Thema 1
Media
Code Cultuur 5 VO_LWB.indb 11
11/07/16 10:32
ia d e m a s s a m e d n Functies va
Hoofdstuk 1
1
Massamedia ......................................................................................................................................................................................................................... 16 1.1 Waarom spreken we van functies? ................................................................................................................................................................. 16 1.2 Overzicht van de massamedia .......................................................................................................................................................................... 17
2
Informatieve functie ...................................................................................................................................................................................................... 19 2.1 Berichtgeving en duiding ..................................................................................................................................................................................... 19 2.2 Scoopcultuur vs. onderzoeksjournalistiek .................................................................................................................................................. 21
3
Persuasieve functie ........................................................................................................................................................................................................ 23 3.1 OpiniĂŤring ....................................................................................................................................................................................................................... 23 3.2 Reclame en public relations ................................................................................................................................................................................ 26 3.3 Propaganda ................................................................................................................................................................................................................... 30
4
Socialiserende functie ................................................................................................................................................................................................. 31 4.1 Socialisatie en educatie .......................................................................................................................................................................................... 31 4.2 Rolmodellen .................................................................................................................................................................................................................. 31 4.3 Media als deel van de cultuur ............................................................................................................................................................................ 32
5
Amusementsfunctie ...................................................................................................................................................................................................... 35 5.1 Escapisme ....................................................................................................................................................................................................................... 35 5.2 Disfunctioneel amusement ................................................................................................................................................................................. 35 5.2.1 Nivellering ........................................................................................................................................................................................................... 35 5.2.2 Belemmering van de (vrije)tijdsinvulling ......................................................................................................................................... 36 5.2.3 Verminderde maatschappelijke betrokkenheid.......................................................................................................................... 37
6
Politieke functie ................................................................................................................................................................................................................ 39
7
En wat doen we ermee? .............................................................................................................................................................................................. 43 7.1 Kenniskloofhypothese ............................................................................................................................................................................................ 43 7.2 Een digitale kloof? ..................................................................................................................................................................................................... 43
Code
Code Cultuur 5 VO_LWB.indb 13
Hoofdstuk 1 - Functies van de massamedia
13 11/07/16 10:32
Na dit hoofdstuk kan je … £ de functies van de massamedia situeren in de communicatiewetenschappen; £ het onderscheid maken tussen een manifeste en een latente functie; £ het onderscheid maken tussen een eufunctie en een disfunctie; £ de verschillende functies van de massamedia van elkaar onderscheiden; £ voorbeelden geven bij verschillende massamediafuncties; £ aantonen dat de massamediafuncties elkaar overlappen; £ enkele mogelijke nadelen van een enquête opsommen; £ de gevaren van de amusementsfunctie herkennen; £ uitleggen wat de kenniskloofhypothese is; £ de massamediafuncties verbinden aan verschillende geschreven en audiovisuele media; £ de massamedia in België en de Verenigde Staten vergelijken aan de hand van voorbeelden.
INTRO Als we je voor de vuist weg zouden vragen wat de functie van de massamedia is, zou je antwoord eenvoudigweg ‘informeren’ kunnen zijn. Want waarom kijk je naar het journaal of lees je de krant? Om beter geïnformeerd te zijn, punt. Nochtans hebben de media je meer te bieden. Bekijk de onderstaande voorbeelden en zeg in je eigen woorden welke functies hier vervuld worden. Maak de oefening op het einde van dit hoofdstuk opnieuw. Is je antwoord veranderd?
Kobe onderzoekt: bestaat festivalbier? Voor heel wat mensen gaat een festivalbezoek hand in hand met het nuttigen van een of meerdere pintjes. Nu wordt er wel eens beweerd dat het bier dat geschonken wordt op festivalweides geen ‘gewone’ pils is. Kwatongen beweren dat het bier betreft met een lager alcoholpercentage, lager dan de 5,2 procent van het standaardpilsbier.
14
Thema 1 - Media
Code Cultuur 5 VO_LWB.indb 14
Een goede reden daarvoor zou kunnen zijn dat mensen dan minder snel dronken worden en de spoeddiensten niet overstelpt worden door festivalgangers met intoxicaties. En toch: brouwers hebben dat altijd ontkend in alle toonaarden en doen het af als een indianenverhaal. Dan is er voor Kobe Ilsen natuurlijk geen andere optie dan zelf op onderzoek uit te gaan.
Code
11/07/16 10:32
e Het rapport van d parlementsleden Vlaamse en federale Alle vonden bij parlementsleden de paasvakantie de start van De Morgen. Wie hun rapport in entair van de de beste parlem atuur is, mag afgelopen legisl via onze poll. u zelf beslissen weloverwogen Opdat u een en, stellen wij keuze kunt mak en de komende de genomineerd voor. dagen uitgebreid (2014, 18 k, J. & Peeters, T. Uit: Van Horenbee entsleden: rt van de parlem april). Het rappo De Morgen. Gucht (Open Vld). Jean-Jacques De orgen.be http://www.dem Geraadpleegd via
Wat is een tekenbeet? Een teek is een klein, bruinzwart spinachtig diertje, zo groot als een speldenkop. Het zit op lage begroeiingen in bossen, velden, stadsparken en tuinen. Als je in aanraking komt met die begroeiingen, kan een teek zich aan de huid hechten om bloed op te zuigen. Veelgestelde vragen • Wanneer moet ik naar de dokter? Krijg je rode vlekken, hoofdpijn en/of pijn in de ledematen, moet je zo snel mogelijk een arts raadplegen. Een bloedanalyse zal uitwijzen of je een besmetting hebt opgelopen. In dat geval krijg je een aangepast antibioticum voorgeschreven. • Hoe kan ik tekenbeten voorkomen? Blijf op de paden om contact met begroeiingen te vermijden. Vermijd lopen door hoog gras. Bescherm je huid met kleding en schoenen: draag een lange broek en stop je broekspijpen in je sokken. Gebruik eventueel insectenwerende producten op basis van DEET (Diethyl toluamide). Uit: Rummens, E. & Callens, M. (s.d.). Tekenbeet. Geraa
dpleegd via http://www.cm.be
Code
Code Cultuur 5 VO_LWB.indb 15
Hoofdstuk 1 - Functies van de massamedia
15 11/07/16 10:32
1 Massamedia Je duikt dit jaar weer in de massamedia*, de kanalen waarmee een zender informatie kan bezorgen aan een grote groep ontvangers. Welke functies vervullen die massamedia, welke invloed oefenen ze uit op onze samenleving, hoe objectief is de berichtgeving in die massamedia en welke regels gelden voor journalisten? Het antwoord op deze en een hoop andere vragen vind je in dit thema. Op code.deboeck.com kan je de leerstof uit het derde jaar even opfrissen en meer uitleg vinden over de geschiedenis van de massamedia.
1.1 Waarom spreken we van functies? In het derde jaar leerde je over het lineaire communicatiemodel van Harold Lasswell (1902-1978). Hij identificeerde vijf elementen die van belang zijn bij alle vormen van communicatie. Zijn model geldt dus zowel voor interpersoonlijke communicatie* (informatieoverdracht tussen een zender en één of enkele ontvangers) als voor massacommunicatie* (informatieoverdracht tussen een zender en een grote groep ontvangers). Opdracht 1 Vul het communicatiemodel van Lasswell aan.
WIE
ZENDER
ZEGT WAT
MEDIUM
De zogenaamde communicatiewetenschappen* focussen in essentie op de vijf elementen van Lasswells communicatiemodel. In dit hoofdstuk zijn we vooral geïnteresseerd in de boodschap en het effect. We willen meer bepaald weten welke functies een boodschap kan hebben als ze verstuurd wordt via een massamedium. De Amerikaanse socioloog Robert Merton (1910-2003) beschreef een functie* als de werking die van een bepaald verschijnsel uitgaat. Hij had het dan niet specifiek over de massamedia, maar zijn definitie is wel bruikbaar. • Als de werking tevoren beoogd wordt of bewust ervaren wordt, spreken we van een manifeste functie*. • Als de werking niet beoogd wordt of niet bewust ervaren wordt, gaat het om een latente functie*. • Als de werking positief is, dan spreken we van een eufunctie*. • Als de werking negatief is, dan gaat het om een disfunctie*. In het tweede hoofdstuk zal je merken dat boodschappen die via massamedia verspreid worden hun manifeste functie niet altijd met succes vervullen. Er bestaan dan ook verschillende theorieën over de werkelijke macht van de massamedia. We vertrekken van vijf belangrijke functies van de massamedia: de informatieve functie, de persuasieve functie, de socialiserende functie, de amusementsfunctie en de politieke functie. Dit is slechts één mogelijke indeling van de functies. Je zou er ook andere kunnen gebruiken (we vermelden zelf een paar bijkomende of verwante functies in dit hoofdstuk), maar deze indeling biedt het voordeel van de eenvoud. Het is belangrijk om te beseffen dat de boodschappen van de massamedia niet enkel een werking kunnen hebben op een individuele ontvanger (bv. door je te informeren of te amuseren), maar dat ze ook de gemeenschap kunnen beïnvloeden (bv. door de werking van de democratie te ondersteunen of waarden en normen te verspreiden).
16
Thema 1 - Media
Code Cultuur 5 VO_LWB.indb 16
Code
11/07/16 10:32
1.2 Overzicht van de massamedia
De Gutenbergbijbel was het eerste boek dat tot stand kwam met behulp van de door Johannes Gutenberg (1397-1468) uitgevonden boekdrukkunst. Die maakte het eenvoudiger om teksten op grote schaal te verspreiden. Dezelfde printtechniek werd gebruikt om de zogenaamde vliegende bladen te drukken, de voorlopers van kranten en tijdschriften.
Boeken, kranten en tijdschriften zijn niet enkel meer op papier verkrijgbaar, maar vaak ook in digitale versies.
Bij massamedia wordt traditioneel een onderscheid gemaakt tussen de schrijvende pers (of bij uitbreiding de geschreven media) en de audiovisuele media. De schrijvende pers* is een verzamelnaam voor kranten en tijdschriften. Als je ook boeken erbij rekent, spreek je van de geschreven media*. •
•
•
Een krant* of dagblad is een publicatie die op regelmatige tijdstippen verschijnt en die haar lezers op de hoogte houdt van de actualiteit via een aantal vaste rubrieken. Er wordt doorgaans een onderscheid gemaakt tussen kwaliteitskranten, populaire kranten, sensatiekranten, gespecialiseerde kranten (of nichekranten) en regionale kranten. Een tijdschrift* verschijnt periodiek en richt zich (meestal) met een vast thema tot een specifiek lezerspubliek. Je kan ze ruwweg onderverdelen in mannen- en vrouwenbladen, tv-bladen, nieuwsbladen, jongerenbladen, sportbladen en gespecialiseerde bladen (of nichebladen). Een boek* is een werk van fictie of non-fictie dat tekst en/of foto’s kan bevatten. Boeken bestaan doorgaans uit papier en worden samengebonden en van een kaft voorzien.
Hoewel filmprojectie niet uitgevonden werd door de Amerikanen, werden zij wel de grootste exporteur van commerciële films. Heel wat Europese regisseurs, waaronder de Duitser Fritz Lang, verhuisden naar Hollywood, waar ze met grotere budgetten konden werken.
Code
Code Cultuur 5 VO_LWB.indb 17
Hoofdstuk 1 - Functies van de massamedia
17 11/07/16 10:32
De audiovisuele media* zijn media die gebruikmaken van (bewegend) beeld en/of geluid. Daartoe kan je radio en televisie, maar ook film, fotografie, muziek en aanplakborden rekenen. •
•
•
Radio* is historisch gezien een vorm van draadloze communicatie waarbij de zender gebruikmaakt van radiogolven om geluidsboodschappen te verzenden. Deze technologie ontstond uit de draadloze telegrafie, die op punt werd gesteld door Guglielmo Marconi (1874-1937). Gaandeweg werden de radiogolven aangevuld met analoge signalen, die via een kabelnetwerk aan huis werden geleverd. Televisie* is historisch gezien een vorm van draadloze communicatie waarbij de zender gebruikmaakt van radiogolven om bewegende beelden en geluid door te sturen. In het begin van de 20ste eeuw werd er al druk geëxperimenteerd met deze technologie, maar in België werd de televisie pas een massamedium vanaf de jaren 1950. Ook hier werden radiogolven aangevuld (en grotendeels vervangen) door analoge signalen via het kabelnetwerk. Film* is een geheel van stilstaande beelden die achter elkaar geprojecteerd worden, zodat de illusie van beweging gecreëerd wordt. Er zijn allerlei filmgenres, zoals actie, drama, documentaire …
Op code.deboeck.com kan je enkele van de eerste filmopnamen van Auguste Lumière (1862-1954) en Louis Lumière (1864-1948) bekijken. De Franse broers waren pioniers van de cinema. Zij vonden de cinematograaf uit, een voorloper van de filmcamera die ook dienst kon doen als projector. Minstens even belangrijk in onze levens zijn de nieuwe media*, een verzamelnaam voor alle media die niet tot de traditionele geschreven of audiovisuele media behoren. Denk bijvoorbeeld aan het internet*, een wereldwijd netwerk van computers die met elkaar kunnen communiceren dankzij een gemeenschappelijk protocol. Maar ook videogames, virtual reality en andere digitale kanalen kan je tot deze categorie rekenen. Sinds de zogenaamde digitale revolutie zijn de grenzen tussen geschreven en audiovisuele media vervaagd. Heel wat traditionele media hebben de nieuwe media inmiddels omarmd, al ging dat niet altijd zonder slag of stoot. • • • • •
Kranten en tijdschriften bieden tegenwoordig online edities aan en die bevatten vaak audiovisueel materiaal. Boeken kan je ook op tablets of e-readers lezen. Audiovisuele media hebben websites die ook lappen tekst bevatten. Denk bijvoorbeeld aan deredactie.be, de nieuwssite van de VRT. De traditionele radio- en televisiezenders zijn grotendeels overgestapt van radiogolven of analoge signalen naar digitale signalen. Films en televisieseries kan je streamen via betaalzenders die video on demand aanbieden, zoals Netflix. Ook muziek is eindeloos beschikbaar via digitale streamingsdiensten, zoals Spotify. De meeste cinemazalen maken gebruik van digitale technologie om films te projecteren. Dat biedt als voordeel dat er geen filmrollen meer vervoerd moeten worden en dat de kwaliteit van de projectie stijgt..
Allerlei web 2.0-toepassingen zorgen ervoor dat ontvangers niet langer een passieve rol vervullen. Het internet is een interactief medium geworden en het beste voorbeeld daarvan zijn de sociale media*, internettoepassingen of -platformen die gebruikers de mogelijkheid bieden om informatie te delen zonder tussenkomst van een redactie. Een pc of laptop heb je daar zelfs niet meer voor nodig, want je tablet of smartphone biedt je even snel toegang tot het internet. Deze apparaten kan je niet zomaar indelen bij de individuele communicatiemiddelen of de massacommunicatiemiddelen. Je kan er zowel individuele mensen als de hele wereldbevolking mee bereiken. Ondanks die gigantische verschuivingen kunnen we nog steeds een aantal belangrijke functies van de massamedia onderscheiden.
18
Thema 1 - Media
Code Cultuur 5 VO_LWB.indb 18
Code
11/07/16 10:32
2 Informatieve functie 2.1 Berichtgeving en duiding Informatie verstrekken is een van de belangrijkste functies van de massamedia. Je leest een artikel in de krant of luistert naar de radio om op de hoogte te blijven van wat er in de wereld gebeurt. Berichten over belangrijke, recente gebeurtenissen noemen we nieuws*. Het zogenaamde perskorps*, een verzamelnaam voor nationale en internationale journalisten, geeft tekst en uitleg. Je kan daarbij een onderscheid maken tussen berichtgeving en duiding. • Berichtgeving* beperkt zich tot de kern van de zaak. Goede berichtgeving biedt een antwoord op de vijf W’s + H: wie veroorzaakte het nieuws, wat is het nieuws, waar is het gebeurd, wanneer is het gebeurd, waarom is het zo gegaan en hoe is het in zijn werk gegaan? Als al die vragen beantwoord zijn op een zo objectief mogelijke wijze, is de ontvanger terdege geïnformeerd. Met de laatste twee vragen kan je echter ook het terrein van de duiding betreden. • Krijg je naast de harde feiten ook nog achtergrondinformatie, zodat je wat er gebeurd is in een context kan plaatsen en beter kan begrijpen? Dan gaat het niet om pure berichtgeving, maar om duiding*. De waarom- en hoe-vragen krijgen daarbij meer aandacht. Bij hard nieuws* staat de betekenis van het nieuwsfeit voorop, terwijl bij zacht nieuws* de interesse van de ontvanger de doorslag geeft. In populaire media duikt vaker zacht nieuws op, terwijl kwaliteitsmedia focussen op hard nieuws. Wordt er een panda in de zoo geboren? Heeft een BV zijn heup gebroken? Ook dat komt aan bod in de massamedia. Zacht nieuws moet verbazing, vertedering of verwondering opwekken. We spreken ook weleens van faits divers, human interest-verhalen of nieuws met onmiddellijke beloning. Berichtgeving over politiek, economie, wetenschap … is nieuws met uitgestelde beloning, want je moet er als ontvanger meer moeite voor doen. Je kan informatief journalistiek werk nog verder onderverdelen in verschillende categorieën of journalistieke genres. • Zo zijn er de reportage* en het achtergrondverhaal*. In beide gevallen gaat het om lange artikelen met een duidelijk persoonlijke inbreng van de journalist, duiding dus. Maar bij de reportage ligt de nadruk op de waarnemingen van de journalist, terwijl het achtergrondverhaal vooral tracht om nuttige informatie over een onderwerp te verzamelen. • Bij berichtgeving kan er dan weer sprake zijn van een nieuwsbericht* of een verslag*. Een nieuwsbericht is doorgaans afkomstig van een bron. Dat kan bijvoorbeeld de woordvoerder van een bedrijf zijn of een rapport van een parlementaire commissie. Een verslag is een verhaal dat een gebeurtenis beschrijft waarbij de journalist aanwezig was. • En dan is er uiteraard nog het interview*, een vraaggesprek naar aanleiding van het nieuws. HET ALLEREERSTE KRANTENINTERVIEW De Amerikaanse professor journalistiek Mitchell (°1949) schrijft het eerste kranteninterview toe aan de journalist James Gordon Bennett (1795-1872), de stichter van de sensatiekrant The New York Herald. Hij ondervroeg in 1836 een bordeelhoudster naar aanleiding van de dood van een van haar meisjes. Bennett drukte de ondervraging bijna letterlijk af. Naar aanleiding daarvan werd een verdachte jongeman vrijgesproken. Opdracht 3 Lees het artikel en beantwoord daarna de vragen.
Grootste jobaanbod in tien jaar In het eerste trimester van dit jaar waren er in Vlaanderen 55 489 nieuwe jobaanbiedingen. Dat is 23 procent meer dan in de eerste drie maanden van 2015 en het hoogste aantal in de voorbije tien jaar. Het recordaantal vacatures blijkt uit het trimesterrapport van de RVA, op basis van cijfers
Code
Code Cultuur 5 VO_LWB.indb 19
van de regionale arbeidsdiensten (in Vlaanderen de VDAB, in Brussel Actiris, in Wallonië Forem). Met 55 489 vacatures torent de Vlaamse jobmarkt sinds begin dit jaar op het hoogste peil sinds 2007, dus nog voor het begin van de financieel-economische crisis in het najaar van 2008. Ook in Brussel staat het aantal vacatures bijna op een recordpeil voor de laatste tien jaar, met
Hoofdstuk 1 - Functies van de massamedia
19 11/07/16 10:32
5 125 vacatures in de eerste drie maanden, al bleef de toename er in het voorbije jaar beperkt tot 3 procent. In Wallonië was er in de voorbije twaalf maanden een iets grotere toename van het jobaanbod: +10 procent, tot 15 011. Dat is evenwel geen recordcijfer. De goede gezondheid van de arbeidsmarkt blijkt tegelijkertijd uit het erg lage aantal jobs dat in de eerste drie maanden van 2016 is verloren gegaan bij faillissementen of bedrijfsherstructureringen. Volgens het RVA-rapport verdwenen er op die manier in heel België 7 217 jobs, 19 procent minder dan begin vorig jaar en het laagste aantal van de voorbije tien jaar. Uit: Raskin, J. (2016, 19 mei). Grootste jobaanbod in tien jaar. De Standaard. Geraadpleegd via http://www.standaard.be
a b
Duid de antwoorden op de vijf W’s + H aan in het artikel. Welke W-vraag komt niet aan bod in dit artikel?
c
Zoek zelf een voorbeeld van verschillende informatieve journalistieke genres in de massamedia. Zorg voor een correcte bronvermelding. Op code.deboeck.com vind je meer informatie over het correct vermelden van bronnen. genre
voorbeeld
nieuwsbericht verslag reportage achtergrondverhaal interview Opdracht 4 Je wil via een onderzoek nagaan of er een verband is tussen bepaalde demografische factoren (zoals leeftijd, geslacht, beroep, etniciteit) en de voorkeur voor berichtgeving of duiding. Beantwoord de volgende vragen.
20
a
Wat is volgens jou de beste onderzoeksmethode om dat verband na te gaan? Verklaar je antwoord.
b
Welke factoren kunnen de nauwkeurigheid van dit onderzoek in het gedrang brengen?
Thema 1 - Media
Code Cultuur 5 VO_LWB.indb 20
Code
11/07/16 10:32
c
Hoe kan je onnauwkeurigheden vermijden?
2.2 Scoopcultuur vs. onderzoeksjournalistiek Er bestaat een tendens om steeds sneller aan berichtgeving te doen. Net nadat een gebeurtenis heeft plaatsgevonden zijn er al journalisten ter plaatse om verslag uit te brengen, ook al is er nog maar weinig informatie beschikbaar. Ze willen absoluut een scoop* of primeur* te pakken krijgen, de eerste bekendmaking van een nieuwsfeit. Zo haal je immers lezers, luisteraars of kijkers naar je medium. De invloed van de digitale media werken dit nog in de hand: de mediaconsument wil en kan continu op de hoogte zijn van de actualiteit, waardoor het steeds belangrijker wordt om meteen te communiceren. Nochtans zijn er in de journalistieke geschiedenis verschillende voorbeelden van berichtgeving die achteraf ingetrokken moest worden, omdat ze niet bleek te kloppen. Eenmaal een vals nieuwtje de media haalt, is het echter moeilijk om het ongedaan te maken. In 1986 meldden verschillende media dat een Antwerpse notaris zijn twee zoontjes seksueel misbruikt zou hebben. Achteraf bleek de zaak van Notaris X te berusten op valse beschuldigingen die waren geuit tijdens een echtscheidingsprocedure, maar het kwaad was geschied: de man moest zich jarenlang verdedigen in verschillende strafrechtelijke procedures. Hoewel de zogenaamde scoopcultuur een belangrijke rol speelt in de nieuwsmedia, krijgen sommige journalisten nog steeds de ruimte en tijd om zich vast te bijten in één onderwerp, zoals het milieu, gezonde voeding of technologie. Blogs of documentairefilms zijn vaak volledig aan een thema gewijd. Wanneer een journalist diepgravend en vaak langdurig speurwerk naar nieuwsfeiten verricht, spreek je van onderzoeksjournalistiek*. Organisaties zoals het Fonds Pascal Decroos stellen middelen ter beschikking van onderzoeksjournalisten. •
•
Journalisten van MO*, De Tijd en Trouw wonnen in 2015 De Loep, een prijs voor de beste onderzoeksjournalistiek uitgereikt door de Vlaams-Nederlandse Vereniging van Onderzoeksjournalisten. De jury was vooral gecharmeerd door het internationale opzet van hun gezamenlijke onderzoeksproject LuxLeaks, opgezet door het International Consortium of Investigative Journalists (ICIJ). De journalisten brachten belastingontduiking door verschillende multinationals aan het licht. De documentaire Virunga toont hoe het Britse bedrijf Soco International illegale activiteiten uitvoert in het Virunga National Park in Congo. De documentairemakers zetten hun leven op het spel om de zaak aan het licht te brengen. Op code.deboeck.com kan je de trailer van de film bekijken.
Uit onderzoek van de Europese Unie blijkt dat Europeanen het meeste vertrouwen hebben in radiomakers om hun betrouwbare informatie te bezorgen, gevolgd door televisie, de geschreven pers en het internet. Slechts 20 % van de Europeanen gelooft dat de sociale media hen betrouwbare informatie bezorgen. Heb je bij deze vraag zelf al ooit stil gestaan?
Code
Code Cultuur 5 VO_LWB.indb 21
Hoofdstuk 1 - Functies van de massamedia
21 11/07/16 10:32
Opdracht 5 De leerkracht toont je een interview tussen gewezen VRT-journalist Walter Zinzen en De Standaard-journalist Bart Brinckman over de kwaliteit van de hedendaagse journalistiek. Bekijk het en beantwoord vervolgens de vragen. a
Welke kritiek uit Zinzen op de hedendaagse journalistiek?
b
Hoe weerlegt Brinckman die kritiek?
c
Wat is volgens Brinckman het antwoord op de zogenaamde steekvlamjournalistiek?
NIEUWSZENDERS Wereldwijd zijn er verschillende radio- en televisiezenders die bijna uitsluitend nieuws brengen. De Verenigde Staten is koploper, met televisiezenders als CNN, Fox News en MSNBC. Maar er zijn ook Britse (BBC News), Franse (France 24), Russische (RT), Chinese (CCTV) en Arabische (Al Jazeera) varianten. Die laatste was de enige zender die de oorlog in Afghanistan in 2001 live uitzond. Op deze zenders hoor je soms heel verschillende versies van dezelfde nieuwsfeiten. Zo is RT duidelijk een spreekbuis voor het Russische regime, terwijl Fox News zich richt tot conservatieve Amerikaanse kijkers. Objectiviteit is dus soms ver zoek op deze zenders.
22
Thema 1 - Media
Code Cultuur 5 VO_LWB.indb 22
De newsroom van Al Jazeera
Code
11/07/16 10:32
3 Persuasieve functie De informatieve functie van de massamedia vereist dat ze objectief en eerlijk verslag uitbrengen over de wereld. Voor het gemiddelde nieuwsfeit kan dat best kloppen, maar soms hebben de media ook andere intenties. In plaats van je te informeren willen ze je dan overtuigen. In zo’n geval spreken we van de persuasieve functie* van de media. Persuadere betekent overtuigen in het Latijn, maar je kent ongetwijfeld ook het Engelse to persuade. Dat kan op allerlei manieren gebeuren, maar wij gaan dieper in op de volgende vier manieren: opiniëring, reclame, public relations en propaganda.
3.1 Opiniëring Opiniemakers trachten je te overtuigen van hun opinie* door die te verkondigen in de media. In hun betoog is misschien wel plaats voor objectieve feiten, maar die dienen slechts om het vooropgestelde doel te bereiken: je aan hun kant krijgen. Of ten minste, om je aan het denken te zetten. Het woord opinie slaat dus ook op de opinie van de ontvanger, die gevraagd wordt om zijn eigen mening bij te stellen of te verdedigen. Het bekendste voorbeeld zijn de opiniestukken in kranten en magazines, maar net als bij de informatieve functie onderscheiden we verschillende journalistieke genres. • In de nieuwsanalyse* staat de waarom-vraag centraal. Het nieuwsfeit wordt in een perspectief geplaatst. Waar het achtergrondverhaal in de diepte gaat, kiest de nieuwsanalyse voor de breedte. Er komen veronderstellingen, voorspellingen en visies aan te pas. Een analyse is dan ook minder objectief dan een achtergrondverhaal. • De persoonsbeschrijving* focust op een belangrijk figuur en beschrijft die op een afgewogen, analyserende manier voor de ontvanger. Het kan gaan om een profiel, een portret of een necrologie. Het profiel heeft een duidelijke binding met de actualiteit, terwijl het portret daar los van staat. De necrologie of lijkrede schetst het leven van een overledene. • De recensie* geeft het oordeel van een journalist over een bepaalde kunstuiting. Dat kan een tentoonstelling, een voorstelling, een muziekalbum, een televisieprogramma, een boek, een gebouw of iets dergelijks zijn. • Het opiniestuk* biedt een journalist of een andere persoon die zich daartoe geroepen voelt de kans om zijn mening te geven over een onderwerp. Een opiniestuk bevat doorgaans feiten, meningen en een conclusie. • De commentaar* doet hetzelfde als het opiniestuk, maar dan in naam van het massamedium zelf. Vroeger heette dit het hoofdartikel en je vindt het nu nog vaak op de voorpagina of in ieder geval vooraan in de krant. • De column* vormt een soort persoonlijke ontboezeming van de auteur. Hij is kort, prikkelend geschreven, bevat oorspronkelijke waarnemingen en eventueel ook wat scheldwoorden. Een columnist krijgt de kans om op gezette tijden zijn mening te geven en zijn artikelen kan je dan ook als een reeks beschouwen. Helaas zijn we niet altijd even sterk in logisch redeneren en kritisch nadenken. Wanneer iemand een passioneel betoog neerzet, sluiten we daar nogal snel bij aan. Dat kan ertoe leiden dat bepaalde meningen het medialandschap gaan domineren, terwijl ze eigenlijk niet op feiten gestoeld zijn. Bovendien dreigt de grens tussen informatie en opinie weleens te verdwijnen. •
•
Al voor haar veroordeling door het Tongerse hof van assisen werd Els Clottemans schuldig bevonden door de pers. In allerlei opiniestukken werd de vrouw afgeschilderd als een koelbloedige moordenares. De publieke opinie keerde zich dan ook al snel tegen haar. Op code.deboeck.com vind je een voorbeeld van een tendentieus artikel over deze parachutemoord. Bij tienkamper Thomas Van Der Plaetsen werd bij een dopingtest de aanwezigheid van humaan chorion gonadotrofine (HCG) in het bloed vastgesteld. Meteen werd hij door de media veroordeeld als dopingzondaar. Hij bleek echter teelbalkanker te hebben.
Je kan ongetwijfeld zelf nog een aantal gelijkaardige voorbeelden vinden. Die tonen aan dat berichtgeving en duiding het best duidelijk gescheiden worden van opiniëring. Een mening is immers geen feit.
Code
Code Cultuur 5 VO_LWB.indb 23
Hoofdstuk 1 - Functies van de massamedia
23 11/07/16 10:32
Opdracht 6 a Wat is de manifeste functie van opiniëring?
b
Welke mogelijke disfunctionele effecten kan opiniëring hebben?
c
Waarom is het geen goed idee om een journalist zowel nieuwsberichten als opiniestukken over een onderwerp te laten schrijven?
d
Zoek zelf een voorbeeld van verschillende opiniërende journalistieke genres in de massamedia. Zorg voor een correcte bronvermelding. Op code.deboeck.com vind je meer informatie over het correct vermelden van bronnen. genre
voorbeeld
nieuwsanalyse persoonsbeschrijving recensie opiniestuk commentaar column Opdracht 7 Analyseer het onderstaande opiniestuk en beantwoord vervolgens de vragen.
24
Thema 1 - Media
Code Cultuur 5 VO_LWB.indb 24
Code
11/07/16 10:32
Waarom je je wel degelijk schuldig moet voelen als je bij Primark shopt Vinsent Nollet en Vincent Cuypers zijn studenten filosofie Moet de consument zich eigenlijk wel schuldig voelen voor aankopen in dumpwinkels als Primark? Het antwoord is eenvoudig: ja. Een onkritische consument is net zo schuldig als een onkritische producent. ‘Een leven dat niet kritisch naar zichzelf kijkt, is het niet waard om geleefd te worden’, heeft Socrates ooit gezegd. Dermate grof willen we het uiteraard niet stellen, maar we begrijpen zijn bezorgdheid. Onkritischheid is vaak de oorzaak van onwetendheid en dan is die niet gerechtvaardigd. De consument mag zich in deze liberale wereld niet meer achter het systeem verbergen, want dat is hypocriet. Morele verantwoordelijkheid is niet verhandelbaar en iedereen die weet dat anderen worden mishandeld en niets doet, is evenzeer moreel verantwoordelijk en dus medeplichtig. Daarnaast zijn wij buiten consument ook nog burger in een democratische samenleving en is het onze taak om de overheid te controleren. De gewone mens kan dus zowel op de productie zelf als op de regulering zijn of haar pijlen richten. Wanneer producenten en overheid in gebreke blijven, is het aan de consument om te handelen. En de tijd dringt. Want ondertussen hebben we allemaal wel gehoord van de nadelen van goedkope kledij. Onder andere dat het woordje ‘goedkoop’ meestal betekent dat een ander de echte prijs betaalt, op welke manier dan ook. Kleding in de rekken van ketens als Primark wordt in grote hoeveelheden aangekocht in lageloonlanden, waar ze vaak door onderbetaalde textielarbeiders in mensonterende omstandigheden wordt vervaardigd. ‘Gemiddeld kost de arbeid zo’n 0,5 tot – hooguit! – 4 of 5 procent van het afgewerkte product’, zegt Sara Ceustermans van de Schone Klerencampagne. ‘Als een T-shirt 3 euro kost, gaat daarvan nog geen 2 cent naar de textielarbeider’. Het prijskaartje zegt echter niet alles. In alle uithoeken van de mode-industrie worden arbeiders schaamteloos uitgebuit, zeker ook in hogere prijscategorieën.
prijs. Tegenwoordig zijn er initiatieven te over om de consument te gidsen naar duurzame kledij, die zeker geen fortuinen kost. Kijk maar naar Fairwear Foundation, Rank a Brand, de Schone Klerencampagne, Labour Behind the Label ... Stuk voor stuk de moeite waard om eens op te zoeken. FWF en Rank a Brand stellen bijvoorbeeld onafhankelijke onderzoeken in naar kledingketens om te peilen naar ecologische en sociale omstandigheden. Zo voeren ze enerzijds de druk op slechte merken op door negatieve commentaren te publiceren en anderzijds geven ze merken die op de goede weg zijn een voorsprong. De volledige verslagen zijn telkens te vinden op hun websites. De consument die zich interesseert in eerlijke koopwaar hoeft hierdoor eigenlijk zelf niet eens veel te ondernemen. Het koopgedrag even afstellen aan de hand van dergelijke onderzoeken en klaar is kees. Uiteraard werd Rome niet op één dag gebouwd, maar er is wel degelijk een kentering aan de gang in de modewereld. Na de instorting van het Rana Plazacomplex in Bangladesh – ook iets om eens op te zoeken – is de aandacht voor duurzame kledij nog nooit zo groot geweest, het (betaalbare) aanbod evenmin. Ook de consument mag dus niet langer geblinddoekt blijven winkelen. Niet omdat van consumenten verwacht moet worden dat ze de wereld redden, wel omdat ze de kracht hebben om het speelveld danig te veranderen. De massa is vaak machtiger dan ze zelf beseft. Hoe groter de vraag naar eerlijke kledij, hoe breder het aanbod. En de politiek zal wel volgen. Koop niet blind, overtuig de ketens hun beleid te veranderen door simpelweg enkel daar te gaan waar dat al gebeurt. Dump de onrechtvaardigheid! Want vele kleine vissen eten de grote.
Maar we weten dat. We weten het allemaal, maar we zijn onverschillig en we bouwen façades om ons geweten niet onder ogen te moeten komen. Eén van die façades is het argument van de hoge Uit: Nollet, V. & Cuypers, V. (2015, 18 augustus). Waarom je je wel degelijk schuldig moet voelen als je bij Primark shopt. De Morgen. Geraadpleegd via http://www.demorgen.be
Code
Code Cultuur 5 VO_LWB.indb 25
Hoofdstuk 1 - Functies van de massamedia
25 11/07/16 10:32
a
Welk standpunt nemen de schrijvers in?
b
Wat voor middelen gebruiken de schrijvers om hun standpunt te ondersteunen?
c
Vat dit opiniestuk samen in 140 tekens, zodat je het op Twitter kan posten.
d
Welke informatie heb je moeten laten vallen in je Twitterbericht? Wat kan je hieruit besluiten over sociale media en opiniëring?
3.2 Reclame en public relations Er bestaan nog andere manieren om je te overtuigen via massamedia. In sommige gevallen maakt de zender meteen duidelijk wat zijn bedoeling is, maar in andere gevallen gebeurt dat op een meer omslachtige wijze. Twee goede voorbeelden zijn reclame en public relations. • Reclame* is elk bericht dat rechtstreeks of onrechtstreeks tot doel heeft om de verkoop van een goed of dienst te stimuleren, ongeacht het kanaal of communicatiemiddel dat wordt gebruikt. • Public relations* (pr) is het leggen van contacten en het onderhouden van goede relaties met de ontvangers waartoe je boodschap gericht is (de zogenaamde doelgroep). Dat gebeurt onder meer door het uitsturen van persberichten, het opzetten van fluistercampagnes, het sponsoren of zelf organiseren van evenementen. Je kan een onderscheid maken tussen interne pr en externe pr. Bij interne pr* is de communicatie gericht op de leden van de eigen organisatie, bij externe pr* richt de communicatie zich tot het grote publiek. Als je deze definities naast elkaar legt, kan je public relations dus als een vorm van reclame beschouwen, maar communicatieprofessionals maken toch graag het onderscheid. Public relations maakt namelijk gebruik van subtielere methodes. Positief opvallen met je bedrijf, logo, vereniging … wordt zo tot een kunst verheven. Het doel van de zender is vooral om aan een sterk imago te bouwen, niet zozeer om winst te maken. Heel wat non-profitorganisaties en politici maken dan ook veelvuldig gebruik van public relations.
26
Thema 1 - Media
Code Cultuur 5 VO_LWB.indb 26
Code
11/07/16 10:32
•
•
•
•
•
De ice bucket challenge is een voorbeeld van een geslaagde publicrelationscampagne. De Amerikaanse ALS Association daagde mensen uit om een emmer met ijskoud water over hun hoofd te dumpen, dat te filmen en te delen via sociale media. Zo startte een kettingreactie. Het doel was om de dodelijke spierziekte ALS (amyotrofe laterale sclerose) onder de aandacht te brengen van het grote publiek. De ALS-actie zou 220 miljoen dollar hebben opgebracht. Het Amerikaanse internetbedrijf Google besteedt veel aandacht aan maatschappelijk verantwoord ondernemen en dat levert hen ook veel positieve communicatie op. Google deed in 2014 aan fondsenwerving voor onderzoek tegen ebola. Voor elke dollar die geschonken werd via een website, deed Google er twee dollar bovenop. In totaal verzamelde Google 7,5 miljoen dollar. Het Franse ICT-bedrijf Capgemini publiceert jaarlijks een rapport waarin beschreven wordt hoe rijkdom verspreid is over de wereld. Dat is een nuttige bron van informatie voor journalisten, die het rapport dan ook citeren in hun artikelen. In Zweden werd het culinair hoogstaande popuprestaurant Dill gelanceerd, waar je gratis hoogstaande hapjes kon gaan proeven. Het bleek een stunt van supermarktketen Lidl, waarover uitgebreid bericht werd in de media. Het energiedrankmerk Red Bull produceert video’s waarin waaghalzen allerlei stunts uitvoeren. Zo brachten ze onder meer in beeld hoe de Oostenrijker Felix Baumgartner uit een heliumballon sprong die zich op 39 km boven de aarde bevond.
Waar public relations draait om shares en positieve vermeldingen in de media, kiest reclame voor een rechtstreekse lijn met de doelgroep. Commerciële bedrijven kopen reclameruimte (advertenties, banners …) of -tijd (reclamespots op radio of televisie) van massamedia om hun boodschap de wereld in te sturen. De doelstelling van de adverteerders is om de verkoop van een product of dienst te stimuleren. Reclamemakers benadrukken graag dat ze door middel van reclame de consument informeren over het bestaan en de werking van producten, zodat die vervolgens een weldoordachte keuze kan maken. Als je het zo bekijkt, zouden we reclame kunnen onderbrengen bij de informatieve functie. De vraag is echter of die informatie op een objectieve wijze wordt aangebracht. Zoals je in het derde jaar al zag, gebruiken reclamemakers immers een specifieke reclametaal om hun boodschap te verpakken. Allerlei inhoudelijke en stilistische trucjes zorgen ervoor dat een product je aandacht trekt en dat je een verlangen voelt om het te bezitten. Dat heeft weinig te maken met een geïnformeerde keuze. Reclame is verstrengeld met de commerciële functie* die de massamedia vervullen. Er worden veel inkomsten gecreëerd in de massamedia, zowel door de verkoop van mediaproducten zoals kranten of tijdschriften, als door het ter beschikking stellen van die massamedia voor reclamedoeleinden. De digitale revolutie zet het commerciële model van de traditionele massamedia echter onder druk. •
•
De Britse krant The Observer besloot in 2016 om enkel nog een digitale editie uit te brengen. De verkoopcijfers waren sinds de opkomst van het internet in dalende lijn. De digitale versie van de krant blijft bestaan, ondersteund door reclameinkomsten uit banners en pop-ups. Die inkomsten liggen echter een pak lager dan in de hoogdagen van de krant. Grote encyclopedieën zoals Brittannica, La Rousse en zelfs Encarta zijn vandaag allemaal verdwenen en hebben plaats moeten maken voor Wikipedia.
Code
Code Cultuur 5 VO_LWB.indb 27
Hoofdstuk 1 - Functies van de massamedia
27 11/07/16 10:32
Ook reclame moet meegaan met zijn tijd. Adverteerders kiezen tegenwoordig voor een communicatiemix, waarin zowel sociale mediacampagnes, traditionele advertenties, de eigen website, merchandising als persoonlijke verkoop een plaats hebben. In kranten duiken als artikel vermomde advertenties op, op televisie zie je de logo’s van merken opduiken in soaps of talkshows en op sociale media is het soms moeilijk om gesponsorde posts van authentieke te onderscheiden. Daarenboven wordt er steeds meer ingezet op de resultaten die je te zien krijgt in je online zoekmachine. Zo zorgen bedrijven ervoor dat hun boodschap je zeker bereikt. Vooral Google is op die manier in geen tijd een belangrijke massamediaspeler en reclameruimte geworden. • Via search engine optimization (SEO) trachten bedrijven ervoor te zorgen dat hun producten of diensten bovenaan de pagina komen te staan als een internetgebruiker een bepaalde zoekterm ingeeft. Bij SEO spelen vooral de autoriteit van een website (het aantal keren dat er wordt doorgelinkt naar die site) en de structuur en inhoud van die website een rol. • Search engine advertising (SEA) betekent dat bedrijven advertenties kopen die verschijnen als een internetgebruiker een bepaalde zoekterm ingeeft. Als het om digitale communicatie gaat, kan je de communicatiemix ook als volgt voorstellen. Zorg voor meer shares door middel van betaalde media.
GEDEELD vermeldingen shares reposts recensies
SEO en merkinformatie zorgen voor een stijging van de verdiende media en het verkeer naar je eigen webdomeinen.
ADVERTENTIES VERDIENDE MEDIA
BETAALDE MEDIA
EIGEN MEDIA
SEA banners betaalde influencers betaalde inhoudelijke promotie advertenties op sociale media Haal meer verkeer naar je webdomeinen met betaalde media.
WEBDOMEINEN websites mobiele sites blogs sociale mediakanalen
Met betaalde media wordt mediaruimte bedoeld die wordt ingekocht. Het gaat dan bijvoorbeeld om reclame, advertenties, banners, advertorials en gesponsorde links. Deze betaalde mediavorm is lang dominant geweest binnen de marketing, zowel offline als online, en is nog steeds belangrijk om veel mensen te bereiken en om een consistente boodschap over je merk uit te dragen. De controle van het merk over de content is hier zeer groot. RECLAMEVRIJ? Reclame is alomtegenwoordig: je wordt ermee geconfronteerd op je browser, op culturele evenementen, in de krant, langs de autostrade … In de Braziliaanse stad Sao Paulo hadden ze er even genoeg van. In 2006 introduceerde burgemeester Gilberto Kassab de lei cidade limpa, een regel die reclame in de openbare ruimte verbood. Meer dan 15 000 reclamepanelen en aanplakborden werden verwijderd en de stad oogde plots helemaal anders. Er volgde veel protest van adverteerders, maar de meeste bewoners apprecieerden de beslissing. Een onvoorzien gevolg was dat een aantal sweatshops, fabrieken waar mensen tegen een hongerloon werken, plots aan het daglicht werden blootgesteld. Jarenlang werden ze bedekt door de panelen. In Vlaanderen moeten reclame en sponsoring in scholen verenigbaar zijn met de pedagogische en onderwijskundige
28
Thema 1 - Media
Code Cultuur 5 VO_LWB.indb 28
Code
11/07/16 10:32
taken en doelstellingen van de school. Reclame en sponsoring moeten in overeenstemming zijn met de goede smaak en het fatsoen en ze mogen de objectiviteit, de geloofwaardigheid, de betrouwbaarheid en de onafhankelijkheid van de school niet in het gedrang brengen. Zo kan het feit dat een computerbedrijf een school sponsort de school er niet toe verplichten om computers van dat bedrijf aan te kopen. In de Verenigde Staten denken ze er duidelijk anders over. In sommige staten mag er bijvoorbeeld reclame gemaakt worden op en in schoolbussen. Bedrijven voorzien scholen van educatief materiaal, waarop hun logo zichtbaar is, en de sportteams van scholen worden vaak gesponsord. Er is zelfs een televisiezender gericht op scholen waarvan de educatieve programma’s onderbroken worden door reclame. Voorstanders zeggen dat scholen zo extra middelen krijgen, terwijl tegenstanders opperen dat kinderen erg beïnvloedbaar zijn en dat veel van de geadverteerde producten ongezond zijn.
Een straat zonder reclame in Sao Paulo
Opdracht 8 a Zoek een voorbeeld van reclame die de consument op een objectieve wijze tracht te informeren over een product of dienst. Leg uit waarom je dit voorbeeld koos.
b
Zoek een voorbeeld van reclame die helemaal geen objectieve informatie biedt. Leg uit waarom je dit voorbeeld koos.
Opdracht 9 a b
Bedenk een creatieve pr-campagne voor je school. Hoe pak je dat aan? Welke positieve punten breng je onder de aandacht? Welke kanalen zal je gebruiken? Wat is het belang voor de school? Ga na of er bij jouw op school iemand verantwoordelijk is voor pr. Welke visie heeft de school ontwikkeld omtrent pr?
Code
Code Cultuur 5 VO_LWB.indb 29
Hoofdstuk 1 - Functies van de massamedia
29 11/07/16 10:32
3.3 Propaganda De persuasieve functie van de massamedia kan ook meer extreme vormen aannemen. Het bewijs daarvan vinden we in propaganda*. Onder die noemer verzamelen we allerlei vormen van massacommunicatie die tot doel hebben om de mening of het gedrag van mensen te beïnvloeden. Het verschil met reclame is dat propaganda aanhangers probeert te winnen voor ideeën of idealen, in plaats van voor producten of diensten. Propaganda is per definitie erg eenzijdige informatie die geen ruimte laat voor enige vorm van nuance of volledigheid. Typische verspreiders van propaganda zijn politieke partijen, overheden en actiegroepen. Het kan een erg efficiënt instrument zijn om eenheid te creëren bij een bevolking, maar betekent daarom ook een gevaar voor de democratie. In hoofdstuk 3 bekijk je de verschillende propagandatechnieken van naderbij.
Standbeeld van Kim Il-sung in Noord-Korea
Muurschildering met een uitspraak van de gewezen Cubaanse leider Fidel Castro
Amerikaanse oorlogspropaganda ten tijde van WO II
Britten worden aangemoedigd om als soldaat deel te nemen aan WO I.
Poster voor een propagandafilm over de nazipartijdag van 1934
HET SPLINTERNET Het internet wordt vaak een wereldwijd web genoemd, maar toch duiken er onzichtbare grenzen op tussen internetgebruikers. Sociologen spreken daarom weleens van het splinternet. • Het internet zou bijdragen aan extremistisch gedachtegoed. Het creëert als het ware echokamers voor mensen die een bepaalde overtuiging hebben. Politieke of religieuze activisten vinden op het net een heleboel gelijkgezinden en kunnen mensen die een andere mening zijn toegedaan negeren. • Bepaalde landen blokkeren delen van het wereldwijde web voor hun burgers of creëren hun eigen browsers en informatiesites. Via Baidu Baike, de Chinese tegenhanger van Wikipedia, kan je bijvoorbeeld geen informatie vinden over de bloedige protesten die in 1989 op het Tiananmen-plein plaatsvonden. • Cookies zorgen ervoor dat je surfgeschiedenis wordt opgeslagen. Die informatie wordt gebruikt om je informatie aan te bieden die jij interessant kan vinden. Als je bijvoorbeeld een artikel over honden deelt op Facebook, zal je daarna meer posts over honden zien verschijnen. Het risico is wel dat je op de duur een zeer beperkt beeld van de werkelijkheid krijgt. Net als in het echte leven ga je op het internet dus het best op zoek naar verschillende meningen en toevallige ontmoetingen.
30
Thema 1 - Media
Code Cultuur 5 VO_LWB.indb 30
Code
11/07/16 10:32
4 Socialiserende functie Televisie is een te bepalend medium, voor de opvoeding en de mentaliteit van de bevolking, om aan de markt over te laten. Joop van den Ende
4.1 Socialisatie en educatie De massamedia informeren en overtuigen ons niet alleen, ze voeden ons ook op. Je kan dan ook spreken van de socialiserende functie* of ook wel van de educatieve functie* van de media, waarbij de massamedia bijdragen aan cultuur- en kennisoverdracht. In het derde jaar leerde je dat socialisatie* een proces is waarbij iemand de overdracht van waarden, normen en andere cultuurkenmerken (zoals kennis, symbolen en rituelen) van een groep leert. Deze functie van de massamedia is zowel van belang voor het individu als voor de maatschappij. Als een bevolking bepaalde cultuurkenmerken deelt, wordt de samenleving immers hechter en eenvoudiger te besturen. Politicoloog Wilfried Dewachter (°1938) beschouwt het verschillende mediadieet van Vlamingen en Walen dan ook als een van de oorzaken van de groeiende kloof tussen de gemeenschappen. Onderzoek wijst uit dat we vooral kiezen voor televisieprogramma’s uit het eigen landsgedeelte en in de eigen taal. In België is het mediabeleid een bevoegdheid van de gemeenschappen en niet langer van de federale overheid. De educatieve functie komt expliciet aan bod in de beheersovereenkomst van de VRT. Daarin worden de doelstellingen van de openbare omroep vastgelegd voor een bepaalde periode. Uit de beheersovereenkomst 2016-2020 tussen de Vlaamse Gemeenschap en de VRT: • De VRT hanteert de standaardtaal. Via helder, correct en toegankelijk Nederlands taalgebruik bepaalt de VRT mee de norm ervan. Tussentaal en dialect kunnen enkel per uitzondering en in het belang van een breder concept van een programma en/ of andere mediadienst. De VRT speelt een actieve rol in het stimuleren van de taalbeleving van de Vlaamse mediagebruikers en werkt mee aan en/of neemt initiatieven rond onder meer taalverwerving en taal- en spreekvaardigheid. • De VRT besteedt aandacht aan belangrijke maatschappelijke thema’s en sensibiliseert en/of mobiliseert burgers rond deze thema’s. Het stimuleren van actief burgerschap en aandacht voor wetenschapseducatie, ondernemerschap en innovatie zijn daarbij actiepunten.
4.2 Rolmodellen
Een wassen versie van Oprah Winfrey in Madame Tussauds
Een beeld uit de BOB-campagne
Een efficiënte socialisatietruc is het inschakelen van rolmodellen*, echte personen of fictieve personages die het goede voorbeeld geven. • Het animatiefiguurtje Dora leert kinderen dat vriendschap belangrijk is. • De Rode Duivels worden ingeschakeld in mediacampagnes die benadrukken dat racisme niet thuishoort op een voetbalveld. • ‘Een beetje BOB bestaat niet’ is een van de vele slogans die het Belgisch Instituut voor de Verkeersveiligheid (BIVV) sinds 1995 gebruikt om autobestuurders te overtuigen niet dronken achter het stuur te kruipen. De naam BOB roept het rolmodel van de verantwoordelijke chauffeur op. • In het Eén-programma Groenland toont Bartel Van Riet de Vlamingen dat tuinieren leuk en gezond is. • De Amerikaanse presentatrice Oprah Winfrey wordt door veel vrouwen beschouwd als een rolmodel. De koningin van de
Code
Code Cultuur 5 VO_LWB.indb 31
Hoofdstuk 1 - Functies van de massamedia
31 11/07/16 10:32
talkshow zou volgens Time Magazine zelfs een van de 100 meest invloedrijke personen ter wereld zijn. Als slachtoffer van kindermisbruik sprak ze zich bijvoorbeeld uit voor wetgeving die staten verplichtte om meer zorgvuldig om te gaan met bestaande informatie over misbruik.
4.3 Media als deel van de cultuur Massamedia dragen niet enkel bij aan de overdracht van een cultuur, ze creëren ook nieuwe culturele fenomenen. Je hebt vast al gemerkt dat bepaalde televisieprogramma’s of websites enorm populair zijn bij je leeftijdsgenoten. Ze vormen als het ware een gedeelde ervaring, erover kunnen meespreken wordt erg belangrijk. Zo worden ze ook deel van ons cultureel erfgoed. De Mol is een goed voorbeeld van een televisieprogramma dat zich in het dagelijks leven van de Vlaamse bevolking genesteld heeft. Over de identiteit van de mol wordt gespeculeerd op speelplaatsen en aan waterkoelers op de werkvloer. Via een app kan je de spanning van het programma zelf beleven. Daarbij moeten we zeker ook de socialiserende rol van de sociale media vermelden. Afbeeldingen, artikelen en filmpjes worden massaal gedeeld en bepalen zo mee wat gangbaar, acceptabel of populair is.
Wie Gangnam style of de Harlem shake niet kent, heeft de voorbije jaren waarschijnlijk onder een rots gewoond. Deze dansjes veroverden in een mum van tijd de sociale media. Minder funky, maar evenzeer deel van onze mediacultuur: astronaut Buzz Aldrin tijdens de maanlanding van 1969.
Sommige gebeurtenissen houden een heel land of zelfs de hele wereld aan de buis gekluisterd. Op het moment zelf dat ze plaatsvinden en uitgezonden worden, worden ze deel van onze cultuur. Ze brengen ons met andere woorden samen achter onze schermen. We spreken dan van media-evenementen*. De Franse socioloog Daniel Dayan (°1943) en zijn Amerikaanse collega Elihu Katz (°1926) analyseerden dit fenomeen in hun boek Media events, the live broadcasting of history. Ze spreken van een media-evenement als de gebeurtenis: • voor hoge kijkcijfers zorgt; • live wordt uitgezonden; • tevoren wordt georganiseerd en aangekondigd; • aanleiding geeft tot samenwerking tussen de organisatoren van het evenement en de massamedia; • gepaard gaat met een zekere mate van ceremonie (ze worden dan ook vaak lang uitgesponnen). Media-evenementen zijn bovendien vrij voorspelbaar, want ze verlopen doorgaans volgens een van drie scenario’s of verhaallijnen: de wedstrijd (contest), de verovering (conquest) of de kroning (coronation). • De wedstrijd volgt bepaalde regels en vindt plaats tussen kampioenen van de politiek of de sport. De wereldbeker voetbal is een mooi voorbeeld van een wedstrijdscenario, maar het kan evengoed gaan om een politieke strijd. Dayan en Katz vermelden bijvoorbeeld de senaathoorzittingen ten tijde van het Watergateschandaal, waarbij de toenmalige Amerikaanse president Nixon het vuur aan de schenen werd gelegd. • De verovering is een potentiële doorbraak, een grote stap voorwaarts voor de mensheid. Het leven kan hierna nooit meer hetzelfde zijn. De Amerikaanse maanlanding is het klassieke voorbeeld van een veroveringsscenario. • De kroning is een soort parade die volledig om het ceremoniële aspect draait. Begrafenissen, huwelijken en uiteraard ook kroningen van staatshoofden horen thuis in deze categorie.
32
Thema 1 - Media
Code Cultuur 5 VO_LWB.indb 32
Code
11/07/16 10:32
Sommige gebeurtenissen evolueren van een wedstrijd naar een verovering om ten slotte met een kroning te eindigen. De maanlanding startte bijvoorbeeld als een wedstrijd tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie. Dat resulteerde in de verovering van de maan en de uiteindelijke kroning van de teruggekeerde astronauten als helden van de ruimtevaart. Het was echter de verovering die in dit geval het echte media-evenement vormde. EEN MEDIA-EVENEMENT OP HET WEB? In 2016 slaagde het private ruimtebedrijf Space X erin om de Falcon 9, een met commerciële satellieten beladen ruimteraket, in een baan om de aarde te brengen en ze vervolgens weer veilig te laten landen. Het ging om een historische gebeurtenis, die de grenzen van de ruimtevaart aanzienlijk verlegde. De lancering en landing werden tevoren aangekondigd en volledig live uitgezonden op de website van Space X. Presentatoren en medewerkers zorgden voor de nodige ceremoniële luister en het veroveringsscenario werd op de voet gevolgd. Toch kon er geen sprake zijn van een media-evenement in de klassieke zin van het woord. De hoge kijkcijfers bleven uit, omdat de meeste internationale media het vonden volstaan om de beelden achteraf mee te nemen in hun nieuwsuitzendingen en Space X de uitzending in eigen handen wou houden. Het toont aan dat televisie nog steeds een bepalende rol speelt bij het creëren van media-evenementen. Op code.deboeck.com kan je dit historische evenement (nog eens) bekijken. De Falcon 9 van Space X
Opdracht 10 a Jan Boon, de eerste directeur van het Nationaal Instituut voor de Radio-omroep (de voorloper van de VRT), zag de massamedia als een instrument in dienst van de volksverheffing. Wat bedoelde hij daarmee?
b
Dragen de hedendaagse massamedia volgens jou bij aan de volksverheffing? Verduidelijk je antwoord met twee voorbeelden.
c
Geef bij de op p. 31 vermelde punten uit de beheersovereenkomst van de VRT een voorbeeld van een programma dat daarbij aansluit.
Code
Code Cultuur 5 VO_LWB.indb 33
Hoofdstuk 1 - Functies van de massamedia
33 11/07/16 10:32
d
Wat is het verband en het verschil tussen de socialiserende/educatieve functie en de informatieve functie van de massamedia?
e
Geef zelf twee voorbeelden van dingen die je het afgelopen jaar via sociale media geleerd hebt.
Opdracht 11 a
Geef een recent voorbeeld van de volgende scenario’s voor media-evenementen. Verklaar je antwoorden. scenario
voorbeeld
wedstrijd
verovering
kroning
b
The revolution will not be televised is een nummer van de Amerikaanse muzikant en dichter Gil Scott-Heron. Je kan het beluisteren via code.deboeck.com. Is de revolutie waarover Scott-Heron spreekt een media-evenement of een nieuwsfeit? Verklaar je antwoord.
DE VAL VAN DE BERLIJNSE MUUR De val van de Berlijnse muur is een voorbeeld van een revolutie die toch de kenmerken van een media-evenement vertoonde. Op een persconferentie kondigde DDR-politicus GĂźnter Schabowski (verkeerdelijk) aan dat de grenzen tussen West- en Oost-Berlijn ogenblikkelijk zouden opengaan. De internationale pers keek toe hoe steeds meer Duitsers de muur beklommen en de grenswachters uiteindelijk de poorten openden.
34
Thema 1 - Media
Code Cultuur 5 VO_LWB.indb 34
Code
11/07/16 10:32
5 Amusementsfunctie 5.1 Escapisme
Reclame voor een actiefilm met Angelina Jolie
Een sfeerbeeld van het Britse muziekfestival Glastonbury
Je hebt er even op moeten wachten, maar nu is het tijd voor de leukste massamediafunctie: amusement. Want laten we eerlijk zijn, ontspanning speelt een belangrijke rol in onze mediakeuzes. De amusementsfunctie* of diverterende functie* is niet meer weg te denken uit het medialandschap. Televisie leek lange tijd de aanvoerder van het amusementsteam te blijven, maar moet die plaats nu delen met het internet. In tijden van digitale televisie is het trouwens moeilijk om de grens tussen televisie en internet te trekken. De media helpen je om te vluchten uit de dagelijkse realiteit, weg van je zorgen en beslommeringen. Escapisme* heet dat dan en op zich is er niets mis mee, als het met mate gebeurt. Bovendien kunnen amusementsprogramma’s een gespreksonderwerp vormen in je kennissenkring, zoals je eerder al zag bij de socialiserende functie. De amusementsfunctie weegt ook op de andere mediafuncties. Zo worden informatieve of educatieve televisieprogramma’s vaak voorzien van een laagje ontspanning. In mediakringen heet dat infotainment* en edutainment*. De bedoeling is wederom om meer luisteraars, kijkers of lezers te bereiken. • •
Praatprogramma’s als Van Gils & gasten (Eén) spelen in op de actualiteit, maar doen dat op een lichtvoetige wijze. De nadruk ligt eerder op emoties dan op nieuwsfeiten en het moet vooral gezellig zijn. Sinds het begin van de 21ste eeuw vermenigvuldigen de kookprogramma’s en voedselblogs zich in sneltempo. De ontvanger leert iets bij en kan ondertussen genieten van vlotte praatjes, sfeervolle muziek en smakelijke beelden.
5.2 Disfunctioneel amusement Niet iedereen vindt het een goede zaak dat de nadruk in de massamedia vaak op amusement ligt. Doorgaans gaat de aandacht naar drie negatieve gevolgen: nivellering, belemmering van de (vrije)tijdsinvulling en verminderde maatschappelijke betrokkenheid. 5.2.1 Nivellering Je zag op p. 31 al het citaat van Joop van den Ende, de producent van amusementsprogramma’s als Big Brother: ‘Televisie is een te bepalend medium, voor de opvoeding en de mentaliteit van de bevolking, om aan de markt over te laten.’ Zijn uitspraak gaat over televisie, maar is ook toepasbaar op andere massamedia. Van den Ende vindt dat commerciële zenders verplicht moeten worden om een deel van hun zendtijd aan informatie en cultuur te besteden en dat de overheid dit moest subsidiëren door de reclame-inkomsten volledig weg te halen van de openbare omroep. Als je het aan de markt overlaat, blijft er op den duur enkel amusement over en daalt het algemene niveau. Dat staat ook bekend als de nivellering* of vlakmaking van het medialandschap. •
Toen de Vlaamse commerciële televisiezender VT4 op 1 februari 1995 van start ging, beloofde die de meerwaardezoeker te bedienen. Er zou ingezet worden op kwaliteitsfictie, actualiteit en cultuur. De kijkcijfers vielen echter tegen, waardoor de zender zijn koers moest wijzigen. Voortaan zou puur amusement de boventoon voeren. In de programmering verschenen realityshows als Temptation Island (waarin een aantal Vlaamse en Nederlandse koppels geconfronteerd werden met een
Code
Code Cultuur 5 VO_LWB.indb 35
Hoofdstuk 1 - Functies van de massamedia
35 11/07/16 10:32
• •
bende begeerlijke vrijgezellen) en spelprogramma’s als Hole in the Wall (waarin deelnemers zich in allerlei bochten moesten wringen om door een vorm in een snel naderende muur te geraken). Grappig (voor even), maar mijlenver verwijderd van volksverheffing. Popcornfilms overheersen de grote cinemacomplexen. Filmproducers willen hun winst vooral vergroten en zijn doorgaans minder geïnteresseerd in kunstfilms. Dankzij subsidiëring kunnen ernstige filmmakers toch nog hun ding doen. Onderzoekers van de universiteit van Wenen hebben vastgesteld dat popnummers steeds meer op elkaar beginnen te lijken. Voor het onderzoek bestudeerden ze meer dan 500 000 albums, 15 genres en 374 subgenres. Ze letten onder meer op klankkleur en akoestische variaties. Hun conclusie: populariteit resulteert uiteindelijk in uniformiteit. Moeilijkere genres verliezen bovendien aan populariteit, omdat de smaak van het publiek eenvoudiger wordt.
Opdracht 12 a Het verband tussen nivellering en de scoopcultuur.
b
Waarom mag je het pleidooi van Joop van den Ende om de reclame-inkomsten weg te halen bij de openbare omroep met argusogen bekijken?
5.2.2 Belemmering van de (vrije)tijdsinvulling Wat is gemakkelijker en ontspannender dan met een zak chips voor je tv of laptop te kruipen? Gewoon even lekker bingen op je favoriete serie of site. Maar wat doe je eigenlijk met die tijd? Je zit of ligt en beweegt hooguit met je vingers. Die tijd zou je ook kunnen besteden aan andere zaken, zoals sporten of sociale contacten. Uit het tijdsbestedingsonderzoek dat de Federale Overheidsdienst (FOD) Economie in 2013 uitvoerde, blijkt dat de Belg gemiddeld ongeveer 2 uur 20 minuten per dag televisie kijkt. Dat is meer dan de helft van de beschikbare vrije tijd per dag. Een gemiddelde Belg zit tijdens zijn leven zelfs langer voor de televisie dan dat hij betaald werk verricht. Ook de sociale media eisen onze aandacht voortdurend op, zelfs wanneer we met iets anders horen bezig te zijn.
Sociale media halen studenten uit concentratie De sociale media houden studenten massaal uit de boeken. Als ze blokken, blijft bijna de helft permanent bereikbaar via Facebook, WhatsApp en co. Dat leert een nieuwe enquête van Teleblok bij 2 687 studenten uit het secundair en hoger onderwijs. ‘Studeren is hard werken. Het vraagt veel concentratie en discipline om dagen aan een stuk te blokken’, zegt Teleblok-coördinator Griet Speeckaert. ‘Een goede planning kan daarbij helpen.’ De enquête leert dat twee derde van de studenten het daarmee eens is.
36
Thema 1 - Media
Code Cultuur 5 VO_LWB.indb 36
Code
11/07/16 10:32
Zij maken een studieplan op dat ze in de mate van het mogelijke opvolgen. De rest doet dat niet. ‘We houden er ons toch niet aan’, is de meest gehoorde reden. Concentratiepeil Studenten blijken erg ambitieus. Bijna twee derde plant meer dan een uur aan een stuk te blokken, een op de zes wil zelfs langer dan twee uur doorgaan. ‘Te lang’, vindt Griet Speeckaert. ‘Na 50 minuten daalt je concentratiepeil met de helft. Je brein gaat op zoek naar afleiding en je begint bijvoorbeeld te dagdromen. Dan moet je even van je bureau weg, een frisse neus halen, wat bewegen, enkele mensen spreken. Langer dan twee uur studeren zonder onderbreking, hou je echt niet vol.’ Dat studenten afgeleid worden, blijkt uit de cijfers. Ruim acht op de tien heeft er vaak last van, een derde zelfs heel vaak. Vooral de sociale media halen hen uit hun concentratie. Zo goed als alle studenten zeggen dat ze erdoor afgeleid worden, twee op de drie zelfs meerdere keren per dag. Dat hoeft niet te verbazen, 46 procent van de studenten blijft tijdens de blok permanent bereikbaar via Facebook, WhatsApp en co. Andere zaken die studenten van hun studies houden, zijn in volgorde van belang: dagdromen, pauzes die uitlopen, tv of internet en paniek- of piekergedachten. Een ruime meerderheid van de studenten zegt dat ze dagelijks meer dan een uur aan sociale media spenderen, 27 procent zelfs meer dan anderhalf uur. ‘Het is goed dat studenten steun bij familie of vrienden zoeken. Dat kan via sociale media, maar misschien nog beter in levenden lijve’, zegt Griet Speeckaert. ‘De smartphone aanlaten terwijl je blokt, is geen goed idee.’ Naar: Sociale media halen studenten uit concentratie. (2016, 23 mei). Geraadpleegd via http://www.cm.be
5.2.3 Verminderde maatschappelijke betrokkenheid
Hoe meer tijd je aan massamedia besteedt, hoe minder tijd overblijft voor andere zaken. Dat zou volgens sommige onderzoekers zelfs een effect hebben op onze maatschappelijke betrokkenheid. We zouden minder deelnemen aan het verenigingsleven en minder participeren aan de politiek. De Amerikaanse politicoloog Robert Putnam (°1941) noemt dat het tijdverdringingseffect*.
Code
Code Cultuur 5 VO_LWB.indb 37
Hoofdstuk 1 - Functies van de massamedia
37 11/07/16 10:32
Opdracht 13 Lees het fragment uit de tekst van de Belgische politicoloog en socioloog Marc Hooghe (°1964). Zoek naar eufunctionele en disfunctionele elementen en vul vervolgens de tabel aan.
Het tijdverdringingseffect Toen de televisie in de jaren 1950 voor het eerst zijn intrede deed in de Amerikaanse huiskamer verwachtten veel commentatoren dat het nieuwe medium een stevige impuls zou geven aan de interesse van de burger voor de politiek. De participatiegraad aan het politieke gebeuren zou daardoor ook toenemen, dacht men. Het was tenslotte de allereerste keer in de geschiedenis dat elke burger ooggetuige kon zijn van belangrijke publieke gebeurtenissen. Iedereen kon nu ook met eigen ogen de parlementaire debatten volgen. Een halve eeuw later is het tij wel grondig gekeerd voor de televisie. Verschillende auteurs beweren dat de alomtegenwoordigheid van de tv verantwoordelijk is voor de achteruitgang van het publieke leven en van de sociale cohesie. Putnam ziet de tv zelfs als de voornaamste schuldige voor de geleidelijke erosie van het sociaal kapitaal van de Amerikaanse maatschappij. Andere onderzoekers beweren dat tv kijken gevoelens van onveiligheid aanwakkert. Tegelijkertijd zou de tv bij de kijker een cynische opstelling tegenover de politiek en de maatschappij in de hand werken. Dit verschijnsel kreeg snel de naam ‘video malaise’diagnose. Verdedigers van de ‘video malaise’-thesis zijn het echter niet eens over het mechanisme van de causaliteit waarop zij zich beroepen om de negatieve invloed van de televisie te verklaren. In zijn studie over de daling van de politieke participatiegraad van de Amerikaanse burger gaat Robert Putnam ervan uit dat er een tijdverdringingseffect speelt. Hij suggereert dat het loutere feit dat de tv overal doorgedrongen is verantwoordelijk is voor zeker een kwart van deze verminderde deelname. De achterliggende redenering is dat de tijd die aan tv kijken besteed wordt, niet meer kan gebruikt worden voor andere, meer sociale activiteiten of voor politiek engagement. Andere auteurs beroepen zich op attitude-effecten: de televisie heeft weliswaar misschien geen invloed op het gedrag, maar het is best mogelijk dat kijkers een specifiek waardepatroon gaan ontwikkelen. Over de vraag of een meer negatieve en cynische stijl van berichtgeving verantwoordelijk is voor dit effect zijn de meningen verdeeld. Volgens sommigen is dat wel degelijk het geval; voor anderen
is het toenemend aantal amusementsprogramma’s op de commerciële televisie de grote schuldige. Andere auteurs zijn het er helemaal niet mee eens dat de invloed van de tv zo negatief voorgesteld wordt. Zij halen verschillende argumenten aan om de thesis van de videomalaise te ontkrachten. Eerst en vooral is de empirische evidentie die de vermeende negatieve invloed van het tv kijken moet ondersteunen, niet eenduidig: de meeste studies kunnen geen significant of sterk effect aantonen. Alhoewel analyses met twee variabelen vaak een duidelijk verband aantonen tussen kijkgedrag en burgerzin is dat verband na invoering van controlevariabelen eerder zwak. Dit wijst eerder op een selectie-effect dan op socialisatieeffecten. Andere studies wijzen uit dat tv kijken ook positieve effecten kan hebben: er is een positief verband tussen het volgen van tv-nieuwsuitzendingen, interesse voor de politiek en een positief beeld van het politiek systeem. Recente experimenten tonen overtuigend aan dat blootstelling aan politieke informatie de kennis over de politiek en de graad van betrokkenheid sterk doet toenemen. In deze studies is het voornaamste argument dat we niet alleen moeten kijken naar het aantal uren dat mensen voor hun tv-toestel doorbrengen, maar ook naar de aard van het programma waarnaar ze kijken. Amusementsprogramma’s mogen dan misschien wel negatieve effecten hebben, maar we mogen verwachten dat het volgen van nieuwsuitzendingen en informatieve programma’s een positieve invloed heeft op de kijker. Nog andere auteurs beweren dat niet alleen de programma-inhoud telt, maar dat ook de zendervoorkeur meespeelt. Openbare omroepen zullen burgerschapsattitudes stimuleren, of zouden dat althans moeten doen. Commerciële zenders zullen eerder geneigd zijn een heel ander soort programma’s uit te zenden en zullen dus bij hun kijkers ook een ander waardepatroon stimuleren. In elk geval tonen Zweedse en Belgische studies een duidelijk verschil aan in waardepatronen tussen kijkers met een voorkeur voor de openbare omroep en kijkers die commerciële zenders verkiezen.
Hooghe, M. (2002). Televisie en burgerschapsattitudes: de impact van televisietijd, programma-inhoud en zendervoorkeur. Ethische perspectieven, 12, nr. 2, pp. 103-121.
38
Thema 1 - Media
Code Cultuur 5 VO_LWB.indb 38
Code
11/07/16 10:32
mogelijke eufunctionele gevolgen van televisiekijken voor de politieke participatie
mogelijke disfunctionele gevolgen van televisiekijken voor de politieke participatie
Marc Hooghe vond geen bewijs voor het tijdverdringingseffect in de beschikbare onderzoeksresultaten van de Vlaamse overheid. De tijd die iemand aan televisiekijken besteedt heeft volgens hem geen invloed op de politieke participatie. Maar onze attitudes zouden wel veranderen door al dat televisiekijken. Daarbij is vooral belangrijk naar wat je kijkt. Amusementsprogramma’s zouden een cynische kijk op de politiek in de hand werken. Ook de zenderkeuze zou daarbij een rol spelen. Hooghe geeft wel aan dat het moeilijk is om onderzoek te voeren naar dit onderwerp. Er wordt vaak gebruikgemaakt van laboratoriumexperimenten, maar de vraag blijft of het er in reële situaties ook zo aan toegaat.
6 Politieke functie De politieke functie van de massamedia wordt doorgaans opgesplitst in vier deelfuncties: de openbaarheidsfunctie, de agendafunctie, de commentaarfunctie en de controlefunctie. Deze functies overlappen gedeeltelijk met de functies die we eerder zagen, maar verdienen een aparte vermelding omdat ze een belangrijke bijdrage leveren aan het politieke proces in democratische samenlevingen. • Openbaarheidsfunctie Een democratie bestaat alleen maar bij de gratie van het volk: de essentie van een democratie is dat Journalisten aan de gebouwen van de Europese Unie in Brussel het volk regeert. Aangezien we moeilijk met z’n elf miljoen rond de tafel kunnen gaan zitten voor elke wetgevende beslissing, vertrouwen we op volksvertegenwoordigers om onze belangen te verdedigen. Wie volksvertegenwoordiger mag worden, hangt af van de verkiezingen. In een democratie is het dan ook erg belangrijk dat de burgers voldoende geïnformeerd zijn over relevante politieke gebeurtenissen en ontwikkelingen, zodat ze een weloverwogen keuze kunnen maken. De pers zorgt ervoor dat het politieke proces in de openbaarheid verloopt. • Agendafunctie Voor de goede werking van de democratie is het ook van belang dat politici weten wat er leeft in de maatschappij. Wil de burger graag meer speelpleinen of strengere snelheidsbeperkingen op de weg? Dan kan een carrièrebewuste politicus daar het best rekening mee houden. De media vormen een spreekbuis of megafoon voor actiegroepen en individuele burgers: ze helpen om bepaalde onderwerpen op de politieke agenda te plaatsen. • Commentaarfunctie De media dragen graag hun steentje bij aan het informatieverkeer tussen burgers en politici. Dat doen ze door de politieke actualiteit van commentaar te voorzien. Geen objectieve informatie dus, maar ongezouten meningen. Zo helpen ze ons bij het vormen van onze eigen politieke opinies en wakkeren ze het publieke debat aan. • Controlefunctie Je weet dat de Belgische democratie gestoeld is op een scheiding der machten: het opstellen, uitvoeren en controleren van de naleving van wetten is toegekend aan verschillende instanties. We spreken van de wettelijke, uitvoerende en rechterlijke macht (de zogenaamde trias politica). Deze scheiding moet machtsmisbruik voorkomen. In een democratie voeren de media een bijkomende controle uit. Daarom staan ze bekend als de vierde macht*. Ze zijn een soort waakhond voor de democratie, die blaft en bijt als iemand de spelregels niet respecteert.
Code
Code Cultuur 5 VO_LWB.indb 39
Hoofdstuk 1 - Functies van de massamedia
39 11/07/16 10:32
Tot ver in de 20ste eeuw waren de meeste Belgische kranten stevig verankerd in een zogenaamde zuil* (een groep die een bepaalde ideologie aanhoudt). De Morgen was de krant van de socialisten, terwijl De Standaard, Het Nieuwsblad en Het Volk de katholieken vertegenwoordigden en Het Laatste Nieuws de liberalen een stem gaf. Vandaag is het medialandschap grotendeels ontzuild en werken redacties onafhankelijk van partijbesturen. Maar zijn ze daarom volledig onbevooroordeeld? Critici wijzen erop dat commerciële belangen ervoor zouden kunnen zorgen dat het nieuws in het voordeel van aandeelhouders of adverteerders gekleurd wordt. Dus denk zelf eens na. Hoe kunnen we voorkomen dat de media hun macht misbruiken?
De media houden vandaag alles en iedereen kritisch tegen het licht, maar tegelijk is er niemand die naar de media zelf kijkt. Naar de steeds groter wordende belangen van de grote mediagroepen. Naar de verwevenheid tussen media, politiek en andere machtsstructuren. Naar de steeds dunner wordende scheidingslijnen tussen info- en entertainment, tussen nieuws en reclame. Uit de inleiding van een bijscholing die de Katholieke Universiteit Leuven organiseerde in samenwerking met het Fonds Pascal Decroos Opdracht 14 Welke politieke deelfunctie van de media herken je in de volgende voorbeelden?
nnen voor ‘Crevits moet haar pla passen’ lerarenopleiding aan het Centrum voor
rs van scholen van Verschillende directeu n de alarmbel over js trekken samen aa wi er nd no ne se as lw Vo Onderwijs Hilde Vlaams minister van die n ge in m or rv he actiegroep de lerarenopleidingen. De de bij nt pla V) D& (C Crevits g. aren’ eist een bijsturin ‘Red zij-instroom ler
Besturen is als
schaken: soms
Regering-Michel bereikt akkoord over begroting Iets na middernacht heeft de regeringMichel een akkoord bereikt over de bijsturing van de begroting 2016. De regering moest op zoek naar 2,3 miljard euro om zo de minimale inspanning te leveren die de Europese Commissie vraagt van ons land. Dat gat wordt gedicht met een hele rist van kleinere maatregelen.
moet de koning
zelf uit het kot k omen
Het Huis België is geen ruïne, m aar wel een broo hebben er zes’, s skelet met veel zei CD&V-voor koterij. ‘Een fale zi tter Wouter Be pijnlijke wonde nd land heeft ge ke in Terzake. Z heeft gelegd? en regering. Wij ou hij beseffen hoe hij onbewus t de vinger op de
Japanse regering k oo en rd ee n io sp be S Wikileaks: V en Duitsland
onder andere Frankrijk dat de Verenigde Staten ienst NSA nu ook Nadat eerder al uitlekte erikaanse inlichtingend Am de t da jkt bli n, lde nauw in de gaten hie de website Wikileaks. bespioneerde. Dat meldt tig ch du an Jap ot no ge bond
40
Thema 1 - Media
Code Cultuur 5 VO_LWB.indb 40
Code
11/07/16 10:32
Opdracht 15 Bekijk een aflevering van De zevende dag of een ander politiek programma op televisie. Welke politieke deelfuncties komen aan bod? Opdracht 16 De verschillende massamedia kennen heel wat genres. Een aantal daarvan werden bedacht in de Verenigde Staten en vonden daarna hun weg naar andere delen van de wereld. a Welke mediafuncties vervullen de volgende mediagenres? b Zoek een Belgisch voorbeeld van dit mediagenre.
Jon Stewart (rechts), de presentator van de satirische Daily Show
Howard Stern presenteert een populaire talkshow op de Amerikaanse radio.
De late-night talk show volgt een min of meer vaste formule. Een talkshowhost geeft een humoristische monoloog over de actualiteit, waarna hij plaatsneemt achter zijn bureau om een aantal bekende gasten te interviewen. Eventueel is er ruimte voor wat muziek of een aantal sketches. Het genre werd gepopulariseerd door de legendarische Johnny Carson. Andere bekende namen zijn Ed Sullivan, Jay Leno en David Letterman. Sinds de jaren 1990 zijn er ook enkele shows die voluit voor politieke satire kiezen.
Talk radio is een verzamelnaam voor programma’s waarin gediscussieerd wordt over allerlei onderwerpen, van politiek over sport tot gezondheidsproblemen. In heel wat van die programma’s kan de luisteraar bellen om zijn mening te geven of advies te vragen. Het eerste praatprogramma met participatie van de luisteraars dook al in de jaren 1930 op.
a
a
b
b
Code
Code Cultuur 5 VO_LWB.indb 41
Hoofdstuk 1 - Functies van de massamedia
41 11/07/16 10:32
42
President Barack Obama was te gast bij The View, een populaire talkshow die overdag wordt uitgezonden.
De podcast Serial bijt zich een seizoen lang vast in een spraakmakende rechtszaak. De programmakers creëerden zo een nieuwe vorm van onderzoeksjournalistiek.
Daytime television is gericht tot mensen die overdag thuis zijn, zoals huismannen of -vrouwen. Het gaat om shows die tijdens de week worden uitgezonden tussen 9 en 17 uur, voor de zogenaamde primetime. Talkshows vormen een belangrijk deel van de programmering. Oprah Winfrey is wellicht de bekendste presentatrice, maar je kent ongetwijfeld ook Jerry Springer of Dr. Phil. Vaak worden deze programma’s afgesloten met enkele woorden van advies voor de kijker. Daarnaast is er overdag ruimte voor soapseries, waarin de belevenissen van fictionele personages van dag tot dag gevolgd worden. Series als General Hospital of The Bold and the Beautiful gaan al decennia mee.
Podcasts (het woord is een samenvoeging van iPod en broadcast) behoren tot de nieuwe media. Het zijn reeksen audio- of videobestanden die je kan downloaden of streamen. Abonneren is mogelijk, zodat je geen aflevering mist. Programmamakers appreciëren de vrijheid die podcast bieden, omdat de productieen distributiekosten laag zijn. Wat onderwerp en toon betreft, zijn er geen beperkingen. Er bestaan series over geschiedenis, relaties, politiek, technologische snufjes, muziek, film …
a
a
b
b
Thema 1 - Media
Code Cultuur 5 VO_LWB.indb 42
Code
11/07/16 10:32
7 En wat doen we ermee? 7.1 De kenniskloofhypothese Toen de Belgische overheid in 1831 de zegeltaks (een vorm van belastingen) op dagbladen afschafte, deed ze dat in de hoop van de krant een betaalbaar democratisch instrument te maken. Nochtans was op dat moment ongeveer de helft van de Belgen analfabeet en had slechts een minderheid de financiële middelen om elke dag de krant te kopen. Ter vergelijking: een brood kostte toen 1 centiem, maar een krant 3 centiem. Uiteindelijk werden kranten goedkoper en werd het onderwijs toegankelijker. Het kiessysteem veranderde, waardoor meer Belgen mochten stemmen. De krant werd een echt massamedium. In de eerste helft van de 20ste eeuw kregen kranten concurrentie van radiozenders en na de Tweede Wereldoorlog veroverde de televisie stilaan de Belgische huiskamers. Door de komst van het internet en sociale media zijn mensen vandaag voortdurend online en beschikken ze dus constant over informatie. In principe is er dus geen reden om te veronderstellen dat sommigen vandaag beter geïnformeerd zijn dan anderen. De vraag is echter of iedereen hetzelfde doet met de informatie die de massamedia ter beschikking stellen. De kenniskloofhypothese* suggereert dat mensen met een hogere socio-economische status — denk aan een hogere opleiding of een hoger inkomen — sneller informatie verwerven dan mensen met een lagere socio-economische status. Ze halen ook meer uit die informatie, omdat ze de competenties en voorkennis hebben om ze efficiënt te verwerken. Zo wordt de kenniskloof tussen deze groepen steeds groter. Deze hypothese werd voor het eerst zo genoemd door journalist Phillip J. Tichenor (°1931) en sociologen George Donoheu (°1924) en Clarice Olien (°1933) in de jaren 1970. SESAMSTRAAT De populaire kinderreeks Sesamstraat kan je beschouwen als een poging om de kenniskloof tussen rijk en arm te verkleinen. Bedenker Jim Henson ontwikkelde het programma in het kader van het Great Society Initiative van toenmalig Amerikaans president Lyndon B. Johnson. Kinderen uit lagere sociale klassen begonnen vaak al met een achterstand aan hun schoolcarrière. Henson richtte zich met Sesamstraat vooral tot deze kinderen, maar spijtig genoeg hadden velen van hen thuis geen televisie. Kinderen uit hogere klassen konden wel naar het programma kijken en de kenniskloof vergrootte dus.
7.2 Een digitale kloof? Sinds de jaren 1970 heeft het internet zijn intrede gedaan en is de informatieberg alleen maar toegenomen. Het digitale tijdperk is weliswaar niet voor iedereen even snel van start gegaan, maar dankzij overheidsinitiatieven en dalende prijzen zijn de grootste materiële verschillen vandaag weggewerkt, althans binnen onze landsgrenzen. In 2014 had 83 procent van de Belgen volgens de FOD Economie thuis een internetverbinding. Toch blijft de vraag of er een digitale kenniskloof groeit tussen hoger- en lageropgeleiden. We doen immers niet allemaal hetzelfde met onze snufjes. Hogeropgeleiden maken meer gebruik van de online diensten van de overheid en vinden sneller hun weg naar betrouwbare informatieve en educatieve sites. Bovendien is er ook een kloof ontstaan tussen mensen die kunnen programmeren en de rest van de mensheid. Sociale media en andere zogenaamde web 2.0-toepassingen zijn eenvoudig om te gebruiken, maar hebben hun beperkingen. De gemiddelde gebruiker kan er eenvoudig informatie aan toevoegen. Dat betekent echter niet dat hij weet hoe deze sites eigenlijk functioneren. Gratis websites zoals Codecademy willen die groeiende kenniskloof tegengaan.
Code
Code Cultuur 5 VO_LWB.indb 43
Hoofdstuk 1 - Functies van de massamedia
43 11/07/16 10:32
De computer mag je anderzijds niet beschouwen als een magisch middel om de wereldbevolking slimmer te maken, zoals mag blijken uit dit artikel.
‘Leerlingen die meest met computer werken, hebben slechtste resultaten’
Indiase kinderen bekijken een XO, een laptop die speciaal ontwikkeld werd voor kinderen in ontwikkelingsregio’s. De computer werkt op zonne-energie en kan tegen een stootje.
Om leerlingen vertrouwd te maken met het gebruik van informaticatechnologie (ICT) en om de digitale kloof te dichten, kunnen scholen beter het niveau van begrijpend lezen en rekenen van hun leerlingen opkrikken dan te investeren in computers en internetverbindingen. Dat is de verrassende conclusie van een studie die de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) uitvoerde in 31 landen, van China, over Europa, tot de VS. Als elke leerling een basisniveau in begrijpend lezen en wiskunde bereikt, zal dat ‘in onze digitale wereld meer bijdragen tot gelijke kansen dan simpelweg de toegang tot hoogtechnologische apparaten en diensten te vergroten of te subsidiëren’, zegt de studie.
Veel computer, slechtste resultaten In 2012 had 96 procent van de 15-jarige leerlingen uit de OESO-landen een computer. Slechts 72 procent gaf aan dat ze op school een computer gebruikten. Volgens de studie halen leerlingen met een matig gebruik van computers op school iets betere resultaten dan de leerlingen die slechts zelden op school met de computer werken. Maar die leerlingen die de pc op school zeer vaak gebruiken halen veel lagere resultaten, zelfs rekening houdend met hun sociodemografische achtergrond. Ze behalen ook veel slechtere resultaten dan de leerlingen die zelden met een computer werken. Fijne lijn Het rapport, met als titel Students, Computers and Learning: Making The Connection toont dat die landen die aanzienlijk investeerden in ICT in het onderwijs ‘geen enkele opvallende verbetering’ lieten optekenen in de PISA-resultaten (PISA is een examen dat 15-jarigen afleggen in OESO-landen). Er is, suggereert het rapport, een fijne lijn tussen waar technologie helpt en waar ze schaadt. In een aantal van de toplanden in wiskunde en digitale kennis, zoals Zuid-Korea en China, wordt relatief weinig van computers gebruik gemaakt bij het onderwijs. Landen die het meest van technologie en computers gebruikmaken, zien de schoolresultaten voor begrijpend lezen achteruitgaan. Een oplossing biedt het rapport niet aan. Leraars die echt op de hoogte zijn van computers, is een eerste stap. Zij kunnen de goede en de slechte kanten aan gebruik van computers inschatten, zodat het niet alleen een kwestie wordt van tijd aan de computer doorbrengen, maar wat men in die tijd wil bereiken.
Uit: R.R. (2015, 15 september). OESO: ‘Leerlingen die meest met computer werken, hebben slechtste resultaten’. Knack. Geraadpleegd via http://www.knack.be
44
Thema 1 - Media
Code Cultuur 5 VO_LWB.indb 44
Code
11/07/16 10:32