Skip to main content

TeleScoop 3D/A - Leerwerkboek (ed. 2026)

Page 1


tele 3

DUBBELE FINALITEIT

Ruben Foubert

Matthias Herreman

Eveline Smets

Chris Van Broeck

Annemie Van Cleemput

Ria Van Mol

Coördinatie: Annemie Van Cleemput

Dit leermiddel is onderdeel van de lesmethode TeleScoop van Uitgeverij VAN IN. Het is ontwikkeld met de intentie dat iedere leerling zich herkent en thuis voelt in beeld en tekst. Heb je op- of aanmerkingen, dan kun je contact opnemen met Uitgeverij VAN IN.

Fotokopieerapparaten zijn algemeen verspreid en vele mensen maken er haast onnadenkend gebruik van voor allerlei doeleinden. Jammer genoeg ontstaan boeken niet met hetzelfde gemak als kopieën. Boeken samenstellen kost veel inzet, tijd en geld. De vergoeding van de auteurs en van iedereen die bij het maken en verhandelen van boeken betrokken is, komt voort uit de verkoop van die boeken. In België beschermt de auteurswet de rechten van deze mensen.

Wanneer u van boeken of van gedeelten eruit zonder toestemming kopieën maakt, buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen, ontneemt u hen dus een stuk van die vergoeding. Daarom vragen auteurs en uitgevers u beschermde teksten niet zonder schriftelijke toestemming te kopiëren buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen. Verdere informatie over kopieerrechten en de wetgeving met betrekking tot reproductie vindt u op www.reprobel.be.

Ook voor het digitale lesmateriaal gelden deze voorwaarden. De licentie die toegang verleent tot dat materiaal is persoonlijk. Bij vermoeden van misbruik kan die gedeactiveerd worden.

Meer informatie over de gebruiksvoorwaarden leest u op www.ididdit.be.

© Uitgeverij VAN IN, Wommelgem, 2026. Alle rechten voorbehouden. Tekst- en datamining (TDM) niet toegestaan.

De uitgever heeft ernaar gestreefd de relevante auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Wie desondanks meent zekere rechten te kunnen doen gelden, wordt verzocht zich tot de uitgever te wenden.

Credits foto’s en figuren

p. 44 treinstation Brugge © Shutterstock.com / Dado Photos p. 64 gezinsplanning in China © World of Stamps / Shutterstock.com, p. 70 geboortebeleid in India © Boris 15 / Shutterstock.com, p. 71 senioren Azië © Boris 15 / Shutterstock.com, eenkindbeleid in China © Tony V3112 / Shutterstock.com, jeugd in Niger © Barktumler / Shutterstock.com, p. 94 ploegen Marokko © Shutterstock.com / Sun_Shine p. 98 melkkoeien bedrijven © Agentschap Landbouw en Zeevisserij op basis van Statbel (Algemene Directie StatistiekStatistics Belgium), p. 107 teeltvrije strook © Vlaamse Landmaatschappij, p. 111 zuurstofarme zones © VRT / Breitburg, D., M. Gregoire, K. Isensee (eds.), CC BY-SA 3.0, p. 116 PAKT Antwerpen © Maxim Hectors / Shutterstock.com, p. 125 metalen in mobiele telefoons © Volkskrant, p. 126 herkomst kritieke grondstoffen © Benjamin Sprecher, Leiden-Delft-Erasmus Universities, p. 127 Samsung Noida © A4ASHISHMISHRA / Shutterstock.com, p. 132 Volvo EX30 © Veyron Photo / Shutterstock.com, p. 137 ArcelorMittal Gent © Make more Aerials / Shutterstock.com, p. 138 kledingfabriek Java © RWicaksono / Shutterstock.com, jeansfabriek Lesotho © Lesotho-based MNN Centre for Investigative Journalism, supported by the Pulitzer Center, p. 143 mijn Kolwezi © Jean-Mobert Senga voor Amnesty International, p. 150 vergroeningsproject ArceloMittal © Belgaimage

Credits video’s

p. 116 nitraat in grondwater © Vlaamse Milieumaatschappij, p. 128 druppelirrigatie Kruisem © Agentschap Landbouw en Zeevisserij, p. 145 lithiumwinning Chili © VRT, p. 156 Wat is waterstof? © WaterstofNet.eu, p. 157 groen staal © Fix Media

Eerste druk 2026

ISBN 978-94-647-0835-6

D/2026/0078/26

Art. 608598/01

NUR 126/128

Coverontwerp: Banananas Ontwerp binnenwerk: Banananas, B.AD Figuren en grafieken: Geert Verlinde

Illustraties: Goed Blauw Opmaak: Barbara Vermeersch

Inhoud

Referentiekaart België

Referentiekaart Europa

Referentiekaart wereld

WERKEN MET TELESCOOP 3

TeleScoop bestaat uit een leerwerkboek en digitaal materiaal dat je op iDiddit terugvindt.

Dit overzicht geeft je inzicht in welke onderdelen je waar kunt vinden.

TeleScoop bestaat uit vijf thema’s. Elk thema herken je aan de specifieke themakleur. Een thema start met een themapagina en een overzicht van de verschillende hoofdstukken.

Elk hoofdstuk is op dezelfde manier opgebouwd. We starten met een cartoon en een kernvraag. Het antwoord op de vraag in de cartoon vind je op iDiddit aan het eind van het hoofdstuk.

Vervolgens ga je in ieder hoofdstuk in vier fases aan de slag met de leerinhouden:

1 CHECK-IN

2 OP ONDERZOEK

3 AAN DE SLAG

4 TEST JEZELF

Op iDiddit vind je alle informatie die ook in je boek terug te vinden is. Dat wil zeggen dat alle teksten, illustraties en opdrachten op papier ook digitaal aangeboden worden. De CHECK-IN en TEST JEZELF vind je uitsluitend online. Je kunt dus kiezen hoe je met TeleScoop aan de slag wilt gaan.

Op iDiddit vind je per thema ook:

- begrippenlijsten

- checklists met lesdoelen

- kennisclips bij vaardigheden

- interactieve ontdekplaten

- terreinfiches

- uitbreiding: Mag het iets meer zijn?

Wie wil, kan op iDiddit ook eigen notities bijhouden.

DE AARDE IS EEN

SYSTEEM

KERNVRAAG

In OP ONDERZOEK krijg je alle leerstof overzichtelijk aangeboden. Doorheen het thema staan belangrijke nieuwe begrippen vet gedrukt. In het leerwerkboek én op iDiddit vind je de verklaring in een begrippenlijst.

De eerste fase CHECK-IN activeert je voorkennis als start van het hoofdstuk.

Deze opdracht vind je alleen op iDiddit terug.

3 Sferen beïnvloeden elkaar

Bekijk de kennisclip over hoe de sferen elkaar beïnvloeden. Er vinden heel wat processen plaats tussen de sferen. Die noemen we interacties of wisselwerkingen Bijvoorbeeld:

- De bodem levert voedsel aan planten (fig. 2.4).

- De rivier spoelt zand weg (fig. 2.5). - Wind zorgt voor golven in de zee (fig. 2.6).

Bomen geven zuurstof aan de lucht (fig. 2.7).

Op iDiddit is het lesmateriaal bovendien verrijkt met interessante filmpjes en hyperlinks. In elk thema vind je extra materiaal via ‘Interessant om weten’ of ‘Mag het iets meer zijn’? (enkel op iDiddit). Dit is uitbreiding bovenop de basisleerstof.

Beantwoord de vragen.

a Hoeveel mensen vertegenwoordigt één geel of rood bolletje?

b Welke drie regio’s waren het dichtst bevolkt bij het begin van onze jaartelling (YEAR 1)?

In de derde fase ga je begeleid zelfstandig AAN DE SLAG met de nieuwe leerinhouden. Je kunt de oefeningen op papier of digitaal maken.

c Waarom waren die regio’s dichtbevolkt volgens jou? Duid de mogelijke redenen aan.

 gematigd klimaat

 voldoende autosnelwegen

 vruchtbare bodem  tewerkstelling in de industrie

 laaggelegen gebieden  beschikbaarheid van water  energie-infrastructuur (elektriciteit, aardgas)

 transport- en handelsmogelijkheden

c Noteer zelf een voorbeeld bij de volgende interacties of wisselwerkingen.

Heb je extra tijd, dan kun je hiermee aan de slag.

Bomen verdampen water via de huidmondjes in hun bladeren. Planten geven zuurstof af aan de atmosfeer. Plantenresten vormen humus die de bodem verrijkt.

4 Natuur en mens veranderen het aardse systeem Natuurlijke processen zoals vulkaanuitbarstingen, aardbevingen, erosie en klimaatveranderingen hebben een grote invloed op de vier sferen. Zo kunnen ze landschappen opbouwen en weer afbreken. De mens, die deel uitmaakt van de biosfeer, gebruikt alle sferen voor grondstoffen, voedsel, water en lucht. Deze activiteiten veroorzaken problemen. Door mijnbouw vervuilen we de bodem, het water en de lucht (fig. 2.8). Ontbossing kan dan weer leiden tot woestijnvorming en dat wijzigt het klimaat.

7 Syntheseoefening

Vul het schema over het systeem aarde en de vier sferen aan.

een

Interessant om weten

Vorig jaar leerde je al dat ontbossing en klimaatverandering het Amazonewoud bedreigen. Door de kap van bomen en de opwarming van de aarde wordt het regenwoud droger en warmer. Hierdoor kan het veranderen in een soort savanne of zelfs een woestijn. Een slechte zaak, want een regenwoud neemt veel CO2 op. Als er meer CO2 vrijkomt, dan warmt de aarde verder op. Ontbossing leidt ook tot veranderingen in windpatronen

De aarde is een gesloten systeem.

een geheel van onderdelen die elkaar beïnvloeden

het systeem aarde = elk levend wezen op onze planeet, alle micro-organismen, planten, dieren en mensen vaste, vloeibare en gasvormige vormen van water: neerslag, gletsjers, ijskappen … of dampkring –de gasvormige laag rond de aarde (lucht)

d Schuif het balkje verder tot het jaar 1800. Zijn de gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid gewijzigd?

Duid de juiste uitspraken aan.

 Het oosten van China is nog steeds dichtbevolkt.

 India is nog altijd heel dichtbevolkt.

 Aan de kusten van Australië wonen nu veel mensen.

 Het oosten van Noord-Amerika is nu dichtbevolkt.

 In Europa ligt het zwaartepunt nu noordelijker, namelijk in West-Europa.

e Hoe verloopt de groei in de 19de en de 20ste eeuw?

2 Groeiende problemen Hoe bedreigt de bevolkingsgroei onze planeet? Bekijk de tekeningen en noteer de bedreigingen

Soms is het handig om een grafiek, nieuwsartikel of videofragment online te bekijken. Zie je dit icoon, dan kun je op iDiddit het materiaal raadplegen. Indien dit op school toegestaan is, kun je de pagina ook scannen met de VAN IN Plus-app.

4

al het materiaal van de aardkorst, losse en vaste gesteentelagen, lava, de inwendige kern van de aarde

De vier sferen zijn met elkaar verbonden, ze beïnvloeden elkaar. Voorbeeld van wisselwerking tussen: geosfeer en atmosfeer: hydrosfeer en geosfeer: biosfeer en atmosfeer: biosfeer en hydrosfeer:

biosfeer hydrosfeer atmosfeer geosfeer Vulkanen stoten gassen uit. Water slijt rotsen af, door aardbevingen ontstaan tsunami’s. Dieren en mensen ademen lucht in. Bomen geven zuurstof af. Vissen leven in het water.

Bij de vierde fase TEST JEZELF vind je in je boek een overzicht van de oefeningen die op iDiddit te vinden zijn. Je kunt er individueel de leerstof van het hoofdstuk mee inoefenen.

De aarde is een systeem

 2 Sferen herkennen

 3 Sferen werken op elkaar in

 4 Wisselwerking tussen sferen

1 HET

Elk hoofdstuk eindigt met een gestructureerde synthese. Zo krijg je een handig overzicht van de belangrijkste leerinhouden per hoofdstuk.

Na ieder thema vind je een BEGRIPPENLIJST. Op iDiddit kun je de betekenis van de begrippen ook makkelijk raadplegen bij de lesblokken.

THE s E

Fig.
Interactie atmosfeer en hydrosfeer
Fig. 2.8 Vervuiling door
nikkelmijn in Mindanao (Filipijnen)

Het onlineleerplatform bij TeleScoop

Mijn lesmateriaal

Hier vind je alle inhouden uit het boek, maar ook meer, zoals checklists, ontdekplaten, filmpjes, extra oefeningen ...

Extra materiaal

Bij bepaalde stukken theorie of oefeningen kun je extra materiaal openen. Dat kan een videofragment zijn, een begrippenlijst, een extra bron of een leestekst. Dit materiaal helpt je om de leerstof onder de knie te krijgen.

Opdrachten

Hier kan de leerkracht opdrachten voor jou klaarzetten.

Resultaten

Wil je weten hoever je staat met oefeningen en opdrachten? Hier vind je een overzicht van je resultaten.

Notities

Maakte je aantekeningen bij een bepaalde inhoud? Via je notities kun je ze terug oproepen.

Meer weten?

Ga naar www.ididdit.be

Dit icoon geeft aan dat er aanvullend lesmateriaal of een didactische animatie op iDiddit staat.

Soms is het handig dat je extra lesinformatie of een videofragment zelf kunt bekijken of beluisteren op je smartphone. Als je dit icoon ziet, open dan de VAN IN Plus-app en scan de pagina.

Blik op de wereldkaart

WERELDKAART VERSUS WERELDBEELD

KERNVRAAG

HOE STELLEN WE DE WERELD

1 CHECK-IN

In de eerste graad maakte je al kennis met de wereldkaart. Je leerde over de sterrenkundige ligging en de ligging van continenten, werelddelen en oceanen. Je bestudeerde kaarten met klimaten, regenwouden, aardbevingen en vulkanen. Ook de namen van de breedtecirkels, lengtelijnen, halfronden en polen zijn je niet onbekend.

Maar ... wat als je de wereld op meer dan één manier kunt voorstellen? Wat als jouw beeld van de wereld niet helemaal overeenkomt met de werkelijkheid? Je ontdekt in deze les hoe de wereldkaart ons wereldbeeld vormt, en hoe we kritisch kunnen kijken naar de manier waarop onze aarde wordt weergegeven. Tijd voor een blikopener!

OP ONDERZOEK

1 Van bol naar plat vlak

Op iDiddit vind je een filmpje over de projectie van kaarten.

In je atlas staan veel verschillende wereldkaarten. Ook in je vaklokaal hangt een wereldkaart. Al deze kaarten verschillen qua grootte, vorm, voorstellingswijze, thema … Om kaarten goed te lezen, moeten we rekening houden met de problemen die gepaard gaan met de omzetting van een bol naar een plat vlak. Probeer maar eens om de schil van een sinaasappel of mandarijntje op een plat vlak te leggen en de oorspronkelijke vorm te behouden. Dat is onmogelijk.

Om de aarde of een deel ervan op kaarten voor te stellen, zijn een aantal kunstgrepen nodig. Kaartenmakers brengen de bol over op een vlak, of op een lichaam dat kan ‘opengelegd’ worden tot een plat vlak, zoals een cilinder of een kegel. Dat zijn kaartprojecties

In je atlas zie je enkele voorbeelden bij het thema ‘cartografie’ of bij het kaartblad ‘kaartprojecties’.

1.1 Kaartprojectie: van bol naar plat vlak

Fig.

2 Belangrijke vervormingen

Elke kaart heeft vervormingen, een volledig correcte kaart bestaat niet. Je kunt de vervormingen van elke kaart en elke kaartprojectie vergelijken met de enige juiste voorstelling, de wereldbol of globe.

Conforme cilindrische projectie van Mercator (hoekgetrouw)

Equidistante cilindrische afbeelding (afstandsgetrouw langs meridianen)

1.2 Twee cilinderprojecties

3 Centraal op de kaart

4 De kaart in je hoofd

De kaart in ons hoofd is onze mentale kaart Die krijgt geleidelijk aan vorm en is bepaald door persoonlijke ervaringen, zoals reizen, lessen op school, boeken die je las, informatie uit de media …

Politieke, culturele en maatschappelijke gebeurtenissen geven we zo een plaats op onze kaart. Geen enkele mentale kaart is juist of fout, want ieder van ons slaat andere feiten in het geheugen op.

De wereldkaarten in onze atlassen hebben vaak een constante: centraal op de kaart liggen Europa en Afrika met de nulmeridiaan. Op andere plaatsen in de wereld ligt vaak een ander continent centraal op de kaart (fig. 1.3).

Fig.
Fig. 1.4 Voorbeeld van een mentale kaart
Fig. 1.3 De exportgebieden van Australië

1 De wereld in je hoofd

Onderzoek je eigen wereldbeeld.

a Teken de wereldkaart zoals ze in je hoofd zit. Duid België aan met een . Vergelijk nu jouw tekening met die van je buur. Wat is (ongeveer) gelijkend? Wat is verschillend?

b Analyseer je zelfgetekende kaart aan de hand van de onderstaande tabel. Vergelijk met de wereldkaart uit je atlas en zet kruisjes in de juiste kolommen.

1 Dit is het werelddeel met de meest duidelijke vorm.

2 Dit werelddeel tekende ik het minst nauwkeurig.

3 Dit werelddeel ben ik vergeten.

4 Dit werelddeel staat in het midden van mijn schets.

2 Hoe wijkt mijn wereldbeeld af van de wereldkaart?

Onderzoek in welke mate jouw getekende wereldkaart beantwoordt aan de werkelijkheid. Vergelijk je schets met de vorm, onderlinge grootte en ligging van de werelddelen op de wereldbol of globe.

a Beantwoord de vragen: Welk werelddeel …

- ligt centraal op de wereldbol?

- heb je in verhouding te groot getekend?

- heb je in verhouding te klein getekend?

- heb je in verhouding tot de andere werelddelen juist getekend?

b Jouw mentale kaart verschilt nogal wat van de afbeelding op de globe. Wat is het probleem met het afbeelden van de wereld op een kaart?

Noord-Amerika

3 Wat is het midden van de kaart?

Op kaarten die wij gebruiken staat Europa centraal. Dat lijkt vanzelfsprekend. Maar hoe zien kaarten eruit die in andere werelddelen gebruikt worden? Bestudeer telkens de kaart en beantwoord de vragen.

a Wat is er anders op de kaart in vergelijking met ons wereldbeeld?

b In welk land of werelddeel kan deze kaart het best gebruikt worden?

c Teken op elke kaart de evenaar en de nulmeridiaan in het rood.

Interessant om weten

De wereldkaart waarop Europa centraal staat, wordt wereldwijd het meest gebruikt.

Zelfs in Amerika is men fan van die weergave. Als je Amerika centraal plaatst, wordt Azië immers in twee delen gesplitst en dat is niet praktisch.

4 Mijn vliegtuigreis in kaart gebracht

Stel, je reist met het vliegtuig van Brussel naar San Francisco. De rode lijn stelt de reis voor zoals je die op een kaart ziet, de groene lijn zoals je die op de globe waarneemt. Wat valt je op?

5 Vertekend wereldbeeld

Vergelijk de onderstaande kaarten met de globe. Wat klopt qua verhoudingen? Duid aan.

En welke opvallende vervorming zie je? Noteer bij elke kaart.

Mercatorprojectie

Op deze kaart kloppen de vormen van de landen / de onderlinge oppervlakten

Antarctica en Groenland worden en Afrika en Zuid-Amerika afgebeeld.

Interessant om weten

Projectie van Gall-Peters

Op deze kaart kloppen de vormen van de landen / de onderlinge oppervlakten.

Afrika en Zuid-Amerika zijn op de projectie van Gall-Peters

Dit is het logo van de Verenigde Naties. Deze afbeelding van de wereld verschilt van wat we gewoon zijn: de noordpool staat centraal, de aarde is ‘opengeplooid’.

Om geen enkel land te bevoordelen koos men voor deze weergave.

San Francisco •
• Brussel
V20

6 Mentale kaarten

Bekijk de onderstaande ‘mentale kaarten’ van leerlingen uit andere landen. Beantwoord de vragen.

a Noteer bij elke kaart de naam van het land waar je denkt dat ze gemaakt is.

b Wat valt op als mensen kenmerken moeten geven van andere regio’s?

7 De referentiekaart van de wereld

Herhaal je kennis van de referentiekaart van de wereld. Maak gebruik van je atlas.

a Noteer de namen van de werelddelen en oceanen op de juiste plaats op de figuur.

b Benoem de gekleurde referentielijnen (in rood, blauw, geel en oranje) op de kaart.

Van elke belangrijke gebeurtenis op de wereld kun je de ligging opzoeken in je atlas. Als je die plaats aanvult op de referentiekaart (achteraan in je leerwerkboek), krijg je een goed beeld van waar wat gebeurd is. 0 op de evenaar

4 TEST JEZELF

 1 Mentale kaart van de wereld

 2 Referentiekaart van de wereld

SYNTHESE

VAN

GLOBE NAAR WERELDKAART TOT MENTALE KAART

DE WERELDBOL OF GLOBE

= enige juiste voorstelling

3D  2D: altijd vervormingen

REFERENTIEKAART = basiskaart van de wereld

ELEMENTEN: - werelddelen - oceanen - breedte- en lengtelijnen

WERELDKAARTEN VERSCHILLEN:

- vorm van de werelddelen

- oppervlakte van de landen

- centrum van de kaart bv. op onze kaarten staan Europa en Afrika centraal

MENTALE KAART = ons persoonlijk wereldbeeld

OPGEBOUWD UIT:

- persoonlijke ervaringen: bv. - eigen omgeving - reizen- invloed van de media: bv. - nieuws - sociale media- beeld hangt af van sociale, politieke, maatschappelijke en culturele gebeurtenissen

HET KLIMAATSYSTEEM VAN DE AARDE

1

DE AARDE IS EEN SYSTEEM

KERNVRAAG

WAAROM IS DE AARDE

EEN SYSTEEM?

1 CHECK-IN

In de lessen van de eerste graad heb je de relaties tussen en binnen landschapsvormende lagen onderzocht. Op de wereldkaart kun je de grote reliëf-, klimaat- en vegetatiezones aanduiden en benoemen. Nu zoomen we uit en bekijken we de aarde vanop afstand.

De aarde is de enige planeet die we kennen waarop levende wezens voorkomen. Satellietopnames vanuit de ruimte vertellen ons heel wat over het aardoppervlak en de dampkring. Alles op aarde maakt deel uit van een van de vier sferen. Ontdek online op iDiddit wat in elke sfeer thuishoort.

2 OP ONDERZOEK

1 Energie en materie veranderen een systeem

De continenten, dampkring, oceanen en het leven op aarde veranderen voortdurend. Ze werken op oneindig veel manieren samen. Daarom is de aarde een systeem, een geheel van elementen die elkaar beïnvloeden.

Stel je een beker met water voor als een eenvoudig systeem. Aan dat systeem kan energie of materie toegevoegd worden, of het kan net energie of materie verliezen. Je kent dit uit de lessen natuurwetenschappen.

Fig. 2.1 De aarde op 1 januari 2025 - opname GOES-19-satelliet (bron: NOAA)

We spreken van een geïsoleerd systeem als het afgesloten is van de omgeving en er dus geen materie of energie in of uit kan. Bij een open systeem kunnen er materie en energie in en uit. Bij een gesloten systeem kan er geen materie in of uit, maar wel energie. De aarde is een gesloten systeem. Ze krijgt voortdurend energie van de zon en ze straalt die energie weer uit in de ruimte. Er komt bijna geen materie bij en er gaat bijna geen materie weg.

geïsoleerd systeem open systeem gesloten systeem

2 De sferen van de aarde

Bekijk de kennisclip over de vier sferen van de aarde.

Het aardse systeem bestaat uit vier onderling verbonden sferen. De term sfeer komt van het Griekse ‘sphaira’ of bol. De vier sferen beïnvloeden elkaar voortdurend: - de atmosfeer, de gasvormige laag die ons omhult en beschermt; - de hydrosfeer, al het water op, onder en boven het aardoppervlak; - de geosfeer, de vaste, rotsachtige buitenkant en het binnenste van de planeet; - de biosfeer, alle levende organismen.

atmosfeer

biosfeer

hydrosfeer geosfeer

Fig. 2.2 Soorten systemen
Fig. 2.3 De vier sferen

Bekijk de kennisclip over hoe de sferen elkaar beïnvloeden.

Er vinden heel wat processen plaats tussen de sferen. Die noemen we interacties of wisselwerkingen Bijvoorbeeld:

- De bodem levert voedsel aan planten (fig. 2.4).

- De rivier spoelt zand weg (fig. 2.5).

- Wind zorgt voor golven in de zee (fig. 2.6).

- Bomen geven zuurstof aan de lucht (fig. 2.7).

4 Natuur en mens veranderen het aardse systeem

Natuurlijke processen zoals vulkaanuitbarstingen, aardbevingen, erosie en klimaatveranderingen hebben een grote invloed op de vier sferen. Zo kunnen ze landschappen opbouwen en weer afbreken. De mens, die deel uitmaakt van de biosfeer, gebruikt alle sferen voor grondstoffen, voedsel, water en lucht. Deze activiteiten veroorzaken problemen. Door mijnbouw vervuilen we de bodem, het water en de lucht (fig. 2.8). Ontbossing kan dan weer leiden tot woestijnvorming en dat wijzigt het klimaat.

Interessant om weten

Vorig jaar leerde je al dat ontbossing en klimaatverandering het Amazonewoud bedreigen. Door de kap van bomen en de opwarming van de aarde wordt het regenwoud droger en warmer. Hierdoor kan het veranderen in een soort savanne of zelfs een woestijn. Een slechte zaak, want een regenwoud neemt veel CO2 op. Als er meer CO2 vrijkomt, dan warmt de aarde verder op. Ontbossing leidt ook tot veranderingen in windpatronen en het verdwijnen van biodiversiteit (planten en dieren). Als we de bomenkap stoppen, kunnen we het regenwoud misschien nog redden en zal de aarde minder opwarmen.

Fig. 2.5 Interactie hydrosfeer en geosfeer
Fig. 2.4 Interactie geosfeer en biosfeer
Fig. 2.7 Interactie atmosfeer en biosfeer
Fig. 2.6 Interactie atmosfeer en hydrosfeer
Fig. 2.8 Vervuiling door een nikkelmijn in Mindanao (Filipijnen)

1 Soorten systemen

Bekijk de figuur. Noteer open, gesloten en geïsoleerd op de juiste plaats. systeem systeem

systeem

2 Het systeem aarde

Wat voor een systeem is de aarde? Duid het juiste antwoord aan.

 De aarde is een open systeem: ze krijgt energie van de zon en er gaat ook weer energie naar buiten.

Er valt ook heel wat materie op de aarde en er gaat ook veel materie weer weg.

 De aarde is een geïsoleerd systeem: er kan geen energie van de zon binnen of buiten.

Er komt helemaal geen materie bij en er gaat geen materie weg.

 De aarde is een gesloten systeem: ze krijgt voortdurend energie van de zon en ze straalt die energie ook weer uit. Er komt echter bijna geen materie bij en er gaat bijna geen materie weg.

3 De vier sferen

Waar hoort alles wat je op aarde ziet thuis? Gebruik je kennis van de vier sferen om elk element aan de juiste sfeer of sferen toe te wijzen.

a Noteer atmosfeer, biosfeer, hydrosfeer en geosfeer op de juiste plaats op de figuur.

b Tot welke sfeer/sferen behoren de volgende elementen? Noteer het nummer in de juiste kolom(men)

1 lava – 2 zeeën en oceanen – 3 algen en bacteriën – 4 waterdamp – 5 gletsjers en ijskappen –6 schimmels – 7 bergen – 8 grondwater – 9 planten – 10 lucht

atmosfeer biosfeer geosfeer hydrosfeer

c Sommige elementen kun je moeilijk aan één sfeer toewijzen. Onderstaande voorbeelden zou je bij twee sferen kunnen plaatsen. Noteer de namen van beide sferen.

- wolken: en

- koralen: en

4 Sferen in verandering

Sferen veranderen onder invloed van mens of natuur. Noteer bij elk voorbeeld welke sfeer verandert.

- overstromingen:

- luchtvervuiling:

- kappen van bossen:

- vulkaanuitbarstingen:

- uitdrogen van rivieren:

- bevolkingsgroei:

- afbrokkelen van gesteenten:

- gassen van vulkaanuitbarstingen:

5 Sferen in interactie

Welke sferen werken op elkaar in? Bestudeer de foto’s.

a Bekijk de foto.

- Tussen welke twee sferen is er een interactie? Duid aan.

 atmosfeer

 biosfeer

- Leg deze wisselwerking uit.

 geosfeer

 hydrosfeer

b Bekijk de foto.

- Tussen welke twee sferen is er een interactie? Duid aan.

 atmosfeer

 biosfeer

- Leg deze wisselwerking uit.

 geosfeer

 hydrosfeer

6 Het systeem aarde

De figuur hieronder toont het systeem aarde met de vier sferen. De pijlen geven de wisselwerkingen tussen de sferen aan. Bekijk de figuur aandachtig en beantwoord de vragen.

a Welke sfeer beïnvloedt een andere? Noteer het juiste nummer bij de correcte pijl in de figuur.

Let op: tussen twee sferen staan telkens twee pijlen. Kies de juiste richting.

1 De wind slijt rotsen af.

2 Als gevolg van aardbevingen kunnen tsunami’s ontstaan.

3 Door vulkaanuitbarstingen komen hete gassen in de dampkring.

4 Vruchtbare landbouwgrond zorgt voor hogere oogstopbrengsten.

5 CO2 uit de lucht lost op in de oceanen.

b In de tabel hieronder staan vier processen beschreven. Bij welke pijlen van de figuur horen ze?

Noteer de nummers 6 tot en met 9 op de juiste plaats in de tabel.

Rivieren schuren valleien uit.

Water verdampt uit de oceanen.

Dieren hebben lucht nodig om te ademen. Boomwortels zuigen water uit de bodem op.

c Noteer zelf een voorbeeld bij de volgende interacties of wisselwerkingen.

7 Syntheseoefening

Vul het schema over het systeem aarde en de vier sferen aan.

De aarde is een systeem.

het systeem aarde = elk levend wezen op onze planeet, alle micro-organismen, planten, dieren en mensen

vaste, vloeibare en gasvormige vormen van water: neerslag, gletsjers, ijskappen … of dampkring –de gasvormige laag rond de aarde (lucht)

al het materiaal van de aardkorst, losse en vaste gesteentelagen, lava, de inwendige kern van de aarde

De vier sferen zijn met elkaar verbonden, ze beïnvloeden elkaar. Voorbeeld van wisselwerking tussen:

geosfeer en atmosfeer: hydrosfeer en geosfeer: biosfeer en atmosfeer: biosfeer en hydrosfeer:

4 TEST JEZELF

 1 De aarde is een systeem

 2 De vier sferen

 3 Sferen herkennen

 4 Wisselwerking tussen sferen

SYNTHESE

De continenten, de dampkring (atmosfeer), de oceanen en het leven werken op oneindig veel manieren samen. Daarom noemen we de aarde een systeem: een geheel van onderdelen die elkaar beïnvloeden.

