Skip to main content

TvT accent - Spelling 6: zorgschrift - correctiesleutel

Page 1

6 Spelling

Tijd voor Taal accent

Schrijf je d of t op het einde van een woord?  maak het woord langer!

cht of gt? ja

cht Let op! ligt, legt, zegt

korte klank? a, e, i, o, u nee

gt

Verdubbelen en verenkelen

Ik luister naar het einde van de klankgroep.

Bingel is hét leerplatform voor lagere scholen in Vlaanderen. Met de inloggegevens die je kind van de school ontvangt, kan het digitaal oefenen en leren. Bij bingel hoort ook een tablet-app: Bingel Raket. Door een pagina uit dit schrift te scannen, ziet je kind meteen welke opdrachten het op bingel kan maken. Bingel en Bingel Raket kunnen zowel op school als thuis gebruikt worden. Je kind krijgt er tips en werkt op een eigen niveau en tempo.

ISBN 978-90-306-6377-5 544569

Ik

Ik

korte klank a, e, i, o, u

1 klinker en 2 medeklinkers verdubbelen

Ik

Ik

lange klank aa, ee, oo, uu

1 klinker en 1 medeklinker verenkelen

Ik

Ik

andere klank

gewoon

vanin.be

Meer informatie: www.bingel.be – www.bingelraket.be

Z-schrift


accent

Spelling

Z-schrift 6

Correctiesleutel Tine Geenen Karolien Willems Filip Casier

Coรถrdinatie Jan Seys Pieter Van Biervliet

Met medewerking van Maarten Dumoulin Myriam Monstrey Herlinde Roose Stijn Storme Annelore Tanghe Peter Willems


Woordpakket 1A Je herhaalt de inhouden van de voorbije leerjaren.

actualiteit het circus circus .. de ideeën ideeen onmiddellijk onmiddellijk Sint-Niklaas Sint-Niklaas de actualiteit

➔ c als k uitgesproken (cola) ➔ teit (kwaliteit) ➔ c als s uitgesproken (cent) ➔ c als k uitgesproken (cola) ➔ ee op het einde → ën (zeeën) ➔ verdubbelen na korte klank

➔ aardrijkskundige namen: hoofdletter ➔ koppelteken bij woorden met Sint het winkelcentrum

winkelcentrum auto’s

➔ c als s uitgesproken (cent)

de auto’s ➔ Na a, i, o, u, y enkel geschreven, schrijf je in het meervoud ‘s (opa’s). ➔ au-kaart de commissaris

commissaris Italie..

➔ verdubbelen na korte klank

Italië ➔ aardrijkskundige namen: hoofdletter ➔ trema

politie de controle controle speciaal speciaal het restaurant restaurant , het café cafe ‘s Avonds ’s Avonds de politie

➔ i als ie uitgesproken (fabrikant) ➔ tie uitgesproken als sie (politie) ➔ c als k uitgesproken (cola) ➔ verenkelen na lange klank ➔ c als s uitgesproken (cent) ➔ i als ie uitgesproken (radio) ➔ au-kaart ➔ c als k uitgesproken (cola) ➔ vrije klinker ee (café)

➔ apostrof aan het begin van een woord ➔ hoofdletter bij het begin van een zin

thuis fantastisch fantastisch .. de knieën knieen bijvoorbeeld/bv. bijvoorbeeld – bv. de radio radio (het) thuis

3

➔ th uitgesproken als t (thee) ➔ isch (Belgisch) ➔ klemtoon ligt op ie → -ën ➔ afkortingen ➔ i als ie uitgesproken (radio)


Woordpakket 1B Je herhaalt de inhouden van de voorbije leerjaren.

fabrikant het diploma diploma de snelheid snelheid het station station ontdekken ontdekken de lichtjes lichtjes Nieuw-Zeeland Nieuw-Zeeland de fabrikant

➔ i als ie uitgesproken (fabrikant) ➔ i als ie uitgesproken (fabrikant) ➔ verenkelen na lange klank ➔ heid (waarheid) ➔ t(i) als s(i) uitgesproken (station) ➔ bijzondere uitspraak ➔ verdubbelen na korte klank ➔ bijzondere uitspraak ➔ na korte klank cht

➔ aardrijkskundige namen: hoofdletter ➔ koppelteken bij samenstellingen van aardrijkskundige namen

West-Vlaamse

West-Vlaamse

➔ aardrijkskundige namen: hoofdletter ➔ koppelteken bij samenstellingen van aardrijkskundige namen

nieuwsgierig de televisie televisie de dinosaurus dinosaurus de handtekening handtekening nieuwsgierig

➔ ig (rustig) ➔ bij ieuw: u voor w ➔ verenkelen na lange klank ➔ i als ie uitgesproken (fabrikant) ➔ au-kaart ➔ i als ie uitgesproken (fabrikant)

➔ verlengen (eerste deel met d, tweede deel met ng) ➔ verenkelen na lange klank

kapitein het autootje autootje de illustraties illustraties (het) akkoord akkoord de professor professor de kapitein

mama’s theater januari

➔ i als ie uitgesproken (fabrikant) ➔ ei-kaart ➔ au-kaart ➔ tie uitgesproken als sie (politie) ➔ verdubbelen na korte klank ➔ verlengen (d) ➔ verenkelen na lange klank ➔ verdubbelen na korte klank ➔ woorden op -or

de mama’s ➔ Na a, i, o, u, y enkel geschreven, schrijf je in het meervoud ‘s. (opa’s) het theater

januari

➔ th uitgesproken als t (thee) ➔ i als ie uitgesproken (fabrikant)

4


Woordpakket 2

1

de detective

de miniatuur

de piramide

biologisch

het ministerie

(het) ideaal

de maffia

India

de opinie

het individu

het stadion

de vitamine

de file

de indianen

het minimum

de dialoog

(het) positief

de epidemie

de literatuur

de Amerikaan

Schrijf de woorden van het woordpakket bij het juiste voorbeeldwoord. woorden net als fabrikant

detective ministerie opinie file positief ideaal individu

14

epidemie piramide minimum literatuur vitamine Amerikaan miniatuur woorden net als radio

miniatuur indianen maffia stadion

5

17

biologisch India dialoog


2

Klap de woorden van het woordpakket in klankgroepen. Schrijf de woorden in de juiste kolom. woorden met drie klankgroepen

opinie positief ideaal maffia stadion minimum India dialoog

detective ministerie miniatuur individu indianen epidemie

Welk woord heb je niet gebruikt? 3

woorden met vier klankgroepen

piramide literatuur vitamine biologisch Amerikaan

file

_____________________________________________________________________________________________________________

Schrijf de woorden alfabetisch. ideaal – opinie – stadion – dialoog – Amerikaan

Amerikaan, dialoog, ideaal, opinie, stadion positief – minimum – ministerie – maffia – piramide

maffia, minimum, ministerie, piramide, positief 4 Welk woord uit het woordpakket zoeken we?

India

Ik ben een groot Aziatisch land: _____________________________________________________________________________________

indianen vitamine

Wij leven in reservaten in de Verenigde Staten: _____________________________________________________________________________________ Atleten slikken mij om beter te presteren: _____________________________________________________________________________________ Ik ben een inwoner van het werelddeel dat ten westen van Europa ligt:

Amerikaan

_____________________________________________________________________________________

5 Schrijf de volgende woorden in het meervoud.

detectives stadions dialogen

Amerikanen piramides, piramiden files

detective: __________________________________________________________________ Amerikaan: __________________________________________________________________ stadion:

__________________________________________________________________

piramide:

__________________________________________________________________

dialoog:

__________________________________________________________________

file:

__________________________________________________________________

Klaar? Zet een kruisje. Maak oefening 1 op blz. 61. 6


Werkwoorden 1 45

De persoonsvorm vind je door van de zin een ja-neevraag te maken. De persoonsvorm staat dan altijd vooraan. 1 Omcirkel het onderwerp.

Zet de persoonsvorm tussen schuine strepen. Schrijf de infinitief en de stam op. infinitief

stam

plaatsen plaats Heel wat mensen besteden veel geld aan ICT. besteden besteed Mijn broer fietst elke dag drie kilometer naar school. fietsen fiets Volgende zomer trekt oom met de fiets naar Spanje. trekken trek Elke dag beantwoordt de directeur wel veertig e-mails. beantwoorden beantwoord Het verkeer eist elk jaar veel te veel slachtoffers. eisen eis Mijn overgrootvader wordt in maart honderd jaar. worden word Draagt iedereen van de klas zijn fluojas op straat? dragen draag Ik houd ervan om lekker lang te slapen op zondag! houden houd We maken er dit schooljaar een supertof jaar van! maken maak Mijn buurman plaatst deze zomer zonnepanelen.

2 Zet een kruisje in de passende kolom.

Neem je werkwoordschema erbij.

Ja? tegenwoordige tijd

1 Is het vette woord een pv.? (ja-neevraag) 2 Wie of wat doet iets? (onderwerp)

Ik … … jij/ik?

stam

Nee?  Doe Hij/zij/het … Wij/jullie … Een ander … Anderen … gewoon. stam + t

Dit zijn meneer en mevrouw Stevens. Zij hebben een zoontje dat Jacques heet.

x

Dag, hoe gaat ‘t?

De hele familie woont samen in een pieterklein houten huisje.

x x

x

Hij wordt Sjakie genoemd.

Ik vind het leuk om kennis te maken.

infinitief

x x (Uit: Sjakie en de chocoladefabriek, Roald Dahl)

7


3 Vul de juiste vorm in. Zonnecollectoren winnen

wint

Als alternatieve energiebron

zonne-energie

steeds meer aan betekenis. Die vorm van energieopwekking

is

zijn schijnen

nu nog kostbaarder dan andere energiebronnen en

schijnt

op dagen dat de zon niet

, is de opbrengst

gering. realiseren

Om een grote krachtcentrale te kunnen

realiseren

, zou

een terrein van vijf bij vijf kilometer met zonnecellen moeten

uitgerust

uitrusten

worden.

worden

In een fotovoltaĂŻsch systeem

omzetten

direct in elektrische stroom

verwarmen

zon

gebruiken

verwarmde gebruikt .

wordt omgezet

zonne-energie of het door de

water direct voor de verwarming

Voor kleine stroomverbruikers, zoals zakrekenmachines, horloges, zijn

zijn

enzovoort,

zonnecellen een uitstekend alternatief

voor batterijen. Experimenten met zonne-energieauto’s en -vliegtuigen verkeren

verkeren

nog in een ontwikkelingsstadium en zijn met

verbonden

verbinden

hoge kosten

worden

Zonne-energiesystemen

toepassen

projecten

toegepast

.

worden

bij nieuwbouw-

voor warmwatervoorziening en

verwarming.

8


Woordpakket 3

1

de baby

de pyjama

bloednerveus

het symbool

de hyena

de penalty

het type

Egypte

het weekend

de hygiĂŤne

het mysterie

de lolly

(de) ondergrondse

de hobby

sorry

typisch

olympische

de pony

de bond

het leed

Schrijf de woorden van het woordpakket bij het juiste voorbeeldwoord. woorden net als baby

baby lolly mysterie pyjama hobby sorry

24

hyena penalty type .. hygiene pony typisch woorden net als Egypte

Egypte symbool

25

olympische woorden net als hond

bond bloednerveus weekend Op het einde d of t? Maak het woord langer.

9

42

ondergrondse leed


2

Zoek een passend woord in het woordpakket.

weekend op bezoek bij mijn grootouders. pyjama Ik doe mijn aan om te gaan slapen. hobby Mijn favoriete is voetballen. olympische Atletiek is een sport. hygiene Voor een goede moet je je dagelijks wassen. bloednerveus om zijn spreekbeurt te geven. Hij was pony Het meisje leert paardrijden op een . Egypte Ik ga op reis naar . Ik ga elk

3

Vul in: d of t. Schrijf het woord op.

d verzorg d/t deba t ingewikkel d

verband gron d slag grondslag verzorgd / verzorgt har d ste debat gevuld gevul d noodlot ingewikkeld noo d lot li maatschap lidmaatschap voor t duren beroemdste beroem d ste onverwacht onverwach t verban

4 Schrijf de woorden in het meervoud: ’s of s eraan vast. baby mysterie firma professor portie

baby’s mysteries firma’s professors porties

lolly

type

piramide

puppy

collega

lolly’s types piramides puppy’s collega’s

Klaar? Zet een kruisje. Maak oefening 2 op blz. 61. 10


Woordpakket 4

1

de puppy

blokkeerde

de training

de elementen

de abonnee

ingewikkeld

de vleeseter

het diner

de trainer

masseren

de edelstenen

de fossielen

trainen

geruststellend

binnendringen

depressief

de cocktails

integendeel

de manschappen

de waarnemingen

Schrijf de woorden van het woordpakket in het juiste kader. woorden net als diner

27

diner woorden net als trainen

26

training trainer

trainen cocktails Apen zweven over muren.

elementen vleeseter masseren edelstenen

44

waarnemingen depressief integendeel

Verenkelen: na een lange klank (aa, ee, oo, uu) verenkel je. Zatte vette kippen stoppen bussen.

puppy blokkeerde abonnee ingewikkeld masseren Verdubbelen: na een korte klank (a, e, i, o, u) verdubbel je.

11

fossielen geruststellend binnendringen depressief manschappen

44


2

Schrijf de woorden in de juiste rij. abonnee – geruststellend – binnendringen – ingewikkeld – blokkeerde – manschappen – depressief – masseren – puppy zatte: vette: kippen: stoppen: bussen:

3

manschappen geruststellend binnendringen abonnee puppy

masseren depressief ingewikkeld blokkeerde

Hak de woorden eerst. Plak ze daarna terug. trainen

t r a i n e n

cocktails

cocktails trainer diner training

trainer diner training

→

→

→

→

→

trainen

cocktails trainer diner training

4 Kleur de woorden met een verdubbeling groen, met een verenkeling rood. wegens

vonnissen

verlopen

formulering

verrukkelijk

verkenning

speelgoed

manschappen

fabrieken

regionale

5 Zet de woorden in de juiste kolom. hulptrainer – maretakken – stotteren – trainingsstage – ogenblikkelijk – negeren – meditatie – programma – lettergrepen – grammofoonplaten drie klankgroepen

vier klankgroepen

vijf klankgroepen

hulptrainer stotteren negeren programma

maretakken trainingsstage meditatie lettergrepen

ogenblikkelijk grammofoonplaten

Klaar? Zet een kruisje. Maak oefening 3 op blz. 61. 12


Werkwoorden 2 De persoonsvorm vind je door van de zin een ja-neevraag te maken. De persoonsvorm staat dan altijd vooraan. 1 Omcirkel het onderwerp.

Zet de persoonsvorm tussen schuine strepen. Schrijf de infinitief en de stam op. De juf beantwoordde de bizarre vraag. In 1986 speelden de Rode Duivels op het WK. Op het feestje van Doga was het supergezellig. Mama bracht lekkere dingen mee van de supermarkt. Ik vond het vijfde leerjaar een moeilijk leerjaar. De leerlingenraad stelde mooie initiatieven voor. Gisteren vergat ik mijn huistaak te maken. Wij gingen vorige zomer naar Toscane op reis.

infinitief

stam

beantwoorden beantwoord spelen speel zijn ben brengen breng vinden vind stellen stel vergeten vergeet gaan ga

2 Vul de juiste vorm in. Juffrouw Lien

kijkt

(kijken) op haar horloge,

haar op de metalen lessenaar met een klap dicht en

slaat (slaan) het boek voor staat op (opstaan).

zegt (zeggen) ze, “genoeg over Karel de Grote voor vandaag.” Nikki gluurt (gluren) door het raam naar de klok op de kerktoren. is Het (zijn) vijf voor twaalf. “Mooi”, (juichen) ze. “Geen huiswerk vanmiddag! Kan ik lekker in juicht “Zo,”

het Vrijbos gaan spelen na de worsteltrai …” “Neem jullie schoolagenda”, “O néé …”, De bel

gaat

Juffrouw Lien

kreunt

zegt

(zeggen) juffrouw Lien.

(kreunen) Nikki.

(gaan).

neemt

(nemen) een pijpje krijt

begint (beginnen) op het bord te schrijven. “Noteer”, (bevelen) ze. beveelt “Verdomme!”, (vloeken) Marten achter vloekt en

Nikkki’s rug. “Straks kan ik niet gaan oefenen met mijn motorfiets.” (Uit: Nikki Nikkel, Marc De Bel) 13


14

stam

X

Doe gewoon.

onder aan de trap op en ze zag er heel knap uit.

massa zwart. Parvati wachtte Harry

verschillende kleuren, in plaats van in de gebruikelijke

mensen rondliepen die gekleed waren in allerlei

De leerlingenkamer maakte een vreemde indruk nu er

X X

X

X

infinitief stam + stam + de(n) te(n)

wat losse draadjes uit zijn manchetten trok.

stam + t

Jij/hij/zij/het … Wij/jullie … geen klankverandering klankeen ander … Anderen … verandering

verleden tijd

X

X

Ik … … jij/ik?

tegenwoordige tijd

JA?

“Onweerstaanbare charme”, zei Ron somber, terwijl hij

terwijl ze naar beneden gingen.

meisjes uit ons jaar weten te krijgen”, mompelde Daan

“Ik snap nog steeds niet hoe jullie de twee knapste

2 In welke tijd staat de pv.?

1 Is het vette woord een pv.? (ja-neevraag)

Neem je werkwoordschema erbij.

3 Schrijf de woorden in vetjes op de juiste plaats.

X

NEE?  Doe gewoon.


Woordpakket 5

1

het bureau

de overdracht

de route

(de) militair

wanhopig

het politiebureau

de souvenirs

populair

het cadeautje

de nota

de limousine

de echtgenote

de documentaire

het cadeau

de mayonaise

het niveau

de anekdote

(de) parlementair

de journalist

enthousiast

Schrijf de woorden van het woordpakket bij het juiste voorbeeldwoord. woorden net als bureau

28

bureau politiebureau cadeautje

cadeau niveau

woorden net als journalist

route souvenirs limousine

29

journalist enthousiast 30

woorden net als militair

militair populair documentaire

mayonaise parlementair 44

woorden net als over

overdracht wanhopig politiebureau populair

nota echtgenote documentaire mayonaise anekdote

Verenkelen: na een lange klank (aa, ee, oo, uu) verenkel je. 15


2

Vul in: eau, ou of ai.

eau s ou venirs cad eau tje enth ou siast ai r lim ou sine niv eau r ou te ai se document ai re j ou rnalist milit ai r

politiebur popul mayon

3 Kleur de woorden met verenkeling rood. horloge

komkommer

elektronen

uitgenodigd

boerderijen

kosten

roman

bonnen

verloren

porie

4 Vul in: o of oo.

Schrijf het woord over.

o cumentaire o verdracht p o pulair d oo rbreken b oo reiland p o litie may o naise gr oo thandelaar o ntkn o ping bi o l o gisch d

documentaire overdracht populair doorbreken booreiland politie mayonaise groothandelaar ontknoping biologisch

5 Rangschik de woorden alfabetisch. militairen – enthousiasme – douche – echtgenote – journaal – mayonaisepot – journalistiek – enthousiasteling 1 4 7

douche enthousiasteling mayonaisepot

2

5

8

echtgenote journaal militairen

3

6

enthousiasme journalistiek

Klaar? Zet een kruisje. Maak oefening 4 op blz. 62. 16


Hoofdletters + controledictee Je schrijft een hoofdletter bij: • het eerste woord van een zin ➔ Let op: begint de zin met een apostrof, dan krijgt het tweede woord een hoofdletter. bv. ’s Ochtends • persoonsnamen bv. Tine

56

• aardrijkskundige namen ➔ landen, straten, plaatsen, provincies, rivieren, bergen bv. Afrika

58

• afleidingen van aardrijkskundige namen ➔ talen, nationaliteiten bv. Afrikaans

58

• namen van (kerkelijke) feestdagen bv. Nieuwjaar

• personen en zaken die als heilig worden beschouwd bv. Pater Damiaan Je schrijft geen hoofdletter bij: • weekdagen • maanden • seizoenen • windrichtingen 1 Vul je identiteitskaart aan. Mijn naam is

eigen invulling

Straat: Gemeente: Deze gemeente ligt in de provincie en in het land Nationaliteit: De taal die ik spreek is Ik ben geboren op en ik verjaar dit jaar op een

herfstvakantie Allerheiligen

Joepie, binnenkort is het vakantie, nl. de en dan vieren we het feest van 17

56

57


2 Geef de onderstreepte woorden de juiste kleur.

eerste woord van een zin (blauw) aardrijkskundige namen (rood) persoonsnamen (geel) afleidingen aardrijkskundige namen (groen)

rood Brugge dankt haar ontstaan aan een militaire vesting, gebouwd door de graaf van rood

Vlaanderen, zeker niet vroeger dan 860-870, tegen de invallen van de Noormannen, en voor het eerst vermeld in 892.

groen rood met een leger af, maar de graaf trekt zich terug in de vesting van Brugge. rood De koning staakt de achtervolging. De Noormannen vallen Gent aan in de tweede helft blauw rood rood van de 9e eeuw. De monniken vluchten naar Sint-Wandrille in Normandië. blauw rood Hun goud en juwelen laten ze te Brugge achter om het 50 jaar later bij de kanunniken van blauw rood Sint-Donaas te komen terugvragen. De monniken aanzagen Brugge als een veilige burcht. blauw rood Dat zijn geschiedkundige feiten: Brugge beheerste als militaire vesting volkomen de inham rood van het Zwin en dat wisten de Noormannen of Vikingen ook. blauw

geel

rood

De graaf, Boudewijn II, neemt in 892 de abdij van Arras in. De Franse koning komt

(Uit: didactische uitstap schooljeugd Brugge)

3 Schrijf de zinnen over met hoofdletters waar nodig. hasselt is de hoofdstad van de provincie limburg. er zijn enkele oost-europese landen tot de EU toegetreden.

Er zijn enkele Oost-Europese landen tot de EU toegetreden. de premier van belgië heeft zijn ambtswoning in de wetstraat.

De premier van Belgie.. heeft zijn ambtswoning in de Wetstraat.

in het ieperse liggen er heel wat engelse en duitse soldaten.

In het Ieperse liggen er heel wat Engelse en Duitse soldaten.

andere namen voor god zijn jahwe en allah.

Andere namen voor God zijn Jahwe en Allah.

de rhône, de seine en de garonne zijn grote franse rivieren.

^ De Rhone, de Seine en de Garonne zijn grote Franse rivieren.

