Skip to main content

Taalweb 2 - leerwerkboek (ed. 2026)

Page 1


Speurneuzen ©VANIN

KEUZELES

KEUZELES 2

KEUZELES

LES 1 Banksy ontmaskerd

van een fragment uit een jeugdboek genieten

a Lees de achterflap van het boek. Beantwoord de vragen.

informatie uit een kijkfragment halen

Storm en zijn beste vrienden Jimi, Juul en Lara vormen samen de Blockbusters: een geheime club die altijd op ontdekking is. Storms moeder is restaurator van schilderijen en in ‘de bunker’, haar werkplaats aan huis, onderzoekt zij wereldberoemde meesterwerken.

Storms moeder werkt aan een heel bijzonder kunstwerk: een muurschildering van Banksy. De complete muur is uit een garage in Engeland gesloopt en naar haar toe gebracht, zodat hij daarna voor veel geld verkocht kan worden. De Blockbusters vinden het maar gek. Banksy maakt zijn streetart toch niet voor niks op straat? Hij wil er iets mee zeggen. Weet hij hier wel van? Storm en zijn vrienden besluiten hem te waarschuwen, maar er is één probleem: niemand weet wie de mysterieuze kunstenaar is. Ze bedenken een plan om met Banksy in contact te komen. Daarvoor moeten ze zelf ook een kunstwerk op straat achterlaten. Lukt het hen om hem te ontmaskeren voor ze zelf betrapt worden?

het verschil tussen fictie en non-fictie kennen

1 Wat doet een restaurator van schilderijen?

2 Wie is Banksy? Welke kunstwerken van Banksy ken je?

3 Wat is streetart?

bedenken: verzinnen

Uit: Banksy ontmaskerd, Manon Berns

‘Ik vind echt dat we Banksy moeten vertellen dat zijn muurschildering nu in je moeders atelier staat en volgende week naar een galerie gaat’, vervolgt Lara. ‘Jij, Storm?’

‘Ik weet het niet.’ Storm zucht. ‘Ik wil niet dat mijn moeder er problemen mee krijgt.’

Hij tekent in eenvoudige lijnen een vliegtuig. ‘Maar soms doe je iets omdat het moét’, zegt Lara. ‘Ook als je ouders het er niet mee eens zijn.’

‘Moet je horen wie het zegt’, hoont Jimi. ‘Jij durft echt niks zonder toestemming van papa en mama.’ Storm heeft Lara nog niet vaak zien blozen, maar nu krijgt ze toch echt rode vlekken in haar gezicht. Storm weet precies hoe het voelt en doet net of het hem niet opvalt. 'Tomaat!' roept Jimi vanaf de bank.

‘Oké, je hebt gelijk.’ Lara slaat haar laptop dicht. ‘Ik doe met jullie mee. Met het ontwerp van onze muurschildering en ook met de uitvoering op straat. Maar dan doen jullie met mij mee!’ Ze kijkt Storm aan. ‘We informeren Banksy over de muur in je moeders atelier, omdat het zijn muurschildering is en hij mag weten waar zijn kunstwerk is gebleven. Of niet soms? Je moeder hoeft er niet achter te komen dat we dat hebben gedaan, toch?’

‘Jij bent opeens stoer’, zegt Jimi.

‘Ik vind Banksy gewoon een goeie kunstenaar’, verdedigt Lara haar actie.

‘Hij schildert dingen die belangrijk zijn.’

Storm kriebelt verder in zijn schetsboek.

Als zijn moeder er niet bij betrokken zou zijn, was hij het helemaal met Lara eens.

En nu maar half. Een beetje laf, vindt hij zelf. Behoorlijk laf. En zijn moeder vindt hij ook laf. Tegen vandalisme zijn en dan wel een Banksy restaureren.

‘Goed. Ik doe mee’, zegt hij zonder verder na te denken.

‘Ik ook.’ Jimi komt naast Storm aan het bureau zitten. ‘Wij gaan die mysterieuze Banksy ontmaskeren.’ Lara schudt haar hoofd. ‘We gaan hem een bericht sturen.’

‘Ja, en als hij dan antwoordt, gaan we achter hem aan.’ Jimi trekt de bovenste la van het bureau open en gooit het Blockbusters-schrift voor Lara op tafel. ‘We hebben een nieuwe opdracht!’

Uit: Banksy ontmaskerd, Manon Berns

1 Lees de gemarkeerde zin opnieuw. Wat betekent ‘honen’?

2 Wat wil Lara aan Banksy laten weten?

3 Waarom wil Lara dat doen?

4 Waarom twijfelt Storm of hij wil meedoen?

5 Wat is de nieuwe opdracht van de Blockbusters?

6 Hoe zouden ze dat kunnen aanpakken?

7 Is het fragment echt gebeurd of verzonnen door de auteur?

c Bekijk het fragment.

Beantwoord de vragen.

1 Waarover gaat het fragment?

2 Wat gebeurt er met het schilderij nadat het verkocht is?

3 Wat betekent dat voor het schilderij en de prijs ervan?

4 Wat vindt Banksy daarvan?

5 Is de informatie in het fragment echt gebeurd of verzonnen?

Besluit

Fictie zijn verhalen die verzonnen zijn. De verhalen zijn afkomstig uit de fantasie van de auteur, zoals bij romans, stripverhalen of films.

Non-fictie zijn teksten en beelden die informatie geven en echt gebeurd zijn, zoals nieuwsberichten, krantenartikels of informatieve boeken.

d Lees het fragment.

Beantwoord de vragen.

1 5

De Blockbusters hebben intussen een bericht naar Banksy gestuurd. Banksy heeft niet geantwoord op hun e-mail, maar hij heeft wel in het dorp van de Blockbusters een kunstwerk gemaakt. Zo heeft hij laten weten dat hij het bericht van de Blockbusters gelezen heeft.

Lara slaat het schrift open bij opdracht 635. ‘Ik noem het vraag 1A.’

Vraag 1

Wie is Banksy? En hoe gaan we hem ontmaskeren?

Vraag 1A

We stellen Banksy voor om samen te werken. Wat voor grappige stunt met de muur kunnen we bedenken en in het atelier uitvoeren (zoals de papierversnipperaar in de lijst van Meisje met ballon)?

Lara laat vraag 1A aan de anderen zien. ‘Goed zo?’ ‘Perfect’, zegt Storm. ‘En zet bij vraag 2 maar dat die is opgelost.’

2

We moeten Banksy laten weten waar zijn muurschildering is en dat die verkocht gaat worden. En krijgt hij een deel van het geld? Opgelost!!!!!

‘Ik heb een idee’, roept Jimi. ‘We plaatsen een bom in de muur. En als de muur in de galerie staat, blazen we de hele boel op.’ Hij beweegt zijn handen uit elkaar en gooit zijn armen in de lucht. ‘Beng!!!’

Storm lacht en ziet het helemaal voor zich.

‘Jimi, even serieus’, reageert Lara geïrriteerd. ‘Het moet wel een grappige actie zijn. Een actie in de stijl van Banksy. Met humor. Een bom slaat nergens op.’

‘We kunnen Banksy mailen dat we willen samenwerken’, zegt Juul. ‘Misschien heeft hij een plan. Die man barst van de goede ideeën.’

‘Juul heeft gelijk’, zegt Storm. ‘We hoeven het nu niet te bedenken. Als we Banksy mailen, onderhouden we het contact en reageert hij misschien weer.’

‘En wie weet komen we er zo ook achter wie hij is.’

Jimi is op de rugleuning van de bank gaan zitten. ‘En kunnen we hem ontmaskeren.’

Lara slaat haar laptop open om een bericht te typen.

Beste meneer Banksy,

We weten dat u op onze e-mail gereageerd heeft. We vinden de muurschildering heel goed, omdat u zo iedereen laat weten dat je niet zomaar een muurschildering van u mag verkopen of meenemen. Als u een originele stunt weet (zoals met de papierversnipperaar), dan willen wij u wel helpen om hem uit te voeren. Dan kunt u de dieven te grazen nemen.

Dit weekend zijn we in Londen, maar ervoor of erna kunnen we in het restauratieatelier nog iets met de muur doen.

Ze leest het bericht aan de anderen voor. ‘Wat vinden jullie ervan?’ ‘Duidelijk’, zegt Jimi. ‘Vertaal het maar en verstuur het dan aan Banksy.’

Uit: Banksy ontmaskerd, Manon Berns

1 Wat willen de Blockbusters met de muurschildering doen?

2 Waarom willen ze met Banksy samenwerken?

3 De schrijver van het boek gebruikt dingen die echt waar zijn in het verhaal.

Geef twee voorbeelden.

4 Wat is volgens jou verzonnen?

LES 2 Speurhond in opleiding

het onderwerp van een tekst herkennen

VOOR

Waarover gaan de krantenkoppen?

Heldhaftige hond

Hond in opleiding redt levens de opleiding: de periode waarin je een beroep leert

Beantwoord de vragen.

Speurhond Scooter zoekt mee naar slachtoffers in rampgebied

Reddingshond Scooter is samen met een Nederlands team naar Spanje vertrokken om er hulp te bieden na de overstromingsramp. Baasje Sofie en hond Scooter zullen helpen bij de zoektocht naar vermisten.

Na de verwoestende overstromingen wordt er in de zwaar getroffen regio rond Valencia nog steeds gezocht naar tientallen vermisten. Scooter is een border terriër en dus niet zo groot, waardoor hij tussen het puin kan kruipen op zoek naar slachtoffers.

Sofie en de Vlaamse Reddingshonden doen dit niet voor het eerst. Vorig jaar boden ze bijvoorbeeld ook hulp na de zware aardbeving in Turkije.

Naar: rtv.be

1 Over wie of waarover gaat de tekst?

2 Wat vertelt de schrijver van de tekst over het onderwerp?

Duid het juiste antwoord aan.

○De hond gaat in Spanje helpen na de overstromingen.

○Een Nederlands team gaat helpen in Spanje.

○De organisatie bood ook hulp in Turkije.

3 Wat zal Scooter precies doen?

4 Waarom is Scooter daar goed in?

Besluit

Elke tekst gaat ergens over. Dat is het onderwerp van de tekst. Het onderwerp van de tekst is het korte antwoord op de vraag over wie/waarover gaat de tekst?

Het onder werp staat meestal in de titel.

Wat de schrijver over het onderwerp vertelt, is de hoofdgedachte

Meestal vind je de hoofdgedachte in de inleiding van een tekst.

TIJDENS

c Bekijk het fragment.

Beantwoord de vragen.

1 Wat is het onderwerp van het fragment?

2 Wat is de hoofdgedachte van het fragment?

○Hoe kunnen mensen rampen voorkomen en hoe kunnen ze helpen?

○Hoe kunnen honden helpen bij reddingsacties en hoe worden ze getraind?

○Hoe kan je reddingsacties organiseren op moeilijke plekken?

d Bekijk het fragment een tweede keer.

Beantwoord de vragen.

1 Waarom kunnen honden goed naar slachtoffers speuren?

2 Wat is een belangrijke eigenschap voor een reddingshond? de eigenschap: een typisch kenmerk van iets of iemand

3 Zet de stappen van de hondentraining in de juiste volgorde. Schrijf nummer 1 tot 4 voor de zinnen.

De hondentrainer met het bijtrolletje gaat ergens zitten waar de hond hem niet kan zien.

De hond leert dat hij het bijtrolletje heel graag wil.

De hondentrainer met het bijtrolletje gaat ergens zitten waar de hond hem kan zien.

De hond zoekt een slachtoffer en de hondentrainer beloont hem met het bijtrolletje.

4 Waarom oefenen de trainers om de hond op te tillen en door te geven?

5 Waarom oefenen de trainers met de honden op grote hoogte?

EVALUATIE

1 Vond je het filmpje interessant?

Waarom wel/niet?

2 Kruis aan wat past.

- Hoe ging het luisteren? ○ heel goed ○ goed ○ voldoende ○ niet goed

- Hoe verliep het kijken? ○ heel goed ○ goed ○ voldoende ○ niet goed

- Wist je wat er van je verwacht werd? ○ heel goed ○ goed ○ voldoende ○ niet goed

3 Wat kan je bij een volgende luisteropdracht beter doen?

Kruis aan:

○beter opletten bij het overlopen van de vragen

○aandachtiger luisteren

○mezelf niet laten afleiden

○antwoorden onmiddellijk noteren tijdens het luisteren

○iets anders: de stappen: de onderdelen in een juiste volgorde

LES 3 Schattenjacht

eindleestekens schrijven hoofdletters schrijven

a Lees de stripfragmenten.

Markeer het leesteken aan het einde van elke zin.

Besluit

Op het einde van een zin schrijf je een leesteken.

Na een mededelende zin schrijf je een punt

Na een vragende zin plaats je een vraagteken

Na een uitroepende zin zet je een uitroepteken

b Omcirkel het meest geschikte leesteken.

1 Heb je zin om een schat te zoeken . ? !

2 Ik heb een geheime schatkaart gevonden ? !

3 Die was op zolder verstopt ? !

4 Wat denk je ? !

5 Goed idee, zoek die schat ? !

c Schrijf een punt, een vraagteken of een uitroepteken.

1 Pas op voor de hond

2 Wie zou de dader zijn

3 De politie is de verdachte op het spoor

4 Kan jij deze code even voor mij ontcijferen

5 Elke morgen drinkt de geheim agent thee met citroen

geschikt: bruikbaar, passend

Uit: Jommeke, De kaart van Wawa Wang
Uit: Jommeke, Het zevende zwaardUit: Jommeke, De schat van de zeerover

d Lees de tekst.

Markeer alle woorden met een hoofdletter.

De jonge speurder Enola Holmes is de zus van de beroemde Sherlock Holmes en werd bedacht door schrijfster Nancy Springer. In de films op Netflix onderzoekt ze mysterieuze verdwijningen in Londen. De verhalen spelen zich af in de negentiende eeuw, maar voelen modern aan. Enola spreekt Engels, maar de film is ook in andere talen te zien. Tijdens Halloween kan je je als Enola verkleden, compleet met vergrootglas en hoed. Als je op een regenachtige zaterdag of tijdens een gezellige kerstvakantie televisie wil kijken, zijn deze films een prima ontspanning.

©VANIN

Besluit

Je schrijft een hoofdletter:

1 aan het begin van een zin;

2 bij namen.

(personen, dieren, plaatsen, tijdschriften, films, boeken, series, talen, inwoners, feestdagen …)

Uitzonderingen

Namen van:

- dagen: maandag, dinsdag ...

- maanden: januari, februari ...

- periodes in de geschiedenis: prehistorie, middeleeuwen ...

- samenstellingen met feestdagen: paasvakantie, kerstdag …

e Markeer de woorden die je met een hoofdletter moet schrijven.

1 er zijn veel jeugdboeken over schatten geschreven, onder andere door tom rijpert.

2 in de verenigde staten en canada zijn veel goudzoekers aan het werk.

3 met kerstmis verstopte mijn mama altijd een kleine schat onder de kerstboom.

4 elke maandag keken we samen naar het tv-programma goudzoekers in alaska.

5 tijdens de opgravingen werden verschillende schatten uit de middeleeuwen gevonden.

6 de romeinse schatkaart gaf aan dat we diagonaal over het plein in rome moesten lopen om bij de geheime ingang te komen.

diagonaal: schuin, van links boven naar rechts beneden of omgekeerd

f Lees de zinnen.

- Markeer elk woord dat je met een hoofdletter moet schrijven.

- Herschrijf de woorden die een hoofdletter moeten krijgen.

- Vul de eindleestekens aan.

1 al 19 jaar lang gaat aäron fabrice als strandjutter op zoek naar bijzondere vondsten en verhalen op het strand

2 dat las ik in een artikel van de krant de standaard

3 weet jij wat strandjutten is

4 dat is op het strand op zoek gaan naar aangespoelde voorwerpen

5 ’s nachts wandelt aäron vaak van de panne naar nieuwpoort

6 mensen onderschatten soms hoeveel uren hij moet zoeken om iets te vinden

7 in januari heeft hij ’s nachts vijf uur in de kou gezocht naar twee stukken van boeien

8 zo lang

g Lees de tekst.

- Markeer de woorden die je met een hoofdletter moet schrijven.

- Zet een passend eindleesteken op het einde van elke zin.

de amerikaanse miljonair forrest fenn kreeg ooit kanker hij beloofde zijn rijkdom te delen, als hij genas fenn is nu 84 jaar en doet gekke dingen met zijn geld

hij stopte een koffer vol goud in de grond van de rocky mountains dat zijn bekende amerikaanse bergen maar hoe kan iemand de schat vinden een gedicht vol raadsels zet schattenjagers op weg naar de juiste plek duizenden mensen zijn al op zoek zelfs met elf extra tips vond niemand de schat de schat zelf is 1,6 miljoen euro waard heb je zin om mee op schattenjacht te gaan ik wel

Naar: Wablieft

h Schrijf een zin die bij de situatie past. Gebruik telkens een ander eindleesteken. Let op de hoofdletters.

©VANIN

LES 4 Kraak de code!

raadsels oplossen

een code ontcijferen

vragen bij een luisterfragment beantwoorden

a De politie is de verdachten van vier misdaden op het spoor. Ze werden tegelijkertijd opgepakt, maar de agenten zijn in de war. Wie heeft nu weer wat gedaan?

Lees de tips en vul het bordje van elke verdachte in.

- De oudste persoon heeft een giftige taart gebakken.

- De man met de zonnebril heeft vals geld gedrukt.

- De graffitikunstenaar was op het strand.

- Nienke heeft een gsm gestolen.

- De valsmunter was in de trein.

- De 14-jarige was in het park aan het skaten.

- De persoon in de bibliotheek is 82.

- De kleinste persoon heet Nienke.

- De dief van de gsm is 14 jaar

- Pedro is een sur fer.

- Fien was in de bibliotheek.

- De surfer is 20 jaar.

- Oma Fien heeft de giftige taart gebakken.

- De 20-jarige spoot graffiti op de politieauto.

- Max is kaal.

- In de trein zat een 50-jarige.

b Bekijk het filmpje.

Zet een kruisje bij het juiste antwoord.

1 Wat gebruikten de Grieken en de Romeinen als signaal?

○fakkels

○rooksignalen

○geluid

2 Hoe maakten de indianen rooksignalen?

○ met hout en palmtakken

○ met gras en dekens

○ met stro en de wind

3 Hoe werkt de morsecode?

○ Lange en korte stroomstootjes betekenen elk een letter of een cijfer.

○ Elke kleur heeft een betekenis.

○ Met een apparaat worden letters gevormd.

c Bekijk de code.

Los de vragen op.

1 Hoe schrijf je een letter D in morsecode?

2 Hoe schrijf je een letter W?

3 Wat betekent ?

4 Wat betekent ?

5 Noteer je eigen voornaam in morsecode.

d De boodschappen hieronder zijn volgens een andere code geschreven. Ontcijfer hoe de codes werken.

- Zet hoofdletters en een gepast leesteken.

1 .nezel nerov raan nerethca nav sella ne neiaardmo laameleh tsket nee nak eJ

3 Inde zebo odsc hapz ieje bije lkwo ordv ierl ette rsje moet erze lfde juis tewo orde nuit afle iden. 4

©VANIN

e Ontcijfer de boodschap aan de hand van het rooster. 12345

A abcde

B fghij

C klmno

D prstu

E vwxyz

B2 A5 B3 A5 B4 C3 A1 B2 A5 C4 D4

f Bedenk nog een manier om een geheime boodschap door te geven. Laat je klasgenoot je boodschap ontcijferen.

LES 5 Opsporing verzocht

reageren op een opsporingsbericht

a Bekijk het bericht.

een sms schrijven

HELP!

ONZE POES IS VERMIST.

Naam: Minnie

Kleur: grijs gestreept

Leeftijd: 3 jaar

Kenmerken: rood halsbandje met belletje

Vermist sinds zaterdag 8 september

Heb je Minnie gezien?

gsm 0455 111 654

Bedankt!

Soumaya en Nicolas

Waarom hebben Soumaya en Nicolas dit bericht geschreven?

b Je schrijft zometeen een berichtje (sms, WhatsApp …) als reactie op het opsporingsbericht.

1 Bedenk eerst een antwoord op de volgende vragen.

- Waar zag je Minnie?

- Waaraan denk je Minnie te herkennen?

- Wat is er intussen met Minnie gebeurd? Is ze bij jou thuis, bij de dierenarts …?

- Wat kunnen Soumaya en Nicolas doen om het dier terug te vinden/krijgen?

2 Lees de tips.

3 Schrijf het berichtje.

Tips

1 Gebruik geen afkortingen.

2 Voor een leesteken laat je geen spatie. Na een leesteken laat je wel een spatie.

3 Gebruik hoofdletters waar nodig.

4 Onderteken met je naam. Vul eventueel je adres aan als ze het dier bij jou kunnen ophalen.

c Beoordeel je eigen bericht.

Zet een kruisje in de passende kolom.

EVALUATIE

INHOUD

1 Ik ondertekende met mijn naam.

2 Ik noteerde een antwoord op alle vragen.

TAAL / VORM

1 Ik gebruikte hoofdletters.

2 Ik gebruikte leestekens.

3 Ik gebruikte de juiste spaties.

- Verbeter je eigen bericht.

d Schrijf ook een bericht als reactie op het bericht van een klasgenoot.

1 Bedenk eerst een antwoord op de volgende vragen.

- Wat zal je doen om het dier terug te halen/te vinden?

- Wanneer zal je dat doen?

2 Lees de tips bij oefening b opnieuw.

3 Schrijf het berichtje.

Bedank eerst voor het bericht dat je kreeg.

e Beoordeel je eigen bericht.

Zet een kruisje in de passende kolom.

EVALUATIE

INHOUD

1 Ik ondertekende met mijn naam.

2 Ik noteerde een antwoord op alle vragen.

TAAL / VORM

1 Ik gebruikte hoofdletters.

2 Ik gebruikte leestekens.

3 Ik gebruikte de juiste spaties.

- Verbeter je eigen bericht.

JA NEE

JA NEE

LES 6 Spel- en woordweb

woorden correct schrijven de betekenis van woorden kennen

6.1 SPELWEB

a Luister naar de woorden.

b Schrijf de woorden juist over.

1 sneeuw 4 ontcijferen

2 politie 5 citroen

3 code 6 televisie

c Zoek het juiste woord uit oefening b. De vetgedrukte letter is de eerste letter van het woord.

1o – d – e – c

2e – r – e – n – f – j – c – o – t – n – i

3 t – i – p – o – l – i – e

4l – i – s – i – e – v – e – t – e

5w – e – n – s – u – e

6i – r – t – n – e – o – c

d Vul de zinnen aan met een woord uit oefening b Noteer het woord na de zin.

1 Later wil ik onderzoeker bij de zijn.

2 Welke programma’s op vind jij leuk?

3 Een ander woord voor ontrafelen of oplossen is

4 Ken jij het recept van limonade met ?

5 Wat is de om je locker te openen en te sluiten?

6 Door de vele deze winter gebeurden er enkele lawines in de Alpen.

e Vul een passend woord met ie in.

Kies uit: dief – melodie – olie – portie – reactie – verkiezing

1 Hij schepte een grote van de pasta op zijn bord.

2 Op mijn salade gebruik ik alleen en azijn.

3 Wat was zijn op jouw bericht?

4 Dankzij een waakzame buurman kon de snel gevat worden.

5 Er was een gelijk aantal stemmen in de eerste ronde van de van Prins Carnaval.

6 De van dat lied blijft de hele dag in je hoofd zitten!

f Vul de woorden met ie aan.

Schrijf het woord volledig over.

1 We beginnen de dag met een lekker kopje koff

2 Als de leerkracht afwezig is, moeten we een uurtje naar de stud

3 Na de ontploffing brak er pan k uit.

4 ’s Avonds keken ze naar een bekende ser op tv.

5 We vinden geen andere man r om het probleem op te lossen.

6 In dat grote geb d is momenteel gevaar voor bosbranden.

6.2 WOORDWEB

a Lees de zes woorden en de voorbeeldzinnen.

1bedenkenWelke smoezen bedenken jullie als jullie te laat op school zijn?

2diagonaalIn een woordrooster kan je ook woorden diagonaal vinden.

3de eigenschapIk sta altijd opgewekt op. Mijn klassenleraar vindt dat een goede eigenschap

4geschiktDeze schoenen zijn geschikt om bergwandelingen mee te maken.

5de opleidingBij het Rode Kruis bestaat een opleiding eerste hulp.

6de stappenOm meubels van IKEA in elkaar te zetten, moet je de stappen van het plan volgen.

b Vervang de vetgedrukte woorden door een woord uit oefening a

1De lijnen op het schilderij lopen schuin, van de ene hoek naar de andere.

2Voor die job duurt de periode waarin je het beroep leert echt lang.

3Voordat we aan het project begonnen, moesten we een goed plan verzinnen

4Goed kunnen luisteren is een typisch kenmerk van een vriend of vriendin.

5We moesten meerdere onderdelen in de juiste volgorde nemen om het apparaat aan te zetten.

6Deze kamer is niet bruikbaar als slaapkamer omdat er geen raam in zit.

c Vul de zinnen aan met het juiste woord uit oefening a

1 Ik vind mezelf voor die vakantiejob.

2 Om bouwvakker te worden, moet je een volgen.

3 Voor ons schoolploegje moeten we een originele naam .

4 Ik heb weinig geduld. Dat is een slechte van me.

5 Bij het spel ‘dammen’ moet je elke zet zetten.

6 Deze zes helpen je om sneller in slaap te raken.

d Maak met elk woord van oefening a een nieuwe zin.

Noteer de zinnen op een apart blad.

Gebruik hoofdletters en leestekens.

KEUZELES 1 Op speurtocht in de klas

KEUZELES 2 Vermist in de sneeuw

KEUZELES 3 Child Focus

Oefenen maar!

1 Onderwerp en hoofdgedachte

Les 2 Speurhond in opleiding

Weet je nog?

Elke tekst gaat ergens over. Dat is het onderwerp van de tekst. Het onderwerp van de tekst is het korte antwoord op de vraag over wie/waarover gaat de tekst? Het onderwerp staat meestal in de titel.

Wat de schrijver over het onderwerp vertelt, is de hoofdgedachte Meestal vind je de hoofdgedachte in de inleiding van een tekst.

Lees de teksten.

- Markeer het onderwerp roze.

- Markeer de hoofdgedachte blauw.

Tekst 1

In de Nederlandse provincie Limburg is een enorme Romeinse muntschat gevonden. Het gaat om ongeveer 3 600 munten. Daarmee is het de grootste vondst ooit in de provincie. Waar de munten precies gevonden zijn, wil de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed niet bekendmaken. Het is niet de bedoeling dat allerlei toeristen nu naar nog meer munten op zoek gaan.

Naar: vrtnws

Tekst 2

Kat Fleurtje was twee jaar en drie maanden vermist, maar is nu weer thuis. Haar baasjes Guido en Betty hadden alles geprobeerd om Fleurtje terug te vinden. Uiteindelijk werd de kat dankzij haar chip teruggevonden in Opwijk, ruim 20 km van huis. ‘Toen ze weer thuis was, leek ze alles meteen weer te herkennen’, klinkt het bij de blije baasjes. ‘We hadden niet verwacht haar nog terug te zien.’

Naar: vrtnws

Weet je nog?

Op het einde van een zin schrijf je een leesteken.

Na een mededelende zin schrijf je een punt

Na een vragende zin plaats je een vraagteken

Na een uitroepende zin zet je een uitroepteken

Weet je nog?

Je schrijft een hoofdletter:

1 aan het begin van een zin;

2 bij namen.

(personen, dieren, plaatsen, tijdschriften, films, boeken, series, talen, inwoners, feestdagen …)

Uitzonderingen

Namen van:

- dagen: maandag, dinsdag ...

- maanden: januari, februari ...

- periodes in de geschiedenis: prehistorie, middeleeuwen ...

- samenstellingen met feestdagen: paasvakantie, kerstdag …

Omcirkel het passende leesteken aan het einde van de zin.

1 Marco komt bij de dokter ? !

2 Hij heeft een briefje waarop staat dat hij niet kan praten ? !

3 De dokter vraagt: ‘Kan je je hand even op tafel leggen’ ? !

4 De dokter neemt een hamer en slaat keihard op Marco's hand . ? !

5 Marco schreeuwt van de pijn: ‘Aaaaaaaaaa’ ? !

6 Waarop de dokter zegt: ‘Goed zo, morgen leren we B’ ? !

Naar: Kidsweek

Aan het einde van de zin ontbreekt een leesteken.

Schrijf het passende leesteken in de laatste kolom.

1 Weet jij waarom bloemen zo lekker ruiken

2 Dat is om de bijen aan te trekken

3 Om dezelfde reden hebben bloemen ook een mooie kleur

4 Sommige bloemen, zoals madeliefjes of viooltjes, kan je zelfs eten

5 Probeer maar eens

Markeer de woorden die je met een hoofdletter moet schrijven.

1 de monster truck van ford is 4,7 m hoog, heeft 3 m hoge wielen, weegt 17 000 kg en werd door bob chandler gebouwd.

2 op 23 mei 2010 beklom de argentijnse tweeling damien en willie benegas als eerste tweeling de everest in nepal. de argentijnen stonden meteen ook op de voorpagina van de krant clarin.

3 dankzij de mac-computers en -gsm’s stootte apple de frisdrankenreus coca-cola van de troon als waardevolste merk.

4 de reuzenwaterlelie in meren in het amazonegebied heeft drijvende bladeren met een diameter tot 3 m. het blad kan 45 kg aan gewicht dragen.

5 elke dag herdenkt men onder de menenpoort in ieper de eerste wereldoorlog. ook als het kerstmis of pasen is.

Markeer de woorden die een hoofdletter moeten krijgen.

- Herschrijf de tekst met hoofdletters en leestekens op een apart blad.

1 in spanje zijn tijdens het kerstweekend twee mensen vermist geraakt door overstromingen

2 volgens de spaanse weerdienst aemet viel er extreem veel regen in korte tijd

3 wat gebeurde er met de vermiste personen

4 ze zijn meegesleurd door de rivier besos dicht bij barcelona

5 dat is vreselijk

Schrijf bij elke foto drie zinnen op een apart blad.

Gebruik bij elke zin een ander eindleesteken.

Let op de hoofdletters.

Bijvoorbeeld: 1 2 3

Dat is een schattige hond.

Wat doet dat hondje met zo veel geld?

Kijk naar die rijke hond!

©VANIN

3.1 SPELWEB

Schrijf de woorden tweemaal over.

1citroen

2code

3ontcijferen

4politie

5sneeuw

6televisie

Vul de zinnen aan met een woord uit oefening a

1 De winkelier moet een ingeven voor de deur opengaat.

2 Tijdens de betoging moest de ingrijpen.

3 Een smaakt veel te zuur voor mij.

4 Welke programma’s zijn er deze avond op de ?

5 Tijdens de schattenjacht moeten we geheime boodschappen

6 Door de klimaatopwarming valt er steeds minder in de bergen.

Vul de woorden met ie aan.

Schrijf het woord volledig over.

1 pan k

2 ser

3 vakant

4 port

5 melod

Welk woord met ie heeft dezelfde betekenis?

Schrijf het woord in de rechterkolom.

Kies uit: dief – kiezen – manier – studie – verbieden

1een boef

2uitzoeken

3weigeren

4een opleiding

5een methode

3.2 WOORDWEB

Lees elk woord, de voorbeeldzin en de betekenis.

woordvoorbeeldzin betekenis

bedenkenWelke smoezen bedenken jullie als jullie te laat op school zijn? verzinnen

diagonaalIn een woordrooster kan je ook woorden diagonaal vinden.

schuin, van links boven naar rechts beneden of omgekeerd

de eigenschapIk sta altijd opgewekt op. Mijn klassenleraar vindt dat een goede eigenschap een typisch kenmerk van iets of iemand

geschiktDeze schoenen zijn geschikt om bergwandelingen mee te maken.

bruikbaar, passend

de opleidingBij het Rode Kruis bestaat een opleiding eerste hulp. de periode waarin je een beroep leert de stappenOm meubels van IKEA in elkaar te zetten, moet je de stappen van het plan volgen. de onderdelen in een juiste volgorde

Vul de zinnen aan met een woord uit oefening a

1 Een handige van glas is dat je erdoorheen kan kijken. (een typisch kenmerk van iets of iemand)

2 Hij is voor de functie omdat hij veel ervaring heeft.

(bruikbaar, passend)

3 Hij knipte het papier door, zodat er twee driehoeken ontstonden.

(schuin, van links boven naar rechts beneden of omgekeerd)

Vul de zinnen aan met een woord uit oefening a

1 Volg de in het recept om de taart te bakken.

2 Na de middelbare school wil hij een tot verpleegkundige volgen.

3 Kan jij een originele naam voor ons team ?

Sommige woorden hebben nog een andere betekenis dan in oefening a Vul het juiste woord in de zinnen aan.

1 In plaats van de bus te nemen, kunnen we ook gewoon naar het station

2 Mijn horloge meet exact hoeveel ik elke dag gezet heb.

3 Hij heeft de bloemen mooi in de vaas

Zelftoets

1 Onderwerp en hoofdgedachte

Les 2 Speurhond in opleiding

a Lees de tekst. /2

- Markeer het onderwerp roze.

- Markeer de hoofdgedachte blauw.

In oktober werden in het Louvre in Parijs acht kostbare juwelen gestolen. Vier dieven drongen het museum binnen. De juwelen zijn samen 88 miljoen euro waard. Intussen werd één kroon beschadigd teruggevonden. Van de andere juwelen is nog geen spoor. De politie heeft wel meerdere verdachten opgepakt. Twee mannen hebben toegegeven dat ze bij de diefstal betrokken waren.

Naar: vrt.be

2 Eindleestekens

Les 3 Schattenjacht

a Schrijf een passend leesteken aan het einde van de zin. /5

1 Heb je dat nieuwe spelletje al geprobeerd

2 Morgen zal onze trainer een verrassing meebrengen

3 Waarom kunnen jullie volgende week niet naar zee gaan

4 Kijk niet zo boos

5 Elien en Ahmed zijn neef en nicht

3 Hoofdletters

Les 3 Schattenjacht

a Markeer de woorden die je met een hoofdletter moet schrijven. /7

1 mijn neefje thomas komt elke zaterdag naar ons huis in middelkerke.

2 het nieuwste boek van jeff kinney verschijnt net voor kerstmis en is een prima cadeautje voor onder de kerstboom.

3 de stad milaan in italië is bekend voor dure modemerken, zoals gucci of armani.

4 mijn ouders kijken elke avond naar een serie op streamz.

4 Spelling en woordverklaring

Les 6 Spel- en woordweb /11

a Vul het voorgelezen woord in. /5

1 Om de poort te openen moet je een intikken

2 Een glas water met sap van een is een gezonde start van je dag.

3 Veel auto’s zaten vast op de weg door de

4 Er ontstond toen het brandalarm afging.

5 De leraar moet het handschrift van zijn leerlingen

b Vervang wat vetgedrukt is. /4

Kies uit de woordenlijst.

Let op: er staan meer woorden dan je nodig hebt!

Kies uit: bedenken – diagonaal – eigenschap – geschikt – opleiding – stappen

1Een typisch kenmerk van water is dat het bevriest onder nul graden.

2Je moet een plan verzinnen om je kamer netjes te houden.

3Welke onderdelen in de juiste volgorde staan er in de handleiding?

4Eerst moet je het blad schuin van de ene naar de andere hoek vouwen.

c Vervang de vetgedrukte woorden. /2

Kies uit de woordenlijst.

Let op: er staan meer woorden dan je nodig hebt!

Kies uit: bruikbaar/passend – de onderdelen in een juiste volgorde –de periode waarin je een beroep leert – een typisch kenmerk – schuin – verzinnen

1In zijn vrije tijd volgde hij een opleiding tot redder.

2Deze schoenen zijn niet geschikt om te sporten. /25

KEUZELES 1

KEUZELES

KEUZELES 3

D. in de puree - genietend lezen

De Kampioenen - genietend lezen, kijken en luisteren

LES 1 Met een knipoog

verschillende teksten herkennen

a Lees het verhaal.

Markeer alle soorten teksten die erin voorkomen.

Bijna verslikte Jens zich in een slok hete chocolademelk toen hij de keukenklok in het oog kreeg. Hij was zo verdiept1 in de nieuwe strip van F.C. De Kampioenen dat hij de tijd totaal uit het oog was verloren.

Alweer te laat komen zou de Neus beslist niet plezant vinden. Bij de derde keer zou hij vast een vlammende notitie in zijn

het tekstdoel bepalen

agenda krijgen. Misschien had hij dan wel een strafstudie. Hij haatte het, als ma hem thuis met een strafstudiebrief stond op te wachten.

Haastig propte hij nog een laatste hap van zijn boterham in zijn mond. Toen rolde een sms’je binnen.

Jules! Natuurlijk!

Hij mocht het inschrijvingsformulier voor het zomerkamp zeker niet vergeten!

Jens grijnsde2. Typisch Jules, dacht hij. Als geen ander wist zijn beste vriend wat een ontzettende vergeetkop hij was.

Snel griste3 hij het formulier van het aanrecht en stopte het in zijn rugzak.

Ondertekend was het nog niet, en er zaten zelfs al enkele chocovlekken op.

Op weg naar de voordeur struikelde Jens bijna over de ochtendkrant die samen met enkele reclamebladen op de grond was uitgespreid. Met een paar acrobatentoeren belandde hij net niet op zijn smikkel.

Tijd voor een harde vloek aan het adres van de postbode had hij nauwelijks.

Alsof iemand peper in zijn achterste had geduwd, spurtte hij naar de garage.

Hij sprong op zijn racefiets. Even later zoefde hij zijn straat uit, in de richting van het stadscentrum.

Aan het kruispunt met de Brabantse Steenweg moest hij nog stoppen bij het stopbord. Iemand had daar een affiche voor een fuif bijgeplaatst.

Zou hij nog voor het belsignaal de schoolpoort bereiken?

1 verdiept zijn in = ernstig bezig zijn met

2 grijnzen = spottend lachen

3 grissen = snel wegnemen

Naar: Kristof Desmet enkele: een paar

b Bekijk de teksten.

Benoem ze.

Kies uit: affiche – cartoon – geboortekaartje – gedicht – kattebelletje – krant – logo –mop/raadsel – recensie – reclame – stappenplan – strip

1

©VANIN

De pinguïn en de papegaai

‘Dag papegaai’, zei de pinguïn.

‘Dag papegaai’, zei de papegaai.

‘Nee,’ zei de pinguïn, ‘jij moet dagpinguïn zeggen.’

‘Nee,’ zei de papegaai, ‘jij moet dagpinguïn zeggen.’

‘Nee,’ zei de pinguïn, ‘ík ben een pinguïn.’

‘Nee,’ zei de papegaai, ‘ik ben een pinguïn.’

‘Jíj bent een papegaai’, zei de pinguïn.

‘Jij bent een papegaai’, zei de papegaai.

‘Stomme papegaai’, zei de pinguïn.

‘Stomme pinguïn’, zei de papegaai.

3

Waarom drinkt een dom blondje de melk al in de supermarkt op? - Omdat op het pak melk staat: ’Hier openen!’ 4

MamaIkhebhetlaatstestukje taartgenomen. Hetriepmijnnaam.�� Ikkonhetnietnegeren. Sorry.

8 Op 23 april gaf Kamal Kharmach het beste van zichzelf met zijn voorstelling ‘Economedy’. In deze voorstelling nam Kamal zijn publiek mee door de wereld van economie. Wat deze voorstelling zo uniek maakt, is dat ze voor iedereen heel toegankelijk is. De voorstelling zit vol humor. Met zijn gezichtsuitdrukkingen en zijn charme weet Kamal zowat iedereen geboeid te houden. Hij bewijst met deze show dat humor een heel krachtig middel is om saaie of moeilijke onderwerpen boeiend te maken.

T. N.

Naar: studocu.com

© De Kiekeboes, Standaard Uitgeverij

c Noteer de nummers van de teksten 1 t.e.m. 12 uit oefening b bij het belangrijkste tekstdoel. Deze tekst wil je … over iets informeren ontspannen.ontroeren. van iets overtuigen een mening geven. instructies geven.

Besluit

Elke tekst heeft een bedoeling, het tekstdoel:

- informeren: je leert iets bij;

- ontspannen: je geniet van de tekst;

- ontroeren: de tekst roept gevoelens op;

- over tuigen: iemand wil dat je iets doet;

- een mening geven: iemand geeft zijn/haar mening;

- instructies geven: iemand zegt hoe je iets moet doen.

Eenzelfde tekst kan verschillende bedoelingen hebben.

d Welke soort tekst is het?

Kruis het juiste tekstdoel aan.

1

2 Er komt een man in de bibliotheek. Hij zegt: ‘Hoi, mag ik een grote friet speciaal, alstublieft?’

Zegt de bibliothecaresse: ‘Eh ... meneer, dit is een bibliotheek.’

‘Oh, oh, natuurlijk, sorry!’

(fluisterend) ‘Mag ik een grote friet speciaal, alstublieft?’

Naar: reddit.com

3

Wat is het tekstdoel van een ?

○informeren

○ontspannen

○ontroeren

○over tuigen

○een mening geven

○instructies geven

Wat is het tekstdoel van een ?

○informeren

○ontspannen

○ontroeren

○over tuigen

○een mening geven

○instructies geven

Wat is het tekstdoel van een ?

○informeren

○ontspannen

○ontroeren

○over tuigen

○een mening geven

○instructies geven

e Uit wat voor een tekst komen deze zinnen?

1 Er was eens …

2 Drie keer per dag of na een hoestaanval

3 De vermiste persoon droeg een donkere jeans, een T-shirt en een rode pet.

4 Volg de juiste volgorde. Leg alle onderdelen eerst naast elkaar.

5 Goed gewerkt dit trimester. Doe zo voort!

6 Verwarm je oven op 180° voor.

LES 2 Blikken werpen

het verschil tussen letterlijk en figuurlijk taalgebruik kennen

a Bekijk de afbeeldingen. Lees de onderschriften.

uitdrukkingen en hun betekenis kennen

Deze jongere werpt een blik liever op straat dan in de vuilnisbak.

- Wat valt op?

Weet je nog?

Sommige woorden hebben een letterlijke en/of een figuurlijke betekenis.

Letterlijk betekent ‘zoals het echt is’.

bv. Moeder kookt een heerlijke maaltijd.

Bij figuurlijk taalgebruik krijgen de woorden een andere betekenis.

bv. De leraar kookte van woede toen de leerling zijn straf niet had gemaakt.

‘Koken van woede’ noemen we een uitdrukking

b Schrijf onder elke situatie of ze letterlijk of figuurlijk bedoeld is.

Werpen meisjes vaker een blik op hun smartphone dan jongens? 1 2

Topmodel steelt de show op de rode loper

Uit: Kiekeboe, Grof wild
Uit: Kiekeboe, Vrolijke vrolijke vrienden

d Combineer elke uitdrukking uit oefening c met de juiste uitleg.

aIk heb hem ontslagen.

bIk ben het vergeten.

cIk begin direct over iets te praten.

dIk zal wat sneller moeten gaan.

©VANIN

1234

e Vul het ontbrekende woord in elke uitdrukking in.

De tekeningen helpen je op weg.

1 Iemand een onder de riem steken.

2 Iets uit zijn zuigen.

3 Achter het vissen.

4 Een gat in zijn hebben.

5 In de zitten.

f Gebruik de juiste uitdrukking uit oefening e

aDat gezin kan echt niet sparen. Vanaf het moment dat ze iets verdiend hebben, geven ze het aan allerlei zaken uit.

bNa die slechte toets was ik helemaal depri. Zelfs mijn vrienden konden me niet aan het lachen brengen.

cKenny was voor de zoveelste keer te laat op school. Hij verzon een verhaaltje over de bus die te laat was, maar onze lerares geloofde hem niet.

dDe minister bracht een bezoek aan het daklozencentrum. Hij bemoedigde de mensen en beloofde hen om voor meer opvangplaatsen te zorgen.

eNa school fietste ik vliegensvlug naar huis om tickets voor het concert van Aaron Blommaert te bestellen. Ik had pech: het laatste ticket was al verkocht. abcde allerlei: veel verschillende soorten

g Lees de situaties. Vul de zinnen aan met een spreekwoord. Let op: je kan er twee niet gebruiken.

Kies uit: Dat kan je wel op je buik schrijven! – De appel valt niet ver van de boom. –De kat uit de boom kijken. – Jong geleerd is oud gedaan. – Na regen komt zonneschijn. –Vele handen maken licht werk. – Zet je tanden op elkaar.

1 Ma, ik heb echt geen zin meer om voor het examen te studeren.

2 Pa, krijg ik voor mijn verjaardag een nieuwe smartphone? Please?

Komaan, het is het laatste examen!

Daarna begint de vakantie.

Absoluut niet!

Je hebt vier maanden geleden nog maar een nieuwe smartphone gekregen.

3 Pa, waarom moet ik afdrogen? Kan broer niet helpen?

4 Ma, ik ben pas 14. Je hoeft me nu nog niet te leren koken.

5 Ik heb altijd pech. Vorige week is onze kat weggelopen, gisteren ben ik met mijn fiets gevallen en vandaag heb ik een onvoldoende voor Frans.

Geen discussie. Je broer ruimt de tafel af, ik doe de afwas en jij droogt af.

Toch wel.

Kop op! Morgen gaat het vast beter.

LES 3 De waa rheid over lachen

de inhoud van een tekst voorspellen

Weet je nog?

de lay-out in een tekst herkennen

het onderwerp, de hoofdgedachte en de hoofdpunten van een tekst herkennen

Elke tekst gaat ergens over. Dat is het onderwerp van de tekst. Het onderwerp van de tekst is het korte antwoord op de vraag over wie/waarover gaat de tekst?

Het onderwerp staat meestal in de titel.

Wat de schrijver over het onderwerp vertelt, is de hoofdgedachte

Meestal vind je de hoofdgedachte in de inleiding van een tekst.

a Zijn deze stellingen volgens jou waar of niet waar?

Kruis het juiste antwoord aan.

1Kinderen lachen meer dan volwassenen. waarniet waar

2Lachen is gezond. waarniet waar

3Lachen zet 15 gezichtsspieren in beweging. waarniet waar

4Lachen werkt aanstekelijk waarniet waar

- Leg kor t uit waarom je voor ‘waar’ of ‘niet waar’ koos.

b Bekijk de tekst.

Beantwoord de vragen.

1 Markeer de titel roze.

Hoe herkende je de titel?

2 Markeer de tussentitels oranje.

3 Wat zie je op de afbeelding?

4 Wat is het onderwerp van de tekst?

Hoe weet je dat?

aanstekelijk: wat gemakkelijk op anderen overgaat

De waarheid over lachen

Je kunt jezelf gelukkig en gezond lachen. Lachen is geen trend, maar iets natuurlijks. Hoe vaak lach jij op een dag? Kinderen lachen gemiddeld 300 tot 400 keer per dag. Volwassenen doen dat maar 15 keer.

Lach jezelf gelukkig

Je kunt jezelf gelukkig lachen. Wie zich goed wil voelen, moet veel (glim)lachen. Een goed humeur werkt aanstekelijk. Als je naar iemand lacht, dan krijg je gemakkelijk een glimlach terug. Dat doet niet alleen jezelf deugd, maar ook de ander.

Als je in een goede stemming bent, heb je een positieve invloed op anderen.

Bovendien kan je beter tegen de minder aangename stemming van anderen. Alle vervelende dingen lijken zo maar langs je heen te gaan, als je zelf een goed humeur hebt.

Lach jezelf gezond

Lachen zorgt ervoor dat je je gezonder voelt. Lachen zet 15 gezichtsspieren in actie. Het is gemakkelijker dan je wenkbrauwen fronsen. Daarvoor gebruik je wel 40 spieren.

Lachen versterkt je afweersysteem. Je afweersysteem is je natuurlijke bescherming tegen virussen en bacteriën. Op die manier word je minder snel ziek.

Lachen ontspant de spieren. Het verhoogt het zuurstofgehalte in het bloed en stimuleert je bloedsomloop.

Als je lacht, neemt je stress af

Lachen maakt je gelukkig en gezond. Bovendien is het gratis. Iedereen kan ervan genieten. Doe dat dan ook!

Naar: gezondheidvanbinnenuit.nl

Besluit

Je kan de inhoud van de tekst voorspellen door: 1 de titel, 2 de tussentitels, 3 de afbeeldingen

afnemen: minder worden, dalen

stimuleren: prikkelen, bevorderen, aanmoedigen bovendien: daarbij, ook

De auteur maakt de tekst aantrekkelijk door de lay-out (= de opmaak): 1 verschillende lettertypes, 2 verschillende lettergroottes, 3 witruimte tussen de alinea’s (= tekstdelen).

5 Zet in de vakjes naast de tekst:

- een i bij de inleiding, - een M bij het midden, - een S bij het slot.

Besluit

De inleiding is het eerste deel van een tekst en vertelt waarover de tekst zal gaan. De inleiding is dikwijls vet of cursief gedrukt.

Het midden is meestal in alinea’s onderverdeeld.

Tussen de alinea’s is er witruimte of soms ook een tussentitel.

Het slot is een besluit of korte samenvatting.

Sommige teksten hebben geen slot.

6 Wat is het tekstdoel?

Deze tekst wil je ...

○informeren.

○ontspannen.

○ontroeren.

c Lees de tekst bij oefening b

1 Markeer de hoofdgedachte van de tekst blauw.

○over tuigen.

○een mening geven

○instructies geven.

2 Waar vind je meer uitleg over de hoofdgedachte van de tekst?

3 Hoe vind je deze info snel terug?

Besluit

In de alinea’s vind je de hoofdpunten

Hoofdpunten geven meer uitleg over de hoofdgedachte van de tekst.

De tussentitels kunnen je helpen om de hoofdpunten te vinden.

4 Markeer de hoofdpunten groen.

Lees telkens de tussentitel om elk hoofdpunt te vinden.

d Klopte je voorspelling over de inhoud? Waarom wel/niet?

e Zoek het antwoord op de vragen in de tekst. Schrijf je antwoorden in volzinnen op een apart blad.

1 Hoe dikwijls lachen volwassenen op een dag?

2 Wanneer kan je beter tegen de negatieve stemming van anderen?

3 Noem drie gezondheidsvoordelen van lachen.

LES 4 Gefopt!

de persoonsvorm aanduiden

a Lees deze mop.

Een dame van rond de 75 jaar rijdt met haar splinternieuwe Ferrari op de A54 aan 52 km/u.

Een agent merkt dat op en houdt haar tegen. Hij vraagt de dame haar raampje naar beneden te doen: 'Mevrouw, u rijdt hier op een snelweg. De minimumsnelheid is 70 km/u.'

'Echt?' vraagt de dame. 'Ik zag een bord met A54 en dacht dat ik hier maar 54 km/u mocht rijden.'

Naast de dame zit haar bejaarde man hevig te trillen.

het onderwerp aanduiden

©VANIN

De agent vraagt geamuseerd: 'Wat is er, meneer? Gaat het wat te snel voor u?'

De oude man snauwt: 'Wil je alsjeblieft je mond houden? We komen net van de E314!'

Naar: debestemoppen.nl

- Vind je deze mop geslaagd? Waarom wel/niet?

b Maak ja-neevragen

Begin elke vraag met een hoofdletter en eindig met een vraagteken.

1 Ze ver trekken met hun Ferrari richting stad.

2 Een agent mer kt dat op.

3 Ernaast zit haar man hevig te trillen.

4 Op de autosnelweg moet je minstens 70 km per uur rijden.

Besluit

Een vraag waarop je met ja of nee kan antwoorden, is een ja-neevraag.

Het eerste woord in de ja-neevraag is een werkwoord.

Dat is de persoonsvorm

c Lees het eerste deel van deze mop.

- Maak ja-neevragen.

- Markeer de persoonsvorm groen.

1 Een kater komt een café binnen.

2 Hij bestelt een warme chocolademelk.

3 De andere cafégangers kijken verbaasd.

d Lees het vervolg van de mop.

- Markeer de persoonsvorm groen. Maak eerst de ja-neevraag.

1 De kater betaalt zijn drankje.

2 Eén van de andere klanten vraagt:

3 Sinds wanneer bestellen katten warme chocolademelk?

e Onderstreep in elke zin in oefening d over wie of waarover iets gezegd wordt.

Besluit

Het onderwerp in een zin is het antwoord op de vraag: Wie of wat doet/is iets?

Onderwerp en persoonsvorm staan (bijna) altijd naast elkaar.

f Lees het einde van de mop.

- Markeer in elke zin de persoonsvorm groen.

- Onderstreep het onderwerp in elke zin.

1 Daarop antwoordt de barman:

2 Ik begrijp er ook helemaal niets van!

3 Deze situatie is uiterst bizar!

4 Normaal gezien bestelt die kater altijd een limonade.

g Markeer de persoonsvorm groen.

- Onderstreep het onderwerp in elke zin.

Na de les vraagt de tekenleraar aan Bram: ‘Wat heb je getekend?’

Bram antwoordt: ‘Een koe met gras.’

Dan zegt de tekenleraar: ‘Maar het gras is onzichtbaar!’

Bram: ‘Klopt, de koe heeft het gras opgegeten.’

Tekenleraar: ‘Maar ik zie ook helemaal geen koe’.

Waarop Bram zegt: ‘Wat denk je wel? Een koe blijft in een wei zonder gras toch niet staan!

Naar: 1001moppen.be

h Markeer de persoonsvorm groen.

- Onderstreep het onderwerp in elke zin.

- Is het onderwerp alleen (enkelvoud) of met meer (meervoud)?

Zet een kruisje in de juiste kolom.

onderwerp staat in het ... enkelvoud (alleen) meervoud (met meer)

1Natuurlijk doe ik aan marathons. Op Netflix!

2Meisjes hebben meestal niets om aan te trekken en geen plaats om het allemaal op te hangen.

3Mijn buren luisteren altijd naar geweldige muziek. Of ze nu willen of niet!

4Je krijgt nooit een tweede kans voor een eerste indruk.

5Twijfelen jullie wel eens? Soms, tja, hoewel …

- Begrijp je alle uitspraken?

- Welke uitspraak vind je het meest geslaagd? Waarom?

Besluit

Onderwerp en persoonsvorm komen met elkaar overeen in getal. Is het onderwerp enkelvoud, dan staat de persoonsvorm ook in het enkelvoud. Is het onderwerp meervoud, dan staat de persoonsvorm ook in het meervoud.

i Markeer de persoonsvorm groen.

- Onderstreep het onderwerp in elke zin.

Let op: het onderwerp kan zowel voor als na de persoonsvorm staan.

1 Humor kan verschillende vormen aannemen.

2 Via humor kan je moeilijke situaties anders benaderen.

3 Dan krijgen zware onderwerpen minder gewicht.

4 Dit zal bij jou een glimlach losmaken.

5 Mensen met veel gevoel voor humor lachen regelmatig.

j Markeer de persoonsvorm groen.

- Onderstreep het onderwerp in elke zin.

- Herschrijf elke zin.

Staan het onderwerp en de persoonsvorm in het enkelvoud, dan maak je er meervoud van.

Staan het onderwerp en de persoonsvorm in het meervoud, dan schrijf je die in het enkelvoud.

1 De mop bestaat al enkele eeuwen.

2 Vroeger werden de grappige vertellingen ‘kluchten’ genoemd.

3 Tegenwoordig zijn de moppen meestal kort.

4 Aan het eind van de mop volgt de onverwachte wending.

5 De intonatie speelt een belangrijke rol.

LES 5 Toveren met woord en beeld

het einde van een filmpje voorspellen

a Bekijk de drie fragmenten.

Hoe loopt het volgens jou af?

Duid het juiste antwoord aan.

zender, boodschap, ontvanger, kanaal en doel kennen

een slogan en logo in een reclame herkennen

©VANIN

1 De vrouw hoort haar lievelingsmuziek.

Na een gevaar lijke rit stapt ze uit de auto alsof er niets gebeurd is.

De vrouw hoort haar lievelingsmuziek.

Na een gevaar lijke rit kan ze niet stoppen. Ze rijdt in op de mensen die langs de kant staan.

De vrouw hoort haar lievelingsmuziek.

Na een gevaar lijke rit parkeert ze de wagen perfect in het juiste vak.

2 De krabben vluchten naar zee.

De meeuw komt met zijn snavel in het zand terecht.

De krabben vormen één groep.

Ze steken hun scharen uit. De meeuw verliest al zijn veren.

De krabben kruipen onder het zand.

De meeuw vliegt teleurgesteld weg.

3 Het meisje neemt de Kinder Bueno terug, maar stelt voor om te delen.

Romelu Lukaku gaat er met de Kinder Bueno vandoor.

Na de foto gaat het meisje er met de Kinder Bueno vandoor.

b Bekijk de filmpjes volledig.

Als het nodig is, pas je jouw antwoorden aan.

c Beantwoord de vragen.

1 Wat heb je bekeken?

2 Voor welke producten wordt er reclame gemaakt?

3 Welk reclamefilmpje vind jij het meest geslaagd? Waarom?

Ik vind reclame nuttig / niet nuttig (schrap wat niet past), want

Als ik reclame zie, dan .

Ik moet altijd erg lachen met de reclame voor . Ik erger mij aan de reclame voor , want

©VANIN

In de reclame voor speelt een bekende persoon mee.

e Beantwoord de vragen.

1 Wat is het belangrijkste doel van reclame?

2 Welk ander doel heeft reclame nog?

3 Reclamemakers (zender) hebben ook altijd een doelgroep (ontvanger) voor ogen. bv. Reclame voor auto's is vooral op volwassen mannen gericht. Geef zelf nog een gelijkaardig voorbeeld.

bv.

4 Hoe bereikt reclame ons? (kanaal)

f Bekijk deze advertentie. Beantwoord de vragen.

1 Wie is de zender?

2 Wie is de doelgroep (ontvanger)?

3 Wat is de boodschap van deze reclame?

4 Wat is het kanaal?

5 Omcirkel het logo van het product.

Besluit

Communicatie = de zender geeft een boodschap aan de ontvanger.

De zender geeft de boodschap via een kanaal (= op een bepaalde manier) door: - schrijven; - spreken; - gezichtsuitdrukking; - gebaren.

De zender heeft een doel. (= De zender wil met de boodschap iets bij de ontvanger bereiken.)

g Bekijk ook deze advertentie. Beantwoord de vragen.

1 Wie is de zender?

2 Wie is de doelgroep (ontvanger)?

3 Wat is de boodschap van deze adver tentie?

4 Welke slogan gebruiken de reclamemakers?

5 Omcirkel het logo van dit product.

h Bekijk het filmpje.

1 Wie is de zender?

2 Wie is de doelgroep (ontvanger)?

3 Wat is de boodschap van deze reclame?

4 Wat is het kanaal?

i Bekijk de reclamefilmpjes uit oefening b opnieuw. Beantwoord de vragen.

1 Wie is de zender?

2 Wie is de doelgroep (ontvanger)?

3 Wat is de boodschap van dit reclamefilmpje?

4 Welke slogan gebruiken de reclamemakers?

reclamefilmpje 1reclamefilmpje 2reclamefilmpje 3 zender

doelgroep

boodschap

slogan

LES 6 Spel- en woordweb

woorden correct schrijven de betekenis van woorden kennen

6.1 SPELWEB

a Luister naar de woorden.

b Schrijf de woorden juist over.

1 supermarkt 4 ticket

2 bibliotheek 5 trend

3 show 6 wenkbrauwen

c Vul de ontbrekende woorden in.

Kies uit de woorden in oefening b

Je krijgt de eerste letter.

1 Na de s kregen we de kans om de artiesten te ontmoeten. s

2 De schoonheidsspecialiste epileert voorzichtig mijn w w

3 Je kan in de b ook tijdschriften en kranten lezen. b

4 We hebben een boodschappenlijst gemaakt voordat we naar de s gingen. s

5 Die nieuwe t op sociale media is erg populair bij jongeren. t

6 Zonder t kan je de bioscoop niet binnen. t

d Vul de zinnen aan met het juiste woord met th.

Kies uit: enthousiast – marathon – sympathiek – theorie – thema – thermos – thuis

1 Hoe laat kom jij ’s avonds ?

2 Wie een wil lopen, moet een goede conditie hebben.

3 Wat een meisje!

4 Een houdt je koffie warm.

5 Wat verkies jij: of praktijk?

6 Mo werkt altijd goed mee: hij is heel

7 Ik hou van verjaardagsfeestjes waarbij je in een bepaald verkleed moet zijn.

e Wat stellen de afbeeldingen voor?

Schrijf het juiste woord met th onder elke afbeelding.

6.2 WOORDWEB

a Lees de zes woorden en de voorbeeldzinnen.

1aanstekelijkLatifa’s lach werkt aanstekelijk.

2afnemenZou het aantal mensen dat cash betaalt nog altijd afnemen?

3allerleiDe leerlingen gooien allerlei rommel op de speelplaats.

4bovendienLachen maakt je gelukkig. Bovendien is het gezond.

5enkeleVoor mijn verjaardag heb ik enkele vrienden uitgenodigd.

6stimulerenDe leraar moet zijn leerlingen stimuleren om regelmatig te studeren.

©VANIN

b Combineer elke zin met de juiste uitleg.

1In ons aquarium zitten allerlei vissen. aeen paar

2De weerman voorspelt goed nieuws: morgen zal de regen afnemen baanmoedigen

3Kan je enkele voordelen van stoppen met roken geven? Minder hoesten en minder snel buiten adem zijn. cminder worden

4Naast mij zat Kelly te geeuwen. Het werkte aanstekelijk: na enkele ogenblikken begon ik ook. dveel verschillende soorten

5De dokter moest de patiënt stimuleren om meer te bewegen. edaarbij, ook

6Die film is heel leerrijk. Bovendien is hij erg spannend.fwat gemakkelijk op anderen overgaat

123456

c Vul de zinnen aan met het juiste woord uit oefening a

1 De film was saai en veel te lang

2 De muziek was vrolijk en . We begonnen spontaan mee te zingen.

3 Als je minder oefent, zal je conditie

4 Het is belangrijk om kinderen te om te lezen.

5 Er waren slechts plaatsen vrij in het restaurant.

6 Ik heb kleren geprobeerd, maar niets past goed.

d Maak met elk woord van oefening a een nieuwe zin.

Noteer de zinnen op een apart blad.

Gebruik hoofdletters en leestekens.

KEUZELES 1 Suzy D. in de puree

KEUZELES 2 Op een onbewoond eiland

KEUZELES 3 F.C. De Kampioenen

Oefenen maar!

1 Teksten en tekstdoelen

Weet je nog?

Elke tekst heeft een bedoeling, het tekstdoel:

- informeren: je leert iets bij;

- ontspannen: je geniet van de tekst;

- ontroeren: de tekst roept gevoelens op;

- over tuigen: iemand wil dat je iets doet;

- een mening geven: iemand geeft zijn/haar mening;

- instructies geven: iemand zegt hoe je iets moet doen.

Eenzelfde tekst kan verschillende bedoelingen hebben.

Welke soort tekst is het?

Kruis het juiste tekstdoel aan.

1

2

Les 1 Met een knipoog

©VANIN

Wat is het tekstdoel van een ?

○informeren

○ontspannen

○ontroeren

○over tuigen

○een mening geven

○instructies geven

Uit: nl.hansaplast.be

Wat is het tekstdoel van een ?

○informeren

○ontspannen

○ontroeren

○over tuigen

○een mening geven

○instructies geven

Uit: standaardboekhandel.be

○informeren

○ontspannen

○ontroeren

○over tuigen

○een mening geven

○instructies geven

Uit:

Kies het belangrijkste tekstdoel. Zet een kruisje in de juiste kolom.

Deze tekst wil …

○informeren

○ontspannen

○ontroeren

○over tuigen

○een mening geven

○instructies geven

1strip van F.C. De Kampioenen

2stopbord

3gedicht

4dienstregeling van de trein

5affiche van Tomorrowland

6reactie op een krantenartikel

7gebruiksaanwijzing voor een robotstofzuiger

8bijsluiter van een geneesmiddel

9recept

10overlijdensbericht

Lees de situaties.

- Welke tekst gebruik je hiervoor?

- Vul het belangrijkste tekstdoel aan.

Welke tekst?Welk doel?

1Je houdt van lezen. Je wil in een spannend verhaal duiken.

2Op de website van De Lijn lees je veel negatieve reacties over het afschaffen van enkele bussen.

3Je wil je mama verrassen met zelfgemaakte koekjes.

4Je wil weten of het vandaag gaat regenen.

5Op tv zie je een aankondiging voor een nieuw wasmiddel.

6Je krijgt een kaart waarop de geboorte van je neefje aangekondigd wordt.

7Je wil weten welke Nutri-Score je favoriete ontbijtgranen hebben.

2 Letterlijk en figuurlijk taalgebruik

Weet je nog?

Sommige woorden hebben een letterlijke en/of een figuurlijke betekenis.

- Letterlijk betekent ‘zoals het echt is’.

bv. Moeder kookt een heerlijke maaltijd.

- Bij figuurlijk taalgebruik krijgen de woorden een andere betekenis.

bv. De leraar kookte van woede toen de leerling zijn straf niet gemaakt had.

‘Koken van woede’ noemen we een uitdrukking.

Les 2 Blikken werpen
’s Morgens vroeg zet de winkelierster de bloemetjes buiten.

Dit is letterlijk taalgebruik.

Dit betekent dat de dame de bloemen echt buitenzet.

Pommelien Thijs uit Knokke Off achterna

Wie de populaire serie Knokke Off bekijkt, ziet dat er heel wat gedanst en gefeest wordt. Ook in het echte leven kan je in Knokke-Heist terecht voor een hele dag en nacht plezier.

Dino’s is al meer dan 25 jaar een begrip in Knokke-Heist en ook ver daarbuiten. De klanten voelen zich er allemaal thuis. In Dino’s kan je altijd de bloemetjes buiten zetten. Je kan er dansen en feesten tot in de vroege uurtjes.

©VANIN

Dit is figuurlijk taalgebruik.

Dit betekent dat je eens goed kan gaan feesten.

Schijf onder elke situatie of het letterlijk of figuurlijk bedoeld is.

1 Er zit een kink in de kabel.

2 iets of iemand aan de haak slaan

Ik heb een knap meisje aan de haak geslagen.

Ik denk dat er tussen hen een kink in de kabel zit.

Naar: www.hln.be b

'Ik deel hier de lakens uit!'

Combineer elke uitdrukking met de juiste verklaring.

1Hij valt met de deur in huis.

'Ik heb mijn huiswerk niet gemaakt. Ik ga de leraar op de mouw spelden dat ik gisteren ziek was.'

aHij spreekt haar moed in.

2Zijn geheugen laat hem in de steek.bHij verzint iets.

3Hij zuigt iets uit zijn duim.

4Hij zit in de put.

5Hij steekt een tandje bij.

cHij is verdrietig.

dHij begint direct over iets te vertellen.

eHij werkt wat sneller.

6Hij steekt haar een hart onder de riem.fHij is het vergeten. 1 2 3 4 5 6

Zijn de vetgedrukte zinnen letterlijk of figuurlijk bedoeld?

Duid het juiste antwoord aan.

1Vrijdagnamiddag, 16.45 u. De lessen zitten erop.

Het weekend staat voor de deur.

2 Terwijl hij tv-keek, beet Aram zijn tanden stuk op een harde noot.

Hij mist nu een stukje van zijn voortand.

3 Jessy weet goed wat ze moet zeggen.

Ze is niet op haar mondje gevallen.

4 Onze buren hebben gisteren de lotto gewonnen.

Dat nieuws ging als een lopend vuurtje rond.

Ondertussen weet de hele straat het al.

5 Shadi’s vader is 2 meter lang.

Hij weegt meer dan 100 kilo.

Het is een boom van een vent!

6 De timmerman is bijna klaar met zijn werk.

Hij slaat de laatste nagel op de kop.

Vul telkens de passende uitdrukking in.

Let op: er staan enkele uitdrukkingen te veel.

○letterlijk ○figuurlijk

○letterlijk ○figuurlijk

©VANIN

○letterlijk ○figuurlijk

○letterlijk ○figuurlijk

○letterlijk ○figuurlijk

○letterlijk ○figuurlijk

Kies uit: als twee druppels water – heeft een hart van goud – is een geluk bij een ongeluk –is het derde wiel aan de wagen – is niet pluis – neemt de benen – schrikt zich een hoedje –van zich af te schudden

Een jongeman doet boodschappen in de supermarkt. Op een gegeven moment ontdekt hij dat hij door een oude vrouw gevolgd wordt. De man probeert de dame

door een zijpad te nemen, maar ze blijft hem volgen. Ondertussen kijkt ze hem droevig aan.

Wanneer de man in de rij voor de kassa staat, ziet hij dat de oude vrouw voor hem staat. Haar winkelwagentje zit vol met boodschappen.

Wanneer de vrouw ziet wie er achter haar staat, kijkt ze opnieuw verdrietig.

Dan spreekt ze de man aan.

‘Sorry dat ik zo naar je kijk, maar je lijkt precies op mijn zoon die twee weken geleden om het leven is gekomen’, snottert ze. ‘Je lijkt echt op hem. Ik weet wel dat je mijn zoon niet bent, maar zou je iets voor mij willen doen?

Als ik straks de supermarkt verlaat, wil je dan ‘dag mam’ roepen? Ik denk dat ik me daardoor stukken beter zou voelen.’

Even later lacht de vrouw naar hem en ze

Ze stapt met twee zware boodschappentassen naar de uitgang. ‘Dag mam’, zegt de man luid, terwijl hij naar haar zwaait.

De man denkt nog even na over zijn goede daad. Hij als de kassierster vertelt hoeveel geld ze van hem wil hebben: 121,35 euro.

‘Excuseer, maar dat ’, zegt de man. ‘Dat bedrag kan echt niet kloppen. Kijk maar hoe weinig boodschappen ik bij me heb.’

‘Dat bedrag is niet alleen voor jouw boodschappen’, zegt de kassierster.

‘Je moeder zei net dat je ook voor haar zou betalen.’

Naar: www.broodjeaap.nl

©VANIN

3 Tekststructuur, onderwerp, Les 3 De waarheid over lachen hoofdgedachte en hoofdpunten

Weet je nog?

Elke tekst gaat ergens over. Dat is het onderwerp van de tekst. Het onderwerp van de tekst is het korte antwoord op de vraag over wie/waarover gaat de tekst?

Het onderwerp staat meestal in de titel.

Wat de schrijver over het onderwerp vertelt, is de hoofdgedachte. Meestal vind je de hoofdgedachte in de inleiding van een tekst.

In de alinea’s vind je de hoofdpunten

Hoofdpunten geven meer uitleg over de hoofdgedachte van de tekst. De tussentitels helpen je om de hoofdpunten te vinden.

Bekijk de tekst.

1 Wat is het onderwerp van de tekst?

2 Markeer de titel roze.

- Zet een streep naast de inleiding en zet er i bij.

- Zet een streep naast het midden en zet er M bij.

- Zet een streep naast het slot en zet er S bij.

3 Wat is het tekstdoel?

Deze tekst wil je ...

○informeren.

○ontspannen.

Lees de tekst.

○ontroeren.

○over tuigen.

Een boon voor peulvruchten

Peulvruchten zijn makkelijke smaakmakers die je weekmenu een voedzame en gezonde upgrade geven. Je vindt peulvruchten in allerlei vormen en kleuren. Van kikkererwten en witte bonen tot edamame: er is voor elk wat wils.

Gezond en vol smaak

○een mening geven

○instructies geven.

©VANIN

Peulvruchten zijn super voedzaam. Kikkererwten, linzen, bonen … zitten boordevol goede dingen: eiwitten, vezels, vitaminen en mineralen. Daarom staan ze ook helemaal verdiend bovenaan in de donkergroene zone van onze voedingsdriehoek.

Peulvruchten zijn naast gezond ook gewoon bijzonder lekker. Het zijn echte smaakmakers. Edamamebonen hebben een frisse, nootachtige smaak. Heerlijk in een salade of als snack. Zwarte bonen doen dan weer denken aan stevige champignons, heerlijk in een chili con carne.

Veelzijdig en duurzaam

Eet jij af en toe plantaardig? Dankzij hun hoge eiwitgehalte en lekkere smaak zijn peulvruchten ideaal als vleesvervanger. Bovendien dragen peulvruchten bij aan een verantwoord en duurzaam voedingspatroon. Door wat vaker peulvruchten in plaats van vlees klaar te maken, eet je dus lekker, gezond en milieuvriendelijk.

Heb je zin een snelle wok, een frisse salade of makkelijk comfort food? Peulvruchten zijn veelzijdig en passen overal bij. Er zijn echt eindeloos veel bereidingsmogelijkheden.

Heb je nog een plekje in je voorraadkast? Twijfel dan niet om tijdens je volgende winkelbezoek een zak of blik peulvruchten mee te nemen. Je lichaam, je portemonnee én de planeet zullen je dankbaar zijn.

Naar: gezondleven.be

Markeer de hoofdgedachte van de tekst blauw.

Wat zijn de hoofdpunten?

Kruis het juiste antwoord aan.

1 Peulvruchten zijn voedzaam.

Peulvruchten zijn heel lekker. Peulvruchten zijn gezond en vol smaak.

2 Peulvruchten zijn ideaal als vleesvervanger. Peulvruchten zijn duurzaam en veelzijdig. Peulvruchten passen overal bij.

Weet je nog?

Een vraag waarop je met ja of nee kan antwoorden, is een ja-neevraag

Het eerste woord in de ja-neevraag is een werkwoord.

Dat is de persoonsvorm

Het onderwerp in een zin is het antwoord op de vraag: Wie of wat doet/is iets?

Onderwerp en persoonsvorm staan (bijna) altijd naast elkaar.

Is het onderwerp enkelvoud, dan staat de persoonsvorm ook in het enkelvoud

Is het onderwerp meervoud, dan staat de persoonsvorm ook in het meervoud.

Maak ja-neevragen.

Schrijf een hoofdletter aan het begin van elke zin.

- Markeer het eerste woord in de ja-neevragen groen. Dat is de persoonsvorm

bv. Jij hebt twee keer per jaar zes maanden vakantie nodig. Heb jij twee keer per jaar zes maanden vakantie nodig?

1 De krokodil houdt enorm veel van deze vogel.

2 We noemen hem ook wel de krokodilwachter.

3 Na het eten opent de krokodil zijn enorme bek.

4 De krokodilwachter eet de vieze restjes van tussen zijn tanden.

Naar: schooltv.nl

b

Markeer de persoonsvorm groen.

- Onderstreep in elke zin over wie of waarover iets gezegd wordt. Dat is het onderwerp.

1 De poetsvis en de haai vormen ook zo’n duo.

2 Vaak hebben haaien last van luizen.

3 Poetsvissen vinden die luizen heerlijk.

4 Ze leven op vaste plekken in het koraalrif.

5 Regelmatig gaan haaien daar even langs voor een poetsbeurt.

6 Soms wacht een hele rij haaien op een poetsbeurt.

Naar: schooltv.nl

c

Markeer de persoonsvorm groen.

- Onderstreep het onderwerp.

Deze vraag helpt je: Wie of wat is iets?

1 De anemoon en de anemoonvis zijn ook dikke vrienden.

2 De anemoon is een zeedier dat op een plant lijkt.

3 De anemoonvis is de hoofdrolspeler in de film ‘Finding Nemo’.

4 Voor alle andere dieren is de anemoon giftig.

Naar: schooltv.nl

d

Markeer de persoonsvorm groen.

- Onderstreep het onderwerp.

- Is het onderwerp alleen (enkelvoud) of met meer (meervoud)?

Zet een kruisje in de juiste kolom.

1In een dierenpark in Californië ontstond een bijzondere vriendschap.

2Orang-oetan Hanama werd beste vriendjes met twee leeuwenbroertjes.

3Ze zijn nog maar een maand oud.

4Hanama is hun favoriete babysit.

5Lang zal deze vriendschap niet duren.

6Binnen enkele maanden worden de twee leeuwenbroertjes volwassen.

Naar: ketnet.be/karrewiet

onderwerp staat in het ... enkelvoud (alleen) meervoud (met meer)

©VANIN

Lees de delen van de zinnen in de drie emoticons aandachtig.

- Haal uit elke emoticon een deel. Maak daarmee goede zinnen.

Een grapje

Samen lachen

Grappen

Lachen

Sommige grappen zijn kunnen maakt helpt ontspant

iemand kwetsen. als je verdrietig bent. je.

een vorm van humor. je band sterker.

Bekijk de foto’s.

- Noteer een zin die bij de foto past.

- Markeer de persoonsvorm telkens groen.

- Onderstreep het onderwerp.

5 Zender, boodschap, ontvanger, kanaal, Les 5 Toveren met woord en beeld doel, slogan en foto

Weet je nog?

Communicatie = de zender geeft een boodschap aan de ontvanger

De zender geeft de boodschap via een kanaal (= op een bepaalde manier) door: - schrijven; - spreken; - gezichtsuitdrukking; - gebaren.

De zender heeft een doel. (= De zender wil met de boodschap iets bij de ontvanger bereiken.)

Bekijk deze advertentie. Beantwoord de vragen.

1 Wie is de zender?

2 Wie is de doelgroep (ontvanger)?

3 Wat is de boodschap van deze reclame?

4 Welke slogan gebruiken de reclamemakers?

5 Omcirkel het logo van dit product.

Bekijk het filmpje. Beantwoord de vragen.

1 Wie is de zender?

2 Wie is de doelgroep (ontvanger)?

4 Wat is het doel van deze reclame? a b

3 Wat is de boodschap van deze reclame?

c

Vul de info in elke tabel aan.

Voorbeeld

zender

ontvanger

Zingzaps

kinderen en tieners tussen 7 en 14 jaar die van verrassend snoep houden

boodschap Het leukste, tintelende snoepje voor echte durvers!

kanaal

doel

TikTok overtuigen om dit nieuwe snoepje te proberen

1 zender Lay’s

ontvanger boodschap

kanaal

doel

2 zender

ontvanger mannen/vrouwen die van snelheid houden

boodschap

kanaal

doel

3 zender

ontvanger boodschap

kanaal YouTube

doel

6.1 SPELWEB

Schrijf de woorden tweemaal over.

1supermarkt

2bibliotheek

3show

4ticket

5trend 6wenkbrauwen

Zoek het woord uit oefening a De vetgedrukte letter is de eerste letter van het woord.

1c – t – i – e – k - t t

2m – e – k – t – a – r – s – u - r – p s

3b – w – e – r – e – w – n – k – u – a – n w

Vul de zinnen aan met een woord uit oefening a

1 Volgens de laatste mode zijn felle kleuren niet meer de

2 Ontleen jij soms boeken of strips in de ?

3 Tijdens de mode verloor dat beroemde model haar evenwicht.

Vul de ontbrekende woorden met th in.

Kies uit: apotheek – enthousiast – sympathiek – thema – thermometer

1 Ik vond haar meteen door haar warme glimlach

2 Volgens de was het vanochtend slechts vijf graden, dus ik trok een warme jas aan.

3 Ik ging naar de om mijn medicijnen op te halen.

4 De leerlingen reageerden op de verrassingsuitstap.

5 Voor haar spreekoefening koos ze het dierenrechten.

Wat zie je op de foto?

Noteer een zelfstandig naamwoord dat th bevat.

©VANIN

Vul de ontbrekende letters aan: t of th Schrijf het woord volledig over.

1 Je moet veel trainen voordat je een mara on kan lopen.

2 Mijn vriendin vroeg me of ik even ijd had om met haar huiswerk te helpen.

3 De a leet rent elke ochtend vijf kilometer door het park.

4 De leraar legt eerst de eorie uit en daarna maken we oefeningen.

5 Deze me ode kost meer tijd, maar geeft betere resultaten.

6 Op reis namen we een axi naar de luchthaven.

6.2 WOORDWEB

Lees elk woord, de voorbeeldzin en de betekenis.

woordvoorbeeldzin

betekenis

aanstekelijkLatifa’s lach werkt aanstekelijk wat gemakkelijk op anderen overgaat afnemenZou het aantal mensen dat cash betaalt nog altijd afnemen? minder worden, dalen allerleiDe leerlingen gooien allerlei rommel op de speelplaats veel verschillende soorten bovendienLachen maakt je gelukkig. Bovendien is het gezond. daarbij, ook enkeleVoor mijn verjaardag heb ik enkele vrienden uitgenodigd. een paar stimulerenDe leraar moet zijn leerlingen stimuleren om regelmatig te studeren. aanmoedigen, prikkelen, bevorderen

c d

Vul de zinnen aan met een woord uit oefening a

1 Heb je minuten tijd voor me?

Ik wil kort iets met jou bespreken.

2 Tijdens de paasvakantie liet mijn vader me werkjes uitvoeren: het gras maaien, de auto wassen en het vuilnis buitenzetten.

3 Mijn ouders me om meer voor mezelf op te komen.

Markeer het woord dat in de zin past.

1 ’s Nachts zal de temperatuur stimuleren / afnemen.

2 Youssef is een goede spits en hij is bovendien / enkele een echte teamspeler.

3 Ik kijk ernaar uit om met jou samen te werken. Jouw enthousiasme werkt allerlei / aanstekelijk.

Vul het verhaal aan met de passende woorden uit oefening a

De danswedstrijd

Levi wil meedoen aan een danswedstrijd in het park. Hij heeft aan vrienden gevraagd om hem te helpen oefenen.

‘Mijn dansmoves moeten beter worden’, zegt hij, terwijl hij probeert een radslag te doen … en zijn schoen verliest.

Zijn vriend Sam zegt: ‘Misschien moet je stijlen oefenen: salsa, hiphop of zelfs ballet!’

Elke dag oefent Levi in de tuin. Zijn buren komen kijken, want zijn enthousiasme en zijn lach zijn

. Zelfs de kat van de buurvrouw begint mee te bewegen.

Maar op de dag van de wedstrijd is het warm. Levi voelt zijn energie

Hij drinkt wat water en roept: ‘Ik geef niet op!’

heeft hij een glitterbroek aan die iedereen laat lachen.

Dat moet hem wel om door te dansen.

En wie wint de wedstrijd? Juist, ja: Levi, met een radslag én een losse schoen.

Zelftoets

1 Teksten en tekstdoel

Les 1 Met een knipoog

a Wat is het belangrijkste doel van de tekst? /8 Vul de tabel aan.

soort tekst

1een mop

2een stappenplan om een kast van IKEA in elkaar te steken

3een krantenartikel op de website van Het Laatste Nieuws

4een reclame voor waspoeder

5een recensie over het optreden van Metejoor

6een bidprentje

7een verkiezingsaffiche

8een webpagina over een nieuwe game

2 Letterlijk en figuurlijk taalgebruik

a Zijn de volgende zinnen letterlijk of figuurlijk bedoeld?

Markeer het passende antwoord.

1Mijn vader is een boom van een vent.

2De kapster waste de haren van de klant. Ze zat met haar handen in het haar

3Het kind draagt met zijn emmertje water naar de zee

4Onze leraar kookte van woede toen we niet aan het opletten waren.

5 Elke keer als zij die leuke jongen ziet, krijgt ze vlinders in de buik

3

1 Wat is het onderwerp van de tekst?

belangrijkste tekstdoel

Les 2 Blikken werpen

2 Zet een streep naast de inleiding en zet er i bij.

Zet een streep naast het midden en zet er M bij.

Zet een streep naast het slot en zet er S bij.

Let op: sommige teksten hebben geen slot.

3 Wat is het tekstdoel ...

Deze tekst wil je:

○informeren.

○ontspannen.

b Lees de tekst.

○ontroeren.

○over tuigen.

○een mening geven

○instructies geven.

Hoe creëer je een prachtige herfsttuin?

We tonen je 3 trends voor een prachtige herfsttuin. We hebben goed nieuws: met enkele eenvoudige ingrepen is het nog maandenlang heerlijk vertoeven in je hof.

Een warme tuin vol leven

Een eigentijdse herfsttuin heeft een natuurlijke uitstraling met warme kleuren. Planten bloeien het hele jaar rond.

Smuk je tuin op met herfstbloeiers en winterharde planten. Deze soorten kunnen goed tegen lage temperaturen en behouden zo hun bladeren. Daarnaast beschikt een moderne tuin over planten die bijen, vlinders en andere nuttige insecten aantrekken.

Comfort voor jou en zorg voor de natuur

Maak je tuin herfstklaar: comfort en zorg gaan samen. Om in het najaar comfortabel buiten te kunnen zitten, is een overdekt terras geen overbodige luxe. Met deze investering win je tijdens de koudere en nattere maanden heel wat extra plek en is je tuin geen verloren ruimte. Niet alleen jijzelf maar ook je tuinmeubilair blijft zo beter beschermd tegen de weerselementen. Denk niet alleen aan jezelf, maar ook aan de dieren. Zij krijgen het in het koude seizoen een stuk moeilijker en jouw hulp is dan zeker welkom. Voorzie nestkastjes, maak schuilplaatsen voor egels, plaats een insectenhotel en ruim afgevallen bladeren en takken niet allemaal op. Dieren kunnen ze vaak goed gebruiken om veilig de winter door te komen.

Sfeervol genieten van een nazomeravond Wil je op een mooie nazomeravond van je tuin genieten, dan is verlichting een must De dagen beginnen in de late zomer weer merkbaar te korten. Wie helemaal mee wil zijn met de trends, kiest voor solarverlichting in warme tinten. Zulke lampen laden overdag in de zon op en zorgen ’s avonds voor gratis, sfeervol licht.

Naar: www.hln.be

c Markeer de hoofdgedachte van de tekst blauw. /1

d Markeer de hoofdpunten van de tekst groen. /3

4 Onderwerp en persoonsvorm

Les 4 Gefopt!

a Markeer de persoonsvorm met groen. /6 Onderstreep het onderwerp.

1 Stien Edlund verovert TikTok.

2 Af en toe willen fans op de foto.

3 Dagelijks brengt ze zo’n 5 uur op TikTok door.

4 Haar ouders en haar broer blijven liever op de achtergrond.

5 Stien is optimistisch over haar toekomst.

6 Op acteer vlak heeft de sympathieke twintiger nog ambities.

5 Communicatiemodel, slogan en logo

Les 5 Toveren met woord en beeld

a Bekijk de advertentie. /7 Beantwoord de vragen.

1 Wie is de zender?

2 Wie is de doelgroep (= ontvanger)?

3 Wat is de boodschap van deze advertentie?

4 Wat is het kanaal?

5 Wat is het doel van deze reclame?

6 Welke slogan gebruiken de reclamemakers? Markeer de slogan geel.

7 Omcirkel het logo van het product.

Uit: Carrefour Food Magazine

/14

a Vul het voorgelezen woord in /8

1 Mijn was duur, maar de voorstelling was het waard.

2 Ik wil liever naar een andere omdat de prijzen hier te hoog zijn.

3 De verpleegster nam zijn temperatuur op met een .

4 Mijn zus draagt altijd kleren volgens de nieuwste .

5 Toen zij die vreemde vraag hoorde, fronste ze haar .

6 De klopt niet altijd met wat we in de praktijk zien.

7 De van Camille begon te laat door technische problemen.

8 Ik vond haar meteen toen we elkaar voor het eerst ontmoetten.

b Vervang wat vetgedrukt is. /3

Kies uit de woordenlijst.

Let op: er staan meer woorden dan je nodig hebt.

Kies uit: aanbod – aanstekelijk – afnemen – allerlei – behoorlijk – daarentegen – lokaal

1Zijn passie voor sport gaat gemakkelijk op anderen over en motiveert anderen.

2In de winkel verkopen ze veel verschillende soorten fruit.

3Het is normaal dat de spierkracht met de leeftijd kan dalen

Zijn passie voor sport is en motiveer t anderen.

In de winkel verkopen ze soorten fruit.

Het is normaal dat de spierkracht met de leeftijd kan

c Markeer het woord dat in de zin past. /3

1 Ze spreekt goed Nederlands en uiteenlopend / bovendien leert ze nu Frans.

2 Enkele / eigenlijk mensen gingen eerder weg omdat het begon te regenen.

3 De leraar probeer t samenwerking in de klas te afnemen / stimuleren.

KEUZELES

KEUZELES

LES 1 Ik moet dit doen

van een fragment uit een jeugdboek genieten

je in het hoofdpersonage van een fragment inleven

Jasmin heeft een dwangstoornis. Samen met andere jongeren met een dwangstoornis gaat ze enkele weken op ‘Waag-kamp’. De bedoeling van het kamp is: van hun dwang af geraken.

‘Heb je alles?’ vraagt mama.

Ik kan alleen maar naar de blonde jongen kijken, die met zijn hoofd tegen de zitting voor hem bonkt. Hij blijft het doen, alsof iemand anders hem op afstand bestuurt. Waarom doet niemand er iets aan? Maar Danny, die bij De Waag werkt, lijkt allang blij te zijn dat hij hem in de bus heeft gekregen. ‘Jasmin?’ dringt mama aan.

‘Ja, ik heb alles.’

De nieuwe slaapzak over mijn schouder ruikt naar ons wasmiddel. Mama heeft hem voor me gekocht zodra duidelijk werd dat ik mee zou gaan met De Waag-weken.

Er stond geen slaapzak bij het materiaal op de paklijst, maar mama snapte meteen dat ik er wel eentje nodig had.

‘Goed. Dag dan maar, lieverd.’ Mama’s stem breekt bijna, maar ze heeft goede secondelijm gevonden. Haar glimlach is bijna niet van een echte te onderscheiden.

‘Dag, mam.’

Ze steekt haar hand op, ik doe hetzelfde. Ze probeert al maanden niet meer om me vast te houden.

Ik haal diep adem en loop naar de bus. Bij de deur wacht Inge me op. Bij de intake vond ik haar al vriendelijk en nu overvalt me hetzelfde vertrouwde gevoel, alsof ik haar al langer ken. Zij is een van de redenen dat ik in De Waag-weken geloof.

Als zij praat, heb ik het gevoel dat alles mogelijk is. Dat ik écht beter kan worden. ‘Ben je er klaar voor, Jasmin?’

Ik klem mijn rechterhand dichter tegen me aan. ‘Ja.’ ‘Zoek maar een plekje.’

De ingang van de bus voelt als een gapend zwart gat, waar ik voorgoed in zal verdwijnen. Ik wil omkijken, maar ik bedenk me op tijd. Want als ik nu omkijk, dan zie ik mama en wil ik mee naar huis. Dan mogen ze mij straks net zoals die jongen met veel geweld de bus in duwen.

Ik haal diep adem en stap op de onderste trede.

Wat als dit één grote vergissing is?

Voor de zekerheid klem ik mijn rechterhand nog dichter tegen me aan. Zonder de stang aan te raken neem ik alle vier de treden naar binnen.

In de bus slaat de bedompte lucht meteen in mijn gezicht. Het is net of er een dikke, kriebelige deken om me heen wordt geslagen.

Ik kijk naar het drukke patroon op de stoelen.

Dit is niet goed.

Dit is helemaal niet goed.

Ik draai me om, maar achter me is een van de andere meisjes ingestapt.

‘Ben je iets vergeten?’ vraagt ze.

‘Nee’, zeg ik snel. ‘Nee, hoor.’

Ik moet door, ik moet de beste plek zoeken.

Maar wat moet ik doen als er geen goede plekken zijn?

Ik voel mijn oksels prikken terwijl ik verder het lage gangpad inga. Voor in de bus zit de blonde jongen, met zijn gezicht van me weggedraaid.

Ik check de stoelen. Sommige zijn kapot, er puilt vulling uit de zitting zoals pus uit een puist.

Dit is nog erger dan ik had gevreesd, maar toch loop ik door. De achterste bank bestaat uit drie stoelen naast elkaar. De middelste is schoon, tenminste, schoner dan de andere.

Die moet ik nemen voordat een van de andere meiden het kan doen.

Ik trek de rol vuilniszakken uit mijn rugzak en scheur er eentje vanaf. Ik leg hem op de zitting. De tweede vuilniszak leg ik op de stoel naast me, voor mijn rugzak.

Als we daar zijn was ik hem wel.

Maar waar is daar?

Misschien gaan we wel kamperen ...

Nee, niet aan denken. Het kan geen kamperen zijn, dan had er wél een slaapzak op de paklijst gestaan.

Bij de intake probeerde ik Inge uit te horen over de locatie, maar ze liet niets los.

‘Laat het maar gewoon over je heen komen’, was haar antwoord.

Uit: Maren Stoffels, Ik moet dit doen

b Beantwoord de vragen.

1 Welke dwangstoornis heeft Jasmin, denk je?

2 Waarom denk je dat?

c Lees het eerste deel van de tekst opnieuw.

Beantwoord de vragen.

1 Er stond geen slaapzak op de paklijst. Toch wist Jasmins mama dat ze er een nodig had.

Hoe komt dat, denk je?

2 Jasmin merkt de geur van hun wasmiddel in de slaapzak op. Zijn er bepaalde geuren die jou aan iets speciaals doen denken?

3 Als Jasmin en haar mama afscheid nemen, breekt mama’s stem bijna, maar ‘ze heeft goede secondelijm gevonden’. Wat wordt hiermee bedoeld?

4 De mama steekt bij het afscheid haar hand op. ‘Ze probeert al maanden niet meer om me vast te houden’.

Waarom doet ze dat?

5 Waarom is begeleidster Inge een van de redenen waarom Jasmin in De Waag-weken gelooft?

d Lees het tweede deel van de tekst opnieuw.

Beantwoord de vragen.

1 Waarom klemt Jasmin haar rechterhand nog dichter tegen zich aan als ze de bus instapt?

2 Waarom is het drukke patroon op de stoelen in de bus niet goed?

3 Wat doet Jasmin om te voorkomen dat ze zelf en haar rugzak de stoelen in de bus aanraken?

4 Bij de intake voor het kamp probeerde Jasmin te weten te komen naar waar ze zouden gaan. Begeleidster Inge antwoordde: ‘Laat het maar gewoon over je heen komen!’

Waarom gaf ze dit antwoord denk je?

5 Waar zullen ze terechtkomen, denk je?

e Beluister het vervolg. Beantwoord de vragen.

1 Jasmin zegt dat ze prima zit. Waarom antwoordt begeleidster Inge: ‘Dat zie ik’?

2 Waarom wil Jasmin niet naast Tamara zitten?

3 Waar zal het kamp doorgaan?

4 Wat zal Jasmin daarvan vinden, denk je?

5 Hoe komt het dat Rosa de locatie van het kamp wel wist?

6 Maakte jij al eens iets heel erg vies mee op kamp of elders?

7 Wat is het verschil tussen iets vies vinden en een dwangstoornis voor viezigheid?

LES 2 Schone kleren met modderspetters

spellingregels over verenkelen en verdubbelen toepassen

Lees de woorden.

modder rommel

schrobben vettig schone kleren drogen proper

- Kruis het juiste antwoord aan.

Als je de woorden in de afvalemmer leest:

○ hoor je één klankgroep

○ hoor je meer klankgroepen

○ hoor je een korte klank.

○ hoor je een lange klank.

○ hoor je erna 1 medeklinker

○ hoor je erna meer medeklinkers.

○ Je schrijft de klinker enkel.

○ Je schrijft de klinker dubbel.

○ Je schrijft de medeklinker enkel.

○ Je schrijft de medeklinker dubbel.

Als je de woorden op de schone kleren leest:

○ hoor je één klankgroep

○ hoor je meer klankgroepen

○ hoor je een korte klank.

○ hoor je een lange klank.

○ hoor je erna 1 medeklinker

○ hoor je erna meer medeklinkers.

○ Je schrijft de klinker enkel.

○ Je schrijft de klinker dubbel.

○ Je schrijft de medeklinker enkel.

○ Je schrijft de medeklinker dubbel.

Besluit

Ik luister naar het einde van de klankgroep:

Ik hoor een korte klank en 1 medeklinker erna.

Ik hoor een lange klank en 1 medeklinker erna.

Ik hoor iets anders.

Ik schrijf de medeklinker dubbel

Zatte vette kippen stoppen bussen.

Ik schrijf de klinker enkel. Apen zweven over muren.

©VANIN

Ik schrijf wat ik hoor. bv. honden, kaarten, leuker

b Sorteer de woorden die je leraar dicteert.

Schrijf de woorden op de juiste plaats bij oefening a

- De woorden met een korte klank schrijf je in de afvalemmer.

- De woorden met een lange klank schrijf je op het T-shirt.

c Luister naar de schoonmaaktips.

Schrijf het woord volledig over.

1 Behandel vlekken op kl ren zo snel mogelijk. 1

2 Hoe langer ze indr gen, hoe moeilijker ze te verwijderen zijn. 2

3 Ple en moet je nauwkeurig de en. 3 3

4 Dat doe je het best met keu enpapier. 4

5 Je mag nooit wrij en. Anders dringt het vuil dieper in de 5 stof en wordt de vlek gr ter. 5

6 Resten van een vlek kan je ook wegschr pen met 6 een l pel. 6

7 D rna moet je de kleding wa en. 7 7

8 Vloeib re wasmi elen zijn het best. 8 8 sorteren: soort per soort leggen, ordenen, rangschikken

1 Kauwgom moet je onmi ellijk met ijsblo en inwrijven. 1

2 Bevr ren kauwgom komt ma elijk los. 2 2

3 Kledingstu en en schoe en mogen in een plastic zak 3 in de diepvries. 3

4 Ook t fellakens en vloerkl djes kan je een nachtje 4 invriezen. 4

5 De l tste resten kan je gewoon loskra en. 5

6 Misschien ben jij een pechv gel met kauwgom in 6 je h ren? 6

7 Wrijf je lo en met pindakaas in. 7

8 Na een tijdje kan je de kauwgom met pindakaas uitka en. 8

9 Kauwgom in je haar wordt misschien nog een gra ige 9 ervaring in plaats van een vr selijke belevenis. 9

1 Een restje c la is niet le er.

2 Maar je kan het z ker nog gebrui en.

3 Giet het in de wc-pot. Daar mag het een rtje intre en. 3

4 De z ren in de drank lo en de vlekken in de wc op.

5 Nog even schrobben met de wc-b rstel en je hebt 5 een ne e wc!

d Maak met de woorddelen in de puzzelstukken zo veel mogelijk woorden.

Zorg dat je alle delen minstens één keer gebruikt.

Werk op een apart blad. de ervaring: belevenis, iets wat je deed of meemaakte

LES 3 Een huis vol gruwelijke griezels

van een leestekst genieten

a Bekijk de afbeelding.

informatie uit een beeldfragment halen

- Waarom staan die tekstballonnen rond haar bed?

b Jij meent misschien dat je alleen thuis bent … Niets is minder waar.

Er zijn nog miljoenen anderen in huis!

Lees de brieven van twee medebewoners.

menen: denken, geloven, veronderstellen

1cheyletus = roofmijt, een insect dat stofmijten eet

©VANIN

Uit: Nick Arnold, Waanzinnig om te weten - Megamooie minimonsters

c Beantwoord de vragen.

1 Hoe heet de briefschrijfster?

2 Naar wie schrijft ze haar brieven?

3 Waar woont de briefschrijfster?

4 Met hoeveel leven ze daar?

5 Waar woont de vriendin aan wie ze schrijft?

6 Zijn de briefschrijfster en haar vriendin mensen?

○ Ja.

○ Nee, het zijn

7 Wat eet de briefschrijfster?

8 Voor wie slaat de briefschrijfster op de vlucht?

9 Hoe vertrekt ze uit haar land?

10 Waar zal ze wellicht naartoe gaan?

11 Op welke afbeelding staat een huisstofmijt?

Zet een kruisje in het bolletje bij de passende afbeelding.

12 Is deze tekst fictie of non-fictie?

wellicht: waarschijnlijk

d Bekijk het fragment en beantwoord de vragen.

- Wat verbergt het knuffelbeest?

- Waarom steken de ouders van dit jongetje het knuffelbeest in een vacuüm zak?

- Wat zou jij met het knuffelkonijn doen?

e Wat is het kijkdoel? Het filmpje wil je …

○ informeren.

○ontroeren.

○over tuigen.

○een mening geven.

○ ontspannen.

○instructies geven.

f Bekijk het fragment opnieuw. Vul de ontbrekende informatie onder de afbeelding aan.

Welke allergische reactie op huisstof zie je hier?

LES 4 Mijtenpoep en ander onzichtbaars

de structuur van een tekst herkennen

Weet je nog?

Elke tekst gaat ergens over.

informatie uit een tekst halen de betekenis van woorden achterhalen

Dat is het onderwerp van de tekst.

Het onderwerp staat meestal in de titel.

Wat de schrijver over het onderwerp vertelt, is de hoofdgedachte.

Meestal vind je de hoofdgedachte in de inleiding van een tekst.

In de alinea’s vind je de hoofdpunten

Hoofdpunten geven meer uitleg over de hoofdgedachte van de tekst. De tussentitels helpen je om de hoofdpunten te vinden.

a Bekijk de tekst bij oefening b

1 Wat is het onderwerp?

2 Welke tekst is dit?

3 Wat is de bron van de tekst?

4 Wat is de bedoeling van deze tekst? De tekst wil je …

○ informeren.

○ontspannen.

○ontroeren.

○over tuigen.

○een mening geven

○instructies geven.

Verkoudheid

of allergie?

Heb je in de herfst of winter een verstopte of lopende neus, niesbuien en waterige ogen?

Dan denk je meteen aan een verkoudheid en niet aan een allergie.

Huisstofmijt kan allergie veroorzaken

Een allergie is een overgevoeligheid voor iets. De huisstofmijt – een onzichtbaar klein, spinachtig beestje – is vaak de boosdoener.

De herfst en de winter zijn de ideale periodes voor huisstofmijt. We maken het voor de diertjes heel aangenaam.

We verluchten weinig en zetten de verwarming aan. In een matras kruipen naar schatting twee tot drie miljoen van die monstertjes. Huisstofmijten bijten niet. Hun piepkleine drolletjes dwarrelen door de lucht.

We ademen die in. Ben je daar allergisch voor? Dan ga je niezen en snotteren. Veel poetsen met water en verluchten helpt. Je doet het best alles waar stof in zit zo veel mogelijk het huis uit. Of ga hoog in de bergen wonen. Daar is het te koud en te droog voor ze.

Verkoudheid of allergie?

Er zijn duidelijke verschillen tussen een verkoudheid en een allergie.

Vaak zijn allergische niesbuien repetitief, zonder pauze, meermaals na elkaar.

Tot wel twaalf keer! Bij een verkoudheid zijn de niesbuien meestal verspreid.

Snot is bij een allergie meestal helder. Bij een infectie van de luchtwegen is er een kleurenmengeling van snot. Het is een kleurenpalet van geel tot groen of bruin.

Een allergie kan je ook vaak aan een vast patroon herkennen. Volgens een vast model komen bepaalde symptomen voor. De ziekteverschijnselen kunnen op bepaalde tijdstippen of bij sommige activiteiten heviger zijn. Bijvoorbeeld wanneer je jogt door een bos of wanneer je gaat slapen.

Bij een allergie zijn de symptomen dus onderbroken. Een verkoudheid daarentegen zorgt voor ononderbroken ziekteverschijnselen. Na twee of drie dagen worden die verschijnselen meestal heviger.

Denk dus niet meteen dat je verkouden bent als je snottert of niest. Als het snotteren niet stopt, ben je waarschijnlijk allergisch voor huisstofmijt. Probeer die vervelende verschijnselen zo veel mogelijk te voorkomen door stof in huis te vermijden.

Naar: www.hln.be en Ditte Merle, Lekker nu nog viezer vies

c Wat is de hoofdgedachte?

d Wat zijn de hoofdpunten?

-

e In de tekst zijn een aantal woorden grijs gemarkeerd.

- Markeer de betekenis van het woord allergie met blauw in de tekst.

- Wat is een allergie?

- Markeer de betekenis van het woord huisstofmijt met blauw in de tekst.

- Wat is huisstofmijt?

- Waar vond je de verklaring van de woorden?

Besluit

De betekenis van een woord staat soms letterlijk in de tekst.

f In de tekst staan nog drie andere grijs gemarkeerde woorden.

- Markeer de betekenis.

- Vul de zinnen met de juiste verklaring aan.

1 Een infectie zorgt voor een kleurenpalet aan snot.

Een infectie zorgt voor een aan snot

2 Een allergie kan je aan een vast patroon herkennen.

Een allergie kan je herkennen aan een vast .

3 De symptomen kunnen soms heviger zijn.

De kunnen soms heviger zijn.

Besluit

De betekenis van een woord vind je soms in de tekst errond.

Dat is in de context. de verklaring: uitleg

g In de tekst staan nog twee oranje woorden.

- Welk wer kwoord herken je in repetitief ?

- In welke andere taal ken je een woord dat daarop lijkt?

©VANIN

- Wat betekent dat?

- In welke andere taal ken je een woord dat op infectie lijkt?

- Wat betekent dat?

Besluit

Moeilijke woorden kan je soms vanuit een andere taal verklaren.

h Bekijk de tekst bij oefening i

Wat is het onderwerp?

i Lees de tekst.

Zo snel gaan bacteriën van het toilet naar je mond

Slechte hygiëne na een wc-bezoek is een gevaar voor je gezondheid. Gebrek aan netheid zorgt voor de verspreiding van miljoenen bacteriën. Bacteriën zijn onzichtbare beestjes, die ziekten kunnen veroorzaken. Ze kunnen overal terechtkomen. Zelfs op je mond! Slechts een kwart van de Belgen wast zijn handen na een toiletbezoek. Zo kunnen bacteriën makkelijk de weg van de wc naar je mond vinden.

Gsm’en

op

Spoel niet met open deksel!

Als je de wc met het deksel open doorspoelt, verspreiden de bacteriën zich overal: op de bril, het toiletpapier en zelfs op je handen.

Na een toiletbezoek zitten er ongeveer 80 miljoen bacteriën per vierkante centimeter op elke hand.

Met je handen besmet je heel wat andere zaken: een kraan, de deurklink, je gsm, je toetsenbord, het eten, je mond …

de plee, bacteriën gaan mee

Wist je dat 75 procent van de mensen hun gsm op het toilet gebruikt?

Normaal ga je zes tot acht keer per dag naar het toilet.

Geen wonder dat een op de zes gsm’s sporen van uitwerpselen bevat. In die resten van uitwerpselen zitten een hoop bacteriën, waarvan je ziek kan worden.

Was je handen!

Na elk toiletbezoek moet je je handen efficiënt wassen en drogen om verspreiding van bacteriën te voorkomen. Doeltreffend wassen en drogen gebeurt in vijf stappen:

1 Maak je handen nat onder de kraan.

2 Doe er zeep op.

3 Wrijf overal goed, gedurende minstens 20 seconden. (Vergeet geen enkel deel van je hand: de bovenkant, de onderkant, tussen je vingers, je duimen en je polsen.)

4 Spoel grondig onder de kraan.

5 Droog je handen met een pr opere handdoek of een papieren doekje.

Een goede handhygiëne is dus ontzettend belangrijk om de verspreiding van bacteriën te voorkomen.

Naar: www.goedgevoel.be en www.klasse.be

j Wat is de hoofdgedachte?

©VANIN

k Wat zijn de hoofdpunten?-

l Doe zoals in oefening f Wat betekenen de grijs gemarkeerde woorden?

Je vindt de betekenis in de tekst.

- Markeer de betekenis.

- Vul de zin aan met de juiste betekenis. Let op hoofdletters.

1 Vind jij hygiëne belangrijk? Vind jij belangrijk?

2 Bacteriën vind je overal. vind je overal.

3 Zit jij lang op de plee? Zit jij lang op het ?

4 Sporen van noten kunnen ernstige allergische reacties uitlokken. van noten kunnen ernstige allergische reacties uitlokken.

5 Heb jij een efficiënte poetsplanning? Heb jij een poetsplanning?

LES 5 Te mooi?

informatie op het internet kritisch beoordelen

informatie uit een tekst halen

a Bekijk de teksten en beantwoord de vragen.

informatie uit een kijk- en luisterfragment halen

Bron: Facebook

- Waar vind je zulke teksten?

- Vind je ze interessant? Waarom wel/niet?

Licht je antwoord toe

- Las jij al zoiets op sociale media? Wat precies?

- Wat deed je dan? Waarom?

b Bekijk de tekst bij oefening c.

- Wat is het onderwerp van de tekst?

- Wat is de bedoeling van de tekst? De tekst wil je

c Lees de tekst op deze en de volgende bladzijde .

toelichten: verduidelijken, uitleggen, verklaren

Valse advertenties via nepprofielen op sociale media nemen sterk toe. Ze imiteren bekende merken, gebruiken bekende gezichten of verzinnen ‘geheime tips’ van ex-werknemers. Het doel? Je geld of je gegevens stelen.

Oplichters gaan doordacht te werk

Een dure rugzak of een step voor € 2? Merksneakers met 90 % korting? Wees op je hoede! Als een aanbieding te mooi lijkt om waar te zijn, is het waarschijnlijk oplichterij.

Onder de advertenties staan reacties: ‘Binnen 2 dagen ontvangen, super kwaliteit!’, ‘Te gekke deal, bedankt!’ Laat je niet misleiden. De getuigenissen zijn ook vals.

Oplichters spelen in op urgentie, exclusiviteit en emotie: ‘beperkte voorraad’, ‘geheime uitverkoop’, ‘faillissementsuitverkoop’, ‘ontslag’, ‘je bent de winnaar van de dag’ ... Alles is bedacht om je snel en zonder nadenken te doen klikken.

Zo leiden ze je naar websites die er echt uitzien. Ze laten je iets bestellen dat niet bestaat of vragen bank- en inloggegevens om zogezegd gewonnen geld te storten. Voor je het weet ben je bestolen.

Hoe kan je jezelf beschermen? 5 goede reflexen

1 Kijk goed naar het webadres: is het wat vreemd of staat er een fout in? Dan is het niet de echte website.

2 Zoek de aanbieding op de officiële website: als je ze daar niet vindt, wees dan op je hoede.

3 Neem de tijd om na te denken: oplichters spelen in op haast.

4 Zoek externe beoordelingen: typ de naam van de website of het product gevolgd door ‘oplichting’ of ‘beoordeling’.

5 Meld verdachte advertenties: klik op Facebook, Instagram of TikTok op de drie puntjes en selecteer ‘Advertentie melden’.

Valse advertenties

Drie tips om nepprofielen te herkennen

1 Hoelang bestaat het profiel al? Is het erg recent aangemaakt? Dan heb je hoogstwaarschijnlijk te maken met een nepprofiel. Omdat mensen mogelijk zullen ontdekken dat het profiel niet te vertrouwen is, wordt het nadien zelden nog gebruikt.

2 Hoeveel volgers of vrienden heeft het profiel? Net omdat het profiel nog niet lang bestaat, heeft het maar een klein netwerk. De weinige volgers of vrienden zijn op hun beurt ook nep.

3 Wat voor foto heeft het profiel? Via Google Reverse Image Search kan je de URL van de foto kopiëren en nagaan waar de foto nog meer te vinden is. Ofwel zijn stockfoto’s gebruikt, ofwel foto’s die van andere profielen gestolen zijn.

Heb je op een verdachte link geklikt?

- Sluit de pagina zonder iets in te vullen.

- Geef nooit je persoonlijke gegevens door.

- Wijzig onmiddellijk je wachtwoorden als je die toch hebt doorgegeven.

Ben je slachtoffer geworden?

- Bel je bank of Card Stop (078 170 170) als je bankgegevens hebt doorgegeven.

- Doe aangifte bij de lokale politie.

- Waarschuw je naasten: deze oplichting wordt op grote schaal verspreid, mond-tot-mondreclame is een waardevol wapen.

Naar: www.safeonweb.be en Mediawijs - www.mediawijs.be

d Beantwoord de vragen.

1 Wat is de hoofdgedachte?

2 Wat zijn nepprofielen?

3 Oplichters spelen in op urgentie, exclusiviteit en emotie. Wat betekent dat?

4 In de tekst staan tips om jezelf tegen oplichters te beschermen en tips om nepprofielen te herkennen.

- Markeer groen wat jij zelf doet.

- Markeer roze wat jij nog niet doet.

5 Wat moet je doen als je op een verdachte link hebt geklikt?

6 Het is belangrijk om je naasten te verwittigen als je zelf slachtoffer werd.

In de tekst staat: mond-tot-mondreclame is een waardevol wapen.

Wat bedoelt men daarmee?

e Bekijk het filmpje een eerste keer.

Beantwoord de vragen.

1 Wat is de bedoeling van het filmpje? Het filmpje wil je

2 Wat is het onderwerp?

3 Wat is de hoofdgedachte?

○Evolutie opvolgen rond desinformatie en nepnieuws.

○ Hoe kan je zelf foto’s controleren?

○Beelden zijn verkeerd of gemanipuleerd.

f Bekijk het filmpje een tweede keer.

Beantwoord de vragen.

1 Wat gebeurt er dikwijls met foto’s en beelden op het internet?

2 Wat toont Google als je een foto uploadt via Google Afbeeldingen?

3 Wat toont Google als je een foto met de rechtermuisknop aanklikt en kiest voor ‘Afbeelding zoeken in Google’?

4 Wat denk je te ontdekken als je de foto uit oefening a op die manier zou controleren?

LES 6 Spel- en woordweb

woorden correct schrijven de betekenis van woorden kennen

6.1 SPELWEB

a Luister naar de woorden.

b Schrijf de woorden juist over.

1 materiaal 4 vlucht

2 nauwkeurig 5 ver koudheid

3 belevenis 6 activiteit

c Vul de ontbrekende woorden in.

Kies uit de woorden in oefening b

1 Vorige week had mijn broer koorts door zijn zware

2 Het was een hele om met de klas op bergklassen te gaan.

3 De dief sloeg op de voor de politie.

4 Ik vond de tijdens de sportdag erg leuk.

5 Welk heb je nodig voor de les meetkunde?

6 Tijdens de lessen houtbewerking moet je kunnen meten.

d Markeer de woorden die op -tijd eindigen.

- Schrijf alle woorden over.

1kwaliteit 1speeltijd

2zomertijd 2vakantietijd

3puberteit

4nationaliteit

Tips

3stommiteit

4specialiteit

Woorden die eindigen op -tijd gaan over een bepaalde tijd: de tijd dat het zomer is (zomertijd), de tijd om te spelen (speeltijd) …

Bij alle andere woorden gebruik je -teit.

e Vul aan met -tijd of -teit Schrijf het woord volledig over.

1 Je moet soms heel lang wachten om bij een attractie te geraken. De wacht kan oplopen tot meer dan een uur.

2 Bij sommige jobs moet je veel uren werken, bij andere minder. De werk verschilt.

3 De school maakt veel publici voor die nieuwe richting.

4 Nu moet je naar bed. Het is bed

5 Vind jij een activi waarin je je energie k wijt kan leuk?

6 In tekenfilms kunnen dieren praten. In de reali is dat niet zo.

f Schrijf een woord met -tijd of -teit onder de afbeelding.

Je krijgt de eerste letter.

6.2 WOORDWEB

a Lees de zes woorden en de voorbeeldzinnen.

1de ervaringWelke nare ervaring maakte jij al mee?

2menenIk meen mij te herinneren dat we hier al eens geweest zijn.

3sorterenJe moet het afval goed sorteren voor je het in de vuilnisbak gooit.

4toelichtenKan jij het probleem wat beter toelichten?

5de verklaringIk zoek een verklaring voor mijn aanhoudende verkoudheid.

6wellichtJe hoorde wellicht al eens over huisstofmijt.

b Combineer elke zin met de juiste uitleg.

1De dokters menen te weten waarom ik zoveel last van acne heb. auitleg

2De Chiroleider zei dat ik wellicht een tekenbeet in mijn arm had. bverklaren

3Toen mijn zus een vakantiejob zocht, vroeg het interimkantoor naar haar ervaring csoort per soort leggen

4Hebben jullie een verklaring voor haar bizarre gedrag?dvaardigheid, iets wat je deed of meemaakte

5Kan jij die spellingregel met een aantal voorbeelden toelichten? edenken, geloven

6Papa sorteert de was voor hij die in de wasmachine stopt. Rood en wit mogen niet tegelijkertijd in de wasmachine. fwaarschijnlijk 123456

c Vul de zinnen aan met het juiste woord uit oefening a

1 Na de eindtoets beginnen we met een nieuw thema

2 Sommige leerlingen dat ze niet moeten studeren voor Nederlands.

3 Van de leraar moeten we ons antwoord altijd met een voorbeeld

4 De kleuter moet de blokjes op grootte en kleur

5 Heb je een goede voor jouw storend gedrag?

6 Ik heb al veel voor katten gezorgd. Met het verzorgen van honden heb ik geen

d Maak met elk woord van oefening a een nieuwe zin.

Noteer de zinnen op een apart blad. Gebruik hoofdletters en leestekens.

KEUZELES 1 Bwèk!

KEUZELES 2 De meneer-proper-quiz

KEUZELES 3 Rommel beu!

Oefenen maar!

1 Verenkelen en verdubbelen

Weet je nog?

Ik luister naar het einde van de klankgroep:

Ik hoor een korte klank en 1 medeklinker erna.

Ik hoor een lange klank en 1 medeklinker erna.

Ik hoor iets anders.

Zet de woorden in de juiste kolom.

Les 2 Schone kleren met modderspetters

Ik schrijf de medeklinker dubbel

Zatte vette kippen stoppen bussen.

Ik schrijf de klinker enkel

Apen zweven over muren.

Ik schrijf wat ik hoor. bv. honden, kaarten, leuker

bv. honden, boorden, koekenbv. katten bv. apen a

Kies uit: braaksel – braken – draden – drogen – geuren – handen – modder – plekken –ruiten – spatten – sporen – vettig

zoals je het hoortdubbele medeklinkerenkele klinker

Enkele of dubbele medeklinker?

Schrijf het volledige woord.

d of dd?

g of gg?

1 han en we etje

2 vo en vla enmast

3 bui el beu el

4 be en voe en

k of kk?

n of nn?

1 onderbroe en de en

2 keu en verwe en

3 woordenboe en dui en

4 ka erlak dakpa en

p of pp?

t of tt?

1 pro en wa erleiding

2 kla en wij ing

3 ki enei no aris

4 po enspel wra enzwijn

Enkele of dubbele klinker?

Schrijf het volledige woord.

a of aa?

e of ee?

1 p den m ter

2 h nden p sten

3 p rden m stk ver

4 p dden g sten

o of oo?

u of uu?

1 k rden haardv ren

2 bew ners h ren

3 verb den h rmoordenaar

4 b dem b rtwinkel

Enkel of dubbel?

Schrijf het volledige woord.

Bacteriën zitten vaak op ple en (k/kk) waar je ze niet verwacht en verspreiden zich sne er (l/ll ) dan je denkt. Met deze raad ben je ze te slim af. Al lijken d ze (e/ee) tips wat bizar, wie een sme eloos (t/tt) huis wil, volgt ze maar b ter (e/ee) op.

1 sluit het wc-deksel

W eer (n/nn) je het toilet doorspoelt, kunnen ziektekiemen zich tot twee m ter (e/ee) ver verspreiden. Het d ksel (e/ee) sluiten, is dus de b dschap (o/oo).

2 schrob de vuilnisbak

Ook vuilnisba en (k/kk) kan je het best r gelmatig (e/ee) schro en (b/bb)

De v le (e/ee) bacteriën die eraan kl ven (e/ee), worden ma elijk (k/kk) door kleine vliegjes vervoerd.

3 snijplanken zijn vuiler dan toiletbri en (l/ll )

Ja, je leest het goed. In de groeven van houten keukengerei li en (g/gg) tweehonderd keer meer bacteriën op de loer dan op je toiletbril! Gelu ig (k/kk) is de oplo ing (s/ss) simpel: was houten keukenspu en (l/ll) meteen na gebruik zorgvuldig en met zo heet m gelijk (o/oo) water.

4 Honden en katten kammen

Veeg je je voeten als je ergens bi engaat (n/nn)? Doe dat dan ook met je huisdier. 95 % van het vuil komt van buiten, dus veeg altijd hun p ten (o/oo) af. Als je je viervoeter b vendien (o/oo) af en toe kamt, heb je heel wat minder h r (a/aa) en stof in huis.

5 Vuilmaakdoek

Vochtige vo en (d/dd) en sponsjes zijn een kw kvijver (e/ee) voor bacteriën.

Wil je geen ziektekiemen uitsm ren (e/ee), laat sch teldoeken (o/oo) na ieder gebruik goed dr gen (o/oo)

Vervang die d gelijks (a/aa).

Omdat bacteriën ma elijk (k/kk) in een vochtige omg ving (e/ee) l ven (e/ee), droog je na het afwa en (s/ss) het aanrecht beter goed af.

Gebruik daarvoor altijd pr per (o/oo) gewa en (s/ss) keukenhanddoeken.

2 Woordverklaring

Weet je nog?

Les 4 Mijtenpoep en ander onzichtbaars

De betekenis van een woord staat soms letterlijk in de tekst.

De betekenis van een woord vind je soms in de tekst errond. Dat is in de context.

Lees de zinnen

3 Mijn oma is sanitair manager. Vroeger noemden ze haar een toiletdame, maar die term is verouderd. a

Er staan een aantal moeilijke woorden in. Die zijn grijs gemarkeerd.

De verklaring ervan is blauw gemarkeerd.

1 Bewaar uien in een panty. Vind je dat geen bizarre huishoudtip? Deze en nog veel meer vreemde tips vind je in het boek Mum Knows Best (Mama weet het het best).

2 Sommige mensen slagen erin om orde in de chaos te creëren. Ze maken dat alles altijd net en piekfijn in orde is.

Schrijf de verklaring van de grijs gemarkeerde woorden uit de vorige oefening over.

1 Heb jij bizarre gewoontes?

Heb jij gewoontes?

2 De kunstenaar zal weer een mooi schilderij creëren.

De kunstenaar zal weer een mooi schilderij

3 In openbare toiletten vind je nog maar zelden een sanitair manager. In openbare toiletten vind je nog maar zelden een

Lees de tekst.

Zo vaak moet je douchen volgens wetenschappers

Veel westerlingen douchen elke dag. Maar is dat wel goed voor de huid?

Dermatologen zeggen dat te vaak douchen schadelijk is. De huidspecialisten leggen uit dat de huid uitdroogt door te douchen. Dat kan voor irritaties van de huid zorgen. Die branderigheid en jeuk zijn vervelend. Er ontstaan piepkleine scheurtjes in de huid. Daardoor krijg je meer kans op infecties.

De huidspecialisten zeggen dat je die besmettingen beter kan voorkomen door maar om de drie dagen te douchen. Zo houden we een goed evenwicht tussen een gezonde huid en een goede hygiëne.

Die balans is belangrijk om allerlei huidaandoeningen te voorkomen.

Schrijf de ver klaring van de grijs gemarkeerde woorden op. De verklaring van elk woord is in de tekst blauw gemarkeerd.

1 Dermatologen zeggen dat je niet te vaak mag douchen.

zeggen dat je niet te vaak mag douchen.

2 Heb jij soms last van irritaties?

Heb jij soms last van ?

3 Mijn broer heeft geregeld infecties van de huid.

Mijn broer heeft geregeld van de huid.

4 Zorg jij voor voldoende balans tussen werk en ontspanning?

Zorg jij voor voldoende tussen werk en ontspanning?

Slecht verzorgd gebit?

Gevaarlijker dan je denkt!

Een onvoldoende verzorgd gebit is niet zo mooi, maar ook niet gezond. Er is een link tussen een slecht verzorgd gebit en ziekten van hart en bloedvaten. Dat verband tussen ernstige tandproblemen en problemen van hart en aders is door verschillende onderzoekers bevestigd.

Research wees uit dat er een verband is tussen tandplak en hart- en vaatziekten. Het onderzoek toonde aan dat de bacteriën in tandaanslag ook verkalking van slagaders veroorzaken. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat de kans op een aandoening van hart- en bloedvaten fors stijgt als je tandvlees ontstoken is. Die diverse onderzoeken spreken zelfs van een toename van 20 procent! Ben je jonger dan 65 jaar en heb je een chronische ontsteking, dan is die kans zelfs 44 procent. Cardiologen pleiten ervoor dat mensen met zo’n slepende ontsteking zich door een tandarts laten behandelen. Een slechte tandverzorging is rampzalig voor hart en aders, zeggen de hartspecialisten. Mensen moeten zich dringend bewust worden dat de gevolgen nefast voor hun gezondheid zijn.

Tweemaal per dag goed poetsen en tanden en tandvlees regelmatig door een tandarts laten nakijken, kan veel problemen voorkomen.

Naar: mens-en-gezondheid.infonu.nl

Schrijf de ver klaring van de grijs gemarkeerde woorden op. Je vindt de verklaring van elk woord in de tekst.

Bij het eerste woord is de verklaring in de tekst al blauw gemarkeerd.

Bij de volgende woorden markeer jij zelf de verklaring blauw.

1 Er is een link tussen ontstoken tandvlees en bepaalde ziekten. Er is een tussen ontstoken tandvlees en bepaalde ziekten.

2 Dankzij heel wat research zijn nu al heel veel ziekten te behandelen. Dankzij heel wat zijn nu al heel veel ziekten te behandelen.

3 Heb jij last van tandplak?

Heb jij last van ?

4 Diverse onderzoeken wijzen in dezelfde richting. onderzoeken wijzen in dezelfde richting.

5 Mijn oma heeft een chronische ontsteking van het tandvlees.

Mijn oma heeft een ontsteking van het tandvlees.

6 Mijn buurman is cardioloog.

Mijn buurman is

7 De gevolgen voor de gezondheid zijn nefast.

De gevolgen voor de gezondheid zijn

3 Spelling en woordverklaring

3.1 SPELWEB

Schrijf de woorden tweemaal over.

1materiaal

2nauwkeurig

3belevenis

4vlucht

5verkoudheid

6activiteit

Welke woorden uit oefening a vind je in de woordslang?

Schrijf de woorden over.

Vul de zinnen aan met het juiste woord uit oefening a

1 Welke vond jij het leukst?

2 De leraar is boos, want ik vergat mijn voor de les alweer.

3 Door die moet ik voor tdurend hoesten.

4 In de lessen techniek moet je meten

5 Voor mij waren de sneeuwklassen een hele !

Les 6 Spel- en woordweb

Vul aan met -tijd of -teit

Schrijf het woord volledig.

1 Nu is het geen aardbeien

2 De kwali is niet meer goed.

3 Zij heeft liever veel eten dan lekker eten. Voor haar telt duidelijk de kwanti .

4 Ken jij de aankomst van het vliegtuig?

5 Die nieuwe leerling heeft veel aanpassings nodig.

6 Het was een stommi om mijn huiswerk thuis te laten liggen.

Vul de zin aan met een woord dat op -tijd of -teit eindigt. Je krijgt de eerste letter.

1 Dat is iets raars. Dat is een r

2 Om 21.00 uur moeten we naar bed. Het is dan b

3 We hebben op school in de voormiddag en de namiddag een kwartier pauze om te spelen. Het is s

4 De wiskundeleraar zorgt elke les voor een moment om te oefenen. We krijgen o

5 In de tekenles kunnen we creatief zijn. We tonen dan onze c

6 De aardbeien zijn dit jaar niet goed. Ze zijn van slechte k

3.2 WOORDWEB

Lees elk woord, de voorbeeldzin en de betekenis.

woordvoorbeeldzin

de ervaringWelke nare ervaring maakte jij al mee?belevenis, iets wat je deed of meemaakte, vaardigheid menenIk meen me te herinneren dat we hier al eens geweest zijn. denken, geloven, veronderstellen

sorterenJe moet het afval goed sorteren voor je het in de vuilniszak gooit. soort per soort leggen, ordenen, rangschikken

toelichtenKan je het probleem wat beter toelichten?verduidelijken, uitleggen, verklaren

de verklaringIk zoek een verklaring voor mijn aanhoudende verkoudheid. uitleg

wellichtJe hoorde wellicht al eens over huisstofmijt.waarschijnlijk

c d

Duid de juiste betekenis van het vetgedrukte woord aan.

1 De buschauffeur blijft altijd kalm, want hij heeft veel ervaring met druk verkeer.

○Hij houdt van druk verkeer.

○ Hij maakte al veel druk verkeer mee.

○Hij krijgt stress van druk verkeer.

2 De politieagenten menen dat ik een dief ben.

○Ze weten het zeker.

○ Ze denken het.

○Ze gaan onderzoeken of ik een dief ben.

3 Wij sorteren onze knikkers.

○We leggen ze aan de kant.

○We verdelen ze.

○ We leggen ze per soort.

Vervang de vetgedrukte woorden door een woord uit oefening a

1Je hebt waarschijnlijk nog nooit in een meer gezwommen.

2 We denken dat we jou vroeger al gezien hebben.

3Heb je de politie een uitleg moeten geven?

Vul de zinnen aan met een passend woord uit oefening a Let op: soms moet je het woord een beetje aanpassen.

Let op hoofdletters.

1 jij die vuile was? Maak aparte hoopjes per kleur.

2 Ik deed nog nooit iets met honden. Ik heb er geen mee.

3 Jij toch niet dat ik jouw pet gestolen heb?

Zelftoets

1 Verenkelen en verdubbelen

Les 2 Schone kleren met modderspetters / 10

a Enkele of dubbele klinker? / 5

Schrijf het woord volledig over.

1(u) nat rlijk

2(a) w terkr n

3(o) liesp r

4(o) st merij

5(u) avont ren

b Enkele of dubbele medeklinker? / 5

Schrijf het woord volledig over.

1(d) mo er

2(k) vuilbli en

3(k) keu en

4(f) afsto en

5(l) dwei en

2 Woordverklaring vanuit de context Les 4 Mijtenpoep en ander onzichtbaars

a Lees de tekst. / 7

Wist je dat ... je zweet altijd al fout bestreden hebt?

Haast iedereen gebruikt antitranspiranten op de foute manier. Bijna iedereen gebruikt deze middelen tegen zweten net als deodorant. Zo’n middel tegen zweetgeur is namelijk iets heel anders. Dat beweren dermatologen. De producten moet je daarom ook anders gebruiken, zeggen de huidartsen.

Een antitranspirant gebruik je het best voor je gaat slapen. Dan komt de gepaste hoeveelheid van zweet naar de huid. Zo komt het actieve bestanddeel van het middel in het zweetkanaal terecht. Die werkende stof gedraagt zich daar als een kleine stop. Je moet het middel na het opstaan niet opnieuw aanbrengen. Zelfs wanneer je je doucht of scheert, blijft het product even efficiënt werken. Dat in tegenstelling tot een deodorant. Die is na een douche of scheerbeurt niet meer doeltreffend.

Naar: www.goedgevoel.be

b In de tekst zijn een aantal woorden grijs gemarkeerd.

- Markeer de betekenis van elk woord in de tekst.

- Vul de zinnen aan met de juiste verklaring.

1 Haast iedereen heeft wel eens last van zweet.

2 Gebruik jij weleens antitransparanten?

iedereen heeft wel eens last van zweet.

Gebruik jij weleens ?

3 Gebruik jij vaak een deodorant?

Gebruik jij vaak een ?

4 Sommige dermatologen vinden dat we zweet fout bestrijden.

Sommige vinden dat we zweet fout bestrijden.

5 Het actieve bestanddeel van een antitranspirant zorgt ervoor dat we stoppen met zweten.

De van een antitranspirant zorgt ervoor dat we stoppen met zweten.

6 Sommige middelen zijn niet efficiënt.

Sommige middelen zijn niet .

3 Spelling en woordverklaring

Les 6 Spel- en woordweb / 8

a Vul het voorgelezen woord in. / 5

1 Zag je die vogels?

2 Vind je dit een saaie ?

3 Steek je netjes in de kast.

4 Meet de lengte van het lijnstuk

5 Die schoolreis was een heel leuke

b Combineer elke zin met de juiste uitleg. / 3

1De leerlingbegeleiders menen dat jij liegt. averklaren

2Kan jij toelichten hoe je aan het resultaat van dit vraagstuk komt? bwaarschijnlijk

3Je hebt wellicht een rekenfout gemaakt. cdenken, geloven

/25

LES 1 Wat zit de natuur raar in elkaar! - zakelijk lezen, W-vragen

LES 2 De natuur in haar meest bizarre vormen - schrijven

LES 3 Help … wat nu? - digitaal woordenboek

LES 4 Bizarre natuur van tegenwoordig - spelling: werkwoorden

120

123

126

129

LES 5 Presenteren: mijn bizar natuurverschijnsel/dier - spreken 134

LE S 6 Spel- en woordweb - spelling, woordverklaring 136

KEUZELES 1 Rare wezens - luisteren

KEUZELES 2 RariFeiten - genietend lezen en luisteren, fictie en non-fictie

KEUZELES 3 Ontwerp een verzonnen dier! - creatief schrijven

LES 1 Wat zit de natuur raar in elkaar!

de W-vragen bij een tekst beantwoorden

a Lees de drie ar tikels.

Geef telkens een antwoord op de vragen (= W-vragen).

Markeer eerst de gevraagde informatie in de tekst.

informatie uit een tekst halen

©VANIN

(Wie? of Waarover? = oranje / Wat? = groen / Waar? = blauw / Wanneer? = roze)

Artikel 1

dankzij: door de hulp van

Een zeldzaam sneeuwlaagje bedekte in juni 2025 een deel van de Atacama.

Volgens ALMA is het 10 jaar geleden dat er sneeuw op die plek lag.

De Atacamawoestijn is een 970 kilometer lange woestijn in het noorden van Chili.

Dat is een van de droogste plekken ter wereld. Dankzij een radiotelescoop die op 2 900 meter hoogte in de woestijn ligt, werden prachtige beelden van de uitzonderlijke sneeuwlaag gemaakt.

Naar: www.hln.be

Waarover gaat het?

Wat is er gebeurd?

Waar vond het plaats?

Wanneer gebeurde het?

Artikel 2

Op woensdag 6 augustus 2025 werd het lichaam teruggevonden van een man die al 28 jaar vermist was. Dat gebeurde in Kohistan, een bergachtig gebied in het noorden van Pakistan. De man, Naseeruddin, verdween in 1997 in de omgeving nadat hij in een gletsjerkloof was gevallen. Zijn lichaam kwam nu bloot te liggen doordat het gletsjerijs was beginnen te smelten. Het lichaam is perfect bewaard gebleven door een gebrek aan vocht en zuurstof in de gletsjerkloof.

Naar: www.nieuwsblad.be

Waarover gaat het?

Wat is er gebeurd?

Waar vond het plaats?

Wanneer gebeurde het?

Artikel 3

Op 28 mei 2025 veroorzaakte de instorting van de Birchgletsjer een lawine van ijs, stenen, modder en puin. Het Zwitserse bergdorpje Blatten werd deels verwoest. Er was ook een gigantische stofwolk te zien. Gewonden zijn er niet, want de 300 inwoners moesten begin vorige week het Zwitserse bergdorpje Blatten verlaten. Als gevolg van de instorting dreigt een kunstmatig meer dat zo ontstaan is, het te begeven.

Naar: www.nieuwsblad.be

Waarover gaat het?

Wat is er gebeurd?

Waar vond het plaats?

Wanneer gebeurde het?

b Vul de gevraagde informatie onder de tekst aan. Markeer eerst de antwoorden in de tekst. (Wie? of Waarover? = oranje / Wat? = groen / Waar? = blauw / Wanneer? = roze)

- Over één vraag vind je niets terug in de tekst. Die vraag is gemarkeerd. Zoek het antwoord online op.

eigenlijk: in feite, in werkelijkheid

Uluru is sinds 1997 in de werelderfgoedlijst opgenomen. Het is een reusachtige rotsformatie. Het is een van de bekendste toeristische attracties van dit land. De meeste toeristen bezoeken de rots bij zonsopgang of -ondergang De kleur van de rots verandert van geel tot donkerbruin. Dat komt eigenlijk door de zon.

Naar: www.wikipedia.org

Waarover?

Wat?

Waar?

Wanneer?

c Lees de teksten en vul de tabel aan.

- Markeer in de tabel de W-vraag waarover je niets in de tekst terugvindt in de juiste kleur.

- Zoek het antwoord online op en vul dit aan in de tabel.

Tekst 1

De eerste man die de Mount Everest beklom en levend terugkwam, was de Nieuw-Zeelander Edmund Hillary. De Mount Everest is de hoogste berg ter wereld. Hij is 8 848 meter hoog en ligt in de Himalaya, op de grens van Nepal en Tibet. De beklimming van de Mount Everest is gevaarlijk. Zuurstofflessen zijn tijdens de beklimming noodzakelijk.

Naar: www.wikipedia.org

Wie?

Wat?

Waar?

Wanneer?

Tekst 2

De Eisriesenwelt is de grootste ijsgrot van de wereld. Voor je de grot kunt betreden, ligt er nog een stevige klim naar een hoogte van 1 641 meter te wachten. Tot aan het einde van de 19de eeuw wist men niks van het bestaan van deze ijsgrot. De grot is miljoenen jaren geleden ontstaan en is tot op vandaag nog steeds in beweging. Door de verschillen in binnen- en buitentemperatuur smelt het water en bevriest het weer tot indrukwekkende ijssculpturen.

Naar: www.indebergen.nl

Waarover?

Wat?

Waar?

Wanneer?

LES 2 De natuur in haar meest bizarre vormen

via een stappenplan informatie verzamelen

VOOR

informatie verwerken in een schema een schrijfopdracht in een presentatie gieten

In deze les ga jij zelf een ‘bizar’ natuurverschijnsel of dier voorstellen.

Dat doe je aan de hand van een presentatie (PowerPoint, Prezi, Impress, Keynote …).

In vijf dia's stel jij jouw ‘bizarre natuur’ voor.

- Maakte je al eens een presentatie?

- Wanneer was dat?

- Over welk onderwerp moest je een presentatie maken?

a Je leraar geeft jou een blad met daarop een bizar natuurverschijnsel of een bizar dier.

b Lees de tekst aandachtig.

Natuurverschijnsel/dier

c Markeer de antwoorden op deze vragen in de tekst.

Bizar natuurverschijnsel

1 Welk soor t natuurverschijnsel is het? (een rots, een boom, een weerverschijnsel …)

2 Waar komt het voor? (land of werelddeel)

3 Wat is er zo speciaal aan? (Hoe ziet het eruit?)

4 Hoe ontstaat het of hoe is het ontstaan?

Bizar dier

1 Welk dier is het? (een zoogdier, een insect, een reptiel, een amfibie, een vogel …)

2 Waar leeft het? (in het water, op het land, in de bomen, in een bepaald land/werelddeel)

3 Hoe ziet het dier eruit? bv. Welke vacht heeft het? (uiterlijk)

4 Wat is er speciaal aan zijn manier van leven?

d Noteer in het midden van de woordspin jouw natuurverschijnsel of dier.

e Noteer de gemar keerde informatie zo kort mogelijk in de woordspin.

f Ga online op zoek naar twee foto’s over jouw bizar natuurverschijnsel of dier.

TIJDENS

g Maak de presentatie.

- Gebruik daarvoor vijf dia's.

- Noteer de gemar keerde informatie in sleutelwoorden; gebruik geen zinnen.

- Let op de tips.

Tips

In een presentatie let je op:

Opmaak

1 een goed leesbaar lettertype

2 minstens 20 als lettergrootte

Inhoud

3 niet te veel verschillende of felle kleuren

4 geen animaties

1 duidelijke taal: geen zinnen, maar zo kort mogelijke informatie (sleutelwoorden)

2 twee passende, juiste foto’s: van goede kwaliteit (duidelijk) in de rechterhoek onderaan

Structuur

1 eerste dia naam en foto van jouw bizar natuurverschijnsel of dier

2 tweede dia Welk soor t natuurverschijnsel/dier is het?

3 derde dia Waar komt het voor? Waar leeft het?

4 vierde dia Wat is er zo speciaal aan? (drie kenmerken) + tweede foto

OF Hoe ziet het eruit? (drie kenmerken) + tweede foto

5 laatste dia Hoe is het ontstaan? OF Wat is er speciaal aan zijn manier van leven?

Correcte spelling

h Controleer het werk van een medeleerling.

Zet een kruisje in de passende kolom.

EVALUATIE

Lette je op de opmaak?

1 Is het lettertype goed leesbaar?

2 Is de lettergrootte goed leesbaar?

3 Lette je op je kleurgebruik?

4 Is je presentatie zonder animaties?

Lette je op de inhoud?

1 Gebruikte je sleutelwoorden in plaats van volledige zinnen?

2 Gebruikte je twee passende en juiste foto’s?

- Zijn ze van goede kwaliteit?

- Staan ze in de rechterhoek onderaan?

Lette je op de structuur?

Dia 1 Staat de naam van jouw bizar natuurverschijnsel of dier er en voegde je er een foto bij?

Dia 2 Staat er welk natuurverschijnsel/dier het is?

Dia 3 Staat er waar het voorkomt of waar het leeft?

Dia 4 Staan de kenmerken er en voegde je er een tweede foto bij?

Dia 5 Staat er hoe het is ontstaan of wat er speciaal is aan zijn manier van leven?

Is jouw spelling correct?

i Pas jouw presentatie aan als dat nodig is.

In les 5 zal je jouw bizar natuurverschijnsel of dier voorstellen.

JA NEE

LES 3 Help … Wat nu?

de betekenis van woorden online opzoeken

a Lees de tekst aandachtig.

woorden met verschillende betekenissen opzoeken

De beroemde Niagarawatervallen

nadenken over de correctheid en betrouwbaarheid

©VANIN

De Niagarawatervallen liggen op de grens tussen de Verenigde Staten en Canada. Het verval van de watervallen is niet groot. Het zijn de breedte en de hoeveelheid water die de Niagarawatervallen passeert, die ze tot een spektakel maken. De watervallen zijn aan boord van toeristenboten van dichtbij te bekijken. Dankzij de watervallen wordt er elektriciteit opgewekt. De hoeveelheid water die naar beneden stort, is nauwkeurig geregeld. Stroomafwaarts is te zien met welke kracht het gevallen water de rotsen aan de voet van de watervallen uitholde. Door de erosie zijn daar nauwe sleuven van meters diep in de rotsen te vinden.

Naar: www.wikipedia.org

- Staat de betekenis van de onderstreepte woorden in de tekst uitgelegd? JA / NEE

- Kan je de betekenis van de woorden via de context achterhalen? JA / NEE

b Lees deze zin uit oefening a opnieuw: ‘Het verval van de watervallen is niet groot.’

Zoek de betekenis van het gemarkeerde woord ‘verval’ op.

- Wat valt op?

- Noteer beide verklaringen.

1

2

- Welke verklaring van ‘verval’ past in de zin? Markeer.

Besluit

Bij een digitaal woordenboek zoals www.woorden.org tik je het woord in waarvan je de betekenis wil achterhalen.

Dikwijls mag je het woord intikken zoals het in de tekst voorkomt. Let wel: een woord kan verschillende betekenissen hebben. Denk dus goed na over welke betekenis in de context past!

c Zoek de betekenis van de onderstreepte woorden uit oefening a op. Let erop dat je enkel de betekenis geeft die in de zin of tekst past.

- spektakel:

- uithollen:

- erosie:

- sleuf:

d Zoek de onderstreepte woorden op.

Een bij kan via een eigen methode nectar oppeuzelen. Ze heeft een speciale, buisvormige tong om de nectar op te zuigen. Het grootste deel van de oogst wordt automatisch tijdens de terugvlucht naar het nest bewerkt. In de bijenkast wordt de nectar doorgegeven aan de werkbijen. Deze dieren bewijzen daarmee dat ze ‘bezige bijtjes’ zijn. De imker moet dus enkel regelmatig de honing uit de bijenkast halen.

1 nectar:

2 oppeuzelen:

3 oogst:

4 imker:

e Lees de zinnen en bekijk de vetgedrukte woorden. Welke betekenis van het vetgedrukte woord past in de zin?

Kruis het juiste antwoord aan.

1 De zeehonden rusten uit op de bank

○zitmeubel voor meer dan één persoon

○ plaats waar de zee ondiep is

2 Sardienen zitten soms met miljoenen in een school, zodat roofdieren hen niet kunnen opeten.

○inrichting waar onder wijs gegeven wordt

○ groep vissen van dezelfde soort

de methode: werkwijze, manier, aanpak

bewijzen: aantonen, laten zien

3 Nadat de leeuwen de prooi opgegeten hebben, spinnen ze van tevredenheid.

○draden maken

○ een brommend geluid maken

4 In kleine groepjes gaan de leeuwinnen op jacht

○ op wild jagen

○een snelle boot, vaartuig

f Welke betekenis past bij de vetgedrukte woorden?

Zoek de woorden op en noteer de passende uitleg.

1 Met een bot mes kan je geen oester openen.

2 Dankzij zijn camouflage is deze octopus niet van een zeeslang te onderscheiden

©VANIN

3 Wanneer krabben zich bedreigd voelen, vluchten ze onder het zand.

4 De leeuwen aan de buitenkant drijven hun prooi naar de jagers in het midden.

g Lees de verschillende verklaringen van het woord ‘vals’.

Noteer daarna bij elke situatie het nummer van de passende betekenis.

vals (bijvoeglijk naamwoord, bijwoord; vergrotende trap: valser, overtreffende trap: valst)

zie valsspelen

1. niet oprecht, onbetrouwbaar

2. niet zoals het moet zijn: een valse start (a) (sport) te vroege en daardoor ongeldige start; (b) (algemeen) slecht begin; vals spelen (muziek) onzuiver spelen

3. nagemaakt: vals geld; een vals gebit

4. ongegrond: vals alarm

5. boos, boosaardig: iem. vals aankijken

Uit: www.vandale.be

- Het brandalarm ging af op school, maar het brandde nergens. (betekenis nr. )

- De wielrenner werd uit de wedstrijd gezet, omdat hij voor het startsein vertrok. (betekenis nr. )

- Mijn oma heeft al haar tanden door de tandarts moeten laten trekken. Ze heeft nu een kunstgebit. (betekenis nr. )

- Ik speel het spel nooit zoals het moet; ik ben altijd oneerlijk. (betekenis nr. )

- Toen ik met een briefje van 50 euro wilde betalen, bleek het niet geldig te zijn.

(betekenis nr. )

- Tijdens de les vertelde ik de leraar dat ik mijn huistaak thuis vergeten had.

In werkelijkheid had ik ze gewoon niet gemaakt. (betekenis nr. )

LES 4 Bizarre natuur van tegenwoordig

werkwoorden in het heden vormen

a Lees de zinnen

- Bekijk de vetgedrukte infinitieven.

- Vul de zinnen aan met de juiste werkwoordsvorm.

Doe zoals in het voorbeeld.

werkwoorden correct spellen

bv. Termieten schuilen onder de grond.Met het warme weer schuil ik in ons frisse huis.

De temperaturen schommelen daar minder. Ik graag

Boven het nest torenen enorme bomen uit. Ik boven de rest van de klas uit.

Kleine gaatjes in het plafond zorgen voor verse lucht. Ik ervoor dat mijn kamer netjes opgeruimd is.

Besluit

De stam van het werkwoord is de ik-vorm

Meestal is de stam de infinitief – en

b Lees de tekst.

- Schrijf de gemarkeerde infinitieven over.

- Noteer de stam ernaast.

Doe zoals in het voorbeeld.

Veilige nesten

noodzakelijk: nodig, onmisbaar

Bevers maken werk van hun nesten. Ze wonen er met hun hele familie in, dus is het noodzakelijk dat het nest perfect beschermd is. Eerst leggen ze een enorme dam aan in een riviertje. Daarvoor kiezen ze hout, takken, stenen en modder uit. De dam houdt het water tegen, zodat de rivier stroomopwaarts hoger komt te staan. Zo ontstaan er kleine meertjes. Bevers overleven gemakkelijk omdat de muren van hun nesten zo dik zijn dat je er niet doorheen kunt komen.

Naar: Jan Paul Schutten, Superslimme dieren

infinitief (ik zal …)

stam (ik … nu) maken maak

©VANIN

Besluit

Let op wanneer je de stam vormt

- Hoor je in de laatste klankgroep van een woord een lange klank, dan schrijf je wat je hoort maken → maak

- Schrijf nooit een dubbele medeklinker op het einde van een woord. leggen → leg

- Een v wordt een f. over leven → overleef

- Een z wordt een s kiezen → kies

- Schrijf nooit twee dezelfde klinkers op het einde van een werkwoord. ontstaan → ontsta

c Lees de tekst.

- Markeer de persoonsvorm in de zinnen groen.

- Onderstreep het onderwerp.

Massa’s bomen verdwijnen uit het Amazoneregenwoud. Daardoor sterven heel veel dieren. Veel zeldzame bomen verdwijnen razendsnel. Gelukkig beschermen verschillende organisaties het Amazonewoud.

- Staan de onder werpen in het enkelvoud of in het meervoud?

- Hoe schrijf je de persoonsvorm?

Besluit

het onderwerp (o) = meervoud

de persoonsvorm (pv) = infinitief (de vorm van het werkwoord waar je ‘ik zal’ voor kan zetten)

d Lees de tekst.

- Markeer de persoonsvormen groen.

- Onderstreep in elke zin ook het onderwerp.

De neushoornvogel

Ik leef vooral in Afrika en tropisch Azië. Met mijn gekromde snavel eet ik vooral fruit.

Ook insecten en kleine hagedissen, heerlijke prooien, verorber ik met smaak! Weet je dat ik mijn vrouwtje ‘inmetsel’? Ik bescherm haar tegen roofdieren. Zie jij me stralen op de foto hiernaast?

- Staan de onder werpen in het enkelvoud of in het meervoud?

- Er zijn drie verschillende onderwerpen in de tekst: , of - Staat die ‘je’ of ‘jij’ voor of na de persoonsvorm? de pv

- Hoe schrijf je de persoonsvorm dan?

Besluit

Het onderwerp (o) = ik = je of jij na de persoonsvorm de persoonsvorm (pv) = stam

e Noteer de stam.

- Onderstreep het onderwerp in de zin.

- Schrijf de persoonsvorm in de laatste kolom.

Let op: schrijf een hoofdletter als de persoonsvorm het eerste woord van de zin is.

infinitief stam zin persoonsvorm

1kennen jij de Sahara?

2denken

3komen

4leven

5over leven

Ik dat het de grootste woestijn ter wereld is.

Zowel vlaktes met stenen als zandduinen erin voor.

Dromedarissen er graag.

Het dier overleeft wel twee weken zonder water. jij dat, denk je?

f Markeer in deze zin de persoonsvorm groen en onderstreep het onderwerp.

Het Groot Barrièrerif verliest veel koralen.

- Staat het onderwerp in het enkelvoud of in het meervoud?

- Schrijf de stam van het gemarkeerde werkwoord op:

- Hoe schrijf je de pv hier?

Besluit

het onderwerp (o) = iets anders

de persoonsvorm (pv) = stam + t

g Noteer de stam.

- Onderstreep het onderwerp in de zin.

- Schrijf de persoonsvorm in de laatste kolom.

infinitief stam zin persoonsvorm

1liggen

2leven

3vallen

4lezen

5gebruiken

6maken

7denken

8blijven

9helpen

Naar: www.natgeojunior.nl

Het Amazoneregenwoud verspreid over negen landen in Zuid-Amerika.

In het oerwoud tienduizenden verschillende soorten dieren.

In een jaar er ongeveer 16 meter regen!

Ik dat de rivier ook wel 1 100 bijrivieren heeft.

De mensen graag de bomen in de Amazone

Een meubelmaker er ster ke meubelen van.

Ik dat meer dan 25 % van de zeldzame bomen al verdwenen is. Zonde!

Dit mooie regenwoud bestaan.

Misschien jij ook mee aan het voortbestaan ervan?

h Lees de zinnen.

- Onderstreep het onderwerp in de zin.

- Schrijf de persoonsvorm in de laatste kolom.

infinitiefzin

1leven In de woestijnen van de zuidelijke Verenigde Staten en Mexico de bloedspuitende padhagedis.

2zien Dit dier eruit als een minidraak

3vragen jij je af hoe hij zich tegen dieren verdedigt?

4verweren De bloedspuitende padhagedis zich met afschrikwekkende stekels.

5spuiten Of hij bloed.

6verhogen Daarvoor het dier de bloeddruk in zijn oogholtes.

7kiezen zijn aanvaller zo heel snel het hazenpad, denk je?

8vormen Deze padhagedissen een lekkere, maar gevaarlijke prooi voor roofvogels, slangen en coyotes.

9hoop Ik dit dier niet te snel tegen te komen; het jaagt me angst aan.

Naar: www.stoerejongenzzz.nl

i Lees de tekst.

- Onderstreep het onderwerp.

- Vul de persoonsvorm in.

(kennen) jij dit dier? De dugong of Indische zeekoe (leven) in de Grote en Indische Oceaan. De grootste groepen (spotten) je voor de kust van Noord-Australië.

persoonsvorm

Deze ‘vrij slanke koe’ (wegen) wel 600 kg. Mensen (slachten) deze dieren al lange tijd af vanwege hun vlees en olie. Soms (vallen) een haai hen aan of (verorberen) een krokodil de dugong. Het dier (zwemmen) verrassend snel en (reizen) met een snelheid van wel 20 kilometer per uur. Hij (bezitten) een heel speciale snuit. Daarmee (grazen) de dugong zeegras van de bodem.

Naar: www.wnf.nl

LES

5 Presenteren: mijn bizar natuurverschijnsel/ dier

een spreekopdracht voorbereiden

een presentatie geven je eigen presentatie kritisch beoordelen

©VANIN

In les 2 maakte je een presentatie over een bizar natuurverschijnsel of dier.

In deze les zal je het natuurverschijnsel of dier aan je klasgenoten voorstellen.

VOOR

a Lees je presentatie een paar keer goed door. Maak een spreekbriefje voor informatie die je nog bijkomend moet vertellen. Daarop mogen alleen maar sleutelwoorden staan.

b Houd rekening met deze spreektips.

Tips

Spreekdurf

1 Durf de klas tijdens het spreken aan te kijken.

2 Kijk niet voortdurend naar de dia’s.

3 Gebruik je spreekbriefje enkel wanneer je niet meer verder kan.

Houding

1 Sta flink rechtop.

2 Gebruik een passende gelaatsuitdrukking (bv. schiet niet in de lach).

Taal

1 Spreek luid en duidelijk.

2 Gebruik standaardtaal.

3 Spreek vlot, zonder haperingen.

c Oefen de spreekbeurt in tot je de presentatie op een vlotte manier kan voorstellen.

TIJDENS

d Je brengt je presentatie voor de klas. Houd rekening met de spreektips van oefening b

e Hoe verliep de presentatie? Beoordeel jezelf.

Geef jezelf een score door vakjes in te kleuren van 0 tot en met 4. (0 = niet / 1 = onvoldoende / 2 = voldoende / 3 = goed / 4 = heel goed)

EVALUATIE

1 Algemeen

Ik vond dit een leuke opdracht. 01234

2 Voorbereiding

Ik heb de presentatie heel goed ingeoefend. 01234

3 Uitvoering

Ik durfde de klasgenoten tijdens het spreken aan te kijken.01234

Ik keek niet voortdurend naar de dia’s. 01234

Ik gebruikte mijn spreekbriefje zo weinig mogelijk. 01234

Ik stond flink rechtop. 01234

Ik had een passende gelaatsuitdrukking. 01234

Ik sprak luid en duidelijk. 01234

Ik gebruikte standaardtaal. 01234

Ik sprak vlot, zonder haperingen. 01234

4 Tips voor een volgende spreekoefening

Wat wil je de volgende keer anders aanpakken?

Kruis aan:

○de presentatie beter en meer inoefenen

○de klasgenoten durven aankijken tijdens het spreken

○minder naar de dia’s kijken tijdens het spreken

○minder mijn spreekbriefje gebruiken

○flinker rechtop staan (= op mijn houding letten)

○een passender gelaatsuitdrukking hebben

○luid en duidelijk spreken

○standaardtaal gebruiken

○vlot, zonder haperingen spreken

○andere:

aanpakken: doen

LES 6 Spel- en woordweb

woorden correct schrijven de betekenis van woorden kennen

6.1 SPELWEB

a Luister naar de woorden.

b Schrijf de woorden juist over.

1 prachtig 4 kracht

2 uitzonderlijk 5 prooi

3 vacht 6 organisatie

c In deze woorden ontbreekt telkens dezelfde letter.

Schrijf de woorden correct op.

1 krcht 4 vcht

2 orgnistie 5 prchtig

d Vul de zinnen aan met een woord uit oefening b

Noteer het woord in de laatste kolom.

1 Vorig jaar was het nat weer. Dat hadden we nog nooit meegemaakt.

2 Toen we vorig schooljaar met alle eerstes twee dagen naar zee trokken, was dat een heuse

3 De van onze hond was helemaal vuil nadat hij zich in de modder gerold had.

4 De zonsondergang op onze reisbestemming was om naar te kijken.

5 De hyena’s aten hun snel op nadat ze die van de leeuwen afgepakt hadden.

6 De haai gebruikte enorm veel bij het doden van de zeerob.

e Markeer de tien woorden waarbij je de ch uitspreekt zoals in ‘prachtig’ en ‘kracht’.

vochtiglachen vluchtlila-achtigchocolade tocht chips lichtjeschampagnenacht chauffagepechchampignongezichtmachtig

f Vul de zinnen aan.

Gebruik een van de gemar keerde woorden uit oefening e

1 Ik had ongelooflijke . De leraar geloofde niets van mijn verhaal.

2 Weet jij met welke jouw ouders uit Barcelona terugvliegen?

3 Het was een zware wandel , waarbij de deelnemers

4 5 km moesten stappen.

4 Er is een verschil van dag en tussen beide zussen.

5 Dat model is het nieuwe van de reclame voor Calvin Klein.

6.2

WOORDWEB

a Lees de zes woorden en de voorbeeldzinnen.

1aanpakkenWeet je al hoe we die luisteroefening de volgende keer beter kunnen aanpakken?

2bewijzen Bevers bewijzen met de bouw van hun nest dat ze slimme dieren zijn.

3dankzij Dankzij zijn groene kleur valt de vogel niet op in de bomen.

4eigenlijkDe roodlippige vleermuisvis is eigenlijk een speciale vis, want hij kan niet goed zwemmen.

5de methodeDe luipaard heeft een goede methode om zijn prooi te vangen.

6noodzakelijkWanneer je de Mount Everest wil beklimmen, is het noodzakelijk om zuurstofflessen mee te nemen.

b Vervang de vetgedrukte woorden door een woord uit oefening a Let op: schrijf een hoofdletter wanneer het woord aan het begin van de zin staat.

1Ik gebruik een bepaalde manier van werken tijdens het studeren van mijn Franse woordjes.

2De hamerhaai ziet er angstaanjagend uit, maar in werkelijkheid jaagt hij vooral op inktvissen en platte roggen.

3Ik wilde aan de leerkracht laten zien dat ik een goede spreekopdracht kon doen, dus oefende ik er heel erg hard voor.

4 Wat allemaal nodig is, stop je zeker in jouw rugzak voor het scoutskamp.

5 Door de hulp van zijn kleuren, die zich aan zijn omgeving aanpassen, kan de kameleon veel prooien vangen.

c Vul de zinnen aan met het juiste woord. Let op: er staan meer woorden dan je nodig hebt!

Kies uit: aanpakken – bewijzen – dankzij – eigenlijk – ervaring – menen – methode –noodzakelijk – sorteren – verklaring

1 Eenden zijn goede zwemmers hun poten met zwemvliezen.

2 Het is om voldoende water mee te nemen tijdens de bergwandeling

3 Op de toets zal je moeten dat je de leerstof voldoende kent.

4 Ik ga de schrijfoefening de volgende keer anders ! Ik ga veel meer op mijn spelling letten.

5 In de Nederlandse les gebruiken we een vaste om een schrijf-, spreek- of luisteropdracht aan te pakken.

d Maak met elk woord van oefening a een nieuwe zin.

Noteer de zinnen op een apart blad. Gebruik hoofdletters en leestekens.

KEUZELES 1 Rare wezens

KEUZELES 2 RariFeiten

KEUZELES 3 Ontwerp een verzonnen dier!

1 De W-vragen Les 1 Wat zit de natuur raar in elkaar!

Weet je nog?

Om een tekst goed te begrijpen, kan je enkele vragen stellen.

1 Over wie/Waarover gaat het?

2 Wat is er gebeurd?

3 Waar is het gebeurd?

4 Wanneer is het gebeurd?

Lees de tekst.

Zet de gemarkeerde delen bij de juiste vraag.

In februari 2025 is een stuk van 19 kilometer van de grootste ijsberg ter wereld afgebrokkeld. De ijsberg A23a is onderweg van Antarctica naar Zuid-Georgië. Het stuk is even groot als 182 voetbalvelden samen. Volgens wetenschappers kan het afgebroken stuk een eerste signaal zijn dat de grote ijsberg aan het afbrokkelen is.

Naar: demorgen.be

Waarover?

Wat?

©VANIN

Waar?

Wanneer?

Lees de tekst.

Geef telkens een antwoord op de vragen (= W-vragen).

Markeer eerst de gevraagde informatie in de tekst.

(Wie? of Waarover? = oranje / Wat? = groen / Waar? = blauw / Wanneer? = roze)

Sommige dieren kunnen zelf ‘licht’ maken. Deze ‘lichtgevende dieren’ leven vooral onder water. Zo’n 80 tot 90 % van de dieren die 200 tot 1 000 meter onder het zeeniveau leven, geven licht. Een mooi voorbeeld daarvan is de Hawaïaanse dwerginktvis. Hij zwemt in de kustwateren bij Hawaï en is maar 3 centimeter groot. Overdag begraaft hij zich onder het zand, maar ’s nachts jaagt hij op garnaaltjes.

Daarbij ontsteekt hij zijn eigen lichtje. Dat dankt hij aan één speciaal soort lichtgevende bacterie in zijn inktzak.

Naar: rootsmagazine.nl

Waarover gaat het?

Wat is er gebeurd?

Waar leeft het?

Wanneer vindt het plaats?

Vul de gevraagde informatie onder de tekst aan.

- Markeer eerst de antwoorden in de tekst.

(Wie? of Waarover? = oranje / Wat? = groen / Waar? = blauw / Wanneer? = roze)

- Over één vraag vind je niets terug in de tekst. Die vraag is gemarkeerd. Zoek het antwoord online op.

De jachtluipaard of cheeta is een groot katachtig roofdier. De jachtluipaard staat bekend als het snelste roofdier ter wereld. Het lichaam van de cheeta is aangepast aan het jagen met een korte, zeer snelle sprint. Hij kan daarbij snelheden tot 90 km/uur bereiken. Bij een laatste telling in 2016 bleek dat er nog maar een paar duizend in het wild leven. De jachtluipaard wordt dus steeds zeldzamer.

Naar: wikipedia.org

Waarover?

Wat?

Waar?

Wanneer?

Vul het juiste vraagwoord in.

Kijk naar het antwoord om te weten welk vraagwoord je moet invullen.

Let op: één vraagwoord gebruik je twee keer.

Let op: een vraag begint met een hoofdletter.

Kies uit: wie – wat – waar – wanneer – welke – hoe – waarom

1 is de naam van dit dier ?

Dit is een vogelbekdier

2 kwam Dixie Dansercoer in Groenland om het leven?

Hij viel in een gletsjerkloof.

3 stier ven de dinosaurussen uit?

Ze stier ven 66 miljoen jaar geleden uit.

4 zijn bananen krom?

Ze zijn krom doordat ze tijdens de groei proberen licht te vangen door het dikke gebladerte.

5 bereikte als eerste mens de Zuidpool?

Dat was de Noorse ontdekkingsreiziger Roald Amundsen.

6 ontstond ons heelal?

De zwaar tekracht zorgde ervoor dat een gigantische wolk van stof en gas zich rond de zon vormde.

7 leven buidelratten vooral?

Ze leven voornamelijk in Noord- en Zuid-Amerika.

8 prooien eet de panter?

Hij eet vooral herten, antilopen, hazen, slangen en zelfs buffels.

Opgelet voor deze vraagwoorden.

Je zegt altijd waaraan waarmee waarvoor waardoor waarop waarvan waarin waarover

Vul het juiste vetgedrukte vraagwoord in.

1 sterft het Groot Barrièrerif in Australië af?

Door de opwarming van het oceaanwater.

2 hebben wetenschappers het met de wereldleiders?

Over de klimaatverandering.

3 kan je een dagpauwoog herkennen?

Aan de grote blauwe oogvlekken op elke vleugel.

4 is de Noordpool gemaakt?

Van bevroren zeewater, dat op de Arctische Oceaan drijft.

5 verschilt een mot van een vlinder?

In de antennes: die van een vlinder zijn dun en recht en de antennes van een mot zijn geveerd.

2 Het woordenboek

Bekijk de voorbeelden uit het woordenboek aandachtig.

- Markeer de uitleg die bij het woord ‘reiger’ staat.

rei.ger (de; m; meervoud: reigers)

1. grote vogel met lange, spitse snavel

- Welke betekenis staat bij het woord ‘wezel’?

we.zel (de; v(m); meervoud: wezels)

1. schuw, mar terachtig roofdiertje: zo bang als een wezel

Lees de zinnen.

Zoek daarna de betekenis van de vetgedrukte woorden op.

1 Bevers maken een constructie in de rivier.

2 Bijen kunnen door te wiebelen de afstand tot hun honing bepalen

3 Sidderalen genereren elektriciteit om hun prooien te vangen.

4 Boskikkers ondergaan een transformatie. Hun bloed verandert in ijs.

1 constructie:

2 bepalen:

3 genereren:

4 transformatie:

Zoek het vetgedrukte trefwoord op.

Noteer de betekenis erbij.

1 De Niagarawatervallen liggen op de grens tussen de Verenigde Staten en Canada. grens =

2 De hoeveelheid water die langs de watervallen passeert, vormt een spektakel. passeren =

3 Je kan zien met welke intensiteit het water de rotsen uitholt. intensiteit =

4 Toeristen kunnen met bootjes de watervallen aanschouwen aanschouwen =

Lees deze zin.

De Niagarawatervallen kunnen ook elektriciteit opwekken voor meer dan 160 000 gezinnen.

- Bekijk de verschillende betekenissen van het woord ‘opwekken’. Wat schuingedrukt staat, hoef je niet te lezen.

©VANIN

op.wek.ken (wekte op, heeft opgewekt)

1. laten ontstaan: argwaan opwekken; elektriciteit opwekken

2. laten opstaan uit de dood of uit bezwijming

3. prikkelen: de eetlust opwekken

4. opvrolijken

- Hoeveel betekenissen heeft het woord?

- Welke betekenis past in de zin hierboven? Markeer deze betekenis.

Lees de tekst.

De Grand Canyon strekt zich over een lengte van wel 435 kilometer uit. De Grand Canyon is een brede en diepe kloof in het noorden van Amerika. Het water van de Coloradorivier heeft deze kloof uitgehold. De kloof ontstond door bewegingen van de aarde. De Coloradorivier erodeert de kloof ongeveer 16 cm per 1000 jaar. Mensen waarderen de Grand Canyon het meest net voor zonsondergang.

Naar: www.wikipedia.org

- Zoek de betekenissen van de vetgedrukte woorden op.

1 (zich) uitstrekken:

2 kloof:

3 eroderen:

4 waarderen:

- Markeer de betekenis die in de tekst past.

2 trefwoord = f g

Wat betekent het vetgedrukte woord in de zin?

Noteer de juiste betekenis.

1 Met cijfers geven we een blik op de verwoestende tsunami in Thailand. blik =

2 De beving veroorzaakte drie grote golven, waarbij de eerste golf 12 meter hoog was. golf =

3 De tol van de tsunami was bijzonder hoog: er stierven 280 000 mensen. tol =

4 De ramp trof ook tien Belgen. Zij stierven terwijl ze op vakantie waren. treffen =

5 Officieel ramen experts de schade op 81 miljoen euro. ramen =

Bekijk de afbeeldingen goed.

De foto’s bij het nummer gaan telkens over hetzelfde woord.

- Zoek dat woord op.

- Noteer het woord naast het nummer.

- e afbeelding de passende betekenis van dat woord.

3 trefwoord =

©VANIN

4 trefwoord =

5 trefwoord =

Weet je nog?

o = meervoud

pv = infinitief (ik zal ...) ik

je/jij na de pv

pv = stam

o = enkelvoud

iets anders

pv = stam + t

Lees de tekst.

Sabelsprinkhanen behoren tot de lawaaierigste insecten van het regenwoud. De mannetjes raspen hun vleugels tegen elkaar en ‘zingen’ voor een vrouwtje.

Sabelsprinkhanen eten bloemen en bladeren, maar soms staan ook kleine insecten op hun menu. Zelf zijn ze een prooi voor vogels, apen en vleermuizen. De meeste sabelsprinkhanen hebben een groene kleur en zien er qua vorm uit als een blad.

Uit: Encyclopedie van de Aarde

- Welke soort woorden zijn gemarkeerd?

- Schrijf de gemarkeerde werkwoorden in de eerste kolom van de tabel over.

- In de tweede kolom noteer je de stam.

infinitief (ik zal …)

stam (ik …)

Lees de zinnen.

- Schrijf de vetgedrukte woorden in de tabel.

- Erna vul je de stam van het werkwoord aan.

1 De veren van de pauw glanzen mooi.

2 IJsberen overleven de winter door in de zomer een voedselvoorraad aan te leggen.

3 Krokodillen bestaan al meer dan 200 miljoen jaar.

4 Leeuwenjongen verlaten hun mama pas na ongeveer twee jaar.

5 Wanneer olifanten zwemmen, gebruiken ze hun slurf als snorkel om te ademen.

infinitief (ik zal …) stam (ik …) 1 2 3 4 5

Noteer de stam uit oefening b in de juiste kolom.

Je krijgt bij elke kolom ook een voorbeeld.

Je schrijft wat je hoort. Je schrijft de laatste medeklinker 1 keer.

Een ‘v’ wordt een ‘f’.

Een ‘z’ wordt een ‘s’. andere

bespreken → bespreek vertellen → vertel schrijven → schrijf kiezen → kies vergaan → verga

Noteer de stam.

- Onderstreep het onderwerp in de zin.

- Schrijf de persoonsvorm in de laatste kolom.

Let op: schrijf een hoofdletter wanneer de persoonsvorm het eerste woord van de zin is.

infinitief stam zin

1denken

2zoeken

3vangen

persoonsvorm

Ik dat deze plant voor jou onbekend is

Bekerplanten op een creatieve manier naar voedsel.

De planten insecten in hun ‘beker’.

4 weten jij dat de ‘beker’ gevuld is met vloeistof?

5vallen

6gaan

Uit: Encyclopedie van de Aarde

Noteer de stam.

De insecten erin en verteren.

Ik nog meer informatie over deze plant opzoeken.

- Onderstreep het onderwerp in de zin.

- Schrijf de persoonsvorm in de laatste kolom.

Let op: schrijf een hoofdletter als de persoonsvorm het eerste woord van de zin is.

infinitief stam zin

1bestaan

2hakken

3laten

4groeien

5zien

6nestelen

Uit: Encyclopedie van de Aarde

De snavel van de toekan uit scherpe zaagtandjes.

Daarmee hij vruchten in stukjes, waarna hij die opeet.

Tijdens het vliegen de vogel dikwijls een vrucht vallen.

Die dan weer uit tot een nieuwe fruitboom.

Je dat de toekan zich echt thuis voelt in het regenwoud.

Graag hij zich in holle bomen.

persoonsvorm

Noteer de stam.

- Onderstreep het onderwerp in de zin.

- Schrijf de persoonsvorm in de laatste kolom.

Let op: schrijf een hoofdletter als de persoonsvorm het eerste woord van de zin is.

infinitief stam zin

1trekken

2zwemmen

3zien

4geven

5bewonderen

6 eten

7schrapen

8komen

9vangen

10ster ven

Koralen een groot aantal kleurrijke dieren aan.

Rondom het Groot Barrièrerif in Australië bijvoorbeeld de koraalduivel.

Zijn lichaam er opvallend en gestreept uit.

Zijn stekels een pijnlijke steek.

Ook zeeslakken je er.

Dit diertje niet-bewegende dieren, zoals sponzen.

Met zijn scherpe tanden de zeeslak voedsel van het rif.

Je er soms ook waaierwormen tegen

Met hun kleverige, kleurrijke tentakels ze heel wat dieren.

Helaas een groot deel van de koralen af door de opwarming van het oceaanwater.

Naar: Sally Morgan, Onder de zeespiegel – Anemoonvissen en andere koraalrifdieren g

Onderstreep het onderwerp in de zin.

- Schrijf de persoonsvorm in de laatste kolom.

1 staat De Sahara bekend als de grootste woestijn.

2bedragen De oppervlakte 9 miljoen vierkante meter.

3komen betekenen

De naam Sahara van het Arabische ‘Sahra’ en dat ‘woestijn’.

4liggen De woestijn in Noord-Afrika.

persoonsvorm

h

infinitiefzin persoonsvorm

5bewonderen Je er zowel vlaktes met stenen en rotsen als zandduinen

6veranderen Het klimaat er snel.

7 weten je dat het er vroeger een stuk minder warm was?

8leven Dieren als de gestreepte hyena, schorpioenen en ook de kameel er.

9slaan De kameel water op in twee bulten op zijn rug.

10over leven Zonder de kameel de mens nooit in een woestijn.

Naar: wikipedia.org

Onderstreep in de tekst telkens het onderwerp. - Vul de juiste vorm van het werkwoord in.

Blobvis (krijgen) eerherstel met titel ‘vis van het jaar’

Je (lezen) het goed! De blobvis (winnen) de verkiezing van ‘vis van het jaar’. Ooit werd hij uitgeroepen tot lelijkste dier ter wereld.

De vis (leven) in diepe wateren voor de kust van Australië en Tasmanië. Een Nieuw-Zeelandse organisatie (verkiezen) het dier tot vis van het jaar. De blobvis (behalen) een grote voorsprong op de andere tegenstanders. Blobvissen (groeien) tot ze wel 30 centimeter groot zijn.

(Geloven) je dat hij er helemaal misvormd uitziet? In diep water (staan) hij heus wel zijn mannetje. In het diepe water (zien) hij er eerder uit als een gewone vis. Dat (komen) door de hoge waterdruk die er is. Maar wanneer vissers hen (vangen) , (krijgen) ze hun blubberige vorm.

Ik (komen) deze griezel liever niet op mijn bord tegen!

Naar: www.nieuwsblad.be

4.1 SPELWEB

Schrijf de woorden tweemaal over.

1prachtig

2uitzonderlijk

3vacht

4kracht

5prooi

6organisatie

Welke woorden uit oefening a vind je in de woordenslang?

Noteer ze onder de slang.

S P E ELS

Vul de zinnen aan met een woord uit oefening a

1 De van een beet van een witte haai is een van de sterkste onder de haaiensoor ten.

2 Tijdens de heldere augustnacht had je een zicht op de planeten Venus, Jupiter en Saturnus.

3 De orka’s hebben heel wat en samenwerking nodig wanneer ze jagen.

4 In de zomer van 2025 was het warm weer in grote delen van Zuid-Europa.

5 Leeuwen vallen hun , zoals buffels, altijd in groep aan.

6 Een eend is bedekt met veren en daarom spreek je niet over de , maar over het ‘verenkleed’ van een eend.

Markeer de zes woorden waarbij je de ch uitspreekt zoals in ‘machtig’ en ‘vacht’.

wachtenblauwachtigchips lichtenchocolade chauffage zacht vluchtchampagnenacht

Bij deze woorden spreek je de ch uit zoals in de woorden ‘prachtig’ en ‘kracht’. Vul de zinnen aan.

Kies uit: gezicht – lachen – pech – tocht – vlucht – vochtig

1 De klimmers ondernamen een moeilijke naar de top van de Himalayaberg.

2 Wat trek jij een raar bij het zien van dat dier!

3 De zebra had toen hij de rivier wilde oversteken. Hij werd verslonden door een krokodil.

4 Door de vele regen in het Amazonewoud blijft het en groeien de bomen goed.

5 Chimpansees en orang-oetans kunnen geluiden maken die heel goed op lijken.

6 Tijdens hun naar het zuiden leggen vogels soms duizenden kilometers af.

4.2 WOORDWEB

Lees elk woord, de voorbeeldzin en de betekenis.

woordvoorbeeldzin

betekenis aanpakkenWeet je al hoe we die luisteroefening de volgende keer beter kunnen aanpakken? doen bewijzen Bevers bewijzen met de bouw van hun nest dat ze slimme dieren zijn. aantonen, laten zien dankzij Dankzij zijn groene kleur valt de vogel niet op in de bomen. door de hulp van eigenlijkDe roodlippige vleermuisvis is eigenlijk een speciale vis, want hij kan niet goed zwemmen. in feite, in werkelijkheid de methode De luipaard heeft een goede methode om zijn prooi te vangen. werkwijze, manier, aanpak noodzakelijkWanneer je de Mount Everest wil beklimmen, is het noodzakelijk om zuurstofflessen mee te nemen. nodig, onmisbaar

Vul de zinnen aan met een passend woord uit oefening a Let op: schrijf een hoofdletter wanneer het woord aan het begin van de zin staat.

1 Het is dat een blauwe vinvis tot 3 ton krill per dag eet om te overleven.

2 Het hart van een blauwe vinvis weegt meer dan een auto!

3 Orka’s jagen in groepen. Hun vraagt wel om een goede samenwerking.

4 hun lange nek kunnen giraffen makkelijk aan de hoogste bladeren van de bomen.

Markeer een woord dat in de zin past.

1 Met deze dankzij / methode maak ik nooit meer werkwoordsfouten.

2 Ik weet niet zo goed hoe ik deze opdracht moet aanpakken / bewijzen.

3 Mijn zus slaagde voor haar rijexamen eigenlijk / dankzij de vele steun die ze van haar vrienden kreeg.

4 Weet jij noodzakelijk / eigenlijk hoeveel poten een duizendpoot echt heeft?

5 Het is noodzakelijk / dankzij dat je voldoende water drinkt wanneer het heel warm weer is.

Welk woord past in beide zinnen?

Gebruik een woord uit oefening a

1 Hij wil tonen dat hij die opdracht zelfstandig kan afwerken; hij wil zich .

De advocaat kon dat de dader onschuldig was.

2 In dit boek werken we voor het spel- en woordweb altijd op dezelfde manier.

We hebben daar een bepaalde voor.

Met deze kan je veel werk in korte tijd uitvoeren.

3 is ze een heel beleefd meisje.

Ze wenst je altijd een prettige dag.

Wat is zijn job ? Is hij loodgieter of elektricien?

4 Dat meisje weet van ! Ze doet heel flink haar werk.

Je mag die jongere niet te streng

Hij heeft het niet gemakkelijk thuis.

Zelftoets

1 De W-vragen

Les 1 Wat zit de natuur raar in elkaar! / 6

a Lees de tekst en beantwoord de vragen (= W-vragen). / 4

Markeer eerst de gevraagde informatie in de tekst. / 2 (Wie? of Waarover? = oranje / Wat? = groen / Waar? = blauw / Wanneer? = roze)

De spinnen in de Australische staat Victoria zijn druk bezig geweest. Eén van de achtpotige en veelogige beestjes heeft het voor elkaar gekregen een web van een kilometer lang te maken. Hoewel dit bijzondere natuurverschijnsel heel tof klinkt, is de oorzaak een stuk minder prettig. In 2021 regende het flink in het gebied.

Om te overleven laten de spinnen zich door de wind meevoeren terwijl ze ragfijne draden loslaten. Zo ontstaat er een soort van deken.

Naar: www.metronieuws.nl

Waarover gaat het?

Wat is er gebeurd?

Waar vond het plaats?

Wanneer gebeurde het?

2 Het woordenboek

Les 3 Help … wat nu? / 16

a Lees de tekst. / 4

Zoek daarna de betekenis van de onderstreepte woorden op.

Luiaards zijn Zuid-Amerikaanse zoogdieren. Je hebt de tweevingerige en de drievingerige luiaards. Het zijn herbivoren. Ze leven in bomen. De bladeren leveren weinig energie. Bovendien verteren ze niet gemakkelijk. Daarom heeft de luiaard een speciale maag. Daarin breken bacteriën de stugge bladeren af. De dieren lusten ook insecten, hagedissen en kadavers. De luiaard verdedigt zich met zijn klauwen wanneer hij in gevaar is. Dat is zijn enige defensie. De luiaard is voornamelijk kwetsbaar op de grond. Wanneer hij in een boom hangt, valt hij bijna niet op, omdat hij zo traag beweegt.

Naar: www.wikipedia.org

1 herbivoor:

2 stug:

3 kadaver:

4 defensie:

b Zoek de verschillende betekenissen van het vetgedrukte woord op.

- Noteer drie betekenissen. / 9

- Markeer daarna de betekenis die in de zin past. / 3

1 Toen de vlucht knobbelganzen overkwam, maakten ze een hels lawaai.

2 De aasgieren aten het kreng op dat de leeuwen achtergelaten hadden.

3 In 24 uur tijd draait de aarde rond haar as-

3 De spelling van de werkwoorden Les 4 Bizarre natuur van tegenwoordig / 20

a Noteer de stam. / 5

- Onderstreep het onderwerp in de zin. / 5

- Schrijf de persoonsvorm in de laatste kolom. / 10

infinitief stam zin persoonsvorm

1leven

2zwemmen

3komen

4 weten

5produceren

In de diepzee (onder de 1000 meter) weinig vissen.

In de diepzee je als vis rond in koud, zout en pikkedonker water.

Dat doordat er geen zonlicht meer is.

Wetenschappers nog altijd heel weinig over dit gebied.

De addervis een soort licht om zijn prooien te lokken.

infinitief stam zin persoonsvorm

6verzwelgen

7krioelen

8menen

9blijven

10 weten

Naar: Encyclopedie van de Aarde

Hij grote prooidieren met zijn soepele kaken en rekbare maag.

Op de zeebodem het van de wormen die zich met afval voeden.

Ik dat wetenschappers nog heel wat nieuwe soorten zullen ontdekken.

Deze mensen onderzoek doen naar de diepzee.

Je nooit wat ze nog allemaal vinden.

©VANIN

4 Spelling en woordverklaring Les 6 Spel- en woordweb / 11

a Vul het voorgelezen woord in. / 5

1 De luipaard sleepte zijn in de boom.

2 De van een mol is heel zacht.

3 Sneeuw in de woestijn is een natuurverschijnsel.

4 De jacht vraagt heel wat van de orka’s.

5 Het zicht bovenop de hoogste berg van Europa was .

b Vervang wat vetgedrukt is. / 3

Kies uit de woordenlijst.

Let op: er staan meer woorden dan je nodig hebt!

Kies uit: aanpakken – bewijzen – dankzij – eigenlijk – methode – noodzakelijk

1Wetenschappers konden aantonen dat haaien heel weinig slapen.

2Dolfijnen gebruiken deze manier om te slapen: ze laten maar één hersenhelft slapen.

3Giraffen slapen in feite maar 2 à 4 uur per dag.

c Markeer het woord dat in de zin past. / 3

1 Het is eigenlijk / noodzakelijk dat leeuwen goed samenwerken tijdens het jagen.

2 Dankzij / Eigenlijk hun uitstekend reukorgaan kunnen haaien hun prooi van kilometers ver ruiken.

3 Weet jij hoe blauwe vinvissen de zorg voor hun jong methode / aanpakken?

Vriendschap ©VANIN

LES 1 Vriendschap … en net dat ietsje meer - genietend lezen

LES 2 Vrienden voor het leven - genietend luisteren

LES 3 Verre vrienden - genietend lezen, synoniemen en tegengestelden

LES 4 Whatsappen - schrijven: een uitnodiging

KEUZELES 1 Online ‘vrienden’ - lezen, spreken, schrijven, ICT

KEUZELES 2 Het zwaard in de steen - expressief voorlezen

KEUZELES 3 Onlinevriendschap - zakelijk lezen

LES 1 Vriendschap … en net dat ietsje meer

van gedichten en een liedjestekst genieten

a Lees de gedichten. Beantwoord de vragen.

1 2

Vriendin

Je hebt iemand nodig, stil en oprecht die als je wat nieuws draagt onmiddellijk zegt: ‘Best een leuk ding, maar jou staat het niet echt.’

Het liefst met een stem als een giftige spin. Pas dan wil je zeggen: ‘Ik heb een vriendin.’

Uit: Erik van Os, Applaus voor mijn vinger

1

inhouds- en belevingsvragen beantwoorden

De maan en de zon

gisteren lag de dag te dromen de zon scheen in de tuin en de maan keek om de hoek

ze kennen elkaar al eeuwen en zwaaien naar elkaar de zon nodigde de maan uit voor een kop thee en ze spraken over de sterren en ze keken naar de aarde

over een maand bezoekt de zon de maan en dan krijgt hij limonade en zandgebak

je kunt dan de zon zien glimmen in het midden van de nacht

Uit: Kasper Peters, Kapitein in hangmat

1 Wat vertelt de dichter over wat een echte vriendin doet?

2 De dichter vergelijkt de stem van de vriendin met een ‘giftige spin’.

Wat bedoelt hij daarmee, denk je?

3 Herken je dit? Wat vind jij belangrijk aan een goede vriend(in)?

4 Wat maakt dit gedicht duidelijk over vriendschap?

Bekijk het gedicht opnieuw. Wat is het tekstdoel?

Een gedicht wil je …

○informeren.

○ontspannen.

2

○ontroeren.

○over tuigen.

1 Uit hoeveel tekstblokjes bestaat dit gedicht?

2 Hoe noem je een tekstblokje in een gedicht?

○een mening geven ○instructies geven.

3 Wat zijn de belangrijkste verschillen tussen een gedicht en een zakelijke tekst?

4 Wat gebeurt er in dit gedicht tussen de maan en de zon?

5 Kunnen de maan en de zon in het echt thee drinken? Wat bedoelt de dichter dan met dit beeld?

6 Waarover gaat dit gedicht?

Besluit

Een tekstblokje in een gedicht is een strofe

Tussen elke strofe is er witruimte

b Lees de gedichten. Beantwoord de vragen.

Woorden

Wenkbrauw op, mondhoek neer, duim omhoog, kleine sneer. Arm om schouder, hand door haar: woorden zijn niet nodig. Ook zonder snappen wij elkaar.

Vingertik, handgezwaai, wang-gekus, arm-geaai. Hand voor mond, por in zij: woorden zijn niet nodig. Ik snap jou en jij snapt mij.

Uit: Linda Vogelesang, Dichter 9, Thema ‘Vriendschap’

1

Vriend

Mama heeft een vriend, heeft ze me verteld. Iemand die ze ’s avonds af en toe eens belt.

Mama vroeg zich af of ik het misschien leuk zou vinden om hem een keer te zien.

Morgen komt hij langs, en wie weet wordt hij – mama’s nieuwe vriend – ook een vriend van mij.

Uit: Stijn De Paepe, Het lijkt wel een feestje

1 Wat beschrijft de dichter hier? Wat gebeurt er allemaal in het gedicht?

2 Waarom zegt de dichter steeds ‘woorden zijn niet nodig’? Wat bedoelt ze daarmee?

3 Herken je dit? Wanneer kan jij iemand begrijpen zonder woorden?

4 Noteer in één zin wat de boodschap van dit gedicht is.

2

1 Wat vertelt het gedicht over mama?

2 Waarom staat er ‘mama’s nieuwe vriend – ook een vriend van mij’? Wat bedoelt het kind daarmee?

3 Probeer in één zin te noteren waar dit gedicht over gaat.

c Lees de liedjestekst.

Vul zelf passende woorden in.

Dagen lijken korter

een jaar vliegt .

Je durft weer echt te leven want je vriend is .

Wat heb je aan verdrietig zijn wanneer je droevig wacht.

Een troostend woord van die echte vriend.

Nooit meer verdwalen nooit meer .

Geen angst om te falen met een vriend om je

Steil is de heuvel maar de top is .

Een doel kun je bereiken met een vriend aan je

Nee, nee, nee, nee, nooit meer alleen

Oh, geen angst, nee, geen angst.

Met die vriend, die echte vriend om je heen.

Nooit meer verdwalen nooit meer alleen.

Geen angst om te , met een om je heen.

©VANIN

d Luister naar het lied.

Misschien vulde jij iets anders in.

Beantwoord de vragen op een apart blad.

1 Wat vertelt dit lied over vriendschap?

2 Wat betekent de zin ‘Geen angst, met die vriend, die echte vriend om je heen’?

3 Wanneer geven jouw vrienden jou het gevoel dat je niet bang hoeft te zijn?

4 Welke definitie zouden we voor het begrip vriendschap kunnen opstellen? de definitie: de betekenis

LES

2

Vrienden voor het leven

van een fragment uit een luisterverhaal genieten

a Lees de tekst.

inhouds- en belevingsvragen beantwoorden

In het luisterverhaal Het zwaard in de steen maken we kennis met Arthur. Zijn pleegbroer Kay bereidt zich voor op zijn ridderexamen. Gwinevere is een goede vriendin van Arthur. Ze plaagt hem graag, maar vertelt hem ook altijd de waarheid. Koning Uther is dood. Daarom zit er niemand op de troon van Engeland. Sir Lot wil met hulp van heks Morgane de macht grijpen. Er is echter een steen met een zwaard erin … én een verwarde magiër genaamd Merlijn.

b Bekijk aandachtig de tekening van Het zwaard in de steen

1 Noteer de namen van de personages bij de juiste letter. a b c d e f

onderscheiden: de verschillen zien

2 Hoe kan je de goede personages van de kwade personages onderscheiden?

c Beluister het fragment.

1 Welke personages komen in dit fragment aan het woord?

2 Wat zijn de personages aan het bouwen?

3 Wat is het tekstdoel?

Dit verhaal wil je …

○informeren.

○ontspannen.

○ontroeren.

○van iets overtuigen.

○een mening geven

○instructies geven.

d Beluister het eerste deel van het fragment opnieuw.

1 Hoe lang zijn Gwinevere en Arthur al vrienden?

2 Wie is de laatste die in het water duikt?

3 Waarom is Ar thur een beetje jaloers op Kay?

4 Hoe noemen Arthur en Gwinevere elkaar?

- Koning van de

- Koningin van de

e Beluister het tweede deel van het fragment opnieuw.

1 Waar onderzoekt Merlijn of hij of de wereld gek is?

2 Waarom is dat humoristisch?

3 Wat komt er uit het eitje dat Merlijn 21 dagen lang warm heeft gehouden?

4 Waarom is dat volgens Merlijn magie?

5 Vul de besluiten aan van het liedje dat Merlijn zingt.

- Kleine oorzaken,

- Petieterige intro,

- Wat vlindergefladder,

- Klein is nooit nietig in het

6 Wie is Neil Armstrong volgens Merlijn?

f Beluister het derde deel van het fragment opnieuw.

1 Welk dier heeft Merlijn nodig om zich te verdiepen in de toekomst?

2 Welke toekomst heeft Arthur volgens Merlijn op de korte termijn?

3 Welke toekomst heeft Arthur volgens Merlijn op de lange termijn?

g In welke categorie plaats jij de relatie tussen Arthur en Gwinevere? Markeer.

- Kennissen: mensen die je kent, maar met wie je weinig deelt. Je zegt hallo of praat kort.

- Vrienden: mensen met wie je leuke dingen doet en die je vertrouwt.

- Beste vrienden: heel hechte vrienden. Je kan alles tegen hen zeggen en ze helpen je altijd.

zich verdiepen in: bestuderen de categorie: het onderdeel, de soort

LES 3 Verre vrienden

van een kortverhaal genieten

a Lees de tekst.

inhouds- en belevingsvragen beantwoorden

synoniemen en tegengestelden kennen

voorzien: er vooraf voor zorgen dat iets er is

1 5 Opa zei altijd Mali tegen mij. Eigenlijk heet ik Malika, maar Mali vind ik mooier. Vorige week is opa overleden. Een dag later hebben we hem begraven in Marokko. Dat was opa’s wens. Hij had het zo voorzien en daarom had hij alles vooraf geregeld. Oma moet vaak huilen en als ik haar zie huilen, dan krijg ik ook tranen.

We zijn net terug uit Marokko. Daar heb ik nog veel familie. Maar ik versta hen niet goed, want ze spreken een andere taal. Deze keer werd er niet gesproken. Er werd vooral gehuild.

Bijna elk jaar gaan we met de auto op vakantie naar Marokko. Papa rijdt, mama zit naast hem. Ik en mijn twee broers achterin. In Frankrijk zingt mama liedjes. Ik zing dan ook. Papa probeert het ook, maar dat is niet om aan te horen, want papa krijst als een jankende kat. Dat is niet cool. Als mijn broers op hun PSP spelen, zijn ze doodstil.

In Spanje zijn we allemaal stil. Iedereen is moe omdat we al zo lang in de auto zitten. Papa drinkt veel koffie en Red Bull om wakker te blijven.

Opa moest snel begraven worden. Hij woonde eigenlijk hier, maar hij werd begraven in Marokko, dus namen we het vliegtuig. Dat vond ik stom. Met de auto is veel leuker. In het vliegtuig zweeg papa. Mama huilde heel hard en ze snoot geregeld in een zakdoek. Andere passagiers staarden naar ons. Ik denk dat ze ons zielig vonden. Vroeger werkte opa veel. Hij vertrok vroeg en als hij terugkwam, was het donker. Soms werkte hij ’s nachts. Oma was vaak alleen, daarom bleef ik soms bij haar slapen. Oma kon niet goed slapen zonder opa. Ik denk dat ze bang is om alleen te slapen.

Opa ging een keer per week naar de supermarkt. Hij bleef dan lang weg, want hij kon urenlang naar een blik erwten kijken. Omdat oma graag poetst, bleef ze liever thuis. Ze dweilt, ze stoft af en daarna begint ze opnieuw. Nu ga ik voor oma naar de winkel. Soms gaat oma mee, maar zodra we in de supermarkt zijn, begint ze te zeuren. ‘De winkel is veel te groot voor mij. Ik word er duizelig van. Hoe kun je nu kiezen tussen al die producten?’ roept oma.

Als ik naar oma’s huis wandel, zie ik de grijze Ford. Die is nog van opa geweest.

Omdat oma geen rijbewijs heeft, mag ze niet met de auto rijden. Dat vind ik stom, oma moet leren rijden. We kunnen dan met de auto naar Marokko gaan. ‘Ik kan niet eens fietsen, laat staan dat ik ooit met een auto ga rijden!’ roept oma. Ze begint meteen te poetsen. Ik wil dat ze stopt. Ik denk aan haar leeftijd. Maar dat wil oma niet. Ze streelt mijn haren en fluistert in mijn oor: ‘Er liggen monsters op de loer en die houden van stof. Voor monsters is stof net een drug. Ze snuiven het op en blazen het weg. Wij ademen het in en daardoor worden we ziek.’

‘Ik denk dat je gek begint te worden’, zeg ik, want ik vind dit een vreemd teken. ‘Lieve Malika. Luister goed. Hoor je het?’ vraagt oma.

Ik hoor een zacht gehuil en krijg kippenvel.

‘Dat zijn de monsters. Nog even poetsen en dan verlaten ze het huis’, zegt oma.

Uit: Fikry El Azzouzzi, Malika en de stofmonsters

b Beantwoord de vragen.

1 Welke personages komen in dit fragment voor?

2 Welk personage is overleden?

c Lees het eerste deel van de tekst opnieuw.

het teken: het signaal, de indicatie

1 Hoe reageer t Mali wanneer oma huilt na het overlijden van opa?

2 Waarom werd er in Marokko deze keer vooral gehuild en niet gesproken?

d Lees het tweede deel van de tekst opnieuw.

1 Hoe reageer t papa tijdens de autorit als mama liedjes zingt?

2 Waarom reisde de familie met het vliegtuig naar Marokko in plaats van met de auto?

3 Waarom blijft oma liever thuis dan mee te gaan naar de supermarkt?

4 Wat doet oma in huis om de ‘monsters’ weg te houden?

5 Waar zouden de ‘monsters’ in het verhaal eigenlijk voor kunnen staan?

7 Wat is de bedoeling van de tekst?

De tekst wil je

e Welk onderstreept woord in de tekst heeft dezelfde betekenis? Schrijf dat woord op.

1 plezieriger:

2 schreeuwt:

3 klagen:

4 huilende:

5 tissue:

f Welk oranje gemarkeerd woord in de tekst is het tegengestelde van het vette woord in deze zinnen?

Zoek het antwoord in de tekst. Schrijf dat woord op.

- Papa drinkt veel koffie en Red Bull, om traag wakker te worden.

- Ik vond het leuk om met het vliegtuig te gaan in plaats van met de auto.

- Mama huilde heel zacht en ze snoot geregeld in een zakdoek.

- ‘De winkel is veel te klein voor mij!’ roept oma.

- Nu ga ik voor oma naar de supermar kt en ren supersnel naar haar huis.

Besluit

Een synoniem is een woord dat (bijna) dezelfde betekenis heeft als een ander woord.

Bijvoorbeeld: blij is een synoniem van vrolijk

Een tegengestelde (= antoniem) is een woord dat de tegenovergestelde betekenis heeft van een ander woord.

Bijvoorbeeld: groot is het tegengestelde van klein

LES 4 Whatsappen

een uitnodiging schrijven

a Bekijk het WhatsApp-berichtje.

Beantwoord de vragen.

Hey Gilles!

een reactie op een uitnodiging schrijven

Ik nodig je graag uit om zondagmiddag om 14.30 uur de première van onze musical Brussel Mysteries bij te wonen in het cultureel centrum Stropkaai. Kan je laten weten of je dit weekend komt? Het zou super zijn om je erbij te hebben!

Groeten, Marcel

Wie stuurde het bericht?

Wat is de boodschap?

Wie ontvangt het bericht?

Waar vindt de activiteit plaats?

Wanneer vindt de activiteit plaats?

Is er antwoord nodig?

Ja / nee, want

b Bekijk het WhatsApp-berichtje.

Beantwoord de vragen.

Hoi Sam!

Ik organiseer op zaterdag 5 januari mijn verjaardagsfeest.

Kom je om 15 uur bij mij thuis?

Groetjes, Farida

Wie stuurde het bericht?

Wat is de boodschap?

Wie ontvangt het bericht?

Waar vindt de activiteit plaats?

Wanneer vindt de activiteit plaats?

Is er antwoord nodig?

Ja / nee, want

c Uitnodigen

- Je wil met vrienden/vriendinnen naar de stad X om te winkelen. Dat kan zijn voor kleren, sportmateriaal, games …

- Je vraagt een klasgenoot mee.

- Schrijf je WhatsApp-uitnodiging op het blad dat je van de leerkracht krijgt.

- Richt de uitnodiging aan de leerling die na jou komt in het alfabet (zie klasnummers).

- Houd rekening met de tips.

Tips

Structuur

1 Begroet de persoon aan wie je een bericht stuurt (= de ontvanger).

2 Bezorg hem/haar de praktische informatie (= de boodschap).

3 Stel je vraag.

4 Zorg voor een passende afsluitende groet.

Inhoud

1 Let erop dat alle informatie in je bericht staat: datum, tijdstip, plaats, soort activiteit.

Taal

1 Schrijf hoofdletters waar het moet.

2 Let op je spelling.

3 Zorg dat elke zin een onderwerp en een persoonsvorm heeft.

d Extra informatie vragen

Je ontving het blad met een WhatsApp-bericht met de vraag om mee te gaan winkelen. Je hebt extra informatie nodig, want je wil weten op welke manier jullie je zouden verplaatsen: met de trein, de bus of de fiets.

- Schrijf je whatsappje op het blad dat je ontving.

- Richt het aan de klasgenoot van wie je het blad kreeg.

e Vervoermiddel kiezen!

- Je ontvangt het blad met het bericht.

- Je noteert een duidelijk antwoord.

f Bevestigen: kies of je meegaat of niet!

- Je krijgt het WhatsApp-blad terug.

- Leg kor t uit waarom je wel/niet mee kan.

g Positief reageren

Je reageert altijd positief.

- Gaat de ontvanger van het bericht mee, dan laat je weten dat je ernaar uitkijkt.

- Gaat hij/zij niet mee, dan geef je aan dat het misschien later wel zal passen.

h Beoordeel jezelf.

Zet een kruisje in de passende kolom.

CHECKLIST

INHOUD

1 Ik begroette de persoon aan wie ik het bericht stuurde.

2 Ik bezorgde hem/haar de nodige praktische informatie.

3 Ik stelde de vraag of hij/zij deelneemt.

4 Ik zorgde voor een passende afsluitende groet.

INHOUD

1 Ik vermeldde alle nodige informatie in mijn bericht de datum het tijdstip de plaats de soort activiteit

Taal

1 Ik schreef hoofdletters waar het moet.

2 Ik lette op de spelling.

3 Ik zorgde er voor dat elke zin een onderwerp en een persoonsvorm bevat.

©VANIN

LES 5 Vriendschap van tegenwoordig

werkwoorden in het heden correct vervoegen

Weet je nog?

o = meervoud

pv = infinitief (ik zal …) ik

je/jij na de pv

pv = stam

o = enkelvoud

iets anders

pv = stam + t

a Noteer de stam.

- Onderstreep het onderwerp in de zin.

- Schrijf de persoonsvorm in de laatste kolom.

infinitief stam zin persoonsvorm

1beginnen

2kennen

3trekken

4kleden

5vermoeden

6vinden

7worden

Een echte vriendschap vaak onverwacht.

Een goede vriend jouw sterke en zwakke kanten.

Ware kameraden samen op in goede en slechte tijden.

Voor een avondje uit met zijn vrienden

hij zich altijd wat specialer.

Hij dat zijn vriend boos op hem is.

Zij steun bij haar beste vriendin, ook als zijzelf razend kwaad is.

Door vertrouwen een kennis soms een vriend.

- Waarop moet je extra letten bij de laatste vier werkwoorden?

b Noteer de stam.

- Onderstreep het onderwerp in de zin.

- Schrijf de persoonsvorm in de laatste kolom.

Let op: schrijf een hoofdletter als de persoonsvorm het eerste woord van de zin is.

infinitief stam zin

1vinden jij het belangrijk om een vriend te hebben die je altijd steunt?

2aanvaarden je dat vrienden soms fouten maken?

3bieden je je hulp aan wanneer een vriend het moeilijk heeft?

4raden jij op welk niveau zij zingt, van amateur tot professioneel?

5kleden je je netjes aan als je naar een feest met vrienden gaat?

- Waarom eindigt de persoonsvorm in deze zinnen niet op een -t?

c Noteer de stam.

- Onderstreep het onderwerp in de zin.

- Schrijf de persoonsvorm in de laatste kolom.

infinitief stam zin

1(zich)

bevinden

2binden

3worden

4houden

5verkleden

Hij zich met zijn beste vriendin in de bib om samen aan een huistaak te werken.

Een sterke vriendschap mensen voor het leven.

Soms een kennis onverwacht een echte vriend.

Zij altijd rekening met de gevoelens van haar vriend.

Tijdens het feest mijn vriend zich als zijn favoriete superheld.

persoonsvorm

persoonsvorm

d Noteer de stam.

- Onderstreep het onderwerp in de zin.

- Schrijf de persoonsvorm in de laatste kolom.

Let op: schrijf een hoofdletter als de persoonsvorm het eerste woord van de zin is.

infinitief stam zin

1snijden

2optreden

3vermijden

4worden

5broeden

6 watertanden

7verbieden

8onthouden

persoonsvorm

De scherpe tak in Lassies poot.

Lassie als held wanneer haar baasje in gevaar is?

Hoe je ruzie tussen Lassie en andere honden?

Later Lassie vast de beste vriendin van haar baasje.

Haar baasje op een plan om Lassie te verrassen.

Lassie als zij haar favoriete snack ziet.

Haar baasje haar om alleen het bos in te gaan.

Lassie waar ze haar baasje voor het laatst zag?

9leiden In het park ik Lassie naar haar baasje

10lijden jij ook als Lassies baasje verdrietig is?

e Noteer de stam.

- Onderstreep het onderwerp in de zin.

- Schrijf de persoonsvorm in de laatste kolom.

Let op: schrijf een hoofdletter als de persoonsvorm het eerste woord van de zin is.

infinitief stam zin

1vertellen

je vriendin al je geheimen?

2verraden je kameraad al je geheimen?

3begluren je beste vriend het meisje op wie hij ver liefd is?

4bespieden je beste maat het meisje op wie hij ver liefd is?

5lezen je leerkracht alle mailtjes die je hem stuur t?

persoonsvorm

- Waarom eindigt de persoonsvorm wel op een -t in deze zinnen?

f Noteer de stam.

- Onderstreep het onderwerp in de zin.

- Schrijf de persoonsvorm in de laatste kolom.

Let op: schrijf een hoofdletter als de persoonsvorm het eerste woord van de zin is.

infinitief stam zin

1houden

2durven

3veranderen

4staan

5worden

6 voorstellen

7hoeven

8verzenden

9krijgen

10worden

©VANIN

je van echte vriendschap zoals die tussen Peter Pan en Tinkelbel?

Tinkelbel haar gevoelens te tonen aan Peter Pan?

Hun band wanneer ze samen nieuwe avonturen beleven.

In moeilijke tijden Peter Pan altijd klaar voor Tinkelbel.

De samenwerking tussen Batman en Robin vanaf nu versterkt.

Wat hun vriendschap eigenlijk voor in moeilijke tijden?

Tijdens missies Robin niet meer alles alleen te doen.

Met hun communicatiesysteem ze snel berichten naar elkaar.

Robin dan meteen feedback van Batman.

Het steeds duidelijker hoe goed ze samenwerken.

persoonsvorm

g Noteer de stam.

- Onderstreep het onderwerp in de zin.

- Schrijf de persoonsvorm in de laatste kolom.

infinitief stam zin

1hangen

2herkennen

3krijgen

4vertellen

5bestellen

6 brengen

7bieden

8vragen

9wachten

10zoeken

persoonsvorm

In het kantoor van Sherlock Holmes een kaart van Londen.

Dokter Watson de plekken waar ze samen misdaden oplosten.

Watson aanwijzingen over hun volgende zaak.

Holmes ook welke strategie ze zullen volgen.

Via een geheime code hij extra hulp van inspecteur Lestrade.

Een koerier die boodschap naar de Londense politie.

Hun samenwerking altijd een unieke aanpak van elk mysterie.

Via een brief je aan Sherlock Holmes en dokter Watson om een onderzoek op te starten.

Tijdens het lopend onderzoek je geduldig op Holmes’ oplossing.

Je misschien beter zelf in oude dossiers naar vergelijkbare gevallen.

LES 6 Spel- en woordweb

woorden correct schrijven de betekenis van woorden kennen

6.1 SPELWEB

a Luister naar de woorden.

b Schrijf de woorden juist over.

1 waarheid 4 weekend

2 cool 5 razend

3 leeftijd 6 niveau

c Welk woord past bij de beschrijving?

Kies uit de woorden in oefening b Je krijgt een letter.

1 Ik ben heel erg boos z

2 Op zaterdag en zondag is er geen school. n

3 Mijn nieuwe sneakers zijn heel erg leuk. c

4 Dat is hoe oud je bent. d

5 De test bepaalt hoe goed of moeilijk iets is v

6 Vertel me wat er echt is gebeurd. a

d Welk woord maakt de zin volledig?

Gebruik de woorden van Engelstalige afkomst.

Kies uit: checken – cool – downloaden – jeans – mailen – shoppen

1 Op de website van de school vind je alle informatie over de sportdag. Je kan daar alles over de sportdag

2 De trainer motiveert ons elke week om beter te worden.

Je kan hem altijd als je vragen hebt

3 Tijdens het weekend gingen we eerst naar de stad om kleren te voordat we paintball gingen spelen.

4 Dat nieuwe skateboard van Sam ziet er echt uit.

5 Met deze app kan je makkelijk je huiswerk plannen, maar je moet hem eerst

6 Die nieuwe look van Robin ziet er echt cool uit! Hij heeft een zwarte aan.

6.2 WOORDWEB

a Lees de zes woorden en de voorbeeldzinnen.

1de categorie Een spar en een den behoren tot de categorie van de naaldbomen.

2de definitieMevrouw, moeten we de definitie van een vierkant kennen?

3onderscheidenIn het donker konden we nog net elkaars gezicht onderscheiden.

4het tekenDe leerkracht geeft een teken wanneer we met de toets mogen beginnen.

5voorzienDe leerkracht L.O. heeft reservekleren voorzien voor de leerlingen die hun gymzak vergeten hebben.

6zich verdiepen in Voor mijn spreekbeurt verdiepte ik me in de verhalen over de Griekse goden.

b Vul de zinnen aan met het juiste woord uit oefening a

1 Een is een korte uitleg van wat een begrip betekent.

2 Tranen zijn soms een dat iemand verdrietig is.

3 Het boek De familie Robinson in de ruimte hoort in de bibliotheek thuis in de ‘avontuur’.

4 Wie zich wil een onderwerp, moet er veel over lezen.

5 De school probeert extra materiaal te voor leerlingen die hulp nodig hebben

6 Aan hun stijl kan je de kunstenaars makkelijk van elkaar

c Vul de zinnen aan met het juiste woord uit oefening a

Tijdens de les natuurwetenschappen moesten de leerlingen zich echt in het onderwerp om het goed te begrijpen.

De leraar begon met een duidelijke van wat een cel precies is.

Daarna leerden ze hoe ze verschillende celtypes konden , zoals spiercellen en zenuwcellen.

Elk celtype behoort tot een bepaalde afhankelijk van zijn functie.

De leraar had ook microscopen zodat iedereen zelf kon kijken.

Het belangrijkste om een plantaardige cel te herkennen is de aanwezigheid van bladgroenkorrels.

d Maak met elk woord van oefening a een nieuwe zin.

Noteer de zinnen op een apart blad.

Gebruik hoofdletters en leestekens.

KEUZELES 1 Online vrienden

KEU ZELES 2 Het zwaard in de steen

KEUZELES 3 Online vriendschap

Oefenen maar!

1 Synoniemen en tegengestelden

Lees de zin.

Les 3 Verre vrienden

Welk woord betekent (bijna) hetzelfde als het vetgedrukte woord?

Kies uit: angstig – groot – helder – lekker – levendig – lui – rommelig – vies – vlug – warrig

Let op: er staan meer woorden dan je nodig hebt!

1De jongen rende snel naar de speeltuin.

2De taart van oma was heerlijk

3Het meisje voelde zich bang in het donker.

4De docent legde de som duidelijk uit aan de klas.

5De hond is erg speels en rent de hele dag rond.

Lees de zinnen

Noteer in de zin het tegengestelde van het vetgedrukte woord.

1 Lisa voelde zich blij toen ze haar verjaardag vierde, maar haar broer was net , omdat hij geen cadeaus kreeg.

2 De weg naar het dorp was recht, maar de weg door het bos was

Hij kronkelde alle kanten op.

3 Het warme water uit de kraan voelde heerlijk, maar het water uit de rivier was ijs

4 Max liep heel hard, terwijl zijn vriend naast hem jogde.

5 De film was lang, maar het reclamefilmpje dat we vooraf bekeken was

Geef telkens drie woorden met dezelfde betekenis als het woord dat er staat.

1een wagen

2een dokter

3een dief

4een huis

Geef telkens drie woorden met dezelfde betekenis als het woord dat er staat.

1praten

2roepen

3lopen

4kijken

©VANIN

Noteer het tegengestelde onder de vetgedrukte woorden.

In Arizona heeft een laffe voorbijganger een vrouw gered. Ze was met haar oude auto in een kanaal gereden in Yuma. Adam Reyes aarzelde geen moment.

Hij sprong haar te hulp. 'Alles gebeurde in meer dan een halve seconde', vertelde de schoolbuschauffeur aan de tv-zender. Hij reed net voorbij met zijn echtgenote Rebecca. De man sprong in het stromende water. Hij slaagde erin de bestuurster door een gesloten raam naar binnen te sleuren. 'De dame voelde dat ik er was. Ze wurgde me bijna. Haar lange armen zaten geklemd rond mijn nek', zegt Reyes. Meteen daarna stond de auto helemaal boven water. Ondanks de zwakke stroming zwom hij traag met de vrouw naar de oever. Met haar praten ging wel. 'Ze was rustig en niet in staat om met niemand te praten', vertelde haar redder.

Naar: www.hln.be

2 Spelling werkwoorden

Weet je nog?

o = meervoud

pv = infinitief (ik zal …)

pv = stam

Les 5 Vriendschap van tegenwoordig

o = enkelvoud

iets anders

pv = stam + t

Vul de tabel aan.

Doe zoals in het voorbeeld.

infinitief stam stam + t

bv. wandelen ik wandel hij wandelt

1dansen ik jij

2spelen ik je

3raden ik u

4zenden ik hij

5 onthouden ik je

6schudden ik hij

7branden ik het

8antwoorden ik zij

Pas het gemar keerde werkwoord aan het onderwerp in de laatste kolom aan. Voeg de uitgang -t toe.

1 Ik rijd elke dag samen met mijn beste vriend naar school.

2 Ik laad elke avond mijn schoolspullen in mijn schooltas.

Tjorven elke dag samen met zijn beste vriend naar school.

Elin elke avond haar spullen in haar schooltas.

3 Ik snijd het vlees in kleine stukjes. De kok het vlees in kleine stukjes.

4 Ik bind mijn veters op een speciale manier.

Fatine haar veters op een speciale manier.

5 Ik onthoud elk woord dat mijn leraar zegt. Je elk woord dat de leraar zegt.

Noteer de stam.

- Onderstreep het onderwerp in de zin.

- Schrijf de persoonsvorm in de laatste kolom.

Let op: schrijf een hoofdletter als de persoonsvorm het eerste woord in de zin is.

infinitief stam zin persoonsvorm

1worden

2belanden

Je te groot voor deze kleren.

Je zeker en vast in een leuke klas.

3aanvaarden Jij echt alles!

4verbranden Jij telkens je vingers aan het gasfornuis.

infinitief stam zin

5lijden

persoonsvorm

jij ook zo tijdens de toetsenweek?

6bespieden je mij?

7duiden

8melden

Waarom jij de foutjes in je oefeningen niet aan?

je het wanneer je getuige bent van pesten?

infinitief stam zin

9vinden

10zenden

11begeleiden

De directeur dat alle leerlingen zich netjes moeten kleden op school.

Nada me een postkaartje van op vakantie.

Hij zijn zieke oma naar het ziekenhuis

12 broeden De eend zes eitjes uit.

infinitief stam zin

13 winden

14schudden

15 verkleden

16leiden

Noteer de stam.

persoonsvorm

persoonsvorm

je mama zich op wanneer je kamer een puinhoop is?

je leraar zijn hoofd bij een fout antwoord?

Hoe je kleine broertje zich voor Halloween?

je zus de leerlingenraad?

- Onderstreep het onderwerp in de zin.

- Schrijf de persoonsvorm in de laatste kolom.

Let op: schrijf een hoofdletter als de persoonsvorm het eerste woord in de zin is.

infinitief stam zin

1vermijden

2rijden

3vinden

4verbranden

persoonsvorm

Ik veel te dure kledingwinkels.

Waar je mama heen?

Sara een volle portefeuille in de toiletten.

Het vuur het hele bos

5bevinden

6verzenden

je kamer zich op de eerste verdieping?

Ik nog geregeld brieven met de post.

7doden dit product alle bacteriën?

8snijden je zomaar je lange paardenstaart af?

9aanvaarden je vriendin je excuses?

10verbreden De baggermachine het kanaal.

11dulden Vader absoluut geen tegenspraak.

12 dragen je mama hippe kleding?

13 spelen

Ze elke week met de lotto.

14beantwoorden jij elke mail die je krijgt?

15 vinden jij dit ook zo’n mooie broek?

16 eten Cian elke avond een dessertje.

17poetsen

18bereiden

19passen

De poetsploeg de inkomhal dagelijks.

Ik een lekkere maaltijd om mijn mama te verrassen.

Waarom je deze jur k niet?

20 zingen Serena zo mooi!

Onderstreep het onderwerp in de zin.

- Wat is de persoonsvorm? Markeer de juiste vorm van het werkwoord.

1scheldenDina scheld / scheldt haar buurmeisje uit.

2wedden Ik wed / wedt dat de Rode Duivels de match tegen Brazilië zullen winnen.

3glijdenOona glijd / glijdt uit in de sneeuw.

4badenCleopatra baad / baadt in ezelinnenmelk.

5speldenSpeld / Speldt je me iets op de mouw?

6hoedenDe herder hoed / hoedt zijn schapen in de bergen.

7bestedenBesteed / Besteedt jij echt zo veel geld aan kleren?

8vermoordenDe hongerige wolf vermoord / vermoordt dat arme hertje.

9rijdenPech! Mijn bus rijd / rijdt voor mijn neus voorbij.

10broedenBroed / Broedt je kip haar eitjes uit?

Onderstreep het onderwerp in de zinnen.

- Vul de persoonsvorm in.

infinitiefzin

1verdienen Kiia veel geld als model.

2beginnen Waar de oefening?

3luiden De kerkklok elke zondagochtend.

4verbranden Anton alle liefdesbrieven die hij van Marie kreeg.

5 testen jij een lipstick voor je hem koopt?

6vinden Ik jouw nieuwe muts prachtig!

7bespieden De bewakingsagent de winkeldief

8verstuiken Milan zijn voet tijdens de voetbalmatch.

9wennen jij moeilijk aan nieuwe situaties?

10dulden De directie geen laatkomers.

Onderstreep het onderwerp in de zinnen.

- Vul de persoonsvorm in.

infinitiefzin

1worden Gabriëlle Bonheur op 19 augustus 1883 in Saumur in Frankrijk geboren.

2kennen Iedereen haar als ‘Coco Chanel’.

3klinken Die naam zeker bekend in de oren.

4kleden In haar tijd de vrouw zich heel ongemakkelijk.

5binden Om elegant te zijn, je als vrouw je middel strak met een korset in.

6houden Coco Chanel daar helemaal niet van 7veranderen Ze de modewereld volledig.

8bestaan Haar nieuwe look voor vrouwen uit eenvoudige truien, lange broeken en comfortabele rokken.

9combineren Die ze met lange kettingen, versierde hoeden en elegante schoenen.

10leiden Daarmee ze een heel nieuw modetijdperk in.

11vinden In de jaren 20 Coco het zwarte avondjurkje uit.

12 bezitten Tegenwoordig iedere vrouw wel zo’n jurkje.

persoonsvorm

persoonsvorm

infinitiefzin persoonsvorm

13 zetten In de jaren 50 Chanel opnieuw de trend met haar handtas met lange riem.

14over lijden Coco Chanel op 10 januari 1971 in Parijs.

15 beïnvloeden Haar stijl de hedendaagse mode nog steeds.

3 Spelling en woordverklaring Les 6 Spel- en woordweb

3.1 SPELWEB

Schrijf de woorden tweemaal over.

1waarheid

2cool

3leeftijd

4weekend

5razend

6niveau

Noteer bij elke tekening een passend woord uit oefening a

Vul de zinnen aan met een woord van Engelstalige afkomst. Schrijf het woord volledig over.

1 Elk week trekken we met onze ouders naar zee.

2 Mijn tr ner bedenkt leuke volleybaloefeningen.

3 Pain all is een dure hobby.

4 Bij het atten op bepaalde sociale mediakanalen weet je vaak niet met wie je communiceert.

5 De websi van de NMBS is super handig bij het plannen van een treinreis.

6 App is de afkorting van a licatie.

Welke woorden zitten verstopt achter de code?

1 Op de van de school vind je alle vrije dagen.

2Dani nodigt zijn vrienden voor een spelletje.

3 Gisteren bracht de de nieuwe voetbaltruitjes mee.

4 De meisjes zaten uren te via Facebook.

5 Snapchat is een coole voor je smartphone.

Uit welke taal zijn deze woorden afkomstig?

a b

Vul de zinnen aan.

Kies uit: chatten – definitie – leeftijd – niveau – waarheid

1 Mijn opa is al 82 jaar oud. Hij heeft een hoge

2 Je moet dit spel op het juiste spelen, anders is het te moeilijk.

3 Soms is het moeilijk om de te zeggen, maar het is wel belangrijk.

4 De leraar vroeg ons om de van ‘vriendschap’ op te zoeken.

5 Na school gaan we vaak online om te met vrienden.

3.2 WOORDWEB

Lees elk woord, de voorbeeldzin en de betekenis.

de categorieEen spar en een den behoren tot de categorie van de naaldbomen. het onderdeel, de soort de definitieMevrouw, moeten we de definitie van een vierkant kennen? de betekenis onderscheidenIn het donker konden we nog net elkaars gezicht onderscheiden de verschillen zien

het tekenDe leerkracht geeft een teken wanneer we met de toets mogen beginnen.

het signaal, de indicatie voorzienDe leerkracht L.O. heeft reservekleren voorzien voor de leerlingen die hun gymzak vergeten hebben. er vooraf voor zorgen dat iets er is zich verdiepen inVoor mijn spreekbeurt verdiepte ik me in de verhalen over de Griekse goden. bestuderen

Markeer het woord dat in de zin past.

1 Kinderen leren hoe ze hoofdletters kunnen onderscheiden / ontbijten van kleine letters.

2 De organisatie kon voorzien / fietsen dat het evenement veel bezoekers zou trekken.

3 De leraar gaf een duidelijke schommel / definitie van het begrip ‘ecosysteem’.

4 Hij bokst in de hoogste soort / categorie van de Olympische Spelen.

5 Zij besloot zich grondig te verdiepen in / te ontladen in de geschiedenis van de Romeinen. Een vallende ster werd door de dorpelingen gezien als een teken / televisie van geluk.

Welk woord past in beide zinnen?

Gebruik een woord uit oefening a.

1 De vallende ster werd door de dorpelingen gezien als een van geluk.

Het verkeersbord langs de weg is een duidelijk dat je moet opletten.

2 Wanneer je vijftien wordt, hoor je in een andere thuis, namelijk de U16

Deze boekenwinkel verdeelt de romans in een aparte , een rond liefde, en een rond avontuur.

3 De leraar gaf ons de juiste van het begrip ‘democratie’.

Kan jij de van dit moeilijke woord online opzoeken?

4 De organisatie kon goed hoeveel stoelen er nodig zouden zijn. Niemand kon dat het weer plotseling zou omslaan.

5 In het donker is het soms moeilijk om kleuren van elkaar te Je moet feiten en meningen van elkaar kunnen

Zelftoets

1 Synoniemen en tegengestelden

Les 3 Verre vrienden /10

a Lees de zin /5

Welk woord betekent (bijna) hetzelfde als het vetgedrukte woord?

Kies uit: groot – hard – helder – komisch – rommelig – saai – traag – verdrietig – vrolijk – zacht

Let op: er staan meer woorden dan je nodig hebt!

1De film was ontzettend grappig en iedereen lachte hard.

2De baby huilde heel luid, zodat iedereen wakker werd.

3Het jongetje voelde zich blij toen hij zijn cadeau kreeg.

4De leerkracht sprak heel duidelijk zodat iedereen het kon begrijpen.

5De oude man liep langzaam naar de winkel.

b Welk tegengestelde hoort bij het vetgedrukte woord? /5

1De man liep snel naar huis toen het begon te regenen.

2Het oude boek was saai, maar het nieuwe boek vond ik geweldig.

3De baby huilde heel luid, terwijl haar broer stilletjes zong.

4De kamer van Jens is veel te groot voor één persoon.

5Het meisje voelde zich blij toen ze haar kat weer zag.

2 Spelling van werkwoorden

©VANIN

Les 5 Vriendschap van tegenwoordig /20

a Noteer de stam. /8

- Onderstreep het onderwerp in de zin.

- Schrijf de persoonsvorm in de laatste kolom.

Let op: schrijf een hoofdletter als de persoonsvorm het eerste woord van de zin is.

infinitief stam zin persoonsvorm

1snijden

2optreden

3vermoeden

4beantwoorden

De scherpe tak in Bobbies poot.

Kuifje altijd als held ?

Kapitein Haddock altijd gevaar.

Kuifje elke brief van zijn fans.

infinitief stam zin

5vermijden

6worden

7broeden

8onthouden

persoonsvorm

Hoe Kuifje ruzie tussen Bobbie en andere honden?

Later Bobbie vast de beste vriend van Kuifje.

Kuifje op een plan om Bobbie te verrassen.

Bobbie altijd waar hij zijn bot heeft verstopt.

b Onderstreep het onderwerp in de zin. /12 - Vul de persoonsvorm in.

Let op: schrijf een hoofdletter als de persoonsvorm het eerste woord van de zin is.

infinitiefzin

1onthouden De leraar Frans nooit dat hij een toets heeft aangekondigd.

2beantwoorden Ik elk bericht onmiddellijk

3mijden Sinds onze ruzie vorige week mijn beste vriend me.

4vermoeden Moeder niet dat we een verrassing voor haar verjaardag plannen.

5rijden jij met de bus naar school of met de tram?

6spelen Mijn zus elke avond piano.

7veranderen Het weer snel in de herfst.

8vinden Papa dat niet grappig.

9lijden De hond aan verlatingsangst.

10snijden De kok de groenten in dunne plakjes.

11vragen De leerkracht of iedereen klaar is.

12 raden jij wat ik in mijn hand heb?

persoonsvorm

3 Spelling en woordverklaring Les 6 Spel- en woordweb /15

a Vul het voorgelezen woord in. /5

1 Heb jij wel de juiste om alleen met het vliegtuig op reis te gaan?

2 Zijn kleine broertje was enthousiast omdat ze samen een spel gingen spelen.

3 Het hele gezin keek uit naar het , want dan zouden ze een dagje naar het strand gaan.

4 Onderweg vertelde opa een geheim, en Mark probeerde de eruit te halen

5 De golven waren hoog, maar Mark voelde zich op zijn gemak dankzij zijn zwemvaardigheid. Hij merkte dat zijn in zwemmen veel hoger was dan vorig jaar.

b Vul de gedicteerde woorden in. /5

1 Op een dag besloten Amir en Lotte om samen iets leuks te doen. Ze hadden op de UiTinVlaanderen gekeken wat er allemaal te beleven viel in de buurt.

2 Lotte vond een activiteit die er echt uitzag: een middag in het bos!

3 Ze begonnen meteen te over wie ze nog zouden uitnodigen.

4 De volgende dag gaf hun hun op school zelfs tips over hoe ze goed konden samenwerken tijdens het spel.

5 Om alles goed te regelen, gebruikten ze een handige waarmee ze konden afspreken, betalen en hun team samenstellen. Het werd een dag vol actie, lachen en echte vriendschap.

c Vul de tekst aan. /5

Kies uit: categorie – definitie – onderscheiden – teken – voorzien

1 De leerkracht gaf van het begrip ‘persoonsvorm’ een duidelijke .

2 Daarna legde hij uit hoe je de persoonsvorm kan van het onder werp.

3 Elk woord in de zin hoort bij een bepaalde , zoals de werkwoorden, de lidwoorden of de zelfstandige naamwoorden.

4 De leerkracht had voorbeelden zodat de uitleg duidelijker werd.

5 Een belangrijk om een werk woord te herkennen, is dat een werkwoord een activiteit uitdrukt.

Thema 6 Mode ©VANIN

LES 1 Waarom loop je niet in je blootje? - zelfstandig naamwoord, lidwoord 192

LES 2 Influencers - reclame kritisch bekijken 196

LES 3 Mode-iconen - spelling: onregelmatige werkwoorden

200

LES 4 Ieder zijn stijl - feit en mening 203

LES 5 Al dat geshop zet de wereld op z’n kop - 206 luisteren: een nieuwsbericht

LE S 6 Spel- en woordweb - spelling, woordverklaring

KEUZELES 1 Rages - zakelijk lezen

KEUZELES 2 100 % - genietend lezen

KEUZELES 3 Mijn favoriete look - schrijven

209

LES 1 Waarom loop je niet in je blootje?

zelfstandige naamwoorden herkennen

a Lees de tekst.

lidwoorden herkennen

Markeer de onderstreepte woorden die een persoon, een dier of een ding benoemen.

REIS DOOR DE TIJD?

Loop jij vandaag in je blootje? Waarschijnlijk niet. Tel maar eens hoeveel kledingstukken jij nu draagt. Al meer dan 100 000 jaar dragen mensen kleding. Sokken, ondergoed, jurkjes, T-shirts, truien, jassen, sjaals, hoeden, schoenen en noem maar op. Reis je mee door de tijd?

Oertijd

Lang geleden verloren de oermensen hun vacht. Om zich te beschermen tegen weer en wind begonnen ze huiden van dieren te dragen. Meestal droegen ze bont van een hert of soms zelfs van een beer.

Rond 1900

Niet zo lang geleden droegen vrouwen enkel rokken of jurken. Broeken mochten ze niet dragen.

Jaren 1960

In de jaren zestig besloten vrouwen: wij dragen wat we willen! Van minirokjes tot een bikini en broeken met brede pijpen. Alles mocht in de tijd van de flowerpower.

Egypte

In het oude Egypte liepen kinderen tot hun zesde in hun blootje. Behalve een pruik droegen de Egyptenaren niet veel. De rijke mensen? Die hadden soms wel een dierenvel.

Rond 1800

Aan de kleding van een kind kon je meteen zien of het een jongen of een meisje was. Blauw werd vooral door meisjes gedragen. Roze was voor jongens.

Grieken en Romeinen

Wist je dat Griekse en Romeinse mannen rokken en jurken droegen? Ze maakten een jurk door een groot doek om te knopen.

GRIEKEN & ROMEINEN

Middeleeuwen

Een jongen droeg een pofbroek. Een meisje koos voor een lange jurk met meerdere onderrokken. Dat deden ze om ronder en gezonder te lijken. Bijna iedereen droeg wel iets op het hoofd.

Vandaag

Je kunt vandaag heel gemakkelijk en goedkoop zowat alles vinden. Mensen willen vaak snel nieuwe kleding om trends te volgen en ‘in’ te zijn. Hoe denk jij dat mensen zich in de toekomst zullen kleden?

Naar: Jasmien Wynants en Judith Thomas, Groeien broeken aan bomen?
ROND 1800
JAREN 1960

Besluit

Zelfstandige naamwoorden zijn woorden die een persoon, een dier of een ding benoemen.

Let op! Woorden als verdriet, gezondheid, woede, hoogte … zijn dingen die je niet kan vastnemen. Het zijn ook zelfstandige naamwoorden.

©VANIN

b Welke woorden ontbreken er voor de onderstreepte zelfstandige naamwoorden?

Vul de tekst aan.

Kleding zorgt ervoor dat je geen kou hebt in winter, niet nat wordt in regen of niet verbrandt in zomer. Er zijn natuurlijk nog redenen waarom je kleding draagt.

Soms vind je kledingstuk heel erg leuk omdat het goed bij je past.

Soms draag je uniform van je school omdat dat nu eenmaal verplicht is …

Naar: Jasmien Wynants en Judith Thomas, Groeien broeken aan bomen?

Besluit

Voor een zelfstandig naamwoord kan je een lidwoord zetten. Dat kan een, de of het zijn.

c Lees de zinnen. Kijk naar het vetgedrukte woord. Beantwoord de vragen door in elk vakje ja of nee te markeren.

Is het een persoon, een dier of een ding? Kan je er een lidwoord voor schrijven?

Is het een zelfstandig naamwoord?

1Kijk eens in een fotoboek van vroeger. ja - neeja - neeja - nee

2Hoe zag je vader er vroeger uit?ja - neeja - neeja - nee

3En je moeder? ja - neeja - neeja - nee

4Wat voor jas hadden ze aan? ja - neeja - neeja - nee

5Hoe droegen ze hun haar? ja - neeja - neeja - nee

6Stond er een bril op hun neus? ja - neeja - neeja - nee

7 Rookte je opa een pijp? ja - neeja - neeja - nee

8Droeg je oma een sjaal van bont? ja - neeja - neeja - nee

9Is dat de hond die je daar ziet?ja - neeja - neeja - nee

10Heel grappig! ja - neeja - neeja - nee

d Lees de zinnen. Kijk naar het vetgedrukte woord. Is het een zelfstandig naamwoord? Markeer ja of nee in de laatste kolom. Is het een zelfstandig naamwoord?

combineren: samenbrengen de stijl: de manier van kleden

1 Sneakers zijn tof. ja - nee

2Ze zitten comfortabel ja - nee

3Je kan ze met alles combineren ja - nee

4 Ze passen bij elke stijl ja - nee

5 Met een leuk jurkje en make-up kan het er zelfs chic uitzien.ja - nee

6Sneakers waren vroeger enkel voor sport ja - nee

7Ik vind het een erg leuk woord ja - nee

8Het komt uit het Engels. ja - nee

9‘To sneak’ betekent sluipen ja - nee

10Hoe ziet jouw favoriete paar eruit? ja - nee

e Lees de tekst.

- Markeer de zelfstandige naamwoorden. Eenzelfde woord markeer je maar één keer.

- Noteer de zelfstandige naamwoorden op de juiste plaats in de tabel. Zoek op als je twijfelt.

Kleding wordt van dieren gemaakt

Zijn jouw schoenen van leer? Dan zijn ze waarschijnlijk gemaakt van de huid van een koe. Ook van de huid van een paard of een krokodil kan leer gemaakt worden.

Zijde komt van de zijderups. Om de draad te maken, wordt de cocon met de rups erin gekookt. Die wordt dan gewassen, geverfd, gebleekt en verzwaard. Zijde wordt vooral gebruikt voor kleding voor volwassenen. Heel veel mensen willen geen bont meer dragen. Ze vinden het gruwelijk dat een dier enkel voor zijn huid geslacht wordt.

de-woorden het-woorden

f Lees de tekst.

- Markeer de zelfstandige naamwoorden.

Voor personen gebruik je blauw, voor dieren groen en voor dingen roze.

- Onderstreep de lidwoorden.

SOORTEN KLEDING

©VANIN

Feest

Wanneer je viert, kies je je mooiste kleding uit.

Wat is jouw favoriete kledingstuk?

Werk

Sommige kleding reflecteert licht in het donker, beschermt je tegen het vuur of zorgt dat je niet opvalt in de natuur.

Wij doen niet mee!

Er zijn groepen mensen die ervoor kiezen om kleding te dragen die opvalt tussen de rest. Vaak willen ze daarmee protesteren of een boodschap brengen zoals: ‘wij willen geen oorlog’ of ‘iedereen mag zichzelf zijn’.

Sport

Ook om te sporten draag je speciale kleren. Stel je voor: een voetballer in een tutu?

Verkleedpartijtjes

Verkleden is zo leuk! Je kunt zijn wie of wat je wilt. Een krokodil, een papegaai, een griezel of een prinses. Duik maar eens in de verkleedkoffer…

g Maak van elk wer kwoord een zelfstandig naamwoord.

Het ene woord benoemt een persoon, het andere woord benoemt een ding.

Doe zoals in het voorbeeld.

werkwoord

zelfstandig naamwoord persoon ding

1winkelen de winkelier de winkel 2tekenen

3kopen

4naaien

5ontwerpen

6feesten

Naar: Jasmien Wynants en Judith Thomas, Groeien broeken aan bomen?
WERKEN & BESCHERMEN
JEZELF ZIJN

LES 2 Influencers

reclame herkennen kritisch nadenken over reclame

a Bekijk de teksten in oefening b

Welk doel hebben deze teksten?

De teksten willen je …

○informeren.

○ontspannen.

○ontroeren.

○over tuigen.

○een mening geven.

○instructies geven.

b Beantwoord de vragen.

1 Schrijf onder elke advertentie waarvoor er reclame wordt gemaakt.

2 Omcirkel het merk in de advertenties.

3 Markeer de slogan groen.

Let op: er is niet bij elke advertentie een slogan.

4 Bij welke advertenties zie je een logo?

5 Wat valt je op bij advertenties 2, 4 en 6?

6 Waarom gebruiken reclamemakers bekende mensen om hun producten aan te prijzen?

7 Om welke reden kopen veel mensen kleren bij Zara?

8 Waarom wordt de meeste reclame in het Engels gemaakt?

aanprijzen: aanraden

©VANIN

Besluit

Reclame probeert je te overtuigen om een product te kopen.

Reclame probeert je te beïnvloeden en je mening te veranderen.

Reclamemakers maken daarvoor gebruik van een aantal trucs:

- een slogan;

- humor;

- de afgebeelde mensen zien er mooi uit;

- beroemdheden prijzen het product aan;

-

c Bekijk de filmpjes en beantwoord de vragen.

1 Wat is het doel van deze filmpjes?

De filmpjes willen je…

○informeren.

○ontspannen.

○ontroeren.

○over tuigen.

○een mening geven

○instructies geven.

2 Waar vind je deze filmpjes?

3 Wie maakt deze filmpjes?

4 Waarom zijn deze filmpjes ook reclame?

5 Hoe zorgen de makers ervoor dat je blijft kijken?

6 Welk effect hebben deze filmpjes op jou?

d Reclame maakt vaak gebruik van stereotiepe beelden.

het effect: het resultaat

1 Lees de woordenboekfragmenten die het woord ‘stereotiep’ verklaren.

Leg het daarna in je eigen woorden uit.

ste·re·o·tiep (bijv. nw.) gezegd van iets dat steeds weer op dezelfde manier gebeurt, volgens een vast patroon ◊ hij maakte stereotiepe grapjes.

Uit: Van Dale Basiswoordenboek Nederlands

ste·re·o·tiep [bijvoeglijk naamwoord] iets wat stereotiep is, geeft precies het beeld dat je verwacht ◊ het boek geeft een stereotiep beeld van Amsterdam

Uit: Van Dale Nederlands als tweede taal (NT2)

2 Welke stereotiepe beelden kom je vaak in reclame tegen?

3 Waarom gebruiken reclamemakers stereotiepe beelden?

5 Wat zou hiervoor een oplossing kunnen zijn?

e Bekijk de volgende advertenties.

Hoe stereotiep zijn ze?

Leg uit waarom.

LES 3 Mode-iconen

onregelmatige werkwoorden correct schrijven

Weet je nog?

o = meervoud

pv = infinitief (ik zal …) ik

je/jij na de pv

pv = stam

©VANIN

o = enkelvoud

iets anders

pv = stam + t

a Een icoon is iemand die een voorbeeld is voor veel mensen. Wie is voor jou een mode-icoon?

b Lees de tekst. Let goed op de onderstreepte werkwoorden.

Dit is het verhaal van het Franse meisje Gabrielle. Op 19 augustus 1883 wordt ze geboren. Als kind woont ze in een klooster. De nonnen van het klooster vinden haar maar een raar meisje. Ze is anders dan de anderen. Daar houden de nonnen niet van. Gabrielle zal veel straf moeten schrijven. Maar ze heeft een talent. Andere meisjes spelen met poppen, zij wil vooral bezig zijn met naald en draad. Ze kan ook goed zingen en ze is een goede actrice. ’s Avonds mag ze in een café optreden om wat geld te verdienen. Het publiek noemt haar Coco. Zo komt het dat je de kleine Gabrielle nu kent als de grote modeontwerpster Coco Chanel.

c Noteer de infinitief van de onderstreepte werkwoorden in de tabel.

infinitief

Ze is zij wil Gabrielle zal

Ze kan ze heeft ’s Avonds mag ze

infinitief

d Vul het schema aan.

Lees eerst de leerstof over onregelmatige werkwoorden in het vademecum op p. [XXX].

zijnhebbenwillenzullenkunnenmogen ik ik ik ik ik ik

je je je je je je je? jij? je? je? jij? je?

hij zij Indrah Tommy het dat wij jullie ze we jullie zij

e Onderstreep het onderwerp in de zin.

- Vul de persoonsvorm in.

infinitiefzin persoonsvorm

1mogen In de jaren 1900 een vrouw niet zonder korset naar een feestje.

2willen Gabrielle Chanel geen korset dragen.

3kunnen Je er niet eens mee dansen.

4zullen Coco Chanel daar voor alle vrouwen verandering in brengen.

5hebben De ontwerpster een heel nieuwe stijl in gedachten.

6zijn Spijtig genoeg het niet meteen een groot succes.

7zullen Dat later zeker nog veranderen.

8hebben Weinig ontwerpers zoveel invloed op de mode gehad als Coco Chanel.

f Onderstreep het onderwerp in de zin.

- Vul de persoonsvorm in.

1willen Je graag opvallen? Draag dan heldere kleuren. Grijze muizen vallen niet op.

2kunnen Een jeans je met alles combineren: een stoere trui, een gekleed hemdje …

3zullen Een durver met een opvallend accessoire scoren: opvallende schoenen, een coole riem …

4hebben je vader iets cools in zijn kast liggen? Lenen!

5zullen Volwassenen je veel ernstiger nemen als je netjes voor de dag komt.

6mogen Een trainingspak , maar enkel wanneer je spor t of op de bank tv-kijkt.

7zijnEen verzorgd kapsel de kers op de taart.

g Vul de persoonsvorm in.

infinitiefzin

1zijnHallo! Ik Stan.

2wonenIk in Opwijk en ik ben 15 jaar.

3vindenMijn vrienden mijn kledingstijl cool.

4kiezen Ik zo veel mogelijk voor tweedehandskleren.

5kunnenMaar dat niet altijd.

6zijnHet voor mij belangrijk om er modebewust uit te zien.

7komenMijn pet uit de kringloopwinkel.

8hebbenIk geluk dat ik ze vond.

9mogenHet T-shir t ik van mijn broer lenen.

10zullenMet een skinny jeans je me nooit zien.

11mogenVan mijn mama ik geen te baggy broeken dragen.

12 bemoeienVerder ze zich niet met mijn kleren.

h Combineer telkens een onder werp met een werkwoord. Maak zo zes goede zinnen.

persoonsvorm

Schrijf een hoofdletter aan het begin van de zin en een leesteken op het einde.

Werk op een apart blad.

onderwerp werkwoord

de leerlingen mogen

mijn beste vriend hebben een influencer kunnen

mijn favoriete kledingstuk zijn de buren zullen iedereen willen

LES 4 Ieder zijn stijl

feit en mening onderscheiden

a Bekijk de foto.

je eigen mening formuleren in een klasgesprek

Lees de zinnen in de tekstballonnen.

andere meningen respecteren

1 Van welke zinnen kan je zeker zijn dat ze kloppen? Zet er een kruisje bij.

Dit meisje is erg zelfzeker.

Ze draagt een strakke jeans en een wit hemd over een zwart topje

Haar outfit is erg stijlvol.

Ik denk dat een van haar vrienden deze foto heeft genomen.

2 Hoe weet je dat die uitspraken juist zijn?

3 Markeer de zinnen waarin een mening wordt gegeven.

Besluit

Een feit is iets wat je kan zien, bewijzen of controleren.

Het is zoals het is.

bv. De hoofdstad van België is Brussel.

Een mening is iets wat je van iets of iemand vindt of denkt.

Het is iets persoonlijks.

bv. In Brussel vind je de leukste winkels.

Volgens mij heeft ze haar kleren allemaal tweedehands gekocht.

Ze draagt geen lange sokken.

Ze heeft een zwarte handtas bij zich.

Haar rechterhand heeft ze in haar broekzak gestoken.

b Geven deze zinnen een feit of een mening weer?

Markeer het passende antwoord.

zin

feitmening

1Mijn ouders hebben nog nooit kleding bij Shein gekocht. feitmening

2Fast Fashion is echt niet ok. feitmening

3Een paar schoenen per seizoen lijkt me voldoende. feitmening

4Karl Lagerfeld was vanaf 1983 hoofdontwerper voor Chanel. feitmening

5Adidas is een Duits sportmerk. feitmening

6Wie merkkleding draagt, heeft meer stijl. feitmening

7Je koopt beter kleding die van natuurlijke materialen gemaakt is. feitmening

8De jeansbroek werd uitgevonden als kledingstuk voor mijnwerkers. feitmening

c Lees de tekst.

Markeer: - de onderstreepte zinnen roze als het een feit is.

- de onderstreepte zinnen oranje als het een mening is;

Trendalert vanaf de catwalk: teenringen worden hét accessoire van deze zomer

Teenringen waren al populair in de jaren 2000.

Het is dus een Y2K-trend. Toen zagen we regelmatig beroemdheden zoals Britney Spears en Kim Kardashian met zulke ringen op de rode loper. Een van de redenen dat deze mode weer populair wordt, is het nostalgische gevoel dat het oproept. Mensen tussen de twintig en de dertig groeiden op in deze periode. Met deze trend herbeleven ze herinneringen uit hun jeugd.

Ook bij beroemdheden zijn teenringen populair. Zangeres en mode-icoon Rihanna droeg voor het Met Gala een teenring ter waarde van 600 000 dollar. Het was het hoogtepunt van haar gedurfde zwangerschapsstijl.

Teenringen kunnen ook een culturele betekenis hebben. In sommige delen van India bijvoorbeeld, dragen getrouwde vrouwen traditioneel teenringen als symbool van hun huwelijk. Het gekozen materiaal is dan meestal zilver.

Naar: www.hln.be

d Wat is jouw mening over deze stellingen?

Bespreek ze met de rest van de klas.

de stelling: de uitspraak, de mening

Tips

- Gebruik ik-boodschappen: ‘Ik vind …’ of ‘Volgens mij …’ of ‘Persoonlijk denk ik …’

- Leg uit waarom je er zo over denkt.

- Luister naar anderen. Gebruik positieve lichaamstaal.

- Respecteer de mening van anderen.

Merkkleding is voor snobs!

een traIningsbroek kan je overal dragen.

Iedereen zou tweedehandskleding moeten kopen.

skinny jeans? nooit!

beige past enkel bIj oude mensen.

Hoe Meer tatoeages, hoe beter.

LES 5 Al dat geshop zet de wereld op z’n kop

luisteren naar een nieuwsbericht

VOOR

a Lees de weetjes over mode.

FAST FASHION?

Vroeger vond je twee keer per jaar een nieuwe collectie in de winkels. Nu hangen er bij fast fashion-ketens wel twee keer per week nieuwe kledingstukken! Het gaat enorm snel en het moet heel goedkoop zijn. Daarom wordt die kleding vaak gemaakt in verre landen, waar de mensen er te weinig geld voor krijgen.

SLOW FASHION

informatie uit een nieuwsbericht halen

©VANIN

Slow fashion is het tegenovergestelde van fast fashion. Sommige ontwerpers en merken zeggen: ‘Nee, ik doe er niet aan mee.’ Zij laten veel minder kleren maken, maar wel van een betere kwaliteit. Zo gaan deze langer mee.

EEN T-SHIRT VOOR EEN APPEL EN EEN EI?

Modemerken proberen vaak meer te verkopen dan je eigenlijk wil of nodig hebt. Omdat je kleding zo goedkoop kunt vinden, koop je weleens te veel. Maar is het niet jammer dat je kleren zomaar koopt en weggooit zonder erbij na te denken? Zeker als je weet hoeveel mensen en materialen ervoor nodig zijn?

KAN HET NOG GOEDKOPER?

Omdat merken nooit goed weten hoeveel kleding ze gaan verkopen, maken ze voor de zekerheid wat te veel. Ze blijven daardoor vaak met een grote stapel onverkochte kleding zitten. Die proberen ze tijdens de koopjesperiode met korting te verkopen. Als dat niet lukt, wordt het overschot naar verre landen gestuurd. Vaak wordt het daar gedumpt op een grote afvalberg of ergens in rivieren.

DUURZAAM ≠ DUUR

Reken de kosten per draagbeurt maar eens uit. Wat kost meer?

Een T-shirt van 2 euro 1 keer dragen?

Een T-shirt van 20 euro 10 keer dragen?

Naar: Jasmien Wynants en Judith Thomas, Groeien broeken aan bomen?

©VANIN

b Beantwoord de vragen.

Discussieer erover met je klasgenoten.

1 Waar koop jij je kleding?

2 Hoe vaak koop je nieuwe spullen?

3 Wie bepaalt jouw budget?

4 Wat vind je van fast fashion?

5 Wat doe je met kleding die je niet meer nodig hebt?

Tips

- Lees de vragen op voorhand.

- Als het fragment te snel gaat, noteer dan eerst enkel kernwoorden.

Vul na het kijken rustig aan.

TIJDENS

c Bekijk het fragment uit Karrewiet.

1 Wat is het doel van het fragment?

Het fragment wil je…

○informeren.

○ontspannen.

○ontroeren.

○over tuigen.

○een mening geven.

○instructies geven.

2 Wat is de hoofdgedachte?

3 Wat zijn de hoofdpunten van dit fragment?

Zet een kruisje.

○Wat is fast fashion?

○Wat kan je in een tweedehandswinkel kopen?

○Waar koop je fast fashion?

○Waarom is de mode-industrie zo vervuilend?

ondervinden: ervaren, voelen

○Welk probleem ondervinden tweedehandswinkels door de overvloed aan fastfashion-kledij?

○Welke oplossingen zijn er?

○Waar vind je tweedehandswinkels?

d Bekijk het fragment een tweede keer. Beantwoord de vragen.

1 Wat zijn de kenmerken van fast fashion?

2 Welke tips tegen de overvloed aan fast fashion krijg je in het fragment?

e Beoordeel je luisteropdracht.

EVALUATIE

1 Volgde je de luistertips?

○Ik las de vragen op voor hand.

○Tijdens het luisteren noteerde ik kernwoorden.

2 Wat heb je uit het fragment geleerd?

LES 6 Spel- en woordweb

woorden correct schrijven de betekenis van woorden kennen

6.1 SPELWEB

a Luister naar de woorden.

b Schrijf de woorden juist over.

1 make-up 4 ballon

2 reclame 5 collectie

3 actrice 6 budget

c Vul de ontbrekende woorden in.

Kies uit de woorden in oefening b

1 Twee keer per jaar krijg ik een van 200 euro voor kleren.

2 Mama houdt niet van shoppen tijdens de koopjesperiode.

Ze wacht liever op de nieuwe

3 Lana wil later een in het theater worden.

4 Hoe snel kan jij deze opblazen?

5 Ik vind je heel mooi, zowel met als zonder

6 Vervelend, die voor elke YouTube-video.

d Lees de zin

Door welk woord dat eindigt op -tie kan je het vetgedrukte woord vervangen?

Kies uit: advertentie – combinatie – emoties – imitatie – situatie – spatie

1We begrepen elkaar niet goed. Dat zorgde voor een grappige toestand.

2Je hoeft je niet te schamen voor je gevoelens.

3Is dit een echte Louis Vuitton of een namaak?

4Yoghurt met pindakaas? Is dat wel een goede mix?

5Komt die reclameboodschap wel overeen met de realiteit?

6Tussen die twee woorden moet een witruimte komen.

e Welk woord dat eindigt op -tie past bij de afbeelding?

6.2 WOORDWEB

a Lees de zes woorden en de voorbeeldzinnen.

1aanprijzenDe marktkramer schreeuwde luid om zijn koopwaar aan te prijzen.

2combinerenKan je een deftige jurk met sportschoenen combineren?

3het effectGezond eten heeft een positief effect op de gezondheid.

4ondervindenWie zich niet aan de regels houdt, zal snel problemen ondervinden.

5de stellingGa jij akkoord met deze stelling: alle leerkrachten zijn streng?

6de stijlMaya heeft een heel aparte stijl. Ze kleedt zich altijd heel leuk.

©VANIN

b Combineer elke zin met de juiste uitleg.

1Wij houden van een sportieve stijl. We komen vaak met een trainingspak en sneakers naar school. aaanraden

2Studeer goed en maak al je taken. Het zal een positief effect op je rapport hebben. bsamenbrengen, verbinden

3In deze oefening moet je de zin met het passende woord combineren cuitspraak

4Merken proberen hun producten met behulp van reclame aan te prijzen dmanier van kleden

5Merkkleding is beter dan goedkope kleding. Ben jij het eens met deze stelling? eervaren

6Mensen met een beperking ondervinden veel moeilijkheden als ze het openbaar vervoer gebruiken. fresultaat 123456

c Vul de zinnen aan met het juiste woord uit oefening a

1 Welke trui kan ik met deze broek ?

2 Het reisbureau wil de reizen naar Egypte extra . In de vitrine hangen allerlei promoties uit.

3 Ik draag nu heel andere kleren dan toen ik nog in de lagere school zat. Mijn is veranderd.

4 Wij houden onze klas heel netjes. Dat heeft een positief op het humeur van onze leraar.

5 Steek je groene kaart in de lucht als je akkoord gaat met deze

6 Wie met de auto door Brussel rijdt, zal veel verkeersellende

d Maak met elk woord van oefening a een nieuwe zin.

Noteer de zinnen op een apart blad. Gebruik hoofdletters en leestekens.

KEUZELES 1 Rages

KEUZELES 2 100%

KEUZELES 3 Mijn favoriete look

Oefenen

maar!

1 Het zelfstandig naamwoord en het lidwoord Les 1 Waarom loop je niet in je blootje?

Weet je nog?

Zelfstandige naamwoorden zijn woorden die een persoon, een dier of een ding benoemen.

Let op! Woorden als verdriet, gezondheid, woede, hoogte … benoemen dingen die je niet kan vastnemen. Het zijn ook zelfstandige naamwoorden.

Voor een zelfstandig naamwoord kan je een lidwoord zetten. Dat kan een, de of het zijn.

Lees de woorden.

Markeer:

- de woorden die een persoon benoemen blauw.

- de woorden die een dier benoemen groen;

- de woorden die een ding benoemen roze;

de jas de winkel de krokodil de influencer de verkoperhet shoppingscentrum het lieveheersbeestjede actrice

het schaaphet fotomodel de ontwerper de sneaker het trainingspakde smartphonede schoenmakerhet paard

Welk woord uit de reeks is een zelfstandig naamwoord?

1dragen – kleding – schattig – shoppen

2chic – foto – poseren – showen

3bontjas – goedkoop – tweedehands – uitkiezen

4elegant – strijken – wasbeer – zacht

Lees de tekst. Onderstreep de lidwoorden.

Nayla is de trendsetter van onze klas. Ze komt elke dag met de perfecte outfit naar school. Bij elke look vindt ze het coolste accessoire. Gisteren droeg ze oorbellen in de vorm van een spin. Ook van de leerkrachten krijgt ze regelmatig een compliment.

Lees de zinnen. Kijk naar het vetgedrukte woord. Beantwoord de vragen door in elk vakje ja of nee te markeren. Is het een persoon, een dier of een ding? Kan je er een lidwoord voor schrijven? Is het een zelfstandig naamwoord?

1In de jaren 2 000 werden kleine hondjes als accessoire populair. ja - neeja - neeja - nee

2Bekende vrouwen droegen ze in hun handtas ja - neeja - neeja - nee

3Vooral chihuahua’s werden populair. ja - neeja - neeja - nee

4Het is een heel klein hondenras. ja - neeja - neeja - nee

5Lang geleden hielden Russische edelen wolven als huisdier. ja - neeja - neeja - nee

6Wie erbij wilde horen, nam er een als huisdier. ja - neeja - neeja - nee

7De dieren werden in het bos gevangen. ja - neeja - neeja - nee

8Een jager ging op zoek naar mooie welpen. ja - neeja - neeja - nee

9Hun tanden werden verwijderd. ja - neeja - neeja - nee

10Vind jij dieren houden als accessoire verantwoord? ja - neeja - neeja - nee

Lees de zinnen. Kijk naar het vetgedrukte woord. Is het een zelfstandig naamwoord?

Markeer ja of nee in de laatste kolom. Is het een zelfstandig naamwoord?

1Levi’s is een heel bekend jeansmerk. ja - nee

2Het werd opgericht in de Amerikaanse stad San Francisco. ja - nee

3 De oprichter heette Oskar Levi Strauss. ja - nee

4Hij gebruikte Levi als voornaam. ja - nee

5Zelf was Levi een stoffenhandelaar. ja - nee

6Samen met een kleermaker bedacht hij een nieuw soort broek. ja - nee

7Ze gebruikten denim en spijkers ja - nee

8Denim is een sterke katoenen stof. ja - nee

Is het een zelfstandig naamwoord?

9Ze gebruikten paarden om de stevigheid van de spijkerbroek te testen. ja - nee

10Die paarden zie je vandaag nog steeds in het logo van Levi’s.ja - nee

Zijn de onderstreepte woorden in de tekst de-woorden of het-woorden?

- Markeer de de-woorden blauw.

- Markeer de het-woorden roze.

- Zoek het online op als je het niet we.

Ik was zestien toen mijn school een stage voor mij bij een schoenmaker regelde. Ik zat op een school voor moeilijk opvoedbare kinderen. Ik hield niet van school en ik was geen boekenwurm. Maar ik was wel creatief en handig. Vandaar dat een praktisch beroep een goed idee leek. Van schoenen maken wist ik nog niets toen ik in het schoenenatelier aan de slag ging. Ik heb er alles geleerd. Na mijn stage mocht ik blijven. Dat was leuk. Ik had het er echt naar mijn zin. Ik maakte en herstelde ondertussen elke dag een heel aantal schoenen. Geen enkel onderdeel heeft nog een geheim voor mij. Wat voor type schoen het ook is.

Markeer alle zelfstandige naamwoorden in de tekst.

Nepnagels uit gel en gellak zijn populair. Je kan ze ook steeds goedkoper laten plaatsen. Let wel op, want ze kunnen allergische reacties veroorzaken. De gel voor nepnagels bevat stoffen die ervoor zorgen dat de nagels hard worden onder UV-licht. Die stoffen zijn heel giftig.

Meestal reageert de huid er pas na jaren op. Je krijgt dan kloven, schilfers en jeuk rond de nagels. Eens je allergisch bent, reageer je voor altijd gevoelig op de stoffen in nepnagels. Dat kan heel lastige gevolgen hebben. Je vindt deze stoffen namelijk ook in de vulling die tandartsen gebruiken tegen gaatjes.

Vul de zinnen aan met het juiste lidwoord.

- Geef een ver klaring voor het zelfstandig naamwoord. Zoek het online op als je het niet weet.

1 In bos staat een huisje.

2 bos bloemen is ver welkt.

3 pad is een nuttig dier

4 koffiepad mag je bij het tuinafval gooien.

5 jacht vaar t de haven binnen.

6 jacht houdt de populatie van hazen onder controle.

7 volleybal valt net buiten het veld.

8 oogstbal is in augustus.

9 koper van de luxueuze villa is gekend.

10 koper moet ieder jaar gepoetst worden.

Vul een passend zelfstandig naamwoord in.

1 Als je gek bent op en accessoires, wil je misschien wel modeontwerpster worden.

2 Een heeft nieuwe ideeën over hoe je kleding zou kunnen dragen.

3 Je experimenteert vaak met nieuwe vormen, of

4 Als modeontwerper kan je dure ontwerpen.

5 Je kan ook kleren maken die je in gewone kan kopen

6 Sommige ontwerpers maken sportkleding of kleding voor en jongeren.

2 Onregelmatige werkwoorden in het heden Les 3 Mode-iconen

Weet je nog?

o = meervoud

pv = infinitief (ik zal …) ik

je/jij na de pv

pv = stam

o = enkelvoud

iets anders

pv = stam + t

Vul het schema aan.

zijnhebbenwillenzullenkunnenmogen

je jij je je jij je je? jij? je? je? jij? je?

hij men Zoé Tuur het dat wij jullie zij we jullie ze

Onderstreep het onderwerp in de zin. - Vul de persoonsvorm in.

infinitiefzin

1zijn Ashley Graham al enkele jaren bekend als model met een maatje meer.

2willen Ze dat de modewereld meer rekening houdt met normale vrouwen.

3kunnen Het niet dat kleding enkel door magere modellen geshowd wordt, vindt ze.

4hebben Jammer genoeg je weinig ontwerpers die een beroep doen op modellen met een maatje meer.

5zijn Je niet enkel mooi als je maatje 32 hebt.

6mogen Iedereen zich mooi voelen.

7willen Ashley Graham daar verandering in brengen.

8hebben Ze haar eigen lingeriecollectie ontworpen.

9zijn De collectie voor mollige vrouwen bestemd.

10zullenTijdens haar modeshow in New York je enkel mollige modellen zien.

Naar: www.hln.be

persoonsvorm

Onderstreep het onderwerp in de zin.

- Vul de persoonsvorm in.

infinitief zin

1lijken Fotomodellen vaak op elkaar

2zijn Ze bijna allemaal lang, slank en blank.

3zullen De organisatie ‘Models of Diversity’ dat veranderen.

4willen Deze organisatie dat iedereen model kan worden.

5zijn Niemand perfect.

6tonen Toch de modewereld altijd modellen die perfect lijken.

7vinden ‘Models of Diversity’ dat niet eer lijk.

8willen Ze de modewereld veranderen.

9zijn Rebecca geboren met één arm.

10hebben Ze een valse arm.

11zullen Nu het haar eindelijk lukken om model te worden.

12 mogen Binnenkort ze aan modeshows in de Verenigde Staten meedoen.

13 zien Hopelijk we in de toekomst meer modellen als Rebecca.

14zullen De modewereld dan eindelijk de realiteit weerspiegelen.

Naar: wablieft.be

Onderstreep het onderwerp in de zin. - Vul de persoonsvorm in. infinitiefzin

1maken Het kledingmerk H&M binnenkort weer kleding met gebruikt katoen.

2kunnen Mensen oude kleren naar de winkels brengen.

3worden Die kleding dan gebruikt om nieuwe stoffen te maken.

4krijgen Je dan korting op je volgende aankopen.

5willen ‘Ik minder afval in de wereld.’

6zeggen Dat de directeur Karl-Johan Persson.

7hebben In de fabrieken men nu minder grondstoffen nodig.

8zijn Zo de fabrieken van H&M minder slecht voor het milieu.

persoonsvorm

infinitiefzin persoonsvorm

9hebben De nieuwe collectie voor vrouwen jeansbroeken en een jas.

10kunnen Een man een jas en een broek uit deze collectie kiezen.

11kunnen Voor je kind je naast broeken en jassen ook truien vinden.

©VANIN

e

12 mogen H&M al jaren trots zijn op zijn ecologische collectie ‘Conscious’.

13 worden Die minder vervuilend geproduceerd.

14denken Toch sommigen dat H&M nog niet genoeg zijn best doet

15 vinden Wat jij daarvan?

Naar: wablieft.be

Lees de tekst.

Kies het werkwoord dat in de zin past.

Vul de persoonsvorm in.

Kies uit: blijken – hebben (2x) – kijken (3x) – stoppen – vinden (2x) – vragen – zeggen

IN DE HEMA

‘Wat je van deze?’ vraagt Kiia.

Ze aandachtig in de spiegel naar de geruite pet op haar hoofd.

‘Mam?’ Kiia weer. ‘Hoe je hem?’

Ze een pluk van haar blonde haar onder de pet.

Dan ze om; verbaasd omdat haar moeder geen antwoord geeft.

Een mevrouw haar lachend aan

Ze ook een geruite pet in haar handen.

‘Je moeder daar heen gelopen’, wijst ze. ‘Naar de worst.’

Nu kijkt Kiia helemaal verbaasd.

‘Naar de wórst?’ vraagt ze. ‘Wat voor worst?’

‘Rookworst’, de vrouw.

‘Je moeder zei tegen je dat ze een stuk rookworst ging halen, omdat ze trek had in iets zouts.’

‘O’, zegt Kiia. ‘Dat ik niet gehoord.’

‘Nee, dat ’, lacht de vrouw.

Uit: Marian Hoefnagel, Topmodel

Weet je nog?

Een feit is iets wat je kan zien, bewijzen of controleren. Het is zoals het is.

bv. De hoofdstad van België is Brussel.

Een mening is iets wat je van iets of iemand vindt of denkt. Het is iets persoonlijks.

bv. In Brussel vind je de leukste winkels.

Bekijk de foto’s.

Kruis de feiten aan.

○Dit zijn witte nepnagels.

○Deze nagels zijn veel te lang.

○Op enkele nagels werd een motiefje aangebracht.

○De nagels passen mooi bij de ring.

○De skater draagt een opgerolde jeans.

○In de achtergrond kan je bomen zien.

○Boven zijn trui heeft hij een jas aan.

○Die zak op zijn broek ziet er handig uit.

Geven deze zinnen een feit of een mening weer?

Zet een kruisje in de juiste kolom.

1Nike is een Amerikaans sportmerk.

2Ze maken de mooiste sneakers.

3Enkele modellen zijn de Air Max, de Air Force One en de Air Jordans.

4Onze leraar Frans draagt ouderwetse leren schoenen.

5Zijn kleren zijn ook niet mooi.

6De leerkracht L.O. draagt altijd sportkledij op school.

7Het is raar om haar in gewone kleding te zien.

8Mijn grote zus koopt alleen nog tweedehands kleding en schoenen.

9Die vindt ze vooral via de app van Vinted.

10Ik vind dat allemaal veel gedoe.

feitmening

Lees de tekst.

Markeer:

- de onderstreepte zinnen of woorden die een feit weergeven met roze - de onderstreepte zinnen of woorden die een mening weergeven met oranje;

‘Er is post voor je van het modellenbureau.’ Haar moeder pakt een grote envelop van tafel. ‘Maak gauw open, ik denk dat je setcard erin zit.’

Snel graait Fee de envelop van tafel en scheurt hem open. Er zit een dikke stapel kaarten in. Op de voorkant staat een foto van Fee in een wit hemdje. Haar haren zitten in een strak knotje naar achter. Haar tanden zijn spierwit en haar huid is zo glad dat ze net van porselein lijkt. Onder de foto staat in grote letters FEE.

‘Wow!’ roept haar moeder. ‘Draai eens om.’

Op de achterkant van de kaart staan vier verschillende foto’s.

Fee kijkt naar de foto waarop ze een zilveren glitterjurkje aanheeft. Ze heeft borsten!

Met open mond staart ze naar de foto.

‘Fee, wat ben je mooi! Die foto met dat jurkje is leuk, zeg. En met die hoed op, kan je zo op de cover van GLAMOUR!’

van GLAMOUR!’ Uit: Niki Smit, 100% Fee

d feit:

Schrijf een feit en een mening onder elke foto.

4.1 SPELWEB

Schrijf de woorden tweemaal over.

1make-up

2reclame

3actrice

4ballon

5collectie

6budget

Welke woorden uit oefening a vind je in de woordslang?

collecti ebudgetcoolniveaurazendleeftijdmake-upballon r eclameactriceweekendwaarheid

Vul de ontbrekende woorden in.

Kies uit de woorden in oefening a. Je krijgt de eerste letter.

1 Mijn b om kleren te kopen is eerder beperkt.

2 Hé! Daar vliegt een roze b over de speelplaats.

3 Ik leerde via een tutorial op TikTok hoe ik mijn m moet doen.

4 H&M en Zara brengen ongeveer om de twee weken een nieuwe c uit.

5 Wie krijgt dit jaar de award voor beste a ?

6 Ik kocht eens ontbijtgranen omdat ik de r zo leuk vond.

Markeer het woord met -tie dat in de zin past.

Schrijf het daarna nog een keer over.

1Heb jij al plannen voor de operatie / paasvakantie?

2Feline toonde geen enkele emotie / directie toen ze het slechte nieuws kreeg.

3De chirurg bereidt zich voor elke operatie / informatie grondig voor.

4In veel bushokjes hangen situaties / reclameadvertenties.

5Waar vind ik de nodige informatie / sollicitatie over de uitstap van volgende week?

Welk woord dat eindigt op -tie past bij de uitleg?

Kies uit: directie – emotie – informatie – kerstvakantie – operatie – situatie – sollicitatie

Let op: er staan meer woorden dan je nodig hebt!

1een ingreep door een chirurg

2verlof rond Kerstmis en Nieuwjaar

3een gesprek voor een nieuwe job gesprek

4een gevoel

5de directeur

Vul de zinnen aan met een woord waarbij je -tie uitspreekt zoals in collectie

Je krijgt de eerste letter.

1 de d van onze school hecht veel belang aan een gepaste kledingsstijl.

2 Volgende week moet ik naar het ziekenhuis voor een o aan mijn knie

3 Joepie! Het is bijna Kerstmis. Dat betekent twee weken v

4 Evan had pech. Hij reed zonder licht in het donker met zijn fiets. Toen werd hij door de p tegengehouden.

5 Ilah zegt dat Sandy haar schoenen tijdens de les L.O. gestolen heeft. Wat een vervelende s

Lees elk woord, de voorbeeldzin en de betekenis.

woordvoorbeeldzin betekenis

aanprijzenDe marktkramer schreeuwde luid om zijn koopwaar aan te prijzen aanraden

combinerenKan je een deftige jurk met sportschoenen combineren? samenbrengen het effectGezond eten heeft een positief effect op de gezondheid. het resultaat ondervindenWie zich niet aan de regels houdt, zal snel problemen ondervinden ervaren, voelen de stellingGa jij akkoord met deze stelling: alle leerkrachten zijn streng? de uitspraak, de mening de stijlMaya heeft een heel aparte stijl. Ze kleedt zich altijd heel leuk. de manier van kleden

Markeer het woord dat in de zin past.

1 Hoe zal je deze nieuwe kleren aanprijzen / combineren?

2 Met welke reclame zal Coca-Cola deze kerst zijn drankjes aanprijzen /combineren?

3 Zal ik achteraf veel last van deze operatie aanprijzen / ondervinden?

4 Dure kleren zijn mooier. Ben jij het eens met deze stelling / effect?

5 Karima kleedt zich zo leuk. Ze heeft echt effect / stijl.

6 Een klein beetje make-up kan al een groot effect / stijl hebben.

Welk woord past in beide zinnen?

Gebruik een woord uit oefening a.

1 Deze schoenen kan je met alles . Je moet de afbeelding met het passende woord .

2 In onze straat zijn alle huizen in een andere gebouwd.

Maya heeft een gekke . Soms combineert ze een trainingspak met hoge hakken.

3 Kijk eens wat een spieren! Dat is het van enkele maanden fitness.

Zijn grapje had het omgekeerde . Niemand kon ermee lachen

4 Door de langdurige werken op de snelweg zal je de komende jaren veel verkeershinder . We nu al effecten van de klimaatverandering.

5 Voor de renovatie wordt er een voor de gevel geplaatst.

Met deze ben ik het echt niet eens.

6 De verkoper het nieuwe elektrische model

Tijdens het concert Camille haar laatste album

Zelftoets

1 Het zelfstandig naamwoord en het lidwoord Les 1 Waarom loop je niet in je blootje? /14

a Lees de moppen /8

Welke onderstreepte woorden zijn een zelfstandig naamwoord? Markeer ze.

Een vrouw komt een kledingwinkel binnen. Ze loopt naar de verkoopster en vraagt: ‘Mag ik die jurk in de etalage passen?’ De verkoopster antwoordt: ‘Maar mevrouw, we hebben ook paskamers, hoor!’

Naar: lachjekrom.com

Een schoenverkoper zegt tegen zijn klant: ‘De eerste twee dagen zullen de schoenen wel even knellen.’ ‘Geeft niet,’ antwoordt de klant, ‘ik doe ze pas binnen twee weken aan.’

Naar: Moppen met Luuk

Een olifant en een hamster gaan naar het zwembad. Plots zegt de olifant: ‘Oh nee! Ik ben mijn zwempak vergeten.’ Waarop de hamster zegt: ‘Niet erg, ik heb er eentje in reserve.’

Naar: Moppen met Luuk

b Vul de lidwoorden in. /6

‘Ik zou het liefst van al in ronde klas zitten’, zegt Filiberke. ‘Waarom in ronde klas?’ vraagt Jommeke. ‘Dan kan meester mij niet meer in hoek zetten.’

‘Waar heb jij leren zwemmen, Jommeke?’ vraagt meester. ‘In water, meester.’

Uit: Jommeke©Standaard Uitgeverij 2026.

2 Onregelmatige werkwoorden in het heden

Les 3 Mode-iconen

a Onderstreep het onderwerp in de zin. /10 - Vul de persoonsvorm in.

Let op: schrijf een hoofdletter als de persoonsvorm het eerste woord van de zin is.

1zijn jij vaak moe op school?

2hebben Een tiener vaak vermoeidheidsklachten tijdens het schooljaar.

3kunnen Hij ’s avonds niet vlot slapen.

4zullen ’s Morgens hij nog erg moe zijn.

5kunnen Het probleem niet zo gemakkelijk aangepakt worden.

6zijn Vroeger naar bed gaan niet altijd de juiste oplossing.

7willen Veel tieners wel vroeg gaan slapen, maar het lukt niet.

8zijn Dat de schuld van het hormoon melatonine.

9mogen De school pas om half 10 starten.

10zullen Volgens wetenschappers dat de oplossing zijn.

3 Feit en mening

Les 4 Ieder zijn stijl

a Geven de zinnen een feit of een mening weer? /6 Zet een kruisje in de juiste kolom.

feitmening

1Fast fashion betekent snelle mode.

2Fast fashion zou verboden moeten worden.

3Veel teruggestuurde kleding belandt op vuilnisbelten.

4Dat is jammer.

5Mode is ook kunst.

6Op de website cosh.eco vind je een lijst van duurzame merken.

4 Spelling en woordverklaring

Les 6 Spel- en Woordweb /15

a Luister naar de zin. /8

Vul het ontbrekende woord in.

1 Wij gaan dit jaar niet op

2 Dat past niet in ons

3 De Tilly Norwood werd met AI gecreëerd.

4 Mag jij dragen om naar school te gaan?

5 Met een luide knal ontplofte de in de klas.

6 Voor mijn spreekopdracht ben ik op zoek naar over nijlpaarden.

7 Soms kan wel grappig zijn.

8 Mijn kleine zus heeft een hele Pokémonkaarten.

b Vul de zin aan met een passend woord. /4

Kies uit: aanprijzen – combineren – effect – ondervinden – stelling – stijl

Let op: er staan meer woorden dan je nodig hebt!

1 Met welke top kan je die broek ?

2 Ik vind de van mijn oma en opa een beetje ouderwets, maar ook heel schattig.

3 Door de werken in onze straat we veel geluidshinder

4 Geef je mening over deze : mode is ook kunst

c Markeer het woord dat in de zin past. /3

1 Reclamemakers gebruiken meestal mooie mensen om producten te combineren / aan te prijzen.

2 Meer groenten en fruit eten heeft een positief effect / stelling op de gezondheid.

3 Combineer / ondervind de krantenkop met de juiste afbeelding.

LES 1 Hoe zie ik mezelf binnen 10 jaar? - spreken, mening geven

LES 2 Laat me gaan! - genietend lezen, genietend luisteren

LES 3 Hij of zij? - verwijswoorden

LES 4 Hoe ziet mijn toekomst eruit? - toekomende tijd

LES 5 Waarover gaat het hier? - verwijswoorden

228

230

234

238

LE S 6 Spel- en woordweb - spelling, woordverklaring 242

KEUZELES 1 Roldoorbrekende beroepen - zakelijk lezen

KEUZELES 2 Ik zal beroemd worden - zakelijk lezen

KEUZELES 3 Spelen met beroepen - taalspellen

LES 1 Hoe zie ik mezelf binnen 10 jaar?

je mening formuleren

a Bekijk het filmpje.

b Beantwoord de vragen.

je mening geven over je toekomst vertellen

1 Hoeveel kinderen werden 20 jaar geleden geïnterviewd?

2 Wat wilden de meisjes toen vooral worden?

3 En de jongens?

4 Wat vind je van die keuzes?

5 Bij hoeveel procent van de jongeren kwam hun droom uiteindelijk uit?

6 Bij één beroep k wam de droom van een op drie kinderen uit. Welk beroep was dat?

7 Hoe komt het dat kinderen uiteindelijk vaak een andere job kiezen?

8 Geef twee voorbeelden van jobs die de jongeren niet kenden.

c Denk na over je eigen toekomst.

- Welke job wil je later uitoefenen?

- Wat zal je job inhouden?

- Hoe zal je wer kdag eruitzien? Wanneer begin je met werken? Tot wanneer zal je werken? Hoeveel pauze krijg je?

uitoefenen: doen, uitvoeren inhouden: betekenen, bevatten

- Bespreek de antwoorden met de klas.

Tips

1 Luister aandachtig naar de mening van anderen.

2 Laat iedereen uitspreken.

3 Wees respectvol.

4 Leg duidelijk uit waarom je er zo over denkt.

5 Praat luid en duidelijk.

d Noteer twee beroepen die je aanspreken

- Kruis aan waarom.

○Ik ben geïnteresseerd in wat ik zal moeten doen.

○Ik wil graag overdag / in ploeg / ’s nachts werken. (Schrap wat niet past.)

○Ik wil een job met variatie.

○Ik wil dicht bij huis werken.

○Ik wil met mensen werken.

○Persoonlijk antwoord:

e Noteer een beroep dat je niet bevalt. Leg uit waarom.

f Vul de evaluatie in.

EVALUATIE

1 Ik luisterde aandachtig naar de mening van anderen.

2 Ik liet iedereen uitspreken.

3 Ik toonde respect voor de mening van anderen.

4 Ik kon mijn mening goed uitleggen.

5 Ik praatte luid en duidelijk.

bevallen: aanstaan, plezieren aanspreken: zo zijn dat iemand het mooi of aangenaam vindt

LES 2 Laat me gaan!

van een fragment uit een jeugdboek genieten

informatie uit een tekst halen

a Lees de achterflaptekst van het boek.

Het is het jaar 1900. Pier woont in een klein huisje op het platteland. Zijn zusje is doodziek, maar er is geen geld voor medicijnen. Dan geeft een onbekende man de familie geld. In ruil daarvoor moet Pier met hem mee om te werken in Den Haag. Pier vindt het geweldig in de grote stad. Totdat blijkt dat hij aan het werk moet voor een wrede baas. Pier wordt gedwongen om in een fabriek te werken, twaalf uur per dag, zeven dagen per week. Hoe kan hij ontsnappen?

- Waarom moet Pier werken?

b Lees de tekst.

vragen bij een luisterfragment beantwoorden

1 5 Pier kreeg er een onbehaaglijk gevoel1 van. Het beeld van de chique stad, zoals hij dat van de wagen van meneer Fijnstra had gekregen, begon langzaam te vervagen. Dit leek wel een heel andere stad te zijn. Een smerige, duistere stad. Het liefst wilde hij wegrennen, maar dat was onmogelijk. Voor het eerst sinds zijn vertrek kreeg hij het gevoel dat hij ergens aan moest ontsnappen. Opeens duwde Baas een deur open. Hij trok Pier een donker gangetje door en sloot de deur achter hen.

1 onbehaaglijk gevoel = gevoel van onrust of ongemak, niet op je gemak zijn

35

Aan het einde van het schemerige gangetje verscheen al snel het licht van een kaars. Pier zag het gezicht van een jongen van een jaar of vijftien die onderdanig2 naar Baas knikte. Daarna keek de jongen, die ze met Meneer aanspraken, naar Pier. ‘Is dat een nieuwe, Baas?’ De grote man gromde een bevestiging. ‘Dun en lang’, zei de jongen. ‘Precies wat we nodig hebben.’

De volgende ochtend werd Pier wakker gemaakt met een stomp in zijn zij. Hij keek in de rattige ogen3 van Meneer. ‘Wakker worden. Of ben je soms een dooie Pier4?’ De jongen moest hard lachen om zijn eigen grapje.

In het steegje stonden Baas en zijn hond al op hen te wachten. ‘Jij, jij en jij, met mij mee.’ Hij wees naar Pier, Johan en een andere jongen. De drie jongens kwamen gehoorzaam achter hem aan.

Johan kwam naast Pier lopen. ‘Waar kom je eigenlijk vandaan?’ vroeg hij. ‘Wat bedoel je?’ vroeg Pier. Johan wees op Piers klompen5. ‘Je komt niet uit Den Haag, toch? Uit welke stad kom je?’ ‘Ik kom niet uit een stad’, antwoordde Pier. ‘Ik kom uit een dorp.’ ‘Ik kom uit Den Haag’, zei Johan. Hij vertelde dat zijn moeder een paar jaar geleden was overleden. Zijn vader was daarna aan de drank geraakt en was beginnen te gokken. ‘En om zijn schulden af te betalen, heeft hij mij verkocht’, besloot Johan. Hij zei het alsof het de doodnormaalste zaak van de wereld was. ‘En jij?’ vroeg hij daarna aan Pier. ‘Waarom ben jij verkocht?’ Pier aarzelde. Moest hij hier nu alles zomaar vertellen, onder het lopen? Over zijn gestorven vader? Over zijn zieke zus, Marieke? ‘Ik … Ik vertel het later wel’, stamelde hij. In zijn hoofd bonkte intussen dat ene woord. ‘Verkocht’. Hij hoorde zijn moeders stem: Ik verkoop mijn jongens niet. Meneer Fijnstra had gezegd dat het geen verkoop was. En toch … toch was het gebeurd.

Aan de overkant van het kanaal zag Pier een enorme fabriek. Uit de drie schoorstenen rezen zwarte wolken omhoog. Het was nu wel duidelijk wat hem te wachten stond: hij zou in die stinkende fabriek moeten werken. Een gevoel van paniek maakte zich van hem meester. Weg wilde hij, vluchten. Hij keek om zich heen. Overal waren fabriekswerkers. Misschien kon hij wel …

2 onderdanig = ondergeschikt, nederig of volgzaam

3 rattige ogen = tranende, waterige of vermoeide ogen

4 dooie pier = iemand die overleden is

5 klompen = houten schoenen

In de fabriek was het benauwd6 en donker. Door hoge, kleine raampjes kwam een beetje daglicht naar binnen. Veel was het niet. Het was er opvallend warm. In het halfduister zag Pier werklui lopen met blote armen en zwarte gezichten. Ze bewogen zich langs een rivier van felrood vuur die door de fabriekshal stroomde. De hel, dacht Pier. Dit is de hel waar de dominee7 het altijd over heeft.

6 benauwd = warm, vochtig, weinig verlucht

7 dominee = een pastoor in een protestantse kerk (zoals een priester of imam)

Naar: Ruben Prins, Laat me gaan!

c Beantwoord de vragen.

1 Hoe komt het dat Pier een uiteenlopend beeld krijgt van Den Haag?

2 Hoe zag Johan dat Pier niet uit de stad kwam?

3 Waarom krijgt Baas een hoofdletter?

4 Waarom werden kinderen verkocht aan fabriekseigenaars?

d Luister naar het vervolg van de tekst.

e Beantwoord de vragen.

uiteenlopend: afwijkend, tegenstrijdig, verschillend

1 In deel 1 stond er dat de jongens dun en lang moeten zijn? Leg uit waarom.

2 Waarom hadden de bazen er voordeel bij als kinderen werkten?

3 Waarvoor dient de kaars?

4 Wat moeten de kinderen doen?

5 Wat vinden ze van het werk?

6 Is Pier blij dat hij mag gaan werken, denk je?

7 Pier zegt dat mollen gemaakt zijn om de zon bijna niet te zien, maar dat mensen niet gemaakt zijn om de zon niet te zien. Wat bedoelt hij daarmee?

8 Hoe kwam er een einde aan de kinderarbeid in België? Zoek het antwoord op.

f Lees het artikel.

Beantwoord de vragen.

Kinderarbeid in 2025

De internationale arbeidsorganisatie (ILO) verspreidde in juni 2025 een rapport.

Vooral in de landbouw

Kinderarbeid blijft wereldwijd een groot probleem, vooral in de landbouwsector: 61 procent van de kindarbeiders werkt in deze sector, naast 27 procent in de dienstensector. De rest is actief in de industrie, waaronder mijnbouw en productie.

Twee derde woont in Afrika

In Azië en het gebied rond de Stille Oceaan is de daling van het aantal kindarbeiders sinds 2020 het grootst, van 49 miljoen naar 28 miljoen kinderen, maar ook LatijnsAmerika en het Caribisch gebied doen het relatief goed, stelt het rapport.

Afrika ten zuiden van de Sahara blijft de zwaarste last dragen: bijna twee derde van alle kinderen die werken, woont daar. En ook al was er een daling van bijna 24 naar 21,5 procent sinds 2020, het totale aantal kindarbeiders in Afrika blijft gelijk omdat de bevolking stijgt.

Sinds 2000 is de globale kinderarbeid bijna gehalveerd, van 246 miljoen naar 138 miljoen kinderen, leert het rapport. Om tegen 2030 een einde te maken aan kinderarbeid zou het huidige tempo elf keer zo hoog moeten liggen.

Bron: IPS Vlaanderen

1 In welke sectoren werken het meeste kinderen?-

2 In welk gebied is de daling van de kindar beiders het grootst?

3 In welk werelddeel komt kinderarbeid het meeste voor volgens dit rapport?

4 Waarom moeten veel kinderen volgens jou gaan werken?

LES 3 Hij of zij?

zelfstandige naamwoorden vervangen door hij/zij/het

a Lees de uitleg

Betekenis 'stoel'

Je hebt gezocht op het woord: stoel. stoel (de; m; meervoud: stoelen)

hij/zij/het vervangen door een zelfstandig naamwoord

de betekenis van woorden online opzoeken

1 zitmeubel voor één persoon, van verschillende vorm: op de stoel van de rechter gaan zitten zich een oordeel aanmatigen dat alleen de rechter zou mogen uitspreken

stoe·len (stoel·de, heeft gestoeld)

1 (+ op) gegrond zijn op

www.vandale.be

- Welk lidwoord staat bij stoel?

- Is het woord mannelijk, vrouwelijk of onzijdig?

- Door welk ver wijswoord kan je de stoel vervangen?

b Lees de uitleg.

Betekenis ‘regering’

Je hebt gezocht op het woord: regering. re·ge·ring (de; v; meervoud: regeringen)

1 het regeren; bestuur, bewind

2 de personen aan wie het bestuur van een staat is opgedragen

www.vandale.be

- Welk lidwoord staat bij regering?

- Is het woord mannelijk, vrouwelijk of onzijdig?

- Door welk ver wijswoord kan je de regering vervangen?

c Lees de uitleg.

Betekenis ‘venster’

Je hebt gezocht op het woord: venster. ven·ster (het; O; meervoud: vensters)

1 raam met een glasruit

2 (computer) (deel)scherm van een actief programma: open een nieuw venster

www.vandale.be

- Welk lidwoord staat bij venster?

- Is het woord mannelijk, vrouwelijk of onzijdig?

- Door welk ver wijswoord kan je het venster vervangen?

d Lees de uitleg

Betekenis ‘doolhof’

Je hebt gezocht op het woord: doolhof. dool·hof (de/het; m en O; meervoud: doolhoven)

1 tuin met tal van kronkelpaden; = labyrint

www.vandale.be

- Wat stel je hier bij het lidwoord vast?

Besluit

Er zijn twee soorten zelfstandige naamwoorden: het-woorden en de-woorden.

Alle het-woorden zijn onzijdig (o)

De-woorden kunnen mannelijk (m) of vrouwelijk (v) zijn.

Onzijdige woorden kan je vervangen door het

Mannelijke woorden kan je vervangen door hij.

Vrouwelijke woorden kan je vervangen door zij of ze

e Vul het juiste lidwoord in.

1 schilderij 6 hondje

2 auto 7 kapsalon

3 parcours 8 schilderborstel

4 kookboek 9 schaar

5 loopschoen 10 computer

f Zoek online op of je de volgende personen door hij of zij kan vervangen.

- De directeur, is volgende week afwezig.

- De journalist, reist naar gevaarlijke gebieden.

Wat mer k je op?

g Vervang de persoon door hij, zij of het

1 De verkoopster, staat aan de kassa.

2 De kapper, snijdt mijn haar.

3 De schilderes, maakt een prachtig schilderij.

4 De lerares, neemt de leerlingen mee naar de klas

5 Het kind, loopt naar de bal.

6 De bakker, bakt heer lijke taarten.

7 De technicus, herstelt de motor.

8 De brandweervrouw, klimt snel de ladder op.

9 De politieagente, eet een appel.

10 De zangeres, haalt heel hoge noten.

h Zoek op of deze woorden de- of het-woorden zijn.

- Zet een kruisje in de juiste kolom.

- Vervang ze door hij, zij of het

Let op: schrijf een hoofdletter als hij/zij/het het eerste woord in de zin is. de het zn hij/zij/het zin

1 chauffeur rijdt heel voorzichtig.

2 loon zal worden gestort.

3 machinist bestuurt de trein.

4 beroep geeft je veel voldoening.

5 banketbakker levert aan huis.

6 actrice speelt al in veel films.

7 sollicitatiegesprek is om 16.00 uur.

8 bloemist maakt een mooi boeket.

9 fotomodel eet een yoghurtje.

10 diploma Je krijgt pas in juni.

i Duid aan of het woord mannelijk, vrouwelijk of onzijdig is.

Zoek het online op als je het niet weet.

uiten: uitspreken, zijn mening geven, tonen

mannelijk vrouwelijkonzijdig

1De kok uit zijn ontgoocheling omdat zijn taart mislukt is door te roepen.

2De regisseur maakte een griezelfilm.

3De partij wordt alsmaar groter.

4Het vertrekpunt van de wedstrijd lag vast.

5De ruïne van het kasteel herstellen ze niet meer.

6De ruitenwisser van mijn auto is stuk.

7Een meubel verslepen kan moeilijk zijn.

8De toets van mijn computer zit los.

9De souschef maakt pesto

10De ambulanciers kwamen bij het spoedgeval aan.

j Vul de zinnen aan.

Ver vang hij, zij of het door een zelfstandig naamwoord.

bv. Hij snelde de ladder op. Æ de brandweerman

1 Hij bakt brood en maakt heerlijke taarten.

2 Zij zorgt goed voor gewonde dieren.

3 Hij legt de rekensommen uit.

4 Het is in de zoo geboren.

5 Zij speelde de filmrol van haar leven.

6 Hij poseert in de prachtige kleren.

7 Zij presenteert het nieuws.

8 Hij controleert of iedereen zich aan de afspraken in het zwembad houdt.

9 Zij gaat achter de boeven aan.

10 Het speelde in het bos.

LES 4 Hoe ziet mijn toekomst eruit?

de toekomende tijd gebruiken

a Lees de tekst.

Morgen begint de vakantie.

Ik zal zeker niet vroeg opstaan.

Overdag zullen we zwemmen, wandelen en sporten.

Studeren zal ik niet doen.

’s Avonds zal ik vaak naar muziek luisteren of films kijken.

Volgende week donderdag is het frietjesdag.

Volgend weekend bezoeken we opa en oma.

b Hoe zie je dat dit over de toekomst gaat?

c Vul het schema van het werkwoord zullen aan.

infinitief

ik wij/we

jij/je jullie

hij/zij/het zij/ze

d Markeer de tijdsaanduidingen die naar de toekomst verwijzen in de tekst van oefening a.

Besluit

Om uit te drukken dat iets in de toekomst gebeurt, gebruik je ‘zullen’ met een infinitief.

Dit noemen we de toekomende tijd

bv. Ik zal morgen fietsen.

bv. We zullen veranderen van werk.

Je kan ook een tijdsaanduidling gebruiken.

bv. Volgende maand verhuizen we.

bv. Volgende week eten we bij de Japanner.

e Zet de zinnen om naar de toekomende tijd door zullen te gebruiken.

1 Hij rijdt met een rode auto.

2 Wij gaan vaak op restaurant.

3 Joris en Melvin wonen in een groot huis.

4 Ik kijk veel naar films

f Vul de zinnen aan met een tijdsaanduiding zodat de gebeurtenis in de toekomst gebeurt.

Er zijn meerdere goede antwoorden mogelijk.

1 Wij eten spaghetti.

2 We gaan op schooluitstap.

3 Ik ga naar een optreden

4 Ik wil kinderen.

g Droom nu zelf hoe jouw toekomst eruit zal zien.

- Je dacht al na over een job, maar denk nu ook aan vrienden, je uiterlijk, je liefdesleven, je woning, je huis, je kinderen, je ouders …

- Schrijf op een apar t blad zes zinnen over hoe je leven er later zal uitzien of zou kunnen uitzien.

Tips

1 Gebruik de toekomende tijd juist: zullen + infinitief.

2 Gebruik tijdsaanduidingen.

3 Let op hoofdletters en leestekens.

h Lees je tekst nu voor aan de klas.

Tips

1 Lees luid, duidelijk en enthousiast voor.

2 Spreek alle woorden duidelijk uit.

LES 5 Waarover gaat het hier?

verwijswoorden herkennen

©VANIN

Weet je nog?

Onzijdige woorden kan je vervangen door het

Mannelijke woorden kan je vervangen door hij

Vrouwelijke woorden kan je vervangen door zij (ze)

a Waarnaar verwijst het vetgedrukte woord? Markeer.

1 De verpleegkundige helpt de patiënt. Die is ernstig ziek.

2 De machinist reed de trein het eindstation binnen. Daar moest hij de trein laten staan.

3 Deze ingrediënten heb je nodig om het recept te volgen.

4 Die schoenen wil ik houden, maar deze zijn te klein.

5 De vuilnisbak staat in de garage. Hij staat hier goed.

6 De buurjongen rijdt nu met een auto. Hij parkeert altijd voor zijn huis.

7 Dit is het huis van opa en oma en dit is hun grote tuin.

Besluit

Verwijswoorden vervangen een woord dat al eerder gezegd of geschreven is.

Je gebruikt verwijswoorden om ervoor te zorgen dat je niet steeds hetzelfde herhaalt.

- Naar personen of dieren verwijs je met hij, hem, zijn, zij/ze, haar, het, die, dat, wij/we, ons/onze, jullie, hen, hun …

- Naar dingen verwijs je met het, die, dat, deze of dit

- Naar plaatsen verwijs je met er, daar, waar, hier, erop, daarin, daarheen …

- Naar een periode verwijs je met toen of dan

b Vul een passend verwijswoord in voor de vetgedrukte woorden.

Let op: schrijf een hoofdletter als het verwijswoord het eerste woord in de zin is.

1 Onze familie gaat dikwijls naar de Ardennen. maken daar vaak wandeltochten.

2 In het ziekenhuis werken heel wat verplegers. vormen samen een gevarieerd team.

3 Er zijn beroepen veel verantwoordelijkheid vragen, zoals een bedrijf leiden.

4 Ingenieurs lossen problemen op. doen ze graag.

5 De landbouwer in onze straat werkt hard als het oogsttijd is werkt hij van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat.

6 Brandweerlieden zijn moedig. redden mensen uit gevaarlijke situaties.

c Vul een passend verwijswoord in voor de vetgedrukte woorden.

1 De brand begon en rende iedereen naar buiten.

2 De politieagenten kwamen snel bij het zwembad aan. was een ongeval gebeurd.

3 Er zijn veel leerlingen in de richting houtbewerking maken ze houten meubelen.

4 Lisa kocht een nieuw boek. begon er meteen in te lezen.

5 Dit is de auto van Anna en dit is garage.

6 Waar is Saymon? Hij zit op kamer

7 Het meisje daar loopt wer kt bij de fruitboer.

8 Bij de pedicure verzamelde de voetenverzorger zijn afval, keek naar de vuilnisbak en gooide alles

d Waarnaar verwijst het vetgedrukt woord?

1Er werken veel mensen in het ziekenhuis. Ze poetsen, koken of zorgen voor zieke mensen.

2De hond lag te slapen op de bank. Die was helemaal van hem geworden.

3Tom en zijn vrienden gingen voetballen. Hun bal vloog over het hek.

4Ik lees een boek dat erg grappig is. Dat ligt op de keukentafel.

5De leraren bespreken mijn resultaten op de klassenraad. Ze zeiden dat ik moest doorzetten om mijn diploma toch te halen.

LES 6 Spel- en woordweb

woorden correct schrijven de betekenis van woorden kennen

6.1 SPELWEB

a Luister naar de woorden.

b Schrijf de woorden juist over.

1 procent 4 bedrijf

2 familie 5 landbouwer

3 machinist 6 pedicure

c Welke woorden uit oefening b passen bij deze afbeeldingen?

Schrijf het juiste woord onder de afbeelding.

d Vul de zinnen aan met een passend woord uit oefening b

1 Hoeveel heb je behaald op je examen van Nederlands?

2 De kwam de waterinstallatie op het maïsveld controleren.

3 Wil jij later ook in een stage lopen?

4 Voor elke reis laat mama haar voeten bij de verzorgen.

5 In mijn werken zes mensen in een bakkerij.

6 De was bijna te laat in het station.

e Bij deze woorden hoor je een s maar schrijf je een c Schrijf het woord volledig in de laatste kolom.

1 Eén euro is 100 ent.

2 Je moet een goed ijfer hebben om te slagen.

3 Vloog je al ooit over de o eaan?

4 Ik ben honderd pro ent zeker dat ik je die info al had verteld.

f Bij deze woorden hoor je een s maar je schrijft een c Vul de zinnen aan.

Kies uit: actrice – ceintuur – cement – centimeter – centrum – cirkel – citroenen –feliciteren – precies – speciaal

1 Mijn zus eet graag .

2 Mijn broek zakt af, ik moet dringend een zoeken

3 Kan jij met de vrije hand een tekenen?

4 Wij willen naar het van de stad verhuizen.

5 Ik wil je met je 14de verjaardag!

6 Hoeveel zit er in een decimeter ?

7 Moet je dit afwegen?

8 Je hebt nogal wat nodig om zo’n lange muur te metselen.

9 Ella Leyers is mijn favoriete . Ze speelt in veel series mee.

10 Kijk, wat een auto! Hij is rood, oranje en blauw geverfd.

6.2 WOORDWEB

a Lees de zes woorden en de voorbeeldzinnen.

1aanspreken Deze boeken spreken mij erg aan

2bevallenDie nieuwe film is steengoed. Hij zal jou zeker bevallen

3inhouden Wat houden de voorstellen van de leerlingenraad in?

4uiteenlopendIk hou van volleybal, mijn beste vriend knutselt graag.

Onze hobby’s zijn heel uiteenlopend.

5uitenMeisjes uiten hun gevoelens gemakkelijker dan jongens.

6uitoefenen

Weet jij al welk beroep je later wil uitoefenen?

b Combineer elke zin met de juiste uitleg.

1Die vakantiejob bevalt me wel. auitspreken

2Vind je dat brandweermannen een gevaarlijk beroep uitoefenen?

bbetekenen, bevatten

3Dat schilderij sprak mijn opa erg aan.caanstaan

4Durf jij gemakkelijk je mening te uiten?dafwijkend, tegenstrijdig, verschillend

5Onze meningen zijn uiteenlopend.edoen, uitvoeren

6 Wat houdt de taak van klasverantwoordelijke in?

123456

c Vul het juiste woord uit oefening a in.

fzo zijn dat iemand het mooi of aangenaam vindt

Let op: soms moet je het woord een beetje aanpassen.

1 De ene klas scoorde goed voor die test, de andere klas had er duidelijk meer moeite mee.

Hun resultaten zijn heel

2 Wat zouden die speciale beroepen precies ?

3 Vuilnisman?

Dat beroep zou ik nooit willen !

4 Fiona start volgend jaar in een andere richting. Hopelijk de nieuwe school haar.

5 het beroep van kapper jou ?

6 Hij durft zijn woede te door zijn vuisten te gebruiken.

d Maak met elk woord van oefening a een nieuwe zin.

Noteer de zinnen op een apart blad. Gebruik hoofdletters en leestekens.

KEUZELES 1 Roldoorbrekende beroepen

KEU ZELES 2 Ik zal beroemd worden

KEUZELES 3 Spelen met beroepen

1 Verwijswoorden

Weet je nog?

Les 3 Hij of zij?; Les 5 Waarover gaat het hier?

Verwijswoorden vervangen een woord dat al eerder gezegd of geschreven is.

Je gebruikt verwijswoorden om ervoor te zorgen dat je niet steeds hetzelfde herhaalt.

- Naar personen of dieren verwijs je met hij, hem, zijn, zij/ze, haar, het, die, dat, wij/we, ons/onze, jullie, hen, hun …

- Naar dingen verwijs je met het, die, dat, deze of dit

- Naar plaatsen verwijs je met er, daar, waar, hier, erop, daarin, daarheen …

- Naar een periode verwijs je met toen of dan.

Vervang de zelfstandige naamwoorden door het correcte verwijswoord.

Markeer hij, zij of het

Zoek het online op als je het niet weet.

1vriendschap Hij / Zij / Het is voor iedereen een noodzaak.

2 punt Hij / Zij / Het is vlijmscherp.

3ziekteHij / Zij / Het heeft me flink te pakken.

4bureauHij / Zij / Het ligt helemaal overhoop.

5 beton Hij / Zij / Het is super stevig.

6viaductHij / Zij / Het moet dringend hersteld worden.

Vervang het zelfstandig naamwoord door hij, zij, of het.

1 De lerares, eist stilte.

2 De politieagent, schrijft de boetes.

3 Het vliegtuig, landt naast de landingsbaan.

4 De kapper, knipt mijn haar kort.

5 De verkoopster, telefoneert mij morgen.

6 Het fotomodel, struikelt over de bal.

7 Het hondje, bijt in de bal.

8 Het paard, weigert te springen.

9 De auto, weigert dienst.

10 Het kapsalon, is dicht.

Vul een passend verwijswoord in voor de vetgedrukte woorden.

Let op: schrijf een hoofdletter als het verwijswoord het eerste woord van de zin is.

1 Ik begon met mijn vakantiejob in 2024. Ik was 15.

2 Die doos mag je nemen. hebben we niet meer nodig

3 Van wie is deze jas? Ik denk dat hij van Jana is. Ja, dat is jas.

4 Zij zullen op bezoek gaan bij Joris. Gaan jullie ook naartoe?

5 Felix gaat fietsen op donderdagnamiddag is het rustig op de weg.

6 Het meisje daar fietste, is onderweg naar haar werk.

7 Wij gaan niet graag naar Oostende, want is het te druk.

8 Mijn neef kocht net een nieuwe auto. Hij parkeerde auto in de garage

9 De bakkersjongen zuchtte; was al acht uur aan het werken.

10 Ik had het boek gelegd, maar nu ligt het niet meer op die plaats

Maak nieuwe zinnen

Vervang de verwijswoorden door een zelfstandig naamwoord.

Je mag ook andere woorden toevoegen indien nodig.

bv. Zij was vannacht uitzonderlijk helder. Æ De maan was vannacht uitzonderlijk helder. bv. Hier ben ik gevallen Æ Op de speelplaats ben ik gevallen.

1 Zij scoorde een prachtig punt.

2 Het ligt midden op de weg.

3 Hij mocht mee op vakantie.

4 Daar heb ik mijn jas achtergelaten.

5 Dit had ik niet verwacht.

6 Ik gaf het boek aan haar terug.

©VANIN

2 De toekomende tijd

Weet je nog?

Les 4 Hoe ziet mijn toekomst eruit?

Om uit te drukken dat iets in de toekomst gebeurt, gebruik je ‘zullen’ met een infinitief

Dit noemen we de toekomende tijd

bv. Ik zal morgen fietsen.

bv. We zullen veranderen van werk.

Je kan ook een tijdsaanduidling gebruiken.

bv. Volgende maand verhuizen we.

bv. Volgende week eten we bij de Japanner.

Lees de zinnen.

Markeer:

- de werk woorden in de toekomende tijd in het blauw.

- de tijdsaanduiding in het groen.

1 Volgende week hebben we op school een sportdag.

2 We zullen vroeg vertrekken met de bus.

3 Tijdens de volgende pauze eten we samen op het gras.

4 Morgenmiddag doen we een estafette.

5 We zullen allemaal erg moe zijn.

6 De leraren zullen prijzen uitdelen aan de winnaars.

Zet de zinnen om naar de toekomende tijd door zullen te gebruiken.

1 Zij rijdt met een gele Vespa.

2 Wij gaan naar de bioscoop.

3 Anne en Louise huren een grote caravan.

4 Wij hebben twee kinderen.

Vul de zinnen aan met een tijdsaanduiding zodat de gebeurtenis in de toekomst gebeurt. Er zijn meerdere goede antwoorden mogelijk.

1 Ik kijk veel naar films

2 Jij wer kt bij Colruyt.

3 Zij gaat op reis.

Schrijf zes zinnen over wat je volgende week zal doen. - Gebruik driemaal de toekomende tijd. - Gebruik drie tijdsaanduidingen

3 Spelling en woordverklaring Les 6 Spel- en woordweb

3.1 SPELWEB

Schrijf de woorden tweemaal over.

1procent

2familie

3machinist

4bedrijf

5landbouwer

6pedicure

Welke zes woorden kan je met deze puzzelstukken vormen?

- Kleur de puzzelstukken die samen horen in dezelfde kleur.

- Schrijf het woord volledig over.

Vul een passend woord uit oefening a in.

Let op: soms moet je het woord een beetje aanpassen.

1 Mijn ma’s baas runt drie die kledij ver handelen.

2 Joke droomde er al jaren van om met een trein te rijden. Sinds kort werkt ze als

3 Mijn vader heeft acht zussen en broers. Hij komt uit een grote

4 In welke school kan je een opleiding volgen? Ik zou graag voeten leren verzorgen.

5 Ik laad de batterij van mijn gsm altijd op tot 100

6 De in de straat oogstte vandaag zijn aardappelen.

Bij deze woorden hoor je een s, maar schrijf je een c. Vul de zinnen aan.

Kies uit: cent – centimeter – cijfer – cirkel – citroen – precies – recept - speciaal

1 De limoen is familie van de

2 Bak jij pannenkoeken volgens het familie ?

3 Kan jij een met een passer tekenen?

4 Gebruik jij een koffertje als je op kamp gaat?

5 Welk behaalde jij voor je test van Frans?

6 Hoeveel zit er in 1 euro?

7 Een meter is honderd

8 Hoeveel gram suiker gebruikte jij ?

Bij deze woorden hoor je een s, maar schrijf je een c Vul de zinnen aan.

Kies uit: actrice – ceintuur – cement – centimeter – centrum – cijfer – decimeter –feliciteren – Oceaan – recept

Let op: er staan meer woorden dan je nodig hebt!

1 Draag jij een of bretellen als je broek te groot is?

2 De wereldberoemde verdiende heel veel geld.

3 Tien cm is een

4 Metselen jullie al met in de praktijkles?

5 Zondag gaan we opa en oma . Ze zijn 60 jaar getrouwd.

6 Ging jij op reis naar de Atlantische ?

7 Woon jij in het van de stad?

3.2 WOORDWEB

Lees elk woord, de voorbeeldzin en de betekenis.

woordvoorbeeldzin betekenis aanspreken Deze boeken spreken mij erg aan zo zijn dat iemand het mooi of aangenaam vindt

bevallenDie nieuwe film is steengoed. Hij zal jou zeker bevallen aanstaan, plezieren inhouden Wat houden de voorstellen van de leerlingenraad in? betekenen, bevatten

uiteenlopendIk hou van volleybal, mijn beste vriend knutselt graag. Onze hobby’s zijn heel uiteenlopend afwijkend, tegenstrijdig, verschillend

uitenMeisjes uiten hun gevoelens gemakkelijker dan jongens. uitspreken, zijn mening geven, tonen uitoefenen Weet jij al welk beroep je later wil uitoefenen?doen, uitvoeren

Vul de zinnen aan met een woord uit oefening a

1 Ik vind het menselijk lichaam heel interessant, dus deze boeken over de organen mij erg

2 Vloeken is een manier om je woede te

3 Dat voorstel is prima. Het zal de leerlingen zeker dat ze op bedrijfsbezoek mogen.

Vervang de vetgedrukte woorden door een woord uit oefening a

1In dat bedrijf zoeken ze verschillende profielen om alle vacatures in te vullen.

2Hoe lang moet je als monitor een vakantiejob doen, voor je hoofdleiding kan worden?

3 Weet jij wat de nieuwe regels in het schoolreglement betekenen?

Welk woord past in beide zinnen?

Gebruik een woord uit oefening a

Let op: soms moet je het woord een beetje aanpassen.

1 Onze juf Frans moet binnenkort van haar eerste kindje .

Die nieuwe auto me niet.

2 Moeten jullie je leraars met 'u' ?

Die film me helemaal niet

3 Wat zou de job van 'gumbuster' ?

Bijna gaf ik hem een klap. Ik kon me nog net op tijd

Zelftoets

1 Verwijswoorden Les 3 Hij of zij?; Les 5 Waarover gaat het hier? /16

a Vervang het zelfstandig naamwoord door hij, zij of het /6

1 De spor ter, komt als eerste over de streep.

2 De tennisster sloeg de bal mis.

3 De tekenaar, tekent een monster met vier ogen.

4 De beeldhouwster, ontwierp een beeld uit graniet.

5 Het kunstwerk, is veel geld waard.

6 De ontwerpster, tekent een nieuwe jurk voor mij.

b Vul de zin met een passend verwijswoord aan. /5 Let op: schrijf een hoofdletter als het verwijswoord het eerste woord van de zin is.

1 Mijn buurman werkt als schilder. werkt zelfstandig.

2 Mijn oma werkte als naaister. had thuis ook een naaimachine.

3 Kijk in die koelkast. Je vindt de bestellingen.

4 De hond het kind heeft gebeten, wordt gedood.

5 Hij gaat op zondag boulderen, want is het niet zo druk.

c Waarnaar verwijst het vetgedrukte woord? /5

1De appelen zijn te klein. Ze mogen in die kisten.

2Na 11 uur moest het stil zijn op het festival. Dan begon de security de opdracht.

3Er was een veiligheidszone ingesteld. Daar mocht je niet komen.

4In 1914 werd de leerplicht ingevoerd. Vanaf dan moesten alle kinderen leren: thuis of op school.

5De klasgenoten verzamelen aan de deur. Ze wachten daar op de leraar.

2 De toekomende tijd

Les 4 Hoe ziet mijn toekomst eruit? /7

a Zet deze zinnen om naar de toekomende tijd door zullen te gebruiken. /4

1 Ik verdien eindelijk geld.

2 Ik wil mijn rijbewijs snel halen.

3 Ik oefen veel.

4 Ik verplaats mij dan alleen.

b Vul de zinnen aan met een tijdsaanduiding zodat de gebeurtenis /3 in de toekomst gebeurt.

Er zijn meerdere goede antwoorden mogelijk.

1 1 Ik wil een vakantiejob vinden.

2 Ik zal mijn rijlessen zelf betalen.

3 Ik wil mijn theoretisch rijbewijs halen.

3 Spelling en woordverklaring

Les 6 Spel- en woordweb /15

a Vul het voorgelezen woord in. /4

1 Een heeft het niet makkelijk door alle eisen waaraan die moet voldoen.

2 Ik zal later een oprichten waarin ik bloemstukken verkoop.

3 Mijn buurman is bij de NMBS.

4 Ik moet de afspraak bij mijn snel vastleggen.

b Vul het voorgelezen woord in. /5

1 Mijn broer moet een nieuwe hebben, want zijn broek is te groot.

2 Hoeveel gaat er in een euro?

3 Vergeet oma niet te ; ze is jarig vandaag

4 Pommelien Thijs draagt bij haar optreden vaak kleren die ze helemaal zelf ontwerpt.

5 Wie is jouw favoriete ?

c Vervang wat vetgedrukt is. Vul de juiste vorm van het werkwoord in. /3

Kies uit: aanspreken – bevallen – inhouden – uiten – uitoefenen

Let op: er staan meer woorden dan je nodig hebt!

1Die documentaire over panda’s heeft me heel erg kunnen boeien.

2 Toon je gevoelens maar als je kwaad bent.

3Welk beroep wil jij later doen?

d Combineer elke zin met de juiste uitleg. /3

1De nieuwe film van Wicked bevalt mij enorm! averschillende

2Ik heb een uiteenlopende smaak. Ik eet graag Japans, maar ook Italiaans. b omvat

3De job van mijn oom houdt in dat hij met grote schepen op de oceanen vaart. cpleziert

KEUZELES 1 Nog meer records - genietend lezen, kijken en luisteren

KEUZELES 2 Mijn record - W-vragen

KEUZELES 3 Taalrecords - nieuwe woorden maken

LES 1 Wereldrecord liften

informatie uit een kijkfragment halen

a Lees de tekst en beantwoord de vragen.

Liften is een vorm van reizen waarbij een reiziger aan een autochauffeur vraagt hem of haar als passagier gratis mee te nemen (‘een lift te geven’). Het is een manier van reizen die aanzienlijk goedkoper is.

- Zag jij al eens lifters? Waar? Wat hadden zij bij zich?

- Heb jij ooit gelift? Waarom?

b Bekijk het fragment. Beantwoord de vragen.

1 Welk record vestigde Cor Goethals?

2 Waar begon zijn avontuur?

3 Wat is het tekstdoel? Dit verhaal wil je

c Bekijk het fragment een tweede keer.

1 Wat was de grootste uitdaging?

2 Waarom?

d Bekijk het fragment een laatste keer.

1 Wat was een tweede groot probleem?

2 Welk souvenir hield hij aan zijn reis over?

informatie uit een tekst halen

©VANIN

3 Wat moet hij doen om zijn record officieel te maken?

aanzienlijk:

behoorlijk, beduidend, groot, hoog, veel

e Lees het krantenartikel.

Beantwoord de vragen.

Vlaamse Cor (26) verpulvert record ‘rond de wereld liften’ en hoopt op officiële erkenning: ‘De mooiste manier om een connectie aan te gaan met mensen’

Cor Goethals (26), een jongeman uit Zaventem, heeft het officieuze wereldrecord ‘de wereld zo snel mogelijk al liftend rondreizen’ verpulverd. Afgelopen zondag kwam hij na een tocht van amper 15 dagen opnieuw in Brussel aan. ‘Mijn volgende stap is mijn record door Guinness World Records erkend krijgen.’

15 dagen, 7 uur, 21 minuten en 19 seconden. Zo lang – of eerder: zo kort – deed Cor Goethals erover om de wereld rond te liften. Enkel als er een zee of oceaan tussen zat, nam hij het vliegtuig. Hij vertrok aan de voet van het Atomium en doorkruiste Rusland tot het meest oostelijke punt. Daar, in Vladivostok, nam hij het vliegtuig naar Seattle om vervolgens heel de VS tot in Boston te doorkruisen. Van daaruit vloog hij naar Lissabon om zo door Spanje en Frankrijk tot in ons land te liften.

Tot afgelopen zondag was ene Alexey Vorov de officieuze wereldrecordhouder. De Russische man vertrok in 2014 in SintPetersburg, volgde een gelijkaardige route als Cor, maar deed er 20 dagen, 1 uur en 31 minuten over. ‘De volgende stap is mijn record officieel laten maken. Ik deed een aanvraag bij Guinness World Records, maar ik begrijp dat dat een logge organisatie is.’

Zijn hele tocht logde Cor in de reisapp Polarsteps in, zodat hij zijn reisroute en foto’s kon delen met vrienden en familie; daarnaast heeft hij video- en uitgebreid beeldmateriaal om zijn record te staven.

Naar: www.nieuwsblad.be

1 Zoek de betekenis van de gemarkeerde woorden op. a verpulveren

b officieel

c connectie

d log e staven

2 Door wie moet Cor zijn record erkend krijgen?

3 Hoe lang deed hij erover om de wereld rond te reizen?

uitgebreid: overvloedig

4 Wat betekent het om officieuze recordhouder te zijn?

5 Hoeveel sneller liftte Cor de wereld rond dan de vorige recordhouder?

6 Hoe kan Cor zijn record bewijzen?

f Bekijk de verschillende records uit de jubileumversie van 70 jaar Guinness World Records op het document dat je van de leerkracht krijgt.

1 Omcirkel een record dat je te gek vindt.

2 Noteer in een drietal zinnen waarom je dit koos.

3 Omcirkel een record dat je eventueel wil breken.

4 Hoe zou je dit aanpakken?

LES 2 Van record naar records

meervouden vormen

a Lees de tekst en beantwoord de vragen.

circa: ongeveer

Circa 1955 richtte de eeneiige tweeling Ross en Norris McWhirter een klein kantoor op in een ongebruikte sportschool in Fleet Street in Londen. Hun doel was om ‘verhitte discussies’ te vermijden. Ze wilden een naslagwerk produceren dat kon worden gebruikt om ruzies in Britse pubs1 op te lossen. Ze kwamen op de proppen met het Guinness Book of Records. Zo maakten ze natuurlijk ook reclame voor het nogal beroemde donkere bier. Het boek bleek een succes te zijn in de Engelse cafés en werd na aandringen van het publiek al snel in boekenwinkels uitgebracht.

1 pub = een afkorting van 'public house', een bar of kroeg, vooral bekend in Groot-Brittannië en Ierland

Naar: wikikids.nl

- Al de onderstreepte en vetgedrukte woorden zijn

- De onderstreepte woorden staan in het enkelvoud / meervoud (Schrap wat niet past.)

- De vetgedrukte woorden staan in het enkelvoud / meervoud. (Schap wat niet past.)

- Zet de vetgedrukte woorden in het enkelvoud.

enkelvoud meervoud discussies ruzies pubs cafés boekenwinkels

- Zet de onderstreepte woorden in het meervoud.

enkelvoud meervoud tweeling doel naslagwerk bier

Besluit

Om het meervoud van zelfstandige naamwoorden te vormen, schrijf je -en of -s achter het enkelvoud.

b Lees de tekst.

- Zoek in de tekst het meervoud van de woorden in de tabel.

- Noteer het meervoud in de rechterkolom.

De Amerikaanse universiteitsprofessor Kevin Shelley (VS) moet vaak grappen ondergaan van zijn studenten.

Dit komt omdat hij met zijn hoofd 46 houten toiletbrillen in 60 seconden brak. Waarom? Niemand weet het zeker, maar het is officieel een record. Soms kunnen knappe koppen best raar zijn.

Naar: iWondertv

enkelvoud meervoud grap toiletbril kop

- Wat stel je vast? (Schrap wat niet past.)

Hoor je een medeklinker na een kor te / lange klank?

Dan schrijf je de medeklinker enkel / dubbel.

c Lees de tekst.

©VANIN

- Zoek in de tekst het meervoud van de woorden in de tabel.

- Noteer het meervoud in de rechterkolom.

Soms mislukken recordpogingen.

ondergaan: meemaken, beleven, doormaken, doorstaan

net: juist, precies

Langer dan twee minuten en één seconde zingen: dat was het doel voor Francisco Schuster in ‘James & co’ dinsdagavond. Dan zou hij het wereldrecord verbreken om de langste noot te zingen. De acteur had eerder ambitieus gezegd dat hij het wel zou kunnen, maar toen de deurwaarder erbij kwam kreeg hij toch stress. Het record werd dus niet verbroken en dat zorgde voor heel wat komische noten in het programma. ‘Ik denk dat we net niet aan 20 seconden geraakt zijn’, lachte presentator James Cooke naar de toeschouwers in de verschillende zalen.

Naar: www.nieuwsblad.be

enkelvoud meervoud minuut noot zaal

- Wat stel je vast? (Schrap wat niet past.)

Hoor je een medeklinker na een kor te / lange klank?

Dan schrijf je de klinker enkel / dubbel

Besluit

Bij meervouden op -en moet je soms verenkelen of verdubbelen

d Lees de tekst.

Let goed op de onderstreepte woorden.

uitsluitend: enkel en alleen

Lampje is een verhaal over de zee. Het boek van Annet Schaap won talrijke prijzen en brak heel wat records. Het gaat over geheimzinnige zeewezens en woeste piraten op donkere schepen. Het vertelt over het Zwarte Huis van de Admiraal, een van de oude huizen waarvan de kinderen fluisteren dat er een monster woont.

Het gaat ook over een grijze vuurtoren op een eiland, waar witte duiven en zwarte raven rondcirkelen. Een eiland waar uitsluitend runderen met pony’s grazen en kippen geen eieren leggen. Een eiland waar geen auto’s en zeker geen taxi’s rijden en waar geen pizza’s aan huis worden geleverd. Het verhaalt over Lampje, de dochter van de vuurtorenwachter, die iedere avond de eenenzestig treden beklimt om het licht aan te steken.

Het is een verhaal over een stormachtige avond, waarop de wind de paraplu’s kapot maakt, de lucifers op zijn, glazen breken tot scherven en alles misgaat. Maar vooral is het een verhaal over dapper zijn en meer kunnen dan je ooit dacht.

Naar: Leesbevordering in de klas

e Zoek in de tekst het meervoud van:

huis

- Voegde je -en of -s toe om het meervoud te vormen?

- Wat veranderde er nog?

- Zoek in de tekst nog twee onderstreepte meervouden waarbij de s in een z verandert. Noteer het enkelvoud in de linkerkolom. enkelvoud

f Zoek in de tekst het meervoud van:

enkelvoud meervoud

scherf

- Voegde je -en of -s toe om het meervoud te vormen?

- Wat veranderde er nog?

- Zoek in de tekst nog twee onderstreepte meervouden waarbij de f in een v verandert. Noteer het enkelvoud in de linkerkolom.

enkelvoud meervoud

g Zoek in de tekst het meervoud van:

enkelvoud meervoud

kind

- Voegde je -en of -s toe om het meervoud te vormen?

- Wat voegde je toe?

- Zoek in de tekst nog twee onderstreepte meervouden waarbij je -eren toevoegt. Noteer het enkelvoud in de linkerkolom.

enkelvoud meervoud

h Zoek in de tekst het meervoud van:

enkelvoud meervoud

paraplu

- Voegde je -en of -s toe om het meervoud te vormen?

- Wat voegde je toe ?

- Zoek in de tekst nog vier onderstreepte meervouden waarbij je -’s toevoegt. Noteer het enkelvoud in de linkerkolom.

enkelvoud meervoud

enkelvoud meervoud

- Markeer in de eerste kolom in elk woord de laatste klank die je hoort.

Rangschik de gemar keerde letters alfabetisch.

Schrijf die letters op:

- Als de laatste klank van een woord met één -a, -i, -o, -u, -y geschreven wordt, dan schrijf

je het meervoud met .

Besluit

Bij sommige woorden die in het meervoud eindigen op -en, verandert de medeklinker:

- De letter f wordt een v (bv. graf – graven).

- De letter s wordt een z (bv. vaas – vazen).

Sommige meervouden eindigen niet op -en, maar op -eren (bv. kind – kinderen).

Woorden waarvan de laatste klank met één -a, -i, -o, -u of -y geschreven wordt, krijgen het meervoud -’s

Let op: bij het meervoud van woorden die eindigen op -e wordt de -s aan het woord geschreven.

i Geef het meer voud van de woorden die tussen haakjes staan.

Noteer het volledige woord in de rechterkolom.

1 Er zijn veel (baby) in de crèche.

2 De (taxi) staan klaar bij het station.

3 Hij kocht drie (auto) voor zijn bedrijf.

4 De boer heeft vijf (geit) in de wei.

5 In de tuin zitten twee (muis).

6 De dokter behandelt meerdere (mens).

7 Op tafel liggen drie (menu).

8 In de etalage lagen verschillende (chocolade), elk met een andere vulling en smaak.

9 De kinderen zingen verschillende (lied).

10 De winkel verkoopt verschillende (groente).

j Geef het meervoud van de woorden die tussen haakjes staan. Noteer het volledige woord in de rechterkolom.

1 In de wei staan drie sterke (paard ).

2 In het huis zijn zes kleine (kamer).

©VANIN

3 Aan de boom groeien nieuwe (tak).

4 Welke spannende (serie) volg jij momenteel?

5 Op het dak zitten twee witte (duif).

6 Op tafel staan verschillende blauwe (vaas).

7 De boer zorgt goed voor zijn jonge (kalf).

8 De (been) van het skelet waren duidelijk gebroken.

9 In dat restaurant staan er verschillende (spaghetti) op het menu.

10 In het café werken vriendelijke (tante).

k Zet de woorden in het meervoud

1diskjockey 11 rat

2kanarie 12 abonnee

3ei 13 drama

4kaas 14 cowboy

5steen 15 pluis

6bureau 16eis

7dief 17praline

8etui 18fotograaf

9paraplu 19 café

10hobby 20 ski

LES 3 Ik nodig je uit

het communicatiemodel toepassen een affiche maken

Weet je nog?

Communicatie = de zender geeft een boodschap aan de ontvanger

De zender geeft de boodschap via een kanaal (= op een bepaalde manier) door: - schrijven; - spreken; - gezichtsuitdrukking; - gebaren.

De zender heeft een doel. (= De zender wil met de boodschap iets bij de ontvanger bereiken.)

a Bekijk het nieuwsfragment. Beantwoord de vragen.

- Wie warmt zich op aan de Watersportbaan in Gent?

- Waarom?

b Vul de tabel aan

nieuwsfragment

zender ontvanger boodschap kanaal doel

c Herbekijk het eerste deel van het fragment.

- Wanneer gooide Hilde Dosogne het roer om?

- Waarom?

- Op welke gebieden heeft sporten Hilde heel veel bijgebracht?

d Herbekijk het tweede deel van het fragment.

- Hoe heeft Hilde zich op deze extreme uitdaging voorbereid?

- Welke experten zitten er in het begeleidingsteam van Hilde?

e Bekijk de affiche.

f Vul de tabel aan

366 MARATHONS IN 366 DAGEN

Marathon #366 31 december 2024

PROGRAMMA

8u – 14u (finish Hilde rond 12u)

3 pacers: 5u30 / 6u00 / 6u30 min/km

Loop of wandel een rondje van 5km, een halve of volledige marathon. Bevoorrading - Tijdsregistratie Muziek & ambiance - Goodiebag

DEELNEMEN

Inschrijven via Marathon and More Belgium

LOCATIE

Topsporthal, Zuiderlaan 14, 9000 Gent (Cafetaria Après Sportbar)

INSCHRIJVEN via Marathon and More Belgium

affiche

zender ontvanger boodschap kanaal doel

g Maak zelf een affiche voor het record dat je in les 1 koos. Zorg dat mensen naar jouw gekke uitdaging komen kijken. Welke informatie moet jouw affiche bevatten?

- Wie? (zender)

- Wat? (boodschap)

©VANIN

- Aan wie? (ontvanger)

- Waar ?

- Wanneer? Datum:

- Uur?

- Waarom? (doel)

h Welke digitale tool kan je gebruiken om een aantrekkelijke affiche te ontwerpen?

Tips

1 Plaats alle gegevens in de affiche (wie, wat, waar, wanneer).

2 Vermeld het doel (waarom).

3 Gebruik hoofdletters waar nodig.

4 Controleer jouw spelling.

5 Voorzie een passende tekening of een afbeelding.

6 Kies een duidelijk lettertype.

i Beoordeel je affiche.

EVALUATIE

1 Ik vermeldde alle gegevens in de affiche. Wie? Wat? Waar ? Wanneer ?

2 Ik vermeldde het doel.

3 Ik gebruikte hoofdletters waar nodig.

4 Ik controleerde de spelling.

5 Ik voorzag een passende tekening of afbeelding.

6 Ik koos een duidelijk lettertype.

LES 4 Record mislukt

een tekst met een beeldfragment vergelijken

a Bekijk de tekst.

1 Uit hoeveel tekstdelen bestaat de tekst?

2 Wat is de bron?

3 Wat is het doel?

De tekst wil je

4 Wat is het onderwerp van de tekst?

MEGA ZWAARDVIS SPRINGT AAN BOORD

In Australië vochten zeven vissers een heroïsche een zwarte zwaardvis uit. De vis met een recordgewicht van 300 kg sprong met volle geweld aan boord. Meteen brak paniek uit. Helaas voor de vissers kon het dier ontsnappen.

Zes dagen vissen

De vissers gingen op een trip van zes dagen voor de kust van Cooktown. Ze hadden nooit gedacht dat ze zo’n kolossale zouden vangen. Schipper Daniel Carlson en zijn bemanning mogen achteraf blij zijn.

Tot 4,5 meter lang

De zwarte zwaardvis heeft naast zijn zwaardachtige snuit ook een vin op zijn rug. Het is een van de grootste vissen ter wereld. Hij kan tot 4,5 meter lang worden. De vis zwemt ook razendsnel (zo’n 90 km/u.). Hij is een populaire vis onder sportvissers.

Beangstigend

Schipper Daniel Carlson vertelt. ‘We waren al minutenlang met de zwaardvis aan het knokken. Hij leek stilaan op te geven. Dat was maar schijn. De vis deed een U-sprong, draaide rond en wipte in de boot. Enkele bemanningsleden werden bijna geraakt. Na enkele seconden hevig spartelen, sprong de zwaardvis uit onze boot. Hij zwom doodleuk weg. Dit was wel de strafste vangst. We hadden veel geluk, want niemand raakte gewond. Het was allemaal heel beangstigend.’

Op YouTube

In het vissersgekke Australië ging de video van de gebeurtenis al snel de wereld rond. Op een paar dagen tijd haalde het filmpje twee miljoen views op YouTube.

De vissers zullen nog lang over deze mislukte vangst vertellen. Ze vinden het wel jammer dat ze geen recordvangst binnenhaalden.

1 heroïsch = dapper

2 kolossaal = enorm

Naar: www.hln.be

b Zet een kruisje in welk tekstdeel je zal lezen …

Zes dagen vissen Tot 4,5 meter lang Beangstigend Op YouTube

1hoe groot de zwaardvis kan worden; 2of er een filmpje van bestaat; 3hoelang de vissers weg waren; 4of er gewonden vielen; 5of de vissers het leuk vonden of niet.

c Lees de tekst bij oefening a. Beantwoord de vragen.

- Wat is de hoofdgedachte?

- Vul de zinnen aan.

1 Waar gingen de vissers vissen?

Ze

2 Hoe ziet de zwarte zwaardvis eruit?

De zwarte zwaardvis

3 Waarom hadden de vissers geluk?

Ze hadden geluk, want

4 Wat gebeurde er met het filmpje van de gebeurtenis?

Het filmpje

d Bekijk het filmpje.

1 Hoeveel mannen zijn er in beeld?

2 Hoe herken je ze?

3 Welk opvallend kenmerk heeft een zwaardvis?

e Bekijk deel één van het filmpje opnieuw.

1 Wat is de naam van de boot?

2 We zien aan het begin van het filmpje maar drie mannen. Hoe komt dit?

3 We zien de vier mannen samen op het achterdek van de boot. Hoe wordt dit gefilmd?

f Bekijk deel twee van het filmpje opnieuw.

1 We zien de zwaardvis nu van heel dichtbij. Wie is de cameraman?

2 Wat gebeurt er met de cameraman zodra de zwaardvis aan boord springt?

g Bekijk het laatste deel van het filmpje.

1 Welke man valt er?

2 Hoe filmde hij de beelden?

3 Er wordt vanuit de hoogte gefilmd. Is dit altijd dezelfde afstand? Waarom niet?

4 Het filmpje sluit af met beelden vanuit een filmstandpunt dat we nog niet hadden. Hoe komt dit?

h Herlees de tekst bij oefening a.

1 Stemmen de beelden overeen met de tekst?

2 Hoeveel bemanningsleden waren er aan boord volgens de tekst?

3 Hoeveel bemanningsleden waren er volgens de gefilmde beelden?

4 In de tekst staat dat de zwaardvis 300 kg woog. Hoe weet de journalist dit?

LES 5 Kunstmatige records

echt van vals onderscheiden

a Bekijk het filmpje.

Beantwoord de vragen.

1 Wat is kunstmatige intelligentie?

Vul de definitie aan.

Kies uit: bedenken – leren – mens – schrijven – slimme

Kunstmatige intelligentie wordt ook wel artificiële intelligentie of AI genoemd.

De term wordt gebruikt voor computerprogramma's die proberen te doen wat een ook kan: zelf iets of maken en nieuwe dingen . Zo kan kunstmatige intelligentie een werkstuk , kunst creëren en zelfs natuurrampen voorspellen.

2 Hoe kan AI de mensheid helpen?

b Bestudeer de foto’s.

- Welke wereldrecordfoto is niet echt?

c Lees de tekst en beantwoord de vragen.

Hoe kan je nepfoto’s herkennen?

Foto’s die met AI gemaakt zijn, zien er meestal zeer geloofwaardig uit, want ze worden steeds realistischer. Iedereen kan vandaag de dag zelf met een AI-tool niet-echte, misleidende afbeeldingen genereren. Zeker op sociale media worden veel nepfoto’s en gemanipuleerde video’s verspreid, bijvoorbeeld van schattige dieren, maar ook van bekende mensen of politieke situaties. Dat kan erg misleidend zijn.

©VANIN

Dagelijks worden we overspoeld met informatie. ‘Het wordt een enorme uitdaging om mensen waakzaam te maken voor wat echt is en wat niet’, zegt professor Katleen Gabriels van Universiteit Maastricht. ‘Er schuilt namelijk ook het risico dat mensen niets meer gaan geloven en de vele vreselijke beelden die wél echt zijn, in twijfel trekken.’ Het is dus van belang om kritisch naar afbeeldingen te kijken die je online tegenkomt. Gelukkig kan je vaak aan kleine details toch herkennen dat het om een nepfoto gaat.

Vaak zitten we gedachteloos op sociale media te scrollen en nemen we niet de tijd om bewust stil te staan bij wat we zien. Je tijd nemen om een afbeelding wat aandachtiger te bekijken, is dus de eerste belangrijke stap om nepfoto’s te herkennen. Kijk goed naar de context rond de afbeelding en beoordeel de geloofwaardigheid van de foto: wanneer iets te bizar of mooi is om waar te zijn, gaat het inderdaad vaak om een nepfoto.

Wanneer je foto’s wat meer in detail bekijkt, zal je dikwijls ook iets vinden wat niet helemaal juist lijkt te zijn. AI-programma’s worden weliswaar steeds beter in het nabootsen van de realiteit doordat ze zichzelf kunnen trainen op basis van voorbeelden en vergaarde informatie. Toch sluipen er vaak nog kleine foutjes in hun output. Zoek dus naar wat er niet klopt aan de foto. AI heeft vaak moeite met het aantal vingers of de vorm, grootte en plaatsing van de ogen bij gezichten. De blik in de ogen van een deepfake lijkt vaak ook zielloos of doods, of de huidskleur ziet er ongelijkmatig uit.

Daarnaast vinden AI-modellen achtergronden en lichtinval moeilijk, omdat ze nog niet goed weten waar ze aandacht aan moeten besteden. Zo zijn achtergronden vaak wazig of passen ze niet bij de foto. Ook zijn er soms schaduwen of lichtreflecties op onlogische plaatsen, bevat tekst in de foto dikwijls taalfouten, of ziet het gras er net iets te groen uit.

Naar: www.vrtnws.be, mcafee.com, www. hln.be

1 Markeer drie tips in de tekst waardoor je valse foto’s van echte kunt onderscheiden.

2 Bestudeer de drie foto’s bij oefening b opnieuw.

- Welke foto is niet echt?

- Waarom niet?

d Bekijk de toespraak van koning Filip I van België aandachtig.

1 Is dit filmpje echt of niet echt?

2 Waarom wel/niet?

e Bekijk de drie filmpjes.

Elk filmpje bevat een tip waaraan je kan zien dat het met AI is gemaakt.

Combineer de correcte tip met het juiste filmpje.

1Kijk uit voor een watermerk (of logo van het AI-programma).

avrouw met een beer aan de deur

2Controleer de tijdsaanduiding, als die er is.bkatten beschermen baby

3Let op onlogische details. cEen kat legt een dode muis in de mond van een slapende man.

123

f Hoe kunnen we echte filmpjes van valse filmpjes onderscheiden?

Bekijk het filmpje van het Jeugdjournaal.

1 Wiens hoofd droeg de presentator aan het begin van de uitzending?

2 Hoe kan het dat AI zo echt lijkt?

3 Wat heeft Europa wettelijk verplicht zodat we nepvideo’s kunnen herkennen?

g Herbekijk het eerste deel van het filmpje.

1 Vul aan: Dingen die niet kunnen,

2 Waarmee wordt de ontwikkeling van AI vergeleken?

3 Hoe wordt AI ‘gevoed’?

4 Hoe komt het dat AI steeds beter wordt?

5 Waar moeten we goed naar kijken wanneer de logo’s zijn weggehaald?

h Herbekijk het tweede deel van het filmpje.

1 Welke vragen moet jij je volgens de AI-expert altijd stellen?

2 Waarom worden de nepvideo’s niet verboden?

3 Welk besluit maakt de reporter op het einde van het filmpje?

Vul aan: - niet alles

- blijven kijken - blijven stellen

LES 6 Spel- en woordweb

woorden correct schrijven de betekenis van woorden kennen

6.1 SPELWEB

a Luister naar de woorden.

b Schrijf de woorden juist over.

1 seconden 4 spaghetti

2 chocolade 5 affiche

3 serie 6 paniek

c Vul het ontbrekende woord in.

Kies uit de woorden in oefening b

1 Heb jij aan de reclamezuil de van Willy Wonka zien hangen?

2 Je kent Willy Wonka toch, de maker van heerlijke ?

3 Hij organiseert nu een wedstrijd om zoveel mogelijk te eten

4 Hoeveel denk jij nodig te hebben om één bord spaghetti op te eten?

5 Wie weet, maakt een of andere streamingsdienst daar een over

6 Niet in raken, je maag kan best wel wat voedsel aan.

d Lees de zin

Vervang de vetgedrukte woorden door een passend woord met -eeuw of -ieuw.

Kies uit: geeuw – kieuw – leeuw – meeuw – nieuw – schreeuw

1Deze zeevogel pikt graag eten van de toeristen.

2De koning van de dieren is erg lui en ligt graag te zonnen.

3We zijn altijd blij wanneer we mogen proeven van een pas gemaakt gerecht.

4Een vis ademt met een orgaan waarmee hij zuurstof uit het water kan halen

5We hoorden een hard geroep. Iemand wilde aandacht.

6De leerling onderdrukte een teken van vermoeidheid

e Los de raadsels op. Gebruik woorden met -eeuw of -ieuw.

1Wat valt uit de lucht, is koud en maakt alles wit?

2Welk dier heeft manen, brult hard en wordt de koning van de dieren genoemd?

3Wat duur t honderd jaar, maar je ziet het niet voorbijgaan?

4Wat laat iemand horen als hij heel hard roept van angst of verrassing?

5Welke vogel zit vaak in groepen in de bomen en fladdert luidruchtig rond?

6Welke vogel zweeft vaak boven het strand en steelt soms je frieten?

6.2 WOORDWEB

a Lees de zes woorden en de voorbeeldzinnen.

1aanzienlijk De herstelling van mijn fiets kost aanzienlijk meer dan eerst gedacht.

2circaEen liedje digitaal aankopen kost circa 1 euro.

3 net Ik liep de 5 km net binnen de tijd.

4ondergaanNa de val moest de wielrenner medische proeven ondergaan

5uitgebreidTijdens onze vakantie in Turkije was er elke morgen een uitgebreid ontbijt.

6uitsluitendDeze medicijnen zijn uitsluitend voor volwassenen bestemd.

b Vervang de vetgedrukte woorden door een woord uit oefening a

1Toegang enkel en alleen voor personeel van de spoorwegen

2In deze winkel is de keuze aan nieuwe schoenen overvloedig.

3De bal ging juist niet in de korf.

4Voor Nederlands heb ik dit jaar veel meer punten.

5 Ongeveer 24 000 mensen kwamen naar het vuurwerk kijken.

6Moest jij al eens een operatie doorstaan?

c Vul de zinnen aan met het juiste woord uit oefening a

1 Ik ga niet naar het kampioenschap voor de sfeer, maar om mijn favoriete atleet aan het werk te zien.

2 De atleten konden zich via het Belgisch kampioenschap plaatsen voor de Olympische Spelen.

3 Tijdens het sportnieuws kwamen de verschillende atletiekonderdelen aan bod.

4 Sommige saaie wedstrijden moet je als supporter gewoon

5 Dit atletiekonderdeel is moeilijker dan de vorige twee.

6 Ik vermoed dat er 350 spor ters aan het Belgisch kampioenschap deelnamen.

d Maak met elk woord van oefening a een nieuwe zin.

Noteer de zinnen op een apart blad. Gebruik hoofdletters en leestekens.

KEUZELES 1 Nog meer records

KEUZELES 2 Mijn record

KEU ZELES 3 Taalrecords

1 Meervouden

Weet je nog?

Les 2 Van record naar records

1 Om het meervoud van zelfstandige naamwoorden te vormen, schrijf je -en of -s achter het enkelvoud.

2 Bij meervouden op -en moet je soms de regels van verenkelen en verdubbelen toepassen.

3 Bij sommige woorden die in het meervoud eindigen op -en, verandert de medeklinker.

- De letter f wordt een v (bv. graf – graven).

- De letter s wordt een z (bv. vaas – vazen).

4 Sommige meervouden eindigen niet op -en, maar op -eren (bv. kind – kinderen).

5 Woorden waarvan de laatste klank met één -a, -i, -o, -u of -y geschreven wordt, krijgen het meer voud -‘s

Let op: bij het meervoud van woorden die eindigen op -e wordt de -s aan het woord geschreven.

Zet de meervouden in de juiste kolom.

Kies uit: artsen – bloemen – dieren – dokters – kaarten – keukens – tafels – verplegers

Geef het meer voud op -en

Schrijf wat je hoort.

1één hond twee

2één baard twee

3één koek twee

4één buik twee

Geef het meervoud op -s

Schrijf wat je hoort.

enkelvoud

1één sleutel twee

2één jongen twee

3één luier twee

4één deken twee

5één vuilaard twee

6één vakantie twee

7één bureau twee

8één jockey twee

9één dictee twee

10één café twee

11één meisje twee

12 één douche twee

Geef het meer voud op -en.

Doe zoals in het voorbeeld: Alle vette kippen stoppen bussen.

meervoud

enkelvoud meervoud

1één rat twee

2één spin twee

3één web twee

4één zwaardvis twee

Geef het meer voud op -en.

Doe zoals in het voorbeeld: Apen zweven over muren. enkelvoud

1één haar twee

2één muur twee

3één boon twee

4één raam twee

Geef het meervoud op -en

De s wordt een z. enkelvoud

1één neus twee

2één vlies twee

3één muis twee

4één luis twee

Geef het meer voud op -en.

De f wordt een v

1één dief twee

2één kloof twee

3één graf twee

4één bosduif twee

Geef het meer voud op -eren.

1één rund twee

2één ei twee

3één kind twee

Geef het meer voud op -'s

Het zelfstandig naamwoord eindigt op een klank die met één klinker a, i, o, u, of y geschreven is.

1 één opa twee

2 één taxi twee

3 één alinea twee

4 één piano twee

5 één radio twee

6 één menu twee

7 één lolly twee

Bizarre huishoudtip

Schoonmaakproduct, geurflesje en herstelling zijn vaak duur. Misschien kennen je oma handige middel? Hier vind je alvast enkele goedkope truc.

1 Deodorantvlek kan je met citroensap inwrijven en een half uur laten trekken. Was vervolgens op de heetste stand.

2 Wanneer je koffiefilter op zijn, kan je een of twee stuk huishoudrol gebruiken.

3 Hangplant bevochtig je met ijsblokje. Zo voorkom je waterplek.

4 Hou mot uit de kast door trui en T-shirt met krantenpapier te bedekken. Deze insect verdragen de geur van inkt niet.

5 Met vochtige doekje maak je de bil van baby schoon. Daarmee kan je ook een toetsenbord of knoppen van radio en afstandsbediening poetsen. Die zijn goedkoper dan speciale poetsdoek.

6 Hardnekkig vuil in toilet verdwijnt als je er ’s nachts reinigingstablet voor valse gebit in legt en laat weken. De volgende ochtend verwijder je ze makkelijk door te schrobben en door te spoelen.

7 Bewaar ui in oude panty om ze vers en droog te houden.

8 Zout is een ideaal middeltje om je tand te bleken.

Wat zie je?

Zet de woorden in het meervoud.

Wat zie je?

Zet de woorden in het meervoud.

1 en de staan in de weide.
2 Mijn opa heeft een hele verzameling oude

3 Al die zijn vervelend. Straks prikt er één in mijn !

©VANIN

4 De slapen in hun .

5 Daar liggen de van twee dure .

6 In dat kantoor staan veel , en .

7 Zou jij graag twee en twee in jouw huis hebben?

2 Spelling en woordverklaring Les 6 Spel- en woordweb

2.1 SPELWEB

6paniek a

Schrijf de woorden tweemaal over.

1seconden

2chocolade

3serie

4spaghetti

5affiche

Zoek het woord uit oefening a

1ti – spa – ghet

3co – lade – cho

4den – con – se

Beantwoord de vragen met een woord uit oefening a

1 Welk woord beschrijft de plotselinge angst of verwarring die mensen voelen bij gevaar of onverwachte gebeurtenissen?

2 Welk woord gebruik je voor een reeks dingen die bij elkaar horen, zoals boeken, films of afleveringen?

3 Hoe noem je een groot vel papier met informatie of reclame dat je op een muur of prikbord hangt?

Vul de zinnen aan met een woord uit oefening a

1 Vandaag hing er een grote op het prikbord van de school: er stond een spannende wedstrijd aangekondigd.

2 De uitdaging? Binnen één minuut zoveel mogelijk stukjes eten zonder je handen te gebruiken!

3 Iedereen keek vol spanning toe terwijl de wegtikten.

4 De deelnemers moesten ondertussen een hele van puzzels oplossen.

5 Ondertussen kregen ze een bord om te eten.

6 De spanning steeg en al snel brak er lichte uit onder het publiek: wie zou het record vestigen?

Lees het verhaal.

Schrijf het woord dat eindigt op -eeuw of -ieuw over in de rechterkolom.

1Er was eens, heel lang geleden, een leeuw die op de savanne woonde.

2Het dier had grote dorst en trok naar de dichtste zee. Daar zag hij een meeuw boven de horizon zweven.

3In een verlaten hut op het strand vond de koning der dieren een niet zo nieuw boek.

4 Het boek ver telde verhalen over avonturen die een eeuw geleden waren gebeurd.

5Met in de hoofdrol een dappere spreeuw die troost bood aan een eenzame prins.

Vul de woorden aan met eeuw of ieuw Schrijf het volledige woord in de laatste kolom.

1 In september zal het toch niet sn en?

2 Vanavond kijken we op televisie naar het n s.

3 Met Kerstmis krijg ik een n e fiets

4 Hij is heel n sgierig naar zijn cadeau.

5 Zit jij hier nu in de klas te g en?

6 Ik ben erg ben d naar mijn rappor t.

2.2 WOORDWEB

Lees elk woord, de voorbeeldzin en de betekenis.

woordvoorbeeldzin betekenis aanzienlijkDe herstelling van mijn fiets kost aanzienlijk meer dan eerst gedacht. behoorlijk, beduidend, groot, hoog, veel circaEen liedje digitaal aankopen kost circa 1 euro.ongeveer

net Ik liep de 5 km net binnen de tijd. juist, precies ondergaanNa de val moest de wielrenner medische proeven ondergaan meemaken, beleven, doormaken, doorstaan uitgebreidTijdens onze vakantie in Turkije was er elke morgen een uitgebreid ontbijt. overvloedig

uitsluitendDeze medicijnen zijn uitsluitend voor volwassenen bestemd. enkel en alleen

Vervang de vetgedrukte woorden door een passend woord uit oefening a

1De brunch was overvloedig, met vers fruit, eieren en toast.

2Er waren ongeveer honderd mensen aanwezig bij het feest.

3Iedereen moet een medische controle doormaken voordat ze mee mogen doen aan een officiële sportwedstrijd.

4De prijzen werden enkel en alleen aan de drie beste wielrenners gegeven.

5De nieuwe speler heeft juist zijn eerste wedstrijd gespeeld.

6Het aantal bezoekers is de laatste maanden behoorlijk gestegen; het museum is nu populairder dan ooit.

Combineer elke zin met de juiste uitleg.

1Mijn loon is aanzienlijk gestegen. ajuist

2 Circa achtenvijftig jaar voor Christus viel Julius Caesar onze gebieden binnen. bovervloedig

3Ik heb net een nieuw abonnement van mijn favoriete voetbalclub gekocht. cveel

4Elke maandag ondergaan we in onze elektrische auto de file naar Brussel. denkel en alleen

5Op jouw vraag over de Romeinen komen we in de volgende les uitgebreid terug. edoorstaan

6Soldaat worden is niet uitsluitend voor jongens, maar ook voor meisjes. fongeveer 1 2 3

Welk woord past in beide zinnen?

Gebruik een woord uit oefening a

1 Opa moest een zware operatie

We zien elke ochtend de zon in de zee

2 Ik heb de krant weggegooid.

Bij volleybal mag de bal het niet raken.

3 De boete voor fietsen met je smartphone in de hand is Haar vader draagt de titel graaf. Ze komt dus uit een gezin.

Zelftoets

1 Meervouden

a Geef het meer voud. /5

1borstel 4bureau

2douche 5deur

3doek

b Geef het meer voud.

Let op voor de enkele/dubbele (mede)klinker. /10

1zeemvel 6 vod

2raam 7 bad

3spin 8kraan

4 web 9 spat

5streep 10vlek

c Geef het meer voud.

Let op: dit zijn speciale gevallen. /10

1pizza 6gewonde

2kind 7auto

3 graf 8poes

4hobby 9ei

5menu 10baas

2 Spelling en woordverklaring Les 6 Spel- en woordweb /15

a Vul het voorgelezen woord in. /6

1 Op het prikbord hing een grote voor het schoolfeest.

2 De timer telde nog maar tien af voordat de wedstrijd begon.

3 Bij het verjaardagsfeest kregen alle kinderen een stuk

4 We hebben gisteravond een spannende op televisie gekeken.

5 Voor het diner bereidden mama en papa een bord heerlijke

6 Toen de ballon onverwacht heel erg knalde, sloeg de hele klas in

b Vul het voorgelezen woord in. /3

1 De vis ademt onder water dankzij zijn

2 Het kasteel stond al sinds de vorige op die heuvel.

3 Boven de kust zweefde een witte en ze keek naar het water.

c Combineer elke zin met de juiste uitleg. /6

1Het aantal deelnemers voor de recordpoging ‘chocolade eten’ was aanzienlijk meer dan vorig jaar. ajuist

2Het duurde circa tien minuten voordat de eerste tien deelnemers met hun bord spaghetti klaar waren. bovervloedig

3Hij heeft net genoeg water gedronken om de uitdaging te voltooien zonder misselijk te worden. cveel

4Alle deelnemers moesten een medische controle ondergaan voordat ze mochten starten met de marathon van pannenkoeken eten. denkel en alleen

5Er was een uitgebreid voorbereidingsprogramma met trainingen en tips voor iedereen die het record wilde breken. edoorstaan

6De prijs werd uitsluitend aan de winnaar van de officiële recordpoging uitgereikt, niet aan de toeschouwers.

fongeveer 1 2 3 4 5 6

©VANIN

Thema 9

Reis naar de ruimte

LES 1 De Volkssterrenwacht - lezen, kijken en luisteren

LES 2 Waait het in de ruimte? - info selecteren, spreken, jezelf beoordelen

LES 3 Leven buiten onze planeet? - opmaak van een tekst, hoofdgedachte,

290

293

295 hoofdpunten, woordverklaring

LES 4 Een vlucht naar Mars - bijvoeglijk naamwoord

LES 5 We reisden naar … de ruimte - spelling: klankvaste werkwoorden

399

302 in het verleden

LES 6 Spel- en woordweb - spelling, woordverklaring

KEUZELES 1 Gig@ntische ruimte - zoeken op Wikipedia

KEUZELES 2 De leeuw van Mars - genietend lezen

KEUZELES 3 De maan-zaak - synoniemen en tegengestelden

307

LES 1 De vol kssterrenwacht

informatie uit een tekst halen

VOOR

a Beantwoord deze vragen.

- Welke planeten ken jij?

informatie uit een kijkfragment halen jezelf beoordelen

©VANIN

- Naar welke planeten is de mens al gereisd?

- Kijk jij soms ’s avonds/’s nachts naar de hemel om planeten te spotten? Waarom wel/niet?

- Indien ja, welke planeten herkende jij aan de hemel?

- Wat is ‘de volkssterrenwacht’, denk je?

TIJDENS

b Lees de tekst en beantwoord de vragen.

Het is weer planetenparade

Er zijn deze maand tot zes planeten te spotten aan de hemel. Vroeg opstaan is de boodschap, want het gaat om de laatste planetenparade van het jaar.

Zelfs als je geen speciale apparatuur in huis hebt, kan je de komende dagen Venus, Jupiter, Saturnus en (een zwakke) Mercurius spotten. Ook Uranus en zelfs Neptunus zijn te zien, maar daar heb je op z’n minst al een kleine telescoop voor nodig. ‘De andere vier zijn echt wel met het blote oog waar te nemen’, zegt Werner Hamelinck van Volkssterrenwacht Urania.

Eerder passeerden Jupiter en Venus al vlak langs elkaar en ook de komende dagen verschijnen ze nog steeds in elkaars buurt aan de oostelijke hemel. Mercurius staat dinsdag zo ver als mogelijk van de zon af, waardoor de planeet makkelijker te zien is voor hij in het felle zonlicht verdwijnt.

Voor zonsopgang

Om de planeten te zien, kijk je ’s ochtends voor zonsopgang naar het oosten. ‘Sommige komen al vroeger op, maar rond vijf uur zijn ze alle zes zichtbaar’, zegt Hamelinck. Een goede tip: probeer eerst Jupiter en Venus te vinden: dat is het makkelijkst, omdat ze zo dicht bij elkaar staan. Saturnus vind je in het zuidwesten en Mercurius staat dicht bij de horizon. ‘Daar zal je dus een goed plekje voor moeten uitzoeken’, aldus Hamelinck. ‘In een stad met hoge gebouwen zal die veel moeilijker te vinden zijn.’

Voor de meer geoefende liefhebber: Neptunus staat vlak bij Saturnus en Uranus en vind je in het zuidoosten. Ook Mars kan je trouwens spotten, maar dan ’s avonds en niet tegelijk met de andere planeten.

Naar: www. nieuwsblad.be

1 Wat is de bron van deze tekst? Omcirkel.

2 Wat is het doel? Deze tekst wil je

3 Wat is het onderwerp van de tekst?

4 Wat is de hoofdgedachte? Markeer deze in de tekst.

c Beantwoord deze vragen.

1 Welke planeten kan je met het blote oog zien?

2 Waarom spreken ze in de tekst over een ‘zwakke’ planeet Mercurius?

3 Welk moment is het best om alle planeten te zien?

4 Waarom moet je eerst Jupiter en Venus proberen te vinden?

5 Waarom is het spotten van de planeet Mars speciaal?

d Bekijk ook dit fragment en beantwoord de vragen.

1 Wat is het luisterdoel? Het fragment wil je

2 Wat is de bron?

3 Welke twee personen van de volkssterrenwacht geven een woordje uitleg?

4 Wat is de naam van de volkssterrenwacht?

e Bekijk het fragment een tweede keer.

Beantwoord ook deze vragen.

1 Waarom is een ‘planetaire uitlijning aan de hemel’ best bijzonder?

2 Tot wanneer kan je die planeten aan de hemel zien?

3 Hoe komt het dat je die zolang kan zien?

4 Waarom zijn Venus en Jupiter volgens Matti Agemans gemakkelijk te spotten?

5 Waarom zijn Neptunus en Uranus moeilijker te vinden?

f Vul de evaluatie in.

EVALUATIE

1 Wat verliep het vlotst? Duid aan wat past.

○ het lezen van het artikel ○ het bekijken van het fragment

2 Hoe kwam dit?

3 Hoe lukte het beantwoorden van de vragen?

Duid aan wat past.

○ uitstekend ○ goed ○ net voldoende ○ niet goed ○ totaal niet

4 Welke vraag uit oefening c vond jij het moeilijkst?

vraag

5 Welke vraag uit oefening e vond jij het moeilijkst?

vraag

6 Wat liep goed tijdens deze les?

Duid aan wat past.

○Ik was (heel) geconcentreerd.

○Ik wist goed wat ik bij elke opdracht moest doen.

○Het lukte goed om de tekst te lezen en te begrijpen.

○Het lukte goed om zowel te kijken als te luisteren.

○Ik kon de vragen vlot beantwoorden.

7 Wat kan beter bij een volgende lees- en luisteropdracht?

Gebruik hiervoor de antwoorden uit vraag 6.

LES 2 Waait het in de ruimte?

informatie online verzamelen en selecteren

VOOR

informatie met klasgenoten uitwisselen

spreken voor de klas

©VANIN

In deze les krijg je een vraag over de ruimte. Jij zal het antwoord op deze vraag online opzoeken. Daarna zal je jouw antwoord met de andere klasgenoten delen. Op die manier wisselen jullie informatie over de ruimte uit.

a Lees de vraag die je van je leraar krijgt.

- Zoek het antwoord online op.

- Noteer jouw antwoord op een kladblad.

Het is van belang dat je begrijpt wat je noteert. Zo kan je jouw weetje straks duidelijk aan de klasgenoten meedelen.

- Woorden die je niet begrijpt, zoek je op.

- Maak een spreekbriefje. Hierop staan niet meer dan tien woorden.

TIJDENS

b Oefen jouw tekst een paar keer grondig in.

- Deel jouw informatie met de rest van de klas.

Tips

1 Zorg ervoor dat je jouw verhaal vlot voor de klas kan brengen.

2 Spreek voldoende luid.

3 Spreek duidelijk en gebruik standaardtaal.

4 Kijk de klas aan wanneer je spreekt.

5 Verzorg jouw houding voor de klas.

6 Houd rekening met je werkpunten uit vorige spreekopdrachten. van belang zijn: belangrijk zijn, nodig zijn

c Wat vond jij van deze opdracht?

Wat vond jij van jouw spreekoefening? Beoordeel jezelf.

EVALUATIE

1 Ik heb het antwoord op de vraag gevonden. ○ ja ○ neen

2 Ik controleerde of de informatie wel klopte door nog een andere bron te gebruiken. ○ ja ○ neen

3 Het antwoord vond ik hier:

- bron 1 =

- bron 2 =

4 Ik vertrouwde niet zomaar op wat AI mij als antwoord gaf. ○ ja ○ neen

5 Ik maakte een spreekbriefje. ○ ja ○ neen

6 Ik heb moeilijke woorden opgezocht. ○ ja ○ neen

7 Ik begreep wat ik vertelde. ○ ja ○ neen

8 Ik kon het antwoord vlot vertellen. ○ ja ○ neen

9 Wat vond je makkelijk aan deze opdracht?

Kruis aan wat past.

○Ik kon het antwoord op mijn vraag vlot vinden.

○Ik begreep wat er in mijn tekst stond.

○Ik sprak vlot

○Ik verzorgde mijn taal.

○Ik was rustig toen ik voor de klas moest spreken.

10 Wat liep moeilijker?

Kruis aan wat past.

○Ik had veel moeite om mijn vraag te beantwoorden.

○Ik begreep niet wat ik vertelde.

○Ik was heel zenuwachtig waardoor ik mijn tekst vergat.

○Ik had moeite om mijn taal te verzorgen.

○Ik was zenuwachtig toen ik voor de klas moest spreken.

11 Wat heb je uit deze opdracht geleerd?

Formuleer zelf jouw antwoord. Gebruik hiervoor de antwoorden uit vragen 7 en 8.

©VANIN

LES 3 Leven buiten onze planeet?

de lay-out en opbouw van een tekst onderzoeken

de hoofdgedachte, hoofdpunten en woordverklaringen uit een tekst halen

a Bekijk de tekst ‘Leven op andere planeten’ bij oefening b

1 Wat valt jou op aan de lay-out van de tekst?

2 Lees de titel, tussentitels en bekijk de afbeeldingen.

- Wat is het onderwerp van de tekst?

- Waar vind je dit terug?

b Lees de tekst.

1 Markeer de inleiding van de tekst roze.

2 Markeer het slot van de tekst blauw.

3 Wat is de hoofdgedachte?

4 Wat is het tekstdoel? Deze tekst wil je

5 Wat is de bron?

6 Markeer de hoofdpunten groen.

Leven op andere planeten

informatie overzichtelijk structureren

uniek: enig, alleen in zijn soort

Is leven op onze unieke planeet Aarde niet meer mogelijk? Dan verhuizen we toch gewoon naar een andere planeet? Allemaal goed en wel, maar is dat zo eenvoudig?

Gasplaneten

Saturnus en Jupiter bestaan allebei uit gas. Ze hebben geen vast oppervlak, zoals onze aarde. Je kan er dus niet zomaar op rondstappen. Jupiter is vooral bekend door de ‘Grote Rode Vlek’. Het is een storm die al meer dan 300 jaar op de planeet woedt

onze planeet?

Op Jupiter is het niet aangenaam om te wonen. Het is er ongeveer -145 °C. Saturnus is vooral bekend om zijn ringen. Die bestaan uit brokken ijs, steen en stof. De gemiddelde temperatuur op Saturnus is -178 °C. De planeet doet er heel lang over om één keer rond de zon te draaien: 30 jaar!

Te koud

Op aarde kan het in de winter al eens koud worden, maar op planeten als Mars (-140 °C), Uranus (-215 °C) en Neptunus (-195 °C) is het pas echt bibberen. Mars lijkt het meest op onze planeet. Zo is er water onder de grond ontdekt. Toch is Mars een ijzige woestijn van roestige rotsen en rood zand. In de zomer wordt het ook nooit warmer dan 20 °C. Er zijn hevige stofstormen, waardoor je er de lucht niet kan inademen. Op Mars is de zwaartekracht ook kleiner. Alles is er minder zwaar dan op aarde. Weeg je hier 70 kg? Dan weeg je op Mars maximaal 27 kg. De ijsplaneten Uranus en Neptunus liggen het verst ten opzichte van de zon. Dat merk je aan de temperatuur: op Neptunus is het gemiddeld -195 °C. Uranus doet nog beter met nog 20 graden kouder! De ‘zomer’ op deze planeet duurt maar liefst 21 jaar. Gedurende al die tijd gaat de zon er nooit onder! Een nadeel van leven op Uranus? Ook de winter duurt er 21 jaar aan één stuk door.

©VANIN

Te warm

Er zijn ook planeten, zoals Mercurius, waar het lekker verblijven is, als je tenminste temperaturen tot 430 °C verdraagt. Deze planeet staat het dichtst bij de zon. Op Mercurius duurt één dag 1 416 uur. De planeet is klein, maar wel heel zwaar. Hij heeft geen gassen rond zich, waardoor hij de warmte van de zon niet kan vasthouden

Dat betekent dat het overdag heel heet wordt en het ’s nachts tot wel -180 °C vriest. Als de zon ondergaat, ontsnapt alle warmte.

Onhandig oppervlak

Het oppervlak van Venus zit vol kraters, bergen en vulkanen. Wetenschappers konden lange tijd niet door de dikke wolken boven de planeet kijken. Daardoor was Venus een raadsel voor hen. De lucht op Venus is giftig en heel heet (gemiddeld 462 °C). Een jaar duurt er 225 dagen. In al die tijd draait de planeet maar één keer rond de zon. Ook op Mercurius zijn er veel kraters die ontstaan zijn door stenen uit de ruimte. Die stenen slaan met een hoge snelheid op de planeet in Zo maken ze grote putten in het oppervlak.

ten opzichte van: tegenover vasthouden: niet laten ontsnappen

een dag of een jaar is niet wat het lijkt

Op aarde duur t een dag 24 uur en een jaar 365 of 366 dagen, maar dat is niet op alle planeten hetzelfde. Op Mars duurt een dag, net zoals bij ons, ongeveer 24 uur (24 uur en 39 minuten om precies te zijn). Op Jupiter en Saturnus is een dag dan weer het kortst: slechts 10 uur. Na Jupiter volgt Neptunus, waar een dag 16 uur duurt. Op Uranus duurt die ongeveer 17 uur. De absolute recordhouder is de planeet Venus: één dag duurt er 5 832 uur of maar liefst 243 dagen!

Bovendien duurt een jaar ook niet overal even lang. In tegenstelling tot onze aarde zoeft Mercurius in 88 dagen rond de zon. Op Jupiter daarentegen duurt één jaar veel langer: 4 380 dagen! Op een planeet als Mars duurt een jaar 687 dagen.

Stel je voor dat je daar naar school moet! Uranus is een trage planeet: hij doet er 84 jaar over om één keer rond de zon te draaien. Maar dat is niets in vergelijking met Neptunus.

Doordat die zo ver van de zon staat, doet hij er 165 jaar over om één keer rond de zon te draaien.

Zoals je ziet, is het niet simpel om zomaar op een andere planeet te gaan leven.

Naar: Wablieft

©VANIN

daarentegen: integendeel, echter

c Welke betekenis past bij het groen gekleurde woord uit de tekst?

1 Jupiter en Saturnus hebben geen vast oppervlak

In deze zin betekent ‘oppervlak’ …

○iets wat ondiep is

○ de buitenste laag waarop je loopt

○iets wat effen is

2 Het is een storm die al meer dan 300 jaar op de planeet woedt.

De betekenis van ‘woeden’ is in deze zin …

○boosheid tonen

○bescherming bieden

○ hevig tekeergaan

3 Toch is de planeet Mars een ijzige woestijn van roestige rotsen en rood zand.

In deze zin betekent ‘ijzig’ …

○ ijskoud

○afstandelijk

○heel erg snel

4 Op Mars is de zwaartekracht kleiner dan op de aarde.

Het woord ‘zwaartekracht’ betekent …

○de snelheid van de wind

○ de aantrekkingskracht

○de ster kte van je spieren

5 Wetenschappers merkten dat het oppervlak vol kraters, bergen en vulkanen zit.

De betekenis van ‘krater’ is …

○ een trechtervormige opening

○een gevoel van ontgoocheling

○een grote brok van steen en ijs

6 Die stenen zullen met een hoge snelheid op de planeet inslaan

In deze zin betekent ‘inslaan’ …

○sneller worden

○een bocht nemen

○ met veel kracht neerkomen

d Op welke planeet, buiten de Aarde, zou leven eventueel ook mogelijk zijn?

Waarom denk je dat? Bewijs met voorbeelden uit de tekst.

e In de tekst worden de verschillende planeten met elkaar vergeleken.

Vul het schema aan.

oppervlaktemperatuur

Een dag duurt ... tijd om rond de zon te draaien

Mercurius van °C tot °C uur dagen

Venus kraters, en gemiddeld

uur dagen

Mars roestige en van °C ’s zomers tot °C in de winter precies uur en minuten dagen

Jupiter geen gemiddeld

Saturnus geen gemiddeld

Uranus gemiddeld

Neptunus gemiddeld

dagen

jaar

jaar

het langst: jaar

LES

4 Een vlucht naar Mars

bijvoeglijke naamwoorden herkennen

Weet je nog?

bijvoeglijke naamwoorden in een zin aanvullen

bijvoeglijke naamwoorden in een tekst gebruiken

©VANIN

Zelfstandige naamwoorden zijn woorden die een persoon, een dier of een ding benoemen.

Woorden als verdriet, gezondheid, woede, hoogte … zijn dingen die je niet kan vastnemen. Het zijn ook zelfstandige naamwoorden.

Voor een zelfstandig naamwoord kan je een lidwoord zetten. Dat kan een, de of het zijn.

a Lees beide teksten.

Tekst 1

SpaceX-baas Elon Musk wilde oorspronkelijk het ruimtevaartuig

Starship eind 2026 naar de planeet

Mars laten vertrekken. De robot Tesla Optimus zal ook aan boord zijn. ‘Landingen met mensen zouden vanaf 2029 kunnen beginnen, hoewel 2031 meer waarschijnlijk lijkt’, postte de miljardair op zijn netwerk X. Met een hoogte van 123 meter is Starship de grootste raket ter wereld. Tot nu toe mislukten echter alle pogingen Er vonden telkens explosies aan de trappen van de raket plaats.

Naar: www.vrtnws.be

- Waarover gaan de twee teksten?

Tekst 2

SpaceX-baas Elon Musk wilde oorspronkelijk het kolossale ruimtevaartuig Starship eind 2026 naar de rode planeet Mars laten vertrekken. De mensachtige robot Tesla Optimus zal ook aan boord zijn. ‘Landingen met mensen zouden vanaf 2029 kunnen beginnen, hoewel 2031 meer waarschijnlijk lijkt’, postte de miljardair op zijn sociaal netwerk X. Met een hoogte van 123 meter is Starship de grootste raket ter wereld. Tot nu toe mislukten echter alle voorafgaande pogingen. Er vonden telkens verwoestende explosies aan de trappen van de raket plaats.

- In welke tekst krijg je de meeste informatie?

- Hoe noem je de onderstreepte woorden?

b Markeer in de tweede tekst de woorden die meer informatie over de onderstreepte woorden geven. Dit zijn bijvoeglijke naamwoorden.

- Waar staan de bijvoeglijke naamwoorden ten opzichte van het zelfstandig naamwoord?

Besluit

Een bijvoeglijk naamwoord geeft meer informatie over het zelfstandig naamwoord.

Het staat meestal voor het zelfstandig naamwoord

Woordjes als ‘mijn’, ‘jouw’, ‘zijn’, ‘haar’, ‘ons’, ‘jullie’, ‘uw’ en ‘hun’ zijn geen bijvoeglijke naamwoorden!

c Zoek de tien zelfstandige naamwoorden waar een bijvoeglijk naamwoord voor staat.

- Onderstreep telkens het zelfstandig naamwoord.

- Markeer het bijvoeglijk naamwoord dat erbij hoort.

Wil je dat jouw naam binnenkort rond de maan vliegt? De Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA laat iedereen zijn naam meesturen met de bemande Artemis II-vlucht. Deze testmissie met jonge astronauten moet in de toekomst voor nieuwe maanreizen (en ook Marsreizen) zorgen. Aan boord zitten de Amerikanen Reid Wiseman, Victor Glover en Christina Koch, samen met een Canadese astronaut. Ze zullen met een gloednieuwe raket vertrekken vanaf het Kennedy Space Center in Florida. Opvallend: ook gewone mensen kunnen een symbolisch plaatsje in de missie krijgen. Via de actie 'Send your name with Artemis II' kan iedereen zich inschrijven tot 21 januari. De namen worden verzameld op een SD-kaart en mee aan boord geladen. Als origineel aandenken krijgen deelnemers een digitale instapkaart met hun naam erop.

Naar: www.vrtnws.be

d In elke zin is een woord onderstreept.

Is het een wer kwoord (ww), een zelfstandig naamwoord (zn) of een bijvoeglijk naamwoord (bn)?

Zet een kruisje in de juiste kolom.

©VANIN

1 Een maansverduistering kan alleen gebeuren tijdens een volle maan.

2 Dan staat de aarde precies tussen de maan en de zon.

3 De maan bevindt zich dan in de schaduw van de aarde.

4 Daardoor ontvangt ze geen zonlicht.

5 Op 7 september 2025 vond in België de voorlopig laatste maansverduistering plaats.

e In elke zin is er een zelfstandig naamwoord onderstreept. Vul de zin met een passend bijvoeglijk naamwoord aan.

1 Al tientallen jaren trekt onze buurplaneet Mars de aandacht van wetenschappers.

2 Een van de vragen is: is er leven mogelijk op Mars?

3 En kunnen we in de toekomst naar Mars reizen?

4 NASA denkt dat je voor een reis naar Mars op zo’n 8 à 9 maanden moet rekenen.

5 Wie durft deze missie te doen?

f In de tekst ontbreken de bijvoeglijke naamwoorden. Zet ze op de juiste plaats.

Kies uit: Afrikaanse – enorme – grootste – nieuw – Vorige – zeldzame – zware

In Nederland is een ruimterots van zo'n 4,5 miljard jaar oud verkocht voor 1,7 miljoen euro. De meteoriet weegt 240 kilogram en stortte enkele tienduizenden jaren geleden neer in het land Namibië. De opbrengst gaat naar de sterrenwacht van Dordrecht. Die verkoopt de meteoriet noodgedwongen om een planetarium te kunnen bouwen. Het gaat om een ijzermeteoriet, een nogal soort.

maand is in New York nog een meteoriet van de planeet Mars geveild. Het brokstuk van 25 kilo, de Marssteen die ooit gevonden is op aarde, werd verkocht voor ruim 5 miljoen dollar.

Naar: www.vrtnws.be

g Bekijk de onderstreepte woorden en markeer ze volgens soort. (werk woord = groen / zelfstandig naamwoord = blauw / bijvoeglijk naamwoord = roze / ander woord = oranje).

De film Elio gaat over een jongen die zijn blik sinds de dood van zijn ouders op de sterrenhemel richt. Hij wil niets liever dan omhoog gestraald worden door een ufo. Het lukt hem zelfs om een boodschap de ruimte in te sturen. Dat verzekert hem van een plaatsje in een soort ‘interplanetaire gemeenschap’, waar belangrijke mensen vergaderen onder een regenboogkleurige stolp. En iedereen is er verheugd om Elio te zien. Het is een ervaring waar de verloren jongen naar verlangde. Die oprechte gevoelens in een wonderlijke wereld vormen het bekende Pixar-verhaal. Elio valt van de ene ongelooflijke situatie in de andere: van een stuiterend ruimteschip tot een schuilplaats in Glordons muil.

Naar: www.nieuwsblad.be

LES

5 We reisden naar … de ruimte

werkwoorden in het verleden herkennen

klankvaste werkwoorden in het verleden vormen

a Lees de korte inhoud van De leeuw van Mars.

Bell woonde al zijn hele leven – al 11 jaar lang – op Mars.

Hij voelde zich een heel gewone jongen.

Toch maakte hij zich zorgen.

Waarom wilde niemand in contact komen met de andere Marskolonies?

Op een dag ontsnapten er virussen.

Ze bezorgden alle volwassenen hevige pijn.

Naar: Jennifer L. Holm, De leeuw van Mars

- Markeer in elke zin de persoonsvorm groen.

- In welke tijd staan deze werkwoorden?

b Noteer de gemar keerde werkwoorden in het kader.

- Markeer telkens de stam.

klankvaste werkwoorden in het verleden juist gebruiken

- Wat voeg je aan de stam toe?

Besluit

Om werkwoorden in het verleden te plaatsen voeg je een uitgang bij de stam toe.

infinitief stam + de (enkelvoud) stam + den (meervoud) gooien gooi + de = gooide gooi + den = gooiden geloven geloof + de = geloofde geloof + den = geloofden

infinitief stam + te (enkelvoud) stam + ten (meervoud) blaffen blaf + te = blafte blaf + ten = blaften piepen piep + te = piepte piep + ten = piepten

c Noteer de stam.

- Schrijf in de laatste kolom de persoonsvorm in het verleden.

- Markeer -de of -den in de laatste kolom.

bv. Eugene Shoemaker (oefenen) eind de jaren 60 om als eerste wetenschapper op de maan te mogen lopen. oefen oefende

1 Hij (trainen) hard voor deze toch wel speciale vlucht.

2 Helaas (zorgen) gezondheidsproblemen ervoor dat hij niet naar de maan kon vliegen.

3 In 1997 (geloven) verschillende journalisten dat hij in Australië om het leven was gekomen.

4 Na zijn dood (sturen) NASA zijn as mee met een raket naar de maan.

5 Zo (reizen) Eugene Shoemaker na zijn dood toch nog naar de maan.

d Noteer de stam.

- Schrijf in de laatste kolom de persoonsvorm in het verleden.

- Markeer -te of -ten in de laatste kolom.

Naar: starwalk.space.nl aanpassen: veranderen, verbeteren

bv. Ooit (stoppen) Lego drie ‘mannetjes’ in een raket en zond die naar de ruimte. stopstopte

1 Lego (maken) ooit drie minifiguren om naar de planeet Jupiter te sturen.

2 NASA (plaatsen) de drie figuurtjes in een ruimtesonde.

3 De verschillende onderdelen (klikken) niet in elkaar, maar werden uit één stuk aluminium gemaakt.

4 De Legomakers (beseffen) dat ze deze figuurtjes moesten aanpassen

5 Alleen op deze manier (raken) de figuur tjes niet beschadigd door de hoge temperaturen rond Jupiter.

Naar: starwalk.space.nl

e Lees deze zinnen.

Ik raadde welke planeet het dichtst bij de zon staat.

De jongens meldden de UFOwaarneming aan de overheid.

Ik wachtte geduldig tot ik de planeet Saturnus aan de hemel kon zien.

In de jaren 60 haastten Amerikaanse astronauten zich om als eersten naar de maan te vliegen.

- Markeer de persoonsvorm in elke zin groen.

- Onderstreep de stam in de gemarkeerde werkwoorden.

- Wat wordt er aan de stam toegevoegd?

Besluit

Je schrijft in het verleden een dubbele d als de stam al op een d eindigt.

bv. melden meld + de = meldde meld + den = meldden

Je schrijft in het verleden een dubbele t als de stam al op een t eindigt.

bv. pletten plet + te = plette plet + ten = pletten

f Noteer de stam.

- Schrijf in de laatste kolom de persoonsvorm in het verleden.

- Markeer wat er aan de stam wordt toegevoegd.

©VANIN

stam persoonsvorm

bv. De brandstoftank van de raket (branden) helemaal op voordat die losliet. brandbrandde

1 De astronauten (wachten) geduldig alvorens ze aan boord van het ISS gingen.

2 De bemanning in de raket (schudden) hevig heen en weer door de turbulentie.

3 De controletoren (melden) wanneer de raket terug op aarde zou landen.

4 Vanuit zijn ooghoeken (spieden) de gezagvoerder geduldig naar het scherm.

5 De astronauten (haasten) zich om een boeiend experiment te kunnen uitvoeren.

6 Tijdens de terugkeer in de dampkring (spatten) het ruimtevliegtuig Columbia uiteen.

7 Bij de lancering van de raket (schorten) er iets aan het hitteschild.

g Noteer de stam.

- Schrijf in de laatste kolom de persoonsvorm in het verleden.

- Markeer wat er aan de stam wordt toegevoegd.

1 De ramp met het ruimteveer Columbia (gebeuren) op 1 februari 2003.

2 De shuttle (keren) na 16 dagen in de ruimte terug naar de aarde.

3 De families van de bemanningsleden (wachten) ongeduldig op hun thuiskomst.

4 Het ruimteveer (exploderen) echter bij het binnenkomen van de dampkring.

5 De brokstukken (branden) op en (stor ten) in de oceaan.

6 De zeven astronauten aan boord (over leven) het ongeval niet.

Naar: wikipedia.org

h Zet de werkwoorden in het verleden.

- Onderstreep eerst het onderwerp.

- Schrijf de persoonsvorm in het verleden.

- Markeer wat er aan de stam wordt toegevoegd.

1 De lancering van het ruimteveer Challenger (lokken) heel wat mensen naar Kennedy Space Center.

2 Voor de eerste keer (maken) een gewone burger een reis naar de ruimte.

3 Christa McAuliffe (wachten) ongeduldig op haar missie naar de ruimte.

4 NASA (selecteren) haar als leerkracht uit 11 000 kandidaten.

5 Ze (trachten) haar leerlingen en school zoveel mogelijk bij haar avontuur te betrekken.

©VANIN

6 Haar leerlingen (branden) van enthousiasme om haar verhalen bij terugkeer te horen.

7 Helaas (ontploffen) de raket amper 73 seconden na lancering.

8 Onderzoekers (tonen) later de oorzaak van de zware ontploffing aan.

Naar: wikipedia.org

persoonsvorm

i Vervoeg de werkwoorden in het verleden.

Volkssterrenwacht Urania wil tijdens de zomer van 2026 haar nieuwe zonne-observatorium in Hove openen. De gemeenteraad (keuren) hun vergunning al goed. Toch (worstelen) de bouwers nog met financiële problemen. Ze (geloven) niet dat ze de ontbrekende 40 000 euro nog zouden verzamelen. Gelukkig (wachten) hen een aangename verrassing.

De gemeenteraadsleden van Hove (overhandigen) de bouwers een cheque van 40 000 euro. Dat bedrag (proberen) het bestuur van de volkssterrenwacht al sinds mei bijeen te sprokkelen. Urania (starten) de voorbereidingen al. De ingenieurs (ramen) de totale kosten op 450 000 euro. Urania (melden) dat zij ongeveer de helft van dat bedrag zullen betalen. De rest (leggen) de Vlaamse overheid bij.

Naar: www.nieuwsblad.be

LES 6 Spel- en woordweb

woorden correct schrijven de betekenis van woorden kennen

6.1 SPELWEB

a Luister naar de woorden.

b Schrijf de woorden juist over.

1 eenvoudig 4 snelheid

2 maximaal 5 boeiend

3 raadsel 6 exploderen

c Vul de zinnen aan met een woord uit oefening b.

1 Hoeveel maanden mag een astronaut in de ruimte blijven?

2 Het is niet om astronaut te worden: je moet heel lang studeren en heel wat talen kennen.

3 Ons zonnestelsel is om te bestuderen. Er is nog heel veel wat we niet weten.

4 Als sterren , noemen wetenschappers dit een ‘supernova’.

5 De ontdekking van een ‘onmogelijk zwart gat’ stelde astronomen in 2019 voor een

6 Hypersnelle sterren kunnen een van meer dan 1 755 km/ seconde bereiken.

d Vul een passend woord met x in.

Kies uit: examen – explosie – extra – taxi – textiel

Let op: er staan meer woorden dan je nodig hebt!

1 Je oude kledij die nog draagbaar is, mag je in een container met achter laten.

2 Door de braken de ramen van het huis.

3 De bracht ons naar de luchthaven.

4 Na ons laatste gingen we met de hele klas frietjes eten.

e Wat zie je op deze afbeeldingen?

In elk woord komt de letter x voor.

6.2 WOORDWEB

a Lees de zes woorden en de voorbeeldzinnen.

1aanpassenDe Legomakers moesten hun figuurtjes voor een reis naar de ruimte aanpassen.

2daarentegen De aarde draait in 365 dagen rond de zon. Mercurius daarentegen zoeft er in 88 dagen omheen.

3ten opzichte vanUranus en Neptunus liggen het verst ten opzichte van de zon.

4uniek Onze planeet Aarde is een unieke planeet binnen ons zonnestelsel.

5van belang zijn Het is van belang dat je begrijpt wat je leest of noteert.

6vasthoudenMercurius kan zijn warmte moeilijk vasthouden omdat de planeet geen gassen errond heeft.

b Vervang de vetgedrukte woorden door een woord uit oefening a Let op: gebruik een hoofdletter wanneer het woord aan het begin van de zin staat.

1Omdat onze aarde de enige planeet is die bedekt is met vloeibaar water is ze alleen in haar soort.

2 Tegenover de zon ligt Mercurius het minst ver verwijderd.

3Het kan belangrijk zijn om netjes te schrijven zodat de leerkracht jouw antwoord kan lezen.

4Uranus en Neptunus zijn ijsplaneten. Jupiter en Saturnus echter zijn gasplaneten.

5Astronauten moeten hun gewoonten in de ruimte veranderen omdat daar geen zwaartekracht is.

c Vul de zinnen aan met een woord uit oefening a

1 Door de vele wolken boven Venus kan de planeet haar temperatuur ook ’s nachts

2 De gemiddelde temperatuur op Venus is ongeveer 460 °C; op de planeet Uranus is de gemiddelde temperatuur -210 °C!

3 Onze planeet Aarde is omdat er voor lopig enkel op onze planeet mensen kunnen leven.

4 Als we op Mars leefden, zouden we onze leefgewoontes moeten .

5 Het is dat je weet hoe je jouw ogen beschermt bij een zonsverduistering.

d Maak met elk woord van oefening a een nieuwe zin. Noteer de zinnen op een apart blad. Gebruik hoofdletters en leestekens.

KEUZELES 1 Gig@ntische ruimte

KEUZELES 2 De leeuw van Mars

KEUZELES 3 De maan-zaak

1 Het bijvoeglijk naamwoord

Weet je nog?

Een bijvoeglijk naamwoord geeft meer informatie over een zelfstandig naamwoord

Het staat meestal voor het zelfstandig naamwoord.

Woordjes als als ‘mijn’, ‘jouw’, ‘zijn’, ‘haar’, ‘ons’, ‘jullie’ en ‘hun’ zijn geen bijvoeglijke naamwoorden!

Bekijk de tekeningen.

Lees de zinnen die eronder staan.

Mars is de rode planeet. Saturnus heeft grote ringen. Mercurius is een kleine planeet.

De onderstreepte woorden zijn zelfstandige naamwoorden.

De gemarkeerde woorden geven meer uitleg over het zelfstandig naamwoord.

Het zijn bijvoeglijke naamwoorden

Bekijk de covers van deze boeken.

- Het zelfstandig naamwoord is al onderstreept.

- Markeer het bijvoeglijk naamwoord dat meer uitleg geeft over dat onderstreepte zelfstandig naamwoord.

Les 4: Een vlucht naar Mars
De raadselachtige ruimte
Het grote boek over de ruimte met professor Astrokat
Mars: Ontdek de mysteries van de rode planeet!
Duid hier jouw kleur aan:

Het dikke boek van ons bijzondere heelal

George en de onbreekbare code

5 De Hubble-telescoop gaf ook een fantastisch beeld van de melkwegen. c

De encyclopedie van alles: De ultieme gids voor de wereld om je heen

Zoek de tien zelfstandige naamwoorden waar een bijvoeglijk naamwoord voor staat.

- Onderstreep telkens het zelfstandig naamwoord.

- Markeer het bijvoeglijk naamwoord dat erbij hoort.

Valeri Vladimirovitsj Polyakov is de absolute recordhouder voor het langste verblijf in de ruimte. Hij verbleef meer dan 14 maanden (437 dagen, 18 uur) in het ruimtestation tijdens één reis. Polyakovs ruimtevlucht begon op 8 januari 1994 met de lancering van de Sojoez TM-18-raket. Hij voerde belangrijke experimenten uit en deed wetenschappelijk onderzoek. Tijdens deze 437 dagen draaide hij iets meer dan 7 000 keer om de aarde. Dankzij deze intensieve vlucht konden wetenschappers leren hoe het menselijk lichaam zou reageren op langdurige missies naar Mars. Na zijn terugkeer kreeg hij het record voor de langste tijd in de ruimte. Later gebruikten onderzoekers de gegevens van zijn vlucht. Ze stelden vast dat mensen in staat zijn om een gezonde toestand te behouden tijdens langdurige ruimtevluchten, net zoals ze dat op onze aarde zouden doen.

Naar: wikipedia.org

In elke zin is een woord onderstreept. Is het een wer kwoord (ww), een zelfstandig naamwoord (zn) of een bijvoeglijk naamwoord (bn)?

Zet een kruisje in de juiste kolom. ww znbn

1 De Amerikaanse ruimtetelescoop Hubble draait al 30 jaar rond de aarde.

2 Maar wat doet dat gigantische toestel precies?

3 Hubble kan foto’s nemen van planeten en sterren in de ruimte.

4 Zo maakte de telescoop prachtige plaatjes van de planeet Saturnus.

e

6 Onze planeet is een deel van een zonnestelsel dat bij een melkweg hoort.

7 Maar er zijn veel meer melkwegen.

8 Zo toonde Hubble al de melkweg van Rubin.

9 Die is tweeënhalf keer zo breed als onze eigen melkweg.

10 En deze melkweg bevat ook tien keer zoveel sterren.

Naar: wablieft.be

In de tekst ontbreken de bijvoeglijke naamwoorden.

Zet die op de juiste plaats.

Je mag elk bijvoeglijk naamwoord maar één keer gebruiken. Er zijn verschillende oplossingen mogelijk!

Kies uit: beste – blote – felgroene – geladen – magische – mysterieuze – nachtelijke –natuurlijk – paarse

Het noorderlicht of aurora borealis is een lichtverschijnsel aan de hemel. Het natuurverschijnsel is soms goed met het oog te zien en soms ook helemaal niet. De en kleuren zijn prachtig. Het poollicht wordt veroorzaakt door de zonnewind. Deze veroorzaakt botsingen tussen de deeltjes van de zon en gassen in de aardatmosfeer. De periode om het noorderlicht te zien, is in de winter. In het noorden van Scandinavië, in het noorden van Noorwegen en in het Lapland is het spektakel al vanaf eind augustus te zien.

Naar: www.wikipedia.org, www.noorderlicht.nl

©VANIN

Noteer de onderstreepte woorden in de juiste kolom.

Het is 1986. De twaalfjarige Nova kijkt reikhalzend uit naar de lancering van de spaceshuttle Challenger. Nova is gek op astronomie, ruimtevaart en alles wat met NASA te maken heeft. Maar belangrijker nog: haar oudere zus Bridget heeft beloofd dat ze terug zou komen voor de lancering.

Nova is autistisch. Ze kan niet altijd reageren zoals een twaalfjarige zou reageren. Ze kan niet alles wat haar leeftijdsgenoten wel kunnen, maar daardoor laat ze zich niet uit het veld slaan. Maar nu Bridget is weggelopen en Nova alleen in een nieuw pleeggezin is geplaatst, is er niemand meer die haar lijkt te begrijpen. Elke dag telt Nova af naar de lancering van de Challenger en naar het moment waarop ze Bridget weer zal zien. Want Bridget zei: 'Wat er ook gebeurt, ik ben er. Beloofd.'

De schrijfster combineert op meesterlijke wijze personages en plot in dit prachtige, hoopvolle verhaal.

©VANIN

werkwoord zelfstandig naamwoord bijvoeglijk naamwoord ander woord

Naar: Nicole Panteleakos, In de ruimte is het stil

Lees de zinnen.

- Onderstreep de twee zelfstandige naamwoorden in elke zin.

- Vul de zin aan met twee passende bijvoeglijke naamwoorden.

Schrijf de volledige zin opnieuw.

1 Kometen zijn hemellichamen.

2 Ze bewegen zich in banen om de zon.

3 Hun buitenkant wordt warmer wanneer ze dichter bij de zon komen.

4 Vlakbij de komeet ontstaat dan een gaswolk.

5 Die gaswolk bestuderen wetenschappers graag.

2 Werkwoorden in het verleden Les 5: We reisden naar … de ruimte

Weet je nog?

Om werkwoorden in het verleden te plaatsen voeg je een uitgang bij de stam toe.

werkwoord stam + de (enkelvoud) stam + den (meervoud) gooien gooi + de = gooide gooi + den = gooiden geloven geloof + de = geloofde geloof + den = geloofden

werkwoord stam + te (enkelvoud) stam + ten (meervoud) blaffen blaf + te = blafte blaf + ten = blaften piepen piep + te = piepte piep + ten = piepten

Weet je nog?

Je schrijft in het verleden een dubbele d als de stam al op een d eindigt. bv. melden meld + de = meldde meld + den = meldden

Je schrijft in het verleden een dubbele t als de stam al op een t eindigt. bv. pletten plet + te = plette plet + ten = pletten

b

Lees de korte inhoud van het boek ‘Voorbij de sterren’.

De papa van Lizzie was spoorloos verdwenen. Ze geloofde rotsvast dat hij haar niet met opzet verliet. Ze voelde dit toch zo aan. Op een dag ontmoette ze Daaf. Hij beweerde dat haar vader op een andere planeet was. Ze pakte snel haar koffers. Vol ongeloof reisde Lizzie mee naar de ruimte. Ze wilde haar vader zoeken. Een sprankelend sciencefictionverhaal, gevuld met spannende en ontroerende momenten.

Naar: boekenzoeker.be

Bekijk de gemar keerde werkwoorden. Deze staan in het verleden.

- Noteer de gemar keerde werkwoorden uit oefening a in de derde kolom.

- Noteer in de eerste kolom de infinitief van het werkwoord.

- Noteer in de tweede kolom de stam.

werkwoord in het verleden geloven geloof geloofde

©VANIN

c

Noteer de stam.

- Schrijf in de laatste kolom de persoonsvorm in het verleden.

- Markeer -de of -den in de laatste kolom.

1 De Oostenrijker Felix Baumgartner (voeren) in 2012 een straffe stunt uit.

2 Met een heliumballon (denderen) hij vanuit de ruimte 39 kilometer naar beneden.

3 Met zijn sprong vanuit de stratosfeer (halen) hij een recordsnelheid van 1 357 km/u.

4 Hij (knallen) als eerste persoon door de geluidsmuur.

5 Veel journalisten (willen) hem na zijn stunt interviewen.

Naar: wikipedia.org

Noteer de stam.

- Schrijf in de laatste kolom de persoonsvorm in het verleden.

- Markeer -te of -ten in de laatste kolom.

1 In tien lessen (maken) jongeren tussen 12 en 15 jaar kennis met de sterrenkunde en ruimtevaart.

2 Hoe (werken) de eerste raket die naar de maan vloog?

3 Een wetenschapper (plaatsen) na afloop alles online.

4 Thuis (klikken) de jongeren door heen de presentatie.

5 Ze (beseffen) dat het heelal heel ingewikkeld in elkaar zit.

Noteer de stam.

- Schrijf in de laatste kolom de persoonsvorm in het verleden.

- Markeer wat er aan de stam wordt toegevoegd.

1 De oerknal (vormen) het begin van het heelal en de tijd.

2 Ongeveer 13,8 miljard jaar geleden (exploderen) hete gassen en stenen.

3 Onze planeten (maken) hun opwachting.

4 De stralen van de zon (flitsen) richting onze aarde.

5 Dino’s en andere wezens (voelen) zich thuis op onze planeet.

6 Het water in de oceaan (verdampen)

7 Die verdamping (zorgen) voor regen.

8 Dankzij deze regen (leven) de dino’s miljoenen jaren geleden op aarde.

Noteer de stam.

- Schrijf in de laatste kolom de persoonsvorm in het verleden. - Markeer wat er aan de stam wordt toegevoegd.

1 De Amerikaan Neil Armstrong (zetten) als eerste mens voet op de maan.

2 In maart 1969 (star ten) hij met zijn opleiding om de eerste mens op de maan te worden.

3 Op 16 juli (haasten) drie astronauten zich naar het lanceringsplatform.

4 Ze (praten) eerst nog snel met een aantal journalisten.

5 Daarna (richten) de astronauten zich op hun reis richting de maan.

Noteer de stam.

- Schrijf in de laatste kolom de persoonsvorm in het verleden.

- Markeer wat er aan de stam wordt toegevoegd.

1 De motoren (ontbranden) en de raket kon vertrekken.

2 Hun families (spoeden) zich naar buiten om de lancering te zien.

3 De raket (schudden) hevig

4 Toch (melden) de controletoren geen problemen.

5 De eerste reis naar de maan (beantwoorden) volledig aan de dromen van de wetenschappers.

Noteer de stam.

- Schrijf in de laatste kolom de persoonsvorm in het verleden.

- Markeer wat er aan de stam wordt toegevoegd.

1 De makers van de film The Martian (baseren) zich op het boek van Andy Weir.

2 Tijdens een bemande reis naar Mars (woeden) een zware zandstorm op de rode planeet.

3 Het ruimteschip (beslissen) om vroegtijdig de planeet te verlaten.

4 Astronaut Mark Watney (raken) gewond door rondvliegend puin.

5 Hij (bloeden) ernstig

6 De andere astronauten (maken) de keuze om zonder astronaut Mark Watney te vertrekken.

7 Waarschijnlijk (doden) de storm hem.

8 Wat bleek? Watney (leven) nog.

9 De astronaut (proberen) contact met de aarde te leggen.

10 (Halen) de wetenschappers hem terug naar de aarde?

Naar: wikipedia.org

Vul de zinnen aan met een passend werkwoord in het verleden.

- Noteer eerst de stam.

- Voeg de uitgang toe en markeer die.

Kies uit: branden – gebeuren – maken – ontploffen – overleven – reizen – spatten –vermoeden – veroorzaken – wachten

1 De ramp met het ruimteveer Challenger op 28 januari 1986.

2 Niemand aan boord de ramp.

3 De spaceshuttle Challenger 73 seconden na vertrek.

4 Het ruimteveer volledig op.

5 Experts al snel dat er hete gassen uit een stuwraket waren gelekt.

6 Deze gassen de ontploffing van het ruimteveer.

7 Volgens officiële bronnen viel de cockpit (met daarin de bemanning) 16 kilometer naar beneden en uiteen in de Atlantische Oceaan.

8 Aan boord van de Challenger ook leerkracht Christa McAuliffe mee.

9 Deze populaire leerkracht ongetwijfeld een mooi avontuur in de ruimte.

10 Helaas zij haar grote droom nooit waar.

Naar: wikipedia.org

Beschrijf in één of twee zinnen wat je op de foto ziet. Vervoeg de werkwoorden in het verleden. Gebruik hoofdletters en eindleestekens.

b

3.1 SPELWEB

Schrijf de woorden tweemaal over.

1eenvoudig

2maximaal

3raadsel

4snelheid

5boeiend

6exploderen

Zoek het woord uit oefening a De zin helpt je op weg om het woord te vinden.

1Je kan a – a – a – i – l – x – m – m 20 op 20 voor deze toets scoren.

2Door de hoge druk binnenin kon het blik p – o – r – e – n – e – x – e – l – d

3Met een ongelooflijke e – l – i – d – n – h – s – e schoot de raket de ruimte in.

4De lessen techniek vind ik enorm n – i – e – o – d – b – e Ik kijk daar echt elke week naar uit!

In elke planeet zitten drie woorden uit oefening a verstopt.

Puzzel de woorden terug bij elkaar.

- Gebruik het gevonden woord daarna in de juiste zin hieronder.

c plo heid ren ex raad de snel sel maal vou boei ma een end dig xi

1 Het is niet zo om een lekkere en luchtige chocolademousse te maken.

2 Weet jij met welke satellieten rond onze aarde draaien?

3 Je kan vijf keer aan deze test deelnemen. De zesde keer word je geweigerd.

4 Ik vind het enorm om te zien hoe jij zulke prachtige tekeningen maakt. a

5 Niemand wist waarom de grootste raket ter wereld na amper 38 seconden kon .

6 Het blijft me een hoe jij voor je proefwerk geslaagd bent.

Vul een passend woord met x in.

Kies uit: complex – excuus – exemplaar – expeditie – experiment – explosie – luxe –saxofoon

1 Na de crash vond er een zware plaats aan boord van het vliegtuig.

2 Hanne speelt en ze is er goed in ook!

3 Tijdens de brak hij zijn voet, waardoor hij de top van de Mount Everest niet kon bereiken.

4 Voor mij is uitslapen op zondag een echte

5 Ze zocht naar een om niet naar het feestje te moeten gaan, maar vond er geen.

6 Tijdens het liep het grondig mis. Er was heel wat rookontwikkeling.

7 Deze oefeningen zijn heel , waardoor de wiskundeleraar ze ons niet laat maken.

8 Ik kreeg een gesigneerd van het laatste nieuwe boek van Guy Didelez.

Welk woord met x past bij de afbeelding?

Lees de zes woorden en de voorbeeldzinnen.

woordvoorbeeldzin betekenis aanpassenDe Legomakers moesten hun figuurtjes voor een reis naar de ruimte aanpassen veranderen, verbeteren

daarentegenDe aarde draait in 365 dagen rond de zon. Mercurius daarentegen zoeft er in 88 dagen omheen. integendeel, echter

ten opzichte van Uranus en Neptunus liggen het verst ten opzichte van de zon. tegenover

uniekOnze planeet Aarde is een unieke planeet binnen ons zonnestelsel. enig, alleen in zijn soort van belang zijn Het is van belang dat je begrijpt wat je leest of noteert.belangrijk zijn, nodig zijn vasthoudenMercurius kan haar warmte moeilijk vasthouden omdat de planeet geen gassen errond heeft. niet laten ontsnappen

Combineer elke zin met de juiste uitleg. Let op: één woord kan je niet gebruiken!

1 Jupiter is een gasplaneet; Uranus is een ijsplaneet.auniek

2 De leerkracht zal de toets moeten . We hebben een stukje leerstof niet gezien. bdaarentegen

3 Hoever staat de maan onze planeet? c van belang zijn

4 Onze aarde is omdat ze de enige planeet is met vloeibaar water. dvasthouden

5 Het zal om actie te ondernemen voor het klimaat. eaanpassen ften opzichte van 12345

Vul de zinnen aan met het juiste woord uit oefening a

1 Het is om aandachtig de les te volgen!

2 Hoe staan jullie het voorstel om de lessen elke dag een half uur in te korten?

3 Ik wandel graag. Lopen haat ik.

4 Dat schilderij is ; er bestaat geen enkel ander zoals dit.

5 Ik zal mijn houding moeten , want nu heb ik heel veel last van rugpijn.

6 Wanneer er geen gassen rond een planeet zijn, kan deze haar warmte niet

Welk woord uit oefening a past in de drie zinnen?

1 We zullen de jas moeten omdat hij nog wat te wijd is.

De trainer zal zijn tactiek moeten , want anders maken ze geen kans om te winnen.

In het buitenland moet je je aan de gewoontes van het land waarin je leeft of op reis bent.

2 We zullen aan onze plannen en niets wijzigen. De nabestaanden zullen zich aan de vele mooie herinneringen aan opa

In de attractie moest papa zijn kindje stevig zodat het er niet uitviel.

Zelftoets

1 Het bijvoeglijk naamwoord

Les 4: Een vlucht naar Mars

a Zoek de tien zelfstandige naamwoorden waar een bijvoeglijk naamwoord voor staat.

- Onderstreep de zelfstandige naamwoorden. /10

- Markeer het bijvoeglijk naamwoord dat erbij hoort.

Saturnus is misschien wel de mooiste planeet van allemaal. Dat komt door die prachtige ring. Het is maar een dunne ring. Eigenlijk heeft deze planeet niet één ring, maar heel veel smalle ringetjes. Al die fijne ringetjes bestaan uit kleine brokjes steen en ijs. Met zijn allen draaien ze rond Saturnus, net zoals de helwitte maan om de aarde draait.

Die ringen ontstonden nadat twee krachtige manen met elkaar in botsing kwamen. De grote brokstukken spatten uiteen en vormden zo de ringen rond de planeet. Saturnus is trouwens niet de enige met zo’n gigantisch ringenstelsel. Ook Jupiter, Uranus en Neptunus hebben ringen. Alleen zijn die niet zichtbaar.

Naar: wikipedia.org

2 De spelling van de werkwoorden

Les 5: We reisden naar … de ruimte /10

a Noteer de stam van het werkwoord. /5

- Schrijf in de laatste kolom de persoonsvorm in het verleden en markeer wat je bij de stam voegde. /5

1 De eerste Belgische astronaut in de ruimte (heten) Dir k Frimout.

2 We (turen) naar de hemel om te zien of we planeten konden spotten.

3 Neil Armstrong (stappen) als eerste mens op de maan.

4 De meteoriet (branden) volledig op voor hij op aarde insloeg.

5 De leerling (beantwoorden) de vragen perfect na de lessen over sterrenkunde.

6 De wetenschapper (stellen) zich vragen bij het onderzoek van zijn collega.

7 De jongens (glippen) stiekem het huis uit en gingen naar de maansverduistering kijken.

8 De raket (spatten) enkele minuten na vertrek uiteen.

9 Het (duizelen) voor de ogen van de astronauten toen ze met grote snelheid naar de ruimte vertrokken.

10 Gisteren (spoeden) we ons naar buiten om de vallende sterren te zien.

3 Spelling en woordverklaring Les 6: Spel- en woordweb /12

a Vul het voorgelezen woord in. /5

1 De lessen over de ruimtevaart vind ik enorm

2 In de eerste negen minuten na de lancering bereikte de raket een van 27 000 km/u.

3 Starship, de grootste raket ter wereld, zou een paar minuten na vertrek .

4 Het is nog een groot wat er zich buiten ons zonnestelsel allemaal bevindt.

5 Je kan 20 op 20 voor deze taak behalen.

b Vul de ontbrekende woorden in. /3 Kies uit de woordenlijst.

Kies uit: aanpassen – daarentegen – ten opzichte van – uniek – van belang zijn –vasthouden

Let op: er staan meer woorden dan je nodig hebt!

1 Het kan om goed op te letten tijdens de les. Op het einde volgt er misschien een toets.

2 We zullen onze plannen moeten nu het slecht weer is.

3 Jupiter is onze grootste planeet. Mercurius is de kleinste.

c Welke betekenis past bij het vetgedrukte woord? /4 Kruis aan.

1 Bij een zonsverduistering speelt het een rol hoe de maan ten opzichte van de zon staat.

○ tegenover

○in vergelijking met

○naast

2 Dat schilderij is echt uniek en daarom wordt het veel bekeken.

○gelijk aan

○spuuglelijk

○ enig in zijn soor t

3 Sommige planeten kunnen hun warmte moeilijk vasthouden omdat er geen gassen rond zijn.

○uitscheiden

○niet afwijken van

○ niet laten ontsnappen

4 De plannen voor de lancering van de ruimtemissie moeten ze aanpassen, want het weer is niet goed.

○letten op

○ veranderen

○uitvoeren

LES 1 Buiten of binnen? - zakelijk lezen

LES 2 Winnen, won, wonnen - spelling: werkwoorden in het verleden

LES 3 Game over - genietend lezen

LES 4 Sociaal - kijken en luisteren, discussiëren

LES 5 Voltooid - voltooid deelwoord

LE S 6 Spel- en woordweb - spelling, woordverklaring

KEUZELES 1 Het zit ’m in de cover - lezen: korte inhoud, ICT

KEUZELES 2 Nuttige vrije tijd? - genietend lezen, vraagwoordvragen

KEUZELES 3 Kwartet - kwartetspel

LES 1 Buiten of binnen?

informatie uit een artikel halen

a Bekijk de tekst bij oefening b

1 Wat is de titel?

2 Wat zijn de tussentitels?

3 Wat zie je op de afbeelding?

4 Wat is het onderwerp?

5 Wat is de bron?

6 Wat is het tekstdoel? Deze tekst wil je

b Lees de tekst en beantwoord de vragen.

Steeds minder kinderen spelen buiten

informatie vergelijken met je eigen situatie

©VANIN

Volgens het Buitenspeelonderzoek van Kind & Samenleving is het aantal buitenspelende kinderen in vijf jaar tijd met bijna een derde gedaald. Vlaams minister voor Jeugd noemt de cijfers zorgwekkend en kondigt extra investeringen aan in speelruimte voor kinderen en jongeren.

Alarmerende cijfers

In 2024 speelde één op de drie kinderen buiten, tegenover bijna één op twee in 2019. Het onderzoek, dat plaatsvond in 24 wijken in Vlaanderen en Brussel, toont een duidelijke, dalende trend. Vooral oudere meisjes en kleuters blijven opvallend vaak binnen.

In bijna elke wijk zijn meisjes tussen 12 en 14 heel weinig aanwezig in de publieke ruimte. In totaal zagen we 38 % meisjes tegenover 62 % jongens – bijna dubbel zoveel jongens als meisjes spelen dus buiten. Maar dat onevenwicht wordt dus groter naarmate kinderen ouder worden. Bij peuters en kleuters is de verhouding bijna gelijk, maar bij de groep jonge tieners tussen de 12 en 14 jaar maken meisjes daar nog maar 27 % van de groep uit. Opvallend is dat steeds minder kleuters buitenspelen. Zij vertegenwoordigen maar 14 % van de spelende kinderen.

Veranderend speelgedrag

Kinderen spelen vandaag meer op aangelegde speelzones, zoals speelterreinen en sportparken, en minder op straat of op pleinen. Vroeger dienden die plaatsen spontaan als speelplek. Vandaag worden ze sneller als overlast gezien. Die veranderende kijk op spel beperkt de speelkansen van kinderen. 60 % van het buitenspel speelt zich nu dus op aangelegde zones af. Die verschuiving gaat gepaard met een verlies aan variatie in spelvormen. Kinderen die zich niet aangesproken voelen door sportvelden of speeltoestellen, blijven vaker binnen. Zo zijn sportplekken bijna uitsluitend in trek bij jongens.

Ruimte om te spelen is belangrijk voor de ontwikkeling en het mentaal welzijn van kinderen en jongeren. Het is van belang dat lokale besturen, jeugdorganisaties en burgers worden aangemoedigd om samen werk te maken van buurten waarin kinderen zich vrij kunnen uitleven.

Naar: vlaanderen.be

1 Wat is de hoofdgedachte?

2 In welk deel van de tekst staat de hoofdgedachte?

3 Wat zijn de hoofdpunten?

c Beantwoord de vragen mondeling.

1 Hoeveel kinderen speelden in 2024 buiten?

2 Hoeveel procent is dat?

3 Hoeveel kinderen speelden in 2019 buiten?

4 Hoeveel procent is dat?

5 Tussen 2019 en 2024 is dat een daling van ongeveer %!

6 Welk verschil is er tussen jongens en meisjes die buiten spelen?

7 Speel jij geregeld buiten? Waarom wel/niet?

8 Waar spelen kinderen nu vooral buiten?

9 Waarom zijn er nu minder kansen om buiten te spelen?

10 Waar speel jij als je buiten speelt?

11 Wat doe jij als je buiten speelt?

12 Zijn er mogelijkheden bij jou in de buurt om buiten te spelen? Welke?

13 Wat heb jij in je buurt nodig om er een leuke speelplek van te maken?

14 Wat is goed in jouw buurt?

15 Wat zou je anders willen?

geregeld: vaak, dikwijls

LES 2 Winnen, won, wonnen

werkwoorden in het verleden herkennen

a Lees de tekst.

klankveranderende werkwoorden in het verleden correct schrijven

©VANIN

Zes schoolvrienden trokken een dag de natuur in, weg van schermen en drukte.

Het was een heerlijke dag. De zon hing al laag aan de hemel. Ze besloten om naar hun kampplaats te gaan. Toen sloeg het noodlot toe. Amir gleed uit. Hij brak zijn been. Wat nu? Niemand nam een gsm mee …

1 Markeer de persoonsvormen groen.

2 In welke tijd staan deze werkwoorden?

3 Geef de infinitief van deze werkwoorden.

trokken: hing: gleed:

4 Wat stel je vast?

Besluit

Sommige werkwoorden veranderen van klank in het verleden De verleden tijd van deze werkwoorden moet je leren. Er bestaan daarvoor geen regels.

b Vul de tabel aan.

Doe zoals in het voorbeeld.

infinitief stam verleden (enkelvoud) verleden (meervoud)

bv. We hadden een heel leuk weekend.hebbenhebhadhadden

1We troffen het met het stralende weer.

2 Ik reed met allerlei gekke fietsen op een aangelegd parcours

3Mijn zus zwom in de zee.

4Mijn broers aten intussen een ijsje.

5Dronk jij een frisdrank op een terras?

c Vul de werkwoorden in het verleden in.

Gebruik je fiche op p. xxx in het vademecum als je het niet weet.

Let op: schrijf een hoofdletter als de persoonsvorm het eerste woord van de zin is.

werkwoordzin

1opslaan De buren allerlei oude speldozen in hun tuinhuis .

©VANIN

2vliegen Bij ons oud speelgoed in de vuilnisbak.

3brengen Voor de spelletjesnamiddag op school ik enkele gezelschapsspellen van mijn buren mee.

4nemen Hoeveel gezelschapsspellen jij mee?

5begrijpen jij alle spelregels van de verschillende spelletjes?

6verdwijnen De pionnen van mijn gezelschapsspel in de doos van iemand anders.

7steken Een pestkop de pionnen waarschijnlijk met opzet in een andere doos.

8blijven We erover ruziën.

9staan Er geen naam op de pionnen.

10geven jullie het geruzie op?

11worden Nee, het zelfs nog erger.

12 vallen Enkele speldozen tijdens de discussie op de grond.

13 roepen De leraar boos dat we nooit nog gezelschapsspellen zouden spelen.

d Vul de wer kwoorden in het verleden in.

Gebruik je fiche op p. xxx in het vademecum als je het niet weet.

werkwoordzin

1beginnen Seppe en Saar aan hun eerste vakantiedag.

2zeggen Hun oude buurman Albert : ‘Jullie kunnen wel eens boodschappen doen nu het vakantie is.’

3lopen Ze met tegenzin naar de supermarkt.

4kopen Ze al het nodige.

5doen Ze alles in een grote boodschappentas.

6wegen Die tas enorm veel.

7spreken Seppe en Saar af dat ze voor die ouwe nooit nog boodschappen zouden doen.

persoonsvorm

werkwoordzin persoonsvorm

8komen Eindelijk ze bij het huis van Albert aan.

9vragen Albert hen binnen te komen

10stijgen Uit zijn keuken de heerlijke geur van appeltaart op.

11moeten Seppe en Saar aan de ouderwetse keukentafel komen zitten.

12 bieden Albert hen elk een stuk warme appeltaart aan.

13 weten Met die taart Albert hen te beïnvloeden

14vinden Plots Seppe en Saar het niet meer erg om tijdens de vakantie geregeld te helpen.

e Vul de wer kwoorden in het verleden in.

beïnvloeden: iets of iemand veranderen

Gebruik je fiche op p. xxx in het vademecum als je het niet weet.

werkwoordzin persoonsvorm

1mogen Mijn balletdansgroep aan een belangrijke wedstrijd meedoen.

2schrikken Tijdens de voorbereiding we van de harde aanpak van onze coach

3schelden Vaak ze ons de huid vol.

4lijden We echt onder haar aanpak.

5krimpen Ik ineen omdat ze zo streng voor ons was.

6ruiken Na elke training de meesten naar angstzweet.

7hangen Gelukkig we als groep goed aan elkaar.

8zoeken We steun bij elkaar.

9helpen Dat ons om door te zetten.

10dragen Op de wedstrijddag we onze nieuwste tutu’s en maillots.

11 meten Met uiterste precisie we elke danspas af.

12 stelen We de show.

13 bewijzen Tijdens elke dansronde we ons voor de jur y.

werkwoordzin persoonsvorm

14verliezen Ons team geen enkele ronde

15 krijgen Alle dansers van ons team een gouden medaille.

16kunnen We ons geluk niet op!

17vangen Wild enthousiast we de knuffels, die de supporters naar ons gooiden.

f Zet elke zin in het verleden.

Soms moet je de tijdsaanduiding in de nieuwe zin iets aanpassen.

Doe zoals in het voorbeeld.

bv. Ik breng morgen mijn favoriete games mee.

Æ Ik bracht gisteren mijn favoriete games mee.

1 Tijdens deze vakantie doen enkele klasgenoten allerlei stomme dingen.

2 Deze week rijden ze dagelijks als gekken met hun step naar speelpleinen in de buurt.

3 Ze kruipen op de speeltuigen van de peuters.

4 Naar de bange kleintjes roepen ze vandaag heel luid.

5 In geen tijd verdwijnen de peuters en bezorgde begeleiders van het plein.

6 Weet jij vandaag iets leuks te doen?

7 Ik wel! Vanavond vlieg ik naar mijn oma in Marokko.

8 Nog snel steek ik een cadeautje voor haar in mijn valies.

9 Tussen mijn T-shirts verbergt mijn zus ook nog een pakje.

10 Voor de zekerheid weeg ik mijn valies nog een keer.

LES 3 Game over

van een fragment

uit een jeugdboek genieten

je inleven in het hoofdpersonage een vervolgverhaal verzinnen

©VANIN

‘Matteo, opstaan!’

Na de wekkerradio en het snooze-alarm nu mama. Ze gilt alsof World War III plots is uitgebroken. Nu moet ik mijn bed wel uit. Anders staat ze hier zo meteen en sleurt me in mijn nakie naar de badkamer. Geen wonder dat mijn pa in Thailand is gaan wonen.

Ik rol mijn bed uit. In de douche check ik eerst of het water warm genoeg is. Dat lijkt een eeuwigheid te duren. De nacht was weer eens veel te kort. Waarom begint school niet pas om een uur of tien? Eindelijk, warme stralen die mijn vermoeidheid te lijf gaan.

Tien uur. Dat matcht veel beter met mijn bioritme. School van tien tot vier. Dan is er tijd zat om te gamen. Ik draai de kraan dicht, droog me af, trek mijn kleren aan. Voor de confrontatie met mama zou een harnas misschien beter zijn. Verstand op nul: dat kan ook al aardig helpen.

Ik loop de trap af, duw de keukendeur open, duik op mijn stoel. Mama pakt borden en glazen uit de vaatwasser, droogt ze wat bij met een theedoek en zet ze in de kast.

Tussendoor vindt ze ook nog de tijd om me een keiboze blik te sturen. ‘Heb je weer tot een gat in de nacht zitten gamen?’

Ik haal mijn schouders op. Ik heb geen zin in een zoveelste discussie.

‘Ik heb je melk al opgewarmd.’

Dat bespaart me al een halve minuut. Ik schud wat ontbijtgranen in mijn kom, grijp mijn lepel die ze ook al heeft klaargelegd. De cornflakes knisperen en kraken onder mijn kiezen.

Mama hangt de natte theedoek over de radiator en kijkt op haar mobieltje.

‘Ik moet ervandoor.’

Instinctief trek ik me wat opzij, maar mama slaagt er toch in een zoen op mijn wang te drukken.

‘Je moet vandaag wel naar school, hé’, zegt ze nog, op een geforceerd zeemzoete toon. ‘Geen gespijbel meer. Straks verliezen we je studiebeurs nog.’

Geld. Mama denkt aan niets anders. Vroeger was ze niet zo. Sinds de scheiding moet ze natuurlijk met veel minder rondkomen.

De voordeur slaat dicht. Het voelt alsof ik nu pas vrij kan ademen. Ik speel mijn laatste cornflakes naar binnen. Sta op. Zet mijn kom in de vaatwasser, loop de keuken uit, de trap op. In de badkamer grijp ik mijn tandenborstel. Ik duw er een brede streep tandpasta op. Ik staar naar mezelf in de spiegel. Als mama haar tanden poetst, trekt ze altijd gekke bekken. Ik doe het helemaal anders. Ik poets uiterlijk onbewogen. Als een sfinx. Ik moet nu beslissen: naar school gaan of thuis blijven? Me aanpassen aan het systeem of fuck you zeggen? Voor de klas staan fossielen. Jaar na jaar ratelen ze dezelfde leerstof af. Dat ze ons niet kunnen boeien, kan hun geen barst schelen. Zolang ze maar in orde zijn met hun papieren en zolang ze maar hun loon uitbetaald krijgen. Voor een mooie toekomst hoef ik ook al niet te gaan. Mijn neef, Ruben, was een modelstudent. Altijd de eerste van de klas. Op de unief: altijd grootste onderscheiding. Een briljante kop, maar hij is nog altijd op zoek naar werk. Al die inspanningen voor niets. Daar pas ik voor.

Kunnen we geen eten meer kopen als we mijn studiebeurs verliezen? Zo’n vaart zal het toch wel niet lopen? Ik spoel mijn mond en loop naar mijn kamer. Boekentas of computer? Strever of rebel? Vroeger was een rebel meestal een sukkelaar. Een armoedzaaier die in de goot leefde. Nu kan ik, met de skills die ik met gamen verwerf, superrijk worden. Vannacht deed ik het opnieuw megagoed. Mijn ranking is excellent. Normal games: levels 1 tot 30: been there, seen that. Ranked games: Brons, Silver, Gold, Platinum, Diamond, Master Tier: als een wervelwind erdoorheen. Challenger is nu aan de beurt.

Ik kijk op mijn mobieltje. Kwart na acht. Als ik er nu niet vandoor ga …

Uit: Frank Geleyn, Game over

b Beantwoord de vragen.

1 Wie is het hoofdpersonage?

2 Wat is zijn favoriete bezigheid?

3 Wat is jouw favoriete bezigheid of hobby?

4 Game jij veel?

5 Vind je dat je verslaafd bent? Waarom wel/niet?

6 Vinden anderen dat je verslaafd bent? Waarom wel/niet?

c Lees het eerste deel opnieuw. Beantwoord de vragen.

1 Heb je de indruk dat Matteo ’s morgens gemakkelijk kan opstaan? Waarom?

2 Waarom wil Matteo dat de school om een uur of tien begint?

3 Welk uur zou jij ideaal vinden om de school te laten beginnen en eindigen? Waarom? de indruk: het (eerste) idee of gevoel over iets of iemand

4 Waarom zou hij misschien beter een harnas aandoen in plaats van kleren?

5 Zijn er bij jou vaak discussies over gamen of ander schermgebruik?

6 Waarom trekt Matteo zich instinctief opzij als mama zegt dat ze er vandoor moet?

7 Wat zegt ze hem nog voor ze vertrekt?

8 Waarom denkt Matteo’s mama aan geld?

d Lees het tweede deel opnieuw. Beantwoord de vragen.

1 Waarom denkt Matteo als de deur dichtslaat: ‘Het voelt nu pas alsof ik vrij kan ademen’?

2 Voor welke keuzes staat Matteo?

3 Waarom vind jij school wel/niet zinvol?

4 Waarmee vergelijkt Matteo zijn leraars? Waarom?

5 Zijn jouw leraars zoals die van Matteo of zijn ze anders? Waarom?

6 Waarom moet je voor een mooie toekomst niet naar school gaan volgens Matteo?

7 Wat wil Matteo bereiken?

8 Wat wil jij graag bereiken?

e Verzin een vervolg.

1 Wat zal Matteo doen?

Kies een situatie.

○Hij gaat naar school.

○Hij blijft thuis.

○Hij doet iets anders.

○Er gebeurt iets anders.

zinvol: nuttig

2 Deze vragen kunnen je helpen om het vervolg te verzinnen.

- Wat beleeft hij?

- Hoe voelt hij zich erbij?

- Hoe reageren anderen op het einde van de dag op zijn beslissing/op de gebeurtenis?

(Kies één persoon: zijn mama/leraars/vrienden/ …)

LES 4 Sociaal

informatie uit een kijkfragment halen een discussie voeren

a Bekijk het fragment en beantwoord de vragen.

1 Wat is het doel van het fragment? Het filmpje wil je

2 Waarover gaat het fragment?

3 Weet jij waar zoiets al is ingevoerd?

b Bekijk het fragment een tweede keer. Beantwoord de vragen.

1 Wat zijn de gevolgen van sociale media voor jongeren?

2 Wat tonen veel studies over overmatig schermgebruik aan? Vul de ontbrekende woorden aan.

Overmatig schermgebruik zorgt voor:

, - concentratiestoornissen,,, - obesitas (= ernstig overgewicht), - en een sociale en emotionele ontwikkeling. Daarnaast worden jongeren blootgesteld aan online inhoud, zoals pornografie, en radicalisering

3 Wat is radicalisering?

4 Wat vragen

- een duidelijker en strenger beleid tegen

- strengere regels voor

- specifieke doelstellingen over scherm- en sociale-mediagebruik

c Straks discussiëren we in de klas over dit onderwerp. Luister eerst naar deze discussie in een klas.

d Wat loopt er verkeerd?

e Hoe kan je voor komen dat een discussie verkeerd loopt?

Besluit

Om een goede discussie te voeren, moet iedereen zich aan afspraken houden:

- het woord vragen als je iets wil zeggen;

- anderen laten uitpraten;

- luisteren als iemand aan het woord is;

- met de mening van anderen rekening houden;

- bij het onder werp blijven.

f Voer de discussie.

Stap 1 – Kies een standpunt

○helemaal geen regels: Ook onder de 13 mag je op sociale media.

○geen extra regels: Sociale-mediagebruik blijft zoals het nu is op 13 jaar.

○geen verbod onder 16 jaar, wel strengere regels (bv. voor technologiebedrijven)

○volledig ver bod onder 16 jaar

Stap 2 – Je leraar verdeelt de klas in groepen.

In je groep spreek je drie redenen (argumenten) af om één van de standpunten te motiveren.

- Spreek af wie van de groep alle argumenten noteert.

- Spreek af wie welk argument aan de andere groepen zal vertellen.

Zorg dat iedereen in de groep aan bod komt om minstens één argument op te noemen.

aan bod komen: een kans krijgen, aan de beurt komen

- Noteer de drie argumenten die in je groep het meest voorkwamen.

Stap 3 – Wat hoorde je in een andere groep waarmee jij helemaal niet akkoord gaat?

Noteer het eerst:

- groep:

- argument:

- Waarom ga je niet akkoord?

- Hoe zie je het wel?

Stap 4 – Is jouw mening door deze discussie veranderd?

○ja

○nee

- Waarom?

- Welke regel rond sociale media zou jij voor jezelf eerlijk vinden?

LES 5 Voltooid

het voltooid deelwoord herkennen

a Lees de tekst.

Woensdagmiddag heb ik mijn favoriete computergame gespeeld.

Mijn moeder heeft daar natuurlijk over gezeurd.

Uiteindelijk heeft ze me gestraft!

In haar woede heeft mijn moeder geschreeuwd.

‘Is je huiswerk gemaakt?

Zijn je taken netjes geschreven?

Heb je al je vakken herhaald?

Nee! Jij hebt alleen maar gegamed!’

Van frustratie ben ik weggelopen.

1 Markeer de persoonsvorm in de zinnen groen.

2 Onderstreep het onderwerp in de zinnen.

3 Wat is de infinitief van de persoonsvormen?

4 Weet je enkel met de persoonsvorm wat het onderwerp doet?

5 In elke zin staat nog een werkwoord.

Markeer het oranje.

- Waar staat dat werkwoord in de zin?

- Welk voor voegsel staat in die werkwoorden bijna altijd?

Deze werkwoorden zijn voltooide deelwoorden

6 Duid aan wat past.

○De handelingen in deze tekst zijn voorbij.

○De handelingen in deze tekst zijn nog bezig.

Besluit

Een voltooid deelwoord:

- is een vorm van een werkwoord;

- staat in een zin met hebben of zijn als persoonsvorm;

- staat achteraan in de zin;

- begint meestal met het voorvoegsel ge-

- vertelt iets dat voorbij, gebeurd is.

b Lees het tekstje.

Mijn moeder heeft het al 1 000 keer herhaald.

Ze is in mijn gedrag ontgoocheld.

Heeft ze me vroeger misschien te veel verwend?

Of heeft ze me te dikwijls beschermd?

©VANIN

1 Markeer de persoonsvorm groen.

2 Markeer het voltooid deelwoord oranje.

3 Noteer de infinitief van de voltooide deelwoorden.

infinitief

4 Met welk stukje beginnen deze voltooide deelwoorden?

Besluit

Een voltooid deelwoord begint niet met ge- als de infinitief van het werkwoord met be-, her-, ont- of ver- begint.

c Lees het tekstje.

Kortom: de week is voor mij slecht afgelopen.

Mijn moeder heeft mijn games voor een maand weggestoken.

Ben ik niet vreselijk streng opgevoed?

1 Markeer de persoonsvorm groen.

2 Markeer het voltooid deelwoord oranje.

3 Noteer de infinitief en de stam van de voltooide deelwoorden.

Dit zijn scheidbare werkwoorden.

4 Waar staat het deeltje -ge- in de voltooide deelwoorden?

Besluit

In het voltooid deelwoord van een scheidbaar werkwoord staat -ge- tussen het scheidbaar deel en de rest van het voltooid deelwoord.

©VANIN

d Markeer de persoonsvorm groen.

- Markeer het voltooid deelwoord oranje.

1 De bezoekers hebben in een lange rij aan de ingang van het pretpark gewacht.

2 Eindelijk zijn de deuren geopend.

3 Mijn vrienden en ik zijn het park binnengerend.

4 We hebben op allerlei attracties gezeten.

5 Mijn vrienden hebben een ijsje gegeten.

6 Ikzelf heb een suikerspin gekozen.

7 Op de achtbaan is een foto van ons gemaakt.

8 We hebben gekke bekken getrokken.

9 Op het einde van de dag hebben we de foto gekocht.

e Markeer de persoonsvorm groen.

- Markeer het voltooid deelwoord oranje.

1 In de tekenles heeft Abdel een foto nauwkeurig geobserveerd.

2 Elk aspect heeft hij bestudeerd.

3 Daarna heeft hij zijn potloden geslepen.

4 Hij heeft verschillende schetsen gemaakt.

5 Bijna heel de middag heeft hij getekend.

6 Voor verschillende tekeningen heeft hij andere kleuren gebruikt.

7 Zijn tekenboek is bijna volledig gevuld.

8 Hij heeft trots alle schetsen bewaard.

het aspect: het onderdeel

f Markeer de persoonsvorm groen.

- Markeer het voltooid deelwoord oranje.

1 Mijn vriendin heeft al dikwijls muziek geschreven.

2 Enkele jaren geleden heeft ze zelfs aan The Voice Kids deelgenomen.

3 Misschien heb je toen een interview met haar op tv gezien?

4 Mijn vriendin is toen door Sikudhani uit Antwerpen geklopt.

5 Gelukkig is ze hierdoor niet afgeschrikt.

6 Ze heeft verder muziek gemaakt.

7 Lieze heeft haar liefde voor koken ontdekt.

8 Ze heeft alles tot in de puntjes voorbereid.

9 Ze heeft meerdere recepten van allerlei soepen bestudeerd.

10 Sommige van de recepten heeft ze zelfs helemaal herschreven.

11 Alle ingrediënten zijn zorgvuldig afgewogen.

12 Met trots heeft ze de soep voor al haar vrienden opgeschept.

13 Wat hebben ze allemaal heerlijk gegeten!

14 Na het eten heeft iedereen netjes opgeruimd.

g Lees de tekst.

- Markeer de persoonsvormen groen.

- Markeer de voltooide deelwoorden oranje.

Let op: niet elke zin bevat een voltooid deelwoord.

Enkele jaren geleden heeft Jan Vertonghen in een Amsterdams ziekenhuis een speciale speelruimte voor zieke kinderen bezocht. Dat heeft hem geraakt. Daardoor heeft hij de Jan Vertonghen Foundation opgericht.

Met de Foundation zijn in verschillende Vlaamse steden interactieve speelvelden gebouwd. Er is plaats om te voetballen. Maar ook allerlei andere sporten zijn er mogelijk.

De organisatie heeft ook al ziekenhuizen aan speciale speelruimtes geholpen.

Zieke kinderen hebben er de mogelijkheid om aan hun zorgen te ontsnappen.

Vertonghen heeft ook al heel wat sportdagen en activiteiten voor kinderen in moeilijkheden georganiseerd.

Voor al deze goede doelen is er geld nodig. Afgelopen jaar is een recordbedrag van 400 000 euro ingezameld.

Naar: janvertonghenfoundation.com

LES 6 Spel- en woordweb

woorden correct schrijven

6.1 SPELWEB

a Luister naar de woorden.

b Schrijf de woorden juist over.

1 weekend 4 jury

woorden begrijpen en gebruiken

2 parcours 5 hobby

3 coach 6 inter view

c Vul de zinnen aan met een passend woord uit oefening b

1 De auteur gaf een over zijn nieuwe jeugdboek.

2 De koos de winnaar van de wedstrijd.

3 De renners moesten op een lastig rijden.

4 De hielp het voetbalteam om beter samen te werken.

5 In haar vrije tijd breit ze voortdurend. Breien is haar favoriete

6 Na die lastige week ben ik blij dat het is.

d Lees deze woorden met ou: douche, retour, souvenir.

Hoe spreek je de ou in deze woorden uit?

e Schrijf de woorden met ou volledig.

1 Moesten jullie aan de d ane stoppen?

2 Na het sporten neem ik altijd een d che.

3 Mijn kleine zus was heel enth siast toen ze het cadeautje kreeg.

4 Langs de r te stonden vele supporters met spandoeken.

5 Het parc rs van de Ronde van Frankrijk is zwaar.

6 Op het j rnaal van zeven uur werd de minister-president geïnterviewd.

7 Hij stuurt bijna al zijn online aankopen ret r.

8 Vind jij chocoladem sse ook zo lekker?

f Vul een passend woord met ou in.

Kies uit: blouse – boulevard – coupe – coureur – enthousiast – journalist – route –routine –souvenir

Let op: er staan meer woorden dan je nodig hebt!

©VANIN

1 Mijn laatste knipbeurt bij de kapper is mislukt. Mijn is precies een Jommekeskapsel.

2 Jij hebt een heel mooie aan, Anna.

3 Breng jij van elke reis een mee?

4 Het is voor mij niet moeilijk of lastig om elke dag vijf kilometer te lopen. Dit is een dagelijkse geworden.

5 Ken je de naam van elke die het nieuws op VTM presenteert?

6 Max Verstappen is een bekende . Hij werd al verschillende keren wereldkampioen F1.

g Schrijf een woord met ou die als oe uitgesproken wordt onder de afbeelding.

De woorden bij oefeningen e en f helpen je.

De eerste letter krijg je.

een b in Spanje een s uit Parijs
een d een glaasje c

a Lees de zes woorden en de voorbeeldzinnen.

1aan bod komen Nog niet alle leerlingen hebben hun spreekbeurt gehouden. Vier moeten er nog aan bod komen

2het aspectWe moeten elk aspect van het probleem bekijken vooraleer we een beslissing nemen.

3beïnvloedenLaat je door die praatjesmakers niet beïnvloeden. Ze vertellen toch alleen maar leugens.

4geregeldProbeer je lessen geregeld te herhalen.

5de indrukIk heb de indruk dat jij weinig hebt gestudeerd.

6zinvolHet is zinvol om af en toe eens na te denken over wat je later wil doen.

b Combineer elke zin met de juiste uitleg.

1Heb jij ook de indruk dat er weinig interesse is voor die activiteit? aonderdeel

2Som elk aspect van de schoolreis op. bvaak, dikwijls

3Laat je door de reclame niet beïnvloeden chet (eerste) idee of gevoel over iets of iemand

4Ik kom hier geregeld zwemmen. dnuttig

5Voor de spreekoefening moet iedere leerling aan bod komen. eeen kans krijgen, aan de beurt komen

6Het is zinvol om je oefeningen opnieuw te maken.fiets of iemand veranderen 1 2 3 4 5 6

c Vul de zinnen aan met het juiste woord uit oefening a

1 Het is om je toetsen te verbeteren. Je leert uit je fouten.

2 Kelly wil altijd alle antwoorden geven. Haar klasgenoten kunnen bijna nooit

3 Welke van het spijsverteringsstelsel hebben jullie in de lessen natuur wetenschappen al besproken?

4 Ik heb de dat die nieuwe leraar heel streng is.

5 Zijn er bij jullie op school excursies? Wij gaan met de klas bijna elke maand ergens naartoe.

6 Laat je niet meeslepen door die negatieve klasgenoten! Het is echt niet goed dat je je door hen laat

d Maak met elk woord van oefening a een nieuwe zin.

Noteer de zinnen op een apart blad.

Gebruik hoofdletters en leestekens.

KEUZELES 1 Het zit ’m in de cover

KEUZELES 2 Nuttige vrije tijd?

KEUZELES 3 Kwartet

Oefenen maar!

1 Klankveranderende werkwoorden in het verleden Les 2 Winnen, won, wonnen

b

Sommige werkwoorden veranderen van klank in het verleden

De verleden tijd van deze werkwoorden moet je leren. Er bestaan daarvoor geen regels. Weet je nog?

Vul het werkwoord in het verleden in.

Let op: schrijf een hoofdletter als de persoonsvorm het eerste woord van de zin is.

werkwoordzin persoonsvorm

1bieden Hoeveel geld Jan en Peter voor het huis?

2mogen we toen al zwemmen?

3lijden Aan welke ziekte hij?

4vallen Het kind net naast de vijver.

5drinken Emma nooit te veel.

6wegen Hoeveel je toen je geboren werd?

7blijven We thuis.

8 eten Hoe laat we vorige week?

9komen We te laat.

10krimpen Mijn broek omdat ik ze verkeerd waste.

Vul het werkwoord in het verleden in.

Let op: schrijf een hoofdletter als de persoonsvorm het eerste woord van de zin is.

werkwoordzin persoonsvorm

1zwemmen hij de Noordzee over?

2vliegen het vliegtuig te laag?

3hangen We onze jassen op.

4lopen De auto schade op door het onweer.

5 meten We de kast.

6ruiken Het er naar rozen.

werkwoordzin

7schelden De dronken vrouw de politieman uit.

8schrikken We toen het donderde.

9nemen We de kinderen mee.

10stelen De dieven al het geld.

Vul het werkwoord in het verleden in.

Let op: schrijf een hoofdletter als de persoonsvorm het eerste woord van de zin is.

werkwoordzin

1beginnen Wanneer jij met zwemmen?

2zeggen Wanneer je vader dat?

3staan die auto in de weg?

4hebben Hoeveel geld jij bij je?

5kopen Hoeveel dure jassen de actrice?

6roepen Ongelofelijk hoe hard de meiden !

7treffen die bal jouw gezicht?

8begrijpen jullie wat ze door de micro zeiden?

9verdwijnen Vorige week onze katten.

10brengen jij de broodjes mee?

Vul het werkwoord in het verleden in.

Let op: schrijf een hoofdletter als de persoonsvorm het eerste woord van de zin is.

werkwoordzin

1moeten jullie nog niet thuis zijn?

2steken hij dat geld wel weg?

3kunnen Jij dat toch zonder problemen?

4spreken jij met hem af?

5stijgen De prijs van de aardappelen

6worden Hoe oud jij vorige week?

7vinden Waar jij dat geld?

8 weten We dat niet.

9verliezen We ons hart in Zwitserland.

10vangen De jongens veel vissen.

Vul het werkwoord in het verleden in.

Let op: schrijf een hoofdletter als de persoonsvorm het eerste woord van de zin is.

werkwoordzin

1bewijzen Hoe hij dat hij het lotje kocht?

2rijden De dronken man de fietsers aan.

3zoeken Samen we naar haar jas.

4geven Hoeveel geld je aan haar?

5vragen We haar de weg.

6helpen Wie hem toen hij viel?

7slaan Hij zijn hand tegen de muur.

8doen hij vroeger aan volleybal?

9dragen Hij ooit een kilt.

10krijgen Mijn ouders vroeger geen zakgeld.

Lees de tekst.

- Markeer de persoonsvorm groen in elke zin.

- Zet de persoonsvorm in het verleden in de tabel.

Hevige regenval zet straten en huizen blank

De hevige regenval zorgt in grote delen van Brugge voor wateroverlast. Vooral in Koolkerke en Sint-Jozef kunnen de riolen het water niet slikken. ‘De zee stroomt door mijn huis’, zucht een radeloze oudere bewoonster.

persoonsvorm

De regen valt met bakken uit de lucht. Aanvankelijk blijven de oproepen bij de brandweer nog beperkt. Maar omstreeks 18.30 uur is het plots alle hens aan dek. ‘We gaan van niets naar alles’, klinkt het bij de brandweer. ‘In geen tijd zitten al onze ploegen in Koolkerke en Sint-Jozef voor de wateroverlast.’

Heel wat straten staan blank. De brandweer, de civiele bescherming en andere hulpdiensten pompen het water uit de straten.

‘De regio tussen de Dudzeelsesteenweg en de Brugsesteenweg krijgt het zwaar te verduren’, zegt de wachtofficier van de lokale politie.’

Daarbij wordt de Pannebekestraat het zwaarst getroffen. In geen tijd komen er tientallen oproepen. De Dudzeelsesteenweg moet een tijdje afgesloten worden. Het water staat te hoog op de rijbaan.

Naar: www.hetnieuwsblad.be

Maak een goede zin in de tegenwoordige tijd. Gebruik alle zinsdelen.

- Zet de zin in het verleden.

Voeg ook een tijdsaanduiding toe die naar het verleden verwijst (bv. gisteren).

Gebruik voor elke zin een verschillende tijdsaanduiding.

1 Marc / gaan / . / naar school / in Mechelen

2 aan de muur / hangen / . / de fotokaders / Andy en Barbara

3 mogen / naar de nachtwandeling in het bos / jij en je vriend / ?

4 samen / roepen / ? / in de spor thal / je vader / heel de groep

5 nauwkeurig / afwegen / jullie / . / de bloem voor de pannenkoeken

Weet je nog?

Een voltooid deelwoord:

- is een vorm van een werkwoord;

- staat in een zin met hebben of zijn als persoonsvorm;

- staat achteraan in de zin;

- begint meestal met het voorvoegsel ge-

- vertelt iets dat voorbij, gebeurd is;

- begint niet met ge- als de infinitief van het werkwoord met be-, her-, ontof ver- begint.

In het voltooid deelwoord van een scheidbaar werkwoord staat -ge- tussen het scheidbaar deel en de rest van het voltooid deelwoord.

Markeer de persoonsvorm groen.

- Onderstreep het onderwerp.

- Markeer het voltooid deelwoord oranje.

1 We hebben samen in het zwembad gespeeld.

2 Alle kinderen hebben de hele namiddag in het water gespetterd.

3 Ze hebben ook allerlei zwemtechnieken geoefend.

4 Eva is van de glijbaan gegleden.

5 We hebben met grote ballen in het water gerold.

6 Adam heeft een kleurrijke waterballon gevuld.

7 Aan de waterlijn heeft hij ook een mooi zandkasteel gebouwd.

8 We hebben op het strand geravot.

9 De jongsten hebben in de ondiepe plassen getrappeld.

10 Onze leuke activiteiten hebben we gefilmd.

Markeer de persoonsvorm groen.

- Markeer het voltooid deelwoord oranje.

1 Tijdens de voorronde van de wedstrijd heeft onze klas verrassend gewonnen.

2 Hilde Dosogne heeft een jaar lang elke dag een marathon gelopen.

3 In de spellingwedstrijd heeft Dré een foutloze tekst geschreven.

4 Met veel trots heeft de jury haar tekening als winnaar gekozen.

5 Bij de zangwedstrijd heeft de leerling luid en duidelijk gezongen.

6 Op het schoolplein heeft de voetbalploeg dapper gestreden.

7 Door slim na te denken heeft ze de rekenwedstrijd gewonnen.

8 In de finale hebben we voor de beker gevochten.

9 De ploeg heeft in de wieler wedstrijd uitstekend gereden.

10 In het kaar tspel heeft ze haar tegenstander bedrogen.

Markeer de persoonsvorm groen.

- Markeer het voltooid deelwoord oranje.

1 Na veel oefenen heeft hij tijdens de poëziewedstrijd prachtig voorgedragen.

2 Met veel enthousiasme hebben alle klassen van de school hun dans ingestudeerd.

3 Abdel heeft zijn pianostuk voor heel wat publiek opgevoerd.

4 We hebben samen een pittige periode doorgemaakt.

5 Samen hebben we net een mooie prestatie neergezet.

6 De voorbije week hebben zij hun voetbaltactiek veel herhaald.

7 Onze klas heeft een spannend spel ontwikkeld.

8 Na de voorstelling is iedereen met een daverend applaus bejubeld.

9 Al onze fans hebben ons met een daverend applaus vereerd.

Markeer de persoonsvorm groen.

- Markeer het voltooid deelwoord oranje.

1 Hij heeft zijn eerste berg beklommen.

2 Gisteren heeft Senna een grote uitdaging voltooid.

3 Noah en ik hebben samen een zware survivaltocht afgerond.

4 De parachutist heeft zijn sprong perfect uitgevoerd.

5 Op de ontzettend moeilijke klimroute heeft zij moedig doorgezet.

6 Rafael heeft zijn duikexpeditie in het wrak veilig beëindigd.

7 De snowboarder heeft alle geplande sprongen netjes geoefend.

8 Ze heeft een indrukwekkende sprong van de hoogspringer gefilmd.

9 De bekendste Belgische schaatsers Hanne en Stijn Desmet hebben al op wereldniveau gepresteerd.

10 Tijdens een schaatswedstrijd is mijn vriend elegant uitgegleden.

f

Markeer de persoonsvorm groen.

- Markeer het voltooid deelwoord oranje.

Let op: niet elke zin bevat een voltooid deelwoord.

Dries Van Langendonck heeft autosportgeschiedenis geschreven

Dries is een jonge Belgische coureur. Hij heeft al het wereldkampioen karting gewonnen.

McLaren heeft zijn talent opgemerkt. Het team heeft hem in een opleidingsprogramma opgenomen.

Van Langendonck heeft zijn eerste stappen in de Formule 4 gezet. Zijn overstap van karten naar F4 is schitterend verlopen.

In zijn allereerste weekend heeft hij al een overwinning behaald.

Hij is de jongste winnaar in de autosport ooit. De jonge Belgische coureur Dries

Van Langendonck heeft deze uitzonderlijke prestatie één dag na zijn 15e verjaardag neergezet. Hiermee heeft hij velen verrast.

Zijn overwinning heeft hem veel felicitaties bezorgd.

Zijn vrienden, fans en mensen van McLaren hebben hem gefeliciteerd.

Naar: sporza.be

Doe hetzelfde als in oefening e

Heb je altijd ideeën om je vrije tijd in te vullen? Hier zijn vreemde vrijetijdsbestedingen:

In China is het optutten van honden een populaire hobby. Honden zijn er in de gekste kleuren beschilderd.

In Wisconsin in de VS heeft een 10-jarige jongen 1 000 dollar verdiend. Hij heeft een wedstrijd ‘loeien als een koe’ gewonnen.

Aan de hobby ‘trein surfen’ (op het dak van een trein meereizen) zijn in Duitsland al meer dan 40 mensen omgekomen.

In Japan zijn er al kevergevechten gehouden. Hiervoor zijn kevers in kleine plastic doosjes gezet. Heb je de gevechten al op YouTube bekeken?

In Thailand hebben sommigen allerlei vormen uit zeep gekrast. Het is geen moeilijke bezigheid. Dit heeft hen al wat opgebracht. Aan toeristen hebben ze al veel figuurtjes verkocht.

Naar: metrotime.be

3.1 Spelweb

Schrijf de woorden tweemaal over.

1weekend

2 parcours

3 coach 4jury

5hobby

6inter view

Zoek het woord uit oefening a Je krijgt de eerste letter.

1c – a – r – s – r – o – u – p p

2d – e – n – k – w – e – e w

3v – i – n – t – e – r – w – e – i i

Vul een passend woord uit oefening a in.

1 De motiveerde de volleybalspelers om tot het uiterste te gaan tijdens de match.

2 De was streng voor de deelnemers van de zangwedstrijd.

3 Mijn is lezen. Wat doe jij graag in je vrije tijd?

Schrijf het woord met ou, die als oe uitgesproken wordt, volledig.

1 b levard 4 c reur

2 parc rs 5 s venir

3 enth siast 6 d ane

f

Vul de zin aan met een passend woord met ou die als oe uitgesproken wordt.

Kies uit: boulevard – coureur – douane – douche – journalist – retour – route – routine –souvenir

Let op: er staan meer woorden dan je nodig hebt!

1 Mijn schooldag start altijd volgens een vaste : opstaan, douchen, ontbijten, tanden poetsen.

2 Om naar het Verenigd Koninkrijk te gaan, moet je je internationale paspoort bij de tonen.

3 Sta jij liefst onder een hete of een koude om je te wassen?

4 Ik was al altijd tevreden over mijn online aankopen. Ik heb nog nooit een pakje gestuurd.

5 Als je naar school gaat, moet je altijd de veiligste volgen.

6 De minister heeft de duidelijk gemaakt dat hij nu geen vragen zal beantwoorden.

Vul de zin aan met een passend woord met ou die als oe uitgesproken wordt. Zoek het woord eventueel online op.

1 Een ander woord voor renner is

2 Een mooie brede laan met bomen langs is een

3 Een cadeautje als aandenken van een reis of een gebeurtenis is een

4 Een ander woord voor het nieuws is het

5 Een te volgen weg is een

6 Iemand die met veel plezier de les volgt, is voor die les

Lees elk woord, de voorbeeldzin en de betekenis.

woord voorbeeldzin betekenis

aan bod komen Nog niet alle leerlingen hebben hun spreekbeurt gehouden. Vier moeten er nog aan bod komen.

het aspectWe moeten elk aspect van het probleem bekijken vooraleer we een beslissing nemen.

een kans krijgen, aan de beurt komen

het onderdeel beïnvloedenLaat je door die praatjesmakers niet beïnvloeden. Ze vertellen toch alleen maar leugens.

iets of iemand veranderen geregeldProbeer je lessen geregeld te herhalen.vaak, dikwijls de indrukIk heb de indruk dat jij weinig hebt gestudeerd.

het (eerste) idee of gevoel over iets of iemand zinvolHet is zinvol om af en toe eens na te denken over wat je later wil doen. nuttig

Vervang de vetgedrukte woorden door een passend woord uit oefening a

1Het is nuttig om na de match goed na te denken over je fouten.

2Tijdens het gezelschapsspel zal iedereen aan de beurt komen

3Besef je wel dat je met jouw negatief gedrag ook het gedrag van jouw vrienden aan het veranderen bent?

4De verschillende onderdelen van de spelregels werden goed uitgelegd.

5De spelletjesclub komt dikwijls bijeen.

Vul de zinnen aan met een woord uit oefening a.

1 De leerlingen hebben een goede over hun nieuwe klasgenoot.

2 Ik zit niet op sociale media, want ik wil me er niet door laten

3 Als ik aan het leren ben, kijk ik op mijn gsm, waardoor ik eigenlijk veel tijd verlies.

Vul de tekst aan met een woord uit oefening a Let op: je moet alle woorden aanpassen.

Je moet met veel rekening houden als je een studiereis organiseert. Tijdens een studiereis moet je activiteiten voorzien: het is geen reis om gewoon te chillen.

Wij bezochten een museum over klimaat en duurzaamheid. Tijdens de rondleiding hoe kleine veranderingen in het dagelijks leven een grote invloed op de toekomst van de planeet kunnen hebben. Dat inzicht de leerlingen zichtbaar. Sommigen begonnen meteen ideeën te bedenken voor projecten die ze thuis konden uitvoeren.

Zelftoets

1 Klankveranderende werkwoorden in het verleden Les 2 Winnen, won, wonnen

©VANIN

a Vul het werkwoord in het verleden in. /10

Let op: schrijf een hoofdletter als de persoonsvorm het eerste woord van de zin is.

werkwoordzin

1 eten jij al eens sprinkhanen?

2helpen jullie je oma met haar aankopen?

3krimpen je jas toen je hem verkeerd waste?

4rijden Jij wel heel dicht bij die auto, hoor!

5schrikken Wij toen de leider van achter de boom sprong.

6stelen Hij de auto om in te breken.

7verdwijnen Hoe je potlood nu weer ?

8vliegen Hij al in een luchtballon

9zeggen Mama dat ik zakgeld zou krijgen.

10zwemmen Joren en ik in de Middellandse Zee

persoonsvorm

2 Het voltooid deelwoord herkennen Les 5

a Markeer de persoonsvorm groen. /10 Markeer het voltooid deelwoord oranje.

1 Deze namiddag hebben we op de schaatspiste geschaatst.

2 Heb jij je favoriete spel alweer uitgespeeld?

3 Tijdens de dansles heb ik nieuwe, ingewikkelde dansmoves geleerd.

4 De vrienden hebben in de vakantie veel muziek beluisterd.

5 Afgelopen zomer heeft Viktor zijn lievelingsboeken herlezen.

6 Zij heeft haar skateboard gepoetst.

7 Hij heeft een vlog over gamen gemaakt.

8 De meisjes hebben een nieuwe sport uitgeprobeerd.

9 Mijn tekenboek is bijna helemaal gevuld.

10 In de winter vakantie heeft hij die moeilijke puzzel stukje bij beetje vervolledigd.

Voltood

3 Spelling en woordverklaring Les 6 Spel- en woordweb /15

a Vul het voorgelezen woord in. /9

1 De coureur volgde een hobbelig

2 Ik moet een van een bejaarde afnemen.

3 Jij bent altijd over alles

4 De motiveert me om elke dag een half uur te bewegen.

5 De was streng voor de veroordeelde vrouw.

6 Het is moeilijk om mijn met het schoolwerk te combineren.

7 Ga direct onder de . Je stinkt!

8 Elke ochtend volgt de klas dezelfde om rustig aan de les te beginnen.

9 Die geeft in de gietende regen en gierende wind verslag over de storm.

b Combineer elke zin met de juiste uitleg. Let op: één uitleg kan je niet gebruiken! /3

1Veel kleine fouten kunnen het eindresultaat opvallend beïnvloeden ade onderdelen

2De presentatie liet bij iedereen een sterke indruk na. bhet (eerste) idee of gevoel over iets of iemand

3Als je een nieuwe hobby kiest, is het belangrijk om verschillende aspecten te bekijken, zoals tijd, materiaal en je persoonlijke interesses.

ciets of iemand veranderen deen kans krijgen, aan de beurt komen

1 2 3

c Vervang wat vetgedrukt is.

Kies uit: aspect – aan bod komen – beïnvloeden – geregeld – indruk – zinvol

Let op: er staan meer woorden dan je nodig hebt!

1Het is nuttig om in je vrije tijd te bewegen, want zo blijf je fit en voel je je beter.

2Ik ga dikwijls sporten na school, omdat ik daar extra energie van krijg.

3Tijdens de sportles kunnen verschillende sporten aan de beurt komen

LES 1 Hoe pakken we het aan? - zakelijk lezen, kijken en luisteren 364

LES 2 Het is voorbij - voltooid deelwoord 368

LES 3 Bioboy - genietend lezen 371

LES 4 We maken er één van - samenstellingen

LES 5 Leef je uit in upcyclen - spreken 378

LE S 6 Spel- en woordweb - spelling, woordverklaring 380

KEUZELES 1 De opwarming - leestekens in de zin : en , en ‘ ’

KEUZELES 2 Wat gebeurde er hier? - schrijven

KEUZELES 3 Hoe wordt afval verwerkt? - kijken en luisteren

LES 1 Hoe pakken we het aan?

informatie uit een artikel halen

a Lees de krantenkoppen.

37 procent meer GAS-boetes voor zwerfvuil in één jaar tijd

Te veel PFAS in kwart van Vlaams kraantjeswater

informatie uit een kijkfragment halen

Sigarettenpeuk op de grond gooien kost je voortaan 70 euro

Gemeente voert strijd tegen sluikstorten verder op

Luchtkwaliteit is slecht in Vlaanderen, oproep om geen hout te verbranden

1 Waarover gaan deze krantenkoppen?

2 Merk je deze zaken ook in je eigen regio?

b Lees de tekst.

Beantwoord de vragen.

Het principe is heel eenvoudig.

Je komt naar de winkel met je eigen verpakkingsmateriaal: bokalen, papieren zakken, Tupperwaredoosjes, flessen, oude sokken, wat je zelf maar wenst.

Je weegt je verpakking en krijgt een klein stickertje om op de verpakking te kleven.

Dan vul je de verpakking met de hoeveelheid die je zelf wenst. Bij het afrekenen maakt de slimme kassa onderscheid tussen de inhoud en de verpakking.

Het aanbod is behoorlijk uitgebreid. Heel wat droge voeding (granen, noten, bonen, gedroogd fruit, pasta …), maar ook verse groenten, brood, vleesvervangers, olijven, olie en poetsproducten, shampoo en nog veel meer.

Het grootste deel van het aanbod is bio en waar mogelijk ook lokaal.

Naar: Steven Vromman en Ilona Pilchart, We hebben maar 1 planeet.

het aanbod: wat beschikbaar is

behoorlijk: redelijk, tamelijk, nogal lokaal: plaatselijk

1 Wat vind jij van deze afvalarme winkel? Zou jij er ook shoppen?

2 Misschien is er in jouw buurt geen afvalarme winkel. Wat kan je doen om je afval te beperken, als je niet in de buurt van een afvalarme winkel woont?

c Lees de tekst. Beantwoord de vragen.

Sigarettenpeuken recycleren

Elk jaar worden er 25 000 ton sigarettenpeuken weggegooid (dat is bijna drie keer het gewicht van de Eiffeltoren!), wat het milieu vervuilt omdat het meer dan 10 jaar duurt voordat ze op natuurlijke wijze zijn afgebroken.

Die sigarettenpeuken zijn bovendien gevaarlijk afval, want er zitten meer dan 4 000 giftige stoffen in die door de filters opgevangen worden.

Sigarettenpeuken horen dus niet op de grond of in de vuilnisbak, want het begraven of verbranden van sigarettenpeuken vervuilt de bodem en de lucht.

Het Franse bedrijf TchaoMegot verzamelt, ontsmet en recycleert sigarettenpeuken. TchaoMegot biedt een milieuvriendelijke recyclingmethode, zonder water of giftige producten. Ze ontsmetten de vezels in de filters met een neutraal en natuurlijk oplosmiddel.

Van de gezuiverde vezels uit de filters maken ze hoogwaardige en verantwoorde materialen, zoals thermische (= temperatuur) en akoestische (= geluid) isolatiematerialen, donsjassen en laptoptassen.

Naar: tchaomegot.com

1 Hoeveel ton sigarettenpeuken worden er wereldwijd per jaar weggegooid?

2 Hoelang duurt het voor een sigaret in de natuur afgebroken is?

3 Hoeveel verschillende gevaarlijke stoffen zitten er in sigarettenfilters?

4 Waarom is het belangrijk dat men zoekt naar verwerkingsmethodes voor sigarettenpeuken?

5 Wat doet het Franse bedrijf met de peuken?

7 Welke materialen maken ze van de sigarettenpeuken?

Geef drie voorbeelden.

d Bekijk het filmpje.

Beantwoord de vragen.

1 Hoeveel sluikafval haalde de afvalintercommunale IDM op?

2 Hoeveel sluikstorters werden er in de eerste acht weken al ontmaskerd?

3 Hoeveel bedraagt de boete voor sluikstorten?

4 Welke extra kosten komen daarbij?

5 Hoeveel bedragen die extra kosten?

e Bekijk het filmpje een tweede keer.

Beantwoord de vragen.

1 Nummer de stappen van het proces om een sluikstorter te beboeten.

De sluikstorter krijgt een boete.

De IDM analyseer t de beelden.

Er wordt een verslag gemaakt.

De IDM merkt een sluikstort aan.

De politie helpt de dader identificeren.

Ze zien de dader op de beelden.

De politie identificeer t de dader officieel.

2 De IDM werkt met mobiele camera’s die ze op black points zetten. Wat zijn ‘black points’?

3 Waarom werken ze met mobiele camera’s?

4 Waar zetten ze de camera’s onder andere?-

f Bekijk het filmpje. Beantwoord de vragen.

1 Waarom laat Tiemen bloed afnemen?

2 Wat is PFAS?

3 Waarom gebruiken ze net die stoffen?

4 Waarom is PFAS zo slecht?

5 Waar vonden ze in Zwijndrecht PFAS?

6 Welke gevolgen kan te veel PFAS in je bloed hebben?

7 Zou jij meedoen aan zo’n onderzoek?

- Bekijk het filmpje een tweede keer en vul je antwoorden aan.

g Bekijk het filmpje. Beantwoord de vragen.

1 Waarvoor gebruikt de school de robot?

2 Wat wil de school meten?

3 Welk resultaat heeft dit onderzoek al getoond?

LES 2 Het is voorbij

het voltooid deelwoord vormen

Weet je nog?

Een voltooid deelwoord:

- is een vorm van een werkwoord;

- staat in een zin met hebben of zijn als persoonsvorm;

- staat achteraan in de zin;

- begint meestal met het voorvoegsel ge-

- vertelt iets dat voorbij, gebeurd is;

- begint niet met ge- als de infinitief van het werkwoord met be-, her-, ontof ver- begint.

In het voltooid deelwoord van een scheidbaar werkwoord staat -ge- tussen het scheidbaar deel en de rest van het voltooid deelwoord.

a Lees de zinnen.

- Markeer de persoonsvorm groen.

- Markeer het voltooid deelwoord oranje.

1Ik heb me mooi gekleed om naar het feest te gaan.

2De gevangene is ontsnapt.

3We hebben in de Ardennen nogal wat avonturen beleefd.

4Ik heb alle kasten in de woonkamer al afgestoft.

5Mijn opa heeft gelukkig niet veel aanvaard.

6Heb je die BV herkend?

- Verleng het voltooid deelwoord door -e toe te voegen.

- Wat mer k je op?

Besluit

Om te weten op welke letter een klankbehoudend voltooid deelwoord eindigt, verleng je het voltooid deelwoord

b Lees de zinnen.

- Markeer de persoonsvorm groen.

- Markeer het voltooid deelwoord oranje.

1De juf heeft het huiswerk nagekeken.

2We hebben samen een film gekeken.

3 Vorig seizoen hebben we de wedstrijd tegen deze ploeg gewonnen.

4Ze is aan haar leesopdracht begonnen.

5Hij heeft zijn vriend geholpen.

- Wat mer k je op?

Besluit

Het voltooid deelwoord van klankveranderende werkwoorden eindigt meestal op -en. De lijst met werkwoorden vind je in het vademecum.

c Vul het voltooid deelwoord aan.

Verleng waar nodig om de laatste letter te weten.

1verontschuldigen Hij heeft zich netjes 2opruimen Hij heeft zijn kamer eindelijk

3 koken

Papa heeft het eten

4begeleiden Jan heeft zijn oma naar het ziekenhuis

5ontdekken Gisteren heeft Sam iets bijzonders

d Vul het voltooid deelwoord aan

1zwemmen De vrienden hebben vanmiddag .

2doen Zijn moeder was blij dat hij dat zelf had .

3meenemen Ik heb het afval .

4ruiken De hond had de brand .

5verdwijnen De vieze geur was snel .

e Vul het voltooid deelwoord aan.

1werken De klas heeft hard . Dat geeft hen extra energie.

2juichen Zij heeft luid toen ze een sticker kreeg.

3spelen Samen hebben ze een spel op de computer.

4waarschuwen Zijn moeder heeft hem om op tijd te zijn.

5afwachten De klas heeft rustig

6bewegen Sinds het ongeval heeft de man niet meer

7zingen We hebben rond het kampvuur

8lezen Heb je heel die stapel boeken ?

9aantrekken Ze heeft haar jas

10heropleven De buurten zijn helemaal nu de werken klaar zijn.

f Vul het voltooid deelwoord aan.

1begrijpen Ik heb dat vraagstuk nooit helemaal

2zwemmen Mijn mama heeft één kilometer

3fluiten De scheidsrechter heeft terecht

4wegen Je hebt de appelen niet

5herkennen Zij heeft haar vriend

6krijgen Ik heb meer zakgeld

7repareren Ik heb mijn fiets goed

8ster ven Mijn buurman is heel plots

9verhuizen Hij is al vaak

10zwijgen Jullie hebben nu nog geen minuut !

g Schrijf de zinnen opnieuw met een voltooid deelwoord. Werk op een apart blad.

bv. Ik vertrok vorige zaterdag op reis.

Æ Ik ben vorige zaterdag op reis vertrokken.

1 Wij blijven op school voor de quiz.

2 Ik stofzuig elke week heel de living.

3 Ze wachtten op de bus.

4 Ik verloor nog nooit mijn portefeuille.

5 Wij vlogen nog nooit naar Amerika!

van een fragment

uit een jeugdboek genieten in groep werken

de betekenis van woorden achterhalen a Lees het fragment.

1

©VANIN

Floris moet tachtig uur bij de groendienst van de gemeente werken als straf voor het plegen van vandalisme. Zo leert Floris het Klapperbos kennen.

Hij verandert zijn naam in Bioboy. Dan leest hij in de krant dat het bos moet wijken voor de uitbreiding van een industriezone.

Ik concentreerde me op het artikel. Ik denk dat ik toen het wereldrecord snellezen vermorzeld¹ heb. Er stond een foto bij van het bos. Op de foto waren ook de restanten² van een vuilnisbak te zien, die in brand was gestoken of geëxplodeerd.

De foto moest aantonen dat het bos een vuilnisbelt was en dat de omgeving er wel bij zou varen als er een schoon industrieterrein voor in de plaats kwam.

Ik wist meteen dat heel de zaak stonk. Geen twijfel mogelijk. Het artikel bestond voornamelijk uit herhalingen, de boodschap kon niet duidelijk genoeg zijn voor de lezer, ze werd erin gestampt. Tot drie keer toe werd er gezegd dat het bos moest verdwijnen. Dat dit in het kader van de werkgelegenheid een klein offer was. Dat het bos een vergaderplaats was voor vandalen. Dat het onveilig was voor wandelaars. Ik hijgde van verontwaardiging. Wat een manipulatief³ stukje onzin!

3 569 bomen moesten eraan geloven, ten voordele van 150 nieuwe banen.

3 569 bomen werden geveld om een veiligere wereld te creëren. Geloofde iemand dit? Kon dit zomaar? Het was misdadig!

Ik kookte en op school was ik nog niet gekalmeerd. Ik kon mijn hoofd niet bij de lessen houden. Ik wilde naar mijn bos. Ik moest een oplossing zoeken. Maar spijbelen was geen optie. Mijn vrije uurtjes waren te belangrijk. Iedere minuut moest ik vanaf nu aan de redding van mijn spiegelwoud besteden. Ik zou tot het uiterste gaan. Halfvijf, ik stond als eerste bij het hek. De poortwachter wist niet wat hij zag.

1 vermorzelen = platdrukken, verpletteren

2 restanten = wat er overblijft, overschot

3 manipulatief = misleidend, sturend, beïnvloedend

Meestal wandelde ik sloom⁴ de poort uit. ‘Heeft er iemand peper in je gat gestrooid?’ riep hij me na. Een mooi staaltje van correct Nederlands, een teken van respect. Ach, wat kon het me ook schelen. Ik rende naar de plantsoendienst en stormde zonder me te melden het kantoortje binnen. In mijn haast sleepte ik ook het rek met informatiebrochures mee. Ik werd letterlijk bedolven onder de informatie. Rik kwam op het lawaai af. ‘Ik moet dat rek toch eens aan de muur vastmaken,’ lachte hij, ‘voor als er weer een wervelwind⁵ langskomt.’ ‘Het bos!’ schreeuwde ik, de folders bij elkaar graaiend⁶. ‘We moeten ons bos redden!’ Verbleekte hij? Hij ontweek mijn blik. Ik begreep er niets van. Rik zou toch wel vechten voor het behoud van het bos? ‘Rik, ze willen het bos kappen’, herhaalde ik, voor het geval hij me niet begrepen had.

‘Ik weet het.’ Hij zei het zo zacht dat ik het nauwelijks hoorde. Ik hapte naar adem. Hij hielp me de folders oprapen en wenkte me mee naar achter, waar een soort van keet dienst deed als keuken. Het beviel me allemaal niks, maar ik volgde hem. Hij zette twee koppen muntthee. Vroeger vond ik thee iets voor oude dames bij een haardvuur. Maar als je in gure wind bladeren hebt geharkt of allerlei goor afval hebt gesorteerd, is thee een godendrank. Behoedzaam7 zette ik het kopje aan mijn lippen en liet het warme vocht naar binnen druppelen. Ik werd er meteen heerlijk warm van. Ik koesterde de warmte van de mok tussen mijn handen en staarde naar het theegruis op de bodem, alsof ik er de toekomst in kon lezen. Ten slotte haalde ik de krant uit mijn binnenzak en legde die op tafel: ‘Klapperbos moet verdwijnen.’

Rik keek ernaar: ‘We vrezen dat er niets aan te doen is.’ ‘We?’ Mijn stem klok hees van ingehouden woede. ‘De plantsoendienst en de milieugroep van de streek.’

Hij streek met zijn hand door zijn haar. ‘Ze ijveren al jaren voor het bos. Ze willen dat de gemeente het opkoopt, zodat het behouden blijft.’ Hij haalde zijn schouders op. ‘Ik wist meteen toen het industriepark er kwam, dat het een hopeloze zaak was.’ ‘Waarom heb je niets gedaan?’ drong ik aan. ‘Wat dan? Er spelen zoveel belangen mee. Vooral financiële belangen8’, zuchtte hij. Typisch! Typisch zo’n antwoord van volwassenen. Een paar nietszeggende woorden die je het gevoel moeten geven dat je er niets van snapt. Ik sprong overeind en begon tegen hem uit te varen9. Ik ben niet trots op de scheldwoorden die ik naar zijn hoofd slingerde, maar er was geen houden aan. Ik gaf hem geen kans om me nog met een paar flauwe argumenten om de oren te slaan en rende naar buiten, naar het bos, recht in de armen van de oude eik. Ik maakte me zo klein mogelijk. Ik voelde me getroost in dat veilige nest. Mijn hoofd werd langzaam weer helder. Ik moest iets doen.

4 sloom = traag, met weinig energie

5 wervelwind = cycloon, storm, draaiwind

6 graaien = snel iets willen oprapen, samenrapen

7 behoedzaam = voorzichtig

8 financiële belangen = belangen die met geld te maken hebben

9 uitvaren tegen iemand = heel boos worden op iemand, iemand uitschelden

Naar: Inge Misschaert, Bioboy

b Beantwoord de vragen.

1 Welk gevoel roept deze tekst bij jou op?

2 Wie is Rik?

c Lees het eerste deel opnieuw.

1 ‘Ik wist meteen dat heel de zaak stonk’ (regel 12). Wat bedoelt Floris hiermee?

2 Hoe weet je dat Floris erg aangedaan was? Zoek twee voorbeelden uit de tekst.

3 De poortwachter vraagt: ‘Heeft er iemand peper in je gat gestrooid?’ (regel 26).

Wat bedoelt hij hiermee?

4 Hoe reageer t Rik?

5 Wat vindt Floris van de houding van Rik? - Hoe merk je dat?

d Lees het tweede deel van de tekst opnieuw.

1 Waarom neemt Rik Floris mee naar de keet?

2 Wat betekent ‘gure wind’? (regel 40)

3 Wat betekent ‘goor afval’? (regel 40)

4 Wat is de infinitief van ‘koesterde’? (regel 43)

- Wat betekent dat werkwoord?

5 Is Floris al gekalmeerd?

6 Begrijpt Floris de reactie van Rik?

7 Zou jij ook acties organiseren als zoiets in jouw buurt gebeurt? Waarom wel/niet?

8 ‘Ik moet iets doen.’ Wat zal Floris volgens jou doen?

LES 4 We maken er één van

samenstellingen herkennen

a Lees de tekst.

Afval en afvalverwerking

samenstellingen vormen

Iedere dag maken we afval. Dat kan plastic, papier, voedseloverschot of glas zijn. Als we niets met dit afval doen, wordt de wereld vies. Daarom is een goede verwerking van afval belangrijk.

Thuis kan je afval scheiden. Plastic gaat in de blauwe zak, papier in de container voor papier en glas in de bol voor glas. Etensresten kunnen in de bak voor groente-, fruit- en tuinafval. Zo kan veel afval opnieuw worden gebruikt. Dat heet recycling.

In een fabriek voor afvalverwerking wordt het afval gesorteerd. Van oud plastic kunnen ze bijvoorbeeld nieuwe plastic flessen maken. Papier kan worden gebruikt voor nieuwe rollen van papier. Zo hoeven we minder nieuwe spullen te maken en blijft de natuur gezonder.

Iedereen kan helpen door afval op te ruimen en goed te scheiden. Kleine acties zorgen voor een schonere wereld.

b Wat valt je op als je de vetgedrukte woorden bekijkt?

c Vervang de woorden door één woord.

1 verwerking van afval

2 container voor papier

3 bol voor glas

4 bak voor groente-, fruit- en tuinafval

5 rollen van papier

Besluit

Samenstellingen bestaan uit twee of meer grondwoorden die je ook apart kan gebruiken.

bv. vuilnis + bak = vuilnisbak, afbraak + tijd = afbraaktijd

d Lees de zinnen.

In de dorpskern vind je de glasbollen.

Afval uit het hondenhok moet bij het restafval.

- Noteer de twee grondwoorden van de vetgedrukte woorden na de zin.

- Wat valt je op als je de samenstelling bekijkt?

Besluit

Bij een samenstelling schrijven we soms een tussenletter -s- of -en- tussen de twee grondwoorden bv. stadstuin, zondagskrant, varkensstal bv. konijnenhok, kattenbak, insectenspray

e Lees de zinnen

- Gooi glas altijd in de lokale glasbol. Glas zomaar ergens weggooien kan je een zware boete opleveren

- De zondagskrant hoort in de papierbak

Laat ze niet op straat terechtkomen.

- Restafval gaat in de afvalbak. Die vind je in de Stationsstraat

- Paardenbloemen moeten bij het tuinafval.

opleveren: voortbrengen, opbrengen

- In het krantenartikel stond dat afval op openbare plaatsen een probleem is.

- Meisjeskleding mag naar de tweedehandswinkel. Behandel dat niet zomaar als afval.

- De kapotte kattenbak moet naar het recyclagepark.

terechtkomen: belanden, aankomen behandelen: omgaan met

- Noteer de vetgedrukte samenstellingen in de juiste kolom. Doe zoals in het voorbeeld.

geen tussenlettertussenletter -s- tussenletter -enmilieutaks verkeersboete boekenkast

f Vul het voorgelezen woord in.

1 Zondag gaan we wandelen in het

2 Het sap van een ananas noemen we

3 Als verdien je veel geld.

4 Wat zit er in je ?

- Waar moet je bij deze samenstellingen op letten?

g Vorm een samenstelling met de gegeven woorden.

1dier + tuin

2pan + koek

3fiets + sleutel

4tomaat + ketchup

5vis + schaal

6hamburger + restaurant

7boek + kast

8jongen + schoen

9bus + stop

10vogel + kooi

11deur + ruit

12 leven + stijl

13 slager + mes

14schaap + vlees

i Maak een woordslang van samenstellingen. Volg het voorbeeld. moestuin - tuinstoel - stoelendans - dansschool -

LES 5 Leef je uit in upcyclen

een voorbeeld van upcyclen geven

VOOR

a Bekijk de filmpjes.

Wat gebeurt er in de filmpjes?

b Bekijk de andere voorbeelden van upcyclen.

Wat upcyclen ze?

Wat wordt het?

je werkwijze beschrijven

Wat upcyclen ze?

Wat wordt het?

c Bedenk zelf iets wat je wil upcyclen.

Online kan je veel inspiratie opdoen.

Typ daarvoor ‘upcyclen’ in een zoekmachine in.

Wat upcyclen ze?

Wat wordt het?

Gebruik de vragen hieronder om je spreekoefening voor te bereiden.

Waar haalde je jouw idee?

Welk voorwerp gebruikte je als basis?

Welk extra materiaal gebruikte je hiervoor?

Hoe ging je te werk?

Wat maakte je uiteindelijk?

Waarvoor dient het?

Waarom zouden de anderen het ook moeten maken?

TIJDENS

d Stel je voorwerp aan de klas voor.

Tips

1 Zorg dat het publiek je voorwerp ziet.

2 Beschrijf je voorwerp duidelijk.

3 Praat luid en duidelijk.

4 Spreek standaardtaal.

5 Leg stap voor stap uit hoe je te werk gaat.

6 Vermeld alle info uit je spreekplan. NA

e Beoordeel jezelf.

Duid aan wat past.

EVALUATIE

1 Ik zorgde ervoor dat mijn voorwerp goed zichtbaar was.

2 Ik kon mijn nieuwe voorwerp goed beschrijven.

3 Ik praatte luid en duidelijk.

4 Ik sprak standaardtaal.

5 Ik legde stap voor stap uit hoe ik te werk ging.

6 Ik vermeldde alle info uit mijn spreekplan.

LES 6 Spel- en woordweb

woorden correct schrijven de betekenis van woorden kennen

6.1 SPELWEB

a Luister naar de woorden.

b Schrijf de woorden juist over.

1 afval 4 sticker

2 seizoen 5 container

3 energie 6 milieu

c Vul de zinnen aan met een woord uit oefening b.

Je krijgt de eerste letter.

1 Welk s vind jij het leukst? Lente of zomer?

2 Van wandelen krijg je veel e . Je kan daarna de wereld aan.

3 In welke c moet deze verpakking? In de zwarte of in de blauwe?

4 Om te weten of een stof gevaarlijk is, moet je op de s kijken.

5 Wij verplaatsen ons zo vaak als mogelijk met de fiets. Dat is beter voor het m

6 Hoeveel a produceer t jouw gezin elk jaar?

d Vul de zinnen aan met een woord uit oefening b

1 Wij gooien het afval in een grote vuilnisbak of

2 Ik hou niet van de winter, want het is zo'n koud en nat

3 Vuilnis is een synoniem voor

4 Veel kleutertjes krijgen soms iets om op te kleven als ze flink zijn. Oh, bedoel je een ?

e Vul in elke zin een passend woord met ai in.

Let op: soms moet je het woord een beetje aanpassen.

Kies uit: cocktail – container – mayonaise – medaille – mocktail – populair – rail –stagiaire – trainer – traiteur

Let op: er staan meer woorden dan je nodig hebt!

©VANIN

1 In de les Nederlands kregen we een

2 Wat verkies jij? , ketchup of stoofvleessaus?

3 Met Kerstmis bestellen we eten bij een

4 De NMBS werkt aan de sporen: ze vervangen de kapotte

5 Mijn zus won al achttien bij het lopen

6 Wie is jouw in het volleybal?

7 De gemeenteraad maakte zich niet door deze beslissing.

8 Wij drinken graag een Virgin Mojito, dat is een

f Wat stellen de afbeeldingen voor?

Noteer onder elke afbeelding het juiste woord met ai

6.2 WOORDWEB

a Lees de zes woorden en de voorbeeldzinnen.

1het aanbodHet aanbod van tweedehandskledij is aangevuld.

2behandelen Behandel anderen zoals je zelf behandeld wil worden.

3behoorlijk Er is toch een behoorlijk verschil tussen deze twee maten van truien.

4lokaal Lokaal winkelen is goed voor het milieu. Je kan je bovendien met de fiets verplaatsen.

5opleverenZal de zoektocht het gewenste resultaat opleveren?

6terechtkomenDie appel zal toch bij het tuinafval terechtkomen, hoop ik?

b Combineer elke zin met de juiste uitleg.

1De verpleger behandelt de patiënt goed. awat beschikbaar is

2Ik vind mijn ontwerp al behoorlijk mooi. bverzorgen, omgaan met

3Hij denkt dat studeren goede resultaten kan opleveren credelijk, tamelijk

4Als we zo moeten zoeken, zullen we niet op tijd op onze bestemming terechtkomen dplaatselijk

5 Het aanbod van meloenen is klein in de winter.evoortbrengen, opbrengen

6Ik koop mijn groenten en fruit in een lokaal winkeltje.fbelanden, aankomen

1 2 3 4 5 6

c Vul de zinnen aan met het juiste woord uit oefening a

1 We hebben met onze spaghettiavond wat geld ingezameld.

2 Je hoeft geen appels uit Nieuw-Zeeland te kopen. Je kan er beter bij een bedrijf kopen

3 Elke dag je lessen herhalen, zal je zeker goede punten

4 Bij ons in de bib hebben ze nu ook een groot aan speelgoed.

5 Je moet je best doen om iedereen met respect te .

6 Geef je taak maar in de lerarenkamer af. Daar zorgt iemand er wel voor dat ze bij mij zal .

d Maak met elk woord van oefening a een nieuwe zin.

Noteer de zinnen op een apart blad. Gebruik hoofdletters en leestekens.

KEUZELES 1 De opwarming

KEUZELES 2 Wat gebeurde er hier?

KEUZELES 3 Hoe wordt afval verwerkt?

Oefenen maar!

1 Het voltooid deelwoord Les 2 Het is voorbij

Weet je nog?

Om te weten op welke letter een klankbehoudend voltooid deelwoord eindigt, verleng je het voltooid deelwoord

Het voltooid deelwoord van klankveranderende werkwoorden eindigt meestal op -en

Markeer de persoonsvorm groen.

- Markeer het voltooid deelwoord oranje.

1Heb jij de betalingen al verricht?

2De afbraakwerken zijn vlot gelukt.

3Ze hebben maandenlang glazen bokalen gespaard.

4De spelers zijn op de Grote Markt als helden onthaald.

5Ik heb mijn oud-leerkracht niet herkend.

Vul het voltooid deelwoord in.

1planten De tuinman heeft de planten en bloemen netjes

2verkopen De huizen in de straat zijn aan nieuwe bewoners

3inkleuren De tekeningen van de kinderen zijn en hangen aan de muur.

4versturen De e-mail van de directeur is naar alle leerkrachten.

5bewonderen Het schilderij in de gang is door de bezoekers .

Vul het voltooid deelwoord in.

1sluiten Het is zondag, dus de deuren van het museum zijn

2steken De hond is door een bij , maar hij rent alweer rond.

3zingen Asmara heeft jaren in een koor

4bewegen Hij heeft niet meer te veel nadat hij een opmer king kreeg.

5bakken Mama heeft speciaal voor mijn verjaardag een taart

e f

Vul het voltooid deelwoord in.

1maken Alle leerlingen hebben flink hun huiswerk

2kopen We hebben een huis

3bestaan Het initiatief Mooimakers had al veel langer moeten

4merken Ik heb dat gisteren ook

5beginnen Onze groep is onmiddellijk aan die taak .

6slapen Ik heb de eerste nacht niet goed .

7beloven Jammer dat je je belofte niet kan houden. Je hebt het nochtans .

8zoeken Naar zo’n vaas heb ik maanden

9praten Ik heb gisteren met de buurman

10ontstaan Wanneer is deze nieuwe ploeg ?

Vul het voltooid deelwoord in.

1bekijken Mijn ouders hebben die serie al

2werken Mijn zus heeft vorig weekend extra lang

3lachen We hebben heel hard toen Alex een mop vertelde.

4waarschuwen De trainer heeft ons al voor die tegenstander.

5boren Hij heeft al die gaten in de grond

6bellen Je hebt je vader toch al ?

7 zetten Ik heb de bloemen onmiddellijk in water

8stijgen We zijn met onze ploeg twee plaatsen

9beantwoorden Je hebt die e-mail toch al ?

10afwassen We hebben alle glazen

Schrijf de zinnen opnieuw met een voltooid deelwoord.

1 We vingen de hond door hem in een hoek te drijven.

2 Ik eet een appel.

3 Zij steelt

4 We reisden vorig jaar naar Thailand.

5 We ruimden in de zomervakantie heel de zolder op.

2 Samenstellingen Les 4 We maken er één van!

Weet je nog?

Samenstellingen bestaan uit twee of meer grondwoorden die je ook apart kan gebruiken.

bv. vuilnis + bak = vuilnisbak, afbraak + tijd = afbraaktijd

Bij een samenstelling schrijven we soms een tussenletter -s- of -en- tussen de twee grondwoorden

bv. stadstuin, zondagskrant, varkensstal

bv. konijnenhok, kattenbak, insectenspray

Uit welke woorden bestaat de samenstelling?

Noteer de grondwoorden.

1 keukenmeid

2 hagelslagtrommel

3 pindakaas

4 bosbessenjam

5 suikerklontje

6 frambozengelei

7 fietstas

8 afwasmachine

Markeer de samenstellingen.

kasteel werkboek tafelkleed computermuis plakband drinkbeker telefoon meetlat paddenstoelabrikoos spaghetti rozenblaadje a b

Noteer de samenstellingen in de juiste kolom. aardbeienjam – bloemengeur – boekenkast – colablik – handschoen – keukenschort –levensverhaal – meisjesfiets – moppenboek – ovenschotel – parkeerplaats –pennenzak – stadsdichter – varkensmest

geen tussenlettertussenletter -s- tussenletter -endagboek stationsplein perenboom

Bekijk de afbeelding.

Vul de juiste medeklinkers in

tafe aken moto ijder me cherp

Maak een samenstelling met de vetgedrukte woorden.

1Wij eten elke zondagochtend pan+koeken

2Ik lust mijn boterham het liefst met zelfgemaakte pruim+confituur.

3Mijn vader is dol op tomatensoep met brood+korstjes.

4 Elias keek niet uit en liep met zijn neus tegen een verkeer+bord.

5Leen jij wel eens een boek uit de school+bibliotheek?

gra prietjes
koffe uimte
loo lank

g h i

Zeg het met één woord.

1 het sap van een ananas

2 lak voor je nagels

3 een sculptuur van ijs

4 zo wit als sneeuw

5 de melding dat er een bom is

6 een doos voor brood

Maak samenstellingen.

Combineer een woord uit de eerste kolom met een woord uit de tweede kolom.

kok meng choco paprika boterham pasta beleg mes chips kom

Vul in elke kolom hetzelfde woord in.

Je krijgt telkens een andere samenstelling. stok salon laars prijs winner school boom flap moes

Maak samenstellingen die uit drie delen bestaan.

Combineer een woord uit de eerste kolom met een woord uit de tweede en derde kolom.

zon rund pan vijf micro vlees sterren bloem koek golf tartaar deeg oven restaurant pitten

Zoek het juiste woord.

Het tweede deel van het eerste woord is het eerste deel van het tweede woord.

Voorbeeld:

kraantjes water bed zonne over val muizen scherm winter kledij groente groente

race zadel

3 Spelling en woordverklaring Les 6 Spel- en woordweb

3.1 SPELWEB

Schrijf de woorden tweemaal over.

1 afval

2seizoen

3energie

4sticker

5container

6milieu

Vervang de vetgedrukte woorden door een woord uit oefening a.

1De bouwvakkers gooien al het afval in een grote vuilnisbak

2Wat is jouw favoriete jaargetijde? Zomer, lente, herfst of winter?

3Twee keer per week haalt de vuilniswagen al het vuilnis op.

4Er was vandaag tamelijk veel volk in de winkelstraat.

Vul in elke zin een passend woord met ai in.

Kies uit: affaire – cocktail – container – detail – documentaire – e-mail – fair – maïs –mayonaise – medaille – militair – paintball – plaid – populair – rail – stagiair – trainer –traiteur

Let op: er staan meer woorden dan je nodig hebt!

1 Mijn broer kijkt graag naar een over natuur.

2 Welke sport is er nu niet meer ? Golfen of tennis?

3 Ik vind die van de gemeente niet meer.

4 Let op elk als je meubelen in elkaar moet steken.

5 Verkies jij ketchup of saus?

6 Wij kregen les van een . Onze leraar zat achterin de klas en volgde de les mee.

7 Wij kregen van opa en oma allemaal een

8 Een synoniem voor eerlijk is

9 Op sportdag zullen we kiezen voor

Vul de zinnen aan met een woord met ai uit oefening c Je krijgt de eerste letter al.

1Let goed op elk in dit filmpje! d

2Keek je naar de over Planckendael? d

3Welke mag ik in mijn inbox wissen? e

4Wie is het meest ? Jij of je vriendin? p

5Hij begon een met zijn buurvrouw. a

6Probeerde jij al brood te bakken? m

7Dronk jij al eens een ? c

8Kijkt je trainer of jullie spelen? f

9Ik zal vanavond onder mijn in de zetel kruipen. p

10Hoe deed de het in jullie klas? s

Lees elk woord, de voorbeeldzin en de betekenis.

woord voorbeeldzin betekenis

het aanbodHet aanbod van tweedehandskledij is aangevuld.wat beschikbaar is behandelen Behandel anderen zoals je zelf behandeld wil worden. verzorgen, omgaan met behoorlijkEr is toch een behoorlijk verschil tussen deze twee maten van truien. redelijk, tamelijk, nogal

lokaal Lokaal winkelen is goed voor het milieu. Je kan je bovendien met de fiets verplaatsen. plaatselijk

opleverenZal de zoektocht het gewenste resultaat opleveren? voortbrengen, opbrengen terechtkomenDie appel zal toch bij het tuinafval terechtkomen, hoop ik? belanden, aankomen

Combineer elke zin met de juiste uitleg.

1Dit is een behoorlijk onbeleefde reactie. Verontschuldig je maar. awat beschikbaar is

2Hopelijk zal al dit harde werk iets opleveren.bplaatselijk

3 Het aanbod van meloenen is in de kerstperiode beperkt. cverzorgen, omgaan met

4 Behandel deze bloemen voorzichtig, dan bloeien ze langer. dvoortbrengen, opbrengen

5Als het kermis is in het dorp, programmeren ze altijd een lokale band. ebelanden, aankomen

6Na een lange reis ben ik eindelijk in een gezellig hotel terechtgekomen fredelijk, tamelijk, nogal

Vul de zinnen aan met het juiste woord uit oefening a

Let op: soms moet je het woord een beetje aanpassen.

1Ze zeggen dat een kat altijd op haar pootjes kan

2Ik heb me gesneden tijdens de kookles en dat doet pijn.

3We hopen dat de vastenactie dit jaar veel geld zal

4Koop fair trade producten in de Wereldwinkel. Zo steun je de boeren.

5Ik ben het niet eens met de manier waarop Teo en Jozefien andere leerlingen . Ze lachen iedereen uit die een fout maakt.

6Deze boekhandel heeft een mooi aan jeugdromans.

Welk woord past in beide zinnen?

Gebruik een woord uit oefening a.

1 Wanneer zullen deze bomen hun eerste oogst ?

Het onderzoek zal waarschijnlijk niet het gehoopte resultaat

2 Tegenwoordig hebben ze in de winkels een groot aan bioproducten.

Mijn tante deed me een dat ik niet kon weigeren: ik krijg 15 euro telkens ik haar auto was.

3 Mijn ouders vinden het belangrijk om iedereen met respect te

Wat is de beste manier om hoofdpijn te ?

4 Wie wil wat posters meebrengen om het op te vrolijken?

De verdoving van de tandarts werkt enkel

Zelftoets

1 Het voltooid deelwoord Les 2 Het is voorbij

©VANIN

a Vul het juiste voltooid deelwoord in. /15

1begrijpenIk heb je vraag niet helemaal

2brengenWij hebben het glas naar de container

3helpenIn het recyclagepark heeft een vriendelijke mevrouw ons .

4kopenMijn oma heeft een nieuwe vuilnisemmer .

5gooienJe hebt de appel in de gft-bak .

6ontginnen In Australië wordt opaal

7ruiken Die vuilnisemmer is heel erg vies. Heb je er al eens aan ?

8afkijkenDie taak was zo moeilijk dat ik van mijn buur heb

9flitsen Mama is toen ze naar de glasbak reed.

10waaienDe bladeren zijn door de storm van de bomen

11herwer kenWe hebben onze taak helemaal

12 beseffenIk heb te laat dat ik dit glas bij de verkeerde kleur heb gegooid.

13 richten Naar welke afvalcontainer is deze pijl ?

14haasten Mijn broer is : hij wil nog snel naar het gemeentehuis om nieuwe restafvalzakken te halen.

15 opstaanIn de vakantie ben ik nog nooit zo vroeg

2 Samenstellingen Les 4 We maken er één van a Maak een juiste samenstelling met de vetgedrukte woorden. /6

1De gemeente vraagt extra aandacht bij het scheiden van afval

2Het is ongelofelijk hoeveel afval van verpakking je hebt als je thuiskomt na het winkelen.

3De tafel van de keuken moet afgeruimd worden.

4 Het boek met moppen mag bij papier en karton.

5De doos van pizza moet bij het restafval.

6In een winkel waar je tweedehands spullen koopt, vind je vele interessante dingen.

3 Spelling en woordverklaring Les 6 Spel- en woordweb /14

a Vul het voorgelezen woord in. /7

1Zij haalde in de zomer haar eerste .

2Gebruik jij thuis zonne- ?

3We moeten allemaal meer zorgen voor het .

4Mijn broer eet bij zijn erwten.

5In de jeugdbeweging proberen we ons op kamp te beperken.

6Kreeg jij ook een van de directeur?

7Wintersport blijft immens .

b Vervang wat vetgedrukt is. /4

Kies uit de woordenlijst.

Kies uit: aanbod – behandelen – behoorlijk – lokaal – opleveren – terechtkomen

Let op: er staan meer woorden dan je nodig hebt!

1Kijk eens naar al die spullen! Wat een hoeveelheid aan producten!

2De hoeveelheid afval per persoon is redelijk laag.

3Meer vuilnisbakken voorzien zou de stadsdiensten minder opruimwerk bezorgen.

4Door welke dokter liet jij je verzorgen?

c Markeer het woord dat in de zin past. /3

1 Sluikafval mag niet in de rivieren behandelen / terechtkomen.

2 De verkoop van papier zal niet meer zoveel opleveren / behandelen.

3 De verpleegster komt dagelijks langs om de wonde te behandelen / opleveren.

LES 1 Dagelijkse kost - kijken en luisteren

LES 2 Lekkere gerechtjes - verkleinwoord

LES 3 Als je iets verkeerd gegeten hebt … - afleidingen 404

LES 4 Met lange tanden - zakelijk lezen, schema 408

LES 5 Broodje aap of olifant op je bord? - genietend luisteren

LE S 6 Spel- en woordweb - spelling, woordverklaring

KEUZELES 1 Maak tijd voor het ontbijt - informatie vergelijken

KEUZELES 2 Lunchpauze! - genietend lezen

KEUZELES 3 Op restaurant - informatie opzoeken

LES 1 Dagelijkse kost

informatie uit een kijkfragment halen

VOOR

a Beantwoord deze vragen.

informatie vergelijken

1 Welk gerecht kan jij zelf klaarmaken?

2 Wie heeft je dat geleerd?

je luisteropdracht beoordelen

dergelijk: van die soort, zulk

3 Ken je het tv-programma Dagelijkse Kost? Vertel waarover het gaat.

4 Ken je nog dergelijke programma’s?

b In deze les bekijk je een aflevering van het programma Dagelijkse Kost

Waarom bekijk je dit programma?

Dit programma wil je

Tips

1 Lees de vragen vooraf.

2 Concentreer je terwijl je het programma bekijkt.

3 Laat je niet afleiden.

4 Stoor andere leerlingen niet.

TIJDENS

c Bekijk het filmpje.

Beantwoord de vragen.

1 Welk gerecht maakt Jeroen Meus klaar?

2 Jeroen Meus spreekt niet altijd standaardtaal.

Waaraan merk je dat?

3 Vind jij dat gepast op tv?

Leg uit waarom wel of niet.

merken: zien, horen

d Bekijk het fragment een tweede keer.

1 Wat betekenen deze woorden? Combineer ze met de juiste betekenis.

1havermoutvlokkenahet binnenste van de appel met de pitjes en het steeltje 2geweekt bnogal, eerder

3verkruimelencontbijtgranen waarvan je een papje kunt maken

4het klokhuisdin stukjes breken tot je kleine brokjes krijgt

5 redelijk egedurende een tijdje in een vloeistof gelegd 1 2 3 4 5

2 Markeer het keukenmateriaal dat Jeroen Meus gebruikt.

mengkom keukenrobot deegrol kookpot snijplank oven mesje ovenschaal vergiet pannenlikker weegschaal

3 Markeer de kruiden die hij in het deeg gebruikt.

kaneelpoeder

paprikapoeder kardemompoeder currypoeder anijspoeder chilipoeder speculaaskruiden

e Lees het recept op de volgende bladzijde.

f Bekijk het fragment een derde keer.

- Schrap de fouten in het recept.

- Schrijf het juiste antwoord ernaast.

Bereiding

De crumble

- Neem je keukenweegschaal en weeg alle ingrediënten zorgvuldig af.

- Snijd de koude boter in blokjes.

- Meng de ingrediënten in een ruime schaal: de bloem, de haver moutvlokken, het zout en de blokjes boter.

- Kruid het mengsel met een snuifje cur rypoeder en een snuifje gemalen ster anijs.

- Was je handen en kneed vervolgens alle ingrediënten tot een dikke bol.

De appels

- Verwar m de oven op 100 °C voor.

- Schil de appels en snij ze in vier. Je hoeft het klokhuis niet te verwijderen.

- Snijd elk kwartje a ppel in heel kleine stukjes.

- Neem een ovenschaal en leg er de stukken appel in.

- Knijp de rozijnen even uit en strooi ze over de blokjes appel.

- Strooi de witte suiker over de schaal met fruit en meng alles.

- Verdeel het crumbledeeg over de ovenschaal.

- Bak het dessert gedurende 10 minuten in de hete oven.

De afwerking

- Schep op elk bord een portie van de warme appelcrumble.

- Leg er een mooie bol vanille-ijs bovenop. (Laat je ijslepel vooraf even in een beker met warm water opwarmen. Zo kun je heel gemakkelijk perfecte bollen ijs scheppen.)

Naar: www.een.be

g Vergelijk je resultaat met dat van je buur. Vul wat ontbreekt met groen aan.

zorgvuldig: aandachtig, nauwkeurig

h Hoe verliep het luisteren?

Vul de evaluatie in.

EVALUATIE

1 Ik concentreerde me terwijl we het filmpje bekeken.

2 Ik liet me niet afleiden.

3 Ik stoorde de anderen niet.

4 Ik kon de fouten in het recept vinden.

5 Ik kon de fouten in het recept verbeteren.

i Wat vond je ervan?

Kruis aan wat past.

Verklaar je keuze.

EVALUATIE

1 Ik vind het leuk om een kookprogramma te bekijken.

○ja

○soms

○nee

○Waarom?

2 Ik zal het recept thuis eens uitproberen.

○ja

○misschien

○nee

○Waarom?

JA MEESTALNEE

©VANIN

LES 2 Lekkere gerechtjes

verkleinwoorden herkennen verkleinwoorden begrijpen

©VANIN

a Bekijk de tekeningen en lees de tekstballonnen.

- Welke woorden werden gemarkeerd?

- Waarom worden er verkleinwoorden gebruikt? Zet een kruisje.

Nog een hapje voor het flinke jongetje!

○om aan te duiden dat iets of iemand klein is

○om lief te doen

○om duidelijk te maken dat je boos bent of iemand niet leuk vindt

○in een spreekwoord of een uitdrukking

Met jou heb ik nog een appeltje te schillen.

Ober, er zit een vuiltje in mijn glas!

○om aan te duiden dat iets of iemand klein is

○om lief te doen

○om duidelijk te maken dat je boos bent of iemand niet leuk vindt

○in een spreekwoord of een uitdrukking

○om aan te duiden dat iets of iemand klein is

○om lief te doen

○om duidelijk te maken dat je boos bent of iemand niet leuk vindt

○in een spreekwoord of een uitdrukking

Ventje, nu is het genoeg geweest ...

○om aan te duiden dat iets of iemand klein is

○om lief te doen

○om duidelijk te maken dat je boos bent of iemand niet leuk vindt

○in een spreekwoord of een uitdrukking

Besluit

Verkleinwoorden gebruik je:

1 om aan te duiden dat iets of iemand klein is;

2 om lief te doen;

3 om duidelijk te maken dat je boos bent of iemand niet leuk vindt;

4 in een spreekwoord of uitdrukking.

b Lees de menukaart.

- Markeer alle verkleinwoorden.

- Zet de verkleinwoorden in de juiste kolom.

- Schrijf in elke kolom nog een eigen voorbeeld. -je(s) -tje(s) -etje(s) -pje(s)

WEEKMENU

€29 p.p. (drank niet inbegrepen)

VOORGERECHT

Tomatenroomsoep met balletjes of Krokant slaatje met warm geitenkaasje en honing

HOOFDGERECHT

Vispannetje met zelf gepelde garnaaltjes of

Gegrilde steak met frietjes en een saus naar keuze (*) (*pepersaus - bearnaise - champignonsaus)

DESSERT

Twee bollen ijs naar keuze (*) (*aardbeien, mokka, chocolade, vanille, pistache) of Eiwitschuimpje met coulis van rode vruchten

c Bekijk de tekeningen en lees de tekstballonnen.

- Markeer het verkleinwoord.

- Waarom worden er verkleinwoorden gebruikt? Zet een kruisje.

We beginnen de les met een toetsje.

○om aan te duiden dat iets of iemand klein is

○om lief te doen

○om duidelijk te maken dat je boos bent of iemand niet leuk vindt

○in een spreekwoord of een uitdrukking

Dat varkentje zal hier snel gewassen zijn!

Mamaatje, wil je mij naar school brengen?

○om aan te duiden dat iets of iemand klein is

○om lief te doen

○om duidelijk te maken dat je boos bent of iemand niet leuk vindt

○in een spreekwoord of een uitdrukking

©VANIN

○om aan te duiden dat iets of iemand klein is

○om lief te doen

○om duidelijk te maken dat je boos bent of iemand niet leuk vindt

○in een spreek woord of een uitdrukking

Mevrouwtje denkt dat ik niets anders te doen heb dan poetsen!

○om aan te duiden dat iets of iemand klein is

○om lief te doen

○om duidelijk te maken dat je boos bent of iemand niet leuk vindt

○in een spreekwoord of een uitdrukking

d Markeer de verkleinwoorden in de zinnen.

- Waarom worden ze gebruikt?

Noteer het passende nummer achter elke zin.

1 om aan te duiden dat iets of iemand klein is

2 om lief te doen

3 om duidelijk te maken dat je boos bent of iemand niet leuk vindt

4 in een spreekwoord of een uitdrukking

1Hij heeft een glaasje te veel op.

2Vanavond eten we worteltjes met erwtjes.

3De mama gaf haar baby een kusje.

4Schatje, wat wil je als ontbijt?

5Ik heb met hem nog een eitje te pellen.

6Denk je daar mee weg te komen, jongetje?

7Dat directeurtje denkt dat hij overal de baas mag spelen.

8Mijn broer wil een keukentje van de sint.

e Schrijf bij elke afbeelding een zin met een verkleinwoord erin.

LES 3 Als je iets verkeerds gegeten hebt …

afleidingen herkennen

de betekenis van afleidingen vinden afleidingen vormen

a Liep jij ooit al een voedselvergiftiging op?

Wat gebeurde er toen?

b Lees de tekst.

VOEDSELVERGIFTIGING

Het is mogelijk dat je ziek wordt door eten of drinken. De oorzaak daarvan zijn schadelijke bacteriën die zich in het voedsel kunnen bevinden. Die geven dan giftige stoffen af waardoor je goed ziek kan worden. Dat kan zijn door een gebrekkige hygiëne bij de productie of door een onveilige bewaring (bv. niet koel genoeg).

Je moet goed opletten, want bedorven voeding kan er nog smakelijk uitzien.

Wat stel je vast?

- Het slachtoffer voelt zich misselijk en braakt.

- Het slachtoffer kan buikkrampen en diarree krijgen.

- Het slachtoffer is koortsig.

Dit doe je!

1. Zorg voor veiligheid.

- Zorg ervoor dat het slachtoffer de bedorven voedingsmiddelen niet verder opeet.

- Trek wegwerphandschoenen aan.

2. Beoordeel de toestand van het slachtoffer.

- Ga na welke klachten het slachtoffer precies heeft.

3. Raadpleeg een arts als ...

- het een baby of een oudere is.

- je twijfelt over de ernst van de situatie.

- de situatie na een nachtje slapen niet verbetert.

4. Verleen verdere eerste hulp.

- Laat het slachtoffer drinken. Zo probeer je uitdroging te voorkomen.

- Raad het slachtoffer aan om de eerste uren niet te eten.

- Zoek samen met het slachtoffer de comfortabelste houding.

- Maak de omgeving schoon.

Naar: Rode Kruis Vlaanderen, Help! Eerste hulp voor iedereen!

c Zoek in de tekst naar woorden die van deze grondwoorden afgeleid zijn. Markeer ze.

gif schade veilig droog koorts smaak

Besluit

Een grondwoord is de kortste vorm van een woord.

bv. normaal, gewoon, doel, vriend …

Wanneer je aan een grondwoord een voorvoegsel en/of een achtervoegsel toevoegt, dan krijg je een afleiding

bv. ongewoon → on + gewoon Je voegt een voorvoegsel toe. voorvoegsel + grondwoord

vriendin → vriend + in Je voegt een achtervoegsel toe. grondwoord + achtervoegsel

ongelukkig → on + geluk + (k)ig Je voegt een voor- en een voorvoegsel + achter voegsel toe. grondwoord + achtervoegsel

De betekenis van een afleiding lijkt op de betekenis van het grondwoord.

Als je het grondwoord begrijpt, dan begrijp je meestal ook de afleiding.

d Kijk naar de grondwoorden in de tabel.

- Zoek in de tekst bij oefening a de afleidingen van die grondwoorden.

- Schrijf de afleidingen in de tabel.

- Noteer de betekenis van de afleidingen.

grondwoordafleiding betekenis

1bewaren

2voeden

3 oud

4 beter 5gebrek

e Schrap de afleiding die niet in de context past.

1 Mama heeft het graag netjes. Ze heeft een hekel aan een wanordelijke / ordelijke keuken.

2 Oma heeft te veel koffie gedronken. Ze ligt nu slaperig / slapeloos in bed te woelen.

3 Kreeften worden levend gekookt. Dat moet enorm pijnloos / pijnlijk voor die beestjes zijn.

4 Ik eet gemakkelijk / ongemakkelijk vijf hamburgers na elkaar op.

5 Een kopje kamillethee helpt je om onrustig / rustig te worden.

f Geef het grondwoord van de afleidingen uit oefening e

g Maak met onderstaande woorden een afleiding die het tegengestelde betekent.

Kies het voorvoegsel on- of wan- of het achtervoegsel -loos aangenaam – begrip – beheer – bepaald – gedrag – waarde – zin on- wan- -loos

- Duid het juiste antwoord aan.

De voorvoegsels on- en wan- en het achtervoegsel -loos geven de woorden een:

○ positieve betekenis;

○negatieve betekenis.

h Geef bij elk grondwoord twee afleidingen: één met een positieve betekenis en één met een negatieve betekenis.

grondwoord + -

1smaak

2eer

3vriend

4hand

i Maak een goede afleiding van het opgegeven grondwoord.

grondwoordzin afleiding

1avontuur Ben jij aangelegd?

2haast Mevrouw, waarom doet u alles zo ?

3 pret Ik denk dat het is om in een caravan te wonen.

4haar Mijn vader is al jaren

5 straf De meeste vormen van discriminatie zijn

6gewoon Op zaterdagavond gaan we naar de bioscoop.

j Vul de tabel aan met afleidingen.

persoon voorwerp

1verzorgende verzorger de verzorging

2ontvoeren

3gijzelen

4besturen

5redden

6bevrijden

7organiseren

8illustreren

9presenteren

10immigreren

LES 4 Met lange tanden

informatie uit een tekst halen

VOOR

informatie mondeling doorgeven

informatie in een schema noteren

In deze les maak je kennis met een aantal etenswaren die je kan ontdekken in het Disgusting Food Museum.

a Welk eten vind jij heel erg vies?

b Bespreek met je buur.

Zijn er overeenkomsten?

Krijgen jullie samen nieuwe ideeën?

Vul je lijstje eventueel aan.

c Lees de tekst.

Beantwoord de vragen.

integendeel: juist omgekeerd de gelegenheid: de aanleiding, de kans, de situatie

DISGUSTING FOOD MUSEUM

In de Zweedse stad Malmö vind je het Disgusting Food Museum. Dat betekent museum voor walgelijk eten. In dit museum staan op elke hoek kotszakjes klaar. De vieze geuren komen je langs alle kanten tegemoet. De Vlaamse reporter Arthur De Meyer trok ernaartoe. Hij vroeg zich af waarom al deze misselijkmakende gerechten bestaan. Het bezoek aan het museum opende zijn ogen. Hij leerde er dat voedingsmiddelen die er vies uitzien best lekker kunnen smaken. Ook blijken afkeer en walging heel relatief. Wist jij dat Aziaten het rauwe vlees in jouw broodje martino extreem walgelijk vinden? Of dat kreeft eten 100 jaar geleden helemaal niet zo’n speciale gelegenheid was? Integendeel, kreeft werd als ongedierte beschouwd. Niemand die eraan dacht het op te eten.

Naar: www.nieuwsblad.be

1 Wat vind je in het Disgusting Food Museum?

2 Welke twee dingen leerde de reporter Arthur De Meyer bij zijn bezoek aan het museum?

d Je wer kt nu in groepjes van zes.

- Lees in stilte de tekst die je leerkracht je geeft.

- Duid de kernwoorden in jouw tekst aan.

De kernwoorden geven een antwoord op deze vragen:

1 Hoe heet het gerecht?

2 Wat is het?

3 Waar wordt het gegeten?

TIJDENS

e Vertel aan je groepsleden wat je gelezen hebt.

Tips

1 Vertel met je eigen woorden wat je gelezen hebt.

2 Lees je tekst niet voor.

3 Leg moeilijke woorden uit.

4 Betrek al je groepsleden bij de opdracht. betrekken: erbij halen, erbij laten horen

f Vul het schema aan dat je leerkracht je geeft.

Bespreek samen wat je in het schema noteert.

Tips

1 Schrijf plaatsnamen met een hoofdletter.

2 Kijk in je tekst hoe je moeilijke woorden schrijft.

3 Werk ordelijk en netjes. Schrijf duidelijk leesbaar.

4 Help elkaar.

g Knip de afbeeldingen bij de tekst uit.

Plak ze op de juiste plaats in het schema.

i Hoe verliep het lezen en samenvatten? Duid aan wat past.

EVALUATIE

1 Ik begreep mijn tekst.

2 Ik kon mijn tekst in mijn eigen woorden vertellen.

3 Ik heb mijn tekst niet afgelezen.

3 Ik legde moeilijke woorden uit.

4 Ik betrok alle groepsleden bij de opdracht.

j Hoe verliep het aanvullen van het schema?

EVALUATIE

1 Ik schreef plaatsnamen met een hoofdletter.

2 Ik keek de spelling van moeilijke woorden na in de tekst.

3 Ik schreef duidelijk en netjes.

4 We hielpen elkaar.

LES 5 Broodje aap of olifant op je bord?

van een podcast genieten informatie uit een podcast begrijpen

a Wat is een broodjeaapverhaal?

Welk broodjeaapverhaal heb jij al gehoord?

VOOR

b Lees de inleiding bij de aflevering ‘Olifant op je bord’ van de podcast Broodje Aap

In de Ketnet-podcast Broodje Aap onderzoekt reporter Inja telkens een bizar verhaal dat al jaren de ronde doet. Samen met een Ketnetter ontrafelt ze het mysterie: is het verhaal waar of niet waar? In een van de afleveringen komen Inja en Cecilia erachter dat de stad Gent ooit een dierentuin had. Daarbij ontdekken ze een nieuw straf verhaal: de olifant uit de dierentuin zou opgegeten zijn door de Gentenaren. Inja en Cecilia trekken hun stoutste schoenen aan en proberen de waarheid achter dit Gents Broodje Aapverhaal te achterhalen. Wat is er daar allemaal gebeurd in die verdwenen dierentuin?

c Waarom beluister je de podcast Broodje Aap?

De podcast wil je

Tips

1 Lees de vragen op voorhand.

2 Luister aandachtig.

3 Noteer enkel kernwoorden tijdens het luisteren.

TIJDENS

d Beluister het fragment uit de podcast en beantwoord de vragen.

1 Wanneer sloot de Gentse zoo?

2 Waarom bleven de Gentenaren olifant Jack ‘Betsie’ noemen?

3 Hoe voelde de verzorger van de olifant zich toen de olifant werd gedood?

4 Wat gebeurde er met de huid van de olifant?

5 Geloof jij dat het vlees van de dode olifant werd opgegeten? Waarom?

e Beluister het tweede fragment.

1 Hoe zoeken Inja en Cecilia naar informatie?

2 Hoe heet de kleindochter van de olifantenverzorger?

3 Waarom kan ze niet helpen bij het vinden van de waarheid?

4 Wat zou de volgende stap in het onderzoek kunnen zijn?

f Beluister het derde fragment.

1 Bij wie staan Inja en Cecilia aan de deur?

2 Marc is heel gastvrij. Aan welke twee dingen merk je dat?

3 Klopt het dat de huid van de olifant naar Duitsland is gegaan?

4 Wat gebeurde er met het grootste deel van het vlees?

5 Hoe weet je dat het diner in hotel Gambrinus voor rijke mensen was?

6 Hoe zorgde Adolf ervoor dat de olifant niet verkocht werd?

7 Was dat een goed idee volgens jou?

8 Wat vind jij van olifantenvlees eten?

g Hoe verliep het luisteren?

Kruis aan wat past.

EVALUATIE JA MEESTALNEE

1 Ik begreep wat er in de podcast gezegd werd.

2 Ik kon de vragen beantwoorden.

h Wat vond je ervan?

Kruis aan wat past.

EVALUATIE JA

1 Ik vond de podcast leuk.

2 Ik zou nog een aflevering willen beluisteren.

3 Ik zou ook wel eens een stukje olifantenvlees willen proeven.

LES 6 Spel- en woordweb

woorden correct schrijven

6.1 SPELWEB

a Luister naar de woorden.

b Schrijf de woorden juist over.

de betekenis van woorden kennen

1 dagelijks 4 mengsel

2 redelijk 5 perfect

3 recept 6 genoeg

c Vul de ontbrekende woorden in.

Kies uit de woorden in oefening b

1 Ik heb 35 op 50 voor mijn herhalingstoets. Dat is goed.

2 Cakebeslag is een van bloem, boter, eieren en suiker.

3 Mama heeft een heerlijk voor balletjes in tomatensaus.

4 Ik heb honger, want vanmorgen heb ik niet gegeten

5 Je schreef die zinnen en zonder fouten over.

6 Ik eet een appelsien bij mijn ontbijt.

d Vervang wat vetgedrukt is door het juiste woord met g

Kies uit: gigantisch – hoog – laag – mager – vlieg - vliegtuig

1Ober! Er zit een zwart insect met vleugels in mijn soep.

2Onze klas bevindt zich op het vierde verdiep. Dat is best ver van de begane grond

3Zag je hoe dicht bij de grond die helikopter vloog?

4Geven ze dat paard wel eten? Het is veel te dun

5Hollywoodsterren pakken graag uit met hun enorm groot huis.

6Deze zomer gaan wij eens met het toestel dat kan vliegen op vakantie.

e Welk woord met g past in de zin? Kijk naar de afbeeldingen.

Het is vandaag niet zo druk op de

Een steek van een kan erg jeuken.

De zwaan spreidt haar

Het kind kijkt

Kijk daar, wat een prachtige !

Voor deze klus gebruik je best een . De trap gaat .

Dit is de huls van een

Droog jij je haar altijd met een ?

©VANIN

6.2 WOORDWEB

a Lees de zes woorden en de voorbeeldzinnen.

1betrekken De leraar Nederlands wil iedereen bij de les betrekken

2dergelijkIk ben gek op frietjes, hamburgers en ijsjes.

Jammer genoeg is dergelijk eten niet gezond.

3de gelegenheidIn onze klas zijn drie leerlingen tegelijk jarig. Dat is een goede gelegenheid om een feestje te bouwen.

4integendeelIk hou echt niet van hamsters. Integendeel, ik vind het eigenlijk vieze beestjes.

5merken We merken dat de muren van de speelplaats geschilderd zijn.

6zorgvuldigWas zorgvuldig je handen, voor je eten klaarmaakt.

b Combineer elke zin met de juiste uitleg.

1Ananassen, mango’s, watermeloenen en papaja’s komen uit verre landen. Dergelijk fruit noemt men exotisch. aaandachtig, nauwkeurig

2Mijn rapport was niet slecht. Integendeel, ik had 89 % in totaal. bzien, horen

3 We merken niet dat Emma veel problemen heeft.

Ze is altijd zo opgewekt. cde aanleiding, de kans, de situatie

4Soraya schrijft zorgvuldig alle oplossingen van het bord over. dvan die soort, zulk

5De les was tien minuten te vroeg gedaan. De leerkracht maakte van de gelegenheid gebruik om de toetsen uit te delen. eerbij halen

6De leraar godsdienst probeert om de actualiteit zoveel mogelijk bij zijn lessen te betrekken. fjuist omgekeerd 1 2 3 4 5 6

c Vul de zinnen aan met het juiste woord uit oefening a Let op: soms moet je het woord een beetje aanpassen.

1 Het vaccin doet geen pijn. Je zal er niets van

2 Riki doet zijn best om de nieuwe leerling bij zijn klas te

3 Als je klaar bent sluit je de pot verf af. Zo kan er geen verf uitlekken.

4 Als we bij oma op bezoek gaan, nemen we bloemen of pralines mee. Met attenties is oma altijd heel blij.

5 Ik hou niet van Wednesday. , ik vind de serie veel te griezelig.

6 Volgende week zie ik mijn vriendin van de lagere school weer. Het wordt een om herinneringen op te halen.

d Maak met elk woord van oefening a een nieuwe zin.

Noteer de zinnen op een apart blad. Gebruik hoofdletters en leestekens.

KEUZELES 1 Maak tijd voor het ontbijt

KEU ZELES 2 Lunchpauze!

KEUZELES 3 Op restaurant

1 Verkleinwoorden Les 2 Lekkere gerechtjes

Weet je nog?

Verkleinwoorden gebruik je:

1 om aan te duiden dat iets of iemand klein is;

2 om lief te doen;

3 om duidelijk te maken dat je boos bent of iemand niet leuk vindt;

4 in een spreekwoord of uitdrukking.

Lees de tekst.

a Smikkelen en smullen

- Markeer alle verkleinwoorden.

Cornflakes als ontbijt, boterhammetjes tijdens de middagpauze en ’s avonds spaghetti. Als tussendoortje een appel of een donut.

Wat eet jij het liefst?

Misschien eet je liever iets helemaal anders? Dat kan, want er zijn heel veel soorten voedsel. Kijk maar eens in de koelkast. Je ziet vlees, kaas, broodbeleg, potjes yoghurt en pudding, flesjes met saus en melk in een fles of brik. In de groentelade liggen misschien worteltjes, komkommers en paprika’s. Aan verse producten is niets toegevoegd om ze langer te bewaren. Ander voedsel kan je wel langer bewaren. Er bestaan veel manieren om dat te doen.

Naar: Klap

a Waarvoor wordt het verkleinwoord in de zin gebruikt?

1Het hele dorp pikte een graantje mee van zijn succes.

aom aan te duiden dat iets of iemand klein is

2 Er vloog net een vogeltje tegen het raam. bom lief te doen

3Vervelend ventje!

com duidelijk te maken dat je boos bent of iemand niet leuk vindt

4Kom, schatje, we gaan naar huis. din een spreekwoord of een uitdrukking 1 2 3 4

Lees de zinnen.

- Markeer het verkleinwoord.

- Duid aan waarvoor het verkleinwoord gebruikt wordt.

1 Kom, mama zal je nog een verhaaltje voor lezen.

○om aan te duiden dat iets of iemand klein is

○om lief te doen

○om duidelijk te maken dat je boos bent of iemand niet leuk vindt

○in een spreekwoord of een uitdrukking

3 Boontje komt om zijn loontje.

○om aan te duiden dat iets of iemand klein is

○om lief te doen

○om duidelijk te maken dat je boos bent of iemand niet leuk vindt

○in een spreekwoord of een uitdrukking

5 Kom, we gaan iets drinken in dat gezellig cafeetje.

○om aan te duiden dat iets of iemand klein is

○om lief te doen

○om duidelijk te maken dat je boos bent of iemand niet leuk vindt

○in een spreekwoord of een uitdrukking

2 Af en toe een snoepje eten kan geen kwaad.

○om aan te duiden dat iets of iemand klein is

○om lief te doen

○om duidelijk te maken dat je boos bent of iemand niet leuk vindt

○in een spreekwoord of een uitdrukking

4 Mijn lief zusje, wil je voor mij een boter ham smeren?

○om aan te duiden dat iets of iemand klein is

○om lief te doen

○om duidelijk te maken dat je boos bent of iemand niet leuk vindt

○in een spreekwoord of een uitdrukking

6 Met dat belachelijke stemmetje maakt hij totaal geen indruk op mij.

○om aan te duiden dat iets of iemand klein is

○om lief te doen

○om duidelijk te maken dat je boos bent of iemand niet leuk vindt

○in een spreekwoord of een uitdrukking

Vervang de gemarkeerde woorden door een verkleinwoord

Kolen en komkommers

Verse groenten zijn lekker en gezond.

Maar welke groenten horen bij welk seizoen?

De lente brengt erwten, radijzen en asperges. Lekker!

Tijdens de zomer komen tomaten, komkommers en courgettes op ons bord. In de herfst worden pompoenen geoogst. Kolen worden tijdens de winter veel gegeten: spruiten, groene kool, boerenkool … Smakelijk!

Naar: Klap

e

Kolen en komkommers

Verse zijn lekker en gezond.

Maar welke groenten horen bij welk seizoen?

©VANIN

De lente brengt , en asperges. Lekker!

Tijdens de zomer komen , komkommers en courgettes op ons bord.

In de herfst worden geoogst. Kolen worden tijdens de winter veel gegeten: , groene kool, boerenkool … Smakelijk!

Schrijf bij elke afbeelding een zin met een verkleinwoord erin.

Kijk naar de afbeeldingen.

- Vul de uitdrukkingen aan met het juiste verkleinwoord.

- Noteer de betekenis.

Zoek op wat je niet weet.

uitdrukking betekenis

Hij staat bij alle leerkrachten op een goed

Ze doet zich lief voor, maar ze is echt geen heilig

De gids kent de stad op zijn

Ik hou een in het zeil als de kinderen van de buren alleen thuis zijn.

Daar nam je wel een met de feiten.

Zing maar een lager.

2 Afleidingen

Weet je nog?

Een grondwoord is de kortste vorm van een woord.

bv. normaal, gewoon, doel, vriend …

Les 3 Als je iets verkeerds gegeten hebt…

Wanneer je aan een grondwoord een voorvoegsel en/of een achtervoegsel toevoegt, dan krijg je een afleiding

bv. ongewoon → on + gewoon

Je voegt een voorvoegsel toe. voorvoegsel + grondwoord

vriendin → vriend + in

Je voegt een achtervoegsel toe. grondwoord + achter voegsel

ongelukkig → on + geluk + (k)ig

Je voegt een voor- en een voorvoegsel + achter voegsel toe. grondwoord + achter voegsel

De betekenis van een afleiding lijkt op de betekenis van het grondwoord.

Als je het grondwoord begrijpt, dan begrijp je meestal ook de afleiding.

aLees de tekst en de gemarkeerde afleidingen.

- Noteer het grondwoord en het voor- en/of achtervoegsel in de tabel.

Doe zoals in het voorbeeld.

SUIKERZOET

Wie houdt er nu niet van zoet? Suiker vind je niet alleen in snoep, maar ook in chocolade, gebak en ijs ...

Er zijn verschillende soorten suiker, zoals de korrelige bruine suiker of fijne poedersuiker ...

De mensheid houdt al duizenden jaren van zoetigheden. Vóór de ontdekking van suiker werd honing gebruikt als zoetstof. De suiker die wij het meest gebruiken is gemaakt van planten; de meest bekende zijn suikerbieten en suikerriet. Suiker zorgt ervoor dat voedsel zoeter smaakt, maar wist je dat het ook een nuttig bewaarmiddel is?

Je zou het zelf niet bedenken, maar door suiker te verhitten, kan je kleverige draden maken. Zo krijg je heel bijzonder snoepgoed. Je kent de suikerspin vast wel: een eenvoudige lekkernij die bijna iedereen onweerstaanbaar vindt.

Naar: Klap

b

afleiding voorvoegselgrondwoordachtervoegsel

1korrelige korrel -ige

2mensheid

3ontdekking

4nuttig

5bedenken

6eenvoudig

7onweerstaanbaar

Lees de tekst en bekijk de grondwoorden in de tabel.

- Markeer in de tekst de afleidingen van de grondwoorden.

- Schrijf de afleidingen in de tabel.

- Noteer de betekenis in de laatste kolom.

EEN DUIZENDJARIG EI

Een eitje bij het ontbijt? Dat is snel klaar. Alleen in China kan het wel wat langer duren.

Een duizendjarig ei is een ei dat in een mengsel van klei en water wordt gelegd. De klei wordt dan hard om het ei heen. Daarna is het even afwachten.

Na ongeveer 100 dagen is het ei klaar voor consumptie. De geelachtige dooier is nu groenig geworden. Het eiwit is doorzichtig bruin. En de smaak? Die is net zo bijzonder als een duizendjarig ei. Het is voor velen een onvergetelijke ervaring.

Naar: Klap

grondwoordafleiding betekenis

1mengen

2wachten

3consumeren

4groen

5vergeten

©VANIN

e f

Schrap het woord dat niet in de zin past.

1 Toen papa de post opende, had hij een aangename / onaangename verrassing: een boete voor overdreven snelheid!

2 Mijn grootmoeder kookt altijd aardappelen zonder zout.

Dat is echt smaakvol / smaakloos!

3 ’s Nachts word ik dikwijls wakker en ik heb dan moeite om terug in slaap te vallen.

Ik slaap erg rustig / onrustig.

4 Onze buurman kan bijna alles herstellen.

Hij is erg handig / onhandig.

5 De verkeerslichten deden het niet en de politieagenten waren nog niet ter plaatse.

Op het kruispunt was er op dat moment orde / wanorde.

Geef het grondwoord van de afleidingen uit oefening c

Geef het tegengestelde van deze woorden. Gebruik een afleiding.

1 pijnlijk ↔ 2 normaal ↔ 3 schuldig ↔ 4 slaperig ↔ 5 diep ↔

Zet de gepaste afkorting achter elk woord:

- grondwoord: G

- afleiding: A

- samenstelling: S

1menu 11vanille

2dankbaar 12 roerbakken

3voorgerecht 13 suiker

4dessert 14appelcake

5plantaardig 15steak

6tomatensoep 16smakelijk 7eeuwig 17oneetbaar

8ontbijtgranen 18over vloedig

9onrijp 19 warm

10sappig 20 afkoelen

3.1 SPELWEB

Schrijf de woorden tweemaal over.

1dagelijks

3redelijk

4recept

5mengsel

2perfect

6genoeg

Vervang de vetgedrukte woorden door een woord uit oefening a Je krijgt de eerste letter.

1Eigenlijk moet je elke dag vijf verschillende soorten groenten en fruit eten. d

2Deze morgen at ik drie croissants als ontbijt. Dat is nogal veel. r

3Pannenkoekendeeg is een mix van bloem, melk en eieren. m

4Ik drink meestal een liter water per dag. Is dat voldoende? g

5Koekjes die je thuis maakt zien er minder foutloos uit dan koekjes uit een fabriek. p

6Voor wafels gebruik ik altijd de bereidingswijze van mijn oma. het r

Welk woord dat eindigt op -g past bij de afbeelding?

Kies uit: brug – dwerg – feestdag – gevolg – haag – hotdog – omhoog – uitslag – vijg –vlieg – voertuig – zaag

Let op: er staan meer woorden dan je nodig hebt!

Welk woord dat eindigt op -g past bij de uitleg?

Je krijgt de eerste letter.

Kies uit: botweg – broodbeleg – feestdag – gevolg – omhoog – omlaag – rustig –traag – uitslag – zorg

Let op: er staan meer woorden dan je nodig hebt!

1 De raket schoot aan een razend tempo o

2 Kerstmis is mijn favoriete f

3 Enia werd een dag geschorst als g van haar brutale gedrag.

4 Mama stuurde me snel naar de slager om b

5 Heb je de u van je test al?

6 Ik werk nogal t . Daardoor ben ik vaak niet op tijd klaar met mijn toetsen.

Welk woord dat eindigt op -g past bij de vetgedrukte uitleg?

1 Op deze dag word ik 14 jaar.

2Vroeger gingen mensen vaker naar een café

3Het feest begon niet te laat

4De toets is moeilijk, maar probeer kalm te blijven. Je kunt het wel!

5Ik heb veel respect voor brandweermannen en ambulanciers.

6Mijn grote zus is iemand die levende wezens bestudeert

7De dokter die de operatie uitvoert kwam even naar de patiënt kijken.

8De Titanic botste tegen een groot, drijvend stuk ijs in de zee

Lees elk woord, de voorbeeldzin en de betekenis.

woordvoorbeeldzin betekenis

betrekkenDe leraar Nederlands wil iedere leerling bij de les betrekken. erbij halen, erbij laten horen

dergelijkIk ben gek op frietjes, hamburgers en ijsjes. Spijtig genoeg is dergelijk eten niet gezond.

van die soort, zulk

de gelegenheidIn onze klas zijn drie leerlingen tegelijk jarig. Dat is een goede gelegenheid om een feestje te bouwen. de aanleiding, de kans, de situatie

integendeelIk hou niet van hamsters. Integendeel, ik vind het vieze beestjes. juist omgekeerd

merken We merken dat de muren van de speelplaats geschilderd zijn. zien, horen

zorgvuldigWas zorgvuldig je handen voor je het eten klaarmaakt. aandachtig, nauwkeurig

Vervang de vetgedrukte woorden door een woord uit oefening a. Let op: soms moet je het woord een beetje aanpassen.

1Niemand kon zien dat ik heel boos was, want ik verstopte mijn woede.

2Ik help mijn ouders geregeld bij het schoonmaken en het werk in de tuin. Dankzij zulke klusjes verdien ik wat zakgeld.

3Bewaar je taken en toetsen met zorg, want op het einde van het schooljaar moet je ze weer inleveren.

4Hoeveel leer lingen kunnen we bij die actie laten meedoen?

5Freddy loopt niet te koop met zijn tekentalent. Het is net andersom, niemand weet dat hij het zo goed kan.

6Haal jij even mijn kopietjes op het secretariaat? Je mag van de kans gebruikmaken om je ziektebriefje af te geven.

Geef de betekenis van de vetgedrukte woorden.

1Bij feestelijke gelegenheden gaan we op restaurant.

2Hij betrekt de hele klas bij zijn ruzies.

3Fondue, raclette, gourmet … Dergelijke maaltijden vind ik heel feestelijk.

4Ik vind oesters niet vies.

Integendeel, ik vind ze superlekker!

5De leraar was heel ziek tijdens de laatste lessen voor de vakantie. De klas merkte daar niets van.

6We waarderen jouw zorgvuldige manier van werken.

Welk woord past in beide zinnen?

Gebruik een woord uit oefening a

1 Farah koopt kleding van dure

Zonder dat de leraar het kon , sloop Sina de klas uit.

2 Door de onweerswolken zal de hemel snel

Onze school probeert zo veel mogelijk leerlingen bij de leerlingenraad te

3 Een begrafenis is meestal een droevige

Maak van de gebruik om je kamer op te ruimen.

Zelftoets

1 Verkleinwoorden Les 2 Lekkere gerechtjes /10

a Geef het verkleinwoord. /6

1de wortel

2het ei

3de jongen

4de aardbei

5de boom

6de gehaktbal

b Lees de zinnen - Markeer het verkleinwoord. /2

- Noteer het nummer van de zin op de juiste plaats in de tabel. /2

1 Zeg ventje, zoek je ruzie?

2 Ik lust wel een kop tomatensoep met balletjes.

3 Hij zit in nauwe schoentjes.

4 Zusje, wil jij me even helpen?

Je gebruikt een verkleinwoord zin om aan te duiden dat iets of iemand klein is om lief te doen om duidelijk te maken dat je boos bent of iemand niet leuk vindt in een spreekwoord of uitdrukking

©VANIN

2 Afleidingen

Les 3 Als je iets verkeerds gegeten hebt ... /9

a Lees de tekst en bekijk de grondwoorden in de tabel. /6

- Markeer in de tekst de afleidingen van de grondwoorden.

- Schrijf de afleidingen in de tabel.

- Noteer de betekenis in de laatste kolom.

©VANIN

KAAS

Fetakaas, blauwe kaas, smeerkaas, mozzarella ... Er zijn veel soorten kaas.

Kaas is wereldwijd geliefd. Zelfs stinkkaas is populair.

Kaas kan worden gemaakt van de melk van verschillende dieren. Bij ons zijn dat koeien, schapen en geiten. In andere landen vind je kaas van yakmelk, kamelenmelk en zelfs rendiermelk. Er is ook plantaardige kaas zonder melk. Die wordt bijvoorbeeld gemaakt van noten, zaden of sojabonen.

Klap

Mensen maken al duizenden jaren kaas. Om kaas te maken wordt de melk eerst gekookt. Daarna worden er stoffen aan toegevoegd die de melk dik maken. Zachte kazen zijn snel klaar. Harde kazen worden een tijd bewaard. Dat heet ‘rijpen’. Oude kazen rijpen tien tot vijftien maanden. Door de stoffen die aan sommige kazen worden toegevoegd, gaan ze stinken. Andere kazen worden zo gemaakt dat ze beschimmelen. Lekker of wansmakelijk? Wat vind jij?

grondwoordafleidingbetekenis

1plant

2schimmel

3smaak

b Maak met de opgegeven woorden een afleiding die het tegengestelde betekent. /3 Kies het voorvoegsel on- of wan- of het achtervoegsel -loos

1ordelijk Ik heb het graag netjes. Ik heb een hekel aan een slaapkamer.

2zin

Die jongen liep over straat en werd opeens in elkaar geslagen. Hij werd het slachtoffer van geweld.

3aangenaam Toen papa thuiskwam, deed hij een ontdekking: er zat een muis in onze garage.

Naar:

3 Spelling en woordverklaring Les 6 Spel- en woordweb /15

a Vul het voorgelezen woord in. /8

1 Hebben we nog melk in huis?

2 Voeg nu de suiker aan het toe.

3 Ik heb nu al veel zin in de vakantie.

4 Wil jij je voor chocoladekoekjes met mij delen?

5 Ik sta om half zeven op.

6 Mmmm! Deze spaghettisaus is gewoon !

7 Wij gaan nooit met het op vakantie.

8 Deze morgen was er alweer een lange file op de

b Vul de zin aan met een passend woord. /4 Let op: schrijf een hoofdletter als het woord aan het begin van de zin staat.

Kies uit: betrekken – dergelijk – gelegenheid – integendeel – merken – zorgvuldig

Let op: er staan meer woorden dan je nodig hebt!

1 Te laat komen, kauwen in de klas, spieken ... gedrag is bij ons op school niet toegelaten.

2 Mijn ouders brengen me nooit naar school. , ik kom altijd met de fiets.

3 Er zijn werken verderop in onze straat. Gelukkig we er niet te veel van.

4 De leerkrachten proberen zo veel mogelijk leerlingen bij de organisatie van het schoolbal te

c Markeer het woord dat in de zin past. /3

1 Vandaag is mijn oma jarig. Voor de zorgvuldig / gelegenheid gaan we eens op bezoek.

2 Je zal het snel merken / betrekken: het is best warm buiten.

3 De kok schikte de groenten zorgvuldig / integendeel op het bord.

sporten ©VANIN

Thema 13

LES 1 Waaghalzen - feit en mening, spreken: argumenteren

LES 2 Mijn sport is top! - woordenschatstrategieën

LES 3 Wat een kick! - zakelijk lezen

LES 4 Tot het uiterste - kijken en luisteren, genietend lezen

LES 5 Van één naar extreem - verenkelen en verdubbelen, meervoud

KEUZELES 1 De ultieme kick - genietend lezen

KEUZELES 2 Sportspellen - synoniemen

KEUZELES 3 Adrenaline spreekt - info online opzoeken, spreken

LES 1 Waaghalzen

feit en mening onderscheiden

Weet je nog?

je mening geven

Een feit is iets wat je kan zien, bewijzen of controleren. Het is zoals het is. bv. De hoofdstad van België is Brussel.

Een mening is wat je van iets of iemand vindt of denkt. Het is iets persoonlijks. bv. In Brussel vind je de leukste winkels.

1.1 Springend stunten

a Bekijk de foto.

Duid de juiste uitspraken aan.

○De sportman draagt zwarte kleding.

○Hij doet stunts op een motor.

○Er is publiek aanwezig.

○De atleet spor t binnen.

○Hij draagt een helm

○De sportman maakt een salto.

- Hoe wist je dat dit de juiste uitspraken waren?

b Lees deze getuigenissen.

Wist je dat

Catherine Moerkerke (nieuwslezer bij VTM) aan kickboksen doet?

Dat vind ik echt cool!

Djamila

Jongens die in zo’n idiote outfit balletoefeningen doen.

Hoe belachelijk is dat?

Arjan

Mijn neef is autocoureur.

Hij is een echte snelheidsduivel.

Geregeld neemt hij aan rally’s deel.

Je moet wel gek zijn om aan zoiets mee te doen.

Ik vind dat veel te gevaarlijk.

Samira

Sporten zoals snowboarden of motorcross?

Dat zijn stomme sporten. Geef mij maar Marthevolleybal.

- Ga je akkoord met de mening van deze jongeren? Waarom wel/niet?

c Geven deze zinnen een feit of een mening weer? Markeer het juiste antwoord.

1 Door het rode licht mag je niet rijden. feitmening

2Bij een brand in Genk stierven twee kinderen. feitmening

3Raïsa’s kamer is heel gezellig ingericht. feitmening

4Die jongen kan goed gedichten voordragen. feitmening

5Op de achterflap vind je informatie over de inhoud van het boek.feitmening

6Meisjes zijn handiger dan jongens. feitmening

7Op maandag is de school om 16.50 uur afgelopen. feitmening

8Dertien jaar is te jong om te leren snowboarden. feitmening

d Lees de recensie.

- Markeer de zinnen die een feit weergeven met groen.

- Markeer de zinnen die een mening weergeven met oranje.

Fast X

Duur: 141 min.

Genre: actie - misdaad

Fast X is de tiende film in de Fast & Furious Saga. Tijdens vele missies zijn Dom Toretto en zijn familie elke vijand op hun pad te slim af geweest. Nu worden ze geconfronteerd met een andere tegenstander: een vijand uit het verleden, die vastbesloten is alles en iedereen waar Dom van houdt voor altijd te vernietigen.

Zijn tegenstander wil maar één ding: wraak.

Het budget voor deze actiefilm bedroeg 340 miljoen dollar.

Wat een goede film! Wat ons betreft, mag er van deze film een opvolger komen.

De film werd geregisseerd door Louis Leterrier. Hij kan er wat van!

Naar: www.kinepolis.be

1.2 Sport in stellingen

VOOR

Hieronder vind je een aantal uitspraken in verband met sport.

Straks geef jij je mening over die uitspraken.

a Lees de uitspraken.

het aantal: een paar, enkele

- Als je van mening bent dat de uitspraak juist is, markeer je ze groen.

- Ga je niet akkoord, dan markeer je ze oranje.

Kickboksen is een mannensport.

Buitensporten zijn leuker dan sporten die je binnen kunt beoefenen.

Gevaarlijke sporten zouden verboden moeten worden.

©VANIN

Autocoureurs rijden ook in het gewone verkeer agressief.

Dansen is geen sport.

TIJDENS

b Je krijgt een groene en een rode kaart van je leraar.

Hij/zij leest elke uitspraak voor.

Steek de kaart die bij jouw mening past in de lucht.

Geef een bondig argument waarom je voor die kaart koos.

Een argument kan beginnen met ‘omdat’ of ‘want’.

het argument: een uitspraak waarmee je jouw mening probeert te bewijzen

bondig: kort

bv. Ik vind jetskiën een leuke sport omdat ik van water en snelheid hou.

Ik hou van bergklimmen, want ik ben graag in de natuur.

Bungeejumpen is een gevaarlijke sport, want ik las in de krant dat er opnieuw een zwaar ongeval gebeurd is.

Tips

1 Spreek standaardtaal.

2 Spreek voldoende luid.

3 Laat de anderen uitspreken. Praat niet door elkaar.

4 Vraag het woord.

5 Respecteer elkaars mening.

6 Neem actief deel aan het gesprek.

NA

c Beoordeel jezelf.

EVALUATIE

1 Ik sprak standaardtaal.

2 Ik sprak voldoende luid.

3 Ik liet de anderen uitspreken.

4 Ik vroeg het woord.

5 Ik respecteerde de mening van anderen.

6 Ik kwam in het gesprek voldoende aan bod.

Schrap wat niet past en vul aan.

Ik vond het moeilijk / gemakkelijk om mijn eigen mening te formuleren, want

Ik heb uit deze oefening geleerd dat

LES 2 Mijn sport is top!

de betekenis van woorden achterhalen

©VANIN

Weet je nog?

Je kan de betekenis van een woord vaak in de zin terugvinden.

Soms vind je de uitleg in de zin ervoor of in de volgende zin.

Dan vind je de betekenis in de context.

Je kan de betekenis van een woord vinden als je één of meer stukjes van het woord kent

Sommige woorden zijn uit een andere taal (bv. Frans of Engels) afgeleid.

Je kan de betekenis van die woorden achterhalen als je weet wat ze in de oorspronkelijke taal betekenen.

Zoek een woord online op als je de betekenis niet kent.

a Lees de tekst.

Naar: www.ketnet.be

Naar: www.ketnet.be

Hallo!

Ik doe al vier jaar aan muurklimmen. Op een klimmuur staan een heleboel grepen in allerlei kleuren. Een greep is een houvast om naar boven te klimmen. Het is de bedoeling dat je alleen grepen van dezelfde kleur gebruikt. Je klimpartner zekert of beveiligt je. Als je uitglijdt, zorgt hij of zij ervoor dat je niet kan vallen. Ik doe deze sport dolgraag!

(Lennard, 14 jaar)

1 Hoe kan je de betekenis van de groen gekleurde woorden achterhalen?

2 Wat betekenen de groen gekleurde woorden?

- een greep: - zekeren:

3 Markeer de betekenis ook in de tekst.

b Markeer de betekenis van de groen gekleurde woorden in de tekst.

Mijn favoriete sport is ijshockey. Afgelopen seizoen was fantastisch. We hebben het voorbije seizoen 17 van de 18 wedstrijden gewonnen. IJshockey is een sport die met een puck wordt gespeeld. De puck is een platte, rubberen schijf die gemakkelijk een snelheid van 160 km/u kan halen. IJshockey is een intensieve sport. De sport is zo hevig dat de spelers niet lang op het ijs blijven. Na een korte rustpauze zijn ze weer klaar om te spelen. (Manu, 12 jaar)

Naar: www.ketnet.be

c Lees de tekst.

Mountainboarden is een snel groeiende actiesport. Het is een combinatie van snowboarden, skateboarden en BMX’en. Je kan met behulp van een klein snowboard op allerlei ondergronden rijden. Elk snowboard is van luchtbanden voorzien.

Wil je het met de zeilsport combineren, dan monteren ze een mastvoet op de plank.

1 Vind je de betekenis van de groen gekleurde woorden letterlijk in de tekst terug?

2 Hoe kan je de betekenis van de woorden ‘actiesport‘ en ‘mastvoet’ gemakkelijk achterhalen?

3 Leg uit wat de afzonderlijke delen betekenen.

d Lees de volgende woorden.

1 Splits het woord in twee delen.

2 Leg elk woorddeel mondeling uit.

3 Voeg daarna de uitleg samen.

deel 1 deel 2 1startsein 2filmfestival 3vuurtoren 4stijgklem

OP ZOEK NAAR DE VOLGENDE

UITDAGING OP JE MOUNTAINBIKE?

De Cape Epic is misschien wel een van de zwaarste meerdaagse tochten die je met je mountainbike kan doen. Verwacht je maar aan mooie landschappen, wilde dieren en overnachtingen in tenten in het midden van de Afrikaanse cultuur.

Van relaxen zal weinig sprake zijn.

Ben je echt fan van afdalingen, dan is de Megavalanche de ideale race voor jou. Zorg wel voor warme kleding zoals een bodywarmer. Je start namelijk vanuit de sneeuw en daarna geef het vol gas naar beneden.

Naar: www.redbull.be

1 Vind je de betekenis van de groen gekleurde woorden letterlijk in de tekst terug?

2 Ken je al één of meer stukjes van het woord?

3 Hoe kan je de betekenis achterhalen?

4 Uit welke taal zijn de gekleurde woorden afgeleid?

5 Noteer de betekenis van de gekleurde woorden.

- relaxen:

- bodywarmer:

f Lees de tekst.

©VANIN

Naar: www.wikipedia.be

Andrea Kimi Antonelli is een jonge racecoureur uit Italië. Hij werd geboren op 25 augustus 2006 in de stad Bologna. Toen hij klein was, begon hij met karten en won al snel grote wedstrijden. In 2022 werd hij kampioen in twee Formule 4-raceseries. Hij is heel snel en slim in de auto, ook al is hij nog jong. De fans adoreren hem. Sinds dit jaar racet hij in de Formule 1 voor het team van Mercedes. Hij vervangt er Lewis Hamilton, een beroemde coureur. Antonelli is er klaar voor. Hij etaleert supervorm en talent. Veel mensen denken dat hij later wereldkampioen kan worden.

1 Uit welke taal zijn deze woorden afgeleid?

2 Noteer de betekenis van de groen gekleurde woorden.

- adoreren: - etaleren:

g Lees de tekst.

Mijn favoriete sport is trampolinespringen. Trampolinespringen is een discipline van gymnastiek.

Op het Belgisch Kampioenschap behaalde ik goud op de dubbele minitrampoline en op synchroon trampolinespringen. Bij sommige wedstrijden zijn er welgeteld 11 juryleden die de deelnemers punten geven. De concurrentie is hard.

Ottillie (14 jaar)

Naar: www.ketnet.be de discipline: een tak van een sport, onderdeel

1 Vind je de betekenis van de groen gekleurde woorden in de tekst terug?

2 Ken je al één of meer stukjes van het woord?

3 Hoe kan je de betekenis achterhalen?

4 Noteer de betekenis van de gekleurde woorden.

- synchroon: - concurrentie:

h Zoek de betekenis van de groen gekleurde woorden op.

- conditie: - presteren:

Bij fitness train je op verschillende onderdelen. Dat zijn bijvoorbeeld conditie, lenigheid, kracht of snelheid. Door veel te trainen, kan je je kracht vergroten. Je spieren worden sterker door te rennen, te springen en te spelen. Hoe meer kracht je hebt, hoe beter je bij sport of gymnastiek presteert.

i Hoe vind je de betekenis van de groen gekleurde woorden terug?

- Markeer in elke kolom ‘ja’ of ‘nee’.

- Noteer de betekenis van de gekleurde woorden in de laatste kolom.

Kajakken is nauw verwant aan kanoën en raften. Je kunt kajakken dus met kanoën en raften vergelijken. Voor kajakken in wild water moet je goed geoefend zijn. Het doel is om je kajak door het wilde water van een stroomversnelling te manoeuvreren.

Staat het woord in de context?

Herken je het woord of een deel ervan?

Heb je het woord (online) opgezocht? Wat is de betekenis?

1nauw ja - neeja - neeja - nee

2verwant aanja - neeja - neeja - nee

3stroomversnellingja - neeja - neeja - nee

4manoeuvrerenja - neeja - neeja - nee

LES 3 Wat een kick!

informatie uit een tekst halen de betekenis van woorden achterhalen

©VANIN

a Wat weet jij over basejumpen, freerunning en kitesurfen?

- Waarom zou je deze sporten (niet) willen uitproberen?

b Bekijk de tekst bij oefening c

1 Lees de titel, de tussentitels, de inleiding en het slot.

2 Wat is het onderwerp?

3 Wat is het tekstdoel? Deze tekst wil je .

4 Zet een streep naast de inleiding en zet er i bij.

5 Zet een streep naast het midden en zet er M bij.

6 Zet een streep naast het slot en zet er S bij.

c Lees de tekst.

Sporten die je een kick geven

Maak kennis met basejumpen, freerunning en kitesurfen. De beoefenaars van deze extreme sporten laten geen landschap onbenut om te testen wat hun lichaam aankan. Ze zien overal kansen om sportieve stunts uit te halen.

Basejumpen

Basejumpen is gevaarlijker dan skydiven. Bij skydiven spring je uit een vliegtuig of een helikopter. Je hebt altijd twee parachutes: een gewone parachute en een reservekoepel. Basejumpers springen maar met één parachute. Ze hebben geen reserveparachute omdat ze geen tijd hebben om die te openen. Basejumpers riskeren om te botsen tegen het object waarvan ze springen. Hebben ze pech, dan keert hun parachute om. Op die manier lopen ze het gevaar dat ze recht tegen de rots, toren of mast vliegen.

Basejumpers kicken op de nabijheid van de grond. Het beklimmen van het voorwerp waarvan ze zullen springen, is een goede opwarming.

De Oostenrijker Felix Baumgartner sprong van het Christusbeeld in Brazilië.

Het beeld is 38 meter hoog. Hij moest eerst op een berg klimmen die ruim 700 meter hoog is. Basejumpers beoefenen hun sport in een prachtige omgeving, zoals in de bergen van Zwitserland of de fjorden in Noorwegen.

Freerunning

Als je freerunning onder de knie wil krijgen, kan je het beste beginnen met ‘parkour’. Dat woord zegt precies wat het is: een coach zet een parcours uit en het is de bedoeling om via de aangeduide route zo snel mogelijk bij de finish te komen. Onderweg kom je hindernissen tegen die je zo snel en soepel mogelijk moet zien te ontwijken. Op YouTube ziet het er super cool uit: stoere jongens en meiden die keihard door de stad rennen en over van alles en nog wat springen. Soms jumpen ze zelfs van het ene naar het andere dak.

Bij freerunning doe je alles om het er zo mooi mogelijk te laten uitzien. Daarbij gaat het meer om de show. Je maakt af en toe een salto of je doet een andere coole stunt.

Kitesurfen

Bij kitesurfen sta je op een kleine surfplank en laat je je door een kite voorttrekken. Dat is eigenlijk een grote vlieger. Door verschillende bewegingen met je plank en het touw van de kite te maken, kan je de lucht in worden getrokken. Dat springen of zweven is de ultieme kick voor de meeste kiters. Door de kracht van de kite kan je niet alleen hoog, maar ook nog eens heel ver springen.

Wind en water zijn de twee belangrijkste dingen die je nodig hebt om lekker te kunnen kitesurfen. De zee is de beste plek, want daar heb je de meeste golven en wind.

De Fransman Alex Caizergues was de eerste kiter die de 100 kilometer per uur passeerde. Hij kwam tot 104 kilometer per uur.

Zou jij zulke sportieve prestaties willen kopiëren? Of blijf je liever met beide voeten op de grond?

Naar: Lesley Gale, Skydiven; Raymond Krul, Extreme sports

1 Markeer de hoofdgedachte van de tekst blauw.

2 Markeer de hoofdpunten in elke alinea van het midden groen.

d Wat betekenen de onderstreepte woorden?

Zoek de betekenis in de tekst en noteer.

1 riskeren:

2 object:

3 parcours:

4 jumpen:

5 kite:

e Wat betekenen de vetgedrukte woorden in deze zinnen?

Zoek eventueel op en noteer de betekenis.

1 Basejumpers kicken op de nabijheid van de grond.

2 Ze beoefenen hun sport in de fjorden van Noorwegen.

3 Je komt hindernissen tegen die je zo snel en soepel mogelijk moet zien te ontwijken

4 Dat springen is de ultieme kick voor de meeste kiters.

f Beantwoord deze vragen met een volledige zin.

1 Wat is het verschil tussen basejumpen en skydiven?

2 Geef twee redenen waarom basejumpen gevaarlijker is dan skydiven.

3 Welke spor t vormt een prima voorbereiding op freerunning?

4 Waarom is de zee de beste plek om te kitesurfen?

5 Hoe kan je de lucht in worden getrokken?

LES 4 Tot het uiterste

informatie uit een beeldfragment halen

4.1 Stoppen is geen optie

van een fragment uit een jeugdboek genieten

VOOR de optie: de keuze, de mogelijkheid

Je luistert en kijkt straks naar een reportage over bergbeklimmen.

a Beantwoord de vragen.

1 Wat weet jij al over bergbeklimmen?

2 Wat is het kijk- en luisterdoel?

Deze reportage wil je

Tips

1 Lees eerst de vragen zodat je goed weet waarop je moet letten.

2 Concentreer je terwijl je luistert.

3 Laat je niet afleiden.

TIJDENS

b Bekijk het filmpje een eerste keer. Vul de tabel in

1Over wie gaat het?

2 Waar speelt het fragment zich af?

c Bekijk de reportage een tweede keer. Beantwoord ondertussen de vragen.

1 Wat zijn Sherpa?

2 Wat is speciaal aan het Himalayagebergte?

3 Waarom is het beklimmen van de Mount Everest gevaarlijk?-

4 In welk jaar bereikten bergklimmers voor het eerst de top van de Mount Everest?

5 Hoeveel keer beklom Kami Rita al de Mount Everest?

6 Juist of fout? Zet een kruisje in de juiste kolom.

- Verbeter de foute zinnen.

1 De Mount Everest is 8 849 kilometer hoog.

2 Hoogteziekte kan ervoor zorgen dat iemand in de bergen sterft.

3 Sherpa’s brengen touwen op de berg aan zodat de meest ervaren klimmers op het hoogste punt van de aarde kunnen staan.

d Bespreek de antwoorden met je buur.

Vul met een andere kleur aan wat je nog niet kon invullen.

NA

e Vul het evaluatiekader in.

EVALUATIE

1 Kon je alles invullen, toen je met je buur mocht overleggen?

○ja

○nee

2 Was je tijdens de luisteroefening afgeleid?

○ ja

○nee

Zo ja, waardoor?

3 Wat kan je bij een volgende luisteropdracht beter doen? Kruis aan:

○beter opletten bij het overlopen van de vragen

○aandachtiger luisteren

○mezelf niet laten afleiden

○antwoorden onmiddellijk noteren tijdens het luisteren

○andere:

juist fout

a Bekijk de cover van het jeugdboek Expeditie Mount Everest

1 Wat zie je?

2 Waarover zal het verhaal volgens jou gaan?

b Lees de tekst. 1

sammi is samen met een aantal andere jonge klimmers naar Azië gereisd. Ze willen er de Mount everest, de hoogste berg ter wereld, beklimmen. De Nepalees Babu Pemba begeleidt de zware tocht.

‘Het is twee uur’, zei Babu voorzichtig. ‘We gaan naar beneden.’

‘Nee!’

Ze hees zichzelf omhoog en verschoof de stijgklem naar boven. Het was een explosie1 van energie, een bovenmenselijke inspanning, alles wat ze in zich had.

Ze kwam er maar liefst 20 centimeter verder mee.

De top lag nog 300 meter hoger.

‘We zitten nog minstens 5 uur van de top’, legde Babu geduldig uit.

‘Dat wil zeggen, als het weer blijft zoals het is.’

Hij staarde naar het zuiden. Links van de top van de Lhotse, die nu onder hen lag, was de top van de Ama Dablam gehuld2 in bewolking die er die ochtend nog niet was geweest.

‘Die wolken staan me niet aan.’

‘Vijf uur is niets hierboven!’ protesteerde Sammi. ‘Je doet er vijf uur over om een liter water te smelten! Dat halen we gemakkelijk!’

‘We halen het wel naar boven’, knikte Babu, ‘maar niet naar beneden. Niet in het donker. We keren om.’

Sammi was woedend. ‘We hebben toch geen 14 000 kilometer gereisd en 8 500 meter geklommen om daarna gewoon om te draaien!’

‘Dat hebben we dus wél’, sprak Babu haar tegen. ‘Ik ben met zeventien expedities3 mee geweest; ik heb negen keer de top gehaald. Wat denk je dat er die andere keren gebeurd is? Toen ben ik ook teruggekeerd.’

‘Tilt heeft het wél gehaald’, zei ze uitdagend4

‘Tilt heeft geluk gehad. Hij heeft nergens vertraging opgelopen. En Cap dan?

1 explosie = ontploffing

2 gehuld zijn in = omgeven zijn door

3 expeditie = een reis die mensen ondernemen om iets te ontdekken of te veroveren

4 uitdagen = iets zeggen om een reactie bij iemand uit te lokken

Zijn poging is nog voor het Balkon geëindigd. Maakt dat hem soms een waardeloze klimmer? Sammi, je bent goed genoeg om deze berg te bedwingen. Maar soms komt er iets tussen.’

‘Bij mij niet!’ riep ze bits5. ‘Als ik iets doe, doe ik het extreem. Ik ga altijd tot het uiterste.’

©VANIN

‘Hier niet’, zei Babu vastbesloten. ‘Op de Everest kan je maar één ding overkomen dat echt extreem is: een extreme dood. Ik weet het niet, misschien is het mogelijk om ’s avonds de top te bereiken en in het donker helemaal naar beneden te klimmen. Maar ik zal er nooit achter komen, omdat het me mijn leven zou kunnen kosten. En dat heb ik er niet voor over. En jij moet nu beslissen of jij dat er wél voor over hebt.’

5 bits = kortaf, onvriendelijk

Uit: Gordon Korman, Expeditie Mount Everest

c Beantwoord de vragen.

1 Wie zijn de hoofdpersonages in dit verhaal?

2 Wat zijn de twee jongeren aan het doen?

d Lees het eerste deel van de tekst opnieuw.

Beantwoord de vragen.

1 Waarom wil Babu terugkeren?

2 Waarom is Sammi k waad?

e Lees het tweede deel van de tekst opnieuw.

Beantwoord de vragen.

1 Is Sammi een jongen of een meisje? Hoe weet je dat?

2 Wie heeft de top wel gehaald?

3 Welke keuze heeft Sammi?

4 Wat denk je dat Sammi zal beslissen?

5 Wil jij graag leren bergklimmen? Waarom wel/niet?

6 Is bergklimmen een sport voor meisjes? Waarom wel/niet? bereiken: (be)halen, komen tot

LES 5 Van één naar extreem

verenkelen en verdubbelen het meervoud correct schrijven

5.1 Dubbel zo wild

Lees eerst de leerstof over verenkelen en verdubbelen in het vademecum op p. xxx.

a Schrijf je de medeklinker of de klinker enkel of dubbel?

Vul de zinnen aan. Schrijf het volledige woord.

1 Bij urban freerunnen moet je over du e (n/nn) m ren (u/uu) op grote hoogte lopen.

2 Gelu ig (k/kk) hield hij zijn evenwicht toen hij b ven (o/oo) op de richel stond.

3 De speleoloog moest door een kleine opening krui en (p/pp) om te ontsna en (p/pp) uit een ondergrondse grot.

4 De racew gens (a/aa) vlogen over het parcours terwijl een verloren d p (o/oo) van een benzinetank over het asfalt rolde.

5 Na een geze ig (l/ll) dagje klimmen in de Ardennen zaten we zw tend (e/ee) rond het kampvuur.

6 De veldkeu en (k/kk) werd onverwacht het commandocentrum voor de kli ers (m/mm) die vastzaten in de vallei.

7 Zijn verh l (a/aa) over hoe hij met drie gebroken bo en (t/tt) toch de finish van de marathon haalde, inspireerde het hele team.

b Enkel of dubbel?

Schrijf het volledige woord.

Als ik klim, zit ik met mijn hoofd helemaal ergens anders

‘Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan.’ De uitspraak is bekend van Pipi Langkous, maar ook ijsklimster

Mirre Wijnen had het kunnen ze en (g/gg). Ze werd onlangs bij haar eerste klimwedstrijd direct w reldkampioene (e/ee) bij de jeugd. Twee belangrijke details: ze heeft h gtevrees (o/oo) én had er niet voor getraind.

In het wintersportdorp Champagny-en-Vanoise in de Franse

Alpen was Wijnen de b ste (e/ee) op het onderdeel speed, waarbij in een race tegen de klok zo snel m gelijk (o/oo) een ijstoren van vijftien meter hoog wordt beklo en (m/mm).

‘Het was heel erg bijzonder omdat ik er niet eens op had getraind’, zegt de ijsklimster uit Riel, die de titel pakte in de leeftijdscategorie U18.

Nederland kent geen natuurgebie en (d/dd ) met bevroren waterva en (l/ll) en beschikt ook niet over kunstm tige (a/aa) ijswanden om op te trainen.

‘Ik had het niet eens erg gevonden om l tste (a/aa) te worden. Het hielp me heel erg dat ik dus geen verwachtingen had en mezelf geen druk had opgelegd.’

IJsklimmen is niet zonder gevaar. De ijsbijl die wordt gebruikt om een weg naar boven te ha en (k/kk) is een scherp wapen.

‘Als je uitschiet, kan die in je arm of been komen. Daarom mag je voor de veiligheid je armen niet krui en (s/ss). Ik draag ook bescherming aan mijn b nen (e/ee), ook al is dat niet verplicht. Het beperkt je ook wel in je bew gingen (e/ee)’, aldus Wijnen.

Naar: www.hln.be

c Noteer de woorden die je hoort.

1 Alleen de meest sporters durven te bungeejumpen van een brug van 100 meter hoog.

2 Hoewel hij normaal gesproken is, sprong hij toch met een parachute uit het vliegtuig.

3 Tijdens het speleologisch avontuur kroop hij door een diep onder de grond.

4 Na het kitesurfen plofte hij neer in het zand.

5 De diepzeeduiker bewoog voorzichtig tussen de zwevende .

6 De sporter moest al zijn kracht gebruiken om tijdens de kajak wedstrijd overeind te blijven.

7 Ze trainde jarenlang om de rond te reizen als professioneel surfer.

8 De basejumper had een klein op zijn helm gemonteerd om zijn sprong vast te leggen.

9 Voor hij begon te klimmen, controleerde hij zorgvuldig of zijn genoeg grip hadden op de rotswand.

10 Hij droomt ervan om een van de grootste in de wereld van freestyle BMX te worden.

5.2 Eén sprong, twee tricks

Lees eerst de leerstof over het meervoud van zelfstandige naamwoorden in het vademecum op p. xxx.

a Noteer het meervoud.

1blad

6golfbal

2skireis 7regel

3 baby 8sprong

4abonnee 9surfvakantie

5golf 10klimmer

b Wat is het meervoud van de woorden tussen haakjes? Schrijf het volledige woord.

1 De duikers springen van natuurlijke (klif) in het diepe water.

2 Tijdens hun val maken ze elegante (salto) in de lucht.

3 Op de rotsachtige oevers staan nieuwsgierige (toeschouwer) te kijken.

4 De aanwezige (kind) kijken gefascineerd toe.

5 De sporters dragen nauwsluitende (zwembroek) die hun bewegingen niet hinderen.

6 Ze trainen in afgelegen (baai)

7 Na afloop nemen de klifduikers warme (douche)

8 Of ze bezoeken met de hele ploeg enkele (café) in de buurt.

c Wat is het meervoud van de woorden tussen haakjes? Schrijf het volledige woord.

1 Tijdens de wedstrijd merkten we dat de (kandidaat) goed getraind hadden.

2 Voor de start krijgen de deelnemers enkele nuttige (tip).

3 Tijdens de race moesten de technici snel de lege (accu) vervangen om tijd te winnen.

4 De flyboarders maken sierlijke (boog) in de lucht.

5 De wedstrijd is in drie (niveau) verdeeld zodat iedereen een eerlijke kans krijgt.

d Denk aan het meervoud van deze woorden.

- Markeer het woord dat niet in het rijtje past.

- Leg uit waarom.

1 arena – buggy – demo – instructeur – ski

2 fietshelm – golfbal – loopschoen – vlucht – wedstrijd

3 drinkfles – duikles – skistok – sprong – valmat

4 accu – drone – duo – judoka – rally

5 bocht – ei – geluid – helling – kampioen

LES 6 Spel- en woordweb

woorden correct schrijven de betekenis van woorden kennen

6.1 SPELWEB

a Luister naar de woorden.

b Schrijf de woorden juist over.

1 rally 4 goud

2 allerlei 5 helikopter

3 fantastisch 6 pech

c Vul de ontbrekende woorden in.

Kies uit de woorden in oefening b

Je krijgt de eerste letter.

1 We hadden op vakantie, want onze koffers kwamen niet op het vliegveld aan. p

2 Op de markt kan je soorten fruit kopen zoals appels, bananen en druiven. a

3 De ring van mijn oma is van echt en glanst mooi in het licht. g

4 De film was . Ik wil hem nog een keer zien! f

5 Tijdens de reden de auto’s door modder, zand en water. r

6 In films zie je vaak een die mensen van hoge gebouwen redt. h

d Wat stellen deze afbeeldingen voor?

Schrijf het juiste woord met y onder elke foto.

©VANIN

e Vul de ontbrekende woorden met y in.

Kies uit: fysiek – hobby – penalty – python – sorry – typisch

1 Denk jij dat de een gevaar lijke slang is?

2 Agressieve mensen gebruiken vaak geweld.

3 Als je per ongeluk hard tegen iemand aanbotst, zeg je ‘ ’.

4 Zijn is vissen. Hij neemt altijd zijn hengel en wat aas mee.

5 Het is Belgisch om frieten met mayonaise te eten.

6 De fans juichten luid toen hun topspeler een scoorde.

6.2 WOORDWEB

a Lees de zes woorden en de voorbeeldzinnen.

1het aantal Ik heb een aantal nieuwe strips van FC De Kampioenen gekocht.

2het argumentVoor- en tegenstanders gebruiken een verschillend argument om hun gelijk te halen.

3bereikenAls we samenwerken, kunnen we veel meer bereiken

4bondigAntwoord bondig op de vraag. We hebben niet veel tijd meer.

5de disciplineIn welke sportdiscipline blink jij uit?

6de optieWelke optie heb ik volgend jaar op school, als ik slaag?

S

b Combineer elke zin met de juiste uitleg.

1Dressuur is een discipline waarbij het paard aan de ruiter moet gehoorzamen. aeen paar, enkele

2Weet jij hoeveel mensen er per jaar de top van de Mount Everest bereiken? b kort

3Van die knikkers heb ik er maar een aantal.ceen tak van de sport, onderdeel

4Er zijn veel argumenten tegen roken. dhalen, komen tot 5Houd mails naar een leraar zo bondig mogelijk.ede keuze, de mogelijkheid

6Elk jaar komt Snapchat met nieuwe opties.feen uitspraak waarmee je jouw mening probeert te bewijzen

c Vul de zinnen aan met het juiste woord uit oefening a.

1 Het auto’s op de weg was minder dan gisteren, dus de rit naar huis ging sneller.

2 Door werken aan het spoor konden we onze eindhalte niet met de trein

3 De toespraak van de directeur was : ze duurde amper drie minuten.

4 Bij het boeken van een hotel heb je de om ontbijt er bij te nemen.

5 In een debat moet je een goed geven, zodat anderen begrijpen waarom jij er zo over denkt.

6 Turnen is een moeilijke omdat je sterk en lenig moet zijn.

d Maak met elk woord van oefening a een nieuwe zin.

Noteer de zinnen op een apart blad.

Gebruik hoofdletters en leestekens.

KEUZELES 1 De ultieme kick

KEU ZELES 2 Sportspellen

KEUZELES 3 Adrenaline spreekt

Oefenen maar!

1 Woordverklaring

Weet je nog?

Les 2 Mijn sport is top!

Je kan de betekenis van een woord vaak in de zin terugvinden.

Soms vind je de uitleg in de zin ervoor of in de volgende zin.

Dan vind je de betekenis in de context

Je kan de betekenis van een woord vinden als je één of meer stukjes van het woord kent.

Sommige woorden zijn uit een andere taal (bv. Frans of Engels) afgeleid

Je kan de betekenis van die woorden achterhalen als je weet wat ze in de oorspronkelijke taal betekenen.

Zoek een woord online op als je de betekenis niet kent.

Lees de tekst.

Bij veel stoere records draait het om snelheid. Dat was voor skateboarder Mischo Erban niet anders. Enkele jaren geleden sjeesde hij met een snelheid van 130 kilometer per uur een berg af. Als je zo hard rijdt, moet je een speciaal pak dragen dat je tegen schaafwonden beschermt.

Naar: Zo zit dat

Sjezen is een moeilijk woord. Vaak vind je de uitleg van een moeilijk woord letterlijk in de tekst terug. Sjezen betekent ‘hard rijden’.

Lees de tekst.

Markeer de betekenis van het groen gekleurde woord in de tekst.

BMX is de afkorting van bicycle motorcross. Een andere naam voor BMX is fietscross. De sport ontstond toen kinderen hun helden uit de motorcross gingen imiteren. Die kinderen wilden hun idolen nadoen, maar dan op de fiets. BMX is dus een sport die door kinderen is uitgevonden. Cool!

Naar: www.ketnet.be

- Wat betekent imiteren?

c

Lees de tekst.

Markeer de betekenis van het groen gekleurde woord in de tekst.

In het begin van de 20e eeuw werden er in West-Europa nog duels op leven en dood uitgevochten. Zulke wedstrijden tussen twee mensen vonden plaats, wanneer ze een stevige ruzie hadden. De ene man daagde de andere man tot een duel uit, als ze een flinke ruzie hadden. Hoe deed hij dat? Hij toonde dat meestal door een handschoen voor de voeten van de tegenpartij te gooien. Nu mag je ruzies niet meer op zo’n manier oplossen.

Naar: Mijn sport is top! (het supercoole Ketnet-sportboek)

- Wat betekent …

1 duels?

2 stevige?

d

Lees de tekst.

Markeer de betekenis van het groen gekleurde woord in de tekst.

Steeds meer hardlopers zijn naar een nieuwe uitdaging op zoek. Ze willen aan één- of meerdaagse loopwedstrijden in de vrije natuur deelnemen. Ze houden ervan om in de bergen, door bossen of door de woestijn te lopen.

Vorige week zakten 7 500 lopers naar Chamonix af. Ze bezochten die stad om er aan een wedstrijd ‘berglopen’ deel te nemen.

Naar: www.standaard.be

- Wat betekent …

1 vrije natuur?

2 zakten af naar?

Hoe vind je de betekenis van de groen gekleurde woorden terug?

- Markeer in elke kolom ‘ja’ of ‘nee’.

- Noteer de betekenis van de groen gekleurde woorden in de laatste kolom.

Staat het woord in de context?

Herken je het woord of een deel ervan?

Heb je het woord (online) opgezocht?

1 coach ja - neeja - neeja - nee

2alert ja - neeja - nee ja - nee

3hypermoderneja - neeja - neeja - nee

4forcerenja - neeja - neeja - nee

2 Verenkelen en verdubbelen, meervoud

2.1 VERENKELEN EN VERDUBBELEN

Iedere goede coach zal het je vertellen: als je een nieuwe sport wil leren, moet je eerst de basis leren. Je trainer vertelt je dat je goed voor je materiaal moet zorgen en veel moet oefenen. Om te sporten moet je fit en alert zijn. Het maakt niet uit of je voor een hypermoderne of een al lang bekende sport kiest. Verwacht niet dat je meteen al dezelfde trucs als van een ervaren sporter kan uitvoeren. Probeer jezelf niet te dwingen. Het is niet nodig om je te forceren a

Wat is de betekenis?

Lees eerst de leerstof over verenkelen en verdubbelen in het vademecum op p. xxx.

Enkele of dubbele medeklinker?

Schrijf het volledige woord.

n of nn?

s of ss?

1 re en klu en 2 la en hij wa t 3 li en tu en 4 te en hinderni en

m of mm?

k of kk?

1 di en duikpa en 2 boterha en breu en 3 deelne en handdoe en 4 nu er spre en

Enkele of dubbele medeklinker?

Schrijf het volledige woord.

a of aa? u of uu?

1 l der avont r

2 st dion d re

3 b nen cult r

4 pl tsing verh ren

e of ee?

o of oo?

1 bew gen l pband

2 d lnemers bloemk len

3 d g symb l

4 sp ler l terij

Enkel of dubbel?

Schrijf het volledige woord.

1 Ga je ijskaja en (k/kk)? Bereid je dan voor op een flinke portie kou.

2 Bij deze sport pe el (d/dd ) je in een kajak door een koud en nat parcours.

3 Je trotseert str mversnellingen (o/oo) en vaart door indrukwe ende (k/kk) ijsgrotten.

4 Voor je het weet, kletter je van een ijsw terval (a/aa)

Enkel of dubbel?

Schrijf het volledige woord.

Diep onder de grond liggen de meest extr me (e/ee) grotten verscholen. Maar om deze verborgen natuurscha en (t/tt) te best deren (u/uu), moeten mensen zich letterlijk en figuurlijk in de moeilijkste bochten wringen.

Bijna 300 meter onder de Mexicaanse Chihuahuawoestijn vind je de ‘Grot der Krista en (l/ll)’. De glinsterende ‘seleniet-pilaren’ die kriskras door deze grot groeien, zijn soms net zo lang en zwaar als een bultrugwalvis. Deze biza e (r/rr) uitsteeksels zijn in honderdduizenden jaren tijd ontstaan doordat stofjes in kokendheet w ter (a/aa) uit de aardkorst hier afkoe en (l/ll) en samenkl nteren (o/oo)

Om dit spr kjesachtige (o/oo) natuurverschijnsel te bekij en (k/kk), moeten wetenscha ers (p/pp) hun leven op het spel zetten. Binnenin is het met 58 graden Celsius namelijk snikheet en de lucht is zo vochtig dat ze amper adem kunnen h len (a/aa). In die dodelijke hi e (t/tt) houdt nie and (m/mm) het langer dan een half uur uit. Daarom trotseren onderzoe ers (k/kk) de kristalgrot alleen in speciale koelpakken. Pfieuw, het zal je werk maar zijn!

Naar: National Geographic Junior

2.2 MEERVOUD

Lees eerst de leerstof over het meervoud van zelfstandige naamwoorden in het vademecum op p. xxx.

Noteer het meervoud.

1bureau 6file

2ei 7gids

3hobby 8duif

4dictee 9ziekenhuis

5radio 10trainer

Geef het meervoud van de woorden die tussen haakjes staan. Noteer het volledige woord in de rechterkolom.

1 Hou je van complexe (actie)? Dan is onderwaterhockey iets voor jou.

2 De spelers dragen aangepaste (duikbril) die onder water goed afsluiten.

3 Tijdens de training beoefenen ze (beweging) die snelheid vereisen.

4 In het zwembad zijn meerdere (speler) actief.

5 De sporters oefenen hun snelle slagen in (duo)

6 Tijdens de training gebruiken ze onderwater (camera) zodat ze achteraf hun prestaties kunnen beoordelen.

7 Na de wedstrijd drogen ze zich met grote (handdoek) af.

8 Dit is geen sport voor (kind)!

Geef het meer voud.

3.1 SPELWEB

Schrijf de woorden tweemaal over.

1rally

2allerlei

3fantastisch

4goud

5pech

6helikopter

Zoek het woord uit oefening a. De vetgedrukte letter is de eerste letter van het woord.

1e – c – h – p

2k – h – p – i – l – r – e – o – t – e

3s – a – i – n – t – c – f – a – h – s – t

Vul de zinnen aan met een woord uit oefening a

1 De van Ieper is een van de belangrijkste autowedstrijden van het land.

2 Wie won er op de laatste atletiekwedstrijd?

3 Deze jurk hebben we in kleuren

Wat stellen deze afbeeldingen voor?

Schrijf het juiste woord met y onder elke afbeelding.

Vul in elke zin het ontbrekende woord met y in.

Kies uit: mysterie – panty – penalty – rally – symbool – typisch

1 Een duif is het voor vrede.

2 Grégoire Munster is een Belgische piloot.

3 Een gekleurde staat mooi onder een rokje.

4 De scheidsrechter keurde de af.

5 In die film onderzoekt de inspecteur het van de verdwenen diamant.

6 In Spanje is het om laat in de avond te eten, soms pas om tien uur.

3.2 WOORDWEB

Lees elk woord, de voorbeeldzin en de betekenis.

woordvoorbeeldzin betekenis

het aantalIk heb een aantal nieuwe strips van FC De Kampioenen gekocht. een paar, enkele

het argumentVoor- en tegenstanders gebruiken een verschillend argument om hun gelijk te halen.

©VANIN

een uitspraak waarmee je jouw mening probeert te bewijzen

bereikenAls we samenwerken, kunnen we veel meer bereiken (be)halen, komen tot bondigAntwoord bondig op de vraag. We hebben niet veel tijd meer. kort

de disciplineIn welke sportdiscipline blink jij uit? een tak van een sport, onderdeel

de optieWelke optie heb ik volgend jaar op school, als ik slaag? de keuze, de mogelijkheid

c d

Vul de zinnen met een woord uit oefening a

1 Welke extra heeft jullie nieuwe wagen?

2 Ik heb een hobby’s: zwemmen, naar de bioscoop gaan en gamen.

3 Hoeveel sporters de top?

Vul de zinnen aan met een woord uit oefening a Let op: soms moet je het woord een beetje aanpassen.

1 Welk gebruik jij om laat te mogen opblijven?

2 Triatlon bestaat uit drie : zwemmen, wielrennen en lopen.

3 Hou je spreekoefening : maximaal twee minuten.

Vul het verhaal aan met passende woorden uit oefening a

Lara is veertien en houdt van avontuur. Terwijl haar klasgenoten kiezen voor voetbal of dans, kiest zij een andere : sportklimmen. Niet gewoon in een gymzaal, maar buiten, op echte rotsen. ‘Waarom zou ik op een mat vallen als ik ook een berg kan beklimmen?’ zegt ze met een glimlach.

Haar ouders zijn niet meteen enthousiast. ‘Is dat niet gevaarlijk?’ vraagt haar moeder . Lara heeft een goed : ‘Ik leer van een kliminstructeur en ik draag altijd een helm en gordel.’

Na een lessen mag ze mee op een klimweekend in de Ardennen. Ze krijgt de om een moeilijke route te proberen. De instructeur zegt:

‘Je moet je grenzen kennen, maar ze ook durven verleggen.’

Lara twijfelt even, maar ze wil haar doel : de top halen.

Ze klimt langzaam en geconcentreerd. Halverwege voelt ze haar benen trillen, maar ze herhaalt de volgende zinnen in haar hoofd: Rustig ademen. Eén stap tegelijk.

Na een uur staat ze boven. Moe, trots en met een uitzicht dat ze nooit zal vergeten.

‘Dit is pas vrijheid’, zegt ze. En haar ouders? Die sturen haar een bericht: We zijn trots op je. Maar blijf alsjeblieft met beide voeten op de grond als je terug bent.

Zelftoets

1 Woordverklaring

Les 2 Mijn sport is top!

©VANIN

a Markeer de betekenis van de groen gekleurde woorden in de tekst. /4

Blinde man beklimt Mount Everest

Erik Weihenmayer was 13 toen hij blind werd. Dat heeft hem niet verhinderd om aan sport te doen. Zijn blindheid heeft hem niet tegengehouden om door de Grand Canyon te kajakken, te fietsen, te skiën en te skydiven.

Erik is een van de zeldzame mensen die proberen te leven alsof hun handicap er niet is. Hij is één van de weinige personen die de hoogste berg ter wereld, de Mount Everest, beklom.

De sportieve man is een rolmodel, zelfs voor mensen zonder handicap. Hij was ook een voorbeeld voor enkele Tibetaanse, blinde kinderen die hij leerde rotsklimmen.

Tegenwoordig reist hij nog steeds rond en spreekt hij wereldwijd over hoe je kan leven zonder barrières. Deze sporter kent geen hindernissen.

Naar: www.hln.be

2 Verenkelen en verdubbelen, meervoud Les

a Enkel of dubbel? /5 Schrijf het volledige woord.

1 Het team bestaat uit een h leboel (e/ee) mensen en dieren.

2 Ook de fot grafen (o/oo) zijn talrijk aanwezig.

3 De muilezels die de bagage vervoe en (r/rr), lopen voorop.

4 Ze worden door hun begeleiders op p rden (a/aa) gevolgd.

5 Het team klautert over losse vulkanische rotsen en steile he ingen (l/ll) en worstelt zich door een superdik pak sneeuw.

6 Opeens kunnen ze niet meer verder.

De reisleider sch kelt (a/aa) een h likopter (e/ee) in die de klimmers hoger op de berg zal brengen.

7 Om te voet bij de top te komen, ging er een maandenlange voorberei ing (d/dd ) aan v raf (o/oo)

8 Al dat werk was duidelijk niet voor niks.

Na een week ploe eren (t/tt) is het eindelijk gelukt.

b Geef het meervoud van de woorden tussen haakjes. /4 Schrijf het volledige woord.

1 De sportbond onderzoekt twee (misdrijf) die tijdens de wedstrijd zijn gepleegd.

2 De mountainbiker verloor bijna zijn evenwicht bij het afdalen tussen de (boom).

3 Zijn nieuwe (ski) gleden soepel over de verse sneeuw op de piste.

4 Sportbrillen worden dikwijls geleverd met beschermende (etui ) om krassen te vermijden.

5 Na drie opeenvolgende (verlies) besloot de coach zijn tactiek aan te passen.

6 De sportwinkel had zijn (etalage) met kleurrijke sportkleding gevuld.

7 Bij het traditionele stierenrennen in Spanje nemen (rund) een centrale plaats in het spektakel in.

8 De wandelaars gebruiken stevige (stok) om het bergpad veiliger te beklimmen.

3 Spelling en woordverklaring

Les 6 Spel- en woordweb

/14

a Vul het voorgelezen woord in. /8

1 Op de kaart stond het van een tent: dat betekent dat je daar kan kamperen.

2 Tijdens de wedstrijd had hij toen hij lek reed.

3 We hadden een weekend met mooi weer en lekker eten.

4 Bij een moeten de bestuurders goed kunnen sturen en snel op scherpe bochten reageren.

5 We zagen dieren in de dierentuin zoals leeuwen, olifanten en apen.

6 In oude verhalen zoeken mensen vaak naar in rivieren.

7 Toen er in de bergen een ongeluk gebeurde, kwam er snel een om de mensen te helpen

8 Een kerstfeest heeft een boom, cadeautjes en veel gezelligheid.

b Vervang het vetgedrukte woord. /3 Kies uit de woordenlijst.

Kies uit: aantal – bereiken – bondig – discipline – optie – zorgvuldig

Let op: er staan meer woorden dan je nodig hebt!

1Zijn verhaal was kort, maar toch compleet en interessant.

2De dokter gaf me de keuze om een operatie te ondergaan of geneesmiddelen te nemen.

3Alpineskiën is een spectaculaire tak van een sport binnen de wintersport.

c Markeer het woord dat in de zin past. /3

1 Soms moet je hulp vragen om iets moeilijks te beweren / bereiken.

2 Na een aantal / bijzonder pogingen lukte het haar eindelijk om de puzzel op te lossen.

3 Mijn moeder gaf een duidelijk argument / aanbod waarom ik mijn kamer moest opruimen: ze verwacht bezoek.

©VANIN

Thema 14

Tijd voor iets nieuws

LES 1 Gran Balconia - genietend lezen

LES 2 Wat een fantastisch schooljaar! - feit en mening

LES 3 Niks te zien - kijken en luisteren, W-vragen 474

LES 4 Echt waar? - genietend lezen, synoniem, tegengestelden 476

LES 5 Vroeger en nu - werkwoordspelling

LE S 6 Spel- en woordweb - spelling, woordverklaring

KEUZELES 1 In ’t kort - soorten teksten, tekstdoel, spelling: afkortingen

KEUZELES 2 Bye bye - genietend lezen

KEUZELES 3 Toekomstbeelden - creatief schrijven

LES 1 Gran Balconia

van een fragment uit een jeugdboek genieten

a Bekijk de cover van het boek. Beantwoord de vragen.

1 Wie is de auteur van het boek?

2 Wat zie je op de cover?

3 Wat is de titel van het boek?

4 Wat zou de titel kunnen betekenen?

b Lees het fragment.

Beantwoord de vragen.

1 5

inhouds- en belevingsvragen beantwoorden

We hebben de bank uit de woonkamer naar het balkon gesleept. Hij past precies.

Op de parkeerplaats naast het veldje is een gezin druk bezig met het inladen van vakantiespullen. Wij zitten eerste rang. Eretribune. Het imperiaal1 boven op de auto ligt vol. De ouders en hun twee dochters proberen de rest in de achterbak te proppen. Ik ken ze van gezicht. De meisjes zitten bij Jodie op school en liepen twee maanden geleden al te roepen dat ze deze zomer op vakantie gaan naar de zon.

Alsof die zon hier niet schijnt.

‘Het ergste van kamperen zijn de wc’s’, zegt Danni.

‘En de regen’, zeg ik. ‘Helemaal als je tent in een kuil blijkt te staan. Dan drijven al je spullen weg.’

‘Officieel moeten ze de wc’s drie keer op een dag schoonmaken. Maar ik heb gelezen dat geen camping zich daaraan houdt.’

‘Ik snap het niet’, zegt Jodie. ‘Waarom gaat iemand met een matje op de grond liggen als je thuis in een bed kunt slapen?’

‘Ik zou nog niet dood op een camping gevonden willen worden’, zegt Danni.

‘Ik ook niet’, zegt Jodie.

De parkeerplaats is voor een groot deel leeg. Dit is niet het eerste gezin dat op vakantie gaat. Er zijn al meer mensen weggetrokken uit de wijk. Sommigen gaan naar een camping, anderen naar het strand. Pretparken worden overspoeld, zeggen ze, maar wij doen niet mee aan die domme uittocht. Wij verblijven elke

1 imperiaal = bagagedrager op het dak van een auto

zomervakantie zes weken lang op ‘Gran Balconia’. Voor ons geen files, volgepropte campings of afgeladen pretparken. Wij hebben een balkon op het zuiden. Een skybox. En niet met dure seizoenkaarten, maar een abonnement voor het leven.

Op de parkeerplaats wordt met een harde klap een autodeur dichtgetrokken. Het gezin is ingepakt. Maar je moet niet vragen hoe. De moeder houdt een koelbox op haar schoot, ze kan er niet eens overheen kijken. De twee meisjes zitten bedolven onder alles wat niet meer in de achterbak of op het imperiaal paste. De auto start en rijdt de parkeerplaats af.

‘Veel plezier in de file!’ roept Jodie hen na.

‘Op weg naar de zon’, zegt Danni. ‘Dezelfde die hier ook schijnt.’

‘Even serieus’, zeg ik. ‘Die meisjes doen dus alsof hun ouders zwemmen in het geld en ze daarom wekenlang op vakantie kunnen. Maar met Kerstmis staan ze wel weer in de rij als er gratis maaltijden worden uitgedeeld.’

‘Echt superhypocriet’, zegt Danni.

‘Wij gaan met kerst gourmetten!’ schreeuwt Jodie naar de auto. Maar het gezin kijkt niet op, ze willen het niet horen.

Ze doen nog vrolijk, maar de reis naar het zuiden zal doodvermoeiend worden.

Er zullen files zijn. Ruzies. Een kind dat moet plassen. Een vader die een verkeerde afslag neemt. En er zal honderd keer worden gevraagd of ze er al zijn.

Net als bij de andere vakantiegangers die zo nodig weg moesten, gaan we staan wuiven. Maar we wuiven ze niet uit, we wuiven ze weg. Vanuit onze skybox kijken we neer op al die trieste types en hun schijnheilige levens.

Als het gezin de hoek om rijdt, steekt Jodie nog een middelvinger op. Danni en ik zien een koffer die op de parkeerplaats is achtergebleven en we vragen ons hoofdschuddend af wanneer ze zullen ontdekken dat hun bagage niet compleet is.

Ik denk bij aankomst op de camping.

‘Ik ga zo naar het wijkcentrum’, zegt Danni. ‘Ik heb afgesproken met een meisje van Een plus Een is Drie.’

‘Ik ga met je mee’, zegt Jodie.

50 ‘Ik zal de koffer van het gezin in het wijkcentrum afgeven’, zegt ze. ‘En dan kunnen ze hem als ze terugkomen daar ophalen.’

‘Je bent te goed voor deze wereld’, zeg ik.

‘Ik weet het’, zegt Danni.

Uit: Derk Visser, Gran Balconia

1 Waar brengen de meisjes uit het fragment hun vakantie door?

2 Waarnaar verwijst ‘Gran Balconia’?

3 Wat is een sk ybox?

Waarom verwijzen ze naar ‘een skybox, niet met dure seizoenkaarten, maar met een abonnement voor het leven’?

4 Hoe voelen de meisjes zich tegenover het gezin dat op vakantie vertrekt?

Hoe tonen ze dat?

5 Tonen de meisjes hoe ze zich echt over hun vakantie voelen?

Hoe merk je dat?

6 Waarom roept Jodie dat ze met kerst gaan gourmetten?

Wat bedoelt ze daarmee?

7 Klopt het, volgens jou, wat de meisjes beweren over op vakantie gaan en kamperen?

Waarom wel of niet?

LES 2 Wat een fantastisch schooljaar!

feit en mening onderscheiden

Weet je nog?

Een feit is iets wat je kan zien, bewijzen of controleren. Het is zoals het is.

bv. De hoofdstad van België is Brussel.

Een mening is wat je van iets of iemand vindt of denkt. Het is iets persoonlijks.

bv. In Brussel vind je de leukste winkels.

a Vul deze zinnen aan.

In onze klas zitten nu leerlingen.

een feit en een mening schrijven

Bij aanvang van het schooljaar zaten er leerlingen.

Onze klassenleraar is (naam)

Voor Nederlands gebruikten we altijd het leerwerkboek (naam)

Beantwoord deze vragen mondeling.

1 Kloppen de vijf zinnen? Waarom wel/niet?

2 Vergelijk met wat de rest van de klas opschreef. Schreef iedereen hetzelfde op?

Onze richting heet de aanvang: het begin kloppen: overeenkomen, juist zijn

b Lees deze teksten.

1 Markeer de tekst die je het leukst vindt.

2 Vergelijk met de rest van de klas. Vindt iedereen dezelfde tekst leuk? Hoe komt dat?

c Schrijf een feit over het voorbije schooljaar op een apart blad.

Wat gebeurde er echt op school, in je klas, tijdens de lessen Nederlands?

Let op: enkel feiten mogen in je tekst aan bod komen.

Tips

Inhoud

1 Schrijf enkel over feiten van het voorbije schooljaar.

2 Schrijf drie feiten: één feit over school, één feit over je klas en één feit uit de lessen Nederlands

Taal

1 Schrijf hoofdletters waar het moet.

2 Zorg dat elke zin een onderwerp en een persoonsvorm heeft.

3 Let op de correcte spelling van de werkwoordsvormen.

4 Gebruik correcte leestekens

5 Maak goed gebouwde zinnen..

d Schrijf je mening over iets wat jij het voorbije schooljaar op school, in de klas, tijdens de lessen Nederlands, leuk vond. Schrijf opnieuw op een apart blad.

Tips

Inhoud

1 Schrijf enkel meningen over het voorbije schooljaar.

2 Schrijf je meningen over drie dingen: één mening over school, één mening over je klas en één mening over de lessen Nederlands.

Taal

1 Schrijf hoofdletters waar het moet.

2 Zorg dat elke zin een onderwerp en een persoonsvorm heeft.

3 Let op de correcte spelling van de werkwoordsvormen.

4 Gebruik correcte leestekens.

5 Maak goed gebouwde zinnen.

e Beoordeel je zinnen met dit evaluatiekader. Zet een kruisje in de passende kolom.

EVALUATIE

Inhoud

1 In de eerste tekst staan drie feiten: over de school, over de klas en over de lessen Nederlands.

2 In de tweede tekst staan drie meningen: over de school, over de klas en de over lessen Nederlands.

Taal

1 Ik gebruikte hoofdletters waar het moet.

2 Elke zin heeft een onderwerp en een persoonsvorm.

3 Ik schreef de werkwoorden correct.

4 Ik heb correcte leestekens gezet.

5 Ik maakte goed gebouwde zinnen.

JA NEE

LES 3 Niks te zien

informatie uit een kijkfragment halen

a Bekijk de intro bij het videofragment. Beantwoord de vragen.

1 Waarom heet het programma ‘Niks te zien’?

2 Waarover gaat het programma?

b Lees de tekst bij het videofragment.

- Vul de tabel met de W-vragen aan.

inhouds- en belevingsvragen beantwoorden

De slechtziende Karl Meesters gaat op reis met muzikanten. Samen werpen ze een andere blik op de wereld en ontdekken ze de kracht van geluid en muziek. In deze aflevering trekt hij met zangeres Pommelien Thijs naar Chefchaouen in Marokko, niet met hun ogen, maar met hun oren op scherp. Ze maken kennis met het oudste snaarinstrument uit de Arabische geschiedenis, ontdekken de klank van Marokkaanse girlpower en leren hun eigen tapijt weven met behulp van een blinde wever.

Naar: vrt.be

Wie?

Wat?

Waar?

Wanneer?

c Bekijk het eerste fragment. Beantwoord de vragen.

1 Wat is de oed?

2 Hoeveel snaren heeft de oed?

3 Wat vindt Pommelien van de muziek?

4 Wat vind je zelf van de muziek?

d Bekijk het tweede fragment. Beantwoord de vragen.

1 Wat is de hadra?

2 Waarom is de hadra van Chefchaouen bijzonder?

3 Wat is aan de hadra van Chefchaouen veranderd?

4 Wat moeten Pommelien en Karl doen om mee te mogen zingen?

5 Wat vind je zelf van de muziek?

e Bekijk het derde fragment. Beantwoord de vragen.

1 Welke organisatie bezoeken Karl en Pommelien?

2 Waarom is de organisatie belangrijk in Chefchaouen?

3 Waarom is de organisatie interessant voor Karl Meesters om te bezoeken?

4 Waarom is de organisatie interessant voor Pommelien Thijs om te bezoeken?

5 Wat vinden Pommelien en Karl van het werk met het weefgetouw?

LES 4 Echt waar ?

van gedichten genieten

a Lees deze teksten.

tekst 1

OP REIS

Jij en ik

Ik en jij.

Samen

Jij in de wei.

Uit: www.deredactie.b

tekst 2

OP REIS

synoniemen geven het tegengestelde van woorden geven

©VANIN

Ik aai jouw neus

Zo zacht

Als een heldere maan

In de stille nacht

Jij galoppeert

Ik op jouw rug

We gaan heel ver

Op reis

En nooit meer terug

Jouw hoeven die kloppen

Op het harde zand

Mijn haar in de wind

Jouw manen in mijn hand

Jij en ik

Ik en jij.

Samen

Jij in de wei.

Een meisje van 12 jaar stapte zondag met haar pony op de trein in Nederland. Samen met haar pony reisde het meisje van haar thuisstad Sneek naar Leeuwarden.

Het meisje had pony Lobke uit Sneek ontvoerd. Toen de eigenaar van de stal merkte dat de pony weg was, belde ze de moeder van het meisje. Die waarschuwde vervolgens de politie. Ondertussen was het meisje al met Lobke onderweg in de trein.

Naar: www.hln.be

Een woordvoerder van de treinmaatschappij bevestigde het voorval. Hij vond het grappig, een meisje met extra paardenkracht. Toch nam hij het voorval ernstig. De machinist beweerde dat hij de dienstregeling niet wilde verstoren. Daarom greep hij niet in toen hij het meisje zag instappen. Dat wilde hij wel doen op het eindstation in Leeuwarden. Toen was het meisje al uitgestapt. Lobke vond de treinreis spannend. Het dier had uitgebreid ‘sporen’ achtergelaten.

Agenten troffen het meisje later met haar pony op straat in Leeuwarden aan. Het meisje moest haar pony achterlaten. De moeder kwam het meisje ophalen. Ook Lobke ging naar huis, niet met de trein dit keer.

beweren: zeggen dat iets zo is, stellen, van mening zijn

bevestigen: zeggen dat iets juist is, bekrachtigen

1 Waarover gaan beide teksten?

2 Vul de tabel aan.

tekst

tekst 1

tekst 2

tekstdoel

b Markeer het woord ‘meisje’ in het krantenartikel van oefening a Wat valt op?

Welk ander woord kan je in de plaats gebruiken?

Weet je nog?

Een synoniem is een woord dat (bijna) dezelfde betekenis heeft als een ander woord.

Bijvoorbeeld: blij is een synoniem van vrolijk.

Een tegengestelde (= antoniem) is een woord dat de tegenovergestelde betekenis heeft van een ander woord.

Bijvoorbeeld: groot is het tegengestelde van klein

c Ga op zoek naar twee woorden die (bijna) hetzelfde betekenen als het vetgedrukte woord.

1Die jongen is heel aangenaam

2Dat meisje is slim.

3Een kat is een sluw dier.

4Mijn ouders zeggen dat ik een rustig karakter heb.

5 Omdat mijn broer op dieet is, drinkt hij elke dag 2 liter water. Hij wil er mager uitzien.

6Als we met de meiden op stap zijn, kunnen we uren praten.

7Tijdens de les Neder lands moeten we veel schrijven

8Bij baseball moet je hard op de bal slaan.

d Welk woord betekent (bijna) hetzelfde als het vetgedrukte woord?

Kies uit: afzeggen – kleinigheid – mislukking – reusachtig – stevige –verontschuldigen – vroege – zweten

1Tijdens de sportles begon iedereen te transpireren

2Die fout is maar een bagatel. De rest had ik juist.

3 Na de fout moest de speler zich bij de tegenspeler excuseren

4In de prille morgen kun je reeën in het bos zien.

5Elke rugbyspeler is een robuuste kerel.

6De berg afval die tijdens Tomorrowland achtergelaten wordt, is gigantisch

7De eerste rijles van mijn oudere broer liep op een fiasco uit.

8Doordat oma plots ernstig ziek werd, moesten we onze reis naar Turkije annuleren

e Lees deze gedichten

Aan het eind

Aan het eind krijg je een rapport.

Met punten erop.

Veel of weinig. Dat is maar voor even, dat is maar voor de sport.

Maar wie je was, in die school, in die klas, wat je kreeg en zelf hebt gegeven, dat is voor de rest van je leven

Geert De Kockere

Laatste schooldag

Rustig? Of een zenuwachtige tijd tot je eindelijk wordt bevrijd Zie ik een lach of een traan op zijn face?

Terwijl ik aandachtig verder lees

Jaaaa, het staat er écht, Dat is niet slecht zwart op wit gedrukt: Het is me dan toch gelukt

Naar: www.gedichtenstad.nl

Bekijk de gekleurde woorden.

Wat valt op?

f Geef het tegengestelde van het vetgedrukte woord.

1Ik ben gelukkig met de vele klimaatbetogingen, maar ik word van de klimaatveranderingen.

2Mijn tante vindt mijn broertje een teddybeer. Bedoelt ze dat letterlijk of ?

3Na de warme zomer is er een tekort aan appels, maar een aan aardbeien.

4Ik kon die zware tas niet langer vasthouden en moest ze dus

5Ik vind deze oefening heel gemakkelijk; sommige klasgenoten vinden ze heel

6De winnaar van de Lotto wil al zijn geld uitgeven

Zou hij niet beter ook wat ?

7 Na de vernederende finale was de rust onder de supporters volledig weg. Er brak uit.

8Ik ben onze afspraak vergeten. Waarom hielp jij me dit niet ?

g Welk tegenstelde hoort bij het vetgedrukte woord?

Kies uit: brutaal – bruusk – heldere – ouderwets – overvloedig – soepel – vrijlaten – zuinig

1 Door de file moest mijn moeder remmen, maar geleidelijk loste de file op.

2 Sommige artiesten staan schaars gekleed op het podium; anderen hebben zich aangekleed.

3 Mijn nichtje is op een familiefeest altijd bedeesd

Maar liever bedeesd dan dat ze is.

4 Wil je de vissen in het aquarium zien, dan zul je het troebele water moeten verversen. Bovendien zullen de diertjes het water leuker vinden.

5 De dag na de sportdag waren al mijn spieren stram Gelukkig werden ze na twee dagen weer .

6 De agent moest zijn eigen broer arresteren. De rechter zou hem de volgende dag alweer

7 Mijn moeder zegt dat ik kwistig met mijn zakgeld omspring. Maar ik vind het moeilijk om te zijn

8 Dat nieuwe kleedje is heel eigentijds, maar mama vindt het nogal

LES 5 Vroeger en nu

werkwoorden correct schrijven

Lees eerst de leerstof over de werkwoorden in het vademecum op p. xxx.

a Noteer de stam.

- Onderstreep in elke zin het onderwerp.

- Schrijf in de laatste kolom de werkwoorden in het heden.

infinitief stam zin

1lopen

2lezen

3regenen

4vergeten

Mijn zus elke dag een half uur.

Wat jij graag in je vrije tijd?

Aangezien het niet zo vaak in de zomermaanden, is de bodem erg droog.

Soms hij zijn sleutels in de keuken.

5laden je papa de reiskoffers in de auto?

6worden

7raden

8kunnen

9redden

10bakken

b Noteer de stam.

Van deze muziek je altijd vrolijk.

Je nooit wie dit weekend op bezoek gekomen is.

Eventueel hij deze namiddag bij de dokter langskomen.

Bij de brand de brandweer ook de hond uit het huis.

Elke week je opa en oma brood voor de hele familie.

- Onderstreep in elke zin het onderwerp.

- Schrijf in de laatste kolom de werkwoorden in het heden.

infinitief stam zin

1slapen

2werken

3breien

aangezien: omdat

eventueel: misschien, indien nodig

persoonsvorm

In het weekend de kinderen wat langer.

Op kantoor mijn mama aan een nieuw project.

Mijn oma warme truien voor haar kleinkinderen.

persoonsvorm

infinitief stam zin

4tekenen

5sluiten

6zenden

7mogen

8antwoorden

9schaatsen

10reizen

c Noteer de stam.

Het kind met potlood en stiften.

Om zes uur ’s avonds de winkel de deuren.

Vanuit Brussel de VRT het nieuws uit.

Ben je zeker dat je dat van je ouders doen?

Op moeilijke vragen de student rustig.

In de winter het hockeyteam graag op natuurijs.

Elke zomer de familie naar Zweden.

- Schrijf in de laatste kolom de werkwoorden in het verleden.

infinitief stam zin

1antwoorden

2versieren

3waaien

4redden

5praten

6bouwen

7melden

8wandelen

9printen

persoonsvorm

©VANIN

10bevestigen

persoonsvorm

Gisteren de leerlingen uitgebreid op de vragen van de leerkracht.

Voor het schoolfeest we de hele zaal met slingers en ballonnen.

De wind zo hard dat de stoelen omvielen.

Aan het einde van de competitie de coach het team van een nederlaag.

In de pauze de meisjes over hun plannen voor de vakantie.

Op de camping de jongens een kleine hut van takken.

Tijdens de les de directeur dat er een brandalarmtest kwam.

Na het eten we langs het strand tot het donker werd.

Net voor het indienen ik mijn taak nog in de bibliotheek.

Voor het examen de leraar nog even de juiste datum aan de klas.

d Vervoeg de werkwoorden in het verleden.

Gebruik de lijst op p. XX in het vademecum als je het niet weet.

infinitief zin

1zijn Gisteren het weer slecht en bleef iedereen binnen.

2gaan In de vakantie we met de trein naar Frankrijk.

3liggen Op tafel nog een paar vergeten boeken.

4geven De leraar extra uitleg voor de toets.

5komen Vorige week mijn vrienden onverwacht langs.

6zien In de verte hij de bergen opdoemen.

7 eten De kinderen snel hun ontbijt om op tijd te zijn.

8blijven Na het kamp we nog lang contact houden.

9zeggen In dat gesprek de directeur iets belangrijks.

10vinden Op het strand we een mooie schelp met glanzende kleuren.

e Vul het voltooid deelwoord aan.

persoonsvorm

infinitief zin voltooid deelwoord

1knippen Mijn zus heeft na lang twijfelen toch haar haar kort

2luisteren Na de pauze hebben we in stilte naar de uitleg

3ontwikkelen Onze klas heeft tijdens het project veel nieuwe vaardigheden .

4kiezen Mijn tante heeft na lang twijfelen een nieuwe job .

5lopen Tijdens de wandeling hebben ze meer dan tien kilometer

6schrijven Op sociale media heeft zij een lang bericht

7krijgen In de winkel hebben de klanten een onverwachte korting

8uitstellen Door het slechte weer hebben de wandelaars hun tocht

9verbeteren Na de toets zijn de antwoorden door de leerkracht snel

10kwijtraken In het drukke station zijn ze elkaar bijna

f Schrijf de werkwoorden in het heden.

infinitief zin

1staan In de klas een paar nieuwe laptops.

2maken Mijn vriend de planning voor ons groepswerk.

3bevinden Het schilderij zich op de bovenste verdieping van het museum.

4stijgen De gemiddelde temperatuur op aarde elk jaar.

5hebben Mijn vriendin altijd goede ideeën voor projecten.

6zijn De leraar trots op de vooruitgang van de klas.

7schrijven Tijdens de les jij de antwoorden netjes in je schrift.

8geloven Hij echt alles wat hij op het internet ziet.

9gaan Nu ik meteen verder met de oefening.

10rennen Bij de start van de speeltijd de klasgenoten naar het voetbalveld.

g Schrijf de wer kwoorden in het verleden.

infinitief zin

1ontmoeten Op vakantie mijn beste vriend en ik elkaar in Barcelona.

2beloven Het weerbericht de hele week prachtige zon.

3bezoeken We heel wat musea in de stad.

4verblijven Ik in het appartement van mijn tante.

5verliezen Tijdens het wandelen we een keer tje helemaal de weg.

6zingen De hele weg naar zee de kinderen liedjes op de achterbank.

7 zetten Daar aangekomen, mijn mama snel een kopje koffie.

8zwemmen Mijn neefje elke ochtend heel vroeg in de zee.

9surfen Zelf ik vooral veel op de hoge golven.

10lezen ’s Avonds we een boek op het terras.

persoonsvorm

persoonsvorm

h Lees de zin in het heden.

Zet de zin in het verleden.

Let op: soms moet je in die nieuwe zin iets aanpassen.

Doe zoals in het voorbeeld.

Noteer op een apart blad.

bv. Vandaag regent het heel hard.

Æ Gisteren regende het heel hard.

1 Deze week heeft de klas weinig huiswerk.

2 De kinderen eten hun boterhammen op de speelplaats.

3 Vanavond kijkt mijn vader naar zijn favoriete serie.

4 We ver trekken om acht uur naar school.

5 Op dit moment komen er veel leerlingen binnen.

6 De hond doet altijd braaf wat ik vraag.

7 Nu vinden de meisjes het spel heel leuk.

8 In de pauze praten we over het weekend.

9 Vandaag maakt de leraar een grap in de klas.

10 Deze maand melden vijf leerkrachten zich ziek.

i Lees de zin in het verleden.

Pas de zin aan zoals in het voorbeeld.

Gebruik een voltooid deelwoord.

bv. Gisteren regende het heel hard.

Æ Gisteren heeft het heel hard geregend.

1 Vorige week gebeurden er veel ongevallen in het verkeer.

2 In dat restaurant betaalden ze veel te veel.

3 Op vakantie sliepen de kinderen elke dag lang.

4 Na het eten ruimde mijn broer de tafel af.

5 Ons team verloor die avond nipt de wedstrijd.

6 Door de drukte misten we de laatste bus.

7 Elke dag wandelde mijn vader enkele uren langs het strand.

8 De wandelaars bleven in de mist dicht bij elkaar.

9 De hotelgasten klaagden over het lawaai in de gang.

10 De vrienden kwamen elkaar in de stad toevallig tegen.

LES 6 Spel- en woordweb

woorden correct schrijven de betekenis van woorden kennen

6.1 SPELWEB

a Luister naar de woorden.

b Schrijf de woorden juist over.

1 altijd 4 liter

2 bijzonder 5 eindelijk

3 eigenaar 6 finale

c Zoek het juiste woord uit oefening b. De vetgedrukte letter is de eerste letter van het woord.

1l – i – k – j – n – d – e – i – e

2n – l – e – a – f – i

3r – a – a – g – e – i – n – e

4i – n – b – j – z – o – d – r – e

5i – l – a – t – j – d

6t – r – e – i – l

d Vul de zinnen aan met een woord uit oefening b

1 De moet toelating geven als we het huis willen schilderen.

2 Mijn nichtje is helemaal tot de van The Voice Kids geraakt!

3 Mijn broer moet zijn gelijk halen

4 100 cl is een

5 Het einde van het schooljaar is een moment.

6 In de negentigste minuut kon mijn ploeg een doelpunt scoren.

e Vul een passend woord met i in.

Kies uit: compliment – helikopter – horizon – iglo – kilo – kiwi – kwaliteit – militair –muzikant – piloot – positief – titel – uniform

Let op: er staan meer woorden dan je nodig hebt!

1 In de winter bouwen we een uit sneeuw en ijs

2 Het is gezond om fruit bij het ontbijt te eten, zoals een of een sinaasappel.

3 De van het vliegtuig heeft al zeer veel vluchten gedaan.

4 Ik kreeg een leuk over mijn nieuwe kleedje.

5 Vroeger moesten alle leerlingen een dragen: een blauwe broek en een wit hemd.

6 Die speelde het beste concert van het festival.

7 Ken jij de van het nieuwste boek van Marc de Bel?

8 De zon ging heel langzaam onder aan de .

f Vul de ontbrekende woorden met i in.

Schrijf de woorden in de rechterkolom over.

Je krijgt de eerste letter.

1 Honderd is exact één meter. c

2 Hij is altijd goed gehumeurd en p

3 De vliegt over de bosbrand om te bepalen hoeveel oppervlakte in brand staat. h

4 De leidt het hele orkest. d

5 In Egypte kan je ook de van Gizeh bezoeken. p

6 Op het strand draag ik een badpak of een . b

6.2 WOORDWEB

©VANIN

a Lees de zes woorden en de voorbeeldzinnen.

1aangezien Aangezien de rij zo lang was, openden ze een tweede kassa.

2de aanvangBij aanvang van de werken gebeurde er een ongeluk.

3bevestigenMet deze e-mail bevestigen we dat we je betaling ontvangen hebben.

4bewerenSommige wetenschappers beweren dat we ooit op Mars kunnen leven.

5eventueelVoor deze opdracht mag je eventueel het internet raadplegen.

6kloppenIn een restaurant moeten de rekeningen kloppen met wat de mensen aten.

b Vervang de vetgedrukte woorden door een woord uit oefening a

1De namen op het wedstrijdblad komen niet overeen met de spelers op het veld.

2In de winkel kunnen ze die nieuwe broek indien nodig inkorten.

3We nemen beter een paraplu mee omdat ze veel regen voorspellen.

4Bij het begin van de vakantie ontvangt de luchthaven van Zaventem veel reizigers.

5De meeste tandartsen zijn van mening dat je tanden bleken niet goed is voor je gebit.

6Alle onderzoeken zeggen dat het juist is dat er bij verminderde snelheid minder verkeersslachtoffers vallen.

c Vul de zinnen aan met een passend woord uit oefening a.

1 Gebruik nog wat peper, als je het gerecht pittiger wil.

2 Bij van de training moeten we altijd eerst opwarmen.

3 Je moet nog of je naar mijn verjaardagsfeestje komt.

4 Controleer even of je gegevens op het formulier

5 Alle weervrouwen dat dit het warmste jaar ooit was.

6 er te weinig inschrijvingen zijn, gaat de uitstap niet door.

d Maak met elk woord van oefening a een nieuwe zin.

Noteer de zinnen op een apart blad. Gebruik hoofdletters en leestekens.

KEUZELES 1 In ’t kort

KEU ZELES 2 Bye bye

KEUZELES 3 Toekomstbeelden

Oefenen maar!

1 Synoniemen en tegengestelden Les 4 Echt waar?

Weet je nog?

Een synoniem is een woord dat (bijna) dezelfde betekenis heeft als een ander woord.

Bijvoorbeeld: blij is een synoniem van vrolijk

Een tegengestelde (= antoniem) is een woord dat de tegenovergestelde betekenis heeft van een ander woord.

Bijvoorbeeld: groot is het tegengestelde van klein

Zet de woorden die dezelfde betekenis hebben bij elkaar.

Kies uit: aardig – dun – kalm – knap – leuk – noteren – pennen – slank – stil – verstandig

aangenaam slim rustigmagerschrijven

Zet de tegengestelden op de juiste plaats

Kies uit: figuurlijk – geven – lach – moeilijk – uitgeven – verdrietig – weinig – zenuwachtig

veel

letterlijk

traan makkelijk sparen

rustig krijgen gelukkig

Geef telkens twee woorden met dezelfde betekenis als het woord dat er staat.

1een mond

2een voorwerp

3een ontploffing

4een boodschap

Geef telkens twee woorden met dezelfde betekenis als het woord dat er staat.

1doen

2wenen

3gooien

4stoppen

Noteer het tegengestelde onder de vetgedrukte woorden.

Tijdens de zomervakantie gingen Noor en Eli een week naar een drukke camping aan zee. Noor vond het vervelend dat de tent vlak bij het lelijke strand lag. Vanop een lage uitkijktoren kon je ver over de zee kijken.

Op de tweede dag werd het weer plots goed. De lucht werd helder en een zachte

wind stak op. Gelukkig duurde de storm niet kort. De volgende ochtend was het terug bewolkt en konden Noor en Eli opnieuw laat op pad. Op een terras dronken

ze een warme limonade en genoten ze van het uitzicht. Dit is de slechtste vakantie ooit, glunderden ze.

2 Werkwoordspelling

Lees eerst de leerstof over de werkwoorden in het vademecum op p. xxx.

Noteer de stam.

- Onderstreep in elke zin het onderwerp.

- Schrijf in de laatste kolom de werkwoorden in het heden.

Les 5 Vroeger en nu

infinitief stam zin persoonsvorm

1zijn / Vandaag een vreemde dag.

2vallen

3zeggen

4waaien

5kijken

Door de zware storm de eerste twee lesuren weg.

De directeur dat iedereen voorlopig moet binnenblijven.

De wind uitzonderlijk hard.

Nieuwsgierig de leerlingen naar buiten.

infinitief stam zin persoonsvorm

6vinden je het eigenlijk ook wel spannend?

7proberen De leerkracht de klas rustig te houden.

8verschijnen

9hebben

10gaan

Noteer de stam.

Online een bericht dat de scholen in de buurt ook maatregelen nemen.

In onze klas niemand nog aandacht voor de les.

We hopen dat de storm snel terug liggen.

- Schrijf in de laatste kolom de werkwoorden in het verleden.

infinitief stam zin persoonsvorm

1wachten

2huren

3lachen

4landen

5sparen

6stappen

7bellen

8 koken

9parkeren

10plannen

Gisteren de reizigers uren op de bus.

Voor de vakantie we een klein huisje.

Tijdens de film de kinderen heel hard.

Laat in de avond het vliegtuig eindelijk

Vorig jaar zij geld voor een nieuwe fiets.

Na het concert we nog naar huis.

Vanuit het buitenland hij zijn ouders.

Op vakantie mijn papa elke avond zelf.

We de auto voor het hotel.

In de lente de familie een lange reis

Vervoeg de werkwoorden in het verleden.

Gebruik je fiche op p. xx in het vademecum als je het niet weet.

infinitief zin

1hebben

Gisteren hij eindelijk tijd om te rusten.

2rijden In het weekend we door de bergen.

3drinken Na de wandeling de wandelaars iets fris.

4nemen Zonder aarzelen de burgemeester het besluit.

5slapen Door het lawaai de baby slecht.

6blijven Tijdens de storm iedereen binnen.

7beginnen Plots het hard te regenen.

persoonsvorm

infinitief zin persoonsvorm

8zwemmen In het meer de kinderen tot laat.

9trekken Na het signaal de menigte vooruit.

10vergeten Door de haast ik mijn jas.

Vul het voltooid deelwoord aan.

infinitief zin

1afbreken Tijdens de storm is een tak

2besluiten Na lang overleg hebben ze samen het huis te kopen.

3roepen Vanop straat heeft iemand luid

4stijgen Door de hitte zijn de temperaturen sterk

5delen Op sociale media hebben ze het bericht

6verdwijnen Na de regenbui is de mist

7openen De winkelier heeft zijn zaak vanmorgen vroeg

8kiezen Voor het dessert hebben we iets licht

9 vatten De politie heeft de dieven

10verschijnen Op het scherm is plots een melding

Vul in de zinnen de wer kwoorden in het heden in.

voltooid deelwoord

In het natuurpark (lopen) de bezoeker over de wandelpaden en (zien) hij verschillende soorten vogels en kleine dieren.

Wanneer een uil zich laat horen, (roepen) de gids de aandacht van de bezoekers en iedereen (beginnen) met het observeren van de vogels.

Soms (vinden) je bijzondere planten langs het pad. Gelukkig (leggen) je camera alles goed vast. Tijdens de excursie (zingen) de vogels en soms (springen) een eekhoorn van tak naar tak. Aan het einde van de wandeling (pakken) de bezoeker zijn spullen in en (rijden) de bus terug naar de ingang.

Lees de zin in het heden. Zet de zin in het verleden. Let op: soms moet je in die nieuwe zin iets aanpassen. Doe zoals in het voorbeeld.

bv. Vandaag regent het heel hard.

Æ Gisteren regende het heel hard.

1 Deze zomer gaan we vaak naar het meer.

2 De vrienden drinken samen iets op het terras.

3 Vanavond belt mijn oma nog even.

4 We ver trekken vroeg naar de luchthaven.

5 Op dit moment staan er lange rijen aan de kassa.

6 De kat springt telkens op tafel.

7 Nu begrijpen ze het probleem beter.

8 In het weekend wandelen we door het bos.

9 Vandaag kookt hij voor het hele gezin.

10 Deze week verschijnen er nieuwe afleveringen.

©VANIN

g

a Lees de zin in het verleden. Pas de zin aan zoals in het voorbeeld. Gebruik een voltooid deelwoord.

bv. Gisteren regende het heel hard.

Æ Gisteren heeft het heel hard geregend

1 Tijdens het weekend namen de vrienden extra kleren mee.

2 Na het ongeval belde de getuige meteen de hulpdiensten op.

3 Door vermoeidheid vergisten de lopers zich in de route.

4 Na lang over leg besloten de buren samen een feest te organiseren.

5 Bij het afscheid gaf mijn tante iedereen een stevige knuffel.

6 Na het concert dronken de bezoekers nog iets in de bar.

7 Gisterennacht brak er in het magazijn brand uit.

8 De detective ontdekte een groot geheim.

9 Vorig jaar ver huisde mijn beste vriendin naar Frankrijk.

10 We schilderden een groot kunstwerk op de muur.

3 Spelling en woordverklaring

3.1 SPELWEB

Schrijf de woorden tweemaal over.

1altijd

2bijzonder

3eigenaar

4liter

5eindelijk

6finale

Les 6 Spel- en woordweb

d

Vul de zinnen aan met een woord uit oefening a

1 Ben jij de van deze mooie auto?

2 Mijn zus is handig als het op het herstellen van fietsen aankomt.

3 30 juni: woehoe, vakantie!

4 Wie speelt de op dat golftornooi?

5 Een wasmachine verbruikt 60 per wasbeur t.

6 Jij wil als eerste het spel beginnen.

Vul de woorden met i aan.

Vervang het door de letter i Schrijf het woord in de rechterkolom over.

1muzkant

2unform

3 centmeter

4lmonade

5 kwalteit

6horzon

7 postief

8rool

9Amerka

10damant

Vul de zinnen aan met het juiste woord met i

1 De hadden de typische zwarte vlag met een doodskop op hun schip.

2 De persoon met de leiding over het schip, noemt men de

3 We gaan elke week naar de en lenen enkele boeken uit

4 1 liter water is 100

5 Nu heb je de les genoeg gestoord, ga maar naar de !

Lees elk woord, de voorbeeldzin en de betekenis.

aangezien Aangezien de rij zo lang was, openden ze een tweede kassa. omdat

de aanvangBij aanvang van de werken gebeurde er een ongeluk.het begin

bevestigenMet deze e-mail bevestigen we dat we je betaling ontvangen hebben.

bewerenSommige wetenschappers beweren dat we ooit op Mars kunnen leven.

zeggen dat iets juist is, bekrachtigen

zeggen dat iets zo is, stellen, van mening zijn

eventueelVoor deze opdracht mag je eventueel het internet raadplegen. misschien, indien nodig kloppenIn een restaurant moeten de rekeningen kloppen met wat de mensen aten. overeenkomen, juist zijn

Vul de zinnen aan met een woord uit oefening a

1 Kan je je mailadres ?

2 We kunnen de datum nog wijzigen.

3 we maar twee kandidaten hebben, kan de quiz niet doorgaan.

Vul de zinnen aan met een woord uit oefening a

1 Mijn zus blijft dat ze vóór 2 uur thuis was.

2 Bij van het schooljaar had ik nog weinig vrienden.

3 Het geld in de kassa moet met wat we verkochten.

Welk woord past in beide zinnen?

Gebruik een woord uit oefening a

1 We kunnen het schilderij met een nagel aan de muur

Het hotel moet onze reservatie nog

2 Ben je zeker dat de berekeningen helemaal ?

Met een hamer kan je de spijkers in de muur .

Zelftoets

1 Synoniemen en tegengestelden Les 4 Echt waar? /8

a Geef een woord dat (bijna) hetzelfde betekent als het vetgedrukte woord. /4

1Die leerling is heel erg slim.

2De eerste zomerzon is zo aangenaam

3Tijdens de les techniek moeten we heel wat schrijven

4Als we met onze vrienden op stap gaan, kunnen we uren praten

b Geef het tegengestelde van het vetgedrukte woord. /4

Kies uit: herinneren – letterlijk – razend – sparen – verdrietig – vrijlaten

Let op: je kan niet alle woorden gebruiken.

1 Ze was onze afspraak helemaal vergeten. Gelukkig hielp ik er haar op tijd aan

2 Ik was heel gelukkig toen ik voor mijn verjaardag naar Disneyland Parijs mocht. Mijn zus daarentegen was omdat zij niet mee mocht.

3 De politie wilde enkele heethoofden na de match vasthouden, maar ze moesten ze uiteindelijk toch .

4 Je zou beter niet al jouw geld uitgeven. Je moet ook nog wat .

2 Werkwoordspelling Les 5 Vroeger en nu /15

a Schrijf de wer kwoorden in het heden. /5

infinitief zin

1bestaan Het eiland uit drie kleine dorpen.

2dragen Vandaag zij een jas tegen de kou.

3liggen Op tafel enkele oude fotoalbums.

4vinden Wat je broer eigenlijk van het nieuwe huis?

5rijden Zeg, je met mij mee naar school of neem je de bus?

persoonsvorm

b Schrijf de wer kwoorden in het verleden. /5

infinitief zin

1herkennen In het donker ik haar stem meteen.

2wonen Vroeger hij in een klein bergdorp.

3vergeten Door de haast ze hun ticket thuis.

4lachen Tijdens het optreden het publiek luid.

5fietsen Langs de kust we urenlang

persoonsvorm

c Vul het voltooid deelwoord aan. /5

infinitief zin voltooid deelwoord

1blijven De vrienden zijn tot laat op het feest

2vinden We hebben eindelijk een leuke vakantiebestemming

3wachten We hebben meer dan een uur op de bus

4aankomen De leerlingen zijn ondanks de file op tijd op school

5melden Zowel de krant als de televisie hebben het nieuws

3 Spelling en woordverklaring Les 6 Spel- en woordweb /12

a Vul het voorgelezen woord in. /6

1 Het is gezond om elke dag ongeveer twee water te drinken.

2 We waren blij dat we samen dat moment konden beleven.

3 Hij concentreerde zich helemaal op zijn deelname aan de

4 Weet jij wie de van die fiets is?

5 Bij de start van de vakantie word ik eerst enkele dagen ziek.

6 Het is zover: we kunnen aan de vakantie beginnen.

b Vervang wat vetgedrukt is /6 Kies uit de woordenlijst.

Kies uit: aangezien – aanvang – beweren – bevestigen – eventueel – kloppen

1 Bij het begin van het kamp maken we kennis met de begeleiders.

2Sommige mensen zijn nog steeds van mening dat de aarde niet opwarmt.

3Hij kan indien nodig na de middag wel even langskomen.

4De uitspraken van de getuige komen niet overeen met die van de verdachte.

5Met dit bericht zeggen we dat de reservatie juist is

6Het kamp werd ontruimd, omdat het te veel geregend had.

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Taalweb 2 - leerwerkboek (ed. 2026) by VAN IN - Issuu