T E S T V E R S
3
IE
Rekenwijzer
Welkom in de Rekenwijzer! Als je thuis of in de klas oefeningen maakt – op bingeI, in je werkschrift of op een blaadje – kun je in deze Rekenwijzer opzoeken wat je nog moeilijk vindt.
Misschien kun je thuis op een beetje hulp rekenen? Van papa, oma, de buurvrouw, een huiswerkbegeleider ...? Ook zij kunnen in deze Rekenwijzer vinden hoe jij iets in de klas hebt geleerd en je dan op net dezelfde manier helpen als je juf of meester dat doet.
Dit boekje is ingedeeld in vier grote delen met elk hun eigen kleur, dezelfde als in je werkschrift. Wat er in elk deel staat, vind je in de inhoudstafel op de volgende twee bladzijden. Ga dus eerst daar kijken als je iets wilt opzoeken.
Veel rekenplezier in het derde leerjaar!
Klaar? Start! 3
INHOUD
Getallenkennis 1
Getallen in de realiteit
6
2
Getallen tot 1 000
8
3
Schatten en afronden
10
4
Breuken
12
5
Delers en veelvouden
15
6
Getalpatronen voortzetten
16
7
Tabellen en diagrammen (of grafieken)
17
Bewerkingen
4
8
Hoofdrekenen: optellen
19
9
Hoofdrekenen: aftrekken
21
10
De maal- en deeltafels tot 10
23
11
Hoofdrekenen: vermenigvuldigen
26
12
Hoofdrekenen: delen
29
13
Cijferen: optellen
32
14
Cijferen: aftrekken
33
15
Cijferen: vermenigvuldigen
35
16
Cijferen: delen
36
INHOUD
Meten en metend rekenen 17
Lengte
39
18
Inhoud
41
19
Gewicht
42
20
Omtrek
43
21
De datum aflezen op een kalender
44
22
De wijzerklok aflezen
48
23
Geld
51
24
Temperatuur
54
Meetkunde 25
Punten, lijnen en oppervlakken
56
26
Hoeken
57
27
Evenwijdig, snijdend en loodrecht
58
28
Vlakke figuren: veelhoeken en niet-veelhoeken
60
29
Vierhoeken onderzoeken
62
30
De eigenschappen van vierkant en rechthoek
63
31
Driehoeken onderzoeken
64
32
Spiegelen
65
33
Patronen voortzetten
65
34
OriĂŤntatie op een kaart
66
35
Verschillende standpunten
67
36
Blokkenbouwsels
68
5
1
Getallen in de realiteit a Functies van getallen Je kunt een getal op verschillende manieren gebruiken. Een getal als maatgetal
4 °C 20
°C
15
Het getal staat voor een maateenheid, bv. • Ik drink zeker 1 liter water per dag. • Dit spel kost 20 euro. • Buiten is het 4 °C.
10 5 0 –5 –10 –15 –20
Een getal als hoeveelheid Het getal is het antwoord op de vraag ‘hoeveel?’, bv. • Billy heeft maar één vriend. • Ik eet 20 koekjes. • Nasr heeft 4 zussen.
Een getal als rangorde Het getal is het antwoord op de vraag ‘de hoeveelste?’, bv. • Dit is de eerste keer! • Ik sta op de 4e plaats.
Een getal als code Een getal kan ook een code aanduiden, bv. • een telefoonnummer: 0485 400 847. • de code van je fietsslot: 2140.
6
b Negatieve getallen Een negatief getal is een getal kleiner dan nul. Je herkent een negatief getal aan het minteken dat ervoor staat.
20
°C
15 10 5 0 –5 –10 –15 –20
een duikboot op 10 m onder de zeespiegel of –10 meter
een thermometer op –15 °C Je leest: • ‘min 10 meter’, • ‘min 15 graden Celsius’, • ‘verdieping min 2’.
een lift op verdieping –2 7
2
Getallen tot 1 000 a Getallen lezen, schrijven en voorstellen Je legt: D
H
T
E
Je tekent:
Een getal bestaat uit rangen. • E (eenheden) • T (tientallen) • H (honderdtallen) • D (duizendtallen)
Bijvoorbeeld: D
H
T
E
3
5
6
H
T
E
4
0
2
Dit is het getal 356. (Lees: driehonderdzesenvijftig.)
Dit is het getal 402. (Lees: vierhonderdentwee.)
Het bestaat uit 3H + 5T + 6E of 300 + 50 + 6
Het bestaat uit 4H (+ 0T) + 2E of 400 + 2
356
402
300 50 6
8
D
400 2
b Getallen op een getallenas plaatsen Je kunt een getal op een getallenas plaatsen. Het getal 356 bijvoorbeeld • ligt tussen 300 en 400; • ligt tussen 350 en 360; • ligt tussen 355 en 357. 0
100
200
300
400
500
600
700
800
900
1 000
300
310
320
330
340
350
360
370
380
390
400
350
351
352
353
354
355
356
357
358
359
360
c Getallen vergelijken en ordenen De vergelijkingstekens ken je al. Het hapjesbeest eet altijd het grootste getal.
800 < 810
800 = 8H
800 > 790
is kleiner dan
is gelijk aan
is groter dan
Twee getallen vergelijken doe je zo: Kijk eerst naar de honderdtallen (H). → Het getal met de meeste H is het grootste getal.
541 > 145
Evenveel honderdtallen? Kijk dan naar de tientallen (T). → Het getal met de meeste T is het grootste getal.
682 > 622
Ook evenveel tientallen? Kijk dan naar de eenheden (E). → Het getal met de meeste E is het grootste getal.
943 > 940
9