18


Woordpakket 6

1

positieve ideale

het pensioen

de positie

de files

het ticket

het milieu

de kampioen

de subsidie

de politiek

definitief

de crisis

de ingenieur

het risico kritisch (de) religieuze

artistiek

het instituut

serieus

de realiteit

Schrijf de woorden van het woordpakket bij het juiste voorbeeldwoord. woorden net als fabrikant

positieve ideale positie files ticket milieu subsidie politiek

14

definitief crisis risico kritisch religieuze artistiek instituut realiteit

woorden net als serieus en kampioen

pensioen milieu kampioen

19

ingenieur religieuze serieus

31


2

Rangschik de woorden alfabetisch. positieve – pensioen – positie – politiek – milieu – kritisch 1 4

kritisch politiek

2

5

milieu positie

3

6

pensioen positieve

realiteit – instituut – risico – ideale – religieuze – ingenieur 1 4

3

ideale realiteit

2

5

ingenieur religieuze

3

6

instituut risico

Welk woord uit het woordpakket zoeken we? plaatsbewijs technoloog

het werkelijk zijn

overwinnaar van een wedstrijd

uitkering die men krijgt wanneer men te oud geworden is om nog te werken

bepaalde financiële steun

instelling

gevaar voor schade of verlies

omgeving waarin iemand thuishoort

rijen van achter elkaar staande voertuigen

periode van ernstige stoornis

ticket ingenieur realiteit kampioen pensioen subsidie instituut risico milieu files crisis

4 Maak samengestelde woorden.

Schrijf de woorden op. toegangs •

milieu •

wereld •

olie •

monster •

toegangsticket • ticket milieubescherming • files wereldkampioen • crisis oliecrisis • bescherming monsterfiles • kampioen

Klaar? Zet een kruisje. Maak oefening 5 op blz. 62. 20


Woordpakket 7 eventueel

1

de propaganda

de vertaling

uitermate

genoemde seksuele

het testament

(het) negatief

individueel

de problematiek

voorheen

individuele

de atmosfeer

de organen

banale

eventuele

het toernooi

zodanig

het drama

seksueel

Schrijf de woorden van het woordpakket in het juiste kader.

8

woorden net als eventueel

eventueel individueel seksueel

seksuele individuele eventuele woorden net als apen

propaganda vertaling uitermate testament negatief

44

problematiek organen banale zodanig drama

Verenkelen: na een lange klank (aa, ee, oo, uu) verenkel je.

andere woorden

genoemde negatief voorheen

21

atmosfeer toernooi


2

Klap de woorden in klankgroepen. Schrijf de woorden in de juiste kolom. toernooi – atmosfeer – problematiek – negatief – voorheen – propaganda – genoemde – drama – uitermate woorden met twee klankgroepen

woorden met drie klankgroepen

woorden met vier klankgroepen

toernooi voorheen drama

atmosfeer negatief genoemde

problematiek propaganda uitermate

3 Vul aan met ueel en uele.

ueel

uele

individueel seksueel actueel ritueel

individ... seks... act... rit...

individuele seksuele actuele rituele

4 Kleur de woorden met verenkeling rood. organen

banale

maaien

grasmachine

verklappen gemeenschappelijk

zodanig samenleving

vertaling staan

5 Welk woord past bij de omschrijving? intellectueel – contractueel – mentaliteit – illegale – generatie

generatie

al de individuen van eenzelfde trap in een voortplantingsreeks:

mentaliteit op het verstand betrekking hebbend: intellectueel onwettige, onrechtmatige, verboden: illegale voortvloeiend uit, volgens het contract: contractueel wijze van denken en voelen:

Klaar? Zet een kruisje. Maak oefening 6 op blz. 62. 22


Werkwoorden 3 • De infinitief vind je door ik zal … ervoor te plaatsen.

45

• Het gebeurt nu: tegenwoordige tijd (t.t.) Het gebeurde vroeger: verleden tijd (v.t.) 1 Omcirkel de juiste tijd.

infinitief Schrijf de infinitief op. (ik zal …) De kerstvakantie nadert snel.

t.t.

v.t.

Isara las een boek.

t.t.

v.t.

De kunstenaar werkte de hele nacht.

t.t.

v.t.

Opa en oma rustten op de bank.

t.t.

v.t.

De buren verhuizen in de kerstvakantie.

t.t.

v.t.

Wij mochten niet op het ijs.

t.t.

v.t.

Zus reed met haar fiets naar huis.

t.t.

v.t.

Mama bereidt het middagmaal.

t.t.

v.t.

naderen lezen werken rusten verhuizen mogen rijden bereiden

2 Schrijf de werkwoorden in de tegenwoordige tijd en de verleden tijd.

infinitief

tegenwoordige tijd

rijd lopen Kim loopt broeden de kip broedt zeggen de juf zegt varen het schip vaart zetten jij zet maken jullie maken praten mama praat eten wij eten landen de raket landt doen zus doet opstaan papa staat op kammen de ruiter kamt vallen broertje valt branden het brandt

reed Kim liep de kip broedde de juf zei het schip voer jij zette jullie maakten mama praatte wij aten de raket landde zus deed papa stond op de ruiter kamde broertje viel het brandde

rijden ik _________________________________________________

23

verleden tijd

ik

_________________________________________________

_________________________________________________

_________________________________________________

_________________________________________________

_________________________________________________

_________________________________________________

_________________________________________________

_________________________________________________

_________________________________________________

_________________________________________________

_________________________________________________

_________________________________________________

_________________________________________________

_________________________________________________

_________________________________________________

_________________________________________________

_________________________________________________

_________________________________________________

_________________________________________________

_________________________________________________

_________________________________________________

_________________________________________________

_________________________________________________

_________________________________________________

_________________________________________________

_________________________________________________

_________________________________________________

_________________________________________________

_________________________________________________


3 Vul de juiste vorm in. v.t. zien Pas toen

zag

zaten volgde

hij hoe we naar boven

v.t.

zitten

v.t.

volgen

Hij

kennismaken

“Ha zo, jullie hebben

t.t.

kunnen

“Ma … meester … hij

v.t.

stamelen

v.t.

zien

v.t.

horen

t.t.

spreken

“Hij

v.t.

onderbreken

“Ja, net als wij, mensen”,

te kijken. onze blik.

kennisgemaakt met Waldo.” kan praten”,

stamelde zag

Ik

spreekt

ik. weer de grote zwarte hond en opnieuw die zware stem … … net als …”

onderbrak

meester

Pluim me.

mag bedoel

t.t.

mogen

“Hij

t.t.

bedoelen

ik

v.t.

weten

“Euh … ja, maar …. euh, ik

v.t.

kunnen

t.t.

bedoelen

v.t.

antwoorden

v.t.

worden

Ik

of liever, dat kan toch, pratende papegaaien?”

konden bedoel antwoordde werd

wist

niet dat ze echt

spreken. hele zinnen, zinnige dingen …”, ik, terwijl ik zenuwachtig van de stekende blik in de grote,

scherpe papegaaienogen. v.t.

weten

v.t.

zeggen

t.t.

hebben

“Ik

v.t.

zeggen

maar die

“Ja, dat

wist

zei heb

ik ook niet”, Free.

zei

er ooit een gezien op de kermis alleen ‘getverdemme’ en

‘kobbekekraap’.” v.t.

klinken

klonk

“Haaa! Stomme, achterlijke idioten zijn het!”,

het plots scherp vanaf de balustrade. “Een schande voor ons edele ras zijn ze! Laten zich omkopen en tot de stomste kunstjes verleiden voor een handvol pinda’s! Ze zijn al even laf als al die andere afgerichte olifanten,

ga is

t.t.

gaan

beren, dolfijnen en

t.t.

zijn

“Toe nou, Waldo, het

v.t.

sussen

t.t.

zeggen

“Wat

v.t.

snauwen

de papegaai verbolgen terug. (Uit: Meester Pluim en het praatpoeder, Marc De Bel)

suste zegt snauwde

zo maar door. Phoe!” al goed”,

meneer Pluim. u, meester?”,

24


Woordpakket 8

1

de clown

overeind

verwijten

bruto

de gijzelaar

de cowboy

absolute

afleiden

de smederij

de goal

anderzijds

de cacao

feitelijk

het argument

doorschijnend

de barbecue

de formule

uitgebreid

de maatschappij

cultureel

Schrijf de woorden van het woordpakket in het juiste kader. woorden net als trein

9

overeind afleiden

feitelijk uitgebreid

Je schrijft een ei als het woord op je ei-kaart staat. Neem je ei-kaart erbij!

woorden net als blij

verwijten gijzelaar smederij

10

anderzijds doorschijnend maatschappij vreemde woorden

clown cowboy goal

32

cacao barbecue woorden net als muren

bruto absolute argument Verenkelen: na een lange klank (aa, ee, oo, uu) verenkel je.

25

44

formule cultureel


2

Vul in: ei of ij.

ij maatschappij feitelijk f ei tel ij k verwijten verw ij ten anderzijds anderz ij ds doorsch ij nend doorschijnend 3

afleiden gijzelaar overeind smederij uitgebreid

ei den g ij zelaar over ei nd smeder ij uitgebr ei d

maatschapp

afl

Rangschik de woorden alfabetisch. clown – cowboys – cacao – barbecue – goal – cultureel 1 4

barbecue cowboys

2

5

cacao cultureel

3

6

clown goal

4 Kleur de woorden met verenkeling rood. formule

minuten

blussen

uur

bruto

revolutie

gebeurtenis

figuren

februari

jullie

5 Vul in: u of uu.

Schrijf het woord over.

buurtwerking formulering publicatie culturele structurele

uu rtwerking form u lering p u blicatie c u lt u rele str u ct u rele b

u te best uu rslid v uu rlinie l u cifer verh uu rder absol

absolute bestuurslid vuurlinie lucifer verhuurder

6 Klap de woorden in klankgroepen.

Schrijf de woorden in de juiste kolom. gegijzeld – ontmijningsdienst – bedreiging – huwelijksreis – kapitein – formule woorden met drie klankgroepen

gegijzeld bedreiging

kapitein formule

woorden met vier klankgroepen

ontmijningsdienst huwelijksreis

Klaar? Zet een kruisje. Maak oefening 7 op blz. 62. 26


Het aanhalingsteken 55

Wat moet je doen bij een beginaanhaling? • Na de beginaanhaling komt er altijd een komma. • Een uitroepteken en vraagteken schrijf je binnen de aanhaling. • Je plaatst geen punt op het einde van een beginaanhaling. 1 2 3

“In juni gaan we op zeeklassen”, zei de meester. “Joepie!”, riepen de leerlingen. “Waar gaan we heen?”, vroeg Ali. 55

Wat moet je doen bij een eindaanhaling? • Voor de eindaanhaling plaats je een dubbele punt. • De eindaanhaling begint met een hoofdletter. • Alle leestekens (ook de punt) staan binnen de eindaanhaling. 1

Jeroen zei: “Hopelijk is het mooi weer.”

2

Julie vroeg: “Zullen we hiervoor een spaaractie op touw zetten?”

3

Meneer reageerde enthousiast: “Dat vind ik een goed idee!”

WEET JE WELKE DAG HET IS?

27

HOE KAN IK DAT WETEN?

©2012 King Features Syndicate, Inc. Vertegenwoordigd door BN Licensing B.V.

HAGAR DE VERSCHRIKKELIJKE HET IS MIJN ALS WE HIER HUWELIJKSVERJAARDAG! WEGRAKEN, VERTEL JE HELGA DAN DAT IK HET NOG WIST?

door Dik Browne ZE ZEGT DAT IK HET ALTIJD VERGEET!


1

Schrijf de zinnen opnieuw met de juiste leestekens en hoofdletters. verscheidene dieren zijn bezig met hun winterslaap zei de natuurgids

“Verscheidene dieren zijn bezig met hun winterslaap”, zei de natuurgids. de leerkracht zei tegen z’n leerlingen ik denk dat sommigen aan hun winterslaap bezig zijn

De leerkracht zei tegen z’n leerlingen: “Ik denk dat sommigen aan hun winterslaap bezig zijn!” waarom houden dieren een winterslaap vroeg nathan

“Waarom houden dieren een winterslaap?”, vroeg Nathan. ik weet alles van dieren riep charlotte

“Ik weet alles van dieren!”, riep Charlotte. hierop reageerde de leerkracht je mag volgende week een spreekbeurt houden over dieren

Hierop reageerde de leerkracht: “Je mag volgende week een spreekbeurt houden over dieren.” 2

Schrijf de volgende zinnen met een beginaanhaling. Hagar vroeg: “Weet je welke dag het is?”

“Weet je welke dag het is?”, vroeg Hagar. Hij zei: “Het is mijn huwelijksverjaardag!”

“Het is mijn huwelijksverjaardag!”, zei hij. 3

Schrijf de volgende zinnen met een eindaanhaling. “Als we hier wegraken, vertel je Helga dan dat ik het nog wist?”, vroeg Hagar.

Hagar vroeg: “Als we hier wegraken, vertel je Helga dan dat ik het nog wist?” “Ze zegt dat ik het altijd vergeet!”, zei hij.

Hij zei: “Ze zegt dat ik het altijd vergeet!” 28


Woordpakket 9

1

de revolutie

inclusief

de adoptie

het succes

de portie

de economie

de/het accordeon

de formatie

de attractie

het effect

de accu

de relatie

concreet

de generatie

de democratie

het accent

de administratie

de productie

de emotie

de computer

Schrijf de woorden van het woordpakket bij het juiste voorbeeldwoord. woorden net als politie

revolutie adoptie portie formatie attractie relatie

19

generatie democratie administratie productie emotie woorden net als succes

succes

33

accent 18

woorden net als accu

accordeon

accu woorden net als cola

inclusief economie attractie effect

29

18

concreet democratie productie computer


2

Hak de woorden eerst. Plak ze daarna. cola

c o l a

accordeon

accordeon succes effect accu accent

succes effect accu accent

3

cola

→

→

→

→

→

accordeon succes effect accu accent

Vul het pakketwoord in. 5

e c o n om i e 3 a a m d t o 7 a c c u o t t o p o r t i e m t a e p i c u e t t 2 i n c l u s i e f e r 8

4

4

→

1

6

1 In het pretpark staat een leuke ... . 2 Die prijs is ... btw. 3 Ik speel graag spelletjes op mijn ... . 4 Ik lust nog wel een ... frieten. 5 Verdriet is een ... . 6 Hij wil graag ... studeren. 7 De ... van de auto is stuk. 8 Zij kregen een kind via ... .

Maak samengestelde woorden. Schrijf ze op.

adoptie •

computer •

accordeon •

accu •

adoptiecentrum • lader computergeheugen • centrum accordeonmuziek • muziek acculader • geheugen

Klaar? Zet een kruisje. Maak oefening 8 op blz. 63. 30


Werkwoorden 4 geëindigd

geërfd beïnvloed

getoverd

geïllustreerd 1

gerimpeld

geautomatiseerd

gearresteerd

georganiseerd

behandeld

geamuseerd

beoordeeld

bevrijd

gedurfd

beademd

geïnterviewd

gearriveerd geërgerd geëerd

gehypnotiseerd

Schrijf de woorden van het woordpakket in de juiste kolom. be- en ge- + medeklinker

gerimpeld behandeld getoverd

52

gedurfd bevrijd gehypnotiseerd 52

be- en ge- + a of o

geautomatiseerd beademd gearresteerd georganiseerd

gearriveerd geamuseerd beoordeeld

be- en ge- + a of o  er is geen uitspraakverwarring, dus doe gewoon.

.. geeindigd .. geerfd . beinvloed .. geergerd

be- en ge- + e of i

.. geeerd . geillustreerd . geinterviewd

be- en ge- + e of i  er komt een trema op de e of i, omdat uitspraakverwarring mogelijk is. Schrijf ik d of t op het einde van een voltooid deelwoord?  Maak het woord langer! Bv. getoverde, dus getoverd 31

52


2

Noteer bij de tekeningen een voltooid deelwoord uit het woordpakket.

gearresteerd

. geinterviewd

beademd

3 Vul het voltooid deelwoord correct in.

geopend . geimiteerd .

openen

In het weekend heeft deze winkel zijn deuren

imiteren

Bekende zangers worden dikwijls

verkopen

Ik heb mijn fiets op de rommelmarkt

ordenen

De boeken staan in de bibliotheek mooi

.

beantwoord

antwoorden Heb ik die vraag goed

.

geordend

.

?

geaccepteerd geanimeerd .

accepteren Niet alle nieuwe reglementen worden gemakkelijk animeren

De monitor heeft de kinderen voortreffelijk

eten

‘k Heb vanmiddag frietjes

gegeten

.

.

4 Vul het werkwoord in.

Gebruik je werkwoordschema.

gescheurd

scheuren

Broer heeft mijn poster

houden

Ik

dromen

Het leek alsof ik alles

doen

Ik

worden

De wereldkampioen

feliciteren

thuiskomst door de burgemeester

hield deed

.

gisteren mijn broer in de gaten.

gedroomd

had.

daarnet de deur dicht.

werd

vorige zondag bij zijn

gefeliciteerd

.

aan zus die gisteren een uur te vroeg was dacht terugkeren teruggekeerd . staan Vorige week ze zo fier als een gieter op het podium. stond verwedden Ik er een cd om dat ik minstens een keer scoor. verwed denken

Ik

smaken

De boterhammen met pindakaas hebben me uitstekend

gesmaakt

. 32


Woordpakket 10 innerlijk

de lucifer

de receptie

maatschappelijke

wekelijks

het aquarium

de organisatie

de cilinder

betrekkelijk

het quotiĂŤnt

oorspronkelijke (de) verantwoordelijke

de definitie

de lancering

redelijke

de redactie

de quiz

onafhankelijk

gemeenschappelijk de elektriciteit 1

Schrijf de woorden van het woordpakket bij het juiste voorbeeldwoord.

19

woorden net als politie

receptie organisatie .. quotient

definitie redactie 15

woorden net als cent

lucifer receptie cilinder

lancering elektriciteit 4

woorden net als heerlijk

innerlijk maatschappelijke wekelijks verantwoordelijke betrekkelijk

oorspronkelijke gemeenschappelijk onafhankelijk redelijke

woorden net als aquarium

aquarium quiz

33

.. quotient

34


2

Hak de woorden eerst. Plak ze daarna. cent

c e n t

aquarium

aquarium elektriciteit quiz q u o t i e.. n t lucifer

elektriciteit quiz quotiënt lucifer 3

→

cent

→

→

→

→

→

aquarium elektriciteit quiz .. quotient lucifer

Welk woord past bij de omschrijving? innerlijk – receptie – wekelijks – lancering – onafhankelijk – redactie eenmaal in of om de week = afvuren =

lancering

wekelijks

Je krijgt er hapjes en drankjes. = inwendig =

innerlijk

receptie

dienst die verantwoordelijk is voor het journaal = van niemand afhangen = 4

Vul de woorden aan met lijk of tie. Schrijf op.

tie open lijk instan

behaag

instantie openlijk combinatie behaaglijk

combina

5

onafhankelijk

redactie

lijk

lijk letter lijk opera tie democra tie burger

burgerlijk letterlijk operatie democratie

Maak samengestelde woorden. Schrijf ze op.

redactie •

• doosje

reactie •

• verantwoordelijke

organisatie •

• snelheid

lucifers •

• talent

redactieverantwoordelijke reactiesnelheid organisatietalent lucifersdoosje

Klaar? Zet een kruisje. Maak oefening 9 op blz. 63. 34


Woordpakket 11

1

de examens

de taxi

de sfinx

de actrices

de export

de explosie

oké

de expeditie

de expert

het comité

het experiment

de exemplaren

het faxapparaat

perplex

geconcentreerd

de excuses

extra

(de) luxe

de privéjet

(het) maximum

Schrijf de woorden van het woordpakket bij het juiste voorbeeldwoord. woorden net als examen

examens taxi sfinx export explosie expeditie expert experiment , oke , comite

35

exemplaren perplex excuses faxapparaat extra luxe maximum woorden net als café

, privejet

woorden net als cola en cent

actrices

35

geconcentreerd

22

15, 18


2

Klap de woorden van het woordpakket in klankgroepen. Schrijf de woorden in de juiste kolom. woorden met twee klankgroepen

export expert extra taxi perplex luxe, oke Welk woord past nergens bij? 3

woorden met drie klankgroepen

woorden met vier klankgroepen

examens explosie, comite, privejet actrices excuses maximum sfinx

faxapparaat experiment geconcentreerd expeditie exemplaren

Rangschik alfabetisch. concurrent – luxe – Luxemburg – contract – concreet – luxueus

concreet 4 luxe 1

2

5

concurrent Luxemburg

3

6

contract luxueus

experimentele – expeditie – exemplaar – excuses – examen – expert

examen 4 expeditie 1

4

2

5

excuses experimentele

Maak samengestelde woorden. Schrijf ze op. taxi • explosie •

• gevaar • snelheid

fax •

• secretaris

luxe •

• chauffeur

maximum • privé •

• bericht • hotel

3

6

exemplaar expert

taxichauffeur explosiegevaar faxbericht luxehotel maximumsnelheid , privesecretaris

Klaar? Zet een kruisje. Maak oefening 10 op blz. 63. 36


Het koppelteken

1

West-Europese Sint-Idesbald de oud-leraar

Zuid-Afrikaans

na-apen Midden-Amerika de ex-vriend

Oost-Vlaams

de oud-wielrenner

St.-Niklaas

de zee-egel

de ex-voetballer

Onze-Lieve-Vrouwekerk Noord-Ierland

de oud-directeur mee-eten

Sint-Andries

Zuid-Spanje

Zuid-Korea

de oud-leerling

Schrijf de woorden van het woordpakket bij het juiste voorbeeldwoord. woorden net als Sint-Niklaas

Sint-Idesbald St.-Niklaas

50

Sint-Andries

woorden net als Oost-Vlaanderen

Zuid-Afrikaans Midden-Amerika Oost-Vlaams Noord-Ierland

50

West-Europese Zuid-Korea Zuid-Spanje

woorden net als oud-leerling

oud-leraar ex-vriend

oud-wielrenner ex-voetballer

53

oud-directeur oud-leerling

woorden net als na-apen

mee-eten

55

na-apen woorden net als Onze-Lieve-Vrouwekerk

50

Onze-Lieve-Vrouwekerk Je schrijft een koppelteken: • bij samenstellingen met Sint, • bij samengestelde aardrijkskundige namen en hun afleidingen, • bij samenstellingen met oud en ex, • tussen delen van samenstellingen om uitspraakverwarring tegen te gaan. 37


2

Geef de afleiding van de samengestelde aardrijkskundige naam. Zuid-Afrika Oost-Vlaanderen West-Europa

3

Zuid-Afrikaans Oost-Vlaams West-Europese

Geef de samengestelde aardrijkskundige naam van de afleiding. Midden-Amerikaans Noord-Ierse Zuid-Koreaans Zuid-Spaans

4

Midden-Amerika Noord-Ierland Zuid-Korea Zuid-Spanje

Geef de woorden de juiste kleur: - samenstelling met Sint, - samengestelde aardrijkskundige namen en afleidingen, - samenstellingen met oud of ex. Schrijf de gekleurde woorden over. Oost-Vlaanderen

ex-mijnwerker

Zuid-Europeaan

West-Vlaming

zeeoorlog

tweeënzeventig

Nieuw-Zeeland

Groot-Brittannië

Sint-Nicolaas

Zuid-Limburgs

oud-voetballer

zee-engte

Oost-Vlaanderen Sint-Nicolaas ex-mijnwerker Zuid-Limburgs Zuid-Europeaan 5

Nieuw-Zeeland oud-voetballer West-Vlaming Groot-Brittannie..

Maak samengestelde woorden. Denk aan de hoofdletters. waals + brabant

→

sint + janshospitaal

→

ex + vriend

→

auto + ongeluk

→

oud + burgemeester

→

wit + russisch

→

Waals-Brabant Sint-Janshospitaal ex-vriend auto-ongeluk oud-burgemeester Wit-Russisch 38


Woordpakket 12

1

de machinist

de/het fiche

mysterieuze

de choco

sociaal

de chef

het stadium

de lunch

het socialisme

de cheque

de douche

het medium

de machine

China

de chocolade

het pension

de/het affiche

provinciaal

de chauffeur

de wereldkampioen

Schrijf de woorden van het woordpakket bij het juiste voorbeeldwoord. woorden net als choco

machinist fiche choco chef lunch cheque

36

douche machine China chocolade affiche chauffeur 17

woorden net als radio

sociaal stadium socialisme

medium pension provinciaal

woorden net als serieus en kampioen

mysterieuze

39

wereldkampioen

31


2

3

Zoek het passende woord in het woordpakket.

affiche

chauffeur

lunch

wereldkampioen

Schrijf de woorden in de juiste kolom. provinciaal – choco – socialisme – chocolade

4

cola c uitgesproken als k

cent c uitgesproken als s

choco chocolade

provinciaal socialisme

Vul de passende woorden in. mysterieuze – China

China

Heeft

stadium – de machine De ontwikkeling van

de machine

medium – de chef In het restaurant vraagt papa aan

medium 5

lunch • vrachtwagen •

geschiedenis?

zit nog in een eerste

de chef

stadium

.

om de biefstuk

te bakken.

Maak samengestelde woorden. douche •

mysterieuze

een

• kraan • chauffeur • pauze

douchekraan lunchpauze vrachtwagenchauffeur

Klaar? Zet een kruisje. Maak oefening 11 op blz. 64. 40


Woordpakket 13

1

de manege

de persoonlijkheid

logeren

het journaal

de publiciteit

de giraf

de bagage

de jury

de seksualiteit

het college

jongleren

de werkgelegenheid

de garage

de mensheid

de mentaliteit

de etalage

de junior

de actualiteit

het horloge

de nieuwsgierigheid

Schrijf de woorden van het woordpakket bij het juiste voorbeeldwoord. woorden net als journaal

journaal jury

38

jongleren junior woorden net als giraf

manege logeren giraf bagage

37

college garage etalage horloge woorden net als waarheid

persoonlijkheid werkgelegenheid

7

mensheid nieuwsgierigheid

woorden net als kwaliteit

publiciteit seksualiteit

41

6

mentaliteit actualiteit


2

Zoek het passende woord in je woordpakket.

bagage manege Hier ga je paardrijden. ander woord voor reclame = publiciteit veel vragen en willen weten = nieuwsgierigheid Zij beoordelen je. jury Dit lees je in de krant. actualiteit Dit neem je mee op vakantie.

3

Schrijf het passende woord bij de tekeningen. garage – etalage – jongleren – horloge – journaal

journaal 4

jongleren

horloge

garage

etalage

Klap de woorden in klankgroepen. Schrijf de woorden in de juiste kolom. mentaliteit – actualiteit – werkgelegenheid – publiciteit – nieuwsgierigheid – seksualiteit woorden met vier klankgroepen

woorden met vijf klankgroepen

mentaliteit publiciteit nieuwsgierigheid

actualiteit werkgelegenheid seksualiteit

5 Vul aan met heid of teit.

Schrijf de woorden op.

teit moeilijk heid universi teit bijzonder heid voorzichtig heid activi teit majes

majesteit moeilijkheid universiteit bijzonderheid voorzichtigheid activiteit

Klaar? Zet een kruisje. Maak oefening 12 op blz. 64. 42


Woordpakket 14

1

gezamenlijk

het noodlot

de chaos

de dinosauriĂŤrs

enigszins

de echtgenoot

de catechese

de verdachte

het lood

de autoriteit

geenszins

de archeologen

de luchtdruk

de verplichting

de buitenwereld

openlijk

de astronauten

doch

de toelichting

de chemotherapie

Schrijf de woorden van het woordpakket bij het juiste voorbeeldwoord. woorden net als saus

.. dinosauriers

11

autoriteit

astronauten

Woorden met au moet je onthouden. Neem je au-kaart erbij! woorden net als zich en gezicht

chaos catechese archeologen doch chemotherapie

12, 43

echtgenoot verdachte luchtdruk verplichting toelichting

Na een korte klank → cht, behalve bij ligt, legt en zegt Woorden met ch moet je onthouden. woorden net als hond

noodlot

lood

42

buitenwereld

Op het einde d of t? Maak het woord langer. woorden net als enigszins en openlijk

enigszins geenszins 43

gezamenlijk openlijk

39


2

Vul het passende woord uit je woordpakket in.

astronauten archeologen

De De

verbleven drie maanden in het ruimtestation. graven oude potten op.

catechese

Kinderen die hun communie willen doen, volgen eerst

verdachte

De

Mijn tante heeft kanker en moet nu 3

.

werd schuldig bevonden aan moord.

chemotherapie

krijgen.

Hak de woorden eerst. Plak ze daarna terug. openlijk

o p e n l i j k

enigszins

enigszins chaos doch geenszins

chaos doch geenszins

→

openlijk

→

→

→

→

enigszins chaos doch geenszins

4 Zoek het passende woord in je woordpakket.

met elkaar =

wettige macht, erkend gezag =

een zwaar grijs metaal =

deze soort is al lang uitgestorven = 5 Vul aan met cht of gt.

cht druk luchtdruk weegt wee gt verda cht e verdachte verpli cht ing verplichting lu

6 Vul aan met d of t.

d/t vertrouwd/t maa t beker maatbeker aar d se aardse noo d lo t noodlot vertrouw

gezamenlijk autoriteit lood .. dinosauriers cht genoot toeli cht ing gehe cht hoo gt epunt e

echtgenoot toelichting gehecht hoogtepunt

d angstaanjagend teleurgestel d teleurgesteld Noor d pool Noordpool bui t enwerel d buitenwereld angstaanjagen

Klaar? Zet een kruisje. Maak oefening 13 op blz. 64. 44


Werkwoorden 5 1 Vul het werkwoord in.

Gebruik je werkwoordschema. worden Rijst

wordt

al heel lang verbouwd.

waren

zijn

7 000 jaar geleden

de Chinezen en de Indiërs al in

staat rijstplanten te laten groeien en de rijstkorrels te oogsten.

verbouwen In die landen wordt rijst nog altijd op dezelfde manier

verbouwd

.

belandde , is een ander verhaal. lijden Zo’n 350 jaar geleden een schip dat van leed komen Madagascar schipbreuk voor de Amerikaanse kust. kwam schenken De kapitein zijn redders enkele zakken rijst. schonk ontstaan En zo ontstond ook in Amerika een rijstcultuur. leren Wij rijst kennen in de middeleeuwen. leerden zijn Het rijst die uit Indië kwam. was belanden

Hoe de rijst in Amerika

Tegenwoordig worden in Europa, de Verenigde Staten en Azië

gebruiken

verschillende technieken

gebruikt

. (Uit: Zonneland 30, 2000)

2 Vul het werkwoord in.

Gebruik je werkwoordschema.

in de 18e eeuw werd ontwikkeld . Merlin was een door de Belg Joseph Merlin zocht enthousiaste schaatser en een manier om ook in schaatsen . Zijn idee om houten klosjes de zomer te kunnen maken onder zijn schoenen te , was heel slim, maar had kon een groot nadeel; hij niet draaien en stoppen. werd De eerste inlineskate in 1819 in Frankrijk ontworpen . In 1823 de Engelsman Robert John Tyers met kwam bleef de eerste skate met vijf wieltjes. Desondanks het draaien en een probleem. stoppen bestaat De moderne inlineskate sinds 1980.

worden De eerste rollerskate of ‘quad’ ontwikkelen zoeken schaatsen maken kunnen worden ontwerpen komen blijven stoppen bestaan

(Uit: De jonge inlineskater, Chris Edwards)

45


3 Neem je werkwoordschema.

Schrijf op wat de leerkracht dicteert. “En geloof jij ook dat de geest van de barones uit de grafkelder

verbijsterd .. beeindigde . Blinker haalde toen Blinker zijn verhaal twijfelde de schouders op. “Ik weet het niet”, hij. zal tevoorschijn komen?”, vroeg Nelle

“Ik geloof in elk geval geen fluit van al dat geestengedoe”,

zei

Sara.

“Da’s pure onzin! Wat is dit voor een ding, Blinker?” “Een soort lens”,

antwoordde

Blinker.

“Als je die op de telescoop draait, kun je foto’s nemen van sterren.” “Ach zo”, knikte Sara. Ze legde de lens terug waar ze die

had

gevonden en keek door de kijker.

“Whaaw! Wat leuk … Moet je es kijken, Nelle!” “Ffwieuww”, floot Nelle. “Het lijkt wel alsof alles ….” Blinker

hoorde

het motorgeronk. Sinds zijn avontuur in de pastoriejungle

was hij daarvoor heel gevoelig geworden. “Hé, wie we daar hebben!”, fluisterde Nelle. “Rod en Skunk!” Ze volgde het tweetal met de telescoop. “Hihi”,

griffelde

ze. “Het is de eerste keer dat ik hun smoelen van zo

dichtbij zie, zonder me ongemakkelijk te voelen.” “Wat?”, vroeg Sara. Nelle

richtte

haar gezicht naar haar dove nichtje en wees in de verrekijker.

“Dat zijn nu de Vampiers waarover ik je heb

verteld

.”

Ze liet Sara kijken. “Blinker!”, riep pastoor Boeck. “Over vijf minuten sluit ik!” “We komen eraan, meneer pastoor!”, antwoordde Blinker. “Kom Sara…” Maar het meisje bleef in de telescoop turen … “Ach, natuurlijk”, snapte Blinker. Hij tikte op Sara’s schouder. Maar ze

beduidde

hem haar met rust te laten.

begrijpend naar Nelle. Maar ook zij snapte Sara’s reactie. Haar nicht bleef als gehypnotiseerd door de kijker staren. grapte “Het lijkt wel alsof ze een spook heeft gezien”, Nelle. Blinker keek niet-

Plotseling draaide Sara haar hoofd met een ruk om en keek Blinker en Nelle ontzet aan. “Wat is er, Sara?”, vroeg Nelle geschrokken.

(Uit: Blinker en het Bag Bag-juweel, Marc De Bel)

46


Woordpakket 15

1

Brazilië traditionele de epidemieën

de poriën

creatief discussiëren de moskeeën

de skiër

internationaal

financiële

emotioneel

de patiënt

de reeën

de oriëntatie

industriële

officiële

de concurrent

materiële

(de) revolutionair

de encyclopedieën

Schrijf de woorden van het woordpakket bij het juiste voorbeeldwoord.

.. epidemieen

woorden net als knieën of oliën

.. encyclopedieen

.. porien

48

meervoud met trema: klemtoon ligt op ie → ën geen klemtoon op ie → ¨n

.. moskeeen

woorden net als zeeën

.. reeen

49

meervoud met trema: ee op het einde → ën

Brazilie.. skier.. .. discussieren

woorden net als België

.. financiele .. industriele .. officiele

.. materiele .. patient .. orientatie

51

Voor een juiste uitspraak plaats je een trema op de e → ë woorden net als politie

traditionele internationaal

emotioneel .. patient

.. orientatie revolutionair

woorden net als cola

creatief .. discussieren 47

19

18

concurrent .. encyclopedieen


2

3

Schrijf bij de tekeningen het woord uit het woordpakket dat erbij hoort.

.. porien

.. moskeeen

.. patient

concurrent

.. reeen

Brazilie..

.. encyclopedieen

skier..

Doe zoals in het voorbeeld: materieel → materiële. financieel  traditioneel  materieel

.. financiele traditionele .. materiele

industrieel 

officieel

emotioneel 

.. industriele .. officiele emotionele

4 Schrijf de woorden in de juiste kolom. Groot-Brittannië – feeën – provinciën – skiër – quotiënt – epidemieën – koloniën – wereldoriëntatie – encyclopedieën – moskeeën – reeën – hygiëne – pygmeeën – leliën knieën of oliën

Brazilie.. .. epidemieen .. kolonien .. encyclopedieen .. lelien

zeeën

België

.. feeen .. moskeeen .. reeen .. pygmeeen

Groot-Brittannie.. skier.. .. quotient .. wereldorientatie .. hygiene

5 Kleur de woorden waarbij de c als k wordt uitgesproken.

Schrijf die woorden op. creatief

cilinder

aspect

discussiëren

principe

comité

concurrent

publiciteit

commissie

officieel

creatief comite,

aspect concurrent

.. discussieren commissie

Klaar? Zet een kruisje. Maak oefening 14 op blz. 65. 48


Woordpakket 16

1

de collega’s

de puppy’s

het stempellokaal

de taxi’s

de pony’s

de disco

de baby’s

de farao’s

de verslaggever

de ambtenaar

de risico’s

middellandse

de individu’s

de drama’s

het contract

de hobby’s

de firma’s

het aspect

de verkoopprijs

de pyjama’s

Schrijf de woorden van het woordpakket bij het juiste voorbeeldwoord. woorden net als opa’s

collega’s puppy’s taxi’s pony’s

46

baby’s farao’s risico’s individu’s

drama’s hobby’s firma’s pyjama’s

meervoud met ‘s: Na a, i, o, u, y enkel geschreven, schrijf je in het meervoud ‘s. woorden net als cola

collega’s disco

18

risico’s contract

aspect

woorden net als handdoek

stempellokaal verslaggever

21

middellandse verkoopprijs

Samengestelde woorden kun je in twee bestaande woorden hakken.  Soms is de eindletter van het eerste woord dezelfde als de beginletter van het tweede.

49


2

Vul het passende woord uit je woordpakket in.

collega’s

Vanavond na het werk ga ik met enkele

contract

In het

staat vermeld wat ze zullen verdienen.

De jongeren gaan dit weekend naar de Aan het innemen van medicijnen zijn heel wat

aspect

Over dit

iets drinken.

disco risico’s

. verbonden.

van het probleem hebben we nog niet nagedacht.

3 Schrijf de woorden in het meervoud. taxi: piranha: nazi: nota: affiche:

taxi’s piranha’s nazi’s nota’s affiches

hobby:

firma:

paraplu:

individu:

pony:

hobby’s firma’s paraplu’s individu’s pony’s

4 Maak samengestelde woorden. Schrijf ze op. verkoop •

• lands

verslag •

• tent

middel •

• lokaal

stempel •

• gever

feest • staats • telefoon •

• nummer • prijs • secretaris

verkoopprijs verslaggever middellands stempellokaal feesttent staatssecretaris telefoonnummer

5 Zet de zinnen in het meervoud. Aan de kassa ligt een lolly.

Aan de kassa’s liggen lolly’s.

Op die pagina staat een piano.

Op die pagina’s staan piano’s.

Klaar? Zet een kruisje. Maak oefening 15 op blz. 65. 50


Woordpakket 17

1

de show

het team

Franse

de keeper

de stress

het respect

West-Vlaamse

barbecueĂŤn

de collectie

de crash

de jungle

Belgisch

de bulldozer

de drugs

de reactie

Afrikaanse

de logica

het interview

Duits

de ketchup

Schrijf de woorden van het woordpakket in het juiste kader. woorden net als cola

respect .. barbecueen

collectie crash

18

reactie logica

woorden net als Belg

Franse West-Vlaamse

Belgisch Afrikaanse

58

Duits

Afleidingen van aardrijkskundige namen schrijf je met een hoofdletter. Het kunnen talen, personen, streken ‌ zijn.

40

woorden uit het Engels

show team keeper stress .. barbecueen crash

51

jungle bulldozer drugs interview ketchup


2

Klap de woorden van het woordpakket in klankgroepen. Schrijf de woorden in de juiste kolom. woorden met één klankgroep

woorden met twee klankgroepen

woorden met drie klankgroepen

show stress team crash drugs Duits

respect Franse jungle keeper Belgisch ketchup

collectie bulldozer logica interview reactie West-Vlaamse

Welke woorden passen er niet bij?

.. barbecueen

3

Afrikaanse

Zoek het passende woord in je woordpakket. • doelverdediger bij balsporten: • tropische wildernis:

jungle

keeper

• groep samenwerkende personen: • amusementsprogramma: • verdovende middelen:

show drugs

team

• aanhoudende geestelijke druk, spanning:

stress

4 Doe zoals in het voorbeeld. Een meisje uit Nederland is een Nederlands meisje Een wielrenner uit West-Vlaanderen is een

West-Vlaamse

Duitse auto. Franse Een kaas uit Frankrijk is een kaas. Afrikaanse Een vluchteling uit Afrika is een vluchteling. Schotse Een rok uit Schotland is een rok. Nieuw-Zeelands ijsje. Een ijsje uit Nieuw-Zeeland is een Spaanse Een paella uit Spanje is een paella.

wielrenner.

Een auto uit Duitsland is een

Klaar? Zet een kruisje. Maak oefening 16 op blz. 65. 52


De apostrof 1 Zoek zelf woorden.

eigen invulling

woorden net als opa’s

46

eigen invulling

woorden net als ‘s Ochtends

47

Wanneer schrijf ik een apostrof? • meervoud met ‘s Na a, i, o, u, y enkel geschreven, schrijf je in het meervoud ‘s. • Op de plaats waar je letters weglaat, schrijf je een ‘ (apostrof). Bij het begin van een zin schrijf je de hoofdletter bij het eerste volledige woord. • Om het bezit aan te duiden, schrijf je na a, i, o, u, y een ‘s. bv. het boek van Sara  Sara’s boek

53


2 Schrijf de woorden in het meervoud. zebra: lolly: kassa: Eskimo: affiche: pizza:

zebra’s lolly’s kassa’s Eskimo’s affiches pizza’s

ski: café: individu: lama: iglo: hobby:

ski’s ’ cafes individu’s lama’s iglo’s hobby’s

3 Schrijf de woordgroepen opnieuw, maar gebruik de apostrof waar het mogelijk is. ik mocht: des winters: het is: des avonds: zijn boek: zo een auto: ik heb:

‘k mocht ‘s winters ‘t is ‘s avonds z’n boek zo’n auto ‘k heb

4 De apostrof wordt ook gebruikt voor bezitsvormen. Doe zoals in het voorbeeld. bv. de bretellen van opa  opa’s bretellen de pop van Vicky de zonnepanelen van Ivo de slaapkamer van Sara het verjaardagsfeest van Mehdi de milieuvriendelijke auto van Clara de naaimachine van oma de computer van Pieter de lenzen van Julie

Vicky’s pop  Ivo’s zonnepanelen  Sara’s slaapkamer  Mehdi’s verjaardagsfeest  Clara’s milieuvriendelijke auto  oma’s naaimachine  Pieters computer  Julies lenzen 

54


Werkwoorden 6 1 Gebruik je werkwoordschema.

Schrijf op wat de leerkracht dicteert.

gooide

Hij

me de andere walkietalkie toe. “

Maar jullie zitten hier veel te dicht bij elkaar …” Nena en ik keken elkaar aan.

beval

“Vooruit Alf, ga jij onder aan de trap staan“,

Free enthousiast. Ik liep met de walkietalkie in mijn hand de trap af en ging op een van de achtergebleven tonnen zitten. “Hallo … hallo, Alf … hoor je me?”, sprak Nena in de walkietalkie. “Ik hoor je, Nena”,

antwoordde

ik.

“Lieve hemel, wat versta ik je goed, Alf!”, zei Nena’s stem in het kleine maar krachtige luidsprekertje. “Hallo, Alf, zeg nog es iets! Alf, hoor je me? Alf?” Ik schakelde de walkietalkie uit.

hou(d)

“Ik

van jou, Nena”, fluisterde ik heel stilletjes.

botste

Maar het klonk als een donderslag en

duizendvoudig terug

tegen de hoge, grijze muren van de lege, vervallen brouwerij … Boven aan de trap zwaaide de deur van het clubhuis open.

schreeuwde

“Wat scheelt er, Alf?”,

Free. “Hoor je ons niet?”

“Toch wel, ik hoor jullie.” “Waarom

antwoord

je dan niet, knul?”

“Noem me geen knul, Free!”, schreeuwde ik terug. Ik legde de walkietalkie op de ton en beende boos naar de achterdeur. “Lieve hemel, wat heb jij, man?”, riep Free. Nena

verscheen

nu naast Free in de deuropening.

“Ik ga naar huis”, zei ik. “Alf, toe nou, ik bedoelde het niet zo!”, “Ach”,

zuchtte

verontschuldigde

Free zich.

ik en ik zwaaide, zonder om te kijken.

“Hé, Alf, neem de walkietalkie mee. Dan kunnen we elkaar oproepen vanavond, vanuit ons bed!”, riep Free. Ik

twijfelde

. Ik hoorde dat Free boven op de trap stilletjes tegen Nena

zei: “Wat heeft die opeens? Ik zei toch maar gewoon knul?” Nena antwoordde, maar ik

verstond

het niet. Ik keerde terug en nam de

walkietalkie mee. “Tot morgen dan maar”, wuifde ik kribbig. “Tot morgen, Alf!”, groette Free. “Morgen, Alf”, riep Nena. Ik verliet het sombere gebouw door de achterdeur en

slenterde

humeurig

en groen van jaloersheid naar huis. Richie was niet in de buurt, gelukkig voor hem … (Uit: Meester Pluim en het praatpoeder, Marc De Bel)

55


NEE

Doe gewoon. kom wachten antwoorden is

(ja-neevraag)

Is het een pv.?

NEE

Doe gewoon:

- je verlengt, gespeeld verplaatst - of je past de regels toe die je al leerde, bv. de vergrote foto de verbrande vinger ...

v.t.?

HOE SCHRIJF JE WERKWOORDEN?

t.t.?

Is er klankverandering?

JA

Hoor je t achteraan?

stam + de(n)

Ik trachtte. Jullie werkten.

stam + te(n)

liep werd vonden

Doe gewoon.

JA stam + t

Hij antwoordde. Wij speelden.

NEE

stam

Jij antwoordt. Hij loopt. Zij antwoordt. Het regent. Een ander vindt.

JA

Ik antwoord. Vind ik? Vind jij? Antwoord!

Je kunt ook vervangen door werken. Hoor je dan achteraan een t, dan moet je ze ook schrijven.

56


Woordpakket 18

1

de champagne

de documentatie

de theorie

zelfstandig

romantisch

de portefeuille

de guillotine

de premier

de deskundige

het dessert

medisch

de medaille

de traditie

logische

de coupĂŠ

inwendig

het toilet

democratisch

de bibliotheek

de enquĂŞte

Schrijf de woorden van het woordpakket in het juiste kader.

5

woorden net als Belgisch(e)

romantisch medisch

logische democratisch 3

woorden net als rustig(e)

zelfstandig

deskundige

inwendig 16

woorden net als thee

theorie

bibliotheek woorden net als politie

documentatie

19

traditie 41

woorden uit het Frans

champagne portefeuille guillotine premier dessert

57

medaille coupe, toilet ^ enquete


2

Vul een pakketwoord in. 2

1 3

7

10

p r e m i e r d

b i b l i o t n 4 w g 5 e n q u e^ t n i e d a i l l e i l g 8 c o u p t 9 t o i l e n o c um e n t

h e e k e e, t a

6

c h a m p a g n t i e

1 plaats waar een verzameling boeken is opgesteld 2 binnen in je lichaam 3 eerste minister 4 onthoofdingstoestel 5 een lijst met vragen 6 een bruisende, witte, Franse wijn 7 erepenning als prijs of beloning 8 deel van een trein waar mensen kunnen zitten 9 wc 10 het bijeenbrengen van bewijsstukken

3 Vul aan met isch of ig.

Schrijf de woorden op.

ig zodan ig krit isch trop isch pedagog isch nieuwsgier ig inwend

inwendig zodanig kritisch tropisch pedagogisch nieuwsgierig

4 Schrijf de zin over met hoofdletters en leestekens waar nodig. is dit een bekend italiaans dessert

Is dit een bekend Italiaans dessert?

papa vroeg waar is mijn portefeuille gebleven

Papa vroeg: “Waar is mijn portefeuille gebleven?”

ga naar boven om je theorie te leren riep mama

“Ga naar boven om je theorie te leren!”, riep mama.

het is de traditie om samen kerstmis te vieren

Het is de traditie om samen Kerstmis te vieren.

Klaar? Zet een kruisje. Maak oefening 17 op blz. 65. 58


Herhaling

59

1

6

2

7

3

8

4

9

5

10

11

16

12

17

13

18

14

19

15

20

21

16

22

27

23

28

24

29

25

30


31

36

32

37

33

38

34

39

35

40

41

46

42

47

43

48

44

49

45

50

51

56

52

57

53

58

54

59

55

60

60


Woordpakket 2 1

Maak een vraagzin met de opgegeven woorden.

eigen invulling

detective – Amerikaan

India – maffia

Woordpakket 3 2

Maak goede samenstellingen. Schrijf de woorden op.

nacht •

boerinnen •

hand •

baby •

penalty •

weekend •

nachtlawaai • huisje boerinnenbond • shampoo handgewricht • bond babyshampoo • lawaai penaltytrap • trap weekendhuisje • gewricht

Woordpakket 4 3

Schrijf de woorden in het enkelvoud.

edelsteen manschappen manschap verhuisdozen verhuisdoos instituten instituut argumenten argument atmosferen atmosfeer cocktails cocktail sprinkhanen sprinkhaan edelstenen

61


Woordpakket 5 4

Maak goede zinnen. maakte – over de militair – de journalist – een documentaire

De journalist maakte een documentaire over de militair. over het ritje in de limousine – de echtgenote – enthousiast – was

De echtgenote was enthousiast over het ritje in de limousine. Woordpakket 6 5

Welk woord past niet in de rij? Schrijf op. kampioen – realiteit – pensioen – wereldkampioen → ingenieur – serieus – milieu – definitief

→

ideale – positie – religieuze – politiek

→

realiteit definitief religieuze

Woordpakket 7 6

Rangschik de woorden alfabetisch. propaganda – seksuele – testament – problematiek – toernooi – seksueel

problematiek, propaganda , seksueel, seksuele, testament, toernooi Woordpakket 8 7

Maak een goede zin met de volgende woorden.

eigen invulling

barbecue:

argument:

anderzijds:

62


Woordpakket 9 8

Rangschik de woorden alfabetisch. accu – attractie – administratie – accordeon – adoptie – accent

accent, accordeon, accu, administratie, adoptie, attractie

Woordpakket 10 9

Schrijf de woorden in de juiste kolom. respect – logica – specifieke – risico – financieel – cadeau – principe – Nice – percent – crash

24 cola c uitgesproken als k

respect logica risico cadeau crash

21 cent c uitgesproken als s

specifieke financieel principe Nice percent

Woordpakket 11 10 Welk woord uit het woordpakket past bij de omschrijving?

ontsteld, verward, verbluft:

perplex

groep van personen, verkozen door een overheid en belast met de uitvoering

van een bepaalde taak:

roofgierig monster, voorgesteld als een leeuw met het hoofd en de boezem

sfinx toneel- of filmspeelsters: actrices , het is in orde: oke

63

van een vrouw:


Woordpakket 12 11 Schrijf de woorden in het meervoud.

fiche

→

medium → chef

→

pension →

fiches mediums, media chefs pensions

chauffeur → cheque

→

affiche

→

stadium →

chauffeurs cheques affiches stadiums, stadia

Woordpakket 13 12 Schrijf het passende woord bij de tekeningen.

giraf – jongleren – horloge – journaal – publiciteit

journaal

jongleren

giraf

publiciteit

horloge

Woordpakket 14 13 Rangschik de woorden alfabetisch.

geautomatiseerd – chemische – raceauto – gehypnotiseerd – Australië – applaus

applaus, Australie,.. chemische, geautomatiseerd, gehypnotiseerd, raceauto 64


Woordpakket 15 14 Maak een woordketting: De laatste letter van het ene woord is dezelfde als de

beginletter van het volgende woord. Gebruik enkel woorden uit je woordpakket. creatief –

patiënt – skiër –

.. financiele traditionele revolutionair

– – –

emotioneel .. epidemieen .. reeen

Woordpakket 16 15 Maak goede zinnen.

met twee taxi’s – naar de disco – de collega’s – gaan

De collega’s gaan met twee taxi’s naar de disco. grote risico’s – er – verbonden – aan hobby’s zoals duiken en bungeejumpen - zijn

Er zijn grote risico’s verbonden aan hobby’s zoals duiken en bungeejumpen. Woordpakket 17 16 Maak samengestelde woorden.

Schrijf het woord op. recherche •

• snelheid

interview •

• transactie

bank •

• onderzoek

enkel •

• techniek

reactie •

• operatie

rechercheonderzoek interviewtechniek banktransactie enkeloperatie reactiesnelheid

Woordpakket 18 17 Rangschik de volgende woorden alfabetisch.

champagne – documentatie – coupé – dessert – enquête – guillotine – portefeuille

champagne, coupe,, dessert, documentatie, enquete, guillotine, portefeuille ^

65


Mijn moeilijke woorden Controledictee 1

Controledictee 2

66


Mijn moeilijke woorden Controledictee 3

67

Controledictee 4


Mijn moeilijke woorden Controledictee 5

68


Spellingweters 1 Woorden die je schrijft zoals je ze hoort Tip: Juist spellen begint bij goed luisteren. Hak en luister goed! Woorden: hij praat het dorp het wiel

1

luister of kijk

2

herhaal en onthoud

3

schrijf

4

controleer

2 Woorden met ng of nk, ngt of nkt Regel: nk schrijf je zonder g! Je kunt het woord verlengen om de eindletter beter te horen. Bv. doodsbange dus doodsbang banken dus bank Let op: bangk ď § bank Woorden: het kettinkje blinkende de dierenwinkel de bangerik de hangmatten refrein Heb je een probleempje bij het schrijven van een woord, dan moet je niet panikeren, want met een liedje wordt het wat eenvoudiger om te leren.

69

strofe over ng en nk Op het einde van het woordje ring daar staat een n en een g. De laatste klank van het woordje bank is nk en dat is zonder g. Als de ng of nk in het midden staan dan hoor je het verschil niet goed, maar als je het woordje langer maakt, dan hoor je hoe het moet!


3 Woorden met ig(e) Tip: Je hoort een doffe e maar je schrijft ig(e). Woorden: zodanig wanhopig eenenzeventig gelukkig matig

4 Woorden met (e)lijk, (e)lijke Tip: Je hoort een doffe e maar je schrijft. Woorden: afhankelijk feitelijk kennelijk respectievelijk verrukkelijk

5 Woorden met isch(e) Woorden: biologisch chemisch kritisch tropisch typisch

70


6 Woorden met teit Woorden: de autoriteit de elektriciteit de kwantiteit de nationaliteit de realiteit

7 Woorden met heid Woorden: de apartheid de hoogheid de schoonheid de verantwoordelijkheid de volkgezondheid

8 Woorden met ueel/uele Woorden: actueel manuele ritueel tekstuele virtueel

71


9 Woorden met ei Tip: Als je een woord in het ei-lied of de ei-brief hoort of op de ei-plaat of op de ei-kaart (flap) ziet, dan schrijf je het met een ei. Woorden: de afleiding begeleiden feiten het einde uitbreiden Ei-lied Een ei zoals in ei begint met een eitje! Vandaag leg ik een ei, zei de kip en ze legde een prachtexemplaar. Ze keek ernaar en dacht ‘k zag al vaak zo’n ei, maar ik weet niet goed meer waar. Ze nam haar rugzak en vertrok. Ze zocht de wereld rond. Elk woordje werd goed onderzocht tot ze heel wat eitjes vond. Ik ga op reis met de trein, zei de meid van het plein. In mei zoekt een geit klei in haar eigen wei. Het is geen geheim. Je vindt op de heide geen kleine kei, ook geen boot met een zeil. Einde. Ei-brief Beste mama, Ik wil reizen naar het kleinste eiland midden in de zee. Ik moet dus afscheid van je nemen, maar m’n knuffels die gaan mee. Teddy wordt er keizer, en Witje, het meisje, eigenaar van een mooie villa met een zwembad weliswaar. Ik geef ze eieren, allebei, ik koop ze op de markt. Ze lusten ze niet zachtgekookt, maar enkel keihard. Ik bouw er een paleis met een geheime gang. Ik speel er allerlei spelletjes en ik kleur er het behang. Mijn vriendinnetjes zeiden: “Duurt zo’n reis niet wat lang?” Nu ik erover nadenk, komt die toch nog wat te vroeg, want een schoolreis van een dag vind ik al lang genoeg. Ik denk dat ik deze reis een eindje zal uitstellen. Ik hoop dat je vanavond een verhaaltje zult vertellen. Liefs, Stoere Saar

72


10 Woorden met ij Tip Als je een woord NIET in het ei-lied hoort, op de ei-plaat of op de ei-kaart (flap) ziet, dan schrijf je het met een ij. Woorden: gijzelen het maatschappijbeeld schijnen het smeedijzer het verwijt

11 Woorden met au Tip: Als een woord in het au-lied, in de au-strip of op de au-kaart (flap) komt, dan schrijf je het met een au. Woorden: de astronautenvoeding autoritair de dinosaurus miauw de raceauto Au-lied Au! Wat doet dat pijn! Wat doet dat pijn! Al die woorden in mijn hoofd. Alle woorden met een au stop ik vandaag in mijn hersenpan. Laura heeft de auto van de paus met blauwe saus overgoten. En ze pikte ook een veer van een mooie pauw, dat vond iedereen wel flauw. In augustus riep een tijger: “Help me dan! Er hangt kauwgom uit de automaat in mijn wenkbrauw! Ook mijn klauwen zijn vuil en mijn pels is grauw. Toe, was me nu maar gauw!�

73


12 Woorden met g of ch Tip: g of ch? Meestal schrijf je g! Let op: pech, lach en zich zijn drie woorden die je moet onthouden! Woorden: ach de archeologie de catecheseles chaotisch de chemokar

13 Banaanwoorden Tip: Bij sommige woorden van vreemde oorsprong mag je na de a, die soms kort wordt uitgesproken, niet verdubbelen. Je moet ze onthouden. Veel van die woorden staan op de banaanplaat. Woorden: de granaatscherf de asielzoeker paradijselijk het kadaver anoniem

14 Woorden met ie als i geschreven (fabrikant) Tip: Je hoort ie maar schrijft i. Woorden: literair minimaal de kritiek de subsidieaanvraag

