Skip to main content

TeleScoop 4D/A - Leerwerkboek (ed. 2026)

Page 1


Proefversie©VANIN

WE SHOPPEN IN DE NATUUR

Proefversie©VANIN

KERNVRAAG

WAAROM IS EEN GEZOND LEEFMILIEU BELANGRIJK VOOR ONS?

1 CHE CK-IN

Waarom is een gezonde omgeving zo belangrijk? We zijn allemaal afhankelijk van de natuur: ze levert ons voedsel, water, zuivere lucht, grondstoffen en geneesmiddelen. Bovendien vinden we er rust en ontspanning. Maar menselijke activiteiten laten hun sporen na: we verstoren en veranderen het landschap vaak ingrijpend.

Ga naar iDiddit en ontdek hoe de mens het landschap soms sterk verstoort.

2 OP ONDERZOEK

© robertharding / Shutterstock

De natuur voorziet ons voortdurend van allerlei producten en diensten. Sommige zijn duidelijk zichtbaar, andere merk je minder snel op. Deze producten en diensten die de natuur ons levert, kunnen we indelen in drie groepen.

1 De producerende diensten leveren tastbare producten, zoals voedsel, hout en drinkwater.

2 De regulerende diensten regelen de processen die de aarde draaiende houden, zoals lucht en water zuiveren, bloemen bestuiven, plagen bestrijden of het klimaat regelen.

3 De culturele diensten zorgen voor een plek voor beleving, ontspanning, bezinning en gezondheid.

Al deze producten en diensten die de natuur ons geeft, noemen we ecosysteemdiensten

Fig. 1.1 De natuur levert voedsel, water, hout ...
Fig. 1.2 De natuur regelt de bestuiving van planten.
Fig. 1.3 We ontspannen ons in de natuur.

De mens geniet dagelijks van de voordelen van deze ecosysteemdiensten (fig. 1.4). Daarom moeten we met de natuur en haar diensten duurzaam omgaan en haar zo min mogelijk belasten. Doen we dat niet, dan kunnen menselijke activiteiten het leefmilieu ernstig verstoren.

producerende diensten

voedselproductie

drinkwater biomassa voor energie

kustbescherming

herstel van water-, bodem- en luchtkwaliteit

hout, vezels, genetisch materiaal

culturele diensten

water voor ander verbruik groene recreatie cultuurerfgoed gezondheid en mentaal welzijn wetenschap en onderwijs

Proefversie©VANIN

bodemvorming

bodemerosie afremmen bestuiving

natuurlijke bestrijding van plagen

regulerende diensten

Fig. 1.4 Diensten die de natuur ons levert (bron: Bassin de la Bourbre)

koolstof vasthouden

wateropslag

hitte-eilandeffect afremmen lawaai dempen, afremmen van wind

Er is sprake van uitputting wanneer het gebruik van een natuurlijke hulpbron te groot is of wanneer er te veel afval in het milieu terechtkomt. Dan kan de natuur zich moeilijk herstellen.

Daarom is het belangrijk om bewust om te gaan met natuurlijke hulpbronnen. Dat zijn alle stoffen uit de natuur die van economisch nut zijn en onmisbaar voor de mens, zoals water, vruchtbare grond, hout, aardolie en ertsen.

1 Het belang van duurzaamheid

Producten en diensten worden vaak verkregen op een manier die het milieu sterk belast. Ze zijn dus niet duurzaam. Bekijk de foto’s en beantwoord de vragen.

a Omcirkel per rij de foto die jou het meest duurzaam lijkt.

b Beargumenteer kort waarom je dat product of die dienst het meest duurzaam vindt.

leerlingenantwoord

leerlingenantwoord

leerlingenantwoord

Proefversie©VANIN

2 Diensten die de natuur ons levert

De natuur levert ons heel wat diensten. ‘Groene diensten’ komen van planten en dieren, ‘blauwe diensten’ van water. Bekijk het filmpje en kruis aan of het om een groene en/of blauwe dienst gaat.

groene dienstblauwe dienst

1 De gewassen worden tegen de wind beschermd.

2 Een natuurlijke rivier beschermt ons tegen overstromingen.

3 We kunnen heel wat leren over de natuur.

4 Waterplanten zuiveren water.

5 De planten slaan CO2 op en geven O2 af.

3 Uitputting van hulpbronnen

Bij overmatig gebruik van hulpbronnen veroorzaakt de mens de uitputting van het milieu. Welke oorzaken van uitputting zie je op de foto’s? Plaats het juiste nummer bij de bijbehorende foto.

1 aardolielekken

2 vervuilde grond door lozing van fabrieken

3 versnippering door wegen en bebouwing

4 Soorten ecosysteemdiensten

4 overbemesting

5 onverantwoord kappen van bossen

6 plastic komt in de zee terecht

Proefversie©VANIN

Kun jij afleiden om welke dienst het gaat? Vul de juiste ecosysteemdienst aan. producerende dienst – regulerende dienst – culturele dienst

1 Bomen en oceanen nemen CO2 uit de lucht op.

2 In de vruchtbare Nijldelta zorgen het unieke klimaat en de rijke grond voor de teelt van Egyptisch katoen.

3 Onze klas gaat op excursie naar de Ardennen.

4 Lieveheersbeestjes helpen bij de bestrijding van plagen zoals bladluizen en mijten.

5 Bossen leveren hout voor de bouw en de papierproductie.

4 TEST JEZELF

 1 Diensten die de natuur ons levert

 2 Oorzaken van uitputting

regulerende dienst producerende dienst

culturele dienst regulerende dienst producerende dienst

SYNTHESE

WE SHOPPEN IN DE NATUUR

producerende diensten

voedselproductie

hout, vezels, genetisch materiaal

water voor ander verbruik groene recreatie

drinkwater

biomassa voor energie

kustbescherming

herstel van water-, bodem- en luchtkwaliteit

culturele diensten

cultuurerfgoed gezondheid en mentaal welzijn wetenschap en onderwijs

Proefversie©VANIN

bodemvorming

bodemerosie afremmen bestuiving

natuurlijke bestrijding van plagen

regulerende diensten

koolstof vasthouden

wateropslag

hitte-eilandeffect afremmen lawaai dempen, afremmen van wind

ECOSYSTEMEN LEVEREN ONMISBARE PRODUCTEN EN DIENSTEN

Deze diensten hebben een economische waarde.

Bij overmatig gebruik treedt uitputting van het ecosysteem op.

2 GRENZEN AAN DE GROEI

Proefversie©VANIN

KERNVRAAG

HOE KUNNEN WE BINNEN DE GRENZEN VAN DE AARDE

VOORZIEN IN DE BEHOEFTEN VAN IEDEREEN?

1 CHE CK-IN

De mens kan niet zonder de natuur: we maken uitgebreid gebruik van van wat zij ons levert. We zetten bossen om in landbouwgrond, richten steden op, bepalen de loop van rivieren, boren tunnels door bergen en leggen eilanden aan. We ontginnen grondstoffen, kappen bomen, verplaatsen aarde, bouwen huizen en telen gewassen.

Maar is er genoeg voor iedereen en hoeveel kan onze aarde aan? Ga naar iDiddit en toets je kennis: welke uitspraken over wat de natuur ons levert zijn juist, en welke niet?

2 OP ONDERZOEK

1 De balans tussen mens en natuur

De mens verandert de aarde ingrijpend. Figuur 1.5 toont dat de antropogene massa (alles wat door mensen gemaakt is: huizen, wegen, fabrieken stadions, goederen …) de biomassa (alle levende wezens samen, inclusief planten, dieren, bacteriën én de mens) sinds 2020 overtreft.

De mens heeft een zeer grote en blijvende invloed op de aarde. In dit tijdperk is de mens de grootste kracht op aarde die het landschap en het milieu verandert.

Fig. 1.5 Evolutie antropogene massa en biomassa (in teraton)
Fig. 1.6 De balans tussen mens en natuur is uit evenwicht

De ecologische voetafdruk (EVA) is de totale oppervlakte aan land en water die nodig is om alles te produceren wat wij verbruiken én al ons afval te verwerken.

Het is onze vraag naar hulpbronnen.

Proefversie©VANIN

De biocapaciteit (BC) is hoe goed de natuur hernieuwbare hulpbronnen (water, zuivere lucht …) opnieuw kan produceren én het afval dat daarbij ontstaat kan verwerken.

Het is het aanbod van hulpbronnen.

Beide begrippen worden uitgedrukt in globale hectaren (gha) zodat personen, bedrijven, regio’s en landen met elkaar vergeleken kunnen worden.

In 2024 was de gemiddelde EVA per bewoner op aarde 2,7 globale hectaren (gha).

De wereldwijd beschikbare BC ligt rond de 1,5 globale hectaren (gha) per persoon.

De vraag van een gemiddelde wereldburger is dus groter dan het aanbod.

2 RESERVE OF TEKORT?

In een ecocreditland is de biocapaciteit groter dan de ecologische voetafdruk van de bevolking. In een ecodebetland is de ecologische voetafdruk van de bevolking groter dan de biocapaciteit van dat land.

België kent een groot ecologisch tekort (fig. 1.8). De ecologische voetafdruk is zeer groot (in 2024 ongeveer 5,4 gha per persoon), terwijl de biocapaciteit zeer laag is (ongeveer 1 gha per persoon). Dit betekent dat België veel meer natuurlijke hulpbronnen verbruikt en afval produceert dan het eigen grondgebied kan leveren en verwerken.

Ons land is dichtbevolkt. We wonen relatief dicht op elkaar, verbruiken veel energie (voornamelijk afkomstig van fossiele brandstoffen) en doen aan intensieve landbouw, die bodemdegradatie veroorzaakt. We consumeren ook veel goederen en diensten. Dat zorgt voor een grote vraag naar natuurlijke hulpbronnen en een grote hoeveelheid afval.

globale hectares (gha) per persoon

ecologische voetafdruk per persoon biocapaciteit per persoon

2010

België (2024) bbp per persoon $ 55,924 bevolking 11 715 800

biocapaciteit per persoon 1,0 gha

= ecologische voetafdruk per persoon 5,4 gha

biocapaciteit: reserve (+) of tekort (-) –4,4 gha

1.8 Ecologische voetafdruk en biocapaciteit in België

Fig. 1.7 Verband tussen de ecologische voetafdruk en de biocapaciteit
Fig.

België heeft een ecologisch tekort: het verbruikt meer natuurlijke hulpbronnen én produceert meer afval dan het eigen ecosysteem duurzaam kan leveren en verwerken. Zo is ons land sterk afhankelijk van import van hulpbronnen uit het buitenland. België voert ook een grote hoeveelheid land- en bosbouwproducten in.

Het gevolg daarvan is dat in de uitvoerende landen het risico op ontbossing ontstaat. Op die manier leveren wij een grote bijdrage aan mondiale milieuproblemen zoals klimaatverandering en verlies van biodiversiteit.

Hout en papier, soja, cacao en palmolie zijn de vier belangrijkste geïmporteerde basisproducten die de grootste voetafdruk in risicogebieden veroorzaken (fig. 1.9).

Proefversie©VANIN

Welke producten die door België worden ingevoerd, vormen de grootste risico’s voor bossen?

4,6M ha

Totaal ingenomen oppervlakte (1 boom = 100 000 ha)

Risicogebieden

ha

ha

ha

ha

M EER DAN 3×

zo groot als ons land (10,4 miljoen hectare), dat is de oppervlakte die nodig is om aan de Belgische vraag naar voldoen.

40 % van deze gebieden bevindt zich in landen waar tropische bossen met hoge snelheid worden vernietigd.

Fig. 1.9 Belangrijkste importproducten die elders voor ontbossing zorgen (bron: WWF)

ha

ha

De aarde heeft een beperkt herstelvermogen. Als de mens meer vraagt dan de natuur kan leveren, raakt het evenwicht verstoord. Wetenschappers onderzoeken daarom of we binnen de draagkracht van de aarde leven. Ze gebruiken daarvoor verschillende modellen en concepten, zoals de planetaire grenzen en het Donutmodel. Die maken duidelijk hoe groot onze ecologische voetafdruk is en hoe we de welvaart beter kunnen verdelen.

4.1 PLANETAIRE GRENZEN

Alles op aarde werkt samen in een kwetsbaar evenwicht dat leven mogelijk maakt. Bevolkingsgroei en vooral de toenemende wereldwijde consumptie brengen dit aardse systeem uit evenwicht. De draagkracht van de aarde betekent dat de natuur ook grenzen kent: hoeveel invloed kan de mens uitoefenen voordat het natuurlijke evenwicht verstoord raakt?

Om dit te kunnen weten, bedachten wetenschappers het idee van de planetaire grenzen. Zij onderzochten negen grote milieuproblemen en bepaalden voor elk een veilige grens. Wanneer we deze grenzen overschrijden, lopen we het risico dat het milieu op aarde snel en blijvend verandert. We moeten binnen deze negen veilige grenzen blijven om de voordelen van de natuur (hulpbronnen) te kunnen blijven gebruiken.

Uit een recent onderzoek (2023) blijkt dat we al zes van de negen planetaire grenzen hebben overschreden (fig. 1.10).

BIODIVERSITEITSVERLIES

Proefversie©VANIN

VERANDERING LANDGEBRUIK

CO 2concentratie stralingsforcering

KLIMAATVERANDERING NIEUWE CHEMISCHE STOFFEN AANTASTING OZONLAAG

stikstof (N) fosfor (P) groen water blauw water functioneel genetisch

WATERSCHAARSTE

Fig. 1.10 Planetaire grenzen

LUCHTVERVUILING

OCEAANVERZURING

OVERBEMESTING

1 klimaatverandering

= hoeveel CO2 we in de atmosfeer kunnen uitstoten voordat de temperatuur te sterk stijgt

2 nieuwe chemische stoffen

= nieuwe, schadelijke stoffen (plastics, zware metalen …) die we in het milieu brengen

3 aantasting van de ozonlaag

= hoeveel schadelijke gassen we uitstoten die de beschermende ozonlaag aantasten

4 luchtvervuiling

= fijne deeltjes (rook, stof …) in de lucht die de luchtkwaliteit en het klimaat beïnvloeden

5 verzuring van de oceanen

= hoeveel CO2 oceanen kunnen opnemen voordat ze te zuur worden en zeedieren schaden

6 overbemesting (stikstof & fosfor)

= hoeveel extra meststoffen we in de bodem en het water brengen

7 zoetwaterschaarste:

= hoeveel zoet water we uit rivieren, meren, … kunnen halen zonder het systeem te schaden

8 verandering in landgebruik

= hoeveel bos, moeras en natuur we mogen omzetten in landbouwgrond of stedelijk gebied

9 verlies aan biodiversiteit

= hoeveel dier- en plantensoorten en hoeveel natuur we maximaal mogen verliezen

De Engelse econome Kate Raworth merkte op dat het schema van de planetaire grenzen geen rekening hield met het welzijn van de bevolking. Zij ontwikkelde het Donutmodel, waarbij de buitenste rand (de buitenkant van de donut) het ecologische plafond is. Dit zijn de planetaire grenzen.

1.11 Donutmodel met de planetaire en sociale grenzen OVERSCHRIJDEN

4.3 GLOBAL NORTH VERSUS GLOBAL SOUTH

De binnenste rand is het sociale fundament of de drempel. Denk aan alle zaken die iedereen ter wereld nodig heeft om een goed leven te kunnen leiden. Dat zijn basisbehoeften, zoals genoeg voedsel, huisvesting, onderwijs, werk en een eerlijk inkomen.

