Skip to main content

STORIA CLASSIC HD 2 inkijkexemplaar HD

Page 1

r

aa

pl

em

ke x

kij

In


aa

r

2

pl

Werkschrift

em

Kristel Bekers

Katleen Dillen

Senne Hendrickx

ke x

Caroline Jans

Rogier Lindemans

In

kij

Kris Merckx

Wim Moreau Jacky Philips

Luc Van den Broeck Jos van Dooren Ann Wachters o.l.v. Gorik Goris


Woord vooraf

Beste leerling Je hebt op dit moment het werkschrift van STORIA HD classic 2 in handen. Het zal je helpen om de geschiedenis te verkennen. Net zoals het leerboek bevat het werkschrift verschillende onderdelen. Je krijgt hier een klein overzicht. Ben je er klaar voor?

Wat bedoelt de leraar?

r

In het leerboek op blz. 8 en 9 vind je nuttige tips terug over hoe je het beste studeert. In les 1 van dit werkschrift vind je daar toepassingen op. Het begrijpen van een opdracht is niet altijd eenvoudig. Wat bedoelt de leraar juist? Om je daar een klein beetje bij te helpen, vind je in diezelfde les een overzicht terug. Daarin staat wat leraars precies bedoelen als ze je een bepaalde opdracht geven.

aa

Schema en opdrachten

1 Lesnummer

pl

2 Met deze icoontjes kun je zelf aanduiden welke domeinen in de les aan bod gekomen zijn. 3 Duidelijke lestitels

10 SCHEMA

em

5 Reeks opdrachten

2 De democratie in de stadstaat Athene

Het ontstaan van de democratie (Athene)

Kaartnr(s).

•

B o

•

H w Z

•

O t

het volk

ke x

Volksvergadering (‘ecclesia’) • elke mannelijke burger ouder dan twintig • veertig vergaderingen per jaar • beslist over nieuwe wetten • beslist over oorlog of vrede

Aristocratie

Democratie is beperkt • enkel mannelijke burgers • geen vrouwen, slaven, vreemdelingen

• •

•

Raad van Vijfhonderd (‘boulè’) • via loting aangeduid • bereiden volksvergadering voor

1 De macht van de adel wordt betwist Koningen • Oorspronkelijk in de meeste poleis • 8e eeuw: uit meeste poleis verdwenen

OPDRACHT 2

Democratie vanaf 508 v.C., ingevoerd door Kleisthenes Verklaring: democratie is een bestuursvorm. • betekent ‘volksheerschappij’

Aristoi =

Macht wordt betwist

! In het begin worden leden niet betaald 

•

willen kwijtschelding schulden + herverdeling grond

kij

•

Oplossing: Solon = adellijke bestuurder in 594 v.C.

• •

Bevrijdt schuldslaven  vervangen door Verdeling in vier klassen naargelang van rijkdom. Hoe rijker, hoe meer macht: • Rijken (eerste twee klassen) mogen polis besturen. • Alle mannelijke burgers zitten in volksvergadering.

OPDRACHT 1

In

grijpt de macht  titel: ‘tyrannis’ (546 v.C.) zorgt voor werk in nijverheid en bouwsector = goede tiran. helpt kleine boeren.

Naam:

OPDRACHT 3

Lees bron 1B op blz. 46 in je leerboek. • Hoeveel burgers nemen aan de volksvergadering deel in de 5e eeuw v.C.? Onderstreep het juiste antwoord.

Tirannie

• •

Lees bron 1A op blz. 46 in je leerboek. • Op wie heeft Aristophanes kritiek?

Klas:

•

V

•

W

•

O

iedereen – de helft – een kwart – een vijfde – een tiende – niemand

Naam:

Nummer:

C de bloeI vaN de grIeKse Wereld

45

46 LES 10

Klas:

Nummer:

het oNtstaaN vaN de democratIe (atheNe)

4 Zelf aan te vullen schema

Naam:

Lee • W

Klas:

Nummer: WOORD VOORAF

3


Onlinelesmateriaal Bij het onlinelesmateriaal vind je interessante oefeningen en boeiende ontdekplaten. Je moet je slechts eenmaal registreren met de code die je vooraan in dit werkschrift vindt. Gedurende een volledig schooljaar mag je dan gebruikmaken van het onlinelesmateriaal.

Tijdlijn met overzicht van zeven tijden

‘KENNEN’ oplossen: wat bedoelt de leraar?

r

Bij dit werkschrift hoort een opvouwbare tijdlijn. Die geeft een overzicht van de zeven tijden, met extra aandacht voor de leerstof die je in de eerste graad voor geschiedenis bestudeert.

em

pl

aa

Na elke lestekst vind je een aantal vragen die je moet ‘KENNEN’. Toch is het zeker niet altijd makkelijk om die vragen op te lossen. We helpen je even op weg. De vragen oplossen is jouw belangrijkste werk bij het bestuderen van de geschiedenis. Het is niet altijd fijn, maar het is zeer belangrijk dat je zelfstandig leert om de vragen te beantwoorden. Zo leer je nadenken en dat zal je bij je studie nog vaak van pas komen.

1 Lees de vraag grondig en zoek het antwoord in je schema

ke x

Het is belangrijk om elke vraag grondig te lezen. Op de meeste vragen vind je zonder problemen het antwoord in het schema. Meestal staan de vragen ook in de volgorde waarin je ze in je schema kunt terugvinden.

2 Soort vraag

Natuurlijk stellen we nooit ja-neevragen. Dan zou je antwoord snel gegeven zijn. Bovendien staan er geen echte vragen onder ‘KENNEN’, want er staan geen vraagtekens achter.

In

kij

Controleer of een van de onderstaande kernwoorden in de opdracht voorkomt. Los de opdracht dan op. Gebruik daarvoor de juiste oplossingsmethode onder titel 3. Welke oplossingsmethode je moet kiezen, kun je vaak al aan het schema zien.

Naam:

4

WOORD VOORAF

Nr.

Type opdracht/ vraag

Kernwoorden

1

Opsommen

opnoemen, opsommen, eigenschappen, kenmerken ...

2

Chronologisch

feiten, volgorde, situeren ...

3

Vergelijken

verschillen, overeenkomsten, gelijkenissen ...

4

Oorzaak-gevolg

oorzaken, aanleiding, redenen, gevolgen, uitleggen, verklaren ...

5

Beschrijven

uitleggen, schetsen …

6

Bewijzen

bewijzen, aantonen ...

Klas:

Nummer:


Belangrijke tips: • Zet de antwoorden om in volledige zinnen. • Een zin begint met een hoofdletter en eindigt met een leesteken. • De zinnen moeten duidelijk zijn voor iemand die niets van de leerstof afweet.

3 Oplossingsmethoden

aa

r

Oplossingsmethode 1: Opsommen Voorbeelden van vragen • Geef vier kenmerken van het Middellandse Zeeklimaat. • Noem drie grote samenlevingen uit het oostelijke Middellandse Zeebekken. • Noem twee manieren waarop de Egyptenaren de Kretenzers hebben beïnvloed. • Verklaar de begrippen ‘zeevolkeren’, ‘Palestina’, ‘joden’, ‘Oud Testament’, ‘Feniciërs’ en ‘Etrusken’ (zie voor deze vraag ook oplossingsmethode 5).

em

pl

Jouw antwoord • Schrijf één kenmerk per zin. • Nummer de opsomming. • Leg elk kenmerk kort uit en geef eventueel een voorbeeld. • Zorg ervoor dat je over verschillende kenmerken schrijft. • Je moet niet altijd alleen maar opsommen: soms moet je de gevraagde opsomming uitleggen.

ke x

Voorbeelden van antwoorden • Geef vier kenmerken van het Middellandse Zeeklimaat. 1 De zomers zijn lang, warm en droog. 2 Het is een mild klimaat met voldoende regen en veel zon. 3 De winters zijn kort, zacht en vochtig. 4 Het vriest er bijna nooit.

kij

Schema omzetten in zinnen

In

Op een toets moet je de informatie van het schema omzetten in zinnen.

Naam:

Klas:

Nummer: WOORD VOORAF

5


Oplossingsmethode 2: Chronologisch ordenen Bij een chronologie moet je de volgorde van historische feiten geven door de tijd heen. Geef bij elk feit ook wat uitleg. Voorbeelden van vragen Tips

Situeer de Minoïsche samenleving in de tijd.

Geef het beginpunt en het eindpunt.

Noem de drie periodes in de Minoïsche geschiedenis en geef van elke periode een kenmerk.

• Geef het beginpunt en het eindpunt van elke periode. Het is natuurlijk handig dat de ene periode begint wanneer de vorige eindigt. • Geef aan elke periode ook een gepaste naam en schrijf bij elke periode uitleg. Controleer hoeveel kenmerken je per periode moet geven.

aa

r

Voorbeelden van vragen

em

pl

Jouw antwoord • Geef een opsomming in zinnen per feit of belangrijke gebeurtenis. • Als dat gevraagd wordt, kun je bij elke zin ook het jaartal of de datum geven. • Plaats de gebeurtenissen in volgorde: wat eerder gebeurd is, plaats je eerst.

ke x

Oplossingsmethode 3: Vergelijken Voorbeelden van vragen • Geef twee overeenkomsten tussen de mythe van de Minotaurus en de Minoïsche samenleving. Jouw antwoord A Stop zo’n vraag eerst in een tabel voor je het antwoord in zinnetjes uitschrijft. Vaak vind je de tabel al in je schema. Mythe van de Minotaurus

Koning heet Minos

Minotaurus

Veel afbeeldingen van stieren

Minotaurus: half mens, half stier

In

kij

Minoïsche samenleving

Paleizen hebben ingewikkelde gangen

Labyrint in mythe

B Daarna schrijf je de inhoud van elke rij of kolom in zinnetjes uit. Voorbeelden van antwoorden • De koning heet Minos. In de mythe heet het monster Minotaurus. • In de paleizen op Kreta staan veel afbeeldingen van stieren. In de mythe komt een monster voor dat half mens, half stier is. • De paleizen hebben ingewikkelde gangen. In de mythe komt een labyrint voor.

Naam:

6

WOORD VOORAF

Klas:

Nummer:


Oplossingsmethode 4: Oorzaak-gevolg Een oorzaak vertelt hoe iets komt of waarom iets gebeurt. Een gebeurtenis kan verschillende oorzaken hebben. Voorbeelden van vragen Jouw antwoord

Voorbeelden van antwoorden

Leg de oorzaak van de oorlog met Troje uit.

1 Leg uit wie tegen wie vecht. 2 Leg uit waarom ze tegen elkaar vochten.

• De oorlog werd veroorzaakt door ... • De Grieken waren het beu dat ze tol moesten betalen aan Troje. Daarom ...

Geef en verklaar twee oorzaken van kolonisatie.

Schrijf twee zinnen waarin je uitlegt waarom de Grieken koloniseren.

• De Grieken stichten kolonies omdat ... • De kolonisatie wordt veroorzaakt door ...

Leg drie gevolgen uit van de kolonisatie.

Schrijf drie zinnen waarin je het resultaat of de gevolgen van de kolonisatie uitlegt. Let op dat je niet enkel voorbeelden geeft, maar vooral ook zegt welk soort gevolg er was.

De kolonisatie had economische gevolgen ... / had voor de economie tot gevolg dat ... De kolonisatie heeft geleid tot ...

Deze vraag is een dubbele vraag: 1 Verklaar het succes van de Dorische inval. (Het woord ‘succes’ leert dat de Doriërs ‘gewonnen’ hebben. Leg uit waarom.) 2 Verklaar het gevolg van de Dorische inval.

1 De Doriërs hebben gewonnen omdat ze over ijzeren wapens beschikken en hun tegenstanders over bronzen wapens. 2 Daardoor vluchten de Achaïers naar de kusten van Klein-Azië.

aa

pl

em

kij

ke x

Verklaar het succes en het gevolg van de Dorische inval.

r

Voorbeelden van vragen

In

Jouw antwoord • Als je een ‘oorzaak’ moet geven, moet je uitleggen waarom iets gebeurd is. • Een gevolg moet vertellen wat het resultaat is van een bepaalde ‘oorzaak’. Voorbeelden van antwoorden Het slechte weer had tot gevolg dat ... • Som de oorzaken of gevolgen op (eventueel kort op een kladblad). • Schrijf per oorzaak of gevolg minstens één zin. • Wanneer je gevolgen moet geven, moet je starten met een korte herhaling van de ‘vraag’.

Naam:

Klas:

Nummer: WOORD VOORAF

7


Bijvoorbeeld: Vraag: Geef de gevolgen van de kolonisatie. Antwoord: De kolonisatie had tot gevolg dat … Let op: Een antwoord begin je nooit met ‘omdat’. Vraag: Geef de oorzaak van de oorlog met Troje. Niet: Omdat ze tol moesten betalen. Maar wel: De Grieken vielen Troje aan omdat ze tol moesten betalen.

aa

r

Oplossingsmethode 5: Beschrijven Als de leraar vraagt om iets te schetsen, moet je het niet gaan tekenen met potlood en papier. Je moet het verhaal ‘tekenen’ met woorden. Geschiedenis bijvoorbeeld is een verhalend vak. Vertel het verhaal met je eigen woorden. Zorg dat iemand die de les niet heeft gekregen, jouw antwoord volledig snapt. Zie ook oplossingsmethode 4.

Voorbeelden van vragen

pl

Bijvoorbeeld:

Tips

Dubbele vraag. Hier moet je één voor één elk woord of begrip uitleggen.

Leg het ontstaan en de werking van de Peloponnesische Bond uit.

Dubbele vraag. Leg eerst het ontstaan uit. Daarna leg je uit hoe de Peloponnesische Bond werkt.

Schets het machtsmisbruik van Athene.

Leg uit hoe Athene misbruik maakt van zijn macht.

Leg uit hoe Philippos II Hellas onderwerpt.

Hoe laat Philippos II de Helleense poleis naar zich luisteren?

kij

ke x

em

Leg de begrippen ‘kolonie’, ‘grootgrondbezitter’ ... uit.

In

Oplossingsmethode 6: Bewijzen ‘Bewijzen’ ken je uit het vak wiskunde. Je moet het bewijs leveren van iets. Vergelijk het met een rechtbank: de politie moet het bewijs leveren dat iemand schuldig is. Je moet mensen met je antwoord overtuigen. Schrijf per bewijs minstens één zin. Zie ook oplossingsmethode 4. Bijvoorbeeld:

Naam:

8

WOORD VOORAF

Voorbeelden van vragen

Tips

Toon de beperktheid van de Atheense democratie aan.

Bewijs dat de democratie van Athene ook beperkingen heeft.

Toon het voordeel van het bezit van slaven aan.

Bewijs dat het voordelen heeft om slaven te bezitten.

Klas:

Nummer:


4 Controle Controleer of je antwoord volledig is. Zorg dat je je eigen antwoord zelf begrijpt. Gebruik geen woorden waarvan je de betekenis niet kent. Let op de spelling: begin een zin met een hoofdletter en eindig met een leesteken. Iemand die de leerstof niet gekregen heeft, moet je antwoord begrijpen. Bekijk bij een toets of een examen hoeveel punten je leraar aan een vraag toekent. Dan kun je ongeveer raden hoeveel ‘zinnen’ je moet schrijven.

In

kij

ke x

em

pl

aa

r

• • • • • •

Naam:

Klas:

Nummer: WOORD VOORAF

9


1

Inleiding

Kaartnr(s).

Hoe studeer ik geschiedenis?

SCHEMA

kij

ke x

Zelfde avond

em

Verkennen

pl

aa

r

Voorbereiden

In

Lezen en bestuderen

Naam:

10

LES 1 Inleiding

Klas:

Nummer:


Memoriseren

Avond voor de volgende les

pl

aa

r

Controleren

Verkennen Noteer de titels en ondertitels van les 3. Stel jezelf W- en H-vragen over die titels zoals in het leerboek uitgelegd wordt.

ke x

OPDRACHT 1

em

Toepassing van ‘Leren leren’ Raadpleeg je leerboek op blz. 8. Pas de verschillende stappen van ‘Geschiedenis studeren: in de klas en thuis’ toe op les 3.

TITEL:

kij

Vragen:

In

ONDERTITELS: 1

Vragen:

•

•

Naam:

Klas:

Nummer:

LES 1 Inleiding

11


•

2 Vragen: •

aa

r

•

pl

•

•

kij

•

ke x

Vragen:

em

3

In

•

Naam:

12

LES 1 Inleiding

Klas:

Nummer:


Lezen en bestuderen • Lees de tekst en ga na welke woorden je niet begrijpt. Noteer drie woorden die je niet begrijpt en zoek de betekenis ervan op. •

Lees de tekst per ondertitel. Zoek een antwoord op de vragen die je zelf stelde bij de vorige opdracht. Misschien vind je nog andere vragen. Dat gaat wat gemakkelijker als je denkt dat je een leraar bent die een toets voor de leerlingen maakt. Om dat wat te oefenen, pas je het toe op de eerste twee ondertitels van les 3. Je noteert de kernwoorden om achteraf je antwoorden te formuleren.

•

Raadpleeg de oefeningen die je maakte in je werkschrift. Ga na welke oefeningen aansluiten bij titel 1 en 2. Nu zal veel je al duidelijker worden.

Memoriseren (en schematiseren) Raadpleeg je schema en vertel de inhoud van de les aan je buurman, of ga vooraan in de klas staan en leg de les uit met behulp van het schema.

ke x

OPDRACHT 3

em

pl

aa

r

OPDRACHT 2

kij

Probeer vervolgens het schema – zonder te kijken – te noteren op een apart blad.

In

Welke begrippen moet je kennen? Studeer ze uit je hoofd. Maak kaartjes met aan de ene kant het begrip en aan de andere kant de verklaring. Ondervraag je buurman.

OPDRACHT 4

Naam:

Controleren • Raadpleeg de lijst ‘KENNEN’. Studeer wat daar gevraagd wordt. Ondervraag je buurman. • Raadpleeg de lijst ‘KUNNEN’. Oefen in met behulp van je werkschrift. Wedden dat je nu hoog scoort op een toets?

Klas:

Nummer:

LES 1 Inleiding

13


2 OPDRACHT 1

A

De eerste stappen in het tweede jaar

Even je geheugen opfrissen Kaartnr(s).

Bepaal of een onderstaande uitspraak juist of fout is. Zoek eventueel het antwoord in de lestekst. Juist

aa

r

Elke tijdrekening begint met een jaar 1.

Fout

De hedendaagse tijd komt na de vroegmoderne tijd.

pl

Politiek gaat over besturen, macht en hoe groepen van mensen samenwerken.

Een bron is primair als de maker zelf leefde in de periode waarover hij het heeft.

em

Historische bronnen kunnen elkaar tegenspreken.

Op basis van bronnen maak je een beeld van het verleden.

Raadpleeg de bronnen op blz. 11-13. Beantwoord de onderstaande vragen door de tabel aan te vullen. Bij bron 8 gaat het om de tekst.

kij

OPDRACHT 2

ke x

Eens je een beeld van het verleden hebt, staat dat vast en kun je dat niet meer veranderen.

• Geef voor elke bron de juiste tijd uit het referentiekader.

In

• Geef voor elke bron een of meer maatschappelijke domeinen waarover ze gaat. • Welke bronnen gaan over Europa? Zet een kruisje in de tabel als dat voor een bron het geval is. • Welke bronnen zijn secundaire bronnen? Zet een kruisje in de tabel als dat voor een bron het geval is.

Naam:

14

LES 2 Even je geheugen opfrissen

Klas:

Nummer:


Bron

Tijd

Domein

Europa?

Secundaire bron

1 2 3 4 5

r

6

aa

7

Raadpleeg bron 3 op blz. 11.

em

OPDRACHT 3

pl

8

• In welk gedeelte van Europa raakt de landbouw het eerst bekend?

Raadpleeg bron 8 op blz. 13.

kij

OPDRACHT 4

ke x

• Wanneer schakelt men aan de Vlaamse kust over op landbouw?

• De tekening die we erbij gevoegd hebben is een historische bron / een werk.

In

• In welke tijd spelen de beschreven feiten zich af ?

• Hoeveel eeuwen na de feiten schrijft Herodotos dit? Omcirkel het juiste antwoord. 16

Naam:

17

18

19

20

21

Klas:

22

23

Nummer:

A De eerste stappen in het tweede jaar

15


• Zoek in de info over de auteur nog een gegeven waaruit je kunt besluiten dat hij misschien niet altijd alles juist weergeeft.

• Welke historische vraag kun je met de bron NIET met zekerheid beantwoorden? 1 Wie liet de Grote Piramide bouwen? 2 Welke negatieve invloed had de bouw van de piramiden op de Egyptenaren?

In

kij

ke x

em

pl

aa

r

3 Hoe werd het materiaal voor de piramiden vervoerd?

Naam:

16

LES 2 Even je geheugen opfrissen

Klas:

Nummer:


3 SCHEMA

B

Een eerste kennismaking met het Middellandse Zeegebied

De natuurlijke omstandigheden in het Middellandse Zeegebied Kaartnr(s).

1 Het Middellandse Zeeklimaat beĂŻnvloedt de klassieke samenlevingen

aa

Kenmerken

Temperatuur

Neerslag

Zomer

pl

Winter

of

r

De gebieden rond de Middellandse Zee hebben een een Middellandse Zeeklimaat.

Teelt van

em

Invloed van het klimaat op de landbouw:

ke x

2 Het westelijke en oostelijke bekken van de Middellandse Zee zijn zeer verschillend

kij

Natuurlijke omstandigheden Aantal eilanden

Westelijk bekken

Oostelijk bekken

Kleiner aantal eilanden Grotere eilanden

Groot aantal kleine eilanden

Bergachtig binnenland

Bergachtig binnenland

In

Kustlijn ReliĂŤf

Vruchtbare vlaktes

Naam:

Kleine kustvlaktes

Klas:

Nummer:

B Een eerste kennismaking met het Middellandse Zeegebied

17


Invloed op de leefomstandigheden van de mens Westelijk bekken

Oostelijk bekken

Kustlijn

Minder aanlegplaatsen voor schepen

Inhammen ideale

Eilanden

Weinig eilanden om te oriënteren

Bergachtig binnenland

Weinig contact over land, kleine gemeenschappen

r

Natuurlijke omstandigheden

aa

Invloed op de landbouw

Westelijk bekken

Oostelijk bekken

Vruchtbare vlaktes

Grote vlaktes

Kleine vlaktes

em

pl

Natuurlijke omstandigheden

ke x

3 De natuurlijke omstandigheden geven de Griekse wereld en het Italische schiereiland hun eigenheid Bekijk de kaart op blz. 14 in je leerboek. Duid op de blinde kaarten de volgende gegevens aan. Oostelijk bekken (Griekse wereld)

Adriatische Zee, Alpen, Apennijnen, Ionische Zee, Middellandse Zee, Po, Povlakte, Rome, Sicilië, Tiber, Tyrreense Zee

Athene, Attika, Egeïsche Zee, Griekse eilanden, Grieks schiereiland, Klein-Azië, Kreta, Middellandse Zee, Peloponnesos, Sparta

In

kij

Westelijk bekken (Italisch schiereiland)

Naam:

18

LES 3 De natuurlijke omstandigheden in het Middellandse Zeegebied

Klas:

Nummer:


OPDRACHT 1

Lees de inleiding van les 3 op blz. 16 in je leerboek hieronder opnieuw: Vorig schooljaar heb je kennisgemaakt met de levenswijze van de eerste mensen en de eerste landbouwsamenlevingen in de prehistorie en het oude nabije oosten. Dit schooljaar maak je kennis met de Grieken en de Romeinen. Die horen bij de klassieke oudheid. 1 Waar ontwikkelen de Griekse en de Romeinse samenlevingen zich? 2 Welke rol spelen het klimaat en het reliĂŤf in het ontstaan van de Griekse en Romeinse samenlevingen? 3 Wat zijn de natuurlijke kenmerken van de Griekse wereld en van het Italische schiereiland?

TWIJFEL

NEE

In

kij

ke x

JA

em

pl

aa

r

Zijn deze vragen historische vragen? Rangschik de nummers in het venndiagram. Noteer daarna onder de vragen waarom je deze keuze hebt gemaakt.

Naam:

Klas:

Nummer:

B Een eerste kennismaking met het Middellandse Zeegebied

19


Bij bron 1 op blz. 18 in je leerboek vind je typische landbouwproducten uit het Middellandse Zeegebied. Van welke landbouwproducten zijn de volgende producten het eindresultaat? Noteer telkens de naam van het landbouwproduct en het eindresultaat.

In

kij

ke x

em

pl

aa

r

OPDRACHT 2

Naam:

20

LES 3 De natuurlijke omstandigheden in het Middellandse Zeegebied

Klas:

Nummer:


SCHEMA

Kaartnr(s).

1 In het oostelijke bekken van de Middellandse Zee ontstaan al vroeg belangrijke samenlevingen

Langs grote stromen  eerste grote rijken

r

4

Oudere samenlevingen in het Middellandse Zeegebied

pl

aa

Bv. in Egypte, maar ook in Mesopotamië, bv. h andelscontacten met Egypte + andere gebieden uit het oostelijke bekken van de Middellandse Zee (bv. Kreta) + samenlevingen aan de Indus 

In de loop van de 22e eeuw v.C.  einde Rijk van Akkad Oorzaken?

em

• •

kij

•

ke x

•

Daarna: nieuwe rijken

In

Tussen ruwweg 1200 en 1000 v.C. worden alle rijken in het gebied getroffen door een reeks rampen  begin van een ‘donkere tijd’. Dat blijkt o.a. uit • • •

Naam:

Klas:

Nummer:

B Een eerste kennismaking met het Middellandse Zeegebied

21


Verklaring: Vroeger: Nu: Een ‘nieuw’ volk zijn de Filistijnen • Oorsprong: • Vestigen zich ten noorden van de Sinaï-woestijn 

r

Een ander volk dringt dat gebied ook binnen:

aa

Zijn deels de voorlopers van • Aanvankelijk:

pl

• Later:

em

Het Oude Testament is geen echte geschiedenis maar vooral

 worden later onderworpen door: Assyriërs, Babyloniërs en Perzen.  van Libië tot de Indus (in 6e eeuw v.C.  grootste rijk ooit)

ke x

Dat samengaan van al die rijken en samenlevingen 

2 In het westelijke bekken vestigen zich vanaf de 9e eeuw v.C. nieuwe volkeren

kij

Rond 1000 v.C.: huidige

 ontwikkeling Fenicische samenleving

Kenmerken:

In

• • •

 basis van ons huidige alfabet

• •

 stichten op de kusten van Noord-Afrika, Zuid-Italië, Frankrijk en Spanje talrijke kolonies.

Naam:

22

LES 4 Oudere samenlevingen in het Middellandse Zeegebied

Klas:

Nummer:


Belangrijkste kolonie = cultuur. In de 3e eeuw v.C.  conflict met Rome

 wordt centrum van de Fenicische

Etrusken  noorden van het huidige Italië • • • •

r

•

pl

Bekijk bron 1 op blz. 21 in je leerboek.

kij

ke x

em

OPDRACHT 1

 onderwerpt de Etrusken in de 4e eeuw v.C.

aa

•

In

Duid de volgende zaken aan op de kaart: Middellandse Zee, Fenicië, Palestina, Carthago, Etrusken

Naam:

Klas:

Nummer:

B Een eerste kennismaking met het Middellandse Zeegebied

23


OPDRACHT 2

Lees volgende bronnen.

aa

r

Aan zijn paleis heeft Salomo dertien jaar gebouwd voordat het helemaal voltooid was. Zo liet hij het huis ‘Woud van Libanon’ bouwen. Dat was 100 el [1 el = 69 cm] lang, 50 el breed, met vier rijen van cederhout, waarop cederhouten balken rustten. (…) Ook bouwde hij een zuilenhal; die was 50 el lang en 30 el breed, met daarvoor een portiek, bestaande uit zuilen en een dak. Verder bouwde hij een troonzaal waar hij rechtsprak,de rechtszaal; die was van de vloer tot het plafond met cederhout betimmerd. (…) Al die gebouwen, van het fundament tot de kroonlijst en van de straat tot het grote binnenhof, waren opgetrokken uit kostbare, op maat gehouwen stenen, die zowel aan de voor- als aan de achterzijde gezaagd waren. De gebouwen stonden op een fundering van kostbare, grote stenen van 10 el en 8 el. Daarop stonden muren van kostbare, op maat gehouwen stenen en cederhout. De muur rondom het grote binnenhof bestond uit drie lagen gehouwen steen en een laag van balken van cederhout, juist zoals die van het binnenhof van de tempel en die van de zaal van het paleis.

ke x

em

pl

Uit: De Bijbel (het Oude Testament, het Eerste Boek der Koningen, hoofdstuk 7) De Hebreeuwse koning Salomo zou rond het midden van de 10e eeuw v.C. geregeerd hebben over een Verenigd Koninkrijk Israël met Jeruzalem als centrum. Volgens de Bijbelse teksten was hij een machtig en wijs vorst, maar hij zou ook minstens 700 vrouwen en 300 minnaressen hebben gehad. Hij liet ook een tempel bouwen ter ere van God (de eerste Joodse tempel). Die tempel zou in de 6e eeuw v.C. verwoest zijn door de Babyloniërs, die de Joden daarna als gevangenen meenamen naar hun land. De Bijbel is het heilige boek van de christenen. De oudste teksten, het zogenaamde Oude Testament, dateren van voor de christelijke jaartelling en gaan deels over de ‘geschiedenis’ van de Israëlieten (‘Joden’). In hoeverre die verhalen ook op ware feiten zijn gebaseerd blijft een belangrijk punt van discussie. Sommige historici stellen zelfs het bestaan van Salomo zelf in vraag. De tekst hierboven uit het Eerste Boek der Koningen dateert vermoedelijk uit de 7e of 6e eeuw v.C.

kij

• Welk beeld krijg je van het paleis van Salomo op basis van deze Bijbelse tekst?

In

• Lees de informatie bij de tekst. Geef een argument waarom deze tekst misschien niet (helemaal) betrouwbaar is.

Naam:

24

LES 4 Oudere samenlevingen in het Middellandse Zeegebied

Klas:

Nummer:


Helaas zijn er (…) geen bewijzen dat de grote koning ooit over een machtig rijk heeft geregeerd. Bijbelwetenschappers hebben Salomo’s heerschap­pij gedateerd in de 10e eeuw voor Christus. Maar als de Egyptenaren al afwisten van een machtig heerser op hun oostelijke flank, dan achtten ze hem in elk geval geen vermelding waard in de talloze geschrif­ten die ons uit de 10e eeuw van hen zijn overgeble­ven. En na meer dan 150 jaar graven in Palestina hebben archeologen helaas nog geen spoor van koning Salomo’s indrukwekkende bouwwerken teruggevonden. (…) Volgens Herzog [een bekende archeoloog] blijkt uit archeologische vondsten op vele plaatsen dat de periode onder David en diens zoon Salomo –door de Bijbel voorgesteld als het hoogtepunt van Israëls politieke, economische en militaire macht in de eer­ste ijzertijd –in werkelijkheid weinig voorstelde. (…) Vermoedelijk was Jeruzalem onder David en Salomo een bescheiden stad, met misschien een kleine burcht voor de koning, schrijft Herzog in Ha’aretz [een Israëlische krant]. Maar in geen geval de hoofd­stad van een rijk zoals de Bijbel het beschrijft.

aa

r

Uit: Hilde Van den Eynde, De Bijbel ondergraven, in: De Standaard, 21 februari 2000

In

kij

ke x

em

pl

• Geef twee redenen waarom het beeld uit de Bijbel waarschijnlijk niet juist is.

Naam:

Klas:

Nummer:

B Een eerste kennismaking met het Middellandse Zeegebied

25


5 SCHEMA

De Minoïsche samenleving

Kaartnr(s).

1 De Minoïsche samenleving bloeit tussen de 20e en de 14e eeuw v.C.

r

Evans  Minoïsche geschiedenis  3 periodes (tussen 34e eeuw v.C. en 15e eeuw v.C.):

aa

• •

pl

•

em

Tegenwoordig: •

•

ke x

•

Het begrip

verwijst naar de resten van de vele ‘paleizen’ op het eiland.

kij

Wel discussie over de juiste afbakening van die verschillende periodes (ca. 20e eeuw v.C. - ca. 15e eeuw v.C.)  hoogtepunt Minoïsche

In

samenleving

2 De opkomst en de ondergang van de Minoïsche samenleving Ca. 7000 v.C.  eerste permanente bewoners op Kreta  veel onduidelijkheid: • • •

Naam:

26

LES 5 De Minoïsche samenleving

Klas:

Nummer:


Vanaf vierde millennium v.C.  bevolkingstoename en ontstaan van nieuwe en steeds grotere nederzettingen/paleizen (o.a. Knossos) Paleizen  vermoedelijk zelfstandige ‘staatjes’ Tussen 20e en de 15e eeuw v.C.  bloeiende centra van handel, industrie en kunst. Toch veel paleizen  meermaals verwoest Oorzaken: Vanaf 15e eeuw v.C. komst

r

3 Enkele kenmerken van de Minoïsche cultuur

aa

Kretenzers 

pl

Door handelscontacten, o.a. met het oude Egypte  Bv. Kretenzisch beeldschrift  gebaseerd op Egyptische hiërogliefenschrift? Later  eigen schrift (Lineair A); nog niet ontcijferd Mykeners  nieuw schrift (Lineair B); wel ontcijferd

em

Bewijs voor belang handel  meeste paleizen: Aanvankelijk verschillende paleizen 

ke x

Toch: Bv. alle paleizen  ± zelfde grondplan en zelfde stijl Geen enkel paleis ommuurd  Minoïsche samenleving = vreedzaam? = ‘hoofdstad’

kij

Later meer centraal bestuur 

4 Recent onderzoek brengt nieuwe visies aan, maar vele vragen blijven onbeantwoord

In

Geschiedenis oude Kreta = mysterieus (weinig bronnen) Bv. dagelijkse leven? sociale verhoudingen? Archeologische vondsten  verschillende interpretaties Bv. • Veel afbeeldingen van vrouwen  vrouwen belangrijk? • Is de Minoïsche cultuur wel zo geweldloos? (Vondsten van mensenoffers en zelfs vormen van kannibalisme) • Heersten de Kretenzers wel over een écht zeerijk? • Mykeners  Kreta in één keer veroverd of er zich geleidelijk gevestigd? • ...

Naam:

Klas:

Nummer:

B Een eerste kennismaking met het Middellandse Zeegebied

27


OPDRACHT 1

Lees bron 1 op blz. 24 in je leerboek. • Geef twee argumenten waarom je dit verhaal niet als geloofwaardig kunt beschouwen.

Bekijk deze afbeeldingen (zie ook bron 2 op blz. 24 in je leerboek).

aa

OPDRACHT 2

r

• Zoek op wie de mythologische architect is van het Labyrint. (Hij was ook degene die de houten koe voor de vrouw van Minos had ontworpen.)

B

kij

ke x

em

pl

A

In

• Geef twee redenen waarom men aan de Minoïsche samenleving het verhaal van de Minotauros heeft verbonden.

Naam:

28

LES 5 De Minoïsche samenleving

Klas:

Nummer:


OPDRACHT 3

Lees onderstaande tekst.

ke x

em

pl

aa

r

Een van de problemen die we hebben met het huidige Knossos is dat Evans het [paleis] gereconstrueerd heeft in overeenstemming met zijn eigen theorieën over de ‘betekenis’ ervan. Hij stelde vast dat er in Knossos geen defensieve muren waren, zag de vele afbeeldingen van godinnen en stieren-aanbidding, legde verbanden met de mythe van de Minotaurus en kwam tot de conclusie dat er een zekere waarheid moest zitten in het verhaal van Theseus en Ariadne. Overeenkomstig met de mode van de dag, besloot hij dat Knossos een pacifistisch [vredelievend], matriarchaal [geleid door vrouwen] koninkrijk was, vol met godinnen-aanbidders. De [afbeeldingen van] vrouwen met ontbloot bovenlijf suggereerden aan anderen dan weer een hippie-samenleving die genoot van ‘een vrij en goed-gebalanceerd seksleven’, waarin naar alle waarschijnlijkheid ‘soms drugs werden gebruikt om een gevoel van verheffing, bezetenheid en trance te bekomen’. Dit allemaal in scherp contrast met die verschrikkelijke, onevenwichtige, ongedrogeerde Mykeners. Het eerste fresco dat Evans blootlegde werd onmiddellijk uitgeroepen tot [een afbeelding van] Ariadne (in feite was het mannelijk); zodra de ruimte werd opgegraven waarin zich een gipsen zetel bevond, werd het een ‘troonzaal’; (…) Een van de gerestaureerde fresco’s van een vrouwengezicht werd (gedurfd) getiteld ‘La Parisienne’ –het hoogtepunt van Franse verfijning. Evans was erop uit aan te tonen dat de Minoïsche beschaving ‘in één klap het beginpunt en het vroegste stadium was in de ontwikkeling van de Europese beschaving’ en dat koning Minos ‘een welwillende heerser was, een beschermer van de kunsten, stichter van paleizen, oprichter van een geciviliseerde heerschappij’. Maar hoe vallen dan de Minotaurus en het labyrint te verklaren? Evans stelde dat die [verhalen] het resultaat waren van Atheense propaganda (…). Evans nam de Zwitserse kunstenaar en restaurateur Émile Gilliéreron in dienst, en later ook diens zoon, om de [gevonden] frescofragmenten en voorwerpen te herstellen. Zij vormden die zaken perfect tot wat Evans wilde zien. In 1929 bracht [de Britse schrijver] Evelyn Waugh een bezoek aan Knossos en verkondigde dat het niet gemakkelijk was om de Minoïsche schilderkunst naar verdienste te schatten omdat ‘alleen maar een paar vierkante centimeters van de enorme ruimte die ons werd getoond ouder zijn dan de laatste twintig jaar, (…)

kij

Uit: PETER JONES, Eureka! Everything you ever wanted to know about the Ancient Greeks, but were afraid to ask, 2014 Peter Jones (°1942) is een Brits classicus en auteur van talrijke boeken over de Klassieke Oudheid

In

Duid de juiste stellingen aan. • De ruïnes van Knossos zoals je ze vandaag kunt bezoeken zijn min of meer in de huidige staat opgegraven. • Evans reconstrueerde Knossos zoals hij dacht of hoopte dat het er moet hebben uitgezien. • De archeologische site van Knossos is een wetenschappelijk onderbouwde reconstructie van het Minoïsche origineel. • Het beeld dat we hebben van het verleden leert ons soms meer over diegene die dat beeld mee bepaald heeft dan over het eigenlijke verleden zelf.

Naam:

Klas:

Nummer:

B Een eerste kennismaking met het Middellandse Zeegebied

29


6 SCHEMA

C

De bloei van de Griekse wereld

Mykeners, de eerste Grieken Kaartnr(s).

1 De komst van de Grieken

r

• Ca. 2000 v.C.: Griekssprekenden  Grieks vasteland  naam Mykeners

aa

• Belangrijkste vindplaats • Bronstijd

pl

zware muren + bronzen wapenrustingen

 oorlog?

em

Mykeense huursoldaten

ke x

• Bloei ca. 1600 - ca. 1200 • Aantal vorstendommen?

2 Het Lineair B getuigt van Griekse aanwezigheid op Kreta

 lineair A-tabletten = geen Grieks

kij

• Taal: lineair B-tabletten = vroeg-Grieks veel lineair B-tabletten op Kreta

van Kreta?

In

 Griekse/Mykeense

• Midden 14e eeuw v.C.: Mykene leider van de Griekse wereld • Op lineair B-tabletten vooral aantekeningen

 paleiseconomie?

• Veel goud/rijkdom  Griekenland is arm? !  Plundertochten? Handel?

Naam:

30

LES 6 Mykeners, de eerste Grieken

Klas:

Nummer:


3 Mykene heeft handelscontacten met Kreta, Egypte en het Nabije Oosten Egypte Kusten Nabije Oosten Cyprus

 Mykene/Griekenland  netwerk

Zuid-Italië (kolonies) Invloed cultuur van Kreta/Egypte  Mykeense cultuur

Natuurlijke rijkdom uitgeput? Overbevolking? Oorlog tussen Mykeense vorsten? Vreemde invallers?

ke x

• • • •

em

Waarom?

en Mesopotamië

pl

• politiek verval in • Mykeense paleiseconomie

aa

Ca. 1250-1000 v.C. netwerk verzwakt door:

r

4 Mykene gaat ten onder in oorlogen en migraties

Zeker :

kij

• Mykeense centra • Ronddolende groepen op zee • Grieken verhuizen naar kusten Turkije.

Gevolgen: luxueuze cultuur verdwijnt, Lineair B in onbruik

In

De goden blijven.

5 Zeker of onzeker?

Naam:

Klas:

Nummer:

C De bloei van de Griekse wereld

31


OPDRACHT 1

Bestudeer aandachtig het kaartje en de legende in bron 1 op blz. 31 in je leerboek. • Over welke hedendaagse gebieden strekte de macht van de Mykeners zich uit?

• Geef drie hedendaagse steden die al bestonden in de Mykeense periode.

OPDRACHT 2

Bestudeer aandachtig bron 2 op blz. 32 in je leerboek.

pl

aa

r

• Waarom ligt Mykene op een hoogte?

EXTRA

Lees aandachtig het volgende verhaal over Klytaemnestra. Onderstreep daarna bij elke uitspraak de juiste naam.

ke x

OPDRACHT 3

em

• Waaraan kun je zien dat de Mykeners zich willen beschermen?

In

kij

Zij blijft tot de verbeelding spreken, Klytaemnestra, vrouw van Agamemnon, heerser van Mykene. Agamemnon was de leider van de Mykeense vorsten die Troje belegerden (zie ook Les 7). Volgens vele Griekse auteurs was de oorlog tussen de Grieken (of Mykeners) en de Trojanen een oorlog voor een andere vrouw: de mooie Helena, de vrouw van Menelaos (broer van Agamemnon) en de zus van Klytaemnestra. Helena werd geschaakt door Paris en naar zijn vaderstad Troje meegevoerd. De Grieken maakten zich klaar om naar Troje uit te zeilen, maar er was geen wind, tot Agamemnon zijn dochter Iphigenia offerde aan Artemis. De wind stak op, de Grieken voeren uit. Klytaemnestra bleef achter, verscheurd van woede en verdriet om de dood van haar dochter. Tien jaar duurde de oorlog. Intussen begon Klytaemnestra een affaire met Aegisthus. Die haatte Agamemnon en zijn hele familie omdat Agamemnons vader Aegisthus’ vader had vermoord. Wanneer Agamemnon terugkeert uit de Trojaanse oorlog, wordt hij door Aegisthus en Klytaemnestra in zijn bad vermoord. Natuurlijk blijft die moord niet ongewroken, maar dat is alweer een ander verhaal.

Naam:

32

LES 6 Mykeners, de eerste Grieken

Klas:

Nummer:


• Agamemnon was de heerser van Athene / Mykene / Sparta. • Klytaemnestra was de vrouw van Menelaos / Paris / Agamemnon. • Helena was de vrouw van Menelaos / Paris / Agamemnon. • Paris ontvoerde Klytaemnestra / Helena / Iphigenia. • Om de wind te doen opsteken, werd Klytaemnestra / Helena / Iphigenia geofferd. • Klytaemnestra heeft een minnaar: Menelaos / Aegisthus / Paris.

r

• Klytaemnestra vermoordt Menelaos / Paris / Agamemnon.

Los deze opdracht op met behulp van bron 4A en 4B op blz. 34 in je leerboek. Onderstreep telkens het juiste antwoord.

aa

OPDRACHT 4

pl

• Wie gaf de Grieken de naam Grieken? De Grieken zelf / de Romeinen / de historici.

em

• Waarvoor werd het lineair B vooral gebruikt?

Om te bewaren / om lijsten van voorraden bij te houden / om te bakken.

In

kij

ke x

• Leg uit: “Het is een geluk bij een ongeluk dat we uit de Mykeense tijd nog kleitabletten hebben.” Welke van deze verklaringen is juist? a Omdat het zo ongelukkig lang geleden is dat ze gemaakt zijn, is het een geluk dat archeologen ze ontdekt hebben. b Per ongeluk werd de bovenste laag van die tabletten gewist. Door het bakken bij de brand zijn de inkervingen opnieuw leesbaar geworden. c Dat die paleizen of burchten door een brand werden verwoest, is een ongeluk. Maar door dat ongeluk werden de tabletten gebakken. Een geluk, want daardoor kunnen we ze nu nog lezen.

OPDRACHT 5

Bestudeer bron 5A en 5B op blz. 34 in je leerboek. • Zoek op wat een ‘hiërarchie’ is.

• Zoek op wat een ‘klassensysteem’ is.

Naam:

Klas:

Nummer:

C De bloei van de Griekse wereld

33


• Waarover zijn beide bronnen het eens?

In

kij

ke x

em

pl

aa

r

• Wat zou je uit beide teksten kunnen besluiten?

Naam:

34

LES 6 Mykeners, de eerste Grieken

Klas:

Nummer:


7 SCHEMA

De Grieken: politiek verdeeld, cultureel één

Kaartnr(s).

1 Hellas bestaat uit afzonderlijke, zelfstandige poleis

Reliëf:

Polis

ke x

Bestaat uit

em

pl

 geen grote gemeenschappen  ontstaan van kleine boerennederzettingen  burcht op hoge rots of helling

aa

r

Hellas =

• Openbare gebouwen: • Produceert zijn eigen voedsel en gebruiksvoorwerpen • Elke polis: eigen bestuur, wetgeving, leger en rechtspraak

kij

Kenmerken

2 Hellas vormt een eenheid op cultureel gebied

In

Homeros • Dichter uit 800 v.C. • Schrijver van heldendichten: • Belangrijke rol van Homeros in Griekse cultuur: • Teksten tonen de juiste deugden:

• • Beschrijving Griekse goden 

Naam:

Klas:

Nummer:

C De bloei van de Griekse wereld

35


Culturele eenheid • Gemeenschappelijke godsdienst: • Eén taal: • Overal ongeveer dezelfde kunststijl Cultureel één

aa

r

Politiek verscheiden

Raadpleeg bron 2A op blz. 37 in je leerboek. Welke vijf zaken moet je volgens Pausanias zeker in een polis aantreffen?

OPDRACHT 2

Vergelijk de oppervlakten van Athena (Attika) en Korinthe met die van Vlaanderen, jouw provincie en jouw gemeente. Zoek zelf de juiste gegevens.

ke x

em

pl

OPDRACHT 1

Korinthe

2550 km²

880 km²

Vlaanderen

Jouw provincie

Jouw gemeente

In

kij

Athene (Attika)

Besluit: De Griekse stadsstaten hebben in vergelijking met onze huidige regio een grote oppervlakte. Juist / fout (schrap wat niet past).

Naam:

36

LES 7 De Grieken: politiek verdeeld, cultureel één

Klas:

Nummer:


Bekijk de afbeelding en lees bron 4D in je leerboek op blz. 38.

aa

r

OPDRACHT 3

em

pl

Op welke manier slagen de Grieken volgens Homeros erin om Troje te verwoesten?

OPDRACHT 4

Los de oefening op met behulp van bron 5 op blz. 38 in je leerboek. Maak ook gebruik van de lestekst. Is de uitspraak juist of fout? Kruis aan.

kij

EXTRA

ke x

Zoek op wat een ‘Trojaans paard’ is in de computerwereld. Waarom zou het die benaming gekregen hebben?

Juist

Fout

In

De Grieken vereren dezelfde goden. Alle Grieken beseffen dat zij in één grote staat (Hellas) wonen. Taal vormt geen bindmiddel tussen de bewoners van de verschillende poleis. Alle poleis hebben hetzelfde politieke bestuur. Alle bewoners van Hellas vertonen dezelfde culturele gewoonten.

Naam:

Klas:

Nummer:

C De bloei van de Griekse wereld

37


1 De Grieken lossen een aantal samenlevingsproblemen op door te koloniseren Oorzaken kolonisatie • Tekort aan vruchtbare grond • Bevolkingstoename • De meeste grond is van grootgrondbezitters

em

Oplossing

pl

Gevolg

r

SCHEMA

Kaartnr(s).

aa

8

De Griekse kolonisatie (750-550 v.C.)

Op zoek naar nieuwe landbouwgronden  stichten van

ke x

Kolonie

• Griekse moederpolis sticht overzee een nieuwe polis = • Politiek onafhankelijk Kolonies in latere tijden

kij

Griekse kolonie

In

Bestuurt zichzelf

2 De Griekse kolonies zorgen voor nieuwe handelsrelaties Kolonisatie tussen 750 v.C. en 550 v.C. Exploitatiekolonies

Mijnbouw, landbouw of veeteelt

Handelskolonies

Steun- en verbindingspunten voor handel

Naam:

38

LES 8 De Griekse kolonisatie (750-550 v.C.)

Klas:

Nummer:


Invloed van de kolonisatie op de economie • Handelscontacten tussen moederpolis en dochterpolis • Nijverheid in moederpolis • Nieuwe groep rijken = eisen deelname aan bestuur Dochterpolis / kolonie

Moederpolis

Grondstoffen:

Afgewerkte producten:

Exporteren (= uitvoeren)

/

aa

Nijverheid

r

Grondstoffen verwerken tot

pl

Importeren (= invoeren)

em

3 De kolonisatie verspreidt en verandert de Griekse cultuur Gevolgen van de kolonisatie

ke x

• Verspreiding van de Griekse cultuur:

• Grieken nemen dingen over van andere volkeren:

Bestudeer bron 1 op blz. 40 in je leerboek. Zet een kruisje achter de uitspraken die juist zijn.

In

OPDRACHT 1

kij

• Voldoende voedsel  geen nieuwe kolonies nodig

Er ontstaat een conflict tussen slaven en boeren. Er ontstaat een conflict tussen de grondadel en het gewone volk. De boeren moeten pacht betalen aan de grondadel. De boeren bezitten het overgrote deel van de landbouwgronden. Schuldslavernij betekent: slaaf worden omdat je je verplichtingen tegenover een rijke edelman niet nakomt. De grondadel is de kleinste groep, maar bezit de meeste landbouwgronden.

Naam:

Klas:

Nummer:

C De bloei van de Griekse wereld

39


OPDRACHT 2

Raadpleeg bron 2 op blz. 40 in je leerboek. Onderstreep wat juist is. • De kolonisatie door de Theraiers heeft een economische / politieke / sociale / culturele reden. • De kolonisten zijn vrijwilligers / Libiërs / gedwongen Theraiers / terdoodveroordeelden / piraten.

OPDRACHT 4

Carthago

Massilia

Nikaea

aa

Gades

pl

Byzantion

r

Bekijk bron 3 op blz. 41 in je leerboek. Hieronder staan vijf namen van steden die je op de kaart terugvindt. Drie ervan werden gesticht door de Grieken. Omcirkel ze en geef hun actuele naam.

Bestudeer bron 4 op blz. 41 in je leerboek. Vul de tabel aan. Handelswaar

em

OPDRACHT 3

Streek van herkomst

ijzer slaven

OPDRACHT 5

Juist of fout? Kruis aan. Leg mondeling uit waarom.

In

EXTRA

kij

koper

ke x

Sicilië (Italië), Oekraïne, Egypte, Libië

Juist

Door de Griekse kolonisatie verspreidt de Griekse cultuur zich over de Middellandse Zee. De kolonisten onderhouden geen contact met het moederland. Door de Griekse kolonisatie ontstaan er nieuwe handelsrelaties. De Grieken nemen niets van anderen over. De kolonisatie zorgt voor nieuwe sociale problemen.

Naam:

40

LES 8 De Griekse kolonisatie (750-550 v.C.)

Klas:

Nummer:

Fout


1 Handel en transport zorgen voor een bloeiende nijverheid Oorspronkelijk

Boeren en veetelers

Probleem

Gebrek aan vruchtbare grond en grootgrondbezit

r

SCHEMA

Kaartnr(s).

aa

9

De Griekse economie

Oplossing

Amforen en kruiken voor transport van olie en wijn

Scheepsbouw en havenaanleg

Bouwsector en marmerwinning

em

pl

Invoer van grondstoffen en uitvoer van gebruiks- en luxevoorwerpen

Bloeiende nijverheid en arbeidsspecialisatie

ke x

Gevolg

2 De handel schept een geldeconomie Oorspronkelijk

Ruilhandel

kij

Door kolonisatie Probleem

Moeilijk om ruilwaarde te bepalen

In

Oplossing

Probleem

Elke polis heeft zijn eigen munt.

Oplossing

Naam:

Klas:

Nummer:

C De bloei van de Griekse wereld

41


3 De rijken controleren de economie Rijken • bezitten grond, kapitaal, schepen, bedrijven • kopen grondstoffen • verkopen afgewerkte producten • hun huis is de draaischijf van de meeste economische activiteiten Ambachtslieden, boeren en slaven • werken voor rijken

Bestudeer bron 1 op blz. 43 in je leerboek.

r

OPDRACHT 1

aa

• Welke bron is bruikbaar om iets te leren over: de oogst van olijven

het weven van stoffen

em

het atelier van een pottenbakker

pl

de productie van wapens

ke x

• Welke activiteit wordt door vrouwen uitgeoefend?

Bekijk bron 3 op blz. 44 in je leerboek. • Waarvoor zou het aardewerk gediend hebben, denk je?

In

OPDRACHT 2

kij

• Zijn deze bronnen primair of secundair? Onderlijn. • Situeer de bronnen in de tijd en de ruimte.

• Geef de naam van zes hedendaagse landen waarnaar Griekse producten werden uitgevoerd. Twee ervan moeten buiten Europa liggen.

Naam:

42

LES 9 De Griekse economie

Klas:

Nummer:


r

• Waarom werd er zoveel Grieks aardewerk langs rivieren teruggevonden, denk je?

OPDRACHT 3

em

pl

aa

• Welke rivieren hebben de Grieken zeker bevaren? Geef drie voorbeelden.

Lees bron 2 op blz. 43 in je leerboek.

1=

ke x

• Elke letter in de tekst komt overeen met een cijfer op de tekening. Zoek uit wat bij elkaar hoort.

2=

3=

4=

5=

6=

7=

8=

In

kij

• Waarom werden de lange muren gebouwd?

OPDRACHT 4

Bekijk bron 4 op blz. 44 in je leerboek.

• Welk betaalmiddel gebruiken de Grieken voor de invoering van geld?

• Gebruiken alle Griekse stadstaten dezelfde munt? Ja / nee. • Hoe wordt de waarde van de Griekse munten bepaald, denk je?

Naam:

Klas:

Nummer:

C De bloei van de Griekse wereld

43


• Waarom denk je dat Griekenland voor de ‘Atheense uil’ gekozen heeft op het muntstuk van 1 euro?

OPDRACHT 5 EXTRA

De overgang van een ruileconomie naar een geldeconomie ging niet overal even snel. In meerdere talen vinden we nog sporen van de ruileconomie. Hieruit kun je afleiden welke producten als belangrijke ruilmiddelen werden gebruikt. Vul in. Ruilmiddel

r

Pecunia is het Latijnse woord voor geld. Het is afgeleid van pecus, wat vee betekent.

aa

In het Nederlandse salaris herken je het Latijnse woord sal, wat zout betekent.

pl

Het Engelse ‘fee’ (fooi, vergoeding) is verwant met het woord vee.

OPDRACHT 6

Juist of fout? Duid aan.

Juist

ke x

EXTRA

em

• Waarom is betalen met geld makkelijker dan betalen met vee of zout?

Het gebruik van geld vergemakkelijkt de handel tussen alle poleis. De Grieken nemen ook zaken van andere volkeren over.

kij

De Grieken hebben een handelsvloot, maar geen oorlogsvloot. De kolonisatie schept geen nieuwe economische mogelijkheden.

In

Transport is een onbelangrijk onderdeel van de Griekse economie. Griekse pottenbakkers zouden vandaag producenten van verpakkingsmiddelen kunnen zijn. Adel, handelaars en ondernemers beschikken over alle productiemiddelen. Geldwisselaars vervullen een onbelangrijke functie in de Griekse handelsbetrekkingen. De kleine boer koopt meestal de grondstoffen om een product te maken. Ruilhandel is eenvoudiger dan een geldeconomie.

Naam:

44

LES 9 De Griekse economie

Klas:

Nummer:

Fout


10 SCHEMA

Het ontstaan van de democratie (Athene)

Kaartnr(s).

1 De macht van de adel wordt betwist

aa

r

Koningen • Oorspronkelijk in de meeste poleis • 8e eeuw: uit meeste poleis verdwenen Aristocratie

pl

•

em

• Aristoi = Macht wordt betwist

•

ke x

•

willen kwijtschelding schulden + herverdeling grond

Oplossing: Solon = adellijke bestuurder in 594 v.C.

In

kij

• Bevrijdt schuldslaven  vervangen door • Verdeling in vier klassen naargelang van rijkdom. Hoe rijker, hoe meer macht: • Rijken (eerste twee klassen) mogen polis besturen. • Alle mannelijke burgers zitten in volksvergadering.

Tirannie

grijpt de macht  titel: ‘tyrannis’ (546 v.C.) • zorgt voor werk in nijverheid en bouwsector = goede tiran. • helpt kleine boeren.

Naam:

Klas:

Nummer:

C De bloei van de Griekse wereld

45


2 De democratie in de stadstaat Athene Democratie vanaf 508 v.C., ingevoerd door Kleisthenes Verklaring: democratie is een bestuursvorm. • betekent ‘volksheerschappij’ • het volk

em

pl

Democratie is beperkt • enkel mannelijke burgers • geen vrouwen, slaven, vreemdelingen

aa

Volksvergadering (‘ecclesia’) • elke mannelijke burger ouder dan twintig • veertig vergaderingen per jaar • beslist over nieuwe wetten • beslist over oorlog of vrede

r

Raad van Vijfhonderd (‘boulè’) • via loting aangeduid • bereiden volksvergadering voor

Lees bron 1A op blz. 46 in je leerboek. • Op wie heeft Aristophanes kritiek?

kij

OPDRACHT 1

ke x

! In het begin worden leden niet betaald 

In

Lees bron 1B op blz. 46 in je leerboek. • Hoeveel burgers nemen aan de volksvergadering deel in de 5e eeuw v.C.? Onderstreep het juiste antwoord. iedereen – de helft – een kwart – een vijfde – een tiende – niemand

Naam:

46

LES 10

Klas: Het ontstaan van de democratie (Athene)

Nummer:


OPDRACHT 2

• Bekijk bron 2 op blz. 47 in je leerboek. Geef een aantal begrippen die het woord ‘tiran’ bij jou oproepen. Vergelijk jouw visie met wat de lestekst je leert over de Griekse ‘tiran’. Jouw visie

De Griekse ‘tiran’

pl

aa

r

• Het begrip ‘tiran’ heeft tegenwoordig een negatieve (slechte) bijklank (vergelijk met jouw antwoord hierboven). Zou je Pisistratos (zie lestekst) als ‘slecht’ beoordelen?

Lees bron 3 op blz. 47 in je leerboek. • Wat is een lijkrede?

In

kij

OPDRACHT 3

ke x

em

• Onderstreep het juiste woord. De voorstanders / tegenstanders van de tirannie hebben de stèle opgericht.

• Voor wie, bij welke begrafenis werd deze lijkrede gehouden?

• Waarom heet de staatsvorm in Athene, volgens Thucydides, een democratie?

• Onderstreep het juiste woord. Armen mogen niet / wel aan de democratie deelnemen.

Naam:

Klas:

Nummer:

C De bloei van de Griekse wereld

47


11 SCHEMA

De Atheners zijn niet gelijk

Kaartnr(s).

1

r

2

Bevolkingsgroep

Kenmerken

aa

3

Plichten

pl

• Inwoners die altijd in Athene hebben gewoond

Burgers

em

• Beide ouders moeten van Athene zijn. • Mannelijke burgers:

ke x

• Vrouwelijke burgers:

•

• Man baas over de vrouw

kij

• Een van de ouders niet van Athene

In

Nietburgers

•

• Mensen van buiten de polis • Toestemming om langere tijd in polis te wonen  • Mogen geen grond bezitten  werken in

• Staan onder toezicht van burger.

Naam:

48

LES 11 De Atheners zijn niet gelijk

Klas:

Nummer:


Bevolkingsgroep

Kenmerken

Plichten

Soorten slaven • Schuldslaven:

• Oorlogsslaven:

aa

r

• Gekochte slaven:

pl

• Mijnslaven en staatsslaven:

Nietburgers

em

• Huisslaven:

Werken voor de rijken of voor de stadstaat.

Kenmerken

ke x

• Mag geen kinderen hebben. • Soms seksueel misbruikt

In

kij

• Soms vrijgelaten

Slavernij vandaag slavernij Soorten slavernij: dwangarbeid,

Naam:

Voordeel van het bezit van slaven • Rijke burgers moeten niet meer werken. • Tijd voor andere dingen zoals

maar wereldwijd

huwelijk,

miljoen

, prostitutie

Klas:

Nummer:

C De bloei van de Griekse wereld

49


OPDRACHT 2

Bestudeer bron 1 en 2 op blz. 50 in je leerboek. • Maakt de Belgische grondwet een onderscheid tussen de Belgen?

r

• Mag men volgens de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens een onderscheid maken tussen mensen?

Bestudeer bron 3 op blz. 50-51 in je leerboek. • Leg met je eigen woorden uit hoe mensen in schuldslavernij geraken.

In

kij

ke x

OPDRACHT 3

em

pl

aa

• Zijn alle mensen vandaag gelijk? Worden alle mensen gelijk behandeld? Motiveer je antwoord.

• Schrijf een verhaaltje dat aantoont hoe mensen in schuldslavernij geraken. Gebruik daarbij de volgende woorden: India – arme familie – vader – ongeval – één week ziekenhuis – rijke buurman – eigenaar van een tapijtweverij – lening.

Naam:

50

LES 11 De Atheners zijn niet gelijk

Klas:

Nummer:


12 SCHEMA

De Spartaanse militaire oligarchie

Kaartnr(s).

1 In vele poleis neemt de adel de macht van de koning over

r

In de meeste poleis ligt de politieke macht bij adel of grootgrondbezitters. Er blijven wel vaak koningen bestaan, maar die hebben meestal weinig macht.

pl

aa

Gewone vrije burgers = volksvergadering (kiest uit adel bestuurders van polis voor bepaalde tijd)

em

2 De Spartanen heersen over perioiken en heloten • Wie?

• Opgeleid tot militairen

ke x

• Wie? Mensen die op Spartaans grondgebied wonen. • Ze zijn vrij, mogen grond bezitten. • Maar: geen politieke rechten

kij

• Werken als

In

• Wie? • Grootste bevolkingsgroep •

= geen rechten, werken voor Spartanen

Militarisme =

Naam:

Klas:

Nummer:

C De bloei van de Griekse wereld

51


3 In Sparta regeert een kleine groep vooraanstaanden De Spartaanse wetgeving wordt toegeschreven aan

.

Bestuursorganen Bestuursorgaan

Aantal en leeftijd

Bevoegdheid (taak)

Koningen Raad van de Ouden

• Wetten maken

r

• Hoogste rechtbank

aa

• Voor het leven gekozen

Eforen (opzichters)

• Wetten uitvoeren

ke x

Volksvergadering

em

pl

•

• Wetten goed- of afkeuren • Benoemen eforen

Oligarchie

kij

=

Peloponnesische Bond

In

= militair bondgenootschap tussen Sparta en • Sparta: geeft bescherming en veiligheid. • bondgenoten: geven

Naam:

52

LES 12 De Spartaanse militaire oligarchie

+ erkennen

Klas:

Nummer:


OPDRACHT 1

Bestudeer bron 1 op blz. 55 in je leerboek. Zet een kruisje in het juiste vakje. Onafhankelijk lid van de Peloponnesische Bond

Onder Spartaanse controle

Onafhankelijk

Argolis Arkadië Attika Elis Korinthe

aa

Bestudeer bron 2 op blz. 56 in je leerboek.

© Renata Sedmakova/Shutterstock.com

In

kij

ke x

em

pl

OPDRACHT 2

r

Messenië

Standbeeld van Lykourgos in het Justitiepaleis van Brussel

Leg uit waarom men dit standbeeld in een gerechtsgebouw plaatst.

Lees A en B. Beantwoord de volgende vragen. • Hoeveel eeuwen verlopen er tussen de gebeurtenissen en de periode dat Ploutarchos leeft? Meer dan

Naam:

Klas:

Nummer:

C De bloei van de Griekse wereld

53


Beantwoord de vragen en argumenteer of deze tekst van Ploutarchos betrouwbaar is.

Ja

Is de bron daardoor meer of minder betrouwbaar?

Nee

meer / minder

Vermeldt Ploutarchos zijn bronnen?

meer / minder

Zijn de bronnen van Ploutarchos duidelijk?

meer / minder

Op welke wijze gebruikt Ploutarchos zijn bronnen? Onderzoekt hij ze op een kritische manier?

meer / minder

Heeft Ploutarchos een bijbedoeling bij het schrijven van dit verhaal?

meer / minder

aa

r

Beschikt Ploutarchos over voldoende bronnen?

pl

Besluit: Is deze tekst van Ploutarchos betrouwbaar of niet? Welke van de drie volgende antwoorden is volgens jou juist? Juist

Fout

em

Alhoewel Ploutarchos zijn best doet om een geloofwaardig verhaal te schrijven, moet je toch heel erg oppassen. Hij geeft zelf toe dat het heel moeilijk is om te achterhalen wat er precies is gebeurd. Alhoewel Ploutarchos Lykourgos heeft gekend, moet je toch oppassen. Hij heeft namelijk een bijbedoeling bij het schrijven van het verhaal.

Bestudeer bron 3 op blz. 57 in je leerboek. Zet een kruisje in het juiste vakje.

kij

OPDRACHT 3

ke x

Alhoewel Ploutarchos over voldoende duidelijke bronnen beschikt, moet je toch heel erg oppassen. Hij leeft immers in Delphi en niet in Sparta.

In

Taak

Koningen

Raad van de Ouden

Eforen

Volksvergadering

Wetten uitvoeren Leger aanvoeren Wetten maken Controle uitoefenen Wetten goedkeuren / afkeuren Hoogste rechtbank

Naam:

54

LES 12 De Spartaanse militaire oligarchie

Klas:

Nummer:


OPDRACHT 4 EXTRA

In de linkerkolom vind je vier vragen en in de rechterkolom twee antwoorden. Verbind de antwoorden met de juiste vraag (er staan dus twee vragen te veel). 1 Waarom is de macht van de koningen beperkt?

a Omdat de verovering van LakoniĂŤ en MesseniĂŤ de Spartanen voldoende grond en arbeidskrachten levert voor hun levensonderhoud.

2 Waarom is Sparta een oligarchie? 3 Waarom koloniseren de Spartanen niet?

b Omdat het land bestuurd wordt door een zeer kleine groep mensen uit de bevoorrechte stand.

In

kij

ke x

em

pl

aa

r

4 Waarom zijn de heloten slaven?

Naam:

Klas:

Nummer:

C De bloei van de Griekse wereld

55


13 SCHEMA

De Perzische oorlogen (500-449 v.C.)

Kaartnr(s).

1 Het Perzische Rijk bedreigt Hellas Perzische Rijk

Hellas

r

Tegenstanders

pl

aa

Omvang

em

Politiek

ke x

Cultuur

Oorzaken van de oorlog

kij

• Perzische koning wil Hellas veroveren. .

In

• Hij wil controle over

546 v.C.

500 v.C.

492 v.C.

Eerste aanval mislukt:

Naam:

56

LES 13 De Perzische oorlogen (500-449 v.C.)

Klas:

Nummer:


2 De Perzische oorlogen geven Athene aanzien en macht Veldslag

Zeeslag

Overwinnaar

490 v.C. 480 v.C. 479 v.C.

r

449 v.C.

pl

aa

Verdeeldheid van de Grieken =

3 Door de Delisch-Attische Zeebond wordt Athene de leidende stadstaat

Doel:

em

Tweehonderd Griekse stadstaten zijn ‘lid’ van het bondgenootschap.

ke x

Athene  leiding  Waarom?

Delos:

kij

Attika:

Bondgenoten:

In

Machtsmisbruik van Athene

• Gebruiken geld om • Dulden niet dat

Naam:

Klas:

Nummer:

C De bloei van de Griekse wereld

57


OPDRACHT 1

“De anderen spreken er schande van”, riepen ze, “dat we de gemeenschappelijke kas van Delos naar Athene hebben overgebracht. Tot nu toe konden we ons tenminste verdedigen met het argument dat de angst voor de Perzen onze drijfveer is geweest en dat we het geld nu in volledige bewaring hebben, maar dat schitterende excuus heeft Perikles ons uit handen genomen. Griekenland voelt het als een ontzettende belediging, als een openlijke vorm van tirannie, om te moeten zien hoe wij van de verplichte oorlogsbijdragen onze stad verfraaien. (...)” Antwoord van Perikles: “We voeren toch oorlog voor hen? We houden de Perzen toch op een afstand voor hen? Nog geen paard, geen schip, geen soldaat dragen ze bij. Het enige wat zij moeten leveren, is geld. En geld is nu eenmaal niet van wie het betaalt, maar van wie het krijgt, zolang de laatste maar zijn verplichtingen nakomt. Onze stad voldoet op dit moment ruimschoots aan alle eisen die de oorlog stelt.”

aa

r

Bewerking van: Thucydides, Geschiedenis van de Peloponnesische oorlogen.

em

pl

• Wat verwijt men Perikles?

• Bewijs dat de aanklagers niet zozeer de andere Grieken verdedigen.

ke x

• Het oorspronkelijke doel van de Zeebond is verdwenen. Juist of fout? Motiveer je antwoord.

In

kij

• Geef de nieuwe taakverdeling binnen de Zeebond.

• Hoe zou het komen dat Perikles het geld op die manier durft aan te wenden?

• Gedraagt Perikles zich als leider van de Deltisch-Attische Zeebond democratisch? Motiveer je antwoord.

Naam:

58

LES 13 De Perzische oorlogen (500-449 v.C.)

Klas:

Nummer:


• Zijn de volgende uitspraken juist of fout? Juist

Fout

De Perzische koning wil Hellas veroveren, omdat de Grieken de Perzische kusten onveilig maken. Op de Perzische kuststreek bevinden zich Griekse poleis. Athene is de sterkste landmacht van Hellas. De Delisch-Attische Zeebond werd opgericht, omdat men Athene wilde verfraaien.

Athene heeft geen imperialistische neigingen.

aa

De leden van de Delisch-Attische Zeebond zijn niet langer bondgenoten, maar onderdanen van Athene.

r

Delos is een stadstaat op Kreta.

pl

Als leider van de Delisch-Attische Zeebond gedraagt Athene zich heel democratisch. Sparta heeft in Hellas even veel invloed als Athene.

In

kij

ke x

em

Athene streeft naar meer macht en rijkdom.

Naam:

Klas:

Nummer:

C De bloei van de Griekse wereld

59


14 SCHEMA

De Peloponnesische oorlogen

Kaartnr(s).

