© N
VA IN
© N
VA IN
tele
©
VA
N
IN
Veel watertjes doorzwommen
1 VEEL BEEKJES MAKEN EEN GROOT WATER 2 ACHTER DE WOLKEN SCHIJNT DE ZON 3 DE KRUIK GAAT ZO LANG TE WATER TOT ZE BARST
De Blue Marble (de blauwe knikker) is een bero emde foto van de aarde. De foto werd genomen op 7 december 1972 door de bemanning van de Apollo 17 op ongeveer 450 000 km afstand van de aarde. Dit is onze thuis.
Impressie: reis doorheen het zonnestel naar de aarde
In het heelal komt heel wat water voor, maar de aarde is de enige planeet in het zonnestelsel n. met zeeën en oceane
IN
Levende organismen bestaan voor een groot deel uit water. Bij de mens bijvoorbeeld is dat 60 %.
VA
N
Plastic afva l vervuilt de oceanen ste Naar schatt eds meer. ing zouden de oceanen tegen 2050 meer plastic bevatten da n vis.
Het water v ormt een kri ngloop waarin het co nstant wisse lt tussen rivie ren, meren, zeeën en oce anen, de atm osfeer, gletsjers en grondwater.
©
r 71 % uit water. Het aardoppervlak bestaat voo meter. ruim 1,3 miljard kubieke kilo Het volume water bedraagt
Wat wil ik te weten komen over dit thema? zout water
water opgeslagen in ijskappen
bruikbaar drinkwater
figuur: water op aarde bron: WaterFootprint.org en WWF
Ontdek deze en nog andere opties via het onlinelesmateriaal.
86
Veel watertjes doorzwommen
1 VEEL BEEKJES MAKEN EEN GROOT WATER Het verhaal van een waterfles: los jij dit mysterie op?
IN
Pepijn en Artuur zijn in juli met hun ouders op vakantie in de Alpen. Ze maken heel wat bergwandelingen. Het hoogtepunt is een tweedaagse beklimming van de Finsteraarhorn, een bergtop, waarbij ze in een berghut slapen. Hun uitrusting bestaat uit stevige wandelschoenen, een warme jas en een helm. In hun rugzak zitten aangepaste kledij, energierepen en een drinkfles. Op een wandeltocht is het dan ook van het grootste belang om voldoende drank mee te nemen. Pepijn fig. 1.1: Pepijn en Artuur op de Aaregletsjer heeft een blauwe drinkfles en Artuur een rode. Ze zijn allebei gemerkt met hun naam en adres. Tijdens hun tocht merkt Artuur plots dat hij zijn drinkbus kwijt is. Gelukkig heeft zijn broer nog een drinkfles en kunnen ze hun watervoorraad delen.
©
VA
N
Groot is hun verbazing wanneer de drinkfles drie maanden later met de post wordt afgeleverd. Yousra vond ze al joggend op het strand bij de Maasvlakte in buurt van Rotterdam en was zo lief om ze naar hen op te sturen.
fig. 1.2: Yousra aan het joggen op het strand bij de Maasvlakte
1 V6
Volg het traject dat de drinkfles aflegt. a Op p. 88-89 vind je infokaartjes van de plaatsen waar de drinkfles geweest is. - Orden de kaartjes in de juiste volgorde. - Maak hiervoor gebruik van kaarten 1.3 en 1.4 en van je atlas.
1 Veel beekjes maken een groot water
87
DortmundEms-Kanaal
Noordzee Amsterdam Rotterdam Waal
Duisburg
Wupper Keulen
Koblenz re Aa
Mod
III
Friedrichshafen LICHTENSTEIN
Rijn Wi ese
50 km
fig. 1.3: loop van de Aare in Zwitserland
Limmat Bazel Zurich e Aar Bern Luzern Aare
0
III
OOSTENRIJK
Chur
ZWITSERLAND
100 km
ITALIË
fig. 1.4: traject van de drinkfles
Rijn
1
2
3
n
N
DUITSLAND
Koblenz
VA
Rij
r cta
Ne
IN
I TA L I Ë
in Ka -Don na au al -
Stuttgart
ur Th
Neuchâtel
Ma
Jag st
Karlsruhe
Reuss
ZWITSERLAND
Fiesch
Aare
itz Regn
e Aar
FRANKRIJK
Aa Aarekloof re Aaregletsjer Finsteraarhorn
Bamberg
am eis Dr
Luzern
Main
Nectar
Murg
Nancy Straatsburg
LICHTENSTEIN
zig Kin
in
er
Bern
ZWITSERLAND
fig. 1.5: Net op de grens met Duitsland, in de gemeente Koblenz, vloeit de Aare in de Rijn.
fig. 1.6: Schippers die ijzererts van Rotterdam naar Dortmund vervoeren, zien de drinkfles voorbij drijven.
fig. 1.7: Tussen Bingen en Koblenz (Duitsland) drijft de drinkfles voorbij een bekende rots, die het einde van heel wat schippers betekende.
Noteer de namen Aare en Rijn op de kaart. Duid met een pijltje de stroomrichting van de Aare aan (en dus ook van de waterfles).
In Nederland verandert de Rijn van naam. Wat wordt de naam in Nederland?
Hoe heet de rots?
4
5
©
88
n Lah Frankfurt Ma
Koblenz
Thun
0
Sieg
n Rij
BELGIË
OOS TE NR I J K
e Aar
DUITSLAND
Ruhr
Dusseldorf
Cochem sel Bingen Mo Sûre e LUX. Nah Sa ar
Aarau Zurich Bielersee Neuchâtel
Munster Lippe
NEDERLAND
DUITSLAND FRANKRIJK
aal
Mittellandkan
IJssel
V6
b Bestudeer het landschap onderweg. Bij elk infokaartje hoort een vraag. Probeer met je team zo veel mogelijk antwoorden te vinden en noteer ze onder de foto’s. Gebruik daarbij volgende bronnen: - je atlas - figuur 1.3: loop van de Aare in Zwitserland - figuur 1.4: traject van de drinkfles - het internet
6
fig. 1.8: Voorbij Köningswinter varen heel wat rijncruises. Enkele passagiers op de boot merken de drinkfles op.
fig. 1.9: De veldfles vloeit door nog een andere gemeente met dezelfde naam: Koblenz (Duitsland).
fig. 1.10: De fles van Artuur wordt snel meegenomen door de Aarerivier.
De toppen zijn vulkanen van miljoenen jaren oud. Hoe heet dit ‘gebergte’?
Hier mondt een andere rivier uit in de Rijn. Welke rivier is dat?
Doorheen welk land stroomt de Aare?
Veel watertjes doorzwommen
7
8
9
fig. 1.11: De drinkfles spoelt aan op het strand van de Maasvlakte bij Rotterdam. Even later vindt Yousra ze daar.
fig. 1.12: Het smeltwater van de Aaregletsjer komt terecht in een meer (Oberaarsee) en vandaar stroomt het water verder naar de Aarerivier.
fig. 1.13: Pepijn en Artuur maken een wandeling over de Aaregletsjer.
Waarvoor dienen de installaties aan de horizon?
Wordt de Aaregletsjer in de loop van de jaren langer of korter? Leg uit.
Hier verliest Artuur zijn veldfles in een van de smeltwatergeulen. Wat is een gletsjer?
IN
fig. 1.15: In Thun probeert een surfer de fles te pakken te krijgen.
VA
fig. 1.14: Pepijn en Artuur slapen in de Finsteraarhornhut, op een hoogte van 3 048 meter.
11
N
10
©
Artuur vult zijn drinkfles met water van gesmolten sneeuw.
Onder de oude, overkapte middeleeuwse brug zitten vakken om de waterstand te regelen. Hoe noem je die doorgangen?
fig. 1.16: De fles van Artuur dobbert rustig voorbij de wijngaarden langs de Bielersee.
Welke oriëntatie heeft dat meer? (windstreken)
V5
13
12
14
15
fig. 1.17: In deze stad in Nederland zien enkele voetgangers een drinkfles onder de Erasmusbrug door dobberen.
fig. 1.18: De fles wordt opgemerkt door wandelaars die doorheen het kloofdal van de Aare (Meiringen) lopen.
fig. 1.19: In de hoofdstad van Zwitserland drijft de drinkfles onder een van de oudste stenen bruggen van het land.
Welke stad is dit?
Beschrijf de hellingen van dit dal.
Heel bijzonder is dat je hier midden in de stad vrij kunt zwemmen in de Aare. Zoek in je atlas de naam van deze hoofdstad.
1 Veel beekjes maken een groot water
89
2 Bestudeer het traject van de drinkfles op kaart 1.4 op p. 88. a Plaats een A waar Artuur de fles verloren heeft en een Y waar Yousra ze heeft opgeraapt. b Overtrek het traject van de waterfles. c
Door welke landen drijft de veldfles achtereenvolgens?
d Over welke rivieren dobbert de waterfles achtereenvolgens? e Noteer de nummers van de foto’s op kaarten 1.3 en 1.4. MAG HET IETS MEER ZIJN? NAAR WELKE ZEE DRIJFT HET SPEELGOEDEENDJE? 3 Lees de tekst en beantwoord de vragen.
N
IN
De volgende zomervakantie zijn Maurice en Fee, het neefje en nichtje van Pepijn en Artuur, op kamp in Fiesch, op minder dan 20 km ten zuiden van de Finsteraarhorn. Tijdens hun wandeling in de Grimselpas gooien zij een speelgoedeendje in het water met hun adres erop. Ze hopen dat ook terug te krijgen.
fig. 1.20: De Rhône ontspringt aan de Rhônegletsjer, achteraan op de foto.
b Overtrek het traject van het eendje op de Rhône op kaart 1.21.
FRANKRIJK Dijon
Ga rd
e
25 m
Arles
Duran
ce
n Verdo
Veel watertjes doorzwommen
I TA L I Ë
Gap
Cèz
Avignon Nîmes
Arc
105 m
Rhône
Plaats een M bij de monding. Nabij welke stad mondt de Rhône uit in zee? In welk land ligt die stad?
ne
f
Grenoble
Drome
e
Middellandse Zee
g Noteer de hoogte van de rivier in het vak bij de monding. Vanaf dat peil beginnen we te meten om de hoogte van andere plaatsen te bepalen. Deze hoogte is het niveau van de zee of het
90
e
re
Ardèc h
450 m
Annecy
ôn
Isè
Valence
Sion
650 m Rotten
Durance
Rh
160 m
e In welke zee zal het eendje terechtkomen?
Meer van Genève 370 m
Genève
ô Rh
Lyon
2208 m Grimselpas
Lausanne
Fiesch
Mâcon
d Naar welk meer stroomt die rivier?
Besançon ZWITSERLAND
Saône
Plaats een B bij de bron. Daar heeft de rivier nog een andere naam. Welke?
Doubs
Chalon-sur-Saône
©
c
DUITSLAND ne
Saô
Ain
VA
a Aan welke rivier ligt Fiesch?
0
fig. 1.21: traject van het eendje op de Rhône
.
50 km
h De veldfles en het eendje zijn op minder dan 20 km van elkaar in het water beland. Waarom drijven de twee voorwerpen dan elk in een heel andere richting? Kijk nog eens op kaart 1.3. op p.88
i
Duid op onderstaande kaart de stroomrichting van de rivieren aan met pijltjes.
Tip Duid eerst de bronnen van de rivieren aan met een bolletje. Het water van de rivieren stroomt ervan weg.
Rijn
Donau
IN
Aare
Rijn
N
Rhône Rhône 0
50 km
Po
j
VA
fig. 1.22: rivieren in Zwitserland met hun stroomgebied
Op kaart 1.22 staan de stroomgebieden van de Zwitserse rivieren in verschillende kleuren weergegeven. Trek een rode scheidingslijn tussen de stroomgebieden van de Aare en de Rijn aan de ene kant en die van de Rhône en de Po aan de andere kant. Je zal zien dat die lijn over de hoogste kam van de Alpen loopt.
©
Tip
De lijn mag geen enkele rivier kruisen en het water stroomt weg van deze lijn.
k Vergelijk deze kaart (fig. 1.22) met kaart 1.3. Wat merk je?
Het hoogste gebied waar het water van wegstroomt, noem je de waterscheidingskam. Die kam bakent het gebied af waarbinnen al het water naar het laagste punt stroomt en zo verder in de richting van de zee. Dat is het stroomgebied van een rivier. In een vlakte stroomt het water op dezelfde hoogte als het landschap. In een heuvellandschap, plateau en gebergte stroomt het in diepe dalen.
waterscheidindingskam
stroomgebied fig. 1.23: de waterscheidingskam en het stroomgebied van een rivier
1 Veel beekjes maken een groot water
91
KRIJG JIJ ER HOOGTE VAN? De waterfles dobbert voorbij heel wat verschillende landschappen, soms sneller en dan weer trager.
©
VA
N
IN
1
fig. 1.24 : verloop van een rivier van bron tot monding
a Je ziet op de figuur het verloop van een rivier van de bron tot aan de monding. Verbind de foto’s met hun locatie door lijnen te trekken tussen de foto’s en de zwarte bolletjes op de tekening. b Duid opnieuw met een A de plaats aan waar Artuur de fles verloren heeft en een met een Y de plaats waar Yousra ze heeft opgeraapt. c
De fles stroomt niet altijd even snel. Hoe zou dat komen?
d Welke kracht doet het water stromen? e Welke relatie ontdek je hier tussen de stroming van het water en het reliëf?
Het verval is het hoogteverschil tussen twee plaatsen op een rivier.
92
Veel watertjes doorzwommen
2 Onderzoek het reliëf bij de Lorelei.
fig. 1.25: het reliëf bij de Lorelei
b Overtrek op de foto de horizonlijn met groen. c
IN
a De termen horizonlijn, helling en hoogteverschil ken je al uit 'Een ballonnetje oplaten' (zie p. 70). Noteer hun betekenis nog eens in de tabel.
Duid op de foto het hoogteverschil aan met een dubbele rode pijl.
d Duid op de foto een helling aan met een blauwe pijl.
VA
N
e Kruis in de tabel de juiste antwoorden aan over de kenmerken van de horizonlijn, de helling, het hoogteverschil en de stroming van een rivier. De horizonlijn is:
De helling is:
Het hoogteverschil is:
©
(bijna) recht golvend getand
V13
geen zwak matig steil
klein matig groot zeer groot
De rivier stroomt:
op dezelfde hoogte als het landschap in een dal
Hoe noem je een reliëfvorm met een rechte horizonlijn, een vrij steile helling en een groot hoogteverschil, waarbij de rivier in een diep dal stroomt? Het reliëf is de afwisseling tussen hoogtes en laagtes in het landschap. We kunnen het reliëf onderzoeken met deze drie reliëfelementen: - de helling - de horizon - het hoogteverschil In een vlakte stroomt het water op dezelfde hoogte als het landschap. In een heuvellandschap, plateau en gebergte stroomt het door diepe dalen.
1 Veel beekjes maken een groot water
93
3 Weet je nog hoe je verschillende reliëfvormen kunt herkennen? Je hebt dat al geleerd in ‘Een ballonnetje oplaten’. a Onderzoek nu drie andere plaatsen op het traject. Maak gebruik van de begrippen in de tabel op de vorige pagina. b Markeer de juiste antwoorden in de tabel.
fig. 1.28: de Waal
horizonlijn: recht – golvend – gebroken
horizonlijn: recht – golvend – gebroken
horizonlijn: recht – golvend – gebroken
helling: geen – matig – steil
helling: geen – matig – steil
helling: geen – matig – steil
hoogteverschil: geen – groot – heel groot
hoogteverschil: geen – groot – heel groot
hoogteverschil: geen – groot – heel groot
De rivier stroomt: op dezelfde hoogte als het landschap – in een dal.
De rivier stroomt: op dezelfde hoogte als het landschap – in een dal.
De rivier stroomt: op dezelfde hoogte als het landschap – in een dal.
reliëfvorm: vlakte – heuvel – plateau – gebergte
reliëfvorm: vlakte – heuvel – plateau – gebergte
reliëfvorm: vlakte – heuvel – plateau – gebergte
N
IN
fig. 1.27: het Zevengebergte
VA
c
fig. 1.26: de Aare
Onderzoek de reliëfvormen op de foto’s aan de hand van de determineertabel. Noteer elke reliëfvorm in de onderste rij van de tabel bij vraag 3a.
©
V13
Is de horizonlijn recht?
JA Is de helling matig tot steil en snijdt de rivier diep in het landschap?
NEE vlakte fig. 1.29: determineertabel voor reliëfvormen
94
Veel watertjes doorzwommen
JA plateau
NEE Is er een groot hoogteverschil (> 500 m) in het landschap waar te nemen?
NEE heuvel/heuvelland
JA berg/gebergte
Kun je het reliëf ook aflezen op een kaart? 1
We kunnen rivieren en wegen aanduiden op een kaart. Maar kun je dat ook met het reliëf doen? a Lees de tip.
Tip Met enkele sneden brood kun je een heuvel voorstellen. Alle sneden zijn even dik en de snijlijnen bevinden zich op verschillende hoogten boven de tafel. Op dezelfde manier kun je een heuvel bekijken in boven- en in zijaanzicht. Kijk nog eens naar ‘Een ballonnetje oplaten’ op p. 70-72.
bovenaanzicht: vanuit een ballon
VA
N
2300
IN
fig. 1.30: broodheuvel
2000 m 1500 m 1000 m 500 m
zijaanzicht: vanop de grond
0m
©
fig. 1.31: hoogtelijnen
2500 m
b Kijk op de onderste figuur: je wandelt op de grens tussen groen en geel. Op welke hoogte loop je?
c
Noteer ook 1 000 m bij de juiste scheidingslijn op het bovenaanzicht. Alle plaatsen op die lijn hebben dus een hoogte van 1 000 m. We noemen dat een hoogtelijn.
d Om tot de volgende hoogtelijn te stappen, klim je m. De gekleurde gebieden tussen de hoogtelijnen zijn hoogtezones. Op reliëfkaarten worden altijd dezelfde kleuren gebruikt: van groen over geel naar oranje en bruin. e Plaats de juiste hoogtes in de witte vakken op het bovenaanzicht van de helling. Het zijaanzicht helpt je daarbij. f
Op het zijaanzicht zie je dat de linkse helling duidelijk steiler is dan de rechtse. Hoe zie je dat op het bovenaanzicht?
1 Veel beekjes maken een groot water
95
2 Een topografische kaart geeft het landschap zo goed mogelijk weer. Daarom is ze heel geschikt als wandelkaart. Op de onderstaande kaart kun je de hoogteligging aflezen met behulp van de hoogtelijnen. De bovenkant van het hoogtegetal wijst naar de grotere hoogtes. De onderkant naar de lagere hoogtes. Zo zie je waar de het hoger is en waar het lager is. V9
a Overtrek de hoogtelijn met de grootste hoogte.
Hoeveel bedraagt die hoogte?
VA
N
IN
b Plaats de volgende hoogtemeters op de juiste manier in de kadertjes: 30, 40.
fig. 1.32: uittreksel uit de topografische kaart
© NGI - toelating A3738 - www.ngi.be
5
©
V13 3 Hieronder zie je enkele reliëfvormen met de overeenstemmende tekening en hoogtelijnenkaart. Markeer de correcte naam onder elke foto.
5
5
5
fig. 1.33: reliëfvorm = vlakte – plateau – heuvel/heuvellandschap – berg/gebergte – dal
20
30
50 40
fig. 1.34: reliëfvorm = vlakte – plateau – heuvel/heuvellandschap – berg/gebergte – dal
96
Veel watertjes doorzwommen
30 20 10
fig. 1.35: reliëfvorm = vlakte – plateau – heuvel/heuvellandschap – berg/gebergte – dal steile helling
50 40 30 20
IN
fig. 1.36: reliëfvorm = vlakte – plateau – heuvel/heuvellandschap – berg/gebergte – dal
4500 m
1000
1500
2000
2500
3000
3500
4000
3000 m
500
3500 m
0
4000 m
2500 m 2000 m 1500 m
1000 m 500 m
N
0m
VA
fig. 1.37: reliëfvorm = vlakte – plateau – heuvel/heuvellandschap – berg/gebergte – dal
Test jezelf: oefeningen 2 en 3
4 We kunnen ook hoogtezones en -lijnen plaatsen op de kaart van België.
©
a Noteer op kaart 1.38 de hoofdstad en provinciehoofdsteden van België. b Overtrek volgende waterlopen met blauw en noteer hun naam erbij: IJzer, Schelde, Maas, Samber, Leie, Albertkanaal, Kanaal Gent-Terneuzen. Noteer nog enkele waterlopen uit je eigen leefomgeving en duid die ook aan op de kaart.
c
Noteer de hoogtemeters van volgende hoogtepunten bij de juiste zwarte driehoeken: Kemmelberg, Kluisberg, Pottelberg, Pellenberg, Baraque Fraiture, Baraque Michel, Signal de Botrange.
d Markeer in vraag c het hoogste punt van België. Hoe hoog ligt het? e Waarmee valt de hoogtelijn van 200 m ongeveer samen?
1 Veel beekjes maken een groot water
97
Gebieden die - lager liggen dan 200 m noemen we laagland; - tussen 200 en 2 000 m liggen, noemen we middelland; - hoger liggen dan 2 000 m noemen we hoogland. f
In het noorden van België vinden we dus
en ten zuiden van Samber en Maas
. In ons land komt geen
Pellenberg Pottelberg
©
VA
N
Kluisberg
IN
Kemmelberg
0
50 km
fig. 1.38: reliëfkaart van België
Werk je graag met de kaart en stippel je liefst je eigen wandeling uit? Ga dan naar spoor 1. Geef je de voorkeur aan digitale oefeningen? Kies dan voor spoor 2.