Een systeem kan open, gesloten of geïsoleerd zijn. De aarde is een gesloten systeem.

Alle verschijnselen in het systeem aarde kun je in een sfeer plaatsen: land, water, lucht of levende wezens. Tussen de vier sferen is er een wisselwerking: ze zijn met elkaar verbonden en beïnvloeden elkaar.

De geosfeer bevat al het materiaal van de aardkorst, zoals losse en vaste gesteentelagen en lava. Ook het inwendige van de aarde hoort bij de geosfeer.

De vaste, vloeibare en gasvormige vormen van water behoren tot de hydrosfeer Water valt als neerslag uit de atmosfeer op het aardoppervlak en stroomt via rivieren naar zeeën en oceanen. Daarnaast komt water ook voor in gletsjers en ijskappen, in de bodem en in de ondergrond.

De atmosfeer of dampkring bestaat uit de gasvormige laag rond de aarde (lucht).

Elk levend wezen op onze planeet behoort tot de biosfeer. Het gaat om alle planten, dieren, micro-organismen en mensen. Zonder de drie andere sferen zou het leven op aarde onmogelijk zijn.

HET SYSTEEM AARDE

HET NATUURLIJK BROEIKASEFFECT

KERNVRAAG

HOE ZORGT HET NATUURLIJK BROEIKASEFFECT VOOR EEN LEEFBARE TEMPERATUUR OP AARDE?

1 CHECK-IN

Onze atmosfeer werkt als een broeikas. Bepaalde gassen in de atmosfeer houden warmte vast.

Om welke gassen gaat het? En hoe warmt de aarde dan op? Test op iDiddit je kennis over broeikasgassen.

2 OP ONDERZOEK

1 Het broeikaseffect

Bekijk de kennisclip over het natuurlijk broeikaseffect.

Zonnestraling of zichtbaar licht kan ongehinderd door het glas.

Warmtestraling die wordt doorgelaten door het glas.

Warmtestraling die wordt tegengehouden door het glas.

Opgewarmde lucht stijgt en verwarmt de serre.

Lichtstralen worden omgezet in warmte.

Fig. 2.10 Werking van een broeikas of serre
Fig. 2.9 De atmosfeer houdt warmte vast als een broeikas.

Waarom is het in een broeikas of serre warmer dan erbuiten? Zonlicht dringt gemakkelijk door het glas van een broeikas en wordt in de aarde omgezet in warmte. Deze warmte wordt deels tegengehouden door het glas, waardoor de temperatuur in de broeikas stijgt. Dat is ideaal voor planten.

Het natuurlijk broeikaseffect kun je vergelijken met een serre, maar dan op veel grotere schaal. Net zoals het glas van een broeikas de warmte van de zon vasthoudt, zorgt onze atmosfeer ervoor dat de aarde niet ijskoud wordt.

De zon stuurt energie naar de aarde in de vorm van lichtstralen (geel). Wat er vervolgens met die straling gebeurt, zie je stap voor stap in figuur 2.11. Een deel van die straling wordt teruggekaatst of gereflecteerd in de ruimte, maar het grootste deel dringt de atmosfeer binnen. Aan het aardoppervlak wordt deze lichtenergie geabsorbeerd en omgezet in warmtestraling (oranje). Daardoor warmt de aarde op en straalt ze de warmte uit.

De broeikasgassen in de atmosfeer laten de warmtestraling maar gedeeltelijk door. Een deel wordt teruggekaatst naar het aardoppervlak, waardoor de aarde niet alleen door de zon wordt verwarmd, maar ook door deze teruggestraalde warmte. Zonder broeikasgassen zou de gemiddelde temperatuur op aarde ongeveer -18 °C zijn.

Broeikasgassen komen van nature in de atmosfeer voor. Tot deze gassen behoren onder andere waterdamp (H2O), koolstofdioxide (CO2), methaan (CH4) en lachgas (N2O). Bij een natuurlijk broeikaseffect is er een evenwicht tussen de inkomende zonnestraling en de uitgaande warmtestraling.

reflectie door wolken en stofdeeltjes

reflectie op het aardoppervlak albedo

warmtestraling vrijgegeven door de aarde absorptie van lichtstralen door het aardoppervlak

verlies van warmte in de ruimte

warmtestraling gevangen door broeikasgassen

omzetting van lichtstraling naar warmtestraling

broeikaseffect

Interessant om weten

Het deel zonnestraling of lichtstraling dat wordt teruggekaatst is de albedo. Daardoor is de aarde zichtbaar vanuit de ruimte. Lichte oppervlakken, zoals ijs en sneeuw, kaatsen veel zonnestraling terug en hebben een hoge albedo. Donkere oppervlakken, zoals een asfaltweg, absorberen de straling en hebben een lage albedo.

2.12 Albedowaarden van verschillende aardoppervlakken

Fig. 2.11 Het natuurlijk
Fig.

2 Het klimaatsysteem van de aarde

Het klimaat is een samenspel van de vier sferen: - de atmosfeer die zonne-energie doorlaat en warmte vasthoudt; - de hydrosfeer met oceanen die warmte opnemen en verdelen; - de biosfeer met planten die CO2 opnemen en O2 produceren; - de geosfeer met vulkanen die gassen uitstoten.

Deze vier sferen beïnvloeden elkaar voortdurend en vormen samen het klimaatsysteem van de aarde (fig. 2.13). Het klimaat en de veranderingen die het ondergaat, zijn dus het gevolg van de interacties tussen de vier sferen.

Je weet al dat er door verbranding van fossiele brandstoffen meer CO2 in de lucht komt (fig. 2.14). Meer CO2 leidt tot hogere temperaturen.

De toename van broeikasgassen door menselijke activiteiten versterkt het broeikaseffect, wat leidt tot klimaatverandering.

Fig. 2.14 Verbranding van fossiele brandstoffen
Fig. 2.13 Klimaat als samenspel tussen de vier sferen

1 Het natuurlijk broeikaseffect

Verduidelijk het natuurlijk broeikaseffect aan de hand van de figuur. Bekijk indien nodig de kennisclip.

legende lichtstraling warmtestraling broeikasgassen

a Duid met stippen (zie symbool in legende) aan waar de broeikasgassen zich bevinden.

b Noteer de nummers van de uitspraken op de juiste plaats op de figuur.

1 Kortgolvige straling of lichtstralen kunnen ongehinderd door de atmosfeer.

2 Een deel van de warmte ontsnapt weer in de ruimte.

3 In de aarde wordt lichtstraling omgezet in warmtestraling.

4 De broeikasgassen houden het grootste deel van de warmte in de atmosfeer tegen.

5 De aarde weerkaatst een deel van de lichtstraling.

6 De onderste laag van de atmosfeer warmt op.

7 Een deel van de lichtstralen wordt gereflecteerd in de atmosfeer.

c Waar gebeurt de grootste omzetting van licht in warmte?

d Noteer waarom broeikasgassen onmisbaar zijn voor leven op aarde.

2 Natuurlijke broeikasgassen

Bekijk de tabel. In de eerste kolom vind je de formules van de belangrijkste natuurlijke broeikasgassen. Gebruik de hyperlink om de tabel aan te vullen.

a Noteer in de tweede kolom de naam van het broeikasgas.

b Lees de tekst en noteer hoe deze gassen op natuurlijke wijze in de atmosfeer terechtkomen.

formule naam broeikasgas komt op natuurlijke wijze in de atmosfeer door: H2O CO2

CH4 moerasgas of

N2O distikstofoxide of omzetting van organische stof in de bodem door micro-organismen

3 Natuurlijk broeikaseffect in beeld

Waarom komen broeikasgassen in de atmosfeer? Bekijk de onderstaande foto’s en benoem telkens de oorzaak. Koppel hieraan ook telkens het natuurlijke broeikasgas dat past. Kies uit: koolstofdioxide – waterdamp – methaangas – lachgas

oorzaak: broeikasgas:

oorzaak: broeikasgas:

oorzaak: broeikasgas:

oorzaak: broeikasgas:

4 Syntheseoefening

Vul de ontbrekende begrippen in het schema aan.

HET NATUURLIJK BROEIKASEFFECT = een dat zorgt voor de van de aarde

1 De zon zendt uit naar de aarde.

2 Een deel van de zonnestraling wordt

3 Het aardoppervlak een deel van de zonnestraling en zet die om in

4 Het aardoppervlak zendt de uit.

5 houden de warmtestraling vast waardoor de aarde opwarmt.

Broeikasgassen die op natuurlijke wijze in de atmosfeer komen:

- waterdamp (H2O) 

- koolstofdioxide (CO2) 

- methaan (CH4) 

- lachgas (N2O) 

Het klimaat en de veranderingen die het ondergaat, zijn het gevolg van de wisselwerking tussen de vier . Het natuurlijk broeikaseffect is onmisbaar voor het op aarde.

Zonder dit effect zou het 33 °C kouder zijn. Door toename van de broeikasgassen door de mens, versterkt het broeikaseffect en dat leidt tot

4 TEST JEZELF

 1 Ken je begrippen!

 2 Het natuurlijk broeikaseffect

SYNTHESE

HET NATUURLIJK BROEIKASEFFECT

De zon straalt energie uit naar de aarde. Dit is vooral lichtstraling.

reflectie door wolken en stofdeeltjes

albedo

warmtestraling vrijgegeven door de aarde absorptie van lichtstralen door het aardoppervlak

reflectie op het aardoppervlak

Een deel van de zonnestraling wordt teruggekaatst naar de ruimte.

verlies van warmte in de ruimte

warmtestraling gevangen door broeikasgassen

omzetting van lichtstraling naar warmtestraling

Het aardoppervlak absorbeert een deel van de zonnestraling en zet die om in warmte.

Het aardoppervlak straalt die warmte uit in de vorm van infraroodstraling.

Broeikasgassen die op natuurlijke wijze in de atmosfeer komen: - waterdamp: door verdamping van water uit oceanen, rivieren … - koolstofdioxide: door bosbranden, vulkaanuitbarstingen ... - methaan: door moerassen en vertering door herkauwers - lachgas: door bacteriën in de bodem

Broeikasgassen houden die warmtestraling vast, waardoor de aarde opwarmt.

Het is een natuurlijk proces dat de temperatuur op aarde regelt. Zonder dit effect was het op aarde 33 °C kouder. Het natuurlijk broeikaseffect is onmisbaar voor het leven op aarde. Door een toename van broeikasgassen door de mens versterkt dit effect en dat leidt tot klimaatverandering.

3 DE NATUURLIJKE

KERNVRAAG

HOE WERKT DE NATUURLIJKE KOOLSTOFCYCLUS?

1 CHECK-IN

Koolstof (aangeduid met symbool C, van het Engelse carbon) is een van de belangrijkste bouwstenen voor het leven op aarde. Koolstof kan de ene dag deel uitmaken van een plant, de volgende dag van een dier en de dag daarna kan ze met het water van een rivier naar de zee stromen.

Koolstof maakt zowel deel uit van levende wezens als van niet-levende wezens zoals water, lucht en zelfs rotsen. In dit hoofdstuk onderzoeken we op welke manieren koolstof zich verplaatst tussen de vier sferen. Een van die processen is fotosynthese. Ontdek op iDiddit hoe de vier sferen daarbij samenwerken.

2 OP ONDERZOEK

1 De natuurlijke koolstofkringloop

Bekijk vooraf het filmpje ‘Wat is de koolstofcyclus?’

Je weet al dat de aarde met de atmosfeer een gesloten systeem vormt. Er komt bijna geen materie bij en er verdwijnt ook bijna geen materie. De hoeveelheid koolstof op aarde blijft dus ongewijzigd, maar is wel in beweging. Op de volgende pagina lees je in detail hoe koolstof zich van de ene sfeer naar de andere verplaatst.

Fig. 2.15 De koolstofkringloop: koolstof beweegt voortdurend tussen de vier sferen van de aarde.

1 Koolstof komt in de dampkring van de aarde voor in de vorm van koolstofdioxide of CO₂.

2 Groene planten, zoals varens en bomen, zetten CO₂ uit de lucht om in suikers via fotosynthese.

3 Tijdens hun groei gebruiken planten die koolstof voor hun weefselopbouw.

4 De strooisellaag bestaat uit dode bladeren, naalden en takken die verteren.

5 Wanneer plantenresten verteren, komt opnieuw CO₂ in de lucht vrij.

6 Afgestorven planten veranderen diep onder de grond in veen, bruin- en steenkool. Dat proces heet inkolen In die gesteentelagen zit koolstof honderden miljoenen jaren opgeslagen.

7 De versteende overblijfselen van planten zijn brandbaar: dit zijn fossiele brandstoffen

8 Dieren en mensen eten planten en nemen zo ook koolstof op.

9 Dieren en mensen ademen CO₂ weer uit.

10 Een deel van de CO₂ in de lucht lost op in het oceaanwater.

11 Wanneer plankton en algen afsterven en op de zeebodem bedekt worden met een dikke laag zand of klei, ontstaat na tientallen miljoenen jaren aardolie. Dat proces noemen we sedimentatie

steenkool, aardolie en aardgas = fossiele brandstoffen

Interessant om weten

CO2 uit de lucht lost ook op in het oceaanwater. Koralen, schelpen, zee-egels en heel kleine eencelligen halen CO2-gas uit het water en binden het met calcium. Zo bouwen ze hun skelet uit kalk op.

Wanneer die zeeorganismen naar de zeebodem zinken of sedimenteren, worden krijtlagen of kalksteenlagen gevormd.

Vulkaanuitbarstingen brengen koolstof die in gesteenten is opgeslagen deels terug in de atmosfeer.

Fig. 2.16 Menselijke invloed op de koolstofkringloop
Fig. 2.17 De Tungurahua: actieve vulkaan in Ecuador

Koolstofputten en koolstofbronnen

Koolstof is overal op aarde aanwezig en circuleert dus voortdurend doorheen het hele systeem: in de hydrosfeer, de geosfeer (de bodem), de biosfeer en de atmosfeer. In de oceaan (het grootste deel van de hydrosfeer) zit ongeveer 50 keer meer koolstof dan in de biosfeer, en in de atmosfeer zo’n 19 keer meer koolstof dan in de biosfeer.

Er zijn heel wat plaatsen waar koolstof voor lange tijd opgeslagen blijft, bijvoorbeeld de oceanen, de bodem of steenkoollagen. We noemen ze koolstofputten, Andere plaatsen laten koolstof weer vrij, bijvoorbeeld bij bosbranden of vulkaanuitbarstingen. Dat zijn koolstofbronnen

3 Menselijke invloed op de koolstofcyclus

Wanneer aardolie, aardgas of steenkool verbrandt, wordt de opgeslagen koolstof (C) weer gebonden aan zuurstof (O2). Op die manier ontstaat CO2 die in de lucht terechtkomt.

Waterdamp (H2O) blijft niet in de atmosfeer hangen. Wanneer waterdamp condenseert, valt die in de vorm van regen weer op de aarde. CO2 blijft wel aanwezig en stapelt zich op in de dampkring. Je weet al dat de aarde steeds meer opwarmt door het toenemende gehalte aan het broeikasgas CO2 in de atmosfeer

Fig. 2.18 Koolstofputten
Fig. 2.19 Waterdamp ontsnapt uit de kolencentrale op de Rotterdamse Maasvlakte (Nederland).

1 De natuurlijke koolstofkringloop

Maak de koolstofkringloop duidelijk op de onderstaande figuur en voer de opdrachten uit.

vulkaanuitbarsting

CO2 fotosynthese

aardolie plankton en algen zeeorganismen

groene planten

groene planten kalksteen

strooisellaag (humus)

dieren en mensen steenkool

a Noteer op de figuur de namen van de sferen in het juiste kadertje: ‘GS’ in de geosfeer, ‘HS’ in de hydrosfeer, ‘AS’ in de atmosfeer en ‘BS’ bij de biosfeer.

b Noteer de nummers van deze zinnen in het juiste cirkeltje op de figuur.

1 Koolstof komt in de dampkring voor in de vorm van koolstofdioxide of CO2

2 Door bosbranden komt de opgeslagen koolstof in de vorm van CO2 weer vrij in de atmosfeer.

3 Een uitbarsting van vulkanen brengt een deel van de koolstof die in gesteenten is opgeslagen terug in de atmosfeer.

4 Zeeorganismen halen CO2 uit het water en binden het met calcium. Zo wordt kalksteen gevormd.

5 Wanneer plankton en algen afsterven en bedekt worden met een dikke laag zand of klei, ontstaat na tientallen miljoenen jaren aardolie. Dat proces noemen we sedimentatie.

6 Groene planten (varens, bomen …) zetten CO2 uit de lucht om in suikers door fotosynthese.

7 Dieren en mensen eten planten en nemen zo koolstof op. Ze ademen CO2 weer uit.

8 Ook plankton en algen in de oceanen doen aan fotosynthese.

9 Afgestorven planten veranderen diep onder de grond in veen, bruin- en steenkool. We noemen dat inkolen.

10 De strooisellaag bestaat uit dode bladeren, naalden en takken die verteren. Die laag maakt deel uit van de bodem. Wanneer plantenresten verteren, komt er weer CO2 in de lucht vrij.

11 CO2 uit de lucht lost op in het oceaanwater.

12 Koralen, schelpen, zee-egels en heel kleine eencelligen met een kalkskelet leven in de oceanen.

2 Koolstof circuleert tussen de sferen

Onderzoek nu de kringloop van koolstof. Maak gebruik van de info uit oefening 1. Hoe verplaatst koolstof zich tussen de sferen? Vul iedere rij in de tabel aan.

proces van sfeer naar sfeer

a fotosynthese lucht

b eten/voedsel

c uitademen

d verteren

e inkolen

f kalksteenvorming

g sedimentatie

h uitbarsting

3 Koolstofputten en koolstofbronnen

Er zijn heel wat plaatsen waar koolstof voor lange tijd opgeslagen blijft. Beantwoord de vragen.

a Plaats de volgende begrippen in de juiste kolom.

bosbranden – kalksteen – oceanen – ontbossing – plankton – steenkoollagen –tropisch regenwoud – verbranding van fossiele brandstoffen – vulkaanuitbarstingen

koolstofputten

koolstofbronnen

b Vergelijk je antwoorden in beide kolommen en duid aan wat correct is.

- De opslag van koolstof in putten gebeurt vooral door natuurlijke / menselijke processen.

- Het vrijkomen van koostof is vooral het gevolg van natuurlijke / menselijke processen.

4 Koolstofprocessen

Bekijk de foto’s en los de vragen hierbij op.

a Noteer het juiste nummer na ieder proces.

proces nummer proces nummer uitbarsting fotosynthese sedimentatie verbranding verteren uitademen kalksteenvorming inkolen oplossen

b Op welke foto’s zie je een proces waarbij CO2 vrijkomt en gaat het dus om een koolstofbron?

5 Menselijke invloed

Ook de mens zorgt voor een toename van CO2 in de atmosfeer. Bekijk de figuur en beantwoord de vragen.

waterdamp

verbranding van fossiele brandstoffen C + O 2

verbranding

fotosynt hese

ademhaling

inkolen

oplossen vertering

steenkool, aardolie en aardgas = fossiele brandstoffen

inkolen

a Op welke manier zorgt de mens ervoor dat CO2 in de atmosfeer terechtkomt?

sedimentatie

b Je leerde al dat CO2 het meest voorkomende broeikasgas is. Er komt ook steeds meer CO2 in de lucht door menselijke activiteiten. Wat is het gevolg daarvan voor de temperatuur op aarde?

c Op de figuur is een lange en korte koolstofcyclus voorgesteld. Lees de infotekst en markeer wat correct is.

De korte koolstofcyclus is de snelle uitwisseling van koolstof tussen de atmosfeer en organismen door processen zoals fotosynthese, vertering en ademhaling.

De lange koolstofcyclus is de langzame verplaatsing van koolstof door de vorming van fossiele brandstoffen uit organisch materiaal over duizenden tot miljoenen jaren.

De oranje pijlen zijn een lange / korte cyclus, de groene pijlen zijn een korte / lange cyclus.

6

Syntheseoefening

De koolstofkringloop is de natuurlijke kringloop van koolstof tussen de vier sferen. Wat weet je hierover nog? Vul de ontbrekende termen in het schema aan.

PROCESSEN

opnemen van koolstof

doorgeven van koolstof Planten dienen als voor dieren.

Op het land: planten nemen CO2 op door middel van In de oceanen: zee-organismen leggen CO2 vast. van dieren

vrijkomen van koolstof van planten

KOOLSTOFBRONNEN EN -PUTTEN

koolstofbron: plaats waar - bosbranden - vulkanen -

koolstofput: plaats waar - oceanen - atmosfeer - planten - bodem en gesteentelagen (o.a. )

Door zoals aardgas, aardolie en steenkool te verbranden, brengt grote hoeveelheden CO2 in de atmosfeer.

4 TEST JEZELF

 1 Ken je begrippen!

 2 Verplaatsing koolstof tussen sferen

 3 Koolstofbron of koolstofput?

DE NATUURLIJKE KOOLSTOFCYCLUS SYNTHESE

= de natuurlijke kringloop van koolstof tussen geosfeer, hydrosfeer, atmosfeer en biosfeer

verbranding van fossiele brandstoffen C + O 2

verbranding

waterdamp of

fotosynt hese

ademhaling oplossen vertering

inkolen

steenkool, aardolie en aardgas = fossiele brandstoffen

1 FOTOSYNTHESE EN ADEMHALING

2 KOOLSTOFPUTTEN (koolstofopslag)

3 KOOLSTOFBRONNEN

sedimentatie

inkolen

Organismen nemen CO2 op. Met behulp van zonne-energie doen planten aan fotosynthese om plantenweefsels op te bouwen. Planten vormen voedsel voor dieren. Door vertering van planten en ademhaling van dieren komt CO2 weer in de atmosfeer.

Het grootste deel van de koolstof bevindt zich in rotsen en sedimenten. De rest ligt opgeslagen in de oceanen, de atmosfeer en in levende organismen. Zulke opslagplaatsen noemen we koolstofputten De oceaan is een gigantische koolstofput: organismen nemen CO2 uit het zeewater op. Wanneer ze sterven, vormen ze kalksteenlagen waarin koolstof voor lange tijd wordt vastgehouden.

Wanneer CO2 opnieuw in de atmosfeer terechtkomt, spreken we van een koolstofbron. Bij de verbranding van fossiele brandstoffen (aardgas, aardolie en steenkool) komt CO₂ vrij in de atmosfeer, een broeikasgas dat warmte vasthoudt. De toenemende hoeveelheid CO2 versterkt het broeikaseffect en zorgt ervoor dat de aarde opwarmt.

BEGRIPPENLIJST

HET KLIMAATSYSTEEM VAN DE AARDE

hoofdstuk begrip definitie

2 absorberen het opnemen of opslorpen van licht- of warmtestraling

1 de atmosfeer of dampkring; de gasvormige laag rond de aarde

1 de biosfeer gedeelte van de aarde dat alle levende organismen omvat

2 het broeikasgas een gas in de atmosfeer dat de warmte vasthoudt; de belangrijkste zijn waterdamp, koolstofdioxide (CO2), methaan (CH4) en lachgas (N2O)

1 de dampkring of atmosfeer; de gasvormige laag rond de aarde

3 de fossiele brandstoffen planten- en dierenresten die miljoenen jaren geleden leefden en die in de aardkorst zijn omgezet in energiebronnen (steenkool, aardolie en -gas)

3 de fotosynthese het proces waarbij een plant zonne-energie gebruikt om uit water en koolstofdioxide voedingsstoffen zoals suiker op te bouwen

1 de geosfeer deel van de aarde dat de gesteenten van de aardkern, -mantel en -korst omvat

1 de hydrosfeer alle vormen van water op aarde (op, onder en boven het aardoppervlak)

3 inkolen het proces waarbij afgestorven planten diep onder de grond veranderen in veen, bruin- en steenkool

1 de interactie of wisselwerking; elementen of processen die op elkaar reageren

3 de koolstofbron plaats waar koolstof of CO2 vrijkomt in de atmosfeer; bv. door bosbranden, vulkaanuitbarstingen, verbranding fossiele brandstoffen ...

2 koolstofdioxide (CO2) kleurloos en geurloos gas dat van nature in de atmosfeer voorkomt

3 de koolstofkringloop of koolstofcyclus; de natuurlijke kringloop van koolstof op aarde tussen de vier sferen (geosfeer, hydrosfeer, atmosfeer en biosfeer)

3 de koolstofput plaats in de geosfeer (bodem) waar koolstof voor lange tijd opgeslagen blijft

2 lachgas (N2O) een krachtig broeikasgas

2 methaan (CH4) brandbaar gas dat ontstaat wanneer organisch materiaal verteert

2 het natuurlijk broeikaseffect een natuurlijk proces dat zorgt voor de temperatuurregeling van de aarde

1 het proces opeenvolging van veranderingen waarbij iets geleidelijk evolueert

2 reflecteren weerkaatsen

1 de satelliet een ruimtetuig dat rond de aarde draait en informatie stuurt

3 de sedimentatie het proces waarbij deeltjes vervoerd en afgezet worden, bijvoorbeeld in zee

1 het systeem een geheel van elementen die elkaar beïnvloeden bv. het systeem aarde

2 het versterkt broeikaseffect het proces waarbij de mens meer broeikasgassen in de atmosfeer brengt, waardoor het natuurlijk broeikaseffect versterkt en de aarde opwarmt

1 de wisselwerking of interactie; elementen of processen die op elkaar reageren

De bewoonde aarde

HET SYSTEEM AARDE BIEDT KANSEN

KERNVRAAG

WELKE FACTOREN BEPALEN DE SPREIDING

VAN DE BEVOLKING OP AARDE?

1 CHECK-IN

De mens maakt niet alleen deel uit van de biosfeer, hij oefent er ook een grote invloed op uit. De eerste mensen verspreidden zich over alle continenten in een periode die ongeveer 150 000 jaar geleden begon. Ondertussen wonen er meer dan 8 miljard mensen op de aarde. Dat zijn ongeveer 55 mensen per vierkante kilometer landoppervlakte. Dat valt op zich mee, maar de bevolking is heel onregelmatig verspreid over de wereld. Sommige gebieden zijn onbewoond, terwijl in andere gebieden 60 000 inwoners per vierkante kilometer wonen. In dit hoofdstuk onderzoeken we die ongelijke spreiding van de mens op de aarde.

2 OP ONDERZOEK

Hoe heeft de bevolking zich over de aarde verspreid? De wereldbevolking is niet gelijkmatig verdeeld over de aarde. Sommige gebieden zijn dichter bevolkt dan andere. Dat is het gevolg van verschillende factoren.

noordpoolcirkel

kreeftskeerkring evenaar

steenbokskeerkring minder dan 1 inw./km2 1 – 10 inw./km2

zuidpoolcirkel

Fig. 3.1 Kathmandu (Nepal)

1.1 FYSISCHE FACTOREN

Fysische factoren zijn natuurlijke kenmerken die bepalen hoe aantrekkelijk een gebied is om te wonen. Ze hebben een invloed op de bevolkingsspreiding en de bevolkingsdichtheid

Klimaat

• Mensen geven de voorkeur aan gebieden met een gematigd klimaat, waar de temperaturen niet te extreem zijn en er voldoende neerslag valt.

• Gebieden waar weinig of geen mensen wonen zijn bijvoorbeeld woestijnen (te droog, zoals de Sahara) en de poolgebieden (te koud, zoals Antarctica).

Reliëf

• Vlaktes zijn meestal dichter bevolkt, omdat ze geschikter zijn voor landbouw en infrastructuur

• Bergachtige gebieden hebben een lage bevolkingsdichtheid, omdat ze moeilijk toegankelijk zijn.

• Meer dan de helft van de wereldbevolking woont lager dan 200 meter boven zeeniveau.

Bodem

• Op vruchtbare grond kun je aan landbouw doen. Daarom wonen er vaak veel mensen in gebieden met vruchtbare gronden.

• Onvruchtbare bodems zijn minder geschikt voor landbouw en trekken minder inwoners aan.

Waterbeschikbaarhied

• Water is noodzakelijk voor de drinkwatervoorziening, de landbouw en de industrie.

• Riviervlakten en kustgebieden zijn vaak dichtbevolkt: ze bieden toegang tot water, transport en handel.

• Droge gebieden, zoals woestijnen, zijn dunbevolkt vanwege het gebrek aan water.

Natuurlijke hulpbronnen

De aanwezigheid van grondstoffen, zoals steenkool en aardolie, kan industrie en werkgelegenheid aantrekken. Dat leidt tot een hogere bevolkingsdichtheid.

Fig. 3.3 De Marokkaanse Sahara
Fig. 3.4 Het dorp Phu in de Nar Phu-vallei (Nepal)
Fig. 3.5 Maïsveld
Fig. 3.6 Bangkok (Thailand)
Fig. 3.7 Lood- en zinkmijn in Broken Hill (Australië)

1.2 MENSELIJKE FACTOREN

Naast de fysische factoren zoals klimaat, reliëf, bodem en beschikbaarheid van water en grondstoffen, zijn ook economische, sociale en politieke aspecten bepalend voor de bevolkingsdichtheid.

Economische factoren

Werkgelegenheid, basisinfrastructuur (water, elektriciteit, riolering, aardgas) en goede transportmogelijkheden trekken mensen aan.

De aanwezigheid van industrie en handelsmogelijkheden stimuleert bovendien economische groei.

Sociale factoren

Gebieden met voldoende veiligheid en goed bereikbare scholen, winkels en sport- en cultuurinfrastructuur zijn aantrekkelijker om te wonen. Ook toegankelijke gezondheidszorg, zoals ziekenhuizen en huisartsen, speelt daarbij een belangrijke rol.

Politieke factoren

Stabiele overheden, een rechtvaardige wetgeving, goed functionerende openbare diensten en een gunstig belastingbeleid zorgen voor een leefomgeving waarin mensen zich veilig en ondersteund voelen.

Fig. 3.8 Petrochemische industrie in Antwerpen
Fig. 3.9 Universitair Ziekenhuis Antwerpen (UZA)
Fig. 3.10 Het treinstation in Brugge

Sinds het ontstaan van de mens, ongeveer 300 000 jaar geleden, is de wereldbevolking voortdurend blijven groeien. In 10 000 v.C. leefden naar schatting zo’n 4 miljoen mensen op aarde, in 3000 v.C. waren dat er al ongeveer 15 miljoen. Tegen 1800 telde de wereld net geen miljard mensen. Pas in de voorbije eeuw ging de groei echt snel. In 1950 leefden er zo’n 2,5 miljard mensen op aarde; vandaag zijn dat er al meer dan 8 miljard

Fig. 3.11 Evolutie van de bevolkingsdichtheid

De bevolkingsgroei is grotendeels het gevolg van verbeteringen in de gezondheidszorg, betere hygiëne en voedselproductie. Daardoor leven mensen langer en daalt de kindersterfte. Zo’n snelle toename noemen we een bevolkingsexplosie. De groeicurve heeft de vorm van een hockeystick: lange tijd bleef de groei beperkt, maar daarna volgde een plotselinge en sterke stijging (fig. 3.12).

8,3 miljard in 2026

8,23 miljard in 2025

7,8 miljard in 2020

7 miljard in 2011

6 miljard in 1999 5 miljard in 1987 4 miljard in 1975

3 miljard in 1960

2 miljard in 1928

1,65 miljard in 1900

990 miljoen in 1800

600 miljoen in 1700

190 miljoen in 0 4 miljoen in 10000 v.C.

Fig. 3.12 Evolutie van de wereldbevolking gedurende de laatste 12 000 jaar (bron: ourworldindata.org)

Bekijk de kennisclip over de Great Acceleration.

Vanaf 1950 nam de welvaart in de meeste westerse landen sterk toe. Goedkope energie en groeiende wereldhandel zorgden voor een stijgende consumptie over de hele wereld. Heel wat economische activiteiten begonnen na de Tweede Wereldoorlog sterk te groeien, en dat proces versnelde alsmaar. Deze periode staat bekend als de Great Acceleration of de Grote Versnelling

Door de Grote Versnelling zijn consumptie en productie sterk toegenomen. Deze toename draagt, meer nog dan het groeiende bevolkingsaantal, bij aan de uitputting van hulpbronnen en de vervuiling van het milieu.

Een bevolkingsprognose is een schatting van de toekomstige grootte en samenstelling van een bevolking. Men baseert zich op huidige trends in factoren zoals geboorte, sterfte en in- en uitwijking. De 20ste eeuw kende een bevolkingsexplosie. We verwachten dat op het einde van de 21ste eeuw de bevolking zal stoppen met groeien (fig. 3.14).

gemiddelde jaarlijkse groei totale bevolking

jaarlijkse bevolkingsgroei (in miljoen)

bevolking (miljard inwoners)

Fig. 3.14 Bevolkingsprognose 21ste eeuw (bron data: ourworldindata.org)

Interessant om weten

In veel landen krijgen gezinnen vandaag minder kinderen dan vroeger. Daardoor zal het aantal mensen op aarde op lange termijn dalen. In bijna alle landen worden er te weinig kinderen geboren om de bevolking even groot te houden. In sommige landen, zoals China, kan het aantal inwoners zelfs halveren.

Vroeger waren mensen vooral bang voor overbevolking. Vandaag zien we steeds vaker het tegenovergestelde: vergrijzing en bevolkingskrimp. De wereldbevolking zal nog groeien tot ongeveer 2084, maar daarna zal ze waarschijnlijk afnemen.

Minder mensen lijkt op het eerste gezicht positief: minder vervuiling, minder files en minder druk op het milieu. Toch brengt een snelle bevolkingsdaling ook problemen mee. Als er steeds meer ouderen zijn en steeds minder mensen werken, komt er druk op pensioenen en gezondheidszorg. Een kleinere groep werkenden moet dan zorgen voor een grotere groep ouderen. Dat kan zorgen voor spanningen in de samenleving.

Fig. 3.13 Textielfabriek in Dhaka (Bangladesh)

1 Groeiende wereldbevolking

Open de hyperlink op iDiddit. Onderzoek hoe snel de wereldbevolking de voorbije 2 000 jaar groeide. Beantwoord de vragen.

a Hoeveel mensen vertegenwoordigt één geel of rood bolletje?

b Welke drie regio’s waren het dichtst bevolkt bij het begin van onze jaartelling (YEAR 1)?

c Waarom waren die regio’s dichtbevolkt volgens jou? Duid de mogelijke redenen aan.

 gematigd klimaat

 voldoende autosnelwegen

 vruchtbare bodem

 tewerkstelling in de industrie

 laaggelegen gebieden

 beschikbaarheid van water

 energie-infrastructuur (elektriciteit, aardgas)

 transport- en handelsmogelijkheden

d Schuif het balkje verder tot het jaar 1800. Zijn de gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid gewijzigd?

Duid de juiste uitspraken aan.

 Het oosten van China is nog steeds dichtbevolkt.

 India is nog altijd heel dichtbevolkt.

 Aan de kusten van Australië wonen nu veel mensen.

 Het oosten van Noord-Amerika is nu dichtbevolkt.

 In Europa ligt het zwaartepunt nu noordelijker, namelijk in West-Europa.

e Hoe verloopt de groei in de 19de en de 20ste eeuw?

2 Groeiende problemen

Hoe bedreigt de bevolkingsgroei onze planeet? Bekijk de tekeningen en noteer de bedreigingen

3 Bevolkingsspreiding in de wereld

Bekijk de wereldkaart met de bevolkingsspreiding. Onderzoek de dunbevolkte en dichtbevolkte gebieden en beantwoord de vragen. Gebruik ook je atlas.

a Bekijk de dunbevolkte gebieden (cijfers 1 tot 4) op de kaart. Leg per cijfer uit welke fysische factor de lage bevolkingsdichtheid verklaart.

- Reliëf:

op de evenaar

keerkring minder dan 1 inw./km2 1 – 10 inw./km2 10 – 50 inw./km2

50 – 100 inw./km2

100 – 200 inw./km2 meer dan 200 inw./km2

 (rivier)vlaktes en plateaus

 gebergten

- Klimaattype:

 koud klimaat

 (warm/koel)gematigd klimaat

 warm en droog klimaat

 nat klimaat

d Noteer twee andere factoren die deze gebieden aantrekkelijk maken om te wonen.

4 De bevolkingsexplosie

Blijft de wereldbevolking onbeperkt groeien? Onderzoek hoe de bevolking aangroeide vanaf het midden van de 20ste eeuw. Beantwoord de vragen.

a Ga naar iDiddit en open de hyperlink. Vul de tabel aan: Hoeveel mensen zijn er op aarde ...?

aan het begin van de les? aan het einde van de les? tijdens de les bijgekomen?

b Onderzoek met figuur 3.12 (Op onderzoek, p. 45) hoe snel de wereldbevolking groeit.

- Bekijk de curve tussen 1975 en 2025. In hoeveel jaar tijd groeit de wereldbevolking telkens met 1 miljard inwoners?

- Beschrijf het verloop van de curve.

- Waarmee kun je de vorm van de curve vergelijken?

c Noteer de naam van de bevolkings- en welvaartsgroei sinds 1950 die heeft geleid tot meer productie, consumptie en milieuproblemen.

5 De Grote Versnelling

Vergelijk de curve van de wereldbevolking met de curves die het verbruik en de productie van een aantal goederen en voorzieningen weergeven. Beantwoord de vragen.

Grafieken socio-economische ontwikkelingen (bron data: igbp.net)

a Wat valt er op als je de curves met elkaar vergelijkt?

b In welk jaar situeer je de knik?

c Hoe verklaar je de vorm van de curves?

d Kun je nog andere producten bedenken waarvan de vraag en dus ook de productie en consumptie sterk toenemen als gevolg van de sterk stijgende wereldbevolking?

6 Kijk in de toekomst

Bekijk figuur 3.14 (Op onderzoek, p. 46) met de bevolkingsprognose voor deze eeuw.

a Wat gebeurt er volgens de prognose rond 2080 met de totale wereldbevolking?

b Hoeveel mensen wonen er dan ongeveer op aarde?

c Wat gebeurt er volgens de prognose met de bevolkingsgroei in de komende jaren?

7 Syntheseoefening

Wat bepaalt de spreiding van de wereldbevolking? Vul het schema verder aan.

Fysische factoren

positief: vlaktes, plateaus negatief: gebergten

Menselijke factoren

openbare diensten, bijstand bij ziekte en werkloosheid

Snelle groei van de wereldbevolking

vruchtbare bodem, water, aanwezigheid grondstoffen …

positief: gematigd nat negatief: te droog, warm, koud …

scholen, ziekenhuizen, veiligheid, sport en ontspanning werkgelegenheid, transportmogelijkheden, infrastructuur

De Great Acceleration of Grote Versnelling =

Gevolg: meer vraag naar

Gevolg: De druk op de stijgt.

4 TEST JEZELF

 1 Invloed fysische en menselijke factoren

 2 Bevolkingsspreiding

 3 De Great Acceleration  4 Gevolgen van bevolkingsgroei

SYNTHESE

1 SPREIDING VAN DE WERELDBEVOLKING

De mens is niet gelijkmatig over de aarde verspreid. De bevolkingsdichtheid varieert sterk per regio. Verschillende factoren bepalen de aantrekkelijkheid van een gebied om er te wonen.

Fysische factoren

KLIMAAT

• aantrekkelijk: gematigd nat klimaat

• onaantrekkelijk: te droog, te warm of te koud klimaat

Menselijke factoren

ECONOMISCHE FACTOREN

bv. werkgelegenheid, transportmogelijkheden (wegen, openbaar vervoer, (lucht)havens), infrastructuur voor nutsvoorzieningen (water, elektriciteit, riolering, aardgas) …

RELIËF

• aantrekkelijk: vlaktes en plateaus

• onaantrekkelijk: gebergtes

NATUURLIJKE RIJKDOMMEN

bv. aanwezigheid van water, vruchtbare bodem, grondstoffen en energiebronnen

SOCIALE FACTOREN

bv. veiligheid, nabijheid van scholen, ziekenhuizen en winkels, sociale voorzieningen (zoals kinderopvang), infrastructuur voor sport, cultuur en ontspanning …

2 SNELLE GROEI VAN DE WERELDBEVOLKING

Hockeystickcurve

= groei wereldbevolking in de vorm van een hockeystick met een explosieve toename sinds ongeveer 1950

POLITIEKE FACTOREN

bv. openbare diensten, sociale zekerheid (ondersteuning bij ziekte, werkloosheid, ouderdom, verbouwing ...), gelijke rechten voor iedereen, politieke stabiliteit en beleid

Great Acceleration of Grote Versnelling

= een periode van versnelde groei sinds het midden van de 20ste eeuw

TOENEMENDE VRAAG, PRODUCTIE EN HANDEL

De bevolkingsgroei leidt tot een sterke toename van de vraag naar water, voedsel, huisvesting, transport, grondstoffen, energie

DRUK OP DE PLANEET

De stijgende vraag naar producten verhoogt de druk op het milieu wereldwijd.

AFREMMENDE GROEI

Naar verwachting bereikt de groei eind 21ste eeuw een piek, waarna een stabiele of zelfs dalende trend mogelijk is.

2

BEVOLKINGSCIJFERS

LIEGEN NIET

KERNVRAAG

WELKE FACTOREN BEPALEN HET BEVOLKINGSAANTAL IN EEN LAND?

1 CHECK-IN

De bevolking van een land kan toenemen of afnemen. In sommige landen gaat de groei heel snel, terwijl ze in andere landen afneemt. In 2026 leven er meer dan 8,2 miljard mensen op onze aardbol. De wereldbevolking blijft bovendien in sneltempo verder groeien.

We delen allemaal dezelfde planeet en moeten de beschikbare middelen samen gebruiken (fig. 3.15). Tijd om op onderzoek te gaan.

Fig. 3.15 “We zijn allemaal astronauten op een klein ruimteschip dat de aarde heet.” (R. Buckminster Fuller)

2 OP ONDERZOEK

1 Wat bepaalt de bevolkingsgroei?

Om de bevolkingsgroei te onderzoeken, maken we gebruik van demografische indicatoren. Dit zijn factoren die de bevolkingsgroei van een land bepalen, bijvoorbeeld meer of minder geboortes en sterfgevallen, inwijkelingen en uitwijkelingen. Om landen goed met elkaar te kunnen vergelijken, drukken we die indicatoren uit per 1 000 inwoners. Dat noemen we het promille (‰).

1.1 NATUURLIJKE AANGROEI

De bevolking van een land groeit als er meer mensen geboren worden dan er sterven. Het geboortecijfer geeft aan hoeveel kinderen er per 1 000 inwoners per jaar worden geboren. Het sterftecijfer toont hoeveel mensen er per 1 000 inwoners per jaar overlijden. Het verschil tussen beide cijfers noemen we de natuurlijke aangroei, ook wel de natuurlijke aanwas of het geboorteoverschot. Is het geboortecijfer hoger dan het sterftecijfer, dan is de natuurlijke aangroei positief. Is het geboortecijfer lager dan het sterftecijfer, dan spreken we van een negatieve natuurlijke aangroei. De natuurlijke aangroei wordt meestal uitgedrukt per 100 inwoners (in procent of %).

Data source: UN, World Population Prospects

1.2 MIGRATIE

Migratie betekent dat mensen verhuizen van het ene land naar het andere. Wie zo’n grens oversteekt om zich elders te vestigen, is een migrant. Het migratiesaldo van een land is het verschil tussen het aantal immigranten (inwijkelingen) en het aantal emigranten (uitwijkelingen) per 1 000 inwoners in een bepaald jaar (fig. 3.17).

Een positief migratiesaldo (meer immigratie dan emigratie) komt vaak voor in economisch welvarende landen met veel werkgelegenheid, politieke stabiliteit en een hoge levensstandaard. Denk aan delen van Noord-Amerika, West-Europa en sommige landen in het Midden-Oosten. Ook landen die veel vluchtelingen opvangen kunnen tijdelijk een positief saldo hebben. Een negatief migratiesaldo zien we meestal in landen die kampen met armoede, conflicten, politieke instabiliteit of weinig toekomstperspectief.

1.3 TOTALE BEVOLKINGSGROEI

De totale bevolkingsgroei krijg je door het verschil te berekenen tussen de natuurlijke aangroei en het migratiesaldo. Zo heb je het meest volledige beeld van hoe de bevolking in verschillende regio's wereldwijd evolueert.

Fig. 3.17 Migratiesaldo in ‰ in de wereld (2023)
Fig. 3.16 Natuurlijke aangroei in de wereld (2023)

2 Hoe meten we de bevolkingsgroei?

Sommige landen groeien razendsnel, terwijl andere met dalende bevolkingscijfers kampen. Om die verschillen te begrijpen, gebruiken we een aantal meetinstrumenten. Die leveren cijfers op over hoe snel de bevolking verandert, hoeveel kinderen mensen gemiddeld krijgen, hoe oud mensen worden en hoe de bevolking is opgebouwd naar leeftijd. Zo kunnen we verschillen tussen landen verklaren én beter voorspellen hoe een bevolking zich in de toekomst zal ontwikkelen.

2.1 VRUCHTBAARHEIDSCIJFER

Fig. 3.18 Elke bevolkingspiramide vertelt een verhaal over groei, vergrijzing of verjonging.

In België kregen mensen vroeger meer kinderen dan nu. Het vruchtbaarheidscijfer is het gemiddelde aantal kinderen dat een vrouw krijgt tijdens haar vruchtbare periode. Dat cijfer is de afgelopen decennia gedaald. Om de bevolking van een land stabiel te houden, is een vruchtbaarheidscijfer van 2,1 nodig. Twee kinderen zijn nodig om de ouders te vervangen, en de extra 0,1 dient als reserve omdat niet elk kind de vruchtbare leeftijd bereikt.

Data source: UN, World Population Prospects OurWorldinData.org/fertility-rate | CC BY

3.19 Vruchtbaarheidscijfer per vrouw wereldwijd (2023) 0 geboortes 1 geboortes 2 geboortes 3 geboortes 4 geboortes 5 geboortes 6 geboortes 7 geboortes

2.2 LEVENSVERWACHTING

De levensverwachting bij de geboorte geeft aan hoelang iemand gemiddeld nog zal leven. In België was die in 2024 gemiddeld 82,4 jaar. In het Vlaams Gewest steeg de levensverwachting van 78,5 jaar in 2000 naar 84,1 jaar in 2024. Ook in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest nam de levensverwachting toe, van 77,9 jaar naar 82,2 jaar.

Fig.

2.3 LEEFTIJDSSTRUCTUUR

Om de leeftijdsstructuur van een land te onderzoeken, gebruiken we een leeftijdshistogram of leeftijdspiramide

Dat is een grafiek waarin de bevolking wordt verdeeld in leeftijdsklassen van telkens vijf jaar.

De verticale as toont de leeftijdsklassen. De horizontale balken geven aan hoeveel vrouwen (roze) en mannen (blauw) er in elke leeftijdsklasse zitten. In het onderstaande leeftijdshistogram (fig. 3.20) is de waarde van de horizontale balken uitgedrukt in absolute cijfers: het werkelijke aantal mannen en vrouwen in elke leeftijdsgroep.

3.20 Leeftijdshistogram van België (2024)

De verhouding tussen jongeren en ouderen heeft een grote invloed op de bevolkingsgroei. In een land met veel jongeren is het geboortecijfer meestal hoog. Wanneer er vooral ouderen zijn in verhouding tot het aantal jongeren, dan spreken we van de vergrijzing van de bevolking. Die ontstaat wanneer mensen gemiddeld ouder worden en er minder kinderen worden geboren.

Fig.

1 Totale bevolkingsgroei in België en China

Onderzoek hoe snel de bevolking in België aangroeide in 2024 en vergelijk dit met China.

a Plaats de begrippen op de juiste plaats in het schema. Kies uit: migratiesaldo – geboortecijfer – bevolkingsgroei – immigratie –natuurlijke aangroei – sterftecijfer – emigratie

b Bereken nu voor België de natuurlijke aangroei, het migratiesaldo en de bevolkingsgroei in ‰. Vul deze cijfers in het schema aan.

9,2 ‰ 9,5 ‰ 16,6 ‰ 10,9 ‰

c Bekijk de bevolkingsgegevens van China voor 2024 en vul de natuurlijke aangroei (in ‰) aan. totaal aantal inwoners aantal geboortes geboortecijfer aantal sterfgevallen sterftecijfer natuurlijke aangroei in ‰

1 420 000 000 9 540 000 6,7 ‰ 10 930 000 7,7‰

d Omcirkel het juiste antwoord.

- In België ligt het totale aantal geboortes en sterfgevallen lager / hoger dan in China.

- Het geboortecijfer en het sterftecijfer liggen lager / hoger in België dan in China.

- Dit betekent dat er per 1 000 inwoners in België meer / minder kinderen geboren worden dan in China.

- In China sterven er per 1 000 inwoners meer / minder mensen dan in België.

e Bekijk de bevolkingsgegevens van België opnieuw. Noteer een kruisje in de juiste kolom.

1 Er is een negatieve natuurlijke aangroei in België.

2 Er is een negatief migratiesaldo in België.

3 Er zijn meer inwijkelingen dan dat er mensen geboren worden in België.

4 De Belgische bevolking groeit door een positief migratiesaldo, ondanks de negatieve natuurlijke aangroei.

5 Zonder immigratie daalt het Belgische bevolkingsaantal.

2 Evolutie van de Belgische bevolking

juist fout

Hoe evolueerde de bevolking in België tot 2024 en hoe ziet de prognose er op lange termijn uit?

Beantwoord de vragen aan de hand van de cijfergegevens in de grafiek

140 000

120 000

100 000

80 000

60 000

40 000

20 000

–20 000 0

–40 000

Bevolkingsgroei in België

internationaal migratiesaldo natuurlijke aangroei

Bron: 1992-2024 Statbel; prognose voor 2024-2072 Federaal Planbureau

a Wat betekenen de stippellijnen op de figuur?

b Markeer wat juist is.

- De natuurlijke aangroei in België is in 2024 negatief / rond de nulgroei / positief

- Het migratiesaldo in België is in 2024 negatief / rond de nulgroei / positief

c In 2020 is de natuurlijke aangroei plots sterk negatief en daalt het internationale migratiesaldo. Verklaar.

d Wat is de oorzaak van de stijging van het internationale migratiesaldo in 2022?

e Wat gebeurt er met de natuurlijke aangroei na 2040?

f Zal vanaf 2040 de bevolking dan afnemen?

3 De leeftijdsstructuur

Hieronder staan omschrijvingen van de bevolking van vier landen: de Verenigde Arabische Emiraten (met focus op Dubai en Abu Dhabi), Niger, Japan en Algerije. Lees ze en koppel ze aan de juiste histogrammen.

In Dubai en Abu Dhabi is slechts ongeveer 20 % van de bevolking oorspronkelijk Emirati. Het merendeel bestaat uit mannelijke arbeidsmigranten uit India, Pakistan en Bangladesh, die vooral in de bouwsector werken.

Niger heeft het hoogste geboortecijfer ter wereld. Dat zorgt voor een jonge bevolking met veel kinderen en jongeren.

In Japan is vergrijzing een groot probleem. Doordat er veel ouderen zijn, ligt het sterftecijfer hoger.

Tegelijkertijd worden er weinig kinderen geboren, waardoor het geboortecijfer laag blijft.

In Algerije daalde het geboortecijfer snel tot 2000, maar sindsdien stijgt het opnieuw duidelijk. Door een gebrek aan werkgelegenheid trekken veel jongvolwassenen naar het buitenland.

1 2 3 4

4 Geboortecijfers en sterftecijfers

Bekijk de foto’s van ouderen in Europa en jonge kinderen in Sub-Sahara-Afrika. Gebruik je atlas om de kaarten te raadplegen en maak telkens de juiste keuze.

a Zoek in je atlas de kaart van de aarde met 'Bevolking' en zoek de kaart met het geboortecijfer.

In Europa is het geboortecijfer lager / hoger dan in Sub-Sahara-Afrika.

b Zoek in je atlas de kaart ‘Zuigelingensterfte’.

In Europa

Hoge / lage zuigelingensterfte zorgt ervoor dat men veel / weinig kinderen op de wereld wil zetten, omdat ze wel /niet allemaal in leven blijven.

c Zoek in je atlas de kaart ‘Ouderen’.

In Europa

Veel / weinig oude mensen wil zeggen dat er veel / weinig nieuwe kinderen op de wereld gezet worden.

In Sub-Sahara-Afrika

Hoge / lage zuigelingensterfte zorgt ervoor dat men veel / weinig kinderen op de wereld wil zetten, omdat ze wel /niet allemaal in leven blijven.

In Sub-Sahara-Afrika

Veel / weinig oude mensen wil zeggen dat er veel / weinig nieuwe kinderen op de wereld gezet worden.

d Zoek in je atlas de kaart ‘Ouderen’, ‘Sterftecijfer’ en ‘Jongeren/jeugd’.

In Europa

Veel / weinig oude mensen in de bevolking leidt tot een hoger / lager sterftecijfer.

e Vul de conclusie aan.

In Europa

In landen met een oudere bevolking is het geboortecijfer laag / hoog en het sterftecijfer laag / hoog

In Sub-Sahara-Afrika

Veel / weinig oude mensen in de bevolking leidt tot een hoger / lager sterftecijfer.

In Sub-Sahara-Afrika

In landen met een oudere bevolking is het geboortecijfer laag / hoog en het sterftecijfer laag / hoog

5 Vruchtbaarheidscijfers

Het aandeel jongeren en ouderen in een land heeft duidelijk impact op de bevolkingsgroei. Om die invloed uit te schakelen, onderzoeken we de groei aan de hand van het vruchtbaarheidscijfer.

9 geboortes

8 geboortes

7 geboortes

6 geboortes

5 geboortes

4 geboortes

3 geboortes

2 geboortes

1 geboortes

0 geboortes

Data source: UN WPP (2024); HFD (2024) OurWorldinData.org/fertility-rate | CC BY Aantal kinderen per vrouw (bron: ourworldindata.org)

a Bekijk de grafiek. Maak de juiste combinaties.

In dit land is het vruchtbaarheidscijfer in 2023 iets lager dan 1 kind per vrouw. Er zijn wel maatregelen om meer kinderen te krijgen: goedkope kinderopvang, lang zwangerschapsverlof en betaald onderwijs voor elk tweede kind.

In dit land is het vruchtbaarheidscijfer de afgelopen 30 jaar met 70 % gedaald. Dat is de grootste daling in de menselijke geschiedenis.

In dit arme land groeit de bevolking heel snel aan. Pas in 2016 daalde het aantal kinderen per vrouw onder de 7.

Dit land heeft een veel lager vruchtbaarheidscijfer. De overheid voert er een actieve geboortepolitiek, onder andere door voorbehoedsmiddelen te voorzien.

De ongunstige socio-economische situatie in dit Europees land zorgt voor een zeer laag vruchtbaarheidscijfer.

• • Niger

• • Rwanda

• • Iran

• • Italië

• • Taiwan

b Raadpleeg in je atlas de kaarten over analfabetisme, extreme armoede, vruchtbaarheid en levensverwachting. Markeer de juiste antwoorden in de tabel.

Niger

analfabetisme

Italië

laag / gemiddeld / hoog laag / gemiddeld / hoog vruchtbaarheid

laag / gemiddeld / hoog laag / gemiddeld / hoog rijkdom arm / gemiddeld / rijk arm / gemiddeld / rijk levensverwachting

laag / gemiddeld / hoog laag / gemiddeld / hoog

c Bestudeer nu de bovenstaande ingevulde tabel. Wat kun je besluiten? Markeer wat juist is.

- In arme landen krijgen vrouwen minder / meer kinderen dan in rijke landen.

- Hoe hoger de bevolking geschoold is, hoe minder / meer kinderen een vrouw gemiddeld krijgt.

- In arme landen met een laagopgeleide bevolking worden mensen minder oud / ouder

4 TEST JEZELF

1 Ken je begrippen!

2 Natuurlijke bevolkingsgroei

3 Leeftijdshistogrammen

SYNTHESE

NATUURLIJKE AANGROEI

= natuurlijke aanwas, geboorteoverschot

geboortecijfer = aantal geboortes per 1 000 inwoners

bevolkingsgroei berekenen

sterftecijfer = aantal sterfgevallen per 1 000 inwoners

bevolkingsgroei meten

VRUCHTBAARHEIDSCIJFER

MIGRATIESALDO

= een positief of negatief saldo

aantal immigranten = inwijkelingen per 1 000 inwoners

aantal emigranten = uitwijkelingen per 1 000 inwoners

= gemiddeld aantal kinderen dat een vrouw krijgt tijdens haar vruchtbare periode

LEVENSVERWACHTING

= hoelang een persoon gemiddeld zal leven

LEEFTIJDSSTRUCTUUR

= samenstelling van bevolking verdeeld over leeftijdsgroepen  dit wordt voorgesteld in een leeftijdshistogram

3

DE GREAT ACCELERATION

VERKLAARD

KERNVRAAG

WAT VERKLAART DE SNELLE GROEI VAN DE WERELDBEVOLKING?

1 CHECK-IN

Je weet al dat de wereldbevolking de voorbije decennia sterk is toegenomen. Maar hoe komt het dat die groei eigenlijk al ruim twee eeuwen geleden begon? Welke factoren lagen aan de basis van die wereldwijde bevolkingsgroei? En waarom versnelde dat proces nog meer in de 20ste eeuw?

2 OP ONDERZOEK

1 De demografische transitie

De natuurlijke aangroei kan van regio tot regio sterk verschillen. In Afrika ten zuiden van de Sahara vinden we de hoogste natuurlijke groei: daar zijn veel meer geboortes dan sterfgevallen, waardoor de bevolking snel groeit. In veel Europese landen en delen van Oost-Azië is de natuurlijke groei veel lager, of zelfs negatief. Dat betekent dat de bevolking er daalt. De bevolkingsexplosie van de afgelopen twee eeuwen is het gevolg van de demografische transitie. Een transitie is een overgang of verandering. In dit geval: van een situatie met veel geboortes én veel sterfgevallen naar een situatie met weinig geboortes én weinig sterfgevallen.

2 De transitie in VIJF fases

Fig. 3.21 Het demografische transitiemodel

De demografische transitie verloopt in vijf fases. Elk land doorloopt dezelfde volgorde, maar niet elk land bevindt zich in dezelfde fase (fig. 3.21). Landen met een hoog inkomen, zoals in Europa en Noord-Amerika, zitten in fase 4 of 5. In die fases is het geboortecijfer sterk gedaald en kan de bevolking zelfs krimpen. In veel landen met een laag inkomen, zoals in Afrika, zijn de geboortecijfers nog hoog en groeit de bevolking sterk. De transitie is daar nog volop bezig.

In de eerste fase van de transitie liggen het geboortecijfer en het sterftecijfer hoog, waardoor er weinig tot geen natuurlijke aangroei is. De vele geboortes zijn in belangrijke mate een gevolg van de hoge kindersterfte. Door een gebrek aan medische kennis, slechte hygiënische omstandigheden en wijdverspreide ondervoeding overleeft een groot deel van de kinderen de eerste levensjaren niet.

geboortecijfer geboortecijfer geboortecijfer totale bevolking totale bevolking sterftecijfer sterftecijfer

Gezinnen kiezen daarom bewust voor veel kinderen, in de hoop dat er voldoende zullen overleven. Bovendien hebben kinderen op jonge leeftijd vaak al een economische waarde: ze helpen mee als werkkracht. Op latere leeftijd zijn ze een vorm van sociale zekerheid: ze worden geacht voor hun ouders te zorgen.

Ook het sterftecijfer blijft hoog. Door de ontoereikende medische voorzieningen en een gebrekkig begrip van hygiëne worden ziektes gemakkelijk verspreid en eisen epidemieën geregeld een zware tol. Het leven is onzeker, met een lage levensverwachting als gevolg.

2.2 FASE 2

In de tweede fase neemt de natuurlijke aangroei sterk toe. Het sterftecijfer daalt snel dankzij verbeteringen in de medische zorg, een betere hygiëne en een efficiëntere voedselproductie. Vooral de kindersterfte neemt sterk af, waardoor meer mensen de volwassen leeftijd bereiken en de levensverwachting stijgt.

sterftecijfer

geboortecijfer

3.25 Een kroostrijk Afrikaans gezin

Het geboortecijfer blijft in deze fase nog steeds hoog. Culturele en godsdienstige gewoontes, economische motieven en een gebrek aan kennis over geboortebeperking zorgen ervoor dat men nog steeds kiest voor veel kinderen. Het gevolg is een demografische explosie: er worden veel kinderen geboren, én steeds meer mensen blijven langer in leven. Het bevolkingsaantal groeit in deze fase snel.

2.3 FASE 3

In de derde fase zet de bevolkingsgroei zich voort, maar begint hij geleidelijk af te remmen. Niet alleen blijft het sterftecijfer verder dalen, ook het geboortecijfer begint nu gevoelig af te nemen. De daling van het geboortecijfer is het gevolg van maatschappelijke veranderingen.

Door de dalende kindersterfte is het niet langer noodzakelijk om veel kinderen te krijgen. Bovendien verdwijnt de economische functie van kinderen geleidelijk: het verbod op kinderarbeid en de invoering van de leerplicht maken dat kinderen niet langer bijdragen aan het gezinsinkomen. Ze worden eerder een kost dan een hulp.

Fig. 3.26

3.27 Schoolgaande jeugd in 1946

Fig. 3.23 Een Brits gezin in 1800
Fig. 3.24
Fig.
Fig.
Fig. 3.22 Fase 1

Ook de positie van de vrouw verandert: vrouwen krijgen meer rechten, nemen vaker deel aan het arbeidsleven en kiezen bewust voor kleinere gezinnen. Tegelijk neemt de invloed van de godsdienst op de gezinsplanning af, waardoor contraceptie breder aanvaard en toegepast wordt. De natuurlijke aangroei blijft nog groot, maar neemt naar het einde van deze fase merkbaar af. Dankzij medische vooruitgang - zoals vaccinatie, medicatie en betere gezondheidszorg - blijft het sterftecijfer licht dalen en stijgt de levensverwachting verder.

2.4 F ASE 4

In de vierde fase blijven de sterftecijfers laag, terwijl het geboortecijfer verder daalt. Die daling is het gevolg van veranderingen in levensstijl en gezinsplanning: koppels trouwen op latere leeftijd en kiezen bewust voor een kleiner gezin dankzij de ruime beschikbaarheid van voorbehoedsmiddelen

fase 1 2 3 4 5

geboortecijfer

sterftecijfer

geboortecijfer

sterftecijfer

geboortecijfer natuurlijke aangroei

totale bevolking totale bevolking

sterftecijfer

totale bevolking

totale bevolking

sterftecijfer

geboortecijfer natuurlijke aangroei

geboortecijfer geboortecijfer totale bevolking

totale bevolking

sterftecijfer

Daarnaast verschuift de maatschappelijke focus. Meer aandacht gaat uit naar comfort, consumptie, reizen en culturele activiteiten. Kinderen worden minder als economische meerwaarde beschouwd en meer als een kostenpost binnen het gezinsbudget.

Het sterftecijfer daalt nog licht verder, vooral door de toenemende levensverwachting en de verbeterde zorg voor ouderen. Tegen het einde van deze fase liggen het geboortecijfer en sterftecijfer dicht bij elkaar. De natuurlijke groei neemt af en stabiliseert uiteindelijk rond de nulgroei: de bevolking blijft dus min of meer stabiel.

2.5 FASE 5

In deze laatste fase slaat de natuurlijke groei om in een negatieve trend: er sterven jaarlijks meer mensen dan er geboren worden. Het geboortecijfer is gedaald tot

40 ‰ geboortecijfer

fase 1 2 3 4 geboortecijfer geboortecijfer

totale bevolking

fase 1 2

geboortecijfer

40 ‰

sterftecijfer

Fig. 3.29 Gezinsplanning in China
Fig. 3.28 Fase 4
Fig. 3.31 Laag geboortecijfer door vergrijzing van de bevolking

1 De demografische transitie in enkele landen

De bevolkingsevolutie van de meeste landen verloopt volgens het demografische transitiemodel.

a Ga na hoe het geboortecijfer evolueert. Schrijf het juiste kenmerk in iedere fase. Kies uit:

hoog – snelle daling – laag – verdere daling – hoog

b Lees waarom een geboortecijfer hoog/laag is of daalt. Noteer het cijfer van de reden(en) bij de juiste fase.

1 vrouwenrechten

2 gebruik voorbehoedsmiddelen

3 betere levensstandaard

4 gezinsplanning

5 hoge kindersterfte

6 laag vruchtbaarheidscijfer

7 dalende kindersterfte

8 geen kinderarbeid meer

9 kinderen als sociale zekerheid

sterftecijfer geboortecijfer natuurlijke aangroei totale bevolking fase 1 2 3 4 5

geboortecijfer redenen

c Ga na hoe het sterftecijfer evolueert. Schrijf het juiste kenmerk in iedere fase. Kies uit:

stilstand – lichte toename – snelle daling – lichte daling – hoog

d Lees waarom een sterftecijfer hoog/laag is of daalt. Noteer het cijfer van de reden(en) bij de juiste fase.

1 meer voedselproductie

2 levensverwachting stijgt

3 ziekten en epidemieën

4 hongersnoden

5 verouderde bevolking

6 onvoldoende medische hulp

7 betere zorg en hygiëne

8 dalende kindersterfte

9 gebrekkige hygiëne

sterftecijfer geboortecijfer natuurlijke aangroei totale bevolking fase 1 2 3 4 5

sterftecijfer

redenen

e Ga na hoe de natuurlijke aangroei evolueert. Noteer dit in de tabel. Kies uit:

lichte toename tot stilstand – lichte toename – toename neemt af – sterke toename – afname

f Noteer per fase een land. Raadpleeg figuur 3.16 met de wereldkaart van de natuurlijke aangroei (Op onderzoek, p. 53) of de kaarten via de hyperlinks op iDiddit. Kies uit:

D.R. Congo – China – Portugal – Frankrijk – Mexico – Rusland – België –Verenigde Staten – Marokko – Niger – Turkije

sterftecijfer geboortecijfer natuurlijke aangroei

bevolking

natuurlijke aangroei

voorbeelden

geen enkel land meer

2 Leeftijdshistogrammen en het transitiemodel

De vorm van een leeftijdshistogram volgt de fases van de demografische transitie. Herken je de onderstaande kenmerken in elk histogram? Noteer de juiste fase in de tabel.

1 Er worden nog veel kinderen geboren. Doordat er minder kinderen sterven, worden de onderste balken van het histogram breder.

2 De bevolking vergrijst, waardoor het sterftecijfer hoog is. Er worden weinig kinderen geboren. Het histogram heeft daardoor een smalle basis en een brede top.

3 In elke leeftijdsklasse overlijden mensen. Hoe hoger in het histogram, hoe smaller de balken.

De brede basis wijst op veel jongeren en een hoog geboortecijfer.

4 De bevolking is stabiel. Door de stijgende levensverwachting wordt de top breder.

5 De basis van het histogram wordt smaller. Elke jongere leeftijdsklasse is kleiner dan de vorige, door een dalend geboortecijfer.

Fase 1: hoog geboorte- en sterftecijfer

Fase 2: hoog geboortecijfer, sterftecijfer daalt

Fase 3: snelle daling van het geboortecijfer

Fase 4: toenemende levensverwachting

Fase 5: hoger sterftecijfer dan geboortecijfer

3 Demografische transitie in de toekomst

De demografische transitie verloopt niet overal gelijktijdig. Hoe verloopt ze in de toekomst?

Bekijk de prognoses voor de verschillende regio’s in de wereld.

Bevolkingsgroei per regio

wereld – voorspelling

Azië – voorspelling

Afrika – voorspelling

Europa – voorspelling

Noord-Amerika – voorspelling

Zuid-Amerika – voorspelling

Bevolkingsgroei per regio

a Naar welke fase evolueren de landen in Noord- en Zuid-Amerika, en Europa?

b Wanneer gaat Azië als regio over van fase 4 naar fase 5?

c Welke fase doorloopt Afrika in deze eeuw?

4 Syntheseoefening

Vul het schema over de demografische transitie verder aan.

Demografische transitie =

Fase

Kenmerken

1 De bevolking groeit amper aan door een hoog / laag sterftecijfer en een hoog / laag geboortecijfer.

2

De bevolking groeit sterk aan door een hoog / laag geboortecijfer en een stijging / daling van het sterftecijfer door betere voeding en medische verzorging.

3 De bevolkingsgroei neemt af door een stijging / daling van het geboortecijfer. Dit hangt onder andere samen met de invoering van de leerplicht.

4 De bevolking groeit niet meer door een hoog / laag sterftecijfer en een hoog / laag geboortecijfer.

5 De bevolking neemt af doordat het sterftecijfer hoger / lager is dan het geboortecijfer.

4 TEST JEZELF

 1 Ken je begrippen!

 2 Demografische transitie in fases

 3 Kenmerken per fase

DEMOGRAFISCHE TRANSITIE

= de overgang van hoge naar lage geboorte- en sterftecijfers - geboortecijfer en sterftecijfer zijn beide hoog

fase 1 2 3 4 5

sterftecijfer geboortecijfer natuurlijke aangroei totale bevolking

kleine natuurlijke aangroei

 De bevolking groeit amper.

- sterftecijfer daalt  betere voeding en medische verzorging - natuurlijke aangroei neemt toe

 De bevolking groeit sterk.

- geboortecijfer daalt  minder economisch nut en invoering leerplicht - natuurlijke aangroei neemt af  De bevolkingsgroei remt af.

- geboortecijfer en sterftecijfer zijn beide laag

- kleine natuurlijke aangroei

 De groei komt tot stilstand.

- geboortecijfer is lager dan sterftecijfer - natuurlijke aangroei is negatief

 De bevolking neemt af.

GEBOORTEBELEID: MEER OF MINDER KINDEREN?

KERNVRAAG

HOE KAN DE OVERHEID DE EVOLUTIE

VAN DE BEVOLKING BEÏNVLOEDEN?

1 CHECK-IN

In sommige landen, vooral in Afrika, groeit de bevolking erg snel. In andere landen krimpt ze. In beide gevallen komt de samenleving onder druk te staan. Een snelgroeiende bevolking vraagt meer voedsel, water, energie en grondstoffen. Dat kan leiden tot schaarste en stijgende prijzen. In landen waar de bevolking afneemt, zijn er te weinig werkenden om de groeiende groep ouderen te ondersteunen. Overheden wereldwijd proberen daarom de bevolkingsgroei te beïnvloeden, zowel bij een tekort als bij een teveel aan geboortes.

2 OP ONDERZOEK

1 VRUCHTBAARHEID EN SCHOLING VAN MEISJES

In de vorige hoofdstukken zag je hoe sterk de groei van de bevolking tussen regio’s kan verschillen. Regeringen kunnen maatregelen nemen die de vruchtbaarheid van meisjes beïnvloeden, bijvoorbeeld door onderwijs te stimuleren. Hoe langer meisjes naar school gaan en hoe later ze trouwen, hoe kleiner het gemiddeld aantal kinderen dat ze krijgen. Onderwijs vergroot hun kansen en hun kennis over gezondheid en gezinsplanning.

Niger vruchtbaarheidscijfer (gemiddeld aantal kinderen per moeder)

gemiddeld aantal jaren onderwijs genoten (vrouwen 25+)

Fig. 3.32 Verband tussen vruchtbaarheid en onderwijs (bron data: ourworldindata.org, Statbel)

2 DE HUMAN DEVELOPMENT INDEX (HDI)

HDI staat voor de Human Development Index of de Index van de Menselijke Ontwikkeling. Het is een maatstaf die door de Verenigde Naties wordt gebruikt om de ontwikkelingsgraad van landen te meten en te vergelijken. De HDI is gebaseerd op drie belangrijke factoren van de menselijke ontwikkeling (fig. 3.33): hoe gezond mensen leven (gezondheid), hoeveel scholing ze krijgen (kennis) en hoe hoog het inkomen per inwoner is (levensstandaard).

Levensverwachting bij de geboorte

HDI Human Development Index

EEN BEHOORLIJKE LEVENSSTANDAARD

De HDI geeft een score tussen 0 en 1, waarbij een hogere score duidt op een hogere mate van menselijke ontwikkeling. Landen met een hoge HDI hebben doorgaans lagere vruchtbaarheidscijfers. Met de socioeconomische ontwikkeling zien we vaak een verschuiving van grotere naar kleinere gezinnen: door betere toegang tot gezondheidszorg en anticonceptie, een hogere status van vrouwen en veranderende behoeften.

3 HOE LANDEN OMGAAN MET HET TEVEEL OF TEKORT AAN GEBOORTES

In veel landen probeert de overheid invloed uit te oefenen op het aantal kinderen dat er geboren wordt. In landen waar de bevolking snel groeit, proberen ze het geboortecijfer af te remmen. In andere landen is de situatie anders: er zijn weinig jongeren en veel ouderen. Daar proberen overheden het aantal geboortes net te laten stijgen.

Het ingrijpen door de overheid verschilt dus van land tot land, afhankelijk van hoeveel kinderen men wil dat er geboren worden. De maatregelen die de overheid daarvoor neemt, noemen we het geboortebeleid of de geboortepolitiek. Figuur 3.34 toont een Indiase postzegel uit een campagne voor geboortebeperking in de 20ste eeuw.

Fig. 3.33 De drie pijlers van de Human Development Index (HDI)
LANG EN GEZOND LEVEN
Aantal jaren scholing van volwassenen Het verwachte aantal jaren scholing voor kinderen
KENNIS
Het bruto nationaal inkomen (bni) per inwoner
Fig. 3.34 Geboortebeleid in India in de 20ste eeuw

3.1

Japan kampt al jarenlang met een alarmerend laag geboortecijfer en is een van de snelst vergrijzende landen ter wereld. Dat zet de sociale zekerheid (zoals de ziekteverzekering en pensioenen), de economie en de arbeidsmarkt zwaar onder druk.

De Japanse overheid probeert met verschillende maatregelen het aantal kinderen weer omhoog te krijgen: - financiële steun voor de kosten van een bevalling; - kinderbijslag voor gezinnen met kinderen; - ouderschapsverlof om werk en gezin beter te combineren; - uitbreiding van kinderopvang, inclusief gratis opvang; - subsidies voor studiekosten in het hoger onderwijs.

3.2 CHINA: VAN EEN NAAR DRIE KINDEREN

China voerde in 1979 een streng eenkindbeleid in uit bezorgdheid voor overbevolking en om de economische groei te versnellen. Dat leidde tot een sterke daling van het geboortecijfer.

De maatregelen waren ingrijpend: hoge boetes wanneer je een tweede kind kreeg, verlies van sociale voordelen, en soms verplichte sterilisaties of abortussen.

Toen een vergrijzende bevolking en een kleiner wordende beroepsbevolking de economie bedreigden, versoepelde China naar een tweekindbeleid (2015) en later naar een driekindbeleid (2021). Maar het geboortecijfer blijft laag door de grote werkdruk en hoge kosten voor wonen en onderwijs. Het is nog onzeker of het driekindbeleid de demografische problemen zal oplossen.

3.3 NIGER: EEN JONGE, SNELGROEIENDE BEVOLKING

De situatie in Niger staat in schril contrast met die van China of Japan. Niger heeft een van de hoogste geboortecijfers ter wereld. Cultuur en religie spelen een grote rol, waardoor meisjes erg jong trouwen en grote gezinnen vaak als wenselijk worden gezien.

De snelle bevolkingsgroei in Niger leidt tot grote problemen: er is druk op schaarse natuurlijke hulpbronnen, voedselonzekerheid en armoede.

De infrastructuur raakt overbelast, de jeugdwerkloosheid is hoog en de toegang tot onderwijs en gezondheidszorg is beperkt. Dat belemmert de economische ontwikkeling.

Dit zijn de maatregelen die de Nigerese overheid neemt: - inspanningen doen om kindhuwelijken af te schaffen; - zorgen voor een betere toegang tot voorbehoedsmiddelen en voorlichting; - onderwijs voor meisjes bevorderen; - religieuze leiders betrekken om boodschappen rond gezinsplanning te promoten.

Fig. 3.35 Vergrijzing in Japan
Fig. 3.36 Het voormalige eenkindbeleid in China
Fig. 3.37 Schoolgaande jeugd in Niamey (Niger)

3 AAN DE SLAG

1 Dalende vruchtbaarheid

Onderzoek hoe scholing en ontwikkeling het vruchtbaarheidscijfer beïnvloeden. Raadpleeg de grafieken online en beantwoord de vragen hierbij.

a Ga op iDiddit naar de onlinegrafiek van de scholing. Laat de tijdlijn lopen.

- Hoe bewegen de bolletjes van de meeste landen?

- Welk besluit kun je hieruit trekken? Markeer.

Hoe langer meisjes naar school gaan, hoe minder / meer kinderen ze gemiddeld krijgen.

b Ga op iDiddit naar de onlinegrafiek over het verband tussen HDI en vruchtbaarheid. Laat de tijdlijn lopen.

- Hoe bewegen de bolletjes van de meeste landen?

- Welk besluit kun je hieruit trekken? Markeer.

Hoe hoger de HDI, hoe lager / hoger het vruchtbaarheidscijfer.

2 Toenemende welvaart en bevolkingsgroei

Onderzoek wat de beste manier is om de snelle groei van de wereldbevolking af te remmen. Bekijk het filmpje en beoordeel de stellingen. Verbeter indien fout.

1 Kinderen in arme landen redden, leidt tot overbevolking in de wereld.

2 In arme landen worden de ouders gemiddeld vervangen door twee van hun kinderen.

3 In landen waar de kindersterfte het hoogst is, groeit de bevolking ook het snelst aan.

4 Wereldwijd wonen er zeker 5 miljard mensen in een arm land.

5 Enkel in Europa en de Verenigde Staten hebben ouders gemiddeld twee kinderen.

6 Wanneer elk gezin twee kinderen heeft, groeit de bevolking niet meer aan.

7 In gezinnen waar de welvaart toeneemt, worden er minder kinderen geboren.

8 De Verenigde Naties (VN) verwachten dat de wereldbevolking tegen het einde van de 21ste eeuw stopt met groeien.

juist fout

3 Relaties tussen demografische indicatoren

a Lees de stellingen in de tabel. Markeer het juiste woord.

b Beoordeel nu de relaties tussen de factoren. Versterken of verzwakken ze elkaar?

- Stijgen of dalen de factoren allebei? Noteer een + in de laatste kolom.

- Stijgt de ene en daalt de andere factor? Noteer een – in de laatste kolom.

1 Wanneer het aantal geboortes afneemt, neemt de bevolking af / toe. +

2 Wanneer de bevolking afneemt, zal het aantal geboortes afnemen / toenemen.

3 Bij een dalend vruchtbaarheidscijfer neemt het aantal geboortes af / toe

4 Hoe lager het vruchtbaarheidscijfer, hoe hoger/ lager de kindersterfte.

5 Wanneer de welvaart toeneemt, daalt / stijgt de kindersterfte.

6 Wanneer het aantal sterfgevallen toeneemt, neemt de bevolking af / toe.

7 Wanneer de bevolking afneemt, zal het aantal sterfgevallen afnemen / toenemen

8 Wanneer de welvaart toeneemt, nemen de bestaansmiddelen per persoon af / toe

9 Wanneer de welvaart toeneemt, neemt de levensverwachting af / toe

10 Wanneer de levensverwachting toeneemt, daalt / stijgt het aantal sterfgevallen.

11 Wanneer er meer bestaansmiddelen per persoon zijn, neemt de levensverwachting af / toe

12 Door de toenemende welvaart daalt / stijgt het vruchtbaarheidscijfer.

c Bekijk het schema. Vul bij de pijlen een + of – in de bolletjes aan.

bevolkingsaantal

geboortecijfer sterftecijfer vruchtbaarheidscijfer levensverwachting scholingsgraad (meisjes) welvaart (bnp/inw.)

d Formuleer nu met behulp van het schema een besluit. Markeer wat past.

- Wanneer de welvaart toeneemt, stijgt / daalt de levensverwachting.

- Door het hogere aandeel ouderen zal het sterftecijfer afnemen / toenemen.

- Wanneer de welvaart toeneemt, gaan meer / minder meisjes naar school.

- Hierdoor stijgt / daalt het vruchtbaarheidscijfer en bijgevolg ook het geboortecijfer.

- Wanneer de welvaart toeneemt, stijgt / daalt de groei van de bevolking.

4 Geboortepolitiek in enkele landen

Verschillen in bevolkingsgroei zorgen voor een andere aanpak in geboortepolitiek. Onderzoek wat een overheid kan doen om de groei van de bevolking te regelen.

a Lees beide artikels om de bevolkingssituatie in Japan en Niger te begrijpen.

Japanse bevolking krimpt als nooit tevoren: miljoen minder inwoners in vijf jaar tijd

Miljoen minder Japanners

Japan ziet zich gedwongen actie te ondernemen om de potentieel verwoestende economische en sociale gevolgen van de vergrijzing tegen te gaan. Er worden te weinig kinderen geboren en dat vormt een bedreiging voor de toekomst van het land.

Hoewel dalende vruchtbaarheidscijfers niet nieuw zijn, zag Japan zijn bevolking in de afgelopen jaren snel krimpen. Momenteel is het vruchtbaarheidscijfer in Japan erg laag, wat alleen al in de afgelopen vijf jaar leidde tot een bevolkingsafname van een miljoen mensen.

27 procent ouderen

“Als het aantal achttienjarigen afneemt, moeten er bijvoorbeeld universiteiten sluiten en wordt Japan economisch minder sterk. Doordat de levensverwachting tegelijkertijd stijgt, maken ouderen ondertussen 27 procent van de Japanse bevolking uit. Japan kampt dus met een enorm probleem op het vlak van vergrijzing.

Bron: hln.be

Niger krijgt bevolkingsproblemen niet onder controle

Niger is niet alleen een extreem arm land, het is ook een land waar vrouwen gemiddeld nog 7,3 kinderen krijgen. Dat is het hoogste aantal ter wereld. De helft van de bevolking is er jonger dan 15 jaar. Op dit moment wonen in Niger 24,2 miljoen mensen en naar verwachting zullen dat er 65,5 miljoen zijn in 2050. Met zo’n getallen is er geen twijfel meer mogelijk: de bevolkingsgroei van Niger is daadwerkelijk explosief. De belangrijkste oorzaken zijn uiteraard armoede, de erg lage scholingsgraad (vooral van meisjes) en het beperkte gebruik van voorbehoedsmiddelen.

b Lees de verschillende maatregelen. Noteer bij elke maatregel of hij past binnen de geboortepolitiek van Japan of Niger.

geboortepolitiek land

De regering heeft met de hulp van Unicef een actieplan ontwikkeld om een einde te maken aan kindhuwelijken.

De regering belooft maatregelen te treffen die jonge koppels moeten aanzetten om meer kinderen te krijgen. Zo zouden er extra kinderdagverblijven bijkomen.

De overheid investeert in projecten die alleenstaanden aan hun ideale partner moeten koppelen.

De overheid beslist om anticonceptiemiddelen voor iedereen toegankelijk te maken.

Dorpsbewoners krijgen voorlichting over gezonde voeding.

Het parlement keurde onlangs een immigratiewet goed met als doel honderdduizenden buitenlandse arbeidskrachten aan te trekken om de vele openstaande vacatures in te vullen.

c Vul aan welke landen het gewenste geboortebeleid kunnen voeren. Plaats ze in de juiste kolom. Raadpleeg daarvoor de kaart hieronder met de natuurlijke aangroei in de wereld (2023).

Data source: UN, World Population Prospects OurWorldinData.org/population-growth | CC BY

Natuurlijke aangroei in de wereld (2023)

verhogen van het aantal geboortes door: - financiële steun aan gezinnen bij geboorte - belastingvoordelen voor grote gezinnen

5 Syntheseoefening

Vul het schema over geboortepolitiek verder aan.

Geboortepolitiek =

Bij snelle bevolkingsgroei:

verlagen van het aantal geboortes door: - inzetten op voorlichting - toegang tot anticonceptie

- problemen: te weinig voedsel, onderwijs, werk, huisvesting … - doel van de geboortepolitiek: het aantal geboortes

Bij afname van de bevolking:

- problemen: , hoge kosten, te weinig krachten - doel van de geboortepolitiek: het aantal geboortes

4 TEST JEZELF

 1 Geboortecijfers en bevolkingsgroei

 2 Welvaart en bevolkingsgroei

Rusland – India – DR Congo – Hongarije – Spanje – Ethiopië

SYNTHESE

GEBOORTEPOLITIEK

= ingrijpen op het aantal geboortes

snelle groei van de bevolking bv. China (in het verleden), Niger

Problemen:

• schaarse hulpbronnen en voedsel

• te weinig infrastructuur

• te weinig scholen, werk …

Geboortebeleid

= gericht op het afremmen van geboortes

• eenkindbeleid (bv. China in het verleden)

• voorlichting en toegang tot anticonceptie

• meer meisjes naar school (bv. Niger)

afname van de bevolking bv. Japan

Problemen:

• vergrijzing van de bevolking

• tekort aan werkkrachten

• hoge kosten voor pensioenen en ouderenzorg

Geboortebeleid

= gericht op het stijgen van geboortes

• financiële voordelen (bv. kinderbijslag)

• plaatsen voor kinderopvang

• maatregelen om werk en gezin te combineren

BEGRIPPENLIJST

DE BEWOONDE AARDE

hoofdstuk begrip definitie

2 het analfabetisme ongeletterdheid; deel van de bevolking ouder dan 15 jaar dat niet kan lezen of schrijven

1 bevolkingsdichtheid het gemiddeld aantal inwoners dat op 1 km2 leeft

1 bevolkingsexplosie zeer snelle groei van de wereldbevolking sinds 1950

2 de bevolkingsgroei de som van de natuurlijke aangroei en het migratiesaldo

1 bevolkingsprognose de voorspelling van de groei en samenstelling van de bevolking

1 bevolkingsspreiding de manier waarop mensen over een bepaald gebied verdeeld zijn; geeft aan waar mensen dicht bij elkaar of ver uit elkaar wonen

1 de consumptie het verbruiken van producten en diensten, bijvoorbeeld eten kopen

2 de demografische indicator factor die de groei of afname van de bevolking bepaalt

3 de demografische transitie de overgang van een hoog geboortecijfer en hoog sterftecijfer naar een laag geboortecijfer en laag sterftecijfer

2 de emigrant of uitwijkeling persoon die ons land verlaat om in het buitenland te gaan wonen

4 het geboortebeleid of geboortepolitiek

maatregelen van de overheid om het aantal geboortes te beïnvloeden

2 het geboortecijfer het aantal geboortes per 1 000 inwoners per jaar in een land

3 de gezinsplanning de planning en spreiding van het aantal geboortes binnen een gezin

1 de Great Acceleration of de Grote Versnelling; de bevolkingsexplosie die zorgt voor de snelle toename van productie, consumptie en handel van goederen, met heel wat milieuproblemen tot gevolg

4 Human Development Index (HDI) of Index van de Menselijke Ontwikkeling; een maatstaf om de ontwikkelingsgraad van landen te meten; de HDI houdt rekening met gezondheid, de kennis en de levensstandaard van de bevolking

2 de immigrant of inwijkeling persoon die uit het buitenland in ons land komt wonen

1 de infrastructuur het netwerk van basisvoorzieningen dat nodig is om een land draaiende te houden, zoals wegen, spoorwegen, leidingen en internet

2 leeftijdshistogram weergave van de samenstelling van de bevolking volgens leeftijd en geslacht

2 levensverwachting het aantal te verwachten levensjaren bij de geboorte

2 de migrant iemand die naar een andere streek of land verhuist

2 de migratie de verplaatsing van (groepen) mensen van de ene plaats naar de andere

2 het migratiesaldo het verschil tussen het aantal immigranten en het aantal emigranten

2 natuurlijke aangroei het geboorteoverschot of de natuurlijke aanwas; het verschil tussen het geboortecijfer en het sterftecijfer

1 de productie het maken van goederen en diensten

2 het promille (‰) een promille betekent per duizend mensen; bv. een geboortecijfer van 12‰ wil zeggen dat er jaarlijks 12 kinderen worden geboren per 1 000 inwoners

DE BEWOONDE AARDE

hoofdstuk begrip definitie

2 de scholingsgraad het hoogst behaalde opleidingsniveau van een persoon

3 de sociale zekerheid overheidsstelsel waarop je kunt terugvallen wanneer je zelf niet voor je inkomen kunt zorgen (door werkloosheid, ziekte of ouderdom)

2 het sterftecijfer het aantal sterfgevallen per 1 000 inwoners

3 de transitie de geleidelijke overgang van de ene situatie naar een andere

1 de trend de algemene richting waarin iets zich ontwikkelt over een langere periode

2 de verdubbelingstijd het aantal jaren dat nodig is voor een verdubbeling van de bevolking

2 de vergrijzing de toename van het aantal ouderen (65-plussers) in de bevolking

3 het voorbehoedsmiddel een methode of middel om zwangerschap te voorkomen

2 het vruchtbaarheidscijfer het gemiddeld aantal kinderen per vrouw tijdens haar vruchtbare periode

2 de welvaart mate waarin mensen in materiële behoeften kunnen voorzien

Landbouw tussen groei en grenzen

VOEDSELPRODUCTIE IN EEN

VERANDERENDE WERELD

KERNVRAAG

HOE ZORGEN WE ERVOOR DAT ER GENOEG ETEN IS VOOR IEDEREEN?

1 CHECK-IN

Voedsel is levensnoodzakelijk. Het aantal mensen op aarde blijft toenemen. Daardoor groeit de vraag naar voedsel. Meer voedsel produceren legt een grote druk op het systeem aarde. We moeten op zoek gaan naar duurzame manieren om aan voedsel te geraken. Ontdek in de oefening op iDiddit wat je al weet over duurzame voeding.

2 OP ONDERZOEK

1 Voedselvoorziening

In het vorige thema leerde je dat de bevolkingsgroei de laatste decennia enorm gestegen is. Dat heeft uiteraard gevolgen voor de voedselvoorziening: steeds meer mensen moeten gevoed worden en ze consumeren ook meer. Bovendien zorgen mensen minder vaak zelf voor hun eten via een eigen moestuin, omdat ze in steden wonen

Figuur 4.1 toont het landgebruik in de wereld. Het stedelijke gebied beslaat slechts een kleine oppervlakte in vergelijking met de oppervlakte aan akkerland, weiland en bos. Toch woont meer dan de helft van de wereldbevolking in steden. Die mensen zijn meestal afhankelijk van voedselproductie buiten de stad, waardoor de druk op landbouwgronden en op het platteland blijft toenemen. Door de stijgende welvaart (uitgedrukt in bbp per inwoner) neemt de vraag naar voedsel toe. Een stijgende welvaart zorgt ervoor dat mensen meer, betere en gevarieerdere producten willen.

stedelijk gebied bewoond gebied akkerland weiland bos ongerept gebied

Fig. 4.1 Landgebruik in de wereld (bron: ecotope.org; bloomberg.com)

vergroten en intensiveren

In de afgelopen decennia is de wereldbevolking sterk toegenomen, een evolutie die je al kent als de Grote Versnelling of Great Acceleration. Om meer voedsel te produceren, hebben landbouwers twee mogelijkheden:

- het landbouwareaal uitbreiden; - intensiveren, of de opbrengst per hectare aanzienlijk verhogen.

Dankzij verbeterde landbouwmethodes levert een gemiddelde hectare nu drie keer zoveel graan op als in 1960. Op dezelfde oppervlakte kunnen meer gewassen geproduceerd worden door het gebruik van mest en irrigatie Met moderne middelen en technieken zoals bestrijdingsmiddelen, machines, kunstmest, zaadselectie en ggo’s (genetisch gemodificeerde organismen) wordt de opbrengst per hectare nog verder opgedreven.

Interessant om weten

Genetisch gemodificeerde organismen (ggo’s) zijn onder strikte voorwaarden toegestaan in de Europese Unie. Het gebruik is sterk gereguleerd en beperkt.

• Teelt: slechts één ggo-gewas (maïsvariant MON810) is momenteel toegelaten voor commerciële teelt in een beperkt aantal landen.

• Import en gebruik: de EU laat de import en het gebruik van ggo’s wel toe in diervoeder en sommige voedingsmiddelen, mits ze goedgekeurd zijn door de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) en duidelijk zijn gelabeld.

• Etikettering: producten met meer dan 0,9 % ggo moeten dat vermelden op het etiket.

Fig. 4.2 Tarweoogst
Fig. 4.3 Onderzoek naar ggo’s

Industriële landbouw streeft naar meer opbrengst en lagere productiekosten. Dat kan door uitbreiding van het landbouwareaal en intensivering zo optimaal mogelijk te combineren. Landbouwbedrijven worden groter doordat ze worden samengevoegd. Dat noemen we schaalvergroting

In Vlaanderen zie je dat het aantal landbouwbedrijven daalt, terwijl de gemiddelde grootte van de percelen en het aantal dieren per bedrijf net toenemen. Vaak wordt er gekozen voor monocultuur: op grote stukken landbouwgrond wordt slechts één gewas verbouwd. Dat maakt het werk efficiënter en goedkoper, maar brengt ook risico’s met zich mee, zoals bodemuitputting en een grotere kans op ziektes.

4 Genoeg voedsel voor iedereen?

Door schaalvergroting, monocultuur en het gebruik van moderne landbouwtechnieken is de voedselproductie sterk toegenomen. Sinds de jaren zestig groeit de productie zelfs sneller dan de bevolking, waardoor er per persoon meer voedsel beschikbaar is. Toch blijft de voedselverdeling wereldwijd erg ongelijk: in sommige regio’s is er overvloed, in andere regio’s heerst er dan weer schaarste.

De Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO) van de Verenigde Naties definieert voedselonzekerheid als ‘de situatie waarin mensen geen veilige toegang hebben tot voldoende hoeveelheden veilig en voedzaam voedsel voor normale groei en ontwikkeling en een actief en gezond leven’. Vooral in Afrika, en ook in delen van Zuid-Amerika, heeft een groot deel van de bevolking nog altijd moeite om aan genoeg en gezond voedsel te geraken (fig. 4.5).

Fig. 4.5 Aandeel van de bevolking met ernstige voedselonzekerheid (2022; bron data: FAO; ourworldindata.org)
Fig. 4.4 Monocultuur in Vlaanderen

De voedselproductie is niet gelijkmatig verdeeld over de wereld. Die grote verschillen tussen landen vormen de motor achter de wereldhandel. Op figuur 4.6 zie je dat de Verenigde Staten, China, India, Brazilië en Rusland de belangrijkste graanproducerende landen zijn. Zij staan samen in voor de helft van de graanproductie. Het is geen toeval dat die vijf landen ook in de top tien staan van de meest bevolkte landen ter wereld.

Fig. 4.6 Totale graanproductie (maïs, tarwe, rijst, gerst, rogge, gierst e.a.) in ton (2023; bron data: FAO; ourworldindata.org)

6 Duurzame voedselproductie of niet?

Voedsel levert ons de energie, uitgedrukt in calorieën, die we nodig hebben om dagelijks goed te functioneren. Wereldwijd halen we ongeveer 20 % van onze calorieën uit dierlijke producten en 80 % uit plantaardige producten. Toch nemen vlees en zuivel ongeveer 80 % van al het landbouwareaal in, tegenover slechts 14 % voor plantaardige producten. Dat betekent dat een klein deel van onze calorieën uit vlees en zuivel komt, maar dat het een groot deel van de beschikbare landbouwgrond opslorpt. De productie van vlees is daardoor weinig duurzaam. Bovendien zijn er voor de productie van vlees enorme hoeveelheden water nodig.

Fig. 4.7 Waterverbruik in melkveestal

Landgrabbing is een methode om het landbouwareaal te vergroten. Buitenlandse investeerders kopen of huren grote stukken landbouwgrond, vaak in het Globale Zuiden. Dat gebeurt meestal ten koste van de plaatselijke bewoners. In Ethiopië verwerven investeerders uit India en China op die manier grote stukken vruchtbare landbouwgrond.

Die gronden worden vooral gebruikt voor de teelt van exportgewassen zoals suikerriet en palmolie. Vaak heeft dat zware gevolgen: lokale gemeenschappen worden verdreven, ze verliezen hun toegang tot hun land en water, en plaatselijke ecosystemen raken aangetast.

Landgrabbing zorgt er dus voor dat lokale boeren en gemeenschappen vaak hun traditionele leefomgeving en bestaansmiddelen verliezen, en dat leidt tot ernstige bedreiging van hun voedselzekerheid en levensonderhoud.

8 Ons eetpatroon onder druk

Niet alleen de bevolkingsgroei, maar vooral wat en hoeveel we consumeren legt een enorme druk op de planeet. De stijgende vraag naar vlees en zuivel, ook in het Globale Zuiden, leidt tot grootschalige ontbossing voor veeteelt en voedergewassen. Bovendien vraagt deze productie enorme hoeveelheden water.

Ook de intensieve landbouw draagt sterk bij tot de problemen: het gebruik van kunstmest en pesticiden leidt tot bodemuitputting, watervervuiling en verlies van biodiversiteit. Verder putten het transport van voedsel over lange afstanden (voedselkilometers) en de enorme voedselverspilling de grondstoffen onnodig uit.

Fig. 4.9 Ons consumptiepatroon zet druk op de aarde
Fig. 4.8 Landgrabbing

1 Toename van de voedselproductie

Waarom is er steeds meer voedsel nodig? Gedurende vele honderden jaren is de manier waarop we met ons voedsel omgaan sterk veranderd. Beantwoord de vragen.

a Wat weet je over de geschiedenis van de voedselproductie? Lees de infotekst en plaats de begrippen in juiste volgorde op de tijdlijn.

1 voedsel in blik 2 invoer van de aardappel 3 jagers-verzamelaars 4 uitvinding koelcontainer 5 sedentaire landbouwers 6 het drieslagstelsel

Je herinnert je uit de geschiedenislessen zeker het beeld van de mens die de aarde rondtrok als jagerverzamelaar. Ongeveer 10 000 jaar geleden vestigde de rondtrekkende mens zich op een (liefst vruchtbare) plek om daar voedingsgewassen te kweken en vervolgens ook vee te houden. Nog later, in de tijd van de ontdekkingsreizen, bracht hij uitheemse producten zoals aardappelen en tomaten naar Europa. De komst van die voedingsmiddelen was in die tijd heel bijzonder, terwijl ze nu een alledaags onderdeel van ons menu zijn. Vanaf de 19de eeuw werd het voedseltransport gemakkelijker dankzij nieuwe technieken zoals het bewaren van voedsel in blik. Tegenwoordig wordt voedsel op grote schaal wereldwijd getransporteerd met behulp van vliegtuigen, bulk-, koel- en containerschepen.

voor ca. 10 000 v.C. na ca. 10 000 v.C. vanaf 8ste eeuw vanaf 16de eeuw vanaf 19de eeuw na 1950

b Bekijk de foto’s. Maak jij in jouw voedselkeuzes gebruik van deze voorbeelden? Waarom wel / niet?

- maaltijdboxen:

- insecten:

- kweekvlees:

containerschepen voedsel in blik insecten als voedsel

voedingsgewas (voor brood) maaltijdbox

kweekvlees

c Bekijk de grafiek over de bevolkingsgroei en de groei van de graanproductie. Zijn de stellingen hierover juist of fout? Verbeter indien de stelling fout is.

Verandering in graanproductie, opbrengst, landgebruik en bevolking (bron data: FAO; ourworldindata.org)

juist fout

1 De bevolking is met ongeveer 160 % gestegen.

2 De oppervlakte die gebruikt wordt om graan te telen (areaal voor graan) is sinds 1961 bijna niet toegenomen.

3 De graanproductie is sinds 1961 afgenomen.

4 Er is per inwoner meer graan beschikbaar dan zestig jaar geleden.

d Trek nu een duidelijke conclusie. Markeer wat juist is.

De wereldbevolking nam sinds de jaren 60 van de vorige eeuw sterk af / toe, terwijl de voedselproductie nog sneller steeg / daalde. Het landbouwareaal van graan is licht afgenomen / gelijk gebleven / licht toegenomen, maar de graanopbrengst per ha vertoont wel een duidelijke stijging / daling. Dat is het gevolg van meer /minder intensivering. Per inwoner is er dus meer / minder graan ter beschikking.

2 Methodes voor hogere voedselproductie

Ga na op welke manier de landbouwer zijn areaal vergroot of intensiveert.

a Verbind de foto’s met de juiste omschrijvingen.

b Noteer het juiste begrip bij de juiste foto. Kies uit:

bemesting – ggo’s – irrigatie – landgrabbing – ontbossing – zaadselectie

● ●

Dit is het opkopen of huren van landbouwgronden door buitenlandse investeerders, veelal in het Globale Zuiden, wat vaak ten koste gaat van de plaatselijke bewoners.

●

●

Als je op deze manier land creëert, verhoog je het risico op bodemerosie. Er zijn ook gevolgen voor het klimaat aangezien er daarna minder CO2 wordt omgezet in O2. Voor het milieu betekent dit dat dieren hun leefgebied verliezen en dat de biodiversiteit afneemt.

Deze toepassing maakt het mogelijk om gewassen in droge gebieden van water te voorzien. In warme gebieden verdampt dat water snel. Hierdoor blijft het zout uit het water in de bodem achter, wat na verloop van tijd tot verzilting van de bodem leidt.

●

● ●

Dit is het zoeken naar zaden waar de hoogste opbrengst uit te halen is. Verschillende plantenvariëteiten worden gekruist zodat hun nakomelingen hogere opbrengsten geven of beter bestand zijn tegen ziektes. Deze methode kost veel geld.

● ●

Dit is het toevoegen van voedingsstoffen om organismen beter te laten groeien. Dat zorgt voor geurhinder in de directe omgeving. Een teveel aan dierlijke mest met stikstof veroorzaakt verzuring van de bodem, wat nadelig is voor veel planten.

Dit zijn organismen, zoals gewassen, waarvan het genetisch materiaal zo aangepast wordt dat het bijvoorbeeld minder vatbaar is voor ziektes. Het toepassen van deze techniek brengt hoge kosten met zich mee.

c Op de foto’s zie je twee plaatsen waar ze aan irrigatie doen. Markeer of het gaat om intensiveren of areaal uitbreiden. Noteer waarom ze hier aan irrigatie doen.

Irrigatie in de woestijn

landbouwareaal uitbreiden / intensiveren

Irrigatie op akkerland

landbouwareaal uitbreiden / intensiveren

d Noteer de begrippen in de juiste kolom. Kies uit:

landgrabbing – irrigatie – bemesting – ggo’s – ontbossing – zaadselectie

intensivering landbouwareaal uitbreiden

e Vergelijk de grafiek over het verbruik van kunstmest met de grafiek over de bevolkingsevolutie. Wat stel je vast?

Gebruik kunstmest wereldwijd (bron data: igbp.net)

Groei wereldbevolking

3 Duurzaamheid van voedselproductie

1 000 jaar geleden werd slechts 4 % van het bewoonbare land gebruikt voor landbouw. Bekijk de grafiek over het huidige landgebruik en beantwoord de vragen.

Landgebruik in procent

voedingsgewassen

voedergewassen 3,5 % industriegewassen 1,5 %

overig gebruik akkerland 0,5 %

Verdeling land en landbouwgrond per functie in de wereld (bron data: metabolic.nl)

a Welke gronden behoren tot het landbouwareaal?

b Welk deel van de totale beschikbare grond op aarde wordt gebruikt voor landbouw?

ongeveer een tiende ongeveer een kwart ongeveer een derde

c Welke gronden worden gebruikt voor veeteelt?

d Hoeveel procent van het beschikbare landbouwareaal wordt gebruikt voor veeteelt?

ongeveer 20 %

ongeveer 50 % ongeveer 80 %

e Schat de verhouding tussen de wereldwijde calorievoorziening door vlees en zuivel enerzijds en door plantaardig voedsel anderzijds. Noteer de percentages op de figuur.

80 % veestapel: vlees en zuivel

39 miljoen km2

inclusief weiland + oppervlakte gebruikt voor productie van voedergewassen

beschikbare landbouwgrond wereldwijde calorievoorziening

14 % voedingsgewassen

7 miljoen km2

6 % andere 3 miljoen km2 industriegewassen, verlies landbouwgrond, zaadproductie vlees en zuivel plantaardig voedsel

f Vergelijk de wereldwijde calorievoorziening door vlees en zuivel met de oppervlakte die gebruikt wordt voor veeteelt. Markeer het juiste antwoord.

Er wordt een klein / groot deel van de caloriebehoefte uit vlees en zuivel gehaald, maar daarvoor wordt een klein / groot percentage van de beschikbare landbouwgrond gebruikt.

4 Voedselstromen

Voedsel voor eigen gebruik of voor export? Maak gebruik van je atlas en beantwoord de vragen.

a Vergelijk de productie voor tarwe en rijst in de Verenigde Staten met die in China. Markeer wat juist is.

Verenigde Staten China

Vooral productie van ... tarwe / rijst tarwe / rijst

Het graangewas wordt vooral ... geïmporteerd / geëxporteerd geïmporteerd / geëxporteerd

Aandeel in wereldproductie van tarwe per jaar (in %)

Aandeel in wereldproductie van rijst per jaar (in %)

15 %

b Wat kun je hieruit besluiten? Markeer de juiste antwoorden.

- De productie van tarwe in de VS is voornamelijk gericht op eigen gebruik / export

- De productie van rijst in China is voornamelijk gericht op eigen gebruik / export

c Bekijk figuur 4.6 (p. 83). Welk werelddeel produceert te weinig voedsel voor zijn groeiende bevolking?

d In China is de landbouwgrond bijna volledig benut en sterk geïntensiveerd. Om aan extra voedselvraag te voldoen, moet China voedsel importeren of landbouwgrond buiten de landsgrenzen zoeken.

- Hoe wordt dit verschijnsel genoemd?

- Bekijk de kaart. In welk continent doet China dat voornamelijk?

landen waar gronden opgekocht worden

Wereldhandel in landbouwgrond (bron data: www.newsecuritybeat.org)

e Bekijk het filmpje. Markeer wat past.

Landgrabbing in Afrika heeft vrijwel altijd positieve / negatieve gevolgen voor de lokale bevolking. Grote stukken landbouwgrond worden door buitenlandse bedrijven / lokale boeren opgekocht, waardoor veel lokale boeren hun land kwijtraken. Dit maakt het moeilijker / gemakkelijker voor hen om voedsel te verbouwen en in hun eigen levensonderhoud te voorzien.

Bovendien leidt het vaak tot conflicten binnen gemeenschappen, armoede / rijkdom en tot sociale gelijkheid/ sociale ongelijkheid. Grote gebieden worden bebost / ontbost en omgezet in kleinschalige gemengde landbouw / grootschalige monoculturen. Dit leidt tot het verlies / de uitbreiding van waardevolle ecosystemen en de planten- en diersoorten die daar leven.

5 Syntheseoefening

Vul de ontbrekende woorden in het schema over voedselproductie aan.

1 Waarom is er meer voedsel nodig?

- door de stijging van de

- door de stijging van de (uitgedrukt in b b p )

 Mensen willen en voedsel.

2 Hoe kan er meer voedsel geproduceerd worden?

Door uitbreiding:

- vergroten van het (door ontbossing, irrigatie, landgrabbing)

Door :

- meer produceren op dezelfde oppervlakte

- voorbeelden: , , , ggo’s

Door schaalvergroting:

- Landbouwbedrijven worden

- doel: met kosten meer produceren

3 Is de voedselproductie duurzaam?

Landbouwgrond is verdeeld.

- ongeveer 80 % van de landbouwgrond is voor  levert slechts 20 % van de caloriebehoefte

- ongeveer 14 % van de landbouwgrond is voor  levert 80 % van de caloriebehoefte

De productie van vlees neemt veel in en verbruikt veel

4 Voedselproductie in de wereld

De voedselproductie is:

- gericht op of - verdeeld in de wereld.

De vraag naar landbouwgrond stijgt. Landbouwgrond in het Globale Zuiden wordt soms opgekocht door investeerders uit het Globale Noorden. Dit is

4 TEST JEZELF

 1 Landgebruik, welvaart en bbp

 2 Landbouwareaal vergroten

 3 Landbouwareaal intensiveren

SYNTHESE

20 % calorieën  dierlijke producten

80 % landbouwareaal

80 % calorieën  plantaardige producten 14 % landbouwareaal

DUURZAAM?

STEEDS MEER VOEDSEL NODIG

bevolkingsgroei bbpwelvaart

VOEDSELPRODUCTIE IN EEN VERANDERENDE WERELD

ongelijke productie in de wereld

meer goederen en diensten andere/betere goederen en diensten import versus export

VERDELING VAN DE PRODUCTIE

MEER VOEDSEL PRODUCEREN in het Globale Noorden

landbouwareaal vergroten in het Globale Zuiden intensiveren

LANDGRABBING

schaalvergroting verlies van land voedselzekerheid in gedrang levensonderhoud moeilijker buitenlandse investeerders landbouwareaal vergroten gericht op export

grotere opbrengsten

ontbossing bemesting lagere productiekosten

landgrabbing

zaadselectie bv. monocultuur irrigatie ggo’s irrigatie

2

VOEDSELPRODUCTIE: LOKAAL OF GLO b AAL?

KERNVRAAG

WELKE FACTOREN b EPALEN HET LAND b OUWSYSTEEM?

1 CHECK-IN

Of je nu peren teelt in Haspengouw of citroenen in Italië, een veeboer bent in West-Vlaanderen of een ranger in Texas, rijst verbouwt in China of een ananasplantage hebt in Costa Rica: elke landbouwer moet met heel wat factoren rekening houden. De keuze die landbouwers maken uit een waaier aan methodes en technieken, hangt af van de omstandigheden. Ga in de oefening op iDiddit aan de slag met de verschillende landbouwtypes.

2 OP ONDERZOEK

1 Het landbouwsysteem

De productie van gewassen onderzoeken we in het landbouwsysteem. Je weet al dat een systeem een geheel is van onderdelen die elkaar beïnvloeden. Wanneer één element verandert, zoals het klimaat of de welvaart van de bevolking, heeft dat gevolgen voor de andere elementen. Het landbouwsysteem oefent invloed uit op de omgeving: het milieu (planet), de mensen die er wonen (people) en de economie (prosperity) van het land.

Het landbouwsysteem bepaalt dus ook in grote mate hoe het landbouwlandschap eruitziet. De keuzes die landbouwers maken over gewassen, veeteelt, bemesting, irrigatie en andere praktijken creëren herkenbare patronen in het landschap (fig. 4.10). Denk aan akkers en weilanden, maar ook aan grachten, stallen, silo’s en tal van andere elementen die samen het landbouwlandschap vormgeven.

Fig. 4.10 Een landbouwlandschap in de Henegouwse Leemstreek bij Doornik

PLANET

PEOPLE

OMGEVENDE FACTOREN

FYSISCHE FACTOREN - reliëf - grondsoort - klimaat

MENSELIJKE FACTOREN - arbeidskrachten - scholingsgraad - bevolkingsdichtheid - infrastructuur

Input

fysische factoren oppervlakte grond vee arbeidskrachten machines gebouwen meststo en veevoeder

LANDBOUWLANDSCHAP

LANDBOUWSYSTEEM

Proces WAT? landbouwproducten telen HOE? = productieproces traditioneel / modern intensief / extensief handenarbeid / gemechaniseerd klein- / grootschalig duurzaam / niet duurzaam

PLANET ontbossing overbegrazing overbemesting

Output WAT? voedselgewassen voedergewassen industriegewassen HOEVEEL? productie / ha productie / dier

mest

PROSPERITY

profit / winst

AFZETMARKT (consumptie)

binnenland buitenland (export)

handelsovereenkomsten

1 De input: alle elementen of factoren die nodig zijn om landbouwproducten te telen of te kweken. Die verschillen naargelang het landbouwtype (akkerbouw of veeteelt) en het aantal arbeidskrachten

Ook de omgevende factoren spelen mee:

- fysische factoren (natuur):

• reliëf: is het gebied vlak of heuvelachtig?

• grondsoort: bijvoorbeeld stenig, zand, klei of leem

• klimaat: temperatuur en neerslag

- menselijke factoren:

• arbeidskrachten en scholingsgraad

• bevolkingsdichtheid

• infrastructuur: machines, stallen, irrigatie …

2 Het proces: de manier waarop de landbouwer landbouwproducten produceert

Dat kan op verschillende manieren: - traditioneel of modern - intensief of extensief - met handenarbeid of gemechaniseerd - kleinschalig of grootschalig - duurzaam of niet duurzaam

Fig. 4.11 Het landbouwsysteem
Fig. 4.12 Rijstterrassen in Guangxi (China)
Fig. 4.13 Graan oogsten met landbouwmachines
Fig. 4.14 Appels plukken in een boomgaard
Fig. 4.15 Grond omploegen in Marokko

3

De output: de landbouwproducten die uiteindelijk bij de consument terechtkomen. Ze kunnen bestemd zijn voor consumptie op de lokale markt of voor uitvoer naar andere gebieden.

De landbouwer kan verschillende soorten producten verkopen: - voedselgewassen: voedsel voor mensen bv. groenten, fruit, zuivel en vlees - voedergewassen: voedsel voor dieren bv. soja, maïs, voederbieten - industriegewassen: grondstoffen voor industrie bv. katoen voor kleding

2 VAN TRADITIONELE NAAR MODERNE LANDbOUW

De traditionele landbouwkringloop is een gesloten keten waarbij de boer de natuurlijke processen op zijn bedrijf centraal stelt (fig. 4.19). Dierlijke mest en compost verzekeren de vruchtbaarheid van de bodem, terwijl wisselbouw de uitputting van de grond tegengaat.

De boer gebruikt weinig bestrijdingsmiddelen of kunstmest. Veehouderij en akkerbouw zijn op elkaar afgestemd: dieren leveren mest en de akkers brengen onder meer voedergewassen op. De productie is gericht op de lokale markt, dit is zelfvoorzienende landbouw. Het is een systeem dat in evenwicht is met de omgeving.

4.19 Traditionele gesloten landbouwkringloop

Moderne landbouw is een landbouwsysteem dat sterk leunt op wetenschappelijke kennis, moderne technologie en machines. Er wordt gewerkt met hoogwaardige inputs zoals kunstmest en gespecialiseerde methodes om de productie per hectare en per dier zo groot mogelijk te maken (output). Dit systeem is gericht op grootschalige productie voor binnen- en buitenlandse markten. Wanneer het hoofddoel de verkoop op grote schaal is en zoveel mogelijk winst te maken, spreken we van commerciële landbouw. Toch brengt die aanpak met meer input uitdagingen met zich mee. Denk bijvoorbeeld aan ongewenste output zoals het overschot aan dierlijke mest.

Fig.
veestapel
mest
gewas
bodem
Fig. 4.20 Een melkveebedrijf in het Limburgse Ellikom
Fig. 4.16 Voedselgewas: prei Fig. 4.17 Voedergewas: voederbieten Fig. 4.18 Industriegewas: katoen

Sojateelt in brazilië

Soja is een van de belangrijkste landbouwproducten ter wereld. Het grootste deel wordt verwerkt tot veevoer, maar ook in voeding en industriële producten speelt soja een grote rol. Brazilië is de grootste uitvoerder van sojabonen. De sojateelt levert aanzienlijke inkomsten op, maar leidt ook tot ontbossing en verlies aan biodiversiteit.

In augustus 2025 besliste de Braziliaanse overheid om de regels van sojateelt te versoepelen. Die afspraak uit 2006 moest vermijden dat het Amazonewoud verder zou worden ontbost voor sojateelt. Milieuorganisaties waarschuwen dat hierdoor een gebied ter grootte van Portugal bedreigd wordt door ontbossing. Vooral vanuit de staat Mato Grosso, hét sojabonencentrum van Brazilië, wordt politieke druk uitgeoefend.

4 Melkveehouders en zuivelbedrijf in Senegal

In Senegal leeft bijna 30 % van de bevolking van veeteelt. Toch is de melkproductie laag: gemiddeld levert een koe maar 250 liter melk per jaar. In België geeft een koe tot 8 000 liter melk per jaar. In het droge klimaat oefent de grote veestapel bovendien druk uit op de beschikbare vegetatie. Wanneer planten te intensief worden begraasd en niet meer herstellen, spreekt men van overbegrazing

Om het inkomen van veetelers te verbeteren en tegelijk de melkproductie beter te organiseren, zijn in de voorbije jaren nieuwe initiatieven ontstaan. La Laiterie du Berger is een bedrijf in Senegal dat zuivelproducten maakt van de verse melk van lokale boeren. Door deze melk te kopen, helpen ze boeren om meer geld te verdienen en een beter leven op te bouwen.

5 Gesloten landbouwkringloop wordt open kringloop

De traditionele landbouwkringloop was een gesloten systeem: mest van dieren maakte de bodem vruchtbaar en de gewassen van de akkers dienden grotendeels als veevoer (fig. 4.19). In de moderne landbouw is dat kringloopdenken doorbroken om de productiviteit te verhogen.

Nieuwe input:

- Kunstmest voegt stikstof en andere voedingsstoffen toe, waardoor minder natuurlijke mest nodig is.

- Er wordt ook ingevoerd veevoer gebruikt, zoals soja, waardoor voedingsstoffen van ver binnenkomen.

Nieuwe output:

- De extra aanvoer leidt tot hogere opbrengsten en meer uitvoer van landbouwproducten.

- Maar er ontstaat ook een overschot aan voedingsstoffen. Resten van kunstmest en dierlijke mest komen in het milieu terecht en veroorzaken water- en bodemvervuiling.

Interessant om weten

Vee heeft drinkwater nodig. Ook voor de reiniging van stallen gebruiken boeren veel water (input). Daarom zoeken ze manieren om water te besparen, op te vangen én te hergebruiken. Zo kunnen ze water opslaan in bekkens voor hun dieren. Gebruikt water (output) kan na zuivering opnieuw worden ingezet, bijvoorbeeld voor irrigatie (opnieuw input). Zo verbruiken boeren minder drinkwater en gaan ze zuiniger om met de beschikbare watervoorraad.

Fig. 4.23 Waterspaarbekken
Fig. 4.21 Fazenda Santa Maria de Amazônia (Brazilië)
Fig. 4.22 Melkophaling en verwerking door La Laiterie du Berger (Senegal)

De wereldhandel in soja en melk verbindt verschillende werelddelen met ingrijpende gevolgen.

land: België product: melk

binnenlandse consumptie van dierlijke producten

export van dierlijke producten

land: Brazilië product: soja

export van gewassen geïmporteerd voer

import van kunstmest

veestapel gewas

land: Senegal product: melkpoeder

stikstofprobleem

probleem: overbemesting

overschot aan mest

mest

oplossing: export van vaste mest bodem

land: Frankrijk product: gedroogde mestkorrels

Fig. 4.24 Moderne open kringloop met internationaal transport van landbouwproducten

Soja van Brazilië naar Vlaanderen

Soja uit Brazilië dient als veevoer voor kippen, varkens en runderen in Europa, vooral in regio’s met intensieve veehouderij zoals Vlaanderen. De teelt leidt tot ontbossing en verdringt kleine boeren in Brazilië: bossen verdwijnen, grote producenten nemen de landbouwgrond in en kleine boeren trekken weg.

Open kringloop in Vlaanderen

Grote melkveebedrijven hebben veel voer nodig, vaak soja, dat rijk is aan stikstof. De koeien produceren daardoor grote hoeveelheden mest. Dat zorgt in Vlaanderen voor een overschot aan stikstof in de natuur en het tast ecosystemen aan.

Melkpoeder van Europa naar Senegal

Europa voert steeds meer melkpoeder uit naar Afrika. Deze goedkope melk, vaak aangelengd met plantaardige vetten, maakt het moeilijk voor Afrikaanse boeren om hun eigen melk te verkopen. De wereldwijde handel in soja en melk beïnvloedt zo de landbouw én het leven van boeren in Zuid-Amerika, Europa en Afrika.

Interessant om weten

België produceert door de intensieve veeteelt meer mest dan het nodig heeft, wat milieuproblemen kan veroorzaken. Om dat mestoverschot te verkleinen, wordt een deel van de mest verwerkt tot gedroogde korrels die dienen als organische meststof. Die verwerkte mestkorrels worden vervolgens uitgevoerd naar landen met uitgestrekte landbouwgebieden. Frankrijk is al jaren het belangrijkste exportgebied voor onverwerkte mest uit Vlaanderen. De mestkorrels verbeteren er de vruchtbaarheid van de bodems.

1 Intensieve melkveehouderij in Vlaanderen

20 % van de landbouwbedrijven in Vlaanderen houdt melkkoeien. Ga aan de slag met de informatie die je krijgt om de vragen te beantwoorden.

a Bestudeer de onderstaande grafiek en duid in de tabel aan wat past: juist of fout? juist fout

gemiddeld aantal dieren aantal bedrijven

Gemiddeld aantal melkkoeien en aantal bedrijven (2001-2023)

1 In 20 jaar tijd is het aantal bedrijven met melkkoeien in Vlaanderen gehalveerd.

2 Het aantal melkkoeien per bedrijf is in die periode meer dan verdubbeld.

b Lees de tekst over de moderne landbouw (p. 95) en de landbouwkringlopen (p. 97). Beoordeel nu de stellingen: juist of fout? Duid aan.

Schaalvergroting in de veehouderij …

juist fout leidt over het algemeen tot een hogere kostprijs per liter melk. heeft uitsluitend positieve gevolgen voor het milieu. gaat vaak gepaard met een toename van het aantal arbeidskrachten per bedrijf. kan leiden tot een grotere afstand tussen de producent en de consument.

c Hoe kan een Vlaamse landbouwer zijn productie verhogen?

-

d Markeer wat correct is.

- De productie van melk gebeurt op een traditionele / moderne manier.

- Het werk gebeurt vooral handmatig / gemechaniseerd

- De afzetmarkt is de lokale markt / het buitenland / zowel de eigen markt als het buitenland

2 Extensieve akkerbouw in Brazilië

In Brazilië nemen grootschalige sojaplantages steeds meer landbouwgrond in. Onderzoek de informatie over een fazenda in Mato Grosso en beantwoord de vragen.

a Lees de infotekst op iDiddit en onderzoek het traject van soja naar de haven.

- Duid de stad aan waar de fazenda Santa Maria ligt.

- Duid de haven aan waar de soja van de fazenda uitgevoerd wordt.

- Overtrek de BR-163 van de fazenda naar de haven en plaats de naam erbij.

zeehaven spoorweg waterweg autoweg

Rio Grande

b Bekijk het landschap rond de fazenda in het filmpje en beantwoord de vragen.

1 Als je over de Fazenda Santa Maria vliegt, wat zie je dan vooral?

 kleine veldjes met verschillende gewassen door elkaar

 enorme, uitgestrekte velden met alleen maar sojaplanten

 een mix van sojavelden en grote stukken bos

 runderen die vrij rondlopen

2 Hoe groot lijken de sojavelden rond de fazenda in vergelijking met een voetbalveld?

 ongeveer even groot als een voetbalveld

 iets kleiner dan een voetbalveld

 vele malen groter, soms zo ver als je kunt kijken

 allemaal kleine stukken ter grootte van een voetbalveld

3 Hoe zou je dit landbouwsysteem omschrijven?

 polycultuur

 gemengde landbouw

 monocultuur

 wisselbouw

c Markeer wat correct is.

- De productie van soja gebeurt op een traditionele / moderne manier.

- Het werk gebeurt vooral handmatig / gemechaniseerd.

- De afzetmarkt is de lokale markt / het buitenland / zowel de eigen markt als het buitenland

Santarém
Porto de Barcarena
Itaqui Salvador
Sorriso
Itacoatiara
Santos Paranguá
São Francisco do Sul
Vitória

3 Traditionele melkveehouderij in Senegal

In Senegal leven veel gezinnen van de veeteelt. Toch blijft de melkproductie laag en vormt de import van goedkoop melkpoeder een grote uitdaging. Bestudeer de informatie over de melkveehouderij in Senegal.

a Bekijk eerst het filmpje en lees de infotekst op iDiddit. Wat is de belangrijkste output van de melkveebedrijven en voor wie is die bestemd?

b Het noorden van Senegal maakt deel uit van de Sahel. Los de vragen met de kaart op.

Productie ingevoerd

binnenlands

1000 x 1000 liter 500

CAP-VERD GAMBIA

GUINEE GUINEE BISSAU

SIERRA LEONE LIBERIA

Import van melk in verhouding tot binnenlandse productie

- De Sahel is een overgangsgebied tussen twee vegetatiezones. Zoek in je atlas op welke dat zijn.

- Noteer drie landen die vooral hun eigen melk verbruiken.

- Noteer vier landen die in verhouding tot hun eigen productie veel melk invoeren.

- Geef een verklaring op basis van de ligging van deze landen.

c Markeer wat correct is.

- De productie van melk gebeurt op een traditionele / moderne manier.

- Het werk gebeurt vooral handmatig / gemechaniseerd

- De afzetmarkt is de lokale markt / het buitenland / zowel de eigen markt als het buitenland

Sahel
MAURITANIË
MALI
NIGER
NIGERIA
BENIN
TSJAAD
SENEGAL
BURKINA FASO

4 Vergelijk de landbouwsystemen

Landbouw ziet er overal anders uit. Vergelijk de landbouwsystemen in enkele landen aan de hand van de informatie die je krijgt van je leerkracht. Beantwoord de vragen.

a Onderzoek het gekozen landbouwsysteem. Gebruik je atlas en vul de tabel in of markeer wat past.

Input (fysisch)

- reliëf

- klimaat -

Input (menselijk)

- arbeidskrachten: weinig / veel / heel veel

- scholingsgraad: weinig / goed geschoold

Proces - traditioneel / modern

- extensief / intensief - mechanisering:

weinig / veel / heel veel

- arbeidskrachten: weinig / veel / heel veel

- scholingsgraad: weinig / goed geschoold

- kleinschalig / grootschalig - traditioneel / modern - extensief / intensief

- mechanisering: weinig / veel / heel veel

- kleinschalig / grootschalig

- arbeidskrachten: weinig / veel / heel veel

- scholingsgraad: weinig / goed geschoold

- traditioneel / modern

- extensief / intensief

- mechanisering: weinig / veel / heel veel

- kleinschalig / grootschalig

Output - product

- ander

Afzetmarkt lokaal / uitvoer

Milieuprobleem - ontbossing - overbegrazing - overbemesting

lokaal / uitvoer

- ontbossing - overbegrazing - overbemesting

lokaal / uitvoer

- ontbossing - overbegrazing - overbemesting

b Welke landen horen bij de onderstaande omschrijvingen? Noteer er telkens twee. Kies uit:

Zweden – Zuid-Afrika – Verenigde Staten – Senegal – Kenia – Brazilië

- De welvaart stijgt, maar de ongelijkheid tussen inwoners is nog groot. De scholingsgraad is hoog, de economie groeit en natuur wordt omgezet in landbouwgrond. Toch daalt het aandeel landbouwers.

- Hier zijn de welvaart en de scholingsgraad laag. Een groot deel van de bevolking werkt in de landbouw. Er worden nog nieuwe landbouwgronden ontgonnen, waardoor het oppervlak aan bos nog afneemt.

- Dit land is heel welvarend: de scholingsgraad ligt er hoog, er werken nog weinig mensen in de landbouw en de verschillen in welvaart zijn eerder klein. De algemene levensstandaard is hoog in dit land.

Vlaanderen
Brazilië Senegal

5 Handelsstromen

Door de groeiende wereldbevolking en de stijgende welvaart nam de vraag naar vlees en zuivel wereldwijd sterk toe. Onderzoek de in- en uitvoer van landbouwproducten tussen drie bedrijven.

a Bekijk figuur 4.24 (Op onderzoek, p. 97). Gebruik de kernwoorden om kort te beschrijven wat er gebeurt in elk gebied. Zo leg je uit waarom schaalvergroting de kringloop doorbreekt. veevoer – lokale veetelers – melkproductie – regenwoud – melkpoeder – soja

In Vlaanderen (Europa)

In het Amazonegebied (Brazilië)

In Senegal (Afrika)

b Volg de stromen van soja en melk via het Google Earth Project op iDiddit.

- Volg de weg die soja aflegt van Brazilië tot de runderstal in Vlaanderen. Sojaroute:

Fazenda Santa Maria (Brazilië)  via BR-163  Cargill Santarém  haven Antwerpen  veevoederbedrijf  megastal in Ellikom

- Volg de weg die melk aflegt van de stal in Vlaanderen tot de markt in Senegal. Melkroute: megastal in Ellikom (België)  melkbedrijf Limelco  haven West-Afrika  Richard Toll (Senegal)

c Overtrek op de kaart alle pijlen die in a en b aan bod kwamen. Noteer de landen op de juiste plaats

NoordAmerika Europa rest van Europa

0 op de evenaar 3000 km

Wereldwijde handel van soja en melk

ZuidAmerika

handel van sojaproducten

handel van vleesen zuivelproducten

noordpoolcirkel

Oceanië

Kreeftskeerkring evenaar

Steenbokskeerkring

zuidpoolcirkel

V20
Azië
Afrika

6 Duurzame landbouw

Een duurzaam landbouwsysteem houdt rekening met drie pijlers. Lees de uitspraken en plaats ze met hun nummer in het juiste deel van het diagram. Noteer er ook de beginletter van het land of gebied (Brazilië, Senegal, Vlaanderen) bij.

 Tip: Sommige uitspraken horen in een overlappend deel thuis. S10 is al gegeven.

Planet (leefmilieu)

People

(sociaal)

levensvatbaar leefbaar eerlijk

Prosperity

(economisch)

1 Vee houden is vaak een belangrijk onderdeel van de cultuur en tradities. Het verbindt mensen.

2 Grootschalige verkoop van soja aan andere landen levert veel geld op.

3 Door efficiënter te produceren in megastallen, kan voedsel goedkoper worden voor de consument.

4 Door geuroverlast nabij megastallen kan de leefbaarheid voor de buurt in het gedrang komen. Luchtwassers en het gebruik van micro-organismen helpen bij de neutralisatie van geuren.

5 Lokale melkproductie zorgt ervoor dat het land minder afhankelijk is van import van zuivel.

6 Voor de sojateelt worden veel bossen gekapt. De EU verbiedt echter de import van soja die na eind 2019 op ontbost land is geproduceerd.

7 Een slechte bodemkwaliteit door overbegrazing kan leiden tot migratie van veehouders en hierdoor ook tot sociale spanningen in andere gebieden.

8 Biologische bestrijdingsmiddelen die op de sojavelden worden gebruikt om het rendement te verhogen, zijn minder schadelijk voor planten, dieren en het water in de buurt.

9 Dankzij de samenwerking met de melkerij hebben de veetelers in dit land nu een vast inkomen en kunnen ze hun dagelijkse leven verbeteren.

10 Gecontroleerde graasmethoden kunnen op lange termijn de economische zekerheid van melkveehouders vergroten en de leefbaarheid in de gemeenschap ten goede komen.

duurzaam

7 Syntheseoefening

Het landbouwsysteem is, net zoals elk systeem, een geheel van elementen en factoren die elkaar beïnvloeden. Vul het onderstaande schema aan.

Het landbouwsysteem …

 bepaalt het

 heeft invloed op: - het (planet) - de die er wonen (people) - de van het land (prosperity / profit)

Het landbouwsysteem bestaat uit drie delen

1 DE : factoren of elementen die nodig zijn om landbouwproducten te telen

Fysische factoren:

• • • Menselijke factoren:

2 HET : de manier waarop de landbouwer zijn producten kweekt

• traditioneel /

• / extensief

• handenarbeid /

• kleinschalig /

3 DE : het landbouwproduct dat je kunt verkopen en hoeveel

De : voor wie is het product bestemd (binnenland / buitenland)?

De landbouwer kan deze producten verkopen:

• gewassen (voor mensen)

• gewassen (voor dieren)

• gewassen (voor industrie)

Wereldwijde gevolgen van schaalvergroting

 Europese veeboeren produceren op grote schaal en

 Voor die veeteelt is er veel nodig.

 Vanuit Zuid-Amerika wordt er massaal ingevoerd.

 Die sojateelt in Brazilië tast het aan.

 Melkoverschotten komen in terecht. Lokale boeren krijgen hun melk niet verkocht.

4 TEST JEZELF

 1 Het landbouwsysteem

 2 Van gesloten systeem naar open kringloop

 3 Handelsstromen van soja en melk

SYNTHESE

HET LANDBOUWSYSTEEM

LANDBOUWLANDSCHAP

PLANET

OMGEVENDE FACTOREN

FYSISCHE FACTOREN - reliëf - grondsoort - klimaat

PEOPLE

MENSELIJKE FACTOREN - arbeidskrachten - scholingsgraad - bevolkingsdichtheid - infrastructuur

Input fysische factoren oppervlakte grond vee arbeidskrachten machines gebouwen meststo en veevoeder

LANDBOUWSYSTEEM

Proces

WAT? landbouwproducten telen

HOE?

= productieproces traditioneel / modern intensief / extensief handenarbeid / gemechaniseerd klein- / grootschalig duurzaam / niet duurzaam

PLANET ontbossing overbegrazing overbemesting

Output

WAT? voedselgewassen voedergewassen industriegewassen HOEVEEL? productie / ha productie / dier

mest

AFZETMARKT (consumptie)

binnenland buitenland (export)

handelsovereenkomsten

PROSPERITY profit / winst

VAN EEN GESLOTEN NAAR EEN OPEN KRINGLOOP IN DE LANDBOUW

Europa

binnenlandse consumptie van dierlijke producten

Zuid-Amerika

export van gewassen

import van kunstmest

geïmporteerd voer

export van dierlijke producten veestapel

overschot aan mest

gewas

Afrika

probleem: overbemesting oplossing: export van vaste mest

bodem

HET SYSTEEM AARDE ONDER DRUK

KERNVRAAG

HOE b EÏNVLOEDT b EMESTING IN DE LAND b OUW ONZE LEEFOMGEVING?

1 CHECK-IN

Overal ter wereld hebben landbouwers het landschap gevormd. Landbouwactiviteiten leveren ons voedsel, maar ze leggen ook druk op de leefomgeving. In dit hoofdstuk ontdek je hoe landbouw de planetaire grenzen beïnvloedt en welke gevolgen dat heeft voor mens en milieu. Maar ga eerst in de oefening op iDiddit na welke uitspraken over landbouw en milieu correct zijn.

2 OP ONDERZOEK

1 GEbRUIK VAN (KUNST)MEST

Landbouwers gebruiken al eeuwen organische meststoffen (dierlijk of plantaardig) om hun gewassen beter te laten groeien. Vroeger gebeurde dat vooral met compost of stalmest.

In de grootschalige veeteelt produceren runderen organische mest, zoals vaste stalmest en drijfmest. Drijfmest is een vloeibare meststof die vooral bestaat uit een mengsel van dierlijke uitwerpselen, urine en vaak ook spoelwater uit de stallen. In gebieden waar de intensieve veehouderij domineert, is dierlijke mest een belangrijk middel om het akkerland te verrijken.

Toch heeft dit ook nadelen: de ammoniak (NH3) in de mest veroorzaakt geurhinder. De stikstof komt onder de vorm van dit gas vrij in de stal en bij het uitrijden van de mest op het land.

Sinds het begin van de 20ste eeuw gebruiken land- en tuinbouwers steeds meer kunstmest. Dat is mest die op een chemische manier in fabrieken wordt gemaakt. In kunstmest zitten, net zoals in stalmest, belangrijke voedingsstoffen: stikstof (N), fosfor (P) en kalium (K).

Fig. 4.26 Uitrijden van vaste stalmest
Fig. 4.25 Drijfmest

Door de intensieve landbouw ontstaat een mestoverschot: dat heet overbemesting. De stikstof uit ammoniak (NH3) wordt door bodembacteriën omgezet in nitraat (NO3 ). Dat is een belangrijke voedingsstof voor planten. Als planten het nitraat niet volledig opnemen, komt het in het milieu terecht.

Dat heeft verschillende gevolgen:

Waterverontreiniging

Een teveel aan nitraat spoelt:

• naar het grondwater, waardoor het onbruikbaar wordt als drinkwater;

• naar het oppervlaktewater (rivieren en meren).

In het oppervlaktewater veroorzaakt nitraat algenbloei. Het water wordt groen en troebel. Wanneer de algen afsterven, verbruiken ze veel zuurstof. Daardoor ontstaat zuurstofgebrek, wat kan leiden tot vissterfte.

Dode zones in de zee

Via rivieren komen meststoffen ook in zeeën en oceanen terecht. Daar kunnen dode zones ontstaan: gebieden met te weinig zuurstof. Vissen en andere organismen sterven of trekken weg.

Bodemdegradatie

Een teveel aan nitraat zorgt ook voor verzuring van de bodem. Dat tast de bodemkwaliteit aan en maakt landbouw moeilijker op lange termijn.

Afname van biodiversiteit

Door te veel nitraat groeien vooral snelgroeiende, stikstofminnende planten, zoals grassen, brandnetels en bramen (fig. 4.27). Andere, kwetsbare planten die weinig stikstof nodig hebben zoals orchideeën en struikhei, verdwijnen. Dat leidt tot een afname van de biodiversiteit.

3 MESTACTIEPLAN (MAP)

De Vlaamse overheid probeert het stikstofprobleem aan te pakken via het Mestactieplan (MAP). Omdat er nog te veel nitraat in de waterlopen terechtkwam, is in het nieuwe Mestactieplan de vroegere teeltvrije strook van 1 meter vervangen door een bredere beschermingsstrook. In die strook mag je geen mest en geen gewasbeschermingsmiddelen gebruiken. In kwetsbare gebieden of op hellingen moet er bovendien nog een extra bemestingsvrije strook van 7 meter worden voorzien (fig. 4.28).

Fig. 4.27 Brandnetels als ondergroei in bos
Fig. 4.28 Teeltvrije strook (1 m) binnen een bredere beschermingsstrook (3 m) (bron: VLM)

Veeteelt draagt bij aan de uitstoot van broeikasgassen. Runderen produceren methaan (CH₄) tijdens hun vertering. Het gebruik van organische mest en kunstmest zorgt ook voor de uitstoot van methaan (CH4) in de atmosfeer.

Alle bodems stoten lachgas (N2O) uit door natuurlijke processen, maar het gebruik van kunstmest in landbouwbodems leidt tot een verhoogde uitstoot. Methaan en lachgas zijn beide broeikasgassen en hun vermogen om de atmosfeer op te warmen is vele malen sterker dan dat van koolstofdioxide (CO2).

Omgekeerd helpt landbouw om de klimaatverandering te vertragen door via de gewassen koolstof op te slaan in de bodem. Op figuur 4.29 zie je de uitstoot en de opname van broeikasgassen door landbouw.

5 Akkerbouw veroorzaakt bodemerosie

De Leemstreek in Midden-België is door het golvende reliëf en de leembodem van nature gevoelig voor bodemerosie. Vooral tijdens hevige regenbuien, die almaar vaker voorkomen door klimaatverandering, spoelt de vruchtbare bovenlaag van de bodem weg (fig. 4.30).

Boeren verliezen daardoor de meest vruchtbare laag van hun akkers, wat leidt tot lagere oogstopbrengsten. De modder die wegspoelt, veroorzaakt ook problemen verderop: sloten en beken slibben dicht en in lagergelegen dorpen kunnen wegen en kelders overstromen.

Akkerlanden blijven in de herfst vaak kaal achter en de bodem bevat weinig organisch materiaal. Zonder beschermende begroeiing is de aarde veel minder bestand tegen de kracht van regendruppels en stromend water.

Fig. 4.29 Uitstoot en opname van broeikasgassen door landbouw
Fig. 4.30 Bodemerosie door afspoelend water

1 Dierlijke mest en kunstmest

Welke rol speelt bemesting in de landbouw? Beantwoord de vragen.

a Waarom maken landbouwers gebruik van bemesting?

b Wat is het voordeel daarvan?

c Markeer wat correct is.

Bemesten is een voorbeeld van intensiveren / vergroten van het landbouwareaal.

d Wat is het belangrijkste verschil in oorsprong tussen kunstmest en dierlijke mest?

Kunstmest wordt volledig industrieel en chemisch gemaakt, terwijl dierlijke mest een natuurlijk bijproduct is van de veehouderij.

Dierlijke mest bevat enkel stikstof, kunstmest bevat enkel fosfor en kalium.

Dierlijke mest wordt enkel in de tuinbouw gebruikt, kunstmest enkel bij de akkerbouw.

Kunstmest is traagwerkend, dierlijke mest is snelwerkend.

e Waarom is de Vlaamse overheid zo streng op de hoeveelheid mest die boeren mogen gebruiken?

Te veel mest veroorzaakt geurhinder in de omgeving.

De overheid wil voorkomen dat koeien ziek worden door op velden met te veel mest te grazen.

De overheid wil ervoor zorgen dat boeren genoeg mest overhouden om onderling te verkopen.

Nitraat uit mest kan uitspoelen naar het grondwater, waardoor het ondrinkbaar wordt.

2 Nitraatprobleem

De Vlaamse overheid volgt de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater op, onder andere via het Mestdecreet. In deze opdracht onderzoek je met Geopunt en je atlas de relatie tussen bemesting, veeteelt en de aanwezigheid van nitraat in het water.

a Ga naar Geopunt. Selecteer de kaartlaag ‘Landbouw, visserij en economie’ > ‘Landbouw’ > ‘Gebiedstypes nitraat mestdecreet, 01/01/2025’.

b Lees de infotekst over de gebiedstypes.

De gebiedstypes van het Mestdecreet zijn een indeling van de Vlaamse overheid, gebaseerd op de nitraatconcentraties in oppervlakte- en grondwater. Vlaanderen is opgedeeld in vier gebiedstypes, elk met specifieke maatregelen om de waterkwaliteit te verbeteren. In gebiedstype 0 is de doelstelling van de Nitraatrichtlijn al bereikt, waardoor er geen gebiedsgerichte maatregelen nodig zijn. In de gebiedstypes 1, 2 en 3 zijn de doelstellingen nog niet gehaald. Hoe verder een gebied verwijderd is van een goede waterkwaliteit, hoe groter de vereiste inspanningen.

c Klik in Geopunt op de dominante kleur van jouw schoolgemeente. Tot welk gebiedstype behoort jouw schoolgemeente?

d Selecteer nu in Geopunt de kaartlaag ‘Gebiedstypes nitraat mestdecreet, 01/01/2023’. Is de waterkwaliteit in jouw schoolgemeente verbeterd ten opzichte van de vorige metingen?

V18

e Zoek in je atlas op waar in België de meeste varkensteelt voorkomt.

f Vergelijk deze kaart in je atlas met de kaart op Geopunt (uit opgave a). Focus op Centraal-West-Vlaanderen. Markeer in de stelling wat past.

Op de plaatsen in West-Vlaanderen waar veel varkensteelt voorkomt, vind je doorgaans ook de slechtere / betere resultaten voor nitraat in het grondwater.

g Zowel bij akkerbouw als groenteteelt wordt veel (kunst)mest gebruikt. Vergelijk in Geopunt de nitraatwaarden van 2019 en die van 2025. Markeer in de stelling wat past.

We zien algemeen in heel Vlaanderen slechtere / betere resultaten voor de hoeveelheid nitraat in het oppervlakte- en grondwater.

3 Bodemerosie

Met behulp van Geopunt kun je verschillende kaarten combineren. Zo onderzoek je hoe reliëf, bodem en landbouw samen bepalen of een gebied gevoelig is voor erosie.

a Open Geopunt en selecteer de volgende kaartlagen.

- kaart 1: ‘Landbouw, visserij en economie’ > ‘Landbouwstreken België’

- kaart 2: ‘Natuur en milieu’ > ‘Bodem’ > ‘Erosiegevoeligheidskaart van Vlaamse gemeenten’

- kaart 3: ‘Hoogte’ > ‘Digitaal Hoogtemodel Vlaanderen I, digitaal terreinmodel 5 m’

b Kies op kaart 2 een donkergroene en een rode gemeente uit.

- donkergroen = zeer weinig erosiegevoelig

- rood = zeer sterk erosiegevoelig

c Gebruik de lagen en legende in Geopunt om deze twee gemeenten met elkaar te vergelijken.

Vul de tabel aan.

 Tip: Gebruik het oogje om een kaart aan/uit te zetten of pas via de drie puntjes (…) de doorzichtigheid aan.

donkergroen rood

Gemeente

Gevoeligheid bodemerosie

Landbouwstreek

Hoogte (+ kleur)

d Formuleer een besluit.

e Beantwoord de vragen door telkens het juiste antwoord aan te kruisen.

- Vergelijk een rode gemeente (X) met een groene gemeente (Y). Welke verklaring is het meest waarschijnlijk voor dit verschil?

Gemeente X heeft meer landbouwgrond met erosiegevoelige teelten dan gemeente Y.

 Gemeente Y heeft meer bos dan gemeente X.

Gemeente X ligt in een heuvelachtiger gebied met steilere hellingen dan gemeente Y.

 In gemeente X regent het meer dan in gemeente Y.

- Welke landbouwpraktijk draagt het meest bij aan de vermindering van bodemerosie op hellende akkers in Vlaanderen?

 de helling opwaarts en afwaarts ploegen

 akkers in de winter braak laten liggen

 gewasresten (bv. van maïs) op de bodem laten liggen

 monocultuur van rijen gewassen zoals maïs

- Welke maatregel nemen landbouwers om het wegspoelen van vruchtbare grond te verhinderen?

 heuvels afgraven zodat een vlak gebied ontstaat

 met zware machines over akkers rijden om grond stevig aan te drukken

 een tweede gewas aanplanten (zodat de akker nooit helemaal braak ligt)

 geulen graven om het water sneller naar beneden te doen stromen

4 Dode zones in de oceanen

Meststoffen die via rivieren en zeeën in oceanen terechtkomen, veroorzaken zuurstofarme gebieden. Onderzoek hoe dode zones ontstaan, waar ze voorkomen en welke rol intensieve landbouw daarbij speelt.

a Bekijk het filmpje over dode zones in de oceanen. Wat zijn dode zones?

b Vergelijk het voorkomen van deze zuurstofarme zones (zie onderstaande kaart) met de wereldkaart van de bevolkingsdichtheid in je atlas. Welk verband stel je vast?

Kustwateren met een zuurstofgehalte lager dan 2 mg O2/l−1 (rood) en zones met een minimum aan zuurstof op 300 meter diepte (blauw) (bron: VRT NWS, 05/01/2018)

V6

c Markeer de plaatsen waar zuurstofarme zones in zee voorkomen.

kusten van Japan – Noordzee – kusten van Oost-Afrika – Golf van Mexico – Oostzee –Oostkust van Noord-Amerika – Noordelijke IJszee – Zwarte Zee – Zuidelijke IJszee

d In sommige gebieden in volle zee is het zuurstofgehalte nog lager (blauwe zones). Hier kunnen de meeste zeedieren niet overleven. In welk soort zeeën bevinden deze gebieden zich hoofdzakelijk?

 poolzeeën

 binnenzeeën

 gematigde zeeën

 tropische zeeën

e Bekijk de foto’s. Noteer de juiste landbouwvorm(en) bij elke regio.

grootschalige intensieve veehouderij – irrigatielandbouw –grootschalige teelt van sojabonen – intensieve rijstteelt

- Zuidoost-Azië:

- Noord-Amerika:

- Midden-Oosten:

- Zuid-Amerika:

Zuidoost-Azië Verenigde Staten Midden-Oosten Zuid-Amerika

f Ontdek hoe intensieve landbouw sterfte van zeedieren veroorzaakt. Noteer ‘meer’ (toename) of ‘minder (afname) bij de pijltjes van dit diagram. De infotekst helpt je op weg.

Via rivieren en zeeën komen meststoffen in de oceanen terecht. Daar groeien veel algen door het teveel aan stikstof. Wanneer de algen afsterven, breken bacteriën ze af en verbruiken daarbij zuurstof. Zo ontstaat er een tekort aan zuurstof, waardoor vissen en andere zeedieren sterven.

intensieve landbouw

zuurstof in de oceaan

leven in zee

meststoffen

zuurstofverbruik algenbloei in de oceanen afbraak van algen door bacteriën

5 Gevolgen van bemesting voor de vier sferen

Wat zijn de gevolgen van te veel meststoffen in de sferen op aarde? Vul de figuur aan.

algengroei – chemische bodemdegradatie – geurhinder – methaanuitstoot –uitspoeling in rivier/grondwater – verschralen van de plantengroei – vorming van lachgas – zuurstofgebrek

neerslag

kunstmest

bemesting van akkers dierlijke mest

Vereenvoudigde stikstofcyclus

6 Syntheseoefening

Vul het schema over de gevolgen van landbouw voor bodem, water en klimaat aan.

Landbouwers gebruiken meststoffen om de bodem vruchtbaar te maken. Er zijn twee soorten:

overbemesting dode zone

- meststoffen op basis van dierlijke en plantaardige afvalstoffen;

- of minerale mest, die op een chemische manier gemaakt wordt.

Gevolgen van te veel meststoffen:

- De ammoniak (NH3) in de stalmest veroorzaakt

- Wanneer de hoeveelheid te hoog is, wordt de maximumdrempel overschreden.

Gevolgen voor water, bodem en klimaat:

Meststoffen spoelen via naar zeeën en oceanen.

Daar kunnen (= gebieden met weinig zuurstof) ontstaan.

Een vermindering van de bodemkwaliteit noemen we

Bij akkerbouw in gebieden met een golvend reliëf kan ook optreden: de vruchtbare bodem spoelt weg doordat er in de winter op het land staan.

Veeteelt zorgt voor de uitstoot van

Om het stikstofprobleem te beperken, voert Vlaanderen het in.

4 TEST JEZELF

 1 Bemesting en mestoverschot

 2 Gevolgen voor het milieu

SYNTHESE

BEVOLKINGSGROEI EN LANDBOUW: HET SYSTEEM AARDE ONDER DRUK

MEER VOEDSEL DOOR INTENSIVEREN

intensieve veeteelt

intensieve akkerbouw - productie veevoer (soja, maïs …) - rijstteelt -

BEMESTEN

organische meststoffen: plantaardige en dierlijke afvalstoffen

kunstmest: chemisch gemaakt

GEVOLGEN VOOR HET MILIEU

broeikasgassen (methaan en lachgas)

mestoverschot: te veel nitraat

afname bodemkwaliteit: bodemdegradatie in bodem en grondwater

afname waterkwaliteit: waterverontreiniging

MAP: nitraat terugdringen in rivieren en zeeën te weinig zuurstof algenbloei dode zones

afname biodiversiteit

bemesting van akkers dierlijke mest

vorming van lachgas uitstoot van methaan uitspoeling in rivieren

opname door planten uitspoeling in grondwater

neerslag kunstmest overbemesting dode zone

4 HET KAN ANDERS!

KERNVRAAG

OP WELKE MANIEREN KUNNEN WE DE LAND b OUW DUURZAMER MAKEN?

1 CHECK-IN

De landbouwsector staat voor grote uitdagingen. Klimaatverandering, bodemdegradatie en de vraag naar meer milieu- en diervriendelijke productieprocessen dwingen boeren en onderzoekers om alternatieve methodes te ontwikkelen. Landbouw duurzamer maken betekent produceren met respect voor de natuur, mens en economie, zowel nu als in de toekomst. Gelukkig bestaan er al heel wat nieuwe methodes die oplossingen bieden voor de problemen van vandaag. Benieuwd welke dat zijn? Ontdek het op iDiddit.

2 OP ONDERZOEK

1 Precisielandbouw

Precisielandbouw is de kern van smart farming waarbij technologie wordt ingezet om specifieke planten of dieren de exacte zorg te geven die ze nodig hebben. Een van de nieuwe technologische toepassingen in die vorm van landbouw is het gebruik van geodata. Met satellietbeelden worden landbouwoppervlaktes nauwkeurig in kaart gebracht. Het computerprogramma dat de satellietdata verwerkt, kan de ligging en grenzen van percelen in kaart brengen en de activiteiten op die percelen opvolgen.

Fig. 4.31 Precisielandbouw: bemesting met gps-technologie

Ook gps-technologie speelt hierbij een grote rol. Hiermee wordt de exacte positie van tractoren bepaald. Via een computersysteem krijgt de landbouwer belangrijke informatie over zijn akkers, zoals bodemkwaliteit en luchtvochtigheid, en kan hij indien nodig bijsturen. Zo kan hij heel precies zaaien, bemesten en oogsten. Tegenwoordig kunnen tractoren en machines zelfs automatisch rijden. De werkbreedte van sproeiers wordt dan automatisch aangepast aan de breedte van de stroken op de akker, zodat de mest overal gelijkmatig wordt verdeeld.

In de biologische landbouw stemt de boer zijn activiteiten af op natuurlijke processen. Het doel is om voedsel te produceren in een gesloten kringloop: de bodemvruchtbaarheid wordt op natuurlijke wijze verhoogd met compost en wisselteelt, terwijl chemische bestrijdingsmiddelen en kunstmest worden vermeden.

Ook dierenwelzijn staat centraal. Om een mestoverschot te vermijden, moeten biobedrijven beschikken over voldoende grond om de mest van hun eigen dieren te kunnen verspreiden. Dat verklaart waarom zij een grotere grondoppervlakte nodig hebben. Daardoor ligt de opbrengst per hectare lager en is de prijs van de producten meestal hoger.

3 boerenlandbouw in Vlaanderen

In Vlaanderen kiezen steeds meer landbouwers voor boerenlandbouw of natuurvriendelijke landbouw. Het is een manier van werken waarbij boeren zo zelfstandig mogelijk voedsel produceren, met respect voor de natuur en de lokale omgeving. Het onderscheidt zich van grote, industriële landbouw. De boer staat zelf aan het roer en zorgt voor een gezonde bodem en veel plant- en diersoorten. Het doel is om meer biodiversiteit te creëren en een aantrekkelijker landschap, zonder dat de voedselproductie in gevaar komt.

Landbouwers doen dit op verschillende manieren:

- Bloemenranden langs akkers worden gebruikt voor bestuiving en natuurlijke plaagbestrijding.

- Kleine landschapselementen zoals poelen, houtkanten of heggen bieden voedsel en schuilplaatsen voor dieren (kikkers, vogels, egels …) en verfraaien het landschap.

- Milieuvriendelijk werken (met minder pesticiden en later maaien) beschermt weidevogels en insecten beter.

4 Stadslandbouw

Wanneer voedsel in een stedelijke omgeving wordt verbouwd, bijvoorbeeld op daken en verlaten terreinen, spreken we van stadslandbouw. Het doel is om voedsel lokaal te produceren, de band tussen stad en natuur te versterken én de gemeenschap te betrekken bij duurzame voedselproductie.

Een voorbeeld is PAKT in Antwerpen, een stadsboerderij op de daken van een voormalig industriegebouw. Daar produceert coöperatie De Volle Grond groenten en kruiden. De oogst wordt geleverd aan horecazaken in de buurt, waardoor een korte voedselketen ontstaat. PAKT verbindt stadbewoners met hun voedsel en stimuleert duurzaamheid.

Een meer vernieuwende vorm van stadslandbouw zijn verticale boerderijen, waar groenten, fruit en kruiden in lagen boven elkaar worden geteeld, vaak in gesloten gebouwen. Ze zijn een antwoord op de groeiende vraag naar voedsel in steden en de afnemende beschikbare landbouwgrond.

Fig. 4.32 Wilgenbomen in de Oude Kalevallei in Gent
Fig. 4.33 Stadsboerderij PAKT in Antwerpen
Fig. 4.34 Teelt van basilicum in een verticale boerderij

3 AAN DE SLAG

1 Maatregelen tegen overbemesting

Vul in de kaders zowel positieve als negatieve elementen in over de maatregel in kwestie.

Precisielandbouw

Positief:

Negatief:

Biologische landbouw

Positief:

Negatief:

Positief:

Negatief:

Positief:

Negatief:

Verticale landbouw
Stadslandbouw

2 Hoe wordt de veeteelt duurzaam?

Vul het causaal diagram aan. Om meer duurzaam voedsel te produceren moet de veestapel kleiner worden. Bekijk ook hoe gps-technologie hierbij een rol kan spelen.

a Zet bij de pijlen een + bij een versterkende relatie (de variabelen bewegen in dezelfde richting) en een –bij een verzwakkende relatie (de variabelen bewegen in tegengestelde richting).

methaan (CH4)

veestapel bemesten

gps-technologie

hoeveelheid stikstof (N)

lachgas (N2O)

broeikasgassen

gewasopbrengst klimaatverandering biodiversiteit waterkwaliteit

b Formuleer een besluit door het juiste woord te markeren.

- over het milieu:

Door meer gebruik van gps-technologie neemt de bemesting in de bodem af / toe. Hierdoor daalt / stijgt de hoeveelheid stikstof (nitraat). De biodiversiteit en waterkwaliteit nemen dan af / toe

- over het klimaat:

Door de afname van de veestapel stijgt / daalt de uitstoot van broeikasgassen en remt de klimaatverandering af / versnelt de klimaatopwarming

3 Druppelirrigatie

Bekijk via iDiddit het infofilmpje over druppelirrigatie in Kruisem.

a Wat is druppelirrigatie?

b Geef twee voordelen van druppelirrigatie.

4 TEST JEZELF

 1 Veestapel afbouwen

 2 Overbemesting voorkomen

 3 Smart farming

 4 Gps- en computertechnologie

SYNTHESE

PRECISIELANDBOUW

STADSLANDBOUW

op daken en verlaten terreinen

verticale landbouw

milieuvriendelijk

landbouwareaal en veestapel in balans

BIOLOGISCHE LANDBOUW

geodata gps-technologie precisiebemesting aanpassing bedrijfsvoering

LANDBOUW: HET KAN OOK ANDERS.

KNELPUNTEN VAN DUURZAME LANDBOUW

BOERENLANDBOUW

boeren werken onafhankelijk van grote bedrijven

hogere kosten voor de boer

meer grond nodig

lagere opbrengsten

meer biodiversiteit door

hogere prijzen voor de consument bloemenranden kleine landschapselementen

b EGRIPPENLIJST

LANDBOUW TUSSEN GROEI EN GRENZEN hoofdstuk begrip definitie

3 de algenbloei veel nitraten zorgen voor snelle algengroei, waardoor het water groen, troebel en soms giftig wordt en er minder zuurstof is

3 de ammoniak (NH3) een kleurloos, scherp ruikend en giftig gas; komt vrij uit mest en draagt bij aan het stikstofprobleem

1 de biodiversiteit de verscheidenheid aan leven op aarde

4 de biologische landbouw duurzaam landbouwsysteem met milieuvriendelijke praktijken, hoge biodiversiteit en aandacht voor dierenwelzijn

3 de bodemdegradatie verlies van waarde van de bodem door verkeerd bodemgebruik

4 de bodemerosie het wegspoelen of wegwaaien van de bovenste laag van de bodem, meestal door water of wind

4 de boerenlandbouw een manier van werken waarbij boeren zo zelfstandig mogelijk voedsel produceren, met veel respect voor de natuur en de lokale omgeving

1 bruto binnenlands product (bbp) de waarde van alle goederen en diensten die in één jaar in een land worden geproduceerd, gedeeld door het aantal inwoners

1 de calorie een eenheid voor energie die aangeeft hoeveel brandstof een voedingsmiddel aan je lichaam levert

2 de commerciële landbouw landbouwproductie gericht op de grootschalige teelt van gewassen en/of het fokken van vee voor verkoop op de markt (om zoveel mogelijk winst te maken)

3 de dode zone gebied in zeeën of rivieren met te weinig zuurstof, waardoor vissen en andere dieren er moeite hebben om te overleven

2 duurzaam op een manier produceren die ecologisch verantwoord, economisch levensvatbaar en sociaal rechtvaardig is, zowel voor de huidige als de toekomstige generaties

3 de drijfmest een vloeibare meststof die wordt geproduceerd door de combinatie van dierlijke uitwerpselen, urine en eventueel spoelwater

1 het exportgewas landbouwproduct dat vooral geteeld wordt voor verkoop in het buitenland

2 de extensieve landbouw landbouw waarbij per oppervlakte weinig inzet van arbeid en kapitaal nodig is

4 de geodata informatie die gekoppeld is aan een geografische plaats op aarde

1 de ggo’s genetisch gemodificeerde organismen; gewas waarbij genetisch materiaal is aangepast zodat het beter groeit of beter bestand is tegen ziekte of droogte

1 het Globale Zuiden groep landen met een lager sociaaleconomisch ontwikkelingsniveau vergeleken met het rijke, geïndustrialiseerde Globale Noorden

1 consumeren het kopen en gebruiken van producten en diensten; de consumptie

2 de input alle factoren, zowel fysische als menselijke, die nodig zijn voor het telen van landbouwproducten

2 de intensieve landbouw landbouw waarbij per oppervlakte veel inzet van arbeid en kapitaal nodig is

LANDBOUW TUSSEN GROEI EN GRENZEN hoofdstuk begrip definitie

1 intensiveren aanpassingen doen waardoor je op dezelfde oppervlakte meer produceert

1 de irrigatie de kunstmatige bewatering van gewassen in gebieden met een tekort aan neerslag

4 de korte voedselketen

landbouwsysteem waarbij voedsel direct van producent naar consument gaat en slechts een korte afstand aflegt

1 de kunstmest meststof die op een chemische manier, in een fabriek, geproduceerd wordt

1 het landbouwareaal de beschikbare landbouwoppervlakte

2 het landbouwsysteem geheel van economische activiteiten waarbij het land wordt gebruikt voor de productie van planten en dieren voor menselijk gebruik

1 landgrabbing het opkopen of huren van landbouwgrond door buitenlandse investeerders, vaak in het Globale Zuiden, ten koste van de lokale bevolking

4 de lange voedselketen

landbouwsysteem waarbij voedsel van boer naar consument gaat via meerdere tussenschakels en vaak grotere afstanden aflegt

3 het Mestactieplan (MAP) maatregelen van de Vlaamse overheid die de landbouwers moeten volgen voor het gebruik, het transport en de opslag van mest

3 de meststof stof die aan de bodem wordt toegevoegd om planten beter te laten groeien zoals dierlijke mest en kunstmest

2 de moderne landbouw een landbouwsysteem dat met technologie en wetenschappelijke kennis veel voedsel produceert, vaak met machines en kunstmest, voor verkoop in binnen- en buitenland

1 de monocultuur het verbouwen van slechts één soort gewas op een groot stuk land

3 het nitraat (NO3-) een stikstofverbinding die een belangrijke voedingsstof is voor planten en ook kan voorkomen in water en voedsel

3 de organische mest mest afkomstig van dierlijke of plantaardige resten

2 de output de landbouwproducten die een bedrijf produceert of oplevert

2 de overbegrazing gebied waar de vegetatie niet de kans heeft zichzelf te herstellen door vaak langdurige intensieve begrazing

3 de overbemesting wanneer meer meststoffen worden toegevoegd dan gewassen kunnen opnemen; is nadelig voor inheemse planten

4 de precisielandbouw landbouwmethode waarbij boeren technologie gebruiken (gps, drones, geodata ...) om precies water, mest of gewasbescherming toe te dienen; doel is opbrengst te verhogen en milieu-impact te verminderen

2 het proces de manier waarop de landbouwer zijn producten kweekt

1 de schaalvergroting streven naar hogere opbrengsten en lagere kosten door middelen als grond, ruimte, arbeid en kapitaal efficiënt in te zetten

4 de stadslandbouw landbouw die plaatsvindt binnen of rond de stad, vaak op kleine schaal

3 de teeltvrije strook strook grond waar geen gewassen mogen worden geteeld om de milieuschade te beperken

2 de traditionele landbouw een landbouwsysteem dat met lokale middelen en traditionele kennis voedsel produceert, met weinig machines, kunstmest en bestrijdingsmiddelen, vooral voor de lokale markt

LANDBOUW TUSSEN GROEI EN GRENZEN

hoofdstuk begrip definitie

4 de verticale boerderij een methode waarbij voedsel (zoals groenten en fruit) binnen in gestapelde rekken wordt gekweekt met behulp van kunstlicht

3 de verzuring het zuurder worden van bodem en water door o.a. neerslag van stikstofverbindingen (zoals ammoniak) uit menselijke activiteiten (zoals landbouw)

1 Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO)

VN-organisatie die honger bestrijdt en voedselzekerheid bevordert

1 de voedselonzekerheid situatie waarin mensen geen veilige toegang hebben tot voldoende, voedzaam voedsel

1 de voedselverspilling al het voedsel dat verloren gaat, hoewel het nog geschikt was voor menselijke consumptie

1 de voedselvoorziening het systeem dat ervoor zorgt dat de bevolking toegang heeft tot voldoende, veilig en voedzaam voedsel

1 de welvaart mate waarin mensen in hun behoeften voorzien met de beschikbare middelen

2 de wisselbouw het op een akker na elkaar telen van verschillende gewassen om bodemuitputting te voorkomen

1 de zaadselectie de landbouwer kiest de beste zaden van gewassen voor de volgende plantcyclus; door kruisbestuiving kunnen planten met betere eigenschappen ontstaan

2 de zelfvoorzienende landbouw voedsel produceren om te voorzien in het eigen levensonderhoud

1

RACE NAAR GRONDSTOFFEN

KERNVRAAG

WAAROM HEBBEN WE ZOVEEL GRONDSTOFFEN EN ENERGIEBRONNEN NODIG?

1 CHECK-IN

De wereld telt vandaag ongeveer 7,4 miljard mobiele telefoons, die in gebruik zijn bij zo’n 5,8 miljard mensen. Dat betekent dat bijna 70 % van de wereldbevolking een smartphone heeft. Maar weet jij waar je smartphone vandaan komt, welke materialen erin zitten en wat er achteraf mee gebeurt als je hem niet meer gebruikt?

We zoomen in op de verschillende fases in de levensloop van een smartphone. Maar fris eerst in de oefening op iDiddit je voorkennis over de verschillende grondstoffen en energiebronnen nog eens op.

OP ONDERZOEK

1 Het toenemende gebruik van smartphones

Smartphones zijn onmisbaar in ons dagelijkse leven: we gebruiken ze om te communiceren, informatie op te zoeken, te werken en ons te ontspannen. Dankzij technologische vooruitgang en dalende prijzen worden ze steeds toegankelijker, waardoor ook de consumptie ervan in een razendsnel tempo groeit. Figuur 5.1 toont hoe het aantal mobiele abonnementen per 100 personen wereldwijd sterk is gestegen. Dat aantal kan boven de 100 liggen omdat veel mensen meer dan één mobiel abonnement hebben.

5.1 Mobiele telefoonabonnementen per 100 personen (bron data: ourworldindata.org)

5.2 De digitale generatie: samen verbonden via technologie

Fig.
Fig.

1 Metalen in je smartphone

In een smartphone zitten meer dan dertig verschillende metalen (fig. 5.3). Zonder deze grondstoffen zou je telefoon niet kunnen werken. Elk onderdeel bevat specifieke metalen met een eigen functie, bijvoorbeeld:

- Goud en koper zitten in de elektrische bedrading.

- Lithium en kobalt worden gebruikt in de batterij.

- Neodymium is een 'zeldzaam aardmetaal' dat magneetjes in de luidspreker sterk maakt.

- Indium zorgt ervoor dat het touchscreen reageert op je vingers.

Fig. 5.3 Voorbeelden van metalen in een mobiele telefoon (bron: de Volkskrant)

2

Metalen voor een duurzame toekomst

We willen stoppen met de verbranding van fossiele brandstoffen. Daarom schakelen we steeds meer over op duurzame energie. Voor nieuwe technologieën zijn echter veel metalen nodig, bijvoorbeeld:

- Windturbines en zonnepanelen, bevatten veel (zeldzame) metalen.

- Voor batterijen in elektrische auto's zijn kritieke grondstoffen nodig, zoals lithium, grafiet, kobalt en nikkel.

3 Waarom de vraag naar metalen stijgt

De vraag naar metalen neemt wereldwijd sterk toe. Dat heeft verschillende oorzaken: - digitalisering: we gebruiken steeds meer laptops, smartphones, tablets en drones; - energietransitie: de overstap van fossiele brandstoffen naar groene stroom; - groei: door bevolkingsgroei en toenemende welvaart, consumeren mensen steeds meer goederen.

3 Herkomst en verwerking van kritieke grondstoffen

Kritieke grondstoffen die nodig zijn voor de energietransitie worden grotendeels buiten Europa gewonnen (fig. 5.4). Australië en Chili zijn belangrijke producenten van lithium. Kobalt wordt vooral ontgonnen in de Democratische Republiek Congo (DR Congo). De meeste zeldzame aardmetalen vind je in China.

Fig. 5.4 Landen waar de kritieke grondstoffen worden gewonnen en hun toepassing (bron: TU Delft)

3.1 DOMINANTIE VAN CHINA

China heeft niet alleen een groot aandeel in de ontginning van kritieke grondstoffen, maar ook in de raffinage en de productie ervan (fig. 5.5). Zelfs grondstoffen die in andere landen worden gewonnen, zoals kobalt uit DR Congo, worden vaak in China verwerkt tot materialen die bruikbaar zijn voor technologische toepassingen.

Het land beschikt over de fabrieken en de technologische kennis om dat op grote schaal te doen. Veel producten die wij dagelijks gebruiken, van smartphones over batterijen tot zonnepanelen, zijn sterk afhankelijk van grondstoffen en onderdelen die in China ontgonnen en verwerkt worden.

VS beryllium 67%

MEXICO fluoriet 33%

POLEN cokeskolen 27% koper 19%

NOORWEGEN siliciummetaal 35%

FINLAND nikkel 38%

BELGIË arseen 59%

FRANKRIJK

hafnium 76%

SPANJE

strontium 31%

MAROKKO fosfaatgesteente 27%

TURKIJE antimoon 63% boor 99% veldspaat 51%

BRAZILIË niobium 92%

CHILI lithium 79%

GUINEA bauxiet 63%

DRC kobalt 63% tantaal 35%

ZUID-AFRIKA

mangaan 41% iridium 93% palladium 36% platina 71% rhodium 81% ruthenium 94%

RUSLAND palladium 40%

QATAR helium 35%

CHINA bariet 45% natuurlijk grafiet 40%

vanadium 62%

bismut 65%

gallium 71%

germanium 45%

magnesium 97%

KAZACHSTAN fosfor 71% titanium 36%

AUSTRALIË cokeskolen 25%

LREE 85% (lichte zeldzame aardmetalen) HREE 100% (zware zeldzame aardmetalen) wolfraam 32%

rood = winning blauw = verwerking

5.5 Leveranciers

3.2 E u ROPA TE AFHANKELIJK VAN CHINA

Europa is voor veel belangrijke grondstoffen en technologieën sterk afhankelijk van China. Die afhankelijkheid brengt risico’s met zich mee. Het kan leiden tot geopolitieke spanningen

Als China door politieke conflicten de uitvoer zou beperken of stopzetten, kan de Europese industrie in de problemen komen. Tekorten en prijsstijgingen zijn dan moeilijk te vermijden.

Om dat risico te verkleinen wil de Europese Unie tegen 2030:

- 10 % van de strategische grondstoffen zelf ontginnen;

- 40 % zelf verwerken of raffineren;

- 25 % recycleren, door metalen terug te winnen uit gebruikte producten.

Het is echter niet zo eenvoudig om minder afhankelijk te worden:

- Het duurt vaak 10 tot 15 jaar om een nieuwe mijn te openen.

- Slechts een beperkt deel van de nodige grondstoffen is in Europa te vinden.

We besluiten hieruit: Europa zal ook in de toekomst afhankelijk blijven van handel met andere landen om aan voldoende grondstoffen te komen.

Interessant om weten

Om minder afhankelijk te zijn van China heeft het Zuid-Koreaanse techbedrijf Samsung de productie van smartphones verspreid over meerdere landen. Vietnam is vandaag het belangrijkste productieland en maakt meer dan de helft van alle Samsung-smartphones voor de wereldmarkt. In India staat de grootste Samsung-fabriek, die vooral produceert voor de Indiase markt en ook exporteert. In Brazilië assembleert Samsung smartphones voor de lokale markt om hoge invoerheffingen te vermijden.

Grootste Samsung-smartphonefabriek ter wereld in Noida nabij New Delhi (India)
Fig.
van kritieke grondstoffen in de EU (bron: Europese Commissie)

Het industriesysteem (fig. 5.6) toont hoe de productie van goederen verloopt, vergelijkbaar met het landbouwsysteem uit het vorige thema. Ook hier staan drie stappen centraal:

1 De input

Alles wat nodig is om producten te maken: - grondstoffen - energie - arbeidskrachten (hoog- of laaggeschoold) - kapitaal (bv. machines)

2 Het proces

De verwerking van grondstoffen tot producten: - in de basisindustrie: grondstoffen tot half afgewerkte producten bv. ijzererts  staal; - in de verwerkende industrie: half afgewerkte producten tot afgewerkte producten bv. staal  auto’s; - assemblage: het in elkaar zetten van verschillende onderdelen.

3 De output

De afgewerkte producten die wij dagelijks gebruiken en die worden verkocht aan consumenten of bedrijven, op de binnenlandse markt of via export

Industriële productie verandert bovendien het landschap en verhoogt de druk op het milieu.

OMGEVENDE FACTOREN

FYSISCHE FACTOREN:

• reliëf

• klimaat

NATUURLIJKE HULPBRONNEN:

• ontginning van grondstoffen

• winning / opwekking energie

– fossiele brandstoffen

– hernieuwbare energie

– kernenergie

– waterkracht

SOCIO-ECONOMISCHE

FACTOREN:

• bevolkingsdichtheid

• scholingsgraad

• ontwikkelingsgraad (HDI)

• politieke situatie

transport

Input grondstoffen energiebronnen arbeidskrachten kapitaal

INDUSTRIELANDSCHAP

INDUSTRIESYSTEEM

Proces

WAT? productie van goederen (basis- en verwerkende industrie)

HOE? productiewijze (handenarbeid / gemechaniseerd)

Output eindproducten investeringen transport transport

binnenlandse markt (consumptie in eigen land) buitenlandse markt (export naar buitenland)

Fig. 5.6 Het industriesysteem

1 Samsung-smartphones: van grondstof tot gebruiker

Samsung is een van de grootste smartphonefabrikanten ter wereld. Op de kaart vind je de landen terug waar ze de belangrijkste onderdelen maken, waar ze smartphones assembleren en in welke delen van de wereld ze worden verkocht. Ga aan de slag met de informatie op de kaart.

 Het hoofdkantoor van Samsung bevindt zich in Seoel (Zuid-Korea). Het bedrijf werkt met een wereldwijd netwerk van productie- en assemblagefabrieken.

VERENIGDE STATEN

ontwerp (hoofdkantoor) productie van onderdelen (chips, scherm, batterij, geheugen, camera) ...

assemblage export (transport)

Wereldwijde keten Samsung-smartphones

a Bestudeer de kaart. Markeer in kleur.

- in het geel: landen waar onderdelen worden geproduceerd;

- in het rood: landen waar de assemblage van smartphones gebeurt.

b Noteer op de kaart de exportregio’s bij de pijlen die vertrekken vanuit elk assemblageland.

c Conclusie: markeer wat juist is bij productie, assemblage en export.

Productie van onderdelen

Het zwaartepunt van de productie van onderdelen van de Samsung-smartphones ligt in de Verenigde Staten / Europa / Oost- en Zuidoost-Azië

Deze landen hebben een zwakke / sterke technologische industrie, weinig / veel arbeidskrachten en lagere / hogere arbeidskosten dan Europa of Noord-Amerika.

Assemblage

Samsung stelt deze smartphones voornamelijk samen in de Verenigde Staten / Europa / Zuid- en Zuidoost-Azië. Deze regio is aantrekkelijk voor arbeidsintensieve assemblage. Ook Brazilië assembleert voor de eigen markt en buurlanden, om transportkosten en invoerheffingen te beperken.

Export

Vanuit Vietnam / India worden toestellen naar bijna alle continenten uitgevoerd, terwijl Vietnam / India vooral levert aan de eigen regio en enkele opkomende markten. De consumptie van Samsungsmartphones vindt dus plaats in het Globale Noorden / in het Globale Zuiden / overal in de wereld

ZUID-KOREA
CHINA
VIETNAM
BRAZILIË
INDIA
JAPAN
TAIWAN

2 Kritieke grondstoffen voor de energietransitie

Voor de productie van technologieën voor hernieuwbare energie zoals zonnepanelen, windturbines en elektrische voertuigen stijgt de volgende decennia de vraag naar grondstoffen sterk. Onderzoek de verwachte vraag naar kritieke grondstoffen in de grafieken en beantwoord de vragen

energietechnologie

toepassingen groeifactor (toename tussen 2023 en 2040) 1,5x

Mondiale vraag naar kritieke grondstoffen (scenario: netto nul CO2-uitstoot tegen 2050) (bron data: IEA)

a Welke kritieke grondstof kent de sterkste groei in de vraag tegen 2040?

 grafiet

 koper  nikkel

lithium

b Voor welke kritieke grondstoffen verdubbelt de vraag tegen 2040 ten opzichte van 2023?

 koper  nikkel  kobalt

zeldzame aardmetalen

c Gebruik de kaart over leveranciers van kritieke grondstoffen in de EU (fig. 5.5, p. 127). Vul de tabel aan.

nikkel kobalt grafiet

d Wat is je conclusie voor de Europese industrie? Markeer.

Europa is voor zijn kritieke grondstoffen vooral afhankelijk van landen binnen Europa / buiten Europa / zowel binnen als buiten Europa. Daardoor kunnen geopolitieke spanningen de Europese industrie onder druk zetten / niet raken / versterken. Om de bevoorrading goedkoper te maken / veilig te stellen, zijn recyclage en circulaire economie onmisbaar.

3 Andere materialen in elektrische auto‘s

Staal en aluminium zijn twee veelgebruikte metalen in groene technologie. Onderzoek nu voor een auto welke materialen en grondstoffen nodig zijn.

a Bekijk de onderstaande figuur. Uit welke materialen en grondstoffen zijn de genummerde onderdelen gemaakt? Markeer in de tabel wat past.

1 motorkap

2 voorruit

glas / aluminium / staal / kunststof erts / wit zand / aardolie

glas / aluminium / staal / kunststof erts / wit zand / aardolie

3 bumper glas / aluminium / staal / kunststof erts / wit zand / aardolie

4 onderstel

glas / aluminium / staal / kunststof erts / wit zand / aardolie

b Zoek online naar andere onderdelen van de auto (bv. carrosserie, airbags, kabels …) en noteer bij ieder onderdeel telkens het materiaal en de grondstof.

4 Volvo Cars Gent en elektrische auto’s

Lees de infotekst en bekijk de reportage. Beantwoord daarna de vragen. a Markeer in de tekst:

- in het geel de redenen waarom Volvo in de fabriek in Gent investeerde; - in het groen de argumenten waarom Volvo een toekomstgerichte fabriek is.

In de Volvofabriek in Gent, de enige nog actieve autofabriek in België, is in 2025 de productie gestart van de Volvo EX30, een compacte en volledig elektrische SUV. Het model is populair door de lagere prijs in vergelijking met andere elektrische wagens van Volvo. De wagens worden nu ook gemaakt op de plek waar ze verkocht worden, aangezien 80 procent voor de Europese markt bestemd is.

Door de EX30 op Europees grondgebied te bouwen, moet Volvo ook geen invoerheffingen betalen. Die zijn van toepassing op auto's die vanuit China Europa binnenkomen

De Zweedse autobouwer, eigendom van het Chinese Geely, pompte meer dan 200 miljoen euro in de fabriek aan de John F. Kennedylaan. Er kwam een nieuwe productielijn met 580 robots en een grotere lasafdeling. Voor het eerst worden de deuren van de wagens in Gent geassembleerd, terwijl dat voorheen in Zweden gebeurde. Ook de batterij van de EX30 wordt in Gent zelf gemaakt. In de fabriek werken 6 500 mensen en met de komst van de EX30 komen er 300 banen bij.

Naar: VRT NWS, 24/03/2025

b Vul de tabel over het industriesysteem van Volvo Cars Gent met de juiste elementen aan.

input

- grondstoffen

- onderdelen

- energie

- arbeidskrachten

- kapitaal

laagopgeleid / hoogopgeleid kapitaalintensief / kapitaalextensief proces

- verwerking

- mechanisering geen / weinig / veel output afzetmarkt

5 Syntheseoefening

Vul de ontbrekende woorden in het schema aan. Zo maak je een overzicht van de vraag naar grondstoffen en de werking van het industriesysteem.

1 Toenemende vraag naar grondstoffen

Door de toenemende en de vooruitgang stijgt de vraag naar grondstoffen, zoals zeldzame die onder andere nodig zijn in een

Ook de (= de overgang van fossiele brandstoffen naar duurzame energiebronnen) zorgt voor een vraag naar deze metalen.

2 Afhankelijkheid van andere landen

Deze grondstoffen komen bijna niet voor in Europa.

Daarom is Europa van andere landen.

Dit kan leiden tot:

• spanningen

• prijsstijgingen

•

3 Het industriesysteem

Het industriesysteem toont hoe goederen worden geproduceerd.

Dit gebeurt in drie stappen:

1 : grondstoffen, energie, arbeidskrachten …

2 : verwerking van grondstoffen tot een afgewerkt product

3 : het eindproduct

4 TEST JEZELF

 1 Geopolitieke spanningen rond grondstoffen

 2 Vraag naar energie en grondstoffen

SYNTHESE

VAN FOSSIELE BRANDSTOFFEN NAAR HERNIEUWBARE ENERGIEBRONNEN

zoals zon en wind

TOENEMENDE VRAAG NAAR METALEN

zoals lithium (voor batterijen) en koper (voor kabels)

GEOPOLITIEKE SPANNINGEN

PEOPLE

OMGEVENDE FACTOREN

FYSISCHE FACTOREN:

• reliëf

• klimaat

NATUURLIJKE HULPBRONNEN:

• ontginning van grondstoffen

• winning / opwekking energie

– fossiele brandstoffen

– hernieuwbare energie

– kernenergie

– waterkracht

SOCIO-ECONOMISCHE

FACTOREN:

• bevolkingsdichtheid

• scholingsgraad

• ontwikkelingsgraad (HDI)

• politieke situatie

INDUSTRIELANDSCHAP

INDUSTRIESYSTEEM

Proces

WAT? productie van goederen (basis- en verwerkende industrie)

Output

AFZETMARKT

transport

Input grondstoffen energiebronnen arbeidskrachten kapitaal

eindproducten investeringen

HOE? productiewijze (handenarbeid / gemechaniseerd)

transport transport

binnenlandse markt (consumptie in eigen land) buitenlandse markt (export naar buitenland)

het industriesysteem

IND u STRIE ZET

DR u K OP DE AARDE

KERNVRAAG

WAT ZIJN DE GEVOLGEN VAN MIJNBO u W EN IND u STRIE VOOR ONZE PLANEET?

1 CHECK-IN

Het winnen van de grondstoffen voor je smartphone is erg belastend voor het milieu en gaat vaak gepaard met slechte arbeidsomstandigheden. Ook de productie van onderdelen en de assemblage ervan in fabrieken overal ter wereld heeft een grote ecologische impact. Daarna legt je telefoon duizenden kilometers af voor hij in jouw handen belandt. Hoe zwaar weegt dit alles op het systeem aarde? Test op iDiddit je kennis over mijnbouw.

2 OP ONDERZOEK

1 Lithiumwinning in Chili

Lithium is een essentieel metaal voor batterijen in elektrische auto’s en dus onmisbaar in de energietransitie. Chili heeft de grootste lithiumreserves ter wereld en is, na Australië, de belangrijkste producent ervan (fig. 5.7).

Verenigde

Fig. 5.7 Lithiumreserves en lithiumproductie per land in ton (2023; bron data: USGS)

In het noorden van Chili, aan de voet van de Andes, ligt de Atacama-woestijn (Salar de Atacama), een van de droogste plekken op aarde. Daar bevindt zich diep onder de grond een zoute waterlaag met pekel die rijk is aan lithium. Grote mijnbouwbedrijven pompen de pekel op en laten die in grote bekkens verdampen, zodat het lithium kan worden gewonnen (fig. 5.9). Het oppompen doet het grondwaterpeil dalen.

Daarnaast gebruiken de bedrijven ook zoet water uit nabijgelegen rivieren die uit het Andesgebergte stromen. Dat leidt tot conflicten met de lokale bevolking over de beschikbaarheid van water. Hoewel de ontginning relatief duurzaam gebeurt, is de impact op het landschap groot en worden lokale gemeenschappen getroffen, onder meer doordat jongeren in de mijnen gaan werken ten koste van de landbouw.

Het grootste deel van het lithium dat in Chili ontgonnen wordt, gaat naar China waar het verwerkt wordt in batterijen. Zodra Europa zelf voldoende batterijfabrieken heeft, kan Chili uitgroeien tot een belangrijke partner voor de Europese markt. Dat zou de afhankelijkheid van China verminderen. Ook in Europa zijn lithiumvoorraden aanwezig. Toch stuiten nieuwe mijnbouwprojecten vaak op hevige weerstand, uit vrees voor milieuschade.

Voorbeelden zijn de geplande mijnen van Rio Tinto in Servië en Barroso in Portugal. Daardoor is het erg moeilijk om nieuwe lithiummijnen in Europa te openen.

2 Voormalige mijnbouw in België

In de 20ste eeuw waren er in België veel steenkoolmijnen, vooral in Limburg, de Borinage bij Bergen (Mons) en rond Charleroi (fig. 5.10). De terrils of steenbergen op voormalige terreinen van mijnen herinneren hieraan nog.

De ontginning van steenkool gebeurde diep in de ondergrond, wat gevaarlijk en duur was. Toen het goedkoper werd om steenkool te importeren, stopte de ontginning in België. De laatste steenkoolmijn sloot in 1992 in Zolder (Limburg). De sluiting van de mijnen had grote gevolgen. Industrie die nauw verbonden was met de mijnbouw, zoals de staalnijverheid in Wallonië, verdween. De steenkoolmijnen leverden immers energie in de vorm van cokes voor de productie van staal. Het verdwijnen van de mijnbouw leidde zo tot de de-industrialisatie: het verlies van belangrijke industriële activiteiten waaronder de staalindustrie.

Fig. 5.9 Lithiumontginning in Chili
Fig. 5.8 Zoutvlakte in Salar de Atacama
Fig. 5.10 Steenkool en
Fig. 5.11 Drijvende fietsbrug tussen de mijnterrils (Terhills Maasmechelen)

Op verschillende plaatsen kregen de sites nieuwe bestemmingen. Waar een nieuwe bestemming wordt gegeven aan oude ontginningsplaatsen, spreken we van reconversie. Een voorbeeld is de voormalige mijnsite van Beringen, die sloot in 1989. Ze werd omgevormd tot be-MINE, een toeristisch-recreatieve site met bedrijven, horeca, erfgoed, cultuur, natuur en avontuur (fig. 5.12).

3 Staalproductie in België

ArcelorMittal in Gent is het enige staalbedrijf in België dat het volledige productieproces uitvoert van ijzererts als grondstof tot afgewerkt staal. Het beschikt over hoogovens, waarin ijzererts en cokes worden omgezet in ruwijzer. Dat ruwijzer wordt verder verwerkt tot rollen plaatstaal.

Staalbedrijf ArcelorMittal in Gent

De productie van staal is wereldwijd een van de grootste bronnen van CO₂-uitstoot. Het proces vraagt veel energie: bij de verbranding van cokes komt CO2 vrij en ook de hoogovens stoten CO2 uit.

Daarnaast veroorzaakt de staalindustrie verschillende vormen van vervuiling zoals: - luchtverontreiniging: fijnstof, zware metalen en andere schadelijke stoffen; - waterverontreiniging: mogelijke verontreiniging van afvalwater met chemicaliën en zware metalen; - bodemverontreiniging: vervuiling door opslag van grondstoffen en neerslag van fijnstof uit de lucht.

Toch streeft ArcelorMittal ernaar om te voldoen aan alle milieunormen en investeert het bedrijf in duurzame technologieën om zijn impact te beperken.

Fig. 5.12 Site Beringen vroeger (links) en nu als bewaarde mijnsite be-MINE (rechts)
Fig. 5.13

De productie van kledij gebeurt vooral in landen met lage arbeidskosten, zoals China, Bangladesh, Vietnam en India. De vraag komt vooral uit Europa en Noord-Amerika. Azië is een van de snelst groeiende markten voor kleding. Tegelijk groeit de vraag naar kleding steeds sneller in Afrika. Door bevolkingsgroei en toenemende verstedelijking ontstaat daar een nieuwe en grote afzetmarkt. De productie vindt hierdoor meer in Afrika plaats, waar landen als Ethiopië, Kenia en Marokko opkomende productiecentra zijn.

Fast fashion zorgt er ook voor dat Afrika belangrijker wordt, omdat het kan inspelen op snellere, goedkopere en flexibelere productie. De consumptie van fast fashion heeft een zware milieukost. Die impact blijft vaak verborgen voor de consument. Bij elke stap in de productie- en gebruiksketen ontstaan milieuvervuilende effecten. Twee voorbeelden hiervan zijn chemische vervuiling en microplastics

Bij de productie van textiel ontstaat chemische vervuiling. In Lesotho, rond de hoofdstad Maseru, liggen jeansfabrieken die produceren voor grote internationale merken. Tijdens het verven en stonewashen komen synthetische kleurstoffen en andere chemicaliën vrij. Het afvalwater uit deze fabrieken wordt vaak ongezuiverd geloosd in nabijgelegen rivieren. Daarnaast zorgen synthetische stoffen zoals polyester voor microplastics. Bij het wassen van deze kleding komen kleine plasticvezels vrij die in rivieren en oceanen terechtkomen. Ze zijn moeilijk afbreekbaar en vormen een bedreiging voor het zeeleven en uiteindelijk ook voor de mens.

Fig. 5.14 Kledingfabriek in Java (Indonesië)
Fig. 5.15 Kledingindustrie met waterzuiveringsstation rond de hoofdstad Maseru (Lesotho)

1 Lithiumwinning

Bestudeer hoe lithium wordt gewonnen in Chili en Australië. Gebruik de tekst en de figuren uit dit hoofdstuk, Google Earth en indien nodig extra bronnen. Beantwoord de vragen.

a Verken Salar de Atacama (Chili) en Greenbushes (West-Australië) in Google Earth. Beschrijf kort wat opvalt aan het landschap en de manier van ontginnen.

- Salar de Atacama:

- Greenbushes:

b Vul de onderstaande tabel in en vergelijk zo de lithiumwinning in Chili (Salar de Atacama) met die in Australië (Greenbushes). Gebruik hiervoor eventueel een AI-zoekmachine.

Hoe wordt lithium gewonnen?

Wat is de impact op het milieu?

Wat zijn de voordelen voor lokale bevolking?

Wat zijn de nadelen voor lokale bevolking?

c Chili en Australië kunnen beide economisch beter worden van de lithiumwinning en helpen de wereld groener te maken. Maar het kan ook ten koste gaan van het milieu en de lokale gemeenschappen.

• Lees de uitspraken in de tabel.

• Duid aan of de uitspraak vooral de ecologie of de economie benadrukt.

• Plaats de nummers van de uitspraken in het juiste kwadrant (economisch/ecologisch – positief/negatief).

uitspraken over lithiumontginning

[1] Ingenieur: “Lithiumwinning is essentieel voor de energietransitie, en we doen ons best om het zo efficiënt en veilig mogelijk aan te pakken.”

ecologie

economie

[2] Lokale bewoner (Chili): “Het mijnwaterverbruik droogt onze regio uit en tast ons levensonderhoud aan, waardoor onze toekomst steeds onzekerder wordt.”; Lokale bewoner (Australië): “Ik maak me zorgen over de schade aan ons landschap.”  ecologie

[3] Politicus (Chili): “We moeten profiteren van onze grondstoffen, ze zorgen voor werkgelegenheid en inkomsten voor ons land.”; Politicus (Australië): “Lithiumexport versterkt onze economie en onze positie in de wereld, vooral nu de vraag toeneemt.”

economie

ecologie

economie

[4] Milieuactivist: “Het is tegenstrijdig dat we het milieu verwoesten om elektrische auto’s te maken, terwijl die net bedoeld zijn om het te beschermen.”  ecologie

economie

Salar de Atacama (Chili) Greenbushes (West-Australië)

uitspraken over lithiumontginning ecologie of economie?

[5] Autofabrikant: “Zonder voldoende lithium kunnen we de overstap naar elektrische mobiliteit niet waarmaken, want batterijen zijn cruciaal voor onze sector.”

[6] Klimatoloog: “Lithium is onmisbaar om de CO₂-uitstoot wereldwijd te verlagen, maar de ontginning moet op een verantwoorde manier gebeuren.”

[7] Bioloog: “De lithiumwinning verstoort kwetsbare ecosystemen en bedreigt unieke planten- en diersoorten. Dit is een impact die vaak onderschat wordt.”

[8] Energiebedrijf: “De energietransitie creëert een sterkte groeimarkt. De vraag naar groene energie vraagt om grootschalige batterijopslag, en dus om meer lithium.”

[9] Geoloog: “De voorraden lithium zijn eindig; we moeten nu al nadenken over hergebruik en alternatieven om de transitie duurzaam te maken.”

[10] Directeur van een recyclagebedrijf: "Een circulaire aanpak maakt ons minder afhankelijk van eindige grondstoffen en vervuilende ontginning."

[11] Professor economie (Chili): "De afhankelijkheid van één exportproduct maakt onze economie kwetsbaar voor prijsdalingen."

[12] Gemeenteraadslid (Australië): "Het toerisme in onze regio lijdt onder de aantasting van het landschap, waardoor lokale inkomsten terugvallen."

ecologie  economie

ecologie

economie

ecologie  economie

ecologie

economie

ecologie

economie

ecologie

economie

ecologie

economie

ecologie

economie

ECOLOGIE planet negatief positief

ECONOMIE prosperity

d Lees de uitspraken opnieuw. Trek een conclusie door de zinnen aan te vullen.

- ecologisch positief:

De gevolgen op lange termijn zijn wellicht positief, want

- ecologisch negatief:

Lokaal veroorzaakt de ontginning

- economisch positief:

Lithiumwinning levert op korte termijn

- economisch negatief:

Het kan op lange termijn de economie kwetsbaar maken door

Het veroorzaakt mogelijk ook

2 Reconversie in Duitsland en Australië

Bekijk de onderstaande voorbeelden in Duitsland en Australië. Bestudeer hoe voormalige mijnsites een nieuwe bestemming kregen en vergelijk beide vormen van reconversie.

a Lees de onderstaande infotekst over het Zollverein in Essen (Duitsland) en check de website online. Hoe is het landschap hier veranderd?

Het Ruhrgebied was lange tijd een van de belangrijkste industriële regio’s van Europa. Hier werd vooral steenkool ontgonnen en staal geproduceerd. Na de teloorgang van de industrie werd geprobeerd om er een toekomstgerichte en leefbare regio van te maken. Oude fabrieken en mijnen kregen een nieuwe bestemming als UNESCO-werelderfgoedsite en toeristische trekpleister. Een mooi voorbeeld hiervan is het Zollverein in de stad Essen, vroeger een van de grootste steenkoolmijnen van Europa.

b Lees de onderstaande infotekst over Lake Kepwari (West-Australië) en check de website online. Hoe is het landschap hier veranderd?

Lake Kepwari ligt in de buurt van het stadje Collie in West-Australië. Vroeger was dit een mijn, waar men tientallen jaren lang steenkool uit de grond haalde. Toen de mijn gesloten werd, bleef er een diepe krater over. In plaats van een leeg mijnlandschap achter te laten, werd de mijnkrater gevuld met water en besloot de overheid het om te vormen tot een recreatiegebied. Vandaag is het een populaire plek om te zwemmen, vissen, waterskiën, kamperen en wandelen.

c Vergelijk de reconversie in het Ruhrgebied met die in West-Australië. Markeer wat juist is.

Bij de reconversie in het Ruhrgebied ligt de nadruk vooral op natuur en recreatie / cultuur en erfgoed en in West-Australië eerder op natuur en recreatie / cultuur en erfgoed. De verschillen in bevolkingsdichtheid spelen hierin een grote rol: het Ruhrgebied heeft een lage / hoge bevolkingsdichtheid en West-Australië een lage / hoge bevolkingsdichtheid. Er zijn in het Ruhrgebied / West-Australië dan ook meer mogelijkheden voor reconversie van natuurlijke landschappen dan van stedelijke landschappen.

3 ArcelorMittal in Gent

In de basisindustrie worden grondstoffen omgezet in half afgewerkte producten. Ontdek meer over ArcelorMittal, een van de Belgische bedrijven die actief zijn in de basisindustrie.

a Neem de atlaskaart waarop je meer info vindt over het Gentse havengebied en zoek het bedrijf ArcelorMittal.

b Arceer de site van ArcelorMittal groen op de kaart.

c Waarom is de ligging van dat bedrijf goed gekozen?

d ArcelorMittal heeft ook een belangrijke afnemer van de staalplaten in de buurt. Over welk bedrijf gaat het? Arceer de site van dit bedrijf rood op de kaart.

Gent (bron: NGI)

e Ontginning en industrie oefenen grote druk uit op het systeem aarde. Noteer in de vakken bij de rode pijlen waaruit die druk bestaat voor een staalbedrijf zoals Arcelor Mittal.

biosfeer:

atmosfeer:

hydrosfeer:

geosfeer:

Havengebied

4 Winning van kobalt in DR Congo

Bekijk de reportage en beantwoord de vragen.

a Noteer waarom kobalt tegenwoordig een belangrijke grondstof is.

b Beschrijf de werkomstandigheden in de mijnen.

Kinderarbeid in een kobalt- en kopermijn in Kolwezi (DR Congo)

c Waarom heeft de grote voorraad grondstoffen niet geleid tot een sterke industrialisatie van het land?

d Conclusie: markeer wat juist is.

Ondanks de bodemrijkdom is DR Congo een van de armste / rijkste landen ter wereld. De inkomsten gaan vooral naar de eigen bevolking / buitenlandse bedrijven. In de mijnbouw werken veel arbeiders in veilige / gevaarlijke omstandigheden. Mijnbouw zorgt voor werk, maar gaat vaak samen met betere leefomstandigheden / uitbuiting en milieuvervuiling. Als consument kunnen we kiezen voor duurzame producten / niets veranderen aan de situatie

5 Syntheseoefening

Lees de tekst en vul aan waar nodig. Zo krijg je een overzicht van de gevolgen van grondstoffenwinning voor milieu en samenleving op korte en lange termijn.

1 Gevolgen voor het systeem aarde

De ontginning en verwerking van grondstoffen hebben gevolgen voor de vier sferen:

• atmosfeer: vervuiling en uitstoot van

• geosfeer: in het landschap door mijnbouw

• hydrosfeer: vervuiling en intensief waterverbruik

• biosfeer: van planten en dieren

2 Gevolgen voor de lokale bevolking

Ook voor de lokale bevolking kan de ontginning van grondstoffen negatieve gevolgen hebben:

• bij de lokale gemeenschap

• van de lokale bevolking bv. kinderarbeid

• gevaarlijke

3 Economische gevolgen op lange termijn

Sommige grondstoffen raken in bepaalde landen . Daardoor verdwijnt de industrie die zich rond de ontginningsplaats had gevestigd. Dit noemen we

Oude industriegebouwen kunnen een nieuwe krijgen. Dit is

4 TEST JEZELF

 1 Mijnbouw

 2 Industrie en reconversie

SYNTHESE

INDUSTRIE ZET HET SYSTEEM AARDE ONDER DRUK

ontginning van metalen voor energietransitie

- milieuschade - watersnood bij de lokale gemeenschap

- uitbuiting plaatselijke inwoners (ook kinderen) - gevaarlijke werkomstandigheden

vergroening als uitdaging in veel industrietakken bv. staalproductie

atmosfeer: luchtvervuiling + uitstoot broeikasgassen

biosfeer: bedreiging voor planten en dieren

hydrosfeer: watervervuiling en intensief waterverbruik

geosfeer: littekens in het landschap

HET KAN ANDERS!

KERNVRAAG

HOE GAAN WE D uu RZAAM OM MET GRONDSTOFFEN EN ENERGIEBRONNEN?

1 CHECK-IN

2 OP ONDERZOEK

Niet alleen de ontginning van grondstoffen voor onze smartphone en de productie ervan zijn belastend voor het milieu. De gebruikte materialen zullen ook als afval terugkeren in het milieu.

Ontdek hoe jij slim kunt omgaan met je smartphone zonder offline te gaan en zonder de planeet te zwaar te belasten. Ga naar iDiddit en onderzoek hoe hergebruik een verschil kan maken.

1 Recyclage van grondstoffen

Umicore in Hoboken bij Antwerpen is een van de belangrijkste bedrijven in Europa voor de recycling van elektronisch afval, ook wel urban mining genoemd. Uit de afvalstroom die bestaat uit afgedankte smartphones, roetfilters, moederborden … kan het bedrijf 17 metalen terugwinnen: van edelmetalen, zoals goud en zilver, tot onmisbare metalen voor de industrie, zoals antimoon dat materialen vuurvast maakt (fig. 5.17).

Omdat Europa geopolitiek kwetsbaar is op het vlak van grondstoffen, wil de EU minder afhankelijk worden van andere landen. Dat betekent dat Europa meer moet inzetten op eigen mijnbouw en raffinage, maar ook op hergebruik van grondstoffen. Vandaag wordt in de EU nog geen 10 % van de kritieke grondstoffen gerecycleerd. Zeldzame aardmetalen worden zelfs niet of nauwelijks herwonnen. Dat komt vooral doordat afgedankte toestellen te weinig worden ingezameld, en omdat recycling van kritieke grondstoffen vaak niet rendabel is.

Urban mining speelt daarom een belangrijke rol in de overgang naar een circulaire economie waarin we materialen zo lang mogelijk in de kringloop houden. In plaats van altijd maar nieuwe grondstoffen uit de natuur te halen, gebruiken we wat al aanwezig is in onze samenleving. Dat spaart energie, beperkt afval, vermindert de druk op het milieu, en helpt ons schaarse grondstoffen beter te benutten.

Fig. 5.17 Smeltoven van de recyclefabriek Umicore in Hoboken
Fig. 5.16 Recyclage van je smartphone

Op aarde komt waterstofgas (H2) nauwelijks vrij voor. Waterstofatomen zijn meestal gebonden in andere moleculen, zoals water (H2O). Om waterstofgas te maken, moet je die bindingen verbreken, en dat kost veel energie. Wanneer H2 opnieuw verbindingen aangaat met andere atomen, komt die energie weer vrij. Zo is waterstof een energiedrager, net zoals een batterij.

Er bestaan verschillende productiemethodes:

- Grijze waterstof wordt geproduceerd uit fossiele brandstoffen. Tijdens dat productieproces komt CO₂ vrij, dat in de atmosfeer terechtkomt.

- Groene waterstof ontstaat via elektrolyse: water wordt met elektriciteit gesplitst in waterstof en zuurstof (fig. 5.18). Als die elektriciteit uit hernieuwbare bronnen komt, komt er geen CO₂ vrij.

Waterstof kampt nog altijd met uitdagingen. Directe elektrificatie, zoals voertuigen of installaties die rechtstreeks op elektriciteit werken, is veel efficiënter dan elektriciteit gebruiken om eerst waterstof te maken als energiedrager, omdat er veel energieverlies optreedt. Toch worden er steeds meer projecten opgezet (fig. 5.19).

Zeebrugge is een mooi voorbeeld. Hier wordt de eerste Belgische fabriek voor groene waterstof gebouwd. De productie gebeurt volledig met zonne- en windenergie. Zo gaat er geen broeikasgas de lucht in. Bovendien kan overtollige energie nuttig worden ingezet: windenergie ’s nachts of een overschot aan zonne-energie overdag wordt omgezet in waterstof. Die waterstof kan later weer worden gebruikt wanneer er energie nodig is.

Fig. 5.18 Productie van waterstof door middel van elektrolyse
Fig. 5.19 Elektrolyser voor de productie van waterstof

3

De staalindustrie is verantwoordelijk voor ongeveer 7 % van de wereldwijde CO₂-uitstoot. Omdat de vraag naar staal tegen 2050 naar verwachting zal verdubbelen, wordt gezocht naar duurzame alternatieven.

In Zweden wordt al fossielvrij staal geproduceerd met groene waterstof, waarbij enkel waterdamp vrijkomt (fig. 5.20). De hoge kosten remmen echter een grootschalige productie af, bijvoorbeeld bij ArcelorMittal Gent. Als alternatief ontwikkelde het Amerikaanse bedrijf Boston Metal elektrochemische processen om ijzererts zonder fossiele brandstoffen te verwerken.

Interessant om weten

In de staalindustrie wordt ook geëxperimenteerd met koolstofafvang en -opslag (Carbon Capture and Storage of CCS). Dat is een techniek waarbij CO₂ wordt opgevangen voordat het in de lucht terechtkomt.

De CO₂ wordt uit de schoorsteen van de fabriek gehaald, samengeperst en via pijpleidingen diep onder de grond opgeslagen, bijvoorbeeld in lege gasvelden of zoutlagen.

Zo komt het broeikasgas niet in de atmosfeer terecht en wordt de opwarming van de aarde beperkt.

Fig. 5.20 Fossielvrije staalfabriek van SSAB in het noorden van Zweden (Lulea)
Fig. 5.21 Carbon Capture and Storage (CCS)

1 Urban mining

Staal is onbeperkt recycleerbaar zonder kwaliteitsverlies, als het correct wordt gesorteerd. Bekijk het filmpje op iDiddit en koppel de foto’s aan de juiste fase van het recyclageproces.

Het Belgische recyclage- en recuperatiebedrijf Stevens Recycling speelt een cruciale rol in het inzamelen van metalen zoals oud ijzer, koper en aluminium afkomstig vanuit de stad (urban mining). Het bedrijf sorteert, zuivert en vermaalt de metalen tot bruikbaar schroot. Vervolgens gaan de materialen naar smelterijen in binnen- en buitenland, die ze omvormen tot nieuw staal of andere producten.

2 3 4

1

Het schroot wordt in de schrootpers samengeperst.

Het schroot wordt verzameld.

Het schroot wordt vermalen.

Het schroot wordt naar de schrootverwerker getransporteerd.

In de staalfabriek wordt het schroot hersmolten tot nieuw staal.

Het versnipperde schroot wordt naar de staalfabriek getransporteerd.

Gevaarlijke materialen zoals batterijen worden uit het schroot gehaald.

2 De toekomst van de scheepvaart

Bekijk het filmpje over het vrachtschip Pyxis Ocean met windvleugels. Beantwoord de vragen.

a Waarom kunnen vrachtschepen met windvleugels de scheepvaart duurzamer maken?

b Vrachtschepen op batterijen zijn nog niet haalbaar voor grote vrachtschepen die lange afstanden afleggen. Daarvoor zijn ze te groot en te zwaar. Voor korte afstanden en binnenvaart kan het al wel. Zoek online naar concrete voorbeelden van vrachtschepen die elektrisch varen.

3 Vergroening van de staalindustrie

Lees het onderstaande artikel uit De Standaard. Beantwoord nadien de vragen.

Eerste grote vergroeningsproject van ArcelorMittal

riskeert te stranden

De initiatieven van ArcelorMittal om minder CO2 uit te stoten, lopen niet van een leien dakje. Nu is ook de toekomst onzeker van een fabriek waarin koolstofrijke afvalgassen uit de hoogovens worden omgezet in ethanol.

Steelanol, het grootste concrete vergroeningsproject tot nu toe, stuit immers op technische problemen. Het is een installatie waarin ArcelorMittal, met de hulp van bacteriën, koolstofrijke afvalgassen uit de hoogovens van de staalfabriek omvormt tot ethanol. Die kan nadien gebruikt worden als grondstof in de chemie-industrie of als biobrandstof. De bouw van de installatie was het belangrijkste luik van een eerste grote vergroeningsinvestering ter waarde van 215 miljoen euro. Het gaat om pionierswerk, maar de topman van ArcelorMittal Gent steekt niet weg dat het opschalen van de ethanolproductie vertraging oploopt.

Bron: De Standaard, 18/06/2025

a Wat is het beoogde doel van het Steelanol-project?

b Waarom is dat belangrijk voor het milieu?

4 Verband tussen welvaart en investeringen

Wat is de invloed van een hogere welvaart op investeringen in duurzame technologie?

a Vul het causaal diagram aan. Zet bij de pijlen een + bij een versterkende relatie (de variabelen bewegen in dezelfde richting) en een - bij een verzwakkende relatie (de variabelen bewegen in tegengestelde richting).

welvaart

biodiversiteit

vraag naar producten en diensten

investeringen

vraag naar grondstoffen en energiebronnen ontginning recyclage

uitstoot vervuilende gassen water- en bodemverontreiniging

b Wat kun je besluiten op basis van het schema? Markeer wat juist is.

duurzame technologie / verbeterde productieprocessen

vraag naar hernieuwbare grondstoffen en energiebronnen

kwaliteit van het milieu

Landen met een hoge welvaart kunnen meer / minder investeren in duurzame technologie die het mogelijk maakt om de uitstoot van vervuilende gassen te doen afnemen / stijgen

Dat komt de kwaliteit van het milieu niet ten goede / wel ten goede

5 Syntheseoefening

Grondstoffen zoals zeldzame aardmetalen zijn niet oneindig en kunnen opraken. Europa is voor de ontginning en verwerking ervan afhankelijk van andere landen. Welke oplossingen zijn er? Vul aan.

Europa zet in op:

1 van elektronisch afval:

 ook wel genoemd

2 schonere via technologische innovatie:

 bijvoorbeeld gebruik van groene en groen

4 TEST JEZELF

 1 Recyclage van smartphones

 2 Ecosteel

 3 Welvaart en investeringen

SYNTHESE

INDUSTRIE: HET KAN ANDERS!

DUURZAMER CONSUMEREN RECYCLAGE

inzameling oude smartphones bv. via inzamelpunt van Recupel

bv. urban mining

DUURZAMERE PRODUCTIE DOOR TECHNOLOGISCHE INNOVATIE

bv. productie van groen staal

BEGRIPPENLIJST

INDUSTRIE IN TRANSITIE

hoofdstuk begrip

definitie

1 de assemblage het in elkaar zetten van onderdelen tot een afgewerkt product

1 de basisindustrie industrie die grondstoffen omvormt tot half afgewerkte producten

3 circulaire economie economisch systeem dat duurzaam omgaat met grondstoffen, materialen en hulpbronnen door ze zo lang mogelijk in een kringloop te houden

2 cokes brandstof die gemaakt wordt van steenkool en gebruikt wordt om ijzererts om te zetten in ruwijzer

1 de consumptie het gebruik van goederen en diensten om behoeften te vervullen, bv. voedsel, kledij, kapper en ook digitale inhouden (sociale media, muziek streamen, onlinewinkelen, bankieren, navigeren …)

2 de-industrialisatie het verdwijnen van industrie in een bepaalde regio

1 de digitalisering proces waarbij informatie, communicatie en processen steeds vaker verlopen via digitale technologie, zoals computers, smartphones en internet

3 het elektrochemische proces chemische reactie die op gang wordt gebracht door elektriciteit

3 de elektrolyse proces waarbij elektriciteit wordt gebruikt om een stof te splitsen in aparte onderdelen; vaak gebruikt voor de productie van waterstof uit water

3 de energiedrager slaat energie op en maakt het mogelijk om die energie naar een andere plek te verplaatsen of op een later moment te gebruiken

1 de energietransitie de overgang van fossiele brandstoffen zoals olie, steenkool en gas naar duurzame energiebronnen zoals zon, wind en waterkracht

2 het erfgoed wat we erven van vorige generaties en willen bewaren voor de toekomst

2 fast fashion productie van goedkope, trendy kleding die ontworpen is om snel in de winkels te liggen en die inspeelt op de nieuwste modetrends

1 geopolitieke spanningen ontstaan wanneer landen met elkaar in conflict komen over macht of controle over belangrijke grondstoffen of strategische belangen

3 grijze waterstof waterstof die geproduceerd wordt met fossiele brandstoffen, waarbij CO₂ in de lucht vrijkomt

3 groene waterstof waterstof die geproduceerd wordt met duurzame energie

1 het industriesysteem het geheel van economische activiteiten waarbij grondstoffen worden gebruikt voor de productie van goederen

1 kritieke grondstoffen grondstoffen die onmisbaar zijn voor moderne technologie, maar waarvan de bevoorrading onzeker is of afhankelijk van een beperkt aantal landen

1 het metaal een scheikundig element dat voorkomt in ertsen, hard en glanzend is en zowel warmte als elektriciteit goed geleidt

2 microplastics kleine plasticdeeltjes (< 5 mm) die vaak in het milieu terechtkomen en moeilijk of niet afbreekbaar zijn

1 de ontginning het winnen van grondstoffen uit de aardkorst

1 de productie het verwerken van metalen of materialen tot producten, bv. batterijen voor elektrische auto’s

INDUSTRIE IN TRANSITIE

hoofdstuk begrip definitie

1 de raffinage het zuiveren van de ruwe grondstof tot een bruikbaar metaal of materiaal

2 de reconversie een gebied een nieuwe functie of bestemming geven nadat de oude activiteit (vaak industrie) verdwenen is, bv. wanneer een fabrieksterrein wordt omgevormd tot een woonwijk

3 recycling het hergebruiken of omzetten van afval naar nieuwe grondstoffen

3 urban mining letterlijk ‘mijnbouw in de stad’; het terugwinnen van grondstoffen uit stedelijk afval, bv. elektronica, bouwmaterialen ...

1 de verwerkende industrie het omvormen van half afgewerkte producten tot afgewerkte producten

1 zeldzame aardmetalen groep van 17 metalen die gebruikt worden in moderne technologie, zoals magneten, batterijen en elektronica

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook