r
aa
pl
em
ke x
kij
In
aa
r
2
pl
Werkschrift
em
Kristel Bekers
Katleen Dillen
Senne Hendrickx
ke x
Caroline Jans
Rogier Lindemans
In
kij
Kris Merckx
Wim Moreau Jacky Philips
Luc Van den Broeck Jos van Dooren Ann Wachters o.l.v. Gorik Goris
Woord vooraf
Beste leerling Je hebt op dit moment het werkschrift van STORIA HD classic 2 in handen. Het zal je helpen om de geschiedenis te verkennen. Net zoals het leerboek bevat het werkschrift verschillende onderdelen. Je krijgt hier een klein overzicht. Ben je er klaar voor?
Wat bedoelt de leraar?
r
In het leerboek op blz. 8 en 9 vind je nuttige tips terug over hoe je het beste studeert. In les 1 van dit werkschrift vind je daar toepassingen op. Het begrijpen van een opdracht is niet altijd eenvoudig. Wat bedoelt de leraar juist? Om je daar een klein beetje bij te helpen, vind je in diezelfde les een overzicht terug. Daarin staat wat leraars precies bedoelen als ze je een bepaalde opdracht geven.
aa
Schema en opdrachten
1 Lesnummer
pl
2 Met deze icoontjes kun je zelf aanduiden welke domeinen in de les aan bod gekomen zijn. 3 Duidelijke lestitels
10 SCHEMA
em
5 Reeks opdrachten
2 De democratie in de stadstaat Athene
Het ontstaan van de democratie (Athene)
Kaartnr(s).
•
B o
•
H w Z
•
O t
het volk
ke x
Volksvergadering (‘ecclesia’) • elke mannelijke burger ouder dan twintig • veertig vergaderingen per jaar • beslist over nieuwe wetten • beslist over oorlog of vrede
Aristocratie
Democratie is beperkt • enkel mannelijke burgers • geen vrouwen, slaven, vreemdelingen
• •
•
Raad van Vijfhonderd (‘boulè’) • via loting aangeduid • bereiden volksvergadering voor
1 De macht van de adel wordt betwist Koningen • Oorspronkelijk in de meeste poleis • 8e eeuw: uit meeste poleis verdwenen
OPDRACHT 2
Democratie vanaf 508 v.C., ingevoerd door Kleisthenes Verklaring: democratie is een bestuursvorm. • betekent ‘volksheerschappij’
Aristoi =
Macht wordt betwist
! In het begin worden leden niet betaald
•
willen kwijtschelding schulden + herverdeling grond
kij
•
Oplossing: Solon = adellijke bestuurder in 594 v.C.
• •
Bevrijdt schuldslaven vervangen door Verdeling in vier klassen naargelang van rijkdom. Hoe rijker, hoe meer macht: • Rijken (eerste twee klassen) mogen polis besturen. • Alle mannelijke burgers zitten in volksvergadering.
OPDRACHT 1
In
grijpt de macht titel: ‘tyrannis’ (546 v.C.) zorgt voor werk in nijverheid en bouwsector = goede tiran. helpt kleine boeren.
Naam:
OPDRACHT 3
Lees bron 1B op blz. 46 in je leerboek. • Hoeveel burgers nemen aan de volksvergadering deel in de 5e eeuw v.C.? Onderstreep het juiste antwoord.
Tirannie
• •
Lees bron 1A op blz. 46 in je leerboek. • Op wie heeft Aristophanes kritiek?
Klas:
•
V
•
W
•
O
iedereen – de helft – een kwart – een vijfde – een tiende – niemand
Naam:
Nummer:
C de bloeI vaN de grIeKse Wereld
45
46 LES 10
Klas:
Nummer:
het oNtstaaN vaN de democratIe (atheNe)
4 Zelf aan te vullen schema
Naam:
Lee • W
Klas:
Nummer: WOORD VOORAF
3
Onlinelesmateriaal Bij het onlinelesmateriaal vind je interessante oefeningen en boeiende ontdekplaten. Je moet je slechts eenmaal registreren met de code die je vooraan in dit werkschrift vindt. Gedurende een volledig schooljaar mag je dan gebruikmaken van het onlinelesmateriaal.
Tijdlijn met overzicht van zeven tijden
‘KENNEN’ oplossen: wat bedoelt de leraar?
r
Bij dit werkschrift hoort een opvouwbare tijdlijn. Die geeft een overzicht van de zeven tijden, met extra aandacht voor de leerstof die je in de eerste graad voor geschiedenis bestudeert.
em
pl
aa
Na elke lestekst vind je een aantal vragen die je moet ‘KENNEN’. Toch is het zeker niet altijd makkelijk om die vragen op te lossen. We helpen je even op weg. De vragen oplossen is jouw belangrijkste werk bij het bestuderen van de geschiedenis. Het is niet altijd fijn, maar het is zeer belangrijk dat je zelfstandig leert om de vragen te beantwoorden. Zo leer je nadenken en dat zal je bij je studie nog vaak van pas komen.
1 Lees de vraag grondig en zoek het antwoord in je schema
ke x
Het is belangrijk om elke vraag grondig te lezen. Op de meeste vragen vind je zonder problemen het antwoord in het schema. Meestal staan de vragen ook in de volgorde waarin je ze in je schema kunt terugvinden.
2 Soort vraag
Natuurlijk stellen we nooit ja-neevragen. Dan zou je antwoord snel gegeven zijn. Bovendien staan er geen echte vragen onder ‘KENNEN’, want er staan geen vraagtekens achter.
In
kij
Controleer of een van de onderstaande kernwoorden in de opdracht voorkomt. Los de opdracht dan op. Gebruik daarvoor de juiste oplossingsmethode onder titel 3. Welke oplossingsmethode je moet kiezen, kun je vaak al aan het schema zien.
Naam:
4
WOORD VOORAF
Nr.
Type opdracht/ vraag
Kernwoorden
1
Opsommen
opnoemen, opsommen, eigenschappen, kenmerken ...
2
Chronologisch
feiten, volgorde, situeren ...
3
Vergelijken
verschillen, overeenkomsten, gelijkenissen ...
4
Oorzaak-gevolg
oorzaken, aanleiding, redenen, gevolgen, uitleggen, verklaren ...
5
Beschrijven
uitleggen, schetsen …
6
Bewijzen
bewijzen, aantonen ...
Klas:
Nummer:
Belangrijke tips: • Zet de antwoorden om in volledige zinnen. • Een zin begint met een hoofdletter en eindigt met een leesteken. • De zinnen moeten duidelijk zijn voor iemand die niets van de leerstof afweet.
3 Oplossingsmethoden
aa
r
Oplossingsmethode 1: Opsommen Voorbeelden van vragen • Geef vier kenmerken van het Middellandse Zeeklimaat. • Noem drie grote samenlevingen uit het oostelijke Middellandse Zeebekken. • Noem twee manieren waarop de Egyptenaren de Kretenzers hebben beïnvloed. • Verklaar de begrippen ‘zeevolkeren’, ‘Palestina’, ‘joden’, ‘Oud Testament’, ‘Feniciërs’ en ‘Etrusken’ (zie voor deze vraag ook oplossingsmethode 5).
em
pl
Jouw antwoord • Schrijf één kenmerk per zin. • Nummer de opsomming. • Leg elk kenmerk kort uit en geef eventueel een voorbeeld. • Zorg ervoor dat je over verschillende kenmerken schrijft. • Je moet niet altijd alleen maar opsommen: soms moet je de gevraagde opsomming uitleggen.
ke x
Voorbeelden van antwoorden • Geef vier kenmerken van het Middellandse Zeeklimaat. 1 De zomers zijn lang, warm en droog. 2 Het is een mild klimaat met voldoende regen en veel zon. 3 De winters zijn kort, zacht en vochtig. 4 Het vriest er bijna nooit.
kij
Schema omzetten in zinnen
In
Op een toets moet je de informatie van het schema omzetten in zinnen.
Naam:
Klas:
Nummer: WOORD VOORAF
5
Oplossingsmethode 2: Chronologisch ordenen Bij een chronologie moet je de volgorde van historische feiten geven door de tijd heen. Geef bij elk feit ook wat uitleg. Voorbeelden van vragen Tips
Situeer de Minoïsche samenleving in de tijd.
Geef het beginpunt en het eindpunt.
Noem de drie periodes in de Minoïsche geschiedenis en geef van elke periode een kenmerk.
• Geef het beginpunt en het eindpunt van elke periode. Het is natuurlijk handig dat de ene periode begint wanneer de vorige eindigt. • Geef aan elke periode ook een gepaste naam en schrijf bij elke periode uitleg. Controleer hoeveel kenmerken je per periode moet geven.
aa
r
Voorbeelden van vragen
em
pl
Jouw antwoord • Geef een opsomming in zinnen per feit of belangrijke gebeurtenis. • Als dat gevraagd wordt, kun je bij elke zin ook het jaartal of de datum geven. • Plaats de gebeurtenissen in volgorde: wat eerder gebeurd is, plaats je eerst.
ke x
Oplossingsmethode 3: Vergelijken Voorbeelden van vragen • Geef twee overeenkomsten tussen de mythe van de Minotaurus en de Minoïsche samenleving. Jouw antwoord A Stop zo’n vraag eerst in een tabel voor je het antwoord in zinnetjes uitschrijft. Vaak vind je de tabel al in je schema. Mythe van de Minotaurus
Koning heet Minos
Minotaurus
Veel afbeeldingen van stieren
Minotaurus: half mens, half stier
In
kij
Minoïsche samenleving
Paleizen hebben ingewikkelde gangen
Labyrint in mythe
B Daarna schrijf je de inhoud van elke rij of kolom in zinnetjes uit. Voorbeelden van antwoorden • De koning heet Minos. In de mythe heet het monster Minotaurus. • In de paleizen op Kreta staan veel afbeeldingen van stieren. In de mythe komt een monster voor dat half mens, half stier is. • De paleizen hebben ingewikkelde gangen. In de mythe komt een labyrint voor.
Naam:
6
WOORD VOORAF
Klas:
Nummer:
Oplossingsmethode 4: Oorzaak-gevolg Een oorzaak vertelt hoe iets komt of waarom iets gebeurt. Een gebeurtenis kan verschillende oorzaken hebben. Voorbeelden van vragen Jouw antwoord
Voorbeelden van antwoorden
Leg de oorzaak van de oorlog met Troje uit.
1 Leg uit wie tegen wie vecht. 2 Leg uit waarom ze tegen elkaar vochten.
• De oorlog werd veroorzaakt door ... • De Grieken waren het beu dat ze tol moesten betalen aan Troje. Daarom ...
Geef en verklaar twee oorzaken van kolonisatie.
Schrijf twee zinnen waarin je uitlegt waarom de Grieken koloniseren.
• De Grieken stichten kolonies omdat ... • De kolonisatie wordt veroorzaakt door ...
Leg drie gevolgen uit van de kolonisatie.
Schrijf drie zinnen waarin je het resultaat of de gevolgen van de kolonisatie uitlegt. Let op dat je niet enkel voorbeelden geeft, maar vooral ook zegt welk soort gevolg er was.
De kolonisatie had economische gevolgen ... / had voor de economie tot gevolg dat ... De kolonisatie heeft geleid tot ...
Deze vraag is een dubbele vraag: 1 Verklaar het succes van de Dorische inval. (Het woord ‘succes’ leert dat de Doriërs ‘gewonnen’ hebben. Leg uit waarom.) 2 Verklaar het gevolg van de Dorische inval.
1 De Doriërs hebben gewonnen omdat ze over ijzeren wapens beschikken en hun tegenstanders over bronzen wapens. 2 Daardoor vluchten de Achaïers naar de kusten van Klein-Azië.
aa
pl
em
kij
ke x
Verklaar het succes en het gevolg van de Dorische inval.
r
Voorbeelden van vragen
In
Jouw antwoord • Als je een ‘oorzaak’ moet geven, moet je uitleggen waarom iets gebeurd is. • Een gevolg moet vertellen wat het resultaat is van een bepaalde ‘oorzaak’. Voorbeelden van antwoorden Het slechte weer had tot gevolg dat ... • Som de oorzaken of gevolgen op (eventueel kort op een kladblad). • Schrijf per oorzaak of gevolg minstens één zin. • Wanneer je gevolgen moet geven, moet je starten met een korte herhaling van de ‘vraag’.
Naam:
Klas:
Nummer: WOORD VOORAF
7
Bijvoorbeeld: Vraag: Geef de gevolgen van de kolonisatie. Antwoord: De kolonisatie had tot gevolg dat … Let op: Een antwoord begin je nooit met ‘omdat’. Vraag: Geef de oorzaak van de oorlog met Troje. Niet: Omdat ze tol moesten betalen. Maar wel: De Grieken vielen Troje aan omdat ze tol moesten betalen.
aa
r
Oplossingsmethode 5: Beschrijven Als de leraar vraagt om iets te schetsen, moet je het niet gaan tekenen met potlood en papier. Je moet het verhaal ‘tekenen’ met woorden. Geschiedenis bijvoorbeeld is een verhalend vak. Vertel het verhaal met je eigen woorden. Zorg dat iemand die de les niet heeft gekregen, jouw antwoord volledig snapt. Zie ook oplossingsmethode 4.
Voorbeelden van vragen
pl
Bijvoorbeeld:
Tips
Dubbele vraag. Hier moet je één voor één elk woord of begrip uitleggen.
Leg het ontstaan en de werking van de Peloponnesische Bond uit.
Dubbele vraag. Leg eerst het ontstaan uit. Daarna leg je uit hoe de Peloponnesische Bond werkt.
Schets het machtsmisbruik van Athene.
Leg uit hoe Athene misbruik maakt van zijn macht.
Leg uit hoe Philippos II Hellas onderwerpt.
Hoe laat Philippos II de Helleense poleis naar zich luisteren?
kij
ke x
em
Leg de begrippen ‘kolonie’, ‘grootgrondbezitter’ ... uit.
In
Oplossingsmethode 6: Bewijzen ‘Bewijzen’ ken je uit het vak wiskunde. Je moet het bewijs leveren van iets. Vergelijk het met een rechtbank: de politie moet het bewijs leveren dat iemand schuldig is. Je moet mensen met je antwoord overtuigen. Schrijf per bewijs minstens één zin. Zie ook oplossingsmethode 4. Bijvoorbeeld:
Naam:
8
WOORD VOORAF
Voorbeelden van vragen
Tips
Toon de beperktheid van de Atheense democratie aan.
Bewijs dat de democratie van Athene ook beperkingen heeft.
Toon het voordeel van het bezit van slaven aan.
Bewijs dat het voordelen heeft om slaven te bezitten.
Klas:
Nummer:
4 Controle Controleer of je antwoord volledig is. Zorg dat je je eigen antwoord zelf begrijpt. Gebruik geen woorden waarvan je de betekenis niet kent. Let op de spelling: begin een zin met een hoofdletter en eindig met een leesteken. Iemand die de leerstof niet gekregen heeft, moet je antwoord begrijpen. Bekijk bij een toets of een examen hoeveel punten je leraar aan een vraag toekent. Dan kun je ongeveer raden hoeveel ‘zinnen’ je moet schrijven.
In
kij
ke x
em
pl
aa
r
• • • • • •
Naam:
Klas:
Nummer: WOORD VOORAF
9
1
Inleiding
Kaartnr(s).
Hoe studeer ik geschiedenis?
SCHEMA
kij
ke x
Zelfde avond
em
Verkennen
pl
aa
r
Voorbereiden
In
Lezen en bestuderen
Naam:
10
LES 1 Inleiding
Klas:
Nummer:
Memoriseren
Avond voor de volgende les
pl
aa
r
Controleren
Verkennen Noteer de titels en ondertitels van les 3. Stel jezelf W- en H-vragen over die titels zoals in het leerboek uitgelegd wordt.
ke x
OPDRACHT 1
em
Toepassing van ‘Leren leren’ Raadpleeg je leerboek op blz. 8. Pas de verschillende stappen van ‘Geschiedenis studeren: in de klas en thuis’ toe op les 3.
TITEL:
kij
Vragen:
In
ONDERTITELS: 1
Vragen:
•
•
Naam:
Klas:
Nummer:
LES 1 Inleiding
11
•
2 Vragen: •
aa
r
•
pl
•
•
kij
•
ke x
Vragen:
em
3
In
•
Naam:
12
LES 1 Inleiding
Klas:
Nummer:
Lezen en bestuderen • Lees de tekst en ga na welke woorden je niet begrijpt. Noteer drie woorden die je niet begrijpt en zoek de betekenis ervan op. •
Lees de tekst per ondertitel. Zoek een antwoord op de vragen die je zelf stelde bij de vorige opdracht. Misschien vind je nog andere vragen. Dat gaat wat gemakkelijker als je denkt dat je een leraar bent die een toets voor de leerlingen maakt. Om dat wat te oefenen, pas je het toe op de eerste twee ondertitels van les 3. Je noteert de kernwoorden om achteraf je antwoorden te formuleren.
•
Raadpleeg de oefeningen die je maakte in je werkschrift. Ga na welke oefeningen aansluiten bij titel 1 en 2. Nu zal veel je al duidelijker worden.
Memoriseren (en schematiseren) Raadpleeg je schema en vertel de inhoud van de les aan je buurman, of ga vooraan in de klas staan en leg de les uit met behulp van het schema.
ke x
OPDRACHT 3
em
pl
aa
r
OPDRACHT 2
kij
Probeer vervolgens het schema – zonder te kijken – te noteren op een apart blad.
In
Welke begrippen moet je kennen? Studeer ze uit je hoofd. Maak kaartjes met aan de ene kant het begrip en aan de andere kant de verklaring. Ondervraag je buurman.
OPDRACHT 4
Naam:
Controleren • Raadpleeg de lijst ‘KENNEN’. Studeer wat daar gevraagd wordt. Ondervraag je buurman. • Raadpleeg de lijst ‘KUNNEN’. Oefen in met behulp van je werkschrift. Wedden dat je nu hoog scoort op een toets?
Klas:
Nummer:
LES 1 Inleiding
13
2 OPDRACHT 1
A
De eerste stappen in het tweede jaar
Even je geheugen opfrissen Kaartnr(s).
Bepaal of een onderstaande uitspraak juist of fout is. Zoek eventueel het antwoord in de lestekst. Juist
aa
r
Elke tijdrekening begint met een jaar 1.
Fout
De hedendaagse tijd komt na de vroegmoderne tijd.
pl
Politiek gaat over besturen, macht en hoe groepen van mensen samenwerken.
Een bron is primair als de maker zelf leefde in de periode waarover hij het heeft.
em
Historische bronnen kunnen elkaar tegenspreken.
Op basis van bronnen maak je een beeld van het verleden.
Raadpleeg de bronnen op blz. 11-13. Beantwoord de onderstaande vragen door de tabel aan te vullen. Bij bron 8 gaat het om de tekst.
kij
OPDRACHT 2
ke x
Eens je een beeld van het verleden hebt, staat dat vast en kun je dat niet meer veranderen.
• Geef voor elke bron de juiste tijd uit het referentiekader.
In
• Geef voor elke bron een of meer maatschappelijke domeinen waarover ze gaat. • Welke bronnen gaan over Europa? Zet een kruisje in de tabel als dat voor een bron het geval is. • Welke bronnen zijn secundaire bronnen? Zet een kruisje in de tabel als dat voor een bron het geval is.
Naam:
14
LES 2 Even je geheugen opfrissen
Klas:
Nummer:
Bron
Tijd
Domein
Europa?
Secundaire bron
1 2 3 4 5
r
6
aa
7
Raadpleeg bron 3 op blz. 11.
em
OPDRACHT 3
pl
8
• In welk gedeelte van Europa raakt de landbouw het eerst bekend?
Raadpleeg bron 8 op blz. 13.
kij
OPDRACHT 4
ke x
• Wanneer schakelt men aan de Vlaamse kust over op landbouw?
• De tekening die we erbij gevoegd hebben is een historische bron / een werk.
In
• In welke tijd spelen de beschreven feiten zich af ?
• Hoeveel eeuwen na de feiten schrijft Herodotos dit? Omcirkel het juiste antwoord. 16
Naam:
17
18
19
20
21
Klas:
22
23
Nummer:
A De eerste stappen in het tweede jaar
15
• Zoek in de info over de auteur nog een gegeven waaruit je kunt besluiten dat hij misschien niet altijd alles juist weergeeft.
• Welke historische vraag kun je met de bron NIET met zekerheid beantwoorden? 1 Wie liet de Grote Piramide bouwen? 2 Welke negatieve invloed had de bouw van de piramiden op de Egyptenaren?
In
kij
ke x
em
pl
aa
r
3 Hoe werd het materiaal voor de piramiden vervoerd?
Naam:
16
LES 2 Even je geheugen opfrissen
Klas:
Nummer:
3 SCHEMA
B
Een eerste kennismaking met het Middellandse Zeegebied
De natuurlijke omstandigheden in het Middellandse Zeegebied Kaartnr(s).
1 Het Middellandse Zeeklimaat beĂŻnvloedt de klassieke samenlevingen
aa
Kenmerken
Temperatuur
Neerslag
Zomer
pl
Winter
of
r
De gebieden rond de Middellandse Zee hebben een een Middellandse Zeeklimaat.
Teelt van
em
Invloed van het klimaat op de landbouw:
ke x
2 Het westelijke en oostelijke bekken van de Middellandse Zee zijn zeer verschillend
kij
Natuurlijke omstandigheden Aantal eilanden
Westelijk bekken
Oostelijk bekken
Kleiner aantal eilanden Grotere eilanden
Groot aantal kleine eilanden
Bergachtig binnenland
Bergachtig binnenland
In
Kustlijn ReliĂŤf
Vruchtbare vlaktes
Naam:
Kleine kustvlaktes
Klas:
Nummer:
B Een eerste kennismaking met het Middellandse Zeegebied
17
Invloed op de leefomstandigheden van de mens Westelijk bekken
Oostelijk bekken
Kustlijn
Minder aanlegplaatsen voor schepen
Inhammen ideale
Eilanden
Weinig eilanden om te oriënteren
Bergachtig binnenland
Weinig contact over land, kleine gemeenschappen
r
Natuurlijke omstandigheden
aa
Invloed op de landbouw
Westelijk bekken
Oostelijk bekken
Vruchtbare vlaktes
Grote vlaktes
Kleine vlaktes
em
pl
Natuurlijke omstandigheden
ke x
3 De natuurlijke omstandigheden geven de Griekse wereld en het Italische schiereiland hun eigenheid Bekijk de kaart op blz. 14 in je leerboek. Duid op de blinde kaarten de volgende gegevens aan. Oostelijk bekken (Griekse wereld)
Adriatische Zee, Alpen, Apennijnen, Ionische Zee, Middellandse Zee, Po, Povlakte, Rome, Sicilië, Tiber, Tyrreense Zee
Athene, Attika, Egeïsche Zee, Griekse eilanden, Grieks schiereiland, Klein-Azië, Kreta, Middellandse Zee, Peloponnesos, Sparta
In
kij
Westelijk bekken (Italisch schiereiland)
Naam:
18
LES 3 De natuurlijke omstandigheden in het Middellandse Zeegebied
Klas:
Nummer:
OPDRACHT 1
Lees de inleiding van les 3 op blz. 16 in je leerboek hieronder opnieuw: Vorig schooljaar heb je kennisgemaakt met de levenswijze van de eerste mensen en de eerste landbouwsamenlevingen in de prehistorie en het oude nabije oosten. Dit schooljaar maak je kennis met de Grieken en de Romeinen. Die horen bij de klassieke oudheid. 1 Waar ontwikkelen de Griekse en de Romeinse samenlevingen zich? 2 Welke rol spelen het klimaat en het reliĂŤf in het ontstaan van de Griekse en Romeinse samenlevingen? 3 Wat zijn de natuurlijke kenmerken van de Griekse wereld en van het Italische schiereiland?
TWIJFEL
NEE
In
kij
ke x
JA
em
pl
aa
r
Zijn deze vragen historische vragen? Rangschik de nummers in het venndiagram. Noteer daarna onder de vragen waarom je deze keuze hebt gemaakt.
Naam:
Klas:
Nummer:
B Een eerste kennismaking met het Middellandse Zeegebied
19
Bij bron 1 op blz. 18 in je leerboek vind je typische landbouwproducten uit het Middellandse Zeegebied. Van welke landbouwproducten zijn de volgende producten het eindresultaat? Noteer telkens de naam van het landbouwproduct en het eindresultaat.
In
kij
ke x
em
pl
aa
r
OPDRACHT 2
Naam:
20
LES 3 De natuurlijke omstandigheden in het Middellandse Zeegebied
Klas:
Nummer:
SCHEMA
Kaartnr(s).
1 In het oostelijke bekken van de Middellandse Zee ontstaan al vroeg belangrijke samenlevingen
Langs grote stromen eerste grote rijken
r
4
Oudere samenlevingen in het Middellandse Zeegebied
pl
aa
Bv. in Egypte, maar ook in Mesopotamië, bv. h andelscontacten met Egypte + andere gebieden uit het oostelijke bekken van de Middellandse Zee (bv. Kreta) + samenlevingen aan de Indus
In de loop van de 22e eeuw v.C. einde Rijk van Akkad Oorzaken?
em
• •
kij
•
ke x
•
Daarna: nieuwe rijken
In
Tussen ruwweg 1200 en 1000 v.C. worden alle rijken in het gebied getroffen door een reeks rampen begin van een ‘donkere tijd’. Dat blijkt o.a. uit • • •
Naam:
Klas:
Nummer:
B Een eerste kennismaking met het Middellandse Zeegebied
21
Verklaring: Vroeger: Nu: Een ‘nieuw’ volk zijn de Filistijnen • Oorsprong: • Vestigen zich ten noorden van de Sinaï-woestijn
r
Een ander volk dringt dat gebied ook binnen:
aa
Zijn deels de voorlopers van • Aanvankelijk:
pl
• Later:
em
Het Oude Testament is geen echte geschiedenis maar vooral
worden later onderworpen door: Assyriërs, Babyloniërs en Perzen. van Libië tot de Indus (in 6e eeuw v.C. grootste rijk ooit)
ke x
Dat samengaan van al die rijken en samenlevingen
2 In het westelijke bekken vestigen zich vanaf de 9e eeuw v.C. nieuwe volkeren
kij
Rond 1000 v.C.: huidige
ontwikkeling Fenicische samenleving
Kenmerken:
In
• • •
basis van ons huidige alfabet
• •
stichten op de kusten van Noord-Afrika, Zuid-Italië, Frankrijk en Spanje talrijke kolonies.
Naam:
22
LES 4 Oudere samenlevingen in het Middellandse Zeegebied
Klas:
Nummer:
Belangrijkste kolonie = cultuur. In de 3e eeuw v.C. conflict met Rome
wordt centrum van de Fenicische
Etrusken noorden van het huidige Italië • • • •
r
•
pl
Bekijk bron 1 op blz. 21 in je leerboek.
kij
ke x
em
OPDRACHT 1
onderwerpt de Etrusken in de 4e eeuw v.C.
aa
•
In
Duid de volgende zaken aan op de kaart: Middellandse Zee, Fenicië, Palestina, Carthago, Etrusken
Naam:
Klas:
Nummer:
B Een eerste kennismaking met het Middellandse Zeegebied
23
OPDRACHT 2
Lees volgende bronnen.
aa
r
Aan zijn paleis heeft Salomo dertien jaar gebouwd voordat het helemaal voltooid was. Zo liet hij het huis ‘Woud van Libanon’ bouwen. Dat was 100 el [1 el = 69 cm] lang, 50 el breed, met vier rijen van cederhout, waarop cederhouten balken rustten. (…) Ook bouwde hij een zuilenhal; die was 50 el lang en 30 el breed, met daarvoor een portiek, bestaande uit zuilen en een dak. Verder bouwde hij een troonzaal waar hij rechtsprak,de rechtszaal; die was van de vloer tot het plafond met cederhout betimmerd. (…) Al die gebouwen, van het fundament tot de kroonlijst en van de straat tot het grote binnenhof, waren opgetrokken uit kostbare, op maat gehouwen stenen, die zowel aan de voor- als aan de achterzijde gezaagd waren. De gebouwen stonden op een fundering van kostbare, grote stenen van 10 el en 8 el. Daarop stonden muren van kostbare, op maat gehouwen stenen en cederhout. De muur rondom het grote binnenhof bestond uit drie lagen gehouwen steen en een laag van balken van cederhout, juist zoals die van het binnenhof van de tempel en die van de zaal van het paleis.
ke x
em
pl
Uit: De Bijbel (het Oude Testament, het Eerste Boek der Koningen, hoofdstuk 7) De Hebreeuwse koning Salomo zou rond het midden van de 10e eeuw v.C. geregeerd hebben over een Verenigd Koninkrijk Israël met Jeruzalem als centrum. Volgens de Bijbelse teksten was hij een machtig en wijs vorst, maar hij zou ook minstens 700 vrouwen en 300 minnaressen hebben gehad. Hij liet ook een tempel bouwen ter ere van God (de eerste Joodse tempel). Die tempel zou in de 6e eeuw v.C. verwoest zijn door de Babyloniërs, die de Joden daarna als gevangenen meenamen naar hun land. De Bijbel is het heilige boek van de christenen. De oudste teksten, het zogenaamde Oude Testament, dateren van voor de christelijke jaartelling en gaan deels over de ‘geschiedenis’ van de Israëlieten (‘Joden’). In hoeverre die verhalen ook op ware feiten zijn gebaseerd blijft een belangrijk punt van discussie. Sommige historici stellen zelfs het bestaan van Salomo zelf in vraag. De tekst hierboven uit het Eerste Boek der Koningen dateert vermoedelijk uit de 7e of 6e eeuw v.C.
kij
• Welk beeld krijg je van het paleis van Salomo op basis van deze Bijbelse tekst?
In
• Lees de informatie bij de tekst. Geef een argument waarom deze tekst misschien niet (helemaal) betrouwbaar is.
Naam:
24
LES 4 Oudere samenlevingen in het Middellandse Zeegebied
Klas:
Nummer:
Helaas zijn er (…) geen bewijzen dat de grote koning ooit over een machtig rijk heeft geregeerd. Bijbelwetenschappers hebben Salomo’s heerschappij gedateerd in de 10e eeuw voor Christus. Maar als de Egyptenaren al afwisten van een machtig heerser op hun oostelijke flank, dan achtten ze hem in elk geval geen vermelding waard in de talloze geschriften die ons uit de 10e eeuw van hen zijn overgebleven. En na meer dan 150 jaar graven in Palestina hebben archeologen helaas nog geen spoor van koning Salomo’s indrukwekkende bouwwerken teruggevonden. (…) Volgens Herzog [een bekende archeoloog] blijkt uit archeologische vondsten op vele plaatsen dat de periode onder David en diens zoon Salomo –door de Bijbel voorgesteld als het hoogtepunt van Israëls politieke, economische en militaire macht in de eerste ijzertijd –in werkelijkheid weinig voorstelde. (…) Vermoedelijk was Jeruzalem onder David en Salomo een bescheiden stad, met misschien een kleine burcht voor de koning, schrijft Herzog in Ha’aretz [een Israëlische krant]. Maar in geen geval de hoofdstad van een rijk zoals de Bijbel het beschrijft.
aa
r
Uit: Hilde Van den Eynde, De Bijbel ondergraven, in: De Standaard, 21 februari 2000
In
kij
ke x
em
pl
• Geef twee redenen waarom het beeld uit de Bijbel waarschijnlijk niet juist is.
Naam:
Klas:
Nummer:
B Een eerste kennismaking met het Middellandse Zeegebied
25
5 SCHEMA
De Minoïsche samenleving
Kaartnr(s).
1 De Minoïsche samenleving bloeit tussen de 20e en de 14e eeuw v.C.
r
Evans Minoïsche geschiedenis 3 periodes (tussen 34e eeuw v.C. en 15e eeuw v.C.):
aa
• •
pl
•
em
Tegenwoordig: •
•
ke x
•
Het begrip
verwijst naar de resten van de vele ‘paleizen’ op het eiland.
kij
Wel discussie over de juiste afbakening van die verschillende periodes (ca. 20e eeuw v.C. - ca. 15e eeuw v.C.) hoogtepunt Minoïsche
In
samenleving
2 De opkomst en de ondergang van de Minoïsche samenleving Ca. 7000 v.C. eerste permanente bewoners op Kreta veel onduidelijkheid: • • •
Naam:
26
LES 5 De Minoïsche samenleving
Klas:
Nummer:
Vanaf vierde millennium v.C. bevolkingstoename en ontstaan van nieuwe en steeds grotere nederzettingen/paleizen (o.a. Knossos) Paleizen vermoedelijk zelfstandige ‘staatjes’ Tussen 20e en de 15e eeuw v.C. bloeiende centra van handel, industrie en kunst. Toch veel paleizen meermaals verwoest Oorzaken: Vanaf 15e eeuw v.C. komst
r
3 Enkele kenmerken van de Minoïsche cultuur
aa
Kretenzers
pl
Door handelscontacten, o.a. met het oude Egypte Bv. Kretenzisch beeldschrift gebaseerd op Egyptische hiërogliefenschrift? Later eigen schrift (Lineair A); nog niet ontcijferd Mykeners nieuw schrift (Lineair B); wel ontcijferd
em
Bewijs voor belang handel meeste paleizen: Aanvankelijk verschillende paleizen
ke x
Toch: Bv. alle paleizen ± zelfde grondplan en zelfde stijl Geen enkel paleis ommuurd Minoïsche samenleving = vreedzaam? = ‘hoofdstad’
kij
Later meer centraal bestuur
4 Recent onderzoek brengt nieuwe visies aan, maar vele vragen blijven onbeantwoord
In
Geschiedenis oude Kreta = mysterieus (weinig bronnen) Bv. dagelijkse leven? sociale verhoudingen? Archeologische vondsten verschillende interpretaties Bv. • Veel afbeeldingen van vrouwen vrouwen belangrijk? • Is de Minoïsche cultuur wel zo geweldloos? (Vondsten van mensenoffers en zelfs vormen van kannibalisme) • Heersten de Kretenzers wel over een écht zeerijk? • Mykeners Kreta in één keer veroverd of er zich geleidelijk gevestigd? • ...
Naam:
Klas:
Nummer:
B Een eerste kennismaking met het Middellandse Zeegebied
27
OPDRACHT 1
Lees bron 1 op blz. 24 in je leerboek. • Geef twee argumenten waarom je dit verhaal niet als geloofwaardig kunt beschouwen.
Bekijk deze afbeeldingen (zie ook bron 2 op blz. 24 in je leerboek).
aa
OPDRACHT 2
r
• Zoek op wie de mythologische architect is van het Labyrint. (Hij was ook degene die de houten koe voor de vrouw van Minos had ontworpen.)
B
kij
ke x
em
pl
A
In
• Geef twee redenen waarom men aan de Minoïsche samenleving het verhaal van de Minotauros heeft verbonden.
Naam:
28
LES 5 De Minoïsche samenleving
Klas:
Nummer:
OPDRACHT 3
Lees onderstaande tekst.
ke x
em
pl
aa
r
Een van de problemen die we hebben met het huidige Knossos is dat Evans het [paleis] gereconstrueerd heeft in overeenstemming met zijn eigen theorieën over de ‘betekenis’ ervan. Hij stelde vast dat er in Knossos geen defensieve muren waren, zag de vele afbeeldingen van godinnen en stieren-aanbidding, legde verbanden met de mythe van de Minotaurus en kwam tot de conclusie dat er een zekere waarheid moest zitten in het verhaal van Theseus en Ariadne. Overeenkomstig met de mode van de dag, besloot hij dat Knossos een pacifistisch [vredelievend], matriarchaal [geleid door vrouwen] koninkrijk was, vol met godinnen-aanbidders. De [afbeeldingen van] vrouwen met ontbloot bovenlijf suggereerden aan anderen dan weer een hippie-samenleving die genoot van ‘een vrij en goed-gebalanceerd seksleven’, waarin naar alle waarschijnlijkheid ‘soms drugs werden gebruikt om een gevoel van verheffing, bezetenheid en trance te bekomen’. Dit allemaal in scherp contrast met die verschrikkelijke, onevenwichtige, ongedrogeerde Mykeners. Het eerste fresco dat Evans blootlegde werd onmiddellijk uitgeroepen tot [een afbeelding van] Ariadne (in feite was het mannelijk); zodra de ruimte werd opgegraven waarin zich een gipsen zetel bevond, werd het een ‘troonzaal’; (…) Een van de gerestaureerde fresco’s van een vrouwengezicht werd (gedurfd) getiteld ‘La Parisienne’ –het hoogtepunt van Franse verfijning. Evans was erop uit aan te tonen dat de Minoïsche beschaving ‘in één klap het beginpunt en het vroegste stadium was in de ontwikkeling van de Europese beschaving’ en dat koning Minos ‘een welwillende heerser was, een beschermer van de kunsten, stichter van paleizen, oprichter van een geciviliseerde heerschappij’. Maar hoe vallen dan de Minotaurus en het labyrint te verklaren? Evans stelde dat die [verhalen] het resultaat waren van Atheense propaganda (…). Evans nam de Zwitserse kunstenaar en restaurateur Émile Gilliéreron in dienst, en later ook diens zoon, om de [gevonden] frescofragmenten en voorwerpen te herstellen. Zij vormden die zaken perfect tot wat Evans wilde zien. In 1929 bracht [de Britse schrijver] Evelyn Waugh een bezoek aan Knossos en verkondigde dat het niet gemakkelijk was om de Minoïsche schilderkunst naar verdienste te schatten omdat ‘alleen maar een paar vierkante centimeters van de enorme ruimte die ons werd getoond ouder zijn dan de laatste twintig jaar, (…)
kij
Uit: PETER JONES, Eureka! Everything you ever wanted to know about the Ancient Greeks, but were afraid to ask, 2014 Peter Jones (°1942) is een Brits classicus en auteur van talrijke boeken over de Klassieke Oudheid
In
Duid de juiste stellingen aan. • De ruïnes van Knossos zoals je ze vandaag kunt bezoeken zijn min of meer in de huidige staat opgegraven. • Evans reconstrueerde Knossos zoals hij dacht of hoopte dat het er moet hebben uitgezien. • De archeologische site van Knossos is een wetenschappelijk onderbouwde reconstructie van het Minoïsche origineel. • Het beeld dat we hebben van het verleden leert ons soms meer over diegene die dat beeld mee bepaald heeft dan over het eigenlijke verleden zelf.
Naam:
Klas:
Nummer:
B Een eerste kennismaking met het Middellandse Zeegebied
29
6 SCHEMA
C
De bloei van de Griekse wereld
Mykeners, de eerste Grieken Kaartnr(s).
1 De komst van de Grieken
r
• Ca. 2000 v.C.: Griekssprekenden Grieks vasteland naam Mykeners
aa
• Belangrijkste vindplaats • Bronstijd
pl
zware muren + bronzen wapenrustingen
oorlog?
em
Mykeense huursoldaten
ke x
• Bloei ca. 1600 - ca. 1200 • Aantal vorstendommen?
2 Het Lineair B getuigt van Griekse aanwezigheid op Kreta
lineair A-tabletten = geen Grieks
kij
• Taal: lineair B-tabletten = vroeg-Grieks veel lineair B-tabletten op Kreta
van Kreta?
In
Griekse/Mykeense
• Midden 14e eeuw v.C.: Mykene leider van de Griekse wereld • Op lineair B-tabletten vooral aantekeningen
paleiseconomie?
• Veel goud/rijkdom Griekenland is arm? ! Plundertochten? Handel?
Naam:
30
LES 6 Mykeners, de eerste Grieken
Klas:
Nummer:
3 Mykene heeft handelscontacten met Kreta, Egypte en het Nabije Oosten Egypte Kusten Nabije Oosten Cyprus
Mykene/Griekenland netwerk
Zuid-Italië (kolonies) Invloed cultuur van Kreta/Egypte Mykeense cultuur
Natuurlijke rijkdom uitgeput? Overbevolking? Oorlog tussen Mykeense vorsten? Vreemde invallers?
ke x
• • • •
em
Waarom?
en Mesopotamië
pl
• politiek verval in • Mykeense paleiseconomie
aa
Ca. 1250-1000 v.C. netwerk verzwakt door:
r
4 Mykene gaat ten onder in oorlogen en migraties
Zeker :
kij
• Mykeense centra • Ronddolende groepen op zee • Grieken verhuizen naar kusten Turkije.
Gevolgen: luxueuze cultuur verdwijnt, Lineair B in onbruik
In
De goden blijven.
5 Zeker of onzeker?
Naam:
Klas:
Nummer:
C De bloei van de Griekse wereld
31
OPDRACHT 1
Bestudeer aandachtig het kaartje en de legende in bron 1 op blz. 31 in je leerboek. • Over welke hedendaagse gebieden strekte de macht van de Mykeners zich uit?
• Geef drie hedendaagse steden die al bestonden in de Mykeense periode.
OPDRACHT 2
Bestudeer aandachtig bron 2 op blz. 32 in je leerboek.
pl
aa
r
• Waarom ligt Mykene op een hoogte?
EXTRA
Lees aandachtig het volgende verhaal over Klytaemnestra. Onderstreep daarna bij elke uitspraak de juiste naam.
ke x
OPDRACHT 3
em
• Waaraan kun je zien dat de Mykeners zich willen beschermen?
In
kij
Zij blijft tot de verbeelding spreken, Klytaemnestra, vrouw van Agamemnon, heerser van Mykene. Agamemnon was de leider van de Mykeense vorsten die Troje belegerden (zie ook Les 7). Volgens vele Griekse auteurs was de oorlog tussen de Grieken (of Mykeners) en de Trojanen een oorlog voor een andere vrouw: de mooie Helena, de vrouw van Menelaos (broer van Agamemnon) en de zus van Klytaemnestra. Helena werd geschaakt door Paris en naar zijn vaderstad Troje meegevoerd. De Grieken maakten zich klaar om naar Troje uit te zeilen, maar er was geen wind, tot Agamemnon zijn dochter Iphigenia offerde aan Artemis. De wind stak op, de Grieken voeren uit. Klytaemnestra bleef achter, verscheurd van woede en verdriet om de dood van haar dochter. Tien jaar duurde de oorlog. Intussen begon Klytaemnestra een affaire met Aegisthus. Die haatte Agamemnon en zijn hele familie omdat Agamemnons vader Aegisthus’ vader had vermoord. Wanneer Agamemnon terugkeert uit de Trojaanse oorlog, wordt hij door Aegisthus en Klytaemnestra in zijn bad vermoord. Natuurlijk blijft die moord niet ongewroken, maar dat is alweer een ander verhaal.
Naam:
32
LES 6 Mykeners, de eerste Grieken
Klas:
Nummer:
• Agamemnon was de heerser van Athene / Mykene / Sparta. • Klytaemnestra was de vrouw van Menelaos / Paris / Agamemnon. • Helena was de vrouw van Menelaos / Paris / Agamemnon. • Paris ontvoerde Klytaemnestra / Helena / Iphigenia. • Om de wind te doen opsteken, werd Klytaemnestra / Helena / Iphigenia geofferd. • Klytaemnestra heeft een minnaar: Menelaos / Aegisthus / Paris.
r
• Klytaemnestra vermoordt Menelaos / Paris / Agamemnon.
Los deze opdracht op met behulp van bron 4A en 4B op blz. 34 in je leerboek. Onderstreep telkens het juiste antwoord.
aa
OPDRACHT 4
pl
• Wie gaf de Grieken de naam Grieken? De Grieken zelf / de Romeinen / de historici.
em
• Waarvoor werd het lineair B vooral gebruikt?
Om te bewaren / om lijsten van voorraden bij te houden / om te bakken.
In
kij
ke x
• Leg uit: “Het is een geluk bij een ongeluk dat we uit de Mykeense tijd nog kleitabletten hebben.” Welke van deze verklaringen is juist? a Omdat het zo ongelukkig lang geleden is dat ze gemaakt zijn, is het een geluk dat archeologen ze ontdekt hebben. b Per ongeluk werd de bovenste laag van die tabletten gewist. Door het bakken bij de brand zijn de inkervingen opnieuw leesbaar geworden. c Dat die paleizen of burchten door een brand werden verwoest, is een ongeluk. Maar door dat ongeluk werden de tabletten gebakken. Een geluk, want daardoor kunnen we ze nu nog lezen.
OPDRACHT 5
Bestudeer bron 5A en 5B op blz. 34 in je leerboek. • Zoek op wat een ‘hiërarchie’ is.
• Zoek op wat een ‘klassensysteem’ is.
Naam:
Klas:
Nummer:
C De bloei van de Griekse wereld
33
• Waarover zijn beide bronnen het eens?
In
kij
ke x
em
pl
aa
r
• Wat zou je uit beide teksten kunnen besluiten?
Naam:
34
LES 6 Mykeners, de eerste Grieken
Klas:
Nummer:
7 SCHEMA
De Grieken: politiek verdeeld, cultureel één
Kaartnr(s).
1 Hellas bestaat uit afzonderlijke, zelfstandige poleis
Reliëf:
Polis
ke x
Bestaat uit
em
pl
geen grote gemeenschappen ontstaan van kleine boerennederzettingen burcht op hoge rots of helling
aa
r
Hellas =
• Openbare gebouwen: • Produceert zijn eigen voedsel en gebruiksvoorwerpen • Elke polis: eigen bestuur, wetgeving, leger en rechtspraak
kij
Kenmerken
2 Hellas vormt een eenheid op cultureel gebied
In
Homeros • Dichter uit 800 v.C. • Schrijver van heldendichten: • Belangrijke rol van Homeros in Griekse cultuur: • Teksten tonen de juiste deugden:
• • Beschrijving Griekse goden
Naam:
Klas:
Nummer:
C De bloei van de Griekse wereld
35
Culturele eenheid • Gemeenschappelijke godsdienst: • Eén taal: • Overal ongeveer dezelfde kunststijl Cultureel één
aa
r
Politiek verscheiden
Raadpleeg bron 2A op blz. 37 in je leerboek. Welke vijf zaken moet je volgens Pausanias zeker in een polis aantreffen?
OPDRACHT 2
Vergelijk de oppervlakten van Athena (Attika) en Korinthe met die van Vlaanderen, jouw provincie en jouw gemeente. Zoek zelf de juiste gegevens.
ke x
em
pl
OPDRACHT 1
Korinthe
2550 km²
880 km²
Vlaanderen
Jouw provincie
Jouw gemeente
In
kij
Athene (Attika)
Besluit: De Griekse stadsstaten hebben in vergelijking met onze huidige regio een grote oppervlakte. Juist / fout (schrap wat niet past).
Naam:
36
LES 7 De Grieken: politiek verdeeld, cultureel één
Klas:
Nummer:
Bekijk de afbeelding en lees bron 4D in je leerboek op blz. 38.
aa
r
OPDRACHT 3
em
pl
Op welke manier slagen de Grieken volgens Homeros erin om Troje te verwoesten?
OPDRACHT 4
Los de oefening op met behulp van bron 5 op blz. 38 in je leerboek. Maak ook gebruik van de lestekst. Is de uitspraak juist of fout? Kruis aan.
kij
EXTRA
ke x
Zoek op wat een ‘Trojaans paard’ is in de computerwereld. Waarom zou het die benaming gekregen hebben?
Juist
Fout
In
De Grieken vereren dezelfde goden. Alle Grieken beseffen dat zij in één grote staat (Hellas) wonen. Taal vormt geen bindmiddel tussen de bewoners van de verschillende poleis. Alle poleis hebben hetzelfde politieke bestuur. Alle bewoners van Hellas vertonen dezelfde culturele gewoonten.
Naam:
Klas:
Nummer:
C De bloei van de Griekse wereld
37
1 De Grieken lossen een aantal samenlevingsproblemen op door te koloniseren Oorzaken kolonisatie • Tekort aan vruchtbare grond • Bevolkingstoename • De meeste grond is van grootgrondbezitters
em
Oplossing
pl
Gevolg
r
SCHEMA
Kaartnr(s).
aa
8
De Griekse kolonisatie (750-550 v.C.)
Op zoek naar nieuwe landbouwgronden stichten van
ke x
Kolonie
• Griekse moederpolis sticht overzee een nieuwe polis = • Politiek onafhankelijk Kolonies in latere tijden
kij
Griekse kolonie
In
Bestuurt zichzelf
2 De Griekse kolonies zorgen voor nieuwe handelsrelaties Kolonisatie tussen 750 v.C. en 550 v.C. Exploitatiekolonies
Mijnbouw, landbouw of veeteelt
Handelskolonies
Steun- en verbindingspunten voor handel
Naam:
38
LES 8 De Griekse kolonisatie (750-550 v.C.)
Klas:
Nummer:
Invloed van de kolonisatie op de economie • Handelscontacten tussen moederpolis en dochterpolis • Nijverheid in moederpolis • Nieuwe groep rijken = eisen deelname aan bestuur Dochterpolis / kolonie
Moederpolis
Grondstoffen:
Afgewerkte producten:
Exporteren (= uitvoeren)
/
aa
Nijverheid
r
Grondstoffen verwerken tot
pl
Importeren (= invoeren)
em
3 De kolonisatie verspreidt en verandert de Griekse cultuur Gevolgen van de kolonisatie
ke x
• Verspreiding van de Griekse cultuur:
• Grieken nemen dingen over van andere volkeren:
Bestudeer bron 1 op blz. 40 in je leerboek. Zet een kruisje achter de uitspraken die juist zijn.
In
OPDRACHT 1
kij
• Voldoende voedsel geen nieuwe kolonies nodig
Er ontstaat een conflict tussen slaven en boeren. Er ontstaat een conflict tussen de grondadel en het gewone volk. De boeren moeten pacht betalen aan de grondadel. De boeren bezitten het overgrote deel van de landbouwgronden. Schuldslavernij betekent: slaaf worden omdat je je verplichtingen tegenover een rijke edelman niet nakomt. De grondadel is de kleinste groep, maar bezit de meeste landbouwgronden.
Naam:
Klas:
Nummer:
C De bloei van de Griekse wereld
39
OPDRACHT 2
Raadpleeg bron 2 op blz. 40 in je leerboek. Onderstreep wat juist is. • De kolonisatie door de Theraiers heeft een economische / politieke / sociale / culturele reden. • De kolonisten zijn vrijwilligers / Libiërs / gedwongen Theraiers / terdoodveroordeelden / piraten.
OPDRACHT 4
Carthago
Massilia
Nikaea
aa
Gades
pl
Byzantion
r
Bekijk bron 3 op blz. 41 in je leerboek. Hieronder staan vijf namen van steden die je op de kaart terugvindt. Drie ervan werden gesticht door de Grieken. Omcirkel ze en geef hun actuele naam.
Bestudeer bron 4 op blz. 41 in je leerboek. Vul de tabel aan. Handelswaar
em
OPDRACHT 3
Streek van herkomst
ijzer slaven
OPDRACHT 5
Juist of fout? Kruis aan. Leg mondeling uit waarom.
In
EXTRA
kij
koper
ke x
Sicilië (Italië), Oekraïne, Egypte, Libië
Juist
Door de Griekse kolonisatie verspreidt de Griekse cultuur zich over de Middellandse Zee. De kolonisten onderhouden geen contact met het moederland. Door de Griekse kolonisatie ontstaan er nieuwe handelsrelaties. De Grieken nemen niets van anderen over. De kolonisatie zorgt voor nieuwe sociale problemen.
Naam:
40
LES 8 De Griekse kolonisatie (750-550 v.C.)
Klas:
Nummer:
Fout
1 Handel en transport zorgen voor een bloeiende nijverheid Oorspronkelijk
Boeren en veetelers
Probleem
Gebrek aan vruchtbare grond en grootgrondbezit
r
SCHEMA
Kaartnr(s).
aa
9
De Griekse economie
Oplossing
Amforen en kruiken voor transport van olie en wijn
Scheepsbouw en havenaanleg
Bouwsector en marmerwinning
em
pl
Invoer van grondstoffen en uitvoer van gebruiks- en luxevoorwerpen
Bloeiende nijverheid en arbeidsspecialisatie
ke x
Gevolg
2 De handel schept een geldeconomie Oorspronkelijk
Ruilhandel
kij
Door kolonisatie Probleem
Moeilijk om ruilwaarde te bepalen
In
Oplossing
Probleem
Elke polis heeft zijn eigen munt.
Oplossing
Naam:
Klas:
Nummer:
C De bloei van de Griekse wereld
41
3 De rijken controleren de economie Rijken • bezitten grond, kapitaal, schepen, bedrijven • kopen grondstoffen • verkopen afgewerkte producten • hun huis is de draaischijf van de meeste economische activiteiten Ambachtslieden, boeren en slaven • werken voor rijken
Bestudeer bron 1 op blz. 43 in je leerboek.
r
OPDRACHT 1
aa
• Welke bron is bruikbaar om iets te leren over: de oogst van olijven
het weven van stoffen
em
het atelier van een pottenbakker
pl
de productie van wapens
ke x
• Welke activiteit wordt door vrouwen uitgeoefend?
Bekijk bron 3 op blz. 44 in je leerboek. • Waarvoor zou het aardewerk gediend hebben, denk je?
In
OPDRACHT 2
kij
• Zijn deze bronnen primair of secundair? Onderlijn. • Situeer de bronnen in de tijd en de ruimte.
• Geef de naam van zes hedendaagse landen waarnaar Griekse producten werden uitgevoerd. Twee ervan moeten buiten Europa liggen.
Naam:
42
LES 9 De Griekse economie
Klas:
Nummer:
r
• Waarom werd er zoveel Grieks aardewerk langs rivieren teruggevonden, denk je?
OPDRACHT 3
em
pl
aa
• Welke rivieren hebben de Grieken zeker bevaren? Geef drie voorbeelden.
Lees bron 2 op blz. 43 in je leerboek.
1=
ke x
• Elke letter in de tekst komt overeen met een cijfer op de tekening. Zoek uit wat bij elkaar hoort.
2=
3=
4=
5=
6=
7=
8=
In
kij
• Waarom werden de lange muren gebouwd?
OPDRACHT 4
Bekijk bron 4 op blz. 44 in je leerboek.
• Welk betaalmiddel gebruiken de Grieken voor de invoering van geld?
• Gebruiken alle Griekse stadstaten dezelfde munt? Ja / nee. • Hoe wordt de waarde van de Griekse munten bepaald, denk je?
Naam:
Klas:
Nummer:
C De bloei van de Griekse wereld
43
• Waarom denk je dat Griekenland voor de ‘Atheense uil’ gekozen heeft op het muntstuk van 1 euro?
OPDRACHT 5 EXTRA
De overgang van een ruileconomie naar een geldeconomie ging niet overal even snel. In meerdere talen vinden we nog sporen van de ruileconomie. Hieruit kun je afleiden welke producten als belangrijke ruilmiddelen werden gebruikt. Vul in. Ruilmiddel
r
Pecunia is het Latijnse woord voor geld. Het is afgeleid van pecus, wat vee betekent.
aa
In het Nederlandse salaris herken je het Latijnse woord sal, wat zout betekent.
pl
Het Engelse ‘fee’ (fooi, vergoeding) is verwant met het woord vee.
OPDRACHT 6
Juist of fout? Duid aan.
Juist
ke x
EXTRA
em
• Waarom is betalen met geld makkelijker dan betalen met vee of zout?
Het gebruik van geld vergemakkelijkt de handel tussen alle poleis. De Grieken nemen ook zaken van andere volkeren over.
kij
De Grieken hebben een handelsvloot, maar geen oorlogsvloot. De kolonisatie schept geen nieuwe economische mogelijkheden.
In
Transport is een onbelangrijk onderdeel van de Griekse economie. Griekse pottenbakkers zouden vandaag producenten van verpakkingsmiddelen kunnen zijn. Adel, handelaars en ondernemers beschikken over alle productiemiddelen. Geldwisselaars vervullen een onbelangrijke functie in de Griekse handelsbetrekkingen. De kleine boer koopt meestal de grondstoffen om een product te maken. Ruilhandel is eenvoudiger dan een geldeconomie.
Naam:
44
LES 9 De Griekse economie
Klas:
Nummer:
Fout
10 SCHEMA
Het ontstaan van de democratie (Athene)
Kaartnr(s).
1 De macht van de adel wordt betwist
aa
r
Koningen • Oorspronkelijk in de meeste poleis • 8e eeuw: uit meeste poleis verdwenen Aristocratie
pl
•
em
• Aristoi = Macht wordt betwist
•
ke x
•
willen kwijtschelding schulden + herverdeling grond
Oplossing: Solon = adellijke bestuurder in 594 v.C.
In
kij
• Bevrijdt schuldslaven vervangen door • Verdeling in vier klassen naargelang van rijkdom. Hoe rijker, hoe meer macht: • Rijken (eerste twee klassen) mogen polis besturen. • Alle mannelijke burgers zitten in volksvergadering.
Tirannie
grijpt de macht titel: ‘tyrannis’ (546 v.C.) • zorgt voor werk in nijverheid en bouwsector = goede tiran. • helpt kleine boeren.
Naam:
Klas:
Nummer:
C De bloei van de Griekse wereld
45
2 De democratie in de stadstaat Athene Democratie vanaf 508 v.C., ingevoerd door Kleisthenes Verklaring: democratie is een bestuursvorm. • betekent ‘volksheerschappij’ • het volk
em
pl
Democratie is beperkt • enkel mannelijke burgers • geen vrouwen, slaven, vreemdelingen
aa
Volksvergadering (‘ecclesia’) • elke mannelijke burger ouder dan twintig • veertig vergaderingen per jaar • beslist over nieuwe wetten • beslist over oorlog of vrede
r
Raad van Vijfhonderd (‘boulè’) • via loting aangeduid • bereiden volksvergadering voor
Lees bron 1A op blz. 46 in je leerboek. • Op wie heeft Aristophanes kritiek?
kij
OPDRACHT 1
ke x
! In het begin worden leden niet betaald
In
Lees bron 1B op blz. 46 in je leerboek. • Hoeveel burgers nemen aan de volksvergadering deel in de 5e eeuw v.C.? Onderstreep het juiste antwoord. iedereen – de helft – een kwart – een vijfde – een tiende – niemand
Naam:
46
LES 10
Klas: Het ontstaan van de democratie (Athene)
Nummer:
OPDRACHT 2
• Bekijk bron 2 op blz. 47 in je leerboek. Geef een aantal begrippen die het woord ‘tiran’ bij jou oproepen. Vergelijk jouw visie met wat de lestekst je leert over de Griekse ‘tiran’. Jouw visie
De Griekse ‘tiran’
pl
aa
r
• Het begrip ‘tiran’ heeft tegenwoordig een negatieve (slechte) bijklank (vergelijk met jouw antwoord hierboven). Zou je Pisistratos (zie lestekst) als ‘slecht’ beoordelen?
Lees bron 3 op blz. 47 in je leerboek. • Wat is een lijkrede?
In
kij
OPDRACHT 3
ke x
em
• Onderstreep het juiste woord. De voorstanders / tegenstanders van de tirannie hebben de stèle opgericht.
• Voor wie, bij welke begrafenis werd deze lijkrede gehouden?
• Waarom heet de staatsvorm in Athene, volgens Thucydides, een democratie?
• Onderstreep het juiste woord. Armen mogen niet / wel aan de democratie deelnemen.
Naam:
Klas:
Nummer:
C De bloei van de Griekse wereld
47
11 SCHEMA
De Atheners zijn niet gelijk
Kaartnr(s).
1
r
2
Bevolkingsgroep
Kenmerken
aa
3
Plichten
pl
• Inwoners die altijd in Athene hebben gewoond
Burgers
em
• Beide ouders moeten van Athene zijn. • Mannelijke burgers:
ke x
• Vrouwelijke burgers:
•
• Man baas over de vrouw
kij
• Een van de ouders niet van Athene
In
Nietburgers
•
• Mensen van buiten de polis • Toestemming om langere tijd in polis te wonen • Mogen geen grond bezitten werken in
• Staan onder toezicht van burger.
Naam:
48
LES 11 De Atheners zijn niet gelijk
Klas:
Nummer:
Bevolkingsgroep
Kenmerken
Plichten
Soorten slaven • Schuldslaven:
• Oorlogsslaven:
aa
r
• Gekochte slaven:
pl
• Mijnslaven en staatsslaven:
Nietburgers
em
• Huisslaven:
Werken voor de rijken of voor de stadstaat.
Kenmerken
ke x
• Mag geen kinderen hebben. • Soms seksueel misbruikt
In
kij
• Soms vrijgelaten
Slavernij vandaag slavernij Soorten slavernij: dwangarbeid,
Naam:
Voordeel van het bezit van slaven • Rijke burgers moeten niet meer werken. • Tijd voor andere dingen zoals
maar wereldwijd
huwelijk,
miljoen
, prostitutie
Klas:
Nummer:
C De bloei van de Griekse wereld
49
OPDRACHT 2
Bestudeer bron 1 en 2 op blz. 50 in je leerboek. • Maakt de Belgische grondwet een onderscheid tussen de Belgen?
r
• Mag men volgens de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens een onderscheid maken tussen mensen?
Bestudeer bron 3 op blz. 50-51 in je leerboek. • Leg met je eigen woorden uit hoe mensen in schuldslavernij geraken.
In
kij
ke x
OPDRACHT 3
em
pl
aa
• Zijn alle mensen vandaag gelijk? Worden alle mensen gelijk behandeld? Motiveer je antwoord.
• Schrijf een verhaaltje dat aantoont hoe mensen in schuldslavernij geraken. Gebruik daarbij de volgende woorden: India – arme familie – vader – ongeval – één week ziekenhuis – rijke buurman – eigenaar van een tapijtweverij – lening.
Naam:
50
LES 11 De Atheners zijn niet gelijk
Klas:
Nummer:
12 SCHEMA
De Spartaanse militaire oligarchie
Kaartnr(s).
1 In vele poleis neemt de adel de macht van de koning over
r
In de meeste poleis ligt de politieke macht bij adel of grootgrondbezitters. Er blijven wel vaak koningen bestaan, maar die hebben meestal weinig macht.
pl
aa
Gewone vrije burgers = volksvergadering (kiest uit adel bestuurders van polis voor bepaalde tijd)
em
2 De Spartanen heersen over perioiken en heloten • Wie?
• Opgeleid tot militairen
ke x
• Wie? Mensen die op Spartaans grondgebied wonen. • Ze zijn vrij, mogen grond bezitten. • Maar: geen politieke rechten
kij
• Werken als
In
• Wie? • Grootste bevolkingsgroep •
= geen rechten, werken voor Spartanen
Militarisme =
Naam:
Klas:
Nummer:
C De bloei van de Griekse wereld
51
3 In Sparta regeert een kleine groep vooraanstaanden De Spartaanse wetgeving wordt toegeschreven aan
.
Bestuursorganen Bestuursorgaan
Aantal en leeftijd
Bevoegdheid (taak)
Koningen Raad van de Ouden
• Wetten maken
r
• Hoogste rechtbank
aa
• Voor het leven gekozen
Eforen (opzichters)
• Wetten uitvoeren
ke x
Volksvergadering
em
pl
•
• Wetten goed- of afkeuren • Benoemen eforen
Oligarchie
kij
=
Peloponnesische Bond
In
= militair bondgenootschap tussen Sparta en • Sparta: geeft bescherming en veiligheid. • bondgenoten: geven
Naam:
52
LES 12 De Spartaanse militaire oligarchie
+ erkennen
Klas:
Nummer:
OPDRACHT 1
Bestudeer bron 1 op blz. 55 in je leerboek. Zet een kruisje in het juiste vakje. Onafhankelijk lid van de Peloponnesische Bond
Onder Spartaanse controle
Onafhankelijk
Argolis Arkadië Attika Elis Korinthe
aa
Bestudeer bron 2 op blz. 56 in je leerboek.
© Renata Sedmakova/Shutterstock.com
In
kij
ke x
em
pl
OPDRACHT 2
r
Messenië
Standbeeld van Lykourgos in het Justitiepaleis van Brussel
Leg uit waarom men dit standbeeld in een gerechtsgebouw plaatst.
Lees A en B. Beantwoord de volgende vragen. • Hoeveel eeuwen verlopen er tussen de gebeurtenissen en de periode dat Ploutarchos leeft? Meer dan
Naam:
Klas:
Nummer:
C De bloei van de Griekse wereld
53
Beantwoord de vragen en argumenteer of deze tekst van Ploutarchos betrouwbaar is.
Ja
Is de bron daardoor meer of minder betrouwbaar?
Nee
meer / minder
Vermeldt Ploutarchos zijn bronnen?
meer / minder
Zijn de bronnen van Ploutarchos duidelijk?
meer / minder
Op welke wijze gebruikt Ploutarchos zijn bronnen? Onderzoekt hij ze op een kritische manier?
meer / minder
Heeft Ploutarchos een bijbedoeling bij het schrijven van dit verhaal?
meer / minder
aa
r
Beschikt Ploutarchos over voldoende bronnen?
pl
Besluit: Is deze tekst van Ploutarchos betrouwbaar of niet? Welke van de drie volgende antwoorden is volgens jou juist? Juist
Fout
em
Alhoewel Ploutarchos zijn best doet om een geloofwaardig verhaal te schrijven, moet je toch heel erg oppassen. Hij geeft zelf toe dat het heel moeilijk is om te achterhalen wat er precies is gebeurd. Alhoewel Ploutarchos Lykourgos heeft gekend, moet je toch oppassen. Hij heeft namelijk een bijbedoeling bij het schrijven van het verhaal.
Bestudeer bron 3 op blz. 57 in je leerboek. Zet een kruisje in het juiste vakje.
kij
OPDRACHT 3
ke x
Alhoewel Ploutarchos over voldoende duidelijke bronnen beschikt, moet je toch heel erg oppassen. Hij leeft immers in Delphi en niet in Sparta.
In
Taak
Koningen
Raad van de Ouden
Eforen
Volksvergadering
Wetten uitvoeren Leger aanvoeren Wetten maken Controle uitoefenen Wetten goedkeuren / afkeuren Hoogste rechtbank
Naam:
54
LES 12 De Spartaanse militaire oligarchie
Klas:
Nummer:
OPDRACHT 4 EXTRA
In de linkerkolom vind je vier vragen en in de rechterkolom twee antwoorden. Verbind de antwoorden met de juiste vraag (er staan dus twee vragen te veel). 1 Waarom is de macht van de koningen beperkt?
a Omdat de verovering van LakoniĂŤ en MesseniĂŤ de Spartanen voldoende grond en arbeidskrachten levert voor hun levensonderhoud.
2 Waarom is Sparta een oligarchie? 3 Waarom koloniseren de Spartanen niet?
b Omdat het land bestuurd wordt door een zeer kleine groep mensen uit de bevoorrechte stand.
In
kij
ke x
em
pl
aa
r
4 Waarom zijn de heloten slaven?
Naam:
Klas:
Nummer:
C De bloei van de Griekse wereld
55
13 SCHEMA
De Perzische oorlogen (500-449 v.C.)
Kaartnr(s).
1 Het Perzische Rijk bedreigt Hellas Perzische Rijk
Hellas
r
Tegenstanders
pl
aa
Omvang
em
Politiek
ke x
Cultuur
Oorzaken van de oorlog
kij
• Perzische koning wil Hellas veroveren. .
In
• Hij wil controle over
546 v.C.
500 v.C.
492 v.C.
Eerste aanval mislukt:
Naam:
56
LES 13 De Perzische oorlogen (500-449 v.C.)
Klas:
Nummer:
2 De Perzische oorlogen geven Athene aanzien en macht Veldslag
Zeeslag
Overwinnaar
490 v.C. 480 v.C. 479 v.C.
r
449 v.C.
pl
aa
Verdeeldheid van de Grieken =
3 Door de Delisch-Attische Zeebond wordt Athene de leidende stadstaat
Doel:
em
Tweehonderd Griekse stadstaten zijn ‘lid’ van het bondgenootschap.
ke x
Athene leiding Waarom?
Delos:
kij
Attika:
Bondgenoten:
In
Machtsmisbruik van Athene
• Gebruiken geld om • Dulden niet dat
Naam:
Klas:
Nummer:
C De bloei van de Griekse wereld
57
OPDRACHT 1
“De anderen spreken er schande van”, riepen ze, “dat we de gemeenschappelijke kas van Delos naar Athene hebben overgebracht. Tot nu toe konden we ons tenminste verdedigen met het argument dat de angst voor de Perzen onze drijfveer is geweest en dat we het geld nu in volledige bewaring hebben, maar dat schitterende excuus heeft Perikles ons uit handen genomen. Griekenland voelt het als een ontzettende belediging, als een openlijke vorm van tirannie, om te moeten zien hoe wij van de verplichte oorlogsbijdragen onze stad verfraaien. (...)” Antwoord van Perikles: “We voeren toch oorlog voor hen? We houden de Perzen toch op een afstand voor hen? Nog geen paard, geen schip, geen soldaat dragen ze bij. Het enige wat zij moeten leveren, is geld. En geld is nu eenmaal niet van wie het betaalt, maar van wie het krijgt, zolang de laatste maar zijn verplichtingen nakomt. Onze stad voldoet op dit moment ruimschoots aan alle eisen die de oorlog stelt.”
aa
r
Bewerking van: Thucydides, Geschiedenis van de Peloponnesische oorlogen.
em
pl
• Wat verwijt men Perikles?
• Bewijs dat de aanklagers niet zozeer de andere Grieken verdedigen.
ke x
• Het oorspronkelijke doel van de Zeebond is verdwenen. Juist of fout? Motiveer je antwoord.
In
kij
• Geef de nieuwe taakverdeling binnen de Zeebond.
• Hoe zou het komen dat Perikles het geld op die manier durft aan te wenden?
• Gedraagt Perikles zich als leider van de Deltisch-Attische Zeebond democratisch? Motiveer je antwoord.
Naam:
58
LES 13 De Perzische oorlogen (500-449 v.C.)
Klas:
Nummer:
• Zijn de volgende uitspraken juist of fout? Juist
Fout
De Perzische koning wil Hellas veroveren, omdat de Grieken de Perzische kusten onveilig maken. Op de Perzische kuststreek bevinden zich Griekse poleis. Athene is de sterkste landmacht van Hellas. De Delisch-Attische Zeebond werd opgericht, omdat men Athene wilde verfraaien.
Athene heeft geen imperialistische neigingen.
aa
De leden van de Delisch-Attische Zeebond zijn niet langer bondgenoten, maar onderdanen van Athene.
r
Delos is een stadstaat op Kreta.
pl
Als leider van de Delisch-Attische Zeebond gedraagt Athene zich heel democratisch. Sparta heeft in Hellas even veel invloed als Athene.
In
kij
ke x
em
Athene streeft naar meer macht en rijkdom.
Naam:
Klas:
Nummer:
C De bloei van de Griekse wereld
59
14 SCHEMA
De Peloponnesische oorlogen
Kaartnr(s).
1 Een groeiende spanning tussen Sparta en Athene leidt tot oorlog
aa
r
Oorzaken • Groeiende spanning tussen Sparta en Athene: Athene behaalt in zijn eentje de overwinning van de eerste Perzische oorlogen. • Tussen Athene en Sparta bestaan er een hele reeks tegenstellingen. Athene
Verspreidt democratie onder bondgenoten.
ke x
Politiek
em
Bondgenootschap
Sparta
pl
Tegenstellingen
kij
Sterkte
Vreest invloed te moeten inboeten.
In
Reden groeiende spanning
Aanleiding (= start van de oorlog)
Korinthe • bondgenoot van Sparta • een van de belangrijkste concurrenten van Athene in de handel • heeft een kolonie: Corcyra Corcyra • vindt dat het slecht behandeld wordt door zijn moederpolis • zoekt hulp bij Athene.
Naam:
60
LES 14 De Peloponnesische oorlogen
Klas:
.
Nummer:
Athene • helpt Corcyra. • Waarom?
Sparta • komt zijn bondgenoot Korinthe te hulp.
r
Gevolg
pl
Sparta verwoest Attika. Athene krijgt voedsel via haven en ommuurde weg. Atheense vloot teistert Peloponnesos. Sparta sluit voedseltoevoer van Athene af rust vloot uit met Perzisch geld. Athene wil graantoevoer van Peloponnesos in Sicilië veroveren loopt fout af. Athene geeft zich uitgehongerd over.
em
• • • • • •
aa
2 De Peloponnesische oorlogen maken een einde aan het Atheense overwicht
Lees bron 1 op blz. 61 in je leerboek. • Geef twee zaken die men Athene verwijt.
In
kij
OPDRACHT 1
ke x
De verzwakking van de Griekse poleis in de 4e eeuw v.C. • Poleis bestrijden Sparta en elkaar. • Poleis sluiten afwisselend bondgenootschappen met elkaar. • Perzen moedigen verdeeldheid aan.
• Wat verlangen de klagende poleis van Sparta, denk je?
Naam:
Klas:
Nummer:
C De bloei van de Griekse wereld
61
OPDRACHT 2
Lees bron 3 op blz. 62 in je leerboek. • Gaat het om een primaire of een secundaire bron?
• Waarom zou je de auteur als betrouwbaar kunnen beschouwen?
• Waarom willen de Meliërs zich niet overgeven?
• Op de steun van wie rekenen de Meliërs?
OPDRACHT 3
aa
em
pl
• Wat doet Athene nadien met de stad? Waarom?
r
• Welk voorstel doen de Meliërs? Wat is hun lot?
Onderstreep de juiste uitspraak.
EXTRA
zee
land
De militaire macht van Sparta ligt vooral op
zee
land
De economische kracht van Athene ligt vooral in
handel
landbouw
De economische kracht van Sparta steunt vooral op
kolonies
onderdrukking
Als twee honden vechten om een been, loopt een derde ermee heen.
klopt
klopt niet
De straf die Sparta Athene oplegt in 404 v.C. raakt Athene vooral
economisch
politiek
De overwinnaar in de strijd tussen Athene en Sparta is
Athene
Sparta
geen van beide
De inzet van de strijd is het overwicht in
DelischAttische Zeebond
Hellas
Peloponnesos
Na de oorlog vertonen de Griekse stadstaten
eenheid
verdeeldheid
Na de strijd zijn de Helleense poleis
versterkt
verzwakt
In
kij
ke x
De militaire macht van Athene ligt vooral op
Naam:
62
LES 14 De Peloponnesische oorlogen
Klas:
sociaal
cultureel
Nummer:
15 SCHEMA
De hellenistische rijken
Kaartnr(s).
1 Philippos II verenigt de Grieken
r
Philippos II (koning van Makedonië, bewonderaar van Griekse cultuur)
em
pl
aa
Beweegredenen:
Onderwerping van Griekenland: Sticht Korinthische Bond:
ke x
• Griekse poleis
• Aanvaarden Makedonische leiding.
kij
• Sparta
2 Alexander de Grote verovert een wereldrijk
In
• Verovert in vier jaar tijd Perzische Rijk + verwoest • Een Perzische legeraanvoerder vermoordt Perzische koning. Alexander wordt opvolger.
• Droomt van wereldheerschappij • Alexander sterft in 323 v.C.
Naam:
Klas:
Nummer:
C De bloei van de Griekse wereld
63
3 Het rijk van Alexander de Grote valt uiteen Bestuur Alexander
Democratische polis Burgers hebben politieke macht.
Hellenistische politiek
aa
r
Wat?
• Gemengde huwelijken
em
• Zelf huwt hij oosterse prinsessen.
pl
Hoe?
• Sticht nieuwe steden: Alexandrië met gemengde bevolking.
ke x
• Grieks wordt voertaal van
• Eenheidsmunt (Attische munt)
Uiteenvallen van rijk Alexander
kij
• Generaals bestrijden elkaar • Vermenging mislukt.
In
• Enkel rijken profiteren van hellenistische bloei. • Onderlinge strijd • Romeinen en oosterse volkeren
Naam:
64
LES 15
Klas: De hellenistische rijken
Nummer:
Bestudeer de kaart (zie ook bron 3 op blz. 65 in je leerboek).
pl
aa
r
OPDRACHT 1
ke x
em
• De oppervlakte van het rijk van Alexander de Grote is ca. 6,2 miljoen km². Zoek op wat de oppervlakte van het huidige België is en bereken dan hoeveel keer het rijk van Alexander groter is dan ons land.
kij
• Geef acht hedendaagse landen die geheel of gedeeltelijk in het rijk van Alexander liggen. Zoek op in een atlas.
5
2
6
In
1
3
7
4
8
• Alexander begint in 334 v.C. aan zijn veroveringstocht. Hoe lang doet hij over de verovering van zijn wereldrijk?
Naam:
Klas:
Nummer:
C De bloei van de Griekse wereld
65
OPDRACHT 2
Lees deze bron en los de opdrachten op.
EXTRA
Als middel om de verbroedering tussen de volkeren van zijn rijk te bevorderen, heeft koning Alexander opdracht gegeven dat 30.000 Perzische jongelieden zullen worden onderwezen in het Grieks. De instructeurs (…) zullen niet alleen de Perzische jongelui Grieks moeten leren, maar ook moeten onderwijzen in lezen en schrijven van onze taal. Daarnaast zullen instructeurs worden aangesteld, die deze groep zullen moeten onderrichten in het gebruik van onze wapens en in onze gevechtstechnieken, zoals de falanx. (…) De koning gaat uit van het idee, dat het beter is het rijk door vriendschapsbanden en onderling begrip samen te binden, dan met wapengeweld.
r
Uit: Histokrant. De geschiedenis als aktualiteit, jaargang 1, nr. 15, 1973.
aa
• Waarom moeten Perzische jongeren Grieks kunnen lezen, schrijven en spreken?
em
pl
• Hoe probeert Alexander dat doel nog te bereiken?
ke x
• Zoek op wat het begrip ‘hellenisme’ betekent.
In
kij
• Is de bron een historische bron?
Naam:
66
LES 15
Klas: De hellenistische rijken
Nummer:
16
Historisch denken: Atlantis Kaartnr(s).
r
Neem de les over Atlantis in je leerboek op blz. 67. Hieronder krijg je ruimte om de opdrachten op te lossen.
Bronnen situeren Welke bronnen stammen niet uit de hedendaagse tijd? Antwoord door te omcirkelen. bron 1A – bron 1B – bron 1C – bron 2 – bron 3A – bron 3B – bron 3C – bron 4A – bron 4B
OPDRACHT 2
Bronnen bestuderen Geef voor elke bron om welke soort het gaat. Zet een kruisje in de tabel. Omcirkel in de tabel de bron die geen historisch werk is. Bron
em
pl
aa
OPDRACHT 1
Primaire bron
bron 1A
ke x
bron 1B
Secundaire bron
bron 1C bron 2
kij
bron 3A
bron 3B
In
bron 3C bron 4A
bron 4B
Naam:
Klas:
Nummer:
C De bloei van de Griekse wereld
67
OPDRACHT 3
Een historische vraag stellen We geven je drie historische vragen. • Geef voor elke vraag de bronnen die je nodig hebt om ze te beantwoorden. • Onderzoek of elke bron wel betrouwbaar is om de vraag te beantwoorden. Kijk daarbij naar de gegevens over de maker en waar en wanneer de bron gemaakt is. Je antwoordt door in de tabel het nummer van de bron te zetten en een kruisje te plaatsen bij betrouwbaar of onbetrouwbaar. Verder motiveer je waarom je dat vindt. Als bij een vraag dezelfde bron opduikt, hoef je die niet te herhalen. Vraag 1 Wat is Atlantis en wanneer zou het bestaan hebben?
pl
Motivering
Betrouwbaar
ke x
Motivering
em
Bron
Onbetrouwbaar
Betrouwbaar
Onbetrouwbaar
Betrouwbaar
Onbetrouwbaar
kij
Bron
Onbetrouwbaar
r
Betrouwbaar
aa
Bron
In
Motivering
Bron
Motivering
Naam:
68
LES 16
Klas: Historisch denken: Atlantis
Nummer:
Vraag 2 Ligt Atlantis aan de oorsprong van alle beschavingen? Bron
Betrouwbaar
Onbetrouwbaar
Motivering
Betrouwbaar
em
Bron
Betrouwbaar
Onbetrouwbaar
ke x
Motivering
Onbetrouwbaar
pl
Motivering
aa
Bron
r
Vraag 3 Is Atlantis een verzinsel?
In
kij
• Formuleer zelf een antwoord op vraag 3 hieronder.
• Formuleer zelf een vierde historische vraag (Ze mag op één van de andere lijken).
Naam:
Klas:
Nummer:
C De bloei van de Griekse wereld
69
Een beeld over het verleden vormen Omschrijf op basis van je onderzoek kort wat we onder Atlantis moeten verstaan. Hou daarbij rekening met de volgende hulpvragen: wat is Atlantis? Wie en wanneer schrijft voor het eerst over Atlantis? Wat beweren sommigen dat Atlantis was? Waarom kan daaraan getwijfeld worden? Antwoord eventueel op een apart blad.
OPDRACHT 5
Nadenken over een beeld van het verleden Zijn de volgende uitspraken juist of fout? • Mensen proberen soms aan overblijfselen die ze vinden verhalen uit het verleden te koppelen. Juist / fout. • Mensen passen het verhaal van Plato aan om te bewijzen dat ze Atlantis gevonden hebben. Juist / fout. • Het beeld dat we van het verleden hebben, kan veranderen als we nieuwe bronnen vinden. Juist / fout.
In
kij
ke x
em
pl
aa
r
OPDRACHT 4
OPDRACHT 6
Zoek zelf een boek, artikel, film … over Atlantis en ga na welk idee erin vermeld wordt: Atlantis heeft echt bestaan, het ligt aan de basis van alle beschaving, het gaat om een verzinsel …
Naam:
70
LES 16
Klas: Historisch denken: Atlantis
Nummer:
OPDRACHT 1
Kaartnr(s).
Het Romeinse Rijk is zo groot geweest dat je vandaag in zowel Europa, Afrika als Klein-Azië restanten van Romeinse bouwwerken terugvindt. Op blz. 72-73 in je leerboek en hieronder zie je enkele voorbeelden. In welk hedendaags land ligt elk bouwwerk? Zoek het juiste antwoord op.
aa
Hedendaags land
In
kij
ke x
Sagalassos
em
Leptis Magna
pl
De ‘Porta Nigra’ in Trier Romeinse villa in Volubilis
r
D
Het Romeinse Rijk
Naam:
Klas:
Nummer:
D Het Romeinse Rijk
71
17 SCHEMA
Rome begint als een bescheiden koninkrijk
Kaartnr(s).
1 Het ontstaan van Rome: mythe en feiten
aa
r
Mythe: afstamming van Romulus en Remus Wetenschap: Romeinen: Indo-Europeanen 1000 v.C. eerste nederzettingen in Latium Levenswijze: eenvoudige boeren en herders, zoutwinning aan kust
• Rome ligt midden op
em
• Heuvels en moerassen vormen
pl
Rome heeft gunstige ligging:
• Afstand tussen Rome en zee groot genoeg om • Tiber ideaal om
ke x
• Tiber makkelijk om
In
kij
2 Etrusken, Italiërs en Grieken bevolken het Italische schiereiland
Naam:
72
LES 17 Rome begint als een bescheiden koninkrijk
Klas:
Nummer:
3 Kenmerken van de Romeinse samenleving Pater familias • • Gens (geslacht)
Wie?
Kenmerken
aa
Bevolkingsgroep
r
Romeinse bevolking
•
kij
ke x
Plebejers
em
pl
Stammen af van stichters van Rome.
In
Slaven
Naam:
• Kiezen koning en geven hem raad. • Persoonlijke vrijheden • • Boeren, ambachtslieden en handelaars • Werken op gronden rijken. • Zwaar bestaan • • Worden als zaak beschouwd.
Klas:
Nummer:
D Het Romeinse Rijk
73
4 De koning bezit de grootste macht in het Romeinse bestuur
(gekozen voor leven)
• opperpriester • opperrechter • opperbevelhebber
r
• bijna alle macht
aa
Senaat )
pl
Familiehoofden (
ke x
em
Volksvergadering
5 De invloed van de Etrusken op de stadstaat Rome
kij
Etruskische invloed op Rome • Koning van Rome
In
• Waarzeggerij:
• Gladiatorenspelen • Bouwkunst: • Romeinen komen via Etrusken in contact met Grieken.
Naam:
74
LES 17 Rome begint als een bescheiden koninkrijk
Klas:
Nummer:
OPDRACHT 1
Bestudeer bron 1 op blz. 75 in je leerboek. • Wat is een legende? Zoek eventueel op in een naslagwerk.
aa
r
• Haal minstens twee onwaarschijnlijkheden uit het verhaal van de stichting van Rome.
Bestudeer bron 5B op blz. 76 in je leerboek. • Het gaat om een beeld uit een Etruskisch graf. Beschrijf het kunstvoorwerp met je eigen woorden.
In
kij
OPDRACHT 2
ke x
em
pl
• Hoeveel jaren verstrijken er ongeveer tussen de stichting van Rome en het opschrijven van de eerste mythes? Wat betekent dat voor de betrouwbaarheid van de verhalen?
• Zoek een ander woord voor zo’n doodskist. TIP Het woord komt uit het Grieks en betekent ‘vleesetend’.
Naam:
Klas:
Nummer:
D Het Romeinse Rijk
75
SCHEMA
Kaartnr(s).
1 Rome wordt een republiek
aa
Einde koninkrijk: Koningen • krijgen te veel macht. • houden geen rekening met senaat en volksvergadering. Laatste koning wordt verjaagd.
pl
Republiek
De republiek (vanaf 509 v.C.)
em
Het koninkrijk
Twee consuls (één jaar) = dagelijks bestuur
Pontifex maximus =
=
ke x
Koning (levenslang) = opperpriester = opperrechter = opperbevelhebber
r
18
De Romeinse republiek
Senaat = de familiehoofden
Senaat
In
kij
geeft raad aan de koning.
• • • • • Vetorecht: kan beslissingen volksvergadering ongedaan maken.
kiest de koning.
Volksvergadering = alle mannelijke patriciërs
Volksvergadering • stemt over wetsvoorstellen, maar kan er zelf geen indienen. • beslist over oorlog en vrede.
Naam:
76
LES 18
Klas: De Romeinse republiek
Nummer:
2 Plebejers vechten om gelijke politieke rechten Vanaf 500 v.C. start Rome met de verovering van het Italische schiereiland.
Probleem Oplossing
Plebejers moeten naar het leger en moeten belastingen betalen.
Eis Plebejers
Politieke macht
Toegeving patriciërs
r
Maar door de voortdurende oorlogen geraken de plebejers opnieuw in problemen.
Niemand om hun velden te bewerken
aa
Probleem Eis Plebejers
Luisteren niet naar plebejers.
pl
Patriciërs
em
Gevolg Toegeving patriciërs
Verdedigt de rechten van de plebejers in de volksvergadering en kan beslissingen van andere instellingen tegenhouden.
kij
Raadpleeg bron 2 op blz. 78 in je leerboek. • Welke bestuursinstellingen bestonden er tijdens de republiek?
In
OPDRACHT 1
ke x
In 287 v.C. zijn plebejers en patriciërs politiek gelijk. Er ontstaan nieuwe problemen tussen de nobiles (patriciërs en rijke plebejers) en de proletariërs (het gewone volk). Uiteindelijk veroorzaken die burgeroorlogen.
• Onderstreep in het vorige antwoord wie volgens jou de meeste macht heeft. • Hoe kun je dat op het schema zien?
• De senaat maakt de nieuwe wetten. Juist of fout?
Naam:
Klas:
Nummer:
D Het Romeinse Rijk
77
• Met welke Griekse polis stemt de Romeinse republiek het meest overeen? Athene of Sparta?
OPDRACHT 2
Bestudeer bron 3 op blz. 79 in je leerboek. • Wie is niet tevreden? Waarom niet?
Lees bron 5 op blz. 79 in je leerboek. • Wat betekent ‘de ambten waren niet bezoldigd’?
ke x
OPDRACHT 3
em
pl
• Wat zullen de plebejers vragen, denk je?
aa
r
• Wie bedoelen ze met ‘onze medeburgers’?
In
kij
• Om verkozen te worden, moet men elke keer opnieuw een verkiezingscampagne voeren. Wie slaagt er dan in om de sociale ladder te beklimmen? Hoe verklaar je dat?
• Wie wordt er in feite uitgesloten?
• De opeenvolging van ambten die een Romein moet doorlopen om consul te kunnen worden, heeft wel één groot voordeel. Welk?
Naam:
78
LES 18
Klas: De Romeinse republiek
Nummer:
19 SCHEMA
Rome wordt machtig
Kaartnr(s).
1 Rome wordt meester in Italië Rome voert oorlog tegen Latijnse en Etruskische steden. Galliërs veroveren korte tijd Rome. Rome onderwerpt Latijnse steden. Romeins burgerrecht Romeinen veroveren Griekse kolonies in het zuiden van Italië.
pl
aa
r
• • • • •
2 De Middellandse Zee wordt een Romeinse Zee
Wat?
em
Punische oorlogen (tussen 264 en 146 v.C.)
ke x
Oorlog tegen Carthago
kij
Waarom?
In
Punische oorlogen
Naam:
Verloop en afloop
1
Rome verwerft eerste gebieden buiten Italië (Sicilië).
2
Carthaagse generaal Hannibal maakt het Rome moeilijk.
3
Carthago wordt verwoest, wordt in 146 v.C. provincie Africa.
Klas:
Nummer:
D Het Romeinse Rijk
79
3 Verdeel en heers Provincia =
1 Belonen of bestraffen Wat? Gebieden proberen bevorderd te worden.
• meer of minder belastingen • meer vrijheid • ...
2 Goed geoefend leger Doel?
r
Veroverde steden en stammen krijgen verschillende behandeling = meer of minder rechten:
pl
aa
Waarom?
Raadpleeg bron 1 op blz. 81 in je leerboek. “Rome verliest weleens een veldslag, maar nooit een oorlog.” Verklaar waarom dat Romeinse gezegde zeker van toepassing is op de Punische oorlogen.
In
kij
OPDRACHT 1
ke x
em
3 Heerbanen Doel?
OPDRACHT 2
Lees bron 3 op blz. 82 in je leerboek. • “Cato is erg tevreden over de landbouw in Carthago.” Juist of fout? Leg uit met behulp van een tekstfragment.
Naam:
80
LES 19
Klas: Rome wordt machtig
Nummer:
Ontleed bron 4 op blz. 82 in je leerboek. Rome probeert opstanden in de veroverde gebieden te voorkomen. Dat lukt aardig. Het geheim zit hem onder andere in de behandeling van die gebieden. Het schema in je leerboek vat die behandeling samen. • Waaruit bestaan de politieke rechten?
em
OPDRACHT 3
pl
aa
• Bewijs dat Cato zich door eigenbelang laat leiden.
r
• Welke tactiek gebruikt Cato om de senatoren aan het bestaan van Carthago te herinneren?
2
ke x
1
• Onderstreep de steden die volledige Romeinse rechten hadden.
kij
bevoorrechte steden – onderworpen steden – kolonies – Latijnse steden – verbonden steden
In
• Haal uit de tekst twee feiten die aantonen dat Rome het ‘verdeel-en-heersprincipe’ toepaste in de veroverde gebieden.
Het gaat hier om een primaire / secundaire bron.
OPDRACHT 4
Naam:
Lees bron 5 op blz. 82 in je leerboek en vervolledig de identiteitskaart van de bron.
Klas:
Nummer:
D Het Romeinse Rijk
81
20 SCHEMA
De veroveringen veranderen de Romeinse samenleving Kaartnr(s).
1 De kleine boer in Italië gaat ten onder
r
Kleine boer raakt in problemen Waarom?
aa
• Vecht in leger
pl
• Oorlog betalen
em
• Goedkope landbouwproducten uit veroverde gebieden
Gevolgen • Kleine boeren verkopen boerderij aan rijken + trekken naar stad .
ke x
• Rijken kopen boerderijen op en maken er grote landbouwbedrijven van: Slaven telen er de producten.
kij
2 In Rome neemt de tegenstelling tussen arm en rijk toe Boeren vinden weinig of geen werk in de stad.
In
Waarom?
(bezitlozen)
Rijken (Nobilitas)
Nieuwkomers + arme plebejers
Patriciërs + rijke plebejers Equites (ridders) speciale groep: bezig met handel en bankzaken
Zijn met veel Arme plebejers hebben
Om opstanden te voorkomen geven zij aan de armen brood = spelen =
Naam:
82
LES 20 De veroveringen veranderen de Romeinse samenleving
Klas:
Nummer:
3 De Gracchen proberen de boerenstand te herstellen Tiberius Gracchus (volkstribuun + rijke plebejer) wil een landwet
Gevolgen: populair bij het volk en tegenstand
laten Tiberius vermoorden
r
Gaius Gracchus (jongere broer) wil tien jaar later wraak nemen op senaat
aa
• drie wetten: •
pl
verliest aan populariteit omdat hij grond wil geven aan buurvolkeren wordt vermoord
Populares of Alle macht voor
em
4 Een nieuwe politieke strijd: optimates tegen populares Optimates
ke x
Zoveel mogelijk macht voor zichzelf
Macht blijft bij
Zoveel mogelijk macht voor zichzelf
Neem je leerboek op blz. 84 en 85. Vergelijk bron 3 met bron 2 en 1. Spreken de bronnen elkaar tegen of niet? Motiveer je antwoord.
In
OPDRACHT 1
kij
Gevolg: burgeroorlogen, vooral in 1e eeuw v.C.
Naam:
Klas:
Nummer:
D Het Romeinse Rijk
83
OPDRACHT 2
Raadpleeg bron 4 op blz. 85 van je leerboek en los de vragen op. • Het gaat om een primaire / secundaire bron. • Omcirkel in de lijst die begrippen die van toepassing zijn op de auteur: Tijdgenoot van Gaius Gracchus –rijk –Romein –Griek –bekleedt belangrijke functies –favoriet van Romeinse keizers –proletariër –schrijver • Welk doel heeft de auteur met zijn werk?
aa
r
• Waarvoor moet je oppassen als je Ploutarchos als bron wilt gebruiken?
em
pl
• Waarom zouden geschiedkundigen het werk van Ploutarchos toch als bron gebruiken? a Omdat hij een Griek is en die zijn slim. b Omdat er niet zoveel bronnen uit die periode zijn. c Omdat Ploutarchos een ooggetuige is.
ke x
• Welk beeld van Gaius Gracchus krijg je als je de bron leest?
OPDRACHT 3
kij
• Waaruit blijkt dat Gaius volgens de schrijver ook aan zichzelf dacht.
Raadpleeg bron 6 op blz. 86 van je leerboek en los onderstaande vragen op.
In
• Het gaat om een primaire / secundaire bron. • Omcirkel in de lijst die begrippen die van toepassing zijn op de auteur Tijdgenoot van Gaius Gracchus –advocaat –Romein –Griek –bekleedt belangrijke functies –proletariër –schrijver • Waarom zou men zijn werk belangrijk vinden?
Naam:
84
LES 20 De veroveringen veranderen de Romeinse samenleving
Klas:
Nummer:
Bekijk ook opnieuw bron 4 van opdracht 2. • Is Appianus kritischer dan Ploutarchos over Caius Gracchus? Ja / Nee. Leg uit.
• Waarin stemmen beide bronnen overeen? a Gaius wil populair zijn. b Gaius zorgt voor het leger. c Gaius geeft gratis graan weg.
aa
r
• Wat lijkt het belangrijkste doel van Gaius Gracchus geweest te zijn? a Het gewone volk verder helpen. b De senaat bestrijden. c De ridders helpen.
Je zou de gebroeders Gracchus populisten kunnen noemen. Je vindt hier twee definities voor een populist terug. a Iemand die opkomt voor het volk en strijdt tegen een elite die veel macht heeft. Met de steun van het volk wil hij veranderingen doorvoeren. b Iemand die zich populair wil maken bij het volk door het te vleien en in alles gelijk te geven. Zo verwerft hij macht en invloed. De steun van het volk is belangrijker dan de inhoud van de boodschap.
kij
ke x
OPDRACHT 4
em
pl
• Formuleer een historische vraag over Caius Gracchus die je met deze bronnen zou kunnen oplossen?
• Arceer die definitie die min of meer geldt voor de gebroeders Gracchus.
In
• Geef een voorbeeld van een hedendaags populist. Dat mag zowel iemand zijn die overeenkomt met definitie a als b. Leg ook uit waarom je hem een populist vindt.
Naam:
Klas:
Nummer:
D Het Romeinse Rijk
85
21 SCHEMA
De burgeroorlogen
Kaartnr(s).
1 De burgeroorlog tussen Marius en Sulla brengt de republiek aan het wankelen
r
Buitenlandse bedreigingen leiden tot oorlog.
•
Wie?
Vroeger: burgerleger
Marius: beroepsleger
Soldaten uit bezittende klassen
Proletariërs
ke x
Motivatie soldaten
em
Marius maakt beroepsleger.
pl
Consul Marius (populares) legeraanvoerder
aa
• Koning van Numidië (in Algerije)
In
kij
Willen niet te lang vechten
Willen via leger aan bezittingen geraken luisteren vooral naar generaal die hen bezittingen belooft. generaals meer macht. senaat verliest macht.
Reactie senaat + gevolgen
Soldaten
Geen landverdeling
Bondgenoten
Geen burgerrecht b ondgenoten komen in opstand. BONDGENOTENOORLOG senaat geeft toe.
Naam:
86
Beloftes Marius
LES 21 De burgeroorlogen
Klas:
Nummer:
Eerste burgeroorlog Nieuwe buitenlandse bedreiging: Mithridates (koning rijk in Klein-Azië) Consul Sulla (optimates) Romeins legeraanvoerder Marius en medestanders ontevreden
r
Dood Marius Sulla keert terug
aa
2 Pompeius en Caesar geven de republiek de doodsteek
em
Krachtig optreden nodig
pl
Nieuwe bedreigingen:
Driemanschap of triumviraat
ke x
=
Tweede burgeroorlog
kij
• Caesar verovert heel Gallië
• Pompeius vreest Caesar
In
• Caesar verslaat Pompeius. • Caesar regeert als alleenheerser
Naam:
Klas:
Nummer:
D Het Romeinse Rijk
87
3 Met Octavianus begint het keizerrijk Nieuw (of tweede) triumviraat =
,
en
Derde burgeroorlog • Marcus Antonius • regeert oosten van rijk • sluit verbond met Egypte • huwt Cleopatra (Egyptische koningin) Rome ziet dat als een bedreiging. • Octavianus verslaat Marcus Antonius Oorzaak burgeroorlogen
pl
Tegenstelling rijk en arm
Bekijk bron 1 op blz. 89 in je leerboek. • Noem vier gebieden die tussen ca. 100 en 31 v.C. aan het Romeinse Rijk worden toegevoegd.
em
OPDRACHT 1
r
Uiteindelijk
aa
Oorspronkelijk
kij
Lees bron 2 op blz. 90 in je leerboek. • Wat gebeurt er met de mensen die op de lijst komen?
In
OPDRACHT 2
ke x
• Welke veldheer heeft daarbij een belangrijke rol gespeeld?
• Wie stelt die lijst samen?
• Wat is een vogelvrijverklaarde?
Naam:
88
LES 21 De burgeroorlogen
Klas:
Nummer:
• Waarom worden de meesten vermoord?
• Waarom noemen we de strijd tussen Marius en Sulla een burgeroorlog?
Lees bron 3 op blz. 90 in je leerboek. • Is Suetonius een voor- of tegenstander van Caesar? Motiveer je antwoord.
ke x
em
pl
OPDRACHT 3
aa
r
• Geef een recent voorbeeld van een burgeroorlog.
In
kij
• Is er veel tijd tussen het gebeuren en het schrijven van de bron? Motiveer je antwoord.
Naam:
Klas:
Nummer:
D Het Romeinse Rijk
89
22 SCHEMA
Augustus, de eerste keizer
Kaartnr(s).
1 Octavianus wordt Augustus
r
Octavianus • Geeft macht terug aan senaat.
em
Titels van Octavianus • Princeps = eerste man • Augustus = verhevene
pl
aa
Senaat • Vreest voor nieuwe burgeroorlog. • Vraagt Octavianus om rijk te blijven besturen in zijn eentje.
Functies Octavianus en senaat
Macht van Octavianus
Instellingen en ambten van republiek en senaat blijven bestaan.
Belangrijkste functies:
kij
ke x
Macht van de senaat
In
Macht over rustige provincies
•
• Bestuurt belangrijke provincies zoals
Waarom? Grote opbrengsten uit Egypte
Naam:
90
LES 22 Augustus, de eerste keizer
Klas:
Nummer:
2 Augustus versterkt zijn macht • Populaire maatregelen • Propaganda • Uitschakelen tegenstanders • Rust, vrede en welvaart
aa
3 Augustus kiest voor natuurlijke grenzen
r
• Pater patriae =
Waarom natuurlijke grenzen?
em
pl
Octavianus bestuurt grensprovincies en rebelse provincies
Gewapende vrede Legioenen zorgen voor vrede en veiligheid.
ke x
Duid de volgende natuurlijke grenzen op de kaart aan: Atlantische Oceaan – Rijn – Donau – Eufraat – Zwarte Zee – Arabische Woestijn
In
kij
OPDRACHT 1
Naam:
Klas:
Nummer:
D Het Romeinse Rijk
91
OPDRACHT 2
Bestudeer bron 1A op blz. 92 in je leerboek. Pas de historische methode op de bron toe.
A De identiteitskaart van de bron 1 Wat voor soort bron is het? Een geschreven bron / een ongeschreven bron? (1) Gaat het om een ongeschreven bron? Is het dan een mondelinge / materiële bron? (1) 2 Wie heeft de bron gemaakt? Zoek inlichtingen over de maker: zijn naam, nationaliteit, geboortedatum, sterfdatum, beroep, functie, afkomst …
aa
• Op welke datum?
r
3 Wanneer werd de bron gemaakt?
4 Waar is de bron gemaakt?
pl
• Er is een / geen (1) groot tijdverschil tussen het maken en de feiten die verhaald worden. (Een groot tijdverschil werkt verdraaiing in de hand.)
em
• Waar bevindt de bron zich vandaag?
ke x
• De maker was een / geen (1) ooggetuige.
• De maker heeft andere bronnen gebruikt. Ja / nee. (1)
kij
Voorlopig besluit: vind je in de bovenstaande gegevens zaken terug die de maker beïnvloed kunnen hebben? Ja / nee. (1) Zo ja, motiveer je antwoord.
In
B De inhoud van de bron Waarover gaat de bron? • Wat vertelt de bron?
• Staan er meningen in de bron? Zo ja, geef dan een voorbeeld.
Naam:
92
LES 22 Augustus, de eerste keizer
Klas:
Nummer:
C De beoordeling van de bron Wat kun je uit de bron leren?
(1) Onderstreep het juiste antwoord.
Raadpleeg bron 3A en 3B op blz. 93 in je leerboek.
ke x
em
pl
aa
r
OPDRACHT 3
• Een van de beelden stelt Octavianus voor als ‘imperator’. Zoek op wat een imperator is. Onderstreep het juiste antwoord.
kij
Romeinse keizer – Romeinse opperbevelhebber – Romeinse opperpriester • Het andere beeld stelt Octavianus voor als ‘pontifex maximus’. Wat is een ‘pontifex maximus’? Onderstreep het juiste antwoord.
In
Romeinse keizer – Romeinse opperbevelhebber – Romeinse opperpriester
• Welk beeld stelt Octavianus voor als ‘imperator’ en welk als ‘pontifex maximus’? Motiveer je antwoord. 1 Als ‘imperator’: Motivatie: 2 Als ‘pontifex maximus’: Motivatie:
Naam:
Klas:
Nummer:
D Het Romeinse Rijk
93
23 SCHEMA
De bloei van het Romeinse Rijk
Kaartnr(s).
1 De eerste keizers versterken de macht van Rome, maar zijn geen goede heersers
em
• Nero voert schrikbewind
pl
• Macht van Rome stijgt: Mare Nostrum =
aa
• Geen goede heersers
r
Eerste keizers: Tiberius, Caligula, Nero
2 De Flaviërs breiden het rijk nog verder uit (69-96)
ke x
Nieuwe familie aan de macht: Flaviërs
kij
• Vespasianus: rekenen af met opstand van de Joden
• Belangrijke monumenten:
In
• Verovering van Britannië voltooid • Domitianus voert schrikbewind
Naam:
94
LES 23 De bloei van het Romeinse Rijk
Klas:
Nummer:
3 Onder de adoptiekeizers (96-180) bereikt de macht van Rome zijn hoogtepunt Adoptiekeizers =
• Trajanus: rijk bereikt grootste omvang •
: zet veroveringen stop = einde van het Romeins
r
aa
• Grootse werken:
pl
• Pax Romana =
ke x
Bestudeer de kaart in bron 1 op blz. 96 in je leerboek. • Noem één Europees, één Aziatisch en één Afrikaans land dat aan het begin van de 1e eeuw n.C. tot het Romeinse Rijk behoort.
In
kij
OPDRACHT 1
em
• Marcus Aurelius • invallen van buurvolkeren • oorlogen om grenzen te herstellen • epidemie
• Onder het bewind van welke keizer wordt Britannia (deels) veroverd?
• Welke gebieden verovert Trajanus?
• Welke gebieden worden na de dood van Trajanus opnieuw prijsgegeven?
Naam:
Klas:
Nummer:
D Het Romeinse Rijk
95
OPDRACHT 2
Lees bron 2B op blz. 97 in je leerboek. Pas op de tekst van Tacitus de historische methode toe.
A De identiteitskaart van de bron 1 Wat voor soort bron is het? Een geschreven bron / een ongeschreven bron? (1) Gaat het om een ongeschreven bron? Is het dan een mondelinge / materiële bron? (1) 2 Wie heeft de bron gemaakt? Zoek inlichtingen over de maker: zijn naam, nationaliteit, geboortedatum, sterfdatum, beroep, functie, afkomst …
aa
• Op welke datum?
r
3 Wanneer werd de bron gemaakt?
em
4 Waar is de bron gemaakt?
pl
• Er is een / geen (1) groot tijdverschil tussen het maken en de feiten die verhaald worden. (Een groot tijdverschil werkt verdraaiing in de hand.)
• Waar bevindt de bron zich vandaag?
• De maker was een / geen (1) ooggetuige. • De maker heeft andere bronnen gebruikt. Ja / nee. (1)
kij
ke x
Voorlopig besluit: vind je in de bovenstaande gegevens zaken terug die de maker beïnvloed kunnen hebben? Ja / nee. (1) Zo ja, motiveer je antwoord.
B De inhoud van de bron
In
Waarover gaat de bron? • Wat vertelt de bron?
• Staan er meningen in de bron? Zo ja, geef dan een voorbeeld.
C De beoordeling van de bron Wat kun je uit de bron leren?
(1) Onderstreep het juiste antwoord. Naam:
96
LES 23 De bloei van het Romeinse Rijk
Klas:
Nummer:
24 SCHEMA
De economie in het Romeinse Rijk
Kaartnr(s).
1 Alle wegen leiden naar Rome ... en de grenzen
r
Veroverde gebieden: slechte economische toestand
Redenen:
em
• Schatting aan Rome betalen
pl
• Goederen en mensenlevens vernietigd
aa
Verovering =
• Plaatselijke bestuurders Handel naar Rome
ke x
Bevolking Rome stijgt (1e eeuw v.C.):
In
kij
Grootste deel bevolking leeft van
(proletariërs)
Bouwmateriaal + voedsel nodig
Handelaars leveren
ROME EN ANDERE STEDEN = PARASIET
weinig
Naam:
veel
Klas:
Nummer:
D Het Romeinse Rijk
97
Rome = handelscentrum • Leger aan grenzen bevoorraden • Langs zee, rivieren, heerbanen
2 Een bloeiende handel Hoogtepunt handel: Waar?
• Handel in luxeproducten met Indië:
aa
• Rivieren en heerbanen = alle wegen leiden naar Rome.
r
• In en rond Middellandse Zee
em
95 % bevolking leeft van landbouw.
pl
3 Landbouw blijft de belangrijkste economische activiteit
Latifundia (latifundium of villa) = • Grootgrondbezitters
ke x
• Nemen grond armen in (3e en 2e eeuw v.C.) • Produceren
kij
•
Pachter
In
Kleine boer pacht grond van grootgrondbezitter. Pacht =
Technische vernieuwingen • Persen voor • Watermolens • Mijnbouw:
Naam:
98
LES 24 De economie in het Romeinse Rijk
Klas:
Nummer:
Vandaag, sporen van looduitstoot • Waar? • Geleerden besluiten uit die sporen: • Vanaf
Bestudeer bron 3 op blz. 100 in je leerboek.
ke x
em
pl
aa
r
OPDRACHT 1
tot midden 2e eeuw.
In
kij
• Duid aan met kruisjes: Rome en Ostia. Duid de volgende steden aan met de eerste drie letters van hun naam: Cadiz, Marseille, Carthago. • Omcirkel onze gewesten (het huidige België, het zuiden van Nederland en Luxemburg). • Welke producten worden in onze gewesten voortgebracht?
• Welke twee soorten transport geeft de kaart weer?
• Hoeveel tijd had men nodig om van Ostia naar Marseille te varen? En naar Cadiz?
Naam:
Klas:
Nummer:
D Het Romeinse Rijk
99
• Geef telkens één product dat wordt geproduceerd in : Gallië / de omgeving van Marseille / Carthago.
• Waar komt volgens de kaart zijde vandaan?
r
• Geef twee andere producten die van buiten het Romeinse Rijk komen.
pl
aa
• Uit welk land komt papyrus? Duid het aan op de blinde kaart. Waarvoor gebruikt men papyrus?
OPDRACHT 2
em
• Uit welk hedendaags land komt purper? Duid het land aan op de blinde kaart.
Lees deze onderstaande tekst aandachtig.
EXTRA
ke x
Purper was de waardevolste en duurste kleurstof uit de oudheid. De kleur was bij Romeinse wet voorbehouden voor de goden en de Romeinse keizers. Purper wordt gemaakt van purperslakken. De schelpdieren worden ingezouten en daarna gekookt. Daardoor komt de kleurstof vrij. Voor 1 kg verfstof zouden miljoenen slakken nodig geweest zijn.
In
kij
Waarom was purper zo duur?
Naam:
100
LES 24 De economie in het Romeinse Rijk
Klas:
Nummer:
OPDRACHT 3
Lees aandachtig bron 6A in je leerboek op blz. 101 en beantwoord de vragen. • Waarvoor gebruikten de Romeinen zilver? Hoe kun je aan de toename of afname van de productie van zilver de vooruitgang of neergang van de economie meten?
r
• Hoe kun je aan de toename van de looduitstoot de vooruitgang van de economie meten?
ke x
Bekijk bron 6B.
em
pl
aa
• Beschrijf hoe men vandaag de looduitstoot in het Romeinse keizerrijk in het pakijs van Groenland meet.
kij
• Vanaf welke datum stijgt de looduitstoot en blijft die hoog? Wanneer begint die uitstoot te dalen?
In
• Welk verband leggen de wetenschappers met de Romeinse geschiedenis?
Een schuit met tonnen wordt over de Tiber getrokken Naam:
Klas:
Nummer:
D Het Romeinse Rijk
101
25 SCHEMA
Het verval van het Romeinse Rijk
Kaartnr(s).
1 De soldatenkeizers en de crisis van de 3e eeuw betekenen een verzwakking voor het rijk
r
Volkeren buiten grenzen willen grenzen over.
pl
aa
Redenen:
em
Legioenen beschermen grenzen.
ke x
Aanvoerders beseffen dat Rome niet zonder hen kan ďƒš
kij
Generaals willen keizer worden ďƒš
In
Soldatenkeizers = steun van legioenen nodig
Legioenen verlaten plaats.
Buurvolkeren houden plundertochten.
Economie gaat eronder lijden. Bevolkingsdaling Rijkere delen van Rijk proberen zich los te scheuren.
Naam:
102
LES 25 Het verval van het Romeinse Rijk
Klas:
Nummer:
2 Een heropleving onder Diocletianus en Constantijn Diocletianus: probeert het rijk een stabieler bestuur te geven (3e eeuw) Hoe? • Ontneemt senaat haar laatste macht. • Laat zich vereren als een god. • Nieuw bestuur Splitst Romeinse Rijk.
Keizer (Augustus)
aa
r
Keizer (Augustus) Medekeizer (Caesar)
Medekeizer (Caesar)
pl
Medekeizer:
• Na dood keizer
em
• Helpt bij bestuur.
en
Constantijn (4e eeuw)
ke x
• Trekt alle macht naar zich toe.
• Byzantium nieuwe hoofdstad =
kij
3 Nieuwe invallen van barbaarse volkeren Volksverhuizingen Germanen
In
Oorzaken: • Op zoek naar betere levensomstandigheden • Slecht verdedigde grenzen • Op vlucht voor Hunnen
Naam:
Klas:
Nummer:
D Het Romeinse Rijk
103
Germanen vestigen zich in West-Romeinse Rijk.
Romeinen hopen
Germanen beginnen zich te bemoeien met Romeinse politiek. Theodosius: 395
West-Romeinse Rijk
(verovering van Constantinopel)
Bekijk bron 1 op blz. 104 in je leerboek. • Wat was de gemiddelde regeringsduur van een Romeinse keizer tussen 180 en 284?
em
OPDRACHT 1
(laatste keizer afgezet)
pl
Einde:
Oost-Romeinse Rijk
aa
r
Romeinse Rijk
ke x
• Waarom was die zo kort?
In
kij
• Welk gevolg voor de sterkte van het rijk heeft dat volgens jou gehad? Waarom?
• Hoe heeft Didius Julianus de keizerstitel verworven? Heeft zijn bewind lang geduurd?
Naam:
104
LES 25 Het verval van het Romeinse Rijk
Klas:
Nummer:
OPDRACHT 2
Bestudeer de bronnen en beantwoord de vragen.
pl
aa
r
Hadden de Romeinen nog dezelfde dapperheid bezeten, waardoor zij zich in vroegere tijden onderscheidden, dan zou die geduchte stad [Rome] in zich zelve de kracht gehad hebben, om elken aanval van buiten af te slaan. Hadden Rome’s inwoners zelfs nog maar de kunst verstaan om te strijden! Doch hiertoe waren zij niet meer in staat; het geheele volk, van den hoogsten tot den laagsten stand, was ontaard, ontzenuwd en verwijfd door weelde en zingenot. (…) Even als met de aanzienlijksten, zoo was het ook, met het volk gesteld. Het onttrok zich zooveel mogelijk aan den arbeid. Het leefde op de kosten van den staat, want nog altijd werd het door de gewoonte om kosteloos levensmiddelen uit te deelen, tot luiheid en werkeloosheid verleid. Zoo werd het geheel ontzenuwd door een wellustig, droomend leven. Een deel van den dag sleet het in de prachtige badhuizen (…); den overigen tijd bracht het in ledigheid op de straten door. Slechts in de openbare spelen betoonde het volk nog belangstelling, waarbij het met eene ware hartstochtelijkheid partij koos voor de eene of de andere partij onder de wagenmenners; van den afloop van een wedstrijd scheen in het oog der toeschouwers het heil van den staat af te hangen. De naam eene vermaarde danseres was toen te Rome meer gevierd, dan de naam van een held. Zulk een volk was geheel ongeschikt zich te verdedigen tegen de dappere Barbaren, die Alarik [de leider van de Visgoten] voor de poorten van Rome gevoerd had. (…)
In
kij
ke x
em
Uit: ADOLF STRECKFUSS, De geschiedenis der wereld aan het volk verhaald, deel III, 1868. Adolf Streckfuss (1823 –1895) was een Duits schrijver. In deze passage schetst hij de situatie in Rome aan de vooravond van de plundering van de stad door de Visigoten (in 410)
THOMAS COUTURE, ‘Les Romains de la décadence’ (‘De Romeinen tijdens de decadentie’), 1847 (Olie op doek, 472 x 772 cm; Musée d’Orsay)
Thomas Couture (1815 –1879) is een Frans schilder. Hij is gespecialiseerd in historieschilderijen, een populair genre in die tijd. Het doel van dit soort schilderijen is het weergeven van het menselijke gedrag (met alle tekortkomingen) samen met een morele boodschap over dat gedrag. Voor het maken van dit werk laat Couture zich inspireren door een citaat van de Romeinse dichter Juvenalis (ca. 55 –140) ‘wreder dan oorlog, overviel de ondeugd Rome en wreekt de veroverde wereld’. Op het moment dat hij het werk maakt, is Frankrijk een koninkrijk, maar het regime is zeer onpopulair. Er is bijvoorbeeld veel kritiek op de extreme rijkdom van sommigen binnen de regering en de wijdverbreide corruptie. Een jaar nadat Couture zijn werk heeft voltooid, breekt er in Parijs een opstand uit die leidt tot de val van de monarchie. Naam:
Klas:
Nummer:
D Het Romeinse Rijk
105
• In welk tijdperk van het referentiekader leven Streckfuss en Couture?
• Welk beeld schetst Streckfuss van de Romeinse samenleving? Een positief of een negatief beeld? Motiveer je antwoord.
r
• Wat was de mening van Streckfuss over de plundering van Rome, denk je?
em
pl
aa
• Toont Couture hetzelfde beeld van de Romeinen als Streckfuss? Argumenteer.
kij
ke x
• Wat was de boodschap die Streckfuss en Couture hun tijdgenoten wilden meegeven?
In
• Op welke historische vragen geven deze bronnen een betrouwbaar antwoord? • Hoe is Rome ten onder gegaan? • Wat denken Streckfuss en Couture over hun tijd? • Wat denken Streckfuss en Couture over de ondergang van Rome?
Naam:
106
LES 25 Het verval van het Romeinse Rijk
Klas:
Nummer:
26 SCHEMA
Het Romeinse leger in de keizertijd
Kaartnr(s).
1 Het Romeinse leger is getraind en gedisciplineerd
r
Leger:
aa
Legioenen
• Ruiterij, voetvolk, marine
• Officieren: • Militairen:
ke x
• Bouwen
em
• Hoofd van het leger:
pl
• Aantal soldaten/legioen:
Pretorianen
kij
• Verblijven in • Taak:
In
Hulptroepen
• Wie:
• 1e eeuw: meer hulptroepen dan legioenen Sterkte van het leger Oorzaken: • Training en discipline • Straffen: doodstraf, zweep- en stokslagen, ontslag • Beloning: promotie, geld
Naam:
Klas:
Nummer:
D Het Romeinse Rijk
107
2 De Romeinse soldaten krijgen veel voordelen Militaire loopbaan is aantrekkelijk: Legioenen
Hulptroepen
Goed betaald Promotie:
Minder loon
Duur Voordelen
•
r
•
Stuk landbouwgrond of som geld, kunnen in leger blijven:
pl
Na dienst
aa
•
•
ke x
•
em
•
3 Het leger heeft veel invloed
kij
Economische invloed
Legerkampen goed voor
Culturele invloed
Generaals willen keizer worden (zie les 25)
In
Politieke invloed
Naam:
108
LES 26 Het Romeinse leger in de keizertijd
Klas:
Nummer:
Bekijk bron 1 op blz. 107 in je leerboek. • Uit welke delen bestaat een legioen? Noteer in dit schema bij elk onderdeel de juiste benaming.
em
pl
aa
r
OPDRACHT 1
• Hoeveel manschappen telt een cohort als een legioen uit 6 000 soldaten bestaat? Onderstreep het juiste antwoord: 500 à 1000 – 600 à 1000 – 838 à 1000 – 144 à 555.
ke x
Bestudeer deze tekening (bron 2 op blz. 108 in je leerboek). Zet in de tekening de volgende onderdelen op de juiste plaats: wachttoren, muur, heerbaan, klein fort en gracht.
In
kij
OPDRACHT 2
Naam:
Klas:
Nummer:
D Het Romeinse Rijk
109
E
De klassieke kunst
Kaartnr(s).
kij
ke x
em
pl
aa
r
Vorig schooljaar heb je al kennisgemaakt met de kunst van de prehistorie en het Oude Egypte. STORIA HD frist je geheugen even op. Raadpleeg ook de bronnen op blz. 110 en 111 in je leerboek.
In
• Waarom schildert de prehistorische mens waarschijnlijk dieren op de grotwanden?
• Waarom zijn de beelden van de farao zo groot?
• Hoe schilderen de Egyptenaren mensen: in vooraanzicht of in zijaanzicht?
Naam:
110
E De klassieke kunst
Klas:
Nummer:
27 SCHEMA
De Griekse bouwkunst
Kaartnr(s).
1 De Griekse bouwkunst is een openbare, monumentale kunst
r
Openbare gebouwen
aa
In opdracht van polis: tempels, theaters
Later: stadsplanning of urbanisatie
Wat?
ke x
Doel?
em
Monumentale bouwkunst
pl
Eerst: lukraak in centrum
2 De Griekse tempel volgt meetkundige regels
kij
Griekse tempel • Woning van god • Priesters voeren in de tempels godsdienstige rituelen uit. • Offers buiten tempel
In
Onderdelen tempel • Onderbouw: drie treden • Zuilen • Hoofdbalk, fries, fronton • Ommuurde kamer: met beeld godheid • Kamer omgeven met zuilengangen Uitzicht tempel = eenvoud en duidelijkheid • Grondplan: rechthoek met zuilen • Voor- en achterzijde ongeveer hetzelfde • Zijkanten hetzelfde • Meetkundige figuren: rechthoeken, driehoeken
Naam:
Klas:
Nummer:
E De klassieke kunst
111
Bouwmateriaal: Soorten zuilen Dorische zuil Uitzicht
Ionische zuil
Log
Slank Ja
Voetstuk Schacht
Korinthische zuil
Ja Diepe groeven
Groeven zijn en
r
Rijkelijk versierd met bladmotief
aa
Kapiteel
pl
3 Ook burgerlijke gebouwen krijgen veel aandacht
In
kij
ke x
em
Burgerlijke gebouwen: bibliotheken, stadions, zuilengangen, theaters Kenmerken van Griekse theaters:
• Zonder • Tegen • Plaats voor
Naam:
112
LES 27 De Griekse bouwkunst
Klas:
Nummer:
Bekijk bron 2 op blz. 114 in je leerboek. Welke ‘soort’ zuilen (Dorisch, Ionisch en/of Korinthisch) heeft men in deze gebouwen gebruikt?
Parthenon (Athene, 5e eeuw v.C.) eeuw n.C.)
pl
Bekijk de afbeeldingen. (Zie ook bronnen 2 en 3 op blz. 114 in je leerboek.) Hieronder vind je drie afbeeldingen van de tempel van de godin Afaia op het Griekse eiland Egina. Je krijgt ook een lijst van begrippen en kenmerken. Plaats telkens één begrip of kenmerk in elk vakje. Hou er rekening mee dat sommige mogelijkheden fout zijn. veelkleurig –monochroom –Dorische zuil –Ionische zuil –Korinthische zuil –metoop –fries –kapiteel –triglief –fronton –akoestiek
In
kij
ke x
em
OPDRACHT 2
Tempel van de Olympische Zeus (Athene, voltooid 2e
r
Philippeion (Olympia, 4e eeuw v.C.)
aa
OPDRACHT 1
Naam:
Klas:
Nummer:
E De klassieke kunst
113
aa
r
Trojaanse boogschutter, tempel van Afaia, reconstructie van hoe hij eruitgezien moet hebben, 5e eeuw v.C. Fine Arts Museums, San Francisco
kij
ke x
em
pl
Trojaanse boogschutter en reconstructie op de tempel van Afaia. Opvallend aan de reconstructie is dat de boogschutter is.
In
Reconstructie van het westelijk fronton. Scènes uit de Tweede Trojaanse oorlog, met in het midden Athena.
De boogschutter was geplaatst in een driehoekige bekroning van de tempel. Zo’n driehoekige bekroning is een .
Naam:
114
LES 27 De Griekse bouwkunst
Klas:
Nummer:
OPDRACHT 3 EXTRA
• Onder Perikles werden grote bouwwerken op de Akropolis opgericht. Zoek in een naslagwerk de nodige informatie over de Akropolis en verbind de volgende namen met de juiste afbeelding.
Erechteion Parthenon
aa
r
Toegangspoort of propyleeën
pl
Niketempeltje
em
• Het Niketempeltje is gebouwd ter ere van de godin Athena Nike. Wat behaalt de godin Athena als je de omschrijving Nike vertaalt? Onderstreep het juiste antwoord.
In
kij
ke x
de liefde – de heldhaftigheid – het huwelijk – de nederlaag – de overwinning – de trouw
Naam:
Klas:
Nummer:
E De klassieke kunst
115
28 SCHEMA
De Romeinse bouwkunst
Kaartnr(s).
1 De Romeinse bouwkunst is praktisch en monumentaal
r
Bouwkunst is monumentaal
aa
Wat?
Invloed van de Etrusken:
Nieuwe technieken • Kruisgewelf
ke x
• Gebruik van beton
em
Invloed van het hellenisme:
pl
Doel?
• Voordeel:
kij
• Betonnen muur bekleed met: •
In
•
Gebruik van zuilen Functioneel
Grieken gebruiken zuilen om gebouw te ondersteunen.
Esthetisch
Romeinen gebruiken zuilen vaak om het gebouw mooier (esthetischer) te maken.
Naam:
116
LES 28 De Romeinse bouwkunst
Klas:
Nummer:
2 Openbare gebouwen met praktische functies Openbare gebouwen Wat? Voorbeelden:
Forum Wat? Godsdienstig en maatschappelijk centrum van de stad
aa
r
Basilica Wat? Overdekt gebouw
• Basis voor
Functie
em
Openbaar gebouw
pl
• Functie:
Tempel voor verschillende goden
Colosseum
ke x
Circus
Badplaatsen Water naar water- en rioleringsnetwerk en thermen
In
kij
Triomfbogen en triomfzuilen
OPDRACHT 1
Bekijk bron 3 op blz. 118 in je leerboek. • Voor welk ander beroemd gebouw heeft dit theater als voorbeeld gediend? Kijk naar de andere bronnen.
• Bestudeer de zuilen. Welke stijl en welke functie hebben de zuilen hier: functioneel of esthetisch (ter versiering)?
Naam:
Klas:
Nummer:
E De klassieke kunst
117
OPDRACHT 2
Triomfboog - Jubelpark (Brussel)
pl
aa
r
EXTRA
em
Het gebouwencomplex in het Jubelpark werd opgericht in opdracht van Leopold II, om de 50e verjaardag van de onafhankelijkheid te vieren. De triomfboog dateert echter van 1905. Een indrukwekkend bronzen beeld verheerlijkt de Belgische onafhankelijkheid: Brabant, zwaaiend met de nationale vlag, op een strijdwagen getrokken door vier paarden.
ke x
• Waarom kun je bij deze triomfboog van een Romeinse stijl spreken?
In
kij
• Waarom bouwde men triomfbogen?
• Waarom bouwde men de triomfboog in het Jubelpark?
• In welke stad staat de ‘Arc de Triomphe’?
• De Romeinse bouwkunst wordt later wel / niet nagebootst. Onderstreep het juiste antwoord.
Naam:
118
LES 28 De Romeinse bouwkunst
Klas:
Nummer:
29 SCHEMA
De beeldende kunsten bij de Grieken
Kaartnr(s).
Naam
Situering in de tijd
Archaïsche periode
Typisch = jonge man
r
frontaal
aa
statisch
symmetrisch
archaïsche glimlach = jonge vrouw
pl
em
gedrapeerd kleed
In
kij
ke x
ca. 490 - ca. 330 v.C.
Hellenistische periode
iets minder stijf afgebeeld
5e eeuw v.C.: evolutie naar: anatomisch correct dynamisch: bevroren beweging weinig emotie: rust en evenwicht 4e eeuw v.C. meer echte, persoonlijke 1/8 verhouding reliëfkunst: op tempels • verspreiding naar veroverde gebieden evolutie naar: meer realisme uitbeelding dagelijkse activiteiten dramatische, ingewikkelde bewegingen meer emoties
Naam:
Klas:
Nummer:
E De klassieke kunst
119
1 De Griekse beeldhouwkunst evolueert van statisch naar dynamisch 3 periodes + stijlen
2 De Griekse schilderkunst op aardewerk kent verschillende stijlen 2 stijlen • •
r
afgebeelde thema’s
aa
•
historisch belang:
Bekijk bron 1 op blz. 122 in je leerboek.
em
OPDRACHT 1
pl
•
ke x
• Het kourosbeeld is symmetrisch. Argumenteer.
Bekijk bron 3 op blz. 123 aandachtig.
In
OPDRACHT 2
kij
• Geef twee verschillen tussen de kouros en de korè.
• Geef twee verschillen met een kourosbeeld.
Naam:
120
LES 29 De beeldende kunsten bij de Grieken
Klas:
Nummer:
OPDRACHT 3
Bekijk bronnen 5 en 6 op blz. 123-124 aandachtig. • Vergelijk de anatomie en de houding van de personages van bronnen 5 en 6. Wat stel je vast?
• Vergelijk ook de gelaatsuitdrukking bij beide beelden.
OPDRACHT 4
Bekijk bron 7 op blz. 124 in je leerboek.
Bekijk bron 8 A en B op blz. 124 in je leerboek aandachtig.
em
OPDRACHT 5
pl
aa
r
• Vergelijk met de onderwerpen van de andere beelden. Wat is hier opmerkelijk?
In
kij
ke x
• Vergelijk de kleur van de figuren en de achtergrond op beide afbeeldingen.
Naam:
Klas:
Nummer:
E De klassieke kunst
121
30 SCHEMA
De beeldende kunsten bij de Romeinen
Kaartnr(s).
1 Vooral realistische beeldhouwkunst en schilderkunst
aa
r
Invloed Griekse beeldhouwkunst:
Kunsten
Waar?
kij
ke x
Borstbeelden
em
Eigen Romeinse kunst
pl
Invloed Etrusken:
In
Historische reliëfs
Van politici Realisme: Soms idealisme Waarom?
Verhaal of gebeurtenis Belang voor historicus?
Schilderingen
Stillevens, landschappen, menselijke figuren Griekse invloed
Mozaïeken
Wat?
Naam:
122
Huizen versierd met bas-reliëfs
Kenmerken
LES 30 De beeldende kunsten bij de Romeinen
Klas:
Nummer:
2 Steensnijkunst en edelsmeedkunst bewijzen het Romeinse vakmanschap Steensnijkunst Cameeën: • Wat? • Doel? Gebruikt als juwelen
Bekijk deze foto (zie ook bron 3 op blz. 127 in je leerboek).
aa
OPDRACHT 1
r
Edelsmeedkunst Zilveren bekers met historisch reliëf
em
pl
De zuil van Trajanus is 30 meter hoog en bestaat uit grote marmerblokken. Oorspronkelijk stond het beeld van keizer Trajanus op de zuil. In de 16e eeuw is het vervangen door een beeld van de heilige Petrus. Op het spiraalreliëf zijn ongeveer 2 500 mensen afgebeeld. Onder aan de zuil bevindt zich een grafkamer met daarin een gouden urne met de as van keizer Trajanus.
In
kij
ke x
• Leg uit wat een spiraalreliëf is.
Naam:
Klas:
Nummer:
E De klassieke kunst
123
OPDRACHT 2
Bekijk bron 4 op blz. 127 in je leerboek. Hoe denk je dat men zo’n mozaïek maakt? Raadpleeg eventueel een naslagwerk.
r
OPDRACHT 3
em
pl
aa
EXTRA
In
kij
ke x
Waarom noemt men deze kunst ‘realistische’ kunst?
Naam:
124
LES 30 De beeldende kunsten bij de Romeinen
Klas:
Nummer:
OPDRACHT 4 EXTRA
Juist of fout? Als het antwoord fout is, schrijf dan het juiste eronder. Raadpleeg eventueel de lestekst. Juist
Fout
• Een camee wordt als zegel of als juweel gebruikt.
aa
r
• Idealisme wil zeggen dat men iets waarheidsgetrouw afbeeldt.
pl
• De Griekse kunst is sterk beïnvloed door de Romeinse.
In
kij
ke x
em
• De Romeinen maken heel veel kopieën van Griekse beelden.
Naam:
Klas:
Nummer:
E De klassieke kunst
125
31 SCHEMA
Theater en literatuur in de klassieke oudheid Kaartnr(s).
1 In Griekenland liggen religieuze en mondelinge tradities aan de basis van theater en literatuur ( = continuïteit)
aa
r
Grieks toneel Ontstaan: uit de wijnfeesten voor de god Dionysos (6e eeuw v. C.?) •
of treurspel menselijke gevoelens en problemen
•
of blijspel kritiek op maatschappij
Vorm:
mengeling van poëzie, muziek en dans
Acteurs:
enkel mannen, gemaskerd en verkleed
em
pl
Genres:
ke x
Theatergebouw Locatie: • bijna in elke stad • openlucht • meestal prachtig uitzicht Literatuur
epische gedichten
geschiedschrijving
vorm
poëzie/gedichten
proza
In
kij
genres
continuïteit
gebaseerd op mondelinge traditie, nl.
verandering
eerst mondeling, later opgeschreven
Naam:
126
LES 31 Theater en literatuur in de klassieke oudheid
filosofische werken
gebaseerd op mondeling overgeleverde filosofie – oudste bekend proza – ontwikkelt de
Klas:
eerst mondeling, later opgeschreven
Nummer:
doel
• Griekse waarden
reconstructie verleden:
nadenken over
en benadrukken • midden 8e eeuw: evolutie naar uitdrukken
r
belangrijk auteur
Continuïteit
• overname Griekse literatuur
pl
vertalen in Latijn Verandering
aa
2 In de Romeinse literatuur gaan continuïteit en verandering hand in hand
• ook originele Romeinse werken:
•
Onderwerp van hun werken:
• redevoeringen over rechtspraak en politiek
ke x
•
em
Belangrijke auteurs
• Gallische oorlogen
Hoogtepunt Romeinse literatuur
kij
Wanneer? 27 v.C. - 14 n.C. Wie?
financiert auteurs, bv. • de dichter
In
Waarom? Politiek doel, nl. verheerlijking van: • keizer = • de oude Romeinse
Naam:
• de historicus
en de grootsheid van Rome , bv. deugdzaamheid, dapperheid, waardigheid
Klas:
Nummer:
E De klassieke kunst
127
OPDRACHT 1
Bekijk bron 2 op blz. 130 in je leerboek. • Beschrijf de ligging van dit theater in verhouding tot de natuurlijke omgeving.
• Welk voordeel biedt dat aan de toeschouwers?
Bekijk de afbeeldingen bij bron 3 A - B - C en lees de informatie aandachtig. Wat leren deze bronnen over het Griekse toneel?
pl
OPDRACHT 2
aa
r
• Welke onderdelen vind je ook in hedendaagse theaters en operagebouwen terug?
em
• Welke soort verhalen worden er verteld?
ke x
• Wat doen de acteurs om hun personages en het verhaal goed over te brengen?
In
kij
• Welke van de drie bronnen toont aan dat er op het vlak van het toneel continuïteit is in de klassieke oudheid? Leg concreet uit.
OPDRACHT 3
Lees bron 4 op blz. 131 aandachtig.
• Is dit verhaal een komedie of een tragedie? Argumenteer met een fragment uit de tekst.
• Met wie spot de auteur: met de vrouwen of met de mannen?
Naam:
128
LES 31 Theater en literatuur in de klassieke oudheid
Klas:
Nummer:
• Een blijspel noemen de Grieken ook een saterspel. Ons woord ‘satire’ is daarvan afgeleid. Zoek de betekenis van dat Nederlandse woord op.
Lees de informatie over de Griekse auteurs bij bron 7 A-B-C op blz. 132 in je leerboek. • Welke literaire genres beoefenen zij?
em
pl
aa
• Wat willen deze auteurs met hun werk bereiken?
r
OPDRACHT 4
ke x
• Toon aan dat er continuïteit is tussen hun werk en dat van vroegere generaties.
In
kij
• Herodotos wordt de vader van de geschiedschrijving genoemd. Geef drie redenen waarom.
• Waarom moeten we ook kritisch zijn over wat hij schrijft in zijn Historiën?
• Geef nog één reden (die niet expliciet vermeld is) waarom we zijn werk als historische bron kunnen gebruiken voor de geschiedenis van de Griekse Oudheid.
Naam:
Klas:
Nummer:
E De klassieke kunst
129
• Kunnen we van de buste van Homeros afleiden hoe hij eruitzag? Argumenteer je antwoord.
Lees bron 5 op blz. 131 aandachtig.
pl
• Welke twee levenswijzen vergelijkt Vergilius?
aa
OPDRACHT 5
r
• Geef uit de historische achtergrond nog een bewijs dat we kritisch moeten zijn met informatie.
OPDRACHT 6
ke x
em
• Welke levenswijze verkiest Vergilius? Argumenteer je antwoord met een tekstfragment.
Lees bron 6 op blz. 131 aandachtig.
In
kij
• Livius vindt de bronnen van de tijd van voor de stichting van Rome niet erg betrouwbaar. Juist of fout? Argumenteer met een fragment uit de tekst.
• Hoe motiveert hij dat het Romeinse volk Mars als de vader van zijn stichter en zijn eigen vader kan noemen? Leg uit in je eigen woorden.
Naam:
130
LES 31 Theater en literatuur in de klassieke oudheid
Klas:
Nummer:
F
Godsdienst in de klassieke oudheid
Kaartnr(s).
pl
Bestudeer deze beeldjes (zie ook bron 1A en 1B op blz. 134 in je leerboek).
kij
ke x
em
OPDRACHT 1
aa
r
Voor heel wat mensen vandaag en in het verleden is godsdienst belangrijk. Godsdienst geeft een antwoord op tal van vragen: Wat ben ik? Waarom besta ik? Waarom leef ik? Bestaat er een hogere macht? Is er leven na de dood? Het antwoord op die vragen verschilt soms van geloof tot geloof. Verschillende godsdiensten hebben toch ook vaak dezelfde kenmerken. Vorig schooljaar heb je kennisgemaakt met de prehistorische godsdiensten en de Egyptische godsdienst. Welke overeenkomsten met het christelijke geloof vind je terug in de volgende bronnen in je leerboek?
In
Met welke heilige figuur uit het christendom stemt de Egyptische godin min of meer overeen?
OPDRACHT 2
Bekijk bron 2 op blz. 135 in je leerboek, over het dodengericht bij de Egyptenaren. • Met welke gebeurtenis uit het christendom stemt dit ongeveer overeen?
• Is de Egyptische godsdienst monotheïstisch of polytheïstisch?
Naam:
Klas:
Nummer:
F Godsdienst in de klassieke oudheid
131
32 SCHEMA
De Griekse en de Romeinse godsdienst
Kaartnr(s).
1 De Griekse en de Romeinse godsdienst: een zaak van geven en nemen
r
Kenmerken Griekse en Romeinse godsdienst:
aa
• Polytheïsme = • Godsdienst =
pl
• Goden verantwoordelijk voor
Orakel Wanneer?
ke x
Doel?
em
• Offers brengen om goden gunstig te stemmen
Hoe?
kij
•
• Antwoord via ziener of zieneres antwoorden
In
2 De goden: een bont gezelschap Mythen = • • •
Naam:
132
LES 32 De Griekse en de Romeinse godsdienst
Klas:
Nummer:
Verschillen tussen Griekse en Romeinse godsdienst Griekse godsdienst
Romeinse godsdienst
Mythen
Verhalen over goden: twaalf voornaamste goden, één familie op berg Olympos
Bijna geen mythen: goden staan naast elkaar zonder familieverband
Voorstelling goden
Voorstellen van goden als mensen
Oorspronkelijk: •
aa
Verschillen met mensen
pl
• •
• handelen niet zoals mensen
r
(= ) • mooi in hun mensengedaante • gedragen zich zoals mensen
em
• goden zijn overal aanwezig en kunnen tussen mensen komen
ke x
Elke stad
Oppergod
Zeus
Jupiter, Mars en Quirinus
kij
Gelijkenissen Griekse en Romeinse godsdienst
• Geen heilig boek
In
• Geen aparte groep priesters • Priesters = • Regelen • Vaste feestdagen voor goden burgerplicht • Goden krijgen offers verbrand in offervuur voor tempel
Naam:
Klas:
Nummer:
F Godsdienst in de klassieke oudheid
133
3 Goden komen en gaan Godsdienstig verdraagzaam • Vanaf 3e eeuw v.C. stellen Romeinen hun goden gelijk met die van de Grieken. • Romeinen nemen elementen Griekse mythologie over. • Voeren vreemde goden en godsdiensten in, bv. • Grieken en Romeinen herkennen hun goden bij andere volkeren.
r
• Bij verovering
aa
• Plicht =
• Populariteit van goden:
OPDRACHT 1
em
• Godsdienstig shoppen:
pl
Gevolg
Bestudeer bron 1 op blz. 137 in je leerboek. Je vindt ook een grotere afbeelding van het votiefreliëf bij het onlinelesmateriaal.
kij
ke x
• Waar op de afbeelding staan twee godenparen?
In
• Waarom weten we niet om welke goden het gaat?
Naam:
134
LES 32 De Griekse en de Romeinse godsdienst
Klas:
Nummer:
OPDRACHT 2
Bestudeer bron 2 op blz. 138 in je leerboek. • Welke elementen uit de tekst vind je op de afbeelding terug?
• Waarom zijn de uitspraken van de ‘Pythia’ zo vaag en dubbelzinnig?
Raadpleeg bron 5 op blz. 139 in je leerboek. • Wat is een belangrijke taak van de Vestaalse maagden?
kij
OPDRACHT 4
ke x
em
pl
• Wat is er speciaal aan die dieren?
• Wat is de bedoeling van het offer?
r
Lees en bekijk bron 4 op blz. 138 in je leerboek. • Welke drie dieren zijn de ‘suovetaurilia’?
aa
OPDRACHT 3
In
• Wat gebeurt er met een Vestaalse maagd die haar gelofte van kuisheid breekt?
OPDRACHT 5
Raadpleeg bron 6 op blz. 139 in je leerboek. • Wie is de centrale figuur in het beeldhouwwerk?
• Wat doet hij?
Naam:
Klas:
Nummer:
F Godsdienst in de klassieke oudheid
135
33 SCHEMA
De Olympische Spelen in de oudheid
Kaartnr(s).
1 Spelen ter ere van Zeus
r
Belangrijkste godsdienstige spelen: Olympische Spelen
aa
Doel?
• Vanaf
Voor wie? • Eerst:
ke x
• Later:
em
• Theodosius verbiedt ze in
pl
Wanneer?
kij
Wie niet?
Bestand van drie maanden
In
• Atleten krijgen
• Maand voor aanvang Spelen
Naam:
136
LES 33 De Olympische Spelen in de oudheid
Klas:
Nummer:
Duur en programma van de Spelen Dag
Programma Processie van 57 km
1
+ godsdienstige plechtigheden
2
Wedstrijden
Sportwedstrijden
5
• Offers voor
aa
4
r
3
Atleten sporten
em
2 De oude Olympische sporten
pl
• Winnaars krijgen
Wedstrijdonderdelen
ke x
Oorspronkelijk één wedstrijdonderdeel Daarna nieuwe loopnummers
kij
Toevoeging vijfkamp
In
Later toegevoegde sporten
Boksen, wagenwedrennen, paardenkoersen, hardloopwedstrijd in wapenrusting Pankration:
Beloning overwinnaar: • Olijftak van • In eigen stad beloond:
Naam:
Klas:
Nummer:
F Godsdienst in de klassieke oudheid
137
OPDRACHT 1
Lees bron 1 op blz. 141 in je leerboek. • Wat bedoelt de schrijver met ‘deze wedstrijd’?
• Onder welke naam is Herakles het best bekend?
Lees bron 3 op blz. 142 in je leerboek. • Welke straf kregen vrouwen als ze ontdekt werden?
aa
r
OPDRACHT 2
Bestudeer bron 4 op blz. 142 in je leerboek. • Identificeer de verschillende afgebeelde sporten.
B C
E F
kij
D
ke x
OPDRACHT 3
em
pl
• Waarom kreeg Kallipateira geen straf ?
In
• Wat is ‘pankration’? Raadpleeg eventueel een naslagwerk.
Naam:
138
LES 33 De Olympische Spelen in de oudheid
Klas:
Nummer:
34 SCHEMA
Het christendom
Kaartnr(s).
1 Jezus van Nazareth
• Gevangengenomen en terechtgesteld door
pl
• Na zijn dood:
aa
r
• Geboren: 7 à 4 v.C. • Rondtrekkende prediker • Verzamelt volgelingen.
Eerste leerlingen =
em
2 De eerste christenen worden soms vervolgd
ke x
Apostel (= leerling) Paulus:
Verspreiding van christendom in Romeinse Rijk Wanneer? • Snelle uitbreiding vanaf
kij
Waar? • Eerst in
, dan op
In
Hoe? • Via handelsroutes en wegennet Fasen in de christenvervolgingen • Romeinen verdraagzaam: christendom een van de vele godsdiensten • Af en toe christenvervolgingen • Systematische vervolgingen: Waarom?
Naam:
Klas:
Nummer:
F Godsdienst in de klassieke oudheid
139
3 Het christendom als de Romeinse staatsgodsdienst Godsdienstpolitiek van Constantijn • Edict van Milaan (313): • Christendom: Godsdienstpolitiek van Theodosius • Christendom: enige toegelaten godsdienst
r
• Oude goden
aa
• Christendom =
pl
4 Een nieuwe leer krijgt vorm
• • 4e en 5e eeuw:
em
Talrijke stromingen en opvattingen over Jezus Gevolg
ke x
Belangrijk • Onderlinge liefde • Zorg voor armen, weduwen en wezen • Wekelijkse eucharistie
kij
Godsdienst staat open voor iedereen: Godsdienst van het woord
In
• Christelijke teksten
• Welke teksten zijn richtinggevend?
Naam:
140
LES 34 Het christendom
Klas:
Nummer:
Lees bron 1 op blz. 144 in je leerboek. Welke informatie geeft de tekst over de oorsprong van het christendom?
OPDRACHT 2
Bestudeer deze afbeelding (zie ook bron 3 op blz. 145 in je leerboek).
ke x
em
pl
aa
r
OPDRACHT 1
In
kij
Waarom gebruiken de eerste christenen de vis als symbool?
OPDRACHT 3
Naam:
Bestudeer bron 4 op blz. 145 in je leerboek. Waarom is het moeilijk om de juiste betekenis van het graffito te kennen?
Klas:
Nummer:
F Godsdienst in de klassieke oudheid
141
OPDRACHT 4
Lees bron 5 op blz. 146 in je leerboek. • Waar vindt het proces plaats? In welk werelddeel ligt die plaats?
• Welke functie heeft Cyprianus?
OPDRACHT 5
Bestudeer bron 7 op blz. 146 in je leerboek. Op de sarcofaag staan bepaalde christelijke verhalen of figuren afgebeeld. Schrijf het cijfer van de volgende Bijbelse passages bij de juiste afbeelding:
pl
EXTRA
aa
r
• Wat is de aanklacht tegen hem?
In
kij
ke x
em
1 Jezus tussen Petrus en Paulus – 2 De intocht in Jeruzalem – 3 Adam en Eva.
Naam:
142
LES 34 Het christendom
Klas:
Nummer:
35
Het visioen van Constantijn Kaartnr(s).
r
Deze les is een kleine oefening in het omgaan met bronnen. De primaire bronnen zijn uit het Latijn vertaald. Het is belangrijk dat je de informatie bij de bronnen en de bronnen zelf aandachtig leest en/of bekijkt. Wij zoeken aan de hand van bronnen een antwoord op de vraag ‘Wat is het visioen van Constantijn?’
Bron 3
Bron 4
Bron 5
Bron 6
Soorten bronnen Geef voor elke bron aan om welke soort bron het gaat. Omcirkel het juiste antwoord.
ke x
OPDRACHT 2
Bron 2
em
Bron 1
aa
Situering van de bronnen Welke bronnen stammen niet uit de hedendaagse tijd? Zet een kruisje.
pl
OPDRACHT 1
Bron 2
Bron 3
Bron 4
Bron 5
Bron 6
primair
primair
primair
primair
primair
primair
secundair
secundair
secundair
secundair
secundair
secundair
kij
Bron 1
geschreven
geschreven
geschreven
geschreven
geschreven
ongeschreven
ongeschreven
ongeschreven
ongeschreven
ongeschreven
ongeschreven
In
geschreven
OPDRACHT 3
Een historische vraag stellen 3.1
Wat is het visioen van Constantijn? • Wat zeggen de bronnen hierover? Welke bronnen kunnen wij hiervoor gebruiken?
Naam: Naam:
Klas:Klas:
Nummer: Nummer:
F Godsdienst in de klassieke oudheid
143
Bron • Wie maakte de bron?
• Waar en wanneer is de bron gemaakt?
r
• Wat was de bedoeling van de schrijver?
em
Bron
pl
aa
• Wat is het visioen van Constantijn?
ke x
• Wie maakte de bron? (zie hiervoor ook de toelichting bij bron 3)
• Wanneer?
kij
• Wat was de bedoeling van de schrijver?
In
• Wat was het visioen?
• Heeft Eusebius in zijn Kerkgeschiedenis uit 315 het visioen vermeld? (zie bron 3)
Naam:
144
LES 35 Het visioen van Constantijn
Klas:
Nummer:
Bron • Wie maakte de bron?
• Wanneer?
aa
r
• Wat was de bedoeling van de schrijver?
em
pl
• Wat was het visioen?
In
kij
ke x
• Welke teken stelt Christus voor (zie bron 6)? Je kunt het hieronder tekenen.
3.2 Is er een andere verklaring mogelijk? Bestudeer bron 2. Is het mogelijk dat Constantijn toch iets heeft ‘gezien’ en wat zou dat kunnen geweest zijn?
Naam:
Klas:
Nummer:
F Godsdienst in de klassieke oudheid
145
Een beeld van het verleden vormen Omschrijf op basis van jouw onderzoek wat ‘het visioen van Constantijn’ is. Gebruik voor je antwoord de informatie uit de bronnen die je bestudeerd hebt.
Nadenken over een beeld van het verleden Zijn de uitspraken juist of fout? Duid je antwoord met een kruisje aan.
In
OPDRACHT 5
kij
ke x
em
pl
aa
r
OPDRACHT 4
Juist We zijn heel zeker wat het visioen van Constantijn precies was. Al in de 4e eeuw is er een evolutie over wat het visioen was. Het beeld dat we van het verleden hebben, kan veranderen als we nieuwe bronnen vinden.
Naam:
146
LES 35 Het visioen van Constantijn
Klas:
Nummer:
Fout
G
Wetenschap en techniek in de klassieke oudheid Kaartnr(s).
Bestudeer bron 1 op blz. 152 in je leerboek. • In welke materiaaltijd horen de Perzische oorlogen thuis?
pl
aa
OPDRACHT 1
r
In dit onderdeel bestudeer je de technische en wetenschappelijke kennis uit de klassieke oudheid. Hieronder vind je oefeningen over soortgelijke leerstof uit het eerste jaar.
Bekijk bron 2 op blz. 153 in je leerboek. Leg met je eigen woorden uit hoe men de steenblokken verplaatst.
In
kij
ke x
OPDRACHT 2
em
• De stichters van Rome gebruikten brons. Welk materiaal gebruikte men toen in het Nabije Oosten?
OPDRACHT 3
Bestudeer bron 3 op blz. 153 in je leerboek. • Raadpleeg bron 1. In welke materiaaltijd heeft die uitvinding plaats?
• Uit hoeveel stukken bestaat het eerste wiel?
Naam:
Klas:
Nummer:
G Wetenschap en techniek in de klassieke oudheid
147
36 SCHEMA
Wetenschap en filosofie
Kaartnr(s).
1 Een kalender opstellen
r
Doel?
aa
Nut en belang? Hoe?
ke x
probleem:
em
pl
Romeinse kalender 12 maanden van 29 of 30 dagen
kij
oplossing:
In
Oplossing van Caesar:
Visies op het heelal Meeste Griekse wetenschappers Zon draait rond de aarde.
Naam:
148
LES 36 Wetenschap en filosofie
ď Ž
Aristarchos van Samos
Klas:
Nummer:
2 Wiskunde is meetkunde Doel?
Wat? Opstellen van regels, wetten en formules Toepassingen Pythagoras Archimedes
aa
r
Eratosthenes
pl
3 Filosofie en wetenschap zoeken verklaringen
Mythen
em
Verklaring voor natuurverschijnselen
Wetenschap en filosofie
Wat? Wie?
ke x
Filosofie
kij
Wetenschap Wat?
In
Wie?
Naam:
Klas:
Nummer:
G Wetenschap en techniek in de klassieke oudheid
149
4 Geneeskunde, meer dan bijgeloof Grieken maken ziektes en genezing los van bijgeloof. Hoe? 1 2 3
r
Geneeskundige kennis
aa
• Dokters moeten eed afleggen (o.a. tegen abortus en euthanasie). • Kennis van organen door opensnijden van lijken
pl
• Keizersnede (als vrouw tijdens bevalling sterft)
em
• Menselijk lichaam bestaat uit vier lichaamsvochten: • Vier vochten moeten in evenwicht zijn.
Bekijk bron 1 op blz. 157 in je leerboek. • Hoe ziet Aristarchos het heelal?
kij
ke x
OPDRACHT 1
In
• Hoe zien Archimedes en de meeste Griekse wetenschappers het heelal?
• Wie van beiden heeft gelijk?
Naam:
150
LES 36 Wetenschap en filosofie
Klas:
Nummer:
OPDRACHT 2
Lees bron 2 op blz. 156 in je leerboek. • Waarom wil Sokrates de mensen voortdurend aan het nadenken zetten?
Lees bron 3 op blz. 156 in je leerboek. • Van welk onderdeel van de wiskunde maakt Eratosthenes gebruik?
pl
aa
OPDRACHT 3
r
• Lees de commentaar bij de bron. Wat is er met Sokrates gebeurd?
Bestudeer bron 4 op blz. 157 in je leerboek. Welke kalender is de meest nauwkeurige? Onderstreep het juiste antwoord.
kij
OPDRACHT 4
ke x
em
• Zoek zelf de juiste omtrek van de aarde bij de evenaar. Volgens de berekeningen van Eratosthenes was het 39 960 km. Hoeveel zit de geleerde ernaast?
In
de Egyptische / de juliaanse / de gregoriaanse
Naam:
Klas:
Nummer:
G Wetenschap en techniek in de klassieke oudheid
151
37
Techniek
Kaartnr(s).
1 Spierkracht en watermolens in de landbouw
SCHEMA
Werk in de landbouw = door
gevolg: oplossing:
aa
r
Graan malen = zwaar werk door
2 Technieken in de bouwkunst
pl
Houten kraan
Energie: Dubbele katrol
ke x
Doel:
em
Doel:
Gebruik van beton
kij
Belang voor de bouwkunst: Rondbogen
In
Aanleg van heerbanen Aanleg honderden kilometers heerbanen naar alle delen van het rijk Kenmerken • Tot 8 meter breed • Langs beide zijden greppels • Fundamenten met grote stenen • Bovenaan dikke kiezellagen • Straatstenen aan toegang van de steden
Naam:
152
LES 37 Techniek
Klas:
Nummer:
3 Het meten van de tijd Manieren van tijdmeting
Werking Schaduw van stok geeft tijd aan. Weggelopen water geeft verstreken tijd aan.
Tijdkaars
r
Mechanische uurwerken
4 Slimme machines
Bestudeer bron 1 op blz. 160 in je leerboek. • Van welk materiaal is dit toestel gemaakt?
ke x
• Waarvoor dient het?
em
OPDRACHT 1
pl
aa
Heron van Alexandrië (10-70 na C.), ingenieur > ontwerpt stoommachine (de ‘aelopile’), ‘omenmachine’, automatische tempeldeuren, automatische theaters
kij
• Met welke energie werkt het?
In
• Waarom kan er meer last gehesen worden dan er kracht wordt gebruikt?
OPDRACHT 2
Naam:
Bestudeer bron 2 op blz. 160 in je leerboek. Hoe lees je de tijd af op een zonnewijzer?
Klas:
Nummer:
G Wetenschap en techniek in de klassieke oudheid
153
Lees bron 3 op blz. 160 in je leerboek en bekijk de tekening.
pl
aa
r
OPDRACHT 3
ke x
em
• Waarvoor dient de schroef van Archimedes?
Bestudeer bron 4 op blz. 160 in je leerboek. • Wat is het doel van een graanmolen?
In
OPDRACHT 4
kij
• Waarom is de benaming ‘schroef van Archimedes’ niet helemaal correct? Onderstreep het juiste antwoord. a Het gaat helemaal niet om een schroef. b Archimedes beschrijft enkel een Egyptische uitvinding. c Archimedes gebruikt de benaming ‘pomp’ in plaats van ‘schroef’.
• De molens leveren gemiddeld 4,5 ton bloem per dag. In 1 brood zit afgerond 900 gram bloem. Van 1 brood kunnen ongeveer 2,5 mensen eten. Bereken hoeveel mensen dagelijks kunnen leven van 4500 kg.
Naam:
154
LES 37 Techniek
Klas:
Nummer:
H
De Romeinen in onze gewesten
Kaartnr(s).
r
Vorig schooljaar heb je de Keltische samenleving bestudeerd. Raadpleeg de bronnen op blz. 162 en 163 in je leerboek.
Bestudeer bron 1 op blz. 162 in je leerboek. “Onze gewesten behoren al vanaf 300 v.C. tot het Keltische gebied.” Juist of fout?
OPDRACHT 2
Bekijk bron 2 op blz. 163 in je leerboek.
kij
ke x
em
pl
aa
OPDRACHT 1
In
• Geef de drie belangrijkste groepen na het stamhoofd.
• In welke drie beroepsgroepen kun je de gewone bevolking indelen?
OPDRACHT 3
Naam:
Bekijk bron 3 op blz. 163 in je leerboek. Waarom offert men mensen aan de goden, denk je?
Klas:
Nummer:
H De Romeinen in onze gewesten
155
38 SCHEMA
Romeinen en Galliërs
Kaartnr(s).
1 De Romeinen veroveren Gallië
r
Gallië
aa
• Geen grote staat
• Verschillende (vaak rondtrekkende) stammen of groepen
• 2e eeuw v.C.: • 1e eeuw v.C.:
em
Verovering door Romeinen
pl
• Geen onbekenden voor Romeinen
ke x
• Caesar maakt gebruik van onderlinge conflicten bij de Galliërs. • Belgae bieden veel weerstand.
kij
• Opstanden van Galliërs Caesar straft hen:
2 De Romeinen in Gallië
In
Controle veroverde gebieden + vestiging Romeinen • Legerkampen op strategische plaatsen handelaars en ambachtslieden komen er wonen ontstaan steden in onze streken • Aanleg heerbanen voor leger • Romeinse kolonisten • Sommige stammen worden bondgenoten. Probleem: vanaf 3e eeuw
Naam:
156
LES 38 Romeinen en Galliërs
Klas:
Nummer:
Bestudeer de kaart (bron 1) op blz. 165 van je leerboek. Geef de namen van de hedendaagse landen waarin het stamgebied van de Belgae ligt. Raadpleeg eventueel de kaart van Europa vooraan in je leerboek.
OPDRACHT 2
Lees bron 2 op blz. 165 in je leerboek. • Heeft de auteur Caesar zelf gekend? Ja / Nee.
pl
aa
• Waarom moet je oppassen met wat hij over Caesar schrijft?
r
OPDRACHT 1
OPDRACHT 3
ke x
em
• Welke historische vraag kun je het best beantwoorden met deze bron? 1 Hoeveel Galliërs werden er door Caesar gedood? 2 Hoe gewelddadig verliep de Romeinse verovering van Gallië? 3 Welke gebieden veroverde Caesar?
Lees bron 3 op blz. 166 in je leerboek.
• Het gaat om een primaire / secundaire bron.
In
kij
• Waarom bericht de auteur over de feiten?
• Welk beeld schetst Caesar van de Belgae? Waarom zou hij dat doen?
• Welke historische vraag kan min of meer betrouwbaar beantwoord worden met de bron? 1 Wie leefde er ten tijde van Caesar in onze gewesten? 2 Hoe dapper waren de inwoners van onze gewesten ten tijde van Caesar? 3 In welke luxe leefden de inwoners van onze gewesten?
Naam:
Klas:
Nummer:
H De Romeinen in onze gewesten
157
• Waarom gebruiken historici Caesar als bron voor onze gewesten, denk je?
• Welke andere bronnen zouden kunnen helpen om de zaken die Caesar beschrijft te bevestigen of te weerleggen?
OPDRACHT 4
aa
r
• Welk feit uit bron 3 lijkt te bevestigen wat Ploutarchos in bron 2 beschrijft?
Bestudeer de tekening (bron 4) op blz. 166 van je leerboek.
em
pl
• Beschrijf twee materialen die gebruikt zijn voor het castellum.
Zoek zelf nog voorbeelden waar de uitspraak van Caesar over de Belgae gebruikt wordt.
In
kij
OPDRACHT 5
ke x
• Welk begrip is afgeleid van het Romeinse castellum, denk je?
Naam:
158
LES 38 Romeinen en Galliërs
Klas:
Nummer:
39 SCHEMA
De Gallo-Romeinse samenleving
Kaartnr(s).
1 De Romeinen verdelen Gallië in provincies
r
• Gallië = onderdeel Romeinse Rijk
aa
• Veroverde gebieden verdeeld in provincies verder onderverdeeld in civitates
•
•
em
pl
• Elke civitas: •
handel tussen Romeinse handelaars en
ke x
• Langs heerbanen en rivieren
uitwisseling ideeën en technieken
kij
2 De Gallo-Romeinse cultuur
In
Invloed van Romeinen op de Galliërs Invloed
Kenmerken
Romeinse steden in Gallië: Romeins karakter
• • Typisch Romeinse gebouwen:
Naam:
Klas:
Nummer:
H De Romeinen in onze gewesten
159
Invloed
Kenmerken
Huizen
Tussen lemen boerderijen bouwen Romeinen
Romanisering
• bv. Latijn • Doel = • Hoe meer een woonplaats zich aanpast aan de Romeinse cultuur
Godsdienst
aa
•
r
en
em
pl
• Nieuwe godsdiensten zoals
• Nog steeds natuurgodsdienst aanwezig • Stenen tempels
ke x
Voeding
Typisch zuiderse voedingsproducten zoals
kij
Invloed van de Galliërs op de Romeinen
• Romeinen dragen
In
• Rijke Romeinen verzot op
Naam:
160
LES 39 De Gallo-Romeinse samenleving
Klas:
Nummer:
OPDRACHT 1
Bestudeer bron 1 op blz. 168 in je leerboek en lees eventueel de lestekst opnieuw. • Geef een synoniem voor ‘civitas’.
• Zoek je eigen streek op de kaart. Geef vervolgens de naam van een vicus uit je streek.
pl
aa
r
• “Zowel in de hedendaagse tijd als in de klassieke oudheid vormt ‘Vlaanderen’ een verkeersas.” Juist of fout? Motiveer je antwoord.
Bestudeer bron 3 op blz. 169 in je leerboek. • Wat stel je vast in verband met de wegen op de tekeningen?
In
OPDRACHT 3
Raadpleeg bron 2 op blz. 169 in je leerboek. Waaraan herken je de Romeinse stadsorganisatie?
kij
OPDRACHT 2
ke x
em
• Het huidige Vlaanderen zou volgens sommigen weinig geromaniseerd geweest zijn. Bewijs met behulp van deze bron dat zij ongelijk hebben.
• Welke dakbedekking hebben de verschillende types huizen?
Naam:
Klas:
Nummer:
H De Romeinen in onze gewesten
161
OPDRACHT 4
Raadpleeg bron 4 op blz. 169 van je leerboek. • Is dit een primaire of secundaire bron? • Waardoor onderscheiden de belangrijksten zich?
• Waarom zijn deze Galliërs volgens Strabo geen barbaren meer?
r
• Welke taal zouden zij spreken?
OPDRACHT 5
em
pl
aa
• Waar heeft Strabo zijn informatie over de Allobrogen gehaald, denk je? Maakt hem dat minder betrouwbaar?
Raadpleeg bron 5 op blz. 170 in je leerboek. • Zoek op de kaart in bron 1 op blz. 168 in je leerboek de hedendaagse namen van Augusta Trevorum en Orolaunum.
ke x
Augusta Trevorum =
Orolaunum =
In
kij
• Waaruit blijkt dat onder het Romeinse bewind vreemde godsdiensten hun intrede doen?
Naam:
162
LES 39 De Gallo-Romeinse samenleving
Klas:
Nummer:
40 SCHEMA
I
Het dagelijkse leven bij de Romeinen
De Romeinen in hun vrije tijd Kaartnr(s).
1 De thermen zorgen voor ontspanning, hygiëne en sociaal contact
r
Wat?
aa
•
Doel?
• Sporten: • Ontspanning
em
• Persoonlijke hygiëne
pl
• Koude, lauwe en warme baden
ke x
• Ideale plaats om mensen te ontmoeten
2 De spelen verdrijven de verveling en voorkomen opstanden
In
kij
Waar?
Wat?
Gevechten in amfitheaters • Veroordeelden tegen elkaar of tegen dieren • Zwakbewapenden tegen zwaarbewapenden
Naam:
Klas:
Nummer:
I Het dagelijkse leven bij de Romeinen
163
Gladiatoren • Meestal slaven met opleiding om beter te leren vechten • Vechten niet tot verliezer dood achterblijft • Gladiatoren kunnen vrijheid terugkrijgen. Doelen van de spelen • •
r
•
Bestudeer bron 1 op blz. 175 in je leerboek. Wat betekent vandaag het woord ‘thermisch’? Zoek het antwoord eventueel in een naslagwerk. Naar welk gedeelte van de badhuizen verwijst het woord eigenlijk?
OPDRACHT 2
Lees bron 2 op blz. 176 in je leerboek. • Waarom bezocht Seneca de spelen? Wat leid je daaruit af in verband met het doel van de spelen?
ke x
em
pl
aa
OPDRACHT 1
In
kij
• Wat vindt Seneca van het schouwspel? Motiveer je antwoord.
OPDRACHT 3
Lees bron 3 op blz. 176 in je leerboek. • Wie is de opdrachtgever van de spelen?
• Wat is de bedoeling van de spelen?
Naam:
164
LES 40 De Romeinen in hun vrije tijd
Klas:
Nummer:
• Bewijs dat Augustus via de spelen zijn opvolging door een familielid wil veiligstellen.
Bestudeer deze afbeelding (zie ook bron 3 en 4 op blz. 176 in je leerboek).
em
pl
aa
r
OPDRACHT 4
ke x
• Welke dieren worden hier getoond?
• Waar komen ze vandaan?
In
kij
• Hoe benoemen we vandaag de manier waarop men deze dieren behandelt?
Naam:
Klas:
Nummer:
I Het dagelijkse leven bij de Romeinen
165
41 SCHEMA
Gezin en opvoeding bij de Romeinen
Kaartnr(s).
1 ‘De man is de baas’
r
Man
aa
• Bezit alles:
em
Grote kindersterfte Oorzaken: •
ke x
• •
pl
• Beslist over leven en dood:
kij
Meisjes • Worden beschouwd als last. • Worden vanaf 12 jaar uitgehuwelijkt.
In
ouders moeten bruidschat betalen.
Vrouwen
• Vanaf 1e eeuw v.C. meer rechten ( • Krijgen nooit gelijke rechten.
Naam:
166
LES 41
)
Klas: Gezin en opvoeding bij de Romeinen
Nummer:
2 Enkel de rijke jongens gaan naar school Schoolgeld betalen kinderen niet naar school Kinderen van arme ouders • Leren niet lezen of schrijven • Meisjes • Jongens
r
• Sommige ouders sparen voor opleiding
aa
Kinderen van rijke ouders
Lees bron 1 op blz. 179 in je leerboek. • Waaruit blijkt de macht van de vader?
ke x
OPDRACHT 1
em
Scholen • Leraren zijn streng. • Van 7 tot 18 jaar
pl
•
In
kij
• Op welke wijze bewijst deze tekst dat het Romeinse gezin groter is dan het hedendaagse gezin?
OPDRACHT 2
Naam:
Lees bron 2 op blz. 179 in je leerboek. “Cato botst met de hedendaagse visie op de vrouw.” Juist of fout? Motiveer je antwoord.
Klas:
Nummer:
I Het dagelijkse leven bij de Romeinen
167
OPDRACHT 3
Bestudeer deze illustratie (zie ook bron 3 op blz. 179 in je leerboek).
Lees bron 4 op blz. 180 in je leerboek. • Welke veranderingen schetst Tacitus?
em
OPDRACHT 4
pl
aa
r
Welke twee soorten mensen worden door deze godinnen beschermd? TIP Kijk naar de middelste figuur.
Bestudeer bron 5A en lees bron 5B op blz. 180 in je leerboek.
In
OPDRACHT 5
kij
ke x
• Wat vindt Tacitus van die veranderingen? Motiveer je antwoord.
Hoe zet men leerlingen aan tot studeren?
Naam:
168
LES 41
Klas: Gezin en opvoeding bij de Romeinen
Nummer:
42
Kaartnr(s).
1 Wonen in Rome: luxueus of armoedig
Arme Romein:
• Voorhal met winkels die verhuurd worden • Verschillende kamers gegroepeerd rond binnenplaats • Eigen watervoorziening + aansluiting op riolering + vloerverwarming
• Onderaan winkelruimtes
aa
r
Rijke Romein:
• Boven flats
• Weinig luxe:
em
pl
SCHEMA
Rome: een stad vol tegenstellingen
• Gevaren:
ke x
• Hoge huurprijzen
2 Leven of overleven
Arme Romein
Lekker en gevarieerd voedsel:
Graanbrij, warme maaltijd in snackbars
In
kij
Rijke Romein
3 Rome leeft dag en nacht Rome is een overbevolkte stad met verschillende nadelen: • Wagens mogen overdag de stad niet in • ‘s Avonds poorten opengezet • Geen ophaaldiensten • Dieven, bedelaars, dronkaards
Naam:
Klas:
Nummer:
I Het dagelijkse leven bij de Romeinen
169
OPDRACHT 1
Rome ook veel dieven, bedelaars, dronkaards, vech tersbazen … Het is dan ook niet veilig om ‘s avonds alleen door de straten te lopen. Bestudeer bron 1 op blz. 182 in je leerboek. • DOC Bekijk 1de plattegrond van de Romeinse villa en noteer het juiste cijfer tussen de haakjes in de Het huis van een rijke Romein onderstaande tekst.
• Dit is het huis van een
em
pl
aa
r
je aan de hand van dez te vormen van het huis gens met huizen uit jou len merk je op?
kij
ke x
We duwen de deur open. De drempel is versierd met een mozaïek. Aan weerszijden van de voorDOC 2 Openbare toiletten hal of de vestibule (nr. ) zien we aan handelaars verhuurde winkels (nr. ), die op de straat uitkomen. Dan staan we in het atrium, een hal (nr. ) en de belangrijkste plaats in het huis. Een opening midden in het dak laat het regenwater in een vijvertje (nr. ) terechtkomen. Verscheidene deuren en gangen geven toegang tot de woon- en slaapkamers (nr. , In de vele openbare en ). Door een kleine gang kom je in een tuintje omgeven door zuiltjes (nr. ). toiletten die Rom Bij deze tuin liggen de keuken (nr. ) en de eetkamer (nr. ). gemakkelijk een praatje maken of de l selen. Men zat er immers open en ‘blo scheidingswanden waren. In plaats van • Probeer aan de hand van de afbeelding een idee van het huis te vormen. Vergelijk men een spons, het die vervolmen achteraf spoe gens met onze hedendaagse huizen. Welke verschillen merk je op?stromend Geef zes voorbeelden. water.
In
• Bewijs dat de Romeinen andere ide privacy.
170 LES 40 ROME: EEN STAD VOL TEGENSTELLINGEN
Naam:
170
LES 42 Rome: een stad vol tegenstellingen
Klas:
Nummer:
OPDRACHT 3
Bestudeer de afbeelding van een oversteekplaats in Pompeii.
r
Raadpleeg bron 2 op blz. 182 in je leerboek. Bewijs dat de Romeinen andere ideeën hebben rond privacy.
kij
ke x
em
pl
aa
OPDRACHT 2
In
• Waarom zouden de Romeinen de straat oversteken op een rij stenen?
• Aan welk gedeelte van de straat in een moderne stad doet deze oversteekplaats je denken?
Naam:
Klas:
Nummer:
I Het dagelijkse leven bij de Romeinen
171
43 SCHEMA
J
De democratie vandaag
België: een parlementaire democratie Kaartnr(s).
1 België is een grondwettelijk parlementair koninkrijk
r
Democratie =
aa
Belgische grondwet • Voornaamste wet =
pl
•
Federaal bestuur
em
• Hoe het land bestuurd moet worden
Instelling
Functie
Wetgevende macht
Federaal Parlement
• Belgen kiezen
kij
ke x
Macht
In
Uitvoerende macht Rechterlijke macht
• Maakt wetten • Indirecte democratie =
Federale regering (ministers)
Wetten uitvoeren
Rechtbanken
Mensen vervolgen die wetten niet volgen
Rol van de koning = staatshoofd MAAR
Naam:
172
LES 43 België: een parlementaire democratie
Klas:
Nummer:
2 De lange weg naar democratie in België Jaartal
Beperkt stemrecht?
1831
Bij voldoende belasting:
1893
• Enkel mannen • Rijke en belangrijke mannen krijgen
1919
Enkelvoudig kiesrecht: één man, één stem, opkomstplicht
1948
r
1981
aa
3 De moderne Belgische en de Atheense democratie België
pl
Athene Directe democratie:
Geen partijen Burgers
het bestuur.
Burgers kiezen uit partijlijsten.
kiezen.
Burgers hebben opkomstplicht. Geen verplichte deelname aan bestuur
Burger = man en kind van burger
Burger = man of vrouw vanaf
jaar
kij
ke x
Burgers kunnen ook geloot worden, deelname.
Lees aandachtig de lestekst op blz. 186 en 187 in je leerboek. • Leg uit: België is een indirecte democratie.
In
OPDRACHT 1
Alle burgers kiezen , die vertegenwoordigers kiezen het bestuur.
em
Alle burgers kiezen
• Waar was er in de oudheid een directe democratie?
Naam:
Klas:
Nummer:
J De democratie vandaag
173
• Vul de juiste datum en de ontbrekende woorden in. Je mag zeggen dat België niet echt democratisch was …: omdat alleen
voor
omdat rijke en
voor
omdat
voor
omdat je
mochten stemmen. meer stemmen kregen. mochten stemmen. jaar moest zijn om te stemmen.
Hieronder zie je afbeeldingen van de opeenvolgende Belgische koningen, in willekeurige volgorde. Zet de juiste naam bij elke koning. Raadpleeg eventueel een naslagwerk.
Bestudeer bron 5B op blz. 189 in je leerboek. “De koning mag zelf beslissingen nemen.” Juist of fout? Motiveer je antwoord.
In
OPDRACHT 3
kij
ke x
em
pl
aa
r
OPDRACHT 2
voor
Naam:
174
LES 43 België: een parlementaire democratie
Klas:
Nummer:
OPDRACHT 4
Lees aandachtig bronnen 6, 7 en 8 op blz. 189-190 en beoordeel volgende uitspraken. • In Athene waren er geen politieke partijen. Juist / Fout • Op de volksvergadering in Athene waren er veel aanwezigen als er moest gestemd worden over een oorlogsverklaring. Juist / Fout • Een representatiedemocratie is een directe democratie. Juist / Fout • Al deze auteurs zijn het eens: een directe democratie is vandaag onmogelijk. Juist / Fout
r
• Volgens Anton van Hooff is een algemene volksvergadering in de 21e eeuw niet mogelijk. Juist / Fout
aa
• Volgens één van de auteurs moeten de volksvertegenwoordigers rekening houden met de mening van hun kiezers. Juist / Fout
In
kij
ke x
em
pl
OPDRACHT 5
• Wie is deze jongedame?
• Waarom is zij belangrijk voor de emancipatie van de vrouw in België?
Naam:
Klas:
Nummer:
J De democratie vandaag
175
44
Kaartnr(s).
1 België discrimineerde de Vlamingen Rijke burgers hebben de politieke macht vooral Franstalig
r
19e eeuw
Gevolg: Frans =
pl
Reactie: Vlaamse Beweging
aa
SCHEMA
Het federale België
Discriminatie verdwijnt langzaam.
ke x
20e eeuw
em
Toegeving einde 19e eeuw:
Hedendaagse tijd
Groeiende tegenstellingen tussen Walen en Vlamingen: andere mening
kij
Oplossing: België wordt een federale staat.
In
Vlaanderen, Wallonië en België krijgen afzonderlijke taken.
Naam:
176
LES 44 Het federale België
Klas:
Nummer:
2 België is een federale staat Federale staat Macht verdeeld tussen
Deelstaten = i nstellingen voor delen van het land
Federale overheid = i nstellingen voor het hele land
Deelstaten =
Bevoegdheden =
aa
r
• drie gemeenschappen =
OPDRACHT 1
em
pl
• drie gewesten =
Lees bron 1 op blz. 192 van je leerboek. • Is de bron primair of secundair?
ke x
• Hoelang na de Belgische onafhankelijkheid is de brief geschreven?
In
kij
• Is de bron bruikbaar om iets over de positie van de Vlamingen in het België van de 19e eeuw te weten te komen? Motiveer je antwoord.
• Op welke manier zullen de Vlamingen gediscrimineerd worden volgens deze bron?
Naam:
Klas:
Nummer:
J De democratie vandaag
177
OPDRACHT 2
Raadpleeg bron 3 op blz. 194 van je leerboek. • België heeft drie gemeenschappen en drie gewesten. Juist / fout • Brussel is een gemeenschap. Juist / fout • De Duitstalige gemeenschap ligt in het Waalse gewest. Juist / fout • De Vlaamse en de Franse gemeenschap hebben bevoegdheden in Brussel. Juist / fout • Schrijf in de juiste kaart: Vlaams gewest, Franse gemeenschap, Duitstalige gemeenschap. Noordzee
Noordz
aa
pl
DUITSLAND
r
NEDERLAND
FRANKRI
em
FRANKRIJK
GROOTHERTOGDOM LUXEMBURG
OPDRACHT 3
50 km
ke x
0
Vul de tabel aan met het bestuursniveau en de naam van de wetgevende macht. Raadpleeg daarvoor de les in je leerboek. Naam
Uitvoerende macht
Europese Unie (EU)
Europese Commissie
België
regering
Vlaanderen
Vlaamse regering
Provincie
provinciebestuur
Gemeente
gemeentebestuur (burgemeester + schepenen)
In
kij
Bestuursniveau
Naam:
178
LES 44 Het federale België
Klas:
Wetgevende macht
Nummer:
OPDRACHT 4
Zet het juiste begrip bij de juiste verklaring. Kies uit: Europese Unie –federale staat –gemeenschap –gewest –regionaal –lokaal. Een deelstaat van België die beslist over materiële zaken, zoals het wegennetwerk, milieu en de economie. Organisatie van Europese landen waaronder België die grotendeels beslist over economische zaken, energie, milieu, vervoer … Behorend tot een regio of streek. Een regio is groter dan een gemeente en dikwijls groter dan een provincie. Een deelstaat van België die beslist over onderwijs, cultuur, kinderbijslag, welzijn (o.a. hulp aan andersvaliden) …
r
Een land waar de macht verdeeld is tussen instellingen voor het hele land (federaal) en instellingen voor delen van het land (deelstaten).
In
kij
ke x
em
pl
aa
Een bestuursniveau dat zich beperkt tot de onmiddellijke omgeving van de burger en dat dus over een kleiner gebied gaat.
Naam:
Klas:
Nummer:
J De democratie vandaag
179
45
Een referentiekader voor het verleden
Herhalingsoefeningen Kaartnr(s).
Bekijk de bronnen op blz. 198 en 199 in je leerboek, los de opdrachten op en vul de tabel in. 1 Geef voor elke bron de juiste tijd uit het referentiekader. 2 Welke bronnen gaan over mensen uit Europa? 3 Over welk domein gaat elk document? Motiveer je antwoorden mondeling. Bron
aa
r
OPDRACHT 1
K
Tijd
Domein
pl
1 2 3
em
4 5 6
Los aan de hand van dezelfde bronnen de volgende opdrachten op en vul de tabel aan. 1 Geef voor elke bron aan of het gaat om een geschreven, mondelinge of materiĂŤle bron. 2 Welke bronnen dienen om de macht van iets of iemand aan te tonen?
kij
OPDRACHT 2
ke x
7 8
Europa?
Geschreven
Mondeling
Materieel
Macht aantonen?
In
Bron
1
2 3
4 5 6 7 8
Naam:
180
LES 45 Herhalingsoefeningen
Klas:
Nummer:
OPDRACHT 3
Raadpleeg bron 8 op blz. 199. • Is de bron primair of secundair?
• Zoek zelf de nodige informatie op het internet. Waardoor had Gibbon de tijd om te schrijven?
In
kij
ke x
em
pl
aa
r
• Hoe bewijst dit citaat van Gibbon dat geschiedenis niet hetzelfde is als het verleden?
Naam:
Klas:
Nummer:
K Een referentiekader voor het verleden
181
46
Herhalingsles
Kaartnr(s).
Aan de hand van een reeks opdrachten en vragen herhaal je zelf de leerstof die je dit jaar gezien hebt. Als je het antwoord niet weet, kun je het opzoeken in de andere lessen.
aa
r
1 PREHISTORIE
em
pl
1 Duid het juiste antwoord aan: Men spreekt van prehistorie als a de mensen zich hullen in beestenvellen en leven van de jacht; b men geen geschreven bronnen gebruikt; c men nog geen landbouw beoefent en rondzwerft; d men materiële bronnen maakt.
2 Ongeveer 1,5 / 2,5 / 3,5 / 4,5 miljoen (1) jaar geleden ontstaan de eerste echte mensen in Afrika / Amerika / Antarctica / Azië / Oceanië / Europa (1).
ke x
3 Onze rechtstreekse voorouder heet: homo habilis / homo sapiens sapiens / homo sapiens neanderthalensis / chimpansee / homo erectus (1).
kij
4 Onze voorouders zijn jager-voedselverzamelaars. Wat bedoelt men daarmee?
In
5 De laatste ijstijd eindigt ca. 20 000 / 15 000 / 10 000 / 5000 v.C. (1).
6 In China / Zuid-Amerika / het Nabije Oosten / de Balkan (1) schakelt de mens omstreeks 20 000 / 15 000 / 10 000 / 5000 v.C. (1) voor het eerst over op landbouw en veeteelt. 7 “De mens wordt sedentair.” Leg die uitspraak uit.
Naam:
182
LES 46 Herhalingsles
Klas:
Nummer:
8 De overschakeling op landbouw en veeteelt verandert de prehistorische samenleving grondig. Het gaat dus om een revolutie. Men noemt deze gebeurtenis: de industriële revolutie / de neolithische revolutie / de digitale revolutie (1). NOORDWEST-EUROPA EN ONZE GEWESTEN 9 De eerste mensen in onze gewesten leven van landbouw / veeteelt / jacht en voedselpluk (1). 10 De Kelten leven in de steentijd / kopertijd / bronstijd / ijzertijd (1). 11 De Kelten vormen een / geen (1) groot rijk.
aa
r
(1) Onderstreep het juiste antwoord.
2 OUDE NABIJE OOSTEN (3500-800 v.C.)
pl
1 Onderstreep de rivieren waarlangs een stroomcultuur is ontstaan: Schelde / Gele Rivier / Amazone / Wolga / Eufraat en Tigris / Nijl / Mekong / Indus / Rijn (1).
ke x
em
2 De volkeren van het oude nabije oosten doen aan irrigatielandbouw. Verklaar wat men daarmee bedoelt.
HET OUDE EGYPTE
3 De Egyptische stroomcultuur ontstond in Afrika / Azië / Amerika / Europa / Oceanië (1).
kij
4 De macht van de farao is het best te vergelijken met die van een verkozen president / dictator / de Belgische koning (1).
In
5 De Oude Egyptenaren zijn tijdens het grootste gedeelte van hun geschiedenis monotheïstisch / polytheïstisch (1).
6 De piramiden zijn paleizen / voorraadschuren / begraafplaatsen / energiecentrales (1).
7 Hoe heet de Egyptische techniek waarbij men lijken zodanig behandelt dat ze voor lange tijd bewaard kunnen worden?
(1) Onderstreep het juiste antwoord.
Naam:
Klas:
Nummer:
K Een referentiekader voor het verleden
183
3 KLASSIEKE OUDHEID (800 v.C. - 500 v.C.)
POLITIEK HELLAS
r
1 Wat is een polis?
aa
2 De Grieken vormen een / geen (1) groot rijk.
pl
3 Welke groep mag bij de Atheense democratie meebeslissen? Mannen / metoiken / slaven en vrouwen (1) 4 Athene is een directe / indirecte democratie (1).
em
5 Sparta is een democratie / oligarchie / geen van beide (1).
ke x
6 Wie vecht tegen wie in de Perzische oorlogen? Wie vecht tegen wie in de Peleponnesische oorlogen?
kij
7 In welke eeuw verovert de Makedonische koning Alexander een groot rijk?
In
8 Wat gebeurt er met het rijk van Alexander na zijn dood?
ROME
9 Welke periode uit de Romeinse geschiedenis duurt in het westen het langst? Koninkrijk / republiek / keizerrijk (1) 10 Tot welk volk behoort een deel van de Romeinse koningen? Kies uit: Etrusken – Feniciërs – Galliërs – Grieken – Kretenzers – Vlamingen.
Naam:
184
LES 46 Herhalingsles
Klas:
Nummer:
11 Wat is een consul?
12 Hoe heet de methode waarmee de Romeinen veroverde gebieden onder controle houden?
13 Geef twee kenmerken van de plebejers.
r
14 De populares komen tijdens de burgeroorlogen op voor de koningen / de proletariërs / de nobilitas / de optimates (1).
pl
aa
15 Hoe heet de eerste Romeinse keizer? Van welke Romeinse veldheer is hij familie?
em
16 In welke eeuw kent het Romeinse Rijk zijn grootste omvang?
ke x
17 Geef drie oorzaken voor het verval van het Romeinse keizerrijk.
kij
18 “In 476 houdt het Romeinse Rijk op te bestaan.” Juist of fout? (1)
In
SOCIAAL EN ECONOMISCH
19 Waarom stichten de Grieken kolonies? In welke eeuwen doen ze dat?
Naam:
Klas:
Nummer:
K Een referentiekader voor het verleden
185
20 Geef drie producten die tussen de Griekse kolonies en hun moedersteden verhandeld worden.
21 Geef twee kenmerken van slaven.
22 “De Romeinse nobilitas bestaan uit de rijke plebejers en de patriciërs.” Juist of fout? (1)
aa
r
23 Wat is een Romeinse proletariër?
pl
24 Wanneer kent de handel langs de Middellandse Zee een enorme bloei? 756 v.C. - 100 / 200 v.C. - 200 / 100 - 300 / 300 v.C. - 476 (1)
CULTUREEL
em
25 Een latifundium is een groot / klein / middelgroot (1) landbouwbedrijf.
ke x
26 Welke drie soorten zuilen kent de klassieke bouwkunst?
kij
27 Geef twee volkeren van wie de Romeinen veel overnemen.
In
28 Teken een rondboog.
29 Bij een idealistische afbeelding a geeft men de mensen weer zoals ze in werkelijkheid zijn; b geeft men zijn idealen weer; c beeldt men mensen mooier en beter af dan ze zijn; d volgt men de methode van Homeros Idealos; e geeft men geen mensen weer.
Naam:
186
LES 46 Herhalingsles
Klas:
Nummer:
30 Over welke oorlog dicht Homeros?
31 De Grieken en de Romeinen zijn tijdens een groot deel van hun geschiedenis monotheĂŻstisch / polytheĂŻstisch (1). 32 In welke eeuw wordt het christendom de staatsgodsdienst van het Romeinse Rijk?
aa
r
33 Waarover proberen de Griekse filosofen en wetenschappers verklaringen te formuleren?
pl
(1) Onderstreep het juiste antwoord.
ONZE GEWESTEN IN DE KLASSIEKE OUDHEID
em
1 Welk volk leeft er in onze gewesten bij de komst van de Romeinen?
ke x
2 Welke Romeinse veldheer verovert onze gewesten?
kij
3 Wat gebeurt er met de opstandelingen?
In
4 Geef twee steden uit onze gewesten die in de Romeinse tijd gesticht zijn.
5 Hoe heet de cultuur die ontstaat uit de vermenging van Keltische en Romeinse gebruiken?
(1) Onderstreep het juiste antwoord.
Naam:
Klas:
Nummer:
K Een referentiekader voor het verleden
187
r
aa
pl
em
ke x
kij
In