Skip to main content

STORIA HD classic 1 voorbeeldhoofdstuk

Page 1

INHOUD

Les 1 Inleiding

-

A Een beeld van het verleden

-

Les 2 Over tijden, plaatsen en domeinen Les 3 De bronnen van de geschiedenis Ontdekplaat –Vaardig in geschiedenis Overzicht A

-

B De prehistorie

-

Les 4 De mens, nog maar pas op aarde Ontdekplaat –Het ontstaan van de mens Les 5 De komst van de homo sapiens Les 6 De werktuigen van de prehistorische mens Ontdekplaat –De werktuigen van de prehistorische mens Les 7 Veranderingen in het neolithicum Overzicht B

-

-

Les 8 Historisch denken

-

C De prehistorie in Noordwest-Europa

-

Les 9 Raadsels in steen Ontdekplaat –Raadsels in steen Les 10 De Kelten, een volk uit de Europese ijzertijd Ontdekplaat –De Kelten, een volk uit de Europese ijzertijd Les 11 Sprokkels uit de Keltische samenleving Overzicht C

-

Herhalingsoefening

-

-

22-

D Het oude nabije oosten (ca. 3500 v.C. - ca. 800 v.C.)

-

Les 12 Het ontstaan van de stroomculturen Les 13 Egypte, het land van de Nijl Ontdekplaat –Egypte en de Nijl Les 14 De farao staat aan de top van de samenleving Les 15 Meer dan drieduizend jaar politieke geschiedenis Ontdekplaat –Bloei en verval van Egypte Les 16 De Egyptische godsdienst kent een overvloed aan goden Ontdekplaat –Egyptische goden Les 17 Leven na de dood Ontdekplaat –De graftombe van Toetanchamon Les 18 Kunst in dienst van de farao en de goden Ontdekplaat –Kunst in dienst van de farao en de goden Les 19 Wetenschap en techniek in het Oude Egypte Les 20 Mesopotamië en Egypte met elkaar vergeleken Les 21 De evolutie van het schrift Overzicht D Les 22 Herhaling en synthese

-

Woordenlijst

-

-

INHOUD

559426_03_Front_v2.indd 3

1 6/03/19 11:08


8

Historisch denken Je weet al uit les 3 dat een geschiedkundige of historicus het verleden bestudeert aan de hand van bronnen. Hij vormt een beeld van een gebeurtenis, een samenleving, een gewoonte, een persoon enz. uit het verleden. Ook jij kunt dat doen. Hoe ga je daarbij te werk? Hoe kun je proberen om te achterhalen wat er in het verleden gebeurd is? Op welke moeilijkheden kun je daarbij stuiten?

De methode om een beeld van het verleden te krijgen, noemen we het historisch denken. Dat bestaat uit vijf onderdelen. We beschrijven hieronder die onderdelen en hoe je ze kunt toepassen. In het leerboek blijven we je uiteraard helpen met aangepaste vragen en opdrachten.

1

Vragen stellen over het verleden en het heden

Je stelt je vragen over gebeurtenissen, personen, gewoonten enz. uit het verleden. Dat kan in vergelijking met het heden.

2

Situeren in het   historisch referentiekader

Zaken uit het verleden en heden situeer je in de tijd, de ruimte (plaats) en de maatschappelijke domeinen. Elke samenleving heeft typische kenmerken. Zo weet je bijvoorbeeld al dat de meeste mensen tijdens een groot deel van de prehistorie nomaden waren.

3

Bronnen en werken kritisch bestuderen en gebruiken

Om vragen te beantwoorden, zoek je naar informatie in bronnen. In les 3 heb je geleerd dat je die in verschillende groepen kunt indelen: geschreven, ongeschreven, primair, secundair enz. Bronnen moeten kritisch onderzocht worden. Is de bron bijvoorbeeld doorheen de tijd bewerkt? Soms gaan er stukken verloren of worden slechts delen van een bron overgeschreven of gekopieerd. Dat kan ervoor zorgen dat ze anders begrepen wordt dan aanvankelijk de bedoeling was. Hoe bruikbaar is de bron om een vraag te beantwoorden? In een kookboek vind je bijvoorbeeld geen informatie over hoe je moet vechten met een bijl. Wat kun je te weten komen over de maker of het ontstaan van de bron? Onderzoek of de maker is beïnvloed door zijn afkomst, beroep, godsdienst, woonplaats, opleiding enz. Interessant is ook te weten te komen waarvoor de bron is gemaakt.

2

Is de bron wel typisch voor wat je wil bestuderen? De bron kan bijvoorbeeld afwijken van andere bronnen of informatie bevatten die niet typisch is voor die tijd. Stel je voor dat van onze samenleving alleen de boeken over taarten bakken zouden overblijven. Een latere onderzoeker zou daaruit foutief kunnen besluiten dat we vooral bezig waren met taarten bakken en … opeten. Op basis van al die zaken kun je besluiten of de informatie in de bron gebruikt kan worden om een historische vraag te beantwoorden. Je vergelijkt best een bron met andere bronnen en werken. Die zijn er echter niet altijd. Veel bronnen raken doorheen de tijd vernietigd. Voor sommige gebeurtenissen, samenlevingen, volkeren, personen enz. zijn er dus niet veel bronnen meer overgebleven. Dat bemoeilijkt het beantwoorden van historische vragen. Soms zijn er ook te veel bronnen waardoor het moeilijk wordt de juiste te vinden of te kiezen om vragen te beantwoorden. Dat geldt zeker voor de hedendaagse tijd met haar internetbronnen.

4

Historische beeldvorming: een beeld over het verleden maken

Met de informatie uit bronnen beantwoord je de vragen en vorm je een beeld over een gebeurtenis, persoon, gewoonte enz. van het verleden. Handige hulpmiddelen zijn daarbij bijvoorbeeld begrippen zoals oorzaak en gevolg, gepland of toeval enz. Geschiedkundigen vertellen wat zij denken dat er in het verleden gebeurd is. Zij schetsen een beeld van het verleden. Daar slagen ze niet altijd in omdat er bijvoorbeeld weinig of geen bronnen zijn. Als er een nieuwe bron ontdekt wordt, bevat die soms nieuwe informatie waardoor men het beeld moet aanpassen. Het klinkt raar, maar de geschiedenis kan dus veranderen!

LES 8 Historisch denken

559426_03_StoriaClassic1_les 8_v3.indd 2

6/03/19 11:31


5 4

50

19 ±

±

±

14

17

50

0

±

±

0 80

50

. v. C

. v. C 0 0 35 ±

PREHISTORIE OUDE NABIJE OOSTEN KLASSIEKE OUDHEID MIDDELEEUWEN

HEDENDAAGSE TIJD

MODERNE TIJD VROEGMODERNE TIJD

Telkens als men oudere resten van bijvoorbeeld de homo sapiens vindt, moet de ontstaansgeschiedenis van die mens aangepast worden. Geschiedkundigen proberen ook foute beelden over het verleden te verbeteren. In veel historische films, boeken, strips enz. gedragen de figuren zich bijvoorbeeld meer zoals hedendaagse mensen dan als mensen uit de tijd waarin het verhaal zich afspeelt.

5

Reflectie: nadenken over het verband tussen verleden, heden en toekomst

De geschiedenis geeft dus een beeld van het verleden. Het gaat om een reconstructie. Het verleden zelf is

voorbij en bestaat niet meer. Historici bestuderen graag hoe een beeld van het verleden invloed heeft op het heden en de toekomst. Zo zijn er bijvoorbeeld diëtisten die reclame maken voor een dieet van noten en vruchten omdat ze denken dat de prehistorische voedselverzamelaars gezond leefden. Historici wijzen er dan op dat we niet zeker weten wat die mensen aten en dat ze niet zo oud als ons werden … Bij historisch denken kun je zelf beïnvloed worden door je familie, je opleiding, je vriendenkring enz. Je bent daarom best kritisch voor jezelf en de anderen. Het kan ook gebeuren dat iemand anders op basis van dezelfde bronnen tot andere besluiten komt. Zijn beeld van hetzelfde verleden kan dus anders zijn dan dat van jou …

In alle lessen van Storia komt het historisch denken aan bod. Dat kan één onderdeel of alle onderdelen zijn. In de onderstaande kadertekst vind je de vraagstelling van historisch denken toegepast op een onderzoek.

Welke vragen uit het historisch denken kan ik voor een onderzoek gebruiken? Historisch denken leert je kritisch omgaan met informatie. In deze tijden van ‘fake news’ en een overaanbod aan meningen in alle media is dat geen overbodige vaardigheid.

1 Vragen over het onderzoeksobject • •

Wat wil je onderzoeken? Welk probleem wil je bestuderen? Op welke vragen wil je een antwoord?

2 Situeren in tijd, ruimte en domein •

In welke tijd, ruimte (plaats) en maatschappelijke domeinen hoort het onderzoeksobject thuis?

 B

559426_03_StoriaClassic1_les 8_v3.indd 3

DE PREHISTORIE

3 6/03/19 11:01


3 Bronnen en werken kritisch bestuderen Bronnen helpen je om de onderzoeksvragen te beantwoorden. • Welke soort bron is het? o Is het een bron of een werk? o Is het een geschreven bron / een ongeschreven bron? o Is de bron origineel of is ze bewerkt? • Wie heeft de bron gemaakt? o Zoek inlichtingen over de maker: zijn naam, nationaliteit, geboortedatum, sterfdatum, beroep, functie, afkomst … o Kan de maker op de hoogte geweest zijn van wat hij vertelt? • Wanneer werd de bron/het werk gemaakt? o Is het een primaire of secundaire bron? o Was de maker een ooggetuige? • Waar is de bron gemaakt? Waar bevindt de bron zich vandaag? • Wat vertelt de bron? o Kun je ze gebruiken om je vragen te beantwoorden? o Is ze typisch voor de periode of samenleving die je bestudeert? • Waarvoor is de bron gemaakt? o Heeft de bron een doel? o Is de bron voor iemand bedoeld? • Vergelijk de bron met andere bronnen en werken. o Welke verschillen en gelijkenissen zijn er?

4 Historische beeldvorming: een beeld van het verleden maken • • •

Welke antwoorden op je vraag of je probleem heb je gevonden? Welk beeld van het verleden krijg je dankzij je antwoorden? Met welke vragen blijf je zitten?

5 Reflectie: nadenken over je onderzoek en de resultaten • • •

Wat zou je anders doen als je eenzelfde onderzoek zou voeren? Werd je onderzoek door iets of iemand beïnvloed? Komen de resultaten van je onderzoek overeen met wat je verwachtte?

KENNEN 1 verklaren waarom de geschiedenis en het verleden niet hetzelfde zijn 2 aantonen hoe bronnen het beeld van het verleden kunnen beïnvloeden 3 vijf vragen geven die je kunt stellen bij het kritisch onderzoeken van een bron

KUNNEN 1 de vijf onderdelen van historisch denken herkennen 2 informatie over een bron en haar maker opzoeken 3 aan de hand van vragen en opdrachten een onderzoek uitvoeren

4

LES 8 Historisch denken

559426_03_StoriaClassic1_les 8_v3.indd 4

6/03/19 11:01


ONDERZOEK 1 Hoe zag een neanderthaler eruit? Je hebt in les 5 kennisgemaakt met de neanderthaler. Restanten van deze mensensoort werden in 1856 opgegraven in de plaats Neandertal bij Düsseldorf in Duitsland. Ook in België werden restanten van deze soort ontdekt. Tot op vandaag ontdekt men overblijfselen van de neanderthaler. In deze opdracht bestudeer je veranderingen in de voorstelling van hoe hij eruitzag.

BRON 1 Schedel van een neanderthaler opgegraven in La Chapelle-aux-Saints (Zuid-Frankrijk) in 1908. De restanten zijn 60 000 jaar oud. Op basis van de schedel en andere skeletresten trekken geleerden besluiten over het uitzicht van de neanderthaler, o.a. dat hij O-benen (gebogen heupen en knieën) had. Nieuw onderzoek in 1957 toont aan dat het om restanten van een oude man ging die een deel van zijn tanden kwijt was en aan een ontsteking van de beenderen leed. Verder onderzoek in 1985 bevestigt dat het individu behoorlijk gehandicapt was aan de benen. Het gaat dus om iemand die niet als model voor de ganse soort kan gelden.

BRON 2 Reconstructie van de neanderthaler van La Chapelle-aux-Saints uit 1909 door de Tsjechische kunstenaar František Kupka (1871-1957). Kupka verblijft vanaf 1896 in Parijs. In die periode maakt hij tekeningen voor magazines en studeert hij biologie, geschiedenis en archeologie aan de universiteit. Kupka baseert zich voor zijn tekening op de besluiten van de geleerden die de restanten in 1908 bestudeerd hebben. Hij wordt later een beroemd kunstenaar.

BRON 3 Reconstructie van de neanderthaler van La Chapelle-aux-Saints uit de 21e eeuw. De Nederlandse kunstenaars Alfons en Adrie Kennis zijn gespecialiseerd in gezichtsconstructies. Zij baseren zich op een techniek ontwikkeld aan de universiteit van Manchester. Ze vergelijken tal van schedels van verschillende soorten mensen en mensapen alvorens de reconstructie te starten. Exact is de reconstructie niet. De haargroei, de oogkleur en de dikte van alle weke delen blijven het resultaat van giswerk.

B

559426_03_StoriaClassic1_les 8_v3.indd 5

DE PREHISTORIE

5 6/03/19 11:01


1 Vraagstelling

Deze opdracht gaat niet over wie de beste reconstructie gemaakt heeft. Je probeert te begrijpen waarom de kunstenaar van bron 2 tot zijn tekening komt. Bestudeer daarom de drie bronnen.

2 Situering • • •

Uit welke tijd stamt elke bron? In welk maatschappelijk domein speelt dit onderzoek zich af? Waar werden de restanten gevonden?

3 Kritische studie

Geef voor elke bron weer of het om een bron of een werk gaat. Welke van de drie is primair? Onderzoek naar de maker van bron 2: o Geef gegevens over de maker. o Ongeveer hoelang na de ontdekking van de schedel maakt hij de tekening? o Op welke informatie heeft hij zich gebaseerd? o Met welk doel zou hij de bron gemaakt hebben? • Waarom mag je bron 2 niet typisch voor de neanderthaler noemen? • Vergelijk bron 2 met bron 3. o Welke verschillen merk je op? o Verklaar die verschillen. • • •

4 Besluit

Verklaar waarom de kunstenaar van bron 2 tot deze reconstructie komt. Waarom zou die reconstructie vandaag niet meer aanvaard worden? 5 Reflectie

Hoe toont dit onderzoek aan dat de geschiedenis kan veranderen?

ONDERZOEK 2 De hobbit Misschien ken je de hobbit uit de boeken of de speelfilms The Lord of the Rings (In de Ban van de Ring). Die kleinere mensensoort is een verzinsel van de Britse schrijver J.R. Tolkien. In 2003 ontdekt men echter in een grot op het Indonesische eiland Flores restanten van mensen van ongeveer één meter. Men sprak al vlug over de ‘floresmens (homo floresiensis)’ of … hobbit. BRON 1

Twee schedels vergeleken

Een schedel van een homo floresiensis naast die van een homo sapiens. De floresmens werd ca. 1,1 m groot en woog maximum 35 kg. Alle gevonden overblijfselen samen dateert men tussen 700 000 jaar en 50 000 jaar geleden.

6

BRON 2

Reconstructie uit de 21e eeuw van een floresmens

LES 8 Historisch denken

559426_03_StoriaClassic1_les 8_v3.indd 6

6/03/19 11:01


BRON 3 Een afstammeling van de homo erectus? Volgens wetenschapper Rik Potts (van het Amerikaanse National museum of Natural History) is de floresmens een rechtstreekse afstammeling van de homo erectus die tot 300 000 jaar geleden in Zuidoost-Azië leefde. Door de ijstijden daalde het zeepeil en konden zij via landwegen naar Indonesische eilanden zoals Flores trekken. Wanneer het zeepeil na verloop van tijd weer stijgt, zaten ze vast op het eiland. Om te overleven zouden ze dan na verloop van tijd kleiner geworden zijn. Kleine mensen verbruiken minder voedsel. Op het eiland leefde ook een soort dwergolifant die eenzelfde evolutie heeft doorgemaakt, maar langs de andere kant kwamen er ook zeer grote ooievaars en behoorlijk grote ratten voor. (Bewerking van een artikel in National Geographic, 2016)

BRON 4 Een moderne mens die aan een ziekte leed? Volgens de onderzoeker Robert D. Martin (van het Amerikaanse Field Museum of Natural History) is de floresmens gewoon een moderne mens die aan microcefalie leed. Die ziekte zorgt ervoor dat de hersenen en de schedelomvang minder goed groeien. Hij komt tot die conclusie na de vergelijking van een schedel van de floresmens met die van hedendaagse mensen die lijden aan die ziekte. Volgens Indonesische geleerden leed de floresmens dan weer aan een andere ziekte die dwerggroei veroorzaakt. (Gebaseerd op artikels in het tijdschrift Science)

BRON 5 Uitgeroeid door de moderne mens? Het uitsterven van de floresmens lijkt samen te vallen met de komst van de moderne mens naar het eiland. Tot op vandaag bestaat de legende van de Ebu Gogo op Flores. Het zou gaan om harige wezens van maximum 1,5 m die zich snel door de jungle bewegen. Ze zouden een eigen taal onder elkaar gebruiken. Omdat ze voedsel stalen en kinderen ontvoerden, hebben de mensen hen uitgeroeid. Op Sumatra bestaat een gelijkaardige mythe over de Orang Pendek wat vertaald ‘korte mens’ betekent. Ook hier zou het om een harig wezen gaan met een menselijk gelaat. Sommige geleerden denken dat het eerder om een apensoort gaat. (Gebaseerd op artikels in Wikipedia English)

1 Vraagstelling

In deze opdracht onderzoek je wat je met zekerheid over de floresmens mag vertellen. Formuleer na raadpleging van de bronnen een eigen vraag die je graag beantwoord wil zien.

2 Situering • • •

In welke van de zeven tijden leefde de floresmens? Waar en in welke tijd werden de restanten gevonden? Zoek het eiland Flores op een wereldkaart. In welk continent ligt het?

3 Kritische studie (bekijken) • • •

Welke bronnen zijn primair? Welke bronnen zijn werken? Wat zegt elke bron over de floresmens?

4 Besluit • •

Geef vier zaken die zeker zijn over de floresmens. Geef drie beweringen die niet bewezen zijn over de floresmens.

5 Reflectie • • •

Hoe toont dit onderzoek aan dat de geschiedenis kan veranderen? Heb je een antwoord op je eigen vraag gevonden? Waarom wel? Waarom niet? Zoek zelf op internet of er nieuwe informatie is over de floresmens.

B

559426_03_StoriaClassic1_les 8_v3.indd 7

DE PREHISTORIE

7 6/03/19 11:01


13 farao: koning; het woord is afgeleid van het Egyptische ‘per-a’ (groot huis) en werd gebruikt om het koninklijk paleis aan te duiden (vergelijk met: ‘het Witte Huis’ of ‘het paleis’ ...). hiërogliefen: het schrift van de Oude Egyptenaren. De Egyptenaren zelf gebruiken het woord tijdens een groot deel van hun geschiedenis niet. Het woord komt uit het Grieks en betekent letterlijk ‘heilig teken’. delta: het moerassige Neder-Egypte. Delta is de vierde letter uit het Griekse alfabet: Δ. De letter heeft dezelfde driehoekige vorm, vandaar de naam. Opper-Egypte: het gebied in Egypte van Memphis tot de eerste cataract of stroomversnelling tijdens het Oude Rijk Neder-Egypte: het gebied in Egypte van de Middellandse Zee tot Memphis constructie: bouw halfedelsteen: benaming voor kostbare stenen die in waarde volgen op edelstenen, bv. graniet, kwarts

8

Egypte, het land van de Nijl Egypte doet je denken aan piramides, machtige farao’s en het hiërogliefenschrift, met andere woorden aan een hoogstaande beschaving. Maar hoe ziet dat land eruit? Welk verband is er tussen de Nijl en het ontstaan van de Egyptische beschaving?

1

Egypte bestaat uit twee delen

Egypte ligt in Noordoost-Afrika en bestaat vrijwel uitsluitend uit woestijn: de immense Arabische woestijn in het oosten en de grimmige Libische woestijn in het westen. Dwars door dat onherbergzame landschap stroomt van zuid naar noord de Nijl. Die rivier heeft een totale lengte van zowat 6300 km. Alleen de laatste 1000 km lopen door Egypte. In het zuiden vormt de eerste stroomversnelling de grens met Nubië. Even ten noorden van Caïro splitst de rivier zich in verscheidene armen, die ongeveer 200 km verder langs een wijdvertakte delta in de Middellandse Zee uitmonden. Het Oude Egypte ligt tussen een zee, twee woestijnen en een stroomversnelling. Op beide oevers van het lange Nijldal, ook Opper-Egypte genoemd, ligt een smalle strook vruchtbare landbouwgrond. De breedte van die strook varieert van enkele meters tot 25 kilometer. In de driehoekige delta, ook NederEgypte genoemd, wordt het vruchtbare gebied steeds breder. De maximale breedte bedraagt bij de monding in de Middellandse Zee ongeveer 200 kilometer. De onherbergzame woestijn levert wel heel wat steensoorten die de constructie van indrukwekkende bouwwerken mogelijk maken. Kalksteen wordt bijvoorbeeld gebruikt voor de piramides. In de woestijn vinden de Egyptenaren ook koper en halfedelstenen. Zonder menselijk ingrijpen is plantengroei in Egypte bijna uitgesloten. Het land heeft dan ook een typisch woestijnklimaat. Het regent er slechts zelden en de temperatuur stijgt er in de zomer regelmatig tot boven 40 °C. Door de lage luchtvochtigheid is die temperatuur er makkelijker te dragen dan bij ons. BRON 1-2

2

De Nijl:   water brengt leven

Elk jaar in juni begint het peil van de Egyptische Nijl langzaam te stijgen en in juli treedt de rivier buiten haar oevers. Die grote toename van het debiet komt door de regens duizenden kilometers stroomopwaarts. Voor de Oude Egyptenaren zijn de overstromingen een echte weldaad: als het water in september begint te zakken en enkele weken later weer in de bedding stroomt, zijn de oevers bedekt met een laagje vruchtbaar rivierslib. Dat maakt het voor de boeren mogelijk om een rijke oogst binnen te halen, zonder enige andere vorm van bemesting. Ze moeten wel hun akkers voortdurend bevloeien met het water uit de Nijl. Anders droogt de grond helemaal uit. Dit noemen we irrigatielandbouw. Soms stijgt het water van de Nijl echter niet hoog genoeg. Dan vloeit er niet genoeg of zelfs geen water over de verste velden en wordt er te weinig slib afgezet. Een andere keer stijgt het water te hoog en volgt er een rampzalige overstroming, die de huizen en de graanschuren van de tempels laat onderlopen. Om de overstromingen en het water te controleren, is er een samenwerking nodig van grote groepen mensen. Zij bouwen dijken en graven kanalen. Zo slagen ze erin het water bij de jaarlijkse overstroming gelijkmatig over het land te verdelen. Die samenwerking is vooral nodig in Opper-Egypte. Daar wordt voornamelijk graan en vlas verbouwd. In Neder-Egypte leeft men voornamelijk van veeteelt en handel. Ook het papyrusriet is afkomstig uit dat gebied. De grote vruchtbaarheid van het Nijldal zorgt voor landbouwoverschotten, waardoor niet langer iedereen als landbouwer moet werken. Er komen andere beroepen en er ontstaat een ruileconomie. Dankzij de Nijl groeit het Oude Egypte uit tot een machtig rijk met een hoogstaande cultuur. BRON 3 - 4 -5 - 6

LES 13 Egypte, het land van de Nijl

559426_StoriaClassic1_les13_v3.indd 8

6/03/19 11:04


5 4

50

19

17 ±

14 ±

±

50

0

±

±

0 80

50

. v. C

. v. C 0 0 35 ±

PREHISTORIE OUDE NABIJE OOSTEN KLASSIEKE OUDHEID MIDDELEEUWEN HEDENDAAGSE TIJD

MODERNE TIJD VROEGMODERNE TIJD

RANDINFO

debiet: de hoeveelheid water die per seconde een bepaald punt passeert

Een cataract of stroomversnelling in de Nijl

slib: geheel van vaste stoffen die door het water worden meegevoerd of zich uit het water hebben neergezet irrigatielandbouw: manier van landbouw waarbij de akkers worden bevloeid met behulp van dijkjes en kanaaltjes landbouwoverschotten: wat landbouwers meer produceren dan ze zelf nodig hebben om zich te voeden ruileconomie: producten worden geruild met andere producten in plaats van betaald met geld rijk: een staat met een bevolking, een grondgebied en een politieke organisatie cataract: stroomversnelling. De Oude Egyptenaren telden er vijf; ze telden stroomopwaarts (van noord naar zuid). mysterieus: geheimzinnig

KENNEN 1 2 3 4 5

de begrippen ‘rijk’, ‘landbouw’ en ‘ruileconomie’ uitleggen vier natuurlijke grenzen van Egypte opnoemen de twee delen van Egypte opnoemen KENNEN drie grondstoffen uit de woestijn geven 1 xx van het Egyptische Rijk verklaren het ontstaan

KUNNEN KUNNEN

OPDRACHTEN • Haal een oorzaak en een gevolg uit de lestekst. • Geef alle hoofdgedachten uit de lestekst.

1 xxx 1 de natuurlijke grenzen van Egypte op een blinde kaart aanduiden 2 gegevens uit grafieken afleiden 3 de bruikbaarheid en betrouwbaarheid van een bron beoordelen in functie van een historische vraag 4 oorzaak en gevolg benoemen 5 een historisch verhaal aanvullen aan de hand van bronnen en redeneringen

D HET OUDE NABIJE OOSTEN (ca. 3500 v.C.-ca. 800 v.C.)

559426_StoriaClassic1_les13_v3.indd 9

9 6/03/19 11:04


BRON 1

Het Oude Egypte

BRON 2

De Nijl, de vruchtbare strook en de woestijn

• Wat is er opvallend aan de overgang tussen de vruchtbare strook en de woestijn? Motiveer je antwoord.

BRON 3 Over de natuur van de stroom kon ik noch van de priesters noch van iemand anders iets vernemen, en toch wilde ik van hen horen waarom de Nijl zwelt en overstroomt bij het begin van de zomerzonnestilstand, gedurende honderd dagen, en dan (…) terugwijkt en klein van bedding wordt, zodat zij gedurende de volledige winter smal is, tot de zomerzonnestilstand er opnieuw is. Over die zaken kon ik niets vernemen van de Egyptenaren, toen ik hen vroeg welke kracht de Nijl toch had waardoor zij andere eigenschappen heeft dan de andere rivieren (…).

• Toon aan dat Egypte langs de vier windrichtingen ingesloten wordt door natuurlijke grenzen. • In welke richting stroomt de Nijl? Hoe weet je dat? • In welke twee delen kun je Egypte opdelen? • Geef drie grondstoffen die de Egyptenaren uit de woestijn halen.

Uit: Herodotos, Historiën, Boek II deel 19 De Griek Herodotos van Halicarnassus (ca. 485 v.C.-425/420 v.C.) maakt in de 5e eeuw v.C. een reeks studiereizen. Hij schrijft zijn conclusies neer in een uitgebreid historisch werk. Herodotus raadpleegt verschillende bronnen en gaat zelf op onderzoek, maar is soms lichtgelovig. • In welk seizoen staat de Nijl het hoogst? • Verbaast dat de schrijver of niet?

BRON 4 Heil aan jou, o Nijl, die zich manifesteert over dit land en komt om leven te schenken aan Egypte. Mysterieus vloei je voort uit de duisternis, op deze dag dat je gevierd wordt. De oevers gemaakt door de Ra (zonnegod) bevloeiend en zo ervoor zorgend dat al het vee leeft, jij geeft de aarde te drinken, jij de onuitputtelijke. (...) Heer der vissen, gedurende de overstroming daalt geen vogel neer op de oogst. Jij schept het graan, jij brengt de gerst voort, alzo de eeuwige duur van de tempels verzekerend. Als jij jouw werk stopt, komt alles wat leeft in gevaar. (...) Uit: Loflied op de Nijl, ca. 2100 v.C.

10

• Geeft deze bron een antwoord op de vraag: ‘Waarom de Nijl zwelt en overstroomt?’ • Op welke historische vragen geeft het loflied wel een antwoord?

LES 13 Egypte, het land van de Nijl

559426_StoriaClassic1_les13_v3.indd 10

6/03/19 11:04


BRON 5

RANDINFO De Aswandam en de verplaatsing van de tempel bij Aboe Simbel

AI in de tijd van de farao’s gebruikt de Egyptische boer een scheprad om water naar hoger gelegen akkers te brengen. Wat toen heel ‘modern’ was, is nu verouderd. • Hoe wordt dit scheprad aangedreven?

BRON 6

Een jaaroverzicht van de stand van de Nijl

Deze grafiek geeft een jaaroverzicht van de stand van de Nijl, gemeten in Oadi Halfa (1931-1932).

• In welke maand bereikt de Nijl volgens de tabel haar hoogste stand? • Hoe groot is ongeveer het verschil tussen de hoogste en de laagste stand?

Vanaf het begin van de 20e eeuw kennen de Egyptenaren geen overstromingen meer. Een dam gebouwd bij Aswan regelt het debiet van de rivier. In 1964 starten de Egyptenaren daar met de bouw van een nog grotere dam. Hij wordt 111 m hoog en heeft een lengte van 3,6 km. Het stuwmeer is 500 km lang en 16 km breed. Het meer dreigt de reusachtige tempel bij Aboe Simbel te overstromen. Men verplaatst de tempel daarom naar een hoger gelegen plaats.

D HET OUDE NABIJE OOSTEN (ca. 3500 v.C.-ca. 800 v.C.)

559426_StoriaClassic1_les13_v3.indd 11

11 6/03/19 11:04


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
STORIA HD classic 1 voorbeeldhoofdstuk by VAN IN - Issuu