Het doel is om in de donut te leven. Dat is de blauwe ruimte tussen de sociale drempel en het ecologische plafond.

In die ruimte: - heeft iedereen genoeg om van te leven (we vallen niet in het gat); - belasten we de aarde niet te veel (we vliegen niet uit de donut).

Proefversie©VANIN

Een vergelijking tussen België en de Republiek Congo (Congo-Brazzaville) toon de verschillen tussen een land uit het Globale Noorden en een uit het Globale Zuiden (fig. 1.14). Beide landen staan niet los van elkaar. Het overschrijden van planetaire grenzen door landen zoals België heeft wereldwijde gevolgen, die landen zoals de Republiek Congo vaak buiten verhouding treffen.

De hoge consumptie en groeiende vraag naar grondstoffen, energie en landbouwproducten vanuit het Noorden stimuleren er bijvoorbeeld ontbossing voor houtkap of oliepalmplantages.

Fig.
Fig. 1.13 Oliepalmplantage in de Republiek Congo
Fig. 1.12 Houtkap in Swaziland

België

ECOLOGI

SOCIAAL F U NDAMENT

ce o l o g i s

Republiek Congo

ECOLOGI S C H P LAFOND

SOCIAAL F U NDAMENT

DQ ? EQ EM LS ? LE? NU SA IN EN SS ? ED ? zuiverwater s tiksto f ( N )

Proefversie©VANIN

LS levenskwaliteit

LE gezondheidszorg

LS – levenskwaliteit

NU voldoende voedsel

LE – gezondheidszorg

SA sanitaire voorzieningen IN inkomen

ED onderwijs SS sociale voorzieningen

DQ politieke inspraak

IN – inkomen

EQ gelijkwaardigheid

EN – toegang tot energie

EM werk en eerlijk inkomen

EN toegang tot energie

NU – voldoende voedsel

SA – sanitaire voorzieningen

ED – onderwijs

LS levenskwaliteit LE gezondheidszorg NU voldoende voedsel SA sanitaire voorzieningen IN inkomen EN toegang tot energie

SS – sociale voorzieningen

België overschrijdt heel wat planetaire grenzen (CO2-uitstoot, overbemesting ...), maar scoort goed bij de sociale fundamenten.

ED onderwijs SS sociale voorzieningen

DQ – politieke inspraak

EQ – gelijkwaardigheid

DQ politieke inspraak EQ gelijkwaardigheid EM werk en eerlijk inkomen

EM – werk en eerlijk inkomen

De bijdrage van de Republiek Congo (CongoBrazzaville) aan planetaire overschrijdingen, zoals CO2-uitstoot, is eerder laag. Maar dat land is dan weer zeer kwetsbaar voor de gevolgen van klimaatverandering en verlies aan biodiversiteit. Dat is voor een groot deel het gevolg van ontbossing van het regenwoud. Vandaar de rode zone bij verandering in landgebruik. De Republiek Congo kampt bovendien met ernstige tekorten op heel wat sociale fundamenten.

Fig. 1.14 Vergelijking tussen België (links) en de Republiek Congo (rechts)

1 De ecologische voetafdruk

Hoe kunnen we weten of we duurzaam leven? Onderzoek de ecologische voetafdruk.

a Bekijk het filmpje over de ecologische voetafdruk bij het onlinelesmateriaal.

-Hoe omschrijft professor Mathis Wackernagel de ecologische voetafdruk? Vul aan.

Proefversie©VANIN

De ecologische voetafdruk geeft weer hoeveel iemand (of een hele gemeenschap of heel de wereld) nodig heeft om in zijn te voorzien en het dat erbij hoort te verwerken.

-Het filmpje dateert uit 2007. Hoeveel mensen leefden toen op aarde?

6,5 miljard

b Zoek online op hoeveel mensen er vandaag leven.

-dag / maand / jaar:

-aantal inwoners:

c Zoek op hoeveel ecologisch productieve oppervlakte (in gha) beschikbaar is.

-op aarde:

-per inwoner:

d Bereken online je eigen ecologische voetafdruk.

-jouw resultaat:

-Hoeveel hoger / lager ligt die ten opzichte van het wereldgemiddelde?

land- en wateroppervlakte levensonderhoud afval leerlingenantwoord leerlingenantwoord leerlingenantwoord leerlingenantwoord leerlingenantwoord leerlingenantwoord

2 BC versus EVA van de aarde

Onderzoek de biocapaciteit (BC) en de ecologische voetafdruk (EVA) van de aarde.

biocapaciteit per persoon gha – = ecologische voetafdruk per persoon gha biocapaciteit: reserve (+) of tekort (-) gha 1970 1975 198019851990199520002005 2010 2015 2020 ecologische voetafdruk per persoon biocapaciteit per persoon WERELD (2024) bbp per persoon $ 13,428 bevolking 8 118 839 808 globale hectares (gha) per persoon

5,0 1965

1,5 2,6 -1,1

Biocapaciteit en ecologische voetafdruk van de aarde

a Vanaf welk jaar verbruikte de wereldbevolking meer dan de natuur kon produceren en verwerken?

b Vul op de figuur de waardes in van de BC en EVA van de aarde voor het jaar 2024.

c Markeer wat juist is: De aarde heeft nog reserve / een tekort.

3 BC versus EVA van enkele landen

Onderzoek de biocapaciteit (BC) en de ecologische voetafdruk (EVA) van vier landen. Vul de tabel volgens de instructies aan. De rode curve toont de evolutie van de EVA per persoon, de groene die van de BC.

a Koppel de juiste landen aan de juiste grafiek.

China – Brazilië – Verenigde Staten – Zweden

b Plaats de juiste nummers bij de figuur en motiveer zo je keuze.

1 zeer hoge EVA (veel consumptie), BC redelijk groot (nog vrij veel natuur)

2 kleine EVA (lagere welvaart), maar sterke afname BC door o.a. ontbossing

3 hoge EVA (hoge welvaart), maar BC hoger (dunbevolkt, veel natuur). BC daalt wel.

4 snelle toename EVA door stijgende welvaart en consumptie in de laatste 20 jaar

c Markeer of het een ecocreditland (BC > EVA) of ecodebetland (EVA > BC) is.

voetafdruk per persoon biocapaciteit per persoon

Proefversie©VANIN

Leitenberger Photography / Shutterstock

biocapaciteit per persoon 0,7 gha – = ecologische voetafdruk per persoon 3,7 gha

biocapaciteit: reserve (+) of tekort (-) –3,0 gha 19701975 19801985199019952000 2005

Land?

ecocreditland / ecodebetland

ecologische voetafdruk per persoon biocapaciteit per persoon

Reden?

ecologische voetafdruk per persoon biocapaciteit per persoon

19701975 19801985199019952000 2005 2010 2015 2020

biocapaciteit per persoon 8,0 gha – = ecologische voetafdruk per persoon 2,4 gha

Land?

ecocreditland / ecodebetland

biocapaciteit: reserve (+) of tekort (-) 5,6 gha

Reden?

19701975 19801985199019952000 2005 2010 2015 2020

VS (2024) bbp per persoon $ 84,201 bevolking 341 814 016

biocapaciteit per persoon 3,7 gha – = ecologische voetafdruk per persoon 7,5 gha

Land?

ecocreditland / ecodebetland

biocapaciteit: reserve (+) of tekort (-) –3,8 gha

Reden?

ecologische voetafdruk per persoon biocapaciteit per persoon Zweden (2024) bbp per persoon $ 58,372 bevolking 10 673 700

per persoon 8,6 gha – = ecologische voetafdruk per persoon 5,8 gha biocapaciteit: reserve (+) of tekort (-) 2,8 gha 19701975 19801985199019952000 2005

Land?

ecocreditland / ecodebetland

Reden?

een verband met corruptie, landroof, het niet respecteren van de rechten van de inheemse bevolking en schending van de rechten van werknemers.

4 Geïmporteerde ontbossing

Dit rapport bepaalt niet precies uit welke regio's de Belgische importproducten afkomstig zijn en het is dus onmogelijk om precies te weten waar de impact van de Belgische handelsactiviteiten zich laat voelen. Gezien de omvang van de oppervlakten in gebieden met een hoog risico is het echter zeer waarschijnlijk dat onze invoer verband houdt met ontbossing. De toenemende vraag, het gebrek aan investeringen in verantwoorde productie, en niet-duurzame consumptiepatronen vergroten het risico op druk op bossen en andere natuurlijke ecosystemen nog meer.

Onderzoek de staafdiagrammen. In de tabel hieronder staan regio’s met een hoog risico op ontbossing. Noteer bij elke regio het belangrijkste basisproduct dat België invoert

Brésil

Côte d'Ivoire

Argentine

Indonésie

Fédération

russe

Malaisie

Chine

Nigéria

Paraguay

Pérou

Equateur

Honduras

Colombie

Papouasie Nouvelle-Guinée

Vietnam

Ouganda

Guatémala

Cameroun

Ethiopie

Belgische voetafdruk in landen met een hoog en zeer hoog risico op ontbossing

Huile de palme Soja

Cacao

Bois et pâte à papier

IVOORKUST 776 000 ha

Bœuf et cuir

BRAZILIË 949 000 ha

Proefversie©VANIN

ARGENTINIË 525 000 ha

INDONESIË 517 000 ha

RUSLAND 485 000 ha

MALEISIË 181 000 ha

CHINA 174 000 ha

NIGERIA 159 000 ha

PARAGUAY 110 000 ha

PERU 59 000 ha

ECUADOR 57 000 ha

HONDURAS 46 000 ha

COLOMBIA 45 000 ha

PAPOEA-NIEUW-GUINEA 45 000 ha

VIETNAM 43 000 ha

OEGANDA 38 000 ha

GUATEMALA 15 000 ha

KAMEROEN 10 000 ha

ETHIOPIË 8 000 ha

Verband tussen ontbossing en Belgische import (bron: WWF)

01000002000003000004000005000006000007000008000009000001000000

1 Afrika

2 Zuid-Amerika

3 Rusland

4 Zuidoost-Azië

Palm Oil
Timber, pulp & paper
Soja
Palmolie
Cacao
Hout en papier
Rundvlees en leder
Natuurlijk rubber
Koffie
Soja
Houtwinning

5 Planetaire grenzen

België draagt mee bij aan de aantasting van ecosystemen. Lees de vier korte nieuwsberichten en ontdek hoe. Leg daarna opnieuw de link met de figuur van de planetaire grenzen (fig. 1.11, p. 17).

a Noteer in de vakjes het nummer van de planetaire grens die onder druk komt te staan.

b Noteer onder het nieuwsbericht de aardse sfeer die bedreigd wordt.

c Kleur de vakjes groen bij de nieuwsberichten waarin het beter gaat met het systeem.

Proefversie©VANIN

Al vijftig jaar vervuilen PFAS de Westerschelde:
“Eet er niet uit. Zwem er niet in.”

Vijftig jaar geleden begonnen PFAS in de Westerschelde te stromen, pas vijf jaar geleden bleek hoe die chemicaliën de rivier, haar oevers en het waterleven hebben vervuild. Nu geldt een visverbod.

“We hebben ons hierop miskeken.”

Bron: De Standaard, 15/02/2025

hydrosfeer

Er is weer te veel fijnstof: hout stoken wordt

afgeraden

Door gebrek aan wind zal de fijnstofconcentratie minstens één dag te hoog zijn. De Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) vraagt daarom geen hout te stoken. Wie extra gevoelig is voor luchtvervuiling, levert beter geen zware inspanningen.

Bron: De Standaard, 25/03/2025

Burgeronderzoek Watermonsters geeft

zwemmers hoop: grote

waterlopen schoner dan verwacht

Onze rivieren en kanalen zijn opmerkelijk schoon, leert Watermonsters, het burgeronderzoek van De Standaard naar de waterkwaliteit in Vlaanderen en Brussel. Dat biedt kansen voor zwemmen in open water, wat in ons land nog altijd grotendeels verboden is. Tegelijkertijd zijn onze kleinere waterlopen er erg slecht aan toe.

Bron: De Standaard, 06/06/2025

Nog nooit zo weinig vlinders in Vlaanderen:

“Aantal in 30 jaar tijd gehalveerd”

Nog nooit waren er zo weinig vlinders als dit jaar in Vlaanderen. Dat blijkt uit een studie van Natuurpunt. De droogte van de afgelopen jaren, versnipperde natuurgebieden en de grote hoeveelheid stikstof zouden de boosdoeners zijn. Zelfs het kletsnatte voorjaar heeft de negatieve trend niet kunnen keren. Voor soorten die het al moeilijk hebben, kan zo’n slechte periode het einde betekenen.

Bron: VRT NWS, 09/07/2024

6 Het Donutmodel

Het Donutmodel van Kate Raworth toont hoe landen presteren op sociaal welzijn en hun impact op het milieu. De ideale plek om te leven is het ‘eetbare’ gedeelte ertussenin.

Noteer eerst Bangladesh, Costa Rica, Japan en Egypte op de juiste plek op de referentiekaart van de wereld. Vergelijk daarna hun donuts en beantwoord de vragen.

a Plaats de namen van de landen bij de juiste donut.

b Plaats de letters van onderstaande kenmerken bij het overeenstemmende land.

A lichte overschrijding van de planetaire grenzen

B levenskwaliteit en politieke inspraak eerder zwak

C basisbehoeften zeer goed

D meestal goed – meer gelijkheid (arm-rijk) nodig

c Welk land komt het dichtst bij de ideale donut?

Naam land:

Ecologisch:

plafond

Sociaal:

Naam land:

Ecologisch:

4 TEST JEZELF

Sociaal:

E waterproblemen (bv. in woestijn)

F zware overbelasting van de planeet

G basisbehoeften zwaar onvoldoende

H weinig belasting van milieu maar kwetsbaar

Naam land:

Ecologisch:

Sociaal:

Naam land:

Ecologisch: Sociaal:

SYNTHESE

begrip uitleg belang

antropogene massa  biomassa

ecologische voetafdruk (EVA)

Proefversie©VANIN

alles wat de mens maakte, weegt nu meer dan al het leven op aarde

oppervlakte (land en zee) die nodig is om te voorzien in consumptie en afvalverwerking; wordt uitgedrukt in globale hectaren (gha)

biocapaciteit (BC) beschikbare natuurlijke oppervlakte die hernieuwbare hulpbronnen levert en afval verwerkt; de draagkracht van de aarde

huidige toestand de aarde levert per persoon ca. 1,5 gha (BC), maar we verbruiken gemiddeld 2,6 gha p.p. (EVA)  1,7 aardbollen nodig

ongelijke verdeling

consumptie verschilt sterk: een Belg leeft alsof hij 4 aardes heeft, veel Afrikaanse landen < 1

toont de enorme invloed van de mens op de aarde

geeft de vraag van de mens naar de natuur weer

geeft het aanbod van de natuur weer

toont dat de mens boven de draagkracht van de aarde leeft

benadrukt de ongelijke verdeling en gedeelde verantwoordelijkheid de planetaire grenzen negen milieugrenzen waarbinnen de mens veilig kan leven en zich kan ontwikkelen

overschrijding van grenzen brengt evenwicht van de aarde in gevaar het Donutmodel model met een sociaal fundament (basisbehoeften) en een ecologisch plafond (planetaire grenzen)

streeft naar welzijn binnen ecologische grenzen i.p.v. oneindige economische groei

BIODIVERSITEITSVERLIES

VERANDERING LANDGEBRUIK

KLIMAATVERANDERING NIEUWE CHEMISCHE STOFFEN

AANTASTING OZONLAAG

LUCHTVERVUILING

OCEAANVERZURING

OVERBEMESTING WATERSCHAARSTE

FOND SOCI A L E D R E MPEL veiligeenrechtvaardige ruimte voordemensheid inclusieveenduurzame economischeontwikkeling

stikstof/fosfor overbemesting de planetaire grenzen het Donutmodel

3 HET KAN ANDERS!

Proefversie©VANIN

KERNVRAAG

HOE ZORGEN WE DAT IEDEREEN

GENOEG HEEFT ZONDER DE AARDE UIT TE PUTTEN?

