Skip to main content

TALENT 4 - Spellingschrift A

Page 1

4

Bingel is hét leerplatform voor lagere scholen in Vlaanderen. Met de inloggegevens die je kind van de school ontvangt, kan het digitaal oefenen en leren. Bij bingel hoort ook een tablet-app: Bingel Raket. Door een pagina uit dit schrift te scannen, ziet je kind meteen welke opdrachten het op bingel kan maken. Je herkent de pagina’s voor Bingel Raket aan . Bingel en Bingel Raket kunnen zowel op school als thuis gebruikt worden. Je kind krijgt er tips en werkt op een eigen niveau en tempo. Meer informatie: www.bingel.be – www.bingelraket.be

Spellingschrift 580255/2

vanin.be Naam: Klas:

72295_TALENT 4_SPELLINGSCHRIFT 4A_580255_2.indd 2

Nr.:

14/01/19 08:39


TALENT 4 - Spellingschrift Bij TALENT voor het 4e leerjaar horen volgende materialen: Voor de leerling: • Taalschrift A • Taalschrift B • Taalschrift C • Spellingschrift • Projectbundel - Te laat! • Projectbundel - Goochelen • Projectbundel - Dat klopt niet! • Werkwoordenblok Voor de leraar: • Handleiding A • Handleiding B • Handleiding C • Correctiesleutel Taalschrift A • Correctiesleutel Taalschrift B • Correctiesleutel Taalschrift C • Correctiesleutel Spellingschrift • Correctiesleutel Projectbundel - Te laat! • Correctiesleutel Projectbundel - Goochelen • Correctiesleutel Projectbundel - Dat klopt niet! • Zorg- en evaluatiemap A • Zorg- en evaluatiemap B • Zorg- en evaluatiemap C Voor de klas: • Talentbib • Wandplaten • Cd- en dvd-box Digitale ondersteuning (zie ook www.talentvoortaal.be/digitaal) • Bingel Max • Bingel Plus • Bingel Start

Fotokopieerapparaten zijn algemeen verspreid en vele mensen maken er haast onnadenkend gebruik van voor allerlei doeleinden. Jammer genoeg ontstaan boeken niet met hetzelfde gemak als kopieën. Boeken samenstellen kost veel inzet, tijd en geld. De vergoeding van de auteurs en van iedereen die bij het maken en verhandelen van boeken betrokken is, komt voort uit de verkoop van die boeken. In België beschermt de auteurswet de rechten van die mensen. Wanneer u van boeken of van gedeelten eruit zonder toestemming kopieën maakt, buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen, ontneemt u hun dus een stuk van die vergoeding. Daarom vragen auteurs en uitgevers u beschermde teksten niet zonder schriftelijke toestemming te kopiëren buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen. Verdere informatie over kopieerrechten en de wetgeving met betrekking tot reproductie vindt u op www.reprobel.be. Ook voor het digitale lesmateriaal gelden deze voorwaarden. De licentie die toegang verleent tot dat materiaal is persoonlijk. Bij vermoeden van misbruik kan die gedeactiveerd worden. © Uitgeverij VAN IN, Wommelgem, 2019 De uitgever heeft ernaar gestreefd de relevante auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Wie desondanks meent zekere rechten te kunnen doen gelden, wordt verzocht zich tot de uitgever te wenden.

Eerste druk 2019 Art. 580255/2

72295_TALENT 4_SPELLINGSCHRIFT 4A_580255_2.indd 3-4

14/01/19 08:39


les 5

Woorden net als gevaarlijk(e) LIJK

VRES E

GE

E

LACH

DAD

DER

LIJK

E

E

MAKK

Spellingweter 12

E

VRIEND

E WON

EER

LIJK

E

LIJK

VRO

LIJK

GE

1

LIJK

LIJK E

LIJK

TUUR

LIJK E

E LE

LIJK NA

BE

VAAR

E

SCHUW

LIJK ON

LIJK AF

E

Woorden met (e)lijk(e)

Kijk goed. Bedek het woord en schrijf het in de zin. gevaarlijke

Een cobra is een

slang!

vrolijke

Dat zijn twee

wonderlijke

Wat een

afschuwelijk

In mijn droom werd ik achtervolgd door een

oneerlijk

Hij speelt vals, dat is

belachelijk

De schoenen van de clown waren

gemakkelijk

Deze les is

dadelijk

Haast je,

lelijke

Ken je het sprookje ‘Het

vriendelijke

De

vreselijke

Op het nieuws zie je soms

natuurlijk

Jan heeft

vrienden. man is die Evert toch. dier. ! . . komt de bus! eendje’? man hield de deur open. gebeurtenissen. weer een tien op zijn toets.

Thema 3 - les 5

569654 TAL4 SS.indb 27

27

14/01/19 15:04


2

3

Vul aan met (e)lijk(e). Bedek het woord en schrijf het volledig op. 1 heer

een

taart

2 duid

een

beschrijving

3 moei

een

oefening

4 verschrikk

een

ongeluk

5 ongeloof

een

verhaal

6 mog

een

oplossing

7 eigen

Ze bedoelt

nee.

Vul het juiste woord met (e)lijk(e) in.

Let op: Soms moet je ook verenkelen of verdubbelen.

1

kost hart

2

ongeloof smaak

het

verhaal

3

koning gemak

het

paleis

4

pijn schrift

de

val

5

zuid tijd

de

opvang

6

huis smaak

7

daad wonder

Hij komt

8

oneer avontuurlijk

de

groeten

eten

.

spin

Dit is ongelooijk!

28

Thema 3 - les 5

569654 TAL4 SS.indb 28

14/01/19 15:04


4

5

Maak een woord met (e)lijk(e) en schrijf er een zin mee. 1 koning

Ik droom van

2 wonder

Ik droom van

3 gemak

Ik droom van

4 oneer

Ik had een nachtmerrie over

5 vrees

Ik had een nachtmerrie over

Vul de zin aan met een woord op (e)lijk(e).

Ik twijfel. kruispunt.

1 Dat is een (gevaar) 2 (hart)

gefeliciteerd met je prijs.

3 De oefening is (schrift)

.

4 IJsberen leven op de (noord)

pool.

5 Opa schrijft (sier)

letters.

6 Dit is duur, het is een (kost)

cadeau.

7 Dit geloof ik niet, het is (ongeloof )

6

Fout? Verbeter.

.

Beschrijf de drie dromen of nachtmerries. Gebruik zoveel mogelijk woorden net als heerlijk(e). 1

2

3

Auw!

1

2

3

Thema 3 - les 5

569654 TAL4 SS.indb 29

29

14/01/19 15:04


7

Luister goed. Schrijf op wat je hoort.

Ik twijfel.

1 2 3 4 5

6

Heb je een fout gemaakt? Schrijf het woord opnieuw.

8

Waarover droom jij soms? Gebruik minstens drie van deze heerlijke woorden. aantrekk

30

– heer

– wonder

– dag

s – vriend

– eer

– ongeloof

– huw

Thema 3 - les 5

569654 TAL4 SS.indb 30

14/01/19 15:04


les 10

Werkwoorden (1) “Wat doet u?” vroeg ik de professor, die aan haar bureau zat. “Rennen”, mompelde ze, “duiken, vliegen, vallen, opstaan ... Ik onderzoek werkwoorden, maar hoe maak ik ze n doe overzichtelijk?” “Is dat niet te doen?” vroeg ik. “Dat is het: doen!” riep de professor uit. “Werkwoorden laten zien wat het onderwerp doet! Alleen zit ik dan nog met werkwoorden als hebben, kunnen en zullen, en zijn, worden en blijven. Die doen dat niet.” “Maar ze werken wel? Je kunt er zinnen mee maken?” vroeg ik. “Ja, natuurlijk!” lachte de professor. “Dan zijn het andere werkwoorden”, zei ik, om maar iets te zeggen. “Wacht eens, zo simpel is het! Er zijn werkwoorden die zeggen wat een onderwerp doet. En er zijn ... andere werkwoorden”, schaterde de professor. “Jij bent werkelijk geniaal!”

Taalweter 1 Taalweter 2 Taalweter 3 1

Waarom gebruik ik werkwoorden? Wat is een infinitief? Wat is een persoonsvorm?

Kleur: de werkwoorden. wij rusten

het zwembad jij komt

jij gaat de hond

ik antwoord

jullie vertellen de kip legt

ze willen de kinderen vragen ik schrijf

het nummer

blauw gelukkig

Jaap eet twintig

de zon schijnt Ella droomt

Thema 3 - les 10

569654 TAL4 SS.indb 31

31

14/01/19 15:04


2

Kleur: de infinitieven.

3

1

winnen

winnaar

won

wint

2

gehuil

huilen

huilt

huilde

3

missen

mist

gemis

misten

4

schreeuwt

schreeuwde

geschreeuw

schreeuwen

5

tovenaar

getover

toveren

tovert

6

giechel

giechelde

giechelen

gegiechel

7

ontmoette

ontmoeten

ontmoeting

ontmoet

a Maak een ja-neevraag. b Markeer: het onderwerp. c Onderstreep de persoonsvorm. Jitte droomt van een nieuwe fiets. Ja-neevraag: Droomt Jitte van een nieuwe fiets? 1 Dan rijden Jitte en papa naar het park. Ja-neevraag: 2 Jitte valt met haar fiets. Ja-neevraag: 3 Papa en mama brengen haar naar de dokter. Ja-neevraag: 4 De dokter verzorgt de wonden. Ja-neevraag: 5 Hij kleeft een grote pleister op Jittes been. Ja-neevraag: 6 Gelukkig is het niet al te erg. Ja-neevraag:

32

Thema 3 - les 10

569654 TAL4 SS.indb 32

14/01/19 15:04


4

a Markeer in elke zin: het onderwerp. b Onderstreep telkens de persoonsvorm. Tip: stel een ja-neevraag. 1 Een kleine jongen kan niet slapen. 2 Hij roept zijn ouders die in de woonkamer zijn. 3 Zijn ouders willen hun zoon geen verhaal voorlezen. 4 Hij moet dan maar schaapjes tellen. 5 Al snel zitten de schapen rond zijn bed. 6 Hopelijk houden ze hem niet wakker!

5

a Onderstreep de persoonsvorm en schrijf de infinitief. infinitief (Ik zal ...) 1 De scheidsrechter schorst die speler.

betekenis licht geven

2 Wout gist naar de uitkomst.

tijdelijk iets verbieden

3 De sterren fonkelen aan de hemel.

klagen over iets

4 De meester sakkert over mijn twee op tien.

raden naar iets

b Verbind de infinitief met de juiste betekenis.

6

Onderstreep de persoonsvorm en schrijf de infinitief.

Ik twijfel.

Fout? Verbeter.

infinitief (Ik zal ...) 1 Iman gaat op reis naar Spanje. 2 De hele familie reist mee. 3 Elke morgen zwemmen ze. 4 Na de middag helpt Iman met de afwas. 5 Dat vindt ze niet zo leuk. 6 Samen wandelen ze ook in het bos. 7 Daar geniet Iman van. 8 ’s Nachts droomt ze van haar reis.

Thema 3 - les 10

569654 TAL4 SS.indb 33

33

14/01/19 15:04


7

Luister goed. Noteer het onderwerp en de persoonsvorm. onderwerp

Ik twijfel.

persoonsvorm

1 2 3 4 5 Heb je een fout gemaakt? Schrijf het woord opnieuw.

8

a Zoek het woord op (e)lijk(e) en vul de tekst aan. b Onderstreep de persoonsvormen. Een (erg mooie) vampier droomt van een (niet mooi) vrouw om mee te trouwen. Hij surft daarom naar de website “ Op die website kom je Veel kandidaten wachten op een Maar ze dromen wel van een

(waaraan je dood kunt gaan) vampiers”. (niet gemakkelijk) mensen tegen. (met afschuw) aanzoek. (als een koning)

(een trouw). c De vampier wordt op slag verliefd op de lelijke vrouw. Hij schrijft haar volgend bericht: Tip: de woorden kunnen je helpen. natuurlijk – eerlijk – onschadelijk – heerlijk – gevaarlijk – verschrikkelijk – eindelijk

34

Thema 3 - les 10

569654 TAL4 SS.indb 34

14/01/19 15:04


les 14

Werkwoorden (2) “Vroeger leerden we alles uit ons hoofd”, zei de professor. “Tegenwoordig vind je alles over werkwoorden op internet.” “Tijden veranderen”, zei ik eigenwijs. “Weer de spijker op de kop!” juichte de professor. “Werkwoorden kunnen van tijd veranderen. Ik kietel, wij kietelen onze neus: dat doen we nu. Ik kietelde, wij kietelden onze neus: dat is al gebeurd. Maar nu moet je me met rust laten. Ik moet dringend weer aan het werk met deze woorden.”

Taalweter 4 Taalweter 5 Taalweter 6

1

Wat is de tijd van een werkwoord? Welke vorm van de persoonsvorm moet ik gebruiken: enkelvoud of meervoud? Wat is de stam?

a Onderstreep de persoonsvorm. b Omcirkel de juiste tijd: de tegenwoordige tijd (t.t.) of de verleden tijd (v.t.).

2

1 Elke avond droomde hij wel iets.

t.t./v.t.

2 Je droom duurt tien minuten.

t.t./v.t.

3 Hebben dromen een betekenis?

t.t./v.t.

4 De mensen raakten al snel geïnteresseerd in dromen.

t.t./v.t.

5 Vroeger dacht men dat het boodschappen waren.

t.t./v.t.

6 De betekenis blijft een groot mysterie.

t.t./v.t.

a Schrijf van elke infinitief de stam. Tip: denk aan de ik-vorm. b Kleur in de stam: de kijkletter. infinitief

stam

infinitief

braden

tekenen

sluiten

trekken

zwemmen

vinden

spelen

tennissen

stam

Thema 3 - les 14

569654 TAL4 SS.indb 35

35

14/01/19 15:04


3

a Markeer in elke zin: het onderwerp. b Onderstreep telkens de persoonsvorm. c Duid aan of de persoonsvorm in het enkelvoud of meervoud staat.

enkelvoud meervoud

1 De Droomfabriek was een populaire Vlaamse televisieshow. 2 De kijkers schreven brieven waarin ze hun droom beschreven. 3 Welke droom wil jij in vervulling zien gaan? 4 Ik ben blij als ik een poesje krijg. 5 Hopelijk vervullen mama en papa ook mijn droom.

4

a Markeer in elke zin: het onderwerp. b Onderstreep telkens de persoonsvorm. c Schrijf de tijd van de persoonsvorm op (t.t. of v.t.).

Ik twijfel.

Fout? Verbeter.

1 Daoud vertrekt naar de boerderij. 2 Vannacht sliep hij niet door de zenuwen. 3 Hij gaat met zijn vriend Yamin. 4 Zijn ouders wensten hem een fijne tijd toe. 5 Yamin en Daoud slapen samen op de kamer.

5

a Markeer in elke zin: het onderwerp. b Onderstreep telkens de persoonsvorm. c Schrijf de infinitief en stam van de persoonsvorm op. infinitief

stam

1 Janke hoort een vreemd geluid. 2 Ze besluit de politie te verwittigen. 3 Een hond zit vast in de bevroren vijver. 4 Beeft het diertje van de schrik of de kou? 5 Gelukkig verwarmt Janke de hond.

36

Thema 3 - les 14

569654 TAL4 SS.indb 36

14/01/19 15:04


6

Vul aan. Infinitief draaien

Stam draai

1 2

Ze

Tijd zich om.

draaien

t.t.

Jullie mepten op de bal. slapen

Ik

3

Ik las een boek.

4

We studeren elke avond.

5

7

Persoonsvorm

kijk

Kruis aan of het onderstreepte woord de persoonsvorm (pv) is. Tip: stel een ja-neevraag.

pv

als een roos.

t.t.

de politie rond.

t.t.

geen pv

Zo ziet de slaapcyclus eruit! Tijdens je slaap doorloop je een paar stappen: 1 doezelen

Je bent nog wakker.

2 lichte slaap

Je droomt nog niet.

3 diepe slaap

Deze slaapfase duurt een uur.

4 remslaap

Er wordt in deze fase gedroomd.

Tijdens je slaap ga je vijf keer door die stadia. Zo komt het dat je vijf dromen in een nacht hebt. Je herinnert je niet altijd wat je droomde. Met deze tips lukt het beter om je droom te onthouden: 1 Je moet je droom opschrijven van zodra je wakker wordt. 2 Ga in dezelfde houding liggen als wanneer je sliep. 3 Als je lang kunt uitslapen, dan duurt je droom ook langer en heb je meer kans om hem te herinneren.

Thema 3 - les 14

569654 TAL4 SS.indb 37

37

14/01/19 15:04


8

Luister goed. Schrijf de persoonsvorm, de infinitief en de stam op. persoonsvorm

infinitief

Ik twijfel.

stam

1 2 3 4 5 Heb je een fout gemaakt? Schrijf het woord opnieuw. Zitten

Infinitief Stam

9

les 14

zitten

Speel het kwartetspel.

Werkwoordenkwartet stam:

Fietsen

Rennen

Spelregels kwartetspel

Infinitief

zit

zit

t.t.:

hij

v.t.:

wij

infinitief :

zit

t.t.:

hij

v.t.:

wij Stam

zaten

Infinitief

Stam Tege nwoordige

1 Vul de kwartetkaarten aan.

zitten zit zaten

tijd Verleden

tijd

2 Knip de kaartjes uit. 3 Speel het spel. fietsen – Maak groepjes van vier. les 14 – Verdeel alle kaarten. De kleinste speler begint. les 14 W er kw oo rd enkw – Als je aan de beurt bent, je aan iemand een kaart Werkwoordenkwartet artevraag t Rennen Rennen die je niet hebt: stam:

t.t.:

hij

v.t.:

rennen fiets hi j zit

fiets

fietst

wij

fietsten

stam:

infinitief: infiren nitief : fietsen

t.t.:

hij t.t.:

hij starent m:

v.t.:

wijv.t.:

wij v.trenden .: wij fietsten

Stam

stam:

stam:

t.t.:

hij

v.t.:

wij

rent

t.t.:

hij

renden

v.t.:

wij

fietsen

stam:

ren

v.t.:

ren

infinitief:

infinitief:

t.t.:

hij

t.t.:

hij

rent

renden

v.t.:

wij

v.t.:

wij

renden

rennen rent

renden

Tegenwoordige tijd Tegenwoordige tijd

infirent nitief :

v.t.:

wij

renden sta m:

fiets

wij

fietsten

fietsten hijwij rent infin infinitief: itief: stam: stam:

v.t.: rent

hij

wij zaten zitten zit

hij zit Verleden tijd

L3 - Thema

ren

ren

rennen

t.t.:

Tegenwoordige tijdden Verle tijd

hij fietst

rennen

zit zaten

infinitief:

Stam

infinitief:

rennen

zitten

t.t.:

Tegenwoordige tijd

InfinitiefInfinitief

fietst

ren

t.t.: hij wij

rennen fietsen renfiets renden fietst

3 - les 14

- kopieerbl

ad 2

3

wij renden infinitief: stam: t.t.:

rennen ren

hij

rent

rennen

2

L3 - Thema 3 - les

14 - kopieerblad 2

L3 - Thema 3 - les 14 - kopieerblad 2

Verleden tijd

1

Verleden tijd

bv. Ik zoek de tegenwoordige tijd van het werkwoord rennen. Ik vraag: "Heb jij 'hij rent' voor mij?" – Als de speler die kaart heeft, geeft hij die aan jou. Je mag dan nog een kaart vragen aan hij ren dezelfde oft een andere speler. hij rent wij renden wij renden Als de speler de kaart niet heeft, is het de beurt aan de volgende speler. – Heb je een set van vier kaarten, dan roep je: “Kwartet!” Leg de vier kaarten op tafel. – Wie de meeste kwartetten heeft, wint het spel. infinitief:

v.t.:

rennen

infinitief:

stam:

ren

wij

stam:

renden

v.t.:

wij

rennen infinitief: ren

renden t.t.:

infinitief:

rennen

stam:

stam:

hij

t.t.:

hij

rent

rennen ren

ren

rent

L3 - Thema 3 - les

38

L3 - Thema 3 - les 14 - kopieerblad 2 14 - kopieerblad 2

1

1

Thema 3 - les 14

569654 TAL4 SS.indb 38

14/01/19 15:04


TALENT 4 - Spellingschrift Bij TALENT voor het 4e leerjaar horen volgende materialen: Voor de leerling: • Taalschrift A • Taalschrift B • Taalschrift C • Spellingschrift • Projectbundel - Te laat! • Projectbundel - Goochelen • Projectbundel - Dat klopt niet! • Werkwoordenblok Voor de leraar: • Handleiding A • Handleiding B • Handleiding C • Correctiesleutel Taalschrift A • Correctiesleutel Taalschrift B • Correctiesleutel Taalschrift C • Correctiesleutel Spellingschrift • Correctiesleutel Projectbundel - Te laat! • Correctiesleutel Projectbundel - Goochelen • Correctiesleutel Projectbundel - Dat klopt niet! • Zorg- en evaluatiemap A • Zorg- en evaluatiemap B • Zorg- en evaluatiemap C Voor de klas: • Talentbib • Wandplaten • Cd- en dvd-box Digitale ondersteuning (zie ook www.talentvoortaal.be/digitaal) • Bingel Max • Bingel Plus • Bingel Start

Fotokopieerapparaten zijn algemeen verspreid en vele mensen maken er haast onnadenkend gebruik van voor allerlei doeleinden. Jammer genoeg ontstaan boeken niet met hetzelfde gemak als kopieën. Boeken samenstellen kost veel inzet, tijd en geld. De vergoeding van de auteurs en van iedereen die bij het maken en verhandelen van boeken betrokken is, komt voort uit de verkoop van die boeken. In België beschermt de auteurswet de rechten van die mensen. Wanneer u van boeken of van gedeelten eruit zonder toestemming kopieën maakt, buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen, ontneemt u hun dus een stuk van die vergoeding. Daarom vragen auteurs en uitgevers u beschermde teksten niet zonder schriftelijke toestemming te kopiëren buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen. Verdere informatie over kopieerrechten en de wetgeving met betrekking tot reproductie vindt u op www.reprobel.be. Ook voor het digitale lesmateriaal gelden deze voorwaarden. De licentie die toegang verleent tot dat materiaal is persoonlijk. Bij vermoeden van misbruik kan die gedeactiveerd worden. © Uitgeverij VAN IN, Wommelgem, 2019 De uitgever heeft ernaar gestreefd de relevante auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Wie desondanks meent zekere rechten te kunnen doen gelden, wordt verzocht zich tot de uitgever te wenden.

Eerste druk 2019 Art. 580255/2

72295_TALENT 4_SPELLINGSCHRIFT 4A_580255_2.indd 3-4

14/01/19 08:39


4

Bingel is hét leerplatform voor lagere scholen in Vlaanderen. Met de inloggegevens die je kind van de school ontvangt, kan het digitaal oefenen en leren. Bij bingel hoort ook een tablet-app: Bingel Raket. Door een pagina uit dit schrift te scannen, ziet je kind meteen welke opdrachten het op bingel kan maken. Je herkent de pagina’s voor Bingel Raket aan . Bingel en Bingel Raket kunnen zowel op school als thuis gebruikt worden. Je kind krijgt er tips en werkt op een eigen niveau en tempo. Meer informatie: www.bingel.be – www.bingelraket.be

Spellingschrift 580255/2

vanin.be Naam: Klas:

72295_TALENT 4_SPELLINGSCHRIFT 4A_580255_2.indd 2

Nr.:

14/01/19 08:39


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook