Skip to main content

StoriaHD_classic_2_leerboek

Page 1


LEERBOEK

A-stroom

Leerboek 2

Kristel Bekers

Senne Hendrickx

Caroline Jans

Rogier Lindemans

Kris Merckx

Wim Moreau

Jacky Philips

Luc Van den Broeck

Jos van Dooren

Ann Wachters

o.l.v. Katleen Dillen en Gorik Goris

Via www.ididdit.be heb je toegang tot het onlineleerplatform bij Storia HD 2.

Heb je nog geen account?

Ga naar myvanin.be en registreer je. Registreer je via een Smartschool-account? Koppel dan je e-mailadres aan je account.

Heb je je account aangemaakt?

Meld je aan op myvanin.be. Activeer onderstaande code. Klik op het geactiveerde leermiddel om ermee aan de slag te gaan op iDiddit. Lukt het niet om de code te activeren? Neem dan contact op met onze klantendienst.

A-stroom

LET OP: DEZE CODE IS UNIEK, EENMALIG TE ACTIVEREN EN GELDIG VOOR EEN PERIODE VAN 12 MAANDEN NA ACTIVATIE

Help, de activatiecode hierboven is al gebruikt!

Krijg je bij het activeren van de bovenstaande code de melding dat de activatiecode reeds in gebruik is? Dan ben je wellicht niet de eerste leerling die met dit leerboek aan de slag gaat. Op vanin.be/leerboeklicentie kun je terugvinden welke stappen je kunt ondernemen of hoe je een nieuwe licentie kunt aankopen.

Tip: Normaal gezien mag je niet schrijven in een leerboek. Per uitzondering mag jij na activatie de bovenstaande activatiecode doorstrepen.

Dit leermiddel is onderdeel van de lesmethode Storia HD van Uitgeverij VAN IN. Het is ontwikkeld met de intentie dat iedere leerling zich herkent en thuis voelt in beeld en tekst. Heb je op- of aanmerkingen, dan kun je contact opnemen met Uitgeverij VAN IN. Van dit leermiddel kun je een aangepaste digitale versie aanvragen bij ADIBib, de service voor leerlingen met lees- of schrijfproblemen. Meer informatie vind je op www.adibib.be.

Fotokopieerapparaten zijn algemeen verspreid en vele mensen maken er haast onnadenkend gebruik van voor allerlei doeleinden. Jammer genoeg ontstaan boeken niet met hetzelfde gemak als kopieën. Boeken samenstellen kost veel inzet, tijd en geld. De vergoeding van de auteurs en van iedereen die bij het maken en verhandelen van boeken betrokken is, komt voort uit de verkoop van die boeken. In België beschermt de auteurswet de rechten van die mensen. Wanneer je van boeken of van gedeelten eruit zonder toestemming kopieën maakt, buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen, ontneem je hun dus een stuk van die vergoeding. Daarom vragen auteurs en uitgevers om beschermde teksten niet zonder schriftelijke toestemming te kopiëren buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen.

@VANIN

Verdere informatie over kopieerrechten en de wetgeving met betrekking tot reproductie vind je op www.reprobel.be.

Ook voor het digitale lesmateriaal gelden deze voorwaarden. De licentie die toegang verleent tot dat materiaal is persoonlijk. Bij vermoeden van misbruik kan die gedeactiveerd worden. Meer informatie over de gebruiksvoorwaarden lees je op www.ididdit.be.

Uitgeverij VAN IN, Wommelgem, 2026. Alle rechten voorbehouden. Tekst- en datamining (TDM) niet toegestaan.

De uitgever heeft ernaar gestreefd de relevante auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen.

Wie desondanks meent zekere rechten te kunnen doen gelden, wordt verzocht zich tot de uitgever te wenden.

Voor de uitgebreide lijst met credits: zie blz. 208.

Eerste druk 2026

ISBN 978-94-651-4371-2

D/2026/0078/38

Art. 611661/01

NUR 130

Cover- en lay-outconcept: Peer bvba Opmaak: Ontvlambaar

Tekeningen: Katrien Davans Cartografie: Van Dijk Vormgeving & Kartografie, Van Oort redactie en kartografie, Almere, Rerink kartografie & Vormgeving, Eindhoven Met dank aan Paul De Volder en Guy Jossart

Werken met Storia HD Classic 6

Les 1 Inleiding 8

A De eerste stapp en in het tweede jaar 10

Les 2 Even je geheugen opfrissen 12

B Een eerste kennismaking met het Middellandse Zeegebied 18

Les 3 De natuurlijke omstandigheden in het Middellandse Zeegebied 20

Les 4 Oudere samenlevingen in het Middellandse Zeegebied 23 Onderzo ek 1: de ‘minoïsche paleizen’ op Kreta 26

Overzicht B 31

C De blo ei van de Griekse wereld 32

Les 5 Mykeners, de eerste Grieken 34

Ontdekplaat – Mykeners, de eerste Grieken

Les 6 De Grieken: politiek verdeeld, cultureel één 39

Ontdekplaat – Een Griekse stadstaat

Les 7 De Olympische Sp elen in de oudheid 43

Ontdekplaat – De Olympische Spelen

Les 8 De Griekse kolonisatie (750-550 v.C.) 46

Les 9 De Griekse economie 49

Les 14 De Peloponnesische oorlogen 65

Les 15 De hellenistische rijken 68

Onderzo ek 2: Atlantis 72

Les 16 De Griekse b ouwkunst 76

Les 17 De b eeldende kunsten bij de Grieken 80

Ontdekplaat – De Griekse beeldende kunst

Overzicht C 85

@VANIN

Les 10 Het ontstaan van de demo cratie (Athene) 52

Les 11 De Atheners zijn niet gelijk 55

Les 12 De Spar taanse militaire oligarchie 59

Les 13 De Perzische oorlogen (500-449 v.C.) 63

Ontdekplaat – De Perzische oorlogen

Les 18 Rome begint als een bescheiden koninkrijk 88

Les 19 De Romeinse republiek 91

Les 20 Rome wordt machtig 94

Ontdekplaat – Rome wordt machtig

Les 21 De veroveringen veranderen de Romeinse samenleving 97

Les 22 De burgeroorlogen 101

Les 23 Augustus, de eerste keizer 105

Les 24 De blo ei van het Romeinse Rijk 108

Ontdekplaat – Blo ei en verval van het Romeinse Rijk

Les 25 De economie in het Romeinse Rijk 112

Les 26 De Romeinse bouwkunst 116

Ontdekplaat – De Griekse en Romeinse bouwkunst

Les 27 De b eeldende kunsten bij de Romeinen 121

Les 28 Theater en literatuur in de klassieke oudheid 124

Les 29 Het verval van het Romeinse Rijk 129

Ontdekplaat – Blo ei en verval van het Romeinse Rijk

Les 30 Het Romeinse leger in de keizertijd 133

Ontdekplaat – Het Romeinse leger in de keizertijd

Overzicht D 137

D Het Romeinse Rijk

E De go dsdienst in de klassieke oudheid

Les 31 De Griekse en de Romeinse go dsdienst 140

Ontdekplaat – Het orakel van Delphi

Ontdekplaat – De Griekse en Romeinse godsdienst

Les 32 Het christendom 144

Onderzo ek 3: het visioen van Constantijn 148 Overzicht E

F Wetenschap en techniek in de klassieke oudheid

Les 33 Wetenschap en filosofie

Les 34 Techniek

G De Romeinen in onze gewesten 164

Les 35 Romeinen en Galliërs 166

Les 36 De Gallo-Romeinse samenleving 169

H Het dagelijkse leven bij de Romeinen 174

Les 37 De Romeinen in hun vrije tijd 176

Les 38 Gezin en opvoeding bij de Romeinen

Les 39 Rome, een stad vol tegenstellingen

Les 40 België, een parlementaire demo cratie

Les 41 Het federale België

J Een referentiekader voor het verleden

42 Herhalingso efeningen

43 Herhalingsles

De ontdekplaten vind je op iDiddit.

INHOUD

De kennisclips bij Storia HD 2

Kennisclip: Bronnen indelen

Kennisclip: Historische beeldvorming

Kennisclip: Referentiekader

De ontdekplaten bij Storia HD 2

Mykeners, de eerste Grieken

Kennisclip: Ruimte

Kennisclip: Standplaatsgebondenheid

Kennisclip: Bronnen beoordelen

@VANIN

De Olympische Spelen

De Griekse beeldende kunst

Bloei en verval van het Romeinse Rijk

Het Romeinse leger in de keizertijd

De Griekse en Romeinse godsdienst

Een Griekse stadstaat

De Perzische oorlogen

Rome wordt machtig

De Griekse en Romeinse bouwkunst

Het orakel van Delphi

Werken met Storia HD Classic

Storia HD Classic bestaat uit een leerboek en digitaal materiaal dat je op iDiddit terugvindt.

Dit overzicht geeft je inzicht in welke onderdelen je waar kunt vinden.

Storia HD Classic bestaat uit 10 thema’s. Een thema start met een themapagina en eindigt meestal met een overzicht. Een thema kan uit meerdere (methode)lessen en/ of onderzoeken bestaan.

Een les is steeds op eenzelfde manier opgebouwd:

1 Inleiding

2 Lestekst

3 KENNEN en KUNNEN

4 Opdrachten

5 Bronnen met opdrachten

De Grieken: politiek verdeeld, cultureel één

Verschillende stammen hebben Hellas bereikt.

Vormen zij na verloop van tijd één Griekse

staat? Hoe organiseren de Grieken zich? Bestaat er een Grieks gemeenschapsgevoel?

Een les of onderzoek start altijd met een krachtige INLEIDING.

In het blauw staan telkens de historische vragen of probleemstellingen opgelijst waarrond deze les of dit onderzoek is opgebouwd.

TIJD KLASSIEKE TIJDHELLENISTISCHE TIJD

EEUWEN

• De icoontjes links van de inleidende tekst geven aan welke domeinen in de les aan bod komen.

• Het kaartje vertelt over welk gebied de les gaat.

• De tijdlijn situeer t de les in de tijd.

klein. Athene, een van de grootste stadstaten, is qua oppervlakte niet groter dan het huidige Groothertogdom Luxemburg. Het telt in de 5e eeuw v.C. ongeveer 260 000 inwoners. Andere poleis hebben amper 10 000 inwoners. De Grieken vormen dus niet één staat of land. Hellas bestaat uit verschillende poleis. Die voeren vaak oorlog met elkaar om bijvoorbeeld hun grondgebied uit te breiden.

stedelijke ruimte: verstedelijkt gebied, met dichtere bebouwing

rurale ruimte: landelijk gebied

2 Hellas vormt een eenheid op cultureel gebied BRON 1-5-6-7-8 De Grieken van de verschillende poleis voelen zich wel verwant aan elkaar. Drie zaken op cultureel gebied zorgen ervoor dat zij zich één grote gemeenschap voelen: de taal, de dichter Homeros en de godsdienst. De Grieken beseffen dat ze allemaal dezelfde taal spreken. Iedereen die geen Grieks spreekt, beschouwen zij als een ‘barbaar’. Vreemde talen klinken voor hen als onduidelijk gestotter (‘bar-barbar’). De dichter Homeros (8e eeuw v.C.) zou twee heldendichten gemaakt hebben: de Ilias en de Odyssee. In die werken beschrijft hij welke deugden een Griek moet hebben: dapperheid, verstand, trouw, eergevoel, zelfopoffering en doorzettingsvermogen. Overal in Hellas leest men de gedichten van Homeros. Zo krijgen de Grieken een soortgelijke kijk op het leven en op hoe men zich moet gedragen. Homeros en Hesiodos (700 v.C.), een andere belangrijke Griekse dichter, stellen in hun werken de Griekse godenwereld voor. Homeros kiest enkele goden uit het grote aantal dat door de Griekse

stadstaat: in de klassieke oudheid een centrum met de omliggende landbouwgebieden en dorpen. De stadstaten zijn politiek en economisch onafhankelijk. autonomie: zelfregering

Ondertitels leiden de verschillende delen van de les in. In de LESTEKST krijgen moeilijke woorden een ander kleurtje. Ze worden verklaard in de marge van de lestekst en ook in de woordenlijst vanaf blz. 204.

INLEIDING LESTEKST KENNEN EN KUNNEN

Op iDiddit vind je alle informatie uit je boek. Dat wil zeggen dat alle teksten, bronnen en opdrachten op papier ook een digitale vertaalslag kregen. Je kunt dus kiezen hoe je met Storia HD aan de slag wilt gaan.

VERDER OEFENEN vind je uitsluitend online.

Op iDiddit vind je ook:

• het schema van elke les;

• adaptieve oefeningen;

• het e -book;

• extra bronnen;

• kennisclips historisch denken;

• ontdekplaten en hun takenbladen.

Wie wil, kan op iDiddit eigen notities bijhouden.

OPDRACHTEN

Bij sommige lessen hoort een ONTDEKPLAAT. Die vind je alleen op iDiddit. Je ontdekt en verkent aan de hand van een interactieve afbeelding een historisch fenomeen. De bijbehorende opdrachten kun je digitaal maken.

De Grieken: politiek verdeeld, cultureel één

Verschillende stammen hebben Hellas bereikt.

Vormen zij na verloop van tijd één Griekse staat? Hoe organiseren de Grieken zich? Bestaat er een Grieks gemeenschapsgevoel?

grootste stadstaten, is qua oppervlakte niet groter dan het huidige Groothertogdom Luxemburg. Het telt in de 5e eeuw v.C. ongeveer 260 000 inwoners. Andere poleis hebben amper 10 000 inwoners. De Grieken vormen dus niet één staat of land. Hellas bestaat uit verschillende poleis. Die voeren vaak oorlog met elkaar om bijvoorbeeld hun grondgebied uit te breiden.

ruimte: verstedelijkt gebied, met dichtere bebouwing rurale ruimte: landelijk gebied

2 Hellas vormt een eenheid op cultureel gebied BRON 1-5-6-7-8 De Grieken van de verschillende poleis voelen zich wel verwant aan elkaar. Drie zaken op cultureel gebied zorgen ervoor dat zij zich één grote gemeenschap voelen: de taal, de dichter Homeros en de godsdienst. De Grieken beseffen dat ze allemaal dezelfde taal spreken. Iedereen die geen Grieks spreekt, beschouwen zij als een ‘barbaar’. Vreemde talen klinken voor hen als onduidelijk gestotter (‘bar-barbar’). De dichter Homeros (8e eeuw v.C.) zou twee heldendichten gemaakt hebben: de Ilias en de Odyssee. In die werken beschrijft hij welke deugden een Griek moet hebben: dapperheid, verstand, trouw, eergevoel, zelfopoffering en doorzettingsvermogen. Overal in Hellas leest men de gedichten van Homeros. Zo krijgen de Grieken een soortgelijke kijk op het leven en op hoe men zich moet gedragen. Homeros en Hesiodos (700 v.C.), een andere belangrijke Griekse dichter, stellen in hun werken de Griekse godenwereld voor. Homeros kiest enkele goden uit het grote aantal dat door de Griekse

poleis zijn vrij klein. Athene, een van de

Nadat je de les hebt geleerd, moet je deze zaken KENNEN en KUNNEN. De begrippen die je moet kennen, staan altijd bovenaan.

OPDRACHTEN worden gegroepeerd en zijn te herkennen aan hun specifieke lay-out.

BRONNEN helpen je een lesonderwerp te bestuderen. De brontekst zelf staat eerst, de cursieve tekst eronder geeft informatie over de auteur of maker van de bron.

BRON 2 Beschrijving van Griekenland Op twintig stadiën [ongeveer 4 km van Chaeronea ligt de polis der Panopeërs, als men werkelijk de naam polis mag geven aan lieden die geen bestuursgebouwen hebben, geen gymnasion, geen theater, geen openbaar plein, geen watertoevoer die een vergaarbak voedt, en die daar op de rand van een ravijn wonen in half in de grond gegraven hutjes als schuilhutten van bergbewoners. Toch is hun gebied afgebakend van dat van hun buren en zenden zij afgevaardigden naar de vergadering van Phokis een polis waar vertegenwoordigers van verschillende poleis uit dezelfde streek samenkomen]. Ten slotte vertellen zij dat de naam van hun polis is afgeleid van die van de vader van Epeios. Deze Epeios, wiens vader Panopeus heette, was de bouwer van het Trojaanse paard. Uit: Pausanias, Beschrijving van Griekenland, X, 4 Pausanias van Lydië (2e eeuw), reiziger en aardrijkskundige, bezoekt Palestina, Egypte, Italië en Rome. Griekenland is echter zijn favoriete bestemming. Hij beschrijft verschillende poleis in Hellas. a

41 LES 6 De Grieken: politiek verDeelD, cultureel één C

Bij VERDER

OEFENEN vind je:

• extra bronnen en opdrachten;

• adaptieve oefeningen: ze helpen je om bepaalde kennis en historische vaardigheden op jouw niveau in te oefenen.

Bij elke les vind je op iDiddit een schema dat je makkelijk kunt bewerken. Het vormt de ideale start voor jouw samenvatting.

De woordenlijst vind je achteraan in het boek op papier. Op iDiddit kun je de betekenis van een begrip handig raadplegen bij ‘Extra materiaal’.

1

1 | Op verkenning in Storia HD Classic 2

Je vindt de inhoud van het leerboek op blz. 3-4. Kijk eens hoeveel lessen er gepland zijn en in hoeveel groepen of onderdelen je ze kunt onderverdelen. Elk onderdeel heeft een titel. Als je die leest, weet je welke onderwerpen je dit schooljaar bestudeert.

Bijna elke les in Storia HD heeft dezelfde structuur, zowel in je leerboek als op iDiddit. Het overzicht op de vorige bladzijden maakt dat duidelijk.

2 | Geschiedenis studeren: in de klas en thuis

Inleiding @VANIN

Welkom in de geschiedenislessen van het tweede jaar van het secundair onderwijs. Je ontdekte vorig schooljaar al dat geschiedenis veel meer is dan feiten en datums uit het hoofd leren. Geschiedenis is heus niet zo moeilijk als sommigen beweren. Het komt erop aan de lessen op de juiste manier aan te pakken. Luister daarom naar de raadgevingen van je leraar. Goed opletten tijdens de lessen brengt je al een hele stap vooruit. Je leraar zal je ook uitleggen hoe je de leerstof thuis kunt herhalen en instuderen.

In de klas

Als je aandachtig luistert en actief meewerkt in de klas, zul je de leerstof thuis gemakkelijker kunnen instuderen.

In de klas doe je het volgende:

• prent de titel van de les onmiddellijk in je hoofd;

• let op de ondertitels; ze vatten de hoofdlijnen van de les samen;

• het is belangrijk dat je alles begrijpt; woorden of onderdelen die je niet begrijpt, kun je moeilijk onthouden;

• probeer te antwoorden op vragen die je leraar stelt;

• bestudeer de documenten en de opdrachten aandachtig;

• zorg ervoor dat je notities ordelijk, volledig en foutloos zijn.

Thuis

Voorbereiden

Neem wat je nodig hebt om je les in te studeren: je agenda, je leerboek, notities, een te verbeteren test enz. Studeer op een rustige en ordelijke plaats, zodat je geconcentreerd kunt werken.

Verkennen

Bestudeer eerst de opbouw van de les. Lees de inleiding en bekijk het kaartje, de domeinen en de tijdlijn.

Daarna noteer je de titel en de ondertitels. Zo ken je de hoofdlijnen al.

Lezen en begrijpen

Neem de hele les grondig door en controleer of je alles echt begrijpt. De teksten en de documenten brengen het verhaal van de les. Om het verhaal te begrijpen, moet je ook alle woorden begrijpen die aan bod komen. Bij het vak geschiedenis horen heel wat specifieke begrippen. Let ook op ‘koepelwoorden’: dat zijn algemene begrippen die bij verschillende onderwerpen kunnen passen, zoals ‘oorzaken’, ‘gevolgen’, ‘argumenten’ …

Lesteksten kun je samenvatten met een schema of een mindmap. Dat zijn goede geheugensteunen.

Bekijk vervolgens het schema in je werkschrift. Dat bevat de hoofdzaken en de kernwoorden. Probeer nu aan de hand van het schema de inhoud van de les op te zeggen. Als je op die manier de les verkent, wordt er heel wat informatie in je geheugen opgeslagen. Je zult dus heel wat tijd besparen bij het instuderen.

Oefenen

Tijdens de geschiedenislessen leer je ook historische vaardigheden. Je leert hoe je historische informatie ontdekt, onderzoekt en structureert. Je zult bijvoorbeeld leren om informatie te halen uit bronnen, tijdlijnen en kaarten. Vaardigheden verwerf je door te oefenen. Maak de opdrachten opnieuw en kijk na of je antwoorden juist zijn. De vaardigheden zijn minstens even belangrijk als de inhoud van de les.

Studeren

De avond voor een test of examen moet je de les instuderen. Studeer de definities van de begrippen die je moet kennen. Leer het schema uit het hoofd en overloop alle opdrachten nog eens.

Controleren

Controleer of je het schema zelf opnieuw kunt samenstellen. Vergelijk met het schema in je werkschrift. Ga na of je elk woord en elk verband tussen de woorden in het schema kunt uitleggen. Raadpleeg de lijst Kennen en Kunnen Kennen geeft weer wat je van de leerstof moet onthouden en uitleggen. Kunnen somt op welke vaardigheden in de les aan bod zijn gekomen. De lijst Kennen en Kunnen is een prima controlemiddel om na te gaan of je de leerstof beheerst. Op het onlineleerplatform vind je interactieve opdrachten om Kennen en Kunnen verder in te oefenen.

ADe eerste stappen in het tweede jaar

Dit schooljaar bestudeer je de klassieke oudheid. In dit onderdeel frissen we de historische vaardigheden op. Daarna ben je helemaal klaar om in de geschiedenis van de Grieken en de Romeinen te duiken. De bronnen hieronder tonen dat die geschiedenis zichtbaarder aanwezig is in onze 21e eeuw dan je wel zou denken.

PREHISTORIE

OUDE NABIJE OOSTEN

Zoals je ziet, is ons alfabet van het Griekse alfabet afgeleid. Het woord ‘alfabet’ komt dan ook niet voor niets van alfa-bet(a). De uitvinders van de lettertekens zijn de Feniciërs: een volk dat tussen 1100 en 660 v.C. leeft in het Middellandse Zeegebied.

a Welke lettertekens herken je?

b Heel wat Nederlandse woorden hebben een Latijnse of Griekse oorsprong. Geef enkele voorbeelden.

c Carpe diem is een Latijnse uitdrukking die we nog steeds gebruiken. Weet je wat ze betekent?

BRON 1 Het Griekse alfabet

KLASSIEKE OUDHEID

MIDDELEEUWEN HEDENDAAGSE TIJD

MODERNE TIJD

VROEGMODERNE TIJD

De Atheense burgers kunnen vanaf de 6e eeuw v.C. deelnemen aan de politieke macht. Ze zijn lid van de volksvergadering die de nieuwe wetten stemt en beslist over oorlog en vrede.

a Waarom wordt het klassieke Athene weleens de wieg van onze democratie genoemd?

b Van welke Griekse woorden is ‘democratie’ afgeleid? Wat betekenen ze?

BRON 2 De Akropolis in Athene

periode: afbakening in de tijd; voor de kunst: een bepaalde stijl in een bepaalde tijd

Even je geheugen opfrissen

Geschiedenis is de wetenschap die onderzoekt hoe de mensen vroeger leefden. Je leert in het vak geschiedenis dus niet alleen verhalen over het verleden, maar ook welke wetenschappelijke methode een geschiedkundige gebruikt om die verhalen te achterhalen. Je leert historisch denken. Wat betekent ‘historisch denken’? Welke vaardigheden gebruiken geschiedkundigen?

1

Vragen stellen over het verleden en het heden

Historisch denken start met het stellen van een historische vraag. In het begin van elke les formuleren we de vragen die we tijdens die les zullen onderzoeken. Je vindt ze in het blauw in de inleiding. Een historische vraag is gericht op het menselijke verleden. Alle vragen die je stelt over het verleden, de relatie heden-verleden en de manier waarop kennis over het verleden tot stand komt, zijn historische vragen.

2

Situeren in het historisch referentiekader

Het referentiekader is een schema dat je helpt om je weg te vinden in het verleden. Het deelt zaken in volgens tijd, ruimte (plaats) en maatschappelijk domein.

@VANIN

Het westerse verleden wordt ingedeeld in zeven tijden of periodes : prehistorie, oude nabije oosten, klassieke oudheid, middeleeuwen, vroegmoderne tijd, moderne tijd en hedendaagse tijd. Je vindt ze met hun begin- en einddatum op de tijdlijn op de volgende bladzijde. Niet alle tijdvakken duren even lang. Andere samenlevingen, bijvoorbeeld de Chinese, gebruiken andere indelingen.

De samenlevingen die door de geschiedenis worden bestudeerd, bevinden zich op een bepaalde plaats of in een bepaalde ruimte. De grootte daarvan kan verschillen: een werelddeel (Europa, Azië ...), een gebied (Balkan, Oost-Afrika ...), een land (België, Mali ...), een streek (de Kempen, de Westhoek ...) of een stad/gemeente (Antwerpen, Parijs ...). De wereld in zijn geheel is ook een ruimte. We gebruiken dan het begrip ‘globaal’ of ‘mondiaal’.

Om je te oriënteren in de tijd heb je verschillende hulpmiddelen. Meestal gebruik je de christelijke tijdrekening, die de geboorte van Christus gelijkstelt met het jaar 1. Daarnaast zijn er nog andere tijdrekeningen zoals de islamitische en de joodse tijdrekening. Gebeurtenissen kun je ook chronologisch ordenen: de oudste gebeurtenis wordt eerst geplaatst, dan de tweede oudste enz. Je kunt die op een tijdlijn zetten.

Zaken die mensen doen, kun je indelen volgens vier maatschappelijke domeinen: politiek, economie, sociaal en cultuur. Politiek gaat over besturen, macht en hoe groepen van mensen samenwerken. In de economie bekijkt men hoe mensen overleven en aan een inkomen geraken. Binnen het sociale domein bestudeert men groepen en hoe mensen samenleven. Het culturele domein is zeer breed en omvat kunst, godsdienst, wetenschap, techniek, onderwijs, sport, gewoonten ...

De kennisclips over referentiekader en ruimte vind je online.

OUDE NABIJE OOSTEN
K LASSIEKE OUDHEID MIDDELEEUWEN

Bronnen kritisch bestuderen en gebruiken

De antwoorden op een historische vraag zoek je in bronnen. Een historische bron is een rechtstreekse getuigenis van iets uit dat verleden. Bronnen kun je in twee grote groepen indelen: geschreven en ongeschreven bronnen. Ongeschreven bronnen worden verder onderverdeeld in mondelinge en materiële bronnen. Moderne media zoals film, fotografie en het internet kun je als een aparte soort van bronnen beschouwen.

Behalve bronnen gebruiken historici ook werken. Een werk wordt gemaakt op basis van historische bronnen. Zowel een historische bron als een werk kan primair of secundair zijn. Primair betekent dat de maker zelf leefde in de periode waarover hij het heeft. Mogelijk heeft hij bepaalde feiten meegemaakt of bepaalde mensen gekend. Een secundaire bron of secundair werk werd in een latere periode gemaakt. Beide soorten kunnen belangrijke zaken vertellen; het ene is niet belangrijker dan het andere. Bronnen kunnen elkaar echter tegenspreken. Je moet dan proberen te weten te komen wat er werkelijk gebeurd is. De volgende vragen kunnen je daarbij helpen. Ten eerste moet je je afvragen of de bron bruikbaar is. Bronnen zijn bruikbaar als ze een antwoord geven op de historische vraag die je onderzoekt. Dat antwoord is echter niet altijd betrouwbaar . Om de betrouwbaarheid te beoordelen, moet je eerst en vooral onderzoeken wie de maker van de bron is. Vraag je af hoe goed de maker op de hoogte kan zijn van de feiten die hij vertelt en of hij niet beïnvloed wordt door zijn afkomst, beroep, godsdienst, woonplaats, enzovoort. Interessant is ook te weten te komen voor welk doelpubliek de bron is gemaakt en wat de functie of bedoeling van de bron is. Misschien heeft de maker wel helemaal niet de bedoeling om de waarheid te vertellen, zelfs als hij die goed kent. Ten derde moet je beoordelen of de bron wel een representatief antwoord geeft op de historische vraag. Dat betekent dat je moet achterhalen of de bron wel een typisch beeld geeft van het verleden dat je onderzoekt.

Speciale bronnen en werken zijn historische kaarten. De volgende tips helpen je bij het bestuderen van zo’n kaart.

Hoe bestudeer ik een kaart?

1 Lees de titel: waarover gaat de kaart? Over welke tijd, welk gebied, welk onderwerp ...?

2 Welke schaal heeft de kaart? Hoeveel keer werd het gebied op de kaart verkleind?

3 Raadpleeg de legende. Wat betekent elk symbool?

4 De bovenkant van een kaart is meestal het noorden.

5 Kijk naar de kaart, lees de namen en vergelijk voortdurend met de legende.

primaire bronnen: bronnen gemaakt door iemand die rechtstreeks betrokken is, bijvoorbeeld een ooggetuige secundaire bronnen: bronnen gemaakt door iemand die niet rechtstreeks betrokken is; vaak in een andere tijd bruikbaar: een bron is bruikbaar als ze een antwoord geeft op de historische vraag.

@VANIN

De kennisclips over bronnen indelen en bronnen beoordelen vind je online. 4

Een beeld over het verleden maken

Met de informatie uit bronnen beantwoord je de vragen en vorm je je een beeld over een gebeurtenis, persoon, gewoonte ... van het verleden. Handige hulpmiddelen daarbij zijn bijvoorbeeld begrippen zoals oorzaak en gevolg, gepland of toeval ... Die begrippen noemen we historische redeneerwijzen.

Geschiedkundigen proberen ook foute beelden over het verleden te verbeteren. In veel historische films, boeken, strips ... gedragen de figuren zich meer zoals hedendaagse mensen dan als mensen uit de tijd waarin het verhaal zich afspeelt. Ook staan er veel foute beelden over het verleden op het internet en in boeken.

De kennisclip over historische beeldvorming vind je online.

betrouwbaar: een bron is betrouwbaar als ze een correct antwoord geeft op de historische vraag.

representatief: een bron is representatief als ze een typerend antwoord geeft op de historische vraag.

reconstructie: iets dat uit losse stukken of feiten weer in elkaar is gezet, in de oorspronkelijke vorm hersteld

standplaatsgebondenheid: tijd, ruimte, maatschappelijke positie en persoonskenmerken beïnvloeden de blik op (historische) gebeurtenissen.

mythe: een verhaal dat veel mensen kennen, maar dat niet overeenkomt met de werkelijkheid

5Reflectie: nadenken over het verband tussen verleden, heden en toekomst

Geschiedenis is een reconstructie van het verleden. Geschiedkundigen vertellen wat zij denken dat er in het verleden gebeurd is. Daar slagen ze niet altijd in omdat er bijvoorbeeld weinig of geen bronnen zijn.

Als er een nieuwe bron ontdekt wordt, bevat die soms nieuwe informatie, waardoor men het beeld moet aanpassen. Het klinkt raar, maar de geschiedenis kan dus veranderen! Telkens als men nog oudere resten van bijvoorbeeld de homo sapiens vindt, moet de ontstaansgeschiedenis van die mens aangepast worden.

Hoe we naar het verleden kijken, wordt bovendien beïnvloed door wie we zelf zijn. Dat noemen we standplaatsgebondenheid . En soms wordt ons beeld van het verleden beïnvloed door mythes . Dat zijn verhalen over personen of gebeurtenissen die van generatie op generatie worden doorverteld en de realiteit overdrijven.

Geschiedkundigen vergelijken ook graag het heden en het verleden en ze onderzoeken de verbanden tussen de twee. Kennis over het verleden geeft inzicht in het heden en zelfs in de toekomst.

De kennisclip over standplaatsgebondenheid vind je online.

KENNEN

1 de begrippen ‘tijd’, ‘ruimte’, ‘domein’, ‘reconstructie’, ‘standplaatsgebondenheid’ en ‘mythe’ uitleggen

2 drie verschillende tijdrekeningen geven

3 het beginpunt van onze tijdrekening geven

4 de zeven tijden met hun begin- en eindjaar in chronologische volgorde opnoemen

5 de gebeurtenissen waarnaar de scharnierdata verwijzen, opnoemen

6 de vier verschillende maatschappelijke domeinen geven en uitleggen

7 uitleggen wat bronnen en werken zijn

8 de soorten bronnen opnoemen

9 het verschil tussen primaire en secundaire bronnen uitleggen

10 het verschil tussen de geschiedenis en het verleden uitleggen

KUNNEN

1 een gebeurtenis in de juiste tijd, de ruimte en het maatschappelijk domein situeren

2 historische vragen in de tijd, de ruimte en het maatschappelijk domein situeren

3 een reeks bronnen sorteren volgens soort

4 informatie opzoeken: in een naslagwerk, op het internet …

5 een kaart bestuderen en ontleden

6 de context van een bron onderzoeken

7 bronnen beoordelen op het vlak van bruikbaarheid, betrouwbaarheid en representativiteit

a Bekijk de tijdlijn aan het begin van deze les. De jaren waarin we de tijden laten eindigen of beginnen, noemen we de scharnierdata. Naar welke ‘symbolische’ gebeurtenissen verwijzen ze?

b Denk aan de hand van de volgende stellingen na over onze indeling van de tijd. Zijn de uitspraken juist of fout?

1 De indeling in zeven tijden is eerder een hulpmiddel gebaseerd op afspraken dan een realiteit.

2 De indeling in zeven tijden is de enige juiste indeling van de geschiedenis.

3 Naast de christelijke tijdrekening bestaan er nog andere tijdrekeningen, zoals de joodse en de islamitische.

c Situeer de bronnen in tijd, ruimte en maatschappelijk domein.

TIP Dikwijls passen meerdere domeinen.

d Welke bronnen zijn secundaire bronnen als je informatie zoekt over het onderwerp van de bron? OPDRACHTEN

BRON 1 Aanslag op de WTC-torens

Op 11 september 2001 vindt een aanslag plaats op de WTCtorens in New York.

BRON 3 De verspreiding van de landbouw in Europa

0 500 km

Noordzee

Atlantische Oceaan

vroege nederzettingen van landbouwers late nederzettingen van jagers/verzamelaars

7000-5400 v.C.

6500-5200 v.C.

5300-5000 v.C. na 5000 v.C.

Oostzee

BRON 2 De geldwisselaar en zijn vrouw

Quinten Metsijs (1466-1530), De geldwisselaar en zijn vrouw (1514), olieverf op hout, 70 x 67 cm, Louvre, Parijs

Middellandse Zee

a In welk gedeelte van Europa raakt de landbouw het eerst bekend?

b Wanneer schakelt men aan de Vlaamse kust over op landbouw?

De sfinx, een gigantische leeuw met mensenhoofd, ligt voor de piramide van Chefren. Het beeld, ter plaatse uit de rotsen gehakt rond 2500 v.C., is 20 meter hoog en 73 meter lang. De sfinx is de bewaker van de piramiden.

BRON 5 Slachtoffers van een gasaanval in de Eerste Wereldoorlog

@VANIN

BRON 6 De schoolmeester van Eslingen

Britse soldaten die op 10 april 1918 bij Bethune (Noord-Frankrijk) getroffen werden door Duits gas. Luitenant Thomas Keith Aitken maakte de foto, die wordt bewaard in het Imperial War Museum.

Een tekening uit een Duits boek van de 14e eeuw met handgeschreven gedichten en tekeningen. Het wordt bewaard in de universiteit van Heidelberg.

BRON 4 De sfinx en de piramide van Chefren

BRON 7 Het bovenste marktplein (agora) van de stad Sagalassos

Sagalassos ligt in Turkije. Het marktplein werd grotendeels opgegraven door Vlaamse archeologen. Het plein kwam tot stand tijdens de Romeinse keizertijd.

BRON 8 Herodotos over de piramide van Cheops

Cheops gaf alle Egyptenaren het bevel om voor hem te werken. Hij verplichtte hen om rotsblokken uit de groeven in de Arabische bergen te halen en die naar de Nijl te slepen. Anderen gaf hij de opdracht om die stenen op schepen naar de andere oever van de stroom te brengen en ze naar het Libische gebergte te sleuren. Er werd met 100 000 man tegelijk gewerkt. Elke groep werkte drie maanden. Het aanleggen van een weg duurde tien jaar. Daardoor raakte het volk helemaal uitgeput.

Uit: Herodotos, Historiën dl II, 124

@VANIN

Farao Cheops regeert van 2551 tot 2528 v.C. Herodotos (485-425 v.C.) is een Griekse schrijver die veel landen rond de Middellandse en de Zwarte Zee bezoekt. Hij reist ook naar Egypte. Voor zijn werk raadpleegt hij tal van bronnen, waaronder mondelinge overleveringen. Hij heeft ook aandacht voor oorzaken en gevolgen. Soms is hij wel lichtgelovig.

a Welke soort bron is bron 8 als je informatie zoekt over de piramide van Cheops?

b In welke tijd spelen de beschreven feiten zich af?

c Hoeveel eeuwen na de feiten schrijft Herodotos dit?

d Zoek in de info over de auteur nog een gegeven waaruit je kunt besluiten dat hij misschien niet altijd alles juist weergeeft.

e Voor welke historische vraag is de bron niet bruikbaar?

1 Wie liet de Grote Piramide bouwen?

2 Welke negatieve invloed had de bouw van de piramiden op de Egyptenaren?

3 Hoe werd het materiaal voor de piramiden vervoerd?

BEen eerste kennismaking met het Middellandse Zeegebied

In de geschiedenislessen bestudeer je niet alleen het verleden, maar heb je ook aandacht voor domeinen en plaatsen. In dit onderdeel maak je kennis met het Middellandse Zeegebied.

PREHISTORIE

OUDE NABIJE OOSTEN ±3500v.C.

BRON 1 Reliëfkaart

Bestudeer deze kaart. In les 3 krijg je hier een vraag over.

KLASSIEKE OUDHEID MIDDELEEUWEN HEDENDAAGSE TIJD

MODERNE TIJD

VROEGMODERNE TIJD

Op de kaartjes zie je een aantal plaatsen waar in het verleden belangrijke gebeurtenissen hebben plaatsgevonden. Koppel elke uitspraak aan het juiste kaartje.

1 De moderne mens ontstaat in Afrika en verspreidt zich van daaruit over de wereld.

2 In de Vruchtbare Sikkel ontstaan waarschijnlijk de eerste landbouwnederzettingen.

3 Het Oude Egypte ontwikkelt zich langs de Nijl.

A B
BRON 2 Kaarten

3 De natuurlijke

omstandigheden in het Middellandse Zeegebied

Vorig schooljaar heb je kennisgemaakt met de levenswijze van de eerste mensen en de eerste landbouwsamenlevingen in de prehistorie en het oude nabije oosten. Dit schooljaar maak je kennis met de Grieken en de Romeinen. Die horen bij de klassieke oudheid. Waar ontwikkelen de Griekse en de Romeinse samenlevingen zich? Welke rol spelen het klimaat en het reliëf daarin? Wat zijn de natuurlijke kenmerken van de Griekse wereld en van het Italische schiereiland?

bekken: plat, lagergelegen gebied of zee schiereiland: land dat langs drie zijden omgeven is door water en langs één zijde verbonden is met het vasteland

1

Het Middellandse Zeeklimaat beïnvloedt de klassieke samenlevingen

BRON 1-3 De gebieden rond de Middellandse Zee hebben een mild klimaat met voldoende regen en overvloedige zonneschijn. De zomers zijn er lang, warm en droog. De winters zijn er kort, zacht en vochtig. We spreken van een Middellandse Zeeklimaat of mediterraan klimaat.

In die gebieden kunnen de meeste mensen van de landbouw leven. Ze telen citrusvruchten (bijvoorbeeld sinaasappelen en citroenen), druiven, olijven en graan.

2

Het westelijke en oostelijke bekken van de Middellandse Zee zijn heel verschillend

BRON 2-3 Het oostelijke bekken van de Middellandse Zee bevat veel eilanden. De kusten zijn er sterk ingesneden. De inhammen vormen ideale aanlegplaatsen voor schepen. De eilanden zijn handige wegwijzers voor zeevaarders. Vooral het vasteland rond de Egeïsche Zee is erg bergachtig en heeft slechts kleine vruchtbare vlakten. Door het bergachtige reliëf zijn er weinig contacten over het land en blijven de gemeenschappen klein. Een landschap dat contacten bemoeilijkt, noemen we een gesloten ruimte. De bewoners gebruiken vooral de zee om handel te drijven

en te vissen. In dat geval spreken we van een maritieme samenleving. Het westelijke bekken heeft minder eilanden, een grotendeels bergachtig binnenland en aan de kust grote vruchtbare vlakten. Een landschap dat contacten gemakkelijker maakt, noemen we een open ruimte. Daar kunnen de bewoners voldoende voedsel produceren. Ze wagen zich daarom minder op zee. In dat geval spreken we van een continentale samenleving. Het bekken heeft weinig eilanden om zich op te oriënteren. De kust is er ook minder ingesneden, zodat er minder aanlegplaatsen zijn voor schepen dan in het oostelijke bekken.

3De natuurlijke omstandigheden geven de Griekse wereld en het Italische schiereiland hun eigenheid

De Griekse cultuur ontwikkelt zich rond de Egeïsche Zee. De Romeinse cultuur ontstaat op het Italische schiereiland . Op de kaart op blz. 18 krijg je een overzicht van de belangrijkste natuurlijke kenmerken: rivieren, landstreken, gebergten, vruchtbare vlakten … Die geven die gebieden hun eigen karakter.

OUDE NABIJE OOSTEN
K LASSIEKE OUDHEID MIDDELEEUWEN HEDENDAAGSE

KENNEN KUNNEN

1 de begrippen ‘open en gesloten ruimte’ en ‘maritieme en continentale samenleving’ uitleggen

2 drie kenmerken van het Middellandse Zeeklimaat geven

3 de invloed van het klimaat op de landbouw uitleggen

4 drie natuurlijke omstandigheden van het oostelijke bekken van de Middellandse Zee geven en uitleggen

5 drie natuurlijke omstandigheden van het westelijke bekken van de Middellandse Zee geven en uitleggen

6 drie voorbeelden van de invloed van de natuurlijke omstandigheden op de leefomstandigheden van de mens geven voor het westelijke bekken

7 drie voorbeelden van de invloed van de natuurlijke omstandigheden op de leefomstandigheden van de mens geven voor het oostelijke bekken

8 de invloed van het klimaat op de landbouw uitleggen voor het westelijke bekken

9 de invloed van het klimaat op de landbouw uitleggen voor het oostelijke bekken

RANDINFO

1 het oostelijke bekken van de Middellandse Zee op een kaart situeren

2 het westelijke bekken van de Middellandse Zee op een kaart situeren

3 de volgende natuurlijke kenmerken en plaatsen van het oostelijke bekken op een kaart situeren: Middellandse Zee, Egeïsche Zee, Grieks schiereiland, Griekse eilanden, Kreta, Klein-Azië, Attika, Peloponnesos, Athene, Sparta

4 de volgende natuurlijke kenmerken en plaatsen van het westelijke bekken op een kaart situeren: Middellandse Zee, Adriatische Zee, Ionische Zee en Tyrreense Zee, Alpen, Apennijnen, Sicilië, Po, Tiber, Rome

Fragment uit een vloermozaïek in het Huis van de Faun, Pompeï, 1e eeuw

@VANIN

BRON 1 Typische landbouwproducten uit het Middellandse Zeegebied

Welke typische landbouwproducten uit het Middellandse Zeegebied herken je op de afbeeldingen?

BRON 2 Het westelijke bekken

De baai van Guidaloca, Sicilië

BRON 3 Het oostelijke bekken

De golf van Korinthe, met zicht op de Rion Antirion-brug

a Bestudeer de kaart op blz. 18. Beschrijf voor zowel het westelijke als het oostelijke bekken: de vorm van de kust en de ligging van de eilanden; de natuurlijke omstandigheden.

b Vergelijk het klimaat van Italië (Rome), Griekenland (Athene) en België (Ukkel) met behulp van de klimatogrammen op . Noteer drie kenmerken van het Middellandse Zeeklimaat.

Oudere samenlevingen in het Middellandse Zeegebied

Dit jaar zul je vooral de geschiedenis van de Grieken en de Romeinen bestuderen. Die beschavingen zijn echter beïnvloed door andere – oudere – culturen en samenlevingen uit vooral het oostelijke Middellandse Zeegebied. De meeste daarvan zijn ook ontstaan rond de Middellandse Zee. Sommige, zoals de Egyptische, zijn ook nu nog erg bekend. Over andere volkeren weten we vandaag veel minder. Toch zijn zij ook belangrijk geweest. Wie waren die andere volkeren? Wat weten we over hen? Welke invloed hebben ze gehad?

Akkadische Rijk

1In het oostelijke bekken van de Middellandse Zee ontstaan al vroeg belangrijke samenlevingen

Je weet al dat langs grote stromen de eerste grote rijken ontstaan. Zo leerde je vorig jaar over het Oude Egypte. Vrijwel gelijktijdig komen er in Mesopotamië (min of meer het huidige Irak) enkele belangrijke rijken tot bloei. Het belangrijkste daarvan is het Akkadische Rijk (ca. 2350-2150 v.C.). Koning Sargon I verovert in de 24e eeuw v.C. zelfs zoveel gebieden dat hij ook weleens ‘de eerste grote veroveraar uit de geschiedenis’ wordt genoemd.

Zijn rijk onderhoudt handelscontacten met Egypte en andere gebieden uit het oostelijke bekken van de Middellandse Zee. Een van die gebieden is het minoïsche Kreta (zie onderzoek 1). Akkad heeft ook contact met de samenlevingen aan de Indus. Dat alles leidt tot een uitwisseling van ideeën, gewoontes ... In de loop van de 22e eeuw v.C. houdt het Rijk van Akkad op te bestaan. De reden daarvoor is tot op heden een onderwerp van discussie onder historici: binnenlandse twisten, invallen van vreemde volkeren (op zoek naar nieuwe landbouwgronden), een klimaat verandering

Daarna komen er nieuwe rijken tot bloei, o.a. het Assyrische en Babylonische Rijk. Die twee rivaliserende rijken kennen momenten van bloei en verval. Kleine staatjes profiteren daar doorgaans van,

opkomst Perzische Rijk

stichting Carthago koninkrijk Israël? einde late bronstijd

maar blijven zelden lang bestaan. Meestal worden ze snel weer opgeslokt door hun grotere buren.

Tussen ruwweg 1200 en 1000 v.C. worden alle rijken in het gebied getroffen door een reeks rampen. Uit archeologisch onderzoek blijkt dat er in veel steden zware branden zijn geweest (door plunderingen?).

Bovendien lijkt er daarna minder handel te zijn geweest. Ook beschikken we vanaf dan voor een hele tijd over minder geschreven bronnen. Sommige historici spreken zelfs van een ‘donkere’ tijd. Die ‘catastrofe’ valt min of meer samen met het einde van de (late) bronstijd . Wat er juist is gebeurd, blijft nog altijd onduidelijk. Het binnenvallen van vijandige volkeren wordt vaak als een oorzaak genoemd.

In de 19e eeuw werd door historici de term ‘zeevolkeren’ gebruikt om die invallers te benoemen. Dat begrip is vandaag meer omstreden. Een ‘nieuw’ volk dat zich rond die tijd in het gebied vestigt, zijn de Filistijnen. Uit DNA-onderzoek blijkt dat zij uit het zuidwesten van Europa afkomstig zouden zijn. Zij vestigen zich ten noorden van de Sinaïwoestijn. Dat gebied zal later – in de Romeinse tijd – naar hen genoemd worden: Palestina. Rond diezelfde tijd dringen ook de Hebreeërs of Israëlieten dat gebied binnen. Zij zijn – deels – de voorouders van het latere Joodse volk. Aanvankelijk zijn ze polytheïstisch, geleidelijk aan worden ze monotheïstisch. Uit het jodendom ontstaat later het christendom (zie les 32).

verandering: iets wat op een bepaald moment wijzigt, meestal minder geleidelijk (zie evolutie)

bronstijd: term gebruikt door archeologen en historici voor de periode tussen ca. 3000 en 800 v.C. waarin vooral bronzen werktuigen en wapens werden gebruikt. Die periode volgt op de (nieuwe) steentijd en wordt gevolgd door de ijzertijd.

kolonisatie: in de klassieke oudheid het oprichten van een dochterpolis door een moederpolis; beide poleis zijn onafhankelijk van elkaar en drijven handel

centrum: middelpunt van een gebied.

De boeken van het Oude Testament vertellen in de eerste plaats een geloofsverhaal, geen geschiedenis van het Oude Israël. Ze bevatten weinig of geen betrouwbare historische informatie, zeker niet voor de vroegste geschiedenis zoals de uittocht uit Egypte. Er is ook weinig zekerheid over de Bijbelse koningen David en Salomo en of zij over een machtig koninkrijk Israël geregeerd hebben. Na de 10e eeuw v.C. zijn er meer historische gegevens uit andere bronnen dan de Bijbel. Het gebied wordt achtereenvolgens bezet door de Assyriërs, de Babyloniërs, de Perzen, Grieken en Romeinen. De Perzen, een volk dat oorspronkelijk uit CentraalAzië komt, veroveren een rijk dat zich uitstrekt van het huidige Libië tot aan de Indus. In de 6e eeuw v.C. is het Perzische Rijk het grootste rijk ooit. Alle landen rond het oostelijke deel van de Middellandse Zee behoren ertoe. Enkel een deel van de Grieken ontsnapt aan de onderwerping (zie les 13). Dat samengaan van al die vroegere rijken en samenlevingen zorgt voor een enorme culturele versmelting.

2In het westelijke bekken vestigen zich vanaf de 9e eeuw v.C. nieuwe volkeren

Rond 1000 v.C. komt in het huidige Libanon de Fenicische samenleving tot ontwikkeling. De Feniciërs delen dezelfde godsdienst en dezelfde taal, maar vormen doorgaans geen politieke eenheid. Hun schrift ligt aan de basis van ons huidige alfabet. De Grieken en de Romeinen hebben het later van hen overgenomen.

De Feniciërs drijven vooral handel en zijn uitstekende

zeevaarders. Men neemt aan dat ze rond Afrika zijn gevaren en ook handelgedreven hebben met het huidige Verenigd Koninkrijk. In de 8e eeuw v.C. domineren zij de Middellandse Zeehandel. Hun schepen varen uiteraard ook naar het westelijke bekken van de Middellandse Zee. Daar stichten zij op de kusten van Noord-Afrika, Zuid-Italië, Frankrijk en Spanje talrijke kolonies . In Spanje nemen de oorspronkelijke bewoners een voorbeeld aan de Feniciërs: ze stichten zelf ook steden en nemen de Fenicische cultuur gedeeltelijk over.

De belangrijkste kolonie van Fenicië is het in 814 v.C. gestichte Carthago. Die stad wordt het centrum van de Fenicische cultuur wanneer Fenicië onder controle komt van de grote rijken. Ook in het westelijke bekken krijgen de Feniciërs steeds meer af te rekenen met concurrentie: de Grieken vestigen er zich vanaf het einde van de 7e eeuw v.C. (zie les 8). In de 3e eeuw v.C. komt Carthago in conflict met Rome (zie les 20).

@VANIN

Voor de opkomst van Rome wordt een groot deel van Italië overheerst door de Etrusken. De bloeiperiode van hun beschaving is tussen de 7e en 5e eeuw v.C. Over die Etrusken is nog steeds weinig geweten. Zij wonen in steden – de oudste in het westelijke Middellandse Zeebekken – en vormen geen echte eenheid. Ze doen aan landbouw en drijven handel. Ze varen met hun schepen onder andere naar het huidige Zuid-Frankrijk. Vooral de komst van de Grieken brengt hun belangen in gevaar. Daarom werken zij bijvoorbeeld soms met de Feniciërs samen. Toch worden zij op cultureel vlak door de Grieken beïnvloed. Op hun beurt beïnvloeden de Etrusken het opkomende Rome, dat hen vanaf de 4e eeuw v.C. onderwerpt.

KENNEN KUNNEN

1 de begrippen en namen ‘centrum’, ‘kolonisatie’, ‘Palestina’, ‘Joden’ en ‘Oud Testament’ uitleggen

2 drie rijken in Mesopotamië opnoemen

3 twee redenen voor het verval van veel rijken geven en uitleggen

4 uitleggen wie de Feniciërs zijn en vier kenmerken geven

5 uitleggen wie de Etrusken zijn en vier kenmerken geven

1 Palestina, Carthago en het gebied van de Etrusken op een kaart aanduiden

2 informatie uit bronnen halen

3 kaarten lezen

BRON Het Middellandse Zeegebied (ca. 2000-500 v.C.)

Op de kaart staan de belangrijkste rijken en steden uit die periode en enkele belangrijke bijdragen en uitvindingen uit die tijd.

MEDIË Wiel met spaken (begin 2e millennium) Zoroaster (7e eeuw)

ELAM Beschilderde keramiek

ASSYRIË Koepel met hemisferische vorm

MITANNI Zuilengang (voor 1400)

VAN AKKAD

RIJK

CHATTI Ronde

vestingtoren Strijdwagen

LYDIË Metalen munten (omstreeks 700 voor Christus)

KRETA Theater in openlucht Ruit van geolied perkament

ETRUSKEN

Alfabet (1362) Doorschijnend glas

HITTIETEN

Sidon Tyrus

BABYLONIË Spijkerschrift Astronomie (sterrenbeelden) Geregelde terugkeer van de eclipsen Meten van de tijd jaar = 12 maanden week = 7 dagen dag = 24 uren uur = 60 minuten minuut = 60 seconden Sexagesimaal tellen Berekenen van de hypotenusa Zonnewijzer, wateruurwerk Cilinderzegel Baksteenvorm, draaischijf van de pottenbakker, gewelf, emailwerk, vol wiel in 1750, wetboek van Hammoerabi

PALESTINA Judaïsme Bijbel Monotheïsme

@VANIN

Carthago

EGYPTE

SINAÏ Mozes (13e eeuw) Tien geboden

Hiërogliefen

Papyrus Mummie Glas Winkelhaak Zonnejaar van 365 dagen (2e millennium) Zuil (begin 3e millennium) Meetkunde (vóór 1800) Decimaal tellen (omstreeks 1750) Hemisferische zonnewijzer Geneeskunde Handleiding voor de artsenijbereidkunde Alchimie Monetheïsme (Amenophis IV, 1372)

a Probeer een punt van kritiek te geven op deze kaart. Waar moet je echt wel op letten als je deze kaart wilt gebruiken?

b Geef drie huidige landen waar de Grieken kolonies hebben gesticht.

c Is deze stelling juist of fout? ‘De Grieken stichten enkel kolonies in het oostelijke bekken van de Middellandse Zee.’

d In welk huidig land ligt Fenicië? En Carthago?

e Noem drie zaken die de volkeren rond het Middellandse Zeegebied ‘uitvonden’ en die wij vandaag nog gebruiken.

FENICIË

Griekse mythe: verhaal over goden en mensen dat een antwoord op grote levensvragen of een verklaring voor bepaalde zaken geeft

Onderzoek

1: de

‘minoïsche paleizen’ op Kreta

De Griekse mythe over koning Minos en de Minotaurus ligt aan de basis van het archeologisch onderzoek op Kreta en ze beïnvloedt tot vandaag onze interpretatie van de archeologische vondsten. In dit onderzoek stap je in de voetsporen van archeologen en onderzoek je wat zij denken over de grote gebouwen die we de ‘minoïsche paleizen’ noemen. Hoe beïnvloedt de mythe over koning Minos de geschiedenis van Kreta? Wat denken hedendaagse onderzoekers over de grote gebouwen die we de minoïsche ‘paleizen’ noemen?

OPDRACHTEN

1 Historische vragen

Door het ontbreken van ontcijferde, geschreven bronnen blijven er nog heel wat vragen over de geschiedenis van het Oude Kreta onbeantwoord. Zijn dit historische vragen?

1 Betekenen de veelvuldige afbeeldingen van vrouwen ook dat vrouwen een belangrijke rol speelden?

2 Ca. 1600 v.C. kreeg Kreta te maken met de vulkaanuitbarsting op Thera. Wat gebeurt er als een vulkaankegel ontploft?

3 Is er een verband tussen zware aardbevingen en vulkanische activiteit 20 tot 30 maanden later?

4 Hoe beïnvloedt de mythe over koning Minos de geschiedenis van Kreta?

5 Wat denken hedendaagse onderzoekers over de grote gebouwen die we de minoïsche ‘paleizen’ noemen?

2 Ar thur Evans en de mythe van koning Minos

@VANIN

a Lees de mythe over koning Minos (bron 1). Wat is een mythe?

b Geef een argument waarom je dit verhaal niet als geloofwaardig kunt beschouwen.

c Wie is Arthur Evans? Welk boek publiceert hij in 1935?

d Welke soort bron is het boek ‘Het paleis van Minos te Knossos’ (zie bron 2)?

1 Als je informatie wilt over de minoïsche samenleving op Kreta.

2 Als je informatie wilt over de opgravingen van Arthur Evans in Knossos.

e Arthur Evans denkt dat hij het paleis van de mythische koning Minos heeft gevonden. Welke drie archeologische vondsten lijken dat vermoeden te bevestigen? Bestudeer bron 2 tot en met 8.

f Tussen 1900 en 1935 leidt Arthur Evans de grootschalige opgravingen in Knossos en reconstrueert hij grote delen van het gebouw. Hij wordt daarom zowel bewonderd als bekritiseerd. Geef drie redenen van kritiek.

3 Hedendaags onderzo ek. Bestudeer de kaarten (bron 9 en 10).

a Waarom bevindt Kreta zich in een gunstige positie om handel te drijven?

b Met welke gebieden drijft Kreta handel?

c Waarom kan de vulkaanuitbarsting op Thera het leven op Kreta verstoord hebben?

d Beschrijf het reliëf van het eiland.

e Kijk naar de ligging van de ‘paleizen’. Probeer een verklaring te geven voor die ligging. Wat was de eenvoudigste manier om de verschillende ‘paleizen’ te bereiken?

f Lees bron 11. Waarom zetten we aanhalingstekens rond ‘paleizen’?

g Is K. Vansteenhuyse betrouwbaar als je wilt weten ‘Wat archeologen vandaag denken over het paleis in Knossos’? Bestudeer bron 11 aandachtig aan de hand van de volgende vragen.

1 Wat is de onderzoeksvraag?

2 Wie is de auteur? Wanneer is het geschreven? Wat is zijn beroep?

3 Wat is het doelpubliek?

4 Wat is de functie of de bedoeling van de bron? (informeren – overtuigen – ontspannen –ontroeren – activeren)

5 Besluit: Is de bron eerder betrouwbaar of eerder onbetrouwbaar?

h Bestudeer bron 7. Welke andere interpretatie wordt vandaag gegeven aan de stierenhoorns?

i Kijk nog eens terug naar bron 5. Is de plattegrond echt een labyrint?

4 Besluit

Arthur Evans ging op zoek naar het mythische paleis en vond wat hij zocht: het paleis van koning Minos. Nieuwe inzichten hebben zijn interpretaties bijgeschaafd, maar tot vandaag beïnvloeden ze de manier waarop wij de geschiedenis van Kreta vertellen.

BRON 1 De oorsprong van de term ‘minoïsch’

Een bekende Griekse mythe vertelt het verhaal van koning Minos, een zoon van de Griekse oppergod Zeus en de Fenicische prinses Europa. Hij heerst over Kreta. Omdat zijn macht steunt op de zee(handel), wil hij de zeegod Poseidon te vriend houden. Hij vraagt aan de god een dier, dat hij dan aan hem zal offeren. Poseidon stuurt Minos een prachtige stier. Minos vindt de stier echter té mooi om te offeren. Hij offert daarom een andere stier. Poseidon is daardoor beledigd en besluit Minos te straffen. Hij betovert de vrouw van Minos. Zij wordt hopeloos verliefd op de stier. Die verliefdheid gaat zelfs zo ver dat zij met het dier wil vrijen. Zij laat een houten koe maken waarin ze kan kruipen om de stier te verleiden. Het vervolg kun je zelf wel raden. Kort daarna bevalt zij van hun kind. Het kind blijkt echter een monster te zijn: half mens, half stier. Minos besluit het monster, de Minotaurus, op te sluiten in een speciaal daarvoor gebouwd doolhof, het Labyrint. Elk jaar moeten de door Kreta onderworpen gebieden een aantal jongeren sturen om geofferd te worden aan die Minotaurus. Uiteindelijk weet Theseus, een jongeman uit Athene, met behulp van Ariadne, de dochter van Minos, het monster te doden. Vele eeuwen later zouden geleerden de term ‘minoïsch’, afgeleid van Minos, gebruiken om dat mythologische Kreta te beschrijven. De ontdekkingen van Evans bewijzen echter dat er op Kreta echt een oude en machtige samenleving heeft bestaan. Evans hoeft dan ook niet ver te zoeken naar een naam voor die samenleving. Bovendien ziet hij in datgene wat hij opgraaft zelfs bewijzen voor de oorsprong van de mythe van koning Minos.

BRON 2 De opgravingen in Knossos

@VANIN

Arthur Evans (1851-1941) is een Britse archeoloog. Hij gaat ervan uit dat de Griekse mythe over koning Minos niet helemaal verzonnen is. In 1900 begint hij met opgravingen in Knossos en vindt er een groot gebouw. Hij stelt vast dat de oudste delen nog ouder zijn dan de Mykeense burchten op het Griekse vasteland (zie les 5). Hij denkt het paleis van koning Minos te hebben gevonden. De opgravingen gaan door tot in 1931. In 1935 publiceert Evans het laatste deel van zijn boek ‘Het paleis van Minos te Knossos’.

Arthur Evans met een van de vondsten bij de opgravingen in Knossos (zie ook bron 4)

Op basis van zijn opgravingen deelt Evans de minoïsche geschiedenis op in drie periodes: de vroeg-, midden- en laatminoïsche tijd. Die periodes situeert hij ruwweg tussen de 34e eeuw v.C. en de 15e eeuw v.C. Tegenwoordig wordt die indeling minder of niet meer gebruikt. Wetenschappers spreken nu vooral over de prepalatiale periode, de palatiale periode en de postpalatiale periode. Het begrip ‘palatiaal’ verwijst naar de resten van de vele ‘paleizen’ die op het eiland zijn gevonden en die het centrum moeten hebben gevormd van de verschillende minoïsche rijkjes op Kreta.

BRON 5 Plattegrond van het ‘paleis van Knossos’

@VANIN

Opgegraven in Knossos en deels gerestaureerd, 26 cm hoog, ca. 1500 v.C., Nationaal Archeologisch Museum, Heraklion

Het object werd waarschijnlijk gebruikt bij religieuze plechtigheden. De kop kan achteraan gevuld worden met vocht, dat via de snuit kan weglopen.

Het ‘paleis’ lijkt een labyrint. Later onderzoek toont aan dat alle paleizen volgens eenzelfde plan uit zes delen bestaan: de westkoer, de westvleugel, de zuidvleugel, de noordvleugel, de oostvleugel en de centrale koer.

BRON 4 Bronzen stierenkop
BRON 3 Arthur Evans met een van de vondsten

BRON 6 Muurschildering: stierspringen

Dit symbool werd lang geïnterpreteerd als ‘stierenhoorns’. Vandaag denken onderzoekers dat het verwant is aan het Egyptische teken voor horizon.

De minoïsche kunst toont veel afbeeldingen van stieren. Deze kopie is te bezichtigen in Knossos. Het originele fresco bevindt zich in het Archeologisch Museum van Herakleion (78,2 x 104,5 cm, ca. 1400 v.C.).

Lange tijd werd gedacht dat dit werk een voorstelling was van een soort ‘sport’ of religieuze plechtigheid waarbij jonge mensen (jongens en/of meisjes) over een aanstormende stier springen. Niet iedereen aanvaardt die interpretatie. Misschien is de afbeelding gewoon decoratief of stelt ze iets spiritueels voor. Zoals bij zovele zaken over de Minoërs is hierover het laatste woord nog niet gezegd.

fresco: muurschildering in waterverf op verse, natte kalk

@VANIN

Evans laat grote delen van het paleis van Knossos reconstrueren met gewapend beton en felgekleurde schilderingen. Dat is in zijn tijd modern, maar niet historisch verantwoord. Veel reconstructies zijn immers gebaseerd op gissingen en interpretaties van Evans. Het beton veroorzaakt later ook schade aan de originele structuren. Op deze foto zijn enkel de troon, de stenen bankjes en delen van de steenstructuren origineel. De muurschilderingen zijn gebaseerd op kleine fragmenten origineel materiaal.

BRON 9 (Vermoedelijke) Handelsroutes van de Kretenzers
BRON 7 ‘Stierenhoorns’ in Knossos
BRON 8 De gerestaureerde troonzaal in Knossos

BRON 10 Kreta in reliëf

Khania

0 50 km

Knossos

Phaistos

Kommos

minoïsch paleis

Malia

Myrtos

boven 2000 m 1000-2000 m 500-1000 m 200-500 m 0-200 m

Pseira Zakros

Intussen zijn er meerdere ‘paleizen’ opgegraven op Kreta. Waarschijnlijk hebben we nog een tiental andere ‘paleizen’ niet gevonden.

BRON 11 Geen paleizen, maar tempels of culturele centra

Er is in elk geval weinig bewijs voorhanden voor het bestaan van een koning die in een paleis woont en over een allesoverheersende macht beschikte. We zagen al verschillende malen dat de koninklijke namen die Evans gaf aan verschillende ruimtes in het, ook al zogeheten, paleis absoluut niet de lading dekken. Zo was de Troonzaal niet voor een koning, maar voorbehouden aan een vrouwelijke priesteres.

Uit: K. Vansteenhuyse, ‘Paleizen, tempels of culturele centra? De Minoïsche gebouwen op Kreta’, syllabus van een lezing voor leraars geschiedenis in 2018, UC Leuven

Klaas Vansteenhuyse is doctor in de archeologie en gespecialiseerd in de late bronstijd van Kreta.

KUNNEN

1 historische vragen onderscheiden van andere vragen

2 de betrouwbaarheid van een bron beoordelen in functie van een historische vraag

3 soorten bronnen identificeren

4 illustreren hoe de mythe over koning Minos de historische beeldvorming heeft beïnvloed

@VANIN

OVERZICHT

WESTELIJK BEKKEN

- minder eilanden

- grote vruchtbare vlakten

MILD KLIMAAT CARTHAGO

ETRUSKEN

GRIEKEN ROMEINEN

(814 v.C.)

(vanaf 8e eeuw v.C.)

(vanaf 7e eeuw v.C.)

OOSTELIJK BEKKEN - veel eilanden - bergachtig vasteland

KRETA GRIEKEN

(minoïsche samenleving) - Akkad - Assyrië - Babylon (1200-1000 v.C.)

(ca. 1000 v.C.)

Filistijnen (Palestina)

Hebreeërs (joden) (vanaf 6e eeuw v.C.) één god

C De bloei van de Griekse wereld

Vele mensen beschouwen de Griekse cultuur als de basis van onze samenleving. Ze zeggen dat de Grieken onze manier van leven vooral op het politieke en culturele domein hebben beïnvloed. In dit onderdeel onderzoek je vooral politieke en socio-economische kenmerken van de Grieken uit de klassieke oudheid. In welke mate gelijken ze op onze samenleving? De meeste culturele kenmerken komen in andere onderdelen aan bod.

PREHISTORIE

BRON 1 Het Philippeion op de archeologische site van Olympia

500

KLASSIEKE OUDHEID

MIDDELEEUWEN

1450 ±1750 1945

VROEGMODERNE TIJD ±800v.C.

HEDENDAAGSE TIJD

MODERNE TIJD

Het bronzen beeld is 180 cm hoog en bevindt zich in het Archeologisch Museum van Delphi. De tiran van de stad Gela in Sicilië laat het beeld oprichten naar aanleiding van de overwinning van zijn paardenspan tijdens de Pythische Spelen van Delphi in 478 of 474 v.C.

BRON 2 Vaas
BRON 3 Wagenmenner van Delphi
De vaas dateert van ca. 420 v.C. en is 37 cm hoog.

administratie: het verzamelen, ordenen en bijhouden van gegevens paleiseconomie: het paleis bewaart en verdeelt (voedsel)voorraden en granen.

cyclopen: eenogige reuzen

1

Mykeners, de eerste Grieken

Vanaf 2000 v.C. dringen Indo-Europese stammen het Griekse schiereiland binnen. De nieuwe indringers liggen aan de basis van de Griekse samenleving. Wie zijn de eerste Grieken en waar gaan ze zich vestigen? Hoe ziet hun samenleving eruit? Hoe komt er een einde aan hun samenleving?

De komst van de Grieken

BRON 1-2-3-4-5-6 Archeologische opgravingen leren ons dat Griekssprekenden ca. 2000 v.C. het Griekse vasteland binnentrekken. Historici noemen die Grieken uit de bronstijd Mykeners, naar de meest indrukwekkende vindplaats: Mykene. De belangrijkste centra van de Mykeense bronstijdcultuur vinden we in ommuurde burchten of paleizen van Mykene, Pylos en Argos op de Peloponnesos. Vanaf ca. 1600 v.C. tot ca. 1200 v.C. schittert de Mykeense cultuur in Griekenland. De zware muren en de talrijke bronzen wapenrustingen wijzen op een samenleving waarin oorlog nooit ver weg is. Nieuw is het gebruik van door paarden getrokken strijdwagens. Egyptische teksten getuigen zelfs van Mykeense huursoldaten in krijgsdienst ver van Griekenland. Historici denken dat het midden en het zuiden van Griekenland verdeeld waren in een onbekend aantal vorstendommen zoals Thebe, Tiryns, Pylos en Athene.

2Het Lineair B getuigt van Griekse aanwezigheid op Kreta

BRON 7-8 Hebben de Mykeners Knossos op het eiland Kreta veroverd in de 14e eeuw? Talrijke teksten op kleitabletten geschreven in ‘Lineair B’, dat afgeleid is van het Lineair A, getuigen in elk geval van Griekse aanwezigheid op het eiland. De taal van het Lineair B is Vroeggrieks. Het Lineair A van Kreta is zeker geen Grieks. Het staat wel vast dat de Mykeners in het

midden van de 14e eeuw de leiding over de regio hebben overgenomen van de Kretenzers.

Op de Lineair B-tabletten, gevonden in Knossos en Pylos, vinden we vooral aantekeningen van de paleis administratie : leveringen aan het paleis vanuit de omliggende dorpen, schenkingen aan heiligdommen. Zo ontstaat bij historici het beeld van een Mykeense paleiseconomie . Alles draait om het paleis: het bewaart de (voedsel)voorraden, verdeelt granen, bestuurt de omliggende dorpen. Soldaten van het paleis beschermen de bevolking die in oorlogstijd schuilt achter de cyclopische muren.

Verrassend is de rijkdom die we vinden in de grafkamers: gouden dodenmaskers, drinkbekers, sieraden. Hoe geraakt het arme Griekenland aan die rijkdom? Plundertochten overzee? Handel?

3

Mykene heeft handelscontacten met Kreta, Egypte en het Nabije Oosten

BRON 1 Handelaars uit Egypte en het Nabije Oosten zeilen naar Griekenland op zoek naar metalen en andere handelswaar. Mykeense handelaars (en rovers?) hebben contacten op de westkust van Klein-Azië, met de kusten van Syrië en Palestina, het eiland Cyprus, Egypte en Zuid-Italië. Zij vestigen zelfs kolonies langs die kusten (zie ook les 8). In de late bronstijd ontstaat zo een netwerk met Egypte en de staten van het Nabije Oosten. De invloed van de cultuur van Kreta op de Mykeense samenleving is duidelijk. Artistieke motieven en de

GROEI
BLOEI
ONDERGANG

vormgeving van voorwerpen zoals vazen, schalen en muurschilderingen verwijzen ernaar. Er is zeker ook invloed van Egypte.

4

Mykene gaat ten onder in oorlogen en migraties

Ca. 1250-1000 v.C. verzwakt dat netwerk. Er is politieke onrust en politiek verval in Mesopotamië en Egypte. In de Mykeense vorstendommen stuikt de rijke paleiseconomie in elkaar. De oorzaken zijn niet duidelijk. Zijn de natuurlijke rijkdommen uitgeput? Kan de landbouw de groeiende bevolking niet voeden? Zijn oorlog en rivaliteit tussen de leidende groepen de oorzaak? Of zijn er toch vreemde invallers die de verzwakte Mykeense vorstendommen aanvallen? Zeker is dat rond 1200 v.C. enkele Mykeense centra worden verwoest, en grote groepen

in de Griekse wereld ronddolen en de zee oversteken. Een aantal Grieken vestigt zich op de kusten van het huidige Turkije. Oorlogen zijn waarschijnlijk de voornaamste oorzaak van die verwoestingen. De luxueuze cultuur verdwijnt, het Lineair B wordt niet meer gebruikt. Wat blijft, zijn de verhalen waarin ook de namen van de voornaamste Griekse goden opduiken, die in de Mykeense tijd al werden vereerd. Het zal eeuwen duren alvorens Griekenland zich herstelt.

5

Zeker of onzeker?

In deze en vorige lessen blijven veel historische vragen onbeantwoord. Historici moeten immers een duidelijk onderscheid maken tussen wat zeker en onzeker is op het moment dat zij geschiedenis schrijven.

KENNEN KUNNEN

1 de begrippen ‘Mykene’, ‘cyclopen’, ‘paleiseconomie’, ‘Lineair B’ en ‘kleitablet’ verklaren

2 de opkomst, het hoogtepunt en het verval van de Mykeense cultuur in de tijd situeren

3 de handelspartners van de Mykeners opnoemen

4 uitleggen hoe historici weten dat de Mykeners Grieks spraken

BRON 1 De Egeïsche wereld

@VANIN

PELOPONNESOS handelsroute

migratie: een groep verhuist van de ene plaats naar de andere.

1 op een blinde kaart Kreta, Mykene, Athene en de Peloponnesos aanduiden

2 het onderscheid maken tussen wat historisch zeker is en wat historici vermoeden

a Over welke hedendaagse gebieden strekte de macht van de Mykeners zich uit?

b Geef drie hedendaagse steden die al bestonden in de Mykeense periode.

a Waarom ligt Mykene op een hoogte? Is dat gemakkelijk voor de bevoorrading?

b Waaraan kun je zien dat de Mykeners zich willen beschermen?

BRON 3 De Leeuwenpoort

BRON 4 Gouden dodenmasker

Gouden dodenmasker, 16e eeuw v.C., Nationaal Archeologisch Museum, Athene

BRON 6 Het tholosgraf van Klytaemnestra en het Schathuis van Atreus

De eerste archeologen die Mykene ontdekten, dachten deze mythische stad uit de Ilias gevonden te hebben. Zij wezen dat graf toe aan koningin Klytaemnestra. In zulke graven werden edellieden en vorsten begraven. Daarvan getuigen ook de grafgiften zoals het gouden dodenmasker uit bron 4 (doorsnede tholos 12,96 m; hoogte 13,50 m). Het graf is waarschijnlijk uit de 13e eeuw v.C. Rechts zie je een nog grotere ‘bijenkorfkoepel’ van de zogenaamde Schatkamer van Atreus in Mykene (ca. 1300 v.C.). De stenen ringen hebben een steeds kleinere diameter en vormen zo een ‘valse’ koepel. De koepel heeft een doorsnede van 14,6 meter en is 13,5 meter hoog.

@VANIN

a Zoek op wie Klytaemnestra was (opgelet: verschillende schrijfwijzen zijn mogelijk).

b Zoek op wat ‘tholos’ betekent.

c Beschrijf het tholosgraf met je eigen woorden.

BRON 5 Grafcirkel in Mykene

autocratie: regeringsvorm

waarbij de macht wordt uitgeoefend door één persoon

De Kretenzers en de Mykeners schreven op kleitabletten, vooral om de voorraden bij te houden. De taal die de Mykeners gebruikten, was Vroeggrieks. De paleizen waarin de tabletten bewaard werden, zijn verwoest door branden, waardoor de tabletten gebakken werden. Enkele duizenden dergelijke tabletten zijn op die manier bewaard gebleven. Gewoonlijk werden die tabletten schoongeveegd en opnieuw gebruikt.

BIn hun eigen taal noemden de Grieken zichzelf overigens nooit ‘Grieken’. Dat woord komt van de naam die de Romeinen hun gaven: ‘Graeci’.

Uit: M.I. Finley, De oude Grieken

a Hoe noemden de Grieken zichzelf?

b Wie gaf de Grieken de naam Grieken?

c Waarvoor werd het Lineair B vooral gebruikt?

d Leg uit: ‘Het is een geluk bij een ongeluk dat we uit de Mykeense tijd nog kleitabletten hebben.’

BRON 8 A De politieke en sociale organisatie van Mykene

De politieke structuur [ van Mykene] was die van een autocratische monarchie, geregeerd door de ‘wanax’. Die bestuurde zijn territorium met behulp van een hiërarchie van ambtenaren. Er was een speciale klasse van priesters en priesteressen. Het volk was georganiseerd in een ontwikkeld klassensysteem en slavernij was alom verspreid.

Uit: whc.unesco.org

B@VANIN

Overal was de plaatselijke bevolking aan de heren in de burcht of het paleis onderworpen, maar over de precieze maatschappelijke verhoudingen zijn we nog slecht ingelicht.

Uit: F.G. Naerebout en H.W. Singer, De oudheid, 2002

a Waarover zijn beide bronnen het eens?

b Wat zou je kunnen besluiten? Probeer maar.

RANDINFO

Cyclopen bouwen geen cyclopische muren

Volgens de mythe werd Mykene gebouwd door cyclopen, eenogige reuzen. Als je die enorme steenblokken ziet, is de verleiding groot om dat te geloven. Maar zulke reuzen hebben geen reusachtige gebouwen nodig om zich te beschermen, laat staan dat ze als bange kleine mensen zulke reusachtige steenblokken zouden gebruiken om burchtmuren te bouwen. De foto toont de ingang van de indrukwekkende, cyclopische trap die 18 meter diep toegang geeft tot een groot ondergronds waterreservoir. Dat wordt gevoed door een ondergrondse leiding die water aanvoert van buiten de omwalling.

6

De Grieken: politiek verdeeld, cultureel één

Verschillende stammen hebben Hellas bereikt.

Vormen zij na verloop van tijd één Griekse

staat? Hoe organiseren de Grieken zich?

Bestaat er een Grieks gemeenschapsgevoel?

1EEUWEN ARCHAÏSCHE TIJD

Hellas bestaat uit afzonderlijke, zelfstandige poleis

BRON 1-2-3-4 Het gebied waar de Grieken wonen, noemt men Hellas. De Romeinen spreken eerder over Griekenland. De eerste stam die zij er ont mo eten, noemt zichzelf immers Grieks.

Je weet al dat Hellas heel bergachtig is (zie les 3): veel steile bergketens, diepe dalen en een aantal kleine vlakten. Zo’n reliëf bemoeilijkt het samenleven in grote gemeenschappen. In plaats daarvan ontstaan er overal kleine individuele boerenneder zettingen. Op een goed verdedigbare plaats, zoals een hoge rots of steile helling, bouwt men vaak een burcht of akropolis. Rond die burcht drijft men handel of vervaardigt men producten. Heel dikwijls worden er openbare gebouwen, tempels, theaters ... opgericht. Zo ontstaat er een centrum dat belangrijk is voor de omgeving.

Na verloop van tijd groeit het centrum uit tot een stedelijke ruimte . Samen met de omliggende rurale gebieden en de nabijgelegen dorpen vormt het een stadstaat : de polis. De eerste poleis ontstaan in het zuiden en oosten van Hellas tussen 1000 v.C. en 800 v.C. In het westen en het noorden laat de ontwikkeling langer op zich wachten.

Elke polis probeert voor zichzelf genoeg voedsel en gebruiksvoorwerpen te produceren. Daardoor is de stadstaat economisch onafhankelijk van andere poleis. Ook op politiek vlak wil de polis onafhankelijk zijn en zichzelf besturen. Dat noemt men autonomie Elke polis heeft dus haar eigen bestuur, wetten, leger en rechtspraak.

De meeste poleis zijn vrij klein. Athene, een van de

TIJD

grootste stadstaten, is qua oppervlakte niet groter dan het huidige Groothertogdom Luxemburg. Het telt in de 5e eeuw v.C. ongeveer 260 000 inwoners.

Andere poleis hebben amper 10 000 inwoners. De Grieken vormen dus niet één staat of land.

Hellas bestaat uit verschillende poleis. Die voeren vaak oorlog met elkaar om bijvoorbeeld hun grondgebied uit te breiden.

2Hellas vormt een eenheid op cultureel gebied

BRON 1-5-6-7-8 De Grieken van de verschillende poleis voelen zich wel verwant aan elkaar. Drie zaken op cultureel gebied zorgen ervoor dat zij zich één grote gemeenschap voelen: de taal, de dichter Homeros en de godsdienst.

De Grieken beseffen dat ze allemaal dezelfde taal spreken. Iedereen die geen Grieks spreekt, beschouwen zij als een ‘barbaar’. Vreemde talen klinken voor hen als onduidelijk gestotter (‘bar-barbar’).

De dichter Homeros (8e eeuw v.C.) zou twee heldendichten gemaakt hebben: de Ilias en de Odyssee. In die werken beschrijft hij welke deugden een Griek moet hebben: dapperheid, verstand, trouw, eergevoel, zelfopoffering en doorzettingsvermogen. Overal in Hellas leest men de gedichten van Homeros. Zo krijgen de Grieken een soortgelijke kijk op het leven en op hoe men zich moet gedragen.

Homeros en Hesiodos (700 v.C.), een andere belangrijke Griekse dichter, stellen in hun werken de Griekse godenwereld voor. Homeros kiest enkele goden uit het grote aantal dat door de Griekse

stedelijke ruimte: verstedelijkt gebied, met dichtere bebouwing

rurale ruimte: landelijk gebied

stadstaat: in de klassieke oudheid een centrum met de omliggende landbouwgebieden en dorpen. De stadstaten zijn politiek en economisch onafhankelijk. autonomie: zelfregering

stammen wordt vereerd. Alle Griekse stadstaten vereren na verloop van tijd de goden die ze bij Homeros terugvinden. Zo krijgen de Grieken gemeenschappelijke goden. Die samenhorigheid vind je ook terug in godsdienstige spelen. De bekendste zijn de Olympische Spelen, ter ere van de oppergod

OPDRACHT

Zeus (zie les 7). Bepaalde plaatsen, zoals de berg Olympos, zijn voor alle Grieken heilig. Ze geloven dat de goden er wonen. De culturele eenheid van de Grieken blijkt ook uit hun kunstvoorwerpen en bouwwerken. Over heel Hellas hebben ze ongeveer dezelfde stijl.

Maak van de lestekst zelf een schema, waarin je de hoofdgedachten en belangrijkste nevengedachten terugvindt.

KENNEN KUNNEN

1 de begrippen ‘Hellas’, ‘rurale ruimte’, ‘stedelijke ruimte’, ‘stadstaat’, ‘polis’ en ‘autonomie’ uitleggen

2 drie kenmerken van een polis geven

3 drie kenmerken van de Griekse culturele eenheid opsommen

4 met twee voorbeelden de belangrijke rol van Homeros in de Griekse cultuur uitleggen

5 de politieke verdeeldheid van Hellas aantonen

6 de culturele eenheid van Hellas aantonen

BRON 1 De godsdienst in Hellas

1 informatie uit een kaart afleiden

2 geschreven bronnen intensief lezen en er informatie in opzoeken

@VANIN

3 de grootte van een Griekse polis inschatten door ze te vergelijken met hedendaagse landen, regio’s, provincies en gemeenten

a Vergelijk Hellas met het Griekenland van nu. Welke verschillen bemerk je?

b Toon met behulp van de kaart aan dat goden in heel Hellas worden vereerd.

c Noem drie poleis waar Hera wordt vereerd.

BRON 2 Beschrijving van Griekenland

Op twintig stadiën [ ongeveer 4 km] van Chaeronea ligt de polis der Panopeërs, als men werkelijk de naam polis mag geven aan lieden die geen bestuursgebouwen hebben, geen gymnasion, geen theater, geen openbaar plein, geen watertoevoer die een vergaarbak voedt, en die daar op de rand van een ravijn wonen in half in de grond gegraven hutjes als schuilhutten van bergbewoners. Toch is hun gebied afgebakend van dat van hun buren en zenden zij afgevaardigden naar de vergadering van Phokis [ een polis waar vertegenwoordigers van verschillende poleis uit dezelfde streek samenkomen]. Ten slotte vertellen zij dat de naam van hun polis is afgeleid van die van de vader van Epeios. [ Deze Epeios, wiens vader Panopeus heette, was de bouwer van het Trojaanse paard.]

Uit: Pausanias, Beschrijving van Griekenland, X, 4

Pausanias van Lydië (2e eeuw), reiziger en aardrijkskundige, bezoekt Palestina, Egypte, Italië en Rome. Griekenland is echter zijn favoriete bestemming. Hij beschrijft verschillende poleis in Hellas.

a Wat hebben de Panopeërs in tegenstelling tot de meeste poleis niet?

b Wat is blijkbaar voldoende om een polis te zijn?

a Bekijk de foto. Welk terrein leent zich uitstekend voor het ontstaan van een polis?

b Waarom denk je dat die ligging belangrijk is?

Athene (Attika)

Vergelijk deze oppervlakten met de oppervlakte van Vlaanderen, jouw provincie en jouw gemeente. Zoek zelf de juiste gegevens.

Nu begreep Hector dat zijn laatste uur geslagen was en hij sprak: ‘Ach, nu hebben de goden mij tot de dood geroepen.

Ik dacht dat de held Deïphobos bij mij was, maar hij is in de stad: de godin Athena heeft mij misleid. De dood is dicht bij mij en ontkomen is niet meer mogelijk. Zo is het blijkbaar besloten door Zeus en Apollo [ goden], die mij tot nu altijd goed hebben beschermd.

Komaan, laat ik zorgen dat ik niet roemloos sterf, maar zo vechten dat ook het nageslacht erover zal spreken.’

Uit: Homeros, Ilias, boek 22

Homeros (8e eeuw v.C.) is een Griekse dichter. Twee van zijn gedichten, de Ilias en de Odyssee, worden beschouwd als de belangrijkste werken van de oud-Griekse literatuur. In zijn verhalen spelen helden en goden de hoofdrol.

a Hoeveel goden komen in de tekst voor?

Detail van een Grieks mengvat uit de 5e eeuw v.C., British Museum, Londen

b Welke ‘deugd’ toont Hector hier? Kies uit: verstand – dapperheid – bescheidenheid.

c Wat vind jij van die ‘deugd’?

BRON 4 Oppervlakte van enkele stadstaten
BRON 3 De Akropolis in Athene
BRON 5 De strijd tussen Achilles en Hector voor de stad Troje

BRON 6 Het paard van Troje

De Grieken voeren weg aan boord van hun schepen, terwijl een andere groep onder leiding van de befaamde Odysseus zich in de buik van het houten paard op de marktplaats van Troje bevond. De Trojanen hadden het houten paard zelf de burcht binnengetrokken. Daar stond het paard nu, en de Trojanen discussieerden wat ze ermee moesten doen. Sommigen wilden het vernietigen met hun bijlen. Anderen waren van mening het naar de top van de burcht te slepen en dan van de rotsen te duwen. Nog anderen wilden het laten staan, waar het stond, als een monument voor de goden. En dit laatste gebeurde. (…) Het heilige Troje werd verwoest door de Grieken, die uit de holle buik van paard stormden en de stad verwoestten.

Naar: Homeros, Odyssee, boek 8

De Mykonosvaas (675 v.C.) is een van de oudste voorstellingen van het paard van Troje.

a Op welke manier slagen de Grieken er volgens Homeros in om de stad Troje te verwoesten? b Zoek op wat een ‘Trojaans paard’ in de computerwereld is. Waarom zou het die benaming gekregen hebben?

BRON 7 Herodotos

Er is de bloed- en taalverwantschap met het Griekse volk, de gemeenschappelijke heiligdommen, de goden en de offerplechtigheden evenals onze gelijksoortige zeden. (…) Wees ervan overtuigd dat wij nooit met Xerxes [de koning van Perzië] een akkoord zullen sluiten.

Bewerking van Herodotos, Historiën, boek VIII, hoofdstuk 144

De Griek Herodotos leeft van 485 tot 425 v.C. Hij reist de op dat moment gekende wereld af en verzamelt gegevens over volkeren en landen. In zijn geschiedenisverhaal worden de verbanden tussen de feiten vanzelf duidelijk. Hij gelooft dat de goden de mens beïnvloeden.

Welke kenmerken maken van de Grieken een eenheid?

BRON 8 De betekenis van het woord ‘barbaar’

Het woord ‘barbaar’ komt uit het Oude Griekenland. De Grieken geven die benaming aan alle mensen die geen Grieks spreken. Voor de Grieken klinken de vreemde klanken van die mensen als ‘barbarbar’. De Romeinen veranderen voor het eerst de betekenis van het woord ‘barbaar’. Voor hen past de naam bij alle volkeren die geen Griekse of Romeinse tradities kennen, zoals de verschillende stammen aan de Romeinse grenzen. Vandaag gebruiken we het woord ‘barbaars’ vooral om te verwijzen naar wrede, primitieve en onbeschaafde handelingen. Een ‘barbaar’ is een persoon die zulke handelingen uitvoert.

Een 19e-eeuwse voorstelling van de Hunnen als barbaren

a Welke betekenis heeft het woord ‘barbaar’ bij de Grieken?

b Hoe is de betekenis van het woord ‘barbaar’ veranderd?

7

De Olympische Spelen in de oudheid

Al meer dan honderd jaar vinden om de vier jaar de Olympische Spelen plaats. Ze zijn gebaseerd op spelen in de klassieke oudheid met dezelfde naam. Hoe en waar zijn die ontstaan? Wat is kenmerkend voor de spelen? Welke sporten worden er beoefend? Wat valt er te winnen?

OLYMPISCHE

1

Spelen ter ere van Zeus

BRON 1-2 Tij dens de klassieke oudheid zijn er op verschillende plaatsen in Hellas sportwedstrijden. Ze zijn een manier om de goden te vereren. De oudste en belangrijkste hebben om de vier jaar plaats in Olympia (Peloponnesos). De eerste officiële Olympische Spelen worden in 776 v.C. gehouden, maar daarvoor zijn er al godsdienstige spelen geweest. Historici weten niet of er na 261 nog regelmatig spelen worden gehouden. Wel staat vast dat keizer Theodosius heidense spelen ca. 394 verbiedt.

Olympia is een heel oude heilige plaats. Geleidelijk ontwikkelt het zich tot een groot heiligdom met de tempel van Zeus als centrum. Elke vier jaar trekken burgers van Elis (de stad die de Spelen organiseert) de Helleense wereld rond om de Olympische Spelen aan te kondigen. Alle vrije Helleense mannen mogen eraan deelnemen. Vrouwen mogen noch deelnemen noch komen kijken. Wanneer Hellas een provincie van het Romeinse Rijk wordt (2e eeuw v.C.), kunnen ook burgers van het Romeinse Rijk aan de Spelen deelnemen. Tijdens de Spelen eerbiedigen de Hellenen een bestand van drie maanden: atleten en hun begeleiders krijgen een vrijpas om naar Olympia te reizen. Een eventuele oorlog wordt niet stilgelegd. Een maand voor de aanvang van de Spelen begeven de deelnemers zich ter plaatse om zich er verder voor te bereiden. Twee dagen voor de opening begint een processie van 57 km langs de heilige weg naar Olympia. De eerste Spelen duren slechts één dag. Later worden het vijf dagen. Drie dagen daarvan (dag één, drie en vijf) zijn voor een groot gedeelte gevuld met godsdienstige plechtigheden. Op de eerste dag is er een

openingsceremonie. De deelnemers gaan in processie naar het beeld van Zeus. Daar zweren zij, in aanwezigheid van de scheidsrechters, een eed waarbij zij beloven zich aan de regels te zullen houden (zoals dat vandaag ook nog gebeurt). Daarna zijn er offers van de deelnemende steden voor hun beschermgoden. Hoe groter het geschenk voor Zeus, hoe meer aanzien je krijgt. Op de derde dag offert men honderden ossen aan Zeus. De beenderen worden op het altaar verbrand. Het vlees bewaart men voor de grote feestmaaltijd ’s avonds.

Op de vijfde dag brengt men offers aan alle godheden op Olympia. De winnaars van de wedstrijden krijgen hun overwinningsteken in de tempel van Zeus.

2

De oude olympische sporten

BRON 3-4 De atleten sporten naakt. In 776 v.C. is er slechts één wedstrijdonderdeel: de lange sprint (dromos). Bij dat loopnummer leggen de atleten 192,27 meter af. Daarna komen er nieuwe loopnummers bij: de middellange afstand (diaulos, tweemaal de afstand van de dromos) en de lange afstand (dolichos of 24 maal de dromos).

In 708 v.C. komt de vijfkamp (pentatlon) erbij. Die bestaat uit hardlopen, speerwerpen, discuswerpen, verspringen en worstelen. De atleet die drie van de vijf nummers wint, is de winnaar. Verspringen gebeurt anders dan vandaag: de atleten gebruiken gewichten bij het springen. Als er één sport bekendstaat als een klassieke sport, dan is het wel het discuswerpen. Toen men dat onderdeel bij de nieuwe Olympische Spelen van 1896 wilde invoeren, moesten sporters eerst naar oude afbeeldingen van Griekse discuswerpers kijken om te leren hoe men het moest doen.

Nieuwe sporten die er nog later bijkomen, zijn het boksen, de wagenrennen en paardenkoersen, de hardloopwedstrijd in volle wapenrusting (hoplitodromos) en het pankration. Het boksen of vuistgevecht is heel gewelddadig. De beoefenaars van deze sport laten rondom hun handen en polsen lederen banden draaien die voorzien zijn van een ijzeren beslag. Om hun hoofd te beschermen, dragen ze een lederen of bronzen helm. Het pankration is een vechtsport, waarbij vrijwel alles mag, behalve bijten en elkaar de ogen uitsteken. De tegenstanders schoppen, slaan en stompen elkaar.

Een olympisch winnaar krijgt als beloning voor zijn overwinning een olijftak van de heilige boom van Zeus. Historici vermoeden dat men van die tak misschien kransen maakt. De winnaar wordt in zijn eigen stad uitvoerig beloond. Zo voert Solon in de 6e eeuw v.C. een beloning van 500 drachmen in voor een Atheens winnaar van de Olympische Spelen. Dat bedrag is meer dan het jaarloon van een arbeider. Daarnaast stijgt hij ook in aanzien en krijgt hij een ereplaats bij openbare plechtigheden.

KENNEN KUNNEN

1 de klassieke Olympische Spelen in de tijd situeren

2 het doel van de Olympische Spelen uitleggen

3 vier kenmerken van de Olympische Spelen geven

4 uitleggen wie aan de Spelen mag deelnemen

5 vijf olympische sporten opsommen

6 de beloning van een overwinnaar beschrijven

Nike: (spreek uit: Nikei) godin van de overwinning

BRON 1 Herakles en de Olympische Spelen

Tussen vele nobele daden, heren, waarvoor het past om ons Herakles te herinneren, zouden we het feit moeten gedenken dat hij de eerste was, uit liefde voor Griekenland, om deze wedstrijd in te richten. Tot dan waren de steden onderling verdeeld, maar na een einde gesteld te hebben aan de tirannie en hen onderdrukt te hebben die blijk gaven van geweld, richtte hij op de mooiste plaats van Hellas deze wedstrijd van fysieke kracht, wedijver van rijkdom en ontplooiing van intelligentie op, opdat de Hellenen zich zouden verenigen op eenzelfde plaats, om te zien en te luisteren, naar al deze besten. Hij dacht dat deze vereniging het begin zou zijn van een groeiend wederzijds begrip tussen de Hellenen.

@VANIN

Uit: Lysias (ca. 445-ca. 380 v.C.), Olympische redevoering

Wanneer de Olympische Spelen precies ontstaan zijn, is niet duidelijk. Verschillende Griekse mythen hebben hun eigen versie. De Griekse schrijver Lysias (ca. 445-380 v.C.) vertelt hier hoe Herakles aan de oorsprong van de Spelen ligt.

a Wat bedoelt de schrijver met ‘deze wedstrijd’?

b Onder welke naam is Herakles het best bekend?

c Hoe wordt Olympia hier omschreven?

d Wat doen de Hellenen in Olympia?

1 de klassieke spelen met de huidige vergelijken

2 de verschillende sporten op afbeeldingen herkennen

2 De tempel van Zeus in Olympia

In de 5e eeuw wordt in Olympia een heel grote tempel opgericht ter ere van Zeus. Het beeld van Zeus in de tempel wordt in de oudheid beschouwd als een van de zeven wereldwonderen. Het was twaalf meter hoog (= een flatgebouw van vier verdiepingen!). In zijn rechterhand draagt Zeus een beeld van Nike dat ook van goud en ivoor is. De tekening die je hier ziet, is gemaakt op basis van beschrijvingen uit de oudheid.

a Waarom zou het beeld in de oudheid als een van de zeven wereldwonderen beschouwd worden?

b Nike is een overwinningsgodin. Wat is het verband met een bekend sportmerk?

c Zag het beeld er oorspronkelijk uit zoals op de hedendaagse tekening?

BRON

BRON 3 Verboden toegang voor vrouwen

De Spelen worden voorbehouden voor mannen. Alleen meisjes en enkele priesteressen mogen binnen in het heiligdom van Olympia. Volgens de schrijver Pausanias wordt diegene die de regel overtreedt van de berg Typaion naar beneden gegooid. Maar er is een uitzondering:

Ze zeggen dat nooit een vrouw betrapt is, behalve Kallipateira. Ze was een weduwe en – vermomd als een mannelijke trainer – nam ze haar zoon mee naar Olympia om hem te laten deelnemen. Toen haar zoon Peisidoros won, sprong Kallipateira over de omheining waarachter de trainers plaatsnamen en raakte per ongeluk ontbloot. Men ontdekte dus dat zij een vrouw was. Maar men liet haar onbestraft vrij uit respect voor haar vader, haar broers, haar zoon, omdat zij allen olympische overwinningen hadden behaald. Wel kwam er dankzij dit voorval een wet die de trainers verplichtte zich in de toekomst uit te kleden voordat zij het terrein betraden.

Uit: Pausanias (2e eeuw n.C.), Rondleiding door Griekenland

a Welke straf kregen vrouwen als ze ontdekt werden?

b Hoe kwam aan het licht dat Kallipateira een vrouw was?

c Waarom kreeg ze geen straf?

BRON 4 De olympische sporten

In 472 v.C. wordt de duur van de Spelen uitgebreid naar vijf dagen.

Dag 1 registratie van de atleten en loting, eedaflegging, offers en plechtigheden ter ere van Zeus

Dag 2 wagenrennen en paardenkoersen, begin van de vijfkamp

Dag 3 offer ter ere van Zeus, loopwedstrijden

Dag 4 boksen, worstelen, pankration, loopwedstrijd met wapens

Dag 5 huldiging van de winnaars, offers en feestmaaltijd

@VANIN

a Welke sporten worden er beoefend?

b Identificeer de verschillende afgebeelde sporten.

c Op afbeelding F wordt een ‘pankration’ voorgesteld. Wat gebeurt er?

8

De Griekse kolonisatie (750–550 v.C.)

Onder een kolonie verstaat men de nederzetting van een volk in een vreemd land. Het moederland controleert politiek en economisch de kolonie. Is dat bij de Grieken ook zo? Waarom en waar koloniseren zij? Wat zijn daarvan de gevolgen? Waarom stopt de Griekse kolonisatie?

GRIEKSE KOLONISATIE

moederpolis:

polis uit Hellas die elders een andere polis of kolonie opricht. Die kolonie is dan een dochterpolis.

importeren: buitenlandse waren invoeren

regionaal: plaatselijk, behorend tot een bepaalde streek

exporteren: inlandse waren uitvoeren

handelaarondernemer: de eigenaar van een bedrijf of onderneming die producten maakt en/of verkoopt

1

De Grieken lossen een aantal samenlevingsproblemen op door te koloniseren

BRON 1-2-3 Je weet al dat Hellas heel weinig vruchtbare grond heeft. Dat schept natuurlijk een voedselprobleem als de bevolking aangroeit. Bovendien is het grootste deel van die vruchtbare grond in handen van een kleine groep grootgrondbezitters. De grote groep armen vindt dat uiteraard niet eerlijk. Er dreigen conflicten tussen arm en rijk. Om de over b evolking te bestrijden en conflicten te vermijden, zoekt men naar nieuwe landbouwgronden. Dat gebeurt meestal overzee.

Een kolonie is een gebied waar een Griekse moederpolis een dochterpolis of kolonie sticht. Beide poleis zijn onafhankelijk van elkaar. Dat verschilt duidelijk van de Europese kolonies uit de vroegmoderne en moderne tijd. Die kolonies worden bestuurd door het moederland en moeten vooral winst en prestige opleveren. Het belang van het moederland staat hierbij centraal. De Griekse moederpolis en dochterpolis onderhouden daarentegen stevige contacten en drijven vooral handel met elkaar. De kolonies leveren grondstoffen aan de moederpolis en kopen er ook producten.

2De Griekse kolonies zorgen voor nieuwe handelsrelaties

BRON 2-3-4 Tussen de 8e en 6e eeuw v.C. ontstaat er een verzameling van Griekse kolonies langs de kusten van de Middellandse Zee en de Zwarte Zee. Zelden koloniseert men het binnenland. In Zuid-Italië

stichten de Grieken zo veel bloeiende kolonies dat dit gebied de naam ‘Magna Graecia’, Groot-Griekenland, krijgt. De Grieken hebben twee soorten kolonies. Exploitatie kolonies doen aan mijnbouw of zorgen voor landbouw en veeteelt. Handelskolonies vormen steun- en verbindingspunten voor de handel. Tussen de overzeese kolonies en de moedersteden ontwikkelt zich een drukke handel. Hellas importeert eerst en vooral graan, daarnaast nog diverse soorten metaal, regionale producten, slaven enz. Het exporteert meestal wijn, olie, aardewerk en andere afgewerkte producten. Veel bekende steden langs de Middellandse Zee zijn van oorsprong Grieks: Marseille, Nice, Syracuse, Napels, Byzantium (nu Istanboel) enz. Dankzij de handel verschijnt er, naast de oude grondadel, een nieuwe groep rijken: de handelaarsondernemers . Steunend op hun geldbezit eisen zij om deel te nemen aan het bestuur.

3De kolonisatie verspreidt en verandert de Griekse cultuur

BRON 5-6 De Griekse cultuur verspreidt zich door de kolonisatie over de Middellandse Zeewereld. De kolonisten brengen hun taal, godsdienst, kunst, architectuur en gewoontes mee naar de overzeese gebieden. Daardoor kan een stad in Zuid-Italië er erg Grieks uitzien. Anderzijds nemen de Grieken ook heel wat van andere volkeren over: op basis van het Fenicische alfabet maken ze een Grieks alfabet, van de Lydiërs nemen ze het gebruik van munten over. Omstreeks 550 v.C. komt er een einde aan de stichting van kolonies. De moedersteden kunnen dankzij de handelsrelaties met onder andere de

kolonies voldoende levensmiddelen invoeren om de bevolking te onderhouden. Daardoor verdwijnt de noodzaak om te emigreren. Bovendien verhinderen andere volkeren dat de Grieken zich nog verder

verspreiden. In het westen stoten de Grieken op de Etrusken en de Carthagers. In het oosten liggen de Perzen dwars.

KENNEN KUNNEN

1 de begrippen ‘kolonisatie’, ‘regionaal’, ‘moederpolis’, ‘importeren’, ‘exporteren’ en ‘handelaar-ondernemer’ uitleggen

2 vier oorzaken van de Griekse kolonisatie uitleggen

3 drie kenmerken van een Griekse kolonie geven

4 de Griekse kolonisatie in de tijd situeren

5 de invloed van de kolonisatie op de economie uitleggen

6 de relatie tussen moederpolis en dochterpolis uitleggen

7 vier gevolgen van de Griekse kolonisatie geven

8 uitleggen waarom de Griekse kolonisatie stopt

9 het verschil tussen de Griekse kolonisatie in de klassieke oudheid en de Europese kolonisatie in de vroegmoderne en moderne tijd uitleggen

BRON 1 Aristoteles over de grondadel in de 8e eeuw v.C.

Daarna was er lange tijd onenigheid tussen de hogere klasse en het gewone volk. (...) In het bijzonder waren de armen, hun vrouwen en hun kinderen, de slaven van de rijken. (...) Het hele land was in handen van een klein aantal. Als de boeren hun pacht niet betaalden, konden zij en hun kinderen in slavernij worden gedompeld.

Uit: Aristoteles, De politeia van Athene, 2

De Griekse geleerde Aristoteles (Stagira, 384-322 v.C.) is een leerling van Plato en zelf de leraar van Alexander de Grote. Hij leeft en werkt in Athene.

1 Griekse kolonies op een kaart aanduiden

2 informatie op een kaart zoeken

3 geschreven bronnen intensief lezen en er informatie in opzoeken

4 informatie afleiden uit materiële bronnen

@VANIN

Toon aan dat de gewone man het moeilijk had om te overleven in Hellas, een gebied waar landbouw de voornaamste bron van levensonderhoud was.

Tegen het midden van de 5e eeuw maakt het eiland Thera een periode door van sociale onlusten als gevolg van misoogsten. Het orakel van Delphi gaf de koning die het eiland bestuurde de raad een expeditie naar Libia te zenden om er een kolonie te stichten. Zonder enthousiasme deden de Theraeërs dat. Een door de koning bijeengeroepen volksvergadering besloot de leiding toe te vertrouwen aan een zekere Battos. Een zoon per gezin zou als toekomstige kolonist worden aangewezen. De aangewezenen zouden verplicht zijn zich in te schepen op straf van de dood en zich te vestigen in de nieuwe kolonie. Het zou hun niet worden toegestaan naar Thera terug te keren, behalve indien na vijf jaren hardnekkig volhouden de onderneming volkomen mislukte. Na dat besluit nam de aangewezen groep plaats op twee pentekonters [schepen met vijftig roeiers]: dat wil zeggen dat men moest rekenen op ten hoogste tweehonderd mensen.

Bewerking van Herodotos, Historiën, boek IV, hoofdstuk 150

De Griek Herodotos leeft van 485 tot 425 v.C. Hij reist de op dat moment gekende wereld af en verzamelt gegevens over volkeren en landen. In zijn geschiedenisverhaal worden de verbanden tussen de feiten vanzelf duidelijk. Hij gelooft dat de goden de mens beïnvloeden.

a Zoek in een historische atlas de ligging van Thera, Delphi, Libia en Cyrene op.

b Waarom sticht men de kolonie?

c Hoe staan de Theraeërs tegenover de beslissing van de koning om een kolonie te stichten?

d Hoeveel mensen emigreren? Vind je dat veel? Houd rekening met wat je al weet over de polis.

BRON 2 De stichting van Cyrene door Thera omstreeks 631 v.C.

Atlantische

Oceaan

Agathè Massilia

Empurias

Hemeroskopeion

Gades

Mainakè

Tingis

IBIZA

Middellands e Donau Po

Nikaea

Alalia

Adria

AdriatischeZee

Tarente

Apollonia

Abdera

Byzantion

Zwarte Zee

Megara

Carthago

SICILIË

COSSYRA

MALTA

Croton

moederland Hellas

Griekse kolonies

Fenicië en kolonies 0 500 km

a Vergelijk met een hedendaagse kaart van Europa. Geef de naam van drie hedendaagse landen waar de Grieken in de klassieke oudheid kolonies vestigen.

b Zoek zelf op in een atlas of naslagwerk. Geef de hedendaagse naam van Massilia, Nikaea en Byzantion.

c Zoek op de kaart de polis Byzantion. Waarom is die strategisch gelegen?

d Welk ander volk heeft ook kolonies langs de Middellandse Zee?

BRON 5 Een stenen reliëf

BRON 4 Handelswaren die men in Hellas uit de kolonies invoert

@VANIN

a Geef drie metaalsoorten die de Grieken uit hun kolonies invoeren.

b Wat voert men in uit Egypte?

c Wat voert men in uit het huidige Zuid-Italië?

Stenen reliëf, 18 x 15 cm, Locri, Zuid-Italië Persefone, de Griekse vruchtbaarheidsgodin, en haar man Hades, de Griekse god van de onderwereld, bewonderen de vruchten van het land.

6 Het Griekse theater van Syracuse, Sicilië

a Welke soort bronnen zijn bron 5 en 6, als je meer wilt weten over de Griekse cultuur?

b Toon met behulp van de bronnen aan dat de Griekse cultuur zich verspreidt naar de overzeese gebieden.

c Welke producten zijn blijkbaar belangrijk voor de kolonisten?

d Beschrijf het stenen reliëf met je eigen woorden.

BRON 3 De Griekse kolonisatie
BRON

De Griekse economie

De vorige les heeft al enkele elementen van de Griekse economie belicht. Dit hoofdstuk gaat daar wat dieper op in. Welke beroepen tref je bij de Grieken aan? Hoe verandert de handel de maatschappij? Als voorbeeld verwijzen we geregeld naar de stadstaat Athene.

1Handel en transport zorgen voor een bloeiende nijverheid

BRON 1-2-3

Aanvankelijk zijn de Grieken hoofdzakelijk boeren en veetelers. Het gebrek aan vruchtbare grond en het grootgrondbezit zorgen ervoor dat de kleine boeren moeilijk kunnen concurreren of hun schulden aflossen. Daarom zoeken ze andere mogelijkheden om te overleven: koloniseren (zie les 8), handeldrijven of ambachten beoefenen. De kolonisatie stimuleert de handel, die op haar beurt de nijverheid beïnvloedt. Van de uit kolonies ingevoerde grondstoffen maakt men allerlei gebruiks- en luxevoorwerpen, die men vervolgens weer uitvoert. Pottenbakkers maken niet alleen vaatwerk voor huishoudelijk gebruik, maar zorgen ook voor uitstekende kruiken en amforen . Met dat aardewerk transporteren de Grieken olie en wijn. Vooral in Athene ontwikkelt zich zo een keramieknijverheid die een internationaal succes kent. In bloeiende handelssteden specialiseert de ambachtsman zich in een onderdeel van het productieproces. Ook de scheepsbouw en havenaanleg komen tot bloei. Handelspoleis hebben immers nood aan een vloot en goede havens. Athene beschikt met Piraeus over een goed uitgebouwde haven. In rijke stadstaten groeien de bouwsector en de marmer winning dankzij grootscheepse openbare werken. Die dienen om een verhoogde werkgelegenheid te creëren.

Ons woord ‘economie’ komt van het Griekse oikonomia . Dat betekent letterlijk huishoud kunde ( oikos = huis en nomos = regel).

2

De handel schept een

geldeconomie

BRON 4 Vroeger werd handelswaar betaald met ruilmiddelen, zoals rundvee, of met metalen staven. De groeiende internationale handel maakt het echter moeilijk om de juiste ruilwaarde van alle producten te bepalen. Daarom voert men gemunt geld in, een systeem dat men overneemt van de koningen van Lydië. Die gebruiken gouden munten. De Atheners slaan vooral zilveren munten. Athene beschikt immers over rijke zilvermijnen, die het volop ontgint. Aangezien de meeste poleis hun eigen munten slaan, ontstaan er beroepen zoals geldwisselaar en bankier.

3

De rijken controleren de economie

De adel en rijke handelaars beheersen de economie. Zij bezitten grond, kapitaal, schepen en/of bedrijven. Zij kopen de grondstoffen en verkopen de afgewerkte producten. Hun huis is de draaischijf van de meeste economische activiteiten. Vrouwen nemen daarbij taken op zoals spinnen, weven of broodbakken. Ambachtslieden werken dikwijls in opdracht van de rijken. Meestal zijn het ingeweken vreemdelingen die geen volledig burgerrecht bezitten. In de mijnbouw en grotere bedrijven werken de ondernemers zowel met vrijen als met slaven. De kleine boer probeert te overleven door hard te werken op de akkers van de rijken.

ambacht: beroep waarbij iets met de hand wordt gemaakt, bv. pottenbakker of wever

nijverheid: bedrijfsvorm waarbij grondstoffen worden verwerkt

amfoor: kruik met twee oren die door de Grieken en Romeinen meestal wordt gebruikt om voeding te bewaren en te vervoeren

ondernemer: persoon die in een handelstak of bedrijf zelfstandig, voor eigen rekening en risico werkt. Hij bezit daarvoor de nodige productiemiddelen en werkt met arbeidskrachten.

ARCHAÏSCHE TIJD
KLASSIEKE TIJD HELLENISTISCHE TIJD

KENNEN KUNNEN

1 de begrippen ‘ambacht’, ‘nijverheid’, ‘ruileconomie’, ‘geldeconomie’, ‘ondernemer’ en ‘arbeidssp ecialisatie’ uitleggen

2 vier voorbeelden van de invloed van de handel op de nijverheid uitleggen

3 de evolutie van ruilhandel naar geldeconomie in vier stappen uitleggen

4 uitleggen waarom de rijken de economie beheersen

BRON 1 Beschilderd Attisch aardewerk

Oliekruik, hoogte 17,15 cm, ca. 550-530 v.C., Metropolitan Museum of Art, New York

1 de bruikbaarheid en representativiteit van beschilderd aardewerk beoordelen als bron van informatie over de Griekse economie

2 gegevens uit een tekst met een tekening vergelijken

3 informatie uit een historische kaart selecteren

4 met een voorbeeld toelichten waarom mensen verwijzen naar het verleden

Amfora, hoogte 40,64 cm, ca. 520 v.C., British Museum, Londen

Mengvat, hoogte 35,7 cm, ca. 430-425 v.C., Ashmolean Museum, University of Oxford

a Vind je dat dit soort bronnen bruikbaar en representatief is om informatie te verzamelen over de Griekse economie? Leg uit.

b Beschrijf de mensen en activiteiten die zijn afgebeeld op deze vazen.

@VANIN

Piraeus (A) is een kleine kaap op ca. 6 km afstand van de stad Athene (B), met een aan de landzijde afgesloten hav en, de Kantharos (C) of grote haven aan de westkant en de kleine haven van Zea en Munichia (D) aan de oostkant. In 460 v.C. werd het hele gebied van Piraeus met Athene tot één complex verenigd door de aanbouw van de lange muren (E). Vanaf de oude rede van Phaleron werd een muur (F) opgetrokken tot aan de stad Athene, die ook aan de westkant verbonden werd met een muur tot aan de Kantharoshaven. Perikles liet een gedeelte van het woonhavengebied aanleggen volgens een systeem dat herinnert aan een schaakbord (G). Naast de scheepstimmerwerven, dokken en scheepshuizen werden er graansilo’s, opslagplaatsen, magazijnen en handelskantoren gebouwd. In 445 v.C. werd ertussenin een derde lange muur (H) opgetrokken op minder dan 200 m van de westelijke muur.

Elke letter in de tekst komt overeen met een cijfer op de tekening. Zoek uit wat bij elkaar hoort.

BRON 2 Athene en zijn haven Piraeus (5e eeuw v.C.)

a In welke streken vind je het meeste Griekse aardewerk? Wat kun je daaruit afleiden?

b Waarom werd er zoveel Grieks aardewerk langs rivieren teruggevonden?

c Geef vijf hedendaagse landen waar Grieks aardewerk wordt aangetroffen.

d Bedenk een passende titel voor deze kaart.

e Waarom zou men een handelsvloot nodig hebben?

BRON 4 Grieks geld

Aanvankelijk gebruiken de Grieken metalen staven als ruilmiddel. Rond 630 v.C. betaalt de Lydische koning zijn soldaten met gestempeld goud. De Griekse huurlingen van zijn leger brengen dat ‘geld’ mee naar hun poleis. Die beginnen hun eigen geld te slaan, meestal van zilver. Elke polis heeft haar eigen munt, met een eigen waarde die verschilt van de munten van de andere poleis.

Je ziet staven uit de 7e eeuw v.C. (A) en munten uit Metapontion (6e eeuw v.C.) (B) en Athene (5e eeuw v.C.) (C).

a Op welke manier komen de Grieken in contact met het gebruik van geld?

b Op de munten staan geen waarden (bedragen) vermeld. Hoe zou men dan de waarde te weten gekomen zijn?

c Welke problemen schept het feit dat elke stadstaat zijn eigen munt heeft?

d Hoe heeft men vandaag in een groot deel van de Europese Unie dat probleem opgelost?

e Bekijk het munstuk van één euro bij de randinfo. Waarom denk je dat Griekenland voor die afbeelding gekozen heeft?

Duikers op zoek naar oude Griekse amforen

Een muntstuk van één euro uit Griekenland

RANDINFO

AFSCHAFFING KONINGSCHAP

schuldslaven:

mensen die als slaaf verkocht kunnen worden, omdat ze schulden hebben

1Het ontstaan van de democratie (Athene)

De leerlingenraad is in elke secundaire school verplicht. Leerlingen krijgen op die manier inspraak. Elke leerling kan zich kandidaat stellen en verkozen worden om in de raad de klas te vertegenwoordigen. Men beschouwt dat als ‘democratisch’. De Atheners zijn de eersten die het woord ‘democratie’ gebruiken. Wat verstaan zij eronder?

ARISTOCRATIE

PISISTRATOS: TIRANNIE KLEISTHENES: DEMOCRATIE

De macht van de adel wordt betwist

BRON 1-2 De Griekse poleis hadden vroeger koningen (monarchie). Maar in de 8e eeuw v.C. zijn die uit de meeste poleis verdwenen. De macht komt in handen van een kleine groep families die veel land bezitten. Die grootgrondbezitters vertellen dat zij en hun bezittingen afstammen van mythische voorvaderen of zelfs van goden of halfgoden. Zij vinden zichzelf beter dan andere vrije mensen. Ze beschouwen zich als de besten (in het Grieks ‘aristoi’). Die aristocraten of edellieden vormen algauw een aparte groep individuen, die onder elkaar het bestuur van de polis regelen. De rijke grootgrondbezitters hebben dus alle politieke macht. Dat geldt ook voor Athene. Twee grote groepen burgers in de polis Athene pikken dat na 650 v.C. niet langer: de handelaars-ondernemers (de geldadel) eisen inspraak. De arme vrije boeren eisen kwijtschelding van hun schulden en een herverdeling van de grond.

In 594 v.C. bevrijdt Solon, een adellijke bestuurder, de schuldslaven . Atheense burgers kunnen niet meer verkocht worden omdat ze schulden hebben. Zij worden van dan af vervangen door oorlogsslaven en gekochte ‘vreemde slaven’ (zie les 11).

Solon verdeelt de burgers, naargelang van hun rijkdom, in vier klassen. De eerste twee klassen bestaan uit rijke grootgrondbezitters en handelaars. Zij leveren de bestuurders van de polis. De gewone boeren zitten in de derde klasse. De armen behoren tot de vierde klasse. Alle mannelijke burgers uit alle klassen mogen naar de volksvergadering (zie verder).

De landverdeling blijft uit. Vele arme boeren verlaten

hun boerderijen en trekken naar het centrum van Athene.

In 546 v.C. grijpt Pisistratos de macht, ten nadele van de adel. Hij heeft alle macht en draagt de titel ‘tyrannis’ (tiran). Pisistratos behoudt de verbeteringen van Solon en verbetert het leven van het gewone volk. Met de bouw van nieuwe tempels en steun aan de nijverheid verschaft hij werk. De kleine boeren helpt hij financieel bij het overschakelen naar de wijnbouw of de olijventeelt. Pisistratos gaat de geschiedenis in als een goede tiran en een weldoener. Na zijn dood volgen zijn zonen hem als ‘tirannen’ op. Zij worden verdreven door de edellieden onder leiding van Kleisthenes. Hij maakt van Athene in 508 v.C. een democratie.

2De democratie in de stadstaat Athene

BRON 3-4-5

Kleisthenes deelt alle burgers in tien groepen (fylen) in. Een fyle bestaat uit alle burgers van een bepaalde stadswijk, een plattelandswijk en een havenwijk. Zo probeert men de samenwerking tussen de verschillende wijken te verbeteren. In elke fyle loot men vijftig burgers van minstens dertig jaar. Zij vormen de Raad van Vijfhonderd (boulè). Die bereidt de vergaderingen van de volksvergadering voor. De rechters worden ook via loting aangeduid. Elke mannelijke burger vanaf twintig jaar mag deelnemen aan de volksvergadering (ecclesia). Die vergadert zo’n veertig keer per jaar. De volksvergadering beslist over nieuwe wetten en over oorlog en vrede. De Atheense burgers beslissen dus

zelf. Niemand doet dat in hun plaats. Dat heet ‘directe democratie’. Na verloop van tijd worden de leden van de volksvergadering, de Raad van Vijfhonderd en de rechtbank betaald voor hun werk. Zo kunnen ook gewone mannen gemakkelijker deelnemen aan ‘de politiek’. Dat woord betekent eigenlijk ‘bestuur van de polis’.

OPDRACHT

De democratie van Athene is heel beperkt: enkel vrije mannelijke burgers mogen eraan deelnemen. Armen die hard moeten werken voor hun magere inkomen en burgers die ver van Athene wonen, nemen waarschijnlijk zelden of nooit deel aan het politieke leven. Was Athene dan wel echt zo democratisch?

a Zoek in een naslagwerk de hedendaagse betekenis van het woord ‘tiran’ op.

b Leren leren: haal uit de lestekst de kernwoorden.

KENNEN KUNNEN

1 de begrippen ‘schuldslavernij’, ‘aristocratie’, ‘tirannie’, ‘democratie’, ‘directe democratie’, ‘volksvergadering’ en ‘Raad van Vijfhonderd’ uitleggen

2 uitleggen welke groepen de macht van de adel betwisten en waarom

3 uitleggen hoe Solon de politieke problemen oplost

4 de werking van de democratie in Athene uitleggen

5 uitleggen waarom de democratie in Athene beperkt is

RANDINFO

• Spreekgestoelte van de volksvergadering op de Pnyx in Athene (4e eeuw v.C.)

Kijk nu eens. Er is vanmorgen een [ volks]vergadering bijeengeroepen en wie is er aanwezig? Helemaal niemand. Waar is iedereen? Zeker aan het kletsen op de agora [ plein], terwijl ze proberen de vergadering te ontduiken. Geen verantwoordelijkheidsgevoel. Zelfs de raadsleden zijn niet verschenen, terwijl zij toch de vergadering zouden moeten leiden. Ze zullen natuurlijk wel komen, maar te laat, zich duwend een weg naar voren banend. (...) Hè, hè, daar zijn ze: de raadsleden, allemaal langslapers, zich een weg banend naar voren, precies zoals ik zei.

1 de hedendaagse democratie met de Atheense vergelijken

@VANIN

2 het huidige begrip ‘tiran’ vergelijken met dat van Athene

• De loterijmachine (klérotérion)

In Athene kon elke burger door het lot aangewezen worden om recht te spreken en de volksvergadering voor te bereiden.

BRON 2 De volksvergadering

Gemiddeld waren er zo’n 6 000 burgers aanwezig op de volksvergadering in de 5e eeuw v.C. Het aantal stemgerechtigden varieert: zo’n 35 000 in het jaar 480, 43 000 in 431, 29 000 in 425.

Vrij naar: M.A. Wes, e.a., De wereld van de Oudheid

a Op wie heeft Aristophanes kritiek? Waarom?

b Bedenk enkele goede redenen waarom burgers niet naar de volksvergadering komen.

c Hoeveel burgers nemen aan de volksvergadering deel in de 5e eeuw v.C.?

Uit: Aristophanes (ca. 450-386 v.C.), schrijver van komische toneelstukken, Acharniërs, opgevoerd in 425 v.C.

d Is het toneelstuk een betrouwbare bron als je wilt weten hoe alles tijdens de volksvergadering werkelijk verliep?

BRON 1 Aristophanes over politici en burgers

reliëf: soort

beeldhouwkunst: figuren worden uitgehouwen in de steen van een gebouw en maken dus deel uit van dat gebouw.

BRON 3 De stèle (gedenksteen) van de democratie

Agora Museum Athene, ca. 337 v.C. De stèle toont de democratie die het volk van Athene kroont. Op de inscriptie onder het reliëf staat dit fragment: ‘Als er iemand opstaat tegen het volk om de tirannie in te voeren (…) of de democratie in Athene omver te werpen, dan zal degene die hem doodt onschuldig zijn.’

a Wie heeft deze stèle opgericht: de voor- of tegenstanders van de tirannie?

b Toon aan dat de schrijvers van deze tekst hevig tekeergaan om de demo cratie te verdedigen.

BRON 4 De lijkrede van Perikles

Wij hebben een staatsvorm die niet een kopie is van de instellingen van onze naburen. In plaats van anderen na te bootsen zijn wij juist een voorbeeld voor hen. Onze staatsvorm heet een democratie, omdat ze in handen is van velen en niet van enkelen. In persoonlijke geschillen verzekeren onze wetten gelijk recht aan allen. (...) Armoede is voor niemand die de staat van nut kan zijn een beletsel, hoe gering zijn aanzien ook is. (...) Verdraagzaam in onze persoonlijke omgang houden wij ons in het openbare leven aan de wet, die wij eerbiedigen. Wij gehoorzamen aan hen die telkens over ons gesteld zijn en aan de wetten, vooral aan die wetten die bescherming bieden aan de verdrukten.

De lijkrede van Perikles voor gesneuvelde Atheners, uit: Thucydides, De Peloponnesische Oorlog, II, 37 Thucydides is een Grieks geschiedschrijver die leeft van ca. 460 tot ca. 398 v.C. Perikles, een groot staatsman, sterft in 429 v.C. Hij was een van de leiders van de voorstanders van de democratie.

BRON 5 Het schervengericht

@VANIN

a Wat is een lijkrede?

b Voor wie, bij welke begrafenis werd deze lijkrede geschreven?

c Wie heeft deze lijkrede geschreven?

d Is Perikles voor of tegen de democratie?

e Waarom heet de staatsvorm in Athene, volgens Thucydides, een democratie?

f Hoe staat in de tekst dat ‘iedereen gelijk is voor de wet’?

g Hoe staat in de tekst dat ook arme burgers gekozen of geloot kunnen worden?

h Wat is verdraagzaamheid?

Op de scherf staat: ‘Themistokles, zoon van Neokles’. Men vertelt dat Kleisthenes begonnen is met het ‘schervengericht’. Een keer per jaar werd aan de volksvergadering gevraagd of het schervengericht nodig was. Als de meerderheid vond dat het nodig was, dan moesten op de volgende volksvergadering minstens 6 000 burgers aanwezig zijn. Die mochten de naam opschrijven van iemand die gevaarlijk was voor de staat. Dat kon iemand zijn die te veel macht kreeg of van wie men vond dat hij beter uit Athene zou verdwijnen. Wie de meeste stemmen kreeg, werd uit Athene verbannen. De banneling moest Athene verlaten en mocht pas na tien jaar terugkeren. Men schreef, of beter men kraste, de naam van diegene die men wilde verbannen op een potscherf, vandaar ‘schervengericht’, in het Grieks ‘ostracisme’.

a Zoek op wie deze Themistokles is, die verbannen wordt.

b Waarom zou men die man weg willen?

AFSCHAFFING KONINGSCHAP

De Atheners zijn niet gelijk

Zijn alle mensen vandaag gelijk? Overal ter wereld? En bij ons in Vlaanderen? Blijkbaar niet: mannen verdienen immers meer dan vrouwen. Migranten vinden moeilijker werk dan Vlamingen. Eeuwenlang al maken mensen een onderscheid tussen ‘wij’ en ‘zij’, tussen het eigen volk en anderen. Dikwijls worden die anderen niet zo goed behandeld. Is dat in het democratische Athene van de klassieke oudheid ook het geval?

ARISTOCRATIE

1De Atheense bevolking bestaat uit burgers, metoiken en slaven

BRON 1-2

In de polis Athene maken de burgers in de 5e en 4e eeuw v.C. een onderscheid tussen ‘burgers’, ‘metoiken’ en ‘slaven’. De inwoners van de Atheense poleis van wie de grootouders en overgrootouders altijd in de polis gewoond hebben, noemen zichzelf na een tijd ‘burgers’.

Vanaf het midden van de 5e eeuw mogen enkel kinderen van Atheense ouders zich burger noemen. Als een van je ouders niet uit Athene komt, kun je dus geen burger zijn. De Atheense polis wordt bestuurd door de mannelijke burgers (zie les 10). De Atheense burgervrouwen leven binnenshuis. Getrouwde vrouwen komen zonder begeleiding niet op straat. Altijd speelt er een man baas over een vrouw. Als ze jong zijn, is dat hun vader, later hun man of hun zoon.

@VANIN

De burgers van Athene noemen de ‘vreemde’ inwoners die geen slaven zijn ‘metoiken’. De metoiken (letterlijk ‘met-ons-wonenden’) zijn dus vreemdelingen. Het gaat om mensen van buiten de grenzen van de polis die toestemming krijgen om een langere tijd tussen de burgers te wonen. Om in Athene te mogen wonen, betalen alle metoiken elk jaar een hoge verblijfsbelasting. Ze werken in de handel en de nijverheid . Alleen burgers mogen grond bezitten. Metoiken kunnen dus geen boer worden. Elke metoik staat onder toezicht van een burger. Burgers en metoiken betalen dezelfde belasting en

PISISTRATOS: TIRANNIE KLEISTHENES: DEMOCRATIE

vervullen naargelang hun rijkdom hetzelfde soort militaire dienst. Rijke metoiken en burgers kunnen immers de uitrusting van een hopliet, een zwaarbewapende infanterist, betalen. Minder rijken komen in de lichte infanterie of de marine terecht. In Athene leven net als in andere Griekse poleis ook arme burgers. Zoals de arme metoiken moeten zij hard werken om rond te komen.

2In de polis Athene wonen veel slaven

BRON 3-4-5-6 In de oudheid is slavernij heel gewoon. In de 7e eeuw v.C. kent de polis Athene ‘schuldslaven’ : boeren die hun schulden niet kunnen betalen en hun vrijheid verliezen. Zij kunnen verkocht worden als slaaf. Solon bevrijdt de schuldslaven (zie les 10). Daarmee verdwijnt de slavernij echter niet. De schuldslaven worden vervangen door oorlogsslaven die van elders komen. De Atheners kopen ook slaven op de slavenmarkt. In de 5e eeuw v.C. neemt de slavernij in Athene nog toe. De meeste slaven zijn ‘barbaren’ (niet-Grieken). Slaven hebben weinig rechten. Ze zijn het bezit van een meester en bezorgen die profijt. Veel slaven werken bij hem of worden door hem verhuurd. De grootste groep werkt in de mijnen en heeft een onmenselijk hard leven. Slaven in de huishouding hebben het meestal beter. Sommige slaven werken als bankier of zelfs als ... leraar. Een slaaf mag geen gezin of kinderen hebben. Goederen bezitten is ook niet toegestaan. Sommige

metoik: vreemdeling die in de polis woont; hij is geen burger.

kindslaven en volwassen slaven worden seksueel misbruikt. Soms wordt er een slaaf vrijgelaten. Enkele vrijgelatenen zijn zelfs rijk. Heel wat gewone Griekse burgers dromen ervan om slaven te bezitten. Ze nemen je immers het werk uit handen. Zo kun je jezelf als burger bezighouden met prettigere dingen, zoals het bestuur van de polis.

3 Slavernij vandaag

BRON 3-4-5-6-7-8 Slavernij is overal verboden en toch bestaat ze nog! Wereldwijd werd het aantal moderne slaven in 2016 geschat op 40 miljoen. Zo’n 25 miljoen daarvan verrichten dwangarbeid en 15 miljoen worden gedwongen uitgehuwelijkt. Vrouwen en meisjes zijn het vaakst slachtoffer. Miljoenen kinderen werken als slaaf in steengroeven en mijnen, in de tapijtindustrie in India, als huishoudhulp in Haïti ... Veel kinderen worden onder dwang kindsoldaat of belanden in de prostitutie.

OPDRACHT

Zoek op Wikipedia of Wikikids op wat ‘slavernij’ betekent.

RANDINFO

Korinthisch keramieken plaatje

Vindplaats: Penteskouphia (in de buurt van Korinthe), datering voor 500 v.C., 10,4 x 13,2 cm, Antikensammlung, Berlijn

Arbeiders werken in een groeve of een mijn. Bovenaan bevinden zich twee gaatjes. Men neemt aan dat het plaatje werd opgehangen in een heiligdom en vanwege de vindplaats gaat men ervan uit dat het een wijgeschenk is voor Poseidon.

@VANIN

Mijningang van een zilvermijn in Thorikos (Attika)

Toegang tot een zilvermijn in Thorikos (Attika) waar slaven in onmenselijke omstandigheden moeten werken

KENNEN KUNNEN

1 de begrippen ‘burgers’, ‘metoiken’ en ‘slaaf’ uitleggen

2 de verschillen tussen burgers, metoiken en slaven geven

3 de kenmerken van burgers, metoiken en slaven uitleggen

4 de plichten van burgers, metoiken en slaven geven

5 de soorten slaven opsommen en uitleggen

6 een hedendaags voorbeeld van schuldslavernij geven

1 bronnen ontleden en vergelijken

2 slavernij in de oudheid vergelijken met situaties in de hedendaagse tijd

BRON 1 Aristoteles

A B

De natuur heeft de neiging het lichaam van vrije mensen anders te maken dan dat van slaven: dit laatste sterk genoeg om werk te doen dat nodig is, het eerste juist rechtop lopend en onbruikbaar voor zulk werk, maar bruikbaar voor het leven als burger van een polis.

Uit: Aristoteles, Politica

a Wie of wat is die ‘laatste’?

b Wie of wat is die ‘eerste’?

c Wie doet ‘zulk werk’?

d Is het lichaam van een vrije mens geschikt om slavenwerk te doen, volgens Aristoteles?

e Waarvoor is het lichaam van een vrije mens wel gemaakt?

BRON 2 Alle Belgen zijn gelijk voor de wet

Er is in de Staat geen onderscheid van standen. De Belgen zijn gelijk voor de wet. (...)

Art. 10 Belgische grondwet (1831)

Sommige soorten gereedschap zijn levend oftewel bezield, andere levenloos en onbezield. Een stuurman heeft bijvoorbeeld het roer als onbezield, de tweede stuurman als bezield werktuig: bij technische vaardigheden dient een helper als werktuig. Zo is elk afzonderlijk bezit een werktuig dat het leven dient, het bezit als geheel een verzameling werktuigen, en de slaaf een levend bezit.

Uit: Aristoteles, Politica

a Al staat het niet in deze vertaling, toch zegt Aristoteles dat een slaaf een levend werktuig is. Leg uit.

b Hoe noemen wij vandaag iemand die met het roer een schip bestuurt: een werktuig?

3 Schuldslaven

Zo begint het. Om geneesmiddelen te kopen voor hun kind, of simpelweg om wat te eten te hebben, gaan straatarme en vaak ongeletterde mensen een lening aan. Ze betalen terug met hun arbeid. Ze werken absurd veel: zeven dagen op zeven in ruil voor wat eten en onderdak. En ze werken absurd lang: vaak hun hele leven, en soms gaat de schuld gewoon over op hun kinderen. Armoede, en de bereidheid van mensen om anderen uit te buiten, vormen het hart van het probleem. Schuldslavernij komt vooral voor in het westen van Afrika en het zuiden van Azië. Het is ook daar meestal illegaal, maar de overheid is zelden bereid of in staat de wet toe te passen. (...)

Uit: Het Nieuwsblad, 24 augustus 2004

BRON 4 Jeanne Devos vecht met de schuldslaven tegen de slavernij

Door haar werk en verschillende ontmoetingen kwam zuster Jeanne tot het besef dat armoede vooral vrouwen en kinderen treft, in het bijzonder zij die in slavernij leefden. ‘De meest uitgebuite mensen in India zijn seksslaven, meiden en verwaarloosde kinderen.’ Vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw besliste zuster Jeanne voor hun rechten te gaan vechten in Mumbai (Bombay). Met de hulp van drie andere zusters uit de congregatie organiseerde ze verschillende ontmoetingen tussen ‘kleine meiden’, zodat zij in groep konden opkomen voor hun rechten. Iedereen zei dat dit onmogelijk was en dat er nooit solidariteit zou ontstaan tussen huishoudhelpers. Maar zuster Jeanne ging door met haar plan. Het aantal deelnemers steeg zo snel dat de National Domestic Workers Movement, officieel opgericht in 1985, vandaag actief is in 24 staten van het land en bestaat uit 14 000 groepen, 2 miljoen leden telt en werkt in 28 talen. Ze strijden allemaal voor een menswaardige werkomgeving voor huishoudhulpen en voor hun waardigheid. In de bijna 30 jaar tijd dat de beweging bestaat, droeg ze bij aan een aantal ingrijpende wetswijzigingen in diverse staten, waaronder de erkenning van huishoudelijk werk als volwaardig werk. ‘Vandaag hebben deze mensen een naam, ze zijn geen dienaren meer, maar huishoudelijke bedienden. Deze benaming betekent veel omdat het een arbeidscontract inhoudt.’ Er werden ook wetten aanvaard rond minimumlonen voor huishoudelijk bedienden en hun werktijden. Het blijft echter een dagelijkse strijd …

Uit: www.readmylips.be

BRON

Een van de twee winnaars van de Nobelprijs voor de Vrede, Kailash Satyarthi, zegt vereerd te zijn dat hij de prijs gewonnen heeft, samen met kinderrechtenactiviste Malala Yousafzai. Het Nobelcomité kende de vredesprijs dit jaar toe aan Kailash Satyarthi en Malala Yousafzai ‘voor hun strijd tegen de onderdrukking van kinderen en voor het recht van kinderen op onderwijs’. (…)

Uit: De Standaard, 10 oktober 2014

BRON 7 Moderne slavernij

Volgens Amerikaans hoogleraar Kevin Bales is er sprake van moderne slavernij ‘als een persoon onder controle staat van een ander persoon die geweld en dwang toepast om die controle in stand te houden, en als het doel van die controle uitbuiting is’. Op basis van die definitie schatte een onderzoek dat er in 2016 wereldwijd 45,8 miljoen slaven waren; 58 % daarvan woonde in de top 5-landen India, Pakistan, China, Bangladesh en Oezbekistan.

Uit: ‘Moderne slavernij’, Wikipedia, 7 september 2019

a Zoek op wat ‘uitbuiting’ betekent.

b Hoe staat in de definitie van Kevin Bales dat een moderne slaaf niet vrij is?

c Hoe staat in de tekst hoe men die slaaf van zijn vrijheid berooft?

d Zoek op waar de top 5-landen liggen. Je moet ze op een blinde kaart kunnen aanwijzen!

BRON 6 Kinderarbeid vandaag

Een jongen in een eetstokjesfabriek in Vietnam

a Komt slavernij vandaag nog voor?

b Mogen mensen in slavernij gehouden worden?

c Hoe staat in bron 3 dat schuldslavernij eigenlijk verboden is in de landen waar het nog voorkomt?

d Leg met je eigen woorden uit hoe mensen in schuldslavernij geraken.

e Vanaf welke leeftijd mag je in België gaan werken?

f Op welke manieren worden volgens de teksten kinderen vandaag nog als slaven gebruikt?

BRON 8 Hoeveel slachtoffers van moderne slavernij?

Volgens de Internationale Arbeidsorganisatie ILO (Nederlands IAO) waren meer dan 40 miljoen mensen het slachtoffer van moderne slavernij in 2016. De IAO stelde ook nieuwe cijfers voor inzake kinderarbeid: 152 miljoen kinderen tussen 5 en 17 jaar waren vorig jaar het slachtoffer van kinderarbeid.

Vrouwen en meisjes zijn het vaakst het slachtoffer van moderne slavernij: hun aantal wordt geschat op bijna 29 miljoen of 71 procent van het totale aantal slachtoffers.

Volgens het onderzoek waren zo’n 25 miljoen mensen het slachtoffer van gedwongen arbeid en werden 15 miljoen mensen gedwongen om te trouwen.

Uit: persbericht van het ILO, 19 september 2017

a Zoek op waar het ILO zijn zetel heeft.

b Wie is of wie zijn het vaakst slachtoffer van moderne slavernij?

c Hoeveel kinderen tussen 5 en 17 jaar waren het slachtoffer van kinderarbeid?

d In welk jaar was dat?

e Hoeveel slachtoffers van moderne slavernij waren er in 2019?

BRON 5 Nobelprijs

12

De Spartaanse militaire oligarchie

Uit de vorige les weet je dat Athene evolueert naar een democratie. Je weet ook dat Hellas bestaat uit een verzameling onafhankelijke poleis, met elk hun eigen bestuur. Hoe organiseert die andere belangrijke polis, Sparta, haar bestuur? Wie heeft de leiding? Wie neemt er deel aan het bestuur? Wat zijn de verschillen met Athene? ca.800v.C.

1

In vele poleis neemt de adel de macht van de koning over

BRON 2-3 In de meeste poleis bezitten de grootgrondbezitters of de adel de politieke macht. Vaak krijgen edelen en grootgrondbezitters de macht in handen. In de archaïsche tijd nemen ze op vele plaatsen de macht over van de koningen. Er blijven wel koningen in vele poleis, maar hun macht is verminderd. In sommige poleis hebben ze nog een beperkte ceremoniële of religieuze functie.

2

De Spartanen heersen over perioiken en heloten

BRON 1-2-3 Sparta ontstaat rond 900 v.C. in het zuiden van de Peloponnesos. De Spartanen veroveren in de daaropvolgende eeuwen heel het omliggende Lakonië en Messenië. Zij onderwerpen er de oorspronkelijke bevolking. Daardoor beschikken zij over voldoende grond en arbeidskrachten om in hun levensonderhoud te voorzien.

@VANIN

staatsorganisatie. Op het hoogtepunt van zijn macht telt Sparta ongeveer 10 000 mannen met volwaardig burgerschap. De Spartaanse burger of soldaat houdt zich niet met landbouw, handel of nijverheid bezig. Ze krijgen twee stukken grond, één in Lakonië en één in Messenië. Heloten bewerken voor hen die grond; dat geeft hen de mogelijkheid om zich te concentreren op hun militaire taken. De perioiken zijn vrij en mogen grond bezitten, maar hebben geen politieke rechten. Zij zijn geen Spartaanse burgers. De perioiken verrichten militaire dienst en betalen belastingen. In het dagelijkse leven doen ze dienst als boer, ambacht sman of handelaar. Zij doen ook dienst als soldaten in het Spartaanse leger. De heloten vormen de grootste bevolkingsgroep binnen Sparta. Ze bezitten geen rechten en bewerken de gronden voor de Spartanen. Het zijn dus slaven.

3In Sparta regeert een kleine groep vooraanstaanden

De Spartaanse bevolking bestaat uit drie groepen: de echte Spartaanse burgers, de perioiken en de heloten Je zou het kunnen vergelijken met een gelaagde maatschappij . Je hebt rechten en plichten die afhangen van de groep of stand waartoe je behoort. De mannelijke Spartaanse burgers worden vanaf hun zevende jaar opgeleid tot geharde militairen. Ze blijven soldaat tot ze 60 jaar worden.

Zij beschermen het Spartaanse grondgebied en hun

BRON 4-5 De Spartaanse wetgeving die in de 6e eeuw v.C. wordt toegepast, zou van de hand zijn van een zekere Lykourgos, die geleefd zou hebben in de 9e-8e eeuw v.C. We weten niet zeker of de man echt heeft bestaan. Oorspronkelijk besturen twee koningen de stadstaat . Geleidelijk aan krimpt hun macht in tot legeraanvoerder in oorlogstijd. De echte macht berust bij de ‘Raad van Ouden’, de ‘gerousia’. Die bestaat uit 28 Spartanen, ouder dan 60 jaar, door de volksvergadering voor het leven gekozen. Verder

archaïsch: heel oud; eerste periode/stijl van de Griekse beeldhouwkunst

heloten: betekent eigenlijk ‘gevangenen’ gelaagde maatschappij: samenleving waarin mensen rechten en plichten hebben naargelang de stand waartoe ze behoren

ARCHAÏSCHE TIJD
KLASSIEKE TIJD HELLENISTISCHE TIJD

oligarchie: regering door enkelingen die tot de bevoorrechte stand behoren

zijn ook de twee koningen lid van de gerousia. Zij ontwerpen wetten en vormen de hoogste rechtbank. De volksvergadering bestaat uit alle mannelijke Spartanen ouder dan 30 jaar. Hun macht is echter niet zo groot. Ze mogen geen voorstellen doen en ze hebben niet het recht om te spreken. Wel keuren ze wetten goed of af en benoemen ze vijf eforen. Die eforen of ‘opzichters’ bezitten uitgebreide bevoegdheden: de wetten toepassen, elke aantasting van het politieke systeem bestrijden, het gedrag van de inwoners controleren ... Zowel ambtenaren als koningen leggen aan hen rekenschap af. De eforen worden maar voor één jaar gekozen. Zo zie je dat in

Sparta een kleine groep burgers het bestuur beheerst. Een bestuursvorm waaraan maar enkelen deelnemen, noemt men een oligarchie

In de 6e eeuw v.C. vormt Sparta de sterkste militaire macht in de Peloponnesos. Sparta biedt zwakkere poleis een bondgenootschap aan: in ruil voor hulptroepen en de erkenning van het Spartaanse leiderschap, krijgt een polis Spartaanse bescherming. Zij verliest daarbij haar zelfstandigheid niet. Dat bondgenootschap biedt zo veel garanties voor orde en veiligheid dat bijna de hele Peloponnesos toetreedt tot de ‘Peloponnesische Bond’.

KENNEN KUNNEN

1 de begrippen ‘oligarchie’, ‘perioiken’ en ‘heloten’ uitleggen

2 uitleggen wie de macht heeft in Sparta

3 de Spartaanse bevolkingsgroepen opsommen

4 de kenmerken van de drie bevolkingsgroepen geven

5 het Spartaanse militarisme verklaren

6 de kenmerken en de bevoegdheden van de Spartaanse bestuursorganen opsommen

7 de functie van de Peloponnesische Bond uitleggen

8 twee verschillen met het Atheense bestuurssysteem geven

BRON 1 Macht van Sparta in 505 v.C.

@VANIN

1 geschreven bronnen aandachtig lezen en er informatie uit afleiden

2 de betrouwbaarheid van bronnen beoordelen

3 informatie afleiden uit een schema

4 Sparta, Lakonië en Messenië op een kaart situeren

a Op welk schiereiland ligt Sparta?

b Geef de naam van de streek waar Sparta ligt.

c Vermeld twee bondgenoten van Sparta.

BRON 2 Ploutarchos over Lykourgos

Over de wetgever Lykourgos kan niets met zekerheid gezegd worden. Er zijn verschillende verhalen over zijn geboorte, zijn reizen, zijn dood en vooral zijn werk als wetgever en staatsman. Het minste eensgezindheid is er bij historici over de periode waarin hij leefde. Sommigen zeggen dat hij leefde in de tijd van Iphitos en samen met hem het olympisch bestand instelde. Onder andere Aristoteles beweert dat; als bewijs verwijst hij naar de discus in Olympia met als opschrift de naam van Lykourgos. Maar zij die terugrekenen op basis van de regeertijd van de opeenvolgende Spartaanse koningen, zoals Eratosthenes en Apollodorus, tonen aan dat Lykourgos al vele jaren voor de eerste Olympiade leefde. (…) Hoe dan ook, al is de geschiedenis nog zo onzeker, ik zal proberen die auteurs te volgen die de minste kritiek oproepen of die de meest betrouwbare getuigen gebruiken. Op die manier probeer ik een samenhangend verhaal te schrijven.

Vrij naar Ploutarchos, Het leven van Lykourgos, inleiding Ploutarchos vermeldt koning Iphitos van Elis. (Zie kaart, bron 1.) Die zou in 776 v.C. de Olympische Spelen hebben georganiseerd nadat hij met de Griekse stad Pisa en met Sparta een olympische wapenstilstand had gesloten. Lykourgos is hier de vertegenwoordiger van Sparta. Dat zou betekenen dat Lykourgos in de 8e eeuw v.C. leeft. Andere schrijvers situeren Lykourgos in de 9e eeuw v.C. Aristoteles is een van de bekendste filosofen en wetenschappers uit de klassieke oudheid. Hij leeft in de 4e eeuw v.C. Eratosthenes is een Griekse wetenschapper uit de 3e eeuw v.C. die in het Egyptische Alexandrië leeft. Daar is hij bibliothecaris, waardoor hij de belangrijkste teksten van de klassieke oudheid kan lezen. Hij berekent heel nauwkeurig de omtrek van de aarde. Apollodorus van Athene leeft in de 2e eeuw v.C. en is een belangrijk wetenschapper.

Lees bron 2 en de contexinformatie bij bron 3. Onderzoek de betrouwbaarheid van de tekst van Ploutarchos. Beantwoord deze vragen.

a Hoeveel tijd verloopt er tussen de gebeurtenissen en de periode dat Ploutarchos leeft?

b Beschikt Ploutarchos over voldoende bronnen?

c Vermeldt Ploutarchos zijn bronnen?

d Zijn de bronnen van Ploutarchos duidelijk of laten ze hem twijfelen?

e Hoe gebruikt Ploutarchos zijn bronnen? Schrijft hij ze gewoon over of onderzoekt hij die bronnen op een kritische manier?

f Heeft Ploutarchos een bijbedoeling bij het schrijven van dit verhaal?

g Noem twee zaken die de betrouwbaarheid van Ploutarchos verhogen.

h Noem twee zaken die de betrouwbaarheid van Ploutarchos verminderen.

i Besluit: Is de tekst van Ploutarchos betrouwbaar of niet? Argumenteer.

BRON 3 Ploutarchos over de Spartaanse staat

Onder de vele vernieuwingen die Lykourgos invoerde, was de eerste en de meest belangrijke de invoering van de ‘gerousia’, de Raad van Ouden. Volgens Plato vormde die een tegenwicht voor het ’koortsige’ bestuur van de koningen. Doordat de stem van de Raad van Ouden gelijk is aan die van de koningen in de belangrijkste zaken zorgde ze voor veiligheid en gematigdheid. Want de staat zwaaide voortdurend heen en weer: de ene keer ging ze de richting uit van de koningen en de tirannie, de andere keer zwaaide ze in de richting van de volksmassa en de democratie. Nu kreeg de staat het meest stabiele en meest ordelijke bestuurssysteem omdat Lykourgos de Raad van Ouden in het midden plaatste en zo voor een evenwicht zorgde. De 28 leden van de Raad kozen steeds de kant van de koningen als ze de democratie moesten tegenwerken en ze steunden het volk om de tirannie te voorkomen. (…) Ik denk dat Lykourgos voor 28 leden koos opdat het er 30 zouden zijn als je de koningen erbij telde.

Vrij naar Ploutarchos, Het leven van Lykourgos

De Griekse schrijver en filosoof Ploutarchos wordt geboren in de Griekse streek Boeotië in 46 n.C. en overlijdt in ca. 120 n.C. in Delphi. Daar is hij priester. Delphi is dan een belangrijk centrum van kennis en informatie.

Hij schrijft onder andere een reeks biografieën over bekende Grieken en Romeinen. Zo vergelijkt hij het leven van de Romeinse koning Numa Pompilius met dat van de Spartaanse wetgever Lykourgos. Ploutarchos schrijft verhalen met een boodschap. Hij wil de lezer voorbeelden geven van wat goed is.

a Is Ploutarchos een voorstander van democratie? Argumenteer.

b Formuleer in je eigen woorden het nut van de ‘Raad van Ouden’ volgens Lykourgos.

BRON 4 De Spartaanse bestuursvorm

Koningen (uitvoeren)

2 opperbevelhebber leger godsdienstige functies (Spartanen)

Raad van Ouden 28 + 60 jaar voor het leven gekozen (Spartanen)

Eforen 5 + 30 jaar voor één jaar aangeduid

Volksvergadering alle Spartanen + 30 jaar

beslissingen

wetten maken hoogste rechtbank volksvergadering voorbereiden

wetten uitvoeren controle: koningen, ambtenaren

wetten goed- of afkeuren niet: discussiëren eforen aanduiden

a Welke bevolkingsgroepen uit de lestekst nemen niet aan het bestuur deel?

b Bewijs dat niet alle Spartaanse mannen aan het bestuur deelnemen.

c Welk bestuursorgaan heeft eigenlijk de meeste macht? Welke mensen zetelen erin?

d Leg de Spartaanse bestuursvorm aan je klasgenoten uit.

BRON 5 Hedendaags standbeeld van de Spartaanse koning Leonidas

@VANIN

RANDINFO

Leven in Sparta

In Sparta werden niet alleen mannen, maar ook vrouwen getraind. Men was er immers van overtuigd dat een gezonde, fitte vrouw sterkere kinderen zou baren. Daardoor hadden de Spartaanse vrouwen een groot voordeel ten opzichte van vrouwen uit andere poleis: ze hoefden niet de hele dag binnen te blijven. Een gezellige fuif zat er voor de jeugd niet meteen in. Dronkenschap was ten strengste verboden en ook lekker eten was hen niet gegund. De Spartanen stonden bekend om hun afschuwelijke eten.

In hun zogenaamde ‘zwarte soep’ gooiden ze varkenskookvocht, zout en azijn. Lekker toch? De Atheners konden het niet nalaten grapjes te maken over het wansmakelijke Spartaanse eten: ‘De Spartanen beweren dat ze de moedigste mensen van de hele wereld zijn. Om hun voedsel te eten, moet je dat ook wel zijn.’ Of nog: ‘Het is niet zo vreemd dat de Spartanen bereid zijn op het slagveld te sterven. Alles is beter dan hun eten naar binnen te werken.’

Moedig waren ze wel, die Spartanen, en ze hadden allicht meer doorzettingsvermogen dan jij, bij het studeren? Jonge militairen kregen zo weinig mogelijk voedsel, zodat ze al snel honger kregen.

Voedsel stelen mocht van de ‘leraars’, maar je moest vindingrijk zijn en je mocht je niet laten betrappen.

Vossenvlees was voor de Spartanen een van de vleeslekkernijen. Tja, smaken kunnen verschillen ...

De koning vertraagt met een kleine groep strijders in 480 v.C. de opmars van het Perzische leger. De koning vecht zich liever dood dan te vluchten.

Waarom zou je het verhaal van Leonidas typisch voor de Spartanen kunnen no emen?

Op een dag stal een hongerige jonge Spartaan een kleine vos om zijn honger te stillen. Maar iemand merkte hem bij zijn diefstal op. Hij verborg de vos snel onder zijn mantel. Toen ze hem ondervroegen, beweerde hij geen vos gezien te hebben. Maar plots viel hij dood neer. De vos had onder zijn mantel zijn buik opengebeten. De jongen had al die tijd geen kik gegeven! Van heldenmoed gesproken!

De Perzische oorlogen (500-449 v.C.)

De Egeïsche Zeewereld is omringd met Griekse poleis. Die onderhouden een druk handelsverkeer en bouwen een bloeiende economie op. Rond 550 v.C. worden de stadstaten op de kusten van Klein-Azië bedreigd door het machtige Perzische Rijk. Wie zijn die Perzen? Kunnen de kleine Griekse poleis zo’n machtige vijand aan?

OUDHEID

oprichting Delisch-Attische Zeebond opstand van de Griekse stadstaten

1

Het Perzische Rijk bedreigt

Hellas

De Indo-Europese Perzen veroveren in de 6e eeuw v.C. grote stukken van het Nabije Oosten. Het Perzische Rijk strekt zich uit van de Indus tot aan de Egeïsche Zee. Zelfs Egypte hoort erbij. De Perzische koning is een alleenheerser. In 546 v.C. worden de Griekse stadstaten op de kust van Klein-Azië onderworpen. Onder leiding van de stad Milete komen zij in 500 v.C. in opstand. De opstandelingen vragen hulp aan alle Grieken. Alleen Athene en Eretria zenden schepen naar de opstandelingen. De Perzische koning Darius kan de opstand met veel moeite onderdrukken. Hij wil vervolgens Hellas innemen en zo de handel langs de Egeïsche en de Zwarte Zee overnemen. Een eerste Perzische inval in 492 v.C. wordt op land door de Thrakiërs en op zee door een zware storm tegengehouden.

2

De Perzische oorlogen geven

Athene aanzien en macht

BRON 1 In 490 v.C. ontscheept een Perzisch leger in de vlakte van Marathon. Athene vraagt de andere stadstaten om hulp. Alleen Plataeae helpt. In een veldslag verslaat Athene een enorme Perzische overmacht. Omdat Athene de overwinning behaalt zonder de hulp van Sparta, de sterkste landmacht, stijgt zijn aanzien. Maar in 480 v.C. bedreigen de Perzen onder koning Xerxes opnieuw Hellas. De Grieken zijn nu beter voorbereid: een aantal Griekse

stadstaten heeft een verbond gesloten tegen de Perzen. Athene heeft zijn vloot uitgebreid. Een kleine Griekse landmacht onder Spartaanse leiding delft het onderspit bij de Thermopylae. De Perzen verwoesten Athene. De Atheense bevolking heeft zich op tijd teruggetrokken op het eiland Salamis. In de nauwe engte van Salamis verslaat een Atheense vloot de Perzische vloot (480 v.C.). Xerxes trekt zijn leger terug. In 479 v.C. proberen de Perzen nogmaals Hellas te onderwerpen. Zij verwoesten nogmaals Athene. De Spartanen vernietigen bij Plataeae het Perzische landleger. De Atheense vloot verslaat vervolgens de Perzische vloot bij Mykale. De dreiging is nu afgewend en Athene speelt heer en meester over de Egeïsche Zee. Perzië aanvaardt dat door in 449 v.C. de onafhankelijkheid van de Griekse stadstaten in Klein-Azië te erkennen.

3Door de Delisch-Attische Zeebond wordt Athene de leidende stadstaat

BRON 2 Uit angst voor nieuwe Perzische aanvallen sluiten ongeveer tweehonderd Griekse stadstaten een bondgenootschap: de Delisch-Attische Zeebond. De leiding berust bij Athene, dat de sterkste vloot heeft. (Sparta en andere poleis op de Peloponnesos zijn geen lid hiervan.) De bondgenoten van de Zeebond willen samen een nog sterkere vloot uitbouwen als bescherming tegen de Perzen. De stadstaten die geen schepen of soldaten kunnen leveren, storten geld in de gemeenschappelijke bondskas. Die wordt bewaard

Thrakiërs: volk dat ten noordoosten van Hellas leeft. De Grieken beschouwen hen als oorlogs- en drankzuchtige barbaren.

KLASSIEKE
Slag bij Plataeae
Slag bij Salamis
Slag bij de Thermopylae

op het eiland Delos. Na verloop van tijd zorgt enkel Athene voor de manschappen en schepen, terwijl de bondgenoten een bijdrage betalen. Zo wordt Athene een sterke zeemacht die haar bondgenoten overheerst. Perikles laat in 454 v.C. de bondskas overbrengen naar Athene en gebruikt het geld om de stad te verfraaien. Onder meer een groot deel van de

KENNEN

1 drie belangrijke verschillen tussen Hellas en het Perzische Rijk uitleggen

2 twee oorzaken van de Perzische oorlogen geven

3 kort het verloop van de Perzische oorlogen vertellen

4 uitleggen waarom vooral Athene door de Perzische oorlogen aanzien en macht krijgt

5 de verdeeldheid van de Grieken tijdens de oorlogen uitleggen

6 de functie van de Delisch-Attische Zeebond uitleggen

7 het machtsmisbruik van Athene uitleggen

BRON 1 De Perzische oorlogen

bouw van de tempels op de Akropolis wordt daarmee betaald. Wanneer het Perzische gevaar geweken lijkt, wensen vele poleis zich los te maken van de Atheense overheersing. Athene duldt dat niet en onderdrukt elke afscheidingspoging van een bondgenoot met geweld.

KUNNEN

1 de belangrijkste feiten uit de Perzische oorlogen op een tijdlijn plaatsen

2 met behulp van de tijdlijn het verloop ervan met eigen woorden schetsen

3 op een blinde kaart Perzië en de gebieden die in strijd zijn met Perzië, aanduiden

@VANIN

a Is Hellas volledig verenigd in de strijd tegen Perzië? Motiveer je antwoord.

b Welke van beide partijen staat er volgens jou het beste voor? Motiveer je antwoord.

c Lees de lestekst. Geef drie Griekse overwinningen die op de kaart staan afgebeeld.

4 een legende op een kaart lezen en begrijpen

BRON 2 De Delisch-Attische Zeebond (477 v.C.)

De Atheners ontvingen met instemming van de bondgenoten (…) de leiding [ over de Bond]. Ze bepaalden onmiddellijk welke steden geld zouden betalen en welke steden oorlogsschepen tegen de barbaren zouden leveren. Ze gaven toe dat hun doel was om compensatie te zoeken voor de geleden verliezen door het land van de Perzische koning te verwoesten. (…) Aanvankelijk legde men het bedrag vast op 460 talenten. De schatkist bevond zich op het eiland Delos (…)

Uit: Thucydides, De Peloponnesische Oorlog, I, 96

De geschiedkundige Thucydides (ca. 460398 v.C.) streeft in zijn werk objectiviteit na.

a Verklaar de naam ‘Delisch-Attische Zeebond’.

b Waarom een zeebond, denk je?

c Wie heeft de leiding?

d Wat is het doel van het bondgenootschap?

e Welke twee soorten bijdragen kunnen de steden leveren? Aan wie? Wat moet die stadstaat daarmee doen?

1De Peloponnesische oorlogen

In de vorige les heb je geleerd dat vooral Athene de vruchten plukt van de Griekse overwinning op de Perzen. Hoe reageert Sparta, de grootste militaire landmacht van Hellas, op het groeiende overwicht van Athene? Wat zijn de gevolgen van die reactie? Wat doen de andere poleis?

tocht naar Sicilië: nederlaag van Athene begin Peloponnesische oorlogen:

Een groeiende spanning tussen Sparta en Athene leidt tot oorlog

BRON 1 Het machtige Athene onderdrukt zijn bondgenoten van de Delisch-Attische Zeebond en misbruikt zijn macht. Athene aast op het leiderschap over heel Hellas. Onder Perikles ontwikkelt Athene zich tot het economische en culturele centrum van Hellas. De Atheners versterken de stad en verbinden haar met de havenstad Piraeus. Die verbindingsweg loopt tussen twee lange muren. Sparta, de leider van de Peloponnesische Bond, vreest aan invloed in te boeten. De Spartaanse adel ziet ook niet graag dat Athene zijn democratische systeem verspreidt. Bijgevolg neemt de spanning tussen beide stadstaten toe. Een conflict tussen de stad Corcyra en haar moederstad Korinthe doet de bom barsten. Korinthe, een bondgenoot van Sparta, controleert de graanhandel met Sicilië en vormt de grootste handelsrivaal van Athene op zee. Corcyra vraagt Athene om hulp in het conflict. Athene grijpt die kans om de invloed van Korinthe te verminderen. Sparta kan niet anders dan zijn bondgenoot bijstaan. De maritieme macht (zeemacht) Athene en de continentale macht (landmacht) Sparta staan nu tegenover elkaar. De hegemonie over Hellas vormt de inzet.

2Athene geeft zich over: einde Peloponnesische oorlogen

De Peloponnesische oorlogen maken een einde aan het

Atheense overwicht

BRON 2-3 De bewoners van Attika, beducht voor het sterke Spartaanse leger, trekken zich terug binnen de muren van Athene. Perikles rekent op zijn vloot. Sparta verwoest Attika, maar Athene blijft overeind. De stad weerstaat een Spartaans beleg dankzij de bevoorrading langs de ommuurde weg die Piraeus met Athene verbindt. De Atheense vloot teistert ondertussen de kusten van de Peloponnesos. Het dreigt een lange en uitputtende oorlog te worden, tot de pest uitbreekt in het overbevolkte Athene. Perikles, de grote leider, bezwijkt in 429 v.C. Zijn opvolgers zijn onbekwaam en hun maatregelen zaaien verdeeldheid in Athene. Zolang Sparta de aanvoer van graan en goud uit Thrakië en de Zwarte Zee niet kan stoppen, behoudt Athene echter het overwicht. Met behulp van Perzisch geld rust Sparta een vloot uit die de belangrijke toevoer afsluit. De Atheners willen zich van graan voorzien door Syracuse in Sicilië te veroveren. Zo zouden zij ook de voedseltoevoer naar de Peloponnesos onder controle krijgen, wat Sparta voor problemen zou plaatsen. Het Siciliaanse avontuur loopt voor Athene echter uit op een verpletterende nederlaag in 413 v.C. De strijd tussen Athene en Sparta duurt nog een paar jaar, met wisselend succes voor beide partijen. Uiteindelijk verslaat de Spartaanse vloot de Atheense in de Dardanellen. In 404 v.C. geeft Athene zich over. Het moet zijn vloot en kolonies afstaan en de lange

hegemonie: overwicht, overheersing

Sparta vs. Athene
dood Perikles

muren afbreken. Sparta beheerst Hellas. De Spartaanse overheersing is al even onrechtvaardig als de Atheense. Verschillende poleis bestrijden zowel Sparta als elkaar. Athene, Thebe, Sparta en Perzië sluiten afwisselend bond geno otschappen met elkaar. De Perzen moedigen daarbij graag de verdeeldheid

onder de Griekse stadstaten aan. In ruil voor steun geeft Sparta zelfs de controle over de Griekse poleis in Klein-Azië aan Perzië. De onderlinge rivaliteit maakt de Griekse poleis in de 4e eeuw v.C. tot een gemakkelijke prooi voor een buitenlandse veroveraar.

KENNEN KUNNEN

1 de begrippen ‘continentaal’ en ‘maritiem’ uitleggen

2 twee oorzaken van de Peloponnesische oorlogen geven

3 vier tegenstellingen tussen Athene en Sparta uitleggen

4 de aanleiding van de Peloponnesische oorlogen uitleggen

5 uitleggen hoe de Peloponnesische oorlogen een einde maken aan het overwicht van Athene

6 uitleggen waarom de Griekse poleis verzwakken in de 4e eeuw v.C.

RANDINFO

Standbeeld van Perikles voor het stadhuis van Athene

OPDRACHT

Een oorzaak schept een aantal gevolgen. Ze veroorzaakt iets. Een aanleiding zet slechts iets in beweging. Een oorzaak heeft meer gewicht dan een aanleiding. Zoek in het eerste deel van de lestekst de oorzaken van en de aanleiding tot de Peloponnesische oorlogen.

1 de belangrijkste feiten uit de Peloponnesische oorlogen op een tijdlijn plaatsen

2 met behulp van de tijdlijn het verloop ervan met eigen woorden schetsen

3 informatie uit een kaart halen

4 aanleiding en oorzaken onderscheiden

BRON 1 Oorzaken van de Peloponnesische oorlogen

Steeds meer stadstaten doen een beroep op Sparta tegen de bemoeizucht en heerszucht van Athene.

De inwoners van Korinthe, boos en verontwaardigd over de verregaande bemoeizucht van de Atheners, gingen hen openlijk in Sparta beschuldigen. De inwoners van Megara schaarden zich achter Korinthe met de klacht dat het uit alle door Athene gecontroleerde markten en havens werd geweerd en verjaagd, wat duidelijk in strijd was met de vredesregelingen die alle Grieken onderschreven hadden. Ook de eilandbewoners van Aegina smeekten de Spartanen discreet om hulp: zij beweerden misbruikt te worden en met geweld onderdrukt, maar durfden de Atheners niet openlijk te vernoemen.

Uit: Ploutarchos, Parallelle levens, Leven van Perikles, 29, 4

De Griek Ploutarchos (46-120) wil in zijn werk vooral de deugd en moed van grote mannen aantonen.

a Welke steden klagen? Zijn het bondgenoten of rivalen van Athene?

b Waarover wordt er geklaagd?

c Waarom durft Aegina niet openlijk te klagen? Wat bewijst dat?

d Wat verlangen die steden van Sparta?

e Waarom juist van Sparta?

MAKEDONIË

a Wie zijn de tegenstanders?

b Welke twee grote machtsblokken tref je hier opnieuw aan?

c Wat is de inzet van de strijd?

d Waarom zou het koninkrijk Makedonië een bondgenoot van Sparta kunnen zijn?

BRON 3 Over de strijd tussen Athene en Melos, 416 v.C.

[De Atheners zeggen dat verzet nutteloos is, aangezien ze veel sterker zijn dan de Meliërs (inwoners van Melos). De Meliërs antwoorden na overleg.]

‘Atheners, wij zijn niet tot een andere conclusie gekomen dan voorheen en wij zullen een stad die 700 jaar in vrijheid heeft geleefd niet in één kort ogenblik daarvan beroven. Wij zullen trachten ons te redden, vertrouwend op de gunst van de goden (...), en op de hulp (…) van de Spartanen. Toch doen wij het voorstel dat wij uw vrienden zullen zijn, vijandig aan geen van beide partijen, (en) dat gij ons land zult verlaten nadat we een verdrag hebben gesloten dat voor ons beiden [ Atheners en Meliërs] aanvaardbaar is.’

[ De Atheners gaan niet akkoord, en nemen de stad in na een belegering.]

‘De Atheners doodden alle volwassen mannen die in hun handen vielen en verkochten alle vrouwen en kinderen als slaaf. Zij vestigden zichzelf in de stad, en zonden er later 500 kolonisten heen.’

Naar: Thucydides, De Peloponnesische Oorlog, boek V – vertaald door M.A. Schwartz Thucydides (ca. 460-398 v.C.) is een Atheens legeraanvoerder en geschiedschrijver van de Peloponnesische oorlog tussen Athene en Sparta. In 424 v.C. wordt hij voor twintig jaar uit Athene verbannen omdat hij een belangrijke versterking verloren heeft aan Sparta. Hij gebruikt zijn ballingschap om van ooggetuigen informatie in te winnen over de oorlog en die op schrift te stellen. Hij probeert relatief objectief verslag te doen van de oorlog.

a Gaat het om een primaire of een secundaire bron?

b Waarom zou je de auteur als betrouwbaar kunnen beschouwen?

c Waarom willen de Meliërs zich niet overgeven?

d Op de steun van wie rekenen de Meliërs?

e Welk voorstel doen de Meliërs? Wat is hun lot?

f Wat doet Athene nadien met de stad? Waarom?

hellenisme: ‘hellenistisch’ betekent ‘Griekssprekend’ en ‘Grieksgezind’. In het hellenisme vermengen oosterse gewoontes en Griekse cultuurelementen zich tot een nieuwe samenlevingsvorm waarin het Griekse aspect toonaangevend is.

1

De hellenistische rijken

De Makedoniërs profiteren van de Griekse verdeeldheid om Hellas te overheersen. Wie zijn die Makedoniërs? Hoe vestigen zij hun heerschappij? Welke gevolgen heeft dat voor de toenmalige samenleving?

Philippos II verenigt de Grieken

BRON 1 Makedonië is een koninkrijkje ten noorden van Hellas waar de grootgrondbezitters de koning kiezen. De Grieken beschouwen de aan hun verwante Makedoniërs als barbaren. Koning Philippos II (359-336 v.C.), een bewonderaar van de Griekse cultuur, wenst in de 4e eeuw v.C. een machtig rijk op te bouwen. Hij wil ook de groeiende macht van de Perzen tegenhouden. Philippos verovert Thrakië (goud- en zilvermijnen) en Thessalië. In 338 v.C. verslaat hij de verbonden legers van Athene en Thebe. Philippos II sticht de Korinthische bond, een militair bondgenootschap: de Griekse poleis blijven zelfstandig, maar aanvaarden de Makedonische leiding. Als veldheer en soldaat verheerlijkt Philippos de Spartaanse staat. Sparta wordt daarom vrijgesteld van het lidmaatschap. De polis verliest wel een groot deel van haar grondgebied. De koning plant vervolgens een aanval op Perzië, maar wordt in 336 v.C. vermoord.

2Alexander de Grote verovert een wereldrijk

BRON 2-3-4 Alexander volgt op twintigjarige leeftijd zijn vader Philippos II op. De troonopvolger heeft een Griekse opvoeding gekregen en combineert het Griekse denken met de Makedonische doortastendheid. Hij verwoest Thebe, omdat die stad tegen hem in opstand komt. Als onbetwist leider van de Griekse wereld start Alexander in 334 v.C de

verovering van Perzië. Een ‘klus’ die hij in vier jaar tijd klaart. Alexander verwoest daarbij de Perzische hoofdstad Persepolis. Hij doet dat uit wraak voor de Perzische vernieling van Athene in 480 v.C. Een Perzische legeraanvoerder vermoordt de Perzische ‘godkoning’ Darius III. Alexander de Grote roept zichzelf uit tot zijn opvolger. Hij droomt van de wereldheerschappij en rukt verder op naar Indië. Zijn leger steekt wel de Indus over, maar weigert daarna nog verder te trekken. Sommige soldaten zijn immers al jaren van huis. Daarom keert Alexander terug. In Babylon wordt de ‘veroveraar’ ziek en hij sterft (323 v.C.).

3Het rijk van Alexander de Grote valt uiteen

BRON 5-6 Naar oosters gebruik beschouwt Alexander zich als goddelijke alleenheerser die regeert over een groot rijk. De democratie en het polismodel hebben afgedaan. Alexander voert een hellenistische politiek: om de Griekse cultuur te verspreiden wil hij zijn niet-Griekse onderdanen met Grieken vermengen. Daarvoor organiseert hij volksverhuizingen en stimuleert hij gemengde huwelijken. Zelf huwt Alexander oosterse prinsessen. De alleenheerser sticht nieuwe steden die hij telkens naar zichzelf ‘Alexandrië’ noemt. De bevolking is er gemengd. Het Grieks geldt als de standaardtaal van ambtenaren, wetenschappers, kooplui en soldaten. De Attische munt wordt de eenheidsmunt van het hele rijk. Maar Alexanders regeerperiode is te kort om een hecht rijk te vormen. Zijn generaals, de diadochen, bestrijden

elkaar en het rijk valt uiteen in verschillende kleinere vorstendommen. Die hellenistische rijken maken een economische en culturele bloeiperiode mee. Paleizen en steden schitteren van pracht en praal. Toch is het enkel een toplaag van de bevolking die profiteert van de hellenistische bloei. De gewone bevolking betaalt

zware belastingen en beschikt over een heel klein inkomen. De vermenging van verschillende volkeren mislukt ook. De onderlinge strijd verzwakt de rijken. Vanaf de 2e eeuw v.C. delven ze het onderspit tegen de Romeinen en oosterse volkeren (o.a. de Parthen).

KENNEN KUNNEN

1 het begrip ‘hellenistische politiek’ uitleggen

2 uitleggen waarom Philippos II Hellas wil veroveren

3 uitleggen hoe Philippos II Hellas onderwerpt

4 kort uitleggen hoe Alexander de Grote Perzië verovert

5 vijf kenmerken van een hellenistische politiek geven

6 uitleggen hoe het rijk van Alexander uiteenvalt

BRON 1 Demosthenes tegen Philippos II van Makedonië

1 de politiek van Alexander vergelijken met die van de Atheense democratische polis

2 het rijk van Alexander op een blinde kaart situeren

3 twee kaarten met elkaar vergelijken

Maar ik zie dat allen hem laten betijen. (...) Hij mag nu dingen doen waarvoor de Grieken in het verleden oorlog zouden voeren. Onbeperkte speelruimte krijgt hij om de Griekse wereld geleidelijk maar zonder verpozen te schenden en te plunderen, om de steden te belegeren en tot slavernij te brengen. Maar toen de Atheners in het verleden zich in hun betrekkingen met sommigen hun rechten schenen te buiten te gaan, meenden allen dat ze met de verdrukten moesten meevechten; toen de Lakedaemoniërs [Spartanen] aan de leiding waren [ over Hellas] en uw vroegere hegemonie hadden overgenomen poogden zij meer dan billijk was de orde te verstoren; en aanstonds grepen allen naar de wapens. (...) Welnu, al die vergrijpen van de Spartanen gedurende die dertig jaar, al die van onze [ Atheense] voorouders gedurende die zeventig jaar, hebben minder te betekenen, Atheners, dan het onrecht dat Philippos de Grieken berokkende gedurende die minder dan dertien jaar sinds hij is opgedoken.

Uit: Demosthenes, Derde rede tegen Philippos II

Demosthenes (322-284 v.C.), Atheens redenaar en democratisch politicus, verzet zich tegen de toenemende macht van de Makedonische koning Philippos II. Hij geldt als de grootste redenaar van de klassieke oudheid.

a Wat verwijt Demosthenes de Grieken?

b Wat verwijt Demosthenes Philippos II?

BRON 2 Het leven van Alexander

Alexander was weetgierig en hield van lezen. De Ilias van Homeros hield hij voor het handboek van krijgskunde en dapperheid. Toen hij zich in Azië bevond, waar andere boeken niet te krijgen waren, liet hij zich Griekse werken opsturen: Philistos, Euripides … (...) Aanvankelijk liep hij hoog op met Aristoteles, ja, hij hield van hem, zoals hijzelf zei, evenzeer als van zijn vader: van deze heb ik het leven ontvangen, zei hij, maar Aristoteles leerde mij wel te leven.

Uit: Ploutarchos, Parallelle levens, Leven van Alexander

De Griek Ploutarchos (46-120) geniet de gunst van de Romeinse keizers Trajanus en Hadrianus. Hij schrijft talrijke biografieën van beroemde Grieken en Romeinen. Hij wil in zijn werk vooral de deugd en moed van grote mannen aantonen.

a Waaruit blijkt dat Alexander heel veel van de Grieken afwist?

b Hoe heet de leermeester van Alexander?

BRON 3 Ruiterstandbeeldje van Alexander de Grote

Brons, 1e eeuw, 104 x 100 cm, teruggevonden in Pompeï, Archeologisch Museum, Napels

BRON 4 Het wereldrijk van Alexander

a Geef acht hedendaagse landen die geheel of gedeeltelijk in het rijk van Alexander liggen.

b Je begrijpt dat je, om zo’n rijk te besturen, moeilijk regelmatig van de ene hoek naar de andere kunt reizen. Wat zou jij doen om toch controle te krijgen over zo’n groot gebied?

c Tel het aantal steden dat Alexander gesticht heeft. Waarom zou hij dat gedaan hebben?

d Waar stierf Alexander? In welk jaar? Hoelang heeft hij over de verovering van een wereldrijk gedaan?

BRON 5 Alexander voorgesteld in een Romeins mozaïek

Romeins mozaïek uit het Huis van de Faun, Pompeï, 1e eeuw

‘Alexander blijft na zijn dood lang populair.’ Juist of fout? Motiveer je antwoord.

RANDINFO

De vechtende Alexander op een sarcofaag , 4e eeuw n.C., afkomstig uit Libanon, Archeologisch Museum, Istanboel

sarcofaag: meestal stenen (maar ook houten) kist waarin men de dode plaatste

BRON 6 De hellenistische rijken of diadochenrijken, ca. 301 v.C.

a Vergelijk deze kaart met die in bron 4. Wat is er veranderd?

b Hoeveel tijd verloopt er tussen de situatie op beide kaarten?

Onderzoek 2: Atlantis

Atlantis zou een groot eiland zijn dat ooit tussen Afrika en Amerika lag en in de oceaan is verzonken. De Griekse geleerde Plato vertelt dat verhaal voor het eerst in de 4e eeuw v.C. Hij beschrijft een indrukwekkend rijk, dat na een periode van goed bestuur door hebzucht en overmoed vervalt en uiteindelijk door aardbevingen in één dag volledig in zee verdwijnt. Veel later wordt het verhaal weer opgepikt en verder aangedikt. In tal van hedendaagse films, tekenfilms, series, boeken, stripverhalen en games komt Atlantis aan bod. Wat vertelt Plato over Atlantis? Heeft Atlantis ooit echt bestaan? Waarom blijft het verhaal zo populair?

OPDRACHTEN

1 Bronnen indelen en beoordelen

a Welke bronnen stammen niet uit de hedendaagse tijd?

b Lees de drie historische vragen in de inleiding van dit onderzoek. Geef voor elke vraag de bronnen die bruikbaar zijn om ze te beantwoorden.

c Formuleer zelf een vierde historische vraag (ze mag op een van de andere lijken).

d Wie is de auteur van de oudste bekende bron over Atlantis?

e Verwijst die auteur naar oudere bronnen? Leg uit.

f Zijn er sporen gevonden van die oudere bronnen? Leg kort uit.

2 Wat is Atlantis volgens Plato?

a Wat is Atlantis?

b Hoe was het leven op Atlantis eerst? Geef drie voorbeelden.

c Waarom ging Atlantis ten onder volgens Plato?

d Waar zou het eiland gelegen hebben?

e Is de Atlantische Oceaan naar Atlantis vernoemd?

f Waarom is het heel aannemelijk dat Plato het verhaal over Atlantis heeft verzonnen?

3 Heeft Atlantis o oit echt bestaan?

a Welk eiland werd door de ontploffing van een vulkaan voor een groot deel weggeblazen? In welk jaar was dat?

b Welke samenleving zou toen ten onder gegaan zijn?

c Zou Plato zijn verhaal op die gebeurtenis gebaseerd hebben?

d Welk bedrijf dacht in 2018 dat het de ruïnes van Atlantis gevonden had?

e Waarom dacht het dat?

TIP Kijk nog eens terug naar bron 1.

f Wat waren de cirkels in werkelijkheid?

4 Waarom blijft het verhaal zo populair?

a Lees de bovenstaande historische vraag. Welke soort bron is bron 4 voor deze vraag?

b Waarom werd Atlantis in het tijdperk van de ontdekkingsreizen opnieuw populair?

c Wat vonden veel Europeanen in de vroegmoderne tijd moeilijk om te erkennen?

OUDE NABIJE OOSTEN
KLASSIEKE OUDHEID
Plato
uitbarsting Thera

d Welke complottheorie over Atlantis wordt opnieuw verteld in de serie ‘Ancient Apocalypse’? e Is ‘Ancient Apocalypse’ een betrouwbare bron over Atlantis? Geef één argument. f Waarom is het misleidend dat Netflix ‘Ancient Apocalypse’ een docuserie noemt?

Besluit

Plato verzon het verhaal over Atlantis om zijn tijdgenoten te waarschuwen voor hebzucht en hoogmoed. In de loop van de geschiedenis bleef de legende populair en waren er vermoedens dat het eiland ooit echt heeft bestaan. Sommigen dachten zelfs de resten van Atlantis te hebben gevonden.

BRON 1 Tekening gebaseerd op Plato

BRON 2 Atlantis, feit of fictie?

Tekening van de hoofdstad van Atlantis, gebaseerd op de beschrijvingen van Plato en gemaakt in de hedendaagse tijd. Soms hoor je dat de Atlantische Oceaan naar Atlantis is vernoemd. Maar het is omgekeerd. Lang voor Plato gebruiken Griekse auteurs al de naam ‘Atlantikos pelagos’ (de zee van Atlas) om de oceaan ten westen van de Griekse wereld te benoemen.

• Blijft echter het feit dat egyptologen geen enkele Egyptische tekst gevonden hebben die over de Atlantislegende verhaalt, los van het beweerde tijdstip, niet in Saïs noch elders (…)

• Plato’s dialogen vertolken zijn filosofie en vertonen een aantal vreemde kenmerken. Een daarvan is het gebruik van buitengewone, als waar voorgestelde verhalen om zijn ideeën helder uit te drukken.

• (...) b espreekt Plato de werktuigen die in de opvoeding van de jeugd aangewend moeten worden. Een daarvan is het gebruik van volledig verzonnen verhalen, aan de jeugd gepresenteerd als waargebeurde geschiedenis.

Uit: K. Christopher, Atlantis: Feit & Fictie (skepp.be/nl/buitenaards-leven-complotten/atlantis-feit-fictie)

SKEPP is een organisatie van wetenschappers die beweringen en verschijnselen onderzoekt die heel onwaarschijnlijk of onmogelijk zijn.

BRON 3 Het eiland Atlantis volgens Plato

Het verhaal dat Critias vertelt, heeft hij van zijn grootvader gehoord, die het op zijn beurt van een vriend van Solon had. Die laatste heeft het in Egypte van priesters uit de stad Saïs vernomen. ‘Om te beginnen moeten wij ons herinneren dat het meer dan negenduizend jaar geleden is dat er volgens de doorgegeven verhalen een oorlog plaatsvond tussen de volkeren die voorbij de Zuilen van Herakles [Straat van Gibraltar] woonden en alle volkeren aan deze zijde (…) Men zegt dat onze stad [Athene] de leider was van de ene partij (…) Aan het hoofd van de andere kant stonden de koningen van het eiland Atlantis dat (…) vroeger groter was dan Libië [Noord-Afrika] en Klein-Azië tezamen. Thans is het ten gevolge van aardbevingen verzonken en vormt het nog slechts een ondoordringbare moddermassa en een belemmering voor de schepen die van hieruit naar de open zee willen ...’ (…) De oude hoofdstad was rijk aan natuurlijke bronnen en er was voedsel in overvloed. Hoge bergen boden beschutting tegen de noordenwind en over de weiden zwierven dieren zoals olifanten en paarden, die dronken uit meren en rivieren. Er regeerden tien koningen over dit paradijselijke eiland en de bewoners leefden er in volmaakte harmonie (…) en zij [de vorsten] hadden een enorme rijkdom, meer dan wat andere koningen en heersers ooit in hun bezit hadden of zullen hebben, zowel in de stad als op het platteland bezat men al wat men nodig had (…) het eiland zelf voorzag in de meeste zaken die nodig waren om te leven (…) Uit de aarde groef men alles op wat er maar te vinden was, zowel vast als vloeibaar en vooral (…) orichalcum [een mythisch metaal, dat er volgens de verhalen glanzend, roodachtig uitzag] (…) in die tijd even waardevol als goud (…)

Uit: Plato, Critias, 360 v.C.

In twee geschriften, ‘Critias’ en ‘Timaios’, vertelt de Griekse filosoof Plato (427-347 v.C.) over het eiland Atlantis. De samenleving was er eerst deugdzaam, maar de mensen werden hebzuchtig en hoogmoedig. De vernietiging van Atlantis was een straf van de goden.

BRON 4 Kaart uit de 17e eeuw, gebaseerd op Plato

In de 17e eeuw gebruiken Europeanen het verhaal van Atlantis om te verklaren waar de complexe samenlevingen vandaan komen die ze tijdens hun ontdekkingsreizen op andere continenten tegenkomen. Ze vinden het moeilijk om te erkennen dat er andere volkeren bestaan met een eigen ontwikkelde cultuur en geschiedenis. Zo gebruiken sommige Europeanen het verhaal van Atlantis als een verklaring voor de steden en samenlevingen die ze in Amerika aantreffen. De inwoners van Atlantis zouden volgens die schrijvers hun kennis over stedenbouw, landbouw en bestuur aan de volkeren in Amerika hebben doorgegeven, nadat ze hun eiland moesten ontvluchten toen het ten onder ging. Op deze kaart bevindt het noorden zich aan de onderkant. Het oosten, met Spanje en Afrika, ligt links.

BRON 5 Santorini (Thera)?

Santorini is een eiland in de Middellandse Zee dat eigenlijk de restanten vormt van een grote vulkaan, Thera. Omstreeks 1646 v.C. ontplofte die vulkaan met een kracht gelijk aan 40 atoombommen. Een groot deel van het eiland werd weggeblazen. Vloedgolven overspoelden de kusten en andere eilanden van de Middellandse Zee.

Tot voor kort dacht men dat die een einde maakten aan de minoïsche samenleving op Kreta. Dat zou dan aan de basis liggen van de Atlantislegende. De ondergang van de minoïsche samenleving gebeurde echter enkele honderden jaren later. Bovendien kloppen de ligging en de data niet met het Atlantis van Plato.

www.historymuseum.ca

BRON 6 Voor de Spaanse kust?

Satellietbedrijf denkt ruïnes van Atlantis gevonden te hebben: voor de kust van Spanje

@VANIN

Volgens het bedrijf Merlin Burrows liggen de ruïnes van de beschaving voor de Spaanse kust, ten noorden van de stad Cadiz. In de buurt van nationaal park Doñana, waarvan wetenschappers denken dat het ooit een binnenzee was. En het beweert dat er ook ten noorden en ten zuiden van het park bewijsmateriaal te vinden is van de oude beschaving, in de vorm van resten van 15 andere nederzettingen in zee.

De experts gebruikten satellietbeelden, luchtfotografie en grondobservaties om hun vaststellingen te doen en vonden naar eigen zeggen opmerkelijke parallellen met het verhaal van Plato.

Uit: Het Laatste Nieuws, 16 november 2018

BRON 7 Archeoloog Carl Feagan over de ontdekking bij de Spaanse kust

Ik laadde Google Earth op en ging naar de locatie op de kaart. Ik zocht ongeveer 20 minuten naar de ‘cirkels’ (…) De ovale figuren die ze beschreven waren er. Ze vertoonden een zeer eigenaardig patroon. En er waren twee verschillende soorten van die figuren. De randen waren zeer brokkelig. Niet wat je verwacht van figuren die honderden jaren oud zouden zijn en zeker niet van figuren die meer dan tienduizend jaar oud zouden zijn. Mijn eerste ingeving was om na te gaan of ze in de recente geschiedenis te zien waren.

Als je de tijdlijn in Google Earth enkele jaren terugzet, verdwijnen de cirkelvormige figuren gewoon. Ze zijn er niet meer. Daarom begon ik een snelle opzoekopdracht via Google. Nog geen minuut later vond ik een biologische studie uit begin 2004 over dezelfde locatie waar Merlin Burrows Atlantis situeert.

De ‘cirkels’ die Merlin Burrows gevonden had, waren experimentele vijvers die men in 2004 en 2005 in Doñana National Park aangelegd had om plankton te bestuderen.

Na een tijdje haalde Merlin Burrows elke verwijzing naar hun zogenaamde ontdekking van Atlantis van hun website.

Uit: Archeology Review, 24 januari 2019

Carl Feagan is een Amerikaans archeoloog die allerlei verzinsels over de archeologie wil weerleggen.

De mythe van Atlantis heeft door de millennia heen een opmerkelijke hardnekkigheid laten zien. Oorspronkelijk geschetst door Plato, heeft het verhaal over de opkomst van een grote, oude beschaving gevolgd door haar catastrofale vernietiging sindsdien talloze interpretaties opgeleverd. Het programma [‘Ancient Apocalypse’ op Netflix sinds eind 2022], gepresenteerd door Graham Hancock, betoogt dat een ooit ontwikkelde cultuur werd verwoest door overstromingen die werden veroorzaakt door een gigantische komeet die op aarde neerstortte. Deze ramp zou de inspiratiebron zijn geweest voor de legende van Atlantis. Volgens Hancock verspreidden de overlevenden van de ramp zich over de wereld – die toen bevolkt werd door eenvoudige jagers-verzamelaars – en brachten hen wetenschap, technologie, landbouw en monumentale architectuur. We hebben alles te danken aan deze bijna goddelijke individuen, zo wordt beweerd. Deze stellige beweringen hebben ertoe bijgedragen dat de serie boven aan de kijkcijferlijsten aan beide zijden van de Atlantische Oceaan staat, tot grote ergernis van archeologen. Zij hebben ‘Ancient Apocalypse’ veroordeeld, omdat de serie te weinig bewijs levert voor de grootse beweringen en omdat de serie complottheorieën verspreidt die als wetenschap worden gepresenteerd.

Uit: R. McKie, Lost city of Atlantis rises again to fuel a dangerous myth, in: de Britse kwaliteitskrant

The Guardian, 27 november 2022

Dit artikel werd gepubliceerd naar aanleiding van de nieuwe netflixserie ‘Ancient Apocalypse’, die uitkwam op 10 november 2022. Graham Hancock presenteert er zichzelf als een onderzoeksjournalist en Netflix noemt ‘Ancient Apocalypse’ een docuserie. Dat zet de kijkers op een verkeerd spoor, want het programma is allesbehalve wetenschappelijk.

KENNEN

1 bronnen situeren in de tijd

2 de bruikbaarheid van een bron beoordelen in functie van een historische vraag

3 een historische vraag formuleren

4 informatie uit bronnen halen

5 soorten bronnen identificeren

6 de betrouwbaarheid van een bron beoordelen in functie van een historische vraag

BRON 8 Ancient Apocalypse

16

De Griekse bouwkunst

Griekse bouwwerken hebben talloze kunstenaars uit latere tijden geïnspireerd. Vandaag nog bewonderen vele duizenden toeristen de overblijfselen van Griekse bouwwerken. Wat zijn de typische kenmerken van die Griekse bouwkunst?

Na deze les zou je die kenmerken moeten herkennen. Waarvoor dienen die gebouwen?

fries: (in de Griekse architectuur) horizontale strook met schilder- of beeldhouwwerk boven de architraaf of hoofdbalk

fronton:

bovenste gedeelte van een gevel, vaak in de vorm van een driehoek

schacht: deel van de zuil tussen voetstuk en kapiteel

kapiteel: bovenste gedeelte van een zuil. Dient om de last op een smaller vlak van bijvoorbeeld de zuil over te brengen.

bladmotief: versiering met bladeren

1

De Griekse bouwkunst is een openbare, monumentale kunst

BRON 1-2 De meeste openbare gebouwen (tempels, theaters ...) worden in opdracht van de polis en haar bestuurders gebouwd. Vaak zijn ze verbonden met de Griekse godsdienst. In het begin is er weinig planning. Men bouwt zoals het uitkomt. Na verloop van tijd krijgt dat groeiende centrum een wanordelijk uitzicht.

In de 5e eeuw v.C. starten sommige Griekse steden in Klein-Azië met een stadsplanning of urbanisatie. Men gebruikt daarbij een dambordpatroon.

In Athene krijgt de Akropolis onder het bestuur van Perikles zijn bekende vorm. Hij wil nieuwe tempels bouwen op de Akropolis na de verwoestingen door de Perzen in 480 v.C. Met het geld van de DelischAttische Zeebond en met de hulp van architecten, kunstenaars en vaklui bouwen ze het bekendste voorbeeld van de klassieke Griekse bouwkunst. De nieuwe bouwwerken moeten de macht van Athene uitdrukken. De Griekse bouwkunst is daarom vaak monumentaal.

2

De

Griekse tempel volgt

meetkundige regels

BRON 3-4-5-6-7-8-9 De klassieke Griekse bouwkunst wordt gekenmerkt door eenvoud en duidelijkheid. De Griekse tempel, de woning van de god, vormt in tegenstelling tot onze kerken geen ontmoetingsplaats voor de gelovigen. De godheid woont er en priesters voeren de godsdienstige rituelen in het gebouw uit. Offers worden buiten voor het tempelgebouw gebracht. De Griekse tempel heeft overal dezelfde delen: de

onderbouw bestaat uit drie rondom doorlopende treden. Op de bovenste treden rusten de zuilen. Die ondersteunen de hoofdbalk, het fries , de kroonlijst en het fronton . Sommige tempels hebben veel versiering (beeldhouwwerk) aangebracht op fries en fronton. Onze voorstelling van een witte tempel is niet juist. Overal zie je kleur op beelden en gebouwen. Een ommuurde kamer met het beeld van de godheid (de cella) vormt het centrale gedeelte van de tempel. Die rechthoekige kamer wordt met een of meer zuilengangen omgeven. Het grondplan is dus een rechthoek omgeven door zuilen. De voor- en achterzijde van de tempel zijn ongeveer dezelfde. Ook de zijkanten lijken als twee druppels water op elkaar. Het hele gebouw bestaat uit verschillende meetkundige figuren: rechthoeken, driehoeken, vierkanten ... De ‘architecten’ van toen passen de Griekse wiskundige kennis heel nauwgezet toe. Dat maakt deze bouwkunst zo evenwichtig. Als bouwmateriaal gebruikt men vooral kalksteen en marmer. De stijl van de tempel kan men vooral afleiden uit het soort zuilen dat hij heeft. De Dorische zuil, de oudste en soberste, komt vaak vrij log over. Hij heeft geen voetstuk. De schacht vertoont groeven (cannelures) die niet diep, maar wel breed zijn. Het kapiteel bestaat uit een rond zuilkussen met daarop een vierkanten dekplaat. De ‘slankere’ Ionische zuil heeft een meer versierd kapiteel met krullen en een dunne dekplaat. De schacht heeft diepere groeven. Een derde soort zuil, de Korinthische zuil, wordt pas vanaf de 4e eeuw v.C. populair. Die zuil lijkt op de Ionische zuil, maar heeft een kapiteel dat rijkelijk versierd is met een bladmotief . Het fries bevat

beeldhouwwerk: in de Dorische tempel bestaat dat uit trigliefen en metopen . Het fronton wordt meestal versierd met halfverheven beeldhouwwerk ( basreliëf ).

3

Ook burgerlijke gebouwen krijgen veel aandacht

Voor de bevolking bouwt men theaters, bibliotheken, stadions, stoa’s (zuilengangen) ... Het Griekse klimaat laat een dagelijks leven in de openlucht toe. Griekse theaters worden bijvoorbeeld zonder dak gebouwd met de zitplaatsen opgetrokken tegen een natuurlijke heuvelrug. Ze bieden plaats aan duizenden toeschouwers. Vandaag zijn vele toeristen nog altijd verbaasd over de geweldige akoestiek in die theaters.

KENNEN

1 de begrippen ‘openbare gebouwen’, ‘monumentale bouwkunst’ en ‘stadsplanning’ uitleggen

2 de begrippen ‘akoestiek’, ‘fries’, ‘fronton’, ‘kapiteel’, ‘metoop’, ‘triglief’ en ‘stoa’ verklaren

3 drie kenmerken van een Griekse tempel geven

4 verschillen tussen Dorische, Ionische en Korinthische zuilen geven

5 de doelen van de verschillende Griekse gebouwen vermelden

KUNNEN

BRON 1 Stadsplanning volgens Hippodamos

De filosoof Aristoteles beschrijft Hippodamos (498-408 v.C.) als een ijdele man met lange haren. Hippodamos pleit voor een regelmatige stadsplanning. Hij wil een stad met rechte straten, het zogenaamde dambordpatroon, waarbij de verschillende delen van de stad voorbehouden worden voor aparte groepen: ambacht slui, boeren en soldaten. Daarnaast is er een opdeling tussen plaatsen met een religieuze functie zoals tempels, plaatsen met een openbare functie zoals markten en overheidsgebouwen en plaatsen die privébezit zijn. Hij is bekend voor de heropbouw van de stad Milete aan de kust van Klein-Azië. Vele Griekse en Romeinse steden, maar ook hedendaagse steden, worden volgens zo’n dambordpatroon aangelegd.

@VANIN

1 uit afbeeldingen de kenmerken van een Grieks gebouw afleiden

2 Griekse gebouwen herkennen

3 de Dorische, Ionische en Korinthische zuilen op afbeeldingen herkennen

a Geef een kenmerk van de stadsplanning van Hippodamos die je van de kaart kunt afleiden.

b Voor welke drie functies maakt hij ruimte in de stad?

triglief: sierelement met drie rechtopstaande groeven

metoop: sierelement met vaak halfverheven beeldhouwwerk, tussen trigliefen

bas-reliëf: halfverheven beeldhouwwerk

akoestiek: wetenschap die zich bezighoudt met het geluid. Hoe klinkt bijvoorbeeld het geluid in de ruimte?

BRON 2 Milete in de 5e eeuw v.C.

BRON 3 Griekse zuilen

Dorische zuil

Ionische zuil

Korinthische zuil

Plaats de kenmerken bij de juiste zuil. Bij elke zuil horen vier kenmerken. Sommige kenmerken zul je bij verschillende zuilen moeten plaatsen.

Kies uit: vrij ‘log’ – vrij ‘slank’ – schacht met ondiepe groeven – schacht met diepe groeven – rond kapiteel met vierkante dekplaat – kapiteel met krullen – kapiteel met bladmotief met voetstuk – zonder voetstuk.

BRON 4 De Akropolis met het Parthenon

BRON 5 Het Parthenon

Akropolismuseum

Parthenon

Erechtheion

@VANIN

Akropolis betekent letterlijk ‘hoge stad’. Hier kan men zijn toevlucht zoeken in tijden van gevaar. In de 5e eeuw v.C. laat de Atheense bestuurder Perikles daar een nieuwe reeks tempels bouwen.

De bekendste tempel is het Parthenon, ter ere van Athena Parthenos, de maagd Athena. Zij is de beschermgodin van de stad. Die tempel is in een recordtijd gebouwd (447-438 v.C.).

De foto toont de tempel aan de westelijke kant. Het Parthenon heeft een grondvlak van ca. 72 meter bij ca. 36 meter. Voor de zuilen en het bovengedeelte gebruikt men geen kalksteen maar marmer, massaal ontgonnen in de marmergroeve van de Penteliconberg, 16 km ten noordoosten van Athene. Grote blokken marmer worden eerst op sleden geladen en daarna overgeladen op enorme wagens. Muilezels trekken die wagens dan op verstevigde wegen naar de Akropolis.

BRON 6 Grondplan van het Parthenon

De bolletjes stellen zuilen voor. De dikke lijnen zijn muren.

a Vermeld twee kenmerken van het Parthenon. (Je mag de lestekst bekijken.)

b Bekijk de zuilen (bron 3). Tot welke bouwstijl behoort deze tempel? BRON

@VANIN

Koppel de juiste benaming aan de juiste letter. Kies uit: metoop – triglief – kapiteel – fronton – fries.

Het Erechtheion is een tempel waar goden zoals Athena en Poseidon worden vereerd, maar ook mythische koningen, onder wie Erechtheius. Het dak wordt ondersteund door zes vrouwenfiguren die de Grieken ‘meisjes’ noemen. Wij kennen hen beter onder de naam die de Romeinse architect Vitruvius aan hen geeft in de 1e eeuw v.C.: de kariatiden.

Welke functie hebben de kariatiden?

In verschillende periodes van de architectuur inspireert men zich op de klassieke architectuur. Dat merk je in overheidsgebouwen, kerken, paleizen ... Hier gaat men nog een stap verder. In Nashville imiteert men gewoon het Parthenon naar aanleiding van een tentoonstelling. Men gebruikt er wel beton als bouwmateriaal.

a Geef twee gelijkenissen met het originele Parthenon. b Geef twee verschillen met het originele Parthenon. (Denk aan het materiaalgebruik en de functie van het gebouw.)

BRON 9 Het Parthenon in Nashville, VS (1897)
BRON 8 Het Erechtheion met de kariatiden

kunstuiting: product van menselijke creativiteit: bouwkunst, schilderkunst, reliëf- en beeldhouwkunst, literatuur, muziek ...

frontaal: in vooraanzicht

statisch: in de kunst: weinig of geen uitdrukking van beweging

symmetrisch: beide helften van een voorwerp zijn gelijk.

gedrapeerd: wanneer stof in plooien valt

anatomie: bouw van het menselijke lichaam

evolutie: (geleidelijke) ontwikkeling in de tijd

dynamisch: in de kunst: met een uitdrukking van beweging

geïdealiseerd: mooier, beter voorgesteld dan in werkelijkheid

De beeldende kunsten bij de Grieken

Beeldhouwwerk en schilderingen beelden iets of iemand uit. Die kunstuitingen behoren daarom tot de zogenaamde beeldende kunsten. Producten van de Griekse beeldende kunsten zijn op grote schaal uit Griekenland weggehaald door verzamelaars. Daarom vind je in heel veel musea tot ver buiten Europa beelden en beschilderd aardewerk uit de Griekse oudheid. Ze zijn een belangrijke inspiratiebron voor de kunst uit latere periodes. Wat zijn de kenmerken van de Griekse beeldhouwkunst? Wat maakt de Griekse schilderkunst zo typisch?

1De Griekse beeldhouwkunst evolueert van statisch naar dynamisch

BRON 1-2-3 In de Griekse beeldhouwkunst onderscheidt men traditioneel drie grote periodes of stijlen: de archaïsche , de klassieke en de hellenistische . De archaïsche periode (ca. 800ca. 490 v.C.) is vooral bekend voor de typische kouros- en korèbeelden. Waarschijnlijk dienen ze als geschenk voor een godheid of als gedenkteken bij een graf. De kouros beeldt een rechtopstaande, naakte jongeman uit. Hij is frontaal en statisch voorgesteld; het beeld toont geen of weinig beweging.

De kouros is symmetrisch : de linker- en rechterhelft zijn grotendeels gelijk. Typisch is ook de zogenaamde ‘archaïsche’, wat geheimzinnige glimlach. De vrouwelijke tegenhanger van de kouros is de korè. Die jonge vrouw draagt een gedrapeerd kleed. Ze is iets minder stijf afgebeeld.

BRON 4-5-6 Vanaf ca. 490 v.C. besteden de kunstenaars nog meer aandacht aan de juiste verhoudingen en een anatomisch juiste weergave van het lichaam. Ze houden ook rekening met het standpunt van de toeschouwer. De beelden vertonen meer beweging, maar de ‘archaïsche’ glimlach blijft. Die evolutie ontwikkelt zich verder tot de ‘klassieke’ stijl. In de klassieke periode (ca. 490-ca. 330 v.C.) zijn de beelden nog meer in beweging. Symmetrie maakt plaats voor het ‘contrapost’ . Bij een staande figuur is het bekken licht gekanteld. Het rechterbeen is gestrekt, het linkerbeen gebogen. Door ook de

linkerarm gebogen en de rechterarm gestrekt af te beelden oogt het beeld dynamisch maar toch evenwichtig. Dikwijls toont de kunstenaar een momentopname: de beweging is als het ware verstild of ‘bevroren’. De kunstenaar geeft het naakte lichaam anatomisch vrij juist weer, maar beeldt de mens wel geïdealiseerd uit: mooi en perfect. Het gelaat drukt zelden de gevoelens uit die bij de houding of de afgebeelde situatie passen. De beelden stralen rust en evenwicht uit. Het lijken geen gewone stervelingen, maar goden. Een van de bekendste beeldhouwers uit de klassieke periode is Phidias (500-430 v.C.). Met een groep medewerkers voert hij projecten uit op de Akropolis. Ook zijn tijdgenoten Myron en Polykleitos zijn grote meesters. In de 4e eeuw beelden kunstenaars meer echte, persoonlijke emoties uit. Voor de verhoudingen van het menselijk lichaam wordt de verhouding 1/8 de norm; het hoofd bedraagt een achtste deel van het lichaam. Grote namen uit die periode zijn Lysippos en Praxiteles. Vaak zijn de beelden in brons gegoten. Die originelen zijn meestal niet bewaard gebleven. De meeste beelden kennen we via (Romeinse) kopieën. De Grieken versieren hun tempels met reliëf . Figuren worden uitgehouwen in de stenen van het bouwwerk. Zowel de vrijstaande beelden als de reliëfs worden vaak beschilderd.

BRON 7-8 Kunsthistorici gebruiken de term ‘hellenistische kunst’ voor de Griekse beeldhouwkunst in de periode die samenvalt met de veroveringen van Alexander de Grote en de regering van zijn opvolgers (ca. 330-ca. 30 v.C.). In die periode verspreidt de Griekse beeldhouwkunst zich naar de veroverde

ARCHAÏSCHE TIJD
KLASSIEKE TIJD HELLENISTISCHE TIJD

gebieden. Ook de manier waarop kunstenaars hun onderwerpen uitbeelden, verandert. Idealisering maakt plaats voor meer realisme . De beelden lijken almaar meer mensen van vlees en bloed, uit alle lagen van de bevolking en van alle leeftijden. Kunstenaars beelden ook gewone, dagelijkse activiteiten van de mens uit. Ze beklemtonen meer en meer de gevoelens en het karakter van de afgebeelde figuren. De verstilde beweging van de ‘klassieke stijl’ evolueert naar een dramatische, vaak ingewikkelde beweging.

2De Griekse schilderkunst op aardewerk kent verschillende stijlen

BRON 9 Van de Griekse schilderkunst zijn vooral de schilderingen op gebruiksvoorwerpen in aardewerk of

keramiek (gebakken klei) bewaard gebleven. Amforen , bekers, kruiken en schalen worden beschilderd met mythologische taferelen en scènes uit het dagelijks leven. Daarom zijn die ‘vazen’ een waardevolle bron voor de kennis van de Griekse samenleving. De decoratie van dat aardewerk evolueert van geometrische patronen tot ingewikkelde taferelen met veel personages. Ook de manier waarop de versieringen zijn aangebracht, varieert. Wanneer de figuren op een rode vaas zwart zijn, spreekt men van de zwartfigurige stijl. Bij de roodfigurige stijl is de vaas zwart en zijn de figuren rood. Van de muurschilderingen is weinig teruggevonden. Dankzij Romeinse kopieën en mozaïeken kunnen archeologen zich wel enigszins een idee vormen van die Griekse schilderkunst.

KENNEN KUNNEN

1 de begrippen ‘evolutie’, ‘periode’, ‘verandering’ en ‘kunstuiting’ uitleggen

2 de begrippen ‘dynamisch’, ‘contrapost’, ‘statisch’, ‘geïdealiseerd’, ‘realistisch’ en‘reliëf’ uitleggen

3 de drie periodes/stijlen in de Griekse beeldhouwkunst geven en situeren in de tijd

4 vijf kenmerken van de archaïsche periode/stijl geven

5 vijf kenmerken van de klassieke periode/stijl geven

6 vier kenmerken van de hellenistische periode/stijl geven

7 de drie periodes/stijlen vergelijken

8 de twee verschillende stijlen in de Griekse schilderkunst vergelijken

9 telkens één voorbeeld geven van continuïteit, evolutie en verandering in de Griekse beeldhouwkunst

@VANIN

1 uit niet-geschreven bronnen kenmerken van de Griekse beeldhouwkunst halen

2 een beeldhouwwerk typeren als archaïsch, klassiek of hellenistisch

3 continuïteit, verandering en evolutie herkennen in Griekse beelden

Ca. 540-515 v.C., 1,95 m, Akropolismuseum, Athene

Ca. 550-520 v.C., 2,12 m, Akropolismuseum, Athene

a Het kourosbeeld is symmetrisch. Argumenteer.

b Geef twee verschillen tussen de kouros en de korè.

BRON 1 Kouros
BRON 2 Korè

BRON 3 De Kouros Moschoforos of Kalfsdrager

Ca. 570 v.C., 1,65 m, Akropolismuseum, Athene

Dit is het oudste levensgrote beeld dat op de Akropolis gevonden is. De man (Rhombos) draagt op zijn schouders een offerkalf voor de godin Athena.

Geef twee verschillen met de kouros uit bron 1.

BRON 4 De schijfwerper van Myron

@VANIN

Romeinse kopie van een Grieks origineel in brons uit de 5e eeuw v.C., 1,55 m, marmer, Museo Nazionale Romano, Rome

Geef twee verschillen met een kourosbeeld.

Detail van een reliëf op het fries van het Parthenon, ca. 448-429 v.C., 104 x 134 cm, Akropolismuseum, Athene

Beschrijf hoe de goden hier worden afgebeeld.

BRON 5 Poseidon, Apollo en Artemis

6 De speerdrager van Polykleitos

Romeinse kopie (eind 2e-begin 1e eeuw v.C.) van een bronzen origineel (ca. 450 v.C.), 2,12 m, Nationaal Archeologisch Museum, Napels

1e eeuw v.C., 73 cm, brons, Capitolijnse musea, Rome

Vergelijk met de onderwerpen van de andere beelden. Wat is hier opmerkelijk?

1e eeuw v.C-1e eeuw n.C., marmer, mogelijk kopie van een bronzen origineel van ca. 150 v.C., 242 cm hoog, Vaticaanse musea, Vaticaanstad

De Trojaanse priester Laocoön en zijn twee zonen worden gewurgd door zeeslangen. Het beeld is in 1506 ontdekt in het paleis van Nero in Rome.

a Vergelijk de anatomie en de houding van de personages van bron 6 en 7. Wat stel je vast?

b Vergelijk ook de gelaatsuitdrukking bij beide beelden.

BRON
BRON 7 Laocoöngroep
BRON 8 Jongen met doorn in de voet

BRON 9 Zwarte en rode figuren in Grieks aardewerk

Vergelijk de kleur van de figuren en de achtergrond op beide afbeeldingen.

C

OVERZICHT De bloei van de Griekse wereld

2000-1200 v.C.

grootgrondbezitters

1000-800 v.C.

750-550 v.C.

ACHAEËRS OF MYKENERS

koning = alle macht landb ouw en handel

ONTSTAAN POLEIS

politieke verdeeldheid, culturele eenheid

grootgrondbezitters

koning / adel = alle macht landb ouw

GRIEKSE KOLONISATIE

grootgrondbezitters handelaars-ondernemers

500-323 v.C.

democratie

mannelijke burgers

Delisch-Attische Zeebond

sociale ongelijkheid

PERZISCHE OORLOGEN

landbouw handel nijverheid

ontstaan Rome

poleis in Hellas verzwakken

oligarchie

Raad van Ouden

Romeinse republiek

Peloponnesische Bond

(Alexander de Grote verovert een wereldrijk)

vanaf

D Het Romeinse Rijk

Rome ontstaat omstreeks 1000 v.C. en is aanvankelijk niet groter dan een dorp. Later groeit het uit tot een stad en zelfs tot een heus rijk. In de volgende hoofdstukken leer je hoe de Romeinen hun grondgebied verder uitbreiden en welke gevolgen dat heeft voor de samenleving en het bestuur.

ontstaan Rome

OPDRACHT

HET KONINKRIJK

mythische stichting

Het Romeinse Rijk is zo groot geweest dat je vandaag zowel in Europa, Afrika als Klein-Azië restanten van Romeinse bouwwerken terugvindt. Hier zie je enkele voorbeelden. In welk hedendaags land ligt elk bouwwerk? Zoek het juiste antwoord op.

BRON 1 De ‘Porta Nigra’ in Trier
BRON 2 Romeinse villa in Volubilis
D HET ROMEINSE RIJK
BRON 3 Leptis Magna
BRON 4 Sagalassos

18 Rome begint als een bescheiden koninkrijk

Omstreeks 1000 v.C. ontwikkelt zich op het Italische schiereiland (zie les 3) de Romeinse samenleving. Hoe is Rome ontstaan? Welke volkeren leven op het Italische schiereiland? Welke kenmerken heeft de Romeinse samenleving? Hoe wordt het bestuur in het Oude Rome georganiseerd?

1Het ontstaan van Rome: mythe en feiten

BRON 1 De Romeinen zijn Indo-Europeanen die zich omstreeks 1000 v.C. op het Italische schiereiland hebben gevestigd. Ze geloven zelf dat ze afstammen van de tweeling Romulus en Remus. De wetenschap vertelt echter een ander verhaal: in de 10e eeuw v.C. ontstaan de eerste nederzettingen in Latium, een moerassig, heuvelachtig en vruchtbaar gebied aan de Tiber. De bewoners van deze streek zijn eenvoudige herders en boeren. Aan de kust wordt er aan zoutwinning gedaan. De stad Rome ligt gunstig: midden op de verbindingsweg tussen het noorden en het zuiden van Italië. De heuvels en moerassen vormen een natuurlijke bescherming tegen invallers. De afstand tussen Rome en de zee is groot genoeg om veilig te zijn voor zeerovers. De Tiber is ideaal om goederen te vervoeren en de zee te bereiken.

2

Etrusken, Italiërs en Grieken bevolken het Italische schiereiland

BRON 5-6 De Etrusken wonen in het noordwesten van Italië. Hun gebied ligt hoofdzakelijk tussen twee stromen: de Arno en de Tiber. Het midden van Italië wordt bevolkt door Italische volksstammen, onder wie de Latijnen en Sabijnen. Het zuiden van Italië wordt bewoond door Grieken. Ze stichten tussen de 8e en 5e eeuw v.C. op veel plaatsen in het Middellandse Zeegebied kolonies . Hun gebied in Italië wordt dan ook Groot-Griekenland genoemd.

3

Kenmerken van de Romeinse samenleving

BRON 2-3-4 De familie is de basis van de Romeinse samenleving. Het familiehoofd, de ‘pater familias’, heeft alle macht. Hij bezit alles en beslist alles. Verschillende families met dezelfde voorvader vormen samen een gens (meervoud: gentes) of geslacht. In de 6e eeuw v.C. zijn er ongeveer 60 gentes in Rome. De Romeinse samenleving bestaat uit verschillende groepen: de patriciërs of aristocraten geloven dat ze afstammen van de stichters van Rome. Ze bezitten bijna alle grond. De patriciërs kiezen de koning en geven hem raad. De gewone burgers worden plebejers genoemd. Ze bezitten persoonlijke vrijheden, maar hebben geen politieke macht. Het gaat meestal om boeren, ambacht slieden en handelaars. Vele boeren zijn afhankelijk van een patriciër of staan onder zijn bescherming. De slaven vormen een andere groep. Slaven zijn meestal krijgsgevangenen of hun afstammelingen. Meestal kennen zij een zwaar bestaan. Ze hebben weinig of geen rechten en worden beschouwd als een zaak.

4 De koning bezit de grootste macht in het Romeinse bestuur

BRON 4 De eerste bestuurders van Rome zijn koningen. Een koning wordt gekozen voor het leven. Hij is opperpriester, opperrechter en opperbevelhebber. De koning beschikt dus over bijna alle macht. Hij kan aan de senaat, die bestaat uit familiehoofden van de belangrijkste patriciërsfamilies, bijstand en raad vragen.

De koning kan ook de volksvergadering samenroepen. In de volksvergadering zetelen alle mannelijke patriciërs. Net als de senaat heeft de volksvergadering weinig inspraak. Ze kiest wel de koning.

5

De invloed van de Etrusken op de stadstaat Rome

BRON 5-6-7

De Etrusken die ten noorden van Rome in Etrurië leven, hebben een grote invloed op de Romeinen. Een aantal Etrusken wordt koning van de stadstaat Rome.

KENNEN

De Etrusken hebben de Romeinen ook nog op andere manieren beïnvloed. De Romeinen nemen van hen de waarzeggerij over. Auguren of voorspellers proberen de toekomst te voorspellen via voortekens in de natuur en door het bestuderen van dierlijke ingewanden.

De gladiatorenspelen komen via de Etrusken ook bij de Romeinen terecht.

In de bouwkunst leren de Romeinen van hen om te werken met bakstenen, rondbogen, gewelven ... Ze bouwen naar hun voorbeeld onder meer bruggen, riolen en wegen. Via de Etrusken komen de Romeinen in contact met de Grieken, die de Romeinse kunst zullen beïnvloeden.

1 de begrippen ‘pater familias’, ‘patriarchale samenleving’ en ‘gens’ uitleggen

2 de mythische stichting van Rome bondig navertellen

3 uitleggen wat de wetenschap over het ontstaan van Rome zegt

4 vijf redenen voor de gunstige ligging van Rome geven

5 uitleggen wie de drie bevolkingsgroepen van Rome zijn en hun kenmerken opsommen

6 de functie en de macht van de koning, de senaat en de volksvergadering uitleggen

7 vijf voorbeelden van de Etruskische invloed op Rome geven en uitleggen

De eerste geschiedenis van Rome verschijnt pas tegen het einde van de 3e eeuw v.C. Veel Griekse en Romeinse schrijvers baseren zich op oude mythes. Een van de bekendste verhalen is dat van de tweeling Romulus en Remus. Ze zijn de zonen van de oorlogsgod Mars en een menselijke prinses. Hun menselijke oom, bevreesd voor zijn troon, wil hen doden. De tweeling wordt in een mandje in de Tiber geworpen. Het mandje strandt in de modder van de rivier. De kinderen worden gered en gezoogd door een wolvin. Later verslaan zij hun oom. Romulus sticht de stad Rome op 21 april van het jaar 753 v.C. Voordien heeft hij zijn broer gedood. De tweeling had immers ruzie over de heuvel waar de stad gebouwd moest worden. Livius, een Romeins schrijver, is ervan overtuigd dat de stad beschermd wordt door de goden. Hij laat daarom in zijn verhaal Romulus uitroepen: ‘Ga, en verkondig aan de Romeinen dat het de wil der goden is dat mijn Rome de hoofdstad van de wereld zal zijn.’

KUNNEN

@VANIN

1 het bestuur van het Romeinse koninkrijk in een schema weergeven

BRON 2 De Romeinse samenleving

Romeinse mannen hadden veel meer macht en autoriteit dan vrouwen. De wetten, maar ook de traditie, bezorgden de mannen die macht. De wet gaf de man de volledige heerschappij over de familia. Dat was niet het gezin zoals wij het kennen: het omvatte het gezin (vader, moeder, kinderen), maar ook de andere mensen en bezittingen in het huis. ‘Huishouden’ is dus de beste vertaling voor familia. Het gezinshoofd, de man, bezat alles wat zich in het huis bevond: vrouw, kinderen, slaven en meubels. Het gezinshoofd was ook de gezinspriester, die offerde aan de huisgoden. Vrouwen mochten niet deelnemen aan het openbare leven en zeker niet stemmen bij verkiezingen.

Uit: M. Corbishely, De Romeinse wereld

a Waarom is ‘gezin’ of ‘familie’ geen goede omschrijving voor familia? Welk woord is beter? Waarom?

Uit: Een nieuwe geest (Time Life)

a Vertel de mythe over het ontstaan van Rome met je eigen woorden bondig na.

b Wat is een mythe?

c Haal minstens twee onwaarschijnlijkheden uit het verhaal van de stichting van Rome.

d Hoeveel jaren verstrijken er ongeveer tussen de stichting van Rome en het opschrijven van de eerste mythes? Wat betekent dat voor de betrouwbaarheid van de verhalen?

b Wie had in de Romeinse maatschappij de macht? Zoek daarvan drie voorbeelden in de tekst.

c Zoek in een woordenboek op wat een patriarchale samenleving is.

d Is er ondertussen veel veranderd aan de positie van de vrouw in de samenleving? Leg uit.

BRON 1 Romulus en Remus

BRON 3 Rantsoenen voor de slaven

Als de slaven ziek zijn, moeten zulke grote rantsoenen niet uitgedeeld worden. Verkoop uitgeputte ossen, besmet rundvee en besmette schapen, wol, huiden, een oude wagen, oud gereedschap, een oude slaaf, een ziekelijke slaaf en andere zaken die overbodig zijn. (…) Rantsoenen voor de werkers: vier ‘modii’* tarwe in de winter en in de zomer vierenhalf, voor de slaven die op het land werken. Drieënhalf voor de opziener, de huisbewaarder, de meesterknecht en de schaapsherders.

Uit: Cato, De Agri Cultura

Marcus Porcius Cato Maior (234-149 v.C.) behoort tot de leidende families in Rome. Cato bekleedt verschillende ambten. Hij verdedigt de oude Romeinse tradities en verzet zich tegen allerlei buitenlandse invloeden (de Griekse inbegrepen). In zijn werk ‘De Agri Cultura’ geeft hij de landheer praktische raad.

(*) 1 modius = ca. 8,75 liter

a De rantsoenen zijn in de winter kleiner dan in de zomer.

Hoe komt dat?

b Hoe verklaar je de nog kleinere rantsoenen voor bijvoorbeeld de opziener en de huisbewaarder?

c Wat moet men doen met oude en ziekelijke slaven?

d Waarmee worden slaven vergeleken?

BRON 4 Het bestuur in het koninkrijk Rome

HET KONINKRIJK

koning (levenslang) = opperpriester = opperrechter = opperbevelhebber

VERKIEZING

advies

senaat

@VANIN

volksvergadering

a Welke drie bestuursinstellingen bestonden er tijdens de koningstijd? Hoe kun je dat op het schema zien?

b Wie heeft de meeste macht? Hoe kun je dat op het schema zien?

c Welke taak heeft de senaat?

d Welke taak heeft de volksvergadering?

Beschrijf met je eigen woorden een van deze drie kunstvoorwerpen.

Grafschildering uit de 5e eeuw v.C.

BRON 5 Etruskische vaas
BRON 6 Beeld uit een Etruskisch graf
BRON 7 Fluitspeler
Vaas, 6e eeuw v.C.
Aardewerk, 6e eeuw v.C., Museo Nazionale Etrusco di Villa Giulia, Rome

19

De Romeinse republiek

Het Romeinse bestuurssysteem wijzigt zich en binnen de samenleving ontstaan er conflicten. Hoe komt er een einde aan het koninkrijk Rome? Hoe wordt het bestuur in de Romeinse republiek georganiseerd? Welke problemen bestaan er tussen de verschillende bevolkingsgroepen in Rome?

1

Rome wordt een republiek

BRON 1-2

Tijdens het Romeinse koninkrijk krijgen de koningen na verloop van tijd te veel macht. Ze houden geen rekening meer met de volksvergadering en de senaat. Volgens de mythe verjagen de Romeinen in 509 v.C. de laatste koning: de Etrusk Tarquinius Superbus. Het bestuur in Rome ondergaat zware veranderingen. De Romeinen willen niet langer een koning. Rome wordt een republiek of ‘res publica’, ‘zaak van het volk’.

De volksvergadering kiest uit de groep van de patriciërs twee consuls. Zij regeren voor een periode van slechts één jaar. De consuls staan in voor het dagelijkse bestuur van Rome en voeren het leger aan. Ze controleren elkaar en kunnen elkaars beslissingen tenietdoen (vetorecht). Het hogepriesterschap, dat ook in handen was van de koning, wordt voortaan toevertrouwd aan een ‘pontifex maximus’

De senaat wordt de machtigste instelling van de republiek. Hij telt driehonderd leden, aangeduid voor het leven. De senaat geeft raad aan de consuls, zorgt voor de veiligheid van de staat, onderhoudt de buitenlandse betrekkingen en is verantwoordelijk voor de eredienst, de geldzaken en de openbare werken. Als de twee consuls het niet eens kunnen worden, mag de senaat een dictator aanstellen voor zes maanden. De dictator moet dan alleen orde op zaken stellen. Ook de volksvergadering krijgt meer macht tijdens de republiek. Zij stemt over wetsvoorstellen (maar kan er zelf geen indienen), beslist over oorlog en vrede en kiest de consuls en

andere magistraten . Toch moeten de beslissingen van de volksvergadering steeds goedgekeurd worden door de senaat voordat ze geldig zijn.

2Plebejers vechten om gelijke politieke rechten

BRON 3-4-5 Rome start vanaf 500 v.C. met de verovering van het Italische schiereiland . Daarvoor heeft men extra soldaten en geld nodig. De plebejers moeten soldaat worden en meer belastingen betalen. In ruil worden ze volwaardige burgers die mogen deelnemen aan de volksvergadering. In werkelijkheid zijn het echter de patriciërs en rijke plebejers die meer stemmen hebben in het bestuur. Door de oorlogen krijgen heel wat plebejers problemen. Als ze als soldaat voor Rome gaan strijden, is er niemand om hun landerijen te bewerken. Ze beschikken niet zoals de patriciërs en rijke plebejers over slaven. Om zelf iets aan hun problemen te doen, willen de plebejers meer inspraak in de politiek. Omdat de patriciërs niet naar hen willen luisteren, weigeren de plebejers om nog langer te vechten.

Ze weten dat ze onmisbaar zijn in het leger. Beetje bij beetje krijgen de plebejers meer rechten. Zo ontstaat de functie van volkstribuun. Die verdedigt in de volksvergadering hun rechten. Hij kan beslissingen van andere instellingen en bestuurders tenietdoen. Hij beschikt dus over een vetorecht. Ook het optekenen van wetten die geldig zijn voor het hele Romeinse volk, is een belangrijke overwinning. Vanaf 367 v.C. mag een van de twee consuls zelfs een plebejer zijn.

republiek: staat waar het hoogste gezag in handen is van een verkozen president pontifex maximus: opperpriester

dictator: uitzonderlijk door de senaat benoemde magistraat die tijdelijk buitengewone macht krijgt magistraat: (in het Oude Rome) bestuurder

HET KONINKRIJK
HET KEIZERRIJK

burgeroorlog: oorlog waarbij de strijdende partijen deel uitmaken van hetzelfde land

In 287 v.C. worden de patriciërs en plebejers politiek gelijk. Maar de gelijkheid lost voor de plebejers de problemen niet op. Wie consul wil worden, moet eerst heel wat andere ambten bekleden. Die zijn niet bezoldigd. Om verkozen te worden, een verkiezingscampagne te voeren en stemmen te kopen heb je veel geld nodig. Enkel rijke plebejers kunnen

dat betalen. De rijke plebejers met hoge functies vergeten de wensen van het gewone volk snel. Zo ontstaan er nieuwe problemen tussen de nobiles (patriciërs en rijke plebejers) en de proletariërs (het gewone volk). Uiteindelijk veroorzaken die burgeroorlogen

KENNEN KUNNEN

1 de begrippen ‘republiek’, ‘consul’, ‘pontifex maximus’, ‘vetorecht’, ‘nobiles’ en ‘proletariërs’ uitleggen

2 het einde van het koninkrijk uitleggen

3 vijf verschillen tussen het koninkrijk en de republiek opsommen

4 het ontstaan van het koninkrijk en de republiek in de tijd situeren

5 de vijf taken van de senaat tijdens de republiek opsommen

6 twee taken van de volksvergadering tijdens de republiek opsommen

7 de politieke gelijkheid tussen patriciërs en plebejers in de tijd situeren

BRON 1 De volksvergadering

In de volksvergadering mochten de mannelijke Romeinse burgers komen stemmen over wetsvoorstellen. Die vergadering kon alleen bij elkaar worden geroepen door bepaalde magistraten. Gewone burgers konden zelf geen voorstel indienen. Ze konden enkel een wetsvoorstel van een magistraat aanvaarden of verwerpen, niet aanpassen. De stemming was niet per ‘hoofd’, maar per ‘groep’ (centurie). De centuriën bevatten niet allemaal evenveel mensen. Er waren veel (ongeveer 80) centuriën van heel rijke burgers –ook al waren er in totaal niet zo veel rijke burgers. Van de lagere klassen, die in totaal uit veel meer burgers bestonden, waren er slechts zo’n 20-30 centuriën. Aangezien elke centurie in totaal voor één stem telde in de hele vergadering, wonnen de rijke burgers dus de stemmingen.

1 het bestuur van de Romeinse republiek in een schema weergeven

2 uit een tijdlijn de politieke strijd van de plebejers afleiden

@VANIN

a Leg in je eigen woorden uit waarom Romeinse burgers niet evenveel macht hadden in de volksvergadering.

b Geef twee verschillen met de werking van onze huidige democratie.

c Juist of fout? ‘De volksvergadering kon zelf nieuwe wetten maken.’

d Voor welke burgers zou het moeilijk zijn geweest om te gaan stemmen?

BRON 2 Het bestuur tijdens de republiek

DE REPUBLIEK (vanaf 509 v.C.)

twee consuls (één jaar)

= bestuur = opperbevel

advies

pontifex maximus = opperpriester VERKIEZING

senaat (300 leden)

buitenlandse politiek veiligheid financiën openbare werken

volksvergadering oorlog en vrede

a Welke bestuursinstellingen bestonden er tijdens de republiek?

b Wie heeft de meeste macht? Hoe kun je dat op het schema zien?

c Welke taak heeft de senaat?

d ‘De senaat maakt de wetten.’ Juist of fout?

e Welke taak heeft de volksvergadering?

f Met welke Griekse polis stemt de Romeinse republiek het meest overeen: Athene of Sparta? Geef twee gelijkenissen.

BRON 3 Klacht van de plebejers

Maar er dreigde niet alleen een oorlog met de Volsci. De burgers waren in conflict met elkaar; onderlinge meningsverschillen tussen de patriciërs en de plebejers waren uitgebarsten in een golf van haat. (…) [De plebejers] klaagden luid dat zij tot slavernij waren gebracht en onderdrukt werden door hun medeburgers, terwijl ze in het buitenland vochten voor de vrijheid en voor het rijk. Ze zeiden dat de vrijheid van de plebejers veiliger was tijdens de oorlog dan in vredestijd, en veiliger te midden van vijanden dan te midden van medeburgers.

Uit: Titus Livius, Ab urbe condita, II 23, 1-2

De geschiedkundige Livius (59 v.C.-17 n.C.) behoort tot de vriendenkring van Augustus.

In zijn werk wil hij de grootheid van Rome aantonen en de oude deugden ophemelen.

a Wie is niet tevreden? Waarom niet?

b Wie bedoelen ze met ‘onze medeburgers’?

c Wat zullen de plebejers vragen, denk je?

BRON 4 Enkele datums uit de strijd om gelijkheid tussen patriciërs en plebejers

498 Opstand van het plebs

494 Het plebs trekt zich terug op de Heilige Berg en verkrijgt twee volkstribunen.

486 Spurius Cassius, die een akkerwet ten gunste van het volk voorstelt, wordt van de Tarpeïsche rots geworpen.

451 De decemviri stellen de Wet der Twaalf Tafelen op.

421 Plebejers mogen ook quaestor worden.

367 Het consulaat wordt toegankelijk voor plebejers.

366 Lucius Sextius is de eerste plebejer die consul wordt.

356 Plebejers mogen ook dictator worden.

351 Plebejers mogen ook censor worden.

337 Plebejers mogen ook praetor worden.

305 Plebejers mogen ook aediel worden.

BRON 5 Opeenvolging van ambten

@VANIN

300 Plebejers mogen ook hogepriester worden.

287 De besluiten van de volksvergadering worden rechtsgeldig.

a Hoe weten we dat de datums altijd in de periode v.C. liggen?

b Hoeveel jaren verlopen er ongeveer tussen de eerste en de laatste toegevingen van de patriciërs? Gaat het moeilijk of gemakkelijk?

c Toon aan dat de patriciërs, zeker in het begin, niet graag toegevingen doen.

d Vanaf welk ogenblik raken de zaken duidelijk in een stroomversnelling? Waarom?

Een slimme jongeman uit een rijke familie diende normaal gesproken in het leger te blijven tot hij ver in de twintig was. Dan stelde hij zich verkiesbaar als quaestor (beheerder van de financiën). Later kon hij aediel worden (hoofd van politie, openbare gezondheidszorg of de openbare spelen) of tribuun (gekozen om de rechten van de plebejers te beschermen). Als hij tegen de veertig liep, stelde hij zich verkiesbaar als praetor (rechter en generaal) en als hij vooraan in de veertig was, kon hij een van de twee consuls worden. Geen enkel ambt werd bezoldigd.

a Wat betekent ‘de ambten waren niet bezoldigd’?

b Om verkozen te worden moet men elke keer opnieuw een verkiezingscampagne voeren. Wie slaagt er dan in om de sociale ladder te beklimmen en waarom? Wie wordt er in feite uitgesloten?

c De opeenvolging van ambten die een Romein moet doorlopen om consul te kunnen worden, heeft wel één groot voordeel. Welk?

20 Rome wordt machtig

De Romeinse republiek groeit uit van een kleine stadstaat tot een rijk. Hoe gebeurt dat? Hoe verwerft een stad als Rome zo’n enorm rijk? Hoe slaagt Rome erin om al die veroverde gebieden blijvend te controleren?

ROME VEROVERT ITALIË

burgerrechten: rechten voorbehouden aan de vrije burgers; het Romeinse burgerrecht was er voor de Romeinen en niet voor vreemdelingen, slaven of vrouwen.

Punisch: naar de Latijnse benaming voor Feniciërs en Carthagers. Romeinen noemen de Carthagers ‘Poeni’.

provincia: veroverd gebied buiten Italië; heeft meestal de betekenis van een wingewest.

1

EERSTE PUNISCHE

TWEEDE PUNISCHE

Rome wordt meester in Italië

BRON 5 Rome breidt zijn macht uit in Latium. Het voert oorlog tegen Latijnse en Etruskische steden. De stadstaat heeft echter niet altijd succes: omstreeks 390 v.C. veroveren Galliërs (Kelten) Rome voor een korte tijd. Maar de Romeinen herstellen zich van die nederlaag en onderwerpen de meeste Latijnse steden. De inwoners van sommige van die steden krijgen het Romeinse burgerrecht . Daardoor hebben ze evenveel rechten en plichten als de oorspronkelijke Romeinen. Die veroveren ook de Griekse kolonies in Zuid-Italië. Omstreeks 270 v.C. regeert Rome over heel Italië ten zuiden van de rivier de Po.

2

De Middellandse Zee wordt een Romeinse zee

BRON 1-2-3 Volgens de mythe stichten Feniciërs de stad Carthago in 814 v.C., op de noordkust van Afrika. Carthago groeit uit tot een machtige handelsstad. Rome en Carthago voeren tussen 264 v.C. en 146 v.C. drie keer oorlog met elkaar. In de geschiedenis zijn ze gekend als de Punische oorlogen. Tijdens de Eerste Punische Oorlog vechten de twee partijen voor de controle over Sicilië. Rome wint de harde oorlog en verwerft de eerste gebieden buiten Italië.

Tijdens de Tweede Punische Oorlog brengt de beroemde Carthaagse generaal Hannibal de Romeinen verschillende zware nederlagen toe. Bij Cannae wordt het Romeinse leger verpletterend verslagen: in één dag sneuvelen er 50 000 Romeinse soldaten! Dankzij de steun van hun bondgenoten in Midden-Italië wint Rome uiteindelijk ook deze oorlog.

PUNISCHE

Intussen verovert een Romeins leger onder leiding van Scipio het Carthaagse gedeelte van Spanje. In 201 v.C. sluit Carthago voor de tweede maal vrede met Rome. Tijdens de Derde Punische Oorlog verwoesten de Romeinen Carthago volledig. Het gebied wordt in 146 v.C. bij Rome ingelijfd als de Romeinse provincie ‘Africa’. Rome is aardig op weg om de grootste militaire en economische macht te worden in het Middellandse Zeegebied. Het beschikt over het best georganiseerde leger van die tijd. De Romeinse bevolking is echter oorlogsmoe. Soldaten keren naar Italië terug en vinden hun akkers er meestal totaal verwaarloosd terug. Vaak zijn ze zo ontmoedigd dat ze alles in de steek laten en werk zoeken in de steden. Voor vele Romeinen breken moeilijke tijden aan.

3

Verdeel en heers

BRON 4 Een veroverd gebied buiten Italië wordt een ‘provincia’ van Rome genoemd. De verschillende stammen en steden in een gebied krijgen een verschillende behandeling: sommige krijgen veel vrijheid en voordelen; andere worden volledig onderworpen en moeten bijvoorbeeld zware belastingen betalen. Als je trouw blijft aan Rome, krijg je misschien meer voordelen of meer vrijheid. Het verschil in behandeling en de mogelijkheid om beloond te worden, zorgen ervoor dat de meeste veroverde gebieden Rome blijven gehoorzamen. De verschillende steden of stammen zijn dikwijls ook jaloers op elkaar. Als er ergens een opstand uitbreekt, zijn er altijd groepen, steden of stammen die trouw blijven aan Rome. De Romeinen zaaien dus eerst

verdeeldheid in een gebied en treden vervolgens op als scheidsrechter die straft en beloont.

De veroverde gebieden zijn verplicht troepen te leveren en belastingen te betalen. In ruil daarvoor krijgen ze bescherming.

Rome heeft een goed getraind leger, verspreid over

het hele rijk. Een uitgebreid net van heerbanen maakt een snelle verplaatsing van de legertroepen mogelijk. Al die maatregelen voorkomen dat plaatselijke opstanden zich uitbreiden. Via de heerbanen is er bovendien veel handelsactiviteit en komen mensen in contact met elkaar.

KENNEN KUNNEN

1 uitleggen hoe Rome meester wordt in Italië

2 de oorzaak van de Punische oorlogen verklaren

3 de afloop van de drie Punische oorlogen uitleggen

4 het verdeel-en-heersprincipe van de Romeinen uitleggen

5 vier manieren geven waarop Rome de overwonnen gebieden overheerst

Pyreneeën

Cartagena Saguntum (219 v.C.)

heerbaan of heirbaan: stevig aangelegde stenen wegen die de meeste delen van het Romeinse Rijk met elkaar verbinden (voor de handel en vlotte verplaatsing van legertroepen)

1 het verloop van de Tweede Punische Oorlog op een kaart aanduiden

@VANIN

tocht van Hannibal tocht van Scipio ‘Africanus’, Romeins veldheer

Carthaagse overwinning

Middellandse Zee

Alpen

Ticino (218 v.C.)

Trebia (218 v.C.)

Trasimeense Meer (217 v.C.)

2 aan de hand van een schema en geschreven bronnen de verdeel-en-heerstactiek uitleggen

Rome

bij de Metarus Hasdrubal (207 v.C.)

Apennijnen

AdriatischeZee

Capua

SARDINIË

Zama (202 v.C.) Scipio‘Africanus ’ (204 v C.)

Carthago

SICILIË

Cannae (216 v.C.)

Syracuse (212 v.C.)

Romeinse overwinning 0 500 km

De kaart toont de tochten van Hannibal tijdens de Tweede Punische Oorlog (218-201 v.C.).

a Beschrijf de tocht van Hannibal met je eigen woorden.

b Welk gebergte steekt hij over om in Italië te geraken?

c Verklaar waarom het Romeinse gezegde ‘Rome verliest weleens een veldslag, maar nooit een oorlog’ hier zeker van toepassing is.

BRON 1 De tochten van Hannibal
CORSICA

3e eeuw v.C., Villa Giulia, Rome

a De Romeinen lijden aanvankelijk nederlagen tegen de Griekse koning Pyrrhos (280-275 v.C.) en de Carthaagse aanvoerder Hannibal (Tweede Punische Oorlog, 218-201 v.C.). Deze plaat toont een van de oorzaken. Verklaar.

b Met welk hedendaags wapen zou je dit strijdmiddel kunnen vergelijken?

Marcus Porcius Cato Maior (234-149 v.C.) zag de hernieuwde bloei van Carthago na de Tweede Punische Oorlog met lede ogen aan. De Carthaagse landbouw beconcurreerde de landbouwproductie van de grote Romeinse landheren waartoe Cato behoorde. Hij eindigde daarom elke toespraak in de senaat, om het even wat het onderwerp was, met de woorden: ‘Ceterum censeo Carthaginem esse delendam.’ (Vertaling: ‘Overigens ben ik van mening dat Carthago verwoest moet worden.’)

Tijdens de Derde Punische Oorlog (149-146 v.C.) verwoesten de Romeinen het zwakkere Carthago en vervangen het door een Romeinse kolonie.

a Welke tactiek gebruikt Cato om de senatoren aan het bestaan van Carthago te herinneren?

b Bewijs dat Cato zich door eigenbelang laat leiden.

ROMEINS RECHT

4 Divide et impera volledig volledig geen geen kunnen bevorderd of gedegradeerd worden gedeeltelijk recht om te kiezen recht om verkozen te worden politiek privaat eigendomsrecht huwelijksrecht

bevoorrechte steden kolonies

steden met Latijns recht (geen politieke rechten)

verbonden steden zelfbestuur onderworpen steden geen zelfbestuur

Rome probeert opstanden in de veroverde gebieden te voorkomen. Dat lukt aardig. Het geheim zit hem onder andere in de behandeling van die gebieden. Het schema vat die behandeling samen. Leg het met je eigen woorden uit.

Tijdens (...) werd er geen oorlog gevoerd buiten de grenzen. Het was bijna helemaal rustig. In Sora en Alba stichtte men kolonies. Voor Alba, bij de Aequen, lieten zich 6 000 kolonisten inschrijven. Sora maakte deel uit van het land der Volscen, maar de Samnieten hadden het bezet; men zond er 4 000 man naartoe. Hetzelfde jaar verleende men het burgerrecht aan de Arpinaten en Trebulanen. De Frusinaten verloren een derde van hun land omdat men tot de bevinding was gekomen dat zij de Hernici tot opstand hadden aangespoord: de leiders van die samenzwering werden na onderzoek van de consuls op last van de senaat, met stok- en bijlslagen gestraft.

Uit: Titus Livius, Ab urbe condita, X, hoofdstuk 1

De schrijver Livius (59 v.C.-17 n.C.) is van rijke afkomst. Met zijn werk over de geschiedenis van Rome wil hij de Romeinen trots maken op hun rijk. Livius is bevriend met keizer Augustus, maar heeft een voorkeur voor de republiek.

Haal uit de tekst twee feiten die aantonen dat Rome het ‘verdeel-en-heersprincipe’ toepaste in de veroverde gebieden.

BRON
BRON 2 Capena (Latium)
BRON 3 Cato
BRON 5 Hoe Rome koloniseerde in Latium (303 v.C.)

21 De veroveringen veranderen de Romeinse samenleving

Rome heeft zijn macht door de Punische oorlogen gevoelig uitgebreid. De stad groeit van een boerengemeenschap uit tot de belangrijkste handelsstad in het Middellandse Zeegebied. Kan iedereen evenveel van die evolutie profiteren? Wat zijn de socioeconomische en politieke gevolgen van de veroveringen?

1

De kleine boer in Italië gaat ten onder

BRON 1 De gewone Romeinse boer wint weinig met de Punische oorlogen. Hij moet gaan vechten en tijdens de veldtochten kan hij zijn akkers niet bewerken . Bovendien verhoogt Rome dikwijls de belastingen om de oorlogen te betalen. Na de oorlogen verbetert de toestand van de boer niet: hij kan niet concurreren met de goedkope landbouwproducten die vanuit de veroverde gebieden worden ingevoerd. Vele kleine, vrije boeren verkopen hun boerderijtje en zoeken ander werk in de steden. Ze trekken vooral naar Rome. Rijke Romeinen kopen kleine boerderijen op en voegen ze samen tot latifundia, grote landbouwbedrijven. Daarop werken heel veel slaven die grote hoeveelheden olijven, druiven en graan moeten telen.

2In Rome neemt de tegenstelling tussen arm en rijk toe

BRON 2-3 In Rome vinden de vroegere kleine boeren weinig of geen werk. Ook daar werkt men liever met goedkope slaven. Rome wordt een stad met zware sociale tegenstellingen. De nieuwkomers vormen samen met de arme plebejers een grote groep van bezitlozen of proletariërs. Daartegenover staat een kleine groep van rijken: patriciërs en rijke plebejers. Ze vormen de nobilitas. Een andere machtige kleine groep zijn de ‘ridders’ (equites). Zij verdienen geld met handel en bankzaken. De proletariërs zijn echter niet machteloos. De arme

plebejers mogen ook stemmen. Doordat de proletariërs heel talrijk zijn, vrezen de rijken hen. Om opstanden te voorkomen geeft de staat hen gratis of goedkoop graan. Om hen bezig te houden organiseert ze ook allerlei spektakels (wagenrennen, gevechten ...). Zo wordt de kleine boer een arme stedeling die leeft van ‘brood en spelen’.

3

De Gracchen proberen de boerenstand te herstellen

BRON 4-5-6 De volkstribuun en rijke plebejer Tiberius Gracchus probeert met een landwet de landbouwgrond te herverdelen onder de armen. Hij weet dat dit op hevig verzet van de senaat zal stuiten; de meeste senatoren zijn immers grootgrondbezitters. Tiberius is razend populair bij het gewone volk. Zijn tegenstanders in de senaat laten hem echter vermoorden. Tien jaar later probeert zijn broer Gaius Gracchus wraak te nemen op de senaat en zijn werk verder te zetten. Als volkstribuun lanceert hij drie wetten: de eerste geeft land aan de armen, de tweede zorgt voor goedkoop graan en de derde maakt de militaire dienst voor het gewone volk draaglijker (o.a. geen legerdienst onder 17 jaar, uitrusting betaald door de staat). Gaius probeert ook de ridders aan zijn kant te krijgen door hen rechterlijke macht te geven, in plaats van de senatoren. Hij verliest echter veel steun van het volk omdat hij in ruil voor grond voordelen wil geven aan buurvolkeren van Rome. Ook Gaius wordt omgebracht.

latifundium: groot landgoed in het Romeinse Rijk, vaak bewerkt door een groot aantal slaven

ROME VEROVERT ITALIË
TWEEDE PUNISCHE OORLOG
DERDE PUNISCHE OORLOG dood Tiberius Gracchus dood Gaius Gracchus
EERSTE PUNISCHE OORLOG

Een nieuwe politieke strijd: optimates tegen populares

Na de dood van de Gracchen ontstaan er twee politieke kampen: de ‘populares’ en de ‘optimates’.

De ‘populares’ of de volkspartij zijn politici die de volks vergadering alle macht willen geven. De ‘optimates’ daarentegen willen dat de macht bij de

KENNEN

senaat blijft. Beide groepen willen zo veel mogelijk macht voor zichzelf. Rome wordt ondergedompeld in een eeuw van bloederige burgeroorlogen tussen beide kampen. De strijd tussen beide partijen laait hevig op in de 1e eeuw v.C.

1 de begrippen ‘latifundium’, ‘proletariër’, ‘patriciër’, ‘plebejer’, ‘nobilitas’, ‘optimates’, ‘populares’ en ‘populist’ uitleggen

2 uitleggen waarom de kleine boeren in de problemen komen tijdens en na de Punische oorlogen

3 het ontstaan van de proletariërs verklaren

4 drie voorstellen van de Gracchen opnoemen

5 de optimates met de populares vergelijken

KUNNEN

1 informatie uit bronnen halen

2 een auteur en een bron beoordelen

3 een historische vraag over de gebroeders Gracchus formuleren

@VANIN

Op een dag gebeurde het in Rome dat een oude man die er erbarmelijk uitzag zich het forum opsleepte. Zijn kleren waren overdekt met vuil; nog vreselijker zag zijn bleke, uitgemergelde lichaam eruit. Een lange baard en lange losse haren gaven aan zijn gezicht een wilde aanblik. Ondanks zijn vervallen uiterlijk werd hij herkend; men zei dat hij onderofficier was geweest en dappere daden had verricht. Zelf ontblootte hij met trots zijn borst en toonde zijn littekens, die van vele eervolle gevechten getuigden. Hij vertelde dat hij in de oorlogen had gediend, dat zijn hoeve was verbrand en zijn vee door de vijand was weggedreven, dat hij leningen had moeten aangaan, die door rente op rente nog hoger waren geworden, zodat ze de rest van zijn vermogen hadden opgeslokt. Ten slotte had een verterende ziekte zijn lichaam aangetast. Zijn schuldeisers hadden hem toen naar een tuchthuis gebracht, waar hij dwangarbeid moest verrichten. Nu toonde hij zijn rug, die misvormd was door de sporen van geselslagen. Toen de mensen dat zagen, ging er een kreet van afschuw op. Heel de stad werd onrustig. Allen die door schuld in moeilijkheden waren, stroomden de straat op en smeekten hun medeburgers om hulp.

Uit: Titus Livius, Ab urbe condita, II, 23

De schrijver Livius (59 v.C.-17 n.C.) is van rijke afkomst. Met zijn werk over de geschiedenis van Rome wil hij de Romeinen trots maken op hun rijk. Ze moeten de oude Romeinen als voorbeeld nemen. Hij wil eerder een mooi verhaal brengen dan een gedetailleerde beschrijving van de gebeurtenissen. Livius is bevriend met keizer Augustus, maar heeft een voorkeur voor de republiek.

a In welke toestand verkeert de man in deze tekst?

b Waar ligt het begin van al zijn problemen? Bewijs.

c Is dit een primaire of een secundaire bron? Leg uit.

4 bronnen met elkaar vergelijken

5 actuele voorbeelden van populisten geven

BRON 2 Een anonieme auteur

Niet van het begin af was ik de buurman van een rijkaard. Rond mij heen bevonden zich de goederen van vele inwoners van gelijke stand, die als goede buren leefden en ieder voor hun eigen gebruik een klein stuk land bebouwden. Hoe anders is het nu ... De grond die eens het bestaan verzekerde van al deze burgers is nu een latifundium geworden: het hoort aan één rijke man toe. Zijn bezit deinde naar alle richtingen uit. De boerenhofsteden die het opslokte werden gesloopt en de heiligdommen van de voorvaderen verwoest. De eigenaars van weleer hebben de beschermgod van hun haardsteden moeten verlaten, zij zijn weggetrokken met vrouw en kroost. Nu ligt de wijde vlakte stil en verlaten. Overal sluit de rijkdom me in als een muur: hier ligt de tuin van de rijkaard, daar zijn akkers, hier zijn wijnbergen, ginds zijn weiden en bossen ...

Een anonieme auteur uit de 2e of 3e eeuw, wiens werk later foutief werd toegeschreven aan de Romeinse redenaar Quintilianus.

a De tekst valt in twee delen uiteen. Welke?

b Welke situatie vindt de schrijver de beste? Bewijs.

c Voelt hij zich er nog thuis? Bewijs.

d Waar zijn de vroegere buren naartoe, denk je?

BRON 1 Titus Livius

BRON 3 Marcus T. Varro

Vandaag hebben bijna alle gezinshoofden haastig een toevlucht gezocht binnen de [stads]muren en ze hebben de sikkel en de ploeg achtergelaten. Ze houden zich liever bezig in het theater en het circus dan op de graanvelden en in de wijngaarden. Daarom komt het graan dat wij opslaan en waarmee we ons voeden uit Afrika en Sardinië. Daarom kruiden wij [ onze] wijn die met schep en van de eilanden Kos en Chios komt.

Uit: M.T. Varro, De re rustica, II, inleiding

Marcus Terrentius Varro (116-26 v.C.) wordt weleens de grootste geleerde van de Romeinse oudheid genoemd. Zijn geschrift over de landbouw vormt een belangrijke bron voor de agrarische to estanden in de 1e eeuw v.C.

a Welke gevolgen heeft de plattelandsvlucht?

b Vergelijk bron 3 met bron 1 en 2. Vat elke bron met je eigen woorden samen. Spreken de bronnen elkaar tegen of niet? Motiveer je antwoord.

c Zoek in een naslagwerk of tijdschrift informatie over de plattelandsvlucht in India of een ander derdewereldland (in de hedendaagse tijd).

BRON 4 Ploutarchos over de maatregelen van Gracchus

De gebroeders Tiberius en Gaius Gracchus, leden van een oud Romeins geslacht, trekken zich het lot van de armen aan. Zij proberen als volkstribuun de macht van de nobiles te breken. Tiberius Gracchus wordt in 133 v.C. vermoord samen met 3 000 aanhangers. Zijn jongere broer ondergaat in 121 v.C. hetzelfde lot. Hun maatregelen w orden ingetrokken. Ploutarchos schrijft over de maatregelen van Gaius:

‘Van de wetten die hij indiende om zijn populariteit bij het volk te vergroten en de senaat buitenspel te zetten was er een die betrekking had op de landbouw. Die verdeelde het land van de staat onder de arme burgers. Een andere wet ging over het leger. Die bepaalde dat soldaten van staatswege kleding kregen zonder dat er iets werd afgehouden van hun soldij en dat niemand jonger dan 17 jaar opgeroepen zou worden als soldaat. (…) Een andere wet had betrekking op de graanvoorraden en verlaagde de marktprijs van graan voor de armen.’

Uit: Ploutarchos, Parallelle levens, Gaius Gracchus, 5

De Griek Ploutarchos (46-120) is rijk en heeft gestudeerd. Hij bekleedt in Griekenland belangrijke functies zoals priester van Apollo in Delphi. Hij verzorgt de contacten tussen Athene en Rome. Daar raakt hij in de gunst van de keizers Trajanus en Hadrianus. Hij bekleedt onder hen verschillende functies. Ploutarchos schrijft biografieën van beroemde Grieken en Romeinen. Hij beschrijft hen zodanig dat ze als voorbeeld kunnen dienen voor zijn lezers en vermeldt enkel die feiten die daarvoor belangrijk zijn. Hij heeft ook een voorliefde voor sensationele details.

a Welk dubbel doel streeft Gaius na?

b Hebben de maatregelen enig effect gehad? Verklaar.

c Is dit een primaire of secundaire bron? Leg uit.

d Geef vijf kenmerken van de auteur.

e Welk doel heeft de auteur met zijn werk?

f Waarvoor moet je oppassen als je Ploutarchos als bron wilt gebruiken?

g Waarom zouden geschiedkundigen het werk van Ploutarchos toch als bron gebruiken?

h Welk beeld van Gaius Gracchus krijg je als je de bron leest?

i Waaruit blijkt dat Gaius volgens de schrijver ook aan zichzelf dacht?

Bronzen beeld, 1e eeuw v.C., Museo Archeologico Nazionale, Firenze

Een redenaar of orator kan heel goed speechen.

a Het beeld toont de typische houding van een redenaar uit die tijd. Waarom moesten politici als de Gracchen goed kunnen spreken?

b Schrijf zelf een korte rede (maximaal een bladzijde) waarin je het tragische lot van de Gracchen beschrijft en een gedenkteken voor hen eist. Breng je rede voor de klas.

OPDRACHT

BRON 6 De Romeinse burgeroorlog

Gaius Gracchus, die zich populair had gemaakt als magistraat , stelde zich kandidaat voor volkstribuun. Hij was de jongere broeder van Tiberius Gracchus (…) Van het ogenblik dat hij verkozen was, begon hij acties tegen de senaat. Hij stelde voor dat er op kosten van de staat aan elke burger een maandelijkse bedeling van graan zou gebeuren. Dat was daarvoor niet de gewoonte geweest. Zo plaatste hij zich aan het hoofd van het gepeupel (…) Vlak daarna slaagde hij erin om zich voor een tweede keer te laten verkiezen (…) Nadat hij bij wijze van spreken het volk gekocht had, begon hij de ridders op te vrijen (...)

Uit: Appianus van Alexandrië, Burgeroorlogen, boek I (1-3)

De Griek Appianus (ca. 95-165) bekleedt belangrijke functies in Egypte en wordt uiteindelijk een belangrijke advocaat in Rome. Hij schrijft een Romeinse geschiedenis. Zijn werk is niet chronologisch geordend, maar volgens de plaatsen waar iets gebeurd is. Zijn werk over de burgeroorlogen is het meest volledige verslag van die periode dat blijven bestaan is. Appianus verwijst nauwelijks naar de bronnen die hij gebruikt heeft.

a Gaat het om een primaire of secundaire bron?

b Geef vier kenmerken van de auteur.

c Waarom zou men zijn werk belangrijk vinden?

d Bekijk opnieuw bron 4. Is Appianus kritischer dan Ploutarchos over Gaius Gracchus? Leg uit.

e Waarin stemmen beide bronnen overeen?

f Wat lijkt het belangrijkste doel van Gaius Gracchus geweest te zijn?

g Formuleer een historische vraag over Gaius Gracchus die je met deze bronnen zou kunnen beantwoorden.

Je zou de gebroeders Gracchus populisten kunnen noemen. Hieronder vind je twee definities.

1 Iemand die opkomt voor het volk en strijdt tegen een elite die veel macht heeft. Met de steun van het volk wil hij veranderingen doorvoeren.

2 Iemand die zich populair wil maken bij het volk door het te vleien en in alles gelijk te geven. Zo verwerft hij macht en invloed. De steun van het volk is belangrijker dan de inhoud van de boodschap.

a Welke definitie geldt min of meer voor de gebroeders Gracchus?

b Geef een voorbeeld van een hedendaagse populist. Dat mag zowel iemand zijn die beantwoordt aan definitie 1 als aan definitie 2. Leg ook uit waarom je dat vindt.

22 De burgeroorlogen

In de vorige les heb je geleerd dat de veroveringen van Rome verregaande gevolgen hebben voor de Romeinse samenleving. Zowel op sociaal (arm tegen rijk) als op politiek vlak (populares tegen optimates) komt de bestaande situatie onder druk te staan. In de 1e eeuw v.C. neemt die druk nog toe. Uiteindelijk zal de Romeinse republiek zelfs ophouden te bestaan. Hoe is dat gebeurd? Wie heeft daarin allemaal een rol gespeeld? Wat komt er in de plaats van de republiek?

1BURGEROORLOGEN

Bondgenotenoorlog

De burgeroorlog tussen Marius en Sulla brengt de republiek aan het wankelen

BRON 1-2

Tegen het einde van de 2e eeuw krijgt het groeiende Romeinse Rijk af te rekenen met enkele buitenlandse bedreigingen. Zo is er enerzijds de koning van Numidië (min of meer het huidige Algerije) die zich tegen Rome afzet. Anderzijds bedreigen enkele Germaanse stammen, de Cimbren en de Teutonen, de Romeinse provincies in Gallië. Onder druk van de populares benoemt de senaat in 107 v.C. Gaius Marius tot consul. Hij moet het rijk beschermen. Daarvoor heeft hij een sterk en groter leger nodig. Marius begint daarom soldaten te rekruteren onder de groeiende klasse van bezitlozen. Voor hen zijn een militaire carrière en het vooruitzicht op buit en beloning een ideale manier om aan hun armoedige bestaan te ontsnappen. De oprichting van een echt beroepsleger heeft echter verregaande gevolgen. De vroegere Romeinse soldaten kwamen uit de bezittende klassen. Zij vochten ter verdediging van hun eigen bezittingen en bovendien wilden zij niet té lang vechten omdat zij terug naar hun bezittingen wilden. De nieuwe militairen willen juist via het leger aan bezit geraken. Omdat een succesvolle aanvoerder hun dat kan bieden, zullen zij dan ook sneller naar hem luisteren dan naar de senaat. Zo begint het Romeinse leger meer een instrument te worden van ambitieuze generaals die streven naar meer macht dan een middel ter bescherming van de staat. Marius en zijn nieuwe legers boeken in elk geval

KEIZERRIJK

succes. Zowel de Numidiërs als de Germanen worden verpletterend verslagen. Op politiek vlak is Marius minder succesvol. Hij wordt wel, tegen alle regels in, jaren na elkaar tot consul verkozen. Maar net als de Gracchen (zie les 21) weet hij geen landverdeling door te voeren. Hij slaagt er ook niet in om de Italische bondgenoten van Rome het burgerrecht te geven. In beide gevallen worden hij en de volkspartij tegengewerkt door de aristocratische senaat. In 91 v.C. komen de bond genoten van Rome daarom in opstand. Die wordt pas bedwongen wanneer de senaat hun na een bloedige strijd het burgerrecht geeft.

Onmiddellijk na die ‘bondgenotenoorlog’ wordt Rome opnieuw geconfronteerd met een buitenlandse bedreiging. Ditmaal is het Mithridates, de koning van een rijk in Klein-Azië, die een oorlog tegen Rome begint. Lucius Cornelius Sulla, een aanhanger van de senaat, wordt nu aangesteld om de strijd te voeren. Marius en zijn medestanders gaan daar niet mee akkoord. Terwijl Sulla tegen Mithridates vecht, vestigen zij in Rome een schrikbewind waarbij duizenden aanhangers van de senaatspartij worden vermoord. Het zal het begin zijn van een reeks van gewapende conflicten waarbij Romeinen tegen Romeinen vechten. Daarmee zijn de burgeroorlogen begonnen. Wanneer Marius sterft, keert Sulla naar Rome terug. Gesteund door zijn legers weet hij alle macht naar zich toe te trekken. Tussen 82 en 79 v.C. regeert hij officieel als ‘dictator’ over Rome. Hij vervolgt nu op zijn beurt de aanhangers van de populares. Ook herstelt hij (in naam) de macht van de senaat. In werkelijkheid ligt de macht in Rome vanaf

Sulla
Eerste Triumviraat Caesar vermoord
Tweede Triumviraat Slag bij Actium Marius

dan bij de persoon of groep die het leger achter zich heeft. Niet langer de wet, maar de macht van de sterkste bepaalt het politieke leven in Rome.

2Pompeius en Caesar geven de republiek de doodsteek

BRON 1-3 Het optreden en ook de dood van Sulla maken geen einde aan de tegenstellingen binnen de Romeinse samenleving. Op dat moment krijgt Rome ook nog eens af te rekenen met nieuwe bedreigingen: piraten die de Middellandse Zee onveilig maken, Mithridates die opnieuw van zich laat horen, een slavenopstand in Zuid-Italië (onder leiding van Spartacus) en corrupte gouverneurs in enkele provincies. Een krachtig optreden is nodig. Enkele sterke persoonlijkheden zien nu hun kans om aan de macht te komen. De belangrijksten zijn Gnaeus Pompeius, Marcus Licinius Crassus en Gaius Julius Caesar. Aanvankelijk onderdrukken vooral Pompeius en Crassus de vijanden van Rome. Na de militaire successen vormen ze in 60 v.C. samen met Caesar, de nieuwe sterke man van de populares, een driemanschap of triumviraat dat het Romeinse Rijk zal besturen. Caesar krijgt de Gallische provincies toegewezen. Tussen 58 en 51 v.C. verovert Caesar vanuit die gebieden héél Gallië. Hij steekt zelfs de zee over en voert even strijd met de Britten. Zijn militaire successen doen zijn roem enorm toenemen. Ondertussen is Crassus gesneuveld tijdens zijn strijd tegen de Parthen, een Centraal-Aziatisch volk dat heerste over het huidige Iran. Zij zullen tot in de 3e eeuw n.C. een bedreiging blijven vormen voor het Romeinse Rijk. Pompeius vreest Caesar en zoekt toenadering tot de senaat. Hij wil vooral zijn eigen macht veiligstellen.

RANDINFO

De senaat wil in elk geval dat Pompeius afrekent met Caesar. Die verslaat echter Pompeius en vestigt een alleenheerschappij. De republiek lijkt nu voorbij. In 44 v.C. wordt Caesar door zijn tegenstanders in de senaat vermoord!

3Met Octavianus begint het keizerrijk

Marcus Antonius (een belangrijke medewerker van Caesar) en Gaius Octavianus (achterneef en adoptiefzoon van Caesar) slagen erin om de moordenaars van Caesar uit te schakelen. Samen met Marcus Aemilius Lepidus (een derde vertrouweling van Caesar) vormen ze in 43 v.C. een nieuw triumviraat. Lang houdt die samenwerking niet stand. Lepidus is politiek zwak en zal na verloop van tijd op een zijspoor worden gezet. Marcus Antonius, die over het oosten van het rijk heerst, sluit ondertussen een verbond met de Griekse koningin van Egypte, Cleopatra. Hij huwt haar zelfs. Rome ziet dat verbond als een bedreiging. Octavianus grijpt in en verslaat in 31 v.C. het koppel, dat kort daarna zelfmoord pleegt. Octavianus lijft vervolgens het rijke Egypte in bij het Romeinse Rijk. Hij controleert daardoor een nog groter geworden Romeins Rijk. Octavianus geeft ondertussen de macht officieel terug aan de senaat en herstelt daarmee de republiek. Dat is echter maar schijn. In werkelijkheid behoudt hij de macht. Niet alleen wordt hij erkend als princeps senatus (‘de eerste van de senaat’), maar in 27 v.C. krijgt hij van de senaat ook de eretitel Augustus (‘de verhevene’).

Daarmee begint een nieuwe fase in de geschiedenis van Rome: het keizerrijk.

Crassus (ca. 114-53 v.C.) had als bijnaam Dives, ‘de rijke’. Hij was erg op geld belust en vergaarde tijdens zijn leven enorme rijkdommen. Alle manieren om daaraan te geraken waren voor hem geoorloofd: corruptie, afpersing, slavenhandel ... Volgens sommige antieke schrijvers zouden de Parthen daarom, nadat ze Crassus verslagen hadden, gesmolten goud in zijn mond hebben gegoten.

@VANIN

Cleopatra VII (69-30 v.C.) is waarschijnlijk een van de beroemdste of meest beruchte vrouwen uit de geschiedenis. Ze behoorde tot de Grieks-Makedonische ptolemaeïsche dynastie die gesticht werd door een generaal van Alexander de Grote. Ze groeide op tegen de achtergrond van een machtsstrijd tussen familieleden om de Egyptische troon. Om te overleven wendde ze zich tot Caesar, met wie ze een verhouding zou hebben. Na zijn dood volgde een relatie met Marcus Antonius. Nadat die verslagen was en zelfmoord had gepleegd, maakte ze ook aan haar eigen leven een einde.

Doorheen de geschiedenis is ze door vele kunstenaars, onder wie ook de Engelse dichter Shakespeare, voorgesteld als een machtsbeluste mannenverslindster. Hedendaagse historici proberen dat beeld de laatste jaren bij te stellen.

KENNEN KUNNEN

1 de begrippen ‘burgeroorlog’, ‘bondgenotenoorlog’ en ‘triumviraat’ uitleggen

2 uitleg geven bij de rol die deze figuren hebben gespeeld in deze periode: Marius, Sulla, Pompeius, Caesar, Marcus Antonius, Cleopatra en Octavianus

3 de aanleiding geven waarom Marius tot consul is benoemd

4 de verschillen tussen een beroepsleger en een burgerleger uitleggen

5 uitleggen waarom er onder Marius een burgeroorlog uitbreekt

6 uitleggen waarom er een tweede burgeroorlog uitbreekt

7 de afloop van de tweede burgeroorlog navertellen

8 de oorzaken en het verloop van de derde burgeroorlog geven

1 uitleggen waarom de motivatie van soldaten in een beroepsleger verschilt van die van een burgerleger

2 uitleggen waarom de oorzaken van de burgeroorlogen door de tijd heen veranderen

3 uit geschreven bronnen oorzaken van de burgeroorlogen afleiden

4 de uitbreiding van het Romeinse Rijk van een kaart afleiden

@VANIN

a Welke gebieden worden tussen het begin van de 1e eeuw v.C. en 31 v.C. door de Romeinen veroverd?

b Welke veldheer heeft daarbij een belangrijke rol gespeeld?

c Welk groot rijk grenst aan het Romeinse Rijk en zal geregeld een bedreiging vormen?

BRON 1 Het Romeinse Rijk (100 v.C.-31 v.C.)
MAKEDONIA

BRON 2 Sulla

Dadelijk maakte Sulla een lijst van 80 veroordeelden op, zonder deze aan de magistraat bekend te maken. Omdat dat algemene verontwaardiging uitlokte, liet hij een dag voorbijgaan en schreef hij er nog 220 anderen op, de derde dag opnieuw zoveel. Daarop sprak hij tot het volk en zei dat hij diegenen wier naam hij zich herinnerde nu opschreef en de anderen, wier naam hij vergeten was, later zou opschrijven. Wie een veroordeelde onderdak verschafte of het leven redde, zou met de dood bestraft worden, zelfs als het een broer, zoon of verwant was. Voor elke moord gaf hij een beloning van twee talenten [een geldbedrag], ook als een slaaf zijn heer en een zoon zijn vader ombracht. Het meest schreeuwende onrecht was hierbij dat de kinderen en de nakomelingen van de vogelvrijverklaarden [ mensen die niet meer door de wet beschermd worden] van hun eer en hun goederen werden beroofd. De proscriptie [ vogelvrijverklaring] bleef niet tot Rome beperkt, maar vond in alle steden van Italië plaats. Het aantal slachtoffers van haat en vijandschap was klein in vergelijking met het aantal onder hen die om hun rijkdommen werden vermoord.

Uit: Ploutarchos, Parallelle levens, Sulla, 31

Ploutarchos (46-120) is een Griekse geschiedschrijver die in de gunst staat van de Romeinse keizers Trajanus en Hadrianus. Zijn ‘Parallelle levens’ is een serie van biografieën van bekende figuren uit de Griekse en de Romeinse geschiedenis. Hij bespreekt ze in paren en zoekt naar overeenkomsten tussen beide. Hij probeert enerzijds eerlijk te zijn en is redelijk geïnfomeerd. Anderzijds heeft hij ook veel aandacht voor pittige details uit het persoonlijke leven en wil hij zijn lezers wijze lessen van deugd en moed bieden. De figuur van Sulla wordt naast die van de Spartaanse generaal Lysander (midden 5e eeuw v.C.-395 v.C.) geplaatst. Die laatste was een bekwaam, maar wreed bevelhebber. Ploutarchos wilde met zijn geschriften vooral wijze lessen van deugd en moed naar voren brengen.

a Wat gebeurt er met de mensen die op de lijst komen?

b Wie stelt die lijst samen?

c Wat is een vogelvrijverklaarde?

d Waarom worden de meesten vermoord?

e Waarom noemen we de strijd tussen Marius en Sulla een burgeroorlog? Geef een recent voorbeeld van een burgeroorlog.

f Waarom, denk je, heeft Ploutarchos de figuur van Sulla naast die van Lysander geplaatst?

BRON 3 Caesar

Toch wegen andere woorden en daden van hem zo zwaar, dat de mening overheerst dat hij misbruik heeft gemaakt van zijn absolute macht en terecht vermoord is. Immers, niet alleen aanvaardde hij overdreven eerbewijzen: een steeds verlengd consulaat, het ambt van dictator en censor voor het leven, daarbij de titel van ‘Imperator’, de toenaam ‘Vader des Vaderlands’, een standbeeld, en een ereplaats in het theater. Maar hij liet zich ook eerbewijzen toekennen die de menselijke maat te buiten gaan: een gouden zetel in het senaatsgebouw en op de rechtbank; een processiewagen en een draagbaar waarop zijn beeld prijkte tijdens de processie; en een maand die naar hem genoemd is. (...) Niet minder arrogant waren de uitspraken die hij in het openbaar deed. Hij zei dat de republiek niets voorstelde, een holle naam was zonder vorm of inhoud.

Uit: Suetonius, De vita caesarum, 121

Suetonius (ca. 75-150) is een Romeins historicus en ambtenaar. Hij werkt o.a. aan het hof van keizer Hadrianus (reg. 117-138). Daardoor heeft hij toegang tot veel archieven. ‘De vita caesarum’ (Over het leven van de keizers) is zijn bekendste werk. Het is een biografie van de eerste twaalf keizers van het Romeinse Rijk, van Caesar (officieel eigenlijk geen keizer) tot Domitianus (vermoord in 96). De levensbeschrijvingen zijn allemaal volgens hetzelfde stramien opgebouwd en vertonen soms een sterke overeenkomst. Verder besteedt Suetonius vooral aandacht aan anekdotes en pittige details en schandalen.

a Is Suetonius een voor- of tegenstander van Caesar? Motiveer je antwoord. b Is er veel tijd tussen het gebeuren en het schrijven van de bron?

1

Augustus, de eerste keizer

Met Octavianus ontstaat de Romeinse keizertijd. Hij is de eerste echte keizer. Wat zijn de belangrijkste kenmerken van het bestuur van Octavianus? Hoe maakt Octavianus zich als alleenheerser populair bij de senaat en de gewone bevolking? Hoe slaagt Octavianus erin om het Romeinse Rijk te verdedigen?

Octavianus wordt Augustus

BRON 1-2 Na zijn terugkeer in Rome bestuurt Octavianus het rijk met een grote sluwheid. In 27 v.C. herstelt hij na de burgeroorlogen de republiek. Hij geeft aan de senaat zijn taken terug. Octavianus weet dat de senaat vreest voor een nieuwe burgeroorlog. Die vraagt dan ook zoals verwacht aan Octavianus om het rijk te blijven besturen. De senatoren bieden hem zelfs twee titels aan: ‘princeps’ (eerste man) en ‘Augustus’ (‘verhevene’). Daarnaast noemt hij zich ook ‘caesar’, naar zijn adoptievader Julius Caesar. Augustus wil de republiek schijnbaar behouden. Maar in werkelijkheid vestigt hij een autocratie waarbij hij de touwtjes nog steeds in handen heeft. Hij laat de meeste instellingen en ambten bestaan, maar hij zorgt er wel voor dat hij de belangrijkste functies zelf inneemt. Zo is hij consul, volkstribuun voor het leven, ‘pontifex maximus’ De senaat krijgt de macht over de rustige provincies. Augustus bestuurt zelf de onrustige provincies of grensprovincies en behoudt de leiding over het leger. Ook belangrijke provincies zoals Egypte blijven onder zijn gezag. Met deze handige en sluwe leider is het Romeinse keizerrijk geboren.

2

Augustus versterkt zijn macht

BRON 1-2-3-4-5 Om zijn macht te behouden gaat Augustus heel doordacht te werk. Hij neemt populaire maatregelen om de bevolking te plezieren. Dankzij de grote opbrengsten uit Egypte kan hij regelmatig graan en soms geld uitdelen aan de armen in de stad. De

organisatie van gratis spelen maakt dat niemand zich verveelt. Zijn aanhangers beloont hij met geld of politieke functies. Ook laat hij grootse bouwwerken uitvoeren, zoals theaters, aquaducten, monumenten en tempels. Daarbij worden veel werklozen ingezet. Augustus gebruikt de bouwprojecten om zichzelf te vereren. Literaire werken, munten en beelden dienen hetzelfde doel. Dankzij die propagandamiddelen verstevigt hij zijn heerschappij. Hij brengt rust, orde en welvaart in het Romeinse Rijk. Zijn tegenstanders heeft hij uitgeschakeld. De periode van binnenlandse spanning met bloedige burgeroorlogen is voorbij. De senaat is hem zo dankbaar voor alles dat ze hem de titel ‘pater patriae’ (vader des vaderlands) geeft.

3Augustus kiest voor natuurlijke grenzen

BRON 3-4-5-6 Om de veiligheid in zijn rijk te garanderen kiest Augustus voor natuurlijke grenzen. In het westen en het zuiden vormen de Atlantische Oceaan en de woestijnen betrouwbare grenzen. Na een mislukte poging om Germania te veroveren, dienen de Rijn en de Donau als grenzen in het noorden. In het oosten bakenen de Eufraat, de Zwarte Zee en de Arabische woestijn het rijk af. De legioenen verdedigen de grenzen tegen invallers van buitenaf. Ook binnen het rijk blijft het vrij rustig. In rebelse provincies zijn legioenen aanwezig. Op de Middellandse Zee houdt een vloot voortdurend een oogje in het zeil. Keizer Augustus brengt vrede in het Romeinse keizerrijk. Het gaat om een ‘gewapende vrede’: de Romeinse legioenen zorgen voor vrede en veiligheid in het keizerrijk.

KENNEN KUNNEN

1 het begrip ‘autocratie’ uitleggen met voorbeelden

2 uitleggen waarom Octavianus zijn macht aan de senaat teruggeeft

3 uitleggen waarom de senaat steeds meer macht geeft aan Octavianus

4 de macht van de senaat en Augustus met elkaar vergelijken

5 uitleggen hoe Augustus zijn macht versterkt

6 uitleggen waarom Augustus voor natuurlijke grenzen kiest

BRON 1 Augustus over zijn macht

Nadat ik de burgeroorlogen beëindigd had en toen ik met instemming van iedereen de hoogste macht in handen had, heb ik in mijn zesde en zevende consulaat het b estuur over de staat vanuit mijn macht weer overgedragen in handen van de senaat en het volk van Rome. Als dank voor deze weldaad heb ik bij senaatsbesluit de titel ‘Augustus’ gekregen, zijn van staatswege de deurp osten van mijn huis met lauriertakken versierd, is boven mijn deur de ‘burgerkroon’ bevestigd en is er een gouden schild in het senaatsgebouw van Julius geplaatst. De inscriptie op dit schild zegt dat het mij is aangeboden door de senaat en het volk van Rome vanwege mijn dapperheid, zachtzinnigheid, rechtvaardigheid en plichtsbetrachting. Na dit tijdstip stond ik in invloed ver boven ieder ander, maar ik heb niet meer macht gehad dan de mensen die in de verschillende ambten mijn collega’s waren.

Uit: Res gestae divi Augusti, 34

Augustus laat die zelfgeschreven propagandatekst over zijn daden verspreiden in alle provincies van het Romeinse Rijk.

a Welke titel krijgt Octavianus van de senaat?

b Waarom krijgt hij die titel?

1 uitleggen waarom je kunt zeggen dat Augustus de republiek afschaft, maar ze ook laat bestaan

2 geschreven bronnen met elkaar vergelijken en hun betrouwbaarheid inschatten

3 op een blinde kaart de natuurlijke grenzen van het Romeinse Rijk aanduiden

BRON 2 Tacitus over de macht van Augustus

Nadat hij het leger voor zich had gewonnen door geschenken, het volk door korenuitdelingen en iedereen door de zoete verlokking van rust, groeide zijn macht geleidelijk en trok hij de bevoegdheden van de senaat, van de overheidspersonen en van de wetten naar zich toe. Daarbij ontmoette hij van niemand tegenstand omdat de felste republikeinen gevallen waren, hetzij op het slagveld, hetzij door vogelvrijverklaring. Wie er van de adel overgebleven was, werd des te meer met rijkdom en erebaantjes beloond naarmate hij zich bereidwilliger toonde in dienstvaardigheid (…) Nu de nieuwe orde in de staat gevestigd was, bleef er begrijpelijkerwijs in geen enkel opzicht iets over van de vroegere ongerepte geest: afgedaan had de gelijkheid voor de wet en iedereen lette aandachtig op de bevelen van de vorst, waarbij men niets moest duchten voor het heden zolang Augustus, nog in de kracht van zijn jaren, zichzelf, zijn dynastie en de vrede handhaafde (…) Ongetwijfeld heerste er vrede, maar een bloedige.

Uit: Tacitus, Annalen (jaarboeken), Boek I

Publius Cornelius Tacitus (ca. 56-117) is de belangrijkste geschiedschrijver van zijn tijd. Omdat geschiedschrijving in de oudheid geldt als een vorm van literatuur, is stijl heel belangrijk. Alles wat de stijl van de tekst kan schaden, wordt aangepast of weggelaten. Bovendien is hij een aanhanger van de oude republiek. Toch geldt hij als een goed waarnemer.

c Wie is de auteur van bron 1, en wat is de functie of bedoeling van die bron?

d Welk beeld schetst Augustus van zichzelf en hoe spreekt Tacitus dat tegen?

e Welke bron is volgens jou het meest betrouwbaar?

BRON 3 Vrede

Toen ik ‘princeps senatus’ was, heeft de senaat het heiligdom van Janus Quirinus drie keer laten sluiten. Onze voorouders wilden dat de deuren gesloten waren wanneer er in het hele rijk van het Romeinse volk, te land en ter zee, door overwinningen vrede heerste. Men zegt dat dit heiligdom tussen de stichting van Rome en mijn geboorte slechts twee keer gesloten is geweest.

Uit: Res gestae divi Augusti, 13

a Wanneer worden de poorten van het heiligdom van Janus Quirinus gesloten?

b Gebeurde dat vaak? Wat kun je daaruit afleiden over de tijd van Augustus?

BRON 4 Keizer Augustus als imperator

a Keizer Octavianus of Augustus voorgesteld als een ‘imperator’. Zoek in je woordenboek op wat dat is. b Geef drie uiterlijke kenmerken die zijn macht uitdrukken.

BRON 6 Het Romeinse Rijk, 60 v.C.-14 n.C.

NOORDZEE

BRITTEN

ATLANTISCHE OCEAAN

GERMANEN

GALLIA Rome

PANNONIA

BOSPORAANS RIJK

ZWARTE ZEE

5 Keizer Augustus als pontifex maximus

a Keizer Octavianus of Augustus voorgesteld als een ‘pontifex maximus’. Zoek dat begrip in je woordenlijst op.

b Vergelijk bron 4 en 5. Welke verschillen merk je in de houding van Octavianus?

MIDDELLANDSE ZEE

veroveringen door Caesar (60-44 v.C.)

Romeinse Rijk onder keizer Augustus (31 v.C.-14 n.C.) beschermde gebieden in 14 n.C.

Welke natuurlijke grenzen had het Romeinse Rijk in 14?

SYRISCHE

ARABISCHE WOESTIJN

01000 km

BRON

24

De bloei van het Romeinse Rijk

De Romeinse republiek houdt op te bestaan aan het einde van de 1e eeuw v.C. Keizers regeren vanaf dan over het groeiende rijk. Gedurende twee eeuwen veroveren de Romeinen onder hun leiding nog heel wat gebieden. In de 2e eeuw n.C. bereikt het Romeinse Rijk daardoor het toppunt van zijn macht. Wie zijn die succesvolle keizers? Welke gebieden weten zij te onderwerpen? Welke invloed hebben de Romeinen uitgeoefend op de veroverde gebieden?

EERSTE KEIZERS

imperialisme: het streven van een land naar uitbreiding van het grondgebied ten koste van andere landen of volkeren

1

De eerste keizers versterken de macht van Rome, maar zijn geen goede heersers

BRON 1-2-3 In 14 n.C. overlijdt Augustus. Tijdens zijn leven heeft hij verschillende opvolgers aangewezen. Die zijn allemaal (in verdachte omstandigheden) vóór hem overleden. Uiteindelijk wordt hij opgevolgd door zijn stiefzoon Tiberius.

Tiberius en zijn onmiddellijke opvolgers zijn allemaal familie van elkaar. Ze zijn echter geen al te beste heersers. Vooral Caligula en Nero staan in de geschiedenis bekend als erg bloeddorstige en zelfs gestoorde figuren. De senaat probeert daarom af en toe de republiek te herstellen. Die pogingen mislukken, vooral omdat de senaat onderling verdeeld is. Ondertussen groeit de macht van Rome. Alle landen rond de Middellandse Zee staan stevig onder Romeinse controle. Zonder te overdrijven spreekt men over ‘Mare Nostrum’ (‘Onze Zee’). Ook economisch en cultureel bloeit het rijk. In 68 wordt keizer Nero vermoord. Na een korte machtsstrijd komt een andere familie aan de macht: de Flaviërs.

De Flaviërs breiden het rijk nog

verder uit (69-96)

BRON 4-5 De eerste van de Flaviërs is Vespasianus. Hij krijgt af te rekenen met een opstand van Joden in Palestina. Samen met zijn zoon en opvolger Titus onderdrukt hij die opstand en verwoest hij in 70 Jeruzalem. In de Joodse geschiedenis is dit een van de grootste rampen. Ter nagedachtenis van die en

dood Marcus Aurelius

nog andere overwinningen laten de Flaviërs belangrijke monumenten optrekken in Rome. Het meest bekende is het Colosseum, een gigantisch gebouw waar ter vermaak van de Romeinse bevolking bloedige gladiatoren sp elen worden georganiseerd. Tijdens de regering van Vespasianus’ tweede zoon, Domitianus, wordt de verovering van Brittannië voltooid. Domitianus zelf treedt echter in de voetsporen van Caligula en Nero. Hij vestigt een schrikbewind en wordt uiteindelijk ook vermoord.

3

Onder de adoptiekeizers (96-180) bereikt de macht van Rome haar hoogtepunt

BRON 1-4-5 De volgende keizers komen door adoptie op de troon. De heersende keizer zoekt tijdens zijn leven de best mogelijke opvolger en adopteert die. Op die manier komt de ‘Spanjaard’ Trajanus in 98 aan de macht. Hij is de eerste keizer die niet in Italië is geboren. Trajanus is een bekwaam bestuurder en militair. Hij breidt het rijk uit tot zijn grootste omvang. Zo verovert hij onder andere het huidige Roemenië. Die verovering heeft vandaag nog invloed. In Roemenië spreekt men tot op de dag van vandaag een Romaanse taal, het Roemeens. Na zijn dood komt er een einde aan het Romeinse imperialisme De nieuwe keizer Hadrianus (reg. 117-138) zal geen nieuwe veroveringen doen. Hij geeft een aantal van de door Trajanus veroverde gebieden prijs en beslist om de grenzen van het rijk (limes) te beveiligen tegen invallen van buitenaf. In Brittannië laat hij zelfs een heuse muur bouwen, die het huidige Schotland afscheidt van de rest van het eiland. Onder het

bewind van Hadrianus en zijn opvolger Antoninus Pius (reg. 138-161) kent het enorme rijk een periode van relatieve vrede en welvaart. De ‘Pax Romana’ (‘Romeinse Vrede’) is meer dan ooit een feit.

De adoptiekeizers en vooral Hadrianus laten grootse werken uitvoeren die zowel de bevolking dienen als de macht van Rome en de keizer benadrukken. Men bouwt wegen, aquaducten, tempels, thermen, triomfbogen, erezuilen ... Er worden zelfs hele steden opgetrokken. Een aantal van die constructies behoort tot de belangrijkste uit de oudheid. Sommige kun je zelfs nu nog bewonderen. Voor het eerst in hun geschiedenis worden de Romeinen zelfs meer bewonderd en gerespecteerd dan gevreesd en gehaat.

Keizer Marcus Aurelius (reg. 161-180) krijgt af te rekenen met invallen van buurvolkeren. Hij moet verschillende oorlogen voeren om de grenzen weer te

herstellen. Ondertussen wordt het rijk ook getroffen door wat men later de ‘Antonijnse Pest’ of de ‘Plaag van Galenus’ heeft genoemd. Die pandemie heeft waarschijnlijk het leven gekost aan ongeveer 10 % van de Romeinse bevolking. Om welke ziekte het juist ging, is onderwerp van discussie. De meeste historici zijn het wel eens dat de pandemie een ontwrichtend effect moet hebben gehad op de Romeinse samenleving.

Commodus (reg. 177-192), de zoon en opvolger van Marcus Aurelius, is veel minder bekwaam dan zijn vader en bovendien meer geïnteresseerd in het leiden van een luxeleven dan in een goed bestuur. Onder zijn bewind begint de macht van het Romeinse Rijk te wankelen en kondigt zich een lange periode van instabiliteit aan die bekend is geworden als ‘de crisis van de 3e eeuw’ (zie les 29).

pandemie: epidemie op wereldwijde schaal

KENNEN KUNNEN

1 de begrippen ‘Mare Nostrum’, ‘Flaviërs’, ‘adoptiekeizers’, ‘imperialisme’ en ‘Pax Romana’ uitleggen

2 uitleggen waarom de eerste keizers geen goede keizers zijn, maar de macht van Rome wel versterken

3 vier kenmerken van de Flaviërs opsommen

4 van de drie groepen keizers telkens één belangrijke keizer noemen

RANDINFO

@VANIN

1 informatie uit kaarten en teksten halen

2 kritisch nadenken over historische bronnen

3 informatie uit afbeeldingen afleiden

In het jaar 79 komt nabij Napels de vulkaan Vesuvius tot uitbarsting. Daardoor worden een aantal Romeinse steden verwoest. De belangrijkste van die steden is Pompeï, dat begraven wordt onder een metersdikke laag van asse en steen. Na de ramp trekken de overlevenden weg om zich elders te vestigen. Pompeï raakt vergeten. In de 18e eeuw wordt de stad echter opnieuw ontdekt en begint men ze langzaam op te graven. Pompeï blijkt een archeologische schatkamer te zijn en leert ons tot op heden heel veel over het (dagelijkse) leven van de Romeinen.

a Noem één Europees, één Aziatisch en één Afrikaans land dat aan het begin van de 1e eeuw n.C. tot het Romeinse Rijk behoort.

b Welke gebieden verovert Trajanus?

c Welke gebieden worden na de dood van Trajanus opnieuw prijsgegeven?

in het begin

BRON 2 Over keizer Caligula en zijn dood

kalenden: eerste dag van de maand in de Romeinse kalender

Hij was zo een gepassioneerde supporter van het groene team [bij het wagenrennen] dat hij voortdurend dineerde in hun stallen en er de nacht doorbracht, en tijdens een van zijn feesten met hen gaf hij de wagenmenner Eutychus twee miljoen sestertiën als geschenk. De dag voor de spelen stuurde hij zijn soldaten [naar de stallen] om de buurt stil te houden, zodat het paard Incitatus niet gestoord zou worden. Naast een marmeren stal, een voederbak van ivoor, purperen dekens en een halsband van dure edelstenen gaf hij dit paard zelfs een eigen huis, een groep slaven en meubels (…); en er wordt zelfs gezegd dat hij plannen had om het [paard] consul te maken. (…)

Op de negende dag voor de kalenden van februari rond het zevende uur twijfelde hij of hij zou opstaan voor het middageten omdat zijn maag nog steeds overhoop lag van het overdadige eten van de vorige dag, maar uiteindelijk stond hij op na het aandringen van zijn vrienden. In de overdekte gang door welke hij moest passeren waren sommige jongens van goede komaf die (…) waren opgeroepen om toneel te spelen, hun rol aan het voorbereiden. Hij stopte om te kijken en hen aan te moedigen. Vanaf dit moment zijn er twee versies van het verhaal: sommigen zeggen dat, terwijl hij aan het praten was met de jongens, Chaerea achter hem verscheen en hem een diepe wonde toebracht in de nek na eerst ‘Pak aan’ te hebben geroepen en dat vervolgens de tribuun Cornelius Sabinus, die de andere samenzweerder was, Gaius [Caligula] aankeek en hem in de borst stak. Anderen zeggen dat Sabinus, na het gezelschap te hebben laten wegsturen door een aantal centurions die ook in het complot zaten, naar het wachtwoord vroeg, en wanneer Gaius ‘Jupiter’ antwoordde, hij schreeuwde ‘zo zal het zijn’ en terwijl Gaius rondkeek, hij diens kaakbeen splijtte met een houw van zijn zwaard. Terwijl hij op de grond lag en met kronkelende ledematen aangaf dat hij nog steeds leefde, brachten de anderen hem dertig wonden toe; (…) Sommigen staken hun zwaarden zelfs in zijn genitaliën. (…) Met hem stierf ook zijn vrouw Caesonia, door een centurion doodgestoken met zijn zwaard, terwijl de hersenen van zijn [driejarige] dochter tegen een muur te pletter werden geslagen.

Uit: Gaius Suetonius Tranquillus, Caligula, in: Over de levens van de keizers, ca. 121

Suetonius (ca. 75-150) is een Romeins historicus en ambtenaar. Hij werkt o.a. aan het hof van keizer Hadrianus (reg. 117-138). Daardoor heeft hij toegang tot veel archieven. ‘De vita caesarum’ (Over het leven van de keizers) is zijn bekendste werk. Het is een biografie van de eerste twaalf keizers van het Romeinse Rijk, van Caesar (officieel eigenlijk geen keizer) tot Domitianus (vermoord in 96). De levensbeschrijvingen zijn allemaal volgens hetzelfde stramien opgebouwd en vertonen soms een sterke overeenkomst. Net als bij de moord op Caesar doen er zich kort voor de moord op Caligula bijvoorbeeld allerlei (gelijkaardige) voortekenen voor. Voorts besteedt Suetonius vooral aandacht aan anekdotes en pittige details en schandalen. Het oudste bewaarde manuscript van het werk dateert uit de 9e eeuw.

Gaius Caesar Augustus Germanicus (12-41), beter bekend als Caligula (wat ‘soldatenlaarsje’ betekent), is een van de meest beruchte Romeinse keizers. Hij regeerde van 37 tot 41. In de bronnen die bewaard zijn en waarvan de meeste na zijn dood zijn geschreven, wordt hij doorgaans als extreem wreed en zelfs waanzinnig beschreven.

Cassius Chaerea was een Romeins militair in dienst van Caligula. Hij was ook de leider van de samenzwering tegen de keizer, volgens Suetonius onder meer omdat die hem voortdurend belachelijk maakte. Na de moord werd hij gearresteerd en ter dood veroordeeld. Hij pleegde zelfmoord.

BRON 1 Het Romeinse Rijk in zijn grootste omvang (117)

Om aannemelijk te maken dat het hem nergens zo goed naar de zin was als in Rome, richtte Nero zelf op openbare plaatsen festijnen aan en gedroeg zich alsof de hele stad zijn paleis was. (…) Tigellinus [een medewerker van Nero] liet op de vijver van Agrippa een vlot bouwen, zo dat dit, door andere vaartuigen getrokken, kon varen, waarop een gastmaal was aangericht. De schepen waren afgezet met goud en ivoor en als roeiers daarop dienden schandknapen, ingedeeld naar leeftijd en naar hun routine in de ontucht. Hij had gevogelte en wild uit verre landen laten komen en zeedieren helemaal vanuit de Oceaan. Langs de oevers van de vijvers stonden bordelen met, te kust en te keur, vrouwen uit de eerste stand, en daartegenover zag men hoeren met ontblote lichamen. (…)

Uit: Tacitus, Annales (jaarboeken), boek XV

Tacitus (ca. 56-ca. 117) is een Romeins senator en historicus. Hij wordt beschouwd als een van de belangrijkste Romeinse geschiedschrijvers. Omdat geschiedschrijving in de oudheid geldt als een vorm van literatuur, is stijl heel belangrijk. Alles wat de stijl van de tekst kan schaden, wordt aangepast of weggelaten. Tacitus staat bekend als een goed waarnemer, maar ook als bewonderaar van de oude republiek. Zijn ‘Annales’ vormen een overzicht van de Romeinse geschiedenis tussen 14 en 61. De naam van het werk komt niet van hem; het is later zo genoemd wegens de jaar-per-jaarstructuur. Het oorspronkelijke werk bestond waarschijnlijk uit 16 boeken, die echter niet allemaal bewaard zijn gebleven. Het oudste nog bewaarde deel is een middeleeuwse kopie van rond het jaar 1000.

a Caligula en Nero worden vaak als waanzinnige heersers voorgesteld. Vind je daarvan in de fragmenten een mogelijk bewijs terug? Motiveer je antwoord.

b Hoe blijkt dat Suetonius waarschijnlijk verschillende bronnen heeft gebruikt bij het schrijven van de tekst over (de moord op) Caligula?

c Noem twee mogelijke redenen waaruit blijkt dat het werk van Suetonius toch niet helemaal betrouwbaar te noemen is. d Naast het feit dat je dus voorzichtig moet zijn met de informatie die klassieke schrijvers ons bieden, welk ander probleem stelt zich ook bij de hedendaagse studie van die antieke teksten?

Dit aquaduct is gebouwd rond het einde van de 1e of het begin van de 2e eeuw. Het is in totaal 17 km lang en bracht water uit de omliggende bergen naar de stad.

a Zoek op in welk huidig land Segovia ligt.

b Waarom wordt de Romeinse samenleving vaak als een grote beschaving beschouwd, denk je?

BRON 5 De Muur van Hadrianus

@VANIN

In opdracht van keizer Hadrianus werd in Britannia een 117 km lange muur gebouwd die de noordgrens van het rijk markeerde. Enerzijds diende hij om de stammen die in het noorden van het eiland leefden, buiten te houden. Anderzijds gold de ca. 5 m hoge muur ook als symbool voor de Romeinse macht.

De opvolger van Hadrianus, Antoninus Pius, bouwde iets noordelijker nog een nieuwe muur, maar die werd snel weer verlaten.

a Hoe blijkt dat de ‘Pax Romana’ toch niet helemaal een vreedzame periode was?

b Geef nog twee andere historische voorbeelden van beroemde muren.

BRON 4 Het aquaduct van Segovia

25 De economie in het Romeinse Rijk

Je weet uit de vorige lessen dat Rome een wereldrijk verovert. Wie profiteert daarvan het meest? Welke gevolgen hebben de verovering voor de handel, de nijverheid en de landbouw? Worden ook de gewone man en vrouw beter van dat enorme wereldrijk?

parasiet: organisme dat zich enkel kan voortplanten ten koste van een plant of dier

latifundium: groot landgoed in het Romeinse Rijk, vaak bewerkt door een groot aantal slaven

1Alle wegen leiden naar Rome … en de grenzen

BRON 1-2 De veroveringen van Rome zijn aanvankelijk een ramp voor de economie van de overwonnen gebieden: tijdens de veroveringsoorlog worden goederen en mensenlevens vernietigd. De Romeinen plunderen ook het gebied. Bovendien moeten de overwonnenen dikwijls een schatting aan Rome betalen (zie les 20). Vooral de Romeinse elite profiteert van de overwonnen gebieden. Als plaatselijke bestuurders buiten zij de overwonnenen uit.

Vanuit alle hoeken van het groeiende rijk en vanuit het buitenland stromen de goederen naar Rome. De stad groeit in de 1e eeuw v.C. van circa tweehonderdduizend naar 1 miljoen inwoners. Rome, een enorme bouwwerf, heeft bouwmateriaal nodig: marmer (voor zijn tempels, theaters en pleinen), lood (voor de waterleiding) enz. Per jaar verbruikt de stad zo’n 150 000 ton graan, 75 miljoen liter wijn en 30 miljoen liter olijfolie. Handelaars leveren het grootste gedeelte van al die goederen. De handel bloeit. Het grootste deel van de bevolking leeft echter van de belastingen die de (andere) inwoners van het rijk betalen.

Onder keizer Augustus krijgen zo’n 200 000 mannen gratis graan. Rome en de andere steden van het rijk produceren weinig, maar consumeren veel. Daarom vergelijken sommige auteurs Rome met een parasiet Toch is Rome lange tijd ook het belangrijkste handelscentrum, ‘de markt van heel de wereld’. In Rome komen niet alleen goederen aan. Er vertrekken er ook veel.

Om het leger aan de grenzen van het rijk te bevoorraden, worden gigantische hoeveelheden voedsel (graan, wijn, olie, azijn, varkens, vissaus ...) en grondstoffen (metalen en leder voor wapens en tenten) vervoerd en verhandeld. Dat gebeurt over zee, langs de rivieren en over de heerbanen

2Een bloeiende handel

BRON 3 Het hoogtepunt van de handel in de klassieke oudheid heeft plaats tijdens het Romeinse Rijk tussen 200 v.C. en 200 n.C. Dat gebeurt vooral in en rond de Middellandse Zee (‘Mare Nostrum’), zoals blijkt uit archeologisch onderzoek van scheepswrakken en amfora . Pas in de 16e eeuw wordt er opnieuw zoveel vervoerd over de Middellandse Zee. Via de Rode Zee bereiken Romeinse handelaars Indië. Ze kopen er allerlei luxeproducten zoals zijde, specerijen en wierook. Noodzakelijke producten, zoals metalen en enorme ladingen graan, vinden hun weg langs rivieren en heerbanen naar de verschillende steden van het keizerrijk. Die steden groeien: in het westen tot in de 3e eeuw, in het oosten tot in de 6e eeuw.

3 Landbouw blijft de belangrijkste economische activiteit

BRON 4-5-6 Zoals in de hele klassieke oudheid werkt meer dan 95 % van de inwoners van het Romeinse Rijk in de landbouw. In de 3e en de 2e eeuw v.C. maken senatoren en andere rijken zich in Italië meester van uitgestrekte percelen grond (zie les 21). Op de latifundia produceren zij vooral wijn, olijfolie en graan.

Op een latifundium of villa werken vooral slaven. Zelfs de rentmeester die voor de eigenaar de villa beheert, is dikwijls een slaaf. Rijke grondbezitters bezitten verschillende latifundia verspreid over Italië. Vele kleine zelfstandige boeren kunnen de concurrentie niet aan en geven hun bedrijf op. Ze worden pachter of trekken naar Rome.

In de keizertijd neemt het grootgrondbezit verder toe. Dat gebeurt vooral in Italië, Sicilië, Gallië, Spanje en de Balkan. De kleine vrije boer verdwijnt nooit helemaal. Hij pacht meestal landbouwgrond van de grootgrondbezitter.

In de landbouw en de metaal nijverheid gebruiken de Romeinen enkele technische vernieuwingen: persen voor wijn en olijfolie en watermolens die tot vijf keer sneller draaien dan molens aangedreven door ezels.

In de mijnbouw drijven die molens pompen en pletmachines aan.

Uit sporen van looduitstoot in ijs op Groenland leiden wetenschappers af dat de economie vanaf het einde van de 1e eeuw v.C. tot het midden van de 2e eeuw succesvol was. Zo zie je maar dat nieuwe bevindingen in de wetenschap de kijk op oude geschiedenis kunnen veranderen of bevestigen.

KENNEN

1 de begrippen ‘latifundium’ en ‘pachter’ uitleggen

2 drie redenen voor de slechte economische toestand van de veroverde gebieden geven

3 uitleggen waarom Rome en andere steden weinig produceren, maar veel consumeren

4 de bloei van de Romeinse handel in tijd en ruimte situeren

5 bewijzen dat de landbouw de belangrijkste economische activiteit blijft

6 drie technische vernieuwingen opsommen

7 met een voorbeeld aantonen dat nieuwe technische middelen de kijk op geschiedenis kunnen veranderen of bevestigen

RANDINFO

De markten van Trajanus (Rome)

pachter: iemand die grond mag bewerken in ruil voor een vergoeding

KUNNEN

@VANIN

1 de herkomst van handelsproducten op een kaart terugvinden

2 met behulp van bronnen het belang van Rome voor de handel aantonen

3 met behulp van een schema het verschil tussen hedendaagse en Romeinse landbouwopbrengsten uitleggen

4 verbanden leggen tussen de veroveringen en het grootgrondbezit enerzijds en de slavernij en de armoede op het platteland anderzijds

De ‘markten van Trajanus’ bestonden uit een reeks gebouwen. Er was een heus winkelcentrum met 150 winkels, verdeeld over drie verdiepingen, en een overdekte markt. Letterlijk alles uit het Romeinse wereldrijk en de toen bekende wereld was er te krijgen. De gebouwen, waar ook ruimte was voor grote vergaderingen en kantoren, werden voltooid in het begin van de 2e eeuw.

BRON 1 Rome volgens de eerste christenen

En de kooplieden der aarde wenen en rouwen om haar [de stad Rome], omdat niemand meer hun ladingen koopt, hun ladingen van goud, zilver, edelgesteente en parels, van fijn linnen, purper, zijde en scharlaken, allerlei welriekend hout, allerlei snijwerk van ivoor en allerlei voorwerpen van het kostbaarste hout, van koper, ijzer en marmer, kaneel, specerij, reukwerk, mirre, wierook, wijn, olie, bloem en tarwe, lastdieren, schapen, [lading] van paarden en wagens en slaven ... En iedere stuurman en elke kustvaarder en de zeelieden en allen die de zee bevaren, bleven van verre staan en riepen, toen zij de rook van haar verbranding zagen, zeggende: Welke stad was aan deze grote stad gelijk!

Uit: De Openbaring 18, 11-18

De eerste christenen kennen Rome. In hun geschriften – de evangelies en de Openbaring of Apocalyps – noemen ze Rome ook Babylon. In een ‘droom’ voorspelt de auteur ook de ondergang van Rome.

a Wat zeggen de zeelieden, de stuurmannen en elke kustvaarder over Rome?

b Waar verkochten die handelaars al die ladingen producten?

c Geef het land van herkomst van de volgende producten: zijde, ivoor, purper en peper. Raadpleeg bron 3.

BRON 3 De handel in het Romeinse Rijk

BRON 2 Rome volgens Aristides

Vanuit alle hoeken van de aarde en van de zeeën stromen de producten van alle seizoenen en van alle landen naar U toe, van de rivieren en de meren en al wat de industrie van Grieken en Barbaren kan voortbrengen. Zoveel transportschepen komen aanleggen aan de kade van de Tiber, dat Rome in zekere zin de markt van heel de wereld is. Het fruit van Indië en Arabië, de weefsels van Babylon, de juwelen van het verste Barbarenland komen naar Rome op de gemakkelijkste manier.

Aelius Aristides, Grieks auteur uit de 2e eeuw n.C.

Opgelet! Als deze schrijver over Babylon schrijft, dan heeft hij het niet over Rome. Hij bedoelt de stad Babylon aan de Eufraat.

a Wie of wat is ‘U’ in de eerste zin?

@VANIN

b Via welke route komen de goederen uit Arabië in Rome terecht?

c Zoek op waar Babylon ligt. In welk hedendaags land ligt het?

d Waarom noemt de schrijver Rome ‘de markt van heel de wereld’?

a Welke twee soorten transport geeft de kaart weer?

b Welke producten worden in onze gewesten voortgebracht?

c Geef telkens één product dat geproduceerd wordt in: Gallië / de omgeving van Marseille / Carthago.

BRON 4 Latifundia

De rijken hebben beslag gelegd op het grootste deel van de niettoegewezen grond [ager publicus: grond van iedereen of gemene grond].

Op den duur voelden zij er zich zeker van dat niemand hen die zou afnemen en zij richtten hun ogen op de kleine aangrenzende eigendommen van de arme boeren. Zij palmden die in, soms op vriendelijke wijze door aankoop, soms met geweld. Zo bebouwden ze van toen af geen akkers meer, maar enorme domeinen.

Uit: Appianus (ca. 95-165), ‘De Romeinse Burgeroorlog’, I,7, in:

De Romeinse geschiedenis

Appianus is een Griekse historicus uit Alexandrië. Zijn werk over de Romeinse burgeroorlog is het enige dat een lange periode beschrijft, van de 2e eeuw v.C. tot 36 v.C.

Hij ziet vooral sociale problemen als oorzaak van de gebeurtenissen.

a Is dit een historisch werk of een historische bron over de burgeroorlogen?

b Hoe geraken ‘de rijken’ in het bezit van de niet-toegewezen grond? Hoe zegt de schrijver dat? Zeg het met je eigen woorden.

c Hoe geraken de rijken aan de kleine eigendommen van de arme boeren?

BRON 5 Landbouwopbrengsten in de oudheid en vandaag

Vandaag voedt één Amerikaanse boer die uitgerust is met een machinepark honderd mensen. In de oudheid voedden tien b oerenfamilies één extra familie.

‘In het Romeinse Rijk is er een hogere landbouwopbrengst dan vandaag.’ Juist of fout? Motiveer je antwoord.

BRON 6 IJskernen op Groenland tonen de economische evolutie van het Romeinse Rijk

AHet ijs van Groenland herbergt looddeeltjes die in de Romeinse tijd in de atmosfeer terecht zijn gekomen. Dat gebeurde bij de winning van lood en zilver, het edelmetaal dat voorkomt in looderts. Wind vervoerde de metaaldeeltjes naar het noorden, waar ze neersloegen in de sneeuw en uiteindelijk werden opgenomen in de ijslaag die het land bedekt. Wetenschappers zijn erin geslaagd aan de hand van 400 meter ijs de 2 000 jaar Europese geschiedenis te reconstrueren. (...) Het loodgehalte in de atmosfeer – en daarmee in het ijs –blijkt een belangrijke graadmeter voor de stand van het Romeinse Rijk. Het nam toe in tijden van vrede en welvaart en nam af tijdens burgeroorlogen en epidemieën. De gletsjers weerspiegelen economische activiteit: van zilver maakten de Romeinen een van hun meest gangbare munten, de denarius. Lood gebruikten ze voor waterleidingen, wijnvaten, de bedekking van scheepsrompen.

(...) Samen met collega’s analyseerde McConnell in Kopenhagen een deel van een staaf die de Denen in de jaren negentig in Groenland uit het ijs hadden geboord … bij elkaar 423 meter – afkomstig van 159 tot 582 meter diepte. Een diepte die correspondeerde met een periode van 1 900 jaar tussen 1100 voor Christus en 800 na Christus.

@VANIN

BNa 17 v.C. stijgt de uitstoot van lood snel, de uitstoot blijft hoog tot 160 n.C., opnieuw met korte termijnschommelingen. De periode van hoge uitstoot valt samen met het hoogtepunt van het Romeinse keizerrijk onder de Pax Romana (…) Het einde van die hoge uitstoot valt samen met de epidemie na de dood van keizer Antoninus (zie les 24), waarschijnlijk een pokken epidemie. (…) Met de epidemie start de ommekeer en begint een periode van lage looduitstoot van het midden van de 8e eeuw n.C.

Vrij naar het tijdschrift PNAS, mei 2018

a Waarvoor gebruikten de Romeinen zilver?

Hoe kun je aan de toename of afname van de productie van zilver de vooruitgang of neergang van de economie meten?

(...) Uit het midden van de ronde ijskernen sneden de onderzoekers dunne staafjes die ze op een verwarmde keramische plaat langzaam lieten smelten. Het smeltwater werd onderzocht op dertig elementen, waaronder lood.

(...) Het lukte de wetenschappers loodemissies [ uitstoot afkomstig uit Romeinse mijnen in Duitsland, Zuid-Frankrijk en Spanje] – met een kleine onzekerheidsmarge – tot op het jaartal te achterhalen.

Uit: de Volkskrant, 22 juni 2018

b Hoe kun je aan de toename van de looduitstoot de vooruitgang van de economie meten?

c Beschrijf hoe men vandaag de looduitstoot in het Romeinse keizerrijk in het pakijs van Groenland meet.

d Vanaf welke datum stijgt de looduitstoot en blijft die hoog? Wanneer begint die uitstoot te dalen?

e Welk verband leggen de wetenschappers met de Romeinse geschiedenis?

pantheon: het geheel van alle goden; bij uitbreiding: gebouw gewijd aan alle goden

De Romeinse bouwkunst

De Romeinen hebben overal in het rijk verschillende bouwwerken opgetrokken. Je vindt er in Europa, Azië en Noord-Afrika. Sommige bouwwerken zijn zelfs heel goed bewaard. Wat zijn de typische kenmerken van de Romeinse bouwkunst? Door wie worden de Romeinen beïnvloed? Welke bouwwerken richten zij op?

1

De Romeinse bouwkunst is praktisch en monumentaal

BRON 1-2 De Romeinse bouwwerken drukken vaak de macht van het klassieke Rome uit. Vele gebouwen zijn dan ook stevig gebouwd en groots van opzet.

De Romeinen nemen van de Etrusken de koepel, de rondboog en het tongewelf over. Zij voegen daar het ‘kruisgewelf’ aan toe. Via het hellenisme komen ze in contact met de Griekse bouwkunst. De hellenisten vervangen de klassieke Griekse soberheid en rust gedeeltelijk door grootsheid en veel versiering. De Romeinen nemen van hen de Korinthische stijl over.

De Romeinen passen zelf ook nieuwe technieken toe: ze maken beton uit een mengsel van steen, kalk, vulkanisch zand en water.

Met dat beton kunnen zij grotere en hogere gewelven bouwen. Tegen een betonnen constructie bouwen ze vaak een bakstenen muur. Soms wordt die vervolgens met marmeren platen bekleed. Ook gebruiken ze dikwijls zuilen in en rond hun gebouwen. Bij de Grieken zijn de zuilen functioneel: ze ondersteunen een balk. Bij de Romeinen daarentegen hebben ze vaak een esthetische functie. Ze moeten het geheel mooier maken.

2

Openbare gebouwen met praktische functies

BRON 3-4-5-6-7 De Romeinse staat richt gebouwen op voor ‘alle’ Romeinse burgers. Zo hebben de meeste Romeinse steden een forum, een godsdienstig en

maatschappelijk centrum van de stad. Je vindt er onder andere tempels, basilica’s, triomfbogen, markten ... Om de goden te eren bouwt men overal tempels. Keizer Hadrianus (reg. 117-138) laat het bekende Pantheon bouwen: een tempel voor verschillende goden tegelijk en overbekend voor zijn prachtige, enorme koepel van beton.

De basilica’s zijn overdekte gebouwen die dienstdoen als handelsbeurs en gerechtsgebouw. Het grondplan van de basilica vormt later de basis voor de christelijke basiliek.

Om roemrijke gebeurtenissen en/of personen te eren richten de Romeinen triomfbogen en triomfzuilen op. Die bouwwerken hebben uiteraard geen echt praktisch nut.

Om zijn vrije tijd door te brengen beschikt de Romein over tal van mogelijk heden: in grote amfitheaters zoals het Romeinse Colosseum (70-80) houdt men onder andere gladia torenspelen. In een circus of renbaan worden paardenwedrennen georganiseerd.

De Romein bezoekt heel regelmatig de thermen: openbare badplaatsen (zie les 37). Het Romeinse theater heeft, in tegenstelling tot het Griekse theater, achter de scène een hoge muur waarin zich vaak nissen bevinden met beelden van keizers en goden. Verschillende Romeinse steden hebben een water- en rioleringsnetwerk. Reusachtige aquaducten brengen het water naar de steden. De thermen en de huizen van rijken zijn vaak aange sloten op dat netwerk. Viaducten, heerbanen en bruggen moeten het transport van goederen en leger vergemakkelijken.

KENNEN KUNNEN

1 het doel van monumentale bouwkunst uitleggen

2 de invloed van de Etrusken en het hellenisme op de Romeinse bouwkunst uitleggen

3 twee vernieuwingen in de Romeinse bouwkunst uitleggen

4 het voordeel van beton uitleggen

5 het verschil tussen functioneel en esthetisch gebruik van zuilen uitleggen

6 de functie van een forum, basilica, Pantheon, Colosseum, circus, thermen, aquaducten en triomfbogen geven

1 uit afbeeldingen de kenmerken van een Romeins gebouw afleiden

2 Romeinse gebouwen op afbeeldingen herkennen

3 het functionele en esthetische gebruik van zuilen op afbeeldingen herkennen

4 een forum, basilica, Pantheon, Colosseum, aquaducten en triomfbogen op afbeeldingen herkennen

@VANIN

De drie zuilen die nog overeind staan, zijn alles wat nog rest van de tempel van Castor en Pollux. De triomfboog erachter is gebouwd in 203 als geschenk aan keizer Septimius Severus en zijn zonen.

a Tot welke stijl behoort de tempel van Castor en Pollux? Waaruit kun je dat afleiden?

b Waarom wordt er een triomfboog gebouwd?

BRON 1 Zicht op het Forum Romanum (Rome)

a Je ziet hier toepassingen van enkele technieken uit de Romeinse bouwkunst. Geef de namen van die constructies.

b Leg met je eigen woorden uit wat een kruisgewelf is.

c In welke van de andere bronnen van deze les vind je nog een rondboog terug?

d Wat is het grote voordeel van het werken met kruisgewelven?

Met de bouw van het theater werd gestart onder Caesar. Het werd verder afgewerkt onder Augustus (13 v.C.). Het gebouw werd genoemd naar een overleden neef van Augustus.

a Voor welk ander beroemd gebouw heeft dit theater als voorbeeld gediend? Kijk naar de andere bronnen.

b Welke functie hebben de zuilen hier: functioneel of esthetisch?

BRON 3 Het theater van Marcellus (Rome)
BRON 2 Romeinse bouwkunst

Een basilica deed dienst als handelsbeurs en gerechtsgebouw. De Basilica Nova werd gebouwd in de 4e eeuw. De overgebleven bogen zijn elk 24 meter hoog en 20 meter breed.

Welke constructie zie je hier veelvuldig terugkomen?

@VANIN

Amfitheater voor gladiatorenspelen gebouwd onder de Flavische keizers (69-96).

Afmetingen: 45,5 meter hoog, ovale vorm van 156 bij 188 meter doorsnede.

Bouwmaterialen: ‘beton’, baksteen en marmer. Capaciteit: 50 000 toeschouwers.

a Welke bouwconstructie komt hier veelvuldig voor?

b Het Colosseum heeft drie soorten zuilen: zoek ze op de foto en benoem ze.

c Julius Caesar komt soms voor in stripverhalen. Sommige tekenaars verwerken in die tekeningen het Colosseum. Waarom kan dat niet?

BRON 4 De Basilica Nova (Rome)
BRON 5 Het Colosseum (Rome)

Het Pantheon werd tussen 118 en 128 gebouwd als tempel voor de goden. Keizer Hadrianus geldt als bouwheer. Misschien was hij ook de ontwerper. De Korinthische zuilen aan de buitenzijde zijn 12 meter hoog, 1,5 meter dik en ongeveer 60 ton zwaar. De koepel weegt ongeveer 5 000 ton en heeft een doorsnede van 43 meter. Via een opening van 9 meter bovenaan in de koepel valt er licht naar binnen. Bouwmaterialen: ‘beton’, baksteen en marmer.

a Welk soort zuil zie je op de foto?

b Vergelijk deze tempel met een Griekse tempel (bv. het Parthenon).

In de 1e eeuw ontwierpen de Romeinen deze constructie, gebouwd op 49 meter hoogte, om water te leveren aan de stad Nemausus, de huidige Franse stad Nîmes.

a Je ziet een bouwwerk dat tegelijk viaduct en aquaduct is. Leg uit.

b Welke bouwconstructie is ook hier duidelijk zichtbaar?

BRON 6 Het Pantheon (Rome)
BRON 7 De Pont du Gard (Zuid-Frankrijk)

1

De beeldende kunsten bij de Romeinen

Je weet uit de vorige lessen dat de Romeinen zich door tal van volkeren en/of culturen laten beïnvloeden. Toch krijgen we geleidelijk een typische Romeinse kunst. Wat zijn daarvan de belangrijkste kenmerken? Wat is er zo speciaal aan de Romeinse beeldende kunst?

Vooral realistische beeldhouwkunst en schilderkunst

BRON 1-2-3-4 Heel wat Griekse kunstenaars leven en werken in Italië. Ze kopiëren massaal Griekse beelden. De Romeinen baseren zich verder op de Etruskische beeldhouwkunst. In Etruskische graven hebben archeologen mooie beelden teruggevonden. Ondanks die invloeden ontwikkelen de Romeinen een eigen Romeinse kunst. De borstbeelden van politici vertonen een enorme zin voor realiteit. De geportretteerde wordt uitgebeeld zoals hij is: met zijn gebreken en zijn minder mooie kanten. Je herinnert je nog wel dat de Grieken hun goden en helden geïdealiseerd voorstellen. Ook in de Romeinse beeldhouwkunst slaat het realisme soms over naar idealisme. Keizer Augustus bijvoorbeeld wordt mooier afgebeeld dan in werkelijkheid om zijn grootheid en macht te benadrukken. Talloze bouwwerken en huizen van rijke Romeinen worden vaak versierd met bas-reliëfs die een verhaal of gebeurtenis uitbeelden: een processie, een succesvolle veldtocht, belangrijke momenten uit het leven van iemand ... Men noemt die daarom ook historische reliëfs . Zij bieden enorm veel informatie over de tijd van toen.

Op de muren van openbare gebouwen en Romeinse huizen staan dikwijls realistische schilderingen. Ze hebben stillevens, landschappen en menselijke figuren als thema. De Romeinen baseren zich ook hier weer op Griekse voorbeelden.

Prachtige mozaïeken versieren eerst de vloeren en daarna ook de wanden. Men gebruikt daarvoor gekleurde steentjes, email of stukken glas. Op die manier beeldt men allerlei taferelen uit.

2Steensnijkunst

en edelsmeedkunst

bewijzen het Romeinse vakmanschap

BRON 5 De Romeinen blinken uit in de steensnijkunst. Ze maken prachtige cameeën: figuren worden in edelsteen uitgesneden of gegraveerd en als juweel gebruikt.

De Romeinse edelsmeden bewerken edelmetalen. Ze versieren zilveren bekers met bijvoorbeeld een historisch reliëf. Die juwelen worden gemaakt in opdracht van de zeer rijken onder de bevolking. Vaak zijn de hoogste politieke machthebbers (consuls, keizers) de belangrijkste opdrachtgevers. Dat geldt trouwens voor alle grote kunstvoorwerpen.

realistisch: in overeenstemming met de werkelijkheid

KENNEN KUNNEN

1 de begrippen ‘realisme’ en ‘idealisme’ uitleggen

2 de invloed van de Grieken en de Etrusken uitleggen

3 vier voorbeelden van eigen Romeinse beeldende kunst opsommen en telkens de belangrijkste kenmerken geven

4 voorbeelden van steensnijkunst en edelsmeedkunst geven

BRON 1 Sarcofaag in gebakken klei

1 aan de hand van een beeldhouwwerk (portret) de termen ‘realisme’ en ‘idealisme’ uitleggen

2 via het internet of een ander naslagwerk twee andere afbeeldingen zoeken van een camee, mozaïek, realistisch portret, historisch reliëf en Etruskische kunst

3 aan de hand van een afbeelding beschrijven hoe je een mozaïek maakt

Etruskische grafkunst: sarcofaag in gebakken klei uit Caere, 114 x 119 cm, 520 v.C., Museo Nazionale Etrusco di Villa Giulia, Rome

a Bekijk de uitdrukking van de gezichten: hoe zou je die omschrijven?

b Op de voorgrond zie je een kapiteeltje: op welke invloed wijst dat?

BRON 2 Realistische portretkunst in Rome

Publius Cornelius Scipio Cicero Commodus Lucius Junius Brutus

a Verklaar de term ‘realisme’ aan de hand van deze beelden.

b Bekijk opnieuw bron 4 en 5 in les 23 over Augustus. Wordt de keizer realistisch of idealistisch afgebeeld?

BRON 3 De zuil van Trajanus

4 Mozaïek van de Slag van Issos

@VANIN

De zuil (Rome, 98-117) bevat een spiraalreliëf dat de veldtocht tegen

Dacië uitbeeldt.

a Leg uit wat een spiraalreliëf is.

b Wat is het belang van deze kunstvorm?

Mozaïekkunst (fragment), uitbeelding van de Slag van Issos (333 v.C.) tussen Alexander de Grote en Darius III, Nationaal Museum, Napels

Beschrijf aan de hand van dit fragment hoe je een mozaïek maakt. Lees daarvoor ook de lestekst.

BRON 5 Camee ‘De Gemma Claudia’

Camee, Kunsthistorisches Museum, Wenen

Links keizer Claudius en rechts Germanicus met hun respectieve vrouwen

a Waarvoor wordt een camee gebruikt, denk je?

b Beschrijf de techniek met je eigen woorden.

c In het midden zie je een adelaar afgebeeld. Waarvan is die vogel het symbool?

d Geef uit de geschiedenis nog een voorbeeld van een figuur die of een rijk dat de ‘adelaar’ als symbool gebruikt.

BRON

28

Theater en literatuur in de klassieke oudheid

Theater, scène, drama, komedie en tragedie … Die woorden vinden hun oorsprong in de Griekse oudheid. In die periode ontstaat het toneel zoals we het nu kennen. Thema’s en figuren uit de Griekse en Romeinse literatuur zijn ook vandaag nog populair in theater en film. Hoe ontstaat het toneel? Hoe ziet een Grieks theater eruit? Welke literaire werken brengen de Grieken en de Romeinen voort?

filosofie: etymologisch bestaat dit woord uit twee Griekse woorden: ‘filia’ (liefde) en ‘sofia’ (wijsheid). Letterlijk betekent filosofie dus ‘liefde voor de wijsheid’. Synoniem: wijsbegeerte.

1In Griekenland liggen religieuze en mondelinge tradities aan de basis van theater en literatuur

BRON 1-2-3-4-5-6-9-10-11 Tijdens de wijnfeesten voor de god Dionysos dragen mannen gehuld in een geitenvel religieuze verhalen voor. Eén man danst en zingt. De rest van de mannen antwoordt in koor. Die kleine, openbare taferelen groeien, waarschijnlijk in de 6e eeuw v.C., uit tot echte toneelvoorstellingen. Dionysos wordt, naast de god van de wijn en de vruchtbaarheid, ook de god van het theater genoemd. Zowat elke Griekse stad krijgt een theater, meestal tegen de flank van een heuvel. De toeschouwers hebben er meestal een prachtig uitzicht over de omgeving. Gemaskerde en verklede mannen spelen op het podium twee genres die vandaag ook nog bestaan: de tragedie of het treurspel en de komedie of het blijspel. Een tragedie is meestal een triest verhaal dat uitbeeldt hoe mensen met hun gevoelens en problemen omgaan. Aischylos, Sophocles, Euripides en Aristophanes zijn bekende tragediedichters. Een komedie spot vaak met personen en gebeurtenissen uit het dagelijks leven of met politici. Aristophanes is vooral bekend als komediedichter.

Anders dan vandaag is het Griekse toneel een mengeling van poëzie, muziek en dans. De acteurs zingen en spreken in verzen. Het koor, opgesteld op het halfronde orchestra, geeft in verzen commentaar op de gebeurtenissen. Daarom doet het nu meer aan opera denken.

Ook de andere literaire genres zijn gebaseerd op een mondelinge traditie. De epische gedichten toegeschreven aan Homeros (8e eeuw v.C.), de Ilias en de Odyssee (zie les 6), vertellen oudere mythologische verhalen: goden en helden spelen er de hoofdrol. De Griekse waarden en idealen worden benadrukt. Die verhalen worden pas later opgeschreven. Vanaf het midden van de 8e eeuw v.C. is er een evolutie in de dichtkunst. Er komt meer aandacht voor individuele gevoelens en ervaringen. Het oudst bekende grote werk in proza zijn de ‘Historiën’ van Herodotos (5e eeuw v.C.). Hij wordt beschouwd als de grondlegger van de geschiedeniswetenschap. Hij verzamelt bronnen, wil die kritisch onderzoeken en zoekt naar samenhang tussen feiten: oorzaken en gevolgen. Kortom, hij ontwikkelt de historische methode. In diezelfde eeuw schrijft de filosoof Plato de eerste filosofische werken. Hij ontwikkelt o.a. een nieuw literair genre, de ‘dialogen’. Daarin laat hij zijn leraar, de filosoof Socrates, fictieve gesprekken voeren met bekende Atheners. Hij stelt hen filosofische vragen om na te denken over mens en samenleving. Wat is liefde en vriendschap? Hoe kunnen we goed van kwaad onderscheiden? Hoe komen we tot echte waarheid en kennis? Is de dood het einde? De geschriften van Plato bouwen verder op de mondeling overgeleverde filosofie van zijn voorgangers.

OUDE NABIJE OOSTEN KLASSIEKE OUDHEID MIDDELEEUWEN

In de Romeinse literatuur gaan continuïteit en verandering hand in hand

BRON 7-8-9-10-11 Net zoals in de andere kunsten inspireren de Romeinen zich ook in de literatuur op de Griekse traditie. Ze vertalen veel Griekse gedichten en toneelstukken in het Latijn. Daarnaast zijn er ook Romeinse auteurs die originele werken creëren. De advocaat en politicus Cicero schrijft in de 1e eeuw v.C. onder andere redevoeringen over rechtspraak en politiek. Caesar beschrijft zijn Gallische oorlogen. Onder keizer Augustus (27 v.C.-14 n.C.) kent de Latijnse letterkunde een hoogtepunt. De kunstliefhebber Maecenas, een rijke vriend en medewerker van de keizer, verzamelt auteurs rond

KENNEN

zich en steunt ze financieel en/of met grond. Ze moeten de keizer en zijn idealen verheerlijken. In hun werken staan de eerbied voor de oude Romeinse zeden en gewoontes centraal, bijvoorbeeld deugdzaamheid, dapperheid en waardigheid. De dichter Vergilius schrijft de ‘Aeneis’, een groots epos over de oorsprong van Rome. De historicus Livius beschrijft in ‘Ab urbe condita’ de geschiedenis van het Romeinse Rijk. Hij wil de historische feiten zo goed mogelijk neerschrijven. Toch verheerlijkt hij net als Vergilius de grootsheid van Rome. Beide auteurs leggen ook een mythologisch verband tussen het oude Troje, het ontstaan van Rome en de voorouders van keizer Augustus. Vandaag gebruiken we nog steeds het begrip mecenas voor iemand die kunstenaars sponsort.

continuïteit: wat (in wezen) hetzelfde blijft

1 de begrippen ‘continuïteit’, ‘evolutie’, ‘filosofie’, ‘mondelinge traditie’ en ‘verandering’ uitleggen

2 de begrippen ‘komedie/blijspel’, ‘tragedie/treurspel’ en ‘mecenas’ uitleggen

3 het ontstaan van het Griekse toneel verklaren

4 de vormelijke kenmerken van een Grieks toneelstuk beschrijven

5 de functie van de maskers uitleggen

6 de locatie van een Grieks theater beschrijven

7 drie onderdelen van een Grieks theater geven

8 drie genres van Griekse literatuur geven

9 drie genres van originele Romeinse literatuur geven

10 het hoogtepunt van de Romeinse literatuur situeren in de tijd

11 het doel van de Romeinse literatuur in de tijd van Augustus uitleggen

12 telkens één voorbeeld geven van continuïteit, evolutie en verandering in de Griekse en/of Romeinse literatuur

@VANIN

KUNNEN

1 informatie uit geschreven en niet-geschreven bronnen halen

2 informatie in een woordenboek opzoeken

3 het onderscheid maken tussen mythologische verhalen en historische feiten

4 verbanden leggen tussen maatschappelijke domeinen

5 continuïteit, verandering en evolutie herkennen

Ca. 480 v.C., 40,5 cm hoog, Oudheidkundig Museum, Basel

Bekijk de afbeelding aandachtig en vergelijk met de lestekst over het Griekse toneel. Wie zijn de figuren rechts? Wat doen ze?

BRON 1 Vaas

Theater van Epidauros, Griekenland, 4e eeuw v.C., plaats voor 14 000 toeschouwers

a Beschrijf de ligging van dit theater in verhouding tot de natuurlijke omgeving.

b Welk voordeel biedt dat aan de toeschouwers?

c Welke onderdelen vind je ook in hedendaagse theaters en operagebouwen terug?

@VANIN

Vaas, ca. 440-430 v.C., 24,1 cm hoog, 18 cm diameter, Museum voor Schone Kunsten, Boston

Twee mannelijke acteurs verkleden zich en maken zich klaar om op te treden.

Detail van een vaas, ca. 410 v.C., 73,5 cm hoog, Nationaal Archeologisch Museum, Napels

Acteurs, rechts een acteur verkleed als de halfgod Heracles met knots en leeuwenvel

a Welk soort verhalen worden er verteld?

b Wat doen de acteurs om hun personages en het verhaal goed over te brengen?

Mozaïek, 2e eeuw v.C., 74,6 cm, Capitolijnse Musea, Rome

Twee toneelmaskers

c Welke van de drie bronnen toont aan dat er op het vlak van het toneel continuïteit is in de klassieke oudheid? Leg concreet uit.

BRON 2 Een Grieks theater (Epidauros)
BRON 3 Vaas
BRON 4 Detail van een vaas
BRON 5 Mozaïek

BRON 6 Het vrouwenparlement

PRAXAGORA: Dames, nu jullie allemaal hier zijn, zet je neer en laat me jullie een vraag stellen. (…) Hebben jullie gedaan wat we zeiden dat we zouden moeten doen (…)?

( Ze hadden afgesproken zich te vermommen als mannen. )

EERSTE VROUW: ( Ze heft haar arm op en toont een enorme pluk haar onder haar oksel.)

Ik heb het gedaan. Ik heb mijn haar onder mijn oksels zo lang laten worden dat een leeuw erin zou kunnen verdwalen, net zoals je ons hebt gezegd! En wanneer mijn man naar de markt ging, pakte ik de olie, smeerde er mij mee in en stond zo de hele dag in de zon om mijn lichaam donker te laten worden.

PRAXAGORA: (…) Goed. Wel, laten wij, nu er nog sterren aan de hemel staan, verdergaan met onze plannen.

De volksvergadering zal bij zonsopgang openen. Wij zijn er klaar voor. Nietwaar, zusters?

EERSTE VROUW: Absoluut, bij Zeus! En we moeten er vroeg binnengaan en ons direct voor de plaats van de voorzitter neerzetten.

PRAXAGORA: (…) ( Ze oefent haar speech. ) Nu! Ahum! Ik smeek de goden dat zij al onze wensen vervullen. Mannen, ik maak net zozeer als jullie deel uit van dit land en ik ben echt ongerust, echt verdrietig over de verschrikkelijke stand van zaken in onze stad. Jullie kiezen altijd de verschrikkelijke leiders. Verschrikkelijk! En als een van hen op een dag iets goeds doet en nuttig is, dan is hij daarna gedurende de volgende tien dagen compleet van slag! Dan nemen jullie een andere leider en die is zelfs nog slechter dan de vorige. (…)

Uit: Aristophanes, Het vrouwenparlement, naar een vertaling van G. Theodoridis, 2004

Aristophanes (446-385 v.C.) is een blijspeldichter die graag de draak steekt met zijn tijdgenoten. Op het einde van zijn leven wordt Athene minder democratisch. Om moeilijkheden te voorkomen moet hij voorzichtig zijn met wat hij schrijft.

a Is dit verhaal een komedie of een tragedie? Argumenteer met een fragment uit de tekst.

b Met wie spot de auteur: met de vrouwen of met de mannen?

c Een blijspel noemen de Grieken ook een saterspel. Ons woord ‘satire’ is daarvan afgeleid. Zoek de betekenis van dat Nederlandse woord op.

BRON 7 Gelukkige landbouwers

O gelukkige landbouwers, als ze zich tenminste bewust zouden zijn van hun rijkdom!

De tweedracht van de oorlog is ver van hun bed.

Met zijn bodem voorziet de rechtvaardige aarde hen met gemak in hun levensonderhoud.

Neen, zij wonen niet in een enorm huis met prachtige poorten, dat ’s morgens een enorme golf van groetende cliënten uitspuwt uit al zijn kamers.

Zij vergapen zich niet aan kleurrijke deurposten ingelegd met mooi schildpadleer, aan kledij geborduurd met goud en Korinthisch brons.

Hun blanke linnen is niet gekleurd met Syrisch purper en de olie die zij gebruiken is niet bezoedeld door aromatische kruiden.

Maar ze zijn zeker van vrede en van een leven zonder leugens, rijk aan diverse schatten (…)

Uit: Vergilius, Georgica, boek II

Publius Vergilius Maro is een Romeins dichter (70-19 v.C.).

a Welke twee levenswijzen vergelijkt Vergilius?

b Welke levenswijze verkiest Vergilius? Staaf je antwoord met een tekstfragment.

Hoe dat ook mag uitpakken, ik zal in ieder geval het genoegen smaken ook zelf een bijdrage te hebben geleverd aan het in stand houden van de herinnering aan de verrichtingen van het volk, dat de leider is van de hele wereld. (…) Geen onverdacht historisch materiaal, maar een traditie van poëtische verhalen bepaalt de kennis van de tijd vóór de stichting van de stad. Ik ben niet van plan die te bevestigen of te weerleggen. De grijze oudheid mag het menselijke en het goddelijke vermengen en zo het begin van steden een verhevener status geven. Geen volk verdient méér de vrijheid om zijn oorsprong heilig te maken en te herleiden tot een goddelijk initiatief. Het Romeinse volk heeft zo’n grote roem in de oorlog, dat alle volkeren accepteren dat het Mars noemt als de vader van zijn stichter en zijn eigen vader – met dezelfde kalmte waarmee zij het Romeins gezag aanvaarden.

Uit: T itus Livius, Ab urbe condita, voorrede

Titus Livius (59 v.C.-17 n.C.) is een Romeinse geschiedkundige uit de vriendenkring van keizer Augustus. Hij verhaalt de geschiedenis van Rome vanaf het ontstaan tot 9 n.C.

a Livius vindt de bronnen van de tijd vóór de stichting van Rome niet erg betrouwbaar. Juist of fout? Argumenteer met een fragment uit de tekst.

b Hoe motiveert hij dat het Romeinse volk Mars de vader van zijn stichter en zijn eigen vader kan noemen? Leg uit in je eigen woorden.

BRON 8 De geschiedenis van Rome

Romeinse kopie (2e helft van de 1e eeuw n.C.) van een Grieks origineel (midden 5e eeuw v.C.), marmer, Glyptothek, München

Aan Homeros (8e eeuw v.C.) worden twee heldendichten toegeschreven: de Ilias en de Odyssee. Die epen vertellen oudere mythologische verhalen waarin goden en helden de hoofdrol spelen. De Griekse waarden en idealen worden erin beklemtoond.

Romeinse kopie (2e eeuw v.C.) van een Grieks bronzen beeld (4e eeuw v.C.), marmer, Metropolitan Museum of Art, New York Herodotos (ca. 484-424 v.C.) werd geboren in Halikarnassos in Klein-Azië, het huidige Bodrum (Turkije). Hij is de eerste van wie we weten dat hij bronnen kritisch wil onderzoeken. Die bronnen verzamelt hij onder andere tijdens zijn reizen. Hij maakt een onderscheid tussen wat hij zelf gezien heeft en wat hem verteld wordt. Hij zoekt naar samenhang tussen feiten: oorzaken en gevolgen. Met zijn werk wil hij verhinderen dat ‘de sporen van menselijke gebeurtenissen’ verloren zouden gaan. Zijn ‘Historiën’ handelen onder meer over de oorlogen tussen de Grieken en de Perzen. Hij vertelt ook spectaculaire en mythologische verhalen.

@VANIN

a Lees de informatie over de Griekse auteurs. Welke literaire genres beoefenen zij?

b Wat willen die auteurs met hun werk bereiken?

c Toon aan dat er continuïteit is tussen hun werk en dat van vroegere generaties.

Romeinse kopie (1e eeuw n.C.) van een beeld van de Griekse beeldhouwer Silanion (midden 4e eeuw v.C.), marmer, Vaticaanse Musea, Rome

Plato (ca. 427-347) is een Atheens filosoof Zijn leermeester is Socrates. Die is het hoofdpersonage in een nieuw literair genre dat Plato ontwikkelt: de dialogen. Socrates gaat er telkens in gesprek met andere personen over verschillende onderwerpen. Wat is liefde en vriendschap? Hoe kunnen we goed van kwaad onderscheiden? Hoe komen we tot echte waarheid en kennis? Is de dood het einde? Hij probeert de gesprekspartner te doen inzien dat zijn antwoord geen antwoord op de vraag of geen definitie is. Zo wil Plato de lezer zelf aanzetten tot nadenken. De geschriften van Plato bouwen verder op de mondeling overgeleverde filosofie van zijn voorgangers.

d Herodotos wordt de vader van de geschiedschrijving genoemd. Geef drie redenen waarom.

e Waarom moeten we ook kritisch zijn over wat hij schrijft in zijn ‘Historiën’?

f Geef nog één reden (die niet expliciet vermeld is) waarom we zijn werk als historische bron kunnen gebruiken voor de geschiedenis van de Griekse oudheid.

g Kunnen we van de buste van Homeros afleiden hoe hij eruitzag? Staaf je antwoord.

h Geef uit de historische achtergrond nog een bewijs dat we kritisch moeten zijn met informatie.

BRON 10 Herodotos
BRON 11 Plato

1Het verval van het Romeinse Rijk

In de vorige les heb je geleerd dat het Romeinse Rijk in de 2e eeuw n.C. het hoogtepunt van zijn macht bereikt. Daarna gaat het echter bergaf. Uiteindelijk zal het rijk zelfs ophouden te bestaan. Wat zijn de oorzaken van dat verval? Hoelang heeft de doodsstrijd van het Romeinse Rijk geduurd? Wie of wat is er in de plaats van het Romeinse Rijk gekomen?

definitieve splitsing rijk Constantijn wordt keizer

De soldatenkeizers en de crisis van de 3e eeuw betekenen een verzwakking voor het rijk

BRON 1-2

Aan de grenzen van het Romeinse Rijk wonen heel wat volkeren die jaloers zijn op Rome. Sommige willen de rijkdommen van het keizerrijk voor zichzelf. Om invallen van die volkeren af te slaan, beschermen veel legioenen de grenzen van het rijk. De aanvoerders en de manschappen van die troepen beseffen na verloop van tijd dat Rome niet zonder hen kan. Zij vragen dan ook steeds meer geld en stellen steeds hogere eisen aan de keizerlijke regering. In 192 wordt keizer Commodus vermoord en ontstaan er problemen over zijn opvolging. Sommige generaals menen dat zij beter het bestuur van het rijk op zich kunnen nemen. Zij trekken met hun legioenen naar Rome. Een burgeroorlog is het gevolg. Uiteindelijk komt generaal Septimius Severus als overwinnaar uit de strijd. Zijn familie blijft aan de macht tot 235. In dat jaar wordt de laatste keizer van de Severische dynastie vermoord. Dan breekt een lange periode van politieke instabiliteit aan. Die periode (235-284) is bekend geworden als de ‘periode van de soldatenkeizers’ of de ‘crisis van de 3e eeuw’. Een keizer die in die periode aan de macht wil blijven, moet nog meer dan vroeger steun van de legioenen hebben. Daar is veel geld voor nodig. Daarom verhogen de opeenvolgende keizers telkens de belastingen. Bovendien verminderen ze voortdurend de hoeveelheid zilver in de Romeinse munten. Zo kunnen ze meer geld slaan, maar vermindert wel de waarde van het geld. Onvermijdelijk begint de Romeinse economie daaronder te lijden.

Geregeld wordt een regerende keizer ten val gebracht

einde West-Romeinse Rijk

door een generaal die zijn troepen nóg meer geld belooft. Doordat de legioenen te pas en te onpas hun standplaats verlaten om naar Rome te trekken, blijven de grenzen onverdedigd. Enkele buurvolkeren van het Romeinse Rijk profiteren daarvan om plundertochten te houden tot ver achter de grenzen. Die invallen en de burgeroorlogen ontregelen nog meer de economie en bemoeilijken vooral de landbouwproductie. De oorlogen, hongersnood en ziektes zorgen voor een bevolkingsdaling. In bepaalde regio’s moeten steeds minder mensen de steeds hogere belastingen betalen. Sommige, vooral rijkere, gebiedsdelen verzetten zich tegen het slechte bestuur en de hogere belastingen. Ze proberen zich van het rijk af te scheuren. Af en toe poogt een bekwame keizer de orde te herstellen. Dikwijls wordt hij het slachtoffer van opstandige generaals.

2

Een heropleving onder Diocletianus en Constantijn

BRON 3-4-5 Diocletianus, die in 284 via een staatsgreep keizer wordt, probeert het rijk een stabieler bestuur te geven. Ten eerste ontneemt hij de senaat zijn laatste restje macht. De keizer wordt officieel de enige machthebber in het rijk. Hij regeert in naam van de goden en laat zich vereren als een god. Vervolgens splitst Dio cletianus het rijk op in twee delen (Oost en West), die elk door een keizer (een ‘augustus’) worden geregeerd. Elke ‘augustus’ moet een medekeizer (een ‘caesar’) aanstellen, die hem helpt bij het bestuur. Na de dood van een keizer volgt de medekeizer hem op. Die stelt vervolgens een nieuwe medekeizer aan. Dat systeem, de tetrarchie of ‘viermansheerschappij’, moet

het bestuur gemakkelijker maken en de opvolging regelen. Diocletianus treedt tevreden af. Zijn opvolgers raken echter met elkaar in conflict. Uiteindelijk slaagt één man erin om alle macht naar zich toe te trekken: Constantijn (keizer in 306, alleenheerser van 324-337). Als keizer neemt hij enkele belangrijke beslissingen die grote gevolgen zullen hebben. Zo verleent hij in 313 de christenen godsdienstvrijheid (zie les 32). Hij besluit ook om de hoofdstad van het rijk naar het veiligere en rijkere Oosten te verplaatsen. Zijn keuze valt op het oorspronkelijk Griekse stadje Byzantium aan de Bosporus, de toegang tot de Zwarte Zee. Dat ‘nieuwe Rome’ wordt naar hem ‘Constantinopel’ genoemd.

3Nieuwe invallen van barbaarse volkeren

BRON 4-5 De opvolgers van Constantijn krijgen opnieuw af te rekenen met opstandige legioenen en nieuwe invallen. Die laatste vormen het grootste probleem. De vooral Germaanse invallers willen niet meer alleen plunderen, maar zich voorgoed in het rijk vestigen. Tussen het einde van de 4e eeuw en het begin van de 6e eeuw zullen grote groepen Germanen naar het Westen migreren. Die ‘barbaarse’ migraties zijn later met de term ‘volksverhuizingen’ bedacht. Over het werkelijke aantal mensen dat in die periode is gemigreerd, bestaat veel onduidelijkheid. Historici zijn het er wel over eens dat de verschillende groepen invallers die bekend werden onder de namen ‘Franken’, ‘Visigoten’ ... geen homogene groepen waren. De invallers zoeken o.a. betere levensomstandigheden (nieuwe landbouwgronden, een milder klimaat …) en profiteren van de slecht verdedigde grenzen van het Romeinse Rijk.

De Germanen vluchten ook voor de Hunnen, een oprukkend Aziatisch stepp evolk. Sommige groepen mogen zich officieel in het rijk vestigen. De Romeinen hopen hen als bondgenoten tegen andere invallers te gebruiken. Die Germaanse bondgenoten, maar ook de Romeinen, komen hun afspraken niet altijd na. Sommige Germanen beginnen zich zelfs te bemoeien met de Romeinse politiek.

In 395 beslist keizer Theodosius om het Romeinse Rijk definitief in een westelijk en een oostelijk deel te splitsen. Het West-Romeinse Rijk stort in de 5e eeuw volledig in elkaar. Rome, al lang niet meer de hoofdstad van het rijk, maar wel nog altijd van grote symbolische betekenis, wordt zowel in 410 als in 455 geplunderd door Germaanse troepen. In 476 zet een Germaanse generaal de toenmalige West-Romeinse keizer, het kind Romulus Augustulus, af. Omdat er geen nieuwe keizer wordt aangesteld, wordt die gebeurtenis weleens beschouwd als het symbolische einde van het West-Romeinse Rijk. Ondertussen hadden allerlei Germaanse koninkrijken eigenlijk het westerse rijk al lang vervangen.

Toch was het Romeinse Rijk niet verdwenen. In het oosten bleef het nog bijna 1 000 jaar voortbestaan. Dat (Oost-)Romeinse Rijk zal in de geschiedenis bekend worden als het Byzantijnse Rijk. Het kende eveneens een bewogen geschiedenis met momenten van bloei en verval. Vanaf de 13e eeuw begon de definitieve neergang. Uiteindelijk werd de hoofdstad Constantinopel in 1453 veroverd door de Ottomanen (Turken). Daarmee kwam een definitief einde aan het Romeinse Rijk, al beschouwden andere rijken zich graag als opvolger van het Romeinse Rijk (bv. het Duitse Rijk, Rusland ...).

KENNEN KUNNEN

1 de begrippen ‘soldatenkeizers’, ‘crisis van de 3e eeuw’, ‘medekeizer’ en ‘tetrarchie’ uitleggen

@VANIN

2 in zes stappen uitleggen waarom het Romeinse Rijk verzwakt ten tijde van de soldatenkeizers

3 uitleggen hoe Diocletianus probeert de macht van Rome te herstellen

4 de veranderingen onder Diocletianus, Constantijn en Theodosius uitleggen

5 drie oorzaken van de Germaanse volksverhuizingen geven

6 uitleggen hoe de Romeinen reageren op de Germanen en daarvan de gevolgen geven

7 de splitsing van het Romeinse Rijk en het einde van het West-Romeinse Rijk in de tijd situeren

1 informatie uit kaarten, teksten en tabellen halen

2 het Oost- en het West-Romeinse Rijk op een kaart aanduiden

3 bronnen met elkaar vergelijken

4 met je eigen woorden de ondergang van het Romeinse Rijk uitleggen

Commodus (180-192) vermoord

Pertinax (193) vermoord

Didius Julianus (193) vermoord

Septimius Severus (193-211)

Pescennius Niger (193-195) tegenkeizer*, vermoord

Clodius Albinus (195-197) tegenkeizer, gesneuveld

Caracalla (211-217) vermoord

Geta (211) medekeizer, vermoord

Macrinus (217-218) vermoord

Heliogabalus (218-222) vermoord

Alexander Severus (222-235) vermoord

Maximinus Thrax (235-238) vermoord

Gordianus I (238) pleegde zelfmoord

Gordianus II (238) medekeizer, gesneuveld

Balbinus (238) vermoord

Pupienus (238) medekeizer, vermoord

Gordianus III (238-244) vermoord

Philippus Arabs (244-249) gesneuveld of vermoord

Decius (249-251) gesneuveld

Trebonianus Gallus (251-253) vermoord

Aemilianus (253) vermoord

Valerianus (253-260) gevangengenomen door de Perzen en waarschijnlijk vermoord

Gallienus (253-268) medekeizer, vermoord

Postumus (260-268) tegenkeizer, vermoord

Claudius II Goticus (268-270)

Quintillus (270) pleegde zelfmoord

Aurelianus (270-275) vermoord

Tacitus (275-276) waarschijnlijk vermoord

Florianus (276) vermoord

Probus (276-282) vermoord

Carus (282-283) waarschijnlijk vermoord

Carinus (283-285) vermoord

Numerianus (283-284) vermoord

Diocletianus (284-305)

* Er waren in heel die periode wel meer ‘tegenkeizers’, maar enkel de belangrijkste zijn in deze lijst opgenomen.

BRON 3 De ‘tetrarchen’

@VANIN

De pretorianen [de keizerlijke lijfwacht] hadden door de wrede moord op Pertinax de troon geschonden en onteerden door hun daaropvolgende gedrag zijn waardigheid. (…) Zij beklommen de vestingwallen en verkondigden met luide stem dat de Romeinse wereld bij opbod zou worden verkocht aan de hoogste bieder. Dit schandelijke aanbod, deze onb eschaamde uitspatting van bandeloosheid, verwekte alom in de stad leed, schaamte en verontwaardiging. Ten slotte bereikte het nieuws Didius Julianus, een welgestelde senator die – door welke rampen de staat ook werd getroffen – zich verlustigde in de geneugten van de dis. De ijdele grijsaard haastte zich naar de kazerne, (…), en begon van de voet van de omheining tegen hem [Sulpicianus, een andere kandidaat] op te bieden. Sulpicianus had reeds een schenking van vijfduizend drachmen per soldaat beloofd, toen Julianus, begerig naar buit, de som tot 6 250 drachmen verhoogde. De poorten van de kazerne gingen onmiddellijk open voor de koper; de soldaten riepen hem tot keizer uit en zwoeren hem trouw.

Uit: E. Gibbon, Herfsttij en ondergang van het Romeinse Rijk, 1776-1789

Edward Gibbon (1737-1794) is een van de eerste moderne historici. Hij schrijft dit werk uit een grote bewondering voor het antieke Rome en wil zijn tijdgenoten ervan overtuigen niet dezelfde fouten te maken die hebben geleid tot de ondergang van Rome.

a Is dit een historische bron of een historisch werk?

b Wat was de gemiddelde regeringsduur van een Romeinse keizer tijdens die periode?

c Waarom was die zo kort?

d Welk gevolg voor de sterkte van het rijk heeft dat volgens jou gehad? Waarom?

e Hoe heeft Didius Julianus de keizerstitel verworven? Heeft zijn bewind lang geduurd?

Porfier (steen), 136 cm hoog

In 286 stelt Diocletianus het ‘viermansbestuur’ of de ‘tetrarchie’ in. Deze beelden stellen de twee keizers en hun medekeizers voor. Diocletianus is de tweede figuur links (met baard). De beeldengroep bevindt zich momenteel in Venetië. Oorspronkelijk komen de beelden uit Constantinopel. Een Venetiaanse mythe vertelt dat het om vier dieven gaat die versteend werden nadat ze hadden ingebroken in de kathedraal van Venetië.

Hoeveel keizers krijgt het rijk onder Diocletianus?

BRON 2 De troonsbestijging van Didius Julianus (193)

BRON 4 Het laat-Romeinse Rijk

BRON 5 Het einde van het West-Romeinse Rijk

a Noem drie hedendaagse landen die geheel of gedeeltelijk deel uitmaken van het Oost-Romeinse Rijk.

b Tot welk ‘volk’ behoren de meeste groepen die het West-Romeinse Rijk bedreigen?

c Noem twee groepen die al in de 4e eeuw de grenzen van het West-Romeinse Rijk overschrijden.

d Geef één oorzaak voor de migratie van die groepen.

e Welk rijk bedreigt het Oost-Romeinse Rijk?

f Welk Germaans ‘volk’ vestigt zich uiteindelijk in onze gebieden?

g In welke huidige landen vestigen zich de Vandalen?

h In welke hedendaagse landen vind je de namen Franken, Angelen en Alemannen terug?

Het Romeinse leger in de keizertijd

In de voorgaande lessen heb je de opkomst en ondergang van het Romeinse Rijk bestudeerd. Het Romeinse leger speelt daarin een belangrijke rol. Wat maakt het Romeinse leger zo sterk? Wie wordt er soldaat? Waarom gaat men in het leger? Om het niet te ingewikkeld te maken, bestudeer je enkel het leger in de keizertijd.

1

Het Romeinse leger is getraind en gedisciplineerd

BRON 1-2-3-4 Het Romeinse leger is ingedeeld in verschillende legioenen en hulptroepen. Het bestaat uit ruiterij, voetvolk en marine. Een legioen telt ongeveer 5 000 à 6 000 manschappen. De meeste legioenen verblijven bij de grenzen van het Romeinse Rijk en doen ook dienst als politie. Vanaf de 3e eeuw daalt het aantal soldaten in een legioen en bevinden de troepen zich in grote steden in het binnenland. De keizer staat aan het hoofd van het leger. De officieren komen uit belangrijke Romeinse families. Romeinse burgers die gezond zijn en die geen misdaad begaan hebben, mogen soldaat worden. De meeste militairen zijn vrijwilligers die voor een militaire loopbaan kiezen.

Het Romeinse leger is heel sterk dankzij de training en de discipline. De soldaten krijgen gevechtstraining en worden geoefend in uithouding. Een legionair moet bijvoorbeeld grote afstanden te voet kunnen afleggen (35 km per dag met een bepakking die ongeveer 40 kg weegt). Een goede soldaat luistert naar de bevelen van zijn leiders. Militairen die dat niet doen, worden gestraft. De doodstraf, zweep- en stokslagen, ontslag ... behoren tot de straffen.

Soldaten die gehoorzamen en goed vechten, kunnen beloond worden. Zij krijgen promotie, geld ... Dankzij die discipline vormen de soldaten op het slagveld een hechte groep die niet zo gemakkelijk overwonnen kan worden.

De Romeinse militairen zijn ook goede bouwers. Ze

leggen wegen aan en bouwen kampen en forten. Een legioen dat door vijandelijk gebied trekt, bouwt elke avond een met houten palen en aarde ommuurd kamp.

De pretorianen zijn speciale troepen. Ze verblijven in Rome en dienen als lijfwacht van de keizer. Ze krijgen echter te veel macht en worden in 312 afgeschaft.

Soldaten die geen Romeins burger zijn, komen bij de hulptroepen terecht. Sommigen hebben een specialiteit en dienen als ruiters, boogschutters, slingeraars ... Al in de 1e eeuw zijn er meer hulptroepen dan legioenen.

2De Romeinse soldaten krijgen veel voordelen

De gewone soldaten blijven twintig jaar in dienst. Een militaire loopbaan is aantrekkelijk omdat de soldaten goed betaald worden en promotie kunnen maken. Hoe hoger de rang, hoe hoger het loon. Romeinen die carrière maken in het leger, krijgen ook meer aanzien in de Romeinse samenleving. Op het einde van de dienst krijgt een legionair ergens in het rijk een stuk landbouwgrond. Vanaf de 2e eeuw vervangt men dat door een som geld. Soldaten die langer in het leger wensen te blijven, kunnen een nieuw contract tekenen. Ze krijgen dan opslag, een hogere rang en dikwijls lichter werk. Soldaten van de hulptroepen blijven 25 jaar in dienst. Ze verdienen minder dan de legionairs, maar worden na hun militaire dienst Romeinse burgers.

3

Het leger heeft veel invloed

Het Romeinse leger heeft een economische, culturele en politieke invloed. De legerkampen en de forten zijn goed voor de plaatselijke handel en nijverheid De soldaten hebben immers voedsel, kleding, schoeisel ... nodig. Ze geven ook veel geld uit aan ontspanning (drank, gokken, vrouwen …). De legioenen verspreiden de Romeinse cultuur: ze bouwen bijvoorbeeld in de Romeinse stijl. In het westen spreken de soldaten Latijn. Zo verspreiden ze die taal. Het leger is een belangrijke politieke macht. De legioenen beginnen zich vanaf de 3e eeuw steeds

meer te bemoeien met de binnenlandse politiek (zie les 25). Ze steunen bijvoorbeeld succesvolle generaals om keizer te worden. Meestal belooft die hen een grote som geld. Soms heeft elk legioen wel een kandidaat. Er volgt dan een verschrikkelijke burgeroorlog . De overwinnaar wordt keizer, maar moet voortdurend een staatsgreep van een andere generaal vrezen. In de 4e en 5e eeuw laten de Romeinen steeds meer andere volkeren voor zich vechten. Vreemde stammen mogen zich bijvoorbeeld in grensgebieden vestigen. In ruil daarvoor moeten ze de Romeinse grens bewaken en verdedigen.

KENNEN KUNNEN

1 de begrippen ‘legioen’, ‘pretorianen’ en ‘hulptroepen’ uitleggen

2 de samenstelling van het Romeinse leger uitleggen

3 de verschillen tussen legioenen en hulptroepen uitleggen

4 de voordelen van een militaire loopbaan geven

5 de invloed van het leger op economie, cultuur en politiek uitleggen

BRON 1 De indeling van een legioen (5 000 à 6 000 manschappen)

1 met behulp van een schema de indeling van een legioen uitleggen

2 een Romeinse versterking aan de hand van een prent beschrijven

3 op een foto vier restanten van Romeinse versterkingen aanduiden

3 MANIPELS

6 TOT 10 COHORTEN

2 CENTURIONES

a Uit welke delen bestaat een legioen?

b ‘Een legioen telt slechts twee centuriones.’ Juist of fout?

c Hoeveel manschappen telt een cohort als een legioen uit 6 000 soldaten bestaat?

Kies uit: 500 à 1 000 / 600 à 1 000 / 838 à 1 000 / 144 à 555.

BRON 2 De muur van Hadrianus

De ‘muur van Hadrianus’ geeft in het noorden van het huidige Engeland de grens weer tussen het Romeinse Rijk en het gebied van de Keltische Picten. Op bepaalde plaatsen bouwden de Romeinen wachttorens en forten langs de muur. Keizer Hadrianus (reg. 117-138) liet vanaf 122 het bouwwerk optrekken.

A De muur in de 2e eeuw

a Zoek op bron A de volgende onderdelen: wachttoren, muur, heerbaan, klein fort en gracht.

b Geef twee onderdelen van A die je terugvindt in B.

B De muur vandaag

BRON 3 Een uniform van de hulptroepen

Geef drie onderdelen van hun uitrusting.

RANDINFO

Romeinse soldaten in de beroemde schildpadformatie

BRON 4 A De zuil van Trajanus

98-117

B Detail van de zuil

Wat zijn de soldaten hier aan het doen?
n.C., Rome

DOVERZICHT

Het Romeinse Rijk (politiek en socio-economisch)

ca. 1000-509 v.C. KONINKRIJK

stadstaat: koning heeft alle macht

509-27 v.C. REPUBLIEK

Griekse poleis + Griekse kolonisatie

senaat + volksvergadering

patriciërs (grondbezitters)

stadstaat 2 consuls + senaat + volksvergadering

VEROVERINGEN

rijk (‘Mare Nostrum’)

plattelandsvlucht pachters

verarming plebejers

plebejers

Athene / Sparta / Makedonië

patriciërs

politieke gelijkheid voor plebejers (286 v.C.)

verdeel en heers + uitbuiting veroverde gebieden + Rome centrum handel

1e eeuw: sociale en politieke spanningen

arme plebejers

PROLETARIËRS

POPULARES

27 v.C.-476 / 1453 n.C. KEIZERRIJK

Augustus en opvolgers

Flaviërs

Adoptiekeizers

VERVAL ( 3e eeuw )

HERSTEL:

rijke plebejers + patriciërs

NOBILITAS

OPTIMATES

BURGEROORLOGEN

keizer macht senaat

latifundia

Octavianus / Augustus

BLOEI VAN HET RIJK

oorzaken: soldatenkeizers - + invallen + daling bevolking

Diocletianus en Constantijn

splitsing West-Oost 4 keizers

VOLKSVERHUIZINGEN + OPSTANDIGE LEGIOENEN

West-Romeinse Rijk 476

Constantinopel + godsdienstvrijheid

SPLITSING RIJK (395)

Oost-Romeinse Rijk 1453

De godsdienst in de klassieke oudheid

Voor vele mensen vandaag en in het verleden is godsdienst belangrijk. Hij geeft antwoord op tal van vragen als: Wat ben ik? Waarom besta ik? Waarom leef ik? Bestaat er een hogere macht? Is er leven na de dood? Het antwoord op die vragen verschilt van godsdienst tot godsdienst. Godsdiensten hebben vaak kenmerken die op elkaar gelijken. Vorig schooljaar heb je kennisgemaakt met de prehistorische godsdiensten en de Egyptische godsdienst. Welke overeenkomsten met het christendom vind je in de onderstaande documenten terug?

PREHISTORIE

2 De Egyptische godin Isis lactans met haar zoontje, de god Horus

Venus van Willendorf, beeldje uit beschilderde kalksteen, 11,1 cm, onzekere datering 30 000-22 000 v.C., Natuurhistorisch Museum, Wenen

Dit prehistorische beeldje stelt waarschijnlijk de oermoeder of een andere vruchtbaarheidsgodin voor.

Bronzen beeld, hoogte 55 cm, breedte 23,5 cm, diepte 15 cm, ca. 680-640 v.C., Walters Art Museum, Baltimore

Met welke figuur uit het christendom kan deze godin min of meer vergeleken worden?

BRON 1 Venus van Willendorf
BRON

800v.C. ±500

KLASSIEKE OUDHEID MIDDELEEUWEN

BRON 3 Fragment uit een Egyptisch dodenboek

1450 ±1750 1945

HEDENDAAGSE TIJD

MODERNE TIJD

VROEGMODERNE TIJD

a Met welk gebeuren uit het christendom stemt dit overeen?

b Is de Egyptische godsdienst dan monotheïstisch of polytheïstisch?

Dodenboek van Hoenefer, beschilderd papyrus, hoogte 45 cm, lengte 90,5 cm, ca. 1275 v.C., British Museum, Londen

De god Osiris oordeelt of een overledene binnen mag in het hiernamaals. Op het papyrus staan nog drie andere goden: Anoebis, Thot en Horus.

31

De

Griekse

en de Romeinse godsdienst

De Grieken en Romeinen hebben meer dan één god. Wat is de relatie tussen goden en mensen? Hoe stellen ze zich de goden voor? Welke godsdienstige gebruiken hebben de Grieken en Romeinen? Waarin verschillen de Griekse en Romeinse godsdienst van elkaar?

mythologie: geheel van verhalen over goden en bovennatuurlijke krachten die de mens en de natuurverschijnselen verklaren

Persefone: vruchtbaarheidsgodin en gemalin van Hades, de god van de onderwereld

1De Griekse en de Romeinse godsdienst: een zaak van geven en nemen

BRON 1-2-4-5 De Griekse en Romeinse godsdienst zijn in oorsprong natuurgodsdiensten: ze waren gebaseerd op natuurverschijnselen. Later zullen Grieken en Romeinen zoals de meeste volkeren verschillende goden vereren. Men noemt dat polytheïsme. Maar Grieken en Romeinen spreken niet van geloof als zij hun verhouding met de goden onder woorden brengen. Godsdienst gaat bij hen vooral over het doen van de juiste dingen. De goden zijn verantwoordelijk voor de orde en de normale gang van zaken in de wereld: het slagen van oogsten, het uitblijven van natuurrampen, de overwinning in een oorlog ... De Grieken en de Romeinen sluiten een soort verzekeringspolis met hun machtige bovenburen. Ze richten altaren en tempels op voor de goden en brengen onder andere offers. Zo tonen de mensen hun eerbied voor de goden. In ruil daarvoor leiden die alles wat er op aarde gebeurt in goede banen. Als er toch iets misloopt (een misoogst, een natuurramp, een nederlaag in een oorlog) gaat men ervan uit dat men een bepaalde godheid beledigd heeft. Die belediging kan echter weer ongedaan gemaakt worden door een tegenprestatie (een offer bijvoorbeeld). Wil je vrede met de goden, dan moet je dus de juiste handelingen stellen. Voor de Grieken belangrijke beslissingen nemen, raadplegen ze orakels. Op die speciale plaatsen kan men na het brengen van een offer een godheid om advies vragen. Die antwoordt meestal via een ziener of zieneres. De antwoorden zijn dikwijls raadselachtig en vaag.

2De goden: een bont gezelschap

BRON 3-6-7

De Griekse mythologie verklaart wie en hoe de goden zijn. Veel van die verhalen verklaren allerlei zaken. Het raadsel van de wisseling der seizoenen wordt uitgelegd in het verhaal van de aardmoeder Demeter. Die moet gedurende een deel van het jaar haar dochter Persefone aan de onderwereldgod Hades afstaan. Terwijl ze treurt, wordt het winter. Als haar dochter bij haar terugkeert, begint de lente. De snelle omschakeling van winter naar voorjaar in Griekenland, waarbij de velden binnen enkele dagen vol bloemen staan, ligt aan de basis van die mythe

In tegenstelling tot de Grieken hebben de Romeinen nauwelijks mythen.

De Griekse goden zijn niet almachtig. Ze hebben wel wat voordelen op de mensen: ze zijn onsterfelijk, beschikken over speciale krachten en zijn in hun mensengedaanten mooi. Het voorstellen van goden als mensen noemt men antropomorfisme. In Homerische verhalen kunnen de menselijke helden de goden zelfs verwonden. In hun doen en laten zijn de goden allesbehalve beter dan de mensen. Ze maken zich af en toe schuldig aan leugens, diefstallen, overspel en bedrog in al hun vormen. Dikwijls verschijnen de goden als dikke egoïsten. De twaalf voornaamste Griekse goden vormen één bonte familie en wonen op de berg Olympos. De oppergod Zeus, een verwoed rokkenjager, is getrouwd met Hera, een jaloerse en ijdele godin. Alle goden hebben hun functie. Zo is Zeus de god van de bliksem. Elke stad heeft ook haar eigen beschermgod. Pallas Athene is de beschermgo din

OUDE NABIJE OOSTEN
K LASSIEKE OUDHEID MIDDELEEUWEN

van … Athene. De goden zijn overal aanwezig en kunnen gewoon tussen de mensen komen. Ook de Romeinen kennen talrijke goden. Ze verschillen echter van de Griekse. Oorspronkelijk gaat het om gezichtsloze krachten die je te vriend moet houden. In tegenstelling tot de Griekse goden handelen ze niet zoals stervelingen. Er bestaan dus weinig verhalen over hun activiteiten. De talrijke godheden staan naast elkaar zonder enig verband of enige familierelatie. Hun persoonlijke geschiedenissen bevatten geen huwelijken of afstamming. Aan het hoofd van het vroegste Romeinse pantheon staat het drietal Jupiter, Mars en Quirinus. Jupiter is de heerser over alle goden en de god van de hemel en het onweer. Hij waakt ook over de Romeinse staat. Grieken en Romeinen hebben geen heilig boek waarin hun geloof is vastgelegd. Ze hebben geen aparte groep priesters. De priesters zijn meestal burgers die voor een bepaalde periode gekozen worden. Ze regelen de feestelijkheden, de offers en de eredienst. Elke gemeenschap kent vaste feestdagen voor haar god. Het is een burgerplicht om aan die feesten deel te nemen. Alle goden krijgen offers, die meestal bestaan uit voedsel (graan, vlees ...) dat in een offervuur buiten de tempel verbrand wordt.

Goden komen en gaan

BRON 8 Nieuwe en vreemde goden vinden gemakkelijk een plaats. Binnen het polytheïsme is er plaats voor vele andere goden. Grieken en Romeinen zijn godsdienstig verdraagzaam, zolang je maar de voorgeschreven offers aan de goden brengt. Goden kunnen in populariteit stijgen en dalen. Velen doen dan ook aan godsdienstig shoppen: werkt het offer niet bij een bepaalde god, dan probeer je gewoon een andere. Grieken en Romeinen herkennen zonder problemen hun eigen goden in die van andere volkeren. Vooral vanaf de 3e eeuw v.C. stellen de Romeinen hun goden met Griekse goden gelijk. Ze nemen geleidelijk elementen van de Griekse mythologie over. Jupiter wordt zo gelijk aan Zeus. Ze voeren vreemde goden of godsdiensten zonder problemen in. De Egyptische Isiscultus is daarvan een voorbeeld. Als de Romeinen een nieuw gebied veroveren, proberen ze de goden van die streek gunstig te stemmen. Ze voegen ze bij de lijst van vereerde goden of vereenzelvigen ze met de bestaande goden.

KENNEN KUNNEN

1 de begrippen ‘polytheïsme’, ‘orakel’ en ‘mythe’ uitleggen

2 vier kenmerken van de Griekse en Romeinse godsdienst opnoemen

3 de werking van een orakel uitleggen

4 drie verschillen tussen de Griekse en de Romeinse godsdienst uitleggen

5 uitleggen hoe de Grieken en de Romeinen hun goden voorstellen

6 zes gelijkenissen tussen de Griekse en de Romeinse godsdienst uitleggen

7 de godsdienstige verdraagzaamheid van de Romeinen uitleggen en daarvan de gevolgen geven

@VANIN

1 geschreven bronnen intensief lezen en er informatie uit afleiden

2 verschillende godsdiensten met elkaar vergelijken

Reliëf in pentelisch marmer, ca. 200 v.C., hoogte 61 cm, breedte 79 cm, Glypothek, München

Een votief is een dankgeschenk voor verkregen gunsten.

a Waar op de afbeelding staan twee godenparen?

b Waaraan kun je de goden herkennen?

c Waarom weten we niet om welke goden het gaat?

d Beschrijf de afbeelding met je eigen woorden.

BRON 1 Grieks votiefreliëf

BRON 2 Het orakel van Delphi

Roodfigurige drinkschaal (kylix), ca. 440-430 v.C., Altes Museum, Berlijn

Aegeus, de mythische koning van Athene, vraagt raad aan het orakel van Delphi. In het midden van Griekenland, aan de voet van de berg Parnassus, ligt Delphi. Volgens de Oude Grieken is het een van de heiligste plaatsen van de wereld. Van overal komen mensen naar de tempel van Apollo om de zieneres advies te vragen. Die zieneres of ‘Pythia’ zit op een driepoot boven een ronde steen die volgens de Grieken het middelpunt van de aarde is. De Oude Grieken geloven dat ze namens Apollo advies geeft over wat zij moeten doen of laten. Uit de grond komen dampen, die de zieneres bedwelmen. Haar adviezen zijn vaak vaag en dubbelzinnig, zodat ze door de priesters uitgelegd moeten worden.

a Welke elementen uit de tekst vind je op de afbeelding terug?

b Waarom zijn de uitspraken van de ‘Pythia’ zo vaag en dubbelzinnig?

Welke goden zie je op de afbeeldingen? Je herkent elke god aan het attribuut, dat verwijst naar zijn of haar macht.

1 Zeus, de oppergod en dus heerser van hemel en aarde 2 Poseidon, de zeegod 3 Pallas Athene, de godin van de wijsheid 4 Ap ollo, de god van het licht en de muziek

Reliëf op de basis van de zogenaamde Decennaliazuil op het Forum Romanum in Rome, opgericht in 303

BRON 3 De Olympische goden
BRON 4 Een offer voor de god Mars

BRON 5 Cato over het volbrengen van een offer

Vader Mars, ik smeek je en vraag je welwillend en genadig te zijn tegenover mij en mijn familie en huishouden. Daarvoor heb ik dus bevolen deze suovetaurilia rond mijn velden, mijn land en mijn boerderij te leiden, opdat jij ziektes, zichtbaar en onzichtbaar, voedselschaarste en verwoestingen, rampen en guur weer zou afwenden, terugdringen en verdrijven en opdat jij de mogelijkheid zou geven aan de veldvruchten, het graan, de wijnranken en de jonge gewassen om te groeien en van goede kwaliteit te worden, opdat jij mijn herders en kuddes in veiligheid zou houden en opdat jij gezondheid en kracht zou geven aan mij, mijn familie en mijn huishouden. Met deze bedoeling moeten mijn boerderij, land en velden gezuiverd worden en zoals ik al gezegd heb: wees vereerd met dit offer van deze nog moedermelkzuigende suovetaurilia.

Uit: Cato, De agri cultura, 141

De Romein Cato (234-149 v.C.) beschrijft in zijn werk ‘Over het landelijke leven’ het volbrengen van een suovetaurilia-offer.

a Voor welke godheid wordt hier een processie gehouden?

b Welke dieren zijn de ‘suovetaurilia’?

c Wat is er speciaal aan die dieren?

d Wat is de bedoeling van het offer?

BRON 6 De vestaalse maagden

In Rome staan de vestaalse maagden in dienst van Vesta, de godin van het haardvuur.

Zij wordt vereerd in een cirkelvormige tempel op het Forum Romanum. De tempel bevat geen godenbeeld, maar een haardvuur dat altijd brandend moet worden gehouden. Dat gebeurt door zes vestaalse maagden, die op jonge leeftijd worden gekozen. Zij leggen een gelofte van kuisheid af: gedurende dertig jaar moeten zij maagd blijven. Bij overtredingen (doven van het vuur, seksuele contacten met mannen) wachten hen zware straffen.

Beeld van vestaalse maagd, gevonden bij opgravingen op het Forum Romanum in Rome

@VANIN

BRON 7 Straffen voor de vestaalse maagden

Als straf voor het merendeel van hun vergrijpen krijgen de maagden slaag, waarbij de opperpriester de schuldige soms op het naakte lichaam straft, achter een gordijn op een donkere plaats; maar zij die haar kuisheidsgelofte schendt, wordt levend begraven bij de Collijnse Poort (…) Daar legt men een onderaardse kamer aan, niet groot, met een trap die van boven naar beneden leidt. Er staat een opgemaakt bed in, een brandende lamp en kleine hoeveelheden van de voor het leven noodzakelijke dingen, zoals brood, water in een kan, melk, olijfolie, alsof de Romeinen zich daarmee zouden reinigen van de schuld door honger een leven te vernietigen dat aan de hoogste eredienst was gewijd … Zodra de vrouw beneden is, wordt de trap weggehaald en de toegang tot het vertrek onder een hoop aarde bedolven, die hem aan het oog onttrekt, zodat de plaats even hoog is als de rest van de wal. Zo worden dus diegenen gestraft die hun heilige gelofte van kuisheid breken.

Uit: Ploutarchos, Parallelle levens, Numa Pompilius, 10

a Wat is een belangrijke taak van de vestaalse maagden?

b Wat gebeurt er met een vestaalse maagd die haar gelofte van kuisheid breekt?

De Mithrascultus in het Romeinse Rijk is waarschijnlijk ontstaan in Rome tijdens de 1e eeuw en van daaruit verspreid over het hele rijk. Tot het einde van de 4e eeuw is de cultus heel populair bij soldaten, handelaars en ambtenaren. De aanhangers worden in verschillende stappen ingewijd en zijn geheimhouding verplicht. Ze komen samen in ondergrondse gebouwen waarbij het plafond het hemelgewelf voorstelt, versierd met planeten, de zon, maan en sterren. Een veelvoorkomend beeldhouwwerk stelt de god Mithras voor die de hemelstier doodt en zo aan de wereld vruchtbaarheid verzekert.

a Beschrijf met je eigen woorden de centrale afbeelding.

b Waarom is een Mithraeum ingericht als een grot?

BRON 8 De Mithrascultus

staatsgodsdienst: de enige toegelaten of officiële godsdienst in een bepaalde staat, bv. het Romeinse Rijk

1Het christendom

Het christendom ontstaat in de 1e eeuw. Het nieuwe geloof groeit van een kleine beweging in enkele eeuwen uit tot de staatsgodsdienst van het Romeinse Rijk. Wie ligt aan de basis van die nieuwe godsdienst? Hoe heeft het christendom zich verspreid? Hoe wordt het christelijke geloof de staatsgodsdienst? Is de christelijke godsdienst van de eerste eeuwen dezelfde als die van vandaag?

Jezus van Nazareth

BRON 1-2 De jood Jezus is waarschijnlijk geboren rond 7 à 4 v.C. in Palestina, een uithoek van het Romeinse Rijk. Hij brengt zijn kinder- en jeugdjaren door in Nazareth in Galilea. Op volwassen leeftijd begint Jezus als rondtrekkende prediker de komst van het ‘Rijk van God’ te verkondigen. Hij verzamelt daarbij volgelingen (‘leerlingen’) om zich heen. Rond het jaar 30 trekt hij naar Jeruzalem voor het joodse paasfeest en wekt opschudding in de tempel. Na een laatste maaltijd met zijn leerlingen wordt hij gevangengenomen. Jezus wordt terechtgesteld op bevel van de Romeinse landvoogd Pontius Pilatus. Na zijn dood beginnen zijn leerlingen te verkondigen dat Jezus uit de dood is opgestaan.

2

De eerste christenen worden soms vervolgd

BRON 1-2-3-4-5 De eerste leerlingen zijn joden. De apostel Paulus wil het jonge christendom ook buiten het jodendom verspreiden. Na de verwoesting van de joodse tempel in Jeruzalem (70) en de Romeinse onderdrukking van de joodse opstand, groeien joden en christenen definitief uit elkaar. De jonge kerk richt zich meer en meer naar de niet-joodse, vooral hellenistische wereld. In korte tijd heeft het christendom zich in het Romeinse Rijk en zelfs daarbuiten verspreid: eerst in de steden, later ook op het platteland. Rond het jaar 100 zijn er al vrij grote

christelijke gemeenschappen in Palestina, Klein-Azië, Griekenland, Rome en Egypte. Het christendom blijft echter een kleine godsdienst.

In de 3e eeuw is er een snelle uitbreiding van christelijke gemeenschappen. De eerste christenen profiteren van de grootte en de organisatie van het Romeinse Rijk: zij maken gebruik van de drukbevaren handelsroutes en van het uitgebreide Romeinse wegennet. Men weet weinig over de eerste kerkgemeenschappen en hun leden. Het christendom is dan zeker geen godsdienst meer van alleen maar slaven en gewone mensen.

De Romeinen zijn verdraagzaam voor bijna alle godsdiensten (zie les 31). Aanvankelijk is het christendom slechts een van de vele godsdiensten in het Romeinse Rijk. In de 1e en de 2e eeuw zijn er geen grote georganiseerde christenvervolgingen. Af en toe gaat men op bepaalde plaatsen christenen vervolgen. De eerste bekende vervolging heeft in 64 onder keizer Nero plaats. Dat gebeurt na een hevige stadsbrand. Systematische vervolgingen vinden wel plaats vanaf het midden van de 3e eeuw. Het christendom wordt dan als een bedreiging voor het rijk gezien.

3

Het christendom als de Romeinse staatsgodsdienst

BRON 6-7 Keizer Constantijn beëindigt de vervolging van de christenen. In het Edict van Milaan (313) schenkt hij iedereen (de christenen inbegrepen) de

HET VROEGE CHRISTENDOM

vrijheid om de godsdienst te volgen die men zelf wil. Constantijn blijft als ‘pontifex maximus’ het hoofd van de oude Romeinse eredienst. Hij toont zich heel vrijgevig tegenover de christelijke gemeenschap. Het christendom wordt de bevoorrechte godsdienst. De andere godsdiensten krijgen het steeds moeilijker. Tijdens de regering van keizer Theodosius (einde 4e eeuw) wordt het christendom de enige toegelaten godsdienst, een staatsgodsdienst. Zo verbiedt de keizer om nog te offeren aan de oude goden. Wie dat wel doet, wordt streng gestraft. Het christendom is de staatsgodsdienst geworden.

4

Een nieuwe leer krijgt vorm

Wat het christelijke geloof inhoudt, ligt bij het ontstaan nog niet helemaal vast. Er bestaan vanaf het begin talrijke stromingen en opvattingen over Jezus. De eerste discussie gaat over de vraag of christenen

de voor schriften van de jo odse godsdienst moeten blijven volgen. Latere discussies gaan bijvoorbeeld over de vraag wat Jezus nu precies met God te maken heeft: is hij gewoon een mens zoals iedereen of is hij meer? Tijdens de 4e en de 5e eeuw zijn er belangrijke concilies die de christelijke leer proberen te omschrijven.

De nieuwe beweging staat zonder onderscheid open voor iedereen en verkondigt een ‘goede boodschap’ (evangelie), die aanslaat. In de vroege Kerk wordt een grote nadruk gelegd op de onderlinge liefde en de zorg voor armen, weduwen en wezen. De wekelijkse eucharistie op zondag neemt een centrale plaats in het leven van de gelovigen in.

Het christendom is een godsdienst van het Woord. In de eerste eeuwen is er lang discussie welke geschriften richtinggevend zijn voor het christelijke geloof. De lijst van de boeken van het Nieuwe Testament wordt pas definitief vastgelegd in de 4e eeuw.

KENNEN KUNNEN

1 het ontstaan van het christendom en de rol van Jezus uitleggen

2 de verspreiding van het christendom in het Romeinse Rijk situeren en uitleggen

3 drie fasen in de christenvervolging opsommen en verklaren

4 de godsdienstpolitiek van Constantijn en Theodosius uitleggen en in de tijd situeren

5 de verschillende stromingen en opvattingen over Jezus uitleggen

@VANIN

1 de verspreiding van het christendom op een kaart aanduiden

2 informatie uit geschreven en visuele bronnen afleiden

3 aan de hand van een observatieschema een materiële bron beschrijven

Inspanningen van mensen, schenkingen door de keizer, zoenoffers aan de goden: niets kon de schande uitwissen, niets het geloof wegnemen dat de brand aangestoken was. Om een eind te maken aan de geruchten wees Nero schuldigen aan, die hij op speciale manieren strafte. Het ging om mensen die bij het volk gehaat waren om hun schanddaden en ‘christenen’ werden genoemd. Ze heetten naar Christus, die onder het bewind van Tiberius door landvoogd Pontius Pilatus ter dood was gebracht. Daardoor was het verderfelijke bijgeloof tijdelijk onderdrukt. Toch stak het later de kop weer op, niet alleen in Judea, bakermat van dat kwaad, maar zelfs in Rome, de stad waar alle gruwelen en kwalijke praktijken van de wereld terechtkomen en worden uitgeleefd.

Uit: Tacitus, Annalen XV, 44

De Romeinse geschiedschrijver Tacitus (ca. 56-117) beschrijft in zijn ‘Annalen’ (109) de geschiedenis van zijn tijd. Het fragment is een van de vroegste niet-christelijke verwijzingen naar Jezus. Er is wel discussie of de tekst oorspronkelijk van Tacitus is.

a Wie stelt keizer Nero verantwoordelijk voor de brand van Rome?

b Welke informatie geeft de tekst over de oorsprong van het christendom?

BRON 1 De brand van Rome (64)

BRON 2 De verspreiding van het christendom

Beschrijf aan de hand van de kaart de verspreiding van het christendom.

BRON 3 Grafschrift voor Licinia Anima

@VANIN

Gedenksteen in marmer, 2e-3e eeuw, breedte 33,5 cm, hoogte 30,3 cm, Vaticaanse Musea, Vaticaanstad

Symbolen kunnen op verschillende manieren uitgelegd worden. Daarom heeft men een kader nodig om ze te begrijpen. De eerste christelijke symbolen waren alleen voor ‘insiders’ verstaanbaar. Het Griekse woordje ‘ichthus’ betekent vis.

Om te begrijpen wat de vis betekende, moest men weten dat hij dienstdeed als een weergave van de letters ΙΧΘΥΣ , de afkorting van Iêsous Xristos Theou (h)Uois Sôtêr (= Jezus Christus, Zoon van God, redder).

Waarom gebruiken de eerste christenen de vis als symbool?

BRON 4 Alexamenos aanbidt zijn God

Hoogte 38 cm, breedte 33,5 cm, Antiquarium Palatino, Rome

De titel slaat op de Griekse tekst van dit graffito. Het werd aangetroffen op een muur van het paedagogium of de pageschool van het keizerlijke paleis op de Palatijn in Rome. Een jonge figuur vereert een gekruisigde met ezelskop. Er zijn geen soortgelijke afbeeldingen bekend uit deze tijd.

a Waarom is het moeilijk om de juiste betekenis van het graffito te kennen?

b Waaruit kun je afleiden dat het hier om een spotprent gaat?

BRON 5 De dood van bisschop Cyprianus (258)

Toen hij voor hem stond, zei de proconsul tot bisschop Cyprianus: ‘Jij bent Tascius Cyprianus?’ De bisschop antwoordde: ‘Ja, ik ben het.’ De proconsul Galerius Maximus zei: ‘Weet je dat jij je voorgesteld hebt als hoofd van een heiligschennend geloof?’ Bisschop Cyprianus antwoordde: ‘Ik ben het.’ Galerius Maximus zei: ‘De allerheiligste keizers bevelen u te offeren.’ De bisschop antwoordde: ‘Dat doe ik niet.’ De proconsul Galerius Maximus zei: ‘Denk goed na.’ Bisschop Cyprianus zei: ‘Doe wat jij als bevel gekregen hebt. In zo’n rechtvaardige zaak valt er niet na te denken.’

Na beraadslaging (…) sprak Galerius Maximus, (…), dit vonnis uit: ‘Jij hebt lange tijd als heiligschenner geleefd en je hebt heel velen in uw misdadig geloof bijeengebracht, en je hebt je tot vijand van de Romeinse goden en van hun heilige riten gemaakt. (...) Daarom zul je (…) zelf tot voorbeeld dienen van diegenen die jij deelgenoten gemaakt hebt van uw misdadige acties.’ (…) Na het uitspreken van die woorden las hij luid het volgende decreet af van een bordje: ‘Ik geef bevel dat Tascius Cyprianus gestraft wordt met onthoofding.’

Uit: Acta Sancti Cypriani, hoofdstuk 3

In de Acta Sancti Cypriani (handelingen van de heilige Cyprianus) worden twee processen tegen Cyprianus beschreven. In hoofdstuk 2-4 wordt het tweede proces beschreven, dat plaatsvindt op 14 september 258 in de omgeving van Carthago en onder leiding staat van de proconsul Galerius Maximus. Het vonnis wordt direct uitgevoerd na het proces.

a Waar vindt het proces plaats? In welk werelddeel ligt die plaats?

b In welk verband heb je nog van die plaats gehoord?

c Welke functie heeft Cyprianus?

d Wat is de aanklacht tegen hem?

e Wat is het vonnis?

BRON 6 Het Edict van Milaan (313)

In februari-maart 313 ontmoeten de keizers Constantijn (Westen) en Licinius (Oosten) elkaar in Milaan. Zij komen overeen om in brieven aan hun provinciegouverneurs hun godsdienstpolitiek te verduidelijken. Die overeenkomst wordt later het ‘Edict van Milaan’ genoemd. ‘… dat wij de christenen en alle anderen de vrije macht geven een godsdienst te volgen, welke men ook wil, zodat, welke godheid er dan ook in de hemelse zetel is, hij tegenover ons en allen die onder ons gezag geplaatst zijn, welwillend en gunstig gestemd kan zijn.’

Beeld van keizer Constantijn, brons, 177 cm, Capitolijns Museum, Rome

BRON 7 Sarcofaag van Junius Bassus

@VANIN

a Tussen wie wordt een overeenkomst gemaakt?

b Wat verkrijgen alle mensen in deze overeenkomst?

c Wat wordt van de godheid verwacht?

Sarcofaag, marmer, 4e eeuw (na 359), lengte 234 cm, hoogte 142 cm, Museum van de Sint-Pietersbasiliek, Vaticaanstad

a Wat is een sarcofaag?

b Beschrijf de sarcofaag met je eigen woorden.

c Waar op de sarcofaag staan de volgende christelijke verhalen of figuren afgebeeld: Jezus tussen Petrus en Paulus – de intocht in Jeruzalem – Adam en Eva?

Onderzoek 3: het visioen van Constantijn

In de vorige les heb je geleerd dat keizer Constantijn met het Edict van Milaan (313) een einde maakt aan de vervolging van de christenen. Het christendom wordt zelfs de bevoorrechte godsdienst in het Romeinse Rijk. De Romeinse bisschop en geschiedschrijver Eusebius van Caesarea is de auteur van ‘Het leven van Constantijn’ (339). Daarin beschrijft hij de Slag bij de Milvische Brug tussen Constantijn en zijn tegenstander Maxentius in 312. Constantijn zou voor de veldslag een visioen gehad hebben waarin de (Griekse) tekst ‘in dit teken zul jij overwinnen’ voorkwam. Na die verschijning zou hij een droom gehad hebben waarin Christus zei dat hij dat teken tegen zijn vijanden moest gebruiken. Constantijn liet daarop een kruisteken met de woorden ‘in dit teken zul jij overwinnen’ aanbrengen op de schilden van zijn soldaten en versloeg zijn concurrent. Tot zover het verhaal van Eusebius. Wat is het visioen van Constantijn? Wat kunnen wij daarvan geloven? Zijn die verhalen zomaar verzonnen?

KLASSIEKE OUDHEID KEIZER CONSTANTIJN

visioen: beeld dat je op bovennatuurlijke wijze waarneemt en dat een boodschap of voorspelling bevat, vaak van goden of heiligen

Edict van Milaan

Slag bij de Milvische Brug

keizer van het West-Romeinse Rijk

OPDRACHTEN

1 Bronnen indelen

a Welke bron stamt uit de hedendaagse tijd?

keizer van het hele Romeinse Rijk

b Welke bronnen zijn ongeschreven, primaire bronnen over Constantijn?

c Welke drie bronnen vermelden dat keizer Constantijn een visioen had?

2 Analyseer die drie bronnen aan de hand van de volgende vragen.

a Wie maakte de bron?

b Waar en wanneer is de bron gemaakt?

c Wat was de bedoeling van de schrijver?

d Wat is het visioen van Constantijn?

e Is het een betrouwbare bron over het visioen van Constantijn? Leg uit met één argument.

3 Bronnen vergelijken

a Vergelijk bron 6 en 7. Wat valt je op?

b Vergelijk bron 9 en 10. Over welk teken heeft Lactantius het? Wat stelt het voor?

c Welke tegenstrijdigheid merk je op tussen bron 5 en 9?

d Bestudeer bron 3. Is het mogelijk dat Constantijn toch ‘iets’ heeft gezien en wat zou dat geweest kunnen zijn?

4 De context

a Waarom is de Slag bij de Milvische Brug politiek heel belangrijk geweest?

b Waarom is het ook op religieus vlak een belangrijke periode?

c Welke godsdienst wordt door Constantijn bevoordeeld?

d Keert Constantijn de Romeinse goden helemaal de rug toe? Bewijs met een voorbeeld.

5 Synthese

a Zijn deze uitspraken juist of fout?

1 We zijn heel zeker wat het visioen van Constantijn precies was.

2 Al in de 4e eeuw is er een evolutie over wat het visioen was.

3 Het beeld dat we van het verleden hebben, kan veranderen als we nieuwe bronnen vinden.

b Geef een beknopt antwoord op de drie historische vragen van dit onderzoek.

Besluit

Constantijn wordt na de Slag bij de Milvische Brug de enige keizer in het West-Romeinse Rijk en een jaar later maakt hij met het Edict van Milaan een einde aan de vervolging van de christenen. De verhalen over een goddelijk visioen versterken zijn macht en ondersteunen de verschuiving in zijn beleid ten voordele van het christendom.

@VANIN

De basilica in Trier, gebouwd rond 310, is de grootst bewaard gebleven overdekte ruimte uit de hele Romeinse oudheid, groter dan het Pantheon in Rome.

Constantijn is in het jaar 310 aanwezig in Trier. De stad is dan de hoofdstad van het westelijk deel van het Romeinse Rijk. Binnenkort worden de vijfjaarlijkse feesten en de stichting van de stad gevierd. Een redenaar krijgt de opdracht een toespraak te schrijven. Het is de bedoeling om Constantijn in de bloemetjes te zetten. Waarschijnlijk vond die plaats in de basilica die Constantijn liet bouwen. Ze deed dienst als ontvangstzaal van het keizerlijk paleis. In de toespraak (zie bron 2) komt een merkwaardig stukje voor over het bezoek van Constantijn aan een Romeinse tempel.

BRON 2 Keizer Constantijn wordt in de bloemetjes gezet

U was afgebogen naar de mooiste tempel op aarde, of neen: naar de werkelijke aanwezige Godheid, zoals u hebt gezien. Want ja, u hebt gezien, geloof ik, hooggeachte Constantijn, hoe uw Apollo onder begeleiding van Victoria u lauwerkransen presenteerde, stuk voor stuk voortekens van dertig jaren … Maar wat zeg ik ‘geloof ik’? U hebt gezien, u hebt uzelf herkend in de gedaante van hem aan wie (…) het koningschap over de gehele wereld toekomt (…) Met recht hebt u dus die hoogverheven heiligdommen geëerd met omvangrijke schenkingen

Uit: Onbekende auteur, feesttoespraak uit 310, in: J. lendering en V. Hunink, Het visioen van Constantijn. Een gebeurtenis die de wereld veranderde, 2018

BRON 1 De basilica in Trier

Mensen uit de 21e eeuw vinden het verhaal nogal onwaarschijnlijk, jullie ook wellicht: goden die verschijnen en lauwerkransen aan iemand aanbieden, dat kan toch niet. In bron 7 wordt vermeld dat Constantijn in een visioen licht zag in de vorm van een kruis. Is dat allemaal verzonnen of is het mogelijk dat Constantijn toch iets heeft ‘gezien’, en wat dan? Vandaag kijken mensen met andere ogen naar de natuur en natuurverschijnselen dan hun voorouders. De Romeinen zagen in natuurverschijnselen soms de goden aan het werk. Sommige historici denken dat Constantijn misschien een halo heeft gezien.

4 De Milvische Brug

@VANIN

Een halo is een natuurverschijnsel dat ontstaat door de lichtinval in hoge wolken die ijskristallen bevatten. Zo ontstaat een verspreid lichteffect rond een duidelijke lichtbron zoals de zon. Een halo kan verschillende vormen aannemen, zoals een lichtkrans rond de zon, maar ook een lichtkrans met stralen.

Op iDiddit staat een sp ectaculair voorbeeld van een halo.

De Milvische Brug (Pons Milvius) is de naam van de brug ten noorden van Rome (5 km van het Forum) op het punt waar in de oudheid de Via Flaminia de Tiber overstak. Ze was de belangrijkste toegangsweg tot Rome vanuit het noorden en dus dikwijls het toneel van oorlogsgeweld. Het bekendst is de Slag bij de Milvische Brug, waarbij keizer Constantijn in 312 zijn tegenstander Maxentius de beslissende nederlaag toebracht. De brug werd grotendeels herbouwd in 1850, maar in de zuidelijke bogen van de huidige Ponte Milvio zijn nog resten van de Romeinse brug aanwezig.

BRON 3 Hallo, een halo?
BRON

Slag bij de Milvische Brug (312) op de boog van Constantijn (fragment) in Rome, gebouwd tussen 312 en 315, ter herinnering aan de overwinning van Constantijn op Maxentius

Maxentius is de zoon van keizer Maximianus, die regeert over het West-Romeinse Rijk van 286 tot 305. In 306 wordt Constantijn door het leger verkozen tot nieuwe keizer. Maxentius gaat niet akkoord en roept zichzelf uit tot keizer van het West-Romeinse Rijk. In 312 maakt Constantijn definitief komaf met deze ‘tegenkeizer’ in de Slag bij de Milvische Brug. Tijdens die slag verdrinkt Maxentius in de Tiber.

In het volste vertrouwen op de bijstand van God valt de keizer aan. Constantijn versloeg moeiteloos en totaal het eerste, tweede en derde leger van de tiran, waarna hij oprukt door een groot deel van Italië, hij was al bijna in Rome.

Uit: Eusebius van Caesarea, Kerkgeschiedenis, 315, in: J. Lendering en V. Hunink, Het visioen van Constantijn. Een gebeurtenis die de wereld veranderde, 2018

Eusebius van Caesarea (ca. 260-ca. 340) is een christelijke geleerde uit de oudheid. Hij wordt in 313 bisschop en is een tijd raadsman van keizer Constantijn. Hij is bekend als auteur van diverse historische werken en verzamelt daarvoor vaak bronnen. In 315 verschijnt een deel van zijn ‘Kerkgeschiedenis’. Daarin beschrijft hij ook de Slag bij de Milvische Brug, zonder iets te zeggen over een visioen.

BRON 7 De Slag bij de Milvische Brug volgens Eusebius in 339

Rond twaalf uur ’s middags, even over de helft van de dag, zag Constantijn met eigen ogen aan de hemel boven de zon een zegeteken van licht. Het had de vorm van een kruis met daaronder de woorden: ‘overwin hierdoor’.

Uit: Eusebius van Caesarea, Kerkgeschiedenis, 315, in: J. Lendering en V. Hunink, Het visioen van Constantijn. Een gebeurtenis die de wereld veranderde, 2018

Naast een kerkgeschiedenis schrijft Eusebius in 339 een boek over het leven van Constantijn. Het werd samengesteld na de dood van de keizer. Door zijn stijl is het meer een eerbetoon aan de keizer dan een historisch werk.

BRON 5 De Slag bij de Milvische Brug
BRON 6 De Slag bij de Milvische Brug volgens Eusebius in 315

8 Lactantius

Portret van Lactantius op een muurschildering uit de 4e eeuw

10 Chirho is niet hetzelfde als ‘de chiro’

Wat stelde de ‘gekantelde X met omgebogen bovenkant’ voor?

In de streek waar Constantijns familie vandaan kwam, kwamen weergaven van de zon in de vorm van vereenvoudigde sterren voor, zoals een vierpuntige ster in een cirkel of soms met een schacht waaraan een maansikkel was vastgemaakt. Die sterren stelden de zonnegod voor. Het gebruikte teken was beter bekend uit de Romeinse verering van de zon dan uit het christendom. Bovendien laat Constantijn zeker vanaf 310 de zonnegod Apollo op zijn munten afbeelden.

BRON 9 Lactantius over de Slag bij de Milvische Brug

Constantijn kreeg in zijn slaap een aanwijzing; hij moest het hemelse teken van God laten aanbrengen op de schilden en aldus slag leveren. Hij doet zoals hem is opgedragen: hij laat een gekantelde X met omgebogen bovenkant aanbrengen en verbeeldt zo Christus op de schilden. Gewapend met dat teken grijpt het leger de zwaarden.

Uit: Lactantius, De dood van de vervolgers, 313, geciteerd in: J. Lendering en V. Hunink, Het visioen van Constantijn. Een gebeurtenis die de wereld veranderde, 2018

Lactantius is een vroegchristelijk schrijver en adviseur van keizer Constantijn. Hij publiceert in 313 ‘De dood van de vervolgers’. Hij wil met dat boek aantonen dat God de vervolgers van de christenen vernietigt en tegelijkertijd Constantijn, die net het Edict van Milaan heeft uitgevaardigd, ondersteunt. Lactantius is niet geïnteresseerd in de correcte weergave van historische feiten. Maar soms vermeldt hij er wel, zoals blijkt uit zijn beschrijving van de Slag bij de Milvische Brug.

chirho:

Naar: J. Lendering en V. Hunink, Het visioen van Constantijn. Een gebeurtenis die de wereld veranderde, 2018 B

eerste twee letters van het Griekse woord ‘Christus’: X (chi) en P (rho)

@VANIN

Munt van Constantijn uit ca. 337 met voorstelling van de wapenstandaard en bovenaan het chirho -teken

KUNNEN

1 bronnen situeren in de tijd

2 bronnen indelen naar soort

3 informatie uit bronnen halen

4 bronnen met elkaar vergelijken

5 bronnen beoordelen op betrouwbaarheid en bruikbaarheid

BRON
BRON

OVERZICHT De godsdienst in de klassieke oudheid

POLYTHEÏSME

GRIEKEN

beschermgoden voor poleis

Zeus

Olympische goden + halfgoden mythen (verklaringen) voorspellingen: orakels + waarzeggers priesters = burgers of ambtenaren

spelen ter ere van goden

OLYMPISCHE SPELEN (zie les 7)

ROMEINEN

beschermgoden

Jupiter

verdraagzaam voor de meeste vreemde godsdiensten

keizer

goddelijke eigenschappen

2e eeuw: god

JODEN

MONOTHEÏSME

Jezus van Nazareth

ROMEINSE RIJK

verspreiding + groei van het christendom

vervolging

CHRISTENEN

veel discussies over inhoud godsdienst

godsdienstvrijheid (313) staatsgodsdienst (einde 4e eeuw)

FWetenschap en techniek in de klassieke oudheid

Vanaf de moderne tijd kennen de wetenschap en de techniek een enorme bloei. Wetenschappers bestuderen het leven, gaan op zoek naar nieuwe medicijnen, proberen aardbevingen te voorspellen … Dankzij nieuwe technieken bouwt men reusachtige bouwwerken. Op technologisch en wetenschappelijk vlak lijkt het alsof de westerse mens een voorsprong heeft op andere samenlevingen uit het heden en het verleden. Hij kijkt dan ook verbaasd naar technische hoogstandjes of wetenschappelijke theorieën uit dat verleden.

PREHISTORIE

OUDE NABIJE OOSTEN

HERHALINGSOEFENING

In dit onderdeel bestudeer je de technische en wetenschappelijke kennis uit de klassieke oudheid. Hieronder vind je een oefening over soortgelijke leerstof van het eerste jaar.

1 De materiaaltijden in het Nabije Oosten

a In welke materiaaltijd horen de Perzische oorlogen thuis?

b De stichters van Rome gebruiken brons. Welk materiaal gebruikt men op dat moment in het Nabije Oosten?

BRON
STEEN KOPER BRONS IJZER

KLASSIEKE OUDHEID MIDDELEEUWEN

BRON 2 Mogelijke bouwwijze van een piramide

Leg met je eigen woorden uit hoe men de steenblokken verplaatst.

@VANIN

HEDENDAAGSE TIJD

MODERNE TIJD

VROEGMODERNE TIJD ±800v.C. ±500 ±1450 ±1750 1945

BRON 3 De uitvinding van het wiel in Soemerië, omstreeks 3500 v.C.

a Raadpleeg bron 1. In welke materiaaltijd heeft deze uitvinding plaats?

b Uit hoeveel stukken bestaat het eerste wiel?

1

Wetenschap en filosofie

De wetenschappelijke kennis is sinds een paar eeuwen met grote sprongen vooruitgegaan. Hoe groot is de wetenschappelijke kennis van de Grieken en de Romeinen? Welke zijn de meest ontwikkelde wetenschappen? Hoe verklaren ze natuurverschijnselen en de beweging van de hemellichamen? Hoever staat de geneeskunde?

Een kalender opstellen

BRON 1-2-5 Een goede kalender is belangrijk voor de landbouwers. Zij willen immers weten wanneer ze moeten zaaien. Om een kalender op te stellen, zijn ze aangewezen op de hemellichamen: de zon, de maan en de sterren. Daarom is de astronomie of sterrenkunde een belangrijke wetenschap. De Romeinen ontwikkelen een kalender die grotendeels tot op vandaag wordt gebruikt. Oorspronkelijk gaan ze uit van twaalf maanden van 29 of 30 dagen. Een jaar komt daardoor een aantal dagen tekort, want de aarde draait in iets meer dan 365 dagen rond de zon. Hun kalender klopt dus niet! Na verloop van tijd beginnen de seizoenen op een ander moment. De landbouwers vinden dat natuurlijk niet echt handig. De Romeinen proberen dat probleem op te lossen door af en toe een extra maand toe te voegen. Julius Caesar verandert het systeem met de hulp van een Egyptische astronoom. Om de vier jaar voegt hij een dag toe aan de laatste maand van het jaar. (In zijn tijd is dat nog februari.)

De namen van de maanden en dagen zijn van Romeinse oorsprong. In onze taal gebruikt men voor de namen van een aantal dagen wel de namen van Germaanse in plaats van Romeinse goden.

2

Wiskunde is meetkunde

BRON 4 In de eerste plaats is wiskunde voor de Grieken zuiver praktijkgericht: hoe moet je iets berekenen of meten? Daarnaast zien ze het ook als een middel om het verstand te oefenen. Ze proberen regels, wetten en formules op te stellen. Pythagoras (6e eeuw v.C.) sticht een eigen school en zijn leerlingen houden zich enkel bezig met wiskundige vraagstukken. Zo bewijzen ze de beroemde stelling van Pythagoras, die nog altijd vaak wordt gebruikt in bijvoorbeeld de bouwkunst.

Archimedes berekent onder andere de inhoud van een kegel, een bol en een cilinder. Meetkunde is de basis van de wiskunde in de Griekse oudheid. Erathostenes slaagt erin de omtrek van de aarde te berekenen, louter op basis van meetkundige regels. Getallen zoals wij die kennen, bestaan nog niet. Ook het begrip ‘nul’ is hen onbekend. De Romeinen en de Grieken stellen een aantal basiscijfers voor door de eerste letter van het woord dat voor het cijfer wordt gebruikt. De Grieken gebruiken ook de letters van het alfabet om cijfers voor te stellen: de eerste letter krijgt de waarde 1 enz. Kommagetallen geven ze weer als breuken. Ze definiëren het getallen pi (3,14) en phi (de gulden snede), die in de meetkunde en de bouwkunst nog altijd van groot belang zijn. In de 3e eeuw na Christus voert Diophantos symbolen in voor getallen en wiskundige vergelijkingen.

PREHISTORIE OUDE NABIJE OOSTEN
KLASSIEKE OUDHEID MIDDELEEUWEN

Filosofie en wetenschap zoeken verklaringen

BRON 3 Filosofen stellen zich onder andere vragen over het leven: Waar komen we vandaan? Wat gebeurt er na de dood? Wat is het beste politieke systeem? Oorspronkelijk betekent filosofie ‘liefde voor de wijsheid’. Sokrates, Plato en Aristoteles zijn de drie belangrijkste filosofen uit de klassieke oudheid.

De Griekse mythen geven een verklaring voor natuurverschijnselen. De Griekse filosofen en wetenschappers geloven echter dat er voor veel dingen een begrijpelijke verklaring bestaat. Ze zijn niet meer tevreden met de mythe dat de goden de wereld hebben geschapen. Dat betekent echter niet dat ze ongelovig zijn!

Empedocles meent dat alles is opgebouwd uit aarde, water, lucht en vuur. Die elementen zijn met elkaar vermengd in verschillende hoeveelheden. Democritos gaat nog een stapje verder. Hij beweert dat alles is opgebouwd uit heel kleine, ondeelbare deeltjes: de atomen. Door ze op verschillende manieren samen te brengen, ontstaan verschillende stoffen. Die denkbeelden staan heel dicht bij de inzichten van de moderne scheikunde.

De wetenschappers in de klassieke oudheid vragen zich af hoe het heelal is opgebouwd en wat de oorzaken zijn van de bewegingen van de hemellichamen. Hoe ontstaan de seizoenen en de verschillen tussen dag en nacht? De meesten geloven dat de aarde het centrum is van het heelal en dat de andere hemellichamen rond de aarde draaien. Aristarchos meent dat de zon het centrum is, dat de aarde cirkelvormig rond de zon wentelt en het heelal heel groot is.

De laatste belangrijke sterrenkundige van de klassieke oudheid is Ptolemaeus. Ook hij beweert dat de aarde centraal in het heelal staat. Bovendien gelooft hij dat de bewegingen van de planeten perfecte cirkels

vormen, ook al bewijzen zijn eigen waarnemingen dat dat niet klopt. Om toch zijn gelijk te kunnen halen, bedenkt hij een ingewikkeld mechanisme van cirkels. Hij slaagt er zelfs in om vrij nauwkeurige voorspellingen te doen. Daarom blijven zijn boeken eeuwenlang de belangrijkste sterrenkundige werken.

4Geneeskunde, meer dan bijgeloof

BRON 6-7 Hippokrates van Kos onderzoekt eerst de symptomen, stelt dan een diagnose en denkt daarna na over de behandeling. Hij gaat dus te werk zoals een moderne dokter.

Galenos van Pergamon studeert in de bibliotheek van Alexandrië in Egypte. Later werkt hij als sportarts bij de gladiatorenspelen en in soldatenziekenhuizen, voor keizer Marcus Aurelius. Hij snijdt ‘levende’ dieren open en sluit bijvoorbeeld tijdelijk zenuwbanen af om na te gaan hoe het ‘lichaam’ daarop reageert. Hij ontsmet zijn chirurgische instrumenten in vuur. De operaties verlopen zonder verdoving zoals wij dat kennen. Galenos maakt wel gebruik van alcohol en opium om de zieke te verdoven.

Voor rijke mensen met slechte of rotte tanden is er deze oplossing: tanden van doden of dieren worden met een gouden plaatje in de mond vastgezet als een soort vals gebit. Volgens Romeinse wetten is dat het enige goud dat begraven mag worden. De Romeinse chirurgen kunnen oorlellen herstellen, tatoeages verwijderen en borstverkleiningen toepassen. Romeinse artsen doorboren soms een schedel om de druk op de hersenen weg te nemen, veroorzaakt door vocht of botsplinters.

Ze voeren oogoperaties uit. Met een holle naald gaat men door de ooglens en doorprikt men de staar, een ophoping van vocht in het oog. De nog vloeibare staar wordt door de holle buis van de naald naar buiten gezogen.

KENNEN KUNNEN

1 het begrip ‘filosofie’ uitleggen

2 het nut en het belang van een goede kalender uitleggen

3 verklaren waarom Caesar schrikkeljaren invoerde

4 twee belangrijke wiskundigen uit de oudheid noemen en zeggen wat ze met wiskunde hebben gedaan

5 twee belangrijke verschillen tussen de wiskunde van de oudheid en de moderne wiskunde opsommen

6 het verschil tussen de mythen en de uitleg van filosofen en wetenschappers aantonen

7 drie filosofen en twee wetenschappers uit de klassieke oudheid opnoemen

8 drie verbazingwekkende geneeskundige prestaties uit de klassieke oudheid opnoemen

9 het belang van Hippokrates voor de geneeskunde uitleggen

1 kalenders met elkaar vergelijken

2 kennis van de klassieke oudheid vergelijken met die uit onze tijd

3 voorstellingen van het heelal herkennen

BRON 1 Voorstelling van het heelal volgens Aristarchos

3 Sokrates

BRON 2 Voorstelling van het heelal volgens Archimedes en andere Griekse en Romeinse wetenschappers

a Hoe ziet Aristarchos het heelal?

b Hoe ziet Archimedes het heelal?

c Wie van beiden heeft gelijk?

Hij verkeerde altijd in het openbaar. Van ’s morgens vroeg was hij aanwezig in de wandelgangen en gymnasia. Als de markt vol liep, was hij er, en de rest van de tijd was hij daar waar er veel volk was. Hij verkondigde zijn ideeën meestal en wie zin had, kon komen luisteren. Nooit zei of deed hij iets goddeloos of misdadigs. Hij sprak niet over de aard van de kosmos, zoals de meeste andere filosofen. Hij bracht zelf het gesprek onmiddellijk op menselijke aangelegenheden. Hij onderzocht wat vroom en wat goddeloos, wat mooi en wat schandelijk was ...

Uit: Xenophon, Memorabilia

Sokrates was in 399 v.C. tot de gifbeker veroordeeld op beschuldiging van goddeloosheid en verderf van de jeugd in Athene. Xenophon (430-354 v.C. ) beschrijft in een paar anekdotes de persoonlijkheid van deze filosoof.

a Met welke onderwerpen hield Sokrates zich bezig?

b Waarom wil hij de mensen voortdurend aan het nadenken zetten?

c Lees de contextinformatie bij de bron. Wat is er met Sokrates gebeurd?

BRON 4 Eratosthenes berekent de omtrek van de aarde

Eratosthenes weet dat op 21 juni – op het ogenblik van de zomerzonnewende – de zon in Syene (het huidige Aswan in Egypte) loodrecht boven het aardoppervlak staat en dus loodrecht in een waterput schijnt. Op datzelfde ogenblik werpt de zon in Alexandrië, zijn thuisstad, wel een schaduw af, zodat de zon daar niet recht boven het aardoppervlak staat. Omdat Eratosthenes veronderstelt dat de zon heel ver van de aarde af staat, zodat de zonnestralen als evenwijdige lichtbundels het aardoppervlak raken, kan het verschil in schaduw alleen maar verklaard worden doordat het aardoppervlak gekromd is. Eratosthenes bepaalt dat de zonnestralen een hoek van ongeveer 7,5° maken met de verticale lijn op het aardoppervlak. Op de tekening kun je zien dat hoeken a en b gelijk zijn, zodat de afstand tussen Asw an en Alexandrië gelijk is aan 7,5° van het volledige aardoppervlak (een v olledige cirkel bedraagt 360°). De afstand is dus 7,5/360 of 1/48 deel van de aardomtrek. De werkelijke afstand tussen beide steden is bovendien bekend uit de reisverslagen van rondtrekkende karavanen en bedraagt zo’n 5 000 stadia. Volgens zijn berekeningen is de omtrek van de aarde 39 960 km.

a Van welk onderdeel van de wiskunde maakt de geleerde gebruik? b Zoek zelf de juiste omtrek van de aarde bij de evenaar. Hoeveel zit de geleerde er naast?

BRON

5 Kalenders

1 jaar afwijking 1 eeuw afwijking 1 millennium afwijking

zonnejaar 365,2422 d.0 d. 36 524,22 d.0 d. 365 242,2 d.0 d.

Egyptisch 365 d. 0,2422 d.36 500 d.24 d. 365 000 d.242 d. juliaans 365,25 d.0,0078 d.36 525 d.0,78 d.365 250 d.7,8 d.

gregoriaans 365,2425 d.0,0003 d.362 425 d.0,03 d.365 242,5 d.0,3 d. d. = dagen

Omdat een zonnejaar niet gelijk is aan een exact aantal volledige dagen, zocht men naar kalendersystemen. Zo’n systeem moet ervoor zorgen dat de maanden niet verschuiven ten opzichte van de seizoenen. De meeste systemen werken met schrikkeldagen of schrikkelmaanden, waarmee ze proberen het gemiddelde kalenderjaar zo dicht mogelijk bij de lengte van een zonnejaar te brengen. De juliaanse kalender voegde elke vier jaar een schrikkeldag toe. De gregoriaanse kalender voert elke vier jaar een schrikkeldag toe, behalve in de jaartallen die deelbaar zijn door 100. Uitzondering op die laatste regel vormen de jaren die deelbaar zijn door 400 (bv. 1900 is geen schrikkeljaar, 2000 wel).

a Welke kalender is de meest nauwkeurige? Motiveer je antwoord.

b Welk verschil stel je vast tussen de juliaanse en de gregoriaanse kalender?

BRON 6 Een vals gebit

Een vals gebit werd gemaakt van tanden van dieren of overleden mensen.

BRON 7 Romeinse chirurgische instrumenten en hun moderne tegenhangers

@VANIN

a Wat kun je uit deze afbeeldingen besluiten?

b Welke instrumenten zijn de Romeinse?

BRON

haam: hoefijzervormig juk voor een trekdier

Techniek

De mens bedenkt voortdurend allerlei technieken om het werk te vergemakkelijken of lichter te maken. Over welke landbouwtechnieken beschikken de mensen tijdens de klassieke oudheid? Met welke kracht worden machines aangedreven? Welke technieken gebruiken de Romeinen bij het optrekken van hun monumentale bouwwerken? Hoe slagen ze erin honderden kilometers heirbanen aan te leggen? Hoe meet men de tijd? Hoe slagen ze erin om automaten te maken?

1

Spierkracht en watermolens in de landbouw

BRON 1-2 De rijke Grieken en Romeinen beschikken over veel slaven die het werk voor hen doen in landbouw, nijverheid en handel. Ze gaan niet meteen op zoek naar technieken om het werk te verlichten of te versnellen. Pas in de 18e eeuw nemen machines stilaan het werk van mensen over dankzij de uitvinding van de stoommachine. Nochtans doet men al in de oudheid proeven met stoom en stoommachines. De landbouwers gebruiken wel een ploeg, maar die keert de grond niet om. De kracht van trekdieren gaat verloren omdat het haam nog niet is uitgevonden. Het malen van graan is een heel zware taak die meestal door vrouwen wordt gedaan. Ze gebruiken daarvoor een vijzel. Rond 100 v.C. ontwerpen de Grieken een vijzel aangedreven door een waterrad dat in beweging wordt gebracht door een beek. De Romeinen verbeteren het door het waterrad rechtop te plaatsen. Zo ontstaat de eerste watermolen! Waarschijnlijk zijn de Grieken de uitvinders van de houten schroefpers, waarmee ze olijven en druiven persen.

2

Technieken in de bouwkunst

BRON 3 Om stenen op te hijsen, gebruiken de Romeinen een houten kraan. Slaven lopen in een houten rad dat de centrale as met het touw aandrijft.

Er zitten niet altijd grijpers aan de kraan: de stenen zelf hebben oortjes of uithollingen waaraan of waarin men touwen bevestigt om ze op te heffen. De Griekse uitvinder Archimedes bedenkt de dubbele katrol, waardoor men nog zwaardere lasten kan optillen. Waarschijnlijk worden de stenen op sleden naar de bouwplaats gebracht. Om een zuilsegment van 5 à 10 ton te verslepen, zijn ongeveer 28 mannen nodig. Sommige bronnen vermelden het gebruik van muildieren. Voor de uitvinding van het haam werden paarden zelden of nooit als trekdier voor zware lasten gebruikt.

De Romeinen slagen erin om veel grotere gebouwen te maken dan de Grieken. Dat was mogelijk omdat zij naast natuursteen ook mortel en beton als bouwmateriaal gebruiken. Daardoor kunnen ze grote koepelgewelven en daken optrekken. De Romeinen gebruiken heel veel rondbogen. Eerst maken ze een houten vorm waarop de blokken in elkaar worden gepast. Achteraf verwijderen ze de houten vorm.

De Romeinen leggen honderden kilometers wegen aan naar alle delen van hun rijk. Een heirbaan kan tot 8 meter breed zijn en ligt meestal hoger dan het omliggende gebied. Langs beide zijden van de weg graven ze greppels. Boven op de uitgegraven aarde leggen ze de fundamenten met grote stenen. Bovenaan komen dikke kiezellagen. Enkel aan de toegang van en in de steden gebruiken ze straatstenen als bovenste laag.

PREHISTORIE OUDE NABIJE OOSTEN
KLASSIEKE OUDHEID MIDDELEEUWEN

3 Het meten van de tijd

BRON 4-5

In de vorige les heb je geleerd hoe belangrijk een goede kalender is voor de landbouwers in de klassieke oudheid. Voor de tijdmeting overdag gebruikt men de zon. Het meest bekend is de zonnewijzer: als de zonnewijzer opgesteld staat, duidt de schaduw van de wijzer het moment van de dag aan. ’s Nachts gebruikt men onder andere een tijdkaars. De kaars wordt zorgvuldig gegoten zodat ze een vooraf bepaald aantal uren brandt. Op de kaars brengt men een onderverdeling in uren aan. Een waterklok of klepsydra moet je ‘opvullen’. Door een kleine opening vloeit water weg en kun je de verlopen tijd afmeten. De beroemde ingenieur Ktesibios van Alexandrië doet allerlei fantastische uitvindingen, waaronder heel precieze waterklokken. Sommige waterklokken laten op vaste tijdstippen een mechanische vogel fluiten. Ingenieurs bouwen ook mechanische wateruurwerken: een waterrad drijft de wijzerplaat aan. Op de wijzerplaat kun je niet alleen de tijd, maar ook de dag en de maand aflezen. De ‘computer’ van Antikythera is de oudste bekende programmeerbare mechanische computer.

RANDINFO

Een computer uit de klassieke oudheid?

Slimme machines

Heron van Alexandrië (10-70 n.C.) is een ingenieur en technisch genie uit Alexandrië. Als eerste beschrijft hij de werking van een stoommachine, de aelopile. In zijn stad zijn er verschillende godsdiensten die zo veel mogelijk aanhangers (en ook geld) proberen te winnen. Het is voor de tempels belangrijk om de aandacht van het publiek te trekken. Zo bedenkt Heron de ‘omenmachine’, een soort mechanisch orakel dat een metalen vogeltje laat fluiten als iemand er een vraag aan stelt. Dat gebeurt willekeurig, maar de gelovige denkt dat de machine hem echt begrijpt! Hij voorziet een tempel van deuren die automatisch opengaan als een priester een offervuur aansteekt. Het mechanisme zit verborgen onder de grond en werkt op stoomkracht. Voor het theater bedenkt hij ‘automatische’ theaters, die bestaan uit een gesloten kast met daarin houten poppen. Het toestel rijdt volledig alleen het podium op, toont bewegende poppen en wisselende achtergronden, geluidseffecten … en verlaat daarna opnieuw het podium. Het toestel werkt met gewichten, zandlopers, katrollen, touwen en pinnen. Heron kan zijn theaters herprogrammeren voor andere voorstellingen door pinnen en touwen te verplaatsen. Moderne ingenieurs staan versteld over het genie van Heron.

@VANIN

De ‘computer’ van Antikythera (ca. 87 v.C.) bestaat uit verschillende lagen gegraveerde platen en tandwielen. Het doel van het instrument was informatie te geven over de stand van de zon, de maan en de vier toen bekende planeten. Een maanwijzer gaf de maanfasen weer, een andere wijzer gaf informatie over de opkomst en de ondergang van de belangrijkste heldere sterren. Het instrument moest elke dag opnieuw worden afgesteld, want het werd niet aangedreven door een constante krachtbron. Door elke dag aan de knop te draaien, kon je de positie van de planeten en andere hemellichamen aflezen. Maar je kon het apparaat ook op een bepaalde datum instellen om zo de standen van zon, maan en planeten op een bepaald punt in de toekomst af te lezen. Net zoals bij een moderne computer zorgt het toestel voor de verwerking van de ingevoerde informatie en toont hij het eindresultaat aan de gebruiker.

KENNEN KUNNEN

1 drie manieren van aandrijving van machines uit de klassieke oudheid opnoemen

2 twee uitvindingen uit de landbouw opnoemen

3 uitleggen hoe men zware stenen verplaatst en opheft

4 uitleggen hoe Romeinse heirbanen worden aangelegd

5 drie manieren van tijdmeting noemen en uitleggen

6 drie uitvindingen van Heron noemen en uitleggen

1 de werking van een toestel aan de hand van een tekening of foto uitleggen

2 verschillen tussen de techniek in de klassieke oudheid en de hedendaagse tijd benoemen

3D-reconstructie van de computer van Antikythera

BRON 1 De graanmolen in Barbegal

BRON 2 De schroef van Archimedes

Bij deze graanmolen nabij Arles in Frankrijk werd het water vanuit les Alpilles (Provence) via een aquaduct toegevoerd.

a Wat is het doel van een graanmolen?

b Hoe worden de molens aangedreven?

c Hoeveel molens zijn hier tegelijkertijd aan het werk?

d De molens leveren gemiddeld 4,5 ton bloem per dag. In één brood zit afgerond 900 gram bloem. Van één brood kunnen ongeveer 2,5 mensen eten. Bereken hoeveel mensen dagelijks kunnen leven van 4 500 kg.

De schroef van Archimedes is een soort pomp die nu nog wordt gebruikt in bijvoorbeeld een maaidorser (om het graan over te brengen in de wagen).

Als de schroef draait, brengt ze het water of de grondstof naar boven in de cilinder, zoals een schroef die door hout draait. Archimedes heeft de schroef niet uitgevonden, maar hij schrijft erover na een bezoek aan Egypte. Daar heeft hij ze in gebruik gezien.

a Waarvoor dient de schroef van Archimedes?

b Waarom is de benaming ‘schroef van Archimedes’ niet helemaal correct?

@VANIN

a Hoe lees je de tijd af op een zonnewijzer?

a Van welk materiaal is dit toestel gemaakt?

b Waarvoor dient het?

c Met welke energie werkt het?

d Waarom kan er meer last gehesen worden dan er kracht wordt gebruikt?

b Leg de werking van een wateruurwerk uit. Raadpleeg de lestekst.

BRON 3 Een houten kraan
BRON 4 Stenen zonnewijzer
BRON 5 Een wateruurwerk

F

OVERZICHT

Wetenschap en techniek in de klassieke oudheid

TIJDMETING

kalender

landbouw (zaaitijd)

hemellichamen (zon, maan en planeten)

astronomie belangrijke wetenschap

meten van uren zonnewijzer en wateruurwerk

WISKUNDE

vooral meetkunde (Pythagoras, Eratosthenes)

FILOSOFIE + WETENSCHAP

TECHNIEK

verklaringen over het leven en natuurverschijnselen

geneeskunde

LANDBOUW BOUWKUNST

veel slaven

weinig uitvindingen

watermolen (Romeinen) pompen irrigatietechnieken

dubbele katrol

aquaduct mortel en beton rondbogen heerbanen

Romeinen

GDe Romeinen in onze gewesten

Voor de komst van de Romeinen tussen 58 en 51 v.C. leven er in onze gewesten Keltische stammen. Volgens sommige geschiedkundigen gaat het vooral om Germanen die Keltische gebruiken hebben overgenomen. In die tijd bestaat Vlaanderen of België nog niet. Onze gewesten horen bij het gebied van de Belgae. Zo noemt de Romeinse veldheer Julius Caesar het volk dat tussen de Seine en de Rijn leeft (zie les 35).

HET KONINKRIJK

mythische stichting ontstaan Rome

HERHALINGSOEFENING

Vorig schooljaar heb je de Keltische samenleving bestudeerd. Hiernaast vind je als herhaling enkele bronnen.

BRON 1 Hallstatt-periode (750-450 v.C.) en La Tène-periode (450-50 v.C.)

Onze gewesten behoren al vanaf 300 v.C. tot het Keltische gebied. Juist of fout?

HET

a Geef de drie belangrijkste groepen na het stamhoofd.

b In welke drie beroepsgroepen kun je de gewone bevolking indelen?

Waarom offert men mensen aan de goden, denk je?

BRON 2 De sociale piramide bij de Kelten
BRON 3 Een veenlijk

1Romeinen en Galliërs

De Kelten of Galliërs leven voor de Romeinse veroveringen in de prehistorie. Zij kennen nog geen echt schrift. De verovering door de Romeinen betekent voor onze streken het einde van de prehistorie. Hoe verloopt die verovering? Welke gevolgen heeft dat voor de Kelten?

OUDE NABIJE OOSTEN KLASSIEKE OUDHEID MIDDELEEUWEN

BRON 1-2-3-4 Gallië vormt geen groot land onder leiding van een koning, zoals Egypte. Verschillende stammen en groepen bewonen het gebied. Hun grondgebied heeft geen vaste grenzen. Je behoort bijvoorbeeld bij de Eburonen door ‘afstamming’, maar niet omdat je op hun grondgebied woont. Stammen trekken vaak naar een ander gebied op zoek naar betere woonplaatsen. Het gebeurt dan ook vaak dat verschillende stammen in conflict raken.

De Galliërs of Kelten zijn geen onbekenden voor de Romeinen. Er wonen Gallische stammen in het noorden van Italië en in 387 v.C. plunderen ze zelfs Rome.

De Romeinen veroveren in de 2e eeuw v.C. het Gallische gebied ten zuiden van de Alpen en een deel van Zuid-Frankrijk. De rest van Gallië kennen de Romeinen uit verhalen van handelaars en ontdekkingsreizigers. Die verhalen zijn vaak onvolledig of niet helemaal juist.

@VANIN

De Romeinse veldheer Julius Caesar zet in de 1e eeuw v.C. de verovering van Gallië voort. Het Romeinse leger is veel beter getraind en uitgerust dan dat van de Gallische stammen. Bovendien profiteert Caesar van de ruzies tussen de verschillende stammen. Een aantal Galliërs vecht zelfs aan de zijde van de Romeinen. Ze hopen zo hun tegenstanders te benadelen.

Uiteindelijk dringen de Romeinen het noordelijke deel van Gallië binnen. Daar bieden de stammen, die Caesar de ‘Belgae’ noemt, veel tegenstand. Als de veldheer denkt dat hij een gebied onder controle heeft,

komt er telkens wel weer een andere stam in opstand. Vooral de Eburonen onder leiding van Ambiorix bieden veel tegenstand. Ook andere Galliërs, aangevoerd door Vercingetorix, verzetten zich. Caesar straft hen op heel wrede wijze: hele stammen worden uitgeroeid of als slaven weggevoerd en verkocht. De overblijvende stammen onderwerpen zich en passen zich aan de Romeinse cultuur aan. Een aantal Belgae vlucht over de Rijn of naar de Britse eilanden.

2De

Romeinen in Gallië

Om Gallië onder controle te kunnen houden, worden op strategische plaatsen legerkampen opgericht. De familieleden van de Romeinse soldaten komen rond het kamp wonen, evenals handelaars en ambachtslieden. Die plaatsen groeien vaak uit tot de eerste steden van onze streken. Atuatuca Tungrorum (het huidige Tongeren) is zo een van de oudste steden van België.

Als er ergens een opstand uitbreekt, moeten de legereenheden zich snel kunnen verplaatsen. Daarom leggen de Romeinen heerwegen aan.

Ook andere Romeinen komen in de veroverde gebieden wonen. Die kolonisten krijgen een stuk grond toegewezen waarop ze een boerderij kunnen starten. Een heel bekende kolonie is Colonia Agrippina, het huidige Keulen. Sommige stammen hebben zich als bondgenoten bij de Romeinen aangesloten. De Romeinse veroveraars nodigen hen uit om zich te vestigen in de gebieden van de uitgeroeide Belgae. De Tungri en de Taxandri nemen zo bijvoorbeeld het woongebied in van de vroegere Eburonen. Atuatuca

Tungrorum is hun hoofdstad. Het Romeinse grondgebied strekt zich nu uit tot aan de Rijngrens. Ten noorden van de Rijn wonen Germaanse stammen. Waarschijnlijk zijn een aantal stammen ten zuiden van

de Rijn eveneens van Germaanse oorsprong. Vanaf de 3e eeuw steken steeds meer Germaanse stammen de Rijn over om zich in het vroegere Gallië te vestigen.

KENNEN KUNNEN

1 drie kenmerken van Gallië geven

2 de Romeinse verovering van Gallië in de tijd situeren en beschrijven

3 uitleggen hoe de Romeinen de veroverde gebieden controleren

BRON 1 De Belgae omstreeks 58 v.C.

1 op een blinde kaart het stamgebied van de Belgae aanduiden

2 historisch denken: met behulp van vragen bronnen situeren, indelen, beoordelen en vergelijken

3 werken met historische vragen bij bronnen

RANDINFO

Geef de namen van de hedendaagse landen waarin het stamgebied van de Belgae ligt. Raadpleeg eventueel de kaart van Europa vooraan in je leerboek.

BRON 2 Ploutarchos over Julius Caesar (100-44 v.C.) in Gallië

@VANIN

Deze hoodie wordt verkocht via het internet. De opdruk bestaat uit een bewerking van een citaat van Julius Caesar in het Latijn: Horum omnium fortissimi sunt Belgae (van alle mannen zijn de Belgen de dapperste).

Hij deed in leiderschap en soldatenmoed niet onder voor de grootste Romeinse generaals. Hij leverde meer slagen en doodde meer tegenstanders dan een van hen gedaan had. Want in nog geen tien jaar oorlog nam hij in Gallië achthonderd steden in en onderwierp hij driehonderd volkeren. In totaal streed hij er tegen drie miljoen tegenstanders, van wie hij er één miljoen doodde en een even groot aantal gevangennam.

Uit: Ploutarchos, Parallelle levens, Caesar, deel 15, einde 1e eeuw

De Griek Ploutarchos (46-120) is rijk en heeft gestudeerd. Hij bekleedt in Griekenland belangrijke functies. Hij verzorgt de contacten tussen Athene en Rome. Hij geraakt in de gunst van de keizers Trajanus en Hadrianus en bekleedt onder hen verschillende functies. Hij schrijft diverse biografieën van beroemde Grieken en Romeinen. Hij beschrijft hen zodanig dat ze als voorbeeld kunnen dienen voor zijn lezers. Daarbij vermeldt hij enkel die feiten die daarvoor belangrijk zijn. Hij heeft ook een voorliefde voor sensationele details.

a Heeft de auteur Caesar zelf gekend?

b Waarom moet je oppassen met wat hij over Caesar schrijft?

c Welke historische vraag kun je het best beantwoorden met deze bron?

1 Hoeveel Galliërs werden er door Caesar gedood?

2 Hoe gewelddadig verliep de Romeinse verovering van Gallië?

3 Welke gebieden veroverde Caesar?

BRON 3 Julius Caesar over zijn verovering

van Gallië

Van al deze [ Gallische] volkeren zijn de Belgae de dappersten. Dat komt omdat zij het verst verwijderd zijn van de beschaafde wereld. Ook doordat zij maar heel zelden bezoek krijgen van kooplui en er in hun land dus bijzonder weinig luxegoederen worden ingevoerd. Die goederen werken verslapping in de hand. Ten slotte doordat ze de naaste buren zijn van de Germanen die aan de overzijde van de Rijn wonen. Zij voeren voortdurend oorlog met die Germanen (…)

Over de opstand van de Belgische Aduatuci

Zo’n vierduizend man werd gedood. De rest werd opnieuw de stad in gedreven. De dag nadien braken we de poorten open, die door niemand meer bewaakt werden, en lieten onze soldaten naar binnen gaan. Caesar liet de hele stad, mensen en goederen, in één partij verkopen. Van de opkopers kreeg hij te horen om hoeveel koppen het ging: drieënvijftigduizend.

Uit: Julius Caesar, De Bello Gallico, boek I en boek II, ca. 50 v.C.

Het boek van Caesar is de eerste geschreven bron over onze gewesten. Er bestaan uit de 1e eeuw v.C. bijna geen andere geschreven bronnen over ons gebied. Het volledige werk bestaat uit acht boeken. In werkelijkheid gaat het om acht rollen papyrus of perkament. De Romeinse veldheer Julius Caesar verovert tussen 58 en 50 v.C. een groot deel van Gallië. Tijdens zijn veldtocht schrijft hij rapporten aan de senaat. Hij geeft die later zelf uit. Caesar wil met zijn successen zichzelf prijzen, zijn aanhang uitbreiden en zijn daden in Gallië goedpraten. Om zijn overwinning nog beter te doen uitkomen stelt hij zijn vroegere vijanden als heel dapper voor.

a Is dit een primaire of een secundaire bron?

b Waarom bericht de auteur over de feiten?

c Welk beeld schetst Caesar van de Belgae? Waarom zou hij dat doen?

d Welke historische vraag kan min of meer betrouwbaar beantwoord worden met de bron?

1 Wie leefde er ten tijde van Caesar in onze gewesten?

2 Hoe dapper waren de inwoners van onze gewesten ten tijde van Caesar?

3 In welke luxe leefden de inwoners van onze gewesten?

e Waarom gebruiken historici Caesar als bron voor onze gewesten, denk je?

f Welke andere bronnen zouden kunnen helpen om de zaken die Caesar beschrijft te bevestigen of te weerleggen?

g Welk feit uit bron 3 lijkt te bevestigen wat Ploutarchos in bron 2 beschrijft?

In het castellum waren hulptroepen – 1 056 man sterk – gelegerd, die van 172 tot 174 de streek moesten beschermen tegen Germaanse plunderaars. Het castellum vormt een vierkant (één zijde = 157,5 m) en telt twee grachten (4 m breed en 2 m diep).

a Beschrijf twee materialen die gebruikt zijn voor het castellum. b Welk begrip is afgeleid van het Romeinse castellum, denk je?

Ambiorix, de leider van de Eburonen, heeft een standbeeld in Tongeren. Het beeld is opgericht in de 19e eeuw. Men beschouwde de ‘Oude Belg’ als een held en een voorbeeld voor de hedendaagse Belgen. Caesar heeft Ambiorix nooit in handen gekregen. Zijn volk, de Eburonen, heeft hij echter uitgeroeid of als slaven laten wegvoeren. Veel bloedverwantschap tussen de Eburonen en de huidige Belgen of Vlamingen is er waarschijnlijk dus niet.

BRON 4 Het Romeinse castellum in Maldegem

36 De Gallo-Romeinse samenleving

Na de verovering van Gallië passen de Galliërs zich aan de Romeinse cultuur aan. Hoe verloopt die aanpassing? Wat verandert er voor de Galliërs? Wat leren de Romeinen van de Galliërs?

1

De Romeinen verdelen Gallië in provincies

BRON 1-2-3 Gallië wordt een onderdeel van het Romeinse Rijk. De Romeinen delen de veroverde gebieden in provincies in. De provincies worden verder onderverdeeld in ‘civitates’. De Romeinen gaan daarbij uit van het grondgebied van een bepaalde stam. De belangrijkste nederzetting binnen een ‘civitas’ wordt de hoofdplaats. Elke ‘civitas’ heeft een eigen bestuur, moet belastingen betalen en soldaten leveren aan het Romeinse leger. Langs de Romeinse heerwegen en langs rivieren ontstaan marktplaatsen. Daar drijven Romeinse handelaars en plattelandsbewoners handel. De boeren van het platteland verkopen er hun voedseloverschotten aan de stedelingen. Met het geld dat ze verdienen, kunnen ze luxevoorwerpen kopen, zoals versierd aardewerk. Later leren ze zelf Romeinse producten zoals geglazuurd aardewerk maken. Gallische handelaars slagen er zo in om een aardig fortuin te verwerven.

2De Gallo-Romeinse cultuur

BRON 4-5-6 In de vorige les heb je gezien dat er Romeinse steden ontstaan in het veroverde Gallië. Die steden hebben een volledig Romeins karakter. De straten zijn volgens een dambordpatroon gerangschikt. Er verschijnen typisch Romeinse

gebouwen zoals thermen, aquaducten, tempels ...

Op het platteland bouwen de Romeinse kolonisten stenen villa’s tussen de verspreide lemen boerderijen van de Galliërs.

De Romeinen proberen de overwonnen Galliërs volledig Romeins te maken om onder andere te verhinderen dat er nog opstanden zouden uitbreken. Het Latijn wordt een belangrijke taal. Moderne talen zoals het Frans ontstaan uit het Latijn. Hoe meer een woonplaats zich aanpast aan de Romeinse cultuur, hoe meer zij met allerlei voorrechten wordt beloond.

Zo is het voor een nederzetting bijvoorbeeld een hele eer als ze de titel ‘colonia’ krijgt. Nog belangrijker is dat ze dan veel minder belasting moet betalen.

De meeste Gallische goden worden met Romeinse goden gelijkgeschakeld. Maar ook nieuwe godsdiensten zoals het christendom en de Mithrascultus verspreiden zich in Gallië. De Galliërs blijven hun goden nog in de natuur vereren. Onder invloed van de Romeinen beginnen zij stenen tempels te bouwen.

De Romeinen ondergaan ook veel invloed van de Galliërs. Zo dragen de Romeinse soldaten in Gallië onder hun uniform de Gallische halflange broek. De rijke Romeinen zijn bovendien verzot op hammen en ganzen die uit Gallië worden ingevoerd. Typisch zuiderse voedingsproducten zoals druiven, peren, kolen en perziken vallen dan weer erg in de smaak bij de Galliërs.

HET KONINKRIJK DE REPUBLIEK
KEIZERRIJK

KENNEN KUNNEN

1 het begrip ‘romanisering’ uitleggen

2 de indeling van Gallië in provincies uitleggen

3 het ontstaan van handel tussen Romeinen en plattelandsbewoners beschrijven

4 vijf voorbeelden van de invloed van de Romeinen op de Galliërs opsommen en uitleggen

5 twee voorbeelden van de invloed van de Galliërs op de Romeinen opsommen

BRON 1 Onze gewesten in de Romeinse tijd

1 je eigen streek op een kaart van het Romeinse Rijk situeren

2 de evolutie in de bebouwing aan de hand van afbeeldingen uitleggen

3 kenmerken van een Romeinse stad uit een plattegrond afleiden

a Geef een synoniem voor ‘civitas’.

b Zoek je eigen streek op de kaart. Geef vervolgens de naam van een vicus uit je streek.

c ‘Zowel in de hedendaagse tijd als in de klassieke oudheid vormt “Vlaanderen” een verkeersas.’ Juist of fout?

Motiveer je antwoord.

d Het huidige Vlaanderen zou volgens sommigen weinig geromaniseerd geweest zijn. Bewijs met behulp van deze bron dat zij ongelijk hebben.

2 Plattegrond van het Romeinse Tongeren

Waaraan herken je de Romeinse stadsorganisatie?

BRON 4 Strabo over de Galliërs

Vroeger trokken de Allobrogen [een Gallische stam] met tienduizenden ten strijde, maar nu beperken zij zich tot het bewerken van de velden. Zij wonen grotendeels in dorpen, maar de belangrijksten onder hen hebben Vienne, de hoofdstad van hun volk en vroeger ook een dorp, omgebouwd tot een stad. (...) De barbaren hier zijn helemaal geen barbaren meer, maar hebben grotendeels een Romeins uiterlijk gekregen: in hun taal, hun manier van leven en zelfs in hun bestuur.

Bewerking van Strabo, Geographica, IV.1.11 en 1.12

De Griekse schrijver Strabo (ca. 60 v.C.-ca. 20 n.C.) reist veel.

Het westen van het Romeinse Rijk bezoekt hij waarschijnlijk niet. Hij raadpleegt wel heel veel boeken in bibliotheken. Zijn werk ‘Geographica’, voor het eerst verschenen in 7 v.C., is het beroemdst.

a Is dit een primaire of een secundaire bron?

b Waardoor onderscheiden de belangrijksten zich?

c Waarom zijn deze Galliërs volgens Strabo geen barbaren meer?

d Welke taal zouden zij spreken?

e Waar heeft Strabo zijn informatie over de Allobrogen gehaald, denk je? Maakt hem dat minder betrouwbaar?

BRON 3 Ontwikkeling van de bebouwing van 10 v.C. tot 70 aan de huidige Kielenstraat in Tongeren

a Is dit een historische bron of een werk?

b Wat stel je ook vast in verband met de wegen op de tekeningen?

c Welke dakbedekking hebben de verschillende types huizen?

BRON

BRON 5 Reconstructie van een Gallo-Romeinse tempel in Tabernum

Tabernum ligt aan de heerbaan van Augusta Trevorum naar Orolaunum De tempel is onder meer gewijd aan de handelsgod Mercurius. Archeologen hebben ook beelden teruggevonden van de Keltische godin Epona en de Perzische god Serapis. In de 4e eeuw vernietigden christenen w aarschijnlijk de originele tempel.

BRON 6 Mercurius

a Zoek op de kaart in bron 1 de hedendaagse namen van Augusta Trevorum en Orolaunum.

b Waaruit blijkt dat onder het Romeinse bewind vreemde godsdiensten hun intrede doen?

G

OVERZICHT De Romeinen in onze gewesten

PREHISTORIE KLASSIEKE OUDHEID MIDDELEEUWEN

TIJD

TIJD

Kelten, Germanen

BELGAE JULIUS CAESAR

geen eenheid onderlinge ruzie

noorden van Gallië

opstanden van Galliërs en Belgae

ONZE GEWESTEN

legerplaatsen

kolonies

uitroeiing + wegvoering als slaven (voorbeeld Eburonen)

ROMEINSE RIJK

veroveringen (58-51 v.C.) (ca. 51 v.C.)

steden

Tungri in plaats van Eburonen Romeinse gebouwen dambordpatroon grondgebied voor bondgenoten

heerwegen

nieuwe godsdiensten en gebruiken

Latijn

GALLO-ROMEINSE CULTUUR

HHet dagelijkse leven bij de Romeinen

In dit onderdeel bestudeer je hoe de Romeinen hun vrije tijd besteden, hoe het leven er in Rome aan toe gaat en hoe ze hun kinderen opvoeden. Allemaal zaken die je met je eigen levenswijze kunt vergelijken. Welke grote verschillen zijn er op dat vlak tussen jou en een Romein uit de klassieke oudheid?

HET KONINKRIJK

mythische stichting ontstaan Rome

Het mozaïek werd teruggevonden in Trier. De wagenmenner was waarschijnlijk een gevierd kampioen. De Romeinen houden van allerlei spelen. Wagenwedrennen zijn heel populair.

DE

BRON 1 Mozaïek van een wagenmenner
BRON 2 Het theater van Segesta, Sicilië
BRON 3 De Romeinse baden in Bath, Verenigd Koninkrijk
BRON 4 Mozaïek uit de Villa Romana del Casale, Sicilië

37 De Romeinen in hun vrije tijd

Televisie, computerspelletjes en dergelijke bestaan uiteraard nog niet bij de Romeinen. Ze brengen een deel van hun vrije tijd door in de thermen of op de spelen. Wat zijn de thermen en wat kunnen de Romeinen er doen? Wat zijn de spelen?

1

De thermen zorgen voor ontspanning, hygiëne en sociaal contact

BRON 1 In vrijwel iedere Romeinse stad zijn er zwembaden. Die badhuizen worden thermen genoemd. De thermen zien er echter helemaal anders uit dan de zwembaden in onze tijd. De Romeinen gaan er in de eerste plaats heen voor de persoonlijke hygiëne, hoewel de rijken thuis ook een bad hebben. De thermen bieden de bezoekers koude, lauwe en warme baden. Voor de verwarming van het water zorgen slaven. Zij stoken een vuur en de warme lucht wordt via buizen tot onder de vloer van de zwembaden geleid. Mannen en vrouwen baden in aparte ruimtes. Er staan ook masseurs ter beschikking.

De thermen bieden echter ook heel wat andere mogelijkheden. Buiten zijn er sportterreinen waar de bezoekers zich oefenen in schijngevechten, balspelen of atletiek. Sporten doen ze naakt, dus ook daar zijn vrouwen en mannen gescheiden. Als je dorst hebt, kun je iets gaan drinken in de ‘taberna’. Sommige badhuizen beschikken zelfs over een bibliotheek. De thermen zijn ook een plaats bij uitstek om mensen te ontmoeten.

2De spelen verdrijven de verveling en voorkomen opstanden

BRON 2-3-4-5-6 In de meeste Romeinse steden staan theaters (halve cirkel) en amfitheaters (volledige

cirkel). De Romeinen wonen er feesten, wedstrijden, toneelstukken, dierengevechten en gladiatorenspelen bij. In Rome staat nog steeds de ruïne van het beroemdste amfitheater, het Colosseum. Het biedt plaats aan 50 000 mensen. De 80 ingangen zorgen ervoor dat iedereen snel naar binnen kan. Het gebouw heeft geen dak, maar waarschijnlijk kon men het met een groot zeil overdekken.

De gevechten in de amfitheaters zijn heel bekend. Men laat veroordeelden tegen elkaar of tegen dieren vechten. Romeinen houden er ook van om zwakbewapenden te laten vechten tegen zwaarbewapenden. Die gevechten zijn extra bloederig. Veroordeelden vechten dikwijls tot de dood erop volgt. Iemand die goed gevochten heeft, kan wel genade vragen aan het publiek. De gladiatorengevechten zijn de bekendste gevechtsspektakels.

Gladiatoren zijn meestal slaven die eerst een opleiding krijgen om beter te leren vechten. In tegenstelling tot wat vele mensen nu denken, vechten gladiatoren niet totdat de verliezer dood achterblijft. Hun opleiding heeft immers heel veel geld gekost.

Een organisator van gladiatorenspelen moet een schadevergoeding betalen aan een gladiatorenbaas als een van diens strijders dood achterblijft. De kans dat een gladiator een gevecht overleeft, is 95 %. Gladiatoren die vaak winnen, kunnen hun vrijheid terugkrijgen. Ze worden ook rijkelijk beloond en geëerd als sporthelden. Daarom nemen ook vrije Romeinen deel aan de gevechten.

De rijken organiseren en betalen de spelen om bijvoorbeeld stemmen te winnen bij de verkiezingen.

Julius Caesar organiseert zo vaak spelen dat hij er zich diep voor in de schulden steekt. De spelen zorgen er ook voor dat de grote groep werkloze Romeinen zich niet vervelen. Bovendien voorkomt men zo opstanden. De wagenwedrennen zijn een ander populair tijdverdrijf. De wagenmenners rijden in wagens getrokken door vier paarden. Ze binden de teugels om hun middel, zodat ze niet uit hun handen kunnen glijden. Vaak gebeurt het echter dat ze uit hun wagen

vallen en door de paarden over de grond worden gesleept. Net zoals de gladiatoren zijn succesvolle wagenmenners heel populair en worden ze rijkelijk beloond. De grootste renbaan is het Circus Maximus in Rome, dat plaats biedt aan 250 000 mensen. De Romeinen gaan ook graag naar het theater. De acteurs zijn over het algemeen mannen. Ze dragen maskers, waardoor elke acteur verschillende rollen kan spelen.

KENNEN KUNNEN

1 de begrippen ‘thermen’, ‘Romeinse spelen’ en ‘gladiatoren’ uitleggen

2 vier functies van de thermen opsommen

3 de gevechten in het amfitheater uitleggen

4 drie kenmerken van de gladiatoren opsommen

5 drie doelen van de Romeinse spelen geven

1 uit een reconstructietekening en uit afbeeldingen informatie afleiden

@VANIN

2 sociale verschillen in de vrijetijdsbesteding van de Romeinen aantonen

a Geef drie verschillende mogelijkheden voor tijdverdrijf in de thermen.

b Wat betekent vandaag het woord ‘thermisch’? Zoek het antwoord eventueel op in een naslagwerk.

Naar welk gedeelte van de badhuizen verwijst het woord eigenlijk?

c Geef aan de hand van de reconstructie een rondleiding door de thermen.

BRON 1 Reconstructie van de thermen van keizer Caracalla (211-217)

BRON 2 Seneca over de spelen

Niets doet zoveel kwaad aan het goede karakter dan de gewoonte van te luieren bij de spelen, want daar sluipt de ondeugd listig op iemand toe. (...) Op zoek naar wat pret, geestigheid en ontspanning, woonde ik bij toeval een middagvertoning bij. Het was geen spel meer, maar een ware moordpartij. De mensen hadden geen verdedigingswapens. Ze waren blootgesteld aan slagen op alle punten en elke slag was raak. Ze hadden geen helm of schild om de slagen af te weren. Op deze mannen wacht slechts de dood ...

Bewerking van Seneca, Brief aan Lucilius, VII

De Romeinse dichter en filosoof Seneca (ca. 4 v.C.-65 n.C.) is de opvoeder van keizer Nero (54-68). Hij pleit voor mildheid en barmhartigheid.

a Waarom bezoekt Seneca de spelen? Wat leid je daaruit af in verband met het doel van de spelen? b Wat vindt Seneca van het schouwspel? Motiveer je antwoord.

BRON 4 Dierengevechten

BRON 3 Augustus over de spelen

Driemaal heb ik in mijn eigen naam gladiatorengevechten gegeven en vijfmaal in naam van mijn zonen of van mijn kleinzoons. Bij deze spelen hebben ongeveer 10 000 mensen op leven en dood gestreden. (...) Jachtpartijen op Afrikaanse wilde dieren heb ik in mijn naam of die van mijn zonen of kleinzonen in het circus of in het amfitheater 26 maal aan het volk gegeven, waarbij ongeveer 3 500 dieren zijn gedood.

Uit: Res gestae divi Augusti, 22

Propagandatekst van de eerste keizer, Augustus (31 v.C.14 n.C.), die op bronzen platen op verschillende plaatsen in het Romeinse Rijk wordt opgehangen. Door de talrijke spelen is hij enorm populair.

@VANIN

a Wie is de opdrachtgever van de spelen?

b Wat is de bedoeling van de spelen?

c Bewijs dat Augustus via de spelen zijn opvolging door een familielid wil veiligstellen.

Mozaïek, 2e eeuw n.C., Archeologisch Museum van Tripoli, Libië

a Welke dieren worden hier getoond?

b Waar komen ze vandaan?

c Hoe benoemen we vandaag de manier waarop men deze dieren behandelt?

6

@VANIN

Grafsteen voor Martialis, 50 n.C., Klein-Azië, Ashmolean Museum, Oxford Martialis wordt hier getoond als gladiator.

Bestudeer bron 5 en 6. Omschrijf met je eigen woorden wat een gladiator precies is.

Mozaïek, 4e eeuw n.C., Villa Borghese, Rome
BRON
Grafsteen

Gezin en opvoeding bij de Romeinen

In het Westen hebben vrouwen evenveel rechten als mannen. Scholen zijn gemengd en vrouwen hebben toegang tot alle beroepen. In veel gezinnen gaan zowel de mannen als de vrouwen uit werken. Ook de kinderen kunnen en mogen meer dan vroeger. Ouders die hun kinderen mishandelen, kunnen daarvoor zelfs gerechtelijk vervolgd worden. Wat is de positie van de vrouw in de Romeinse tijd? Welke rechten hebben vrouwen en kinderen? Hoe ziet het Romeinse onderwijs eruit?

stichting ontstaan Rome

patriarchaal: waarbij de vader of de man een overheersende positie heeft

1‘De man is de baas’

BRON 1-2-3-4 De Romeinen hebben een patriarchale samenleving: in een Romeins gezin heeft de man het voor het zeggen. Hij bezit alles wat er zich in het huis bevindt: vrouw, kinderen, slaven, meubels ... Slaven, vrouwen en kinderen hebben geen rechten. De vader beslist zelfs letterlijk over leven en dood. Een pasgeboren kind wordt aan zijn voeten gelegd. Als hij het in de armen neemt, mag het blijven leven; in het andere geval laat men het kind sterven. Veel kinderen sterven door onvoldoende of verkeerde voeding, een gebrekkige medische kennis of slechte hygiëne. Meisjes worden als een echte last beschouwd. Vanaf hun twaalfde kunnen ze uitgehuwelijkt worden. De ouders moeten dan een bruidsschat geven aan de familie van de man. Daarom worden veel meisjes door hun eigen gezin verstoten of als vondeling langs een weg of op een vuilnisbelt achtergelaten. Als ze niet sterven, vallen ze daar vaak in handen van een slavenhandelaar. Hoewel de Romeinse wet verbiedt dat vrije kinderen als slaaf worden verkocht, gebeurt het toch weleens dat arme ouders hun kinderen op de slavenmarkt verkopen. De kans dat ze betrapt worden, is immers heel klein. Sommige kinderen hebben het geluk door kinderloze echtparen geadopteerd te worden. Vanaf de 1e eeuw v.C. krijgen de vrouwen iets meer rechten: ze mogen scheiden als hun man hen niet goed behandelt. Gelijke rechten krijgen de Romeinse vrouwen echter nooit.

2

Enkel de rijke jongens gaan naar school

BRON 5-6 Vandaag betaalt de overheid het onderwijs in Vlaanderen. Dat geldt niet voor de Romeinse tijd. Het grootste deel van de Romeinse kinderen gaat niet naar school omdat de ouders schoolgeld moeten betalen. Daarom zijn er niet zo veel scholen. Ze bevinden zich ook bijna altijd in een stad.

De meisjes en kinderen van armere ouders leren zelden of nooit lezen of schrijven. De meisjes helpen in het huishouden en de jongens leren het vak van hun vader. Sommige ouders sparen om hun kinderen toch naar school te kunnen sturen. Dankzij die opleiding krijgt het kind de kans om hoger in de maatschappij op te klimmen door bijvoorbeeld advocaat, ambtenaar of legerofficier te worden.

Bij de rijke Romeinen staat vaak een min of meer geleerde slaaf in voor de opvoeding van de jongens. Het gaat meestal om een Griek omdat de Romeinen veel bewondering hebben voor de Griekse cultuur. De kinderen kunnen van hun zevende tot hun achttiende (of twintigste) naar school. De indeling ziet er een beetje uit zoals in onze tijd. In het basisonderwijs leer je lezen, rekenen en schrijven. In de hogere jaren leer je grammatica en letterkunde en een beetje geschiedenis en aardrijkskunde.

De laatste schooljaren zijn gericht op het leren spreken in het openbaar. De leraren zijn bijzonder streng: wie lui is, krijgt stokslagen. In de hogere jaren word je bij elke zware overtreding gegeseld met een leren zweep terwijl de andere leerlingen je vasthouden. Sommige vaders betalen voor al hun kinderen privéleraars. Ook de slavenkinderen mogen de lessen bijwonen

KENNEN KUNNEN

1 het begrip ‘patriarchaal’ uitleggen

2 twee bewijzen geven voor de macht van de Romeinse man

3 drie oorzaken van de grote kindersterfte opsommen

4 de positie van meisjes en vrouwen beschrijven

5 de verschillen in de opvoeding tussen kinderen van rijke en arme ouders uitleggen

BRON 1 De macht van de vader

Het gezagsrecht dat wij over onze kinderen hebben, is eigen aan de Romeinse burgers. (...) Wie (...) geboren is uit u en uw echtgenote, staat onder uw macht en ook hij die van uw zoon en zijn echtgenote afstamt, namelijk uw kleinzoon en kleindochter, staan onder uw macht. Dat geldt ook voor uw achterkleinzoon en achterkleindochter en zo verder. Wie echter uit uw dochter geboren wordt, staat niet onder uw macht, doch onder die van zijn vader.

Bewerking van Justinianus, Institutiones

De Oost-Romeinse keizer Justinianus (527-565) verzamelt alle Romeinse wetteksten in een groot wetboek, de ‘Codex Justinianus’.

a Waaruit blijkt de macht van de vader? b Op welke wijze bewijst deze tekst dat het Romeinse gezin groter is dan het hedendaagse gezin?

BRON 3 Drie beschermgodinnen (Ptuj, Slovenië)

1 gegevens uit de hedendaagse tijd vergelijken met soortgelijke gegevens uit de klassieke oudheid

2 een opdracht bij een visuele bron oplossen

BRON 2 Richtlijnen voor de vrouw

Sta ervoor in dat ze haar plichten als huishoudster vervult. Heeft de meester jou haar als echtgenote toegewezen, wees dan tevreden met haar. Zorg ervoor dat ze jou ontziet. Ze mag niet te zeer op luxe gesteld zijn. Laat haar liefst zo weinig mogelijk omgaan met buren of andere vrouwen en hen evenmin thuis of in haar eigen vertrekken ontvangen. Naar avondmalen gaan, op straat rondslenteren dient ze niet te doen. (...) Ze moet proper zijn, het landgoed schoon en netjes houden, de haard gewijd houden en dagelijks schoonvegen, vooraleer ze slapen gaat. (...) Ze moet ervoor zorgen dat ze voor jou en de hele familie eten klaar heeft.

@VANIN

Uit: Cato, De agri cultura, dl. CLXIII

De Romeinse staatsman Cato Maior (234149 v.C.) is heel conservatief. Hij wil dat de levenswijze van de voorouders niet verloren gaat.

a Wat is de taak van de vrouw volgens Cato?

b ‘Cato botst met de hedendaagse visie op de vrouw.’ Juist of fout? Motiveer je antwoord.

Je ziet op deze afbeelding ‘beschermgodinnen’. Wie wordt door de godin rechts beschermd?

BRON 4 De taak van de vrouw

Vroeger werd elk kind, geboren uit een kuise vrouw, opgevoed op de schoot en aan de borst van zijn moeder, niet in het kamertje van een gekochte voedster. En haar grootste verdienste bestond erin haar huis te behoeden en voor haar kinderen te zorgen. In haar aanwezigheid moet men niets gemeens zeggen, niets oneervols doen. En alleen studie en werk, maar ook ontspanning en spel van de kinderen regelde zij. (...) Nu echter wordt het kind toevertrouwd aan een Griekse dienstbode, bijgestaan door een of andere slaaf, meestal van de gemeenste soort, iemand die voor geen enkel ernstig werk geschikt is ...

Uit: Dialogus de oratoribus, 28 (toegeschreven aan Tacitus)

Tacitus (56-117) behoort tot de Romeinse adel en bekleedt verschillende ambten in het keizerrijk. Hij schrijft geschiedkundige werken, waarbij hij een voorkeur laat blijken voor de oude republiek.

BRON 5 Een privéleraar met zijn studenten

a Welke taak heeft de vrouw?

b Welke veranderingen vinden er plaats?

c Wat vindt Tacitus van die veranderingen? Motiveer je antwoord.

@VANIN

Neumagen (vindplaats), 180-185, 60 x 193 cm, Rheinisches Landesmuseum, Trier

BRON 6 Onderwijs bij de Romeinen

De methode die de leraars toepassen, is vrij eenvoudig: de kinderen moeten veel van buiten leren. (...) En hoe zit het met het bevorderen van de studiemotivatie? Sommige leraars sporen hun leerlingen aan met beloningen. Maar de methode bij uitstek is het uitdelen van lijfstraffen.

Uit: M. Berger, Studium Novum, dl. 2, 1997

Hoe zet men leerlingen aan tot studeren?

Rome, een stad vol tegenstellingen

Het Oude Rome heeft dezelfde voor- en nadelen als onze grootsteden: de nabijheid van scholen, openbare gebouwen, theaters, allerlei evenementen, lawaai, vervuiling, overbevolking, criminaliteit … Hoe woonde en leefde een Romein ca. 2 000 jaar geleden? Wat waren de levensomstandigheden van de arme Romeinen, en wat was het verschil met de rijke Romeinen?

1Wonen in Rome: luxueus of armoedig

BRON 1-2-3

De rijken wonen in een groot huis met een stijlvolle inrichting. Naast de voorhal zijn er aan beide zijden winkels die verhuurd worden aan lokale handelaars. Het huis bestaat uit verschillende kamers rond een binnenplaats of atrium waar men de gasten ontvangt. Het atrium heeft in het midden een opening in het dak, waaronder een vijvertje is aangelegd om het regenwater op te vangen. Van daaruit stroomt het water verder naar de waterkelder onder de vloer, waar het wordt opgeslagen. Naast het atrium bevindt zich een woonkamer, waarin het huisaltaar staat, dat gewijd is aan de huisgoden. Daarnaast geven verschillende deuren en gangen toegang tot slaapkamers. Door een kleine gang aan de achterzijde kom je in een tuintje terecht, dat omgeven is door zuiltjes. Rondom de tuin vind je onder andere de keuken, de woonkamer, de eetkamer en de gastenkamers. De huizen van de rijken beschikken meestal over een eigen watervoorziening, vloerverwarming, en persoonlijke baden en toiletten die aangesloten zijn op de riolering. De meerderheid van de Romeinse bevolking heeft het echter niet zo goed. Zij hokken samen in huurkazernes (insulae). Deze appartementsgebouwen worden verhuurd door de rijke Romeinen, die veel geld verdienen aan de enorme groep huurders. Sommige huurkazernes zijn meer dan twintig meter hoog en tellen zeven verdiepingen. De benedenverdieping wordt gebruikt als winkelruimte,

terwijl de rest bestaat uit ‘flats’. Veel luxe vind je er niet: water moet je aan de fonteinen halen en voor sanitaire behoeften kun je de publieke toiletten gebruiken. Door de grote ramen zijn de kamers bloedheet in de zomer en koud in de winter. Schoorstenen ontbreken. Men brandt houtskool in aarden kommen of in een kacheltje. In de huurkazernes is er altijd gevaar voor instortingen en branden. Het leven is er vuil en gevaarlijk. De bevolkingsaangroei doet de prijzen voortdurend stijgen, zodat sommige families zelfs hun ‘flat’ delen. Slapen met vier of vijf in een kamer is dan ook geen uitzondering. 2

Leven of overleven

BRON 4 In de keizertijd krijgen de rijke Romeinen een zwak voor lekker en gevarieerd voedsel. Door de enorme uitbreiding van het rijk sluipen gerechten uit verschillende gebieden de Romeinse keuken binnen. Tijdens banketten wordt voor de rijke Romeinen een groot aantal schotels opgediend. Al liggend aan een bank en steunend op een elleboog eten ze varkensvlees, rundvlees, verschillende vissoorten, groenten, fruit, melkproducten ... Zo’n feestmaal kan uren duren. Omdat de kinderen en slaven een mindere positie hebben, mogen zij niet mee aan tafel liggen. Om alles door te spoelen, drinken de Romeinen voornamelijk wijn. De doorsnee Romein stelt zich met heel wat minder tevreden. Hij eet heel sober: een graanpap vormt zijn voornaamste voedsel.

multicultureel: met mensen uit verschillende culturen en godsdiensten

Uit onderzoek van skeletten is gebleken dat vele Romeinen daardoor sterk ondervoed zijn. In de ‘insulae’ is eten klaarmaken niet zo eenvoudig en daarom koopt de Romein meestal een warme maaltijd in een van de ontelbare gaarkeukens of snackbars die Rome rijk is.

3

Rome leeft dag en nacht

BRON 5 Rome is een overbevolkte en multiculturele stad. In de straten krioelt het van het volk. Doordat de winkeliers hun waren op de stoep uitstallen, belemmeren zij de toch al nauwe doorgang. Op enkele uitzonderingen na mogen wagens overdag de stad niet in. Daarom verplaatsen de rijken zich in een

draagstoel. ’s Avonds worden de poorten opengezet, zodat de stad bevoorraad kan worden. Dan drijft men zelfs koeien, paarden, schapen … door de straten naar de slachthuizen. Alleen wie heel rijk is, woont in een rustige wijk en kan zich in Rome een ongestoorde slaap veroorloven. De drukte brengt natuurlijk ook veel vuil met zich mee. In Rome is er geen dienst om het vuil op te halen. Daardoor blijft het vuilnis vaak achter op pleintjes of in de straten, wat natuurlijk voor de nodige stank en ziektes zorgt. Ten slotte zijn er in Rome ook veel dieven, bedelaars, dronkaards, vechtersbazen ... Een modern politiekorps om alles in de gaten te houden ontbreekt. Bovendien is het na zonsondergang erg donker omdat er nauwelijks straatverlichting is. Dat maakt het onveilig om ’s avonds alleen door de straten te lopen.

KENNEN KUNNEN

1 het begrip ‘multicultureel’ uitleggen

2 de woonomstandigheden van rijke en arme Romeinen vergelijken

3 de voeding van rijke en arme Romeinen vergelijken

4 vier nadelen van het leven in Rome uitleggen

@VANIN

1 aan de hand van een afbeelding een patriciërshuis en een ‘insula’ beschrijven

2 aan de hand van bronnen het leven in Rome met het leven in een moderne grootstad vergelijken

Dit is het huis van een rijke Romein. Probeer je aan de hand van deze afbeelding een idee te vormen van het huis. Vergelijk het vervolgens met huizen uit jouw tijd. Welke verschillen merk je op?

In de vele openbare toiletten die Rome rijk was, kon men gemakkelijk een praatje maken of de laatste roddels uitwisselen. Men zat er immers open en ‘bloot’, aangezien er geen scheidingswanden waren. In plaats van papier gebruikte men een spons, die men achteraf spoelde in een goot met stromend water.

Bewijs dat de Romeinen vergeleken met ons andere ideeën hebben rond privacy.

BRON 1 Het huis van een rijke Romein
BRON 2 Openbare toiletten

We wonen in een stad die grotendeels wordt gebouwd met waardeloze ondersteuningen: zo houden onze huisbazen de ineenstorting van hun bezit tegen. Ze behangen grote barsten in de bouwval en verzekeren huurders dat ze veilig kunnen slapen, terwijl het gebouw de hele tijd als een kaartenhuis aan elkaar hangt. Ik woon liever ergens waar branden en nachtelijke paniektoestanden niet de gewoonste zaak van de wereld zijn. Tegen de tijd dat de rook je kamer op de derde verdieping heeft bereikt (terwijl je nog slaapt), brult je heldhaftige onderbuurman om water en is hij bezig zijn boeltje in veiligheid te brengen. Als gelijkvloers alarm wordt geslagen, is de laatste die wordt geroosterd de huurder op zolder, helemaal tussen de nestelende duiven met enkel de dakpannen tussen zichzelf en de openlucht.

Uit: Juvenalis, satire III, 2e eeuw n.C

Juvenalis (1e-2e eeuw n.C.) is een Romeins hekeldichter die de uitspattingen van de hogere standen in Rome bekritiseert. Zijn gedichten zijn een belangrijke bron voor het leven in het Oude Rome, al mogen we door zijn humoristische toon niet alles letterlijk nemen.

a Geef een ander woord voor ‘insula’.

b Waarom bouwde men in de hoogte, denk je?

c Noem drie nadelen van het wonen in een insula.

d Denk je dat Juvenalis een betrouwbare bron is voor de woonomstandigheden van de arme Romeinen? Waarom wel/niet?

De volgende gerechten werden de gasten voorgezet:

- o esters en mosselen uit Tarentum,

- hazelhoentjes uit Phrygië, gekruid met silphium (knoflookachtig kruid) uit Cyrenaika,

- edelvissen uit Pessinus (Klein-Azië),

@VANIN

- p apegaaivissen uit Cilikië (Klein-Azië),

- kraanvogels uit Gades,

- struisv ogels uit Noord-Afrika,

- v arkensgebraad uit België, gekruid met een vissaus uit Spanje,

- eikels uit Spanje,

- noten uit Pontus aan de Zwarte Zee,

- dadels uit Eg ypte, met een geroosterde noot als pit, en gedompeld in honing uit Zuid-Rusland,

- vijgen uit Syrië.

Daarbij werden wijnen geserveerd uit Spanje, de Rhônestreek, Chios, Samos en de Nijldelta.

a Zoek de betekenis op van het woord ‘exotisch’. Waarom kun je hier spreken van exotische gerechten?

b In welke houding eten de Romeinen? Lijkt dat je een handige houding om te eten?

hekeldichter: dichter die ondeugden of wantoestanden aanklaagt of bespot

a Waarom zouden de Romeinen de straat oversteken op een rij stenen?

b Aan welk gedeelte van de straat in een moderne stad doet deze oversteekplaats je denken?

BRON
BRON 5 Een pondera of oversteekplaats in Pompeï

I De democratie vandaag

Je hebt in de lessen geschiedenis al kennisgemaakt met verschillende bestuursvormen. Zowel de Egyptische farao als de Romeinse keizer zijn heersers met heel veel macht. De meeste van hun onderdanen hebben niet veel vrijheid. In Athene heeft (een deel van) het volk politieke macht; ze noemen dat een democratie. Vandaag beschouwen België en andere westerse landen zichzelf ook als democratieën. Wat moet je daaronder verstaan? Welke gelijkenissen en verschillen zijn er met Athene?

PREHISTORIE

OUDE NABIJE OOSTEN
BRON Vrijheid in de wereld in 2025

500 1450 1750 1945

KLASSIEKE OUDHEID MIDDELEEUWEN

Legende = volledige vrijheid = gedeeltelijke vrijheid = geen vrijheid

De Amerikaanse organisatie ‘Freedom House’ onderzoekt al vanaf 1941 hoeveel politieke vrijheid en democratie er in de wereld is. Elk jaar publiceert die organisatie haar onderzoeksgegevens. Onder vrijheid verstaat ze het recht op een vrije mening, persvrijheid, stemrecht enz. Bij landen met gedeeltelijke vrijheid zijn sommige van die zaken niet voorhanden. Sommige critici vinden de organisatie te westers en te Amerikaans.

HEDENDAAGSE TIJD

MODERNE TIJD

VROEGMODERNE TIJD

België, een parlementaire democratie

Jullie weten al dat de Atheense democratie in de 5e en 4e eeuw v.C. beperkt is. Vrouwen, metoiken, slaven en jongeren hebben geen inspraak (zie les 10 en 11). België noemt zich vandaag ook een democratie. Wat verstaat men daaronder?

Hoe werkt de democratie? Is België altijd een democratie geweest? Waarin verschilt ze van de Atheense democratie?

onafhankelijkheid België vrouwenstemrecht stemrecht vanaf 18 jaar één man, één stem meervoudig stemrecht

Federaal Parlement: nationaal parlement, voor alle Belgen

1België is een grondwettelijk parlementair koninkrijk

BRON 1-2-4-5-6-7 Het woord ‘democratie’ bestaat uit de Griekse woorden ‘demos’ (volk) en ‘kratein’ (heersen). In een democratie heerst dus het volk. Anders gezegd: het volk heeft de macht of het volk beslist. Zo staat het ook in de Belgische Grondwet. De grondwet is de voornaamste wet, ‘de grond’ van alle andere wetten. Geen enkele wet mag in tegenspraak zijn met de grondwet. In deze grondwet staan de rechten en vrijheden van elke Belg en hoe het land wordt bestuurd.

Om de vijf jaar kiezen alle Belgen vanaf 18 jaar 150 volksvertegenwoordigers, die ons vertegenwoordigen in de Kamer van volksvertegenwoordigers, kortweg ‘de Kamer’ genoemd. De Belgen worden ook vertegenwoordigd door de senatoren in de Senaat. De 60 senatoren worden aangeduid door de parlementen van de gemeenschappen en de gewesten (zie volgende les).

Zij beslissen in onze plaats. Wij b eslissen dus niet direct, maar indirect (zie les 10). België is dus een indirecte democratie.

Kamer en Senaat samen vormen het Federaal Parlement . Het Federaal Parlement, de wetgevende macht, maakt de wetten die alle Belgen moeten naleven. Wetten zijn beslissingen, regels en afspraken die je leven regelen. Ook de plannen van de federale regering moeten door het parlement worden goedgekeurd. Het parlement controleert de regering.

De federale regering, de uitvoerende macht, moet ervoor zorgen dat beslissingen of wetten uitgevoerd

worden. Die regering bestaat uit ministers en staatssecretarissen. Zij moeten door het Federaal Parlement aanvaard worden. Honderdduizenden ambtenaren werken voor de regering in de verschillende administraties.

De rechtbanken, de rechterlijke macht, vervolgen diegenen die de wetten niet naleven. Het staatshoofd, de koning, heeft weinig macht. De verschillende regeringen en parlementen hebben de werkelijke macht. Naast verkiezingen voor het Federaal Parlement kiezen de burgers regelmatig hun vertegenwoordigers in gemeente- en provincieraden en in de parlementen van de gemeenschappen en gewesten en het Europees Parlement.

De kiezers stemmen op kandidaten van politieke partijen. Die proberen zo veel mogelijk zetels te winnen en de meerderheid te veroveren. Lukt dat niet, dan werken partijen samen om zo een meerderheid te bereiken, want de meerderheid beslist. Wie de meerderheid heeft, mag immers de regering vormen en het land besturen.

2

De lange weg naar democratie in België

BRON 3 België maakt zich in 1830 los van Nederland. Een jaar later keurt het Nationale Congres, het eerste Belgische parlement, de Grondwet goed. Daarin staan veel vrijheden. België is volgens die Grondwet een democratie met een parlement, een regering en rechtbanken. De democratie is echter heel beperkt. Een heel groot deel van de bevolking mag immers niet gaan kiezen. Enkel wie voldoende belastingen

betaalt, krijgt stemrecht. In de 19e eeuw zijn dat vooral de rijken. Het parlement en de regering hebben dan ook weinig aandacht voor de problemen van de armen.

In 1893 krijgen alle mannen stemrecht. Rijken en belangrijke mensen mogen echter meer stemmen uitbrengen. Na de Eerste Wereldoorlog is men bang dat de gewone mensen in opstand komen. Daarom schaft men in 1919 de extra stemmen af. Elke man mag tijdens verkiezingen één stem uitbrengen. De vrouwen krijgen pas stemrecht in 1948. Vanaf 1981 moeten alle Belgen vanaf achttien jaar hun stem gaan uitbrengen. Omdat het zo lang duurde voordat gewone mensen, vrouwen en jongeren kiesrecht kregen, zeggen historici dat de democratie in België voor 1981 beperkt was. België heeft dus een lange weg afgelegd naar de democratie.

De moderne Belgische en de Atheense democratie

BRON 8-9-10-11

De Belgische parlementaire democratie sluit minder mensen uit dan de Atheense democratie. Vrouwen en mannen, jongeren (vanaf 18 jaar) en ouderen, arm en rijk, iedereen krijgt in het stemhokje één stem. Ook vreemdelingen kunnen burgers worden. Uit lijsten opgesteld door politieke partijen kunnen Belgische burgers hun vertegenwoordigers kiezen. Die beslissen in de parlementen en vaardigen wetten uit. In de volksvergadering in Athene beslissen de burgers zelf, als zij dat willen; zij zijn niet verplicht om naar de volksvergadering te komen. Elke Atheense burger kan door loting verplicht worden in de Raad van Vijfhonderd te zetelen. In België is er geen verplichte deelname aan het bestuur. Wel moet elke burger bij verkiezingen naar het stemlokaal.

KENNEN KUNNEN

1 de begrippen ‘indirecte democratie’, ‘directe democratie’, ‘volksvertegenwoordiging’, ‘wetgevende macht’, ‘uitvoerende macht’, ‘rechterlijke macht’, ‘parlement’ en ‘grondwet’ uitleggen

2 met drie voorbeelden aantonen dat de Belgische democratie voor 1981 beperkt was

3 de functies en de instellingen van de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht uitleggen

4 de rol van de koning uitleggen

5 de Atheense en de Belgische democratie vergelijken

BRON 1 Artikel 33

Alle machten gaan uit van de Natie. (...)

Art. 33 van de Grondwet

a Zoek in een naslagwerk de betekenis van ‘natie’ op.

b Wie heeft in België volgens art. 33 van de Grondwet de macht?

1 het verschil tussen directe en indirecte democratie met een voorbeeld aantonen

2 informatie uit een schema afleiden

3 met een voorbeeld aantonen hoe je zelf al verantwoordelijkheid kunt nemen in onze democratie

BRON 2 De Belgen en hun rechten

Art. 10 (...) De Belgen zijn gelijk voor de wet (...).

Art. 15 De woning is onschendbaar (...).

@VANIN

Art. 19 De vrijheid van eredienst, de vrije openbare uitoefening ervan, alsmede de vrijheid om op elk gebied zijn mening te uiten, zijn gewaarborgd (...).

Art. 23 Ieder heeft het recht een menswaardig leven te leiden (...).

1 Het recht op arbeid (...). 3 Het recht op huisvesting (...).

Art. 25 De drukp ers is vrij (...).

Art. 27 De Belgen hebb en het recht vreedzaam en ongewapend te vergaderen (...).

Uit: De Belgische Grondwet

a Waar en hoe staat in de Grondwet dat niemand het recht heeft om zonder toelating binnen te gaan in de woning van iemand anders?

b Leg art. 25 met je eigen woorden uit.

c Noem alle vrijheden en rechten op die in het uittreksel staan.

BRON

3 Evolutie van het stemrecht in België

Jaar Kiesstelsel Kiesleeftijd Kiezers/ bevolking

1831 Cijnskiesrecht (mannen)

25 jaar 1 %

1848 Cijnskiesrecht (mannen), met verlaging cijns 25 jaar 2 %

1893 Algemeen meervoudig stemrecht (mannen) Opkomstplicht 25 jaar 22 %

1919 Algemeen meervoudig stemrecht (mannen) 21 jaar 28 %

1948 Algemeen meervoudig stemrecht (mannen én vrouwen) 21 jaar 65 %

1981 Verlaging kiesleeftijd 18 jaar 70 %

2021 Afschaffing opkomstplicht in Vlaanderen*

2024 Verlaging kiesleeftijd voor het Europees Parlement 16 jaar 73,5 %

* Voor de provincie- en gemeenteraadsverkiezingen

a Vanaf welk jaar kan, volgens de tabel, een meerderheid van Belgen mee beslissen bij verkiezingen?

b Waarom bestond er voor 1981 volgens sommige historici geen echte democratie in België?

Wat denk je zelf? Argumenteer.

BRON 4 Het parlementair stelsel

Wat? UITVOERENDE MACHT WETGEVENDE MACHT

RECHTERLIJKE MACHT

Taak? wetten uitvoeren wetten maken begroting goedkeuren controle wetten naleven controleren

Wie? regering (ministers) parlement (volksvertegenwoordigers en senatoren) onafhankelijke rechtbanken

REGERINGEN

PARLEMENTEN

KIEZERS

BRON 5 België, een parlementaire democratie

regeringen: De federale regering en de regeringen van de gemeenschappen en gewesten (zie les 41)

parlementen: het Federaal Parlement (Kamer en Senaat), de parlementen van de gemeenschappen en gewesten (zie les 41)

a Geef de drie machten.

b Welke taak hebben de drie machten?

c Hoe worden de leden van het Federaal Parlement aangeduid?

d Hoe wordt de federale regering samengesteld?

e Uit welke twee kamers bestaat het Federaal Parlement?

f Wie zou de ‘uitvoerende macht’ zijn op federaal niveau?

Geen akte van de Koning kan gevolg hebben, wanneer zij niet mee ondertekend is door een minister, die daardoor alleen reeds, ervoor verantwoordelijk wordt.

Kan de koning wetten maken, beslissingen nemen?

BRON 8 Recente opvattingen over democratie

(…) Zo moet al meteen worden gewezen op het onderscheid tussen directe democratie , die slechts in kleine gemeenschappen denkbaar is, en indirecte democratie of democratie door middel van vertegenwoordiging, waarbij op enigerlei wijze via vertegenwoordigers de burgers bij het regeerproces worden betrokken. (…)

Samenvattend zien wij bij beschouwingen over democratie dan ook opdoemen het bestaan van verschijnselen als: vrije verkiezingen; politieke partijen; discussievrijheid; meerderheidsbeginsel; het respecteren van het individu en het respecteren van de minderheid.

Uit: H. Daudt, Echte politicologie, Prometheus, Amsterdam, 1995

a Waar is volgens de auteur nog directe democratie mogelijk?

b Hoe legt de auteur het begrip ‘indirecte democratie’ uit?

c Wie wordt in een indirecte democratie betrokken bij het regeerproces?

d Wie wordt in een directe democratie betrokken bij het regeerproces?

e Welke ‘verschijnselen’ doemen op bij beschouwingen over democratie? Anders gezegd: over welke kenmerken heeft men het nog als men spreekt over democratie?

a Noem de opeenvolgende koningen op.

b Wie is nu koning? Wie is nu troonopvolger?

c Als het oudste kind van de huidige koning een dochter is en het tweede oudste een zoon, wie is dan de troonopvolger? Was dat vroeger ook het geval?

BRON 9 Democratie in Athene

@VANIN

Van de burger werd verwacht dat hij individueel tot een standpunt kon komen, door na te denken over de argumenten die hij hoorde in de volksvergadering of de volksrechtbank. Hij hoorde zich ook niet te laten leiden door gevoelens voor zijn streek of zijn stam. Gelegenheid tot overleg werd niet gegeven: stemmingen vonden direct na de pleidooien plaats. Alleen het gezonde verstand bepaalde het oordeel. Groepsvorming was verdacht en werd zo veel mogelijk tegengegaan. In de volksvergadering zaten de burgers door elkaar, dus niet bijvoorbeeld per fyle. De historische ervaring had bevestigd dat er niets goeds kwam van partijvorming. In de paar crises die de Atheense democratie meemaakte, werd een kwalijke rol gespeeld door genootschappen van rancuneuze aristocraten. De politieke partij, die tegenwoordig als een noodzakelijk middel voor de kanalisering van menings- en besluitvorming wordt gezien, was taboe. Zij stond de directe relatie tussen de burger en zijn polis in de weg.

Vrij naar: A. van Hooff, Athene, Ambo, Amsterdam, 2012

a Wat is een taboe? Zoek eventueel op.

b Waarom waren de Atheners tegen partijvorming?

c Waarom was overleg in de volksvergadering bijna onmogelijk?

d Welk argument wordt in de moderne democratie gebruikt om het bestaan van politieke partijen te verdedigen?

BRON
BRON 7 Artikel 106 van de Belgische Grondwet

Een minderheid van de burgers was aanwezig op de volksvergadering: 6 000 van zo’n 30 000 burgers. Maar zeker bij belangrijke besluiten stroomde het plateau van de heuvel Pnyx vol.

Een minimumaantal aanwezigen hoefde niet vooropgesteld te worden als zeer belangrijke zaken aan de orde waren, zoals een oorlogsverklaring. Dan kwam de burger wel opdagen, want de uitslag van de beraadslaging raakte hem direct. Bij een ‘ja’ moest hij immers weldra ten strijde trekken.

(…) Een algemene burgervergadering was tot voor kort in moderne staten praktisch niet te organiseren. In kleine Zwitserse kantons kan men vandaag nog wel één keer per jaar bijeenkomen, maar het is fysiek nu eenmaal onmogelijk honderdduizenden of miljoenen burgers te verzamelen. Referenda zijn een vrij primitief middel om het hele volk te laten meebeslissen. Pas met de komst van het internet is het technisch weer mogelijk een algemene volksvergadering te houden, eventueel zelfs dagelijks. Een elektronische Pnyx is heel goed realiseerbaar.

Vrij naar: A. van Hooff, Athene, Ambo, Amsterdam, 2012

a Wat was het maximale aantal burgers aanwezig op de volksvergadering?

b Wanneer en waarom waren er veel burgers aanwezig op de volksvergadering?

c Is het meerderheidsbeginsel hier gerespecteerd?

d Waar kan er wel één keer per jaar en door alle burgers vergaderd worden?

e Zoek op wat een referendum is.

f Kunnen wij volgens de auteur wel een algemene volksvergadering houden? Hoe? Met hoeveel mensen?

g Wat bedoelt de auteur met ‘elektronische Pnyx’?

BRON 11 Directe democratie

Onze democratie is inmiddels in weinig nog vergelijkbaar met de Atheense democratie. De directe participatie van het volk is verdwenen en in plaats daarvan spreken de verkozenen in het parlement namens de kiezers die zij vertegenwoordigen. De moderne democratie is een representatiedemocratie. Gelijkheid voor de wet en vrijheid van spreken bleven echter bewaard. Maar het is niet meer mogelijk om als burger zelf aan het politieke debat in de hoogste vergadering deel te nemen en over voorstellen allerhande een stem uit te brengen.

Uit: R. Nouwen, De erfenis van de oudheid voor de mens van nu, Davidsfonds, Leuven, 2011

a Hoe noemen wij een representatiedemocratie?

b Is directe democratie volgens deze auteur mogelijk? En volgens de auteur in bron 10? En volgens de auteur in bron 8?

c Wat denk je zelf? Argumenteer!

d Hoe heeft een Belgische burger toch verantwoordelijkheid binnen de democratie? En jij, kun jij al politieke verantwoordelijkheid opnemen?

Het federale België

België is een federale staat die bestaat uit gewesten en gemeenschappen. Buitenlanders vinden dat België een ingewikkeld land is met veel regeringen en parlementen. Misschien deel je wel hun mening. Je hebt bijvoorbeeld een Belgische, een Vlaamse, een Waalse, een Duitstalige, een Franstalige en zelfs een Brusselse regering. Waarom telt ons land zoveel regeringen? Wat is een federale staat? Wat zijn gewesten en gemeenschappen? Welke rol speelt de Europese Unie in België?

1

België discrimineerde de Vlamingen

BRON 1-2-3-4-5-6 In onze streken zijn de Nederlandstaligen of Vlamingen altijd in de meerderheid geweest. In de 19e eeuw hebben de rijke burgers echter de macht in België. Zij spreken vooral Frans en kijken neer op de Vlaamse dialecten. Het Frans wordt de taal van het bestuur, het leger, het gerecht en het onderwijs. Willen Vlamingen carrière maken, dan moeten ze die taal gebruiken. De Vlaamse beweging reageert tegen die discriminatie. Op het einde van de 19e eeuw mag in Vlaanderen naast het Frans ook het Nederlands gebruikt worden in het bestuur, het gerecht en het onderwijs. De Vlaamse beweging wil dat Vlaanderen zich ook economisch verder ontwikkelt. In de 20e eeuw verdwijnt langzaam maar zeker een groot deel van de discriminatie. Het feit dat gewone (Vlaamse) mensen stemrecht kregen, speelt daarin een belangrijke rol. Ondanks die vooruitgang blijven veel belangrijke functies in het bestuur en het gerecht naar Franstaligen gaan. Van Vlaamse ambtenaren en politici verwacht men dat ze tweetalig zijn, terwijl hun Franstalige collega’s nauwelijks Nederlands spreken. In Brussel en omgeving blijft men neerkijken op het ‘Vlaams’ en spoort men de mensen aan om Frans te spreken. De Belgische overheid heeft ook meer aandacht voor Wallonië dan voor Vlaanderen. Zo wordt het spoorwegennet in het zuiden van België heel goed uitgebouwd. In de hedendaagse tijd nemen de tegenstellingen tussen Vlamingen en Franstaligen verder toe. Beide groepen hebben over heel veel onderwerpen een andere mening en willen dan ook op een andere manier besturen. Verschillende Vlaamse politici eisen daarom dat Vlaanderen over zijn eigen lot

mag beslissen. De Belgische staat moet een deel van zijn macht afstaan aan Vlaanderen en Wallonië. Aanvankelijk weigeren de Walen aan die federalisering mee te werken.

Vanaf 1960 gaat het echter slechter met de Waalse staalen steenkoolnijverheid. De Vlaamse economie daarentegen doet het steeds beter. De Waalse nijverheid heeft speciale oplossingen nodig. Daarom zijn Waalse politici na verloop van tijd ook voor het ontstaan van deelstaten. Daarbij wensen de Franstaligen een speciale regeling voor Brussel. Deze stad is voor een groot deel verfranst, maar ligt in Vlaanderen. In het oosten van België zijn er ondanks een zware verfransing nog enkele Duitstalige gemeenten. Die willen ook dat er met hen meer rekening wordt gehouden.

Vanaf 1970 start de staatshervorming, die België langzaam omvormt tot een federale staat.

2

België is een federale staat

BRON 7-8-9-10 In een federale staat is de macht verdeeld tussen instellingen voor het hele land (federaal) en instellingen voor delen van het land (deelstaten). Men heeft in België geprobeerd rekening te houden met de eisen en de wensen van Vlamingen, Walen, Franstalige Brusselaars en Duitstaligen. De federale overheid beslist over het leger, de munt, de werklozensteun, de ziekteverzekering, de pensioenen, de spoorwegen, de post en de rechtspraak.

Drie gemeenschappen en drie gewesten vormen de deelstaten. Die krijgen tussen 1970 en vandaag steeds meer bevoegdheden. De Vlaamse, Franse en Duitse gemeenschappen beslissen over onderwijs, cultuur, kinderbijslag, welzijn (o.a. hulp aan andersvaliden) ...

De Vlaamse, Brusselse en Waalse gewesten beslissen over materiële zaken, zoals het wegennetwerk, milieu en de economie. De Vlamingen hebben het geheel vereenvoudigd door het Vlaamse Gewest en de Vlaamse Gemeenschap met elkaar te fuseren. België is niet het enige federale land. De VS, Duitsland en Zwitserland zijn bijvoorbeeld ook federale staten. Ons land is wel ingewikkelder dan die andere landen. De verdeling van de bevoegdheden is ook niet zo vlot verlopen. Daarom eisen sommige Vlaamse politieke partijen meer macht voor de deelstaten. De Vlaamse Regering is de uitvoerende macht en het Vlaams Parlement de wetgevende macht.

3

België

is lid van de Europese

Unie

België heeft na de Tweede Wereldoorlog (1939-1945) een belangrijke rol gespeeld in de samenwerking tussen de Europese landen. Ons land is dan ook vanaf het begin, in 1993, lid van de Europese Unie (EU). Die beslist grotendeels over economische zaken, energie, milieu, vervoer ... De uitvoerende macht is in handen van de Europese Commissie. De wetgevende macht is in handen van een Raad, die bestaat uit staatshoofden en ministers van de lidstaten, en het Europees Parlement. Dat laatste wordt verkozen door de burgers van de Europese Unie.

4

Verschillende bestuursniveaus

Als je in België woont, beslissen verschillende besturen of overheden over je doen en laten. Het gebied waarover ze beslissen, kan in grootte verschillen. Er is een lokaal, regionaal, federaal en Europees bestuursniveau. De tabel maakt dat duidelijk.

Bestuursniveau Naam Uitvoerende macht Wetgevende macht

Europees Europese Unie (EU) Europese Commissie Raad + Europees Parlement

Federaal België Regering Parlement

Regionaal Vlaanderen Vlaamse Regering Vlaams Parlement

Lokaal Provincie Provinciebestuur Provincieraad

Lokaal Gemeente Gemeentebestuur (burgemeester + schepenen) Gemeenteraad

KENNEN KUNNEN

1 de begrippen ‘regionaal’, ‘Europese Unie’, ‘federale staat’, ‘gewest’ en ‘gemeenschap’ uitleggen

2 een oorzaak van de discriminatie van de Vlamingen geven

3 drie redenen voor het ontstaan van het federale België geven

4 de drie gemeenschappen en drie gewesten opnoemen

5 de naam van de vijf verschillende bestuursniveaus geven

BRON 1 Het onafhankelijke België

@VANIN

1 op een kaart de drie gemeenschappen en drie gewesten aanduiden

2 de vlaggen van de Europese Unie, België en Vlaanderen herkennen

3 met behulp van een tabel een verschil tussen de regio’s geven

Een eenheidstaal is een goede basis voor een stevige staat. Het Frans zal de taal van België moeten worden. Daarom moeten kandidaten uit Wallonië en Luxemburg voorrang krijgen voor functies in het leger, de administratie en de magistratuur. Op die wijze zijn de Vlamingen wel verplicht om Frans te leren.

Vertaling van een fragment uit een brief van Charles Rogier aan Jean Raikem, 1834

De Franstalige Luikenaar en liberaal Charles Rogier (1800-1885) is een van de politieke leiders van het in 1830 ontstane België. Van opleiding is hij advocaat. Hij maakt carrière als regeringsleider, minister en provinciegouverneur. Van 1832 tot 1834 is hij minister van Binnenlandse Zaken. Hij vindt dat de Vlamingen er beter van worden als ze Frans zouden spreken: meer kans op werk en meer beschaving ...

a Is de bron primair of secundair, als je informatie zoekt over de oprichting van België?

b Hoelang na de Belgische onafhankelijkheid is de brief geschreven?

c Is de bron bruikbaar om iets over de positie van de Vlamingen in het België van de 19e eeuw te weten te komen? Motiveer je antwoord.

d Op welke manier zullen de Vlamingen gediscrimineerd worden volgens deze bron?

BRON 2 De Vlaamse gastarbeiders in Wallonië

De Waalse visie op de Vlaamse gastarbeiders in de Waalse mijnen en staalfabrieken in het begin van de 20e eeuw: rosharig, vetzak, vrouwenloper, slechte arbeider, staking breker. Er komt meer van dat fraais. Het Journal de Charleroi maakt zich in het nummer van 5 maart 1911 zorgen over de stijging van de criminaliteit in het arrondissement. De krant stelt vast: ‘Men moet de oorzaak van de stijging van de criminaliteit in onze industriële gemeenten niet ver zoeken: de meeste misdrijven worden gepleegd door individuen die een Vlaamse naam dragen.’

Vlaams Gewest Brussels Hoofdstedelijk Gewest Waals Gewest

Uit: G. Fonteyn, Afscheid van Magritte. Over het oude en nieuwe Wallonië, Meulenhoff-Manteau, Antwerpen 2004

Guido Fonteyn is een Vlaamse journalist die veel in Wallonië verblijft en erover schrijft.

‘De Vlamingen worden in het begin van de 20e eeuw bekeken zoals de gastarbeiders in Vlaanderen vandaag.’ Juist of fout? Verklaar je antwoord.

BRON 3 Bevolkingsaantallen regio’s in 2019

Bron: statbel.fgov.be BRON 4 Aandeel van de regio’s in de Belgische uitvoer van 2016

Vlaams Gewest Brussels Hoofdstedelijk Gewest Waals Gewest

Vlaams Gewest Brussels Hoofdstedelijk Gewest Waals Gewest

Bron: www.fitagency.be

Vlaams Gewest Brussels Hoofdstedelijk Gewest Waals Gewest

BRON 5 Werklozen tussen 15 en 64 jaar oud in 2019

3

Vlaams Gewest Brussels Hoofdstedelijk Gewest Waals Gewest

BRON 6 Aantal huishoudens waarin geen enkele volwassene betaald werk verricht in 2018

Vlaams Gewest Brussels Hoofdstedelijk Gewest Waals Gewest

Bron: statbel.fgov.be

Vlaams Gewest Brussels Hoofdstedelijk Gewest Waals Gewest

statbel.fgov.be

a ‘Er leven meer Franstaligen dan Nederlandstaligen in België.’ Juist of fout? Verklaar je antwoord. b Toon met gegevens uit de staafdiagrammen aan dat Vlaanderen het economisch beter doet dan Wallonië.

Vlaams Gewest Brussels Hoofdstedelijk Gewest Waals Gewest
Vlaams Gewest
Hoofdstedelijk Gewest Waals Gewest
Vlaams Gewest Brussels Hoofdstedelijk Gewest Waals Gewest
Vlaams Gewest

BRON 7 De gemeenschappen in België

BRON 8 De gewesten in België

Noordzee

Vlaamse Gemeenschap

Franse Gemeenschap

Duitstalige Gemeenschap

a Noem de drie gemeenschappen en de drie gewesten.

FRANKRIJK

Vlaams Gewest

Waals Gewest

Brussels Hoofdstedelijk Gewest

b Kies het juiste antwoord. Bij bron 7 is Brussel gearceerd: omdat de tekenaar dat leuk vindt; omdat Brussel ook een gemeenschap is; omdat Brussel volledig bij de Vlaamse Gemeenschap hoort; omdat in Brussel zowel de Vlaamse als de Franse Gemeenschap mag beslissen.

BRON 9 Vlaggen

@VANIN

Europese Unie België
Vlaamse Gemeenschap
Waals Gewest

Duitstalige Gemeenschap

Brussels Ho ofdstedelijk Gewest

@VANIN

Kies het juiste antwoord:

Het Vlaams Parlement is de uitvoerende – de wetgevende – de rechterlijke macht van Vlaanderen.

BRON 10 Het Vlaams Parlement in Brussel

J Een referentiekader voor het verleden

In dit onderdeel herhaal je de leerstof van de eerste graad met enkele herhalingsoefeningen, die de belangrijkste vaardigheden opnieuw trainen en je kennis over het referentiekader opfrissen.

Verschillende elementen uit de voorgaande lessen komen daarbij aan bod. In het werkschrift en bij het onlinelesmateriaal vind je andere syntheseoefeningen terug. Eerst herhaal je even wat een referentiekader eigenlijk is.

PREHISTORIE

OUDE NABIJE OOSTEN

KLASSIEKE OUDHEID MIDDELEEUWEN

Refereren betekent terugverwijzen. Binnen het vak geschiedenis bedoelt men met terugverwijzen: je oriënteren in het verleden. Een ander woord voor kader is schema of structuur. Het referentiekader is met andere woorden een schema dat of structuur die je helpt bij je oriëntatie in het verleden.

Het referentiekader geeft je informatie over een tijd, een ruimte en bepaalde gebeurtenissen. Je kent de zeven tijden van ons verleden: prehistorie, oude nabije oosten, klassieke oudheid, middeleeuwen, vroegmoderne tijd, moderne tijd en hedendaagse tijd.

Binnen elke tijd kiezen we een plaats op de wereldbol uit waar iets belangrijks gebeurd is. Een ander woord voor plaats is ruimte. De grootte van die ruimte kan verschillen: een continent of werelddeel (Europa, Azië ...), een gebied (Mesopotamië, Oost-Afrika ...), een land (België, Engeland ...), een streek (de Kempen, de Westhoek ...) of een stad (Antwerpen, Parijs ...). De wereld in zijn geheel is ook een plaats. Je weet ook dat gebeurtenissen of ontwikkelingen ingedeeld worden in vier domeinen: politiek, sociaal, economisch en cultureel.

MODERNE TIJD

@VANIN

HEDENDAAGSE TIJD

VROEGMODERNE TIJD

Een referentiekader helpt je dus bij je oriëntatie in het verleden door per tijd een ruimte te geven waar zich belangrijke gebeurtenissen afspelen. Op het einde van elk onderdeel in dit leerboek heb je een overzicht van de geziene leerstof gekregen. Die overzichten maken deel uit van het referentiekader. Let op! De mensen en samenleving die je bestudeert, hebben het referentiekader nooit gekend. Het gaat hier om een hulpmiddel voor jou. Jij weet dat de Kelten in de prehistorie leven. De Kelten zelf hebben dat nooit geweten. In andere werelddelen gebruikt men andere referentiekaders. De Chinezen bijvoorbeeld delen hun verleden anders in.

42

Herhalingsoefeningen

OPDRACHT 1

a Geef voor elke bron de juiste tijd uit het referentiekader.

b Welke bronnen gaan over mensen uit Europa?

c Over welk domein gaat elke bron? Motiveer je antwoord.

BRON 1 Een Keltische krijger

OPDRACHT 2

a Geef voor elke bron aan of het gaat om een geschreven, mondelinge of materiële bron.

b Welke bronnen dienen om de macht van iets of iemand aan te tonen?

c Los de vragen bij bron 8 op.

BRON 2 Fragment uit het tapijt van Bayeux

Borduurwerk uit de 11e eeuw, 0,5 m breed (het volledige wandtapijt is 70 m lang)

Het tapijt vertelt het verhaal van de verovering van Engeland door de hertog van Normandië (Frankrijk). Er staan onder andere 623 mensen, 55 honden, 202 paarden, 41 schepen en 49 bomen op.

BRON 3 Een file op weg naar de vakantieoorden in het zuiden (periode 1950-1960)

@VANIN

BRON 4 Afbeelding van de Egyptische god Thot in een graf (1250 v.C.)

Triomfzuil

De zuil werd gebouwd tussen 107 en 112 om de overwinning van keizer Trajanus op de opstandige Daciërs te herdenken.

BRON 7 Zondagmiddag op het eiland

@VANIN

Het paleis dient om de macht van de Franse koning aan te tonen.

BRON 8 Een historicus over zijn werk

De Engelse historicus Edward Gibbon (1737-1794) beëindigde zijn zesdelig werk over het Romeinse Rijk in 1787 met de woorden: ‘De geschiedschrijver mag zich verheugen over het belang (...) van zijn onderwerp, maar is gedwongen (...) dikwijls te klagen over het tekort aan bronnen. Te midden van de ruïnes van het Capitool kreeg ik het plan om een werk te starten dat twintig jaar (...) mijn aandacht heeft opgeëist en dat ik presenteer aan de belangstelling en het oordeel van het publiek, daarbij zeer goed de tekortkomingen van het werk beseffend.’

Uit: E. Gibbon, Verval en ondergang van het Romeinse Rijk (17761788), Olympus, Amsterdam, 2021

a Is dit een primaire of secundaire bron over het Romeinse Rijk?

b Zoek zelf de nodige informatie op het internet. Waardoor had Gibbon de tijd om te schrijven?

c Hoe bewijst dit citaat van Gibbon dat geschiedenis niet hetzelfde is als het verleden?

KUNNEN

1 bronnen en gebeurtenissen in de juiste tijd en bij het juiste domein plaatsen

2 bronnen en gebeurtenissen uit Europa aanduiden

Georges Seurat, Zondagmiddag op het eiland (1884-1886), fragment

Georges-Pierre Seurat (1859-1891) was een Frans kunstschilder en tekenaar.

3 een reeks bronnen volgens soort sorteren

4 informatie opzoeken

5 een bron met behulp van vragen bestuderen

BRON 5 De zuil van Trajanus
BRON 6 Het paleis van Versailles (1722)

43 Herhalingsles

irrigatietechnieken: technieken om akkers met water te bevloeien

Aan de hand van een reeks opdrachten en vragen maak je zelf een referentiekader over de leerstof die je in de eerste graad gezien hebt. Als je het antwoord niet weet, kun je het opzoeken in de andere lessen. In je werkschrift vind je een kader om de vragen te beantwoorden.

1 PREHISTORIE

1 Duid het juiste antwoord aan.

a Men spreekt van prehistorie als – de mensen zich hullen in b eestenvellen en leven van de jacht; – men geen geschreven bronnen gebruikt; – men nog geen landb ouw beoefent en rondzwerft; – men materiële bronnen maakt.

b Ongeveer 1,5 / 2,5 / 3,5 / 4,5 miljoen jaar geleden ontstaan de eerste echte mensen in Afrika / Amerika / Antarctica / Azië / Oceanië / Europa.

c Onze rechtstreekse voorouder heet: homo habilis / homo sapiens sapiens / homo sapiens neanderthalensis / chimpansee / homo erectus.

2 Onze voorouders zijn jagers-voedselverzamelaars. Wat bedoelt men daarmee?

3 Duid het juiste antwoord aan.

a De laatste ijstijd eindigt ca. 20 000 / 15 000 / 10 000 / 5000 v.C.

b In China / Zuid-Amerika / het Nabije Oosten / de Balkan schakelt de mens omstreeks 20 000 / 15 000 / 10 000 / 5000 v.C. voor het eerst over op landbouw en veeteelt.

4 ‘De mens wordt sedentair.’ Leg die uitspraak uit.

5 Duid het juiste antwoord aan. De overschakeling op landbouw en veeteelt verandert de prehistorische samenleving grondig. Het gaat dus om een revolutie. Men noemt die gebeurtenis: de industriële revolutie / de neolithische revolutie / de digitale revolutie.

NOORDWEST-EUROPA EN ONZE GEWESTEN

6 Duid het juiste antwoord aan.

a De eerste mensen in onze gewesten leven van landbouw / veeteelt / jacht en voedselpluk.

b De Kelten leven in de steentijd / kopertijd / bronstijd / ijzertijd.

c De Kelten vormen een / geen groot rijk.

2 OUDE NABIJE OOSTEN (3500-800 v.C.)

@VANIN

1 Duid het juiste antwoord aan.

Langs welke rivieren is een stroomcultuur ontstaan?

Schelde / Gele Rivier / Amazone / Wolga / Eufraat en Tigris / Nijl / Mekong / Indus / Rijn

2 De volkeren van het oude nabije oosten doen aan irrigatielandbouw. Verklaar wat men daarmee bedoelt.

HET OUDE EGYPTE

3 Duid het juiste antwoord aan.

a De Egyptische stroomcultuur ontstond in Afrika / Azië / Amerika / Europa / Oceanië.

b De macht van de farao is het best te vergelijken met die van een verkozen president / dictator / de Belgische koning.

c De Oude Egyptenaren zijn tijdens het grootste gedeelte van hun geschiedenis monotheïstisch / polytheïstisch.

d De piramiden zijn paleizen / voorraadschuren / begraafplaatsen / energiecentrales.

e Ho e heet de Egyptische techniek waarbij men lijken zodanig behandelt dat ze voor lange tijd bewaard kunnen worden?

3 KLASSIEKE OUDHEID (800-500 v.C.)

HELLAS

1 Wat is een polis?

2 Duid het juiste antwoord aan.

a De Grieken vormen een / geen groot rijk.

b Welke groep mag bij de Atheense democratie meebeslissen? mannen / metoiken / slaven en vrouwen

c Athene is een directe / indirecte democratie.

d Spar ta is een democratie / oligarchie / geen van beide.

3 Wie vecht tegen wie in de Perzische oorlogen? Wie vecht tegen wie in de Peloponnesische oorlogen?

4 In welke eeuw verovert de Makedonische koning Alexander een groot rijk?

5 Wat gebeurt er met het rijk van Alexander na zijn dood?

ROME

1 Duid het juiste antwoord aan.

a Welke periode uit de Romeinse geschiedenis duurt in het Westen het langst? koninkrijk / republiek / keizerrijk

b Tot welk volk behoort een deel van de Romeinse koningen?

Etrusken – Feniciërs – Galliërs – Grieken – Kretenzers – Vlamingen

2 Wat is een consul?

3 Hoe heet de methode waarmee de Romeinen veroverde gebieden onder controle houden?

4 Geef twee kenmerken van de plebejers.

5 Duid het juiste antwoord aan.

De populares komen tijdens de burgeroorlogen op voor de koningen / de proletariërs / de nobilitas / de optimates.

6 Hoe heet de eerste Romeinse keizer? Van welke Romeinse veldheer is hij familie?

7 In welke eeuw kent het Romeinse Rijk zijn grootste omvang?

8 Geef drie oorzaken voor het verval van het Romeinse keizerrijk.

9 In 476 houdt het Romeinse Rijk op te bestaan. Juist of fout?

10 Waarom stichten de Grieken kolonies? In welke eeuwen doen ze dat?

11 Geef drie producten die tussen de Griekse kolonies en hun moedersteden verhandeld worden.

12 Geef twee kenmerken van slaven.

13 ‘De Romeinse nobilitas bestaan uit de rijke plebejers en de patriciërs.’ Juist of fout?

14 Wat is een Romeinse proletariër?

15 Duid het juiste antwoord aan.

a Wanneer kent de handel langs de Middellandse Zee een enorme bloei?

756 v.C.-100 / 200 v.C.-200 / 100-300 / 300 v.C.-476

b Een latifundium is een groot / klein / middelgroot landbouwbedrijf.

16 Welke drie soorten zuilen kent de klassieke bouwkunst?

17 Geef twee volkeren waarvan de Romeinen veel overnemen.

18 Teken een rondboog.

19 Duid aan. Bij een idealistische afbeelding a geeft men de mensen weer zoals ze in werkelijkheid zijn; b geeft men zijn idealen weer; c b eeldt men mensen mooier en beter af dan ze zijn; d volgt men de methode van Homeros Idealos; e geeft men geen mensen weer.

20 Over welke oorlog dicht Homeros?

21 Duid aan. De Grieken en de Romeinen zijn tijdens een groot deel van hun geschiedenis monotheïstisch / polytheïstisch.

22 In welke eeuw wordt het christendom de staatsgodsdienst van het Romeinse Rijk?

23 Waarover proberen de Griekse filosofen en wetenschappers verklaringen te formuleren?

ONZE GEWESTEN IN DE KLASSIEKE OUDHEID

1 Welk volk leeft er in onze gewesten bij de komst van de Romeinen?

2 Welke Romeinse veldheer verovert onze gewesten?

3 Wat gebeurt er met de opstandelingen?

4 Geef twee steden uit onze gewesten die in de Romeinse tijd gesticht zijn.

KENNEN

@VANIN

1 belangrijke kenmerken van de prehistorie, het oude nabije oosten en de klassieke oudheid opnoemen

2 belangrijke kenmerken van de geschiedenis van onze gewesten in de prehistorie en de klassieke oudheid opnoemen

KUNNEN

1 informatie opzoeken

2 vragen en opdrachten over de prehistorie, het oude nabije oosten en de klassieke oudheid oplossen

5 Hoe heet de cultuur die ontstaat uit de vermenging van Keltische en Romeinse gebruiken?

WOORDENLIJST

administratie: het verzamelen, ordenen en bijhouden van gegevens

akoestiek: wetenschap die zich bezighoudt met het geluid. Hoe klinkt bijvoorbeeld het geluid in de ruimte?

ambacht: beroep waarbij iets met de hand wordt gemaakt, bv. pottenbakker of wever

amfoor: kruik met twee oren die door de Grieken en Romeinen meestal wordt gebruikt om voeding te bewaren en te vervoeren

anatomie: bouw van het menselijke lichaam

archaïsch: heel oud; eerste periode/stijl van de Griekse beeldhouwkunst

autocratie: regeringsvorm waarbij de macht wordt uitgeoefend door één persoon autonomie: zelfregering

bas-reliëf: halfverheven beeldhouwwerk bekken: plat, lagergelegen gebied of zee betrouwbaar: een bron is betrouwbaar als ze een correct antwoord geeft op de historische vraag.

bladmotief: versiering met bladeren

bronstijd: term gebruikt door archeologen en historici voor de periode tussen ca. 3000 en 800 v.C. waarin vooral bronzen werktuigen en wapens werden gebruikt.

Die periode volgt op de (nieuwe) steentijd en wordt gevolgd door de ijzertijd.

bruikbaar: een bron is bruikbaar als ze een antwoord geeft op de historische vraag.

burgeroorlog: oorlog waarbij de strijdende partijen deel uitmaken van hetzelfde land

burgerrechten: rechten voorbehouden aan de vrije burgers; het Romeinse burgerrecht was er voor de Romeinen en niet voor vreemdelingen, slaven of vrouwen.

chirho: eerste twee letters van het Griekse woord ‘Christus’: X (chi) en P (rho) continuïteit: wat (in wezen) hetzelfde blijft contrapost: typische houding in de beeldhouwkunst; een staand persoon heeft het bekken licht gekanteld. Het rechterbeen is gestrekt, het linker- gebogen. De linkerarm is gebogen en de rechter- gestrekt.

filosofie: etymologisch bestaat dit woord uit twee Griekse woorden, namelijk ‘filia’ (liefde) en ‘sofia’ (wijsheid). Letterlijk betekent filosofie dus ‘liefde voor de wijsheid’. Synoniem: wijsbegeerte.

fresco: muurschildering in waterverf op verse, natte kalk fries: (in de Griekse architectuur) horizontale strook met schilder- of beeldhouwwerk boven de architraaf of hoofdbalk

frontaal: in vooraanzicht

fronton: bovenste gedeelte van een gevel, vaak in de vorm van een driehoek

gedrapeerd: wanneer stof in plooien valt geïdealiseerd: mooier, beter voorgesteld dan in werkelijkheid

@VANIN

cyclopen: eenogige reuzen

dictator: uitzonderlijk door de senaat benoemde magistraat die tijdelijk buitengewone macht krijgt dynamisch: in de kunst: met een uitdrukking van beweging evolutie: (geleidelijke) ontwikkeling in de tijd exporteren: inlandse waren uitvoeren

Federaal Parlement: nationaal parlement, voor alle Belgen

gelaagde maatschappij: samenleving waarin mensen rechten en plichten hebben naargelang de stand waartoe ze behoren

Griekse mythe: verhaal over goden en mensen dat een antwoord op grote levensvragen of een verklaring voor bepaalde zaken geeft

haam: hoefijzervormig juk voor een trekdier

handelaar-ondernemer: eigenaar van een bedrijf of onderneming die producten maakt en/of verkoopt

heerbaan of heirbaan: stevig aangelegde stenen wegen die de meeste delen van het Romeinse Rijk met elkaar verbinden (voor de handel en vlotte verplaatsing van legertroepen)

hegemonie: overwicht, overheersing

hekeldichter: dichter die ondeugden of wantoestanden aanklaagt of bespot

hellenisme: ‘hellenistisch’ betekent ‘Griekssprekend’ en ‘Grieksgezind’. In het hellenisme vermengen oosterse gewoontes en Griekse cultuurelementen zich tot een nieuwe samenlevingsvorm waarin het Griekse aspect toonaangevend is.

heloten: betekent eigenlijk ‘gevangenen’ imperialisme: het streven van een land naar uitbreiding van het grondgebied ten koste van andere landen of volkeren

importeren: buitenlandse waren invoeren

irrigatietechnieken: technieken om akkers met water te bevloeien

kalenden: eerste dag van de maand in de Romeinse kalender

kapiteel: bovenste gedeelte van een zuil. Dient om de last op een smaller vlak van bijvoorbeeld de zuil over te brengen.

kolonisatie: in de klassieke oudheid het oprichten van een dochterpolis door een moederpolis; beide poleis zijn onafhankelijk van elkaar en drijven handel.

kunstuiting: product van menselijke creativiteit: bouwkunst, schilderkunst, reliëf- en beeldhouwkunst, literatuur, muziek ...

latifundium: groot landgoed in het Romeinse Rijk, vaak bewerkt door een groot aantal slaven magistraat: (in het Oude Rome) bestuurder

metoik: vreemdeling die in de polis woont; hij is geen burger.

metoop: sierelement met vaak halfverheven beeldhouwwerk, tussen trigliefen

migratie: een groep verhuist van de ene plaats naar de andere.

moederpolis: polis uit Hellas die elders een andere polis of kolonie opricht. Die kolonie is dan een do chterpolis.

multicultureel: met mensen uit verschillende culturen en godsdiensten

mythe: een verhaal dat veel mensen kennen, maar dat niet overeenkomt met de werkelijkheid

mythologie: geheel van verhalen over goden en bovennatuurlijke krachten die de mens en de natuurverschijnselen verklaren

nijverheid: bedrijfsvorm waarbij grondstoffen worden verwerkt

Nike (spreek uit: Nikei): godin van de overwinning oligarchie: regering door enkelingen die tot de bevoorrechte stand behoren

ondernemer: persoon die in een handelstak of bedrijf zelfstandig, voor eigen rekening en risico werkt. Hij bezit daarvoor de nodige productiemiddelen en werkt met arbeidskrachten.

pachter: iemand die grond mag bewerken in ruil voor een vergoeding

paleiseconomie: het paleis bewaart en verdeelt (voedsel) voorraden en granen.

pandemie: epidemie op wereldwijde schaal pantheon: het geheel van alle goden; bij uitbreiding: gebouw gewijd aan alle goden parasiet: organisme dat zich enkel kan voortplanten ten koste van een plant of dier patriarchaal: waarbij de vader of de man een overheersende positie heeft periode: afbakening in de tijd; voor de kunst: een bepaalde stijl in een bepaalde tijd Persefone: vruchtbaarheidsgodin en gemalin van Hades, de god van de onderwereld pontifex maximus: opperpriester primaire bronnen: bronnen gemaakt door iemand die rechtstreeks betrokken is, bijvoorbeeld een ooggetuige provincia: veroverd gebied buiten Italië; heeft meestal de betekenis van een wingewest.

Punisch: naar de Latijnse benaming voor Feniciërs en Carthagers. Romeinen noemen de Carthagers ‘Poeni’. realistisch: in overeenstemming met de werkelijkheid reconstructie: iets dat uit losse stukken of feiten weer in elkaar is gezet, in de oorspronkelijke vorm hersteld regionaal: plaatselijk, behorend tot een bepaalde streek reliëf: soort beeldhouwkunst: figuren worden uitgehouwen in de steen van een gebouw en maken dus deel uit van dat gebouw.

representatief: een bron is representatief als ze een typerend antwoord geeft op de historische vraag.

@VANIN

republiek: staat waar het hoogste gezag in handen is van een verkozen president rurale ruimte: landelijk gebied sarcofaag: meestal stenen (maar ook houten) kist waarin men de dode plaatste schacht: deel van de zuil tussen voetstuk en kapiteel schiereiland: land dat langs drie zijden omgeven is door water en langs één zijde verbonden is met het vasteland schuldslaven: mensen die als slaaf verkocht kunnen worden, omdat ze schulden hebben secundaire bronnen: bronnen gemaakt door iemand die niet rechtstreeks betrokken is; vaak in een andere tijd

speculatief: gebaseerd op veronderstellingen en niet op feiten

staatsgodsdienst: de enige toegelaten of officiële godsdienst in een bepaalde staat, bijvoorbeeld het Romeinse Rijk

stadstaat: in de klassieke oudheid een centrum met de omliggende landbouwgebieden en dorpen. De stadstaten zijn politiek en economisch onafhankelijk.

standplaatsgebondenheid: tijd, ruimte, maatschappelijke positie en persoonskenmerken beïnvloeden de blik op (historische) gebeurtenissen.

statisch: in de kunst: weinig of geen uitdrukking van beweging

stedelijke ruimte: verstedelijkt gebied, met dichtere bebouwing

symmetrisch: beide helften van een voorwerp zijn gelijk.

Thrakiërs: volk dat ten noordoosten van Hellas leeft. De Grieken beschouwen hen als oorlogs- en drankzuchtige barbaren.

triglief: sierelement met drie rechtopstaande groeven verandering: iets wat op een bepaald moment wijzigt, meestal minder geleidelijk (zie evolutie)

visioen: beeld dat je op bovennatuurlijke wijze waarneemt en dat een boodschap of voorspelling bevat, vaak van goden of heiligen

SLEUTEL- EN STRUCTUURBEGRIPPEN

In de geschiedenisles heb je een heleboel nieuwe begrippen geleerd. Sleutelbegrippen zijn woorden die je zullen helpen bij het bestuderen van samenlevingen. Structuurbegrippen helpen je dan weer bij het oriënteren in tijd, ruimte en domein. We vermelden telkens de les waar het begrip voor het eerst aan bod komt.

SLEUTELBEGRIPPEN BETROKKEN LES

agrarische (r)evolutie (of: neolithische revolutie)

ambacht

ambtenaren

aristocratie

autocratie

burgerrechten

cultuur

democratie

dynastie

filosofie

gelaagde maatschappij

geldeconomie

handel

imperialisme

jager-verzamelaar

kolonisatie

kunstuiting

landbouw

migratie

Storia HD 1 Les 7

Storia HD 2 Les 43

Storia HD 1 Les 14

Storia HD 2 Les 9

Storia HD 1 Les 12

Storia HD 2 Les 12

Storia HD 1 Les 14

Storia HD 2 Les 10

Storia HD 2 Les 23

Storia HD 2 Les 20

Storia HD 1 Les 2

Storia HD 2 Les 2

Storia HD 2 Les 10

Storia HD 1 Les 15

Storia HD 2 Les 23

Storia HD 2 Les 33

Storia HD 2 Les 12

Storia HD 1 Les 10

Storia HD 2 Les 9

Storia HD 1 Les 10

Storia HD 2 Les 9

Storia HD 2 Les 24

Storia HD 1 Les 5

Storia HD 2 Les 43

Storia HD 2 Les 8

Storia HD 1 Les 18

Storia HD 2 Les 17

Storia HD 1 Les 7

Storia HD 2 Les 3

Storia HD 2 Les 5

mondelinge traditie

monotheïsme

multiculturele samenleving

mythologie

natuurreligie

nomadische samenleving

ongelijkheid

oorlog en vrede

Storia HD 2 Les 28

Storia HD 1 Les 16

Storia HD 2 Les 4

Storia HD 2 Les 39

Storia HD 2 Onderzoek 1

Storia HD 2 Les 31

Storia HD 1 Les 7

Storia HD 2 Les 43

Storia HD 1 Les 14

Storia HD 2 Les 11

Storia HD 2 Les 19 STRUCTUURBEGRIPPEN

Storia HD 1 Les 3

Storia HD 2 Les 2 chronologie

continentaal en maritiem

Storia HD 1 Les 2

Storia HD 2 Les 2

Storia HD 2 Les 14 continuïteit

@VANIN

Storia HD 1 Les 18

Storia HD 2 Les 17 cultureel

Storia HD 1 Les 2

Storia HD 2 Les 2 duur

Storia HD 1 Les 2

Storia HD 2 Les 2

HD 1 Les 4 Storia HD 2 Les 17

Storia HD 2 Les 2 jaar Storia HD 1 Les 2 Storia HD 2 Les 2 lokaal

Storia HD 1 Les 2

Storia HD 2 Les 2 millennium Storia HD 1 Les 2

Storia HD 2 Les 2 open en gesloten ruimte

Storia HD 2 Les 3 periode

Storia HD 1 Les 2

Storia HD 2 Les 2 politiek

Storia HD 2 Les 2 regionaal

Storia HD 1 Les 7

Storia HD 2 Les 2 revolutie

Storia HD 2 Les 43 sociaal

Storia HD 1 Les 2

Storia HD 2 Les 2

stedelijke en rurale ruimte

Storia HD 2 Les 6 tijdrekening

Storia HD 1 Les 2

Storia HD 2 Les 2 verandering

Storia HD 1 Les 7

Storia HD 2 Les 17

SLEUTELBEGRIPPEN BETROKKEN LES

patriarchale samenleving

polytheïsme

republiek

rijk

ruileconomie

schriftsoorten

sedentaire samenleving

slavernij

staatsgodsdienst

stadstaat

wetenschappen

Storia HD 2 Les 18

Storia HD 1 Les 16

Storia HD 2 Les 4

Storia HD 2 Les 19

Storia HD 1 Les 13

Storia HD 2 Les 20

Storia HD 1 Les 13

Storia HD 2 Les 9

Storia HD 1 Les 21

Storia HD 2 Les 4

Storia HD 1 Les 7

Storia HD 2 Les 43

Storia HD 1 Les 10

Storia HD 2 Les 5

Storia HD 2 Les 32

Storia HD 2 Les 6

Storia HD 1 Les 19

Storia HD 2 Les 33

CREDITS @VANIN

blz. 15 De geldwisselaar en zijn vrouw (Quinten Metsijs) © Alamy/Peter Horree blz. 16 Sfinx en piramide van Chefren © Getty Images/iStockphoto blz. 17 Bovenste marktplein Sagalassos © Bruno Vandermeulen; Piramide Cheops © Shutterstock/Mohamed632 blz. 22 Olijven © Getty Images/Ingram Publishing; graan © Getty Images/Fuse; Het westelijke bekken © Getty Images/iStockphoto blz. 28 Arthur Evans © Corbis/Hulton-Deutsch Collection blz. 29 Gerestaureerde troonzaal Knossos © Imageselect/Alamy/funkyfood London - Paul Williams blz. 32 Philippeion © Getty Images/iStockphoto blz. 33 Vaas fluitspeler © Belgaimage/www.bridgemanart.com blz. 36 Leeuwenpoort © Corbis/Kevin Fleming blz. 37 Gouden dodenmasker © Belgaimage/Funkystock; Schathuis Atreus © Belgaimage/ Funkystock blz. 41 Details Grieks mengvat © 2004 Credit: AAAC/TopFoto blz. 42 Detail Mykonosvaas © Imageselect/ Erich Lessing/Album blz. 44 Tempel Zeus (Olympia) © Belgaimage/INTERFOTO/Sammlung Rauch blz. 45 Vaas C en F © Belgaimage/DEA G DAGLI ORTI blz. 50 Amfora © Granger/Bridgeman Images; Mengvat © Getty Images/ Ashmolean Museum, University of Oxford blz. 53 Spreekgestoelte Pnyx © 2004 AAAC/TopFoto.co.uk (en blz. 192 ); Klérotérion © akg-images/Nimatallah/ImageGlobe blz. 54 Details stèle democratie © Imageselect/Alamy Stock Photo blz. 54 Potscherf © Shutterstock/Gianni Dagli Orti blz. 57 Zuster Jeanne Devos © Belgaimage blz. 58 Malala Yousafzai © Imageselect/Alamy Stock Photo/Paul Pickard; Kinderarbeid © Belgaimage/PHOTONONSTOP/FREDERIC SOREAU blz. 66 Standbeeld Perikles © Gettyimages/iStockphoto blz. 70 Ruiterstandbeeld Alexander de Grote © Belgaimage/DEA A DAGLI ORTI blz. 71 Romeins mozaïek © Belgaimage/DEA M CARRIERI; Sarcofaag © Belgaimage/DEA G DAGLI ORTI blz. 73 Tekening gebaseerd op Plato © MIKKEL JUUL JENSEN/SCIENCE PHOTO LIBRARY blz. 74 Kaart 17e eeuw © Imageselect/World History Archive/F1online; Santorini public domain sourced/ access rights from mike spence/nasa/Alamy Stock Photo blz. 82 Reliëf Poseidon, Apollo en Artemis © Belgaimage/ Werner Forman UIG blz. 83 Jongen met doorn in voet © Imageselect/Alamy Stock Photo/IanDagnall Computing blz. 84 Vazen zwarte en rode figuren © Belgaimage/DEA G DAGLI ORTI blz. 86 Porta Nigra (Trier) (en blz. 173 ) © Getty Images/iStockphoto; Romeinse villa (Volubilis) © Getty Images/iStockphoto blz. 87 Leptis Magna © Getty Images/iStockphoto; Sagalassos © BELGA/SAGALASSOS PROJECT/Bruno Vandermeulen blz. 89 Romulus en Remus © Getty Images/iStockphoto blz. 90 Etruskische vaas © Belgaimage/DEA G NIMATALLAH; Beeld uit een Etruskisch graf © Belgaimage/DEA G DAGLI ORTI (en blz. 122 ); Fluitspeler © Belgaimage/www.bridgemanart.com blz. 96 Capena (Latium) © Belgaimage/DEA G DAGLI ORTI blz. 107 Keizer Augustus als imperator © Till Niermann; Augustus als pontifex maximus © PRISMA ARCHIVO/Alamy Stock Photo blz. 122 Scipio, Cicero, Commodus, Brutus © Belgaimage/www.bridgemanart.com blz. 123 Mozaïek © Belgaimage/Roger-Viollet; Camee © Belgaimage/ Bridgeman Art Library/www.bridgemanart.com blz. 125 Vaas © Antikenmuseum Basel und Sammlung Ludwig blz. 126 Details vaas © akg-images/Nimatallah blz. 131 De ‘tetrarchen’ © Belgaimage/Stefano Politi blz. 136 Details zuil © Belgaimage/DEA G DAGLI ORTI blz. 141 Grieks votiefreliëf © Belgaimage/www.bridgemanart.com blz. 142 Orakel van Delphi © Belgaimage/www.bridgemanart.com; Offer Mars © Belgaimage/De Agostini G Dagli Orti blz. 143 Vestaalse maagden © Belgaimage/INTERFOTO/Bildarchiv Hansmann blz. 146 Grafschrift Licinia Anima © Belgaimage/De Agostini A Dagli Orti; Alexamenos © Belgaimage/akg-images/ImageGlobe blz. 147 Sarcofaag Junius Bassus © Belgaimage/DEA G CIGOLINI blz. 151 Slag Milvische Brug © Imageselect/The Picture Art Collection/Alamy Stock Photo blz. 152 Lactantius © Imageselect/ART Collection/Alamy Stock Photo blz. 158 Socrates © Belgaimage/ IMAGE ASSET MANAGEMENT blz. 159 Vals gebit © BBC; Romeinse chirurgische instrumenten en tegenhangers © Ancient Discoveries, BBC, © Ancient TV blz. 161 3D-reconstructie computer Antikythera © Geolines.ru, Moskou blz. 162 Stenen zonnewijzer © Belgaimage/picture-alliance/ZB blz. 168 Standbeeld Ambiorix © Belgaimage/Clément Philippe blz. 172 Tabernum © Belgaimage/Falkenstein blz. 174 Mozaïek wagenmenner © Belgaimage/De Agostini G Dagli Orti blz. 178 Mozaïek dierengevechten © Belgaimage/Bildarchiv Steffens/Manfred Penschow www.steffens.biz/ www.bridgemanart.com blz. 179 Mozaïek gladiatoren © Belgaimage/De Agostini G Dagli Orti; Grafsteen © Belgaimage/World History Archive/Ann Ronan Collection blz. 181 Drie beschermgodinnen (Ptuj, Slovenië) © BELGA/ www.bridgemanart.com blz. 182 Privéleraar met studenten © Belgaimage/DEA G DAGLI ORTI blz. 184 Openbare toiletten © Belgaimage blz. 185 Reconstructie Ostia © Belgaimage/Andrea Jemolo blz. 191 Koning Filip I © Corbis/OLIVIER POLET blz. 197 Vlaams Parlement © Imageselect/Alamy/Werner Lerooy

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook