1
a Sanoma company
THEMa 1
IedEr zIJn DING
1 Je zapt naar vijf programma’s met heel verschillende muziek. Welk programma is helemaal jouw ding? Vink het aan. ❍❍ programma 1 ❍❍ programma 2 ❍❍ programma 3 ❍❍ programma 4 ❍❍ programma 5 2 Wat spreekt jou aan in het fragment? 3 Welk fragment sluit het minst aan bij jouw smaak? Waarom?
Een muzikale voorkeur is persoonlijk. Voorkeuren kunnen dan ook van elkaar verschillen. Dat is prima. Als we open staan voor elkaars muziek, ontdekken we heel veel nieuws!
2
Je neemt de houding van een superheld aan wanneer je zingt. Je kent de werking van je stembanden. Je weet hoe je zorg kunt dragen voor je stembanden. Je geniet van het samen zingen! Je neemt de juiste houding en speeltechniek aan wanneer je een instrument bespeelt. Je leest je eerste partituur. Je geniet van het samen spelen! Je verkent het drumstel: akoestisch, digitaal en de aerodrum. Je kunt bekende muziekstukken met de juiste componist verbinden. Je herkent een aantal muziekgenres. Je maakt een soundscape. Je leert drummen met je lichaam. Je leert een drumstel nabootsen met je stem.
3
Warming-up Zing als een superheld!
OPDRACHT 1 Een goede zanghouding is belangrijk. Denk aan een superheld die klaarstaat om erin te vliegen, en zing je favoriete liedje. Deze tips helpen je op weg. ❍❍ Staan je beide voeten stevig op de grond? ❍❍ Zijn je knieën een beetje gebogen, klaar om te springen? ❍❍ Is je rug mooi recht? Niet gebogen of hol? ❍❍ Borstkas open? Laat je superheldlogo zien! ❍❍ En wat met je armen? Houd die netjes naast je lichaam, open handpalmen, lange vingers. ❍❍ Je schouders hangen recht naar beneden. En een heel klein beetje naar achteren. ❍❍ En je gezicht? Dat straalt natuurlijk! Want jij bent niet de eerste de beste! Ready for take-off? Zingen maar!
4
THEMa 1: IEDER ZIJN DING
Nu jij! Liedje
OPDRACHT 2 Zing en geniet!
Hoe ging het? Vink op p. 4 aan welke tips je gebruikte. Geef jezelf een score voor je houding bij het zingen. EVALUATIE
5
MUZIEKELEMENTEN
Noot
5 4 3 2 1
Notenbalk: vijf lijnen, te tellen van onder naar boven.
Solsleutel: staat aan het begin van de notenbalk. Bepaalt de naam en de toonhoogte van de noten. Wijst de noot sol aan op de tweede lijn.
Maat: het stukje dat tussen twee maatstrepen staat.
Enkele maatstreep: geeft het einde van een maat aan.
Dubbele maatstreep: geeft het einde van een muziekstuk aan.
Maatcijfer: geeft de maatsoort aan.
tel 1
2 = aantal tellen in een maat 4 = waarde van één tel: één vierde noot
tel 2
Op diddit kun je de muziekelementen verder inoefenen.
6
THEMa 1: IEDER ZIJN DING
Zo zit dat!
Hoe werken onze stembanden?
OPDRACHT 3 Spreken, stem, stembanden: een wonder hoe het allemaal werkt. Bekijk het filmpje over de werking van de stembanden. Vul daarna de samenvatting aan. Kies uit: lucht – wijd – stembanden – puberteit – 300 – de baard in de keel – praten, roepen, zingen Onze stem is van alle markten thuis:
. Boven op je
luchtpijp zit het strottenhoofd met daarin de
. Als je ademt, staan die
open. Maar als er geluid gemaakt moet worden, dan knijpen ze samen tot er een kiertje overblijft. Er ontstaat een drukverschil, de stembanden beginnen te trillen en ze brengen ook de
aan het trillen. Zo ontstaat je stemgeluid.
De stembanden van de man trillen langzaam, zo’n 100 keer per seconde. Daarom is de mannenstem laag. De stembanden van de vrouw trillen 200 keer per seconde. Kinderen zijn kampioen met
trillingen per seconde. Als in de
het
strottenhoofd en de stembanden groeien, wordt het jongensstemmetje opeens een mannenstem. Dan heb je:
.
Verkeerd stemgebruik Verkeerd stemgebruik kan voor problemen zorgen. Stembandknobbeltjes bijvoorbeeld. ❍ Door verkeerd stemgebruik raken de stembanden ontstoken en kunnen er knobbeltjes op de stembanden komen. Een doktersbezoek is dan zeker nodig. En er volgt beslist een periode waarin je stem moet rusten. Het is dus belangrijk dat je je stem goed gebruikt.
OPDRACHT 4 Noteer enkele tips om je stem goed te verzorgen.
Kun je • uitleggen hoe het stemgeluid ontstaat? • vijf tips geven om goed voor je stem te zorgen?
7
Warming-up
Een goede houding aannemen bij het spelen
OPDRACHT 5 Maak werk van een goede houding bij het spelen. Probeer deze tips uit. Als je zit: ❍❍ zorg je ervoor dat je rechtop zit. ❍❍ zit je vooraan op de stoel, niet tegen de leuning. ❍❍ zet je je voeten een beetje uit elkaar. ❍❍ zet je je linkervoet een beetje naar voren. Als je recht staat: ❍❍ zet je je voeten stevig op de grond, een beetje uit elkaar. ❍❍ houd je je rug mooi recht. ❍❍ hangen je armen ontspannen langs je romp. ❍❍ houd je je hoofd zonder spanning rechtop. ❍❍ komt je muzieklessenaar op ooghoogte.
OPDRACHT 6 Bekijk de filmpjes. Let op de houding van de muzikanten die de instrumenten bespelen. Welke tips herken je?
8
THEMa 1: IEDER ZIJN DING
Nu jij!
Come and get it
OPDRACHT 7 Speel samen jullie eerste partituur.
Speel 4 keer.
9
Hoe ging het? Vink op p. 8 aan welke tips je gebruikte. Geef jezelf daarna een score voor je houding bij het spelen. EVALUATIE
MUZIEKELEMENTEN
halve noot
vierde noot
achtste noot
halve rust
vierde rust
achtste rust
Notenwaarden
Rusten
Maatcijfer: geeft de maatsoort aan. 4 = aantal tellen in een maat 4 = waarde van één tel: één vierde noot
tel 1
tel 2
tel 3
tel 4
Notennamen: mi, fa, la, do.
Herhalingssteken: herhaal de muziek die tussen de tekens staat. Als er geen eerste teken staat, herhaal dan vanaf het begin.
Op diddit kun je de muziekelementen verder inoefenen.
10
THEMa 1: IEDER ZIJN DING
Ik lees muziek! OPDRACHT 8 Volg het stappenplan.
Stap 1 Zet vier stoelen naast elkaar zoals op de tekening. Op elke stoel gaat een leerling zitten.
Stap 2 De leraar wijst in een vast tempo de leerlingen op de stoelen een voor een aan. Per aangeduide leerling klap jij één keer in je handen.
Stap 3 Lukt dat? Dan verandert de leraar de opstelling.
Nu zitten op sommige stoelen: • geen leerlingen: als de leraar die stoel aanwijst, blijft het stil. • twee leerlingen: als de leraar die stoel aanwijst, klap je dubbel zo snel. Lukt het om dit stappenplan te volgen? Dan lees je eigenlijk noten zonder dat je het wist! Een maat bestaat vaak uit vier tellen (denk aan de vier stoelen). Een tel (of stoel) kan één, twee, drie, vier of meerdere noten (leerlingen) bevatten.
11
OPDRACHT 9 Begrijp je het? Lees dan het schema onderaan zowel met cijfers als met noten. Dit is de code:
1 (lees: 1)
2 (lees: 1 – 2)
Cijfernotatie
1
2
Muzieknotatie
1 =
OPDRACHT 10 Componeer zelf nog drie ritmes in de vrije vakjes bij opdracht 9 en voer ze uit.
12
THEMa 1: IEDER ZIJN DING
Onmisbare drummer Geen goede plaat zonder goede beat. Drummers zitten vaak een beetje weggedoken op het podium, maar ze zijn onmisbaar!
OPDRACHT 11 Bekijk het filmpje. Je ziet twee instrumenten aan het werk. Welke?
Drumstellen zijn er in vele soorten, maten en opstellingen. De basiselementen zijn: • de basdrum: zorgt voor de laagste klank, twee vellen, bespeeld met een pedaal. • de hi-hat: twee bekkens op een standaard, bespeeld met een pedaal. • de snaredrum of kleine trom: twee vellen, snaren aan de onderzijde. Bij het drumstel horen ook verschillende cimbalen, zoals de ride en de crash. In Soundscape noemen we die gewoon cimbalen. De drummer speelt met drumstokken of sticks. Soms ook met borstels of brushes.
OPDRACHT 12 Noteer op de juiste plaats bij het drumstel: snaredrum – hi-hat – basdrum. cimbaal toms
floortom
13
Het drumstel schreef al geschiedenis. Op de deze tijdlijn kun je de evolutie volgen.
1800
2016
1860
eind 20e eeuw
begin 21e eeuw
De eerste drumstellen zijn er vanaf 1860. Door bestaande slagwerkinstrumenten samen te voegen, kon vanaf dan één persoon op zijn eentje voor heel wat slagwerk zorgen. Zo had een orkest minder bezetting nodig.
Een digitaal drumstel beschikt over een ruim aantal drumkits. Je kunt er heel wat muziekstijlen op spelen. Daarnaast zijn er ingebouwde oefenen opnamefuncties. Met de mixingang kun je ook eigen nummers op je smartphone afspelen.
Dit ‘luchtdrumstel’ past in een klein doosje. Je hebt enkel drumsticks en opnameapparatuur nodig.
OPDRACHT 13 Je vergelijkt het digitale drumstel met het akoestische. Bekijk het filmpje en omcirkel het juiste antwoord.
14
a Een digitaal drumstel is op een rek gemonteerd: ja – nee b De onderdelen van het akoestisch drumstel zijn kleiner: ja – nee c Het digitaal drumstel is ruimtebesparend: ja – nee d Het akoestisch drumstel heeft een ingebouwde recorder: ja – nee
THEMa 1: IEDER ZIJN DING
Je kunt op heel wat plaatsen leren drummen. Sommige muziekwinkels organiseren cursussen, maar je kunt ook privĂŠlessen nemen. Als je echt een professionele muzikant wilt worden, is de muziekacademie een goede keuze.
OPDRACHT 14 a In de muziekacademie is de drumles meestal een onderdeel van een volledige opleiding.
Welke?
b Je hoort zeven instrumenten. Zet een kruisje bij de instrumenten die ook in de slagwerkklas thuishoren. â??
1
xylofoon
2
pauken
3
harp
4
contrabas
5
tamboerijn
6
klarinet
7
gong
15
OPDRACHT 15 Bekijk het filmpje van een driejarige drummer en beantwoord de vragen. a Op welk onderdeel van het drumstel begint de driejarige drummer eerst te spelen? b Welke onderdelen gebruikt hij niet? c Dan laat hij zijn sticks vallen! Onderstreep het juiste antwoord: Hoeveel meet een gewone Hoeveel weegt een gewone drumstick ongeveer? drumstick ongeveer? 20 cm – 30 cm – 35 cm – 40 cm – 45 cm 20 g – 40 g – 60g – 80g – 100g
Er bestaat een ruim aanbod aan drumsticks en brushes. Met brushes klinkt de drum meer op de achtergrond. Veel hangt af van welke muziek je speelt. Daarnaast heeft elke drummer ook een persoonlijke voorkeur.
OPDRACHT 16 Bij een Drum-Off willen twee drummers elkaar overtroeven. Het wordt een ‘battle’ voor de titel van ‘greatest drummer’. In het filmpje zie je een Drum-Off tussen profdrummer Chad en de komiek Will. Kijk goed en beantwoord de vragen. a Noteer twee verschillen tussen het werk van beide drummers. b Welk slaginstrument haalt de drummer-komiek er aan het einde nog bij?
16
THEMa 1: IEDER ZIJN DING
Dan zijn er nog de aerodrums. Aero (‘air’) betekent lucht. Bij een aerodrum speel je op een onzichtbare ‘luchtdrum’. Met een supersnelle camera wordt jouw speeltechniek gefilmd. Door de koppeling van de camera aan een computer wordt het drumspel omgezet in drumgeluiden. Via een luidspreker of hoofdtelefoon hoor je dadelijk wat je speelt terwijl je op een computerscherm je drumtechniek kunt volgen.
OPDRACHT 17 Kijk aandachtig naar het filmpje. Welke voordelen zou men in de muziekwinkel aanhalen om een aerodrum te verkopen?
OPDRACHT 18 a Je hebt nu de verschillende drumstellen aan het werk gezien. Welk drumstel verkies jij: akoestisch, digitaal of aerodrum? Waarom? b Schrijf op de juiste plaats in het instrumentenkader: snaredrum, basdrum, cimbaal, hi-hat, koebel. Snaar
Lucht
Strijk- en tokkelinstrumenten
Hout- en koperblazers
Vel
Zelfklinker
Digitaal
Slagwerk
Kun je • • • •
de basiselementen van het drumstel opsommen en aanduiden op een foto? het verschil beschrijven tussen een digitaal en een akoestisch drumstel? uitleggen hoe een aerodrum werkt? nog vier andere slaginstrumenten opsommen?
17
Ieder zijn goesting Muziekgenres, al van gehoord? Dit zijn vijf muziekgenres:
wereldmuziek
opera
Š Cloud Mine Amsterdam / Shutterstock.com
Š Igor Bulgarin / Shutterstock.com
klassiek
Welk muziekgenre is nieuw voor jou?
18
rock
jazz
THEMa 1: IEDER ZIJN DING
OPDRACHT 19 Beluister vijf muziekfragmenten. Sommige zijn vocaal (muziek die gezongen wordt). Andere instrumentaal (muziek die op een instrument gespeeld wordt). Voer de opdrachten uit. a Noteer in de tabel hieronder bij elk fragment het muziekgenre. b In elk fragment is een slaginstrument duidelijk hoorbaar. Noteer de namen in de tabel. c Onderstreep met blauw het nummer dat je het liefst hoort. Gebruik rood voor het nummer dat je minst graag hoort. d Welk fragment haalt in de klas de hoogste score? e Tot welk muziekgenre behoort dat fragment? Fragment
Muziekgenre
Slaginstrument
1 2 3 4 5
Kun je • terwijl je luistert de muziekgenres klassiek, jazz, rock, opera en wereldmuziek benoemen?
19
Muzikale handtekeningen Elke componist doet zijn eigen ding. Daardoor krijgt zijn muziek een persoonlijke toets. Sommige muziekstukken zijn zo herkenbaar dat ze wel de handtekening van de componist lijken.
OPDRACHT 20 Je hoort vijf muzikale ‘handtekeningen’. De afbeeldingen van de componisten staan in de volgorde van de luisterfragmenten. Noteer in de tabel de juiste naam bij het juiste muziekstuk.
J.S. Bach 1685-1750, Duitsland
W.A. Mozart 1756-1791, Oostenrijk
Componist
L. van Beethoven 1770-1827, Duitsland
J. Strauss sr. 1804-1849, Oostenrijk
L. Bernstein 1918-1990, USA
Muzikale handtekening Eine Kleine Nachtmusik Een heel bekende serenade voor strijkers, bedoeld als nachtmuziek. Radetzkymars Hoogtepunt van het nieuwjaarsconcert in Wenen. America uit West Side Story Pakkende song uit de Amerikaanse musical. De verfilming maakte de muziek onsterfelijk. Vijfde symfonie Het noodlot klopt op de deur met als code: 3 kort – 1 lang. Toccata in d Beroemdste orgelwerk. Heel virtuoos. Is bij sommige computerspelletjes te horen.
OPDRACHT 21 Kijk naar een uitvoering van de Radetzkymars. Met welk muziekinstrument zet de beroemde Radetzkymars krachtig in? Kun je • terwijl je luistert de componisten van deze vijf muziekstukken benoemen?
20
THEMa 1: IEDER ZIJN DING
We maken een soundscape! Weet je nog wat een soundscape is? Je vindt het in het begin van dit leerwerkboek.
OPDRACHT 22 Tijd om zelf een soundscape te maken! Lees eerst het stappenplan aandachtig door. Deel 1: In kleine groepjes
Stap 1 Kies elk een muziekinstrument of ander voorwerp. Onderzoek welke klanken en geluiden je ermee kunt maken.
Stap 2 Bepaal een volgorde voor die klanken en geluiden. Je kunt ook meerdere
instrumenten of voorwerpen tegelijk laten klinken. Zorg voor afwisseling. â?? De soundscape mag 30 seconden duren.
Stap 3 Noteer de volgorde in een schema. Doe zoals in het voorbeeld: noteer een X voor een korte klank of kleur de vakjes volledig voor een lange klank. Zo ontstaat je grafische partituur.
Instrument/ voorwerp
Tijd (1 vakje per seconde)
klokkenspel brooddoos
Dynamische tekens
Stap 4 Gebruik in je soundscape minstens drie dynamische tekens. Schrijf ze onderaan de
grafische partituur. Je vindt de dynamische tekens in het kader Muziekelementen op de volgende pagina.
21
MUZIEKELEMENTEN Dynamiek afkorting van piano – betekent stil
afkorting van mezzo forte – betekent half luid
afkorting van forte – betekent luid
cresc.
afkorting van crescendo – betekent geleidelijk van stil naar luid
dim.
afkorting van diminuendo – betekent geleidelijk van luid naar stil
Stap 5 Repeteer je soundscape. Deel 2: Met de hele klas
Stap 6 Elk groepje voert zijn soundscape uit, met telkens een korte tussenpauze. Je kunt
bij de uitvoering een ondersteunende klankopname gebruiken. Bespreek dat met de leraar.
Stap 7 Maak een opname van de volledige soundscape. Stap 8 Beluister de opname en bespreek klassikaal. Wat klinkt goed, wat kan beter?
22
THEMa 1: IEDER ZIJN DING
Body percussion Geen drumstel in de buurt? Geen nood. Je kunt ook drummen met de slagvlakken van je lichaam. Bij het drummen is de onafhankelijkheid van handen en voeten of coördinatie uiterst belangrijk, maar niet eenvoudig.
OPDRACHT 23 Bekijk het filmpje.
Nu is het aan jou! Body percussion lukt beter als je: • ontspannen rechtop zit of staat; • je inleeft in het tempo; • goed luistert naar alle muzikanten. Speel de body percussion die in het stappenplan genoteerd staat. Houd deze tips in je achterhoofd. ❍❍ Kies een matig tempo. Houd dat strak aan. ❍❍ Je oefent body percussion het best per achtste noot. Zo krijg je inzicht in de bewegingen. ❍❍ Maak dat de body percussion stevig klinkt met de hele klas. ❍❍ Maak een opname van je uitvoering.
23
Onderdeel drumstel
Stap 1
Stap 2
Stap 3
Muzieknotatie
Body percussion
rechterhand op linkerbeen
linkerhand op rechterknie
rechtervoet
Je kunt ook body percussion spelen bij een lied dat je met de klas zingt. Splits in dat geval de klas op in twee groepen: een groep zingt, de andere speelt body percussion.
Vocal percussion Ook met je stem kun je een drumstel nabootsen. Vocal percussion heet dat. Vocal percussion ❍ is ontstaan als noodoplossing. Bij gebrek aan een drumstel of aan geld om er een te kopen, bootste men het drumstel na met de stem. Daarom wordt vocal percussion ook wel eens ‘drummen met de mond’ genoemd. De uitvoering gebeurt meestal met een ritmisch patroon dat voortdurend herhaald wordt. De groep VoicePlay begon als drie vrienden die zingend door de gangen van de school liepen. Inmiddels zijn ze met vijf en hebben zich opgewerkt tot een vocale topformatie.
24
THEMa 1: IEDER ZIJN DING
OPDRACHT 24 Bekijk het filmpje en beantwoord de vragen. a Waar staat in het eerste beeldfragment de zanger die de vocal percussion voortdurend aanhoudt? b Noteer drie manieren waarop VoicePlay in het laatste fragment musiceert. c Zou deze vorm van reclame op jou effect hebben?
OPDRACHT 25 Nu is het aan jou! Probeer de vocal percussion die in het stappenplan genoteerd staat. Gebruik dezelfde tips als bij body percussion. Ook nu kun je de klas opsplitsen in twee groepen: de ene groep zingt en de andere speelt vocal percussion. Onderdeel drumstel
Muzieknotatie
Vocal percussion
Stap 1
tss
Stap 2
kcha
Stap 3
doem
Welke percussie lukt het best: body of vocal? 25
Aan de slag! OPDRACHT 26 Luister naar de vijf slaginstrumenten. Noteer de volgorde met een cijfer onder de afbeelding.
OPDRACHT 27 Luister naar de vier audiofragmenten. Twee slaginstrumenten spelen samen. Welke?
1
2
3
4
Op diddit kun je nog verder oefenen.
26
THEMa 1: IEDER ZIJN DING
Ik wil journalist worden! OPDRACHT 28 a Interview drie mensen over hun favoriete muziek. b Noteer van elk gesprek twee treffende zinnen. c Je kunt je interview ook tijdens de les Nederlands bespreken.
Ik wil muzieksamensteller worden! Aan een uitzending op de radio gaat heel wat voorbereiding vooraf. Het maken van de speellijst of playlist bijvoorbeeld.
OPDRACHT 29 Maak een playlist aan de hand van dit stappenplan.
Stap 1 Stel een playlist op waarin de vijf muziekgenres voorkomen die je in dit thema leerde.
Stap 2 Maak een geluidsopname met een heel kort fragment uit elk muziekgenre. Stap 3 Stuur je opname naar een aantal vrienden, familie, kennissen. Stap 4 Vraag welk muziekgenre zij het liefst horen, maar ook wat ze helemaal niet graag horen.
Stap 5 Je kunt hun antwoorden vergelijken.
27
Co da Muziekelementen Vul de ontbrekende woorden in.
hele noot halve noot
vierde noot
Notenwaarden • ❍
achtste noot
Rusten • ❍ hele rust
halve rust
vierde rust
ritme
achtste rust
Maatsoorten: het cijfer geeft de maatsoort aan. •
: vijf lijnen, geteld van onder naar boven • 5 4 3 2 1
- Staat aan het begin van de notenbalk.
melodie Solsleutel •
- Bepaalt de naam en toonhoogte van de noten. - Wijst de noot ‘sol’ aan op de tweede lijn❍ van de notenbalk. Notennamen •
28
• Gaat over het volume van de muziek, vaak aangegeven ❍ met Italiaanse woorden. • Dynamische tekens: - p: piano – betekent - mf: mezzo forte – betekent half luid
dynamiek
- f: forte – betekent - cresc.<: crescendo ❍ – betekent geleidelijk van stil naar luid - dim.>: diminuendo ❍ – betekent geleidelijk van luid naar stil
• Maat
•
vorm •
:
geeft het einde van een muziekstuk aan.
• : herhaal de muziek die tussen de tekens staat. Als er geen eerste teken staat, herhaal dan vanaf het begin.
29
Co da Instrumenten Vul het kader verder aan met de instrumenten die je hebt leren kennen in dit thema. Kies uit: basdrum – cimbaal – hi-hat – koebel – gitaar – pauken. Snaar
Lucht
Vel
Strijk- en tokkelinstrumenten
Hout- en koperblazers
Zelfklinker
Digitaal
Slagwerk
kleine trom of snare
drumstel
xylofoon gong tamboerijn
tamboerijn
Componisten en artiesten Noteer bij een aantal componisten het land van herkomst.
1700
J.S. Bach 1685-1750 Duitsland
30
1800
W.A. Mozart 1756-1791
L. van Beethoven 1770-1827
1900
J. Strauss sr. 1804-1849 Oostenrijk
2000
L. Bernstein 1918-1990
Muziekcultuur Schrijf de juiste begrippen bij de omschrijvingen. Kies uit: soundscape – akoestisch instrument – vocal percussion – digitale muziek – muziekgenres – vocale muziek – body percussion – instrumentale muziek – virtuoos. 1
De klank komt uit het instrument zelf.
2
Slagwerk spelen met de slagvlakken van het lichaam
3
De klank wordt geproduceerd door tussenkomsten van ICT.
4
Muziek die gespeeld wordt
5
Muzieksoorten zoals opera, jazz, filmmuziek, rock, klassiek, wereldmuziek
6
Geluidslandschap
7
Het zingen of spelen volmaakt beheersen
8
Slagwerk nabootsen met de stem
9
Muziek die gezongen wordt
31