evolutionaire voorgeschiedenis leidt ertoe dat we spontaan eerste indrukken vormen bij personen die we ontmoeten. Voor onze voorouders was het van uitermate groot belang om bij elke ontmoeting (met een mens of een dier) uit te maken of de situatie veilig of niet veilig was. Ze moesten snel kunnen reageren op bedreigingen. Deze bedreigingen zijn vandaag niet meer zo acuut, maar dat betekent niet dat we geen eerste indrukken meer vormen. Ook nu nog is het belangrijk om in bepaalde situaties te kunnen uitmaken of iemand betrouwbaar of minder betrouwbaar is. Snelle eerste indrukken helpen ons hierbij. Bovendien is het zo dat we tegenwoordig snel beslissingen moeten kunnen nemen: met wie willen we samenwerken? Naast wie zitten we het liefst? Eerste indrukken zijn bepalend voor ons sociaal leven.

Big in Japan: daten met maskers op Echte schoonheid zit vanbinnen. Dat is het motto van een Japans datingbedrijf dat speeddates organiseert waarbij singles een masker dragen. Op die manier vermijden ze oppervlakkige eerste indrukken, luidt het. ‘Ik kon meer te weten komen over hun innerlijk en zal hen niet enkel op hun uiterlijk beoordelen’, zegt de 28-jarige deelneemster Chiharu Tsukahara. ‘Normaal bepaalt het gezicht de eerste

indruk, maar nu telt enkel hun persoonlijkheid.’ Het concept bestaat al een paar jaar maar is intussen uitgegroeid tot een groot succes. Veel Japanners komen naar de sessies om er de liefde van hun leven te vinden. Na de speeddates gaan vele singles er samen op uit om elkaar nog beter te leren kennen – zonder masker dan.

Uit: Big in Japan: daten met maskers op. (2016, 17 oktober). Geraadpleegd via http://nieuws.vtm.be

Wat ons het eerst opvalt, kan zeer misleidend zijn. Eerste indrukken zijn enorm belangrijk, maar het is gemakkelijk om foute oordelen te vellen over mensen die je niet kent. ‘Wat spreek je goed Nederlands!’ Kotsbeu is Chakir (16) het om deze zin te aanhoren. Oké, hij heeft een bruin kleurtje, maar hij is hier geboren en getogen!

36

Thema 1 - Je hebt praten en praten

Code Gedrag 4 GO_LWB.indb 36

Code

14/08/17 16:23


4.2 Stereotiep denken Zie je iemand voor het eerst, dan worden automatisch stereotypen geactiveerd: je stopt mensen in hokjes. Een stereotype* is het toeschrijven van al dan niet vermeende karakteristieke kenmerken aan mensen en groepen.

Weg met het stereotype over zwakke vrouwen Waarom worden uitdrukkingen zoals ‘je loopt als een meisje’ of ‘je vecht als een meisje’ gebruikt om te benadrukken dat je iets minder goed kan? En wat als een meisje nu eens harder gooit dan een jongen, gooit ze dan nog steeds ‘als een meisje’? Volgens het maandverbandenmerk Always geeft de maatschappij waarin we leven vaak een simplistisch en zwak beeld weer van de hedendaagse vrouw. Daarom namen ze het heft in eigen handen en maakten ze een reclamefilmpje waarin ze jonge vrouwen de opdracht gaven om een meisje uit te beelden dat loopt, vecht en gooit. En wat blijkt? Elke jonge volwassene beeldde het stereotype uit dat vrouwen niet degelijk kunnen gooien, vechten of lopen. Volgens het maandverbandenmerk ligt de oorzaak bij het beeld waarmee meisjes elke dag geconfronteerd worden: dat vrouwen bepaalde

zaken minder goed kunnen dan mannen. En ze gaan dat dan ook geloven. In het filmpje stelden ze dezelfde vragen aan meisjes tussen 10 en 12 jaar. In tegenstelling tot de tieners, zien deze meisjes vrouwen als hét sterke geslacht. Vrouwen kunnen even goed lopen, vechten en gooien als een man. Always maakte het filmpje om de negatieve impact rond de uitdrukking ‘als een meisje’ naar voren te brengen omdat deze een effect kan hebben op het zelfvertrouwen van jonge meisjes. Volgens Always zijn meisjes tijdens hun puberteit gevoelig aan dergelijke opmerkingen en kunnen deze hun zelfvertrouwen aantasten, terwijl ze net een vrouw aanzien als een sterk iemand. Always wil jonge meisjes en vrouwen stimuleren om hun talenten en kwaliteiten te ontwikkelen. Daarnaast willen ze aantonen dat #likeagirl ook positief kan zijn.

Uit: Inspirerend filmpje: weg met het stereotype over zwakke vrouwen. (2014, 1 juli). Libelle. Geraadpleegd via http://www.libelle.be

Koppel je een emotionele lading aan een stereotype, dan spreken we van een vooroordeel. Een vooroordeel* is een attitude ten aanzien van een bepaalde groep mensen. Die houding is niet gebaseerd op feiten, maar op meestal foutieve denkbeelden en gevoelens. Een dergelijke indeling op basis van ‘hokjes’ duiden we aan als sociale categorisatie. Sociale categorisatie zorgt ervoor dat je omgeving in een mum van tijd iets overzichtelijker wordt. Door sociale categorisaties en de stereotypen die daaraan verbonden zijn, maak je een snelle eerste indruk. In eerste instantie maak je die indruk dus op basis van een automatische evaluatie en op basis van stereotypen. Het is een grove beoordeling van de persoon die je ontmoet. Maar al snel (in een fractie van een seconde) zal je die eerste automatische indruk wellicht ook verfijnen. Je doet dit door te kijken naar andere zichtbare informatie, zoals gelaatstrekken, kleding, lichaamsbouw en lichaamshouding.

Code

Code Gedrag 4 GO_LWB.indb 37

Hoofdstuk 1 - Word een heer in het sociaal verkeer

37 14/08/17 16:23


4.3 Attribueren Jouw eerste indrukken zijn ook vaak gebaseerd op het gedrag van anderen dat je kan waarnemen als je de persoon wat langer observeert. Ook het gedrag van mensen kan dus jouw eerste indruk over die persoon vormen. Opdracht 26 Lees het onderstaande voorbeeld en beantwoord daarna de vragen. Vanaf perron 2b in het Sint-Pietersstation in Gent neem ik de trein naar Antwerpen. De coupé zit halfvol. Eigenlijk had ik gehoopt om de rit in gedachten verzonken te kunnen doorbrengen. Het is mijn dagje niet. Net voor de trein vertrekt, stapt een man vrolijk en ook ietwat luidruchtig de coupé binnen. ‘Aaaah, hier is nog een leuke plaats’, zegt hij. Voor ik het goed en wel besef, zit hij voor mij. ‘Eindelijk een leuke jongedame die niet in het bezit is van technische snufjes en wellicht van plan is om “gewoon van de reis te genieten”.’ We zijn nog maar net vertrokken als een bende scoutsmeiden de coupé binnenschuifelt. Ze verkopen zakjes snoep om de kampreis te sponseren. ‘Ik trakteer’, roept de man uit. Hij koopt twee zakjes en geeft er mij eentje cadeau. ‘Alsjeblieft, en laat de rest maar zitten’, zegt hij vriendelijk tegen de meiden. Ze worden er vrolijk van. Ik ook eigenlijk. We hadden een fantastisch gesprek. De leukste treinreis ever. a Welke indruk vorm je je over de mannelijke treinreiziger? Welke eigenschappen leid je af uit zijn gedrag?

b Hoe zal hij de trein verlaten, denk je?

Het afleiden van eigenschappen uit gedrag noemen we attributie*. Het woord attributie komt van het Latijnse werkwoord attribuere, wat toeschrijven betekent. De attributies die je maakt, maken deel uit van de eerste indruk die je vormt. Het is dat deel van de eerste indruk waar je vaak iets langer bij stil staat, waar je bewuster mee bezig bent. Opdracht 27 De treinreiziger stapt vrolijk de coupé binnen. Waarom is hij vrolijk denk je?

38

Thema 1 - Je hebt praten en praten

Code Gedrag 4 GO_LWB.indb 38

Code

14/08/17 16:23


Het voorgaande leidt ons naar het maken van causale attributies. Hierbij denk je na over de oorzaak van iemands gedrag. Ligt de oorzaak van iemands gedrag bij de persoon zelf of meer bij de omgeving? Welke attributie bedacht jij voor de vrolijke treinreiziger? • Leg je de oorzaak van het gedrag bij de persoon zelf (bv. aanleg, karakter, vaardigheden, attitudes ...) dan doe je aan interne attributie. • Leg je de oorzaak buiten de persoon (in de omgeving), dan maak je een externe attributie. Opdracht 28 Stel: je krijgt een toets terug. Je behaalde 6/20. Som vijf oorzaken op voor jouw cijfer. Onderlijn de interne attributies die je maakt.

De Amerikaanse psycholoog Edward Thorndike (1874-1949) maakte een onderscheid tussen het halo-effect (een halo is een heiligenkrans) en het horn-effect (denk aan de hoorns van een duivel). • Wie je leuk vindt, behoort tot je halo-categorie. Aan deze persoon link je positieve eigenschappen. Wie in deze categorie een fout maakt, vergeef je al vlug. Je zoekt voor deze fouten bovendien externe attributies (‘Ach, het zal wel zijn omdat iemand anders …’). • Iemand die je niet zo sympathiek vindt, reken je tot je horn-categorie. Daarin zitten de mensen die in je allergiezone zitten. Het liefst ontwijk je ze. Betekent dit dan dat deze personen niets positiefs kunnen doen? Nee, tuurlijk niet, alleen vergeet je dat heel snel. Thorndike benadrukte dat je op basis van het toeschrijven van één eigenschap aan een persoon (bv.: ‘een leuk mens’) al snel gelijkaardige eigenschappen gaat toedichten aan die persoon (in dit geval: andere positieve eigenschappen) en vooral ook op zoek gaat naar die eigenschappen die je gelijk geven. Op die manier geven we elkaar een ‘stempel’. En op basis van het stempel nemen we niet alleen anders waar, maar gaan we ons in de relatie ook anders gedragen. Bij de één zoeken we meer toenadering en bij de andere houden we meer afstand. Opdracht 29 Maak een begrippenlijst voor dit hoofdstuk. De bijhorende definities vind je in het leerwerkboek of zoek je op in een betrouwbare bron. Vermeld zeker de woorden met een sterretje. Je mag ook andere moeilijke of nieuwe woorden toevoegen. Werk je begrippenlijst na elk hoofdstuk bij. Zo heb je een goede houvast voor je examen. Meer informatie over een begrippenlijst maken vind je bij het onlinelesmateriaal. Opdracht 30 Maak de inhoud van dit hoofdstuk inzichtelijk. Hiervoor kan je kiezen voor een samenvatting, een mindmap of een schema. Bij het onlinelesmateriaal vind je meer uitleg over hoe je dat aanpakt. Doe dit voor alle hoofdstukken.

Code

Code Gedrag 4 GO_LWB.indb 39

Hoofdstuk 1 - Word een heer in het sociaal verkeer

39 14/08/17 16:23


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Code Gedragswetenschappen 4 GO! Voorbeeldpagina's by VAN IN - Issuu