74


15 Woorden met s als c geschreven Tip: Je hoort s maar schrijft c. Woorden: de decimeter de elektriciteitspanne financieel de lanceerbasis het percent

16 Woorden met th Tip: Je hoort t maar schrijft th. Woorden: het bibliotheekboek de chemotherapie enthousiast het theoriegedeelte thuis

17 Woorden met ie als i geschreven (materiaal en radio)

Tip: Je hoort na de ie een j maar je schrijft i. Woorden: de biologie de indianenstam de pensionhouder de socialist het stadionverbod

75


18 Woorden met k als c geschreven Tip: Je hoort k maar schrijft c. Let op: accu, accordeon Woorden: de computerspecialist contractueel het discussieplatform de productieverantwoordelijke risicovol

19 Woorden met s(ie) als t(ie) geschreven Woorden: de adoptieregeling de documentatiemappen de inflatie de oriĂŤntatietafel de redactieraad

20 Woorden met s(i) als t(i) geschreven Woorden: het weerstation het stationsplein het tankstation de stationschef het werkstation

76


21 Medeklinkers in moeilijke woorden Woorden: de verrassingstaart de verrader verrassen de stippellijn de koninkrijken

22 Woorden met ee als é geschreven Tip: Je hoort ee maar schrijft é. Woorden: de canapé de coupé de paté de privéchauffeur het wijkcomité

23 Woorden met bijzondere uitspraak Woorden: de ambtenarij beroemdste dichtste de erwt hardste

24 Woorden met ie als y geschreven Tip: Je hoort ie maar schrijft y. Woorden: de babyvoeding de hobbytentoonstelling de penaltystip de ponywagen de pyjamabroek

76


25 Woorden met gedekte i als y geschreven Tip: Je hoort een gedekte i maar schrijft y. Woorden: de Egyptenaar Olympia de symboolwaarde sympathiek

26 Woorden met ee als ai geschreven Tip: Je hoort ee maar schrijft ai. Woorden: de cocktailbar de container het trainingsschema

27 Woorden met ee als er geschreven Tip: Je hoort ee maar schrijft er. Woorden: de dinerpauze het dinertje

28 Woorden met oo als eau geschreven Tip: Je hoort oo maar schrijft eau. Woorden: de bureautafel het cadeaupapier het niveauverschil het plateau het tableau

77


29 Woorden met oe als ou geschreven Tip: Je hoort oe maar schrijft ou. Woorden: de douche het enthousiasme de journaaluitzending de routeplanner de souvenirwinkel

30 Woorden met ai Tip: Die woorden moet je goed onthouden! Woorden: de documentairemaker literair de mayonaisepot de militairen revolutionair

31 Woorden met ie als i geschreven (serieus en kampioen)

Net als: De ie als i schrijf je net als in serieus of kampioen. Woorden: het ingenieursdiploma de milieudeskundige de pensioenleeftijd religieus het wereldkampioenschap

77


32 (Twee)klank in vreemde woorden Woorden: het barbecuerooster het/de cacaopoeder het clownspak de cowboyhoed de goaltjesdief

33 Woorden met ks als cc geschreven Woorden: accentueren het accident de succeservaring vaccineren

34 Woorden met k(w) als qu geschreven Woorden: de aquarel de consequenties de quizmaster de quotatie quoteren

78


35 Woorden met ks als x geschreven Woorden: de examenregeling de experimenteerfase Luxemburg de maximumtemperatuur Mexico

36 Woorden met sj als ch geschreven Woorden: de buschauffeur de chocolademelk de fichedoos de grasmaaimachine de lunchroom

37 Woorden met zj als g geschreven Woorden: de etalagepop de garagist de horlogemaker het logement de manegehouder

38 Woorden met zj als j geschreven Woorden: de jongleur de journalist de juniorenselectie de jus het juryverslag

79


39 Woorden met een n

(niet uitgesproken, wel geschreven) Woorden: openlijk

40 Woorden uit het Engels Woorden: de drugsverslaafde het interviewfragment de teamgeest het showorkest stressbestendig

41 Woorden uit het Frans Woorden: de champagnestreek het dessertbuffet het enquĂŞtebureau de medaillekandidaat het toiletpapier

42 Woorden met -d of -t, woorden met -b of -p Regel: Schrijf ik d of t, b of p op het einde van een woord? Maak het woord langer! Bv. landen dus land, kaarten dus kaart lopen dus loop, hebben dus heb Die regel vind je ook op de flap van je werkschrift. Tip: Verlengen doe je zo: voeg aan het einde van een woord e, en of er toe. Soms zitten d- of t-woorden in een ander woord verstopt. Bv. brandweer Woorden: doorschijnend het lidmaatschap het miljard de Noordpool de teletijdmachine

80


43 Woorden met gt of cht Tip: gt of cht? ja

cht

Let op: ligt, legt, zegt

korte klank? a, e, i, o, u nee

gt

Je kunt ook kijken naar het schema op je flap. Regel: Na een korte klank schrijf je altijd cht, behalve in ligt, legt en zegt. Woorden: de lichtjaren machtig de overdracht de stichting verkracht

refrein Heb je een probleempje bij het schrijven van een woord, dan moet je niet panikeren, want met een liedje wordt het wat eenvoudiger om te leren. strofe over cht Het woordje nacht heeft c h t want die a die klinkt heel kort. Na een andere klank schrijf je g en t. Zo krijg je een goed rapport. De kip ligt in het hok, legt een ei en zegt tok tok. In dit rijmpje hoor je ligt, legt, zegt die schrijf je toch met g en t.

81


44 Verenkelen of verdubbelen Regel: Klankgroepen zijn woordstukjes die je gemakkelijk kunt meeklappen. Bv. pop heeft ĂŠĂŠn klankgroep, appelmoes heeft drie klankgroepen. Hoor je op het einde van de klankgroep een korte klank, dan verdubbel je de medeklinker. Hoor je op het einde van de klankgroep een lange klank, dan verenkel je de klinker. Hoor je op het einde van de klankgroep een andere klank, dan doe je gewoon. Tip: Hak het woord eerst in klankgroepen. Pas de regel toe op de laatste klank van elke klankgroep! Vergeet niet: klinkers kun je roepen, medeklinkers kun je niet roepen. Het schema vind je ook op de flap. ik

korte klank a, e, i, o, u Ik luister naar het einde van de klankgroep.

ik

lange klank aa, ee, oo, uu

ik 1 klinker en 2 medeklinkers verdubbelen ik 1 klinker en 1 medeklinker verenkelen

ik

ik

andere klank

gewoon

Zatte vette kippen stoppen bussen GROEN

Apen zweven over muren ROOD

Zieke schilders moeten genoeg rusten omdat ...

Tip Hoor je na de klinker twee verschillende medeklinkers, dan doe je dus ook gewoon.

Woorden: allerminst de commissie de concurrent Nederlands uitgenodigd 82


45 Werkwoorden: de tegenwoordige en de verleden tijd Regel: 1 De persoonsvorm vind je door van de zin een ja-neevraag te maken. De persoonsvorm staat dan altijd vooraan. Bv. Bouwt mijn vader veel kleine vliegtuigen? 2 Het onderwerp vind je door de vraag te stellen: Wie of wat doet iets? Het onderwerp kan in het enkelvoud of meervoud staan. 3 Je kunt het werkwoordschema enkel gebruiken als je in de zin de pv. gevonden hebt. Op de flap van je schrift vind je het schema ook, zodat je het ter ondersteuning bij je oefeningen kunt gebruiken. Net als: In de tegenwoordige tijd vervang je door werken. In de verleden tijd – zonder klankverandering – vervang je door spelen of werken. Woorden:

(ik) verdeel (jij) vindt (hij) bestelt (Ann) deed (wij) brandden

NEE

Is het een pv.?

Doe gewoon: - je verlengt, gespeeld verplaatst - of je schrijft zoals je het hoort, de vergrote foto de verbrande vinger - of ...

(ja-neevraag)

HOE SCHRIJF JE WERKWOORDEN?

JA t.t.?

v.t.? Is er klankverandering?

Hoor je t achteraan?

NEE

Doe gewoon.

kom wachten antwoorden is

stam Ik antwoord. Vind ik? Vind jij? Antwoord!

JA

stam + t

stam + de(n)

Jij antwoordt. Hij loopt. Zij antwoordt. Het regent. Een ander vindt.

Hij antwoordde. Wij speelden.

Je kunt ook vervangen door werken. Hoor je dan achteraan een t, dan moet je ze ook schrijven.

83

NEE

stam + te(n)

Ik Jullie

trachtte. werkten.

JA

Doe gewoon.

liep werd vonden


46 Apostrof op het einde van een woord Regel: Na een lange klank a, i, o u, y (enkel geschreven) schrijf je in het meervoud ‘s. Woorden: de nazi’s de nota’s de paraplu’s de piranha’s de ufo’s

47 Apostrof bij het begin van een woord of zin Regel: Op de plaats waar je letters weglaat, schrijf je een ‘ (apostrof). Bij het begin van een zin schrijf je een hoofdletter bij het eerste volledige woord. Woorden: ‘s woensdags ‘t was mooi, m’n broer zo’n file ‘k Ga door!

48 Woorden met trema bij meervoud na ie Regel: klemtoon op ie  ën geen klemtoon op ie  ¨n Woorden: calorieën drieëndertig de industrieën de bacteriën de koloniën

84


49 Woorden met trema bij meervoud na ee Regel: Bij woorden met ee op het einde schrijf je in het meervoud ën (trema) Woorden: de feeënstoet de ideeënbus de pygmeeën tweeëntwintig de trofeeën

50 Woorden met een koppelteken Regel: Je schrijft een koppelteken bij samengestelde aardrijkskundige namen en hun afleidingen. Je schrijft ook een koppelteken bij samenstellingen met Sint. Woorden: het Onze-Lieve-Vrouwebeeld, Nieuw-Zeeland, de Noord-Europeaan, Waals-Brabant, Zeeuws-Vlaanderen

51 Woorden met trema na i Tip: Voor een juiste uitspraak plaats je een trema op de e. Woorden: de hygiëne Groot-Brittannië Italië principiële de wereldoriëntatie

85


52 Woorden met trema na e Regel: Na ge en be schrijf je een trema op de e of i. Woorden: beëdigd beëindigd ingeënt geïnd geïnteresseerd

53 Woorden met oud- en ex- gevolgd door koppelteken Regel: Je schrijft een koppelteken in samenstellingen met ex en oud. Woorden: de ex-agent de ex-vriendin de ex-zanger de oud-burgemeester de oud-schepen

54 Samengestelde woorden met koppelteken Regel: Je schrijft een koppelteken in samenstellingen om uitspraakverwarring tegen te gaan. Woorden: het auto-onderdeel het mede-eigendom toe-eigenen de zee-eend zo-even

86


55 Begin- en eindaanhaling Regel: 1 een beginaanhaling: - uitroepteken en vraagteken --> binnen de aanhaling - geen punt op het einde van een beginaanhaling - na de beginaanhaling altijd een komma 2 een eindaanhaling: - vooraf een dubbele punt - altijd met een hoofdletter - alle leestekens binnen de eindaanhaling

56 Aan het begin van de zin en bij persoonsnamen Regel: Je schrijft een hoofdletter aan het begin van een zin. Ook de eerste letter van een persoonsnaam schrijf je met een hoofdletter.

57 Namen van (kerkelijke) feestdagen Regel: Je schrijft (kerkelijke) feestdagen altijd met een hoofdletter.

58 Aardrijkskundige namen Regel: Je schrijft aardrijkskundige namen (straten, steden, landen ...) altijd met een hoofdletter.

87


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
TvT accent - Spelling 6: zorgschrift - correctiesleutel by VAN IN - Issuu