4
Zorg en evaluatie 72295_TALENT 4_ZORG EN EVALUATIE 4A_ 580264_2.indd 1
23/10/18 08:40
TALENT 4 - Differentiatie en evaluatie Bij TALENT voor het 4e leerjaar horen volgende materialen: Voor de leerling: • Taalschrift A • Taalschrift B • Taalschrift C • Spellingschrift • Projectbundel - Te laat! • Projectbundel - Goochelen • Projectbundel - Dat klopt niet! • Werkwoordenblok Voor de leraar: • Handleiding A • Handleiding B • Handleiding C • Correctiesleutel Taalschrift A • Correctiesleutel Taalschrift B • Correctiesleutel Taalschrift C • Correctiesleutel Spellingschrift • Correctiesleutel Projectbundel - Te laat! • Correctiesleutel Projectbundel - Goochelen • Correctiesleutel Projectbundel - Dat klopt niet! • Zorg- en evaluatiemap A • Zorg- en evaluatiemap B • Zorg- en evaluatiemap C Voor de klas: • Talentbib • Wandplaten • Usb-stick met audio en video Digitale ondersteuning (zie ook www.talentvoortaal.be/digitaal) • Bingel Max • Bingel Plus • Bingel Start
Fotokopieerapparaten zijn algemeen verspreid en vele mensen maken er haast onnadenkend gebruik van voor allerlei doeleinden. Jammer genoeg ontstaan boeken niet met hetzelfde gemak als kopieën. Boeken samenstellen kost veel inzet, tijd en geld. De vergoeding van de auteurs en van iedereen die bij het maken en verhandelen van boeken betrokken is, komt voort uit de verkoop van die boeken. In België beschermt de auteurswet de rechten van die mensen. Wanneer u van boeken of van gedeelten eruit zonder toestemming kopieën maakt, buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen, ontneemt u hun dus een stuk van die vergoeding. Daarom vragen auteurs en uitgevers u beschermde teksten niet zonder schriftelijke toestemming te kopiëren buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen. Verdere informatie over kopieerrechten en de wetgeving met betrekking tot reproductie vindt u op www.reprobel.be. Ook voor het digitale lesmateriaal gelden deze voorwaarden. De licentie die toegang verleent tot dat materiaal is persoonlijk. Bij vermoeden van misbruik kan die gedeactiveerd worden. © Uitgeverij VAN IN, Wommelgem, 2018 De uitgever heeft ernaar gestreefd de relevante auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Wie desondanks meent zekere rechten te kunnen doen gelden, wordt verzocht zich tot de uitgever te wenden.
Eerste druk 2018 Art. 580264/2
72295_TALENT 4_ZORG EN EVALUATIE 4A_ 580264_2.indd 2
23/10/18 08:40
THEMA
3
Dromen
72601_TALENT_THEMAPAGINA 579467 TAL4 Zorgmap A.indb 1 4A.indd 5
14/12/18 15:23 3/01/19 10:40
72601_TALENT_THEMAPAGINA 579467 TAL4 Zorgmap A.indb 2 4A.indd 2
14/12/18 15:22 3/01/19 10:40
18 15:22
Inhoud thema 3 Portfolio - Dromen
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
2
DIFFERENTIATIEBLOK LES 16 - H1
Taal: begrijpend lezen fictie
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
5
LES 16 - H2
Spelling: woorden met een doffe klinker in achtervoegsel (e)lijk(e) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
12
LES 16 - H3
Taal: het onderwerp en de rest van de zin aanduiden
. . . . . . . . . . . . . . .
15
LES 16 - H4
Taal: begrijpend lezen non-fictie
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
21
LES 16 - H5
Spelling: werkwoorden
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
25
LES 16 - H6
Taal: het onderwerp en de persoonsvorm aanduiden
LES 16 - H7
Spelling: werkwoorden
LES 16 - H8
Taal: betekenissen - woordenschat uit het thema
LES 16 - Taaltaak
. . . . . . . . . . . . . . .
31
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
35
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
38
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
43
LES 16 - Taak zelfstandig werk A Taal: basisniveau
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
47
LES 16 - Taak zelfstandig werk B
Taal: plusniveau . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
51
LES 16 - Taak zelfstandig werk C
Spelling: integratieoefeningen
. . . . . . . . . . . . . .
54
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
59
EVALUATIEBLOK LES 17
Taal: begrijpend lezen fictie
LES 17
Taal: begrijpend lezen non-fictie
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
63
LES 17
Taal: taaldenken: het onderwerp en de rest van de zin noteren, zinnen verlengen en woorden uit het thema . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
68
LES 17
Spelling: kortetermijndictee
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
73
LES 17
Spelling: controledictee 1 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
79
LES 17
Correctiesleutels toetsen evaluatieblok thema 1-3
87
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
REMEDIËRING NA CONTROLEDICTEE LES 17
Spelling: remediëringsbladen: zie zorg- en evaluatiemodule
LES 17
Spelling: integratiebladen: zie zorg- en evaluatiemodule L4 - Thema 3 - inhoud
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 1
1
3/01/19 10:40
2
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 2
Domein
Les 12
Les 10 Les 11
Les 9
Les 8
Les 5 Les 6
Les 4
Doel
Datum:
Nr.
Je las spontaan een of meerdere boeken gedurende het thema. Je kunt voorspellen hoe het verhaal verdergaat. Je kunt goede titels bij fragmenten bedenken. schrijven Je kunt ideeën verzamelen om het vervolg van het verhaal te schrijven. Je kunt een kladversie van je verhaal schrijven. Je kunt je verhaal nakijken met tips. spelling Je kunt woorden met (e)lijk(e) correct schrijven. taaldenken Je kunt het onderwerp in de zin aanduiden. Je kunt in de zin aanduiden wat er over het onderwerp wordt gezegd (= de rest van de zin). Je kunt het werkwoord (de persoonsvorm) in de zin aanduiden. lezen Je kunt sleutelwoorden markeren. Je kunt vragen bij een tekst beantwoorden. Je kunt een goede titel voor een tekstdeel bedenken. schrijven Je kunt de feedback in je verhaal verwerken. Je kunt de feedback gebruiken als je de netversie schrijft. lezen Je kunt je verhaal expressief voorlezen aan groepsgenoten. schrijven Je kunt het verhaal van je klasgenoten met één of twee woorden beoordelen. spelling Je kunt de begrippen werkwoord, persoonsvorm en infinitief gebruiken. taaldenken Je kunt het onderwerp vinden in een zin. Je kunt de persoonsvorm vinden in een zin. Je kunt een zin verlengen door zinsdelen toe te voegen die antwoorden op vragen als: Wat? Aan wie? Waar? Wanneer? Hoe? spreken Je kunt het woord ‘onomatopee’ verklaren. Je kunt voorbeelden van een onomatopee geven. Je kunt een klankspel maken. spreken, luisteren Je kunt plezier beleven aan spreken en luisteren.
Algemeen lezen Les 3 lezen
Les
Doelen Nederlands
Naam:
Onvoldoende beheerst
H6
H5
H4
H3
H2
H1
H
55 818
189 190 192
189 192 190 139 121 139 117 117 1 178
139 139 177 177 117
HT*
Portfolio - Dromen
L4 - Thema 3 - portfolio
3/01/19 10:40
L4 - Thema 3 - portfolio
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 3
3
3/01/19 10:40
taaldenken – betekenissen
Les 15
Je kunt de begrippen meervoud, enkelvoud, werkwoord, stam, tegenwoordige tijd en verleden tijd gebruiken. Je begrijpt de woorden uit het thema en kunt ze gebruiken. Je kunt synoniemen herkennen.
Algemeen (les 3, 4, 6, 8, 9) Algemeen (les 3, 4, 8, 9) Les 6, les 15 Les 9
228 236 235
Bij groepswerk nam je verantwoordelijkheid om je deeltaak tot een goed einde te brengen.
Je speelde eerlijk volgens de spelregels. Je kon op een positieve manier met opmerkingen bij je verhaal omgaan.
197 199
228
H8
H7
Je werkte goed samen met een partner of in groep.
Leergebiedoverschrijdende doelen
* HT = hulptips
spelling
Les 14
4
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 4
3/01/19 10:40
72601_
Zorg- en evaluatiemodule: differentiatieblok De correctiesleutels van de herhalingsbladen vind je op het lerarengedeelte van bingel.be.
72601_TALENT_THEMAPAGINA 579467 TAL4 Zorgmap A.indb 5 4A.indd 2
14/12/18 15:22 3/01/19 10:40
72601_TALENT_THEMAPAGINA 579467 TAL4 Zorgmap A.indb 6 4A.indd 2
14/12/18 15:22 3/01/19 10:40
18 15:22
les 16 - H1
Differentiatieblok Domein: Onderwerp: Lesduur:
lezen begrijpend lezen fictie 25 minuten
Samenhang
Materialen
In deze les herhalen leerlingen die het nodig hebben de inhoud van les 3: begrijpend lezen fictie.
Folio > herhalingsblad 1a > herhalingsblad 1b
Lesdoelen
Diversen > facultatief: boek Droomprinses, Katie Velghe (Talentbib 4)
Hoofddoel van de les Op basis van op hun leeftijd afgestemde teksten: hoofd- en bijzaken, relaties tussen hoofdpersoon en nevenpersonages, fictie en non-fictie onderscheiden. Andere doelen Plezier beleven en bereid zijn te lezen en te schrijven.
Voorbereiding > Kopieer voor elke leerling herhalingsblad 1a. > Voorzie herhalingsblad 1b om voor te lezen.
Lesgang Verlengde instructie onder begeleiding van de leraar 1 In les 9 kwamen jullie te weten hoe het boek Droomprinses van Katie Velghe eindigt. Laat de afloop van het verhaal vertellen. Die luidt ongeveer als volgt: Victor hoeft helemaal niet bang te zijn. De wens die hij in het boekje heeft genoteerd, komt pas over 89 jaar uit. Brent wordt dus net geen honderd jaar. Ook zijn eigen wens om veel vrienden te hebben komt pas later uit. Victor gaf de pen terug, maar hield het boekje bij. We lezen nu hoe Victor de droomprinses terug ontmoet, dit spannende deel komt net voor het einde. 2 Laat de tekstdelen 1 en 2 (oefeningen 1a en 2a) zelfstandig lezen. Bespreek in groep oefeningen 1b en 2b en laat de antwoorden noteren.
herhalingsblad 1a
L4 - Thema 3 - differentiatieblok - H1
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 5
5
3/01/19 10:40
3 Laat tekstdeel 3 zelfstandig lezen. Leg oefeningen 3b en 3c uit. Lees de tekst traag voor. Laat het gevoel van Alpay benoemen en markeren. Laat de zin die ze markeerden voorlezen. Bespreek. 4 Laat tekstdeel 4 (oefening 4a) lezen. De leerlingen maken oefeningen 4b en 4c. Laat enkele leerlingen uitleggen waarom ze denken dat Victor en Alpay de lift (niet) nemen. Laat tekstdeel 5 (oefening 5) lezen. Daar krijgen ze een antwoord op vraag 4b. 5 Laat oefeningen 6 en 7 maken. Raad aan om de tekstdelen te herlezen voor ze een tussentitel noteren. Bespreek de antwoorden. > Laat bij oefening 6a verwoorden waarom Victor en niet Alpay het hoofdpersonage is. (Victor neemt het initiatief en Alpay volgt.) > Laat verwoorden welke karaktereigenschappen van Victor ze genoteerd hebben (oefening 6b). Vraag waarom ze die gekozen hebben (oefening 6c). Stuur eventueel bij. > Laat de tussentitels voorlezen (oefening 7). Bespreek ze. De leerlingen kunnen de titels nog aanpassen. 6 Lees de taalweter ‘Hoe weet ik of een tekst fictie of non-fictie is?’ (oefening 8a). Laat verwoorden waarom deze tekst fictie is (oefening 8b). 7 Lees het slot van het verhaal voor.
6
herhalingsblad 1b TIP! De leerlingen die een andere taak maakten, kunnen meeluisteren.
L4 - Thema 3 - differentiatieblok - H1
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 6
3/01/19 10:40
Naam: 1
Datum:
Nr.
a Lees het eerste deel van de tekst.
5
“Ik ga op zoek naar Droomprinses”, zei Victor. “Alleen zij kan dit oplossen.” “Tof, ik doe mee”, glunderde Alpay. “Misschien mag ik dan nog een wens doen. Een kleintje. Elke morgen donuts of zo.” Even later liepen de vrienden langs de kant van de weg. Maar aan de ingang van Luna Center werden ze allebei stil. Een metershoog reclamebord torende boven hen uit. Luna Center: hier worden al je dromen waar! “Nu jij”, zei Victor. “Oké”, gaf Alpay toe. “Maar hoe komen we binnen? Alles is donker en zit potdicht!”
b Op r. 8 lees je: “Alles is donker en zit potdicht.” Wat wordt daarmee bedoeld?
2
a Lees het tweede deel van de tekst.
5
“We vinden wel een weg”, zei Victor. Binnen in hem voelde hij die leeuw weer tevreden grommen. Ze liepen rond het gebouw en ontdekten een keldervenstertje dat nog openstond. “Hier gaan we binnen”, knikte Victor. “Hier? We weten niet eens waar het uitkomt. Misschien is het wel de riolering ...”
b Op r. 1 lees je: ‘Binnen in hem voelde hij die leeuw weer tevreden grommen.’ Wat wordt met die zin bedoeld?
L4 - Thema 3 - differentiatieblok - H1a
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 7
7
3/01/19 10:40
Naam: 3
Datum:
Nr.
a Lees het derde deel van de tekst.
5
10
15
Hij zweeg omdat Victor al door het venstertje verdwenen was. “Alles oké!” riep Victor. Zijn stem leek van heel ver te komen. Jammerend wurmde Alpay zich ook door het venstertje. Met een plof kwam hij neer op de grond. Het was er stikdonker. “Victor?” W “Ik ben hier! Vlakbij jou.” zich wurmen “Ik zie niets. En de helft van mijn vel hangt aan dat venstertje.” zich met veel moeite “Dan zou ik toch geen donuts meer vragen aan Droomprinses”, erin of erdoor krijgen klonk het plagerig. “Ja, dank je wel, dat heb ik nu net nodig. Weet je wel wat je gedaan hebt? We kunnen niet terug en we zien geen steek voor onze ogen!” “Klopt, we kunnen alleen maar verder gaan! Kom, geef me jouw hand.” Stap voor stap gingen de vrienden verder. “Daar”, bibberde Alpay. “Ik zag twee ge... gele vlekken, daar. Net o... ogen.” Victor stootte zijn voet tegen iets. Het voelde koel en hard. Het had de vorm van een cilinder. “Dat is ... een zaklamp!” juichte Victor. Hij knipte ze aan. Een bundel licht viel op een stapel dozen. Bovenaan stond een kooi. Bewoog daar iets? Zat er iets of iemand in die kooi?
b Hoe voelt Alpay zich?
c Kleur in de tekst: een zin die dat gevoel aantoont.
BLAUW
4
a Lees het vierde deel van de tekst.
5
8
“Daar! Ro... rode ogen!” kreunde Alpay. “Welnee”, zei Victor en hij scheen erop met zijn lamp. “Dat is een lift! Die rode ogen zijn de knopjes. We moeten naar boven!” Nog voor hij een knopje had aangeraakt, schoof de deur van de lift open. Alpay holde meteen naar binnen. “Naar boven, naar boven, weg hier!” bibberde hij. “Wacht,” zei Victor, “is het geen valstrik?” “Nee, het is een lift!” krijste Alpay. “Kom dan toch!”
L4 - Thema 3 - differentiatieblok - H1a
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 8
3/01/19 10:40
Naam:
Datum:
Nr.
b Nemen de jongens de lift? Waarom (niet)? Bespreek. c Waar komen de jongens volgens jou uit?
5
Lees het vijfde deel van de tekst.
e n
5
De deur begon dicht te schuiven. Victor dook nog net naar binnen. De lift ging hoger en hoger, zonder dat ze op een knopje gedrukt hadden. Plots stopte de lift. De deur schoof open en een ijskoude nachtstroom kwam hen tegemoet. Ze stonden op het dak van Luna Center. Klikklak, klik-klak, klik-klak ... “Wat is dat?” Victors ogen lichtten op. “Paardenhoeven! Dat is Nacht!” “Nacht? Nachtmerrie zul je bedoelen”, bibberde Alpay. “Ja, precies, Nacht, de merrie van Droomprinses!” riep Victor blij.
tussen zijn tanden. Op een avond krijgt hij bezoek van Droomprinses. Ze heeft sprieterig haar, heel grote voortanden en haar paard is een oude knol. Maar ze heeft een bijzonder boekje waarmee ze wensen kan vervullen. Als ze het boekje per ongeluk achterlaat, is Victor de koning te rijk …
Haal meer uit dit boek! Ga snel naar bingel.be.
Oelewapper van de week Droomprinses Karla Stoefs | Mark Borgions Katie Velghe | Hester van de Grift
Meer lezen? Droomprinses, Katie Velghe, Talentbib 4
4
Th 1_Oelewapper van de week_COVER.indd Alle pagina's
6
Oelewapper van de week | Karla Stoefs Droomprinses | Katie Velghe
Victor is een jongen van de vierde klas. Hij is klein, draagt een bril en heeft één vriend met peterselie
30/05/17 11:59
a Wie is het hoofdpersonage?
b Schrijf een karaktereigenschap op van Victor.
c Waarom koos je die karaktereigenschap?
L4 - Thema 3 - differentiatieblok - H1a
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 9
9
3/01/19 10:40
Naam:
Datum:
Nr.
7
Verzin voor elk tekstdeel een passende tussentitel. Schrijf hem op de schrijflijn boven elk tekstdeel.
8
a Lees de taalweter.
Hoe weet ik of een tekst fictie of non-fictie is? Verzonnen teksten worden fictie genoemd. Bv. verhaal, sprookje, gedicht ...
Fictie, met de F van fantasie!
Weetteksten worden non-fictie genoemd. Bv. verslag, krantenartikel, handleiding, woordenboek, gebruiksaanwijzing, schoolboek ...
b Omcirkel het juiste antwoord. Deze tekst is fictie / non-fictie.
10
L4 - Thema 3 - differentiatieblok - H1a
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 10
3/01/19 10:40
Voorleestekst
5
10
15
In een donkere hoek van de speelplaats haalde Victor het boekje boven. “Doe dat ding weg!” riep Brent. “Dat zal ik doen”, zei Victor. “Ik laat het verdwijnen, en daarmee verdwijnen ook alle andere wensen. Verwacht dus niet dat je nooit meer strafwerk krijgt, Alpay. Of dat jij meteen stervoetballer wordt, Emre. Of dat ik ... veel vrienden heb. Alpay, ga je gang.” Alpay haalde een heleboel aansteekhoutjes uit zijn boekentas. Die hadden ze deze morgen gekocht bij de supermarkt, samen met een doosje lucifers. Het vuur laaide op. De kinderen staarden naar de vlammen. Ergens zijn waar je niet mag zijn, was al spannend. En dan nog een vuurtje aansteken ... Victor hield het boekje plechtig boven de vlammen. “Word stof en as”, zei hij. “En laat de vloek van Brent en onze dromen vergaan.” Dat had hij de afgelopen nacht bedacht. Hij vond het cool klinken. Even gluurde hij naar de gezichten van de anderen. Die waren diep onder de indruk. Hij liet het boekje in het vuur vallen. De vlammen likten gretig rond de kaft. De bladzijden kleurden en krulden op. Minutenlang keken de kinderen naar het boekje tot het zwartgeblakerd was.
tussen zijn tanden. Op een avond krijgt hij bezoek van Droomprinses. Ze heeft sprieterig haar, heel grote voortanden en haar paard is een oude knol. Maar ze heeft een bijzonder boekje waarmee ze wensen kan vervullen. Als ze het boekje per ongeluk achterlaat, is Victor de koning te rijk …
Haal meer uit dit boek! Ga snel naar bingel.be.
Th 1_Oelewapper van de week_COVER.indd Alle pagina's
Oelewapper van de week | Karla Stoefs Droomprinses | Katie Velghe
Victor is een jongen van de vierde klas. Hij is klein, draagt een bril en heeft één vriend met peterselie
Oelewapper van de week Droomprinses Karla Stoefs | Mark Borgions Katie Velghe | Hester van de Grift
Meer lezen? Droomprinses, Katie Velghe, Talentbib 4
4
30/05/17 11:59
L4 - Thema 3 - differentiatieblok - H1b
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 11
11
3/01/19 10:40
les 16 - H2
Differentiatieblok Domein: Onderwerp: Lesduur:
spelling woorden met een doffe klinker in achtervoegsel (e)lijk(e) 25 minuten
Samenhang
Materialen
In deze les herhalen leerlingen die het nodig hebben de inhoud van les 5: woorden met een doffe klinker in achtervoegsel (e)lijk(e).
Folio > herhalingsblad 2
Lesdoelen Hoofddoel van de les Woorden die eindigen op (e)lijk(e) correct schrijven.
Voorbereiding Kopieer voor elke leerling het herhalingsblad.
Lesgang Verlengde instructie onder begeleiding van de leraar 1 Bied deze woorden aan en laat aanvullen met lijk of lijke: gewoon, natuur, sier, afzonder, wonder.
TIP! Laat de woorden op de schrijflei schrijven.
2 Bespreek de spellingweter. Breng aan dat er soms een doffe e voor lijk(e) staat (afschuwelijke, duidelijk). Laat nog een aantal voorbeelden zoeken.
herhalingsblad 2
3 Laat het eerste deel van oefening 1 maken. Maak het tweede deel met de groep en bespreek elk woord. Sta stil bij de verdubbelingen en de verenkelingen. 4 Start oefening 2 met de groep en laat in duo’s verder werken. 5 Laat de keuzewoorden bij oefening 3 hardop lezen. Laat ook de tekst hardop lezen en bespreek samen hoe de tekst aangevuld wordt. Laat telkens het te noteren woord goed bekijken, afdekken en opschrijven.
12
L4 - Thema 3 - differentiatieblok - H2
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 12
3/01/19 10:40
Naam:
Datum:
Woorden met (e)lijk(e) In sommige woorden hoor je een doffe e, maar schrijf je (e)lijk(e): heerlijk, moeilijk, duidelijke ... Je noemt ze heerlijk(e) woorden.
Nr.
heerlijke woorden
Woorden met (e)lijk(e) schrijf je net als heerlijk(e).
spellingweter 12
1
Maak goede woorden die eindigen op (e)lijk(e) en schrijf ze op. 1 gevaar+lijk
een
2 pijn+lijke
de
val
3 avontuur+lijke
de
vakantie
4 schrift+e+lijk
een
verslag
5 vriend+e+lijke
een
winkelbediende
6 aantrek+k+e+lijk
een
voorstel
7 gemak+k+e+lijke
de
oefening
8 do+de+lijk
een
ongeval eten
9 sma+ke+lijk 10 vre+se+lijke
kruispunt
de
gebeurtenis
L4 - Thema 3 - differentiatieblok - H2
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 13
13
3/01/19 10:40
Naam: 2
Datum:
Nr.
Schrijf de zinnen over. Vervang de vetgedrukte woorden door een passend woord. Kies uit: vrolijke – gemakkelijk – lelijk – tijdelijk – waarschijnlijk 1 De eerste opdracht was niet moeilijk.
2 Emiel uit onze klas is een opgewekte jongen.
3 Ze wonen niet voor altijd in het huis in de Molenstraat.
4 Lano vond zijn eigen tekening niet mooi.
5 Ze is vermoedelijk nog in de sportzaal.
3
Vul de tekst aan. Kies uit: uitzonderlijk – heerlijk – duidelijk – natuurlijk
Vroeger werden bakfietsen gebruikt om goederen te vervoeren. als je kinderen in de bak ziet zitten. Het
Tegenwoordig is het niet is
dat heel wat mama’s en papa’s de auto willen ruilen voor een beter voor het milieu en kinderen
bakfiets. Het is .
vinden het
belachelijk – uiteindelijk – gevaarlijk – moeilijk
Tante vond het eerst
en dacht dat ze haar zouden vinden, maar
een bakfiets aan. “Ik zou hem nu
14
schafte ze toch kunnen missen”, zegt ze.
L4 - Thema 3 - differentiatieblok - H2
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 14
3/01/19 10:40
les 16 - H3
Differentiatieblok Domein: Onderwerp: Lesduur:
taaldenken het onderwerp en de rest van de zin aanduiden 25 minuten
Samenhang
Materialen
In deze les herhalen de leerlingen die het nodig hebben de inhoud van les 6: het onderwerp en de rest van de zin aanduiden.
Folio > herhalingsbladen 3a en 3b
Lesdoelen Hoofddoel van de les Het onderwerp herkennen en verwoorden als het zinsdeel waarover iets wordt verteld in de zin.
Voorbereiding Kopieer voor elke leerling herhalingsbladen 3a en 3b.
Lesgang Verlengde instructie onder begeleiding van de leraar 1 Bespreek het onderwerp in een zin. Laat de leerlingen met de woordkaartjes elk één zin vormen. Ze gebruiken van elke kleur één kaartje (oefening 2a). Laat enkele leerlingen hun zin voorlezen. Schrijf enkele zinnen op het bord.
herhalingsblad 3b: woordkaartjes herhalingsblad 3a
2 Onderzoek het onderwerp in de zin: Mijn broers en ik zwemmen in het diepe zwembad. > Wie doet er iets? (mijn broers en ik) > Hoe noemen we dat zinsdeel? (het onderwerp) We markeren het onderwerp altijd geel. Bespreek de taalweter ‘Wat is een onderwerp?’ (oefening 1). De leerlingen schrijven het onderwerp van hun zin op (oefening 2b). Bespreek enkele zinnen klassikaal. 3 Onderzoek samen de rest van de zin. > Wat wordt er over het onderwerp gezegd in de zin? (zwemmen in het diepe zwembad) Dat noemen we de rest van de zin. Bespreek de taalweter ‘Waaruit bestaat een zin?’ (oefening 1). De leerlingen noteren de rest van hun zin (oefening 2b). Laat enkele leerlingen het onderwerp en de rest van hun zin voorlezen. 4 De leerlingen maken oefening 3 individueel. Bespreek de zinnen.
L4 - Thema 3 - differentiatieblok - H3
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 15
15
3/01/19 10:40
Naam: 1
Datum:
Nr.
Bespreek de taalweters.
Wat is een onderwerp? In een zin zeggen we iets over iets of iemand. Waarover of over wie? Dat is het onderwerp van die zin. Het is niet altijd eenvoudig om het onderwerp in een zin op te sporen. Bv.
Opa en oma komen vandaag logeren.
Hoe vind ik het onderwerp?
Ik ben het onderwerp van mijn zin, meester!
Met dit trucje lukt het altijd: 1 Maak een ja-neevraag. 2 De persoonsvorm komt vooraan te staan. 3 Het onderwerp komt na de persoonsvorm. Bv.
Lotta is altijd blij als Finn komt logeren. Is Lotta altijd blij als Finn komt logeren? Schipper, mag ik overvaren? Mag ik overvaren, schipper?
Het onderwerp markeer je geel.
Waaruit bestaat een zin? Een zin bestaat heel vaak uit een onderwerp en wat er over dat onderwerp wordt gezegd (= de rest van de zin).
Had je ooit gedacht dat we het onderwerp van een zin zouden zijn?
Bv. Na deze les zijn we heel slimme kinderen.
2
16
Over wie of waarover wordt er in de zin iets gezegd? Wat is het onderwerp?
Wat wordt er in de zin over het onderwerp gezegd? (= de rest van de zin)
we
zijn heel slimme kinderen na deze les
a Maak een zin met de woordkaartjes. Gebruik van elke kleur één kaartje.
L4 - Thema 3 - differentiatieblok - H3a
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 16
3/01/19 10:40
Naam:
Datum:
Nr.
b Noteer het onderwerp en de rest van de zin die je zelf maakte. Over wie of waarover wordt er iets gezegd in de zin?
Onderwerp: Rest van de zin:
Wat zegt de zin over het onderwerp?
3
Schrijf van elke zin het onderwerp en de rest van de zin op. 1 Lili droomde over enge monsters. Over wie of waarover wordt er iets gezegd in de zin? Wat zegt de zin over het onderwerp?
Onderwerp: Rest van de zin:
2 Elke avond poets ik mijn tanden. Over wie of waarover wordt er iets gezegd in de zin? Wat zegt de zin over het onderwerp?
Onderwerp: Rest van de zin:
3 De prinses slaapt in een hemelbed. Over wie of waarover wordt er iets gezegd in de zin? Wat zegt de zin over het onderwerp?
Onderwerp: Rest van de zin:
4 Joris en Elke roepen in hun droom. Over wie of waarover wordt er iets gezegd in de zin? Wat zegt de zin over het onderwerp?
Onderwerp: Rest van de zin:
5 Droom jij elke nacht? Over wie of waarover wordt er iets gezegd in de zin? Wat zegt de zin over het onderwerp?
Onderwerp: Rest van de zin:
L4 - Thema 3 - differentiatieblok - H3a
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 17
17
3/01/19 10:40
Woordkaartjes: onderwerpen Kopieer dit blad op geel papier.
18
MIJN PAPA
ELIAS
IK
IK
JIJ
JIJ
MIJN JONGSTE BROERS
JORIS
BRAHIM
SHANA
KIM
WIJ
DE ZUS VAN DE BUURVROUW
OOM FRANK
MAURICE
WIJ
MIJN BROERS EN IK
DE JONGENS
DE MEISJES
JE BROER
DE FAMILIE
DE KATTEN
WIJ
JULLIE
ZIJ
WIJ
ZIJ
JULLIE
ZE
HIJ
HIJ
ZIJ
ZIJ
DE TREIN
HET PARK
TANTE VERA
DE JUF
DE LOTTOWINNAAR
HET MEISJE MET DE GROENE PET
DE MEESTER
MIJN GSM
MIJN NICHT EN MIJN NEEF
ALLE LEERLINGEN VAN HET VIERDE LEERJAAR
DE ZANGER
MIJN HOND
L4 - Thema 3 - differentiatieblok - H3b
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 18
3/01/19 10:40
Woordkaartjes: persoonsvormen Kopieer dit blad op groen papier.
HEB
HEBBEN
HEEFT
ZWEM
ZWEMMEN
ZWEMT
LIGGEN
LIG
LIGT
ZINGEN
ZINGT
ZING
LOPEN
LOOPT
LOOP
SLUIPEN
SLUIPT
SLUIP
GEBEURT
SLAAP
SLAAPT
SLAPEN
BETAAL
BETAALT
BETALEN
WEENT
WENEN
ROKEN
ROOK
ROOKT
LACHT
LACHEN
LACH
ZOENT
ZOENEN
ZOEN
WERKT
WERKEN
WERK
LEERT
LEREN
LEER
DENKEN
DENKT
DENK
STAAN
STA
STAAT
HANGT
HANGEN
HANG
L4 - Thema 3 - differentiatieblok - H3b
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 19
19
3/01/19 10:40
Woordkaartjes: overige zinsdelen Kopieer dit blad op blauw papier.
20
DE HOND
DE KAT
MIJN BOEK
TRAAG
MORGEN
VANDAAG
IN SCHOOL
IN DE KELDER
IN LOKAAL 13
SAMEN MET DE BURGEMEESTER
MET DE FAMILIE
IN DE KLAS
NAAST DE BOEKENTAS
ROND DE SPEELPLAATS
MIJN OMA
IN DE WASMACHINE
ONDER MIJN BED
BOVEN DE DOUCHE
IN DE KAST
AAN TAFEL
IN DE GANG
NOOIT
IN BELLEWAERDE
IN HET CAFE NAAST DE KERMIS
DE LIEFSTE MAMA
TE LAAT
GEEN GROENE BALPEN
ERG VALS
MET EEN BRIEFJE VAN 20 EURO
IN HET ZIEKENHUIS
IN HET DIEPE ZWEMBAD
UREN AAN EEN STUK
DOOR DE MODDER
IN DE HANGMAT
HEEL HARD
IN HET OPENLUCHTZWEMBAD
IN DE ZETEL
ALLE BOODSCHAPPEN
IN EEN KLEDINGWINKEL
L4 - Thema 3 - differentiatieblok - H3b
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 20
3/01/19 10:40
les 16 - H4
Differentiatieblok Domein: Onderwerp: Lesduur:
lezen begrijpend lezen non-fictie 25 minuten
Samenhang
Materialen
In deze les herhalen de leerlingen die het nodig hebben de inhoud van les 8: begrijpend lezen non-fictie.
Folio > herhalingsblad 4
Lesdoelen
Diversen > facultatief: boek Zoete dromen, Karla Stoefs (Talentbib 4)
Hoofddoel van de les In voor hen bestemde informatieve teksten: gewenste informatie vinden, chronologie herkennen, vergelijking herkennen, relaties afleiden. Andere doelen Reflecteren op tekstsoorten: fictie en non-fictie onderscheiden.
Voorbereiding Kopieer voor elke leerling het herhalingsblad.
Lesgang Verlengde instructie onder begeleiding van de leraar 1 De leerlingen lezen de tekst hardop (oefening 1). Lees ook een stukje voor. Vertel dat dit fragment uit het boek Zoete dromen van Karla Stoefs komt. Verduidelijk eventueel de rol van ‘het zeepaardje’ in de tekst.
herhalingsblad 4 TIP! Laat de tekst vooraf thuis lezen.
2 Lees de taalweter ’Hoe weet ik of een tekst fictie of non-fictie is?’ (oefening 2). Bespreek dat de tekst non-fictie is omdat er informatie over dromen in staat. 3 Laat oefeningen 3 en 4 maken. Bekijk wat de leerlingen gemarkeerd hebben. Is het te veel? Te weinig? Vraag aan leerlingen die moeite hebben met het bedenken van een titel om het verhaal in één zin samen te vatten.
L4 - Thema 3 - differentiatieblok - H4
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 21
21
3/01/19 10:40
4 Laat de vragen van oefening 5 oplossen. Wijs erop dat ze de tweede alinea moeten herlezen als ze willen weten waarom een droom terugkeert. Laat het antwoord verwoorden en wijs erop dat er twee redenen in de tekst staan. Je kunt het antwoord op vraag b en d eerst laten markeren. Laat zoeken in welke alinea het antwoord staat. Help desnoods door te zeggen dat het antwoord op vraag d in de eerste alinea staat en het antwoord op vraag b in alinea drie. 5 Laat de gemarkeerde sleutelwoorden herlezen. Als ze dat goed hebben gedaan, vinden ze antwoorden op de vragen terug in wat ze gemarkeerd hebben.
22
L4 - Thema 3 - differentiatieblok - H4
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 22
3/01/19 10:40
Naam: 1
Datum:
Lees de tekst.
5
10
15
Soms heb je een droom maar één keer. Zoals je droom na het bezoek aan de dierentuin. Dan betekent zo’n droom vooral dat het zeepaardje alles netjes opruimt in je hoofd. Het zeepaardje maakt plaats voor nieuwe dingen. Aan zo’n droom hoef je niet veel belang te hechten. Ook niet wanneer je angstig wakker wordt. Het zeepaardje haalt gewoon een geintje uit. Heb je eenzelfde droom vaker? Dan duidt die droom op gevoelens waar je W niet zo makkelijk uit raakt. Dan is het belangrijk om goed naar die droom belang hechten aan te ‘luisteren’. Die droom vraagt jou om een situatie op te klaren. Misschien waarde aan iets geven, heb je daarbij wat hulp nodig van je papa, mama, juf of meester. Zij weten iets is heel belangrijk vast raad. Want het zijn vooral nare dromen die terugkeren, en die kun je best missen. Er zijn vier basisgevoelens: blij, boos, bang en verdrietig. Daarvan zijn de andere gevoelens afgeleid: geërgerd, verlegen, verbaasd ... En ook onze verbeelding is beperkt. We denken allemaal ongeveer op dezelfde manier. Het is dan ook niet verwonderlijk dat ons zeepaardje voor een bepaald gevoel een alledaags beeld ophaalt. Daardoor dromen we soms ongeveer hetzelfde. Bijvoorbeeld dat we achtervolgd worden. Er bestaat een lijst van zeven dromen die vaak voorkomen. Zoete dromen | Karla Stoefs
Zoete dromen Droomt iedereen? Slaapt een dolfijn? Als je droomt van wortels, wat wil dat dan zeggen? Val je beter in slaap als je schaapjes telt?
Zoete dromen Karla Stoefs | Bartjan Baarslag
Meer lezen? Zoete dromen, Karla Stoefs, Talentbib 4
Dromen is een spel met eigen regels. Soms beschik je over magische krachten, dan kan je vliegen of je spreekt plots vlot Chinees tot … de wekker gaat. Maar wist je dat je ook kunt leren tijdens je slaap? Wat denk je, tijd voor een tukje?
Haal meer uit dit boek! Ga snel naar bingel.be.
4
NF-cover-leerjaar4-6-200x200-DEF.indd 4,6
2
Nr.
13/07/18 14:09
a Lees de taalweter.
Hoe weet ik of een tekst fictie of non-fictie is? Verzonnen teksten worden fictie genoemd. Bv. verhaal, sprookje, gedicht ...
Fictie, met de F van fantasie!
Weetteksten worden non-fictie genoemd. Bv. verslag, krantenartikel, handleiding, woordenboek, gebruiksaanwijzing, schoolboek ...
b Omcirkel het juiste antwoord. Deze tekst is fictie / non-fictie.
L4 - Thema 3 - differentiatieblok - H4
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 23
23
3/01/19 10:40
Naam: 3
Datum:
Nr.
Markeer in de tekst: GROEN
de sleutelwoorden.
4
Noteer aan de hand van de gemarkeerde woorden een goede titel boven de tekst.
5
Beantwoord de vragen. a Hoe komt het dat we allemaal ongeveer hetzelfde dromen?
b Wat betekent het als je vaak hetzelfde droomt?
c Geef één voorbeeld van een basisgevoel.
d Wat is de taak van het ‘zeepaardje’ in onze hersenen? 1 2
24
L4 - Thema 3 - differentiatieblok - H4
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 24
3/01/19 10:40
les 16 - H5
Differentiatieblok Domein: Onderwerp: Lesduur:
spelling werkwoorden 25 minuten
Samenhang
Materialen
In deze les herhalen leerlingen die het nodig hebben de inhoud van les 10: werkwoorden.
Folio > herhalingsbladen 5a en 5b
Lesdoelen Hoofddoel van de les De begrippen werkwoord, persoonsvorm en infinitief gebruiken.
Voorbereiding > Kopieer voor elke leerling herhalingsblad 5a. > Kopieer per groep herhalingsblad 5b.
Lesgang Verlengde instructie onder begeleiding van de leraar 1 Bied deze zin aan: Kaat wandelt naar huis, opent de deur en gaat naar binnen. Bespreek dat wandelt, opent en gaat woorden zijn die zeggen wat Kaat doet. > Welke woorden zijn dat? (werkwoorden) Besluit dat werkwoorden aangeven wat een mens, een dier of een ding doet. 2 Breng aan dat enkele werkwoorden niet zeggen dat je iets doet: zijn, hebben, worden, mogen, kunnen, willen, lijken, blijken, schijnen. 3 Laat in duo’s bij oefening 1b de woorden doorstrepen die geen werkwoorden zijn en bespreek samen.
herhalingsblad 5a
4 Verwijs nog eens naar de zin die je bij aanvang aangeboden hebt: er staat meer dan één werkwoord in de zin. Soms staan er meerdere werkwoorden in een zin. Laat een aantal zinnen met meer dan één werkwoord aanbieden. 5 Laat bij oefening 2 de werkwoorden markeren in de zinnen.
L4 - Thema 3 - differentiatieblok - H5
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 25
25
3/01/19 10:40
6 Start oefening 3b samen. Laat verwoorden hoe ze de infinitief vinden: Ik zal ... Laat de oefening individueel afwerken. 7 Laat aanbrengen hoe ze de persoonsvorm vinden in een zin: door een ja-neevraag te maken, dan staat de persoonsvorm vooraan. Overloop enkele zinnen van oefening 4b samen en laat in duo’s verder werken. 8 Laat in groepjes de persoonsvorm zoeken in de zinnen en de infinitief van het werkwoord bij de passende zin leggen.
26
herhalingsblad 5b
L4 - Thema 3 - differentiatieblok - H5
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 26
3/01/19 10:40
Naam: 1
Datum:
Nr.
a Lees de taalweter.
Waarom gebruik ik werkwoorden? We gebruiken werkwoorden meestal om een toestand, een gebeurtenis of een handeling uit te drukken. De meeste werkwoorden zeggen wat het onderwerp doet of wat ermee gebeurt. Bv.
Is slapen ook een werkwoord, juf?
Ik schrijf nu deze moeilijke zin. Straks neem ik een pauze. Ik zal straks naar jou komen.
Sommige werkwoorden zeggen wat of hoe het onderwerp is of wordt. Bv.
Ik ben moe. Het is niet gemakkelijk. taalweter 1
b Doorstreep in elke reeks het woord dat geen werkwoord is.
2
spreken – wandelen – honden – kijkt
onderzoeker – zingen – rijden – plukken
luister – harder – juichen – verzorgen
verstoppen – stelen – kijkt – wiskunde
knikkers – knikken – winkelen – draaien
praten – ontsnappen – bezig – volgen
hebben – vinden – verveelt – morgen
kriebelen – laarzen – worden – loopt
schelpen – slepen – zijn – rijden
orde – herstellen – uitleggen – ruiken
Markeer in elke zin: GROEN
de werkwoorden.
1 Na schooltijd moet Maud altijd naar de opvang. 2 Vanuit mijn kamer zie ik het huis van Rune. 3 Meestal bedenkt Lasse een spelletje dat wij dan spelen. 4 Lukas gaat tweemaal in de week naar de judo. 5 ’s Morgens vertrekken we samen naar school. 6 Cas woont in het flatgebouw om de hoek. 7 Oma helpt vaak in het ziekenhuis. 8 Over enkele weken verhuizen onze onderburen. L4 - Thema 3 - differentiatieblok - H5a
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 27
27
3/01/19 10:40
Naam: 3
Datum:
Nr.
a Lees de taalweter.
Wat is een infinitief?
Ik moet werken. Is dat definitief?
De infinitief is een soort moedervorm van een werkwoord. Het is de vorm die je terugvindt in een woordenboek. Bv.
Werken is de infinitief.
werken, slapen, eten, schrijven ...
Je vindt de infinitief door een minizin te maken met ik zal. Bv. Ik zal slapen. Ik zal kopen.
taalweter 2 b Kleur in elke reeks: de infinitief.
BLAUW
4
speelde – speelt – spelen – speel
tekende – tekenen – tekent – teken
bewijzen – bewijs – bewees – bewijst
springen – springend – sprong – spring
verander – verandert – veranderen
betekende – beteken – betekenen
waarschuwing – waarschuwen – waarschuw
verandering – veranderen – verandert
gooien – gooide – gooi – gooit
hebben – hadden – hebt – heb
a Lees de taalweters.
Wat is een persoonsvorm? De werkwoordsvorm die bij het onderwerp staat, noem je de persoonsvorm. Bv. Bij het onderwerp ik hoort de persoonsvorm kom. Bij het onderwerp jij hoort de persoonsvorm komt.
Ik kom graag naar school. Jij komt ook graag naar school.
De persoonsvorm staat graag in de buurt van het onderwerp.
28
L4 - Thema 3 - differentiatieblok - H5a
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 28
3/01/19 10:40
Naam:
Datum:
Hoe vind ik de persoonsvorm? Je vindt de persoonsvorm door een ja-neevraag te stellen. De persoonsvorm komt dan vooraan te staan. Bv. Opa houdt van snorkelen.
Nr.
Vind ik zo de persoonsvorm?
Houdt opa van snorkelen?
taalweter 3 b Markeer in elke zin: GEEL
het onderwerp.
c Maak ja-neevragen. d Onderstreep telkens de persoonsvorm van de aangeboden zin en de persoonsvorm van de vraag. 1 Rond zeven uur komen ze thuis.
2 Mama gaat met de hond naar de keuken.
3 Aya zoekt haar pennenzak.
4 Misschien ligt die op haar kamer.
5 Vlug rent ze naar boven.
6 Daar ziet ze haar schoolgerief!
L4 - Thema 3 - differentiatieblok - H5a
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 29
29
3/01/19 10:40
30
Papa kruidt de soep te veel.
schuilen
Liam zwemt onder water.
zijn
Hij achtervolgt de witte auto.
stappen
Iedereen schuilt voor de regen.
achtervolgen
Nora verkoopt haar step.
verkopen
Morgen gaat Robbe naar huis.
zwemmen
Lachend kijkt hij naar buiten.
kijken
Samen lukt het beter.
antwoorden
Buiten staat een oude bank.
drijven
Ik kom pas na vier uur.
kruiden
Nu is er geen probleem meer.
staan
Dat betekent niet veel.
gaan
Op het water drijft een fles.
lukken
Hij stapt naast zijn fiets.
komen
Line antwoordt altijd vlug.
betekenen
L4 - Thema 3 - differentiatieblok - H5b
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 30
3/01/19 10:40
les 16 - H6
Differentiatieblok Domein: Onderwerp: Lesduur:
taaldenken het onderwerp en de persoonsvorm aanduiden 25 minuten
Samenhang
Materialen
In deze les herhalen de leerlingen die het nodig hebben de inhoud van les 11: het onderwerp en de persoonsvorm aanduiden en zinnen verlengen.
Folio > herhalingsblad 6
Lesdoelen Hoofddoel van de les > De persoonsvorm herkennen en verwoorden als het zinsdeel dat een handeling, een gebeurtenis of toestand uitdrukt, informatie geeft over de tijd wanneer het zich afspeelt. > Het onderwerp herkennen en verwoorden als het zinsdeel waarover iets wordt verteld in de zin.
Voorbereiding Kopieer voor elke leerling het herhalingsblad.
Lesgang Verlengde instructie onder begeleiding van de leraar 1 Bespreek de taalweter ‘Wat is een onderwerp?’ (oefening 1a). Laat oefening 1b maken. Bespreek klassikaal. Herhaal dat de leerlingen het onderwerp kunnen vinden door te vragen over wie of waarover iets gezegd wordt in de zin.
herhalingsblad 6
2 Bespreek de taalweter ‘Hoe vind ik de persoonsvorm?’ (oefening 2a). Laat oefening 2b maken. Laat leerlingen die het moeilijk hebben om de persoonsvorm te vinden de ja-neevraag stellen. Bespreek de zinnen. 3 Bespreek de taalweter ‘Hoe kan ik zinnen aanvullen of afbouwen?’ (oefening 3a). Laat oefening 3b zelfstandig maken. Laat enkele leerlingen hun aangevulde zin voorlezen.
L4 - Thema 3 - differentiatieblok - H6
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 31
31
3/01/19 10:40
Naam: 1
Datum:
Nr.
a Lees de taalweter.
Wat is een onderwerp? In een zin zeggen we iets over iets of iemand. Waarover of over wie? Dat is het onderwerp van die zin. Het is niet altijd eenvoudig om het onderwerp in een zin op te sporen. Bv.
Opa en oma komen vandaag logeren.
Hoe vind ik het onderwerp?
Ik ben het onderwerp van mijn zin, meester!
Met dit trucje lukt het altijd: 1 Maak een ja-neevraag. 2 De persoonsvorm komt vooraan te staan. 3 Het onderwerp komt na de persoonsvorm. Bv.
Lotta is altijd blij als Finn komt logeren. Is Lotta altijd blij als Finn komt logeren? Schipper, mag ik overvaren? Mag ik overvaren, schipper?
Het onderwerp markeer je geel.
b Markeer in elke zin: GEEL
het onderwerp.
1 Lili slaapwandelt alleen op kamp. 2 In mijn droom kreeg iedereen gratis snoep. 3 Ali slaapt acht uur per nacht. 4 Een hond droomt ook. 5 Dagdromen jouw oma en opa vaak?
32
L4 - Thema 3 - differentiatieblok - H6
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 32
3/01/19 10:40
Naam: 2
Datum:
Nr.
a Lees de taalweter.
Hoe vind ik de persoonsvorm? Je vindt de persoonsvorm door een ja-neevraag te stellen. De persoonsvorm komt dan vooraan te staan. Bv. Opa houdt van snorkelen.
Vind ik zo de persoonsvorm?
Houdt opa van snorkelen?
taalweter 3 b Onderstreep de persoonsvorm in elke zin. 1 Pieter kijkt graag naar griezelfilms. 2 Rikki begrijpt geen Chinees. 3 Omar haalt altijd mooie punten. 4 Droomt Anna over enge spinnen? 5 Martin Luther King heeft een grote droom. 6 Naut oefent elke dag op zijn gitaar. 7 Tekent Camille met stoepkrijt op de straat? 8 Jitte voelt pijn aan haar teen. 9 Elke dag kust Ube zijn papa voor hij naar school vertrekt. 10 Lucas is ontzettend lief voor anderen.
L4 - Thema 3 - differentiatieblok - H6
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 33
33
3/01/19 10:40
Naam: 3
Datum:
Nr.
a Lees de taalweter.
Hoe kan ik zinnen aanvullen of afbouwen? Je kunt een zin aanvullen door zinsdelen toe te voegen. Bv. Vampiers zwerven. ’s Nachts zwerven vampiers gillend over verlaten begraafplaatsen. Wanneer?
Hoe?
Waar?
Je kunt een zin afbouwen door zinsdelen weg te laten. Bv.
De kinderen hoorden midden in de nacht wolven luid huilen in het bos. Wanneer?
Hoe?
Waar?
De kinderen hoorden wolven huilen. De zinsdelen die je toevoegt of weglaat, geven antwoord op vragen zoals: > Waar? > Wanneer? > Hoe?
> Waarom? > Waarmee? > ...
b Vul de zin aan met een zinsdeel dat antwoord geeft op de vraag. Schrijf de zin op.
34
1 Ik wil graag juf worden.
Wanneer?
2 Ik snurk elke nacht.
Waar?
3 Ik eet frietjes.
Hoe?
4 Papa geeft elke week bloemen.
Aan wie?
5 Ik schrijf altijd verzorgd.
Waarmee?
L4 - Thema 3 - differentiatieblok - H6
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 34
3/01/19 10:40
les 16 - H7
Differentiatieblok Domein: Onderwerp: Lesduur:
spelling werkwoorden 25 minuten
Samenhang
Materialen
In deze les herhalen leerlingen die het nodig hebben de inhoud van les 14: werkwoorden.
Folio > herhalingsblad 7
Lesdoelen Hoofddoel van de les De begrippen meervoud, enkelvoud, stam, persoonsvorm, tegenwoordige tijd en verleden tijd gebruiken.
Voorbereiding Kopieer voor elke leerling het herhalingsblad.
Lesgang Verlengde instructie onder begeleiding van de leraar 1 Bied deze zinnen aan: Jeffe loopt naar huis. Jeffe liep naar huis. Laat het verschil verwoorden: in de eerste zin staat het werkwoord in de tegenwoordige tijd, in de tweede zin in de verleden tijd. Laat een aantal zinnen aanbieden en bespreek: tegenwoordige tijd of verleden tijd. 2 Start oefening 1 met de groep. Weten ze nog hoe ze de persoonsvorm vinden in de zin? (staat vooraan in de ja-neevraag) Laat de taalweters lezen en laat oefening 1b individueel afwerken.
herhalingsblad 7
3 Maak oefening 2 met de groep. Laat verwoorden hoe ze de stam vinden: de stam is de vorm van het werkwoord bij ‘ik ....’. De stam eindigt op de kijkletter, de derde laatste letter van de infinitief. Besteed aandacht aan de lange klanken die in de stam niet op het einde van de klankgroep staan en dus lang geschreven worden: amuseer, ontwaak. Ook een aantal korte klanken staan bij de overgang van infinitief naar stam niet meer op het einde van de klankgroep, de verdubbeling valt dus weg: voetbal, verschil, was. 4 Laat oefening 3 in duo’s maken. Herhaal eerst hoe ze de infinitief vinden: ik zal ... . Laat de aanpak voor het vinden en het correct schrijven van de stam en de infinitief naar elkaar toe modellen.
L4 - Thema 3 - differentiatieblok - H7
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 35
35
3/01/19 10:40
Naam: 1
Datum:
Nr.
a Lees de taalweters.
Hoe vind ik de persoonsvorm?
Vind ik zo de persoonsvorm?
Je vindt de persoonsvorm door een ja-neevraag te stellen. De persoonsvorm komt dan vooraan te staan. Bv. Opa houdt van snorkelen.
Houdt opa van snorkelen?
taalweter 3
Wat is de tijd van een werkwoord? Dat zie je aan de persoonsvorm. Heeft de spreker het over de tegenwoordige tijd (nu) of over de verleden tijd (vroeger)? Tegenwoordige tijd
Het regent. Dat is niet zo erg. Ik kan nu toch niet buiten.
Verleden tijd
Gisteren regende het. Dat was erg. Ik kon geen fietstocht maken. taalweter 4
b Markeer in elke zin: GEEL
het onderwerp.
c Onderstreep in elke zin de persoonsvorm. Duid de juiste tijd aan.
t.t.
v.t.
1 In de kast staat een boek over reptielen. 2 Vanmorgen kwam hij veel te laat op school. 3 Milo heeft er nu al spijt van. 4 Vorige week zagen we een eekhoorn. 5 De foto hangt in onze klas. 6 Hij haalt een fles wijn uit de kelder. 7 We luisterden geboeid naar de auteur. 8 Ze hadden geen tijd voor ruzie.
36
L4 - Thema 3 - differentiatieblok - H7
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 36
3/01/19 10:41
Naam: 2
Datum:
Nr.
a Lees de taalweter.
Wat is de stam? De stam is een vorm van een werkwoord. Als je de verschillende vormen van een werkwoord naast elkaar zet, kom je telkens een gelijk deel tegen: het deel dat je overhoudt als je van de infinitief -(e)n wegneemt. Bv. drinken – ik drink – jij drinkt – wij drinken zien – ik zie – jij ziet – wij zien Dat gelijke deel noem je de stam. De stam eindigt op de kijkletter. Bv. infinitief: werken infinitief: antwoorden
de stam: werk de stam: antwoord
ik werk ik antwoord taalweter 6
b Schrijf de stam van het werkwoord. Infinitief
3
Stam
Infinitief
1 rijden
6 voetballen
2 zinken
7 amuseren
3 bedanken
8 ontwaken
4 winkelen
9 fietsen
5 verschillen
10 wassen
Stam
Schrijf de stam of de infinitief. Infinitief (ik zal ...)
Stam (ik ...)
Infinitief (ik zal ...)
slapen
branden
bereiden
blijven krijg
Stam (ik ...)
steel
zoeken
blaf zwem
sturen
L4 - Thema 3 - differentiatieblok - H7
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 37
37
3/01/19 10:41
les 16 - H8
Differentiatieblok Domein: Onderwerp: Lesduur:
taaldenken – betekenissen woordenschat uit het thema 25 minuten
Samenhang
Materialen
In deze les herhalen de leerlingen die het nodig hebben de inhoud van les 15: betekenissen.
Folio > herhalingsblad 8 > kopieerblad 1 les 15
Lesdoelen Hoofddoel van de les Reflecteren op de betekenis van woorden en inzien dat ze met elkaar in verband staan: hetzelfde betekenen, het tegengestelde betekenen, onder eenzelfde bovenliggend begrip thuishoren. Andere doelen Reflecteren op betekenis van woordgroepen en zinnen zoals uitdrukkingen en vergelijkingen.
Voorbereiding Kopieer voor elke leerling het herhalingsblad en laat kopieerblad 1 van les 15 nemen.
Lesgang Verlengde instructie onder begeleiding van de leraar 1 Lees de taalweter ‘Wat is een synoniem?’ Laat de leerlingen een aantal voorbeelden van synoniemen geven.
herhalingsblad 8 kopieerblad 1 les 15
2 Laat oefeningen 1 tot 6 zelfstandig maken. 3 Bespreek de juiste antwoorden van oefeningen 1 tot 6. > Laat de leerlingen nog voorbeelden van cycli geven (oefening 3). (van ei tot vlinder, van kikkervisje tot kikker, de levensloop van een waterdruppel ...) > Laat de leerlingen hun onomatopeeën (oefening 5) verklanken. Bespreek of het wel degelijk om een onomatopee gaat en niet om een geluid. Herhaal de definitie van een onomatopee: een onomatopee is een klanknabootsing waarbij de uitspraak aan de betekenis doet denken. > Laat een aantal leerlingen vertellen in wiens huid ze willen kruipen en waarom (oefening 6).
38
L4 - Thema 3 - differentiatieblok - H8
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 38
3/01/19 10:41
4 Laat leerlingen die nog te veel fouten maakten, zinnen opschrijven met een themawoord waaruit de betekenis blijkt. Bv. De tiran liet veel mensen in de gevangenis opsluiten. Vorm daarna duo’s. De ene leerling leest zijn zin voor waarin het themawoord vervangen wordt door ‘piep’. Bv. De ‘piep’ liet veel mensen in de gevangenis opsluiten. De andere leerling vult het woord in de zin in.
L4 - Thema 3 - differentiatieblok - H8
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 39
39
3/01/19 10:41
Naam: 1
Datum:
Nr.
a Lees de taalweter.
Wat is een synoniem? Om eenzelfde voorwerp, persoon of handeling te omschrijven, kun je soms meer dan één woord gebruiken. Bv.
Anna draagt een jurk. Mieke draagt een kleedje. Anna en Mieke dragen allebei hetzelfde.
Woorden die ongeveer hetzelfde betekenen, noem je synoniemen. Gebruik af en toe een synoniem in een tekst. Zo wordt het verhaal echt boeiend!
b Welke woorden zijn synoniemen? Verbind.
2
bang
krom
jokken
dichtdoen
scheef
angstig
verloren
liegen
sluiten
kwijt
Vul het verhaal aan. Kies uit: beeldt zich ... in – bestookt – een kijkje te nemen – vervuld – kruipt ... in de huid van Lisa
vaak
dat ze een beroemde voetballer
is. Ze stelt zich voor dat ze in het stadion van FC Barcelona het doel van de tegenstander . Als ze op vakantie zijn, stelt haar vader voor om in dat stadion. Daarmee wordt een grote wens van Lisa staat,
40
ze
. Als ze op het veld de beroemde spits van de Spaanse club.
L4 - Thema 3 - differentiatieblok - H8
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 40
3/01/19 10:41
Naam: 3
Datum:
Geef telkens de drie woorden die bij elkaar horen dezelfde kleur. lachen
slap dag en nacht
bloem
grijpen
ongelukkig
depressief
wegnemen grissen
de cyclus
4
Nr.
verlept grapje
verdrietig
grinniken
eb en vloed
Zet het juiste woord bij de foto. Kies uit: de cyclus – graaien – nippen – wissen eerste kwartier
nieuwe maan
volle maan
laatste kwartier
L4 - Thema 3 - differentiatieblok - H8
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 41
41
3/01/19 10:41
Naam: 5
Datum:
Nr.
Bedenk een onomatopee die bij de omschrijving past. 1 een hamer die op een spijker slaat 2 een glas dat kapot valt op de vloer 3 een kind dat verdrietig is 4 de wind die door de bomen giert
6
In wiens huid wil jij graag kruipen? Kruis aan en vul in. Ik kruip het liefst in de huid van: de directeur van mijn school. de burgemeester van mijn stad of dorp. de eerste minister van mijn land. want:
42
L4 - Thema 3 - differentiatieblok - H8
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 42
3/01/19 10:41
les 16 - taaltaak
Differentiatieblok Domeinen: Onderwerp: Lesduur:
lezen, schrijven taaltaak 50 minuten
Samenhang
Materialen
Leerlingen die de leerstof van het thema voldoende onder de knie hebben, maken een taaltaak.
Folio > taaltaak
Lesdoelen Hoofddoel van de les Korte, eenvoudige verhalen en gedichten schrijven. In voor hen bestemde informatieve teksten gewenste informatie vinden.
Voorbereiding Kopieer voor elke leerling de taaltaak en de correctiesleutel van de taaltaak.
Lesgang Verlengde instructie onder begeleiding van de leraar 1 Overloop de taak met het oog op een zelfstandige verwerking door de leerlingen.
taaltaak
2 De leerlingen maken oefeningen 1 en 2 zelfstandig. 3 Op het einde van de les lezen ze hun tekst ‘I have a Dream’ voor aan een leerling die deze taaltaak of taak A maakte.
L4 - Thema 3 - differentiatieblok - taaltaak
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 43
43
3/01/19 10:41
Naam: 1
Nr.
taaltaak
a Lees de tekst. b Kleur in elke alinea: maximaal drie belangrijke sleutelwoord(groep)en.
GROEN
c Bedenk per alinea een passende tussentitel. d Schrijf een passende titel boven de tekst.
I have a dream. Ken je die uitspraak? Ze komt van dominee Martin Luther King. In 1963 houdt hij een beroemde toespraak in Washington, de hoofdstad van Amerika. Daarin vertelt hij over zijn droom.
5
10
King droomt dat het in zijn land ooit mogelijk moet zijn dat blanke en zwarte mensen gelijkwaardig en in harmonie kunnen samenleven. Die droom is in het zuiden van Amerika nog ver weg. Daar groeit Martin Luther King op. De zwarte bevolking leeft er gescheiden van de blanke bevolking. Bordjes geven aan of er blanke mensen naar binnen mogen, of zwarte mensen. Cafés zijn gescheiden, net zoals wachtkamers, en zelfs toiletten. In de bus mogen zwarte mensen alleen achterin zitten, de voorste plekken zijn gereserveerd voor blanke mensen.
Martin Luther King inspireert duizenden mensen met zijn manier van protesteren. Zo trekken er 200 000 mensen naar de hoofdstad waar ze naar zijn beroemde toespraak luisteren. Een paar dagen later maakt de Amerikaanse president bekend dat de rassenscheiding wordt afgeschaft en zwarte Amerikanen krijgen in het hele land dezelfde rechten als de blanke.
15
De beroemde droom is een stuk dichterbij en de woorden van Martin Luther King worden overal herinnerd. Maar King maakt dat zelf niet lang mee, want op 4 april 1968 wordt hij in Memphis doodgeschoten.
Bron: www.schooltv.nl
44
L4 - Thema 3 - differentiatieblok - taaltaak
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 44
3/01/19 10:41
Naam: 2
Datum:
Nr.
Schrijf in een tekst van maximaal tien zinnen hoe jouw droomwereld eruitziet. Wat wil jij veranderen, verbeteren in je school, je straat, je dorp, je land, thuis ...?
Let op deze punten: – Denk na waarover je gaat schrijven. Noteer je ideeën bij de brainstorm. – Toon je werk aan een klasgenoot. – Schrijf de tekst net en zonder fouten. – Begin elke zin met een hoofdletter en beëindig hem met een punt.
Brainstorm: I have a dream
Netversie: I have a dream
L4 - Thema 3 - differentiatieblok - taaltaak
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 45
45
3/01/19 10:41
Naam: 3
Datum:
Nr.
Kies opdracht a of b als je klaar bent met je verhaal. a Maak een passende tekening bij jouw droomwereld.
b Zoek op het internet extra informatie over Martin Luther King. Noteer de informatie in sleutelwoorden.
Martin Luther King
4
46
Lees je tekst voor aan een klasgenoot.
L4 - Thema 3 - differentiatieblok - taaltaak
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 46
3/01/19 10:41
les 16 - taak A
Differentiatieblok Domeinen: Onderwerp: Lesduur:
lezen taak zelfstandig werk A: basisniveau 25 minuten
Samenhang
Materialen
Leerlingen die de leerstof van het thema voldoende onder de knie hebben, maken zelfstandig een taak op basisniveau.
Folio > taak A > correctiesleutel taak A
Lesdoelen Hoofddoel van de les In voor hen bestemde informatieve teksten gewenste informatie vinden. Andere doelen Reflecteren op tekstsoorten: fictie en non-fictie onderscheiden.
Voorbereiding Kopieer voor elke leerling taak A en voor elk duo de correctiesleutel van taak A.
Lesgang Verlengde instructie onder begeleiding van de leraar 1 De leerlingen lezen de tekst en maken oefeningen 1 tot 4 per twee. Leerlingen die vastlopen kunnen hulp vragen aan een ander duo.
taak A
2 Duo’s die klaar zijn verbeteren hun werk met de correctiesleutel.
correctiesleutel taak A
L4 - Thema 3 - differentiatieblok - taak A
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 47
47
3/01/19 10:41
Naam: 1
Nr.
taak A
a Lees het eerste deel van de tekst.
5
Wanneer je slaapt, haal je rustig adem. Je spieren zijn slap, je praat en beweegt niet. Je reageert niet meer op de wereld om je heen. Je lichaam krijgt de tijd om te rusten, te herstellen en te groeien. Ook je hersenen krijgen de tijd om te rusten. Maar je moet wel blijven ademen, je bloed moet in beweging blijven, je temperatuur mag niet zakken ... Daarom komen je hersenen nooit helemaal tot rust. Je slaapt een derde van je leven. Dat is behoorlijk veel. Word je negentig jaar, dan heb je dertig jaar geslapen. Je hebt in die tijd ongeveer 156,5 pyjama’s versleten.
b Kleur in de tekst: GROEN
maximaal drie belangrijke sleutelwoorden.
c Schrijf een tussentitel boven de tekst. d Wat gebeurt er met ons lichaam terwijl we slapen?
e We slapen een derde van ons leven. Hoeveel uren per dag slapen we ongeveer?
f Bereken hoeveel uren jij per dag slaapt.
48
L4 - Thema 3 - differentiatieblok - taak A
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 48
3/01/19 10:41
Naam: 2
Datum:
Nr.
a Lees het tweede deel van de tekst.
5
Heldere dromen zijn dromen waarin je weet dat je aan het dromen bent. Straf. Want zo kun je je dromen sturen. Je kunt van iedere droom iets moois maken. En dan sta je elke ochtend met een goed gevoel op. In het laboratorium kunnen heldere dromen worden opgewekt. Onderzoekers prikkelen je hersenen. Ze sturen een elektrische stroom van veertig trillingen per seconde door je hoofd. In de toekomst staat er vast zo’n machientje op je nachtkastje. Tibetaanse monniken kunnen zonder zo’n machientje in hun slaap volledig bewust blijven. Ze oefenen daar lang op met speciale technieken, met een soort yoga. In een heldere droom kun je ongeveer tot twintig tellen.
b Kleur in de tekst: maximaal drie belangrijke sleutelwoorden.
GROEN
c Schrijf een tussentitel boven de tekst. d Wat is een heldere droom?
3
a Lees het derde deel van de tekst.
5
Dromen kunnen ook helpen bij rationele problemen zoals moeilijke vraagstukken. ‘Slaap er een nachtje over’ hoor je mensen wel eens zeggen. Het klopt. Doordat het zeepaardje de rommel in je hoofd opruimt, kun je ’s ochtends helderder denken. Slapen zorgt voor nieuwe inzichten. Wil je een probleem oplossen tijdens je slaap? Denk dan aan het probleem vlak voor je inslaapt. Tijdens je dromen denk je onbewust verder. Makkelijk! Maak je voortaan je huistaak ’s ochtends vroeg? Soms droom je dat je een goed idee hebt. Echt geniaal. Super. Zo goed dat je er wakker van wordt om jezelf te feliciteren. Snel schrijf je dat idee op. ’s Morgens lees je die geniale inval. En sta je versteld hoe stom die is. In dromen overschat je jezelf flink. Zoete dromen | Karla Stoefs
Zoete dromen Droomt iedereen? Slaapt een dolfijn? Als je droomt van wortels, wat wil dat dan zeggen? Val je beter in slaap als je schaapjes telt?
Zoete dromen Karla Stoefs | Bartjan Baarslag
Meer lezen? Zoete dromen, Karla Stoefs, Talentbib 4
Dromen is een spel met eigen regels. Soms beschik je over magische krachten, dan kan je vliegen of je spreekt plots vlot Chinees tot … de wekker gaat. Maar wist je dat je ook kunt leren tijdens je slaap? Wat denk je, tijd voor een tukje?
Haal meer uit dit boek! Ga snel naar bingel.be.
NF-cover-leerjaar4-6-200x200-DEF.indd 4,6
4
13/07/18 14:09
L4 - Thema 3 - differentiatieblok - taak A
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 49
49
3/01/19 10:41
Naam:
Datum:
Nr.
b Kleur in de tekst: GROEN
maximaal drie belangrijke sleutelwoorden.
c Schrijf een tussentitel boven de tekst. d ‘Slaap er een nachtje over’ zeggen de mensen vaak tegen elkaar. Waarom is het goed om er een nachtje over te slapen?
e Maak je het best je huiswerk ‘s morgens of ’s avonds? Waarom?
4
a Lees de taalweter.
Hoe weet ik of een tekst fictie of non-fictie is? Verzonnen teksten worden fictie genoemd. Bv. verhaal, sprookje, gedicht ...
Fictie, met de F van fantasie!
Weetteksten worden non-fictie genoemd. Bv. verslag, krantenartikel, handleiding, woordenboek, gebruiksaanwijzing, schoolboek ...
b Omcirkel het juiste antwoord. Deze tekst is fictie / non-fictie.
50
L4 - Thema 3 - differentiatieblok - taak A
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 50
3/01/19 10:41
les 16 - taak B
Differentiatieblok Domeinen: Onderwerp: Lesduur:
schrijven, lezen taak zelfstandig werk B: plusniveau 25 minuten
Samenhang
Materialen
Leerlingen die de leerstof van het thema voldoende onder de knie hebben, maken zelfstandig een taak op plusniveau.
Folio > taak B
Lesdoelen
Diversen > computer of tablet
Hoofddoel van de les Korte, eenvoudige verhalen en gedichten schrijven. Andere doelen Plezier beleven en bereid zijn te lezen en te schrijven.
Voorbereiding Kopieer voor elke leerling taak B.
Lesgang Verlengde instructie onder begeleiding van de leraar 1 Laat het krantenartikel lezen (oefening 1).
taak B
2 Laat brainstormen bij oefening 2a over hun verhaal of gedicht. Bij een tekort aan inspiratie zoeken de leerlingen informatie op de computer of tablet. Ze kunnen ook hulp vragen aan klasgenoten. Laat bij oefening 2b noteren of ze voor een gedicht of een verhaal kiezen.
computer of tablet
3 De leerlingen schrijven hun verhaal of gedicht (oefening 2c). 4 De leerlingen lezen hun verhaal of gedicht voor aan een klasgenoot die een andere taak maakte (oefening 3).
L4 - Thema 3 - differentiatieblok - taak B
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 51
51
3/01/19 10:41
Naam: 1
Nr.
taak B
Lees het krantenartikel.
Onbekend dier in de wolken Gisteren werd voor het eerst een vreemd dier in de wolken gezien. Een inwoner van Kaliboe merkte het in de vooravond op. De politie werd op de hoogte gebracht. Een wandelaar keek even naar de wolken toen hij het ongewone dier zag. Ze hebben het nog niet kunnen vangen. Ze weten er nog niet veel over. Kun jij hen helpen?
Bron: Evelyn Donckele
2
Verzin een kort verhaal of gedicht over het mysterieuze dier in de wolken. a Gebruik de vragen om te brainstormen.
– – – – – – –
Hoe heet je fantasiedier? Hoe is je dier in de wolken terechtgekomen? Welk opvallend kenmerk heeft je dier? Waarom heeft je dier dat opvallende kenmerk? Wat eet je dier? Heeft je dier ook vijanden? Welke? Wat kan je dier extra goed?
Brainstorm: fantasiedier
52
L4 - Thema 3 - differentiatieblok - taak B
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 52
3/01/19 10:41
Naam:
Datum:
Nr.
b Maak je keuze. Ik schrijf een gedicht. Ik schrijf een verhaal. c Schrijf je verhaal of gedicht over het fantasiedier in de wolken.
3
Stel je fantasiedier voor aan een klasgenoot die een andere taak maakte.
L4 - Thema 3 - differentiatieblok - taak B
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 53
53
3/01/19 10:41
les 16 - taak C
Differentiatieblok Domein: Onderwerp: Lesduur:
spelling taak zelfstandig werk C: integratieoefeningen 25 minuten
Samenhang
Materialen
Leerlingen die de leerstof van het thema voldoende onder de knie hebben, maken zelfstandig een integratietaak over alle reeds behandelde spellingleerstof.
Folio > taak C
Lesdoelen Hoofddoel van de les > Woorden die eindigen op (e)lijk(e) correct schrijven. > De begrippen meervoud, enkelvoud, werkwoord, stam, persoonsvorm, tegenwoordige tijd, verleden tijd en infinitief gebruiken.
Voorbereiding Kopieer taak C voor elke leerling.
Lesgang 1 Overloop de taak met het oog op een zelfstandige verwerking door de leerlingen. Spreek af waar en hoe leerlingen die vastlopen bij de taak hulp kunnen inroepen.
taak C
2 Laat de taak zelfstandig verwerken.
54
L4 - Thema 3 - differentiatieblok - taak C
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 54
3/01/19 10:41
Naam: 1
2
3
taak C
Nr.
Zoek het tegenovergestelde. Noteer een woord net als heerlijk(e). 1 vals, leugenachtig
een
vinder
2 geheimzinnig, niet helder
een
antwoord
3 mooi
een
trui
4 boos, vijandig
een
persoon
5 verdrietig
een
jongen
6 eenvoudig, zonder moeite
een
opgave
Maak woorden net als heerlijk(e). 1 pijn
een
val van de trap
2 feest
een
versierde tafel
3 vriend
een
jongen
4 smaak
Eet
5 gevaar
een
straat
6 wonder
een
verhaal
!
Markeer in de tekst: alle werkwoorden.
GROEN
Ken je de droom van Martin Luther King? In augustus 1963 vertelde deze zwarte dominee zijn droom aan miljoenen mensen. Hij droomt over een wereld waarin blanke en zwarte mensen gelijk zijn en in vrede samen kunnen leven. Alle mensen moeten aan elkaar gelijk zijn, ongeacht hun geloof, huidskleur en stand. Een paar dagen later vertelt de Amerikaanse president dat de zwarte Amerikanen dezelfde rechten krijgen als de blanken. De geweldloze dominee komt door geweld om het leven. Toch zullen we zijn woorden en zijn droom altijd herinneren.
L4 - Thema 3 - differentiatieblok - taak C
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 55
55
3/01/19 10:41
Naam: 4
Datum:
Nr.
a Markeer in elke zin: GEEL
het onderwerp.
b Onderstreep de persoonsvorm. Tip: schrijf eerst de ja-neevraag. c Kruis aan in welke tijd de persoonsvorm staat.
t.t.
v.t.
1 Mijn tante belde gisteren naar mama. Ja-neevraag: 2 Ik koop een grote zak snoep. Ja-neevraag: 3 De dokter gaf haar goede raad. Ja-neevraag: 4 De vrienden van Olga organiseren een verrassingsfeestje. Ja-neevraag:
5
a Markeer in elke zin: GEEL
het onderwerp.
b Onderstreep de persoonsvorm. c Kruis aan of de persoonsvorm in het enkelvoud of meervoud staat.
enkelvoud meervoud
1 Waar komen die kittens vandaan? 2 Mijn zus moest niezen van die beestjes. 3 Ze zijn van de buren. 4 De buurjongens hebben een kattin. 5 Ze heeft zes kleintjes gekregen. 6 Krijg ik er eentje, mama?
56
L4 - Thema 3 - differentiatieblok - taak C
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 56
3/01/19 10:41
Naam: 6
Datum:
Nr.
Schrijf de persoonsvorm, de stam en de infinitief. Persoonsvorm
Stam
Infinitief
1 De clown kijkt naar de kinderen. 2 Hij trekt een grappige snoet. 3 De kinderen lachen luid. 4 De clown kiest een jongen. 5 Ze gaan samen op de foto.
7
a Markeer in elke zin: het onderwerp.
GEEL
b Onderstreep de persoonsvorm. c Schrijf het onderwerp en de persoonsvorm in de juiste kolom.
Ken jij het sprookje van Alice in Wonderland? Misschien vertelden je ouders het voor het slapengaan? Of had je al eens de film gezien? Alice zit aan een meertje samen met haar zus. Opeens rent een pratend wit konijn Alice voorbij. In Wonderland leven merkwaardige figuren zoals de Cheshire Cat, de Maartse Haas en de Hartenkoningin. Al die personages ontmoeten Alice. Uiteindelijk wordt ze wakker. Het avontuur was maar een droom. Gelukkig waren de personages niet echt.
t.t. enkelvoud
t.t. meervoud
v.t. enkelvoud
v.t. meervoud
L4 - Thema 3 - differentiatieblok - taak C
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 57
57
3/01/19 10:41
Naam: 8
Datum:
Nr.
Los het kruiswoordraadsel op. 10 8
9
11
1 2
3 7 4
5
6
Horizontaal 1 de tegenwoordige tijd van ik zwom 2 de stam van blaffen 3 de infinitief van antwoord 4 de tegenwoordige tijd van keken 5 de infinitief van maakt 6 de stam van proeven
58
Verticaal 7 de infinitief van kies 8 de infinitief van win 9 de stam van schrijven 10 de infinitief van bibber 11 de stam van vallen
L4 - Thema 3 - differentiatieblok - taak C
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 58
3/01/19 10:41
72601_
Zorg- en evaluatiemodule: toetsen evaluatieblok De correctiesleutels van de toetsen vind je achteraan in deze map.
72601_TALENT_THEMAPAGINA 579467 TAL4 Zorgmap A.indb 594A.indd 2
14/12/18 15:22 3/01/19 10:41
72601_TALENT_THEMAPAGINA 579467 TAL4 Zorgmap A.indb 604A.indd 2
14/12/18 15:22 3/01/19 10:41
18 15:22
les 17
Evaluatieblok Domein: Onderwerp: Lesduur:
lezen begrijpend lezen fictie 25 minuten
Lesdoelen
Materialen
Getoetste doelen Op basis van op hun leeftijd afgestemde teksten: hoofden bijzaken, begin, midden en einde onderscheiden, vergelijkingen herkennen, relaties tussen hoofdpersoon en nevenpersonages, relaties (oorzaak-gevolg), chronologie ontdekken, fictie en non-fictie onderscheiden.
Folio > toetsblad 1
Voorbereiding Kopieer voor elke leerling toetsblad 1. Je vindt de toets in een aanpasbaar Wordbestand in de zorg- en evaluatiemodule.
Lesgang Instructies voor verbetering door de leraar Algemeen Schrijffouten worden niet als fout gerekend. Vraagspecifiek Vraag 1a: Staat niet op punten. Vraag 1b: Een juist antwoord levert 1 punt op. Vraag 1c: Een juist antwoord (met vermelding lengte én breedte) levert 1 punt op. Vraag 2a: Staat niet op punten. Vraag 2b: Een eigen mening levert 0,5 punt op, de verklaring levert 0,5 punt op. Vraag 2c: Een goede titel levert 1 punt op. Vraag 2d: Een juist antwoord levert 1 punt op. Vraag 3a: Staat niet op punten. Vraag 3b: Een juist antwoord levert 1 punt op. Vraag 3c: Een goede titel levert 1 punt op. Vraag 4: Negen aangeduide personen levert 2 punten op. > Drie personen levert 0,5 punt op. > Vier of vijf personen levert 1 punt op. > Zes tot acht personen levert 1,5 punt op. Vraag 5: Juist benoemen levert 0,5 punt op, goed verklaren van de keuze levert 0,5 punt op.
/1 /1
/1 /1 /1 /1 /1 /2
/1 10
L4 - Thema 3 - evaluatieblok - begrijpend lezen fictie
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 59
59
3/01/19 10:41
Naam: 1
Datum:
Nr.
a Lees het eerste deel van het verhaal.
Meester Kurt komt controleren
5
2
Hij had pech. Nadat Kobe én Tijs én Max een foute oplossing hadden gegeven, stond meester Kurt recht. Hij was wel twee meter lang, en zo breed als een kleerkast. “Nu ben ik het beu!” brulde hij. Er vloog wat speeksel in het rond. “Hebben jullie die oefeningen wel voorbereid? Vooruit, alle schriften op tafel!” Snuivend liep hij langs de rijen tot hij bij de bank van Victor en Alpay kwam. “En waar zijn jullie schriften?” “We ... ik ... ben het vergeten”, stamelde Victor. Meester Kurts ogen spoten vuur.
b Op r. 9 lees je: ‘Meester Kurts ogen spoten vuur.’ Wat betekent dat?
/1
c Hoe ziet de meester eruit?
/1
a Lees het tweede deel van het verhaal.
5
10
“Vergeten? Ga meteen naar het bureautje van meester Dirk, en zeg hem dat jullie die oefeningen vijf keer moeten overschrijven. Zonder fouten!” “Maar meester, ik ...” begon Alpay. Zijn stem trilde. “Geen gemaar!” bulderde meester Kurt. Hij wees met een dreigende vinger naar de deur. Traag sloften ze naar het bureautje van meester Dirk. Als je naar hem werd gestuurd, kreeg je niet alleen strafwerk. Je kreeg ook een nota in je agenda. En die nota moest ondertekend worden door je ouders. “Mijn vader vermoordt me”, jammerde Alpay op de gang. “Het is al mijn vijfde, nee, mijn zesde nota dit jaar.” “Het is mijn eerste in vier jaar”, zei Victor somber. “Oh, dan heb je geluk”, vond Alpay. “Eentje is geentje.” “Ik wed dat mijn ouders daar anders over denken”, mompelde Victor.
b Hoe denk je dat de ouders van Victor zullen reageren op zijn strafwerk?
60
/1
L4 - Thema 3 - evaluatieblok - begrijpend lezen fictie
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 60
3/01/19 10:41
Naam:
3
Datum:
c Schrijf een passende tussentitel boven het tweede tekstdeel.
/1
d Op r. 11 lees je: “Eentje is geentje.” Wat bedoelt Alpay daarmee?
/1
a Lees het derde deel van het verhaal.
5
10
Ze hielden hun pas in. De deur van het bureau van meester Dirk stond half open. Ze klopten, maar er kwam geen antwoord. Ze gluurden naar binnen. Er was helemaal niemand. Niet aan de tafel voor het strafwerk, en niet aan het bureau van de meester. “Zullen we teruggaan?” vroeg Alpay hoopvol. Victor schudde zijn hoofd. “Meester Dirk zal vast niet lang wegblijven. Anders had hij zijn deur wel op slot gedaan. Laten we al beginnen te schrijven, voor meester Kurt ons hier komt zoeken. Ze gingen aan de tafel zitten. De grote klok aan de muur tikte. Het rook er naar boenwas en nat papier. Het was een beetje eng om daar helemaal alleen in meester Dirks bureau te zitten. En tegelijk was het ook wel spannend. tussen zijn tanden. Op een avond krijgt hij bezoek van Droomprinses. Ze heeft sprieterig haar, heel grote voortanden en haar paard is een oude knol. Maar ze heeft een bijzonder boekje waarmee ze wensen kan vervullen. Als ze het boekje per ongeluk achterlaat, is Victor de koning te rijk …
Haal meer uit dit boek! Ga snel naar bingel.be.
Oelewapper van de week | Karla Stoefs Droomprinses | Katie Velghe
Victor is een jongen van de vierde klas. Hij is klein, draagt een bril en heeft één vriend met peterselie
Oelewapper van de week Droomprinses Karla Stoefs | Mark Borgions Katie Velghe | Hester van de Grift
Meer lezen? Droomprinses, Katie Velghe, Talentbib 4
4
Th 1_Oelewapper van de week_COVER.indd Alle pagina's
4
Nr.
30/05/17 11:59
b Waarom denkt Victor dat meester Dirk niet lang zal wegblijven?
/1
c Schrijf een passende tussentitel boven het derde tekstdeel.
/1
Kleur:
/2
GROEN
alle personages die in de drie delen van het verhaal genoemd worden.
Let op: je moet elk personage maar één keer kleuren.
L4 - Thema 3 - evaluatieblok - begrijpend lezen fictie
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 61
61
3/01/19 10:41
Naam: 5
Datum:
Is deze tekst fictie of non-fictie? Verklaar je keuze.
Ik denk dat ik voor mijn toets zal behalen. Ik vind dat voor mij: zeer goed. goed. niet goed.
/10
/10 op je toets. Je behaalde Ik vind dat voor jou: zeer goed. goed. niet goed.
62
Nr. /1
Dit wil ik over de toets vertellen: Ik vind de toets moeilijk/gemakkelijk. Ik begrijp oefening niet.
Ik geef je de volgende tips: Herlees een deel van de tekst als je het antwoord op een vraag niet weet. Markeer enkele sleutelwoorden in de tekst als je het moeilijk vindt om een titel te bedenken. Herlees de taalweter ‘Wat is fictie? En nonfictie?’
L4 - Thema 3 - evaluatieblok - begrijpend lezen fictie
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 62
3/01/19 10:41
les 17
Evaluatieblok Domein: Onderwerp: Lesduur:
lezen begrijpend lezen non-fictie 25 minuten
Lesdoelen
Materialen
Getoetste doelen In voor hen bestemde informatieve teksten: gewenste informatie vinden, chronologie herkennen, vergelijking herkennen, relaties (deel-geheel, oorzaak-gevolg, middel-doel) afleiden.
Folio > toetsblad 1
Voorbereiding Kopieer voor elke leerling toetsblad 1. Je vindt de toets in een aanpasbaar Wordbestand in de zorg- en evaluatiemodule.
Lesgang Instructies voor verbetering door de leraar Algemeen Schrijffouten worden niet als fout gerekend. Vraagspecifiek Vraag 1a: Staat niet op punten. Vraag 1b: Elk sleutelwoord levert 0,5 punt op. Vraag 1c: Een passende tussentitel levert 1 punt op. In elke alinea moet minstens één sleutelwoord aangeduid zijn. (Ken het punt niet toe als de leerlingen te veel sleutelwoorden markeren.) Vraag 1d: Elke juiste verbinding levert 0,5 punt op. Vraag 2a: Staat niet op punten. Vraag 2b: Elk sleutelwoord levert 0,5 punt op. Vraag 2c: Een juist antwoord levert 1 punt op. Vraag 2d: Een juist antwoord levert 1 punt op. Vraag 2e: Een juist antwoord levert 1 punt op. Vraag 3a: Staat niet op punten. Vraag 3b: Een juist antwoord levert 1 punt op. Vraag 3c: Een goed bedacht en passend antwoord levert 0,5 punt op.
/2,5 /1
/5 /2 /1 /1 /1 /1 /0,5 /15
L4 - Thema 3 - evaluatieblok - begrijpend lezen non-fictie
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 63
63
3/01/19 10:41
Naam: 1
Datum:
Nr.
a Lees het eerste deel van de tekst.
5
10
Mijn papa slaapwandelt. Midden in de nacht staat hij op, gaat via de trap naar beneden en speelt piano in de woonkamer. Maak je hem wakker, dan is hij verward. Maak je hem niet wakker, dan vindt hij zelf wel de weg terug naar zijn bed of slaapt hij verder in het washok. Papa zegt dat hij op wandel gaat wanneer mama het dekbed helemaal naar zich toehaalt. Mijn mama snurkt. Soms snurkt ze zo luid dat de buren komen aanbellen. 21
Zoete dromen
Mijn kleine broer wordt ’s morgens altijd wakker in zijn eigen plas. Vervelend, maar mama zegt dat hij zich geen zorgen hoeft te maken. Het gaat wel over wanneer hij wat ouder is. LJ4-dromen-200x200-DEF.indd 21
12/07/18 14:46
Mijn grote zus bonkt in haar slaap met haar hoofd hard tegen de muur. Ik denk dat het pijn doet, maar maak ik haar wakker, dan weet zij van niets. 15
Mijn kleine zus praat in haar slaap. Ze mompelt onzin, precies zoals wanneer ze wakker is. Soms schrikt ze ook gillend wakker. Dan huilt ze, maar als mama haar wil troosten, dan huilt ze nog harder. ’s Morgens weet ze van niets. Een dikke komediant.
b Kleur in elke alinea van het eerste tekstdeel: de sleutelwoord(groep)en.
GROEN
64
/2,5
c Schrijf een passende titel bij het eerste deel van de tekst.
/1
d Wat doen de familieleden van Sara tijdens hun slaap? Verbind. Verbind elk familielid met het woord dat volgens de tekst het best bij hem of haar past.
/5
met hoofd bonken
papa
zorgzaam
praten in de slaap
mama
onverstaanbaar
slaapwandelen
kleine broer
grappenmaker
bedplassen
grote zus
kan goed tegen pijn
snurken
kleine zus
bezorgd over zichzelf
L4 - Thema 3 - evaluatieblok - begrijpend lezen non-fictie
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 64
3/01/19 10:41
Naam: 2
Datum:
Nr.
a Lees het tweede deel van de tekst.
Wat betekent je droom?
5
10
15
20
Sommige mensen denken dat achter elke droom ‘iets’ schuilgaat. Volgens die mensen gebruikt de droom een geheime taal om te vermijden dat je wakker zou worden door een heftig verlangen of een pijnlijke boodschap. In de bibliotheek vind je veel boeken over droomverklaringen. Dit lees je in het boek van Pamela Ball De complete droomencyclopedie – 10 000 dromen verklaard: Bliksem: bliksem kan wijzen op een grote hartstocht, zoals liefde, die plotseling toe kan slaan en een verwoestend effect kan hebben. Boon: dromen over bonen kan wijzen op faalangst. Darts: pijltjes kunnen harde woorden symboliseren die je kwetsten. E-mail: als we in dromen een e-mail versturen, beschikken we over informatie die anderen nodig hebben. Fluitje: als er in een droom op een fluitje wordt geblazen, kan dat het einde van een bepaalde tijd aanduiden. Geluid: als we in onze droom een vreemd geluid horen, kunnen we in ons waakleven iets onverwachts en iets onbekends verwachten. Honing: dromen over honing kan aangeven dat we onszelf een pleziertje mogen doen. Hangslot: een droom over een hangslot betekent dat we onze gevoelens proberen op te sluiten. Regenboog: een regenboog houdt de belofte van iets beters in. Rups: een rups duidt er vaak op dat we een belangrijke verandering doormaken. Sinaasappel: een sinaasappel staat symbool voor het verlangen naar geluk.
b Kleur in de eerste alinea van het tweede tekstdeel: GROEN
/2
vier sleutelwoord(groep)en.
c Waarom zien we in onze droom symbolen?
/1
d Anna ziet in haar droom het symbool hangslot verschijnen. Wat betekent dat symbool?
/1
e Een sinaasappel staat symbool voor het verlangen naar geluk. Geef één voorbeeld van ‘verlangen naar geluk’.
/1
L4 - Thema 3 - evaluatieblok - begrijpend lezen non-fictie
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 65
65
3/01/19 10:41
Naam: 3
Datum:
Nr.
a Lees het derde deel van de tekst.
1 Hier krijg je nog twee droomverklaringen gratis en voor niets: Wat als jij over de juf of meester droomt? 2 Dat wil zeggen dat je vanaf nu extra je best doet in de klas, altijd netjes je huistaken maakt, je toetsen goed leert. Misschien geef je je juf of meester wel een bloemetje met zijn of haar verjaardag? 3 Wat als je juf of meester over jullie droomt? Dan wil dat zeggen dat hij of zij jullie de alleraardigste kinderen vindt. Een superklas. Op de laatste schooldag bakt de juf of meester vast wafels voor jullie. 4 Dat maakt dan 10 002 verklaringen. Dat is een heleboel. In al die boeken met droomverklaringen staat nergens te lezen hoe ze al die verklaringen bij elkaar harkten. Iemand had vast last van te veel fantasie. Want zeg nu zelf: droomde jij ooit al over bonen of over een rups? 5 Betekent een droom dan niets? Natuurlijk wel. Maar we hebben geen ingewikkelde verklaringen nodig om een Betekent een droom dan niets? droom te begrijpen. Natuurlijk wel. Maar we hebben geen ingewikkelde verklaringen nodig om ze begrijpen.
6 Dromen geven aan hoe we ons voelen. En dat is belangrijk. Dromen geven aan hoe we ons voelen. En dat is belangrijk. Overdag is het vaak te druk om stil te staan echtbijraakt. Overdag is het vaak te bij drukwat om stilje te staan wat je echt raakt. De betekenis een droom zit hem in het ontrafelen van het onderliggende gevoel. De betekenis van een droom zit hem invanhet ontrafelen van het onderliggende gevoel.
nietje zodroom moeilijk. Vliegisjedatin 7 Meestal is dat niet zo moeilijk.Meestal Vlieg je in je droom over een over een bloemenweide, dan bloemenweide, ben je vastdanblij. ben je vast Vergeet iemand jouw verjaardagblij. in je droom, dan Vergeet iedereen jouw ben je vast droevig. Of zit je inverjaardag de keuken, dan in je droom, dan ben je vast droevig. heb je misschien een hongertje. Zoete dromen | Karla Stoefs
Zoete dromen Droomt iedereen? Slaapt een dolfijn? Als je droomt van wortels, wat wil dat dan zeggen? Val je beter in slaap als je schaapjes telt?
Of zit je in de keuken, dan heb je misschien een hongertje.
Zoete dromen Karla Stoefs | Bartjan Baarslag
Meer lezen? Zoete dromen, Karla Stoefs, Talentbib 4
Dromen is een spel met eigen regels. Soms beschik je over magische krachten, dan kan je vliegen of je spreekt plots vlot Chinees tot … de wekker gaat. Maar wist je dat je ook kunt leren tijdens je slaap? Wat denk je, tijd voor een tukje?
Haal meer uit dit boek! Ga snel naar bingel.be.
4
NF-cover-leerjaar4-6-200x200-DEF.indd 4,6
13/07/18 14:09
Zoete dromen
LJ4-dromen-200x200-DEF.indd 25
12/07/18 14:46
b Omcirkel de alinea die het best de hoofdgedachte van de tekst weergeeft. alinea 1
66
alinea 2 alinea 3 alinea 4
25
alinea 5
alinea 6
/1
alinea 7
L4 - Thema 3 - evaluatieblok - begrijpend lezen non-fictie
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 66
3/01/19 10:41
Naam:
Datum:
Nr.
c Wat zou het kunnen betekenen als je droomt over een donkere gang waar je alleen door moet lopen?
Ik denk dat ik voor mijn toets zal behalen. Ik vind dat voor mij: zeer goed. goed. niet goed. Je behaalde /15 op je toets. Ik vind dat voor jou: zeer goed. goed. niet goed.
/15
/0,5
Dit wil ik over de toets vertellen: Ik vind de toets moeilijk/gemakkelijk. Ik begrijp oefening niet.
Ik geef je de volgende tips: Herlees de alinea als je het antwoord niet weet. Markeer het antwoord eerst in de tekst voor je het opschrijft.
L4 - Thema 3 - evaluatieblok - begrijpend lezen non-fictie
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 67
67
3/01/19 10:41
les 17
Evaluatieblok Domein: Onderwerp: Lesduur:
taaldenken (incl. betekenissen) het onderwerp en de rest van de zin noteren, zinnen verlengen en woorden uit het thema 25 minuten
Lesdoelen
Materialen
Getoetste doelen > Het onderwerp herkennen en verwoorden als het zinsdeel waarover iets wordt verteld in de zin. > De persoonsvorm herkennen en verwoorden als het zinsdeel dat een handeling, een gebeurtenis of toestand uitdrukt, informatie geeft over de tijd wanneer het zich afspeelt. > Reflecteren op de betekenis van woorden en inzien dat ze met elkaar in verband staan: hetzelfde betekenen, het tegengestelde betekenen, onder eenzelfde bovenliggend begrip thuishoren.
Folio > toetsblad 1
Voorbereiding Kopieer voor elke leerling toetsblad 1. Je vindt de toets in een aanpasbaar Wordbestand in de zorg- en evaluatiemodule.
Lesgang Instructies voor verbetering door de leraar Algemeen Schrijffouten worden niet als fout gerekend. Vraagspecifiek Deel 1 - Onderwerp en de rest van de zin noteren, zinnen verlengen Vraag 1: Elke zin staat op 2 punten: 1 voor het correcte onderwerp, 1 voor het correct noteren van de rest van de zin. Vraag 2a: Elk juist antwoord levert 1 punt op. Vraag 2b: Elk juist antwoord levert 1 punt op. Vraag 3: Elk juist antwoord levert 1 punt op. Deel 2 - Woorden uit het thema Vraag 4: Een juist antwoord levert 1 punt op Vraag 5: Een juist antwoord levert 1 punt op. Vraag 6: Elk juist antwoord levert 1 punt op. Vraag 7: Elk juist antwoord levert 1 punt op. Vraag 8: Een juist antwoord levert 1 punt op. Vraag 9: Een juist antwoord levert 1 punt op.
/10 /3 /3 /4 /1 /1 /3 /3 /1 /1 /30
68
L4 - Thema 3 - evaluatieblok - taaldenken (incl. betekenissen)
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 68
3/01/19 10:41
Naam:
Datum:
Nr.
Deel 1 Onderwerp en de rest van de zin noteren – zinnen verlengen 1
Schrijf van elke zin het onderwerp en de rest van de zin op.
/10
1 Ik slaap soms bij mijn mama en papa. Over wie of waarover wordt er iets gezegd in de zin? Wat zegt de zin over het onderwerp?
Onderwerp: Rest van de zin:
2 Slaapwandel jij soms? Over wie of waarover wordt er iets gezegd in de zin? Wat zegt de zin over het onderwerp?
Onderwerp: Rest van de zin:
3 Marie praat soms in haar droom. Over wie of waarover wordt er iets gezegd in de zin? Wat zegt de zin over het onderwerp?
Onderwerp: Rest van de zin:
4 Elke avond drink ik een groot glas melk. Over wie of waarover wordt er iets gezegd in de zin? Wat zegt de zin over het onderwerp?
Onderwerp: Rest van de zin:
5 In mijn droom kreeg iedereen gratis frisdrank. Over wie of waarover wordt er iets gezegd in de zin? Wat zegt de zin over het onderwerp?
Onderwerp: Rest van de zin:
L4 - Thema 3 - evaluatieblok - taaldenken (incl. betekenissen)
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 69
69
3/01/19 10:41
Naam: 2
Datum:
a Markeer in elke zin: GEEL
Nr. /3
het onderwerp.
b Onderstreep de persoonsvorm.
/3
1 Pieter slaapwandelt elke nacht. 2 In zijn slaap praat Rikki heel luid. 3 Verwerkt Omar zijn gevoelens in zijn slaap?
3
Vul de zin aan met een zinsdeel dat antwoord geeft op de vraag. Schrijf de zin op. 1 Ik mag bij oma en opa gaan logeren.
Wanneer?
2 In mijn droom maak ik vaak ruzie.
Met wie?
3 Ik drink een groot glas melk.
Waarom?
4 Ik lig tot middernacht te piekeren.
Waarover?
/4
Deel 2 Taaldenken: woorden uit het thema 4
Noteer een onomatopee die bij de foto past.
/1
5
Zet het juiste woord bij de foto. Kies uit:
/1
bestoken – grissen – grinniken
70
L4 - Thema 3 - evaluatieblok - taaldenken (incl. betekenissen)
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 70
3/01/19 10:41
Naam: 6
Datum:
Nr.
Verander het onderstreepte woord door een passend synoniem. Kies uit:
/3
bestoken – grissen – grinniken – wissen – cyclus – vervullen 1 Ik verwijder de foto’s van mijn gsm. 2 Marieke pakt snel een snoepje uit de pot. 3 De meisjes van de klas vallen mij aan.
7
8
Doorstreep het woord dat niet bij het themawoord past. 1 nippen
drinken – slokje nemen – veel eten
2 depressief
neerslachtig – agressief – somber
3 slurpen
zuigen – sluipen – slorpen
/3
Welk themawoord past bij de foto. Omcirkel het juiste antwoord.
/1
bestoken zich inbeelden nippen
9
Vul aan met een passend themawoord.
/1
De meester noteert alle oplossingen op het bord. Wanneer alle leerlingen alles hebben opgeschreven veegt hij het bord schoon. Hij
alle antwoorden.
L4 - Thema 3 - evaluatieblok - taaldenken (incl. betekenissen)
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 71
71
3/01/19 10:41
Naam:
Datum:
Ik denk dat ik voor mijn toets zal behalen. Ik vind dat voor mij: zeer goed. goed. niet goed.
/30
/30 op je toets. Je behaalde Ik vind dat voor jou: zeer goed. goed. niet goed.
72
Nr.
Dit wil ik over de toets vertellen: Ik vind de toets moeilijk/gemakkelijk. Ik begrijp oefening niet.
Ik geef je de volgende tips: Stel eerst de ja- neevraag als je de persoonsvorm niet vindt. Herhaal de taalweter ‘Hoe kan ik zinnen aanvullen of afbouwen?’ Herhaal de woorden van het thema (kopieerblad 1 les 15).
L4 - Thema 3 - evaluatieblok - taaldenken (incl. betekenissen)
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 72
3/01/19 10:41
les 17
Evaluatieblok Domein: Onderwerp: Lesduur:
spelling kortetermijndictee thema 3 25 minuten
Samenhang
Materialen
Dit dictee gaat over de inhouden van de spellinglessen van thema 3. > Woorden met een doffe klinker in achtervoegsel (e)lijk(e) (les 5). > Werkwoorden: begrippen werkwoord, infinitief, en persoonsvorm (les 10). > Werkwoorden: begrippen tegenwoordige en verleden tijd, enkelvoud, meervoud en stam (les 14).
Folio > toetsbladen 1 en 2
Hoofddoel van de toets > Woorden met (e)lijk(e) correct schrijven. > De begrippen meervoud, enkelvoud, werkwoord, stam, persoonsvorm, tegenwoordige tijd, verleden tijd en infinitief gebruiken.
Voorbereiding > Kopieer voor elke leerling toetsblad 1. > Kopieer voor heel zwakke spellers toetsblad 2 met het zorgdictee (dispenserende maatregel).
Lesgang Kortetermijndictee (25 minuten) 1 Woorden Overloop de zin. De leerlingen onderstrepen de pv en markeren het onderwerp geel. Daarna vullen ze de tabel (t.t./v.t. – enkelvoud/meervoud – infinitief – stam) in. t.t./ v.t
enkelvoud/ meervoud
infinitief
stam
1 Emma en Mats schrijven de woorden in hun schrift.
t.t.
meervoud
schrijven
schrijf
2 In onze klas werkten we allemaal hard.
v.t.
meervoud
werken
werk
3 De aap klom in de boom.
v.t.
enkelvoud
klimmen
klim
4 Jij vertelt een verhaal.
t.t.
enkelvoud
vertellen
vertel
5 Op de boot word ik misselijk.
t.t.
enkelvoud
worden
word
TIP! Heel zwakke spellers kun je laten werken met het zorgdictee. Bij het zorgdictee worden de transferwoorden als kopieerwoorden aangeboden en worden geen leestekens beoordeeld (dispenserende maatregel). Verduidelijk voor deze leerlingen de werkwijze van een visueel dictee: lezen – bedekken –schrijven – controleren.
L4 - Thema 3 - evaluatieblok - kortetermijndictee
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 73
73
3/01/19 10:41
Correctie dictee - woorden Deze vraag staat op 15 punten. > Elke pv en elk onderwerp staan op 0,5 punt. > Elk vetgedrukt woord in de tabel staat op 0,5 punt. 2 Zinnen Lees de zin (niet de leestekens, die moeten de leerlingen zelf identificeren). Lees de zin nogmaals, maar traag en in zinsdelen. De leerlingen schrijven ondertussen de zin op. Als het nodig is, kun je de zin nogmaals traag dicteren. 1 Het is moeilijk om dit onduidelijke handschrift makkelijk te lezen. 2 Die heerlijke en smakelijke taart doet me eigenlijk wel honger krijgen. 3 De onvriendelijke en lelijke jongen liet mij opzettelijk vallen. 4 De avontuurlijke wandeling door het bos was afschuwelijk moeilijk. 5 Het koninklijk bezoek stapte vrolijk door de feestelijke straten. Correctie dictee - zinnen Deze vraag staat op 20 punten. Voor elk fout geschreven vetgedrukt woord verliest de leerling 1 punt. Voor elke hoofdletter die vergeten werd, verliest de leerling 0,5 punt. Voor elk fout of vergeten leesteken, verliest de leerling 0,5 punt. In zinsverband
Uit spellingles
Transfer
moeilijk, heerlijke, smakelijke, lelijke, avontuurlijke, afschuwelijk, moeilijk, koninklijk, vrolijk, feestelijke
onduidelijke, makkelijk, eigenlijk, onvriendelijke, opzettelijk
Hoofdletters
Het, Die, De, De, Het
Leestekens
5x een punt op het einde van de zin
Totaal /20
/10
/10
Correctie zorgdictee - woorden en zinnen De vraag over zinnen staat op 15 punten. Voor elk fout geschreven vetgedrukt woord verliest de leerling 1 punt.
74
L4 - Thema 3 - evaluatieblok - kortetermijndictee
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 74
3/01/19 10:41
Naam:
Datum:
Nr.
Dictee thema 3 Woorden
/15
a Markeer in elke zin: GEEL
het onderwerp.
b Onderstreep in elke zin de persoonsvorm. c Vul de tabel in.
Ze at gisteren een appel.
t.t./ v.t
enkelvoud/ meervoud
infinitief
stam
v.t.
enkelvoud
eten
eet
1 Emma en Mats schrijven de woorden in hun schrift. 2 In onze klas werkten we allemaal hard. 3 De aap klom in de boom. 4 Jij vertelt een verhaal. 5 Op de boot word ik misselijk.
L4 - Thema 3 - evaluatieblok - kortetermijndictee
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 75
75
3/01/19 10:41
Naam:
Datum:
Zinnen
Nr. /20
1
2
3
4
5
Ik denk dat ik voor mijn toets zal behalen. Ik vind dat voor mij: zeer goed. goed. niet goed.
Je behaalde /35 op je toets. Ik vind dat voor jou: zeer goed. goed. niet goed.
76
/35
Dit wil ik over de toets vertellen:
Ik geef je de volgende tips:
L4 - Thema 3 - evaluatieblok - kortetermijndictee
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 76
3/01/19 10:41
Naam:
Datum:
Nr.
Zorgdictee thema 3 Woorden
/15
a Markeer in elke zin: GEEL
het onderwerp.
b Onderstreep in elke zin de persoonsvorm. c Vul de tabel in.
Ze at gisteren een appel.
t.t./ v.t
enkelvoud/ meervoud
infinitief
stam
v.t.
enkelvoud
eten
eet
1 Emma en Mats schrijven de woorden in hun schrift. 2 In onze klas werkten we allemaal hard. 3 De aap klom in de boom. 4 Jij vertelt een verhaal. 5 Op de boot word ik misselijk.
L4 - Thema 3 - evaluatieblok - zorgdictee
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 77
77
3/01/19 10:41
Naam:
Datum:
Nr.
Zinnen
/15
onduidelijke, makkelijk om dit
1 Het is
handschrift
te lezen. eigenlijk en
2 Die
taart doet me
wel honger krijgen. onvriendelijke, opzettelijk en
3 De
jongen liet mij
vallen. wandeling door het bos was
4 De .
bezoek stapte
5 Het
door de
straten.
Ik denk dat ik voor mijn toets zal behalen. Ik vind dat voor mij: zeer goed. goed. niet goed.
Je behaalde /30 op je toets. Ik vind dat voor jou: zeer goed. goed. niet goed.
78
/30
Dit wil ik over de toets vertellen:
Ik geef je de volgende tips:
L4 - Thema 3 - evaluatieblok - zorgdictee
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 78
3/01/19 10:41
les 17
Evaluatieblok Domein: Onderwerp: Lesduur:
spelling controledictee 1 (thema 1-3) 25 minuten
Samenhang
Materialen
Dit dictee gaat over de inhouden van de spellinglessen van thema 1, 2 en 3.
Folio > toetsbladen 1 en 2
Hoofddoel van de toets > Woorden met ei of ij correct schrijven. > Woorden met au of ou correct schrijven. > Woorden met aai, ooi of oei correct schrijven. > Woorden met eeuw of ieuw correct schrijven. > Woorden met uw correct schrijven. > Woorden met een vrije klinker in open lettergrepen correct schrijven. > Woorden met een verdubbeling van de medeklinker correct schrijven. > Woorden op tje correct schrijven. > Woorden met g of ch correct schrijven. > Woorden met gt of cht correct schrijven. > Woorden met een doffe e correct schrijven. > Woorden die eindigen op ig correct schrijven. > Woorden met ng of nk correct schrijven. > Woorden die eindigen op d of t correct schrijven. > Woorden die eindigen op (e)lijk(e) correct schrijven. > De begrippen meervoud, enkelvoud, werkwoord, stam, persoonsvorm, tegenwoordige tijd, verleden tijd en infinitief gebruiken.
Voorbereiding > Kopieer voor elke leerling toetsblad 1. > Kopieer voor heel zwakke spellers toetsblad 2 met het zorgdictee (dispenserende maatregel).
L4 - Thema 3 - evaluatieblok - controledictee
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 79
79
3/01/19 10:41
Lesgang Langetermijndictee (25 minuten) 1 Woorden Dicteer de zin. Herhaal het woord dat de leerlingen moeten opschrijven. De leerlingen herhalen het woord hardop en schrijven het op in de zin. 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15
De scheidsrechter is zijn fluitje kwijt. Op straat iets weggooien, dat doe je niet. De trein had weer vertraging. De ijzeren poort is stuk. Hij koopt vijf kilo aardappelen. Kom eens gauw! Ik waarschuw je als er iemand komt. Die man had blinkende schoenen aan. De hond kwam smerig het huis binnen. Sanne kreeg een telefoontje van haar tante uit Marokko. Wat een gevaarlijk ravijn! Ik kuch door de rook. In augustus ga ik op kamp. De leerling veegt de klas. Het vliegveld is gesloten door de storm.
TIP! Heel zwakke spellers kun je laten werken met het zorgdictee. Bij het zorgdictee worden de transferwoorden als kopieerwoorden aangeboden en worden geen leestekens beoordeeld (dispenserende maatregel). Verduidelijk voor deze leerlingen de werkwijze van een visueel dictee: lezen – bedekken – schrijven – controleren. De woorden die ze niet op die manier kunnen schrijven, zijn woorden die ze al schreven in de spellinglessen.
Correctie dictee - woorden Deze vraag staat op 15 punten. Elk vetgedrukt woord staat voor 1 punt. Woorden
Uit spellingles
Transfer
scheidsrechter, aardappelen, gauw, waarschuw, ravijn, kuch, augustus, vliegveld
weggooien, vertraging, ijzeren, blinkende, smerig, telefoontje, veegt
Hoofdletters Totaal /15
/ /8
/7
2 Zinnen Lees de zin (niet de leestekens, die moeten de leerlingen zelf identificeren). Lees de zin nogmaals, maar traag en in zinsdelen. De leerlingen schrijven ondertussen de zin op. Als het nodig is, kun je de zin nogmaals traag dicteren. 1 2 3 4 5
Hij kreeg hoofdpijn van het geschreeuw op de speelplaats. Vader legt de eieren in de ijskast. Opa verkocht zijn stripverhalen in de krantenwinkel. De speurhonden snuffelen aan de geheimzinnige kabouter. Vanmiddag giechelen de deftige mevrouwen bij een stukje taart.
Correctie dictee - zinnen Deze vraag staat op 20 punten. Voor elk fout geschreven vetgedrukt woord verliest de leerling 1 punt. Voor elke hoofdletter die vergeten werd, verliest de leerling 0,5 punt. Voor elk fout of vergeten leesteken, verliest de leerling 0,5 punt.
80
L4 - Thema 3 - evaluatieblok - controledictee
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 80
3/01/19 10:41
In zinsverband
Uit spellingles
Transfer
legt, eieren, ijskast, verkocht, snuffelen, geheimzinnige, kabouter, vanmiddag, giechelen
hoofdpijn, geschreeuw, stripverhalen, krantenwinkel, deftige, mevrouwen
Hoofdletters
Hij, Vader, Opa, De, Vanmiddag
Leestekens
5x een punt
Totaal /20
/9
/11
Correctie zorgdictee - woorden en zinnen De vraag over zinnen staat op 15 punten. Voor elk fout geschreven vetgedrukt woord verliest de leerling 1 punt. 3 Werkwoorden Overloop de zin. De leerlingen onderstrepen de pv en markeren het onderwerp geel. Daarna vullen ze de tabel (t.t./v.t. – enkelvoud/meervoud – infinitief – stam) in. t.t./ v.t
enkelvoud/ meervoud
infinitief
stam
1 Elke middag slapen de poezen in hun mand.
t.t.
meervoud
slapen
slaap
2 Het meisje las de verhalen in het dagboek.
v.t.
enkelvoud
lezen
lees
Correctie dictee werkwoorden Deze vraag staat op 5 punten. > Elke pv met onderwerp staat op 0,5 punt. > Elk vetgedrukt woord in de tabel staat op 0,5 punt.
Na de les Maak een foutenanalyse voor elke leerling in de zorg- en evaluatiemodule. De zorg- en evaluatiemodule biedt: > een overzicht van de behaalde scores, gekoppeld aan percentielen en zones (leerlingvolgsysteem). > een takenpakket per leerling om onvoldoende beheerste inhouden bij te werken (incl. verlengde instructie). Je kunt de foutenanalyse ook op papier maken (met het foutenrooster). Op basis daarvan kun je een takenpakket per leerling samenstellen. Let op! In het rooster wordt verwezen naar de H-bladen uit de differentiatieblokken van de voorbije 3 thema’s. Het is dus mogelijk dat een leerling twee keer hetzelfde blad maakt. De zorg- en evaluatiemodule biedt voor de remediëring nieuw remediërend oefenmateriaal.
L4 - Thema 3 - evaluatieblok - controledictee
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 81
81
3/01/19 10:41
Naam:
Datum:
Nr.
Controledictee 1 Woorden 1 De
/15 is zijn fluitje kwijt. , dat doe je niet.
2 Op straat iets
.
3 De trein had weer 4 De
poort is stuk. .
5 Hij koopt vijf kilo !
6 Kom eens 7 Ik
je als er iemand komt. schoenen aan.
8 Die man had
het huis binnen.
9 De hond kwam
van haar tante uit Marokko.
10 Sanne kreeg een
!
11 Wat een gevaarlijk 12 Ik
door de rook.
13 In
ga ik op kamp. de klas.
14 De leerling 15 Het
82
is gesloten door de storm.
L4 - Thema 3 - evaluatieblok - controledictee
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 82
3/01/19 10:41
Naam:
Datum:
Nr.
Zinnen
/20
1
2 3
4
5
Werkwoorden
/5 t.t./ v.t
enkelvoud/ meervoud
infinitief
stam
1 Elke middag slapen de poezen in hun mand. 2 Het meisje las de verhalen in het dagboek.
Ik denk dat ik voor mijn toets zal behalen. Ik vind dat voor mij: zeer goed. goed. niet goed. Je behaalde /40 op je toets. Ik vind dat voor jou: zeer goed. goed. niet goed.
/40
Dit wil ik over de toets vertellen:
Ik geef je de volgende tips:
L4 - Thema 3 - evaluatieblok - controledictee
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 83
83
3/01/19 10:41
Naam:
Datum:
Nr.
Controlezorgdictee 1 Woorden
/15 1
De
weggooien
2
Op straat iets
vertraging
3
De trein had weer
ijzeren
4
De
5
Hij koopt vijf kilo
6
Kom eens
7
Ik
blinkende
8
Die man had
smerig
9
De hond kwam
telefoontje
10 Sanne kreeg een
is zijn fluitje kwijt. , dat doe je niet. . poort is stuk. . ! je als er iemand komt. schoenen aan. het huis binnen. van haar tante uit Marokko. !
11 Wat een gevaarlijk
veegt
12 Ik
door de rook.
13 In
ga ik op kamp.
14 De leerling 15 Het
84
de klas. is gesloten door de storm.
L4 - Thema 3 - evaluatieblok - controlezorgdictee
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 84
3/01/19 10:41
Naam:
Datum:
Nr.
Zinnen
/15
hoofdpijn, geschreeuw van het
1 Hij kreeg
op de speelplaats.
de
in de
zijn
in de
2 Vader
.
stripverhalen, krantenwinkel 3 Opa
.
aan de
4 De speurhonden . deftige, mevrouwen
de
5 bij een stukje taart.
Werkwoorden
/5 t.t./ v.t
enkelvoud/ meervoud
infinitief
stam
1 Elke middag slapen de poezen in hun mand. 2 Het meisje las de verhalen in het dagboek.
Ik denk dat ik voor mijn toets zal behalen. Ik vind dat voor mij: zeer goed. goed. niet goed. Je behaalde /35 op je toets. Ik vind dat voor jou: zeer goed. goed. niet goed.
/35
Dit wil ik over de toets vertellen:
Ik geef je de volgende tips:
L4 - Thema 3 - evaluatieblok - controlezorgdictee
579467 TAL4 Zorgmap A.indb 85
85
3/01/19 10:41
580264/2
72295_TALENT 4_ZORG EN EVALUATIE 4A_ 580264_2.indd 3
vanin.be
23/10/18 08:40