Skip to main content

TeleScoop 1 - inhoud, eindtermen en leerplandoelen

Page 1

TeleScoop 1 ALGEMEEN Enkele grote klassieke of traditionele onderwerpen uit het eerste jaar, “kaart en atlas”, “reliëf”, “klimaat”, “gesteenten”, maar ook landbouw en industrie, zijn gespreid over verschillende thema’s en functioneel aan elkaar gelinkt. Elk thema heeft een in het oog springende titel en is telkens ingeleid door enkele uitdagende foto’s. De WOW-pagina wekt verwondering op en doet spontaan enkele vragen rijzen, zoals “Wat wil ik hierover te weten komen”. De inhoudelijke uitwerking sluit aan bij de leefwereld van de leerlingen. Bij het aanleren van de traditionele aardrijkskundige onderwerpen, kiezen we voor een spiraalsgewijze aanpak. Zowel de inhouden als vaardigheden uit de klassieke onderwerpen worden geleidelijk aan aangeleerd en ingeoefend, thema na thema. Op die manier vermijden we een lange lessenreeks over eenzelfde onderwerp, waarbij de “goesting” en verwondering van de leerling stilaan verdwijnen. In elk thema staan we stil bij ecologische vraagstukken en duurzaamheid (PPP). Er is veel aandacht voor verticale en horizontale relaties. Door onze aanpak om de klassieke onderwerpen te verweven, zijn die ook gemakkelijk te begrijpen. Welk verband is er tussen klimaat en reliëf? Tussen landbouw enerzijds, en tussen klimaat, bodem en reliëf anderzijds? Tussen klimaat en vegetatie? Tussen rivieren en reliëf? Tussen ontginning van gesteenten en ondergrond? Tussen grondstoffen en industrie? Deze relaties zijn geschematiseerd en gevisualiseerd via de figuur van de landschapsvormende lagen. Deze visualisatie maakt abstracte verbanden zichtbaar en begrijpbaar. De relaties worden doorheen het leerwerkboek geleidelijk aan aangeleerd. Aanvankelijk krijgen de leerlingen het relatieschema ingevuld, en geleidelijk aan moeten ze zelf de relaties ontdekken en via de figuur aanvullen. Elk thema is voorzien van een gevarieerd aantal bronnen, schema’s en kaarten. We hebben aandacht voor een breed gamma aan werkvormen. Er is ook ruimte voor differentiatie: via “interessant om weten”, “mag het wat meer zijn”, het sporenbeleid … komen leerlingen met verschillende interesses en mogelijkheden aan hun trekken. Waar het past, is er een klein en eenvoudig onderzoekje ingelast. De vereiste stappen in het wetenschappelijk onderzoek worden hierbij aangeleerd en gehanteerd. In elk thema hanteren de leerlingen naast de infobronnen uit het leerwerkboek, ook hun atlas, net als diverse digitale geografische bronnen. Welke vaardigheden bij een opzoek- en onderzoeksvraag gehanteerd worden, is aangeduid door een icoon. Die vaardigheden zijn op het digitaal leerplatform beschikbaar en raadpleegbaar zowel voor de leerkrachten als voor leerlingen.

1


Per thema zijn er ook de AHA-pagna’s. Ze bestaan uit een samenvatting, de relaties tussen de landschapsvormende lagen, een checklist met de werkwoorden uit de taxonomie van Bloom, een “test jezelf” met oefeningen en een woordenlijst. In die woordenlijst geven we een modelomschrijving en is daarenboven ruimte gelaten voor een eigen omschrijving van dit begrip door de leerling. De samenvatting is in elk thema in een andere vorm opgesteld. Zo heeft het ene hoofdstuk een schematische samenvatting, het andere een tekstuele samenvatting, weer een ander heeft een mind map, of een Cornell-schema. Op diddit worden per thema ook de andere samenvattingsvormen aangeboden. Op die manier kunnen leerlingen met een verschillende leerstijl de hen best passende samenvattingsvorm hanteren. We hebben in dit leerwerkboek ook een sjabloon toegevoegd om de actualiteit aardrijkskundig te bestuderen en te onderzoeken. In de handleiding en op diddit zijn verschillende voorbeelden uitgewerkt van diverse actualiteitsthema’s. In elk thema worden de volgende leerplandoelen en eindtermen systematisch ingeoefend, waardoor deze vaardigheden verankerd worden en de leerlingen deze onder de knie krijgen: GO! ET 9.1, 9.7, 9.8, 9.9, 13.9

Kath Ond Vla LPD 1, 2, 3, 8, 9, 11 ET 9.1, 9.7, 9.8, 9.9, 13.9

2


Thema 0 Zorgen voor morgen Het boek begint met een klasspel. Aan het begin van het jaar nodigen we de leerlingen uit om zonder enige voorkennis na te denken over ‘De stad van de toekomst’. Hoe zou een stad er in de toekomst kunnen uitzien? Met welke factoren moet er rekening gehouden worden? Waar bevinden zich woonwijken, industrie, wegen … ? Waar plaatsen we best de verschillende landschappen ten opzichte van mekaar? Aan de hand van een inspirerend spel gaan de leerlingen zelf op zoek naar een antwoord op deze vragen. Ten slotte is het leerrijk om op het einde van het schooljaar dit spel opnieuw te spelen. Met de kennis die leerlingen intussen hebben opgebouwd, kijken ze wellicht met hele andere ogen naar de opbouw van een stad en naar de stad van de toekomst.

Leerplandoelen en eindtermen Basisdoelen

ET 9.3

KathOndVla 24

GO! / OVSG / POV 9.3

7.12, 7.13

36

7.12, 7.13

Differentiële doelen Transversaal

3


Thema 1 Laat in je kaarten kijken In dit eerste thema ligt de focus op een aantal typisch aardrijkskundige vaardigheden, die in het leerplan verpakt zitten als de procedurele doelen. Oriënteren van een kaart, jezelf lokaliseren en situeren en het opzoeken in de atlas zijn cruciaal in de thema’s die volgen, verderop in de eerste graad. We laten ze dan ook geregeld in de andere thema’s terugkomen. Ook de referentiekaart van België komt aan bod. Met een diagnostische toets krijg je een mooi beeld van de voorkennis van de leerlingen. Die voorkennis zal aantonen dat je voor een gedifferentieerd publiek je lessen zal moeten brengen. Het thema ‘Laat in je kaarten kijken’ biedt dan ook de mogelijkheid om leerlingen via een aangepast traject de vaardigheden te laten verwerven. De diagnostische toets wordt aangeboden in het online lesmateriaal, je kan hem best afnemen voor je aan dit thema start.

Leerplandoelen en eindtermen Basisdoelen

ET 9.1 - 9.7 - 9.8

KathOndVla 1-2–5-6

Differentiële doelen Transversaal

GO! / OVSG / POV 9.1 - 9.7 - 9.8

16.2 1.14 - 5.5 – 7.9 – 15.1 – 13.17

4

21 - 46

1.14 - 5.5 – 7.9 – 15.1 – 13.17


Thema 2 Een ballonnetje oplaten In dit thema komen aardrijkskundige vaardigheden over het weer, reliëf en sterrenkundige ligging aan bod, en leer je ook over verschillende kaarten. De referentiekaart van Europa en de wereld wordt hier ook aangeleerd. Dit wordt gelinkt aan de rode draad door het thema: de luchtballon. Een ballonvaarder kent het weer en de omstandigheden waarin hij kan varen. Hij kan zijn ballon steeds lokaliseren aan de hand van coördinaten en hij kan die plaats precies bepalen. De ballonvaarder kan het reliëf lezen om veilig te landen. Dit zijn verschillende vaardigheden waarover een ballonvaarder moet beschikken.

Leerplandoelen en eindtermen Basisdoelen

ET 9.1 - 9.4 - 9.7 – 9.9

KathOndVla 1 - 2 - 6 - 26 - 27

GO! / OVSG / POV 9.1 - 9.4 - 9.7 – 9.9

13.3 - 13.4

27 - 28

13.3 - 13.4

Differentiële doelen Transversaal

5


Thema 3 Veel waters doorzwommen hebben Een verloren waterfles drijft helemaal van de Alpen naar zee. Aanvankelijk stroomt ze snel mee met de rivier, maar uiteindelijk wordt ze gevonden op het Noordzeestrand. Welke route heeft deze fles afgelegd? Hoe zien de landschappen er onderweg uit? Je leert hier alles over reliëfvormen en hoe je die kan voorstellen op een kaart. Waarnemings- en atlasvaardigheden komen daarbij goed van pas. Je kan zelf op stap gaan met een topografische kaart en het reliëf bestuderen. Werk je liever in Google Earth? Daarin maak je een reliëfdoorsnede van je afgelegde weg. Water dat zich verzamelt in rivieren, is een onderdeel van de complexe waterkringloop. Processen zoals verdamping, condensatie, insijpelen en afvloeiing brengen het water voortdurend in beweging. Je onderzoekt hoe je de neerslag kan meten en weergeven in grafieken en kaarten. Dankzij deze kringloop is water een hernieuwbare grondstof, maar hebben we genoeg en gaan we er zuinig genoeg mee om?

Leerplandoelen en eindtermen Basisdoelen Differentiële doelen Transversaal

ET 9.1– 9.2 - 9.4 – 9.7 – 9.8

KOV 1–2–5–6–7–89– 13 - 20 – 25 – 26 – 32 16.1 6 – 21 - 25 – 27 - 28 – 29 – 30 – 31 – 32 – 35

6.45 – 6.46 - 6.48 – 13.3 – 13.4 - 13.12 – 13.13 – 13.18

6

GO!/ OVSG/ POV 9.1 – 9.2 – 9.4 – 9.7 – 9.8 6.45 – 6.46 - 6.48 – 13.3 – 13.4 - 13.12 – 13.13 – 13.18


Thema 4 Eten wat de pot schaft In dit thema is het uitgangspunt het maken van een pizza. Welke ingrediënten zijn er voor nodig en waar komen die vandaan? De leerlingen gaan met Geopunt op zoek naar wat landbouwers in de eigen omgeving telen. Opvallende landschapselementen worden in horizontaal en verticaal perspectief bekeken. Helaas zijn niet alle ingrediënten terug te vinden in de eigen omgeving. Waar vinden we de ontbrekende ingrediënten dan wel? Waarom teelt niet iedere landbouwer dezelfde gewassen? Welke relatie is er tussen de bodem met de teeltkeuze? Een onderzoek van de bodemsoorten is hiervoor noodzakelijk. Ook het klimaat speelt een grote rol bij de teeltkeuze. Neerslag en temperatuur werden al aangereikt in vorige thema's, in dit thema komen ze samen aan bod als klimaat. Hierop wordt voortgebouwd en ontdekken de leerlingen de klimaattypes binnen Europa. Dit is een typisch voorbeeld van hoe spiraalsgewijs leren in ons handboek verwerkt zit. Uiteindelijk combineren we klimaattypes met de vegetatietypes in Europa. We eindigen met de klimaatzones en bijhorende vegetatietypes in de wereld. Er is een eenvoudigie determineertabel ontwikkeld om de klimatogrammen van deze klimaat- en vegetatietypes te interpreteren.

Leerplandoelen en eindtermen Basisdoelen

Differentiële doelen Transversaal

ET 9.1 - 9.2 - 9.3 – 9.4 9.8 - 9.9 - 6.43 - 6.45 - 1.14 - 13.6

KOV 1-2-5- 6- 8- 922 - 23 - 24 18.1 - 18.2 25 – 26 – 27 - 29 - 30

1.14 - 6.43 - 6.45 13.4 - 13.6

7

GO! - OVSG - POV 9.1 - 9.2 - 9.3 - 9.5 9.6 - 9.7 - 9.8 - 9.9 6.43 - 6.45 - 1.14 13.6


Thema 5 Met twee voeten op de grond De voorbije zomer leefden 400 000 feestvierders zich zes dagen uit op de dance beats van één van de meest bekende festivals ter wereld: Tomorrowland. Festivalcamping Dreamville zag er na afloop lang niet uit als een droom. We staan stil bij de grote hoeveelheden grondstoffen die met deze afvalberg verloren gaan. Onderzoek brengt ons op het spoor van de herkomst van grondstoffen. Zullen ze altijd beschikbaar blijven? En welke grondstoffen heb je allemaal nodig voor die powerbank in je festivalrugzak? Gesteenten uit de aardkorst zijn veelgebruikte grondstoffen. De ontginning ervan laat grote sporen na in het landschap (van de eigen leefomgeving). Er blijken heel wat gesteenten nodig voor het bouwen van een huis of school. Toch biedt een oude ontginningsplaats weer nieuwe mogelijkheden: je kan er twee weekends lang dat grootse dancefestival beleven… We laten de bezoekers van morgen meedenken over een oplossing voor het afvalprobleem op dit feest!

Leerplandoelen en eindtermen: Basisdoelen

ET 9.1 - 9.2 - 9.3

KathOndVla 1 - 2 - 6 - 7 - 9 – 18 - 19 - 24 - 34 – 35 - 36 16.1 - 18.2

GO! / OVSG / POV 9.1 - 9.2 - 9.3

6.44- 6.45 - 7.12 - 7.13

27 – 28 – 29 – 30 – 31 52

6.44 – 6.45 7.12 - 7.13

Differentiële doelen Transversaal

8


Actualiteit Actualiteit is aardrijkskundig relevant als de ligging een belangrijke rol speelt bij het begrijpen van deze gebeurtenis. Een dergelijke aandachtvragende en soms spectaculaire gebeurtenis die vooraan in de actualiteit staat, biedt een opportuniteit om een eenvoudig geografisch onderzoekje te doen. Deze kans doet zich meermaals in een schooljaar voor: een vulkaanuitbarsting, een zware aardbeving, een verwoestende tropische storm, een catastrofale lawine, een grensconflict, migratieproblemen, klimaatveranderingen, ruimtelijke problemen en veranderingen dichtbij en veraf … Dergelijke gebeurtenissen halen vaak het nieuws en vragen om wat meer inzicht. De achtergrondkennis, nodig om een aantal van deze gebeurtenissen te begrijpen, is verwerkt in verschillende thema’s van het leerwerkboek van het tweede jaar. Bij een onderzoek in het eerste jaar zorgt de leraar voor die achtergrondkennis. De vragen “wat, waar en waarom daar” stellen en beantwoorden is wel degelijk een onderzoek in de lessen aardrijkskunde! We hebben een sjabloon en een stappenplan ontwikkeld om een dergelijk onderzoekje in de klas te kunnen uitvoeren.

Leerplandoelen en eindtermen Basisdoelen

ET 9.1 – 9.2 – 9.3 – 9.4 – 9.5 – 9.6 – 9.7 – 9.8

KathOndVla 1-2-3-4–5–8–9– 11 – 14 - 24 – 26 (30 – 31)

GO! / OVSG / POV 9.1 – 9.2 – 9.3 – 9.4 – 9.5 – 9.6 – 9.7 – 9.8

2.4 – 6.47 – 7.7 – 13.3 – 13.6 – 13.9 – 13.10 – 13.11 – 13.12 – 13.13

25 – 27 – 28 – 29 - 31

2.4 - 13.3 – 13.4 - 13.6 – 13.9 – 13.10 – 13.11 – 13.12 – 13.13

Differentiële doelen Transversaal

9


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
TeleScoop 1 - inhoud, eindtermen en leerplandoelen by VAN IN - Issuu