98
voor.
Veel watertjes doorzwommen
Baraque Michel Signal de Botrange
Baraque Fraiture
SPOOR 1 Je gaat op stap in het West-vlaamse Heuvelland en wilt naar de hoogste top. a
Bestudeer de kaart.
IN
1
fig. 1.39: topografische kaart van de Kemmelberg
© NGI - toelating A3738 - www.ngi.be
N
b Vind je de Kemmelberg en de Lettenberg? Is de naam berg aardrijkskundig correct?
c
Leg je antwoord uit.
VA
d Op de kaart zie je dikke en dunne hoogtelijnen.
-
Hoeveel bedraagt het hoogteverschil tussen twee dikke hoogtelijnen?
-
En tussen twee dunne?
©
V9
2 Duid je wandelroute met een gekleurde lijn aan op de kaart en beantwoord de vragen. a
Je vertrekt op de camping en wandelt in ZZW-richting. Aan de splitsing ga je naar rechts.
Je loopt dus rond de Lettenberg. Hoe hoog is die berg?
b
Na 100 m sla je linksaf om de uitkijktoren op de Kemmelberg te beklimmen. Verder, aan een T-splitsing, sla je rechtsaf de Bergstraat in. Tweehonderd meter verder is er een kruispunt. Hier sta je op een hoogte van .
1 Veel beekjes maken een groot water
99
c
Je loopt vanaf hier naar het noorden en klimt stevig tot op de top, waar je de Belvedèretoren kunt beklimmen. - Op welke hoogte staat de Belvedèretoren?
-
Hoe zie je op de kaart dat dit wel degelijk de top is?
-
fig. 1.40: de uitkijktoren op de Kemmelberg
Je hebt stevig geklommen, deze steile helling is een echte ‘kuitenbijter’. Hoe zie je dat op de kaart?
d Je stapt nu over de top in de richting van het monument van de Franse gesneuvelde soldaten. In welke windrichting loop je?
-
Sla rechtsaf. Hoe heet deze straat?
-
Markeer wat correct is.
IN
e Je loopt de Kemmelberg af tot op een hoogte van iets meer dan 80 m. Duid op je weg met een rode lijn het steile deel van de helling aan en met groen het minder steile deel.
De weg daalt / stijgt / blijft min of meer op dezelfde hoogte lopen.
Verderop stijgt de weg weer. Wanneer je hoger dan 90 m bent, sla je af naar het noorden.
- -
Wandel rond de Lettenberg. Wat is het laagste punt dat je tegenkomt? Waarom is het hier lager? Vergelijk het patroon van de hoogtelijnen hier met dat op figuur 1.35.
VA
N
f
©
g Je wandelt terug naar de camping. Kijk naar de getallen bij de hoogtelijnen. Hoe kun je aan de hoogtemeters op de kaart zien in welke richting je stijgt of daalt?
SPOOR 2 V16 Stijgen of dalen? Onderzoek zelf de hoogte, afstand en helling op jouw wandeling aan de hand van een hoogteprofiel op Google Earth Pro. Volg het stappenplan bij het onlinelesmateriaal.
Test jezelf: oefening 4
100
Veel watertjes doorzwommen
2 ACHTER DE WOLKEN SCHIJNT DE ZON Loopt het water altijd naar de zee? Na een lange natte periode vraag je je misschien af van waar al dat water blijft komen. Het water circuleert in een gesloten kring tussen de aarde en de dampkring. We spreken over de waterkringloop. CONDENSATIE
NEERSLAG
REGEN SNEEUW
VERDAMPING
IN
GLETSJER
OCEAAN
fig. 2.1: de waterkringloop
RIVIEREN EN MEREN
GRONDWATER
Noteer de nummers van de onderstaande stellingen op de juiste plaatsen op de figuur.
©
1
VA
RIVIER
N
TRANSPIRATIE
1
Door de warmte van de zon verdampt het water van de oceanen, meren en rivieren. Waterdamp kun je niet zien. 2 Ook planten verliezen heel wat water door verdamping. We noemen dat transpiratie. 3 Hoe hoger je gaat, hoe kouder de lucht wordt. De waterdamp koelt af en condenseert in kleine druppeltjes die met miljarden andere druppeltjes samen een wolk vormen. 4 Wanneer die kleine druppeltjes samensmelten tot grotere, worden ze zwaarder en vallen weer neer op de aarde in de vorm van neerslag. 5 Op aarde volgt het water verschillende routes. Een groot deel daarvan valt in de oceanen. 6 Een deel van het neerslagwater sijpelt langzaam in de grond en vormt grondwater. 7 Als de grond ondoorlatend is, vloeit het water af en komt het terecht in rivieren en meren, waarna het naar de zee terugstroomt. 2 Bekijk figuur 2.1 aandachtig. Op welke drie manieren komt water in rivieren terecht? -
-
-
2 Achter de wolken schijnt de zon
101
3 Lees de artikelen over de weertoestanden in de zomer van 2019.
Noodweer teisterde Antwerpen, rampenplan even van kracht in Kalmthout en Kapellen In het noorden van de provincie Antwerpen was er woensdagavond ernstige wateroverlast door een hevig onweer. In het district Ekeren liepen enkele straten en kelders onder water. fig. 2.2: wateroverlast in de provincie Antwerpen - © ZUMAPRESS
Naar: De Standaard, 19/06/2019
Herfst in de zomer: bomen verliezen hun bladeren te vroeg
IN
België beleeft zijn derde droge zomer op rij. ‘Door de droogte en de hitte, maar toch vooral door de droogte, kan een boom in volle zomer een flink deel van zijn bladerdek verliezen’, zegt bioloog Matteo Campioli. Naar: De Standaard, 30/07/2019
N
fig. 2.3: bomen verliezen hun bladeren door de droogte
Bekijk de weersvoorspelling op figuur 2.4.
Duid aan wat voor weer er die dag voorspeld werd.
Het wordt wisselend bewolkt met geleidelijk aan meer opklaringen Het wordt zwaarbewolkt met hevige regenbuien. In het zuiden van het land is een lokaal buitje mogelijk. Het blijft de hele dag droog, er is geen wolkje aan de lucht. We verwachten sneeuw aan de kust.
4 Hoe weet je hoeveel regen er valt? a
9°
9° 9°
©
a b
VA
Uit de krantenartikels blijkt dat de neerslag van dag tot dag sterk kan verschillen. We leren er alles over in het weerbericht. Dat ken je al uit de lessen over de ballonvaart.
4° 3 > 2 Bft
7°
fig. 2.4: weersvoorspelling van zaterdag 9 november 2019
Waar zal het water het hoogst staan na een regenbui? In het zwembadje of in de emmer?
b
In een weerstation meet een regenmeter de hoeveelheid gevallen neerslag. Ken je daar de wetenschappelijke naam nog van?
102
fig. 2.5: pluviometer Veel watertjes doorzwommen
MAG HET IETS MEER ZIJN? 5 Bereken hoeveel water er in het zwembadje zit als je over volgende gegevens beschikt. Het zwembadje heeft een oppervlakte van 1 m² en de hoogte van het neerslagwater is 10 mm.
Tip
Hoogte: Oppervlakte:
1 m³ = 1000 dm³ of 1000 l.
Inhoud:
Conclusie: 10 mm neerslag =
6 Bereken hoeveel liter regenwater jouw dak gemiddeld per jaar kan opvangen als je over de volgende gegevens beschikt. Het dak van je huis heeft een oppervlakte van 100 m². Er valt bij jou gemiddeld 800 mm regen per jaar.
Antwoord: Je dak vangt jaarlijks gemiddeld
Als je dat water opvangt in een regenput heb je heel wat gratis water om je te wassen of het toilet mee door te spoelen!
IN
water op.
N
7 Word zelf weervrouw of weerman van het KMI. a Een andere manier om de neerslaghoeveelheid te kennen, is aan de hand van de website van het KMI. Zoek op wat deze letters betekenen. KMI =
b
Heeft het vandaag geregend in je gemeente? Bekijk bij het onlinelesmateriaal de animatie die de gevallen neerslag toont. Welk toestel neemt de neerslag over een groot gebied waar?
VA
c
Het KMI beschikt elk uur over meteorologische waarnemingen van een twintigtal weerstations in België. Je vindt de link bij het onlinelesmateriaal. Kies op de kaart het weerstation dat het dichtst bij jouw woonplaats ligt en klik op ‘Neerslag’.
Op welke manier wordt de neerslag van vandaag weergegeven? De som van de neerslag over 24 uur is de dagelijkse neerslag.
d
Voor de maandelijkse hoeveelheid neerslag maak je de som van die waarden. Op de figuur hieronder zie je hoe je de maandelijkse hoeveelheid neerslag kunt voorstellen.
©
Neerslagdiagram
Ukkel
50 40 30 20 10
Ukkel (Zoniënwoud)
Ukkel
voor de maand juni
0,4 mm + 8,1 mm + ... = 129 mm 0,4 mm
J F M A M J J A S O N D 38 78 102 22 81 129 124 82 30 89 106 27
mm 140 120 100 80 60 40 20 0
fig. 2.6: maandelijkse neerslag
2 Achter de wolken schijnt de zon
103
8 Je hebt de temperatuur al in een grafiek weergegeven in 'Een ballonnetje oplaten' (p. 56). Doe nu hetzelfde met de neerslagwaarden. a Bekijk de totale maandelijkse neerslaghoeveelheden van het vorige kalenderjaar via het onlinelesmateriaal. b
Noteer de gegevens in de tabel.
c
Teken nu de neerslaghoeveelheid met blauwe balkjes op de grafiek. jan.
feb.
maa.
apr.
mei
jun.
jul.
aug.
sep.
okt.
neerslag in mm.
Plaats:
Nmm
120 110 100 90 80 70 60 50 40 30 20 10 0
Š
VA
30 25 20 15 10 5 0 -5 -10
N
IN
T°C
J F M A M J
J A S O N D
temperatuur neerslag fig. 2.7: teken zelf een neerslagcurve
Weer of klimaat: wat is het verschil? 1 Beantwoord de vragen. Maak daarbij gebruik van de weergegevens van juli 2019. a Hoeveel neerslag viel er in de hele maand juli 2019? b Hoeveel bedraagt de gemiddelde (normale) hoeveelheid neerslag voor de maand juli? c Over welke periode heeft men die gemiddelden (normaalwaarden) berekend?
104
Veel watertjes doorzwommen
nov.
dec.
Temperatuur- en neerslaggegevens over een lange periode kun je onderzoeken met behulp van een klimatogram. Daarin vind je informatie over de gemiddelde temperatuur- en neerslagwaarden over een periode van dertig jaar, namelijk van 1981 tot en met 2010.
Temperatuurcurve van een bepaald jaar
Ukkel (Zoniënwoud)
°C
Gemiddelden van minstens 30 jaar (1981 tot 2010)
20 15
T°C
10
Nmm 90
5
80
0
70
-5 F M A M
-3
2
J
J
A
S
O N D
3 12 11 14 17 17 16 11 6
Neerslagdiagram van een bepaald jaar
4
Ukkel (Zoniënwoud)
30
60
25
50
20
40
15
30
10
20
5
10
0
0
IN
J
mm 140 120 100
O N D
Jaar
60
76 63 70 51 67 72 74 79 69 75 76 81
852
40
3,3 3,7 6,8 9,8 13,616,218,418,014,911,1 6,8 3,9 10,5
J
F M A M
N
80
J
J
A
S
J
F M A M
VA
20
J
J
A
S
O N D
38 78 102 22 81 129 124 82 30 89 106 27
0
Gemiddelden van minstens 30 jaar (1981 tot 2010)
fig. 2.8: Hoe teken je een klimatogram?
©
2 Onderzoek de verschillen in klimaat tussen Ukkel en Lissabon. Ukkel
T°C
Lissabon Nmm
T°C
Nmm
120
120
110
110
100
100
90
90
80
80
70
70
30
60
30
60
25
50
25
50
20
40
20
40
15
30
15
30
10
20
10
20
5
10
5
10
0
0
0
0
O N D
Jaar
76 63 70 51 67 72 74 79 69 75 76 81
852
J
F M A M
J
J
A
S
3,3 3,7 6,8 9,8 13,616,218,418,014,911,1 6,8 3,9 10,5
J
F
M A M
J
130 97 114 63 52 16
J
A
4
9 34 76 112 123 830
S
O
N
D
Jaar
9,8 10,512,2 14,2 15,3 18,219,920,119,216,6 13,1 10,3 15,0
fig. 2.9: klimatogrammen van Ukkel en Lissabon
2 Achter de wolken schijnt de zon
105
a
Hoeveel bedraagt de gemiddelde jaartemperatuur in Ukkel? En in Lissabon?
Interessant om weten In de 19de eeuw bedroeg de gemiddelde temperatuur voor Ukkel 9 °C.
b
c
Hoeveel bedraagt de gemiddelde jaarlijkse hoeveelheid neerslag in Ukkel? En in Lissabon? Het verschil in jaarlijkse hoeveelheid neerslag is niet zo groot tussen beide plaatsen. Als je de neerslagcurves over het hele jaar met elkaar vergelijkt, valt er wel iets op. Wat?
a
Kijk goed naar de temperatuurwaarden (linkse as op het klimatogram) en de neerslagwaarden (rechtse as). Welke neerslagwaarde staat tegenover de volgende temperatuurwaarden?
- 10 °C Ò
neerslag
b
- 25 °C Ò
neerslag
Wat is de verhouding dus tussen beide waarden?
VA
N
IN
V14 3 Onderzoek het verschil tussen natte en droge maanden. De temperatuur speelt ook een rol om te bepalen of we een maand nat of droog noemen.
©
Bij een droge maand is N ≤ 2T en dan ligt het blauwe balkje van de neerslag juist op of onder de rode temperatuurcurve. Bij een natte maand is N > 2T en dan ligt het blauwe balkje van de neerslag boven de rode temperatuurcurve. c
106
Onderzoek het aantal natte en droge maanden in Ukkel en Lissabon. Markeer in beide klimatogrammen de neerslagwaarden van de droge maanden oranje. Hoeveel droge maanden zijn er in Ukkel? Hoeveel droge maanden zijn er in Lissabon?
Veel watertjes doorzwommen
MAG HET IETS MEER ZIJN? d Vergelijk de neerslag van de maanden van het laatste volledige kalenderjaar met het dertigjarig gemiddelde. Gebruik daarvoor het onlinelesmateriaal. - In de kolom links staan de waarden van 2019 voor Ukkel. - Vul in de middelste kolom de neerslagwaarden van het laatste volledige jaar in. - In de kolom rechts zie je de gemiddelde waarden (over een periode van dertig jaar) uit het klimatogram.
maand
76 mm
februari
69,1 mm
63 mm
maart
85,5 mm
70 mm
april
36 mm
51 mm
mei
55 mm
67 mm
juni
98,1 mm
juli
52,8 mm
augustus
47,9 mm
september
62,6 mm
69 mm
oktober
84,6 mm
75 mm
62,2 mm
76 mm
71,4 mm
81 mm
IN
72 mm
74 mm
79 mm
VA
N
©
Vergelijk in de tabel de neerslag van juli 2019 met het dertigjarig gemiddelde. Wat valt op voor juli en augustus 2019?
klimaat = dertigjarig gemiddelde
71, 5 mm
december e
dit jaar:
januari
november
2019
f
Vergelijk ook de andere maanden van 2019 met de gemiddelde waarden en beschrijf wat je ziet.
Het weer is de dagelijkse toestand van verschillende weerselementen in een beperkt gebied. Het klimaat is de gemiddelde toestand over een periode van dertig jaar gemeten en over een groter gebied. Test jezelf: oefening 5
2 Achter de wolken schijnt de zon
107
Waar regent het in ons land? Tot nu hebben we enkel de gegevens van twee steden onderzocht. Nu zoomen we uit naar een groter gebied. Daarvoor hebben we een kaart nodig. 1
Bekijk de neerslagkaart van België voor de maand juli 2019 en beantwoord de vragen.
a
Hoeveel neerslag viel er ook alweer in Ukkel in juli 2019?
b Op de neerslagkaart is Ukkel rood aangeduid. Komt dat overeen met de gevonden waarde?
Duid zo nauwkeurig mogelijk de gemeente van je school aan. Hoeveel neerslag viel daar in de maand juli?
e
VA
Dat is meer / minder dan in Ukkel.
Overtrek de grenslijn van 70 mm neerslag. Alle punten op die lijn hebben precies dezelfde maandelijkse neerslaghoeveelheid. We noemen die lijn een neerslaglijn of isohyeet. De lijn die je overtrokken hebt, is de julineerslaglijn van 2019. Omschrijf wat een neerslaglijn precies is.
fig. 2.10: de hoeveelheid neerslag voor juli 2019 in België bron: Koninklijk Meteorologisch Instituut
©
d
N
c
IN
f
Zijn volgende stellingen juist of fout? Markeer en leg uit.
- Aan de kust regende het in juli 2019 meer dan in het binnenland. juist / fout
- In juli 2019 viel er in de provincie Namen het meest neerslag. juist / fout
108
Veel watertjes doorzwommen
2 Bestudeer de gemiddelde neerslag van België.
a
In je atlas vind je een kaart waarop je de neerslaggemiddelden kunt aflezen. Die kaart lijkt op de kaart met de neerslag van juli 2019, maar hier gaat het over de gemiddelde jaarneerslag over een periode van dertig jaar (1981 – 2010). Zoek op in je atlas op welke pagina (getal + letter + titel) je die kaart vindt.
b
Waar of niet? Verbeter de foute stellingen. stelling
waar
niet waar
In Mont Rigi (Hoge Venen) valt er jaarlijks meer dan 1 400 mm neerslag.
In het uiterste westen van ons land valt er minder dan 800 mm.
IN
In Ukkel valt er iets meer dan 1 000 mm neerslag per jaar.
N
Aan de kust is het natter dan in de Ardennen.
VA
3 Nu je de neerslagkaart van België kunt lezen, kun je dat ongetwijfeld ook met de kaarten van Europa, de wereld en van andere continenten.
V5
a
Hoe zoek je die kaarten op? Markeer. Je gebruikt daarvoor de inhoudstafel / de bladwijzer / het register.
©
V6
b
Zoek in je atlas de neerslagkaart van Europa. Welke kaart is dat?
c
De gele gebieden op de kaart zijn droog, de blauwe gebieden nat. Welke isohyeet vormt de grens tussen
de droge en natte zones?
d
Ligt België in de natte of in de droge zone?
e
Welke regio’s in Europa zijn droog?
4 Leg de reliëfkaart van Europa eens naast de neerslagkaart.
a
Wat valt er op als je die kaarten vergelijkt?
b
Welke gebieden zijn het natst in Europa?
2 Achter de wolken schijnt de zon
109
c
Bekijk de figuur. Aan welke zijde van de berg valt de meeste neerslag?
CONDENSERENDE WATERDAMP
DROGE, DALENDE LUCHT
BUIEN
IN
ZEEBRIES
N
WATERDAMP
VA
fig. 2.11: relatie tussen laag klimaat en laag reliëf
d
Tussen welke twee landschapsvormende lagen kun je een relatie ontdekken?
e
Leg uit waarom er een relatie bestaat tussen die twee landschapsvormende lagen.
©
f
Vul in de vakken op figuur 2.11 aan welke zijde van het gebergte droog is en welke zijde nat is.
g
Zie je nu ook een horizontale relatie in de laag van het klimaat?
110
Veel watertjes doorzwommen
3 DE KRUIK GAAT ZO LANG TE WATER TOT ZE BARST Een kwart van de wereldbevolking staat op het punt om zonder water te vallen. België komt gevaarlijk dicht in de buurt. België staat op de 23ste plaats op een totaal van 164 landen in de categorie 'hoog risico op waterstress'. Vooral Vlaanderen is door de grote bevolkingsdichtheid bijzonder kwetsbaar. We moeten te weinig water verdelen over te veel mensen. Naar: Knack, 07/08/2019
Hoeveel water gebruikt de Vlaming thuis?
a
Markeer op figuur 3.1 hoeveel water een Vlaming per dag verbruikt.
b
Hoeveel emmers van tien liter heeft een gemiddelde Vlaming nodig om zijn persoonlijk waterverbruik
thuis per dag in te gieten?
N
IN
1
Hoeveel water gebruikt de Vlaming thuis?
VA
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\
24 L
21 L
16 L
toilet
wasmachine
6L
36 L
©
douche
114 liter per persoon/per dag
11 L
drank en voedsel
water = kraantjeswater, regenwater en grondwater
poetsen
andere
andere = bad, wastafel, handwas, vaat, planten en tuin
fig 3.1: het dagelijks waterverbruik van een Vlaming - bron: www.vmm.be , © Vlaamse Milieumaatschappij
3 De kruik gaat zo lang te water tot ze barst
111
c
Hoe zou jij water kunnen besparen? Gebruik daarvoor de informatie op de afbeelding.
MAG HET IETS MEER ZIJN?
Je gebruikt (veel) meer water dan je denkt!
IN
2 Lees de tekst en beantwoord de vragen.
VA
N
Misschien denk je dat het wel meevalt met je persoonlijke waterverbruik. We consumeren echter veel meer water dan we denken: gemiddeld 7 400 liter water per persoon per dag! Hoe kan dat? Het is zo dat we water niet alleen op een directe manier gebruiken (bv. als drinkwater, om te koken, te poetsen, ons te wassen …). We gebruiken het ook indirect: water wordt namelijk gebruikt om alle goederen en diensten die we verbruiken te produceren.
a
b
©
Bron: www.11.be
Eventjes rekenen.
Ons persoonlijk verbruik per jaar bedraagt dus 7 400 l x 365 = l of m³ water per jaar. Dat is ongeveer het volume van een olympisch zwembad van 50 m lang, 25 m breed en 2 m diep! Het streefdoel is om slechts 1 500 m³ per persoon en per jaar te verbruiken. We moeten ons waterverbruik dus bijna halveren. Het totale waterverbruik van 7 400 l per dag is veel meer dan de 114 liter die je thuis verbruikt. Waarvoor worden nog grote hoeveelheden water gebruikt?
112
fig. 3.2: waterverbruik bij het spoelen van groenten
Veel watertjes doorzwommen
c Water dat nodig is om producten te telen, zoals katoen, soja, tarwe, rundsvlees of appelen, noemt men virtueel water. Door die landbouwproducten te exporteren kan water ingevoerd of uitgevoerd worden. Bekijk figuur 3.3. Wat kun je besluiten?
1 kg rundsvlees 15 500 liter
1 kg suiker 1 500 liter
1 kg tarwe 1 000 liter
1 kg olijven 4 400 liter
IN
1 kg chocolade 24 000 liter
1 kg serretomaten 250 liter
N
1 katoenen T-shirt 2 700 liter
1 tas koffie 140 liter
VA
fig. 3.3: waterverbruik bij productie van verschillende goederen naar: WaterFootprint.org en WWF
©
3 Hoe kun je virtueel water besparen? Ga op zoek naar oplossingen om minder virtueel water te verbruiken. Figuur 3.3 kan je op weg helpen. Vind je nog andere manieren?
De hoge bevolkingsdichtheid en de hoge welvaart zorgen ervoor dat het waterverbruik in Vlaanderen heel hoog is. Het meeste water wordt verbruikt in de huishoudens, de landbouw en de industrie. Het water dat gebruikt wordt voor de productie van goederen, noemen we virtueel water. Jij kunt je steentje bijdragen om het waterverbruik te verminderen.
3 De kruik gaat zo lang te water tot ze barst
113
! a h A ! a h A
Landschapsvormende lagen
Bekijk de figuur met landschapslagen en vul vervolgens de tabel aan.
kaart van het landgebruik
IN
vegetatiekaart
VA
reliĂŤfkaart
N
klimaatkaart
Š
bodemkaart
kaart van de ondergrond
landschap
114
Veel watertjes doorzwommen
verticale relatie tussen landschapsvormende lagen (zie p. 110) tussen:
verklaring Vochtige lucht aan de zeezijde van een gebergte moet stijgen en zal daardoor afkoelen. Daardoor condenseert de waterdamp en gaat het regenen.
en
horizontale relatie in de laag klimaat tussen:
verklaring Aan de zeezijde van het gebergte is het veel natter dan aan de landzijde.
en
IN
Š
VA
N
AHA!
115
Synthese
stroomgebied waterscheiding stroomgebied horizon hoogteverschil helling
reliëf in het landschap
0
hoogte
traject van een rivier
500
1000
1500
2000
2500
3000
3500
4000
reliëf op een kaart
CONDENSATIE
3 VERDAMPING
N
hoogtezones
IN
hoogtelijnen
VA
topografische kaart
1
5
OCEAAN RIVIER
©
6
kringloop
verbruik per dag
water sparen waterverbruik
virtueel water
116
Veel watertjes doorzwommen
neerslag meten NeerslagdiagramUkkel (Zoniënwoud)
Ukkel
50 40 30 20 10
Ukkel
voor de maand juni
0,4 mm + 8,1 mm + ... = 128,6 mm J F M A M J J A S O N D 38 78 102 22 81 129124 82 30 89106 27
0,4 mm
mm 140 120 100 80 60 40 20 0
neerslag op een grafiek neerslag
T°C
Nmm 120 110 100 90
IN
NEERSLAG
4
REGEN
50
20
40
15
30
10
20
5
10
N
©
RIVIEREN EN MEREN
0 O N D
Jaar
76 63 70 51 67 72 74 79 69 75 76 81
852
F M A M
J
J
A
S
3,3 3,7 6,8 9,8 13,616,218,418,014,911,1 6,8 3,9 10,5
het klimatogram
VA
7
2
van het water
60
J
GLETSJER
GRONDWATER
70
25
0
SNEEUW
TRANSPIRATIE
80
30
neerslag op een kaart
weer: dagelijkse toestand van verschillende weerelementen in een beperkt gebied
weer en klimaat
klimaat: gemiddelde toestand over een periode van dertig jaar over een groter gebied
AHA!
117
Checklist helemaal begrepen
Wat kan ik?
hier kan ik nog groeien
Ik kan het traject van een rivier situeren en aanduiden op verschillende kaarten. Ik kan op een kaart de waterscheidingskam tekenen en het stroomgebied van een rivier inkleuren. Ik kan uitleggen wat reliëf is.
87-91 91 93-98
Ik kan de horizonlijn, de helling en het hoogteverschil onderscheiden op een landschapsfoto.
93
Ik heb oog voor verschillende reliëfvormen in het landschap en ik kan ze benoemen.
94 94, 96-97
Ik kan de hoogteligging aflezen op een topografische kaart.
96-97
Ik kan enkele reliëfvormen op een hoogtelijnenkaart herkennen.
96-97
IN
Ik kan de reliëfvorm bepalen in een landschap door gebruik te maken van de determineertabel.
Ik kan een traject uitstippelen op een topografische kaart.
N
Ik kan de kringloop van het water uitleggen met behulp van een tekening.
99100 101 102104
Ik kan temperatuur- en neerslaggegevens opzoeken op het internet.
103104
VA
Ik kan uitleggen hoe de neerslag gemeten wordt.
104
Ik kan een klimatogram lezen.
105
Ik kan uit verschillende neerslagkaarten conclusies trekken.
108
Ik kan uitleggen hoeveel en waarvoor we water verbruiken.
111
Ik kan manieren vinden om duurzaam om te gaan met water.
112113
©
Ik kan temperatuur- en neerslaggegevens correct weergeven in een grafiek.
Denk je dat je alles begrepen hebt in dit thema? Ga dan naar het onlinelesmateriaal en oefen verder.
118
p.
Veel watertjes doorzwommen
TEST JEZELF 1
Taboewoorden: speel het spel! a Lees het vetgedrukte begrip. Dat zullen je medeleerlingen moeten raden. b Je mag hen tips geven maar de taboewoorden mag je niet gebruiken. begrip
taboewoorden hoogte – punten – lijn
stroomgebied
rivier – stroom – gebied
heuvel
golvend – horizon – 500 m
reliëf
landschap – hoogtes – uitsteken
weer
element – dagelijks – lucht
virtueel water
verborgen – telen – vervaardigen
neerslaglijn
regen – water – kaart
horizon
scheiding – aarde – lucht
helling
schuin – landschap – vlak
natte maand
temperatuur – neerslag – groter dan
klimatogram
temperatuur – neerslag – grafiek
VA
N
IN
hoogtelijn
2 Combineer de hoogtelijnen met de bijbehorende reliëfvorm.
A A
B
©
A
C
D
E
F
1 1
B B
2 2
C C
3
D D
4
EE
55
F
66
F
3
4
Test jezelf
119
3 Je gaat op reis naar het buitenland. Herken je de reliëfvormen? a Markeer de correcte kenmerken bij elke foto. b Noteer telkens de reliëfvorm. Gebruik daarbij de determineertabel op p 96.
Mont Ventoux 1912 m Malaucène 412 m
Mont Ventoux – Frankrijk
De horizonlijn is recht – golvend – gebroken. Er zijn wel – geen hellingen.
De horizonlijn is recht – golvend – gebroken. Het hoogteverschil is hoger – lager dan 500 m.
reliëfvorm =
reliëfvorm =
Himalaya – Nepal
VA
N
IN
Horseshoe Canyon – VS
©
De horizonlijn is recht – golvend – gebroken. Het hoogteverschil is hoger - lager dan 500 m.
120
Katuma rivier in Tanzania
De horizonlijn is recht – golvend – gebroken. Het hoogteverschil is hoger – lager dan 500 m. Er zijn wel – geen hellingen.
reliëfvorm =
reliëfvorm =
Cotswolds – VK
Waterberg – Namibië
De horizonlijn is recht – golvend – gebroken. Het hoogteverschil is hoger – lager dan 500 m.
De horizonlijn is recht – golvend – gebroken. Er zijn wel – geen hellingen.
reliëfvorm =
reliëfvorm =
Veel watertjes doorzwommen
4 Welke namen kloppen niet? Leg uit waarom ze wel/niet kloppen. - Heist-op-den-Berg
-
Scherpenheuvel
-
Waterberg (Namibië)
5 Weer of klimaat? Kruis aan. weer
klimaat
IN
Er staat een zwakke tot matige wind uit westelijke richting.
De beste reistijd voor Marokko is in het voorjaar en het najaar. Dan zijn er aangename tot warme temperaturen en valt er weinig neerslag.
N
Daar is de winter al: op 18 november 2019 ligt er tot tien centimeter sneeuw in de Hoge Venen. De hagelbui van 11 juni 2019 zorgde voor heel wat schade bij de fruittelers.
VA
Pinguïns zijn goed uitgerust om te overleven in de extreme weersomstandigheden van Antarctica.
Een storm brengt broodnodige regenval naar het zuiden van Californië. Elke zomer voert de wind vochtige lucht naar India.
©
De hoogste temperatuur die ooit in ons land werd gemeten was op 25 juli 2019 in Begijnendijk en bedroeg 41,8 °C. In Roeselare werd de wielerwedstrijd afgelast wegens hevige rukwinden. Olijven worden volop geteeld in landen met warme, droge zomers en zachte winters.
Test jezelf
121
WOORDENLIJST Thema Veel watertjes doorzwommen hoofdstuk 1
term berg
definitie
in je eigen woorden
reliëfvorm die meer dan 500 m boven de omgeving uitsteekt
1
bron
plaats waar een rivier ontspringt (begint)
2
circuleren
ronddraaien
2
condenseren
overgaan van gas naar vloeistof (het omgekeerde van verdampen)
1
1
1
droge maand
gebergte
gletsjer
helling
N
lang, laaggelegen gebied in het landschap in een plateau of tussen bergen en heuvels Een dal wordt ook wel een vallei genoemd. maand waarbij de totale maandelijkse neerslag kleiner of gelijk is aan twee keer de temperatuur N ≤ 2T
VA
2
dal
aaneengesloten rij van bergen (ook wel: gebergteketen)
©
1
IN
ijsmassa die in het gebergte naar beneden schuift als een bevroren rivier
schuin op- of aflopend vlak in het landschap
1
heuvel
reliëfvorm die minder dan 500 m boven de omgeving uitsteekt
1
heuvelland
aaneengesloten heuvelrij
1
hoogland
gebied dat hoger ligt dan 2 000 m
122
Veel watertjes doorzwommen
1
hoogtegetal
getal dat de hoogte ten opzichte van het zeeniveau weergeeft
1
1
hoogteligging
hoogtelijn
hoogte gemeten vanaf het zeeniveau Op een reliëfkaart wordt het aangeduid met een zwart driehoekje. lijn die plaatsen met dezelfde hoogte verbindt
1
hoogteprofiel zijaanzicht van het reliëf of reliëfJe ziet duidelijk de steilere en doorsnede minder steile hellingen op een bepaald traject.
hoogteverschil
verticale afstand tussen twee punten op het aardoppervlak
1
hoogtezone
gebied tussen twee hoogtelijnen Hoogtezones worden ingekleurd met afgesproken kleuren: van groen over geel en oranje, tot rood en bruin.
1
horizon
scheidingslijn tussen de aarde of zee en de lucht
2
klimaat
N
IN
VA
1
gemiddelde weertoestand over een periode van dertig jaar gemeten en over een groter gebied
klimatogram
diagram dat per maand de gemiddelde maandelijkse temperatuur- en neerslagwaarden over de laatste dertig jaar weergeeft
1
laagland
gebied dat lager ligt dan 200 m
©
2
1
1
meteorologisch
weerkundig: studie van het weer waarin de kenmerken van de atmosfeer onderzocht worden (temperatuur, neerslag, wind …)
middelland
gebied dat tussen 200 m en 2 000 m ligt
1
monding
plaats waar een rivier in zee, in een meer of in een andere rivier uitmondt
Woordenlijst
123
2
2
1
1
natte maand
neerslaglijn
plateau
reliëf
maand waarbij de totale maandelijkse neerslag in mm groter is dan twee keer de temperatuur in °C N > 2T lijn op een kaart die punten met dezelfde hoeveelheid neerslag verbindt (ook wel: isohyeet) reliëfvorm met een rechte horizonlijn en effen oppervlak, waarbij de rivieren in een diepe vallei lopen geheel van hoogtes en laagtes in het landschap
stroomgebied gebied waarin het water verzameld wordt dat via een rivier wordt afgevoerd
1
topografische kaart die zo goed en volledig kaart mogelijk het aardoppervlak weergeeft met onder meer natuurlijke elementen, reliëf en de menselijke elementen zoals wegen, bebouwing, administratieve grenzen ...
vlakte
3
virtueel water
hoeveelheid water die nodig is om iets te vervaardigen (ook wel: verborgen water)
waterkringloop
kringloop waarbij water dankzij verdamping, condensatie en stromend water circuleert
waterscheidingkam
hoog gelegen kam die de scheiding tussen twee stroomgebieden vormt
waterstress
gebrek aan voldoende zuiver water De vraag naar water is groter dan wat de natuur kan leveren.
1
3
2
Veel watertjes doorzwommen
gebied met een rechte horizonlijn, weinig hoogteverschillen en geen hellingen
©
weer
N
hoogteverschil tussen twee punten van een rivier
1
2
124
verval
VA
1
IN
1
dagelijkse toestand van verschillende weerelementen in een beperkt gebied