Skip to main content

Taaltoer 2 - thema 1 - voorlopig proefmateriaal

Page 1


Taaltoer

Taaltoer

Sterk taalonderwijs door een slimme samenhang met de zaakvakken

Beste leerkracht

Taaltoer voor leerjaar 2-6 maakt deel uit van de taalmethode Taaltoer voor de kleuters tot en met het zesde leerjaar. Zo bouwen we aan een sterke doorlopende leerlijn in de hele basisschool.

In functie van het kennisrijke curriculum is Taaltoer thematisch sterk gelinkt aan de thema’s van Wereldwijzer, onze nieuwe methode voor de zaakvakken. Beide methodes kunnen uiteraard apart gebruikt worden, maar versterken elkaar. Voorkennis uit Wereldwijzer wordt gebruikt om tekstbegrip in Taaltoer te ondersteunen, taaldoelen en strategieën die aangeleerd en verankerd zijn in Taaltoer, worden toegepast in Wereldwijzer

In deze bundel vind je voorbeeldmateriaal van Taaltoer 2 – thema 1, een thema gelinkt aan de vakdiscipline ‘wetenschap – levende natuur’.

Hierin tonen we hoe we vooral via de taalvaardigheidslessen de thematische link met Wereldwijzer uitwerken en zo het kennisrijke curriculum in de klas brengen. Dat resulteert in taalvaardige en wereldwijze leerlingen.

Hey ik ben Ward

Het schooljaar start met 2 weken herhaling van de leerstof van het vorige leerjaar.

Taaltoer 2 heeft 9 thema’s waarvan er 8 gelinkt zijn aan Wereldwijzer (en de zaakvakken) en één een specifiek ‘taalthema’ is:

Thema 1: verbonden met wetenschap – levende natuur

Thema 2: verbonden met aardrijkskunde

Thema 3: specifiek taalthema

Thema 4: verbonden met wetenschap – niet-levende natuur

Thema 5: verbonden met geschiedenis

Thema 6: verbonden met aardrijkskunde

Thema 7: verbonden met techniek

Thema 8: verbonden met geschiedenis

Thema 9: verbonden met wetenschap – levende natuur

In de jaarplanning is er daarbij nog voldoende ruimte voor herhaling, evaluatie en differentiatie.

De thema’s die verbinden met een thema van Wereldwijzer, krijgen de specifieke steunkleur van de vakdiscipline waarmee ze verbinden. Het eerste thema verbindt met het thema rond ‘wetenschap – levende natuur’ en krijgt dus de steunkleur groen.

We onderscheiden in totaal acht lestypes:

1. Start

2. Spelling

3. Taalvaardigheid (lezen, luisteren, spreken, schrijven, creatief met taal)

4. Vlot en vloeiend lezen

5. Taaldenken

6. Betekenissen

7. Terugblik

8. Herhaling

Hierna illustreren we, aan de hand van voorbeeldmateriaal, de startles, vlot en vloeiend lezen, enkele taalvaardigheidslessen en de terugblik.

Bekijk extra voorbeeldmateriaal op taaltoer.vanin.be

en ik

ben Mai

De startles is de motiverende intro van het thema.

Via een strip met de spilfigurenMai en Ward wordt voorkennis geactiveerd (diagonale samenhang met de zaakvakken).

De bordles ondersteunt met beeld- en audiomateriaal.

De startzin wordt geïntroduceerd. De leerlingen breiden tijdens het thema hun kennis, woordenschat en vaardigheden uit. Die gebruiken ze om in de Terugblik de startzin te verklaren, te weerleggen of uit te diepen.

Vlot en vloeiend lezen

Taaltoer biedt een aanbod vlot en vloeiend lezen tot en met het zesde leerjaar.

In leerjaar 2 zijn er per week 3 lessen van 25 minuten vlot en vloeiend lezen.

In de eerste lestijd wordt gewerkt aan het specifieke technisch lezen vanuit woordrijtjes, zinnen en korte tekstjes

Voor de tweede lestijd biedt het leesboek inoefening van de technische leesmoeilijkheden aan de hand speelse oefenvormen.

In de derde lestijd van 25 minuten is er een gedifferentieerd aanbod van verhalen speciaal voor Taaltoer geschreven door bekende Vlaamse jeugdauteurs.

Hierna volgt het aanbod voor telkens de derde lestijd van week 1, 2 en 3 bij thema 1. Die teksten zijn geschreven binnen het thema, gelinkt aan Wereldwijzer, wat de woordenschatuitbreiding en -verankering versterkt.

Voor voorbeeldmateriaal van de andere lessen vlot en vloeiend lezen: taaltoer.vanin.be

In de derde lestijd van de eerste week VVL lezen de leerlingen een vervolgverhaal op 3 niveaus waarbij alle lezers starten bij deel 1. De betere lezers geraken tijdens de leesles verder in het verhaal (deel 2 en 3).

Alle lezers kunnen het volledige verhaal gedifferentieerd verder lezen. De verhalen zijn op de 3 niveaus opgenomen in de Taaltoerbib.

In de derde lestijd van de tweede week VVL zijn er 3 kortverhalen (op een verschillend niveau). De leerlingen worden gestimuleerd verschillende avonturen mee te beleven.

In de derde lestijd van de derde week biedt Taaltoer een theatertekst waarbij leerlingen per 3 een rol op een verschillend leesniveau lezen. De theatertekst is zo vormgegeven dat de leerlingen visuele ondersteuning krijgen om de theatertekst expressief te lezen.

THEMA 1 LES 25

Een theatertekst lezen

Verdwenen! - Joke Guns

Verteller

Verteller

Verteller

14 Thema 1 – Les 25

Verteller

Verteller

15

Thema 1 – Les 25
(Noor knikt.)

Hoe werkt Taaltoer de taalvaardigheidslessen uit?

Taaltoer biedt per thema 4 taalvaardigheidslessen waarin lezen, luisteren, spreken, schrijven doelgericht aan bod komen.

Een authentieke tekst wordt in 3 leessessies herhaald en verdiepend gelezen/beluisterd. Een secundaire bron versterkt het thema. In taalvaardigheidsles 4 volgt een functionele taaltaak (een spreek- of schrijfopdracht).

1 2 3 4

De leerlingen lezen of beluisteren de tekst, gaan coöperatief aan de slag om woordbetekenissen te achterhalen en te ontdekken wat er in de tekst gebeurt.

Je duikt dieper in de tekst, de leerlingen zijn nu vertrouwd met de tekst en onderzoeken hoe iets gezegd wordt en waarom er iets gebeurt.

Een secundaire bron biedt een nieuwe invalshoek op de thematekst. Je onderzoekt ook samen waarom de auteur die tekst schreef en wat die voor ons kan betekenen.

Je gebruikt kennis, woordenschat en aangeleerde vaardigheden om een betekenisvolle taaltaak (functionele spreek- of schrijfopdracht) te maken.

In de eerste leessessie (in de eerste taalvaardigheidsles) gaat het vooral over goed begrijpen wat er verteld wordt en stilstaan bij moeilijke en interessante woorden. De themawoorden komen aan de woordmuur. Via lessuggesties worden ze op het einde van elke taalvaardigheidsles herhaald en ingeoefend.

Bij de lesdoelen wordt verwezen naar het gelinkte minimumdoel. De specifieke leerplandoelen vind je terug in de lesfiche in de elektronische agenda.

De thematische woordenschat die in deze les aan bod komt en een plaats krijgt op de woordmuur

De vaktaalspecifieke (in groen)

Differentiatiemogelijkheden duidelijk aangegeven in een kader.

Verkleinde

weergave van het leerlingenmateriaal in de handleiding.

De les start steeds met het activeren van schoolse voorkennis vanuit de zaakvakken die de leerlingen eerder verwierven. Die voorkennis die de leerlingen nodig hebben om de tekst te verwerken of de eindopdracht te realiseren.

Zie het bronnenblad op pagina 24.

De handleiding is volledig uitgeschreven. Voor leerkrachten die al meer ervaring (met de methode) hebben, is er de verkorte lesgang via de post-it met de paperclip.

Bronnenblad

Voorbeeld van enkele woordkaarten bij het thema.

De woordkaart krijgt ook de steunkleur van de vakdiscipline waartoe het begrip behoort. Op de achterkant staat er telkens de uitleg en een voorbeeldzin. Het woord wordt gecombineerd met het beeld op de woordmuur.

de prooi

De natuur onder de loep, les 8

een dier dat wordt gevangen en opgegeten door een ander

spartelen

De natuur onder de loep, les 3

© Uitgeverij VAN IN

de kruisspin

de prooi

De natuur onder de loep, les 3

verkleinde weergave

De natuur onder de loep, les 8

opvreten

een grote spin met een wit kruis op zijn rug

De kruisspin maakt elke dag een nieuw web.

spartelen

De natuur onder de loep, les 8

een dier dat wordt gevangen en opgegeten door een ander

Taaltoer 2 – Woordkaarten

De natuur onder de loep, les 3 de

Taaltoer 2 – Woordkaarten

spartelen: heftige bewegingen maken

© Uitgeverij VAN IN

De vis spartelt in het net.

Taaltoer 2 – Woordkaarten

De natuur onder de loep, les 3

de kruisspin: een grote spin met een wit kruis op zijn rug

De kruisspin maakt elke dag een nieuw web.

© Uitgeverij VAN IN

De natuur onder de loep, les 8

Taaltoer 2 – Woordkaarten opvreten

opvreten: gulzig opeten

les 8

spartelen

een dier dat wordt gevangen en opgegeten door een ander

De vos vangt een vogel als prooi.

de

De natuur onder de loep, les 3

de prooi

De natuur onder de loep, les 3

De natuur onder de loep, les 8

opvreten

een grote spin met een wit kruis op zijn rug

De kruisspin maakt elke dag een nieuw web.

een dier dat wordt gevangen en opgegeten door een ander

De natuur onder de loep, les 8

De natuur onder de loep, les 3

2 – Woordkaarten

opvreten: gulzig opeten

De katten vreten het vlees op.

spartelen: heftige bewegingen maken

De vis spartelt in het net.

De natuur onder de loep, les 3

opvreten

de kruisspin: een grote spin met een wit kruis op zijn rug

De kruisspin maakt elke dag een nieuw web.

De natuur onder de loep, les 8

opvreten: gulzig opeten

De katten vreten het vlees op.

Het verhaal ‘De boom die een wereld was’ wordt door de leerkracht voorgelezen. De leerlingen kunnen de tekst volgen via de bordles.

Dit is de eerste van 4 taalvaardigheidslessen. Het is de eerste leessessie (van 3) binnen het herhaald en verdiepend lezen. Daarin gaat het vooral over goed begrijpen wat er verteld wordt en stilstaan bij moeilijke en interessante woorden. De themawoorden komen aan de woordmuur.

Op het einde van de les bespreek je de mate waarin je leerlingen de lesdoelen bereikten. Op de herhalingspagina duid je samen aan wie er tijdens de herhalingsweek nog extra oefening rond die doelen kan gebruiken.

Dat extra oefenmateriaal staat achteraan in het taalschrift.

De bordles neemt je stap voor stap mee door de lesgang. Aan de hand van beeldmateriaal, tekstfragmenten, stellingen of vragen lok je taal en dialoog uit bij je leerlingen en oefen je woordenschat in.

Tweede taalvaardigheidsles: je duikt dieper in de tekst. Aan de hand van coöperatievewerkvormen maak je de leerlingen verder vertrouwd met de tekst. Ze kunnen nu in duo vragen oplossen bij fragmenten van de tekst.

In de derde taalvaardigheidsles duik je met je leerlingen een laatste keer dieper in de tekst. Aan de hand van vragen, beelden of een secundaire tekst achterhaal je samen de bedoeling van de auteur.

Extra authentieke bron via de bordles.

In de vierde taalvaardigheidsles bereiden de leerlingen een taaltaak (in dit geval een dialoog) voor. Leerlingen gebruiken aangeleerde vaardigheden en zetten voorkennis in om een spreek-of schrijfopdracht te maken die ze ook tonen aan de klasgroep of extern publiek.

Na het uitvoeren van de spreektaak geven de leerlingen elkaar feedback. Ze evalueren zichzelf en elkaar.

In de terugblikles blik je terug op de inhoud van het voorbije thema en sta je stil bij de persoonlijke ervaringen van je leerlingen.

Via de werkvorm O-M-D (omdatmaar-dus) wordt de startzin bevestigd, ontkracht, aangevuld en/of verklaard.

3 Wie ben jij in deze boom?

a Kleur het figuurtje dat het best bij jou past.

b Waarom koos je dat figuurtje?

Wat heb ik geleerd?

Ik kan een zin aanvullen met wat ik leerde in dit thema.

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Taaltoer 2 - thema 1 - voorlopig proefmateriaal by VAN IN - Issuu