Skip to main content

TALENT 5 - Taalschrift A - Thema 3

Page 1

5

Taalschrift Naam: Klas:

71123_TALENT 5_TAALSCHRIFT 5A_ 580257-1.indd 2

Nr.:

22/01/18 14:24


TALENT 5 - Taalschrift Bij TALENT voor het 5e leerjaar horen volgende materialen: Voor de leerling: • Taalschrift A • Taalschrift B • Taalschrift C • Spellingschrift • Projectbundel - De Warmste Klas • Projectbundel - Loop naar de maan • Projectbundel - Daar zit muziek in • Werkwoordenblok Voor de leraar: • Handleiding A • Handleiding B • Handleiding C • Correctiesleutel Taalschrift A • Correctiesleutel Taalschrift B • Correctiesleutel Taalschrift C • Correctiesleutel Spellingschrift • Zorg- en evaluatiemap A • Zorg- en evaluatiemap B • Zorg- en evaluatiemap C • Map curriculumdifferentiatie Voor de klas: • Talentbib • Wandplaten • Cd- en dvd-box Digitale ondersteuning (zie ook www.talentvoortaal.be/digitaal) • Bingel Max • Bingel Plus • Bingel Start

Fotokopieerapparaten zijn algemeen verspreid en vele mensen maken er haast onnadenkend gebruik van voor allerlei doeleinden. Jammer genoeg ontstaan boeken niet met hetzelfde gemak als kopieën. Boeken samenstellen kost veel inzet, tijd en geld. De vergoeding van de auteurs en van iedereen die bij het maken en verhandelen van boeken betrokken is, komt voort uit de verkoop van die boeken. In België beschermt de auteurswet de rechten van die mensen. Wanneer u van boeken of van gedeelten eruit zonder toestemming kopieën maakt, buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen, ontneemt u hun dus een stuk van die vergoeding. Daarom vragen auteurs en uitgevers u beschermde teksten niet zonder schriftelijke toestemming te kopiëren buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen. Verdere informatie over kopieerrechten en de wetgeving met betrekking tot reproductie vindt u op www.reprobel.be. Ook voor het digitale lesmateriaal gelden deze voorwaarden. De licentie die toegang verleent tot dat materiaal is persoonlijk. Bij vermoeden van misbruik kan die gedeactiveerd worden. © Uitgeverij VAN IN, Wommelgem, 2018 De uitgever heeft ernaar gestreefd de relevante auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Wie desondanks meent zekere rechten te kunnen doen gelden, wordt verzocht zich tot de uitgever te wenden.

Eerste druk 2018 Art. 580257 / 1

71123_TALENT 5_TAALSCHRIFT 5A_ 580257-1.indd 3

22/01/18 14:24


THEMA

3

Dat is gemeen(d)

Talent 5 - Taalschrift A.indb 77

23/01/18 08:40


Talent 5 - Taalschrift A.indb 78

23/01/18 08:40


les 3

Toen mijn vader een struik werd Ik kan achterhalen waarom de personages iets doen in een verhaal. Ik kan goede vragen stellen.

1

Lees deel 1 van het verhaal. Beantwoord de vragen.

5

10

15

20

Ik moest op de bank gaan zitten, want ze had me iets te zeggen, zei mijn oma. Ze zei dat ik hier beter niet kon blijven. Het was te gevaarlijk geworden. En mij mocht niets overkomen, omdat ik het kind van haar kind was. Ze had contact gehad met mijn moeder, zei ze. Omdat die in het buurland woonde, waar geen oorlog was, kon ik daar maar het beste heen gaan. Mijn moeder zou me met open armen ontvangen. “Maar ik wil liever bij papa blijven”, zei ik. Dat begreep mijn oma wel. Het was tijdelijk, zei ze. Als het gevaar geweken was, kon ik terugkomen. Ik vroeg of ze dan niet meeging. W inpikken Nee, dat kon niet, zei mijn oma. Ze moest op het huis passen, anders zouden er afpakken anderen in gaan wonen. Die zouden alles inpikken wat mijn vader nog bezat. Maar ik hoefde me geen zorgen over haar te maken. Zij had al een keer een oorlog meegemaakt. “Zijn er daar waar ik naartoe moet geen aardbevingen of overstromingen?” vroeg ik. “Anders kan ik net zo goed thuisblijven.” Nee, die waren er niet, zei mijn oma. En dit was de beste oplossing in deze omstandigheden. Ik zag wel aan haar dat ze deze omstandigheden heel graag had veranderd in andere omstandigheden. Maar dat kon ze niet. “Je bent niet alleen”, zei mijn oma. “Dat hebben ze me op het hart gedrukt. Je wordt tot het laatst begeleid. En er gaan nog meer kinderen naar veiliger oorden. Overmorgen vertrekt er een bus.” We zaten een poosje naast elkaar zonder wat te zeggen. Toen trok ze me naar zich toe en hield me in haar armen alsof ze me nooit zou laten gaan. Ik kon haast niet meer ademen.

Thema 3 - les 3

Talent 5 - Taalschrift A.indb 79

79

23/01/18 08:40


a Kleur in de tekst: de redenen die Toda gebruikt om niet naar haar mama te moeten gaan.

W

de tegenargumenten van oma. b Lees het fragment nog eens met speciale aandacht voor de gevoelens van Toda. 1 Omcirkel hoe Toda zich volgens jou voelt. Er zijn meerdere antwoorden mogelijk. Kies uit:

W

angstig – verdrietig – nieuwsgierig – vrolijk – enthousiast – eenzaam – teleurgesteld – verloren – hopeloos – bezorgd

het tegenargument iets waarmee je bewijst waarom je het niet eens bent met een idee of uitspraak

enthousiast met groot plezier, opgewonden, zeer blij

2 Kies een van je antwoorden. Leg aan je buur uit waarom je denkt dat Toda dat gevoel ervaart. 3 Hoe zou jij je voelen als een van je ouders naar het leger moest en jij voor een lange tijd bij een vreemde moest logeren? Waarom zou jij je zo voelen? Bespreek met je buur. c

Stel je voor dat Toda vooraan de klas staat. Welke vraag zou je haar stellen? Let op: Stel geen ja-neevraag.

d In de tekst lees je op regel 17: ‘Ik zag wel aan haar dat ze deze omstandigheden heel graag had veranderd in andere omstandigheden’. 1 Wat zijn deze omstandigheden?

2 Wat zouden andere omstandigheden kunnen zijn?

e Aan het einde van de tekst (r. 19) staat de zin ‘Dat hebben ze me op het hart gedrukt.’ 3 Wie zijn ze in deze zin?

4 Wat betekent op het hart drukken?

80

Thema 3 - les 3

Talent 5 - Taalschrift A.indb 80

23/01/18 08:40


2

Lees deel 2 van het verhaal. Beantwoord de vragen.

Het enige wat ik mee kon nemen was wat er in mijn schoudertas paste. Dat waren vier onderbroeken, twee T-shirts, een broek, een trui, mijn toiletspullen, een rol droge koekjes, een flesje water, een schrift en een pen. De rest moest ik achterlaten. Mijn oma zei dat ze er goed op zou passen.

bent k

W

5

10

In het schrift schreef ze het adres van mijn moeder en ze plakte haar foto erbij. Ze plakte ook een foto van mijn vader in het schrift. En een kopie van zijn paspoort, waar mijn naam in stond. Ze had geen foto van zichzelf bij zich. Daarom maakte ze een tekeningetje van haar hoofd, maar ze kan niet zo goed tekenen. Ze kraste zichzelf wel drie keer door.

doorkrassen doorhalen, een streep door iets trekken

“Je moet me maar onthouden�, zei ze. Samen maakten we een lijstje van wat ik allemaal nog meer zou kunnen onthouden.

Thema 3 - les 3

Talent 5 - Taalschrift A.indb 81

81

23/01/18 08:40


15

We oefenden de makkelijkste manier om mijn tas te dragen. Aan de binnenkant van mijn broek maakte mijn oma een geheim portemonneetje, waar ze zoveel mogelijk biljetten in stopte. Voor de zekerheid, zei ze, want de mensen die de busreis organiseerden, hadden gezegd dat ik onderweg niets hoefde te betalen.

Joke van Leeuwen schreef en tekende prachtboeken als Deesje, Het verhaal van Bobbel die in een bakfiets woonde en rijk wilde worden en Iep! Haar teksten en illustraties zijn met vele prijzen bekroond.

Joke van Leeuwen Toen mijn vader een struik werd

Voordat Toda’s vader een struik wordt, is hij banketbakker. Iedere dag staat hij voor dag en dauw op om wel twintig soorten gebakjes te maken en drie soorten taart. Tot op een dag alles verandert. In het zuiden breken gevechten uit en Toda’s vader moet erheen om het land te verdedigen. Gelukkig heeft hij het handboek Wat Elke Soldaat Moet Weten. Hierin staat precies hoe hij zich met takjes en bladeren kan verkleden als struik, zodat de vijand hem niet herkent. Toda blijft met haar oma achter in de stad, maar ook daar is het niet langer veilig. Ze wordt naar haar moeder gestuurd, die in het buurland woont. De reis ernaartoe is vol avonturen en gevaar. Maar Toda geeft niet op. Ze moet haar moeder vinden!

Meer lezen? Toen mijn vader een struik werd, Joke van Leeuwen, Talentbib 5

5

a Stel: jij bent Toda. Welke vraag zou je aan oma stellen? Noteer de beste vraag van je groep. Let op: Stel geen ja-neevraag.

b Maak met je groep een lijst van vijf zaken die je moet onthouden maar niet kunt meenemen.

Vijf zaken die je moet onthouden maar niet kunt meenemen ❤ ❤ ❤ ❤ ❤

c

Bespreek de vragen in je groep. Raadpleeg de correctiesleutel als je het antwoord niet vindt of als jullie het niet eens raken met elkaar. 1 In de laatste zin (r. 15) staat er voor de zekerheid. Wat bedoelt de auteur daarmee?

2 Waarom kleeft oma een foto van Toda’s moeder naast het adres?

3 Waarom kleeft oma ook een foto van Toda’s vader in het schrift?

82

Thema 3 - les 3

Talent 5 - Taalschrift A.indb 82

23/01/18 08:40


3

Lees de tekst. Beantwoord daarna de vragen. Toda is niet de enige die tijdens de oorlog moest vluchten. Tijdens de Eerste Wereldoorlog vertrokken in onze streken vele gezinnen uit hun dorp of stad. Hieronder staat een bladzijde uit het dagboek van Germaine Brouckaert. Zij was zes jaar toen de oorlog uitbrak in 1914.

“Twee jaar na de inval van de Duitsers zijn we uit de stad weggevlucht. Wij, dat zijn mijn moeder, mijn broers Michel en Albert en mijn zusje Jeanne. Van onze papa hebben we al twee jaar geen nieuws. Eerst zijn we naar Ardooie gestapt. Dan naar Tielt, met al ons gerief op een driewielkar. Onderweg brak de kar en moesten we alles Germaine Brouckaert, achterlaten in een kapelletje. We hadden niets meer en 6 jaar, 1914 vluchtten verder naar Lebbeke. Daar kregen we elke dag één kom soep. Niets anders. We hebben daar zo’n honger geleden dat we toch maar naar Roeselare zijn teruggekeerd. Daar hadden we tenminste nog wat te eten. Maar na een tijdje zijn we weer gevlucht. Nu met de trein naar Frankrijk. Op een dag klopte er iemand aan onze voordeur. Een vreemde man, in het uniform van het Belgische leger. Het was onze vader! We hadden hem in zes jaar niet gezien of gehoord!” Bron: www.kindereninbezetgebied.be

a Vul de tabel aan. Gebruik de taalweter als je het moeilijk vindt. Oorzaak

Gevolg

Inval van de Duitsers

De kar brak.

We keerden terug naar Roeselare.

W

de oorzaak

aanleiding, reden

het gevolg

resultaat, uitkomst

Thema 3 - les 3

Talent 5 - Taalschrift A.indb 83

83

23/01/18 08:40


Wat is een oorzaak? En een gevolg?

Heb je het weer niet begrepen?

Een gevolg heeft altijd een oorzaak. En een oorzaak heeft altijd een gevolg. De oorzaak komt altijd eerst, daarna pas het gevolg. U hebt het niet goed oorzaak ontzettend veel regen slechte oogst boeiende juf

Bv.

gevolg overstromingen hongersnood geĂŻnteresseerde leerlingen

uitgelegd, juffrouw!

b Stel dat jij dit meemaakt. Wat vraag jij aan je papa? Let op: Stel geen ja-neevraag.

Welke soorten vragen kan ik stellen? > Vragen waarop je ja of nee kunt antwoorden (= ja-neevragen). Bv. Heb jij al eens een boef gezien?

Hoe zag de boef eruit?

> Vragen waarop je met een woord of een hele zin moet antwoorden. Bij deze vragen gebruik je woorden als: hoe, wat, waar, wanneer, wie, waarom, welke, hoeveel ... Die woorden noemen we vraagwoorden. Bv.

4

Hoe zag de boef eruit?

Hoe verliep de les voor jou? Ik kon achterhalen waarom de personages iets doen in een verhaal. Ik kon goede vragen stellen. Ik kon goed samenwerken in groep.

84

Thema 3 - les 3

Talent 5 - Taalschrift A.indb 84

23/01/18 08:40


les 4

Kinderen in oorlog Ik kan het hoofdpersonage en de hoofdgedachte in een tekst vinden. Ik kan argumenten vinden om een stelling te bewijzen of tegen te spreken.

1

Bekijk de krantenkoppen. Welk artikel wil jij het liefst lezen? Nummer de titels van 1 tot en met 4: 1 staat voor het artikel dat je het liefst wilt lezen, 4 voor het artikel dat je het minst graag wilt lezen.

Kindsold aten: recht op bescherming en vrijheid © AFP

2 jaar oorlog in Syri ë, kinderen getuigen:

“Ooit wild e ik dokter word en, nu verzamel ik afva l”

Oekraïne: een dag in het leven van Diana en Sasha

Het verhaa l van Hib a, 10 jaar, een Sy risch vlu chtelingen kind Thema 3 - les 4

Talent 5 - Taalschrift A.indb 85

85

23/01/18 08:40


2

Lees je favoriete tekst. Beantwoord de vragen met een klasgenoot. a Onderstreep de moeilijke woorden in de tekst. Zoek de betekenissen indien nodig op in een woordenboek en schrijf de verklaringen hieronder op.

b Vul de identiteitskaart van het hoofdpersonage in. Tip: Gebruik een atlas of zoek op internet. Naam (Opgegroeid in

Geboren in

)

Werelddeel*: Vlag*:

* Deze vragen los je op als je klaar bent met vraag e. Dit maakt hij/zij mee tijdens de oorlog:

Dit zijn de gevolgen:

c

86

Over welke hulporganisatie gaat de tekst? Wat doet die organisatie?

Thema 3 - les 4

Talent 5 - Taalschrift A.indb 86

23/01/18 08:40


d Hoe voel jij je bij wat die kinderen meemaken?

e Wat vind je van de stelling bij je tekst? Ga je akkoord? Bedenk twee argumenten die je mening staven. Ik ga wel / niet akkoord omdat: 1

2

W

f

de stelling

bewering die anderen juist/waar of niet juist/onwaar kunnen vinden

(je mening) staven

(je mening) met argumenten uitleggen, bewijzen

Beeld je in dat het hoofdpersonage in je klas staat. Welke vragen stel je hem of haar? Lees eerst de taalweter over soorten vragen op pagina 84 aandachtig. 1 2 3 4

3

Vorm een groepje van vier. Elk groepslid moet dezelfde tekst gelezen hebben. Bespreek de argumenten die je noteerde bij oefening 2e. Is iedereen het eens met elkaars argumenten? Waarom (niet)?

4

Vorm een groepje van vier. Elk groepslid moet een andere tekst gelezen hebben. Vertel de andere groepsleden over jouw tekst. Doe dat met behulp van de identiteitskaart.

Thema 3 - les 4

Talent 5 - Taalschrift A.indb 87

87

23/01/18 08:40


5

Kies een tweede tekst. Lees en vul de identiteitskaart aan. Naam Geboren in

(Opgegroeid in

)

Werelddeel: Vlag:

Dit maakt hij/zij mee tijdens de oorlog:

Dit zijn de gevolgen:

6

Hoe verliep de les voor jou? Ik kon het hoofdpersonage in de tekst vinden. Ik kon de hoofdgedachte in de tekst vinden (door de identiteitskaart in te vullen). Ik vond twee argumenten voor of tegen mijn stelling. Ik werkte goed samen met mijn partner en in groep.

88

Thema 3 - les 4

Talent 5 - Taalschrift A.indb 88

23/01/18 08:40


les 6

Hoe leid je een woord af uit een ander woord? Ik kan afleidingen herkennen. Ik kan afleidingen maken met voorvoegsels en/of achtervoegsels. Ik kan samenstellingen en afleidingen van elkaar onderscheiden.

1

Kleur in de volgende woorden: het grondwoord. vluchteling

overlast

werkelijk

antwoord

gebouw

onweer

wanhoop

stormachtig

Wat is een grondwoord? Een grondwoord is de allerkortste vorm van een woord. Je kunt een grondwoord dus niet meer in afzonderlijke woorden splitsen. Bv.

2

bus, tand, werk, tapijt, douche ...

Maak afleidingen door één oranje kaartje met één of meer groene kaartjes te combineren. Je mag elk kaartje meerdere keren gebruiken. geweld

eer

bescherm

vreemd

vlucht

aard

bang

veilig

interview

ge-

be-

on-

ont-

ver-

-(e)lijk

-ig

-(l)ing

-loos

-heid

-en

-er

Thema 3 - les 6

Talent 5 - Taalschrift A.indb 89

89

23/01/18 08:40


3

Lees de taalweter. Plaats de afleidingen uit oefening 2 in de juiste kolom. Voorvoegsel

Achtervoegsel

Voor- en achtervoegsel

Wat is een afleiding? Sommige woorden bestaan uit een woord waaraan een klein stukje is toegevoegd. Ze zijn afgeleid van een bestaand woord. Bv.

Ik heb honger, dus ik ben hongerig.

Soms staat het toegevoegde stukje vooraan. Dat noemen we een voorvoegsel. Veel voorkomende voorvoegsels zijn: > > > > >

beonvergeher-

(belonen) (onbeleefd) (verkopen) (geloven) (herbeginnen)

> > > > >

oerhyperaartsont...

(oerstom) (hypernerveus) (aartsmoeilijk) (ontdekken)

Soms staat het toegevoegde stukje achteraan. Dat noemen we een achtervoegsel. Veel voorkomende achtervoegsels zijn: > > > >

-je (kindje) -er (langer) -ster (loopster) -achtig (kinderachtig)

Ik zei niet ‘stom’, maar ‘oerstom’.

> -heid (eerlijkheid) > -ig (zielig) > ...

Stommerik! Dat heeft ook een achtervoegsel, meester!

Soms heb je een voor- en achtervoegsel: > onbruikbaar

90

Thema 3 - les 6

Talent 5 - Taalschrift A.indb 90

23/01/18 08:41


4

Zoek bij elk voorvoegsel en achtervoegsel een woord. Je mag je woordenboek gebruiken. Let op: Maak bij de verbetering ook een zin met jouw woord. Voorvoegsel

5

Achtervoegsel

be-

-je

on-

-er

ge-

-ster

ver-

-achtig

her-

-heid

oer-

-ig

hyper-

-ing

aarts-

-(e)lijk

ont-

-loos

Zoek vier woorden met een voor- en achtervoegsel. Kleur daarna in elk woord: het grondwoord.

6

a Lees de taalweter.

Wat is een samenstelling? We gebruiken niet voor elk nieuw ding een nieuw woord. In plaats daarvan kunnen we bestaande woorden samenvoegen (bv. muis + mat = muismat). Nu je dat weet, kan het je helpen om de betekenis van bepaalde woorden te achterhalen of om ze correct te schrijven. Bv.

brood + mager sport + artikelen + fabrikant

broodmager sportartikelenfabrikant

Er zijn verschillende soorten samenstellingen: > > > > >

met meerdere zelfstandige naamwoorden (bv. televisieaansluiting, netwerkkabel ...) met een bijvoeglijk naamwoord (bv. megaleuk, supersnel ...) met anderstalige delen (bv. harddisk, webcam, webmaster ...) met een afkorting (bv. tv-programma, cd-speler, USB-stick ...) met als eerste deel de stam van een werkwoord (bv. springplank, looprek ...)

Thema 3 - les 6

Talent 5 - Taalschrift A.indb 91

91

23/01/18 08:41


b Maak zoveel mogelijk samenstellingen en afleidingen met het grondwoord werk. Je mag een woordenboek gebruiken. Rangschik de woorden in de vier kolommen. Samenstelling

7

Voorvoegsel

Achtervoegsel

Voor- en achtervoegsel

Hoe verliep de les voor jou? Ik kon afleidingen herkennen. Ik kon afleidingen maken met voorvoegsels en/of achtervoegsels. Ik kon samenstellingen en afleidingen van elkaar onderscheiden.

92

Thema 3 - les 6

Talent 5 - Taalschrift A.indb 92

23/01/18 08:41


les 8

Blijven of terugkeren? Ik kan de hoofdgedachte uit een tekst halen. Ik kan de hoofdgedachte uit een tekst in een schema samenvatten. Ik kan een verslag schrijven.

1

Lees de tekst. Beantwoord de vragen.

Je kunt voor kortere tijd elders gaan wonen: een paar maanden tot een jaar. Zo zijn er mensen die voor een korte tijd komen helpen bij de fruitpluk. Je kunt ook voor een lange tijd vertrekken, zelfs voor de rest van je leven. Zo vertrokken er uit BelgiĂŤ heel wat mensen naar de VS aan het einde van de 19e eeuw. Soms wil je voor een korte tijd vertrekken, maar wordt het een lange tijd. Oorlogsvluchtelingen willen meestal terug naar hun land als de oorlog voorbij is. Maar soms duurt het zo lang voor er vrede is, dat mensen niet meer zo gemakkelijk terugkeren: ze hebben werk, hun kinderen gaan naar school ... Bron: Zonneland

a Kleur in de tekst: twee woorden die aangeven welk twee soorten vertrekkers er zijn. b Schrijf bovenaan het fragment een gepaste titel die de hoofdgedachte verwoordt. c

Zou jij in een ander land willen gaan wonen? Waarom (niet)?

d Naar welk land zou jij dan willen verhuizen? Waarom?

Thema 3 - les 8

Talent 5 - Taalschrift A.indb 93

93

23/01/18 08:41


2

Lees de tekst. Beantwoord de vragen.

Er beweegt wat in België! België heeft ongeveer elf miljoen inwoners, onder wie Belgen, vreemdelingen en vreemdelingen die Belg zijn geworden. Dat aantal verandert onder invloed van migratiebewegingen: mensen die België verlaten of die er komen wonen. Hier vind je meer cijfermateriaal over migratie in België. Als België 100 inwoners zou hebben, dan > zijn 82 van de inwoners Belgen van geboorte > zijn 10 van de niet-Belgen Europees van afkomst > zijn 5 van de niet-Belgen Afrikaans van afkomst > zijn 3 van de niet-Belgen Aziatisch van afkomst. W Bron: Zonneland

a Duid het juiste antwoord aan. De beste manier om de betekenis van het woord migratiebeweging te vinden, is de betekenis: opzoeken in een woordenboek. uit de tekst afleiden. aan de juf of meester vragen. vinden door het woord te splitsen.

de migratie verhuizing van volkeren of bevolkingsgroepen van de ene naar de andere plek

b Kleur in de tekst: de woorden die je nodig hebt om de woordparachutes aan te vullen. Vul de woorden in de woordparachutes aan. 11 miljoen inwoners van België

c

94

100 inwoners van België

Als 10 van de 100 Belgen van Europese afkomst zijn, hoeveel zijn er dat dan op 11 miljoen Belgen?

Thema 3 - les 8

Talent 5 - Taalschrift A.indb 94

23/01/18 08:41


3

Migratie kent vele oorzaken. Verdeel de vier teksten in je groep. Elk groepslid beantwoordt deze vragen: a Waarom ontvluchten de mensen uit je tekst hun land? Zoek de reden van de migratie. b Welke vraag zou je aan de mensen uit je tekst willen stellen?

Tekst 1 NIEUWS

REGIO

SPORT

WEER

Erkenning voor klimaatvluchtelingen BUITENLAND – Een gezin uit Tuvalu kreeg asiel in Nieuw-Zeeland.

Š Torsten Blackwood /AFP

Is dat groot nieuws? Toch wel. Tuvalu wordt bedreigd door de gevolgen van het klimaat dat verandert. Het eiland zal overstromen door de opwarming van de aarde. De leden van het gezin zijn zo de eerste erkende klimaatvluchtelingen. Het gezin woont al sinds 2007 in Nieuw-Zeeland. De kinderen zijn er geboren. Het gezin vroeg asiel aan. Dat werd eerst geweigerd, maar in beroep kreeg het gezin gelijk. Het gezin verbleef een tijdje in een opvangcentrum maar woont nu in een eigen huis. Bron: Wablieft

W

het asiel

vluchtelingen die asiel aanvragen in een land, vragen of ze in dat land mogen blijven

het opvangcentrum

gebouw waar mensen in nood mogen verblijven en hulp krijgen

a Reden van migratie: b Vraag aan dit gezin:

Thema 3 - les 8

Talent 5 - Taalschrift A.indb 95

95

23/01/18 08:41


Tekst 2 NIEUWS

REGIO

SPORT

WEER

Meer homo’s vragen asiel aan BELGIË Mensen die homo zijn, vragen vaker asiel aan in België. Jaarlijks behandelt het Commissariaat voor de Vluchtelingen meer dan duizend aanvragen. Ongeveer een op vijf van de mensen die asiel aanvragen om die reden, krijgt dat ook. Waarom stijgt het aantal aanvragen? In sommige landen werden de problemen voor homo’s groter: bijvoorbeeld in Oeganda of in Rusland. Mensen zien en horen ook dat ze welkom zijn in ons land. Bron: Wablieft

a Reden van migratie: b Vraag aan het Commissariaat:

Tekst 3 NIEUWS

REGIO

SPORT

WEER

Afrika wil naar de maan BUITENLAND Afrika wil de ruimte in. Wetenschappers van verschillende Afrikaanse universiteiten steunen het project Africa2Moon. Ze willen 150 000 dollar inzamelen via het internet. Met dat geld willen wetenschappers een reis naar de maan voorbereiden. Zo zou een Afrikaanse satelliet beelden van de reis kunnen maken. Dat moet Afrikaanse jongeren aansporen om in hun eigen land te studeren en te werken. Nu vertrekken er veel jongeren voor hogere studies naar het buitenland en vragen daar asiel aan. Africa2Moon wil dat veranderen. Bron: Wablieft

a Reden van migratie: b Vraag aan Afrikaanse jongere die in het buitenland studeert:

96

Thema 3 - les 8

Talent 5 - Taalschrift A.indb 96

23/01/18 08:41


Tekst 4 NIEUWS

REGIO

SPORT

WEER

De fruitpluk BELGIĂ‹

Š HOLLANDSEHOOGTE

In het seizoen van de fruitpluk komen heel wat mensen van verschillende nationaliteiten even naar ons land om op de fruitbedrijven te helpen plukken. Appels, peren, maar ook aardbeien zijn rijp op hetzelfde moment. Om al dat fruit op tijd te kunnen plukken, schakelen de boeren fruitplukkers in. Die fruitplukkers verhuizen dan voor even naar ons land. Ze verblijven bij familie of ze krijgen een slaapplaats van de boer.

Bron: Zonneland

a Reden van migratie: b Vraag aan een fruitplukker:

Kies een tweede tekst en noteer de reden van de migratie.

4

Vul de woordparachute aan met de verschillende redenen van migratie die je in oefening 3 met je groep hebt gevonden. Redenen van migratie

oorlog

Thema 3 - les 8

Talent 5 - Taalschrift A.indb 97

97

23/01/18 08:41


5

Stel: je wilt weg uit BelgiĂŤ. In welk land wil je gaan leven? Wat verwacht je van dat land? Schrijf een kort verslag over je ervaringen. De vragen hieronder en de verhalen over Silvain en de andere kinderen helpen je op weg. a Beantwoord deze vragen.

Wie ben je?

In welk land woon je?

Waarom ga je weg uit dat land? Wat is het probleem of wat is de aanleiding?

Ga je alleen of met je gezin?

In welk land wil je gaan wonen?

Wat verwacht je van dat land?

Hoe geraak je in dat land?

Hoe is de reis verlopen?

Waar kom je terecht in dat land?

Hoe voel je je daar?

Wil je ooit terugkeren naar je geboorteland? Waarom (niet)?

98

Thema 3 - les 8

Talent 5 - Taalschrift A.indb 98

23/01/18 08:41


b Maak met je antwoorden een vlot leesbare tekst.

6

Hoe verliep de les voor jou? Ik kon de hoofdgedachte uit een tekst halen. Ik kon de hoofdgedachte uit een tekst in een schema samenvatten. Ik kon een verslag schrijven.

Thema 3 - les 8

Talent 5 - Taalschrift A.indb 99

99

23/01/18 08:41


les 9

Ik word journalist! Ik kan een volwassene op een goede manier interviewen. Ik kan een verslag over mijn interview schrijven.

1

Kijk aandachtig naar het interview.

2

Interview zelf iemand. Noteer hier minstens vijf vragen die je in je interview wilt stellen. Kies vragen uit het bordschema. Je mag er ook enkele zelf verzinnen. 1

2

3

4

5

6

7

100

Thema 3 - les 9

Talent 5 - Taalschrift A.indb 100

23/01/18 08:41


3

Lees aandachtig hoe het interview zal verlopen.

W

STAP 1: Stel je als interviewer kort voor. STAP 2: Vraag de geïnterviewde om zich kort voor te stellen. STAP 3: Lees dit tekstje voor: “We lazen en schreven allerlei teksten over mensen die ooit van land verhuisden. We lezen er enkele voor. Herkent u zich in een van deze verhalen?”

de interviewer persoon die in een interview de vragen stelt de geïnterviewde persoon die in een interview de vragen beantwoordt

Daarna lezen één of twee groepsleden het verslag voor dat jullie in de vorige les schreven. STAP 4: Stel om de beurt een vraag die je bij oefening 2 genoteerd hebt. STAP 5: Vraag aan de geïnterviewde wat hij/zij zelf nog wil vertellen. STAP 6: Hebben jullie geen vragen meer? Of stopt je juf of meester het interview? Sluit dan het interview op gepaste manier af door de geïnterviewde te bedanken voor zijn/haar tijd.

4

Interview een tweede persoon. Lees eerst de taalweter zodat je het interview nog beter kunt afnemen.

Hoe neem ik een goed interview af? Volgende tips kunnen je helpen! Aan het begin van een interview: > Begroet de persoon die je gaat interviewen. > Stel jezelf voor (Ik ben ...). > Vraag of je enkele vragen mag stellen. Tijdens het interview: > Luister geboeid en ga in op wat de spreker zegt of stel vragen bij als iets niet duidelijk is. Na het interview: > Bedank de geïnterviewde voor het interview.

Thema 3 - les 9

Talent 5 - Taalschrift A.indb 101

101

23/01/18 08:41


5

Schrijf een verslag over het interview. Daarin antwoord je op twee vragen: 1 Wat vond je interessant of verrassend aan het interview? 2 Wat onthoud je uit dit interview?

6

Hoe verliep de les voor jou? Ik sprak duidelijk en niet te snel. Ik keek naar de geĂŻnterviewde. Ik werkte goed samen om vragen te vinden voor het interview. Ik bedankte de geĂŻnterviewde op het einde. Ik kon een verslag over mijn interview schrijven.

102

Thema 3 - les 9

Talent 5 - Taalschrift A.indb 102

23/01/18 08:41


les 11

Waarom heet een bijvoeglijk naamwoord zo? Ik kan bijvoeglijke naamwoorden herkennen en toevoegen in zinnen en teksten. Ik kan met bijvoeglijke naamwoorden ook dingen vergelijken.

1

Kleur in de titels van Suske en Wiske: alle zelfstandige naamwoorden. alle bijvoeglijke naamwoorden.

185. De botte botaknol

197. Het Delta Duel

186. De rosse reus

198. Lieve Lilliham

187. De droevige druif

199. De tamme tumi

188. Het vliegende hart

200. Amoris van Amoras

De snoezige Snowijt

201. Het dreigende dinges

189. De Belhamel-bende

202. Angst op de Amsterdam

190. De woelige wadden

203. De ruige regen

191. De vergeten vallei

204. De mooie Millirem 205. De kattige kat

De toffe Tiko 192. Het Bretoense broertje

206. De bonkige baarden

193. Hippus het zeeveulen

207. De glanzende gletsjer

Het verborgen volk

208. De hellegathonden

194. De gouden ganzeveer

209. De kwaaie kwieten

195. De hippe heksen

210. De jolige joffer

196. De natte Navajo

Wat is een bijvoeglijk naamwoord?  Een bijvoeglijk naamwoord vertelt hoe iets of iemand is.

Waar vind ik een bijvoeglijk naamwoord?

Dan is 'bijvoeglijk' zelf een bijvoeglijk naamwoord!

Meestal staat een bijvoeglijk naamwoord voor een zelfstandig naamwoord. Het past zich aan dit zelfstandig naamwoord aan. Bv.

een nieuw bankstel een groot geluk

een nieuwe iPad een grote deugniet

Soms staat het bijvoeglijk naamwoord ook los. Dan zegt het hoe het onderwerp is. Bv. Vandaag ben ik zo vrolijk. Thema 3 - les 11

Talent 5 - Taalschrift A.indb 103

103

23/01/18 08:41


2

In dit fragment gebruikt de auteur veel bijvoeglijke naamwoorden. Kleur: minstens vijf van de bijvoeglijke naamwoorden.

De ridders van koning Dagonaut

5

10

15

Dit is een verhaal van lang geleden, toen er nog ridders waren. Het speelt zich af in twee koninkrijken: het land van koning Dagonaut ten oosten van het Grote Gebergte en het land van koning Unauwen ten westen van het Grote Gebergte. Zo heten ook de hoofdsteden van de twee rijken: de Stad van Dagonaut en de Stad van Unauwen. Er wordt ook gesproken van een ander land, maar daarover valt nu nog niets te vertellen. Het verhaal begint in het Rijk van Dagonaut. Eerst moet je echter iets weten van hem en van zijn ridders. Ik heb daartoe een paar stukjes overgeschreven uit een oud, oud boek.

W

de minstreel “Onze koning Dagonaut is een machtig koning; zijn regering is verstandig iemand die liedjes en rechtvaardig en zijn rijk is groot en mooi. Er zijn heuvels en velden, en voordraagt en rondreist vruchtbare akkers, brede rivieren en uitgestrekte wouden. In het noorden zijn bergen, en in het westen zijn nog hogere bergen. Aan gene zijde daarvan ligt het land van koning Unauwen, waar onze minstreels mooie liederen van zingen.�

Uit: De brief voor de koning, Tonke Dragt

3

Lees het fragment. Schrijf het opnieuw maar voeg minstens vier bijvoeglijke naamwoorden toe.

Het enige wat ik mee kon nemen was wat er in mijn schoudertas paste. Dat waren vier onderbroeken, twee T-shirts, een broek, een trui, mijn toiletspullen, een rol droge koekjes, een flesje water, een schrift en een pen. De rest moest ik achterlaten. Mijn oma zei dat ze er goed op zou passen.

104

Thema 3 - les 11

Talent 5 - Taalschrift A.indb 104

23/01/18 08:41


Wat zijn trappen van vergelijking? Leuk is een bijvoeglijk naamwoord. Maar sommige dingen zijn leuker dan leuk. Om dat uit te drukken, gebruiken we de trappen van vergelijking. Bv.

Dit is een leuke mop. Ik ken een mop die nog leuker is. Dit is echt de leukste mop ooit!

Dat kun jij zelf ook!

kleinst

kleiner

klein

Hier zijn nog enkele voorbeelden: Bv.

mooi duur gek

mooier duurder gekker

mooist duurst gekst

Ken je ook deze speciale gevallen? meer

meest

weinig

Hier zijn nog enkele voorbeelden: Bv. graag goed

liever beter

liefst best

Thema 3 - les 11

Talent 5 - Taalschrift A.indb 105

105

23/01/18 08:41


4

Schep nu maar lekker op. Schrijf een verhaal over jezelf waarin je de beste, de knapste, de liefste, de slimste ... bent. Overdrijf en fantaseer!

Ik ben natuurlijk weer de beste van de klas!

5

Kleur in je tekst: alle bijvoeglijke naamwoorden.

6

Hoe verliep de les voor jou?

Ik kon bijvoeglijke naamwoorden herkennen. Ik kon bijvoeglijke naamwoorden toevoegen of gebruiken. Ik kon met bijvoeglijke naamwoorden dingen vergelijken.

106

Thema 3 - les 11

Talent 5 - Taalschrift A.indb 106

23/01/18 08:41


les 12

In Vlaanderens Velden Ik kan geconcentreerd luisteren naar een gedicht. Ik kan het gevoel van het gedicht omzetten in beeld en kleur.

1

Bekijk de kleurenkaart.

Bron: Poster bij EQ-coachingkaartjes van het Lekker-in-je-vel-spel Š Dubbelzes uitgeverij

Thema 3 - les 12

Talent 5 - Taalschrift A.indb 107

107

23/01/18 08:41


2

Luister naar het gedicht. Beantwoord de vragen.

In Vlaanderens velden In Vlaanderens velden bloeien de klaprozen tussen de kruisen, rij aan rij, die onze plaats aanwijzen. En aan de hemel blijven de leeuweriken vliegen en dapper kwelen, tussen ‘t geschut beneden nauwelijks te horen. Wij zijn de Doden. Enkele dagen geleden nog leefden we, voelden de ochtendstond, zagen de gloed van de avondzon, beminden en werden bemind en nu liggen wij, gevelden, In Vlaanderens velden. Zet onze strijd met de vijand verder. Met falende handen reiken wij u over de toorts. Aan u haar hoog te dragen. Doet gij dit niet, dan zullen wij in deze aarde geen rust kennen, ondanks de klaprozen in Vlaanderens velden.

W

kwelen

luid en vals zingen

de gevelden

overleden soldaten, zij die geveld zijn

falend

mislukt, zonder het doel te bereiken

John McCrae (1915), vertaald door Herwig Verleyen

a Welk gevoel roept het gedicht bij jou op?

b Welke kleur hoort daarbij? (Gebruik de kleurenkaart van oefening 1.)

c

Maak met die kleuren een kleine tekening in het kader naast het gedicht.

d Hoeveel sterren krijgt dit gedicht van jou?

e Schrijf een gedicht waarbij je vertrekt vanuit het gevoel dat je omschreef bij vraag 2a. Je gedicht moet vijf lijnen lang zijn.

108

Thema 3 - les 12

Talent 5 - Taalschrift A.indb 108

23/01/18 08:41


3

Verdeel de vier gedichten in je groep. Iedereen leest een ander gedicht. Los de vragen individueel op.

Gedicht 1 Snoepgoed Na de inslag telt het kind zijn snoepjes stoffig aan elkaar gekleefd het kind telt en telt Barsten schieten in de muur waartegen de boordevolle boekenkast met al die namen, al die titels die wij kennen Nog een granaat De geknielde vrouw op de binnenplaats kijkt even op en dan weer naar de teil met sokken in het schrale sop Opnieuw een inslag Het kind telt niet meer de boeken branden, een lege teil weerkaatst de gloed.

W

de teil

Uit: Alles is vluchtig, J. Bernlef, Querido, 1998

a Waar gaat het gedicht over?

b Welk gevoel heb jij wanneer je het leest?

c

Welke kleur hoort daarbij?

d Maak in het kader naast het gedicht een tekening met die kleur(en). e Hoeveel sterren krijgt dit gedicht van jou?

Thema 3 - les 12

Talent 5 - Taalschrift A.indb 109

109

23/01/18 08:41


Gedicht 2 Het arme beest In Sarajevo stierf de laatste beer. Zijn dierentuin was al een tijd gesloten, Omdat zelfs daar voortdurend werd geschoten En daarom kreeg hij ook geen eten meer. Immers de Joegoslaven van weleer, Door wie in strijd met oude landgenoten Het eigen bloed geestdriftig wordt vergoten, Schoten ook alle dierverzorgers neer. Het is helaas een trieste anekdote Die ik vandaag voor u op rijm citeer, Maar zo’n bericht bewijst ook deze keer Dat mensen zich gedragen als malloten: Het grootste beest ter wereld heeft twee poten En in zijn klauwen draagt het een geweer. Uit: Een loopje met de tijd, Driek van Wissen

W

weleer

deftig woord voor vroeger

geestdriftig

enthousiast

de anekdote

kort en grappig verhaal

citeren

een stukje tekst van iemand anders voorlezen

de malloot

onnozel, gek persoon

a Waar gaat het gedicht over?

b Welk gevoel heb jij wanneer je het leest?

c

Welke kleur hoort daarbij?

d Maak in het kader naast het gedicht een tekening met die kleur(en). e Hoeveel sterren krijgt dit gedicht van jou?

110

Thema 3 - les 12

Talent 5 - Taalschrift A.indb 110

23/01/18 08:41


Gedicht 3

Ik kan er niet naar kijken de beelden op tv SyriĂŤ, Aleppo, mensen reddeloos op zee Ik kan er niet naar kijken de beelden in de krant Te veel oorlog en ellende en verwoesting in het land Ik kan er niet naar kijken tegen beter weten in Nee, ik kan er niet naar kijken de ogen sluiten evenmin.

Bron: Marleen Opschoor, Mijmertijd (gedichtjes over klein geluk en simpeler leven)

a Waar gaat het gedicht over?

b Welk gevoel heb jij wanneer je het leest?

c

Welke kleur hoort daarbij?

d Maak in het kader naast het gedicht een tekening met die kleur(en). e Hoeveel sterren krijgt dit gedicht van jou?

Thema 3 - les 12

Talent 5 - Taalschrift A.indb 111

111

23/01/18 08:41


Gedicht 4 Mensen met koffers Mensen met koffers gaan over de wereld, van oorlog naar vrede, van honger naar brood. Vaak zijn ze niet welkom, dan moeten ze terug: van voedsel naar honger, van leven naar dood. Mensen met koffers, ze reizen per vliegtuig, ze reizen per ezel, per trein of per vlot. Ze vluchten voor machthebbers en hun soldaten, voor beul of tiran, of een andere God. De geur van het gras dat je grootvader maaide, het wuivende graan dat je vader eens zaaide. Het kleine verdriet dat je moeder steeds suste, haar haar dat zo kriebelde als ze je kuste. Dat alles was thuis, dat alles en meer. Dat alles en alles, dat alles nooit weer. Mensen met koffers gaan over de wereld. Altijd op de vlucht naar de volgende grens. Ze vluchten voor tovenaars, reuzen en heksen, voor duivel en draak, die vermomd gaan als mens. Uit: Alleen mijn gedichten neem ik mee, Sjoerd Kuyper, Leopold

a Waar gaat het gedicht over?

b Welk gevoel heb jij wanneer je het leest?

c

Welke kleur hoort daarbij?

d Maak in het kader naast het gedicht een tekening met die kleur(en). e Hoeveel sterren krijgt dit gedicht van jou?

112

Thema 3 - les 12

Talent 5 - Taalschrift A.indb 112

23/01/18 08:41


4

Lees je gedicht om de beurt voor. Let op je intonatie. Bespreek met je groepsleden welk gevoel het gedicht bij hen oproept.

5

Hoe verliep de les voor jou? Ik kon geconcentreerd luisteren naar gedichten. Ik kon gevoelens omzetten in een kleur. Ik kon een gepaste tekening maken bij een gedicht.

Thema 3 - les 12

Talent 5 - Taalschrift A.indb 113

113

23/01/18 08:41


les 15

Enthousiast over woorden Ik kan woorden uit dit thema verklaren en ze gebruiken. Ik kan woorden opzoeken in het woordenboek door gebruik te maken van de alfabetische volgorde.

1

Werk in groepen van vier. Eén groepslid kiest een woord van dit thema. Hij/zij verklapt dat woord niet. Speel daarna een raadspelletje volgens dit stappenplan: STAP 1: Elk groepslid stelt om de beurt een ja-neevraag. Die mag geen woord uit het thema bevatten. Bv. “Is het een werkwoord? Is het een persoon?” Speel volgens de wijzers van de klok. STAP 2: Het groepslid met het geheime woord beantwoordt de vraag. STAP 3: Denk je dat je het antwoord weet? Zeg het geheime woord dan hardop, als je aan de beurt bent. STAP 4: Wordt het geheime woord twee keer fout geraden? Dan verklapt het groepslid het woord en is de volgende aan de beurt (volgens de wijzers van de klok). Wordt het geheime woord geraden? Dan mag het groepslid dat het woord raadde zijn/haar geheim woord kiezen en proberen de andere groepsleden dat te raden.

2

Werk met een partner. Lees de stellingen hieronder. Bedenk bij elke stelling een tegenargument. Stelling 1: Computerspelletjes zijn slecht voor kinderen.

Tegenargument:

Stelling 2: Kinderen op de basisschool moeten elke dag minstens een uur turnles krijgen.

Tegenargument:

Stelling 3: Huiswerk op de basisschool moet worden afgeschaft.

Tegenargument:

114

Thema 3 - les 15

Talent 5 - Taalschrift A.indb 114

23/01/18 08:41


3

a Bedenk voor elke oorzaak een mogelijk gevolg. 1 Oorzaak: Een auto rijdt door een rood stoplicht. Mogelijk gevolg: 2 Oorzaak: Je hebt niet geleerd voor een toets. Mogelijk gevolg: b Bedenk voor elk gevolg een mogelijke oorzaak. 1 Mogelijke oorzaak: Gevolg: Je valt in het water. 2 Mogelijke oorzaak: Gevolg: De juf is niet op school.

4

Welk woord past het best bij de zin? Kies uit: het asiel – de migratie – het opvangcentrum – de mening staven 1 De minister legde met tegenargumenten uit waarom ze niet akkoord ging met het wetsvoorstel.

2 Saïd is van Syrië gevlucht naar België. Hij vraagt of hij hier mag blijven.

© Mohammed Abu Ghosh / XINHUA

3 Zara is gevlucht voor de oorlog. Ze slaapt nu tijdelijk in een gebouw, samen met andere vluchtelingen.

4 Ongeveer 400 jaar geleden verhuisden er veel mensen van Vlaanderen naar Holland.

5

Lees eerst de taalweter. Beantwoord de vragen. a Je leest de zin: ‘Gustave is geboren in Congo, maar genaturaliseerd tot Belg.’ Je weet niet wat genaturaliseerd betekent. Je zoekt het woord op in het woordenboek. 1 Kleur: het woord dat je opzoekt. genaturaliseerd

natuur

naturaliseren

2 Schrijf de betekenis van het woord op:

Thema 3 - les 15

Talent 5 - Taalschrift A.indb 115

115

23/01/18 08:41


b Je leest de zin: ‘De asielaanvraag van het gezin werd geweigerd.’ Je weet niet wat geweigerd betekent. Je zoekt het woord op in het woordenboek. 1 Kleur: het woord dat je opzoekt. weigering

weigeren

geweigerd

2 Schrijf de betekenis van het woord op:

Hoe vind ik snel een woord in het woordenboek? Je leerde het woordenboek gebruiken. Weet je nog? 1 In het woordenboek staan

2

3 4 5

116

de woorden in alfabetische volgorde. Het eerste en laatste woord van elke pagina staan bovenaan op die pagina. Dat zijn de trefwoorden. Van werkwoordsvormen zoek je de infinitief. Bij een zelfstandig naamwoord zoek je altijd het enkelvoud op. De betekenis van zegswijzen, uitdrukkingen en spreekwoorden vind je door het belangrijkste woord op te zoeken.

2 1

5

3

4

Thema 3 - les 15

Talent 5 - Taalschrift A.indb 116

23/01/18 08:41


6

Lees het begin van het interview. Fantaseer over hoe het verdergaat. Schrijf op wat de interviewer vraagt en wat de ge誰nterviewde antwoordt. Interviewer: Daisy, je hebt meegedaan aan Supertalentenjacht Vlaanderen Junior. En je hebt gewonnen. Hoe ging het er in de finale aan toe? Ge誰nterviewde:

Interviewer:

Ge誰nterviewde:

Interviewer:

Ge誰nterviewde:

7

Hoe verliep de les voor jou? Ik kon woorden uit dit thema verklaren en gebruiken. Ik kon woorden opzoeken in het woordenboek door gebruik te maken van de alfabetische volgorde.

Thema 3 - les 15

Talent 5 - Taalschrift A.indb 117

117

23/01/18 08:41


Talent 5 - Taalschrift A.indb 118

23/01/18 08:41


71123_TALENT 5_TAALSCHRIFT 5A_ 580257-1.indd 4

22/01/18 14:24


Bingel is hét leerplatform voor lagere scholen in Vlaanderen. Met de inloggegevens die je kind van de school ontvangt, kan het digitaal oefenen en leren. Bij bingel hoort ook een tablet-app: Bingel Raket. Door een pagina uit dit schrift te scannen, ziet je kind meteen welke opdrachten het op bingel kan maken. Je herkent de pagina’s voor Bingel Raket aan . Bingel en Bingel Raket kunnen zowel op school als thuis gebruikt worden. Je kind krijgt er tips en werkt op een eigen niveau en tempo.

580257 / 1

vanin.be

Meer informatie: www.bingel.be – www.bingelraket.be

71123_TALENT 5_TAALSCHRIFT 5A_ 580257-1.indd 1

22/01/18 14:23


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
TALENT 5 - Taalschrift A - Thema 3 by VAN IN - Issuu