1 CHE CK-IN

We staan dus voor een pak uitdagingen, maar gelukkig is er ook heel wat wetenschappelijk bewijs dat we de overgang naar een meer duurzame wereld aankunnen. Maar dan moeten alle neuzen wel in dezelfde richting staan: bijna 200 landen moeten afspraken maken en samenwerken.

Stel je voor: je zit opgesloten in Biosphere 2, een mini-aarde in de woestijn in Arizona (VS). Er komt geen lucht, water of voedsel van buitenaf meer binnen. Alles wat je nodig hebt om te overleven, moet je delen met je groep. Hoelang houd jij het vol … en welke regels durf jij af te spreken? Ga naar iDiddit en test het uit.

2 OP ONDERZOEK

1 Duurzame ontwikkelingsdoelen

Van de 196 internationaal erkende onafhankelijke staten hebben 193 landen zich verenigd binnen de Verenigde Naties. Deze landen werken samen aan een betere wereld waarin niemand achterblijft.

Bekijk het filmpje via iDiddit en ontdek op welke manier ze dat doen.

Fig. 1.15 Biosphere 2 in Arizona (Verenigde Staten)

Duurzame ontwikkeling is een ontwikkeling die voorziet in de behoeften van de huidige generatie zonder de behoeften van toekomstige generaties, zowel hier als in andere delen van de wereld, in gevaar te brengen.

In september 2015 werden de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen of Sustainable Development Goals (SDG’s) aangenomen door de algemene vergadering van de Verenigde Naties (VN). De 17 SDG’s vormen een actieplan om tegen 2030 armoede uit de wereld te bannen en de planeet op een duurzame manier te beschermen.

De SDG’s bevatten uitdagingen waarmee iedereen geconfronteerd wordt, zoals armoede, afvalbeheer, gezondheid, scholing, energie … Ze zijn opgebouwd volgens vijf grote, universele pijlers (fig. 1.16).

Fig. 1.16 Duurzame ontwikkelingsdoelen

Proefversie©VANIN

De SDG’s richten zich op overheden, bedrijven, scholen, universiteiten en wetenschappelijke instellingen, verenigingen, en op de burgers, waar ook ter wereld. De SDG’s bieden aan de gemeenten en organisaties een houvast om het verband te leggen tussen lokaal en globaal.

2 De vijf P’s

De duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG’s) en de vijf P’s zijn eigenlijk twee kanten van dezelfde medaille. De vijf P’s geven een overzichtelijke indeling van de 17 SDG’s.

De vijf P’s staan voor:

People (mensen)zorgen voor een beter leven voor iedereen, zonder armoede of honger

Planet (planeet)aarde en milieu beschermen zodat er ook in de toekomst een gezonde planeet is Prosperity (welvaart)een goed leven kunnen leiden, met werk en innovatie, en zonder ongelijkheid

Peace (vrede) vreedzame en rechtvaardige samenlevingen creëren waarin iedereen veilig is Partnership (samenwerking) samenwerking tussen alle landen en organisaties om deze doelen te bereiken

1 Het duurzaamheidsrapport van de wereld

De duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG’s) zijn wereldwijd belangrijk, maar landen boeken niet op elk doel evenveel vooruitgang. Vergelijk de SDG-scores en onderzoek waardoor die verschillen ontstaan.

a Lees de omschrijvingen en antwoord met het nummer van de SDG.

Proefversie©VANIN

-Welke SDG wordt het meest beïnvloed door wereldwijde conflicten?

SDG 16 (Vrede, veiligheid en sterke publieke diensten)

-Welke twee SDG’s houden direct verband met klimaatverandering?

SDG 13 (Klimaatactie), SDG 7 (Betaalbare en duurzame energie)

-Welke SDG richt zich op gedragsverandering van consumenten?

SDG 12 (Verantwoorde consumptie en productie)

-Voor welke SDG is het tegengaan van ontbossing en degradatie van landbouwgrond een uitdaging?

SDG 15 (Leven op het land)

-Onder welke SDG valt het verminderen van moeder- en kindersterfte en ziekten zoals hiv en malaria?

SDG 3 (Goede gezondheid en welzijn)

b Ga via het onlinelesmateriaal naar het SDG-dashboard. Raadpleeg de totaalscore of klik onderaan op de afzonderlijke SDG’s om de antwoorden te vinden.

-Welke regio staat het best gerangschikt in termen van totale vooruitgang op de SDG’s?

 Noord-Europa

x

 Latijns-Amerika

 Noord-Amerika

 Oost-Azië

- Waarom scoort Sub-Sahara Afrika zo sterk op SDG 12 (Verantwoorde consumptie en productie)?

 In deze regio wordt het afval zeer goed gerecycleerd.

 De fabrieken stoten minder fijnstof uit.

 Door het lage inkomen van de bevolking worden er minder producten verkocht.

- Wat valt niet onder SDG 11 (Duurzame, veilige en veerkrachtige steden en gemeenschappen)?

 vermindering van de stedelijke bevolking in sloppenwijken

 voorlichting en gezinsplanning

x x

 afname van het gehalte aan fijnstof

 gemakkelijkere toegang tot het openbaar vervoer

c Bekijk opnieuw de kaart met de totaalscore en rangschik de landen van goed naar slecht bij de gegeven SDG’s.

SDG bereikt

Er blijven uitdagingen bestaan.

Er blijven grote uitdagingen bestaan.

Er blijven grote uitdagingen bestaan. informatie niet beschikbaar

- SDG 4: België - China - DR Congo - Zuid-Afrika

China, Zuid-Afrika, België, DR Congo

- SDG 5: India - Peru - Spanje - Verenigde Staten

Spanje, Peru, Verenigde Staten, India

- SDG 7: China - Finland - Turkije - Saoedi-Arabië

Finland, Turkije, China, Saoedi-Arabië

d Reflecteer: Wat is volgens jou de belangrijkste oorzaak van de verschillen tussen landen?

Bv. hoger inkomen, stabiel bestuur, uitdagingen zoals oorlogen of natuurrampen …

2 Duurzaamheid in eigen gemeente

Lokale overheden, zoals gemeenten, hebben een belangrijke rol bij de realisatie van de SDG’s. Ze vertalen de doelen naar concrete acties en beleid op lokaal niveau. Raadpleeg bij het onlinelesmateriaal de uitleg over het ‘Prestatiekwadrant van een gemeente’. Los met behulp van de SDG-monitor de vragen op.

a Hoeveel bedraagt de algemene score voor Vlaanderen?

b Klik op jouw gemeente. Wat is de SDG Index Score van je gemeente?

c Markeer wat juist is. Die is beter dan / ongeveer gelijk aan / slechter dan het Vlaamse gemiddelde.

d Onderzoek je eigen gemeente. Noteer, indien mogelijk, 3 SDG’s waarvoor jouw gemeente het beter doet dan gemiddeld en de verwachting overtreft (kwadrant rechtsboven).

Proefversie©VANIN

e Noteer, indien mogelijk, 3 SDG’s waarvoor jouw gemeente het slechter doet dan gemiddeld en ook onder de verwachting blijft (kwadrant linksonder).

f Bedenk een tip voor jouw gemeente om een minder goed scorende SDG te verbeteren.

3 SDG’s op school

Wat ondernemen jullie op school om de SDG’s te realiseren? Overleg samen.

a Aan welke doelen werken jullie al op school? Noteer de SDG’s en leg uit.

b Welke SDG’s vragen om actie? Wat zouden jullie met de klas kunnen doen?

leerlingenantwoord leerlingenantwoord leerlingenantwoord leerlingenantwoord leerlingenantwoord leerlingenantwoord leerlingenantwoord

4 SDG’s in je eigen leefwereld

Hieronder zie je enkele manieren om je eigen ecologische voetafdruk te verkleinen. Aan welke SDG’s werk je dan? Bestudeer de infografiek en beantwoord de vragen.

DRINK KRAANTJESWATER

Flessenwater is 150 tot 500 keer zo duur als kraantjeswater.

NEEM EEN DOUCHE

Het gemiddelde waterverbruik in Vlaanderen is 110 liter per dag.

VOER EEN VEGGIEDAG IN Bos vrijmaken voor weiland is verantwoordelijk voor 60 % van de ontbossing in het Amazonewoud. Voor 1 kg vlees is gemiddeld 7 kg graan nodig.

1 kg rundvlees = 5 000 – 20 000 liter water

1 kg tarwe = 500 - 4 000 liter water

Infografiek ‘Hoe beheers je jouw EVA?’

Proefversie©VANIN

NEEM DE FIETS

Fietsen gaat drie keer zo snel als stappen.

Fiets 30 km per week en je bespaart € 150 per jaar. Na 1 uur fietsen heb je 5 cupcakes verbruikt.

EET WAT JE KOOPT

De Vlaming eet jaarlijks 445 kg voedsel (zonder drank). Hij verspilt daarbij 13 tot 25 kg voedsel. Gemiddeld bedraagt de ‘voedsel-verspillingsafdruk’ 19 tot 29 m2 per Vlaming of in totaal 11 800 tot 17 900 ha.

a Welke SDG’s worden hier voorgesteld? Tot welke van de 5 P’s behoren ze vooral?

SDG’s 6, 7, 12, 13 en 15  planet

b Kies een SDG uit de pijler ‘people’ die jij belangrijk vindt.

leerlingenantwoord

c Welke actie zou je hiervoor kunnen ondernemen?

leerlingenantwoord leerlingenantwoord

d Bedenk een slogan voor je actie.

4 TEST JEZELF

 1 SDG’s in de wereld

 2 SDG’s: wat kun jij doen?

SYNTHESE

Proefversie©VANIN

• 2015: de Verenigde Naties namen de SDG’s (Sustainable Development Goals) aan om de armoede uit te bannen en de planeet te beschermen.

• 17 doelen – 5 P’s: People, Planet, Prosperity, Peace en Partnership

• 193 landen zetten deze doelen om in beleid, van nationale regeringen tot lokale besturen.

• Bedrijven en organisaties dragen dagelijks bij aan een duurzamere, eerlijkere wereld.

• Iedereen kan meewerken door bewuste, duurzame keuzes te maken.

• 2030: het streefdoel is om alle SDG’s te realiseren tegen dat jaar.

BEGRIPPENLIJST

WAT KAN DE AARDE VERDRAGEN?

hoofdstuk begrip definitie

2 antropogeen door de mens veroorzaakt of van menselijke oorsprong

2 de basisbehoefte wat een mens nodig heeft om te overleven en een menswaardig bestaan te leiden (bv. water, voedsel, werk, onderwijs)

2 de biocapaciteit het vermogen van een bepaald biologisch productief gebied om hernieuwbare hulpbronnen te leveren en afval te verwerken

2 de biomassa het totale gewicht van alle levende organismen (bacteriën, planten, dieren en mensen) bij elkaar

1 culturele diensten voordelen of mogelijkheden op het vlak van recreatie, ontspanning, kennis, inspiratie en spiritualiteit

2 de bodemdegradatie de achteruitgang of aftakeling van bodem, natuur of milieu

2 het Donutmodel model dat een evenwicht zoekt tussen basisbehoeften (sociaal fundament of drempel) en de draagkracht van de aarde (ecologisch plafond)

2 de draagkracht het vermogen van de natuur om de gevolgen van menselijk ingrijpen op te vangen zonder het evenwicht te verstoren

1 duurzaam zo geproduceerd dat milieu en natuur zo weinig mogelijk belast worden

3 de duurzame ontwikkeling voorziet in de behoeften van de huidige generatie zonder de behoeften van toekomstige generaties (over de hele wereld) in gevaar te brengen

3 de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen

Proefversie©VANIN

17 VN-doelen voor een duurzame en rechtvaardige toekomst voor iedereen; doel is om uitdagingen zoals armoede, klimaat, ongelijkheid ... aan te pakken

2 het ecocreditland land waar de biocapaciteit groter is dan de ecologische voetafdruk

2 het ecodebetland land waar de ecologische voetafdruk groter is dan de biocapaciteit

2 het ecologische plafond bovengrens in het Donutmodel; de negen planetaire grenzen die we niet mogen overschrijden om de aarde leefbaar te houden

2 de ecologische voetafdruk (EVA) oppervlakte land en zee die nodig is voor consumptie en afvalverwerking, uitgedrukt in globale hectaren (gha)

1 de ecosysteemdiensten alle voordelen zoals diensten en producten die ecosystemen aan de mens en de samenleving leveren

2 de geïmporteerde ontbossing ontbossing in andere landen door invoer van producten (bv. soja, palmolie)

2 globale hectare (gha) meeteenheid voor EVA en biocapaciteit: 1 hectare land- of zee-oppervlakte met een biologische productiviteit gelijk aan het wereldgemiddelde

2 het Globale Noorden de rijke, geïndustrialiseerde landen

2 het Globale Zuiden landen die zich nog ontwikkelen en vaak minder welvarend zijn

1 de natuurlijke hulpbron in de natuur aanwezige stof die van economisch nut is en onmisbaar voor de levenskwaliteit van de mens

2 de / het ozon ozon in de atmosfeer, ook wel ozonlaag genoemd, neemt een belangrijk deel van de schadelijke ultraviolette straling van de zon op

WAT KAN DE AARDE VERDRAGEN?

hoofdstuk begrip definitie

2 de planetaire grenzen de negen grenzen waarbinnen de mens moet blijven om duurzaam gebruik te kunnen blijven maken van de hulpbronnen van de aarde

1 producerende diensten tastbare, materiële producten zoals voedsel, drinkwater of hout

Proefversie©VANIN

1 regulerende diensten natuurlijke processen zoals klimaatregeling, waterzuivering, bestuiving …

3 de SDG’s of Sustainable Development Goals; zie duurzame ontwikkelingsdoelstellingen

2 de sociale grenzen grenzen waarbinnen iedereen de mogelijkheid heeft menswaardig te leven

2 het sociale fundament ondergrens of drempel in het Donutmodel; de basisbehoeften van de mens, zoals voedsel en onderwijs, waaronder niemand zou mogen zakken

Een veranderend klimaat

OP EXPEDITIE

Proefversie©VANIN

KERNVRAAG

HOE KUNNEN WE DE WERELD INDELEN IN KLIMAAT- EN VEGETATIEZONES?

1 CHECK-IN

Overal op aarde ziet de natuur er anders uit. Maar hoe komt dat? Waarom groeien er palmbomen in Miami en naaldbomen in Zweden? We trekken eropuit voor een klimaatexpeditie en focussen ons op een aantal plaatsen verspreid over de hele wereld. Ga naar iDiddit om die plaatsen te situeren.

2 OP ONDERZOEK

Het klimaat is de gemiddelde toestand van het weer over een lange periode (meestal 30 jaar) en in een groot gebied. Figuur 2.1 brengt de klimaten en vegetatiezones op het noordelijk halfrond in beeld.

We werken met een vereenvoudigde klimaatindeling die zich baseert op de klimaatindeling van Köppen. Die vertrekt van de verschillen in vegetatie in de wereld (tropisch regenwoud, woestijn, zomergroen loofwoud …). De Russisch-Duitse geograaf Wladimir Köppen vroeg zich af waarom verschillende planten op bepaalde plaatsen wel of juist niet groeien. Hij kwam erachter dat dat te maken heeft met drie parameters: de gemiddelde temperatuur (per jaar, van de warmste maand, van de koudste maand), de gemiddelde neerslag (per jaar) en het seizoen waarin de neerslag valt. De kaart op pagina 38 toont een vereenvoudigde versie van zijn klimaatsysteem.

ijswoestijn toendra Tw = 10 °C

Tk = 18 °C noordpoolcirkel

Kreeftskeerkring evenaar

Fig. 2.1 Grote indeling van de klimaten en vegetatiezones op het noordelijk halfrond © robertharding / Shutterstock

taiga gemengd woud zomergroen loofwoud woestijn KOUD GEMATIGD

tropisch regenwoud hardbladige vegetatie/steppe

droge klimaten: Nj < 400 mm Tk: temperatuur koudste maand Tw: temperatuur warmste maand

1 Klimaat- en vegetatietypes

We reizen de wereld rond om ons te verdiepen in de spreiding van en de samenhang tussen vegetatietypes en klimaatgebieden. Noteer je bevindingen in de synthesetabel

a Situeer de plaatsen uit de tabel op de klimaatkaart van de wereld (p. 38).

b Gebruik de legende bij de klimaatkaart van de wereld om het klimaattype (eerste kolom) en het vegetatietype (tweede kolom) van elke plaats te noteren.

c Lees nu de omschrijvingen van de vegetatie (derde kolom) en vergelijk met de vegetatie op de foto’s (p. 39). Noteer in de laatste kolom het nummer van de foto die overeenstemt.

klimaat

koud klimaat met dooiseizoen

Proefversie©VANIN

vegetatie omschrijving van de vegetatie foto

Alert grassen, mossen en kruiden; geen boomgroei mogelijk door de koude temperatuur

koudgematigd klimaat met strenge winter

Jakoetsk enkel naaldbomen; te koud voor de groei van loofbomen (met uitzondering van berken)

gematigd droog klimaat

Astana enkel grassen; boomgroei ontbreekt door de droogte

koelgematigd klimaat met zachte winter

Plymouth loofbomen die hun bladeren verliezen tijdens de wintermaanden door de koude

zomergroen loofwoud

warmgematigd klimaat met natte winter

hardbladige vegetatie

Izmir lage bomen, struiken en kruiden met lederachtige bladeren door droogte tijdens de zomermaanden

gematigd altijd droog klimaat

warm klimaat met nat seizoen

Tamanrasset enkel aan de droogte aangepaste planten zoals cactussen

Bamako grasland met verspreide bomen en struiken; door droogte tijdens de zomer wordt de groeiperiode onderbroken

warm altijd nat klimaat

woestijn savanne tropisch regenwoud

Manaus weelderige plantengroei met verschillende kruinlagen en reusachtige bomen; het hele jaar door warm en vochtig

Noordelijke IJszee

noordpoolcirkel

Stille/Grote Oceaan

Middellandse Zee Noordzee

NOORD-AMERIKA

Kreeftskeerkring evenaar

Atlantische Oceaan

Indische Oceaan

Steenboks keerkring

zuidpoolcirkel nulmeridiaan

Zuidelijke IJszee

ZUID-AMERIKA

warm klimaat met nat seizoen tropische savanne warm altijd nat klimaat tropisch regenwoud gebergte(>2000 m)

Proefversie©VANIN

Stille/Grote Oceaan

Klimaatkaart wereld

warmgematigd altijd nat klimaat subtropisch regenwoud warmgematigd klimaat met natte winter hardbladige vegetatie van de subtropen warmgematigd klimaat met natte zomer subtropische savanne

ANTARCTICA

koelgematigd klimaat met koude winter gemengd woud koelgematigd klimaat met zachte winter loofbos koelgematigd klimaat met natte winter hardbladige vegetatie van de centrale middelbreedten

gematigd droog klimaat steppe gematigd altijd droog klimaat woestijn van de middelbreedten warm altijd droog klimaat woestijn van de tropen

0 op de evenaar 3000 km koud klimaat zonder dooiseizoen ijswoestijn koud klimaat met dooiseizoen toendra koudgematigd klimaat met strenge winter taiga

Astana

Proefversie©VANIN

2 Klimatogrammen lezen

Analyseer de klimatogrammen op p. XX. Gebruik de klimaatkaart of je atlas om elke plaats te situeren en bestudeer daarna de temperatuur en neerslag.

a In welk werelddeel ligt elke plaats? Duid per plaats het juiste werelddeel aan.

- Alert:  Noord-Amerika  Europa  Azië  Zuid-Amerika  Afrika

- Jakoetsk:  Noord-Amerika  Europa  Azië  Zuid-Amerika  Afrika

- Astana:  Noord-Amerika  Europa  Azië  Zuid-Amerika  Afrika

- Plymouth:  Noord-Amerika  Europa  Azië  Zuid-Amerika  Afrika

- Izmir:  Noord-Amerika  Europa  Azië  Zuid-Amerika  Afrika

- Tamanrasset:  Noord-Amerika  Europa  Azië  Zuid-Amerika  Afrika

- Bamako:  Noord-Amerika  Europa  Azië  Zuid-Amerika  Afrika

- Manaus:  Noord-Amerika  Europa  Azië  Zuid-Amerika  Afrika

b Analyseer de klimaatgegevens van de klimatogrammen. Zet in de tabel telkens een kruisje bij de temperatuur én een kruisje bij de neerslag.

temperatuur neerslag

Proefversie©VANIN

Alert

Jakoetsk

Astana

Plymouth

Izmir

Tamanrasset

Bamako

Manaus

Temperatuur

T: temperatuur in °C

Tw: warmste maandtemperatuur

Tk: koudste maandtemperatuur

Neerslag

N: neerslag in mm

Nj: jaarneerslag

D: aantal droge maanden (N < 2T)

JFMAMJJASONDJaar

TELE4_LWB_D_T1_H1_klimatogram_Bamako.ai

TELE4_LWB_D_T1_H1_klimatogram_Alert.ai

TELE4_LWB_D_T1_H1_klimatogram_Alert.ai

JFMAMJJASONDJaar

TELE4_LWB_D_T1_H1_klimatogram_Astana.ai

TELE4_LWB_D_T1_H1_klimatogram_Astana.ai

TELE4_LWB_D_T1_H1_klimatogram_Plymouth.ai

TELE4_LWB_D_T1_H1_klimatogram_Plymouth.ai

TELE4_LWB_D_T1_H1_klimatogram_Jakoetsk.ai

TELE4_LWB_D_T1_H1_klimatogram_Jakoetsk.ai

TELE4_LWB_D_T1_H1_klimatogram_Bamako.ai

SYNTHESE

ijswoestijn toendra Tw = 10 °C

Tk = 18 °C noordpoolcirkel

Kreeftskeerkring

Proefversie©VANIN

KOUD GEMATIGD WARM

evenaar

taiga gemengd woud zomergroen loofwoud woestijn

tropisch regenwoud hardbladige vegetatie/steppe

savanne

droge klimaten: Nj < 400 mm Tk: temperatuur koudste maand Tw: temperatuur warmste maand

2

HET VERSTERKT BROEIKASEFFECT

Proefversie©VANIN

KERNVRAAG

HOE VEROORZAKEN MENSELIJKE

ACTIVITEITEN DE OPWARMING VAN DE AARDE?

1 CHECK-IN

De voorbije jaren leerde je al over het natuurlijk broeikaseffect en de verschillende broeikasgassen. Veel broeikasgassen komen op natuurlijke wijze voor in de atmosfeer en zorgen voor een gemiddelde temperatuur op aarde van 15 °C. Zonder die broeikasgassen zou de temperatuur -18 °C zijn. Wat weet je nog over het natuurlijk broeikaseffect? Zoek het uit in de ‘Check-in’ op iDiddit.

2 OP ONDERZOEK

© Leitenberger Photography / Shutterstock

1 Het versterkt broeikaseffect

Door het natuurlijk broeikaseffect is de gemiddelde temperatuur op aarde 15 °C. Maar door het vrijkomen van koolstofdioxide, methaan en lachgas wordt meer warmtestraling in de atmosfeer vastgehouden. Hierdoor ontsnapt er minder warmte naar de ruimte, waardoor de temperatuur op aarde stijgt. Dit noemen we het versterkt broeikaseffect (fig. 2.2).

reflectie door wolken en stofdeeltjes

albedo

warmtestraling vrijgegeven door de aarde absorptie van lichtstralen door het aardoppervlak

reflectie op het aardoppervlak

verlies van warmte in de ruimte

warmtestraling gevangen door broeikasgassen

omzetting van kortgolvige lichtstralen naar langgolvige warmtestralen

2.2 Het versterkt broeikaseffect

Fig.

De opwarming van de aarde zet het klimaatsysteem in beweging via terugkoppelingen of feedbacks. Een positieve terugkoppeling versterkt de opwarming, terwijl een negatieve terugkoppeling die net afremt. Deze mechanismen zorgen ervoor dat het systeem aarde voortdurend in beweging is.

2 Het albedo-effect

Een deel van de inkomende zonnestralen wordt vooral gereflecteerd door de wolken en het ijs op aarde (fig. 2.3). Dit is de albedo. Door het versterkt broeikaseffect daalt de hoeveelheid ijs op aarde, waardoor minder zonnestralen worden gereflecteerd. Daardoor zal de temperatuur nog meer stijgen. Dit is een voorbeeld van een positieve terugkoppeling.

Proefversie©VANIN

3 Antropogene bronnen van broeikasgassen

De mens stoot broeikasgassen uit op verschillende manieren. Dat gebeurt vooral wanneer we energie verbruiken. Bij de verwarming van gebouwen en bij industriële activiteiten komen veel broeikasgassen vrij. Ook transport met bijvoorbeeld auto’s, vrachtwagens en vliegtuigen, speelt een grote rol in de uitstoot van broeikasgassen. In het cirkeldiagram zie je welk aandeel elke sector heeft in de uitstoot van de verschillende broeikasgassen (fig. 2.4).

oeikasgas de dampkring opwarmt in vergelijking met koolstofdioxide (CO2), gemeten over een periode van

stortplaatsenafvalwater1,3%1,9% grasland0,1% akkerland1,4% ontbossing2,2% afbrandennaoogst3,5%rijstteelt1,3%landbouwgronden4,1%

cement 3 % chemicaliën 2,2 %

landbouw en visserij1,7 % energie in

ijzer en staal7,2% brandstofverbranding7,8% overige vanenergieproductie5,8% vluchtigeemissies

en

chemischeenpetrochemische industrie3,6%

energieverbruikindeindustrie24 ,2 %

industrie 5,2 % afval3,2% land- en bosbouw 18,4 % energieverbruik in gebouwen17,5% vervoer 16, 2 %

residentiële gebouwen10,9% wegtransport 11, 9 % andereindustrieë n 10 ,6 %

voedings-entabaksindustrie1% papier-enpulp industrie0,6%machine-industrie0,5% scheepvaartluchtvaart1,9% 1,7%pijplspoorwegen0,4% eidingen0,3% non-ferrometalen 0,7%

Fig. 2.3 Het albedo-effect
Fig. 2.4 Antropogene bronnen van broeikasgassen

Er zijn verschillende broeikasgassen in onze atmosfeer. Die komen van nature voor, zoals je vorig jaar al hebt geleerd. Door menselijke activiteiten worden er echter steeds meer broeikasgassen uitgestoten. In onderstaande tabel zie je op welke manieren de mens broeikasgassen uitstoot. Daarom noemen we dit de antropogene bronnen van broeikasgassen.

formulenaam

menselijke uitstoot door … H2Owaterdampkoeltorens van elektrische centrales (thermische en nucleaire centrales)

Proefversie©VANIN

CO2 koolstofdioxideverbranding van fossiele brandstoffen (o.a. transport, verwarming op aardgas / stookolie), ontbossing CH4 methaan landbouw (rijstvelden, meststoffen, veeteelt)

N2Olachgas / distikstofoxide - landbouw (meststoffen) - chemische industrie en verbranding van fossiele brandstoffen

Interessant om weten

Er komen ook broeikasgassen vrij bij de opslag en verwerking van afval. Dat heeft onder meer te maken met methaan (CH4) dat vrijkomt op stortplaatsen en bij het zuiveren van afvalwater. Op sommige waterzuiveringsinstallaties wordt dit gas niet zomaar verbrand of uitgestoten, maar opgevangen als biogas en gezuiverd of verder opgewaardeerd tot biomethaan. Dat kan gebruikt worden als duurzame energiebron om bijvoorbeeld elektriciteit en warmte op te wekken.

Op de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) van Antwerpen-Zuid zet Aquafin sinds 2021 het biogas dat ontstaat uit de vergisting van zuiveringsslib om in biomethaan, ofwel ‘groen gas’. Dit wordt geïnjecteerd in het aardgasnet. Zo wordt methaan niet verspild, maar omgezet tot nuttige groene energie. In 2025 nam Aquafin nieuwe biomethaaninstallaties in gebruik op RWZI’s in onder andere Gent en Genk.

3 A AN DE SLAG

1 Het versterkt broeikaseffect

Het vrijkomen van broeikasgassen door de mens veroorzaakt de verdere opwarming van de aarde. Bekijk het filmpje en voer de opdrachten uit.

reflectie door wolken en stofdeeltjes

albedo

warmtestraling vrijgegeven door de aarde absorptie van lichtstralen door het aardoppervlak

reflectie op het aardoppervlak

Proefversie©VANIN

verlies van warmte in de ruimte

minder

warmtestraling gevangen door broeikasgassen

meer

omzetting van kortgolvige lichtstralen naar langgolvige warmtestralen

a Omcirkel op de bovenstaande figuur de processen waarop de broeikasgassen een invloed hebben.

b Noteer bij elke cirkel die je hebt getekend of het versterkt broeikaseffect een versterkend (meer) of afzwakkend (minder) effect heeft op dat element.

2 Gevolgen voor het versterkt broeikaseffect

Het systeem aarde reageert op de klimaatverandering door middel van terugkoppelingen of feedbacks. Vul het causaal diagram aan.

a Zet bij de pijlen een + bij een versterkende relatie (de variabelen bewegen in dezelfde richting) en een – bij een verzwakkende relatie (de variabelen bewegen in tegengestelde richting).

broeikasgassen in de atmosfeer temperatuur

weerkaatsing van zonnestralen hoeveelheid ijs op aarde

albedo-effect

b Markeer in elke zin wat juist is.

Als de broeikasgassen in de atmosfeer stijgen, dan zal de temperatuur dalen / stijgen

Hierdoor zal de hoeveelheid ijs op aarde dalen / stijgen

Een gevolg hiervan is dat de albedo op aarde daalt / stijgt, waardoor er minder / meer zonnestraling wordt weerkaatst. Dit zorgt er dan weer dat de temperatuur stijgt / daalt

3 Antropogene bronnen van broeikasgassen

Het cirkeldiagram in ‘Op onderzoek’ (fig. 2.4, p. XX) toont de antropogene bronnen van broeikasgassen. Analyseer de figuur en geef aan of de stellingen juist of fout zijn.

juistfout

1 Er is meer uitstoot van broeikasgassen door vliegverkeer dan door wegverkeer.

2 De meeste uitstoot komt voort uit de energieproductie voor de industrie.

3 De uitstoot door landbouw is meer afkomstig van veeteelt dan van akkerbouw.

4 Er komen ook broeikasgassen vrij bij de opslag en verwerking van afval.

5 Bijna drie vierde van de uitstoot van broeikasgassen is afkomstig van het opwekken van energie.

4 Menselijke uitstoot per broeikasgas

Hoe komen broeikasgassen in de atmosfeer? Bekijk de onderstaande foto’s en benoem bij elke foto de oorzaak. Koppel hieraan ook het broeikasgas. Kies uit: koolstofdioxide – waterdamp – methaan – lachgas

Oorzaak:

Broeikasgas:

Proefversie©VANIN

Oorzaak:

Broeikasgas:

koeltorens waterdamp

Oorzaak:

Broeikasgas:

veeteelt methaan landbouw lachgas

4 TEST JEZELF

 1 Van natuurlijk tot versterkt broeikaseffect

 2 Het albedo-effect

Oorzaak:

verbranding fossiele brandstoffen door transport koolstofdioxide

Broeikasgas:

SYNTHESE

reflectie door wolken en stofdeeltjes

albedo warmtestraling vrijgegeven door de aarde absorptie van lichtstralen door het aardoppervlak

reflectie op het aardoppervlak

verlies van warmte in de ruimte

Proefversie©VANIN

warmtestraling gevangen door broeikasgassen

omzetting van kortgolvige lichtstralen naar langgolvige warmtestralen

HET VERSTERKT BROEIKASEFFECT

uitstoot van broeikasgassen

De belangrijkste antropogene bronnen:

1 energie voor elektriciteit en verwarming

2 energie voor industrie

3 energie voor transport

4 energie voor landbouw

het albedo-effect

3 DE OPWARMING VAN DE AARDE IS EEN FEIT

Proefversie©VANIN

KERNVRAAG

HOE SNEL WARMT DE AARDE OP?

1 CHECK-IN

In dit hoofdstuk duiken we in de feiten achter de klimaatverandering. De Britse klimaatwetenschapper Ed Hawkins bedacht een eenvoudige manier om de opwarming van de aarde visueel voor te stellen. Elke streep in zijn grafiek stelt een jaar voor, meestal vanaf 1850 tot nu. De kleur geeft aan hoe koud of warm dat jaar was ten opzichte van het langjarig gemiddelde (in dit voorbeeld 1971-2000): blauw voor koelere jaren, rood voor warmere. Hoe donkerder de kleur, hoe groter de afwijking. Donkerblauw betekent veel kouder dan gemiddeld, donkerrood veel warmer. Deze eenvoudige visualisatie maakt het gemakkelijk om temperatuurtrends door de tijd heen te zien. Ga op iDiddit na wat jij al weet over de opwarming van de aarde.

2 OP ONDERZOEK

1

2.5 Temperatuurverandering in België sinds 1850

Voorspellingen rond de opwarming van de aarde

Ons klimaat verandert razendsnel en de gevolgen zijn overal in de wereld voelbaar. Dat staat in het laatste klimaatrapport van het IPCC, het klimaatpanel van de Verenigde Naties (VN) Het rapport is alarmerend, maar benadrukt ook de mogelijkheden die we nog altijd hebben om de opwarming van de aarde te beperken.

Volgens het klimaatrapport staat vast dat de mens verantwoordelijk is voor de opwarming van de aarde. Dat komt vooral door de massale uitstoot van broeikasgassen als gevolg van de verbranding van fossiele brandstoffen zoals steenkool, aardolie en aardgas. Het IPCC werkt met vijf toekomstscenario’s. Die scenario’s verschillen afhankelijk van de mate waarin we erin slagen onze uitstoot van broeikasgassen te beperken.

Fig.
Fig. 2.6 Het VN-klimaatrapport

Zeer hoge uitstoot

In toekomstbeeld SSP5-8.5 wordt rekening gehouden met een stijging van de gemiddelde temperatuur met 4,4 °C. De CO2-uitstoot is dan al verdubbeld tegen 2050.

Hoge uitstoot

In scenario SSP3-7.0 verdubbelt de CO2-uitstoot tegen 2100. In dat geval worden landen een stuk competitiever en doen ze er alles aan om hun eigen voedselvoorraad veilig te stellen. De gemiddelde temperatuur stijgt dan wereldwijd met 3,6 °C tegen 2100.

Gemiddelde uitstoot

Het derde toekomstbeeld, SSP2-4.5, voorziet geen daling van de uitstoot tot het midden van de eeuw. Daarna daalt ze, maar in 2100 is ze netto nog geen nul. De maatschappij verandert in deze toekomst niet drastisch. De temperatuur stijgt met 2,7 °C tegen 2100.

Lage uitstoot

Het op één na beste scenario heet SSP1-2.6 en is eigenlijk hetzelfde als die met zeer lage uitstoot, maar hier wordt het uitstootdoel pas na 2050 behaald. Dan stijgt de gemiddelde temperatuur op aarde tegen 2100 met 1,8 °C.

Zeer lage uitstoot

Toekomstscenario uitstoot koolstofdioxide

Vijf scenario’s van uitstoot CO2 , uitgedrukt in gigaton (= 1 000 000 000

zeer hoge uitstoot hoge uitstoot gemiddelde uitstoot lage uitstoot zeer lage uitstoot

Proefversie©VANIN

Het beste scenario, SSP1-1.9, is volgens de onderzoekers alleen te halen als er in 2050 netto geen CO2-uitstoot meer is. Dit is het enige toekomstbeeld waarin de doelen van het klimaatakkoord van Parijs gehaald worden. De temperatuur stijgt dan met ongeveer 1,5 °C, maar later neemt de stijging af en blijft ze hangen op + 1,4 °C.

Fig. 2.7 Toekomstscenario’s uitstoot CO2 in gigaton per jaar (bron data: IPCC)

Interessant om weten

Vroeger twijfelden sommige mensen aan de conclusies van het IPCC en kregen hun rapporten veel kritiek. Bij het meest recente klimaatrapport was dat veel minder het geval.

Dat komt vooral omdat wetenschappers vandaag betere klimaatmodellen hebben. Met die modellen kunnen ze beter uitleggen hoe de opwarming van de aarde samenhangt met weersverschijnselen zoals hittegolven of hevige neerslag. Onze kennis over het klimaatsysteem groeit en onze computers worden steeds krachtiger. Daardoor kunnen wetenschappers meer gegevens verwerken en het klimaatsysteem beter voorstellen. De voorspellingen worden daardoor nauwkeuriger.

Bovendien worden de gevolgen van de klimaatverandering steeds duidelijker zichtbaar. Daarom is er vandaag minder kritiek op de conclusies van het IPCC.

Wereldleiders komen regelmatig samen op klimaatconferenties. Daar maken ze afspraken over maatregelen om de uitstoot van broeikasgassen te beperken. Op de klimaatconferentie van Parijs in 2015 spraken de landen af om de opwarming van de aarde ruim onder 2 °C te houden of zelfs onder 1,5 °C, vergeleken met de periode vóór de industrialisering.

Fig. 2.8 Wereldgemiddelde opwarming t.o.v. 1850-1900

De gemiddelde temperatuur op aarde ligt vandaag al ongeveer 1,3 °C hoger dan in de periode 1850–1900. Die periode gebruiken wetenschappers vaak als referentie. Volgens de Europese klimaatdienst Copernicus was het in 2024 zelfs 1,6 °C warmer dan aan het einde van de 19de eeuw (fig. 2.8). Daarmee werd de grens van 1,5 °C voor het eerst overschreden. Dat betekent niet dat het klimaatakkoord definitief mislukt is. De temperatuur op aarde schommelt van jaar tot jaar, en één uitzonderlijk warm jaar zegt nog niet alles over de lange termijn. Toch is dit een duidelijk signaal: de uitstoot van broeikasgassen moet dringend omlaag.

Gt CO₂/jaar

Temperatuur- en neerslagveranderingen bij opwarming met 2 °C

Figuren 2.9 en 2.10 tonen hoe de temperatuur en neerslag kunnen veranderen als de aarde 2 °C warmer wordt dan in de periode 1850–1900. Dit scenario is optimistisch, maar nog haalbaar als de uitstoot van broeikasgassen sterk wordt beperkt.

De kaarten zijn gebaseerd op klimaatmodellen. Dat zijn berekeningen die voorspellingen maken over het klimaat. Ze houden rekening met factoren zoals de uitstoot van broeikasgassen, landgebruik en technologische ontwikkelingen.

Proefversie©VANIN

Klimaatmodellen bevatten altijd onzekerheid, omdat we de toekomst niet kunnen meten. Verschillende modellen kunnen andere resultaten geven. Daarnaast zijn kaarten een vereenvoudiging van de werkelijkheid: ze tonen gemiddelden en laten lokale of tijdelijke verschillen niet zien.

Voorspelling temperatuur bij +2 °C

Voorspelling

Fig. 2.9 Gesimuleerde temperatuurverandering bij opwarming van 2 °C t.o.v. 1850-1900 (bron: IPCC)

Voorspelling neerslag bij +2 °C

Voorspelling neerslag bij +2

Fig. 2.10 Gesimuleerde neerslagverandering bij opwarming van 2 °C t.o.v. 1850-1900 (bron: IPCC)

Alle regio’s zullen te maken krijgen met een toename van de jaargemiddelde temperaturen. De opwarming is meestal sterker boven land dan boven de oceanen. De grootste temperatuurstijging wordt verwacht in het Noordpoolgebied. Ook op het vlak van neerslag zullen er regionale verschillen zijn. Sommige gebieden, zoals het Middellandse Zeegebied, worden waarschijnlijk droger. Andere regio’s, waaronder het Noordpoolgebied en de Sahara, zullen juist met meer neerslag te maken krijgen.

3 PLANETAIRE GRENZEN

Klimaatverandering is een van de planetaire grenzen die in 2023 als overschreden werd beschouwd. Dat betekent dat de huidige toestand van de aarde inzake klimaat buiten de ‘veilige werkingsruimte voor de mensheid’ valt. Ons klimaatsysteem raakt met andere woorden uit evenwicht en de kans op ernstige gevolgen neemt toe.

Twee belangrijke parameters bevestigen dit:

- De hoeveelheid CO₂ in de atmosfeer is sterk toegenomen. In 2023 lag de CO₂-concentratie rond 417 ppm, terwijl de veilige grens op 350 ppm ligt. Intussen is die waarde zelfs gestegen tot ongeveer 430 ppm. Ter vergelijking: vóór de industrialisering bedroeg ze 280 ppm.

- Door menselijke activiteiten houdt de aarde vandaag meer energie vast dan ze uitstraalt. Dat onevenwicht, vooral veroorzaakt door broeikasgassen, leidt tot opwarming van de aarde. Ook hier is de veilige grens overschreden.

genetisch

VERANDERING LANDGEBRUIK BIODIVERSITEITSVERLIES

ATMOSFERISCHE AEROSOLEN CO 2concentratie stralingsforcering

KLIMAATVERANDERING NIEUWE CHEMISCHE STOFFEN AANTASTING OZONLAAG OCEAANVERZURING

WATERSCHAARSTE

BIOGEOCHEMISCHE KRINGLOPEN

Fig. 2.11 Planetaire grenzen

1 Klimaatconferenties

Lees vooraf de vragen en ga online op zoek naar de antwoorden.

a Waar en wanneer werd de meest recente klimaatconferentie gehouden?

Proefversie©VANIN

b Wat heeft deze klimaatconferentie opgeleverd?

c Ga via de eerste hyperlink op iDiddit op zoek naar hoeveel deeltjes CO2 er zijn op dit moment (huidig jaar) en in jouw geboortejaar. Ga daarna naar de tweede hyperlink en zoek hoeveel deeltjes CO2 er waren op het moment dat een van je grootouders geboren is.

huidig jaar

jouw geboortejaar geboortejaar grootouder

2 Evolutie van de uitstoot van broeikasgassen

leerlingenantwoord leerlingenantwoord leerlingenantwoord

leerlingenantwoord leerlingenantwoord leerlingenantwoord

Bestudeer de grafiek over de jaarlijkse CO2-emissies online. Beweeg met de cursor over de jaartallen op de horizontale as voor de exacte cijfers (in ton) per land.

a Welk land stootte de meeste broeikasgassen uit in …

-1850:

-2000:

-het meest recente jaartal:

leerlingenantwoord leerlingenantwoord het Verenigd Koninkrijk de Verenigde Staten China (2023)

b Wat is er opmerkelijk aan het jaar 2006?

In 2006 overtrof China voor het eerst de Verenigde Staten in jaarlijkse CO2-uitstoot.

c In welke landen is de uitstoot van broeikasgassen recent het sterkst toegenomen?

in China en India

d Geef twee redenen voor deze toename.

-

Het zijn de landen met de grootste bevolkingsaantallen ter wereld. Het zijn snelgroeiende economieën.

e Zijn er landen waar de uitstoot van broeikasgassen recent gedaald is? Zo ja, welke?

de Verenigde Staten, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk

f Geef een mogelijke verklaring voor deze daling.

de overstap naar hernieuwbare energiebronnen zoals wind- en zonne-energie

3 Uitstoot van broeikasgassen per inwoner

Werk met de onderstaande kaarten. Vergelijk en beantwoord de vragen.

Uitstoot van CO2 per jaar voor 2023 (bron data: ourworldindata.org)

a Noem de drie landen die de meeste CO2 uitstoten.

China, de Verenigde Staten en India

Uitstoot van CO2 per inwoner in 2023 (bron data: ourworldindata.org)

Proefversie©VANIN

b Vergelijk de situatie van deze drie landen wat de uitstoot van CO2 per inwoner betreft.

De Verenigde Staten hebben de hoogste CO2-uitstoot per inwoner, gevolgd door China. India heeft van deze drie landen de laagste uitstoot per hoofd van de bevolking.

c Geef een reden voor de verschillen die je vaststelt.

4 Kaarten op basis van computermodellen

De onderstaande kaarten tonen de temperatuurverandering bij een opwarming van 2 °C. Ze zijn gebaseerd op twee verschillende klimaatmodellen: een ouder model (CMIP5) en een nieuwer model (CMIP6). Welke verschillen zie je tussen de kaarten?

a Vergelijk CMIP5 en CMIP6. Duid aan of CMIP6 een grotere of kleinere temperatuurverandering verwacht dan CMIP5.

Voorspelling temperatuur +2 °C (CMIP5)

- Centraal-Afrika:  groter  kleiner

- India:  groter  kleiner

- Hudsonbaai (Canada):  groter  kleiner

China en India hebben een veel hoger bevolkingsaantal waardoor de totale uitstoot over een veel groter aantal mensen wordt verdeeld. x x x

Voorspelling temperatuur +2 °C (CMIP6)

b Op de volgende kaarten wordt de stijging van de gemiddelde temperatuur voor de periode 2021-2040 geschat. De kaart links toont de stijging voor de maanden december, januari en februari en die rechts voor juni, juli en augustus. Duid telkens het juiste antwoord aan.

Stijging van de temperatuur voor december, januari en februari (2021-2040)

Noordpoolgebied

De grootste opwarming gebeurt vooral:

 van juni t.e.m. augustus

 van december t.e.m. februari

Zuidpoolgebied

De grootste opwarming gebeurt vooral:

 van juni t.e.m. augustus

 van december t.e.m. februari

Amazonewoud (evenaarsgebied)

De opwarming is daar:

 zeer groot

 beperkt

Stijging van de temperatuur voor juni, juli en augustus (2021-2040)

Dit komt vooral door:

 meer zonnestraling in de zomer

 het smelten van ijs en sneeuw

Dit komt vooral door:

 warmte uit de oceaan

 meer zonnestraling

De temperatuur in het Amazonewoud:

 schommelt sterk door de seizoenen

 blijft vrij stabiel door ligging aan de evenaar

Proefversie©VANIN

4 TEST JEZELF

 1 Voorspellingen rond de opwarming van de aarde

 2 De klimaatstrepen van Hawkins

SYNTHESE

JAARLIJKSE CO2-UITSTOOT (in ton)

Klimaatconferenties van de VN: maatregelen om uitstoot te beperken

Emissions Gap Report: kloof met wat uitstoot zou mogen zijn om onder 1,5 of 2 °C opwarming te blijven

OPWARMING VAN DE AARDE (t.o.v. 1850-1900)

Proefversie©VANIN

Nu: + 1,3 °C

Optimistisch maar haalbaar toekomstscenario IPCC: + 2 °C

Kaarten zijn gebaseerd op klimaatmodellen. Let daarom op voor: - regionale verschillen - onzekerheden - vereenvoudigingen

4 GEVOLGEN VAN HET VERSTERKT BROEIKASEFFECT

Proefversie©VANIN

KERNVRAAG

WAT ZIJN DE GEVOLGEN VAN DE OPWARMING VAN DE AARDE?

1 CHECK-IN

De opwarming van de aarde is niet langer alleen voer voor wetenschappers. Ze wordt op veel plaatsen in de wereld zichtbaar: aanhoudende droogte, overvloedige regenval, krachtige orkanen … Het klimaat verandert snel, dat staat vast. Maar wat betekent dat concreet en wat zijn de gevolgen voor de mens?

2 OP ONDERZOEK

1 Stijging van de temperatuur

Zoals je in het vorige hoofdstuk al kon vaststellen, blijft de temperatuur op aarde stijgen. Ook in de rest van de eeuw zal die trend zich wellicht voortzetten. Een maximale opwarming van 2 °C tegen 2100 wordt als eerder optimistisch gezien, maar is nog steeds haalbaar. Dit scenario geeft hoop om de meest rampzalige gevolgen van de klimaatverandering, zoals een sterke zeespiegelstijging en extreem weer, te beperken. Maar dat kan alleen als landen samenwerken en inzetten op hernieuwbare energie, duurzame landbouw en energiebesparing.

zeer hoge uitstoot hoge uitstoot

gemiddelde uitstoot lage uitstoot zeer lage uitstoot

Fig. 2.12 Temperatuurverandering wereldwijd (t.o.v. 1850-1900) voor de verschillende scenario’s van uitstoot

De stijging van de temperatuur op aarde heeft geleid tot een stijging van de zeespiegel. Die is sinds 1993 met iets meer dan 10 centimeter toegenomen. Twee belangrijke processen liggen aan de basis van de stijging: het smelten van landijs en het uitzetten van zeewater bij hogere temperaturen.

Wanneer de aarde opwarmt, nemen onze zeeën en oceanen een groot deel van die extra warmte op. Dat heeft een direct effect: warm water zet uit. Het fenomeen staat bekend als thermische expansie Daarnaast zorgen de hogere temperaturen ervoor dat landijs smelt. Hierbij hoort het smelten van gletsjers en van ijskappen in zowel Groenland als Antarctica. Het smeltwater dat zo in de zee terechtkomt, doet het zeeniveau verder stijgen. Een derde, kleinere oorzaak van de zeespiegelstijging is de manier waarop we water op land gebruiken en opslaan. Denk bijvoorbeeld aan het oppompen van grondwater voor landbouw en drinkwater, en het verdwijnen van natuurlijke reservoirs.

van de Athabasca-gletsjer in de

Belangrijk om te weten is dat alleen smeltend landijs, zoals dat van gletsjers en ijskappen, bijdraagt aan de stijging van de zeespiegel. Zee-ijs, zoals het ijs dat op de Noordpool drijft, doet dat niet. Omdat dit ijs al in het water ligt, verandert het smelten ervan de hoogte van de zeespiegel niet.

Bekijk via de link op iDiddit hoeveel de zeespiegel steeg sinds 1993.

3 GEVOLGEN VAN DE ZEESPIEGELSTIJGING

De stijgende zeespiegel veroorzaakt tal van problemen. Zo komen laaggelegen gebieden in de gevarenzone doordat grote stukken land kunnen wegspoelen (fig. 2.14). Hierdoor worden bewoners gedwongen verder landinwaarts te verhuizen. Daarnaast leidt een hogere zeespiegel tot meer erosie van stranden en kliffen, vooral tijdens stormen (fig. 2.15). Tot slot dreigt ook een tekort aan zoetwater: zout zeewater kan het land binnendringen en zich mengen met het zoete grondwater, waardoor dat ongeschikt wordt als drinkwater of voor landbouw.

Proefversie©VANIN

Interessant om weten

Het smelten van de gletsjers vormt niet alleen een probleem voor de stijgende zeespiegel, maar bedreigt ook de drinkwatervoorziening op aarde. Zo zijn maar liefst 2 miljard mensen afhankelijk van smeltwater van gletsjers voor hun dagelijkse watervoorziening. Dat is vooral het geval in Azië, waar de gletsjers van de Himalaya een cruciale rol spelen. Wanneer deze gletsjers volledig verdwijnen, zullen er oplossingen moeten worden gevonden om het dreigende watertekort op te vangen.

Fig. 2.13 Terugtrekking
Canadese Rocky Mountains
Fig. 2.14 Eiland bedreigd door de stijgende zeespiegel (Panama)
Fig. 2.15 Meer erosie door stijgende zeespiegel (Verenigd Koninkrijk)

Hogere concentraties CO2 in de atmosfeer stimuleren de groei van planten. Op figuur 2.16 zie je de verwachte toename in plantengroei tussen 2081 en 2100. Omdat er dan meer planten zullen zijn, zal ook de opname van CO2 toenemen. Dat kan de opwarming tijdelijk vertragen. Dit is een voorbeeld van een negatieve terugkoppeling.

Toch is dat effect beperkt, omdat planten ook afhankelijk zijn van andere factoren zoals water, voedingsstoffen en geschikte temperaturen. Naarmate deze factoren onder druk komen te staan door de klimaatverandering, neemt het effect van de negatieve terugkoppeling af.

Door de opwarming van de aarde verschuiven de klimaatzones, en daarmee ook de bijbehorende plantenzones. Bekijk via de link op iDiddit de voorspelde ligging van de klimaatzones tegen 2071-2099.

In gebieden met veel toendra komt ook veel permafrost voor.

Dit is een laag grond die minstens twee jaar continu bevroren is.

De toendravegetatie vormt een soort isolerende laag die helpt om de onderliggende permafrost koud te houden (fig. 2.17).

Deze vegetatie neemt af door de opwarming van de aarde.

Daardoor wordt de permafrost rechtstreeks blootgesteld aan de warmte van de atmosfeer en begint hij te smelten. Hierdoor komen enorme hoeveelheden opgeslagen broeikasgassen zoals methaan (CH₄) vrij. Daardoor stijgt de concentratie van broeikasgassen in de atmosfeer, wat het broeikaseffect versterkt en zo leidt tot de verdere opwarming van de aarde. Dit tast nog meer toendragebieden aan, waardoor nog meer permafrost smelt. Zo ontstaat een zichzelf versterkende cyclus, een voorbeeld van een positieve terugkoppeling.

5 Extreme weersomstandigheden

Proefversie©VANIN

Vrijwel elke regio op aarde zal getroffen worden door de gevolgen van klimaatverandering: intensere hittegolven, hevigere neerslag of langere periodes van droogte. In warme, droge gebieden breken vaker bosbranden uit. Kustgebieden, die nu al kwetsbaar zijn door de stijgende zeespiegel, lopen extra risico bij zware regenval. Orkanen worden krachtiger en verplaatsen zich trager, waardoor ze langdurig extreme regenval op één plek veroorzaken.

Fig. 2.17 Toendravegetatie
Fig. 2.16 De voorspelde verandering in plantengroei in de periode 2081-2100 (in %)
Fig. 2.18 Overstroming in Valencia (Spanje)
Fig. 2.19 Bosbranden in Evros (Griekenland)

VoedselONzekerheid

De klimaatverandering heeft een grote impact op de voedselzekerheid in de wereld. Sommige landen krijgen te maken met extreme droogte, terwijl andere getroffen worden door zware overstromingen. Op dit moment zijn er al veel regio’s in Centraal-Afrika en Zuid-Azië erg kwetsbaar voor voedseltekorten. Voorspellingen tonen dat de voedselonzekerheid in de toekomst sterk dreigt toe te nemen (fig. 2.20).

Toch zien we dat we de schade kunnen beperken. Dat lukt als we de uitstoot van broeikasgassen drastisch verminderen én onze landbouwtechnieken aanpassen om de productiviteit met 10 tot 15 % te verhogen. Alleen zo kunnen we de ergste gevolgen helpen voorkomen.

Proefversie©VANIN

Heden
Scenario 2050 met hoge emissies en hoge adaptatie
Scenario 2050 met hoge emissies en geen adaptatie
Scenario 2050 met lage emissies en hoge adaptatie
Fig. 2.20 Voedselonzekerheid in het heden en de toekomst (scenario’s voor 2050) (bron: metoffice.gov.uk)
Legende

Door veranderingen in temperatuur en neerslag zullen ziektes die voorheen voornamelijk rond de evenaar voorkwamen, zoals malaria, dengue, cholera en het westnijlvirus, zich verder naar andere gebieden verspreiden.

Aziatische tijgermug gaat verder met de verspreiding in Europa

gevestigd recent waargenomen niet waargenomen geen data

8 Invloed van wolken op de temperatuur op aarde

De Aziatische tijgermug kan ziektes zoals dengue en zika verspreiden. Vroeger leefde deze mug enkel in ZuidoostAzië, maar vandaag komt ze ook voor in Europa. Door globalisering en klimaatverandering heeft de tijgermug zich de afgelopen decennia sterk verspreid. Daardoor vormt ze een groeiende bedreiging voor de volksgezondheid. Op de onderstaande kaart zie je dat de tijgermug de laatste jaren ook in België, Nederland, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland werd gespot (fig. 2.21). Dat betekent dat de mug zich ook in deze landen kan vestigen.

Proefversie©VANIN

Wolken spelen een belangrijke rol in de klimaatverandering. Wolken hebben namelijk een dubbele werking in het reguleren van de temperatuur op aarde. Aan de ene kant kunnen ze de temperatuur verlagen doordat de waterdruppels en/of ijskristallen waaruit wolken zijn opgebouwd de zonnestralen reflecteren. Dit fenomeen doet zich vooral voor bij lage wolken (albedo-effect). Aan de andere kant kunnen wolken de temperatuur op aarde verhogen, omdat ze als een deken de warmtestralen kunnen vasthouden. Denk bijvoorbeeld aan bewolkte nachten die warmer zijn dan heldere nachten. Dit fenomeen vinden we vooral terug bij hoge wolken.

Op dit moment overheerst het koelende effect van wolken. Maar naarmate het klimaat verder opwarmt, verwachten wetenschappers dat het aantal lage, koelende wolken zal afnemen. Wat dat precies betekent voor de toekomst van ons klimaat, wordt nog volop onderzocht met behulp van aardobservatiesatellieten.

Fig. 2.21 Verspreiding van de tijgermug (2024)
warmte
Fig. 2.22 Invloed van wolken

3 A AN DE SLAG

1 Landijs en zee-ijs op aarde

Welke processen dragen bij tot de stijging van de zeespiegel? Ga op onderzoek. De klas wordt in twee verdeeld. Elk deel van de klas voert een ander experiment uit om te achterhalen waardoor de zeespiegel stijgt. Ga bij elkaar kijken wat de conclusie van het experiment is.

EXPERIMENT 1

1 Benodigdheden

- 2 bakjes

- water

- 10 ijsblokjes

- een stift

- 2 dikke stenen

2 Werkwijze

Bakje 1: landijs

- Plaats de steen in het bakje.

- Leg 5 ijsblokjes op de steen.

- Vul het bakje deels met water. Zorg ervoor dat een deel van de steen onder water ligt, de ijsblokjes mogen niet onder water liggen.

-Duid aan tot waar het water komt.

Bakje 2: zee-ijs

- Plaats de steen in het bakje.

- Vul het bakje deels met water. Zorg ervoor dat een deel van de steen onder water ligt.

- Leg 5 ijsblokjes in het water.

- Duid aan tot waar het water komt.

Laat de ijsblokjes smelten en vergelijk voor elk bakje het waterniveau na én voor het smelten.

EXPERIMENT 2

Proefversie©VANIN

3 Waarneming

1 Benodigdheden

-een glazen fles met een stop die je makkelijk kunt doorboren

-bakje met kokend water

-kleurstof

-een rietje

2 Werkwijze

-Maak een gat in de stop, steek het rietje erdoor en dicht de opening tussen de rand van de stop en het rietje.

- Vul de fles tot aan de rand met gekleurd water.

- Draai de stop met het rietje op de fles.

- Duid het niveau van het water in het rietje precies aan.

- Laat water koken.

- Giet het warm water in een bakje.

- Plaats de fles in het bakje met warm water.

- Wacht enkele minuten zodat de inhoud van de fles kan opwarmen.

-Duid opnieuw het niveau van het water in het rietje precies aan.

Vergelijk het waterniveau van het koude water met het waterniveau van het warmere water.

3 Waarneming

bakje 1: landijsbakje 2: zee-ijs
kokend water

2 Gevolgen van de zeespiegelstijging

Onderzoek de stijging van de zeespiegel met behulp van een GIS-viewer, die de toekomstige zeespiegelstijging voorspelt. De scenario’s zag je in ‘Op onderzoek’ (p. XX). Voer de opdrachten uit.

a Duid België en Kiribati aan op de referentiekaart van de wereld.

b Ga naar de tool van de NASA en zoek naar het effect van de zeespiegelstijging volgens het scenario zeer lage uitstoot (SSP1-1.9) en het scenario zeer hoge uitstoot (SSP5-8.5). Vul de tabel aan.

zeer lage uitstoot (2100)

Proefversie©VANIN

zeer hoge uitstoot (2100)

België (Oostende) 0,41 m m

Kiribati (Christmas Island II) m m

c Lees de tekst en bekijk het filmpje over Kiribati via de link. Hoe proberen de bewoners van Kiribati zich aan te passen aan veranderende klimaatomstandigheden? Markeer de juiste antwoorden.

Voor duizenden eilanden in de Stille Oceaan, waaronder Kiribati, is de stijging van de zeespiegel problematisch. Het paradijselijke Kiribati lijkt weggeplukt uit een idyllische postkaart. Het eiland ligt met zijn 33 koraaleilanden ergens in het zuiden van de Stille Oceaan, tussen Hawaï en Australië in. Kiribati komt steevast in het nieuws op 31 december want het is het eerste land dat Nieuwjaar viert. Maar veel reden tot feesten is er niet. In 2008 al vroeg de president internationale hulp om de inwoners te evacueren voor Kiribati helemaal verdwenen is. Hij noemde toen zijn volk van 100 000 mensen ‘verloren’.

Bron: VRT NWS, 10/08/2021

- Ze gaan meer landinwaarts wonen.

- Ze bouwen huizen hoger om overstromingen te vermijden.

- Ze leggen watervoorraden aan en zorgen voor voedselzekerheid.

- Ze installeren regentonnen om regenwater op te vangen.

- Ze ontwikkelen waarschuwingssystemen voor extreme weersomstandigheden.

- Ze creëren wetlands om water op te vangen.

- Ze planten mangroves tegen kusterosie.

d Ga naar de tool van Climate Central en kies de map ‘Water level’. Pas de zeespiegelstijging aan volgens het scenario zeer hoge uitstoot (SSP5-8.5). Wat stel je vast?

scenario zeer hoge uitstoot (2100)

België Bij een stijging van meter zal volledige kust onder water lopen tot Brugge / Gent / Brussel

Kiribati Bij een stijging van

meter zullen sommige / alle eilanden verdwijnen.

3 Extreem weer en klimaatverandering

Bekijk het videofragment aandachtig. Gebruik ook wat je in ‘Op onderzoek’ leerde over klimaatverandering.

a Welke gevolgen van de klimaatverandering worden in het fragment genoemd? Duid aan.

 meer hittegolven in de zomer

 verlies aan biodiversiteit

 toename van tropische ziektes

 meer tropische stormen

 meer plastic in de oceaan

 smelten van permafrost

 overstromingen door extreme neerslag

 luchtvervuiling door verkeer

 langere periodes van droogte

b Welke gevolgen van klimaatverandering komen niet voor in het fragment, maar kun je ook linken aan klimaatverandering? Noteer.

verlies aan biodiversiteit, toename van tropische ziektes, smelten van permafrost

4 Extreem weer in België

De opwarming beperkt houden tot 1,5 °C wordt stilaan onbereikbaar. Een optimistisch maar wel nog haalbaar doel is de opwarming onder de 2 °C houden. Wat zijn de gevolgen voor België?

Proefversie©VANIN

(°C)

afwijking

Jaarlijkse gemiddelde temperatuur in Brussel, Ukkel (1833-2021) (bron: meteo.be)

a Beschrijf de evolutie van de temperatuur in Ukkel vanaf 1900.

De temperatuur is sinds 1900 met meer dan 2 °C gestegen.

b Waarom ligt de gemiddelde opwarming van de aarde (+ 1,3 °C) lager dan die in België? Bekijk de uitleg van een klimaatwetenschapper bij het KMI via de hyperlink.

De oceanen slaan meer dan 90 % van de extra warmte op door de uitstoot van broeikasgassen: zij hebben dus een bufferende werking.

Op het land zijn de effecten van de opwarming nu al een pak groter.

5 Voedselonzekerheid

Onderzoek de impact van de klimaatverandering op het zuiden van Madagaskar. a Ga in je atlas op zoek naar een vegetatiekaart van Afrika.

-Duid Madagaskar aan op de referentiekaart van de wereld achteraan in je leerwerkboek.

-Duid in de tabel aan welke vegetatietypes er voorkomen.

-Leg het verband met de neerslag. Gebruik daarvoor de klimatogrammen. Houd er rekening mee dat Madagaskar op het zuidelijk halfrond ligt en dat het daar in januari dus zomer is.

Ampangorina

Proefversie©VANIN

Antananarivo

Kaart en klimatogrammen Madagaskar

vegetatietype

westen  open savanne

 tropisch regenwoud

 (sub)tropische savanne

oosten  open savanne

 tropisch regenwoud

 (sub)tropische savanne

zuiden  open savanne

 tropisch regenwoud

 (sub)tropische savanne

neerslag

(hoeveelheid en spreiding doorheen het jaar)

 veel neerslag in de zomer

 veel neerslag in de winter

 veel neerslag het hele jaar door

 weinig neerslag (enkel in zomer)

 veel neerslag in de zomer

 veel neerslag in de winter

 veel neerslag het hele jaar door

 weinig neerslag (enkel in zomer)

 veel neerslag in de zomer

 veel neerslag in de winter

 veel neerslag het hele jaar door

 weinig neerslag (enkel in zomer)

b Bekijk de kaarten van het zuiden van Madagaskar en de grafiek. Welk verband zie je? Markeer wat juist is.

-Er is meer / minder droogte.

-Hierdoor is er meer / minder voedselonzekerheid.

Voedselonzekerheid in Madagaskar (situatie lente en zomer 2024)

Mate van voedselonzekerheid problematisch crisis

beheersbaar

Diana Sava

Proefversie©VANIN

Toliara II

BetiokyAtsimo

Ampaihy Ouest

Betroka

Bekily

AmboasarySud AmbovombeAndroy Tôlañaro

Beloha Tsihombe

Verschil in neerslag (mm) tijdens het neerslagseizoen (2024-2025)

< –300 –300 –200 –200 –100 –100 –50 –50 –25

Dagelijkse hoeveelheid calorieën in Madagaskar (1964-2022)

TELE4_LWB_D_T2_H4_kaart_voedselonzekerheid_madagaskar.ai

Betsiboka

Analanjirofo Melaky

Alaotra Mangoro

Analamanga

Antananarivo Bongolava Itasy

Vakinankaratra

Menabe

Amoron ‘I Mania

Haute Matsiatra

Ihorombe

Atsimo Andrefana

Anosy Androy

Atsinanana

Vatovavy Fitovinany

Atsimo Atsinanana

1964197019801990200020102022 jaar

TELE4_LWB_D_T2_H4_grafiek_dagelijkse_calorieën_madagaskar.ai

c Bekijk het filmpje via de link en voer de opdrachten uit.

-Hoe komen de meeste mensen in Madagaskar aan voedsel?

TELE4_LWB_D_T1_H4_spreiding_malaria_2050.ai

Ze eten wat ze zelf oogsten (zelfvoorzienende landbouw).

-Wat zijn de gevolgen van de droogte voor de inwoners van Madagaskar?

De akkers kunnen niet meer gebruikt worden.

-Waarom vraagt de president van Madagaskar hulp?

De bewoners hebben weinig bijgedragen aan de klimaatverandering, maar dragen er wel de gevolgen van.

Toliara II

BetiokyAtsimo

Ampaihy Ouest

Betroka

Bekily

AmboasarySud AmbovombeAndroy Tôlañaro

Beloha Tsihombe

Verschil in neerslag (mm) tijdens het neerslagseizoen (2024-2025)

6 Tropische ziektes

Wat is het effect van de klimaatverandering op tropische ziektes? Onderzoek de verspreiding van de tijgermug als gevolg van de klimaatverandering.

a Bekijk het filmpje over de tijgermug via de link en beantwoord de vragen.

-Waar komt de tijgermug oorspronkelijk vandaan?

-Hoe is deze mug in Europa terechtgekomen? Duid aan.

vliegverkeer – bamboe – autobanden – handel in dieren – kleding – scheepvaart

-Welke ziektes verspreidt de tijgermug? Duid aan. dengue – malaria – ebola – hepatitis – zika

b Lees de infotekst over de tijgermug en bekijk de kaarten. Onderzoek wat het verband is tussen de tijgermug en de klimaatverandering. Markeer wat juist is in de zinnen onderaan de pagina.

De tijgermug is een invasieve exoot die zich steeds vaker in Europa vestigt. Ze gedijt goed bij zomertemperaturen tussen 20 en 25 °C. In gunstige klimaatomstandigheden kan ze zich snel voortplanten. De soort kan overwinteren, maar dat lukt alleen als de temperaturen boven de 3 °C blijven. Daardoor breidt haar verspreidingsgebied zich uit in regio’s met milde winters. De tijgermug is vooral actief overdag.

Hoger risico voor besmettelijke ziektes

Proefversie©VANIN

geen databuiten dekking

Voorspelde geschiktheid voor de tijgermug volgens het scenario met zeer hoge uitstoot (bron: EEA, Europees Milieuagentschap)

- Tijgermuggen kunnen door de verandering van het klimaat slechter / beter gedijen in Europa.

- Aanvankelijk was dat vooral in vochtige regio’s in het noorden / zuiden van Europa.

- In de toekomst zal de mug zich minder / beter thuis voelen in België en Nederland.

7 Wolkenvorming

Vul volgens het stappenplan het causaal diagram over wolkenvorming aan

Stappenplan

-Zet bij de pijlen een + bij een versterkende relatie (de variabelen bewegen in dezelfde richting) en een – bij een verzwakkende relatie (de variabelen bewegen in tegengestelde richting).

-Overtrek de terugkoppeling met fluo.

Proefversie©VANIN

temperatuur

verdamping

vasthouden van warmte

weerkaatsen van zonlicht

Dit is een voorbeeld van een negatieve / positieve terugkoppeling.

8 Verschuiving van klimaatzones

waterdamp = broeikasgas (condensatie) wolkenvorming

Hoe verschuiven de klimaatzones en wat zijn de gevolgen voor de mens? Vul volgens het stappenplan het causaal diagram in over de toename van vegetatie.

Stappenplan

-Zet bij de pijlen een + bij een versterkende relatie (de variabelen bewegen in dezelfde richting) en een – bij een verzwakkende relatie (de variabelen bewegen in tegengestelde richting).

-Overtrek de terugkoppeling met fluo.

CO2 in atmosfeer fotosynthese

temperatuur CO2-opname door planten

Dit is een voorbeeld van een negatieve / positieve terugkoppeling.

4 TEST JEZELF

 1 Oorzaken en gevolgen van zeespiegelstijging

 2 Verschuiving van klimaat- en plantenzones

 3 Extreem weer en klimaatverandering

 4 Klimaat: oorzaak of gevolg?

SYNTHESE

STIJGING VAN DE ZEESPIEGEL

smelten van landijs

EFFECT OP VEGETATIE

STIJGING VAN DE TEMPERATUUR

thermische expansie droogte

EXTREEM WEER

Proefversie©VANIN

VERSCHUIVING VAN TROPISCHE ZIEKTES

meer vegetatie

verschuiving van vegetatiezones

ontdooien van permafrost

hittegolven

overstromingen

bosbranden

KAN ANDERS!

Proefversie©VANIN

KERNVRAAG

HOE PAKKEN WE DE KLIMAATVERANDERING AAN?

1 CHECK-IN

Om te verhinderen dat onze aarde door de klimaatverandering verder schade oploopt, moeten we de overgang maken naar een duurzame wereld met veel minder CO2-uitstoot. Dat noemen we ook wel de groene transitie

In dit hoofdstuk ontdek je hoe dat precies gebeurt en hoe jij daaraan kunt bijdragen. Want door te tonen wat er al goed loopt, raken we sneller in beweging. Zo maken we samen het leefmilieu gezonder en het leven aangenamer voor iedereen. Wil je weten welke keuzes écht impact hebben? Ga naar iDiddit en ontdek wat je CO2-voetafdruk of koolstofvoetafdruk verkleint.

2 OP ONDERZOEK

1 A ANPASSING naar niet-fossiele energiebronnen

We weten inmiddels dat ongeveer driekwart van de wereldwijde broeikasgasuitstoot voortkomt uit ons energieverbruik in de industrie, het transport, huishoudens en commerciële gebouwen (fig. 2.4). Die energie is essentieel om een comfortabel en gezond leven te leiden. Toch is het duidelijk: als we onze uitstoot willen beperken, moeten we ons energiesysteem ingrijpend hervormen – niet om in te leveren op levenskwaliteit, maar net om die te verbeteren. De overstap naar koolstofarme energiebronnen is daarbij cruciaal. Denk aan hernieuwbare bronnen zoals wind- en zonne-energie (fig. 2.23). Maar ook kernenergie als koolstofarme energiebron speelt een rol, omdat die ons helpt om minder afhankelijk te worden van fossiele brandstoffen.

Fig. 2.23 Windturbines en zonnepanelen bij de kruising van de IJssel en het Twentekanaal (Nederland)

De afgelopen jaren zijn windenergie en vooral zonne-energie wereldwijd sterk gegroeid (fig. 2.24). Dankzij de dalende kosten is zonneenergie uitgegroeid tot een betaalbare vorm van elektriciteitsproductie. Volgens het Internationaal Energieagentschap (IEA) is het momenteel zelfs de goedkoopste bron van elektriciteit ter wereld.

Proefversie©VANIN

De enorme productie in China heeft de prijs van zonnepanelen sterk doen dalen, terwijl technologische vooruitgang zorgt voor een hogere efficiëntie en opbrengst. Zonne-energie zal ook in de toekomst een sleutelrol spelen in de overgang naar duurzame energiebronnen. Windenergie groeit mee, maar in een iets trager tempo. De installatie van windturbines is complexer dan die van zonnepanelen, vooral in dichtbevolkte regio’s. Windparken op zee bieden een oplossing, maar brengen hoge kosten en technische uitdagingen met zich mee. Toch blijft ook windenergie belangrijk in de overgang naar hernieuwbare energie voor een duurzame wereld.

3 Onze koolstofvoetafdruk verkleinen

2.24 Wereldwijd geïnstalleerde capaciteit in gigawatt (GW) voor hernieuwbare energie (per technologie) (bron data: ourworldindata.org)

Niet alleen technologische veranderingen in ons energiesysteem, maar ook ons gedrag kan de CO2-uitstoot aanzienlijk verminderen. Daarom is het belangrijk te weten welke gedragskeuzes écht impact hebben en het meest doeltreffend zijn om onze CO2-voetafdruk te verkleinen.

2.25 Besparing van broeikasgasemissies (in ton CO2 per jaar) per actie of keuze (bron: Institute of Physics)

Uit figuur 2.25 blijkt dat we ons bij klimaatverandering vaak richten op minder doeltreffende acties zoals recyclage of het gebruik van spaarlampen. Die hebben slechts een beperkte impact op onze koolstofvoetafdruk. Wat écht een groot verschil maakt? Meer plantaardig eten, minder vliegen of overstappen op een elektrische auto. Toch zijn we ons daar verrassend genoeg weinig van bewust. Wat we denken dat effectief is, blijkt dat vaak niet te zijn. Maatregelen zoals een vliegreis overslaan of minder vlees eten worden nog te vaak over het hoofd gezien.

Merk op dat geen auto hebben de grootste impact heeft op je koolstofvoetafdruk. Heb je af en toe een wagen nodig, dan kan een deelauto een goed compromis zijn. Niet alleen autoloos leven, maar ook consuminderen of minder consumeren helpt om de uitstoot van broeikasgassen te beperken. Ook het verbeteren van de energie-efficiëntie, bijvoorbeeld door gebouwen goed te isoleren, is belangrijk om de CO2-uitstoot te verminderen. Dit valt echter minder direct onder de persoonlijke keuzes die we op korte termijn kunnen maken.

Fig.
Fig.

Meer plantaardig eten

Voeding is verantwoordelijk voor ongeveer een vijfde van de totale broeikasgasemissies in de wereld. De onderstaande grafiek (fig. 2.26) toont aan dat dierlijk voedsel een veel grotere uitstoot veroorzaakt dan plantaardig voedsel. Opvallend is ook de duidelijke rangorde binnen dierlijke producten: rundsvlees veroorzaakt de meeste uitstoot, gevolgd door lamsvlees, varkensvlees en kip. Plantaardig voedsel, zoals granen, peulvruchten en noten, heeft daarentegen een lage klimaatimpact. Wie zijn koolstofvoetafdruk wil verkleinen, kiest dus best voor een plantaardiger eetpatroon. En als er toch vlees op het menu staat, is kip een klimaatvriendelijkere keuze.

Proefversie©VANIN

varkensvlees12,31 kg

kip9,87 kg

eieren4,67 kg

rijst4,45 kg

tarwe1,57 kg

peulvruchten0,98 kg

aardappelen0,46 kg

noten0,43 kg

10 0 20304050 emissies in kg CO2

Fig. 2.26 Gemiddelde broeikasgasuitstoot per kg voedsel (bron data: Poore and Nemecek; ourworldindata.org)

5 Duurza am vervoer

Ongeveer een zesde van de wereldwijde broeikasgasuitstoot is afkomstig van vervoer. Onze keuzes voor dagelijkse verplaatsingen en vakanties maken wel degelijk een verschil voor het klimaat. Kunnen elektrische wagens een oplossing bieden om de broeikasgasemissies in het wegverkeer terug te dringen?

benzine-auto elektrische auto

8 jaar10 jaar12 jaar

Fig. 2.27 Vergelijking CO2-uitstoot benzineauto versus elektrische auto (op basis van 12 000 km rijden per jaar) (bron data: milieucentraal.nl)

Bij een vergelijking tussen een benzineauto en een elektrische auto moeten we rekening houden met de volledige levenscyclus van beide wagens. De productie van een elektrische auto veroorzaakt aanvankelijk meer uitstoot, vooral door de energie-intensieve productie van de batterij. Toch blijkt dat de totale uitstoot van een elektrische auto al na twee jaar lager ligt dan die van een benzineauto (fig. 2.27). Elektrische auto’s veroorzaken tijdens het rijden nauwelijks directe uitstoot, terwijl benzineauto’s dat wel doen door verbranding van fossiele brandstoffen.

De overstap naar elektrisch rijden biedt dus aanzienlijke klimaatvoordelen. Tegelijk is het belangrijk om de productie van groene stroom te stimuleren, zodat ook de elektriciteit – waarmee elektrische auto’s opladen –duurzaam is. Zo kunnen we de totale uitstoot in het verkeer verder terugdringen.

Proefversie©VANIN

Bouwmaterialen

Op veel plaatsen in de wereld neemt de verstedelijking toe, wat leidt tot een grote vraag naar bouwmaterialen zoals cement en staal. De cement- en staalindustrie zijn grote uitstoters van broeikasgassen. Daarom is het belangrijk om oude gebouwen zoveel mogelijk te renoveren in plaats van ze te slopen. Zo beperken we de nood aan nieuwe materialen en de bijbehorende uitstoot.

Dit principe past binnen een circulaire economie, waarbij we materialen en grondstoffen maximaal hergebruiken. Een concreet voorbeeld daarvan is urban mining of stedelijke mijnbouw. In plaats van grondstoffen uit de bodem te halen, recupereren we ze uit oude gebouwen, elektrotoestellen, smartphones en andere afgedankte producten (fig. 2.28).

Fig. 2.28 Urban mining

1 De klimaatimpact van rundsvlees

Bekijk een fragment uit een wetenschappelijk debat over onze toekomst in een wereld met klimaatverandering. Beantwoord daarna de vragen door aan te vullen of te markeren.

a Runderen stoten broeikasgassen uit. Hoe doen ze dat?

Proefversie©VANIN

Herkauwers zoals koeien en schapen produceren als ze voedsel verteren. Daarnaast komen uit hun mest grote hoeveelheden vrij.

methaan lachgas

b Wat is het verband tussen onze rundveeconsumptie en ontbossing?

Voor de productie van rundvlees is weinig / veel landbouwgrond nodig. Hierdoor kunnen ze en kan er gemaakt worden.

grazen veevoeder

c Hoe kan minder (rund)veeteelt bijdragen aan meer biodiversiteit?

Als er minder (rund)veeteelt is, komt er minder / meer landbouwgrond vrij. Wanneer die grond wordt omgevormd tot , kunnen er meer planten- en diersoorten leven.

natuurgebied

d ‘Rewilding’ betekent dat de natuur haar gang mag gaan, bv. door wilde dieren te laten leven in een bepaald gebied of een rivier meer ruimte geven. Hoe kan ‘rewilding’ het klimaat helpen?

Als er meer planten zijn, wordt er minder / meer koolstofdioxide opgenomen uit de lucht waardoor de temperatuur minder snel / sneller stijgt.

e Vul aan.

Als de rundveestapel daalt, dan dalen / stijgen de broeikasgassen. Hierdoor krijg je een daling / stijging van de temperatuur. Als de biodiversiteit daalt, dan daalt / stijgt de temperatuur.

2 Duurzaam op reis

Plan een reis binnen Europa, bijvoorbeeld naar Barcelona, vanuit een stad in jouw buurt (bv. Brussel, Antwerpen, Gent …). Bereken de CO₂-uitstoot en de kosten van de reis voor de volgende vervoermiddelen in het hoogseizoen. Ga naar het onlinelesmateriaal en maak de vergelijking voor een enkele reis.

Te vergelijken vervoermiddelen:

-benzineauto (medium model)

-elektrische auto (medium model; houd rekening met laadkosten en extra reistijd)

-trein

-vliegtuig (met Brussels Airlines, in economy, met handbagage en ruimbagage)

Vermeld per vervoermiddel:

-de CO2-uitstoot in kg (per persoon)

-de geschatte kostprijs in € (brandstof, tickets, tol …)

-de reistijd (in uur)

a Vul je resultaten in de tabel in.

Vertrekstad

Bestemming

Totale afstand (in vogelvucht, km)

vervoermiddel CO2-uitstoot (in kg/persoon) kostprijs (in €) reistijd (in uur)

benzineauto elektrische auto trein

vliegtuig

b Beantwoord de volgende vragen op basis van de ingevulde tabel.

- Welk vervoermiddel is het goedkoopst?

- Welk vervoermiddel is het duurzaamst (laagste CO2-uitstoot)?

- Hoe komt de elektrische auto uit de vergelijking? (voordelen / nadelen)

Proefversie©VANIN

- Welk vervoermiddel zou jij kiezen? Motiveer kort.

c Hoe kunnen overheden duurzaam vervoer aantrekkelijker maken? Geef twee voorbeelden.

3 Stenen die CO2 eten

Onderzoek of geo-engineering ons kan redden. Lees eerst onderstaande infotekst en beantwoord daarna de vragen.

Geo-engineering is het grootschalig en doelbewust ingrijpen in het klimaatsysteem om de door de mens veroorzaakte klimaatverandering tegen te gaan.

Er bestaan twee soorten technieken:

• zonlichtwerende technieken (Solar Radiation Management of SRM)

• afvang en opslag van koolstof (Carbon Dioxide Removal of CDR)

SRM-technieken zorgen ervoor dat een deel van het zonlicht wordt tegengehouden of afgezwakt.

Daardoor daalt de temperatuur op korte termijn

CDR-technieken halen CO₂ uit de atmosfeer en slaan die op in de zee of op het land. Deze technieken hebben vooral effect op langere termijn

a Omcirkel op de onderstaande figuur de zonlichtwerende technieken in het groen en de afvang en opslag van koolstof in het rood.

ruimtespiegels

Proefversie©VANIN

injectie van reflecterende aerosolen

grootschalige aanplanting van nieuw bos reflecterende folie in woestijnen

cultiveren van algengroei

verbetering van watertransport tussen de hogere en diepere lagen in de oceaan

CO2-injectie in oceanen

Technieken geo-engineering

CO 2 uit de lucht filteren met kunstbomen (carbon scrubbers)

CO 2 ondergronds opslaan

verkolen van plantaardig materiaal en begraven van het restproduct (biochar)

bleken en/of creëren van laaghangende bewolking boven zee

b Wetenschappers zijn erin geslaagd om een bouwmateriaal te ontwikkelen dat CO2 opslaat én even stevig is als cement. Dit materiaal heet Carbstone en is een goed voorbeeld van geo-engineering. Bekijk de picto’s en infoteksten. Leg in eigen woorden de betekenis uit.

CO2-negatief

Bij de productie van Carbstone wordt er meer CO2 opgenomen dan uitgestoten. Bovendien halen de blokken ook achteraf nog CO2 uit de lucht, die ze voorgoed vasthouden.

Bij de productie wordt er meer CO2 opgenomen dan uitgestoten.

CO2-negatief

In vergelijking met drie weken uitharding voor traditionele, cementhoudende bouwblokken.

De blokken harden uit in 24 uur. Dat is veel sneller dan bij traditioneel cement.

Cradle-to-cradle

Proefversie©VANIN

4 TEST JEZELF

 1 Overstap naar niet-fossiele energiebronnen

 2 Onze impact op het klimaat verkleinen

In het productieproces worden gevaloriseerde slakken omgezet in werkbaar materiaal. Dit maakt Carbstone-bouwblokken 100 % recycleerbaar.

Afvalstoffen worden gebruikt als grondstof in plaats van nieuwe grondstoffen.

Cradle-to-cradle

Wanneer de blokken na de sloop worden vermalen, blijft er enkel zand en grind over.

Na afbraak kan het materiaal volledig worden gerecycleerd.

SYNTHESE

WAAR KOMT ONZE BROEIKASGASUITSTOOT VANDAAN?

landenbosbouw

landbouw en energievisserij1,7% in chemischeenpetrochemische industrie3,6%

veestapel en mest 5,8 %

ijzer en staal7,2% brandstofverbranding7,8% overige vanenergieproductie5,8% vluchtigeemissies

industrie 5,2 % afval3,2% land- en bosbouw 18,4 %

cement 3 % chemicaliën 2,2 % stortplaatsenafvalwater1,3%1,9% grasland0,1% akkerland1,4% ontbossing2,2% afbrandennaoogst3,5%rijstteelt1,3%landbouwgronden4,1% voedings-entabaksindustrie1% papier-enpulp industrie0,6%machine-industrie0,5% scheepvaartluchtvaart1,9% 1,7%pijplspoorwegen0,4% eidingen0,3% non-ferrometalen 0,7%

energieverbruikindeindustrie24 ,2 %

energie 73,2 %

energieverbruik in gebouwen17,5% vervoer 16, 2 %

commerciële gebouwen 6,6 %

residentiële gebouwen10,9% wegtransport 11, 9 % andereindustrieë n 10 ,6 %

energie(industrie, transport, gebouwen)

AANPAK KLIMAATVERANDERING DOOR ...

Proefversie©VANIN

Persoonlijke keuzes, zoals …

 hernieuwbare energiebronnen kiezen

bv. zonnepanelen of warmtepomp installeren

 zich duurzaam verplaatsen

bv. fiets, openbaar vervoer, elektrische voertuigen

 veranderingen in eetpatroon

bv. minder (runds)vlees en meer plantaardig eten

 consuminderen

bv. minder fast fashion of elektronisch afval

Maatschappelijke keuzes, zoals …

 meer bossen en natuurgebieden

bv. ‘rewilding’

 circulaire economie bevorderen

bv. tweedehands- en kringloopwinkels

 geo-engineering

bv. in de bouwsector: Carbstone

 investeren in duurzame energievormen

bv. windturbines bouwen

BEGRIPPENLIJST

EEN VERANDEREND KLIMAAT

hoofdstuk begrip definitie

2 de albedo geeft de mate aan waarin zonnestraling wordt teruggekaatst door een object; afhankelijk van het soort oppervlak op aarde

Proefversie©VANIN

2 antropogene bronnen bronnen van menselijke oorsprong; door de mens teweeggebracht

5 de circulaire economie economisch systeem met duurzaam gebruik van grondstoffen en materialen

5 consuminderen bewuster en minder consumeren

5 de CO2-voetafdruk de totale uitstoot van broeikasgassen (uitgedrukt in CO₂-equivalenten) door een persoon, huishouden, product of activiteit; ook koolstofvoetafdruk

4 de gletsjer een grote, langzaam bewegende ijsmassa die ontstaat door de opeenhoping en de verdichting van sneeuw op land

5 de groene transitie de overgang naar een samenleving die minder vervuilt en duurzaam omgaat met energie, grondstoffen en de natuur

4 de ijskap koepelvormige aaneengesloten ijsmassa op het land

3 het IPCC of Intergovernmental Panel on Climate Change; het klimaatpanel van de VN voorziet politieke leiders van wetenschappelijke data over klimaatverandering

1 het klimaat gemiddelde weerstoestand in een groot gebied over een lange periode bv. 30 jaar

3 klimaatconferentie internationale bijeenkomst van landen om de vooruitgang in de aanpak van klimaatverandering te beoordelen (bv. de uitstoot van broeikasgassen)

3 het klimaatmodel een vereenvoudigde, wiskundige voorstelling van de werkelijkheid; gebruikt om het klimaat te begrijpen, te simuleren en te voorspellen

4 het landijs een ijsmassa die zich op het land vormt door het ophopen van sneeuw gedurende meerdere honderdduizenden jaren; bv. gletsjers en ijskappen

4 de permafrost permanent bevroren bodem die min. twee opeenvolgende jaren bevroren (onder 0 °C) blijft; vooral in noordelijke gebieden en/of op grote hoogte

2 de terugkoppeling proces waarbij een verandering gevolgen heeft die het systeem beïnvloeden; remt ofwel de verandering af en stuurt terug naar een evenwicht (negatieve terugkoppeling) of versterkt de verandering en versnelt of versterkt een proces in dezelfde richting verder (positieve terugkoppeling)

4 thermische expansie het uitzetten of van vorm veranderen van materialen (bv. water) onder invloed van een stijging van de temperatuur

5 de groene transitie de overgang naar minder structurele vervuiling en de duurzamere omgang met energie en grondstoffen

5 urban mining het hergebruik van grondstoffen uit ‘stedelijke mijnen’ (stadsmijnbouw) zoals bv. waardevolle metalen uit afgedankte elektronica

3 de Verenigde Naties (VN) internationale organisatie van 193 landen; opgericht in 1945 om de politieke en economische samenwerking te versterken

2 het versterkt broeikaseffect versterking van het natuurlijke broeikaseffect door extra uitstoot van broeikasgassen door de mens, waardoor de aarde verder opwarmt

1 het weer toestand van de atmosfeer op een bepaald ogenblik en op een bepaalde plaats

4 het zee-ijs drijvende ijsmassa’s in de poolzeeën

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook