Skip to main content

Code Gedragswetenschappen 3 GO! Voorbeeldpagina's

Page 1

Thema 1

Complexloos communiceren

Code Gedrag 3 GO.indb 25

4/04/16 14:21


t ie z t ie n j ji t a w Ik zie, ik zie

Hoofdstuk 1

1

1 De componenten van het waarnemingsproces ........................................................................................................................................ 29

1.1 Gewaarwording: het registreren van prikkels ............................................................................................................................................. 31

1.2 Waarneming: het selecteren en interpreteren van prikkels ............................................................................................................... 33 1.3 Reactie op prikkels ...................................................................................................................................................................................................... 35

2 Het waargenomene beïnvloedt het waarnemingsproces ................................................................................................................ 37

2.1 Verhouding tussen de voorgrond en de achtergrond ......................................................................................................................... 37

2.2 Het geheel is meer dan de som van de delen .......................................................................................................................................... 39

2.3 Groeperingswetten .................................................................................................................................................................................................... 39

2.4 Perceptuele constanties ........................................................................................................................................................................................... 41

2.5 Visuele illusies .................................................................................................................................................................................................................. 41 Een mindmap maken .......................................................................................................................................................................................................... 44

3 De waarnemer beïnvloedt het waarnemingsproces ............................................................................................................................ 45

3.1 Lichamelijke factoren ................................................................................................................................................................................................ 45

3.2 Psychologische factoren ......................................................................................................................................................................................... 46

Een samenvatting maken .................................................................................................................................................................................................. 48

Na dit hoofdstuk kan je … £  aangeven wat de componenten van het waarnemingsproces zijn; £ de begrippen gewaarwording en waarneming beschrijven en van elkaar onderscheiden; £ het belang van de zintuigen en het zenuwstelsel voor het waarnemingsproces verwoorden; £ de waarneming beschrijven als een proces waarbij informatie verwerkt wordt en dat illustreren met een voorbeeld; £ het waarnemingsproces uitleggen aan de hand van een schema; £ omschrijven welke eigenschappen van wat waargenomen wordt het waarnemingsproces beïnvloeden; £ omschrijven welke eigenschappen van de waarnemer het waarnemingsproces beïnvloeden.

Code

Code Gedrag 3 GO.indb 27

Hoofdstuk 1 - Ik zie, ik zie wat jij niet ziet

27 4/04/16 14:21


INTRO Bekijk het filmpje ‘Zien is niet waarnemen’ dat je leerkracht je toont. Piloten worden verondersteld goede waarnemers te zijn. Maar is dat ook zo? En hoe doe je dat, goed waarnemen? a Noteer drie conclusies uit het filmpje.

b Nemen de piloten waar wat er effectief is (objectieve waarneming) of gaat het om een eigen interpretatie van de werkelijkheid (subjectieve waarneming)?

28

Thema 1 - Complexloos communiceren

Code Gedrag 3 GO.indb 28

Code

4/04/16 14:21


1 De componenten van het waarnemingsproces Het waarnemingsproces bestaat uit drie componenten: • gewaarwording: het registreren van prikkels; • waarneming: het selecteren en interpreteren van prikkels; • reactie: het reageren op prikkels, gebaseerd op die interpretatie (betekenis). In wat volgt bekijken we de drie componenten van het waarnemingsproces een voor een. Daarna onderzoeken we enkele factoren die ons waarnemingsproces beïnvloeden. We maken daarbij een onderscheid tussen eigenschappen van wat waargenomen wordt en eigenschappen van de waarnemer. Maar eerst moet je natuurlijk weten wat een prikkel precies is.

Al vanaf je geboorte komen er voortdurend indrukken op je af: de geur van je mama, de smaak van fruitpap, een knuffel van een goeie vriend, een kus van je eerste liefje, de klanken van je favoriete nummer op de radio, een schouderklopje van je leerkracht … Die indrukken noemen we ook wel prikkels, stimuli of sensaties. Een prikkel* of stimulus* is een interne of externe verandering die je registreert. We onderscheiden interne en externe prikkels. • Een interne prikkel komt van binnen je lichaam. Voorbeelden zijn: - hongergevoel; - hoofdpijn; - de gedachte aan je liefje; - de herinnering van je verjaardagsfeest. • Een externe prikkel komt van buiten je lichaam. Voorbeelden zijn: - Je hoort de laatste hit van je favoriete band. - Je leest een sms’je van je beste vriend. - Je voelt een kus op je wang. - Je ruikt de geur van lasagne wanneer je de keuken binnenkomt.

Code

Code Gedrag 3 GO.indb 29

Hoofdstuk 1 - Ik zie, ik zie wat jij niet ziet

29 4/04/16 14:21


Opdracht 1 De leerkracht heeft een zak bij met een voorwerp erin. Kan je raden welk voorwerp in de zak zit? Hoe ben je te werk gegaan om dat te weten te komen?

Opdracht 2 Noteer bij de volgende situaties wat volgens jou de prikkel is en vink aan of het om een interne of een externe prikkel gaat. a Fien roept haar broer om te zeggen dat er bezoek voor hem is en hij naar beneden moet komen. Wat is hier de prikkel? £ intern    £ extern b Yassim krijgt een opmerking van de leerkracht. Hij is er niet mee gediend en rolt met zijn ogen. Wat is hier de prikkel? £ intern    £ extern c

Alex is bang voor een belangrijke toets voor gedragswetenschappen. Hij denkt dat het niet gaat lukken. Wat is hier de prikkel? £ intern    £ extern

d Siebe voelt zich onzeker in het bijzijn van kleine kindjes. Wat is hier de prikkel? £ intern    £ extern e Elines hart bonst in haar keel. Wat is hier de prikkel? £ intern    £ extern Opdracht 3 Reflecteer over de afgelopen tien lesminuten. Noteer welke prikkels je gewaarwerd. a Noteer drie externe prikkels.

b Noteer drie interne prikkels.

30

Thema 1 - Complexloos communiceren

Code Gedrag 3 GO.indb 30

Code

4/04/16 14:21


1.1  Gewaarwording: het registreren van prikkels Om de wereld te kunnen waarnemen, moet je eerst en vooral de prikkels uit je omgeving kunnen opvangen. Daarvoor heb je je zintuigen nodig. We kunnen zien, horen, ruiken, smaken en voelen dankzij onze ogen, oren, neus, tong en huid. • De informatie die we via onze ogen opnemen, noemen we visuele prikkels. • Auditieve prikkels hebben te maken met alle soorten geluiden. • Via ons reukorgaan komen olfactorische prikkels binnen. • Gustatieve prikkels geven ons informatie over smaken. • Tactiele prikkels worden we gewaar via onze tastzin. Nadat de zintuigen de prikkels hebben geregistreerd, sturen zij de prikkels door naar de hersenen. De prikkels worden omgezet in elektrische signalen (impulsen) die via de sensorische zenuwbanen naar de verschillende zintuiggebieden in de hersenen worden gebracht. De sensorische zenuwbanen of ‘gevoelszenuwen’ vervoeren dus zintuiglijke informatie naar onze hersenen. Gewaarwording* is het opnemen en registreren van prikkels of stimuli via je zintuigen en zenuwbanen. De gewaarwording noemen we de zintuiglijke component van het waarnemingsproces. (AARD)APPEL? Wist je dat mensen zonder reukzin de smaak van een appel en die van een aardappel moeilijk van elkaar kunnen onderscheiden? Dit toont aan dat onze reukzin belangrijk is in hoe we de smaak van iets waarnemen. Onze zintuigen moeten dus samenwerken om tot een degelijke waarneming te kunnen komen. Opdracht 4 Vul de volgende woorden in op de juiste plaats in de tabel: een foto van je idool – voelen – oren – sinaasappelsap – olfactorische prikkel – horen – huid – de stem van je mama – tong – ruiken – satijnen lakens – visuele prikkel. voorbeeld

soort prikkel

zintuig

activiteit

ogen

zien

auditieve prikkel neus

de geur van verse croissants gustatieve prikkel

smaken

tactiele prikkel

Code

Code Gedrag 3 GO.indb 31

Hoofdstuk 1 - Ik zie, ik zie wat jij niet ziet

31 4/04/16 14:21


Geel wordt groen: in de zomer zien we kleuren anders Wat wij zien als de kleur geel, verandert met de seizoenen, zo beweren wetenschappers. Geel ziet er in de zomer groener uit dan in de winter. Onderzoekers van de Britse universiteit van York wilden weten hoe mensen de vier hoofdkleuren (rood, geel, blauw en groen) identificeren. In tegenstelling tot de kleuren rood, blauw of groen, zijn alle volkeren het eens over hoe geel eruitziet, wat het tot een interessant onderzoeksobject maakt. Zo ontdekten de wetenschappers dat de perceptie van geel – en elke verandering in die perceptie – niet zozeer afhangt van de biologische structuur van het menselijke oog, maar eerder van de kleur van de natuurlijke omgeving. Bladgroei ‘We hebben gezien dat ons zicht bij het veranderen van de seizoenen zich aanpast aan de veranderingen in de omgeving’, zegt onderzoeksleidster Lauren Welbourne. Wanneer er in de zomer een grotere hoeveelheid bladeren is, wordt ons visueel systeem blootgesteld aan veel meer groen. Omdat de winter, wanneer er heel wat minder bladgroei is, grijzer is, zullen onze ogen dat compenseren zodat geel er roder gaat uitzien. ‘Het is vergelijkbaar met het veranderen van de kleurbalans op je tv’, aldus Welbourne.

Tijdens experimenten die werden uitgevoerd in zowel juni als januari, werden 67 mannen en vrouwen in een verduisterde kamer gezet tot hun ogen zich aan het weinige licht hadden aangepast. Daarna moesten ze een colorimeter bedienen tot ze ervan overtuigd waren dat de machine de perfecte kleur geel aangaf. In de zomer fi lterden de deelnemers meer groen weg uit het geel, terwijl in januari ze net meer groen toevoegden, zo schrijft Welbourne in het vakblad Current Biology. De zomer verandert dus letterlijk onze kijk op de wereld.

Uit: T.E. (2015, 10 augustus). Geel wordt groen: in de zomer zien we kleuren anders. Knack. Geraadpleegd via http://www.knack.be

32

Thema 1 - Complexloos communiceren

Code Gedrag 3 GO.indb 32

Code

4/04/16 14:21


1.2 Waarneming: het selecteren en interpreteren van prikkels Omdat onze hersenen continu overstelpt worden door een grote hoeveelheid zintuiglijke informatie (prikkels) en we niet in staat zijn om al die informatie in de diepte te verwerken, moeten we een (snelle) selectie maken van wat binnenkomt. We worden de prikkels dus wel gewaar, maar onze hersenen besluiten om met bepaalde informatie niets te doen. Dit is wat er in het filmpje in de intro gebeurde, waardoor de piloten niet opmerkten dat ze aan de balie door twee verschillende mensen werden bediend. hersenbalk

De zintuiglijke informatie die via de zenuwbanen naar de hersenen wordt gestuurd komt eerst in de thalamus terecht. De thalamus is het verdeelcentrum (je kan het vergelijken met een postsorteercentrum). Er wordt gekeken over welke soort informatie het gaat. Daarna wordt de informatie naar het deel van de hersenen gestuurd dat gespecialiseerd is om net die informatie te verwerken. Elke prikkel die via je zintuigen en zenuwbanen je hersenen bereikt, wordt door je hersenen beoordeeld: is dit relevante informatie?

grote hersenen thalamus

hypothalamus hypofyse hersenstam

kleine hersenen

Je staat op een feestje te praten. De prikkels die je bewust waarneemt, dus die je hersenen als relevant hebben beoordeeld, zijn bijvoorbeeld wat je vrienden zeggen, waar jullie staan, wie lacht om je grapjes en welke kleur de trui van je vriendin heeft. Informatie die wel binnenkomt, maar waarvan je hersenen besluiten om ze nu niet bewust waar te nemen, is bijvoorbeeld dat je hart klopt, dat temperatuur in de kamer 21 graden is, dat je horloge om je pols hangt, dat je op vijf meter van de muur staat, dat er drie uur voorbij zijn sinds je binnenkwam, dat het haar van je vriendin bruin is enzovoort. De selectie die we maken hangt sterk samen met onze aandacht en onze behoeften. •

Als je op zoek bent naar een geschenkje voor een vriend(in) dan zal je vooral die prikkels waarnemen die je hiermee vooruit kunnen helpen. Je zal dan bijvoorbeeld geen aandacht hebben voor het kraampje met aardbeien en het misschien zelfs helemaal niet opmerken. Als je lief het uitgemaakt heeft, kan het zijn dat je de indruk hebt dat er overal verliefde koppeltjes rondlopen. In werkelijkheid lopen er niet meer koppeltjes rond dan anders, maar jij bent met jouw aandacht bij je relatie waar een eind aan gekomen is.

•

Nadat de relevante prikkels geselecteerd zijn, worden ze geïnterpreteerd. Zo geef je betekenis aan die prikkels. Het selecteren en interpreteren van prikkels noemen we de waarneming. Waarnemen gebeurt meestal onbewust. Waarneming* is een activiteit waarbij de hersenen prikkels selecteren en interpreteren. De waarneming is de neuropsychologische component van het waarnemingsproces. • • •

Je begrijpt dat het knorrende geluid en dat vreemde gevoel in je maag betekent dat je honger hebt. Je herkent de melodie op de radio als de laatste hit van je favoriete band. De smaak op je tong herken je als die van sinaasappelsap. SINAASAPPELS Blinden die door een operatie kunnen zien, moeten leren om een betekenis toe te kennen aan wat ze zien. Ze zien bijvoorbeeld een rond oranje ding met putjes in, maar herkennen het pas als een sinaasappel als ze het ook vastnemen, want hun tastzin kent een sinaasappel wél.

Code

Code Gedrag 3 GO.indb 33

Hoofdstuk 1 - Ik zie, ik zie wat jij niet ziet

33 4/04/16 14:21


De waarneming heeft drie belangrijke kenmerken. • Onze waarneming is selectief. Er komen zoveel prikkels op ons af dat we genoodzaakt zijn een selectie te maken. Ons brein kan eigenlijk slechts met één ding tegelijk bezig zijn. • Onze waarneming is subjectief. De betekenis die we aan prikkels koppelen is persoonsgebonden, want iedereen ziet de werkelijkheid door zijn eigen ‘bril’. Een liedje dat bij de ene persoon emoties oproept, kan voor iemand anders weinig betekenis hebben. We nemen dus wel objectieve feiten waar (het liedje), maar onze interpretatie is individueel verschillend. • Onze waarneming is beïnvloedbaar. Hoewel we objectief meetbare prikkels gewaarworden, creëren wij onze eigen werkelijkheid. De Amerikaanse psychologen Elizabeth Loftus en John Palmer onderzochten in 1974 via een laboratoriumexperiment de betrouwbaarheid van getuigenverklaringen na een ongeluk. Ze lieten zo’n 150 proefpersonen (studenten) een film zien en deelden hen op in verschillende groepen. Na het bekijken van de film werd aan de proefpersonen gevraagd te vertellen wat ze gezien hadden alsof ze ooggetuige waren geweest van het ongeval. Aan de eerste groep stelden de onderzoekers de vraag ‘Hoe snel reden de auto’s ongeveer toen ze tegen elkaar te pletter sloegen?’ Aan de tweede groep stelden ze de vraag ‘Hoe snel reden de auto’s ongeveer toen ze tegen elkaar botsten?’ Beide groepen kregen dus dezelfde vraag, maar met een verschillend werkwoord. Wat bleek nu? Afhankelijk van het gebruikte werkwoord werd de snelheid waarmee de auto’s op elkaar inreden anders ingeschat. De eerste groep schatte de snelheid gemiddeld 16 km per uur hoger in dan de tweede groep. Opdracht 5 a Bekijk het filmpje op code.deboeck.com. Maakt de vrouw in kwestie een objectieve waarneming of gaat het om een interpretatie? Motiveer je antwoord.

b Heb je zelf ook al eens een situatie verkeerd geïnterpreteerd? Leg uit.

Opdracht 6 Bekijk het filmpje op code.deboeck.com. Wat viel je op?

34

Thema 1 - Complexloos communiceren

Code Gedrag 3 GO.indb 34

Code

4/04/16 14:21


1.3  Reactie op prikkels De laatste stap in het waarnemingsproces is de uiteindelijke reactie op de geregistreerde prikkel. Hoe je zal reageren, hangt af van de betekenis die je aan de prikkel gegeven hebt, maar ook van je omgeving. Jasmien is 14 en heel verlegen. Ze zit in de klas bij heel luidruchtige meisjes en jongens. Dat maakt haar nog meer verlegen. Jasmien voelt zich anders dan de andere leerlingen. Ze luistert naar andere muziek, heeft andere interesses ‌ Als er een groepswerk is in de klas, is ze altijd de laatste die een groepje vindt. Als de leerkracht haar iets vraagt, durft ze amper te antwoorden. Het volgende schooljaar komt Jasmien in een heel andere klas terecht. De leerlingen zijn er veel rustiger en de groep is ook kleiner. Ze voelt zich steeds beter in haar vel, want ze kan het goed vinden met Jana en nog twee andere meisjes. Ze worden een hechte kliek. Ze laat veel meer van zich horen in de klas en bloeit open. Ze is nog steeds verlegen, maar maakt zich niet meer onzichtbaar zoals vroeger.

Gedrag is een spiegel waarin iedereen zijn eigen beeld weergeeft. Johann Wolfgang von Goethe

Opdracht 7 Als we de tabel van opdracht 4 hernemen, kunnen we daar nu een vijfde kolom aan toevoegen. Vul aan. voorbeeld

soort prikkel

zintuig

activiteit

een foto van je idool

visuele prikkel

ogen

zien

de stem van je mama

auditieve prikkel

oren

horen

de geur van verse croissants

olfactorische prikkel

neus

ruiken

sinaasappelsap

gustatieve prikkel

tong

smaken

satijnen lakens

tactiele prikkel

huid

voelen

Code

Code Gedrag 3 GO.indb 35

(mogelijke) reactie

Je draait je hoofd in de richting van het geluid.

Je trekt een vies gezicht.

Hoofdstuk 1 - Ik zie, ik zie wat jij niet ziet

35 4/04/16 14:21


Opdracht 8 Vervolledig het schema van het waarnemingsproces. Voeg ook een eigen voorbeeld toe. De prikkels zijn: a de smaak en structuur van een stuk fruit; b de aanblik van een meisje; c eigen voorbeeld: component

actieve element

voorbeeld a De smaakpapillen (zenuwuiteinden op de tong) vangen de smaak op en de smaakzenuw voert de prikkel naar de hersenen. b De ogen vangen de visuele prikkel op en de oogzenuw stuurt de prikkel naar de hersenen. c Eigen voorbeeld: a Onze hersenen herkennen het uitzicht, de smaak en de geur van aardbeien. b Onze hersenen verwerken de prikkel en we herkennen het meisje als onze zus.

waarneming

c Eigen voorbeeld:

a We beginnen te watertanden. hele lichaam

b We glimlachen en roepen haar naam. c Eigen voorbeeld:

36

Thema 1 - Complexloos communiceren

Code Gedrag 3 GO.indb 36

Code

4/04/16 14:21


2  Het waargenomene beïnvloedt het waarnemingsproces Het waarnemingsproces wordt beïnvloed door een aantal factoren. Sommige van die factoren hangen samen met wat waargenomen wordt. Daarvan bespreken we er enkele in dit onderdeel. We focussen daarbij op de visuele waarneming. Andere factoren hebben te maken met de waarnemer. Die bespreken we in het volgende onderdeel. Begin 20ste eeuw introduceerden de Joods-Duits-Amerikaanse psycholoog Max Wertheimer en zijn collega’s de gestaltpsychologie, een nieuwe tak binnen het cognitivisme (een psychologische stroming die bestudeert hoe mensen kennis verwerven, ordenen en gebruiken in hun gedrag). Het belangrijkste principe van de gestaltpsychologie is dat we geen losse elementen waarnemen, maar dat we losse elementen groeperen en als geheel zien (Duits Gestalt = vorm of geheel). Het geheel zit in zowel vorm, kleur en afstand als beweging van elementen. Wat we zien is gebaseerd op bepaalde verwachtingen en eerdere ervaringen. Hieronder bekijken we enkele gestaltwetten, processen die visuele prikkels organiseren in voor ons herkenbare figuren. Ook visuele illusies zijn een voorbeeld van de invloed van het waargenomene op het waarnemingsproces. We bespreken enkele twee- en driedimensionale illusies.

2.1  Verhouding tussen de voorgrond en de achtergrond Deze gestaltwet houdt in dat we altijd één figuur scherp zien (op de voorgrond) en een andere figuur minder scherp (op de achtergrond). Als je deze figuur bekijkt, zie je ofwel een zwarte vaas ofwel twee witte gezichten op de voorgrond. Je kan nooit beide figuren gelijktijdig zien. Waarnemingspsychologen noemen deze illustratie de Petrus- en Paulusvaas. Ook in onze omgang met anderen kunnen we dit fenomeen ervaren. Tijdens het observeren van mensen kan een bepaalde figuur of een bepaalde eigenschap van iemand ons zodanig opvallen dat de andere figuren of eigenschappen op de achtergrond komen te staan. In de krant staat een artikel over de favoriete zanger van Lies. Als Lies naar de foto van de zanger kijkt, let ze niet op de andere informatie op de bladzijde, noch op allerlei voorwerpen die zich in haar omgeving bevinden en die toch ook op haar netvlies geprojecteerd worden. Opdracht 9 Noteer zelf een voorbeeld van de verhouding tussen voor- en achtergrond.

Bewegende en stilstaande figuren zijn een bijzondere vorm van de verhouding tussen voor- en achtergrond. Bewegende figuren trekken de aandacht en zijn daardoor makkelijker om van de achtergrond te onderscheiden. • •

Een racewagen valt op tegenover het racestadium omdat hij beweegt. In een voetbalstadion zal je de reclameboodschappen op de panelen opmerken omdat ze om de zoveel tijd veranderen.

Opdracht 10 Noteer zelf een voorbeeld van bewegende en stilstaande figuren.

Code

Code Gedrag 3 GO.indb 37

Hoofdstuk 1 - Ik zie, ik zie wat jij niet ziet

37 4/04/16 14:21


Ook contrastwerking is een specifieke vorm van de verhouding tussen voor- en achtergrond. Een grijs voorwerp op een witte achtergrond zal een donkergrijze indruk maken. Hetzelfde voorwerp op een zwarte achtergrond zal een lichtgrijze indruk maken. Een voorwerp kan dus anders overkomen afhankelijk van de elementen die zich eromheen bevinden.

Opdracht 11 Noteer zelf een voorbeeld van contrastwerking.

Bij camouflage gaat een object zodanig in op de achtergrond dat het niet opvalt. Een kameleon kan de kleuren van zijn omgeving overnemen zodat hij bijna onzichtbaar wordt.

Opdracht 12 Noteer zelf een voorbeeld van camouflage.

Soms worden we misleid omdat de persoon die we waarnemen bewust onze aandacht afleidt van de dingen die we zouden moeten zien. We spreken dan van compensatie. Floor heeft een puistje op haar kin. Ze doet vandaag extra veel mascara op en geen lippenstift.

38

Thema 1 - Complexloos communiceren

Code Gedrag 3 GO.indb 38

Code

4/04/16 14:21


2.2  Het geheel is meer dan de som van de delen Deze gestaltwet houdt in dat de afzonderlijk delen van een geheel niet zoveel betekenen als het geheel op zich. De afzonderlijke delen krijgen hun betekenis maar als ze gezien worden in het geheel. Mia heeft een puzzel met 1 000 stukjes gekregen. De vele puzzelstukken hebben afzonderlijk weinig betekenis, maar hoe meer stukjes Mia met elkaar kan verbinden, hoe duidelijker het wordt waarover de puzzel gaat.

2.3  Groeperingswetten Groeperingswetten stellen ons in staat om de dingen die we waarnemen te vereenvoudigen zodat ze gemakkelijker te interpreteren zijn. De wet van nabijheid houdt in dat we veronderstellen dat stimuli die zich dicht bij elkaar bevinden, samen horen en dat we ze vlugger als één geheel zullen zien dan stimuli die verder van elkaar liggen. Als ze de linkse afbeelding moeten beschrijven, zeggen de meeste mensen: ‘Ik zie (tien) balkjes.’ Als dezelfde balkjes worden weergegeven zoals in de rechtse afbeelding, zeggen de meeste mensen waarschijnlijk: ‘Ik zie twee groepen balkjes.’

Ook in het dagelijks leven merken we veel toepassingen van de wet van nabijheid op. Fien wandelde op woensdagnamiddag voorbij het stadspark. Op een bankje merkte ze haar klasgenoot Frederik op. Hij zat er samen met een onbekend meisje. De dag nadien verkondigde Fien dat Frederik een nieuw lief had. Maar Frederik zei dat hij dat meisje totaal niet kende. Omdat Fien Frederik en het meisje bij elkaar had zien zitten, ging ze er automatisch van uit dat ze samen hoorden.

Code

Code Gedrag 3 GO.indb 39

Hoofdstuk 1 - Ik zie, ik zie wat jij niet ziet

39 4/04/16 14:21


De tweede groeperingswet is de wet van gelijkheid. Die wet houdt in dat stimuli die op elkaar lijken meer kans hebben om als één geheel te worden gezien dan stimuli die niet op elkaar lijken. •

•

•

Een afstandsbediening is geconstrueerd op basis van de wet van gelijkheid. Je kan gemakkelijk de knoppen die bij elkaar horen herkennen op basis van hun vorm, grootte en kleur. Elke voetbalploeg onderscheidt zijn elftal van de tegenspelers door de kleuren in de outfit. Zo is het voor zowel spelers als supporters duidelijk welke spelers behoren tot dezelfde ploeg. Ook schooluniformen zijn gebaseerd op de wet van gelijkheid.

De derde groeperingswet is de wet van geslotenheid. Die wet houdt in dat stimuli die tot hetzelfde voorwerp behoren in hetzelfde geheel worden gestopt, zelfs als we daarvoor omtrekken (lijnen) moeten aanvullen. •

•

Het logo van IBM bestaat uit onvolledige omtrekken. Toch slagen je hersenen erin om de contouren mentaal aan te vullen zodat je zonder probleem ‘IBM’ kan lezen. In het dagelijks leven wordt de wet van geslotenheid duidelijk toegepast in het afbakenen van parkeerzones. Dat gebeurt dikwijls met lijnen. Hoewel die lijnen vaak niet volledig gesloten zijn, is het toch duidelijk waar je je voertuig moet parkeren.

De laatste groeperingswet die we zullen bespreken is de wet van goede voortzetting. Die wet houdt in dat stimuli die in elkaar overvloeien vaker gezien worden als stimuli die tot hetzelfde geheel behoren dan stimuli die niet in elkaar overvloeien. Gegevens die een logische vooruitgaande beweging tonen, worden beschouwd als gegevens die bij elkaar horen, die één geheel vormen. • •

Je zal eerder een lijn zien die van A naar B loopt en een lijn die van C naar D loopt dan een lijn die bijvoorbeeld van C naar A loopt of van B naar D. Omstreeks 1950 stelde de Britse psycholoog Colin Cherry vast dat mensen probleemloos een gesprek kunnen volgen zonder in de war te geraken door andere gesprekken op de achtergrond. Wellicht heb jij daar ook geen moeite mee wanneer je op de speelplaats vertoeft en in het geroezemoes nog het gesprek van je vriend(in) kan volgen. Dit wordt het cocktailpartyfenomeen genoemd.

B

C

A

D

40

Thema 1 - Complexloos communiceren

Code Gedrag 3 GO.indb 40

Code

4/04/16 14:21


2.4 Perceptuele constanties Het beeld dat op je netvlies valt verandert voortdurend. Als er bijvoorbeeld iemand voor je staat en daarna van je wegloopt, lijkt het beeld van die persoon op je netvlies kleiner te worden. Toch raak je niet in de war over wat je waarneemt. Je weet dat de persoon die wegloopt dezelfde persoon is als degene die net voor je stond en dat hij nog steeds even groot is, maar dan verder weg. Dit heet perceptuele constantie. De gewaarwording wijzigt, maar de waarneming blijft gelijk. Er zijn verschillende soorten perceptuele constanties: vormconstantie, kleurconstantie, plaatsconstantie, oriëntatieconstantie … Een voorbeeld van vormconstantie:

De beelden van een opengaande deur die op ons netvlies terechtkomen zijn heel verschillend. Toch nemen we de deur als een constante rechthoek waar. Door veranderende lichtinval, bijvoorbeeld het verschil in zonlicht ’s ochtends en ’s avonds, kunnen stimuli schijnbaar veranderen van kleur. Toch blijft onze waarneming van die stimuli dezelfde. Dit noemen we kleurconstantie. Tim luiert in zijn hangmat terwijl hij zijn leerwerkboek gedragswetenschappen doorneemt. Het boek is gedrukt op wit papier. Wanneer er plots een wolk voor de zon verschijnt, krijgt het papier een grijze tint. Toch denkt Tim niet dat er een wonder is gebeurd en het boek plotseling veranderd is van kleur. Hij weet dat het boek in beide gevallen de kleur wit behoudt.

2.5 Visuele illusies Visuele illusies worden ingedeeld in twee groepen: de tweedimensionale illusies en de driedimensionale illusies. tweedimensionale illusies

Een eerste belangrijke tweedimensionale illusie is de horizontaal-verticale illusie. Wanneer je twee even lange lijnstukken loodrecht op elkaar ziet, schat je het verticale lijnstuk langer in dan het horizontale lijnstuk. Als je de twee lijnstukken meet, stel je vast dat ze precies even lang zijn.

A

B

In het Sandler-parallellogram lijkt het schuin omlaag lopende lijnstuk lijkt op het eerste gezicht langer dan het schuin omhoog lopende lijnstuk, maar als je ze meet, blijken ze precies even lang te zijn. Deze illusie ontstaat doordat het schuin omlaag lopende lijnstuk de eigenschappen overneemt van het grotere geheel waarin het vertoeft.

Code

Code Gedrag 3 GO.indb 41

Hoofdstuk 1 - Ik zie, ik zie wat jij niet ziet

41 4/04/16 14:21


y

Bij de Poggendorf-illusie kan je je moeilijk voorstellen dat de twee schuine lijnen op één rechte lijn liggen. Het lijkt alsof de bovenste schuine lijn hoger ligt. x

A

B

De illusie van de Titchener-cirkels ontstaat door de tegenstelling tussen de middelste cirkels en hun omliggende cirkels. Een cirkel die omgeven wordt door kleinere cirkels lijkt groter te zijn dan dezelfde cirkel die omgeven wordt door grotere cirkels.

Heb je ook al gemerkt dat je geneigd bent om op een groot bord meer eten op te scheppen? Dat fenomeen kan je verklaren door de Delboeuf-illusie, een toepassing van de Titchenercirkels. De twee zwarte cirkels zijn even groot, maar doordat de omliggende cirkels in grootte verschillen, lijkt de rechtse zwarte cirkel groter. Op een groot bord scheppen mensen 9 % tot 31 % meer eten op doordat hun inschatting van de hoeveelheid eten op hun bord veranderd is. driedimensionale illusies

A

In de Ponzo-illusie wordt het idee gewekt dat de bovenste horizontale lijn langer is dan de onderste lijn. Een verklaring hiervoor is dat de schuine lijnen een diepte in de figuur suggereren. Daardoor lijkt het alsof de bovenste horizontale lijn verder van ons afligt en daarom groter moet zijn.

Een andere bekende illusie waarbij diepte een rol speelt is de Müller-Lyer-illusie. Het lijkt alsof de verticale lijnen niet even lang zijn. Toch is dat wel degelijk het geval. We interpreteren inwaartse hoeken (zoals de naar binnen gerichte pijlen bij figuur A) als hoeken van de binnenkant van een driedimensionaal voorwerp zoals een doos of een kamer. De naar buiten gerichte hoeken (zoals bij figuur B) zien we als de buitenkant van een voorwerp. Daarom gaan onze hersenen ervan uit dat de lijn in figuur A dichter bij ons ligt en dus groter moet zijn dan de lijn in figuur B.

42

Thema 1 - Complexloos communiceren

Code Gedrag 3 GO.indb 42

B

A

B

Code

4/04/16 14:21


Nog een driedimensionale illusie is de onmogelijke figuur. Als je de volledige figuur bekijkt, merk je dat er iets niet klopt. De verklaring hiervoor is dat de figuur schijnbaar driedimensionaal is, terwijl dat in werkelijkheid niet mogelijk is.

Opdracht 13 Welke illusie wordt er in de volgende voorbeelden geĂŻllustreerd? Noteer of het om een twee- of een driedimensionale illusie gaat en geef ook de naam van de specifieke illusie. voorbeeld

A

soort illusie

B

Opdracht 14 CreĂŤer zelf een visuele illusie en fotografeer ze.

Code

Code Gedrag 3 GO.indb 43

Hoofdstuk 1 - Ik zie, ik zie wat jij niet ziet

43 4/04/16 14:21


Opdracht 15 Maak een mindmap van dit onderdeel. In het kader hieronder lees je hoe dat moet. Het centrale begrip is al gegeven.

het waargenomene beĂŻnvloedt het waarnemingsproces

EEN MINDMAP MAKEN Een mindmap of woordspin is een manier om informatie op een overzichtelijke manier te schematiseren. De eerste stap bij het maken van een mindmap is het selecteren van het centrale thema. Dat centrale begrip komt in het midden te staan. Daarrond schrijf je de subthema’s, belangrijke woorden die met het centrale thema te maken hebben. Per subthema kan je dan nog extra informatie toevoegen.

44

Thema 1 - Complexloos communiceren

Code Gedrag 3 GO.indb 44

Code

4/04/16 14:21


3 De waarnemer beïnvloedt het waarnemingsproces Ook eigenschappen van de waarnemer kunnen het waarnemingsproces beïnvloeden. In wat volgt maken we een onderscheid tussen lichamelijke factoren en psychologische factoren.

3.1 Lichamelijke factoren Medicatie, drugs, alcohol, hoge koorts en epilepsie, maar ook een gebrek aan slaap kunnen onze waarneming beïnvloeden. • •

Iemand die probeert af te geraken van een alcoholverslaving zal ontwenningsverschijnselen vertonen. Hij is dan verward en angstig en ervaart sterke visuele illusies en hallucinaties: zo ‘ziet’ hij bv. mieren of rupsen. Een beroemde casestudy over de effecten van slaapdeprivatie is die van de Amerikaanse radiopresentator Peter Tripp (1959). Tripp wilde geld inzamelen voor een goed doel met een stunt en besliste om niet te slapen gedurende 200 uren (ongeveer acht dagen). Na enkele dagen begon hij te hallucineren. Hij verbleef in een glazen kooi op Times Square terwijl enkele dokters en wetenschappers hem in de gaten hielden. Nooit eerder had men zo’n lange periode van slaapdeprivatie kunnen registreren.

Opdracht 16 De volgende zelfportretten werden getekend door een vrouw nadat ze de drug lsd nam. De eerste tekening werd gemaakt na een kwartier, de tweede na twee uur en een kwartier en de derde na zes uur. Wat merk je op?

Ook zonder de invloed van drugs, slaapgebrek enzovoort zijn onze zintuigen niet feilloos. Dat ons gezichtszintuig zijn beperkingen heeft, blijkt uit de proef van Mariotte. Opdracht 17 Doe de proef van Mariotte: fixeer je linkeroog op het kruis en dek je rechteroog af. Beweeg vervolgens traag het boek naar je toe tot op ongeveer 20 centimeter van je oog. Wat merk je op?

Code

Code Gedrag 3 GO.indb 45

Hoofdstuk 1 - Ik zie, ik zie wat jij niet ziet

45 4/04/16 14:21


3.2  Psychologische factoren Het waarnemingsproces wordt ook beïnvloed door psychologische factoren van de waarnemer, zoals: • aandacht; • gewenning; • irritatie; • voorkennis; • emotionele instelling; • zelfbeeld. Aandacht is het focussen op iets in onze omgeving. Daardoor ‘kiezen’ we eigenlijk wat we zien en wat niet. Je kan pas iets waarnemen als je er aandacht voor hebt. Of je ergens aandacht voor hebt wordt bepaald door verschillende elementen. • Iets kan onze aandacht trekken omdat het opvallend is. Voorbeeld:

•

Iets kan onze aandacht trekken omdat het te maken heeft met onze behoeften. Voorbeeld:

•

Iets kan onze aandacht trekken omdat het verbonden is met onze persoonlijke smaak en interesses. Voorbeeld:

•

Iets kan onze aandacht trekken omdat het bepaalde gevoelens oproept. Voorbeeld:

•

Iets kan onze aandacht trekken omdat het verbonden is met vroegere ervaringen. Voorbeeld:

Opdracht 18 Noteer hierboven een eigen voorbeeld bij elk van de elementen die de aandacht bepalen. Wanneer iets in onze omgeving verandert, dan hebben we dat meestal vrij snel opgemerkt. Maar als we heel vaak met eenzelfde prikkel geconfronteerd worden, dan gaan we die prikkel amper nog opmerken. Met andere woorden: we wennen aan de prikkel. Dat noemen we het weneffect. Bram woont naast een stinkend beekje. Hij merkt de geur nog nauwelijks op. Maar telkens als hij terugkomt van een lange reis merkt hij weer hoe overweldigend de slechte geur is. Het omgekeerde van het weneffect heet het irritatie-effect. Een prikkel kan zodanig opvallend aanwezig zijn dat hij irritatie en ergernis opwekt. • •

46

Peter is een buur van Bram. Omdat hij zich steeds meer ergert aan de geur van het stinkend beekje, gaat hij binnenkort verhuizen. Jietske is altijd heel druk en luidruchtig tijdens de lessen. De leerkrachten moeten voortdurend opmerkingen maken en nota’s schrijven. Ze hebben het ondertussen wel gehad en vragen een gesprek met de directie.

Thema 1 - Complexloos communiceren

Code Gedrag 3 GO.indb 46

Code

4/04/16 14:21


We beschikken allemaal over bepaalde kennis en die voorkennis zal onze waarneming beïnvloeden. Doordat je op voorhand bepaalde dingen weet, ben je eigenlijk vooringenomen en zal je waarneming gekleurd zijn. • • •

Frederik hoorde een luide knal en dook ineen van de schrik. Niet lang voordien was hij betrokken geweest bij een autoongeval. Automatisch ging hij ervan uit dat er iets ergs gebeurd was. Je gaat ergens babysitten en ze waarschuwen je dat het een moeilijk kind is. Jullie spelen een spelletje en het kind zegt dat het dit spelletje niet fijn vindt. Je wordt onmiddellijk boos en zegt dat hij niet zo moeilijk moet doen. Evelien en Sandrine zien Elke weglopen op de speelplaats. Ze houdt haar zakdoek tegen haar betraande ogen en snottert. Evelien zegt: ‘Oh nee, het is toch niet uit met haar lief?’ Maar Sandrine weet beter: ‘Nee, ze heeft last van hooikoorts en loopt al dagen te snotteren.’

Opdracht 19 Bekijk de figuur en noteer wat je ziet.

Of je kan lezen of niet zal bepalen hoe je deze afbeelding ziet. Vermoedelijk zal jij er een hoofdletter E in herkennen. Een analfabeet of iemand die niet vertrouwd is met ons Latijnse schrift zal deze figuur anders interpreteren. Wanneer je iets waarneemt, zullen je hersenen zich dus baseren op wat ze al kennen of weten, met andere woorden: op voorkennis, om aan de waargenomen prikkels een betekenis te geven. Je emotionele instelling, met andere woorden hoe je je voelt op het moment dat je iets waarneemt, speelt ook een rol in het waarnemingsproces. Je hebt beslist zelf al ondervonden dat je de wereld zonniger en positiever ervaart wanneer je goedgemutst bent opgestaan. Opdracht 20 Noteer een eigen voorbeeld van hoe je emotionele instelling je waarneming kan beïnvloeden.

Ook ons zelfbeeld heeft een invloed op onze waarneming. Verschillende onderzoeken tonen immers aan dat je je omgeving anders ‘ziet’ naarmate je een meer positief of een meer negatief zelfbeeld hebt. Je hoeft geen psycholoog te zijn om te begrijpen dat een positief zelfbeeld gepaard gaat met een meer positieve waarneming van de omgeving. Daaruit mag je echter niet concluderen dat een positief zelfbeeld in alle situaties gunstiger is. Over het algemeen geldt wel dat mensen met een positief zelfbeeld daar voordeel uit halen, maar op sociaal vlak moeten ze er vaak een prijs voor betalen. In onderzoek uit 1995 van Randall Colvin, een Amerikaanse wetenschapper gespecialiseerd in persoonlijkheidspsychologie, komt naar voren dat mensen met een positief zelfbeeld door anderen minder gunstig worden waargenomen. Ze worden door hun naaste omgeving als meer opschepperig, vijandig en minder attent gezien dan werkelijk zo is.

We zien de dingen niet zoals ze zijn, we zien ze zoals wij zijn. Anaïs Nin

Code

Code Gedrag 3 GO.indb 47

Hoofdstuk 1 - Ik zie, ik zie wat jij niet ziet

47 4/04/16 14:21


Opdracht 21 Welke beïnvloedende factor staat in de onderstaande voorbeelden centraal? voorbeeld

beïnvloedende factor

A

Tijdens de les zie je door het raam dat er een koppeltje ruzie aan het maken is. Je hoort niets van het gesprek. Je ziet wel dat de ene persoon de andere wegduwt en grote handgebaren maakt.

1

aandacht

B

Ine heeft goed onthouden dat Larissa vorige week een prachtig zwart jurkje aan had. Ze is zelf ook op zoek naar een jurk. Fatima, die altijd bij Ine is, heeft de kledij van Larissa niet eens opgemerkt.

2

emotionele instelling

C

Sarah voelt zich niet op haar gemak in grote groepen. Ze draagt meestal een jeans en een zwarte trui, in de hoop dat niemand haar dan opmerkt.

3

camouflage

D

Natasha is dolverliefd op haar nieuwe verovering, Brent. Ze vindt hem werkelijk fantastisch. Daardoor merkt ze niet op dat hij absoluut niet aardig is voor haar vriendinnen.

4

bewegende en stilstaande figuren

A

B

C

D

Opdracht 22 Je hebt al geleerd over mindmaps, maar je kan leerstof ook verwerken door een samenvatting te maken. In het kader hieronder lees je hoe dat moet. Maak vervolgens een samenvatting van dit hoofdstuk. EEN SAMENVATTING MAKEN Een samenvatting is een verkorte versie van een tekst. Samenvatten betekent de essentie eruit halen en alle ballast wegfilteren. Een samenvatting is dan ook per definitie onvolledig. Het is de kunst om die zaken weg te laten die je logischerwijs zelf kan bedenken. Een samenvatting is dan ook een persoonlijk werkdocument. Let op: alles wat in de samenvatting staat, moet je van buiten kennen. Een goede samenvatting, die ondersteuning biedt bij het studeren, bestaat uit vier onderdelen: • Titels De basis van je samenvatting is de uitgebreide inhoudstafel. Is er geen inhoudstafel, kijk dan naar tussentitels of haal uit elke alinea de hoofdgedachte. Die staat vaak in de eerste of laatste zin van een alinea. Je kan ook gebruik maken van de verschillende topische vragen: wie, wat, waar, wanneer, waarom, hoe? • Korte begripsverklaringen Noteer bij elk belangrijk of moeilijk begrip een korte verklaring. • Lijstjes Noteer lijstjes van opsommingen die je moet onthouden. • Tekeningen Soms zegt een beeld meer dan duizend woorden.

48

Thema 1 - Complexloos communiceren

Code Gedrag 3 GO.indb 48

Code

4/04/16 14:21


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Code Gedragswetenschappen 3 GO! Voorbeeldpagina's by VAN IN - Issuu