STORIA 2 live
HD
Rogier Lindemans Kris Merckx Wim Moreau Jacky Philips Luc Van den Broeck Jos van Dooren o.l.v. Katleen Dillen
ISBN 978-90-306-9537-0
594263
covers storia hd 2.indd 86-88
IN N
Caroline Jans
VA
Senne Hendrickx
©
Gorik Goris
ST RIA HD LIVE 2 LEERWERKBOEK
Kristel Bekers
LEERWERKBOEK
vanin.be
24/04/2020 12:52
IN
Leerwerkboek
©
VA N
Kristel Bekers Gorik Goris Senne Hendrickx Caroline Jans Rogier Lindemans Kris Merckx Wim Moreau Jacky Philips Luc Van den Broeck Jos van Dooren o.l.v. Katleen Dillen
2 2 2
Les 22* Onderzoek: de ‘val van Rome’: een xx waarschuwing uit het verleden? Overzicht C xx
INHOUD Les 1 Inleiding 4
D De klassieke kunst A De eerste stappen in het tweede jaar
xx
9
Les 2* Overal vind je sporen van de klassieke 10 oudheid Les 3 Even je geheugen opfrissen 14 Les 4 Landschappen en mensen in het xx Middellandse Zeegebied Les 5* Onderzoek: de Minoïsche ‘paleizen’ xx op Kreta
Les 23 De klassieke bouwkunst xx Ontdekplaat –De Griekse en Romeinse bouwkunst Les 24* De beeldende kunsten in de klassieke xx oudheid Ontdekplaat –De Griekse beeldende kunst Les 25 Theater en literatuur in de klassieke oudheid xx Overzicht D xx
B De bloei van de Griekse wereld
E Godsdienst in de klassieke oudheid
xx
xx
Les 26 De godsdienst bij de Grieken xx Ontdekplaat –Het orakel van Delphi Les 27 De godsdienst bij de Romeinen xx Ontdekplaat –De Griekse en Romeinse godsdienst Overzicht E xx
IN
Les 6 De komst van de Grieken Ontdekplaat –Mykeners, de eerste Grieken Les 7 De Griekse samenleving: politiek verdeeld, maar cultureel één
xx
xx
F Wetenschap en techniek in de klassieke oudheid xx
VA N
Ontdekplaat –Een Griekse stadstaat xx Les 8 De Olympische Spelen Ontdekplaat –De Olympische Spelen xx Les 9 Boeren, kolonisten en handelaars in Hellas Les 10 Sparta en Athene xx Les 11* Onderzoek: democratie in Athene xx Les 12 De Grieken voeren oorlog xx Ontdekplaat –De Perzische oorlogen Les 13 Alexander de Grote en de hellenistische xx rijken Overzicht B xx
©
C Het Romeinse Rijk
xx
Les 14* Rome begint als stadstaat xx Les 15 De Romeinse republiek xx Les 16 Rome wordt machtig xx Ontdekplaat –Rome wordt machtig Les 17* De veroveringen veranderen de xx Romeinse samenleving Les 18 De burgeroorlogen xx Les 19 Augustus, de eerste keizer xx Ontdekplaat –Het Romeinse leger in de keizertijd Les 20 De economie van het Romeinse Rijk xx Les 21 Bloei en verval van het Romeinse Rijk xx Ontdekplaat –Bloei en verval van het Romeinse Rijk
Les 28 Wetenschap xx Les 29 Techniek xx Overzicht F xx G De Romeinen in onze gewesten
xx
Les 30 De Romeinen veroveren Gallië xx Overzicht G xx H Het dagelijkse leven bij de Romeinen
xx
Les 31 Romeinen en vrije tijd Les 32 Gezin en opvoeding Les 33 Rome, een stad vol tegenstellingen
xx xx xx
I Democratie in de moderne tijd en vandaag xx Les 34 België: de parlementaire democratie xx Les 35 De hedendaagse tijd: het federale xx België Woordenlijst xx Mijn persoonlijk woordenboek xx * Deze les kan georganiseerd worden als BZW-les (Begeleid Zelfstandig Werken) INHOUD
3
1
INLEIDING
1
Op verkenning in STORIA HD live Je vindt de inhoudsopgave van dit leerwerkboek op blz. 3. Kijk eens hoeveel lessen er zijn gepland. In hoeveel groepen of onderdelen kun je ze onderverdelen? Elk onderdeel heeft een titel. Als je die leest, weet je welke onderwerpen je dit schooljaar bestudeert.
Het leerwerkboek
1 Lesnummer
5 Deze icoontjes geven aan welke domeinen in de les aan bod komen.
6 De tijdlijn situeert de les in de tijd.
7 Ondertitels leiden de verschillende delen van de les in.
4
LES 1 INLEIDING
4 Het kaartje vertelt over welk gebied de les gaat. In het vakje onder de kaart kun je verwijzen naar kaarten uit je historische atlas.
3 Een krachtige inleiding met de onderzoeksvragen van de les
©
2 Duidelijke lestitels
VA N
IN
Alle lessen hebben dezelfde structuur, maar de leerstof wordt op verschillende manieren aangebracht. Tijdens sommige lessen zal je leraar veel vertellen; andere lessen worden grotendeels of volledig opgebouwd aan de hand van verschillende soorten opdrachten. Die opdrachten kun je klassikaal, in groepjes of individueel oplossen. De onderstaande illustraties maken de structuur van elke les duidelijk.
vo
ldpa orb ee
gina’s
vo l g e n
ig’ macht t d r o me w men 16 ‘Ro s e l e na ne i w g u a e p i N ld orb ee a l s vo
8 Moeilijke woorden krijgen een ander kleurtje. Ze worden verklaard vanaf blz. xxx. Als er nog woorden zijn die je niet begrijpt, schrijf je ze op in je ‘persoonlijk woordenboek’ op blz. xxx in dit leerwerkboek. De verklaring zoek je op in een woordenboek. Je kunt ook uitleg vragen aan je leraar.
9 In de rubriek ‘onWAARschijnlijk’ vind je extra informatie over de les: boeiende verhalen die je normaal niet in schoolboeken terugvindt.
vo o r b
agin eeldp el
lgen a’s vo
s 24 van le ’s a n i dpag
VA N
IN
e Vo orb
10 Een schema van de lesinhoud op het einde van de les helpt je de les te studeren.
11 Nadat je de les hebt geleerd, moet je deze zaken KENNEN en KUNNEN. Het icoontje verwijst naar de oefeningen op diddit. De begrippen die je moet kennen, staan altijd bovenaan. 12 Na elk onderdeel vind je een handig overzicht van de geziene leerstof.
©
13 Op drie plaatsen in het leerwerkboek vind je een origineel en spannend verhaal van jeugdauteur Dirk Bracke. Daarmee zul je de geschiedenis op een net iets andere manier (her)beleven. Je kunt de verhalen ook beluisteren bij het onlinelesmateriaal.
LES 1 INLEIDING
5
het onlineleerplatform bij STORIA HD live
eerstof kun je inoefenen op jouw L niveau.
Je kunt vrij oefenen en de leerkracht kan ook voor jou oefeningen klaarzetten. Je kunt kiezen uit: - oefeningen per les; - oefeningen op ‘tijd, ruimte, domein’; - oefeningen op ‘werken met bronnen (HD)’; - oefeningen op ‘kennis en begrippen’.
ier vind je de opdrachten terug die de H leerkracht voor jou heeft klaargezet.
Hier kan de leerkracht toetsen en taken
VA N
voor jou klaarzetten.
IN
Benieuwd hoe ver je al staat met oefenen en
opdrachten? Hier vind je een helder overzicht van je resultaten.
Ontdekplaat - Een Griekse stadstaat
Hier vind je het lesmateriaal per les of per
©
leerstofonderdeel (o.a. de videobestanden en audiobestanden). Je merkt ook dat je kunt kiezen tussen verschillende oefeningen. Daarnaast zijn er de ontdekplaten waarmee je zelf aan de slag kunt. Je vindt er allerlei soorten bronnen, filmmateriaal enz. rond een bepaald thema. Ga op ontdekkingstocht en voer de opdrachten uit. Veel plezier!
STORIA
Ontdekplaat
Een Griekse stadstaat
Naam: _____________________________ Nr.: _________ Klas:
__________________
Datum: __________________
/10 1
Welke historische vragen worden er in deze ontdekplaat beantwoord? Onderlijn. -
/1
Waarom ontstaan er in Hellas zelfstandige stadstaten in plaats van één grote samenleving?
2
-
Hoe wordt het bestuur en de economie in de Griekse stadstaten geregeld?
-
Hoe ziet de akropolis van Korinthe eruit?
De akropolis: benoem de drie gebouwen die aangeduid zijn met een cijfer.
/3
1 = ____________________________________________________ 2 = ____________________________________________________ 3 = ____________________________________________________
3
De poleis zijn economisch onafhankelijk. Leg uit met je eigen woorden.
/1
_______________________________________________________________________________ _______________________________________________________________________________
© VAN IN
6
HET ONLINELEERPLATFORM BIJ STORIA HD LIVE
STORIA HD
1
Geschiedenis studeren: in de klas en thuis Welkom in de geschiedenislessen van het tweede jaar van het secundair onderwijs. Je ontdekte vorig schooljaar al dat geschiedenis veel meer is dan feiten en datums uit het hoofd leren. Geschiedenis is niet zo moeilijk, als je de lessen op de juiste manier aanpakt. Luister daarom naar de raadgevingen van je leraar. Goed opletten in de klas brengt je al een hele stap vooruit. Je leraar zal je ook uitleggen hoe je de leerstof thuis kunt herhalen en instuderen. de hand van het schema de inhoud van de les op te zeggen. Als je op deze manier de les verkent, wordt er heel wat informatie in je geheugen opgeslagen. Je zult dus heel wat tijd besparen bij het instuderen. Oefenen Tijdens de geschiedenislessen leer je ook historische vaardigheden. Je leert hoe je historische informatie ontdekt, onderzoekt en structureert. Je zult zo bijvoorbeeld leren om informatie te halen uit bronnen, tijdlijnen en kaarten. Vaardigheden verwerf je door te oefenen. Maak de opdrachten opnieuw en kijk na of je antwoorden juist zijn. De vaardigheden zijn minstens even belangrijk als de inhoud van de les.
VA N
IN
In de klas Als je aandachtig luistert en actief meewerkt in de klas, zul je thuis gemakkelijker de leerstof kunnen instuderen. In de klas doe je het volgende: - prent de titel van de les onmiddellijk in je hoofd; - let op de ondertitels; ze vatten de hoofdlijnen van de les samen; - het is belangrijk dat je alles begrijpt; woorden of onderdelen die je niet begrijpt, kun je immers moeilijk onthouden; - probeer te antwoorden op vragen die je leraar stelt; - b estudeer de bronnen en de opdrachten aandachtig; - zorg ervoor dat je notities ordelijk, volledig en foutloos zijn. Thuis Voorbereiden Neem wat je nodig hebt om je les in te studeren: je agenda, je leerwerkboek, notities, een te verbeteren test enz. Studeer op een rustige en ordelijke plaats, zodat je geconcentreerd kunt werken.
Verkennen Bestudeer eerst de opbouw van de les. Lees de inleiding en bekijk het kaartje, de domeinen en de tijdlijn. Daarna noteer je de titels en de ondertitels. Zo ken je de hoofdlijnen al.
©
2
Lezen en begrijpen Neem de hele les grondig door en controleer of je alles echt begrijpt. De teksten en de bronnen brengen het verhaal van de les. Om het verhaal te begrijpen, moet je ook alle woorden die aan bod komen, begrijpen. Bij het vak geschiedenis horen heel wat specifieke begrippen. We onderscheiden historische begrippen en structuurbegrippen. Die laatste gaan over het vak geschiedenis. Je vindt ze in een kleurtje in de woordenlijst. Lesteksten kun je samenvatten met een schema of een mindmap. Dat zijn goede geheugensteunen. Bekijk vervolgens het schema. Dat bevat de hoofdzaken en de kernwoorden. Probeer nu aan
Studeren De avond voor een test of examen moet je de les instuderen. Studeer de definities van de begrippen die je moet kennen. Leer het schema uit het hoofd en overloop nog eens alle opdrachten. Let daarbij extra op de titels, zodat je inzicht hebt in de opbouw van de les. Bij een toets of examen is het echter niet voldoende om enkel de informatie van je schema op te schrijven. Controleren Controleer of je het schema zelf opnieuw kunt samenstellen. Vergelijk met het schema in je leerwerkboek. Ga na of je elk woord en elk verband tussen de woorden in het schema kunt uitleggen. Raadpleeg de lijst KENNEN en KUNNEN. KENNEN geeft weer wat je van de leerstof moet onthouden en uitleggen. KUNNEN somt op welke vaardigheden in de les aan bod zijn gekomen. De lijst KENNEN en KUNNEN is een prima controlemiddel om na te gaan of je de leerstof beheerst. De puntjes die je onder de knie hebt, vink je aan in het voorziene vakje. Zo heb je altijd een goed overzicht. Op diddit vind je interactieve opdrachten om KENNEN en KUNNEN verder in te oefenen. LES 1 INLEIDING
7
3
Historisch denken Je leert in het vak geschiedenis niet alleen verhalen over het verleden, maar ook hoe deze verhalen ontstaan. Je krijgt dus inzicht in het verleden én in de wetenschappelijke methode die geschiedkundigen gebruiken om over het verleden te vertellen: je leert historisch denken. We geven je hier een overzicht van de vijf onderdelen van historisch denken. Dat hoef je niet uit het hoofd te leren. HD1 Vragen stellen over het verleden Historisch denken start met een historische vraag. In het begin van elke les formuleren we de vragen die we tijdens die les zullen onderzoeken. Je vindt ze in een kleurtje in de inleiding. Alle vragen die je stelt over het verleden, de relatie heden–verleden en de manier waarop kennis over het verleden tot stand komt, zijn historische vragen.
IN
HD2 Een geordend beeld van het verleden opbouwen Geschiedkundigen ordenen stukjes geschiedenis in tijd, ruimte en maatschappelijk domein (zie les 3). Zo krijg je een beter overzicht en inzicht. Tegelijkertijd leer je historische begrippen en structuurbegrippen (zie woordenlijst) om de kenmerken van de samenlevingen die je bestudeert juist te benoemen.
VA N
HD3 Kritisch redeneren met en over bronnen Onze kennis over het verleden leiden we af uit bronnen: we redeneren met bronnen. Daarom is het heel belangrijk om goede bronnen uit te kiezen. Je leert controleren of een bron betrouwbaar en bruikbaar is: dat is redeneren over bronnen.
©
HD4 Tot historische beeldvorming komen Het antwoord op een historische vraag is een samenhangende historische redenering. Typische historische redeneringen zijn: aanleiding–oorzaak–gevolg–toeval, evolutie–revolutie, gelijktijdigheid–ongelijktijdigheid en continuïteit–verandering.
HD5 Reflecteren over de relatie verleden, heden en toekomst Iedereen kijkt met zijn ogen naar het heden en het verleden: vanuit het eigen perspectief. We weten bovendien niet alles over het verleden. Je leert ook nadenken over het gebruik van geschiedenis in de samenleving.
OPDRACHT
8
LES 1 INLEIDING
Lees de krachtlijnen van historisch denken en onderlijn de kernwoorden.
IN
Dit schooljaar bestudeer je de klassieke oudheid. In dit onderdeel krijg je enkele voorbereidende lessen. Je zult ontdekken dat de klassieke oudheid zichtbaarder aanwezig is in onze 21e eeuw dan je wel zou denken. In les 3 frissen we de historische vaardigheden op. Daarna ben je helemaal klaar om in de geschiedenis van de Grieken en de Romeinen te duiken.
VA N
Kleur Griekenland rood en Italië groen op deze hedendaagse kaart.
©
A
De eerste stappen in het tweede jaar
A
De eerste stappen in het tweede jaar
9
2
Overal vind je sporen van de klassieke oudheid De Grieken en de Romeinen bouwen tussen 800 v.C. en 500 n.C. een bloeiend rijk rond de Middellandse Zee. Op die manier leggen ze voor een groot deel de basis van onze samenleving. Dat betekent dat heel wat zaken uit ons hedendaagse leven hun oorsprong vinden in de klassieke oudheid.
IN
Welke soorten bronnen zijn er? Welke sporen van de klassieke oudheid kun je vandaag nog vinden in onze taal en in onze samenleving??
±
PREHISTORIE
4
5
0
19 ±
17 ±
±
14
5
5
0
0
50 ±
±
8
35
VA N
0
0
0
0
v.
v.
C
C
.
.
Kaartnr(s).
OUDE NABIJE OOSTEN
KLASSIEKE OUDHEID
MIDDELEEUWEN
HEDENDAAGSE TIJD
MODERNE TIJD VROEGMODERNE TIJD
©
GROEPSWERK
1 Verdeel de klas in groepjes van drie of vier personen. 2 Je leraar geeft elk groepje drie kaartjes met sporen uit de klassieke oudheid. Er zijn drie soorten kaartjes: over archeologische vondsten, over taal en over samenleving. 3 Met de informatie op de kaartjes lossen jullie de opdrachten op. 4 Je tijd is beperkt: na vijf minuten geef je je kaartjes door aan een ander groepje. 5 Als je alle vragen goed beantwoordt, ontdek je wat de klassieke oudheid voor ons betekent. Succes!
10
LES 2
Overal vind je sporen van de klassieke oudheid
Naam:
Klas:
Nr.:
Score:
Groepsleden:
1
Archeologische vondsten en andere bronnen Bronnen geven informatie over het verleden: ze zijn de basis van onze historische kennis. Ze worden op drie manieren in groepen ingedeeld. Ten eerste maken we een onderscheid tussen ‘historische bronnen’ en ‘historische werken’. Historische bronnen zijn voorwerpen uit het verleden en getuigenissen over het verleden. Historische werken zijn het resultaat van een wetenschappelijk onderzoek na de feiten, met behulp van bronnen en andere werken. Ten tweede maken we een onderscheid tussen Het Nationaal Archeologisch Museum van Athene ‘primaire’ en ‘secundaire’ bronnen. Primaire bronnen dateren uit de tijd zelf. Secundaire bronnen zijn later gemaakt. Ten derde maken we een onderscheid tussen ‘geschreven’ en ‘ongeschreven’ bronnen. Ongeschreven bronnen worden verder verdeeld in mondelinge en materiële bronnen. De Romeinen hebben sporen nagelaten van het noorden van Afrika tot het noorden van Groot-Brittannië. 6
IN
1 Hoe lang worden de vrouwen van Karyae volgens de mythe gestraft voor hun steun aan de Perzen? 2 In welk Noord-Afrikaans land vind je de overblijfselen van de Romeinse stad Volubilis? 3 Welk Romeins bouwwerk in het noorden van Europa is grotendeels bewaard gebleven? 4 Waarmee werd de Romeinse stad Nîmes, dankzij een buitengewone constructie, automatisch bevoorraad? 5 Deze Vlaamse stad werd gesticht door de Romeinen. 6 Deze wetenschap onderzoekt de overblijfselen van oude culturen. 7 Hoe heet het grote Romeinse theater in het hartje van Rome?
2
5 1
2
7
3 4
©
VA N
OPDRACHT 1
Sporen in ons taalgebruik
Amici mei aquam solemque adorant! I miei amici adorano l’acqua ed il sole! Mes amis adorent l’eau et le soleil! ¡Mis amigos adoran el agua y el sol! Os meus amigos adorão a água e o sol! Prietenii mei adora apa si soarele!
De Romaanse talen – Italiaans, Frans, Spaans, Portugees en Roemeens – zijn rechtstreeks ontstaan uit de taal van de Romeinen: het Latijn. Maar ook in de Germaanse talen, zoals het Nederlands, zijn er heel veel woorden die uit het Grieks of het Latijn stammen. Daarnaast heb je heel wat namen en uitdrukkingen die verwijzen naar de klassieke oudheid.
A
De eerste stappen in het tweede jaar
11
OPDRACHT 2
3
1 Wat is het eerste woord van de beroemde uitspraak van Caesar? ‘…, vidi, vici.’ 2 Dit is de eerste letter van het Griekse alfabet. 3 Deze talen stammen af van het Latijn. 4 ‘Democratie’ komt van de Griekse woorden ‘dèmos’ en ‘krateo’. Wat betekent ‘dèmos’? 5 Uit deze oude taal zijn sommige van onze spreekwoorden letterlijk vertaald. 6 Dit lichaamsdeel van de Griekse held Ajax vind je terug in het logo van een Nederlandse voetbalploeg. 7 Hoe dikwijls gebruiken wij Nederlandse woorden met een Latijnse of Griekse oorsprong?
3
5
2 7 6 4 1
De grondslag van onze samenleving Onze samenleving ontstaat door de samensmelting van de klassieke cultuur met de Germaanse en de christelijke. Onze politieke organisatie, onze manier van denken, onze kunst enz. hebben hun wortels in de klassieke oudheid. 1
7
IN
1 Zij verspreiden het gebruik van het Romeinse recht vanaf de vijftiende eeuw. 2 Deze zuiderse vrucht raakt bij ons bekend door de uitbreiding van het Romeinse Rijk. 3 Hoeveel eeuwen zitten er ongeveer tussen het einde van het Romeinse Rijk en het begin van de renaissance? 4 Dit is een van de oudste olympische disciplines. 5 Wie wordt door het parlement vertegenwoordigd? 6 Welke letter gebruiken de Romeinen voor het getal 1 000? 7 Deze maand draagt de naam van een Romeinse keizer. 8 Wat werd tussen de 10e en de 6e eeuw v.C. uitgevonden en via de Romeinen bij ons ingevoerd?
8 4 3
5
2
6
©
VA N
OPDRACHT 3
E
Wil je eerst ons politieke systeem begrijpen voor je je onderdompelt in de politieke systemen uit de klassieke oudheid? Zie lessen 34 en 35. Wat je na deze les moet kennen en kunnen:
KENNEN 1 de begrippen ‘historische bronnen’, ‘historische werken’, ‘primaire bronnen’, ‘secundaire bronnen’, ‘geschreven bronnen’ en ‘ongeschreven bronnen’ uitleggen 2 de invloed van de klassieke talen op de hedendaagse talen uitleggen 3 drie voorbeelden van invloeden van de klassieke oudheid op onze samenleving opnoemen
12
LES 2
Overal vind je sporen van de klassieke oudheid
KUNNEN 1 uit bronnen informatie halen 2 inzien dat onze samenleving uit het verleden voortvloeit 3 een reeks bronnen volgens soort sorteren 4 interesse voor het verleden tonen
Een aantal onderdeeltjes van ‘kennen’ en ‘kunnen’ kun je op diddit verder inoefenen. Als je denkt dat je een onderdeeltje kent of kunt, zet je daar een kruisje voor.
LES 2 SCHEMA
Overal vind je sporen van de klassieke oudheid 1 Archeologische vondsten en andere bronnen Bronnen geven informatie over het verleden Verschillende soorten bronnen
Historische bron ÅÆ Historisch werk voorwerp uit het verleden of resultaat van wetenschappelijk getuigenis over het verleden onderzoek
Primaire bron ÅÆ Secundaire bron dateert uit de tijd zelf is later, in een andere tijd gemaakt
VA N
IN
Geschreven bron ÅÆ Ongeschreven bron
mondelinge
materiële
©
2 Sporen in ons taalgebruik Romaanse talen
stammen rechtstreeks af van het Latijn Italiaans, Frans, Spaans, Portugees, Roemeens
Germaanse talen
bevatten woorden afkomstig uit het Latijn en het Grieks namen en uitdrukkingen uit de klassieke oudheid
3 De grondslag van onze samenleving Klassieke cultuur
Germaanse cultuur
Christendom
Onze samenleving
A
De eerste stappen in het tweede jaar
13
3
Even je geheugen opfrissen Vorig schooljaar zette je je eerste stappen in het geschiedkundige onderzoek. Je weet dat een geschiedkundige zich baseert op bronnen om een beeld te krijgen van het verleden. Vorige les herhaalde je al hoe geschiedkundigen bronnen indelen. In deze les frissen we de andere historische vaardigheden op.
IN
Hoe ordenen we het verleden in de tijd, de ruimte en het domein? Welke beperkingen hebben bronnen? Waarom is de geschiedenis niet hetzelfde als het verleden?
±
PREHISTORIE
OUDE NABIJE OOSTEN
1
4
5
0
19 ±
±
14 ±
17
5
5
0
0 50 ±
±
8
35
0
0
VA N
0
0
v.
v.
C
C
.
.
Kaartnr(s).
KLASSIEKE OUDHEID
MIDDELEEUWEN
HEDENDAAGSE TIJD
MODERNE TIJD VROEGMODERNE TIJD
©
Je weg vinden in het verleden
Om je weg te vinden in al die eeuwen geschiedenis, komt het erop aan dat verleden te ordenen in de tijd, de ruimte en het domein. OPDRACHT 1
14
LES 3
Bekijk de tijdlijn op deze pagina. De jaren waarin we de tijden laten eindigen of beginnen, noemen we de scharnierdata. Naar welke ‘symbolische’ gebeurtenissen verwijzen ze? Verbind de jaartallen met de juiste zin. ca. 3500 v.C.
de stichting van Rome (volgens de mythe in 753 v.C.)
ca. 800 v.C.
de val van het West-Romeinse Rijk
ca. 500
Het eerste schrift maakt het mogelijk om taal op te schrijven.
ca. 1450
het einde van de Tweede Wereldoorlog
ca. 1750
de val van het Oost-Romeinse Rijk
ca. 1945
het begin van de industrialisatie
EVEN JE GEHEUGEN OPFRISSEN
OPDRACHT 2
Vul de zeven tijdvakken in. tot ca. 3500 v.C. ca. 3500 v.C. tot ca. 800 v.C. ca. 800 v.C. tot ca. 500 n.C. ca. 500 tot ca. 1450 ca. 1450 tot ca. 1750 ca. 1750 tot ca. 1945 vanaf ca. 1945
OPDRACHT 3
Denk aan de hand van de volgende stellingen na over onze indeling van de tijd. Zijn de uitspraken juist of onjuist? Juist
Onjuist
IN
De indeling in zeven tijden is eerder een hulpmiddel gebaseerd op afspraken dan een realiteit. De indeling in zeven tijden is de enige juiste indeling van de geschiedenis.
VA N
In werkelijkheid gebeuren veranderingen vaak zeer langzaam. De scharnierdata zijn symbolisch. Hoe recenter de geschiedenis, hoe langer de tijdvakken.
Naast de christelijke tijdrekening bestaan er nog andere tijdrekeningen, zoals de joodse en de islamitische.
- Historische gebeurtenissen kun je vanuit verschillende invalshoeken bekijken. Op ruimtelijk vlak maken we een onderscheid tussen globaal, lokaal, regionaal, continentaal en nationaal. Vul die begrippen in bij de juiste omschrijving.
©
OPDRACHT 4
Begrip
Betekenis verwijst naar het plaatselijke (wijk, gemeente, stad …) verwijst naar de regio (streek, provincie, gewest …) verwijst naar de staat of het land verwijst naar het werelddeel verwijst naar de wereld
A
De eerste stappen in het tweede jaar
15
-O m ruimte structuur te geven, maken we ook onderscheid tussen: • open ruimte en gesloten ruimte; • stedelijke ruimte en rurale ruimte; • continentale ruimte en maritieme ruimte. Vul die begrippen in bij de juiste omschrijving. Begrip
Betekenis de stad het platteland een open landschap of een open samenleving een gesloten landschap of een gesloten samenleving landinwaarts, niet gericht op de zee in of aan zee
IN
Tot slot ordenen we geschiedenis volgens de maatschappelijke domeinen. Geef voor elke zin een passend domein: politiek, sociaal, economisch of cultureel (P, S, E of C). De Egyptische schrijvers gebruiken papyrus, rieten pennen en inkt.
b
De piramiden zijn niet gebouwd door slaven, maar door loonarbeiders.
c
De Egyptenaren bouwen tempels voor hun goden.
d
De irrigatielandbouw is heel succesvol.
e
De steden aan de stromen groeien uit tot ontwikkelde staten.
f
De Kelten worden verslagen door Germanen en Romeinen.
g
De druïden en barden hebben een speciale positie in de Keltische samenleving.
h
Tot ca. 10 000 jaar geleden leven alle mensen als jagers en verzamelaars.
VA N
a
©
OPDRACHT 5
OPDRACHT 6
Synthese: situeer de bronnen op blz. 17 in tijd, ruimte en domein.* Tijd
Ruimte
Bron 1 Bron 2 Bron 3 Bron 4 Bron 5 * Dikwijls passen meerdere domeinen. Eén juist antwoord is hier voldoende.
16
LES 3
EVEN JE GEHEUGEN OPFRISSEN
Domein
Bron 1 De mummie van farao Ramses II (Egyptisch Museum, Caïro)
Bron 2 Romeinse weg tussen Tongeren en Aarlen
IN
Bron 3 De aanslag op de WTC-torens in New York (11 september 2001)
©
VA N
Bron 4 Een school. Schildering uit de 14e eeuw
Bron 5 De Pont du Gard (Zuid-Frankrijk)
Dit aquaduct is 275 m lang en 49 m hoog. Het werd in de 1e eeuw gebouwd, na de dood van de Romeinse keizer Augustus. Een aquaduct is een brug voor ‘de waterleiding’. (Aqua is het Latijnse woord voor ‘water’.) A
De eerste stappen in het tweede jaar
17
2
Redeneren over bronnen Om een antwoord te vinden op een historische vraag zoeken en selecteren we bronnen. Je weet al uit de lessen van vorig schooljaar dat je hiermee voorzichtig moet omspringen. Bronnen hebben immers altijd bepaalde beperkingen. Die beperkingen zijn afhankelijk van de historische vraag die je stelt en kunnen te maken hebben met de bruikbaarheid, de representativiteit en/of de betrouwbaarheid van de bron. In de loop van het schooljaar zullen we dat regelmatig inoefenen. Je moet er ook rekening mee houden dat de historische bronnen die in de lessen worden gebruikt, dikwijls zijn bewerkt. Dat betekent dat ze niet gelijk zijn aan de originele bron. Bronnen worden ingekort of vertaald, er wordt een titel toegevoegd enz. Die ingrepen kunnen de betekenis van de bron beĂŻnvloeden.
OPDRACHT 8
Welke vraag moet je stellen? Verbind. Is de bron bruikbaar?
Vertelt de bron de waarheid?
Is de bron representatief ?
Geeft de bron een antwoord op de historische vraag?
Is de bron betrouwbaar?
Geeft de bron een typerend beeld?
IN
OPDRACHT 7
Vorig schooljaar leerde je dat de betrouwbaarheid van een bron afhankelijk is van de maker, het doelpubliek en de bedoeling van de bron. Vul het schema aan.
Š
VA N
BRON
informeren, overtuigen, ontspannen, ontroeren, activeren
wie, wanneer, waar, maatschappelijke positie, persoonlijke kenmerken
18
LES 3
EVEN JE GEHEUGEN OPFRISSEN
OPDRACHT 9
3
Wat betekenen de volgende vermeldingen bij bronnen? Verbind. Vertaald
Het is geen letterlijke weergave van de originele tekst.
‘Naar …’
Een materiële bron wordt niet in zijn geheel getoond.
(…) of […]
De originele bron is in een andere taal.
Detail
Er is op die plaats in de originele tekst geknipt.
De geschiedenis is niet het verleden Geschiedenis is een reconstructie van het verleden. Over sommige perioden uit ons verleden weten we slechts weinig door het gebrek aan bronnen. Als er een nieuwe bron ontdekt wordt, kan onze kennis over het verleden veranderen. Dat gebeurt ook als de geschiedkundigen een bron anders gaan interpreteren.
Lees de lestekst en omcirkel het juiste antwoord.
IN
Het verleden kan veranderen / blijft hetzelfde. Onze kennis over het verleden is volledig / onvolledig. Ons eigen standpunt beïnvloedt wel / niet hoe wij naar het verleden kijken. De beperkingen van bronnen hebben wel / geen invloed op ons beeld van het verleden.
VA N
a b c d
Wat je na deze les moet kennen en kunnen:
KENNEN
1 de begrippen ’verandering’, ‘tijd’, ‘millennium’, ‘eeuw’, ‘tijdrekening’, ‘ruimte’, ‘lokaal’, ‘regionaal’, ‘globaal’, ‘open en gesloten ruimte’, ‘stedelijke en rurale ruimte’, ‘continentale en maritieme ruimte’, ‘domein’, ‘politiek’, ‘sociaal’, ‘cultureel’ en ‘economisch’ uitleggen 2 de begrippen ‘tijdvak’, ‘decennium’ en ‘reconstructie’ uitleggen 3 de zeven tijden met begin- en eindjaar opnoemen 4 de gebeurtenissen waarnaar de scharnierdata verwijzen, opnoemen 5 drie verschillende tijdrekeningen opnoemen 6 de vier verschillende domeinen opnoemen en uitleggen 7 drie beperkingen van bronnen opnoemen
©
OPDRACHT 10
8 de drie elementen waarvan de betrouwbaarheid van een bron afhankelijk is, opnoemen 9 het verschil tussen de geschiedenis en het verleden uitleggen
KUNNEN 1 een gebeurtenis in de juiste tijd, op de juiste plaats en bij het juiste domein plaatsen 2 de beperkingen van onze indeling in tijdvakken met twee voorbeelden uitleggen 3 aantonen hoe een bron bewerkt is
Een aantal onderdeeltjes van ‘kennen’ en ‘kunnen’ kun je op diddit verder inoefenen. Als je denkt dat je een onderdeeltje kent of kunt, zet je daar een kruisje voor.
A
De eerste stappen in het tweede jaar
19
LES 3 SCHEMA
Even je geheugen opfrissen 1 Je weg vinden in het verleden TIJD aanduiden
tijdrekening
zichtbaar maken
tijdlijn
indelen
begrippen
ordenen
tijden of tijdvakken
christelijke, islamitische, joodse decennium (10 jaar) eeuw (100 jaar) millennium (1 000 jaar)
RUIMTE open en gesloten ruimte
IN
een werelddeel, een deel van een werelddeel, een land, een streek, een gemeente … stedelijke en rurale ruimte
politiek
bestuur en grondgebied
sociaal
verschillende bevolkingsgroepen armoede en rijkdom
economisch
hoe voorziet de mens in zijn levensonderhoud?
cultureel
het streven naar wijsheid en schoonheid godsdienst, tradities en gewoonten
©
DOMEIN
VA N
continentale en maritieme ruimte
2 Redeneren over bronnen Een bron moet je, in functie van de historische vraag die je stelt, beoordelen op: • bruikbaarheid = geeft ze een antwoord op de historische vraag? • representativiteit = geeft ze een typerend beeld? • betrouwbaarheid = vertelt ze de waarheid? De betrouwbaarheid van bronnen is afhankelijk van: • de maker (wie, wanneer, waar, maatschappelijke positie, persoonlijke kenmerken) • het doelpubliek • de functie of bedoeling van de bron (informeren, overtuigen, ontspannen, ontroeren, activeren) Gebruik en vergelijk zo veel mogelijk bronnen.
3 De geschiedenis is niet het verleden De kennis die we hebben van het verleden is bepaald door: • de beschikbaarheid van bronnen • de interpretatie die we aan de bronnen geven
20
LES 3
EVEN JE GEHEUGEN OPFRISSEN
4
Landschappen en mensen in het Middellandse Zeegebied De Griekse en de Romeinse samenleving ontwikkelt zich in het Middellandse Zeegebied.
IN
Welke rol spelen het klimaat en het reliëf daarin? Wat zijn de natuurlijke kenmerken van het Griekse en het Italische schiereiland? Welke andere volkeren leven er nog rond de Middellandse Zee en welke invloed hebben ze uitgeoefend op de Griekse en de Romeinse cultuur?
±
- Situeer deze les in de tijd en de ruimte. Omcirkel de juiste antwoorden. • In welke tijd situeren we de Grieken en de Romeinen? a In het oude nabije oosten b In de klassieke oudheid
©
OPDRACHT 1
VA N
±
25 0
0
50
v. C
.
0
Kaartnr(s).
• Waar bouwen de Grieken en de Romeinen hun cultuur uit? a In het Middellandse Zeegebied b In Noord-Europa - Bekijk de typische Griekse landschappen op deze foto’s. De ruimte is continentaal / maritiem.
A
De eerste stappen in het tweede jaar
21
1
Het Middellandse Zeeklimaat beïnvloedt de klassieke samenlevingen
OPDRACHT 2
Klimaattypes in Europa - Bekijk de kaart met de klimaattypes in Europa. Welk klimaattype overheerst in Italië en Griekenland?
VA N
IN
- Hoe wordt dat klimaat nog genoemd? Omcirkel de twee juiste antwoorden. TIP Kijk op de kaart waar dat klimaat voorkomt. b Het mediterraan klimaat
c Het Middellandse Zeeklimaat
d Het Zwarte Zeeklimaat
©
OPDRACHT 3
a Het Mer Noir-klimaat
De kenmerken van het Middellandse Zeeklimaat Vergelijk het klimaat van Italië (Rome), Griekenland (Athene) en België (Ukkel) met behulp van klimatogrammen. Die vind je bij het onlinelesmateriaal. Onderstreep de juiste antwoorden. • In Italië en Griekenland valt tijdens de zomermaanden veel / weinig neerslag. • In Griekenland is de temperatuur tijdens de warmste maand meer dan 10° warmer / meer dan 5° warmer dan in België. • De herfst- en wintermaanden zijn in Italië en Griekenland de natste / droogste maanden van het jaar.
22
LES 4
LANDSCHAPPEN EN MENSEN IN HET MIDDELLANDSE ZEEGEBIED
OPDRACHT 4
Plantengroei in het Middellandse Zeegebied Van welke landbouwproducten die groeien in het Middellandse Zeegebied zijn de producten op de afbeeldingen het eindresultaat?
Het westelijke en het oostelijke bekken van de Middellandse Zee zijn verschillend
IN
Het westelijke en het oostelijke bekken Bestudeer de kaartjes van het westelijke en het oostelijke bekken van het Middellandse Zeegebied. Onderstreep de juiste antwoorden in het vergelijkende schema.
VA N
OPDRACHT 5
©
2
Kenmerken
Westelijk bekken
Oostelijk bekken
Aantal eilanden
weinig / veel
weinig / veel
Kustlijn
eerder recht / grillig
eerder recht / grillig
Reliëf
bergachtig / vlak
bergachtig / vlak
Landschap
kleine / grote vruchtbare vlakten open / gesloten ruimte
kleine / grote vruchtbare vlakten open / gesloten ruimte
Gevolgen
meer / minder afhankelijk van scheepvaart voor o.a. visvangst, handel … meer / minder landbouwopbrengst kleine / grote gemeenschappen
meer / minder afhankelijk van scheepvaart voor o.a. visvangst, handel … meer / minder landbouwopbrengst kleine / grote gemeenschappen A
De eerste stappen in het tweede jaar
23
OPDRACHT 6
Bestudeer de aardrijkskundige kaarten van het Italische schiereiland en de Griekse wereld. Noteer daarna op de blinde kaarten de cijfers van de aardrijkskundige gegevens. Het Italische schiereiland
De Griekse wereld
VA N
IN
Middellandse Zee (1) – Adriatische Zee (2) – Middellandse Zee (1) – Egeïsche Zee (2) – Alpen (3) – Apennijnen (4) – Sicilië (5) – Po (6) – Grieks schiereiland (3) – Kreta (4) – Klein-Azië Tiber (7) – Rome (8) (5) – Peloponnesos (6) – Sparta (7) – Attica en Athene (8)
3
De volkeren van het Middellandse Zeegebied In het centrum van de klassieke oudheid situeren we Griekenland en Italië. In de periferie van de Griekse en Romeinse samenleving leven nog andere volkeren. Lees de stukjes tekst op de volgende bladzijde, markeer de kernwoorden en trek daarna vanuit elk tekstje een pijl naar het gebied dat door dat bepaald volk wordt bewoond.
OPDRACHT 8
Bron Detail van een reliëf
©
OPDRACHT 7
Onderworpen Babyloniërs zijn op weg naar de Perzische heerser om hem geschenken aan te bieden. Detail van een reliëf in het koninklijk paleis in Persepolis, de hoofdstad van het Perzische Rijk, ca. 500 v.C.
Zoek in een naslagwerk of op het internet in welk huidig land Persepolis ligt.
24
LES 4
LANDSCHAPPEN EN MENSEN IN HET MIDDELLANDSE ZEEGEBIED
Op het eiland Kreta kent de Minoïsche samenleving vanaf 2000 v.C. een grote bloei. De Kretenzers leven van handel en visvangst. Ze hebben contact met o.a. het Oude Egypte. Omstreeks 1450 v.C. komt er een einde aan die samenleving. De Grieken nemen de controle over het eiland over. De Israëlitische stammen zijn oorspronkelijk nomaden die met hun kudden rondzwerven. Omstreeks 1200 v.C. vestigen ze zich in Kanaän of Palestina. Ze vechten daarbij tegen een ander volk: de Filistijnen. De Israëlieten geloven in één god.
VA N
IN
De Kelten of Galliërs ken je van vorig jaar. Vanaf de 8e eeuw verspreiden ze zich over CentraalEuropa. In het Middellandse Zeegebied leven er in de 4e eeuw Kelten in het noordwesten (Spanje, Portugal, Frankrijk, Noord-Italië …). De verschillende stammen vormen nooit één groot rijk.
Langs de Eufraat en de Tigris ontstaat in Mesopotamië omstreeks 3500 v.C. de oudste stroomcultuur (zie STORIA HD live 1). Het gebied komt achtereenvolgens in handen van verschillende volkeren. Enkele slagen erin om grote rijken te stichten. Vanaf 550 v.C. starten de Perzen met de verovering van een groot rijk. Hun legers rukken op tot aan de Middellandse Zee en veroveren Klein-Azië, Fenicië, Palestina en Egypte.
v.C.
©
De Iberïers leven in het huidige Portugal en Spanje. Ze drijven handel met Feniciërs en Grieken. Tussen de 8e en de 6e eeuw vermengen ze zich met binnentrekkende Keltische stammen. In de 3e eeuw komt de oostkust van Spanje onder controle van Carthago.
De eerste Griekse volkeren ver-schijnen omstreeks 2000 v.C. aan de Middellandse Zee. Tussen 2000 v.C. en 1200 v.C. komen er nieuwe stammen bij. Vanaf de 8e eeuw verspreiden de Grieken zich verder langs de kusten van de Middellandse Zee en de Zwarte Zee. Ze stichten
Omstreeks 2000 v.C. leven de Feniciërs in kleine stadstaten ten noorden van Palestina. In de daarop volgende eeuwen verspreiden ze zich over het hele Middellandse Zeegebied. De Feniciërs zijn goede zeevaarders en handelaars. Ze stichten overal handelsposten en kolonies. Sommige, zoals Carthago in Noord-Afrika, groeien uit tot machtige en belangrijke steden.
kolonies in Zuid-Italië, ZuidFrankrijk en Spanje. De Griekse stadstaten vormen geen rijk; ze voeren zelfs oorlog tegen elkaar.
In het begin van de 8e eeuw v.C. stelt Rome nog niets voor. De enige samenleving van betekenis op het Italische schiereiland is die van de Etrusken. Ze leven in verschillende stadstaten en hebben een grote invloed op het opkomende Rome. De Romeinen zijn oorspronkelijk eenvoudige boeren en herders. Sommige Romeinse koningen zijn van Etruskische afkomst.
Het Oude Egypte ken je al van vorig jaar. Die stroomcultuur dankt haar bloei aan de Nijl. De Egyptische farao’s hebben lange tijd het oosten van het Middellandse Zeegebied gecontroleerd. Vanaf het einde van de 8e eeuw heersen echter vreemde koningen en volkeren (o.a. de Perzen) over Egypte en de Egyptenaren.
A
De eerste stappen in het tweede jaar
25
ONWAARSCHIJNLIJK! De naam ‘Minoïsch’ komt van een bekende Griekse mythe die het verhaal vertelt van koning Minos. Hij is een zoon van de Griekse oppergod Zeus en heerst over Kreta. Zijn macht steunt op de zee(handel) en daarom wil hij de zeegod Poseidon te vriend houden. Hij vraagt aan de god een dier dat hij dan aan hem zal offeren. Poseidon stuurt een prachtige stier. Minos vindt de stier echter té mooi om te offeren. Hij offert daarom een andere stier. Poseidon besluit Minos hiervoor te straffen. Hij betovert de vrouw van Minos. Zij wordt hopeloos verliefd op de stier en laat een houten koe maken waarin ze kan kruipen om de stier te verleiden. Kort daarna bevalt zij van hun kind, dat half mens en half stier is. Minos sluit het monster, de Minotauros, op in een speciaal daarvoor gebouwd doolhof, het labyrint. Elk jaar moeten de door Kreta onderworpen gebieden een aantal jongeren sturen om geofferd te worden aan de Minotauros. Uiteindelijk weet Theseus, een jongeman uit Athene, met behulp van Ariadne, de dochter van Minos, het monster te doden.
KENNEN
IN
Wat je na deze les moet kennen en kunnen:
©
VA N
1 de begrippen ‘open en gesloten ruimte’ en ‘continentale en maritieme ruimte’ uitleggen 2 de begrippen ‘Middellandse Zeeklimaat’, ‘mediterraan klimaat’, ‘centrum’ en ‘periferie’ uitleggen 3 drie kenmerken van het Middellandse Zeeklimaat geven 4 drie landbouwproducten uit het Middellandse Zeegebied opnoemen 5 drie natuurlijke omstandigheden van het westelijke en het oostelijke bekken van het Middellandse Zeegebied beschrijven 6 de invloed van de natuurlijke omstandigheden op de landbouw en de scheepvaart uitleggen 7 de invloed van de natuurlijke omstandigheden op de omvang van de gemeenschappen uitleggen 8 drie samenlevingen uit het oostelijke bekken van het Middellandse Zeegebied opnoemen 9 drie samenlevingen uit het westelijke bekken van het Middellandse Zeegebied opnoemen
KUNNEN
26
LES 4
LANDSCHAPPEN EN MENSEN IN HET MIDDELLANDSE ZEEGEBIED
1 het oostelijke bekken van het Middellandse Zeegebied op een kaart situeren 2 het westelijke bekken van het Middellandse Zeegebied op een kaart situeren 3 de volgende natuurlijke kenmerken van het oostelijke bekken op een kaart situeren: Middellandse Zee, Egeïsche Zee, Grieks schiereiland, Kreta, KleinAzië, Athene, Peloponnesos, Sparta 4 de volgende natuurlijke kenmerken van het westelijke bekken op een kaart situeren: Middellandse Zee, Adriatische Zee, Alpen, Apennijnen, Sicilië, Po, Tiber, Rome 5 Centraal-Europa, het Iberische schiereiland, Etrurië, het Griekse vasteland, Attica, Kreta, Egypte, Kanaän, Mesopotamië en Fenicië op een kaart situeren
Een aantal onderdeeltjes van ‘kennen’ en ‘kunnen’ kun je op diddit verder inoefenen. Als je denkt dat je een onderdeeltje kent of kunt, zet je daar een kruisje voor.
LES 4 SCHEMA
Landschappen en mensen in het Middellandse Zeegebied 1 Het Middellandse Zeeklimaat beïnvloedt de klassieke samenlevingen De gebieden rond de Middellandse Zee hebben een Middellandse Zee- of mediterraan klimaat. Kenmerken: - maritieme ruimte - weinig neerslag - warme zomermaanden - natte herfst- en wintermaanden Landbouwproducten: citrusvruchten, druiven, olijven, graan
Westelijk bekken
IN
2 Het westelijke en het oostelijke bekken van de Middellandse Zee zijn verschillend Oostelijk bekken
Natuurlijke omstandigheden - Veel eilanden –grillige kustlijn - Bergachtig reliëf - Gesloten ruimte - Kleine vruchtbare vlakten
Gevolg - Grote gemeenschappen - Meer landbouwopbrengst - Minder scheepvaart
Gevolg - Kleine gemeenschappen - Minder landbouwopbrengst - Meer scheepvaart
Centrum Italisch schiereiland
Centrum Griekse wereld
©
VA N
Natuurlijke omstandigheden - Weinig eilanden –rechte kustlijn - Bergachtig reliëf - Open ruimte - Grote vruchtbare vlakten
3 De volkeren van het Middellandse Zeegebied Westelijk bekken
Oostelijk bekken
Centraal-Europa Kelten of Galliërs Iberisch schiereiland Iberiërs Etrurië Etrusken
Grieks vasteland Kreta Egypte Kanaän of Palestina Mesopotamië Fenicië
A
Griekse volkeren Kretenzers Egyptenaren Israëlieten en Filistijnen Assyriërs, Babyloniërs, Perzen Feniciërs
De eerste stappen in het tweede jaar
27
5
Onderzoek: de Minoïsche ‘paleizen’ op Kreta Op het einde van de vorige les maakte je kennis met de Griekse mythe over koning Minos en de Minotauros. Die mythe ligt mee aan de basis van het archeologische onderzoek op Kreta en beïnvloedt tot op vandaag onze interpretatie van de archeologische vondsten. In deze les stap je in de voetsporen van archeologen en onderzoek je wat zij denken over de grote gebouwen die we de Minoïsche ‘paleizen’ noemen. Nr.:
Score:
VA N
. C v. 70 10 ±
±
±
20
16
0
0
0
0
v.
v.
C
C
.
. C v. 0 0 35 ±
VROEG-MINOÏSCHE PERIODE
.
Klas:
IN
Naam:
LAAT-MINOÏSCHE PERIODE
MIDDEN-MINOÏSCHE PERIODE
Lees de mythe over koning Minos op blz. 26 nog eens na. Wat is een mythe? TIP Raadpleeg de woordenlijst.
OPDRACHT 2
©
OPDRACHT 1
Bestudeer de onderstaande bronnen en los de vragen op. Bron 1 De opgravingen in Knossos Arthur Evans (1851-1941) gaat ervan uit dat de Griekse mythe over koning Minos niet helemaal verzonnen is. In 1900 begint hij met opgravingen in Knossos. De Engelse archeoloog vindt er een groot gebouw en stelt vast dat de oudste delen nog ouder zijn dan de Mykeense burchten op het Griekse vasteland (zie les 6). Hij denkt het paleis van koning Minos te hebben gevonden. De opgravingen gaan door tot in 1931. In 1935 publiceert Evans het laatste deel van zijn boek ‘Het paleis van Minos te Knossos’.
28
LES 5
ONDERZOEK: DE MINOÏSCHE ‘PALEIZEN’ OP KRETA
Bron 2 Kreta in reliëf Minoïsch paleis
boven 2000 m 1000 - 2000 m 500 - 1000 m 200 - 500 m 0 - 200 m
Khania Knossos
Mallia
Phaistos Myrtos 0
50 km
Pseira
Zakros
Kommos
Intussen zijn er meerdere ‘paleizen’ opgegraven op Kreta. Waarschijnlijk hebben we nog een tiental andere ‘paleizen’ niet gevonden. Bron 3 Plattegrond van ‘het paleis van Knossos’
VA N
IN
Het ‘paleis’ lijkt een labyrint. Later onderzoek toont aan dat alle paleizen volgens eenzelfde plan uit zes delen bestaan: de westkoer, de westvleugel, de zuidvleugel, de noordvleugel, de oostvleugel en de centrale koer.
©
Bron 4 Muurschildering: stierspringen De Minoïsche kunst toont veel afbeeldingen van stieren.
Deze kopie is te bezichtigen in Knossos. Het originele fresco bevindt zich in het Archeologisch museum van Herakleion.
Bron 5 ‘Stierenhoorns’ in Knossos Dit symbool werd lang geïnterpreteerd als ‘stierenhoorns’. Vandaag denken onderzoekers dat het verwant is aan het Egyptische teken voor horizon.
A
De eerste stappen in het tweede jaar
29
Bron 6a De gerestaureerde troonzaal in Knossos
Bron 6b
IN
Er is in elk geval weinig bewijs voorhanden voor het bestaan van een koning die in een paleis woont en over een allesoverheersende macht beschikte. We zagen al verschillende malen dat de koninklijke namen die Evans gaf aan verschillende ruimtes in het, ook al zogeheten, paleis absoluut niet de lading dekken. Zo was de troonzaal niet voor een koning, maar voorbehouden aan een vrouwelijke priesteres. Uit: K. Vansteenhuyse, Paleizen, tempels of culturele centra? De Minoïsche gebouwen op Kreta, UC
VA N
Leuven, Limburg, syllabus van een lezing voor leraren geschiedenis in 2018 Klaas Vansteenhuyse is doctor in de archeologie en gespecialiseerd in de late bronstijd van Kreta.
- Arthur Evans denkt dat hij het paleis van de mythische koning Minos heeft gevonden. Welke archeologische vondsten lijken dat vermoeden te bevestigen? Leg uit. Archeologische vondsten
©
Elementen uit de mythe Koning Minos Minotauros Labyrint
- Hoe interpreteren hedendaagse archeologen deze vondsten? Raadpleeg bron 3, bron 5 en bron 6b.
30
LES 5
ONDERZOEK: DE MINOÏSCHE ‘PALEIZEN’ OP KRETA
- Toch heeft de mythe en de interpretatie van Evans tot op vandaag invloed op de manier waarop wij naar dat stukje verleden kijken. Geef hiervan twee voorbeelden. • Hoe noemen we de samenleving op Kreta? • Hoe noemen we nog steeds de grote gebouwen? - Welke soort bron is het boek ‘Het paleis van Minos te Knossos’ (zie bron 1). Omcirkel. • Als je informatie wil over de Minoïsche samenleving op Kreta. Historische bron / historisch werk Primaire bron / secundaire bron Geschreven bron / ongeschreven bron • Als je informatie wil over de opgravingen van Arthur Evans te Knossos. Historische bron / historisch werk
IN
Primaire bron / secundaire bron Geschreven bron / ongeschreven bron
VA N
- Is K. Vansteenhuyse betrouwbaar als je wil weten: ‘Wat denken archeologen vandaag over het paleis in Knossos?’ Bestudeer bron 6b aandachtig aan de hand van deze vragen. Wat is de onderzoeksvraag?
Wie is de auteur? Wie?
©
Wanneer heeft hij de bron geschreven? Wat is zijn beroep?
Wat is het doelpubliek? Wat is de functie of bedoeling van de bron? informeren / overtuigen / ontspannen / ontroeren / activeren Besluit
- Is A. Evans een betrouwbare bron als je wil weten: ‘Wat denken archeologen in 1935 over het paleis in Knossos?’ Ja / nee - Welke van de twee auteurs is het betrouwbaarst als je meer wil weten over de Minoïsche cultuur?
A
De eerste stappen in het tweede jaar
31
- Door het ontbreken van voldoende ontcijferde geschreven bronnen blijven er nog heel wat vragen over de geschiedenis van het Oude Kreta onbeantwoord. Zijn deze vragen historische vragen? Rangschik de nummers in het venndiagram. JA
TWIJFEL
NEE
1 Betekenen de veelvuldige afbeeldingen van vrouwen ook dat vrouwen een belangrijke rol speelden? 2 Ca. 1600 v.C. kreeg Kreta te maken met de vulkaanuitbarsting op Thera. Wat gebeurt er als een vulkaankegel ontploft? 3 Is er een verband tussen zware aardbevingen en een vulkanische activiteit 20 tot 30 maanden
IN
later? 4 Waren de Minoërs wel zo vreedzaam als Arthur Evans veronderstelde? 5 Hebben de Mykeners Kreta in één keer veroverd of hebben ze zich er geleidelijk gevestigd?
VA N
Besluit Arthur Evans ging op zoek naar het mythische paleis en vond wat hij zocht: het paleis van
©
koning Minos. Nieuwe inzichten hebben zijn interpretaties bijgeschaafd, maar tot op vandaag beïnvloeden ze de manier waarop wij de geschiedenis van Kreta vertellen.
Wat je na deze les moet kunnen:
KUNNEN 1 aantonen dat de beperkingen van bronnen gevolgen hebben op de historische beeldvorming 2 soorten bronnen identificeren 3 illustreren hoe de mythe over koning Minos de historische beeldvorming heeft beÏnvloed 4 de standplaatsgebondheid van Arthur Evans toelichten 5 historische vragen onderscheiden van andere vragen
32
LES 5
ONDERZOEK: DE MINOÏSCHE ‘PALEIZEN’ OP KRETA
Een aantal onderdeeltjes van ‘kunnen’ kun je op diddit verder inoefenen. Als je denkt dat je een onderdeeltje kunt, zet je daar een kruisje voor.