1 Een groeiende spanning tussen Sparta en Athene leidt tot oorlog

aa

r

Oorzaken • Groeiende spanning tussen Sparta en Athene: Athene behaalt in zijn eentje de overwinning van de eerste Perzische oorlogen. • Tussen Athene en Sparta bestaan er een hele reeks tegenstellingen. Athene

Verspreidt democratie onder bondgenoten.

ke x

Politiek

em

Bondgenootschap

Sparta

pl

Tegenstellingen

kij

Sterkte

Vreest invloed te moeten inboeten.

In

Reden groeiende spanning

Aanleiding (= start van de oorlog)

Korinthe • bondgenoot van Sparta • een van de belangrijkste concurrenten van Athene in de handel • heeft een kolonie: Corcyra Corcyra • vindt dat het slecht behandeld wordt door zijn moederpolis • zoekt hulp bij Athene.

Naam:

60

LES 14 De Peloponnesische oorlogen

Klas:

.

Nummer:


Athene • helpt Corcyra. • Waarom?

Sparta • komt zijn bondgenoot Korinthe te hulp.

r

Gevolg

pl

Sparta verwoest Attika. Athene krijgt voedsel via haven en ommuurde weg. Atheense vloot teistert Peloponnesos. Sparta sluit voedseltoevoer van Athene af  rust vloot uit met Perzisch geld. Athene wil graantoevoer van Peloponnesos in Sicilië veroveren  loopt fout af. Athene geeft zich uitgehongerd over.

em

• • • • • •

aa

2 De Peloponnesische oorlogen maken een einde aan het Atheense overwicht

Lees bron 1 op blz. 61 in je leerboek. • Geef twee zaken die men Athene verwijt.

In

kij

OPDRACHT 1

ke x

De verzwakking van de Griekse poleis in de 4e eeuw v.C. • Poleis bestrijden Sparta en elkaar. • Poleis sluiten afwisselend bondgenootschappen met elkaar. • Perzen moedigen verdeeldheid aan.

• Wat verlangen de klagende poleis van Sparta, denk je?

Naam:

Klas:

Nummer:

C De bloei van de Griekse wereld

61


OPDRACHT 2

Lees bron 3 op blz. 62 in je leerboek. • Gaat het om een primaire of een secundaire bron?

• Waarom zou je de auteur als betrouwbaar kunnen beschouwen?

• Waarom willen de Meliërs zich niet overgeven?

• Op de steun van wie rekenen de Meliërs?

OPDRACHT 3

aa

em

pl

• Wat doet Athene nadien met de stad? Waarom?

r

• Welk voorstel doen de Meliërs? Wat is hun lot?

Onderstreep de juiste uitspraak.

EXTRA

zee

land

De militaire macht van Sparta ligt vooral op

zee

land

De economische kracht van Athene ligt vooral in

handel

landbouw

De economische kracht van Sparta steunt vooral op

kolonies

onderdrukking

Als twee honden vechten om een been, loopt een derde ermee heen.

klopt

klopt niet

De straf die Sparta Athene oplegt in 404 v.C. raakt Athene vooral

economisch

politiek

De overwinnaar in de strijd tussen Athene en Sparta is

Athene

Sparta

geen van beide

De inzet van de strijd is het overwicht in

DelischAttische Zeebond

Hellas

Peloponnesos

Na de oorlog vertonen de Griekse stadstaten

eenheid

verdeeldheid

Na de strijd zijn de Helleense poleis

versterkt

verzwakt

In

kij

ke x

De militaire macht van Athene ligt vooral op

Naam:

62

LES 14 De Peloponnesische oorlogen

Klas:

sociaal

cultureel

Nummer:


15 SCHEMA

De hellenistische rijken

Kaartnr(s).

1 Philippos II verenigt de Grieken

r

Philippos II (koning van Makedonië, bewonderaar van Griekse cultuur)

em

pl

aa

Beweegredenen:

Onderwerping van Griekenland: Sticht Korinthische Bond:

ke x

• Griekse poleis

• Aanvaarden Makedonische leiding.

kij

• Sparta

2 Alexander de Grote verovert een wereldrijk

In

• Verovert in vier jaar tijd Perzische Rijk + verwoest • Een Perzische legeraanvoerder vermoordt Perzische koning.  Alexander wordt opvolger.

• Droomt van wereldheerschappij  • Alexander sterft in 323 v.C.

Naam:

Klas:

Nummer:

C De bloei van de Griekse wereld

63


3 Het rijk van Alexander de Grote valt uiteen Bestuur Alexander

Democratische polis Burgers hebben politieke macht.

Hellenistische politiek

aa

r

Wat?

• Gemengde huwelijken

em

• Zelf huwt hij oosterse prinsessen.

pl

Hoe?

• Sticht nieuwe steden: Alexandrië met gemengde bevolking.

ke x

• Grieks wordt voertaal van

• Eenheidsmunt (Attische munt)

Uiteenvallen van rijk Alexander

kij

• Generaals bestrijden elkaar  • Vermenging mislukt.

In

• Enkel rijken profiteren van hellenistische bloei. • Onderlinge strijd  • Romeinen en oosterse volkeren 

Naam:

64

LES 15

Klas: De hellenistische rijken

Nummer:


Bestudeer de kaart (zie ook bron 3 op blz. 65 in je leerboek).

pl

aa

r

OPDRACHT 1

ke x

em

• De oppervlakte van het rijk van Alexander de Grote is ca. 6,2 miljoen km². Zoek op wat de oppervlakte van het huidige België is en bereken dan hoeveel keer het rijk van Alexander groter is dan ons land.

kij

• Geef acht hedendaagse landen die geheel of gedeeltelijk in het rijk van Alexander liggen. Zoek op in een atlas.

5

2

6

In

1

3

7

4

8

• Alexander begint in 334 v.C. aan zijn veroveringstocht. Hoe lang doet hij over de verovering van zijn wereldrijk?

Naam:

Klas:

Nummer:

C De bloei van de Griekse wereld

65


OPDRACHT 2

Lees deze bron en los de opdrachten op.

EXTRA

Als middel om de verbroedering tussen de volkeren van zijn rijk te bevorderen, heeft koning Alexander opdracht gegeven dat 30.000 Perzische jongelieden zullen worden onderwezen in het Grieks. De instructeurs (…) zullen niet alleen de Perzische jongelui Grieks moeten leren, maar ook moeten onderwijzen in lezen en schrijven van onze taal. Daarnaast zullen instructeurs worden aangesteld, die deze groep zullen moeten onderrichten in het gebruik van onze wapens en in onze gevechtstechnieken, zoals de falanx. (…) De koning gaat uit van het idee, dat het beter is het rijk door vriendschapsbanden en onderling begrip samen te binden, dan met wapengeweld.

r

Uit: Histokrant. De geschiedenis als aktualiteit, jaargang 1, nr. 15, 1973.

aa

• Waarom moeten Perzische jongeren Grieks kunnen lezen, schrijven en spreken?

em

pl

• Hoe probeert Alexander dat doel nog te bereiken?

ke x

• Zoek op wat het begrip ‘hellenisme’ betekent.

In

kij

• Is de bron een historische bron?

Naam:

66

LES 15

Klas: De hellenistische rijken

Nummer:


16

Historisch denken: Atlantis Kaartnr(s).

r

Neem de les over Atlantis in je leerboek op blz. 67. Hieronder krijg je ruimte om de opdrachten op te lossen.

Bronnen situeren Welke bronnen stammen niet uit de hedendaagse tijd? Antwoord door te omcirkelen. bron 1A – bron 1B – bron 1C – bron 2 – bron 3A – bron 3B – bron 3C – bron 4A – bron 4B

OPDRACHT 2

Bronnen bestuderen Geef voor elke bron om welke soort het gaat. Zet een kruisje in de tabel. Omcirkel in de tabel de bron die geen historisch werk is. Bron

em

pl

aa

OPDRACHT 1

Primaire bron

bron 1A

ke x

bron 1B

Secundaire bron

bron 1C bron 2

kij

bron 3A

bron 3B

In

bron 3C bron 4A

bron 4B

Naam:

Klas:

Nummer:

C De bloei van de Griekse wereld

67


OPDRACHT 3

Een historische vraag stellen We geven je drie historische vragen. • Geef voor elke vraag de bronnen die je nodig hebt om ze te beantwoorden. • Onderzoek of elke bron wel betrouwbaar is om de vraag te beantwoorden. Kijk daarbij naar de gegevens over de maker en waar en wanneer de bron gemaakt is. Je antwoordt door in de tabel het nummer van de bron te zetten en een kruisje te plaatsen bij betrouwbaar of onbetrouwbaar. Verder motiveer je waarom je dat vindt. Als bij een vraag dezelfde bron opduikt, hoef je die niet te herhalen. Vraag 1 Wat is Atlantis en wanneer zou het bestaan hebben?

pl

Motivering

Betrouwbaar

ke x

Motivering

em

Bron

Onbetrouwbaar

Betrouwbaar

Onbetrouwbaar

Betrouwbaar

Onbetrouwbaar

kij

Bron

Onbetrouwbaar

r

Betrouwbaar

aa

Bron

In

Motivering

Bron

Motivering

Naam:

68

LES 16

Klas: Historisch denken: Atlantis

Nummer:


Vraag 2 Ligt Atlantis aan de oorsprong van alle beschavingen? Bron

Betrouwbaar

Onbetrouwbaar

Motivering

Betrouwbaar

em

Bron

Betrouwbaar

Onbetrouwbaar

ke x

Motivering

Onbetrouwbaar

pl

Motivering

aa

Bron

r

Vraag 3 Is Atlantis een verzinsel?

In

kij

• Formuleer zelf een antwoord op vraag 3 hieronder.

• Formuleer zelf een vierde historische vraag (Ze mag op één van de andere lijken).

Naam:

Klas:

Nummer:

C De bloei van de Griekse wereld

69


Een beeld over het verleden vormen Omschrijf op basis van je onderzoek kort wat we onder Atlantis moeten verstaan. Hou daarbij rekening met de volgende hulpvragen: wat is Atlantis? Wie en wanneer schrijft voor het eerst over Atlantis? Wat beweren sommigen dat Atlantis was? Waarom kan daaraan getwijfeld worden? Antwoord eventueel op een apart blad.

OPDRACHT 5

Nadenken over een beeld van het verleden Zijn de volgende uitspraken juist of fout? • Mensen proberen soms aan overblijfselen die ze vinden verhalen uit het verleden te koppelen. Juist / fout. • Mensen passen het verhaal van Plato aan om te bewijzen dat ze Atlantis gevonden hebben. Juist / fout. • Het beeld dat we van het verleden hebben, kan veranderen als we nieuwe bronnen vinden. Juist / fout.

In

kij

ke x

em

pl

aa

r

OPDRACHT 4

OPDRACHT 6

Zoek zelf een boek, artikel, film … over Atlantis en ga na welk idee erin vermeld wordt: Atlantis heeft echt bestaan, het ligt aan de basis van alle beschaving, het gaat om een verzinsel …

Naam:

70

LES 16

Klas: Historisch denken: Atlantis

Nummer:


OPDRACHT 1

Kaartnr(s).

Het Romeinse Rijk is zo groot geweest dat je vandaag in zowel Europa, Afrika als Klein-Azië restanten van Romeinse bouwwerken terugvindt. Op blz. 72-73 in je leerboek en hieronder zie je enkele voorbeelden. In welk hedendaags land ligt elk bouwwerk? Zoek het juiste antwoord op.

aa

Hedendaags land

In

kij

ke x

Sagalassos

em

Leptis Magna

pl

De ‘Porta Nigra’ in Trier Romeinse villa in Volubilis

r

D

Het Romeinse Rijk

Naam:

Klas:

Nummer:

D Het Romeinse Rijk

71


17 SCHEMA

Rome begint als een bescheiden koninkrijk

Kaartnr(s).

1 Het ontstaan van Rome: mythe en feiten

aa

r

Mythe: afstamming van Romulus en Remus Wetenschap: Romeinen: Indo-Europeanen 1000 v.C.  eerste nederzettingen in Latium Levenswijze: eenvoudige boeren en herders, zoutwinning aan kust

• Rome ligt midden op

em

• Heuvels en moerassen vormen

pl

Rome heeft gunstige ligging:

• Afstand tussen Rome en zee groot genoeg om • Tiber ideaal om

ke x

• Tiber makkelijk om

In

kij

2 Etrusken, Italiërs en Grieken bevolken het Italische schiereiland

Naam:

72

LES 17 Rome begint als een bescheiden koninkrijk

Klas:

Nummer:


3 Kenmerken van de Romeinse samenleving Pater familias • • Gens (geslacht)

Wie?

Kenmerken

aa

Bevolkingsgroep

r

Romeinse bevolking

•

kij

ke x

Plebejers

em

pl

Stammen af van stichters van Rome.

In

Slaven

Naam:

• Kiezen koning en geven hem raad. • Persoonlijke vrijheden • • Boeren, ambachtslieden en handelaars • Werken op gronden rijken. • Zwaar bestaan • • Worden als zaak beschouwd.

Klas:

Nummer:

D Het Romeinse Rijk

73


4 De koning bezit de grootste macht in het Romeinse bestuur

(gekozen voor leven)

• opperpriester • opperrechter • opperbevelhebber

r

• bijna alle macht

aa

Senaat )

pl

Familiehoofden (

ke x

em

Volksvergadering

5 De invloed van de Etrusken op de stadstaat Rome

kij

Etruskische invloed op Rome • Koning van Rome

In

• Waarzeggerij:

• Gladiatorenspelen • Bouwkunst: • Romeinen komen via Etrusken in contact met Grieken.

Naam:

74

LES 17 Rome begint als een bescheiden koninkrijk

Klas:

Nummer:


OPDRACHT 1

Bestudeer bron 1 op blz. 75 in je leerboek. • Wat is een legende? Zoek eventueel op in een naslagwerk.

aa

r

• Haal minstens twee onwaarschijnlijkheden uit het verhaal van de stichting van Rome.

Bestudeer bron 5B op blz. 76 in je leerboek. • Het gaat om een beeld uit een Etruskisch graf. Beschrijf het kunstvoorwerp met je eigen woorden.

In

kij

OPDRACHT 2

ke x

em

pl

• Hoeveel jaren verstrijken er ongeveer tussen de stichting van Rome en het opschrijven van de eerste mythes? Wat betekent dat voor de betrouwbaarheid van de verhalen?

• Zoek een ander woord voor zo’n doodskist. TIP Het woord komt uit het Grieks en betekent ‘vleesetend’.

Naam:

Klas:

Nummer:

D Het Romeinse Rijk

75


SCHEMA

Kaartnr(s).

1 Rome wordt een republiek

aa

Einde koninkrijk: Koningen • krijgen te veel macht. • houden geen rekening met senaat en volksvergadering. Laatste koning wordt verjaagd.

pl

Republiek

De republiek (vanaf 509 v.C.)

em

Het koninkrijk

Twee consuls (één jaar) = dagelijks bestuur

Pontifex maximus =

=

ke x

Koning (levenslang) = opperpriester = opperrechter = opperbevelhebber

r

18

De Romeinse republiek

Senaat = de familiehoofden

Senaat

In

kij

 geeft raad aan de koning.

• • • • • Vetorecht: kan beslissingen volksvergadering ongedaan maken.

 kiest de koning.

Volksvergadering = alle mannelijke patriciërs

Volksvergadering • stemt over wetsvoorstellen, maar kan er zelf geen indienen. • beslist over oorlog en vrede.

Naam:

76

LES 18

Klas: De Romeinse republiek

Nummer:


2 Plebejers vechten om gelijke politieke rechten Vanaf 500 v.C. start Rome met de verovering van het Italische schiereiland.

Probleem Oplossing

Plebejers moeten naar het leger en moeten belastingen betalen.

Eis Plebejers

Politieke macht

Toegeving patriciërs

r

Maar door de voortdurende oorlogen geraken de plebejers opnieuw in problemen.

Niemand om hun velden te bewerken

aa

Probleem Eis Plebejers

Luisteren niet naar plebejers.

pl

Patriciërs

em

Gevolg Toegeving patriciërs

Verdedigt de rechten van de plebejers in de volksvergadering en kan beslissingen van andere instellingen tegenhouden.

kij

Raadpleeg bron 2 op blz. 78 in je leerboek. • Welke bestuursinstellingen bestonden er tijdens de republiek?

In

OPDRACHT 1

ke x

In 287 v.C. zijn plebejers en patriciërs politiek gelijk. Er ontstaan nieuwe problemen tussen de nobiles (patriciërs en rijke plebejers) en de proletariërs (het gewone volk). Uiteindelijk veroorzaken die burgeroorlogen.

• Onderstreep in het vorige antwoord wie volgens jou de meeste macht heeft. • Hoe kun je dat op het schema zien?

• De senaat maakt de nieuwe wetten. Juist of fout?

Naam:

Klas:

Nummer:

D Het Romeinse Rijk

77


• Met welke Griekse polis stemt de Romeinse republiek het meest overeen? Athene of Sparta?

OPDRACHT 2

Bestudeer bron 3 op blz. 79 in je leerboek. • Wie is niet tevreden? Waarom niet?

Lees bron 5 op blz. 79 in je leerboek. • Wat betekent ‘de ambten waren niet bezoldigd’?

ke x

OPDRACHT 3

em

pl

• Wat zullen de plebejers vragen, denk je?

aa

r

• Wie bedoelen ze met ‘onze medeburgers’?

In

kij

• Om verkozen te worden, moet men elke keer opnieuw een verkiezingscampagne voeren. Wie slaagt er dan in om de sociale ladder te beklimmen? Hoe verklaar je dat?

• Wie wordt er in feite uitgesloten?

• De opeenvolging van ambten die een Romein moet doorlopen om consul te kunnen worden, heeft wel één groot voordeel. Welk?

Naam:

78

LES 18

Klas: De Romeinse republiek

Nummer:


19 SCHEMA

Rome wordt machtig

Kaartnr(s).

1 Rome wordt meester in Italië Rome voert oorlog tegen Latijnse en Etruskische steden. Galliërs veroveren korte tijd Rome. Rome onderwerpt Latijnse steden. Romeins burgerrecht Romeinen veroveren Griekse kolonies in het zuiden van Italië.

pl

aa

r

• • • • •

2 De Middellandse Zee wordt een Romeinse Zee

Wat?

em

Punische oorlogen (tussen 264 en 146 v.C.)

ke x

Oorlog tegen Carthago

kij

Waarom?

In

Punische oorlogen

Naam:

Verloop en afloop

1

Rome verwerft eerste gebieden buiten Italië (Sicilië).

2

Carthaagse generaal Hannibal maakt het Rome moeilijk.

3

Carthago wordt verwoest, wordt in 146 v.C. provincie Africa.

Klas:

Nummer:

D Het Romeinse Rijk

79


3 Verdeel en heers Provincia =

1 Belonen of bestraffen Wat? Gebieden proberen bevorderd te worden.

• meer of minder belastingen • meer vrijheid • ...

2 Goed geoefend leger Doel?

r

Veroverde steden en stammen krijgen verschillende behandeling = meer of minder rechten:

pl

aa

Waarom?

Raadpleeg bron 1 op blz. 81 in je leerboek. “Rome verliest weleens een veldslag, maar nooit een oorlog.” Verklaar waarom dat Romeinse gezegde zeker van toepassing is op de Punische oorlogen.

In

kij

OPDRACHT 1

ke x

em

3 Heerbanen Doel?

OPDRACHT 2

Lees bron 3 op blz. 82 in je leerboek. • “Cato is erg tevreden over de landbouw in Carthago.” Juist of fout? Leg uit met behulp van een tekstfragment.

Naam:

80

LES 19

Klas: Rome wordt machtig

Nummer:


Ontleed bron 4 op blz. 82 in je leerboek. Rome probeert opstanden in de veroverde gebieden te voorkomen. Dat lukt aardig. Het geheim zit hem onder andere in de behandeling van die gebieden. Het schema in je leerboek vat die behandeling samen. • Waaruit bestaan de politieke rechten?

em

OPDRACHT 3

pl

aa

• Bewijs dat Cato zich door eigenbelang laat leiden.

r

• Welke tactiek gebruikt Cato om de senatoren aan het bestaan van Carthago te herinneren?

2

ke x

1

• Onderstreep de steden die volledige Romeinse rechten hadden.

kij

bevoorrechte steden – onderworpen steden – kolonies – Latijnse steden – verbonden steden

In

• Haal uit de tekst twee feiten die aantonen dat Rome het ‘verdeel-en-heersprincipe’ toepaste in de veroverde gebieden.

Het gaat hier om een primaire / secundaire bron.

OPDRACHT 4

Naam:

Lees bron 5 op blz. 82 in je leerboek en vervolledig de identiteitskaart van de bron.

Klas:

Nummer:

D Het Romeinse Rijk

81


20 SCHEMA

De veroveringen veranderen de Romeinse samenleving Kaartnr(s).

1 De kleine boer in Italië gaat ten onder

r

Kleine boer raakt in problemen Waarom?

aa

• Vecht in leger 

pl

• Oorlog betalen 

em

• Goedkope landbouwproducten uit veroverde gebieden 

Gevolgen • Kleine boeren verkopen boerderij aan rijken + trekken naar stad .

ke x

• Rijken kopen boerderijen op en maken er grote landbouwbedrijven van: Slaven telen er de producten.

kij

2 In Rome neemt de tegenstelling tussen arm en rijk toe Boeren vinden weinig of geen werk in de stad.

In

Waarom?

(bezitlozen)

Rijken (Nobilitas)

Nieuwkomers + arme plebejers

Patriciërs + rijke plebejers Equites (ridders) speciale groep: bezig met handel en bankzaken

Zijn met veel Arme plebejers hebben

Om opstanden te voorkomen geven zij aan de armen brood = spelen =

Naam:

82

LES 20 De veroveringen veranderen de Romeinse samenleving

Klas:

Nummer:


3 De Gracchen proberen de boerenstand te herstellen Tiberius Gracchus (volkstribuun + rijke plebejer) wil een landwet

Gevolgen: populair bij het volk en tegenstand

laten Tiberius vermoorden

r

Gaius Gracchus (jongere broer) wil tien jaar later wraak nemen op senaat

aa

• drie wetten: •

pl

verliest aan populariteit omdat hij grond wil geven aan buurvolkeren  wordt vermoord

Populares of Alle macht voor

em

4 Een nieuwe politieke strijd: optimates tegen populares Optimates

ke x

Zoveel mogelijk macht voor zichzelf

Macht blijft bij

Zoveel mogelijk macht voor zichzelf

Neem je leerboek op blz. 84 en 85. Vergelijk bron 3 met bron 2 en 1. Spreken de bronnen elkaar tegen of niet? Motiveer je antwoord.

In

OPDRACHT 1

kij

Gevolg: burgeroorlogen, vooral in 1e eeuw v.C.

Naam:

Klas:

Nummer:

D Het Romeinse Rijk

83


OPDRACHT 2

Raadpleeg bron 4 op blz. 85 van je leerboek en los de vragen op. • Het gaat om een primaire / secundaire bron. • Omcirkel in de lijst die begrippen die van toepassing zijn op de auteur: Tijdgenoot van Gaius Gracchus –rijk –Romein –Griek –bekleedt belangrijke functies –favoriet van Romeinse keizers –proletariër –schrijver • Welk doel heeft de auteur met zijn werk?

aa

r

• Waarvoor moet je oppassen als je Ploutarchos als bron wilt gebruiken?

em

pl

• Waarom zouden geschiedkundigen het werk van Ploutarchos toch als bron gebruiken? a Omdat hij een Griek is en die zijn slim. b Omdat er niet zoveel bronnen uit die periode zijn. c Omdat Ploutarchos een ooggetuige is.

ke x

• Welk beeld van Gaius Gracchus krijg je als je de bron leest?

OPDRACHT 3

kij

• Waaruit blijkt dat Gaius volgens de schrijver ook aan zichzelf dacht.

Raadpleeg bron 6 op blz. 86 van je leerboek en los onderstaande vragen op.

In

• Het gaat om een primaire / secundaire bron. • Omcirkel in de lijst die begrippen die van toepassing zijn op de auteur Tijdgenoot van Gaius Gracchus –advocaat –Romein –Griek –bekleedt belangrijke functies –proletariër –schrijver • Waarom zou men zijn werk belangrijk vinden?

Naam:

84

LES 20 De veroveringen veranderen de Romeinse samenleving

Klas:

Nummer:


Bekijk ook opnieuw bron 4 van opdracht 2. • Is Appianus kritischer dan Ploutarchos over Caius Gracchus? Ja / Nee. Leg uit.

• Waarin stemmen beide bronnen overeen? a Gaius wil populair zijn. b Gaius zorgt voor het leger. c Gaius geeft gratis graan weg.

aa

r

• Wat lijkt het belangrijkste doel van Gaius Gracchus geweest te zijn? a Het gewone volk verder helpen. b De senaat bestrijden. c De ridders helpen.

Je zou de gebroeders Gracchus populisten kunnen noemen. Je vindt hier twee definities voor een populist terug. a Iemand die opkomt voor het volk en strijdt tegen een elite die veel macht heeft. Met de steun van het volk wil hij veranderingen doorvoeren. b Iemand die zich populair wil maken bij het volk door het te vleien en in alles gelijk te geven. Zo verwerft hij macht en invloed. De steun van het volk is belangrijker dan de inhoud van de boodschap.

kij

ke x

OPDRACHT 4

em

pl

• Formuleer een historische vraag over Caius Gracchus die je met deze bronnen zou kunnen oplossen?

• Arceer die definitie die min of meer geldt voor de gebroeders Gracchus.

In

• Geef een voorbeeld van een hedendaags populist. Dat mag zowel iemand zijn die overeenkomt met definitie a als b. Leg ook uit waarom je hem een populist vindt.

Naam:

Klas:

Nummer:

D Het Romeinse Rijk

85


21 SCHEMA

De burgeroorlogen

Kaartnr(s).

1 De burgeroorlog tussen Marius en Sulla brengt de republiek aan het wankelen

r

Buitenlandse bedreigingen leiden tot oorlog.

•

Wie?

Vroeger: burgerleger

Marius: beroepsleger

Soldaten uit bezittende klassen

Proletariërs

ke x

Motivatie soldaten

em

Marius maakt beroepsleger.

pl

Consul Marius (populares) legeraanvoerder

aa

• Koning van Numidië (in Algerije)

In

kij

Willen niet te lang vechten 

Willen via leger aan bezittingen geraken  luisteren vooral naar generaal die hen bezittingen belooft.  generaals meer macht.  senaat verliest macht.

Reactie senaat + gevolgen

Soldaten

Geen landverdeling

Bondgenoten

Geen burgerrecht b ondgenoten komen in opstand.  BONDGENOTENOORLOG  senaat geeft toe.

Naam:

86

Beloftes Marius

LES 21 De burgeroorlogen

Klas:

Nummer:


Eerste burgeroorlog Nieuwe buitenlandse bedreiging: Mithridates (koning rijk in Klein-Azië)  Consul Sulla (optimates) Romeins legeraanvoerder  Marius en medestanders ontevreden 

r

Dood Marius  Sulla keert terug 

aa

2 Pompeius en Caesar geven de republiek de doodsteek

em

 Krachtig optreden nodig

pl

Nieuwe bedreigingen:

 Driemanschap of triumviraat

ke x

=

Tweede burgeroorlog

kij

• Caesar verovert heel Gallië 

• Pompeius vreest Caesar 

In

• Caesar verslaat Pompeius. • Caesar regeert als alleenheerser 

Naam:

Klas:

Nummer:

D Het Romeinse Rijk

87


3 Met Octavianus begint het keizerrijk Nieuw (of tweede) triumviraat =

,

en

Derde burgeroorlog • Marcus Antonius • regeert oosten van rijk • sluit verbond met Egypte • huwt Cleopatra (Egyptische koningin)  Rome ziet dat als een bedreiging. • Octavianus verslaat Marcus Antonius  Oorzaak burgeroorlogen

pl

Tegenstelling rijk en arm

Bekijk bron 1 op blz. 89 in je leerboek. • Noem vier gebieden die tussen ca. 100 en 31 v.C. aan het Romeinse Rijk worden toegevoegd.

em

OPDRACHT 1

r

Uiteindelijk

aa

Oorspronkelijk

kij

Lees bron 2 op blz. 90 in je leerboek. • Wat gebeurt er met de mensen die op de lijst komen?

In

OPDRACHT 2

ke x

• Welke veldheer heeft daarbij een belangrijke rol gespeeld?

• Wie stelt die lijst samen?

• Wat is een vogelvrijverklaarde?

Naam:

88

LES 21 De burgeroorlogen

Klas:

Nummer:


• Waarom worden de meesten vermoord?

• Waarom noemen we de strijd tussen Marius en Sulla een burgeroorlog?

Lees bron 3 op blz. 90 in je leerboek. • Is Suetonius een voor- of tegenstander van Caesar? Motiveer je antwoord.

ke x

em

pl

OPDRACHT 3

aa

r

• Geef een recent voorbeeld van een burgeroorlog.

In

kij

• Is er veel tijd tussen het gebeuren en het schrijven van de bron? Motiveer je antwoord.

Naam:

Klas:

Nummer:

D Het Romeinse Rijk

89


22 SCHEMA

Augustus, de eerste keizer

Kaartnr(s).

1 Octavianus wordt Augustus

r

Octavianus • Geeft macht terug aan senaat.

em

Titels van Octavianus • Princeps = eerste man • Augustus = verhevene

pl

aa

Senaat • Vreest voor nieuwe burgeroorlog. • Vraagt Octavianus om rijk te blijven besturen in zijn eentje.

Functies Octavianus en senaat

Macht van Octavianus

Instellingen en ambten van republiek en senaat blijven bestaan.

Belangrijkste functies:

kij

ke x

Macht van de senaat

In

Macht over rustige provincies

•

• Bestuurt belangrijke provincies zoals

Waarom? Grote opbrengsten uit Egypte 

Naam:

90

LES 22 Augustus, de eerste keizer

Klas:

Nummer:


2 Augustus versterkt zijn macht • Populaire maatregelen  • Propaganda  • Uitschakelen tegenstanders • Rust, vrede en welvaart

aa

3 Augustus kiest voor natuurlijke grenzen

r

• Pater patriae =

Waarom natuurlijke grenzen?

em

pl

Octavianus bestuurt grensprovincies en rebelse provincies 

Gewapende vrede Legioenen zorgen voor vrede en veiligheid.

ke x

Duid de volgende natuurlijke grenzen op de kaart aan: Atlantische Oceaan – Rijn – Donau – Eufraat – Zwarte Zee – Arabische Woestijn

In

kij

OPDRACHT 1

Naam:

Klas:

Nummer:

D Het Romeinse Rijk

91


OPDRACHT 2

Bestudeer bron 1A op blz. 92 in je leerboek. Pas de historische methode op de bron toe.

A De identiteitskaart van de bron 1 Wat voor soort bron is het? Een geschreven bron / een ongeschreven bron? (1) Gaat het om een ongeschreven bron? Is het dan een mondelinge / materiële bron? (1) 2 Wie heeft de bron gemaakt? Zoek inlichtingen over de maker: zijn naam, nationaliteit, geboortedatum, sterfdatum, beroep, functie, afkomst …

aa

• Op welke datum?

r

3 Wanneer werd de bron gemaakt?

4 Waar is de bron gemaakt?

pl

• Er is een / geen (1) groot tijdverschil tussen het maken en de feiten die verhaald worden. (Een groot tijdverschil werkt verdraaiing in de hand.)

em

• Waar bevindt de bron zich vandaag?

ke x

• De maker was een / geen (1) ooggetuige.

• De maker heeft andere bronnen gebruikt. Ja / nee. (1)

kij

Voorlopig besluit: vind je in de bovenstaande gegevens zaken terug die de maker beïnvloed kunnen hebben? Ja / nee. (1) Zo ja, motiveer je antwoord.

In

B De inhoud van de bron Waarover gaat de bron? • Wat vertelt de bron?

• Staan er meningen in de bron? Zo ja, geef dan een voorbeeld.

Naam:

92

LES 22 Augustus, de eerste keizer

Klas:

Nummer:


C De beoordeling van de bron Wat kun je uit de bron leren?

(1) Onderstreep het juiste antwoord.

Raadpleeg bron 3A en 3B op blz. 93 in je leerboek.

ke x

em

pl

aa

r

OPDRACHT 3

• Een van de beelden stelt Octavianus voor als ‘imperator’. Zoek op wat een imperator is. Onderstreep het juiste antwoord.

kij

Romeinse keizer – Romeinse opperbevelhebber – Romeinse opperpriester • Het andere beeld stelt Octavianus voor als ‘pontifex maximus’. Wat is een ‘pontifex maximus’? Onderstreep het juiste antwoord.

In

Romeinse keizer – Romeinse opperbevelhebber – Romeinse opperpriester

• Welk beeld stelt Octavianus voor als ‘imperator’ en welk als ‘pontifex maximus’? Motiveer je antwoord. 1 Als ‘imperator’: Motivatie: 2 Als ‘pontifex maximus’: Motivatie:

Naam:

Klas:

Nummer:

D Het Romeinse Rijk

93


23 SCHEMA

De bloei van het Romeinse Rijk

Kaartnr(s).

1 De eerste keizers versterken de macht van Rome, maar zijn geen goede heersers

em

• Nero  voert schrikbewind 

pl

• Macht van Rome stijgt: Mare Nostrum =

aa

• Geen goede heersers

r

Eerste keizers: Tiberius, Caligula, Nero

2 De Flaviërs breiden het rijk nog verder uit (69-96)

ke x

Nieuwe familie aan de macht: Flaviërs

kij

• Vespasianus: rekenen af met opstand van de Joden 

• Belangrijke monumenten:

In

• Verovering van Britannië voltooid • Domitianus  voert schrikbewind 

Naam:

94

LES 23 De bloei van het Romeinse Rijk

Klas:

Nummer:


3 Onder de adoptiekeizers (96-180) bereikt de macht van Rome zijn hoogtepunt Adoptiekeizers =

• Trajanus: rijk bereikt grootste omvang  •

: zet veroveringen stop = einde van het Romeins

r

aa

• Grootse werken:

pl

• Pax Romana =

ke x

Bestudeer de kaart in bron 1 op blz. 96 in je leerboek. • Noem één Europees, één Aziatisch en één Afrikaans land dat aan het begin van de 1e eeuw n.C. tot het Romeinse Rijk behoort.

In

kij

OPDRACHT 1

em

• Marcus Aurelius • invallen van buurvolkeren • oorlogen om grenzen te herstellen • epidemie

• Onder het bewind van welke keizer wordt Britannia (deels) veroverd?

• Welke gebieden verovert Trajanus?

• Welke gebieden worden na de dood van Trajanus opnieuw prijsgegeven?

Naam:

Klas:

Nummer:

D Het Romeinse Rijk

95


OPDRACHT 2

Lees bron 2B op blz. 97 in je leerboek. Pas op de tekst van Tacitus de historische methode toe.

A De identiteitskaart van de bron 1 Wat voor soort bron is het? Een geschreven bron / een ongeschreven bron? (1) Gaat het om een ongeschreven bron? Is het dan een mondelinge / materiële bron? (1) 2 Wie heeft de bron gemaakt? Zoek inlichtingen over de maker: zijn naam, nationaliteit, geboortedatum, sterfdatum, beroep, functie, afkomst …

aa

• Op welke datum?

r

3 Wanneer werd de bron gemaakt?

em

4 Waar is de bron gemaakt?

pl

• Er is een / geen (1) groot tijdverschil tussen het maken en de feiten die verhaald worden. (Een groot tijdverschil werkt verdraaiing in de hand.)

• Waar bevindt de bron zich vandaag?

• De maker was een / geen (1) ooggetuige. • De maker heeft andere bronnen gebruikt. Ja / nee. (1)

kij

ke x

Voorlopig besluit: vind je in de bovenstaande gegevens zaken terug die de maker beïnvloed kunnen hebben? Ja / nee. (1) Zo ja, motiveer je antwoord.

B De inhoud van de bron

In

Waarover gaat de bron? • Wat vertelt de bron?

• Staan er meningen in de bron? Zo ja, geef dan een voorbeeld.

C De beoordeling van de bron Wat kun je uit de bron leren?

(1) Onderstreep het juiste antwoord. Naam:

96

LES 23 De bloei van het Romeinse Rijk

Klas:

Nummer:


24 SCHEMA

De economie in het Romeinse Rijk

Kaartnr(s).

1 Alle wegen leiden naar Rome ... en de grenzen

r

Veroverde gebieden: slechte economische toestand

Redenen:

em

• Schatting aan Rome betalen

pl

• Goederen en mensenlevens vernietigd

aa

Verovering =

• Plaatselijke bestuurders Handel naar Rome

ke x

Bevolking Rome stijgt (1e eeuw v.C.):

In

kij

Grootste deel bevolking leeft van

(proletariërs)

Bouwmateriaal + voedsel nodig

Handelaars leveren

ROME EN ANDERE STEDEN = PARASIET

weinig

Naam:

veel

Klas:

Nummer:

D Het Romeinse Rijk

97


Rome = handelscentrum • Leger aan grenzen bevoorraden • Langs zee, rivieren, heerbanen

2 Een bloeiende handel Hoogtepunt handel: Waar?

• Handel in luxeproducten met Indië:

aa

• Rivieren en heerbanen = alle wegen leiden naar Rome.

r

• In en rond Middellandse Zee

em

95 % bevolking leeft van landbouw.

pl

3 Landbouw blijft de belangrijkste economische activiteit

Latifundia (latifundium of villa) = • Grootgrondbezitters

ke x

• Nemen grond armen in (3e en 2e eeuw v.C.) • Produceren

kij

•

Pachter

In

Kleine boer pacht grond van grootgrondbezitter. Pacht =

Technische vernieuwingen • Persen voor • Watermolens • Mijnbouw:

Naam:

98

LES 24 De economie in het Romeinse Rijk

Klas:

Nummer:


Vandaag, sporen van looduitstoot • Waar? • Geleerden besluiten uit die sporen: • Vanaf

Bestudeer bron 3 op blz. 100 in je leerboek.

ke x

em

pl

aa

r

OPDRACHT 1

tot midden 2e eeuw.

In

kij

• Duid aan met kruisjes: Rome en Ostia. Duid de volgende steden aan met de eerste drie letters van hun naam: Cadiz, Marseille, Carthago. • Omcirkel onze gewesten (het huidige België, het zuiden van Nederland en Luxemburg). • Welke producten worden in onze gewesten voortgebracht?

• Welke twee soorten transport geeft de kaart weer?

• Hoeveel tijd had men nodig om van Ostia naar Marseille te varen? En naar Cadiz?

Naam:

Klas:

Nummer:

D Het Romeinse Rijk

99


• Geef telkens één product dat wordt geproduceerd in : Gallië / de omgeving van Marseille / Carthago.

• Waar komt volgens de kaart zijde vandaan?

r

• Geef twee andere producten die van buiten het Romeinse Rijk komen.

pl

aa

• Uit welk land komt papyrus? Duid het aan op de blinde kaart. Waarvoor gebruikt men papyrus?

OPDRACHT 2

em

• Uit welk hedendaags land komt purper? Duid het land aan op de blinde kaart.

Lees deze onderstaande tekst aandachtig.

EXTRA

ke x

Purper was de waardevolste en duurste kleurstof uit de oudheid. De kleur was bij Romeinse wet voorbehouden voor de goden en de Romeinse keizers. Purper wordt gemaakt van purperslakken. De schelpdieren worden ingezouten en daarna gekookt. Daardoor komt de kleurstof vrij. Voor 1 kg verfstof zouden miljoenen slakken nodig geweest zijn.

In

kij

Waarom was purper zo duur?

Naam:

100

LES 24 De economie in het Romeinse Rijk

Klas:

Nummer:


OPDRACHT 3

Lees aandachtig bron 6A in je leerboek op blz. 101 en beantwoord de vragen. • Waarvoor gebruikten de Romeinen zilver? Hoe kun je aan de toename of afname van de productie van zilver de vooruitgang of neergang van de economie meten?

r

• Hoe kun je aan de toename van de looduitstoot de vooruitgang van de economie meten?

ke x

Bekijk bron 6B.

em

pl

aa

• Beschrijf hoe men vandaag de looduitstoot in het Romeinse keizerrijk in het pakijs van Groenland meet.

kij

• Vanaf welke datum stijgt de looduitstoot en blijft die hoog? Wanneer begint die uitstoot te dalen?

In

• Welk verband leggen de wetenschappers met de Romeinse geschiedenis?

Een schuit met tonnen wordt over de Tiber getrokken Naam:

Klas:

Nummer:

D Het Romeinse Rijk

101


25 SCHEMA

Het verval van het Romeinse Rijk

Kaartnr(s).

1 De soldatenkeizers en de crisis van de 3e eeuw betekenen een verzwakking voor het rijk

r

Volkeren buiten grenzen willen grenzen over.

pl

aa

Redenen:

em

Legioenen beschermen grenzen.

ke x

Aanvoerders beseffen dat Rome niet zonder hen kan ďƒš

kij

Generaals willen keizer worden ďƒš

In

Soldatenkeizers = steun van legioenen nodig

Legioenen verlaten plaats.

Buurvolkeren houden plundertochten.

Economie gaat eronder lijden. Bevolkingsdaling Rijkere delen van Rijk proberen zich los te scheuren.

Naam:

102

LES 25 Het verval van het Romeinse Rijk

Klas:

Nummer:


2 Een heropleving onder Diocletianus en Constantijn Diocletianus: probeert het rijk een stabieler bestuur te geven (3e eeuw) Hoe? • Ontneemt senaat haar laatste macht. • Laat zich vereren als een god. • Nieuw bestuur Splitst Romeinse Rijk.

Keizer (Augustus)

aa

r

Keizer (Augustus) Medekeizer (Caesar)

Medekeizer (Caesar)

pl

Medekeizer:

• Na dood keizer

em

• Helpt bij bestuur.

en

Constantijn (4e eeuw)

ke x

• Trekt alle macht naar zich toe.

• Byzantium nieuwe hoofdstad =

kij

3 Nieuwe invallen van barbaarse volkeren Volksverhuizingen Germanen

In

Oorzaken: • Op zoek naar betere levensomstandigheden • Slecht verdedigde grenzen • Op vlucht voor Hunnen

Naam:

Klas:

Nummer:

D Het Romeinse Rijk

103


Germanen vestigen zich in West-Romeinse Rijk.

Romeinen hopen

Germanen beginnen zich te bemoeien met Romeinse politiek. Theodosius: 395

West-Romeinse Rijk

(verovering van Constantinopel)

Bekijk bron 1 op blz. 104 in je leerboek. • Wat was de gemiddelde regeringsduur van een Romeinse keizer tussen 180 en 284?

em

OPDRACHT 1

(laatste keizer afgezet)

pl

Einde:

Oost-Romeinse Rijk

aa

r

Romeinse Rijk

ke x

• Waarom was die zo kort?

In

kij

• Welk gevolg voor de sterkte van het rijk heeft dat volgens jou gehad? Waarom?

• Hoe heeft Didius Julianus de keizerstitel verworven? Heeft zijn bewind lang geduurd?

Naam:

104

LES 25 Het verval van het Romeinse Rijk

Klas:

Nummer:


OPDRACHT 2

Bestudeer de bronnen en beantwoord de vragen.

pl

aa

r

Hadden de Romeinen nog dezelfde dapperheid bezeten, waardoor zij zich in vroegere tijden onderscheidden, dan zou die geduchte stad [Rome] in zich zelve de kracht gehad hebben, om elken aanval van buiten af te slaan. Hadden Rome’s inwoners zelfs nog maar de kunst verstaan om te strijden! Doch hiertoe waren zij niet meer in staat; het geheele volk, van den hoogsten tot den laagsten stand, was ontaard, ontzenuwd en verwijfd door weelde en zingenot. (…) Even als met de aanzienlijksten, zoo was het ook, met het volk gesteld. Het onttrok zich zooveel mogelijk aan den arbeid. Het leefde op de kosten van den staat, want nog altijd werd het door de gewoonte om kosteloos levensmiddelen uit te deelen, tot luiheid en werkeloosheid verleid. Zoo werd het geheel ontzenuwd door een wellustig, droomend leven. Een deel van den dag sleet het in de prachtige badhuizen (…); den overigen tijd bracht het in ledigheid op de straten door. Slechts in de openbare spelen betoonde het volk nog belangstelling, waarbij het met eene ware hartstochtelijkheid partij koos voor de eene of de andere partij onder de wagenmenners; van den afloop van een wedstrijd scheen in het oog der toeschouwers het heil van den staat af te hangen. De naam eene vermaarde danseres was toen te Rome meer gevierd, dan de naam van een held. Zulk een volk was geheel ongeschikt zich te verdedigen tegen de dappere Barbaren, die Alarik [de leider van de Visgoten] voor de poorten van Rome gevoerd had. (…)

In

kij

ke x

em

Uit: ADOLF STRECKFUSS, De geschiedenis der wereld aan het volk verhaald, deel III, 1868. Adolf Streckfuss (1823 –1895) was een Duits schrijver. In deze passage schetst hij de situatie in Rome aan de vooravond van de plundering van de stad door de Visigoten (in 410)

THOMAS COUTURE, ‘Les Romains de la décadence’ (‘De Romeinen tijdens de decadentie’), 1847 (Olie op doek, 472 x 772 cm; Musée d’Orsay)

Thomas Couture (1815 –1879) is een Frans schilder. Hij is gespecialiseerd in historieschilderijen, een populair genre in die tijd. Het doel van dit soort schilderijen is het weergeven van het menselijke gedrag (met alle tekortkomingen) samen met een morele boodschap over dat gedrag. Voor het maken van dit werk laat Couture zich inspireren door een citaat van de Romeinse dichter Juvenalis (ca. 55 –140) ‘wreder dan oorlog, overviel de ondeugd Rome en wreekt de veroverde wereld’. Op het moment dat hij het werk maakt, is Frankrijk een koninkrijk, maar het regime is zeer onpopulair. Er is bijvoorbeeld veel kritiek op de extreme rijkdom van sommigen binnen de regering en de wijdverbreide corruptie. Een jaar nadat Couture zijn werk heeft voltooid, breekt er in Parijs een opstand uit die leidt tot de val van de monarchie. Naam:

Klas:

Nummer:

D Het Romeinse Rijk

105


• In welk tijdperk van het referentiekader leven Streckfuss en Couture?

• Welk beeld schetst Streckfuss van de Romeinse samenleving? Een positief of een negatief beeld? Motiveer je antwoord.

r

• Wat was de mening van Streckfuss over de plundering van Rome, denk je?

em

pl

aa

• Toont Couture hetzelfde beeld van de Romeinen als Streckfuss? Argumenteer.

kij

ke x

• Wat was de boodschap die Streckfuss en Couture hun tijdgenoten wilden meegeven?

In

• Op welke historische vragen geven deze bronnen een betrouwbaar antwoord? • Hoe is Rome ten onder gegaan? • Wat denken Streckfuss en Couture over hun tijd? • Wat denken Streckfuss en Couture over de ondergang van Rome?

Naam:

106

LES 25 Het verval van het Romeinse Rijk

Klas:

Nummer:


26 SCHEMA

Het Romeinse leger in de keizertijd

Kaartnr(s).

1 Het Romeinse leger is getraind en gedisciplineerd

r

Leger:

aa

Legioenen

• Ruiterij, voetvolk, marine

• Officieren: • Militairen:

ke x

• Bouwen

em

• Hoofd van het leger:

pl

• Aantal soldaten/legioen:

Pretorianen

kij

• Verblijven in • Taak:

In

Hulptroepen

• Wie:

• 1e eeuw: meer hulptroepen dan legioenen Sterkte van het leger Oorzaken: • Training en discipline • Straffen: doodstraf, zweep- en stokslagen, ontslag • Beloning: promotie, geld

Naam:

Klas:

Nummer:

D Het Romeinse Rijk

107


2 De Romeinse soldaten krijgen veel voordelen Militaire loopbaan is aantrekkelijk: Legioenen

Hulptroepen

Goed betaald Promotie:

Minder loon

Duur Voordelen

•

r

•

Stuk landbouwgrond of som geld, kunnen in leger blijven:

pl

Na dienst

aa

•

•

ke x

•

em

•

3 Het leger heeft veel invloed

kij

Economische invloed

Legerkampen goed voor

Culturele invloed

Generaals willen keizer worden (zie les 25) 

In

Politieke invloed

Naam:

108

LES 26 Het Romeinse leger in de keizertijd

Klas:

Nummer:


Bekijk bron 1 op blz. 107 in je leerboek. • Uit welke delen bestaat een legioen? Noteer in dit schema bij elk onderdeel de juiste benaming.

em

pl

aa

r

OPDRACHT 1

• Hoeveel manschappen telt een cohort als een legioen uit 6 000 soldaten bestaat? Onderstreep het juiste antwoord: 500 à 1000 – 600 à 1000 – 838 à 1000 – 144 à 555.

ke x

Bestudeer deze tekening (bron 2 op blz. 108 in je leerboek). Zet in de tekening de volgende onderdelen op de juiste plaats: wachttoren, muur, heerbaan, klein fort en gracht.

In

kij

OPDRACHT 2

Naam:

Klas:

Nummer:

D Het Romeinse Rijk

109


E

De klassieke kunst

Kaartnr(s).

kij

ke x

em

pl

aa

r

Vorig schooljaar heb je al kennisgemaakt met de kunst van de prehistorie en het Oude Egypte. STORIA HD frist je geheugen even op. Raadpleeg ook de bronnen op blz. 110 en 111 in je leerboek.

In

• Waarom schildert de prehistorische mens waarschijnlijk dieren op de grotwanden?

• Waarom zijn de beelden van de farao zo groot?

• Hoe schilderen de Egyptenaren mensen: in vooraanzicht of in zijaanzicht?

Naam:

110

E De klassieke kunst

Klas:

Nummer:


27 SCHEMA

De Griekse bouwkunst

Kaartnr(s).

1 De Griekse bouwkunst is een openbare, monumentale kunst

r

Openbare gebouwen

aa

In opdracht van polis: tempels, theaters

Later: stadsplanning of urbanisatie 

Wat?

ke x

Doel?

em

Monumentale bouwkunst

pl

Eerst: lukraak in centrum

2 De Griekse tempel volgt meetkundige regels

kij

Griekse tempel • Woning van god • Priesters voeren in de tempels godsdienstige rituelen uit. • Offers buiten tempel

In

Onderdelen tempel • Onderbouw: drie treden • Zuilen • Hoofdbalk, fries, fronton • Ommuurde kamer: met beeld godheid • Kamer omgeven met zuilengangen Uitzicht tempel = eenvoud en duidelijkheid • Grondplan: rechthoek met zuilen • Voor- en achterzijde ongeveer hetzelfde • Zijkanten hetzelfde • Meetkundige figuren: rechthoeken, driehoeken

Naam:

Klas:

Nummer:

E De klassieke kunst

111


Bouwmateriaal: Soorten zuilen Dorische zuil Uitzicht

Ionische zuil

Log

Slank Ja

Voetstuk Schacht

Korinthische zuil

Ja Diepe groeven

Groeven zijn en

r

Rijkelijk versierd met bladmotief

aa

Kapiteel

pl

3 Ook burgerlijke gebouwen krijgen veel aandacht

In

kij

ke x

em

Burgerlijke gebouwen: bibliotheken, stadions, zuilengangen, theaters Kenmerken van Griekse theaters:

• Zonder • Tegen • Plaats voor

Naam:

112

LES 27 De Griekse bouwkunst

Klas:

Nummer:


Bekijk bron 2 op blz. 114 in je leerboek. Welke ‘soort’ zuilen (Dorisch, Ionisch en/of Korinthisch) heeft men in deze gebouwen gebruikt?

Parthenon (Athene, 5e eeuw v.C.) eeuw n.C.)

pl

Bekijk de afbeeldingen. (Zie ook bronnen 2 en 3 op blz. 114 in je leerboek.) Hieronder vind je drie afbeeldingen van de tempel van de godin Afaia op het Griekse eiland Egina. Je krijgt ook een lijst van begrippen en kenmerken. Plaats telkens één begrip of kenmerk in elk vakje. Hou er rekening mee dat sommige mogelijkheden fout zijn. veelkleurig –monochroom –Dorische zuil –Ionische zuil –Korinthische zuil –metoop –fries –kapiteel –triglief –fronton –akoestiek

In

kij

ke x

em

OPDRACHT 2

Tempel van de Olympische Zeus (Athene, voltooid 2e

r

Philippeion (Olympia, 4e eeuw v.C.)

aa

OPDRACHT 1

Naam:

Klas:

Nummer:

E De klassieke kunst

113


aa

r

Trojaanse boogschutter, tempel van Afaia, reconstructie van hoe hij eruitgezien moet hebben, 5e eeuw v.C. Fine Arts Museums, San Francisco

kij

ke x

em

pl

Trojaanse boogschutter en reconstructie op de tempel van Afaia. Opvallend aan de reconstructie is dat de boogschutter is.

In

Reconstructie van het westelijk fronton. Scènes uit de Tweede Trojaanse oorlog, met in het midden Athena.

De boogschutter was geplaatst in een driehoekige bekroning van de tempel. Zo’n driehoekige bekroning is een .

Naam:

114

LES 27 De Griekse bouwkunst

Klas:

Nummer:


OPDRACHT 3 EXTRA

• Onder Perikles werden grote bouwwerken op de Akropolis opgericht. Zoek in een naslagwerk de nodige informatie over de Akropolis en verbind de volgende namen met de juiste afbeelding.

Erechteion Parthenon

aa

r

Toegangspoort of propyleeën

pl

Niketempeltje

em

• Het Niketempeltje is gebouwd ter ere van de godin Athena Nike. Wat behaalt de godin Athena als je de omschrijving Nike vertaalt? Onderstreep het juiste antwoord.

In

kij

ke x

de liefde – de heldhaftigheid – het huwelijk – de nederlaag – de overwinning – de trouw

Naam:

Klas:

Nummer:

E De klassieke kunst

115


28 SCHEMA

De Romeinse bouwkunst

Kaartnr(s).

1 De Romeinse bouwkunst is praktisch en monumentaal

r

Bouwkunst is monumentaal

aa

Wat?

Invloed van de Etrusken:

Nieuwe technieken • Kruisgewelf

ke x

• Gebruik van beton

em

Invloed van het hellenisme:

pl

Doel?

• Voordeel:

kij

• Betonnen muur bekleed met: •

In

•

Gebruik van zuilen Functioneel

Grieken gebruiken zuilen om gebouw te ondersteunen.

Esthetisch

Romeinen gebruiken zuilen vaak om het gebouw mooier (esthetischer) te maken.

Naam:

116

LES 28 De Romeinse bouwkunst

Klas:

Nummer:


2 Openbare gebouwen met praktische functies Openbare gebouwen Wat? Voorbeelden:

Forum Wat? Godsdienstig en maatschappelijk centrum van de stad

aa

r

Basilica Wat? Overdekt gebouw

• Basis voor

Functie

em

Openbaar gebouw

pl

• Functie:

Tempel voor verschillende goden

Colosseum

ke x

Circus

Badplaatsen Water naar water- en rioleringsnetwerk en thermen

In

kij

Triomfbogen en triomfzuilen

OPDRACHT 1

Bekijk bron 3 op blz. 118 in je leerboek. • Voor welk ander beroemd gebouw heeft dit theater als voorbeeld gediend? Kijk naar de andere bronnen.

• Bestudeer de zuilen. Welke stijl en welke functie hebben de zuilen hier: functioneel of esthetisch (ter versiering)?

Naam:

Klas:

Nummer:

E De klassieke kunst

117


OPDRACHT 2

Triomfboog - Jubelpark (Brussel)

pl

aa

r

EXTRA

em

Het gebouwencomplex in het Jubelpark werd opgericht in opdracht van Leopold II, om de 50e verjaardag van de onafhankelijkheid te vieren. De triomfboog dateert echter van 1905. Een indrukwekkend bronzen beeld verheerlijkt de Belgische onafhankelijkheid: Brabant, zwaaiend met de nationale vlag, op een strijdwagen getrokken door vier paarden.

ke x

• Waarom kun je bij deze triomfboog van een Romeinse stijl spreken?

In

kij

• Waarom bouwde men triomfbogen?

• Waarom bouwde men de triomfboog in het Jubelpark?

• In welke stad staat de ‘Arc de Triomphe’?

• De Romeinse bouwkunst wordt later wel / niet nagebootst. Onderstreep het juiste antwoord.

Naam:

118

LES 28 De Romeinse bouwkunst

Klas:

Nummer:


29 SCHEMA

De beeldende kunsten bij de Grieken

Kaartnr(s).

Naam

Situering in de tijd

Archaïsche periode

Typisch = jonge man

r

frontaal

aa

statisch

symmetrisch

archaïsche glimlach = jonge vrouw

pl

em

gedrapeerd kleed

In

kij

ke x

ca. 490 - ca. 330 v.C.

Hellenistische periode

iets minder stijf afgebeeld

5e eeuw v.C.: evolutie naar:   anatomisch correct   dynamisch: bevroren beweging   weinig emotie: rust en evenwicht 4e eeuw v.C.  meer echte, persoonlijke  1/8 verhouding reliëfkunst: op tempels • verspreiding naar veroverde gebieden evolutie naar:  meer realisme  uitbeelding dagelijkse activiteiten  dramatische, ingewikkelde bewegingen  meer emoties

Naam:

Klas:

Nummer:

E De klassieke kunst

119


1 De Griekse beeldhouwkunst evolueert van statisch naar dynamisch 3 periodes + stijlen

2 De Griekse schilderkunst op aardewerk kent verschillende stijlen 2 stijlen • •

r

afgebeelde thema’s

aa

•

 historisch belang:

Bekijk bron 1 op blz. 122 in je leerboek.

em

OPDRACHT 1

pl

•

ke x

• Het kourosbeeld is symmetrisch. Argumenteer.

Bekijk bron 3 op blz. 123 aandachtig.

In

OPDRACHT 2

kij

• Geef twee verschillen tussen de kouros en de korè.

• Geef twee verschillen met een kourosbeeld.

Naam:

120

LES 29 De beeldende kunsten bij de Grieken

Klas:

Nummer:


OPDRACHT 3

Bekijk bronnen 5 en 6 op blz. 123-124 aandachtig. • Vergelijk de anatomie en de houding van de personages van bronnen 5 en 6. Wat stel je vast?

• Vergelijk ook de gelaatsuitdrukking bij beide beelden.

OPDRACHT 4

Bekijk bron 7 op blz. 124 in je leerboek.

Bekijk bron 8 A en B op blz. 124 in je leerboek aandachtig.

em

OPDRACHT 5

pl

aa

r

• Vergelijk met de onderwerpen van de andere beelden. Wat is hier opmerkelijk?

In

kij

ke x

• Vergelijk de kleur van de figuren en de achtergrond op beide afbeeldingen.

Naam:

Klas:

Nummer:

E De klassieke kunst

121


30 SCHEMA

De beeldende kunsten bij de Romeinen

Kaartnr(s).

1 Vooral realistische beeldhouwkunst en schilderkunst

aa

r

Invloed Griekse beeldhouwkunst:

Kunsten

Waar?

kij

ke x

Borstbeelden

em

Eigen Romeinse kunst

pl

Invloed Etrusken:

In

Historische reliëfs

Van politici Realisme: Soms idealisme Waarom?

Verhaal of gebeurtenis Belang voor historicus?

Schilderingen

Stillevens, landschappen, menselijke figuren  Griekse invloed

Mozaïeken

Wat?

Naam:

122

Huizen versierd met bas-reliëfs

Kenmerken

LES 30 De beeldende kunsten bij de Romeinen

Klas:

Nummer:


2 Steensnijkunst en edelsmeedkunst bewijzen het Romeinse vakmanschap Steensnijkunst Cameeën: • Wat? • Doel? Gebruikt als juwelen

Bekijk deze foto (zie ook bron 3 op blz. 127 in je leerboek).

aa

OPDRACHT 1

r

Edelsmeedkunst Zilveren bekers met historisch reliëf

em

pl

De zuil van Trajanus is 30 meter hoog en bestaat uit grote marmerblokken. Oorspronkelijk stond het beeld van keizer Trajanus op de zuil. In de 16e eeuw is het vervangen door een beeld van de heilige Petrus. Op het spiraalreliëf zijn ongeveer 2 500 mensen afgebeeld. Onder aan de zuil bevindt zich een grafkamer met daarin een gouden urne met de as van keizer Trajanus.

In

kij

ke x

• Leg uit wat een spiraalreliëf is.

Naam:

Klas:

Nummer:

E De klassieke kunst

123


OPDRACHT 2

Bekijk bron 4 op blz. 127 in je leerboek. Hoe denk je dat men zo’n mozaïek maakt? Raadpleeg eventueel een naslagwerk.

r

OPDRACHT 3

em

pl

aa

EXTRA

In

kij

ke x

Waarom noemt men deze kunst ‘realistische’ kunst?

Naam:

124

LES 30 De beeldende kunsten bij de Romeinen

Klas:

Nummer:


OPDRACHT 4 EXTRA

Juist of fout? Als het antwoord fout is, schrijf dan het juiste eronder. Raadpleeg eventueel de lestekst. Juist

Fout

• Een camee wordt als zegel of als juweel gebruikt.

aa

r

• Idealisme wil zeggen dat men iets waarheidsgetrouw afbeeldt.

pl

• De Griekse kunst is sterk beïnvloed door de Romeinse.

In

kij

ke x

em

• De Romeinen maken heel veel kopieën van Griekse beelden.

Naam:

Klas:

Nummer:

E De klassieke kunst

125


31 SCHEMA

Theater en literatuur in de klassieke oudheid Kaartnr(s).

1 In Griekenland liggen religieuze en mondelinge tradities aan de basis van theater en literatuur ( = continuïteit)

aa

r

Grieks toneel Ontstaan: uit de wijnfeesten voor de god Dionysos (6e eeuw v. C.?) •

of treurspel  menselijke gevoelens en problemen

•

of blijspel  kritiek op maatschappij

Vorm:

mengeling van poëzie, muziek en dans

Acteurs:

enkel mannen, gemaskerd en verkleed

em

pl

Genres:

ke x

Theatergebouw Locatie: • bijna in elke stad • openlucht • meestal prachtig uitzicht Literatuur

epische gedichten

geschiedschrijving

vorm

poëzie/gedichten

proza

In

kij

genres

continuïteit

gebaseerd op mondelinge traditie, nl.

verandering

eerst mondeling, later opgeschreven

Naam:

126

LES 31 Theater en literatuur in de klassieke oudheid

filosofische werken

gebaseerd op mondeling overgeleverde filosofie – oudste bekend proza – ontwikkelt de

Klas:

eerst mondeling, later opgeschreven

Nummer:


doel

• Griekse waarden

reconstructie verleden:

nadenken over

en benadrukken • midden 8e eeuw: evolutie naar uitdrukken

r

belangrijk auteur

Continuïteit

• overname Griekse literatuur

pl

 vertalen in Latijn Verandering

aa

2 In de Romeinse literatuur gaan continuïteit en verandering hand in hand

• ook originele Romeinse werken:

•

Onderwerp van hun werken:

• redevoeringen over rechtspraak en politiek

ke x

•

em

Belangrijke auteurs

• Gallische oorlogen

Hoogtepunt Romeinse literatuur

kij

Wanneer? 27 v.C. - 14 n.C. Wie?

 financiert auteurs, bv. • de dichter

In

Waarom? Politiek doel, nl. verheerlijking van: • keizer = • de oude Romeinse

Naam:

• de historicus

en de grootsheid van Rome , bv. deugdzaamheid, dapperheid, waardigheid

Klas:

Nummer:

E De klassieke kunst

127


OPDRACHT 1

Bekijk bron 2 op blz. 130 in je leerboek. • Beschrijf de ligging van dit theater in verhouding tot de natuurlijke omgeving.

• Welk voordeel biedt dat aan de toeschouwers?

Bekijk de afbeeldingen bij bron 3 A - B - C en lees de informatie aandachtig. Wat leren deze bronnen over het Griekse toneel?

pl

OPDRACHT 2

aa

r

• Welke onderdelen vind je ook in hedendaagse theaters en operagebouwen terug?

em

• Welke soort verhalen worden er verteld?

ke x

• Wat doen de acteurs om hun personages en het verhaal goed over te brengen?

In

kij

• Welke van de drie bronnen toont aan dat er op het vlak van het toneel continuïteit is in de klassieke oudheid? Leg concreet uit.

OPDRACHT 3

Lees bron 4 op blz. 131 aandachtig.

• Is dit verhaal een komedie of een tragedie? Argumenteer met een fragment uit de tekst.

• Met wie spot de auteur: met de vrouwen of met de mannen?

Naam:

128

LES 31 Theater en literatuur in de klassieke oudheid

Klas:

Nummer:


• Een blijspel noemen de Grieken ook een saterspel. Ons woord ‘satire’ is daarvan afgeleid. Zoek de betekenis van dat Nederlandse woord op.

Lees de informatie over de Griekse auteurs bij bron 7 A-B-C op blz. 132 in je leerboek. • Welke literaire genres beoefenen zij?

em

pl

aa

• Wat willen deze auteurs met hun werk bereiken?

r

OPDRACHT 4

ke x

• Toon aan dat er continuïteit is tussen hun werk en dat van vroegere generaties.

In

kij

• Herodotos wordt de vader van de geschiedschrijving genoemd. Geef drie redenen waarom.

• Waarom moeten we ook kritisch zijn over wat hij schrijft in zijn Historiën?

• Geef nog één reden (die niet expliciet vermeld is) waarom we zijn werk als historische bron kunnen gebruiken voor de geschiedenis van de Griekse Oudheid.

Naam:

Klas:

Nummer:

E De klassieke kunst

129


• Kunnen we van de buste van Homeros afleiden hoe hij eruitzag? Argumenteer je antwoord.

Lees bron 5 op blz. 131 aandachtig.

pl

• Welke twee levenswijzen vergelijkt Vergilius?

aa

OPDRACHT 5

r

• Geef uit de historische achtergrond nog een bewijs dat we kritisch moeten zijn met informatie.

OPDRACHT 6

ke x

em

• Welke levenswijze verkiest Vergilius? Argumenteer je antwoord met een tekstfragment.

Lees bron 6 op blz. 131 aandachtig.

In

kij

• Livius vindt de bronnen van de tijd van voor de stichting van Rome niet erg betrouwbaar. Juist of fout? Argumenteer met een fragment uit de tekst.

• Hoe motiveert hij dat het Romeinse volk Mars als de vader van zijn stichter en zijn eigen vader kan noemen? Leg uit in je eigen woorden.

Naam:

130

LES 31 Theater en literatuur in de klassieke oudheid

Klas:

Nummer:


F

Godsdienst in de klassieke oudheid

Kaartnr(s).

pl

Bestudeer deze beeldjes (zie ook bron 1A en 1B op blz. 134 in je leerboek).

kij

ke x

em

OPDRACHT 1

aa

r

Voor heel wat mensen vandaag en in het verleden is godsdienst belangrijk. Godsdienst geeft een antwoord op tal van vragen: Wat ben ik? Waarom besta ik? Waarom leef ik? Bestaat er een hogere macht? Is er leven na de dood? Het antwoord op die vragen verschilt soms van geloof tot geloof. Verschillende godsdiensten hebben toch ook vaak dezelfde kenmerken. Vorig schooljaar heb je kennisgemaakt met de prehistorische godsdiensten en de Egyptische godsdienst. Welke overeenkomsten met het christelijke geloof vind je terug in de volgende bronnen in je leerboek?

In

Met welke heilige figuur uit het christendom stemt de Egyptische godin min of meer overeen?

OPDRACHT 2

Bekijk bron 2 op blz. 135 in je leerboek, over het dodengericht bij de Egyptenaren. • Met welke gebeurtenis uit het christendom stemt dit ongeveer overeen?

• Is de Egyptische godsdienst monotheïstisch of polytheïstisch?

Naam:

Klas:

Nummer:

F Godsdienst in de klassieke oudheid

131


32 SCHEMA

De Griekse en de Romeinse godsdienst

Kaartnr(s).

1 De Griekse en de Romeinse godsdienst: een zaak van geven en nemen

r

Kenmerken Griekse en Romeinse godsdienst:

aa

• Polytheïsme = • Godsdienst =

pl

• Goden verantwoordelijk voor

Orakel Wanneer?

ke x

Doel?

em

• Offers brengen om goden gunstig te stemmen

Hoe?

kij

•

• Antwoord via ziener of zieneres  antwoorden

In

2 De goden: een bont gezelschap Mythen = • • •

Naam:

132

LES 32 De Griekse en de Romeinse godsdienst

Klas:

Nummer:


Verschillen tussen Griekse en Romeinse godsdienst Griekse godsdienst

Romeinse godsdienst

Mythen

Verhalen over goden: twaalf voornaamste goden, één familie op berg Olympos

Bijna geen mythen: goden staan naast elkaar zonder familieverband

Voorstelling goden

Voorstellen van goden als mensen

Oorspronkelijk: •

aa

Verschillen met mensen

pl

• •

• handelen niet zoals mensen

r

(= ) • mooi in hun mensengedaante • gedragen zich zoals mensen

em

• goden zijn overal aanwezig en kunnen tussen mensen komen

ke x

Elke stad 

Oppergod

Zeus

Jupiter, Mars en Quirinus

kij

Gelijkenissen Griekse en Romeinse godsdienst

• Geen heilig boek

In

• Geen aparte groep priesters • Priesters = • Regelen • Vaste feestdagen voor goden  burgerplicht • Goden krijgen offers  verbrand in offervuur voor tempel

Naam:

Klas:

Nummer:

F Godsdienst in de klassieke oudheid

133


3 Goden komen en gaan Godsdienstig verdraagzaam • Vanaf 3e eeuw v.C. stellen Romeinen hun goden gelijk met die van de Grieken. • Romeinen nemen elementen Griekse mythologie over. • Voeren vreemde goden en godsdiensten in, bv. • Grieken en Romeinen herkennen hun goden bij andere volkeren.

r

• Bij verovering

aa

• Plicht =

• Populariteit van goden:

OPDRACHT 1

em

• Godsdienstig shoppen:

pl

Gevolg

Bestudeer bron 1 op blz. 137 in je leerboek. Je vindt ook een grotere afbeelding van het votiefreliëf bij het onlinelesmateriaal.

kij

ke x

• Waar op de afbeelding staan twee godenparen?

In

• Waarom weten we niet om welke goden het gaat?

Naam:

134

LES 32 De Griekse en de Romeinse godsdienst

Klas:

Nummer:


OPDRACHT 2

Bestudeer bron 2 op blz. 138 in je leerboek. • Welke elementen uit de tekst vind je op de afbeelding terug?

• Waarom zijn de uitspraken van de ‘Pythia’ zo vaag en dubbelzinnig?

Raadpleeg bron 5 op blz. 139 in je leerboek. • Wat is een belangrijke taak van de Vestaalse maagden?

kij

OPDRACHT 4

ke x

em

pl

• Wat is er speciaal aan die dieren?

• Wat is de bedoeling van het offer?

r

Lees en bekijk bron 4 op blz. 138 in je leerboek. • Welke drie dieren zijn de ‘suovetaurilia’?

aa

OPDRACHT 3

In

• Wat gebeurt er met een Vestaalse maagd die haar gelofte van kuisheid breekt?

OPDRACHT 5

Raadpleeg bron 6 op blz. 139 in je leerboek. • Wie is de centrale figuur in het beeldhouwwerk?

• Wat doet hij?

Naam:

Klas:

Nummer:

F Godsdienst in de klassieke oudheid

135


33 SCHEMA

De Olympische Spelen in de oudheid

Kaartnr(s).

1 Spelen ter ere van Zeus

r

Belangrijkste godsdienstige spelen: Olympische Spelen

aa

Doel?

• Vanaf

Voor wie? • Eerst:

ke x

• Later:

em

• Theodosius verbiedt ze in

pl

Wanneer?

kij

Wie niet?

Bestand van drie maanden

In

• Atleten krijgen

• Maand voor aanvang Spelen

Naam:

136

LES 33 De Olympische Spelen in de oudheid

Klas:

Nummer:


Duur en programma van de Spelen Dag

Programma Processie van 57 km

1

+ godsdienstige plechtigheden

2

Wedstrijden

Sportwedstrijden

5

• Offers voor

aa

4

r

3

Atleten sporten

em

2 De oude Olympische sporten

pl

• Winnaars krijgen

Wedstrijdonderdelen

ke x

Oorspronkelijk één wedstrijdonderdeel Daarna nieuwe loopnummers

kij

Toevoeging vijfkamp

In

Later toegevoegde sporten

Boksen, wagenwedrennen, paardenkoersen, hardloopwedstrijd in wapenrusting Pankration:

Beloning overwinnaar: • Olijftak van • In eigen stad beloond:

Naam:

Klas:

Nummer:

F Godsdienst in de klassieke oudheid

137


OPDRACHT 1

Lees bron 1 op blz. 141 in je leerboek. • Wat bedoelt de schrijver met ‘deze wedstrijd’?

• Onder welke naam is Herakles het best bekend?

Lees bron 3 op blz. 142 in je leerboek. • Welke straf kregen vrouwen als ze ontdekt werden?

aa

r

OPDRACHT 2

Bestudeer bron 4 op blz. 142 in je leerboek. • Identificeer de verschillende afgebeelde sporten.

B C

E F

kij

D

ke x

OPDRACHT 3

em

pl

• Waarom kreeg Kallipateira geen straf ?

In

• Wat is ‘pankration’? Raadpleeg eventueel een naslagwerk.

Naam:

138

LES 33 De Olympische Spelen in de oudheid

Klas:

Nummer:


34 SCHEMA

Het christendom

Kaartnr(s).

1 Jezus van Nazareth

• Gevangengenomen en terechtgesteld door

pl

• Na zijn dood:

aa

r

• Geboren: 7 à 4 v.C. • Rondtrekkende prediker • Verzamelt volgelingen.

Eerste leerlingen =

em

2 De eerste christenen worden soms vervolgd

ke x

Apostel (= leerling) Paulus:

Verspreiding van christendom in Romeinse Rijk Wanneer? • Snelle uitbreiding vanaf

kij

Waar? • Eerst in

, dan op

In

Hoe? • Via handelsroutes en wegennet Fasen in de christenvervolgingen • Romeinen verdraagzaam: christendom een van de vele godsdiensten • Af en toe christenvervolgingen • Systematische vervolgingen: Waarom?

Naam:

Klas:

Nummer:

F Godsdienst in de klassieke oudheid

139


3 Het christendom als de Romeinse staatsgodsdienst Godsdienstpolitiek van Constantijn • Edict van Milaan (313): • Christendom: Godsdienstpolitiek van Theodosius • Christendom: enige toegelaten godsdienst

r

• Oude goden

aa

• Christendom =

pl

4 Een nieuwe leer krijgt vorm

• • 4e en 5e eeuw:

em

Talrijke stromingen en opvattingen over Jezus Gevolg

ke x

Belangrijk • Onderlinge liefde • Zorg voor armen, weduwen en wezen • Wekelijkse eucharistie

kij

Godsdienst staat open voor iedereen: Godsdienst van het woord

In

• Christelijke teksten

• Welke teksten zijn richtinggevend?

Naam:

140

LES 34 Het christendom

Klas:

Nummer:


Lees bron 1 op blz. 144 in je leerboek. Welke informatie geeft de tekst over de oorsprong van het christendom?

OPDRACHT 2

Bestudeer deze afbeelding (zie ook bron 3 op blz. 145 in je leerboek).

ke x

em

pl

aa

r

OPDRACHT 1

In

kij

Waarom gebruiken de eerste christenen de vis als symbool?

OPDRACHT 3

Naam:

Bestudeer bron 4 op blz. 145 in je leerboek. Waarom is het moeilijk om de juiste betekenis van het graffito te kennen?

Klas:

Nummer:

F Godsdienst in de klassieke oudheid

141


OPDRACHT 4

Lees bron 5 op blz. 146 in je leerboek. • Waar vindt het proces plaats? In welk werelddeel ligt die plaats?

• Welke functie heeft Cyprianus?

OPDRACHT 5

Bestudeer bron 7 op blz. 146 in je leerboek. Op de sarcofaag staan bepaalde christelijke verhalen of figuren afgebeeld. Schrijf het cijfer van de volgende Bijbelse passages bij de juiste afbeelding:

pl

EXTRA

aa

r

• Wat is de aanklacht tegen hem?

In

kij

ke x

em

1 Jezus tussen Petrus en Paulus – 2 De intocht in Jeruzalem – 3 Adam en Eva.

Naam:

142

LES 34 Het christendom

Klas:

Nummer:


35

Het visioen van Constantijn Kaartnr(s).

r

Deze les is een kleine oefening in het omgaan met bronnen. De primaire bronnen zijn uit het Latijn vertaald. Het is belangrijk dat je de informatie bij de bronnen en de bronnen zelf aandachtig leest en/of bekijkt. Wij zoeken aan de hand van bronnen een antwoord op de vraag ‘Wat is het visioen van Constantijn?’

Bron 3

Bron 4

Bron 5

Bron 6

Soorten bronnen Geef voor elke bron aan om welke soort bron het gaat. Omcirkel het juiste antwoord.

ke x

OPDRACHT 2

Bron 2

em

Bron 1

aa

Situering van de bronnen Welke bronnen stammen niet uit de hedendaagse tijd? Zet een kruisje.

pl

OPDRACHT 1

Bron 2

Bron 3

Bron 4

Bron 5

Bron 6

primair

primair

primair

primair

primair

primair

secundair

secundair

secundair

secundair

secundair

secundair

kij

Bron 1

geschreven

geschreven

geschreven

geschreven

geschreven

ongeschreven

ongeschreven

ongeschreven

ongeschreven

ongeschreven

ongeschreven

In

geschreven

OPDRACHT 3

Een historische vraag stellen 3.1

Wat is het visioen van Constantijn? • Wat zeggen de bronnen hierover? Welke bronnen kunnen wij hiervoor gebruiken?

Naam: Naam:

Klas:Klas:

Nummer: Nummer:

F Godsdienst in de klassieke oudheid

143


Bron • Wie maakte de bron?

• Waar en wanneer is de bron gemaakt?

r

• Wat was de bedoeling van de schrijver?

em

Bron

pl

aa

• Wat is het visioen van Constantijn?

ke x

• Wie maakte de bron? (zie hiervoor ook de toelichting bij bron 3)

• Wanneer?

kij

• Wat was de bedoeling van de schrijver?

In

• Wat was het visioen?

• Heeft Eusebius in zijn Kerkgeschiedenis uit 315 het visioen vermeld? (zie bron 3)

Naam:

144

LES 35 Het visioen van Constantijn

Klas:

Nummer:


Bron • Wie maakte de bron?

• Wanneer?

aa

r

• Wat was de bedoeling van de schrijver?

em

pl

• Wat was het visioen?

In

kij

ke x

• Welke teken stelt Christus voor (zie bron 6)? Je kunt het hieronder tekenen.

3.2 Is er een andere verklaring mogelijk? Bestudeer bron 2. Is het mogelijk dat Constantijn toch iets heeft ‘gezien’ en wat zou dat kunnen geweest zijn?

Naam:

Klas:

Nummer:

F Godsdienst in de klassieke oudheid

145


Een beeld van het verleden vormen Omschrijf op basis van jouw onderzoek wat ‘het visioen van Constantijn’ is. Gebruik voor je antwoord de informatie uit de bronnen die je bestudeerd hebt.

Nadenken over een beeld van het verleden Zijn de uitspraken juist of fout? Duid je antwoord met een kruisje aan.

In

OPDRACHT 5

kij

ke x

em

pl

aa

r

OPDRACHT 4

Juist We zijn heel zeker wat het visioen van Constantijn precies was. Al in de 4e eeuw is er een evolutie over wat het visioen was. Het beeld dat we van het verleden hebben, kan veranderen als we nieuwe bronnen vinden.

Naam:

146

LES 35 Het visioen van Constantijn

Klas:

Nummer:

Fout


G

Wetenschap en techniek in de klassieke oudheid Kaartnr(s).

Bestudeer bron 1 op blz. 152 in je leerboek. • In welke materiaaltijd horen de Perzische oorlogen thuis?

pl

aa

OPDRACHT 1

r

In dit onderdeel bestudeer je de technische en wetenschappelijke kennis uit de klassieke oudheid. Hieronder vind je oefeningen over soortgelijke leerstof uit het eerste jaar.

Bekijk bron 2 op blz. 153 in je leerboek. Leg met je eigen woorden uit hoe men de steenblokken verplaatst.

In

kij

ke x

OPDRACHT 2

em

• De stichters van Rome gebruikten brons. Welk materiaal gebruikte men toen in het Nabije Oosten?

OPDRACHT 3

Bestudeer bron 3 op blz. 153 in je leerboek. • Raadpleeg bron 1. In welke materiaaltijd heeft die uitvinding plaats?

• Uit hoeveel stukken bestaat het eerste wiel?

Naam:

Klas:

Nummer:

G Wetenschap en techniek in de klassieke oudheid

147


36 SCHEMA

Wetenschap en filosofie

Kaartnr(s).

1 Een kalender opstellen

r

Doel?

aa

Nut en belang? Hoe?

ke x

probleem:

em

pl

Romeinse kalender 12 maanden van 29 of 30 dagen

kij

oplossing:

In

Oplossing van Caesar:

Visies op het heelal Meeste Griekse wetenschappers Zon draait rond de aarde.

Naam:

148

LES 36 Wetenschap en filosofie

ď Ž

Aristarchos van Samos

Klas:

Nummer:


2 Wiskunde is meetkunde Doel?

Wat? Opstellen van regels, wetten en formules Toepassingen Pythagoras Archimedes

aa

r

Eratosthenes

pl

3 Filosofie en wetenschap zoeken verklaringen

Mythen

em

Verklaring voor natuurverschijnselen

Wetenschap en filosofie

Wat? Wie?

ke x

Filosofie

kij

Wetenschap Wat?

In

Wie?

Naam:

Klas:

Nummer:

G Wetenschap en techniek in de klassieke oudheid

149


4 Geneeskunde, meer dan bijgeloof Grieken maken ziektes en genezing los van bijgeloof. Hoe? 1 2 3

r

Geneeskundige kennis

aa

• Dokters moeten eed afleggen (o.a. tegen abortus en euthanasie). • Kennis van organen door opensnijden van lijken

pl

• Keizersnede (als vrouw tijdens bevalling sterft)

em

• Menselijk lichaam bestaat uit vier lichaamsvochten: • Vier vochten moeten in evenwicht zijn.

Bekijk bron 1 op blz. 157 in je leerboek. • Hoe ziet Aristarchos het heelal?

kij

ke x

OPDRACHT 1

In

• Hoe zien Archimedes en de meeste Griekse wetenschappers het heelal?

• Wie van beiden heeft gelijk?

Naam:

150

LES 36 Wetenschap en filosofie

Klas:

Nummer:


OPDRACHT 2

Lees bron 2 op blz. 156 in je leerboek. • Waarom wil Sokrates de mensen voortdurend aan het nadenken zetten?

Lees bron 3 op blz. 156 in je leerboek. • Van welk onderdeel van de wiskunde maakt Eratosthenes gebruik?

pl

aa

OPDRACHT 3

r

• Lees de commentaar bij de bron. Wat is er met Sokrates gebeurd?

Bestudeer bron 4 op blz. 157 in je leerboek. Welke kalender is de meest nauwkeurige? Onderstreep het juiste antwoord.

kij

OPDRACHT 4

ke x

em

• Zoek zelf de juiste omtrek van de aarde bij de evenaar. Volgens de berekeningen van Eratosthenes was het 39 960 km. Hoeveel zit de geleerde ernaast?

In

de Egyptische / de juliaanse / de gregoriaanse

Naam:

Klas:

Nummer:

G Wetenschap en techniek in de klassieke oudheid

151


37

Techniek

Kaartnr(s).

1 Spierkracht en watermolens in de landbouw

SCHEMA

Werk in de landbouw = door

 gevolg:  oplossing:

aa

r

Graan malen = zwaar werk  door

2 Technieken in de bouwkunst

pl

Houten kraan

Energie: Dubbele katrol

ke x

Doel:

em

Doel:

Gebruik van beton

kij

Belang voor de bouwkunst: Rondbogen

In

Aanleg van heerbanen Aanleg honderden kilometers heerbanen naar alle delen van het rijk Kenmerken • Tot 8 meter breed • Langs beide zijden greppels • Fundamenten met grote stenen • Bovenaan dikke kiezellagen • Straatstenen aan toegang van de steden

Naam:

152

LES 37 Techniek

Klas:

Nummer:


3 Het meten van de tijd Manieren van tijdmeting

Werking Schaduw van stok geeft tijd aan. Weggelopen water geeft verstreken tijd aan.

Tijdkaars

r

Mechanische uurwerken

4 Slimme machines

Bestudeer bron 1 op blz. 160 in je leerboek. • Van welk materiaal is dit toestel gemaakt?

ke x

• Waarvoor dient het?

em

OPDRACHT 1

pl

aa

Heron van Alexandrië (10-70 na C.), ingenieur > ontwerpt stoommachine (de ‘aelopile’), ‘omenmachine’, automatische tempeldeuren, automatische theaters

kij

• Met welke energie werkt het?

In

• Waarom kan er meer last gehesen worden dan er kracht wordt gebruikt?

OPDRACHT 2

Naam:

Bestudeer bron 2 op blz. 160 in je leerboek. Hoe lees je de tijd af op een zonnewijzer?

Klas:

Nummer:

G Wetenschap en techniek in de klassieke oudheid

153


Lees bron 3 op blz. 160 in je leerboek en bekijk de tekening.

pl

aa

r

OPDRACHT 3

ke x

em

• Waarvoor dient de schroef van Archimedes?

Bestudeer bron 4 op blz. 160 in je leerboek. • Wat is het doel van een graanmolen?

In

OPDRACHT 4

kij

• Waarom is de benaming ‘schroef van Archimedes’ niet helemaal correct? Onderstreep het juiste antwoord. a Het gaat helemaal niet om een schroef. b Archimedes beschrijft enkel een Egyptische uitvinding. c Archimedes gebruikt de benaming ‘pomp’ in plaats van ‘schroef’.

• De molens leveren gemiddeld 4,5 ton bloem per dag. In 1 brood zit afgerond 900 gram bloem. Van 1 brood kunnen ongeveer 2,5 mensen eten. Bereken hoeveel mensen dagelijks kunnen leven van 4500 kg.

Naam:

154

LES 37 Techniek

Klas:

Nummer:


H

De Romeinen in onze gewesten

Kaartnr(s).

r

Vorig schooljaar heb je de Keltische samenleving bestudeerd. Raadpleeg de bronnen op blz. 162 en 163 in je leerboek.

Bestudeer bron 1 op blz. 162 in je leerboek. “Onze gewesten behoren al vanaf 300 v.C. tot het Keltische gebied.” Juist of fout?

OPDRACHT 2

Bekijk bron 2 op blz. 163 in je leerboek.

kij

ke x

em

pl

aa

OPDRACHT 1

In

• Geef de drie belangrijkste groepen na het stamhoofd.

• In welke drie beroepsgroepen kun je de gewone bevolking indelen?

OPDRACHT 3

Naam:

Bekijk bron 3 op blz. 163 in je leerboek. Waarom offert men mensen aan de goden, denk je?

Klas:

Nummer:

H De Romeinen in onze gewesten

155


38 SCHEMA

Romeinen en Galliërs

Kaartnr(s).

1 De Romeinen veroveren Gallië

r

Gallië

aa

• Geen grote staat

• Verschillende (vaak rondtrekkende) stammen of groepen 

• 2e eeuw v.C.: • 1e eeuw v.C.:

em

Verovering door Romeinen

pl

• Geen onbekenden voor Romeinen 

ke x

• Caesar maakt gebruik van onderlinge conflicten bij de Galliërs. • Belgae bieden veel weerstand.

kij

• Opstanden van Galliërs  Caesar straft hen:

2 De Romeinen in Gallië

In

Controle veroverde gebieden + vestiging Romeinen • Legerkampen op strategische plaatsen  handelaars en ambachtslieden komen er wonen  ontstaan steden in onze streken • Aanleg heerbanen voor leger • Romeinse kolonisten • Sommige stammen worden bondgenoten. Probleem: vanaf 3e eeuw 

Naam:

156

LES 38 Romeinen en Galliërs

Klas:

Nummer:


Bestudeer de kaart (bron 1) op blz. 165 van je leerboek. Geef de namen van de hedendaagse landen waarin het stamgebied van de Belgae ligt. Raadpleeg eventueel de kaart van Europa vooraan in je leerboek.

OPDRACHT 2

Lees bron 2 op blz. 165 in je leerboek. • Heeft de auteur Caesar zelf gekend? Ja / Nee.

pl

aa

• Waarom moet je oppassen met wat hij over Caesar schrijft?

r

OPDRACHT 1

OPDRACHT 3

ke x

em

• Welke historische vraag kun je het best beantwoorden met deze bron? 1 Hoeveel Galliërs werden er door Caesar gedood? 2 Hoe gewelddadig verliep de Romeinse verovering van Gallië? 3 Welke gebieden veroverde Caesar?

Lees bron 3 op blz. 166 in je leerboek.

• Het gaat om een primaire / secundaire bron.

In

kij

• Waarom bericht de auteur over de feiten?

• Welk beeld schetst Caesar van de Belgae? Waarom zou hij dat doen?

• Welke historische vraag kan min of meer betrouwbaar beantwoord worden met de bron? 1 Wie leefde er ten tijde van Caesar in onze gewesten? 2 Hoe dapper waren de inwoners van onze gewesten ten tijde van Caesar? 3 In welke luxe leefden de inwoners van onze gewesten?

Naam:

Klas:

Nummer:

H De Romeinen in onze gewesten

157


• Waarom gebruiken historici Caesar als bron voor onze gewesten, denk je?

• Welke andere bronnen zouden kunnen helpen om de zaken die Caesar beschrijft te bevestigen of te weerleggen?

OPDRACHT 4

aa

r

• Welk feit uit bron 3 lijkt te bevestigen wat Ploutarchos in bron 2 beschrijft?

Bestudeer de tekening (bron 4) op blz. 166 van je leerboek.

em

pl

• Beschrijf twee materialen die gebruikt zijn voor het castellum.

Zoek zelf nog voorbeelden waar de uitspraak van Caesar over de Belgae gebruikt wordt.

In

kij

OPDRACHT 5

ke x

• Welk begrip is afgeleid van het Romeinse castellum, denk je?

Naam:

158

LES 38 Romeinen en Galliërs

Klas:

Nummer:


39 SCHEMA

De Gallo-Romeinse samenleving

Kaartnr(s).

1 De Romeinen verdelen Gallië in provincies

r

• Gallië = onderdeel Romeinse Rijk

aa

• Veroverde gebieden verdeeld in provincies  verder onderverdeeld in civitates

•

•

em

pl

• Elke civitas: •

 handel tussen Romeinse handelaars en

ke x

• Langs heerbanen en rivieren

 uitwisseling ideeën en technieken

kij

2 De Gallo-Romeinse cultuur

In

Invloed van Romeinen op de Galliërs Invloed

Kenmerken

Romeinse steden in Gallië: Romeins karakter

• • Typisch Romeinse gebouwen:

Naam:

Klas:

Nummer:

H De Romeinen in onze gewesten

159


Invloed

Kenmerken

Huizen

Tussen lemen boerderijen bouwen Romeinen

Romanisering

• bv. Latijn • Doel = • Hoe meer een woonplaats zich aanpast aan de Romeinse cultuur

Godsdienst

aa

•

r

en

em

pl

• Nieuwe godsdiensten zoals

• Nog steeds natuurgodsdienst aanwezig • Stenen tempels

ke x

Voeding

Typisch zuiderse voedingsproducten zoals

kij

Invloed van de Galliërs op de Romeinen

• Romeinen dragen

In

• Rijke Romeinen verzot op

Naam:

160

LES 39 De Gallo-Romeinse samenleving

Klas:

Nummer:


OPDRACHT 1

Bestudeer bron 1 op blz. 168 in je leerboek en lees eventueel de lestekst opnieuw. • Geef een synoniem voor ‘civitas’.

• Zoek je eigen streek op de kaart. Geef vervolgens de naam van een vicus uit je streek.

pl

aa

r

• “Zowel in de hedendaagse tijd als in de klassieke oudheid vormt ‘Vlaanderen’ een verkeersas.” Juist of fout? Motiveer je antwoord.

Bestudeer bron 3 op blz. 169 in je leerboek. • Wat stel je vast in verband met de wegen op de tekeningen?

In

OPDRACHT 3

Raadpleeg bron 2 op blz. 169 in je leerboek. Waaraan herken je de Romeinse stadsorganisatie?

kij

OPDRACHT 2

ke x

em

• Het huidige Vlaanderen zou volgens sommigen weinig geromaniseerd geweest zijn. Bewijs met behulp van deze bron dat zij ongelijk hebben.

• Welke dakbedekking hebben de verschillende types huizen?

Naam:

Klas:

Nummer:

H De Romeinen in onze gewesten

161


OPDRACHT 4

Raadpleeg bron 4 op blz. 169 van je leerboek. • Is dit een primaire of secundaire bron? • Waardoor onderscheiden de belangrijksten zich?

• Waarom zijn deze Galliërs volgens Strabo geen barbaren meer?

r

• Welke taal zouden zij spreken?

OPDRACHT 5

em

pl

aa

• Waar heeft Strabo zijn informatie over de Allobrogen gehaald, denk je? Maakt hem dat minder betrouwbaar?

Raadpleeg bron 5 op blz. 170 in je leerboek. • Zoek op de kaart in bron 1 op blz. 168 in je leerboek de hedendaagse namen van Augusta Trevorum en Orolaunum.

ke x

Augusta Trevorum =

Orolaunum =

In

kij

• Waaruit blijkt dat onder het Romeinse bewind vreemde godsdiensten hun intrede doen?

Naam:

162

LES 39 De Gallo-Romeinse samenleving

Klas:

Nummer:


40 SCHEMA

I

Het dagelijkse leven bij de Romeinen

De Romeinen in hun vrije tijd Kaartnr(s).

1 De thermen zorgen voor ontspanning, hygiëne en sociaal contact

r

Wat?

aa

•

Doel?

• Sporten: • Ontspanning

em

• Persoonlijke hygiëne

pl

• Koude, lauwe en warme baden

ke x

• Ideale plaats om mensen te ontmoeten

2 De spelen verdrijven de verveling en voorkomen opstanden

In

kij

Waar?

Wat?

Gevechten in amfitheaters • Veroordeelden tegen elkaar of tegen dieren • Zwakbewapenden tegen zwaarbewapenden

Naam:

Klas:

Nummer:

I Het dagelijkse leven bij de Romeinen

163


Gladiatoren • Meestal slaven met opleiding om beter te leren vechten • Vechten niet tot verliezer dood achterblijft • Gladiatoren kunnen vrijheid terugkrijgen. Doelen van de spelen • •

r

•

Bestudeer bron 1 op blz. 175 in je leerboek. Wat betekent vandaag het woord ‘thermisch’? Zoek het antwoord eventueel in een naslagwerk. Naar welk gedeelte van de badhuizen verwijst het woord eigenlijk?

OPDRACHT 2

Lees bron 2 op blz. 176 in je leerboek. • Waarom bezocht Seneca de spelen? Wat leid je daaruit af in verband met het doel van de spelen?

ke x

em

pl

aa

OPDRACHT 1

In

kij

• Wat vindt Seneca van het schouwspel? Motiveer je antwoord.

OPDRACHT 3

Lees bron 3 op blz. 176 in je leerboek. • Wie is de opdrachtgever van de spelen?

• Wat is de bedoeling van de spelen?

Naam:

164

LES 40 De Romeinen in hun vrije tijd

Klas:

Nummer:


• Bewijs dat Augustus via de spelen zijn opvolging door een familielid wil veiligstellen.

Bestudeer deze afbeelding (zie ook bron 3 en 4 op blz. 176 in je leerboek).

em

pl

aa

r

OPDRACHT 4

ke x

• Welke dieren worden hier getoond?

• Waar komen ze vandaan?

In

kij

• Hoe benoemen we vandaag de manier waarop men deze dieren behandelt?

Naam:

Klas:

Nummer:

I Het dagelijkse leven bij de Romeinen

165


41 SCHEMA

Gezin en opvoeding bij de Romeinen

Kaartnr(s).

1 ‘De man is de baas’

r

Man

aa

• Bezit alles:

em

Grote kindersterfte Oorzaken: •

ke x

• •

pl

• Beslist over leven en dood:

kij

Meisjes • Worden beschouwd als last. • Worden vanaf 12 jaar uitgehuwelijkt.

In

 ouders moeten bruidschat betalen. 

Vrouwen

• Vanaf 1e eeuw v.C. meer rechten ( • Krijgen nooit gelijke rechten.

Naam:

166

LES 41

)

Klas: Gezin en opvoeding bij de Romeinen

Nummer:


2 Enkel de rijke jongens gaan naar school Schoolgeld betalen  kinderen niet naar school  Kinderen van arme ouders • Leren niet lezen of schrijven • Meisjes • Jongens

r

• Sommige ouders sparen voor opleiding 

aa

Kinderen van rijke ouders

Lees bron 1 op blz. 179 in je leerboek. • Waaruit blijkt de macht van de vader?

ke x

OPDRACHT 1

em

Scholen • Leraren zijn streng. • Van 7 tot 18 jaar

pl

•

In

kij

• Op welke wijze bewijst deze tekst dat het Romeinse gezin groter is dan het hedendaagse gezin?

OPDRACHT 2

Naam:

Lees bron 2 op blz. 179 in je leerboek. “Cato botst met de hedendaagse visie op de vrouw.” Juist of fout? Motiveer je antwoord.

Klas:

Nummer:

I Het dagelijkse leven bij de Romeinen

167


OPDRACHT 3

Bestudeer deze illustratie (zie ook bron 3 op blz. 179 in je leerboek).

Lees bron 4 op blz. 180 in je leerboek. • Welke veranderingen schetst Tacitus?

em

OPDRACHT 4

pl

aa

r

Welke twee soorten mensen worden door deze godinnen beschermd? TIP Kijk naar de middelste figuur.

Bestudeer bron 5A en lees bron 5B op blz. 180 in je leerboek.

In

OPDRACHT 5

kij

ke x

• Wat vindt Tacitus van die veranderingen? Motiveer je antwoord.

Hoe zet men leerlingen aan tot studeren?

Naam:

168

LES 41

Klas: Gezin en opvoeding bij de Romeinen

Nummer:


42

Kaartnr(s).

1 Wonen in Rome: luxueus of armoedig

Arme Romein:

• Voorhal met winkels die verhuurd worden • Verschillende kamers gegroepeerd rond binnenplaats • Eigen watervoorziening + aansluiting op riolering + vloerverwarming

• Onderaan winkelruimtes

aa

r

Rijke Romein:

• Boven flats

• Weinig luxe:

em

pl

SCHEMA

Rome: een stad vol tegenstellingen

• Gevaren:

ke x

• Hoge huurprijzen 

2 Leven of overleven

Arme Romein

Lekker en gevarieerd voedsel:

Graanbrij, warme maaltijd in snackbars 

In

kij

Rijke Romein

3 Rome leeft dag en nacht Rome is een overbevolkte stad met verschillende nadelen: • Wagens mogen overdag de stad niet in  • ‘s Avonds poorten opengezet  • Geen ophaaldiensten  • Dieven, bedelaars, dronkaards 

Naam:

Klas:

Nummer:

I Het dagelijkse leven bij de Romeinen

169


OPDRACHT 1

Rome ook veel dieven, bedelaars, dronkaards, vech­ tersbazen … Het is dan ook niet veilig om ‘s avonds alleen door de straten te lopen. Bestudeer bron 1 op blz. 182 in je leerboek. • DOC Bekijk 1de plattegrond van de Romeinse villa en noteer het juiste cijfer tussen de haakjes in de Het huis van een rijke Romein onderstaande tekst.

• Dit is het huis van een

em

pl

aa

r

je aan de hand van dez te vormen van het huis gens met huizen uit jou len merk je op?

kij

ke x

We duwen de deur open. De drempel is versierd met een mozaïek. Aan weerszijden van de voorDOC 2 Openbare toiletten hal of de vestibule (nr. ) zien we aan handelaars verhuurde winkels (nr. ), die op de straat uitkomen. Dan staan we in het atrium, een hal (nr. ) en de belangrijkste plaats in het huis. Een opening midden in het dak laat het regenwater in een vijvertje (nr. ) terechtkomen. Verscheidene deuren en gangen geven toegang tot de woon- en slaapkamers (nr. , In de vele openbare en ). Door een kleine gang kom je in een tuintje omgeven door zuiltjes (nr. ). toiletten die Rom Bij deze tuin liggen de keuken (nr. ) en de eetkamer (nr. ). gemakkelijk een praatje maken of de l selen. Men zat er immers open en ‘blo scheidingswanden waren. In plaats van • Probeer aan de hand van de afbeelding een idee van het huis te vormen. Vergelijk men een spons, het die vervolmen achteraf spoe gens met onze hedendaagse huizen. Welke verschillen merk je op?stromend Geef zes voorbeelden. water.

In

• Bewijs dat de Romeinen andere ide privacy.

170 LES 40 ROME: EEN STAD VOL TEGENSTELLINGEN

Naam:

170

LES 42 Rome: een stad vol tegenstellingen

Klas:

Nummer:


OPDRACHT 3

Bestudeer de afbeelding van een oversteekplaats in Pompeii.

r

Raadpleeg bron 2 op blz. 182 in je leerboek. Bewijs dat de Romeinen andere ideeën hebben rond privacy.

kij

ke x

em

pl

aa

OPDRACHT 2

In

• Waarom zouden de Romeinen de straat oversteken op een rij stenen?

• Aan welk gedeelte van de straat in een moderne stad doet deze oversteekplaats je denken?

Naam:

Klas:

Nummer:

I Het dagelijkse leven bij de Romeinen

171


43 SCHEMA

J

De democratie vandaag

België: een parlementaire democratie Kaartnr(s).

1 België is een grondwettelijk parlementair koninkrijk

r

Democratie =

aa

Belgische grondwet • Voornaamste wet =

pl

•

Federaal bestuur

em

• Hoe het land bestuurd moet worden

Instelling

Functie

Wetgevende macht

Federaal Parlement

• Belgen kiezen

kij

ke x

Macht

In

Uitvoerende macht Rechterlijke macht

• Maakt wetten • Indirecte democratie =

Federale regering (ministers)

Wetten uitvoeren

Rechtbanken

Mensen vervolgen die wetten niet volgen

Rol van de koning = staatshoofd MAAR

Naam:

172

LES 43 België: een parlementaire democratie

Klas:

Nummer:


2 De lange weg naar democratie in België Jaartal

Beperkt stemrecht?

1831

Bij voldoende belasting:

1893

• Enkel mannen • Rijke en belangrijke mannen krijgen

1919

Enkelvoudig kiesrecht: één man, één stem, opkomstplicht

1948

r

1981

aa

3 De moderne Belgische en de Atheense democratie België

pl

Athene Directe democratie:

Geen partijen Burgers

het bestuur.

Burgers kiezen uit partijlijsten.

kiezen.

Burgers hebben opkomstplicht. Geen verplichte deelname aan bestuur

Burger = man en kind van burger

Burger = man of vrouw vanaf

jaar

kij

ke x

Burgers kunnen ook geloot worden, deelname.

Lees aandachtig de lestekst op blz. 186 en 187 in je leerboek. • Leg uit: België is een indirecte democratie.

In

OPDRACHT 1

Alle burgers kiezen , die vertegenwoordigers kiezen het bestuur.

em

Alle burgers kiezen

• Waar was er in de oudheid een directe democratie?

Naam:

Klas:

Nummer:

J De democratie vandaag

173


• Vul de juiste datum en de ontbrekende woorden in. Je mag zeggen dat België niet echt democratisch was …: omdat alleen

voor

omdat rijke en

voor

omdat

voor

omdat je

mochten stemmen. meer stemmen kregen. mochten stemmen. jaar moest zijn om te stemmen.

Hieronder zie je afbeeldingen van de opeenvolgende Belgische koningen, in willekeurige volgorde. Zet de juiste naam bij elke koning. Raadpleeg eventueel een naslagwerk.

Bestudeer bron 5B op blz. 189 in je leerboek. “De koning mag zelf beslissingen nemen.” Juist of fout? Motiveer je antwoord.

In

OPDRACHT 3

kij

ke x

em

pl

aa

r

OPDRACHT 2

voor

Naam:

174

LES 43 België: een parlementaire democratie

Klas:

Nummer:


OPDRACHT 4

Lees aandachtig bronnen 6, 7 en 8 op blz. 189-190 en beoordeel volgende uitspraken. • In Athene waren er geen politieke partijen. Juist / Fout • Op de volksvergadering in Athene waren er veel aanwezigen als er moest gestemd worden over een oorlogsverklaring. Juist / Fout • Een representatiedemocratie is een directe democratie. Juist / Fout • Al deze auteurs zijn het eens: een directe democratie is vandaag onmogelijk. Juist / Fout

r

• Volgens Anton van Hooff is een algemene volksvergadering in de 21e eeuw niet mogelijk. Juist / Fout

aa

• Volgens één van de auteurs moeten de volksvertegenwoordigers rekening houden met de mening van hun kiezers. Juist / Fout

In

kij

ke x

em

pl

OPDRACHT 5

• Wie is deze jongedame?

• Waarom is zij belangrijk voor de emancipatie van de vrouw in België?

Naam:

Klas:

Nummer:

J De democratie vandaag

175


44

Kaartnr(s).

1 België discrimineerde de Vlamingen Rijke burgers hebben de politieke macht  vooral Franstalig

r

19e eeuw

Gevolg: Frans =

pl

Reactie: Vlaamse Beweging

aa

SCHEMA

Het federale België

Discriminatie verdwijnt langzaam.

ke x

20e eeuw

em

Toegeving einde 19e eeuw:

Hedendaagse tijd

Groeiende tegenstellingen tussen Walen en Vlamingen: andere mening 

kij

Oplossing: België wordt een federale staat.

In

Vlaanderen, Wallonië en België krijgen afzonderlijke taken.

Naam:

176

LES 44 Het federale België

Klas:

Nummer:


2 België is een federale staat Federale staat Macht verdeeld tussen

Deelstaten = i nstellingen voor delen van het land

Federale overheid = i nstellingen voor het hele land

Deelstaten =

Bevoegdheden =

aa

r

• drie gemeenschappen =

OPDRACHT 1

em

pl

• drie gewesten =

Lees bron 1 op blz. 192 van je leerboek. • Is de bron primair of secundair?

ke x

• Hoelang na de Belgische onafhankelijkheid is de brief geschreven?

In

kij

• Is de bron bruikbaar om iets over de positie van de Vlamingen in het België van de 19e eeuw te weten te komen? Motiveer je antwoord.

• Op welke manier zullen de Vlamingen gediscrimineerd worden volgens deze bron?

Naam:

Klas:

Nummer:

J De democratie vandaag

177


OPDRACHT 2

Raadpleeg bron 3 op blz. 194 van je leerboek. • België heeft drie gemeenschappen en drie gewesten. Juist / fout • Brussel is een gemeenschap. Juist / fout • De Duitstalige gemeenschap ligt in het Waalse gewest. Juist / fout • De Vlaamse en de Franse gemeenschap hebben bevoegdheden in Brussel. Juist / fout • Schrijf in de juiste kaart: Vlaams gewest, Franse gemeenschap, Duitstalige gemeenschap. Noordzee

Noordz

aa

pl

DUITSLAND

r

NEDERLAND

FRANKRI

em

FRANKRIJK

GROOTHERTOGDOM LUXEMBURG

OPDRACHT 3

50 km

ke x

0

Vul de tabel aan met het bestuursniveau en de naam van de wetgevende macht. Raadpleeg daarvoor de les in je leerboek. Naam

Uitvoerende macht

Europese Unie (EU)

Europese Commissie

België

regering

Vlaanderen

Vlaamse regering

Provincie

provinciebestuur

Gemeente

gemeentebestuur (burgemeester + schepenen)

In

kij

Bestuursniveau

Naam:

178

LES 44 Het federale België

Klas:

Wetgevende macht

Nummer:


OPDRACHT 4

Zet het juiste begrip bij de juiste verklaring. Kies uit: Europese Unie –federale staat –gemeenschap –gewest –regionaal –lokaal. Een deelstaat van België die beslist over materiële zaken, zoals het wegennetwerk, milieu en de economie. Organisatie van Europese landen waaronder België die grotendeels beslist over economische zaken, energie, milieu, vervoer … Behorend tot een regio of streek. Een regio is groter dan een gemeente en dikwijls groter dan een provincie. Een deelstaat van België die beslist over onderwijs, cultuur, kinderbijslag, welzijn (o.a. hulp aan andersvaliden) …

r

Een land waar de macht verdeeld is tussen instellingen voor het hele land (federaal) en instellingen voor delen van het land (deelstaten).

In

kij

ke x

em

pl

aa

Een bestuursniveau dat zich beperkt tot de onmiddellijke omgeving van de burger en dat dus over een kleiner gebied gaat.

Naam:

Klas:

Nummer:

J De democratie vandaag

179


45

Een referentiekader voor het verleden

Herhalingsoefeningen Kaartnr(s).

Bekijk de bronnen op blz. 198 en 199 in je leerboek, los de opdrachten op en vul de tabel in. 1 Geef voor elke bron de juiste tijd uit het referentiekader. 2 Welke bronnen gaan over mensen uit Europa? 3 Over welk domein gaat elk document? Motiveer je antwoorden mondeling. Bron

aa

r

OPDRACHT 1

K

Tijd

Domein

pl

1 2 3

em

4 5 6

Los aan de hand van dezelfde bronnen de volgende opdrachten op en vul de tabel aan. 1 Geef voor elke bron aan of het gaat om een geschreven, mondelinge of materiĂŤle bron. 2 Welke bronnen dienen om de macht van iets of iemand aan te tonen?

kij

OPDRACHT 2

ke x

7 8

Europa?

Geschreven

Mondeling

Materieel

Macht aantonen?

In

Bron

1

2 3

4 5 6 7 8

Naam:

180

LES 45 Herhalingsoefeningen

Klas:

Nummer:


OPDRACHT 3

Raadpleeg bron 8 op blz. 199. • Is de bron primair of secundair?

• Zoek zelf de nodige informatie op het internet. Waardoor had Gibbon de tijd om te schrijven?

In

kij

ke x

em

pl

aa

r

• Hoe bewijst dit citaat van Gibbon dat geschiedenis niet hetzelfde is als het verleden?

Naam:

Klas:

Nummer:

K Een referentiekader voor het verleden

181


46

Herhalingsles

Kaartnr(s).

Aan de hand van een reeks opdrachten en vragen herhaal je zelf de leerstof die je dit jaar gezien hebt. Als je het antwoord niet weet, kun je het opzoeken in de andere lessen.

aa

r

1 PREHISTORIE

em

pl

1 Duid het juiste antwoord aan: Men spreekt van prehistorie als a de mensen zich hullen in beestenvellen en leven van de jacht; b men geen geschreven bronnen gebruikt; c men nog geen landbouw beoefent en rondzwerft; d men materiële bronnen maakt.

2 Ongeveer 1,5 / 2,5 / 3,5 / 4,5 miljoen (1) jaar geleden ontstaan de eerste echte mensen in Afrika / Amerika / Antarctica / Azië / Oceanië / Europa (1).

ke x

3 Onze rechtstreekse voorouder heet: homo habilis / homo sapiens sapiens / homo sapiens neanderthalensis / chimpansee / homo erectus (1).

kij

4 Onze voorouders zijn jager-voedselverzamelaars. Wat bedoelt men daarmee?

In

5 De laatste ijstijd eindigt ca. 20 000 / 15 000 / 10 000 / 5000 v.C. (1).

6 In China / Zuid-Amerika / het Nabije Oosten / de Balkan (1) schakelt de mens omstreeks 20 000 / 15 000 / 10 000 / 5000 v.C. (1) voor het eerst over op landbouw en veeteelt. 7 “De mens wordt sedentair.” Leg die uitspraak uit.

Naam:

182

LES 46 Herhalingsles

Klas:

Nummer:


8 De overschakeling op landbouw en veeteelt verandert de prehistorische samenleving grondig. Het gaat dus om een revolutie. Men noemt deze gebeurtenis: de industriële revolutie / de neolithische revolutie / de digitale revolutie (1). NOORDWEST-EUROPA EN ONZE GEWESTEN 9 De eerste mensen in onze gewesten leven van landbouw / veeteelt / jacht en voedselpluk (1). 10 De Kelten leven in de steentijd / kopertijd / bronstijd / ijzertijd (1). 11 De Kelten vormen een / geen (1) groot rijk.

aa

r

(1) Onderstreep het juiste antwoord.

2 OUDE NABIJE OOSTEN (3500-800 v.C.)

pl

1 Onderstreep de rivieren waarlangs een stroomcultuur is ontstaan: Schelde / Gele Rivier / Amazone / Wolga / Eufraat en Tigris / Nijl / Mekong / Indus / Rijn (1).

ke x

em

2 De volkeren van het oude nabije oosten doen aan irrigatielandbouw. Verklaar wat men daarmee bedoelt.

HET OUDE EGYPTE

3 De Egyptische stroomcultuur ontstond in Afrika / Azië / Amerika / Europa / Oceanië (1).

kij

4 De macht van de farao is het best te vergelijken met die van een verkozen president / dictator / de Belgische koning (1).

In

5 De Oude Egyptenaren zijn tijdens het grootste gedeelte van hun geschiedenis monotheïstisch / polytheïstisch (1).

6 De piramiden zijn paleizen / voorraadschuren / begraafplaatsen / energiecentrales (1).

7 Hoe heet de Egyptische techniek waarbij men lijken zodanig behandelt dat ze voor lange tijd bewaard kunnen worden?

(1) Onderstreep het juiste antwoord.

Naam:

Klas:

Nummer:

K Een referentiekader voor het verleden

183


3 KLASSIEKE OUDHEID (800 v.C. - 500 v.C.)

POLITIEK HELLAS

r

1 Wat is een polis?

aa

2 De Grieken vormen een / geen (1) groot rijk.

pl

3 Welke groep mag bij de Atheense democratie meebeslissen? Mannen / metoiken / slaven en vrouwen (1) 4 Athene is een directe / indirecte democratie (1).

em

5 Sparta is een democratie / oligarchie / geen van beide (1).

ke x

6 Wie vecht tegen wie in de Perzische oorlogen? Wie vecht tegen wie in de Peleponnesische oorlogen?

kij

7 In welke eeuw verovert de Makedonische koning Alexander een groot rijk?

In

8 Wat gebeurt er met het rijk van Alexander na zijn dood?

ROME

9 Welke periode uit de Romeinse geschiedenis duurt in het westen het langst? Koninkrijk / republiek / keizerrijk (1) 10 Tot welk volk behoort een deel van de Romeinse koningen? Kies uit: Etrusken – Feniciërs – Galliërs – Grieken – Kretenzers – Vlamingen.

Naam:

184

LES 46 Herhalingsles

Klas:

Nummer:


11 Wat is een consul?

12 Hoe heet de methode waarmee de Romeinen veroverde gebieden onder controle houden?

13 Geef twee kenmerken van de plebejers.

r

14 De populares komen tijdens de burgeroorlogen op voor de koningen / de proletariërs / de nobilitas / de optimates (1).

pl

aa

15 Hoe heet de eerste Romeinse keizer? Van welke Romeinse veldheer is hij familie?

em

16 In welke eeuw kent het Romeinse Rijk zijn grootste omvang?

ke x

17 Geef drie oorzaken voor het verval van het Romeinse keizerrijk.

kij

18 “In 476 houdt het Romeinse Rijk op te bestaan.” Juist of fout? (1)

In

SOCIAAL EN ECONOMISCH

19 Waarom stichten de Grieken kolonies? In welke eeuwen doen ze dat?

Naam:

Klas:

Nummer:

K Een referentiekader voor het verleden

185


20 Geef drie producten die tussen de Griekse kolonies en hun moedersteden verhandeld worden.

21 Geef twee kenmerken van slaven.

22 “De Romeinse nobilitas bestaan uit de rijke plebejers en de patriciërs.” Juist of fout? (1)

aa

r

23 Wat is een Romeinse proletariër?

pl

24 Wanneer kent de handel langs de Middellandse Zee een enorme bloei? 756 v.C. - 100 / 200 v.C. - 200 / 100 - 300 / 300 v.C. - 476 (1)

CULTUREEL

em

25 Een latifundium is een groot / klein / middelgroot (1) landbouwbedrijf.

ke x

26 Welke drie soorten zuilen kent de klassieke bouwkunst?

kij

27 Geef twee volkeren van wie de Romeinen veel overnemen.

In

28 Teken een rondboog.

29 Bij een idealistische afbeelding a geeft men de mensen weer zoals ze in werkelijkheid zijn; b geeft men zijn idealen weer; c beeldt men mensen mooier en beter af dan ze zijn; d volgt men de methode van Homeros Idealos; e geeft men geen mensen weer.

Naam:

186

LES 46 Herhalingsles

Klas:

Nummer:


30 Over welke oorlog dicht Homeros?

31 De Grieken en de Romeinen zijn tijdens een groot deel van hun geschiedenis monotheĂŻstisch / polytheĂŻstisch (1). 32 In welke eeuw wordt het christendom de staatsgodsdienst van het Romeinse Rijk?

aa

r

33 Waarover proberen de Griekse filosofen en wetenschappers verklaringen te formuleren?

pl

(1) Onderstreep het juiste antwoord.

ONZE GEWESTEN IN DE KLASSIEKE OUDHEID

em

1 Welk volk leeft er in onze gewesten bij de komst van de Romeinen?

ke x

2 Welke Romeinse veldheer verovert onze gewesten?

kij

3 Wat gebeurt er met de opstandelingen?

In

4 Geef twee steden uit onze gewesten die in de Romeinse tijd gesticht zijn.

5 Hoe heet de cultuur die ontstaat uit de vermenging van Keltische en Romeinse gebruiken?

(1) Onderstreep het juiste antwoord.

Naam:

Klas:

Nummer:

K Een referentiekader voor het verleden

187


r

aa

pl

em

ke x

kij

In


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
STORIA CLASSIC HD 2 inkijkexemplaar HD by VAN IN - Issuu