2
Handleiding 71124_TALENT 2_HANDLEIDING 2A_ 580262-1.indd 1
22/01/18 14:38
TALENT 2 - Handleiding Bij TALENT voor het 2e leerjaar horen volgende materialen: Voor de leerling: • Leesboek • Taalschrift A • Taalschrift B • Taalschrift C • Spellingschrift • Projectbundel - Wist je dat? • Projectbundel - Van dino’s tot dodo’s • Projectbundel - Dat is mooi, niet? Voor de leraar: • Handleiding A • Handleiding B • Handleiding C • Correctiesleutel Taalschrift A • Correctiesleutel Taalschrift B • Correctiesleutel Taalschrift C • Correctiesleutel Spellingschrift • Zorg- en evaluatiemap A • Zorg- en evaluatiemap B • Zorg- en evaluatiemap C Voor de klas: • Talentbib • Wandplaten • Cd- en dvd-box Digitale ondersteuning (zie ook www.talentvoortaal.be/digitaal) • Bingel Max • Bingel Plus • Bingel Start
Fotokopieerapparaten zijn algemeen verspreid en vele mensen maken er haast onnadenkend gebruik van voor allerlei doeleinden. Jammer genoeg ontstaan boeken niet met hetzelfde gemak als kopieën. Boeken samenstellen kost veel inzet, tijd en geld. De vergoeding van de auteurs en van iedereen die bij het maken en verhandelen van boeken betrokken is, komt voort uit de verkoop van die boeken. In België beschermt de auteurswet de rechten van die mensen. Wanneer u van boeken of van gedeelten eruit zonder toestemming kopieën maakt, buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen, ontneemt u hun dus een stuk van die vergoeding. Daarom vragen auteurs en uitgevers u beschermde teksten niet zonder schriftelijke toestemming te kopiëren buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen. Verdere informatie over kopieerrechten en de wetgeving met betrekking tot reproductie vindt u op www.reprobel.be. Ook voor het digitale lesmateriaal gelden deze voorwaarden. De licentie die toegang verleent tot dat materiaal is persoonlijk. Bij vermoeden van misbruik kan die gedeactiveerd worden. © Uitgeverij VAN IN, Wommelgem, 2018 De uitgever heeft ernaar gestreefd de relevante auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Wie desondanks meent zekere rechten te kunnen doen gelden, wordt verzocht zich tot de uitgever te wenden.
Eerste druk 2018 Art. 580262 / 1
71124_TALENT 2_HANDLEIDING 2A_ 580262-1.indd 2
22/01/18 14:38
THEMA
3
Onder mijn bed
Tijd
25’
25’
75’ (3 x 25’)
Les/domeinen
Les 1: Kennismakingsactiviteit Domeinen: spreken, luisteren, lezen
HDL Taal_Thema 3.indd 3
Les 2: Hoe het begon Domein: lezen
Les 3: Woorden net als tien en ei Domein: spelling De leerlingen schrijven woorden met ei en ie. De leerlingen oefenen het gebruik van de leestekens punt, uitroepteken en vraagteken.
De leerlingen lezen: >> tweelettergrepige woorden: MKM en MMKM verbogen met doffe e (bv. witte) >> verkleinwoorden van KM, MK, MKM, MKMM en MMKM-woorden >> een korte tekst met een moeilijker vervolgdeel
Deze les maakt de leerlingen enthousiast om aan het thema te beginnen. De ontdekplaat raakt zaken aan die later uitgebreider aan bod komen. Ze maken kennis met allerlei gekke bedden, vreemde slaapplaatsen, mopjes, raadseltjes en nog veel meer.
Inhouden
>> Kopieer de dicteekaartjes: voor de helft van de leerlingen dictee 1, voor de andere de helft dictee 2. >> Heel zwakke spellers gebruiken het dicteekaartje als kopieerkaart.
>> Maak op basis van de resultaten van de voorbije leeslessen een indeling voor deze week in A-, Ben C-lezers.
>> Bekijk de ontdekplaat vooraf. >> Voorzie praatkaartjes. >> Als je met tablets of computers werkt, werken de leerlingen per twee. >> Als je klassikaal werkt, projecteer dan de ontdekplaat.
Voorbereiding
Diversen >> schrijflei >> kladpapier
Folio >> kopieerblad 1: dicteekaartjes >> kopieerblad 2: ei- en ie-hulpje >> spellingschrift p. 27-30 >> bronnenblad
Digitaal >> bordboek
Diversen >> Leesboek p. 37-38
Digitaal >> bordboek
Diversen >> krijt >> zaklamp >> praatkaartjes >> facultatief: fototoestel
Digitaal >> bordboek >> ontdekplaat >> tablet of computer >> facultatief: hoofdtelefoon
Materialen
Themaplanner - Onder mijn bed
23/01/18 15:22
4
HDL Taal_Thema 3.indd 4
23/01/18 15:22
Tijd
75’
50’
25’
Les/domeinen
Les 4: Een stem onder mijn bed Domeinen: lezen, spreken, schrijven
Les 5: Bang Domeinen: schrijven, luisteren, spreken
Les 6: Een bed op reis Domein: lezen De leerlingen lezen een fragment uit een jeugdboek geschreven op diverse leesniveaus.
In deze les gaan de leerlingen verder in op bang zijn in je kamer aan de hand van een gedicht dat ze moeten aanvullen. Het gedicht wordt klassikaal opgesteld aan de hand van de bijbehorende prenten. De leerlingen schrijven de zinnen juist en verzorgd over.
In deze les staat het verhaal van Emiel centraal. Zo komen verschillende gevoelens aan bod. De leerlingen linken de emoties aan verschillende slaapkamers. Ook de eigen slaapkamer met bijbehorende emoties wordt besproken.
Inhouden
>> Maak op basis van de resultaten van de eerste les van deze week opnieuw de indeling in A-, B- en C-lezers.
>> Voorzie een vel tekenpapier per leerling. >> Kopieer kopieerblad 1 eenmaal per vier leerlingen als tempodifferentiatie.
>> Laat de leerlingen foto’s uit kranten en tijdschriften meebrengen die gevoelens oproepen. Je bespreekt ze in lesfase 1. >> Voorzie rustige muziek om af te spelen tijdens het uitbeelden van de emoties, het voorlaatste punt in de lesgang. >> Kopieer kopieerblad 1 eenmaal per twee leerlingen. Kopieer de correctiesleutel (kopieerblad 4) voor de instructieonafhankelijke leerlingen.
Voorbereiding
Folio >> leesboek p. 39 >> boek Een bed op reis, Riet Wille, Talentbib 2
Digitaal >> bordboek >> cd >> dvd Folio >> taalschrift >> kopieerblad 1 >> bronnenbladen Diversen >> tekenpapier
Diversen >> boek Een stem onder mijn bed, Riet Wille, Talentbib 2 >> blinddoek >> rustige muziek
Folio >> taalschrift >> kopieerblad 1 >> bronnenblad
Digitaal >> bordboek
Materialen
5
HDL Taal_Thema 3.indd 5
23/01/18 15:22
Tijd
25’
25’
25’
75’
Les/domeinen
Les 7: Tijd om op te ruimen! Domein: taaldenken, schrijven
Les 8: Vrij lezen Domein: lezen
Les 9: Vlot en vloeiend lezen Domein: lezen
Les 10: In de krant Domeinen: lezen, spreken De leerlingen lezen krantenartikels over kinderen die niet in een gewone slaapkamer overnachten. Ze gaan op zoek naar de hoofdpersonages in de teksten en naar de gevoelens die zij ervaren tijdens hun avontuur.
De leerlingen lezen: >> klankzuivere samengestelde tweelettergrepige woorden bestaande uit twee zelfstandige naamwoorden (bv. zakdoek) >> een kort tekstje met een moeilijker vervolgdeel
De leerlingen lezen een kortverhaal geschreven op eigen leesniveau en vertellen de inhoud aan elkaar.
Dit is de eerste les waarin naamwoorden worden gerubriceerd. In deze les werken de leerlingen enkel met losse woorden. In les 14 moeten ze naamwoorden uit een zin kunnen halen.
Inhouden
>> Laat een krant meebrengen en download zelf een digitale krant. Voorzie eventueel tablets zodat de leerlingen die online kunnen bekijken. >> Kopieer kopieerblad 1 eenmaal per vier leerlingen.
>> Maak op basis van de resultaten van de voorbije leeslessen een indeling voor deze week in A-, Ben C-lezers.
>> Laat een boek van thuis of uit de bibliotheek meebrengen.
>> Kopieer kopieerblad 1 eenmaal per vier leerlingen. Knip de kaartjes uit en doe ze in een omslag. >> Hang de wandplaat zelfstandige naamwoorden op in de klas.
Voorbereiding
Diversen >> computers/tablets >> kranten
Folio >> taalschrift >> kopieerblad 1
Digitaal >> bordboek >> kranten
Digitaal >> bordboek Folio >> leesboek p. 42-43
Folio >> leesboek (alleen A-lezers) Diversen >> boek naar keuze van de leerling
Digitaal >> bordboek Folio >> taalschrift >> kopieerblad 1 >> wandplaat: woorden die we gebruiken voor mensen, dingen, dieren, plaatsen Diversen >> omslagen
Materialen
6
HDL Taal_Thema 3.indd 6
23/01/18 15:22
Tijd
75’ (3 x 25’)
50’
25’
Les/domeinen
Les 11: Woorden net als ei en rij Domeinen: schrijven, lezen, spreken, luisteren
Les 12: Raad je mee? Domein: schrijven, spreken
Les 13: Kortverhalen: Schaamte – Verdriet – Twijfel Domeinen: lezen De leerlingen lezen een kortverhaal, geschreven op eigen niveau, en vertellen het na aan anderen.
In deze les gaan de leerlingen verder in op dingen die je onder je bed zou kunnen vinden. Dat kunnen enge, mooie, spannende of grappige dingen zijn. De leerlingen beschrijven ze en verwerken ze zo in een raadsel.
De leerlingen schrijven woorden met ei en ij.
Inhouden
>> Maak op basis van de resultaten van de voorbije leeslessen een indeling voor deze week in A-, Ben C-lezers.
>> Zorg voor een raadseldoos: een doos waar je alle raadsels in kunt verzamelen. >> Kopieer kopieerblad 1 eenmaal per vier leerlingen als je hun één raadsel laat schrijven. Laat je hen meerdere raadsels schrijven, kopieer het dan eenmaal per twee leerlingen.
>> Kopieer de dicteekaartjes: voor de helft van de leerlingen dictee 1, voor de andere de helft dictee 2. >> Heel zwakke spellers gebruiken het dicteekaartje als kopieerkaart.
Voorbereiding
Folio >> leesboek p. 44-46
Diversen >> doos
Folio >> taalschrift >> kopieerblad 1 >> bronnenbladen
Digitaal >> bordboek >> dvd
Diversen >> schrijflei >> enkele leesboeken (klasbib)
Folio >> kopieerblad 2 van les 3: ei-kaartjes >> spellingschrift p. 31-34 >> kopieerblad 1: dicteekaartjes >> ei-plaat
Digitaal >> bordboek >> cd
Materialen
7
HDL Taal_Thema 3.indd 7
23/01/18 15:22
Tijd
25’
25’
25’
25’
Les/domeinen
Les 14: Wie zoekt die vindt Domeinen: taaldenken, luisteren, spreken
Les 15: Vrij lezen Domein: lezen
Les 16: Taalspel - Een versje om te rappen Domein: lezen
Les 17: Vlot en vloeiend lezen Domein: lezen De leerlingen lezen: >> tweelettergrepige woorden met open lettergreep en een doffe e (bv. lopen) >> een kort tekstje met een moeilijker vervolgdeel
In deze les brengen de leerlingen een gedicht expressief door het te rappen.
De leerlingen lezen vrij in een boek naar keuze en voeren daaraan gekoppeld een algemene opdracht uit
In les 7 hebben leerlingen naamwoorden leren herkennen. In deze les gaan ze daarmee verder en leren ze het een naamwoord uit een zin te halen.
Inhouden
>> Maak op basis van de resultaten van de voorbije leeslessen een indeling voor deze week in A-, Ben C-lezers.
>> Beluister de rap al eens vooraf. Je vindt de rap in de bordles en als oefening op het leerlinggedeelte van bingel.be. >> Tijdens de les kunnen leerlingen die het moeilijk vinden, de rap even terug beluisteren. Voorzie een cd-speler, tablet of computer waarmee dat kan.
>> Laat een boek van thuis of uit de bibliotheek meebrengen.
>> Voorzie een dobbelsteen per vier leerlingen.
Voorbereiding
Folio >> leesboek p. 47-48
Digitaal >> bordboek
Diversen >> tablet
Folio >> taalschrift >> bronnenbladen >> kopieerbladen
Folio >> bordboek >> cd
Diversen >> een boek dat de leerling zelf kiest
Folio >> leesboek (alleen A-lezers)
Diversen >> dobbelstenen
Folio >> taalschrift
Digitaal >> bordboek
Materialen
8
HDL Taal_Thema 3.indd 8
23/01/18 15:22
Tijd
75’ (3 x 25’)
25’
25’
25’
Les/domeinen
Les 18: Woorden net als einde, vijfde en keuken Domein: spelling
Les 19: Theaterlezen: Schuld Domein: lezen
Les 20: Vrij lezen Domein: lezen
Les 21: Ingewikkelde woorden Domein: taaldenken, betekenissen In deze les werken de leerlingen met de thema-, terloops,- tekstwoorden en school- en instructietaal uit het thema.
De leerlingen lezen vrij in een boek naar keuze en voeren daaraan gekoppeld een algemene opdracht uit
In groep een verhaal in de vorm van een theatertekst lezen. Elke lezer neemt een personage voor zich waarvan de tekst op zijn/haar leestechnische niveau geschreven is.
De leerlingen schrijven woorden met ie, ei, ij, oe, ui, eu. De leerlingen schrijven woorden met een doffe klinker in een onbeklemtoonde lettergreep (-en, -e)
Inhouden
>> Kopieer kopieerblad 1 voor elke leerling. Leerlingen die vergeten zijn wat een woord ook alweer betekent, kunnen het nog even opzoeken
>> Laat een boek van thuis of uit de bibliotheek meebrengen.
>> Denk er vooraf over na welke A-, Ben C-lezers je samen in een groep zet. >> Oefen vooraf het lezen volgens de voorgestelde prosodie.
>> Kopieer de dicteekaartjes: voor de helft van de leerlingen dictee 1, voor de andere de helft dictee 2. >> Heel zwakke spellers gebruiken het dicteekaartje als kopieerkaart.
Voorbereiding
Folio >> taalschrift >> kopieerblad 1
Digitaal >> bordboek
Diversen >> boek naar keuze van de leerling
Folio >> leesboek (alleen A-lezers)
Diversen >> leesboek p. 49-50
Diversen >> schrijflei
Folio >> kopieerblad 1: dicteekaartjes >> kopieerblad 2 van les 11, thema 2 >> kopieerblad 2 van les 3, thema 3 >> spellingschrift p. 35-38
Digitaal >> bordboek
Materialen
9
HDL Taal_Thema 3.indd 9
23/01/18 15:22
Tijd
100’
75’
Les/domeinen
Les 22: Differentiatieblok
Les 23: Evaluatieblok Keuzeaanbod: >> evaluatie begrijpend lezen: fictie >> evaluatie begrijpend lezen: nonfictie >> evaluatie taaldenken (incl. betekenissen) >> evaluatie spelling
De leerlingen krijgen: >> herhalingskansen voor diverse doelen die aan bod kwamen in het thema, >> taken zelfstandig werk, >> een taaltaak.
Inhouden
>> Print de evaluaties af via de zorg- en evaluatiemodule.
>> Vul het portfolio in in de zorg- en evaluatiemodule en maak op basis van het voorgestelde aanbod per leerling een planning op.
Voorbereiding
Folio >> zorg- en evaluatiemap
Digitaal >> printbladen in de zorg- en evaluatiemodule
Folio >> zorg- en evaluatiemap
Digitaal >> printbladen in de zorg- en evaluatiemodule
Materialen
10
HDL Taal_Thema 3.indd 10
23/01/18 15:22
Les 18: De ene leraar geeft les, de andere begeleidt. Om de leertijd voor elke groep te maximaliseren, is parallel onderwijzen aangewezen tijdens het lesblok ‘inoefening’. De ene leraar begeleidt de groep instructieafhankelijke leerlingen in groep aan een aparte tafel, terwijl de andere leraar de instructie begeleidt voor de instructiegevoelige en de instructieonafhankelijke leerlingen.
Les 14: Parallel onderwijzen De ene leraar begeleidt de instructieonafhankelijke en de instructiegevoelige leerlingen. De andere leraar begeleidt de instructieafhankelijke kinderen. Zo kan er sneller ingegrepen worden om fouten te voorkomen.
Les 12: De ene leraar geeft les, de andere begeleidt Bij deze les schrijven de leerlingen zelf een raadsel. Hier is het aangewezen dat er een extra leraar aanwezig is die de groepen begeleidt terwijl de andere leraar de les geeft. Zo kunnen jullie samen de leerlingen direct bijsturen.
Les 11: Parallel onderwijzen Om de leertijd voor elke groep te maximaliseren, is parallel onderwijzen aangewezen tijdens het lesblok ‘inoefening’. De ene leraar begeleidt de groep instructieafhankelijke leerlingen in groep aan een aparte tafel, terwijl de andere leraar de instructie begeleidt voor de instructiegevoelige en de instructieonafhankelijke leerlingen.
Les 10: Aangepast onderwijzen Kinderen die het nog moeilijk hebben met lezen, kunnen geholpen worden door de tekst samen te lezen. Stop regelmatig om tussentijds vragen te stellen en de tekst kort te bespreken/samen te vatten.
Les 7: Parallel onderwijzen Les 7: Parallel onderwijzen De ene leraar begeleidt de instructieonafhankelijke en de instructiegevoelige leerlingen. De andere leraar begeleidt de instructieafhankelijke kinderen. Zo kan er sneller ingegrepen worden om fouten te voorkomen.
Les 4: Aangepast onderwijzen Les 4: Aangepast onderwijzen Kinderen die het nog moeilijk hebben met lezen, kunnen geholpen worden door de tekst samen te lezen. Stop regelmatig om tussentijds vragen te stellen en de tekst kort te bespreken/samen te vatten.
Les 3: Parallel onderwijzen Om de leertijd voor elke groep te maximaliseren, is parallel onderwijzen aangewezen tijdens het lesblok ‘inoefening’. De ene leraar begeleidt de groep instructieafhankelijke leerlingen in groep aan een aparte tafel, terwijl de andere leraar de instructie begeleidt voor de instructiegevoelige en de instructieonafhankelijke leerlingen.
Tips voor co-teaching
11
HDL Taal_Thema 3.indd 11
23/01/18 15:22
1 2 3 4 5
De leraar stelt een vraag of geeft een opdracht. De leerlingen denken eerst individueel na. De leerlingen overleggen per twee. De leerlingen proberen de twee meningen samen te brengen in één antwoord. De leraar wijst enkele leerlingen aan die het antwoord geven.
les 3 les 11 les 18
Materiaal per leerling: dicteekaartjes 1 Leerling 1 dicteert het eerste woord van zijn kaartje, leerling 2 schrijft op. 2 Leerling 2 dicteert het eerste woord van zijn kaartje, leerling 1 schrijft op. 3 Zo gaan ze verder tot de beide dictees geschreven zijn. 4 De leerlingen wisselen de kaartjes uit en verbeteren hun dictee. 5 Ze bespreken de fouten die ze maakten en leggen de spellingstrategie(ën) aan elkaar uit.
partnerdictee
denken – delen – doen
Les 3 Les 11 Les 18
De leerlingen bekijken samen de topwoorden en bespreken ze. Terwijl ze dat doen, leggen ze om de beurt aan elkaar uit hoe het woord geschreven wordt. Daarbij modellen ze de gebruikte spellingstrategie(ën).
uitwisselen en delen
les 4 les 7 les 10
les 2 les 6 les 9 les 13 les 17
Twee leerlingen lezen samen een tekst. Ze doen dat door ieder om de beurt enkele (bv. vijf ) regels te lezen.
duolezen
les 1
Materiaal: een aantal kaartjes, fiches, blokjes ... per leerling (= de praatkaartjes) 1 De leerlingen maken groepen van drie tot vijf groepsleden. 2 Elke leerling beschikt over een of maximaal twee praatkaartjes. 3 De leraar geeft het gespreksonderwerp op. 4 De leerlingen denken eerst individueel na. 5 De leraar geeft aan dat het groepsgesprek kan starten. 6 De leerling die het gesprek start, legt zijn praatkaartje in het midden van de tafel. De leerling die daarop inpikt, doet hetzelfde. Pas als alle praatkaartjes in het midden van de tafel liggen en iedereen dus even vaak aan bod is gekomen, eindigt het gesprek of worden de kaartjes opnieuw verdeeld voor een volgende ronde.
praatkaartjes
Gebruikte coöperatieve werkvormen in dit thema
12
HDL Taal_Thema 3.indd 12
23/01/18 15:22
De leerlingen lezen in groep samen een tekst, waarbij elke leerling een rol voor zijn rekening neemt.
dobbelen
Elke leerling zoekt of krijgt een partner. De leraar stelt een vraag: “overleg/ bespreek met je partner ... .” De leerlingen overleggen met elkaar en noteren hun bevindingen. De leraar duidt een leerling aan die de bevindingen meedeelt.
1 2 3 4
tweegesprek
Gebruikte coöperatieve werkvormen in dit thema
les 19
les 14
13
HDL Taal_Thema 3.indd 13
23/01/18 15:22
Thema 3 - les 1
Kennismakingsactiviteit Domeinen: Onderwerp: Lesduur:
spreken, luisteren, lezen de ontdekplaat 25 minuten
Samenhang
Materialen
Deze les maakt de leerlingen enthousiast om aan het thema te beginnen. De ontdekplaat raakt zaken aan die later uitgebreider aan bod komen. Ze maken kennis met allerlei gekke bedden, vreemde slaapplaatsen, mopjes, raadseltjes en nog veel meer.
Digitaal > bordboek > ontdekplaat > tablet of computer > facultatief: hoofdtelefoon
Lesdoelen Hoofddoel van de les Plezier beleven en bereid zijn te luisteren en te spreken.
Diversen > krijt > zaklamp > praatkaartjes > facultatief: fototoestel
Andere doelen > In voor hem/haar bestemde informatieve teksten: gewenste informatie vinden, chronologie herkennen, vergelijking herkennen, relaties ontdekken. > Gewenste informatie opzoeken in verschillende bronnen. > Met eigen woorden een gelezen, beluisterd of bekeken verhaal zonder steun van illustraties navertellen. Leergebiedoverschrijdend en persoonsgebonden doel Nieuwsgierig zijn en bereid om nieuwe dingen te ontdekken en erover te leren.
Voorbereiding Bekijk de ontdekplaat vooraf. Zo kun je vlot inspelen op de vragen en interesses van je leerlingen. Je kunt de les klassikaal geven aan de hand van het digibord, maar de spreek- en luisterkansen van je leerlingen worden aanzienlijk vergroot als ze per twee aan de slag kunnen op een tablet of computer. Voorzie twee praatkaartjes (of andere voorwerpen) per leerling. Duo’s die ook daarmee geen gulden middenweg vinden, kunnen om een beslissing dobbelen.
CoĂśperatieve werkvormen in deze les > praatkaartjes
14
L2 - Thema 3 - les 1 - lesgang
HDL Taal_Thema 3.indd 14
23/01/18 15:22
Brug naar andere leergebieden
1. 2
Je kunt dit taalthema breder behandelen door het te koppelen aan het thema Hier wonen wij uit de reeks wereldoriëntatie Op Verkenning (uitgeverij VAN IN).
Themaschrift
Hier wonen
wij.
Bieke Finet Hendrik D’Hulster Stefaan Casier Jef Pazmany
Naam: ...................... ............................................
..............................
Klas: ......................
..................... Nr.: ............................................
.
Lesgang Oriënteren en plannen 1 Op het lesdoel focussen Waaraan denk je bij de titel: Onder mijn bed. Laat elke leerling snel een woord, zin of plaats zeggen waaraan hij/zij denkt bij het woord bed. Jullie verkennen zo dadelijk per twee het thema ‘Onder mijn bed’. Klik op de ontdekplaat aan wat je leuk of interessant vindt. Je krijgt daar vijftien minuten voor. Schrijf de vraag ‘Wat wil je vandaag te weten komen over Onder mijn bed?’ op het bord Laat al enkele leerlingen antwoorden. Als je straks klaar bent, bespreek je wat je te weten gekomen bent. Vond je een antwoord op je eigen vragen? Wie klaar is, beantwoordt deze vragen. > Ben je iets nieuws te weten gekomen? > Wat sprak jou het meeste aan? > Wat vond je helemaal niet zo interessant? Waarom niet? Toon de vragen op het bord.
tablets/computers of digibord ontdekplaat TIP! Als je de les klassikaal geeft, laat dan om de beurt een leerling iets aanklikken. Om een spelelement toe te voegen, verdeel je de klas in groepen. Elke groep heeft een dobbelsteen. De groep die het hoogste cijfer gooit, bepaalt in overleg waarop geklikt wordt. Schrijf de vragen op het bord.
Hoofddoel uitvoeren en verwerken 2 Ontdektijd Coöperatief leren: praatkaartjes De vijftien minuten ontdektijd gaan in. De leerlingen werken samen. Zo kan bijvoorbeeld de ene leerling een cartoon toelichten voor de andere. De ene leest het raadsel voor, de andere geeft het antwoord. Ze lezen om de beurt een stukje tekst.
ontdekplaat praatkaartjes TIP! Voorzie een wekker of timer om de ontdektijd aan te geven.
L2 - Thema 3 - les 1 - lesgang
HDL Taal_Thema 3.indd 15
15
23/01/18 15:22
Controleren en reflecteren 3 Bordvragen beantwoorden Verwijs naar de vragen op het bord. Geef de duo’s even tijd om te overleggen. Laat enkele leerlingen de vragen beantwoorden. Laat ook enkele leerlingen verwoorden wat hun partner zou antwoorden.
Viersporenbeleid/redicodis Instructieonafhankelijke leerlingen >> krijgen een extra opdracht tijdens het ontdekken. Speel daarbij in op hun interesses: ze oefenen een mop om aan de klas te vertellen, bestuderen de informatieve teksten om ze aan een klasgenoot uit te kunnen leggen ... >> gaan gericht op zoek naar het antwoord op een vraag die je hun stelt. Instructiegevoelige leerlingen >> werken samen met sterke lezers. De sterke lezer leest de tekst hardop. Instructieafhankelijke leerlingen >> werken onder begeleiding van de leraar. Stuur hen richting de makkelijkere teksten in de ontdekplaat. Geef suggesties rond welke items ze moeten aanklikken.
16
L2 - Thema 3 - les 1 - lesgang
HDL Taal_Thema 3.indd 16
23/01/18 15:22
Thema 3 - les 2
Vlot en vloeiend lezen Domein: Onderwerp: Lesduur:
vlot en vloeiend lezen leestechnisch oefenmateriaal lezen: tweelettergrepige woorden met doffe e, verkleinwoorden van km, kmm, mkm, mkmm, mmkm 25 minuten
Samenhang
Materialen
In deze les komen tweelettergrepige woorden met een doffe e (bv. rare) en verkleinwoorden met een of twee medeklinkers voor- of achteraan (bv. ijsje) aan bod.
Digitaal > bordboek
Lesdoelen
Folio > leesboek p. 37-38
Hoofddoel van de les Verkleinwoorden verklanken Andere doelen > Tweelettergrepige woorden met een doffe e in een onbeklemtoonde lettergreep achteraan verklanken. > Woorden met een open lettergreep verklanken. > Zinnen met klankzuivere meerlettergrepige woorden die uit één regel bestaan correct en vlot lezen.. Leergebiedoverschrijdend en persoonsgebonden doel Basisvertrouwen ontwikkelen.
Voorbereiding Maak op basis van de resultaten van de voorbije leeslessen een indeling voor deze week in A-, B- en C-lezers.
Woordenschat Tekstwoorden > sluw > sip > triest
Coöperatieve werkvormen in deze les > duolezen > koorlezen
L2 - Thema 3 - les 2 - lesgang
HDL Taal_Thema 3.indd 17
17
23/01/18 15:22
Leergebiedoverschrijdende en persoonsgebonden ontwikkeling Geef de groep moeilijke lezers veel bevestiging bij het lezen. Geef positieve opmerkingen over hun vooruitgang, hun werkhouding enz.
Lesgang Oriënteren en plannen 1 Op het lesdoel focussen Verdeel de klas in drie groepen: >> een A-groep: de moeilijke lezers, >> een B-groep: de gemiddelde lezers, >> een C-groep: de snelle lezers. Laat de leerlingen er hun leesboek bijnemen. Verduidelijk het lesdoel. Eerst oefenen we het lezen van woorden met een doffe e aan het einde. Daarna oefenen we verkleinwoorden met een of twee medeklinkers vooraan of achteraan.
leesboek p. 37
Hoofddoel uitvoeren en verwerken 2 Leestechnisch materiaal lezen Coöperatief leren: koorlezen (A/B/C): woorden Verwijs naar oefening 1 van het leesboek. Lees de eerste kolom woorden hardop voor. Model de aanpak van het technisch lezen: lippen klaarzetten voor de eerste klank, de klank lang maken terwijl je naar de volgende letters kijkt, dan die letters verklanken. Je kunt dat ook door een sterke lezer laten doen. Nadat je de kolom hebt voorgelezen, laat je die opnieuw hardop lezen door de hele klas. Let erop dat alle leerlingen meelezen. Vervolgens pak je op dezelfde manier de volgende kolommen aan. Coöperatief leren: koorlezen (A) en duolezen (B/C): zinnen Zet eerst de A-groep aan het werk. Zij lezen de woordenrijtjes nogmaals fluisterend voor zichzelf. Verduidelijk voor de B- en de C-groep dat zij mogen duolezen. Je leest samen met je buurmeisje of -jongen. Om de beurt lees je een zin van oefening 2 en 3. Als je klaar bent, lees je de zinnen nog een keer om de beurt, maar nu begint de ander. Ga vervolgens zelf met de A-groep aan de slag. Laat de leerlingen oefening 2 en 3 voor zich nemen. Vertel dat je samen met hen zin voor zin gaat lezen (koorlezen). Ik lees eerst een zin alleen hardop voor. Jullie lezen in stilte mee. Als ik de zin gelezen heb, lees ik hem nog een keer. Dan lezen jullie hardop mee.
18
leesboek p. 37 TIP! Controleer tussentijds of de indeling (A, B of C) klopte. Pas waar nodig aan.
leesboek p. 37 TIP! Wissel de samenstelling van de tweetallen bij elke leestechnische les.
leesboek p. 37 TIP! Gebruik echolezen als werkvorm: jij leest een zin hardop voor, de leerlingen lezen hem hardop na.
L2 - Thema 3 - les 2 - lesgang
HDL Taal_Thema 3.indd 18
23/01/18 15:22
3 Een verhaal lezen (A, B, C) Laat alle leerlingen oefening 4 voor zich nemen. We lezen een verhaal. Het verhaal heet ‘Bang’. Het gaat over een mevrouw die nergens bang voor is, maar ze wil juist graag eens een keer bang zijn. Kan haar buurman haar misschien helpen? De leerlingen van de B- en de C-groep lezen in duo het verhaal, waarbij de B-groep het basisgedeelte leest (tot aan de witregel) en de C-groep de hele tekst. De tweetallen hoeven nu niet om de beurt een zin te lezen, maar delen het verhaal in enkele langere stukken in (bv. elke leerling vijf regels). Na de eerste beurt wisselen ze de rollen om. Neem zelf de A-groep onder je hoede. Lees eerst in koor de basistekst, en laat ook hen vervolgens in duo hardop lezen. Zij kunnen best zin per zin lezen. Als er voldoende tijd is, kunnen ze nog van rol wisselen. 4 Naar het vervolgdeel luisteren Lees op het einde van de les het vervolgdeel voor of laat het voorlezen door een sterke lezer, zodat ook de A- en de B-lezers de hele tekst te horen krijgen. 5 De inhoud van het verhaal bespreken Bespreek de inhoud van het verhaal aan de hand van enkele vragen, bv.: >> Waarom is de vrouw in het verhaaltje niet als iedereen? (Ze is nergens bang voor.) >> Geef twee voorbeelden van enge dingen waar zij niet bang voor is. (een harige spin, enge monsters) >> Hoe merk je dat ze niet bang is voor een harige spin? (Ze aait die alsof het een poes is.) >> Wat doet ze als ze een film met monsters ziet? (dan moet ze lachen) >> Wat vindt de vrouw ervan dat ze nergens bang voor is? (Ze vindt het niet fijn. Ze wil ook eens voelen hoe dat is.) >> Wie gaat haar helpen? (meneer Voetjes, haar buurman) >> Moet de buurman veel doen om de vrouw te laten merken dat ze toch bang kan zijn? (nee) >> Denk je dat de vrouw voortaan echt bang zal zijn van sommige dingen? (Nee, bang zijn dat iets niet lukt, is heel anders dan bang zijn voor een spin of een spook.) >> ...
leesboek p. 38 TIP! Geef duo’s van de B- en de C-groep die snel klaar zijn een extra opdracht. Zij lezen de tekst opnieuw, maar nu met een rolverdeling: de ene leest de beschrijvende tekst en de zinnen die de vrouw zegt, de andere leest de zinnen die de buurman zegt. Daarna wisselen de rollen.
TIP! Lees de tekst eerst helemaal voor.
TIP! Bespreek ter afsluiting kort waar de leerlingen bang voor zijn.
6 Reflecteren op het lezen Reflecteer op het lezen en op het coöperatief leren: >> Wat liep goed? Wat kon beter? >> Hoe plan je het de volgende keer beter te doen?
L2 - Thema 3 - les 2 - lesgang
HDL Taal_Thema 3.indd 19
19
23/01/18 15:22
Thema 3 - les 3
Woorden net als tien en ei Domein: Onderwerp: Lesduur:
spelling woorden met ei en ie 1 week – 3 lesblokken van 25 minuten
Samenhang
Materialen
De leerlingen kennen de hoorstrategie en maakten al kennis met de vrije klinker ie. Ze maken kennis met de tweeklank ei en verkennen zo ook de onthoudstrategie. Ze oefenen het verschil tussen ie en ei in.
Digitaal > bordboek
Lesdoelen Hoofddoelen van de les > Klankzuivere éénlettergrepige woorden correct schrijven. > Woorden met ei en ij correct schrijven. > Leestekens gebruiken en erover reflecteren: het punt, het vraagteken en het uitroepteken. Andere doelen Verhalen gedichten en raadsels aanvullen.
Folio > kopieerblad 1: dicteekaartjes > kopieerblad 2: ei- en ie-hulpje > spellingschrift p. 27-30 > bronnenblad xx Diversen > schrijflei > kladpapier
Leergebiedoverschrijdend en persoonsgebonden doel Op een constructieve manier met feedback omgaan.
Voorbereiding Kopieer de dicteekaartjes: voor de helft van de klas dictee 1, voor de andere helft dictee 2.Heel zwakke spellers gebruiken het dicteekaartje als kopieerkaart. Indien je geen gebruik maakt van de bordles (digitaal schoolbord), download dan het bordschema uit de downloadbare bundel op het lerarengedeelte van bingel.be. Je hebt het nodig in lesfase 3.
Coöperatieve werkvormen in deze les > uitwisselen en delen > partnerdictee
Persoonsgebonden ontwikkeling De leerlingen krijgen regelmatig feedback op hun werk. Besteed er in deze les extra aandacht aan of ze daar op een constructieve manier mee kunnen omgaan. Leer hun op een correcte manier feedback op elkaars werk te geven.
20
L2 - Thema 3 - les 3 - lesgang
HDL Taal_Thema 3.indd 20
23/01/18 15:22
Lesgang Inoefening (25 minuten) 1 Voorgaande spellingmoeilijkheden herhalen: woorddictee Herhaal enkele woorden uit de vorige les aan de hand van een woorddictee. Laat de woorden mondeling spellen of op een schrijflei schrijven. Geef onmiddellijk feedback. >> twee Ik ben ... tanden kwijt. >> sta ... jij ook op de bus te wachten? >> zo Samen spelen is ... leuk! >> slee Als het sneeuwt, trekt papa me voort met de ... . >> vlo Het jeukt! Er zit een ... in mijn haar. 2 De moeilijkheid inductief ontdekken Projecteer de toppuzzel. Laat de leerlingen achterhalen waar deze les over zal gaan. Welke spellingmoeilijkheden zitten in de toppuzzel? Plaats in de bordles de ie’s en ei’s juist. Toon ook de oplossing van de toppuzzel. 3 Directe instructie Laat opmerken dat de ie en de ei allebei uit een i en een e bestaan, maar dat de volgorde verschilt. De ei begint met een eitje. De ie lijkt op 10. Toon waar het eitje in de geschreven ei zit. Toon ook hoe de ie op 10 lijkt. Zo zien de leerlingen visueel hoe je de schrijfwijze van de ei en van de ie kunt onthouden. Bespreek de spellingweter. Model de strategie en stel het verschil visueel voor: >> De ie lijkt op 10. Je schrijft eerst de i en dan de e. >> De ei begint met een eitje. Je schrijft eerst de e en dan de i. Woorden met ie schrijf je net als tien. Woorden met ei schrijf je net als ei. 3 De toegepaste strategieën herhalen Coöperatief leren: uitwisselen en delen Laat de woorden van de bordles in partnerwerk rubriceren op de schrijflei. Laat de strategie fluisterend modellen. Welke woorden schrijf je met een ie, welke met een ei? Roep twee leerlingen naar voor en laat hen al modellend de woorden bij ie of ei rubriceren. Projecteer de zinnen en herhaal de leestekens: punt, vraagteken en uitroepteken. Zet ze op de juiste plaats en wijs op het verschil tussen deze drie zinnen: >> Liese, eet je ei op! >> Liese, wil je je ei opeten? >> Liese eet haar ei op. 4 Gedifferentieerd verwerken aan de hand van een visueel dictee Laat oefening 1 maken.
schrijflei
spellingschrift p. 27 TIP! Leg de link met het eerste leerjaar. Daar kwam in een facultatieve les het verschil tussen de ei en de ie al aan bod. Teken de correctiesleutel op het bord. TIP! Gebruik de geheugensteuntjes voor de ie en de ei van kopieerblad 2. Kleef ze bij spellingzwakke leerlingen op de bank. spellingschrift TIP! Besteed aandacht aan het diftongeren van de ei. Doe het zelf een paar keer correct voor: laat de twee klanken horen. schrijflei
bronnenblad xx
schrijf de zinnen op het bord.
spellingschrift p. 27
L2 - Thema 3 - les 3 - lesgang
HDL Taal_Thema 3.indd 21
21
23/01/18 15:22
Viersporenbeleid/redicodis Instructieonafhankelijke en instructiegevoelige leerlingen >> maken de oefening individueel. Als ze klaar zijn, zoeken ze een zin waarin minimaal vijf woorden met ie of ei voorkomen. Instructieafhankelijke leerlingen >> Werken in een miniklas onder begeleiding. Model de strategieën nogmaals: –– Bij de ie schrijf je eerst de i en dan de e. –– Bij de ei schrijf je eerst de e en dan de i. –– Woorden met ie schrijf je net als tien. –– Woorden met ei schrijf je net als ei. >> Gebruiken de ei- en ie-hulpjes van kopieerblad 2.
kopieerblad 2
Inoefening (25 minuten) 5 Kort herhalen van de leerstof Zet twee leerlingen aan het bord. De ene schrijft riem, de andere zeil. Laat hen de strategie modellen: >> Bij de ie schrijf je eerst de i en dan de e. Denk aan tien. >> Bij de ei schrijf je eerst de e en dan de i. Denk aan een eitje. Laat de leerlingen op hun hurken gaan zitten. Dicteer de woorden bier, griep, vier, geit, zeil, stier, vlieg. Als de leerlingen een ie-woord horen, springen ze recht. Bij een ei-woord doen ze niets.
TIP! Observeer voor welke leerlingen de keuze moeilijk is.
6 Schriftelijk oefenen Laat oefening 2 tot en met 6 maken.
spellingschrift p. 28-29
Viersporenbeleid/redicodis Instructieonafhankelijke leerlingen >> maken oefening 2 tot en met 6 zelfstandig. >> maken zowel de basis- als de uitbreidingsoefeningen. >> maken lijsten met dierennamen met ei of ie als ze klaar zijn. Denk aan: stier, vlieg, gier, pier, mier, geit ... Instructiegevoelige leerlingen >> maken oefening 2 tot en met 6 zelfstandig. >> maken enkel de basisoefeningen. Instructieafhankelijke leerlingen >> werken in miniklas onder begeleiding. >> modellen hoe ie en ei geschreven worden. >> krijgen de geheugensteuntjes en kiezen tussen het ei-hulpje of het ie-hulpje. >> krijgen extra hulp indien nodig: Oefening 2 en 3: lees de woorden voor of laat luidop voorlezen. Oefening 4: schrijf de te schrijven woorden voor. Oefening 5 en 6: laat de zinnen luidop aanvullen voor ze ze opschrijven.
22
L2 - Thema 3 - les 3 - lesgang
HDL Taal_Thema 3.indd 22
23/01/18 15:22
Signaal en integratie (25 minuten) 7 Signaaloefening Coöperatief leren: partnerdictee De leerlingen dicteren en schrijven om de beurt bij oefening 7. Leerling 1 1 de riem 2 een geit 3 een fiets 4 tien 5 de stier 6 drie
spellingschrift p. 30 kopieerblad 1 TIP! Laat zwakke spellers een van de twee hulpjes gebruiken (ei of ie).
7 Tim is lief. 8 De reis is kort. Overzicht van de gedicteerde woorden: Uit spellingles
Transfer
Losse woorden
riem, geit, tien, stier
fiets, drie
Woorden in zin
lief, reis 6
Totaal /10
2
1 punt per leesteken
Leerling 2 1 het bier 2 het zeil 3 niets 4 ik vlieg 5 de hei 6 de pier
TIP! De puntenverdeling in de roosters is facultatief. TIP! Vestig de aandacht op de ‘Ik twijfel-kolom’. Na het schrijven van het woord, leest de leerling het woord na. Bij twijfel over de schrijfwijze, zet hij een kruisje.
7 Ik zie Tim. 8 De wei is groen. Overzicht van de gedicteerde woorden: Uit spellingles
Transfer
Losse woorden
bier, zeil, vlieg, hei
niets, pier
Woorden in zin
wei, zie 6
Totaal /10
2
1 punt per leesteken
Na het dictee wisselen de leerlingen de dicteekaartjes uit. Iedereen verbetert zijn dictee met gekleurde balpen. Ze bespreken hun fouten en zoeken samen de juiste schrijfwijze. Daarbij geven ze elkaar uitleg. Bij twijfel roepen ze hulp in. Het correcte woord schrijven ze op de twee correctielijnen. 8 Integratieoefening Laat oefening 8 maken.
spellingschrift p. 30
L2 - Thema 3 - les 3 - lesgang
HDL Taal_Thema 3.indd 23
23
23/01/18 15:22
Viersporenbeleid/redicodis Instructieonafhankelijke leerlingen Integratieoefening >> werken individueel. >> kijken na afloop elkaars werk na. >> maken de volledige oefening. Instructiegevoelige leerlingen Integratieoefening >> werken individueel. >> kijken na afloop elkaars werk na. >> maken enkel het eerste deel van de oefening, tot aan het pictogram voor tempodifferentiatie Instructieafhankelijke leerlingen Partnerdictee >> Heel zwakke spellers gebruiken het dicteekaartje als kopieerkaart. Wie twijfelt, kan even spieken, het woord afdekken en opschrijven. >> De leerlingen zetten een kruisje als ze het woord overgeschreven hebben (compenserende maatregel). Integratieoefening >> maken oefening 8 in miniklas onder begeleiding. >> modellen daarbij de verschillende strategieën hardop.
Na de les >> Duid in het portfolio aan of de leerling het lesdoel bereikt heeft. Baseer je daarvoor op twee zaken: >> Op de kolom ‘Ik twijfel’: die geeft aan hoe zeker een leerling zich voelt. Een leerling die aangeeft dat hij twijfelt, kan gebaat zijn met een verlengde instructie. >> Op het aantal fouten dat de leerling maakte tegen de spellingmoeilijkheid: een leerling die twee of meer fouten maakte, kan gebaat zijn met een verlengde instructie. >> Zet de resultaten in de zorg- en evaluatiemodule op het lerarengedeelte van bingel.be om in het differentiatieblok herhaling en oefenkansen op maat te krijgen. >> > Vraag om tegen de volgende les in tijdschriften, kranten een foto te zoeken die bij hen een gevoel oproept. Een foto waar ze blij, bang, boos ... bij worden.
Pre-instructie voor de volgende spellingweek Volgende week leren de leerlingen het verschil tussen ei en ij. In het laatste (facultatieve) thema van het eerste leerjaar maakten leerlingen daar al kennis mee. Schrijf de tweeklanken al eens op het bord. Daag je leerlingen uit om op zoek te gaan naar woorden met ei en ij. Leg in de klas twee blaadjes klaar waarop de leerlingen woorden kunnen noteren.
24
L2 - Thema 3 - les 3 - lesgang
HDL Taal_Thema 3.indd 24
23/01/18 15:22
les 3
Woorden net als tien en ei het de de
z r g
ei
l s t
het
m w k
de de
ei
ik
Spellingweter 8 Spellingweter 9 Spellingweter 28 1
z b n t d g
k r t n p t
ie
Woorden met ie Woorden met ie of ei De punt, het vraagteken, het uitroepteken
Kijk goed. Bedek het woord en schrijf het in de zin. wie
Lees na het invullen alle zinnen luidop voor. Controleer de leerlingen alle woorden begrijpen.
lust er nu geen chips?
Wie
de geit
Toby loopt met een
tien
Elf is een meer dan
het bier
Mijn oma drinkt graag
ziek
Van te veel snoep word je
niet
Ik hoor je wel, maar ik zie je
hij sliep
Er
de wei
In de
de reis
“Ik ga op
het zeil
Het
de friet
De
diep
Hoe
die
Daar is
hij giet
Wie
over het plein.
geit
.
tien
.
bier ziek niet
. .
een spook onder mijn bed.
sliep
staat een koe.
wei reis zeil
�, zei de meid. van de boot staat bol. is gemaakt van een aardappel.
friet diep die giet
is deze plas? rare kerel weer. er water in mijn glas?
Thema 3 - les 3
27
L2 - Thema 3 - les 3 - correctiesleutel
HDL Taal_Thema 3.indd 25
25
23/01/18 15:22
2
reis vries
diep bier
zei
ei 3
Wijs op de identieke letters en op de verschillende volgorde van de i en de e.
Kleur de woorden in de juiste kleur.
ei hei
wie
kei tien
piek ziek
mei
Zet de woorden in het juiste spook. Kies uit:
Verklaar de woorden zeil, kier en kies.
zeil - kier - geit - kies - riem - stier - hei - wei hier - dief - kei - reis
kier
28
26
ie
zeil
kies
geit
riem
hei
stier
wei
hier
kei
dief
reis
ie
ei
Thema 3 - les 3
L2 - Thema 3 - les 3 - correctiesleutel
HDL Taal_Thema 3.indd 26
23/01/18 15:22
4
geit
5
vlieg
bier
kei
zeil
Lees de zin. Vul aan met een ie-woord en een ei-woord. Papa mag op Ik
: “Er staat
al een beker melk klaar.”
hier
zat op een groot
vlieg
reis bier
hier zei geit zwiep
je met je staart?”
zwiep
De kleine
meer drinken.
bier
vroeg aan haar moeder:
geit
“Hoe
geen
reis
zei
De
6
Verbeter klassikaal.
Schrijf bij elke prent een passend ie-woord of ei-woord.
ei
ei
.
vlieg
Lees de tekst. Vul aan met een ie-woord of ei-woord. Kies uit: die – niet – vampier – brief – zei – klein – geheim Lone leest de Die
deelde de juf uit. feest.
klein
“Je mag iets geks aandoen”,
, denkt ze.
geheim niet
ze.
zei
vampier
Maar hou dat nog even mogen het nog
Fout? Verbeter.
.
brief
Morgen is er een
Ik ga verkleed als
Ik twijfel.
. De anderen
weten.
Thema 3 - les 3
29
L2 - Thema 3 - les 3 - correctiesleutel
HDL Taal_Thema 3.indd 27
27
23/01/18 15:22
7
Luister goed. Schrijf op wat je hoort.
Ik twijfel.
1 2 3 4 5 6 7 8 Heb je een fout gemaakt? Schrijf het woord opnieuw.
8
Kijk naar de prent. Vul de woorden in. Kies uit: bruin – paars – zwart – saai – ziet – mooi zie – ga – twee – niet – pa
Voor deze prent was enkel
zwart
. Je
bruin/paars
De prent is niet Als je goed kijkt,
. Ze is
mooi/saai
je tussen
zie
twee
witte lijn. Op die witte lijn zie je grijze vlakjes, die er helemaal Gek, hé!
30
28
Ga
bruin/paars
of
vakjes, netjes op een rij.
ziet
saai/mooi
nodig. Geen
je dat aan je
pa
. vakjes een niet
zijn.
laten zien?
Thema 3 - les 3
L2 - Thema 3 - les 3 - correctiesleutel
HDL Taal_Thema 3.indd 28
23/01/18 15:22
Thema 3 - les 4
Een stem onder mijn bed Domeinen: Onderwerp: Lesduur:
lezen, spreken, schrijven zelfstandig een verhaal lezen en daarbij verschillende gevoelens ontdekken 75 minuten
Samenhang
Materialen
Emiel is verhuisd en kan moeilijk wennen aan zijn nieuwe kamer. Vanuit zijn verhaal komen verschillende gevoelens aan bod. We linken die aan slaapkamers. Soms ben je bang om te gaan slapen. Soms pieker je nog in je bed. Vaak geeft je eigen vertrouwde kamer je een veilig gevoel. In les 5 verwerken de leerlingen een gedicht rond bang zijn als je gaat slapen. In les 10 ontdekken ze in krantenartikels dat je ook op bijzondere en spannende plaatsen kan slapen. We beginnen deze les met een raadsel. In les 12 schrijven de leerlingen zelf raadsels over dingen die je onder een bed zou kunnen vinden.
Digitaal > bordboek
Lesdoelen Hoofddoel van de les Op basis van op de leeftijd afgestemde teksten: bedoeling en handelingen van de hoofdpersoon, persoonlijke gevoelens en mening weergeven.
Folio > taalschrift p.69-73 > kopieerblad 1 > bronnenblad xx-xx Diversen > boek Een stem onder mijn bed, Riet Wille, Talentbib (leerjaar 2) > blinddoek > rustige muziek
Andere doelen > Spontaan vertellen over zichzelf, hun leefwereld en cultuur. > Spontaan of op vraag vertellen over gevoelens. Strategie Volgende leesstrategieĂŤn hanteren onder aansturing van de leraar > Voor het lezen: voorspellingen doen over de tekst aan de hand van titel, illustraties ... > Tijdens het lezen: zich vragen stellen over de tekst (wie-, wat- en waarom-vragen). Leergebiedoverschrijdend en persoonsgebonden doel De gevoelens en behoeften van anderen herkennen, er zich mee verantwoordelijk voor voelen en er respectvol mee omgaan.
L2 - Thema 3 - les 4 - lesgang
HDL Taal_Thema 3.indd 29
29
23/01/18 15:22
Voorbereiding Voorzie rustige muziek om af te spelen tijdens het uitbeelden van de emoties, het voorlaatste punt in de lesgang. Kopieer kopieerblad 1 eenmaal per twee leerlingen. Kopieer de correctiesleutel (kopieerblad 4) voor de instructieonafhankelijke leerlingen. De leerlingen zochten foto’s die gevoelens oproepen in kranten en tijdschriften. Je kunt die bespreken in lesfase 1. Indien je geen gebruik maakt van de bordles (digitaal schoolbord), download dan de twee extra foto’s uit de downloadbare bundel op het lerarengedeelte van bingel.be. Je hebt ze nodig in lesfase 1
Woordenschat Tekstwoorden >> >> >> >>
het tehuis piekeren de woning bezorgd
Coöperatieve werkvormen in deze les >> denken – delen – doen >> tweegesprek
Leergebiedoverschrijdende en persoonsgebonden ontwikkeling De foto’s van James Mollison zullen bij je leerlingen allerlei gevoelens losmaken. Door die te verwoorden worden ze zich ervan bewust dat gevoelens kunnen verschillen van kind tot kind.
Brug naar andere leergebieden Wereldoriëntatie: De foto’s van James Mollison bieden de basis om een link te leggen naar andere culturen en leefgewoonten. Zo geeft de fotoreportage Playgrounds een blik op speelplaatsen over de hele wereld. Ook meer geladen thema’s zoals armoede, de noord-zuidproblematiek, vluchtelingen ... kunnen aan bod komen aan de hand van zijn beelden. De fotograaf maakte bijvoorbeeld ook de fotoreportage What refugees carry with them.
Lesgang Oriënteren en plannen 1 Foto’s van kinderkamers bekijken en bespreken Bespreek de eerste foto van James Molisson aan de hand van deze vragen: >> Wat zie je? (een foto van een jongen en zijn slaapkamer) >> Zie je iets op de foto wat jij ook in je kamer hebt? >> Wat is er anders in jouw kamer?
30
bronnenblad xx-xx TIP! Noteer eerst samen met de leerlingen een aantal emoties op het bord. Leerlingen die hun gevoelens moeilijk kunnen verwoorden hebben zo een houvast.
L2 - Thema 3 - les 4 - lesgang
HDL Taal_Thema 3.indd 30
23/01/18 15:22
>> Vind je het een leuke slaapkamer? Zou jij er willen slapen? >> Welk gevoel krijg je als je naar de foto kijkt? Toon de tweede foto. Stel dezelfde vragen. Toon de overige vier foto’s. Bezorg elk duo de vier foto’s van het kopieerblad. Jullie zien vier foto’s. Kies er een uit en bespreek die met je partner. >> Wat herken je dat je ook in jouw kamer hebt? >> Zoek twee dingen die hetzelfde zijn als in jouw kamer. >> Zoek twee dingen die anders zijn in je eigen kamer.
Kijk daarna opnieuw naar de vier foto’s. >> Welk gevoel geeft elke foto jou? Teken een lachend gezichtje bij een foto die jou blij maakt. Zet een kruisje bij een foto die jou droevig maakt. >> Beschrijf je eigen slaapkamer aan elkaar. Bespreek waarin jullie slaapkamers verschillen. >> Bespreek wat je leuk en minder leuk vindt aan je slaapkamer. >> Was je al eens bang in je kamer? Hoe kwam dat? 2 Een raadsel oplossen Vertel het volgende raadsel. Laat na elke tip een paar leerlingen raden. Ik heb iets bij me. Jullie raden wat het is. >> Het is een voorwerp. >> Het is niet heel groot. >> Het is gemaakt van papier. >> De ene kant ervan wordt steeds dunner als je het gebruikt. >> Als je het niet meer gebruikt, wordt het weer dikker. >> Soms is het spannend, soms ook niet. >> Je kunt eruit leren, maar je kunt het ook gewoon gebruiken voor je plezier. Rara ... wat is het? Toon het boek Een stem onder mijn bed van Riet Wille. 3 Aan de hand van de kaft de inhoud voorspellen Bekijk en bespreek met de leerlingen de kaft van het boek. >> Waarover denk je dat het verhaal gaat? >> Waarom denk je dat? >> Wat is de titel van het boek? >> Waar zou het verhaal zich afspelen? >> Wat vertellen de prenten je? >> Was je al eens bang in je kamer? Waarvoor was dat dan?
kopieerblad 1 TIP! In de fotoreportage Where children sleep vind je meer of andere foto’s van kinderen en hun slaapkamers. TIP! beide duopartners kunnen hier een verschillende mening over hebben.
boek Een stem onder mijn bed, Riet Wille, Talentbib (leerjaar 2). leesstrategie 2: Ik voorspel de inhoud.
4 Met de auteur kennismaken Wie is de auteur of de persoon die het boek schreef? (Riet Wille) Bekijk het vriendenboek van met Riet Wille. Sommige leerlingen maakten al kennis met haar via de ontdekplaat. 5 Op het lesdoel focussen Je leest zo meteen een stukje uit het boek. Je vertelt wie het hoofdpersonage uit het verhaal is. Je kan van het hoofdpersonage zeggen wat hij doet en welke gevoelens hij heeft. Net zoals we daarnet bij de foto’s deden.
leesstrategie 1: Waarom ga ik deze tekst lezen?
L2 - Thema 3 - les 4 - lesgang
HDL Taal_Thema 3.indd 31
31
23/01/18 15:22
Hoofddoel uitvoeren en verwerken 6 Een eerste fragment lezen en bespreken Leid het tekstfragment kort in. Het verhaal gaat over een jongen die Emiel heet. Emiel verhuist naar een nieuw huis. Dus ook naar een nieuwe slaapkamer. Emiel vindt het spannend en is ook een beetje bang. Er gebeuren ook wel gekke dingen.
7
De leerlingen lezen deel 1 fluisterend. Lees daarna het fragment expressief voor of laat enkele sterke lezers dat doen.
taalschrift p. 69
Maak oefening a, b en c klassikaal. Model hoe de leerlingen de antwoorden kunnen vinden in de tekst.
leesstrategie 4: Ik stel vragen over de tekst.
7 Oefeningen 2 en 3 maken Coöperatief leren: denken – delen – doen De leerlingen lezen deel 2 en maken oefening a tot en met g met een partner. Laat enkele duo’s aan het woord bij het bespreken van de antwoorden.
taalschrift p. 70-71 leesstrategie 4: Ik stel vragen over de tekst.
8 Tussendoortje Pauzeer even en fantaseer met de leerlingen over het verhaal. Merk op: de antwoorden staan niet expliciet in de tekst. >> Welke stem hoort Emiel de hele tijd? >> Hoor jij soms stemmen? Welke? Blinddoek een leerling. Duid een andere leerling aan die een korte zin zegt. De geblinddoekte leerling probeert te raden wie de zin zei. Geef de beurt aan een andere leerling.
leesstrategie 4: Ik stel vragen over de tekst. blinddoek
Stel je voor dat Emiel hier vlakbij is komen wonen. Morgen komt hij hier naar school. Hij zal bij ons in de klas zitten. >> Wat zou je aan hem vragen? >> Wat zou je doen om Emiel welkom te heten? 9 Oefeningen 3 en 4 maken De duo’s werken de oefeningen verder af. Duo’s die klaar zijn gaan verder met delen 3 en 4. Ze lossen met hun partner vragen 3 en 4 op.
taalschrift p. 72-73
10 Gevoelens nabootsen Benoem een gevoel dat de leerlingen gaan uitbeelden, bv. bang, boos, eenzaam, verdrietig, vrolijk, jaloers, zenuwachtig, verrast, bezorgd ... Beeld een eerste gevoel klassikaal uit. Bevestig leerlingen die zowel mimiek als lichaamstaal gebruiken. Zet rustige muziek op.
rustige muziek
De leerlingen gaan tegenover elkaar staan. Leerling A beeldt uit en leerling B spiegelt. Daarna draaien de rollen om. Instrueer de gevoelens een voor een.
32
L2 - Thema 3 - les 4 - lesgang
HDL Taal_Thema 3.indd 32
23/01/18 15:22
Controleren en reflecteren 11 Het lesdoel evalueren Laat de personages van het verhaal opnoemen. Laat de leerlingen je zinnen aanvullen: >> Emiel helpt mee in het huis. Daarbij voelt hij zich ... (enthousiast, blij) >> Een nieuwe school, een nieuwe straat, nieuwe vrienden ... Welk gevoel heeft Emiel daarbij? (gespannen, hij vindt het spannend, onzeker) >> Wanneer hij ’s avonds in zijn bed ligt en de stem hoort, voelt hij zich ... (bang, nieuwsgierig) 12 Het zelfevaluatiekader invullen Laat de leerlingen het zelfevaluatiekader aanvullen. Overloop elk doel en benadruk dat ze zichzelf eerlijk moeten beoordelen, niet hun partner.
taalschrift p. 73 TIP! Met behulp van Bingel Raket kun je het digitale portfolio automatisch laten invullen op basis van de zelfevaluatie van de leerlingen.
Viersporenbeleid/redicodis Instructieonafhankelijke leerlingen >> gaan zelfstandig aan de slag vanaf oefening 1. >> lossen alle vragen op en verwerken delen 1,2,3 en 4. >> bespreken tussendoor mee de mondelinge opdrachten. >> verbeteren hun werk met de correctiesleutel.
kopieerblad 4
Instructiegevoelige leerlingen >> werken zelfstandig vanaf oefening 2. >> lossen de vragen bij deel 1 klassikaal op. >> lezen en verwerken deel 2 samen met een partner. >> lezen en verwerken eventueel ook deel 3. Instructieafhankelijke leerlingen >> werken in een miniklas onder begeleiding. >> lezen de tekst hardop met de leraar. >> lossen de vragen bij deel 1 klassikaal op. >> lezen deel 2 samen met de leraar. >> overlopen de vragen van deel 2 samen met de leraar. >> lossen de vragen bij deel 2 op met een partner, ondersteund door de leraar. >> lezen eventueel ook deel 3.
Na de les Vul het portfolio in bij elke leerling. Baseer je daarvoor op de observaties tijdens de les, de zelfevaluatie van de leerling en op de antwoorden van de leerling op de vragen in het taalschrift. Met behulp van Bingel Raket kun je het digitale portfolio automatisch laten invullen op basis van de zelfevaluatie van de leerlingen.
L2 - Thema 3 - les 4 - lesgang
HDL Taal_Thema 3.indd 33
33
23/01/18 15:22
les 4
Een stem onder mijn bed Ik kan zeggen wie de hoofdpersoon is en hoe hij of zij zich voelt.
1
Lees deel 1 van het verhaal. Los de vragen op.
5
10
We zijn op vakantie in ons nieuwe huis. Klinkt dat gek? Het is ook gek. Na lang zoeken vond papa een baan. Zijn nieuwe werk is wel een eind weg. Het is meer dan een uur rijden van ons oude huis vandaan. Dus zochten we een nieuwe woning en dit huis kwam net vrij. Er woonde een oude man in. Boven de bel staat zijn naam nog: E. VERBEEK
a ‘Na lang zoeken vond papa een baan.’ Wat wil dat zeggen?
W
Papa vond eindelijk de juiste weg. X Papa vond nieuw werk. Papa vond een wegenkaart.
de woning huis, de plek waar je woont
b Wie is de oude man uit het verhaal? De opa van Emiel. De nonkel van Emiel. X De man die vroeger in het huis woonde. c Kleur in de tekst: de naam van de oude man die in het huis woonde.
Thema 3 - les 4
34
69
L2 - Thema 3 - les 4 - correctiesleutel
HDL Taal_Thema 3.indd 34
23/01/18 15:22
2
Lees deel 2 van het verhaal. Los de vragen op.
5
10
15
20
W
Door een val kwam hij in een rolstoel. Nu woont hij in een tehuis. En weet je wat nog gekker is? De kleren en zo zijn weg, maar een stuk inboedel bleef hier: meubels, bestek, potten en pannen. Naar het tehuis kon niet veel mee en mijn ouders vinden het handig zo. Thuis hoeven ze nog niets in te pakken en hier kunnen ze al verbouwen. Er komt een nieuwe keuken, het oude behang moet eraf en de muren krijgen een wit kleurtje. Hun zoon, ik dus, speelt voor knecht: behangpapier opruimen, koffie zetten ... Zo zijn mijn dagen goed gevuld, maar de nachten duren lang. Ik lig in een vreemde kamer met nieuwe geuren en kleuren. In mijn bed is plaats voor twee en het kraakt als ik beweeg.
het tehuis
huis waar een groep mensen woont. In een bejaardentehuis wonen oude mensen.
de inboedel
alle meubels en spullen in een huis
verbouwen
een huis een stukje afbreken en dat stuk opnieuw bouwen
het behang
brede stroken papier waarmee je de muren beplakt
a Hoe zou jij je voelen als je moest verhuizen? Bespreek het met je partner. b ‘De oude man woont nu in een tehuis.’ Wat is een tehuis?
X
70
Thema 3 - les 4
L2 - Thema 3 - les 4 - correctiesleutel
HDL Taal_Thema 3.indd 35
35
23/01/18 15:22
c Emiel helpt mee thuis. Kleur in de tekst: twee dingen die hij doet. d Hoe help jij soms thuis? Vertel het aan je partner. e Hoe voelt Emiel zich in zijn nieuwe kamer? X
Hij voelt zich er erg op zijn gemak. Hij moet nog wennen aan de kamer. Hij komt er nooit omdat hij bang is. W
f Wie is de hoofdpersoon? Emiel
de hoofdpersoon belangrijkste persoon in een verhaal
Wie zijn de personen in een verhaal? Sommige personen zijn belangrijker dan anderen. Erg belangrijke personen noemen we hoofdpersonen.
Maar ook over ons!
Dit verhaal gaat over mij!
Ik ben dus de hoofdpersoon.
g Wat bedoelt Emiel? Zoek de vier goede antwoorden. ‘Ik lig in een vreemde kamer met nieuwe geuren en kleuren. In mijn bed is plaats voor twee en het kraakt als ik beweeg.’ Mijn kamer ruikt anders dan mijn vorige kamer. Mijn kamer ruikt naar zweetvoeten. X Mijn kamer heeft een nieuwe kleur. Mijn bed is te klein. X Mijn bed is heel groot. X Ik ken deze kamer nog niet goed. X
Thema 3 - les 4
36
71
L2 - Thema 3 - les 4 - correctiesleutel
HDL Taal_Thema 3.indd 36
23/01/18 15:22
3
Er zijn meerdere zinnen juist.
Lees deel 3 van het verhaal. Los de vragen op.
5
10
15
In het donker komen de vragen. Hoe zou het met mijn vrienden zijn? Missen zij mij ook? Wonen er nog kinderen in deze straat? En dan die nieuwe school. Zal ik gauw vriendjes hebben? Of zullen ze mij pesten? Volgens mama komt het vast goed. Maar is dat wel zo? ’s Nachts blijf ik maar piekeren. Ik draai en keer tussen de lakens. En het bed blijft maar kraken. Tot ik beter luister ... Het is net of ... ergens onder mijn bed een stem zit! “Dag Emiel”, kraakt ze. “Blij dat je terug bent. Ik heb je gemist.” Roerloos blijf ik op mijn rug liggen en zo word ik ’s morgens wakker. Was die stem echt? Of een droom? W
a Emiel stelt zich vragen als hij in bed ligt. Welke vragen? Hoe zou het met mijn vrienden zijn? Zouden mijn vrienden naar mijn feestje komen? X Zal ik gepest worden op mijn nieuwe school? Kan ik soep eten op de nieuwe school? X
piekeren ergens over blijven nadenken roerloos zonder te bewegen
b Kleur in de tekst: nog een vraag van Emiel. c Hoe voelt Emiel zich in zijn bed? Kleur de woorden die passen.
rdrietig opgewonden bang ve moe nieuwsgierig boos blij jaloers
d Wat vraag jij je af als je in bed ligt? Bespreek het met je partner. e Kleur in de tekst: een zin die zegt dat Emiel zijn vrienden mist. een zin die zegt dat Emiel ’s nachts wakker ligt. f Is de stem echt of een droom? En van wie zou de stem zijn? Wat denk jij? 72
Thema 3 - les 4
L2 - Thema 3 - les 4 - correctiesleutel
HDL Taal_Thema 3.indd 37
37
23/01/18 15:22
4
Lees deel 4 van het verhaal en los daarna de vragen op.
5
10
Een stem onder mijn bed | Riet Wille
De papa van Emiel vindt een baan. en daarom verhuist het gezin. In het nieuwe huis is veel werk. Er staan nog heel wat spullen. Die zijn van de oude man die voor hen in het huis woonde. De nachten duren lang voor Emiel. Hij woelt en draait in bed.
vanmijn de week EenOelewapper stem onder bed Karla Stoefs | Mark Borgions Riet Wille | Jan Van Lierde
Meer lezen? Een stem onder mijn bed, Riet Wille, Talentbib 2
Zijn bed kraakt … het lijkt wel of het praat. Maar van wie is die stem? En wat zegt ze? Dat lees je in dit boek!
Haal meer uit dit boek! Ga snel naar bingel.be.
2
Th 1_Oelewapper van de week_COVER.indd Alle pagina's
30/05/17 11:59
W
a Mama is bezorgd. Waarom?
en over blijven nadenken
os te bewegen
X
Ze is de fiets van Emiel in het vorige huis vergeten. Emiel heeft slecht geslapen. Er is te weinig verf om te schilderen.
bezorgd je maakt je zorgen om iets of iemand de por klein duwtje
b Hoe voelt papa zich als hij met Emiel gaat fietsen? Hij vindt het niet leuk, hij werkt liever in het huis. Hij is verdrietig omdat Emiel niet goed kan fietsen. X Hij vindt het fijn om samen met zijn zoon te fietsen. c Emiel haalt zijn neus op. De school ziet er niet zo leuk uit! Kleur in de tekst:
ewonden
os
Oelewapper van de week | Karla Stoefs
15
Tijdens het ontbijt kijkt mama me aan. “Slecht geslapen?” vraagt ze bezorgd. Dan geeft ze papa een por. “Gaan jullie maar fietsen”, stelt ze voor. “Rij eens langs zijn nieuwe school en toon het zwembad en het park.” We fietsen naast elkaar. Papa doet of hij hier al jaren woont en ratelt maar door. “Hier is mijn werk”, toont hij. “En daar is jouw school.” Ik haal mijn neus op. Het is een oud gebouw en de speelplaats zit vol putten. Moeten we daarop voetballen? Wel is er veel groen: bomen, struiken en een groot grasveld.
iets dat hij niet leuk vindt aan de school. iets dat er wel leuk uitziet op de nieuwe school.
jaloers 5
Hoe verliep de les voor jou? Ik kon vertellen over mijn gevoelens bij het bekijken van de foto’s. Ik kon zeggen wie de hoofdpersoon is en hoe hij of zij zich voelt. Ik werkte goed samen met mijn partner.
nk jij?
Thema 3 - les 4
38
73
L2 - Thema 3 - les 4 - correctiesleutel
HDL Taal_Thema 3.indd 38
23/01/18 15:22
Naam:
Datum:
Nr.
Waar kinderen slapen
L2 - Thema 3 - les 4 - kopieerblad 1
HDL Taal_Thema 3.indd 39
39
23/01/18 15:23
Thema 3 - les 5
Bang Domeinen: Onderwerp: Lesduur:
schrijven, luisteren, spreken ontbrekende zinnen aanvullen in een gedicht 50 minuten
Samenhang
Materialen
In les 4 ging het over kinderkamers van over de hele wereld en vertelden de leerlingen over hun eigen slaapkamer en welke emoties die soms oproept. Deze les bouwt verder op bang zijn in je kamer aan de hand van een gedicht dat leerlingen verder moeten aanvullen. De leerlingen vertellen over alles wat je ook maar onder een bed kunt vinden. In les 10 vinden de hoofdpersonages uit de krantenartikels ook spannende dingen onder hun bed. In les 12 gaat het verder over leuke, spannende, enge of mooie dingen die onder je bed kunnen liggen. De leerlingen maken er dan raadsels over.
Digitaal > bordboek > cd > dvd
Lesdoelen
Folio > taalschrift p. 74-75 > kopieerblad 1 > bronnenbladen p. xx > zie ook bronnenbladen De prenten aanbieden via de downloadbare bundel: het gedicht wel aanbieden via de handleiding.
Hoofddoel van de les Eenvoudige gedichten en liedjes letterlijk overschrijven.
Diversen > tekenpapier
Andere doelen > Bereid zijn om te spreken, te luisteren en zich in te leven in de boodschap. > Een gelezen, beluisterd of bekeken verhaal dramatiseren. Spelvormen waarnemen en inzien dat de juiste verhouding tussen woord en beweging de expressie kan vergroten. Strategie Volgende schrijfstrategieĂŤn hanteren onder aansturing van de leraar: > Voor het schrijven: het schrijfdoel bepalen. > Na het schrijven: gedachten onder woorden brengen in de vorm van woorden, zinnen en teksten. Leergebiedoverschrijdend en persoonsgebonden doel Vloeiende schrijfbewegingen uitvoeren: schrijfhouding, schrijfbeweging, lettervorming, letterverbindingen.
40
L2 - Thema 3 - les 5 - lesgang
HDL Taal_Thema 3.indd 40
23/01/18 15:23
Voorbereiding Voorzie een vel tekenpapier per leerling. Kopieer kopieerblad 1 eenmaal per vier leerlingen als tempodifferentiatie. Indien je geen gebruik maakt van de bordles (digitaal schoolbord), download dan de afbeeldingen van het gedicht op het leerkrachtgedeelte van bingel.be
Woordenschat Tekstwoorden
School- en instructietaal
>> de pret
>> het rijmwoord
Coöperatieve werkvormen in deze les >> tweegesprek >> denken - delen - doen
Brug naar andere leergebieden Muzische vorming: Laat het gedicht een keer dramatiseren. Roep een griezelige sfeer op door de klas te verduisteren, de leerlingen spookgeluiden te laten maken ...
Lesgang Oriënteren en plannen 1 Het filmfragment bekijken en bespreken We bekijken een filmpje. Straks vertel je wat je gezien hebt en hoe je je voelde tijdens het kijken. Bekijk het filmpje Bang zijn in bed. Bespreek het aan de hand van deze vragen: >> Wat zag je in het filmpje? >> Waarom deed Bibber dat? >> Wat doe je als je bang bent? >> Ben je overdag soms bang in je kamer? Waarom wel/niet? >> Dacht jij al eens dat er iets engs onder je bed of in je kamer was? Vertel daar eens over. 2 Enge geluiden beluisteren Coöperatief leren: tweegesprek Verdeel de klas in duo’s. Laat de fragmenten een eerste keer beluisteren. Dan bekijken de leerlingen de opdracht in het taalschrift. Bied de luisterfragmenten een tweede keer aan. De duo’s maken oefening 1a. Duo’s die snel klaar zijn maken ook 1b.
dvd
cd taalschrift p. 74 TIP! De opdracht kan ook per vier worden uitgevoerd.
L2 - Thema 3 - les 5 - lesgang
HDL Taal_Thema 3.indd 41
41
23/01/18 15:23
3 Op het lesdoel focussen Weten jullie wat ik onder mijn bed vond? Een gedicht! Toon het gedicht op het bronnenblad, lees eventueel een stukje voor. Ontdek met de leerlingen dat er zinnen ontbreken en dat het gedicht rijmt. Er ontbreken wel enkele zinnen. Zullen we die samen zoeken? Je moet rijmwoorden zoeken en er zinnen mee maken. Die schrijf je op, zodat het gedicht volledig wordt. Op het einde van de les kun je dat gedicht voordragen of voorlezen. Let erop dat je juist en verzorgd schrijft, zodat je het gedicht ook kunt lezen.
bronnenblad 1
Hoofddoel uitvoeren en verwerken 4 De taalweter bekijken en verwerken Zeg enkele woorden en laat je leerlingen er zo veel mogelijk rijmwoorden op zoeken: bang (slang, behang, gang, wang, zang, lang ...), boos (doos, kroos, virtuoos, broos ...) enz. Tel de woorden die de rijmketting telt en probeer het rijmrecord te verbreken met een nieuwe ketting. Bekijk samen de taalweter Wat is een rijmwoord? Laat een leerling verwoorden wanneer woorden rijmen. 5 Ontbrekende zinnen aanvullen Toon het gedicht met de ontbrekende zinnen. Model de werkwijze om de ontbrekende zinnen aan te vullen. Lees de eerste zin voor. Ik ben voor niets en niemand bang. >> Wat is het laatste woord van die zin? (bang) >> Zoek de prent die bij de zin hoort. (De gezichten: ze staan op de muur, op de muur hangt papier.) >> Welk rijmwoord kun je uit de prent halen? (behangpapier, behang) >> Maak een zin met dat woord. De zin moet passen bij onze eerste zin. (niet voor gezichten op het (of ‘t) behang) Schrijf de juiste zin in het gedicht. Een leerling leest het gevonden deeltje voor tot en met de nieuwe zin. Werk zo het gedicht af. Dit gedicht rijmt. Moeten gedichten altijd rijmen? Waarom (niet)? Laat enkele leerlingen hun mening geven. Lees eventueel een gedicht voor dat niet rijmt. 6 Ontbrekende zinnen overschrijven Als alle zinnen gevonden zijn, schrijven de leerlingen die over in het taalschrift. Kijk goed naar de zin en onthoud hem. Schrijf hem dan op in je schrift. Herinner nog eens aan het lesdoel: juist en verzorgd overschrijven, zodat je zelf het gedicht kunt lezen. Na het overschrijven kijken de leerlingen hun werk na. Ze gebruiken daarvoor het controlekader en kruisen een voorwaarde aan als ze vinden dat ze die bereikten. Bied snelle werkers kopieerblad 1 aan. Ze bedenken andere tussenzinnen. Zo ontstaat er een nieuw gedicht.
42
taalschrift p. 74
taalweter p. 75 schrijf het gedicht met gaten op het bord bronnenblad
TIP! Maak de zinnen hardop, samen met de leerlingen. Een juiste zin formuleren kan nog moeilijk zijn. bronnenblad schrijfstrategie 3: Ik schrijf.
schrijfstrategie 4: Ik lees mijn werk na.
kopieerblad 1
L2 - Thema 3 - les 5 - lesgang
HDL Taal_Thema 3.indd 42
23/01/18 15:23
7 Illustraties bij het gedicht maken Coรถperatief leren: denken - delen - doen Maak groepjes van vier. Elk groepje maakt vier tekeningen: gezichten op het behang, een skelet, een monster in de kast, een mummie uit de muur. De groepsleden overleggen wie welke tekening maakt.
schrijfstrategie 5: Ik verzorg mijn werk. tekenpapier TIP! Beperk de tijd voor deze opdracht zodat elke groep zijn gedicht nog kan voorlezen.
Controleren en reflecteren 8 Het lesdoel controleren Laat elke groep het gedicht expressief voorlezen uit het taalschrift. Elke leerling leest het stukje voor bij zijn of haar tekening. Laat degenen die een alternatief gedicht maakten dat ook voordragen. 9 Het zelfevaluatiekader invullen Lees doel per doel voor. De leerlingen kleuren het passend aantal sterren naargelang zij zelf dat doel bereikten. Evalueer ook de samenwerking. De leerlingen kleuren hier het passend aantal gezichtjes.
TIP! Je kunt het voorlezen of het tekenen verderzetten tijdens een les muzische opvoeding. taalschrift p. 75 TIP! Met behulp van Bingel Raket kun je het digitale portfolio automatisch laten invullen op basis van de zelfevaluatie van de leerlingen.
Viersporenbeleid/redicodis Instructieonafhankelijke leerlingen >> schrijven de zinnen zelfstandig van het bord over. >> maken na het overschrijven een nieuwe versie van het gedicht. Instructiegevoelige leerlingen >> lezen de zin die ze gaan overschrijven eerst luidop. >> maken eventueel een nieuwe versie van het gedicht. Instructieafhankelijke leerlingen >> lezen de zin die ze gaan overschrijven tweemaal hardop. >> schrijven de zinnen over van de correctiesleutel in plaats van van het bord. >> proberen de zin te memoriseren voor het noteren. >> tellen het aantal woorden dat ze geschreven hebben als de zin klaar is. >> krijgen ondersteuning bij het overschrijven. >> oefenen het expressief voorlezen met de leraar.
TIP! Leg een blokje onder het woord dat je leerlingen overschrijven. Verleg het als het woord klaar is.
Na de les Vul het portfolio in bij elke leerling. Baseer je daarvoor op de observaties tijdens de les, de zelfevaluatie van de leerling en op de antwoorden van de leerling op de vragen in het taalschrift. Met behulp van de Bingel Raket kun je het digitale portfolio automatisch laten invullen op basis van de zelfevaluatie van de leerlingen.
L2 - Thema 3 - les 5 - lesgang
HDL Taal_Thema 3.indd 43
43
23/01/18 15:23
les 5
Bang Ik kan een gedicht juist overschrijven zodat ik het zelf nog eens kan lezen.
1
Luister naar de geluiden. a Nummer ze. Wat je eerst hoort, krijgt nummer 1.
4
3
1
2
6
5
b Schrijf geluiden die jij eng vindt.
Wat is een rijmwoord? Rijmwoorden lijken op elkaar. Bv. koek – broek, bang – slang, doos – boos ... Ze hebben vaak dezelfde letters achteraan, maar dat moet niet. Bv. pauw – mouw, stad – plat, krab – hap ... Je vindt rijmwoorden vaak terug in een gedicht, maar een gedicht moet niet noodzakelijk rijmen. niets zo leuk als een leuke boot
74
44
beer eet peer en haas lust kaas
Thema 3 - les 5
L2 - Thema 3 - les 5 - correctiesleutel
HDL Taal_Thema 3.indd 44
23/01/18 15:23
2
Schrijf de ontbrekende zinnen net en juist over. Kijk je werk na. Bang Ik ben voor niets en niemand bang niet voor gezichten op ‘t behang.
‘t Is elke avond dikke pret met het skelet onder mijn bed.
Ook heb ik helemaal geen last van al die monsters in mijn kast.
En springt er ‘s nachts om twaalf uur alweer een mummie uit de muur.
dan zeg ik: “Jammer beste vent, dat jij zo ingewikkeld bent!”
Ik kijk na! Ik heb elke zin: juist overgeschreven. netjes overgeschreven. Ik heb achter elke zin: een punt gezet.
3
W
de pret plezier ingewikkeld ingewikkeld, (hier ook) met doeken er rond
Hoe verliep de les voor jou? Ik kon het gedicht aanvullen door naar de prenten te kijken. Ik kon de zinnen juist en netjes overschrijven. Ik werkte goed samen met anderen.
Thema 3 - les 5
75
L2 - Thema 3 - les 5 - correctiesleutel
HDL Taal_Thema 3.indd 45
45
23/01/18 15:23
Bang
Ik ben voor niets en niemand bang niet . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . ‘t Is elke avond dikke pret met . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Ook heb ik helemaal geen last van . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . En springt er ‘s nachts om twaalf uur alweer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . dan zeg ik: “Jammer, beste vent, dat . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
46
L2 - Thema 3 - les 5 - bronnenblad 1
HDL Taal_Thema 3.indd 46
23/01/18 15:23
Bang BANG
BANG
Ik ben voor niets en niemand bang
Ik ben voor niets en niemand bang
‘t Is elke avond dikke pret
‘t Is elke avond dikke pret
Ook heb ik helemaal geen last
Ook heb ik helemaal geen last
En springt er ‘s nachts om twaalf uur
En springt er ‘s nachts om twaalf uur
dan zeg ik: “Jammer, beste vent, dat jij zo ingewikkeld bent!”
dan zeg ik: “Jammer, beste vent, dat jij zo ingewikkeld bent!”
BANG
BANG
Ik ben voor niets en niemand bang
Ik ben voor niets en niemand bang
‘t Is elke avond dikke pret
‘t Is elke avond dikke pret
Ook heb ik helemaal geen last
Ook heb ik helemaal geen last
En springt er ‘s nachts om twaalf uur
En springt er ‘s nachts om twaalf uur
dan zeg ik: “Jammer, beste vent, dat jij zo ingewikkeld bent!”
dan zeg ik: “Jammer, beste vent, dat jij zo ingewikkeld bent!”
L2 - Thema 3 - les 5 - kopieerblad 1
HDL Taal_Thema 3.indd 47
47
23/01/18 15:23
Thema 3 - les 6
Een bed op reis Domein: Onderwerp: Lesduur:
vlot en vloeiend lezen een boekfragment op eigen leesniveau lezen 25 minuten
Samenhang
Materialen
Er is voor elke groep (A, B of C) een verhaalfragment op eigen leesniveau. De fragmenten komen uit hetzelfde boek: Een bed op reis van Riet Wille. > Deel 1 (begin van het boek) – A-lezers – niveau einde eerste leerjaar > Deel 2 – B-lezers – niveau midden tweede leerjaar > Deel 3 – C-lezers – niveau einde tweede leerjaar Het boek is beschikbaar op basisniveau in de Talentbib, en op de drie leesniveaus op bingel.be.
Folio > leesboek p. 39-41 > boek Een bed op reis, Riet Wille, Talentbib 2
Lesdoelen Hoofddoel van de les Plezier beleven aan lezen. Leergebiedoverschrijdend en persoonsgebonden doel Een realistisch zelfbeeld opbouwen. Positief omgaan met eigen mogelijkheden en beperkingen.
Voorbereiding Maak op basis van de resultaten van de eerste les van deze week opnieuw de indeling in A-, B- en C-lezers.
Coöperatieve werkvormen in deze les > duolezen > koorlezen
Leergebiedoverschrijdende en persoonsgebonden ontwikkeling Geef de groep moeilijke lezers veel bevestiging bij het lezen. Geef positieve opmerkingen over hun vooruitgang, hun werkhouding enz.
48
L2 - Thema 3 - les 6 - lesgang
HDL Taal_Thema 3.indd 48
23/01/18 15:23
Lesgang Oriënteren en plannen 1 Op het lesdoel focussen Verdeel de klas in de drie groepen volgens leesniveau. Laat de leerlingen het leesboek op p. 39 voor zich nemen. Verduidelijk het lesdoel: Je leest een verhaal. Na het lezen vertel je het verhaal met je eigen woorden aan de anderen. Het is belangrijk dat je de tekst aandachtig leest, zodat je goed begrijpt wat er gebeurt en waarom het gebeurt.
leesboek p. 39-41
Hoofddoel uitvoeren en verwerken 2 Het boek lezen Coöperatief leren: koorlezen (A) en duolezen (A/B/C) Verduidelijk eerst de werkwijze voor de B- en de C-groep: Lees eerst in stilte. >> De B-groep leest deel 1 en 2. Ben je snel klaar, dan mag je ook deel 3 lezen. >> De C-groep leest deel 1, 2 en 3. Nadat je de teksten in stilte gelezen hebt, doe je aan duolezen. Je leest dan met een partner je tekst expressief voor. De A-groep leest onder jouw begeleiding. Lees eerst het verhaal hardop voor. Vervolgens doe je aan ‘koorlezen’: je leest het verhaal hardop samen met de leerlingen. Tot slot mogen ook de A-lezers duolezen.
TIP! Voorzie een opdracht voor heel snelle lezers, bv. vijf vragen over het verhaal bedenken, er een stripverhaal bij schetsen, oefenen op het expressief lezen ... TIP! Laat enkele A-lezers in het kort vertellen waarover het verhaal gaat om na te gaan of ze de tekst begrepen hebben. Ze vullen elkaar daarbij aan.
Controleren en reflecteren 3 Reflecteren op het lezen en het leesproces Laat enkele lezers vertellen wat ze gelezen hebben. Reflecteer met de leerlingen op de verschillende delen van het verhaal: >> Wat vond je van het verhaal? >> Wat vond je leuk en minder leuk? >> Wat sprak je aan in het verhaal? Welk personage sprak je aan? >> Hoe zou het verhaal verder gaan? >> Hoe ziet jouw bed eruit? Heeft het bijzondere kenmerken? >> Welk bijzonder kenmerk heeft dit bed? >> Wat vind je daar leuk of niet leuk aan? >> Hoe zou het verhaal verder gaan? Evalueer ook het leesproces: >> Wat ging goed? Wat verliep moeilijk? >> Hoe verliep het duolezen? >> Hoe verliep het expressief lezen? >> Waarop moet je nog oefenen? 4 Nieuwsgierig maken naar het vervolg Promoot het boek uit de Talentbib. Vertel de leerlingen dat het papieren boek in de klasbib staat, maar dat ze het ook digitaal kunnen lezen en beluisteren via bingel.be. Maak hen zo nieuwsgierig naar het boek. Alleen door het te lezen, komen ze te weten hoe het afloopt.
boek, Riet Wille, Talentbib 2
L2 - Thema 3 - les 6 - lesgang
HDL Taal_Thema 3.indd 49
49
23/01/18 15:23
Thema 3 - les 7
Tijd om op te ruimen! Domeinen: Onderwerp: Lesduur:
taaldenken, schrijven zelfstandige naamwoorden herkennen en rubriceren 25 minuten
Samenhang
Materialen
De leerlingen maken voor de eerste keer kennis met zelfstandige naamwoorden. Ze ontdekken die als woorden die verwijzen naar planten, dieren, dingen en mensen. In les 14 leren ze om naamwoorden in een zin te herkennen.
Digitaal > bordboek
Lesdoelen Hoofddoel van de les Aangeven dat woorden samen met andere woorden kunnen voorkomen, namelijk: een lidwoord met een zelfstandig naamwoord. Andere doelen Bereid zijn kritisch te zijn tegenover eigen handschrift en vormgeving. Reflecteren op de taal en taalvariëteiten.
Folio > taalschrift p. 76-78 > kopieerblad 1 > wandplaat: woorden die we gebruiken voor mensen, dingen, dieren, plaatsen Diversen > omslagen
Leergebiedoverschrijdend en persoonsgebonden doel Creatief denken en daarbij nieuwe paden durven bewandelen.
Voorbereiding Kopieer kopieerblad 1 eenmaal per vier leerlingen. Knip de kaartjes uit en doe ze in een omslag. Hang de wandplaat zelfstandige naamwoorden op in de klas. Indien je geen gebruik maakt van de bordles (digitaal schoolbord), kopieer dan voor lesfase 1 de kaarten van kopieerblad 1 in het groot om te rubriceren.
Coöperatieve werkvormen in deze les > denken – delen – doen
Leergebiedoverschrijdende en persoonsgebonden ontwikkeling Bij het rubriceren van de woordkaartjes maken de leerlingen verschillende groepen. Sommige leerlingen zullen woorden met bepaalde klanken bij elkaar leggen, anderen zullen andere variaties bedenken. Moedig creativiteit in het rubriceren aan, stimuleer hen om andere logische verbanden te zoeken.
50
L2 - Thema 3 - les 7 - lesgang
HDL Taal_Thema 3.indd 50
23/01/18 15:23
Lesgang Oriënteren en plannen 1 Woorden groeperen Coöperatief leren: denken – delen – doen Groepeer de leerlingen per vier en geef elke groep een omslag met de kaartjes van kopieerblad 1. Lees eerst alle woorden die op de kaartjes staan. Leg dan de kaartjes die volgens jou samen horen bij elkaar. Geef de leerlingen voldoende tijd om de opdracht uit te voeren. Laat enkele leerlingen de woorden in de bordles rubriceren en bespreek aan de hand van enkele vragen. >> Welke kaartjes horen volgens jullie bij elkaar? >> Waarom horen ze bij elkaar? >> Hoe zou je die groepen noemen? Laat de klas verwoorden dat ze vier groepen maakten: personen, dieren, planten en voorwerpen/dingen.
kopieerblad 1
woordkaarten van kopieerblad 1
2 Op het lesdoel focussen Toon de dierenfoto’s. Ik vind het dier het leukst! Jij ook? Maak van de verwarring gebruik om te komen tot deze conclusie: het zijn allemaal dieren maar elk dier benoem je anders. Laat elk dier benoemen. Vraag om ook een paar voorbeelden te geven van planten, mensen en dingen.
Vandaag leren we dat er woorden zijn die een naam geven aan personen, dieren, dingen of voorwerpen en planten. Op het einde van de les kun je die woorden herkennen en zeggen tot welke groep ze behoren.
Hoofddoel uitvoeren en verwerken 3 De taalweter lezen en bespreken Bekijk samen de taalweter. Wat is een zelfstandig naamwoord? Laat hem door een leerling voorlezen. 4 Het oefenmateriaal verwerken De leerlingen maken oefening 1 tot en met 3 zelfstandig.
taalschrift p. 76
taalschrift
Controleren en reflecteren 5 Het zelfevaluatiekader invullen Laat het zelfevaluatiekader invullen. Bespreek na.
taalschrift p. 78 TIP! Met behulp van Bingel Raket kun je het digitale portfolio automatisch laten invullen op basis van de zelfevaluatie van de leerlingen.
L2 - Thema 3 - les 7 - lesgang
HDL Taal_Thema 3.indd 51
51
23/01/18 15:23
Viersporenbeleid/redicodis Instructieonafhankelijke leerlingen >> maken oefening 1 tot en met 3a zelfstandig. >> maken ook oefening 3b. Instructiegevoelige leerlingen >> maken oefening 1 tot en met 3a zelfstandig. >> kunnen ook oefening 3b maken. Instructieafhankelijke leerlingen >> maken oefening 1 en 2 samen in miniklas onder begeleiding. >> maken oefening 3a, maar schrijven slechts twee woorden per kolom.
Na de les >> Vul het portfolio in bij elke leerling. Baseer je daarvoor op de observaties tijdens de les, de zelfevaluatie van de leerling en op de antwoorden van de leerling op de vragen in het taalschrift. Met behulp van de Bingel Raket kun je het digitale portfolio automatisch laten invullen op basis van de zelfevaluatie van de leerlingen. >> Vraag om tegen de volgende taalles (les 10) een krant mee te brengen. >> Vraag om tegen de volgende les (Vlot en vloeiend lezen: vrij lezen) een boek naar keuze mee te brengen.
52
L2 - Thema 3 - les 7 - lesgang
HDL Taal_Thema 3.indd 52
23/01/18 15:23
les 7
Tijd om op te ruimen! Ik kan woorden die een naam geven aan personen, planten, dieren of dingen herkennen.
Wat is een zelfstandig naamwoord? Zelfstandige naamwoorden zijn woorden die een naam geven aan personen, dingen, planten en dieren: > > > >
1
boom
papa, directeur, Carlos, juf, Anna ... kast, lijm, deur, schaar ... cactus, eik, roos ... hond, schaap, dinosaurus ...
personen dingen planten dieren
Emiel, Noor en Saar hielden een kussengevecht terwijl Fien sliep. a Help je met opruimen? Kleur de kussens die bij elkaar horen in de kleur van de pyjama’s.
leeuw Ik ♥ dieren!
Ruben
Ik ♥ personen!
struik kind
potlood
boom
papa gras
Ik ♥ planten!
mus
Ik ♥
koelkast parkiet
aap
konijn madelief
bril
boer
Bruno tulp
postbode
dingen!
b Er liggen nog kussen, van Fien. Lees de woorden zonder kleur. Waar houdt Fien van? Schrijf het op haar dekbed. 76
Thema 3 - les 7
L2 - Thema 3 - les 7 - correctiesleutel
HDL Taal_Thema 3.indd 53
53
23/01/18 15:23
2
Emiel bouwde een stad. Om op te ruimen moet hij zijn blokken sorteren. Kleur: de blokken met een ding.
paard zeep
zusje
verkoper behang
slak
gras kast
spin
fiets
roos
tante
lampje bed
struik
lepel
3
eik Emiel
stoel
vogeltje
Bij oefening 2 kregen de dingen al een kleur. a Ruim de blokken met planten, dieren en personen op. Schrijf ze bij de juiste doos.
eik
slak
Emiel
roos
spin
zusje
struik
paard
verkoper
gras
vogeltje
tante
b Bedenk bij iedere doos nog twee woorden.
Thema 3 - les 7
54
77
L2 - Thema 3 - les 7 - correctiesleutel
HDL Taal_Thema 3.indd 54
23/01/18 15:23
4
Hoe verliep de les voor jou? Ik kon woorden die een naam geven aan personen, planten, dieren of dingen herkennen. Ik kon zeggen bij welke groep een naamwoord hoort: bij personen, planten, dieren of dingen. Ik kon de woorden juist en verzorgd overschrijven.
78
Thema 3 - les 7
L2 - Thema 3 - les 7 - correctiesleutel
HDL Taal_Thema 3.indd 55
55
23/01/18 15:23
Naamwoorden
56
buurman
oma
opa
dokter
Lies
Karel
zetel
vaas
radio
auto
slaapkamer
den
boek
tulp
roos
madelief
beuk
eik
konijn
kip
hamster
spin
nijlpaard
hert
L2 - Thema 3 - les 7 - kopieerblad 1
HDL Taal_Thema 3.indd 56
23/01/18 15:23
Thema 3 - les 8
Vrij lezen Domein: Onderwerp: Lesduur:
vlot en vloeiend lezen vrij lezen in een boek naar keuze 25 minuten
Samenhang
Materialen
In deze les lezen de leerlingen vrij te lezen in een boek naar keuze.
Folio > leesboek (alleen A-lezers)
Lesdoelen Hoofddoel van de les Plezier beleven aan lezen.
Diversen > boek naar keuze van de leerling
Andere doelen Bereid zijn spontaan voor hen bestemde boeken en andere informatiebronnen te raadplegen. Leergebiedoverschrijdend en persoonsgebonden doel Plezier beleven en voldoening ervaren.
Voorbereiding Laat een boek van thuis of uit de bibliotheek meebrengen.
Leergebiedoverschrijdende en persoonsgebonden ontwikkeling Begeleid leerlingen die niet graag lezen bij het vinden van een boek. Bied hun verschillende tekstsoorten aan: informatieve boeken, strips, verschillende genres fictieboeken ... Peil naar hun interesses en geef hun extra kansen om te vertellen over wat ze gelezen hebben.
CoĂśperatieve werkvormen in deze les > koorlezen
Lesgang OriĂŤnteren en plannen 1 Op het lesdoel focussen Verduidelijk wat het doel van deze les is: > Iedereen leest in een boek naar keuze. Dat boek mag een verhaal zijn, een informatief boek zijn, een strip, een tijdschrift ... L2 - Thema 3 - les 8 - lesgang
HDL Taal_Thema 3.indd 57
57
23/01/18 15:23
>> Leerlingen die graag digitaal lezen kunnen kiezen voor een boek uit de Talentbib of uit de BiB-BoXen. Die boeken hebben als voordeel dat ze erg compact zijn en dat je ze binnen de voorziene tijd helemaal kunt uitlezen. >> Sta de leerlingen toe om samen in een informatief boek te lezen. Ze kunnen dan zaken aan elkaar verduidelijken. De leerlingen die daarvoor opteren, geef je best een aparte plaats in de klas, zodat ze de stillezers zo weinig mogelijk storen. >> Maak duidelijke afspraken rond het lezen: waar mogen leerlingen zitten? Wat als hun boek uit is? Geef de leerlingen een algemene opdracht m.b.t. de inhoud die ze lezen en die ze moeten uitvoeren tegen het einde van de leestijd. >> Fictie: Vertel over de verhaalfiguur die je het meeste en over de verhaalfiguur die je het minste aansprak. Vertel ook waarom dat zo is. >> Non-fictie: Kies een foto of een prent die je erg aansprak. Vertel waarom dat zo is. Leerlingen die een boek uitlezen, krijgen een bijzondere opdracht: >> Fictie: Lees een stukje voor dat je erg aansprak, maximaal vijftien regels. Lees voor met expressie. >> Non-fictie: Maak een korte klasquiz. Bedenk vijf vragen die je aan je klasgenoten stelt. De antwoorden moet je zelf natuurlijk wel weten.
TIP! Zet de algemene opdrachten op kaartjes en laat de leerlingen een opdracht trekken. TIP! Model de algemene opdrachten: bv. lees een stukje voor en vertel wat je aanspreekt aan de figuur in dat stukje. TIP! Stimuleer om een boek uit te lezen door leuke opdrachten te voorzien die ze alleen dan mogen uitvoeren.
Hoofddoel uitvoeren en verwerken 2 Leestijd Coรถperatief leren: koorlezen (A) Laat de leerlingen van de B-groep en de C-groep naar eigen keuze lezen in een boek. Begeleid ondertussen de A-groep. Grijp terug naar het verhaal van les 2. Lees de tekst nogmaals in koor. Laat daarna ook de A-groep vrij lezen in een boek naar keuze.
Controleren en reflecteren
leesboek p. 38 TIP! Lees zelf in een boek (modelling), of begeleid een zwakke lezer bij het lezen van zijn of haar boek: duolezen, samen een informatief boek lezen en extra duiding geven ...
3 Op het lezen reflecteren Reflecteer op het lezen en het leesproces: >> Wat heb je gelezen? >> Hoeveel heb je gelezen? >> Heb je zin om verder te lezen in het boek? >> Ben je iets te weten gekomen? 4 Controleren aan de hand van de algemene opdracht Verwijs naar de algemene opdracht. Kies uit twee opties: 1 Kies er enkele leerlingen uit die hun algemene opdracht uitvoeren voor de klas. 2 Laat groepen van een drietal leerlingen voor elkaar de algemene opdracht uitvoeren (al dan niet samengesteld uit leerlingen met dezelfde opdracht). Zo komt iedereen aan de beurt.
58
L2 - Thema 3 - les 8 - lesgang
HDL Taal_Thema 3.indd 58
23/01/18 15:23
Thema 3 - les 9
Vlot en vloeiend lezen Domein: Onderwerp: Lesduur:
vlot en vloeiend lezen leestechnisch oefenmateriaal lezen: klankzuivere samengestelde woorden van twee lettergrepen 25 minuten
Samenhang
Materialen
In deze les lezen komen korte klankzuivere samengestelde woorden aan bod. Die kwamen in het eerste leerjaar al aan bod.
Digitaal > bordboek
Lesdoelen
Folio > leesboek p. 42-43
Hoofddoel van de les Klankzuivere, tweelettergrepige woorden verklanken Andere doelen > Zinnen met klankzuivere meerlettergrepige woorden die uit één regel bestaan correct en vlot lezen. > Woorden met eenvoudige medeklinkerclusters vooraan en/of achteraan verklanken. > Verkleinwoorden verklanken. Leergebiedoverschrijdend en persoonsgebonden doel Samenwerken met anderen en zo bijdragen aan het realiseren van een gemeenschappelijk doel.
Voorbereiding Maak op basis van de resultaten van de voorbije leeslessen een indeling voor deze week in A-, B- en C-lezers.
Woordenschat Tekstwoorden > de grapjas > het vuurwerk
Coöperatieve werkvormen in deze les > duolezen > koorlezen
Leergebiedoverschrijdende en persoonsgebonden ontwikkeling Geef de groep moeilijke lezers veel bevestiging bij het lezen. Geef positieve opmerkingen over hun vooruitgang, hun werkhouding enz. L2 - Thema 3 - les 9 - lesgang
HDL Taal_Thema 3.indd 59
59
23/01/18 15:23
Lesgang Oriënteren en plannen 1 Op het lesdoel focussen Verdeel de klas in drie groepen: >> een A-groep: de moeilijke lezers, >> een B-groep: de gemiddelde lezers, >> een C-groep: de snelle lezers. Laat de leerlingen er hun leesboek bijnemen. Verduidelijk het lesdoel. We oefenen het lezen van woorden die bestaan uit twee woorden die zijn samengevoegd, en zinnen waarin zulke woorden voorkomen. Jullie hebben dat in het eerste leerjaar al geoefend.
leesboek p. 42
Hoofddoel uitvoeren en verwerken 2 Leestechnisch materiaal lezen Coöperatief leren: koorlezen (A/B/C): woorden Verwijs naar oefening 1 van het leesboek. Lees de eerste kolom woorden hardop voor. Model de aanpak van het technisch lezen: lippen klaarzetten voor de eerste klank, de klank lang maken terwijl je naar de volgende letters kijkt, dan die letters verklanken. Je kunt dat ook door een sterke lezer laten voordoen. Nadat je de kolom hebt voorgelezen, laat je die opnieuw hardop lezen door de hele klas. Let erop dat alle leerlingen meelezen. Vervolgens pak je op dezelfde manier de tweede en volgende kolommen aan. Coöperatief leren: koorlezen (A) en duolezen (B/C): zinnen Zet eerst de A-groep aan het werk. Zij lezen de woordenrijtjes nogmaals fluisterend voor zichzelf. Verduidelijk voor de B- en de C-groep dat zij mogen duolezen. Je leest samen met je buurmeisje of -jongen. Om de beurt lees je een zin van oefening 2 en 3. Als je klaar bent, lees je de zinnen nog een keer om de beurt, maar nu begint de ander. Ga vervolgens zelf met de A-groep aan de slag. Laat de leerlingen oefening 2 en 3 voor zich nemen. Vertel dat je samen met hen zin voor zin gaat lezen (koorlezen). Ik lees eerst een zin alleen hardop voor. Jullie lezen in stilte mee. Als ik de zin gelezen heb, lees ik hem nog een keer. Dan lezen jullie hardop mee. 3 Een verhaal lezen Coöperatief leren: koorlezen (A) en duolezen (A/B/C) Laat alle leerlingen oefening 4 voor zich nemen. We lezen een verhaal. Het verhaal heet ‘Jaloers’. Het gaat over een jongen die jaloers is op wat anderen hebben. Dan mag hij een paar wensen doen. Wat denk je dat hij wenst?
60
leesboek p. 42 TIP! Controleer tussentijds of de indeling (A, B of C) klopte. Pas waar nodig aan.
leesboek p. 42 TIP! Wissel de samenstelling van de tweetallen bij elke leestechnische les.
leesboek p. 42 TIP! Gebruik meetrekkend lezen als werkvorm: jij leest een zin hardop voor, de leerlingen lezen hem hardop mee. leesboek p. 43
L2 - Thema 3 - les 9 - lesgang
HDL Taal_Thema 3.indd 60
23/01/18 15:23
De leerlingen van de B- en de C-groep lezen in duo het verhaal, waarbij de B-groep het basisgedeelte leest (tot aan de witregel) en de C-groep de hele tekst. De tweetallen hoeven nu niet om beurten een zin te lezen, maar delen het verhaal in enkele langere stukken in, bv. elke leerling vijf regels. Na de eerste beurt wisselen ze de rollen om. Neem zelf de A-groep onder je hoede. Lees eerst in koor de basistekst, en laat ook hen vervolgens in duo hardop lezen. Zij kunnen best zin per zin lezen. Als er voldoende tijd is, kunnen ze nog van rol wisselen.
TIP! Geef duo’s van de B- en de C-groep die snel klaar zijn een extra opdracht. Zij lezen om de beurt een zin, maar moeten erop letten dat de tekst niet hapert. TIP! Lees de tekst eerst helemaal voor.
Controleren en reflecteren 4 Naar het vervolgdeel luisteren Lees op het einde van de les het vervolgdeel voor of laat het voorlezen door een sterke lezer, zodat ook de A- en de B-lezers de hele tekst te horen krijgen. 5 De inhoud van het verhaal bespreken Bespreek de inhoud van het verhaal aan de hand van enkele vragen, bv.: >> Waarom is Rune op een bankje gaan zitten? >> Waarom is hij jaloers op het meisje? >> Tegen wie praat hij? >> Wat is er zo bijzonder aan het musje? >> Waarom is Rune nog niet tevreden? >> Wat gebeurt er als hij de man in de auto ziet? >> Wat is zijn laatste wens? >> Is hij nu nog jaloers? >> ... 6 Op het lezen reflecteren Reflecteer op het lezen en op het coĂśperatief leren: >> Wat liep goed? Wat kon beter? >> Hoe plan je het de volgende keer beter te doen?
L2 - Thema 3 - les 9 - lesgang
HDL Taal_Thema 3.indd 61
61
23/01/18 15:23
Thema 3 - les 10
In de krant Domeinen: Onderwerp: Lesduur:
lezen, spreken een krantenartikel lezen 75 minuten
Samenhang
Materialen
De leerlingen maakten in les 4 kennis met slaapkamers van kinderen over de hele wereld. In les 5 vulden ze een gedicht aan over enge figuren in de slaapkamer. Daarbij kwamen verschillende emoties aan bod. In deze les lezen ze krantenartikels over kinderen die niet in een gewone slaapkamer overnachten. Ze gaan op zoek naar de hoofdpersonages in de teksten en de gevoelens die zij ervaren tijdens hun avontuur.
Digitaal > bordboek > kranten
Lesdoelen Hoofddoel van de les In voor hen bestemde informatieve teksten: letterlijke weergave van informatie vinden.
Folio > taalschrift p. 79-86 > kopieerblad 1 Diversen > computers/tablets > kranten
Andere doelen Op basis van op hun leeftijd afgestemde teksten: hoofdpersoon bepalen, verhaallijn begrijpen, persoonlijke gevoelens weergeven. > Vragen van de leraar over een behandelend onderwerp beantwoorden: op vragen om zich te oriĂŤnteren op het onderwerp. > Bereid zijn om te spreken en te luisteren en zich in te leven in de boodschap. Strategie Deze lees strategieĂŤn hanteren onder aansturing van de leraar: > Voor het lezen: voorspellingen doen over de tekst aan de hand van de titel. > Tijdens het lezen: zich vragen stellen over de tekst (wie-, wat- en waaromvragen). Leergebiedoverschrijdend en persoonsgebonden doel Nieuwsgierig zijn naar en bereidheid tonen om het nieuwe te ontdekken en erover te leren.
Voorbereiding Laat een krant meebrengen en download zelf een digitale krant. Voorzie eventueel tablets zodat de leerlingen die online kunnen bekijken. > Kopieer kopieerblad 1 eenmaal per vier leerlingen.
62
L2 - Thema 3 - les 10 - lesgang
HDL Taal_Thema 3.indd 62
23/01/18 15:23
Woordenschat Tekstwoorden
School- en instructietaal
>> >> >> >>
>> de krantenkop >> het artikel
het geheim de haven de omslag duiken
Coöperatieve werkvormen in deze les >> denken – delen – doen >> tweegesprek
Leergebiedoverschrijdende en persoonsgebonden ontwikkeling De leerlingen worden nieuwsgierig door het lezen van krantenkoppen. Ze proberen de verhaalinhoud te voorspellen aan de hand van de krantenkop en toetsen hun bevindingen door de artikels te lezen en bespreken.
Brug naar andere leergebieden Muzische opvoeding: Laat de leerlingen in een groepje een goed nieuws-krant maken. Ze moeten zorgen dat er een mopje instaat, een raadsel, een leuk verhaal over iemand die ze kennen, een uitnodiging voor het schoolfeest ...
Lesgang Oriënteren en plannen 1 Kranten bekijken Bekijk samen de kranten die de leerlingen meebrachten. Leg meteen de focus op de dikke zwarte letters. >> Hoe noem je die dikkere letters die boven de tekst staan? (een krantenkop) >> Waarom staan krantenkoppen in dikke vette letters? (zodat ze opvallen) >> Wat vertelt zo’n krantenkop? (waar de tekst over gaat) De leerlingen zoeken in de papieren en/of digitale kranten naar krantenkoppen. Laat hen er enkele hardop lezen. 2 Zelf krantenkoppen maken en er een verhaal bij verzinnen Coöperatief leren: tweegesprek Verdeel de klas in duo’s. Deel kopieerblad 1 uit en laat de halve krantenkoppen uitknippen. De duo’s gaan op zoek naar combinaties tussen een wit en een grijs zinsdeel, zodat er een krantenkop ontstaat. Bespreek enkele krantenkoppen die ze maakten.
kranten: papieren en digitale TIP! Gebruik tablets en laat de kinderen online naar de krant kijken. Kies websites uit die een kinderjournaal aanbieden zoals bv. Ketnet.
kopieerblad 1
L2 - Thema 3 - les 10 - lesgang
HDL Taal_Thema 3.indd 63
63
23/01/18 15:23
Coöperatief leren: denken - delen - doen De leerlingen kiezen een krantenkop uit en bedenken er met hun partner een verhaal bij. Wat is er gebeurd? Verzin zelf een kort verhaal dat bij de krantenkop past. Laat enkele duo’s hun verhaal vertellen aan de rest van de klas. Vraag bij de verhalen door naar de emoties van de personages tijdens hun avontuur. 3 De inhoud van een artikel voorspellen op basis van de kop Bij een krantenkop hoort altijd een verhaal. In een krant noem je die verhalen artikels. De krantenartikels die bij deze koppen horen lezen we straks. Jullie krijgen nu een paar krantenkoppen te zien. Waarover zouden de artikels gaan? De leerlingen lezen de koppen en voorspellen de inhoud. Schrijf bij iedere kop een drietal kernwoorden op het bord. Straks kijken we of jullie voorspelling klopt.
leesstrategie 3: Wat weet ik al? taalschrift p. 79
4 Op het lesdoel focussen Jullie lezen in groepjes de artikels en lossen er vragen bij op. Aan het einde van deze les vertel je waarover ieder artikel gaat. In ieder artikel is er één persoon extra belangrijk: dat is de hoofdpersoon. Je kunt ook vertellen hoe die persoon zich voelt.
Hoofddoel uitvoeren en verwerken 5 Het oefenmateriaal verwerken Lees het krantenartikel van oefening 1 klassikaal. Laat een leerling in eigen woorden vertellen waar het artikel over gaat. Los dan klassikaal de vragen bij oefening 1 op. Laat een leerling verwoorden waar je het antwoord in de tekst kunt vinden. >> Wie is de belangrijkste persoon in dit artikel? >> Hoe weet je dat? Waarom denk je dat? >> Hoe voelt die persoon zich? >> Hoe zou jij je voelen als je dat zou meemaken? Los ten slotte de vragen in het kader naast de tekst op. Coöperatieve werkvorm: tweegesprek Verdeel de klas in duo’s. De leerlingen lezen de artikels. Ze beantwoorden de vragen bij oefening 2 en 3 met hun partner. Duo’s die snel klaar zijn, maken ook oefeningen 4 en 5. Houd een tussentijdse bespreking als alle duo’s oefening 2 gemaakt hebben. 6 Tussendoortje: je foto in de krant Leg uit dat je krantenkoppen zult voorlezen. De leerlingen overleggen met hun partner hoe ze die samen zullen uitbeelden. Dan klap je in je handen en veranderen alle duo’s in een foto die bij het artikel past. Mogelijke titels: >> Meisje vangt op hol geslagen paard >> Prachtig vuurwerk als verjaardagscadeau >> Kinderen vinden schat onder hun bed >> Jongen valt in slaap op de rug van een olifant >> Kinderen plukken watermeloen van 50 kilo
64
taalschrift p.80-81 leesstrategie 4: Ik stel vragen over de tekst.
taalschrift p.82-86
TIP! Maak een foto van de duo’s en zet die op de klasblog.
L2 - Thema 3 - les 10 - lesgang
HDL Taal_Thema 3.indd 64
23/01/18 15:23
7 Krantenkoppen aan artikels koppelen Bekijk met de leerlingen of ze de krantenkoppen bij het juiste artikel plaatsten. Laat leerlingen die oefening 5 maakten hun verhaal vertellen.
taalschrift p. 86
Controleren en reflecteren 8 Het zelfevaluatiekader invullen Lees de doelen één voor één voor of laat een sterke leerling dat doen. De leerlingen kleuren bij elk doel het passende aantal sterren of smileys. Zo beoordelen ze de mate waarin ze het doel bereikten. Laat de leerlingen het zelfevaluatiekader aanvullen. Overloop elk doel met hen. Benadruk nog eens dat ze zichzelf eerlijk moeten beoordelen, niet hun partner.
taalschrift p.86 TIP! Met behulp van Bingel Raket kun je het digitale portfolio automatisch laten invullen op basis van de zelfevaluatie van de leerlingen.
Viersporenbeleid/redicodis Instructieonafhankelijke leerlingen >> werken na het bepalen van het lesdoel zelfstandig aan de vragen bij de tekst van oefening 1. >> lossen alle vragen bij de tekst van oefening 2 en 3 op met een partner. >> maken ook oefening 4 met een partner. Instructiegevoelige leerlingen >> lossen de vragen bij de tekst van oefening 1 klassikaal op. >> lossen de vragen bij de tekst van oefening 2 en 3 op met een partner. >> maken eventueel ook oefening 4 met een partner. >> lossen eventueel de uitbreidingsvragen bij de teksten op. Instructieafhankelijke leerlingen >> lossen de vragen bij de tekst van oefening 1 klassikaal op. >> lossen de vragen bij de tekst van oefening 2 op met een partner, maar de leraar volgt zeer nauw op. >> maken eventueel ook oefening 3. >> lossen enkel de basisvragen op.
Na de les Vul het portfolio in bij elke leerling. Baseer je daarvoor op de observaties tijdens de les, de zelfevaluatie van de leerling en op de antwoorden van de leerling op de vragen in het taalschrift. Met behulp van de Bingel Raket kun je het digitale portfolio automatisch laten invullen op basis van de zelfevaluatie van de leerlingen.
L2 - Thema 3 - les 10 - lesgang
HDL Taal_Thema 3.indd 65
65
23/01/18 15:23
les 10
In de krant Ik kan de juiste informatie in een tekst vinden.
g Hoog en droo
Meisje van 9 vindt sch
at!
Spaanse dief gevat
Wie zijn de personen in een verhaal? Sommige personen zijn belangrijker dan anderen. Erg belangrijke personen noemen we hoofdpersonen.
Maar ook over ons!
Dit verhaal gaat over mij!
Ik ben dus de hoofdpersoon.
Thema 3 - les 10
66
79
L2 - Thema 3 - les 10 - correctiesleutel
HDL Taal_Thema 3.indd 66
23/01/18 15:23
1
Lees het artikel. Los de vragen op.
Hoog en droog
5
10
15
20
25
30
80
W
het artikel verhaal in een krant of tijdschrift het geheim iets wat niemand mag weten
Tijdens de maanden juli en augustus klonk er aan één stuk door geklop en gezaag in het Molse bos. Sam en zijn vader Bob waren er aan de slag. Ze zaten de hele dag hoog in een boom. Daar bouwden ze iets. Wat ze bouwden? Dat moest geheim blijven. Vandaag zijn we uitgenodigd door Sam en Bob om hun grote geheim te bekijken. Ik kijk omhoog. Ik klim een ladder op. Ik ben nu boven in de boom. Sam zegt lachend: “Hallo mevrouw van de krant. Welkom in mijn boomhut.” Bob doet de deur open. Hij zegt: “Kom maar binnen.” Ik stap binnen in een prachtige, houten hut. Er staan twee bedden, een zitzak, een kleine tafel en twee stoelen. Deze nacht zullen Sam en Bob hier slapen. Ik vraag hun wie er op dat idee kwam. Sam vertelt: “Onder het bed van mijn opa vond ik een oud boek. Het ging over een jongen die in een boomhut woonde. Papa kende dat boek nog van vroeger. Sam zal in de boomhut slapen. Het leek ons leuk om in een Hoe voelt hij zich, denk je? boom te slapen. bang droevig Daarom maakten we deze hut. X blij boos Zo kunnen we naar de sterren X opgewonden X trots kijken en luisteren naar de geluiden in het bos.” Zou jij je voelen zoals Sam? Kleur: Sam heeft er duidelijk zin in. Ik wens hun slaapwel en ga de de woorden die zeggen hoe ladder af. jij je zou voelen.
Thema 3 - les 10
L2 - Thema 3 - les 10 - correctiesleutel
HDL Taal_Thema 3.indd 67
67
23/01/18 15:23
a Kleur in het artikel: de namen van de twee hoofdpersonen.
een krant of tijdschrift
wie de boomhut gemaakt heeft.
m emand mag weten
waar de boomhut staat. b Wie leest dit artikel? Mensen die willen weten hoe je een boomhut kunt maken Mensen die graag meer over bomen willen leren X Mensen die willen weten wat er in hun stad of de wereld gebeurt c Kies op pagina 79 de juiste krantenkop. Schrijf die boven het artikel.
im te
W
d Wie schreef het artikel? X
de krantenkop titel bij een artikel in de krant de reporter of de journalist persoon die schrijft over iets dat echt gebeurt
Een reporter of journalist Sam De papa van Sam De buurvrouw
e Waar gaat het artikel over? X
De buurvrouw heeft een geheim verklapt. Sam en zijn vader gaan logeren in een boomhut. In het bos ligt veel afval.
f Hoelang hebben Sam en zijn vader aan de boomhut gewerkt? Twee maanden: juli en augustus
g Wat vind je niet in de hut? Doorstreep.
n.
g
twee bedden
een grote plant
een koelkast
een zitzak
een televisie
twee stoelen
een radio
een kleine tafel
h Kan het verhaal echt gebeuren? Bespreek het met je partner. X
Kleur:
gen hoe
Ja
Nee
i
Hoe zou jij een boomhut gezellig maken? Wat zou je erin zetten?
j
Zou jij graag in een boomhut slapen? Waarom (niet)?
Thema 3 - les 10
68
81
L2 - Thema 3 - les 10 - correctiesleutel
HDL Taal_Thema 3.indd 68
23/01/18 15:23
2
Lees het artikel. Los de vragen op.
Spaanse dief gevat
5
10
15
20
25
Len (7 jaar) kwam met zijn foto in een Spaanse krant. “Len, de kleine held” stond er bij de foto. Samen met zijn oma en opa was hij op vakantie. Hun tent stond dicht bij het strand. Len was met zijn opa gaan vissen. Ze hoorden oma gillen en liepen naar de tent. Een man met een kap over zijn hoofd rende snel weg. De man had de tas van oma vast. Daar zat al hun geld in. Len sprong op zijn fiets en volgde de dief. De dief ging een huis in het dorp binnen. Len fietste zo snel hij kon terug naar de tent. Opa had de politie al gebeld. Door de tip van Len kon de politie de dief vinden. In zijn huis lagen nog meer gestolen spullen. Heel wat mensen kregen hun tas of juwelen terug. Hoe voelde Len zich toen hij de dief Len kreeg een nieuwe hengel volgde, denk je? van opa. bang droevig “Toen ik de dief volgde, klopte blij boos mijn hart snel”, vertelde Len. opgewonden trots “Maar slapen in een tent is heerlijk!” Zou jij je voelen zoals Len? Kleur: Volgend jaar wil Len opnieuw in Spanje kamperen. de woorden die zeggen hoe
jij je zou voelen. W
de hengel
a Kleur in het artikel: de naam van de hoofdpersoon. b Kies op pagina 79 de juiste krantenkop. Schrijf die boven het artikel. c Waarom staat er in de krant dat Len een kleine held is? X
82
Len groeit niet zo goed. Len is 7 jaar. Wat Len deed, was maar een kleine moeite.
Thema 3 - les 10
L2 - Thema 3 - les 10 - correctiesleutel
HDL Taal_Thema 3.indd 69
69
23/01/18 15:23
d Wie schreef het artikel? Oma Len X Een reporter of journalist De politie van Spanje e Waar gaat het artikel over? X
Len was op vakantie in Spanje. Len hielp de politie om een boef te vangen. Len kan snel fietsen. Len en zijn opa kregen een prijs omdat ze de grootste vis vingen.
f Wie leest dit artikel? X
Mensen die willen leren vissen Mensen die willen weten wat er in hun stad of de wereld gebeurt Mensen die willen weten hoe je een dief vangt Mensen die willen weten of het mooi weer is in Spanje
g Len slaapt niet een hotel. Waar dan wel? Len slaapt in een tent.
h Wat weet je over de dief?
de dief
Het was een man. Het was een vrouw. De dief had zwarte kleren aan. De dief nam de fiets van Len mee. X De dief nam de tas van oma mee. De dief woont in het dorp. X De dief ging een huis binnen in het dorp. X De politie kon de dief vangen. De dief gooide de tas van oma in zee. X
g
leur:
gen hoe i
gel
Kan het verhaal echt gebeuren? Bespreek het met je partner. X
j
Ja Nee
Zou jij graag in een tent slapen? Waar zou je die dan opzetten? Bespreek het met je partner.
Thema 3 - les 10
70
83
L2 - Thema 3 - les 10 - correctiesleutel
HDL Taal_Thema 3.indd 70
23/01/18 15:23
3
Lees het artikel. Beantwoord daarna de vragen.
Meisje van 9 vindt schat!
Imako (9 jaar) woont op een boot. Haar mama en papa zijn schippers. Ze varen van haven naar haven. Een jaar geleden kochten haar ouders een nieuw schip. Iemand zei dat het schip vroeger van een oude piraat was. 5
10
15
20
W
Op een dag speelde Imako verstoppertje. Ze kroop onder het bed. Er kleefde een grote bruine omslag aan het bed. In de omslag zat een kaart. Op die kaart stond een kruis. Imako rende naar haar papa maar die wou haar niet geloven. “Een schat bestaat alleen in sprookjes�, zei hij. Imako bleef zeuren. Op 5 april ging papa met haar Hoe voelde Imako zich toen ze de duiken, op de plek van het bruine omslag vond, denk je? kruisje. bang droevig Ze vonden een oude, bruine blij boos kist vol zand en zeewier. opgewonden trots In de kist zat een rare, groene vaas. Kleur: Het was een heel oude, zeldzame vaas. de woorden die zeggen hoe jij Imako en haar ouders kregen je zou voelen. veel geld voor de schat.
de schipper
persoon die met een boot vaart
de haven
plaats waar boten vertrekken en aankomen
de piraat
zeerover
de omslag duiken
onder water zwemmen
a Kleur in het artikel: de naam van de hoofdpersoon. drie dingen die de hoofdpersoon doet.
84
Thema 3 - les 10
L2 - Thema 3 - les 10 - correctiesleutel
HDL Taal_Thema 3.indd 71
71
23/01/18 15:23
b Kies op pagina 79 de juiste krantenkop. Schrijf die boven het artikel. c Wie leest dit artikel? X
Mensen die willen leren hoe ze een schatkaart moeten maken Mensen die willen weten wat er in hun stad of de wereld gebeurt Mensen die willen weten hoe je een schat opvist Mensen die willen weten of imako kan duiken
d Vul aan. Imako woont niet in een huis maar
op een schip
Ze verstopt zich
onder het bed
Daar vindt ze een
omslag
. . .
Op een dag gaat ze duiken. bruine kist
.
rare, groene vaas
.
Daar vindt ze een oude In de kist zit een
e Waarom staat er een kruis op de kaart? Bespreek het met je partner. Het kruisje geeft aan waar de schat ligt.
f Wanneer vonden Imako en haar vader de schat? Op 5 april
g Wie schreef het artikel? X
Een goudzoeker Een reporter of journalist Imako
h Waarom kreeg Imako veel geld voor de vaas? De vaas was heel oud en zeldzaam.
i
Kan dit verhaal echt gebeurd zijn? Bespreek het met je partner. X
j
Ja Nee
Imako woont op een schip. Op welke speciale plek zou jij willen wonen? Bespreek het met je partner.
Thema 3 - les 10
72
85
L2 - Thema 3 - les 10 - correctiesleutel
HDL Taal_Thema 3.indd 72
23/01/18 15:23
4
Bij welk artikel hoort het? Schrijf het nummer erbij.
1
3
g Hoog en droo 2
Meisje van 9 vindt sch
at!
Spaanse dief gevat 1
3
1
2
2
3 2
1
5
Kies met je partner één artikel uit. Vertel het na. Let op! Vertel: – over wie het gaat, – wat er gebeurt,
6
3
– waar het gebeurt, – hoe het afloopt.
Hoe verliep de les voor jou? Ik kon vertellen hoe de hoofdpersoon in het krantenartikel zich voelde. Ik kon vragen over het krantenartikel oplossen. Ik kon de informatie die ik nodig had in de tekst vinden. Ik werkte goed samen met mijn partner.
86
Thema 3 - les 10
L2 - Thema 3 - les 10 - correctiesleutel
HDL Taal_Thema 3.indd 73
73
23/01/18 15:23
74
KIND ONTDEKT
8-JARIGE EMIEL DROOMT VAN
SCHATKAART
HET BLAUWE MONSTER EET
OPA TEKENT
SPOOK OP MUUR
LEGE SCHATKIST
BLAUWE BESJES
KIND ONTDEKT
8-JARIGE EMIEL DROOMT VAN
SCHATKAART
HET BLAUWE MONSTER EET
OPA TEKENT
SPOOK OP MUUR
LEGE SCHATKIST
BLAUWE BESJES
In de krant
L2 - Thema 3 - les 10 - kopieerblad 1
HDL Taal_Thema 3.indd 74
23/01/18 15:23
Thema 3 - les 11
Woorden net als ei en rij Domein: Onderwerp: Lesduur:
spelling woorden met ei en ij 1 week – 3 lesblokken van 25 minuten
Samenhang
Materialen
De leerlingen maken kennis met de tweeklank ei/ij en verwonderen zich over het feit dat die twee schrijfwijzen heeft. In het laatste (facultatieve) thema van het eerste leerjaar kwam die insteek al even aan bod. Ze maken verder kennis met de onthoudstrategie.
Digitaal > bordboek > cd
Lesdoelen Hoofddoel van de les Woorden met ei en ij correct schrijven. Andere doelen Eenvoudige informatieve teksten vervolledigen. Leergebiedoverschrijdend en persoonsgebonden doel Specifieke strategieën inzetten om vragen, opdrachten, uitdagingen en problemen efficiënt aan te pakken
Folio > kopieerblad 2 van les 3: ei-kaartjes > kopieerblad 1: dicteekaartjes > spellingschrift p. 31-34 > ei-plaat Diversen > schrijflei > enkele leesboeken (klasbib)
Voorbereiding Kopieer de dicteekaartjes: voor de helft van de klas dictee 1, voor de andere helft dictee 2. Heel zwakke spellers gebruiken het dicteekaartje als kopieerkaart. Voorzie ook enkele ei-kaartjes (kopieerblad 2, bij les 3).
Coöperatieve werkvormen in deze les > uitwisselen en delen > partnerdictee
Persoonsgebonden ontwikkeling Leerlingen maken in deze les gebruik van verschillende hulpmiddelen die nuttig kunnen zijn bij het correct schrijven. Ze maken gebruik van het ei-lied en de ei-plaat om heel wat ei-woorden te onthouden. Leer hun die hulpmiddelen efficiënt in te zetten.
L2 - Thema 3 - les 11 - lesgang
HDL Taal_Thema 3.indd 75
75
23/01/18 15:23
Lesgang Inoefening (25 minuten) 1 Voorgaande spellingmoeilijkheden herhalen: woorddictee Schrijf een 10 op het bord als geheugensteun voor de ie. Teken een ei op het bord als ezelsbrug voor de ei. Herhaal enkele woorden uit de vorige les. Laat de woorden mondeling spellen of op een schrijflei schrijven. Geef onmiddellijk feedback. >> friet Ik steek de ... in de saus. >> zeil Die boot heeft een groot ... . >> reis Trekvogels maken elke winter een verre ... . >> vier Ik ... mijn verjaardag op school. >> geit Er staat een ... in de wei.
schrijflei
2 De moeilijkheid inductief ontdekken Projecteer de toptekst. Laat de woorden met een ei-klank aanduiden en ontdekken dat je de klank op twee manieren kunt schrijven.
spellingschrift p. 31
3 Directe instructie Sleep de woorden uit de toptekst in twee kolommen >> klein, mei, reis, trein, zei in de kolom met ei-woorden, >> mijn, hij, kijkt, mij, blij, bijt, wij, jij, fijn, pijp in de kolom met ij-woorden.
schrijf de woorden op het bord.
Wijs erop dat je niet kunt horen of je ei of ij moet schrijven. Dat moet je uit je hoofd leren. Je maakt dus gebruik van de onthoudstrategie. De eiplaat en het ei-lied helpen je daarbij. Staat het woord op de ei-plaat of hoor je het in het ei-lied? Dan schrijf je het met een ei. Anders schrijf je een ij. Let op, er bestaan nog ei-woorden. Die leer je later. Plein is daar een voorbeeld van. Laat het ei-lied horen en toon de ei-plaat. Verzamel alle ei-woorden uit het ei-lied en de ei-plaat op het bord. Zing het lied nog eens. Laat de leerlingen de ei-woorden op hun schrijflei schrijven.
cd schrijflei
4 De toegepaste strategieën herhalen Coöperatief leren: uitwisselen en delen Bezorg de leerlingen een kladpapier per duo. Ze verzinnen ei- en ij-woorden. Aan de voorzijde schrijven ze ei-woorden, aan de achterzijde woorden met een ij.
kladpapier
Laat de duo’s elkaars werk nakijken. Overloop de woorden van de ei-plaat klassikaal. Laat de duo’s elkaars werk nakijken. Maak tijd voor het ei-lied en model de strategie nogmaals.
TIP! Bij twijfel kun je de leerlingen het woord laten opzoeken.
Bespreek de achterzijde van het kladpapier. Controleer of daar inderdaad woorden met een ij op staan. 5 Gedifferentieerd verwerken aan de hand van een visueel dictee Laat oefening 1 maken.
76
spellingschrift p. 31
L2 - Thema 3 - les 11 - lesgang
HDL Taal_Thema 3.indd 76
23/01/18 15:23
Viersporenbeleid/redicodis Instructieonafhankelijke en instructiegevoelige leerlingen >> maken oefening 1 individueel. Als ze klaar zijn, leggen ze hun werkschriften naast elkaar en vergelijken ze hun werk. Instructieafhankelijke leerlingen >> werken in een miniklas onder begeleiding. >> modellen de strategieĂŤn nogmaals. >> leggen een kopieerkaartje met ei op de bank als ze twijfelen over de schrijfwijze van de ei.
kopieerblad 2 van les 3
Inoefening (25 minuten) 6 Kort herhalen van de leerstof Projecteer de ei- en ij-woorden. Laat ze rubriceren. Model de strategie en neem deze tips opnieuw met de leerlingen door: >> Je kunt niet horen of je een woord met een ei of ij schrijft. >> Als een afbeelding van het woord op de ei-plaat staat of als je het woord in het ei-lied hoort, schrijf je het met een ei. >> Staat het er niet op dan is het hoogstwaarschijnlijk met een ij.
Schrijf deze ei- en ij-woorden willekeurig op het bord: klei, vrij, prijs, blij, ei, einde, blijf en mijn. Rubriceer ze met kleurkrijt.
Beluister het ei-lied nogmaals en zing het met de hele klas mee.
cd
7 Schriftelijk oefenen Laat oefening 2 tot en met 5 maken.
spellingschrift p. 32-33
Viersporenbeleid/redicodis Instructieonafhankelijke en instructiegevoelige leerlingen >> maken individueel oefening 2 tot en met 4. >> maken in duo oefening 5. >> maken zowel de basis- als de uitbreidingsoefeningen. >> nemen als ze klaar zijn een leesboek en zoeken daarin woorden met ij en met ei. Ze maken twee lijstjes op een kladpapier.
leesboek kladpapier
Instructieafhankelijke leerlingen >> maken de basisoefeningen onder begeleiding van de leraar. >> krijgen extra uitleg indien nodig: Oefening 2: geef nogmaals aan dat je de ei/ij-klank op twee verschillenden manier kunt schrijven. Laat de ei-woorden situeren op de ei-plaat. Oefening 3: schrijf de woorden eventueel voor. Bespreek voor ze gaan opschrijven welke ei/ij ze moeten schrijven. Als ze twijfelen over de schrijfwijze van de ei, mogen ze op het kopieerkaartje met ei kijken. Oefening 4 en 5: begeleid sterk en link telkens de ei-woorden aan het ei-lied.
kopieerblad 2 van les 3
L2 - Thema 3 - les 11 - lesgang
HDL Taal_Thema 3.indd 77
77
23/01/18 15:23
Signaal en integratie (25 minuten) 8 Signaaloefening Coöperatief leren: partnerdictee De leerlingen dicteren en schrijven om de beurt bij oefening 6. Leerling 1 1 de trein 2 de reis 3 fijn 4 de wijn 5 de prijs
spellingschrift p. 34 kopieerblad 1 TIP! Laat zwakke spellers het ei-hulpje gebruiken (kopieerblad 2 van les 3).
6 Ik zei dat dat klei was. 7 Jij maakt me blij. Overzicht van de gedicteerde woorden: Uit spellingles
Transfer
Losse woorden
trein, reis, fijn, wijn
prijs
Woorden in zin
zei, klei, jij, blij 8
Totaal /10
1
0,5 punt per leesteken
Leerling 2 1 Jan kijkt 2 ik zei 3 mijn 4 de pijp 5 het einde
TIP! De puntenverdeling in de roosters is facultatief. TIP! Vestig de aandacht op de ‘Ik twijfel-kolom’. Na het schrijven van het woord, leest de leerling het woord na. Bij twijfel over de schrijfwijze, zet hij een kruisje.
6 Wij zijn goed snik. 7 De geit is klein. Overzicht van de gedicteerde woorden: Uit spellingles
Transfer
Losse woorden
kijkt, zei, mijn, pijp, einde
Woorden in zin
wij, geit, klein
zijn
8
1
Totaal /10
0,5 punt per leesteken
Na het dictee wisselen de leerlingen de dicteekaartjes uit. Iedereen verbetert zijn dictee met gekleurde balpen. Ze bespreken hun fouten en zoeken samen de juiste schrijfwijze. Daarbij geven ze elkaar uitleg. Bij twijfel roepen ze hulp in. Het correcte woord schrijven ze op de twee correctielijnen. 9 Integratieoefening Laat oefening 7 maken.
78
spellingschrift p. 34
L2 - Thema 3 - les 11 - lesgang
HDL Taal_Thema 3.indd 78
23/01/18 15:23
Viersporenbeleid/redicodis Instructieonafhankelijke en instructiegevoelige leerlingen Integratieoefening >> lossen de oefening individueel op. >> kijken daarna elkaars werk na. Instructieafhankelijke leerlingen Partnerdictee >> Heel zwakke spellers gebruiken het dicteekaartje als kopieerkaart. Wie twijfelt, kan even spieken, het woord afdekken en opschrijven. >> De leerlingen zetten een kruisje als ze het woord overgeschreven hebben. (compenserende maatregel). Integratieoefening >> werken in miniklas onder begeleiding. >> maken een keuze tussen de drie teksten. >> worden begeleid bij het overschrijven. >> duiden in de tekst aan wat ze nog moeilijk vinden om te schrijven.
Na de les Duid in het portfolio aan of de leerling het lesdoel bereikt heeft. Baseer je op daarvoor op twee zaken. >> Op de kolom ‘Ik twijfel’: die geeft aan hoe zeker een leerling zich voelt. Een leerling die aangeeft dat hij twijfelt, kan gebaat zijn met verlengde instructie. >> Op het aantal fouten dat de leerling maakte tegen de spellingmoeilijkheid: een leerling die twee of meer fouten maakte, kan gebaat zijn met een verlengde instructie. Zet de resultaten in de zorg- en evaluatiemodule op het lerarengedeelte van bingel.be om in het differentiatieblok herhaling en oefenkansen op maat te krijgen.
Pre-instructie voor de volgende spellingweek Schrijf de zin Wie is klein en fijn? op het bord. Wijs op de ie-, ei- en ij-klank. Volgende les herhalen we onder andere woorden met ie, ei en ij. Noteer bovendien op het bord de woorden: goede, juiste en leuke. Wijs op de doffe e. Vertel dat ook dat soort woorden volgende week aan bod komen.
L2 - Thema 3 - les 11 - lesgang
HDL Taal_Thema 3.indd 79
79
23/01/18 15:23
les 11
Woorden net als ei en rij Mijn hond is klein en lief. Hij kijkt blij en bijt bijna nooit. Eind mei maakten wij een reis met de trein. Een man drong voor en zei: “Van mijn pad, jij!” Dat vond mijn hond niet fijn. Hij hapte in de pijp van zijn broek. “O, pardon!” zei ik. “Mijn hond dacht dat u zei: vooruit, pak mij!”
Spellingweter 19 1
Woorden met ei of ij
het ei
Mijn juf eet elke dag spek met
ei
mei
In maart? Nee, in
legt elke vogel een ei.
ik zei
“Raak me niet aan”,
het einde
Alles heeft een begin en een
klein
Dat is een
de klei
Mijn oma maakte knikkers van
de trein
In Aalst reed een
de reis
Gaan we met de trein op
het plein
Het is feest op het
plein
de pijp
De
van mijn broek is stuk.
hij bijt
Ik
blij
Ben jij
jij
Ik,
mijn
Is dat
hij kijkt
Lies
mei
ik.
zei
.
einde
probleempje.
klein
.
klei
van de sporen.
trein
pijp
.
?
reis
.
op de nagel van mijn duim.
bijt blij jij mijn kijkt
of droef? , hij of zij, iedereen heeft iemand nodig. jas? Of is dat zijn jas? naar de zon.
Thema 3 - les 11
80
Laat de leerlingen hun eigen werk verbeteren aan de hand van de linkerkolom.
Kijk goed. Bedek het woord en schrijf het in de zin.
31
L2 - Thema 3 - les 11 - correctiesleutel
HDL Taal_Thema 3.indd 80
23/01/18 15:23
2
Zet deze woorden bij ei of ij. Kies uit: plein – vrij – klein – klei – trein – einde – blijf blij – bijna – kei – wei – reis – hij – wij
ei
ij
plein klein
3
32
klei
vrij
trein
blijf
einde
blij
kei
bijna
wei
hij
reis
wij
Vul de rijen aan met een woord met ei of met ij. water
melk
bier
wijn
bruin
groen
rood
gijs / beige
dik
dun
groot
klein
bus
tram
metro
trein
twee
drie
vier
vijf
Ik twijfel.
Geef aan dat de ij en de ei hetzelfde klinken maar anders geschreven worden. Welke woorden waar thuishoren kun je enkel uit je hoofd leren. Het ei-lied en de eiplaat kunnen een hulp zijn bij het automatiseren van de ei-woorden. Woorden sorteren volgens een bepaalde spellingmoeilijkheid leert de leerlingen om spellingpatronen herkennen. In deze oefening rubriceren ze ei- en ij-woorden.
Fout? Verbeter.
Thema 3 - les 11
L2 - Thema 3 - les 11 - correctiesleutel
HDL Taal_Thema 3.indd 81
81
23/01/18 15:23
4
Vul aan. Kies een woord van het bord. Schrijf daarna de zin over.
kr g
l st
kl n
Een haan legt toch geen
ei
Dat beeld is gemaakt van
klei
Mij
Ik sta op het
5
.
klein
van de
einde
kl
!
je niet
krijg
nde
.
lijst
.
Vul de tekst aan. Kies uit: vrij – blijf – ei – trein – vrijdag – mijn reis - ijs - fijn - einde Vandaag is het Ik
vrij
!
lekker lang in bed.
blijf
mama maakt een heerlijk ontbijt met een
Mijn
Met papa nemen we de Het is een korte Op het
. Joepie! Morgen zijn we
vrijdag
Deze dag vind ik echt
naar de stad.
trein
.
reis einde
.
ei
krijgen we allemaal een grote bol fijn
ijs
.
.
Thema 3 - les 11
82
33
L2 - Thema 3 - les 11 - correctiesleutel
HDL Taal_Thema 3.indd 82
23/01/18 15:23
6
Luister goed. Schrijf op wat je hoort.
Ik twijfel.
1 2 3 4 5 6 7 Heb je een fout gemaakt? Schrijf het woord opnieuw.
7
Lees de toptekst opnieuw. Wat antwoordt de man? Welk einde kies je? Schrijf het over.
Ik had een vreemde reis. Mijn trein reed in de wei. Een geit beet in mijn oor. Ik was over mijn toeren.
34
Uw hond kan fijn denken. U bent wel blij. Maar mijn pijp is stuk. Dat kost mij een bom geld. Wie betaalt dat?
Lees de toptekst eventueel voor.
Uw hond is wel lief. Ik had haast. De frieten werden koud. Ik betaal u een pint bier. Het zal niet meer gebeuren.
Thema 3 - les 11
L2 - Thema 3 - les 11 - correctiesleutel
HDL Taal_Thema 3.indd 83
83
23/01/18 15:23
Dicteekaartjes - overschrijfkaartjes Leerling 1
Leerling 2
1 de trein 2 de reis woorden 3 fijn 4 de wijn 5 de prijs
1 Jan kijkt 2 ik zei woorden 3 mijn 4 de pijp 5 het einde
zinnen
zinnen
6 Wij zijn goed snik. 7 De geit is klein.
Leerling 1
Leerling 2
1 de trein 2 de reis woorden 3 fijn 4 de wijn 5 de prijs
1 Jan kijkt 2 ik zei woorden 3 mijn 4 de pijp 5 het einde
zinnen
6 Ik zei dat dat klei was. 7 Jij maakt me blij.
zinnen
6 Wij zijn goed snik. 7 De geit is klein.
Leerling 1
Leerling 2
1 de trein 2 de reis woorden 3 fijn 4 de wijn 5 de prijs
1 Jan kijkt 2 ik zei woorden 3 mijn 4 de pijp 5 het einde
zinnen
6 Ik zei dat dat klei was. 7 Jij maakt me blij.
zinnen
6 Wij zijn goed snik. 7 De geit is klein.
Leerling 1
Leerling 2
1 de trein 2 de reis woorden 3 fijn 4 de wijn 5 de prijs
1 Jan kijkt 2 ik zei woorden 3 mijn 4 de pijp 5 het einde
zinnen
84
6 Ik zei dat dat klei was. 7 Jij maakt me blij.
6 Ik zei dat dat klei was. 7 Jij maakt me blij.
zinnen
6 Wij zijn goed snik. 7 De geit is klein.
L2 - Thema 3 - les 11 - kopieerblad 1
HDL Taal_Thema 3.indd 84
23/01/18 15:23
Thema 3 - les 12
Raad je mee? Domeinen: Onderwerp: Lesduur:
schrijven, spreken een raadsel schrijven 50 minuten
Samenhang
Materialen
In les 4 hoorde Emiel een stem onder zijn bed en begon de les met een raadsel. De leerlingen beschreven hun eigen slaapkamer. Ook vandaag beschrijven ze een aantal items. In les 5 bleek er een skelet onder iemands bed te wonen en ontdekten ze nog meer enge figuren in de slaapkamer aan de hand van een gedicht. In les 10 lazen ze een krantenartikel over een heuse schatkaart die onder iemands bed bleek te liggen. In deze les gaan ze verder in op dingen die ze onder hun bed kunnen vinden. Dat kunnen enge, mooie, spannende of grappige dingen zijn. De leerlingen beschrijven ze en verwerken ze in een raadsel. In thema twee, Allemaal gaatjes, schreven ze zelf al eens een raadsels aan de hand van een stappenplan.
Digitaal > bordboek > dvd Folio > taalschrift p. 87-89 > kopieerblad 1 > bronnenbladen Diversen > doos > kladpapier
Lesdoelen Hoofddoel van de les Verhalen, gedichten en raadsels aanvullen. Andere doelen Plezier beleven en bereid zijn te lezen en te schrijven. Verstaanbaar, vlot en begrijpelijk spreken. Strategie Deze schrijfstrategieën hanteren onder aansturing van de leraar: > Voor het schrijven: het schrijfdoel bepalen; woorden en ideeën over de inhoud van de schrijftaak verzamelen. Leergebiedoverschrijdend en persoonsgebonden doel Specifieke strategieën inzetten om opdrachten, uitdagingen en problemen efficiënt aan te pakken.
Voorbereiding Zorg voor een raadseldoos: een doos waar je alle raadsels in kunt verzamelen. Kopieer kopieerblad 1 eenmaal per vier leerlingen als je hun één raadsel laat schrijven. Laat je hen meerdere raadsels schrijven, kopieer het dan eenmaal per twee leerlingen. Kopieer de correctiesleutel van het kruiswoordraadsel, voor de instructieonafhankelijke leerlingen. Indien je geen gebruik maakt van de bordles (digitaal schoolbord) download dan de bronnenbladen uit de downloadbare bundel op het lerarengedeelte van bingel.be. Je hebt ze nodig in lesfase 3.
L2 - Thema 3 - les 12 - lesgang
HDL Taal_Thema 3.indd 85
85
23/01/18 15:23
Coöperatieve werkvormen in deze les >> tweegesprek
Leergebiedoverschrijdende en persoonsgebonden ontwikkeling De leerlingen maken zelf raadsels en volgen daarvoor een stappenplan. Ze gebruiken een checklist om te controleren of ze een goed raadsel maakten en het stappenplan volgden.
Brug naar andere leergebieden Muzische opvoeding Verzamel alle raadsels en laat de leerlingen er tijdens de les een passende kaft en enkele tekeningen voor bedenken. Zo maken ze een heus raadselboek.
Lesgang Oriënteren en plannen 1 Filmpje bekijken en nabespreken Bekijk het filmpje en bespreek het aan de hand van enkele vragen. >> Wat ligt er onder jouw bed? >> Heb jij al eens iets engs onder je bed gevonden? Wat dan? >> Ben jij soms bang voor iets of iemand onder je bed? Vertel! >> Wat zou jij graag onder je bed willen vinden? Alles kan en alles mag.
dvd
2 Klassikaal een raadsel oplossen Kunnen jullie raden wat er onder mijn bed ligt? Luister goed! Onder mijn bed ligt een ding. Het is heel klein. Het is geel en het heeft de vorm van een rechthoek. Er staan zes kleine rondjes op. Je kunt ermee bouwen. Rara ... wat is het? (een legoblokje) 3 Klassikaal een raadsel opstellen Maak nu samen met de leerlingen enkele raadsels. Verwoord steeds hardop de stappen. In de bordles staan drie mysterieuze prenten: een brooddoos, een dief en een vuile sok. Laat een leerling willekeurig een item aanduiden. Dat wordt het onderwerp van het raadsel. Model nu het stappenplan om een goed raadsel te maken. Schrijf de antwoorden op in de bordles, net zoals de leerlingen dat straks in hun taalschrift zullen doen. Ik kies iets dat onder mijn bed ligt maar ik verklap niet wat het is. Laat de leerlingen zelf een van de prenten kiezen, bv. de brooddoos. >> Is het een ding, een plant, een persoon of een dier? Het is een ding. >> Beschrijf het ding. Het is hard en meestal van plastic gemaakt. Het is niet heel groot. Het past zelfs in mijn boekentas. Het is rood met een blauw deksel. >> Ik heb een ding gekozen en ik ga vertellen wat ik ermee kan doen. Ik doe mijn boterhammen erin om ze mee naar school te nemen. Rara het is een ...?
86
bronnenblad xx-xx
schrijfstrategie 1: Ik denk waarover ik ga schrijven. schrijfstrategie 2: Ik maak een schrijfplan. TIP! De leerlingen werkten in het thema Gaatjes ook al stapsgewijs raadsels uit. Sta bij dit onderdeel langer of minder lang stil, afhankelijk van de noden van je klas.
L2 - Thema 3 - les 12 - lesgang
HDL Taal_Thema 3.indd 86
23/01/18 15:23
Model via het stappenplan eventueel ook de andere twee prenten zodat het voor de leerlingen heel duidelijk is hoe ze het moeten aanpakken. Bekijk het raadsel van daarnet. Komen alle stappen aan bod? Bespreek. 4 Op het lesdoel focussen Jullie schrijven zelf een raadsel. Je volgt daarvoor de stappen die we net hebben ingeoefend. Op het einde van de les schrijf je zelf een goed raadsel.
taalschrift p. 87 TIP! De leerlingen kunnen de stappen ook zien in hun taalschrift.
Hoofddoel uitvoeren en verwerken 5 Brainstormen over mogelijke onderwerpen Coöperatief leren: tweegesprek Verdeel de klas in duo’s en voorzie kladpapier. Laat hen kort een vijftal onderwerpen voor de raadsels zoeken. Ze noteren planten, dieren, personen of voorwerpen die onder hun bed liggen. Alles is mogelijk. Ze moeten hun fantasie gebruiken. 6 Een raadsel schrijven Coöperatief leren: tweegesprek De leerlingen maken oefening 1 met een partner. Ze schrijven samen een raadsel aan de hand van het stappenplan. Duo’s die klaar zijn laten hun raadsel nalezen. Ze verbeteren het waar nodig en schrijven het verzorgd over op het raadselstrookje. De ingevulde raadselstrookjes verdwijnen in de raadseldoos. 7 Het oefenmateriaal verwerken De leerlingen maken oefening 2 en 3.
Kladpapier
schrijfstrategie 1: Ik denk waarover ik ga schrijven.
taalschrift p. 87 schrijfstrategie 3: Ik schrijf. kopieerblad 1 raadseldoos
taalschrift p. 87-89 schrijfstrategie 5: Ik verbeter en verzorg mijn werk. TIP! Het spelletje bij oefening 3 kennen de leerlingen vast nog uit het thema Gaatjes.
Controleren en reflecteren 8 Het raadsel voorlezen Laat een leerling een raadsel uit de raadseldoos trekken en voorlezen. De rest van de klas luistert en probeert het antwoord te raden. De leerlingen die het raadsel geschreven hebben mogen natuurlijk niet raden. Zij moeten zeggen of een antwoord juist of fout is. 9 Het zelfevaluatiekader invullen Lees de doelen één voor één voor of laat een sterke leerling dat doen. De leerlingen kleuren bij elk doel het passende aantal sterren of smileys. Zo beoordelen ze de mate waarin ze het doel bereikten. Laat de leerlingen het zelfevaluatiekader aanvullen. Overloop elk doel met hen. Benadruk nog eens dat ze zichzelf eerlijk moeten beoordelen, niet hun partner.
TIP! Je kunt de raadsels ook de hele week lang bij het begin of het einde van de dag lezen. taalschrift p. 89 TIP! Met behulp van Bingel Raket kun je het digitale portfolio automatisch laten invullen op basis van de zelfevaluatie van de leerlingen.
L2 - Thema 3 - les 12 - lesgang
HDL Taal_Thema 3.indd 87
87
23/01/18 15:23
Viersporenbeleid/redicodis Instructieonafhankelijke leerlingen >> gaan met hun partner aan de slag na het oplossen van het klassikale raadsel. >> maken oefening 1 en schrijven twee raadsels. >> maken oefening 2 (het kruiswoordraadsel). Ze kijken dat zelf na aan de hand van de correctiesleutel. >> spelen per twee het spel van oefening 3: Ik zie, ik zie wat jij niet ziet onder mijn bed!
correctiesleutel kruiswoordraadsel
Instructiegevoelige leerlingen >> maken oefening 1 en schrijven twee raadsels. >> maken oefening 2 (het kruiswoordraadsel) of oefening 3 (het spel Ik zie, ik zie wat jij niet ziet onder mijn bed!) met een partner. Instructieafhankelijke leerlingen >> maken oefening 1 en schrijven ĂŠĂŠn raadsel in miniklas onder begeleiding. >> maken oefening 3. Ze spelen per twee het spel Ik zie, ik zie wat jij niet ziet onder mijn bed!
Na de les Vul het portfolio in bij elke leerling. Baseer je daarvoor op de observaties tijdens de les, de zelfevaluatie van de leerling en op de antwoorden van de leerling op de vragen in het taalschrift. Met behulp van de Bingel Raket kun je het digitale portfolio automatisch laten invullen op basis van de zelfevaluatie van de leerlingen.
88
L2 - Thema 3 - les 12 - lesgang
HDL Taal_Thema 3.indd 88
23/01/18 15:23
les 12
<invoegen correctiesleutel les 12 van het taalschrift> Bij oefening 4: Dit spel wordt mondeling gespeeld. De leerlingen speelden het al in het vorige thema.
Raad je mee? Ik kan zelf een goed raadsel schrijven dat iemand anders ook kan lezen.
Een goed raadsel schrijf je met dit stappenplan: STAP 1: Verzin iets dat onder je bed ligt. Verklap het nog niet! STAP 2: Is het een dier, een plant, een ding of een persoon? STAP 3: Beschrijf hoe het dier, de plant, het ding of de persoon eruitziet. Bijvoorbeeld bij een ding: – Welke kleur heeft het? – Welke vorm heeft het? – Is het groot of klein? – Wat zie je nog?
W
STAP 4: Is het een plant of ding? Vertel wat je ermee kan doen. Is het een dier of persoon? Vertel wat het dier of de persoon kan of doet. 1
het raadsel vraag waarop je het antwoord moet zoeken beschrijven zeggen hoe iets of iemand eruitziet vorm bv. rechthoekig, rond, vierkant, dik, dun
Bedenk met je partner een raadsel. Volg de stappen. ONS EERSTE RAADSEL Onder mijn bed ligt een plant / dier / voorwerp / persoon. Vertel hoe het eruitziet (vorm, kleur):
? ??
Vertel wat je ermee doet of wat het kan.
Draai je schrift om en schrijf je antwoord ondersteboven. Rarara, het is een Thema 3 - les 12
87
L2 - Thema 3 - les 12 - correctiesleutel
HDL Taal_Thema 3.indd 89
89
23/01/18 15:23
???
ONS TWEEDE RAADSEL Onder mijn bed ligt een plant / dier / voorwerp / persoon. Vertel hoe het eruitziet (vorm, kleur):
Vertel wat je ermee doet of wat het kan.
Draai je schrift om en schrijf je antwoord ondersteboven. Rarara, het is een 2
a Los het raadsel op. In ieder hokje past ĂŠĂŠn letter. 1 Er zit een gat in mijn ... 2 Ik ben bang van ... onder mijn bed. 3 In mijn spaarpot zit veel ...
3
1
S
O
K
2
M
O
N
S
T
G
E
L
D
4
B
E
E
R
5
R
I
E
M
E
M T
4 Emiel slaapt het liefst met een teddy ... 5 Mijn broek zakt af, dus draag ik een ... 6 Emiel hoorde een ... onder zijn bed. 7 Ik slaap altijd met het ... aan.
6
S
T
8 Ik eet stiekem kleine ... met chocolade in mijn bed.
7
L
I
C
H
8
K
O
E
K
J
E
S
9 Ik zoek mijn ... met blauwe veters.
S
C
H
O
N
9
10 Iedere avond lees ik een spannend ... in mijn bed. 11 Aan mijn dagboek hangt een slot. Ik ben de ... kwijt!
12
E
N
E
10
E
B
O
E
11
S
L
E
U
T
E
Z
A
K
D
O
E
K
R
S
K L
12 Ik snuit mijn neus in een papieren ... b Wat lees je in de blauwe vakjes? onder mijn bed
88
90
Thema 3 - les 12
L2 - Thema 3 - les 12 - correctiesleutel
HDL Taal_Thema 3.indd 90
23/01/18 15:23
3
Speel per twee Ik zie, ik zie wat jij niet ziet onder mijn bed. STAP 1: Bedenk wat jij onder je bed ziet liggen. STAP 2: Gebruik het stappenplan voor een goed raadsel. STAP 3: Zeg aan je partner: “Ik zie, ik zie wat jij niet ziet onder mijn bed en het is ...� STAP 4: Je partner stelt vragen en probeert het antwoord te raden.
4
Hoe verliep de les voor jou? Ik gebruikte het stappenplan om een goed raadsel te maken. Ik bouwde goede zinnen en schreef ze verzorgd op. Ik kon raadsels oplossen door goed te luisteren naar alle tips.
Thema 3 - les 12
89
L2 - Thema 3 - les 12 - correctiesleutel
HDL Taal_Thema 3.indd 91
91
23/01/18 15:23
Raad je mee? Onder mijn bed ligt een
Dit raadsel is geschreven door Schrijf het antwoord van je raadsel op de achterkant!
Onder mijn bed ligt een
Dit raadsel is geschreven door Schrijf het antwoord van je raadsel op de achterkant!
Onder mijn bed ligt een
Dit raadsel is geschreven door Schrijf het antwoord van je raadsel op de achterkant!
92
L2 - Thema 3 - les 12 - kopieerblad 1
HDL Taal_Thema 3.indd 92
23/01/18 15:23
Thema 3 - les 13
Kortverhalen: Schaamte – Verdriet – Twijfel Domein: Onderwerp: Lesduur:
vlot en vloeiend lezen een kortverhaal lezen 25 minuten
Samenhang
Materialen
De woordtypes in deze les kwamen in eerdere lessen Vlot en vloeiend lezen aan bod. Er is voor elke groep (A, B of C) een ander kortverhaal op het eigen leesniveau. > Schaamte is geschreven op niveau einde eerste leerjaar. > Verdriet is geschreven op niveau midden tweede leerjaar. > Twijfel is geschreven op niveau einde tweede leerjaar.
Folio > leesboek p. 44-46
Lesdoelen Hoofddoel van de les Teksten lezen met het juiste dynamische en melodische accent. Andere doelen Plezier beleven aan lezen. Leergebiedoverschrijdend en persoonsgebonden doel Plezier beleven en voldoening ervaren.
Voorbereiding Maak op basis van de resultaten van de voorbije leeslessen een indeling voor deze week in A-, B- en C-lezers.
Coöperatieve werkvormen in deze les > duolezen > koorlezen
Leergebiedoverschrijdende en persoonsgebonden ontwikkeling Geef complimenten aan de zwakkere lezers, zodat hun basisvertrouwen groeit. Laat in de groepen de lezers elkaar positief bevestigen met een compliment of zelfs een applausje.
L2 - Thema 3 - les 13 - lesgang
HDL Taal_Thema 3.indd 93
93
23/01/18 15:23
Lesgang OriĂŤnteren en plannen 1 Op het lesdoel focussen Verdeel de klas in de drie groepen volgens leesniveau. Laat de leerlingen het leesboek voor zich nemen: >> de A-lezers op p. 44, >> de B-lezers op p. 44 (idem A), >> de C-lezers op p. 45 (B-tekst). Verduidelijk het lesdoel: Je leest een verhaal. Na het lezen vertel je met je eigen woorden je verhaal aan anderen. Het is belangrijk dat je de tekst aandachtig leest, zodat je goed begrijpt wat er gebeurt en waarom het gebeurt.
leesboek p. 44-45
Hoofddoel uitvoeren en verwerken 2 Leestijd CoĂśperatief leren: koorlezen (A) en duolezen (A/B/C) Verduidelijk eerst de werkwijze voor de B- en de C-lezers. De B-groep leest eerst in stilte Schaamte. Vervolgens lezen ze Verdriet eerst in duo en dan in stilte. De C-groep leest eerst in stilte Verdriet. Vervolgens lezen ze Twijfel eerst in duo en dan in stilte. De A-groep leest onder jouw begeleiding. Lees eerst het verhaal hardop voor. Vervolgens lees je het verhaal in koor met de leerlingen: lees samen de tekst hardop. Ten slotte mogen ook de A-lezers in duo lezen.
TIP! Als ze klaar zijn met de twee teksten, mogen de B- en C-lezers ook de andere tekst nog lezen. Eerst voor zichzelf, daarna in tweetallen. TIP! Laat enkele A-lezers in het kort vertellen waarover het verhaal gaat om na te gaan of ze de tekst begrepen hebben. Ze vullen elkaar daarbij aan. TIP! Voorzie een opdracht voor heel snelle lezers, bv. vijf vragen over het verhaal bedenken, er een stripverhaal bij schetsen, oefenen op expressief lezen ...
Controleren en reflecteren 3 De lesopdracht in groep uitvoeren Laat een A-, een B- en een C-lezer samenzitten en elk met eigen woorden aan de anderen vertellen waar het laatste verhaal dat ze lazen over gaat. 4 Op het verhaal en het leesproces reflecteren Reflecteer op de verschillende verhalen: >> Hoe vond je het eerste verhaal dat je las? >> Zou je de verhalen die je nog niet las willen lezen? Reflecteer op het leesproces: >> Wat ging goed? Wat verliep moeilijk? >> Hoe verliep het samen lezen? >> Waarop moet je nog oefenen?
94
L2 - Thema 3 - les 13 - lesgang
HDL Taal_Thema 3.indd 94
23/01/18 15:23
Thema 3 - les 14
Wie zoekt, die vindt Domein: Onderwerp: Lesduur:
taaldenken, luisteren, spreken zelfstandige naamwoorden aanduiden 25 minuten
Samenhang
Materialen
In les 7 hebben de leerlingen zelfstandige naamwoorden leren herkennen. Ze weten dat die verwijzen naar planten, dieren, dingen en mensen. In deze les gaan ze daarmee verder en leren ze een zelfstandig naamwoord uit een zin te halen.
Digitaal > bordboek
Lesdoelen
Diversen > dobbelstenen
Hoofddoel van de les Aangeven dat woorden samen met andere woorden kunnen voorkomen: een lidwoord met een zelfstandig naamwoord.
Folio > taalschrift p.90-92
Andere doelen Voor hen bestemde instructies waarin gevraagd wordt mondeling te handelen, begrijpen en uitvoeren. Voldoende hoorbaar spreken. Leergebiedoverschrijdend en persoonsgebonden doel Hoopvol geloven in en vertrouwen op de eigen leer- en ontwikkelkracht.
Voorbereiding Voorzie een dobbelsteen per vier leerlingen.
Coรถperatieve werkvormen in deze les > dobbelen
Leergebiedoverschrijdende en persoonsgebonden ontwikkeling In les 7 gingen de leerlingen aan de slag op woordniveau. In deze les werken ze op zinsniveau. Model de stappen om de zelfstandige naamwoorden te herkennen en benoemen zo vaak als nodig is. Het geeft de leerlingen een houvast en het nodige zelfvertrouwen om dat zelfstandig toe te passen.
L2 - Thema 3 - les 14 - lesgang
HDL Taal_Thema 3.indd 95
95
23/01/18 15:23
Lesgang OriĂŤnteren en plannen 1 Terugblik op de vorige les Lees samen de taalweter Wat zijn naamwoorden? Laat je leerlingen aan de hand daarvan verwoorden wat ze in les 7 al hebben geleerd en toegepast. 2 Zelf naamwoorden bedenken CoĂśperatief leren: dobbelen Verdeel de klas in groepen van vier en geef elke groep een dobbelsteen. Overloop in de bordles stap voor stap wat ze moeten doen. Spelregels: >> Als je 1 gooit, geef je een voorbeeld van een dier. >> Als je 2 gooit, geef je een voorbeeld van een persoon. >> Als je 3 of 5 gooit, gooi je nog een keer. >> Als je 4 gooit, geef je een voorbeeld van een voorwerp/ding. >> Als je 6 gooit, geef je een voorbeeld van een plant. Speel het spel eerst even klassikaal.
taalschrift p. 90
Zet de spelregels op het bord. TIP! Op een beschrijfbare dobbelsteen kun je zelf de vier kernwoorden schrijven.
3 Op het lesdoel focussen Op het einde van de les kun je woorden die een naam geven aan personen, voorwerpen of dingen, planten en dieren aanduiden in een verhaal of een gedicht.
Hoofddoel uitvoeren en verwerken 4 Het oefenmateriaal verwerken Lees met de leerlingen het verhaal bij oefening 1. Bespreek klassikaal zin per zin en woord per woord en duid per zin het gevraagde zelfstandige naamwoord aan. Model de manier om dat te weten te komen aan de hand van de taalweter Wat zijn naamwoorden? Als het woord een zelfstandig naamwoord is, kleuren de leerlingen het in de overeenkomstige kleur. Doe dat voor een tweetal zinnen en laat de leerlingen dan alleen verder werken.
taalschrift p. 90-92
De leerlingen maken oefening 2 tot en met 5 zelfstandig.
Controleren en reflecteren 5 De oefening bespreken Laat enkele leerlingen die oefening 5 gemaakt hebben hun zinnen voorlezen aan de klas.
96
taalschrift p. 92
L2 - Thema 3 - les 14 - lesgang
HDL Taal_Thema 3.indd 96
23/01/18 15:23
6 Het zelfevaluatiekader invullen Laat de leerlingen het zelfevaluatiekader aanvullen. Overloop elk doel met hen. Ze kleuren het aantal sterren dat past bij de mate waarin ze zelf het lesdoel bereikten.
Viersporenbeleid/redicodis Instructieonafhankelijke leerlingen >> werken zelfstandig na het bepalen van het lesdoel. >> lezen oefening 1 en voeren die zelfstandig uit. >> maken oefening 2 tot en met 5.
taalschrift p. 92 TIP! Met behulp van Bingel Raket kun je het digitale portfolio automatisch laten invullen op basis van de zelfevaluatie van de leerlingen.
Instructiegevoelige leerlingen >> werken zelfstandig verder aan oefening 1 na het klassikale voorbeeld. >> maken oefening 2 tot en met 4. >> maken eventueel oefening 5. Instructieafhankelijke leerlingen >> maken oefening 1 tot en met 4 met behulp van de leraar.
Na de les >> Vul het portfolio in bij elke leerling. Baseer je daarvoor op de observaties tijdens de les, de zelfevaluatie van de leerling en op de antwoorden van de leerling op de vragen in het taalschrift. Met behulp van de Bingel Raket kun je het digitale portfolio automatisch laten invullen op basis van de zelfevaluatie van de leerlingen. >> Vraag elke leerling om tegen de volgende les (Vlot en vloeiend lezen) een boek naar keuze mee te brengen.
L2 - Thema 3 - les 14 - lesgang
HDL Taal_Thema 3.indd 97
97
23/01/18 15:23
les 14
Wie zoekt, die vindt Ik kan woorden die een naam geven aan personen, dingen, planten en dieren aanduiden in een verhaal of gedicht.
Wat is een zelfstandig naamwoord? Zelfstandige naamwoorden zijn woorden die een naam geven aan personen, dingen, planten en dieren: > > > >
1
personen dingen planten dieren
boom
papa, directeur, Carlos, juf, Anna ... kast, lijm, deur, schaar ... cactus, eik, roos ... hond, schaap, dinosaurus ...
Lees de tekst. Kleur: de woorden die een naam geven aan een persoon. de woorden die een naam geven aan een plant. de woorden die een naam geven aan een ding. de woorden die een naam geven aan een dier.
Lies is jarig! Mama heeft een taart gemaakt. Een taart met besjes en met kiwi. Papa geeft een groot pak. Bart zing een mooi lied. Oma danst rond de appelboom. Een mus zit in het gras. De hond blaft naar een spin. Lies doet de doos open. Ooh! Het is een
Vul hier zelf een ding in.
90
98
Thema 3 - les 14
L2 - Thema 3 - les 14 - correctiesleutel
HDL Taal_Thema 3.indd 98
23/01/18 15:23
2
Schrijf vier zelfstandige naamwoorden bij de prent. Bv. tent boom hond mama
3
Lees het gedicht. Onderstreep drie zelfstandige naamwoorden. Los de vragen op. Spook Op mijn kamer zit een spook. Ik ben daar ook. Ben ik bang? Van de schaduw op het behang? Ben ik blij? Met een spook onder mijn sprei? Ben ik boos? Op het spook daar met die roos? Nee want hij is mijn vriend! Ik heb hem verdiend! a Zoek één persoon. Bv. vriend
b Zoek één ding. Bv. sprei
c Zoek één plant. roos
d Bedenk zelf nog een dier.
Thema 3 - les 14
91
L2 - Thema 3 - les 14 - correctiesleutel
HDL Taal_Thema 3.indd 99
99
23/01/18 15:23
4
Lees het gedicht.
Dit is mijn huis!
a Kleur:
Ik ben een spin. Mijn huis is een web, daar hang ik uren in. In een boom of in een struik. Ja hoor, zelfs in een pruik. Ik eet graag muggen en vliegen, Nee, ik ben niet aan het liegen. Dus luister even naar mij. Ja, jij! Wees niet zo druk, want voor je het weet, is mijn huisje stuk!
een woord voor een persoon. een woord voor een plant. een woord voor een ding. een woord voor een dier.
b Welke kleur heb je niet gebruikt?
5
blauw
a Schrijf een zelfstandig naamwoord bij de twee prenten. Maak er een zin mee.
b Schrijf een zelfstandig naamwoord bij de drie prenten. Maak er een zin mee.
6
Hoe verliep de les voor jou? Ik kon zelfstandige naamwoorden in een tekst vinden. Ik kon zelf een voorbeeld geven van een zelfstandige naamwoorden.
92
100
Thema 3 - les 14
L2 - Thema 3 - les 14 - correctiesleutel
HDL Taal_Thema 3.indd 100
23/01/18 15:23
Thema 3 - les 15
Vrij lezen Domein: Onderwerp: Lesduur:
vlot en vloeiend lezen vrij lezen in een boek naar keuze 25 minuten
Samenhang
Materialen
In deze les krijgen de leerlingen de kans om vrij te lezen in een boek naar keuze.
Folio > leesboek (alleen A-lezers)
Lesdoelen
Diversen > boek naar keuze van de leerling
Hoofddoel van de les Plezier beleven aan lezen. Andere doelen Correct en vlot langere zinnen lezen met woordgroepen die kunnen doorlopen over de regels heen. Leergebiedoverschrijdend en persoonsgebonden doel Plezier beleven en voldoening ervaren.
Voorbereiding Laat een boek van thuis of uit de bibliotheek meebrengen.
Coรถperatieve werkvormen in deze les > koorlezen
Leergebiedoverschrijdende en persoonsgebonden ontwikkeling Begeleid leerlingen die niet graag lezen bij het vinden van een boek. Bied hun verschillende tekstsoorten aan: informatieve boeken, strips, verschillende genres fictieboeken ... Peil naar hun interesses en geef hun extra kansen om te vertellen over wat ze gelezen hebben.
L2 - Thema 3 - les 15 - lesgang
HDL Taal_Thema 3.indd 101
101
23/01/18 15:23
Lesgang OriĂŤnteren en plannen 1 Op het lesdoel focussen Verduidelijk wat het doel van deze les is: >> Iedereen leest in een boek naar keuze. Dat boek mag een verhaal zijn, een informatief boek zijn, een strip, een tijdschrift ... >> Leerlingen die graag digitaal lezen kunnen kiezen voor een boek uit de Talentbib of uit de BiB-BoXen. Die boeken hebben als voordeel dat ze erg compact zijn en dat je ze binnen de voorziene tijd helemaal kunt uitlezen. >> Sta de leerlingen toe om samen in een informatief boek te lezen. Ze kunnen dan zaken aan elkaar verduidelijken. De leerlingen die daarvoor opteren, geef je best een aparte plaats in de klas, zodat ze de stillezers zo weinig mogelijk storen. >> Maak duidelijke afspraken rond het lezen: waar mogen leerlingen zitten? Wat als hun boek uit is? Geef de leerlingen een algemene opdracht m.b.t. de inhoud die ze lezen en die ze moeten uitvoeren tegen het einde van de leestijd. >> Fictie: Vertel of je iets grappigs gelezen hebt, iets spannends, iets wat je verrast heeft. Lees een stukje voor waaruit dat blijkt. >> Non-fictie: Kies een foto of een prent die je erg aanspreekt. Vertel waarom dat zo is. Leerlingen die een boek uitlezen, krijgen een bijzondere opdracht: >> Fictie: Schrijf een (nieuwe) korte tekst voor de achterflap. >> Non-fictie: Maak reclame voor het boek. Waarom zouden anderen het moeten lezen? Wat kunnen ze ervan leren? Maak de anderen warm voor je boek door er iets uit te vertellen of er iets uit voor te lezen wat jij heel bijzonder vond.
TIP! Zet de algemene opdrachten op kaartjes en laat de leerlingen een opdracht trekken. TIP! Maak de leerlingen enthousiast voor lezen. Vertel zelf eens over een (jeugd) boek dat je met veel plezier gelezen hebt.
Hoofddoel uitvoeren en verwerken 2 Leestijd Laat de leerlingen van de B-groep en de C-groep naar eigen keuze lezen in een boek. CoĂśperatief leren: koorlezen (A) Begeleid ondertussen de A-groep. Grijp terug naar het verhaal van les 2. Lees de tekst nogmaals in koor. Laat daarna ook de A-groep vrij lezen in een boek naar keuze.
102
leesboek p. 38 TIP! Lees zelf in een boek (modelling), of begeleid een zwakke lezer bij het lezen van zijn of haar boek: duolezen, samen een informatief boek lezen en extra duiding geven ...
L2 - Thema 3 - les 15 - lesgang
HDL Taal_Thema 3.indd 102
23/01/18 15:23
Controleren en reflecteren 3 Reflecteren op het lezen Reflecteer op het lezen en het leesproces: >> Wat heb je gelezen? >> Hoeveel heb je gelezen? >> Heb je zin om verder te lezen in het boek? >> Ben je iets te weten gekomen? 4 Controleren aan de hand van de algemene opdracht Verwijs naar de algemene opdracht. Kies uit twee opties: 1 Kies er enkele leerlingen uit die hun algemene opdracht uitvoeren voor de klas. 2 Laat groepen van een drietal leerlingen voor elkaar de algemene opdracht uitvoeren (al dan niet samengesteld uit leerlingen met dezelfde opdracht). Zo komt iedereen aan de beurt.
L2 - Thema 3 - les 15 - lesgang
HDL Taal_Thema 3.indd 103
103
23/01/18 15:23
Thema 3 - les 16
Taalspel - Een versje om te rappen Domein: Onderwerp: Lesduur:
taalspel, spreken een gedicht rappen 25 minuten
Samenhang
Materialen
De leerlingen werkten doorheen het thema rond gevoelens. In les 5 vulden ze een gedicht verder aan, in les 14 lazen ze gedichten. In deze les gebruiken ze hun emoties en ervaringen om expressie in een gedicht te brengen. Ze gaan een gedicht rappen.
Digitaal > bordboek > cd
Lesdoelen Hoofddoel van de les Een gelezen, beluisterd of bekeken verhaal dramatiseren.
Folio > taalschrift p. 93 > bronnenblad 1 > kopieerbladen Diversen > tablet
Andere doelen > Spelvormen waarnemen en inzien dat de juiste ME verhouding tussen woord en beweging de expressie kan vergroten. > Geconcentreerd luisteren naar een gesproken tekst (verteld of voorgelezen) en die mondeling, schriftelijk, beeldend of dramatisch weergeven. Leergebiedoverschrijdend en persoonsgebonden doel Hoopvol geloven in en vertrouwen op de eigen leer- en ontwikkelkracht.
Voorbereiding Beluister de rap al eens vooraf. Je vindt de rap in de bordles en als oefening op het leerlinggedeelte van bingel. be. Tijdens de les kunnen leerlingen die het moeilijk vinden, de rap even terug beluisteren. Voorzie een cd-speler, tablet of computer waarmee dat kan. Indien je geen gebruik maakt van de bordles (digitaal schoolbord), download dan de afbeeldingen (bronnenblad) uit de downloadbare bundel in het lerarengedeelte van bingel. be.
Leergebiedoverschrijdende en persoonsgebonden ontwikkeling Om de tekst hardop te rappen hebben leerlingen wel wat durf nodig. De tekst lijkt lang, snel en moeilijk. Bovendien kijken de klasgenoten toe. Door het met een partner te doen en door allemaal samen een klein stukje voor te bereiden, zien de leerlingen dat ze deel uitmaken van een groter geheel. Door zich in te zetten, te oefenen en het samen te proberen kunnen en durven ze veel meer bereiken dan ze aanvankelijk dachten.
104
L2 - Thema 3 - les 16 - lesgang
HDL Taal_Thema 3.indd 104
23/01/18 15:23
Lesgang OriĂŤnteren en plannen 1 Je gevoelens uiten De leerlingen staan in een kring. We kijken eens onder ons bed. Kijken jullie mee? Ik kijk onder mijn bed en ik zie iets griezeligs. Als je iets griezeligs ziet, dan ben je bang. Vertel nu, met een bange stem, wat er onder je bed ligt. Ik ga eerst! Doe de opdracht zelf voor, met veel expressie in je stem, met gebruik van je mimiek en een passend gebaar. Ik kijk onder mijn bed en ik zie een monster. Laat enkele leerlingen met bange stem vertellen wat er onder hun bed ligt.
TIP! Eerst geven enkele leerlingen hun antwoord voor de hele groep. Laat dan alle leerlingen hun antwoord, met passende intonatie, aan hun buur vertellen.
Werk op dezelfde manier voor de emoties blij en verdrietig: Ik kijk onder mijn bed en ik zie iets dat ik al heel lang kwijt ben en waar ik erg blij van word. Er rolt iets onder mijn bed, ik kijk, maar zie het nergens meer ... ik voel me verdrietig. 2 Het rapgedicht beluisteren Projecteer het filmpje van het gedicht in de bordles. De leerlingen geven het ritme mee aan door te tikken, te knippen met hun vingers, te klappen... Het gedicht wordt ondersteund door prenten. 3 Op het lesdoel focussen Op het einde van de les kun je een stuk van het gedicht rappen. Als we de stukken verdelen en met heel de klas voorbrengen, kunnen we het gedicht samen voordragen.
cd
bronnenbladen
Hoofddoel uitvoeren en verwerken 4 Al rappend enkele zinnen oefenen De moeilijkste stukken uit het gedicht worden rappend voorgezegd. De leerlingen oefenen dat door de tekst te herhalen. Ze kunnen de tekst mee volgen in de bordles of in het taalschrift. Ze mogen zichzelf begeleiden door erbij in de handen te klappen, met de vingers te knippen, met de voeten te stampen ... 5 Je inleven in het gedicht Verdeel de leerlingen in groepjes van acht. Verdeel binnen de groepjes nog eens in duo’s. Iedereen neemt het taalschrift erbij. Verdeel de delen van het gedicht. Geef duo 1 het roodgekleurde deel. Geef duo 2 het blauwgekleurde deel. Geef duo 3 het paarsgekleurde deel. Geef duo 4 het groengekleurde deel.
bronnenblad 1 taalschrift p. 93 TIP! Wijs erop dat de tekst in de bordles verkleurt in het spreekritme, net als bij karaoke. taalschrift p. 93 TIP! Laat de leerlingen gebruikmaken van een tablet (of de cd) om het gedicht nogmaals te beluisteren.
L2 - Thema 3 - les 16 - lesgang
HDL Taal_Thema 3.indd 105
105
23/01/18 15:23
Oefen jouw stukje in met je partner. Je mag straks de tekst uit de bordles en de prenten gebruiken. Je hoeft het niet van buiten te kennen maar doe het zo vlot als je kunt. Als jullie klaar zijn, voegen we alle kleine stukjes samen en hebben we een heel gedicht. Oefen met de leerlingen nog wat stoere poses in waarmee ze kunnen beginnen of eindigen. Zo komen ze nog meer in de rapsfeer. Bijvoorbeeld met de armen over elkaar en een stoer gezicht, op ĂŠĂŠn knie ...
Controleren en reflecteren 6 De verschillende stukjes voordragen Ga opnieuw in een kring staan. Laat ieder groepje tonen wat ze hebben ingeoefend. Gebruik de prenten als geheugensteuntje. Als het nodig is, kun je teruggrijpen naar de karaokeversie op het vorige scherm. 7 Het zelfevaluatiekader invullen Laat het zelfevaluatiekader invullen. Bespreek na.
bronnenbladen
taalschrift p. 93 TIP! Met behulp van Bingel Raket kun je het digitale portfolio automatisch laten invullen op basis van de zelfevaluatie van de leerlingen.
Na de les Vul het portfolio in bij elke leerling. Baseer je daarvoor op de observaties tijdens de les, de zelfevaluatie van de leerling en op de antwoorden van de leerling op de vragen in het taalschrift. Met behulp van de Bingel Raket kun je het digitale portfolio automatisch laten invullen op basis van de zelfevaluatie van de leerlingen.
106
L2 - Thema 3 - les 16 - lesgang
HDL Taal_Thema 3.indd 106
23/01/18 15:23
les 16
Een versje om te rappen Ik kan een stuk van het gedicht uit mijn hoofd rappen.
sje o Ver
m te rappen (zonder einde)
Dit is een versje om te rappen. Geen versje om te zeggen bij de juf op de bank, met een knuffel in je hand.
En waar het over gaat dat is niet van belang. Ben je boos, ben je bang, heb je last, heb je pijn, laat je zinnen maar beginnen. Zet je woorden op de trein. Uit: Als de bomen straks gaan rijden (Frank Adam)
Nee, een versje om te rappen. De woorden moeten kwek-kwek kwek-kwek-kwekken. Op het ritme, in de maat. In het midden van de straat.
Wie gaat er mee?! Wie stapt er op?! Een nieuw versje om te rappen gaat vertrekken uit mijn kop! Geen versje Om te zeggen bij de juf ...
Hoe verliep de les voor jou? Ik kon het gedicht op een fijne manier rappen. Ik durfde te spreken, te bewegen en mijn stem te gebruiken. Ik luisterde naar anderen die het gedicht voordroegen.
Thema 3 - les 16
93
L2 - Thema 3 - les 16 - correctiesleutel
HDL Taal_Thema 3.indd 107
107
23/01/18 15:23
Versje om te rappen (zonder einde) Dit is een versje om te rappen. Geen versje om te zeggen bij de juf op de bank, met een knuffel in je hand. Nee, een versje om te rappen. De woorden moeten kwek-kwek kwek-kwek-kwekken. Op het ritme, in de maat. In het midden van de straat. En waar het over gaat dat is niet van belang. Ben je boos, ben je bang, heb je last, heb je pijn, laat je zinnen maar beginnen. Zet je woorden op de trein. Wie gaat er mee?! Wie stapt er op?! Een nieuw versje om te rappen gaat vertrekken uit mijn kop! Geen versje Om te zeggen bij de juf ...
108
L2 - Thema 3 - les 16 - bronnenblad 1
HDL Taal_Thema 3.indd 108
23/01/18 15:23
Thema 3 - les 17
Vlot en vloeiend lezen Domein: Onderwerp: Lesduur:
vlot en vloeiend lezen leestechnisch oefenmateriaal lezen: tweelettergrepige woorden met open lettergreep en doffe e 25 minuten
Samenhang
Materialen
Deze les is een herhalingsles. Tweelettergrepige woorden met open lettergreep en doffe e kwamen in het eerste leerjaar uitgebreid aan bod.
Digitaal > bordboek
Lesdoelen
Folio > leesboek p. 47-48
Hoofddoel van de les Woorden met open lettergreep verklanken. Andere doelen > Woorden met doffe e in een onbeklemtoonde lettergreep achteraan verklanken. > Woordgroepen in een zin herkennen en als eenheid lezen (leesboog hanteren). Leergebiedoverschrijdend en persoonsgebonden doel Plezier beleven en voldoening ervaren.
Voorbereiding Maak op basis van de resultaten van de voorbije leeslessen een indeling voor deze week in A-, B- en C-lezers.
Woordenschat Tekstwoorden > vrezen > het pad
Coรถperatieve werkvormen in deze les > duolezen > koorlezen
Leergebiedoverschrijdende en persoonsgebonden ontwikkeling Geef de groep zwakke lezers veel complimenten bij het lezen. Geef positieve opmerkingen over hun vooruitgang, hun werkhouding enz. Laat leerlingen elkaar complimenten geven. L2 - Thema 3 - les 17 - lesgang
HDL Taal_Thema 3.indd 109
109
23/01/18 15:23
Lesgang Oriënteren en plannen 1 Op het lesdoel focussen Laat de leerlingen er hun leesboek bijnemen. Verduidelijk het lesdoel. We oefenen het lezen van woorden als lopen, slapen, buren. Verdeel de woorden duidelijk in lettergrepen: lo-pen. Maak de open klank extra lang. Wijs de leerlingen erop dat ze kunnen horen dat de klank aan het eind van het eerste stukje lang klinkt als ze het woord in twee stukken verdelen.
leesboek p. 47
Hoofddoel uitvoeren en verwerken 2 Leestechnisch materiaal lezen Coöperatief leren: koorlezen (A/B/C): woorden Verwijs naar oefening 1 van het leesboek. Lees de eerste kolom woorden hardop voor. Model de aanpak van het technisch lezen: lippen klaarzetten voor de eerste klank, de klank lang maken terwijl je naar de volgende letters kijkt, dan die letters verklanken. Je kunt dat ook door een sterke lezer laten doen.
leesboek p. 47 TIP! Controleer tussentijds of de indeling (A, B of C) klopte. Pas waar nodig aan.
Wijs erop dat in aai, ooi en oei, de i als een j klinkt en dat bij woorden met ieuw en eeuw de u niet hoorbaar is. Nadat je de kolom hebt voorgelezen, laat je die opnieuw hardop lezen door de hele klas. Let erop dat alle leerlingen meelezen. Vervolgens pak je op dezelfde manier de volgende kolommen aan. Coöperatief leren: koorlezen (A) en duolezen (B/C): zinnen Zet eerst de A-groep aan het werk. Zij lezen de woordenrijtjes nogmaals fluisterend voor zichzelf. Verduidelijk voor de B- en de C-groep dat zij mogen duolezen. Je leest samen met je buurmeisje of -jongen. Om de beurt lees je een rijtje van oefening 1. Daarna lees je om de beurt een zin van oefening 2 en 3. Als je klaar bent, lees je de zinnen nog een keer om de beurt, maar nu begint de ander. Ga vervolgens zelf met de A-groep aan de slag. Laat de leerlingen oefening 2 en 3 voor zich nemen. Vertel dat je samen met hen zin voor zin gaat lezen (koorlezen). Ik lees eerst een zin alleen hardop voor. Jullie lezen in stilte mee. 3 Een verhaal lezen Coöperatief leren: koorlezen (A) en duolezen (A/B/C) Laat alle leerlingen oefening 4 voor zich nemen. We lezen een verhaal. Het verhaal heet ‘Trots’. Wat wil dat zeggen, trots zijn? Laat de leerlingen reageren. In dit verhaaltje gaat Laura haar mama trots op haar maken. Ze zegt dat ze iets heel bijzonders kan. Ze kan het alfabet heel snel omgekeerd opzeggen. Zou Laura dat echt kunnen?
110
leesboek TIP! Wissel de samenstelling van de tweetallen bij elke leestechnische les.
leesboek p. 47
leesboek p. 48 TIP! Geef duo’s van de B- en de C-groep die snel klaar zijn een extra opdracht. Zij lezen de tekst opnieuw, maar nu met veel aandacht voor intonatie en stemgebruik.
L2 - Thema 3 - les 17 - lesgang
HDL Taal_Thema 3.indd 110
23/01/18 15:23
De leerlingen van de B- en de C-groep lezen in duo het verhaal, waarbij de B-groep het basisgedeelte leest (tot aan de witregel) en de C-groep de hele tekst. De tweetallen hoeven nu niet om beurten een zin te lezen, maar delen het verhaal in enkele langere stukken in, bv. elke leerling vijf regels. Na de eerste beurt wisselen ze de rollen om. Neem zelf de A-groep onder je hoede. Lees eerst in koor de basistekst, en laat ook hen vervolgens in duo hardop lezen. Zij kunnen best zin per zin lezen. Als er voldoende tijd is, kunnen ze nog van rol wisselen.
TIP! Lees de tekst eerst helemaal voor.
Controleren en reflecteren 4 Luisteren naar het vervolgdeel Lees op het einde van de les het vervolgdeel voor of laat het voorlezen door een sterke lezer, zodat ook de A- en de B-lezers de hele tekst te horen krijgen. 5 De inhoud van het verhaal bespreken Bespreek de inhoud van het verhaal aan de hand van enkele vragen, bv.: >> Wie zijn de hoofdpersonen in dit verhaal? (Laura en haar mama) >> Wat besluit Laura te gaan doen? (Ze gaat haar mama trots maken.) >> Wat doet ze eerst? (Ze zegt het alfabet vlotjes op.) >> Wat zegt Laura dat ze kan? (net zo snel het alfabet opzeggen, maar dan omgekeerd) >> >> >> >> >> >>
TIP! Laat de leerlingen ter afsluiting vertellen waar zij trots op zijn, of waar ze hun ouders trots mee hebben gemaakt.
Wat wil ze daarvoor krijgen? (een euro) Hoe reageert mama? (Die wil dat weleens horen.) Wat doet Laura dan? (Ze draait zich om en zegt zo het alfabet op.) Vindt mama dat Laura een euro verdiend heeft? (ja) Vind jij dat Laura de euro verdiend heeft? Waarom is mama trots op Laura? (Ze vindt haar heel slim.)
6 Op het lezen reflecteren Reflecteer op het lezen en op het samenwerkend leren: >> Wat liep goed? Wat kon beter? >> Hoe plan je het de volgende keer beter te doen?
L2 - Thema 3 - les 17 - lesgang
HDL Taal_Thema 3.indd 111
111
23/01/18 15:23
Thema 3 - les 18
Woorden net als einde, vijfde en keuken Domein: Onderwerp: Lesduur:
spelling woorden met ie, ei, ij, oe, ui, eu en woorden met een doffe klinker in een onbeklemtoonde lettergreep 1 week – 3 lesblokken van 25 minuten
Samenhang
Materialen
De leerlingen maakten al kennis met de klinkers ie, oe, ui en eu en de tweeklanken ei en ij. Die woorden komen nu aan bod met een doffe klinker in een onbeklemtoonde lettergreep: e(n).
Digitaal > bordboek
Lesdoelen Hoofddoelen van de les > Woorden met ei en ij correct schrijven. > Woorden met doffe e correct schrijven. Leergebiedoverschrijdend en persoonsgebonden doel Op een constructieve manier met feedback omgaan.
Folio > kopieerblad 1: dicteekaartjes > kopieerblad 2 van les 11, thema 2 > kopieerblad 2 van les 3, thema 3 > spellingschrift p. 35-38 Diversen > schrijflei
Voorbereiding Kopieer de dicteekaartjes: voor de helft van de klas dictee 1, voor de andere helft dictee 2. Heel zwakke spellers gebruiken het dicteekaartje als kopieerkaart. Bij oefening 1 mogen de leerlingen op het bord turven of ze groene, bruine of blauwe ogen hebben. Als je vooraf een rooster maakt, is dat turven extra gemakkelijk.
CoĂśperatieve werkvormen in deze les > uitwisselen en delen > partnerdictee
Persoonsgebonden ontwikkeling Besteed aandacht aan de zelfevaluaties van de leerlingen. Leer hun zichzelf niet te overschatten, maar ook niet te onderschatten.
112
L2 - Thema 3 - les 18 - lesgang
HDL Taal_Thema 3.indd 112
23/01/18 15:23
Lesgang Inoefening (25 minuten) 1 Voorgaande spellingmoeilijkheden herhalen: woorddictee Herhaal enkele woorden uit de vorige les aan de hand van een woorddictee. Laat de woorden mondeling spellen of op een schrijflei schrijven. Geef onmiddellijk feedback. >> blijf Ik ... nog wat langer. >> einde Op het ... van de film werd het grappig. >> kijkt Hij ... naar zijn kleine zus. >> mijn Ik vergat ... boek op school. >> reis Ik ga op ... naar Turkije.
schrijflei
Herhaal deze onthoudstrategieën: >> Als je een woord in het ei-lied hoort (of op de ei-plaat ziet) dan schrijf je het met ei. >> Als je een woord niet in het ei-lied hoort (of op de ei-plaat ziet), dan schrijf je het met ij. 2 De moeilijkheid inductief ontdekken Projecteer de topprent. Laat de leerlingen op zoek gaan naar de woorden die op de lege lijnen passen. Als ze een woord vinden, schrijf je het op de lijn. Laat hen inductief ontdekken dat je al de woorden met een oe, ui, ie, eu, ei of ij schrijft en dat ze op e of en (beide met doffe e) eindigen. Toon de oplossing.
spellingschrift p. 35
3 Directe instructie Bespreek de spellingweter. In woorden zitten soms doffe klanken. Je noemt dat doffe klinkers. Het zijn klanken die altijd dof klinken en meestal met e geschreven worden. Je hoort zo’n doffe klinker in groene of in huilde. Het kapstokwoord is einde. Ook in keuken hoor je een doffe e. Het kapstokwoord is jongen. Maak de link met de korte woorden met een doffe e die ze al kennen: de, ze, je, me ... Laat de leerlingen auditief discrimineren. Waar horen ze een doffe klank in de woorden deuren, fijne, trompet, kasteel, keuken? 4 De toegepaste strategieën herhalen Coöperatief leren: uitwisselen en delen Projecteer een reeks woorden. Zet de leerlingen in duo’s. De ene kiest een woord, de andere antwoordt door te modellen. Bijvoorbeeld: >> Leerling a: hoe schrijf je de dansen? Leerling b: ik schrijf eerst dans en dan en met een (doffe) e. >> Leerling b: hoe schrijf je vuile? Leerling a: ik schrijf vuil en voeg er een (doffe) e aan toe. 5 Gedifferentieerd verwerken aan de hand van een visueel dictee Laat oefening 1 maken.
Schrijf de woorden: dansen, druiven, vuile, tiende, trapte, geiten, likte op het bord.
spellingschrift p. 35
L2 - Thema 3 - les 18 - lesgang
HDL Taal_Thema 3.indd 113
113
23/01/18 15:23
Viersporenbeleid/redicodis Instructieonafhankelijke en instructiegevoelige leerlingen >> werken samen en ondersteunen elkaar. Instructieafhankelijke leerlingen >> werken in een miniklas onder begeleiding. Verduidelijk nogmaals: In woorden zitten soms doffe klinkers. Je hoort zo’n doffe klinker in groene en in huilde. Ook in jongen en in keuken. Je schrijft een e. >> kleuren de doffe e in de woorden. >> oefenen de ui, eu, oe, ie, ij en ei eerst op kladpapier.
kladpapier
Inoefening (25 minuten) 5 Kort herhalen van de leerstof Laat twee woorden bedenken en schrijven op een schrijflei. De woorden hebben in het eerste deel een oe-, ui-, ie-, eu-, ei- of ij-klank en eindigen op e of op en. Geeft eerst enkele voorbeelden: hoeken, buizen, deuren, kiezen, pleinen, drijven.
schrijflei
Laat de woorden ter controle voorlezen. Vraag hier en daar een leerling om de gebruikte strategieĂŤn te modellen. 6 Schriftelijk oefenen Laat oefening 2 tot en met 6 maken.
spellingschrift p. 36-37
Viersporenbeleid/redicodis Instructieonafhankelijke leerlingen >> maken individueel oefening 2 tot en met 6. >> maken zowel de basis- als de uitbreidingsoefeningen. >> helpen instructiegevoelige leerlingen die vragen hebben. Instructiegevoelige leerlingen >> maken individueel oefening 2 tot en met 6. >> maken enkel de basisoefeningen. >> kunnen terugvallen op een instructieonafhankelijke leerling waarbij ze terechtkunnen met vragen of als ze moeilijkheden ervaren. Instructieafhankelijke leerlingen >> werken in een miniklas onder begeleiding. >> lezen alle woorden bij de oefeningen hardop. >> krijgen hulp waar nodig. Oefening 3: bespreek of de woorden al dan niet bestaan en maak samen zinnen met de gevonden woorden. Oefening 5: lees de zinnen voor of laat ze voorlezen. Wijs de leerlingen op de e- en en-woorden. Oefening 6: help hen bij het kiezen van de woorden. Bied indien nodig de hulpkaartjes van ui, ie en ei aan.
114
Thema 2, les 11, kopieerblad 2 kopieerblad 2, les 3, thema 3
L2 - Thema 3 - les 18 - lesgang
HDL Taal_Thema 3.indd 114
23/01/18 15:23
Signaal en integratie (25 minuten) 7 Signaaloefening Coöperatief leren: partnerdictee De leerlingen dicteren en schrijven om de beurt bij oefening 6.
spellingschrift p. 38
Leerling 1 1 de keuken 2 de bruine 3 de boeren 4 zij vielen 5 het einde 6 snijden 7 de heide 8 Zijn dat de juiste kleuren van de vlag? 9 Mijn voeten zijn kil. Overzicht van de gedicteerde woorden: Losse woorden
Uit spellingles
Transfer
keuken, bruine, boeren, vielen, einde, heide
snijden
Woorden in zin Totaal /10
juiste, kleuren, voeten 6
4
Leerling 2 1 de deuren 2 de groene 3 de tuinen 4 wij riepen 5 de weide 6 glijden 7 de kleine 8 Die goede man wil ik steunen. 9 Zijn alle druiven groen?
TIP! De puntenverdeling in de roosters is facultatief. TIP! Vestig de aandacht op de ‘Ik twijfel-kolom’. Na het schrijven van het woord, leest de leerling het woord na. Bij twijfel over de schrijfwijze, zet hij een kruisje.
Overzicht van de gedicteerde woorden: Uit spellingles
Transfer
Losse woorden
deuren, groene, tuinen, riepen, weide
glijden, kleine
Woorden in zin
goede
steunen, druiven
Totaal /10
6
4
Na het dictee wisselen de leerlingen de dicteekaartjes uit. Iedereen verbetert zijn dictee met gekleurde balpen. Ze bespreken hun fouten en zoeken samen de juiste schrijfwijze. Daarbij geven ze elkaar uitleg. Bij twijfel roepen ze hulp in. Het correcte woord schrijven ze op de twee correctielijnen. 8 Integratieoefening Laat oefening 8 maken.
spellingschrift p. 38
L2 - Thema 3 - les 18 - lesgang
HDL Taal_Thema 3.indd 115
115
23/01/18 15:24
Viersporenbeleid/redicodis Instructieonafhankelijke en instructiegevoelige leerlingen Integratieoefening >> werken in duo’s. >> schrijven de zinnen individueel over en laten ze door hun partner nakijken. Instructieafhankelijke leerlingen Partnerdictee >> heel zwakke spellers gebruiken het dicteekaartje als kopieerkaart. Wie twijfelt, kan even spieken, het woord afdekken en opschrijven. >> De leerlingen zetten een kruisje als ze het woord overgeschreven hebben. (compenserende maatregel) Integratieoefening >> werken in miniklas onder begeleiding. >> spellen eerst mondeling en geven aan waar de doffe klank zit. >> bespreken de tweetekenklanken en de doffe e voor ze die opschrijven. >> staan even stil bij het woord een. In het tweede leerjaar schrijf je een doffe e altijd met een e, behalve bij een.
Na de les Duid in het portfolio aan of de leerling het lesdoel bereikt heeft. Baseer je op daarvoor op twee zaken: >> Op de kolom ‘Ik twijfel’: die geeft aan hoe zeker een leerling zich voelt. Een leerling die aangeeft dat hij twijfelt, kan gebaat zijn met een verlengde instructie. >> Op het aantal fouten dat de leerling maakte tegen de spellingmoeilijkheid: een leerling die twee of meer fouten maakte, kan gebaat zijn met een verlengde instructie. Zet de resultaten in de zorg- en evaluatiemodule op het lerarengedeelte van bingel.be om in het differentiatieblok herhaling en oefenkansen op maat te krijgen.
Pre-instructie voor de volgende spellingweek Volgende week gaan de lessen spelling over ooi-, aai- en oei-woorden. Maar niet enkel hooi, haai en foei. Nee, ook woorden met twee medeklinkers vooraan zoals: fraai, stoei en plooi. Zet op bingel een bijbehorende oefening klaar en vraag de leerlingen om die thuis te maken. Zo weet je volgende week bij het begin van de les wie er al vlot mee overweg kan.
116
L2 - Thema 3 - les 18 - lesgang
HDL Taal_Thema 3.indd 116
23/01/18 15:24
les 18
Woorden net als einde, vijfde en keuken Moeke lachte in de keuken. Zeven groene deuren. Twee koeien vielen in een diepe beek. De rijke man huilde met luide snikken.
Spellingweter 17 Spellingweter 19 1
Woorden met een doffe e aan het einde Woorden met ei of ij
Schenk ook aandacht aan de snellere werkers. Lees de woorden die zij bedachten voor.
Kijk goed. Bedek het woord en schrijf het in de zin. diepe
Was het een
het moeke
Mijn
groene
Heb jij bruine,
groene
luide
Opa vond de
luide
de keuken
Wonen er ratten in jouw
vijfde
Als je de
de weide
Je zegt vast ‘wei’, maar
de heide
Op de
het einde
Het
goede
Alleen
zij vielen
Zeven dode muggen. Zij
hij huilde
De hamer viel op haar vinger. Ze
fijne
De nieuwe vriend van mijn oma is een
rijke de deuren
Laat het woord in de linkerkolom lezen. Laat het woord afdekken en schrijven. Wijs op de dubbele beginmedeklinker en heb er aandacht voor dat die correct uitgesproken en geschreven wordt.
kloof?
diepe
heeft drie leuke tantes.
moeke
vijfde
? Ik hoop van niet.
keuken
bent, kom je niet meer aan de beurt. kan ook.
wandel ik met mijn hond. van de film was heel eng.
einde
geesten slapen onder je bed.
goede
Als je alle
muziek wel mooi.
weide
heide
Rijke
of blauwe ogen?
neer van de stank.
vielen
van de pijn.
huilde fijne
kerel.
mensen wonen in dure huizen. deuren
sluit, hoor je niets meer.
Thema 3 - les 18
35
L2 - Thema 3 - les 18 - correctiesleutel
HDL Taal_Thema 3.indd 117
117
23/01/18 15:24
2
Zet de woorden in het juiste rooster. Kleur bovenaan de letters die hetzelfde zijn in de hele kolom. Kies uit: keuken – koeken – voelen – kieren – peulen – kuiken – dieven – duiven mieren – buiten – keuren – doeken
3
d
e
u
r
e
n
b
o
e
r
e
n
k
e
u
k
e
n
k
o
e
k
e
n
p
e
u
l
e
n
v
o
e
l
e
n
k
e
u
r
e
n
d
o
e
k
e
n
d
u
i
k
e
n
d
i
e
r
e
n
k
u
i
k
e
n
k
i
e
r
e
n
d
u
i
v
e
n
d
i
e
v
e
n
b
u
i
t
e
n
m
i
e
r
e
n
Maak van de stippellijn een volle lijn als het woord bestaat. Kies uit elke reeks twee woorden. Maak er zinnen mee.
boe zeu tie poe pie loe
36
118
zie ren
mui pie prui deu dij
ken
stoe rie pie groe hui heu
pen
Thema 3 - les 18
L2 - Thema 3 - les 18 - correctiesleutel
HDL Taal_Thema 3.indd 118
23/01/18 15:24
4
Bekijk het woord. Dek het af. Vul het in.
Wijs de leerlingen op de kolom Ik twijfel. Leer hun die correct te gebruiken.
Ik twijfel. Fout? Verbeter.
5
boeren
Hoeveel koeien hebben die
riepen
“Help!”
einde
Aan het
vijfde
De
beuken
De stam van
tuinen
Kan één man alle
deuken
Mijn hoed heeft vier
vierde
De
boeren
?
ze.
riepen
van de straat staat een berk.
einde
kaars brandt niet.
vijfde
is glad.
beuken
vierde
onderhouden?
tuinen deuken
.
kreeg geen prijs.
Zorg voor pre-instructie bij spellingzwakke leerlingen. Lees de tekst vooraf voor.
Kijk naar de prent. Vul in. Hier zie je reus Reus. Het is een vent met ogen. Hij heeft het Haar
groene
bruine
bed van Evi in zijn handen.
vallen op de grond. Dat vindt reus Reus
boeken
niet erg. Het bed was netjes opgemaakt. Daar komt nu een einde
aan. Reus Reus schudt zo hard! Hij
steekt het bed nu al voor de derde, de vierde ... nee, voor de vijfde
keer in de lucht.
Straks zet reus Reus het bed niet zacht op de grond. Hij doet dat met een
luide / harde
knal.
Durf jij aan de spierballen van reus Reus te Of aan zijn zweet te
ruiken
voelen
?
?
Thema 3 - les 18
37
L2 - Thema 3 - les 18 - correctiesleutel
HDL Taal_Thema 3.indd 119
119
23/01/18 15:24
6
Luister goed. Schrijf op wat je hoort.
Ik twijfel.
1 2 3 4 5 6 7 8 9 Heb je een fout gemaakt? Schrijf het woord opnieuw.
7
Onderstreep de woorden met een doffe klinker. Schrijf de zinnen over. Laat je buur nakijken en per juist woord een vakje kleuren. Staan daar twee boeren te zeuren?
Het is niet fijn dat je huilde.
Mijn kleine broer heeft al zeven tanden.
Maakt de muziek het kuiken zot?
38
120
Ik zie
twee
vraagzinnen.
Ik zie
twee
zinnen met een punt.
Thema 3 - les 18
L2 - Thema 3 - les 18 - correctiesleutel
HDL Taal_Thema 3.indd 120
23/01/18 15:24
Dicteekaartjes - overschrijfkaartjes Leerling 1
Leerling 2
1 de keuken 2 de bruine 3 de boeren woorden 4 zij vielen 5 het einde 6 snijden 7 de heide
1 de deuren 2 de groene 3 de tuinen woorden 4 wij riepen 5 de weide 6 glijden 7 de kleine
zinnen
8 Zijn dat de juiste kleuren van de vlag? 9 Mijn voeten zijn kil.
zinnen
8 Die goede man wil ik steunen. 9 Zijn alle druiven groen?
Leerling 1
Leerling 2
1 de keuken 2 de bruine 3 de boeren woorden 4 zij vielen 5 het einde 6 snijden 7 de heide
1 de deuren 2 de groene 3 de tuinen woorden 4 wij riepen 5 de weide 6 glijden 7 de kleine
zinnen
8 Zijn dat de juiste kleuren van de vlag? 9 Mijn voeten zijn kil.
zinnen
8 Die goede man wil ik steunen. 9 Zijn alle druiven groen?
Leerling 1
Leerling 2
1 de keuken 2 de bruine 3 de boeren woorden 4 zij vielen 5 het einde 6 snijden 7 de heide
1 de deuren 2 de groene 3 de tuinen woorden 4 wij riepen 5 de weide 6 glijden 7 de kleine
zinnen
8 Zijn dat de juiste kleuren van de vlag? 9 Mijn voeten zijn kil.
zinnen
8 Die goede man wil ik steunen. 9 Zijn alle druiven groen?
L2 - Thema 3 - les 18 - kopieerblad 1
HDL Taal_Thema 3.indd 121
121
23/01/18 15:24
Thema 3 - les 19
Theaterlezen: Schuld Domein: Onderwerp: Lesduur:
vlot en vloeiend lezen een verhaal in de vorm van een theatertekst lezen 25 minuten
Samenhang
Materialen
In deze les komen verschillende woordtypes aan bod die zowel al in het eerste leerjaar als in dit thema zijn geoefend. In de theatertekst zijn de rollen uitgeschreven volgens de verschillende leestechnische niveaus: > A-groep: rol van Warre > B-groep: rol van Milan en Nina > C-groep: rol van verteller De tekst is daarenboven geschreven met visuele prosodie. De vormgeving van de letters maakt duidelijk hoe je woorden hardop dient te lezen.
Folio > leesboek p. 49-50
Lesdoelen Hoofddoel van de les Teksten lezen met het juiste dynamische en melodische accent. Andere doelen > Correct en vlot langere zinnen lezen met woordgroepen die kunnen doorlopen over de regels heen. > Belangrijke woorden of woordgroepen in een zin herkennen en klemtonen juist leggen. > Expressiefactoren als stemsterkte en toonhoogte in functie van de inhoud aanwenden. > Uitdrukking geven aan gevoelens of stemmingen van personages in een tekst. > Teksten lezen in het juiste tempo en zonder spellende uitspraak. Leergebiedoverschrijdend en persoonsgebonden doel Plezier beleven en voldoening ervaren.
Voorbereiding Denk er vooraf over na welke A-, B- en C-lezers je samen in een groep zet. Oefen vooraf het lezen volgens de voorgestelde prosodie.
122
L2 - Thema 3 - les 19 - lesgang
HDL Taal_Thema 3.indd 122
23/01/18 15:24
CoĂśperatieve werkvormen in deze les >> theaterlezen
Leergebiedoverschrijdende en persoonsgebonden ontwikkeling In deze les lezen de leerlingen samen, elk met zijn of haar eigen capaciteiten. Beklemtoon dat het samen lezen belangrijk is, en dat de leerlingen met elkaars mogelijkheden en beperkingen moeten omgaan. Elkaar helpen is waardevoller dan kritiek uiten.
Lesgang OriĂŤnteren en plannen 1 Op het lesdoel focussen Laat de leerlingen hun leesboek voor zich nemen. Verduidelijk het lesdoel. We lezen opnieuw een theatertekst: een verhaal dat geschreven is als een toneelstukje. De tekst is verdeel over verschillende rollen. Voor de stukjes staat telkens een naam. Daaraan kun je zien wie de zinnen zegt. En dus ook wie ze moet lezen. Bij een theatertekst moet je je inleven in je rol en expressief lezen.
leesboek p. 49
Demonstreer eventueel met enkele leerlingen de werkwijze van theaterlezen.
Hoofddoel uitvoeren en verwerken 2 Expressief voorlezen beluisteren CoĂśperatief leren: theaterlezen Lees eerst de tekst voor in de gemaakte rolverdeling voor. Gebruik veel expressie en verschillende stemmen bij het lezen (modelling). Laat de leerlingen vervolgens enkele zinnen uit het verhaal lezen. Stimuleer hen om zoveel mogelijk expressie te gebruiken. Laat meerdere leerlingen dezelfde zin lezen met expressie. Zo leren ze van elkaar. 3 Theaterlezen De tekst heeft vier rollen. De rol van Warre kan een A-lezer voor zijn rekening nemen. De rollen van Milan en Nina zijn voor B-lezers. Een C-lezer neemt de rol van verteller op zich. Je hebt dan ook verschillende opties voor het samenstellen van de groepen. Leg uit wat de rollen zijn en verdeel ze. Laat de verschillende groepen vervolgens samen de theatertekst expressief voorlezen. Ga rond en stimuleer de leerlingen tot het gebruik van expressie. Ze mogen de tekst meermaals lezen, oefenen op het expressief lezen en elkaar tips geven. Je kunt de tekst ook nog eens laten lezen in een nieuwe rolverdeling. Houd er wel rekening mee dat de nieuwe rol mogelijk uitdagender is voor de A- en de B-lezers.
TIP! Je kunt bij een tweede of derde leesbeurt enkele leerlingen laten uitbeelden wat er wordt voorgelezen.
L2 - Thema 3 - les 19 - lesgang
HDL Taal_Thema 3.indd 123
123
23/01/18 15:24
Controleren en reflecteren 4 Door middel van een demonstratie controleren Laat een groep voorlezen. Geef hun vooraf de opdracht dat zo expressief mogelijk te doen. 5 Op het verhaal en leesproces reflecteren Evalueer het verhaal: >> Wat vond je van het verhaal? >> Wat vond je leuk? >> Welke rol vond je grappig?
TIP! Laat het verhaal uitbeelden terwijl jij het voorleest.
Evalueer ook het leesproces: >> Wat ging goed? Wat verliep moeilijk? >> Hoe verliep het samen lezen? >> Waarop moet je nog oefenen?
Pre-instructie voor de volgende les Vraag om tegen de volgende les (Vlot en vloeiend lezen: vrij lezen) een boek naar keuze mee te brengen.
124
L2 - Thema 3 - les 19 - lesgang
HDL Taal_Thema 3.indd 124
23/01/18 15:24
Thema 3 - les 20
Vrij lezen Domein: Onderwerp: Lesduur:
vlot en vloeiend lezen vrij lezen in een boek naar keuze 25 minuten
Samenhang
Materialen
In deze les lezen de leerlingen in een boek naar keuze.
Folio > leesboek (alleen A-lezers)
Lesdoelen Hoofddoel van de les Plezier beleven aan lezen.
Diversen > boek naar keuze van de leerling
Andere doelen Bereid zijn spontaan voor hen bestemde boeken en andere informatiebronnen te raadplegen. Leergebiedoverschrijdend en persoonsgebonden doel Plezier beleven en voldoening ervaren.
Voorbereiding Laat een boek van thuis of uit de bibliotheek meebrengen.
Leergebiedoverschrijdende en persoonsgebonden ontwikkeling Begeleid leerlingen die niet graag lezen bij het vinden van een boek. Bied hun verschillende tekstsoorten aan: informatieve boeken, strips, verschillende genres fictieboeken ... Peil naar hun interesses en geef hun extra kansen om te vertellen over wat ze gelezen hebben.
CoĂśperatieve werkvormen in deze les > koorlezen
Lesgang OriĂŤnteren en plannen 1 Op het lesdoel focussen Verduidelijk wat het doel van deze les is: > Iedereen leest in een boek naar keuze. Dat boek mag een verhaal zijn, een informatief boek zijn, een strip, een tijdschrift ...
L2 - Thema 3 - les 20 - lesgang
HDL Taal_Thema 3.indd 125
125
23/01/18 15:24
>> Leerlingen die graag digitaal lezen kunnen kiezen voor een boek uit de Talentbib of uit de BiB-BoXen. Die boeken hebben als voordeel dat ze erg compact zijn en dat je ze binnen de voorziene tijd helemaal kunt uitlezen. >> Sta de leerlingen toe om samen in een informatief boek te lezen. Ze kunnen dan zaken aan elkaar verduidelijken. De leerlingen die daarvoor opteren, geef je best een aparte plaats in de klas, zodat ze de stillezers zo weinig mogelijk storen. >> Maak duidelijke afspraken rond het lezen: waar mogen leerlingen zitten? Wat als hun boek uit is? Geef de leerlingen een algemene opdracht m.b.t. de inhoud die ze lezen en die ze moeten uitvoeren tegen het einde van de leestijd. >> Fictie: Na het lezen beschrijf je hoe de hoofdpersoon eruitziet. Je mag een tekening uit je boek gebruiken, of je maakt zelf een tekening waarmee je de hoofdpersoon kunt voorstellen. >> Non-fictie: Vertel kort waarom je de tekst gekozen hebt. Wat hoopte je te weten te komen? Is dat gelukt? Leerlingen die een boek uitlezen, krijgen een bijzondere opdracht: >> Fictie: Beeld een persoon uit je verhaal uit, bv. door zijn of haar beroep uit te beelden. Laat de anderen raden wie je uitbeeldt. >> Non-fictie: Kies een moeilijk woord uit je boek waarvan je vermoedt dat iemand anders het niet kent. Leg het hem of haar voor en leg het woord uit.
TIP! Zet de algemene opdrachten op kaartjes en laat de leerlingen een opdracht trekken. TIP! Model de algemene opdracht. Lees een stukje voor en vertel wat jou aanspreekt aan de figuur in dat stukje. TIP! Stimuleer om een boek uit te lezen door leuke opdrachten te voorzien die ze alleen dan mogen uitvoeren.
Hoofddoel uitvoeren en verwerken 2 Leestijd Laat de leerlingen van de B-groep en de C-groep naar eigen keuze lezen in een boek. Coรถperatief leren: koorlezen (A) Begeleid ondertussen de A-groep. Grijp terug naar het verhaal van les 2. Lees de tekst nogmaals in koor. Laat daarna ook de A-groep vrij lezen in een boek naar keuze.
leesboek p. 38 TIP! Lees zelf in een boek (modelling), of begeleid een zwakke lezer bij het lezen van zijn of haar boek: duolezen, samen een informatief boek lezen en extra duiding geven ...
Controleren en reflecteren 3 Op het lezen reflecteren Reflecteer op het lezen en het leesproces: >> Wat heb je gelezen? >> Hoeveel heb je gelezen? >> Heb je zin om verder te lezen in het boek? >> Wat ben je te weten gekomen? 4 Aan de hand van de algemene opdracht controleren Verwijs naar de algemene opdracht. Kies uit twee opties: 1 Kies er enkele leerlingen uit die hun algemene opdracht uitvoeren voor de klas. 2 Laat groepen van een drietal leerlingen voor elkaar de algemene opdracht uitvoeren (al dan niet samengesteld uit leerlingen met dezelfde opdracht). Zo komt iedereen aan de beurt.
126
L2 - Thema 3 - les 20 - lesgang
HDL Taal_Thema 3.indd 126
23/01/18 15:24
Thema 3 - les 21
Ingewikkelde woorden Domeinen: Onderwerp: Lesduur:
taaldenken, betekenissen de betekenis van thema- en tekstwoorden en school- en instructietaal uit thema 3 25 minuten
Samenhang
Materialen
In deze les consolideren we de tekstwoorden en de school- en instructietaal uit het thema Onder mijn bed.
Digitaal > bordboek
Lesdoelen
Folio > taalschrift p. 94-96 > kopieerblad 1
Hoofddoel van de les De betekenis van woorden opzoeken en relateren aan de context. Andere doelen Rijmwoorden herkennen en bedenken. Het begrip rijm gebruiken.
Diversen > kladpapier > bronnenbladen
Leergebiedoverschrijdend en persoonsgebonden doel Nieuwsgierig zijn naar en bereidheid tonen om het nieuwe te ontdekken en erover te leren.
Voorbereiding Kopieer kopieerblad 1 voor elke leerling. Leerlingen die vergeten zijn wat een woord ook alweer betekent, kunnen het nog even opzoeken. Indien je geen gebruik maakt van de bordles (digitaal schoolbord), download dan de bronnenbladen uit de downloadbare bundel op het lerarengedeelte van bingel.be. Je hebt ze nodig voor lesfase 3.
Leergebiedoverschrijdende en persoonsgebonden ontwikkeling Doorheen het thema kwamen de tekst-en schooltaalwoorden herhaaldelijk aan bod. Door ze in deze les op verschillende manieren te gebruiken, breiden de leerlingen hun woordenschatkennis uit. Moedig hen ook buiten de taallessen aan om de woorden effectief in de mond te nemen.
L2 - Thema 3 - les 21 - lesgang
HDL Taal_Thema 3.indd 127
127
23/01/18 15:24
Lesgang Oriënteren en plannen 1 Rijmwoorden bedenken Toon de taalweter Wat is een rijmwoord? en bespreek. Laat de leerlingen op een blaadje kladpapier zoveel mogelijk rijmwoorden bedenken bij de woorden die ze zien. Op elk woord rijmt ook een woord uit het thema. kip – sip, bed – pret, lijm – geheim, ruiken – duiken, sterk – vuurwerk
kladpapier taalschrift p. 75 (les 5)
Bespreek de gevonden rijmwoorden. Voeg de rijmwoorden uit het thema toe als de leerlingen ze niet zelf al genoemd hebben.
Hoofddoel uitvoeren en verwerken 2 Het oefenmateriaal verwerken De leerlingen bekijken alle oefeningen vluchtig. >> Wie denkt er al te kunnen beginnen? >> Wie wil er liever nog wat uitleg bij de oefeningen krijgen?
taalschrift p. 94-96 kopieerblad 1
Ze maken oefening 1 tot en met 4 zelfstandig. Wie voldoende tijd heeft maakt ook oefening 5 en 6.
TIP! Laat de leerlingen het spiekblad bij de hand nemen.
3 Een raadsel maken Speel klassikaal het raadselspel. Gebruik daarvoor de aanwijzingen in de bordles. We gaan een themawoord raden. Als je denkt dat je het woord weet, steek je je vinger op. Maar zeg nog niets.
TIP! Verwijs naar de stappenplannen om een raadsel te maken uit les 12 en uit het vorige thema.
Toon de eerste aanwijzing: meestal draag je er een zwembroek bij. Laat de leerlingen even nadenken. Toon dan de volgende aanwijzing en even later de derde. Laat dan een leerling het antwoord geven.
bronnenblad
Behandel de volgende aanwijzingen op dezelfde manier. Laat de leerlingen nu zelf proberen een raadsel met drie aanwijzingen te bedenken. Geef hun een paar minuten de tijd. Laat dan een aantal leerlingen hun raadsel zeggen. De anderen proberen het antwoord te raden. Ook nu geldt, dat wie het goede antwoord denkt te weten, zijn vinger opsteekt en nog niets zegt.
Controleren en reflecteren 4 Het zelfevaluatiekader invullen Laat de leerlingen het zelfevaluatiekader in het taalschrift aanvullen.
128
taalschrift p.96 TIP! Met behulp van Bingel Raket kun je het digitale portfolio automatisch laten invullen op basis van de zelfevaluatie van de leerlingen.
L2 - Thema 3 - les 21 - lesgang
HDL Taal_Thema 3.indd 128
23/01/18 15:24
Viersporenbeleid/redicodis Instructieonafhankelijke leerlingen >> gaan meteen individueel aan de slag. >> maken oefening 1 tot en met 6. Instructiegevoelige leerlingen >> krijgen individueel of in groep uitleg bij oefening 1 tot en met 4. >> maken eventueel oefening 5 en 6. Instructiegevoelige leerlingen >> werken oefening per oefening onder begeleiding van de leraar. >> maken oefening 1 tot en met 4. >> maken oefening 5 mondeling met een partner
Na de les Vul het portfolio in bij elke leerling. Baseer je daarvoor op de observaties tijdens de les, de zelfevaluatie van de leerling en op de antwoorden van de leerling op de vragen in het taalschrift. Met behulp van de Bingel Raket kun je het digitale portfolio automatisch laten invullen op basis van de zelfevaluatie van de leerlingen.
L2 - Thema 3 - les 21 - lesgang
HDL Taal_Thema 3.indd 129
129
23/01/18 15:24
les 21
Ingewikkelde woorden Ik kan woorden uit dit thema verklaren en ze gebruiken.
1
Omcirkel de prenten waarop een woning staat.
2
Vul het juiste woord in. Kies uit: bezorgd – piekert – sluw – triest 1 Tijmen fietst naar school. Mama is bang dat er iets gebeurt. Ze is
.
bezorgd
2 Sannes poes is doodgegaan. Nu is Sanne
.
triest
3 Edward heeft een slim plan. Het is ook een beetje gemeen. Edward is
.
sluw
4 Saïda heeft morgen een toets. Ze moet er de hele tijd aan denken. Ze
94
130
piekert
.
Thema 3 - les 21
L2 - Thema 3 - les 21 - correctiesleutel
HDL Taal_Thema 3.indd 130
23/01/18 15:24
3
4
De woorden zijn in stukken geknipt. Geef wat bij elkaar hoort dezelfde kleur. Schrijf het woord bij de juiste prent. grap
kranten
kop
vuur
werk
woord
rijm
jas
grapjas
krantenkop
rijmwoord
vuurwerk
Zoek het antwoord op deze raadsels. 1 Vissen doen het dag en nacht, mensen kunnen het maar heel even. Rara, wat is het? duiken
2 Je weet het, maar je vertelt het niet verder. Rara, wat is het? een geheim
3 Het is groen en zit op een hek. Rara, wat is het? groene verf
4 Welk kind kan hoger springen dan de kerktoren? Elk kind. Een kerktoren kan niet springen.
Thema 3 - les 21
95
L2 - Thema 3 - les 21 - correctiesleutel
HDL Taal_Thema 3.indd 131
131
23/01/18 15:24
5
Wat vrees jij? Schrijf het op. Vertel waarom jij er bang voor bent. Ik vrees want
6
Lees het artikel. Bedenk een krantenkop. Schrijf hem op.
Boten botsen in haven Gent
In de haven van Gent is een ongeluk gebeurd. Twee boten vaarden de haven in. Maar de kapiteins letten niet goed op. De boten botsten. Een matroos moest het water induiken om zich te redden. Hij zwom naar de kant. Hij had gelukkig alleen een nat pak.
7
Hoe verliep de les voor jou? Ik begreep de woorden uit dit thema en kon ze gebruiken.
96
132
Thema 3 - les 21
L2 - Thema 3 - les 21 - correctiesleutel
HDL Taal_Thema 3.indd 132
23/01/18 15:24
Naam:
 Datum:
 Nr.
De woorden van thema 3 W
het artikel
verhaal in een krant of tijdschrift
bezorgd
je maakt je zorgen om iets of iemand
duiken
onder water zwemmen
het geheim
iets wat niemand mag weten
de grapjas
iemand die graag grapjes maakt
de haven
plaats waar boten vertrekken en aankomen
ingewikkeld
moeilijk; met allemaal doeken errond
de hoofdpersoon
belangrijkste persoon in een verhaal
de krantenkop
titel bij een artikel in de krant
de omslag
piekeren
ergens over blijven nadenken
de piraat
zeerover
de pret
plezier
het raadsel
vraag waarop je het antwoord moet zoeken
het rijmwoord
woord dat rijmt, bv. huis en muis rijmen op elkaar
sip
verdrietig
sluw
op een gemene manier slim
het tehuis
h uis waar een groep mensen woont. In het bejaardentehuis wonen oude mensen.
triest
verdrietig
vrezen
ergens bang voor zijn
het vuurwerk
de woning
huis, de plek waar je woont
L2 - Thema 3 - les 21 - kopieerblad 1
HDL Taal_Thema 3.indd 133
133
23/01/18 15:24
Thema 3 - les 22
Differentiatieblok Onderwerp: Lesduur:
differentiatieblok 100 minuten
Samenhang
Materialen
Leerlingen die bepaalde leerstof uit het thema onvoldoende beheersen, krijgen verlengde instructie en herhalingsoefeningen. Leerlingen die de leerstof voldoende beheersen, krijgen taken zelfstandig werk en/of een coöperatieve taaltaak.
Digitaal >> zorg- en evaluatiemodule Folio >> zorg- en evaluatiemap
Voorbereiding Zet de resultaten van de ingevulde leerlingportfolio’s in de zorg- en evaluatiemodule in het lerarengedeelte van bingel.be. Op basis daarvan stelt de zorg- en evaluatiemodule je een planning voor van het differentiatieblok: >> Je ontvangt een overzicht van de leerlingen die een bepaalde inhoud onvoldoende beheersen, samen met een verlengde instructie en verwerkingsmaterialen, zodat je de groep kunt begeleiden bij de herhaling. >> Je ontvangt voor elke leerling een voorstel van hoe hij of zij het diffentiatieblok invult: met een selectie uit de taken zelfstandig werk of met de taaltaak. Het foliovoorstel van het differentiatieblok wordt aangevuld met een voorstel voor passende bingeloefeningen. Op basis van het aangeleverde voorstel kun je het differentiatieblok plannen. Je kunt het differentiatieblok ook samenstellen uit de zorg- en evaluatiemap. Vul het papieren portfolio per leerling in en kopieer de nodige herhalingsbladen en taken voor zelfstandig werk/taaltaak voor elke leerling.
Inhoud van het differentiatieblok Herhalingsopdrachten Lezen >> Herhaling vlot en vloeiend lezen – 25 minuten >> Herhaling begrijpend lezen van een fictietekst – 25 minuten >> Herhaling begrijpend lezen van een non-fictietekst – 25 minuten Taaldenken >> Herhaling naamwoorden rubriceren – 25 minuten >> Herhaling naamwoorden herkennen– 25 minuten Betekenissen >> Herhaling woordenschat uit het thema – 25 minuten Spelling >> Herhaling woorden met ei en ij – 25 minuten >> Herhaling woorden met ei en ij – 25 minuten >> Herhaling woorden met een doffe klinker aan het einde – 25 minuten
134
L2 - Thema 3 - les 22 - lesgang
HDL Taal_Thema 3.indd 134
23/01/18 15:24
Taken zelfstandig werk/Taaltaak >> Taak zelfstandig werken A – 25 minuten – basisniveau: gedichten verwerken aan de hand van korte vragen >> Taak zelfstandig werken B – 25 minuten – plusniveau: zinnen bedenken met zelfbedachte naamwoorden, rijmwoorden zoeken en raadsels oplossen >> Taak zelfstandig werken C – 50 minuten – integratieoefeningen spelling >> Taaltaak – 50 minuten – monsters in de nacht. Herken de monsters aan de hand van korte tekstjes. Kleur ze juist in en geef ze een plekje in een verhaal.
L2 - Thema 3 - les 22 - lesgang
HDL Taal_Thema 3.indd 135
135
23/01/18 15:24
Thema 3 - les 23
Evaluatieblok Onderwerp: Lesduur:
evaluatie 50 minuten
Samenhang
Materialen
Je kunt vrij plannen welke toetsen je afneemt binnen de beschikbare tijd. >> Toets begrijpend lezen – fictie (25 minuten) >> Toets begrijpend lezen – non-fictie (25 minuten) >> Toets taaldenken/betekenissen (25 minuten) >> Toets spelling - kortetermijngeheugen (25 minuten) >> Controledictee 1 - langetermijngeheugen (50 minuten)
Digitaal evaluatiemodule Folio >> zorg- en evaluatiemodule
De duiding van elke toets vind je in het lerarengedeelte van bingel.be.
Voorbereiding De toetsen bij dit thema vind je in de zorg- en evaluatiemodule op het lerarengedeelte van bingel.be, als pdf en als een aanpasbaar Word-bestand, of je kunt ze kopiĂŤren uit de zorg- en evaluatiemap.
136
L2 - Thema 3 - les 23 - lesgang
HDL Taal_Thema 3.indd 136
23/01/18 15:24
580262 / 1
71124_TALENT 2_HANDLEIDING 2A_ 580262-1.indd 3
vanin.be
22/01/18 14:38